1. Verzekeringsovereenkomst en verzekeringstussenpersoon.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1. Verzekeringsovereenkomst en verzekeringstussenpersoon."

Transcriptie

1 Verzekeringsrecht. R Juli 2008 Blok 1. Van verzekering in het algemeen. 1. Verzekeringsovereenkomst en verzekeringstussenpersoon. Casus: Aalbers wil zijn inboedel voor verzekeren tegen brand. Hij benadert een assurantiekantoor met het verzoek om de gewenste verzekering voor hem te regelen. Na enige tijd ontvangt Aalbers van het assurantiekantoor de polis van verzekeraar X. Het assurantiekantoor biedt hem tevens de kwitantie voor de premie aan. Aalbers betaalt de premie aan het kantoor. Na een jaar biedt het assurantiekantoor andermaal een premiekwitantie aan voor een nieuwe verzekeringsperiode. Aalbers betaalt de premie en verzoekt het assurantiekantoor om de verzekerde som te verhogen van tot Het assurantiekantoor bevestigt Aalbers na verloop van een week de verhoging. Enige weken later gaat het assurantiekantoor failliet. Al gedurende twee maanden is er geen premie meer afgedragen aan de verzekeraar. De polis bepaalt: De verzekeraar is niet tot enige uitkering gehouden, indien de premie niet binnen veertien dagen na de aanbieding van de premiekwitantie door hem ontvangen is. Een half jaar later brandt het perceel waarin de inboedel van Aalbers zich bevindt tot de grond toe af. Aalbers vordert van de verzekeraar een betaling van a. Kan de verzekeraar de uitkering van weigeren op grond van het feit dat hij de premie niet (tijdig) heeft ontvangen? Deze vraag handelt over het recht op premie-incasso van de verzekeringstussenpersoon. Of het verweer van de verzekeraar opgaat hangt af van de vraag of de tussenpersoon het recht op premie-incasso heeft. Hoofdregel is dat de onafhankelijke bemiddelaar assurantiepersoon het recht van premieincasso heeft. Wanneer sprake is van een zogenaamde verbonden bemiddelaar een assurantietussenpersoon die in naam en voor rekening van één verzekeraar bemiddelingswerkzaamheden verricht geldt dat deze geen premie voor de verzekeraar bij de verzekeringnemer mag innen. Premie-incasso is het recht van de verzekeringstussenpersoon de premie voor de verzekeraar bij de verzekeringnemer te innen. Tenzij anders is afgesproken heeft de onafhankelijke bemiddelaar (de tussenpersoon) dus het recht op premie-incasso. Voor dit incasseren van de premie ontvangt de tussenpersoon een beloning van de verzekeraar, de incassoprovisie. Ten aanzien van het premie-incasso vertegenwoordigt de zelfstandige tussenpersoon (de onafhankelijke bemiddelaar) de verzekeraar ingevolge opdracht, art. 7: BW. Dit betekent dat indien er fouten worden gemaakt in de premieafdracht deze fouten voor rekening van de verzekeraar komen. In dit geval is Aalbers gekweten en zal het verweer van de verzekeraar dat hij uitkering weigert op grond van het feit dat hij de premie niet (tijdig) heeft ontvangen niet opgaan. Een ander mogelijkheid waarover de casus niet rept is: Een zelfstandige tussenpersoon zonder het recht van premie-incasso is ook mogelijk. In dat geval zal de verzekeraar wel met succes het genoemde verweer kunnen voeren. De verzekeraar zal echter eerst tot dekkingsopschorting over mogen gaan na een aanmaning waarin duidelijk moet zijn gewezen op de gevolgen van wanbetaling (op grond van een 1

2 uitspraak van de Raad van toezicht en het arrest Rederij Koppe: HR 20 mei 1949, NJ 1950,72. Ook in art. 7:934 BW wordt aangegeven dat betaling binnen veertien dagen na de aanmaning dient te geschieden. Deze aanmaning moet geschieden na de vervaldag en met vermelding van de gevolgen, bijv. beëindiging of schorsing van de verzekering. Aalbers als verzekeringnemer zou zich in dit geval kunnen beroepen op de schijn van volmachtverlening, art. 3:61, tweede lid, BW. Via de bepalingen van opdracht en de gelaagde structuur van het Burgerlijk Wetboek zijn de bepalingen van volmacht tevens op deze verhouding van toepassing, art. 3: 60 e.v. BW. Aan de vereisten voor vertrouwensbescherming is in deze casus voldaan: Er is in naam van een ander een rechtshandeling verricht; te weten het ontvangen van een geldsom. De kwitantie kwam van de verzekeraar, art. 6:48 BW. De pseudo-volmachtgever, degene in wiens naam is gehandeld, heeft zelf de schijn van volmacht opgewekt. In casu heeft de verzekeraar dit gedaan door de eerste premiebetaling via de tussenpersoon te accepteren, arrest Vas Dias-Salters: HR 6 mei 1926, 721. De verzekeringnemer heeft aangenomen dat de volmacht tot premie-incasso aan de tussenpersoon was verleend. De verzekeringnemer mocht zulks redelijkerwijs aannemen. Een andere mogelijkheid is ten slotte het delcrederebeding. De tussenpersoon heeft zich in dat geval bij de verzekeringsovereenkomst tegenover de verzekeraar verbonden tot betaling van de premie en kost voor eigen schuld (eigen rekening). De verzekeraar heeft enkel een vordering op de tussenpersoon en niet op de verzekeringnemer. Het delcrederebeding maakt deel uit van beursverzekeringen Aalbers zou bij deze mogelijkheid gekweten zijn en de verzekeraar zou genoemd verweer niet met succes kunnen voeren omdat de tussenpersoon premieschuldenaar is geworden en allen hij jegens de verzekeraar aansprakelijk is voor de te betalen premie. b. Kan de verzekeraar de uitkering van weigeren indien de verhoging van de verzekerde som nooit aan hem is medegedeeld, noch door hem is aanvaard? Dit verweer van de verzekeraar gaat ervan uit dat het verweer onder a van deze vraag niet slaagt. Dit keer gaat het niet over premie-incasso maar over de toekenning van fouten gemaakt door de tussenpersoon. De tussenpersoon heeft informatie niet doorgegeven aan de verzekeraar, te weten de verhoging van de verzekerde som. Een fout gemaakt bij het doorgeven van informatie aan de verzekeraar komt voor rekening van die partij welke door de tussenpersoon wordt vertegenwoordigd. Het assurantiekantoor is in de casus een zelfstandige tussenpersoon. Hij handelt in opdracht van de verzekeringnemer (behalve t.a.v. de premie-incasso). Het assurantiekantoor bemiddelt immers in opdracht van Aalbers bij het sluiten van een verzekeringsovereenkomst en dient in opdracht van Aalbers de verhoging van de verzekerde som door te geven. De fout komt in casu dus voor rekening van Aalbers. De verzekeraar zal wel moeten uitkeren, maar kan weigeren uit te keren. Het assurantiekantoor kan door Aalbers worden aangesproken op grond van het niet (deugdelijk) nakomen van de opdrachtovereenkomst (wanprestatie, art. 6:74 BW). Tussenpersonen hebben doorgaans, om zich tegen het risico van aansprakelijkheid op grond van gemaakte fouten te beschermen, een beroepsaansprakelijkheidsverzekering gesloten. Lastige bijkomstigheid is dat de tussenpersoon in de casus failliet is en het voor Aalbers onzeker is of hij nog iets van zijn vordering op de tussen persoon terugziet. 2

3 Een voorbeeld waarin een te late mededeling door een zelfstandige tussenpersoon voor risico van de verzekeringnemer kwam is arrest Twaalfhoven-Railwayspassengers: HR 29 mei 1970, NJ 1970, 435. Het arrest gaat over een ongevallenverzekering waarbij het ongeval pas een jaar na dato door de tussenpersoon aan de verzekeraar wordt doorgegeven. Een ander voorbeeld is arrest RVS-Van Scharenburg: HR 15 februari 1991, 493. Het betreft hier een tussenpersoon in dienst van de verzekeraar. De verzekeraar kon geen beroep doen op art. 251 K (oud) (verzwijging door verzekeringnemer bij het sluiten van de verzekering) omdat de wetenschap van een loondienstagent heeft te gelden als wetenschap van de verzekeraar. Op grond van de redelijkheid en billijkheid was de verzekeraar toch geen volledige uitkering verschuldigd. c. Hoe moet Aalbers eventueel bewijzen dat de verhoging van de verzekerde som deel is gaan uitmaken van de verzekeringsovereenkomst? We gaan er bij deze vraag van uit dat de verhoging van de verzekerde som wel door de tussenpersoon aan de verzekeraar is doorgegeven. Het gaat nu om het bewijs van de inhoud van de verzekeringsovereenkomst door de verzekeringnemer tegenover de verzekeraar. Van toepassing was ar. 258 K. In de casus doet zich de situatie voor waarop het tweede lid zag. Nadat de oorspronkelijke polis als bewijs is aanvaard doet zich een wijziging in de overeenkomst voor. Dit betekent dat Aalbers alleen door middel van geschrift kon bewijzen dat de verhoging van de verzekerde som deel was gaan uitmaken van de verzekeringsovereenkomst. Als bewijs kon eventueel dienen de schriftelijke bevestiging van het assurantiekantoor of de premiekwitantie waaruit blijkt dat de verzekeraar een hogere premie heeft bedongen tengevolge van het verhogen van de verzekerde som. In het huidige (nieuwe) recht geldt hier art.7:932 BW. Er geldt geen enkele bewijsbeperking. Zolang de polis niet is uitgeleverd kan het bestaan en de inhoud met van de verzekeringsovereenkomst met alle bewijsmiddelen worden bewezen. Na de uitlevering van de polis kende het oorspronkelijke ontwerp (1986) nog een beperking nl. dat de overeenkomst tegenover de verzekeraar nog slechts door geschrift kon worden bewezen. In de Nota van wijziging (2000) wordt deze beperking geschrapt. Ook nadat de polis is afgegeven aan de verzekeringnemer kan deze m.b.t. het bestaan en de inhoud van de verzekeringsovereenkomst ook door middel van bijv. getuigen bewijs leveren (dat er een overeenkomst bestaat en / of dat de inhoud anders is dan de polis vermeldt). Casus: In de door de verzekeraar aan berend Bentveld afgegeven polis ter zake van een opstalverzekering is per vergissing opgenomen dat de verzekering naast gewenste dekking tegen water en stormschade, tevens dekking biedt tegen schade ontstaan door brand. Als enkele jaren later schade door brand ontstaat, claimt Bentveld die bij de verzekeraar. De verzekeraar verweert zich met de mededeling dat de dekking tegen brand berust op een vergissing, dat de verzekeraar nooit bedoeld heeft dit risico te verzekeren en dat bij het sluiten van de verzekering ook niet over dekking van het brandrisico is gesproken. Dit laatste wordt bevestigd door de tussenpersoon die destijds bij het sluiten van de verzekering betrokken was. a. Hoe moet / kan de verzekeraar bewijzen dat de dekking tegen brand in de polis op een vergissing berust? Al onder art. 258 K (oud) gold volgens de Hoge Raad dat de verzekeraar met alle middelen rechtens tegenbewijs mag leveren, bijv. door getuigenverhoor. Arrest Guliker-AGO 1: HR 30 mei 1980, NJ 1981, 380. Ook onder het huidige (nieuwe) art.7: 932 BW // BW (Nota van wijziging 2000) kan de verzekeraar tegenbewijs leveren tegen de inhoud van de polis. Hij kan dit middels alle mogelijke bewijsmiddelen, onder andere getuigen, voorbereidingsbrieven enz. 3

