Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik."

Transcriptie

1 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. Resultaten van het subcohort abstinenten die deelnemen aan de Amsterdamse Cohort Studie onder druggebruikers. Fabian Termorshuizen, Anneke Krol, Maria Prins, Erik J.C. van Ameijden

2

3 Index 3 Index Index. Samenvatting. Dankwoord.. Inleiding. Methoden.. 1. Studie opzet 2. De studiegroep 3. De vragenlijsten 4. Het semi-gestructureerde interview 5. De kwantitatieve analyses 6. De kwalitatieve analyses Resultaten. 1. Resultaten kwantitatieve analyses 1.1 Algemene karakteristieken van het subcohort 1.2 De huidige episode van abstinentie Duur van de abstinentie: gerapporteerd bij intake vs. geschat op basis van de ACS follow-up Het abstinent worden Het abstinent zijn op moment van intrede in het subcohort Psychische klachten in het verleden en nu Zelf-effectiviteit, mastery, self-esteem Gegevens uit de ACS vragenlijst voorafgaand aan de huidige episode van abstinentie 1.3. Longitudinale analyse: determinanten van terugval in frequent druggebruik Aantal bezoeken en aantal deelnemers met een terugval binnen het subcohort Terugval-percentages in relatie tot de duur van abstinentie Determinanten van terugval 1.3.3a De uni-/bivariate analyses 1.3.3b Samenvatting van de uni-/bivariate analyses 1.3.3c De multivariate analyse 2. Resultaten kwalitatieve interviews 2.1 Samenvatting afzonderlijke interviews 2.2 Overzicht gerapporteerde motieven Discussie. 1. Discussie kwantitatieve analyses 1.1 Verklaringen voor terugval in harddruggebruik 1.2 Conclusie 2. Discussie kwalitatieve interviews 2.1 Verschillende redenen voor terugval 2.2 Een problematische situatie als aanleiding om weer te beginnen 2.3 Het wegvallen van een sterk controlerende omgeving 2.4 Wat kan de hulpverlening doen? 2.5 Waren er ook positieve redenen om weer te beginnen? 2.6 Wat vond de deelnemer zelf van de terugval? 2.7 Hoe werd de methadonbehandeling gewaardeerd? 2.8 Is gecontroleerd gebruik mogelijk? 2.9 Conclusie 3. Enkele implicaties voor beleid en praktijk Literatuurverwijzingen.. Pagina

4 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. 4 De tekst van het volledige rapport Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik, is te vinden op en Op verzoek kunnen details omtrent de Amsterdamse Cohort Studies en de vragenlijsten die zijn afgenomen bij het subcohort abstinenten worden verkregen bij Anneke Krol, telefoon: ,

5 Samenvatting 5 Samenvatting In eerdere analyses van gegevens uit de Amsterdamse Cohort Studie onder druggebruikers (ACS) zijn de uitkomsten op de lange termijn van harddruggebruik in termen van sterfte en het bereiken van abstinentie onderzocht. Er werd gevonden dat slechts een minderheid (20%) van de mensen die ooit verslaafd zijn geraakt aan regelmatig harddruggebruik, 20 jaar later èn nog in leven èn abstinent is voor alle illegale harddruggebruik. Abstinentie wordt weliswaar regelmatig bereikt in de loop van een individuele carrière, en soms meerdere keren, maar de grote kans op terugval daarna leidt meestal tot een continuering van het druggebruik. Strategieën gericht op vermindering van gebruik of verlenging van de duur van de abstinentie, zijn daarom belangrijk. In nadere analyses van de ACS bleek dat het trouw bezoeken van een laagdrempelig methadonprogramma en het gebruik van voorgeschreven methadon in een hoge dosering (> 80 mg/ dag) in gunstige zin geassocieerd waren met een verlaagde kans op terugval in heroïne. Echter, het effect was niet heel groot en andere factoren bleken ook een belangrijke rol te spelen. Zo bleek gebruik van cocaïne een onafhankelijke risicofactor te zijn voor terugval in heroïnegebruik, terwijl methadon geen enkel gunstig effect leek te hebben op het terugvallen in gebruik van cocaïne. Het hebben van een partner die drugs gebruikt of het helemaal niet hebben van een partner waren beide in ongunstige zin geassocieerd met terugval in heroïnegebruik. Een belangrijk nadeel van deze analyses was dat gedetailleerde gegevens ontbraken, bijvoorbeeld met betrekking tot sociale integratie, psychiatrische co-morbiditeit en zelf-effectiviteit, omdat deze niet standaard in de ACS vastgelegd worden. Bovendien geven kwantitatieve analyses geen inzicht in de individuele motieven om drugs te gebruiken, abstinent te worden en van eventuele terugval daarna. Om meer inzicht te krijgen in diverse psychosociale factoren die van belang kunnen zijn bij terugval in intensief harddruggebruik (d.w.z. heroïne, cocaïne, amphetamines) en in individuele motieven van terugval, is vanaf januari 2003 een groep druggebruikers die werd gevolgd in het kader van de ACS nader bestudeerd: het abstinenten subcohort. De resultaten uit het subcohort worden in de huidige rapportage beschreven. In de periode januari 2003 tot en met februari 2004 werden ACS deelnemers die bij een gangbaar follow-up bezoek rapporteerden de afgelopen 2 maanden (of langer) weinig tot geen (maximaal 3 keer per maand) illegale harddrugs gebruikt te hebben, uitgenodigd om deel te nemen aan het abstinenten subcohort. Deelname omvatte een extra vragenlijst met gedetailleerde vragen naar o.a. de redenen om destijds te stoppen, het gebruik van hulpverlening, de aanwezigheid van psychopathologie, en de zelf-inschatting voor wat betreft het volhouden van abstinentie. Bij de volgende ACS bezoeken (steeds na minstens 6 maanden follow-up) werd nagegaan of de deelnemer nog abstinent was. Als dit het geval was, werd een deel van de intake-vragenlijst opnieuw afgenomen, met name die vragen die betrekking hebben op factoren die kunnen veranderen in de loop van de tijd (o.a. woonsituatie, gebruik van hulpverlening, incidenteel harddruggebruik). De deelnemer bleef vervolgens aan het subcohort deelnemen. Als de deelnemer bij één van de follow-up bezoeken aangaf weer opnieuw intensief harddrugs te zijn gaan gebruiken (minstens 3 keer per week) werd dit als een terugval gezien en werd zijn/ haar deelname aan het subcohort beëindigd. Wel werd de deelnemer nog uitgenodigd voor een semi-gestructureerd interview naar de individuele redenen voor, en de omstandigheden tijdens, de terugval en de eventuele rol van de hulpverlening hierbij. De follow-up voor het subcohort duurde tot augustus Deze studie omvatte zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve analyse. In de kwantitatieve analyse werd op basis van de gegevens zoals gerapporteerd in de vragenlijst(en) nagegaan hoe de individuele kans op terugval in een tijdsdimensie van enkele maanden ingeschat kan worden. In de kwalitatieve analyses werd op basis van de semi-gestructureerde interviews nagegaan wat in de eigen beleving de oorzaken van de terugval waren en hoe in de hulpverlening daar rekening mee gehouden kan worden. Er werden 148 ACS deelnemers in het subcohort ingesloten. Op moment van intake in het subcohort was de gemiddelde verslavingsgeschiedenis 21 jaar (5-95% percentiel: ) en was de duur van de abstinentie 3.1 jaar (5-95% percentiel: ). De meerderheid (>60%) had een verleden van polydruggebruik (heroïne en cocaïne). Van de 148 deelnemers waren er 123 met minstens één vervolgbezoek. Er werd door 30 deelnemers een terugval bij één van de follow-up bezoeken gerapporteerd. Bij 18 deelnemers die teruggevallen waren, is een semi-gestructureerd interview afgenomen.

6 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. 6 Kwantitatieve analyses. Uit een multivariaat Cox regressie model bleek dat de volgende factoren onafhankelijk van elkaar geassocieerd waren met een verhoogde kans op terugval: het niet eerder doorgemaakt hebben van meer langdurige episodes van abstinentie, een lager subjectief gevoel van controle hebben over het leven, incidenteel gebruik van harddrugs gedurende abstinentie, en een lage zelf-inschatting voor wat betreft het volhouden van abstinentie. De laatste twee factoren bleken in een andere analyse bovendien de verhoogde kans op terugval kort na het bereiken van abstinentie te verklaren. De relatie met het doorgemaakt hebben van eerdere episodes wijst waarschijnlijk op een leereffect en daarmee op de mogelijkheid voor gedragstherapeutische interventie. De relatie met het gevoel van controle hebben (mastery) wijst mogelijk op een persoonlijkheidskenmerk dat van belang is bij individuele motieven voor druggebruik. Kwalitatieve analyses. Er werden verschillende redenen genoemd voor terugval in harddruggebruik. Vaak werden probleemsituaties als negatieve emoties, conflicten met een voor diegene belangrijk persoon, grote zorgen, of verlies van iets of iemand genoemd als reden om drugs als zelfverdoving weer te gaan gebruiken. Ook werd wel gerapporteerd dat hunkering naar drugs de enige en afdoende aanleiding vormde. Beide elementen waren vaak binnen dezelfde persoon aanwezig en zo kon bijvoorbeeld een enkele keer gebruiken met een duidelijk doel (gevoelsregulatie) leiden tot verlies van controle en daarmee tot een volledige terugval zonder duidelijk motief (verslaving als loss of control disease ). Een sterk controlerende omgeving als gevangenis of evangelisch afkickcentrum werd regelmatig genoemd als de enige en goede manier om van de drugs af te kunnen blijven. Het leven op straat daarna leidde vaak onontkoombaar tot terugval in druggebruik omdat de verleiding dan sterk aanwezig was en omdat drugs dan nodig waren om het harde leven op straat aan te kunnen. Ook werd er soms aangegeven dat het stellen van eisen door de hulpverlening averechts kan werken en dat alleen al uit rebellie hiertegen men weer drugs gebruikt had. Algehele conclusies/implicaties voor beleid en praktijk. Met behulp van een beperkt aantal vragen met betrekking tot o.a. zelf-inschatting en incidenteel gebruik zouden personen met een verhoogd risico op een terugval gekarakteriseerd kunnen worden. Vervolgens kan extra aandacht gegeven worden in de vorm van ondersteuning, verhoging van motivatie en verbetering van coping gedrag. De individuele redenen voor terugval laten zien dat verslaving zowel een gedragsprobleem als een loss of control disease is. Er is geen eenduidige behandelingsstrategie die voor iedereen goed werkt. De laagdrempelige setting van de harm reduction kan op bepaald moment de enige mogelijkheid zijn om iemand niet voor elk hulpverleningscontact te verliezen. Van daaruit kan een intensiever behandelplan op maat gestart en gecoördineerd worden op het moment dat bij de deelnemer een motivatie voor verandering ontstaat. In de hulpverlening moet rekening gehouden worden met zowel het gedragsaspect als het chronische ziekteaspect van verslaving. Dankwoord De realisatie van dit rapport werd mede mogelijk gemaakt door ZonMw (projectnummer ). De Amsterdamse Cohort Studies zijn gefinancierd door ZonMw, het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en Stichting AIDS Fonds (projectnummer 4141). Verder willen we de onderzoeksverpleegkundigen J. Bax en A. Snuverink bedanken voor hun waardevolle bijdrage aan de dataverzameling van het druggebruikers cohort en het ontwikkelen van de abstinenten vragenlijst in het bijzonder. Ook bedanken wij E. Witteveen voor zijn hulp en suggesties bij het afnemen en weergeven van de semi gestructureerde interviews. Tenslotte gaat onze dank uit naar de deelnemers van de Amsterdamse Cohort Studies voor hun deelname aan het abstinenten subcohort.

