De zin of onzin van het brugpensioen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De zin of onzin van het brugpensioen"

Transcriptie

1 De zin of onzin van het brugpensioen Studiegebied Sociaal Agogisch Werk Opleiding Sociaal Werk Optie Maatschappelijke Advisering Academiejaar Student Veronique Mortier

2

3 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... Dankwoord...5 Lijst met afkortingen...5 Inleiding: Brugpensioen, een brandend actueel thema...7 De eindeloopbaanproblematiek.... De actuele toestand in België.... Het ontstaan en de evolutie van de vervroegde uittredingsstelsels om de arbeidsmarkt volledig te verlaten De jaren De jaren De jaren 90 en de huidige situatie Overzicht Systemen van vervroegde uittreding in België Systemen van vervroegde volledige uittreding Het vervroegd pensioen Het conventioneel brugpensioen Het statuut oudere niet-werkzoekende werkloze Het brugpensioen Canada-dry Oudere invaliden Systemen van vervroegde gedeeltelijke uittreding Tijdskrediet voor oudere werknemers Het halftijds brugpensioen Maatregelen om ouderen langer aan het werk te houden De brugpensioenregelingen in België...4. De verschillende soorten brugpensioen in België Het conventioneel voltijds brugpensioen Toekenningsvoorwaarden en toelaatbaarheidsvoorwaarden De inkomsten van de voltijds bruggepensioneerden De verplichtingen van de werkgever De toegelaten arbeid van de voltijds bruggepensioneerde Aanvraagformaliteiten Bijzondere bepalingen voor ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering Het halftijds brugpensioen Toekenningsvoorwaarden en toelaatbaarheidsvoorwaarden De inkomsten van de halftijds bruggepensioneerden De verplichtingen van de werkgever De toegelaten arbeid van de halftijds bruggepensioneerde Aanvraagformaliteiten Het brugpensioen Canada-dry De afschaffing van het brugpensioen in België De sociale partners in België... 6

4 .. Cijfers, grafieken en eigen bedenkingen Enkele visies op de afschaffing van het brugpensioen De werkgeversorganisatie VBO De werknemersorganisaties ACV, ABVV, ACLVB De Belgische regering De brugpensioenstelsels in Nederland en Frankrijk Nederland De sociale partners in Nederland De eindeloopbaanproblematiek in Nederland Het pensioenstelsel in Nederland en de AOW Systemen in Nederland gelijkaardig aan het brugpensioen De VUT Het prepensioen, vroegpensioen en 40-deelnemingsjarenpensioen Nieuwe regels vanaf 006 en de levensloop Nederlandse maatregelen om ouderen langer aan het werk te houden Besluit Frankrijk De sociale partners in Frankrijk De eindeloopbaanproblematiek in Frankrijk Het pensioenstelsel in Frankrijk Systemen in Frankrijk gelijkaardig aan het brugpensioen Préretraite FNE Préretraite contre embauche Retraite de base anticipée Préretraite progressive (PRP) Préretraite en faveur des victimes de l amiante Cessation anticipée d activité (CATS) Franse maatregelen om ouderen langer aan het werk te houden Besluit Besluit Literatuurslijst Primaire bronnen Wetten Koninklijke Besluiten, Ministeriële Besluiten Collectieve arbeidsovereenkomsten Parlementaire Stukken Rechtspraak Secundaire bronnen Boeken Verslagen Tijdschriftenartikels Krantenartikels Websites Informatie via netwerk ( ) Mondelinge bronnen Lijst van figuren Bijlagen Bijlage : Masterplan van het VBO Bijlage : beleidsverklaring Verhofstadt oktober

5 Dankwoord De uitwerking van mijn eindwerk is tot stand gekomen dankzij de hulp van heel wat mensen. Vooraleer ik mijn eindwerk uit de doeken doe, wil ik enkele mensen speciaal bedanken. Mijn eerste dankwoord wil ik richten tot de staf maatschappelijk werk uit de Hogeschool West-Vlaanderen, departement Hiepso. Door de praktische achtergrondkennis die mij werd bijgebracht doorheen de drie opleidingsjaren, heb ik mijn eindwerk tot een goed einde kunnen brengen. In het bijzonder wil ik de heer Rik Braem bedanken, die mij heeft bijgestaan als stagementor en eindwerkbegeleider. Door zijn steun en tips heb ik mijn eindwerk kunnen uitwerken tot een overzichtelijk geheel. Ik wil mijn dank ook richten tot de heer Gunther Van Ovenberghe die enkele lessen heeft besteedt aan het geven van de eindwerkonderrichtingen. Ook de heer Hendrik Vergote wil ik speciaal bedanken. De heer Hendrik Vergote heeft een eindwerksjabloon ontwikkeld, zodanig dat de meeste facetten van de vormgeving van het eindwerk automatisch geregeld werden door het sjabloon. Dit bespaarde me veel tijd en dit zorgde ervoor dat het eindwerk automatisch opgesteld werd volgens de BIN-normen. Mijn volgend dankwoord wil ik richten tot mijn stageplaats, het ADMB Sociaal Bureau in Ieper. Hierbij wil ik in het bijzonder de heer Ghislain Caron bedanken die mij de kans gaf om in het ADMB Sociaal Bureau mijn stage te lopen. Hij was mijn stagesupervisor, heeft mij nuttige informatie verschaft omtrent mijn eindwerkonderwerp en heeft mijn eindwerk doorgenomen. Daarenboven wil ik al mijn collega s uit het Sociaal Bureau in Ieper bedanken. Zij hebben mij vooral veel steun en moed gegeven in de momenten waar de uitwerking van mijn eindwerk wat vastliep. Als ik vragen had, kon ik altijd bij mijn collega s terecht en stonden ze klaar om mij te helpen en informatie te verschaffen. Alle vragen die in het Sociaal Bureau binnenkwamen over het brugpensioen, mocht ik zelf opzoeken en oplossen. Dit zorgde ervoor dat ik de materie over het brugpensioen beter begreep omdat ik de complexe wetgeving in de praktijk mocht toepassen.

6 Natuurlijk wil ik ook de organisaties bedanken die mij nuttige informatie hebben verschaft omtrent mijn einwerkonderwerp. Hierbij denk ik aan de drie vakbonden, die bereid waren om een interview af te leggen, zodat ik hun visie op de afschaffing van het brugpensioen in mijn eindwerk kon verwerken. Binnen het ABVV wil ik vooral de heren Eddy Van Lancker, Bart Vanpoucke en Ger Essers bedanken voor al de tijd die ze voor mij hebben vrijgemaakt. Binnen het ACV wil ik de heren Harry Ottevaere, Rik Vandevenne en Jos Poukens bedanken. Voor het ACLVB gaat mijn dank uit naar de heer Hugo Van Lancker. Aan alle andere personen en organisaties, die mij informatie hebben verschaft en die hier niet vernoemd werden, wil ik ook mijn oprechte dank betuigen. Het is vanzelfsprekend dat ik ook mijn naaste omgeving wil bedanken. Allereerst wil ik mijn vader bedanken die me de kans heeft gegeven om de opleiding als maatschappelijk adviseur te volgen. Ook mijn vriend, Brecht Desmet, wil ik bedanken: hij heeft mij gesteund en moed gegeven in moeilijke momenten. Hij heeft mij ook heel wat nuttige informatie bezorgd die hij kon terugvinden op zijn stageplaats, de BBTK. Ik wil ook de volledige klasgroep bedanken; we hebben elkaar onderling gesteund en gemotiveerd bij de uitwerking van ons eindwerk. Tot slot wil ik nog twee mensen speciaal bedanken die me begeleid hebben bij de afwerking van mijn eindwerk. Ik wil de heer Hugo Leuridan bedanken die mijn eindwerk doorgenomen heeft om de taalfouten op te sporen. Doordat mijn eindwerk werd gecontroleerd door een taaldeskundige, kan ik mijn eindwerk in een correcte Nederlandse taal afleveren. De inhoudelijke aspecten van mijn eindwerk werden gecontroleerd door mevrouw Sandra Lambrecht, juridisch adviseur in de Studiedienst van het ADMB te Brugge. Daarom wil ik mijn laatste dankbetuiging richten tot haar.

7 Lijst met afkortingen ABVV: Algemeen Belgisch Vakverbond ACLVB: Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België ACV: Algemeen Christelijk Vakverbond Agric: Association Générale des Institutions de Retraite des Cadres AOW: Algemene Ouderdomswet ARPE: Allocation de remplacement pour l emploi Arrco: Association pour la Régime de Retraite Complémentaire des salariés BB: Boerenbond BBTK : Bond voor Bedienden, Technici en Kaders CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst CATS: Cessation anticipée d activité CFDT: Confédération Française Démocratique du Travail CFE: Confédération Française de l Encadrement CFTC: Confédération Française des Travailleurs Chrétiens CGC: Confédération Générale des Cadres CGPME: Confédération Générale des Petites et Moyennes Entreprises CGSLB: Centrale Générale des Syndicats Libéraux de Belgique CGT: Confédération Générale du Travail CGT-FO: Confédération Générale du Travail Force Ouvrière CNAV: Caisse Nationale d Assurance Vieillesse CNPF: Conseil National du Patronat Français CNV: Christelijk Nationaal Verbond CRAM: Caisse Régionale d Assurance Maladie CSC: Confédération des Syndicats Chrétiens EU: Europese Unie FGTB: Fédération Général du Travail de Belgique FNE: Fonds National de l Emploi FNSEA: Fédération Nationale des Syndicats d Exploitants Agricoles FNV: Federatie Nederlandse Vakbeweging FOD WASO : Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg FWA: Fédération Wallonne de l Agriculture HVW: Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen

8 IDR: K.B.: LTO: MEDEF: MHP: MKB: NAR.: NBB : NCW: NIS: OCMW: OESO : PEIR: PPESVR: PRP: RSZ: RVA.: RVP: SER: STAR: UNIZO: UPA: USCMB: VBO: VDAB: VNO: VOKA: WAO: Indemnité de départ en retraite Koninklijk Besluit Land- en tuinbouworganisatie Mouvement des Entreprises de France Vakcentrale voor Middengroepen en Hoger Personeel Midden- en kleinbedrijf Nationale Arbeidsraad Nationale Bank van België Nederlands Christelijk Werkgeversverbond Nationaal Instituut voor Statistiek Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Plans d épargne Individuels pour la Retraite Plans Partenariaux d épargne Salariale Volontaire pour la Retraite Préretraite progressive Rijksdienst voor Sociale Zekerheid Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening Rijksdienst voor Pensioenen Sociaal-Economische Raad Stichting voor de Arbeid Unie van Zelfstandige Ondernemers Union Professionnelle Artisanale Union Syndicale des Classes Moyennes de Belgique Verbond van Belgische Ondernemingen Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling Verbond van Nederlandse Ondernemingen Vlaams netwerk voor Ondernemingen, Kamers van Koophandel Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

