Beloften van vechtsport

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Beloften van vechtsport"

Transcriptie

1 Beloften van vechtsport

2

3 Beloften van vechtsport Onderzoek in het kader van het programma Tijd voor Vechtsport in opdracht van de KNKF Agnes Elling Ester Wisse Met medewerking van Hans van den Berk, Justus Beth, Remko van den Dool, Marit Gijsbers, Tim Pennings, Marieke van Schendel en Bastiaan Verberne

4 ISBN NUR 486 Opmaak: Pencilpoint - Reclamemakers & Vormgevers, Woerden Pack & Parcel B.V., Nieuwegein Fotografie: KNKF Drukwerk: DeltaHage, Den Haag W.J.H. Mulier Instituut centrum voor sociaalwetenschappelijk sportonderzoek Postbus AD Den Bosch T F E. I Arko Sports Media, Nieuwegein Behoudens uitzondering door de wet gesteld mag, zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende(n) op het auteursrecht, c.q. de uitgever van deze uitgave door de rechthebbende(n) gemachtigd namens hem (hen) op te treden, niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking. De uitgever is met uitsluiting van ieder ander gerechtigd de door derden verschuldigde vergoedingen voor kopiëren, als bedoeld in art. 17 lid 2. Auteurswet 1912 en in het KB van 20 juni 1974 (Stb. 351) ex artikel 16b., te innen en/of daartoe in en buiten rechte op te treden.

5 Voorwoord C.C.F. Gordijn, de grondlegger van de Christelijke Academie voor Lichamelijke Opvoeding, legde een verband tussen bewegen en geluk. Bewegen is een manier om geluk te verwerven zei hij. Bewegen werd hierbij uitgelegd als intentioneel bewegen van (delen) van het menselijk lichaam. De leer van het menselijk zich bewegen vloeide daaruit voort met als belangrijkste uitkomst de bewegingshandelingstheorie. Bewegen is een handeling; het verstaan van de wereld in actie. Door bewegen leer je de wereld kennen. Letterlijk wordt je wereld groter zodra je kunt lopen. Geluk is binnen de bewegingshandelingstheorie een werkwoord, gelukken door te handelen; je beweegt en je gelukt. Als je iets gelukt, word je bevestigd in je eigen kunnen. De omstandigheden waarbinnen kinderen opgroeien, bepalen voor een groot deel hun mogelijkheden tot handelen. Niet ieder kind heeft dezelfde kansen. Kinderen uit allochtone milieus kijken vaak op tegen een achterstand in besteedbaar inkomen, taal en maatschappelijk integratie van hun ouders. Bij allochtone kinderen spelen interculturele verschillen ook een grote rol. In allochtone gezinnen spelen geloof, familie en tradities een belangrijke rol in de manier waarop kinderen worden opgevoed. Door de veelheid aan regels, gebruiken en verwachtingen is er relatief weinig vrijheid. Dit geldt in grotere mate voor allochtone meisjes. De Nederlandse samenleving kenmerkt zich door een grofmazige structuur, waarbij eigen verantwoordelijkheid en eigen initiatief een voorwaarde voor succes zijn. Deze verschillen in culturele achtergrond maken dat allochtone kinderen moeite hebben zich met de Nederlandse cultuur te identificeren en er een plek in te vinden. Dat blijkt ook uit de oververtegenwoordiging in armoedecijfers, werkeloosheid en criminaliteit onder allochtonen ten opzichte van autochtonen. Daarom is het belangrijk dat er een plek is waar kinderen onder gunstige financiële voorwaarden en met instemming van de ouders aan hun geluk kunnen werken. Een plek waar ze uitgedaagd worden zich te bewegen en te zoeken naar hun eigen mogelijkheden. Waar een trainer loopt die weet welke ervaringen zij hebben en welke problemen zij tegenkomen. Een trainer die hen positief bevestigt in wat zij wél kunnen en die binnen de club de mazen wat kleiner maakt, zodat het veilig voelt: de vechtsportclub! Dankzij het programma Meedoen alle jeugd door sport van het Ministerie van VWS heeft KNKF de afgelopen jaren kunnen werken aan honderd van deze plekken. Binnen het project Tijd voor Vechtsport is er vanaf 2006 gewerkt om jongeren een thuis te geven in de club. Een club die waarborgt dat er een pedagogisch en veilig klimaat heerst. Een klimaat dat tevens openheid uitademt en waar gelijkheid in alles tot uiting komt. Een club die alle jongeren uitnodigt te komen sporten, stoom af te blazen, een gezond lichaam te krijgen en vrienden te ontmoeten. Het aantal jongeren dat in de afgelopen jaren de weg naar een club heeft gevonden is groot. Meer dan zijn er lid geworden van een van de honderd clubs. Dat de betekenis hiervan groot is in een maatschappelijke context, laat dit rapport zien: vechtsportbeoefening stimuleert de persoonlijke groei van kinderen. Vechtsport helpt agressie te beteugelen en draagt bij aan sociale een maatschappelijke integratie. En vechtsport bereikt met name kinderen uit zwak-

6 6 Beloften van vechtsport

7 kere sociale milieus. De positieve effecten van vechtsportbeoefening liggen omsloten in het beoefenen van de sport zelf. Ze zijn niet opgehangen aan zaken die om de sport heen georganiseerd worden. Het beoefenen van vechtsport heeft maatschappelijke impact. Meer dan bij andere sporten dragen vechtsporten bij aan een grote mate van zelfwaardering. En vechtsport heeft voor jongeren een veel grotere sociale betekenis dan andere sporten, waardoor ze meer gestimuleerd worden de juiste keuzes te maken. Het succes van Tijd voor Vechtsport verdient daarom een vervolg. De vechtsport heeft aangetoond een bijdrage te kunnen leveren aan maatschappelijke doelstellingen. Vechtsporttrainers in het bijzonder hebben laten zien dat zij die handschoen hebben opgepakt en hun sport willen inzetten ter bevordering van de persoonlijke groei en ontwikkeling van hun leerlingen. En daarin ligt ook het unieke karakter van vechtsport, welke is terug te leiden tot haar oorsprong: persoonlijke groei en ontwikkeling bereiken door het beoefenen van ongewapende vechtkunsten. Robbert Wolters Directeur KNKF Kenniscentrum

8 Inhoud 1. Inleiding Effecten van (vecht)sport Probleemstelling Opdrachtgever en programma Tijd voor Vechtsport Portret van een jonge karateka: Fatima (1991), De alleskunner Onderzoeksmethoden Kwantitatief onderzoek Casestudies (Participerende) observaties Interviews met sporters, trainers en ouders Portret van een jonge karateka: Ibrahim (1991), De topsporter Verschillende benaderingen en motieven Drie benaderingen van vechtsport Traditioneel: technische, artistieke en spirituele ontwikkeling Sportieve efficiëntie: adequate weerbaarheid en winnen Motieven om aan vechtsport te doen Weerbaarheid en agressieregulatie Wedstrijden en een carrière in de vechtsport Socialisatie in de vechtsport Portret van een jonge kickbokser: Gulcem (1991), Kind van de trainer Vechtsport en psychosociale weerbaarheid Psychosociale zelfrapportage Algemene zelfwaardering en fysiek zelfbeeld Sociaal gedrag, agressietolerantie en sociale tolerantie Vertrouwen in anderen Beloften van vechtsport

9 4.2 Psychosociale invloeden van vechtsport Veilig voelen, weerbaar zijn en zelfvertrouwen kweken Respect van en voor anderen Agressieregulatie en maatschappelijke integratie Invloed van duur (vecht)sportbeoefening Regressieanalyse: wat zijn echte verschillen? Portret van een jonge kickbokser: Jennifer (1993), De overloopster Sociale contacten en etnische integratie De sociale betekenis van sportscholen: tussen sportclub en fitnesscentrum Sociale menging Portret van een jonge kickbokser: Abdel (1991), De arrogante De trainer (Vecht)sporters over hun trainers Opvattingen en handelen van vechtsporttrainers Portret van een taekwondotrainer: Mussa, van probleemjongere tot veelzijdige trainer Conclusies en aanbevelingen Noten, literatuur en bijlagen Noten Literatuur Bijlagen Bijlage I: Vragenlijst vechtsporters Bijlage II: Vragenlijst middelbare scholieren Bijlage III: Vragenlijst trainers Bijlage IV: Tabelbijlagen Inhoud 9

10

11 Inleiding Hoofdstuk 1 Dat er op het hoogste toneel binnen het muaythaiboksen en de K1 niet alleen straatvechters zonder opleiding acteren, maar ook advocaten als de Surinaams-Nederlandse King of the Ring Ashwin Balrak is in strijd met de dominante beeldvorming over beoefenaars van dergelijke harde vechtsporten (Viering 2007). De beeldvorming over vechtsporten of de meer edele benaming krijgskunsten (martial arts) is minder eenduidig dan bij veel andere vormen van sport. Agressie leren beteugelen versus leren vechten zijn twee tegengestelde opvattingen die zijn verbonden aan (diverse vormen van) vechtsport. In een imago-onderzoek onder de Nederlandse bevolking naar verschillende takken van sport hebben vechtsporten samen met voetbal de sterkste associaties met de termen fysiek harde sport en typische mannensport. Toch koppelen mensen ook kenmerken als spannende actiesport en blessuregevoelig aan vechtsport (Van den Dool e.a. 2009, p. 76/117). Eerder onderzoek van onder andere Theeboom (2001a, 2001b; 2002) laat tevens zien dat veel krijgskunsten door ouders en deelnemers sterke pedagogische waarden krijgen toegedicht, vanwege de Oosterse oorsprong van de meeste vechtsporten, waarbinnen zelfvertrouwen, respect en zelfbeheersing kernconcepten zijn (zie ook Sleijfer 2005). Vecht- en zelfverdedigingssporten kennen in Nederland en veel andere landen nog steeds een groeiende populariteit, vooral onder de jeugd. In 2007 beoefende 9 procent van de 6 tot 19-jarigen op enigerlei wijze een vechtsport (Kamphuis & Van den Dool 2008, p. 84). Daarnaast is vechtsport een van de weinige takken van sport met zowel veel autochtone als allochtone (jeugdige) beoefenaars. Vechtsporters zijn bovendien niet meer alleen (allochtone) jongens voor wie fysiek krachtsvertoon, onderlinge strijd én mannelijke kameraadschap belangrijke aspecten zijn in hun (sportieve) socialisatie (Elling 2002; Lagendijk 1991). In het kader van het programma Meedoen alle jeugd door sport werd vooral ook een sterke groei van allochtone meisjes bereikt (Frelier & Breedveld 2010). Zij vinden de weg naar sportscholen steeds vaker via familieleden die reeds actief zijn. Vechtsporten lijken ook mede populair onder jongeren van uiteenlopende etnische minderheidsgroepen vanwege de mogelijkheden op een professionele carrière. Er is een breed scala aan verschillende vechtsporten die men kan beoefenen. De meeste vechtsporten vinden hun oorsprong in het Oosten, in Aziatische landen als Japan en China. Deze Oosterse vechtsporten zijn in grote mate beïnvloed door Oosterse filosofische stromingen en religieuze systemen. Bekende Oosterse vechtsporten zijn wushu, dat bestaat uit verschillende Chinese vechtstijlen, Japanse bugeivormen zoals jiujitsu en Japanse budovormen als judo, aikido, kendo en karate-do. Ook het Koreaanse taekwondo kan gerekend worden tot de budovormen. Andere in Nederland beoefende vechtsporten zijn het pencak silat uit Indonesië en het populaire thaiboksen of muaythaiboksen dat zijn oorsprong kent in Thailand (Theeboom Inleiding 11