7 Inleiding 7 Inleiding In eerdere analyses van gegevens uit de Amsterdamse Cohort Studie onder druggebruikers (ACS) zijn de lange termijnsuitkomst van harddruggebruik in termen van sterfte vs. het bereiken van abstinentie en de invloed van diverse factoren betrokken bij de kans op terugval in frequent harddruggebruik onderzocht [1, 2]. Een belangrijk voordeel van deze analyses was de aanwezigheid van grote aantallen deelnemers en de lange follow-up. Zo kon geschat worden dat slechts een minderheid (20%) van de mensen die ooit verslaafd raken aan regelmatig harddruggebruik 20 jaar later èn nog in leven èn abstinent is voor alle illegale harddruggebruik [1]. Abstinentie wordt weliswaar regelmatig bereikt in de loop van een individuele carrière, en soms meerdere keren, maar de grote kans op terugval daarna leidt meestal tot een continuering van het druggebruik. Strategieën gericht op vermindering van gebruik of verlenging van de duur van de abstinentie als deze om wat voor reden bereikt wordt, zijn daarom waarschijnlijk zeer belangrijk. In nadere analyses van de ACS bleek dat het trouw bezoeken van een laagdrempelig methadonprogramma en het gebruik van voorgeschreven methadon in een hoge dosering (> 80 mg/ dag) in gunstige zin geassocieerd waren met een verlaagde kans op terugval in heroïne. Echter, het effect was niet heel erg groot en andere factoren bleken ook een belangrijke rol te spelen bij de kans op terugval. Zo bleek gebruik van cocaïne een onafhankelijke risicofactor te zijn voor terugval in heroïne, terwijl methadon geen enkel gunstig effect leek te hebben op het gebruik van cocaïne. Het hebben van een partner die drugs gebruikt of het helemaal niet hebben van een partner waren beide in ongunstige zin geassocieerd met terugval in heroïne [2]. Een belangrijk nadeel van deze analyses was dat gedetailleerde gegevens, bijvoorbeeld met betrekking tot sociale integratie, psychiatrische co-morbiditeit en zelf-effectiviteit, ontbraken omdat deze niet standaard in de ACS vastgelegd worden. Bovendien geven kwantitatieve analyses geen inzicht in de individuele motieven om drugs te gebruiken, abstinent te worden en van eventuele terugval daarna. Om meer inzicht te krijgen in diverse psychosociale factoren die van belang kunnen zijn bij terugval in problematisch harddruggebruik en in individuele motieven van terugval is van januari 2003 tot juli 2004 een studie genesteld binnen de gangbare ACS follow-up, het zgn. abstinenten subcohort, van start gegaan. Bij een groep druggebruikers die werd gevolgd in het kader van de ACS en minstens 2 maanden abstinent bleken te zijn bij een halfjaarlijks bezoek werd een extra vragenlijst afgenomen en werden zij gevolgd tot aan het eerstvolgende ACS bezoek waarop de deelnemer een terugval rapporteerde of tot het einde van de onderzoeksperiode. Op het moment dat de deelnemer aangaf teruggevallen te zijn in frequent harddruggebruik werd hij/ zij uitgenodigd voor een nader semigestructureerd interview naar individuele motieven voor terugval. De hier gepresenteerde beschrijving van het onderzoek bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief deel. Het kwantitatieve deel is gebaseerd op de gegevens gerapporteerd in de extra vragenlijst en enkele gegevens uit het algemene ACS gegevensbestand en heeft tot doel te achterhalen of en op basis van welke met name psychosociale factoren het individuele risico voor terugval in frequent harddruggebruik kan worden ingeschat. Het kwalitatieve deel is gebaseerd op de semi-gestructureerd interviews en heeft tot doel te achterhalen wat de individuele redenen voor en omstandigheden van de gerapporteerde terugval waren en hoe hier in de hulpverlening rekening mee gehouden kan worden.

8 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. 8 Methoden 1. Studie opzet Voor deze studie werden abstinente deelnemers die in de gangbare ACS follow-up zaten gerecruteerd. Voor een nadere beschrijving van de algemene studieopzet van de ACS wordt verwezen naar eerdere publicaties op het gebied van het verslavingsonderzoek uit de ACS [o.a. 1, 3]. Deelnemers die tijdens een gangbaar ACS bezoek in de periode januari 2003 tot en met eind februari 2004 rapporteerden dat ze de afgelopen 2 maanden niet of nauwelijk harddrugs, d.w.z. heroïne, cocaïne, en/ of amfetamines, gebruikten, kregen een extra vragenlijst. Het criterium voor abstinentie was geen gebruik van bovengenoemde drugs of incidenteel gebruik van (een van) deze drugs op niet meer dan 3 dagen in de afgelopen 2 maanden. Gebruik van methadon werd bij deze definitie van abstinentie buiten beschouwing gelaten. De deelnemers werden voor het subcohort gevolgd tot aan een eventuele terugval of tot het einde van de follow-up voor het subcohort (31 juli 2004). Bij het eerstvolgende gangbare halfjaarlijkse ACS bezoek werd met behulp van de follow-up-vragenlijst nagegaan of er sinds het vorige bezoek sprake was geweest van een periode van minstens 2 maanden met op minstens 3 dagen in de week gebruik van harddrugs. Indien dit niet het geval was, werd de follow-up vragenlijst afgenomen teneinde diverse factoren die kunnen veranderen in de loop van de tijd (b.v. met betrekking tot sociale integratie, omgang met andere wel of niet druggebruikende personen, gebruik van hulpverlening, woonsituatie, bezigheden en psychische klachten) te kunnen updaten. Deze factoren zijn vervolgens als tijdsafhankelijke voorspeller meegenomen in een analyse naar terugval [4]. Indien er wel sprake was van een terugval volgens dit criterium werd van de follow-up vragenlijst alleen het deel afgenomen naar situationele factoren: negatieve en positieve gebeurtenissen sinds het vorige bezoek en de invloed daarvan op druggebruik. De follow-up van de betreffende persoon voor het subcohort (niet voor de algemene ACS follow-up) werd vervolgens beëindigd. Deze persoon werd dan tevens uitgenodigd voor een extra semi-gestructureerd interview. Dit interview werd bij voorkeur afgenomen onmiddellijk na het betreffende ACS bezoek. In een aantal gevallen werd er een aparte afspraak voor gemaakt. Deelnemers kregen 12 extra vergoeding voor het semi-gestructureerde interview. De intake en follow-up vragenlijsten werden steeds tijdens de gangbare ACS bezoeken afgenomen door een van de onderzoeksverpleegkundigen. 2. De studiegroep In de periode 6 januari februari 2004 werden van de 569 ACS deelnemers die in deze periode minstens 1 bezoek brachten aan de ACS 148 deelnemers in het abstinenten subcohort geïncludeerd. Een beschrijving van deze groep en hun druggebruikverleden wordt gegeven in Tabel 1a en Tabel 1b. Van de 148 deelnemers in het subcohort waren er 123 die een follow-up bezoek brachten in de periode juni augustus Van deze 123 deelnemers waren er 30 die een terugval bij een van de follow-up bezoeken rapporteerden. Van deze 30 deelnemers waren er 18 waarbij het semigestructureerde interview afgenomen is. 3. De vragenlijsten In het eerste deel van de intake vragenlijst werden de volgende items nagevraagd: datum van stoppen, druggebruik over de afgelopen 2 maanden (volledig abstinent of incidenteel gebruik), wijze van stoppen (geleidelijk of acuut, wel of geen professionele hulp), eerdere episodes van abstinentie, redenen om te gaan stoppen, gebruik van hulpverlening bij stopppen en de afgelopen 2 maanden, woonsituatie, bezigheden, omgang met anderen, en psychische klachten in het verleden en de afgelopen maand. Deze vragen werden mondeling afgenomen door één van de twee onderzoeksverpleegkundigen. Het tweede gedeelte van de intake vragenlijst moest door de persoon zelf ingevuld worden en omvatte items met betrekking tot zelf-effectiviteit ( hoe zeker ben je dat je van de drugs af kunt blijven gegeven een aantal veelvoorkomende situaties [5]), mastery, ook wel locus of control genoemd, d.w.z. de subjectieve ervaring van de mate waarin iemand controle heeft

