Dat beetje extra, die extra begeleiding, dat is precies wat zo n leerling nodig heeft om dit schooljaar goed door te komen.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Dat beetje extra, die extra begeleiding, dat is precies wat zo n leerling nodig heeft om dit schooljaar goed door te komen."

Transcriptie

1 Dat beetje extra, die extra begeleiding, dat is precies wat zo n leerling nodig heeft om dit schooljaar goed door te komen. MENTORING IN HET ONDERWIJS: EEN GEZAMENLIJKE INSPANNING Praktijkgestuurd onderzoek naar Humanitas MentorMaatjes Onderzoeksbureau La Base Jeannet Klooker & Brigitte Boswinkel

2 Voorwoord Deze publicatie is bestemd voor scholen (medewerkers én leerlingen), mentormaatjes, vrijwilligers en beroepskrachten die betrokken zijn bij Humanitas MentorMaatjes of die op andere wijze geïnteresseerd zijn in het project. In dit rapport leest u ten eerste wat er allemaal aan een mentortraject vooraf gaat, voordat een leerling en een mentormaatje aan de slag kunnen. Ten tweede krijgt u een beeld van de uitvoering van de mentoring. En ten derde biedt het rapport zicht op de ontwikkeling van leerlingen die deelnamen aan Humanitas MentorMaatjes. Aan het schrijven van dit rapport ging een intensief onderzoekstraject vooraf. Professionals, stagiaires, vrijwilligers en onderzoekers werkten aan het opzetten en verspreiden van de vragenlijsten. In totaal vulden meer dan 300 leerlingen, mentormaatjes en schoolcontactpersonen één of twee vragenlijsten in. Wij willen hen daarvoor hartelijk danken. In het bijzonder willen wij de projectcoördinatoren van Humanitas MentorMaatjes bedanken voor hun inzet. Dankzij hun bijdrage aan de onderzoeksvragen en hun constructieve feedback gedurende het onderzoek konden we een praktijkgestuurd onderzoek waarmaken. Niet alleen leverde hun inspanning veel respons op, ook werd het belang van onderzoek (inzicht in het effect en de kwaliteit van het project) stelselmatig onder de aandacht gebracht bij de mentormaatjes. We hebben hierdoor een schat aan waardevolle informatie ontvangen, waaruit blijkt dat dat ene uurtje extra aandacht in de week, voor vele leerlingen juist dát steuntje in de rug kan zijn om een schooljaar met plezier en betere resultaten af te kunnen ronden. Wij hebben met veel plezier gewerkt aan dit onderzoek. De onderzoekers, Jeannet Klooker en Brigitte Boswinkel Onderzoek- en adviesbureau La Base, de basis voor maatschappelijke ontwikkeling November

3 Inhoudsopgave Voorwoord... 1 Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 4 Hoofdstuk 1. Onderzoek naar Humanitas MentorMaatjes Inleiding Praktijkgestuurd onderzoek De voorlopige interventietheorie van Humanitas MentorMaatjes Onderzoek naar Humanitas MentorMaatjes Werkwijze onderzoek Participanten en respons... 8 Hoofdstuk 2. Draagvlak en inbedding op scholen Inleiding De respondenten: schoolcontactpersonen Bekendheid, betrokkenheid en tevredenheid Inbedding in het onderwijsbeleid Budget en continuïteit Samenvatting Hoofdstuk 3. De voorbereiding van mentoring Inleiding De respondenten: mentormaatjes en leerlingen Werven van mentormaatjes Koppelen van mentormaatjes aan leerlingen Motivatie van de mentormaatjes Begeleiding van mentormaatjes: training en intervisie Samenvatting Hoofdstuk 4. Uitvoering van mentoring Inleiding Aanmeldredenen en leerdoelen Motivatie van leerlingen voor Humanitas MentorMaatjes Begeleidingsstijlen Gespreksonderwerpen Mentor als rolmodel Locatie, contact met school en duur Samenvatting

4 Hoofdstuk 5. Ontwikkeling van leerlingen Inleiding Ontwikkeling sociale vaardigheden Ontwikkeling zelfvertrouwen en tevredenheid Ontwikkeling cognitieve vaardigheden: motivatie voor school en schoolresultaten Ontwikkeling schoolse vaardigheden Samenvatting Hoofdstuk 6. Samenvatting en aanbevelingen Inleiding Project in ontwikkeling Inzichten draagvlak Inzichten voorbereiding Inzichten in de uitvoering van de mentoring Inzichten ontwikkeling leerlingen Aanbevelingen Literatuurlijst Bijlage a. Respons Bijlage b. Kenmerken respondenten Bijlage c.1. Statische verantwoording van resultaten in hoofdstuk 3. Voorbereiding Bijlage c.2. Statische verantwoording van resultaten in hoofdstuk 5. Ontwikkeling van leerlingen Bijlage d. Vragenlijsten Colofon

5 Inleiding Humanitas MentorMaatjes (HMM) biedt leerlingen van het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs ondersteuning van externe mentormaatjes om ze verder op weg te helpen. Humanitas heeft vanaf 2012 het mentorproject overgenomen van Stichting Palet, met de doelstelling het project in drie jaar tijd om te bouwen van een door beroepskrachten georganiseerd project, naar een voornamelijk door vrijwilligers georganiseerde en uitgevoerde activiteit. Het veranderingsproces loopt door tot het jaar Om de kwaliteit en effectiviteit van de mentoractiviteiten te behouden en te verbeteren heeft Humanitas aan onderzoeksbureau La Base gevraagd een breed onderzoek uit te voeren naar de kwaliteit en effectiviteit van het project. Het praktijkgestuurd onderzoek vond plaats in een periode waarin de veranderingsprocessen binnen HMM in volle gang waren. In 2012 zijn de eerste vrijwillige coördinatoren gestart. Niet in alle regio s liep het beoogde veranderingsproces in hetzelfde tempo. In sommige delen van de provincie lukte het makkelijker om het benodigde vrijwilligerskader aan te trekken en is al snel gestart met het inwerken en overdragen van taken en verantwoordelijkheden. In andere regio s van Noord-Brabant ging dat soms wat trager en bleef gedurende het schooljaar de inzet van een beroepskracht nog noodzakelijk. Vanaf de start werkt HMM aan de kwaliteit van het project. Een onderdeel hiervan vormt het werken vanuit de kernwaarden van Humanitas. Om dit te realiseren is vanaf 2012 het project ingebed in de cultuur van Humanitas. Onder andere in de trainingen (van zowel mentormaatjes als van coördinatoren) en in de communicatie met het onderwijsveld zijn belangrijk criteria van Humanitas explicieter op de voorgrond gezet: de vraag (van met name van de leerling) staat centraal; de vrijwilliger staat naast de ander en stimuleert op positieve wijze; de ondersteuning is gericht op (het hervinden van) eigen kracht en eigen regie. Voor het project HMM zijn nog twee specifieke doelen bepaald: het versterken of het weer hervinden van het (leer)plezier; het stimuleren van ontdekkingsdrang. Het werken met deze eenduidige uitgangspunten en doelen biedt iedereen die voor HMM werkt een kader voor de dagelijkse werkhouding. Naast bovengenoemde doelen zijn de meer gebruikelijke doelen van mentoring (zoals beschreven in het volgende hoofdstuk) van toepassing, waaronder het werken aan de cognitieve en sociaalemotionele ontwikkeling van de leerling. Waar het mentorproject zich onder Stichting Palet toespitste op het verbeteren van leer- en studieprestaties van leerlingen, heeft HMM het accent verlegd naar een combinatie van sociaal-emotionele én cognitieve ondersteuning. In het schooljaar heeft HMM daar veel nadruk op gelegd in de training van mentormaatjes en in het contact met de scholen. In dit rapport kunt u lezen hoe de mentormaatjes leerlingen begeleidden ten tijde van het onderzoek, hoe zij daarop voorbereid werden en wat de resultaten daarvan waren. Hoofdstuk 1 beschrijft hoe het onderzoek is uitgevoerd en in de navolgende hoofdstukken wordt het project in de tijd gevolgd: van voorbereiding, via uitvoering naar de uitkomsten. Ten slotte vindt u in het laatste hoofdstuk een samenvatting en aanbevelingen richting de toekomst. U kunt van A tot Z het rapport doornemen, maar ook kunt u ervoor kiezen om te starten met het laatste hoofdstuk. In dat hoofdstuk staan de belangrijkste inzichten op een rij. Wim Rasker, projectleider Humanitas MentorMaatjes Jeannet Klooker en Brigitte Boswinkel, onderzoekers La Base 4

6 Hoofdstuk 1. Onderzoek naar Humanitas MentorMaatjes 1.1. Inleiding Het project Humanitas MentorMaatjes (HMM) is in 2012 overgenomen van Stichting Palet, toen nog onder de naam 'Kleurrijk Brabant Leert'. HMM wil de positie van kwetsbare leerlingen versterken door ze te koppelen aan jongeren die hen coachen. Voor het slagen van het project is vertrouwen en motivatie binnen het onderwijs essentieel. Humanitas is van mening dat een deel van het vertrouwen en de motivatie kan voortkomen uit inzicht in de resultaten die behaald worden door de gezamenlijke inspanning. Inzicht kan tegelijkertijd bijdragen aan kwaliteitsontwikkeling. Scholen willen graag weten wat HMM bereikt voor hun leerlingen. Verbeteren de onderwijsprestaties? Is deelname gunstig voor de sociaal-emotionele ontwikkeling? Hoe zit het met de motivatie van de leerlingen? Hoe ervaren leerlingen deelname aan HMM? Tegelijk is er kennis nodig over de rol die scholen zelf kunnen spelen in succesvolle mentortrajecten. Voor het trainen en begeleiden van de mentormaatjes wil Humanitas meer zicht krijgen op de begeleidingsstijlen die mentormaatjes in de praktijk toepassen. Ten slotte is het voor de organisatie en de kwaliteit van het project van belang te weten hoe het proces van de aanmelding, werving en koppeling verloopt Praktijkgestuurd onderzoek Humanitas heeft gekozen voor praktijkgestuurd onderzoek. Praktijkgestuurd onderzoek biedt inzicht in projecten (interventies) die via een planmatige en doelgerichte aanpak het gedrag van mensen bijsturen om de kwaliteit van leven te vergroten. Het onderzoek is gericht op kwaliteitsverbetering en effectiviteit. Het komt tot stand vanuit de (werk)praktijk: de professionals (de projectcoördinatoren van HMM) en niet de onderzoekers bepalen voor het belangrijkste deel de vragen van het onderzoek. De professionals weten immers wat voor hun werk belangrijk is en op welke vragen zij graag antwoorden willen hebben. Praktijkgestuurd onderzoek wordt samen met de professionals ontwikkeld en deels door de professionals uitgevoerd. Het onderzoek is ingebed in de werkpraktijk. La Base combineert het werken met beide voeten in de praktijk met een wetenschappelijk kader: via literatuurstudie controleren de onderzoekers of er al studies zijn verricht naar de vragen van de professionals. Dit geeft inzicht in bewezen effecten en in de meest effectieve aanpak om deze effecten te bereiken. De onderzoekers streven naar objectieve en wetenschappelijke bewijsvoering. Ieder praktijkgestuurd onderzoek begint met een beschrijving van de interventie. Dit wordt ook wel de interventietheorie genoemd. Voor het opstellen van de interventietheorie is inzicht nodig in de doelgroep, problemen van de doelgroep, de context en de werkwijze van de interventie. Ook moeten de concrete doelstellingen van het project bekend zijn. Omdat de meeste projecten in ontwikkeling zijn, is deze beschrijving geen statisch gegeven. Het vormt een uitgangspunt om helder te krijgen voor wie, onder welke omstandigheden en via welke aanpak gewerkt wordt. Voor HMM is de interventietheorie opgesteld op basis van de beschrijving van het project zoals het destijds van Stichting Palet is overgenomen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kan HMM de interventietheorie herzien De voorlopige interventietheorie van Humanitas MentorMaatjes HMM is een project voor leerlingen in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs. De doelgroep van HMM heeft naast interne begeleiding - vanuit school - aanvullende ondersteuning nodig om onderpresteren en voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Het gaat om leerlingen met 5