12 2001a, p ). Terwijl in deze Oosterse vechtsporten het oorspronkelijke doel van het aanleren van motorische vaardigheden het proces van het bereiken van verlichting centraal staat, zijn Westerse vechtsporten als worstelen, (kick)boksen en schermen meer gericht op het eindproduct. Verschil tussen Oosterse en Westerse vechtsporten en benaderingen zijn steeds meer vervaagd, omdat veel vormen beïnvloed zijn door elkaar. 1.1 Effecten van (vecht)sport Waar veel kinderen en volwassenen aan sport deelnemen vanuit een intrinsieke motivatie ( het is leuk ), komt de toegenomen betrokkenheid van de overheid bij sport vooral voort uit de instrumentele waarden die aan sport worden toegekend: sport is niet alleen leuk, maar ook nuttig. Vooral in het kader van maatschappelijke problemen rondom de volksgezondheid (overgewicht) en de integratie van etnische minderheden, krijgt de sport een maatschappelijke functie toegeschreven. De Nederlandse bevolking onderschrijft met name ook de opvoedkundige waarde van sport (Van den Dool e.a. 2009). Zeven op de tien mensen van vijftien jaar en ouder vinden dat sport heel belangrijk is bij de opvoeding van kinderen. Een kwart is het nog enigszins eens met deze stelling. Daarbij gaat het veelal om aspecten als het aanleren van prosociaal denken en gedrag zoals doorzettingsvermogen en discipline, samenwerken en wederzijds respect (Rutten 2007). Voor alle aan sport toegekende positieve effecten bestaat echter nog weinig onomstreden wetenschappelijk bewijs (Coakley 2006). Veel op beleidsniveau geformuleerde expliciete intenties, zoals ten aanzien van sociale (re-) integratie, zijn abstract en worden niet of nauwelijks vertaald naar concreet meetbare aspecten waarop evaluatie kan plaatsvinden (zie ook JiB 2001a; 2001b). In hoeverre gewenste opbrengsten zoals verbetering van de eigenwaarde, het sociaalmoreel denken en handelen, en het vergroten van etnisch gemengde contacten optreden door sportdeelname is dan ook nog grotendeels onduidelijk. Meestal bestaat er een algemeen goed gevoel over dergelijke potentiële maatschappelijke meerwaarden van sport en zijn individuele succesverhalen bekend. Empirisch onderzoek laat zien dat jongeren via sportdeelname niet alleen gesocialiseerd worden in prosociale omgangsnormen, maar ook in aanraking komen met minder gewenst gedrag. Zo vond Breedveld (2003) positieve correlaties tussen een hoge sportdeelname en delinquent gedrag en tussen het lidmaatschap van sportverenigingen en alcoholgebruik en roken. Persoonlijke betekenissen en maatschappelijke functies van sport zijn niet universeel, maar hangen mede samen met achtergrondkenmerken van beoefenaars, met specifieke vormen van sport, organisatievormen en begeleidend kader (onder andere Biesta e.a. 2001; Elling 2002; Rutten 2007). Ook internationaal onderzoek toont paradoxale effecten van de invloed van sportdeelname op de persoonlijke en sociale ontwikkeling van (kwetsbare) jongeren zoals met betrekking tot agressief gedrag en benadrukt contextuele factoren (Kreager 2007; McNulty Eitle & Eitle 2002; Morris e.a. 2003). 12 Beloften van vechtsport

13 In dit onderzoek staan persoonlijke betekenissen en psychosociale functies van vechtsport centraal. Zoals gesteld kennen veel vechtsporten hun oorsprong in Oosterse martial arts, gericht op het vergroten van zelfbeheersing, zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen, weerbaarheid en wederzijds respect (Theeboom 2002). Deze aspecten zijn ook cruciaal in het proces van (re)socialisatie en maatschappelijke integratie van (allochtone) jongeren. Bloem & Moget (2002) concluderen uit een meta-analyse van 24 Duits- en Engelstalige artikelen dat vechtkunsten onder de juiste voorwaarden inderdaad positieve psychosociale effecten kunnen sorteren. Niet alle onderzoeken zijn echter even wetenschappelijk van aard en vaak gaat het om studies met een betrekkelijk gering aantal respondenten. Een van de meest toonaangevende oudere studies is van Trulson (1986), die een duidelijk positieve invloed vond van traditionele martialartslessen (onder leiding van een hoog aangeschreven taekwondodocent) op het zelfbeeld en sociale vaardigheden van jeugdige mannelijke delinquenten. Bij de jongeren die (van dezelfde docent) alleen moderne vechtsportlessen volgden, met nadruk op het competitieve element, nam de agressie juist toe. Een controlegroep kende geen veranderingen. Uitkomsten van meer recente studies sluiten hier over het algemeen bij aan en benoemen ook de voorwaarde van traditionele martialartslessen en andere contextuele factoren zoals de kwaliteit van de docent, de sociale omgeving en de lengte en inbedding van een programma (Twemlow & Sacco 1998; Twemlow e.a. 2008; Weiser e.a. 1995; Zivin e.a. 2001). Het onderzoek van Endresen en Olweus (2005) waarin zij eigenlijk net als Trulson een positief verband vonden tussen deelname van adolescente jongens aan meer Westerse harde vechtsporten als boksen, worstelen en gewichtheffen en agressief gedrag, zorgde voor enige opschudding in de Nederlandse vechtsportwereld (zie bijvoorbeeld Sleijfer 2005). Zij constateerden echter vooral dat niet zozeer een specifieke tak van sport, maar vooral de wijze waarop deze gedoceerd wordt en het sociale klimaat dat er binnen een bepaalde sportgroep/school heerst (al dan niet macho) van belang is voor eventuele positieve dan wel negatieve effecten. Lakes & Hoyt (2004) vonden verschillen tussen jongens en meisjes in de basisschoolleeftijd, waarbij positieve effecten van traditionele lessen bij jongens veel sterker waren. Columbus & Rice (1998) keken meer naar fenomenologische betekenissen van vechtsporters en onderscheidden vier centrale factoren: ervaringen met geweld, persoonlijke groei, biografische transitiefasen en taakgerichte prestaties. De uitkomsten van Theebooms (2001a, 2001b) onderzoek in Vlaanderen naar betekenisgeving en effecten sluit aan bij deze buitenlandse studies. Ook hij stelt vast dat de kwaliteit van de trainer, evenals de context waarbinnen de vereniging of sportschool opereert én de sociale achtergronden en motieven van de jongeren zelf, cruciaal zijn voor de potentiële socialiserende en integrerende werking van vechtsport. Niet alleen het type vechtsport speelt dus mogelijk een rol in de persoonlijke betekenisgeving van jongeren en de potentiële psychosociale opbrengsten, maar ook de organisatorische randvoorwaarden en sociale context zijn medebepalend. Inleiding 13

14 1.2 Probleemstelling Vanuit de constatering dat er vooral in Nederland nog betrekkelijk weinig gedegen wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de betekenisverlening aan en psychosociale effecten van vechtsport komen wij tot de volgende centrale onderzoeksvraag: Welke betekenissen geven jeugdige vechtsporters, hun ouders en trainers aan vechtsport en in hoeverre draagt vechtsportdeelname bij aan een positieve psychosociale ontwikkeling en sociale integratie? Via een uitgebreid meerjarig onderzoek willen wij meer zicht krijgen in de betekenissen en invloeden van deelname van verschillende groepen jongeren aan vechtsporten en cruciale succes- en faalfactoren identificeren. De probleemstelling vertalen wij in de volgende zes deelvragen: 1. Welke jongeren doen aan vechtsport en wat zijn hun motieven? 2. Ontwikkelen jonge vechtsporters via hun sportdeelname maatschappelijk relevante competenties zoals discipline, samenwerking en doorzettingsvermogen? 3. Draagt deelname aan vechtsport bij tot agressieregulatie (verbaal/fysiek) en het tegengaan van overig antisociaal gedrag (zoals diefstal)? 4. Draagt deelname aan vechtsporten bij tot meer ontmoeting, culturele uitwisseling en wederzijdse acceptatie tussen autochtone en allochtone jongeren? 5. Bestaan er verschillen in gevonden effecten naar sekse, etniciteit en duur van de sportdeelname? 6. In hoeverre zijn gevonden invloeden vechtsportspecifiek en welke factoren zijn van belang voor het optimaliseren van positieve effecten? 1.3 Opdrachtgever en programma Tijd voor Vechtsport Dit onderzoek is door het Mulier Instituut uitgevoerd, in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Krachtsport en Fitnessfederatie (KNKF). In deze paragraaf volgt een uiteenzetting van de context waarin dit onderzoek heeft plaatsgevonden. De laatste jaren zijn er door de overheid zeer veel programma s gestart die de sportdeelname van haar burgers moet vergroten en die een bredere maatschappelijke waarde moeten uitdragen. Zo ook het programma Meedoen alle jeugd door sport (voorheen Meedoen allochtone jeugd door sport ), in het leven geroepen om specifieke kenmerken van sport te benutten voor opvoeding en integratiedoelen van de (allochtone) jeugd (Ministerie van VWS 2006). In dit programma is door de regering een samenwerking aangegaan met verschillende sportbonden 14 Beloften van vechtsport

