Technische Opzet TimeTell versie 8

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Technische Opzet TimeTell versie 8"

Transcriptie

1 Technische Opzet TimeTell versie 8 TIMETELL BV Balen van Andelplein KH, Voorburg Helpdesk

2 Inhoud 1. Inleiding Technische opzet Login verificatie Systeemeisen Installatie Inventarisatie Applicatieserver Client Web client App Database Setup database FireBird FireBird naast InterBase installeren Oracle Aanmaken Oracle tablespace Configuratie Oracle op TimeTell aplicatieserver SQL Server Installatie en configuratie MS SQL Server Setup TimeTell applicatieserver Installatie Configuratie database verbinding Initialiseer database Configuratie applicatieserver Configuratie services Setup TimeTell windows client Setup TimeTell web client Installatie NET Framework Oracle Data Access Components (ODAC) Configuratie webservice achteraf aanpassen Configuratie Windows Authentication Known Issues Setup TimeTell webservices Configuratie webservice Webservice via HTTPS Installatie webservice op andere server Instellingen in de App Installatie Open SSL Extra configuratie opties Configuratie authenticatie gebruikers Configuratie notificatie op server (SMTP) Configuratie Exchange synchronisatie op server Delen van de agenda s - machtigingen Privé-afspraken synchroniseren Office Configuratie taalbestanden Configuratie Google API key Configuratie van TimeTell windows client over internet Opzetten test database Opzetten archief database TimeTell Technische Opzet 2/84 Versie 9 juli 2015

3 4.9. Configuratie parameters TimeTell client parameters TimeTell Task Manager parameters TimeTell Administrator parameters TimeTell Technische Opzet 3/84 Versie 9 juli 2015

4 1. Inleiding Deze handleiding is bedoeld voor de systeembeheerders die de TimeTell applicatie installeren en het technisch beheer gaan uitvoeren. TimeTell Technische Opzet 4/84 Versie 9 juli 2015

5 2. Technische opzet Onderstaand model geeft de algemene technische opzet weer van TimeTell. Hieruit blijkt dat werken door medewerkers op verschillende locaties en thuiswerkers wordt ondersteund. TimeTell functionaliteiten zijn op de volgende manieren beschikbaar voor de eindgebruiker: Snelkoppeling naar de TimeTell client op een centrale netwerkshare Lokale TimeTell client op een laptop of thuis-pc o Communicatie via HTTP of HTTPS o Client wordt automatisch geüpdatet na een server update Via de TimeTell webclient in de browser Via de TimeTell App Verder is via TimeTell Online ook nog een gehoste versie van TimeTell beschikbaar. TimeTell Technische Opzet 5/84 Versie 9 juli 2015

6 2.1. Login verificatie Er zijn 2 manieren van login verificatie in TimeTell: Single sign-on De eerste is dat TimeTell geen login dialoog toont maar aan Windows vraagt als welke gebruiker je bent aangemeld op het netwerk. Deze loginnaam wordt dan opgezocht in de TimeTell database en op basis daarvan krijg je autorisatie in TimeTell zelf. Deze methode maakt dus gebruik van het feit dat je al bent ingelogd en geverifieerd door Windows. N.B. Het is mogelijk om naast de loginnaam ook nog te controleren of je bent ingelogd op een geldig domein. Zie paragraaf 4.1 Configuratie authenticatie gebruikers voor meer informatie. Login dialoog De tweede methode maakt gebruik van een TimeTell logindialoog met username en password. Deze kan eventueel worden geverifieerd met een username/wachtwoord combinatie die in de TimeTell database is vastgelegd. Het is echter ook mogelijk dat deze login gegevens worden geverifieerd bij een LDAP server. Je vult dan je eigen netwerk loginnaam en wachtwoord in en deze worden door de applicatieserver secure naar de LDAP server gestuurd. Je krijgt dan alleen toegang tot TimeTell als de LDAP server dit heeft geverifieerd als een geldige login. Verder moet je loginnaam (geen wachtwoord) voorkomen in de TimeTell database. Zie paragraaf 4.1 Configuratie authenticatie gebruikers voor meer informatie. In alle gevallen worden de login gegevens versleuteld verzonden van de TimeTell client naar de applicatieserver. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van AES encryptie. TimeTell Technische Opzet 6/84 Versie 9 juli 2015

7 2.2. Systeemeisen De volgende systeemeisen zijn van toepassing voor een TimeTell installatie: TimeTell applicatieserver Besturingssysteem Windows 2003, Windows 2008, Windows 2012 (incl R2 versies) Windows Vista, Windows 7, Windows 8 1 Processor en geheugen 4Gb of hoger 32-bits of 64-bits TimeTell webserver (alleen van toepassing bij gebruik webmodule) Database client (32-bits) SQL-Server (vanaf v2005 t/m v2014, geen Express uitvoering) Oracle (vanaf v10 t/m v12, geen Express uitvoering) FireBird server (vanaf v2.5.3, client aanwezig bij standaard database installatie) De volgende webservers worden ondersteund: IIS 7.5 (Windows 2008 R2) IIS 8 (Windows 2012) IIS 8.5 (Windows 2012 R2) Microsoft.NET Framework Application development, ASP.net Processor en geheugen 4Gb 32-bits of 64-bits TimeTell client Database client (32-bits) SQL-Server (vanaf v2005 t/m v2014, geen Express uitvoering) Oracle (vanaf v10 t/m v12, geen Express uitvoering) + Oracle Data Access Components FireBird server (vanaf v2.5.3, client aanwezig bij standaard database installatie) Besturingssysteem Windows 2003, Windows Vista, Windows 2008, Windows 7, Windows 8, Windows 2012 Processor en geheugen 2Gb 32-bits of 64-bits 1 Dit zijn geen server versies van Windows waardoor slechts een beperkt aantal PC s toegang kan hebben tot shares op deze machines. De TimeTell client moet in dat geval niet op een share op deze machine geplaatst worden. TimeTell Technische Opzet 7/84 Versie 9 juli 2015

8 Web client Browser Internet Explorer: 9 of hoger (10 of hoger geadviseerd) FireFox: 29 of hoger Chrome: 34 of hoger Safari : 7 of hoger Ondersteuning voor Java script moet aan staan in de browser instellingen. Deze applicatie maakt gebruik van cookies om instellingen op te slaan. De minimale resolutie om de webclient te kunnen gebruiken is 1024 x 768 pixels. Een hogere resolutie wordt aanbevolen. App IOS 7.0 en hoger Android 4.0 en hoger Server geheugen De benodigde hoeveelheid geheugen op de server hangt af van diverse factoren. Voor iedere gebruiker die op dat moment verbinding heeft met de applicatie server is ongeveer 2Mb geheugen op de applicatieserver benodigd. TimeTell heeft echter zelf een mechanisme dat de verbinding met de applicatieserver automatisch verbreekt en herstelt zodat het aantal gelijktijdig actieve connecties naar de applicatiesserver beperkt blijft. Database omvang De omvang van de database hangt af van diverse factoren. Als stelregel houden wij maximaal 1Mb per medewerker per jaar aan. In de meeste gevallen is de omvang van de groei van de database echter minder. Netwerk verkeer Voor de TimeTell client wordt een 1Mb verbinding geadviseerd. Een hogere bandbreedte is natuurlijk beter voor performance. Dedicated server Een dedicated server voor TimeTell is wenselijk maar niet noodzakelijk mits er voldoende (processor)capaciteit beschikbaar is op de server. N.B. Het is mogelijk om de database server, de applicatieserver en de webserver op aparte servers of op dezelfde server te installeren. Dit mogen ook virtuele servers zijn. Default werkt TimeTell met FireBird als database server. Als wordt gewerkt met Oracle of SQL- Server dan moet de klant zelf de database (server), de database licenties en het beheer regelen. TimeTell Technische Opzet 8/84 Versie 9 juli 2015

9 3. Installatie 3.1. Inventarisatie Onderstaande gegevens zijn nodig tijdens de installatie en kunnen vooraf geïnventariseerd worden. TimeTell is een multi-tier applicatie die bestaat uit de volgende lagen: Database Applicatie server Windows client Web client App Afhankelijk van de behoefte kunnen deze lagen over verschillende (virtuele) servers worden verdeeld. De systeemeisen voor iedere laag staan beschreven in paragraaf 2.2 Systeemeisen Applicatieserver De TimeTell applicatieserver bestaat uit een set Windows services die geïnstalleerd worden. Hostname server waarop TimeTell gaat draaien: Installatie pad voor TimeTell server programmatuur: Default c:\program files\timetell Client De TimeTell client bestaat uit een Windows executable die centraal op een fileserver geplaatst kan worden. Er is dan geen lokale installatie nodig en er hoeven alleen maar snelkoppelingen naar deze centrale executable gedistribueerd worden. Alternatief is dat de client op de afzonderlijke PC s en laptops wordt geplaatst. N.B. Het is mogelijk om deze lokale clients dan automatisch te updaten als er een nieuwe versie wordt geïnstalleerd op de server. Centrale client op fileserver Hostname fileserver waarop TimeTell client: Installatie pad voor client op fileserver: Share naam voor client directory op fileserver: Lokale clients op PC s Lokaal installatie pad voor client: Default c:\program files\timetell\client Web client De TimeTell web client kan als een.net web application geïnstalleerd worden onder IIS. Hostname webserver: Installatiepad voor web client: Default c:\inetpub\wwwroot\timetell N.B. Op deze server moeten ook de TimeTell webservices geïnstalleerd worden. TimeTell Technische Opzet 9/84 Versie 9 juli 2015

10 App Voor de app moet de applicatieserver vanaf buiten benaderbaar zijn via een flexibele in te stellen poort. Alle communicatie tussen app en de server gebeurt encrypted. Eventueel kan de TimeTell Webservice op een andere server worden geïnstalleerd die vanaf buiten benaderbaar is Database TimeTell ondersteunt Oracle en SQL-Server databases 2. FireBird is de default database voor TimeTell als niet is gekozen voor Oracle of SQL-Server. FireBird De installatie programmatuur voor FireBird wordt meegeleverd. Hostname database server: Default is dit dezelfde server als de TimeTell applicatie server. Installatie pad voor FireBird programmatuur: Default in c:\program files\firebird Installatie pad voor TimeTell database: Default in data subdirectory onder TimeTell directory (c:\program files\timetell\data) Oracle Uitgangspunt is dat er een werkende Oracle database server is. Hierop moet een Oracle database beschikbaar zijn waarin een tablespace kan worden aangemaakt. De 32-bits versie Oracle client moet ook op de TimeTell applicatie server zijn geïnstalleerd. Hostname database server: Oracle service naam: Oracle poort (default 1521): Oracle login gegevens om tablespace en user aan te maken: SQL server Uitgangspunt is dat er een werkende SQL database server is. De SQL server client moet ook op de TimeTell applicatie server zijn geïnstalleerd. Hostname database server: SQL server login gegevens om database en user aan te maken: 2 Installatie, beheer en licenties voor Oracle en SQL-server dient de klant zelf te regelen. TimeTell Technische Opzet 10/84 Versie 9 juli 2015

11 3.2. Setup database FireBird N.B. Controleer vooraf of op de server ook InterBase versie 7 of hoger is geïnstalleerd. In dat geval moet FireBird namelijk naast InterBase worden geïnstalleerd. Zie paragraaf FireBird naast InterBase installeren voor meer informatie hierover. Installeer de Firebird database server door Firebird _0_Win32.exe uit te voeren. Klik op de knop Next. Het volgende scherm is de License Agreement. Selecteer I accept the agreement en klik op de knop Next. Het volgende scherm is het Informatiescherm. Klik op de knop Next. In onderstaand scherm staan de componenten vermeld. Kies voor de Server components (default) TimeTell Technische Opzet 11/84 Versie 9 juli 2015

12 Dit is de standaard directory waar de database server wordt geïnstalleerd dit kan eventueel aan gepast worden. Dit is niet de plek waar de TimeTell database wordt geplaatst, deze instelling wordt pas later gevraagd. Pas deze aan wanneer gewenst en klik op de knop Next. In bovenstaand scherm staan de componenten vermeld. Zorg dat alles aangevinkt is (default) TimeTell Technische Opzet 12/84 Versie 9 juli 2015

13 N.B. Als de database server een andere is dan de TimeTell applicatieserver dan moet de client ook nog apart worden geïnstalleerd op de applicatieserver! Kies dan alleen voor Client components. Klik op de knop Next. Klik op de knop Next. TimeTell Technische Opzet 13/84 Versie 9 juli 2015