7 ondersteuningsbehoeften op het gebied van zelfredzaamheid, ambitie, assertiviteit, leren leren, leren plannen, studie- en beroepskeuze en sociale vaardigheden. Dit kunnen ook stille leerlingen zijn, die in principe voldoende resultaten bereiken, maar waarvan de klassenmentoren of leerkrachten vermoeden dat zij met een mentormaatje meer uit zichzelf kunnen halen. Mentormaatjes begeleiden leerlingen die vaak weinig steun in hun eigen omgeving ervaren. De problematiek van deze leerlingen is relatief licht, maar het risico op doubleren en zelfs schoolverlaten is aanwezig. Leerlingen met complexe sociaal-emotionele ondersteuningsbehoeften 1 komen niet in aanmerking voor HMM. Aanmelding van de leerlingen gebeurt door de leerkracht of interne begeleider op basis van selectiecriteria opgesteld door Humanitas. De leerlingen moeten aan één of meer van de onderstaande criteria voldoen (Humanitas, 2011): lage prestaties in verhouding tot de capaciteiten van de leerling (onderpresteren); weinig interesse in school; lichte gedragsmatige problemen 2 ; te weinig stimulans vanuit thuis voor bepaalde activiteiten; te weinig steun vanuit thuis ten aanzien van de schoolloopbaan; zwak in een bepaald vak; taalachterstand in de Nederlandse taal; weinig perspectief om de opleiding op de huidige school af te ronden; ontoelaatbaar gedrag in groepsverband; vatbaar zijn voor negatieve invloeden van binnen en buiten de school; stille leerling die voldoende resultaten bereikt, maar waarvan de leerkracht vermoedt dat hij/zij met een mentor meer uit zichzelf kan halen; ondersteuningsbehoeften op het gebied van zelfredzaamheid, ambitie, assertiviteit, leren leren, plannen, studie-/beroepskeuze of sociale vaardigheden. De interventie bestaat uit school-based mentoring. Dat wil zeggen dat het mentorschap verbonden is aan school en vanuit de school plaatsvindt. De begeleiding is zowel gericht op het verbeteren van sociaal-emotionele vaardigheden als schoolprestaties. Succesvolle en gemotiveerde jongeren (studie of werk op HBO-niveau) begeleiden de leerlingen minstens een schooljaar voor gemiddeld één uur per week. Deze jongeren, de mentormaatjes, vervullen deze rol als stagiair of als vrijwilliger. Bij de koppeling van leerling en mentormaatje houdt HMM rekening met: de leervraag van de leerling; de voorkeuren van de leerling (bijvoorbeeld voor geslacht of achtergrond); karakter; hobby s, interesses en humor. De relatie tussen leerling en mentormaatje speelt een belangrijke rol in de mentoring. Het mentormaatje vervult de rol van ervaringsdeskundige, hij of zij heeft (vergelijkbare) ervaringen waaraan de leerling zich kan spiegelen en heeft ondertussen veel bereikt, waaraan de leerling zich kan optrekken. De begeleiding van de leerlingen is zowel gericht op leren (leren leren) als op het verbeteren van het sociaal-emotioneel functioneren, zoals het aangeven van grenzen of het ontwikkelen van meer zelfvertrouwen. De leerlingen formuleren zelf een vraag en een doel voor de duur van het traject. De doelen van de leerlingen passen binnen de doelstellingen van het project. De mentoring is gericht op 1 In documenten HMM is door onderzoekers geen uitgewerkte definitie gevonden. 2 Mentoren zijn geen professionele hulpverleners. Dit dient meegenomen te worden in de selectieprocedure van de leerlingen die voor mentoring naar voren geschoven worden, dat wil zeggen dat er geen sprake mag zijn van complexe problematiek. 6

8 het op gestructureerde wijze behalen van de doelstelling. Dit gebeurt via instrumentele, maar vooral ook via sociaal-emotionele ondersteuning. De begeleiding vindt plaats op basis van gelijkwaardigheid, het mentormaatje staat naast de leerling en niet boven de leerling. Verantwoordelijkheid vormt de kern van de begeleiding. Het mentormaatje is niet alleen verantwoordelijk voor zichzelf, maar ook (voor een deel) voor een ander. Het mentormaatje vervult een voorbeeldrol voor de leerling. De begeleiding is tegelijkertijd vraaggericht: de leerling formuleert het leerdoel en houdt de regie. Het beoogde resultaat van HMM is (afhankelijk van de aanmeldreden en het leerdoel): de deelnemende leerling presteert beter; de leerling rondt het schooljaar met goed resultaat af; de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs verloopt beter; de motivatie voor school neemt toe; het zelfvertrouwen van de leerling groeit; de schoolse vaardigheden van de leerling verbeteren (zoals plannen, zich aan afspraken houden) Onderzoek naar Humanitas MentorMaatjes Is het realistisch dat door de inzet van HMM de genoemde doelstellingen bereikt worden? We onderzochten hiervoor bestaande wetenschappelijk studies naar mentorprojecten en we analyseerden de ontwikkeling van leerlingen die deelnamen aan HMM in het schooljaar Het uiteindelijk tot stand brengen van mentoractiviteiten vereist een serie randvoorwaarden zoals de werving en selectie van mentormaatjes, de training en begeleiding van mentormaatjes, draagvlak en organisatie op scholen voor het project, het werven van leerlingen via scholen en de koppeling van leerling en mentormaatje. We onderscheiden vier hoofdthema s binnen het onderzoek: het draagvlak van het project op scholen; de voorbereiding van de mentorbegeleiding; de uitvoering van de mentorbegeleiding; de ontwikkeling van de leerlingen in het jaar van de mentoring. De thema s hebben betrekking op het gehele mentortraject van werving tot afronding. In overleg met Humanitas is daarom voor het schooljaar gekozen voor een breed onderzoek. De daaropvolgende schooljaren kan HMM alsnog kiezen voor een smallere focus. Tijdens een bijeenkomst over de onderzoeksvragen zijn de hoofdthema s voorgelegd aan de professionals: de projectcoördinatoren, een ervaren mentormaatje en een lid van de stuurgroep. Per thema brachten zij vragen in waar zij graag een antwoord op wilden hebben. De vragen die zij stelden dienden te passen binnen de hoofdthema s (tenzij er argumenten waren om daar van af te wijken), zij dienden bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit van het project in zijn geheel (van organisatie tot uitvoering) of aan het verantwoorden van de middelen. De bijeenkomst resulteerde in de volgende onderzoeksvragen die in Hoofdstuk 2 tot en met 5 zullen worden beantwoord: Op welke manier komen scholen in contact met het project HMM? Hoe kunnen scholen bijdragen aan succesvolle mentortrajecten? Hoe is het met het draagvlak op scholen gesteld en wat is er nodig om (meer) draagvlak binnen scholen te creëren? Hoe worden mentormaatjes geworven en geselecteerd? Op basis van welke kenmerken worden zij gekoppeld aan een leerling? Hoe worden de mentormaatjes getraind en begeleid gedurende het mentortraject en wat is hun mening daarover? Wat draagt bij aan de motivatie van mentormaatjes en hoe worden zij behouden binnen het project? 7

9 Wat zijn de aanmeldredenen en leerdoelen van leerlingen? Hoe is het gesteld met de motivatie van leerlingen? Hoe ziet de begeleiding eruit, wat zijn de gespreksthema s, hoe verloopt het contact met school? Welke ontwikkelingen laten leerlingen zien op het vlak van sociale vaardigheden, zelfvertrouwen, cognitie, motivatie voor school en schoolse vaardigheden. Worden de leerdoelen behaald? 1.5. Werkwijze onderzoek Het onderzoek naar HMM is uitgevoerd in het schooljaar Zoals genoemd vormden de vragen van professionals het uitgangspunt voor het onderzoek. Hieronder een beknopt overzicht van de werkwijze en de stappen die zijn doorlopen binnen dit onderzoek: Integratief onderzoek Bestaand wetenschappelijk onderzoek en de data uit het onderzoek naar HMM geven een integratief beeld van de betekenis van mentoring voor de ontwikkeling van leerlingen. Documentstudie Documenten van HMM zijn geanalyseerd ten behoeve van het onderzoek. Focusgoep discussies Professionals bepaalden welke vragen relevant waren voor het onderzoek en wie de belangrijkste respondenten waren. Vragenlijsten Op basis van literatuurstudie, focusgroep discussies en documentstudie zijn vragenlijsten opgesteld. Voor een deel van de vragen aan mentormaatjes en leerlingen is gebruik gemaakt van dezelfde vragen en schalen als het onderzoek Met mentoring naar de TOP! Toekomst, Ontwikkeling en Perspectief, een evaluatieonderzoek van het Stimuleringsprogramma Mentorprojecten uitgevoerd door het Instituut voor Sociale Weerbaarheid (ISW). Dit bood de mogelijkheid om de uitkomsten van het onderzoek naar Humanitas MentorMaatjes op een aantal punten te vergelijken met het grootschalige onderzoek van het ISW, dat is uitgevoerd in de periode van De vragenlijsten bevatten zowel open als gesloten vragen, hetgeen ons kwalitatieve en kwantitatieve data gaf. De online vragenlijsten hadden betrekking op de ontwikkeling van leerlingen vanuit het perspectief van leerlingen, mentormaatjes en schoolcontactpersonen, en op de ontwikkeling van mentormaatjes (vanuit perspectief mentormaatjes zelf). De vragenlijsten zijn gedurende het mentortraject twee keer uitgezet (een nul- en een eindmeting). Diepte-interviews Op basis van literatuurstudie, focusgroep discussies en documentstudie zijn interviewvragen opgesteld en zijn individuele diepte-interviews afgenomen bij leerlingen, mentormaatjes en schoolcontactpersonen. Deze gesprekken geven de kwantitatieve data een gezicht en maakten de statistische data beter te interpreteren. Participatie projectcoördinatoren en mentormaatjes in het onderzoek De projectcoördinatoren instrueerden de mentormaatjes over het belang van het onderzoek en vroegen hen deel te nemen aan het onderzoek. Daarnaast werd de mentormaatjes gevraagd om samen met de leerling die zij begeleidden de online vragenlijsten in te vullen Participanten en respons De participanten in het onderzoek zijn mentormaatjes, leerlingen en schoolcontactpersonen. Gekozen is om de ontwikkeling van leerlingen te meten vanuit verschillende perspectieven. Gezien 8

