H1 Schaarste en ruil. Schaarste. Ruil

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "H1 Schaarste en ruil. Schaarste. Ruil"

Transcriptie

1 1 H1 Schaarste en ruil Schaarste Om in hun behoeften te voorzien hebben mensen middelen nodig. De behoeften van mensen zijn oneindig maar de middelen zijn beperkt. De spanning tussen oneindige behoeften en beperkte middelen noemen we schaarste. Schaarste is een relatief begrip. Een product is schaars als er middelen (geld of tijd) opgeofferd moeten worden om het te maken. Vrije goederen zijn goederen die niet schaars zijn, er zijn geen offers nodig om ze te verkrijgen (lucht). De middelen waarover de mensen beschikken zijn alternatief aanwendbaar. Goederen zijn stoffelijk en diensten zijn onstoffelijk. Ruil Arbeidsdeling is het opdelen van het arbeidsproces in afzonderlijke taken. Dit leidt tot specialisatie en een stijging van de arbeidsproductiviteit. Tegelijkertijd leidt dit tot ruil (bakker? smid). Directe ruil is ruil van goederen tegen goederen ook wel ruil in natura genaamd. Bij indirecte ruil (goederen? geld) fungeert een algemeen begeerd goed ( = geld) als ruilmiddel. Geld is ruilmiddel omdat het algemeen begeerd wordt, makkelijk te vervoeren is, makkelijk te bewaren en makkelijk op te splitsen is in kleinere eenheden. Alle kosten die gemaakt worden om een ruil te realiseren noemen we transactiekosten. Geld is naast ruilmiddel ook rekenmiddel en spaarmiddel. Marktsector Niet marktsector Formeel (wit) Bedrijfsleven Overheid en non profit Informeel (zwart) Zwart circuit Grijze circuit 1 Bron :

2 H2 Ruiltransactie en welvaart Welvaartstheorie De welvaartstheorie gaat er vanuit dat de welvaart kan toenemen door ruiltransacties. Door de totstandkoming van een ruiltransactie kunnen consument en producent een surplus realiseren en dat vergroot de welvaart. De totale welvaart is Pareto efficiënt of Pareto optimaal als de welvaart van één persoon niet kan toenemen zonder dat de welvaart van iemand anders afneemt. Ans en Bob bereiken samen een welvaart van maximaal 50. In de figuur zijn X en Y Pareto efficiënt, C is niet Pareto efficiënt. Het Pareto criterium doet geen uitspraak over de wenselijkheid of rechtvaardigheid van een verdeling. Kritiek op de welvaartstheorie is dat zijn geen rekening houdt met activiteiten in de informele sfeer en geen rekening houdt met externe effecten. Consumentensurplus en producentensurplus Het individuele consumentensurplus is het verschil tussen de betalingsbereidheid (baten) van de consument en de prijs (kosten) die hij moet betalen. Het consumentensurplus van alle kopers bij elkaar is het totale consumentensurplus. Het individuele producentensurplus is het verschil tussen de prijs en de leveringsbereidheid (marginale kosten) van de producent. Het producentensurplus van alle producenten bij elkaar is het totale producentensurplus. Het totale surplus (= welvaartswinst) is de som van consumentensurplus en producentensurplus. Vraaglijn en aanbodlijn De vraaglijn geeft de betalingsbereidheid van de consumenten weer. De aanbodlijn geeft de leveringsbereidheid van de producenten weer. Een producent zal zijn product niet aanbieden beneden de marginale kosten. De marginale kostenlijn geeft aan hoeveel een producent aanbiedt bij een bepaalde prijs. Conclusie, bij volledige mededinging valt de marginale kostenlijn samen met de aanbodlijn. Surplus bij evenwicht Volgens welvaartseconomen is op een markt van volledige mededinging het totale surplus en dus de totale welvaart maximaal bij marktevenwicht. Er is geen combinatie van prijs en hoeveelheid te bedenken die een groter surplus oplevert. In die situatie worden de productiefactoren die bedrijven gebruiken het meest efficiënt aangewend of gealloceerd.

3 H3 Marktverstoringen door overheidsingrijpen De vrije marktwerking biedt niet altijd de gewenste uitkomst. Soms zijn de prijzen te hoog of te laag of worden sommige goederen te veel of te weinig geproduceerd. We spreken dan van marktfalen. Marktfalen leidt er toe dat de overheid ingrijpt in het vrije marktgebeuren door bijvoorbeeld een minimumprijs of maximumprijs op te leggen. Het overheidsingrijpen gaat gepaard met een verlies aan welvaart. Door het instellen van een minimumprijs verschuift een deel van het surplus van consument naar producent, in de figuur wordt dat weergegeven door de licht blauwe rechthoek. Ook gaat het rode stukje totaal verloren. Prijs elasticiteit E = ΔV /V ΔP/P E = Prijs elasticiteit V = Vraag of aanbod P = Prijs Kleiner dan 1 dan of groter dan 1 dan is het elastisch (dus een luxe goed) Tussen 1 en 1 dan is het inelastisch (dus een primair goed zoals brood)