4 Stel de verzekeraar slaagt in het bedoelde bewijs. b. Heeft dit tot gevolg dat de verzekeraar onder geen enkele omstandigheid tot uitkering op basis van de verzekeringsovereenkomst gehouden is? Nee, mogelijk is dat door afgifte van de polis waarin het brandrisico wel gedekt is en de aanvaarding van die polis door de verzekerde, alsmede door de premiebetaling een verzekeringsovereenkomst met dekking tegen brand tot stand is gekomen, Arrest Guliker- AGO 1: HR 30 mei 1980, NJ 1981, 380. Neem aan dat de verzekeraar niet tot uitkering op basis van de verzekeringsovereenkomst gehouden is. c. Kan de verzekeraar niettemin door Bentveld worden aangesproken tot schadevergoeding en zo ja, op grond waarvan? De verzekeraar moet de juiste polis afgeven. Het afgeven van een onjuiste polis kan tot een schadevergoedingsactie op grond van wanprestatie leiden, art. 6:74 BW. Arrest Guliker- AGO 11: HR 30 mei 1980, NJ 1981, 380. Schadevergoeding is met name mogelijk indien een verzekerde nalaat het ten onrecht op de polis vermelde risico ergens anders onder te brengen. Casus: Op 10 januari 2003 gaat Monique Castelijns op skivakantie. In de bus naar Oostenrijk bedenkt zij zich dat zij nog geen reisverzekering heeft gesloten. In een wegrestaurant belt zij met verzekeraar Alvia NV en sluit alsnog een reisverzekering. In Oostenrijk wordt in een moment van lichte onachtzaamheid van Monique heer fototoestel gestolen. Wanneer Monique 24 januari in Nederland terug is vordert zij uitkering van verzekeraar Alvia NV. De verzekeraar stelt echter dat er geen reisverzekering met Monique Castelijns bestaat. - Hoe kan Monique het bestaan van de verzekeringsovereenkomst tegenover de verzekeraar bewijzen? Naar oud recht: onder art. 258 K kon het bestaan van de verzekeringsovereenkomst slechts door middel van geschrift worden bewezen (bijv. kwitantie). Bij het ontbreken hiervan zou Monique zeer waarschijnlijk het bestaan van de overeenkomst niet kunnen bewijzen. Naar huidig recht: van toepassing is art. 7:932 BW. Voor verzekeringnemer geldt geen enkele bewijsbeperking, noch ten aanzien van het bestaan van de overeenkomst noch ten aanzien van de inhoud daarvan. Monique kan in casu bijvoorbeeld door middel van getuigen het bestaan van de overeenkomst trachten te bewijzen. Casus: Caroline en Dirk Dingemans kopen een huis op 23 december De maandag daarop zal het huis in eigendom worden overgedragen. De verzekeringstussenpersoon van Caroline en Dirk heeft hen toegezegd ervoor te zorgen dat het huis vanaf maandag is verzekerd tegen brand. Op zaterdagmiddag belt de verzekeringstussenpersoon. Caroline en Dirk zijn op dat moment niet aanwezig. De wel aanwezige oppas neemt de telefoon aan. De verzekeringstussenpersoon vraagt aan de oppas aan Caroline en Dirk door te geven dat het huis vanaf maandag tegen brand is verzekerd bij verzekeringsmaatschappij D.E.L. De verzekeraar heeft de dekking telefonisch bevestigd. DEL zal de polis binnen veertien dagen opsturen. De oppas geeft de boodschap aan Caroline en Dirk door. Als Dirk enkele dagen daarna de open haard aansteekt ontstaat er een schoorsteenbrand. Caroline en Dirk hebben de brandpolis nog niet in hun bezit. Het blijkt dat zij in de verzekeringsadministratie van D.E.L. niet als verzekeringnemer staan vermeld. De verzekeringsmaatschappij stelt zich op het standpunt dat er dus geen verzekeringsovereenkomst met Caroline en Dirk is gesloten en weigert de schade uit te keren. Caroline en Dirk vragen aan u of er toch mogelijkheden zijn om deze schade vergoed te krijgen. 4

5 - Welke mogelijkheden van verhaal zijn er voor Caroline en Dirk? De polis is geen constitutief vereiste voor de verzekeringsovereenkomst, met andere woorden: de verzekeringsovereenkomst is vormvrij. Zij komt in beginsel tot stand zodra er tussen partijen wilsovereenstemming bestaat. Wel is de polis van belang als bewijsmiddel. Nu er geen polis is kan de verzekeringnemer met alle middelen het bewijs van bestaan (en de inhoud) van de verzekeringsovereenkomst leveren. Slagen Caroline en Dirk in dat bewijs dan kunnen ze de brandschade verhalen op de verzekeraar. Ook is het mogelijk de tussenpersoon aan te spreken. Ervan uitgaande dat de verzekering niet is gesloten, heeft hij zijn opdracht (art. 7:400 BW), c.q. lastgeving (art.7:414 BW) niet uitgevoerd. Hij kan dus worden aangesproken tot betaling van de schade die Caroline en Dirk lijden als gevolg van het niet verzekerd zijn. Dit bedrag is gelijk aan de brandschade minus de premie die zij niet hebben betaald. Casus: Firma Edelbroek is gespecialiseerd in opslag van goederen. De opslagloodsen zijn via assurantietussenpersoon Franken verzekerd bij verzekeraar De Noorder onder de algemene voorwaarden van de NBUG (Nederlandse Beursvoorwaarden voor Uitgebreide Gevarenverzekering). Edelbroek en de Noorder hebben afgesproken dat uitkeringen door De Noorder rechtstreeks aan Edelbroek zullen geschieden. Edelbroek is al zo n negen maanden te laat met het betalen van de premie van Franken is reeds lang door de verzekeraar in rekening-courant gedebiteerd als er op een nacht brand uitbreekt in een loods. De schade aan de loods bedraagt a. Is De Noorder een uitkering verschuldigd geworden ondanks het feit dat Edelbroek de premie nog niet heeft betaald aan Franken? Ja. (art NBUG). De verzekerde is gekweten. De verzekeraar belast de tussenpersoon in rekening-courant, de verzekeraar is betaald geworden. De verzekeraar is de uitkering ondanks de perikelen rondom de premie verschuldigd geworden. De tussen persoon loopt het delcredererisico. Wel kan Franken een vordering tot premiebetaling instellen tegen de verzekeringnemer zodra hij is gedebiteerd door de verzekeraar. b. Stel dat de verzekeraar verplicht is uit te keren. Is het aan De Noorder toegestaan om het premiebedrag af te houden van de uitkering en af te dragen aan Franken? Nee, Edelbroek heeft de wens geuit dat rechtstreeks zou worden uitbetaald en de verzekeraar heeft dit erkend (art NBUG). De Noorder moet uitkeren aan Edelbroek en mag de premie niet inhouden. c. Hoe luidt het antwoord op vraag b als de regels van Boek 7 titel 17 BW worden toegepast? Ja, in art. 7:936, tweede lid BW wordt het de tussenpersoon gemakkelijker gemaakt. De verzekeraar is gehouden desverlangd, het bedrag voor de tussenpersoon af te houden en af te dragen aan de tussenpersoon. Als de tussenpersoon gerechtigd is de uitkering namens de uitkeringsgerechtigde in ontvangst te nemen, is hij bevoegd de premie (en de kosten) die hij voor de verzekeringnemer heeft betaald (voorgeschoten) te verrekenen, art. 7:936, zesde lid BW. Casus: Van Galen heeft een invaliditeitsverzekering met Assuraria NV gesloten. De verzekeringsovereenkomst is tot stand gekomen via bemiddeling van Van Hattum, loondienstagent van Assuraria NV. Voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst heeft Van Galen aan Van Hattum medegedeeld dat hij een hernia heeft. Op het vragen formulier dat Van Galen met behulp van Van Hattum heeft ingevuld, heeft hij de vraag: Hebt u 5

6 rugklachten? met nee beantwoord. Bij een ongeval raakt Van Galen gewond als gevolg waarvan hij arbeidsongeschikt wordt. Assuraria NV weigert de verzekerde som van uit te keren, zich daarbij beroepende op het feit dat Van galen het vragenformulier onjuist heeft ingevuld. a. Geef op grond van jurisprudentie van de HR argumenten ter ondersteuning van het standpunt van Assuraria NV. Steun voor de opvatting van de verzekeraar kan worden gevonden in het arrest RVS-Van Scharenburg: HR 15 februari 1991, 493. Uit deze uitspraak volgt dat de redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding beheerste waarin Van Galen en Assuraria NV reeds voor de totstandkoming van de overeenkomst tot elkaar stonden, met zich brengt dat beide partijen hun gedrag mede moeten laten bepalen door het gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. Hierop kan Assuraria zich beroepen. Assuraria zou op grond van deze uitspraak kunnen aanvoeren dat door het niet mededelen van de hernia Van Galen bewust een verklaring voor zijn rekening heeft genomen die flagrant onjuist is. Het betreft hier een tussenpersoon in dienst van de verzekeraar. De verzekeraar kon geen beroep doen op art. 251 K (oud) (verzwijging door verzekeringnemer bij het sluiten van de verzekering) omdat de wetenschap van een loondienstagent heeft te gelden als wetenschap van de verzekeraar. Ook van belang was of Van Galen het formulier ondertekende vóór daarop de onjuiste verklaring was ingevuld ofwel nadien. Ook kan het van belang zijn welke informatie Van Hattum in het kader van die ondertekening aan Van Galen heeft verstrekt. b. Maakt het voor de beoordeling van het standpunt van Assuraria NV iets uit wanneer Van Hattum een zelfstandige tussenpersoon is? Mededeling aan de zijde van de aspirant-verzekeringnemer over de hernia via de loondienstagent heeft rechtens te gelden als wetenschap van de verzekeraar, in casu Assuraria NV. In dat geval is geen succesvol beroep mogelijk op art. 7:928 BW. (niet voldoen aan de mededelingsplicht). In het geval dat Van Hattum een zelfstandige tussenpersoon is, komt men niet meer toe aan de vraag of Van Galen het formulier heeft ondertekend vóór daarop de onjuiste verklaring was ingevuld ofwel nadien. Immers in beginsel wordt het optreden van de zelfstandige tussenpersoon niet toegerekend aan de verzekeraar. Dit betekent dat in casu de verzekeraar een beroep op art. 7:928 BW toekomt, aannemende dat de hernia een zodanige omstandigheid is dat, zou de verzekeraar hiervan bekend zijn geweest bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst, hij deze niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten. Hernia is voor een arbeidsongeschiktheidsverzekeraar een relevante omstandigheid, welke relevantie, mede gelet op de vraag naar rugklachten, voor Van Galen kenbaar was. Dat had hij moeten weten. Casus: Berend Laponder heeft via de Rabobank (verzekeringstussenpersoon in deze) zijn boerderij verzekerd bij Interpolis NV. Op 5 maart 1998 overlijdt de alleenwonende Berend. De notaris belt 3 weken na dit overlijden de Rabobank teneinde in verband met de erfenis de bankrekening van Berend te blokkeren. Op 2 februari 1999 brandt de onbewoonde boerderij af. De erfgenamen claimen bij Interpolis NV uitkering van de schade. Dit wordt geweigerd omdat op grond van de verzekeringsvoorwaarden de verzekering wegens overgang van het verzekerd belang was geëindigd op de eerstvolgende premievervaldag (31 december 1998). Bovendien voert de verzekeraar als argument voor het weigeren van de uitkering aan dat haar niet was medegedeeld dat de boerderij onbewoond was waardoor risicoverzwaring was opgetreden. De erfgenamen spreken de Rabobank aan voor de schadevergoeding omdat de bank als assurantietussenpersoon haar verplichting als tussenpersoon niet is nagekomen, namelijk het bewaken van de belangen van de verzekerde. 6