10 de omvang van het onderzoek hebben we in overleg met HMM ervoor gekozen leerkrachten van de leerling en ouders nu buiten beschouwing te laten. De online vragenlijsten werd naar 123 mentormaatjes gestuurd. De nulmetingvragenlijst werd door 96 mentormaatjes (78%) beantwoord, de eindmeting door 67 (54%). Zeventien mentormaatjes begeleidden meerdere leerlingen en vulden dus meerdere vragenlijsten. Vrijwel alle leerlingen (138) ontvingen een vragenlijst via hun mentormaatje. Zij vulden de vragenlijst in tijdens de mentoring. Van deze leerlingen zaten er 116 op de basisschool (BO) en 22 op het voortgezet onderwijs (VO). Van het BO vulden 91 leerlingen de nulmeting in (78%) en 49 de eindmeting (42%). Van het VO vulden 13 leerlingen de nulmeting in (59%) en 7 leerlingen de eindmeting (32%). Bij de schoolcontactpersonen is voor een steekproef gekozen. De vragenlijsten zijn per verstuurd naar 67 schoolcontactpersonen. Van de vragenlijsten zijn er 34 volledig ingevuld (51%) teruggekomen. Voor details over de respons en de respondenten verwijzen wij naar de bijlagen C.1 en C.2. 9

11 Hoofdstuk 2. Draagvlak en inbedding op scholen 2.1. Inleiding Op welke manier komen scholen in contact met het project Humanitas MentorMaatjes? Wie is verantwoordelijk binnen een school en hoe verlopen de contacten? Hoe kunnen scholen bijdragen aan succesvolle mentortrajecten? Hoe is het met het draagvlak op scholen gesteld en wat is er nodig om (meer) draagvlak binnen scholen te creëren? In dit hoofdstuk beantwoorden we deze en meer vragen vanuit bestaande wetenschappelijke studies en vanuit het onderzoek naar HMM De respondenten: schoolcontactpersonen De bevindingen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de respons van 34 schoolcontactpersonen. De schoolcontactpersoon is de contactpersoon tussen HMM en de school. Via hem of haar worden de leerlingen voor het project aangedragen. De schoolcontactpersonen hebben aan het eind van het schooljaar een vragenlijst beantwoord over de inbedding en het effect van HMM op hun school. Daarnaast zijn in april 2013 diepte-interviews afgenomen met twee schoolcontactpersonen. Van de schoolcontactpersonen in dit onderzoek was 86% werkzaam in het basisonderwijs en 14% in het voortgezet onderwijs. Alle respondenten waren medewerkers van de school, het grootste gedeelte (71%) van de schoolcontactpersonen had de functie van intern begeleider of zorgcoördinator. Gemiddeld namen per school vier leerlingen deel aan HMM. Gedetailleerde informatie over de schoolcontactpersonen staat in bijlage C Bekendheid, betrokkenheid en tevredenheid Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies Mond-tot-mond reclame is belangrijk voor draagvlak binnen de school. Als een project positief verloopt, ontstaat er vanzelf mond-tot-mond reclame. In de eerste fase is het van groot belang dat een school zelf veel investeert in een mentorproject. Het motiveert leerlingen tot deelname, geeft een project een positieve uitstraling, mobiliseert docenten en andere betrokkenen in de school (Boersma, 2007). Ook Meijers & Reuling (2002) geven in hun onderzoek Mentoring: een zaak van handen, hoofd én hart aan dat mond-tot-mond reclame belangrijk is voor draagvlak, om de school te interesseren voor mentoring. Het geeft een opening, maar is geen garantie voor een ingebed draagvlak op school. Als het succes bijvoorbeeld afhankelijk is van één bevlogen docent, dan biedt dit geen duurzaam draagvlak. Draagvlak en voldoende betrokkenheid is ook nodig voor de uitvoering: de school moet de betekenis en de waarde van het mentorschap kennen en benoemen (Boersma, 2007). De praktijk van Humanitas MentorMaatjes: het eerste contact Scholen gaven aan dat de wijze waarop het eerste contact met het project tot stand kwam divers was. Het zorgteam/intern begeleider (6) en collega s van een andere school (6) werden het vaakst genoemd als eerste kennismaking met HMM. Een tweede groep waardoor scholen in contact komen met HMM zijn ouders (3), collega s (3) of via de gemeente (3). Vier schoolcontactpersonen zijn via een folder/mailing bekend geraakt met HMM. Al met al vormde mond-tot-mond reclame, een positief verhaal over mentormaatjes, de belangrijkste aanleiding voor het eerste contact met het project HMM. Tabel: Hoe is de school in contact gekomen met HMM? IB/zorgteam 6 andere school 6 folder 4 ouders 3 collega 3 10

12 Palet 3 onbekend 3 gemeente 3 Hum medewerker 1 symposium 1 projectplan 1 34 Ik ben via mond-tot-mond reclame binnengekomen. Mijn collega sprak er positief over, en hij vertelde wat er gebeurde en waar het goed voor was. Meteen ben ik in contact gekomen met de projectcoördinator van Humanitas. Ik vond het heel fijn dat ze met de school meewerkte, dat ze mentormaatjes zocht en meteen keek wie bij wie paste. Het werk was goed verdeeld, zij kwam de koppelingen doen samen met mij. Ik regelde de boel hier en zij regelde met de mentormaatjes alles daar. Dat verloopt eigenlijk tot nu nog steeds perfect. (schoolcontactpersoon basisonderwijs) De praktijk van Humanitas MentorMaatjes: wat scholen doet besluiten tot deelname Op de scholen nam de intern begeleider het vaakst het initiatief om deel te nemen aan HMM. Het meeste genoemde argument om deel te nemen aan HMM is de extra begeleiding door iemand van buiten de school, gevolgd door individuele aandacht gericht op het sociaal welbevinden van de leerling. Tabel: argumenten voor deelname aan het project HMM Extra begeleiding (van buiten) 24 Individuele aandacht/ sociaal welbevinden van de leerling 17 Leerrendement verhogen 7 Moeilijke thuissituatie/ouders betrekken 5 Een rolmodel/buddy 4 Toegankelijkheid/geen kosten aan verbonden 8 Inzet van jonge mentoren 3 Overig 10 Voorbeelden van argumenten voor deelname van schoolcontactpersonen: Wat extra leertijd, 1-op-1 begeleiding. Dit is iets waar de leerkracht vaak geen tijd voor heeft. Mentormaatjes worden flexibel ingezet, zonder eerst de leerling te onderzoeken of etiketten op te plakken. De praktijk van Humanitas MentorMaatjes: bekendheid binnen de school De schoolcontactpersonen gaven aan dat bijna 35% van de leerkrachten niet of in geringe mate bekend was met HMM. Een even groot aantal was gedeeltelijk bekend met HMM en bijna 30% was in hoge mate, of volledig bekend met het project. Het schoolmanagement was iets meer bekend met het project: 56% kent het project in hoge mate of volledig. Van het schoolbestuur was 65% helemaal niet of in geringe mate bekend met HMM, 20% gedeeltelijk en 15% in hoge mate. 11

13 Figuur: bekendheid met HMM volgens de schoolcontactpersonen Leerkracht Schoolmanagement Schoolbestuur 0 Een schoolcontactpersoon uit het basisonderwijs vertelt: Het bestuur is heel positief, in ieder geval, mijn directrice. Het bestuur ken het project ook, want ik heb een stukje in hun nieuwsbrief gezet en anderen werden ook enthousiast. Een andere schoolcontactpersoon vertelt: Het staat ook regelmatig in de nieuwsbrief en anders zet ik er een stukje bij wat het inhoudt. Maar door het verloop van personeel weten steeds minder mensen wat het is. De praktijk van Humanitas MentorMaatjes: beschikken over informatie Aan de schoolcontactpersonen is gevraagd of, volgens hun, de leerkrachten over voldoende informatie beschikken over het project. Zij gaven aan dat 21% van de leerkrachten, geen of in geringe mate over de informatie beschikt, 47% deels, en 32% heeft in hoge of volledige mate informatie. De schoolcontactpersonen waren zelf allemaal op de hoogte van de wijze waarop HMM leerlingen begeleidt, 82% was in hoge mate tot volledig op de hoogte. Tabel: beschikken de leerkrachten en schoolcontactpersonen over informatie? Leerkracht beschikt over informatie SCP weet hoe HMM leerlingen begeleidt Helemaal niet 1 0 In geringe mate 6 0 Gedeeltelijk 16 6 In hoge mate 9 22 Volledig 2 6 Ook is de schoolcontactpersonen gevraagd of de school voldoende inzicht had in de resultaten van HMM. Van de schoolcontactpersonen meende 41% van wel. De overige 59% vond dat de school onvoldoende inzicht in de resultaten heeft. Zij gaven aan behoefte te hebben aan informatie omtrent de voortgang van individuele leerlingen op sociaal-emotioneel vlak, algemene resultaten van het project en de meerwaarde van HMM. 12

14 Tabel: Aan welke informatie heeft de school nog behoefte volgens de schoolcontactpersonen Sociaal-emotionele voortgang leerling 10 Algemene resultaten HMM 9 De meerwaarde van HMM 5 Succesverhalen 3 Cognitieve voortgang leerling 2 Hoe school kan bijdragen aan HMM 0 De praktijk van Humanitas MentorMaatjes: betrokkenheid bij HMM Aan de schoolcontactpersonen is gevraagd of de leerkrachten informeren naar HMM, of zij zich actief inzetten, leerlingen verwijzen en of zij HMM aanraden aan collega s. Het totaal van de variabelen die voor betrokkenheid staan laat zien dat soms het vaakst voorkwam. Tabel: betrokkenheid van leerkrachten bij HMM volgens schoolcontactpersonen (in aantallen) Informeren naar HMM Zetten zich actief in Verwijzen leerlingen Raden HMM aan Totaal Dat komt zelden voor Dat gebeurt soms Regelmatig Zeer vaak De praktijk van Humanitas MentorMaatjes: vindt de school het project een succes? Bijna twee derde van de schoolcontactpersonen (59%) noemde HMM een succes of een groot succes. Van deze respondenten gaf 25% aan dat het succes vooral te maken heeft met een bevlogen leerkracht. Volgens 75% had het succes daar niet mee te maken. Door 38% wordt het project enigszins succesvol genoemd. Eén school (3%) vindt het project helemaal geen succes. Figuur: aantal schoolcontactpersonen die aangeven of HMM succesvol is op school Helemaal geen succes Enigszins een succes Een succes Een groot succes 13

