Tweede Kamer der Staten-Generaal

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Herziening van de bepalingen betreffende het Nederlandse muntwezen (Muntwet 1986) IMr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING HET ALGEMENE GEDEELTE Inleiding Reeds geruime tijd leeft de wens om de Muntwet 1948 (Stb. I 1 56) en de wet van 22 december 1955, Stb. 618, houdende bepalingen omtrent het toezicht op en de zorg voor de zaken van de munt, aan te passen aan de huidige omstandigheden en om van deze twee wetten een harmonieus en afgeslankt geheel te maken, waardoor een doelmatiger wet- en regelgeving wordt verwezenlijkt. Met name ten aanzien van de Muntwet 1948 bestaat de behoefte aan een nieuwe integrale wetgeving na de wijzigingen die er na de inwerkingtreding daarvan in zijn aangebracht. Daarnaast moet de wet van 22 december 1955 worden aangepast aan nieuwe ontwikkeling bij 's Rijks Munt. Geschiedenis a. De Muntwet 1948 De Muntwet 1948, die op 1 augustus 1948 in de plaats kwam van de Muntwet 1901, had ten doel orde de scheppen in de toestand, waarin het Nederlandse muntwezen zich bevond als gevolg van de maatregelen die in de Tweede Wereldoorlog door de bezetter waren genomen. Tevens werden de toen geldende bepalingen vervangen door een stelsel dat meer in overeenstemming was met de verhoudingen en opvattingen, die op het gebied van het muntwezen toen werden gehuldigd. Zo werd in de Muntwet 1948 het stelsel van de gouden standaard losgelaten. Als uitvloeisel hiervan werden de vrij aanmuntbare gouden standaardmunten van vijf en tien gulden afgeschaft. De gouden dukaat bleef vanuit historisch oogpunt en vanwege het gebruik als handelspenning in het voormalige Nederlands-lndië gehandhaafd als munt zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel. In nauw verband met de afschaffing van de gouden standaard werd in de nieuwe muntwet ook gebroken met het instituut van de tekenmunt (munt met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel tot onbeperkt bedrag); hiermee werd de status van de rijksdaalder en de gulden van wettig betaalmiddel tot ieder bedrag teruggebracht tot die van pasmunt, dat wil zeggen tot wettig betaalmiddel tot beperkt bedrag. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 1

2 De zilveren halve gulden (eveneens een tekenmunt) kwam niet meer in de nieuwe muntwet voor, omdat deze munt nooit een plaats van betekenis in de Nederlandse muntcirculatie had ingenomen. Tegelijkertijd werden het twee-en-een-halve-centstuk en het halve centstuk afgeschaft, mede doordat de algemene stijging van het prijsniveau de laatst genoemde munt overbodig had gemaakt. Door bovenstaande veranderingen werd het aantal Nederlandse munten teruggebracht van twaalf tot zeven. Vanuit praktisch oogpunt werd de cupronikkelen vierkante stuiver vervangen door een bronzen ronde stuiver. De onzekerheid over een redelijke stabiliteit van de zilverprijs betekende, dat een veilige marge tussen intrinsieke waarde en nominale waarde onvoldoende kon worden gewaarborgd en daarom werden het vooroorlogse zilveren kwartje en zilveren dubbeltje vervangen door nieuwe nikkelen munten. Eveneens werd besloten vooralsnog geen zilveren rijksdaalders en guldens aan te maken en de uitgifte van muntbiljetten op basis van het nog geldende Besluit uitgifte muntbiljetten van 4 februari 1943, Stb. D 67, te continueren. Na haar inwerkingtreding is de Muntwet een aantal malen gewijzigd. Zo werden bij de wet van 13 mei 1 954, Stb. 220, zilveren guldens en rijksdaalders van verkleind formaat ingevoerd. Vanaf respectievelijk en 1961 werden deze munten in omloop gebracht. Vanwege de snelle stijging van de zilverprijs werden in 1967 de nikkelen gulden en rijksdaalder in de Muntwet 1948 geïntroduceerd. Deze munten kwamen respectievelijk vanaf 1968 en 1970 in circulatie. Omdat er bezwaren waren tegen formaat en gewicht van de zilveren rijksdaalder was de nikkelen rijksdaalder kleiner dan de zilveren. De buitenomloopstelling van de zilveren rijksdaalders en guldens vond per 1 januari 1973 plaats. Omdat de cent zijn functie als betaalmiddel door de daling van de koopkracht vrijwel had verloren, werd deze in buiten omloop gesteld. Ter gelegenheid van het feit dat in mei 1970 voor de 25ste maal het einde van de oorlog werd herdacht, werd in dat jaar als gedenkmunt een zilveren tienguldenstuk met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel in de Muntwet 1948 opgenomen en uitgegeven. Ook ter gelegenheid van de viering van het zilveren jubileum van de regering van Koningin Juliana in 1973 werd een zilveren tienguldenstuk uitgegeven. In maart 1982 is in de Muntwet 1948 een vijftigguldenmunt opgenomen met de bedoeling munten van deze waarde van tijd tot tijd uit te geven, indien daarvoor een bijzondere aanleiding bestaat. Hiermee werd tegemoet gekomen aan de maatschappelijke behoefte aan uitgiften binnen de Nederlandse muntreeks met een bijzonder of herdenkingskarakter. Gezien de schommelingen in de zilverprijs werd een muntwaarde gekozen, waarbij zowel aansluiting werd gevonden bij de bestaande casu quo voorgenomen reeks van munten en bankbiljetten als waarbij voldoende ruimte zou (blijven) bestaan tussen zilverprijs en nominale waarde om ook in de toekomst een munt te maken. Het al in de Muntwet 1948 voorkomende tienguldenstuk voldeed niet meer aan deze laatste voorwaarde. Mede in het kader van het voorgenomen beleid ten aanzien van bijzondere muntuitgiften werd in 1983 het recht tot aanmaak van gouden dukaten door particulieren uit de wet geschrapt en uitsluitend aan de Staat voorbehouden. Hierbij speelde ook de behoefte een rol de dukaat regelmatig en tegen redelijke prijs beschikbaar te kunnen stellen. b. De wet van 22 december 1955 Op 1 januari 1958 trad in werking de wet van 22 december 1955, Stb. 618, houdende bepalingen omtrent het toezicht op en de zorg voor de zaken van de munt. Deze wet kwam in de plaats van de wet van 18 mei 1901 (Stb. 130) en sloot meer aan op de gewijzigde inrichting van het Nederlandse muntwezen, zoals dat in de Muntwet 1948 is vervat. Voor de wet van 1901 was de aanmaak van munten geregeld volgens het entre Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 2

