Inhoudsopgave. Hoofdstuk 1 Introductie Kenmerken Systeemdiagram... 6 Multi-Server... 6 Single-Server... 7

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inhoudsopgave. Hoofdstuk 1 Introductie... 5 1.1 Kenmerken... 5 1.2 Systeemdiagram... 6 Multi-Server... 6 Single-Server... 7"

Transcriptie

1

2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Introductie Kenmerken Systeemdiagram... 6 Multi-Server... 6 Single-Server... 7 Hoofdstuk 2 Installatie Productinformatie... 8 Verpakkingsinhoud... 8 Systeemeisen Installatie... 9 Server systeem... 9 Client systeem Automatische upgrade Update Service instellingen Update Service installatie Upgrade De-installeren Hoofdstuk 3 Aan de slag Services draaien Inloggen Services registreren Apparaten registreren Live video bewaking Opname Camera s en Opslag toewijzen Opnameschema instellen Opgenomen video afspelen Hoofdstuk 4 Systeemoverzicht Service Manager Menu Status Display Service Database Backup/herstellen Setup Service Device User Recording Schedule Event Management Client Menu Site lijst Paneel Menu Preferences Hoofdstuk 5 Live video bewaking Video bewaking Layout bewaking Layout sequence bewaking Camera sequence bewaking Map bewaking Camera s bedienen

3 PTZ bediening Zoom bediening Mappen bedienen Hoofdstuk 6 Opname Opnameopslag instellen Recording service registreren Opslag toewijzen Opnameschema instellen Time-Lapse opname instellen Event opname instellen Schema beheren Instant opname instellen Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren Opgenomen video afspelen Foto bij beweginggebeurtenis Object/Beweging zoekactie Zoom bediening Beeldeffect Opgenomen video exporteren Exporteren als een Self-Player bestand Exporteren als een AVI bestand Hoofdstuk 8 Gebeurtenisafhandeling Bewaking gebeurtenis afhandelen Video bekijken Video afspelen Opgenomen gebeurtenisvideo afhandelen Hoofdstuk 9 Systeem gezondheid & status bewaking Gezondheid bewaking Status bewaking Hoofdstuk 10 Log zoekactie Hoofdstuk 11 Streaming Hoofdstuk 12 Video Analytics Service registreren Video Analytics detectiegebeurtenissen configureren Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer Apparaten registreren Apparaten beheren Apparaat informatie wijzigen Apparaat instellingen op afstand wijzigen Apparaat software upgraden Apparaatstatus controleren Input/Output apparaat informatie wijzigen ONVIF TM Conformance Protocol apparaten op afstand instellen Hoofdstuk 14 Gebruikerbeheer Hoofdstuk 15 Opslagbeheer

4 Hoofdstuk 16 Gebeurtenisbeheer Gebeurtenis beheerschema instellen Schema beheren Gebeurtenissen beheren Live Popup Gebeurtenis bevestiging Hoofdstuk 17 Map Editor Map registreren Map instellen Bijlage Voorbeelden van schema instellingen bij Event opnamemodus OSD informatie Verbinding verbroken log Camera installatiegids voor Video Analytics detectie Problemen oplossen Index

5 Hoofdstuk 1 Introductie Dit hoofdstuk beschrijft de installatie en bediening van inex Standaard software, welke is ontworpen om te gebruiken met netwerk camera s, netwerk video transmitters en digitale video recorders (DVR s). 1.1 Kenmerken inex Standaard is een software voor de bewaking en opname van live video en het afspelen van opgenomen video. Bekijken van live beelden op afstand Bekijken van live beelden op afstand in meerdere Client systemen met een streaming service (het aantal kanalen dat gestreamd kan worden staat gelijk aan het aantal kanalen dat opgenomen kan worden, tenzij streaming WIBU-Key s toegevoegd zijn) Stabiele streaming door gebruik van de belasting verdeling functie in een installatie met meer dan één streaming server Video analytics van live beelden met behulp van een video analytics service Maximaal 64 gelijktijdige verbindingen met het inex systeem Op afstand software upgraden en systeem instellingen (alleen ondersteund voor apparaten die voorzien zijn van de functies) Weergeven van systeem log informatie (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken) Map bewaking van live beelden Gecentraliseerd systeem bediening en management en gebeurtenis afhandeling Decompressie algoritme voor H.264, MPEG-4 en M-JPEG Verbeterde beveiliging met de SSL functie Twee-weg audiocommunicatie Verbeterde beveiliging met de door verschillende beheerderrechten in te stellen voor elk gebruikersgroep Intuïtieve GUI (Graphical User Interface) Het volgende wordt alleen ondersteund voor netwerk camera s en netwerk video transmitters: Opname van video en afspelen van opgenomen video Meerdere recording servers voor geavanceerde opname functies Instant opname van bewaakte beelden Audio opname Stabiele opname met behulp van een merkgebonden video database bestandssysteem Het volgende wordt alleen ondersteund voor DVR s: Afspelen van opgenomen video in DVR s Paniekopname op afstand bedienen Het aantal services en apparaten dat geregistreerd kan worden en het aantal kanalen die beschikbaar zijn voor opnemen, streamen en video analytics: Service registratie: Één monitoring service, één tot vier streaming services, 32 video analytics services, 64 recording services, 64 backup services (het aantal streaming services dat geregistreerd kan worden is afhankelijk van het type en aantal van de aangeschafte WIBU-Key s. Backup services worden apart verkocht) Apparaten registratie: Maximaal 1024 apparaten inclusief apparaten die het inex protocol niet gebruiken (De apparaten die het inex protocol niet gebruiken, kunnen tot maximaal het aantal beschikbare opnamekanalen geregistreerd worden. Bijvoorbeeld, wanneer uw inex software 4-kanaals opname ondersteunt, dan kunnen maximaal vier apparaten die het inex protocol niet gebruiken geregistreerd worden.) Opname (niet ondersteund voor DVR s): Maximaal vier tot 256 kanalen, afhankelijk van het type en aantal WIBU-Key s (maximaal 256 kanalen per recording server met maximaal 64 recording servers) Streaming: Het aantal kanalen dat gestreamd kan worden staat gelijk aan het aantal kanalen dat opgenomen kan worden, tenzij streaming WIBU-Key s zijn toegevoegd 5

6 (maximaal 512 tot 2048 kanalen, afhankelijk van het type en aantal WIBU-Key s wanneer WIBU-Key s toegevoegd zijn). Video Analytics: Maximaal 8 kanalen per video analytics service zijn beschikbaar. OPMERKINGEN: Vraag uw dealer of distributeur hoeveel kanalen er opgenomen of gestreamd kunnen worden met uw inex software. Wanneer het apparaat een vier-kanaals netwerk video transmitter is dat het inex protocol gebruikt, dan worden alle vier camera s geteld ongeacht of er camera s uitgeschakeld zijn, en vier kanalen per netwerk video transmitter worden van de beschikbare kanalen voor opname, streaming en video analytics afgehaald. Er zijn verschillende types WIBU-Key s beschikbaar en ondersteunen verschillende aantallen van kanalen voor streaming, opname of backup. U kunt het aantal kanalen vergroten door een licentiebestand aan te schaffen dat het aantal ondersteunde kanalen door een WIBU-Key vergroot of door extra WIBU-Key s aan te schaffen. Zie Hoofdstuk 4 Systeemoverzicht, 4.1 Service Manager (p. 35) voor details over het licentiebestand. De inex Backup en inex Federation software worden ondersteund zodat u een beter bewakingssysteem kunt bouwen. Vraag uw dealer of distributeur over het aanschaffen van de software en details hierover. Dit product bevat software dat ontwikkeld is door de OpenSSL Project voor gebruik in de OpenSSL Toolkit (http://www.openssl.org/). De software in dit product bevat Open Sources. U kunt de complete corresponderende source code verkrijgen van ons. Zie de Open Source Guide op de software CD (OpenSourceGuide\ OpenSourceGuide.pdf) of als een geprint document samen met de gebruikershandleiding. 1.2 Systeemdiagram Multi-Server OPMERKINGEN: De administration service en monitoring service kunnen op aparte PC s draaien. De update service kan draaien op een client PC of een PC met andere geïnstalleerde inex service programma s. 6

7 Single-Server OPMERKINGEN: Wanneer 256 of meer apparaten zijn geregistreerd, dan kan het een aantal minuten of langer duren om de instellingen van het Setup programma te veranderen. Het wordt geadviseerd om de recording, streaming en video analytics services op aparte PC s te draaien. De update service kan draaien op een client PC of een PC met andere geïnstalleerde inex service programma s. 7

8 Hoofdstuk 2 Installatie 2.1 Productinformatie Verpakkingsinhoud Installatie CD Gebruikershandleiding WIBU-Key (USB Dongle) OPMERKINGEN: Maximaal vier WIBU-Key s kunnen herkend worden door één administration server. Wanneer een WIBU-Key s losgekoppeld is van een administration server, dan zal het inex programma niet naar behoren functioneren. Stop het draaien van alle services voor het verbinden of loskoppelen van een WIBU-Key. Systeemeisen Server Systeem Besturingssysteem: Microsoft Windows XP/Vista x86 (32 bit) (Home Standard, Business, Ultimate, Enterprise), Microsoft Windows 7 x86 (32 bit) (Home Premium, Professional, Ultimate), Microsoft Windows Server 2003/2008 CPU: Intel Core II Quad ,33 GHz/Intel Xeon 3,0 GHz of sneller RAM: 2 GB of meer VGA: ATI Radeon TM HD 2400 of NVIDIA GeForce FX5500 (ATI aanbevolen) (1024x768, 24bpp of hoger) Hard Disk Drive: 5 GB of meer vrije ruimte voor iedere service (bijvoorbeeld, 10 GB of meer vrije ruimte bij installeren van de administration en monitoring services) LAN: Gigabit Ethernet of sneller Client Systeem Aanbevolen systeemeisen Besturingssysteem: Microsoft Windows XP/Vista x86 (32 bit) (Home Basic, Business, Ultimate, Enterprise), Microsoft Windows 7 x86 (32 bit) (Home Premium, Professional, Ultimate) CPU: Intel Core II Quad ,33 GHz of sneller RAM: 2 GB of meer VGA: ATI Radeon TM HD 3650 of NVIDIA GeForce 8400GS (ATI aanbevolen) (1024x768, 24bpp of hoger) Hard Disk Drive: 350 MB of meer vrije ruimte LAN: Gigabit Ethernet of sneller Minimale systeemeisen Besturingssysteem: Microsoft Windows XP Home SP3 CPU: Intel Pentium IV 3,0 GHz of sneller RAM: 1,5 GB of meer VGA: ATI Radeon TM HD 2400 of NVIDIA GeForce FX5500 (ATI aanbevolen) (1024x768, 24bpp of hoger) Hard Disk Drive: 350 MB of meer vrije ruimte LAN: 10/100 Mbps Ethernet of sneller 8

9 OPMERKINGEN: In deze handleiding wordt met server of server systeem de PC bedoeld waarop een inex service draait. Het client systeem is een PC waarop het Client programma draait. Het is aanbevolen om een nieuwe ongeformatteerde harde schijf toe te voegen voor een stabiele opname. Wanneer u een harde schijf instelt welke data bevat, dan dient u de partitie(s) en het bestandssysteem te verwijderen en de schijf te formatteren. Zie de handleiding van de PC/server of vraag advies aan de fabrikant van de PC/server voor details over het formatteren of het verwijderen van de partitie(s) en bestandssysteem. 2.2 Installatie OPMERKINGEN: Het is aanbevolen om de recording, streaming en video analytics services te installeren op aparte PC s voor betere prestaties van video opname, bewaking en afspelen. Ga naar Configuratiescherm in het Windows Start menu. Dubbelklik op Energiebeheer om het Eigenschappen voor energiebeheer dialoogvenster te openen. In de Energiebeheerschema s tab, stel zowel Beeldscherm uitschakelen als Vaste schijven uitschakelen in op Nooit. LET OP: Wanneer een oudere versie van inex software is geïnstalleerd op uw computer, dan verschijnt er een scherm dat vraagt of u de software wilt upgraden. In dit geval dient u de software te upgraden volgens de instructies op het scherm. Server systeem Administration Server 1. Plaats de software CD in de administration server. 2. Start het Setup.exe bestand in de Setup map van de software CD. OPMERKING: Het Gebruikers account beheer scherm kan verschijnen bij gebruik van het Microsoft Windows Vista besturingssysteem of later. Klik op Toestaan en installeer de software volgens de instructies. 3. Wanneer het volgende scherm verschijnt, selecteer dan Install en klik op Next. 9

10 4. Selecteer Administration Service en Monitoring Service, en klik op Next. Wanneer de administration service en monitoring service geïnstalleerd zijn op aparte PC s, selecteer dan de service om te installeren en klik op Next. 5. Wijs de map aan om de services in te installeren. Door op de Disk Cost... knop te klikken, ziet u de beschikbare en vereiste schijfruimte voor elke harde schijf voor de installatie. Klik daarna op Next. 6. Wanneer u de update service gebruikt, dan is het vereist om het IP adres en poortnummer van de update server in te voeren bij het installeren van de administration service. U kunt de instellingen veranderen in het Service Manager programma na het voltooien van de installatie. Zie Hoofdstuk 2 InstallatieHoofdstuk 2 Installatie, 2.3 Automatische upgrade, Update Service instellingen (p. 17) voor details. 7. Wanneer de service is geïnstalleerd op aparte PC s, dan is het vereist om het IP adres en poortnummer van de administration server in te voeren bij het installeren van de monitoring service. U kunt de instellingen veranderen in het Service Manager programma na het voltooien van de installatie. Wanneer de installatie voltooid is, dan is de monitoring service verbonden met de administration service via het netwerk wanneer de services draaien. 10

11 8. Wanneer de volgende schermen verschijnen, klik dan op Next. OPMERKING: Het volgende scherm verschijnt bij gebruik van Microsoft Windows Vista of latere besturingssystemen. Het is aanbevolen dat u het Disable WS-Discovery Windows Service (fdphost, FDResPub) vakje aanvinkt. Wanneer u dit niet aanvinkt, dan kan het inex programma de apparaten niet autoscannen met behulp van het ONVIF TM Conformance protocol bij het scannen van apparaten voor apparaatregistratie. OPMERKING:.NET Framework en Visual C++ Runtime Libraries worden automatisch geïnstalleerd, en dit kan enige tijd duren. Deze installatie stap wordt overgeslagen wanneer de programma s al op uw computer geïnstalleerd staan. 9. Koppel de WIBU-Key los van de server wanneer een WIBU-Key verbonden is. Installeer vervolgens de WIBU-Key apparaatdriver volgens de instructies. 11

12 Wanneer het volgende scherm verschijnt, klik dan op de Close knop om de installatie te voltooien. OPMERKING: Na het succesvol installeren van de services, worden de services, het Service Manager programma (de icoon wordt getoond in het notificatie gebied van de taakbalk) en het Setup programma automatisch gestart. 11. Selecteer de taal waarin het programma gestart dient te worden en klik op OK. OPMERKINGEN: Om de geselecteerde taal goed weer te geven, dient het besturingssysteem ingesteld te staan om de geselecteerde taal te ondersteunen. Om de taal van het inex programma te veranderen nadat de software geïnstalleerd is, selecteert u Language Selector in de inex Utility map van het Start menu voordat het inex Setup programma gestart wordt. 12. Verbind WIBU-Key s met de administration server. Recording Server / Streaming Server / Video Analytics Server 1. Plaats de software CD in de server. 2. Start het Setup.exe bestand in de Setup map van de software CD. OPMERKING: Het Gebruikers account beheer scherm kan verschijnen bij gebruik van het Microsoft Windows Vista besturingssysteem of later. Klik op Toestaan en installeer de software volgens de instructies. 12

13 3. Wanneer het volgende scherm verschijnt, selecteer dan Install en klik op Next. 4. Selecteer een service om te installeren en klik op Next. 5. Wijs de map aan om de service in te installeren. Door op de Disk Cost... knop te klikken, ziet u de beschikbare en vereiste schijfruimte voor elke harde schijf voor de installatie. Klik daarna op Next. 6. Voer het IP adres en poortnummer van de administration server in en klik op Next. U kunt de instellingen veranderen in het Service Manager programma na het voltooien van de installatie. Wanneer de installatie voltooid is, dan is de geïnstalleerde service verbonden met de administration service via het netwerk wanneer de services draaien. 13

14 7. Wanneer de volgende schermen verschijnen, klik dan op Next. OPMERKING: Het volgende scherm verschijnt bij gebruik van Microsoft Windows Vista of latere besturingssystemen. Het is aanbevolen dat u het Disable WS-Discovery Windows Service (fdphost, FDResPub) vakje aanvinkt. Wanneer u dit niet aanvinkt, dan kan het inex programma de apparaten niet autoscannen met behulp van het ONVIF TM Conformance protocol bij het scannen van apparaten voor apparaatregistratie. OPMERKING:.NET Framework en Visual C++ Runtime Libraries worden automatisch geïnstalleerd, en dit kan enige tijd duren. Deze installatie stap wordt overgeslagen wanneer de programma s al op uw computer geïnstalleerd staan. 8. Wanneer het volgende scherm verschijnt, klik dan op de Close knop om de installatie te voltooien. OPMERKING: Na het succesvol installeren van de service, worden de service, het Service Manager programma (de icoon wordt getoond in het notificatie gebied van de taakbalk) en het Setup programma automatisch gestart. 9. Selecteer de taal waarin het programma gestart dient te worden en klik op OK. OPMERKINGEN: Om de geselecteerde taal goed weer te geven, dient het besturingssysteem ingesteld te staan om de geselecteerde taal te ondersteunen. Om de taal van het inex programma te veranderen nadat de software geïnstalleerd is, selecteert u Language Selector in de inex Utility map van het Start menu voordat het inex Setup programma gestart wordt. 10. Verbind WIBU-Key s met de administration server. 14

15 Client systeem 1. Plaats de software CD in de Client PC. 2. Start het Setup.exe bestand in de Setup map. OPMERKING: Het Gebruikers account beheer scherm kan verschijnen bij gebruik van het Microsoft Windows Vista besturingssysteem of later. Klik op Toestaan en installeer de software volgens de instructies. 3. Wanneer het volgende scherm verschijnt, selecteer dan Install en klik op Next. 4. Selecteer Client en klik op Next. 5. Wijs de map aan om het Client programma in te installeren. Door op de Disk Cost... knop te klikken, ziet u de beschikbare en vereiste schijfruimte voor elke harde schijf voor de installatie. Klik daarna op Next. 15

16 6. Wanneer de volgende schermen verschijnen, klik dan op Next. OPMERKING: Het volgende scherm verschijnt bij gebruik van Microsoft Windows Vista of latere besturingssystemen. Het is aanbevolen dat u het Disable WS-Discovery Windows Service (fdphost, FDResPub) vakje aanvinkt. Wanneer u dit niet aanvinkt, dan kan het inex programma de apparaten niet autoscannen met behulp van het ONVIF TM Conformance protocol bij het scannen van apparaten voor apparaatregistratie. OPMERKING:.NET Framework en Visual C++ Runtime Libraries worden automatisch geïnstalleerd, en dit kan enige tijd duren. Deze installatie stap wordt overgeslagen wanneer de programma s al op uw computer geïnstalleerd staan. 7. Wanneer het volgende scherm verschijnt, klik dan op de Close knop om de installatie te voltooien. 8. Selecteer de taal waarin het programma gestart dient te worden en klik op OK. OPMERKINGEN: Om de geselecteerde taal goed weer te geven, dient het besturingssysteem ingesteld te staan om de geselecteerde taal te ondersteunen. Om de taal van het inex programma te veranderen nadat de software geïnstalleerd is, selecteert u Language Selector in de inex Utility map van het Start menu voordat het inex Setup programma gestart wordt. 16

17 2.3 Automatische upgrade U kunt alle services automatisch upgraden door de update service te starten en het installatiebestand van de softwareversie om te upgraden toe te wijzen. Update Service instellingen 1. Start het Service Manager programma op de administration server. 2. Klik op het Option menu en selecteer Update Package en selecteer daarna de Update Service tab. Vink het Use vakje aan en voer het IP adres en poortnummer van de update server in. Update Service installatie 1. Plaats de software CD in de update server. 2. Start het Setup.exe bestand in de Update map van de software CD. OPMERKING: Het Gebruikers account beheer scherm kan verschijnen bij gebruik van het Microsoft Windows Vista besturingssysteem of later. Klik op Toestaan en installeer de software volgens de instructies. 3. Wanneer het volgende scherm verschijnt, selecteer dan Install en klik op Next. 17

18 4. Wijs de map aan om de service in te installeren. Door op de Disk Cost... knop te klikken, ziet u de beschikbare en vereiste schijfruimte voor elke harde schijf voor de installatie. Klik daarna op Next. 5. Wanneer de volgende schermen verschijnen, klik dan op Next. OPMERKING: Het volgende scherm verschijnt bij gebruik van Microsoft Windows Vista of latere besturingssystemen. Het is aanbevolen dat u het Disable WS-Discovery Windows Service (fdphost, FDResPub) vakje aanvinkt. Wanneer u dit niet aanvinkt, dan kan het inex programma de apparaten niet autoscannen met behulp van het ONVIF TM Conformance protocol bij het scannen van apparaten voor apparaatregistratie. OPMERKING:.NET Framework en Visual C++ Runtime Libraries worden automatisch geïnstalleerd, en dit kan enige tijd duren. Deze installatie stap wordt overgeslagen wanneer de programma s al op uw computer geïnstalleerd staan. 6. Wanneer het volgende scherm verschijnt, klik dan op de Close knop om de installatie te voltooien. 18

19 7. Selecteer de taal waarin het programma gestart dient te worden en klik op OK. OPMERKINGEN: Om de geselecteerde taal goed weer te geven, dient het besturingssysteem ingesteld te staan om de geselecteerde taal te ondersteunen. Om de taal van het inex programma te veranderen nadat de software geïnstalleerd is, selecteert u Language Selector in de inex Utility map van het Start menu voordat het inex Setup programma gestart wordt. Upgrade 1. Gaan naar het Start menu op de update server Klik op inex Start het inex Update Manager programma. Option: Wijst het upgrade bestand toe of stelt het poortnummer van de update server in. Update Package: Wijst de map aan met het upgrade installatiebestand. Port Setup: Stelt het poortnummer in van de update server. Log: Door Show Log te selecteren kunt u het systeemlog controleren en doorzoeken. Het instellen van het tijdsbereik van het log en het klikken op de Search knop laat de log informatie zien. Door First te selecteren worden de oudste log meldingen getoond ongeacht de datum. Door Last te selecteren worden de nieuwste log meldingen getoond ongeacht de datum. 19

20 2. Klik op het Option menu en selecteer Update Package. Klik op de knop en wijs de map aan van het upgrade installatiebestand. Klik op de OK knop. 3. Klik op de Update knop onderaan het inex Update Manager scherm. Bij een Client systeem waarop geen inex service programma is geïnstalleerd, wordt door het klikken op de Update knop het Client programma geüpgraded. Bij server systemen verbindt iedere service periodiek met de update service en wordt indien nodig automatisch de upgrade uitgevoerd. 2.4 De-installeren 1. Stop eerst alle services en het Client programma. OPMERKING: De inex software wordt mogelijk niet correct gede-installeerd wanneer het gedeinstalleerd wordt terwijl de services of het Client programma draaien. LET OP: De inex software dient gede-installeerd te worden volgens onderstaande procedures. Wanneer u de installatie map handmatig verwijdert, dan kan de inex software niet gede-installeerd of opnieuw geïnstalleerd worden. 2. Ga naar het Start menu, en klik op inex. Klik op Uninstall inex. OPMERKING: U kunt de software de-installeren met behulp van de software CD. Plaats de software CD in de server of Client PC en start het Setup.exe bestand. Selecteer Remove en klik op Next. 3. Klik op Yes wanneer het volgende scherm verschijnt. 20

21 4. Klik op de Remove All of Do not remove knop wanneer het volgende scherm verschijnt. Door op de Remove All knop te klikken wordt alle opgeslagen data verwijderd, inclusief opgenomen video en eerdere instellingen in het systeem. Door op de Do not remove knop te klikken wordt de software gedeinstalleerd zonder de opgeslagen data in het systeem te verwijderen en bewaard alle opgeslagen data in het systeem. OPMERKING: De verwijderde data kan niet hersteld worden zodra de data eenmaal verwijderd is. 5. Klik op de OK knop om het de-installatie proces te voltooien. 21

22 Hoofdstuk 3 Aan de slag De inex software bestaat uit Service Manager, Setup en Client programma s, en services moeten draaien op de inex servers om het inex programma te laten werken. Zie Hoofdstuk 4 Systeemoverzicht (p. 34) voor details over Service Manager, Setup en Client programma s. OPMERKING: In deze handleiding wordt met server of server systeem een PC bedoeld waarop een inex service draait, met client systeem wordt een PC bedoeld waarop het Client programma draait en met netwerk video apparaat wordt een netwerk video transmitter of netwerk camera bedoeld. 3.1 Services draaien OPMERKING: Een service in het inex programma is een proces dat op de achtergrond draait en een specifieke opdracht uitvoert. Wanneer de services geïnstalleerd zijn, dan draaien de services automatisch. U kunt de services ook handmatig starten of stoppen. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het Service Manager programma. Administration Server Recording / Streaming / Video Analytics Server Controleer de status van de services. Wanneer één van de services niet als Working geregistreerd staan onder Status, start dan de services handmatig. Zie Hoofdstuk 4 Systeemoverzicht, 4.1 Service Manager (p. 34) voor details over het Service Manager programma. 3.2 Inloggen U dient als volgt in te loggen op de administration service bij het starten van de Setup en Client programma s. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup of inex Client programma en voer de inlog informatie in. 22

23 Site Name: Selecteer de administration service om mee te verbinden in de lijst. Selecteer Local Host als de standaard instelling wanneer de administration service draait in hetzelfde systeem. U kunt andere administration services toevoegen aan de lijst of informatie over de administration service aanpassen in de lijst door op de knop te klikken aan de rechterkant. Site Name, Service Address, Service Port: Wijs de naam van de administration service toe en voer het IP adres en poortnummer van de administration server in (standaard: 11001). User ID, Password: Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord in. De standaard gebruikersnaam is admin en het standaard wachtwoord is U kunt de gebruikersnaam en wachtwoord veranderen in het User menu. Zie Hoofdstuk 14 Gebruikerbeheer (p. 121) voor details. Remember my ID on this computer: Vink het vakje aan wanneer u uw gebruikersnaam wilt opslaan voor het inloggen. Restore last Live sessions: Vink het vakje aan wanneer u de vorige live bewaking sessies in de huidige Live panelen van het Client programma wilt herstellen (alleen ondersteund voor het Client programma). 3.3 Services registreren U moet recording, monitoring, streaming en video analytics services registreren op de administration service om het inex programma te starten. Services die geïnstalleerd zijn op de administration server zijn automatisch op de administration service geregistreerd. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma en voer de inlog informatie in. Selecteer het Service menu en registreer dan de recording, monitoring, streaming en video analytics services volgens de onderstaande procedures. 23

24 1. Klik op de + knop onderaan. Het Service Registration scherm verschijnt en een lijst met beschikbare services wordt getoond met informatie over elke service. Name: Toont services die op het moment met de administration service verbonden zijn via het netwerk. Type: Toont het service type. Address: Toont het IP adres en poortnummer van elke server. OPMERKING: De vereiste administration server informatie bij het installeren van de services moet overeenkomen met de informatie van de huidig verbonden administration server. 2. Selecteer recording, monitoring, streaming en video analytics services om te registreren op het inex systeem, en de geselecteerde services worden getoond in de service lijst. 3.4 Apparaten registreren U moet apparaten registreren op de administration service en de apparaten toevoegen aan een apparaatgroep om een bewerking uit te kunnen voeren. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma en voer de inlog informatie in. 24

25 1. Selecteer het Device menu. 2. Klik op All Devices in het Site paneel en klik daarna op de + knop onderaan de Site lijst paneel. Het Device Scan scherm verschijnt. 25

26 Protocol: Selecteer het protocol of de fabrikant van het apparaat om te scannen. Gebeurtenis gerelateerde functies worden niet ondersteund voor apparaten die niet het inex protocol gebruiken, en sommige andere functies worden mogelijk niet ondersteund afhankelijk van de instellingen van het apparaat. Scan Mode: Selecteer de scan modus. Door op de Start Scan knop te klikken worden de resultaten in de lijst getoond. Wanneer het IP adres bereik van het apparaat anders is dan dat van de administration server, dan beschouwt het inex programma het IP adres als ongeldig. In dit geval moet u het IP adres van het apparaat veranderen om het apparaat te registreren. Auto Scan (LAN): Maakt een lijst van apparaten in een LAN omgeving (alleen ondersteund voor de netwerk video apparaten). Wanneer het apparaat het ONVIF TM Conformance protocol gebruikt, dan is deze functie alleen ondersteund als u het Disable WS-Discovery Windows Service (fdphost, FDResPub) vakje heeft aangevinkt tijdens de software installatie in Microsoft Windows Vista of latere besturingssystemen. IP Address: Hiermee kunt u het IP adres van een apparaat invoeren. U kunt meer dan één apparaat tegelijkertijd zoeken door een bereik van IP adressen in te voeren. DVRNS: Hiermee kunt u de apparaatnaam invoeren dat geregistreerd staat op een DVRNS server wanneer het apparaat de DVR Naam Service (DVRNS) functie gebruikt. Domain Name: Hiermee kunt u de domeinnaam van het apparaat invoeren dat geregistreerd staat op een DNS server wanneer het apparaat de Domein Naam Service gebruikt. : Selecteer de apparaten om te registreren door het vakje naast elke apparaatnaam in de lijst aan te vinken. Door het Select All vakje te selecteren worden alle apparaten in de lijst geselecteerd. OPMERKING: Afhankelijk van het model, wordt het apparaat mogelijk niet ondersteund ondanks dat het inex programma het protocol van het apparaat ondersteund. Vraag uw dealer of distributeur naar de ondersteunde modellen. OPMERKING: Wanneer het apparaat het ONVIF TM Conformance protocol gebruikt, dan kunt u of de fabrikant (of inex protocol) of het ONVIF TM Conformance protocol selecteren. Echter, het is mogelijk dat één of beide niet ondersteund zijn, afhankelijk van het model. Vraag uw dealer of distributeur naar details. Zie de gebruikershandleiding van het apparaat voor het inschakelen van het ONVIF TM Conformance protocol in het apparaat, want procedures kunnen verschillen voor elk model. 3. Klik op de Add Devices knop onderaan. Name, Address, Device Type: Toont de naam, IP adres (of mdns nummer) en type van het geselecteerde apparaat. De naam wordt automatisch geüpdatet, afhankelijk van de instellingen van het apparaat. 26