15 Na afloop van alle mentortrajecten is, aan 23 schoolcontactpersonen gevraagd: Heeft HMM een negatief, geen of een positief effect op leerlingen? De respondenten reageerden met opmerkingen als: Ik heb gelukkig meer positieve dan negatieve effecten opgemerkt en Er zijn zeker goede maatjes bij ons op school aan het werk geweest. Tabel: positief, negatief of geen effect op leerlingen Aantal scp Geen effect 4 Negatieve effecten 0 Positieve effecten 19 De schoolcontactpersonen die kozen voor positief effect gaven de volgende toelichtingen: Individuele begeleiding is voor sommige leerlingen nét genoeg om toch wat betere resultaten te halen. We kunnen bij de mentormaatjes een soort hulpvraag neerleggen: ondersteunen in huiswerk, onderneem wat in de vrije tijd, ben een luisterend persoon wat we ook deden als de ouders de Nederlandse taal niet machtig zijn: kom mee naar de ouderavond, ga mee naar een open dag, dat soort dingetjes. En dat is op zich best wel heel gunstig. Ik zie het aan de gezichten van de kinderen, daar heb ik een bepaalde voelspriet voor en ik zie hoe vrolijk ze zijn en hoe leuk ze het vinden. En we merken het ook aan de resultaten, we hebben vooral dit jaar gevraagd aan mentoren om aan zelfvertrouwen te werken. Dus waar ben jij goed in? En we merken dat. Het zal niet alleen HMM zijn, maar het is wel een heel belangrijke bijdrage. En ook hoe die meiden dan kijken naar die grote meiden. Hoe gaat dat op het voorgezet onderwijs? En ook ouders kunnen bij ze terecht voor vragen. Dat zijn van die belangrijke dingen die wij niet kunnen doen. En dit is zo fijn. Tabel: een toelichting op positieve effecten door schoolcontactpersonen Aantal keer genoemd Meer zelfvertrouwen 15 Betere sociale vaardigheden 10 Betere schoolresultaten 6 Meer motivatie voor school 6 Beter plannen en organiseren 2 Beter aan afspraken houden 2 Eigen verantwoordelijkheid 1 Vaker op tijd 0 De schoolcontactpersonen die aangaven geen effect te merken gaven de volgende toelichting: De desbetreffende leerling stond niet echt open voor een mentormaatje. Hij hield af dus koos hij ervoor om het zelf te doen (meer eigen verantwoordelijkheid). Ik ben nog maar net contactpersoon. 14

16 2.4. Inbedding in het onderwijsbeleid Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies Draagvlak op scholen kan volgens Meijers (2002) onder andere gecreëerd worden door vanaf de start van de mentoring te zorgen voor inbedding in leerprocessen en onderwijsbeleid. Meijers meent dat de wijze waarop mentoring past binnen het onderwijsleerproces idealiter door het onderwijs moet worden opgesteld. Als mentorprojecten onderdeel zijn van het onderwijsleerproces, dan is het niet afhankelijk van enkele enthousiaste personen. Het vormt dan een normale vorm van leerlingbegeleiding en geen laatste redmiddel. Wanneer de theorie over mentoring aansluit bij de strategische doelen van de school creëert het project een sterke leeromgeving voor mentoren en mentees. Als de mentoringactiviteiten onderdeel zijn van het schoolbeleid betekent dit dat er officieel draagvlak is bij het schoolmanagement. De praktijk: HMM als onderdeel van het ondersteuningsaanbod passend onderwijs Op de vraag of HMM een onderdeel zou moeten zijn van het ondersteuningsaanbod binnen passend onderwijs, antwoordden van de schoolcontactpersonen ruim 65% met ja, 13% zei nee en 22% zei het niet te weten. De één-op-één aandacht die er voor het kind is dat werkt met een maatje, de match die gezocht wordt met het maatje op meer dan prestatiedoelen, het persoonlijke maakt dit project anders (en voor deze kinderen wellicht ook waardevoller) dan bepaalde ondersteuning die door de school/ ouders wordt gegeven. Wij als school hebben gekozen om niet meer mee te doen. Onze eigen zorgstructuur moet voldoende zijn Budget en continuïteit Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies Als er officieel draagvlak is bij het schoolmanagement betekent dit dat de kans op continuïteit van mentoring groot is. Wanneer de inbedding en het brede draagvlak niet aanwezig is, is het risico van een gratis project dat het wordt gezien als extraatje, een soort laatste redmiddel voor leerlingen waar de reguliere begeleiding niet voor werkt. Uit onderzoek blijkt bovendien dat veel projecten stoppen als de subsidie stopt (Meijers 2008a). De praktijk van Humanitas MentorMaatjes: budget Drie van de scholen hadden een budget voor het project HMM, één basisschool en twee middelbare scholen. Vier schoolcontactpersonen (11%) dachten dat de school de komende jaren budget zou gaan vrijmaken voor HMM. Vijftien schoolcontactpersonen (44,1%) dachten van niet en 17 personen (50%) wisten het niet. Schoolcontactpersonen vertelden het volgende: Als het kosteloos was zouden we meer leerlingen aandragen. Ik vind het een grote meerwaarde voor de kinderen en de school. Bij ons in de gemeente wordt het project door hen financieel gedragen. Ik hoop dat het zo blijft. Wij zijn erg tevreden over de huidige werkwijze en opzet van Humanitas. Wij zijn erg blij met de financiering vanuit de opbrengst van Kinderpostzegels. Hierdoor is het mogelijk om van mentormaatjes gebruik te maken. Voor onze leerlingen hard nodig! Mochten ze zeggen volgend jaar moet er betaald worden, dan zou ik in gesprek gaan met mijn directrice om geld te vinden, hoeveel weet ik niet, maar we zouden het wel willen behouden. 15

17 Volgens de schoolcontactpersonen is deelname voornamelijk afhankelijk van de beschikbare financiële middelen, gevolgd door de zorgvraag van de leerling. Tabel: Deelname van de school aan HMM is, volgens de schoolcontactpersonen, afhankelijk van: financiële middelen 11 zorgvraag leerling 10 goede match/klik 5 schoolcontactpersoon 4 ouders 4 leerkracht 4 inzet school/humanitas 2 bekendheid project 1 zorgteam/ib-er 3 weet niet/1ste keer dit jaar Samenvatting Scholen komen in contact met het project HMM via de intern begeleider (zorgteam) of via andere scholen. De intern begeleider neemt het vaakst het initiatief en is meestal de schoolcontactpersoon voor HMM. Extra begeleiding (van buiten) en individuele aandacht/sociaal welbevinden van de leerling is het vaakst de reden om te kiezen voor HMM. Binnen de school kent één derde van de leerkrachten het project goed en twee derde gedeeltelijk of niet. Ruim driekwart van de leerkrachten beschikt volgens de schoolcontactpersonen (deels) over voldoende informatie. Over het geheel genomen zijn de leerkrachten redelijk actief betrokken bij HMM. Het schoolmanagement is beter bekend met het project dan de leerkrachten. De geringe bekendheid van leerkrachten doet vermoeden dat HMM geen ingebed onderdeel is van het leerproces en het schoolbeleid. Dit is echter niet met zekerheid te stellen. Scholen zouden graag beter geïnformeerd willen worden over HMM. Vooral over de sociaal-emotionele voortgang leerlingen en over de algemene resultaten van het project. Volgens 65% van de schoolcontactpersonen past HMM binnen het ondersteuningsaanbod van passend onderwijs. Deelname is vooral afhankelijk van de beschikbare financiële middelen en van de zorgvragen van leerlingen. Of er binnen de scholen in de toekomst middelen beschikbaar zijn voor HMM is veelal niet duidelijk. 16

18 Hoofdstuk 3. De voorbereiding van mentoring 3.1. Inleiding De voorbereiding van een mentormaatjestraject bestaat uit werving, opleiding en koppeling met een leerling. Daarnaast is het belangrijk dat de mentormaatjes gedurende het jaar hun motivatie behouden en misschien zelfs voor een tweede of derde jaar een rol als mentormaatje willen vervullen. Dit hoofdstuk behandelt de voorbereiding en de begeleiding van mentormaatjes. Bij de verschillende thema s komen eerst wetenschappelijke studies naar mentorprojecten aan de orde en daarna de praktijk van HMM De respondenten: mentormaatjes en leerlingen De bevindingen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de respons op vragenlijsten en diepte-interviews: vragenlijsten ingevuld door mentormaatjes. Aan het begin van het mentortraject vulden 96 respondenten de vragenlijst is, aan het einde van het traject 67 respondenten. Met twee mentormaatjes zijn diepte-interviews gehouden. vragenlijsten ingevuld door basisschoolleerlingen. Aan het begin vulden 91 leerlingen de vragenlijst in, aan het eind 49 leerlingen. Met één leerling is een diepte-interview gehouden. vragenlijsten ingevuld door leerlingen uit het voortgezet onderwijs. Aan het begin vulden 13 leerlingen de vragenlijst in, aan het eind 7 leerlingen. Met één leerling is een diepteinterview gehouden In bijlage b.2. Kenmerken respondenten, staat gedetailleerde informatie over de respondenten Werven van mentormaatjes Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies Mentorprojecten kunnen er voor kiezen om mentoren te werven die voldoen aan bepaalde kenmerken. De keuze kan gemaakt worden voor bijvoorbeeld jonge of juist oudere mentoren, voor mentoren met een bepaalde achtergrond of opleidingsniveau. Wervingscampagnes moeten worden aangepast aan de doelgroep: het werven van studenten vraagt een andere aanpak dan het werven van medewerkers van grote bedrijven. Naar de kenmerken van mentoren waarop projecten kunnen selecteren, werd onderzoek gedaan in Mentorprojecten en Migrantenjeugd (Van t Hoog et al., 2011). De auteurs onderscheiden uiterlijke (surface-level) en niet-uiterlijke (deep-level) kenmerken. Uiterlijke kenmerken zijn bijvoorbeeld geslacht, afkomst en leeftijd. Niet-uiterlijke kenmerken staan voor bijvoorbeeld interesses, hobby s en humor. Bij aanvang van een mentortraject blijken zowel uiterlijke als niet-uiterlijke kenmerken van belang: het is belangrijk voor de mentor en de leerling om overeenkomsten te ervaren, omdat dit kan bijdragen aan onderlinge betrokkenheid (Van t Hoog et al., 2011:14). In de loop van de relatie blijkt echter het belang van uiterlijke overeenkomsten af te nemen, terwijl niet-uiterlijke kenmerken even belangrijk blijven of nog belangrijker worden. Volgens de onderzoekers lijkt de mate van overeenkomsten op uiterlijke kenmerken niet van belang voor de uiteindelijke resultaten van de mentoring. De overeenkomsten van niet-uiterlijke kenmerken blijken wél een relatie te hebben met de uitkomsten van de mentoring: meer overeenkomsten op deep level tussen mentor en mentee hangen samen met een beter emotioneel welbevinden van de mentee en grotere ontwikkeling van zijn of haar cognitieve en sociale vaardigheden. Het lijkt daarom belangrijk dat mentee en mentor overeenkomsten bij elkaar waarnemen op een dieper niveau dan het uiterlijk (Van t Hoog et al., 2011:40). De praktijk van Humanitas MentorMaatjes HMM richt zich bij het werven van vrijwilligers en stagiaires op hoogopgeleide, gemotiveerde jongvolwassenen. Uiterlijke kenmerken als geslacht en afkomst vormen geen wervingscriteria voor 17