3 prisestelsel. Bij dit stelsel dreef een van rijkswege aangestelde muntmeester als privaatrechtelijk persoon, onder toezicht van een Muntcollege voor eigen rekening de muntfabricage in het gebouw van 's Rijks Munt. Met ingang van de wet van 1901 werd de muntmeester ambtenaar en kwam de muntfabricage voor rekening van de Staat. De inrichting van 's Rijks Munt en de taken en verantwoordelijkheden werden in detail geredigeerd. Dit zogenaamde regiestelsel dat bij vorengenoemde wet werd ingesteld, bleef bij de wet van 1955 in hoofdlijnen gehandhaafd. In laatstgenoemde wet en in de algemene maatregel van bestuur (Besluit van 24 december 1957, Stb. 560) op grond van artikel 4 van die wet, zijn uitgebreide regelen opgenomen betreffende het beheer van 's Rijks Munt, de controle op de produktie van munten en medailles, rekening en verantwoording van munt- en medaillematerialen, alsmede het onderzoek (achteraf) naar gewicht en gehalte, zoals vastgesteld in de Muntwet 1948, van elke partij vervaardigde munten. De achtergrond van de herziening van de muntwetten De Muntwet 1984 vindt zijn oorsprong in de voormalige artikelen 73 en 191 van de Grondwet (artikel 73: De Koning heeft het recht van munt. Hij vermag zijn beeltenis op de muntspeciën te doen stellen; art. 191: Het gewicht, het gehalte en de waarde der muntspeciën worden door de wet geregeld) en de wet van 22 december 1955 in het voormalige artikel 192 van de Grondwet (Het toezicht en de zorg over de zaken van de munt, en de beslissingen der geschillen over het allooi, essaai en wat dies meer zij, worden door de wet geregeld). In de herziene Grondwet zijn deze artikelen niet meer opgenomen. Wel is een nieuw artikel 106 opgenomen dat luidt: «De wet regelt het geldstelsel». Het doen vervallen van genoemde artikelen wordt als volgt toegelicht (Tweede Kamer, zitting , , nr. 3): «Wij menen dat deze artikelen, die in hun onderlinge verband goeddeels zijn afgestemd op de in de vorige eeuw heersende monetaire aangelegenheden, niet moeten worden gehandhaafd. De bepalingen in artikel 73 betreffende bevoegdheden van de Koning ten aanzien van de munt hebben in de bestaande Grondwet al geen duidelijke betekenis, aangezien de artikelen 191 en 192 de bevoegdheden met betrekking tot de munt aan de wetgever toekennen. De in die artikelen neergelegde bevoegdheden achten wij inmiddels zo vanzelfsprekend dat zij in een beknopte Grondwet niet meer behoeven te worden vermeld.» In deze memorie van toelichting wordt verder nog opgemerkt, dat aan artikel 191 mede de bedoeling ten grondslag heeft gelegen te waken tegen manipulatie van het betaalmiddel door de uitvoerende macht. Hiermee wordt onder meer gedoeld op het terugbrengen van het goudgehalte van de gouden munten of het zilvergehalte van de zilveren munten, waardoor met een zelfde hoeveelheid goud of zilver meer munten kunnen worden aangemaakt. Ondanks het feit dat gouden munten als betaalmiddel niet meer in de Muntwet 1948 voorkwamen en aan de zilveren munten de hoedanigheid van betaalmiddel tot onbeperkt bedrag werd ontnomen, bleven toch nog vele van de oude bepalingen rond gouden en zilveren munten in de beide muntwetten gehandhaafd. Het nieuwe artikel 106 is in de Grondwet opgenomen na aanneming van een desbetreffend amendement van de heren Wöltgens en Van Amelsvoort (15 468, nr. 11). Een overweging voor dit amendement was, dat anders door het vervallen van de genoemde artikelen elke bepaling van monetaire aard in de Grondwet zou ontbreken. Ik ben van mening dat er, nu de genoemde artikelen 73, 191 en 192 van de Grondwet zijn vervangen door het nieuwe artikel 106, gestreefd moet worden naar een beter in de huidige tijd passende muntwetgeving die de mogelijkheid biedt in de toekomst flexibeler en doelmatiger op gewijzigde omstandigheden in te spelen. Dit streven zal er voorts op Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 3