9 Methoden 9 over zijn/ haar leven [6, 7], en gevoel van eigenwaarde, self-esteem, d.w.z. de mate waarin er sprake is van een positief of negatief zelfbeeld [8]. 4. Het semi-gestructureerde interview Het semi-gestructureerde interview bestond uit 3 onderdelen. Volgend op een korte toelichting over het onderzoek en de reden om de deelnemer te vragen voor dit extra interview werden er vragen gesteld over: 1. de voorafgaande episode van abstinentie, 2. de terugval in frequent gebruik, 3. de rol van de hulpverlening. De nadruk van het interview lag op onderdeel 2.: wat ben je weer gaan gebruiken en hoeveel, onder welke omstandigheden en wat waren de redenen hiervoor? Het interview duurde doorgaans minuten. Na afloop van elk interview werd door de onderzoeker een uitgebreid verslag gemaakt. Opname op geluidsband maakte het mogelijk dit verslag na afloop te controleren en nader aan te scherpen en karakteristieke citaten in de beschrijving op te nemen. 5. De kwantitatieve analyses Allereerst wordt een beschrijving gegeven van de studiegroep, hun druggebruik verleden en de huidige episode van abstinentie.de gerapporteerde duur van de abstinentie op het moment van intake in het subcohort werd vergeleken met de bij eerdere ACS bezoeken gerapporteerde gegevens met betrekking tot het druggebruik. Op deze manier kon nagegaan worden of er sprake was van overschatting of onderschatting van de duur van de abstinentie door de deelnemer bij de intake in het subcohort (Tabel 2.1a). Bij een grote discrepantie (> 0.5 jaar) werd voor de duur van de abstinentie van de betreffende persoon uitgegaan van zijn/ haar gegevens uit het ACS bestand (Tabel 2.1b), omdat deze gegevens prospectief en routinematig vastgelegd worden zonder toespelingen op abstinentie of volhouden van abstinentie. De op deze manier gecorrigeerde duur van de abstinentie werd meegenomen in de hieronder beschreven analyses. In een Cox proportional hazards regressie model werd de associatie onderzocht tussen de variabelen getoond in Tabel 1.a, 1.b, 2.1.b, en 2.2 t/m 2.6. en de duur van de abstinentie gerekend vanaf het moment van intake in het subcohort tot aan het geschatte moment van terugval. In geval er geen terugval plaatsvond werd de follow-up tijd vanaf intake in het subcohort rechts-gecensureerd op het laatste bezoek voor het subcohort. De 25 deelnemers zonder follow-up bezoek (N=25) zijn niet in deze analyse meegenomen. Omdat de duur van abstinentie bij de intake vermoedelijk een belangrijke determinant is van de kans op terugval, werden in eerste instantie de analyses bivariaat uitgevoerd met de (gecorrigeerde, zie vorige paragraaf) duur van abstinentie op het moment van intake in het subcohort als covariaat (Tabel 3.4). Factoren bivariaat geassocieerd bij een P waarde van <0.10 werden opgenomen in een multivariaat model (Tabel 3.5). Factoren die in de loop van de follow-up bezoeken konden veranderen werden in de analyse meegenomen als tijdsafhankelijke variabelen. Dit betekent dat bij de voorspelling van een terugval uitgegaan werd van de geupdated informatie gerapporteerd bij een bezoek dat zo kort mogelijk in de tijd aan de terugval voorafging [9]. 6. De kwalitatieve analyse Bij het verwerken van de semi-gestructureerde interviews is uitgegaan van de redenen of oorzaken van terugval zoals gerapporteerd door de deelnemers zelf. De motieven, redenen, en/ of aanleidingen werden onderverdeeld in twee categorieën: pulls (categorie I) and pushes (categorie II), categorieën die oorspronkelijk in gespiegelde vorm gebruikt zijn om het proces van abstinent worden te beschrijven (zie ook Tabel 2.2) [5]. Pulls zijn voor onze kwalitatieve analyse de aantrekkelijke kanten van een bestaan met drugs die iemand terugtrekken naar het veelvuldig druggebruik. Er werd onderscheid gemaakt tussen de directe effecten van de drugs zelf die verlangd worden (categorie I.a), bijvoorbeeld de pijnstilling of sedering door heroïne of de energie-impuls door cocaïne om intensief alcoholgebruik voort te kunnen zetten of het leven op straat vol te kunnen houden, als naar bepaalde dingen of personen die voor de persoon geassocieerd zijn met het vroegere leven binnen de drugsscene en hem/ haar uitnodigen om opnieuw te beginnen met drugs (categorie I.b). Het tegenkomen van een

10 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. 10 druggebruikende vriend uit de tijd van intensief druggebruik als verleiding om weer te gaan gebruiken is een voorbeeld van de laatste categorie. Pushes zijn de negatieve kanten van een bestaan zonder drugs die iemand terugduwen naar een bestaan met drugs. Deze kanten van een bestaan zonder drugs kunnen weer heel nauw samenhangen met de directe werking van de drugs zelf (categorie II.a), met name het ervaren van heftige craving of onthoudingsverschijnselen, als meer indirect, met het leven buiten de drugsscene, een leven waarin met tegenspoed, werkloosheid, verveling, nare gebeurtenissen, angst en depressie etc. moet worden omgegaan zonder de zelfverdovende werking van drugs (categorie II.b). Omdat we bij de definitie van abstinentie uit zijn gegaan van een minimum periode van 2 maanden, zullen fysieke onthoudingsverschijnselen bij heroïne verslaving waarschijnlijk niet vaak of nooit gerapporteerd worden als push om weer te beginnen. Het opiaatonthoudingssyndroom ontstaat immers onmiddelijk in de eerste week na het staken van gebruik. De pulls kunnen beschouwd worden als samenhangend met de positive reinforcing effecten van drugs; de pushes kunnen beschouwd worden als samenhangend met de negative reinforcing effecten van drugs [10, 11, 12]. Het onderscheid komt erop neer dat in het eerste geval de prettige effecten van druggebruik (en/ of het leven eromheen) nagestreefd worden, terwijl in het laatste geval de onprettige effecten van de afwezigheid van drugs (en/ of het leven eromheen) door middel van een soort zelfmedicatie worden bestreden. Daarnaast werd er een derde categorie onderscheiden van redenen die niet duidelijk in de bovenstaande classificatie onder te brengen waren (categorie III). Het betreft factoren die als faciliterend zijn aan te merken, b.v. ontslag uit detentie of voortijdig einde van een behandelingstraject, en kunnen verwijzen naar onvrijwillige abstinentie of abstinentie die sterk afhankelijk is van een controlerende omgeving. Naast de indeling in pulls (I), pushes (II) en overig (III) werd de bestaande indeling van Marlatt s taxonomy van hoge risico situaties gebruikt om aanleidingen of redenen van terugval te categoriseren [13]. Deze indeling is ontwikkeld vanuit de gedragstherapie. De nadruk wordt hierbij gelegd op situaties die voor iemand een hoog risico op terugval met zich meebrengen (bijvoorbeeld conflict met iemand anders of negatieve gevoelssituaties als depressie of verveling) en de wijze waarop iemand met een dergelijke situiatie omgaat als de ingang voor therapeutische interventie. Volgens deze visie wordt verslaving minder gezien als een (neuro)biologisch gedetermineerd verschijnsel, maar meer als een gedragsprobleem. Craving, onthoudingssyndroom en cue reactivity (in de zin van de klassieke conditionering) nemen een minder prominente plaats in als oorzaak van terugval. De wijze van omgang met problematische situaties ( coping ), de verwachtingen die men heeft met betrekking tot de (verdovende) effecten van een drug ( positive outcome expectancy ), de mate waarin men zeker is van zichzelf om verleidingen te weerstaan ( self-efficacy ) en de negatieve emotionele en cognitieve reacties op weer één keer gebruiken of lapse ( abstinence violation effect ) nemen een centrale plaats in binnen deze theorie over terugval. Het is belangrijk om hierbij op te merken dat Marlatt s taxonomie uitgaat van personen die zich gemotiveerd toeleggen op een periode van abstinentie. Ontslag uit de gevangenis als aanleiding om terug te vallen, bijvoorbeeld, laat zich moeilijker indelen in deze categorisering. Een deelnemer kan meerdere redenen of aanleidingen noemen die in meerdere categorieën thuishoren. Iemand kan in een situatie terechtkomen die hem sterk aan de vroegere situatie in de druggscene doet denken ( cues, categorie I.b) nadat hij/ zij iets heel vervelends meegemaakt heeft ( stress, categorie II.b), en juist dan sterk naar drugs gaat verlangen. In het laatste geval kan het gaan om echte craving (categorie II.a) als een soort aversief geconditioneerde response, ook wel beschreven als sub-klinisch geconditioneerd onthoudingssyndroom (zie [13] en referenties daarin), of het kan er om gaan dat de specifieke psychofarmacologische effecten van een drug zelf op dat moment bewust gewenst zijn (categorie I.a), bijvoorbeeld als zelfverdoving bij gebrek aan betere gedragsmogelijkheden (zie [13] en referenties daarin). Als er meerdere redenen of aanleidingen genoemd worden tijdens het interview worden deze ook allemaal in de beschrijving genoemd. Elk afzonderlijk interview met de genoemde redenen of aanleidingen wordt dan ook in deze rapportage in de vorm van een korte samenvatting beschreven. Een benadering waarbij interviews weergegeven worden als verzameling losse motieven is minder geschikt omdat de individuele verhalen en het zicht op een logische samenhang van verschillende redenen of aanleidingen binnen een persoon dan verloren gaan. Nadat de interviews afzonderlijk beschreven zijn, worden de redenen of aanleidingen in

11 Methoden 11 een tabel op motief-niveau weergegeven. Dit is bedoeld als kwantitatieve indruk van de frequentie van voorkomen van de verschillende redenen. Er wordt hierbij steeds onderscheid gemaakt tussen de door de persoon genoemde hoofdreden (bijvoorbeeld op straat komen na huwelijksproblemen) en bijkomende, vaak faciliterende redenen of omstandigheden (bijvoorbeeld toevallig geld op zak). Het is belangrijk op te merken dat de interviews open gehouden zijn, d.w.z. er zijn geen antwoordcategorieën. Deelnemers hebben spontaan hun eigen verhaal kunnen houden hetgeen weerspiegeling is van hun eigen visie op de terugval. Het nadeel van de kwalitatieve interviews ten opzichte van de kwantitatieve analyses is het retrospectieve karakter ervan, d.w.z. gevraagd werd naar motieven of omstandigheden nadat de terugval al had plaatsgevonden. Het grote voordeel boven de kwantitatieve analyses met een betrekkelijk grof tijdsraster van enkele maanden is dat bij de kwalitatieve interviews inzicht verkregen kan worden in redenen en omstandigheden direct voorafgaand aan de terugval (directe precipitanten) [4].

