Uitsluiten en beperken van precontractuele aansprakelijkheid

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uitsluiten en beperken van precontractuele aansprakelijkheid"

Transcriptie

1 Uitsluiten en beperken van precontractuele aansprakelijkheid pacta sunt servanda Universiteit van Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Student: A.E.R.B. Snel Roepnaam: Aernout Studentnummer: Begeleider: Mr. R.F. Groos Meelezend docent: mw.dr. C. Mak

2 Inleiding Gedurende mijn eerste aanrakingen met de advocatuur ben ik gestuit op het juridische leerstuk van precontractuele aansprakelijkheid bij afbreken van onderhandelingen. Veelal worden overeenkomsten vooraf gegaan door uitgebreide en complexe onderhandelingen. Niet zelden worden de onderhandelingen voortijdig afgebroken zonder dat een overeenkomst tot stand komt. Vaak blijft er een teleurgestelde partij achter die graag de door hem gemaakte kosten en gederfde winst vergoed ziet door de afbrekende partij. Bij gebreke van een wettelijke regeling heeft de Hoge Raad op het gebied van precontractuele aansprakelijkheid reeds in de jaren 80 van de vorige eeuw in het arrest Plas/Valburg 1 een gezaghebbende leer ontwikkeld. Voor deze tijd kon het leerstuk van aansprakelijkheid voor afgebroken onderhandelingen op vrijwel geen noemenswaardige aandacht rekenen. 2 In beginsel is er naar Nederlands recht sprake van contractsvrijheid: het staat partijen in beginsel vrij om de door hen gevoerde onderhandelingen om wat voor reden dan ook af te breken, waarbij de afbrekende partij geen schadevergoeding is verschuldigd aan de wederpartij. In de praktijk wordt deze omstandigheid wel aangeduid als de eerste fase. Voorts heeft de Hoge Raad in het arrest Plas/Valburg bepaald dat er twee uitzonderingen zijn op het beginsel van contractsvrijheid, waardoor het partijen niet meer vrijstaat de onderhandelingen af te breken zonder dat de afbrekende partij schadevergoeding of gederfde winst aan de wederpartij verschuldigd is. In de praktijk ook wel aangeduid als de tweede en derde fase. In navolging van bovengenoemd arrest is er veel rechtspraak over precontractuele aansprakelijkheid vervaardigd. Wanneer men de rechtspraak van de Hoge Raad in chronologische volgorde beziet, zijn er twee stromingen waarneembaar. De eerste stroming ziet op introductie van het leerstuk van afgebroken onderhandelingen en vervolgens uitbreiding van het bereik van precontractuele aansprakelijkheid. De 1 HR 18 juni 1982, NJ 1983, H.J. de Kluiver, Plas/Valburg. Afgebroken onderhandelingen; een terugblik op 20 jaar rechtsontwikkeling, NTBR 2002/6. 2

3 tweede stroming ziet vooral op een inperking van de mogelijkheid schadevergoeding te verkrijgen vanwege afgebroken onderhandelingen. 3 Bezien vanuit praktisch oogpunt rijst bij veel partijen de vraag of precontractuele aansprakelijkheid bij het afbreken van onderhandelingen uitgesloten of beperkt kan worden. In dit verband sluiten partijen veelal overeenkomsten die de precontractuele fase zelf vorm geven. In een dergelijke letter of intent, term sheet of memoranden of understanding zijn vaak één of meer opschortende voorwaarden in de vorm van een voorbehoud opgenomen, die beogen te voorkomen dat er contractuele gebondenheid ontstaat zolang niet is voldaan aan de desbetreffende voorwaarde(n). 4 Centraal in deze scriptie staat de probleemstelling of, en zo ja, in welke mate een voorbehoud precontractuele aansprakelijkheid bij het afbreken van onderhandelingen kan beperken of uitsluiten. In deze bijdrage bepreek ik eerst het juridische kader van precontractuele aansprakelijkheid bij het afbreken van onderhandelingen. Voorts zal ik aan de hand van een jurisprudentieoverzicht de ontwikkelingen en nuances omtrent dit onderwerp weergeven. Alvorens te komen tot een conclusie, bespreek ik een aantal specifieke voorbehouden. Eén en ander bezien vanuit een rechtsvergelijkend perspectief. Juridisch kader (pre)contractuele fase Op grond van artikel 6:217 lid 1 BW komt een overeenkomst tot stand door een aanbod en aanvaarding daarvan. In de meeste gevallen is het glashelder wanneer een aanbod is aanvaard, ten gevolge waarvan een overeenkomst tot stand is gekomen. Er zijn echter gevallen denkbaar waarin gecompliceerde onderhandelingen tot onduidelijkheid leiden. Bij de vaak langdurig en veelomvattende onderhandelingen, bij bijvoorbeeld bedrijfsovernames, die meestal door meer 3 A. van Elk, Afgebroken onderhandelingen, Bedrijfsjuridische berichten 2005/21, p M. van Hooijdonk & R.P.J.L. Tjittes, Precontractuele aansprakelijkheid bij onderhandelen met een voorbehoud, Contracteren 2008/3, p

4 dan twee partijen worden gevoerd, is het vaak onduidelijk wie wanneer welk aanbod heeft gedaan en door wie dat aanbod al dan niet aanvaard is. Indien en voor zover er onduidelijkheid bestaat over de vraag of er al dan niet sprake is van een aanvaard aanbod, dient men aansluiting te zoeken bij het Haviltex-criterium. 5 Een en ander dient bezien te worden in het licht van de bedoeling van partijen, de door partijen over en weer gewekte verwachtingen, de intentie van partijen daadwerkelijk een overeenkomst te sluiten, en de overige omstandigheden van het geval. Zoals besproken is naar Nederlands recht het beginsel van contractsvrijheid van toepassing op contractsonderhandelingen. Het staat partijen in beginsel vrij overeenkomsten aan te gaan alsof het een lieve lust is. Daarin zijn partijen ook vrij, wat betreft de inhoud van de overeenkomst, met elkaar af te spreken wat men wil. Dit impliceert dat partijen naar het beginsel van contractsvrijheid derhalve ook vrij zijn de totstandkoming van een onderhavige overeenkomst te staken, en eventueel een overeenkomst met een andere partij aan te gaan. Op een dergelijke manier zijn partijen in de gelegenheid tot een voor hen best mogelijke deal te komen. Alvorens partijen tot een definitieve overeenkomst komen, komen zij reeds in de onderhandelingsfase in een bijzondere rechtsverhouding jegens elkaar te staan, waarbij zij hun gedrag jegens elkaar mede door elkaars gerechtvaardigde belangen moeten laten bepalen. 6 De grondslag hiervan heeft de Hoge Raad bepaald in het arrest Baris/Riezenkamp 7. De Hoge Raad overweegt: dat immers partijen, door in onderhandeling te treden over het sluiten van een overeenkomst, tot elkaar komen te staan in een bijzondere, door de goede trouw beheerste rechtsverhouding, medebrengende, dat zij hun gedrag mede moeten laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. 5 HR 13 maart 1981, NJ 1981, S.Y.Th. Meijer e.a. (red), Serie Praktijkhandelingen. Bedrijfsovername, Deventer: Kluwer, 2009, p HR 15 november 1957, NJ 1958, 67. 4

5 Dit brengt onder meer met zich mee, aldus de Hoge Raad, dat diegene die voornemens is een overeenkomst aan te gaan, er jegens de wederpartij toe gehouden is om binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen om te voorkomen dat de wederpartij onder invloed van onjuiste veronderstellingen zijn toestemming geeft, welke gehoudenheid mede hierdoor wordt bepaald, dat men in de regel mag afgaan op de juistheid van de door de wederpartij gedane mededelingen. In het onderhavige arrest betrof het een beroep op dwaling, waarin de Hoge Raad stelt dat een dergelijk beroep als in strijd met de goede trouw (thans redelijkheid en billijkheid) niet aanvaardbaar is, indien de dwalende voor het aangaan van de overeenkomst niet de juiste maatregelen heeft getroffen de dwaling te voorkomen. Deze thans in artikel 6:228 lid 2 BW verankerde regeling houdt in dat indien een partij zich voor het aangaan van een overeenkomst niet vergewist van een bepaald feit, of nalaat de wederpartij te verwittigen van een bepaalde omstandigheid, geen recht toekomt om zich op een dergelijke (contractuele) bepaling te beroepen. 5