14 N.B. Als FireBird naast InterBase wordt geïnstalleerd moet de onderste optie uit staan. Klik op de knop Next. Klik op de knop Install. De FireBird database server wordt nu geïnstalleerd. Het volgende scherm is een Informatiescherm. Klik op de knop Next. Het onderstaande scherm verschijnt, door nu op de knop Finish te klikken zal FireBird starten. TimeTell Technische Opzet 14/84 Versie 9 juli 2015

15 Op de server zijn nu de volgende services actief: Firebird Guardian Default Instance Firebird Server Default Instance In het configuratiescherm is een FireBird Server Manager geïnstalleerd. Deze beheertool maakt het mogelijk om de database server te stoppen en te starten: TimeTell Technische Opzet 15/84 Versie 9 juli 2015

16 FireBird naast InterBase installeren Als op de server InterBase versie 7 of hoger draait dan kun je FireBird als volgt naast InterBase installeren: INSTALLATIE FIREBIRD Bij de installatie van FireBird moet je de volgende opties opgeven: Generate GDS32.DLL uitzetten Copy Firebird client to system directory aanzetten Als dit niet is gebeurd dan moet je de DLL s goed zetten (zie volgende paragraaf). DLL Zorg dat de InterBase versie van GDS32.DLL in system32 staat (dus niet de firebird versie van GDS32.DLL!). Kopieer eventueel uit de Program files\interbase directory. Zorg dat de Firebird client (FBCLIENT.DLL) in system32 staat. Kopieer eventueel uit de Program files\firebird\bin directory. FIREBIRD.CONF Open Firebird.conf in de Program Files\FireBird directory (niet in de TimeTell directory). Zorg dat de regel met RemoteServicePort niet begint met hekje en stel de poort in op 3051: RemoteServicePort = 3051 Herstart FireBird via de Firebird Manager in het Windows Configuratiescherm. TTDATA.INI Na de installatie van TimeTell moet TTData.ini nog worden aangepast. Open TTData.ini in de TimeTell directory en geef na de host de poort op: SERVER NAME=localhost/3051:d:\Timetell\data\TIMETELL.GDB Voeg daarnaast de volgende regel toe: FIREBIRD=TRUE Als je nu de FireBird en de TimeTell services herstart moet TimeTell werken via FireBird terwijl de InterBase database de andere applicaties afhandelt. TimeTell Technische Opzet 16/84 Versie 9 juli 2015

17 Oracle Geadviseerd wordt om dit onderdeel uit te voeren in samenspraak met de Oracle DBA van uw organisatie. Oracle versie 10,11 en 12 worden ondersteund (m.u.v. de Express varianten). Voor de webclient zijn ook de Oracle Data Access Components nodig (zie paragraaf 3.5.3). N.B. TimeTell werkt alleen met de 32-bits versie van de Oracle client Aanmaken Oracle tablespace Uitgangspunt is dat er een werkende Oracle database server is. Hierop moet een Oracle database beschikbaar zijn waarin een tablespace kan worden aangemaakt. Deze database kan het beste met de characterset WE8MSWIN1252 worden aangemaakt, in ieder geval geen unicode set. Om te bepalen welke character set gebruikt wordt kan je de volgende query gebruiken: select * from nls_database_parameters where (parameter = 'NLS_CHARACTERSET'); Mocht dit niet de aanbevolen characterset als antwoord geven (Oracle 11 zal standaard AL32UTF8 gebruiken) dan is het nodig om een nieuwe database aan te maken om daarin de TimeTell tablespace te plaatsen. Dit kan onder andere met de Database Configuration Assistant. TimeTell Technische Opzet 17/84 Versie 9 juli 2015

18 Er moet in de database een tablespace worden aangemaakt waarin de TimeTell tabellen kunnen worden geplaatst. Vervolgens moet er een user worden aangemaakt die deze tablespace als default tablespace heeft en create en drop rechten heeft voor tables en views. Hieronder staat een voorbeeldscript voor het aanmaken van een tablespace voor TimeTell. connect system/manager set echo on /* aanmaak tablespaces */ create tablespace TIMETELL datafile 'c:\oradata\timetell.ora' size 100M autoextend ON next 50M / create user TIMETELL identified by TIMETELL default tablespace TIMETELL / grant connect, resource to TIMETELL / grant create any view, drop any view to TIMETELL / grant unlimited tablespace to TIMETELL / connect TIMETELL/TIMETELL TimeTell Technische Opzet 18/84 Versie 9 juli 2015

19 Configuratie Oracle op TimeTell aplicatieserver Installeer eerst de Oracle client op de server waarop de TimeTell server geïnstalleerd zal worden (hierna moet de server opnieuw gestart worden). Vervolgens kan een Oracle netservice naam worden aangemaakt die toegang geeft tot de Oracle database. Hieronder staat beschreven hoe je dit kan instellen met de Oracle Net configuration assistant. Het kan natuurlijk ook door TNSNAMES.ORA aan te passen in de Oracle\Admin directory. N.B. Als je geen netservicenaam aanmaakt dan moet je bij de configuratie van de database verbinding de volledige connection string opgeven (zie paragraaf 3.3.2). Start Net configuration Assistant en kies Local Net service name configuration. Maak de Net service naam aan volgens onderstaande stappen: TimeTell Technische Opzet 19/84 Versie 9 juli 2015

20 Geef hier de Oracle service naam op van de database server. TimeTell Technische Opzet 20/84 Versie 9 juli 2015

21 Geef hier de naam van de server op waarop Oracle draait. TimeTell Technische Opzet 21/84 Versie 9 juli 2015

22 Kies om de connectie te testen en geef in dat scherm de login gegevens op. Klik op Change Login en geef de login gegevens op van de zojuist aangemaakte TimeTell user. Als de test gelukt is kies je Next. TimeTell Technische Opzet 22/84 Versie 9 juli 2015

23 Geef de net service een naam. Hier is gekozen voor TimeTell maar dat mag natuurlijk ook een andere naam zijn. Je hebt deze naam nodig bij het configureren van de database verbinding in TimeTell (zie paragraaf Configuratie database verbinding). N.B. Als men een ORA melding krijgt bij het draaien van TimeTell als service dan kan dat opgelost worden door in SQL.ORA file de volgende regel in te stellen: SQLNET.AUTHENTICATION_SERVICES = (NONE) TimeTell Technische Opzet 23/84 Versie 9 juli 2015

24 SQL Server Installatie en configuratie MS SQL Server 1. Zorg dat MS SQL Server is geïnstalleerd (versie 2005 of hoger, geen Express/MSDE variant). 2. Start de SQL Server Management Studio 3. Vraag de server properties op en ga naar security. Verifieer dat Server authentication is ingesteld op SQL Server Authentication en Windows Authentication : 4. Maak een nieuwe login aan voor TimeTell. TimeTell Technische Opzet 24/84 Versie 9 juli 2015

25 Let op dat je bij login opgeeft dat het wachtwoord niet hoeft te worden aangepast. N.B. De default database wordt later ingesteld. 5. Maak een lege database aan met de naam Timetell TimeTell Technische Opzet 25/84 Versie 9 juli 2015

26 6. Maak de in de vorige stap aangemaakte timetell_user login de Owner van de database. 7. Ga naar de eerder aangemaakte login en kies Properties. TimeTell Technische Opzet 26/84 Versie 9 juli 2015

27 8. Stel de default database in op de zojuist aangemaakte TimeTell database. TimeTell Technische Opzet 27/84 Versie 9 juli 2015

28 9. Ga naar de User mapping en noteer aan welke user deze login is gekoppeld. Verifieer tevens dat de database role db_owner is aangevinkt onderin. 10. Ga voor de aangemaakte TimeTell database naar Security en kies de user waaraan de timetell_user login was gekoppeld (dbo) en kies Properties. TimeTell Technische Opzet 28/84 Versie 9 juli 2015

29 11. Zorg dat bij schemas en database role db_owner is aangevinkt voor deze user. 12. Sluit de SQL Server Management Studio af. N.B. Als de database server een andere is dan de TimeTell applicatieserver dan moet tevens de SQL server client worden geïnstalleerd op de TimeTell applicatieserver. Zorg dat op deze applicatieserver ook tenminste MDAC 2.8 SP1 is geïnstalleerd. TimeTell Technische Opzet 29/84 Versie 9 juli 2015

30 SQL Server memory configuratie SQL Server heeft de gewoonte om gedurende de tijd steeds meer geheugen in gebruik te nemen. Dit kan verholpen worden door de SQL server te stoppen en vervolgens te herstarten. Men kan ook kiezen voor een preventieve aanpak door het geheugen dat de SQL server mag gebruiken te beperken. Het instellen van het geheugen gebruik doet men door op de rechter muisknop te klikken als men op het niveau boven databases staat. Kies nu voor de properties/eigenschappen. Een window verschijnt met verschillende tabbladen en één daarvan is voor het memory/geheugen bestemd. Vul hier de gewenste waarden in. TimeTell Technische Opzet 30/84 Versie 9 juli 2015

31 3.3. Setup TimeTell applicatieserver Installatie De installatie van de applicatieserver bestaat uit de volgende stappen: 1. Ga naar de Windows server die gaat fungeren als applicatie server. 2. Installeer de TimeTell server m.b.v. TTINSTALL_SERVER_8.x.x.x.exe en doorloop onderstaande schermen: Klik op Volgende TimeTell Technische Opzet 31/84 Versie 9 juli 2015

32 Kies de locatie waar u Timetell wilt installeren en klik op Volgende. N.B. Zorg dat de SYSTEM account alle rechten heeft op de TimeTell directory Vink de optie taalbestanden aan als er sprake is van een meertalige installatie. TimeTell Technische Opzet 32/84 Versie 9 juli 2015

33 Klik op Volgende Selecteer welk databasetype u gaat gebruiken. Afhankelijk daarvan zal één van onderstaande meldingen getoond worden. Hoe de database geïnstalleerd moet worden staat beschreven in hoofdstuk 3.2. TimeTell Technische Opzet 33/84 Versie 9 juli 2015

34 FireBird Oracle SQL Server TimeTell Technische Opzet 34/84 Versie 9 juli 2015

35 Klik op Installeren TimeTell wordt geïnstalleerd TimeTell Technische Opzet 35/84 Versie 9 juli 2015

36 In de volgende paragraaf staat beschreven hoe de verbinding naar de database moet worden geconfigureerd. TimeTell Technische Opzet 36/84 Versie 9 juli 2015

37 Configuratie database verbinding Na de installatie moet de verbinding naar de database geconfigureerd worden: 1. Start de Timetell Administrator via het Windows opstart menu. 2. Ga naar menu Configuratie, Database en open TTData.ini in de TimeTell directory. 3. Vul vervolgens de database instellingen (zie beschrijvingen hieronder) U kunt de database verbinding testen door in de TimeTell Administrator te kiezen voor menu Bestand, Open database. Selecteer vervolgens TTData.ini. Als onderin de statusbalk TTData.ini verschijnt dan was de database verbinding succesvol. Configuratie FireBird Vul hier de installatie instellingen in (zie paragraaf FireBird): Server name: User name: Password: <naam van de server>:<pad naar de database> Loginnaam voor de database Wachtwoord voor de database N.B. Met de optie Vertalen kan worden opgegeven of de systeemtabellen in deze database moeten worden vertaald. Dit kan gebruikt worden als u meerdere databases heeft (bijvoorbeeld meerdere landen) en per database wil opgeven of de systeemtabellen (autorisaties, keuzelijsten e.d.) vertaald moeten worden. N.B. Middels de optie Encrypted wordt het wachtwoord versleuteld opgeslagen in TTData.ini. Let op: Zorg dat TIMETELL.GDB wordt opgenomen in de dagelijkse backup procedure! TimeTell Technische Opzet 37/84 Versie 9 juli 2015