15 en gemeenten. 1 De geselecteerde sportbonden kregen voor de periode van 2006 tot en met 2010 een groot deel van het programmabudget om in samenwerking met lokale clubs nieuwe projecten te ontwikkelen en activiteiten te organiseren om meer (allochtone) jeugdleden te werven en clubs te versterken. De KNKF doet dat door middel van het programma Tijd voor Vechtsport. Tijd voor Vechtsport benut de specifieke kenmerken van diverse vecht- en krachtsporten zoals taekwondo, karate, boksen, kickboksen, mixed martial arts en aanverwante sporten voor integratie en persoonlijke ontwikkeling van (allochtone) jeugd. Sinds 2007 zijn er in elf Nederlandse gemeenten op drie aandachtsgebieden (participatie, preventie en zorg) 111 projecten gestart. De participatieprojecten zorgen ervoor dat er meer (allochtone) jongeren deelnemen aan vecht- en krachtsport. Daarnaast zijn er preventieprojecten waarin kwetsbare jongeren begeleid worden en er voorkomen wordt dat zij (verder) geïsoleerd raken. Tot slot richt Tijd voor Vechtsport zich met zorgprojecten specifiek op de vermindering van problematisch agressief gedrag onder jeugd met een jeugdhulpindicatie. Binnen deze trajecten wordt getraind op gedrag, agressieregulering en zelfbeheersing. In zowel de preventie- als sport-zorgtrajecten wordt sport als pedagogisch instrument gebruikt, waarbij gedragsverandering centraal staat. Vanuit Tijd voor Vechtsport is er door wetenschappers een zogenaamde bewegingspedagogische preventiemethodiek ontwikkeld, gebaseerd op de concepten en filosofie van Oosterse zelfverdedigingmethoden en inzichten uit de Westerse bewegingspedagogiek. Inleiding 15

16 Portret van een jonge karateka: Fatima (1991), De alleskunner Fatima is geboren in 1991 en komt uit een gezin met twee kinderen. Haar zusje is twintig maanden jonger dan zij. Haar ouders zijn in Marokko geboren. Fatima s moeder woont sinds ongeveer haar negende jaar in Nederland, haar vader is opgegroeid in Spanje en op latere leeftijd naar Nederland gekomen. Fatima weet niet precies welke opleidingen haar moeder heeft gevolgd en welke ze heeft afgerond, maar ze is in Nederland wel naar school geweest. Tot de geboorte van Fatima is haar moeder tolk-vertaler Nederlands-Arabisch en Nederlands-Berbers geweest. Haar vader heeft een opleiding in Spanje gehad en werkt nu in de bouw. Fatima zelf heeft in het schooljaar het vwo afgerond en is daarna bedrijfskunde gaan studeren aan de Erasmus Universiteit. Haar zusje volgt een opleiding in de ICT aan een mbo-instelling. De drukke agenda van Fatima geeft blijk van een indrukwekkend sportief en maatschappelijk leven. Fatima doet al sinds haar vijfde jaar aan Gujokaikarate bij karatevereniging BSR. Voordat ze met karate begon, zat ze op zwemles. Ze is hiermee doorgegaan tot ze haar diploma s A, B en C had behaald. Ongeveer net zo lang als ze karate beoefent, is ze ook een fanatiek paardrijdster. Naast karate en paardrijden heeft ze van haar zevende tot haar veertiende jaar ook nog aan tennis gedaan, maar hier is ze inmiddels mee gestopt. Ze is blij dat ze de drie sporten lang heeft kunnen combineren. In die tijd voelde ze zich fysiek erg sterk, maar op een gegeven moment moest ze toch één van haar drie sporten laten vallen. Drie verschillende sporten en ook nog een intensieve vwo-opleiding werd een beetje teveel. Haar ouders lieten haar zelf kiezen met welke sport ze door wilde gaan. Stoppen met karate was geen optie, dat hoort bij mijn leven, dat doe je gewoon dagelijks en ook paardrijden vond ze te leuk om te laten schieten, dus stopte ze met tennis. Ze heeft nog wel een pasje om vrij op de baan te mogen spelen, dus als ze tijd over heeft gaat ze af en toe nog een balletje slaan. Karate en paardrijden beoefent ze echter veel intensiever. Het zusje van Fatima doet ook aan karate en is hiermee iets later dan Fatima begonnen. De kennismaking met karate was vooral het initiatief van hun moeder. Toen de meiden klein waren, maakte hun moeder altijd het grapje dat ze graag twee bodyguards zou willen hebben. Voor Fatima s moeder was het belangrijk dat haar dochters weerbaar zouden worden. Ook wilde ze graag een sport voor haar dochters waarin ze zouden kunnen blijven doorgroeien. Dus niet iets wat ze na enkele jaren al beu zouden zijn. Samen met Fatima ging ze op zoek naar een geschikte vechtsportschool. In hun zoektocht zijn ze verschillende vechtsportscholen (karate, taekwondo en judo) in de omgeving afgegaan, om uiteindelijk terecht te komen bij de sport- en de vechtsportschool die hen het beste beviel, namelijk karate bij de vechtsportschool BSR. Vanaf het begin heeft Fatima het bij deze karateschool heel erg naar haar zin. Ze leert op een speelse manier kennismaken met de vechtsport. Ik ben er als het ware mee opgegroeid. Haar moeder is altijd erg betrokken geweest bij karate, ze heeft Fatima en haar zusje altijd naar de trainingen gebracht. Fatima trainde eerst alleen in haar woonplaats, gemiddeld zo n drie keer in de week. Toen haar zwartebandexamen steeds dichterbij kwam, is ze ook in de grote stad 16 Beloften van vechtsport

17 gaan trainen. Op haar vijftiende heeft ze de zwarte band (eerste Dan) behaald. In de periode die hieraan vooraf ging, heeft Fatima wel vijf á zes keer in de week getraind. Daarna is ze weer iets minder gaan trainen, omdat haar schoolwerk leed onder het vele trainen. In het studiejaar traint ze zo n één á twee keer in de week, omdat haar studie bedrijfskunde het niet toelaat meer te trainen. Als haar trainer echter van mening is dat ze er aan toe is te gaan trainen voor de tweede Dan, wil ze zich daar echt op gaan toeleggen en meer gaan trainen. Dit zal dan wel de nodige discipline kosten, want ze merkt nu dat het trainen niet altijd makkelijk te combineren is met haar studie en het wonen op kamers. Bovendien heeft ze ook nog een bijbaantje in het weekend. Kortom, een zeer drukke agenda. In het verleden heeft ze school wel eens laten liggen, omdat ze trainen belangrijker vond. Maar nu ze studeert wil ze dat niet meer. Dat kan ze tegenover haar ouders ook niet verantwoorden. Die willen graag dat ze haar studie afmaakt. Ze slaat dan ook geen colleges over om een training te volgen. Wel probeert ze, als ze door haar studie een training moet missen, dit op een ander moment in te halen. Toen Fatima jonger was heeft ze een tijdje wedstrijden in het karate gedaan, maar vanaf ongeveer haar veertiende jaar is ze zich meer gaan focussen op de traditionele aspecten van het karate. De traditionele manier van trainen sluit meer aan bij het dagelijks leven, de balans tussen lichaam en geest heb je daar ook hard nodig. Je moet je leven goed op orde hebben, wil je bezig gaan met die kata s enzo. En dat is een heel fijne richtlijn. Ik heb daar veel aan in het dagelijks leven. In de wedstrijden zag ze geen uitdaging meer, ze vond het niet meer opbouwend. Ze kon voor haar gevoel in wedstrijden niet meer echt groeien. Later vertelt Fatima ook tegen de onderzoeker dat het op nationaal niveau verboden is bij karatewedstrijden een hoofddoek te dragen. Hoewel Fatima dit niet expliciet benoemt, zou dit mogelijk ook een reden geweest kunnen zijn te stoppen met wedstrijden. Bij landelijke wedstrijden is er een verbod op hoofddoeken, voor veiligheidsredenen tussen aanhalingstekens. Het is duidelijk dat Fatima het niet eens is met deze regel. Fatima draagt een hoofddoek en vindt haar geloof belangrijker dan karate. Als ze een keuze zou moeten maken tussen haar religie en de sport, dan is de keuze volgens haar snel gemaakt. Dan kiest ze niet voor karate. Fatima vindt echter het feit dat ze moslim is niet conflicteren met de manier waarop ze nu karate beoefent. Bij de traditionele vorm van karate die ze beoefent is een pak dat je lichaam bijna volledig bedekt, verplicht. Ook kan ze in de trainingen haar hoofddoek ophouden. Ik kan gewoon trainen zoals ik ben. De belangrijkste aspecten van het karate komen niet in conflict met mijn religie. Er is juist een harmonie. Ondanks dat Fatima zelf niet meer aan wedstrijden doet, heeft zij niet compleet afscheid genomen van karatewedstrijden. Sinds ze haar zwarte band heeft, is ze namelijk als jurylid bij jeugdwedstrijden betrokken. Ze vindt dit erg leuk en leerzaam, omdat ze zo ook inzicht kan krijgen in het spel van anderen. Je kijkt zo vanuit een heel ander oogpunt naar karate. Ik kan mijn sport nu van verschillende kanten bekijken. Ze ziet de beslissing te stoppen met zelf wedstrijden doen en het gaan jureren als een van de hoogtepunten in haar vechtsportcarrière. Hiermee ging een hele nieuwe wereld voor haar open. Ze moet zich nu een oordeel vormen over anderen, en leert Portret van een jonge karateka 17