4 gericht moeten zijn de huidige muntwetgeving te schonen van bepalingen die hun oorsprong vinden in de monetaire omstandigheden van de vorige eeuw. In samenhang met andere voorstellen kan een vereenvoudiging en integratie van de muntwetgeving worden bereikt. De wijzigingen Het in de wet vastleggen van de nominale waarden van de Nederlandse munten en van bepalingen omtrent gewicht, gehalte en middellijn betekent dat aanpassingen via de procedure van een wetswijziging dienen te geschieden. De garantie die het wettelijk vastleggen van genoemde bepalingen moet geven tegen manipulatie met het betaalmiddel, is naar mijn oordeel voor het huidige muntgeld, mede gelet op de rol die het muntgeld nu in het betalingsverkeer vervult, niet meer nodig. Als extra argument voeg ik daaraan toe, dat ten aanzien van het uiterlijk en de vormgeving van de monetair veel belangrijkere bankbiljetten alleen is bepaald, dat De Nederlandsche Bank N.V. de vorm en de hoegrootheid van de uit te geven bankbiljetten vaststelt (artikel 12 van de Bankwet 1948). In het onderhavige wetsontwerp wordt daarom voorgesteld ook voor munten de procedure te vereenvoudigen door de nominale waarden en de bepalingen omtrent gewicht, gehalte en afmetingen bij algemene maatregel van bestuur te doen vaststellen. Hierdoor wordt het - uiteraard zonder dat dit tot een minder stabiel muntbeleid zal ieiden en zonder dat aan de logische, historisch gegroeide, opbouw van de reeks wordt getornd - mogelijk gewenste veranderingen in de muntreeks op eenvoudiger wijze te realiseren. De reorganisatie van 's Rijks Munt heeft geleid tot een organisatiestructuur met een doelmatiger produktieproces, waarbij de rol van 's Rijks Muntmeester bij het bedrijfseconomische beleid is verduidelijkt en verruimd. In dit kader past, onder de eindverantwoordelijkheid van de Minister van Financiën, een eigen - bedrijfstechnische - verantwoordelijkheid van 's Rijks Muntmeester voor het eindprodukt van 's Rijks Munt. Het wordt nu als minder zinvol gezien de bedrijfsmatige inrichting van het industriële proces en de kwaliteitscontrole op het eindprodukt expliciet in de wetgeving te regelen, waardoor veel van hetgeen bij en krachtens de wet van 1955 is bepaald niet meer in het voorstel voorkomt. Ter zake van de controle op het eindprodukt van 's Rijks Munt merk ik nog het volgende op. De aparte status van de afdeling Controle (artikel 3, wet van 1955) is een overblijfsel uit de tijd dat 's Rijks Muntmeester als particulier aanmuntingen verrichtten ten behoeve van het Rijk. Toen in 1901 de muntfabricage voor rekening van de Staat ging plaatsvinden, werd de controle op het eindprodukt niet meer verricht door een externe controle-instantie, maar overgedragen aan een controlerende afdeling van 's Rijks Munt. De controle op gewicht en gehalte van gouden en zilveren munten door een externe deskundige (de Waarborg) bleef gehandhaafd. Tot de taken van de afdeling Controle, zoals vastgelegd in de formatie van 's Rijks Munt, behoort en zal blijven behoren onder meer de controle op gewicht en gehalte van de munten in het bijzonder en in zijn algemeenheid op de kwaliteit van de produkten van 's Rijks Munt. Het in de wet of lagere regeling opnemen van stringente bepalingen ten aanzien van de controle en de functie van de afdeling Controle acht ik hiervoor niet noodzakelijk. Ik ben van mening dat er ruimte bestaat voor een tweede gouden munt naast de dukaat, zoals ik ook al aankondigde in mijn commentaar op het advies van de commissie Contouren Numismatisch Beleid. Zowel het advies als het commentaar werden op 27 september 1985 toegezonden aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Beleid ten Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 4

5 aanzien van bijzondere muntuitgiften, Tweede Kamer, vergaderjaar , 19233, nr. 1). Ik stel daartoe voor de dubbele dukaat in de wet op te nemen, die evenals de dukaat, hoewel in mindere mate, een historische rol heeft gespeeld. Dereguleringsaspecten Het voorstel van wet voorziet in de vervanging van de Muntwet 1948 (Stb. I 1 56) en de wet van 22 december 1 955, Stb Op basis van de nieuwe wet zullen drie algemene maatregelen van bestuur en drie koninklijke besluiten moeten worden vastgesteld. Ter vervanging van het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 6 van de Muntwet 1948 zal op basis van de voorgestelde artikelen 3 en 4 bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld: de nominale waarden van de Nederlandse munten, de bedragen tot welke de munten de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben en de zogenaamde technische specificaties. Mogelijk kunnen genoemde drie aspecten in één algemene maatregel worden gecombineerd. De huidige negen koninklijke besluiten betreffende de vaststelling van de overige bestanddelen van de beeldenaars van de Nederlandse munten zullen kunnen worden vervangen door één besluit, waarin de bestanddelen van alle sinds 1948 uitgegeven munten, voor zover nog wettig betaalmiddel zijnde, worden opgenomen en waarin de bestanddelen van de beeldenaars van nieuw uit te geven munten kunnen worden opgenomen. De algemene maatregel van bestuur van 24 december 1957, Stb. 560, houdende nadere regelen omtrent de inrichting van de dienst van 's Rijks Munt kan naar het oordeel van de ondergetekende komen te vervallen, evenals de bepalingen omtrent de controle op het eindprodukt van 's Rijks Munt. Voor de motivering verwijs ik naar het hoofdstuk «De wijzigingen» hiervoor. Het ontdoen van de wetten van verouderde ballast en de voorgestelde versoepelingen van in het bijzonder de organisatorische regelgeving passen in het dereguleringsstreven. Delegatie wordt, in het kader van dit streven, in het voorstel aan banden gelegd. Omdat de noodzaak van continuïteit in het functioneren van de muntvoorziening onomstreden is, zijn geen alternatieven overwogen Tenslotte merk ik nog op, dat te zijner tijd zal worden bezien welke bepalingen van de onderhavige wetgeving kunnen worden verplaatst naar het nieuwe Burgerlijk Wetboek. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Dit artikel is overgenomen van het overeenkomstige artikel in de Muntwet 1948, met dien verstande dat het begrip «muntstelsel» is vervangen door geldstelsel, aangezien de gulden ook de rekeneenheid is voor de Nederlandse bankbiljetten. Artikel 2 Evenals in artikel 2 van de Muntwet 1948 worden in dit artikel de munten van het Nederlandse muntstelsel onderscheiden in munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel. Dat de munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel deze hoedanigheid tot beperkt bedrag bezitten, ligt in de bepaling van het voorgestelde tweede lid van artikel 3 besloten. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 5