6 HR Plas/Valburg 8 Blijkens het vorenstaande dienen partijen zich in de onderhandelingsfase, voorafgaand aan het sluiten van een mogelijke overeenkomst, te gedragen waarbij zij zich mede rekenschap moeten geven van elkaars gerechtvaardigde belangen. De gerechtvaardigde belangen van een partij kunnen derhalve met zich mee brengen dat het de andere partij niet meer vrij staat de onderhandelingen zonder meer af te breken. De Hoge Raad heeft dit criterium, afkomstig uit het arrest Baris/Riezenkamp, bevestigd in het hieronder besproken arrest Plas/Valburg. De casus van het arrest dat de grondslag voor het leerstuk van precontractuele aansprakelijk heeft gevormd is als volgt. Plas Bouwonderneming B.V., hierna: Plas, heeft op verzoek van de gemeentesecretaris van de gemeente Valburg, hierna: de gemeente, een offerte ingediend voor de bouw van een overdekt zwembad. Nadat Plas door de raadscommissie van de gemeente verwittigd was dat haar offerte met de offertes van een drietal andere bouwondernemingen vergeleken zou worden, heeft Plas op verzoek van de gemeente, maar op eigen kosten, adviezen van een aantal deskundigen ingewonnen. De adviezen van de deskundigen heeft Plas, tezamen met het door de gemeente aangeleverde programma van eisen van de gemeente Valburg in zijn offerte verwerkt. Plas offreerde in zijn aangepaste offerte een prijs van fl ,=. Deze offerte werd door de gemeente positief beoordeeld, waarbij aan Plas werd medegedeeld dat hij tegen de laagste prijs had geoffreerd, maar dat de Raad er nog over diende te beslissen, en dat er nog enkele details aangepast diende te worden. Ondanks deze voor Plas hoopgevende mededelingen, werd door opdracht gegund aan een andere aannemer. Deze andere aannemer heeft, na kennisgenomen te hebben van de offerte van Plas, een maar liefst fl ,= goedkoper plan ingediend. Plas heeft hierop in rechte primair gevorderd de gemeente te veroordelen tot nakoming van de volgens Plas tot stand gekomen overeenkomst. Subsidiair vorderde Plas de overeenkomst met 8 HR 18 juni 1982, NJ 1983,

7 de gemeente te ontbinden, en hem een schadevergoeding toe te kennen ad fl voor de gemaakte voorbereidingskosten, vermeerderd met een bedrag ad fl voor gederfde winst. De Rechtbank heeft het door Plas gevorderde toegewezen. Het Hof stelde echter dat er geen overeenkomst tot stand was gekomen, maar dat er slechts een precontractuele verhouding tussen Plas en de gemeente was ontstaan. Derhalve wees het Hof de vordering van Plas af, en oordeelde dat een vordering wegens gederfde winst op de grondslag van de goede trouw in een precontractuele verhouding niet toewijsbaar was. Eveneens werd de vordering ten aanzien van de door Plas gemaakte kosten door het Hof afgewezen. De Hoge Raad casseerde de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad onderscheidde daarin drie stadia: wanneer partijen zich bevinden in het eerste stadium, kunnen zij zich op grond van het beginsel van contractsvrijheid vrijelijk terug trekken uit de onderhandelingen zonder dat de afbrekende partij daarbij iets verschuldigd is aan de achterblijvende partij. Wanneer partijen zich in het tweede stadium bevinden, zijn partijen ook nog vrij de onderhandelingen af te breken, zij het dat de afbrekende partij echter wel de door de wederpartij gemaakte kosten dient te vergoeden, ook wel het negatieve contractsbelang genoemd. Van Hooijdonk en Tjittes spreken hier van een rechtmatige daadsconstructie: het afbreken is rechtmatig mits kort gezegd de kosten van de wederpartij vergoed worden. 9 Uit de rechtspraak blijkt niet duidelijk wanneer partijen zich in dit stadium bevinden, en wordt het kwalificeren van deze fase in de literatuur als tombola betiteld. In ieder geval wordt van belang geacht de lange duur van de onderhandelingen. Voorts behoren ook lost opportunities, de gemiste kans om een overeenkomst met een derde te sluiten, tot de kosten van het negatief contractsbelang. 10 In het derde stadium staat het partijen niet meer vrij de onderhandelingen af te breken. Indien dit echter toch gebeurt, kan de afbrekende partij er toe gehouden worden de kosten van de wederpartij te vergoeden, vermeerderd met diens gederfde winst te vergoeden. Dit stadium wordt in de literatuur ook wel aangeduid als het positief contractsbelang. Dit vergaande stadium wordt bereikt als: 9 M. van Hooijdonk & R.P.J.L. Tjittes, Precontractuele aansprakelijkheid bij onderhandelen met een voorbehoud, Contracteren 2008/3, p R.J.P.L. Tjittes, Hartkamp-variaties (A.S. Hartkamp bundel) 2006, p

8 onderhandelingen over een overeenkomst in een zodanig stadium zijn gekomen dat het afbreken zelf van die onderhandelingen onder de gegeven omstandigheden als in strijd met de goede trouw moet worden geacht, omdat p.p. over en weer mochten vertrouwen dat enigerlei contract in ieder geval uit de onderhandelingen zou resulteren. In zo een situatie kan er ook plaats zijn voor een verplichting tot vergoeding van de gederfde winst. Aldus de Hoge Raad. Jurisprudentie ontwikkeling na Plas/Valburg De Hoge Raad heeft in het vorenstaande arrest een baanbrekende trend ingezet. Interessant is het antwoord op de vraag of de Hoge Raad deze trend heeft aangehouden, of dat er omstandigheden zijn geweest haar standpunt te corrigeren. Hieronder volgen besprekingen van de door de Hoge Raad gewezen arresten op het gebied van precontractuele aansprakelijkheid na Plas/Valburg. HR VSH/Shell 11 Partijen Vaessen Schoemaker Holding, hierna: VSH, en Shell zijn in onderhandeling getreden over een deelname van Shell in het aandelenvermogen van VSK, een dochteronderneming van VSH. Op een bepaald moment in 1977, wanneer de onderhandelingen zich in een dermate vergevorderd stadium bevinden, hebben partijen de vakbonden geïnformeerd. Tevens doen partijen een persbericht uit. Shell heeft hierop het volgende telexbericht aan VSH gezonden, waaruit blijkt dat er overeenstemming tussen partijen is over de deelname van Shell in VSK: overeengekomen is dat Shell 60% van de VSK aandelen overneemt tegen betaling van fl ,= aan de huidige aandeelhouder VSH ( ) behoudens Shell board approval. VSH behoudt de andere 40%. Desondanks breekt Shell de onderhandelingen enige tijd later af. Uiteindelijk verkoopt VSH de gehele onderneming aan een andere partij, echter tegen een lagere prijs dan Shell per aandeel zou betalen. Hierop vordert VSH van Shell vergoeding van het positief contractsbelang ad fl 11 HR 23 oktober 1987, NJ 1988,

9 ,=, waaronder het verschil tussen de prijs die Shell zou betalen en de prijs die VSH uiteindelijk van de andere partij heeft ontvangen. VSH voert voor deze vordering een tweetal gronden aan. Volgens VSH is er met Shell overeenstemming bereikt omtrent de deelname in VSK, en stond het Shell derhalve, op grond van het gewekte vertrouwen niet meer vrij de onderhandelingen af te breken. De Rechtbank en het Hof wijzen de vordering van VSH af. De Hoge Raad stelt dat uitsluitend de grond of het Shell niet meer vrij stond de onderhandelingen af te breken, behandeld dient te worden. De Hoge Raad overweegt: Het hof heeft bij de beoordeling van deze grondslag tot uitgangspunt genomen dat Shell en VSH verplicht waren hun gedrag mede te doen bepalen door elkaars gerechtvaardigde belangen en dat het Shell te allen tijde vrijstond de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van VSH in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval niet gerechtvaardigd d.w.z. onaanvaardbaar zou zijn. Dit uitgangspunt is juist. De Hoge Raad vervolgt: Er kan in een situatie als de onderhavige slechts sprake zijn van schade ter zake van het feit dat tussen pp. een zekere overeenkomst niet is tot stand gekomen, indien aannemelijk is dat bij voortzetting van de onderhandelingen een dergelijke overeenkomst tot stand gekomen zou zijn. Blijkens het arrest VSH/Shell heeft de Hoge Raad zijn ontwikkelde criterium uit het arrest Plas/Valburg, vijf jaar na dato herhaalt: de afbrekende partij kan bij het afbreken van de onderhandelingen tot vergoeding van het positieve contractsbelang worden veroordeeld. Opvallend aan dit arrest is dat de Hoge Raad niet alleen het gerechtvaardigd vertrouwen, maar ook andere omstandigheden als grondslag neemt voor aansprakelijkheid van de afbrekende partij jegens zijn achterblijvende wederpartij. Wat vervolgens deze andere omstandigheden zijn, wordt door de Hoge Raad in dit arrest niet uitgewerkt. 9