18 zo hoe je een bepaalde waarde aan bewegingen moet geven en wat daar aan ten grondslag ligt. Door beter te letten op anderen, heeft ze nu in de trainingen ook meer zelfreflectie. Je kunt de spiegel dan ook weer naar jezelf draaien en daar kun je enorm door groeien. Om te jureren moet ze steeds opfriscursussen doen. Ze leert ook erg veel van de overleggen met andere juryleden. Je bent als jurylid in principe zelfstandig, maar kunt veel leren van hoe en waarom anderen hun oordeel vellen. Veel karateka s met een hoge Dan jureren bij wedstrijden. Van deze mensen leert Fatima ontzettend veel. Tijdens trainingen vecht Fatima nog regelmatig informele wedstrijdjes. Dit zogenaamde sparren, in het karate ook wel kumite genoemd, is namelijk ook onderdeel voor de Dan-examens. De grootste uitdaging vindt Fatima echter het lopen van kata s. Ze noemt dit een soort gevecht waarin je je eigen tegenstander bent. Je probeert daarin steeds jezelf te overtreffen. Fatima vindt dit ook veel vermoeiender dan kumite. Bij het sparren gaat het er namelijk om wie het slimste speelt. Je kunt voor jezelf rustmomenten inbouwen, terwijl je in de kata steeds het beste van jezelf moet geven. Fatima merkt dat als ze veel kata s traint, ze zich mentaal fitter voelt. In de training wordt je concentratie goed getraind. Daarnaast wordt discipline en controle bijgebracht. Je bent verplicht controle te hebben over hetgeen dat je doet. Daar heb je ook in het dagelijks leven profijt van. De discipline en controle die Fatima leert bij karate, past ze ook toe in haar studie. Als ze zich mentaal fit voelt door het trainen, loopt haar studie ook beter. Na een training is Fatima meestal wel helemaal kapot, zowel fysiek als mentaal. Na een zware training moet ze daarom eerst altijd een uur of twee bijkomen. Daarna heeft ze extra energie, waardoor ze er weer tegenaan kan. Dit helpt haar erg bij het studeren. Het behalen van de zwarte band was uiteraard een ander hoogtepunt in de vechtsportcarrière van Fatima. Tot het behalen van de zwarte band heeft Fatima bijna elk halfjaar aan een kuy-examen mee gedaan. Geen enkel examen was echter zo n mijlpaal als het examen voor de zwarte band. Voordat ik voor mijn zwarte band op ging, dacht ik echt, de zwarte band, dat is het eindpunt, maar toen ik de zwarte band had gehaald, werd het me duidelijk dat ik eigenlijk nog maar net begonnen was, dat het nog veel verder en dieper gaat. De zwarte band is eigenlijk weer een begin van je verdere karate. En dat laat weer zien dat karate altijd verder gaat, je kunt altijd meer leren. Het stagneert niet. Dit was wel een verrassend inzicht voor Fatima. In het begin was ze een beetje teleurgesteld, omdat ze dacht dat ze er was, maar later gaf de nieuwe uitdaging haar ook energie. De trainer maakte haar duidelijk dat ze er nog lang niet was, bijvoorbeeld door te laten zien dat dingen waar ze voorheen mee weg kwam, nu niet meer mochten. Ze werd gecorrigeerd. Dit was iets wat ze in het begin wat vervelend vond, maar waarvan ze later inzag dat het opbouwend en goed bedoeld was. Een dieptepunt in haar vechtsportcarrière was een zware blessure die ze opgelopen had door een paardrij-ongeluk. Dat gebeurde ongeveer een jaar voordat ze haar zwarte band ging halen. Ze was heel fanatiek aan het trainen voor haar eerste Dan, maar kon en mocht door het ongeluk 18 Beloften van vechtsport

19 een halfjaar helemaal niets doen. Dit was heel moeilijk voor haar. Want karate was eigenlijk als een soort eten. Karate was iets dat gewoon bij het dagelijks leven hoorde en om daarmee te moeten stoppen viel haar zwaar. Ondanks dat Fatima geen wedstrijden meer vocht en dus in die zin geen topsport bedreef, was de leegte die ze voelde te vergelijken met het gevoel dat veel topsporters hebben die (moeten) stoppen met hun sport. Fatima wist ineens niet wat ze met haar tijd aan moest en vond het erg frustrerend dat ze fysiek afzwakte. Ook mentaal ging het in deze periode minder goed met haar. Toen besefte ik pas wat voor toegevoegde waarde karate had voor mijn leven. Het duurde even voordat Fatima ook echt accepteerde dat het trainen niet kon. Zelfs het zitten op een bank deed zeer, maar toch probeerde ze de trainingen van de kant te volgen, om zo in haar hoofd te trainen. Toen ze weer hersteld was, kon ze haar trainingen weer langzaam gaan opbouwen, maar ook dat was erg moeilijk voor haar. Ze wilde eigenlijk meteen weer voluit trainen, maar dat hielden haar ouders tegen. Te moeten zien dat anderen waar ze samen mee trainde voor de zwarte band verder gingen, viel haar erg lastig. Uiteindelijk heeft ze de achterstand toch in kunnen halen en kon ze tegelijk met de anderen examen doen voor de zwarte band. Fatima beschrijft het clubje waarmee ze tegelijk op ging voor de zwarte band als een hechte groep. Niet iedereen van hen doet nu echter nog steeds aan vechtsport. Vanwege tijdgebrek zijn sommigen gestopt met trainen. In de trainingen bij BSR traint Fatima niet alleen met sporters van hetzelfde niveau. Verschillende banders trainen door elkaar heen. Omdat de structuur van de bewegingen steeds hetzelfde is, is het eenvoudig om ook met sporters van een ander niveau te kunnen trainen. Van ieder niveau wordt uiteraard wel bepaalde kwaliteiten verwacht. In de vereniging BSR hangt volgens Fatima een heel open sfeer. Het is er altijd gezellig en er is veel humor. Tijdens de training wordt er geconcentreerd en serieus getraind, maar er is ook ruimte voor luchtige zaken tussendoor. Daar is een heel goede balans in gevonden. Iedereen is altijd welkom. Sporters hebben zeker de ruimte hun mening te geven. Volgens Fatima heerst er geen strak keurslijf. Iedereen kan zichzelf zijn en los van de structuur in de training, kan iedereen zijn of haar eigen draai geven aan de training. Bij BSR zijn Fatima en haar zusje bijvoorbeeld de enigen die met een hoofddoek op trainen, maar ze worden hierdoor niet gediscrimineerd. Er wordt helemaal geen onderscheid gemaakt. Fatima heeft zeer veel respect voor haar trainers, omdat ze haar zeer veel geleerd hebben en haar begeleid hebben om steeds verder in de vechtsport te komen. Ze hebben veel bijgedragen aan haar persoonlijke groei. Fatima heeft van hen discipline, weerbaarheid en concentratie meegekregen. Fatima vindt haar trainers helemaal niet streng. Ze stellen sporters zelf verantwoordelijk voor hun daden. Een keer te laat komen kan dus best, als de sporters zelf maar zorgen dat ze de gemiste stof inhalen. Buiten het karate om heeft Fatima geen nauw contact met haar trainers. Bij het jureren gaat ze als leuke collega s, als gelijken, met haar trainers om. Tijdens de trainingen zijn het de personen die boven haar staan en haar veel kunnen leren. De trainers staan echter wel open voor meer persoonlijke contacten en hulp op persoonlijk vlak, maar omdat Fatima hiervoor bij haar ouders terecht Portret van een jonge karateka 19

20 kan, bespreekt ze met haar trainers geen persoonlijke problemen die niets met karate te maken hebben. Maar als sporters daar behoefte aan hebben, is daartoe wel de mogelijkheid. Toen ze jonger was, is Fatima wel eens bij andere verenigingen en vechtsporten gaan kijken, bijvoorbeeld omdat vrienden van haar daar trainden. Elke keer besefte ze echter dat ze het bij BSR veel beter had en ze zag dus geen enkele reden om over te stappen. Verschillende vrienden van school zijn gestopt met vechtsport omdat er bijvoorbeeld strubbelingen waren tussen hen en de trainer, of omdat ze het saai vonden worden. Hier heeft Fatima bij BSR nog nooit last van gehad. Fatima heeft binnen haar karatevereniging verschillende vriendschappen opgedaan. Je bent samen moe, je zweet samen, je vangt samen klappen op, dat schept toch een band. Veel contacten die ze bij BSR heeft, zijn interetnisch. Bij de vereniging trainen namelijk sporters van allerlei verschillende afkomst, maar eigenlijk staat Fatima hier niet zo bij stil. Als je traint wordt er onderscheid gemaakt tussen graduering en soms ook leeftijd. Verder is er gewoon overal ruimte voor. Je kunt omgaan met wie je wilt en je kunt afstand houden van wie je wilt. Zowel voor beginners en gevorderden als voor wedstrijdvechters en recreanten is ruimte. Ook afkomst maakt hierin niet uit. Fatima heeft niet het idee dat sporters met dezelfde etnische afkomst meer naar elkaar toetrekken. Fatima traint wel veel met haar zusje, maar dat is meer omdat zij ongeveer hetzelfde postuur heeft. Vrienden die niet aan karate doen begrijpen dat karate veel voor Fatima betekent. Ze weten dat ze haar met rust moeten laten als ze moet trainen. Soms proberen ze haar er nog wel eens van te weerhouden naar een training te gaan, om bijvoorbeeld iets anders te gaan doen, maar inmiddels weten ze dat Fatima daar toch niet aan toegeeft. Ook haar familie staat over het algemeen positief tegenover haar vechtsportdeelname. Ze zijn niet anders gewend dan dat Fatima aan vechtsport doet. Voor zover ik weet keuren ze het niet af, of dat durven ze dan in ieder geval niet tegen mij te zeggen. Mensen die haar minder goed kennen, zeggen weleens verbaasd dat het toch niet mogelijk is dat zij de zwarte band heeft in karate, want ze heeft een heel klein en fijn postuur en ziet er zeker niet uit als een stereotype vechtsporter. Fatima heeft geen last van het negatieve imago van vechtsport. Ze is zelf een heel zachtaardig en sociaal persoon en ook de mensen met wie zij traint zijn zo. Hoge banders die op straat wel eens in een agressieve situatie terechtkomen, doen juist eerder een stap terug dan dat ze zelf op de vuist gaan. Juist omdat ze aan vechtsport doen, denken zij beter na. Fatima voelt zich veilig op straat, maar weet niet goed of dit anders geweest zou zijn als ze niet aan vechtsport zou doen. Ze doet dit namelijk al zo lang, dat ze het niet kan vergelijken met de periode daarvoor. Ze gaat in ieder geval niet aan de kant voor mensen en merkt dat bijvoorbeeld sommige vriendinnen zich wel eens onveilig voelen terwijl zij niet bang is. Opvallend is dat, hoewel Fatima veel profijt heeft van haar vechtsportbeoefening in het dagelijks leven, ze wel probeert haar verschillende werelden niet te veel met elkaar te laten vermengen. Voor alles is een tijd, je hebt karate en daar heb je vrienden, je hebt school en daar heb je ook vrienden en je hebt je thuissituatie en dat 20 Beloften van vechtsport

