Volksgezondheidsmonitor Utrecht GEMARGINALISEERDE GROEPEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Volksgezondheidsmonitor Utrecht GEMARGINALISEERDE GROEPEN"

Transcriptie

1 Volksgezondheidsmonitor Utrecht THEMARAPPORT GEMARGINALISEERDE GROEPEN Jaap Toet 1, Dick Reinking 2, Ronald Smit 2, Gerard van der Meer 2 Februari 2003 GEMEENTELIJKE GENEESKUNDIGE EN GEZONDHEIDSDIENST UTRECHT Jaarbeursplein 17 Postbus GK Utrecht Telefoon (030) Afdeling Bestuur en Bedrijf, Bureau Epidemiologie en Informatie 2. Afdeling Maatschappelijke Gezondheidsbevordering & Zorg

2

3 Inhoud Samenvatting Inleiding Achtergrond Cijfers Utrecht Inleiding Dak- en thuislozen Drugsverslaafden Alcoholisten Zelfverwaarlozers Zwerfjongeren Chronische psychiatrische patiënten zonder adequaat zorgaanbod Illegalen Beschouwing cijfers Algemeen Dak- en thuislozen Drugsverslaafden Alcoholisten Zelfverwaarlozers Zwerfjongeren Chronische psychiatrische patiënten zonder adequaat zorgaanbod Illegalen Beperkingen beschikbare lokale informatie Huidig beleid en activiteiten van de GG&GD Utrecht Vangnetfunctie Versterking OGGz Oplossingsrichtingen...39 Literatuur...41 Bijage: Actieplannen bij nota's...45 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 1

4 2 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

5 Samenvatting In 2001 is door het Bureau Epidemiologie en Informatie (BEI) van de GG&GD Utrecht de Volksgezondheidsmonitor Utrecht (VMU) ontwikkeld. De VMU heeft tot doel bestaande, nieuwe en te verwachten gezondheidsproblemen te signaleren en beschrijven, dit ter ondersteuning van beleid. Naast vooral cijfermatige gegevens over de gezondheidstoestand van Utrechters, geeft dit rapport een globaal inzicht in het huidige beleid en recente ontwikkelingen. Begripsomschrijving In dit themarapport staan de gemarginaliseerde groepen centraal. Het gaat dan om mensen die: - niet of niet voldoende instaat zijn om in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien (dak boven het hoofd, voedsel, inkomen, sociale contacten, zelfverzorging, enz.); - meerdere problemen tegelijkertijd hebben, waaronder bijvoorbeeld tekortschietende zelfverzorging, sociaal isolement, vervuiling van woonruimte en/of van woonomgeving, gebrek aan vaste of stabiele woonruimte, schulden, psychische en verslavingsproblemen; - vanuit de optiek van professionele hulpverleners niet de zorg krijgen die zij nodig hebben om zich in de samenleving te handhaven, en geen op de reguliere hulpverlening passende hulpvraag hebben waardoor vaak sprake is van ongevraagde bemoeienis of hulpverlening. De verschillende gemarginaliseerde groepen die aan bod komen zijn: dak- en thuislozen: drugsverslaafden; alcoholisten; zelfverwaarlozers; zwerfjongeren; chronische psychiatrische patiënten zonder adequaat zorgaanbod en illegalen. Dak- en thuislozen In Utrecht zijn naar schatting personen dakloos (schatting 1998). Bijna allen zijn man, ongehuwd en al vele jaren dakloos. Tweederde slaapt regelmatig buiten en velen zijn ooit in aanraking met justitie geweest. De meest voorkomende problemen bij deze groep zijn: (genees)middelenmisbruik, huidaandoeningen, luchtweginfecties en psychische stoornissen (o.a. depressie, schizofrene stoornis). Er zijn geen recente gegevens uit de hulpverlening beschikbaar. Drugsverslaafden De schattingen van het aantal drugsverslaafden in Utrecht lopen uiteen van 570 tot 950. In Utrecht is relatief veel bekend over deze groep omdat er sinds 1998 een lokale Monitor Alcohol en Drugs is. De meest voorkomende gezondheidsproblemen bij drugsverslaafden zijn: huidaandoeningen, seksueel overdraagbare aandoeningen, overige infectieziekten, longaandoeningen, gebitsklachten en psychische stoornissen (o.a. depressie, angststoornissen). Op het sociale vlak gaat het om problemen met de sociale relaties (waaronder met de familie), met werk en opleiding, huisvesting, contacten met justitie en financiële schulden. Over de periode zijn hulpverleningsgegevens over de Utrechtse drugsverslaafden beschikbaar. De belangrijkste bevindingen waren: een toename van het aantal opiaatcliënten en cocaïnecliënten en eveneens een toename van cliënten van Turkse of Marokkaanse afkomst. Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 3

6 Bij de analyses van de hulpverleningsgegevens over de periode kon geen onderscheid gemaakt worden tussen de reguliere en de justitiële hulpverlening (GAVO e.d.). Bij de in 2003 uit te voeren analyses van de hulpverleningsgegevens over de periode zal dit wel gebeuren. Alcoholisten In Utrecht zijn naar schatting zo n alcoholisten. Een kleine groep van circa 100 chronische alcoholisten zorgt voor veel overlast in de stad (voornamelijk in en rond Hoog Catharijne). De meest voorkomende gezondheidsproblemen bij alcoholisten zijn: leverziekten, psychische stoornissen, bepaalde vormen van kanker, hart- en vaatziekten en ontsteking van de pancreas. Op het sociale vlak vertonen de problemen van alcoholisten overeenkomsten met die van drugsverslaafden. In de periode is het aantal alcoholcliënten in de ambulante verslavingszorg redelijk stabiel gebleven op zo n 275 per jaar. Dit waren overwegend autochtone mannen in de leeftijdscategorie van 35 tot 55 jaar. Daarnaast kwamen nog eens 150 personen met alcoholproblemen in contact met de (poli)klinische verslavingszorg. Zelfverwaarlozers Het aantal nieuwe gevallen per jaar van zelfverwaarlozing in Utrecht in 1997 is op 700 geschat. Dit was aanzienlijk meer dan de 141 nieuwe meldingen die in 1997 gedaan zijn. Bij zelfverwaarlozers zijn de meest voorkomende problemen: sociale problemen, vervuiling van de woning, ongedierte in en rondom het huis, te grote verwaarlozing van spullen in en rondom het huis. Er is van de zelfverwaarlozers geen informatie over het gebruik van de hulpverlening beschikbaar. Zwerfjongeren De schattingen van het aantal zwerfjongeren in Utrecht lopen uiteen van 100 tot 300. Hiervan hebben tussen de 100 en 120 personen contact gehad met de hulpverlening. De Algemene Rekenkamer concludeerde reeds dat de signaleringsfunctie in Utrecht matig tot voldoende ontwikkeld is. Nader onderzoek en investeringen in de signaleringsfunctie is hier dan ook aangewezen. Chronisch Psychiatrische patiënten zonder adequaat zorgaanbod Over deze gemarginaliseerde groep is in Utrecht zeer weinig bekend. Toekomstige analyse van de gegevens van Vangnet & Advies (GG&GD afd. MGZ) kan mogelijk meer inzicht in de aard en omvang van deze gemarginaliseerde groep verschaffen. Illegalen Er zijn in Utrecht naar schatting 2600 illegalen. Welk deel hiervan gemarginaliseerd is, is niet bekend. 4 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

7 Ook is er voorlopig niets bekend over de achtergronden van deze groep. Analyse van de gegevens van Regionaal Utrechts Illegalen Samenwerkingsverband (RUIS) kan mogelijk meer inzicht in de aard en omvang van deze gemarginaliseerde groep verschaffen. Beperkingen beschikbare lokale informatie Op grond van de aanwezige kennis en inzichten leent dit themarapport zich niet voor de prioritering van gezondheidsproblemen voor beleid. Evenmin zijn trendanalyses mogelijk of uitspraken over de effecten en efficiency van interventies. Daarvoor is meer en beter gestandaardiseerde, aanvullende informatie nodig. Dit wordt erkend en vindt zijn vertaling in huidig beleid waarbij ontwikkeling van systemen voor signalering en monitoring en cliëntregistratie geprioriteerd wordt. Gezien de beschikbare kennis en informatie krijgt binnen de VMU verbeterde monitoring van gemarginaliseerde groepen hoge prioriteit. Gezondheidsbeleid Voor de vervulling van de kernopdrachten ten aanzien van de vangnetfunctie en de versterking van de OGGz zijn op regionaal en stedelijk niveau de beleidskaders geformuleerd, gevolgd door actieplannen met de status van convenanten. Sinds 2002 is daarbij voortgang geboekt door verbreding van de doelgroep van dak- en thuislozen naar alle OGGz-doelgroepen, door geografische uitbreiding van de Binnenstad naar de hele stad, door gezamenlijke afspraken over resultaten in plaats van alleen inspanningen en door financieel commitment vanuit de gemeente en in toenemende mate ook het zorgkantoor. Tezamen geven de Visienota Maatschappelijke Opvang en Sociale Verslavingszorg en de convenanten een indruk van de benodigde inhaalslag om (potentiële) uitvallers de zorg, opvang en (maatschappelijke) ondersteuning te bieden die zij nodig hebben om zo volwaardig mogelijk deel uit te maken van de Utrechtse samenleving. Monitor OGGz In de visienota van de gemeente en de convenanten wordt onder andere prioriteit gelegd bij het ontwikkelen van een monitor OGGz. Deze monitor zal als taak hebben: het volgen en beoordelen van beleid in het kader van de regiefunctie van de gemeente en het vroegtijdig signaleren van nieuwe trends en ontwikkelingen. Daarbij wordt waar mogelijk gewerkt met gegevens uit bestaande registratiesystemen. Voor de GG&GD betekent dit voortbouwen op het registratiesysteem User voor alle cliënten van Vangnet en Advies. Andere relevante ontwikkelingen zijn: indicatiestelling in de maatschappelijke opvang (project Centrale Toegang) en ten behoeve van het zorgkantoor (indicatiestelling OGGz-AWBZ), de voorgenomen ontwikkeling van een stedelijk cliëntvolgsysteem, de wettelijk verplicht gestelde registratieverplichting in de Maatschappelijke Opvang en de uitbouw van de lokale Monitor Alcohol en Drugs tot een lokale OGGz-monitor. Participatie in het landelijk experiment peilstations OGGz behoort ook tot de mogelijkheden. Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 5