10 Er is mij, evenals Van Elk 12, van geen rechtspraak gebleken waar deze andere omstandigheden redengevend voor vergoeding van het positief contractsbelang zijn geweest. Van Elk vermoed dat de Hoge Raad de lagere rechtspraak de ruimte heeft willen geven om het leerstuk verder in te kleden. Wel heeft de Hoge Raad, zoals blijkt uit diens vorenstaande passage, in het onderhavig arrest een nadere causaliteitstoets voor vergoeding van het positief contractsbelang gegeven. Van vergoeding van gederfde winst is slechts sprake: indien aannemelijk is dat bij voortzetting van de onderhandelingen een dergelijke overeenkomst tot stand gekomen zou zijn. HR Vogelaar/Skil 13 In begin 1985 is Skil Nederland B.V., hierna: Skil, voornemens een professionele wielerploeg te formeren. Hierbij wordt met Vogelaar overleg gevoerd, die een en ander voor Skil zou gaan opzetten. Skil zegt Vogelaar toe dat, voor zover de ploeg van de grond komt, hij de ploegleider van de wielerploeg kan worden. Indien en voor zover het plan doorgang zou vinden, zou Skil een bedrag van fl ,= sponseren. Er waren echter wel aanvullende sponsoren ter grootte van een miljoen gulden nodig, wilde de operatie doorgang vinden. Vogelaar verrichte ondertussen de nodige werkzaamheden voor de te formeren wielerploeg, waaronder het contacteren van wielrenners e.d. In augustus 1985 deelt Skil Vogelaar mee dat er zich geen aanvullende sponsoren hebben gemeld, en dat de samenwerking tussen partijen wordt beëindigd. Vogelaar gaat, echter tevergeefs, zelf opzoek naar sponsoren, waardoor het team niet van de grond komt en uiteindelijk geen doorgang vindt. Vogelaar vordert hierop schadevergoeding in zijn positief contractsbelang, Skil zou jegens hem een wanprestatie hebben gepleegd omdat zij geen uitvoering heeft gegeven aan de tussen partijen gesloten overeenkomst. Subsidiair voert Vogelaar aan dat Skil onrechtmatig jegens hem zou hebben gehandeld. 12 A. van Elk, Afgebroken Onderhandelingen, Bedrijfseconomische berichten 2005/21, p HR 31 mei 1991, NJ 1991,

11 Het Hof ziet in de toezegging van Skill aan Vogelaar geen verplichting, en kan zich niet vinden in het standpunt van Vogelaar waarom het niet nakomen van een toezegging onder de onderhavige omstandigheden in strijd met de goede trouw zou zijn. Volgens het Hof heeft Vogelaar zich welbewust begeven in een operatie die risico s in zich borg en die risico s zou hebben verwezenlijkt. Derhalve zou Vogelaar er niet gerechtvaardigd op hebben kunnen vertrouwen dat de onderhandelingen met Skil tot een daadwerkelijke overeenkomst zouden leiden, aldus het Hof. De Hoge Raad is het eens met het Hof en overweegt: Bij de vraag of dit afbreken of het staken van de voorbereidingen voor het sluiten van de overeenkomst tegenover de wederpartij onaanvaardbaar is, is in het algemeen niet van belang of beide partijen mochten vertrouwen dat de overeenkomst tot stand zou komen maar slechts of daarop mocht worden vertrouwd door de wederpartij van degene die het tot stand komen van de overeenkomst verhindert (vgl. HR 23 okt. 1987, NJ 1988, 1017). De Hoge Raad verwijst hierbij naar het arrest VSH/Shell. Ondanks dat Vogelaar stelde dat er niet van eigenlijke contracts onderhandelingen sprake was, besliste de Hoge Raad dat: In het midden kan blijven of deze stelling juist is. Immers ook als partijen anders dan door onderhandelingen betrokken zijn bij het voorbereiden van een tussen hen te sluiten overeenkomst, zal in het algemeen dezelfde maatstaf voor toepassing in aanmerking komen als in geval van afgebroken contractsonderhandelingen moet worden gehanteerd bij de beoordeling van de vraag of het afbreken tegenover de wederpartij onaanvaardbaar is. De Hoge Raad bekrachtigd uiteindelijk het oordeel van het Hof. Vogelaar had er, gezien de gegeven omstandigheden, niet op mogen vertrouwen dat de overeenkomst tot stand zou komen. De Hoge Raad volgt het bepaalde in het arrest VSH/Shell, en breidt het bereik van het leerstuk van afgebroken onderhandelingen uit. De criteria uit Plas/Valburg zijn niet alleen van toepassing bij het afbreken van contractsonderhandelingen, maar zijn eveneens van toepassing wanneer partijen anders dan door onderhandelingen betrokken zijn bij het voorbereiden van een tussen hen te sluiten 11

12 overeenkomst. Volgens Van Elk maakt de Hoge Raad in het arrest Vogelaar/Skil duidelijk dat het leerstuk van afgebroken onderhandelingen van toepassing is op alle situaties waarin partijen in overleg zijn over de totstandkoming van een overeenkomst, of dit nu in een onderhandelingsverhouding is of anderszins. 14 Wessels is van mening dat de Hoge Raad het vermoeden doet rijzen dat langs deze weg ook anderen (derden) betrokken kunnen zijn bij voorbereidingen voor het sluiten van een overeenkomst, en dat deze derden dan binnen het bereik van de Plas/Valburg-normering zouden vallen. 15 Beliën/Brabant 16 De casus in het arrest Beliën/Staat is als volgt. De provincie Noord-Brabant, hierna: Brabant, wilde een fietspad doen aanleggen wat onder meer over het perceel van Beliën zou gaan lopen. Brabant zou Beliën in ruil voor zijn perceel een ander perceel verschaffen. Hiertoe sloot Beliën in december 1978 een overeenkomst met Brabant. Het huis dat Beliën op dit geruilde perceel wilde gaan bouwen, bleek naderhand niet te passen. Beliën kwam vervolgens met Brabant, in een nadere overeenkomst, mondeling overeen dat hij een ander (groter) perceel zou ontvangen. Dit echter onder de opschortende voorwaarde dat Gedeputeerde Staten, hierna: GS, van Brabant haar toestemming voor deze ruil zou verlenen. GS verleende Brabant toestemming voor ruil van het eerste, kleinere perceel, waarop door Brabant voorbereidingen werden getroffen voor aanleg van het fietspad over het oude perceel van Beliën. De vereiste toestemming voor de ruil van het grotere stuk grond bleef echter uit, waarop Beliën Brabant sommeerde tot nakoming van de nader gesloten overeenkomst. Brabant vorderde echter nakoming van de overeenkomst, die zag op de ruil van het eerste, kleinere perceel. 14 A. van Elk, Afgebroken Onderhandelingen, Bedrijfseconomische berichten 2005/21, p S.Y.Th. Meijer e.a. (red), Serie Praktijkhandelingen, Bedrijfsovername, Deventer: Kluwer, HR 24 maart 1995, NJ 1997,

13 Het hof oordeelde dat ondanks het feit dat er sprake was van een overeenkomst onder een potestatieve voorwaarde, een voorwaarde die Brabant zelf in de hand had, niet gesproken kan worden van afgebroken onderhandelingen: de door partijen gevoerde onderhandelingen hebben in hun ogen tot definitieve afspraken geleid: de Provincie baseerde haar vordering immers op de overeenkomst d.d. 13 december 1978 en Beliën de zijn primair op de overeenkomst van 15 januari 1979 en subsidiair die van 13 december 1978 en de beslissing van zowel Rechtbank als Hof dat geen van beide overeenkomsten partijen vermag te binden brengt niet mede dat moet worden aangenomen dat de onderhandelingen van partijen in de precontractuele fase zijn blijven steken. De Hoge Raad was het niet eens met het oordeel van het Hof en overwoog dat op het moment wanneer onderhandelingen tot definitieve afspraken onder opschortende voorwaarde hebben geleid, en de opschortende voorwaarde niet vervuld wordt, de regels van het leerstuk van de afgebroken onderhandelingen van toepassing zijn. De maatstaven welke in voormelde rechtspraak zijn ontwikkeld ter beantwoording van de vraag wanneer het afbreken van onderhandelingen jegens de wederpartij onaanvaardbaar is, komen in een geval als het onderhavige voor overeenkomstige toepassing in aanmerking (vgl. voormeld arrest van 31 mei 1991 en HR 27 november 1992, NJ 1993, 287). Blijkens het vorenstaande arrest heeft de Hoge Raad ook hier het leerstuk van de precontractuele aansprakelijkheid uitgebreid. De eerste stroming jurisprudentie Uit de bovenstaande ter sprake gekomen arresten blijkt dat de Hoge Raad met het arrest Plas/Valburg het leerstuk van de precontractuele aansprakelijkheid bij afgebroken onderhandelingen heeft geïntroduceerd. Vervolgens heeft de Hoge Raad het bereik van het leerstuk in de voornoemde arresten uitgebreid. 13

14 De Hoge Raad heeft hierbij met name in het arrest VSH/Shell aansluiting gezocht bij artikel a Ontwerp-Nieuw BW, waarmee de Hoge Raad zijn eerdere jurisprudentie gestand heeft doen gaan. Het artikel luidde: Onderhandelende partijen zijn verplicht hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen. Ieder van hen is vrij de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van een overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Ondanks dat de ontwerpers van het Burgerlijk Wetboek de in het arrest Plas/Valburg ontstane criteria hebben willen positiveren, is het artikel nooit daadwerkelijk opgenomen. De Tweede Kamer heeft het artikel bij amendement geschrapt. Het ogenblik voor codificatie van de rechtspraak achtte zij nog niet gekomen. Het leerstuk zou zich beter in de rechtspraak verder kunnen ontwikkelen, aldus de indieners van het amendement. 17 Of het leerstuk zich daadwerkelijk heeft ontwikkeld, zal blijken uit de hieronder besproken jurisprudentie. Of de Hoge Raad daarbij heeft vastgehouden aan de door hem ingezette trend valt op te maken uit de hierna besproken rechtspraak. HR Van Engen/Mirror Group 18 In tegenstelling tot hetgeen de Hoge Raad eerder heeft beslist, heeft hij vanaf 1996 een andere koers ingezet, waarbij hij terugkomt op zijn eerdere uitspraken, en deze nuanceerd. De eerste nuance is waar te nemen in het arrest Van Engen/Mirror Group. Van Engen en de Mirror Group hadden het gemeenschappelijk voornemen een kwaliteits ochtendkrant uit te brengen. Partijen hebben in dit verband gesprekken gevoerd, waarbij de Mirror Group aangaf eerst een marktonderzoek te willen verrichten naar de haalbaarheid van het 17 Zie Parlementaire Geschiedenis Invoering Boek 6, p e.v. 18 HR 24 november 1995, LJN ZC