7 - Heeft deze vordering van de erfgenamen jegens de Rabobank kans van slagen? De vraag die hier speelt, is allereerst of de tussenpersoon uit eigen beweging tijdig zijn verzekeringnemer opmerkzaam moet maken op de gevolgen die hem (de tussenpersoon) bekend geworden feiten kunnen hebben op de dekking. De HR beantwoordt deze vraag in het arrest Van Dam-Rabobank: HR 9 januari 1998, NJ 1998, 586 bevestigd, want het is de taak van de tussenpersoon te waken voor de belangen van de verzekeringnemer. Ook in arrest Brals-Octant: HR 10 januari 2003, RvdW 2003, 10 bevestigt de HR dit nog eens: Een assurantietussenpersoon dient tegenover zijn opdrachtgever de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Tot zijn taak het waken voor de belangen van de verzekeringsnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen behoort in beginsel ook dat de assurantietussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunne hebben. De HR gaat verder door te stellen: Beschikt de tussenpersoon m.b.t. een hem bekende omstandigheid die mogelijk tot een risicoverzwaring aanleiding kan geven, niet over voldoende gegevens of mag hij niet ervan uitgaan dat de gegevens waarover hij beschikt nog volledig of juist zijn, dan dient hij daarnaar bij zijn cliënt te informeren. De zorgplicht is niet onbeperkt. De cliënt heeft ook een eigen verantwoordelijkheid voor wat betreft het de assurantietussenpersoon duidelijk maken dat de dekking van een bepaald risico voor hem essentieel is. De tweede vraag die hier aan de orde is, is of er sprake is van aan de tussenpersoon bekend geworden feiten indien het feit (overlijden en bijgevolg een onbewoond staande boerderij) wel is bekend geworden bij de afdeling waar het blokkeren van de bankrekening geschiedt (bancaire afdeling), maar niet bij de verzekeringsafdeling. De HR stelt in voornoemd arrest dat de bank, nu zo n bericht naar zijn aard mede voor de assurantieafdeling van belang was, de bank gehouden was het nodige te verrichten om zich in staat te stellen te doen wat een assurantietussenpersoon blijkens het voorgaande in geval van overlijden van de verzekeringnemer behoort te doen. Casus: Net op de laatste dag van zijn heerlijke zomervakantie aan de Côte d Azur verstuikt Janus van Impelen zijn rechterenkel bij het uitstappen uit zijn caravan. Hij moet zich door een dokter laten behandelen. Hij bedenkt zich dat hij gelukkig een ongevallenverzekering heeft bij de Nationale NV. Twee dagen later, als Van Impelen weer in Nederland is, deelt hij dit ongeval direct mee aan zijn assurantietussenpersoon. Deze laatste geeft het ongeval niet door aan de Nationale NV. Na een jaar heeft Van Impelen nog steeds ernstige klanten aan zijn rechterenkel. Hij besluit zijn ongevallenverzekeraar aan te spreken in verband met blijvende invaliditeit. Deze weigert uit te keren omdat het ongeval te laat aan hem is gemeld, namelijk één jaar na dato. - Heeft Van Impelen nog een mogelijkheid deze schade te verhalen en zo ja, op wie? Door het te laat aanmelden van het ongeval kan de verzekeraar in zijn belangen zijn geschaad. Door zich te beroepen op het niet tijdig melden van het ongeval handelt de verzekeraar in principe niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Een voorbeeld waarin een te late mededeling door een zelfstandige tussenpersoon voor risico van de verzekeringnemer kwam is arrest Twaalfhoven-Railwayspassengers: HR 29 mei 1970, NJ 1970,435. Het arrest gaat over een ongevallenverzekering waarbij het ongeval pas een jaar na dato door de tussenpersoon aan de verzekeraar wordt doorgegeven. Een zelfstandige tussenpersoon treedt op in opdracht van de verzekerde; zijn fouten komen dus 7

8 voor rekening van de verzekerde. Anders is het wanneer het gaat om een tussenpersoon in dienst van de verzekeraar; dan geldt wetenschap van de tussenpersoon immers als wetenschap van de verzekeraar en zak deze laatste moeten uitkeren. Van Impelen kan de schade verhalen op zijn tussenpersoon op grond van wanprestatie, art. 6:74 BW. Zijn tussenpersoon heeft een fout gemaakt door niet tijdig door te geven dat een ongeval had plaatsgevonden. Van Impelen heeft het ongeval immers vrijwel direct aan zijn tussenpersoon gemeld. De vraag is wel hoeveel de schade door de te late vermelding bedraagt. Art. 7:941, vierde lid, BW geeft aan dat de verzekeraar het verval van een recht op uitkering, bij niet nakoming van de melding van het schadevoorval, slechts kan bedingen voor het geval hij daardoor in een redelijk belang is geschaad. Art. 7:941, derde lid, BW voegt daar aan toe dat in zo n geval de verzekeraar de uitkering kan verminderen met de schade die hij daardoor lijdt. Casus: De Jager heeft door bemiddeling van makelaar Intermex voor een partij koffie (waarde ) een goederentransportverzekering gesloten. Hierin is de volgende clausule opgenomen: De premie bedraagt 500 waarvoor de verzekeraar de makelaar Intermex in rekening-courant heeft belast en de verzekeringnemer hierbij kwiteert. De partij koffie blijkt bij aankomst in Rotterdam aangetast te zijn door zeewater. De schade beloopt en valt onder de dekkingsvoorwaarden van de verzekeringsovereenkomst. Aangenomen wordt dat de makelaar Intermex de premie weliswaar heeft betaald aan de verzekeraar, maar dat de Jager in gebreke is gebleven de premie aan Intermex te voldoen. - Is de verzekeraar gehouden tot uitkering aan de Jager en zo ja, tot welk bedrag? Hier is sprake van een delcrederebeding op grond waarvan de makelaar Intermex de premieschuldenaar wordt en anderzijds de verzekeringnemer door de verzekeraar van zijn premieplicht wordt gekweten. De verzekeraar moet dus gewoon uitkeren. Wel moet rekening worden gehouden met art. 7:936, eerste lid jº tweede lid, BW. Op grond van het tweede lid is de verzekeraar desverlangd gehouden het bedrag dat De Jager aan de makelaar verschuldigd is, op de uitkering in te houden en af te dragen aan de makelaar. De uitkering is dus = Teneinde het de tussenpersoon mogelijk te maken zijn rechten van art. 7:936, tweede lid, BW uit te oefenen verplicht art. 7:936, derde lid, BW de verzekeraar alvorens tot uitkering aan een ander (bijv. verzekeringnemer / verzekerde) over te gaan, de tussenpersoon van zijn voornemen daartoe te verwittigen. Arrest Korea Holland Trading-NCB: HR 22 november 1996, NJ 1997, 718. Verzekering. Zorgplicht assurantietussenpersoon bij het verstrekken van gegevens aangaande te verzekeren zaken aan de verzekeraar ter voorkoming van beroep door deze op nietigheid ex art. 251 K (oud). Arrest S.-Van N: HR 11 december 1998, NJ 1999, 650. Assurantietussenpersoon; onjuist ingevuld aanvraagformulier; tekortkoming; onderzoeks- en mededelingsplicht; eigen schuld. De zorg die van een redelijk bekwaam en redelijk handelende assurantietussenpersoon mag worden verwacht, brengt mee dat hij aan de verzekeraar voldoende inlichtingen geeft om deze ervan te weerhouden naderhand een beroep op art. 251 K te doen. Indien de tussenpersoon niet over voldoende gegevens beschikt of niet ervan mag uitgaan dat de gegevens waarover hij beschikt nog volledig en juist zijn, dient hij daarnaar bij zijn cliënt te informeren; dar dient de assurantietussenpersoon ermee rekening te houden dat zij cliënt niet spontaan zal overgaan tot vermelding van gegevens omtrent zijn strafrechtelijk verleden. 8

9 Arrest Schenck-Sluyter: HR 29 januari 1999, NJ 1999, 51. Taak assurantietussenpersoon. Het is de taak van de assurantietussenpersoon te waken voor de belangen van de verzekeringnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen en van degenen die, door premie te betalen na een offerte, te kennen geven zich tegen bepaalde gevaren te willen verzekeren. Tot deze taak behoort dat de assurantietussenpersoon die betaling van een verzekeringspremie ontvangt in verband met het verlenen van een verzekering en die de betaling niet wil aanvaarden en de verzekering niet wil doen verlengen, onverwijld hiervan kennis geeft aan degene die de betaling deed opdat deze dadelijk stappen kan ondernemen om zich elders te verzekeren. 2. Verzwijging of verkeerde opgave; mededelingsplicht bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst. Art. 251 K (oud) beschermde de verzekeraar tegen het op zich nemen van een groter risico dan hij uit de mededelingen van de verzekeringsnemer op kon maken. Voor het huidige recht is deze materie geregeld in de art. 7: BW en aangevuld met enige bijzondere bepalingen in de art. 7:982 en 7:983 BW Indien de verzekeraar met succes een beroep wilde doen op art. 251 K dan diende er aan de volgende vereisten te zijn voldaan. Verkeerde inschatting van het risico door toedoen van de verzekeringnemer. - Relativiteitsvereiste; dit houdt in dat de verzekeraar, ware hij bekend geweest met de verzwegen feiten of de onjuistheid van de opgave, de verzekeringsovereenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan. Het gaat niet om wat de desbetreffende verzekeraar relevant acht, maar om wat een redelijk handelend verzekeraar in het algemeen relevant acht. Er dient niet gekeken te worden naar het individuele acceptatiebeleid van de redelijk handelende verzekeraar maar naar het acceptatiebeleid van de redelijk handelende verzekeringsbranche in het algemeen. Arrest Hotel Wilhelmina: HR 19 mei 1978, NJ 1987, 607. Art.251 K ziet op feiten en omstandigheden die betrekking hebben op zowel het contractuele risico als op het morele risico (ruime leer); Arrest Tilkema en Arrest Gielen bij dit laatste arrest is de ruime leer weer enigszins beperkt met betrekking tot het strafrechtelijk verleden. Indien in een vragenlijst daar niet naar wordt gevraagd, behoefd de verzekeringnemer ingevolge art.7:928, zesde lid, BW daarover ook geen mededelingen te doen. Dit omdat het strafrechterlijk verleden de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager diepgaand kan raken. - Het kenbaarheidsvereiste; art. 7:928, eerste lid, BW. Dit houdt in dat de verzekeringnemer begreep of had moeten begrijpen dat de verzwegen feiten of verkeerd opgegeven feiten essentieel waren voor de verzekeraar in zijn beslissing de verzekeringsovereenkomst wel of niet aan te gaan. - Het kennisvereisten; dit houdt in dat de verzekeringnemer de feiten kende of behoorde te kennen. Hierbij wordt de objectieve goede trouw beschermd en niet de subjectieve goede trouw. Wanneer de verzekeringnemer de feiten niet kende en ook niet behoefde te kennen wordt hij dus tegen de werking van art. 251 K beschermd. 9

10 - Het verschoonbaarheidsvereiste; dit houdt in dat de verzekeraar de dwaling niet aan zichzelf te wijten mag hebben. Met andere woorden: de verzekeraar mag zich niet zelf in een situatie van dwaling hebben gebracht. Een succesvol beroep door de verzekeraar leidt ertoe dat deze niets behoeft uit te keren (het alles-of-niets-beginsel van art. 251 K). Arrest B.-London&Lancashire: HR 1 februari 2002, NJ 2002, 529. Hier geeft de Hoge Raad aan dat de vraag naar het strafrechtelijk verleden niet slechts betrekking heeft op strafrechtelijke veroordelingen, maar dat ook relevant is de fase waarin de strafrechtelijke vervolging tegen de aanvrager verkeerde, alsmede de aard n de ernst van de feiten waarvoor een vervolging was ingesteld. Volgens arrest HR 23 februari 1984, NJ 1984, 765 valt voorts een sepot onder het strafrechtelijk verleden. Casus: Kamstra koopt een verhuurd huis en wil dit tegen brand verzekeren. Op verzoek van Kamstra stuurt de verzekeraar hem een aanvraagformulier toe, dat de navolgende vragen bevat: Wordt het te verzekeren pand alleen als woonhuis gebruikt, of (ook) voor andere doelstellingen? Vermeld eventueel de andere doelstellingen. Kamstra antwoordt hierop dat het pand alleen tot woonhuis dient. In werkelijkheid is het pand verhuurd aan een handelaar in derde- en vierdehands auto s, die de schuur en een deel van het huis als werkplaats gebruikt. Kamstra is hiervan niet op de hoogte. Hij is eigenaar van een zeer groot aantal huizen, die hij slechts bij uitzondering bezoekt omdat de huurders dan steevast beginnen te klagen over achterstallig onderhoud. Na enige vragen over de ligging, grootte en constructie van het huis, eindigt het formulier aldus: Zijn er verder nog omstandigheden die op het risico van invloed zouden kunnen zijn (bijv. de omgeving van het gevaarsobject, een eventueel strafrechtelijk verleden van de aanvrager/verzekerde)? Kamstra antwoordt hierop: Vrij slechte buurt. Een strafrechtelijk verleden heeft Kamstra niet. De huurder van het huis heeft, zoals Kamstra weet, wel een dergelijk verleden. Kamstra deelt dit niet mee. De verzekering wordt gesloten. Na twee jaar slaat de bliksem in het huis waardoor het grotendeels afbrandt. De inspecteur van de verzekeraar komt de schade opnemen en ontdekt de werkplaats die in een deel van het huis gevestigd was. De verzekeraar weigert uitkering en verweert zich met een beroep op niet nakoming mededelingsplicht: 1 van het feit dat het huis ook voor andere doelstellingen dan wonen werd gebruikt 2 van het strafrechtelijk verleden van de huurder van het huis. a. Beoordeel het sub 1 gegeven verweer van de verzekeraar naar Boek 7 Titel 17 BW. Naar huidig recht zijn van toepassing de artt. 7:928 t/m 7:930 BW.. Van deze wetsartikelen kan niet ten nadele van de verzekeringnemer worden afgeweken, art.7:943, derde lid, BW. Wel ten voordele. De eis van verschoonbaarheid houdt in dat de verzekeraar geen genoegen mag nemen met opgelaten of onduidelijke antwoorden, behalve in het geval door de verzekeringnemer is gehandeld met opzet tot misleiding. Naast de eisen van kennis, kenbaarheid, relevantie en verschoonbaarheid kent het nieuwe verzekeringsrecht nog twee beginselen, te weten het causaliteitsbeginsel, art. 7:930, tweede lid, BW en het proportionaliteitsbeginsel, art. 7:930, derde lid, BW. In casu zal de verzekeraar stuk lopen op het causaliteitsbeginsel; er is geen verband tussen de verkeerde opgave en de wijze waarop het risico zich heeft verwezenlijkt. Ontbreekt het verband dan dient de verzekeraar onverkort uit te keren, art. 7:930, tweede lid, BW; de 10