12 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. 12 Resultaten 1. Resultaten kwantitatieve analyses 1.1 Algemene karakteristieken van het subcohort De algemene karakteristieken van de 148 deelnemers zijn weergegeven in Tabel 1.a. De gemiddelde leeftijd was 41 jaar en gemiddeld namen de deelnemers al bijna 10 jaar deel aan in de ACS. De meerderheid was van Westeuropese komaf en had een Nederlandse nationaliteit. Gegevens met betrekking tot het druggebruikverleden van deze 148 abstinente deelnemers staan weergegeven in Tabel 1.b. Op moment van intake in het subcohort hadden de deelnemers gemiddeld een verslavingsgeschiedenis van meer dan 20 jaar (inclusief eventuele episodes van abstinentie). In het jaar van starten met regelmatig harddruggebruik was er in veel gevallen sprake van mono-druggebruik (met name alleen heroïne). In latere stadia was er duidelijk een overheersen van het polydruggebruik (met name heroïne en cocaïne) en vrijwel geen gebruik meer van amfetamines. In Tabel 1.b is het druggebruik voorafgaand aan de huidige episode van abstinentie weergegeven en het eventuele gebruik sinds het vorige ACS bezoek zoals gerapporteerd bij het ACS bezoek dat samenviel met het intake-bezoek voor het subcohort. Van de 148 deelnemers was 43% al volledig abstinent op het voorafgaande ACS bezoek. Tabel 1.a Algemene karakteristieken van het subcohort van 148 abstinenten Gemiddelde leeftijd op moment van intake in het subcohort (jaar) 41.4 (SD: 7.9) 5-95% percentielen Geslacht (N,%) Man 97 (65.5%) Vrouw 51 (34.5%) Etnische afkomst (N,%) Westeuropees 116 (78.4%) Anders 32 (21.6%) Nationaliteit (N,%) Nederlands 127 (85.8) Anders 21 (14.2%) Gemiddeld aantal jaar sinds eerste ACS bezoek 9.9 (SD: 5.3) 5-95% percentielen Hoogste opleidingsniveau bij intake in het subcohort lagere school/ lagere middelbare school of MAVO, geen diploma 51 (34.5%) lagere middelbare school of MAVO met diploma/ middelbaar 68 (46.0%) beroepsonderwijs/ HAVO of VWO, maar geen diploma HAVO of VWO, met diploma/ HBO of universiteit, ongeacht diploma 26 (17.6%) anders/ missende gegevens 3 (2.0)

13 Resultaten kwantitatieve analyses 13 Tabel 1.b Karakteristieken gebruikscarrière Gemiddeld aantal jaar sinds start met regelmatig harddruggebruik op het moment van intake in het subcohort 21.2 (SD: 7.8) 5-95% percentielen Gemiddelde leeftijd op het moment van start met regelmatig harddrug- 20.2(SD: 5.8) gebruik (jaar) 5-95% percentielen Druggebruik in het kalenderjaar van start met regelmatig druggebruik (N, %) Alleen heroïne 58 (39.2%) Alleen cocaïne 23 (15.5%) Alleen amfetamines 21 (14.2%) Heroïne & cocaïne 35 (23.7%) Heroïne & cocaïne & amfetamines 4 (2.7%) andere combinaties 7 (4.7%) Druggebruik voorafgaand aan de huidige episode van abstinentie (N, %) Alleen heroïne 14 (10.0%) Alleen cocaïne 38 (27.1%) Alleen amfetamines 1 (0.7%) Heroïne & cocaïne 83 (59.3%) Heroïne & cocaïne & amfetamines 4 (2.9%) andere combinaties 0 Onbekend 8 (-) Druggebruik sinds het vorige ACS bezoek gerapporteerd bij het intakebezoek*) voor het abstinenten subcohort (N, %) Alleen heroïne 9 (6.1%) Alleen cocaïne 30 (20.3%) Alleen amfetamines 1 (0.7%) Heroïne & cocaïne 37 (25.0%) Heroïne & cocaïne & amfetamines 1 (0.7%) andere combinaties 1 (0.7%) Onbekend 5 (3.4%) Volledig abstinent sinds het vorige bezoek 64 (43.2%) *) Gerapporteerd in de algemene ACS vragenlijst die betrekking heeft op de gehele periode sinds het vorige ACS bezoek (4 6 maanden). Bij de definitie van abstinentie voor inclusie in het subcohort is uitgegaan van de afgelopen 2 maanden (zie Tabel 2.3).

14 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik De huidige episode van abstinentie Duur van de abstinentie: gerapporteerd bij intake vs. geschat op basis van de ACS followup De gemiddelde duur van de abstinentie zoals gerapporteerd door de deelnemer bij de intake in het subcohort was 3.4 jaar (SD: 4.1, 5-95% percentiel: jaar). Op basis van de gegevens uit de ACS kon er ook een vermoedelijke duur van de huidige episode berekend worden. De gemiddelde duur volgens de ACS gegevens was 3.1 jaar (SD: 3.9, 5-95% percentiel: ). Het lijkt er dus op dat de duur van de abstinentie gemiddeld overschat wordt door de deelnemers. Voor de verdere analyses is uitgegaan van de op basis van de ACS gegevens geschatte duur van de abstinentie als het verschil groter was dan + of -0.5 jaar. Dit was het geval bij 66 abstinenten. De aldus gecorrigeerde duur van de abstinentie staat weergegeven in Tabel 2.1.a. Tabel 2.1.a Met behulp van de follow-up data uit de ACS gecorrigeerde duur van de abstinentie Gemiddelde (gecorrigeerde) duur van de abstinentie (jaar) 3.1 (SD: 3.9) 5-95% percentielen Gecorrigeerde duur van de abstinentie in tertielen (N, %) < 0.5 jaar 39 (26.4%) jaar 46 (31.1%) > 2 jaar 63 (42.6%) Het abstinent worden Gegevens met betrekking tot het moment van abstinent worden staan weergegeven in Tabel 2.2. De gegevens hebben betrekking op het begin van de huidige episode van abstinentie en zijn gerapporteerd in de intake-vragenlijst. Op moment van abstinent worden hadden de deelnemers gemiddeld een gebruikscarrière van 18 jaar achter de rug en was de leeftijd gemiddeld 38 jaar. Een groot deel van de deelnemers gaf aan van de ene op de andere dag gestopt te zijn. Het grootste deel van de deelnemers (87.8%) gaf aan op moment van stoppen enige vorm van hulpverlening, in verband met drugs of andere problemen als baan of huis, gekregen te hebben. Echter, een minderheid (44.6%) gaf aan hulp gezocht en gevonden te hebben specifiek voor het stoppen zelf. Dit suggereert dat veel gebruikers in staat zijn om uit zichzelf te stoppen zonder enige vorm van professionele hulp als afkickkliniek of opname in een beschermende omgeving. Een groot deel van de deelnemers had al eerder een episode van abstinentie doorgemaakt, en vaak ook al een episode van langer dan een jaar (31.1%). Er konden meerdere redenen genoemd worden om abstinent te worden. Indien externe oorzaken of een medische reden werden genoemd als reden om te stoppen werd dit -enigszins willekeurig- als de reden beschouwd. In overige gevallen werd er een indeling gemaakt in alleen push factoren (de nadelige gevolgen van druggebruik zoals schulden of slechte gezondheid), alleen pull factoren (de aantrekkelijke kanten van een leven zonder drugs zoals het aangaan van een nieuwe relatie), of beide. De getoonde percentages tellen daarom toch op tot 100%. Heel vaak werd er een externe oorzaak of een medische reden genoemd, met name opname in gevangenis of ziekenhuis. Als dit niet het geval was, waren het dikwijls zowel push factoren als pull factoren die de aanleiding vormden om te gaan stoppen met gebruik (42.6%).

15 Resultaten kwantitatieve analyses 15 Tabel 2.2 Het bereiken van abstinentie voor harddrugs onder 148 abstinenten bij intrede in het subcohort Gemiddeld aantal jaar sinds de start met regelmatig gebruik van harddrugs op het moment abstinent worden (huidige episode) 18.2 (SD: 8.0) 5-95% percentielen Gemiddelde leeftijd op moment van abstinent worden (huidige episode) 38.3 (SD: 8.0) 5-95% percentielen Hoe gestopt? (N, %) Van de ene op de andere dag 90 (60.8%) Meer geleidelijk 54 (36.5%) Onbekend 4 (2.7%) Heb je professionele hulp gezocht en ontvangen om te stoppen? (N,%) Ja 66 (44.6%) Nee 77 (52.0%) Gezocht maar niet ontvangen/ ontvangen maar niet gezocht 5 (3.4%) Eerdere episodes van abstinentie doorgemaakt? Nee 41 (27.7%) Ja, maar de duur was toen korter dan een jaar 50 (33.8%) Ja, de duur was langer dan een jaar 46 (31.1%) Onbekend 11 (7.4%) (Meer) gaan gebruiken van vervangende middelen voor harddrugs? Nee 23 (15.5%) Ja, andere drugs: methadon, tranquillizers, softdrugs, alcohol 32 (21.6%) Ja, andere lichtere middelen: tabak, koffie, snoep, iets anders 33 (22.3%) Ja, zowel drugs als lichtere middelen 60 (40.5%) Wat was de reden om abstinent te worden? Een bepaalde gebeurtenis (bv. overlijden van een familielid) 12 (8.1%) Externe druk zoals opname in gevangenis of ziekenhuis was aanwezig 30 (20.3%) Medische redenen (bv. hepatitis C of anti-hiv therapie (HAART)) 22 (14.9%) Pull factoren (positieve ervaring zoals het vinden van een baan) 6 (4.1%) Push factoren (ervaring van de ernstige negatieve gevolgen van 15 (10.1%) druggebruik) Zowel pull als push factoren worden gerapporteerd 63 (42.6%) Heb je op moment van stoppen enige vorm van hulp gehad? Nee 18 (12.2%) Ja, voor andere problemen zoals het vinden van een baan of huis 2 (1.4%) Ja, voor problemen i.v.m. drugs (inclusief methadon programma) 54 (36.5%) Ja, zowel voor drugsproblemen en andere problemen 54 (36.5%) Ja, andere hulp 20 (13.5%) Het abstinent zijn op moment van intrede in het subcohort In Tabel 2.3 staan gegevens met betrekking tot het abstinent zijn op moment van intrede in het subcohort. De meerderheid was volledig abstinent voor alle illegale harddrugs (62.8%). Ongeveer de helft hiervan gebruikte nog wel methadon (32.4%). Een minderheid gebruikte zowel illegale drugs (op incidentele basis) als methadon (21.0%). Het grootste deel ontving op moment van intrede enige vorm van hulp voor andere problemen en/ of problemen gerelateerd aan druggebruik. In Tabel 2.3 zijn ook gegevens met betrekking tot woonsituatie en sociale integratie opgenomen. Een betrekkelijk groot deel van de deelnemers (37.1%) ging op het moment van intrede om met personen die drugs gebruikten; een klein deel uitsluitend met mensen die drugs gebruiken (4.7%).