6 De dukaat en de dubbele dukaat zijn als munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel expliciet in de wet opgenomen. Door de eeuwenoude geschiedenis van met name de dukaat liggen alle specificaties vast en is wijziging niet waarschijnlijk. Dit rechtvaardigt de vermelding van deze munt in de wet en in het voetspoor ook van de dubbele dukaat. Hiermede wordt uitvoering gegeven aan het voornemen, zoals neergelegd in mijn commentaar op het advies van de commissie Contouren Numismatisch Beleid, om naast de dukaat een tweede gouden munt in te voeren. Artikel 3 Voorgesteld wordt de nominale waarden van de munten bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen. Voor de motivering verwijs ik naar hetgeen daarover in het algemene gedeelte van deze toelichting wordt opgemerkt. Het ligt overigens niet in de bedoeling wijzigingen in de muntreeks aan te brengen, behoudens de vermoedelijke toevoeging van een f 5-stuk aan de reeks van munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel. Het tweede lid van dit artikel, dat aangeeft dat de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedoelde munten tot beperkte bedragen wettig betaalmiddel zijn, komt in de plaats van artikel 6 van de Muntwet Omdat in het eerste lid van dit nieuwe artikel wordt voorgesteld de nominale waarden van de Nederlandse munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen, is de strekking van artikel 6 van de Muntwet 1948 in gewijzigde vorm overgenomen. Artikel 4 In artikel 3 van de Muntwet 1948 is een tabel opgenomen met de eisen van gewicht, gehalte en middellijn van de Nederlandse munten. Voorgesteld wordt deze technische specificaties bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen. Dit artikel is een logisch uitvloeisel van het voorstel om de onderscheiden Nederlandse munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel niet meer in de wet te regelen. Behoudens een aanpassing van de specificaties van de stuiver zullen de specificaties van de overige munten conform de huidige tabel bij artikel 3 van de Muntwet 1948, zijn. Een uitzondering ten aanzien van het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van de technische specificaties wordt gemaakt voor de dukaat en de dubbele dukaat. De dukaat is een munt met een geschiedenis van zeven eeuwen en als Nederlandse munt zijn beeldenaar en technische specificaties sinds 1586 vrijwel ongewijzigd gebleven; een wijziging van de technische specificaties wordt daarom niet voorzien, zodat de beoogde flexibiliteit met betrekking tot deze munten niet behoeft te worden ingebouwd. Artikel 5 Het nieuwe artikel 5 komt in grote lijnen overeen met het vijfde lid van artikel 4 van de Muntwet De bepalingen ten aanzien van de beeldenaars van de tienguldenmunten (artikel 4, lid 1 tot en met 3 van de Muntwet 1948) komen niet meer in de wet terug; dit is onder andere niet meer het geval, omdat in de voorgestelde wetgeving de nominale waarden van munten niet meer voorkomen. Het komt mij daarnaast in het algemeen overbodig en minder doelmatig voor alle bestanddelen van de beeldenaars van munten uitgebreid in de wet op te nemen. Zij zullen, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid van artikel 5, worden opgenomen in het op grond van dit artikel vast te stellen koninklijke besluit. Tweede Kamer, vergaderjaar , 19484, nr. 3 6

7 Een uitzondering wordt wederom gemaakt voor de dukaat en de dubbele dukaat om dezelfde redenen als bij het vorige artikel genoemd. Artikel 6 Het voorgestelde artikel 6 is een samenvoeging in aangepaste redactie van artikel 5, eerste lid, van de Muntwet 1948 en artikel 5 van de wet van Niet meer opgenomen is de bepaling dat de Minister van Financiën vaststelt tot welke aantallen de munten worden aangemaakt. De overweging daarbij is, dat de aanmaak van pasmunten in enig jaar in hoge mate afhankelijk is van de vraag naar munten. Bij de begrotingsvaststelling wordt aan de hand van de verwachte vraag de aanmaak voor enig jaar geraamd mede in verband met de aankoop van de daarvoor benodigde muntmetalen. Het vervolgens op basis van deze gegevens (nogmaals) vaststellen van de aantallen munten die mogen worden aangemaakt, zou in dat licht een zinloze toevoeging zijn. Ten aanzien van het derde lid merk ik op, dat alleen in zeer zwaarwegende gevallen en na een zorgvuldige afweging zal worden afgeweken van het vervaardigen van munten aan 's Rijks Munt. De aanmaak van extra pasmunten in 1981 bij de Royal Mint te Llantrisant in Wales als gevolg van de zeer grote vraag naar pasmunt, welke aanmaak onder controle en supervisie van 's Rijks Munt plaatsvond, vormt een voorbeeld van zo'n uitzondering. Artikel 7 Dit artikel komt in de plaats van artikel 7 van de Muntwet Omdat in het eerste lid van het nieuwe artikel 3 wordt voorgesteld de nominale waarden van de Nederlandse munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen, dienen naast de aan te wijzen kantoren ook de voorwaarden waaronder inwisseling mogelijk is bij koninklijk besluit te worden vastgesteld. Artikel 8 Artikel 8 regelt het buitenomloopstellen van munten. Naast het buitenomloopstellen van een nominale waarde, hetgeen geschiedt door aanpassing van de algemene maatregelen van bestuur op grond van de artikelen 3, eerste lid, 4 en 5, kan het daarnaast noodzakelijk zijn munten buiten omloop te stellen zonder dat de nominale waarde uit de reeks verdwijnt, indien bijvoorbeeld de technische specificaties van een munt worden gewijzigd. Artikel 9 Dit artikel is in aangepaste vorm samengesteld uit het eerste en het tweede lid van de in de Muntwet 1948 voorkomende artikelen 8 en 9. Artikel 10 Dit artikel is een samenvoeging van artikel 5, tweede lid, en artikel 10, derde lid, van de Muntwet In onderstaande tabel wordt vanaf 1975 een overzicht gegeven van de uitgaven en middelen overeenkomstig de hiervoor genoemde artikelen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 7