9 Inleiding: Brugpensioen, een brandend actueel thema. Mijn eindwerk handelt over de zin of de onzin van het brugpensioen. Misschien verbaast het sommigen dat ik dit onderwerp gekozen heb: velen denken waarschijnlijk dat de jongere generatie daar niet mee bezig is omdat de uittreding uit de arbeidsmarkt nog lang niet voor hen bedoeld is. Toch wou ik het tegendeel bewijzen. Als bijna-afgestudeerde, wou ik mij verdiepen in de complexe materie van het brugpensioen. Ik wil hiermee aantonen dat de hele eindeloopbaanproblematiek ook zijn gevolgen heeft ten opzichte van diegenen die nog tot de arbeidsmarkt moeten toetreden. Deze problematiek is dus niet enkel actueel bij oudere mensen, maar ook bij jonge mensen die bekommerd zijn over hun toekomst. Ik ben tot dit onderwerp gekomen omdat de problematiek in verband met het brugpensioen een brandend actueel thema is; denk maar aan de vele krantenkoppen over de afschaffing van het brugpensioen. We leven in een maatschappij van sterke vergrijzing, waardoor veel mensen met dit onderwerp worden geconfronteerd en er meer over willen weten. Ook in mijn directe omgeving word ik met deze problematiek geconfronteerd. Mijn vader, familieleden, buren, kennissen, collega s, hebben de leeftijd bereikt of zullen die bereiken waarbij ze de mogelijkheid hebben of krijgen om vervroegd uit de arbeidsmarkt te treden. Dit waren dus enkele motivaties om mij te verdiepen in deze complexe materie. In mijn eindwerk is het de bedoeling dat ik het algemeen belang van de eindeloopbaan, waartoe ook het brugpensioen behoort, uit de doeken doe. De eindeloopbaanproblematiek is zeer complex en bevat veel beïnvloedende factoren. Daarom was het belangrijk dat ik mijn onderwerp sterk afbakende. In mijn eindwerk bespreek ik enkel de eindeloopbaan van werknemers. De ambtenaren en zelfstandigen komen niet aan bod omdat dit me te ver zou leiden. Een tweede afbakening bestaat erin dat ik de eindeloopbaan slechts in grote lijnen zal aanhalen omdat ik me vooral wil toespitsen op de problematiek van het brugpensioen. Ten derde heb ik ook besloten om een vergelijking te maken met de huidige situatie in Frankrijk en Nederland. Ik heb gekozen voor deze buurlanden omdat Nederland bij het noorden aanleunt en Frankrijk bij het zuiden.

10 Ik wil in mijn eindwerk vooral een antwoord geven op de volgende vragen. Waarover gaat de eindeloopbaanproblematiek in België? Welke verschillende brugpensioenregelingen zijn er in België? Wanneer is het brugpensioen ontstaan en hoe is het systeem geëvolueerd? Waarom wil men het brugpensioen afschaffen? Wat denken de sociale partners over de afschaffing van het brugpensioen? Heerst de problematiek ook in Frankrijk en Nederland? Welke stelsels van brugpensioen kent men in Frankrijk en Nederland? Wat zijn de sociale partners in Frankrijk en Nederland? Na het beantwoorden van deze vragen hoop ik dat de lezers een klare kijk krijgen op mijn eindwerkonderwerp. Bij het opzoeken en verzamelen van de informatie heb ik enkele moeilijkheden ondervonden. Het speurwerk naar de brugpensioensystemen in Nederland en Frankrijk was een grote doolhof. Vooral bij het uitwerken van het deel over Frankrijk heb ik veel problemen ondervonden. De Franse terminologie is niet gemakkelijk te ontleden wanneer je geen achtergrondkennis bezit over deze materie. Door de richtlijnen te volgen die ik aangeboden kreeg door de verschillende contactpersonen, heb ik het juiste pad gevonden en kreeg ik, na wat verdieping, zicht op de verschillende systemen. De visies van de sociale partners op de afschaffing van het brugpensioen wou ik graag verkrijgen aan de hand van interviews. Bij de werknemersorganisaties verliep dit zeer vlot en dit in tegenstelling met de werkgeversorganisaties: bij de werkgeversorganisaties slaagde ik er helaas niet in om een afspraak te regelen om een interview af te nemen. Ik heb echter wel hun visie teruggevonden in allerlei artikels en op de verschillende websites, waardoor ik hun visie toch in mijn eindwerk kon verwerken. Het op papier zetten van de uiteenzetting over de eindeloopbaanproblematiek verliep uiterst moeilijk. Door de overvloed aan informatie was het moeilijk om een zo concreet mogelijk beeld te geven van de huidige eindeloopbaanproblematiek, zonder daarbij tot in detail te treden. De eindeloopbaanproblematiek is zeer complex maar boeiend om zich hierin te verdiepen. Het was belangrijk dat ik tijdens mijn werk verschillende visies op de problematiek heb bestudeerd, zodat ik duidelijk kon waarnemen dat de eindeloopbaanproblematiek vanuit verschillende perspectieven kon worden benaderd. Mijn eindwerk omvat alle informatie tot op mei 005. De eindeloopbaangesprekken zijn momenteel nog aan de gang. Ik vind het spijtig dat alles achter gesloten deuren gebeurt omdat ik op deze manier het hele gebeuren niet van dichtbij kan opvolgen. In de media wordt er ook geen woord meer over gerept. Ik weet dus niet waar de sociale partners momenteel staan in het overleg.

11 De eindeloopbaanproblematiek. De actuele toestand in België De eindeloopbaanproblematiek kan benaderd worden vanuit verschillende perspectieven en is een zeer complexe boterham. Ik zal gebruik maken van enkele grafieken, maar hierbij niet ingaan op de situatie in de andere EU-landen. Voor Nederland en Frankrijk verwijs ik naar het derde deel van mijn eindwerk. De eindeloopbaanproblematiek vloeit voort uit de vaststelling dat slechts 8 % van de leeftijdsgroep tussen 55 en 64 jaar in België nog beroepsactief zijn, tegenover een gemiddelde van 4,5 % van dezelfde leeftijdsgroep in de Europese Unie. De gemiddelde Belg verlaat de arbeidsmarkt op 59-jarige leeftijd in 00. Het is de laagste leeftijd om de arbeidsmarkt te verlaten binnen de Europese Unie, waar de gemiddelde leeftijd om de arbeidsmarkt te verlaten op 6 jaar vastgesteld is. Bij de vrouwen ligt de uittredingsleeftijd iets lager omdat de lagere, wettelijke pensioenleeftijd voor vrouwen geleidelijk wordt opgetrokken. In het Verslag van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid wordt België aanzien als de luie man van Europa. Dit is ook af te leiden uit onderstaande grafiek. Grafiek Gemiddelde leeftijd waarop de activiteit wordt stopgezet voor werknemers in de EU in 00 Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. 78 Bron: Eurostat; Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. 79

12 In grafiek kan je zien dat er gebruik wordt gemaakt van EU 5, het rekenkundig gemiddelde van de vijftien landen die tot de Europese Unie behoren. We hebben op Europees vlak de strategie van Lissabon die enkele jaren geleden afgesloten is en die toch heel belangrijke doelstellingen vooropstelde voor Europa naar 00 toe. Door het Europese tewerkstellingskader wil men tot een heel competitieve kenniseconomie komen. Er moet een duurzame groei komen en een evenwicht gevonden worden tussen de tewerkstelling en de sociale cohesie of de sociale omkadering. Deze twee elementen voorzien dat er tegen 00 een tewerkstellingsgraad van 50 % zou moeten zijn voor de oudere werknemers. Toch denk ik dat men op Europees vlak die zaken wat zal moeten herzien, want die doelstelling is bijna onmogelijk om te bereiken, als je weet dat we nu slechts een tewerkstelling van 8 % oudere werknemers tellen. De eindeloopbaanproblematiek houdt ook verband met de demografie waarmee we zullen worden geconfronteerd. We kennen een sterke vergrijzing van onze bevolking en dat is de onvermijdelijke realiteit. Vanaf 00 zal de bevolking op arbeidsleeftijd geleidelijk aan dalen, omdat we geconfronteerd zullen worden met het uit de arbeidsmarkt treden van de babyboomers. Na de babyboomgeneratie, personen geboren na de jaren zestig, kenden we in België een periode waarin het geboortecijfer sterk afnam. Dit brengt een gewijzigde bevolkingspiramide met zich mee, zie grafiek, en die zal dan ook zijn gevolgen laten zien in de toekomst. Mannen Vrouwen Grafiek Het op leeftijd komen van de babyboomgeneratie, structuur van de bevolking op // Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. 80 Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. 78 Bron: Vergrijzing en eindeloopbaan, powerpoint ABVV

13 3 Het aandeel van de 55- tot 64-jarigen, zal stijgen van 6 % in 003 tot 9 % in 00, terwijl het aandeel van de groep 5- tot 54-jarigen zal afnemen van 65 % naar 63 %. In mijn eindwerk baseer ik mij op de voorspellingen van het NIS omdat het gebruik maakt van de meest recente cijfergegevens en rekening houdt met het migratiebeleid en de geografische, regionale bijzonderheden. Deze cijfers worden ook gebruikt door de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Ook de afhankelijkheidsgraad van de ouderen, dit is de verhouding tussen de 65-plussers en de groep actieven, zal sterk stijgen tegen 050. Op grafiek 3 bemerk je dat de afhankelijkheidsgraad sterk verschilt binnen België. De afhankelijkheidsgraad is het grootst in Vlaanderen en zou in 050, 49 % bereiken. Het NIS voorspelt een afhankelijkheidsgraad in Wallonië van 43 % en in Brussel van slechts 33 %. De afhankelijkheidsgraad in België is niet de hoogste van de Europese Unie: er zijn landen met een hogere en met een lagere afhankelijkheidsgraad. Grafiek 3 Afhankelijkheidsgraad in de Europese Unie in 000 en 050 Een ander aspect waarmee we rekening moeten houden, is de evolutie die we kennen op gezondheidsvlak. We mogen stellen dat de levensverwachting per 4 jaar met jaar wordt verhoogd. Hoe hoger de levensverwachting, hoe langer mensen beroep zullen moeten doen op de gezondheidszorgen, de pensioenen, De kosten van een veranderende bevolkingspiramide met een hoge levensverwachting zal ook zijn invloed hebben op de eindeloopbaanproblematiek. Het is evident dat de vergrijzing financiële gevolgen heeft voor de sociale zekerheid. Voorspellingen van het NIS; synthese Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. 5 Bronnen: Eurostat, NIS; Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. 78

14 4 Zoals ik al heb vermeld, is de gemiddelde leeftijd waarop Belgen de arbeidsmarkt verlaten, de laagste van de EU-landen. Deze vroege uittreding heeft ook tot gevolg dat er een lage activiteitsgraad is bij de ouderen in België. De gemiddelde loopbaan van Belgische mannen is de kortste van alle EU-landen. Er moet dus een mentaliteitsverandering komen bij de huidige bevolking. Het grote aandeel van de bevolking dat de arbeidsmarkt vroegtijdig verlaat, legt een zware last op de werkende bevolking. Ten slotte is het de werkende bevolking die voor de kosten van de ouderen moet opdraaien. Figuur Uit expresso, een uitgave van de BBTK, april 005 Tabel Raming van de verwachte gemiddelde duur van de loopbaan voor mannen (situatie in 000) Bronnen: OESO (003) en berekeningen NBB; Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. 80