11 bliksem was ook ingeslagen in een woonhuis, dit was vervolgens afgebrand. Dit betekend dus het einde van het alles-of-niets-beginsel van art.251 K en een grote bescherming voor de verzekeringnemer (indien de verzekeringnemer te kwader trouw is behoeft de verzekeraar uiteraard ook onder het nieuwe recht niet uit te keren, art.7:930, vijfde lid, BW. Een voorbeeld waarin wel sprake is van het in art.7:930, tweede lid, BW bedoelde verband is indien de verzekeringnemer bij het sluiten van een autocascoverzekering verzwijgt in het verleden schade te hebben gehad aan zijn auto door aanrijdingen. De verzekering kwam tot stand en vervolgens verwezenlijkt het risico zich opnieuw door een aanrijding. In dat geval gaat het proportionaliteitsbeginsel een rol spelen en dient de verzekeraar uit te keren naar evenredigheid van hetgeen de premie meer of de verzekerde som minder zou hebben bedragen, art. 7:930, derde lid, BW. Op het causaliteitsbeginsel werd onder het oude recht nog iet geanticipeerd, Arrest De Kroon-Ennia: HR 18 mei 1990, NJ 1990, 566. b. Stel dat de verzekeraar reeds maanden vóór de brand door een van zijn inspecteurs op de hoogte is gesteld van het feit dat het hier niet slechts om een woonhuis gaat, maar om een huis dat al gedurende enige jaren tevens tot werkplaats dient. Beoordeel nu het sub 1 gegeven verweer van de verzekeraar naar boek 7 Titel 17 BW. In het huidige recht is deze problematiek in de wet geregeld, art. 7:929, eerste lid, BW. De verzekeraar heeft een waarschuwingsplicht binnen twee maanden na de ontdekking van de verkeerde opgave. De verzekeraar die ontdekt dat de mededelingsplicht niet is nagekomen kan de gevolgen daarvan alleen inroepen indien hij binnen twee maanden na de ontdekking de verzekeringnemer daarop wijst. Tevens moet de verzekeraar de verzekeringnemer wijzen op de mogelijke gevolgen van de niet-nakoming van de mededelingsplicht. In casu is de verzekeraar te laat; hij was al vier maanden vóór de brand op de hoogte. In dat geval heeft de verzekeraar geen mogelijk meet van een succesvol beroep op verkeerde opgave/niet voldoen aan de mededelingsplicht. Indien de verzekeraar wel een succesvol beroep op niet-nakoming van de mededelingsplicht zou kunnen doen (bijv. binnen twee maanden) dan zou hij toch moeten uitkeren omdat de causaliteit tussen het verkeerd opgegeven feit en de verwezenlijking van het risico ontbreekt, art. 7:932, tweede lid, BW. c. Beoordeel het in sub 2 (van het strafrechtelijk verleden van de huurder van het huis) gegeven verweer van de verzekeraar naar Boek 7 Titel 17 BW. In het aanvraagformulier wordt gevraagd naar het strafrechtelijk verleden van de verzekeringnemer / verzekerde, maar niet naar dat van de huurder / inwoner. Het verweer van de verzekeraar onder sub 2 zal niet opgaan. De huurder is in casu derde, geen verzekeringnemer of verzekerde, en hij heeft geen belang bij deze verzekering; dat wil zeggen hij heeft geen recht op uitkering in geval van schade (tenzij een opstalverzekering zou zijn afgesloten inclusief huurdersbelang, maar dan geldt dat specifiek naar dat strafrechtelijk verleden moet zijn gevraagd). Over een en ander heeft de HR zich in het verleden uitgelaten. Arrest Stroman: HR 13 september 1996, RvdW 1996, 171. Verzekering was afgesloten door de BV. Verkeerde opgave. Vraag naar strafrechtelijk verleden had in casu geen betrekking op de directeur en Arrest Gielen: HR 18 december 1981, NJ 1982, 570; bij dit laatste arrest is de ruime leer weer enigszins beperkt met betrekking tot het strafrechtelijk verleden. Indien in een vragenlijst daar niet naar wordt gevraagd, behoefd de verzekeringnemer ingevolge art.7:928, zesde lid, BW daarover ook 11

12 geen mededelingen te doen. Dit omdat het strafrechterlijk verleden de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager diepgaand kan raken. Nu regelen het vijfde en zesde lid van art. 7:928 BW dit. Uit het vijfde lid blijkt dat naar het strafrechtelijk verleden moet worden gevraagd. Ook hier geldt dat de huurder een derde is en geen belang heeft bij de verzekering. Art. 7:928, vijfde lid, BW noemt wel derden, maar dan wel derden wiens belangen bij de verzekering zijn gedekt (zie tweede lid). Alleen indien de belangen van derden bij de verzekering worden gedekt dienen ook de feiten die deze derde betreffen en die deze kent of behoort te kennen te worden opgegeven in het aanvraagformulier. Casus: Welke twee, voor het verzekeringsrecht relevante, rechtsvragen komen aan de orde in Arrest Stroman: HR 13 september 1996, RvdW 1996, 171. Verzekering was afgesloten door de BV P.(rechtspersoon). Vraag naar strafrechtelijk verleden had in casu geen betrekking op de directeur en hoe luiden de overwegingen van de HR op bedoelde rechtsvragen? De eerste rechtsvraag die aan de orde komt luidt als volgt. - Indien er in een aanvraagformulier een vraag naar het strafrechtelijke verleden wordt gesteld en de aanvrager is een rechtspersoon, wordt dan gevraagd naar het strafrechtelijk verleden van de bestuurders van die rechtspersoon? De HR overweegt, in de lijn van het arrest Gielen: Van een verzekeringnemer, van wie in beginsel niet kan worden gevergd dat hij spontaan overgaat tot opgave omtrent het strafrechtelijk verleden van een derde nu zulks de persoonlijke levenssfeer van die derde diepgaand kan raken en bekendheid bij anderen de maatschappelijke positie van die derde kan schaden.de omstandigheden dat een bestuurder van een vennootschap aandelen in de vennootschap houdt, levert volgens de HR niet zonder meer een grond op om hem te vereenzelvigen met die vennootschap. Een vraag naar het strafrechtelijke verleden van de vennootschap als verzekeringnemer / verzekerde behoeft niet te worden opgevat als een vraag naar het strafrechtelijk verleden van die bestuurder. De tweede relevante rechtsvraag luidt als volgt: - Of de BV spontaan had dienen te vermelden dat L slechts een stroman was, daar hij slechts 2% van de aandelen bezit. Het Hof stelde dat het niet kenbaar was voor de verzekeringnemer dat het voor de verzekeraar relevant was te weten dat L slechts een stroman was. De HR acht het oordeel van het Hof juist. Nu er niet was gevraagd naar omstandigheden, waaronder begrepen het feit dat de enig directeur van BV P slechts een stroman was, hoefde P niet te begrijpen dat het feit relevant was voor de beoordeling van het risico. De HR overweegt dat indien een verzekering gesloten is op grondslag van een door de verzekeraar opgestelde vragenlijst zoals hier het geval was, de verzekeraar zich er in het beginsel niet op kan beroepen dat feiten waarnaar niet was gevraagd, niet zijn medegedeeld. Casus: Transportbedrijf Melgers lijdt schade bij een van de transporten. Deze schade is onder de eerder door Melgers gesloten goederentransportverzekering gedekt. De schade beloopt Melgers claimt in plaats van de , door overlegging van door hem vervalste facturen een uitkering van bij de verzekeraar. - Is de verzekeraar tot uitkering aan Melgers gehouden en zo ja, tot welk bedrag? Verzekerde Melgers pleegt wanprestatie op het moment dat de schade reeds is ontstaan en de verzekeraar reeds verplicht is geworden tot uitkering. In het Arrest Benzol: HR 16 januari 1959, NJ 1960, 46 oordeelde de HR nog dat bedrog bij de afwikkeling van de schadeclaim 12

13 niet de ontbinding van de verzekeringsovereenkomst rechtvaardigde, omdat anders de verzekeraar door het bedrog zou worden bevrijd van een verbintenis die reeds door het voorval was ontstaan. (Het huidige art. 6:270 BW kent geen terugwerkende kracht meer aan de ontbinding toe). Nu geldt art. 7:941, vijfde lid, BW. Het recht op uitkering vervalt indien er sprake is van opzet de verzekeraar te misleiden, behoudens voorzover deze misleiding het verval van het recht op uitkering niet rechtvaardigt. Daarmee is aan de rechter de mogelijkheid gegeven bij de toepassing van de sanctie met de bijzonderheden van het geval rekening te houden. Bijvoorbeeld indien het frauduleus handelen slechts betrekking heeft op één van de verschillende vorderingen die de verzekerde onder de verschillen rubrieken van de polis heeft ingebracht. Casus: Mevrouw Van Rijn sluit in 1996 een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij de Onderlinge Waarborgmaatschappij Ons kent ons. Bij het invullen van het vragenformulier wordt door Mevrouw Van Rijn de vraag of zij aan migraine lijdt met nee beantwoord. Sinds 1995 lijdt zij aan heftige hoofdpijnaanvallen die gepaard gaan met een tijdelijke vermindering van het gezichtsvermogen en braken. Haar huisarts geeft haar hiervoor sinds 1996 medicijnen maar pas in februari 1997 stelt hij voor het eerst vast dat mevrouw Van Rijn aan migraine lijdt. Een maand later komt dit de Onderlinge waarborgmaatschappij Ons kent ons ter ore. Deze stelt dat mevrouw Van Rijn een verkeerde opgave heeft gedaan. Mevrouw Van Rijn ontkent dit. - Welk argument kan de verzekeraar ter ondersteuning van zijn standpunt aanvoeren? Argument voor de verzekeraar: de verzekeraar zou het standpunt kunnen innemen dat er sprake is van opzet tot misleiding. In zo n geval kan hij er zich wel op beroepen dat vragen niet zijn beantwoord of dat de feiten waarnaar niet is gevraagd, niet zijn medegedeeld. Die opzet tot misleiding zou dan afgeleid kunnen worden uit het feit dat de verschijnselen van migraine al bestonden op het moment van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst en dat mevrouw Van Rijn had behoren te begrijpen dat deze feiten van belang konden zijn. Het beantwoorden van de vraag: Lijdt u aan migraine?, met nee impliceert dan de opzet tot misleiding. - Welk argument kan de verzekerde, mevrouw Van Rij, ter ondersteuning van haar standpunt aan het Arrest Maarnse broodbezorger: HR 3 november 1978, NJ 1980, 500 ontlenen? Argument voor mevrouw Van Rijn: het Hof interpreteerde de in het Arrest Maarnse broodbezorger gestelde vraag eng. Het Hof overwoog dat de bovenbedoelde vragen van het keuringsformulier, naar de betekenis die de verzekerde daaraan redelijkerwijs mocht toekennen, waren gericht op zijn gezondheidstoestand zoals deze zich tot op het tijdstip van de beantwoording had geopenbaard en dat met name de negende vraag niet ook van de verzekerde een opgave eiste van eventuele aandoeningen van spieren, zenuwen en gewrichten, die zich op dat moment nog niet geopenbaard hadden en die hem dus niet bekend waren of moesten zijn. In casu zou een dergelijke enge interpretatie, zoals ook de restrictieve uitleg gehanteerd door de lagere rechters, niet leiden tot de vaststelling van verkeerde opgave aan de zijde van de verzekerde. Mevrouw Van Rijn had immers ten tijde van het invullen van het formulier ernstige hoofdpijnen maar leed niet aan migraine. Casus: Op 1 maart 1997 worden in de loodsen van Davelaar plastic tonnetjes met speciaal vet erin opgeslagen. Op 2 maart 1997 verzekert Davelaar de in de loodsen opgeslagen goederen 13