38 Configuratie Oracle Vul hier de installatie instellingen in (zie paragraaf Oracle): Server name: User name: Password: Naam van de Oracle netservice die toegang geeft tot de database Loginnaam voor de database Wachtwoord voor de database De tabellen en de indexen worden aangemaakt in de default tablespace van de gebruiker. Als de indexen in een aparte tablespace moeten worden aangemaakt dan kan die hier worden opgegeven. Als je geen netservicename had geconfigureerd dan kun je bij server name ook een connection string opgeven: (description=(address=(protocol=tcp)(host=databaseservername) (port=1521))(connect_data=(service_name=oracleservicename))) N.B. Met de optie Vertalen kan worden opgegeven of de systeemtabellen in deze database moeten worden vertaald. Dit kan gebruikt worden als u meerdere databases heeft (bijvoorbeeld meerdere landen) en per database wil opgeven of de systeemtabellen (autorisaties, keuzelijsten e.d.) vertaald moeten worden. N.B. Middels de optie Encrypted wordt het wachtwoord versleuteld opgeslagen in TTData.ini. Let op: Zorg dat de TimeTell tablespace wordt opgenomen in de dagelijkse backup procedure! TimeTell Technische Opzet 38/84 Versie 9 juli 2015

39 Configuratie MS-SQL server Vul hier de installatie instellingen in (zie paragraaf SQL Server): Server name: Database name: User name: Password: Naam van de server waarop SQL-server draait Naam van de TimeTell database Loginnaam voor de database Wachtwoord voor de database Voor SQL-server wordt geadviseerd om gebruik te maken van de optie OLEDB. Hiervoor is het noodzakelijk dat de SQL-server client is geïnstalleerd op de server waarop TimeTell is geïnstalleerd (in veel Windows server versie is dat standaard al het geval). Er wordt dan contact gemaakt met de database server middels OLEDB in plaats van DBLIB. Sinds SQL-server 2005 moet OLE DB worden gebruikt omdat DBLIB niet meer wordt ondersteund door Microsoft. Als een specifieke instance gekozen moet worden, vul dan bij server name de volgende instellingen in: <SERVER>\<INSTANCE>,<PORT> Als je gebruik wilt maken van SQL server Windows Authentication laat dan de naam/wachtwoord leeg en zorg dat de TimeTell Application Server service draait onder de juiste windows account. N.B. Met de optie Vertalen kan worden opgegeven of de systeemtabellen in deze database moeten worden vertaald. Dit kan gebruikt worden als u meerdere databases heeft (bijvoorbeeld meerdere landen) en per database wil opgeven of de systeemtabellen (autorisaties, keuzelijsten e.d.) vertaald moeten worden. N.B. Middels de optie Encrypted wordt het wachtwoord versleuteld opgeslagen in TTData.ini. Let op: Zorg dat de TimeTell database wordt opgenomen in de dagelijkse backup procedure! TimeTell Technische Opzet 39/84 Versie 9 juli 2015

40 Initialiseer database Na de installatie en de configuratie van de database verbinding, kan de database geinitialiseerd worden. Dat staat beschreven in deze paragraaf. N.B. Deze stap is niet nodig voor gebruikers van FireBird. Die database is al geinitialiseerd. 1. Start de Timetell Administrator via het Windows opstart menu. 2. Ga naar menu Configuratie, Database en open TTData.ini in de TimeTell directory. 3. Kies Importeer Database in het menu Bestand. 4. Kies TimeTell.gdb in de data directory op de server. 5. Zorg dat alle tabellen in de keuzelijst zijn geselecteerd (default) 6. Klik op OK om de lege TimeTell database te vullen met initiële tabellen. TimeTell Technische Opzet 40/84 Versie 9 juli 2015

41 Configuratie applicatieserver Verder kan men nog de applicatieserver instellen. 1. Start de Timetell Administrator via het Windows opstart menu. 2. Ga naar menu Configuratie, Server: Default communiceren de TimeTell clients met de applicatieserver via TCP/IP poort 211. Als op de server een andere poort wordt gekozen dan moet dit ook aangepast worden in TTClient.ini bij de client installaties (Port=<tcp/ip poort>). In plaats van een TCP/IP verbinding kan de TimeTell client ook een HTTP verbinding maken. Dit is een iets minder snelle verbinding maar komt wel makkelijker door firewalls heen. Dit kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor medewerkers met een lokale client installatie voor gebruik thuis of onderweg. Stel hiervoor de gewenste HTTP poort in (bv. poort 80). Dit moet dan ook worden aangepast worden in TTClient.ini bij de client installaties: Host=http://<servernaam>:<http poort>. Als met http ook geen verbinding gemaakt kan worden, dan is WINHTTP nog een optie. Verder is het mogelijk om poorten te configureren voor IPv6. Bij gebruik van HTTPS moet een certificaat worden ingelezen met de Maak certificaten knop. Hiervoor is het nodig om OpenSSL te installeren (zie paragraaf 3.7). De vertalen optie stelt de taal in voor meldingen van de server. Deze taal instelling wordt ook gebruikt door TTAdmin.exe. Als de clients lokaal zijn geïnstalleerd dan kan ingesteld worden dat als op de TimeTell server een update van TimeTell is geïnstalleerd de TimeTell clients automatisch een nieuwe client kunnen downloaden. Hiervoor moet de optie Downloads toestaan worden aangevinkt in dit scherm. N.B. In Windows Vista en hoger moet Windows Gebruiker Beheer (UAC) zijn uitgeschakeld om de lokale client te kunnen updaten. De gekozen instellingen worden opgeslagen in TTServer.ini. TimeTell Technische Opzet 41/84 Versie 9 juli 2015

42 Configuratie services TimeTell heeft een aantal services die kunnen worden geconfigureerd. 1. Start de Timetell Administrator via het Windows opstart menu. 2. Ga naar menu Configuratie, Services: In dit scherm kunnen de volgende services worden geïnstalleerd en gestart: Service Info Applicatie server Dit is de basis service die ondermeer de communicatie met de TimeTell clients verzorgt Scheduler Deze service voert diverse taken uit zoals koppelingen en verwerking ziekte Sync Outlook Deze service synchroniseert met Outlook (zie paragraaf 4.3) Sync Clock Deze service synchroniseert met de Kaba en DataFox klokken DataFox HTTP Deze service synchroniseert met de mobiele DataFox terminals via HTTP Webservices Deze service zorgt voor de communicatie met de TimeTell App De eerste twee services staan default aan na installatie. De Sync Outlook service moet eerst verder geconfigureerd worden (zie paragraaf 4.3). De Sync Clock service is alleen nodig als u werkt met Kaba of DataFox klokken. De DataFox HTTP service is alleen nodig als u mobiele DataFox terminals gebruikt. De Webservices service is alleen nodig als u de App module heeft. N.B. Het is mogelijk om de laatste 4 services op een andere server te installeren. De installatie en configuratie moet dan echter handmatig gebeuren. In paragraaf 4.3 over Outlook synchronisatie staat beschreven hoe dit moet gebeuren voor de Sync Outlook service. TimeTell Technische Opzet 42/84 Versie 9 juli 2015

43 3.4. Setup TimeTell windows client U kunt bij de installatie ervoor kiezen om TimeTell op een centrale plek op de fileserver te installeren. Dit hoeft dan slechts één keer te gebeuren, waarna een snelkoppeling gedistribueerd kan worden naar de gebruikers. Een andere optie is om TimeTell te installeren op de lokale PC s/laptops. In dat geval moet de installatie op ieder werkstation worden uitgevoerd. 1. Installeer de TimeTell Client m.b.v. TTINSTALL_CLIENT_8.x.x.x.exe naar een gedeelde directory op de Fileserver vanaf waar de client gestart kan worden. Zorg dat de gebruikers alleen Read/Execute rechten hebben op deze directory. TimeTell Technische Opzet 43/84 Versie 9 juli 2015

44 2. Geef de locatie (lokaal of op fileserver) waar de TimeTell Client geïnstalleerd dient te worden. 3. Als u ook rapporten wil ontwerpen vinkt u de optie Report Designer aan. Voor een meertalige installatie vinkt u de optie Taalbestanden aan. Als u een lokale installatie doet vink dan de optie Snelkoppelingen aan. TimeTell Technische Opzet 44/84 Versie 9 juli 2015

45 4. Geef de naam van de map in het startmenu voor de snelkoppelingen. 5. Vul tijdens de installatie bij Verbinding instellingen het IP adres of de hostname van de TimeTell server in (deze gegevens kunnen opgevraagd worden m.b.v. het commando ipconfig /all op de server). N.B. Als in paragraaf Configuratie applicatieserver de HTTP poort is ingesteld dan kan dit hier bij server worden opgegeven: poort>. TimeTell Technische Opzet 45/84 Versie 9 juli 2015

46 6. Controleer of de instellingen juist zijn en installeer de client 7. Bij een lokale installatie kunt u de client starten middels de aangemaakte snelkoppeling. Bij een fileserver installatie maakt u een snelkoppeling aan naar TTClient.exe en eventueel TTReport.exe op de share en verstuurt deze naar de gebruikers. Tip: U kunt de contactgegevens die zichtbaar zijn in menu Help Info vervangen door uw eigen contactgegevens door een tekstbestand TTContactInfo.txt met deze gegevens te plaatsen in dezelfde directory als TTClient.exe. TimeTell Technische Opzet 46/84 Versie 9 juli 2015

47 3.5. Setup TimeTell web client De web client wordt normaliter geïnstalleerd door onze consultants in samenwerking met de systeembeheerder. Deze paragraaf beschrijft de installatieprocedure stap voor stap. Als u zelf de installatie uitvoert adviseren wij om goed te controleren of iedere stap is gevolgd. Het is uiteraard altijd mogelijk om nog een consultant in te zetten mocht hier behoefte aan zijn Installatie U kunt de webclient op dezelfde server installeren als de TimeTell server, maar het is ook mogelijk om dit op een andere server te doen (bijvoorbeeld een server in de DMZ). Op de server waar de webclient wordt geïnstalleerd moeten de TimeTell webservices zijn geïnstalleerd en geconfigureerd (zie hoofdstuk 3.6). Voor de installatie heeft u vooraf de volgende gegevens nodig: TimeTell database: servernaam, databasenaam, login TimeTell webservice: servernaam, poort Gebruik vervolgens de TTINSTALL_WEB_8.x.x.x.exe tool om de web installatie uit te voeren. Installeer de TimeTell Web Client m.b.v. TTINSTALL_WEB_8.x.x.x.exe. De installatie bestaat uit de volgende stappen: TimeTell Technische Opzet 47/84 Versie 9 juli 2015

48 Geef aan in waar de webclient geïnstalleerd moet worden. Vink Configureer IIS aan om de applicationpool en web application aan te maken in IIS. Vink Configuratie bestanden aanmaken aan om de database en webservice in te stellen. TimeTell Technische Opzet 48/84 Versie 9 juli 2015

49 Geef aan in welke taal de webclient getoond moet worden. Geef aan onder welke website de webclient geïnstalleerd moet worden en wat de naam is. TimeTell Technische Opzet 49/84 Versie 9 juli 2015

50 Geef de TimeTell database instellingen op. Deze kunnen met de knop Lees inifile worden gelezen uit de TTData.ini in de TimeTell server directory. N.B. Voor Oracle moet bij database server de volledige connection string worden opgegeven: (description=(address=(protocol=tcp)(host=databaseservername) (port=1521))(connect_data=(service_name=oracleservicename))) Geef de TimeTell webservice instellingen op. Deze kunnen met de knop Lees inifile worden gelezen uit de TTWebservices.ini in de TimeTell webservice directory. TimeTell Technische Opzet 50/84 Versie 9 juli 2015

51 Controleer de gekozen instellingen voordat de installatie wordt uitgevoerd. TimeTell Technische Opzet 51/84 Versie 9 juli 2015

52 Na installatie kan de webclient getest worden (http://localhost/timetell). De eerste keer zal het openen wat langer duren. TimeTell Technische Opzet 52/84 Versie 9 juli 2015

53 NET Framework Als u een HTTP-error krijgt moet is er een probleem met het.net Framework en moet u deze (opnieuw) installeren. Deze kunt u downloaden van of van onze downloadsectie. Verifieer ook bij de Windows configuratie of de optie ASP.NET 4.5 is aangevinkt: TimeTell Technische Opzet 53/84 Versie 9 juli 2015

54 Oracle Data Access Components (ODAC) Als u gebruik maakt van Oracle dan moeten ook Oracle.NET en ASP.NET Data Access providers geïnstalleerd worden (32 bits). Als die niet geïnstalleerd zijn verschijnt de volgende foutmelding: De Oracle Data Access Components kunnen gedownload worden van onze downloadsectie of van de Oracle website: Daar staat de installatie voor de Oracle 12 data providers, maar die werken in combinatie met Oracle 10, 11 en 12 databases. Bij de installatie moeten deze opties worden aangevinkt: TimeTell Technische Opzet 54/84 Versie 9 juli 2015