27 ID, Password: Voer de gebruikersnaam en wachtwoord in die u in het apparaat ingesteld heeft om op afstand verbinding te kunnen krijgen met dat apparaat. De verbinding met het apparaat is alleen toegestaan voor de gebruikers in de Administrator groep van het apparaat, en opname is alleen toegestaan voor de admin gebruiker in de Administrator groep van het apparaat. Recording Service: Selecteer een recording server in de lijst om video op te nemen van het geselecteerde apparaat (alleen ondersteund voor de netwerk video apparaten). Het apparaat is geregistreerd op de recording server en de recording server neemt op volgens een opnameschema. Het is aanbevolen om de recording server niet te veranderen zodra er opnames gemaakt zijn. Wanneer u de recording server verandert nadat er opnames zijn gemaakt, dan kunt u de video dat opgenomen is op de originele recording server niet doorzoeken of afspelen. Het nummer in de recording server lijst geeft het maximale aantal camera s dat geregistreerd kan worden aan, en de naam geeft de naam van een recording service aan dat ingesteld is tijdens de Service menu instellingen. Het maximale aantal camera s dat geregistreerd kan worden is afhankelijk van het type en aantal WIBU-Key s dat verbonden is met de administration server. Wanneer u de Do not record optie selecteert, dan behandeld het inex programma het apparaat tijdens de Schedule instellingen alsof het niet geregistreerd is en voert geen van de geplande activiteiten uit geassocieerd met het apparaat. U kunt de lijst met apparaten dat geregistreerd is op de recording server controleren op een Device Setup tab tijdens het instellen van de recording server in het Service menu. Zie Hoofdstuk 15 Opslagbeheer (p. 123) voor details. Streaming Service: Selecteer of de streaming service gebruikt moet worden voor het bekijken van video van het apparaat. Wanneer u de streaming service gebruikt, dan zendt het inex programma video van het apparaat naar het client systeem via de streaming server, en het staat meerdere gebruikers toe om video tegelijkertijd te bekijken. Het aantal kanalen dat gestreamd kan worden is gelijk aan het aantal kanalen dat opgenomen kan worden tenzij er streaming WIBU-Key s zijn toegevoegd. Wanneer u meer dan één streaming service registreert door extra WIBU-Key s aan te schaffen, dan kiest het inex programma één van de streaming services afhankelijk van de systeembelasting van de streaming server. Zie Hoofdstuk 11 Streaming (p. 99) voor details. Apply to All Devices: Selecteer dit om dezelfde gebruikersnaam en wachtwoord te gebruiken voor alle geselecteerde apparaten wanneer u meer dan één apparaat geselecteerd heeft en de geselecteerde apparaten dezelfde gebruikersnaam en wachtwoord hebben. OPMERKINGEN: Wanneer het apparaat een DVR is, dan is het misschien nodig om de poortnummers van de DVR in te voeren, afhankelijk van de specificaties en versie van de DVR. Bij registratie van een vier-kanaals netwerk video transmitter dat het inex protocol gebruikt, dan worden alle vier camera s automatisch geregistreerd ongeacht of dat er camera s uitgeschakeld staan. 4. Klik op Device Group in het Site paneel, en daarna op de + knop onderaan het Site paneel. Het Add Device Group scherm verschijnt. 27

28 Name: Voer de naam van de apparaatgroep in. Location: Selecteer een hoofdgroep waar de apparaatgroep bij hoort. Select Devices Below, Selected Device List: Vink het vakje naast camera s aan in het linker paneel, en de geselecteerde camera s worden toegevoegd aan het rechter paneel. Door op de OK knop te klikken, wordt de apparaatgroep registratie voltooid. 5. Controleer of het apparaat correct is toegevoegd aan de apparaatgroep. Klik op Device Group in het Site paneel en daarna op de pijl knop ( ) naast Device Group. Door op de geregistreerde groep te klikken wordt de lijst getoond met toegevoegde apparaten aan de apparaatgroep en de verbindingsstatus in het Site lijst paneel. Wanneer er geen correcte verbinding is gemaakt, dan wordt het verbinding verbroken log getoond. Zie Bijlage Verbinding verbroken log (p. 142) voor details over het verbinding verbroken log. Het selecteren van de geregistreerde apparaatgroep, en daarna de knop onderaan het Site lijst paneel, toont het Edit Device Group scherm en hiermee kunt u de geselecteerde apparaatgroep aanpassen. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. 28

29 3.5 Live video bewaking Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Client programma en voer de inlog informatie in. 1. Controleer dat de apparaten toegevoegd zijn aan een apparaatgroep in de Site lijst. 2. Klik op de Live tab op het tab paneel Selecteer een site om verbinding mee te maken in de Site lijst, en sleep het naar het Live scherm. Live video van de geselecteerde site wordt getoond op het scherm. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking (p. 53) voor details. 3.6 Opname U dient opslag toe te wijzen en een opnameschema in te stellen. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma en voer de inlog informatie in. Controleer dat de apparaten toegevoegd zijn aan een apparaatgroep in het Device menu. 29

30 Camera s en Opslag toewijzen Selecteer het Service menu. Selecteer daarna een recording server en wijs opslag toe aan harde schijven in de geselecteerde server volgens onderstaande procedures. Zie Hoofdstuk 6 Opname, 6.1 Opnameopslag instellen (p. 67) voor details. 1. Selecteer een recording service en klik op de knop onderaan. Het Setup Recording Service scherm verschijnt. Selecteer de Device Setup tab. De lijst van geregistreerde camera s op de huidige recording service wordt getoond. Door op de Add knop onderaan te klikken, kunt u extra camera s registreren op de huidige recording service. OPMERKINGEN: Het aantal apparaten dat opgenomen kan worden in een recording server verschilt, afhankelijk van het type en aantal WIBU-Key s dat verbonden is met de administration server. Wanneer u een apparaat verwijdert nadat er opnames zijn gemaakt voor het apparaat, dan kunt u de opgenomen video op de originele recording server niet doorzoeken of afspelen ook al heeft u het apparaat opnieuw geregistreerd. Recording wordt niet ondersteund voor DVR s. 30

31 2. Selecteer de Storage Setup tab en klik op de Add knop onderaan. 3. Selecteer een harde schijf in de lijst en klik op de Add knop onderaan. Wijs opslag toe wanneer het Add Storage scherm verschijnt. Opnameschema instellen Selecteer het Recording Schedule menu en stel het opnameschema in volgens onderstaande procedures. Zie Hoofdstuk 6 Opname, 6.2 Opnameschema instellen (p. 71) voor details. 31

32 1. Klik op de Schedule Setup knop onderaan. Het Schedule Setup scherm verschijnt, en schema schermen worden getoond met de huidige instellingen voor elke Preset. 2. Dubbelklik ergens in de lege ruimte van elk schema scherm, en het Preset instellingenscherm verschijnt. 3. Selecteer een gewenste Preset in de Preset lijst, of klik op de knop om een nieuwe Preset toe te voegen. Selecteer een Preset in de lijst en door op de of knop te klikken, verwijdert u de geselecteerde Preset of kunt u de geselecteerde Preset instellingen wijzigen. Door op de OK knop te klikken worden de instellingen toegepast. 3.7 Opgenomen video afspelen Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Client programma en voer de inlog informatie in. 1. Controleer dat de apparaten zijn toegevoegd aan een apparaatgroep in de Site lijst. 32

33 2. Klik op de Play of DVR Search tab op het tab paneel Selecteer een site om verbinding mee te maken in de Site lijst, en sleep het daarna naar het Play of DVR Search scherm. Opgenomen video van de geselecteerde site wordt getoond op het scherm. U kunt opgenomen video doorzoeken en afspelen met behulp van de paneel werkbalk en tijdtabel onderaan het Play of DVR Search paneel. Zie Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren (p. 81) voor details. 33

34 Hoofdstuk 4 Systeemoverzicht De inex software bestaat uit de volgende programma s: Service Manager: Beheert de werking van services of toont het systeem log. Zie 4.1 Service Manager (p. 34) voor details. Setup: Hiermee kunt u services, apparaten en gebruikers toevoegen of opnameschema s, gebeurtenis beheerschema s en opslag instellen. Zie 4.2 Setup (p. 38) voor details. Client: Hiermee kunt u video bekijken van de geregistreerde camera s, opgenomen video afspelen van de opslag, opgenomen video exporteren en het systeem log en de statussen van de apparaten controleren. Zie 4.3 Client (p. 43) voor details. OPMERKING: De volgende programma s worden apart geleverd naast het inex programma (Ga naar het Start menu Klik op inex en daarna Utility). ProblemReporter, SecretKey: Gebruik het volgens de instructies van uw dealer of distributeur indien uw dealer of distributeur hierom vraagt. Wibukey Tester: Gebruik het om informatie van de WIBU-Key s te controleren of om te zien of dat de WIBU-Key s problemen hebben. LanguageSelector: Gebruik het om de taal van het inex programma te veranderen. 4.1 Service Manager Er dienen services te draaien op het systeem om het inex programma te bedienen. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het Service Manager programma. Administration Server Recording / Streaming / Video Analytics Server 1 Menu: Hiermee kunt u de werking van de services bedienen of het systeem log weergeven. 2 Status Display: Toont de status van de services. Menu Operation: Start of stopt alle services. Wanneer de services gestopt zijn, dan kunt u de services en het Client programma niet draaien, en het systeem neemt niet op. Wanneer u een instelling veranderd heeft van het Service Manager programma, stop en herstart alle services om de veranderingen toe te passen. Option Server Option: Stelt de informatie in voor verbinding met de administration service van de huidige server. U kunt ook de watchdog instelling veranderen. 34

35 Network tab IP, Port: Stel het IP adres en poortnummer in van de administration server. LET OP: Wanneer het IP adres of poortnummer van de administration server verkeerd is, dan werkt het inex programma niet. Watchdog tab Timeout (Min.): Stel de wachttijd in om de services te herstarten wanneer de services niet werken. De service controleert de systeemstatus. Wanneer de services niet werken gedurende de aangewezen wachttijd, dan herstart het systeem de services automatisch. Reboot Condition: Stel de reboot conditie in voor wanneer de services niet werken. Door de Do Not Reboot Server optie aan te vinken, zal het systeem de services herstarten zonder te rebooten. OPMERKING: Watchdog in het inex programma is een functie dat periodiek de werking van de huidige server controleert en herstart services automatisch wanneer services niet werken gedurende de ingestelde tijd. Service Option: Door een service te selecteren in de service lijst en Service Option, kunt u de informatie voor verbinding met de geselecteerde service instellen. Administration Service Network tab Service Port: Stel het poortnummer in voor verbinding met de service. Update Service tab Use: Vink het vakje aan wanneer u de update service wilt gebruiken en voer het IP adres en poortnummer in van de update server. De administration service verbindt periodiek met de update service om te controleren of er een upgrade beschikbaar is en zal automatisch upgraden indien nodig. Recording Service / Streaming Service / Video Analytics Service Service Port: Stel het poortnummer in voor verbinding met de service. Incoming Port Range: Stel het poortbereik in wanneer een apparaat dat beelden zendt met behulp van het RTP protocol is geregistreerd. Poortbereik instellingen moeten veranderd worden wanneer de netwerk firewall of lokaal netwerk alleen specifieke UDP/RTP poortnummers toestaat. De poortnummers mogen niet in conflict komen met de RTP poortnummers van Client systemen of poortnummers van andere streaming programma s. Wanneer een RTP poortnummer in conflict is met andere, dan is de inex recording/streaming/video analytics functie mogelijk niet beschikbaar. 35

36 External IP Address: Stel het externe IP adres en poortnummer in voor verbinding met de service van een extern netwerk. Monitoring Service Service Port: Stel het poortnummer in voor verbinding met de service. Callback Port: Stel het poortnummer in om een callback bericht te ontvangen van het apparaat. Het poortnummer dat u invult moet overeenkomen met het ingestelde poortnummer op het apparaat voor callback. External IP Address: Stel het externe IP adres en poortnummer in voor verbinding met de geselecteerde service van een extern netwerk. Authentication: Door Authentication te selecteren kunt u het aantal beschikbare opname of streaming kanalen verhogen (alleen ondersteund voor een administration service). Selecteer de authenticatie methode. WIBUKeys: Selecteer om het aantal te verhogen door meer WIBU-Key s te verbinden met de administration server. Maximaal vier WIBU-Key s kunnen verbonden worden met één administration server. WIBUKeys: Toont de unieke code en het aantal kanalen van de WIBU-Key s die op het moment verbonden zijn met de administration server. WIBUKey and License: Selecteer om het aantal te verhogen door het licentiebestand in te voeren. In dit geval dient maar één WIBU-Key verbonden te zijn met de administration server. Vraag uw dealer of distributeur naar het aankopen van de licentie. inex Code: Toont de unieke code van de WIBU- Key die op het moment verbonden is met de administration server. License: Klik op de Insert License knop en stel de bestandspad in van het aangekochte licentiebestand. De software vergelijkt de inex code en het licentiebestand. Wanneer de inex code niet overeenkomt met het licentiebestand, dan mislukt de authenticatie en het inex programma zal niet correct werken. Log: Door Show Log te selecteren kunt u het systeem log controleren en doorzoeken. Door het tijdbereik van het log in te stellen en op de Search knop te klikken, wordt de log informatie getoond. Door First te selecteren worden de oudste log invoeren getoond, ongeacht de datum. Door Last te selecteren worden de nieuwste log invoeren getoond, ongeacht de datum. 36

37 Status Display Service: Toont de lijst met services die ondersteund worden door de huidige server. Administration Service: Beheert informatie van services, apparaten, gebruikers en schema s voor het bedienen van het inex programma. Wanneer de administration service niet werkt, dan werkt het inex programma niet. Recording Service: Neemt video op dat verzonden wordt door het netwerk video apparaat. Wanneer de recording service niet werkt, dan werkt het inex programma wel, maar het systeem zal niet opnemen. Monitoring Service: Bericht over live gebeurtenissen en callback gebeurtenissen die bij het apparaat dat geregistreerd staat in de administration service gedetecteerd worden naar het Client systeem. Streaming Service: Streamt beelden van apparaten naar meerdere client systemen tegelijkertijd. Video Analytics Service: Schakelt de video analytics functie in. Status: Toont de werkstatus van elke service. Working: Geeft aan dat de service correct werkt. U kunt de services en het Client programma bedienen en het systeem is aan het opnemen volgens het opnameschema. Stopped: Geeft aan dat de service gestopt is door een gebruiker. U kunt de services en het Client programma niet bedienen en het systeem is niet aan het opnemen. Failed: Geeft aan dat het mislukt is om de service te draaien door een onbekend probleem. Het systeem herstart de services of reboot het systeem gebaseerd op de Watchdog instellingen. Zie Menu (p. 34) voor details over Watchdog instellingen. CPU Usage: Toont het CPU gebruik van elke service. Memory Usage: Toont het geheugengebruik van elke service. Service Database Backup/herstellen Hiermee kunt u de instellingwaardes gerelateerd aan services opslaan als een.iexp bestandsformaat. Ook kunt u hiermee de opgeslagen instellingwaardes toepassen in het huidige inex systeem. OPMERKING: Deze functie wordt alleen ondersteund wanneer alle services die geregistreerd zijn op de administration service momenteel verbonden zijn met de administration service via netwerk verbindingen. Start het inex Setup programma. 37

38 Service Database Backup Klik op de (Service Database Backup) knop Voer de naam van het instellingenbestand in om de huidige instellingwaardes op te slaan Wanneer het opslaan voltooid is, dan wordt de lijst met services getoond. Service Database herstellen Klik op de (Service Database Restore) knop. Klik op de knop in de rechter bovenhoek en selecteer een instellingenbestand om toe te passen Services die verbonden zijn met de huidige administration service, worden getoond aan de linkerkant van de icoon. Services die opgeslagen zijn in het instellingenbestand worden getoond aan de rechterkant van de icoon. Selecteer een service om toe te passen in het uitvouwmenu aan de rechterkant van de icoon en klik op de Import knop onderaan Het inex Setup programma herstart nadat het toepassen voltooid is. OPMERKING: Dit wordt niet ondersteund in de volgende gevallen: Wanneer de softwareversie van de services aan de rechterkant van de icoon later zijn dan dat van de services aan de linkerkant van de icoon. Wanneer het type of aantal van de services aan de linker- en rechterkant van de icoon verschillend is. 4.2 Setup Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma en voer de inlog informatie in. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.2 Inloggen (p. 22) voor details over het inloggen. Service: Hiermee kunt u services en opslag registreren en beheren. Zie Service (p. 39) voor details. Device: Hiermee kunt u sites registreren en beheren. Zie Device (p. 39) voor details. User: Hiermee kunt u gebruikers of gebruikersgroepen registreren en beheren. Zie User (p. 41) voor details. Recording Schedule: Hiermee kunt u opnameschema s instellen. Zie Recording Schedule (p. 42) voor details. Event Management: Hiermee kunt u gebeurtenis beheerschema s instellen. Zie Event Management (p. 43) voor details. 38

39 Service Met het Service menu kun u services en opslag registreren en beheren. 1 (Service Database Backup), (Service Database Restore): Hiermee kunt u de instellingwaardes gerelateerd aan services opslaan als een.iexp bestandsformaat. Ook kunt u hiermee de opgeslagen instellingwaardes toepassen op het huidige inex systeem. Zie 4.1 Service Manager, Service Database Backup/herstellen (p. 37) voor details. 2 Service lijst: Toont de lijst met services die ondersteund worden in het inex programma. Door op de pijl knop ( ) te klikken naast elke service, toont de lijst en informatie over geregistreerde services in het inex programma. Address: Toont het IP adres en poortnummer. Status: Toont de verbindingstatus. 3 (Zoekbalk): Hiermee kunt u naar een service zoeken dat geregistreerd is in de administration service. Door tekst in te voeren waar u naar wilt zoeken zorgt voor het tonen van de zoekresultaten. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden. Door meer tekst in te voeren zullen de resultaten beperkt worden. 4 (Add), (Remove), (Edit): Hiermee kunt u een service en opslag toevoegen, verwijderen en wijzigen. Zie Hoofdstuk 15 Opslagbeheer (p. 123) voor details over het toevoegen van opslag voor opname. Device Met het Device menu kunt u sites registreren en beheren. 39

40 1 (Multiple Firmware Upgrade): Hiermee kunt u software voor verschillende apparaten tegelijkertijd upgraden. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer, 13.2 Apparaten beheren, Apparaat software upgraden (p. 114) voor details. 2 (Multiple Remote Setup): Hiermee kunt u tegelijkertijd instellingen veranderen voor verschillende apparaten met behulp van een instellingenbestand. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer, 13.2 Apparaten beheren, Apparaat instellingen op afstand wijzigen (p. 113) voor details. 3 Site paneel: Toont site groep lijsten ondersteund door het inex programma. 4 Site lijst paneel: Toont de lijst en informatie over geregistreerde sites in elke groep. Wanneer een verbinding niet goed werkt, dan wordt het verbinding verbroken log getoond. Zie Bijlage Verbinding verbroken log (p. 142) voor details over het verbinding verbroken log. Door op de pijl knop ( ) naast iedere apparaatnaam te klikken, toont de status van video in, alarm in/uit en audio in/uit dat het apparaat ondersteund (Record: Tijdens Time-Lapse opname of Event opname, Panic: Tijdens instant opname, Idle: Klaar om op te nemen). 5 (Zoekbalk): Hiermee kunt u naar een geregistreerd apparaat of site zoeken in elke groep. Door een groep te selecteren in het Site paneel en tekst in te voeren om naar te zoeken, zorgt ervoor dat de zoekresultaten worden getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden in de geselecteerde groep. Door meer tekst in te voeren zullen de resultaten beperkt worden. 6 (Add), (Remove), (Edit): Hiermee kunt u een apparaat of een site toevoegen, verwijderen en wijzigen. U kunt ook sites verwijderen uit de groep of registratie informatie wijzigen door het menu te gebruiken dat getoond wordt door een site te selecteren en op de rechter muisknop te klikken. Wanneer u een apparaat selecteert, dan kunt u daarmee verbinden en de instellingen veranderen of de software upgraden op afstand. Wanneer u een apparaat verwijdert uit All Devices, dan is de eerder opgenomen data niet beschikbaar om te doorzoeken en af te spelen, ook niet wanneer het apparaat opnieuw geregistreerd wordt (alleen netwerk video apparaten). Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details over het registreren van een apparaat of apparaatgroep, of Hoofdstuk 5 Live video bewaking (p. 53) voor details over het registreren van een layout of sequence. OPMERKING: In deze handleiding refereert site naar een apparaatgroep, layout of sequence dat geregistreerd is op de administration service. 40

41 User Met het User menu kunt u gebruikers of gebruikersgroepen registreren en beheren. 1 Group paneel: Toont een gebruikersgroep lijst. De Administrators groep heeft de autoriteit om alle functies uit te voeren en de beheerderrechten instellingen kunnen niet gewijzigd worden. 2 User lijst paneel: Toont de lijst en informatie over geregistreerde gebruikers in elke groep. 3 (Zoekbalk): Hiermee kunt u naar een geregistreerde gebruiker zoeken in elke groep. Door een groep te selecteren in het Group paneel en tekst in te voeren om naar te zoeken, zorgt ervoor dat de zoekresultaten worden getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden in de geselecteerde groep. Door meer tekst in te voeren zullen de resultaten beperkt worden. 4 (Add), (Remove), (Edit): Hiermee kunt u een gebruikersgroep of een gebruiker toevoegen, verwijderen en wijzigen. 41

42 Recording Schedule Met het Recording Schedule menu kunt u het opnameschema instellen. 1 Schedule paneel: Toont een lijst met geregistreerde schema s. Het inex programma neemt op volgens het schema. 2 Detailed Information paneel: Toont instellingwaardes van het geselecteerde opnameschema. 3 Schedule Setup: Hiermee kunt u opnameschema s registreren voor op Time-Lapse opname of Event opname, of opname instellingen instellen voor Instant opname. Zie Hoofdstuk 6 Opname, 6.2 Opnameschema instellen (p. 71) voor details. 4 Schema tabel: Toont het huidige opnameschema op dag of week. Door op de knop te klikken, wordt de opnametabel van vandaag getoond. Door op de knop te klikken, wordt een kalender getoond. 5 (Zoekbalk): Hiermee kunt u naar een geregistreerd schema zoeken. Door tekst in te voeren om naar te zoeken, zorgt ervoor dat de zoekresultaten worden getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden in het geregistreerde schema. Door meer tekst in te voeren zullen de resultaten beperkt worden. 42

43 Event Management Met het Event Management menu kunt u gebeurtenis beheerschema s instellen. 1 Schedule paneel: Toont een lijst met geregistreerde schema s. Het inex programma beheert gebeurtenissen volgens het schema. 2 Detailed Information paneel: Toont instellingwaardes van het geselecteerde gebeurtenis beheerschema. 3 Schedule Setup: Hiermee kunt u gebeurtenis beheerschema s registreren. Zie Hoofdstuk 16 Gebeurtenisbeheer, 16.1 Gebeurtenis beheerschema instellen (p. 127) voor details. 4 Schema tabel: Toont het huidige gebeurtenis beheerschema op dag of week. Door op de knop te klikken, wordt het gebeurtenis beheertabel van vandaag getoond. Door op de knop te klikken, wordt een kalender getoond. 5 (Zoekbalk): Hiermee kunt u naar een geregistreerd schema zoeken. Door tekst in te voeren om naar te zoeken, zorgt ervoor dat de zoekresultaten worden getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden in het geregistreerde schema. Door meer tekst in te voeren zullen de resultaten beperkt worden. 4.3 Client Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Client programma en voor de inlog informatie in. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.2 Inloggen (p. 22) voor details over het inloggen. 43

44 1 Menu: Hiermee kunt u het Client programma bedienen. Zie Menu (p. 44) voor details. 2 Site lijst: Hiermee kunt u verbinding maken met de geregistreerde site door met de muis te slepen. Zie Site lijst (p. 46) voor details. 3 Event lijst: Toont live en callback gebeurtenissen van geregistreerde apparaten (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Zie Hoofdstuk 8 Gebeurtenisafhandeling (p. 91) voor details. Door op de knop te klikken, verschijnt het Event Manager paneel. Zie Hoofdstuk 16 Gebeurtenisbeheer, 16.1 Gebeurtenis beheerschema instellen (p. 127) voor details. 4 Live Popup lijst: Toont de lijst met live popup schermen die momenteel op de monitor worden weergegeven. Zie Hoofdstuk 16 Gebeurtenisbeheer, 16.2 Gebeurtenissen beheren (p. 133) voor details over het live popup scherm. 5 Paneel Werkbalk/Tijdtabel: Toont de werkbalk of tijdtabel, afhankelijk van het paneel. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking (p. 53) of Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren (p. 81) voor details. 6 Paneel: Hiermee kunt u het paneel selecteren om te gebruiken. Zie Paneel (p. 46) voor details. Menu System New Tab: Voegt panelen toe. Maximaal 12 panelen zijn ondersteund voor Live, Play, Backup Search, DVR Search en Map panelen samen (niet meer dan 2 Map panelen en niet meer dan 4 van elk ander paneel). Eén van elk wordt ondersteund voor de Event, Event History, Report, Health en Status panelen. Remove: Verwijdert geselecteerde apparaten of camera s of alle camera s van Live of Play scherm. 44

45 Export, Print: Exporteert of print plaatjes of lijsten die weergegeven worden op het paneel in de geselecteerde tab (niet ondersteund voor alle panelen). Preferences: Toont het Preference scherm waarmee u de basisinstellingen van het Client programma kunt veranderen. Zie Menu Preferences (p. 47) voor details. inex Setup: Start het Setup programma. Login, Logout, Exit: Logt in, logt uit of sluit het Client programma af. View Save to User Layout: Slaat het huidige schermformaat op. Full Screen: Toont het geselecteerde Live of Play paneel in volledig scherm formaat. Full Screen+Toolbar: Toont het geselecteerde Live of Play paneel in volledig scherm formaat met een paneel werkbalk. Screen Format: Hiermee kunt u het schermformaat wijzigen. Show Previous Cameras, Show Next Cameras: Gaat naar de vorige of volgende cameragroep. Set Hotspot: Stelt een geselecteerd camerascherm in als een hotspot scherm. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Hotspot instellen (p. 54) voor details. Set Event Spot: Stelt een geselecteerd camerascherm in als een event spot scherm. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Event Spot instellen (p. 54) voor details. Set Map Event Spot: Stelt een geselecteerd camerascherm in als een map event spot scherm. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Map Event Spot instellen (p. 55) voor details. Layout Sequence: Start of stopt de layout sequence. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Layout sequence bewaking (p. 56) voor details. Event Manager Panel: Toont een event manager paneel. Zie Hoofdstuk 16 Gebeurtenisbeheer (p. 127) voor details. Playback Play/Pause: Afspelen of pauzeren van opgenomen video. Go To: Selecteert een specifiek punt van video om af te spelen. Zie Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren, 7.1 Opgenomen video afspelen, Paneel werkbalk (p. 82) voor details. Step Playback: Verplaatst de video vooruit of achteruit in de frame of tijdunit. Export Video File: Exporteert opgenomen video als een self-player bestand (.exe) of een AVI bestand (.avi). Snapshot on Motion: Toont foto s van plaatjes die opgenomen zijn tijdens de Event opname (event en pre-event) in het Play paneel. Zie Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren, 7.1 Opgenomen video afspelen, Foto bij beweginggebeurtenis (p. 85) voor details. About Check for Updates: Toont beschikbare software upgrades. About: Toont de softwareversie en copyright informatie. 45

46 Site lijst Toont de lijst met geregistreerde sites. (Zoekbalk): Hiermee kunt u naar een geregistreerd apparaat of site zoeken. Door tekst in te voeren om naar te zoeken, zorgt ervoor dat de zoekresultaten worden getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden. Door meer tekst in te voeren zullen de resultaten beperkt worden. All Devices: Toont de lijst met geregistreerde apparaten op de administration service. Door een apparaat in de lijst aan te klikken en te slepen naar de gewenste locatie op het scherm, kunt u video bekijken van de camera s verbonden met het apparaat of opgenomen video van de camera s afspelen. Dit is alleen ondersteund voor gebruikers in de Administrator groep. Device Group: Toont de lijst met geregistreerde apparaatgroepen. Door een apparaat in de lijst aan te klikken en te slepen naar de gewenste locatie op het scherm, kunt u video bekijken van de camera s verbonden met het apparaat of opgenomen video van de camera s afspelen. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking (p. 53) of Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren, 7.1 Opgenomen video afspelen (p. 81) voor details. Layout: Toont de lijst met geregistreerde layouts. Door een layout in de lijst aan te klikken en te slepen naar het scherm, start layout bewaking of afspelen. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking (p. 53) of Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren, 7.1 Opgenomen video afspelen (p. 81) voor details. Layout Sequence: Toont de lijst met geregistreerde layout sequences. Door een layout sequence in de lijst aan te klikken en te slepen naar het scherm, start layout sequence bewaking. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Layout sequence bewaking (p. 56) voor details. Camera Sequence: Toont de lijst met geregistreerde camera sequences. Door een camera sequence in de lijst aan te klikken en te slepen naar de gewenste locatie op het scherm, start camera sequence bewaking. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Camera sequence bewaking (p. 59) voor details. Map: Toont de lijst met geregistreerde mappen. Door een map in de lijst aan te klikken en te slepen naar de gewenste locatie op het scherm, start map bewaking. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.2 Map bewaking (p. 60) voor details. Paneel Live: Toont live beelden. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking (p. 53) voor details. Play: Hiermee kunt u video afspelen dat opgenomen is op een recording server (alleen ondersteund voor netwerk video apparaten). Zie Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren (p. 81) voor details. Backup Search: Hiermee kunt u backup video afspelen van een backup server. Zie de inex backup gebruikershandleiding voor details. Dit is alleen ondersteund wanneer backup services zijn geregistreerd in het inex programma. Informeer bij uw dealer of distributeur over het aanschaffen van de inex backup software. DVR Search: Hiermee kunt u de opgenomen video in DVR s of SD (SDHC) geheugenkaarten in netwerk camera s afspelen met behulp van het inex protocol. Zie Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren (p. 81) voor details. Map: Toont mappen. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.2 Map bewaking (p. 60) voor details. 46

47 Event: Toont de lijst met gebeurtenissen die opgenomen zijn tijdens Event opname. Door te dubbelklikken op een gebeurtenis in de event lijst, of een gebeurtenis te selecteren in de event lijst en daarna te klikken op de rechter muisknop, kunt u opgenomen gebeurtenisvideo en gebeurtenis geassocieerde video afspelen in het afspeelscherm. Zie Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren (p. 81) voor details. Event History: Toont log invoeren van gebeurtenissen getoond op het Event Manager paneel. Zie Hoofdstuk 16 Gebeurtenisbeheer (p. 127) voor details. Report: Toont log invoeren van het inex programma. Zie Hoofdstuk 10 Log zoekactie (p. 97) voor details. Health: Toont de resultaten van de zelfdiagnose voor de apparaten in een apparaatgroep (alleen ondersteund voor netwerk video apparaten). Zie Hoofdstuk 9 Systeem gezondheid & status bewaking (p. 95) voor details. Status: Toont de status van een gewenst apparaat in real-time (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Zie Hoofdstuk 9 Systeem gezondheid & status bewaking (p. 95) voor details. OPMERKING: U kunt de naam van het paneel veranderen door op de rechter muisknop te klikken op elk paneel tab. Paneel toevoegen/verwijderen Ga naar het System menu Klik op New Tab Selecteer een paneel om toe te voegen. Door op de verwijderd. knop te klikken naast elk tab, wordt het paneel Paneel verplaatsen Door op een paneel tab te klikken en te slepen gaat het paneel zweven op het scherm. Door op de tab van een zwevend paneel te klikken en het te slepen en neer te zetten op de originele positie, stalt het paneel. U kunt de volgorde van paneel tabs veranderen door deze te slepen met de muis. Menu Preferences U kunt de basisinstellingen van het Client programma instellen volgens uw voorkeuren. Ga naar het System menu Klik op Preferences en het Preference scherm verschijnt. 47