19 HMM. De werving verloopt via PR campagnes, zowel online als in regionale dagbladen. De werving van stagiaires verloopt via universiteiten en hogescholen. In de praktijk komen mentormaatjes ook binnen via mond-tot-mondreclame. De leeftijd van de geworven mentormaatjes in dit onderzoek lag tussen de 18 en 38 jaar, met een gemiddelde van ruim 23 jaar. Het merendeel is vrouw (72%). Van de mentormaatjes is 62% stagiair, de overige 38% vrijwilliger. De mentormaatjes zijn hoogopgeleid: 86% van hen volgt of volgde een HBO of een WO opleiding. Van de werkzame mentormaatjes werkt het merendeel in de sectoren: zorg en welzijn, overheid/publieke zaken en onderwijs Koppelen van mentormaatjes aan leerlingen Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies De matchingsprocedure vormt de eerste en vaak ook meteen de meest cruciale stap naar het opbouwen van een hechte vertrouwensband (Uyterlinde et al., 2011:71). De kwaliteit van de relatie en de vertrouwensband versterken het effect van sociaal-emotionele ondersteuning op het zelfvertrouwen van jongeren, blijkt uit het onderzoek van het Instituut voor Sociale Weerbaarheid (ISW) uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen (2012). De praktijk van Humanitas MentorMaatjes: de koppeling De projectcoördinator krijgt informatie over het mentormaatje via een, door de school ingevulde vragenlijst en een intakegesprek. Schriftelijke en mondelinge informatie over de leerling en de hulpvraag is afkomstig van de schoolcontactpersoon. Bij het koppelen van een mentormaatje aan een leerling, houdt de projectcoördinator rekening met uiterlijke en niet-uiterlijke kenmerken: leeftijd geslacht, opleiding, motivatie, humor, interesses, hobby s, karaktereigenschappen. Ook de aanmeldreden van de leerling is een belangrijk criterium voor de koppeling. Hieronder gaan we in op de uiterlijke kenmerken (leeftijd, geslacht, afkomst) van de mentormaatjes die van belang zijn in de koppeling en op de niet-uiterlijke kenmerken (hobby s, humor en interesses, studie/beroep, vaardigheden en competenties). Vervolgens kijken we naar de ervaringen van de mentormaatjes over de koppeling en hun motivatie. Koppelen op uiterlijke kenmerken: leeftijd Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies In Nederlands onderzoek naar mentorprojecten vinden wij drie verschillende standpunten over de leeftijd van de mentor: 1) Leeftijd is in principe irrelevant, maar matching kan wel -net als andere uiterlijke kenmerken als afkomst en geslacht- de acceptatie van de mentor door de leerling en ouders vergroten (Van t Hoog et al., 2011:43); 2) Met mentoren onder de 30 jaar is meer effect te behalen (Boersma, 2007). Boersma koppelt een klein leeftijdsverschil aan geloofwaardigheid: een (bijna) leeftijdgenoot die geloofwaardig is voor een jongere die zijn of haar weg naar volwassenheid aan het zoeken is, en zich kan spiegelen aan een leeftijdgenoot die net een paar stappen verder is. Een leeftijdgenoot die hoop en vertrouwen uitstraalt, hetgeen doorzettingsvermogen, motivatie en succes oplevert (Boersma, 2007: 33); 3) Werken met oudere mentoren is effectiever (Uyterlinde et al., 2011). Statistische analyses tonen volgens deze studie aan dat een leeftijdsverschil van meer dan 15 jaar meer effect kan hebben op het ontwikkelen van zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. Voorwaarde is wel dat de mentor aansluit bij leefwereld leerling. Een jeugdige mentor met levenservaring biedt de mentee het beste van twee werelden (Uyterlinde et al., 2011:72). 18

20 De praktijk van Humanitas MentorMaatjes Wanneer we kijken naar alle leerlingen en mentormaatjes die de vragenlijsten in invulden, zien we het volgende: de leeftijd van de mentormaatjes ligt tussen de 18 en 38; de gemiddelde leeftijd van de mentormaatjes is ruim 23 jaar; de leeftijd van de leerlingen varieert tussen de 10 en 20 jaar; de gemiddelde leeftijd van leerlingen is 12,5 jaar; gemiddeld zijn de mentormaatjes 10,5 jaar ouder dan de leerlingen. Wanneer zowel een leerling als een mentormaatje de begin- en de eindmeting invulden spreken we in het kader van dit onderzoek van een koppel. In de praktijk waren er uiteraard veel meer koppels dan het aantal dat werd meegenomen in de analyse. We analyseerden de koppels en maakten daarbij onderscheid tussen leerlingen in het basisonderwijs (BO) en in het voortgezet onderwijs (VO): BO-leerlingen zijn gemiddeld 11,8 jaar oud; mentormaatjes die BO-leerlingen begeleiden zijn gemiddeld 23,4 jaar; VO-leerlingen zijn gemiddeld 16,6 jaar oud; de gemiddelde leeftijd van mentormaatjes die VO leerlingen begeleiden is 27,88 jaar; mentormaatjes die VO-leerlingen begeleiden zijn 21 jaar of ouder; zowel voor het VO als BO geldt een gemiddeld leeftijdsverschil mentormaatje -leerling van 11 jaar; bij de koppels is een leeftijdsverschil tussen mentormaatjes en leerling van minimaal één jaar en maximaal 24 jaar. Koppelen op uiterlijke kenmerken: geslacht Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies De onderzoekers van Mentorprojecten en migrantenjeugd (2011) zien voor de projecten die zij onderzochten dat het geslacht niet bepalend is voor de uitkomsten van de mentoring (Van t Hoog et al., 2011:43). Wel zagen zij dat zowel mentoren als mentees vooraf de voorkeur voor iemand van het eigen geslacht hebben (Van t Hoog et al., 2011:15). De praktijk van Humanitas MentorMaatjes HMM werft niet op geslacht van mentormaatjes. In de praktijk is 72% van de mentormaatjes vrouw. De verhouding jongens-meisjes op basisschoolniveau is ongeveer gelijk. In het voortgezet onderwijs zijn in het kader van dit onderzoek iets meer jongens aangemeld dan meisjes. Uit de analyse van de koppels blijkt de mannelijke mentoren eerder aan een jongen dan aan meisje gekoppeld worden. Tabel: aantal koppels op geslacht (36 koppels van wie de gegevens bekend zijn) Vrouw-meisje 16 Vrouw-jongen 6 Man-meisje 2 Man-jongen 12 Totaal 36 In de praktijk van Humanitas MentorMaatjes geven leerlingen bij aanvang vaak zelf de voorkeur aan een mentormaatje van hetzelfde geslacht. Een schoolcontactpersoon heeft de volgende ervaring: HMM kiest gewoon, afhankelijk of een kind behoefte aan een man of vrouw heeft, want dat vragen HMM altijd. En zij zijn natuurlijk ook afhankelijk van het aanbod. 19

21 Koppelen op uiterlijke kenmerken: afkomst of achtergrond Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies In het begin van het mentortraject kunnen uiterlijke kenmerken als geslacht en etniciteit belangrijk zijn voor het mentormaatje en de leerling. In de loop van de tijd is het, volgens de onderzoekers van Mentorprojecten en Migrantenjeugd (2011), belangrijker dat de mentor openstaat voor andere culturen. Het openstaan voor andere culturen noemen zij open-mindedness. In de praktijk blijken projectleiders vaak op basis van intuïtie te bepalen of de mentor de juiste competenties in huis heeft. Volgens de onderzoekers van Mentorprojecten en Migrantenjeugd maken projectleiders zelden gebruik van objectieve meetinstrumenten en is niet of nauwelijks sprake van gerichte werving als het gaat om competenties gericht op omgaan met (culturele) diversiteit, maar toch melden zich bijna alleen mentoren die een open houding hebben (Van t Hoog 2011 et al.,:72). De praktijk van Humanitas MentorMaatjes HMM werft geen mentormaatjes op basis van achtergrond. Bij de koppeling spelen de voorkeur van de leerling en het mentormaatje wel een rol, al wordt niet specifiek gevraagd naar afkomst. Wij onderzochten de mate waarin leerlingen overeenkomsten ervoeren met betrekking tot achtergrond. Leerlingen gaven een cijfer tussen de 1 en de 5 om aan te geven hoeveel overeenkomsten of verschillen zij ervoeren op dit punt. 1 staat voor veel verschillen, 5 staat voor veel overeenkomsten. Aan het begin van het mentortraject gaven leerlingen gemiddeld een 2,6 en aan het eind een 2,3. Er is nauwelijks verschil tussen VO- en BO-leerlingen. Koppelen op niet-uiterlijke kenmerken: hobby s, humor, interesses Achtergrondinformatie uit wetenschappelijke studies Zoals genoemd kan het ervaren van niet-uiterlijke overeenkomsten de onderlinge betrokkenheid tussen mentor en leerling versterken en de resultaten van de mentoring bevorderen. De praktijk van Humanitas MentorMaatjes Bij de koppeling houdt HMM veel rekening met de interesses van mentormaatjes en leerlingen. In vergelijking met de ervaren overeenkomsten in achtergrond/afkomst, ervaren leerlingen dan ook veel meer overeenkomsten in hobby s, humor en interesses. Voor BO- en VO-leerlingen neemt gedurende de mentoring de ervaren overeenkomsten toe. Voor VO-leerlingen het meest. Tabel: ontwikkeling van overeenkomsten die leerlingen ervaren op de niet-uiterlijke kenmerken hobby s, humor en interesses naast overeenkomsten die leerlingen ervaren op het uiterlijke kenmerk afkomst/achtergrond. BO niet uiterlijk VO niet uiterlijk BO uiterlijk VO uiterlijk Begin 3,5 3,5 2,7 2,5 Eind 3,7 3,9 2,2 2,3 Een leerling uit het basisonderwijs vertelt: Ik vind haar wel lief hoor. Ze is net als ik maar dan groter. Die grappen zijn heel leuk en we houden veel contact met elkaar, via de whatsapp, dan zeg ik hoi en dan zegt ze hoi, hoe is het ze reageert ook heel snel. Ze is eigenlijk net als ik maar dan groter. De leerlingen gaven aan het eind van de mentorperiode gemiddeld een 3,8 op onderlinge overeenkomsten in hobby s, humor en interesses (1 staat voor veel onderling verschil, 5 voor veel overeenkomsten). Zij ervoeren meer overeenkomsten dan verschillen. De mentormaatjes gaven gemiddeld een 2,7. Dit betekent dat er iets meer onderlinge verschillen dan overeenkomsten werden ervaren. Wanneer we naar de afzonderlijke kenmerken kijken, zien we dat mentormaatjes op humor, 20

Eerst. lukken. dacht ik dat gaat niet. Humanitas MentorMaatjes onder de loep

Eerst. lukken. dacht ik dat gaat niet. Humanitas MentorMaatjes onder de loep Eerst dacht ik dat gaat niet lukken Humanitas MentorMaatjes onder de loep Mentormaatjes zijn jonge en gemotiveerde vrijwilligers in de leeftijd van 18 en 35 jaar die leerlingen ondersteunen bij wie het

Nadere informatie

Informatieboekje voor scholen

Informatieboekje voor scholen Informatieboekje voor scholen 1 Inhoudsopgave 1. HUMANITAS MENTORMAATJES... 3 1.1 DOEL VAN HUMANITAS MENTORMAATJES... 3 1.2 DOELGROEP... 3 1.3 INZET MENTORMAATJES... 3 1.4 KOPPELINGEN... 4 1.5 BEOOGDE

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Onderzoek als middel om de mentormethodiek te versterken

Onderzoek als middel om de mentormethodiek te versterken Datum 08-11-2012 1 Onderzoek als middel om de mentormethodiek te versterken Menno Vos m.w.vos@rug.nl Datum 08-11-2012 Waarde onderzoek voor mentoring 1) Effectiviteit: geeft inzicht in wat je project oplevert

Nadere informatie

Effectiviteit van mentortrajecten

Effectiviteit van mentortrajecten Evaluatieonderzoek Stimuleringsprogramma Mentoring Effectiviteit van mentortrajecten Werkt mentoring en waarom werkt het? Dr. Menno Vos Hanneke Pot Dr. Aafje Dotinga Evaluatieonderzoek Stimuleringsprogramma

Nadere informatie

School s cool Utrecht helpt brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs

School s cool Utrecht helpt brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs School s cool Utrecht helpt brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs In Utrecht verlaten jaarlijks zo n 600 risicojongeren de basisschool. Dit zijn jongeren die om verschillende

Nadere informatie

Grootouderbetrokkenheid Connecting Generations stimuleert de persoonlijke ontwikkeling van kinderen door de kracht van levenservaring en aandacht.