15 5 Uit tabel blijkt dat België de kortste loopbaanduur heeft in vergelijking met de andere EUlanden. Ik vraag me hierbij af of het zinvol is om de Belgische cijfers te gaan vergelijken met gemiddelde cijfers van de andere EU-landen. We mogen niet vergeten hoe we werken. De productiviteit van de Belgische ondernemingen en de verwachtingen die in België gesteld worden, liggen heel hoog op Europees vlak. Ik vraag me daarbij af: is het rechtvaardig om zich te focussen op een leeftijd, zonder rekening te houden met wat je verricht tijdens de loopbaan? Ik denk hierbij aan bepaalde zuiderse landen waar er aan een ontspannender ritme arbeid verricht wordt. Ik vind dat de vergelijking niet opgaat. In het Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid vond ik de volgende vaststelling terug: De werknemers van 5 jaar tot 54 jaar zijn niet systematisch meer dan in de rest van de Europese Unie blootgesteld aan een moeilijke werkomgeving, zware taken of de lastige werktijden. De cijfers van de EU liggen wel vrij hoog. Hoewel de Belgische situatie niet fundamenteel verschilt van de gemiddelde toestand in de Europese Unie, moet worden beklemtoond dat voor oudere mannen het aantal afwezigheden wegens met het werk verband houdende gezondheidsproblemen driemaal hoger ligt dan het Europese gemiddelde. In België is er nood aan meer jobs, betrekkingen om de kosten van de Sociale Zekerheid nog betaalbaar te houden en om de hoge productiviteit te kunnen behouden. Het werkgelegenheidsdebat is meer dan enkel het eindeloopbaandebat; bij dit laatste wil men de oudere mensen, die hun loopbaan willen beëindigen, langer aan het werk houden. De Belgische werkgelegenheidsgraad blijft ruim onder het Europese gemiddelde. Toch hebben we tot op vandaag nog nooit zo n hoge tewerkstellingsgraad gekend in België. Als ik de vergelijking maak met de jaren 60, dan zie ik dat veel vrouwen hun intrede in de arbeidsmarkt hebben gemaakt en dit mogen we toch ook niet zomaar gaan wegcijferen in de volledige discussie. De stijging van de inactiviteit vanaf 50 jaar is, in België, vooral het gevolg van een uitgebreid pakket aan systemen van vervroegde uittreding. Ook hier kan een hele waaier argumenten deze inactiviteit van 50-plussers verklaren.

16 6 De inactiviteit van de oudere werknemers kan vanuit twee perspectieven bekeken worden. Het mes snijdt aan twee kanten: de inactiviteit van de oudere werknemers kan het gevolg zijn van de kleine vraag van de werkgevers naar oudere werknemers en anderzijds het gevolg zijn van de wil van de werknemer om de loopbaan te beëindigen, met andere woorden de onwil van de werknemer om zich op de arbeidsmarkt aan te bieden. Het is belangrijk dat je met beide fenomenen rekening houdt in de eindeloopbaandiscussie. De schuld van de lage activiteitsgraad kan dus niet altijd toegewezen worden aan de werkgever of aan de werknemer. Men dient geval per geval te onderzoeken. De vraag naar oudere werkkrachten en het aanbod van oudere werkkrachten kunnen elkaar wel sterk beïnvloeden en ontmoedigen. Dit zal blijken als ik beide aspecten heb besproken Als 50-plussers hun job verliezen, dan is het voor deze groep zeer moeilijk om terug in het arbeidscircuit terecht te komen. Als de werkgevers de oudere werknemers niet willen aanwerven en hen niet in dienst willen houden, dan lijkt het me dan ook maar logisch dat de werknemers zullen worden ontmoedigd. Waarom moet je zich aanbieden op de arbeidsmarkt, als er je toch niemand wil aanwerven? In België is er weinig vraag naar oudere werknemers. Uit de Enquête naar de Structuur en de Spreiding van de Lonen door het NIS, is gebleken dat die lage vraag vooral te wijten is aan de hoge kost van de lonen van oudere werknemers, vooral bij bedienden. Enerzijds ligt de productiviteit van oudere werknemers natuurlijk hoger dan de productiviteit van jongere werknemers en anderzijds is de stijging van de lonen met de leeftijd, vaak sneller en houdt langer aan dan de stijging van de productiviteit met de leeftijd. Grafiek 4 Leeftijdsverloop van de gemiddelde bruto maandlonen in België in Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid Synthese van het Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. Bron: NIS, Enquête naar de Structuur en de Spreiding van de Lonen (999), bewerking FOD WASO

17 7 In grafiek 4 kan je duidelijk zien dat de werknemers in België een leeftijdsgebonden loonverloop kennen. Vooral bij de bedienden is dit zeer duidelijk te zien. De lage vraag naar oudere arbeidskrachten kan je niet altijd in de schoenen schuiven van de werkgever. Soms is de reden van de lage vraag te vinden buiten de wil om van de werkgever: denk maar aan de vele herstructureringen en faillissementen van onze Belgische ondernemingen. Als oudere werknemers ontslagen worden omdat de onderneming in moeilijkheden verkeert, dan heeft de wil van de werkgever er niets mee te maken. De economische omstandigheden beïnvloeden dus ook in grote mate de vraag naar oudere werknemers. Er zijn al enkele beleidsmaatregelen genomen om de vraag naar oudere werknemers te stimuleren. Op federaal niveau werd de werkhervattingstoeslag ingevoerd. Deze bestaat erin dat de werkgevers 50-plussers in dienst kunnen nemen aan een relatief laag loon. De 50- plusser die het werk hervat, krijgt een vergoeding van de RVA. Deze vergoeding, 65,6 euro per maand, wordt toegekend als aanvulling op het loon. Om de werkhervattingstoeslag te kunnen genieten, moet men voldoen aan welbepaalde voorwaarden. Vervolgens is er ook een lastenverlaging waarvan de werkgever kan genieten. De lastenverlaging wordt genoten voor de tewerkstelling van oudere werknemers vanaf 57 jaar. De doelgroepvermindering oudere werknemers kan genoten worden vanaf het kwartaal waarin de werknemer 57 jaar wordt en geldt voor de resterende duur van de tewerkstelling 3. De werkgelegenheid van ouderen kan ook worden gestimuleerd door maatregelen zoals levenslang leren. Als de werkgevers ook de oudere werknemers vormingen en opleidingen zouden aanbieden, dan kan de verhouding tussen de loonkost en productiviteit verbeteren. Naast de vraag naar arbeidskrachten, kan ook het aanbod arbeidskrachten de hoge inactiviteit van ouderen verklaren. Er zijn veel verschillende stelsels om de loopbaan vroegtijdig te beëindigen, evenals stelsels om de prestaties te verminderen. Welke stelsels er zijn, wordt besproken in.3. van dit eindwerk. 3 Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid de tewerkstelling van ervaren werknemers, cel WEW (Werk Ervaren Werknemers) Art 339 Programmawet van 4 december 00, B.S., 3 december 00

18 8 Waarom maken oudere werknemers frequent gebruik van de vervroegde uittredingsstelsels? De belangrijkste reden voor het vroegtijdig beëindigen van de loopbaan is het minimale loonverschil tussen iemand die gaat werken en iemand die vervroegd uittreedt. Het financieel verlies in vergelijking met het laatste arbeidsinkomen is zeer beperkt. Maar niet alleen de financiële kant speelt een rol bij het lage aanbod van oudere werknemers: er zijn ook andere factoren die hierbij een rol spelen. De persoonlijke voorkeur of de gezinssituatie kunnen ervoor zorgen dat werknemers gebruik willen maken van de vervroegde uittredingsstelsels. Ik heb ook al andere factoren aangehaald, zoals het hoge arbeidsritme in België en de hoge productiviteit in de Belgische ondernemingen, die ervoor zorgen dat oudere werknemers sterk belast worden. Sommige oudere werknemers kunnen die belasting niet meer aan en treden daardoor vervroegd uit de arbeidsmarkt. Vervroegde uittreding wordt veelal gelinkt met de problematiek van het brugpensioen. Nochtans is het aantal bruggepensioneerden slechts een minderheid van de inactieve 50- plussers. Verder in mijn eindwerk zal ik hierop ingaan. Zoals u kunt merken moet men met verschillende factoren rekening houden als men het over de eindeloopbaanproblematiek wil hebben. Er zijn nog andere factoren die specifiek betrekking hebben op de eindeloopbaan zoals onder andere economische factoren. Ik heb deze factoren niet aangesneden in mijn werk omdat dit mij veel te ver zou leiden. Ik hoop dat ik met deze uiteenzetting duidelijk heb gemaakt, dat de eindeloopbaanproblematiek een harde noot is om te kraken en uit heel veel verschillende invalshoeken kan worden benaderd. De eindeloopbaanonderhandelingen zijn volop aan de gang en het wordt afwachten wat de sociale partners zullen overeenkomen. Synthese van het Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, p. 3 Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid

19 9. Het ontstaan en de evolutie van de vervroegde uittredingsstelsels om de arbeidsmarkt volledig te verlaten De massale vervroegde uittredingsstelsels zijn niet vanzelf ontstaan; die vinden hun oorsprong in het begin van de jaren 70 en zijn georganiseerd en aangemoedigd geweest door de toen gevoerde politiek. Hieronder zal ik de historiek weergeven van de vervroegde uittredingsstelsels. De ontwikkeling van de vervroegde uittredingsstelsels verliep in verschillende fasen. Ik heb zelf, om alles wat overzichtelijker te maken, opsplitsingen gemaakt per tien jaar... De jaren 70 Na Wereldoorlog II heerste er in België een economische bloei en die hield aan gedurende 30 jaar. In het begin van de jaren 70 kende België echter een economische crisis. De werkloosheid werd een permanent verschijnsel en trof vooral de jongeren 3. Om de jongerenwerkloosheid op te vangen, bedacht men een stelsel om de ouderen vervroegd te laten uittreden. Het brugpensioenstelsel ontstond in deze periode, maar werd meestal voor beperkte tijd ingesteld. De mogelijkheid bestond wel om het stelsel te verlengen. In die periode was men ervan overtuigd dat de hoge werkloosheid bij jongeren slechts een tijdelijk fenomeen zou zijn 4. Helaas, niets was minder waar! In de jaren 70 kende men drie systemen van vervroegde uittreding voor de oudere werknemers: het conventioneel brugpensioen; het wettelijk brugpensioen; de stelsels van bijzonder brugpensioen. Op de nationale werkgelegenheidsconferentie van 973 hadden de verschillende sociale partners aanbevolen dat de NAR. bij CAO een tijdelijk stelsel van brugpensioen moest ontwerpen. Deze CAO is er ook gekomen, namelijk CAO nr. 7 van 9 december 974, die tot op vandaag geldig is. De eerste brugpensioenregeling kwam dus tot stand en ging van kracht in Belgisch Tijdschrift voor de Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 576 Belgisch Tijdschrift voor de Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 578 N. Degimbe, Van kortstondige werkloosheid naar een toestand van permanent werktekort: aanpassing van de grondbeginselen van het stelsel van werkloosheidsverzekering, in vijftig jaar Sociale Zekerheid en daarna?, VI: wanneer arbeid schaars wordt, Brussel, Bruylant, 995, p Art. 3 CAO nr. 7 ingevoerd bij K.B. van 6 januari 975, B.S., 3 januari 975