48 Date/Time Date/Time: Toont de huidige datum en tijd. Date Format, Time Format: Stel het datum/tijd formaat in van het systeem. Start Week On: Stel de dag van de week in om mee te beginnen. Screen Format Side Pane Position: Stel de positie in van de zijpanelen. Live Default, Playback Default, Map Default: De standaard schermformaten voor de Live, Play en Map schermen worden getoond. Door op de Format Setup knop te klikken kunt u het standaard schermformaat wijzigen. Change the screen format based on the selected camera: Toont video van een camera geselecteerd in het huidige schermformaat in het eerste camerascherm van het nieuwe schermformaat wanneer u de schermformaten veranderd. Screen Display Display OSD: Stelt de OSD weergave instelling en informatie in om weer te geven op een camerascherm. Met de Opacity schuifbalk kunt u de doorzichtigheid van de OSD (On Screen Display) aanpassen. OSD Magnification verandert de OSD grootte afhankelijk van de schermgrootte. Zie hieronder voor OSD informatie. Camera Title: Toont de cameranaam die ingesteld is in het inex programma. Title Bar: Onderscheidt het titel weergave gedeelte van het beeld weergave gedeelte aan de bovenkant. Status Icon: Toont status OSD. ( (Rood): tijdens Time-Lapse of Event opname, (Oranje): tijdens Instant opname, : in de PTZ modus, : in de camera sequence modus, : in de zoom modus, : in de twee-weg audio communicatie modus) PTZ: Toont richting bedieningsknoppen die weergegeven worden op het camerascherm bij het bedienen van een PTZ camera. Date, Time: Toont de datum en tijd van de administration server. Event Alert: Licht de camera titelbalk op in het rood wanneer er een gebeurtenis plaatsvindt in het apparaat. De waarschuwing gaat uit na de Event Alert Dwell Time (sec.) vanaf de tijd dat een gebeurtenis is gedetecteerd of wanneer u het camerascherm selecteert als u de Event Alert Dwell Time instelling op Manual Off ingesteld heeft. Motion Block: Toont het gebied waar beweging is gedetecteerd met rode blokken wanneer een bewegingsdetectie gebeurtenis plaatsvindt in het apparaat (alleen ondersteund voor netwerk video transmitters die het inex protocol gebruiken). Text-In: Toont de tekst-in informatie op het scherm wanneer een tekst-in gebeurtenis plaatsvindt in het apparaat (alleen enkel scherm formaat). Deze functie is alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken. 48

49 Control Toolbar: Past de doorzichtigheid aan van de bediening werkbalk op het camerascherm. Camera Title, Event Alert Motion Block Bediening werkbalk Status Icon, Date/Time Video Enhancement Aspect Ratio: Selecteer de juiste beeld hoogtebreedteverhouding. Original Ratio: Beelden aanpassen binnen de schermgrootte met behoud van de originele beeldverhouding. Fit to Screen: Beelden aanpassen aan de schermgrootte, ongeacht de beeldverhouding. Fit to Screen (Aspect Ratio): Beelden aanpassen aan de schermgrootte met behoud van de originele beeldverhouding. Hierdoor kunnen de boven- en onderkant of linker- en rechterkant van de beelden worden afgesneden, afhankelijk van de schermgrootte. Deze beeldverhouding wordt niet ondersteund en Original Ratio wordt toegepast voor cameraschermen waarbij de volgende functies geactiveerd zijn: Image Zoom, Hotspot, Event Spot, Draw Motion Block, Draw Video Analytics. Actual Size (x1): Toont beelden in de originele grootte. Color Space: Selecteer de kleurruimte standaard om video weer te geven op het scherm. De kleurkwaliteit of weergaveprestaties van video kunnen beïnvloed worden, afhankelijk van de geselecteerde kleurruimte standaard. Deinterlacing: Verbetert de beeldweergave kwaliteit van geïnterlinieerde video op het scherm door horizontale scan lijnen of ruis in gebieden met beweging te verwijderen. Selecteer de gewenste de-interliniëring filter. Anti-Aliasing: Verbetert de beeldweergave kwaliteit van video op het scherm door trapvorming effecten in het vergrootte beeld te verwijderen. Trim The Black (noise) Edges: Trimt de zwarte lijn (ruis) weergegeven aan de rand van het beeld. Improve Tearing Artifacts: Verbetert tearing artifact dat veroorzaakt wordt wanneer de scan lijn retracing snelheid van de monitor laag is (alleen 1x1 schermformaat). Dit kan mogelijk de CPU belasting verhogen. Disable Transparent Window: Schakelt het gebruik van de transparant scherm stijl uit en maakt schermen doorzichtig, inclusief de bediening werkbalk om het probleem te corrigeren van transparante gedeeltes van scherm flikkering. De verandering wordt de volgende keer dat het programma wordt opgestart toegepast. Dynamic Multistream Control: Hiermee kunt u een andere stream gebruiken, afhankelijk van het schermformaat (alleen ondersteund voor apparaten waarin meer dan 1 stream gebruikt wordt). Door Auto te selecteren kan het inex programma automatisch de juiste stream kiezen gebaseerd op het schermformaat. Interactive Bandwidth Control: Beheert de netwerk bandbreedte door automatisch de resolutie en frame rate aan te passen van het apparaat, afhankelijk van een schermformaat (1x1 schermformaat: de maximale resolutie en frame rate ondersteunt door het apparaat, Multi-scherm formaat: de resolutie en frame rate wordt verkleind naar een geschikt niveau voor elk 49

50 schermformaat). Met deze functie wordt de efficiëntie van de netwerk bandbreedte verbeterd en vermindert een verlaging van de prestaties van het Client systeem, die mogelijk veroorzaakt worden door netwerk verstopping. Om deze functie te laten werken, moet het apparaat ook ingesteld zijn om de functie te gebruiken. Deze functie werkt alleen voor video bewaking. Log List Instant Event Stel het aantal log invoeren in om tegelijkertijd weer te geven (in het geval van Device Log, maximaal 100 logs tegelijkertijd, ongeacht de instelling). Time Range: Stel de tijdsduur in voor het weergeven van een gebeurtenis notificatie in de Instant Event lijst na notificatie van de gebeurtenis detectie (Wanneer de event lijst 100 of minder items bevat, dan blijft de event lijst op de Instant Event lijst ook al is de tijd voorbij). Column: Selecteer de informatie om weer te geven in de Instant Event lijst. Callback Port: Stel het poortnummer in om een callback melding te ontvangen van het apparaat. Deze instelling wordt alleen gebruikt wanneer de monitoring service niet draait. Het inex systeem gebruikt de callback poort van de monitoring service, die ingesteld is in het Service Manager programma wanneer de monitoring service draait. Het poortnummer dat u invoert moet overeenkomen met het poortnummer dat ingesteld staat op het apparaat voor remote callback. Event Sound: Instellen om geluid te geven door het afspelen van een audiobestand wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Selecteer een gewenste gebeurtenis en stel een audiobestand (.wav) in door op de knop te klikken. Door op de knop te klikken, kunt u het geluid testen door het geselecteerde audiobestand af te spelen. Event Spot: Stel de tijdsduur in voor het weergeven van beelden op een event spot scherm wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Wanneer een andere gebeurtenis is gedetecteerd terwijl de huidige gebeurtenis getoond wordt op het event spot scherm, dan wordt de huidige gebeurtenis getoond gedurende de Minimum monitoring dwell tijd en daarna wordt de volgende gebeurtenis getoond. 50

51 Network Use buffering for live Mega-pixel images: Toont beelden op het scherm vloeiender door te bufferen tijdens bewaking van mega-pixel videobeelden (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Buffering kan vertraagd zijn of real-time bewaking kan verminderen, afhankelijk van de netwerk omgeving. Deze functie is alleen ondersteund in een dual-core CPU of hogere systemen, voor maximaal vier camera s in elk Live paneel. RTP Incoming Port Range: Stel het poortbereik in wanneer een apparaat dat beelden verstuurt met het RTP protocol is geregistreerd. Poortbereik instellingen moeten veranderd worden wanneer de netwerk firewall of lokaal netwerk alleen specifieke UDP/RTP poortnummers toestaat. De poortnummers moeten niet conflicteren met de RTP poortnummers van recording servers of poortnummers van andere streaming programma s. Wanneer een RTP poortnummer conflicteert met anderen, dan is monitoring mogelijk niet beschikbaar. Don t display broken frames: Het is mogelijk dat frames gebroken worden of verloren raken bij gebruik van het RTP protocol, afhankelijk van de netwerk omgeving. Selecteer of de gebroken frames weergegeven moeten worden in de Live of Play panelen. Buffering Frame Count: Stel het aantal te gebruiken bufferframes in voor het RTP protocol. Hoe hoger het aantal, des te minder videogestotter. Hoe lager, des te hoger de real-time bewaking. Map Activate Auto Focusing: Vergroot het gebied waarin het gebeurtenisgedetecteerde apparaat is geplaatst wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Focusing Event: Selecteer een gewenste gebeurtenis voor auto focusing. Focusing Duration: Stel de tijdsduur in voor auto focusing. Focusing Minimum Dwell: Stel de tijdsduur in voor auto focus voor de eerst gedetecteerde gebeurtenis wanneer gebeurtenissen gedetecteerd zijn in meer dan één apparaat achtereenvolgens. Auto focusing gaat naar de later gedetecteerde gebeurtenis nadat de ingestelde tijd voorbij is. Zoom Finder: Toont of verbergt het PIP scherm. De rechthoek in het PIP scherm geeft het vergrootte gebied weer. Wanneer deze ingesteld staat op Auto, dan wordt het PIP scherm alleen getoond wanneer een beeld is vergroot. Map Event Spot: Video van de gebeurtenisgedetecteerde camera wordt getoond op het map event spot scherm wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Event monitoring dwell: Stel de tijdsduur in voor video om weer te geven op het map event spot scherm. Minimum monitoring dwell: Stel de gebeurtenis bewaking verwerktijd in voor de huidige gebeurtenis, wanneer andere gebeurtenissen gedetecteerd zijn terwijl gebeurtenisgedetecteerde video wordt getoond. Video van andere gebeurtenissen wordt getoond nadat de ingestelde tijd voorbij is. 51

52 Instant Viewer: Stel de tijdsduur in voor het weergeven van de instant weergave. Instant Viewer wordt getoond bij het klikken op een camera op een map. User Auto run inex Client at Windows startup: Het Client programma start automatisch op bij het inloggen op Windows. Auto login at startup: Het Client programma logt automatisch in met de inlog informatie van de vorige verbinding bij het opstarten. Het aanvinken van de Restore last Live sessions at auto login vakje, herstelt de vorige live bewaking sessies in de huidige Live panelen. Auto Logout: Het Client programma logt automatisch uit wanneer er geen muisklikken of toetsenbord invoeren zijn geweest voor langer dan de ingestelde tijd. 52

53 Hoofdstuk 5 Live video bewaking U kunt live video van elke groep bekijken. Het Client systeem toont video van apparaten gebaseerd op de instellingen in het apparaat op het Live scherm. Wanneer de streaming service draait, dan toont het Client systeem video dat verzonden wordt via de streaming server en hierdoor kunnen meerdere gebruikers tegelijkertijd de video bekijken. Controleer eerst het volgende en start het Client programma. Services moeten draaien in het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten moeten toegevoegd worden aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. 5.1 Video bewaking Live video bewaking wordt ondersteund in het Live paneel (maximaal 4). Wanneer de Live tab niet in het tab paneel staat, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en daarna Live. Klik op de Live tab op het tab paneel Selecteer een camera, apparaat of apparaatgroep in de Site lijst, en sleep het naar het Live scherm. Live video van elke camera wordt getoond op het scherm. U kunt een camerascherm verplaatsen naar de gewenste locatie op het Live scherm zonder de huidige verbinding te verbreken tijdens het bekijken van video. Selecteer een camerascherm en sleep het naar de gewenste locatie. OPMERKING: De prestaties van het Client systeem kunnen serieus achteruit gaan wanneer er gelijktijdig video wordt bekeken of afgespeeld met 1280x720 of hogere resolutie op meer dan één camerascherm. Paneel werkbalk Met de paneel werkbalk onderaan kunt u het Live paneel bedienen. (Save to User Layout): Slaat het huidige schermformaat op. (Screen Format): Verandert het schermformaat. Door op de knop te klikken worden meer beschikbare schermformaten getoond. Door op de of knop te klikken, gaat u naar de vorige of volgende camera groep. (Layout Sequence): Start of stopt de layout sequence. Zie 5.1 Video bewaking, Layout sequence bewaking (p. 56) voor details. (Hotspot): Stelt een geselecteerd camerascherm in als een hotspot scherm. Zie Hotspot instellen (p. 54) voor details. 53

54 (Event Spot): Stelt een geselecteerd camerascherm in als een event spot scherm. Zie Event Spot instellen (p. 54) voor details. (Map Event Spot): Stelt een geselecteerd camerascherm in als een map event spot scherm. Zie Map Event Spot instellen (p. 55) voor details. (Export/Print Image): Hiermee kunt u de plaatjes die op het moment getoond worden op het scherm exporteren of printen. (Audio Broadcast): Activeert of deactiveert het versturen van audio naar alle apparaten in het huidige Live tab. Hotspot instellen OPMERKING: De hotspot in het inex programma is een ingesteld camerascherm waarin video van elke camera dat op het moment getoond wordt, met nadruk bekeken kan worden. Het hotspot scherm is met rood omlijnd. 1. Selecteer een camerascherm om in te stellen als een hotspot scherm op het huidige bewaking scherm. 2. Klik op de (Hotspot) knop op de werkbalk onderaan het Live paneel, en de huidige verbinding in het geselecteerde camerascherm wordt verbroken. Het hotspot scherm is met rood omlijnd. 3. Selecteer een camera op het scherm. Video van de geselecteerde camera wordt getoond op het hotspot scherm en u kunt de camera bedienen. Event Spot instellen OPMERKING: De event spot in het inex programma is een ingesteld camerascherm waarin video van een camera dat op het moment getoond wordt waarbij een gebeurtenis is gedetecteerd, met nadruk bekeken kan worden. Het event spot scherm is met blauw omlijnd. 1. Selecteer een camerascherm om in te stellen als een event spot scherm op het huidige bewaking scherm. 2. Klik op de (Event Spot) knop op de werkbalk onderaan het Live paneel, en de huidige verbinding in het geselecteerde camerascherm wordt verbroken. Het event spot scherm is met blauw omlijnd. 3. Wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd, dan wordt de video van de gedetecteerde gebeurtenis getoond op de event spot scherm. CAM3: Een gebeurtenis is gedetecteerd. 54

55 Map Event Spot instellen OPMERKING: De map event spot in het inex programma is een ingesteld camerascherm waarin video van een camera dat op een map bekeken kan worden waarbij een gebeurtenis is gedetecteerd, met nadruk bekeken kan worden. Het map event spot scherm is met grijs omlijnd. 1. Selecteer een camerascherm om in te stellen als een map event spot scherm op het huidige bewaking scherm. 2. Klik op de (Map Event Spot) knop op de werkbalk onderaan het Live paneel, en de huidige verbinding in het geselecteerde camerascherm wordt verbroken. Het map event spot scherm is met grijs omlijnd. 3. Wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd, dan wordt de video van de gedetecteerde gebeurtenis getoond op het map event spot scherm. [Map] CAM3: Een gebeurtenis is gedetecteerd. Layout bewaking U kunt video bekijken van meerdere camera s in een vooraf ingestelde layout. Een layout moet geregistreerd worden op de administration service voor layout bewaking. Zie de volgende uitleg voor details over layout registratie. OPMERKING: Een layout in deze handleiding refereert naar een schermorganisatie dat gemaakt is door specifieke camera s in een specifiek schermformaat te plaatsen. Selecteer een gewenste layout in de Layout lijst en sleep het naar het Live scherm. Video van de camera s die aan de Layout toegevoegd zijn, worden getoond in het vooraf ingestelde schermformaat op het scherm. Layout s registreren 1. Ga naar het System menu, en klik op inex Setup, en selecteer het Device menu. 2. Klik op Layout in het Site paneel, en daarna op de knop onderaan de Site lijst paneel aan de rechterkant. Het Add Layout scherm verschijnt. 55

56 Name: Voer de layout naam in. Site: Toont een lijst met geregistreerde apparaten, camera s of camera sequences. U kunt zoeken naar een geregistreerd apparaat of camera sequence door tekst in te voeren naast de icoon. Door tekst in te voeren waar u naar wilt zoeken, worden de zoekresultaten getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden. Door meer tekst in te voeren zullen de resultaten beperkt worden. Public/Private: Toont de layout aan alle gebruikers (Public) of alleen aan de huidige gebruiker (Private). De admin gebruiker kan alle layouts zien. Owner: Toont de gebruikersnaam van de persoon die de layout gemaakt heeft. Screen Format: Selecteer een schermformaat voor de te registreren layout. Selecteer een apparaat, een camera of een camera sequence om toe te wijzen aan de layout in het Site paneel en sleep het in het gewenste camerascherm van het layout scherm. (Remove): Door een camerascherm in het layout scherm te selecteren en op deze knop te klikken, wordt de camera dat toegewezen is aan het camerascherm van het layout scherm verwijderd. (Hotspot): Door een camerascherm in het layout scherm te selecteren en op deze knop te klikken, wordt het camerascherm ingesteld als een hotspot scherm. (Event spot): Door een camerascherm in het layout scherm te selecteren en op deze knop te klikken, wordt het camerascherm ingesteld als een event spot scherm. (Map Event Spot): Door een camerascherm in het layout scherm te selecteren en op deze knop te klikken, wordt het camerascherm ingesteld als een map event spot scherm. (Camera Sequence): Door een camerascherm in het layout scherm te selecteren en op deze knop te klikken, kunt u een camera sequence maken en wordt de gemaakte camera sequence aan het camerascherm toegewezen. Door op de OK knop te klikken, wordt de registratie van de layout voltooid. Layout sequence bewaking U kunt video bekijken van meerdere camera s opeenvolgend in meer dan één vooraf ingestelde layout. Een layout sequence moet geregistreerd zijn op de administration service voor layout sequence bewaking. Zie het volgende voor details over layout sequence registratie. OPMERKING: Een layout in deze handleiding refereert naar een schermorganisatie dat gemaakt is door specifieke camera s in een specifiek schermformaat te plaatsen. 56

57 1. Selecteer een gewenste layout sequence in de Layout Sequence lijst en sleep het naar het Live scherm. Video van camera s die toegevoegd zijn aan de layout sequence worden getoond in het schermformaat voor elke layout opeenvolgend. 2. Door op de (Layout Sequence) knop op de werkbalk onderaan het paneel te klikken, wordt de layout sequence gestopt of gestart. Voorbeeld Layout Sequences registreren 1. Ga naar het System menu en klik op inex Setup, en selecteer het Device menu. 2. Klik op Layout Sequence in het Site paneel en daarna op de knop onderaan het Site lijst paneel aan de rechterkant. Het Add Layout Sequence scherm verschijnt. 3. Wanneer er geen layout voor de sequence is geregistreerd, klik dan op de Add Layout knop. Het Add Layout scherm verschijnt. Registreer layouts voor de sequence volgens Layout bewaking (p. 55). Minstens twee layouts moeten geregistreerd worden voor een sequence. 57

58 Name: Voer de layout sequence naam in. Public/Private: Toont de layout sequence aan alle gebruikers (Public) of alleen aan de huidige gebruiker (Private). De admin gebruiker kan alle layout sequences zien. Owner: Toont de gebruikersnaam van de persoon die de layout sequence gemaakt heeft. Layout List: Toont een lijst met geregistreerde layout s. U kunt naar een geregistreerde layout zoeken door tekst in te voeren naast de icoon. Door tekst in te voeren waar u naar wilt zoeken, worden de zoekresultaten getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden. Door meer tekst in te voeren, zullen de resultaten beperkt worden. Selected Layout Sequence List: Toont de lijst met layout s die geregistreerd zijn voor de layout sequence. Duration (sec) toont de duur voor iedere layout om weergegeven te worden op het scherm. Door op de Apply all knop te klikken, wordt de Duration instelling toegepast op alle layout s in de lijst. Selecteer een layout in de Layout List, klik op de knop, en de geselecteerde layout wordt toegevoegd aan de Selected Layout Sequence List. Door op de OK knop te klikken, wordt de registratie van de layout sequence voltooid. 58

59 Camera sequence bewaking U kunt video bekijken van meerdere camera s in hetzelfde camerascherm opeenvolgend. Een camera sequence moet geregistreerd staan op de administration service voor camera sequence bewaking. Zie het volgende voor details over camera sequence registratie. 1. Selecteer een gewenste camera sequence in de Camera Sequence lijst en sleep het naar het Live scherm. Video van camera s die toegevoegd zijn aan de camera sequence worden opeenvolgend getoond op het scherm. 2. Door op de (Camera Sequence) knop te klikken op het camerascherm bediening werkbalk, wordt de camera sequence gestopt of gestart. Voorbeeld Camera Sequences registreren 1. Ga naar het System menu en klik op inex Setup, en selecteer het Device menu. 2. Klik op Camera Sequence in het Site paneel en daarna op de knop onderaan de Site lijst paneel aan de rechterkant. Het Add Camera Sequence scherm verschijnt. 59

60 Name: Voer de camera sequence naam in. Public/Private: Toont de camera sequence aan alle gebruikers (Public) of alleen aan de huidige gebruiker (Private). De admin gebruiker kan alle camera sequences zien. Owner: Toont de gebruikersnaam van de persoon die de camera sequence gemaakt heeft. Device List: Toont een lijst met geregistreerde apparaten. U kunt naar een geregistreerd apparaat zoeken door tekst in te voeren naast de icoon. Door tekst in te voeren waar u naar wilt zoeken, worden de zoekresultaten getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden. Door meer tekst in te voeren, zullen de resultaten beperkt worden. Selected Camera Sequence List: Toont de lijst met camera s die geregistreerd zijn voor de camera sequence. Duration (sec) toont de duur voor video van iedere camera om weergegeven te worden op het scherm. Door op de Apply all knop te klikken, wordt de Duration instelling toegepast op alle camera s in de lijst. Selecteer een camera in de Device List, klik op de knop, en de geselecteerde camera wordt toegevoegd aan de Selected Camera Sequence List. Door op de OK knop te klikken, wordt de registratie van de camera sequence voltooid. 5.2 Map bewaking U kunt video van camera s, gebeurtenis detectie en input/output apparaatstatus bekijken op een map voor apparaten die geregistreerd staan op de administration service. Een map moet geregistreerd staan op de administration service voor map bewaking. Zie Hoofdstuk 17 Map Editor (p. 136) voor details over map registratie. Map bewaking wordt ondersteund in het Live paneel (maximaal 4) en Map paneel. Wanneer de Live of Map tab niet op het tab paneel staat, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en daarna op Live of Map. 60

61 Selecteer een gewenste map in de Map lijst en sleep het naar het Live scherm. De geselecteerde map wordt getoond op het scherm. U kunt een map verplaatsen naar de gewenste locatie op het Live scherm zonder de huidige verbinding te verbreken tijdens het bekijken van video. Door een input/output apparaat op de map te selecteren en het te slepen naar het Live scherm, Play paneel of Device Status paneel, kunt u video bekijken of afspelen of de apparaatstatus bekijken. Door de muis cursor boven het input/output apparaat op de map te houden, wordt de gebeurtenis detectie en status van het input/output apparaat getoond. Wanneer het input/output apparaat een gebeurtenis detecteert of niet correct werkt, dan verschijnen de volgende iconen opeenvolgend met maximaal 4 tegelijkertijd (sommige gebeurtenis iconen worden mogelijk niet ondersteund, afhankelijk van de specificaties en versie van het apparaat): Niet verbonden Gebeurtenis Uit Onregelmatig Beweging Video blind Videoverlies Object detectie Video Analytics detectie Audio detectie Alarm In Alarm Uit Gebeurtenis detectie wordt getoond volgens de gebeurtenis detectie instellingen, en Onregelmatig is gebaseerd op de systeem controle instellingen op het apparaat dat het input/output apparaat is verbonden. Gebeurtenis detectie en status worden getoond in unieke kleuren, wanneer u de status kleur heeft ingesteld tijdens de map instellingen. Wanneer meer dan één gebeurtenis of status tegelijkertijd is gedetecteerd, dan wordt de kleur voor ieder gebeurtenis detectie of status opeenvolgend getoond. Path Sequence U kunt video van meerdere camera s op een map opeenvolgend bekijken in hetzelfde camerascherm tijdens de map bewaking. Een path sequence moet ingesteld worden voor pad sequence bewaking. Zie Hoofdstuk 17 Map Editor, 17.2 Map instellen, Path Sequence (p. 139) voor details over de path sequence instellingen. 61

62 Selecteer een gewenst pad van de path sequence in de map en sleep het naar het Live scherm. Video van de camera s geassocieerd met de path sequence worden opeenvolgend getoond tijdens de ingestelde duurtijd. 5.3 Camera s bedienen Een bediening werkbalk en een schermmenu zijn er voor het bedienen van de camera. Bediening werkbalk Bij het selecteren van een camerascherm en de muiscursor boven het camerascherm te houden, wordt de bediening werkbalk getoond over dat camerascherm heen. Met de bediening werkbalk kunt u de geselecteerde camera bedienen. Door de muiscursor boven een knop te houden, verschijnt een tooltip voor de knop. (PTZ Control): Hiermee kunt u PTZ bedienen voor een camera dat PTZ bediening ondersteund. Zie PTZ bediening (p. 63) voor details. (Color Control): Aanpassen van helderheid, contrast, verzadiging en tint van de huidige video. Door op de knop te klikken, worden de aanpassingen geannuleerd en laad het originele beeld. (Image Zoom): Zoomt in op het plaatje. Zie PTZ bediening (p. 63) voor details. (Camera Sequence): Start of stopt camera sequence. Zie 5.1 Video bewaking, Camera sequence bewaking (p. 59) voor details. / (Listen/Talk): Ontvangt audio van het apparaat of zendt audio naar het apparaat. (Instant Recording): Start of stopt de Instant opname (alleen ondersteund voor apparaten die geregistreerd zijn op één van de opname services). Tijdens Instant opname, wordt de Instant opname OSD getoond in de rechter bovenhoek van het camerascherm en Time-lapse opname of op Event opname stopt. Opname kan vertraagd zijn, afhankelijk van de systeembelasting, en de opname OSD kan later of langer getoond worden dan de ingeplande tijd. Zie Hoofdstuk 6 Opname, 6.2 Opnameschema instellen, Instant opname instellen (p. 79) voor details. OPMERKING: Instant opname is een functie waarmee u handmatig video kunt opnemen dat momenteel bekeken wordt. U kunt gewenste video met hogere prestaties opnemen wanneer de codec, resolutie, frame rate en kwaliteit met hogere waardes zijn ingesteld voor instant opname. Live schermmenu Het schermmenu wordt getoond bij het selecteren van een camerascherm en het klikken op de rechter muisknop. Met het schermmenu kunt u de geselecteerde camera bedienen. 62

63 PTZ Control, Color Control, Image Zoom, Listen, Talk, Instant Recording: Deze functies zijn hetzelfde als het klikken op de individuele knoppen op de bediening werkbalk. Zie Bediening werkbalk (p. 62) voor details. Audio Broadcast: Activeert of deactiveert het verzenden van audio naar alle apparaten in de huidige Live tab. Alarm Out: Activeert of deactiveert alarm uit. MultiStream: Hiermee kunt u de gewenste stream kiezen wanneer het apparaat in de multistream modus is voor live bewaking (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Hotspot: Stelt een geselecteerd camerascherm in als een hotspot scherm. Zie Hotspot instellen (p. 54) voor details. Event Spot: Stelt een geselecteerd camerascherm in als een event spot scherm. Zie Event Spot instellen (p. 54) voor details. Map Event Spot: Stelt een geselecteerd camerascherm in als een map event spot scherm. Zie Map Event Spot instellen (p. 55) voor details. Draw Motion Block: Toont het gebied waar beweging is gedetecteerd met rode blokken wanneer er een bewegingsdetectie gebeurtenis plaatsvindt voor de geselecteerde camera (alleen ondersteund voor verbindingen met netwerk video transmitters die het inex protocol gebruiken). Draw Video Analytics: Toont video analytics detectieresultaten op het scherm (alleen ondersteund voor apparaten die geregistreerd zijn op de video analytics service). All detection objects: Toont detectieresultaten van elk object waarbij er veranderingen waren op het bewakingsscherm. Event triggering object only: Toont detectieresultaten van de getriggerde gebeurtenissen volgens de ingestelde regels in het Setup programma. Zie Hoofdstuk 12 Video Analytics, 12.2 Video Analytics detectiegebeurtenissen configureren (p. 104) voor details over instelling regels. Not Display: Toont geen enkele detectieresultaten. Aspect Ratio: Selecteer de juiste beeldverhouding. Fit to Screen: Beelden aanpassen aan de schermgrootte, ongeacht de beeldverhouding. Fit to Screen (Aspect Ratio): Beelden aanpassen aan de schermgrootte met behoud van de originele beeldverhouding. Hierdoor kunnen de boven- en onderkant of linker- en rechterkant van de beelden worden afgesneden, afhankelijk van de schermgrootte. Deze beeldverhouding wordt niet ondersteund en Original Ratio wordt toegepast voor cameraschermen waarbij de volgende functies geactiveerd zijn: Image Zoom, Hotspot, Event Spot, Draw Motion Block, Draw Video Analytics. Original Ratio: Beelden aanpassen binnen de schermgrootte met behoud van de originele beeldverhouding. Half Size (x0.5) tot Quadruple Size (x4): Het selecteren van de gewenste beeldgrootte, toont de beelden in de geselecteerde grootte. Opties kunnen ingeschakeld worden wanneer het geselecteerde camerascherm de beelden in die grootte kan weergeven. Save Still Image: Slaat het huidige plaatje op het scherm op als een beeldbestand met de originele grootte. Remove: Verbreekt de huidige verbinding. PTZ bediening Door op de (PTZ Control) knop te klikken op de bediening werkbalk, wordt de PTZ bediening werkbalk getoond en hiermee kunt u de PTZ bedienen. Afhankelijk van de PTZ camera specificaties, zullen sommige functies niet werken. 63