Grootouderbetrokkenheid Connecting Generations stimuleert de persoonlijke ontwikkeling van kinderen door de kracht van levenservaring en aandacht. Connecting Generations Grootouderbetrokkenheid Connecting Generations stimuleert de persoonlijke ontwikkeling van kinderen door de kracht van levenservaring en aandacht. Connecting Generations is een individueel

Nadere informatie

Stappenplan Taalcoach. Uitgangspunt: Hoe zet je een taalcoachproject op?

Stappenplan Taalcoach. Uitgangspunt: Hoe zet je een taalcoachproject op? Stappenplan Taalcoach Uitgangspunt: Hoe zet je een taalcoachproject op? I nleiding Eind juni is het project Taalcoach van start gegaan. Het doel van het project is het realiseren van een taalkoppel, bestaande

Nadere informatie

SAMEN STA JE STERK S U P P O R T F R Y S L Â N B E L E I D S P L A N 2 0 1 5-2 0 1 7

SAMEN STA JE STERK S U P P O R T F R Y S L Â N B E L E I D S P L A N 2 0 1 5-2 0 1 7 SAMEN STA JE STERK SUPPORT FRYSLÂN BELEIDSPLAN 2015-2017 INLEIDING Maatjesproject Support Fryslân startte in 2001 als onderdeel van Solidair Fryslân. Per 1 januari 2014 is Support Fryslân een zelfstandige

Nadere informatie

Mei 2016 Wout Neutel. Rapportage van het onderzoek naar de ervaringen met en mening over huisbezoeken in het onderwijs

Mei 2016 Wout Neutel. Rapportage van het onderzoek naar de ervaringen met en mening over huisbezoeken in het onderwijs Mei 2016 Wout Neutel Rapportage van het onderzoek naar de ervaringen met en mening over huisbezoeken in het onderwijs Aanleiding. Op 21 mei 2015 hield Verus-voorzitter Wim Kuiper tijdens de landelijke

Nadere informatie

1. De Vereniging - in - Context- Scan... 2. 2. Wijk-enquête... 3. 3. De Issue-scan en Stakeholder-Krachtenanalyse... 4. 4. Talentontwikkeling...

1. De Vereniging - in - Context- Scan... 2. 2. Wijk-enquête... 3. 3. De Issue-scan en Stakeholder-Krachtenanalyse... 4. 4. Talentontwikkeling... Meetinstrumenten De meetinstrumenten zijn ondersteunend aan de projecten van De Sportbank en ontwikkeld met de Erasmus Universiteit. Deze instrumenten helpen om op een gefundeerde manier te kijken naar

Nadere informatie

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011 Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan Aan de Waterkant 2008-2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Evaluatiekader 3 1.2 Leeswijzer 3 2 Vrijwilligerswerk Oostzaan 4 2.1 De situatie toen 4 2.2 De

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs

Ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs Ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs Een goede relatie tussen ouders en school komt het leerresultaat ten goede en dat is wat we allemaal willen! Convenant Impuls Kwaliteitsverbetering Onderwijs

Nadere informatie

Thuismentor voor brugklassers

Thuismentor voor brugklassers Thuismentor voor brugklassers Bent u op zoek naar vrijwilligerswerk dat past bij uw opleiding, achtergrond en levenservaring? Wilt u uw kennis en vaardigheden inzetten om kwetsbare jongeren op weg te helpen

Nadere informatie

Van speciaal naar regulier onderwijs: een hele overstap! Het Congres 29 november 2013

Van speciaal naar regulier onderwijs: een hele overstap! Het Congres 29 november 2013 Van speciaal naar regulier onderwijs: een hele overstap! Het Congres 29 november 2013 #speciaalgewoon Wie bent u? Wie zijn wij? Aleid Schipper Maartje Reitsma Jos Vinders en Kees Verweij Van terugplaatsen

Nadere informatie

Werkend leren in de jeugdhulpverlening

Werkend leren in de jeugdhulpverlening Werkend leren in de jeugdhulpverlening en welzijnssector Nulmeting Samenvatting Een onderzoek in opdracht van Sectorfonds Welzijn Bernadette Holmes-Wijnker Jaap Bouwmeester B2796 Leiden, 1 oktober 2003

Nadere informatie

Manifest. voor de intensieve vrijwilligerszorg

Manifest. voor de intensieve vrijwilligerszorg Manifest voor de intensieve vrijwilligerszorg Manifest voor de intensieve vrijwilligerszorg Meer dan 15.000 mensen zijn vrijwilliger bij een Waarom dit manifest? organisatie voor Vrijwillige Thuishulp,

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

In de les praten over relaties en seksualiteit. Hoe maak je het makkelijk en leuk!

In de les praten over relaties en seksualiteit. Hoe maak je het makkelijk en leuk! In de les praten over relaties en seksualiteit Hoe maak je het makkelijk en leuk! Hoe kunt u leerlingen ondersteunen en leert u hen verantwoorde keuzes te maken op het gebied van relaties en seksualiteit?

Nadere informatie

Speciaal Gewoon overstappen van speciaal naar regulier onderwijs. Cees de Wit, Maartje Reitsma Schoolpsychologencongres 2014

Speciaal Gewoon overstappen van speciaal naar regulier onderwijs. Cees de Wit, Maartje Reitsma Schoolpsychologencongres 2014 Speciaal Gewoon overstappen van speciaal naar regulier onderwijs Cees de Wit, Maartje Reitsma Schoolpsychologencongres 2014 Wie zijn jullie? Wie zijn wij? Recht op onderwijs dat is gericht op: - de ontplooiing

Nadere informatie

Mentoringproject vmbo-leerlingen Hengelo. Een extra steun in de rug

Mentoringproject vmbo-leerlingen Hengelo. Een extra steun in de rug Mentoringproject vmbo-leerlingen Hengelo Een extra steun in de rug Kom naar de informatieavond op maandag 18 december 2006 Het mentoringproject voor vmbo-leerlingen Het is voor jongeren niet altijd eenvoudig

Nadere informatie

Aanbod Huiswerkbegeleiding Educatief Centrum de IJssel Apeldoorn 2015-16

Aanbod Huiswerkbegeleiding Educatief Centrum de IJssel Apeldoorn 2015-16 Aanbod Huiswerkbegeleiding Educatief Centrum de IJssel Apeldoorn 2015-16 Huiswerkbegeleiding voor leerlingen van het Voortgezet onderwijs Wat bieden wij aan? - Geschikte ruimte waar kinderen in alle rust

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Bonus: Hoe goed ben jij momenteel?

Bonus: Hoe goed ben jij momenteel? Bonus: Hoe goed ben jij momenteel? Blad 1 van 20 Hoe goed ben jij momenteel? Iedereen kan zijn leiderschapsvaardigheden aanzienlijk verbeteren met een beetje denkwerk en oefening. Met deze test krijg je

Nadere informatie

Enquête stichting Parentes Zoetermeer

Enquête stichting Parentes Zoetermeer Enquête stichting Parentes Zoetermeer In de afgelopen weken hebt u de mogelijkheid gehad om d.m.v. onze enquête uw stem te laten horen over diverse punten die spelen binnen onze stichting Parentes. In

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Doe mee met Mentoren op Zuid

Doe mee met Mentoren op Zuid Doe mee met Mentoren op Zuid Extra mentor- en coachingervaring opdoen? Cursusjaar 2014-2015 1 Mentoren op Zuid 2605 (incl. Honoursprogramma).indd 1 26-5-2014 11:47:20 Kom naar de voorlichting op vrijdag

Nadere informatie

Mats Werkt! WWW.MATSWERKT.NL DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER.

Mats Werkt! WWW.MATSWERKT.NL DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER. Mats Werkt! DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER. WWW.MATSWERKT.NL Mats werkt: Dé cursus voor het begeleiden van mensen met een arbeidsbeperking op de werkvloer.

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid MVV 29 per januari 2013

Vrijwilligersbeleid MVV 29 per januari 2013 Vrijwilligersbeleid MVV 29 per januari 2013 1. Inleiding Voetbalvereniging MVV 29 bestaat dankzij vrijwilligers. De ene vrijwilliger besteedt meer tijd aan MVV 29 dan een ander, maar dat geeft niet. Iedere

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Verslag ouderavond FIT(s) OP DE KRING

Verslag ouderavond FIT(s) OP DE KRING Verslag ouderavond FIT(s) OP DE KRING In gesprek met elkaar. Uitwerking van de stellingen. De onderstaande stellingen hebben we deze avond besproken onder elke stelling staan een aantal opmerkingen die

Nadere informatie

Wat is het effect van mentoring?

Wat is het effect van mentoring? Wat is het effect van mentoring? Februari 2016 HET IS AANNEMELIJK DAT MENTORING DE WERKLOOSHEID ONDER MIGRANTENJONGEREN KAN VERMINDEREN De werkloosheid onder jongeren van niet-westerse herkomst is veel

Nadere informatie

Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning

Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning Evaluatierapport Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning Bevindingen van leraren en leerlingen Drs. Gerard Baars Inleiding In de tweede helft van 2008 is op zes basisscholen in Rotterdam

Nadere informatie

EERLIJKE MENING: ANONIMITEIT: ONDERDELEN

EERLIJKE MENING: ANONIMITEIT: ONDERDELEN Deze vragenlijst sluit aan op de vragenlijst die je eerder hebt ingevuld over wetenschap en techniek in het basisonderwijs. Door de eerste en de tweede vragenlijst van een groep leerkrachten te vergelijken

Nadere informatie

Regeling toelating en begeleiding van 5 havo naar 5 vwo of 6 vwo.

Regeling toelating en begeleiding van 5 havo naar 5 vwo of 6 vwo. Regeling toelating en begeleiding van 5 havo naar 5 vwo of 6 vwo. Inleiding. Van toepassing is de Procedure toelating, schorsing en verwijdering van Het Erasmus (2006). Doelen en resultaten: Met de regeling

Nadere informatie

Rapport onderzoek Afgevaardigden

Rapport onderzoek Afgevaardigden 1. Inleiding Op 30 november 2012 (herinnering op 12 december) hebben 28 afgevaardigden en 1 oudafgevaardigde van Badminton Nederland een mailing ontvangen met daarin een link naar de enquête Afgevaardigden

Nadere informatie

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Subsidie School's cool en Coachproject ROC.