16 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik Psychische klachten in het verleden en nu De aanwezigheid van psychiatrische problemen in verleden en op moment van intrede in het subcohort staan in Tabel 2.4 weergegeven. Slechts een minderheid van de deelnemers had geen ervaring met behandeling voor psychiatrische problemen en gaf aan geen gebeurtenis meegemaakt te hebben waar men in psychisch opzicht nog veel last van ondervond (35.1%). De meerderheid gaf aan wel ooit behandeld te zijn en/ of ooit een psychotraumatische ervaring meegemaakt te hebben. De meerderheid rapporteerden over de afgelopen maand symptomen die kunnen wijzen op psychiatrische problemen. Omdat enkele nagevraagde symptomen op zich weinig specifiek zijn voor een psychiatrisch ziektebeeld werd een onderscheid gemaakt tussen het rapporteren van 1 of 2 relatief milde symptomen (angst, depressie, concentratie problemen, agressie) en het rapporteren van 3 of meer van deze symptomen of van een symptoom dat sterker geassocieerd is met een psychiatrisch ziektebeeld (hallucinaties, het voorgeschreven hebben gekregen van psychofarmaca). Van de 148 abstinente deelnemers rapporteerden 33.8% 3 of meer milde symptomen en/ of een ernstig symptoom. Tabel 2.3 Het abstinent zijn op moment van intrede in het subcohort Gebruik van drugs afgelopen 2 maanden Geen illegale drugs, geen methadon 45 (30.4%) Geen illegale drugs, wel methadon 48 (32.4%) Incidenteel gebruik van illegale drugs, geen methadon 24 (16.2%) Incidenteel gebruik van illegale drugs en methadon 31 (21.0%) Heb je op afgelopen 2 maanden enige vorm van hulp gehad? Nee 39 (26.4%) Ja, voor andere problemen zoals het vinden van een baan of huis 5 (3.4%) Ja, voor problemen i.v.m. drugs (inclusief methadon programma) 50 (33.8%) Ja, zowel voor drugsproblemen en andere problemen 35 (23.7%) Ja, andere hulp 14 (9.5%) ontbrekende gegevens 5 (3.4%) Woonsituatie op moment van intake in het subcohort Deelnemer woont alleen (of alleen met kinderen) 70 (47.3%) Deelnemer woont met andere volwassenen 38 (25.7%) Woont ergens intern (bv. psychiatrisch ziekenhuis of Jellinek) 22 (14.9%) Thuisloos/ anders 18 (12.2%) Wekelijks aantal uur besteed aan werk en of studie de afgelopen 2 maanden 0 83 (56.1%) 2 24 uur 32 (21.6%) > 24 uur 33 (22.3%) Wekelijks aantal uur besteed aan sport/ hobbies de afgelopen 2 maanden 0 41 (27.7%) uur 61 (41.2%) > 8 uur 46 (31.1%) Met wie omgegaan afgelopen 2 maanden? Met niemand 7 (4.7%) Alleen met personen die niet gebruiken 86 (58.1%) Zowel met personen die drugs gebruiken als personen die niet gebruiken 48 (32.4%) Ja, alleen met druggebruikende personen 7 (4.7%)

17 Resultaten kwantitatieve analyses 17 Tabel 2.4 Psychische klachten Ooit behandeld voor psychiatrische problemen of ooit een psychotraumatische ervaring gehad in het verleden? Ooit behandeld en psychotraumatische ervaring 33 (22.3%) Ooit behandeld maar geen psychotraumatische ervaring 19 (12.8%) Nooit behandeld, wel psychotraumatische ervaring 43 (29.1%) Nooit behandeld en geen psychotraumatische ervaring 52 (35.1%) Unknown 1 (0.7%) Psychiatrische symptomen laatste maand? Nee 47 (31.8%) 1 of 2 symptomen 51 (34.5%) > 3 symptomen of sterke associatie met psychiatrisch ziektebeeld (gebruik 50 (33.8%) van voorgeschreven psychofarmaca, hallucinaties) Zelf-effectiviteit, mastery, self-esteem De gemiddelde, mimimale en maximale scores op de 19 items betreffende zelf-effectiviteit staan weergegeven in Tabel 2.5.a. Het gemiddelde van alle individuele score gemiddelden was 2.7, wat suggereert dat deelnemers zich over het algemeen zeker voelden om geen drugs te gaan gebruiken omdat het gevonden gemiddelde van 2.7 de maximaal te behalen score van 3 benadert. De score kan minimaal 1 zijn. Echter, een deel van de deelnemers gaf wel minstens één situatie aan waar hij/ zij zeker was wel te gaan gebruiken (21.0%) of minstens één situatie waar hij/ zij zou twijfelen om te gaan gebruiken (46.6%). Niemand gaf op alle 19 items een 1 aan, slechts een minderheid gaf op alle vragen een 2 aan (1.4%). Tabel 2.5.a Zelf-effectiviteit (n=142) Gemiddelde score van alle 19 items betreffende zelf-effectiviteit (range 1 3) 2.7 (SD: 0.33) 5-95% percentielen Laagste score op de 19 items 1 31 (21.0%) 2 69 (46.6%) 3 42 (28.4%) Onbekend 6 (4.1%) Hoogste score op de 19 items (1.4%) (94.6%) Onbekend 6 (4.1%) De gemiddelde, mimimale en maximale scores op de items betreffende mastery, d.w.z. de mate waarin iemand het gevoel heeft controle te hebben over zijn/ haar leven, staan weergegeven in Tabel 2.5.b. Een hogere score geeft aan dat iemand het minder vaak eens is met de stellingen en dus een sterker gevoel van controle over zijn/ haar leven heeft. Een groot deel van de deelnemers gaf bij minstens één stelling aan er mee eens te zijn (32.4%) of er gedeeltelijk mee eens te zijn (42.6%). Een kleiner deel was het eens met alle stelllingen (2.0%) of gedeeltelijk eens met alle stellingen (12.8%). 20.3% was het oneens met alle stellingen, d.w.z. bij deze deelnemers was een sterk gevoel van controle.

18 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. 18 Tabel 2.5.b Mastery (n=141) Gemiddelde score van alle 5 items betreffende mastery (range 1 3) 2.4 (SD: 0.53) 5-95% percentielen Laagste score op de 5 items 1 48 (32.4%) 2 63 (42.6%) 3 30 (20.3%) Onbekend 7 (4.7%) Hoogste score op de 5 items 1 3 (2.0%) 2 19 (12.8%) (80.4%) Onbekend 7 (4.7%) De scores met betrekking tot gevoel van eigenwaarde ( self-esteem ) staan weergegeven in Tabel 2.5.c De scores zijn zodanig gehercodeerd dat een hogere score altijd een sterker gevoel van eigenwaarde weergeeft. Een groot deel van de deelnemers scoorde wel bij minstens één stelling heel ongunstig (55.4%) of gedeeltelijk ongunstig (29.1%). Maar er was vrijwel niemand die op alle stellingen ongunstig scoorde (0.68%). Tabel 2.5.c Self-esteem (n=142) Gemiddelde score van alle 10 items betreffende self-esteem (range 1 3) 2.5 (SD: 0.37) 5-95% percentielen Laagste score op de 10 items 1 82 (55.4%) 2 43 (29.1%) 3 17 (11.5%) Onbekend 6 (4.1%) Hoogste score op de 10 items (0.68%) (95.3%) Onbekend 6 (4.1%)