4 Indirecte belastingen Accijnzen, btw en invoerrechten zijn indirecte belastingen. De verkoper ontvangt de belasting van de koper en draagt die af aan de overheid. Indirecte belastingen zijn kostprijsverhogende belastingen. Voor de eerste levensbehoeften bedraagt de btw 6%, voor de andere producten 19%. Accijnzen worden geheven om het gebruik van goederen zoals alcohol, tabak en benzine te ontmoedigen. Voor de producent werkt accijns als een verhoging van de variabele kosten en dus van de marginale kosten. Als gevolg van deze verhoging verschuift de aanbodlijn (A? A ). We zien dat er een verschuiving plaatsvindt van het surplus van consumenten en producenten naar de overheid. Tevens leidt de accijns tot een inkrimping van de productie en tot afname van de welvaart gelijk aan de Harberger driehoek (B + C). Prijs verlagende subsidies Door prijs verlagende subsidies krijgen zowel consumenten als producenten een extra surplus. Door prijs verlagende subsidies kan het product tegen een lagere prijs dan de marktprijs aangeboden worden en neemt de afzet toe. Omgekeerd leiden extra heffingen door de overheid tot een afname van het totale surplus. Een heffing verhoogt de marginale kosten en daarmee de prijs van het product. De mate waarin de producent er in slaagt de heffing door te berekenen in de prijs van het product is afhankelijk van de hellingen van de vraaglijn en de aanbodlijn en dus van de prijselasticiteit van vraag en van aanbod. Ook de grootte van het welvaartsverlies als gevolg van de heffing is afhankelijk van de prijselasticiteit van vraag en van aanbod.

5 H4 Marktmacht Een monopolie is producenten Een monopsie is consumenten Marktmacht Bedrijven die in staat zijn de prijzen te beïnvloeden, hebben marktmacht. Zo heeft een monopolist veel marktmacht en kan hij de prijs zelf bepalen. Bij een monopolie valt de aanbodlijn samen met de marginale kostenlijn (= volledige mededinging). Maar anders dan bij volledige mededinging valt de prijsafzetlijn van een monopolist samen met de collectieve vraaglijn. Dit omdat bij een monopolie alle vragers aangewezen zijn op dezelfde aanbieder. De prijsafzetlijn geeft weer hoeveel een aanbieder kan afzetten bij een bepaalde prijs. De verandering van een situatie van volledige mededinging naar monopolie (denk aan de taximarkt) heeft twee effecten op het surplus, namelijk: een verschuiving van een deel van het surplus van consument naar producent. Doordat de monopolist de prijs kan bepalen, weet hij een groter deel van het totale surplus naar zich toe te trekken. een afname van het totale surplus omdat prijsverhoging ertoe leidt dat het aantal vragen en dus het aantal ruiltransacties afneemt. Bij een monopolie is de macht van de enige aanbieder groot. De monopolist heeft geen concurrenten en kan de prijs zelf bepalen, hij is prijszetter. Hij moet eer wel rekening mee houden dat er bij een hogere prijs minder gevraagd zal worden. Bij prijsveranderingen moet hij rekening houden met de prijselasticiteit van de vraag naar zijn product. Ook moet de monopolist rekening houden met potentiële concurrenten. Hoge winsten lokken toetreders. Prijsdiscriminatie Indien een aanbieder verschillende prijzen vraagt voor een identiek product is er sprake van prijsdiscriminatie. Voor de monopolist is het van belang de betalingsbereidheid van zijn klanten te kennen. Indien hij dat weet, kan hij voor elke klant een prijs berekenen die gelijk aan de betalingsbereidheid van die klant. Zou de monopolist hierin slagen, dan kan hij de perfecte prijsdiscriminatie doorvoeren en zich het gehele consumentensurplus toe eigenen. Het beperken van marktmacht Afspraken tussen bedrijven met het doel de onderlinge concurrentie te beperken (kartel) zijn verboden. Ook het opwerpen van belemmeringen bedoeld om toetreders tot de markt te ontmoedigen, is verboden. Fusies en overnames zijn alleen toegestaan als er voldoende concurrentie overblijft. Instituties die hierop toezien zijn de NMa, de OPTA en de AFM.

6 Marktmacht is niet altijd ongewenst Schaduwkanten van volledige mededinging: homogeniteit van de producten (één type spijkerbroek) gebrek aan innovaties De overheid stimuleert innovaties door het toekennen van octrooien (patenten). Door een octrooi verkrijgt de onderneming gedurende maximaal 20 jaar het alleenrecht om de uitvinding commercieel te exploiteren. Er is hier sprake van een wettelijk monopolie. Octrooien leiden tot welvaartsverliezen omdat de prijs hoger is dan in een situatie van volkomen concurrentie, maar stimuleren tegelijkertijd innovaties die zorgen voor economische groei. Gebrekkige informatie en marktfalen Asymmetrische informatie kan ertoe leiden dat markten (tweedehandsauto s) niet goed functioneren.