55 Configuratie webservice achteraf aanpassen Tijdens de installatie wordt gevraagd om verbindingsgegevens met de webservice. Als die niet goed waren ingevuld kunnen die eventueel worden aangepast in het appsettings.config bestand: <add key="websserviceuri" value="http://localhost:8088/" /> Geef hier de server en de poort op en vergeet de forward slash aan het einde niet! De webservice verbinding wordt alleen in de backend gebruikt dus localhost als servernaam is voldoende als de webservice op dezelfde server staat. TimeTell Technische Opzet 55/84 Versie 9 juli 2015

56 Configuratie Windows Authentication Default werkt de TimeTell webclient met een login dialoog. Als de webclient gebruikt wordt binnen het eigen domein, dan is het ook mogelijk om Windows authenticatie aan te zetten. U wordt dan automatisch aangemeld met uw netwerk login. Om dit aan te zetten moet u de optie Authentication openen bij de website: In dat scherm moet de optie Forms authentication worden uitgezet en Windows authentication moet aangezet worden: Als deze opties niet voorkomen in uw lijst dan moeten bij de IIS installatie (Windows onderdelen) ook de opties Security\Windows authentication en Developer options\asp.net worden aangevinkt. Het is wel belangrijk dat de gebruiker met dezelfde loginnaam voorkomt in de TimeTell database. Als u gebruik maakt van Windows Authenticatie, dan is de optie Login als vervanger niet beschikbaar in de webclient. N.B. Op dit moment is Windows Authenticatie alleen beschikbaar bij gebruik van Internet Explorer. TimeTell Technische Opzet 56/84 Versie 9 juli 2015

57 Known Issues FireFox In Firefox krijgt u bij een waarschuwing een checkbox Voorkomen dat deze pagina extra dialoogvensters maakt. Als een gebruiker dit aanklikt krijgt hij geen meldingen meer. U kunt dit gedrag als volgt uitzetten: Kopieer de volgende tekst: dom.successive_dialog_time_limit Tik in FireFox in: about:config Klik met de rechter muisknop in het scherm en kies Nieuw -> Integer Plak de geselecteerde tekst en druk ok. Vul de waarde 0 in en druk weer ok. Sluit Firefox af om de wijzigingen door te voeren. Internet Explorer Compatibiliteitsmodus Als de zogenaamde compatibiliteitsmodus aan staat dan wordt de Timetell web applicatie niet goed weergegeven. In de login pagina wordt er een melding gegeven als deze aan staat, maar mensen kunnen nog wel inloggen. De compatibiliteitsmodus staat standaard aan voor interne websites. U zet dit als volgt weer uit: Methode 1 : Ga in het menu van Internet Explorer naar Extra -> Instellingen voor de compatibiliteitsweergave -> Intranetsites met compatibiliteitsweergave weergeven. Zet deze vink uit. Methode 2: Druk op F12, u komt nu in het developer scherm. Kies voor een versie die geen compatibiliteitsmodus is (en hoger dan versie 8) TimeTell Technische Opzet 57/84 Versie 9 juli 2015

58 3.6. Setup TimeTell webservices De TimeTell app heeft via internet verbinding met uw eigen TimeTell omgeving. Voor deze communicatie moeten de TimeTell webservices worden geïnstalleerd. N.B. De TimeTell Webservice is een op zichzelf staand programma dat op de server kan worden geïnstalleerd. Hiervoor is verder geen IIS of andere webserver programmatuur nodig. De webservices worden ook gebruikt door de TimeTell webclient. Die maakt echter alleen vanaf de webserver zelf contact met deze webservices, dus niet vanaf buiten. De TimeTell webservice wordt standaard mee geïnstalleerd bij een TimeTell server installatie. Na installatie moet de webservice volgens onderstaande stappen geconfigureerd worden. Volg de stappen in paragraaf om de webservice op een andere server te installeren. Let op: Als de webservice verbinding moet maken via HTTPS, voer dan ook de stappen in paragraaf uit Configuratie webservice Ga naar de TimeTell directory op de server. Open het bestand 'TTWebServices.ini' met een teksteditor (bijvoorbeeld het Windows Kladblok), zoek de sectie [WebServices] op en stel 'Port' in op het gewenste poortnummer. De default poort is Zorg ervoor dat bij aanpassingen geen ';' meer voor de regel staat (anders is de regel uitgecommentarieerd). Start de TimeTell Administrator en ga naar het menu 'Services', 'System Tray Processen' en start 'TimeTell Webservice' om te kunnen controleren of deze service correct functioneert. Het kan zijn dat je een foutmelding krijgt omdat de poort bezet is door een ander programma op deze server. Kies in dat geval een andere poort in het eerder genoemde.ini bestand. TimeTell Technische Opzet 58/84 Versie 9 juli 2015

59 Soms krijg je de eerste keer ook een vraag van Windows waarbij u kunt aangeven dat het voor deze executable is toegestaan een poort te gebruiken. Kies hierbii voor Toegang toestaan. Als alles goed gaat verschijnt een venster van de webservice: Je dient dit venster weer te sluiten (het system tray proces wordt gestopt). De test is dan geslaagd. Ga vervolgens naar het menu 'Configuratie', 'Services'. Als 'Webservices' niet is geïnstalleerd, installeer deze dan. Stel de webservices in op automatisch starten alvorens deze te starten. N.B. Als de webservices ook gebruikt gaan worden voor de TimeTell app, dan dient de poort benaderbaar te zijn vanaf buiten het interne netwerk. Als je deze benaderbaarheid wilt testen, dan kan dat door op een PC de hostnaam + poortnummer op te geven in een webbrowser (bijvoorbeeld Je komt dan op een pagina terecht met het versienummer van de TimeTell Webservices. Als dit niet lukt, dan is de webservice niet benaderbaar. Test in dat geval nog even of dit vanaf de server zelf wel goed werkt, om te bepalen of er een router/firewall probleem is. TimeTell Technische Opzet 59/84 Versie 9 juli 2015

60 Webservice via HTTPS Het is ook mogelijk om de TimeTell App via HTTPS te laten communiceren met de webservice. Hiervoor is het nodig om eerst OpenSSL te installeren (zie paragraaf 3.7). In TTAdmin is hiervoor de configuratie optie HTTPS certificaten toegevoegd: Bii Basis export certificaat kan men de locatie van het certificaatbestand opgeven (.pfx). Bii Root certificaat kan men optioneel de locatie van het root certificaatbestand opgeven (.cer). Geef vervolgens het wachtwoord op dat bij het certificaat hoort. Voor het verwerken van het certificaat is Open SSL nodig (zie paragraaf 3.7). De certificaat gegevens worden opgeslagen in een aparte Certificates map. Default wordt die map aangemaakt in de TimeTell directory. Met de knop Bestanden aanmaken worden de TimeTell certificaat bestand aangemaakt. Vervolgens kan met de knop Test HTTPS worden getest of dit goed functioneert. Hiervoor wordt default poort 8443 gebruikt om te testen. Die testpoort kan hier worden aangepast. Als de test goed is verlopen kan de HTTPS instelling worden doorgevoerd in de webservices.ini. Hierna moet de webservice nog wel herstart worden om de instellingen door te voeren. N.B. De gebruikers moeten in de TimeTell App bij instellingen de optie SSL aanzetten om via HTTPS te communiceren. Voor de webclient moet in de appsettings.config worden aangegeven dat er een HTTPS verbinding wordt gemaakt naar de webservice. TimeTell Technische Opzet 60/84 Versie 9 juli 2015

61 Installatie webservice op andere server Als u de TimeTell webservice op een andere server dan de TimeTell server wilt installeren dan volgt u onderstaande stappen (lees eerst de voorgaande paragrafen). Let op: Als de webservice verbinding moet maken via HTTPS, voer dan ook de stappen in paragraaf uit. Installeer de TimeTell Webservice m.b.v. TTINSTALL_WEBSERVICE_8.x.x.x.exe. TimeTell Technische Opzet 61/84 Versie 9 juli 2015

62 Geef de map aan waar de webservice geïnstalleerd moet worden. Vink taalbestanden aan als de webservice niet in het nederlands moet draaien. TimeTell Technische Opzet 62/84 Versie 9 juli 2015

63 Geef aan op welke server TimeTell draait, via welke poort er verbinding gemaakt kan worden. Geef ook de poort op waarop de webservice moet gaan draaien (die moet niet in gebruik zijn). Bevestig de opgegeven instellingen. TimeTell Technische Opzet 63/84 Versie 9 juli 2015

64 Nadat de installatie is uitgevoerd moet eventueel nog een poort in de externe firewall opengezet worden om de webservice vanaf buiten benaderbaar te maken. Dat is alleen nodig als u gebruik maakt van de TimeTell app. Test of de webservice reageert (zie paragraaf 3.6.1). TimeTell Technische Opzet 64/84 Versie 9 juli 2015

65 Instellingen in de App Ga naar Instellingen: - Vul de TimeTell gebruikersnaam in. - Vul het wachtwoord in dat je voor TimeTell gebruikt (bijvoorbeeld het netwerk wachtwoord). - Vul bij server de hostnaam in, gevolgd door een dubbele punt en het poortnummer (bijvoorbeeld servicenaam.domeinnaam.nl:8081). N.B. Als er gebruik wordt gemaakt van HTTPS verkeer, dan moet bij Modus de optie SSL aangezet worden. Als je via een intern wifi netwerk test, kan dat de naam van de server zijn of het interne IP adres. Als je van buiten (via GPRS/3G) test, dan moet het de naam zijn waarop de server te benaderen is vanaf buiten het interne netwerk. N.B. De poort dient eveneens benaderbaar te zijn vanaf buiten het interne netwerk. Als je deze benaderbaarheid wilt testen, dan kan dat door op een PC de hostnaam + poortnummer op te geven in een webbrowser (bijvoorbeeld Je komt dan op een pagina terecht met het versienummer van de TimeTell Webservices. Als dit niet lukt, dan is de webservice niet benaderbaar. Test in dat geval nog even of dit vanaf de server zelf wel goed werkt, om te bepalen of er een router/firewall probleem is. TimeTell Technische Opzet 65/84 Versie 9 juli 2015

66 3.7. Installatie Open SSL In TimeTell kunnen op verschillende plekken beveiligde verbindingen worden gebruikt. Bijvoorbeeld als de applicatieserver of de webservice over HTTPS moeten communiceren. Dit is ook van toepassing bij koppelingen die via een beveiligde SOAP verbinding gegevens ophalen. Ook als de applicatieserver is ingesteld voor secure LDAP authenticatie wordt SSL gebruikt. Om dit mogelijk te maken moet OpenSSL zijn geïnstalleerd op de server. Dat is een veel toegepaste tool om SSL verbindingen mogelijk te maken. Meer informatie hierover is te vinden op hun website: https://www.openssl.org/. Hier is ook de meest recente versie te vinden: N.B. Voor TimeTell is de 32 bits versie van OpenSSL benodigd. De setup kan ook gedownload worden van onze website. De installatie van OpenSSL bestaat uit twee onderdelen. Eerst dient vcredist_x86.exe te worden geïnstalleerd (Visual C++ Redistributables). Vervolgens moet de OpenSSL setup worden uitgevoerd: Win32OpenSSL_1_0_2.exe. Volg de standaard opties bij de twee installaties. TimeTell Technische Opzet 66/84 Versie 9 juli 2015