64 (Direction Control): Toont of verbergt het (Richting bedienpaneel). U kunt de richting van de PTZ camera bedienen, door op de pijl knoppen op het richting bedienpaneel te klikken of door op het camerascherm met de muis te klikken en te slepen. (Zoom In/Out): Zoomt de cameralens in of uit. (Focus Far/Near): Focust op objecten dichtbij of ver weg. (Iris Open/Close): Opent of sluit de iris van de cameralens. (Set/View Preset): Zie PTZ Preset bediening (p. 63) voor een uitleg van deze functie. (Advanced Menu): Toont het Advanced Menu scherm en hiermee kunt u meer functies gebruiken die de PTZ camera ondersteund. Zie de handleiding van de fabrikant van de PTZ camera voor details over additionele functies. X (Close): Verlaat de PTZ modus en gaat terug naar de bediening werkbalk. PTZ Preset bediening U kunt camerarichtingen opslaan als een Preset, zodat u de camera meteen kunt richten naar een opgeslagen positie. 1. Verplaats de PTZ camera naar de gewenste positie. 2. Klik op de (Set Preset) knop op de PTZ bediening werkbalk en het Set Preset scherm verschijnt. Voer een naam in voor de Preset en klik op de OK knop. De huidige positie wordt opgeslagen als de Preset naam. 3. Klik op de (View Preset) knop op de PTZ bediening werkbalk en het View Preset scherm verschijnt. Selecteer de gewenste Preset en de PTZ camera gaat naar de positie van de geselecteerde Preset. Zoom bediening Door op de (Image Zoom) knop te klikken op de bediening werkbalk, kunt u inzoomen op de huidige video. OPMERKING: PIP is een afkorting voor Picture in Picture (beeld in beeld) en beschrijft een kleiner scherm in een scherm. 64

65 Door de muis over het camerascherm te slepen, wordt het ingezoomde gebied verplaatst. (Schuifbalk): Past de vergrootverhouding aan. U kunt de vergrootverhouding ook aanpassen met behulp van het muis scrollwiel. (Actual Size Zoom): Gaat naar de werkelijke grootte zoommodus. In de werkelijke grootte zoommodus wordt het plaatje weergegeven in de originele grootte, ongeacht de camerascherm grootte of de beeldverhouding. (Zoom Finder): Toont of verbergt het PIP scherm. De rechthoek in het PIP scherm geeft het ingezoomde gebied weer. 5.4 Mappen bedienen Een bediening werkbalk en een schermmenu zijn er voor het bedienen van een map. Bediening werkbalk Bij het selecteren van een map en de muiscursor boven de map te houden, wordt de bediening werkbalk getoond over de map heen. Met de bediening werkbalk kunt u de geselecteerde map bedienen. Door de muiscursor boven een knop te houden, verschijnt een tooltip voor de knop., (Previous Map, Next Map): Gaat naar de vorige of volgende verbonden map van de mappen die verbonden zijn met het huidige mapscherm. Mappen kunnen verbonden worden door een map link te gebruiken of door een map te selecteren in de map lijst en te slepen naar het huidige mapscherm. (Auto Focusing): Vergroot het gebied waar het gebeurtenis detecterende apparaat is geplaatst wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Wanneer gebeurtenissen tegelijkertijd worden gedetecteerd in meer dan één apparaat, dan wordt het beeld vergroot voor zover mogelijk terwijl alle gebeurtenis gedetecteerde apparaten worden getoond. Wanneer gebeurtenissen opeenvolgend worden gedetecteerd in meer dan één apparaat, dan verplaatst de focus zich naar de later gedetecteerde gebeurtenis nadat de ingestelde tijd verlopen is. Zie Hoofdstuk 4 Systeemoverzicht, 4.3 Client, Menu Preferences, Map (p. 51) voor details over de Auto Focus instelling. (Focusing Event): Hiermee kunt u een gewenste gebeurtenis selecteren voor Auto Focus. (Actual Size (x1)): Toont een map in de originele grootte, ongeacht de mapscherm grootte of de beeldverhouding. (Zoom Finder): Toont of verbergt het PIP scherm. De rechthoek in het PIP scherm geeft het vergrootte gebied weer. Wanneer dit ingesteld staat op Auto, dan wordt het PIP scherm alleen getoond als een beeld is vergroot. (Zoom In): Hiermee kunt u de vergrootverhouding aanpassen van het beeld. Voorbeeld Wanneer Zoom Finder ingesteld staat op Off; Map bewaking Gebeurtenis detectie Auto Focus 65

66 Wanneer Zoom Finder ingesteld staat op Auto of On; Map bewaking Gebeurtenis detectie Auto Focus Map schermmenu Het schermmenu wordt getoond bij het selecteren van een mapscherm en te klikken op de rechter muisknop. Met het schermmenu kunt u de geselecteerde map bedienen. Previous, Next, Auto Focusing, Actual Size (x1), Zoom Finder, Zoom In: Deze functies zijn hetzelfde als het klikken op de individuele knoppen op de bediening werkbalk. Zie Bediening werkbalk (p. 65) voor details. List: Toont de lijst van de vorige of volgende verbonden mappen. Door een map in de lijst te selecteren, gaat u naar de geselecteerde map. Reload: Herlaadt de verbinding met de huidige map. Focusing Event, Focusing Duration: Hiermee kunt u auto focus gebeurtenissen en duurtijd instellen. Zie Hoofdstuk 4 Systeemoverzicht, 4.3 Client, Menu Preferences (p. 47) voor details. Remove: Verbreekt de huidige verbinding. 66

67 Hoofdstuk 6 Opname U kunt video van camera s die verbonden zijn met apparaten die geregistreerd zijn in de administration service opnemen en het inex programma voorziet in drie soorten opname: Time-Lapse opname, Gebeurtenis gebaseerde opname (Event en Pre-Event) en Instant opname. Tijdens Time- Lapse opname of Gebeurtenis gebaseerde opname zal het systeem opnemen volgens de schema instellingen gedurende de ingeplande tijd. Instant opname kan handmatig gestart of gestopt worden tijdens het bekijken van de video. Wanneer meer dan één opnamemodus is ingesteld voor dezelfde periode, dan neemt het inex programma de video op met de opname instellingen van de opnamemodus met de hoogste prioriteit. De prioriteit volgorde van opnamemodi is als volgt: Pre-Event opname (laagst) Time-Lapse opname of Event opname Instant opname (hoogst). In dezelfde opnamemodus of tussen de Time-Lapse opname en Event opname modus, zal het schema dat hoger in de lijst staat in de Schedule Setup scherm prioriteit hebben op de andere schema s. U kunt de prioriteit van een schema veranderen door de positie in de schema lijst te veranderen. Controleer eerst het volgende en start het Setup programma. Services moeten draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten dienen toegevoegd te zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. OPMERKING: Opname wordt niet ondersteund voor DVR s. 6.1 Opnameopslag instellen U moet opslag toewijzen om video van camera s op te kunnen nemen. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma Selecteer het Service menu en wijs opslag toe volgens de procedures hieronder. OPMERKINGEN: USB harde schijven, netwerk harde schijven en harde schijven die ingesteld staan als Dynamic, kunnen niet als opslag toegewezen worden. Het is aanbevolen om een nieuwe ongeformatteerde harde schijf toe te voegen, voor een stabiele opname. Wanneer u een harde schijf met data instelt, dient u de partities en het bestandssysteem te verwijderen en vervolgens te formatteren. Raadpleeg de handleiding van de PC/server of de fabrikant van de PC/server voor details over het formatteren of verwijderen van partities en het bestandssysteem. Wanneer u een harde schijf verwijdert dat opgenomen video bevat van een recording server en het installeert in een andere recording server, dan kunt u video dat opgenomen is op de originele recording server niet doorzoeken of afspelen. De totale opslag voor één recording server mag niet meer zijn dan GB. Recording service registreren Wanneer er geen recording service is geregistreerd, selecteer dan het Service menu en registreer recording services volgens de volgende procedures. 67

68 1. Klik op de knop onderaan. Het Service Registration scherm verschijnt en een lijst met beschikbare services wordt getoond met informatie over elke service. Name: Toont services die momenteel verbonden zijn met de administration service via het netwerk. Type: Toont het type service. Address: Toont het IP adres en poortnummer van elke server. OPMERKING: De informatie van de administration server dat nodig is bij het installeren van services moet overeenkomen met de informatie van de huidig verbonden administration server. 2. Selecteer een recording service om te registreren op het inex systeem. Opslag toewijzen Selecteer het Service menu. Selecteer daarna een recording server en wijs opslag toe aan harde schijven in de geselecteerde server volgens de volgende procedures. 68

69 1. Selecteer een recording service en klik op de knop onderaan. Het Setup Recording Service scherm verschijnt. Selecteer de Device Setup tab. De lijst met camera s die geregistreerd zijn op de huidige recording service worden getoond. Door op de Add knop onderaan te klikken, kunt u additionele camera s registreren op de huidige recording service. OPMERKINGEN: Het aantal apparaten dat opgenomen kan worden in een recording server is afhankelijk van het type en het aantal WIBU-Key s dat verbonden is met de administration server. Wanneer u een apparaat verwijdert nadat er opnames gemaakt zijn voor het apparaat, dan kunt u de opgenomen video op de originele recording server niet doorzoeken of afspelen, zelfs niet wanneer u het apparaat opnieuw registreert. 2. Selecteer de Storage Setup tab en klik op de Add knop onderaan. 69

70 3. Het Add Storage scherm verschijnt en een lijst met beschikbare hard disk drives wordt getoond met informatie over elke drive. Drive: Toont de drive naam en volume label. Wanneer er geen bestandssysteem is aangemaakt op een hard disk drive, dan verschijnt PHYSICALDRIVE No. in plaats van de drive naam en volume label. Het inex programma ziet hard disk drives die niet het Windows bestandssysteem (FAT32, NTFS) gebruiken alsof er geen bestandssysteem is aangemaakt. Disk Type: Toont het type hard disk drive. Capacity: Toont de totale opslagcapaciteit en de beschikbare opslagcapaciteit. 4. Selecteer een hard disk drive om opslag aan toe te wijzen en klik op de Add knop onderaan. Het Allocate Storage scherm verschijnt. Path: Toont het opslagmap pad. Drive Type: Toont het type hard disk drive. Free: Toont de beschikbare opslagcapaciteit. Storage Capacity: Stelt de opslagcapaciteit in om toe te wijzen aan de hard disk drive (min. 20GB). Wanneer het Windows besturingssysteem is geïnstalleerd op de hard disk drive, dan moet u meer dan 10GB vrije schijfruimte reserveren voor een juiste werking van het systeem. Als er geen bestandssysteem is aangemaakt op de hard disk drive, dan maakt de recording server automatisch een merkgebonden videodatabase bestandssysteem aan wanneer opslag wordt toegewezen voor een stabielere opname en wijst automatisch opslag toe aan de gehele hard disk drive. 70

71 6.2 Opnameschema instellen Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma Selecteer het Recording Schedule menu en stel het opnameschema in volgens de volgende procedures. OPMERKINGEN: De opname functie wordt alleen ondersteund voor het apparaat dat geregistreerd is als de admin gebruiker. Als hetzelfde apparaat is geregistreerd op een andere recording service dat geregistreerd is op een andere administration service, dan neemt alleen de eerste recording server dat verbonden is met het apparaat video op. Zodra een recording service verbinding maakt met het apparaat, zullen andere recording servers geen video opnemen van het apparaat, tenzij de verbinding met de eerste recording service verbroken is. Het inex programma voert opname uit met de instellingen van codec, resolutie, frame rate en kwaliteit dat ingesteld staat in het apparaat, wanneer het apparaat geen netwerk video transmitter is. Wanneer het apparaat het ONVIF TM Conformance protocol gebruikt, dan voert het inex programma de opname uit met de instellingen van het profiel dat toegewezen is in het inex programma onder de preset profielen. Zie 13.2 Apparaten beheren, Apparaat informatie wijzigen (p. 112) en 13.3 ONVIF TM Conformance Protocol apparaten op afstand instellen, Profiles (p. 118) in Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer voor details. Als de opnamesnelheid en resolutie in het inex programma hoger ingesteld zijn dan de Frame Rate en Max. Resolution ingesteld op het apparaat, dan zullen de recording servers de video opnemen met de Frame Rate en Max. Resolution instellingen op het apparaat (alleen 4-kanaals netwerk video transmitters die het inex protocol gebruiken). Wanneer de netwerkverbinding tijdelijk verbroken wordt tussen het apparaat en de recording server wegens netwerk problemen of reboot van de recording server, dan slaat het apparaat tijdelijk de video op zolang er geen netwerk is (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Zodra de netwerkverbinding hersteld is, zendt het apparaat de opgeslagen video naar de recording server. In dit geval kan de video dat opgenomen is gedurende die periode met andere instellingen opgenomen zijn dan die in het opnameschema. Opnamesnelheid kan verminderd zijn, afhankelijk van de netwerkcondities of systeemprestaties. Opname kan vertraagd zijn wegens systeemverstopping, en de opname OSD kan later of langer getoond worden dan de ingeplande tijd. Afspelen van video is mogelijk niet vloeiend tijdens opname, afhankelijk van de systeemprestaties van de recording server. 71

72 Klik op de Schedule Setup knop onderaan. Het Schedule Setup scherm verschijnt en schema schermen worden getoond met de huidige instellingen voor elke Preset. Time Coverage: Stelt de schematijd in. U kunt meer dan één tijdbereik instellen. Hoe hoger de schemapositie is in het Schedule Setup scherm, des te hoger de prioriteit. Condition: Stelt het type opname in. U kunt meer dan één type opname instellen voor dezelfde opnameperiode. Hoe hoger de schemapositie is in het Schedule Setup scherm, des te hoger de prioriteit. Action: Stelt de stream in om te gebruiken voor opname (alleen netwerk camera s) of de opname instellingen (alleen netwerk video transmitters). U kunt meer dan één opname instelling instellen voor hetzelfde type opname. Target: Stelt de camera s in om op te nemen. OPMERKING: In de Schedule Setup geeft Preset een enkele instelling aan waarin de instellingwaardes van Time Coverage, Condition of Action zijn opgeslagen. Time-Lapse opname instellen Tijdens Time-Lapse opname voert de recording server constante opnames uit gebaseerd op de schema instellingen voor de ingeplande tijd (alleen ondersteund voor apparaten die geregistreerd zijn op één van de recording services). 1. Stel de schematijd in door te dubbelklikken op het Time Coverage schema scherm, en daarna een gewenste Preset te selecteren. 72

73 U kunt een nieuwe Preset toevoegen of een opgeslagen Preset wijzigen door op de Add of Modify knop te klikken. Zie de uitleg hieronder voor het instellen van een schema. Name: Voer de Preset naam in. Color: Klik op de knop en selecteer de gewenste kleur. De ingeplande tijdsectie wordt opgelicht met de geselecteerde kleur in de schematabel. Period: Stel de schematijd in. Door de Infinite optie te selecteren, wordt er continue opgenomen gebaseerd op de Condition, Action en Target instellingen zonder een einde aan de periode. Time: Stel de schematijd in. Repeat, Repeat Period: Stel de opname interval en intervalperiode in. De recording server zal opnemen op het toegewezen interval gedurende de intervalperiode. 2. Stel de opnamemodus in op de Time-Lapse opnamemodus door te dubbelklikken op het Condition schema scherm en een gewenste Preset van Time Condition te selecteren. U kunt een nieuwe Preset toevoegen of een opgeslagen Preset wijzigen door op de Add of Modify knop te klikken. Door op de Add of Modify knop te klikken, wordt het volgende instellingenscherm getoond. Voer de Preset naam in en selecteer Time Condition in de Condition Type lijst. 3. Dubbelklik op het Action schema scherm en selecteer de gewenste Preset. 73

74 Een stream om te gebruiken voor opname (alleen netwerk camera s) of een codec, resolutie, frame rate en kwaliteit instellingen (alleen netwerk video transmitters) worden toegewezen aan elke Preset. De stream of instellingen die toegewezen zijn aan elke Preset zijn verschillend, afhankelijk van het apparaat. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer, 13.2 Apparaten beheren, Apparaat informatie wijzigen (p. 112) voor details. Duration: Dit is niet ondersteund voor Time-Lapse opname. 4. Selecteer de camera s om op te nemen na het dubbelklikken op het Target schema scherm. Selecteer camera s in de apparaatlijst om video op te nemen of selecteer apparaatgroepen in de apparaatgroep lijst. De Same cameras that triggered an event optie is niet ondersteund tijdens Time-Lapse opname. 5. U kunt de opnamestatus controleren in het Device menu. Klik op All Devices in het Site paneel en alle geregistreerde apparaten worden getoond in het Site lijst paneel. Klik op de pijlknop ( ) naast de apparaatnaam en controleer de status (Record: Tijdens Time-Lapse opname of Event opname, Panic: Tijdens Instant opname, Idle: Klaar om op te nemen). De Time-Lapse opname of Event opname OSD ( ) wordt getoond in de rechter bovenhoek van het camerascherm van het Live scherm in het Client programma. 74

75 Event opname instellen Tijdens Event of Pre-Event opname neemt de recording server video op, gebaseerd op de gebeurtenis detectie tijdens de ingeplande tijd (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken en geregistreerd zijn op één van de recording services). 1. Stel de schematijd in door te dubbelklikken op het Time Coverage schema scherm, en daarna een gewenste Preset te selecteren. De manier voor het instellen van de schematijd voor Event of Pre-Event opname is identiek aan de manier voor het instellen voor Time-Lapse opname. Zie Time-Lapse opname instellen (p. 72) voor details. 2. Stel de opnamemodus in op Event opname of Pre-Event opname door te dubbelklikken op het Condition schema scherm. Selecteer daarna een gewenste Preset van Event of Pre-Event Condition. U kunt een nieuwe Preset toevoegen of een opgeslagen Preset wijzigen door op de Add of Modify knop te klikken. Door op de Add of Modify knop te klikken, wordt het volgende instellingenscherm getoond. Event Condition De recording server neemt op wanneer vooraf ingestelde gebeurtenissen worden gedetecteerd. Name: Voer de Preset naam in. Condition Type: Selecteer Event Condition. Select Target to produce event and event type: Selecteer type gebeurtenissen die video opname triggeren. 75

76 Event from any device: Selecteer om video op te nemen wanneer door de gebruiker gedefinieerde type gebeurtenissen worden gedetecteerd. Klik op Event from any device en de lijst met type gebeurtenissen wordt getoond in Event Types onderaan Selecteer de gewenste type gebeurtenissen en de geselecteerde type gebeurtenissen worden toegevoegd aan de lijst onder Event from any device aan de rechterkant. All Devices: Selecteer om video op te nemen wanneer door de gebruiker gedefinieerde type gebeurtenissen worden gedetecteerd van het geselecteerde apparaat of camera. Klik op All Devices en de lijst met geregistreerde apparaten en camera s wordt getoond Klik onder All Devices op een apparaat of camera om event opname te triggeren, en de lijst met type gebeurtenissen die het apparaat of camera ondersteund wordt getoond in Event Types onderaan Selecteer de gewenste type gebeurtenissen en de geselecteerde type gebeurtenissen worden toegevoegd samen met het geselecteerde apparaat of camera aan de lijst onder All Devices aan de rechterkant. Device Group: Selecteer om video op te nemen wanneer door de gebruiker gedefinieerde type gebeurtenissen worden gedetecteerd in de geselecteerde apparaatgroep. Klik op Device Group en de lijst met geregistreerde apparaatgroepen wordt getoond Klik onder Device Group op een apparaatgroep om event opname te triggeren, en de lijst met type gebeurtenissen wordt getoond in Event Types onderaan Selecteer de gewenste type gebeurtenissen en de geselecteerde type gebeurtenissen worden toegevoegd samen met de geselecteerde apparaatgroep aan de lijst onder Device Group aan de rechterkant. Pre-Event Condition De recording server neemt video op vooraf aan een gebeurtenis detectie wanneer vooraf ingestelde gebeurtenissen worden gedetecteerd. Voer de Preset naam in en selecteer Pre Event Condition in de Condition Type lijst. 76

77 3. Dubbelklik op het Action schema scherm en selecteer de gewenste Preset. Een stream om te gebruiken voor opname (alleen netwerk camera s) of een codec, resolutie, frame rate en kwaliteit instellingen (alleen netwerk video transmitters) worden toegewezen aan elke Preset. De stream of instellingen die toegewezen zijn aan elke Preset zijn verschillend, afhankelijk van het apparaat. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer, 13.2 Apparaten beheren, Apparaat informatie wijzigen (p. 112) voor details. Duration: Stel de duurtijd in (maximaal 60 seconden) voor opname wanneer een vooraf ingestelde gebeurtenis is gedetecteerd. Voor Event opname neemt het systeem video op voor de duurtijd vanaf de tijd dat een gebeurtenis is gedetecteerd. Voor Pre-Event opname neemt het systeem video op voor de duurtijd vooraf aan de gebeurtenis detectie. 4. Selecteer de camera s om op te nemen na het dubbelklikken op het Target schema scherm. Selecteer camera s in de apparaat lijst of apparaatgroepen in de apparaatgroep lijst om video van op te nemen wanneer een vooraf ingestelde gebeurtenis is gedetecteerd. Het selecteren van de Same cameras that triggered an event optie neemt alleen video op van de camera waar de vooraf ingestelde gebeurtenis is gedetecteerd. De Same cameras that triggered an event optie is niet ondersteund voor Pre- Event opname. 5. U kunt de opnamestatus controleren in het Device menu. Klik op All Devices in het Site paneel en alle geregistreerde apparaten worden getoond in het Site lijst paneel. Klik op de pijlknop ( ) naast de apparaatnaam en controleer de status (Record: Tijdens Time-Lapse opname of Event opname, Instant Recording: Tijdens Instant opname, Idle: Klaar om op te nemen, Not Use: Camera uitgeschakeld, Video Loss: Bij videoverlies). De Time-Lapse opname of Event opname OSD ( ) wordt getoond in de rechter bovenhoek van het camerascherm van het Live scherm in het Client programma. 77

78 Schema beheren Nieuw schema toevoegen Nieuw schema toevoegen met een ander tijdbereik: Door op de knop te klikken in de linker bovenhoek van het Time Coverage schema scherm, kunt u een nieuw schema toevoegen met een ander tijdbereik. Nieuw schema toevoegen met hetzelfde tijdbereik: Door op de knop te klikken in de linker bovenhoek van het Condition schema scherm, kunt u een nieuw schema toevoegen met hetzelfde tijdbereik. Nieuw schema toevoegen met hetzelfde tijdbereik en target: Door op de knop te klikken in de linker bovenhoek van het Action schema scherm, kunt u een nieuw schema toevoegen met hetzelfde tijdbereik en target. 78

79 Schema verwijderen Door op de verwijderd. knop te klikken in de rechter bovenhoek van een schema scherm, wordt het schema Schema prioriteit wijzigen Door op de of knop te klikken in de linker bovenhoek van elk schema scherm, wordt de prioriteit van de schema s veranderd. Hoe hoger de schemapositie is in het Schedule Setup scherm, des te hoger de prioriteit is. De Pre-Event opnamemodus heeft geen prioriteit boven de Time-Lapse opname of Event opnamemodus. Instant opname instellen Instant opname kan handmatig gestart of gestopt worden tijdens het bekijken van video (alleen ondersteund voor apparaten die geregistreerd zijn op één van de recording services). 1. Selecteer het Device menu. 2. Klik op een apparaatgroep in het Site paneel en klik daarna op een apparaat in het Site lijst paneel. Door op de knop te klikken onderaan het Site lijst paneel of rechts te klikken met de muis, verschijnt het apparaatmenu. 79

80 OF 3. Selecteer Edit Device in het apparaatmenu. Selecteer de Recording Schedule tab. Instant Recording: Selecteer een Preset om te gebruiken voor Instant opname. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer, 13.2 Apparaten beheren, Apparaat informatie wijzigen (p. 112) voor details over het instellen van de Preset. 4. Start het Client programma. Selecteer een camerascherm (op het Live scherm) waarop video dat opgenomen moet worden wordt getoond en klik op de (Instant Recording) knop op de bediening werkbalk. De Instant opname OSD ( ) wordt getoond in de rechter bovenhoek van het camerascherm en het systeem start met opnemen met de geselecteerde Preset in de Recording Schedule tab hierboven. Door nogmaals op de (Instant Recording) knop te klikken, wordt de opname gestopt. Opname kan vertraagd worden door systeemverstopping en de opname OSD kan later of langer getoond worden dan de geplande tijd. 80

81 Hoofdstuk 7 Opgenomen video afspelen & exporteren U kunt opgenomen video afspelen of opgenomen video exporteren naar USB apparaten. Controleer eerst het volgende en start het Client programma. Services moeten draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten dienen toegevoegd te zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. Er dient opgenomen data te zijn op de toegewezen opslag. Zie Hoofdstuk 6 Opname, 6.1 Opnameopslag instellen (p. 67) voor details. 7.1 Opgenomen video afspelen 1. Het doorzoeken en afspelen van video dat opgenomen is op een recording server, wordt ondersteund in het Play paneel (maximaal 4) en het doorzoeken en afspelen van video dat opgenomen is op DVR s of SD (SDHC) geheugenkaarten in netwerk camera s die het inex protocol gebruiken, wordt ondersteund in het DVR Search paneel (maximaal 4). Wanneer de Play of DVR Search tab niet op de het tab paneel staat, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en daarna op Play of DVR Search. 2. Klik op de Play of DVR Search tab op het tab paneel Selecteer een camera, apparaat of apparaatgroep in de Site lijst en sleep het naar het Play of DVR Search scherm. Opgenomen video van elke camera wordt getoond op het scherm. U kunt een camerascherm verplaatsen naar de gewenste locatie op het Play of DVR Search scherm, zonder het huidige afspelen te stoppen. Selecteer een camerascherm en sleep het naar de gewenste locatie. Wanneer een layout is geregistreerd op de administration service, kunt u video afspelen in het layout formaat door de gewenste layout in de Layout lijst te selecteren en te slepen naar het Play scherm. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Layout bewaking, Layouts registreren (p. 55) voor details over het registreren van een layout. OPMERKINGEN: De prestaties van het Client systeem kunnen sterk achteruitgaan bij het gelijktijdig bekijken of afspelen van video met 1280x720 of hogere resolutie op meer dan één camerascherm. Een layout in deze handleiding refereert naar een schermorganisatie dat gemaakt is door specifieke camera s in een specifiek schermformaat te plaatsen. 3. Een paneel werkbalk, een tijdtabel, een bediening werkbalk en een schermmenu zijn beschikbaar voor het afspelen van opgenomen video. 81

82 Paneel werkbalk Met de werkbalk onderaan het paneel kunt u opgenomen video doorzoeken en afspelen. Play paneel DVR Search paneel / (Event Search/Time-Lapse Search): Schakelt tussen gebeurtenis zoeken en time-lapse zoeken. Zie Tijdtabel/Event lijst (p. 83) voor details. (Search Filter): Stelt zoekcondities in voor gebeurtenis zoeken. Zie de gebruikershandleiding van de DVR voor details over de zoekconditie. (Calendar): Zoekt video op een specifieke datum. Door een datum te selecteren wordt de opgenomen data voor die datum getoond in de tijdtabel. Dat datums die opgenomen beelden bevatten worden aangeschakeld in de kalender. (Move to): Zoekt video op een specifieke tijd. Go To: Toont een tijd instelscherm. Door een specifieke tijd in te geven, wordt er naar het plaatje met die tijd gegaan. Move First: Gaat naar het eerst opgenomen plaatje van de data dat in de tijdtabel wordt getoond. Move Last: Gaat naar het laatst opgenomen plaatje van de data dat in de tijdtabel wordt getoond. (Additional Menu): Toont een menu. Export Image File, Print Image: Exporteert of print de beelden die momenteel op het scherm getoond worden. Select Segment: Hiermee kunt u een videosegment selecteren wanneer de tijd en datum van de DVR gereset zijn naar een tijd dat eerder is dan eerder opgenomen video en er meer dan één videosegment is in hetzelfde tijdbereik door tijdoverlapping (alleen ondersteund voor DVR s die het uursegment tijdtabel leveren). Data Source: Selecteert de databron om te doorzoeken (alleen ondersteund voor de DVR Search paneel). Search on Local: Zoekt opgenomen data op de primaire opslag geïnstalleerd in de DVR. Search on Archive: Zoekt gearchiveerde data op backup opslag geïnstalleerd in de DVR. Search on Other: Zoekt opgenomen of gearchiveerde data op opslag dat voor een andere DVR is gebruikt en daarna in de DVR geïnstalleerd is. Dit wordt mogelijk niet ondersteund, afhankelijk van de specificaties en versie van de DVR. (Export Video File): Exporteert opgenomen video als een self-player bestand (.exe) of als een AVI bestand (.avi). Zie 7.2 Opgenomen video exporteren (p. 87) voor details. (Snapshot on Motion Event Play paneel): Toont foto s van beelden die opgenomen zijn tijdens de Event opname (event en pre-event) in het Play panel. Zie Foto bij beweginggebeurtenis (p. 85) voor details. (Step Playback): Verplaatst de video naar voren of achteren, gebaseerd op de instelling getoond tussen de en knoppen. Door op de pijl te klikken tussen de en knoppen, kunt u het interval veranderen waarmee de video zich verplaatst. / (Fast Backward/Fast Forward): Speelt opgenomen video snel achteruit of snel vooruit af. / (Stop/Play): Stopt of speelt opgenomen video af op het scherm. (Jog Shuttle Play paneel): U kunt de afspeelrichting en snelheid aanpassen met behulp van de jogshuttle. De verticale lijn in de jogshuttle geeft de huidige afspeelrichting en snelheid aan. Video wordt achteruit afgespeeld wanneer de verticale lijn aan de linkerkant staat en video wordt vooruit afgespeeld wanneer de verticale lijn aan de rechterkant staat. Hoe verder de positie vanuit het midden, des te sneller wordt de video afgespeeld. Door op de verticale lijn te klikken en te slepen naar de gewenste positie op de jogshuttle en deze vast te houden, wordt de video op een constante snelheid afgespeeld. Door de muisknop los te laten, gaat de verticale lijn 82