7 H5 Ontbrekende markten Markten functioneren niet altijd goed. Bij onvolledige mededinging wordt het optimum van Pareto niet bereikt en is er sprake van marktfalen. Bij collectieve goederen als veiligheid en bescherming tegen water laat de markt het afweten. Ook faalt de markt als het milieu wordt aangetast of als externe effecten niet doorberekend worden in de prijzen. Als de markt faalt, moet de overheid ingrijpen. Collectieve goederen en marktfalen Verschillen tussen collectieve goederen en individuele goederen: Bij collectieve goederen is het onmogelijk vragers uit te sluiten van het gebruik van het goed. Denk aan strooizout. Bij individuele goederen is uitsluiten wel mogelijk. Bij collectieve goederen rivaliseert de vraag van de een niet met de vraag van de anderen. Het gebruik van het goed door de ene consument gaat niet ten koste van een andere consument. Bij individuele goederen is dat wel het geval. Omdat van collectieve goederen niemand kan uitgesloten worden, is het voor particuliere bedrijven onaantrekkelijk om dit product aan te bieden. Ze kunnen aan de individuele gebruiker geen prijs vragen. Collectieve goederen en overheid Collectieve goederen voorzien in een behoefte, maar worden niet via de markt geleverd. De markt faalt in dit geval. De vragers naar een collectief goed hebben als ze hun eigen belang nastreven te maken met een gevangenendilemma. Het is financieel aantrekkelijk om niet bij te dragen aan de totstandkoming van het collectieve goed. Toch hebben ze er belang bij dat het goed er komt. Het dilemma kan worden opgelost als de vragers samenwerken door een bindend contract aan te gaan. Om tot samenwerking te komen, is meestal dwang van de overheid nodig (belastingen). Toch is overheidsdwang niet altijd nodig om te komen tot samenwerking. Ook normen en waarden kunnen leiden tot een coöperatieve opstelling van de burgers. Externe effecten en marktfalen Als het handelen van iemand invloed heeft op de welvaart van anderen spreken we van een extern effect. Externe effecten kunnen zich voordoen zowel bij consumptie als bij productie en externe effecten kunnen negatief of positief zijn. Negatieve externe effecten worden ook wel externe kosten genoemd en positieve externe effecten worden externe baten genoemd. Ook meeliftersgedrag kan gepaard gaan met externe effecten. Door belastingen te ontduiken worden anderen opgezadeld met een hogere belasting. Dit is een negatief extern effect van het meeliftersgedrag. Maatschappelijke welvaart Marktprijzen zijn gebaseerd op private kosten en baten. Als er zich externe effecten voordoen, is de marktuitkomst niet Pareto efficiënt. Omdat de vrije markt niet in staat is externe kosten en baten op te nemen in de prijs, faalt de markt. De maatschappelijke prijs is gebaseerd op de maatschappelijke kosten en maatschappelijke baten. De maatschappelijke kosten zijn een optelling van de private kosten en externe kosten. De maatschappelijke baten bestaan uit private baten en externe baten.

8 Internaliseren van externe effecten Het opnemen van externe effecten in de prijs noemen we het internaliseren van externe effecten. Als externe effecten volledig zijn geïnternaliseerd, faalt de markt niet langer en is er een Pareto efficiënte situatie. Door rekening te houden met de externe kosten, d.w.z. het opnemen van die kosten in de prijs van het product, verdwijnen de externe kosten niet helemaal, maar worden ze beperkt. Blijkbaar nemen we een deel van de externe kosten op de koop toe, zolang de welvaartswinst maar groter is dan het welvaartsverlies als gevolg van externe effecten. Coase Externe effecten zijn het gevolg van een ontbrekende markt. Als deze markt alsnog ontstaat, kan het marktmechanisme tot een efficiënte oplossing leiden (denk aan emissierechten). De transactiekosten moeten dan niet te hoog zijn en bovendien moeten de eigendomsrechten helder zijn. Onderhandelen en het opstellen van een contract biedt de mogelijkheid om te komen tot een efficiënte oplossing. Het risico dat een partij zich niet gebonden voelt aan een contract, het zogenaamde bindingsprobleem, kan voorkomen worden door het opstellen van een schriftelijk contract. Heffingen, verbieden of beperken Een andere manier om bijvoorbeeld vervuiling tegen te gaan, is het opleggen van een heffing op vervuiling. Als de heffingen juist zijn vastgesteld, ontstaat een prijs waarin de externe kosten volledig zijn geïnternaliseerd. Als onderlinge afspraken of heffingen niet mogelijk zijn, moet de overheid anders te werk gaan, De meest radicale manier is het verbieden van het gebruik of het verbieden van de productie van goederen met negatieve externe effecten: denk aan Cfk s en asbest.