8 Tabel. Uitgaven en middelen overeenkomstig artikel 5, tweede lid, en artikel 10, derde lid, van de Muntwet 1948, in miljoenen guldens Uitgaven Middelen aankoop nominale nominale metaalwaarde muntmetaal waarde ont- waarde aan- ontmuntingen f muntingen f munting f f ,24 0,196' 28,80 0,252 15,41 0,046 59,15 0,005 13,39 0,059 64,40 0,006 12,96 0,053 77,90 0,004 13,49 0,061 89,90 0,010 27,42 0, ,65 0,013 43,10 0, ,50 0,013 26,75 0,086 90,40 0,010 22,95 0,102 25,30 0,019 6,33 0, ,028 1 Ontmunting zilveren guldens en rijksdaalders. Artikel 1 Dit artikel is in aangepaste vorm overgenomen van artikel 2, eerste lid, van de wet van De bepaling van het tweede lid van artikel 2 van de wet van 1955 is niet overgenomen, omdat de benoeming van 's Rijks Muntmeester geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het Algemeen Rijksambtenaren Reglement. Artikel 12 Van deze gelegenheid wordt gebruik gemaakt om de bestaande regels omtrent verslaglegging te vereenvoudigen en te vervangen door de bepaling dat 's Rijks Muntmeester aan de Minister van Financiën jaarlijks een verslag uitbrengt. Publikatie van het verslag geschiedt dan door de Minister voornoemd. De Staatssecretaris van Financiën, H. E. Koning Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 8

Artikel 1. Het muntstelsel van Suriname omvat munten en muntbiljetten. Artikel 2 1. 1. De rekeneenheid van het muntstelsel in Suriname is de dollar.

Artikel 1. Het muntstelsel van Suriname omvat munten en muntbiljetten. Artikel 2 1. 1. De rekeneenheid van het muntstelsel in Suriname is de dollar. WET van 8 april 1960 tot regeling van het muntstelsel in Suriname (G.B. 1960 no. 38), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij G.B. 1961 no. 59, G.B. 1973 no. 151, S.B/. 1976 no. 12,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19484 Herziening van de bepalingen betreffende het Nederlandse Muntwezen (Muntwet 1987) Nr. 10 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET EINDVERSLAG Ontvangen

Nadere informatie

Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr ); AB 1997 no. 34; AB 2005 no. 10; AB 2013 no. 28. Artikel 1

Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr ); AB 1997 no. 34; AB 2005 no. 10; AB 2013 no. 28. Artikel 1 Intitulé : Landsverordening regeling geldstelsel Citeertitel: Landsverordening regeling geldstelsel Vindplaats : AB 1991 no. GT 34 Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr. 2010 88); AB 1997 no. 34; AB 2005

Nadere informatie

Wij Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wet van nr. houdende de vaststelling van het Nederlandse muntstelsel in verband met de invoering van de chartale euro Wij Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 629 Vaststelling van het Nederlandse muntstelsel in verband met de invoering van de chartale euro (Muntwet 2002) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 217 Regels met betrekking tot het geldstelsel van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet geldstelsel BES) Nr. 2 VOORSTEL

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van ( ), directie Financiële Markten;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van ( ), directie Financiële Markten; Besluit van houdende toestemming als bedoeld in de artikelen 4, derde lid, en 9, aanhef en onderdeel c, van de Bankwet 1998 in verband met de overdracht van publieke taken betreffende munten aan De Nederlandsche

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1981-1982 16 716 Het Muntbeleid Nr.3 De vroegere stukken zijn gedrukt in de zitting 1980-1981 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 22 september 1981 De vaste Commissie

Nadere informatie

De gulden is lang niet zo oer-hollands als je denkt FTM

De gulden is lang niet zo oer-hollands als je denkt FTM De gulden is lang niet zo oer-hollands als je denkt FTM ftm.nl De gulden is lang niet zo oer-hollands als je denkt FTM Edin Mujagic 8-10 minuten Bij de gulden denkt u hoogstwaarschijnlijk aan de Nederlandse

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 23 900 IXB Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 1995 Nr. 12 BRIEF

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2016 508 Besluit van 9 december 2016, houdende toestemming als bedoeld in de artikelen 4, derde lid, en 9, aanhef en onderdeel c, van de Bankwet 1998

Nadere informatie

Deze Portugese gouden munt was vanaf 1785 een belangrijke handelsmunt op Curaçao. Bij introductie was de munt 90 realen waard.