8 6 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

9 1 Inleiding Volgens de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid heeft elke gemeente inzicht nodig in de gezondheidssituatie van de bevolking, hetgeen verkregen moet worden uit epidemiologisch onderzoek. De verzamelde informatie staat ten dienste van het lokale gezondheidsbeleid. Hiertoe is in 2001 door het Bureau Epidemiologie en Informatie (BEI) van de GG&GD Utrecht de Volksgezondheidsmonitor Utrecht (VMU) ontwikkeld. De VMU heeft tot doel bestaande, nieuwe en te verwachten gezondheidsproblemen te signaleren en beschrijven. Deze gegevens bieden ondersteuning bij de afweging van beleidskeuzes binnen de GG&GD. Daarnaast bevatten zij ook voor andere partijen, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie, een waardevolle informatiebron. Naast gegevens over de gezondheidstoestand van bewoners, geeft dit rapport inzicht in het huidige beleid en de interventies en worden een aantal oplossingsrichtingen aangereikt. Er is gekozen voor een thematische indeling van de VMU vanwege een optimale aansluiting op gezondheidsbeleid en de organisatiestructuur van de GG&GD Utrecht. Er zijn acht thema s geselecteerd: - jeugd, - ouderen, - infectieziekten, - geestelijke volksgezondheid volwassenen, - gemarginaliseerde groepen (bijv. verslaafden, dak- en thuislozen), - allochtonen, - gezondheidsverschillen, en - sociale en fysieke omgeving. Enige overlap tussen thema s is onvermijdelijk en indien van toepassing wordt er naar elkaar verwezen. Voor ieder thema is een themagroep samengesteld, bestaande uit één epidemioloog en meerdere medewerkers van de betrokken afdelingen binnen de GG&GD. Door deze nauwe samenwerking wordt de praktische- en beleidsrelevantie gegarandeerd, en wordt kennis gebundeld. Ook zijn medewerkers van andere instellingen en gemeentelijke diensten geraadpleegd. In 2003 zal een nieuwe Utrechtse nota VG (Volksgezondheid) verschijnen. De vier hoofdthema s van deze nota zullen worden: 1. Voorkomen is beter dan genezen (preventie) 2. Zorg op maat: kleinschalige voorzieningen dichtbij de burger 3. Vangnet: valt er een gat, dan springt de gemeente er tijdelijk in 4. Waakvlam: er is een basisvoorziening voor buitensporige situaties Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 7

10 De acht themarapporten zullen gebruikt worden als achtergronddocumentatie voor deze nota. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om in de themarapporten al concrete beleidsaanbevelingen te geven; zij leveren alleen informatie om gefundeerde beslissingen te kunnen nemen. Dit themarapport richt zich met name op het derde punt (vangnet). Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op de gemarginaliseerde groepen in het algemeen. Informatie over de verschillende groepen gemarginaliseerden wordt gepresenteerd in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 volgt een beschouwing van de gepresenteerde cijfers. Om beter te kunnen beoordelen of verandering van beleid gewenst is, worden in hoofdstuk 5 kort het huidige beleid en bestaande interventies gepresenteerd. Tenslotte zullen in hoofdstuk 6 enkele mogelijke oplossingrichtingen gegeven worden. 8 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

11 2 Achtergrond De titel van dit themarapport gemarginaliseerde groepen duidt op mensen die - bepaalde vermogens om in eigen basale levensbehoeften te voorzien niet hebben; - de goederen en diensten die nodig zijn om het eigen lichamelijk, geestelijk en emotioneel welbevinden te garanderen niet kunnen verwerven; - niet of nauwelijks kunnen terugvallen op relevante anderen om die vermogens te compenseren; - en die functioneren in de marge van de samenleving (Wolf, e.a., 2001). Andere benamingen voor de mensen die tot de gemarginaliseerde groepen behoren zijn: verkommerden en verloederden, zorgwekkende zorgmijders, sociaal kwetsbaren en maatschappelijk marginalen of gewoon mensen in de marge. Als deze mensen daadwerkelijk in de problemen komen, zullen zij uit eigen beweging veelal geen beroep doen op de hulpverlening. Dan komt de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) aan bod (in de praktijk wordt vaak ook hulp bij lichamelijke klachten aangeboden). Bij de OGGz gaat het om alle activiteiten op het terrein van de geestelijke volksgezondheid, die niet op geleide van een vrijwillige, individuele hulpvraag worden uitgevoerd (NRV, 1991). In een recent onderzoek kwamen Wolf en haar collega s tot de volgende kenmerken van gemarginaliseerde mensen (of sociaal kwetsbare mensen). Het gaat om mensen die: - niet of niet voldoende instaat zijn om in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien (dak boven het hoofd, voedsel, inkomen, sociale contacten, zelfverzorging, enz.); - meerdere problemen tegelijkertijd hebben, waaronder bijvoorbeeld tekortschietende zelfverzorging, sociaal isolement, vervuiling van woonruimte en/of van woonomgeving, gebrek aan vaste of stabiele woonruimte, schulden, psychische en verslavingsproblemen; - vanuit de optiek van professionele hulpverleners niet de zorg krijgen die zij nodig hebben om zich in de samenleving te handhaven, en geen op de reguliere hulpverlening passende hulpvraag hebben familie, buren of omstanders vragen meestal om hulp waardoor vaak sprake is van ongevraagde bemoeienis of hulpverlening. (Wolf, e.a., 2001, blz 20). Vaak worden verschillende subgroepen onderscheiden zoals, dak- en thuislozen, drugsverslaafden, alcoholisten, zelfverwaarlozers, zwerfjongeren, chronische psychiatrische patiënten zonder adequaat zorgaanbod en illegalen. Een probleem bij deze indeling in subgroepen is dat deze elkaar niet wederzijds uitsluiten (bijvoorbeeld een aanzienlijk deel van de dak- en thuislozen is verslaafd aan alcohol en/of drugs). Bij de indeling wordt ook van verschillende uitgangspunten uitgegaan. De ene keer gaat het om de huisvestingssituatie (dak- en thuislozen en zwerfjongeren), de andere keer om het soort problemen (psychiatrische problemen of middelenafhankelijkheid), het gedrag ten opzichte van de omgeving (overlastgevende zelfverwaarlozers) of de relatie ten opzichte van de hulpverlening (zorgmijders). Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 9

12 Een treffende benadering van het verschijnsel marginalisering geeft Wolf in haar inaugurele rede: ik beschouw marginalisering als het verloop en het resultaat van een chaotisch en complex krachtenspel tussen de structurele eigenschappen van de samenleving en de individuele mogelijkheden, beperkingen en aspiraties van mensen (Wolf, 2002). Het ideaal is een themarapport waarin sociaal kwetsbaren beschreven kunnen worden op een continuüm van marginalisering dat individuele, sociale en maatschappelijke dimensies omvat. De hiervoor vereiste index van sociaal kwetsbaarheid is niet voorhanden. Het redelijk alternatief is een vindplaats georiënteerde aanpak, met een indeling naar sociaal kwetsbaren op straat, binnen woonvoorzieningen, marginaal gehuisvest respectievelijk zelfstandig wonend. De beschikbare gegevens laten echter niet meer toe dan een indeling naar de volgende, elkaar overlappende subpopulaties: - dak- en thuislozen; - drugsverslaafden; - alcoholisten; - zelfverwaarlozers (woonhygiënische probleemgevallen); - zwerfjongeren; - chronische psychiatrische patiënten zonder adequaat zorgaanbod en - illegalen. 10 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

13 3 Cijfers Utrecht 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk zullen de afzonderlijke gemarginaliseerde groepen aan bod komen, waarbij we steeds per groep de situatie in Nederland, de situatie in Utrecht, risicofactoren, de meest voorkomende problemen en de beschikbare hulpverleningsgegevens bespreken. Voor niet alle groepen was informatie beschikbaar over alle vijf onderdelen. 3.2 Dak- en thuislozen Situatie in Nederland In 1995 constateerde de Gezondheidsraad dat het aantal dak- en thuislozen in Nederland niet bekend is (Gezondheidsraad, 1995). Anno 2002 geldt deze conclusie nog steeds. Wolf e.a. (2000) geven als mogelijk beste indicatie van de omvang. In contrast daarmee staan aantallen uiteenlopend van tot (Schnabel, 2000) tot het niet onderbouwde aantal van (Trouw, augustus 2002). Vermeldenswaard is verder recente onderzoek van Research voor Beleid naar het aantal verkommerden en verloederden in Nederland (Lourens, e.a., 2002). Dak- en thuislozen zijn daarbij gerekend tot deze groep. Van de ongeveer personen op wie dit predikaat van toepassing is en die via hulpverleningsregistraties te achterhalen waren zou 86% dak- of thuisloos zijn. Dit zou neerkomen op ruim dak- en thuislozen. Daarnaast schat Research voor Beleid dat er ongeveer niet-geregistreerde verkommerden en verloederden zijn. Er wordt niet aangeduid welk deel daarvan dak- of thuisloos is. Lokale schattingen hebben hetzelfde euvel als de landelijke schattingen. Verschillen in definities van dak- en thuisloosheid, uiteenlopende tel- en schattingsmethoden, meetperioden en domeinomschrijvingen hebben geleid tot onderling slecht vergelijkbare resultaten. In een aantal steden is onderzoek verricht met te controleren methoden en een definitie van dak- en thuisloosheid die aansluit op de internationale standaarden op dit gebied. Naar aantallen lopen tellingen en schattingen van dak- en thuislozen uiteen van 4500 in Rotterdam (Jansen e.a., 2002), in Den Haag (Reinking et al, 2001), ongeveer 300 buitenslapers in Amsterdam (Korf e.a.,1999), tot daklozen op straat en in opvangvoorzieningen in Utrecht (Reinking e.a., 1998). Uit deze weergave blijken al de verschillen. In Den Haag zijn ook dak- en thuislozen uit woonvoorzieningen meegenomen in de schatting, in Utrecht alleen de straatpopulatie, in Amsterdam alleen buitenslapers en dan vooral de buitenslapers in en om het centrum. Vaak wordt verondersteld dat het aantal dak- en thuislozen de afgelopen decennia is toegenomen. Gedegen onderzoek dat deze trend onderschrijft is echter niet gevonden. Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 11