19 Resultaten kwantitatieve analyses Gegevens uit de ACS vragenlijst voorafgaand aan de huidige episode van abstinentie Naast de gegevens gerapporteerd in de extra vragenlijst bij de intake in het subcohort kon er gebruik gemaakt worden van de gegevens gerapporteerd in de algemene ACS vragenlijst, bijvoorbeeld vragen met betrekking tot gebruik van alcohol, het hebben van een partner die drugs gebruikt en het hebben van contacten binnen de prostitutie. Het voordeel van de informatie uit de algemene ACS vragenlijst is dat er onderscheid gemaakt kon worden tussen gegevens met betrekking tot de periode voorafgaand aan de huidige episode van abstinentie en gegevens met betrekking tot de periode voorafgaand aan het intake-bezoek voor het subcohort, oftewel een periode binnen de huidige episode van abstinentie. De resultaten staan in Tabel 2.6. Een aantal deelnemers voldeed niet aan het criterium voor abstinentie volgens de gegevens uit de ACS vragenlijst afgenomen op het moment van het intake-bezoek voor het subcohort (8 personen met dagelijks gebruik, 16 personen met een paar keer per week of één keer per week gebruik). Deze discrepantie wordt veroorzaakt doordat de ACS gegevens iemands gemiddelde weergeven over de gehele periode sinds het vorige bezoek (minimaal 4 maanden), terwijl het criterium voor abstinentie voor het subcohort betrekking heeft op de afgelopen 2 maanden (zie ook Tabel 2.3: Gebruik van drugs afgelopen 2 maanden). De meerderheid van het subcohort (81%) voldeed aan het abstinentie criterium ook wanneer uitgegaan werd van de ACS gegevens. Bij vergelijking van het bezoek voorafgaand aan de huidige episode van abstinentie en het intake-bezoek in het subcohort lijkt de frequentie van gebruik van tranquillizers te zijn afgenomen. Tranquillizers worden waarschijnlijk niet gebruikt als vervanging voor harddrugs maar alleen tijdens het proces van abstinent worden. In een eerdere analyse van de ACS data vonden we een gunstig verband tussen intensief gebruik van tranquillizers gedurende een episode van frequent harddruggebruik en de kans om abstinent te worden [2]. Ook alcoholgebruik lijkt gemiddeld niet toegenomen te zijn. Dat alcohol gebruikt wordt om harddrugs te vervangen gaat misschien op voor een aantal personen, maar niet voor de groep als geheel. Het hebben van een partner die geen drugs gebruikt lijkt iets toegenomen (van 11.5% naar 20.9%), het hebben van een partner die wel drugs gebruikt lijkt afgenomen te zijn (van 17.6% naar 11.5%). De gunstige samenhang tussen het hebben van een partner die geen drugs gebruikt en de lagere kans op terugval is in eerdere ACS analyses gevonden [2]. Betrokkenheid in prostitutie (als prostitué(e)) lijkt iets afgenomen te zijn (van 8.8% naar 2.1%), wat in overeenstemming is met de verwachting dat prostitutie nauw samenhangt met intensief harddruggebruik. Dak- en thuisloosheid lijkt ook iets afgenomen te zijn (van 29.7% naar 25.7%) maar blijft hoog. In dit subcohort is abstinentie waarschijnlijk maar in beperkte mate geassocieerd met volledige maatschappelijke herintegratie. Verder lijkt er een lichte verschuiving te zijn van trouw bezoek aan een laagdrempelig methadonprogramma (van 37.2% naar 29.1%) naar minder of geen bezoek (van 41.9% naar 45.9%) of bezoek aan een hoogdrempelig methadonprogramma (van 11.5% naar 17.6%). Dit laatste kan samenhangen met de mogelijkheid dat methadon via de huisarts voorgeschreven kan gaan bij stabilisering van het druggebruikpatroon of met een opname in een afkickkliniek als de betreffende persoon recent abstinent is geworden.

20 Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. 20 Tabel 2.6 Gegevens uit de ACS vragenlijst: voorafgaand aan de huidige episode van abstinentie vs. op het moment van intake in het subcohort M.b.t. de periode voorafgaand aan de huidige episode van abstinentie Gerapporteerd bij het ACS bezoek dat samenviel met de intake in het subcohort Frequentie van gebruik van harddrugs (sinds vorige bezoek) Dagelijks 51 (34.5%) 8 (5.4%) Aantal keer per week, maar niet dagelijks 57 (38.5%) 4 (2.7%) Een keer per week 32 (21.6%) 12 (8.1%) Maandelijks - 56 (37.8%) Volledige abstinentie voor alle illegale harddrugs - 64 (43.2%) Onbekend 8 (5.4%) 4 (2.7%) Frequentie van gebruik van tranquillizers Dagelijks 43 (29.1%) 35 (23.6%) Wekelijks 15 (10.1%) 6 (4.1%) Maandelijks 16 (10.8%) 9 (6.1%) Geen gebruik van tranquillizers 66 (44.6%) 95 (64.2%) Onbekend 8 (5.4%) 3 (2.0%) Alcoholgebruik <1 glas per dag 79 (53.4%) 94 (63.5%) (9.5%) 10 (6.8%) (6.8%) 11 (7.4%) (16.9%) 22 (14.9%) > 10 glazen per dag 14 (9.95%) 9 (6.1%) Onbekend 6 (4.0%) 2 (1.4%) Het hebben van een partner die drugs gebruikt Ja, nu/ recent 26 (17.6%) 17 (11.5%) Ja, ooit in het verleden 4 (2.7%) 10 (6.8%) Geen partner 87 (58.8%) 89 (60.1%) Partner die niet gebruikt/ nooit gebruikt heeft 17 (11.5%) 31 (20.9%) Onbekend 14 (9.5%) 1 (0.7%) Betrokkenheid in prostitutie Nee 115 (77.7%) 124 (83.8%) < 10 contacten 6 (4.1%) 2 (1.4%) > 10 contacten 7 (4.7%) 1 (0.7%) Onbekend 20 (13.5%) 21 (14.2%) Woonsituatie Eigen huis of intern wonend 95 (64.2%) 110 (74.3%) Thuisloos/ zwervend 44 (29.7%) 38 (25.7%) Onbekend 9 (6.1%) 0 Gebruik van methadon en bezoek aan een programma Dagelijks gebruik en regelmatig bezoek aan een laagdrempelig* 1 ) programma 55 (37.2%) 43 (29.1%) Geen dagelijks gebruik van methadon, geen of weinig 62 (41.9%) 68 (45.9%) regelmatig bezoek aan een programma, Behandeling via een hoogdrempelig* 2 ) programma 17 (11.5%) 26 (17.6%) Onbekend 14 (9.5%) 11 (7.4%) * 1 ) laagdrempelig: methadonposten etc., er worden geen strenge eisen gesteld voor wat betreft therapietrouw of motivatie * 2 ) hoogdrempelig: huisarts of afkickkliniek, stabilisering van gebruikspatroon of motivatie om te veranderen is vereist

Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik.

Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. Samenvatting van de resultaten uit het subcohort abstinenten die deelnemen aan de Amsterdamse Cohort Studie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van 9 Samenvatting 173 174 9 Samenvatting Kanker is een veel voorkomende ziekte. In 2003 werd in Nederland bij meer dan 72.000 mensen kanker vastgesteld. Geschat wordt dat het hier in 9.000 gevallen om mensen

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

NeDerLANDse samenvatting

NeDerLANDse samenvatting CHAPTER 10 259 NEDERLANDSE SAMENVATTING Benzodiazepines zijn psychotrope middelen met anxiolytische, sederende, spierverslappende en hypnotische effecten. In de praktijk worden zij voornamelijk ingezet

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Studie type Populatie Patiënten kenmerken Interventie Controle Dataverzameling

Studie type Populatie Patiënten kenmerken Interventie Controle Dataverzameling Evidence tabel bij ADHD in kinderen en adolescenten (studies naar adolescenten met ADHD en ) Auteurs, Gray et al., 2011 Thurstone et al., 2010 Mate van bewijs A2 A2 Studie type Populatie Patiënten kenmerken

Nadere informatie

SAMENVATTING bijlage Hoofdstuk 1 104

SAMENVATTING bijlage Hoofdstuk 1 104 Samenvatting 103 De bipolaire stoornis, ook wel manisch depressieve stoornis genoemd, is gekenmerkt door extreme stemmingswisselingen, waarbij recidiverende episoden van depressie, manie en hypomanie,

Nadere informatie

De effecten van het Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer op de

De effecten van het Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer op de Samenvatting De effecten van het Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer op de gezondheidsbeleving van bewoners en hulpverleners In de jaren die volgden op de vliegramp Bijlmermeer op 4 oktober 1992, ontstond

Nadere informatie

SCREENER MIDDELENGEBRUIK. Achternaam. Cliëntnummer. Naam interviewer

SCREENER MIDDELENGEBRUIK. Achternaam. Cliëntnummer. Naam interviewer SCREENER MIDDELENGEBRUIK Achternaam bij vrouwelijke cliënten meisjesnaam Geboortedatum Cliëntnummer Datum interview d d m m d d m m Naam interviewer Interview is niet volledig afgenomen want: cliënt beëindigde

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans

Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans Experimentele psychopathologie Op zoek naar de psychologische processen die een rol spelen bij het ontstaan, in stand houden en terugval van psychopathologie

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38701 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Visschedijk, Johannes Hermanus Maria (Jan) Title: Fear of falling in older patients

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Het onderwerp van dit proefschrift is depressieve en angst symptomen in chronische dialyse patiënten en andere patiënten. Het proefschrift bestaat uit twee delen (deel A en deel

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten In dit proefschrift werd de relatie tussen depressie en het risico voor hart- en vaatziekten onderzocht in een groep

Nadere informatie

Jaarrapport Cenzo totaal 2013

Jaarrapport Cenzo totaal 2013 Jaarrapport Cenzo totaal 2013 Copyright Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Cenzo worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt. Voor het gebruik van de informatie

Nadere informatie

MIDDELENGERELATEERDE en VERSLAVINGSSTOORNISSEN. Dr. Marie-Catherine Monté en Dr. Marieke Waignein

MIDDELENGERELATEERDE en VERSLAVINGSSTOORNISSEN. Dr. Marie-Catherine Monté en Dr. Marieke Waignein MIDDELENGERELATEERDE en VERSLAVINGSSTOORNISSEN Dr. Marie-Catherine Monté en Dr. Marieke Waignein 28 november 2014 Middelengerelateerde problematiek 1. Algemeen A. Middelengebruik in België B. Gevolgen:

Nadere informatie

5. CONCLUSIES ONDERZOEK

5. CONCLUSIES ONDERZOEK 5. CONCLUSIES ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de conclusies van het onderzoek gepresenteerd. Achtereenvolgens worden de definitie van het begrip risicojongeren, de profielen en de registraties besproken.

Nadere informatie

Heeft positieve affectregulatie invloed op emotionele problemen na ingrijpende gebeurtenissen?