14 bij verzekeraar Y tegen brandschade ten behoeve van derden / bewaargevers. Davelaar en Y weten niet dat het vet, dat gestold in de loodsen is opgeslagen, na enige tijd vloeibaar wordt en dan een licht ontvlambaar mengsel vormt. De bewaargever / eigenaar van het vet, Muoil, heeft dit verzwegen voor Davelaar. - Kan verzekeraar Y zich beroepen op art. 7:928 BW indien Davelaar op 1 maart 1997 op de hoogte was van de identiteit van de bewaargever / eigenaar (Muoil) van het vet? Ja, ook feiten die de derde kent of behoort te kennen moeten worden medegedeeld (plus relevant, kenbaar en niet verschoonbare dwaling). De verzekeringnemer moet mededeling doen van feiten die van belang zijn voor de beoordeling van het risico van de derdeverzekerde. De mededelingsplicht van de verzekeringnemer omvat ook hetgeen een hem bekende wiens belang bij het sluiten van de verzekering gedekt is, had moeten mededelen indien hij zelf verzekeringnemer was geweest. De mededelingsplicht van de verzekernemer wordt uitgebreid in die zin dat, ongeacht zijn eigen wetenschap, de geobjectiveerde wetenschap van de derde aan hem wordt toegerekend, art. 7:928, tweede lid, BW. - Kan verzekeraar Y zich beroepen op art.7:928 BW indien Davelaar de verzekering ten behoeve van derden / bewaargevers niet op 2 maart maar al op 1 januari 1997 heeft gesloten? Nee, de verzekeringnemer kan de verzekeraar Y niet inlichten omtrent feiten die een derde betreffen, welke bij het aangaan van de verzekering nog niet bekend zijn. Nu verzekeraar akkoord gaan met de verzekering ten behoeve van derden / bewaargevers die ten tijde van het aangaan van de verzekering niet bekend zijn, kan hij niet later een beroep doen op verzwijging omtrent feiten van die derden / bewaargevers. Het gaat in art. 7:928, tweede lid, BW om belangen van een bij het aangaan van de verzekering bekende derde. Stellingen: - Een beroep van de verzekeraar op art. 7:928 BW zal nooit succes hebben indien: De verzekeringnemer niet op de hoogte was (van onjuistheid) van zijn verkeerde opgave? Onjuist. Ook al was de verzekeraar niet op de hoogte van de onjuist medegedeelde of de niet medegedeelde feiten, dan kan de verzekeraar toch een beroep op de (niet naleving van de ) mededelingsplicht doen omdat het kennisvereiste geobjectiveerd is (kent of behoort te kennen). - Bij het totstandkomen van de verzekeringsovereenkomst een vragenlijst gebruikt werd waarin niet naar het verzwegen feit gevraagd werd? Onjuist. Indien in een vragenlijst niet naar een bepaald feit is gevraagd, kan de verzekeraar toch een beroep op art. 7:928 BW doen indien de verzekeringnemer het feit (bijv. risicoverhogende omstandigheden, waarnaar dus niet gevraagd is) heeft verzwegen met de bedoeling de verzekeraar te misleiden, art. 7:928, zesde lid, BW en het arrest Gielen. - Het verzwegen feit geen enkel verband houdt met de wijze waarop het risico zich heeft verwezenlijkt? Onjuist. Zie Art. 7:930, tweede lid, jº het vijfde lid, BW. Bij opzet tot misleiding speelt het ontbreken van een causaal verband geen rol meer. - Verzekerde na het sluiten van de verzekeringsovereenkomst de verzekeraar van de onjuistheid op de hoogte heeft gesteld en deze niet gereageerd heeft? 14

15 Onjuist. Volgens art. 7:929 BW heeft de verzekeraar twee maanden de tijd om te reageren. Casus: Kees Boerstoel exploiteert samen met zijn echtgenote een fitnesscentrum. Ten behoeve van dit bedrijf is in 1992 door Kees een inventaris- en goederenverzekering gesloten alsmede een bedrijfsschadeverzekering. Beide verzekeringen dekken onder meer het risico van schade door brand. In oktober 1994 ontstaat brand. Verzekeraar NN weigert uit te keren en beroept zich op art. 7:928 BW (het niet voldoen aan de mededelingsplicht) omdat Kees bij het aangaan van de verzekering niet heeft gemeld dat zijn vrouw in 1989 veroordeeld is tot een geldboete wegens diefstal. De aanvraagformulieren voor bovengenoemde verzekeringen bevatten aal de slotvraag: Heeft u nog iets mede te delen dat voor het beoordelen van deze verzekeringsaanvraag van belang kan zijn? Zo ja, dan gaarne bijzonderheden vermelden. - Zal het beroep van de verzekeraar op art. 7:928 BW slagen? In het Arrest B en K-Aegon: HR 21 maart 1997, NJ 1997, 639 heeft de HR beslist dat, als het gaat om een op grondslag van een vragenlijst gesloten verzekering, de verzekeraar zich niet kan beroepen op het niet mededelen door verzekeringnemer van feiten waarnaar niet is gevraagd; uitzondering geldt hierbij voor handelen met het opzet de verzekeraar te misleiden. Hetzelfde geldt indien niet is gevraagd naar feiten die een ander dan de verzekeringnemer betreffen. In het vragenformulier wordt gevraagd naar zaken die van belang zijn om de aanvraag te beoordelen. Daaronder zouden ook strafrechtelijke veroordelingen kunnen vallen. Echter een vraag naar strafrechtelijke veroordelingen behoeft door de verzekeringnemer redelijkerwijs niet opgevat te worden als een vraag naar strafrechtelijke veroordelingen van een ander dan de verzekeringnemer zelf. Daaraan doet niet af het enkele feit dat die ander, zoals in de casus, met de verzekeringnemer is gehuwd en tezamen met deze een onderneming exploiteert waarop de verzekering betrekking heeft. Ook art. 7:928, vijfde lid, BW gaat van hetzelfde principe uit. Het strafrechtelijk verleden van de verzekeringnemer of derde behoeft slecht te worden meegedeeld aan de verzekeraar voorzover hij daarover uitdrukkelijk een vraag heeft gesteld in niet voor misverstand vatbare termen (uitgezonderd dan de situatie van opzet tot misleiding, art. 7:928, zesde lid, BW). Casus: Hans van Berkel heeft zijn huis bij NN verzekerd tegen brandschade. Hij wil deze verzekering omzetten in een uitgebreide gevarenverzekering waarbij o.a. ook storm- en glasschade worden gedekt. De verzekeraar stuurt Hans een vragenlijst waarin o.a. de volgende vraag voorkomt; Grenzen aan uw perceel bouwwerken die tot een verhoogd risico kunnen leiden? Hans beantwoordt deze vraag in het geheel niet omdat hij destijds bij het aangaan van de brandverzekering reeds heeft medegedeeld dat naast zijn huis een benzinestation gevestigd is. Als vervolgens bij een ontploffing een aanzienlijke glasschade ontstaat aan het huis van Hans, weigert NN uit te betalen omdat hij een daarop gerichte vraag niet beantwoord heeft. - Hoe beoordeelt u het standpunt van de verzekeraar naar huidig recht, art. 7:928 BW? De vraag betreft twee elementen: 1: Kende NN of behoorde NN de betreffende feiten te kennen? ad 1: De verzekeringnemer behoeft geen mededeling te doen omtrent gegevens die de verzekeraar reeds kent of behoort te kennen. Blijkbaar waren de feiten ergens binnen een bepaalde afdeling van NN bekend. 15

16 De Hoge Raad heeft in het arrest 9 januari 1998, NJ 1998, 586 gezegd dat in het algemeen datgene wat binnen een afdeling van een organisatie bekend is, geacht wordt binnen de gehele organisatie bekend te zijn. Ook art. 7:928, vierde lid BW geeft dit aan. 2: Bestond er een plicht van NN nader te informeren in verband met de opengelaten vraag? ad 2: Gesteld kan worden dat onder omstandigheden op de verzekeraar een plicht rust om nader informatie in te winnen. Nu de vraag niet is beantwoord, zal de verzekeraar, voorzover hij belang hecht aan het inwinnen van nadere informatie met betrekking tot de niet beantwoorde vraag, de verzekeringnemer kunnen aanspreken om tot een bevredigend antwoord te komen. Art. 7:928, vierde lid, BW voegt daaraan toe dat in een situatie dat sprake is van een onjuist of onvolledig gegeven antwoord van een daarop (het betreffende feit) gericht vraag, de verzekeringnemer zich er niet op kan beroepen dat de verzekeraar dat bepaalde feit reeds kende of behoorde te kennen. Weliswaar zou de verzekeraar de juistheid van het antwoord kunnen controleren, maar dit dient niet zover te gaan dat, indien dit niet is geschied, de verzekeraar de gevolgen van het onjuiste antwoord moet dragen. Van belang is dat bij onjuiste of onvolledige antwoorden er geen beroep kan worden gedaan door verzekeringnemer op het feit dat verzekeraar de feiten reeds kende. Dit laat de mogelijkheid open dat de verzekeringnemer die weet dat bepaalde feiten bij de verzekeraar bekend zijn op een daarop gerichte vraag geen antwoord geeft. De eerste zin van art. 7:928, vierde lid, BW brengt dan mee dat de verzekeraar er zich niet op kan beroepen dat de vraag niet is beantwoord. Indien sprake is van een vragenlijst volgt dit bovendien uit art. 7:928, zesde lid, BW. Arrest Aegon-BMA: HR 20 december 1996, NJ 1997, 638. Beoordeling beroep op verzwijging of verkeerde opgave (art. 251 K oud) indien de verzekering is gesloten op basis van een door de directeur van verzekeringnemer ingevulde vragenlijst; vereenzelviging directeur en aanvragende vennootschap. De vraag is wie de verzekeringnemer is de directeur of de vennootschap? Wie heeft de mededelingsplicht. Eerdere branden in bedrijf van de directeur. Arrest Huls-Ned.Luchtvaartpool NV (NLP): HR 18 april 2003, RvdW 2003, 82. art. 251 K (oud) verzwijging door verzekeringnemer bij het sluiten van de verzekering. WA-cascoschade verzekering met betrekking tot vliegtuig. De assurantietussenpersoon heeft geen gebruik gemaakt van het vragenformulier dat de verzekeraar hanteert en waarin de vraag wordt gesteld of degene die als vlieger zal optreden, over een vliegbrevet beschikt. De verzekeringnemer heeft geen brevet, de assurantietussenpersoon wist dit en heeft dat niet aan de verzekeraar medegedeeld. Blok 2. Van Schadeverzekering in het algemeen. 3. Indemniteitsmaatstaven en het verzekerd bedrag. Het indemniteitsbeginsel, (artt: 7:944 jº 960 BW) inhouden dat de verzekerde ten gevolge van een uitkering door de verzekeraar niet in een duidelijk voordeliger positie mag geraken, is de jurisprudentie op dit gebied van belang. Het nieuwe recht gaat wat de verzekerde belangen betreft uit van de regel die in het Arrest Aardbeienmanden: HR 7 februari 1913, NJ 1913, 471 is vastgesteld: uitgangspunt is dat de verzekeringsovereenkomst de belangen van de verzekeringnemer dekt, maar ook andere 16