14 3.2.2 Situatie in Utrecht In Utrecht is het aantal volwassen daklozen dat gedurende een maand op straat of bij opvangvoorzieningen aangetroffen kan worden, geschat op personen Reinking et al, 1998). Daarnaast zijn er geregistreerde contacten met zo n 130 jeugdige daklozen (of zwerfjongeren). In het onderzoek Opgevangen in Utrecht waaruit de hiervoor genoemde schatting komt, zijn ook de psychische en praktische problemen en hulpbehoeften van de Utrechtse daklozen onderzocht. Bijna alle daklozen zijn man en ongehuwd. Velen zijn al jaren dakloos, tweederde slaapt regelmatig buiten en velen zijn ooit met justitie in aanraking geweest. Slecht één op de vijf daklozen heeft werk en driekwart leeft onder de armoedegrens. Eerder is door een Utrechtse huisarts gerapporteerd over de contactredenen, diagnosen en verrichten bij de dak- en thuislozen die zijn spreekuur bezochten (Van der Laan, 1992). De bezoekers presenteerden relatief veel psychische en sociale problemen, vaak berustend op verslavingsproblematiek. De mogelijkheden tot diagnostiek en behandeling waren beperkt. Sinds het onderzoek van het Trimbos-instituut uit 1998 is alleen het onderzoek Een tijd op straat (Van Doorn, 2002) gepubliceerd. Dit was een longitudinaal onderzoek bij 64 personen die bij de aanvang van de studie (1993) vrijwel allen dakloos waren en tot 2000 gevolgd zijn. Een tweede cohort van 20 ex-daklozen is gevolgd tussen 1997 en Uit het onderzoek kwamen de volgende suggesties voor beleid naar voren: - aandacht richten op preventie en reïntegratie; - interventies afstemmen op cruciale fasen in de levensloop; - meer variatie in woonstandaarden aanbrengen; - sociale steunsystemen creëren; - aandacht voor behoud van of versterking van zelfrespect van daklozen Risicofactoren van dak- en thuisloosheid Wolf e.a. (2002) onderscheiden op grond van een literatuuronderzoek de volgende risico-indicatoren voor marginalisering op macro-, meso- en microniveau. Deze zijn: Macroniveau : - Lage sociaal-economische status; - Individualisering; - Nieuwe en hogere eisen die door de moderne samenleving gesteld worden. Mesoniveau: - Een instabiele en onveilige opvoedingssituatie; - Non-participatie en inactiviteit; - (cumulatie van) Levensgebeurtenissen en stressvolle voorvallen; - Het ontbreken van steun; - De afkalving van verbondenheid in wijken; - Een weinig responsieve hulpverlening; Micro-niveau: - Persoonlijke disposities en oriëntaties; 12 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

15 - Psychische en verslavingsproblemen; - Geringe competenties (Wolf, e.a., 2002; p. 65) Dit overzicht zien wij als actualisering van de risico-factoren volgens Heydendael en Nuy (1992) die zich vooral richten op de risicofactoren op micro niveau (alleenstaand zonder werk; angst, apathie en agressie; verslaving; psychopathologie; somatische aandoeningen; verstandelijk gehandicapt zijn; dementie; eenzaamheid; relatie en relatiestoornis; relaties en zorg) Meest voorkomende problemen bij dak- en thuislozen Bij daklozen op de spreekuren van de GG&GD Amsterdam bleken de volgende gezondheidsproblemen het meest frequent voor te komen (Van Laere & Buster, 2001): - huidproblemen (trauma, geïnfecteerde wonden, loopvoeten, scabies e.d.) - luchtweginfecties (sinusitis, acute bronchitis, pneunomie). Iets meer dan de helft van deze dak- en thuislozen was verslaafd aan alcohol (25%) of drugs (29%). Van der Laan (1992) noemt als meest voorkomende diagnosen (volgens de ICPC): - geneesmiddelenmisbruik; - andere psychische stoornissen; - huidinfecties; - acute bronchitis. In het Utrechtse daklozenonderzoek uit 1998 had bijna éénderde (32%) van de straatpopulatie een depressie, 15% een schizofrene stoornis en meer dan de helft (52%) had een antisociale persoonlijkheidsstoornis (Reinking e.a., 2001). Verder was iets minder dan een kwart (22%) verslaafd aan alcohol en meer dan de helft (54%) aan drugs. Bij 27% van de daklozen werd een zogenaamde dubbele diagnose (diagnose van middelengebruik of afhankelijkheid in combinatie met een depressie of een schizofrene stoornis) geconstateerd. Geconstateerd werd dat bij veel daklozen sprake is van meervoudige, ernstige problemen, waarvoor zij anno 1998 geen (adequate) hulp ontvingen Beschikbare hulpverleningsgegevens Van de opvangvoorzieningen voor dak- en thuislozen in Utrecht zijn geen reguliere gegevens beschikbaar. De gegevens die door de GG&GD in het kader van Vangnet & Advies verzameld worden, zijn eveneens nog niet beschikbaar (wordt in 2003 geanalyseerd). Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 13

16 3.3 Drugsverslaafden Situatie in Nederland Het is net als bij de dak- en thuislozen moeilijk om tot een betrouwbare schatting van het aantal drugsverslaafden in Nederland te komen. Van de verslaafden aan opiaten bestaat wel een redelijk betrouwbare schatting ( personen, Smit & Toet, 2001), maar voor verslaafden aan de overige illegale drugs wordt het al een stuk moeilijker. Dit heeft o.a. te maken met het polydruggebruik van veel drugsverslaafden (de verschillende subgroepen gaan elkaar overlappen). Veel oorspronkelijke opiaatverslaafden zijn de afgelopen jaren overgestapt op het gebruik van gekookte coke ( crack ). Tevens zijn er methodologische problemen om de verslaafden aan de overige illegale drugs (anders dan opiaten) te schatten. Wel is bekend dat het aantal personen dat zich met problemen met de overige illegale drugs bij de hulpverlening aanmeldt de laatste jaren gestegen is (zie tabel 1) Tabel 1 Aantallen inschrijvingen* bij de ambulante verslavingszorg naar middel Opiaten Cocaïne Overige drugs** *Het aantal personen is minder omdat een persoon gedurende een jaar meerdere keren ingeschreven kan staan. ** Betreft amfetaminen en XTC Bron: LADIS 2001 Het aantal personen dat jaarlijks ingeschreven stond bij de ambulante hulpverlening vanwege problemen met opiaten is sinds 1996 stabiel rond de Het aandeel van de inschrijvingen voor problemen met opiaten is van 1990 tot en met 2000 gedaald van 80% naar 62%. De ruim inschrijvingen voor problemen met cocaïne in 2000 betroffen personen. Cocaïne is belangrijker geworden voor de ambulante verslavingszorg omdat het aandeel cliënten dat problemen met dit middel heeft van 1990 t/m 2000 gestegen is van 8% naar 22%. Bij de inschrijvingen in 2000 voor problemen met overige drugs ging het om 864 personen. Om nu tot een schatting van het aantal drugsverslaafden in Nederland te komen moet er bij de geschatte opiaatverslaafden (een schatting van) het aantal verslaafden aan cocaïne of overige drugs opgeteld worden. Dit aantal kan geschat worden door uit te gaan van personen die bekend zijn bij de hulpverlening (minstens 7.000). Aangenomen mag worden dat het bereik van de hulpverlening aan verslaafden cocaïne en overige drugs lager is dan het bereik onder 14 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

17 opiaatverslaafden (65% - 75%). Dit komt omdat het aanbod van hulpverlening aan verslaafden aan overige drugs geringer is dan dat aan opiaatverslaafden. Hiervan uitgaande moeten we minstens personen optellen bij de opiaatverslaafden om tot het geschatte aantal drugsverslaafden in Nederland te komen. Het gaat dan om drugsverslaafden. Dit is omgerekend 3,1 3,7 per 1000 inwoners in de leeftijdscategorie van jaar Situatie in Utrecht In Utrecht is tweemaal een schatting van het aantal drugsverslaafden uitgevoerd. De eerste schatting (Ten Den, e.a., 1995) dateert uit 1993 en kwam tot ongeveer 950 opiaatverslaafden (marge ). De tweede schatting (De Graaf e.a., 2000) komt uit 2000 en betrof zowel problematische opiaat- als cocaïnegebruikers. Deze schatting kwam uit op 570 personen (marge ). Er kan niet gesproken worden over een daling in 2000 ten opzichte van 1993 omdat er bij de twee schattingen verschillende methoden gebruikt zijn. Daar komt nog bij dat de marges van de twee schattingen elkaar overlappen. Het is op basis van de beschikbare informatie niet duidelijk welke van de twee schattingen de beste is. In vergelijking met de landelijke schatting (3,1 3,7 per 1000 inwoners van jaar) komt de Utrechtse schatting (3,3 5,6) iets hoger uit. De vergelijking met de andere drie groten steden in Nederland is problematisch omdat steeds van andere schattingsmethoden gebruik gemaakt is. In de het kader van de Utrechtse MAD is een aantal studies verricht naar de aard en omvang van de aanwezige problematiek van Utrechtse drugsverslaafden (of zoals het in de studies genoemd wordt: (bijna) dagelijkse gebruikers van heroïne en cocaïne). Alle drie studies zijn uitgevoerd door het IVO (Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving) met behulp van het Drug Monitoring Systeem (DMS). Uit de eerste studie (De Graaf, e.a., 2000) kwam naast de hiervoor genoemde schatting van het aantal drugsverslaafden naar voren dat de meeste gebruikers meerdere middelen (heroïne, cocaïne en methadon) naast elkaar gebruiken. In de tweede studie (Lempens, e.a., 2001) stond de straatgroep van Utrechtse druggebruikers rondom Hoog Catharijne centraal. Het onderzoek moest antwoord geven op de vraag of de aan te bieden faciliteiten voor dakloze druggebruikers (gebruiksruimten en 24-uurs opvang) aansluiten op de behoeften en noden van de beoogde doelgroep. Tevens moest onderzocht worden of te verwachten is dat de druk (van dakloze druggebruikers) op het stadscentrum af zal nemen wanneer een deel van de dakloze druggebruikers woonruimte in de wijken aangeboden krijgt. Hiertoe zijn profielen van de druggebruikers rondom HC samengesteld. Er bleken drie profielen naar voren te komen, de centrummijders, de centrumbezoekers, en de centrumbewoners. Deze laatste groep was het meest interessant omdat deze doelgroep voor de 24-uurs opvang is. De centrumbewoners hadden een duidelijk ander profiel dan de overige gebruikers. Onder hen bevonden zich meer allochtonen en daklozen. Zij gebruikten allemaal cocaïne en rookten dit vooral met behulp van een basepijpje. Een meerderheid gebruikte er ook nog eens heroïne bij en ruim de helft ook methadon. De centrumbewoners gaven een duidelijk hogere hulpbehoefte op de gebieden huisvesting en schuldproblematiek aan dan de overigen. Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 15