Deze Portugese gouden munt was vanaf 1785 een belangrijke handelsmunt op Curaçao. Bij introductie was de munt 90 realen waard. Gouden Johannis Voor betalingen van grote bedragen werd met name de in Brazilië geslagen Portugese gouden Johannis gebruikt, vernoemd naar koning Johan V (1706-1750) van Portugal, die het goudstuk in 1722

Nadere informatie

De voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

De voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

COMMISSE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

COMMISSE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ***** COMMISSE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 22.12.1998 COM(1998) 801 def. 98/ 0364(CNB) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de monetaire regelingen in de Franse territoriale gemeenschappen

Nadere informatie

EENIGE AANVULLINGEN OP DE ENCYCLOPAED1E VAN WEST-INDIE

EENIGE AANVULLINGEN OP DE ENCYCLOPAED1E VAN WEST-INDIE EENIGE AANVULLINGEN OP DE ENCYCLOPAED1E VAN WEST-INDIE HET MUNTWEZEN IN SURINAME DOOR C. R. WEIJTINGH Kort na het uitbreken van den wereldoorlog in 1914 werd den Gouverneur bij Verordening van 18 Augustus

Nadere informatie

BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap, en de Republiek San Marino

BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap, en de Republiek San Marino RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 juli 2001 (09.07) (OR. it) 10622/01 UEM 71 ECOFIN 193 BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1981-1982 17 315 Wijziging van de Muntwet 1948 (invoering van een vijftigguldenstuk) Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen 26 februari 1982 De vaste

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228 INGEKOMEN DOCUMENT Betreft: monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 200 Wet van 26 maart 1998, houdende nieuwe bepalingen inzake De Nederlandsche Bank N.V. in verband met het Verdrag tot oprichting van de Europese

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 832 Wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met de wijziging van de aanwijzingsvoorwaarden voor deelneming in het ABP Nr. 3 Het advies

Nadere informatie

taatsblad ~an het Koninkrijk der Nederlanden

taatsblad ~an het Koninkrijk der Nederlanden taatsblad ~an het Koninkrijk der Nederlanden aargang 1992 171 Besluit van 3 april 1992, houdende wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 606 Het onderbrengen van de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, in de aanspraken op grond van de Algemene

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 770 Invoering van en aanpassing van wetgeving aan de Vaststellingswet titel 7.10 Burgerlijk Wetboek (arbeidsovereenkomst) (Invoeringswet titel

Nadere informatie

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 974/98 over de invoering van de euro

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 974/98 over de invoering van de euro RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 december 2005 (OR. en) 14883/05 Interinstitutioneel dossier: 2005/0145 (CNS) UEM 205 ECOFIN 370 OC 877 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: VERORDENING

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 652 Besluit van 6 december 2001, houdende vaststelling van regels met betrekking tot verwisseling en intrekking van bankbiljetten door De Nederlandsche

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 5 Besluit van 17 december 2007, houdende wijziging van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de wijziging van de hoogte van

Nadere informatie

A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD

A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD MINISTERIËLE REGELING, MET ALGEMENE WERKING, van de 17 de januari 2012 tot wijziging van de Gezamenlijke beschikking AOV/AWW en loonbelasting 1976 1 DE MINISTER VAN FINANCIËN

Nadere informatie

CONCEPT-WIJZIGING GR-OddV versie 20 oktober 2015

CONCEPT-WIJZIGING GR-OddV versie 20 oktober 2015 Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen; Overwegende dat per 1

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 21 april 2011

No.W /III 's-gravenhage, 21 april 2011 ... No.W06.11.0108/III 's-gravenhage, 21 april 2011 Bij Kabinetsmissive van 8 april 2011, no.11.000859, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van

Nadere informatie

A 2014 N 3 (G.T.) PUBLICATIEBLAD

A 2014 N 3 (G.T.) PUBLICATIEBLAD A 2014 N 3 (G.T.) PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 10 de januari 2014, no. 14/0032, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Eilandsverordening corporate governance. Op voordracht van

Nadere informatie

Nieuwe regeling inzake het Nederlandse muntwezen.

Nieuwe regeling inzake het Nederlandse muntwezen. 487 2 3 Artikel 8. (1) Munten, welke anders dan door slijting in gewicht zijn verminderd, worden in 's Rijks schatkist niet aangenomen. (2) Niemand is gehouden deze munten aan te nemen. Artikel 9. (1)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 873 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verduidelijking van de artikelen 297a en 297b Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 1 Het advies

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 722 Voorstel van wet van het lid Van der Steur tot het stellen van regels omtrent de registratie en de bevordering van de kwaliteit van mediators

Nadere informatie

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 856 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1977-1978 15 099 Goudherwaardering Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 13juli 1978

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2016 481 Besluit van 23 november 2016, houdende wijziging van het Reisbesluit buitenland, het Algemeen Rijksambtenaren reglement en het Reglement

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2007 258 Besluit van 3 juli 2007, houdende aanpassing van enige fiscale uitvoeringsbesluiten Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 16 034 (R 1138) Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake het koningschap

Nadere informatie

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van,

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van, Besluit van., houdende wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de verlaging van de leeftijdsgrens voor de toepasselijkheid van het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 403 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2013) Nr. 12 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 25 816 Regels inzake een regulerende heffing op het gebruik van wegen in de Randstad tijdens spitsuren (Wet op het rekeningrijden) Nr. 8 NOTA VAN

Nadere informatie

A. De opheffing en de liquidatie van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden.

A. De opheffing en de liquidatie van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. A. De opheffing en de liquidatie van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. Bepalingen van belang: Artikel 1 Wgr. 1. De raden, de colleges

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 073 Wet houdende een nieuwe regeling voor verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 215 Besluit van 26 april 2012, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 19836 Nieuwe bepalingen met betrekking tot provincies (Provinciewet) Nr. 12 VIERDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 7 mei 1990 Het gewijzigd voorstel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 312 Besluit van 14 juni 2011 tot instelling van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba (Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Aruba)

Nadere informatie

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van, kenmerk ;

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van, kenmerk ; AMBTELIJK CONCEPT 09-01-2015 Besluit van houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 in verband met de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 828 Wijziging van de Wet milieubeheer (reparatie milieueffectrapportage) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Algemeen Dit wetsvoorstel bevat technische

Nadere informatie

A. De opheffing en de liquidatie van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden.

A. De opheffing en de liquidatie van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. A. De opheffing en de liquidatie van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. Bepalingen van belang: Artikel 1 Wgr. 1. De raden, de colleges

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 659 Besluit van 13 december 2012, houdende de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een aantal artikelen van de Wet dieren,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 710 Besluit van 29 september 2010 tot instelling van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der

Nadere informatie

Gelet op artikel 6g1, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 12b, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES:

Gelet op artikel 6g1, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 12b, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES: Besluit van tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO en het Inrichtingsbesluit WVO BES in verband met vakanties en andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd Op de voordracht van de Staatssecretaris

Nadere informatie

Dit advies, gedateerd 3 april 2015, nr. W /l, bied ik U hierbij aan.