20 0 Er was een dubbele doelstelling verbonden aan de invoering van het conventioeel brugpensioen. Het stelsel was een instrument voor de werkgever om oudere werknemers te ontslaan op een sociaal aanvaardbare manier waarbij de werknemer vroeger dan de pensioenleeftijd uit te arbeidsmarkt kon treden met een financiële compensatie. Tevens was het ook een manier om de werkloze jongeren een arbeidsplaats aan te bieden door hen de arbeidsplaats van de oudere ontslagen werknemers te laten innemen. De werkgever had de mogelijkheid om de werknemers van 60 jaar en ouder of de werkneemsters van 55 jaar en ouder te ontslaan en het conventioneel brugpensioen aan de betrokken werknemers toe te kennen. De leeftijdsvoorwaarde kon verlaagd worden door sectorale- of ondernemings-cao s. De werknemer zal echter wel een minimum aantal jaren tewerkstelling of gelijkstelling als werknemer moeten aantonen. De bruggepensioneerde geniet van een bijzonder werkloosheidsstatuut. De conventioneel bruggepensioneerde heeft het voordeel dat hij/zij niet moet voldoen aan alle voorwaarden van de werkloosheidsreglementering. Een conventioneel bruggepensioneerde moet zich niet inschrijven als werkzoekende en zich niet langer ter beschikking stellen van de arbeidsmarkt. De bruggepensioneerden genieten een aanvullende vergoeding. (Voor meer informatie zie...) Een tweede vervroegd uittredingsstelsel dat ingevoerd werd, was het wettelijk brugpensioen. De oorsprong van dit stelsel is terug te vinden in de herstelwet van 30 maart 976 en werd van kracht door de programmawet van december 977. De doelstellingen van de invoering van het wettelijk brugpensioen waren dezelfde als deze bij het conventioneel brugpensioen. Als ik het wettelijk brugpensioen vergelijk met het conventioneel brugpensioen, dan zijn er drie belangrijke verschillen: de werknemer had een recht op het wettelijk brugpensioen van zodra hij de brugpensioenleeftijd bereikt had en moest zijn ontslag door de werkgever niet afwachten 3 ; de werkgever werd verplicht om de wettelijk bruggepensioneerde te vervangen door een werkloze van minder dan 30 jaar 4 ; de aanvullende vergoeding werd betaald door de Staat 5. Het wettelijk brugpensioen heeft slechts vijf jaar bestaan want in 98 werd het wettelijk brugpensioen niet meer verlengd Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 579 Wet 30 maart 976 betreffende de economische herstelmaatregelen, B.S., april 976; Wet december 977 betreffende de budgettaire voorstellen , B.S., 4 december 977 Belgisch Tijdschrift voor Sociale zekerheid 4 e trimester 00 Artikel 70 van de Wet december 977 Artikel 74 van de Wet december 977

21 De volgende stelsels van vervroegde uittreding die in deze periode tot stand kwamen, waren de stelsels van bijzonder brugpensioen, en dat beoogde twee verschillende doelgroepen. Enerzijds was er een bijzonder brugpensioen voor oudere werklozen en anderzijds was er een bijzonder brugpensioen voor oudere invaliden. Beide brugpensioenstelsels werden ingevoerd door de programmawet van 977. Door het invoeren van het bijzonder brugpensioen kregen oudere werklozen en oudere arbeidsongeschikten de mogelijkheid om de arbeidsmarkt vroegtijdig te verlaten. Bovendien werden die zelfde werknemers beschouwd als werkzoekenden en werd hun kans vergroot om terug in de arbeidsmarkt ingeschakeld te worden. Het bijzonder brugpensioen was eigenlijk een vervroegd pensioen. Dit betekende dat de oudere werklozen en oudere arbeidsongeschikten op bijzonder brugpensioen konden, de mannen vanaf 60 jaar en de vrouwen vanaf 55 jaar 3. Als deze werknemers de pensioengerechtigde leeftijd bereikten, kregen ze een pensioen verminderd met 5 % per jaar vervroeging. De vermindering werd echter gecompenseerd door een supplementair bedrag waarvan de bijzonder bruggepensioneerde kon genieten. Zo kregen de bijzonder bruggepensioneerden een uitkering die gelijk was aan de werkloosheidsvergoeding, verhoogd met 4,80 euro per maand 4. De bijzonder bruggepensioneerde kon deze uitkering genieten tot de normale pensioenleeftijd. De twee stelsels van het bijzonder brugpensioen hebben niet lang bestaan. Het bijzonder brugpensioen voor oudere invaliden verdween vanaf 978. Het bijzonder brugpensioen voor oudere werklozen hield iets langer stand, namelijk tot 3 maart De jaren 80 In de jaren 80 kwam men tot de vaststelling dat de krappe werkgelegenheid geen tijdelijke situatie was, maar dat men met dit probleem bleef kampen. Deze vaststelling zorgde ervoor dat het beleid, betreffende de vervroegde uittreding, dringend aan herziening toe was. Door het permanent karakter van het arbeidsoverschot werd er geprobeerd om de vervroegde uittreding van werknemers vanaf 60 jaar meer op te vangen via de pensioenregeling 6. Deze evolutie kwam ook tot stand omdat de bijzondere uittredingsroutes te duur waren Wet van december 977 betreffende de budgettaire voorstellen , B.S., 4 december 977 Memorie van toelichting, Parlementaire stukken, Kamer, , nr., Artikel 0 en art. 6, Wet december 977 en art. 8, K.B. 7 december 977 Artikel 0 en art. 6, Wet december 977 en art. tot 6, K.B. 7 december 977 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 58 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 58

22 In de jaren 80 werd het brugrustpensioen ingevoerd en dit stelsel werd opgevangen via de pensioenregeling. Er werden in deze periode ook beperkingen aan de brugpensioenen ingevoerd. Eén van de belangrijkste beperkingen aan het stelsel was het invoeren van een leeftijdsgrens. In deze periode is ook een bijzonder statuut tot stand gekomen voor de oudere, langdurige werklozen. In 98 werd het brugrustpensioen ingevoerd. Dit stelsel werd ingevoerd bij K.B. nr. 95, ter vervanging van het wettelijk brugpensioen. Het brugrustpensioen was een vervroegd pensioen, maar de vermindering van 5 % per jaar vervroeging, werd voor het eerst niet toegepast. Als een werknemer op brugrustpensioen ging, werden de jaren op brugrustpensioen gelijkgesteld en in rekening gebracht bij de loopbaan. Deze gelijkstelling gold tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Omdat het brugrustpensioen opgevangen werd via de pensioenregeling, had de begunstigde van het brugrustpensioen het statuut van een gewone gepensioneerde. De werknemers konden van het stelsel genieten vanaf hun 60. Dit betekende dat de vrouwen geen aanspraak konden maken op het brugrustpensioen omdat ze vanaf 60 op pensioen konden. Het brugrustpensioen werd ingesteld om de arbeid te herverdelen en weerstand te bieden aan de werkloosheid. Werknemers konden enkel van het brugrustpensioen genieten als de werkgever de begunstigde op brugrustpensioen verving door een werkloze 3. Door de invoering van het brugrustpensioen ter vervanging van het wettelijk brugpensioen, was het duidelijk dat de beleidsorganen besparingen invoerden. De besparingen zijn op veel vlakken te zien als we de beide stelsels met elkaar vergelijken. Het brugrustpensioen had een beperkte doelgroep, namelijk mannen. Er was bovendien geen onvoorwaardelijk recht op het brugrustpensioen, aangezien de werkgever de begunstigde op brugrustpensioen moest vervangen. Een laatste besparingsmaatregel hield verband met de berekening. Het brugrustpensioen werd berekend op het gemiddeld loon, in tegenstelling tot het wettelijk brugpensioen, waar de berekening gebeurde op basis van het laatste loon K.B. nr. 95, 8 september 98 betreffende het brugrustpensioen voor werknemers, B.S., 9 september 98 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 58 Artikel K.B. nr. 95, 8 september 98 betreffende het brugrustpensioen voor werknemers, B.S., 9 september 98 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 583

23 3 Doordat er geen leeftijdsgrens ingesteld werd op het conventioneel brugpensioen, ontstond een grote groep van jonge bruggepensioneerden. De werkloosheidsreglementering ondervond een grote financiële last die op lange termijn zijn sporen zou nalaten. Daarom werden er vanaf 983 een drietal beperkingen aangebracht om de toegang tot het stelsel te beperken. De eerste beperking van het brugpensioen hield in dat de minimumleeftijd geleidelijk aan opgetrokken werd van 55 naar 58 jaar. Aan die minimumleeftijd waren wel enkele uitzonderingen gekoppeld, onder andere voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering 3. Door de verhoging van de minimumleeftijd werd het conventioneel brugpensioen opgeschoven naar de vervroegde pensioenleeftijd. Zo werd het brugpensioen aanzien als een vorm van vervroegde pensionering en werd de toegelaten arbeid tijdens brugpensioen dezelfde arbeid als voor een gepensioneerde 4. Ten tweede werd het bekomen van het brugpensioen slechts mogelijk wanneer de werkgever de bruggepensioneerde verving door een werkloze. Deze beperking kende ook uitzonderingen wat betreft de ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering. Een derde wijziging had betrekking op het aantal dienstjaren van de ontslagen werknemer. Ontslagen werknemers die het brugpensioenstatuut wilden bekomen, moesten een aantal dienstjaren bewijzen. Deze dienstjaren bedroegen: vijf jaar bij de laatste werkgever, tien jaar binnen de sector of twintig jaar in loondienst 5. Na invoering van deze beperkingen bleef het conventioneel brugpensioen ongewijzigd tot de jaren 90. Halfweg de jaren 80 was er een grote groep oudere werklozen omdat het bijzonder brugpensioen voor oudere werklozen afgeschaft werd in 98. Die omvangrijke groep bestond vooral uit langdurige werklozen omdat oudere werknemers die in de werkloosheid terecht kwamen, moeilijk terug ingeschakeld werden op de arbeidsmarkt. Langdurige oudere werklozen werden vrijgesteld van een aantal voorwaarden en verplichtingen uit de werkloosheidsreglementering Zie: aanhef K.B. 8 juli 983 betreffende het recht van ontslagen werknemers van 55 jaar en ouder op werkloosheidsuitkeringen, B.S., 7 juli 983 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 583 Artikel K.B. februari 984 betreffende het recht op werkloosheidsuitkeringen van bejaarde werknemers, B.S., 5 februari 984 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 584 Art. K.B. 0 augustus 986 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, B.S., 0 september 986. Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 584