15 uitbrengen van een krant in Nederland. Indien het een haalbare kaart zou zijn, zouden partijen de krant in samenwerkingsverband opstarten. De Mirror Group heeft dit per brief aan Van Engen bevestigd, en daarbij aangetekend dat het project slechts doorgang zou vinden wanneer er een door beide partijen ondertekende overeenkomst tot stand gekomen zou zijn. Uiteindelijk ziet de Mirror Group af van samenwerking, en ondertekend geen overeenkomst met Van Engen. Van Engen vorderd hierop schadevergoeding - het positieve contractsbelang van de Mirror Group ad ,=. Subsidiair betoogt Van Engen dat de Mirror Group zich niet eenzijdig uit de onderhandelingen had mogen terugtrekken wegens de vergevorderde onderhandelingen, en derhalve schadeplichtig is jegens Van Engen. Het Hof wijst de vorderingen van Van Engen af. De Mirror Group heeft niet in strijd met de goede trouw gehandeld door de onderhandelingen met Van Engen te staken, daar zij zich bij brief heeft voorbehouden af te mogen zien van samenwerking met Van Engen. Van Engen heeft mitsdien geweten en in ieder geval moeten begrijpen dat de door de Mirror Group uitgesproken bereidheid om bij te dragen aan de initiële kapitaalbehoefte nog niet betekende dat zij daarmee het reeds eerder door haar bedongen recht om na afweging van alle overige voor haar van belang zijnde zaken met betrekking tot het project De Krant, te allen tijde en om haar moverende redenen alsnog af te zien van definitieve deelname aan het project. De Hoge Raad is het eens met het Hof. Van Engen had er niet op mogen vertrouwen dat een definitieve overeenkomst tot stand zou komen. De Hoge Raad brengt hier een eerste begrenzing aan op het door hem ontwikkelde leerstuk van precontractuele aansprakelijkheid, en erkend hiermee een expliciet gemaakt voorbehoud dat er onderhandeld werd subject to contract. Er onstaat slechts een definitieve overeenkomst nadat deze door beide partijen is ondertekend. Door bij onderhandelingen gebruik te maken van een dergelijk voorbehoud, wordt voorkomen dat er bij de wederpartij een gerechtvaardigd vertrouwen zal ontstaan dat er daadwerkelijk een overeenkomst tot stand komt. De afbrekende partij is er derhalve niet toe gehouden de schade van de wederpartij te vergoeden. 15

16 Hartkamp merkt in zijn noot bij het onderhavige arrest op dat niet ieder gemaakt voorbehoud in de precontractuele fase gerechtvaardigd vertrouwen bij de wederpartij voorkomt, en dat van belang blijft om de casuïstische omstandigheden van het geval, waarin partijen verkeren op het moment dat partijen de onderhandelingen afbreken, van doorslaggevende betekenis zijn. Het voorbehoud door de feiten wordt achterhaald of een beroep daarop in strijd zou komen met redelijkheid en billijkheid. 19 De Ruiterij/MBO 20 De Ruiterij, eigenaresse van een hotel, is voornemens op het naastgelegen terrein uitbreiding van haar hotel te realiseren. Daartoe treedt zij in onderhandeling met ontwikkelaar MBO. Voorshands sluiten partijen een eerste fase overeenkomst, met als doel om een eerste en globale fasering aan te brengen in een mogelijke verdere totstandkoming van uitbreiding van het hotel. Indien de eerste fase overeenkomst voor partijen een bevredigend resultaat zouden bereiken, zou deze overeenkomst door een tweede fase overeenkomst gevolgt worden. Hierin zou een definitief plan vastgelegd worden, die in een derde fase overeenkomst ten uivoer zou worden gebracht. In de eerste fase overeenkomst werden een aantal opschortende voorwaarden opgenomen, waaronder een aantal tijdslimieten waarop op een bepaald moment aan voldaan moest zijn. Indien deze tijdslimiten niet gehaald zouden worden, stond het partijen vrij om opnieuw in onderhandeling te treden. Mocht er op 31 maart 1991 geen bevredigend resultaat zijn overeengekomen, dan zou de overeenkomst van rechtswege eindigen. In dat geval zou MBO de Ruiterij, tegen betaling van fl ,= finale kwijting verlenen. Ondanks dat de termijn niet wordt gehaald, blijven partijen met elkaar in onderhandeling. De Ruiterij maakt hierbij een voorbehoud, dat het plan alleen doorgang kan vinden indien de 19 Zie ook: A. van Elk, Afgebroken Onderhandelingen, Bedrijfseconomische berichten 2005/21, p HR 14 juni 1996, NJ 1997,

17 holding maatschappij QMH haar fiat geeft voor de plannen. Uiteindelijk stopt De Ruiterij de inmiddels vergevorderde onderhandelingen op de grond dat QMH geen toestemming voor een definitieve overeenkomst verleend. Eveneens beroept De Ruiterij zich op verslechterde economische omstandigheden, en het feit dat QMH derhalve een investeringsstop heeft doorgevoerd. MBO spreekt De Ruiterij aan tot schadevergoeding, inclusief gederfde winst, en legt conservatoir beslag onder derden van De Ruiterij. De Ruiterij vordert bij de voorzieningenrechter opheffing van de beslagen. De beslagen worden echter door de Rechtbank en het Hof niet opgeheven. Uiteindelijk overweegt de Hoge Raad: De Ruiterij gaat in zijn belangrijkste klacht terecht ervan uit dat, ingeval bij de wederpartij van degene die de onderhandelingen over een te sluiten overeenkomst afbreekt, het gerechtvaardigde vertrouwen bestond dat die overeenkomst tot stand zou komen, dit niet onder alle omstandigheden behoeft te leiden tot de slotsom dat het afbreken onaanvaardbaar is.[ ] Rekening dient ook te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt, tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen, en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij; kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan. De Hoge Raad breekt hier wederom met de in zijn Plas/Valburg-criteria. Ondanks dat er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen bij de wederpartij, is het mogelijk om vergevorderde onderhandelingen af te breken. Uit de hiervoor geciteerde overweging blijkt dat er volgens de Hoge Raad rekening dient te worden gehouden met; de mate waarin en de wijze waarop de afbrekende partij tot het ontstaan van het vertrouwen heeft meegewerkt; het gerechtvaardigde vertrouwen van de afbrekende partij; en, mogelijke onvoorziene omstandighen die zich in de loop van de onderhandelingen hebben voorgedaan. 17

18 Vranken is, in tegenstelling tot ondergetekende, van mening dat de Hoge Raad hier geen nuance op de Plas/Valburg heeft aangebracht. 21 Naar ik meen breekt de Hoge Raad met de omstandigheid dat indien er bij de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een overeenkomst tot, het niet meer is toegestaan de onderhandelingen af te breken. HR ABB/Staat 22 ABB Industrie en ULC Groep, hierna: De Combinatie voeren met de Rijksgebouwendienst van de Staat, hierna: RGD, onderhandelingen omtrent het opleveren, in bedrijf stellen en onderhouden van een complete warmte/kracht-station met bijbehorende installaties. De onderhandelingen zijn opgedeeld in drie fasen. In de eerste fase werd De Combinatie, op basis van exclusiviteit, uitgenodigd onderhandelingen te voeren met RGD. Hieruit vloeide verdere onderhandelingen voort, en werd er door partijen een intentieovereenkomst gesloten waarin, onder voorbehoud, de opdracht aan de Combinatie werd gegund. Het voorbehoud hield in dat indien de Combinatie niet binnen de onderhandelingstermijn met een offerte ter grootte van een maximaal bedrag zouden komen, de Staat uithoofde van de intentieverklaring geen enkele verplichting jegens de Combinatie zou hebben. Indien partijen overeenstemming zouden hebben bereikt op voornoemde punten, en de Staat alsnog zou afzien van gunning van de opdracht op andere, niet omschreven gronden - aan de Combinatie, zou de Staat de kosten van de Combinatie vergoeden tot maximaal fl ,= (inclusief 20% BTW). De Combinatie bracht na langdurige onderhandelingen meerdere offertes uit, echter boven het door partijen overeengekomen maximale bedrag. De Staat verbrak de onderhandelingen met de Combinatie, en besteedde de opdracht openbaar aan. De Combinatie vorderde vergoeding van de schade, inclusief de door haar gederfde winst. Subdiair het negatief contractsbelang, en meer subsidiair het overeengekomen bedrag ad fl ,=. 21 J.B.M. Vranken, NJB 1996, p HR 4 oktober 1996, NJ 1997,