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Subsidie School's cool en Coachproject ROC. Openbaar Onderwerp Subsidie School's cool en Coachproject ROC Programma / Programmanummer Onderwijs / 1073 BW-nummer Portefeuillehouder H. Beerten Samenvatting De afgelopen jaren is door de stichting School

Nadere informatie

Verzamelen gegevens: december 2013

Verzamelen gegevens: december 2013 Verzamelen gegevens: december 2013 Interpretatie gegevens: april/mei 2014 Organisatiebeschrijving Inzowijs richt zich op de begeleiding van kinderen en jongeren in de leeftijd van 2 t/m 23 jaar. De problematiek

Nadere informatie

Doe de competentiecheck! Voor coördinatoren en begeleiders van vrijwilligers

Doe de competentiecheck! Voor coördinatoren en begeleiders van vrijwilligers oe de competentiecheck! Voor coördinatoren en begeleiders van vrijwilligers Wat maakt u tot een goede vrijwilligerscoördinator? Welke competenties moet u in huis hebben om vrijwilligers aan te sturen en

Nadere informatie

Stichting leerkracht: elke dag samen een beetje beter

Stichting leerkracht: elke dag samen een beetje beter Stichting leerkracht: elke dag samen een beetje beter Wat is leerkracht? Stichting leerkracht is een organisatie van enthousiaste experts uit het onderwijs en bedrijfsleven die scholen helpt in het ontwikkelen

Nadere informatie

Planmatig samenwerken met ouders

Planmatig samenwerken met ouders Ouderparticipatie Team Planmatig samenwerken met ouders Samen vooruit! Tamara Wally Tamara Wally (MSc.) is werkzaam bij de CED- Groep. Ze werkte mee aan de publicatie Samen vooruit, over planmatig werken

Nadere informatie

Ouders op (be)zoek. Feedback van ouders op de online aangeboden informatie van Opvoeden.nl. december 2011. door: in opdracht van:

Ouders op (be)zoek. Feedback van ouders op de online aangeboden informatie van Opvoeden.nl. december 2011. door: in opdracht van: Ouders op (be)zoek Feedback van ouders op de online aangeboden informatie van Opvoeden.nl december 2011 door: in opdracht van: Inhoudsopgave Voorwoord blz. 3 1. Onderzoeksgroep blz. 4 2. Simulaties blz.

Nadere informatie

Nieuwsbrief onderzoek Jeugd, Zorg en Sport

Nieuwsbrief onderzoek Jeugd, Zorg en Sport Nieuwsbrief onderzoek Jeugd, Zorg en Sport April 2015 Het onderzoeksproject Jeugd, Zorg en Sport van Wageningen University, FlexusJeugdplein, Rotterdam Sportsupport, het Nederlands Instituut voor Sport

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

Rapport Voorbeeld adviseur. Voorbeeld adviseur2. voorbeeld Rapportage

Rapport Voorbeeld adviseur. Voorbeeld adviseur2. voorbeeld Rapportage Rapport Voorbeeld adviseur Naam Adviseur Voorbeeld adviseur2 voorbeeld Rapportage Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Detail overzicht

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Beginmeting 2014 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, september

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken in het Voortgezet onderwijs

Opbrengstgericht werken in het Voortgezet onderwijs Opbrengstgericht werken in het Voortgezet onderwijs Wat is opbrengstgericht werken? Opbrengstgericht werken is het systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van de prestaties van leerlingen.

Nadere informatie

Academische opleiding leraar basisonderwijs

Academische opleiding leraar basisonderwijs 2015 2016 Academische opleiding leraar basisonderwijs ACADEMISCHE OPLEIDING LERAAR BASISONDERWIJS Vind jij het inspirerend om aan kinderen les te geven? Ben je geïnteresseerd in onderzoek naar verschillen

Nadere informatie

Mentorprojecten en migrantenjeugd

Mentorprojecten en migrantenjeugd Mentorprojecten en migrantenjeugd Effecten en werkzame factoren Mentorprojecten en migrantenjeugd: effecten en werkzame factoren Mieke van t Hoog, ISW Corine van Egten, E-Quality Aafje Dotinga, ISW Saskia

Nadere informatie

Geachte lezer, Veel plezier bij het lezen van het rapport! Hartelijke groet, VictorMundi.com Jeroen Sakkers

Geachte lezer, Veel plezier bij het lezen van het rapport! Hartelijke groet, VictorMundi.com Jeroen Sakkers Geachte lezer, Met gepaste trots presenteren wij u hierbij het eerste ZZP Barometer-rapport van 2011. De ZZP Barometer is de structurele en onafhankelijke onderzoeksmonitor voor en over zzp'ers, freelancers

Nadere informatie

2. Ik ken verschillende argumenten om scholen te overtuigen van het belang van de monitor.

2. Ik ken verschillende argumenten om scholen te overtuigen van het belang van de monitor. Hand-out Leerdoelen Geef aan waar je staat 1 = dit geldt niet voor mij 2 = dit geldt enigszins voor mij 3 = dit geldt sterk voor mij 4 = dit geldt zeer sterk voor mij 1 2 3 4 1. Ik heb een helder beeld

Nadere informatie

Jeroen Groenewoud. Het rolmodellenproject

Jeroen Groenewoud. Het rolmodellenproject Jeroen Groenewoud Het rolmodellenproject Inhoud presentatie Aanleiding project Theoretische achtergrond Inhoud rolmodellenproject Ervaringen en uitkomsten onderzoek Werving rolmodellen en randvoorwaarden

Nadere informatie

SAMENVATTING onderzoek. Playing for Success

SAMENVATTING onderzoek. Playing for Success SAMENVATTING onderzoek SAMENVATTING onderzoek is een naschools programma voor leerlingen uit de groepen 6, 7 en 8 van de basisschool die (tijdelijk) minder goed functioneren op school dan zij zouden kunnen.

Nadere informatie

Als u besluit tot deelname aan de training, is het belangrijk om die helemaal af te ronden (verhindering bij ziekte uitgezonderd).

Als u besluit tot deelname aan de training, is het belangrijk om die helemaal af te ronden (verhindering bij ziekte uitgezonderd). Stoppen met roken Samen stoppen met roken In het kader van uw Flow revalidatieprogramma gaat u stoppen met roken. Het is een essentieel onderdeel van uw revalidatie. Samen met u gaan we er alles aan doen

Nadere informatie

Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst!

Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst! Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst! Taal doet meer In Utrecht wonen meer dan 15.000 volwassenen

Nadere informatie

Werkboek. In 7 stappen aan de slag met maatschappelijke stage. Maatschappelijke stage in en rond de kerk. In 7 stappen

Werkboek. In 7 stappen aan de slag met maatschappelijke stage. Maatschappelijke stage in en rond de kerk. In 7 stappen kerk en stage Maatschappelijke stage in en rond de kerk In 7 stappen Werkboek In 7 stappen aan de slag met maatschappelijke stage Inhoudsopgave In zeven stappen aan de slag met maatschappelijke stage 4

Nadere informatie

ABC - Ambulant Behandelcentrum

ABC - Ambulant Behandelcentrum ABC - Ambulant Behandelcentrum Als het thuis en/of op school dreigt vast te lopen Informatie voor verwijzers Kom verder! www.ln5.nl Vergroten van sociale competenties. Vergroten zelfbeeld/zelfvertrouwen.

Nadere informatie

Hoofdlijn advies. Wat vind jij? Laat het ons weten op: Persoonlijke ontwikkeling. Basiskennis en -vaardigheden. Vakoverstijgend leren

Hoofdlijn advies. Wat vind jij? Laat het ons weten op: Persoonlijke ontwikkeling. Basiskennis en -vaardigheden. Vakoverstijgend leren Hoofdlijn advies Taalvaardig Rekenvaardig Digitaal vaardig Sociaal vaardig Persoonlijke ontwikkeling Basisvaardigheden Basiskennis en -vaardigheden Natuur & technologie Mens & maatschappij Taal & cultuur

Nadere informatie

Plan van Aanpak. Servicepunt Vrijwilligerswerk Hengelo. Onderdeel. Maatschappelijke Stage

Plan van Aanpak. Servicepunt Vrijwilligerswerk Hengelo. Onderdeel. Maatschappelijke Stage Plan van Aanpak Servicepunt Vrijwilligerswerk Hengelo Onderdeel Maatschappelijke Stage 2012 Concept 0.2 Inhoud Deel I Kaders 1. Inleiding 2. Doelgroep 3. Doelstelling 4. Kerntaken 4.1 Makelen en verbinden

Nadere informatie

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands Proefschrift Marieke Heers (gepromoveerd 3 oktober in Maastricht; promotoren prof.dr. W.N.J. Groot en prof.dr. H. Maassen van den Brink)

Nadere informatie

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen Rapportage Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen In opdracht van: Mediawijzer.net Datum: 22 november 2013 Auteurs: Marieke Gaus & Marvin Brandon Index Achtergrond van het onderzoek 3 Conclusies

Nadere informatie

Nulmeting ouderbetrokkenheid. Handleiding bij vragenlijsten ouderbetrokkenheid

Nulmeting ouderbetrokkenheid. Handleiding bij vragenlijsten ouderbetrokkenheid Nulmeting ouderbetrokkenheid Handleiding bij vragenlijsten ouderbetrokkenheid 1 Ouderbetrokkenheid in beeld Met behulp van deze vragenlijst ouderbetrokkenheid kunnen Rotterdamse scholen voor basis- en

Nadere informatie

Helpt u Utrechtse brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs?

Helpt u Utrechtse brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs? Helpt u Utrechtse brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs? In Utrecht verlaten jaarlijks zo n 600 risicojongeren de basisschool. Dit zijn jongeren die om verschillende redenen

Nadere informatie

HET VOORKÓMEN VAN HANDECZEEM

HET VOORKÓMEN VAN HANDECZEEM HET BELANG VAN ONZE HANDEN Het is wellicht iets waar niemand iedere dag bij stilstaat, maar onze handen zijn erg belangrijk. Zonder handen zouden we dagelijkse klusjes onmogelijk kunnen uitvoeren en zou

Nadere informatie

Maatschappelijke Stage. Ledenpeiling Verus

Maatschappelijke Stage. Ledenpeiling Verus Maatschappelijke Stage Ledenpeiling Verus 15 30 september 2015 Inleiding Begin vorig jaar besloot de Tweede Kamer de verplichte Maatschappelijke Stage in het voortgezet onderwijs en de bijbehorende bekostiging

Nadere informatie

Ontwikkelingen in de vrijwillige inzet. Resultaten onderzoek onder lidorganisaties Mezzo

Ontwikkelingen in de vrijwillige inzet. Resultaten onderzoek onder lidorganisaties Mezzo Ontwikkelingen in de vrijwillige inzet Resultaten onderzoek onder lidorganisaties Mezzo Aanleiding In de ledenraadsvergadering van 22 september 2015 is met de ledenraad van Mezzo de afspraak gemaakt dat

Nadere informatie

Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016

Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016 Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016 INHOUD 1. INLEIDING... 3 2. INFORMATIE FAALANGST... 3 3. SELECTIEPROCEDURE... 4 4. TRAINING... 5 5. ORGANISATIE... 5 Handboek Leerlingbegeleiding

Nadere informatie

TRAININGSCENTRUM. Schakel naar een passend vervolgtraject. Voor jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 16 tot 23 jaar

TRAININGSCENTRUM. Schakel naar een passend vervolgtraject. Voor jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 16 tot 23 jaar TRAININGSCENTRUM Schakel naar een passend vervolgtraject Voor jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 16 tot 23 jaar Wat is een Trainingscentrum? Bij de Trainingscentra van Lijn5

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Cliëntenparticipatie bij het ontwikkelen van kwaliteitsinstrumenten in de zorg