67 4. Extra configuratie opties 4.1. Configuratie authenticatie gebruikers Als men in TimeTell gaat werken met een login dialoog dan kan men de login gegevens verifiëren bij een authenticatieserver zodat de gebruiker de netwerk login gegevens kan gebruiken. 1. Ga naar de server die fungeert als applicatieserver. 2. Start de TimeTell Administrator via het Windows opstart menu. 3. Ga naar menu Configuratie, Authenticatie en open TTData.ini in de TimeTell directory 4. Kies daar voor SSPI of LDAP en test de verbinding met de Test knop. SSPI SSPI kan het beste worden gebruikt in een omgeving met windows authenticatie servers. SSPI is altijd secure. Geef bij deze optie het Domain op waar de authenticatie moet plaatsvinden. LDAP LDAP (standaard port 389) kan onder meer worden gebruikt in een omgeving met Novell authenticatie servers. Bij LDAP server wordt de server opgegeven die de authenticatie zal uitvoeren. Domain prefix is de prefix voor usernaam, meestal domeinnaam\. Voor Novell is het hier ook mogelijk om gebruik te maken van een uitgebreide aanmeldstring. De loginnaam wordt dan ingevuld op de plek waar %s staat: Domain prefix= cn=%s,ou=ict,o=bedrijf Om gebruik te kunnen maken van Secure LDAP (standaard port 636) is het nodig om OpenSSL te installeren (zie paragraaf 3.7). Wanneer dit is gebeurd zal de optie Secure LDAP ook selecteerbaar zijn. Om te testen of een verbinding met de LDAP server mogelijk is kan naast TTAdmin ook gebruik worden gemaakt van LDP. Dit is een onderdeel van Support Tools Utility voor Windows van Microsoft. N.B. na installatie dienen TTAdmin en de TimeTell Applicatie Server opnieuw gestart te worden. Mocht de optie secure SSL zijn aangezet door een aanpassing in TTData.ini ipv van de interface van TTAdmin en de OpenSSL is niet geinstalleerd dan zal TimeTell in de eventlog hier een foutmelding van geven. TimeTell Technische Opzet 67/84 Versie 9 juli 2015

68 Single sign-on verficatie Als men TimeTell start zonder logindialoog (single sign-on) dan wordt gebruik gemaakt van de Windows loginnaam voor authenticatie. Als extra beveiliging kan hier ook nog een lijst met domeinnamen (komma gescheiden) worden opgegeven voor controle op username + domein. TimeTell Technische Opzet 68/84 Versie 9 juli 2015

69 4.2. Configuratie notificatie op server (SMTP) Als TimeTell automatisch mail moet versturen vanuit de scheduler (bijvoorbeeld voor notificatie of voor ingeplande rapporten) dan moeten de instellingen worden opgegeven. 1. Ga naar de server die fungeert als applicatieserver. 2. Start de TimeTell Administrator via het Windows opstart menu. 3. Ga naar menu Configuratie, en open TTData.ini in de TimeTell directory Vul de instellingen in: Mail server : Naam of IP adres van de SMTP server Mail server gebruiker: Gebruikers naam om in te loggen op de SMTP server (optioneel) Mail server wachtwoord: Wachtwoord om in te loggen op de SMTP server (optioneel) Mail afzender: adres namens wie de SMTP notificatie wordt verstuurd Gebruik TLS: Als deze waarde aan staat wordt er gebruik gemaakt van TLS authenticatie voor versturen van mail via SMTP (bv. voor GMAIL). Test de instellingen met de Test knop. N.B. Om in TimeTell berichten te kunnen versturen via SMTP moeten de virusscanner en andere beveiligingssoftware dit toestaan. Verkeer over poort 25 moet zijn toegestaan voor TTAdmin.exe, TTTasks.exe, TTClient.exe and TTServer.exe. Verder moet de TimeTell server relay mogelijkheden hebben op de hier vermelde SMTP server (Mail server). TimeTell Technische Opzet 69/84 Versie 9 juli 2015

70 4.3. Configuratie Exchange synchronisatie op server Het is mogelijk om de TimeTell agenda s automatisch te laten synchroniseren met Exchange op de server via Exchange Web services. Deze paragraaf beschrijft de benodigde stappen. Na onderstaande configuratie moet in TimeTell per gebruiker het synchronisatieprofiel en het mailbox adres ingevuld worden. Dit staat beschreven in de handleiding Agenda. Allereerst maakt u uw domein een gebruiker aan met een (mailbox en) agenda op Exchange Server. Dit is de gebruiker die de synchronisatie uitvoert. Deze gebruiker moet rechten hebben om de agenda s van alle medewerkers te wijzigen (zie volgende sectie). Voor het gemak noemen we die gebruiker verder timetell. Kies menu configuratie Exchange (Agenda) en open de data inifile. Vul in op welke URL de Exchange webservices benaderd kunnen worden. Geef ook de login-gegevens van de timetell gebruiker. Let op dat u hierbij het primaire SMTP adres van het account gebruikt. Binnen een organisatie kan iemand meerdere adressen hebben. In Outlook kun je dat zien door de eigenschappen van een contactpersoon op te vragen en naar tabblad adressen te gaan. Daar staat vóór het primaire adres SMTP in hoofdletters. Met de Test knop kan de verbinding getest worden. Als u hier geen verbinding krijgt kijk dan naar de informatie in de volgende paragraaf. Problemen met inloggen op Exchange Webservice Als u bij de Test knop onderstaande melding krijgt, dan zijn de logingegevens niet correct: Probeer dan om in de browser de EWS URL te openen. U krijgt dan een loginscherm te zien voor de Exchange Web Services. Als u logingegevens heeft waarmee u op deze pagina kunt inloggen, dan kunt u diezelfde logingegevens gebruiken in TimeTell. TimeTell Technische Opzet 70/84 Versie 9 juli 2015

71 Als u bij de Test knop onderstaande melding krijgt, dan verschilt het primaire SMTP adres van de User Principal Name (UPN): Wij gebruiken het adres van de gebruiker als de login voor Exchange server. Zo n inlog via het adres in plaats van de domein/username combinatie heet de User Principal Name (UPN, zie Deze kan anders zijn dan het primaire SMTP adres (zelfs de domeinnaam in de kan verschillen) en dat gaat niet altijd goed. Als je in zo n situatie (UPN is ongelijk aan primary SMTP) inlogt met je UPN kun je fouten krijgen. De kunst is dus om een adres te gebruiken dat voor beide doelen bruikbaar is. Een oplossing wordt gegeven in Hierin staat beschreven hoe je alternatieve UPN suffixes kan toevoegen in Active Directory Delen van de agenda s - machtigingen De timetell gebruiker moet minimaal Redacteur (Editor) rechten hebben op alle medewerkeragenda s 3,4. Uw medewerkers moeten daarvoor machtigingen voor hun agenda verstrekken aan dat account (of de beheerder stelt dat in). Er zijn verschillende manieren waarop agenda s gedeeld kunnen worden: 1. Folder sharing - Het delen van de agenda(-folder) met een ander door het versturen van een mail 2. Het publiceren van een agenda - de agenda wordt publiek op het Internet. 3. Het mailen van een agenda als.ical bestandsbijlage 4. Het machtigen van een ander om de agenda te gebruiken 5. Het instellen van delegate access De meest gedocumenteerde methodes 1,2,3 5 kunnen wij niet gebruiken. De timetell gebruiker heeft dan onvoldoende rechten of de agenda s zijn te publiek. Wij moeten methode 4 gebruiken, en als ook privé-afspraken gesynchroniseerd moeten worden, methode 5. Dit hoofdstuk geeft voorbeelden van manieren waarop de machtigingen van agenda ingesteld kunnen worden. In Outlook Office programma (door gebruiker): Klik in de Outlook mappenlijst met de rechter muisknop op de Agenda en kies voor Eigenschappen (Properties) en vervolgens Machtigingen (Permissions): Doe je dat niet, dan krijg je foutmeldingen als: Access is denied. Check credentials and try again Door deze opzet met een aparte timetell gebruiker hebben uw medewerkers nog steeds geen inzicht in elkaars agenda, anders dan wat u daar apart al voor opgezet heeft. Bijvoorbeeld in deze YouTube clip van Microsoft https://www.youtube.com/watch?v=-pjbtg6-0zg TimeTell Technische Opzet 71/84 Versie 9 juli 2015

72 Voeg een machtiging toe voor gebruiker TimeTell waarbij je die machtigingsniveau (permission level) Redacteur (Editor) geeft In Exchange Admin Center (door beheerder) De beheerder kan ook in een keer de gedeelde toegang regelen zodat de gebruikers dat niet allemaal op bovenstaande manier hoeven te doen. Ga daarvoor naar het Admin Exchange Center (via IE te benaderen op https://mailservernaam/ecp), dan naar Ontvangers, Postvakken: TimeTell Technische Opzet 72/84 Versie 9 juli 2015

73 Dubbelklik op het postvak van een medewerker, kies Postvakoverdracht, en voeg in de lijst Volledige toegang gebruiker timetell toe: TimeTell Technische Opzet 73/84 Versie 9 juli 2015

74 Privé-afspraken synchroniseren Als u gebruikt wilt maken van de mogelijkheid om ook privé-afspraken te synchroniseren is het verstrekken van machtigingen op bovenstaande manier niet genoeg. De medewerkers moeten dan delegate access voor hun agenda inschakelen 6 : Outlook 2010 of later (door gebruiker) Ga naar menu Bestand Info Accountinstellingen - Gemachtigden Kies Toevoegen en voeg de gebruiker TimeTell toe: 6 Als u delegate access niet inschakelt en toch wijzigingen in privéafspraken aanzet in het synchronisatieprofiel krijgt u foutmeldingen dat de afspraak in Exchange niet gevonden kan worden. TimeTell Technische Opzet 74/84 Versie 9 juli 2015

75 Geef hem de instellingen van het Machtigingen scherm: Outlook 2007 (door gebruiker; Engels voorbeeld) Ga naar menu Tools Options Delegates Kies Add en voeg de gebruiker TimeTell toe: TimeTell Technische Opzet 75/84 Versie 9 juli 2015

76 Geef deze de volgende instellingen: Office 365 U kunt ook agenda s synchroniseren met die van Office 365. De Exchange Web Services URL is dan https://outlook.office365.com/ews/exchange.asmx Voor de Exchange Server gebruiker neemt u het volledige login adres dat u voor Office365 gebruikt. Dit is meestal van de vorm Ook hier gelden de voorwaarden van de vorige paragrafen voor het delen van de agenda s, maar in Office365 heeft Microsoft het afgeven van machtigingen (methode 4), delegate access (methode 5) en het delen van een agendafolder (methode 1) gecombineerd door twee niveaus van delen toe te voegen (zie het screenshot hieronder). TimeTell Technische Opzet 76/84 Versie 9 juli 2015

77 Ga naar de agenda. Klik rechtsboven in de agenda op Delen, tik een deel van de naam timetell en laat het programma de juiste gebruiker selecteren: U kiest nu voor Editor óf Gemachtigde als u privé-afspraken niet resp. wel wilt synchroniseren. Vervolgens klikt u op Verzenden. De timetell gebruiker ontvangt een mail waar hij verder niets mee hoeft te doen. Video: https://www.youtube.com/watch?v=-pjbtg6-0zg 4.4. Configuratie taalbestanden Met deze optie kan de server vertaling in TimeTell geconfigureerd worden. Hiermee kun je in 1 keer de taal in te stellen van de server, de databases en de webservices. In het configuratieprofiel kun je de gewenste taal instellen per gebruiker. TimeTell Technische Opzet 77/84 Versie 9 juli 2015

78 4.5. Configuratie Google API key De TimeTell app gebruikt Google Location Services voor het bepalen van locaties, routes en afstanden. Om deze functionaliteit beschikbaar te maken kan in TTAdmin bin menu Configuratie een klantspecifieke Google API key worden opgegeven: Je kan gratis een API key aanvragen bij Google via deze URL: https://developers.google.com/maps/signup Zodra deze is ingesteld komen extra functies in de app beschikbaar (zoals de rittenregistratie). TimeTell Technische Opzet 78/84 Versie 9 juli 2015