Heeft positieve affectregulatie invloed op emotionele problemen na ingrijpende gebeurtenissen? Heeft positieve affectregulatie invloed op emotionele problemen na ingrijpende gebeurtenissen? Lonneke I.M. Lenferink Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Utrecht Paul A. Boelen Universiteit Utrecht,

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID Jeugd 2010 4 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

Stress, depressie en cognitie gedurende de levensloop

Stress, depressie en cognitie gedurende de levensloop SAMENVATTING Stress, depressie en cognitie gedurende de levensloop Inleiding Cognitief functioneren omvat verschillende processen zoals informatieverwerkingssnelheid, geheugen en executief functioneren,

Nadere informatie

InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding

InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

ASSESSMENT MIDDELENGEBRUIK. Achternaam. Cliëntnummer. Naam interviewer

ASSESSMENT MIDDELENGEBRUIK. Achternaam. Cliëntnummer. Naam interviewer ASSESSMENT MIDDELENGEBRUIK Achternaam bij vrouwelijke cliënten meisjesnaam Geboortedatum Cliëntnummer Datum interview d d m m d d m m 1. Naam interviewer 2. 3. Interview is niet volledig afgenomen want:

Nadere informatie

Introduction and thesis outline. Samenvatting. CRAVING NAAR BENZODIAZEPINEN De ontwikkeling van de Benzodiazepine Craving Questionnaire

Introduction and thesis outline. Samenvatting. CRAVING NAAR BENZODIAZEPINEN De ontwikkeling van de Benzodiazepine Craving Questionnaire Introduction and thesis outline Samenvatting CRAVING NAAR BENZODIAZEPINEN De ontwikkeling van de Benzodiazepine Craving Questionnaire Dit proefschrift beschrijft de ontwikkeling en een eerste psychometrische

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

Effectiviteit van baclofen bij alcoholverslaving

Effectiviteit van baclofen bij alcoholverslaving Effectiviteit van baclofen bij alcoholverslaving MSc Esther Beraha Dr. Elske Salemink Dr. Anneke Goudriaan Dr. Bram Bakker Prof. Dr. Wim van den Brink Prof. Dr. Reinout Wiers Academisch Medisch Centrum

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Titel: Cognitieve Kwetsbaarheid voor Depressie: Genetische en Omgevingsinvloeden Het onderwerp van dit proefschrift is cognitieve kwetsbaarheid voor depressie en de wisselwerking

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Chapter 11

Nederlandse samenvatting. Chapter 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 Chapter 11 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van een groot vragenlijstonderzoek over de epidemiologie van chronisch frequente hoofdpijn in de Nederlandse

Nadere informatie

Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid

Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid Potentiële bedreigingen voor de arbeidsparticipatie van oudere werknemers: werkbelasting, geheugen, sociale timing van pensioneren en gezondheid Een aantal bedreigingen

Nadere informatie

samenvatting 127 Samenvatting

samenvatting 127 Samenvatting 127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.

Nadere informatie

Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland

Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland 1 Dit is een voorlopige uitgave. Na de zomer 2013 komen definitieve tabellen beschikbaar. Gezondheidsenquête: volwassenen en senioren

Nadere informatie

Clienttevredenheid verslavingskliniek Solutions Voorthuizen, een tussenrapportage

Clienttevredenheid verslavingskliniek Solutions Voorthuizen, een tussenrapportage Clienttevredenheid verslavingskliniek Solutions Voorthuizen, een tussenrapportage Auteurs: Dr. Gert-n Meerkerk Dr. Tim M. Schoenmakers Rotterdam, december 2011 IVO Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/40073 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Schat, A. Title: Clinical epidemiology of commonly occurring anxiety disorders

Nadere informatie

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131 chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 132 Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 133 Zaadbalkanker wordt voornamelijk bij jonge mannen vastgesteld

Nadere informatie

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp Ons Team Ons team is zeer divers. We bestaan uit het secretariaat, psychologen, maatschappelijk werkers, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, cognitief gedragstherapeutisch werkers, ervaringsdeskundigen,

Nadere informatie

Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling. dr. C.A. Loth

Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling. dr. C.A. Loth Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling in de GGz dr. C.A. Loth Cijfers 1,2 miljoen alcoholisten/problematische drinkers 1,8 miljoen dagelijkse gebruikers benzo s, 22 % gebruikt

Nadere informatie

Rapport Cliënttevredenheidsonderzoek. Sociale Activering (Jobfactory) SMO Helmond

Rapport Cliënttevredenheidsonderzoek. Sociale Activering (Jobfactory) SMO Helmond Rapport Cliënttevredenheidsonderzoek Sociale Activering (Jobfactory) 2014 SMO Helmond Uitgevoerd door Bureau De Bok, Franeker Verslagjaar 2014 1 Inhoudsopgave cliënttevredenheidsonderzoek Sociale Activering

Nadere informatie

6 Psychische problemen

6 Psychische problemen psychische problemen 6 Psychische problemen Gonneke Stevens In onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van jongeren is het relevant aandacht te besteden aan psychische problematiek, waarbij vaak een

Nadere informatie

B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren

B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren SAMENVATTING Samenvatting B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren Door de stijgende levensverwachting zal het aantal osteoporotische fracturen toenemen. Osteoporotische

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 179 In dit proefschrift werden de resultaten beschreven van studies die zijn verricht bij volwassen vrouwen met symptomen van bekkenbodem dysfunctie. Deze symptomen komen frequent voor en kunnen de kwaliteit

Nadere informatie

Praktijk voor psychologische zorg en psychotherapie

Praktijk voor psychologische zorg en psychotherapie INTAKEVRAGENLIJST VOLWASSENE U wordt vriendelijk verzocht deze vragenlijst thuis in te vullen en ingevuld mee te nemen naar het intakegesprek. De gegevens die u verstrekt, zullen door ons vanzelfsprekend

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

Totaal screening vo2 West-Brabant. 10 % % heeft soms

Totaal screening vo2 West-Brabant. 10 % % heeft soms 214 215 onderzoek onderzoeksperiode totaal aantal leerlingen klas 2 klas 2 sept 214 - juni 215 7857 aantal afwezig aantal aantal vragenlijsten tijdens screening vervolgonderzoeken ingevuld 336 288 7521

Nadere informatie

Chapter 9. Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Chapter 9. Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Chapter 9 Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Samenvatting Samenvatting Depressie en angst klachten bij Nederlandse patiënten met een chronische nierziekte Het onderwerp van dit proefschrift is depressieve

Nadere informatie

SAMENVATTING Schadelijk gebruik van alcohol staat wereldwijd in de top vijf van risicofactoren die tot ziekte, arbeidsongeschiktheid of overlijden kunnen leiden. Het alcoholgebruik is stabiel of neemt

Nadere informatie

Universitair Medisch Centrum Groningen

Universitair Medisch Centrum Groningen Universitair Medisch Centrum Groningen Beter af met minder Reduction of Inappropriate psychotropic Drug use in nursing home residents with dementia Claudia Groot Kormelinck Prof.dr. Sytse Zuidema Probleemgedrag

Nadere informatie

20 man 15 vrouw. depressie paranoia psychose

20 man 15 vrouw. depressie paranoia psychose Dubbele Diagnose Patricia v.wijngaarden-cremers, psychiater Circuitmanager Verslavingspsychiatrie Dimence Inhoud - Inleiding - Gebruik onder Nederlandse Jongeren - Psychiatrische Comorbiditeit - Wat is

Nadere informatie

Resultaten screening. Boxmeer. 9 % % heeft soms 2014-2015. klas 2 VO 2014-2015. Medische problemen. gewicht. aandachtsleerlingen. ernstig ondergewicht

Resultaten screening. Boxmeer. 9 % % heeft soms 2014-2015. klas 2 VO 2014-2015. Medische problemen. gewicht. aandachtsleerlingen. ernstig ondergewicht 214-215 onderzoek onderzoeksperiode klas 2 VO 214-215 aantal mogelijke aandachtsleerlingen aantal vragenlijsten ingevuld 14 32 Medische problemen zien horen 9 heeft soms moeite met horen 17 2 ook met gehoorapparaat

Nadere informatie

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities in Early Childhood Health The Generation R Study Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Sociaal-economische gezondheidsverschillen vormen een groot maatschappelijk

Nadere informatie

Chapter 9 CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 CHAPTER 9. Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 115 Kanker en behandelingen voor kanker kunnen grote invloed hebben op de lichamelijke gezondheid en het psychisch functioneren van mensen. Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit

Nadere informatie

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013 De rol van de gedragskundige LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013 Spin in het web? Agenda Korte uiteenzetting LVB en verslaving Functie-eisen Rol gedragskundige Discussie

Nadere informatie

Samenvatting 181. Samenvatting

Samenvatting 181. Samenvatting Samenvatting 179 180 Samenvatting 181 Samenvatting Depressie is een veel voorkomende psychische aandoening die leidt tot beperkingen in het sociale, emotionele en fysieke functioneren en een grote invloed

Nadere informatie

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie Wereldwijd komt een schrikbarend aantal kinderen in aanraking met kindermishandeling, in de vorm van lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik, verwaarlozing, of gebrek aan toezicht. Soms zijn kinderen

Nadere informatie

4. SLOTBESCHOUWING. 4.1 Omvang

4. SLOTBESCHOUWING. 4.1 Omvang Doel gr oepenanal yse dak-ent hui sl ozenen har ddr ugsver sl aaf den st edendr i ehoek 4. SLOTBESCHOUWING Vanaf 1999 heeft onderzoeksbureau INTRAVAL doelgroepenanalyses uitgevoerd in Apeldoorn (1999/2000),

Nadere informatie

SAMENVATTING Depressie en verzuim Voorspellers voor verzuim en werkhervatting hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

SAMENVATTING Depressie en verzuim Voorspellers voor verzuim en werkhervatting hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 Samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING Depressie en verzuim Ongeveer 15% van de Nederlandse bevolking krijgt eens in zijn of haar leven een depressie. Het hebben van een depressie beïnvloedt het leven

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding (2) Inleiding (1) Inleiding (4) Inleiding (3)

Inhoud. Inleiding (2) Inleiding (1) Inleiding (4) Inleiding (3) Inhoud van mensen met een dwarslaesie tot 5 jaar na ontslag uit eerste klinische revalidatie Rutger Osterthun, AIOS De Hoogstraat Revalidatie MW Post, FWA Van Asbeck, CM Van Leeuwen, CF Van Koppenhagen

Nadere informatie

Het MILON onderzoek Mindfulness bij longkanker

Het MILON onderzoek Mindfulness bij longkanker Het MILON onderzoek Mindfulness bij longkanker De diagnose longkanker is ingrijpend en roept vaak emoties en reacties op. Niet alleen bij de patiënt, maar ook bij zijn of haar naasten. Uit onderzoek blijkt

Nadere informatie

FEEL-E. Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen. HTS Report. Simon Janzen ID 4589-2 Datum 11.11.2015. Zelfrapportage

FEEL-E. Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen. HTS Report. Simon Janzen ID 4589-2 Datum 11.11.2015. Zelfrapportage FEEL-E Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen HTS Report ID 4589-2 Datum 11.11.2015 Zelfrapportage FEEL-E Inleiding 2 / 14 INLEIDING De FEEL-E brengt de strategieën in kaart die volwassenen gebruiken

Nadere informatie

Regio Brabant Noordoost* 10 % % heeft soms

Regio Brabant Noordoost* 10 % % heeft soms 13-14 onderzoek onderzoeksperiode klas 2 VO 13-14 aantal mogelijke aandachtsleerlingen aantal vragenlijsten ingevuld 1384 3787 Medische problemen zien horen 1 heeft soms moeite met horen 18 4 ook met gehoorapparaat

Nadere informatie

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven.