18 Een derde onderzoek (Vermeulen, e.a., 2001) van het DMS was gericht op het (base)cocaïnegebruik in de Utrechtse gemarginaliseerde gebruikersscene. Centraal stonden de kenmerken van het cocaïnegebruik, de problemen die eruit voortvloeien en de ervaren problemen rond het hulpaanbod. Uit het onderzoek kwam naar voren dat (base)cocaïne een hoofdrol vervult in de Utrechtse harddruggebruikersscene. Oudere gebruikers zijn van heroïne overgestapt op cocaïne en de starters in de scene zijn veelal primaire cocaïnegebruikers. De wijze van gebruik van de cocaïne ( basen ) gaat samen met problematiek op meerdere leefgebieden, zowel sociaal-maatschappelijk, juridisch als lichamelijk en psychisch Risicofactoren in verband met drugsverslaving Het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving noemde in een publicatie over het meten van prevalentie en incidentie van drugsgebruik (EMCDDA, 2002) de volgende risicofactoren in verband met problematisch drugsgebruik: - Individuele kenmerken genetische, metabolische en persoonlijkheidskenmerken; - Opvoedings-/gezinsproblemen; - Lage sociaal-economische status/maatschappelijke marginalisering/werkloosheid; - Andere sociale en psychologische problemen al op jonge leeftijd schoolproblemen, geringe eigenwaarde, depressie; - Eerste gebruik op jonge leeftijd vooral is samenhang met andere schoolproblemen; - Herhaalde blootstelling aan beschikbaarheid van drugs, vooral in kwetsbare groepen met andere risicofactoren; - Ontbreken van duidelijke en relevante informatie over gezondheidsrisico s Meest voorkomende problemen bij drugsverslaafden Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de meest voorkomende problemen bij drugsverslaafden van medische en sociale aard zijn. Op het medische vlak gaat het om de volgende aandoeningen: - Huidaandoeningen (waaronder abcessen); - Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (Gonorroe, Syphilis, ed.); - Overige infectieziekten (Hepatitis, HIV, TBC ed.); - Longaandoeningen (a.g.v. roken van drugs); - Psychopathologie (dubbele diagnose: met psychose e.d.). Dit komt overeen met de onderstaande uitkomsten uit het eerste DMS-onderzoek in Utrecht (De Graaf, e.a., 2000): - Lichamelijke problemen: Hepatitis (B of C); Geslachtsziekten (S.O.A.); Longaandoeningen (o.a. longontsteking); Gebitsklachten; Huidaandoeningen. - (Meest voorkomende) psychische problemen: Depressieve klachten; Angsten / paniekaanvallen; Concentratieproblemen; Hallucinaties; zelfmoordpoging (-gedachte). - Sociale problemen: Sociale relaties (waaronder met de familie); Problemen met werk en opleiding; Huisvesting; Contacten met justitie; Financiële schulden. 16 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

19 3.3.5 Beschikbare hulpverleningsgegevens Naast gegevens over de (bijna) dagelijkse gebruikers van heroïne en cocaïne heeft de MAD ook informatie over de drugsverslaafden die in contact kwamen met de hulpverlening en/of politie opgeleverd (Toet, e.a. 2000). Van Centrum Maliebaan zijn de gegevens over 1993 tot en met 1998 geanalyseerd en van de politie over dezelfde periode. Bij de analyse van de gegevens van Centrum Maliebaan werd een onderscheid gemaakt in cliënten van de ambulante en (poly)klinische verslavingszorg. In de ambulante hulpverlening was een toename van het aantal opiaatcliënten waar te nemen in de periode van 1993 tot In het algemeen wordt de groep opiaatcliënten gekenmerkt door mannen (circa 80%) in de leeftijdscategorie van 30 tot 35 jaar. De meeste opiaatcliënten zijn ongehuwd en wonen alleen. Daarnaast zijn er relatief veel die met anderen (anders dan een partner) samenwonen. Het opleidingsniveau van de opiaatcliënten is relatief laag en tweederde leeft van een uitkering. Bij de cocaïnecliënten was ook sprake van een toename in aantal cliënten in de periode van 1993 tot Deze cliëntengroep bestaat ook overwegend uit mannen (80%) en zijn gemiddeld iets jonger dan de opiaatcliënten. Voor wat betreft de overige achtergrondkenmerken lijken de cocaïnecliënten veel op de opiaatcliënten. In de periode was sprake van een toename van cliënten van Turkse of Marokkaanse afkomst. In de (poly)klinische verslavingszorg zijn in de periode minder cliënten behandeld dan in de ambulante hulpverlening. Het aantal opiaatcliënten is vanaf 1993 gestaag toegenomen en kwam in 1998 boven de 100 uit. Cocaïnecliënten deden pas na 1995 hun intrede in de Utrechtse (poly)klinische verslavingszorg. Vanwege de relatief kleine aantal cliënten in de (poly)klinische verslavingszorg was een analyse naar middel en achtergrondkenmerken niet zinvol. Bij de analyses van de hulpverleningsgegevens over de periode kon geen onderscheid gemaakt worden tussen de reguliere en de justitiële hulpverlening (GAVO e.d.). Bij de in 2003 uit te voeren analyses van de hulpverleningsgegevens over de periode zal dit wel gebeuren. Voor wat betreft de politiegegevens was er in de periode sprake van een daling van het aandeel door harddruggebruikers gepleegde delicten in het totaal aantal delicten. In vergelijking met de overige daders (die geen harddrugs gebruiken) waren de harddruggebruikers iets ouder (meer dan de helft behoorde tot de leeftijdscategorie jaar). Bij de harddruggebruikende daders was sprake van een oververtegenwoordiging van Marokkanen en in mindere mate van Surinamers en Antillianen. In 2002 zijn drie nieuwe onderzoeken naar (dakloze) druggebruikers gestart. De GG&GD Utrecht evalueert de 24-uurs opvangvoorzieningen voor dakloze druggebruikers. In drie van de geplande zes voorzieningen wordt een effect- en procesevaluatie uitgevoerd. Het Trimbos-instituut evalueert de drie gebruiksruimten voor dakloze druggebruikers die in Utrecht opgezet zijn. Het IVO onderzoekt in het kader van het Drug Monitoring Systeem de groep druggebruikers die niet (of nauwelijks in het geval van de gebruiksruimten) gebruik maakt van de nieuwe voorzieningen. Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 17

20 In de drie onderzoeken wordt van dezelfde vragenlijst gebruik gemaakt. Dit biedt de mogelijkheid een beeld te krijgen van de gehele populatie gemarginaliseerde druggebruikers. Ook zal het mogelijk zijn de drie subpopulaties met elkaar te vergelijken. 18 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

21 3.4 Alcoholisten De term alcoholisten is enigszins ouderwets. Deskundigen op het gebied van de verslaving spreken liever over alcoholafhankelijkheid en misbruik. Omdat de term alcoholisten onder de algemene bevolking nog steeds gangbaar is, zal in deze term hier ook gebruikt worden Situatie in Nederland In het landelijke Nemesis-onderzoek naar de psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland vond men een prevalentie van 3,7% voor alcoholafhankelijkheid (Bijl e.a., 1997). Bij een bevolkingsomvang van 10,8 miljoen in 1996 in de leeftijd jaar gaat het dan om zo n alcoholisten. Eerdere schattingen van het aantal alcoholisten in Nederland zijn niet bekend. Wel werd het aantal Nederlanders dat kampt met problemen als gevolg van langdurig, overmatig drinken geschat op (Van Gageldonk e.a., 1997). Op basis van de Ledermann-formule zijn er circa Nederlanders die minstens twaalf glazen alcohol per dag consumeren (De Zwart & Mensink, 1996). Dit is de afgelopen tien jaar zeer stabiel gebleven omdat de Ledermann-formule gebaseerd is op de consumptie-cijfers van de gehele bevolking, die sinds 1990 bijna constant op 8,1 liter pure alcohol per jaar per hoofd van de bevolking gebleven zijn Situatie in Utrecht Uit onderzoek in het kader van de MAD uitgevoerd in 1999, bleek dat de Utrechters in vergelijking met inwoners van Parkstad Limburg (Heerlen en omgeving) en Rotterdam vaker onverantwoord veel drinken en problemen hebben met hun alcoholgebruik (Verdurmen, e.a., 2000). Vergelijking van de Utrechtse met landelijke cijfers is niet mogelijk omdat er nog geen landelijk onderzoek is dat gebruik maakt van dezelfde standaard voor het meten van alcoholgebruik zoals die in de MAD toegepast is. Omdat het gebruik van alcohol in het themarapport Geestelijke Volksgezondheid uitgebreid aan bod komt, zal hier alleen aandacht besteed worden aan de Utrechtse alcoholisten. Volgens de recente analyses met de Nemesis-gegevens (Spijker, e.a., 2001), waarbij de gegevens van Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn samengevoegd, is de jaarprevalentie van alcoholafhankelijkheid in Utrecht ongeveer 2,1%. Dit houdt in dan er in Utrecht naar schatting zo n alcoholisten zijn. Recentere gegevens (na 1996) zijn niet beschikbaar. De afgelopen jaren is door zowel burgers als hulpverleners in Utrecht overlast ervaren van een groep van circa 100 chronische alcoholisten, waarvan een deel dakloos is (Smit, 2002). De overlast voor de burgers concentreerde zich voornamelijk in en rond het winkelcentrum Hoog Catharijne. Een deel van deze groep (de daklozen) kan mogelijk in 2003 opgevangen worden een nieuwe 24-uurs opvangvoorziening (hostel Bolsbeekstraat). Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 19