79 4.6. Configuratie van TimeTell windows client over internet TimeTell heeft diverse mogelijkheden voor locatie onafhankelijke registratie (zie hoofdstuk 2). Naast de webclient en de app is het ook mogelijk om de TimeTell windows client via internet te gebruiken. Deze paragraaf beschrijft hoe dit geconfigureerd kan worden. De thuiswerker hoeft alleen de TimeTell client beschikbaar te hebben op de pc thuis. Deze bestaat uit de volgende bestanden: Bestand TTClient.exe TTClient.ini Info Timetell client applicatie Configuratie bestand Deze bestanden kunnen bijvoorbeeld gekopieerd worden vanuit de TimeTell client directory naar een willekeurige directory op de PC thuis. De gebruikers kunnen dan TimeTell starten door op TTClient.exe te dubbelklikken. Het is ook mogelijk om de TimeTell client setup te draaien. Deze zal na de installatie vragen om de naam of het IP adres van de server waarop TimeTell benaderbaar is. Voor thuiswerkers moet de Timetell applicatieserver bereikbaar zijn via een inbelverbinding of via internet. Meestal is een ander IP adres nodig om deze vanaf buiten te benaderen. Vul dit IP adres in bij de laatste stap van de client installatie. Het is ook mogelijk om de server via http te bereiken als dit is ingesteld (zie paragraaf 3.3.4). Vul dan in als adres. Standaard controleert TimeTell de identiteit van de medewerker door de Windows loginnaam te hanteren. De Windows loginnaam op een pc thuis kan echter anders zijn. Het is mogelijk om een login dialoog aan te zetten in TTClient.ini door de optie Login=Y in te stellen. Deze optie vraagt vervolgens om een loginnaam en een wachtwoord. Dit wachtwoord kan worden ingesteld binnen TimeTell bij menu Medewerker autorisatie. Naast een TimeTell wachtwoord is ook een login verificatie via Active Directory mogelijk (zie paragraaf 4.1 Configuratie authenticatie gebruikers). Tip 1: Voor medewerkers die de TimeTell lokaal op de laptop hebben staan is het mogelijk om 2 client INI files aan te maken (bv. TTClient_Kantoor.ini en TTClient_Thuis.ini). Bij het starten van TimeTell wordt dan gevraagd met welke INI file je wil starten. Tip 2: Het is mogelijk om de lokale client automatisch te updaten als de optie Downloads toestaan is aangezet in de TimeTell server configuratie. Na een server update worden de lokale clients dan automatisch geupdate. N.B. In Vista en Windows 7 moet Windows Gebruiker Beheer zijn uitgeschakeld om de lokale client te kunnen updaten. Als de download optie aan staat kan een nieuwe gebruiker ook een client setup downloaden via de volgende URL: Via de browser kan men dan de client setup downloaden. N.B. Eventuele andere bestanden die in de <serverdirectory>\clientdownload map staan worden ook aangeboden. TimeTell Technische Opzet 79/84 Versie 9 juli 2015

80 4.7. Opzetten test database In bepaalde situaties is er behoefte aan een extra database waar een en ander uitgeprobeerd kan worden voordat dit in de productiedatabase wordt doorgevoerd. Dit hoofdstuk beschrijft in het kort de stappen die gevolgd moeten worden om dit te realiseren. 1. Maak een extra (lege) database aan. Dit verschilt per database type: a. FireBird: Maak een kopie van het database bestand. Je kan dan timetell.gdb bijvoorbeeld kopiëren naar timetell_test.gdb. b. Oracle: Maak een nieuwe tablespace aan en een aparte login die dit als default database heeft (zie paragraaf Oracle). c. SQL-server: Maak een lege database aan en een aparte login met sql-server authenticatie die db_owner is van deze database (zie paragraaf SQL Server). 2. Kopieer ttdata.ini naar ttdata_test.ini 3. Pas ttdata_test.ini aan middels menu Configuratie, Database in TTAdmin: a. FireBird: zorg dat de juiste databasenaam staat vermeld bij SERVER NAME= b. Oracle: zorg dat de username/password wordt gebruikt die was gekoppeld aan de nieuwe tablespace (de Oracle server blijft in principe gelijk). c. SQL-Server: zorg dat de nieuw aangemaakte databasename, username en password wordt ingevuld. 4. Kopieer de database (Bij FireBird is dit al gedaan in stap 1a): a. Start de TimeTell Administrator (ttadmin.exe) b. Kies menu Bestand, Open database en open de productie database (ttdata.ini) c. Kies menu Bestand, Exporteer database en exporteer naar EXPORT.GDB d. Kies menu Bestand, Open database en open de test database (ttdata_test.ini) e. Kies menu Bestand, Importeer database en importeer EXPORT.GDB 5. Maak extra client configuraties aan: a. Ga naar de directory van waaruit de gebruikers de TimeTell client opstarten. b. Kopieer ttclient.ini naar ttclient_test.ini c. Open ttclient_test.ini en stel de volgende regels in: i. Description=TimeTell Test ii. DataSettings=ttdata_test.ini iii. RegistryOffset=test d. Sla de gewijzigde INI file op 6. Als TimeTell nu gestart wordt dan wordt er gevraagd met welke INI file men wil starten (productie of test). Om deze vraag te voorkomen voor de gewone gebruikers moeten de standaard TimeTell snelkoppelingen die gedistribueerd zijn worden uitgebreid met een extra parameter: -ittclient.ini. Dit zorgt er voor dat TimeTell start met ttclient.ini en niet meer vraagt welke INI er gebruikt moet worden. De gebruikers/beheerders die ook de testomgeving moeten benaderen kunnen een snelkoppeling zonder parameter gebruiken. N.B. Het is ook mogelijk om de bestaande client directory te kopiëren naar een andere directory en daar de INI file te plaatsen die naar de testomgeving wijst. Dat voorkomt dat de gebruikers de vraag krijgen welke INI flile gestart moet worden. Het is ook mogelijk dat een TimeTell consultant u helpt om een test database op te zetten. TimeTell Technische Opzet 80/84 Versie 9 juli 2015

81 4.8. Opzetten archief database Het is mogelijk om gegevens van oudere jaren over te zetten naar een archief database. Dit kan de performance op de productiedatabase verbeteren als er al enige jaren is gewerkt met TimeTell. De procedure voor het archiveren staat grofweg uit de volgende stappen: 1. Maak een archief database aan 2. Zet oude data over naar de archief database en verwijder deze uit de productie database 3. Open de archief database vanuit de client om de oude data te benaderen Hieronder staat een beschrijving van deze stappen (deze moeten vanaf de server worden uitgevoerd). Indien gewenst kan een TimeTell consultant hiermee helpen. 1. Aanmaken archief database Voor het archiveren moet een lege database of tablespace worden aangemaakt met een eigen login en wachtwoord. Dit gebeurt op dezelfde manier als het aanmaken van een productie database. Meer informatie hierover vind je in hoofdstuk 3.2 Setup database. Kopieer vervolgens ttdata.ini naar ttdata_archive.ini en pas hierin de naam van de database en de login aan zodat deze wijst naar de archief database. Test tenslotte of de archief database benaderbaar is: Start TTAdmin.exe en kies menu Bestand, Open database en open ttdata_archive.ini. Als de archief database goed kan worden geopend dan verschijnt ttdata_archive.ini in de statusbalk. N.B. Als er nog niet eerder data is gearchiveerd dan zou er in de statusbalk naast de naam van de data inifile geen datastructuur versienummer getoond moeten worden. 2. Data overzetten naar archief database en verwijderen uit productie database Start TTAdmin.exe op en kies menu Bestand, Open database en open TTData.ini. Als er een ttdata_archive.ini aanwezig is (en de TimeTell services zijn actief) dan zijn onder menu Gegevens de opties Gegevens archiveren en Gegevens opschonen zichtbaar: De eerste optie zet de data voor een bepaalde datum over naar de productie database. De tweede optie verwijdert de data voor een bepaalde datum uit de productie database. N.B. Bij de optie archiveren kan eventueel worden opgegeven om de data automatisch op te schonen na het archiveren. De optie archiveren kan jaarlijks worden herhaald. De nieuwe data wordt dan toegevoegd aan de archief database. We adviseren om tenminste het huidige en het voorgaande jaar in de productie database te laten staan. N.B. Zorg dat er een backup van de database is gemaakt voordat je gaat archiveren/opschonen. TimeTell Technische Opzet 81/84 Versie 9 juli 2015

82 Als je de optie Gegevens archiveren kies krijg je het volgende scherm te zien: De eerste datum geeft aan t/m welke datum gegevens gearchiveerd moeten worden. De tweede datum geeft aan t/m welke datum gegevens verwijderd mogen worden uit de productiedatabase na archivering. De laatste optie (Geen uren boeken voor) betekent dat men geen weekstaten meer mag aanmaken of wijzigen voor die datum (ook geen correctieweken). Deze wordt automatisch aangezet als je gegevens hebt opgeschoond voor die periode omdat dan al deze data al in de archiefdatabase staat. N.B. Bij het opschonen worden alleen gegevens verwijderd waarvan de einddatum voor de opschoondatum ligt. Projecten met een einddatum die daarna ligt blijven bijvoorbeeld bewaard. Nadat op OK is gedrukt zal het archiveringsproces starten. Tijdens dit proces zal ook een paar keer de TimeTell client worden gestart om een aantal procedures uit te voeren. De uitgevoerde stappen tijdens het archiveren worden bijgehouden in het bestand TTAdmin.log. Let op: Het archiveren kan de nodige tijd in beslag nemen. Dit hangt mede af van de omvang van de productiedatabase en de hoeveelheid te archiveren data. Het is ook mogelijk om eerst de gegevens te archiveren en te controleren of alles naar wens is gearchiveerd en daarna pas de productiedatabase op te schonen. Kies dan voor de menuoptie Gegevens opschonen. Let op: Als er een archief database is aangemaakt zal TimeTell als u gaat updaten vragen of u ook de archief database wil updaten. Het is verstandig om dit te laten doen omdat de archief database dan ook vanuit de TimeTell client kan worden geraadpleegd. TimeTell Technische Opzet 82/84 Versie 9 juli 2015

Technische Opzet TimeTell versie 8

Technische Opzet TimeTell versie 8 Technische Opzet TimeTell versie 8 TIMETELL BV www.timetell.nl Balen van Andelplein 2 2273 KH, Voorburg 070-3114811 info@timetell.nl Helpdesk 070-3114810 helpdesk@timetell.nl Inhoud 1. Inleiding... 3 2.

Nadere informatie

Installatie SQL: Server 2008R2

Installatie SQL: Server 2008R2 Installatie SQL: Server 2008R2 Download de SQL Server 2008.exe van onze site: www.2work.nl Ga naar het tabblad: Downloads en meld aan met: klant2work en als wachtwoord: xs4customer Let op! Indien u een

Nadere informatie

Installatie en configuratie documentatie

Installatie en configuratie documentatie Installatie en configuratie documentatie Assistance Web Portal v. 2.58, 2.60 Voor Windows 2003 / 2008 / XP / Vista / Windows 7 Assistance PSO handleiding, uitgegeven door Assistance Software. Alle rechten

Nadere informatie

Handleiding installatie Rental Dynamics

Handleiding installatie Rental Dynamics Handleiding installatie Rental Dynamics Versie: 1.1 Datum: 9 januari 2015 1. Inleiding Deze handleiding beschrijft de procedure voor de installatie van Rental Dynamics en de benodigde software. In hoofdstuk

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Netwerkversie Nieuwe installatie van FWG 3.0/2009-2010 met Oracle Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Voorbereiden van de installatie... 2 2.1 Gegevens verzamelen...

Nadere informatie

Installatie King Task Centre

Installatie King Task Centre Installatie King Task Centre In deze handleiding wordt beschreven hoe u het King Task Centre moet installeren. Deze handleiding geldt voor zowel een nieuwe installatie, als voor een upgrade van een bestaande

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie. Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie. Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Netwerkversie Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle Wij willen u er op wijzen dat ons systeem FWG3.0 Cd-rom versie dit jaar (2011) voor de laatste

Nadere informatie

Connectivity SQL Er kan geen verbinding worden gemaakt met de SQL server

Connectivity SQL Er kan geen verbinding worden gemaakt met de SQL server Connectivity SQL Er kan geen verbinding worden gemaakt met de SQL server Introductie Probleem: Het lukt het niet om verbinding te maken met de SQL server. Of: op het werkstation komt de melding na het

Nadere informatie

Datum 15 juni 2006 Versie 1.0.6. Exchange Online. Handleiding voor gebruiker Release 1.0

Datum 15 juni 2006 Versie 1.0.6. Exchange Online. Handleiding voor gebruiker Release 1.0 Datum 1.0.6 Exchange Online Handleiding voor gebruiker Release 1.0 1.0.6 Inhoudsopgave 1 Instellingen e-mail clients 2 1.1 Gebruik via Outlook 2003 2 1.2 Gebruik via ActiveSync 15 1.3 Gebruik via andere

Nadere informatie

Logicworks CRM en Microsoft SQL Server 2005 (Express) Introductie

Logicworks CRM en Microsoft SQL Server 2005 (Express) Introductie Logicworks CRM en Microsoft SQL Server 2005 (Express) - Introductie - Microsoft SQL Server 2005 Express installeren - Microsoft SQL Server 2005 Express configureren - Database collation - Logicworks CRM

Nadere informatie

Installatie van sqlserver

Installatie van sqlserver Installatie van sqlserver Download SQLserver 2005 Express basis van de website van 2work: www.2work.nl, tabblad downloads; beveiligde zone. De inlog gegevens kunnen via de helpdesk aangevraagd worden.