19 Het Hof was van mening dat er geen aansprakelijk van de Staat jesgens de Combinatie bestond, en achtte in dit verband twee aspecten van belang: (1 ) de onduidelijkheid en ongewisheid die gedurende deze fase van de onderhandelingen bestonden en, doordien de projectinhoud telkenmale werd gewijzigd, zijn blijven bestaan over de exacte omvang van het aan te besteden werk en de daaruit aan de zijde van de Combinatie in toenemende mate groeiende reserve ten aanzien van de realiseerbaarheid van enig project; alsmede (2 ) het doorwoekeren van het aan het eind van de eerste fase ontstane geschil over de daarin gemaakte kosten, waarbij de term doorwoekeren kennelijk beoogt aan te geven dat dit geschil een ongunstige invloed uitoefende op de verhouding tussen partijen. De Hoge Raad sloot zich aan bij het oordeel van het Hof en overwoog: In gevallen als het onderhavige, waarin onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, bij het oordeel omtrent de vraag of het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar is wegens gerechtvaardigd vertrouwen in het tot stand komen van de overeenkomst, voor wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte, op het moment van afbreken, moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen. Wederom relativeert de Hoge Raad zijn criteria betreffende de precontractuele aansprakelijkheid. Desondanks het geval dat er sprake kan zijn van op enig moment aanwezig gerechtvaardigd vertrouwen bij de wederpartij, kan het voorkomen dat het afbreken van de onderhandelingen niet onaanvaardbaar is. De Hoge Raad is de mening toegedaan dat doorslaggevend is dat het totstandkomingsvertrouwen moet worden getoetst op het moment van afbreken, en moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen. In casu mocht de Combinatie er uiteindelijk niet meer op vertrouwen dat er een overeenkomst tot stand zou komen. Van belang hierbij was dat het voortduren van de onderhandelingen, en de daarop volgende gewijzigde omstandigheden, er uiteindelijk in resulteerde dat voor zover zij al gerechtvaardigd vertrouwde, dit werd weggenomen. 19

20 JPO/CBB 23 Na het arrest ABB/Staat laat de Hoge Raad een tijd lang niks van zich horen. Vanaf 1997 heeft hij geen arresten meer gewezen over het leerstuk van precontractuele aansprakelijkheid bij het afbreken van onderhandelingen. 24 Pas in 2005 doet de Hoge Raad weer van zich spreken. Het Centraal Bureau Bouwtoezicht, hierna: CBB, en JPO Projecten, hierna: JPO, voeren onderhandelingen over de aanschaf van een perceel door JPO van de gemeente Arnhem. Op grond van conceptovereenkomsten worden onderhandelingen gevoerd tussen JPO en CBB, inhoudende de verkoop van een deel van het perceel bij koop door JPO van de gemeente. Vanwege de langdurige onderhandelingen tussen JPO en de gemeente wordt CBB ongeduldig. Zij breekt op een zeker moment de onderhandelingen met JPO af. Voordat CBB zich terug trok uit de onderhandelingen, heeft zij JPO echter eerst een ultimatum opgelegd: indien JPO niet op korte termijn met een concrete opleveringsdatum komt, zal CBB de onderhandelingen staken. JPO stelt zich op het standpunt gerechtvaardigd te hebben vertrouwd dat er overeenstemming met CBB zou worden bereikt, en vorderd primair vergoeding van de gederfde winst. Subsidiair vordert JPO schadevergoeding op te maken bij staat van CBB. Het Hof vernietigd de door de Rechtbank toegewezen subsidiaire vordering, en stelt dat CBB de onderhandelingen op een onaanvaardbare wijze heeft afgebroken, en derhalve het positief contractsbelang aan JPO verschuldigd is. Het Hof is van mening dat CBB de onderhandelingen, mede gezien de lange duur daarvan, niet ineens had mogen afbreken. De Hoge Raad is het niet eens met het oordeel van het Hof. Met name de motivering van het Hof staat de Hoge Raad niet aan, en verwijst daarbij expliciet naar de voornoemde arresten (VSH/Shell, De Ruiterij/MBO en ABB/Staat). De Hoge Raad geeft in zijn motivering een 23 HR 12 augustus 2005, NJ 2005, J.M. van Dunné, Verbintenissenrecht: Deel 1: Contractenrecht, Deventer: Kluwer

21 samenvatting van zijn jurisprudentie betreffende het leerstuk van precontractuele aansprakelijkheid bij afgebroken onderhandelingen: als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen (vgl. HR 23 oktober 1987, NJ 1988, 1017; HR 4 oktober 1996, NJ 1997, 65; HR 14 juni 1996, NJ 1997, 481). De Hoge Raad tekent hierbij aan dat de bovengenoemde maatstaf een strenge en tot terugheidendheid nopende maatstaf is, die door de rechterlijke macht terughoudend moet worden toegepast. Wessels merkt in zijn noot bij het onderhavige arrest op dat de Hoge Raad zijn arrest over aansprakelijkheid wegens ontijdig afbreken van onderhandelingen Plas/Valburg, waarmee de Hoge Raad zijn rechtspraak begon, niet vermeld. 25 Opmerkelijk is het in het licht van het door de Hoge Raad vijf weken eerder gewezen arrest UPC/Gemeente Hilversum 26, waarin door A-G Verkade in zijn conclusie werd geconcludeerd dat Plas/Valburg nog altijd vaste jurisprudentie is. Vranken is van mening dat Plas/Valburg een vroeg geboorte was, en dat het kind door de Hoge Raad wordt doodgezwegen. 27 Het arrest zou thans niet meer voldoen, aldus Vranken. 25 Annotatie bij HR 12 augustus 2005, JOR 2006, HR 8 juli 2005, LJN: AT Asser, Algemeen Deel, Een vervolg (2005), nr

22 De tweede stroming jurisprudentie De vorenstaande rechtspraak bezien in het perspectief van de eerste stroming rechtspraak, valt er een inperking van de precontractuele aansprakelijkheid bij afgebroken onderhandelingen waar te nemen. De Hoge Raad heeft in het arrest JPO/CBB zijn rechtspraak op dit gebied samengevat, en de mogelijkheid schadevergoeding te krijgen van de afbrekende partij gaande weg het proces aangescherpt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de Hoge Raad aansluiting heeft willen zoeken met het in het buitenland geldende recht. Ondanks de inperking van de precontractuele aansprakelijkheid bij afgebroken onderhandelingen door de Hoge Raad, blijft de mogelijkheid bestaan dat de afbrekende partij gehouden is de door de wederpartij geleden schade te vergoeden. Met name aansprakelijkheid voor het negatief contractsbelang staat nog altijd recht overeind. Van Hooijdonk en Tjittes zijn echter wel van mening dat de aansprakelijkheidscriteria buitengewoon vaag zijn, hetgeen de teleurgestelde partijen alleen maar zou aansporen tot procederen. 28 Betoogt wordt dat de Hoge Raad hier de drie fasen leer heeft teruggebracht naar een twee fasen leer. 29 Waarbij partijen in de eerste fase de onderhandelingen mogen afbreken zonder verplichting tot schadevergoeding jegens de wederpartij verschuldigd te zijn, en de tweede fase waarbij partijen de onderhandelingen niet zonder meer mogen afbreken. Indien de onderhandelingen in de tweede fase toch worden afgebroken, dient de afbrekende partij de kosten van zijn wederpartij te vergoeden. In dit verband is opmerkelijk het arrest Meijers/ING 30 waarbij in 2008 toch een vordering tot het positief contractsbelang werd toegewezen. 28 M. van Hooijdonk & R.P.J.L. Tjittes, Precontractuele aansprakelijkheid bij onderhandelen met een voorbehoud, Contracteren 2008/3, p C. Drion, NJB 2005/ Rb Amsterdam 4 juni