83 terug naar het midden. Door op de (Play) knop te klikken, wordt video op normale snelheid afgespeeld. Door op de (Shuttle Lock) knop te klikken en de verticale lijn naar een gewenste positie te slepen, wordt de verticale lijn vastgehouden op die positie. (Jog Shuttle DVR Search paneel): U kunt de afspeelsnelheid aanpassen met behulp van de jogshuttle. De verticale lijn in de jogshuttle geeft de huidige afspeelsnelheid weer. (Save to User Layout): Slaat het huidige schermformaat op. (Screen Format): Verandert het schermformaat. Door op de knop te klikken, worden additionele schermformaten getoond. Door op de of knop te klikken, gaat u naar de vorige of volgende cameragroep. Tijdtabel/Event lijst Time-Lapse zoekmodus: In de time-lapse zoekmodus wordt de tijdtabel onderaan het scherm getoond en het toont de opname informatie voor elke camera. Het klikken op de knop in de rechter bovenhoek van de tijdtabel, toont de opname informatie voor alle camera s. Door op de knop te klikken, wordt de opname informatie van de geselecteerde camera op het scherm getoond. OPMERKING: De tijdtabel verschilt, afhankelijk van het model van het apparaat. 1 Current Playback Date/Time: Geeft de tijd van de video aan voor de huidige afspeellocatie op de tijdtabel. 2 Recorded Period: Toont de datum en tijd periode van de opgenomen data. Door ergens in de lege ruimte te klikken en te slepen naar links of rechts, gaat u naar een eerdere of latere datum en tijd. Door met het muiswiel te scrollen terwijl u de Ctrl toets op het toetsenbord vast houdt, kunt u de tijd sectie in- en uitzoomen. 3 Camera Title: Toont de cameratitel. 4 Recorded Data: Toont de opgenomen data op tijd in één minuut of één uur segmenten, afhankelijk van het apparaat. Minute Segments Timetable (alle apparaten behalve een aantal DVR modellen) Rode verticale lijn: Geeft de huidige afspeellocatie van video op de tijdtabel aan. Door met de muis op de gewenste tijd te klikken, wordt het eerste plaatje dat opgenomen is op die tijd getoond. Gele scheidingslijn: Scheidt segmenten wanneer tijdoverlapping heeft plaatsgevonden. In dit geval is de opgenomen data in het tijdbereik na de scheidingslijn de laatste. Door op de (Calendar) knop te klikken in het Play paneel, kunt u direct naar een specifiek segment gaan (Klik op de (Calendar) knop Selecteer een datum Selecteer een segment Het eerste plaatje dat opgenomen is in het geselecteerde segment, wordt op het scherm getoond). De kleur van de balk: Geeft verschillende opnamemodi aan (Marine blauw voor Time- Lapse, Roze voor Event, Paars voor Pre-event, Lichtblauw voor Instant opname en Oranje voor onregelmatige opname, veroorzaakt door een tijdelijk verbroken verbinding met het apparaat). Hour Segments Timetable (alleen een aantal DVR modellen) Gele kleurbalk: Geeft de huidige afspeellocatie van video op de tijdtabel aan. Roze kleurbalk/grijze kleurbalk: Geeft het videosegment aan dat momenteel wordt getoond/niet wordt getoond op het scherm wanneer tijdoverlapping plaatsvindt. Door op de (Additional Menu) knop te klikken in het DVR Search paneel, kunt u het segment om weer te geven op het scherm veranderen (Klik op de (Additional Menu) knop Selecteer het Select Segment menu Selecteer een gewenst segment Het eerste plaatje dat opgenomen is binnen het geselecteerde segment wordt getoond op het scherm). 83

84 OPMERKING: Wanneer de tijd en datum van de administration server of DVR gereset zijn naar een tijd dat eerder is dan eerder opgenomen video, dan is het mogelijk dat er meer dan één videosegment in hetzelfde tijdbereik is door tijdoverlapping. In dit geval kunt u opgenomen video tijdens de overlappende tijd individueel afspelen door een segment te selecteren. Bijvoorbeeld, wanneer de administration server of DVR opgenomen video heeft van één tot vijf uur en de gebruikers veranderen de tijd van vijf terug naar drie uur en vervolgens blijven opnemen tot 6 uur, dan zullen er twee segmenten zijn van drie tot vijf uur. Event zoekmodus: In de event zoekmodus wordt de Event lijst onderaan het scherm getoond (alleen ondersteund voor het DVR Search paneel). Door op een gebeurtenis in de lijst te klikken, wordt het gebeurtenisgedetecteerde plaatje op het scherm getoond. Door op de knop in de rechter bovenhoek van de Event lijst te klikken, worden de volgende resultaten getoond. Bediening werkbalk De bediening werkbalk wordt getoond over een geselecteerd camerascherm heen door de muis cursor boven het camerascherm te houden. Door de muis cursor boven een knop te houden, verschijnt een tooltip voor de knop. (Object/Motion Search): Hiermee kunt u naar veranderingen of beweging zoeken in opgenomen beelden in het inex systeem. Zie Object/Beweging zoekactie (p. 85) voor details. (Image Zoom): Zoomt in op het plaatje. Zie Zoom bediening (p. 86) voor details. (Color Control): Past de helderheid, contrast, verzadiging en tint aan van de huidige video. Het klikken op de knop annuleert de aanpassingen en herlaadt het originele plaatje. (Image Effect): Past het beeldeffect aan. Zie Beeldeffect (p. 86) voor details. (Audio Play): Speelt audio af bij het afspelen van video dat opgenomen audio bevat (alleen enkel schermformaat). Afspeel schermmenu Het schermmenu wordt getoond bij het selecteren van een camerascherm en op de rechter muisknop te klikken. Image Zoom: Werkt net als het klikken op de knop in de bediening werkbalk. Zie Bediening werkbalk (p. 84) voor details. Object/Motion Search: Hiermee kunt u naar veranderingen of beweging zoeken in opgenomen beelden in het inex systeem. Zie Object/Beweging zoekactie (p. 85) voor details. Image Processing: Verbetert afspeelplaatjes. Zie Bediening werkbalk (p. 84) voor details. Aspect Ratio: Selecteer de juiste beeldverhouding. Fit to Screen: Beelden aanpassen aan de schermgrootte, ongeacht de beeldverhouding. Fit to Screen (Aspect Ratio): Beelden aanpassen aan de schermgrootte met behoud van de originele beeldverhouding. Hierdoor kunnen de boven- en onderkant of linker- en rechterkant van de beelden worden afgesneden, afhankelijk van de schermgrootte. Deze beeldverhouding wordt niet ondersteund en Original Ratio wordt toegepast voor cameraschermen waarbij de volgende functie geactiveerd is: Image Zoom. 84

85 Original Ratio: Beelden aanpassen binnen de schermgrootte met behoud van de originele beeldverhouding. Half Size (x0.5) tot Quadruple Size (x4): Het selecteren van de gewenste beeldgrootte, toont de beelden in de geselecteerde grootte. Opties kunnen ingeschakeld worden wanneer het geselecteerde camerascherm de beelden in die grootte kan weergeven. Save Still Image: Slaat het huidige plaatje op het scherm op als een beeldbestand met de originele grootte. Remove: Verbreekt de huidige verbinding. Foto bij beweginggebeurtenis Door op de (Snapshot on Motion Event) knop op de paneel werkbalk te klikken, worden foto s getoond van opgenomen beelden tijdens Event opname (event en pre-event) in het Play paneel. De tijdtabel toont de opname informatie van de geselecteerde foto. Door ergens op de opgenomen data te klikken in de tijdtabel, wordt een foto van de geselecteerde tijd getoond. Het houden van de muiscursor op een foto, toont een popup viewer scherm boven de foto. Use Popup Viewer: Schakelt het tonen van de popup viewer scherm in. Object/Beweging zoekactie Het klikken op de (Object/Motion Search) knop op de bediening werkbalk, toont het object/motion zoekpaneel onderaan en hiermee kunt u naar veranderingen of beweging zoeken in opgenomen beelden in het inex systeem. (Draw Search Zone): Hiermee kunt u het gebied definiëren om naar veranderingen of beweging te zoeken op het camerascherm door met de muis te slepen. De zoekzone wordt getoond met rode blokken. (Erase Search Zone): Hiermee kunt u de ingestelde zoekzone op het camerascherm wissen door met de muis te slepen. (Set Ref. Image): Stelt het plaatje dat momenteel op het camerascherm getoond wordt in als een referentie plaatje voor verandering detectie (alleen Object Search). (View Ref. Image): Toont of verbergt een PIP scherm met het referentie plaatje (alleen Object Search). 85

86 Find Method: Selecteert een zoekmethode. Motion Search: Zoekt naar beelden met veranderingen in de zoekzone tussen twee opeenvolgende plaatjes (bijvoorbeeld bij beweging). Object Search: Zoekt naar beelden met veranderingen die langer duren dan de activatietijd in de zoekzone, vergeleken met het referentie plaatje (bijvoorbeeld wanneer een object verdwijnt). Sensitivity: Stelt de gevoeligheid in van de verandering detectie. Hoe hoger het nummer, hoe gevoeliger. Num of diff. Block: Stelt het minimum aantal blokken in dat geactiveerd moet zijn om beschouwt te worden als een verandering (alleen Motion Search). Diff. % to ref. image: Stelt het minimum percentage (%) blokken in dat geactiveerd moet zijn om beschouwt te worden als een verandering (alleen Object Search). Activation Time: Stelt de duurtijd in van hoelang de verandering er moet zijn om beschouwt te worden als een verandering. Wanneer een verandering is gedetecteerd, maar niet zo lang duurt als de activatietijd, dan wordt de verandering niet beschouwd als een verandering. Zoom bediening Door op de (Zoom) knop op de bediening werkbalk te klikken, kunt u zoomen op de huidige video. OPMERKING: PIP is een afkorting voor Picture in Picture (beeld in beeld) en geeft het kleinere scherm binnen een scherm aan. Door met de muis te slepen op het camerascherm, verplaatst het ingezoomde gebied. (Schuifbalk): Past de vergrotingsverhouding aan. U kunt de vergrotingsverhouding ook aanpassen met gebruik van het muis scrollwiel. (Actual Size Zoom): Gaat naar de werkelijke grootte zoommodus. In de werkelijke grootte zoommodus wordt het plaatje getoond in de originele grootte, ongeacht de camerascherm grootte of beeldverhouding. (Zoom Finder): Toont of verbergt het PIP scherm. De rechthoek in het PIP scherm geeft het ingezoomde gebied weer. Beeldeffect Door op de (Image Effect) knop op de bediening werkbalk te klikken, toont het beeldeffect bediening werkbalk en hiermee kunt u het beeldeffect bedienen. (Blur): Vervaagt het beeld om ruis te verminderen. (Sharpen): Verscherpt het beeld. (High-Boost): Verhoogt de helderheid en contrast van beelden. (Histogram Equalization): Egaliseert de beeldhelderheid om het natuurlijker te maken. (Edge Detection): Haalt de rand van het beeld er uit. (Revert): Annuleert de aanpassingen en herlaadt het originele beeld. 86

87 7.2 Opgenomen video exporteren U kunt opgenomen video exporteren naar USB apparaten. Klik op de de werkbalk onderaan het paneel en het export menu wordt getoond. (Export Video File) knop op A-B Export Video File: Stelt de videosectie in dat geëxporteerd moet worden met gebruik van de tijdtabel. Selecteer A-B Export Video File in het export menu. Klik op het startpunt in de tijdtabel en sleep naar het eindpunt. Het Export Video File scherm verschijnt en hiermee kunt u video exporteren van de geselecteerde periode als een self-player bestand (.exe) of een AVI bestand (.avi). Zie Exporteren als een Self-Player bestand (p. 87) en Exporteren als een AVI bestand (p. 89) voor details. Export Video File: Stelt de videosectie in dat geëxporteerd moet worden door handmatig de datum en tijd in te voeren. Selecteer Export Video File in het export menu. Het Export Video File scherm verschijnt en hiermee kunt u video exporteren van de periode als een self-player bestand (.exe) of een AVI bestand (.avi). Zie Exporteren als een Self-Player bestand (p. 87) en Exporteren als een AVI bestand (p. 89) voor details. Exporteren als een Self-Player bestand De opgenomen video wordt geëxporteerd als een self-player bestand (.exe). Self-Player bestand afspelen From, To: Voer de datum en tijd in van de video om te exporteren. Selecteer First om de datum en tijd in te stellen van de eerst beschikbare opgenomen video. Selecteer Last om de datum en tijd in te stellen van de laatst beschikbare opgenomen video. Klik op de ± 1 Minute, ± 3 Minute, ± 10 Minute, ± 30 Minute of ± 60 Minute knop om de tijd met de geselecteerde hoeveelheid te verhogen of te verlagen van de geselecteerde tijd in de tijdtabel. Self-Player, AVI: Selecteer Self-Player. Save Password: Stel een wachtwoord in voor het afspelen van de geëxporteerde video. U wordt gevraagd om het wachtwoord in te voeren om het afspeelprogramma te starten. U hoeft geen speciale software te installeren om video dat als een self-player bestand is geëxporteerd af te spelen, want het self-player bestand bevat een afspeelprogramma (Clip Player). Door te dubbelklikken op het bestand, wordt het afspeelprogramma gestart en video wordt getoond op het scherm. Het klikken op de schuifbalk onderaan het afspeelprogramma, toont het afspeelplaatje van de geselecteerde tijd op het scherm. Door op de knop te klikken, verlaat u het afspeelprogramma. 87

88 OPMERKINGEN: Het is aangeraden dat de computer die u gebruikt voor het afspeelprogramma, minstens een 800MHz Pentium III heeft (Intel Pentium Dual Core 2.2GHz aanbevolen). Wanneer uw CPU langzamer is dan dit, dan worden de video clips die op maximale snelheid en hoge beeldkwaliteit zijn opgenomen, langzaam afgespeeld. Ook DirectX 9.0 of hoger dient geïnstalleerd te zijn, en de VGA kaart met 16MB of meer video RAM is aanbevolen voor een goede werking. Goede beeldweergave is afhankelijk van de beeldinstellingen van uw PC. Wanneer u weergaveproblemen ervaart, klik dan met de rechter muisknop op het achtergrond scherm en selecteer Properties Settings en stel Color quality in op 32 bit. Selecteer daarna Advanced Troubleshoot, en stel de Hardware Acceleration in op Full. Ben er zeker van dat DirectX versie 9.0 of hoger is geïnstalleerd wanneer de weergaveproblemen aanhouden. Om de versie van DirectX te controleren klikt u op Start Uitvoeren en type dxdiag en druk op Enter, hierdoor verschijnt het DirectX Diagnostic Tool dialoogvenster. Ga naar de Display tab en controleer of DirectDraw Acceleration op Enabled staat. Test DirectDraw door de DirectDraw Test knop te selecteren bij gebruik van het Microsoft Windows XP besturingssysteem. Controleer de driver versie van de videokaart en update het naar de laatst beschikbare versie. Wanneer u nog steeds weergaveproblemen heeft na het veranderen van alle weergave-instellingen zoals hierboven beschreven, vervang dan de videokaart. Videokaarten met een ATI chipset zijn aanbevolen. : Gaat naar het begin van de video. : Gaat naar het eind van de video. : Speelt de video snel achteruit af. : Speelt de video snel vooruit af. : Gaat één frame achteruit van de video. : Gaat één frame vooruit van de video. : Speelt de video af op normale snelheid. : Toont de vorige cameragroep wanneer er opgenomen video is in de vorige cameragroep gebaseerd op het huidige schermformaat. : Bladert door de schermformaten. Het bladert door 2x2, 1+7, 3x3, 4x4, 4x5, 5x5 en : Toont de volgende cameragroep wanneer er opgenomen video is in de volgende cameragroep gebaseerd op het huidige schermformaat. : Stelt de eigenschappen in van het afspeelprogramma. Print: Print het huidige plaatje. Frame Info.: Toont kanaal, titel, tijd, type, grootte en resolutie informatie over het plaatje. Image Processing: Instellen van helderheid, vervagen en scherpte van de afspeelbeelden (alleen enkel schermformaat) Play Speed Control: Verandert de afspeelsnelheid (Play) of de snel vooruit/achteruit afspeelsnelheid (FF/RW). Drawing Mode: Selecteert het tekenmodus niveau. Wanneer u niet zeker bent van het beste tekenmodus niveau voor uw systeem, probeer dan elk niveau totdat het beeld goed wordt weergegeven. 88

89 Screen Size: Verandert de schermgrootte van het afspeelprogramma. Aspect Ratio: Verandert de beeldverhouding van het beeld weergegeven op elk camerascherm. OSD Setup...: Selecteert opties om weer te geven op het scherm. Enable Audio: Speelt audio af tijdens het afspelen van opgenomen video dat opgenomen audio bevat. (alleen enkel schermformaat) Anti-Aliasing Screen: Verbetert de beeld weergavekwaliteit op het scherm door trapvorming (aliasing) effecten te verminderen in het vergrootte beeld. Wanneer video langzaam afspeelt vanwege de langzame snelheid van uw CPU, dan kan het uitschakelen van de Anti-Aliasing Screen optie uw afspeelsnelheid verbeteren. : Slaat de huidige beelden op. Save as Image: Slaat het huidige plaatje op als een bitmap of JPEG bestand. Save as Image (Actual Size): Slaat het huidige plaatje op als een bitmap of JPEG bestand in de originele grootte. (alleen enkel schermformaat) Save as Video: Slaat video op van het gewenste tijdbereik als een AVI bestand. : Selecteert de beeldgrootte optie om het beeld te vergroten of het beeld in de originele grootte weer te geven (alleen enkel schermformaat). U kunt het vergrootte beeld verplaatsen door op de linker muisknop te klikken en te slepen. : Toont het beeld in het volledige scherm., : Wordt getoond in de rechter benedenhoek van het scherm. geeft aan dat er niet met het clip bestand geknoeid is, en geeft aan dat het systeem een manipulatie gedetecteerd heeft en het afspelen stopt. Exporteren als een AVI bestand De opgenomen video wordt geëxporteerd als een AVI bestand (.avi). From, To: Voer de datum en tijd in van de video om te exporteren. Selecteer First om de datum en tijd in te stellen van de eerst beschikbare opgenomen video. Selecteer Last om de datum en tijd in te stellen van de laatst beschikbare opgenomen video. Klik op de ± 1 Minute, ± 3 Minute, ± 10 Minute, ± 30 Minute of ± 60 Minute knop om de tijd met de geselecteerde hoeveelheid te verhogen of te verlagen van de geselecteerde tijd in de tijdtabel. Self-Player, AVI: Selecteer AVI. Include Audio Data: Inclusief audio data bij het opslaan van video met opgenomen audio. Deze optie is niet beschikbaar wanneer meer dan één camera is geselecteerd. Audio wordt mogelijk niet goed opgeslagen wanneer de opnamesnelheid lager ingesteld is dan 1 ips. Codec, Bitrate, Quality: Stelt de gewenste waardes in voor het comprimeren van het bestand. Meer codecs, inclusief Microsoft MPEG-4 Video Codec, zijn beschikbaar zonder het installeren van een speciale codec software wanneer u het uitvoerbaar bestand opslaat in de inex Standard\Client\avicodec map op de hard disk drive waar het Client programma is geïnstalleerd. 89

90 Encoding Based on Bitrate: Codeert video op basis van de bitrate. Het selecteren van deze optie schakelt de Bitrate instelling hieronder in. Encoding Based on Video Quality: Codeert video op basis van de kwaliteit. Het selecteren van deze optie schakelt de Quality instelling hieronder in. Size: Stelt de bestandsgrootte in voor het comprimeren van het bestand. Original Ratio: Slaat beelden op met aanpassen binnen de schermgrootte met behoud van de originele verhouding. Fit to Screen: Slaat beelden op met aanpassen aan de schermgrootte, ongeachte de beeldverhouding. Fit to Screen (Aspect Ratio): Slaat beelden op met aanpassen aan de schermgrootte met behoud van de originele verhouding. Hierdoor kunnen de boven- en onderkant of linker- en rechterkant van de beelden worden afgesneden, afhankelijk van de schermgrootte. Deze beeldverhouding wordt niet ondersteund en Original Ratio wordt toegepast voor cameraschermen waarbij de volgende functie geactiveerd is: Image Zoom. Anti-Aliasing: Verbetert de beeldweergavekwaliteit voor alle camera s op het scherm door trapvorming (aliasing) effecten te verwijderen in het vergrootte beeld. Keyframe: Stelt het keyframe in voor het comprimeren van het bestand. Max. File Size: Stelt de maximale bestandsgrootte in. Save Split File: Exporteert video door meerdere bestanden te maken van de Max. File Size grootte dat hierboven ingesteld is, wanneer het data bestand de maximale bestandsgrootte bereikt. Wanneer deze optie niet is geselecteerd, dan wordt alleen zoveel als de maximale bestandsgrootte geëxporteerd. View Proceeding Frames: Toont een popup scherm dat de video die momenteel geëxporteerd wordt laat zien. AVI bestand afspelen Start het video afspeelprogramma en open het geëxporteerde AVI bestand. Wanneer de geselecteerde codec tijdens het exporteren van video als een AVI bestand niet is geïnstalleerd, dan dient u de codec handmatig te installeren. 90

91 Hoofdstuk 8 Gebeurtenisafhandeling U kunt video van een camera bekijken waar een gebeurtenis is gedetecteerd en opgenomen gebeurtenisvideo afspelen (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Controleer eerst het volgende en start het Client programma. Services moeten draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten moeten toegevoegd zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. Er dient opgenomen data in de toegewezen opslag te zijn. Zie Hoofdstuk 6 Opname, 6.1 Opnameopslag instellen (p. 67) voor details. De gebeurtenis detectie functies van het apparaat moeten ingeschakeld zijn. 8.1 Bewaking gebeurtenis afhandelen U kunt live video bekijken van een camera waar een gebeurtenis is gedetecteerd of opgenomen gebeurtenisvideo afspelen wanneer video van de geselecteerde gebeurtenis is opgenomen. De Event lijst toont live en callback gebeurtenissen van de geregistreerde apparaten. De callback gebeurtenissen worden alleen getoond wanneer de remote callback functie ingesteld is in het apparaat. U kunt de opties van de Event lijst weergave veranderen in Menu Preference Settings. Zie Hoofdstuk 4 Systeemoverzicht, 4.3 Client, Menu Preferences (p. 47) voor details. De omschrijving van gebeurtenis iconen die getoond worden in de Event lijst is als volgt (sommige gebeurtenis iconen worden mogelijk niet ondersteund, afhankelijk van de specificaties en versie van het apparaat): Beweging detectie Video blind Videoverlies Object detectie Audio detectie Video Analytics detectie Trip-Zone Manipulatie Tekst-In / Alarm-In aan/uit / Alarm-In goed/slecht / Externe opslag in/uit / Apparaat verbonden/verbroken Systeem opstarten Systeem wakker Systeem herstart Systeem afsluiten Recorder slecht Schijf S.M.A.R.T. Schijf slecht Schijf vol Schijf bijna vol Schijf configuratie veranderd Schijf temperatuur / Paniekopname aan/uit / Ventilator fout aan/uit Video bekijken Video bekijken van een camera waar een gebeurtenis is gedetecteerd, wordt ondersteund in het Live paneel (maximaal 4). Wanneer er geen Live tab op het tab paneel is, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en Live. 91

92 Klik op de Live tab in het tab paneel Selecteer een gewenste gebeurtenis in de Event lijst en sleep het naar het Live scherm. Live video van de camera waar de geselecteerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden wordt getoond op het scherm. Video afspelen Het afspelen van opgenomen gebeurtenisvideo wordt ondersteund in het Play paneel. Wanneer er geen Play tab op het tab paneel is, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en Play. Klik op de Play tab in het tab paneel Selecteer een gewenste gebeurtenis in de Event lijst en sleep het naar het Play scherm. De opgenomen gebeurtenisvideo wordt getoond op het scherm. 92

93 8.2 Opgenomen gebeurtenisvideo afhandelen U kunt video afspelen dat opgenomen is tijdens Event opname. Het afspelen van opgenomen gebeurtenisvideo wordt ondersteund in het Event paneel. Wanneer er geen Event tab op het tab paneel is, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en Event. 1. Klik op de Event tab op het tab paneel Selecteer een apparaat of camera om mee te verbinden in de Site lijst en sleep het naar het Event paneel. De lijst met opgenomen gebeurtenissen tijdens Event opname wordt getoond in het Event paneel. Door met de rechter muisknop te klikken op een kolomkop, wordt een menu getoond en kunt u data sorteren zoals u wilt. 2. Dubbelklik op de gewenste gebeurtenis in het Event paneel. Het Play paneel wordt getoond en de gebeurtenisvideo wordt getoond op het Play scherm. Door op de rechter muisknop te klikken, kunt u een gewenst Play paneel selecteren. Wanneer andere camera s geassocieerd zijn met de Event opname, dan wordt opgenomen video van de geassocieerde camera s samen op het scherm getoond. Event werkbalk Met de werkbalk onderaan het paneel, kunt u gebeurtenissen zoeken die opgenomen zijn tijdens Event opname. From, To: Stel de datum en tijd in van de gebeurtenis om te zoeken. Voer een specifieke datum en tijd in of selecteer First of Last. Door op de 1 Hour, 6 Hour, Today, 3 Day of 1 Week knop te klikken, wordt het tijdsinterval tussen From en To aangepast. Het selecteren van First of Last, zoekt naar gebeurtenissen vanaf de eerst opgenomen of tot de laatst opgenomen beelden. 93

94 (Condition): Selecteert een gebeurtenistype om naar te zoeken. (Search): Zoekt naar gebeurtenissen gebaseerd op de zoekcondities. (Full Screen): Toont het Event paneel in het volledige scherm formaat. (Export): Exporteert de resulterende gebeurtenis zoeklijst als een tekstbestand (.txt) of CSV bestand (.csv). (Print): Print de resulterende gebeurtenis zoeklijst. More: Toont meer resultaten. 94

95 Hoofdstuk 9 Systeem gezondheid & status bewaking U kunt gelijktijdig de status van het systeem en de apparaatstatus van geregistreerde apparaten controleren. Controleer eerst het volgende en start het Client programma. Services dienen te draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten dienen toegevoegd te zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. 9.1 Gezondheid bewaking Systeem gezondheid bewaking wordt ondersteund in het Health paneel (alleen ondersteund voor netwerk video apparaten). Wanneer de Health tab niet op de het tab paneel staat, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en Health. Het Client programma toont automatisch de gezondheid bewaking resultaten wanneer de Health tab is toegevoegd. 1 Samenvatting lijst: Toont de gezondheid bewaking status van apparaten voor alle apparaatgroepen in een samenvatting. Total: Toont het aantal apparaten in alle apparaatgroepen. Problem: Toont het aantal apparaten waarbij een probleem is gedetecteerd. Unreachable: Toont het aantal apparaten dat niet verbonden is. Healthy: Toont het aantal apparaten waarbij geen probleem is gedetecteerd. 2 Gedetailleerde lijst: Toont de status van elk apparaat in detail. Status: Toont de status (Healthy: Geen probleem gedetecteerd; Problem: Videoverlies is gedetecteerd of login mislukt wegens gebrek aan beschikbare schermen of omdat de software versie ongeldig is; Unreachable: Het apparaat is niet verbonden met het netwerk). Device: Toont de apparaatnaam. Model: Toont de modelnaam van het apparaat. Cameras: Toont het aantal camera s dat ondersteund wordt door het apparaat. Problem: Toont details over het probleem. 95

96 9.2 Status bewaking Apparaat status bewaking wordt ondersteund in het Status paneel (alleen voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Wanneer de Status tab niet op de het tab paneel staat, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en Status. Selecteer een apparaat om mee te verbinden in de Site lijst en sleep het naar het Status paneel. De status van het geselecteerde apparaat wordt getoond. 1 Status Weergavescherm: Toont de status als icoontjes. Camera: Toont de cameranummers. Version: Toont de systeemversie informatie. Event: Toont de status van gebeurtenis detectie. Wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd, dan wordt de icoon getoond in de overeenkomstige kleur. Door de muiscursor boven een icoon te houden, wordt het gebeurtenistype in een tooltip getoond. Alarm Out: Toont de status van de alarm-uit signalen. System Check: Toont de functiestatus van het apparaat en opname. 2 Functie knoppen (Disconnect): Verbreekt de huidige verbinding op het Status paneel. (Panic Recording): Start of stopt paniekopname op afstand (alleen ondersteund voor DVR s met de paniekopname functie). Rec. From/To: Toont de opnameperiode. Status: Toont de status van opname, afspelen, archiveren, exporteren van opgenomen video. (Full Screen): Toont het Status paneel in het volledig scherm formaat. 96

97 Hoofdstuk 10 Log zoekactie U kunt zoeken naar log invoeren voor het inex programma en de apparaten. Controleer eerst het volgende en start het Client programma. Services dienen te draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten dienen toegevoegd te zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details.. De log zoekactie wordt ondersteund in het Report paneel. Wanneer de Report tab niet op de het tab paneel staat, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en Report. De verschillende types log invoeren worden getoond. Door met de rechter muisknop te klikken op een kolomkop, wordt een menu getoond en kunt u data sorteren zoals u wilt. Selecteer een logtype om naar te zoeken in de uitvouwlijst. User Log: Toont log invoeren van het Client programma. Health Log: Toont log invoeren van de systeem gezondheid bewaking voor de geregistreerde apparaten. Admin Service Log: Toont log invoeren van de administration service. Recording Service Log: Toont log invoeren voor elke recording service van alle geregistreerde recording services. Streaming Service Log: Toont log invoeren voor elke streaming service van alle geregistreerde streaming services. Video Analytics Service Log: Toont log invoeren voor elke video analytics service van alle geregistreerde video analytics services. Monitoring Service Log: Toont log invoeren voor elke monitoring service van alle geregistreerde monitoring services. Device System Log: Toont systeem log invoeren van de apparaten. Device Event Log: Toont de gebeurtenis log invoeren van de apparaten. Wanneer een verbinding niet correct gemaakt is, dan wordt het verbinding verbroken log getoond. Zie Bijlage Verbinding verbroken log (p. 142) voor details. 97

98 Report werkbalk Met de werkbalk onderaan het paneel kunt u zoeken naar gewenste log invoeren. From, To: Stel de datum en tijd in van de gebeurtenis om te zoeken. Voer een specifieke datum en tijd in of selecteer First of Last. Door op de 1 Hour, 6 Hour, Today, 3 Day of 1 Week knop te klikken, wordt het tijdsinterval tussen From en To aangepast. Het selecteren van First of Last, zoekt naar log invoeren vanaf de eerste of tot de laatste. (Condition): Selecteert een logtype om naar te zoeken. (Search): Zoekt naar log invoeren gebaseerd op de zoekcondities. (Full Screen): Toont het Report paneel in het volledige scherm formaat. (Export): Exporteert de gezochte log invoeren als een tekstbestand (.txt) of CSV bestand (.csv). (Print): Print de gezochte log invoeren. More: Toont meer resultaten. 98

99 Hoofdstuk 11 Streaming Meerdere gebruikers kunnen video bekijken van apparaten via de streaming server. Wanneer de streaming service niet draait, dan kan er nog wel gekeken worden, maar het is beperkt tot minder gebruikers, gebaseerd op het maximaal aantal gelijktijdige verbindingen dat ondersteund wordt door het apparaat. Wanneer u meer dan één streaming service registreert door extra WIBU-Key s aan te schaffen, dan distribueert het inex programma de streaming werklast naar de diverse streaming servers met gebruik van de taakverdeling functie en het vergroot de bewaking stabiliteit. Als één van de streaming servers stopt te werken door een systeem probleem, dan nemen andere streaming servers de taak van die server over binnen de limiet van het aantal kanalen dat gestreamd kan worden. Er is geen verschil in het bekijken van video of er wel of geen streaming service draait. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking (p. 53) voor details over bewaking. Controleer eerst het volgende en start het Setup programma. Services dienen te draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten dienen toegevoegd te zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. Selecteer het Service menu en registreer dan een streaming service volgens de procedures hieronder. 1. Klik op de knop onderaan. Het Service Registration scherm verschijnt en een lijst met beschikbare services wordt getoond met informatie over elke service. 99