17 belangen kunnen gedekt zijn mits dit voldoende uit de gegevens van de verzekeringsovereenkomst blijkt. Art. 7:946, eerste lid, BW zegt dit ook. Casus: In het voorjaar van 2002 koopt De Lange, hoogleraar kunstgeschiedenis, een woonboerderij voor Hij sluit hiervoor een brand / opstalverzekering met een verzekerde som van Zijn kunstverzameling heeft hij op een aparte kostbaarhedenverzekering gedekt. De verzekerde som hiervan is gelijk aan de door deskundigen getaxeerde waarde, namelijk Al snel na het betrekken van het huis wordt het De Lange duidelijk dat het huis hem niet bevalt. Als hij in maart 2003 voor een studiereis van zes maanden naar Italië vertrekt, zet hij het huis voor te koop. Op 1 mei wordt een koopovereenkomst gesloten tussen De Lange en Van Maanen. De juridische levering zal plaatsvinden op 10 juni In de nacht van 4 op 5 mei 2003 gaat het huis met inboedel en de kunstverzameling geheel door brand verloren. Hoewel De Lange er niet aan denkt om tot herbouw over te gaan, vordert hij van de opstalverzekeraar de herbouwwaarde van Van de inboedelverzekeraar vordert hij de volle Bij de kostbaarhedenverzekeraar claimt De Lange een uitkering van hoewel de kunstverzameling op het moment van de brand niet meer waard was dan De opstalverzekeraar weigert de gevraagde uitkering. Betoogd wordt dat: 1 een vergoeding op basis van herbouwwaarde reeds uitgesloten is door het feit dat naar huidig Nederlands recht het niet toegestaan is om de herbouwwaarde uit te keren indien de verzekerde niet daadwerkelijk tot herbouw overgaat 2 al zou moeten worden uitgegaan van de herbouwwaarde, de uitkering nooit hoger zou kunnen zijn dan omdat de herbouwwaarde van het pand ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bedroeg. Is het verweer van de opstalverzekeraar onder 1 juist? Nee, het verweer van de opstalverzekeraar onder 1 is niet juist gezien het arrest Kraaybeek: HR 17 februari 1978, NJ 1978, 577 en het: arrest Interkes-Nieuw Rotterdam HR 15 november 1991, NJ 1992, 473. In deze arresten oordeelde de Hoge Raad dat een verzekering op basis van herbouwwaarde ook dan verenigbaar kan zijn met het indemniteitsbeginsel wanneer de verzekerde niet overgaat tot herbouw. Het zal afhangen van de specifieke omstandigheden of er strijd is met het indemniteitsbeginsel ofwel of de verzekerde in ieder geval niet in een duidelijk voordelige positie geraakt. Omstandigheden waarin de verzekerde in ieder geval niet in een duidelijk voordeliger positie geraakt worden door de HR aangereikt in genoemde arresten. In het arrest Kraaybeek was relevant dat de verzekerde op andere wijze offers moest brengen; in de vorm van de koopprijs van andere gebouwen en in de lagere verkoopprijs die hij kreeg voor het terrein waarop het landgoed Kraaybeek stond. Aan de hand van deze omstandigheden kon worden bepaald of verzekerde in een duidelijk voordeliger positie geraakte door de uitkering naar herbouwwaarde. In het arrest Interkes-Nieuw Rotterdam betrof het een koopovereenkomst van een onroerend goed tussen Interkes (koper) en de KUN (verkoper) op 31 juli De juridische levering zou uiterlijk plaatsvinden op 2 januari Tot die tijd bleef het risico bij de verkoper. Tot zover lijkt de casus van dit arrest sterk op de casus van onderhavige vraag. De KUN had het pand tegen brand verzekerd voor fl ,-. In de verzekeringsovereenkomst zat een clausule; bij herbouw werd uitgekeerd naar herbouw, indien niet werd herbouwd dan zou de verkoopwaarde worden uitgekeerd. Interkes verkocht het pand door aan Luxor. De KUN droeg door middel van cessie haar vordering op de 17

18 verzekeraar over aan Interkes. Verzekeraar wilde niet naar herbouwwaarde uitkeren nu de verzekerde zelf niet tot herbouw overging maar wel een derde. De Hoge Raad overweegt dat ook vergoeding naar herbouwwaarde plaats kan hebben wanneer het niet de verzekerde zelf is die tot herbouw overgaat. Daarbij noemt de HR een drietal factoren die van belang zijn. De vaststelling dat het door verzekeraar verzekerd bedrag (mede) omvat het dragen van het risico voor het behoud van de verzekerde zaak of de aansprakelijkheid daarvoor en in verband daarmee de vaststelling dat het risico van het verkochte pand tot het moment van de juridische levering, op grond van de koopovereenkomst, bij verzekerde bleef; De omstandigheid dat de polisvoorwaarden geen uitdrukkelijke bepaling bevatten dat de verzekerde zelf moet herbouwen, wil hij recht op vergoeding naar herbouwwaarde hebben; De omstandigheid dat een verzekering op basis van herbouwwaarde zonder de verplichting tot herbouw geldig is (arrest Kraaybeek) en dat op grond daarvan niet valt in te zien waarom het indemniteitsbeginsel zich zou verzetten tegen vergoeding naar herbouwwaarde aan een verzekerde die het verzekerde object vóór de ramp heeft verkocht maar wel het risico tot aan de juridische levering blijft dragen en waar het de koper is die overgaat tot de herbouw. Is het verweer van de opstalverzekeraar onder 2 juist? (al zou moeten worden uitgegaan van de herbouwwaarde, de uitkering nooit hoger zou kunnen zijn dan omdat de herbouwwaarde van het pand ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bedroeg) Nee, het verweer van de opstalverzekeraar onder 2 is niet juist. De verzekeraar betoogt dat er sprake is van oververzekering. De waarde van het gevaarsobject is lager dan de verzekerde som. Het gaat bij deze om de vraag om het moment waaraan men de waarde moet relateren om de geleden schade te kunnen berekenen. Dit is ook het moment waarop de verhouding verzekerde som / waarde moet worden vastgesteld. De waarde van het verzekerd voorwerp moet beoordeeld worden op het moment net vóór de ramp. Niet gekeken moet worden naar de waarde op het moment van sluiten van de verzekeringsovereenkomst. Dit geldt evenzo voor het verzekerde belang; dit dient in ieder geval aanwezig te zijn op het moment van het voorvallen van de schade en niet op het moment van sluiten van de verzekeringsovereenkomst. Ook dit vloeit voort uit het indemniteitsbeginsel. De verzekeraar heeft zich immers verbonden de schade te vergoeden welke een gevolg is van het intreden van een onzeker voorval. Een andere keuze van het moment zou ertoe kunnen leiden dat de verzekerde in een duidelijk voordeliger positie geraakt. De aanschafprijs minus afschrijving van de oude inboedel (vlak voor de brand) bedroeg De nieuwwaarde bedraagt Welk bedrag moet de inboedelverzekeraar betalen indien tot volledige vervanging van de inboedel wordt overgegaan? De inboedelverzekeraar dient de verzekerde som uit te keren, zijnde Dit is niet in strijd met het indemniteitsbeginsel. Dit is niet in strijd met het indemniteitsbeginsel. Immers ten aanzien van bepaalde gebruiksgoederen zijn er in de praktijk verzekeringsvormen ontstaan waarbij volledige vervangingswaarde wordt uitgekeerd zonder aftrek door waardevermindering. Bij een inboedelverzekering gaat men ervan uit dat de verzekerde in staat moet worden gesteld na het intreden van het onzeker voorval zijn woning in te richten zoals hij gewend was. Hierbij volgt men dezelfde redenering als bij een verzekering op basis van herbouwwaarde wat ook een vorm van nieuwwaardeverzekering is, arrest Fraser- Bruinisse: HR 10 december 1993, NJ 1994, 686. Er is sprake van een kleine onderverzekering, de nieuwwaarde is immers terwijl de verzekerde som bedraagt. Het evenredigheidsbeginsel zal hier niet worden toegepast, art. 7:958, tweede en vijfde lid, BW. 18

19 Welk bedrag moet de kostbaarhedenverzekeraar betalen? Hier is sprake van een deskundigentaxatie, art. 7:960 BW. Het door de deskundige getaxeerde bedrag dient te worden uitgekeerd, tenzij er sprake is van bedrog conform art. 3:44, derde lid, BW of indien, zoals art. 7:904 BW bepaalt, de gebondenheid aan een dergelijke taxatie gegeven de omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. In casu is dit , ook al ligt de werkelijke waarde lager. De deskundigentaxatie wordt gezien als een vaststellingsovereenkomst en doorbreekt het indemniteitsbeginsel, art. 7:900 BW. Casus: Nelissen heeft twee opstalverzekeringen voor zijn bedrijfspand gesloten. De eerste in 1993 voor bij Assurance NV en de tweede in 1995 voor bij Betax NV. Beide verzekeringen bevatten een mits niet elders gedekt - clausule. In 2000 brandt het bedrijfspand van Nelissen totaal af. De schade bedraagt Nelissen claimt vergoeding van de schade bij Betax. Betax stelt dat Nelissen zijn schade allereerst bij Assurance dient te verhalen omdat deze de oudste verzekering is en Betax slechts voor het restant wil opdraaien. Acht u de stellingname van Betax naar huidig recht juist? De stelling van Betax is onjuist. In dit geval vallen de twee mits niet elders gedekt - clausule in principe tegen elkaar weg. Art. 7:961, eerste lid, BW geldt in dit geval; de verzekerde heeft de keuze welke verzekeraar hij zal aanspreken. Hij mag echter niet meer vergoeding ontvangen dan hij daadwerkelijk heeft geleden, art. 7:960 BW. De verzekeraars hebben onderling verhaal, art. 7:961, derde lid, BW. Wanneer Betax eerst wordt aangesproken zal hij dienen uit te keren. Nelissen zal nog ,-- bij Assurance kunnen claimen. Vervolgens kan Betax van Assurance vorderen. Uiteindelijk dragen de verzekeraars ieder van de schade. De zogenaamde harde clausule: De verzekeraar verleent geen dekking indien en voorzover de schade wordt gedekt door een andere verzekering, al dan niet van oudere datum. De zogenaamde zachte clausule: De verzekeraar verleent geen dekking indien en voorzover de schade door een andere verzekeraar wordt gedekt of gedekt zou zijn indien de onderhavige verzekering niet bestond. Casus: Okma heeft bij de Algemene NV een schilderij verzekerd tegen het verloren gaan door brand. De verzekering heeft een looptijd van tien jaar. Jaarlijks dient de premie te worden betaald. Na enkele jaren verkoopt en levert Okma het schilderij aan Paauw. Paauw deelt de verzekeraar mee dat hij de verzekering wil voortzetten en hij beroep zich daarbij op art. 7:948 BW. Wie is / zijn gehouden tot premiebetaling? Art. 7: 948, eerste lid, BW geeft aan dat bij koop en overdracht van een zaak de rechten en verplichtingen uit de verzekering en het risico op de koper en verkrijger overgaan. Dus ook de premiebetalingsplicht. Indien we de verplichting tot premiebetaling als een kwalitatieve verplichting zien dan blijft de vervreemder (verkoper) naast de verkrijger aansprakelijk, art. 6:251, tweede lid, BW. Art. 7:948, derde, BW vermeldt dat de premies die verschenen zijn vóórdat de nieuwe verzekerde verklaard heeft de verzekeringsovereenkomst voort te zetten, nog uitsluitend door de verzekeringnemer verschuldigd zijn. Wel wordt er in het nieuwe recht van uitgegaan dat 19

20 van de verzekeraar niet kan worden gevergd dat hij de overeenkomst dan ook maar onbeperkt met iedere willekeurige derde voortzet. Art , tweede lid, BW geeft aan dat de verzekeringsovereenkomst vervalt na verloop van een maand na de overgang van het belang, tenzij de nieuwe belanghebbende binnen die termijn verklaart de verzekering te willen voortzetten. In dat geval kan de verzekeraar binnen twee maanden na die verklaring de overeenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van een maand opzeggen. Casus: Van der Grind heeft een inboedelverzekering bij verzekeraar Y met een verzekerde som van conform de werkelijke waarde. Na een inbraak in januari 2002 heeft verzekeraar Y de schade van vergoed. In februari 2002 breekt brand uit in de woning van Van der Grind. De schade aan de inboedel bedraagt Van der Grind claimt de bij verzekeraar Y. verzekeraar Y weigert dit bedrag uit te keren met een beroep op onderverzekering. Welk bedrag dient verzekeraar Y uit te keren naar huidig recht? Onder het oude recht, arrest Vis-Azië: HR 25 juni 1915, NJ 1915, 937 hoefde de verzekeraar in totaal (binnen een premieperiode) nooit meer uit te keren dan de verzekerde som. In dit voorbeeld zou verzekeraar Y bij de tweede schade slechts behoeven uit te keren, omdat dit samen met de eerdere schade van de totale verzekerde som was ( ). Naar nieuw recht zal verzekeraar Y uit dienen te keren, art. 7:955 BW. De verzekerde som is het hoogste verzekerde bedrag per gebeurtenis (eerste lid) en dit wordt niet verminderd door een eerdere uitkering, (tweede lid). Boven de verzekerde som kunnen nog uitgekeerd worden: bereddingskosten, art. 7:957 BW. kosten tot vaststelling van de schade, 7:959 BW. Casus: Ravenhorst verzekert op 10 februari 2001 bij de Maastrichtse NV een partij meubelen tegen beschadiging die hij op dat moment bij Van Ruyven opslaat. Van Ruyven heeft ook een verzekering gesloten bij de Brabantse NV ten behoeve van deze meubelen op 1 februari Ravenhorst is niet op de hoogte van de verzekering van Van Ruyven. De meubelen raken beschadigd door een brand in het pakhuis van Van Ruyven. De schade aan de meubelen is zowel gedekt onder de verzekering bij de Maastrichtse NV als onder de verzekering bij de Brabantse NV. In de polissen van beide verzekeringen ontbreekt de mits niet elders gedekt -clausule. Welke van de twee verzekeraars dient de schade te vergoeden? Onder het oude recht gold art.266 K (oud); er is sprake van samenloop tussen een verzekering gesloten door de belanghebbende de een verzekering gesloten door een derde ten behoeve van de belanghebbende. De verzekering die gesloten is met de Brabantse NV was volgens deze bepaling nietig omdat deze is gesloten zonder lastgeving en zonder medeweten van Ravenhorst en de meubelen door Ravenhorst zelf zijn verzekerd voor het tijdstip dat hij zelf kennis droeg van de verzekering van Van Ruyven. Volgens het huidige recht, art. 7:961 BW heeft de verzekerde de keuze welke verzekeraar hij zal aanspreken. De verzekeraar die wordt aangesproken zal moeten uitkeren. Wel kan hij (voor een deel) regres uitoefenen op de andere verzekeraar. Onder het huidige recht is de afwijkende regel van samenloop bij een verzekering ten behoeve van een derde verdwenen. Ook de verzekeraar die onverplicht een schade vergoedt (coulance) zal regres kunnen uitoefenen, art. 7:961, tweede lid, jº derde lid, BW. 20