Nadere informatie

HANDLEIDING EXTERNE TOEGANG CURAMARE

HANDLEIDING EXTERNE TOEGANG CURAMARE HANDLEIDING EXTERNE TOEGANG CURAMARE Via onze SonicWALL Secure Remote Access Appliance is het mogelijk om vanaf thuis in te loggen op de RDS omgeving van CuraMare. Deze handleiding beschrijft de inlogmethode

Nadere informatie

Optifile Server Installatie

Optifile Server Installatie Optifile Server Installatie Datum: Versie: de koppeling tussen Essibox en 2 mei 2012 1.0 Omschrijving: Dit document beschrijft de installatieprocedure voor Optifile software op een nieuwe server. Optifile

Nadere informatie

Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook

Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook 2014 ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een data verwerkend systeem

Nadere informatie

Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified. System Integrators

Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified. System Integrators Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified System Integrators Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Inhoudsopgave 1. Algemeen - 3-2. Installatie PostgreSQL database server -

Nadere informatie

Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager

Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Inhoudsopgave 1. Algemeen - 3-2. Installatie PostgreSQL database server - 4-3. Installatie FTP server - 9-4. Aanmaken account in FileZilla server - 13

Nadere informatie

Handleiding E-mail clients

Handleiding E-mail clients Handleiding E-mail clients Inhoudsopgave Handleiding E-mail clients... 1 1 POP of IMAP... 2 2 Outlook... 2 2.1 Instellen Mailaccount... 2 Stap 1... 2 Stap 2... 2 Stap 3... 3 Stap 4... 3 Stap 5... 3 Stap

Nadere informatie

Externe toegang met ESET Secure Authentication. Daxis helpdesk@daxis.nl Versie 2.0

Externe toegang met ESET Secure Authentication. Daxis helpdesk@daxis.nl Versie 2.0 Externe toegang met ESET Secure Authentication Daxis helpdesk@daxis.nl Versie 2.0 Inhoudsopgave: Inhoudsopgave:... 1 Inleiding:... 2 Stap 1: Download eenmalig Eset Secure Authentication op uw smartphone...

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Netwerkversie (Firebird / MS SQL / Oracle / MS Access) Upgraden van FWG 3.0/2008-2009* naar FWG 3.0/2009-2010 Attentie!! Indien u gaat upgraden en u maakt gebruik

Nadere informatie

Inhoud Wat is mobiel werken?... 2 Installeren VPN Client... 3 Laptop... 3 Windows 8... 4 Windows 7... 10 Mac OS X... 16 Linux... 16 Tablet...

Inhoud Wat is mobiel werken?... 2 Installeren VPN Client... 3 Laptop... 3 Windows 8... 4 Windows 7... 10 Mac OS X... 16 Linux... 16 Tablet... 333 Inhoud Wat is mobiel werken?... 2 Installeren VPN Client... 3 Laptop... 3 Windows 8... 4 Windows 7... 10 Mac OS X... 16 Linux... 16 Tablet... 18 ios (ipad)... 18 Android... 21 Windows... 21 Smartphone...

Nadere informatie

Quickstart handleiding

Quickstart handleiding Quickstart handleiding MS Outlook Account instellen Rechten geven offline werken www.pimbox.nl/support a hosted zarafa product Inhoudsopgave Installatie van de Zarafa Outlook Client 3 Aanmaken van een

Nadere informatie

Installatie en configuratie documentatie

Installatie en configuratie documentatie Installatie en configuratie documentatie Assistance Web Portal v. 2.x Voor Windows 2003 / XP / Vista Assistance PSO handleiding, uitgegeven door Assistance Software. Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

Instructies Eudora OSE Pagina 1

Instructies Eudora OSE Pagina 1 Instructies Eudora OSE Pagina 1 Instructies Eudora OSE Deze handleiding gaat er vanuit dat u al een e-mail account geconfigureerd heeft in Eudora OSE en we laten zien hoe u de SMTP server kunt wijzigen

Nadere informatie

Technische Specificaties

Technische Specificaties Technische Specificaties 1) Installatie Om Sophia te starten, hoeft niets geïnstalleerd te worden op de server. Sophia is een Windows applicatie: Sophia.ECDL.exe (app. 15 MB) Bij de installatie zal er

Nadere informatie

Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website

Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website Handleiding Inhoud 03 Basisinformatie e-mail 04 E-mailprogramma's 07 SMTP controleren als u geen e-mails kunt versturen 10 Veranderen van SMTP-poort

Nadere informatie

HANDLEIDING SMTP DIENST BEDRIJVENWEB NEDERLAND B.V.

HANDLEIDING SMTP DIENST BEDRIJVENWEB NEDERLAND B.V. HANDLEIDING SMTP DIENST BEDRIJVENWEB NEDERLAND B.V. Uitgave : 1.0 KORTE OMSCHRIJVING In dit document wordt beschreven hoe u gebruik kunt maken van de SMTP dienst van Bedrijvenweb Nederland B.V. om e-mail

Nadere informatie

Hosted Exchange Handleiding

Hosted Exchange Handleiding Hosted Exchange Handleiding 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Installatie... 4 2.1 Vooraf... 4 2.1.1 Systeemeisen... 4 2.1.2 Firewall... 4 2.1.3 Migratie richtlijnen... 5 2.2 Mobile... 6 2.2.1 ActiveSync instellen...

Nadere informatie

Installatie en gebruikershandleiding Cyso Hosted Exchange MacOS X Uw gegevens:

Installatie en gebruikershandleiding Cyso Hosted Exchange MacOS X Uw gegevens: Installatie en gebruikershandleiding Cyso Hosted Exchange MacOS X Uw gegevens: Gebruikersnaam, bijvoorbeeld: et001 E-mail adres, bijvoorbeeld: tjebbe@exchangetest.nl wachtwoord, bijvoorbeeld: 89Kotahe

Nadere informatie

SCENARIO ADVIES INSTALLATIEHANDLEIDING. Versie 1.3

SCENARIO ADVIES INSTALLATIEHANDLEIDING. Versie 1.3 SCENARIO ADVIES INSTALLATIEHANDLEIDING Versie 1.3 1 Handleiding Installatie Scenario Advies... 1 2 Voorbereiding installatie Scenario Advies... 1 2.1 Downloaden programmatuur... 2 3 Serverinstallatie Scenario

Nadere informatie

Standard Parts Installatie Solid Edge ST3

Standard Parts Installatie Solid Edge ST3 Hamersveldseweg 65-1b 3833 GL LEUSDEN 033-457 33 22 033-457 33 25 info@caap.nl www.caap.nl Bank (Rabo): 10.54.52.173 KvK Utrecht: 32075127 BTW: 8081.46.543.B.01 Standard Parts Installatie Solid Edge ST3

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie (Firebird / MS SQL / Oracle / MS Access)

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie (Firebird / MS SQL / Oracle / MS Access) Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Netwerkversie (Firebird / MS SQL / Oracle / MS Access) Upgraden van FWG 3.0/2009-20010* naar FWG 3.0/2011-2012 * of vanaf FWG 3.0/2006-2007 t/m FWG 3.0/2010-2011

Nadere informatie

KeyLink B.V. KeyLink CTI Client Installation Manual - Dutch

KeyLink B.V. KeyLink CTI Client Installation Manual - Dutch KeyLink B.V. KeyLink CTI Client Installation Manual - Dutch Product(en): Versie: KeyLink CTI software V4.13.1 Document Versie: 1.16 Datum: 8 januari 2013 Auteur: Technical Support Overzicht Dit document

Nadere informatie

Installatie Remote Backup

Installatie Remote Backup Juni 2015 Versie 1.2 Auteur : E.C.A. Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave BusinessConnect Remote Backup... 3 Kenmerken... 3 Beperkingen... 3 Gebruik op meerdere systemen... 3 Systeemeisen... 4 Support... 4 Installatie...

Nadere informatie

Installatiehandleiding. Facto minifmis

Installatiehandleiding. Facto minifmis Installatiehandleiding Facto minifmis 1. Installatie Facto MiniFMIS 1.1 Achtergrond Facto MiniFMIS biedt facilitaire organisaties een eenvoudige en gebruikersvriendelijke hulpmiddel bij het uitvoeren van

Nadere informatie

Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC

Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC Laatste revisie: 29 juli 2009 Inhoudsopgave Inleiding... 2 1 Installatie ODBC driver... 2 2 Systeeminstellingen in AbiFire5... 3 2.1 Aanmaken extern profiel...

Nadere informatie

Upgrade Web Client met ESS naar 3.5.0

Upgrade Web Client met ESS naar 3.5.0 Upgrade Web Client met ESS naar 3.5.0 I Upgrade Web Client met ESS naar 3.5.0 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Upgrade Web Client met ESS naar versie 3.5.0 1 1.1 Stap... 0 - Voorbereidingen 1 1.2 Stap... 1 -

Nadere informatie

Wat te doen na de aanschaf van:

Wat te doen na de aanschaf van: Wat te doen na de aanschaf van: - Een nieuw werkstation - Een nieuwe server Inhoud Inleiding... 2 De juiste werkomgeving... 2 Eén computer, één gebruiker... 2 De database op een server en één of meerdere

Nadere informatie

16. Web Station. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod:

16. Web Station. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod: 16. Web Station U kunt uw QNAP NAS gebruiken om een website te hosten. U kunt zelf een website bouwen in HTML of gebruik maken van één van de vele content management systemen die beschikbaar worden gesteld

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Stand-alone / Netwerkversie. Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Stand-alone / Netwerkversie. Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Stand-alone / Netwerkversie Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database Wij willen u er op wijzen dat ons systeem FWG3.0 Cd-rom versie dit

Nadere informatie

Handleiding Inloggen met SSL VPN

Handleiding Inloggen met SSL VPN Handleiding Inloggen met SSL VPN Beveiligd verbinding maken met het bedrijfsnetwerk via de Desktop Portal Versie: 24 april 2012 Handleiding SSL-VPN Pagina 1 van 10 Inleiding SSL VPN is een technologie

Nadere informatie

4.5 Een IP camera toevoegen

4.5 Een IP camera toevoegen 4.5 Een IP camera toevoegen 4.5.1 De IP camera gebruiksklaar maken 1 Draai de antenne vast op de IP camera. 2 Sluit de adapterkabel aan op de IP camera. Steek hierna de stekker van de IP camera in het

Nadere informatie

Upgrade naar People Inc 3.5.0

Upgrade naar People Inc 3.5.0 I Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1 1.1 Installeren... van de upgrade 2 1.2 Uitvoeren... van de upgrade 5 1.3 Installatie... Applicatie Server 9 1.4 Installatie... Gebruikers programma's 15 1.5 Afronding...