100 Name: Toont services die momenteel verbonden zijn met de administration service via het netwerk. Type: Toont het service type. Address: Toont het IP adres en poortnummer van elke server. OPMERKING: De administration server informatie dat benodigd is bij het installeren van de services, moet overeenkomen met de informatie van de huidig verbonden administration server. 2. Selecteer de streaming service om te registreren op het inex systeem en de geselecteerde services worden getoond in de service lijst. 3. Selecteer een streaming service en klik op de knop onderaan. Het Setup Streaming Service scherm verschijnt. Selecteer de Information tab. 100

101 4. Voer de naam van de streaming service in en selecteer de Setup tab. De lijst met geregistreerde camera s op de huidige streaming service wordt getoond. Door op de Device Setup knop onderaan te klikken, kunt u additionele camera s registreren op de huidige streaming service of verwijdert een camera van de huidige streaming service. 5. Video van de geregistreerde camera s op de huidige streaming service worden gestreamd naar het Client systeem. 101

102 Hoofdstuk 12 Video Analytics De video analytics service schakelt de video analytics functie in. Wanneer de instellingen juist zijn geconfigureerd, dan wordt de video analytics gedetecteerd volgens de vooraf ingestelde regels en het inex programma beschouwt de video analytics als een gebeurtenis. Zie 12.2 Video Analytics detectiegebeurtenissen configureren (p. 104) voor details over het instellen van regels voor de video analytics detectie. Zie Hoofdstuk 5 Live Video bewaking, 5.3 Camera s bedienen, Live schermmenu (p. 62) voor details. OPMERKING: Voor een juiste werking van de video analytics, dienen de camera s correct geïnstalleerd te zijn. Zie Bijlage Camera installatiegids voor Video Analytics detectie (p. 143) voor de juiste installatie van camera s voor de video analytics functie. Controleer eerst het volgende en start het Setup programma. Services dienen te draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten dienen toegevoegd te zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details Service registreren Selecteer het Service menu en registreer dan een video analytics service volgens de procedures hieronder. 1. Klik op de knop onderaan. Het Service Registration scherm verschijnt en een lijst met beschikbare services wordt getoond met informatie over elke service. 102

103 Toont services die momenteel verbonden zijn met de administration service via het netwerk. Type: Toont het service type. Address: Toont het IP adres en poortnummer van elke server. OPMERKING: De administration server informatie dat benodigd is bij het installeren van de services, moet overeenkomen met de informatie van de huidig verbonden administration server. 2. Selecteer de video analytics service om te registreren op het inex systeem en de geselecteerde services worden getoond in de service lijst. 3. Selecteer een video analytics service en klik op de knop onderaan. Het Setup Video Analytics Service scherm verschijnt. Selecteer de Information tab. 103

104 4. Voer de naam van de video analytics service in en selecteer de Setup tab. Device Setup: Hiermee kunt u apparaten registreren op de video analytics service. Rule Setup: Door een camera in de lijst met geregistreerde apparaten te selecteren en op de knop te klikken, kunt u de video analytics detectiegebeurtenissen instellen. 5. Configureer de video analytics detectiegebeurtenissen Video Analytics detectiegebeurtenissen configureren 1. Klik op de Rule Setup knop in het Setup Video Analytics Service scherm. De lijst met preset regels wordt getoond. Door op de Add knop te klikken, kunt u andere regels toevoegen. No.: Toont het regelnummer. Er zijn maximaal vier regels beschikbaar. Name, Event: Toont de regelnaam en gebeurtenistype. U kunt ze veranderen door op de Modify knop te klikken. 104

105 2. Klik op de Add knop en stel de regels in voor de video analytics detectie. Camera: Toont video van de huidige camera. Name: Voer een regelnaam in. Event Types: Selecteer een gebeurtenistype en stel gebeurtenissen in door op de Edit knop te klikken. Hieronder staan details over het instellen van gebeurtenissen. Wanneer video analytics dat voldoet aan de instellingen wordt gedetecteerd, dan beschouwt het inex programma de video analytics als een gebeurtenis. Single Event: Wanneer video analytics dat voldoet aan de instellingen van Event 1 wordt gedetecteerd, dan beschouwt het inex programma dat als een gebeurtenis. Double Event: Wanneer video analytics dat voldoet aan beide instellingen van Event 1 en Event 2 wordt gedetecteerd, dan beschouwt het inex programma het als een gebeurtenis. Loitering Wanneer er objecten in beweging worden gedetecteerd in het detectiegebied gedurende de loitering tijd, dan beschouwt het inex programma het als een gebeurtenis. Name: Voer de gebeurtenisnaam in. De naam wordt getoond in de regellijst. Draw, Erase: Hiermee kunt u detectiegebieden instellen door blokken in te schakelen op het scherm. Klik op de knop en schakel blokken in of uit door met de muis te klikken en te slepen op het scherm. Loitering Time (sec): Stel de duurtijd in van hoelang de detectie moet duren voordat het herkend wordt als een gebeurtenis. 105

106 Left/removed Object Detection Wanneer een object gescheiden wordt van een ander object in het detectiegebied en achtergelaten of verwijderd wordt gedurende de vereiste tijd voor detectie, dan beschouwd het inex programma dat als een gebeurtenis. Name: Voer de gebeurtenisnaam in. De naam wordt getoond in de regellijst. Draw, Erase: Hiermee kunt u detectiegebieden instellen door blokken in te schakelen op het scherm. Klik op de knop en schakel blokken in of uit door met de muis te klikken en te slepen op het scherm. Required time for detection (sec): Stel de duurtijd in van hoelang de detectie moet duren voordat het herkend wordt als een gebeurtenis. Trip Zone Wanneer objecten in of uit het detectiegebied gaan, dan beschouwt het inex programma dat als een gebeurtenis. Name: Voer de gebeurtenisnaam in. De naam wordt getoond in de regellijst. Draw, Erase: Hiermee kunt u detectiegebieden instellen door blokken in te schakelen op het scherm. Klik op de knop en schakel blokken in of uit door met de muis te klikken en te slepen op het scherm. In/Out: Door In te selecteren wordt het als een gebeurtenis beschouwd wanneer objecten het detectiegebied in gaan. Door Out te selecteren wordt het als een gebeurtenis beschouwd wanneer objecten uit het detectiegebied gaan. 106

107 Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer U kunt het apparaat wijzigen of verwijderen in een lijst. U kunt ook verbinding maken met een apparaat om zijn instellingen te veranderen of de software te upgraden op afstand. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma en voer de inloginformatie in Selecteer het Device menu. All Devices: Toont apparaten geregistreerd in de administration service. Als u een apparaat verwijderd uit All Devices, dan is het niet beschikbaar om eerder opgenomen data te zoeken en af te spelen, zelfs wanneer het apparaat opnieuw geregistreerd wordt (alleen netwerk video apparaten). Zie 13.1 Apparaten registreren (p. 108) voor details over het registreren van apparaten. Device Group: Toont geregistreerde apparaatgroepen. U kunt camera s in apparaatgroepen bekijken en opgenomen video afspelen. U moet apparaten registreren in de administration service en de apparaten toevoegen aan een apparaatgroep om deze te kunnen bedienen. Zie 13.1 Apparaten registreren (p. 108) voor details over het registreren van apparaatgroepen. Layout: Toont de geregistreerde layouts. U kunt video bekijken van meerdere camera s in een vooraf ingestelde layout. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Layout bewaking (p. 55) voor details. Layout Sequence: Toont de geregistreerde layout sequences. U kunt video opeenvolgend bekijken van meerdere camera s in meer dan één vooraf ingestelde layout. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Layout sequence bewaking (p. 56) voor details. Camera Sequence: Toont de geregistreerde camera sequences. U kunt video opeenvolgend bekijken van meerdere camera s in hetzelfde camerascherm. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.1 Video bewaking, Camera sequence bewaking (p. 59) voor details. Map: Toont de geregistreerde mappen. U kunt video van camera s, de gebeurtenisdetectie en de input/output status van een apparaat op een map bewaken. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.2 Map bewaking (p. 60) voor details. 107

108 13.1 Apparaten registreren 1. Klik op All Devices in het Site paneel en daarna op de knop onderaan het Site lijst paneel. Het Device Scan scherm verschijnt. Protocol: Selecteer het protocol of de fabrikant van het apparaat om te scannen. Gebeurtenisgerelateerde functies worden niet ondersteund voor apparaten die het inex protocol niet gebruiken, en sommige andere functies worden mogelijk niet ondersteund, afhankelijk van de instellingen van het apparaat. Scan Mode: Selecteer de scanmodus. Door op de Start Scan knop te klikken, worden de resultaten getoond in de lijst. Wanneer het IP adres bereik van het apparaat anders is dan dat van de administration server, dan kan het inex programma het IP adres als ongeldig beschouwen. In dit geval moet u het IP adres van het apparaat veranderen om het apparaat te registreren. Auto Scan (LAN): Maakt een lijst van apparaten in een LAN omgeving (alleen ondersteund voor netwerk video apparaten). Wanneer het apparaat het ONVIF TM Conformance protocol gebruikt, dan is deze functie alleen ondersteund wanneer u het Disable WS-Discovery Windows Service (fdphost, FDResPub) vakje aangevinkt heeft tijdens de software installatie in Microsoft Windows Vista of latere besturingssystemen. IP Address: Hiermee kunt u het IP adres van een apparaat invoeren. U kunt meer dan één apparaat tegelijkertijd zoeken door een bereik van IP adressen in te voeren. DVRNS: Hiermee kunt u de apparaatnaam dat geregistreerd is op een DVRNS server invoeren, wanneer het apparaat het DVR Name Service (DVRNS) functie gebruikt. Domain Name: Hiermee kunt u de domeinnaam van een apparaat dat geregistreerd is op een DNS server invoeren, wanneer het apparaat de domain name service gebruikt. : Selecteer de apparaten om te registreren door het vakje naast elk apparaatnaam in de lijst aan te vinken. Door het Select All vakje te selecteren, worden alle apparaten in de lijst geselecteerd. 108

109 OPMERKINGEN: Afhankelijk van het model, wordt het apparaat mogelijk niet ondersteund, ook al ondersteund het inex programma het protocol van het apparaat. Vraag uw dealer of distributeur naar de ondersteunde modellen. Wanneer het apparaat het ONVIF TM Conformance protocol gebruikt, kunt u de fabrikant selecteren (of inex protocol) of het ONVIF TM Conformance protocol. Echter is het mogelijk dat één of beide niet ondersteund worden, afhankelijk van het model van het apparaat. Vraag uw dealer of distributeur naar details. Zie de gebruikershandleiding van het apparaat voor het inschakelen van het ONVIF TM Conformance protocol in het apparaat, omdat procedures kunnen verschillen voor elk model. 2. Klik op de Add Devices knop onderaan. Name, Address, Device Type: Toont de naam, IP adres (of mdns nummer) en type van het geselecteerde apparaat. De naam wordt automatisch geüpdatet afhankelijk van de instellingen van het apparaat. ID, Password: Voer de gebruikers ID en wachtwoord in welke u in het apparaat ingesteld heeft om op afstand verbinding te kunnen maken met dat apparaat. De verbinding met het apparaat is alleen toegestaan voor de gebruikers onder de Administrator groep van het apparaat, en opname is alleen toegestaan voor de admin gebruiker in de Administrator groep van het apparaat. Recording Service: Selecteer een recording server in de lijst om video op te nemen van het geselecteerde apparaat (alleen ondersteund voor netwerk video apparaten). Het apparaat is geregistreerd op de recording server en de recording server voert opnames uit volgens een opnameschema. Het is aanbevolen dat u de recording server niet veranderd zodra er opnames gemaakt zijn. Wanneer u de recording server verandert nadat er opnames gemaakt zijn, dan kunt u opgenomen video op de originele recording server niet meer doorzoeken of afspelen. Het nummer in de recording server lijst geeft het maximale aantal camera s weer dat geregistreerd kan worden, en de naam geeft de naam van een recording service weer, dat ingesteld is tijdens de Service menu instellingen. Het maximale aantal camera s dat geregistreerd kan worden verschilt, afhankelijk van het type en aantal van de verbonden WIBU-Key's met de administration server. Bij het selecteren van de Do not record optie, behandelt het inex programma het apparaat alsof het niet geregistreerd is tijdens de Schedule instellingen en voert geen van de ingeplande activiteiten uit die geassocieerd zijn met het apparaat. U kunt de lijst met geregistreerde apparaten op de recording server controleren op een Device Setup tab tijdens het instellen van de recording server in het Service menu. Zie Hoofdstuk 15 Opslagbeheer (p. 123) voor details. Streaming Service: Selecteer of u de streaming service wilt gebruiken voor het bekijken van de video van het apparaat. Als u de streaming service gebruikt, dan zendt het inex programma video van het apparaat naar het client systeem via de streaming server, en hiermee kunnen meerder gebruikers de video tegelijkertijd bekijken. Het aantal kanalen dat gestreamd kan worden is gelijk aan het aantal kanalen dat opgenomen kan worden, tenzij er streaming WIBU-Key s toegevoegd zijn. Wanneer u meer dan één streaming service 109

110 registreert door extra WIBU-Key s aan te schaffen, dan kiest het inex programma één van de streaming services, afhankelijk van de systeembelasting van de streaming server. Zie Hoofdstuk 11 Streaming (p. 99) voor details. Apply to All Devices: Selecteer om dezelfde gebruikersnaam en wachtwoord toe te passen voor alle geselecteerde apparaten, wanneer u meer dan één apparaat geselecteerd heeft en de geselecteerde apparaten dezelfde gebruikersnaam en wachtwoord hebben. OPMERKINGEN: Als het apparaat een DVR is, dan is het mogelijk nodig om de DVR poortnummers in te voeren, afhankelijk van de specificaties en versie van de DVR. Bij het registreren van een vier-kanaals netwerk video transmitter dat het inex protocol gebruikt, worden alle vier camera s automatisch geregistreerd zelfs als een aantal van de vier camera s uitgeschakeld zijn. 3. Klik op Device Group in het Site paneel, en daarna op de knop onderaan het Site paneel. Het Add Device Group scherm verschijnt. Name: Voer de apparaatgroep naam in. Location: Selecteer een verzamelgroep waar de apparaatgroep bij hoort. Select Devices Below, Selected Device List: Vink het vakje aan naast camera s in het linker paneel, en de geselecteerde camera s worden toegevoegd aan het rechter paneel. Door op de OK knop te klikken, wordt de apparaatgroep registratie voltooid. 4. Controleer of het apparaat correct aan de apparaatgroep is toegevoegd. Klik op Device Group in het Site paneel en daarna op de pijl knop ( ) naast Device Group. Het klikken op de geregistreerde groep, toont de lijst met toegevoegde apparaten aan de apparaatgroep en verbindingsstatus in het Site lijst paneel. Wanneer de verbinding niet correct gemaakt is, dan wordt het verbinding verbroken log getoond. Zie Bijlage Verbinding verbroken log (p. 142) voor details over het verbinding verbroken log. 110

111 Het selecteren van de geregistreerde apparaatgroep en daarna de knop onderaan het Site paneel, toont het Edit Device Group scherm en hiermee kunt u de geselecteerde apparaatgroep wijzigen Apparaten beheren Klik op een apparaatgroep in het Site paneel en klik daarna op een apparaat in het Site lijst paneel. Door op de knop onderaan het Site lijst paneel te klikken, of het klikken op de rechter muisknop, toont het apparaat menu. OF Edit Device: Hiermee kunt u informatie voor het verbinden met het apparaat en elk Preset van Recording Schedule Action wijzigen. Zie Apparaat informatie wijzigen (p. 112) voor details over het registreren van apparaten. Remote Setup Device: Hiermee kunt u de instellingen van het apparaat op afstand veranderen. Zie Apparaat instellingen op afstand wijzigen (p. 113) voor details over het registreren van apparaten. Firmware Upgrade: Hiermee kunt u de software van het apparaat op afstand upgraden (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Zie Apparaat software upgraden (p. 114) voor details over het registreren van apparaten. Multiple Recording Setup: Hiermee kunt u elk Preset van Recording Schedule Action instellen met dezelfde waardes voor meer dan één apparaat. Dit is alleen ondersteund voor apparaten van hetzelfde type (netwerk camera s / netwerk video transmitters). 111

112 Apparaat informatie wijzigen Selecteer Edit Device in het Device menu. Information Hiermee kunt u informatie voor de verbinding met het apparaat wijzigen. Name: Wijzig de apparaatnaam. U kunt dezelfde naam voor meer dan één apparaat gebruiken. Door de Disable Device optie te selecteren, houdt het inex programma geen rekening meer met het geregistreerde apparaat in de administration service. Het selecteren van Device Name Sync, update automatisch de naam gebaseerd op de instellingen in het apparaat (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Address: Wijzig het IP adres (of domeinnaam) van het apparaat. Wanneer het apparaat de DVR Name Service functie gebruikt, selecteer dan de Use DVRNS optie en voer de apparaatnaam in, in plaats van het IP adres. De ingevoerde apparaatnaam dient hetzelfde te zijn als de naam die ingesteld is in het apparaat tijdens het instellen van de DVRNS. Port: Wijzig de poortnummers. De ingevoerde poortnummers dienen hetzelfde te zijn als de poortnummers die in het apparaat ingesteld zijn voor verbinding op afstand (Admin), op afstand bekijken (Watch), opname (Record) en twee-weg audiocommunicatie (Audio). ID, Password: Wijzig de gebruikersnaam en wachtwoord voor verbinding met het apparaat. Connection Test: Klik op de knop om de verbinding naar het apparaat te testen met de hierboven ingevoerde informatie. Stream Protocol: Selecteer het protocol voor streaming (alleen ondersteund voor apparaten die het ONVIF TM Conformance protocol gebruiken). Record Protocol: Selecteer het protocol voor recording (alleen ondersteund voor apparaten die het ONVIF TM Conformance protocol gebruiken). ONVIF Profiles: Selecteer een preset ONVIF TM profiel (alleen ondersteund voor apparaten die het ONVIF TM Conformance protocol gebruiken). Zie 13.3 ONVIF TM Conformance Protocol apparaten op afstand instellen, Profielen (p. 118) voor details. Detailed Information Het toont de registratie informatie van het apparaat. Group, Service: Toont de lijst met apparaatgroepen en services waarbij het apparaat geregistreerd is. Device Type: Toont het type apparaat. 112

113 Record Preset Het is alleen ondersteund voor netwerk video transmitters. Codec, Resolution, Frame Rate, Quality: Selecteer de compressie codec, resolutie, frame rate en kwaliteit voor opname. De frame rate kan niet meer zijn dan 15 ips wanneer video wordt opgenomen met de H.264 codec en 4CIF resolutie. Recording Schedule Hiermee kunt u elk Preset van Recording Schedule Action wijzigen. Netwerk camera Netwerk video transmitter Netwerk Camera: Wijst een stream toe om te gebruiken voor opname aan elke Preset. Netwerk Video Transmitter: Wijst waardes toe voor opname aan elke Preset. Instant Recording: Selecteer een Preset om te gebruiken voor Instant opname. Apparaat instellingen op afstand wijzigen Met het selecteren van Remote Setup Device in het apparaatmenu, kunt u de apparaat instellingen op afstand wijzigen. Het wijzigen van de apparaat instellingen op afstand is mogelijk niet beschikbaar voor een aantal instellingen. Wanneer het apparaat meer dan één protocol ondersteunt, kunnen de instellingen voor op afstand instellen in het inex programma verschillen, afhankelijk van het gebruikte protocol. Zie de gebruikershandleiding van het apparaat voor details over de instellingen. Zie 13.3 ONVIF TM Conformance Protocol apparaten op afstand instellen (p. 116) in deze handleiding voor details over op afstand instellen van een apparaat dat het ONVIF TM Conformance protocol gebruikt. 113

114 U kunt tegelijkertijd instellingen veranderen van verschillende apparaten met behulp van een instellingenbestand. Door op de (Multiple Remote Setup) knop boven het Site paneel te klikken, wordt het volgende scherm getoond. Klik op de knop in de rechter bovenhoek en selecteer een instellingenbestand. De lijst met beschikbare apparaten wordt getoond. Deze functie wordt mogelijk niet ondersteund, afhankelijk van het apparaat model. De apparaten waarbij deze functie niet ondersteund wordt, worden niet getoond in de lijst ongeacht of er een instellingenbestand beschikbaar is voor de apparaten. Selecteer apparaten en klik op de Apply knop onderaan om de veranderingen toe te passen. Apparaat software upgraden Wanneer u een upgrade bestand heeft, dan kunt u door Firmware Upgrade te selecteren in het apparaatmenu de software van het apparaat op afstand upgraden (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). U kunt software van verschillende apparaten tegelijkertijd upgraden. Door op de (Multiple Firmware Upgrade) knop boven het Site paneel te klikken, wordt het volgende scherm getoond (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken). Klik op de knop in de rechter bovenhoek en selecteer een upgrade bestand. Wanneer het apparaat een PCgebaseerde DVR is, vink dan het PC Based DVR vakje aan en klik op de knop. De lijst met beschikbare apparaten wordt getoond. Het selecteren van Show all devices toont alle geregistreerde apparaten. Selecteer apparaten en klik op de Upgrade knop onderaan om het upgraden te starten. Apparaatstatus controleren Klik op All Devices in het Site paneel en daarna op een apparaat in het Site lijst paneel. De apparaatstatus wordt getoond in het Recording Status veld (Connected: Opname is beschikbaar, 114

115 Disconnected: Opname is niet beschikbaar). Het klikken op de pijl knop ( ) naast elk apparaatnaam, toont de lijst met ondersteunde ingangen en uitgangen van het apparaat. U kunt de apparaatstatus van de ingang en uitgang controleren (Record: Tijdens opname in de Time-Lapse opname of Event opname modus, Panic: Tijdens opname in de Instant opname modus, Idle: Klaar om op te nemen). Input/Output apparaat informatie wijzigen Klik op All Devices in het Site paneel en daarna op de pijl knop ( ) naast elk apparaatnaam in het Site lijst paneel. Klik op het input/output apparaat in de lijst met video in, alarm in/uit en audio in/uit, ondersteund door het apparaat. Door op de knop onderaan het Site lijst paneel te klikken, of door op de rechter muisknop te klikken en Edit Device te selecteren in het menu, wordt het Edit Device scherm getoond. OF Device Name: Wijzig de naam van het input/output apparaat. U kunt dezelfde naam gebruiken voor meer dan één input/output apparaat. De naam wordt automatisch geüpdatet wanneer de naam van het apparaat waaraan het input/output apparaat is verbonden wordt geüpdatet. Associated Audio Channel: Selecteer het audiokanaal om te associëren met de camera voor audio opname (alleen ondersteund voor een camera). Het geselecteerde audiokanaal wordt opgenomen wanneer video van de camera wordt opgenomen. Associated Device: Selecteer een camerakanaal om te associëren met het alarm-in of audio-in apparaat voor weergave op het event spot scherm (alleen ondersteund voor een alarm-in of audio-in apparaat). Video van het geselecteerde camerakanaal wordt getoond op het event spot scherm wanneer een alarm-in of audio-in gebeurtenis is gedetecteerd. 115

116 13.3 ONVIF TM Conformance Protocol apparaten op afstand instellen Wanneer het apparaat het ONVIF TM Conformance protocol gebruikt, dan toont het inex programma live video of neemt video op met de instellingen die ingesteld zijn tijdens apparaat instellingen op afstand in het inex programma. Klik op een apparaatgroep in het Site paneel en klik daarna op een apparaat in het Site lijst paneel. Het klikken op de knop onderaan het Site lijst paneel, of het klikken op de rechter muisknop, toont het apparaatmenu. Het selecteren van Remote Setup Device toont het volgende instellingen scherm en hiermee kunt u de instellingen van het apparaat wijzigen. Het instellingen menu en opties kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het model van het apparaat. Het klikken op de Apply knop na het wijzigen van de instellingen, past de wijzigingen toe. Information Toont de apparaat informatie. Maintenance Restart: Het klikken op de knop herstart het systeem. Het inex instellingen op afstand wordt gesloten wanneer het systeem herstart. Reset: Zet alle instellingen van het systeem terug naar de originele fabrieksinstellingen. Except Network Information: Zet alle instellingen behalve netwerk instellingen terug naar de originele fabrieksinstellingen. 116

117 TCP/IP Include Network Information: Zet alle instellingen inclusief de netwerkinstellingen naar de originele fabrieksinstellingen. De inex instellingen op afstand wordt gesloten wanneer de netwerkinstellingen worden gereset. IP Address Configuration: Stelt het IP adres van het apparaat in. Selecteer het type netwerk configuratie van het apparaat. Set Manually: Selecteer dit wanneer het apparaat een statisch IP adres gebruikt voor netwerkverbinding, en stel de LAN parameters handmatig in. DHCP: Selecteer dit wanneer het apparaat verbonden is via DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol). Klik op de Apply knop en de netwerkinformatie wordt automatisch toegewezen aan het apparaat. DNS Configuration Type: Voer het IP adres in van de DNS server. Selecteer het type netwerk configuratie van de DNS server voor het instellen van de DNS server netwerkinformatie. Set Manually: Hiermee kunt u het handmatig instellen. DHCP: Wijst de informatie automatisch toe. Door op de Apply knop te klikken, worden de wijzigingen toegepast en de gewijzigde informatie wordt de volgende keer getoond bij verbinden. Dit wordt niet ondersteund wanneer het IP adres van het apparaat ingesteld is op Set Manually. DDNS Zero Configuration Update Type: Update de IP adres informatie van het apparaat automatisch in het inex systeem, wanneer het IP adres van het apparaat is gewijzigd. No Update: Update de IP adres informatie van het apparaat niet automatisch. Device Update, DHCP Server Update: Update het IP adres van het apparaat of dat geregistreerd is op de DHCP server. Name: Stel de DNS naam in. TTL (Time to Live): Stel het interval in waarmee de DHCP geüpdatet moet worden. Enable Zero Configuration: Wijst automatisch een geschikt IP adres toe voor de huidige netwerkconditie (alleen ondersteund voor apparaten die over de functie beschikken). 117

118 Network Protocols WS-Discovery User Network Protocols: Verander de poortnummers van de netwerkprotocollen die gebruikt worden in het apparaat (alleen ondersteund voor de protocollen die gebruikt worden in het apparaat). OPMERKING: Wanneer het poortnummer van de HTTP server is veranderd, sluit het instellingenscherm en dient het HTTP poortnummer in het inex Setup programma ook veranderd te worden. Zie 13.2 Apparaten beheren, Apparaat informatie wijzigen (p. 112) voor details. Scope Parameters: Klik op de knop en voeg de scope parameters van het WS-Discovery (Web Services Discovery) protocol toe indien nodig. Discovery Mode: Stel in of het opsporen van het apparaat toegestaan is. Wanneer Non- Discoverable geselecteerd is, dan is de Auto Scan functie niet ondersteund voor apparaten die het ONVIF TM Conformance protocol gebruiken tijdens de apparaatregistratie. U kunt een gebruiker toevoegen of verwijderen. Door op de knop te klikken, kunt u een gebruiker toevoegen. Profiles Stel de profielen in met behulp van de volgende procedures. Selecteer een profiel in de profiel lijst. Door op de knop te klikken, kunt u een nieuw profiel toevoegen. Stel media in. Zie de uitleg hieronder voor details over het instellen van media. Klik op de Apply knop onderaan. De instellingen worden toegepast en het inex systeem toont live video of neemt video op gebaseerd op de instellingen van het geselecteerde profiel. Video Source: Selecteer de gewenste videobron in de lijst met ondersteunde videobronnen in het apparaat. Video Encoder: Selecteer een video encoder configuratie. Door op de See More knop te klikken, kunt u de details controleren van de geselecteerde video encoder configuratie. Zie Video (p. 119) voor details over de video encoder configuratie. 118

119 Audio Source: Selecteer een gewenste audiobron in de lijst met ondersteunde audiobronnen in het apparaat. Wanneer None geselecteerd is, dan wordt audio bewaking en opname voor het apparaat niet ondersteund. Audio Encoder: Selecteer een audio encoder configuratie. Door op de See More knop te klikken, kunt u de details controleren van de geselecteerde audio encoder configuratie. Zie Audio (p. 119) voor details over de audio encoder configuratie. PTZ: Selecteer een PTZ instelling. Wanneer None geselecteerd is, dan wordt PTZ bediening van het apparaat niet ondersteund. Video Audio Source Configuration: Toont de bron configuratie informatie (Configuration: videobron, Name: bron naam, Use Count: het aantal profielen die de bron gebruiken, Source Token: het aantal tokens). Encoder Configuration: Stel een encoder in. Video Encoder Configuration: Selecteer een video encoder in de lijst met ondersteunde video encoders in het apparaat. Name: Wijs een naam toe aan de geselecteerde video encoder. Use Count: Toont het aantal profielen die de geselecteerde video encoder gebruiken. Encoding, Resolution, Quality: Selecteer een video compressie codec, video resolutie en video kwaliteit. De frame rate kan niet meer dan 15 ips zijn wanneer de video wordt opgenomen met de H.264 codec en 4CIF resolutie als het apparaat een netwerk video transmitter is. Frame Rate Limit: Selecteer een maximale frame rate. Encoding Interval: Selecteer een encoding interval. Hoe hoger de waarde, des te hoger de bitrate en slechter de video kwaliteit. Bit Rate Limit: Voer de maximale bitrate in. U kunt de netwerk bandbreedte beheren door de bitrate te beperken, afhankelijk van het netwerkverkeer. Source Configuration: Toont de bron configuratie informatie (Configuration: audiobron, Name: bron naam, Use Count: het aantal profielen die de bron gebruiken, Source Token: het aantal tokens). Encoder Configuration: Stel een encoder in. Audio Encoder Configuration: Selecteer een audio encoder in de lijst met ondersteunde audio encoders in het apparaat. Name: Wijs een naam toe aan de geselecteerde audio encoder. Use Count: Toont het aantal profielen die de geselecteerde audio encoder gebruiken. Encoding: Selecteer een audio compressie codec. Bit Rate: Selecteer een bitrate. Sample Rate: Selecteer de opnamesnelheid. Hoe hoger de waarde, des te beter de geluidskwaliteit en hoe groter de data grootte. 119