9 H6 Markt of overheid Principaal agentrelatie De principaal is de opdrachtgever (werkgever) en de opdrachtnemer (werknemer) is de agent. Omdat de agent bij het uitvoeren van zijn taak niet alleen denkt aan het belang van de baas, maar ook aan zijn eigen belang, is er een principaal agentprobleem. Privatiseren Privatiseren is het afstoten van overheidstaken naar het particulier bedrijfsleven. Bij privatiseren gaat de eigendom van het bedrijf over van de overheid naar de private sector. De gedachte hierachter is dat door privatisering de concurrentie toeneemt en dat de concurrentie zal leiden tot lagere prijzen, betere diensten, meer efficiëntie en meer innovatie. Congestiekosten De welvaartstheorie beschouwt congestiekosten als externe kosten die leiden tot een verlies aan welvaart. Wie een drukke weg opgaat, is er de oorzaak van dat de medeweggebruikers een langere reistijd en meer brandstof nodig hebben. De weggebruiker zadelt andere weggebruikers op met extra kosten. De extra kosten die een weggebruiker veroorzaakt bij andere weggebruikers, omdat het drukker wordt, noemen we de marginale congestiekosten. Door invoering van de een kilometerheffing en het afschaffen van de BPM en motorrijtuigenbelasting wordt het autogebruik grotendeels variabel.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Markt. Kenmerken van marktvormen:

Markt. Kenmerken van marktvormen: 1 1 1 Markt 1 3 5 7 9 1 1 1 1 1 hoeveelheid 1 3 5 7 9 Qv Qa nieuw Qa Qv nieuw p Kenmerken van marktvormen: Volkomen concurrentie: Veel aanbieders Homogeen product(mais) Vrije toetreding Alle kennis van

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische productiefactoren. 3) Hoe ontwikkelt de gemiddelde arbeidsproductiviteit als

Nadere informatie

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden.

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden. Module 3 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten: - De concrete

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

Evenwichtspri js MO WINST

Evenwichtspri js MO WINST Volkomen concurrentie Volledige mededinging Hoeveeldheidsaanpassing: prijs komt door Qa en Qv tot stand, individu heeft alleen invloed op de hoeveelheid die hij gaat produceren Veel vragers en veel aanbieders

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

H3 Hoe werken markten

H3 Hoe werken markten H3 Hoe werken markten 3.1 Markten marktmechanisme Organisatie door Marktmechanisme Vragers en aanbieders met eigen belang Aanbieders passen aan aan vragers. Soorten markten één, enkele of veel aanbieders

Nadere informatie

Economie H5 : Markt & Overheid

Economie H5 : Markt & Overheid 1. De telefoniemarkt Het kan per land verschillen wat de overheid aanbiedt en wat door de bedrijven wordt aangeboden. Dit kan aan de politiek liggen maar ook aan de tijdsperiode. Voorbeelden telefonie,

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties

Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties Verkenning 1 a De kosten van het onderzoek en het risico dat het mislukt moet worden afgewogen tegen de mogelijke winst als het onderzoek wel lukt en het

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Opgave 1 Vraag- en aanbodcurve met consumenten- en producentensurplus. Qv = -0,5p + 10 Qa = 0,5p 2 Qa = Qv Prijs in euro, q in stuks. 1. Teken de

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 9 Open vragen OEFENING 1 a) Aantal Prijs Totale ontvangst Marginale ontvangst 1 9 9 9 2 8 16 7 3 7 21 5 4 6 24 3 5 5 25 1 6 4 24-1 7 3 21-3 8 2 16-5 9 1 9-7 10 0 0-9 b)

Nadere informatie

Grafieken Economie Hoofdstuk 7

Grafieken Economie Hoofdstuk 7 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 1 Inhoud Grafieken Economie Hoofdstuk 7 door ieter Nobels ONDERNEMERSGEDRG BIJ OLKOMEN CONCURRENTIE... 3 GLOBL MRKTEENWICHT... 3 ERSCHUIINGEN N RG- EN NBODCURE (GLOBLE MRKT)...

Nadere informatie

Toetsing en economische experimenten : twee voorbeelden

Toetsing en economische experimenten : twee voorbeelden Toetsing en economische experimenten : twee voorbeelden Voorbeeld 1: Het verwerken van experimenten in toetsvragen Opgave 1. (ad fishing game en tragedy of the commons) Onderstaande tekeningen en tekst

Nadere informatie

Economie. Boekje Markt & Overheid Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Markt & Overheid Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Markt & Overheid Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 samengevat 2 h2 samengevat 3 h3 samengevat 3, 4 & 5 h4 samengevat 5 h5 samengevat 6 & 7 h6 samengevat

Nadere informatie

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord Categorie Vraag & Antwoord De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN Er zijn te weinig middelen om in alle behoeften te kunnen voorzien. Hoe heet dit verschijnsel?