21 moet je toch allemaal een beetje gescheiden houden vind ik. Niet helemaal, maar er moet wel een bepaalde afstand ergens zijn. Omdat Fatima met karate is opgegroeid, kan ze niet goed aangeven of de betekenis van de sport voor haar in de loop van de tijd is veranderd. Als je jong bent, sta je niet zo stil bij het traditionele aspect van de sport. Het hoorde er gewoon bij. Als je aan karate doet, dan doe je dat. Ze is overal gewoon ingegroeid. Ze is blij dat ze op jonge leeftijd met haar sport is begonnen, want ze ziet dat mensen die op latere leeftijd beginnen, meer moeite hebben met alles tot zich te nemen. Karate heeft altijd bij haar leven gehoord en doet dat nu nog steeds. Tussendoor heeft ze weleens tussenstops gehad, bijvoorbeeld als ze zich van haar ouders meer op school moest richten, maar dat was wel altijd tijdelijk. Ze zou karate niet voor altijd kunnen missen. Het doel van Fatima is om in karate steeds maar weer te blijven leren en te blijven groeien. Als het haalbaar is te blijven combineren met andere dingen, wil ze het vol blijven houden. De Dan-graden zijn mijlpalen in het pad dat ze nog gaat afleggen. Fatima heeft geen idee op wat voor termijn de volgende graad weer te behalen is. Zelf lesgeven in het karate is voor de toekomst wellicht ook een optie, maar nu komt ze hier door tijdgebrek niet aan toe. Ze heeft wel een tijdje lesgegeven aan een groep jonge karateka s en vond dit erg leuk. Ze beseft echter ook dat niet zomaar iedereen een goede trainer is. Zorgen dat sporters gemotiveerd blijven, lijkt haar een hele klus. Wat betreft haar studie bedrijfskunde is op dit moment het doel de studie af te maken. Ze heeft nog geen idee wat ze er mee wil gaan doen en welke richting ze in het derde jaar gaat kiezen. De studie sluit wel aan bij haar interesses, maar ze heeft nog geen duidelijk beeld over de toekomst. Ze is nog jong, dus werkt ze nu eerst naar haar afstuderen toe. Fatima wil graag afsluiten met het danken van haar trainers voor alle goede begeleiding die ze haar hebben gegeven. Ze hoopt nog heel lang bij hen te kunnen blijven trainen. Portret van een jonge karateka 21

22 22 Beloften van vechtsport

23 Onderzoeksmethoden Hoofdstuk 2 Om een coherent beeld te schetsen en betrouwbare resultaten te genereren, hebben we in dit onderzoek gebruikgemaakt van verschillende, elkaar aanvullende, onderzoeksmethoden. Vanwege praktische beperkingen zijn niet alle 111 uitgezette projecten bij 99 verenigingen even intensief gevolgd. Bij 24 verenigingen zijn vragenlijsten afgenomen bij in totaal bijna vierhonderd sporters van 12 tot 20 jaar. Omdat een tweede meting bij dezelfde groep sporters en trainers praktisch nauwelijks te realiseren was, hebben we, in overleg met de KNKF, gekozen voor een wijziging in het oorspronkelijke onderzoeksdesign. In plaats van het op twee momenten afnemen van een vragenlijst bij dezelfde groep jongeren die aan vechtsport doen, is een vergelijkbare vragenlijst uitgezet bij een referentiegroep. Deze referentiegroep bestond uit ongeveer vijfhonderd schoolgaande jongeren van 12 tot 17 jaar. Onder 94 vechtsporttrainers die betrokken zijn bij Tijd voor Vechtsport -projecten is via internet een vragenlijst afgenomen. Naast deze kwantitatieve methoden zijn in overleg met de KNKF zeven verenigingen geselecteerd voor een verdiepende casestudie. Hier zijn (participerende) observaties uitgevoerd, interviews gehouden met trainers, sporters en ouders en portretjes gemaakt van aansprekende sporters. In dit hoofdstuk volgt een nadere uiteenzetting van de verschillende onderzoeksmethoden die gebruikt zijn in dit onderzoek. 2.1 Kwantitatief onderzoek Achtereenvolgens wordt in deze paragraaf ingegaan op de manier van dataverzameling onder jonge vechtsporters, een vergelijkbare groep (sportende) jongeren en trainers en op de responsprofielen. Vechtsporters Op basis van bestaande, op validiteit en betrouwbaarheid geteste vragenlijsten (vgl. onder andere Biesta e.a. 2001) en nieuw ontwikkelde vragen, is een vragenlijst opgesteld voor jongeren bij vechtsportverenigingen. In de vragenlijst waren onder andere vragen opgenomen om de psychosociale effecten zoals prosociaal moreel redeneren en handelen, agressieregulering, zelfvertrouwen en weerbaarheid, interetnische identificaties en omgang te toetsen. Daarnaast zijn vragen gesteld met betrekking tot de training en motieven om aan vechtsport deel te nemen. Een eerste versie van de vragenlijst is afgenomen bij één vereniging, om te kijken of de vragen duidelijk waren voor de jongeren. Naar aanleiding van deze pilot is de vragenlijst aangepast en geoptimaliseerd, waarna hij vervolgens is afgenomen bij 390 sporters van 12 tot 20 jaar die Onderzoeksmethoden 23

24 actief waren bij 24 verschillende vechtsportverenigingen die deelnemen aan het Tijd voor Vechtsport -programma. De vragenlijsten zijn van oktober 2007 tot en met februari 2008 voor, tijdens of na de trainingen ingevuld door de vechtsporters. Hierbij was altijd een van de onderzoekers of onderzoeksassistenten aanwezig, zodat de jongeren de gelegenheid hadden vragen te stellen wanneer iets niet duidelijk was. Het invullen van de vragenlijsten duurde gemiddeld 15 tot 20 minuten. Zie bijlage I voor de vragenlijst zoals deze is afgenomen onder de vechtsporters. Jongeren op middelbare scholen Aan de hand van de vragenlijst die af is genomen bij de jongeren op de vechtsportscholen, is een vragenlijst opgesteld voor jongeren in de eerste tot en met de vierde klassen van een aantal middelbare scholen (vmbo-vwo) in Nederland. De vragenlijsten zijn op tien verschillende scholen door 512 jongeren ingevuld. De vragenlijsten zijn over het algemeen ingevuld onder schooltijd, waarbij hulp gevraagd kon worden aan onderzoeksassistenten of de docent. Zie bijlage II voor de vragenlijst zoals deze is afgenomen onder de middelbare scholieren. In de groep scholieren is een onderscheid te maken tussen jongeren die aan sport doen (75%) en jongeren die niet aan sport doen (25%). Binnen de groep sportende jongeren zat ook een aantal jongeren dat aan vechtsport doet (9% van totaal). Deze zijn niet meegenomen in de vergelijkende analyses. Trainers Aanvankelijk werd via dezelfde sportscholen waar de vragenlijsten onder jongeren werden afgenomen ook trainers gevraagd een vragenlijst in te vullen. Dit resulteerde in een totaal aantal van dertig bruikbare vragenlijsten. Uiteindelijk is besloten in 2010 de gehele trainerspoule van alle Tijd voor Vechtsport -verenigingen aan te schrijven om via internet een vragenlijst in te vullen. In deze vragenlijst zijn deels vergelijkbare vragen opgenomen als in de vragenlijsten voor jongeren, maar zijn ook aanvullende vragen gesteld. Er is onder meer gevraagd naar de motieven die hun vechtsporters volgens de trainers hebben, naar aspecten waar de trainer belang aan hecht (discipline, op tijd komen), welke doelen hij/zij heeft met zijn of haar sporters (plezier, wedstrijden) en hoe hij/zij denkt over de effecten die de beoefening van de sport heeft op zijn of haar sporters. Tevens werden enkele vragen voorgelegd over de invloed van specifieke cursussen gericht op aspecten als weerbaarheid die gegeven werden in het kader van Tijd voor Vechtsport. Zie bijlage III voor de vragenlijst zoals deze is afgenomen onder de trainers. Via de KNKF werd een bestand met 214 adressen beschikbaar gesteld, de meeste van individuele trainers, maar ook adressen van sportscholen. De trainers werden in april per aangeschreven en kwamen dan via een link bij de vragenlijst terecht. Van de verstuurde s waren er 19 onbruikbaar, dus er werden 195 s effectief verstuurd. Na 24 Beloften van vechtsport

25 drie weken is een herinnering gestuurd. Uiteindelijk hebben 92 trainers een bruikbare vragenlijst ingevuld, wat een zeer respectabel responspercentage betekent van 48 procent. Responsprofielen In de analyses van de vragenlijsten staan vergelijkingen tussen 12 tot 16-jarige jongeren die aan vechtsport doen bij een KNKF aangesloten sportschool of vereniging (n=260) en 12 tot 16-jarige scholieren die een andere sport beoefenen dan vechtsport (n=325) centraal. Nietsportende scholieren, scholieren die een vechtsport beoefenen en oudere KNKF-vechtsporters gelden daarbij als extra vergelijkingsgroepen. De sociaaldemografische achtergronden van de vechtsporters en sportende scholieren zijn niet precies vergelijkbaar. In tabel 2.1 staan de verschillende kenmerken van de responsgroepen weergegeven, waarbij duidelijk naar voren komt dat vechtsporters vooral afwijken van de controlegroep sporters op de kenmerken geslacht en etniciteit. Qua sekseverhouding lijkt de responsgroep redelijk representatief voor alle jeugd die binnen de Tijd voor Vechtsport -verenigingen van de KNKF actief is (Frelier & Breedveld 2010). Wat de etnische verhoudingen betreft, blijken etnische minderheden in onze steekproef ook oververtegenwoordigd vergeleken met alle Tijd voor Vechtsport -clubs. Dat hangt onder meer samen met het feit dat de focus in dit onderzoek vooral ligt op de leeftijdsgroep 12 tot 16-jarigen. Binnen het onderzoek blijven bijvoorbeeld de kracht- en fitnesssportverenigingen buiten beschouwing. Onderzoeksmethoden 25

Marc Theeboom Weerbaarheid is meer dan een trukendoos vol vechtsporttechnieken

Marc Theeboom Weerbaarheid is meer dan een trukendoos vol vechtsporttechnieken Marc Theeboom Weerbaarheid is meer dan een trukendoos vol vechtsporttechnieken Hij is als hoofdtrainer nog altijd actief in de omgeving waar hij als kleine jongen zijn eerste stappen in de sport zette.