22 3.4.3 Risicofactoren van alcoholisme De belangrijkste risicofactoren voor alcoholisme zijn: - genetische factoren; - alcoholisme in de familie; - anti-sociaal gedrag in de jeugd; - psychiatrische problemen; - jeugdtrauma. (NIAAA, 1997) Meest voorkomende problemen bij alcoholisten Net als bij drugsverslaafden gaat het bij alcoholisten om problemen van medische en sociale aard. Leverziekten, psychopathologie, bepaalde vormen van kanker, hart- en vaatziekten, ontsteking van de pancreas zijn de meest voorkomende medische klachten bij alcoholisten. Op het sociale vlak vertonen de problemen van alcoholisten overeenkomsten met die van drugsverslaafden Beschikbare hulpverleningsgegevens In Utrecht stonden in de periode gemiddeld 275 (1,6 per 1000 inwoners in de leeftijd van jaar) personen per jaar ingeschreven bij de ambulante verslavingszorg met alcoholproblemen (Toet, e.a., 2000). In deze zes jaar was het aantal personen dat in contact kwam met de ambulante hulpverlening redelijk stabiel (minimaal 255 en maximaal 297 personen). Het waren overwegend autochtone mannen in de leeftijdscategorie van 35 tot 55 jaar. Daarnaast kwamen nog eens 150 personen (0,9 per 1000 inwoners van jaar) met alcoholproblemen in contact met de (poli)klinische verslavingszorg. In totaal gaat het dan om maximaal zo n 425 personen (het was niet mogelijk te controleren voor dubbeltellingen) per jaar, 2,5 per 1000 inwoners. In 1998 stonden in Nederland zo n personen met alcoholproblemen ingeschreven bij de ambulante verslavingszorg. Dat is omgerekend 2,1 per 1000 inwoners (15 65 jaar) en dat is iets meer dan in Utrecht (1,6 per 1000 inwoners). De vraag is nu of het bereik van de ambulante hulpverlening onder alcoholisten in Utrecht lager is dan in heel Nederland. Om dit te kunnen bepalen is het nodig om te weten hoeveel alcoholisten er in Utrecht en Nederland zijn. Op basis van de recente analyses met de Nemesis-gegevens (Spijker, e.a., 2001) zijn er ongeveer alcoholisten in Utrecht. Het bereik van de ambulante verslavingszorg van Centrum Maliebaan is hiermee 7,7% en iets hoger dan het landelijk gemiddelde (5,6%). Over de (poly)klinische verslavingszorg aan alcoholisten zijn geen betrouwbare landelijke gegevens beschikbaar. 20 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

23 3.5 Zelfverwaarlozers Situatie in Nederland Het is niet bekend hoeveel mensen er in Nederland zijn die zich verwaarlozen of vervuilen. Zelfverwaarlozing is het resultaat van iemands onvermogen bijvoorbeeld door een lichamelijke of geestelijke aandoening om essentiële taken te verrichten in de zorg voor zichzelf op het gebied van kleding, onderdak en omgang met geld, alsmede in het verkrijgen van de goederen en diensten die nodig zijn om het lichamelijk, geestelijk en emotioneel welbevinden en de eigen veiligheid te handhaven (Te Vaarwerk, 1997). In de praktijk is er sprake van zelfverwaarlozing wanneer tenminste twee van de volgende vijf kenmerken voorkomen: vervuiling van de woning, vervuiling van de woonomgeving, ontoereikende persoonlijke verzorging, overlast en sociaal isolement (Reinking, e.a., 1998). Zelfverwaarlozers zijn bij uitstek een moeilijk bereikbare populatie die zich grotendeels aan het zicht van de hulpverleners onttrekt (Reinking, e.a., 1998). Alleen het topje van de ijsberg wordt geregistreerd bij meldpunten, zoals de lokale zorgnetwerken in de grote steden, vangnet en adviesteams en de werkgroepen Woonhygiënische Probleemgevallen van sommige GG(&G)D en Situatie in Utrecht In Utrecht werd het aantal nieuwe gevallen van zelfverwaarlozing in 1997 op 700 geschat (Reinking, e.a., 1998). Het aantal nieuwe meldingen in 1997 bedroeg 141. Hieruit kunnen geen conclusies getrokken worden over het bereik van de hulpverlening. Via de projecten woonoverlast is bekend dat er een factor vijf verschil is tussen meldingen van woonhygiënische probleemsituaties waarbij ingrijpen nodig is (80 in 2001) en het signaleren van overlastsituaties die aanleiding kunnen geven tot ingrijpen (413 tussen oktober 2001 juli 2002) Risicofactoren van zelfverwaarlozing In de literatuurstudie die voor het onderzoek naar zelfverwaarlozing bij ouderen gedaan is, kwamen de volgende risicoprofielen naar voren: - mannelijk geslacht; - alleenstaand; - wonen in een dichtbevolkte wijk met een lagere overlastdrempel; - verhoogde kwetsbaarheid door lichamelijke en psychische aandoeningen; dementie, verslaving of sociaal isolement (Te Vaarwerk, 1997) Meest voorkomende problemen bij zelfverwaarlozers Bij woonhygiënische problemen gaat het om sociale problemen, vervuiling van de woning, ongedierte in en rondom het huis, te grote verwaarlozing van spullen in en rondom het huis, zelfverwaarlozing en stank (Vriends & Mazurkiewicz, 2000). Deze problemen komen in verschllende combinaties voor. De Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 21

24 gemiddelde leeftijd van de cliënten die de afgelopen jaren in Utrecht aangemeld zijn, is ongeveer 55 jaar; ouderen en mannen zijn oververtegenwoordigd. Uit het hiervoor genoemde onderzoek Opgevangen in Utrecht waaruit de schatting van het aantal zelfverwaarlozers komt, was echter geen informatie over de psychische en praktische problemen en hulpbehoeften van deze groep te halen omdat dit niet tot de vraagstelling hoorde Beschikbare hulpverleningsgegevens Van zelfverwaarlozers in Utrecht is alleen een omvangschatting voorhanden. Over benodigde en gegeven hulp is geen informatie voorhanden. Analyse van de gegevens van Vangnet & Advies (WoonHygiënische Probleemgevallen) kan mogelijk meer inzicht in de aard en omvang van deze gemarginaliseerde groep verschaffen. 22 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

25 3.6 Zwerfjongeren De groep zwerfjongeren is eigenlijk een deelverzameling van de dak- en thuislozen, maar wordt vanwege de specifieke problematiek en de gescheiden opvang en zorg als aparte groep beschouwd. Een groot probleem bij het verzamelen van informatie over zwerfjongeren is het ontbreken van een uniforme definitie van zwerfjongeren. Een regelmatig gebruikte definitie luidt als volgt: jongeren tot 23 jaar die drie maanden thuisloos zijn en in die periode op minstens drie verschillende plaatsen geslapen hebben (Korf ea., 1999). Het ministerie van VWS heeft in 2001 toegezegd met een nieuwe meer bruikbare definitie van zwerfjongeren te willen komen (medio 2002 is deze er nog niet) Situatie in Nederland De schattingen van het aantal zwerfjongeren in Nederland lopen uiteen van (Korf, e.a., 1999 & Algemene Rekenkamer, 2002) tot (Stichting Zwerfkinderen/jongeren Nederland, ). Over de achtergronden van zwerfjongeren is weinig tot geen informatie uit wetenschappelijk onderzoek voor handen Situatie in Utrecht In Utrecht zijn volgens de meest betrokken instellingen (T-team en Stichting Tussenvoorziening) naar schatting zwerfjongeren. In het onderzoek Opgevangen in Utrecht (Reinking e.a., 1998) kwam men tot geregistreerd aantal van circa 130 zwerfjongeren per maand. Het T-team ontvangt per jaar tussen de 100 en 120 nieuwe aanmeldingen. Het betreft jongeren die al langere tijd (tussen de 3 en 4 jaar) dakloos zijn. Kenmerkend voor zwerfjongeren is dat bij velen al op jongere leeftijd sprake is van ontworteling. De Algemene Rekenkamer (2002) meent verder dat de signaleringsfunctie van zwerfjongeren in Utrecht matig tot voldoende ontwikkeld is. Er is in Utrecht geen apart jongerenpension. Instellingen voor de jeugdzorg spelen een zekere, beperkte rol bij de opvang van zwerfjongeren Risicofactoren van dakloosheid bij jongeren Er zijn geen aparte studies gevonden naar risicofactoren van dakloosheid bij jongeren. Voorlopig luidt de aanname dat de risicofactoren grotendeels zullen overeenkomen met die van dakloosheid onder volwassenen. Dit zal zeker het geval bij de grote groep daklozen die op jongere leeftijd hun eerste episode van dakloosheid hadden. Bekend is verder dat bij veel volwassen daklozen al op jonge leeftijd sprake was van problemen, zoals een afgebroken opleiding, gedragsstoornissen en dergelijke (zie o.m. Van Doorn, 2002) Meest voorkomende problemen bij zwerfjongeren Er is in Utrecht geen specifiek onderzoek onder zwerfjongeren verricht. Inzicht in de aard van de problematiek is daarom maar beperkt aanwezig. Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 23

26 3.6.5 Beschikbare hulpverleningsgegevens Momenteel is er geen informatie beschikbaar. 24 Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen

27 3.7 Chronische psychiatrische patiënten zonder adequaat zorgaanbod Situatie in Nederland Het aantal mensen met ernstige en langdurige psychische stoornissen dat geen stabiele zorgrelatie met de GGz heeft, wordt geschat tussen de (Van Panhuis, 1997) en (Kroon, 1998). Ook hier speelt weer de onduidelijke definitie een rol. Het gaat dan niet om het hebben van een psychische stoornis maar om de relatie met de hulpverlening. In hoeverre is deze relatie instabiel en wanneer is er sprake van een inadequaat zorgaanbod Situatie in Utrecht In Utrecht is de omvang van deze groep mensen onbekend. Analyse van de gegevens van Vangnet & Advies kan mogelijk meer inzicht in de aard en omvang van deze gemarginaliseerde groep verschaffen Risicofactoren van inadequaat zorggebruik van chonische psychiatrische patiënten Geen informatie beschikbaar Meest voorkomende problemen bij chonische psychiatrische patiënten met een inadequaat zorggebruik Uit het onderzoek dat gedaan is naar crisisopvang, casemanagement en bemoeizorg ontstaat een beeld van deze in de marge van de samenleving functionerende mensen (Polstra, 1997). Zij zijn overwegend tussen de 20 en 50 jaar, net zo vaak man als vrouw en het merendeel is ongehuwd en alleenstaand. Deze mensen hebben een relatief klein sociaal netwerk, de relaties met familie zijn niet zelden conflictueus en breekbaar. Vaak krijgen zij alleen nog ondersteuning van professionele hulpverleners en hun sociaal isolement is groot. Een gestructureerde vorm van dagbesteding ontbreekt dikwijls en er is sprake van verveling en eenzaamheid bij deze groep. Hun financiële situatie is slecht en wordt gekenmerkt door een jarenlange afhankelijkheid van een uitkering. Zij hebben vaak problemen met het onderhouden van een normale relatie met instanties zoals de sociale dienst en woningbouwverenigingen Beschikbare hulpverleningsgegevens Analyse van de gegevens van Vangnet & Advies (GG&GD afd. MGZ) kan mogelijk meer inzicht in de aard en omvang van deze gemarginaliseerde groep verschaffen. Volksgezondheidsmonitor Utrecht, themarapport Gemarginaliseerde Groepen 25

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B.