24 4 Langdurige werklozen, vanaf de leeftijd van 55 jaar, dienden zich niet meer in te schrijven als werkzoekende en dienden niet langer beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. Langdurige werklozen tussen 50 en 55 jaar, die een blijvende verminderde arbeidsongeschiktheid konden bewijzen, genoten eveneens van de hierboven vernoemde vrijstellingen. Er kwam ook een aanpassing van het pensioenstelsel. Een eerste aanpassing was er al in 986 waarbij vrouwen vanaf 55 jaar van geen vervroegd pensioen meer konden genieten. Het brugrustpensioen werd minder aantrekkelijk gemaakt door de programmawet van Men maakte het stelsel minder aantrekkelijk doordat de fictieve jaren tussen 60 en 65 jaar niet meer in aanmerking kwamen voor de berekening van het brugrustpensioen...3 De jaren 90 en de huidige situatie Zoals ik reeds vermeldde, kende men in de jaren 80 een hoge werkloosheid. Daardoor rees de vraag of men ook niet een verlaging van de pensioenleeftijd kon doorvoeren. Men streefde naar een flexibele pensioenleeftijd. De flexibele pensioenleeftijd werd ingevoerd omwille van twee redenen. Vooreerst waren de bijzondere stelsels van brugpensioen en het brugrustpensioen niet geschikt om de blijvende werkloosheid op te vangen. De flexibele pensioenleeftijd werd ook ingevoerd omdat de werknemer zelf het tijdstip van pensionering kon kiezen 4. Bij de andere vervroegde uittredingsstelsels werd het tijdstip van pensionering meestal bepaald door de economische eisen. De instelling van de flexibele pensioenleeftijd gebeurde bij wet van 0 juli Door de flexibele pensioenleeftijd konden zowel mannen als vrouwen zelf bepalen wanneer ze op pensioen gingen, weliswaar tussen 60 en 65 jaar. Deze vrije keuze gold enkel voor werknemers, werklozen en invaliden. Bruggepensioneerden bleven uitgesloten van pensioen vóór de leeftijd van 65 jaar. Voor de berekening van het pensioen werd de tewerkstellingsbreuk echter behouden, namelijk 40sten voor vrouwen en 45sten voor mannen. Terzelfder tijd werd de vermindering van 5 % per jaar vervroeging afgeschaft, alsook het stelsel van het brugrustpensioen Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 585 Artikel en 5 K.B. 9 december 984 Artikel 5, Programmawet december 989, B.S., 30 december 989 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 585 Wet 0 juli 990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn, B.S., 5 augustus 990 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 586

25 5 In die periode werd er ook sterk gesleuteld aan het conventioneel brugpensioen. Een verstrakking van de toetredingsvoorwaarden werd doorgevoerd door het K.B. van 6 november 990. Werknemers moesten een loondienst van 5 jaar bewijzen. Er werden uitzonderingen gemaakt op de anciënniteitvoorwaarden voor 60-plussers en ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering. De werkgevers werden verplicht om de ontslagen werknemers, die men het brugpensioenstatuut wou toekennen, te vervangen. Hier werden eveneens dezelfde uitzonderingen gemaakt zoals bij de anciënniteitvoorwaarden. Door het K.B. van 7 december 99 werd de toegelaten arbeid voor bruggepensioneerden gewijzigd 3. Voordien hadden de bruggepensioneerden hetzelfde statuut van gepensioneerden wat betrof de toegelaten arbeid. Dit statuut werd vervangen door een nieuw statuut dat sterk te vergelijken was met de bepalingen die van toepassing zijn op de gewone werklozen 4. Het conventioneel brugpensioen werd minder aantrekkelijk gemaakt door de invoering van inhoudingen en patronale bijdragen. Door de programmawet van 989 werd er een forfaitaire werkgeversbijdrage bepaald, die bedoeld was voor de Rijksdienst voor Pensioenen 5. In 990 werd er een volgende werkgeversbijdrage ingevoerd ten gunste van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid 6. Een bijkomende bijdrage ten voordele van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening kwam tot stand in 994 en die betrof een inhouding van % op het brugpensioen. Deze inhouding werd in 997 opgetrokken tot 3 % K.B. 6 november 990 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, B.S., 3 november 990 Artikel en 4 K.B. 6 november 990 K.B. 7 december 99 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, B.S., december 99 Belgisch tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00 Artikel Programmawet december 989, B.S., 30 december 989 Artikel 4-44 Wet 9 december 990 houdende sociale bepalingen, B.S., 9 januari 99 Artikel 50 Wet 30 maart 994 houdende sociale bepalingen, B.S., 3 maart 994

26 6 Oudere werklozen hadden het financieel niet gemakkelijk omdat de uitkering sterk daalde vanaf het tweede jaar werkloosheid. Daarom werd er in 989 voor deze groep de anciënniteitstoeslag ingevoerd, een toeslag die de oudere werkloze verkrijgt vanaf het tweede jaar werkloosheid. Ter compensatie van het financieel verlies dat de werknemer ondervindt door de daling van de werkloosheidsuitkering. De toeslag is afhankelijk van de leeftijd en de categorie waartoe de werkloze behoort. Tevens moet de werkloze een beroepsloopbaan van 0 jaar bewijzen om van deze anciënniteitstoeslag te kunnen genieten. Vanaf de leeftijd van 50 jaar kan de werkloze aanspraak maken op de anciënniteitstoeslag 3. In het Verslag 004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid werd de anciënniteitstoeslag als volgt omschreven 4 : Het stelsel van de anciënniteitstoeslag vormde in combinatie met het statuut oudere werkloze een nieuwe vervroegde uittredingsroute, ditmaal niet voor actieve werknemers maar voor werklozen. Samen kunnen deze stelsels worden beschouwd als een soort brugpensioen voor werklozen. De begunstigden waren, net als bij het brugpensioen, ontslagen van verdere deelname aan het arbeidsproces en ontvingen darvoor een financiële compensatie. In 996 werd de flexibele pensioenleeftijd afgeschaft. De normale pensioengerechtigde leeftijd werd terug ingevoerd, maar er was wel een wijziging aangebracht 5. De pensioengerechtigde leeftijd werd, zowel voor mannen en vrouwen, vastgelegd op 65 jaar 6. Ook de loopbaanbreuk voor de berekening werd op 45sten gebracht voor vrouwen 7. Vervroegd pensioen bleef mogelijk en er werd geen verminderingspercentage, per jaar vervroegde uittreding, toegepast 8. De vervroegde pensionering bij vrouwen werd op deze manier minder aantrekkelijk gemaakt. De vrouwen kregen een kleinere uitkering door de berekening in 45sten. In 996 heeft men ook een loopbaanvoorwaarde verbonden aan de toegang tot het vervroegd pensioen 9. De loopbaanvoorwaarde werd elk jaar opgetrokken tot in 005, en vanaf dan moeten de werknemers die op vervroegd pensioen willen gaan, een beroepsloopbaan bewijzen van minimum 35 jaar K.B. 3 januari 989 betreffende de toekenning van een anciënniteitstoeslag aan oudere werklozen, B.S., 9 januari 989 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 587 Artikel 4 K.B. 3 januari 989 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 588 K.B. 3 december 996 tot invoering van de artikelen 5, 6 en 7 van de wet van 6 juli 996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenen, B.S., 7 januari 997 Artikel K.B. 3 december 996 Artikel 5 en 6 K.B. 3 december 996 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid 4 e trimester 00, p. 589 Artikel 4 en 4 K.B. 3 december 996

Federale hervormingen eindeloopbaanbeleid

Federale hervormingen eindeloopbaanbeleid Federale hervormingen eindeloopbaanbeleid België wordt geconfronteerd met de uitdaging de lage werkzaamheidsgraad bij ouderen op te krikken. In reactie hierop herziet de federale regering de regelgevingen

Nadere informatie

De hieronder behandelde wijzigingen hebben betrekking op de rustpensioenen in de privésector.

De hieronder behandelde wijzigingen hebben betrekking op de rustpensioenen in de privésector. Bij het uitvoeren van het regeerakkoord heeft de federale regering onder druk van budgettaire beperkingen heel wat maatregelen genomen die impact hebben op de arbeidsmarkt. Zowel de snelheid en hoeveelheid

Nadere informatie

Halftijds brugpensioen

Halftijds brugpensioen Halftijds brugpensioen //dossier Eindeloopbaan Inhoud Wat verstaat men onder halftijds brugpensioen?... 01 Onder welke voorwaarden krijgt men toegang tot het halftijds brugpensioen?... 01 Welke procedure

Nadere informatie

Sector van de vlasbereiding

Sector van de vlasbereiding Sector van de vlasbereiding 2014 Dit document is gebaseerd op de reglementering en de bedragen die op 15 oktober 2013 van toepassing waren. 1 De meeste zaken die in de textielagenda staan, zijn ook voor

Nadere informatie

Eindeloopbaan: je rechten

Eindeloopbaan: je rechten Eindeloopbaan: je rechten Eindeloopbaan: je rechten Eindeloopbaan: je rechten Bedragen Alle bedragen zijn van toepassing op moment van publicatie (april 2016) en uitgedrukt in euro. Vrouwen-Mannen Alle

Nadere informatie

Pensioenen Stand van zaken op 20 januari 2012

Pensioenen Stand van zaken op 20 januari 2012 Pensioenen Stand van zaken op 20 januari 2012 Enkele zaken rond de pensioenregeling voor werknemers werden onlangs aangepast. We geven hier een beknopt overzicht van de nieuwe regeling zoals ze in de Wet

Nadere informatie

Uitgerust op rustpensioen

Uitgerust op rustpensioen Uitgerust op rustpensioen Eindeloopbaan en pensioenvorming in Vlaanderen Herremans, W. (2005). Uitgerust op rustpensioen. Eindeloopbaan en pensioenvorming in Vlaanderen. Steunpunt WAV, in opdracht van

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 127 ----------------------------------------------------------------------- Zitting van dinsdag 21 maart 2017 ---------------------------------------------- Collectieve

Nadere informatie

Algemene principes blijven

Algemene principes blijven Nummer 3/2012 vrijdag 2 maart 2012 Wat verandert er aan het brugpensioen? Een aantal van de maatregelen opgenomen in het regeerakkoord zijn gericht op de verhoging van de tewerkstellingsgraad van oudere

Nadere informatie

STATISTISCHE STUDIES

STATISTISCHE STUDIES STATISTISCHE STUDIES december 2003 Inhoudstafel I. DE LOOPBAAN VAN EEN WERKNEMER Inleiding 1 a. De loopbaanduur 3 b. De werkelijke en gelijkgestelde dagen in een loopbaan 7 c. De aard van inactiviteit

Nadere informatie

Newsletter. Sociale actualiteit van April. Solutions for Human Resources. Sociale actualiteit van April. Solutions for Human Resources.