Dit advies, gedateerd 3 april 2015, nr. W /l, bied ik U hierbij aan. Nr. WJZ/877024(6633) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en

Nadere informatie

AMBTELIJK VOORONTWERP Memorie van Toelichting

AMBTELIJK VOORONTWERP Memorie van Toelichting AMBTELIJK VOORONTWERP Memorie van Toelichting 1. Inleiding Dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid voor coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen om te kiezen voor een monistisch bestuursmodel.

Nadere informatie

1/2. Verenigde Vergadering Regeling van het ouderlijk gezag over de minderjarige Koning en het toezicht daarop. Vergaderjaar

1/2. Verenigde Vergadering Regeling van het ouderlijk gezag over de minderjarige Koning en het toezicht daarop. Vergaderjaar Verenigde Vergadering 1/2 Vergaderjaar 2013 2014 00012 Regeling van het ouderlijk gezag over de minderjarige Koning en het toezicht daarop Nr. 3 Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State

Nadere informatie

21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/1. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing)

21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/1. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) 21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/1 I (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) VERORDENING (EG) Nr. 2182/2004 VAN DE RAAD van 6 december 2004 betreffende op

Nadere informatie

D/W ONDERWIJSRAAD ZEVENDE AFDELING O.R. 53 W.V.O. 8 januari I970.

D/W ONDERWIJSRAAD ZEVENDE AFDELING O.R. 53 W.V.O. 8 januari I970. ONDERWIJSRAAD SECRETARIAAT: BEZUIDENHOUTSEWEG 125 'S-GRAVENHAGE TEL. 070-83 61 94 O.R. 53 W.V.O. Bericht op schrijven vanj I4 november 1969, kenmerk BVO/j-164549. Betreffende: ontwerp algemene maatregel

Nadere informatie

A 2015 N 48 PUBLICATIEBLAD. In naam van de Koning! De Gouverneur van Curaçao,

A 2015 N 48 PUBLICATIEBLAD. In naam van de Koning! De Gouverneur van Curaçao, A 2015 N 48 PUBLICATIEBLAD LANDSVERORDENING van de 15 de september 2015 houdende de aanwijzing van de interne accountant van de Regering van Curaçao In naam van de Koning! De Gouverneur van Curaçao, In

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Financiële Markten Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 075 Aanpassing van wetten in verband met de vervanging van de gulden door de euro (Veegwet euro) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN Het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 681 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met versnelde invoering toets nieuwe opleiding Nr.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1997 30 Besluit van 16 januari 1997, houdende uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken)

Nadere informatie

Besluit van houdende regels ter uitvoering van artikel 36 van de Politiewet 2012 (Besluit verdeling sterkte en middelen politie)

Besluit van houdende regels ter uitvoering van artikel 36 van de Politiewet 2012 (Besluit verdeling sterkte en middelen politie) Besluit van houdende regels ter uitvoering van artikel 36 van de Politiewet 2012 (Besluit verdeling sterkte en middelen politie) Op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van * 2012, nummer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 945 (R 1737) Goedkeuring van het op 28 mei 1999 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake

Nadere informatie

A 2017 N 70 PUBLICATIEBLAD. In naam van de Koning! De Gouverneur van Curaçao,

A 2017 N 70 PUBLICATIEBLAD. In naam van de Koning! De Gouverneur van Curaçao, A 2017 N 70 PUBLICATIEBLAD LANDSVERORDENING van de 24 ste augustus 2017 houdende wijziging van de Landsverordening Sociaal Economische Raad In naam van de Koning! De Gouverneur van Curaçao, In overweging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 200 20 32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 116 Besluit van 28 maart 2013 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging regelingen SVB 0 Wij Beatrix,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 813 De gevolgen van de privatisering van het ABP voor de pensioenen en uitkeringen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding (Wet gevolgen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 278 Wijziging van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 naar aanleiding van de evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van deze

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 991 Wijziging van oek 5 van het urgerlijk Wetboek en de Woningwet in verband met het plegen van onderhoud door verenigingen van eigenaars Nr.

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 juni 2005 (OR. en) 9550/05 UEM 130 ECOFIN 175

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 juni 2005 (OR. en) 9550/05 UEM 130 ECOFIN 175 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 juni 2005 (OR. en) 9550/05 UEM 130 ECOFIN 175 INGEKOMEN DOCUMENT van: mevrouw Patricia BUGNOT, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie ingekomen:

Nadere informatie

Consultatieversie. Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding

Consultatieversie. Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding Wijziging van de wet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een constitutionele basis voor de openbare

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 70 Besluit van 11 februari 2014, houdende de inschrijfvergoeding en retributies voor het handelsregister (Financieel besluit handelsregister

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 180 Besluit van 8 april 2014 tot wijziging van het Besluit Nationale Unesco Commissie inzake de nieuwe Koninkrijksverhoudingen, de uitvoeringspraktijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 29 036 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 met het oog op de vereenvoudiging, modernisering en harmonisering van de ter zake van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 559 Intrekking van de invoeringswet Wet werk en bijstand Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN Doel van voorliggend voorstel is in het kader