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven. * Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven In dit proefschrift worden de resultaten van de PERRIN CP 9-16 jaar studie (Longitudinale

Nadere informatie

Wat zijn de redenen om langer door te werken?

Wat zijn de redenen om langer door te werken? Wat zijn de redenen om langer door te werken? Karin Proper 1, Dorly Deeg 2, Allard van der Beek 1 Body@Work, Onderzoekscentrum Bewegen, Arbeid en Gezondheid, TNO VUmc 1) Afdeling Sociale Geneeskunde en

Nadere informatie

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist Deel 1: Wet op de gedwongen opname Deel 2: problematisch middelengebruik Toetsing van de wet bij verslaving Geesteszieke

Nadere informatie

Praktijk voor psychologische zorg en psychotherapie

Praktijk voor psychologische zorg en psychotherapie INTAKEVRAGENLIJST JONGERE (13 t/m 17 jaar) Indien je jonger bent dan 16 jaar dient het eerste gedeelte van het formulier door je ouders / verzorgers of verwijzer te worden getekend op de daarvoor aangegeven

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 99 Nederlandse Samenvatting Depressie is een veel voorkomend en ernstige psychiatrisch ziektebeeld. Depressie komt zowel bij ouderen als bij jong volwassenen voor. Ouderen en jongere

Nadere informatie

Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie

Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie Samenvatting Gehoor en de relatie met psychosociale gezondheid, werkgerelateerde variabelen en zorggebruik. De Nationale Longitudinale Studie naar Horen Slechthorendheid is een veelvoorkomende chronische

Nadere informatie

Chapter 10 Samenvatting

Chapter 10 Samenvatting Chapter 10 Samenvatting Chapter 10 De laatste jaren is de mortaliteit bij patiënten met psychotische aandoeningen gestegen terwijl deze in de algemene populatie per leeftijdscategorie is gedaald. Een belangrijke

Nadere informatie

Verminderen van de impact van geriatrische aandoeningen door fysieke activiteit

Verminderen van de impact van geriatrische aandoeningen door fysieke activiteit Verminderen van de impact van geriatrische aandoeningen door fysieke activiteit Eén van de belangrijkste gevolgen van veroudering en geriatrische aandoeningen is het ontstaan van beperkingen. De weg van

Nadere informatie

Gecompliceerde rouw na verlies van een dierbare. basis-ggz

Gecompliceerde rouw na verlies van een dierbare. basis-ggz Gecompliceerde rouw na verlies van een dierbare Denk biedt hulp aan mensen tussen de 18 en 75 jaar met lichte en matig-ernstige psychische klachten. Behandeling bij Denk past binnen de generalistische.

Nadere informatie

Gezondheid van methadongebruikers. Dr. Gerdien de Weert Iriszorg/NISPA Drs. Erik Paling Novadic-Kentron

Gezondheid van methadongebruikers. Dr. Gerdien de Weert Iriszorg/NISPA Drs. Erik Paling Novadic-Kentron Gezondheid van methadongebruikers Dr. Gerdien de Weert Iriszorg/NISPA Drs. Erik Paling Novadic-Kentron Gezondheid van methadongebruikers Levensverwachting iha Ervaren klachten patiënten in methadonprogramma

Nadere informatie

Behandelprogramma psychiatrie en verslaving

Behandelprogramma psychiatrie en verslaving Behandelprogramma psychiatrie en verslaving Keuze voor beheerst gebruik Egbert Meeter, 28-5-2013 Hoe begon het De eerste vergadering 21-07-2010 Bronnen Bronnen Bronnen Bronnen Inhoud Veiligiheid Toetsing

Nadere informatie

Intake C O U N S E L L I N G. Biografische gegevens

Intake C O U N S E L L I N G. Biografische gegevens Intake C O U N S E L L I N G Biografische gegevens TOELICHTING BIJ HET INVULLEN De bedoeling van deze vragenlijst is om enige biografische gegevens te verzamelen, zodat wij samen met de mondelinge informatie

Nadere informatie

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent

Nadere informatie

VMDB 15-06-2013. Arnold Scholten Psycholoog Brijder Verslavingszorg

VMDB 15-06-2013. Arnold Scholten Psycholoog Brijder Verslavingszorg VMDB 15-06-2013 Arnold Scholten Psycholoog Brijder Verslavingszorg DUBBELE DIAGNOSE Psychiatrische Stoornis + middelenproblematiek Er bestaat wederzijdse beïnvloeding Prognose is minder goed Afzonderlijke

Nadere informatie

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt

Nadere informatie

Nederlandse verkorte weergave: Verborgen littekens in recidiverende depressies?

Nederlandse verkorte weergave: Verborgen littekens in recidiverende depressies? Oorspronkelijk artikel: Elgersma, H. J., Glashouwer, K.A., Bockting, C.L.H., Penninx, B.W.J.H.Penninx, de Jong, P.J. (2013). Hidden scars in depression? Implicit and explicit self-associations following

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting In dit proefschrift getiteld Relatieve bijnierschorsinsufficiëntie in ernstig zieke patiënten De rol van de ACTH-test hebben wij het concept relatieve bijnierschorsinsufficiëntie

Nadere informatie

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch SUMMARY IN DUTCH Summary in Dutch Summary in Dutch Introductie Dit proefschrift richt zich met name op het voorspellen van de behandeluitkomst bij kinderen met angststoornissen. Een selectie aan variabelen

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

TABELLEN ALCOHOLGEBRUIK JONGEREN STAPHORST

TABELLEN ALCOHOLGEBRUIK JONGEREN STAPHORST TABELLEN ALCOHOLGEBRUIK JONGEREN STAPHORST 2011 Tabellen alcoholgebruik jongeren Staphorst Nooit alcohol gedronken ja 33,3% 37,6% 74,4% 12,7% 35,3% nee 66,7% 62,4% 25,6% 87,3% 64,7% Drink bier ja 67,8%

Nadere informatie

opgesteld die in de volgende hoofdstukken worden beantwoord.

opgesteld die in de volgende hoofdstukken worden beantwoord. SAMENVATTING Introductie In dit proefschrift wordt volhoudtijd van mantelzorgers geïntroduceerd als een nieuw concept in de zorg voor mensen met dementie. De introductie in Hoofdstuk 1 wordt gestart met

Nadere informatie

Functional limitations associated with mental disorders

Functional limitations associated with mental disorders Samenvatting Functional limitations associated with mental disorders Achtergrond Psychische aandoeningen, zoals depressie, angst, alcohol -en drugsmisbruik komen erg vaak voor in de algemene bevolking.

Nadere informatie

Statistische gegevens Kompas Crisis 2006. 1. aantal opnames per jaar 193. 2. aantal nieuwe cliënten per jaar 110

Statistische gegevens Kompas Crisis 2006. 1. aantal opnames per jaar 193. 2. aantal nieuwe cliënten per jaar 110 Pagina 1 Statistische gegevens Kompas Crisis 2006 1. aantal opnames per jaar 193 2. aantal nieuwe cliënten per jaar 110 3. aantal intakes per geslacht man 158 81,87% vrouw 35 18,13% 4. Gemiddelde leeftijd

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

Protocol ADHD bij verslaving 139

Protocol ADHD bij verslaving 139 Bijlage 12 Checklist Coaching Protocol ADHD bij verslaving 139 CHECKLIST ADHD-COACH Naam Cliënt: Naam Coach: Geboortedatum cliënt dag maand jaar De start van dit coordinerende coachingstraject vindt plaats

Nadere informatie

In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie.

In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijven Onderzoek, Gemeente Utrecht In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend

Nadere informatie

TDI Formulier Belgische register van de indicator van de behandelingsaanvragen betreffende drugs en alcohol (Ziekenhuis versie 3.0.

TDI Formulier Belgische register van de indicator van de behandelingsaanvragen betreffende drugs en alcohol (Ziekenhuis versie 3.0. TDI Formulier Belgische register van de indicator van de behandelingsaanvragen betreffende drugs en alcohol (Ziekenhuis versie 3.0.) IDENTIFICATIE VAN DE REGISTRATIE CI2. CI4. Naam van het programma /

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27

Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27 Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27 SDQ (Strenghts and Difficulties Questionnaire) Meet de psychosociale aanpassing van de jeugdige. De SDQ wordt ingevuld door jeugdigen zelf (11-17 jaar) en ouders

Nadere informatie

Dutch Summary Acknowledgements Curriculum Vitae

Dutch Summary Acknowledgements Curriculum Vitae Dutch Summary Acknowledgements Curriculum Vitae 184 Welbevinden en hoofdpijn bij adolescenten: de rol van zelfregulatie In dit proefschrift is de rol van zelfregulatie processen voor het welbevinden van

Nadere informatie

Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan

Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan U moet de bakens verzetten en noch sterke drank, noch bier meer gebruiken: houdt u aan een matig gebruik van een redelijke

Nadere informatie

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH) Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting In hoofdstuk 1 wordt de algemene introductie van dit proefschrift beschreven. De nadruk in dit proefschrift lag op patiënten met hoofd-halskanker (HHK) en

Nadere informatie

Rapportage cliëntervaringsonderzoek CQI Kraamzorg. Kraamzorg JoNa BV

Rapportage cliëntervaringsonderzoek CQI Kraamzorg. Kraamzorg JoNa BV Rapportage cliëntervaringsonderzoek CQI Kraamzorg Kraamzorg JoNa BV Uitgevoerd door Kraamzorg Prestatie Monitor (Qualizorg B.V.) Periode: Van 01 01 2013 t/m 31 12 2013 Geaccrediteerd door : Inleiding In

Nadere informatie