120 I/O Mode: Stel de relais modus in voor de input en output apparaten. Monostable: Na het instellen van de ruststand, gaat het relais terug naar zijn ruststand zodra de vertragingstijd voorbij is. Bistable: Na het instellen van de ruststand, blijft het relais in deze stand. Delay Time: Stel de vertragingstijd in tot het relais terug gaat naar zijn ruststand in de Monostable modus. Idle State: Stel de fysieke ruststand in van een relais uitgang. Open: Geeft aan dat het relais open staat wanneer de relaisstand op inactief ingesteld is en gesloten wanneer de stand op actief ingesteld is. Closed: Geeft aan dat het relais gesloten staat wanneer de relaisstand op inactief ingesteld is en open wanneer de stand op actief ingesteld is. Action: Bedient de relaisstand. Active: Met het klikken op de knop wordt de relaisstand op actief gezet. InActive: Met het klikken op de knop wordt de relaisstand op inactief gezet. PTZ PTZ Node: Toont de node informatie (Node: PTZ node, Name: bron naam, Maximum Preset: het maximale aantal presets, Home Supported: beschikbaarheid van de home functie). PTZ Configuration: Stel de PTZ in. PTZ Configuration: Selecteer een PTZ in de lijst met de ondersteunde PTZ s in het apparaat. Name: Wijs een naam toe aan de geselecteerde PTZ. Use Count: Toont het aantal profielen die de geselecteerde PTZ gebruiken. Node: Selecteer een PTZ node. Een PTZ node geeft mechanische PTZ drivers, geüploadde PTZ driver of digitale PTZ drivers aan. Absolute Pan/Tilt Position: Selecteer de beweging instelling om naar een bepaalde positie te gaan. Wanneer de positie niet bereikt kan worden, dan mislukt de bediening. Absolute Zoom Position: Selecteer de zoom instelling om naar een bepaalde positie in te zoomen. Wanneer de positie niet ingezoomd kan worden, dan mislukt de bediening. Relative Pan/Tilt Translation: Selecteer de beweging instelling om naar een bepaalde richting te gaan, gebaseerd op de huidige positie. Relative Zoom Translation: Selecteer de zoom instelling om in een bepaalde richting in te zoomen, gebaseerd op de huidige positie. Continuous Pan/Tilt Velocity: Selecteer de beweging instelling om constant in een bepaalde richting te bewegen, gebaseerd op de huidige positie met een gedefinieerde snelheid. Continuous Zoom Velocity: Selecteer de zoom instelling om constant in een bepaalde richting in te zoomen, gebaseerd op huidige positie met een gedefinieerde snelheid. Pan/Tilt Speed: Selecteer de snelheid instelling om naar een bepaalde positie of in een bepaalde richting te bewegen. Zoom Speed: Selecteer de snelheid instelling om naar een bepaalde positie of in een bepaalde richting in te zoomen. PTZ Timeout: Stel de duurtijd in van de PTZ bediening. De bediening stopt automatisch na de time-out periode. 120

121 Hoofdstuk 14 Gebruikerbeheer U kunt aan iedere gebruiker verschillende beheerderrechten toewijzen voor elke functie van het inex programma. De Administrators groep heeft rechten voor alle functies, en de beheerrechten zijn niet te wijzigen. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma en voor de inlog informatie in Selecteer het User menu. 1. Klik op de knop onderaan de gebruikersgroep lijst. Het Add User Group scherm verschijnt. 121

122 Information tab: Voer de gebruikersgroep naam in. Device Access Authority tab: Geef of beperk rechten voor de toegang tot elk apparaat. Authority tab: Geef of beperk rechten voor elke functie. Door op de OK knop te klikken, wordt de registratie van de gebruikersgroep voltooid. 2. Klik op de toegevoegde gebruikersgroep in de Group lijst, en daarna op de knop onderaan de gebruiker lijst. Het Add User scherm verschijnt. Name: Voer de gebruikersnaam in. ID, Password, Confirm: Voer een unieke gebruikersnaam en wachtwoord in (4 tot 32 karakters zonder spaties) voor toegang tot het inex programma. Monitoring Group: Toont de gebruiker die berichtgeving van gebeurtenissen doorgestuurd krijgt wanneer gebeurtenissen plaatsvinden. Door op de Modify knop te klikken, kunt u de gebruikers wijzigen. Zie Hoofdstuk 16 Gebeurtenisbeheer, 16.2 Gebeurtenissen beheren, Gebeurtenis bevestiging (p. 134) voor details over gebeurtenis doorsturen. Voer het adres van de gebruiker in wanneer u gebeurtenis detectie wilt melden aan de gebruiker via . Een adres moet karakter bevatten om een geldig adres te zijn. Zie Hoofdstuk 16 - Gebeurtenisbeheer (p. 127) voor details over het berichtgeven van gebeurtenis detectie via . Phone, Description: Voer het telefoonnummer en beschrijving van de gebruiker in als u dat wilt. Alleen nummers en zijn toegestaan bij het invoeren van een telefoonnummer. Klik op de OK knop onderaan. 3. Door op de geregistreerde gebruikersgroep of een gebruiker in de lijst te klikken, en daarna op de knop onderaan, kunt u de informatie wijzigen. 122

123 Hoofdstuk 15 Opslagbeheer U kunt opslag toewijzen en beheren voor opname. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma Selecteer het Service menu. 1. Als er een recording service niet geregistreerd is, selecteer dan Recording Service en klik op de knop onderaan. Het Service Registration scherm verschijnt en een lijst met beschikbare services wordt getoond met informatie over elke service. Name: Toont services die momenteel verbonden zijn met de administration service via het netwerk. Type: Toont het service type. Address: Toont het IP adres en poortnummer van elke server. OPMERKING: De administration server informatie dat nodig is bij het installeren van services dient overeen te komen met de informatie van de momenteel verbonden administration server. 2. Selecteer een recording service om te registreren in het inex systeem. Opslag toewijzen Selecteer het Service menu en daarna een recording server en wijs opslag toe aan harde schijven van de geselecteerde recording server volgens de procedures hieronder. OPMERKING: USB harde schijven, netwerk harde schijven en harde schijven die ingesteld staan op Dynamic, kunnen geen toegewezen opslag zijn. 123

124 OPMERKINGEN: Het is aanbevolen om een nieuwe ongeformatteerde harde schijf toe te voegen voor een stabiele opname. Wanneer u een harde schijf instelt die data bevat, dient u de partitie(s) en het bestandssysteem te verwijderen na het formatteren. Zie de handleiding van de PC/server of vraag uw PC/server fabrikant voor details over het formatteren of verwijderen van partitie(s) en bestandssysteem. Wanneer u een harde schijf verwijdert dat opgenomen video bevat van een recording server en het installeert in een andere recording server, dan kunt u de opgenomen video op de originele recording server niet doorzoeken of afspelen. Het totale aantal opslag voor één recording server kan niet meer zijn dan GB. 1. Selecteer een recording service en klik op de knop onderaan. Het Setup Recording Service scherm verschijnt. Selecteer de Device Setup tab. De lijst met geregistreerde camera s op de huidige recording service wordt getoond. Door te klikken op de Add knop onderaan, kunt u andere camera s registreren op de huidige recording service. Het selecteren van een apparaat en het klikken op de Remove knop, verwijdert het apparaat van de huidige recording service. OPMERKINGEN: Het aantal apparaten dat opgenomen kan worden in een recording server verschilt, afhankelijk van het type en aantal WIBU-Key s dat verbonden is met de administration server. Wanneer u een apparaat verwijdert nadat er opnames gemaakt zijn voor het apparaat, dan kunt u de opgenomen video op de originele recording server niet doorzoeken of afspelen, ook al registreert u het apparaat opnieuw. Opname is niet ondersteund voor DVR s. 124

125 2. Selecteer de Storage Setup tab en klik op de Add knop onderaan. 3. Het Add Storage scherm verschijnt en een lijst met beschikbare harde schijven wordt getoond met informatie over elke schijf. Drive: Toont de drive naam en volume label. Wanneer er geen bestandssysteem is aangemaakt op een harde schijf, dan wordt PHYSICALDRIVE No. getoond in plaats van de drive naam en volume label. Het inex programma beschouwt elke harde schijf dat geen Windows bestandssysteem gebruikt (FAT32, NTFS) alsof er geen bestandssysteem is aangemaakt. Disk Type: Toont het type harde schijf. Capacity: Toont de totale opslagcapaciteit en beschikbare opslagcapaciteit. 4. Selecteer een harde schijf om opslag toe te wijzen en klik op de Add knop onderaan. Het Allocate Storage scherm verschijnt. Path: Toont de opslag mappad. Drive Type: Toont het type harde schijf. Free: Toont de beschikbare opslagcapaciteit. Storage Capacity: Stelt de opslagcapaciteit in om toegewezen te worden aan de harde schijf (min. 20GB). Wanneer het Windows besturingssysteem is geïnstalleerd op de harde schijf, dan moet u meer dan 10GB aan vrije harde schijf ruimte hebben voor een juiste systeemwerking. Als er geen bestandssysteem aangemaakt is op de harde schijf, dan maakt de recording server automatisch een merkgebonden videodatabase bestandssysteem aan wanneer opslag toegewezen wordt, om een stabielere opname te verzekeren en wijst automatisch aan de gehele harde schijf opslag toe. 125

126 Opslag beheren U kunt opslag beheren van alle harde schijven die in de huidige recording server gebruikt worden of van een specifieke harde schijf. Opslag van alle harde schijven Klik op de Setup knop. Het Storage Setup scherm verschijnt. Clear All Recorded Data: Verwijdert alle opgenomen data op alle gebruikte harde schijven in de huidige recording server. Reconstruct Abnormal Recorded Timetable: Wanneer de netwerkverbinding tussen de recording server en de apparaten te traag is of een harde schijf in de recording server beschadigd is, dan kan de opgenomen data en de tijdtabel informatie van de opgenomen data mogelijk niet overeenkomen en de tijdtabel in het Client programma toont mogelijk incorrecte informatie. Als er in dit geval op de knop geklikt wordt, dan wordt de tijdtabel herbouwd om opgenomen data correct weer te geven op de tijdtabel in het Client programma. Overwrite recorded data when the disk is full: Door het vakje aan te vinken, wordt over de oudste videodata heen opgenomen zodra alle beschikbare opslagruimte gebruikt is. Opslag van een specifieke harde schijf Klik op de opslag die u wilt wijzigen in de opslag lijst, en daarna op de Modify knop onderaan. Het Edit Storage scherm verschijnt. Resize Storage: Hiermee kunt u de opslagcapaciteit vergroten. Clear Storage: Hiermee kunt u alle opgenomen data verwijderen in de geselecteerde opslag. OPMERKING: Doorzoeken of afspelen van opgenomen data wordt gestopt wanneer de opslag aangepast of gewist wordt. LET OP: Het wissen van opslag verwijdert alle opgenomen data in de opslag en de verwijderde data kan niet hersteld worden. 126

127 Hoofdstuk 16 Gebeurtenisbeheer U kunt gebeurtenisdetectie berichten naar het Client systeem beheren op basis van een preset gebeurtenis beheerschema en de gebeurtenisgedetecteerde video bekijken of afspelen op het Client systeem (alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken) Gebeurtenis beheerschema instellen Controleer eerst het volgende en start het Setup programma. Services moeten draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten dienen toegevoegd te zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. Ga naar het Start menu Klik op inex Start het inex Setup programma Selecteer het Event Management menu en stel het gebeurtenis beheerschema in volgens de procedures hieronder. Klik op de Schedule Setup knop onderaan. Het Schedule Setup scherm verschijnt en schema schermen worden getoond met de huidige instellingen voor elke Preset. 127

128 Time Coverage: Stel de schema tijd in. U kunt meer dan één tijdbereik instellen. Condition: Stel de gebeurtenisconditie in. U kunt meer dan één gebeurtenisconditie instellen voor dezelfde schema tijd. Action: Stel de gebeurtenisactie in. U kunt meer dan één gebeurtenisactie instellen voor dezelfde gebeurtenisconditie. Target: Stel de gebruikers in voor het beheren van de gebeurtenissen. Setup: Stel de SMTP server informatie in voor uitgaande mail. Dit werkt alleen wanneer de actie type ingesteld is op Notification tijdens de Action Preset instellingen. OPMERKING: In de schema instellingen, geeft Preset een enkele instelling aan waarin de instellingwaardes van Time Coverage, Condition of Action zijn opgeslagen. 1. Stel de schema tijd in door te dubbelklikken op het Time Coverage schema scherm en daarna een gewenste Preset te selecteren. U kunt een nieuwe Preset toevoegen of een opgeslagen Preset wijzigen door op de Add of Modify knop te klikken. Zie de uitleg hieronder voor het instellen van een schema. 128

129 Name: Voer een Preset naam in. Color: Klik op de knop en selecteer een gewenste kleur. De ingeplande tijdsectie wordt opgelicht met de geselecteerde kleur in de schematabel. Period: Stel de periode in voor de schema tijd. Het selecteren van de Infinite optie zorgt voor continu berichtgeving gebaseerd op de Condition, Action en Target preset instellingen zonder einde van de periode. Time: Stel de tijd in voor de schema tijd. Repeat, Repeat Period: Stel de interval en intervalperiode in. Gebeurtenissen worden bericht aan de preset gebruikers op het toegewezen interval gedurende de intervalperiode. 2. Stel de gebeurtenisdetectie in door te dubbelklikken op het Condition schema scherm en een gewenste Preset van gebeurtenisconditie te selecteren. U kunt een nieuwe Preset toevoegen of een opgeslagen Preset wijzigen door op de Add of Modify knop te klikken. Door op de Add of Modify knop te klikken, wordt het volgende instellingenscherm getoond. Name: Voer de Preset naam in. Select Target to produce event and event type: Selecteer gebeurtenistypes die gebeurtenis berichtgeving inschakelen. 129

130 Event from any device: Selecteer voor berichtgeving van gebeurtenissen wanneer door de gebruiker gedefinieerde type gebeurtenissen worden gedetecteerd. Klik op Event from any device en de lijst met gebeurtenistypes wordt getoond in Event Types onderaan Selecteer de gewenste gebeurtenistypes en de geselecteerde gebeurtenistypes worden toegevoegd aan de lijst onder Event from any device aan de rechterkant. All Devices: Selecteer voor berichtgeving van gebeurtenissen wanneer door de gebruiker gedefinieerde type gebeurtenissen worden gedetecteerd van het geselecteerde apparaat of camera. Klik op All Devices en de lijst met geregistreerde apparaten en camera s wordt getoond Klik op een apparaat of camera onder All Devices, om gebeurtenis berichtgeving in te schakelen en de lijst met ondersteunde gebeurtenistypes door het apparaat of camera wordt getoond in Event Types onderaan Selecteer de gewenste gebeurtenistypes en de geselecteerde gebeurtenistypes worden toegevoegd samen met het geselecteerde apparaat of camera aan de lijst onder All Devices aan de rechterkant. Device Group: Selecteer voor berichtgeving van gebeurtenissen wanneer door de gebruiker gedefinieerde type gebeurtenissen worden gedetecteerd in de geselecteerde apparaatgroep. Klik op Device Group en de lijst met geregistreerde apparaatgroepen wordt getoond Klik op een apparaatgroep onder Device Group, om gebeurtenis berichtgeving in te schakelen en de lijst met gebeurtenistypes wordt getoond in Event Types onderaan Selecteer de gewenste gebeurtenistypes en de geselecteerde gebeurtenistypes worden toegevoegd samen met de geselecteerde apparaatgroep aan de lijst onder Device Group aan de rechterkant. 3. Stel de gebeurtenisactie in door te dubbelklikken op het Action schema scherm en een gewenst actietype te selecteren. Notification: Selecteer om een te sturen naar Client gebruikers wanneer er een gebeurtenis is gedetecteerd. 130

131 Subject: Voer het onderwerp in. Content: Voer de inhoud van de in. Door op de Insert Macro knop te klikken, wordt een lijst met beschikbare macro s getoond. Het selecteren van een macro in de lijst, past de macro toe bij het versturen van een . Om dit correct te laten werken, dient u de SMTP server informatie in te voeren voor het versturen van en het adres van de te berichten gebruiker in te voeren. Klik op de Setup knop in het Schedule Setup scherm om de SMTP server informatie als volgt in te voeren. Zie Hoofdstuk 14 Gebruikerbeheer (p. 121) voor details over het invoeren van het adres van de te berichten gebruiker. Address, Port: Voer het adres en poortnummer van de SMTP server in. Selecteer Use SSL/TLS wanneer de SMTP server SSL (Secure Sockets Layer) authenticatie vereist. Sender: Voer het adres van de afzender in. Use Authentication: Selecteer en voer de gebruikersnaam en wachtwoord in wanneer de SMTP server gebruiker authenticatie vereist. Live Popup: Selecteer voor een live video pop-up (maximaal 36) van de gebeurtenis gedetecteerde camera in het Client systeem wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Duration: Voer de duur in voor de weergave van de pop-up video. Select popup Cameras: Selecteer de camera s (maximaal 4) waarvan pop-up video kan worden getoond. Door de Same cameras that triggered an event optie te selecteren, verschijnt alleen pop-up video van de camera waarbij een gebeurtenis is gedetecteerd (niet ondersteund voor alarmin gebeurtenissen en audiodetectie gebeurtenissen). Event Acknowledge: Selecteer om een gebeurtenis log weer te geven in het Client programma wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Message: Voer het bericht in dat weergeven moet worden in het Client programma. Priority: Selecteer de prioriteit van de gebeurtenis. De prioriteit wordt getoond in het gebeurtenis log. 131

132 4. Selecteer de gebruikers om te berichten over de gebeurtenissen na het dubbelklikken op het Target schema scherm. Schema beheren Nieuw schema toevoegen Nieuw schema toevoegen met een ander tijdbereik: Door op de knop te klikken in de linker bovenhoek van het Time Coverage schema scherm, kunt u een nieuw schema toevoegen met een ander tijdbereik. Nieuw schema toevoegen met hetzelfde tijdbereik: Door op de knop te klikken in de linker bovenhoek van het Condition schema scherm, kunt u een nieuw schema toevoegen met hetzelfde tijdbereik. Nieuw schema toevoegen met hetzelfde tijdbereik en doel: Door op de knop te klikken in de linker bovenhoek van het Action schema scherm, kunt u een nieuw schema toevoegen met hetzelfde tijdbereik en doel. 132

133 Schema verwijderen Door op de verwijderd. knop in de rechter bovenhoek van een schema scherm te klikken, wordt het schema Schema positie veranderen Door op de of knop in de linker bovenhoek van elk schema scherm te klikken, verandert de positie van de schema s. Er is geen prioriteit tussen schema s en alle schema s worden uitgevoerd Gebeurtenissen beheren U kunt video van berichte gebeurtenissen gebaseerd op het gebeurtenis beheerschema bekijken of afspelen. Controleer eerst het volgende en start het Client programma. Services moeten draaien op het systeem. Zie Hoofdstuk 3 Aan de slag, 3.1 Services draaien (p. 22) voor details. Apparaten dienen toegevoegd te zijn aan een apparaatgroep. Zie Hoofdstuk 13 Apparaatbeheer (p. 107) voor details. Gebeurtenis beheerschema s dienen ingesteld te zijn. Zie 16.1 Gebeurtenis beheerschema instellen (p. 127) voor details. Live Popup U kunt live video bekijken van gebeurtenis gedetecteerde camera s. Pop-up schermen verschijnen volgens het gebeurtenis beheerschema wanneer gebeurtenissen worden gedetecteerd. Bij het selecteren van een pop-up scherm en de muiscursor boven het pop-up scherm te houden, verschijnt de bediening werkbalk over het pop-up scherm. Met de bediening werkbalk kunt u de camera bedienen. Door de muiscursor boven een knop te houden, verschijnt er een tooltip voor de knop. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.3 Camera s bedienen, Bediening werkbalk (p. 62) voor details over de werkbalk knoppen. Wanneer met de rechter muisknop op het pop-up scherm geklikt wordt, wordt er een pop-up schermmenu getoond. Met het schermmenu kunt u de camera bedienen. 133

134 Layout: Selecteer het weergaveformaat van pop-up schermen. Monitor: Selecteer de monitor waarop pop-up schermen worden getoond, als u twee monitoren gebruikt. Disable Time Out: Klik hierop wanneer u het pop-up scherm handmatig wilt sluiten, ongeacht de ingestelde duurtijd voor het pop-up scherm om weergegeven te worden. Close: Sluit het pop-up scherm. Andere items in het menu werken op dezelfde manier als die in het live schermmenu. Zie Hoofdstuk 5 Live video bewaking, 5.3 Camera s bedienen, Live schermmenu (p. 62) voor details. Gebeurtenis bevestiging U kunt live video bekijken van de gebeurtenis gedetecteerde camera wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd of gebeurtenis gedetecteerde video afspelen wanneer de geselecteerde gebeurtenis opgenomen is. Het Event Manager paneel verschijnt automatisch wanneer gebeurtenissen zijn gedetecteerd gebaseerd op het gebeurtenis beheerschema, of u kunt het Event Manager paneel handmatig weergeven als volgt: Ga naar het View menu, klik op Event Manager Panel. Of klik op de knop in de Event lijst. OF Het Event Manager paneel wordt getoond. De lijst met gebeurtenissen wordt getoond dat bericht geeft naar het Client systeem, gebaseerd op het ingestelde gebeurtenis beheerschema. Auto Popup : Geeft automatisch een pop-up van het Event Manager paneel weer, wanneer het Client systeem een bericht heeft gekregen van een gebeurtenis. New Events: Toont gebeurtenissen waarvan het Client systeem een bericht heeft gekregen, maar nog niet bevestigd is. 134

135 (Acknowledge Event): Bevestigt de geselecteerde gebeurtenis in de lijst, en de geselecteerde gebeurtenis wordt verplaatst naar de Acknowledged Events lijst. (Event Forwarding): Stuurt de gebeurtenis door naar alle gebruikers of de gedefinieerde gebruikers in de Monitoring Group, ingesteld tijdens de User instellingen. Alleen gebruikers die op het moment verbonden zijn met het Client systeem worden bericht. Zie Hoofdstuk 14 Gebruikerbeheer (p. 121) voor details over de Monitoring Group instelling. (Playback): Speelt de gebeurtenis gedetecteerde video af wanneer de geselecteerde gebeurtenis opgenomen is. Acknowledged Events: Toont gebeurtenissen die bevestigd zijn door het Client systeem. Log zoekactie U kunt log invoeren van gebeurtenissen die in het Event Manager paneel getoond worden doorzoeken. De log zoekactie is ondersteund in het Event History paneel. Wanneer de Event History tab niet op het tab paneel staat, ga dan naar het System menu, klik op New Tab en op Event History. De log invoeren worden getoond. Door met de rechter muisknop op een kolomkop te klikken, verschijnt er een menu en hiermee kunt data sorteren op de manier die u wilt. Event History werkbalk Met de werkbalk onderaan het paneel, kunt u naar gewenste log invoeren zoeken. From, To: Stel de datum en tijd in van de log invoer om te zoeken. Voer de specifieke datum en tijd in of selecteer First of Last. Het klikken op de 1 Hour, 6 Hour, Today, 3 Day of 1 Week knop, past het tijdsinterval aan tussen From en To. Het selecteren van First of Last zoekt log invoeren vanaf de eerste tot de laatste invoer. (Condition): Selecteer een log type om naar te zoeken. (Search): Start het zoeken naar log invoeren gebaseerd op de zoekcondities. (Full Screen): Toont het Event History paneel in het volledig scherm formaat. (Load Preset): Past de opgeslagen kolom sortering in het Client systeem toe. (Save Preset): Slaat de huidige kolom sortering op in het Client systeem. (Export): Exporteert de gezochte log invoeren als een tekstbestand (.txt) of CSV bestand (.csv). (Print): Print de gezochte log invoeren. More: Toont meer resultaten. 135

136 Hoofdstuk 17 Map Editor U kunt een map registreren om video van camera s, gebeurtenis detectie en status van input/output apparaten die geregistreerd zijn op de administration service, te bekijken op een map op het Client systeem. OPMERKING: Deze functie is alleen ondersteund voor apparaten die het inex protocol gebruiken, maar het bekijken van video van camera s is ook ondersteund voor apparaten die het Axis of ONVIF TM Conformance protocol gebruiken Map registreren 1. Ga naar het Start menu en klik op inex Setup, en selecteer het Device menu. 2. Klik op Map in het Site paneel en daarna op de knop onderaan het Site lijst paneel aan de rechterkant. Het Map Editor scherm verschijnt. 3. Selecteer een input/output apparaat dat verbonden is met een apparaat of een sub-map in het Site paneel en sleep het naar het canvas. 4. Stel de map in. Zie 17.2 Map instellen (p. 137) voor details. 5. Voer een map naam in en klik op de OK knop om de registratie van de map te voltooien. 136

137 17.2 Map instellen 1 Site: Toont een lijst met geregistreerde apparaten en mappen. U kunt zoeken naar een geregistreerd apparaat en map door tekst in te voeren naast de icoon. Door tekst in te voeren waar u naar wil zoeken, worden de zoekresultaten getoond. Zoekresultaten worden meteen getoond zodra overeenkomende tekst is gevonden. Als u meer tekst in voert, zullen de resultaten beperkt worden. 2 Canvas: Hiermee kunt u een map maken door een achtergrondplaatje in te voegen en input/ output apparaaticonen of map links plaatsen van de Site lijst. 3 Setup knoppen: Stelt de map in. Align: Lijnt de input/output apparaaticonen of map links uit op het canvas. (Path Sequence): Stelt een pad sequence in. Zie Path Sequence (p. 139) voor details. (Synchronize Map Objects Name): Synchroniseert de naam van input/output apparaten, gebaseerd op de instellingen in het apparaat. (Background Image): Voeg een achtergrondplaatje in op een canvas. (Status Color): Stelt een unieke kleur in voor elke gebeurtenisdetectie of status van input/ output apparaten. (Delete): Het selecteren van een input/output apparaaticoon of een map link op het canvas en het klikken op deze knop, verwijdert de icoon of link van het canvas. 4 Property: Stelt de eigenschappen van de map, canvas, input/output apparaaticonen of map links in. 5 Event Action: Stelt de gebeurtenisactie in van de input/output apparaaticonen. Wanneer u video bekijkt op de map en gebeurtenissen worden gedetecteerd, dan wordt er berichtgegeven op de map gebaseerd op de gebeurtenisactie instellingen. Icoon uitlijning U kunt de uitlijning op het canvas en de grootte van één of meer input/output apparaaticonen of map links tegelijkertijd aanpassen, door de iconen of links te selecteren en te klikken op de icoon uitlijning knop. / (Position): Lijnt één of meer iconen uit naar het midden verticaal of horizontaal op het achtergrondplaatje. 137

138 /, /, / (Position): Lijnt twee of meer iconen uit naar de boven- of onderkant, naar het verticale of horizontale midden, of naar links of rechts gebaseerd op de laatst geselecteerde icoon. / (Distance): Equaliseert de afstand tussen elk icoon van drie of meer iconen. / / (Size): Equaliseert de breedte, hoogte, of grootte van twee of meer iconen (alleen ondersteund voor iconen die van hetzelfde type zijn, maar met een verschillende breedte-hoogte verhouding). Property U kunt eigenschappen van het canvas, input/output apparaaticonen of map links op het canvas instellen. Selecteer het canvas, iconen of map links, en daarna elk veld van de eigenschappen. U kunt een waarde invoeren of selecteren in de uitvouwlijst. Map Attributes: Stelt de eigenschappen in van de map. Root Map: Toont de lijst met apparaten geregistreerd op de map aan de rechterkant van het Map paneel tijdens de map bewaking (alleen ondersteund voor het Map paneel). Canvas: Stelt de eigenschappen in van het canvas en achtergrondplaatje dat ingevoegd is op het canvas. Width, Height, Color: Stelt de breedte, hoogte en kleur in van het canvas. Image Position: Stelt de positie in van het achtergrondplaatje. Information: Toont de breedte en hoogte van het achtergrondplaatje. Input/Output Device: Stelt de eigenschappen in van de input/output apparaaticoon. Name: Stelt de naam in van de apparaaticoon. Icon, Ratio: Stelt het plaatje en verhouding in van de apparaaticoon. X Coordinate/Y Coordinate, Width/Height: Stelt de positie en grootte in van de apparaaticoon. U kunt de positie en grootte ook instellen met behulp van het slepen van de muis op het canvas. Associated Camera: Associeert het apparaat met een camera (alleen ondersteund voor een alarm in of audio in apparaat). U kunt video van de geassocieerde camera bekijken wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Halo Effect: Stelt de kleur in van de achtergrond van de icoon. Hiermee kunt u de apparaaticoon makkelijker vinden op de map. Information: Toont de informatie over het apparaat. Map Link: Stelt de eigenschappen in van de map link. Name: Stelt de naam in van de map link. De naam wordt getoond op de map link. X Coordinate/Y Coordinate, Width/Height: Stelt de positie en grootte in van de map link. U kunt de positie en grootte ook instellen met behulp van het slepen van de muis op het canvas. Text Color, Background Color: Stelt de kleur in van de naam tekst en achtergrond van de map link. Opacity: Stelt de doorzichtigheid in van de achtergrond kleur van de map link. Align Text: Lijnt de naam tekst van de map link uit. Information: Toont de map naam. 138

139 Path Sequence Hiermee kunt u een pad sequence instellen en video bekijken van meerdere camera s opeenvolgend in hetzelfde camerascherm tijdens map bewaking. Een pad sequence dient ingesteld te worden voor elke camera op het canvas voor pad sequence bewaking (Klik op de (Path Sequence) knop Klik op elk camera icoon op het canvas op volgorde van bewaking Klik op de rechter muisknop om de instelling af te sluiten). Event Action Name: Stel de naam in van de pad sequence. Color/Opacity/Width: Stel de kleur/doorzichtigheid/breedte in van het pad getoond op de map. Shape: Stel de vorm in van de waarschuwingsicoon om een camera te onderscheiden bij het weergeven van video van de camera ingesteld voor pad sequence tijdens de map bewaking. Background Color/Opacity/Margin: Stel de kleur/doorzichtigheid/ marge in van de waarschuwingsicoon bij het weergeven van video van de camera ingesteld voor pad sequence tijdens de map bewaking. Reverse: Draait de richting van de pad sequence om. Associated Device: Toont de lijst met camera s ingesteld voor de pad sequence. Video van camera s in de lijst, wordt opeenvolgend getoond op het scherm gedurende de Duration periode. Het klikken op een camera in de lijst en op de Disconnect knop, verwijdert de camera van de pad sequence. U kunt gebeurtenisacties instellen die ondernomen moeten worden wanneer gebeurtenissen gedetecteerd zijn bij de input/output apparaten. Selecteer de icoon en daarna elk veld van de eigenschappen. U kunt een waarde invoeren of selecteren in de uitvouwlijst. Click: Stel de Instant Viewer scherm in om weer te geven bij het klikken op een input/output apparaaticoon op de map. Bij het klikken op een alarm-in icoon, wordt de alarm uit geactiveerd of gedeactiveerd. Motion Detection, Object Detection, Video Loss, Video Blind, Alarm In, etc.: Schakelt gebeurtenisacties in of uit om te ondernemen wanneer een gebeurtenis is gedetecteerd. Live Popup: Video pop-up van een camera (geassocieerde camera als het apparaat geen camera is). Event Spot: Toont video van een camera (geassocieerde camera als het apparaat geen camera is) op het event spot scherm. Event Sound: Klinkt door het afspelen van een geselecteerd audiobestand (.wav). 139

Remote Administration System PDA (RASmobile)

Remote Administration System PDA (RASmobile) Divitec Nederland BV 1 Xineron RAS Mobile RAS Mobile geeft u de mogelijkheid om toegang te krijgen tot externe sites en live video te bekijken met gebruik van een op Windows Mobile gebaseerde PDA op ieder

Nadere informatie

inex Client Quicksheet

inex Client Quicksheet inex Client Quicksheet Installeren Klik op het icoon StandardSetup. Het volgende scherm verschijnt: Klik op Next. Selecteer Client en klik op Next. Kies eventueel in welke map inex geïnstalleerd mag worden

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING iras (Remote Administration System) Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Introductie... 1 1.1 Kenmerken... 1 Hoofdstuk 2 Installatie... 2 2.1 Product informatie... 2 Verpakkingsinhoud... 2

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Toegang op afstand

Hoofdstuk 5 Toegang op afstand Hoofdstuk 5 Toegang op afstand U kunt video bekijken of de DVR bedienen op afstand via modem of LAN. Voor toegang op afstand leveren wij het SmartBase programma. Het heeft drie belangrijke functies: extern

Nadere informatie

DVR0404 / DVR0804 handleiding Web interface v1.1

DVR0404 / DVR0804 handleiding Web interface v1.1 DVR0404 / DVR0804 handleiding Web interface v1.1 Open Internet Explorer en vul het IP adres van de recorder in, bijv: http://192.168.1.15 Het IP adres is ook te achterhalen via het menu op de recorder

Nadere informatie

Handleiding Reborn Laptop -1-

Handleiding Reborn Laptop -1- 1. Wat u moet doen voor u Reborn Laptop installeert 2 2. Systeemvereisten 2 3. Installeren 3 4. Menu opties 4 4.1 Instellingen 4 4.2 Recovery mode 5 4.3 Wachtwoord 6 4.4 CMOS instellingen 6 4.5 Uitgebreide

Nadere informatie

Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager

Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Inhoudsopgave 1. Algemeen - 3-2. Installatie PostgreSQL database server - 4-3. Installatie FTP server - 9-4. Aanmaken account in FileZilla server - 13

Nadere informatie

JVC CAM Control (voor Windows) Handleiding

JVC CAM Control (voor Windows) Handleiding JVC CAM Control (voor Windows) Handleiding Nederlands Dit is de handleiding voor de software (voor Windows) voor LiveStreaming Camera GV-LS2/GV-LS1 gemaakt door JVC KENWOOD Onderneming. Windows 7 is het

Nadere informatie

Belangrijke Informatie

Belangrijke Informatie Belangrijke Informatie Geachte relatie, Deze Dahua NVR beschikt over de nieuwste generatie firmware. Deze firmware beschikt over vele nieuwe mogelijkheden. Veel van deze nieuwe functionaliteiten worden

Nadere informatie

Schakel in Windows 10 automatische driver update uit : Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 10 automatisch de driver heeft geüpdatet.