Nadere informatie

Deze hoofdvraag is vervolgens vertaald in zes deelvragen, die we in dit conclusiehoofdstuk zullen beantwoorden.

Deze hoofdvraag is vervolgens vertaald in zes deelvragen, die we in dit conclusiehoofdstuk zullen beantwoorden. In dit onderzoek staan jonge vechtsporters centraal. We hebben onderzocht welke betekenissen zij zelf, hun ouders en hun trainers verlenen aan hun deelname aan vechtsport. Dit om meer inzicht te krijgen

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps

Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Een land waar mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Lilian (48) vraagt haar zoontje om even een handje te komen geven. Dat doet hij en dan gaat hij weer lekker verder spelen. Wij nemen plaats aan

Nadere informatie

bloed, zweet en tranen

bloed, zweet en tranen bloed, zweet en tranen en een moment van glorie 3-meting topsportklimaat in Nederland ISBN 978-90-5472-199-4 NUR 488 Auteurs Prof. dr. Maarten van Bottenburg (USBO) Bake Dijk, MA (USBO) Dr. Agnes Elling

Nadere informatie

Evaluatie Rots & Water

Evaluatie Rots & Water Evaluatie Rots & Water Training Weerbaarheid Groep 8 St. Jozefschool Locatie Tarcisius Schooljaar 2003/2004 Door: Linda Geraeds Sociaal Cultureel Werker Docente Weerbaarheid Rots en Water Trainer CMWW

Nadere informatie

Evaluatie. Rots & Water

Evaluatie. Rots & Water Evaluatie Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk Brunssum - Onderbanken Rots & Water Training Weerbaarheid Groep 8 Algemene Basisschool Dol-fijn Schooljaar 2003/2004 Door: Linda Geraeds Sociaal

Nadere informatie

Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016

Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting Roelof Schellingerhout Clarie Ramakers Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting

Nadere informatie

VOORWOORD 13 INLEIDING 19

VOORWOORD 13 INLEIDING 19 5 VOORWOORD 13 INLEIDING 19 01 WAT ZIJN VECHTSPORTEN? 25 1.1 Klassieke vechtsportdisciplines 29 Aikido 29 Boksen 29 Capoeira 30 Judo 30 Ju-jutsu 31 Karate 31 Kendo 31 Pencak silat 32 Sambo 32 Savate 33

Nadere informatie

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht Factsheet Sportparticipatie in Utrecht mei 2015 Overzicht Deze factsheet geeft op hoofdlijnen een beeld van sporten en bewegen in de stad en maakt deel uit van Utrecht Sport, de Utrechtse sportvisie op

Nadere informatie

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling. Bureau Onderzoek en Statistiek. Sportmonitor 2013. Inzicht in het sportgedrag van Amsterdammers

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling. Bureau Onderzoek en Statistiek. Sportmonitor 2013. Inzicht in het sportgedrag van Amsterdammers Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling en Bureau Onderzoek en Statistiek Sportmonitor 2013 Inzicht in het sportgedrag van Amsterdammers Sportdeelname Amsterdam Aandeel sporters in Amsterdam toegenomen 67%

Nadere informatie

Fighting4Change Er is altijd een alternatief voor gedrag!

Fighting4Change Er is altijd een alternatief voor gedrag! Vechtsport als middel voor positieve gedragsverandering bij jongeren Fighting4Change Er is altijd een alternatief voor gedrag! De aanpak in de praktijk Fighting4Change Figthing4Change is een interventieproject

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Een Positief. leer en leefklimaat. op uw school

Een Positief. leer en leefklimaat. op uw school Een Positief leer en leefklimaat op uw school met TOPs! positief positief denken en doen Leerlingen op uw school ontwikkelen zich het beste in een positief leer- en leefklimaat; een klimaat waarin ze zich

Nadere informatie

Agnes Elling Het homofobe sportklimaat is een schande voor Nederland

Agnes Elling Het homofobe sportklimaat is een schande voor Nederland Agnes Elling Het homofobe sportklimaat is een schande voor Nederland We zien onszelf graag als verlichte, tolerante natie waar discriminatie en racisme naar de prullenbak van de geschiedenis zijn verwezen.

Nadere informatie

Agnes Elling Topsport kan leiden tot eenzijdige identiteit

Agnes Elling Topsport kan leiden tot eenzijdige identiteit Agnes Elling Topsport kan leiden tot eenzijdige identiteit De meeste sporttalenten zien zichzelf als topsporter en hebben er alles voor over om de top in hun tak van sport te bereiken. Het trainingsprogramma

Nadere informatie

Karate. 空 手. Een werkstuk gemaakt door Chuck Beekhuizen.

Karate. 空 手. Een werkstuk gemaakt door Chuck Beekhuizen. Karate. 空 手 Een werkstuk gemaakt door Chuck Beekhuizen. 1 Inhoud: 1 Wat is karate. 2 Karateles. 3 Examen. 4 Hollywood. 5 Japanse vertalingen. 6 Dojo etiketten 2 Karate. Ik houd mijn spreekbeurt over karate,

Nadere informatie

Financiële opvoeding. September 2007

Financiële opvoeding. September 2007 Financiële opvoeding September 2007 Inhoud INHOUD... 1 1 INLEIDING... 2 1.1 AANLEIDING... 2 1.2 METHODE VAN ONDERZOEK... 2 1.3 ACHTERGRONDVARIABELEN... 3 LEESWIJZER... 4 2 ZAKGELD EN KLEEDGELD... 5 2.1

Nadere informatie

Tolerantieklimaat sportverenigingen Noord-Holland Noord Samenvatting I&O Research Art.1 Bureau Discriminatiezaken NHN Maart 2014

Tolerantieklimaat sportverenigingen Noord-Holland Noord Samenvatting I&O Research Art.1 Bureau Discriminatiezaken NHN Maart 2014 Tolerantieklimaat sportverenigingen Noord-Holland Noord Samenvatting I&O Research Art.1 Bureau Discriminatiezaken NHN Maart 2014 I Handen schudden voor de wedstrijd, heldere communicatie met ouders en

Nadere informatie

Visiestuk. Waarden. De waarden die ik belangrijk vind op een basisschool zijn:

Visiestuk. Waarden. De waarden die ik belangrijk vind op een basisschool zijn: Visiestuk Deze foto past bij mij omdat ik altijd voor het hoogst haalbare wil gaan. Ook al kost dit veel moeite en is het eigenlijk onmogelijk. Ik heb doorzettingsvermogen, dat heb je ook nodig bij het

Nadere informatie

Jong Volwassenen. Een behoud voor de hockeysport. De samenvatting

Jong Volwassenen. Een behoud voor de hockeysport. De samenvatting Jong Volwassenen Een behoud voor de hockeysport De samenvatting Sophie Benus Universiteit Utrecht Faculteit : Bestuurs- en Organisatiewetenschappen Utrecht, 2008 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze

Nadere informatie

Annelies Knoppers Hoogleraar pedagogiek en didactiek van sport en lichamelijke opvoeding Universiteit Utrecht

Annelies Knoppers Hoogleraar pedagogiek en didactiek van sport en lichamelijke opvoeding Universiteit Utrecht Annelies Knoppers Hoogleraar pedagogiek en didactiek van sport en lichamelijke opvoeding Universiteit Utrecht Vragen stellen bij schijnbare vanzelfsprekendheden is een basisvoorwaarde voor wetenschappelijk

Nadere informatie

Inhoud. Als sporten niet lukt.. Wat doet sport met kinderen? 'Inspiratiedag Aangepast Sporten

Inhoud. Als sporten niet lukt.. Wat doet sport met kinderen? 'Inspiratiedag Aangepast Sporten 1 Inhoud 1. Hoe leer je sporten? 2. Waarom gaat dat soms niet goed? 3. Wat zou je kunnen doen? 3. Onderzoek naar Special Heroes? Wat doet sport met kinderen? 'Inspiratiedag Aangepast en Remo Mombarg Als

Nadere informatie

Opgave 1 Agressie op het sportveld

Opgave 1 Agressie op het sportveld Opgave 1 Agressie op het sportveld Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje. Inleiding In 12 raakte een grensrechter na afloop van een amateurvoetbalwedstrijd ernstig gewond

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Inleiding In het kader van de Monitor en evaluatie Tweede Fase HAVO / VWO heeft het ITS voor het Ministerie van OCenW, directie voortgezet onderwijs, onderzoek gedaan in het

Nadere informatie

Onderzoek POD en Sport

Onderzoek POD en Sport 2015 Onderzoek POD en Sport Inhoud Inleiding... 2 Conclusie... 3 Aanbevelingen... 6 Het bestuur... 7 Jeugdtrainers... 8 Jeugdleden... 9 Vrijwilligers... 10 Ouders... 11 Resultaten... 12 1 Inleiding Het

Nadere informatie

Hoeveel sporten deze kinderen. De kracht van sport sporten voor kinderen met gedragsproblemen. Wekelijks sporten, lidmaatschap en bewegen %

Hoeveel sporten deze kinderen. De kracht van sport sporten voor kinderen met gedragsproblemen. Wekelijks sporten, lidmaatschap en bewegen % Introductie Sportparticipatie Succesfactoren Praktijk beelden Discussie De kracht van sport sporten voor kinderen met gedragsproblemen Remo Mombarg en Arjan Pruim Widening Gap, Skinner & Piek, 2001 Verminderde

Nadere informatie

Partnerkeuze bij allochtone jongeren

Partnerkeuze bij allochtone jongeren Partnerkeuze bij allochtone jongeren Inleiding In april 2005 lanceerde de Koning Boudewijnstichting een projectoproep tot voorstellen om de thematiek huwelijk en migratie te onderzoeken. Het projectvoorstel

Nadere informatie

It s showtime. Naam auteur Ester Wisse. Begeleider Dr. Olivier Kramsch

It s showtime. Naam auteur Ester Wisse. Begeleider Dr. Olivier Kramsch It s showtime Onderzoek naar de rol van betekenisgeving in thai/kickboksen en de invloed hiervan op de integratie van allochtone jongeren. Master scriptie sociale geografie, Radboud Universiteit Nijmegen