Nadere informatie

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Sytze Rienstra en Jan van Donkelaar, 15 januari 2010 Er is de laatste tijd bij de beoordeling van projecten voor de binnenvaart veel discussie over

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

gevraagde hoeveelheid ( mln kilo) P prijs in euro s per kilo varkensvlees aangeboden hoeveelheid ( mln kilo)

gevraagde hoeveelheid ( mln kilo) P prijs in euro s per kilo varkensvlees aangeboden hoeveelheid ( mln kilo) Opgave 3 Faalt de markt of faalt de overheid? In een Europees land is de productie van varkensvlees verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de totale uitstoot van broeikasgassen door de landbouw.

Nadere informatie

Lesbrief Mobiliteit 1 e druk

Lesbrief Mobiliteit 1 e druk Hoofdstuk 1. 1.12 1.13 1.14 1.15 B C B D 1.16 1. B. 2. C. 3. B. 4. B. 5. A. 6. B. Schaarste en ruil 1.17 a. Vrij. Alle behoeften kunnen zonder inspanning worden bevredigd. b. Nee. Economen bestuderen de

Nadere informatie

4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen

4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen 4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen Vb. werknemers en werkgevers CAO-onderhandelingen via vakbonden Stel: vakbond van werknemers eist arbeidstijdverkorting van 4 uur per week; van 40 uur

Nadere informatie

Samenvatting. Kort overzicht. Kartels

Samenvatting. Kort overzicht. Kartels Samenvatting Kort overzicht Dit proefschrift gaat over de economische theorie van kartels. Er is sprake van een kartel wanneer een aantal bedrijven, expliciet of stilzwijgend, afspreekt om de prijs te

Nadere informatie

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Winst = omzet kosten TW = TO TK TO = 2000 TK = 1500 TW = 500 Omzet per product = gemiddelde omzet = prijs = GO TO = 2000 Als afzet is

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Schaarste en ruil 1.1 a. 1. Voorbeelden van infrastructurele voorzieningen

Hoofdstuk 1 Schaarste en ruil 1.1 a. 1. Voorbeelden van infrastructurele voorzieningen Hoofdstuk 1 Schaarste en ruil 1.1 a. 1. Voorbeelden van infrastructurele voorzieningen 2. Voorbeelden van gebruikte vervoermiddelen 3. Voorbeelden van energie voor vervoermiddelen 4. Voorbeelden van gebruikte

Nadere informatie

Economie Module 2 & Module 3 H1

Economie Module 2 & Module 3 H1 Economie Module 2 & Module 3 H1 Module 2 1.1 De individuele vraag Individuele vraaglijn kent een dalend verloop: als de prijs daalt, stijgt als gevolg daarvan de gevraagde hoeveelheid. Men wil voor 1 appel

Nadere informatie

A ; B ; C ; D Géén van de alternatieven A, B en C is CORRECT.

A ; B ; C ; D Géén van de alternatieven A, B en C is CORRECT. Vraag 1 De vraagcurve voor herenoverhemden met een zuurstokdesign luidt Q d = 200 P. De aanbodcurve voor herenoverhemden met een zuurstokdesign luidt Q s = 2*P 40. Stel dat de overheid de totale omzet

Nadere informatie

HAVO 5 M O D U L E 5

HAVO 5 M O D U L E 5 HAVO 5 M O D U L E 5 1 OLIGOPOLIE Bekend dus. Beperkt aantal aanbieders Homogeen Heterogeen Veel concurrentie / minder concurrentie 2 TWEE AANBIEDERS Bastognes Jumbo Prijs AH Prijs 1,20 1,15 Bastognes

Nadere informatie

Lesbrief Markt en Overheid 2 e druk

Lesbrief Markt en Overheid 2 e druk Hoofdstuk 1. 1.15 1.16 1.17 1.18 D C B B De telefoniemarkt 1.19 a. TO = 2q. b. TK = 1,50q + 75.000. c. TO = TK 2q = 1,50q + 75.000 0,50q = 75.000. De break-evenafzet is 75.000/0,5 = 150.000 pennen. d.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn.

De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn. Examenvragen economie 12 juni 2002. De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn. --------------------------------------------------------------------------------- 1)

Nadere informatie

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit Uitwerking vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet

Nadere informatie

Economie. Boekje Vervoer Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Vervoer Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Vervoer Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 & h2 samengevat 2 h3 samengevat 3 h4 samengevat 4 & 5 h5 samengevat 6 wat moet weten 7 & 8 Begrippen 8,

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt Ondernemingsvormen Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt De eenmanszaak = een onderneming met één eigenaar. De vennootschap onder firma (VOF) = een onderneming waarbij enkele mensen

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op.

Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op. Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op. Economie gaat in essentie over het maken van keuzes. De behoeften van mensen zijn onbegrensd, maar hun middelen zijn beperkt. Door dit spanningsveld

Nadere informatie

12 VWO Studiewijzer ECONOMIE Examentraining

12 VWO Studiewijzer ECONOMIE Examentraining Week Datum van de maandag Les Onderwerp lesstof Huiswerk (voor de volgende les) Bestudeer voor iedere les het te behandelen hoofdstuk! 9/3 Ma SO H19.4 t/m 20.5 + herhalen Herhalen (oefen examenopgave;

Nadere informatie

Marktmissers. Uitwerkingen. Wat gaat er mis? HAVO Economie 2010 / 2011 VERS

Marktmissers. Uitwerkingen. Wat gaat er mis? HAVO Economie 2010 / 2011 VERS Marktmissers Wat gaat er mis? Uitwerkingen HAVO Economie 2010 / 2011 VERS Opgave 1 Misbruik van economische machtsposities wil zeggen dat een marktpartij zoveel invloed heeft op de markt dat hij een te

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

1 Markt en marktvormen

1 Markt en marktvormen 1 Markt en marktvormen Wat is het verschil tussen een markt en een marktvorm? Markt= Concrete markt, plaats waar vragers en aanbieders van een bepaald goed elkaar ontmoeten en transacties afsluiten Marktvorm

Nadere informatie

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p).

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). 1. Prijselasticiteit van de vraag De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). %-verandering gevraagde hoeveelheid (gevolg)

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2008-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2008-II Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 1 (primaire) inkomensrekening 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De nieuwe productie-eenheid trekt ook toeleveringsbedrijven aan die zorgen

Nadere informatie

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf 19 januari 2011. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer:

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf 19 januari 2011. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: Spm1212 Economie & Bedrijf Tentamen Woensdag 19 januari 2011 14.00 uur 17.00 uur Instructies: Dit tentamen bestaat uit zowel meerkeuze- als open vragen. Er zijn 20 meerkeuzevragen en 2 open vragen. De

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11 OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk Open Vragen OEFENING a) i. De vraagcurve van arbeid verschuift naar rechts. ii. Daar we in de korte termijn zijn, kan de kapitaalstock niet worden aangepast aan de stijging

Nadere informatie

Wat is het juiste antwoord? Of welk woord hoort in welke kolom? 2 Monopolistische. concurrentie. Zowel volkomen als volkomen concurrentie

Wat is het juiste antwoord? Of welk woord hoort in welke kolom? 2 Monopolistische. concurrentie. Zowel volkomen als volkomen concurrentie Extra opdrachten 1. Wat is het juiste antwoord? Of welk woord hoort in welke kolom? Soort 1 Volledige mededinging 2 Monopolistische Zowel volkomen als volkomen 3 Oligopolie (duopolie) Geen 4 Monopolist

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord

Nadere informatie

1 De bepaling van de optimale productiegrootte

1 De bepaling van de optimale productiegrootte 1 De bepaling van de optimale productiegrootte Voor wat zorgen de bedrijven en welk probleem treed zich op? De bedrijven zorgen voor het produceren van goederen en diensten. Er treed een keuzeprobleem

Nadere informatie

Alles-in-1 examentraining

Alles-in-1 examentraining Alles-in-1 examentraining VWO 2015/2016 www.economielokaal.nl door P.A. Bloemers overzicht van de belangrijkste theorie per domein oefenexamens gesorteerd op domein oefenexamens met hints en antwoorden

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo I

Eindexamen economie pilot vwo I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Module 13: antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie

Module 13: antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Module 13: antwoorden Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Verantwoording 2010 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie berust bij SLO. Voor deze

Nadere informatie

geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola)

geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola) Lesbrief Consument en Producent Hoofdstuk 1 De klant Marktaandeel van een merk: geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola) Afzet

Nadere informatie

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn:

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn: Competitieve markten van 6 COMPETITIEVE MARKTEN Marktvormen Welke verschilpunten stel je vast als je het aantal aanbieders en het aantal vragers vergelijkt op volgende markten? a/ Wisselmarkt b/ Markt

Nadere informatie

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: 1/14

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: 1/14 Spm1212 Economie & Bedrijf Tentamen Instructies: Dit tentamen bestaat uit zowel meerkeuze- als open vragen. Er zijn 20 meerkeuzevragen en 2 open vragen. De meerkeuzevragen staan op pagina 1-6 van deze

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 1

Extra opgaven hoofdstuk 1 Extra opgaven hoofdstuk 1 Opgave 1 Er zijn economische problemen, omdat: a. de middelen en de behoeften beide onbeperkt zijn; b. de behoeften beperkt zijn in relatie tot de middelen; c. de middelen beperkt