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B. AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM Harddrugsgebruikers geregistreerd S. Biesma J. Snippe B. Bieleman SAMENVATTING In opdracht van de gemeente Rotterdam is de

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Gemeente Utrecht, Volksgezondheid Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/volksgezondheid Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht - 2012 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht,

Nadere informatie

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland (1998-2007)

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland (1998-2007) in Nederland (1998-2007) Juni 2009 In het kort Het aantal 55-plussers met een alcoholhulpvraag is sinds 1998 met 130% gestegen (89% gecorrigeerd voor vergrijzing). Het aandeel alcoholcliënten van 55 jaar

Nadere informatie

Monitor dak- en thuislozen en verslaafden Apeldoorn 2006

Monitor dak- en thuislozen en verslaafden Apeldoorn 2006 Monitor dak- en thuislozen en verslaafden Apeldoorn 2006 METINGEN 2000, 2004 EN 2005 B. Bieleman A. Kruize H. Naayer COLOFON St. INTRAVAL Postadres Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl

Nadere informatie

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg IrisZorg verslavingszorg en maatschappelijke opvang dicht bij mensen, ver in zorg > IrisZorg: dicht bij mensen, ver in zorg Bij IrisZorg kan iedereen rekenen op de deskundigheid en betrokkenheid van onze

Nadere informatie

Monitor verslaafden en daklozen Enschede 2006

Monitor verslaafden en daklozen Enschede 2006 Monitor verslaafden en daklozen Enschede 2006 METINGEN 2001, 2002, 2003, 2004 EN 2005 B. Bieleman A. Kruize M. van Zwieten COLOFON St. INTRAVAL Postadres Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl

Nadere informatie

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf Dit onderzoek is uitgevoerd door het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit

Nadere informatie

GHB hulpvraag in Nederland

GHB hulpvraag in Nederland GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor GHB problematiek in de verslavingszorg 2007-2012 Houten, mei 2013 Stichting IVZ GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen

Nadere informatie

Volksgezondheidsmonitor Utrecht 2005

Volksgezondheidsmonitor Utrecht 2005 Volksgezondheidsmonitor Utrecht 2005 THEMARAPPORT ZORG VOOR SOCIAAL KWETSBAREN Jaap Toet 1, Karin Haks 1, Eddy Mazurkiewicz 1, Rein de Vries 1, Marianne Dolman 2, Joke Roelofs 3, Ronald Smit 3, Erik van

Nadere informatie

Sociaal kwetsbare burgers in Eersel. Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris

Sociaal kwetsbare burgers in Eersel. Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris Sociaal kwetsbare burgers in Eersel Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris Prestatievelden Wmo 1. Het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid dorpen 2. Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesvragen

Samenvatting. Adviesvragen Samenvatting Adviesvragen Een deel van de mensen die kampen met ernstige en langdurige psychiatrische problemen heeft geen contact met de hulpverlening. Bij hen is geregeld sprake van acute nood. Desondanks

Nadere informatie

Doelgroepen Stedelijk Kompas. Inventarisatie regio Nijmegen en Rivierenland

Doelgroepen Stedelijk Kompas. Inventarisatie regio Nijmegen en Rivierenland Inventarisatie regio Nijmegen en Rivierenland Onderzoek en Statistiek: Kenniscentrum Gemeente Nijmegen maart 2008 Inhoudsopgave 1 Totaalbeeld regio Nijmegen en Rivierenland 3 2 Inleiding 5 2.1 Achtergrond

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Geneeskundige en Gezondheidsdienst Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/gggd Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht (GG&GD) Postbus

Nadere informatie

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf Profiel van daklozen in de vier grote Omz, UMC St Radboud Nijmegen steden Resultaten uit de eerste meting van de Cohortstudie naar daklozen in de vier grote steden (Coda-G4) IVO, Rotterdam Jorien van der

Nadere informatie

Monitor begeleid wonen en bemoeizorg Twente 2013

Monitor begeleid wonen en bemoeizorg Twente 2013 metingen 2009-2012 Monitor begeleid wonen en bemoeizorg Twente 2013 A. Kruize B. Bieleman 1. Inleiding De wijze waarop de twee centrumgemeenten Almelo en Enschede, de maatschappelijke opvang willen vormgeven,

Nadere informatie

Monitor verslaafden en daklozen Enschede 2008

Monitor verslaafden en daklozen Enschede 2008 Monitor verslaafden en daklozen Enschede 2008 metingen 2001 tot en met 2007 A. Kruize M. Hofman B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl

Nadere informatie

4. SLOTBESCHOUWING. 4.1 Omvang

4. SLOTBESCHOUWING. 4.1 Omvang Doel gr oepenanal yse dak-ent hui sl ozenen har ddr ugsver sl aaf den st edendr i ehoek 4. SLOTBESCHOUWING Vanaf 1999 heeft onderzoeksbureau INTRAVAL doelgroepenanalyses uitgevoerd in Apeldoorn (1999/2000),

Nadere informatie

Leeswijzer Psychiatrisch Casusregister tabellen

Leeswijzer Psychiatrisch Casusregister tabellen Leeswijzer Psychiatrisch Casusregister tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. De gegevens

Nadere informatie

Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen

Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen Hoofdstuk uit: Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg UMC St Radboud Nijmegen Februari 2010 Astrid Altena

Nadere informatie

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar)

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) 3a Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) Deze factsheet beschrijft de resultaten van de gezondheidspeiling najaar 2005 van volwassenen tot 65 jaar in Zuid-Holland Noord met betrekking tot de geestelijke

Nadere informatie

Geestelijke gezondheid

Geestelijke gezondheid In dit onderdeel wordt ingegaan op de geestelijke gezondheid van ouderen. De onderwerpen die worden aangesneden zijn psychische stoornissen en eenzaamheid. Volgens gegevens uit de Rapportage 2001 van het

Nadere informatie

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar speerpuntennotitie? Wat doen/deden we al? Welke gezondheidsproblemen

Nadere informatie

Monitor daklozen en harddrugsverslaafden. Apeldoorn M. van Zwieten. S. Biesma. B. Bieleman. metingen

Monitor daklozen en harddrugsverslaafden. Apeldoorn M. van Zwieten. S. Biesma. B. Bieleman. metingen Monitor daklozen en harddrugsverslaafden Apeldoorn 2008 metingen 2004-2007 M. van Zwieten S. Biesma B. Bieleman MONITOR DAKLOZEN EN HARDDRUGSVERSLAAFDEN APELDOORN 2008 METINGEN 2004-2007 November 2008

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Borgele en Platvoet Deventer

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Borgele en Platvoet Deventer IJsselland Wijkgezondheidsprofiel Deventer Januari 2015 Wijkgezondheidsprofiel Dit wijkgezondheidsprofiel bestaat uit gegevens afkomstig van diverse bronnen, registraties en (bewoners)onderzoeken. Voor

Nadere informatie

Alcoholhulpvraag in Nederland

Alcoholhulpvraag in Nederland Alcoholhulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor alcoholproblematiek in de verslavingszorg 25-214 Houten, december 215 Stichting IVZ Alcoholhulpvraag in Nederland Belangrijkste

Nadere informatie

5. CONCLUSIES ONDERZOEK

5. CONCLUSIES ONDERZOEK 5. CONCLUSIES ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de conclusies van het onderzoek gepresenteerd. Achtereenvolgens worden de definitie van het begrip risicojongeren, de profielen en de registraties besproken.

Nadere informatie

Ontwikkelingen in hulpvraag voor alcohol bij ouderen in Nederland (1994-2010)

Ontwikkelingen in hulpvraag voor alcohol bij ouderen in Nederland (1994-2010) bij ouderen in Nederland (1994-2010) Jeroen Wisselink Help! 'Gun ze toch hun borreltje!?' Congres Ouderen en Alcohol Maandag 23 april 2012, 9.30 uur - 17.00 uur Inhoud Inleiding Hulpvraag ouderen Vergrijzing

Nadere informatie

Leeswijzer Achmea Health Database tabellen

Leeswijzer Achmea Health Database tabellen Leeswijzer Achmea Health Database tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. De gegevens

Nadere informatie

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...8

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...8 20170602 NETQ verwarde personen Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...8 i Beginpagina Beste heer, mevrouw, Aedes krijgt van leden regelmatig signalen over overlast en andere

Nadere informatie

Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016

Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting Roelof Schellingerhout Clarie Ramakers Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting

Nadere informatie

Monitor Regionaal Kompas Oost-Veluwe

Monitor Regionaal Kompas Oost-Veluwe meting 2008 Monitor Regionaal Kompas Oost-Veluwe M. van Zwieten B. Bieleman Monitor Regionaal Kompas Oost-Veluwe November 2009 I NTRAVAL Groningen-Rotterdam COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781

Nadere informatie

Monitor begeleid wonen Twente 2012

Monitor begeleid wonen Twente 2012 Monitor begeleid wonen Twente 2012 metingen 2009, 2010 en 2011 A. Kruize S. Biesma B. Bieleman 1. Inleiding De wijze waarop de twee centrumgemeenten Almelo en Enschede, de maatschappelijke opvang willen

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...7

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...7 20151020 NETQ verwarde personen/ggz Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...7 i Beginpagina Beste heer, mevrouw, Aedes krijgt van leden regelmatig signalen over overlast en andere

Nadere informatie

Bemoeizorg Parkstad. Volwassenen

Bemoeizorg Parkstad. Volwassenen Bemoeizorg Parkstad Volwassenen Bemoeizorg Parkstad 7 1 2 3 4 8 5 9 10 6 Wat is bemoeizorg? Bemoeizorg is de ongevraagde bemoeienis van hulpverleners met mensen die hulp nodig hebben, maar daar zelf niet

Nadere informatie

Behoefteonderzoek. Woonvoorziening kwetsbare personen Hengelo. A. Kruize S. Biesma B. Bieleman