Nadere informatie

VERORDENING WERKGEVERSCOMMISSIE EX ARTIKEL 83 GEMEENTEWET. De raad van de gemeente Leeuwarden;

VERORDENING WERKGEVERSCOMMISSIE EX ARTIKEL 83 GEMEENTEWET. De raad van de gemeente Leeuwarden; VERORDENING WERKGEVERSCOMMISSIE EX ARTIKEL 83 GEMEENTEWET De raad van de gemeente Leeuwarden; gelet op artikel 83, eerste lid, de artikelen 107 tot en met 107e, artikel 156 van de Gemeentewet en afdeling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal Vergaderjaar 1988-1989 20 895 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (verlaging van het algemene tarief) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Algemeen Waar in 1988 een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 321 Besluit van 4 juli 2001 tot wijziging van het Besluit tenuitvoerlegging geldboetevonnissen, het Besluit tenuitvoerlegging ontnemings- en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1978-1979 15 534 Wisselkoersarrangement Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 20

Nadere informatie

Artikelgewijze toelichting. Inleiding

Artikelgewijze toelichting. Inleiding Toelichting bij de 8 e wijziging van de Regeling Omgevingsdienst West-Holland Wijzing van de Regeling Omgevingsdienst West-Holland, in werking per 1 oktober 2014 Inleiding De omvang en werkwijze van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994±1995 24 257 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de reorganisatie van de raden voor de kinderbescherming

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 174 Besluit van 4 mei 2015 tot vaststelling van het tijdstip van gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3051

ECLI:NL:CRVB:2016:3051 ECLI:NL:CRVB:2016:3051 Instantie Datum uitspraak 12-08-2016 Datum publicatie 16-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/6172 WWAJ Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 524 Besluit van 26 september 1995, houdende wijziging van het Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie Wij Beatrix, bij de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 217 Regels over de documentatie van vennootschappen (Wet documentatie vennootschappen) A OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN DE

Nadere informatie

2016/ Uw brief van: 28 september 2016 Ons nummer: Willemstad, 31 oktober 2016

2016/ Uw brief van: 28 september 2016 Ons nummer: Willemstad, 31 oktober 2016 Aan De Raad van Ministers Dtkv: De Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn Mevr. R. Larmonie-Cecilia Prinsenstraat 86 Curaçao Uw nummer (letter): Onderwerp: Bijlage(n): 2016/038349 Uw brief

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 360 Besluit van 29 augustus 2000, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw in verband met voortzetting ziekenfondsverzekering

Nadere informatie

Artikel 13b, eerste lid Eveneens onder verwijzing naar het voorgaande: of 75 en onderscheidenlijk de Hoge Raad' dient te vervallen.

Artikel 13b, eerste lid Eveneens onder verwijzing naar het voorgaande: of 75 en onderscheidenlijk de Hoge Raad' dient te vervallen. Excellentie, Met uw brief van 23 april 2008 hebt u ons ter consultatie toegezonden het conceptwetsvoorstel Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie. Het conceptwetsvoorstel geeft ons aanleiding

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 23066 Wijziging van de Brandweerwet 1985 in verband met de oprichting van het Nederlands bureau brandweerexamens ADVIES RAAD VAN STATE Aan de Koningin

Nadere informatie

SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD ADVIES INZAKE WIJZIGING VAN DE WET OP DE ONDERNEMINGSRADEN MET BETREKKING TOT DE INSTELLING VAN GROEPSONDERNEMINGSRADEN SER)

SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD ADVIES INZAKE WIJZIGING VAN DE WET OP DE ONDERNEMINGSRADEN MET BETREKKING TOT DE INSTELLING VAN GROEPSONDERNEMINGSRADEN SER) SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD ADVIES INZAKE WIJZIGING VAN DE WET OP DE ONDERNEMINGSRADEN MET BETREKKING TOT DE INSTELLING VAN GROEPSONDERNEMINGSRADEN SER) UITGAVE VAN DE SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD 1973, no. 14-19

Nadere informatie

Aan dtkv. 10 juni 2015 17 juni 2015

Aan dtkv. 10 juni 2015 17 juni 2015 Aan dtkv De Raad van Ministers De Minister van Economische Ontwikkeling De heer Stanley M. Palm AmiDos Building, Pletterijweg 43 Alhier Uw nummer (letter): 2015/027730 2015/027741 2015/029746 Uw brieven

Nadere informatie

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 22ste maart 1994 ter uitvoering van artikel 358 van het burgerlijk wetboek. Datum ondertekening

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 22ste maart 1994 ter uitvoering van artikel 358 van het burgerlijk wetboek. Datum ondertekening Zoek regelingen op overheid.nl Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 22ste maart 1994 ter uitvoering van artikel

Nadere informatie

2013 no. 39 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

2013 no. 39 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA 2013 no. 39 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, van 5 juli 2013 ter uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Landsverordening regeling geldstelsel (AB 1991 no. GT

Nadere informatie

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME Wet van... houdende nadere wijzigingen van de Grondwet van de Republiek Suriname (S.B. 1987 No.116, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B.1992 No.38) ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME In overweging

Nadere informatie

Deze memorie van antwoord wordt gegeven mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken.

Deze memorie van antwoord wordt gegeven mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken. EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL Vergaderjaar 2016/17 34 512 Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen (Wet samen sterker door vereenvoudiging

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2017 212 Besluit van 22 mei 2017 tot wijziging van het Besluit burgerlijke stand 1994 in verband met de akte als bedoeld in artikel 19i, eerste lid,

Nadere informatie

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries Advies Gemeenteraad Westland Prof. mr. D.J. Elzinga Mr. dr. F. de Vries Inhoud Casus... 2 Vragen... 2 Benoeming van publieke bestuurders... 3 Onduidelijkheid in wet- en regelgeving... 4 Dubbele geheimhouding?...

Nadere informatie