Schakel in Windows 10 automatische driver update uit : Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 10 automatisch de driver heeft geüpdatet. Bij voorkeur de Sweex CD005 gebruiken bij de communicatie tussen Autokon voor Windows en Uw elektronische systeem. Hier komen bijna geen problemen mee voor als U de handleiding goed opvolgt. Schakel in

Nadere informatie

MEDIA NAV. Handleiding voor het online downloaden van content

MEDIA NAV. Handleiding voor het online downloaden van content MEDIA NAV Handleiding voor het online downloaden van content In deze handleiding leest u hoe u software- en contentupdates voor het navigatiesysteem kunt uitvoeren. Hoewel de schermafbeeldingen nog niet

Nadere informatie

Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows)

Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Inhoudsopgave Installeren van het stuurprogramma... Pagina 1 Verwijderen van het stuurprogramma... Pagina 3 Problemen

Nadere informatie

Cijfers 1 t/m 4,8,16 hiermee kunt u van kanaal wisselen. Gebruik deze iconen om naar een split screen terug te gaan.

Cijfers 1 t/m 4,8,16 hiermee kunt u van kanaal wisselen. Gebruik deze iconen om naar een split screen terug te gaan. Inhoudsopgave 1. Belangrijke veiligheidsinstructies... 2 2. Mee geleverde producten voor de DVR... 2 3. Uitleg bedieningspaneel... 2 4. Uitleg afstandsbediening... 3 5. Aan de slag met de DVR... 3 5.1

Nadere informatie

Het installeren van de software.

Het installeren van de software. Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Het installeren van de software.... 2 De Printserver Bekabeld Configureren... 8 Instellen van je IP adres... 10 Netwerk poorten configureren... 12 Een printer Toevoegen....

Nadere informatie

Remote Back-up Personal

Remote Back-up Personal handleiding Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

Installatie van sqlserver

Installatie van sqlserver Installatie van sqlserver Download SQLserver 2005 Express basis van de website van 2work: www.2work.nl, tabblad downloads; beveiligde zone. De inlog gegevens kunnen via de helpdesk aangevraagd worden.

Nadere informatie

software installatie handleiding Versie 15.02.7a

software installatie handleiding Versie 15.02.7a software installatie handleiding Versie 15.02.7a Bestemd voor onze pakketten met de FHC08SA DVR digitale video recorder Het opstarten van de software Voor het installeren van de software dient u de recorder

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Stand-alone / Netwerkversie. Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Stand-alone / Netwerkversie. Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Stand-alone / Netwerkversie Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database Wij willen u er op wijzen dat ons systeem FWG3.0 Cd-rom versie dit

Nadere informatie

Handleiding installatie Rental Dynamics

Handleiding installatie Rental Dynamics Handleiding installatie Rental Dynamics Versie: 1.1 Datum: 9 januari 2015 1. Inleiding Deze handleiding beschrijft de procedure voor de installatie van Rental Dynamics en de benodigde software. In hoofdstuk

Nadere informatie

MEDIA NAV navigatiesysteem Handleiding voor het downloaden van content via internet

MEDIA NAV navigatiesysteem Handleiding voor het downloaden van content via internet MEDIA NAV navigatiesysteem Handleiding voor het downloaden van content via internet Dit document beschrijft hoe u de software of content van uw navigatiesysteem kunt bijwerken. De screenshots die in deze

Nadere informatie

NOD32 Antivirus Systeem Versie 2. Handleiding voor Installatie V1_0606/2003 Copyright 2003 ESET, LLC

NOD32 Antivirus Systeem Versie 2. Handleiding voor Installatie V1_0606/2003 Copyright 2003 ESET, LLC NOD32 Antivirus Systeem Versie 2 Handleiding voor Installatie V1_0606/2003 Copyright 2003 ESET, LLC 2 Inhoud 1. Introductie... 3 2. Installeren van NOD32 versie 2.........4 2.1 Eerste installatie.........4

Nadere informatie

Installeren van het programma:

Installeren van het programma: Versie: 1.0 Gemaakt door: Whisper380 Eigenaar: Whisper380-computerhulp.net Datum: 20-2-2011 Inhoudsopgave Installeren van het programma:...3 Configureren van het programma:...7 Mappen aanmaken:...9 Groepen

Nadere informatie

EDGE RECORDING MANAGER

EDGE RECORDING MANAGER EDGE RECORDING MANAGER INHOUD 1. Edge Recording Manager Windows... 3 1.1 Interface... 3 1.1.1 Algemene instellingen... 4 1.1.2 Hosts... 4 1.1.3 Live beeld... 5 1.1.4 Zoomen, PTZ en Fisheye... 7 1.1.5 Opgenomen

Nadere informatie

Samsung SHR-serie digitale CCTV recorders. Handleiding voor de gebruiker

Samsung SHR-serie digitale CCTV recorders. Handleiding voor de gebruiker Samsung SHR-serie digitale CCTV recorders Handleiding voor de gebruiker Samsung SHR-serie digitale recorders Hoofdstuk 1: Mogelijkheden 2 Omschrijving van de onderdelen (SHR-2040) 3 Omschrijving van de

Nadere informatie

OpenVPN Client Installatie

OpenVPN Client Installatie OpenVPN Client Installatie Windows Vista, Windows 7 Auteurs: Sven Dohmen Laatste wijziging: 23-09-2013 Laatst gewijzigd door: Sven Dohmen Versie: 2.4 Inhoud Ondersteuning... 3 Troubleshooting... 4 Windows

Nadere informatie

ZIEZO Remote Back-up Personal

ZIEZO Remote Back-up Personal handleiding ZIEZO Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

Voer de bijgeleverde muis in een USB ingang voorop de recorder en controleer of het

Voer de bijgeleverde muis in een USB ingang voorop de recorder en controleer of het 1. Bediening met de muis Voer de bijgeleverde muis in een USB ingang voorop de recorder en controleer of het icoontje in beeld verschijnt. Beweeg uw muis om uw wachtwoord in het keypad in te voeren. Dat

Nadere informatie

4.5 Een IP camera toevoegen

4.5 Een IP camera toevoegen 4.5 Een IP camera toevoegen 4.5.1 De IP camera gebruiksklaar maken 1 Draai de antenne vast op de IP camera. 2 Sluit de adapterkabel aan op de IP camera. Steek hierna de stekker van de IP camera in het

Nadere informatie

Nederlandse versie. Inleiding. Inhoud van de verpakking. Specificaties. Aanvullende specificaties. BT200 - Sweex Bluetooth 2.0 Class II Adapter USB

Nederlandse versie. Inleiding. Inhoud van de verpakking. Specificaties. Aanvullende specificaties. BT200 - Sweex Bluetooth 2.0 Class II Adapter USB BT200 - Sweex Bluetooth 2.0 Class II Adapter USB Inleiding Allereerst hartelijk dank voor de aanschaf van de Sweex Bluetooth 2.0 Adapter. Met deze adapter kun je probleemloos verbinding maken met een ander

Nadere informatie

INSTALLATIE HANDLEIDING

INSTALLATIE HANDLEIDING INSTALLATIE HANDLEIDING REKENSOFTWARE MatrixFrame MatrixFrame Toolbox MatrixGeo 1 / 9 SYSTEEMEISEN Werkstation met minimaal Pentium 4 processor of gelijkwaardig Beeldschermresolutie 1024x768 (XGA) Windows

Nadere informatie

Beknopte handleiding AVC792 Nederlands. 9. Vraag en antwoord voor de meest voorkomende problemen

Beknopte handleiding AVC792 Nederlands. 9. Vraag en antwoord voor de meest voorkomende problemen Beknopte handleiding AVC792 Nederlands 1. Live beeld 2. Ontgrendelden en vergrendelen 3. Opbouw van het menu 4. Terugkijken (bediening via de recorder) 5. Zoeken via het menu 6. Backup 7. Veranderen van

Nadere informatie

Zmodo Zsight Android handleiding

Zmodo Zsight Android handleiding Zmodo Zsight Android handleiding -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 1 Inhoudsopgave 1. Software installatie...3 1.1

Nadere informatie

Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified. System Integrators

Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified. System Integrators Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified System Integrators Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Inhoudsopgave 1. Algemeen - 3-2. Installatie PostgreSQL database server -

Nadere informatie

Installatie King Task Centre

Installatie King Task Centre Installatie King Task Centre In deze handleiding wordt beschreven hoe u het King Task Centre moet installeren. Deze handleiding geldt voor zowel een nieuwe installatie, als voor een upgrade van een bestaande

Nadere informatie

Controleer voor aanvang van de installatie of alle benodigde onderdelen aanwezig zijn. In de doos dienen de volgende onderdelen aanwezig te zijn:

Controleer voor aanvang van de installatie of alle benodigde onderdelen aanwezig zijn. In de doos dienen de volgende onderdelen aanwezig te zijn: BT100 - Sweex Bluetooth Class II Adapter USB BT110 - Sweex Bluetooth Class I Adapter USB Inleiding Allereerst hartelijk dank voor de aanschaf van de Sweex Bluetooth Adapter. Met deze adapter kun je probleemloos

Nadere informatie

Printen met de NAS-server (PO50696)

Printen met de NAS-server (PO50696) Printen met de NAS-server (PO50696) Attentie : De Nas-server accepteert enkel gewone USB printers; multifunctionele printers worden niet ondersteund. Printen vanuit Windows 2000 is ook niet ondersteund.

Nadere informatie

Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M

Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Installatiehandleiding Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Softwareprogramma 98646-003-14 Inhoud Gebruiksdoel................. 3 Systeemvereisten.............. 3 Kenmerken................... 3

Nadere informatie

PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRNL V2.0

PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRNL V2.0 PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRNL INHOUD Inleiding Benodigdheden Pagina 3 Aansluiten Stap 1: aansluiten van de recorder Pagina 4 Stap 2: aansluiten van de monitor Pagina 4 Stap 3A: bekabelde camera

Nadere informatie

Installatie SQL: Server 2008R2

Installatie SQL: Server 2008R2 Installatie SQL: Server 2008R2 Download de SQL Server 2008.exe van onze site: www.2work.nl Ga naar het tabblad: Downloads en meld aan met: klant2work en als wachtwoord: xs4customer Let op! Indien u een

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. DVB-T/A TV Tuner Stick

Gebruikershandleiding. DVB-T/A TV Tuner Stick Gebruikershandleiding DVB-T/A TV Tuner Stick De gesprekskosten bedragen 0,18 /minuut. 2 INHOUD 1. Beginnen... 4 1.1 Inleiding... 4 1.2 Eigenschappen... 4 1.3 Inhoud van de Verpakking... 4 1.4 Systeemvereisten...

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Inleiding

Hoofdstuk 1: Inleiding Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Inhoud van de verpakking Controleer bij ontvangst van uw TVGo A03 of de volgende items werden meegeleverd met uw USB TV Super Mini-pakket. TVGo A03 Cd met stuurprogramma Afstandsbediening

Nadere informatie

Handleiding voor het inloggen op Terminal Server van GLT-PLUS

Handleiding voor het inloggen op Terminal Server van GLT-PLUS Handleiding voor het inloggen op Terminal Server van GLT-PLUS Voor inloggen vanuit huis, GLT en NAM Geschreven door: Business Information Datum: 4-5-2011 ENOVIA: 01335559-0001 rev D ENOVIA nummer: 01335559-0001

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Netwerkversie Nieuwe installatie van FWG 3.0/2009-2010 met Oracle Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Voorbereiden van de installatie... 2 2.1 Gegevens verzamelen...

Nadere informatie

Installatie handleiding Reinder.NET.Optac

Installatie handleiding Reinder.NET.Optac Installatie handleiding Reinder.NET.Optac Versie : 2012.1.0.1 Inhoudsopgave 1 Systeemvereisten... 2 2 Pincode... 2 3 Licentie... 2 4 Installatie... 2 5 Eerste gebruik... 4 Titel Pagina 1 van 6 23-1-2012

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding Installatiehandleiding TiSM- PC 10, 25, 100 en PRO Behorende bij TiSM Release 11.1 R e v i s i e 1 1 1 0 28 De producten van Triple Eye zijn onderhevig aan veranderingen welke zonder voorafgaande aankondiging

Nadere informatie

JVC CAM Control (voor ipad) Gebruikershandleiding

JVC CAM Control (voor ipad) Gebruikershandleiding JVC CAM Control (voor ipad) Gebruikershandleiding Nederlands Dit is de gebruikershandleiding voor de software (voor ipad) voor LiveStreaming Camera GV-LS2/GV-LS1 gemaakt door JVC KENWOODCorporatie. De

Nadere informatie

Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding

Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding Inhoudsopgave 1. Voorbereiding.... 3 2. Domain Controller Installeren... 4 3. VPN Configuren... 7 4. Port forwarding.... 10 5. Externe Clients verbinding

Nadere informatie

Verkorte Nederlandse Gebruikershandleiding

Verkorte Nederlandse Gebruikershandleiding Verkorte Nederlandse Gebruikershandleiding 1. Bediening van de DVR 1.1 Bediening met de muis De muis moet aan de ACHTERKANT van de recorder worden aangesloten op de USB ingang. Als de muis actief is dan

Nadere informatie

Boot Camp Installatie- en configuratiegids

Boot Camp Installatie- en configuratiegids Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 3 Benodigdheden 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4

Nadere informatie

Installatie handleiding

Installatie handleiding Installatie handleiding H e t g e m a k v a n I n t r a m e d Inleiding Welkom bij Intramed. Met dit softwarepakket kunt u uw complete praktijkadministratie op eenvoudige en efficiënte wijze automatiseren.

Nadere informatie

Er zijn diverse andere software platformen en providers die werken met SIP, maar in dit voorbeeld gaan we uit van de volgende software:

Er zijn diverse andere software platformen en providers die werken met SIP, maar in dit voorbeeld gaan we uit van de volgende software: Er zijn diverse andere software platformen en providers die werken met SIP, maar in dit voorbeeld gaan we uit van de volgende software: Counterpath Bria SIP client. Net2 Entry Configuration Utility (SIP

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie. Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie. Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Netwerkversie Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle Wij willen u er op wijzen dat ons systeem FWG3.0 Cd-rom versie dit jaar (2011) voor de laatste

Nadere informatie

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven

Nadere informatie

Nieuwe Installatie/Factuur2King 2.1 MU bijwerken

Nieuwe Installatie/Factuur2King 2.1 MU bijwerken Nieuwe Installatie/Factuur2King 2.1 MU bijwerken Volg de onderstaande stappen om Factuur2King 2.1 MU te installeren of een bestaande installatie bij te werken. Werkt u op dit moment nog met Factuur2King

Nadere informatie

Microsoft Outlook 2011 voor Mac instellen

Microsoft Outlook 2011 voor Mac instellen Microsoft Outlook 2011 voor Mac instellen Index Stap 1: Controleer of u de laatste versie heeft Stap 2: Voeg uw e-mailaccount toe Stap 3: Voer uw accountinformatie in Stap 4: Voer een naam en beschrijving

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR SNELLE INSTALLATIE

HANDLEIDING VOOR SNELLE INSTALLATIE Ref. INOGRB01 HANDLEIDING VOOR SNELLE INSTALLATIE 1.INLEIDING Uw GRABBINO is een apparaat dat speciaal is ontwikkeld om uw video's te converteren naar het MPEG-formaat en daarna HDD-beelden door te sturen

Nadere informatie

Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding. In combinatie met:

Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding. In combinatie met: Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding In combinatie met: Inhoudsopgave 1. Voorbereiding.... 3 2. Domaincontroller installeren en configuren.... 4 3. VPN Server Installeren en Configureren... 7

Nadere informatie

KPN Server Back-up Online

KPN Server Back-up Online KPN Server Back-up Online Snel aan de slag met Server Back-up Online Server Versie 6.1, built 2011 d.d. 20-08-2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Ondersteunde besturingssystemen... 3 2 Installatie...

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. Multrix Cloud Portal

Gebruikershandleiding. Multrix Cloud Portal Gebruikershandleiding versie: 18 maart 2013 Multrix Cloud Portal Toegang tot uw applicaties en gegevens via het internet Handleiding Multrix Cloud Portal - NED Pagina 1 van 11 Inleiding Dit document biedt

Nadere informatie

Ladibug Document Camera Image Software Gebruikershandleiding

Ladibug Document Camera Image Software Gebruikershandleiding Ladibug Document Camera Image Software Gebruikershandleiding Inhoud 1. Introductie...2 2. Systeemvereisten...2 3. Ladibug installeren...3 4. Beginnen met de Ladibug te gebruiken...5 5. Bediening...6 5.1

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de

Nadere informatie

CycloAgent v2 Handleiding

CycloAgent v2 Handleiding CycloAgent v2 Handleiding Inhoudsopgave Inleiding...2 De huidige MioShare-desktoptool verwijderen...2 CycloAgent installeren...4 Aanmelden...8 Uw apparaat registreren...8 De registratie van uw apparaat

Nadere informatie

Snelstart Gids. Menustructuur. Opstarten en Afsluiten. Formatteren van Disk. 72xxHVI-ST Series DVR

Snelstart Gids. Menustructuur. Opstarten en Afsluiten. Formatteren van Disk. 72xxHVI-ST Series DVR Menustructuur De menustructuur van de DS-72xxHVI-ST Serie DVR is als volgt: Opstarten en Afsluiten Het juist opstarten en afsluiten is cruciaal voor de levensduur van uw DVR. Opstarten van uw DVR: 1. Plaats

Nadere informatie

HANDLEIDING VIEW DESKTOP. Handleiding VIEW Desktop. P. de Gooijer. Datum: 09-01-2013 Versie: 1.3

HANDLEIDING VIEW DESKTOP. Handleiding VIEW Desktop. P. de Gooijer. Datum: 09-01-2013 Versie: 1.3 HANDLEIDING VIEW DESKTOP Document: Auteur: Datum: 09-01-2013 Versie: 1.3 Handleiding VIEW Desktop M. Huibers P. de Gooijer Inleiding Het Hoornbeeck College en Van Lodenstein maakt gebruik van VMware View.

Nadere informatie

Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1

Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1 Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1 22 oktober 2015 Voor vragen of problemen kunt u contact opnemen via: telefoonnummer 030-2729976. Of e-mail naar support@powerproject.nl.

Nadere informatie

SMARTPHONE APPLICATIE HANDLEIDING

SMARTPHONE APPLICATIE HANDLEIDING SMARTPHONE APPLICATIE HANDLEIDING INHOUD GV Smartphone applicatie handleiding... 3 1 Enkele nota s:... 3 2 Windows Smartphone GV-MSView... 3 2.1 GV-MSView Live beelden instellen... 3 2.2 GV-MSView Opgenomen

Nadere informatie

DHCP Scope overzetten van Windows Server 2003 R2 naar Windows Server 2012

DHCP Scope overzetten van Windows Server 2003 R2 naar Windows Server 2012 DHCP Scope overzetten van Windows Server 2003 R2 naar Windows Server 2012 Inhoudsopgave 1. Windows Server 2012 voorbereiden... 3 2. Rollen installeren op Windows Server 2012... 6 3. DHCP Scopes overzetten...

Nadere informatie

EEN TESTCENTRUM REGISTREREN EN WERKSTATIONS INSTELLEN VOOR EXAMINERING

EEN TESTCENTRUM REGISTREREN EN WERKSTATIONS INSTELLEN VOOR EXAMINERING EEN TESTCENTRUM REGISTREREN EN WERKSTATIONS INSTELLEN VOOR EXAMINERING Meer informatie op www.technologie-onderwijs.nl Een testcentrum registreren en werkstations instellen voor examinering Dit document

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding . Gebruikershandleiding Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is Citrix?... 3 1.2 Voordelen van Citrix... 3 1.3 Wat heeft u nodig om toegang te krijgen... 3 2 Systeemeisen... 4 2.1 Ondersteunde Web browsers...

Nadere informatie

Handleiding Inloggen met SSL VPN

Handleiding Inloggen met SSL VPN Handleiding Inloggen met SSL VPN Beveiligd verbinding maken met het bedrijfsnetwerk via de Desktop Portal Versie: 24 april 2012 Handleiding SSL-VPN Pagina 1 van 10 Inleiding SSL VPN is een technologie

Nadere informatie

Standard Parts Installatie Solid Edge ST3

Standard Parts Installatie Solid Edge ST3 Hamersveldseweg 65-1b 3833 GL LEUSDEN 033-457 33 22 033-457 33 25 info@caap.nl www.caap.nl Bank (Rabo): 10.54.52.173 KvK Utrecht: 32075127 BTW: 8081.46.543.B.01 Standard Parts Installatie Solid Edge ST3

Nadere informatie

JVC CAM Control (voor iphone) Gebruikershandleiding

JVC CAM Control (voor iphone) Gebruikershandleiding JVC CAM Control (voor iphone) Gebruikershandleiding Nederlands Dit is de handleiding voor de software (voor iphone) voor Live Streaming Camera GV-LS2/GV-LS1 van JVC KENWOOD Corporatie. De modellen die

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Optifile Server Installatie

Optifile Server Installatie Optifile Server Installatie Datum: Versie: de koppeling tussen Essibox en 2 mei 2012 1.0 Omschrijving: Dit document beschrijft de installatieprocedure voor Optifile software op een nieuwe server. Optifile

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. Draadloze USB server

Gebruikershandleiding. Draadloze USB server Gebruikershandleiding Draadloze USB server Kijk op www.teknihall.nl voor de nieuwste firmware updates. INHOUD 1. Voorwoord 2. Opmerkingen 3. Functies 4. Inhoud van de verpakking 5. Product overzicht 5.1

Nadere informatie

Handleiding installatie. 3WA Local Connect

Handleiding installatie. 3WA Local Connect Handleiding installatie 3WA Local Connect 141210 versie 1.0.0 Inhoud Inleiding.. 3 Voor de 1 e keer installeren. 4 Uitvoeren upgrade 11 Verwijderen.... 15 Pagina 2 van 15 Inleiding Dit document is voor

Nadere informatie

Handleiding Back-up Online

Handleiding Back-up Online Handleiding Back-up Online April 2015 2015 Copyright KPN Zakelijke Markt Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van KPN Zakelijke Markt mag niets uit dit document worden

Nadere informatie

Installatie responsbox bij Windows XP en Windows Vista

Installatie responsbox bij Windows XP en Windows Vista 1 Installatie responsbox bij Windows XP en Windows Vista Gebruik de USB-kabel om de responsbox aan te sluiten op de computer. De kabel kan rechts achter in de responsbox aangesloten worden. De kabel steekt

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Office+ Introductie Met de module Office+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

Installatie Avalanche Windows

Installatie Avalanche Windows Installatie Avalanche Windows Deze handleiding beschrijft de stappen om software voor Avalanche Windows op een huidige omgeving te updaten en te installeren. Tijdens deze installatie, kunnen anders gebruikers

Nadere informatie

Handleiding voor installatie

Handleiding voor installatie Handleiding voor installatie Windows USB driver voor Installatie AAls een diagnose-interface met USB-interface voor het eerst wordt aangesloten op een PC met het besturingssysteem Windows 98, ME, XP of

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding versie: 18 maart 2013 Multrix Desktop Portal Toegang tot uw applicaties via het internet Handleiding Multrix Desktop Portal - NED Pagina 1 van 12 Inleiding Dit document biedt u een

Nadere informatie

PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRPNL V2.1

PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRPNL V2.1 PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRPNL V2.1 INHOUD Inleiding Benodigdheden Pagina 3 Aansluiten Stap 1: aansluiten van de recorder Pagina 4 Stap 2: aansluiten van de monitor Pagina 4 Stap 3A: bekabelde

Nadere informatie

Installeren van het programma Shop Pro versie 6

Installeren van het programma Shop Pro versie 6 Installeren van het programma Shop Pro versie 6 HET PROGRAMMA WERKT ZOWEL ONDER WINDOWS XP, WINDOWS VISTA ALS WINDOWS 7. 1 Inhoud van de cd Op de cd staan 4 mappen Drivers Dit zijn bijkomende drivers voor

Nadere informatie

Installatie en configuratie documentatie

Installatie en configuratie documentatie Installatie en configuratie documentatie Assistance Web Portal v. 2.58, 2.60 Voor Windows 2003 / 2008 / XP / Vista / Windows 7 Assistance PSO handleiding, uitgegeven door Assistance Software. Alle rechten

Nadere informatie

Handleiding voor snelle installatie

Handleiding voor snelle installatie Handleiding voor snelle installatie ESET NOD32 Antivirus v3.0 ESET NOD32 Antivirus biedt de beste beveiliging voor uw computer tegen kwaadaardige code. Gebouwd met de ThreatSense scanmachine, die geïntroduceerd

Nadere informatie

Configuratiehandleiding

Configuratiehandleiding Configuratiehandleiding Inleiding Comelit beidt graag hulp en service bij het installeren van een systeem. Door de volgende stappen in de configuratiehandleiding te volgen, wordt verwachte de installatietijd

Nadere informatie

Ashampoo Rescue Disc

Ashampoo Rescue Disc 1 Ashampoo Rescue Disc Met de software kunt u een Rescue (Herstel) CD, DVD of USB-stick maken. Het rescue systeem (redding systeem) is voor twee typen situaties bedoeld: 1. Om een back-up naar uw primaire

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Scan+ Introductie Met Scan+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

Installatie Solid Edge ST5

Installatie Solid Edge ST5 Installatie Solid Edge ST5! NEEM DIT DOCUMENT DOOR VOORDAT U UW HUIDIGE SOLID EDGE VERSIE GAAT VERWIJDEREN! LET OP!! SOLID EDGE ST5 KUNT U NIET MEER OP WINDOWS XP INSTALLEREN LET OP!! DE ST5 LICENSE MANAGER

Nadere informatie

HANDLEIDING EXTERNE TOEGANG CURAMARE

HANDLEIDING EXTERNE TOEGANG CURAMARE HANDLEIDING EXTERNE TOEGANG CURAMARE Via onze SonicWALL Secure Remote Access Appliance is het mogelijk om vanaf thuis in te loggen op de RDS omgeving van CuraMare. Deze handleiding beschrijft de inlogmethode

Nadere informatie

Nieuw toegevoegd: Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 8 en Windows 8.1 automatisch de driver heeft geüpdatet.

Nieuw toegevoegd: Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 8 en Windows 8.1 automatisch de driver heeft geüpdatet. Bij voorkeur de Sweex CD005 gebruiken bij de communicatie tussen Autokon voor Windows en Uw elektronische systeem. Hier komen bijna geen problemen mee voor als U de handleiding goed opvolgt. Nieuw toegevoegd:

Nadere informatie

mymanualsolarapp - What s Your Solar Power Today?

mymanualsolarapp - What s Your Solar Power Today? mymanualsolarapp - Inleiding De manual versie is speciaal gemaakt voor zonnesysteem eigenaren die hun pc niet de hele dag aan willen laten staan of geen computer gekoppelde inverter systemen hebben. Door

Nadere informatie

Cloud handleiding Versie: 1.0 Datum: 23-7-2014

Cloud handleiding Versie: 1.0 Datum: 23-7-2014 Cloud handleiding Versie: 1.0 Datum: 23-7-2014 2 Inhoud Inleiding... 5 Inrichting SequreBox Cloud... 5 1. Inloggen... 6 2. Abonnementen voeg camera toe... 8 3. Controleer beelden... 9 4. Camera Stel Alarm

Nadere informatie

Windows server 2012. Wesley de Marie. Wesley

Windows server 2012. Wesley de Marie. Wesley Windows server 2012 Wesley Windows server 2012 Naam: Klas: MICNIO2B Leerjaar: Leerjaar 1/2 Inhoud Installeren van windows server 2012... 3 Naam wijzigen... 4 IPV6 uitschakelen... 5 IP toewijzen aan je

Nadere informatie

Handleiding Sportlink Club

Handleiding Sportlink Club Handleiding Sportlink Club Dit document is automatisch gegenereerd. We raden u aan de handleiding online te raadplegen via www.sportlinkclub.nl/support. 1. Installatiehandleiding.........................................................................................

Nadere informatie