Newsletter. Sociale actualiteit van April. Solutions for Human Resources. Sociale actualiteit van April. Solutions for Human Resources. 2012 Solutions for Human Resources. Newsletter PERSOLIS Résidence de la Lyre, 19 1300 Wavre Tel : +32 (0)10 43 98 83 www.persolis.be «De Persolis nieuwsbrief wordt verdeeld in samenwerking met Groep S

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw bij werknemers

Gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw bij werknemers Gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw bij werknemers Peeters, H. & Larmuseau, H. (2005). De solidariteit van de gelijkgestelde periodes. Een exploratie van de aard, het belang en de zin van de gelijkgestelde

Nadere informatie

Regeerakkoord DI RUPO I:Wat met de pensioenen?

Regeerakkoord DI RUPO I:Wat met de pensioenen? Regeerakkoord DI RUPO I:Wat met de pensioenen? 540 dagen na de verkiezingen heeft België een nieuwe federale regering. Vincent Van Quickenborne (Open VLD) wordt de nieuwe minister van pensioenen. Hieronder

Nadere informatie

Lange loopbaan : 35 jaar vanaf 2012, 38 jaar vanaf 2014, 39 jaar vanaf 2016 en 40 jaar vanaf 2017 ;

Lange loopbaan : 35 jaar vanaf 2012, 38 jaar vanaf 2014, 39 jaar vanaf 2016 en 40 jaar vanaf 2017 ; INHOUD EN UITVOERING VAN HET REGEERAKKOORD OP SOCIAALRECHTELIJK VLAK Onder het motto beter laat dan nooit, ligt er na 541 dagen onderhandelen eindelijk een regeerakkoord op tafel. Naast het feit dat het

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

INTERPRETATIE VAN HET BEGRIP EFFECTIEF ACTIEF

INTERPRETATIE VAN HET BEGRIP EFFECTIEF ACTIEF INTERPRETATIE VAN HET BEGRIP EFFECTIEF ACTIEF Opdat sommige kapitalen en afkoopwaarden in aanmerking zouden kunnen komen voor een fiscaal gunstig regime (hetzij de aanslagvoet van 10%, hetzij de beperking

Nadere informatie

DEEL 1. STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (SWT) 1

DEEL 1. STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (SWT) 1 DEEL 1. STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (SWT) 1 Hoofdstuk 1. Situering 7 Hoofdstuk 2. Strategie/Beleidsluik 7 Hoofdstuk 3. Wettelijk kader 9 Afdeling 1. Basiswetgeving 9 Afdeling 2. Afwijkingen

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Wettelijk kader 8 Afdeling 1. Basiswetgeving 8 Afdeling 2. Afwijkingen op het niveau van de sector of de onderneming 9

Hoofdstuk 3. Wettelijk kader 8 Afdeling 1. Basiswetgeving 8 Afdeling 2. Afwijkingen op het niveau van de sector of de onderneming 9 DEEL 1. VOLTIJDS BRUGPENSIOEN 1 Hoofdstuk 1. Situering 7 Hoofdstuk 2. Strategie/Beleidsluik 7 Hoofdstuk 3. Wettelijk kader 8 Afdeling 1. Basiswetgeving 8 Afdeling 2. Afwijkingen op het niveau van de sector

Nadere informatie

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 bedrijfstoeslag (Brugpensioen) 2014 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 DEEL I: HET STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (VOLTIJDS BRUGPENSIOEN)... 7 INLEIDING... 7 1. TOEKENNINGSVOORWAARDEN... 8

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015

PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015 PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015 Positieve arbeidsmarktevoluties in het derde kwartaal van 2015 De werkgelegenheidsgraad bij de 20- tot 64-jarigen bedroeg in het derde kwartaal van 2015 67,4% en steeg

Nadere informatie

Brugpensioen : hoofdelijke bijdragen en sociale inhoudingen. Belangrijke wijzigingen vanaf 1 april 2010

Brugpensioen : hoofdelijke bijdragen en sociale inhoudingen. Belangrijke wijzigingen vanaf 1 april 2010 Inhoudstafel Nieuwe hoofdelijke bijdragen inzake brugpensioen... 2 Nieuwe hoofdelijke bijdragen inzake pseudobrugpensioen (Canada Dry private sector)... 4 Vrijstelling van de werkgeversbijdrage en de sociale

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 17 TRICIES -----------------------------------------------------------------------------------

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 17 TRICIES ----------------------------------------------------------------------------------- COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 17 TRICIES ----------------------------------------------------------------------------------- Zitting van dinsdag 19 december 2006 ----------------------------------------------------

Nadere informatie

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) gewijzigd vanaf 1 januari 2015

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) gewijzigd vanaf 1 januari 2015 Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) gewijzigd vanaf 1 januari 2015 1. Inleiding In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2014 werd het KB gepubliceerd dat het stelsel van werkloosheid

Nadere informatie

STATISTISCHE STUDIES

STATISTISCHE STUDIES STATISTISCHE STUDIES december 2003 Inhoudstafel I. DE LOOPBAAN VAN EEN WERKNEMER Inleiding 1 a. De loopbaanduur 3 b. De werkelijke en gelijkgestelde dagen in een loopbaan 7 c. De aard van inactiviteit

Nadere informatie

DEEL 1. STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (SWT) 1

DEEL 1. STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (SWT) 1 DEEL 1. STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (SWT) 1 Hoofdstuk 1. Situering 7 Hoofdstuk 2. Strategie/Beleidsluik 7 Hoofdstuk 3. Wettelijk kader 9 Afdeling 1. Basiswetgeving 9 Afdeling 2. Afwijkingen

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.938 ------------------------------- Zitting van maandag 27 april 2015 ------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.938 ------------------------------- Zitting van maandag 27 april 2015 ------------------------------------------------ A D V I E S Nr. 1.938 ------------------------------- Zitting van maandag 27 april 2015 ------------------------------------------------ Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 118 van 27 april 2015 tot vaststelling

Nadere informatie

De volledige CLB Group wenst u een gezond en succesvol 2016!

De volledige CLB Group wenst u een gezond en succesvol 2016! Nr. 213 24 december 2015 De volledige CLB Group wenst u een gezond en succesvol 2016! Belgisch Staatsblad Vermindering loonbeslag bij kinderen ten laste: bedragen in 2016 Vorige week informeerden wij u

Nadere informatie

De houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing

De houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing De houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing Seminarie voor leerkrachten, 26 oktober 2016 Stefan Van Parys Bruno Eugène INTERN Departement Studiën Groep Overheidsfinanciën

Nadere informatie

Evaluatie van de pensioenbonus

Evaluatie van de pensioenbonus Federale Overheidsdienst Financiën - België Documentatieblad 72e jaargang, nr. 1, 1e kwartaal 2012 Evaluatie van de pensioenbonus HOGE RAAD VAN FINANCIEN Studiecommissie voor de vergrijzing D it is een

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 26 juni 2014

PERSBERICHT Brussel, 26 juni 2014 PERSBERICHT Brussel, 26 juni 2014 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheidgraad blijft hoog Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2014 67% van de 20- tot 64-jarigen was aan het werk. Dat percentage blijft nagenoeg

Nadere informatie

Wijzigingen in de pensioenwetgeving

Wijzigingen in de pensioenwetgeving 1. Wijzigingen in de pensioenleeftijd en berekening van het pensioen 1.1. Wettelijk pensioen 1.1.1. Leeftijd In België is de wettelijke pensioenleeftijd voorlopig nog steeds 65 jaar. De startdatum van

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST BETREFFENDE HET KLIKSYSTEEM VOOR HET BEHOUD VAN DE AANVULLENDE VERGOEDING IN HET KADER VAN

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST BETREFFENDE HET KLIKSYSTEEM VOOR HET BEHOUD VAN DE AANVULLENDE VERGOEDING IN HET KADER VAN COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 107 ----------------------------------------------------------------------- Zitting van donderdag 28 maart 2013 ------------------------------------------------- COLLECTIEVE

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING VOOR SOMMIGE OUDERE WERKNEMERS, IN GEVAL VAN HAL- VERING VAN DE ARBEIDSPRESTATIES, GEWIJZIGD

Nadere informatie

Vrouwenraadinfofiche 2016

Vrouwenraadinfofiche 2016 Vrouwenraadinfofiche 2016 Drie decennia deeltijds werk en de gevolgen voor vrouwen Evolutie deeltijdse arbeid De overheid en de sociale partners zijn deeltijds werk (gebaseerd op een deeltijdse arbeidsovereenkomst)

Nadere informatie

Newsletter. Sociale actualiteit van Februari. Solutions for Human Resources. Sociale actualiteit van Februari. Solutions for Human Resources.

Newsletter. Sociale actualiteit van Februari. Solutions for Human Resources. Sociale actualiteit van Februari. Solutions for Human Resources. 2013 Solutions for Human Resources. Newsletter PERSOLIS 23 rue de l orne 1435 Mont St Guibert www.persolis.be «De Persolis nieuwsbrief wordt verdeeld in samenwerking met Groep S sociaal secretariaat».

Nadere informatie

DE CRISISPREMIE VOOR ONTSLAGEN ARBEIDERS

DE CRISISPREMIE VOOR ONTSLAGEN ARBEIDERS DE CRISISPREMIE VOOR ONTSLAGEN ARBEIDERS Sinds het begin van 2010 kan het ontslag van een arbeider tot betaling van een crisispremie aanleiding geven, die voor de onderneming tot een bijkomende kost kan

Nadere informatie

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 Brugpensioen 2010 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 DEEL I: VOLTIJDS BRUGPENSIOEN... 7 INLEIDING... 7 1. TOEKENNINGSVOORWAARDEN... 8 1.1. Inleiding... 8 1.2. Ontslag gegeven door de werkgever... 8 1.2.1.