Nadere informatie

Leerlingtevredenheid Het Ruimteschip. Cedin. Lianne Bleker

Leerlingtevredenheid Het Ruimteschip. Cedin. Lianne Bleker Leerlingtevredenheid Het Ruimteschip Cedin Lianne Bleker Februari 204 COLOFON Leerlingtevredenheid Het Ruimteschip Lianne Bleker Drachten, februari 204 Cedin Lavendelheide 2 9202 PD DRACHTEN T 088 0200300

Nadere informatie

Sportdeelname van jongeren met gedragsproblemen

Sportdeelname van jongeren met gedragsproblemen Sportdeelname van jongeren met gedragsproblemen ONDERZOEK DREMPELS BETEKENIS VOORWAARDEN Remo Mombarg en Jan Willem Bruining (RUG/HIS) Koen Breedveld en Wouter Nootebos (Mulier Instituut) Saskia van Doorsselaer

Nadere informatie

Sport en de persoonlijke ontwikkeling van kwetsbare jongeren

Sport en de persoonlijke ontwikkeling van kwetsbare jongeren Sport en de persoonlijke ontwikkeling van kwetsbare jongeren Verslag van de eerste vragenlijstronde Jeugd, Zorg en Sport Auteur: Sabina Super, Niels Hermens, Kirsten Verkooijen Datum: 19 april 2016 Inleiding

Nadere informatie

Het grote NGF en NVG spelersonderzoek: kansen voor de golfsport

Het grote NGF en NVG spelersonderzoek: kansen voor de golfsport Het grote NGF en NVG spelersonderzoek: kansen voor de golfsport Nationaal Golf Congres & Beurs 12 februari 2015, Amsterdam Remco Hoekman, senior onderzoeker @RemcoHoekman m.m.v. Ine Pulles & Aniek Verhoofstad

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

GIBO HEIDE. pedagogisch project

GIBO HEIDE. pedagogisch project GIBO HEIDE pedagogisch project gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2015 Het pedagogisch project is de vertaling van de visie van directie en leerkrachten die betrekking heeft op alle aspecten van het onderwijs

Nadere informatie

Sport en jeugdhulp gaan heel goed samen

Sport en jeugdhulp gaan heel goed samen Jamile Zaoudi: Sport en jeugdhulp gaan heel goed samen fietsen, iets ondernemen. Tegelijkertijd werk je aan het stukje psyche: Je kunt je bijvoorbeeld niet meer verschuilen achter je vader of moeder, het

Nadere informatie

TRAININGSCENTRUM. Schakel naar een passend vervolgtraject. Voor jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 16 tot 23 jaar

TRAININGSCENTRUM. Schakel naar een passend vervolgtraject. Voor jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 16 tot 23 jaar TRAININGSCENTRUM Schakel naar een passend vervolgtraject Voor jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 16 tot 23 jaar Wat is een Trainingscentrum? Bij de Trainingscentra van Lijn5

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan De ontwikkeling van vrouwen en meisjes in het rugby heeft de afgelopen jaren flink aan momentum gewonnen en de beslissing om zowel heren als dames uit te laten komen op het sevenstoernooi van de Olympische

Nadere informatie

Verschillen tussen leerlingen, leerkrachten en scholen Multiculturele school:

Verschillen tussen leerlingen, leerkrachten en scholen Multiculturele school: Mijn visie Deze foto past bij mij omdat ik voor het hoogst haalbare wil gaan. Ook al kost dit veel moeite. Ik heb doorzettingsvermogen, dat heb je ook nodig bij het beklimmen van een berg. Wanneer ik niet

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6 pagina 97 HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6.1 Nieuws 6.1.1 Content: Zijn jongeren in nieuws geïnteresseerd? 6.1.2 Waarde: Is nieuws volgen belangrijk? 6.1.3 Oordeel: Hoe beoordelen jongeren nieuws?

Nadere informatie

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Zeeuwse jongeren en alcohol In 2010 is de Zeeuwse campagne Laat ze niet (ver)zuipen! van start

Nadere informatie

Georgie Dom. Bewegen. & fit. blijven. Met handige oefeningen en tips

Georgie Dom. Bewegen. & fit. blijven. Met handige oefeningen en tips Georgie Dom Bewegen & fit blijven Met handige oefeningen en tips 1 e druk, maart 2013 Copyright 2013 Consumentenbond, Den Haag Auteursrechten op tekst, tabellen en illustraties voorbehouden Inlichtingen

Nadere informatie

Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande

Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Eerste druk 2015 R.R. Koning Foto/Afbeelding cover: Antoinette Martens Illustaties door: Antoinette Martens ISBN: 978-94-022-2192-3 Productie

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Koersplan. Highschool Eindhoven

Koersplan. Highschool Eindhoven Koersplan Highschool Eindhoven 1 Inleiding Frits Philips lyceum- mavo is een toekomstgerichte school met de focus op talentontwikkeling. Leerlingen krijgen volop de mogelijkheid om hun talenten te ontdekken

Nadere informatie

Reflectieverslag. Stages of concern. Jan-Hessel Boermans

Reflectieverslag. Stages of concern. Jan-Hessel Boermans Reflectieverslag Stages of concern Jan-Hessel Boermans Motivatie Sinds augustus 2010 ben ik werkzaam in het onderwijs als groepsleerkracht op een cluster 4 school. Een baan met veel afwisseling en een

Nadere informatie

Presentatie kwalitatief onderzoek beleving respondenten moestuinproject Asten - Someren

Presentatie kwalitatief onderzoek beleving respondenten moestuinproject Asten - Someren Presentatie kwalitatief onderzoek beleving respondenten moestuinproject Asten - Someren Dia 1: Hallo allemaal en welkom bij mijn presentatie. Ik heb onderzoek gedaan bij Moestuin d n Erpel in Someren.

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

De sociale ontwikkeling van het schoolkind

De sociale ontwikkeling van het schoolkind De sociale ontwikkeling van het schoolkind De sociale ontwikkeling van het schoolkind J.D. van der Ploeg Houten 2011 2011 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Vlaamse Karate Federatie

Vlaamse Karate Federatie Vlaamse Karate Federatie 1. Rapportcijfers per thema 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 7,89 8,06 7,96 Algemene tevredenheid voor Algemene tevredenheid na Motivatie 7,48 Opleiding - bijscholing - begeleiding 7,87

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID Jeugd 2010 4 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

SPREEKBEURTMAP KENPO KARATE

SPREEKBEURTMAP KENPO KARATE SPREEKBEURTMAP KENPO KARATE Wat is Kenpo Karate? Kenpo Karate is een sport voor het leren van zelfverdedigingstechnieken. We leren allemaal oefeningen om een lastige situatie of een groep te herkennen

Nadere informatie

Een Positieve Klas resultaten Duhamel College Den Bosch

Een Positieve Klas resultaten Duhamel College Den Bosch Een Positieve Klas resultaten Duhamel College Den Bosch Mentoren van Duhamel College Den Bosch (vmbo) hebben het programma Een Positieve Klas in het schooljaar 2011-2012 uitgevoerd met eerste en tweede

Nadere informatie

Frits Avis Er bestaat geen raamwerk voor een sportcarrière

Frits Avis Er bestaat geen raamwerk voor een sportcarrière Frits Avis Er bestaat geen raamwerk voor een sportcarrière Anders dan Natalia Stambulova, volgens wie er zes keerpunten zijn die een sportcarrière kunnen maken of breken, is sportpsycholoog Frits Avis

Nadere informatie

De mensen van de Vierdaagse. Hidde Bekhuis en Koen Breedveld

De mensen van de Vierdaagse. Hidde Bekhuis en Koen Breedveld De mensen van de Vierdaagse Hidde Bekhuis en Koen Breedveld Inleiding / achtergrond Met jaarlijks tegen de één miljoen bezoekers behoort De Vierdaagse van Nijmegen jaar in jaar uit tot de allergrootste

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Rapportage over de tevredenheid van de jongeren die een programma volgen bij Prins Heerlijk.

Tevredenheidsonderzoek. Rapportage over de tevredenheid van de jongeren die een programma volgen bij Prins Heerlijk. Tevredenheidsonderzoek Rapportage over de tevredenheid van de jongeren die een programma volgen bij Prins Heerlijk. Stichting Buitengewoon leren & werken Prins Heerlijk Juni 2013 Stichting Buitengewoon

Nadere informatie

VOORTGEZET ONDERWIJS TELT JOUW IDENTITEIT MEE?

VOORTGEZET ONDERWIJS TELT JOUW IDENTITEIT MEE? VOORTGEZET ONDERWIJS TELT JOUW IDENTITEIT MEE? 1 Algemene informatie Beste docent, Voor u ligt de toolkit die RADAR voor u heeft ontworpen. Vanuit de resultaten van de Diverscity-meter is deze toolkit

Nadere informatie

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving De relatie tussen leesvaardigheid en de ervaringen die een kind thuis opdoet is in eerder wetenschappelijk onderzoek aangetoond: ouders hebben een grote invloed

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

tot 24 jaar Monitor jongeren 12

tot 24 jaar Monitor jongeren 12 Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Opvoeden in andere culturen

Opvoeden in andere culturen Opvoeden in andere culturen Bevorderen en versterken: competenties vergroten Een betere leven DVD 1 Bevolkingsgroepen aantal Allochtoon3.287.706 Autochtoon13.198.081 Europese Unie (exclusief autochtoon)877.552

Nadere informatie

Ouderschap in Ontwikkeling

Ouderschap in Ontwikkeling Ouderschap in Ontwikkeling Ouderschap in Ontwikkeling. De kracht van alledaags ouderschap. Carolien Gravesteijn Ouderschap in Ontwikkeling. De kracht van alledaags ouderschap. Carolien Gravesteijn Ouderschap

Nadere informatie

Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult

Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult Participatie in vrijetijdsactiviteiten van kinderen en adolescenten met een lichamelijke beperking

Nadere informatie

Christa de Bruijn-Schlicht Door het dansen leren mensen meer van zichzelf te laten zien

Christa de Bruijn-Schlicht Door het dansen leren mensen meer van zichzelf te laten zien Christa de Bruijn-Schlicht Door het dansen leren mensen meer van zichzelf te laten zien Toen ze achttien was, móest ze les gaan nemen. Maar al snel wilde ze niet meer van de dansvloer af. Christa de Bruijn-Schlicht

Nadere informatie

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou!