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2002.3660 (105.02) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-160 d.d. 22 mei 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, prof. mr. M.L.Hendrikse en mr. E.M. Dil-Stork, leden, en mr. E.E. Ribbers, secretaris)

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Artikel 750 1. Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-82 d.d. 13 maart 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, prof. mr. M.M. Mendel en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

-2- 2004/65 Med. 2004/65 Med

-2- 2004/65 Med. 2004/65 Med RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.5542 (147.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager, tegen: hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 42 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof.mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Autoverzekering. Verzwijging

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Algemene voorwaarden - Natura verzekeringen

Algemene voorwaarden - Natura verzekeringen Polisvoorwaarden: MV-99-100 Algemene voorwaarden - Natura verzekeringen Inhoudsopgave Artikel 1: Artikel 2: Artikel 3: Artikel 4: Artikel 5: Artikel 6: Artikel 7: Artikel 8: Artikel 9: Artikel 10: Algemeen

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-344 d.d. 26 november 2013 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. M. van Pelt, secretaris)

Nadere informatie

-2- d. wanneer het object gewoonlijk buiten Nederland wordt gebruikt.

-2- d. wanneer het object gewoonlijk buiten Nederland wordt gebruikt. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2002/2144 (057.02) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.3542 (103.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever.

1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever. Algemene voorwaarden Snelontruiming.nl 1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever. 2. Alle offertes en aanbiedingen

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Artikel 1 Algemeen 1.1 In de Algemene Voorwaarden wordt verstaan

Nadere informatie

1. Is verzekeringnemer statutair gevestigd in Nederland? ja nee. 2. Is verzekeringnemer een vereniging van eigenaars? ja nee

1. Is verzekeringnemer statutair gevestigd in Nederland? ja nee. 2. Is verzekeringnemer een vereniging van eigenaars? ja nee Aanvraagformulier Online VVE Verzekering Dit aanvraagformulier dient als basis van de verzekering en is derhalve een geïntegreerd bestanddeel van de verzekeringsovereenkomst. Op de polis zijn de voorwaarden

Nadere informatie

: verzekering, doorlopende zorgplicht

: verzekering, doorlopende zorgplicht Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-248 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars RA, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Klacht ontvangen

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-173 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. E.E. Ribbers, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-173 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-173 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Klacht ontvangen op : 20 november 2014 Tegen Datum uitspraak

Nadere informatie

Jubilee Europe B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Jubilee Europe B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-20 d.d. 9 januari 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN

ALGEMENE VOORWAARDEN ALGEMENE VOORWAARDEN van Artikel 1 Definities In deze voorwaarden wordt verstaan onder: Opdrachtgever: Rialto: a: een natuurlijk rechstpersoon die, dan wel b: een rechtspersoon die, dan wel c: een aantal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 137 Aanpassing van de wetgeving aan en invoering van de wet tot vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Aanvraagformulier Beroepsaansprakelijkheidsverzekering. van een medeverzekerde

Aanvraagformulier Beroepsaansprakelijkheidsverzekering. van een medeverzekerde Aanvraagformulier Beroepsaansprakelijkheidsverzekering in verband met opname van een medeverzekerde Belangrijk: toelichting op de reikwijdte van de mededelingsplicht 1. Als aanvrager/kandidaat-verzekeringnemer

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.4647 (141.06) ingediend door: hierna te noemen klaagster en klager of: klagers, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-122 d.d. 17 april 2012 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Reisverzekering, toepasselijkheid verzekeringsvoorwaarden,

Nadere informatie

Acceptatievragen. Basis Bestuurders- en Toezichthoudersaansprakelijkheidsverzekering. verenigingen, stichtingen en coöperaties

Acceptatievragen. Basis Bestuurders- en Toezichthoudersaansprakelijkheidsverzekering. verenigingen, stichtingen en coöperaties Acceptatievragen Basis Bestuurders- en Toezichthoudersaansprakelijkheidsverzekering voor verenigingen, stichtingen en coöperaties Belangrijk: toelichting op de reikwijdte van de mededelingsplicht 1. Als

Nadere informatie

Voogd & Voogd Verzekeringen, gevestigd te Middelharnis, hierna te noemen Aangeslotene.

Voogd & Voogd Verzekeringen, gevestigd te Middelharnis, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-247 d.d. 23 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw mr. M. van Pelt, secretaris) Samenvatting Consument heeft op 30 maart 2011

Nadere informatie

ASR Schadeverzekering N.V, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: Aangeslotene.

ASR Schadeverzekering N.V, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-80 d.d. 19 maart 2013 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en mr. A.W.H. Vink, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Reaal Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Zoetermeer, hierna te noemen Aangeslotene.

Reaal Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Zoetermeer, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-055 d.d. 20 februari 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. M. van Pelt, secretaris) Samenvatting WAM-verzekering. Schorsing

Nadere informatie

Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en toezichthouders

Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en toezichthouders Aanvraagformulier Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en toezichthouders Dit aanvraagformulier dient als basis van de verzekering en is derhalve een geïntegreerd bestanddeel van de verzekeringsovereenkomst.

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-103 d.d. 2 april 2012 (mr. P.A. Offers, voorzitter, B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Het criterium van de redelijk handelend verzekeraar. Nu5g hulpmiddel of belemmering bij verzwijgingszaken?

Het criterium van de redelijk handelend verzekeraar. Nu5g hulpmiddel of belemmering bij verzwijgingszaken? Het criterium van de redelijk handelend verzekeraar. Nu5g hulpmiddel of belemmering bij verzwijgingszaken? K. Engel, LLM, BA ACIS Symposium 20 maart 2015 Inleiding (1/2) Inleiding verzwijging. Oud recht:

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Assurantie Tussenpersonen

Algemene voorwaarden Assurantie Tussenpersonen Algemene voorwaarden Assurantie Tussenpersonen Algemene Voorwaarden Assurantie Tussenpersonen Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door Verzekerings en Adviesburo Boeijen gevestigd teeersel aan

Nadere informatie

Acceptatievragen. Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheidsverzekering. Basis

Acceptatievragen. Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheidsverzekering. Basis Acceptatievragen Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheidsverzekering Basis Belangrijk: toelichting op de reikwijdte van de mededelingsplicht 1. Als aanvrager/kandidaat-verzekeringnemer bent u verplicht

Nadere informatie

: Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, verder te noemen Verzekeraar

: Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, verder te noemen Verzekeraar Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-208 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, en mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars R.A., leden en mr. A. Westerveld, secretaris) Klacht ontvangen

Nadere informatie

Voor het inroepen van de dienstverlening van Hofland Incasso C.V. met betrekking tot incasso bij voorbaat.

Voor het inroepen van de dienstverlening van Hofland Incasso C.V. met betrekking tot incasso bij voorbaat. 2015-01 ALGEMENE VOORWAARDEN Voor het inroepen van de dienstverlening van Hofland Incasso C.V. met betrekking tot incasso bij voorbaat. Artikel 1 Toepassingsgebied. 1.1 Deze algemene leveringsvoorwaarden

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 055.00 ingediend door: tegen: hierna tezamen te noemen 'klagers, hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0691 (013.06) ingediend door: hierna te noemen klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Algemene voorwaarden van Best-app

Algemene voorwaarden van Best-app Algemene voorwaarden van Best-app Artikel 1: definities a. Best-app is een commanditaire vennootschap die onder nummer 61730084 is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Eindhoven.

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012)

ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012) ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012) 1. Definities 1.1 In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder: Opdracht : a) De overeenkomst waarbij Opdrachtnemer hetzij alleen

Nadere informatie

Aanvraagformulier MotorZekerPakket

Aanvraagformulier MotorZekerPakket Aanvraagformulier MotorZekerPakket Tussenpersoon: Van Eyk Hypotheken & Verzekeringen 2582 MSH Persoonlijke gegevens: Naam: Bedrijfsnaam: Adres: Postcode /Plaats: Telefoonnummer: Geboorte datum/plaats:

Nadere informatie

Acceptatievragen Beroepsaansprakelijkheidsverzekering

Acceptatievragen Beroepsaansprakelijkheidsverzekering Acceptatievragen Beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor Adviesbureaus Belangrijk: toelichting op de reikwijdte van de mededelingsplicht 1. Als aanvrager/kandidaat-verzekeringnemer bent u verplicht de

Nadere informatie

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De levensverzekeringsovereenkomst: een vreemde eend in de bijt van verzekeringsovereenkomsten Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Algemene opmerkingen (1) De wetgever

Nadere informatie

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN. JVUcalculatie

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN. JVUcalculatie ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN JVUcalculatie Artikel 1 Toepassingsgebied 1.1 Deze algemene leveringsvoorwaarden zijn van toepassing bij opdrachten aan en op alle aanbiedingen en overeenkomsten waarbij JVUcalculatie

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 114.01 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

2.2. Aan 3Assurantiën verstrekte opdrachten leiden uitsluitend tot inspanningsverplichtingen van 3Assurantiën, niet tot resultaatsverplichtingen.

2.2. Aan 3Assurantiën verstrekte opdrachten leiden uitsluitend tot inspanningsverplichtingen van 3Assurantiën, niet tot resultaatsverplichtingen. ALGEMENE VOORWAARDEN 3Assurantiën Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door 3Assurantiën, gevestigd te Zaandam aan de J. Breebaardstraat 9, 1507 XD Zaandam, hierna te noemen: 3Assurantiën De wederpartij

Nadere informatie

t twaalfuurtje van deze week 3 december 2014

t twaalfuurtje van deze week 3 december 2014 t twaalfuurtje van deze week 3 december 2014 Zorgplicht assurantietussenpersoon bij invullen aanvraagformulier verzekering Deze week weer een eigen zaak. In die zaak vond in 2010 een brandschade plaats.

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Algemene Leveringsvoorwaarden

Algemene Leveringsvoorwaarden Algemene Leveringsvoorwaarden Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door MeMo Verzekeringen bv, MeMo Advies bv en MeMo Direct, gevestigd te Almere aan de Transistorweg 91-37, 1322 CL, hierna te noemen:

Nadere informatie

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-295 d.d. 25 oktober 2013 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. W.H.G.A. Filott mpf, leden en mevrouw mr. L.T.A.

Nadere informatie

2.2 De verplichtingen van Budgetcoach2day gaan nooit verder dan door Budgetcoach2day schriftelijk is bevestigd.

2.2 De verplichtingen van Budgetcoach2day gaan nooit verder dan door Budgetcoach2day schriftelijk is bevestigd. Artikel 1 Toepassingsgebied 1.1 Deze algemene leveringsvoorwaarden zijn van toepassing bij opdrachten aan en op alle aanbiedingen en overeenkomsten waarbij Budgetcoach2day partij is, tenzij uitdrukkelijk

Nadere informatie

MONOGRAFIEËN BW. B88 Verzekering. Prof. mr. F.H.J. Mijnssen. Tweede druk. Kluwer a Wolters Kluwer business

MONOGRAFIEËN BW. B88 Verzekering. Prof. mr. F.H.J. Mijnssen. Tweede druk. Kluwer a Wolters Kluwer business MONOGRAFIEËN BW B88 Verzekering Prof. mr. F.H.J. Mijnssen Tweede druk Kluwer a Wolters Kluwer business Deventer - 2012 INHOUDSOPGAVE Voorwoord / V lijst van afkortingen / XV Verkort aangehaalde literatuur

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN Dave Imming Assurantiën te De Goorn

ALGEMENE VOORWAARDEN Dave Imming Assurantiën te De Goorn ALGEMENE VOORWAARDEN Dave Imming Assurantiën te De Goorn 1. Algemeen Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op overeenkomsten waarbij door Dave Imming Assurantiën te De Goorn financiële adviezen

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR LEVERING VAN DIENSTEN

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR LEVERING VAN DIENSTEN ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR LEVERING VAN DIENSTEN Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door Besloten Vennootschap Herenvest Groep, gevestigd te Haarlem, in het Oostpoort Centre, Diakenhuisweg 17,

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Racing Experience Dongen

Algemene Voorwaarden Racing Experience Dongen Algemene Voorwaarden Racing Experience Dongen Artikel 1. Algemeen 1. Racing Experience Dongen is een Vennootschap Onder Firma, gevestigd te Dongen, met de volgende activiteiten: Het organiseren van race-evenementen.