Cliëntenparticipatie bij het ontwikkelen van kwaliteitsinstrumenten in de zorg Cliëntenparticipatie in de zorg VOLLEDIGE Definitiekaart VOLLEDIGE Argumentenkaart VOLLEDIGE Optiekaart Definitiekaart Cliëntenparticipatie Wat is in de zorg en wat zijn de doelen hiervan? Deze kaart biedt

Nadere informatie

Marieke de Vries. 20 september 2006. 360 feedback

Marieke de Vries. 20 september 2006. 360 feedback Marieke de Vries 0 september 006 60 feedback Inhoudsopgave Inleiding Basisgegevens van de rapportage Geselecteerde competenties Toelichting overzichten 6 Algemeen overzicht 8 Gedetailleerd overzicht 9

Nadere informatie

Proeve van Bekwaamheid. kerntaak 2. Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep

Proeve van Bekwaamheid. kerntaak 2. Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep Proeve van Bekwaamheid kerntaak 2 Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep ROC van Amsterdam,augustus 2007 Voorwoord Voor u ligt een proeve van bekwaamheid voor

Nadere informatie

Kenniskringbijeenkomst Projectleiders Mentoring

Kenniskringbijeenkomst Projectleiders Mentoring Kenniskringbijeenkomst Projectleiders Mentoring Datum:29 maart 2011 Locatie: Sardes, St. Jacobsstraat 63 Utrecht Verslag: Marianne van Teunenbroek (Sardes),februari 2011 Doel van de kenniskring is het

Nadere informatie

Training Resultaatgericht Coachen

Training Resultaatgericht Coachen Training Resultaatgericht Coachen met aandacht voor zingeving Herken je dit? Je bent verantwoordelijk voor de gang van zaken op je werk. Je hebt alle verantwoordelijkheid, maar niet de bijbehorende bevoegdheden.

Nadere informatie

Er staat veel op het spel bij selectie voor de geneeskundeopleiding. Slechts 6-30% van de kandidaten kan toegelaten worden tot de opleiding en selecti

Er staat veel op het spel bij selectie voor de geneeskundeopleiding. Slechts 6-30% van de kandidaten kan toegelaten worden tot de opleiding en selecti Samenvatting Er staat veel op het spel bij selectie voor de geneeskundeopleiding. Slechts 6-30% van de kandidaten kan toegelaten worden tot de opleiding en selectieprocedures zijn over het algemeen prijzig.

Nadere informatie

Opleidingsprogramma het keukentafelgesprek

Opleidingsprogramma het keukentafelgesprek Kennis van de Overheid Opleidingsprogramma het keukentafelgesprek Zorg voor Zorgen dat! Leren gekanteld werken Het werk van de professional in de frontlinie van zorg en welzijn verandert ingrijpend. Niet

Nadere informatie

De lerende Overblijf Medewerker

De lerende Overblijf Medewerker Whitepaper tussenschoolse opvang Overblijf Academie Maart 2014 Inleiding Deze whitepaper is bedoeld voor schoolleiders, directies en besturen in het primair onderwijs in Nederland die willen weten hoe

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

Stageplaza.nl. Nationaal Docentenonderzoek De Ruyterkade 106 II 1011 AB Amsterdam Tel : Fax : I :

Stageplaza.nl. Nationaal Docentenonderzoek De Ruyterkade 106 II 1011 AB Amsterdam Tel : Fax : I : Nationaal Docentenonderzoek 2008 Stageplaza.nl Gepubliceerd door: B. Schotanus & B. Rooijendijk De Ruyterkade 106 II 1011 AB Amsterdam Tel : 020 755 43 33 Fax : 020 422 20 22 I : www.stageplaza.nl april

Nadere informatie

Onderzoek Alcohol en Zwangerschap

Onderzoek Alcohol en Zwangerschap Pagina 1 Onderzoek Alcohol en Zwangerschap Juni 2011 - Nieuwsbrief Nr 3 Beste verloskundige en assistente, Dit is de derde nieuwsbrief over het onderzoek Alcohol en Zwangerschap van het Nederlands Instituut

Nadere informatie

Rapport Persoonlijke Effectiviteit i360. Test Kandidaat

Rapport Persoonlijke Effectiviteit i360. Test Kandidaat Rapport Persoonlijke Effectiviteit i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding

Nadere informatie

Link met het secundair onderwijs

Link met het secundair onderwijs Link met het secundair onderwijs 1. Instroomprojecten 'Tutoraat' en 'Klimop' De moeizame doorstroom in het secundair onderwijs en de instroom naar het hoger onderwijs van kansarme en allochtone jongeren

Nadere informatie

Een Positieve Klas resultaten Duhamel College Den Bosch

Een Positieve Klas resultaten Duhamel College Den Bosch Een Positieve Klas resultaten Duhamel College Den Bosch Mentoren van Duhamel College Den Bosch (vmbo) hebben het programma Een Positieve Klas in het schooljaar 2011-2012 uitgevoerd met eerste en tweede

Nadere informatie

Jaar 3: Deelrapportage 4. Werkbevlogenheid docenten Montaigne Lyceum, mei 2010

Jaar 3: Deelrapportage 4. Werkbevlogenheid docenten Montaigne Lyceum, mei 2010 Programmalijn: Expeditie Durven, Delen, Doen: Onderwijs is populair, personeel is trots Jaar 3: Deelrapportage 4 Onderwijsontwikkeling Montaigne Lyceum Werkbevlogenheid docenten Montaigne Lyceum, mei 2010

Nadere informatie

Introductie 1. Waarvoor hebben de studenten een mentor nodig? 2. Wie kan mentor worden? Iemand die:

Introductie 1. Waarvoor hebben de studenten een mentor nodig? 2. Wie kan mentor worden? Iemand die: Mentor informatie Introductie Het Mentoringprogramma is voor studenten die een begeleidingsvraag hebben. Deze begeleidingsvraag kan zeer divers van aard zijn en heeft te maken met schoolse-, persoonlijke

Nadere informatie

Resultaten leesmonitor 2015 De Bieb op School. maart 2016

Resultaten leesmonitor 2015 De Bieb op School. maart 2016 Resultaten leesmonitor 2015 De Bieb op School maart 2016 Inleiding Eind 2014 ging in het kader van de structurele samenwerking tussen het bovenschoolse management van het basisonderwijs in de Zaanstreek

Nadere informatie

Werkbladen. Wat werkt in de pleegzorg?

Werkbladen.  Wat werkt in de pleegzorg? Werkbladen www.nji.nl/watwerkt Wat werkt in de pleegzorg? Wat werkt in de pleegzorg? Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft in de publicatie Wat werkt in de pleegzorg? wat er uit wetenschappelijk onderzoek

Nadere informatie

Klantenpanel RVO.nl Resultaten peiling 36: Koopsubsidie Januari 2016

Klantenpanel RVO.nl Resultaten peiling 36: Koopsubsidie Januari 2016 Klantenpanel RVO.nl Resultaten peiling 36: Koopsubsidie Januari 2016 1. Inleiding Deze nieuwsbrief beschrijft de resultaten van de gebruikerspeiling over de regeling Koopsubsidie. Meer specifiek gaat het

Nadere informatie

Zie je nou wel dat ik het tóch kan!

Zie je nou wel dat ik het tóch kan! Quote leerling: Zie je nou wel dat ik het tóch kan! Uit meerdere onderzoeken blijkt dat op de scholen in Nederland relatief veel leerlingen blijven zitten. In 2012 besloten de VO-raad en CNV Onderwijs

Nadere informatie

CarePower Cliënttevredenheidsonderzoek CarePower 2013/14

CarePower Cliënttevredenheidsonderzoek CarePower 2013/14 CarePower Cliënttevredenheidsonderzoek CarePower 2013/14 Datum : 01-02-2014 Auteur : Jaap Noorlander, Joris van Nimwegen Versie : 2 1 Inhoudsopgave Inleiding... Pagina 3 Vraagstelling... Pagina 3 Methode

Nadere informatie

Arjan Clijsen, Noëlle Pameijer & Ad Kappen

Arjan Clijsen, Noëlle Pameijer & Ad Kappen Met handelingsgericht werken opbrengstgericht aan de slag 1. Inleiding Arjan Clijsen, Noëlle Pameijer & Ad Kappen Wat is de samenhang tussen handelingsgericht werken (HGW) en opbrengstgericht werken (OGW)?

Nadere informatie

Vraag & Antwoord. Tevredenheidsmetingen Scholengroep Veluwezoom 2013

Vraag & Antwoord. Tevredenheidsmetingen Scholengroep Veluwezoom 2013 Vraag & Antwoord Tevredenheidsmetingen Scholengroep Veluwezoom 2013 Thema Vraag Antwoord Algemeen Wat meet het Scholengroep Veluwezoom richt zich op maximale talentontwikkeling en het vergroten van de

Nadere informatie

PIEP zei de muis. Martha de Jonge (Trimbos-instituut) Yteke Braaksma (Stichting Welzijn Amersfoort) Petra Havinga (Trimbos-instituut) KOPP-KVO Quizzz

PIEP zei de muis. Martha de Jonge (Trimbos-instituut) Yteke Braaksma (Stichting Welzijn Amersfoort) Petra Havinga (Trimbos-instituut) KOPP-KVO Quizzz PIEP zei de muis Martha de Jonge (Trimbos-instituut) Yteke Braaksma (Stichting Welzijn Amersfoort) Petra Havinga (Trimbos-instituut) KOPP-KVO Quizzz Vraag 1: Waar staat KOPP voor? Antwoord 1 : Kids Of

Nadere informatie

Mentorschap bestuurders in Fryslân West

Mentorschap bestuurders in Fryslân West Mentorschap bestuurders in Fryslân West 1. Inleiding: De portefeuillehouders SoZaWe van de 7 gemeentes in NW-Fryslân hebben uitgesproken, na een oproep daartoe in VFG-verband, zich in te willen zetten

Nadere informatie

Passend Onderwijs voor de kinderen op school: samen met ouders en leerkracht

Passend Onderwijs voor de kinderen op school: samen met ouders en leerkracht Passend Onderwijs voor de kinderen op school: samen met ouders en leerkracht Vanaf 1 augustus is de Wet passend onderwijs van kracht. De school van uw kind/uw school is aangesloten bij het samenwerkingsverband

Nadere informatie

Deze nieuwsbrief is bestemd voor de professionals jonge kind van de Utrechtse basisscholen, peutercentra en kinderdagverblijven.

Deze nieuwsbrief is bestemd voor de professionals jonge kind van de Utrechtse basisscholen, peutercentra en kinderdagverblijven. Deze nieuwsbrief is bestemd voor de professionals jonge kind van de Utrechtse basisscholen, peutercentra en kinderdagverblijven. Colofon Het project Nu voor later is een gezamenlijk project van schoolbesturen

Nadere informatie

Begeleid zelfstandig wonen. Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking

Begeleid zelfstandig wonen. Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking Begeleid zelfstandig wonen Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking Melius Zorg - Tel: 010 842 2526 - Email: info@meliuszorg.nl - Kenmerken begeleiding (LVB-) Jongeren Melius Zorg biedt

Nadere informatie

Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Petri Embregts

Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Petri Embregts Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking Petri Embregts Inhoud Waarom een kans in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking? Inzetbaarheid en effectiviteit

Nadere informatie