Nadere informatie

SYMPOSIUM 20 JAAR RAAP EENHOORN AMERSFOORT 26 MEI 2005 DE VERHOUDING TUSSEN OVERHEID, MARKTWERKING EN PRIVATISERING

SYMPOSIUM 20 JAAR RAAP EENHOORN AMERSFOORT 26 MEI 2005 DE VERHOUDING TUSSEN OVERHEID, MARKTWERKING EN PRIVATISERING SYMPOSIUM 20 JAAR RAAP EENHOORN AMERSFOORT 26 MEI 2005 LEZING OVER DE VERHOUDING TUSSEN OVERHEID, MARKTWERKING EN PRIVATISERING PROF DR J.G.A. VAN MIERLO HOOGLERAAR OPENBARE FINANCIËN FACULTEIT DER ECONOMISCHE

Nadere informatie

4p 6 Leg uit waarom de marktvorm en het marktgedrag kunnen veranderen. Opgave 3 2000 Economische wetenschappen 1 en Recht - 1 opgave 2

4p 6 Leg uit waarom de marktvorm en het marktgedrag kunnen veranderen. Opgave 3 2000 Economische wetenschappen 1 en Recht - 1 opgave 2 Opgave 1 1999 Economische wetenschappen 1 en Recht - 1 opgave 2 Enige tijd geleden is de firma Lovers de exploitatie van de Kennemerland Express gestart, een treinverbinding tussen Amsterdam en IJmuiden.

Nadere informatie

Samenvatting ... 7 Samenvatting

Samenvatting ... 7 Samenvatting Samenvatting... Concurrentie Zeehavens beconcurreren elkaar om lading en omzet. In beginsel is dat vanuit economisch perspectief een gezond uitgangspunt. Concurrentie leidt in goed werkende markten tot

Nadere informatie

Praktische opdracht HAVO. Economie pilot schooljaar 2009-2010

Praktische opdracht HAVO. Economie pilot schooljaar 2009-2010 Praktische opdracht HAVO Economie pilot schooljaar 2009-2010 Praktische opdracht 5 Havo economie pilot Je krijgt de opdracht om in de komende periode bij de 8 concepten (zie bijlage) van het vernieuwde

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Remediëringstaak: Vraag en aanbod Remediëringstaak: Vraag en aanbod Oefening 1: a. Stijging olieprijs blijft beperkt. Je moet een grafiek tekenen waarin je je aanbod naar links laat verschuiven (aanbod daalt) (wegens pijpleidingen die

Nadere informatie

Met de taxi of met de fiets

Met de taxi of met de fiets Hoofdstuk 2. Met de taxi of met de fiets 2.24 2.25 2.26 2.27 2.28 2.29 2.30 2.31 C B C C B A C A 2.32 1. Variabel. 2. Constant. 3. Variabel. 4. Constant. 2.33 a. Slechts 60%van het aantal gereden kilometers

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Module 7 Antwoorden Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Verantwoording 2010, Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie berust bij SLO. Voor deze

Nadere informatie

RECHT EN EFFICIENTIE

RECHT EN EFFICIENTIE RECHT EN EFFICIENTIE Een inleiding in de economische analyse van het recht Eindredactie: dr. B.C.J. van Velthoven dr. P.W. van Wijck Met bijdragen van: dr. C.P. van Beers mw. mr. drs. A.E.H. Huygen prof.

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 monopolie 2 maximumscore 3 bij

Nadere informatie

Tentamen ANTWOORDEN. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: 1/14

Tentamen ANTWOORDEN. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: 1/14 Spm1212 Economie & Bedrijf Tentamen ANTWOORDEN Instructies: Dit tentamen bestaat uit zowel meerkeuze- als open vragen. Er zijn 20 meerkeuzevragen en 2 open vragen. De meerkeuzevragen staan op pagina 1-6

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 15

Extra opgaven hoofdstuk 15 Extra opgaven hoofdstuk 15 Opgave 1 Veronderstel dat de oliemarkt wordt beschreven door het onderstaande model (1) q v = 20 p + 16.000 p prijs per vat olie in euro s (2) q a = 20 p q v, q a aangeboden,

Nadere informatie

Examen januari De productiemogelijkhedencurve in luilekkerland ziet er als volgt uit

Examen januari De productiemogelijkhedencurve in luilekkerland ziet er als volgt uit Examen januari 2006 1. De productiemogelijkhedencurve in luilekkerland ziet er als volgt uit appelen 150 100 peren De alternatieve kost van één peer is A. 1,5 appelen B. 1 appel C. 0,666 appelen D. Onmogelijk

Nadere informatie

1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?