Nadere informatie

Uitgerust op rustpensioen

Uitgerust op rustpensioen Uitgerust op rustpensioen Eindeloopbaan en pensioenvorming in Vlaanderen Wim Herremans In opdracht van FOD Sociale Zaken Maart 2005 WAV-Rapport Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming Interuniversitair

Nadere informatie

Infoblad - werknemers

Infoblad - werknemers Infoblad - werknemers Mag u een overlevingspensioen cumuleren met uitkeringen? Waarover gaat dit infoblad? In dit infoblad wordt uitgelegd onder welke voorwaarden u een overlevingpensioen kunt cumuleren

Nadere informatie

50-PLUSSERS OP EN LANGS DE ARBEIDSMARKT DE ZILVERVLOOT MEERT AAN Hoofdstuk 19

50-PLUSSERS OP EN LANGS DE ARBEIDSMARKT DE ZILVERVLOOT MEERT AAN Hoofdstuk 19 50-PLUSSERS OP EN LANGS DE ARBEIDSMARKT DE ZILVERVLOOT MEERT AAN Hoofdstuk 19 Maarten Tielens Vier op tien van de 50- tot 64-jarigen in Vlaanderen werkt. De rest van deze zilvervloot is niet (meer) beroepsactief,

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE LIJST VAN AFKORTINGEN DEEL 1. SOCIAAL OVERLEG IN BELGIË 1

INHOUDSOPGAVE LIJST VAN AFKORTINGEN DEEL 1. SOCIAAL OVERLEG IN BELGIË 1 INHOUDSOPGAVE LIJST VAN AFKORTINGEN VII DEEL 1. SOCIAAL OVERLEG IN BELGIË 1 Hoofdstuk 1. Partners in sociaal overleg 7 Afdeling 1. Werkgeversorganisaties 7 Afdeling 2. Werknemersorganisaties 9 Afdeling

Nadere informatie

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (vroegere brugpensioen)

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (vroegere brugpensioen) je rechten op zak Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (vroegere brugpensioen) Sinds 1 januari 2012 werd het zogenaamde brugpensioen vervangen door het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Nadere informatie

De impact van het Generatiepact op pensioenen en tijdkrediet. Regeringsbeslissing! =>Protest vakbonden =>Onderhandelingen =>Bijschaving Generatiepact

De impact van het Generatiepact op pensioenen en tijdkrediet. Regeringsbeslissing! =>Protest vakbonden =>Onderhandelingen =>Bijschaving Generatiepact De impact van het Generatiepact op pensioenen en tijdkrediet Regeringsbeslissing! =>Protest vakbonden =>Onderhandelingen =>Bijschaving Generatiepact We trachten volgende vragen te beantwoorden : Stoppen:

Nadere informatie

Belg wil stoppen met werken op 62 jaar

Belg wil stoppen met werken op 62 jaar ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 4 februari 2008 Belg wil stoppen met werken op 62 jaar - Resultaten unieke bevraging overgang van werk naar pensionering - Werkende 50-plussers

Nadere informatie

Regeerakkoord DI RUPO I:Wat met de pensioenen?

Regeerakkoord DI RUPO I:Wat met de pensioenen? Regeerakkoord DI RUPO I:Wat met de pensioenen? 540 dagen na de verkiezingen heeft België een nieuwe federale regering. Vincent Van Quickenborne (Open VLD) wordt de nieuwe minister van pensioenen. Hieronder

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 Meer 55-plussers aan het werk Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2013 66,7% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage daalt licht in vergelijking met

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013

PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013 PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013 De Belgische arbeidsmarkt in 2012 Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten Hoeveel personen verrichten betaalde arbeid? Hoeveel mensen zijn werkloos? Hoeveel inactieve

Nadere informatie

CAO van 30 september 2009 tot vaststelling van de overgangsregeling in het kader van de invoering van de sectorale tweede pensioenpijler

CAO van 30 september 2009 tot vaststelling van de overgangsregeling in het kader van de invoering van de sectorale tweede pensioenpijler CAO van 30 september 2009 tot vaststelling van de overgangsregeling in het kader van de invoering van de sectorale tweede pensioenpijler Art. 1 Voorwerp van deze CAO Deze CAO stelt voor de arbeiders van

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 Lichte daling werkloosheid Arbeidsmarktcijfers tweede kwartaal 2015 De werkloosheidgraad gemeten volgens de definities van het Internationaal Arbeidsbureau daalde

Nadere informatie

Van 77bis naar 103: een nieuwe CAO over tijdskrediet: wijzigingen vanaf 1 september 2012

Van 77bis naar 103: een nieuwe CAO over tijdskrediet: wijzigingen vanaf 1 september 2012 Blijf met ons aan de spits van het sociaal recht 36-2012 - 31 augustus t.e.m. 6 september Van 77bis naar 103: een nieuwe CAO over tijdskrediet: wijzigingen vanaf 1 september 2012 CAO nr. 103 van 27 juni

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013

PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013 PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013 Licht herstel van de arbeidsmarkt? Arbeidsmarktcijfers tweede kwartaal 2013 67,5% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage stijgt met 0,8 procentpunten

Nadere informatie

DOORLOPENDE ENQUÊTE NAAR DE ARBEIDSKRACHTEN. Speciale module overgang van werk naar pensionering. Tweede kwartaal 2006 (referentieweken 14 t.e.m.

DOORLOPENDE ENQUÊTE NAAR DE ARBEIDSKRACHTEN. Speciale module overgang van werk naar pensionering. Tweede kwartaal 2006 (referentieweken 14 t.e.m. EAK Module Overgang van werk naar pensionering tweede trimester 2006 Sociale Statistieken Eenheid «Enquête naar de Arbeidskrachten» Leuvenseweg 44-1000 Brussel DOORLOPENDE ENQUÊTE NAAR DE ARBEIDSKRACHTEN

Nadere informatie

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan?

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de economische crisis van 2009 en 2012 doorstaan? Die twee jaar bedraagt de economische groei respectievelijk -2,8% en

Nadere informatie

De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor overwerk

De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor overwerk 3 HOOFDSTUK I De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor overwerk AFDELING 1 Inleiding Doelstelling Achtergrond Sinds 1 juli 2005 geldt een fiscale lastenverlaging voor

Nadere informatie

Infoblad - werknemers Welke zijn de voorwaarden om recht te hebben op brugpensioen tot en vanaf ?

Infoblad - werknemers Welke zijn de voorwaarden om recht te hebben op brugpensioen tot en vanaf ? Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening Voor meer inlichtingen neem contact op met de plaatselijke RVA (werkloosheidsbureau). De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be Infoblad

Nadere informatie

NIEUWIGHEDEN OP VLAK VAN HET PENSIOEN Januari 2013

NIEUWIGHEDEN OP VLAK VAN HET PENSIOEN Januari 2013 NIEUWIGHEDEN OP VLAK VAN HET PENSIOEN Januari 2013 1. Inleiding Eén van de eerste beslissingen van de regering Di Rupo I, had betrekking op de hervorming van de pensioenen. Intussen werden al heel wat

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.605 ------------------------------ Zitting van dinsdag 24 april 2007 -------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.605 ------------------------------ Zitting van dinsdag 24 april 2007 ------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.605 ------------------------------ Zitting van dinsdag 24 april 2007 ------------------------------------------- Uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2007-2008 Outplacement Ontwerp

Nadere informatie

Welk stelsel? Wanneer met pensioen gaan?

Welk stelsel? Wanneer met pensioen gaan? 1 Pensioen pensioen 1 Uw eerste bekommernis op pensioengerechtigde leeftijd is er vaak één van financiële aard. Aan de hand van een paar vragen proberen we u op de juiste weg te zetten voor het bekomen

Nadere informatie

Nieuw bedrag forfaitaire kilometervergoeding vanaf 1 juli 2015 definitief vastgelegd

Nieuw bedrag forfaitaire kilometervergoeding vanaf 1 juli 2015 definitief vastgelegd Nr. 195 16 juli 2015 Belgisch Staatsblad Nieuw bedrag forfaitaire kilometervergoeding vanaf 1 juli 2015 definitief vastgelegd Zoals u weet hanteert de overheid een forfaitaire kilometervergoeding voor

Nadere informatie

en laatste punt wordt nagegaan hoe een erkenning als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering kan bekomen worden.

en laatste punt wordt nagegaan hoe een erkenning als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering kan bekomen worden. Hoofdstuk VII Activerend beleid bij herstructureringen 273 en laatste punt wordt nagegaan hoe een erkenning als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering kan bekomen worden. A. Onderneming in

Nadere informatie

--------------------------

-------------------------- COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 107 VAN 28 MAART 2013 BETREFFENDE HET KLIKSYSTEEM VOOR HET BEHOUD VAN DE AANVULLENDE VERGOEDING IN HET KADER VAN BEPAALDE STELSELS VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG

Nadere informatie

Naar de kern. Thema 1: De kern van het ondernemen ...

Naar de kern. Thema 1: De kern van het ondernemen ... Thema 1: De kern van het ondernemen overheid klanten leveranciers leefomgeving onderneming werknemers... mede-eigenaars drukkingsgroepen en actiecomités U Ondernemen doet iemand in de eerste plaats uit

Nadere informatie

Afschaffing van de pensioenbonus: tot twee keer meer pensioenen onder de armoedegrens

Afschaffing van de pensioenbonus: tot twee keer meer pensioenen onder de armoedegrens Afschaffing van de pensioenbonus: tot twee keer meer pensioenen onder de armoedegrens Studiedienst PVDA Kim De Witte 1 Afschaffing pensioenbonus: tot 187,2 minder pensioen per maand... 2 1.1 De vroegere

Nadere informatie

DIENST BELEIDSCOÖRDINATIE

DIENST BELEIDSCOÖRDINATIE DIENST BELEIDSCOÖRDINATIE Brussel, 4 juni 2008 VSKO/DB/08.06 V0806 Paritair Comité 152 Meesters-, vak- en dienstpersoneel: brugpensioen OPGELET, ENQUETE SCHOOLBESTUREN! Enkel de schoolbesturen die de enquête

Nadere informatie

[2010-03-12] CRISISPREMIE VOOR ONTSLAGEN ARBEIDERS KAN TOT EEN BIJKOMENDE KOST VAN 1.666 EUR LEIDEN

[2010-03-12] CRISISPREMIE VOOR ONTSLAGEN ARBEIDERS KAN TOT EEN BIJKOMENDE KOST VAN 1.666 EUR LEIDEN [2010-03-12] CRISISPREMIE VOOR ONTSLAGEN ARBEIDERS KAN TOT EEN BIJKOMENDE KOST VAN 1.666 EUR LEIDEN Indien u tussen 1 januari 2010 en 30 juni 2010 een arbeider ontslaat, kan dit tot een bijkomende kost

Nadere informatie

17 De specifieke stelsels van loobaanonderbreking toegekend met toepassing van het bericht nr. 28 HR/2003 van de NMBS Holding van 14 april 2003 ;

17 De specifieke stelsels van loobaanonderbreking toegekend met toepassing van het bericht nr. 28 HR/2003 van de NMBS Holding van 14 april 2003 ; Lijst van de disponibiliteiten of vergelijkbare situaties die aanleiding geven tot de toepassing van artikel 88, derde en vierde lid van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen : 1 De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE WERKGELEGENHEID. Verslag 2004

HOGE RAAD VOOR DE WERKGELEGENHEID. Verslag 2004 HOGE RAAD VOOR DE WERKGELEGENHEID Verslag 2004 30 juni 2004 Inhoudstafel I. STRUCTURELE ASPECTEN VAN HET ARBEIDSMARKTVERLOOP IN BELGIË EN IN DE LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE...5 1. BIJDRAGE VAN DE ARBEIDSMARKT

Nadere informatie

[ ] PROGRAMMAWET GEPUBLICEERD IN HET BELGISCH STAATSBLAD

[ ] PROGRAMMAWET GEPUBLICEERD IN HET BELGISCH STAATSBLAD [2015-01-16] PROGRAMMAWET GEPUBLICEERD IN HET BELGISCH STAATSBLAD In het Belgisch Staatsblad van 29 december 2014 werd de Programmawet van 19 december 2014 gepubliceerd. Hieronder zullen we de voor u meest

Nadere informatie

Studiedag over pensioenen 09.06.2015

Studiedag over pensioenen 09.06.2015 Dames en heren, Studiedag over pensioenen 09.06.2015 Vooreerst dank ik u voor de uitnodiging op deze studiedag. U hebt mij uitgenodigd om te spreken over een fundamentele kwestie: «Met welke uitdagingen

Nadere informatie

Werkloosheidsuitkeringen

Werkloosheidsuitkeringen je rechten op zak Werkloosheidsuitkeringen Het bedrag van je werkloosheidsuitkering wordt berekend op basis van je laatst verdiende loon en je gezinstoestand. De hoogte van de uitkering is ook afhankelijk

Nadere informatie

Infoblad - werknemers U bent een werkloze van 50 jaar of ouder?