Behoefteonderzoek. Woonvoorziening kwetsbare personen Hengelo. A. Kruize S. Biesma B. Bieleman Behoefteonderzoek Woonvoorziening kwetsbare personen Hengelo A. Kruize S. Biesma B. Bieleman Woonvoorziening kwetsbare personen Hengelo Behoefteonderzoek Oktober 2011 INTRAVAL Groningen-Rotterdam COLOFON

Nadere informatie

Demografische gegevens ouderen

Demografische gegevens ouderen In dit hoofdstuk worden de demografische gegevens van de doelgroep ouderen beschreven. We spreken hier van ouderen indien personen 55 jaar of ouder zijn. Dit omdat gezondheidsproblemen met name vanaf die

Nadere informatie

Monitor begeleid wonen en bemoeizorg Enschede 2011

Monitor begeleid wonen en bemoeizorg Enschede 2011 CO LO F O N St. I NTRAVAL Postadres Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl Kantoor Groningen: St. Jansstraat 2C Telefoon 050-313 40 52 Fax 050-312 75 26 Kantoor Rotterdam:

Nadere informatie

Opmerkingen en onderzoeksuggesties vanuit de discussiegroepen symposium 16/10/2013 nav de tabellen over huisuitzettingen

Opmerkingen en onderzoeksuggesties vanuit de discussiegroepen symposium 16/10/2013 nav de tabellen over huisuitzettingen Bijlage 2 Opmerkingen en onderzoeksuggesties vanuit de discussiegroepen symposium 16/10/2013 nav de tabellen over huisuitzettingen 1. Wat is het aandeel feitelijke huisuitzettingen? 0,8% 0,7% 0,6% 0,5%

Nadere informatie

Factsheet. Eenzaamheid. Gelderland-Zuid. Onderzoek onder volwassenen en ouderen

Factsheet. Eenzaamheid. Gelderland-Zuid. Onderzoek onder volwassenen en ouderen Gelderland-Zuid Factsheet Eenzaamheid Onderzoek onder volwassenen en ouderen Onderzoek naar eenzaamheid De Volwassenen- en ouderenmonitor is eind 2012 onder ruim 22.000 zelfstandig wonende inwoners van

Nadere informatie

KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009

KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009 KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009 LANDELIJK ALCOHOL EN DRUGS INFORMATIE SYSTEEM A.W. Ouwehand W.G.T. Kuijpers D.J. Wisselink E.B. van Delden Houten, september 2010 Stichting Informatie Voorziening Zorg

Nadere informatie

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid OInleiding 1 c Depressie is één van de belangrijkste psychische stoornissen waar met preventie gezondheidswinst is te behalen. Depressie is daarom als landelijk speerpunt gekozen. In deze factsheet zal

Nadere informatie

Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009

Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009 Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009 Houten, april 2011 Stichting IVZ Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Waar bemoei je je mee?! Vrije samenleving. Waar bemoei je je mee?! Vrije samenleving. Ochtendrapport crisisdienst. De sociale psychiatrie is dood

Waar bemoei je je mee?! Vrije samenleving. Waar bemoei je je mee?! Vrije samenleving. Ochtendrapport crisisdienst. De sociale psychiatrie is dood Waar bemoei je je mee?! Vrije samenleving De sociale psychiatrie is dood Lang leve de sociale psychiatrie Prof dr. Bert van Hemert, psychiater Epidemiologie van de OGGZ Parnassia Bavo Groep Spoedeisende

Nadere informatie

Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep

Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep INHOUDSOPGAVE INLEIDING 3 VOORAF 4 BEKNOPTE SAMENVATTING 5 KERNCIJFERS BRIJDER 2012 NOORD-HOLLAND

Nadere informatie

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Voorstad Deventer

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Voorstad Deventer IJsselland Wijkgezondheidsprofiel Deventer Januari 2015 Wijkgezondheidsprofiel Dit wijkgezondheidsprofiel bestaat uit gegevens afkomstig van diverse bronnen, registraties en (bewoners)onderzoeken. Voor

Nadere informatie

Aan het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer Postbus 15 2700 AA Zoetermeer

Aan het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer Postbus 15 2700 AA Zoetermeer Aan het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer Postbus 15 2700 AA Zoetermeer Betreft: begeleiding voor mensen met psychosociale Problematiek in Zoetermeer Zoetermeer, 19 mei 2011 Geacht

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Bouwstenen nota volksgezondheid Renate Martens en Ivanka van der Veeken. Gemeente Drimmelen GGD West-Brabant:

Bouwstenen nota volksgezondheid Renate Martens en Ivanka van der Veeken. Gemeente Drimmelen GGD West-Brabant: Bouwstenen nota volksgezondheid 2013-2016 Gemeente Drimmelen GGD West-Brabant: Renate Martens en Ivanka van der Veeken Bouwstenen Evaluatieverslag nota volksgezondheid 2008-2011 Landelijke nota gezondheidsbeleid

Nadere informatie

Convenant Samenwerking Zorgkantoor Coöperatie VGZ Gemeente Nijmegen

Convenant Samenwerking Zorgkantoor Coöperatie VGZ Gemeente Nijmegen Convenant Samenwerking Zorgkantoor Coöperatie VGZ Gemeente Nijmegen Partijen Het Zorgkantoor Nijmegen,( Coöperatie VGZ. hierna te noemen het Zorgkantoor, De Coöperatie VGZ Hierna te noemen VGZ, en het

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR DAKLOZE JONGEREN IN DE CENTRUMREGIO ZWOLLE

ONDERZOEK NAAR DAKLOZE JONGEREN IN DE CENTRUMREGIO ZWOLLE ONDERZOEK NAAR DAKLOZE JONGEREN IN DE CENTRUMREGIO ZWOLLE Judith Wolf, Astrid Altena, Milou Christians, Mariëlle Beijersbergen Maart 2010 COLOFON Colofon Project Onderzoek naar dakloze jongeren in de centrumregio

Nadere informatie

J. Wolf M. Zwikker S. Nicholas H. van Bakel D. Reinking I. van Leiden. Op achterstand. Een onderzoek naar mensen in de marge van Den Haag

J. Wolf M. Zwikker S. Nicholas H. van Bakel D. Reinking I. van Leiden. Op achterstand. Een onderzoek naar mensen in de marge van Den Haag J. Wolf M. Zwikker S. Nicholas H. van Bakel D. Reinking I. van Leiden Op achterstand Een onderzoek naar mensen in de marge van Den Haag Trimbos-instituut, Utrecht 2002 Colofon Opdrachtgever Ministerie

Nadere informatie

Onderzoek bijzondere groepen. Meting 2010

Onderzoek bijzondere groepen. Meting 2010 Onderzoek bijzondere groepen Meting 2010 O&S Februari 2011 2 Samenvatting Aanleiding en achtergrond De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is er op gericht zoveel mogelijk mensen volledig deel te

Nadere informatie

Overlast park Lepelenburg

Overlast park Lepelenburg Overlast park Lepelenburg 1-meting oktober 2014 www.onderzoek.utrecht.nl Colofon Uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE Utrecht 030 286 1350 onderzoek@utrecht.nl in opdracht

Nadere informatie

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011 Feitenkaart Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 010-011 In september 007 is de uitvoering van het Rotterdamse leefstijlprogramma Van Klacht naar Kracht gestart. Het doel van het programma

Nadere informatie

OGGZ: een blik naar de toekomst Y.K. van Pareren (lid Platform OGGZ) Inhoud Terugblik Visie document Uitdagingen en rol platform / NVAG 2 NRC Handelsblad oktober 2003 Terugblik 4 Trouw augustus 1993: Zorgwekkende

Nadere informatie

Raadsvergadering, 29 januari 2008. Voorstel aan de Raad

Raadsvergadering, 29 januari 2008. Voorstel aan de Raad Raadsvergadering, 29 januari 2008 Voorstel aan de Raad Nr: 206 Agendapunt: 8 Datum: 11 december 2007 Onderwerp: Vaststelling speerpunten uit de conceptnota Lokaal Gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011

Nadere informatie

Samenvatting. Aard en omvang van geweld

Samenvatting. Aard en omvang van geweld Samenvatting Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar huiselijk en publiek geweld. Het omvat drie deelonderzoeken, alle gericht op het beschrijven van geweld en geweldplegers. Doelstelling van het

Nadere informatie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie C.J. Leemrijse M.Bongers M. Nielen W. Devillé ISBN 978-90-6905-995-2 http://www.nivel.nl nivel@nivel.nl Telefoon 030 2 729 700 Fax

Nadere informatie

Zwerfjongeren in Nederland: een heldere definitie

Zwerfjongeren in Nederland: een heldere definitie Zwerfjongeren in Nederland: een heldere definitie Zwerfjongeren in Nederland: een heldere definitie Deze brochure is bedoeld voor iedereen die beroeps- en beleidsmatig met zwerfjongeren werkt. Zwerfjongeren

Nadere informatie

Drugsgebruik in Oldenzaal

Drugsgebruik in Oldenzaal Inventarisatie soft- en harddrugsgebruik in de gemeente Oldenzaal Drugsgebruik in Oldenzaal S. Biesma R. Nijkamp M. van Zwieten B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres : Postbus 1781 9701 BT Groningen

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen:

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen: Samenvatting Middelengebruik: algemeen In Nederland is het percentage mensen dat ooit of in de afgelopen maand drugs heeft gebruikt tussen 1997 en 2001 toegenomen. De piek ligt bij jongeren tussen 20 en

Nadere informatie

Wmo beleidsplan Maatschappelijke Zorg 2012-2014. Centrumgemeenteregio Zuid-Holland Zuid

Wmo beleidsplan Maatschappelijke Zorg 2012-2014. Centrumgemeenteregio Zuid-Holland Zuid Wmo beleidsplan Maatschappelijke Zorg 2012-2014 Centrumgemeenteregio Zuid-Holland Zuid Raadscarrousel Drechtsteden 2 oktober 2012 Opbouw presentatie 1. Maatschappelijke Zorg (Wmo prestatievelden 7, 8 en

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie.

In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijven Onderzoek, Gemeente Utrecht In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend

Nadere informatie

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving Aanpak: Bijzondere Zorg Team Namens de gemeente Deventer hebben drie netwerkpartners de vragenlijst gezamenlijk ingevuld. Dit zijn Dimence GGZ, Tactus verslavingszorg, en Iriszorg maatschappelijke opvang.