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou! Hallo Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou Als je ouders uit elkaar zijn kan dat lastig en verdrietig zijn. Misschien ben je er boos over of denk je dat het jouw

Nadere informatie

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Esther van Kralingen Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/ 2 is het aandeel van de niet-westerse allochtonen dat in het hoger onderwijs

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Tilburg en Sport Onderzoek Jongerenpanel Tilburg

Tilburg en Sport Onderzoek Jongerenpanel Tilburg Tilburg en Sport Onderzoek Jongerenpanel Tilburg Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Tilburg DIMENSUS beleidsonderzoek Juli 2013 Projectnummer 529 Inhoud Samenvatting 3 Inleiding 5 1 Stoppen

Nadere informatie

Als het economisch tegenzit, worden zij hard getroffen. Ze zitten vaker dan gemiddeld in de bijstand.

Als het economisch tegenzit, worden zij hard getroffen. Ze zitten vaker dan gemiddeld in de bijstand. 1 Dank voor dit rapport. Mooi dat het Sociaal en Cultureel Planbureau dit jaar dieper ingaat op één onderwerp dat de aandacht verdient: de arbeidsmarktpositie van migrantengroepen. Als het economisch tegenzit,

Nadere informatie

Oppasoma s en opa s. Resultaten GGD Gezondheidspanel

Oppasoma s en opa s. Resultaten GGD Gezondheidspanel Oppasoma s en opa s Resultaten GGD Gezondheidspanel Waarom een onderzoek over oppasoma s en opa s? Tegenwoordig doen ouders vaak een beroep op oma en opa als het gaat om opvang van de kleinkinderen. De

Nadere informatie

Weerbaarheidstraining voor iedereen. Weerbaar met Accres. Accres.nl/weerbaarheid

Weerbaarheidstraining voor iedereen. Weerbaar met Accres. Accres.nl/weerbaarheid Weerbaarheidstraining voor iedereen Weerbaar met Accres Accres.nl/weerbaarheid Stevig in je schoenen leren staan Weerbaarheidstraining voor iedereen! Overtuigend nee durven zeggen Weerbaar zijn betekent:

Nadere informatie

Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie

Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie Zou het niet heerlijk zijn als: veranderingen soepeler verlopen, medewerkers er minder weerstand tegen hebben, projecten eerder klaar zijn en

Nadere informatie

Alcoholbeleid van sportverenigingen in de Food Valley regio

Alcoholbeleid van sportverenigingen in de Food Valley regio FrisValley Factsheet Alcoholbeleid van sportverenigingen in de Food Valley regio Onderzoek naar de schenktijden en andere alcoholmaatregelen in de sportsector Drinken is geen sport van: Suzanne Aarts,

Nadere informatie

4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. (Zie verderop in dit protocol)

4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. (Zie verderop in dit protocol) ANTI PEST PROTOCOL Er gelden drie uitgangspunten: n 1. Wij gaan met respect met elkaar om. 2. Wij pesten niet. 3. Wij accepteren niet dat er gepest wordt. Pesten op school. Hoe gaan we hier mee om? Pesten

Nadere informatie

Naar een veiliger sportklimaat (VSK)

Naar een veiliger sportklimaat (VSK) Naar een veiliger sportklimaat (VSK) Een sportbreed programma dat sportief gedrag stimuleert en ongewenst gedrag aanpakt Sportcongres Leiden -5 november 2014 Door: Nathalie Verdult Aanleiding VSK De sport

Nadere informatie

Lesprogramma s voor pedagogische inzet van vechtsport in het onderwijs

Lesprogramma s voor pedagogische inzet van vechtsport in het onderwijs Respons Lesprogramma s voor pedagogische inzet van vechtsport in het onderwijs Respons; flexible and positive Respons Respons omvat een pakket van diensten en producten om onderwijs en vechtsport met elkaar

Nadere informatie

4 INZICHTEN. De vier inzichten in dit boekje zijn gebaseerd op de uitkomsten van het Trainer-Kind-Interactieonderzoek,

4 INZICHTEN. De vier inzichten in dit boekje zijn gebaseerd op de uitkomsten van het Trainer-Kind-Interactieonderzoek, 4 INZICHTEN De vier inzichten in dit boekje zijn gebaseerd op de uitkomsten van het Trainer-Kind-Interactieonderzoek, waarbij 37 trainers en coaches een seizoen lang intensief zijn gevolgd. Dit onderzoek

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

Wat is de aard en omvang van uw aanstelling en hoe is uw onderzoeksgroep

Wat is de aard en omvang van uw aanstelling en hoe is uw onderzoeksgroep Paul Verweel Hoogleraar bestuur en organisatiewetenschap, met accent op betekenisgeving en cultuurverschillen. Bezet tevens de Richard Krajicek endowed chair Universiteit Utrecht Dat antropologen graag

Nadere informatie

Geneeskunde studiejaar 2014-2015. Matchingsvragenlijst MATCHING

Geneeskunde studiejaar 2014-2015. Matchingsvragenlijst MATCHING Geneeskunde studiejaar 2014-2015 Matchingsvragenlijst MATCHING Dit PDF document is een weergave van het matchingsformulier voor de opleiding geneeskunde van de Universiteit Utrecht, uitgevoerd door het

Nadere informatie

Voorbeeld vragenroute die is te gebruiken bij het voeren van een focusgroepinterview (bron: Bewegen valt Goed!)

Voorbeeld vragenroute die is te gebruiken bij het voeren van een focusgroepinterview (bron: Bewegen valt Goed!) Voorbeeld vragenroute die is te gebruiken bij het voeren van een focusgroepinterview (bron: Bewegen valt Goed!) INLEIDING (ongeveer 5 minuten) Welkom heten Bedanken voor hun komst, werver noemen: U bent

Nadere informatie

SAMENVATTING onderzoek. Playing for Success

SAMENVATTING onderzoek. Playing for Success SAMENVATTING onderzoek SAMENVATTING onderzoek is een naschools programma voor leerlingen uit de groepen 6, 7 en 8 van de basisschool die (tijdelijk) minder goed functioneren op school dan zij zouden kunnen.

Nadere informatie

Dit protocol beschrijft de manier waarop we als Montessorischool Bilthoven omgaan met pestproblemen.

Dit protocol beschrijft de manier waarop we als Montessorischool Bilthoven omgaan met pestproblemen. PESTPROTOCOL MONTESSORISCHOOL BILTHOVEN 1. Uitgangspunten Dit protocol beschrijft de manier waarop we als Montessorischool Bilthoven omgaan met pestproblemen. We hanteren de volgende definitie van pesten:

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Werkt confrontatie met eigen vooroordelen tegen discriminatie op de arbeidsmarkt?

Werkt confrontatie met eigen vooroordelen tegen discriminatie op de arbeidsmarkt? Werkt confrontatie met eigen vooroordelen tegen discriminatie op de arbeidsmarkt? Februari 2016 SEPTEMBER 2016 ONDERZOEK NAAR DE PLAUSIBILITEIT VAN TRAININGEN GERICHT OP BEWUSTWORDING VAN VOOROORDELEN

Nadere informatie

Voel je thuis op straat!

Voel je thuis op straat! Voel je thuis op straat! 0-meting onder kinderen, jongeren en volwassenen in Bergen op Zoom Centrum Ron van Wonderen Nanne Boonstra Utrecht, september 2007 Verwey- Jonker Instituut 1 Samenvatting en conclusies

Nadere informatie

Naam: Mariska v/d Boomen. Klas: TG2C. Datum: 25 Juni. Docent: Van Rijt. Schrijfverslag.

Naam: Mariska v/d Boomen. Klas: TG2C. Datum: 25 Juni. Docent: Van Rijt. Schrijfverslag. Naam: Mariska v/d Boomen. Klas: TG2C. Datum: 25 Juni. Docent: Van Rijt. Schrijfverslag. Onze vragen: 1. Wanneer bent u met uw schrijfcarrière begonnen? 8 jaar geleden ben ik begonnen met het schrijven.

Nadere informatie

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Wij zijn Sport Helden! Zullen wij samen sport aanbieden?

Wij zijn Sport Helden! Zullen wij samen sport aanbieden? Wij zijn Sport Helden! Zullen wij samen sport aanbieden? Na ons gesprek zojuist kunt u in deze bijlage een stukje achtergrond informatie vinden. Mocht u vragen hebben, dan hoor ik dit graag. Veel plezier

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting In dit proefschrift is agressief en regelovertredend gedrag van (pre)adolescenten onderzocht. Vanuit een doelbenadering (Sociale Productie Functie

Nadere informatie

Nieuwsbrief Gerdien Jansen Kindcoaching. Jaargang 2: Nieuwsbrief 3 (oktober 2013) Hallo allemaal,

Nieuwsbrief Gerdien Jansen Kindcoaching. Jaargang 2: Nieuwsbrief 3 (oktober 2013) Hallo allemaal, Nieuwsbrief Gerdien Jansen Kindcoaching Jaargang 2: Nieuwsbrief 3 (oktober 2013) Hallo allemaal, Veel te laat krijgen jullie deze nieuwsbrief. Ik had hem al veel eerder willen maken/versturen, maar ik

Nadere informatie

Evaluatieverslag mindfulnesstraining

Evaluatieverslag mindfulnesstraining marijke markus spaarnestraat 37 2314 tm leiden Evaluatieverslag mindfulnesstraining 06 29288479 marijke.markus@freeler.nl www.inzichtinzicht.nl kvk 28109401 btw NL 079.44.295.B01 postbank 4898261 14 oktober

Nadere informatie

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

foto s met dank aan Tjitte de Vries en Theo Kock (mogelijke andere rechthebbenden wenden zich met hun claims tot de uitgever van dit boek)

foto s met dank aan Tjitte de Vries en Theo Kock (mogelijke andere rechthebbenden wenden zich met hun claims tot de uitgever van dit boek) 'Duim omhoog' 1 foto s met dank aan Tjitte de Vries en Theo Kock (mogelijke andere rechthebbenden wenden zich met hun claims tot de uitgever van dit boek) 2013, Anton de Vries Alle rechten voorbehouden

Nadere informatie

Alle federaties 6,78 6,29. Opleiding - bijscholing - begeleiding 6,55% 12,71% Man 14,53% 24,25% 19,04%

Alle federaties 6,78 6,29. Opleiding - bijscholing - begeleiding 6,55% 12,71% Man 14,53% 24,25% 19,04% Alle federaties 1. Rapportcijfers per thema 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 7,58 7,76 7,98 Algemene tevredenheid voor Algemene tevredenheid na Motivatie 6,78 Opleiding - bijscholing - begeleiding 6,29 7,36 7,20

Nadere informatie