Infoblad - werknemers U bent een werkloze van 50 jaar of ouder? Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening Voor meer inlichtingen neem contact op met de plaatselijke RVA (werkloosheidsbureau). De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be Infoblad

Nadere informatie

Enkele cijfers Vaststellingen en antwoorden. Focus op. Jobkanaal Diversiteitsplannen Jobcoaching IBO Financiële tewerkstellingsmaatregelen

Enkele cijfers Vaststellingen en antwoorden. Focus op. Jobkanaal Diversiteitsplannen Jobcoaching IBO Financiële tewerkstellingsmaatregelen Kunnen kansengroepen de krapte doen vergeten? Steve Vanhorebeek. Enkele cijfers Vaststellingen en antwoorden Jobkanaal Diversiteitsplannen Jobcoaching IBO Financiële tewerkstellingsmaatregelen Focus op

Nadere informatie

Evolutie sinds 1954 van de vergoede volledige werkloosheid in perspectief geplaatst

Evolutie sinds 1954 van de vergoede volledige werkloosheid in perspectief geplaatst Evolutie sinds 1954 van de vergoede volledige werkloosheid in perspectief geplaatst Directie Statistieken, Budget en Studies Stat@rva.be Inhoudsopgave: 1 INLEIDING 1 2 EVOLUTIE VAN DE VERGOEDE VOLLEDIGE

Nadere informatie

Voor elke categorie (zie algemene methodenota) van pensioengerechtigden wordt een verdeling opgemaakt.

Voor elke categorie (zie algemene methodenota) van pensioengerechtigden wordt een verdeling opgemaakt. 4 Zelfstandigenpensioenen Toestand op januari 200 In dit hoofdstuk worden de verschillende aspecten van de pensioenregeling voor zelfstandigen toegelicht: De zelfstandigenpensioenen verdeeld volgens het

Nadere informatie

Gelet op de aanvraag van de RVA ingediend op de Kruispuntbank op 4 juli 1997;

Gelet op de aanvraag van de RVA ingediend op de Kruispuntbank op 4 juli 1997; TC/97/82 BERAADSLAGING Nr. 97/49 VAN 11 SEPTEMBER 1997 BETREFFENDE EEN MACHTIGINGSAANVRAAG VAN DE RIJKSDIENST VOOR ARBEIDS- VOORZIENING TOT HET RAADPLEGEN VAN HET WERKGEVERS- REPERTORIUM VAN DE RIJKSDIENST

Nadere informatie

Leeftijdsbewust Personeelsbeleid. Iris Tolpe Manager Legal Dpt, Information & Know How Sociaal Secretariaat Securex

Leeftijdsbewust Personeelsbeleid. Iris Tolpe Manager Legal Dpt, Information & Know How Sociaal Secretariaat Securex Leeftijdsbewust Personeelsbeleid Iris Tolpe Manager Legal Dpt, Information & Know How Sociaal Secretariaat Securex Leeftijdsbewust personeelsbeleid Overzicht Tewerkstellingsmaatregelen: doel Federale tewerkstellingsmaatregelen

Nadere informatie

Brugpensioen Stand van zaken op 1 maart A. Inleiding

Brugpensioen Stand van zaken op 1 maart A. Inleiding Stand van zaken op 1 maart 2012 A. Inleiding De teksten inzake het brugpensioen, die eind vorig jaar werden aangenomen, zijn de volgende: Twee koninklijke besluiten van 28 december 2011 (BS 30.12.2011),

Nadere informatie

Persbericht. Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden

Persbericht. Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden Brussel, 30 april 2009 Persbericht Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden Vice-Eerste minister en minister van werk, Joëlle

Nadere informatie

Sociale Inschakelingseconomie SINE

Sociale Inschakelingseconomie SINE Sociale Inschakelingseconomie SINE Petra Dombrecht Stafmedewerker Lokale Economie en Werkgelegenheid Inhoudstafel 1. Toepasselijke wetgeving 2. Doelstelling 3. Betrokken partijen 4. Werkgever: - voordelen

Nadere informatie

INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT

INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT HOOFDSTUK 1... 3 EEN SOCIAAL STATUUT VOOR ONTHAALOUDERS... 3 1. Inleiding... 3 2. De Belgische sociale zekerheid: hoe werkt dat?... 3 3. Is een onthaalouder

Nadere informatie

Dag van de Payroll Professional 2015. Werkloosheid met bedrijfstoeslag Karin Buelens

Dag van de Payroll Professional 2015. Werkloosheid met bedrijfstoeslag Karin Buelens Dag van de Payroll Professional 2015 Werkloosheid met bedrijfstoeslag Karin Buelens 1. Wat is SWT? BRUGPENSIOEN = STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG U ressorteert onder PC 200. Kan Liliane

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 Meer personen op de arbeidsmarkt in de eerste helft van 2010. - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, 2 de

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR.77 TER

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR.77 TER COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR.77 TER ----------------------------------------------------------------------------- Zitting van woensdag 10 juli 2002 --------------------------------------------- COLLECTIEVE

Nadere informatie

RVA. de degressiviteit van de uitkeringen voor mensen in arbeidszorg

RVA. de degressiviteit van de uitkeringen voor mensen in arbeidszorg RVA In het najaar 2013 stond een infosessie met de RVA gepland. Deze kon jammer genoeg door dienstnoodwendbaarheden niet doorgaan. Daarom ging het Steunpunt op een andere manier op zoek naar info. Alle

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) Tweede deel In de vorige Stat info ging de studie globaal (ttz. alle statuten bijeengevoegd) over het verband

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) Eerste deel Evolueert de werkloosheidsduur naargelang de leeftijd van de werkloze? Hoe groot is de kans

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2014

PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2014 PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2014 Geen heropleving van de arbeidsmarkt in 2013 Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten 4.530.000 in België wonende personen zijn aan het werk in 2013. Hun aantal

Nadere informatie

Wanneer ga jij met pensioen?

Wanneer ga jij met pensioen? Wanneer ga jij met pensioen? Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 AOW-gerechtigde leeftijd... 4 1.1 Algemeen... 4 1.2 Verhoging van 65 naar 67... 4 1.3 Verdere verhoging op basis van de levensverwachting...

Nadere informatie

Geen boeken meer. Je verlaat de school Werkloos of werken?

Geen boeken meer. Je verlaat de school Werkloos of werken? Afgestudeerd en nu? Afgestudeerd en nu? Eerst en vooral een feestje, want dat heb je verdiend! En dan ga je nadenken over je toekomst en dan komen de vragen. Hoe dan ook er zijn een aantal zaken waar je

Nadere informatie

1 Inleiding. Wanneer ga jij met pensioen Versie: 4 17-07-2015 Pagina: 3 van 7

1 Inleiding. Wanneer ga jij met pensioen Versie: 4 17-07-2015 Pagina: 3 van 7 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 AOW-gerechtigde leeftijd... 4 2.1 Algemeen... 4 2.2 Verhoging van 65 naar 67... 4 2.3 Verdere verhoging op basis van de levensverwachting... 4 3 Pensioenleeftijd... 6 3.1

Nadere informatie

opleiding werkloosheid rechten arbeidskaart loon syndicaten Werk en opleiding Santé arbeidsovereenkomst werk zoeken gelijkschakeling van diploma s

opleiding werkloosheid rechten arbeidskaart loon syndicaten Werk en opleiding Santé arbeidsovereenkomst werk zoeken gelijkschakeling van diploma s rechten arbeidskaart arbeidsovereenkomst werk zoeken opleiding zelfstandige werkloosheid gelijkschakeling van diploma s loon syndicaten Werk en opleiding Santé Door te werken kan je jezelf en je familie

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 103 BIS

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 103 BIS COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 103 BIS ------------------------------------------------------------------------------ Zitting van maandag 27 april 2015 ----------------------------------------------

Nadere informatie

De artikelen 51 tot 53 van het koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering (B.S.31.12.1991)

De artikelen 51 tot 53 van het koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering (B.S.31.12.1991) De artikelen 51 tot 53 van het koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering (B.S.31.12.1991) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van [02 oktober 1992 tot wijziging van het

Nadere informatie

CRISISPREMIE ARBEIDERS

CRISISPREMIE ARBEIDERS 19.02.2010 Rev. 31.12.2010 Kitty Janssens kitty.janssens@salar.be CRISISPREMIE ARBEIDERS De redactie en uitgever streven naar optimale betrouwbaarheid en volledigheid van de verstrekte informatie, waarvoor

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/07/167 BERAADSLAGING NR. 07/063 VAN 6 NOVEMBER 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Ouderen en eindeloopbaan in 50 tabellen

Ouderen en eindeloopbaan in 50 tabellen Ouderen en eindeloopbaan in 50 tabellen Genderjaarboek 2006 MV United De publicatie Genderjaarboek 2006 is de opvolger van het Genderzakboekje dat op initiatief van het ESF-Agentschap Vlaanderen de voorbije

Nadere informatie

NOTA STUDIEDIENST SWT vanaf

NOTA STUDIEDIENST SWT vanaf JAN UAR I 2015 P ATR ICIA DE MAR CH I ADVISEUR B ALAN S WER K - P R IVÉ LEVEN EN EIN DELOOP B AAN NOTA STUDIEDIENST SWT vanaf 01.01.2015 1. Context Het koninklijk besluit (KB) ter wijziging van de regels

Nadere informatie

Jeugdwerkloosheid. Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten 11 december 2013. Jan Smets

Jeugdwerkloosheid. Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten 11 december 2013. Jan Smets Jeugdwerkloosheid Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten 11 december 2013 Jan Smets Overzicht van de uiteenzetting 1. Dramatische jongerenwerkloosheidscijfers... 2 Werkloosheidsgraad

Nadere informatie

TETRALERT - SOCIAAL STAND VAN ZAKEN : DE HERVORMING VAN HET STELSEL VAN DE WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (VOORDIEN «BRUGPENSIOEN»)

TETRALERT - SOCIAAL STAND VAN ZAKEN : DE HERVORMING VAN HET STELSEL VAN DE WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (VOORDIEN «BRUGPENSIOEN») RÉGIMES PARTICULIERS : CONDITIONS D ACCÈS AU RCC TETRALERT - SOCIAAL STAND VAN ZAKEN : DE HERVORMING VAN HET STELSEL VAN DE WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (VOORDIEN «BRUGPENSIOEN») De regering Michel

Nadere informatie