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Samenvatting Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Voor de tweede keer heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) de situatie van (ex-)gedetineerden op de gebieden identiteitsbewijs,

Nadere informatie

20 januari BBPZ/MNor/RBos/ Koningin Julianaplein AA Den Haag Postbus AC Den Haag

20 januari BBPZ/MNor/RBos/ Koningin Julianaplein AA Den Haag Postbus AC Den Haag Datum 20 januari 2017 Kenmerk BBPZ/MNor/RBos/17-003 Aan Tweede Kamer der Staten-Generaal Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport Koningin Julianaplein 10 2595 AA Den Haag Postbus 93121 2509 AC

Nadere informatie

Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011

Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011 Raadsvergadering, 31 januari 2012 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011 Nr.: 483 Agendapunt: 11 Datum: 31 januari 2012 Onderdeel raadsprogramma:

Nadere informatie

Onze cliënt staat centraal!

Onze cliënt staat centraal! Ketenarrangementen Het probleem: vele instellingen, niet één loket Politie OM Penitiaire Inrichtingen Reclassering NL Verslavingszorgreclassering Verslavingszorginstelling Maatschappelijke Opvang GGZ-instelling

Nadere informatie

ALCOHOLVERSTREKKING. Alcohol als bindmiddel? Drs. Gilbert V.J. Thomas Rainier Tallane Centrum Maliebaan, Utrecht

ALCOHOLVERSTREKKING. Alcohol als bindmiddel? Drs. Gilbert V.J. Thomas Rainier Tallane Centrum Maliebaan, Utrecht ALCOHOLVERSTREKKING Alcohol als bindmiddel? Drs. Gilbert V.J. Thomas Rainier Tallane Centrum Maliebaan, Utrecht HET ZORGCENTRUM AMERSFOORT ZORGCENTRUM VOOR ALCOHOLISTEN April 2008 besloot de gemeenteraad

Nadere informatie

IJsselland. Monitor OGGZ 2015

IJsselland. Monitor OGGZ 2015 IJsselland Monitor OGGZ 201 De Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) richt zich op het signaleren en bestrijden van risicofactoren van sociale kwetsbaarheid en het begeleiden van sociaal kwetsbare

Nadere informatie

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Amersfoort, maart 2015 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Respons en achtergrondkenmerken 3 Inkoop 4 Administratieve lasten en kwaliteitseisen 5 Gevolgen

Nadere informatie

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Rivierenwijk en Bergweide Deventer

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Rivierenwijk en Bergweide Deventer IJsselland Wijkgezondheidsprofiel Deventer Januari 2015 Wijkgezondheidsprofiel Dit wijkgezondheidsprofiel bestaat uit gegevens afkomstig van diverse bronnen, registraties en (bewoners)onderzoeken. Voor

Nadere informatie

Achtergronddocument Specifieke groepen binnen de GGZ

Achtergronddocument Specifieke groepen binnen de GGZ Achtergronddocument Specifieke groepen binnen de GGZ Specifieke groepen binnen de GGZ 1 2 Achtergronddocument bij advies Hoogspecialistische GGZ 1 Inleiding In dit achtergronddocument bespreekt de commissie

Nadere informatie

GGD Hollands Noorden. en wijkverpleegkundigen met S1-taken

GGD Hollands Noorden. en wijkverpleegkundigen met S1-taken GGD Hollands Noorden en wijkverpleegkundigen met S1-taken Waarom een GGD? Wet Publieke Gezondheidszorg (WPG): Gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke

Nadere informatie

OGGZ monitor, ZRM, en hoeveel daklozen zijn er nu? Marcel Buster, GGD Amsterdam

OGGZ monitor, ZRM, en hoeveel daklozen zijn er nu? Marcel Buster, GGD Amsterdam OGGZ monitor, ZRM, en hoeveel daklozen zijn er nu? Marcel Buster, GGD Amsterdam G4-USER OGGZ monitor matrix Inhoud Zelfredzaamheid-Matrix Hoeveel daklozen zijn er? 4/15/2015 2 G4-USER Urban Social Exclusion

Nadere informatie

Kwetsbare burgers in beeld? Workshop Symposium 10 februari 2014 Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant

Kwetsbare burgers in beeld? Workshop Symposium 10 februari 2014 Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant Kwetsbare burgers in beeld? Workshop Symposium 10 februari 2014 Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant Kwetsbaarheid in beeld Inhoud workshop Het algemene beeld: Monitor Sociaal Kwetsbare Groepen

Nadere informatie

Inwoners met een ernstig psychiatrische aandoening in de wijk

Inwoners met een ernstig psychiatrische aandoening in de wijk Inwoners met een ernstig psychiatrische aandoening in de wijk Vanuit Taskforce EPA Utrecht: Gerard de Valk, Leidinggevende Altrecht F-ACT Projectleider proeftuinen Taskforce EPA MWU Marga Vink, beleidsmedewerker

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

Monitoren van de effecten van de publiekscampagne depressie op de instroom van patiënten met psychische problemen in de huisartspraktijk

Monitoren van de effecten van de publiekscampagne depressie op de instroom van patiënten met psychische problemen in de huisartspraktijk Monitoren van de effecten van de publiekscampagne depressie op de instroom van patiënten met psychische problemen in de huisartspraktijk Derek de Beurs Mariëtte Hooiveld Het NIVEL onderzoekt de gezondheidszorg.

Nadere informatie

Datum 8 mei 2015 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het bericht dat de politie steeds vaker te maken krijgt met verwarde en overspannen mensen

Datum 8 mei 2015 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het bericht dat de politie steeds vaker te maken krijgt met verwarde en overspannen mensen 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

9. SAMENVATTING EN CONCLUSIES

9. SAMENVATTING EN CONCLUSIES 9. SAMENVATTING EN CONCLUSIES In dit afsluitende hoofdstuk worden allereerst kort de belangrijkste bevindingen van de doelgroepenanalyse beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de conclusies. 9.1 Belangrijkste

Nadere informatie

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling 1. Kindermishandeling Kindermishandeling is 'elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte

Nadere informatie

Ouderen en alcohol. Nanda den Hollander dd 18 april 2016

Ouderen en alcohol. Nanda den Hollander dd 18 april 2016 Ouderen en alcohol Nanda den Hollander dd 18 april 2016 Vraag De beeldvorming die er is ten aanzien van ouderen die overmatig alcohol gebruiken, is van belang. Wat is jullie beeld? Wat vind je ervan? Bijv.

Nadere informatie

J. Lourens C. Scholten C. van der Werf A. Ziegelaar. Verkommerden en verloederden Een onderzoek naar de omvang en aard van de groep in Nederland

J. Lourens C. Scholten C. van der Werf A. Ziegelaar. Verkommerden en verloederden Een onderzoek naar de omvang en aard van de groep in Nederland J. Lourens C. Scholten C. van der Werf A. Ziegelaar Verkommerden en verloederden Een onderzoek naar de omvang en aard van de groep in Nederland Research voor Beleid, Leiden, 2002 Colofon Opdrachtgever

Nadere informatie

De beste zorg voor psychische en verslavingsproblemen

De beste zorg voor psychische en verslavingsproblemen De beste zorg voor psychische en verslavingsproblemen 3 Parnassia Groep is specialist in geestelijke gezondheid Psychische klachten, een psychische stoornis of ziekte: ze kunnen iedereen treffen en ernstig

Nadere informatie

De psychische en sociale hulpvraag van volwassenen in de huisartsenpraktijk van

De psychische en sociale hulpvraag van volwassenen in de huisartsenpraktijk van Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Beurs, D. de, Magnée, T., Bakker, D. de, Verhaak, P. De psychische en sociale hulpvraag van volwassenen in de huisartsenpraktijk

Nadere informatie

Gooische daklozen. S. Biesma. R. van der Stoep. R. Nijkamp. B. Bieleman. Aard en omvang daklozen Gooi en Vechtstreek

Gooische daklozen. S. Biesma. R. van der Stoep. R. Nijkamp. B. Bieleman. Aard en omvang daklozen Gooi en Vechtstreek Gooische daklozen Aard en omvang daklozen Gooi en Vechtstreek S. Biesma R. van der Stoep R. Nijkamp B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl

Nadere informatie

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Comorbiditeit: Voorkomen van verschillende stoornissen bij 1 persoon. Dubbele diagnose: Verslaving (afhankelijkheid en misbruik

Nadere informatie

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010)

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010) AH 740 2010Z13219 Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010) 1 Bent u bekend met nieuw onderzoek van Michigan State University

Nadere informatie

Monitor dakloosheid en chronische verslavingsproblematiek

Monitor dakloosheid en chronische verslavingsproblematiek Monitor dakloosheid en chronische verslavingsproblematiek Twente 2012 metingen 2006-2011 A. Kruize S. Biesma B. Bieleman 1. Inleiding De wijze waarop de twee centrumgemeenten en Enschede, de maatschappelijke

Nadere informatie

Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep

Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep INHOUDSOPGAVE INLEIDING 3 BEKNOPTE SAMENVATTING 5 KERNCIJFERS BRIJDER 2013 NOORD-HOLLAND

Nadere informatie

Inhoud. Lijst met afkortingen 13. Voorwoord 15. Inleiding 17

Inhoud. Lijst met afkortingen 13. Voorwoord 15. Inleiding 17 Inhoud Lijst met afkortingen 13 Voorwoord 15 Inleiding 17 DEEL 1 TRENDS IN CIJFERS OVER ILLEGALE DRUGS IN VLAANDEREN/BELGIË 1997-2007 19 HOOFDSTUK 1! ILLEGALE DRUGS. SITUERING EN DEFINIËRING 21 1.1 Wat

Nadere informatie

Wmo subsidiekader 2014. 1. Inleiding. Bijlage: Wmo subsidiekader 2014. Visie op maatschappelijke dienstverlening, outcome en indicatoren

Wmo subsidiekader 2014. 1. Inleiding. Bijlage: Wmo subsidiekader 2014. Visie op maatschappelijke dienstverlening, outcome en indicatoren Bijlage: Wmo subsidiekader 2014 Wmo subsidiekader 2014 Visie op maatschappelijke dienstverlening, outcome en indicatoren 1. Inleiding In onderstaande vindt u het Wmo subsidiekader 2014, op basis waarvan

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen Ouderenmonitor 2011 Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen De Ouderenmonitor is een onderzoek naar de lichamelijke, sociale en geestelijke

Nadere informatie