1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden? 1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?. een daling van het aantal werklozen B. een toename van de emigratie uit het betreffende land. de

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2 Inhoud 1 Inleiding 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2 modellen 12 2 Markt of overheid 1 de vraag 14 Prijzen en gevraagde hoeveelheid 14 D De vraagfunctie 14 D Verschuiving

Nadere informatie

Aanpassingen lesbrieven havo

Aanpassingen lesbrieven havo Aanpassingen lesbrieven havo 2012-2013 Lesbrief Vervoer blz. 5, na 5 e regel onder foto:..is aangesloten bij TCA. Toevoegen: Vanwege het grote marktaandeel mag TCA de marktleider genoemd worden. blz. 5,

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie 2014-I

Eindexamen vwo economie 2014-I Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat verantwoord autogebruik wordt beloond met premiekorting / onverantwoord gebruik wordt gestraft met premieverhoging, zodat voorzichtig rijgedrag

Nadere informatie

ALGEMENE ECONOMIE /02

ALGEMENE ECONOMIE /02 HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development raymond.reinhardt@3r-bdc.com 3R 1 M Welvaart vs. welzijn F Welvaart: de mate waarin de spanning tussen de onbeperkte behoeften enerzijds

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2012 - II

Eindexamen havo economie 2012 - II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat consumenten

Nadere informatie

Vraag 11. q 1 MK, MO MK ECONOMIE, EEN INLEIDING 2010 1 - WAAROVER EN HOE SPREKEN ECONOMEN? S. COSAERT, A. DECOSTER & T. PROOST

Vraag 11. q 1 MK, MO MK ECONOMIE, EEN INLEIDING 2010 1 - WAAROVER EN HOE SPREKEN ECONOMEN? S. COSAERT, A. DECOSTER & T. PROOST Vraag 11 MK, MO MK MO Beschouw bovenstaande figuur. De onderneming produceert een hoeveelheid q 1. Beoordeel de volgende uitspraken: I. De onderneming zal haar winst zien toenemen indien ze meer zou produceren.

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Schaarste

Hoofdstuk 1: Schaarste Hoofdstuk 1: Schaarste Economie HAVO 2011/2012 www.lyceo.nl H1: Schaarste Economie 1. Schaarste 2. Ruil 3. Markt 4. Ruilen over tijd 5. Samenwerken en onderhandelen 6. Risico en informatie 7. Welvaart

Nadere informatie

Instrumentkeuze in het milieubeleid

Instrumentkeuze in het milieubeleid Instrumentkeuze in het milieubeleid Theorie en 25 jaar praktijk Netwerk Groene Groei Den Haag, 8 december 2015 Carl Koopmans (SEO Economisch Onderzoek, Vrije Universiteit) www.seo.nl c.koopmans@seo.nl

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 Op de gegevens voor de top 10% van 1999

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 KIEZEN EN RUILEN

Hoofdstuk 1 KIEZEN EN RUILEN ONDERDEEL 1 Schaarste en ruil Hoofdstuk 1 KIEZEN EN RUILEN 1.1 Behoeften, goederen en schaarste 1.1 a Ja, tijd is alternatief aanwendbaar. Tijd kan immers op verschillende manieren worden gebruikt. b Het

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie pilot 2013-I

Eindexamen vwo economie pilot 2013-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 maximale winst als MO

Nadere informatie

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12. Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2.

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12. Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2. Werkboek Werk Ver 2 Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12 Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2.9 7 2.10 t/m 2.14 Afmaken beleggen Inleveren handelingsdeel bij docent

Nadere informatie

Samenvatting ... ... Tabel 1 Kwalitatieve typering van de varianten

Samenvatting ... ... Tabel 1 Kwalitatieve typering van de varianten Samenvatting................. In juli 2008 heeft de Europese Commissie een strategie uitgebracht om de externe kosten in de vervoersmodaliteiten te internaliseren. 1 Op korte termijn wil de Europese Commissie

Nadere informatie

MINISTERIE VAN HANDEL EN INDUSTRIE

MINISTERIE VAN HANDEL EN INDUSTRIE MINISTERIE VAN HANDEL EN INDUSTRIE VRAGEN OVER MEDEDINGING CONTACT INFORMATIE: Telefoon: 402080 of 402339 tst. 1080 Fax: 404834 E-mail: juridischezaken@yahoo.com Paramaribo, december 2011 Ministerie van

Nadere informatie

Module 8 Concept: De Markt Marktvormen en Marktmacht

Module 8 Concept: De Markt Marktvormen en Marktmacht Module 8 Concept: De Markt Marktvormen en Marktmacht Het nieuwe economieprogramma Verantwoording 2010 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie berust

Nadere informatie

Tweede graad Derde graad Algemene economie Derde graad Bedrijfswetenschappen Thema 1: De kern van ondernemen

Tweede graad Derde graad Algemene economie Derde graad Bedrijfswetenschappen Thema 1: De kern van ondernemen Tweede graad Derde graad Algemene economie Derde graad Bedrijfswetenschappen Thema 1: De kern van ondernemen Welke activiteiten vinden in een onderneming plaats? - de productiefactoren natuur, arbeid en

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Consumenten

Hoofdstuk 2: Consumenten Hoofdstuk 2: Consumenten Economie VWO 2011/2012 www.lyceo.nl H2: Consumenten Economie 1. Inkomen 2. Consument 3. Producenten 4. Markt en Overheid 5. Internationale betrekkingen 6. Kringloop Inkomensvorming

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo I

Eindexamen economie vwo I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave maximumscore 2 Door de vermindering van

Nadere informatie