23 Precontractuele aansprakelijkheid in rechtsvergelijkend perspectief Hoewel er naar Nederlands recht een grote mate van precontractuele aansprakelijkheid aanwezig is (geweest), waarbij de aansprakelijkheid zelfs kan toezien op vergoeding van de gederfde winst, bestaat er een groot verschil met de aansprakelijkheidscriteria van buitenlandse rechtsstelsels. Dat er precontractuele aansprakelijkheid bestaat wordt door niemand betwist. Echter, in andere civil law rechtstelssels is het leerstuk wel bekend, maar wordt precontractuele aansprakelijkheid veel minder snel aangenomen. 31 Ook in common law rechtstelssels, waaronder de Verenigde Staten 32, mag het leerstuk van de precontractuele aansprakelijkheid op veel minder aandacht rekenen dan in het Nederlandse. In het Verenigd Koninkrijk speelt het zelf helemaal geen enkele rol van betekenis. De mogelijkheid vergoeding van het positief contractsbelang te verkrijgen, is in buitenlandse rechtsstelsels, zowel in comon- als civil law jurisdicties nog nooit toegewezen, en wordt over het algemeen niet aanvaard. Het positief contractsbelang wordt dan ook alleen in Nederland erkend. 33 Schreuder, die onderzoek verrichte naar de haalbaarheid van invoering van een hernieuwd ontwerpartikel a, en hierbij het Nederlandse met het Italiaanse recht vergeleek, merkt op dat naar Italiaans recht elke vorm van precontractuele aansprakelijkheid wordt gezien als een inbreuk op de onderhandelingsautonomie van de justitiabele. 34 Hoewel naar Italiaans recht niet snel sprake is precontractuele aansprakelijkheid, wordt de grote mate van vrijheid echter wel, net als in Nederland, beperkt door de buona fede, de goede trouw. Het internationaal privaatrecht hecht op het gebied van precontractuele aansprakelijkheid ook een grote waarde aan de goede trouw. Het beginsel van contractsvrijheid, dat het partijen in beginsel gedurende de onderhandelingen vrijstaat deze af te breken, is ook in dit geval 31 Zie bijv. art. 42 Contractenrecht Volksrepubliek China, art Codice civile en par. 311 (2) jo. 241 BGB. 32 A.Schwarz en R.E. Scott, Precontractual liability and preliminary agreements, Harvard Law Review 2007, p M.W. Hesselink, WPNR 6248, 1996, p A.L.J.A. Schreuder, Precontractuele aansprakelijkheid wegens afgebroken onderhandelingen: een vergelijking tussen Nederlands en Italiaans recht, VrA 2008/3, p. 46 e.v. 23

24 leidend. 35 Echter benoemen zowel de Draft Common Fraim of References (DCFR), de Principles of European Contract Law (PECL), het Weens Koopverdrag en de Unidroit Principles, dat partijen zich bij de onderhandelingen wel rekenschap van de belangen van hun wederpartij dienen te geven. In artikel 2:301 lid 2 PECL en artikel II.-3:301 lid 2 DCFR is deze regel opgenomen: partijen mogen niet onderhandelen in strijd met de goede trouw. Op het moment dat een partij de onderhandelingen in stijd met de goede trouw staakt, is de afbrekende partij aansprakelijk jegens zijn wederpartij. De omvang en grondslag van de aansprakelijkheid beperken zich in dit geval tot het negatieve contractsbelang. Het internationale privaatrecht sluit hiermee aan bij de opvattingen van andere dan het Nederlandse nationale rechtsstelsels. Gezien de aansprakelijkheidscriteria bij afgebroken onderhandelingen van andere jurisdicties, in samenhang bezien met het internationale privaatrecht, heeft het er alle schijn van dat de Hoge Raad vanaf 1996 het leerstuk van precontractuele aansprakelijkheid - de zogenaamde tweede stroming - heeft ingeperkt om langs weg deze aansluiting te zoeken bij andere jurisdicties en het internationale privaatrecht. Voorkomen precontractuele aansprakelijkheid Uit het bovenstaande blijkt dat ondanks het feit dat aansprakelijkheid bij het afbreken van onderhandelingen door de Hoge Raad aanzienlijk is beperkt, er geen redenen zijn aan te nemen dat deze aansprakelijkheid niet meer bestaat, en dat de aansprakelijkheid voor het negatieve contractsbelang nog altijd fier overeind staat. Zoals eerder besproken, ben ik tijdens mijn eerste aanrakingen met de advocatuur met enige regelmaat geconfronteerd met partijen die precontractuele aansprakelijkheid bij door hen gevoerde onderhandelingen, zowel het positieve- als het negatieve contractsbelang, bij voorbaat wensten te voorkomen. Teneinde uit te sluiten onkostenvergoedingen en vergoeding van de gederfde winst bij het afbreken van onderhandelingen aan de wederpartij verschuldigd te zijn, sluiten partijen niet zelden overeenkomsten die de precontractuele fase vormgeven. Bij dergelijke 35 Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-III), Verbintenissenrecht. Deel III. Algemeen overeenkomstenrecht, Deventer: Kluwer 2010, p. 169 e.v. 24

25 precontractuele clausules, ook wel Letter of Intent of Memorandum of Understanding of Term Sheets genoemd, wordt bedongen dat een overeenkomst wordt aangegaan onder een of meer voorbehouden, veelal vormgegeven in opschortende- of ontbindende voorwaarden. De meeste voorbehouden in precontractuele overeenkomsten zijn vormgegeven middels opschortende voorwaarden in de zin van art 6:22 BW. Vanwege het veelal internationale karakter van overeenkomsten worden overeenkomsten vaak in de Engelse taal opgesteld, waar wordt gesproken van conditions precedent (afgekort: cp s), ook wel subject to -bepalingen. 36 Voorbeelden van dergelijke subject to-bepalingen, welke hierna de revue zullen passeren, zijn subject to contract 37, subject to board approval 38, subject to finance 39, subject to due diligence 40 en subject to approval of the Competition Authorities 41. Juridisch kader voorbehouden Deze voorbehouden zien erop contractuele gebondenheid te voorkomen tot het moment waarop aan de desbetreffende voorwaarden is voldaan. Aangenomen wordt dat een voorbehoud het tot stand komen van definitieve contractuele gebondenheid afhankelijk stelt van een toekomstige omstandigheid, en voordat deze toekomstige omstandigheid is ingetreden het ontstaan van deze contractuele gebondenheid vooralsnog voorkomt. 42 Voorts voorkomt een voorbehoud het ontstaan van totstandkomingsvertrouwen bij de teleurgestelde achterblijvende partij, dat voor precontractuele aansprakelijkheid vereist is. 43 Illustratief in dit verband is het arrest van de Hoge Raad van 24 november (Van Engen/Mirror Group), waarover later meer. De wet geeft geen definitie van het begrip voorbehoud, maar het begrip speelt blijkens de hierna te bespreken jurisprudentie wel een belangrijke rol. Het begrip voorbehoud laat zich 36 S.Y.Th Meijer e.a. (red.), Serie Praktijkhandleidingen. Bedrijfsovername, Deventer: Kluwer, Er komt geen overeenkomst tot stand voordat deze door beide partijen is ondertekend. 38 Er komt geen overeenkomst tot stand voordat er goedkeuring van een in de precontractuele overeenkomst genoemd persoon/entiteit is afgegeven. 39 Er komt geen overeenkomst tot stand voordat er financiering is verkregen. 40 Er komt geen overeenkomst tot stand voordat er een due dilegence onderzoek heeft plaatsgehad. 41 Er komt geen overeenkomst tot stand voordat er goedkeuring is verleend door mededingingsautoriteiten. 42 Blei Weissmann, Verbintenissenrecht, art I, aantekeningen 32, 81, Blei Weissmann, Verbintenissenrecht, art I, aantekening HR 24 november 1995, LJN ZC

Precontractuele aansprakelijkheid

Precontractuele aansprakelijkheid Laila Brik LLB Administratienummer: 751646 Universiteit van Tilburg Faculteit der Rechtsgeleerdheid Master Rechtsgeleerdheid Tilburg, 26 augustus 2014 Precontractuele aansprakelijkheid Het afbreken van

Nadere informatie

Dit artikel uit Contracteren is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker

Dit artikel uit Contracteren is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker Artikel Precontractuele aansprakelijkheid bij onderhandelen met een voorbehoud Mr. M. van Hooijdonk & prof. mr. R.J.P.L. Tjittes* 1. Inleiding Het leerstuk van de aansprakelijkheid voor afgebroken onderhandelingen

Nadere informatie

Over het afbreken van onderhandelingen en de juridische houdbaarheid van voorbehouden.

Over het afbreken van onderhandelingen en de juridische houdbaarheid van voorbehouden. Artikel NGB Over het afbreken van onderhandelingen en de juridische houdbaarheid van voorbehouden. Mr M.R. Ruygvoorn 1 In het kader van de opzet van mijn proefschrift over afgebroken onderhandelingen en

Nadere informatie

De vrijheid om onderhandelingen af te breken

De vrijheid om onderhandelingen af te breken MR. J.VAN DEN BRANDE De vrijheid om onderhandelingen af te breken 1 Inleiding Het staat partijen die onderhandelingen voeren, vrij deze onderhandelingen af te breken. De Hoge Raad heeft deze regel tot

Nadere informatie

De rol van de redelijkheid & billijkheid in het Nederlandse recht bij de plicht tot schadevergoeding bij afgebroken onderhandelingen

De rol van de redelijkheid & billijkheid in het Nederlandse recht bij de plicht tot schadevergoeding bij afgebroken onderhandelingen De rol van de redelijkheid & billijkheid in het Nederlandse recht bij de plicht tot schadevergoeding bij afgebroken onderhandelingen Naam: Sophie Pieterse Studentnummer: 5601924 Begeleidster: Chantal Mak

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. Artikel 1 : Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden

ALGEMENE VOORWAARDEN. Artikel 1 : Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden ALGEMENE VOORWAARDEN Artikel 1 : Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden 1.1 Alle overeenkomsten, opdrachten, aanbiedingen, offertes en facaturen waarbij ScriptieScreening diensten van welke aard ook levert

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Over de contractuele plicht tot (door)onderhandelen

Over de contractuele plicht tot (door)onderhandelen M.R. Ruygvoorn 1 Over de contractuele plicht tot (door)onderhandelen 9 Wanneer kunnen onderhandelingen die worden gevoerd op basis van een contractuele verplichting daartoe, gelegitimeerd worden afgebroken?