Nadere informatie

Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en commissarissen

Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en commissarissen Aanvraagformulier Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en commissarissen Dit aanvraagformulier dient als basis van de verzekering en is derhalve een geïntegreerd bestanddeel van de verzekeringsovereenkomst.

Nadere informatie

van het ingevolge de Voorwaarden g. Einddatum (overlijdensrisico): De in de Polis vermelde Einddatum van de dekking van het ingevolge de Voorwaarden

van het ingevolge de Voorwaarden g. Einddatum (overlijdensrisico): De in de Polis vermelde Einddatum van de dekking van het ingevolge de Voorwaarden ! "##$% %&$%''( %)%*%+ #, #- De Voorwaarden Overlijdensrisicoverzekering gelden in aanvulling op de Algemene Voorwaarden, die eveneens op de Verzekeringsovereenkomst van toepassing zijn. De Voorwaarden

Nadere informatie

WETTEKST NIEUW VERZEKERINGSRECHT

WETTEKST NIEUW VERZEKERINGSRECHT NDE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET TOT VASTSTELLING VAN TITEL 7.17 (VERZEKERING) VAN HET NIEUWE BURGERLIJK WETBOEK OP BASIS VAN HET GEWIJZIGDE VOORSTEL VAN WET TOT VASTSTELLING VAN TITEL 7.17 EN TITEL

Nadere informatie

Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden

Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden Algemene leverings- en betalingsvoorwaarden Felixx. Pensioen Consultants B.V. Artikel 1 Definities In deze algemene leverings- en betalingsvoorwaarden

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Van Horne Advocaten

Algemene Voorwaarden Van Horne Advocaten Algemene Voorwaarden Van Horne Advocaten 1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle opdrachten, gewijzigde of aanvullende opdrachten, vervolgopdrachten en weigering van opdrachten van Vles

Nadere informatie

Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en toezichthouders

Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en toezichthouders Aanvraagformulier Online Aansprakelijkheidsverzekering bestuurders en toezichthouders Dit aanvraagformulier dient als basis van de verzekering en is derhalve een geïntegreerd bestanddeel van de verzekeringsovereenkomst.

Nadere informatie

Algemene voorwaarden TU Delft

Algemene voorwaarden TU Delft Algemene voorwaarden TU Delft ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR HET UITVOEREN VAN OPDRACHTEN DOOR DE TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Artikel 1: Begripsomschrijving In deze algemene voorwaarden voor opdrachten, verstrekt

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-019 d.d. 16 juni 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. C.A. Joustra, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. W.J.J. Los en mr. F.P. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Algemene voorwaarden opwolken.com

Algemene voorwaarden opwolken.com Algemene voorwaarden opwolken.com Artikel 1. Definities 1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven. 1.

Nadere informatie

2.1. Offertes en tarieven van Meester & De Lange Verzekeringen zijn, tenzij daarin uitdrukkelijk anders is aangegeven, vrijblijvend.

2.1. Offertes en tarieven van Meester & De Lange Verzekeringen zijn, tenzij daarin uitdrukkelijk anders is aangegeven, vrijblijvend. ALGEMENE VOORWAARDEN MEESTER & DE LANGE VERZEKERINGEN Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door Meester & De Lange Verzekeringen, gevestigd te 8302 CC Emmeloord aan de Koningin Julianastraat 9,

Nadere informatie

I. ALGEMENE BEPALINGEN... 1 II. DIENSTEN INZAKE TOT STAND KOMEN VAN OVEREENKOMSTEN... 2 III. OVERIGE VOORWAARDEN... 5

I. ALGEMENE BEPALINGEN... 1 II. DIENSTEN INZAKE TOT STAND KOMEN VAN OVEREENKOMSTEN... 2 III. OVERIGE VOORWAARDEN... 5 Algemene voorwaarden Schoeman consultants B.V. Per juli 2013 De algemene voorwaarden Schoeman consultants B.V. zijn van toepassing op alle rechtsverhoudingen tussen opdrachtnemer en opdrachtgever, behoudens

Nadere informatie

2.2 De verplichtingen van Budgetadvies Bakker gaan nooit verder dan door Budgetadvies Bakker schriftelijk is bevestigd.

2.2 De verplichtingen van Budgetadvies Bakker gaan nooit verder dan door Budgetadvies Bakker schriftelijk is bevestigd. Algemene voorwaarden Artikel 1 Toepassingsgebied 1.1 Deze algemene leveringsvoorwaarden zijn van toepassing bij opdrachten aan en op alle aanbiedingen en overeenkomsten waarbij Budgetadvies Bakker partij

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER VERVOERDERSAANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERING

AANVRAAGFORMULIER VERVOERDERSAANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERING Beurs-World Trade Center Beurs-World Trade Center Beursplein 37 Postbus 30101 3001 DC Rotterdam Telefoon +31 (0)10 405 2000 Fax +31 (0)10 405 5252 E-mail goederen@gebrsluyter.nl Website www.gebrsluyter.nl

Nadere informatie

Administratiekantoor H.C. Snoei, gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

Administratiekantoor H.C. Snoei, gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-330 d.d. 17 september 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars en mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR FINANCIËLE DIENSTVERLENERS

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR FINANCIËLE DIENSTVERLENERS ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR FINANCIËLE DIENSTVERLENERS Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door Baartman Assurantiën B.V. gevestigd te Borne aan de Grotestraat 87, 7622 GC,hierna te noemen: Baartman

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Assurantie Tussenpersonen Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door De Hypotheekfabriek gevestigd te Duiven aan de

Algemene Voorwaarden Assurantie Tussenpersonen Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door De Hypotheekfabriek gevestigd te Duiven aan de Algemene Voorwaarden Assurantie Tussenpersonen Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door De Hypotheekfabriek gevestigd te Duiven aan de Stenograaf 1 hierna te noemen: "tussenpersoon" en zijn mede

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-157 d.d. 21 mei 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven.

I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven. Algemene Voorwaarden van DijkmansBergJeths Advocaten I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven. 2. Deze Algemene

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

VERZEKERINGSPERIKELEN DEEL 1. Inleiding

VERZEKERINGSPERIKELEN DEEL 1. Inleiding VERZEKERINGSPERIKELEN DEEL 1 Inleiding Na hevige regenval ondervindt eigenaar X ernstige waterschade in het privé gedeelte van zijn appartement. De regen is via de gevel het privé gedeelte binnengedrongen.

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. 2004/86 Mo i n d e k l a c h t nr. 2004.1627 (037.04) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken; commissie

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Finsalus

Algemene voorwaarden Finsalus Algemene voorwaarden Finsalus Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door Finsalus gevestigd aan de IJsselstraat 7, 7103 EG te Winterswijk, hierna te noemen: Finsalus, en zijn mede bedongen ten behoeve

Nadere informatie

Artikel 3 Inhoud overeenkomst Artikel 4 Gebruik webportal

Artikel 3 Inhoud overeenkomst Artikel 4 Gebruik webportal Artikel 1 Algemene bepalingen 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op en vormen een onverbrekelijk geheel met alle offertes als door MKB Flex Personeel B.V. ( MKB Flex Personeel ) uitgebracht,

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 214 d.d. 6 september 2011 (prof. mr. C.E. du Perron, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Lijfrenteverzekering, informatieplicht.

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1084 (031.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene.

TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-352 d.d. 6 december 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. R.A.F. Coenraad, secretaris) Samenvatting Arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Life Benefits B.V.

Algemene Voorwaarden Life Benefits B.V. Algemene Voorwaarden Life Benefits B.V. Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door Life Benefits BV, gevestigd te Roosendaal, aan de Brugstraat 3, hierna te noemen: Life Benefits, en zijn mede bedongen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 050.01 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

1.4 Deze algemene voorwaarden zijn opgesteld in de Nederlandse en de Engelse taal. De Nederlandse tekst is bindend.

1.4 Deze algemene voorwaarden zijn opgesteld in de Nederlandse en de Engelse taal. De Nederlandse tekst is bindend. ALGEMENE VOORWAARDEN Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door Poelhekke Hypotheek en Financiële Planning, gevestigd te Rotterdam aan de Catharina van Zoelenstraat 75, 3034SW te Rotterdam, hierna

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 16 april 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 16 april 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-174 d.d. 12 juni 2012 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Algemene voorwaarden KMS Advocaten te Rotterdam. Artikel 1: Definities

Algemene voorwaarden KMS Advocaten te Rotterdam. Artikel 1: Definities Algemene voorwaarden KMS Advocaten te Rotterdam. Artikel 1: Definities 1.1 KMS Advocaten: de oprichter en de medewerkers van het kantoor 1.2 Cliënt: de opdrachtgever van KMS Advocaten 1.3 Honorarium: de

Nadere informatie

Mauritslaan 42/ 44 6161 HW Geleen

Mauritslaan 42/ 44 6161 HW Geleen Algemene Voorwaarden Payroll Totaal BV I. Algemeen In de algemene voorwaarden wordt verstaan onder: a. Opdrachtgever: de partij die de opdracht geeft. b. Opdrachtnemer: de partij die de opdracht aanvaardt,

Nadere informatie

de persoon aan wie door de consulent advies en begeleiding verleend wordt dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger;

de persoon aan wie door de consulent advies en begeleiding verleend wordt dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger; Algemene voorwaarden Definities: In de algemene voorwaarden wordt verstaan onder: Gewichtsconsulent: Cliënt: Praktijkadres: Arts: Klaaske Goos Minnema, lid van de Beroepsvereniging Gewichtsconsulenten

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Rotterdam Legal B.V. Artikel 1: Definities

Algemene voorwaarden Rotterdam Legal B.V. Artikel 1: Definities Algemene voorwaarden Rotterdam Legal B.V. Artikel 1: Definities 1.1 Rotterdam Legal B.V.: de besloten vennootschap Rotterdam Legal B.V. met als doel het beoefenen van de advocatuur. 1.2 Cliënt: de opdrachtgever

Nadere informatie

TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene.

TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-200 d.d. 16 mei 2014 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. R.A.F. Coenraad, secretaris)

Nadere informatie

!!!!!!!!!!!! ALGEMEENE VOORWAARDEN ONLINE VERSIE OVALPICTURE !!!!!!!!!!!!

!!!!!!!!!!!! ALGEMEENE VOORWAARDEN ONLINE VERSIE OVALPICTURE !!!!!!!!!!!! ALGEMEENE VOORWAARDEN ONLINE VERSIE OVALPICTURE Werkingssfeer Deze Algemene Voorwaarden gelden voor iedere offerte en Overeenkomst gesloten tussen OVALPICTURE en de Opdrachtgever, tenzij van deze Algemene

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Van de Ven Uitvaarten. A. Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon met wie Van de Ven Uitvaarten een Overeenkomst sluit.

Algemene Voorwaarden Van de Ven Uitvaarten. A. Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon met wie Van de Ven Uitvaarten een Overeenkomst sluit. Algemene Voorwaarden Van de Ven Uitvaarten Artikel 1 - Definities In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: A. Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon met wie Van de Ven Uitvaarten een

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Trésor Financieel Adviseurs

Algemene Voorwaarden Trésor Financieel Adviseurs Algemene Voorwaarden Trésor Financieel Adviseurs Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door Trésor Financieel Adviseurs, gevestigd te Hoofddorp aan de Henriette Roland Holstlaan 1, 2135 MZ, hierna

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden

Algemene Voorwaarden Algemene Voorwaarden Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door GEVEN Assurantiën & Hypotheken B.V. Artikel 1. Definities In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: a. Tussenpersoon: GEVEN

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.5040 (157.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Assurantietussenpersonen

Algemene voorwaarden Assurantietussenpersonen Algemene voorwaarden Assurantietussenpersonen Krijn Taconiskade 414 1087 HW Amsterdam Tel.: 020 3080453 Fax: 020 3080459 E-mail: info@oude-dag-pensioenteam.nl Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd

Nadere informatie