Nadere informatie

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene.

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-233 d.d. 6 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting Consument en Aangeslotene hebben

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 1 d.d. 11 januari 2010 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Afgebroken contractsonderhandelingen

Afgebroken contractsonderhandelingen Afgebroken contractsonderhandelingen Afgebroken contractsonderhandelingen H.C.L. Verbaan 10 ECTS Universiteit van Amsterdam Scriptiebegeleider: G.J.P. de Vries, Universiteit van Amsterdam Parentibus optimis,

Nadere informatie

de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-221 d.d. 12 juli 2013 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. A.P. Luitingh, leden, en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

Burgemeester en Wethouders

Burgemeester en Wethouders Burgemeester en Wethouders B en W. nr. 13.0615 d.d. 9-7-2013 Onderwerp Afronding stopzetten samenwerking ontwikkelaar Nieuweroord Besluiten:Behoudens advies van de commissie 1. In te stemmen met de vaststellingsovereenkomst

Nadere informatie

Managementvergoedingen in strijd met artikel 2:207c BW: beroepsfout advocaat

Managementvergoedingen in strijd met artikel 2:207c BW: beroepsfout advocaat Managementvergoedingen in strijd met artikel 2:207c BW: beroepsfout advocaat Enige tijd geleden heeft de rechtbank Utrecht in de nasleep van een aandelentransactie een uitspraak gewezen inzake het financiële

Nadere informatie

Monuta Verzekeringen N.V, gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen: Aangeslotene,

Monuta Verzekeringen N.V, gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen: Aangeslotene, Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-267 d.d. 4 september 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN

ALGEMENE VOORWAARDEN Artikel 1 Definities 1.1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven. 1.2. DIGI HR: DIGI HR. 1.3. Opdrachtgever:

Nadere informatie

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN. JVUcalculatie

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN. JVUcalculatie ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN JVUcalculatie Artikel 1 Toepassingsgebied 1.1 Deze algemene leveringsvoorwaarden zijn van toepassing bij opdrachten aan en op alle aanbiedingen en overeenkomsten waarbij JVUcalculatie

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

De zinvolheid van de plicht tot dooronderhandelen

De zinvolheid van de plicht tot dooronderhandelen De zinvolheid van de plicht tot dooronderhandelen De wederzijdse invloed tussen de Plas/Valburg-doctrine en het aanbestedingsrecht Masterscriptie: Z.E.M. Huijbregts Studentennummer: 12 14 48 Begeleider:

Nadere informatie

De Opdrachtgever: de (rechts)persoon die de opdracht aan RandstadMakelaars verstrekt.

De Opdrachtgever: de (rechts)persoon die de opdracht aan RandstadMakelaars verstrekt. Artikel 1 - Toepasselijkheid Deze algemene bepalingen zijn van toepassing op iedere overeenkomst van opdracht tot dienstverlening en/of bemiddeling, alsmede de daaruit voortvloeiende aanvullende en/of

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 42 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof.mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Autoverzekering. Verzwijging

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ALLROUND BACKOFFICE

ALGEMENE VOORWAARDEN ALLROUND BACKOFFICE Artikel 1 Definities 1. In deze voorwaarden wordt verstaan onder: Allround Backoffice: de gebruiker van deze algemene voorwaarden, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder

Nadere informatie

Bestaat de tweede fase uit Plas/Valburg nog?

Bestaat de tweede fase uit Plas/Valburg nog? Bestaat de tweede fase uit Plas/Valburg nog? Mr. dr. M.R. Ruygvoorn* Bestaat de tweede fase uit Plas/Valburg nog? Deze vraag houdt de gemoederen al geruime tijd bezig, met name na het arrest JPO/CBB. 1

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap]

Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap] Overeenkomst van (ver)koop van aandelen in [naam vennootschap] Tussen: 1. [Statutaire naam], statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam] aan de [adres], hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management

Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management Artikel 1 Definities 1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij

Nadere informatie

Postcontractuele goede trouw en de reden voor ontbinding

Postcontractuele goede trouw en de reden voor ontbinding Postcontractuele goede trouw en de reden voor ontbinding Mr. drs. J.H.M. Spanjaard* 1. Inleiding De Hoge Raad heeft zich de afgelopen maanden op contractenrechtelijk gebied wederom van zijn duidelijke

Nadere informatie

Afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase

Afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase Afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase Eisen die in de rechtspraak worden gesteld aan het toekennen van een schadevordering op grond van afgebroken onderhandelingen in de derde fase van

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 131 d.d. 18 mei 2011 (prof. mr. E.H. Hondius, voorzitter, mr. J.W.H. Offerhaus en mevrouw mr. A.M.T. Wigger, leden) Samenvatting De bank brengt

Nadere informatie

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid.

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. Annotatie bij HR 27-02-2009, C07/168HR, LJN BG6445 Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. [BW art. 6:162] Een gefailleerde natuurlijke persoon heeft de eigendom

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Uitspraak vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD. Sector civiel recht. Vonnis in kort geding van 16 juli 2010

Uitspraak vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD. Sector civiel recht. Vonnis in kort geding van 16 juli 2010 Datum uitspraak: 16-07-2010 Datum publicatie: 09-11-2010 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Geschil over voor buitenschoolse dan wel tussenschools opvang gehuurde

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-122 d.d. 17 april 2012 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Reisverzekering, toepasselijkheid verzekeringsvoorwaarden,

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-295 d.d. 25 oktober 2013 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. W.H.G.A. Filott mpf, leden en mevrouw mr. L.T.A.

Nadere informatie

1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven.

1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven. Algemene Voorwaarden Interim Recruitment Recruvisie Artikel 1 Definities 1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015

Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015 Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015 Artikel 1 - Definities en begrippen 1. In deze algemene voorwaarden hierna te noemen Voorwaarden - worden de hiernavolgende termen

Nadere informatie

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak Datum uitspraak: 06-07-2007 Datum publicatie: 06-07-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Eiseres

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

Van Bruggen Adviesgroep, gevestigd te Coevorden, hierna te noemen de Adviseur.

Van Bruggen Adviesgroep, gevestigd te Coevorden, hierna te noemen de Adviseur. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-133 d.d. 30 maart 2016 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. A.P. Luitingh, leden en mr. R. de Kruif, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De opdrachtgever: Iedere natuurlijke of rechtspersoon die de opdracht aan Homelyrentals verstrekt.

De opdrachtgever: Iedere natuurlijke of rechtspersoon die de opdracht aan Homelyrentals verstrekt. Artikel 1: Toepasselijkheid Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op iedere overeenkomst van opdracht tot dienstverlening en/of bemiddeling, alsmede de daaruit voortvloeiende aanvullende en/of

Nadere informatie

Jurisprudentie Ondernemingsrecht

Jurisprudentie Ondernemingsrecht Jurisprudentie Ondernemingsrecht 3 februari 2015 Mr. P.J. Peters 1 HR 23 mei 2014, JOR 2014, 229 Kok/Maas q.q. Bestuurdersaansprakelijkheid/selectieve betaling Casus P. Kok ( Kok ) 100% bestuurder Kok

Nadere informatie

Partijen hebben ter zitting hun standpunten (nader) toegelicht.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten (nader) toegelicht. Uitspraak van de Geschillencommissie Bureau Krediet Registratie, nr. 16.07 d.d. 3 augustus 2016 te Amsterdam (prof. mr. J.J.C. Kabel, A.A.M. Beijersbergen van Henegouwen, mr. K.D. van Ringen, mr. A.H.

Nadere informatie

Artikel 1. Definities De hierna volgende termen worden in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven:

Artikel 1. Definities De hierna volgende termen worden in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven: ALGEMENE VOORWAARDEN Artikel 1. Definities De hierna volgende termen worden in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven: (a) Opdrachtnemer: Joosen Re-integratie & Advies

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Nadat klagers hun opdracht tot dienstverlening bij verkoop van hun woning resp. perceel grond hadden ingetrokken, is onenigheid ontstaan over de door hun

Nadere informatie

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr...

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr... pagina 1 van 5 JOR 2013/87 Gerechtshof Arnhem, 18-12-2012, 200.099.939, LJN BY7149 Processuele gevolgen faillietverklaring voor aanhangige rechtsvorderingen, Schorsing van geding in conventie ex art. 29

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intermediaire Voorschotbank B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intermediaire Voorschotbank B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-148 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. W.H.G.A. Filott mpf, J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBAMS:2014:6139 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 13-08-2014 Datum publicatie 19-09-2014 Zaaknummer HA ZA 14-295 Rechtsgebieden Civiel

Nadere informatie

COMPENSATIECOMMISSIE

COMPENSATIECOMMISSIE COMPENSATIECOMMISSIE Zaaknummer Compensatiecommissie 2012CC001 Zaaknummer Klachtencommissie 2011T307 datum uitspraak 01/03/2013 De Compensatiecommissie voor seksueel misbruik in de R.-K. Kerk van de Stichting

Nadere informatie

Rechtsbijstandverzekering. Verzekeringsvoorwaarden. Relevante informatie en medewerking.

Rechtsbijstandverzekering. Verzekeringsvoorwaarden. Relevante informatie en medewerking. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-017 d.d. 8 mei 2014 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, drs. P.H.M. Kuijs AAG en mr. W.J.J. Los, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Provincie Utrecht te Utrecht. Datum: 7 november 2012. Rapportnummer: 2012/180

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Provincie Utrecht te Utrecht. Datum: 7 november 2012. Rapportnummer: 2012/180 Rapport Rapport betreffende een klacht over de Provincie Utrecht te Utrecht. Datum: 7 november 2012 Rapportnummer: 2012/180 2 Klacht Verzoeker klaagt via zijn intermediair over de beslissing van Gedeputeerde

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Samenvatting Op de rekeningen van Consument en haar echtgenoot

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BMW Group Financial Services B.V., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BMW Group Financial Services B.V., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-310 d.d. 20 augustus 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. J.W.H. Offerhaus, leden en mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 59 d.d. 28 juli 2009 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mevrouw mr. A.M.T. Wigger en mr. W.F.C. Baars) 1. Procedure De Commissie beslist

Nadere informatie

Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage?

Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage? Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage? Een notaris en een bank klagen erover dat een makelaarskantoor bij eerstgenoemde een factuur heeft ingediend voor

Nadere informatie

Het beëindigen van mediation door een der partijen: een afgebroken onderhandeling?

Het beëindigen van mediation door een der partijen: een afgebroken onderhandeling? Het beëindigen van mediation door een der partijen: een afgebroken onderhandeling? S.H. Bol A.R. Lodder 1 1 Inleiding Meer dan 20 jaar na het befaamde Plas/Valburg arrest, blijft het leerstuk van de afgebroken

Nadere informatie

WEGING MEDEDELINGS- EN ONDERZOEKSPLICHT BIJ DWALING EN NON-CONFORMITEIT

WEGING MEDEDELINGS- EN ONDERZOEKSPLICHT BIJ DWALING EN NON-CONFORMITEIT WEGING MEDEDELINGS- EN ONDERZOEKSPLICHT BIJ DWALING EN NON-CONFORMITEIT Bij zowel een vordering op grond van non-conformiteit als op grond van dwaling speelt vaak de weging tussen enerzijds de mededelingsplicht

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Tegenstrijdige opdrachten.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Tegenstrijdige opdrachten. Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Tegenstrijdige opdrachten. Klager heeft een woning gekocht. Beklaagde trad daarbij op als makelaar voor verkoper B. Verkoper B weigerde

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e maal een advies inzake de bezwaarschriften van de heer B.J.H. Brugge, De Goedemeent 15 en de

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Robeco Direct N.V., gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Robeco Direct N.V., gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-183 d.d. 10 juni 2013 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. J.S.W. Holtrop, leden en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift.

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift. Uitspraak Commissie van Beroep 2012-17 d.d. 11 september 2012 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.H.J. Mijnssen en mr. J.B.M.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 251 d.d. 4 oktober 2011 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. J.W.M. Lenting en mr. J.Th. de Wit, leden, mr. E.P.A. Bogers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Algemene voorwaarden van Recherchebureau Causa Vestra

Algemene voorwaarden van Recherchebureau Causa Vestra Algemene voorwaarden van Recherchebureau Causa Vestra Artikel 1 Algemeen 1. Deze algemene voorwaarden gelden voor iedere opdracht (hierna daaronder begrepen vervolgopdrachten), aanbieding, offerte en overeenkomst

Nadere informatie

Opzegging duurovereenkomst. Mr. dr. H. Wammes

Opzegging duurovereenkomst. Mr. dr. H. Wammes Opzegging duurovereenkomst Mr. dr. H. Wammes * HR 1 juli 2014, NJ 2015,2 (noot T.T.T.) Eneco beëindigt sponsorovereenkomst met organisator en gaat de Benelux Tour zelf organiseren. * HR 10 oktober 2014,

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-187 d.d. 26 juni 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. R.A.F. Coenraad, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-187 d.d. 26 juni 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. R.A.F. Coenraad, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-187 d.d. 26 juni 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. R.A.F. Coenraad, secretaris) Samenvatting Beleggingsverzekering. Foutieve aankondiging

Nadere informatie

1. BCC Consult B.V.: een besloten vennootschap, vertegenwoordigd door dhr. Jarmohamed.

1. BCC Consult B.V.: een besloten vennootschap, vertegenwoordigd door dhr. Jarmohamed. 1 Algemene Leveringsvoorwaarden BCC Consult BV 23 juni 2015, Rotterdam Artikel 1. Toepasselijkheid van deze voorwaarden 1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere rechtsverhouding tussen BCC Consult

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. Artikel 1 Definities. in deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:

ALGEMENE VOORWAARDEN. Artikel 1 Definities. in deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder: ALGEMENE VOORWAARDEN Van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Linkedintoresults B.V., tevens handelend onder de namen Linkedintoresults en LI2R, gevestigd en kantoorhoudende te, aan

Nadere informatie

Praktische tips voor. 26 maart 2015. John van Schendel advocaat

Praktische tips voor. 26 maart 2015. John van Schendel advocaat Praktische tips voor handelscontracten 26 maart 2015 John van Schendel advocaat Even voorstellen: John van Schendel, advocaat handelsgeschillen, onderhandelingen, contracten en algemene voorwaarden, civiele

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 028.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Limburg. Datum: 16 oktober 2013. Rapportnummer: 2013/147

Rapport. Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Limburg. Datum: 16 oktober 2013. Rapportnummer: 2013/147 Rapport Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Limburg. Datum: 16 oktober 2013 Rapportnummer: 2013/147 2 Aanleiding Op 7 april 2013 om 16.52 uur komt er bij de regionale eenheid

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 12 d.d. 20 januari 2011 mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mevrouw mr. A.M. Wigger en de heer mr. J.Th de Wit Samenvatting Bij dalende

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 110 d.d. 27 april 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. M.M. Mendel en mr. B.F. Keulen, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N):

DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N): Pagina 1 van 5 DE ONDERGETEKENDE(N): DISCLAIMER verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp Naam rechtspersoon: Plaats statutaire zetel: Kantooradres: Nummer Kamer van Koophandel: e-mailadres:

Nadere informatie

SAMENVATTING U I T S P R A AK

SAMENVATTING U I T S P R A AK SAMENVATTING 104017 Geschil toekenning ouderschapsverlof Een docent vraagt voor zijn drie geadopteerde kinderen ouderschapsverlof aan. Over de aard - betaald of onbetaald - van het verlof voor twee kinderen

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden. Pagina1. Prodizo VOF KVK 59692073. W www.prodizo.nl E info@prodizo.nl. Bank NL98ABNA04371361 BTW 853606705B01

Algemene Voorwaarden. Pagina1. Prodizo VOF KVK 59692073. W www.prodizo.nl E info@prodizo.nl. Bank NL98ABNA04371361 BTW 853606705B01 Algemene Voorwaarden 1. Definities In de navolgende bepalingen wordt verstaan onder: Prodizo: de eigenaar en exploitant van de website Prodizo.nl, zijnde een bedrijfsonderdeel van VOF Prodizo. Opdrachtgever:

Nadere informatie

1. Alle door Steviger! in offertes, opdrachtbevestigingen of aan de andere kant genoemde bedragen zijn exclusief omzetbelasting.

1. Alle door Steviger! in offertes, opdrachtbevestigingen of aan de andere kant genoemde bedragen zijn exclusief omzetbelasting. gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Rijnland onder nummer 28097926. Art. 1: Algemeen 1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op alle, ook precontractuele en toekomstige, rechtsverhoudingen tussen Steviger!

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-67 d.d. 2 maart 2012 (prof.mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Gevolgen van schending mededelingsplicht bij verkoop aandelen

Gevolgen van schending mededelingsplicht bij verkoop aandelen Gevolgen van schending mededelingsplicht bij verkoop aandelen Inleiding In het traject dat uiteindelijk moet leiden tot de totstandkoming van een overeenkomst tot koop- en verkoop van aandelen hebben de

Nadere informatie

. hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door.., hierna te noemen: Licentienemer

. hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door.., hierna te noemen: Licentienemer LICENTIEOVEREENKOMST De ondergetekenden: Bureau De Mat Training & Opleiding BV, Siegersteeg 3, 3034 TJ Vilsteren hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door Milou Stockmann, hierna genoemd Licentiegever,

Nadere informatie

De onderstaande Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle door Fruit in Bedrijf afgesloten verkoop- en leverovereenkomsten.

De onderstaande Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle door Fruit in Bedrijf afgesloten verkoop- en leverovereenkomsten. ALGEMENE VOORWAARDEN De onderstaande Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle door Fruit in Bedrijf afgesloten verkoop- en leverovereenkomsten. De complete algemene voorwaarden: Artikel 1 - Algemeen

Nadere informatie