Nadere informatie

Nieuwe Installatie/Factuur2King 2.1 MU bijwerken

Nieuwe Installatie/Factuur2King 2.1 MU bijwerken Nieuwe Installatie/Factuur2King 2.1 MU bijwerken Volg de onderstaande stappen om Factuur2King 2.1 MU te installeren of een bestaande installatie bij te werken. Werkt u op dit moment nog met Factuur2King

Nadere informatie

Installatie handleiding Telefoon Assistent v0.4

Installatie handleiding Telefoon Assistent v0.4 Installatie handleiding Telefoon Assistent v0.4 Inhoudsopgave - Inleiding Pagina 3 - Server installatie Pagina 4 - Server installatie Update Pagina 9 - Administrator installatie/update Pagina 10 - Cliënt

Nadere informatie

Instellen back up Microsoft SQL database Bronboek Professional

Instellen back up Microsoft SQL database Bronboek Professional Instellen back up Microsoft SQL database Bronboek Professional In deze handleiding word een drietal punten besproken. Deze punten zijn allen noodzakelijk voor het inrichten van een goede back up voor de

Nadere informatie

Instructies Microsoft Outlook Express Pagina 1

Instructies Microsoft Outlook Express Pagina 1 Instructies Microsoft Outlook Express Pagina 1 Instructies Microsoft Outlook Express Deze handleiding gaat er vanuit dat u al een e-mail account geconfigureerd heeft in Outlook Express en we laten zien

Nadere informatie

Upgrade Accowin van versie 1 naar versie 2

Upgrade Accowin van versie 1 naar versie 2 Upgrade Accowin van versie 1 naar versie 2 Versie 2.0.2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. AccowinUpgrade uitvoeren... 2 2.1 Taalkeuze... 2 2.2 Belangrijke opmerking... 2 2.3 Selecteren map waarin de huidige

Nadere informatie

- Installatie-instructie CHECK Offline

- Installatie-instructie CHECK Offline Handleiding - Installatie-instructie CHECK Offline (bijgewerkt tot en met versie 2015.17 / 7.9) december 2015 ComponentAgro B.V. december 2015 (00.051.234 / HL200809002) Pagina 1 van 16 2010-2016 ComponentAgro

Nadere informatie

Handmatig je lokale mailbox migreren

Handmatig je lokale mailbox migreren Handmatig je lokale mailbox migreren Mailbox data locatie opsporen: Start Outlook en ga naar de hoofdmap van de mailbox, klik hier met de rechtermuisknop en kies voor Open File Location of Open bestands

Nadere informatie

Zakelijk Exchange Online

Zakelijk Exchange Online Zakelijk Exchange Online Installatie handleiding Versie 1.0 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Licenties selecteren en gebruikers aanmaken... 4 Stap 1 Inloggen in Zelfservice ICT-diensten... 4 Stap 2 Abonnement

Nadere informatie

Handleiding Zakelijk Exchange Online. Versie maart 2014

Handleiding Zakelijk Exchange Online. Versie maart 2014 Handleiding Zakelijk Exchange Online Versie maart 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie 4 2.1 Inloggen in Zelfservice Cloud 4 2.2 Abonnement selecteren 4 2.3 Eerste gebruiker

Nadere informatie

Net2WebServer. Installatie handleiding

Net2WebServer. Installatie handleiding Net2WebServer Installatie handleiding Versie: 1.0 Datum 19-10-2011 Copyright: CRC Value B.V. 2011-1- Inhoudsopgave Installatie en configuratie van de Net2WebServer...3 Installatie...3 Configuratie...6

Nadere informatie

Introductie Werken met Office 365

Introductie Werken met Office 365 Introductie Werken met Office 365 Een introductie voor gebruikers Inhoud Inleiding... 4 Aanmelden bij Office 365... 4 Werken met Office 365 Outlook... 5 Werken met Outlook 2007/2010... 5 Werken met de

Nadere informatie

Installatie Avalanche Webview

Installatie Avalanche Webview Installatie Avalanche Webview Deze handleiding beschrijft de stappen om software voor Avalanche Webview op een huidige omgeving te updaten en te installeren. 1. Deïnstalleer de huidige Avalanche Webview

Nadere informatie

Instructies Opera Pagina 1

Instructies Opera Pagina 1 Instructies Opera Pagina 1 Instructies Opera Deze handleiding gaat er vanuit dat u al een e-mail account geconfigureerd heeft in Outlook 2003 en we laten zien hoe u de SMTP server kunt wijzigen. In deze

Nadere informatie

Handleiding voor het installeren van VBA scripts in Outlook

Handleiding voor het installeren van VBA scripts in Outlook Handleiding voor het installeren van VBA scripts in Outlook Brondocument E:\OutLook\InstallerenVBAScriptOutlook.odt Versiebeheer Versie Datum Uitleg 1.0v 21-03-12 1e versie na draaien prototype klant 1.1v

Nadere informatie

Denit Backup instellen op een Linux server

Denit Backup instellen op een Linux server Denit Backup instellen op een Linux server Deze handleiding beschrijft de stappen om de back-up software van Ahsay in te stellen. AANMAKEN BACK-UP SET... 2 DE SCHEDULER INSTELLEN... 4 HET FILTER INSTELLEN...

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding . Gebruikershandleiding Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is Citrix?... 3 1.2 Voordelen van Citrix... 3 1.3 Wat heeft u nodig om toegang te krijgen... 3 2 Systeemeisen... 4 2.1 Ondersteunde Web browsers...

Nadere informatie

1 INHOUDSOPGAVE... 1 2 INSTELLEN ANDROID TOESTEL... 2 3 INSTELLEN IPHONE TOESTEL... 4 4 INSTELLEN NOKIA TOESTEL... 6

1 INHOUDSOPGAVE... 1 2 INSTELLEN ANDROID TOESTEL... 2 3 INSTELLEN IPHONE TOESTEL... 4 4 INSTELLEN NOKIA TOESTEL... 6 1 Inhoudsopgave 1 INHOUDSOPGAVE... 1 2 INSTELLEN ANDROID TOESTEL... 2 3 INSTELLEN IPHONE TOESTEL... 4 4 INSTELLEN NOKIA TOESTEL... 6 5 INSTELLEN WINDOWS MOBILE 5 EN 6 TOESTELLEN... 7 6 AANVULLENDE GEGEVENS:...

Nadere informatie

Handleiding Standalone-installatie NIEUWE DIAS-VERSIES OP WINDOWS PC

Handleiding Standalone-installatie NIEUWE DIAS-VERSIES OP WINDOWS PC Handleiding Standalone-installatie NIEUWE DIAS-VERSIES OP WINDOWS PC Oktober 2015 Hoofdstuk 1, Standalone-installatie nieuwe Dias versie op Windows PC Inhoud 1 Standalone-installatie nieuwe Dias versie

Nadere informatie

Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1

Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1 Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1 22 oktober 2015 Voor vragen of problemen kunt u contact opnemen via: telefoonnummer 030-2729976. Of e-mail naar support@powerproject.nl.

Nadere informatie

Thuisgebruik Fontys mail met Outlook 2003

Thuisgebruik Fontys mail met Outlook 2003 Thuisgebruik Fontys mail met Outlook 2003 ICT Services Fontys Hogescholen Datum, 18.04.2006 Versie: 2 Versiebeheer Versie Datum Auteur Wijzigingen 1 11.04.2006 M.Wolvekamp Eerste aanzet 2 18.04.2006 M.Wolvekamp

Nadere informatie

ALL-CRM Installatie handleiding

ALL-CRM Installatie handleiding ALL-CRM Installatie handleiding Auteur: Shams Hadi Datum: 05-06-2014 Version: v1.2 2014, All-CRM 1 Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave 2 2 Systeem vereisten 3 2.1 Cliënt (Desktop applicaties) 3 2.2 Cliënt (Internet

Nadere informatie

Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding. In combinatie met:

Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding. In combinatie met: Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding In combinatie met: Inhoudsopgave 1. Voorbereiding.... 3 2. Domaincontroller installeren en configuren.... 4 3. VPN Server Installeren en Configureren... 7

Nadere informatie

Installeren van het programma:

Installeren van het programma: Versie: 1.0 Gemaakt door: Whisper380 Eigenaar: Whisper380-computerhulp.net Datum: 20-2-2011 Inhoudsopgave Installeren van het programma:...3 Configureren van het programma:...7 Mappen aanmaken:...9 Groepen

Nadere informatie

VERBINDING MAKEN EN INLOGGEN...

VERBINDING MAKEN EN INLOGGEN... INHOUDSOPGAVE 1. VERBINDING MAKEN EN INLOGGEN... 3 2. HET AANMAKEN VAN DOMEINEN... 4 2.1. Plaatsen website... 6 3. HET AANMAKEN VAN E-MAILADRESSEN... 6 3.1. E-mail ophalen... 7 IntroWeb Plesk Quick Startup

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Contact Connect

Gebruikershandleiding Contact Connect Gebruikershandleiding Contact Connect Inleiding... 2 Introductie... 2 Installeren en in gebruik nemen van Contact Connect... 3 Downloaden... 3 Installeren... 3 Inloggen... 3 Contact Connect Configuratie...

Nadere informatie

Instructies Android Smartphone & Tablet Pagina 1

Instructies Android Smartphone & Tablet Pagina 1 Instructies Android Smartphone & Tablet Pagina 1 Instructies Android Smartphone & Tablet Deze handleiding gaat er vanuit dat u al een e-mail account geconfigureerd heeft in uw Android Smartphone of tablet

Nadere informatie

Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades)

Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades) Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades) Pak het Factuur2King.zip bestand uit en plaats de bestanden op de gewenste locatie op de PC (de locatie maakt niet uit). Controleer dat de volgende twee

Nadere informatie

Instructies Microsoft Outlook 2007 Pagina 1

Instructies Microsoft Outlook 2007 Pagina 1 Instructies Microsoft Outlook 2007 Pagina 1 Instructies Microsoft Outlook 2007 Deze handleiding gaat er vanuit dat u al een e-mail account geconfigureerd heeft in Outlook 2007 en we laten zien hoe u de

Nadere informatie

Absentie Presentie Server Migratie

Absentie Presentie Server Migratie Absentie Presentie Server Migratie Auteur A. Boerkamp Versie V1.2 Datum 11-08-2010 Status Voor Intern / Extern gebruik Pincash International, 3066GS Rotterdam, Anthonetta Kuijlstraat 43-45, 010-2868000

Nadere informatie

OpenVPN Client Installatie

OpenVPN Client Installatie OpenVPN Client Installatie Windows Vista, Windows 7 Auteurs: Sven Dohmen Laatste wijziging: 23-09-2013 Laatst gewijzigd door: Sven Dohmen Versie: 2.4 Inhoud Ondersteuning... 3 Troubleshooting... 4 Windows

Nadere informatie

Handleiding Thuiswerkvoorziening Dit is de handleiding om met de thuiswerkvoorziening (VMware) van de gemeente Hengelo plaatsonafhankelijk

Handleiding Thuiswerkvoorziening Dit is de handleiding om met de thuiswerkvoorziening (VMware) van de gemeente Hengelo plaatsonafhankelijk Handleiding Thuiswerkvoorziening Dit is de handleiding om met de thuiswerkvoorziening (VMware) van de gemeente Hengelo plaatsonafhankelijk te kunnen werken. De thuiswerkvoorziening bevat Windows 7 en Office

Nadere informatie

Installatie Avalanche Windows

Installatie Avalanche Windows Installatie Avalanche Windows Deze handleiding beschrijft de stappen om software voor Avalanche Windows op een huidige omgeving te updaten en te installeren. Tijdens deze installatie, kunnen anders gebruikers

Nadere informatie

Instructies Microsoft Outlook 2003 Pagina 1

Instructies Microsoft Outlook 2003 Pagina 1 Instructies Microsoft Outlook 2003 Pagina 1 Instructies Microsoft Outlook 2003 Deze handleiding gaat er vanuit dat u al een e-mail account geconfigureerd heeft in Outlook 2003 en we laten zien hoe u de

Nadere informatie

Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express

Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express Het installeren van deze MicroSoft SQL server 2012 Express dient te gebeuren door iemand met volledige rechten op het systeem. Wij adviseren dit door een systeembeheerder

Nadere informatie

Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding

Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding Configureren van een VPN L2TP/IPSEC verbinding Inhoudsopgave 1. Voorbereiding.... 3 2. Domain Controller Installeren... 4 3. VPN Configuren... 7 4. Port forwarding.... 10 5. Externe Clients verbinding

Nadere informatie

TaskCentre Web Service Connector: Creëren van requests in Synergy Enterprise

TaskCentre Web Service Connector: Creëren van requests in Synergy Enterprise TaskCentre Web Service Connector: Creëren van requests in Synergy Enterprise Inhoudsopgave 1. Voorbereiding... 4 2. Web Service Connector tool configuratie... 5 3. TaskCentre taak voor het aanmaken van

Nadere informatie

2 Instellen Windows phone. 5 Nokia telefoon

2 Instellen Windows phone. 5 Nokia telefoon Hosted Exchange Installatie Handleiding Inhoud 1 Outlook 2007 Instellen... 4 2 Instellen Windows phone 7... 8 3 Google Android 2.2 telefoon ondersteuning... 9 4 Windows Mobile Instellen van ActiveSync...

Nadere informatie

Outlookkoppeling installeren

Outlookkoppeling installeren Outlookkoppeling installeren Voordat u de koppeling kunt installeren, moet outlook afgesloten zijn. Stappenplan Controleer of het bestand VbaProject.OTM aanwezig is. (zie 3.2) Controleer of de map X:\RADAR\PARAMETERS\

Nadere informatie

HANDLEIDING INLOGGEN OP HDN.NL VERSIE 1.4

HANDLEIDING INLOGGEN OP HDN.NL VERSIE 1.4 HANDLEIDING INLOGGEN OP HDN.NL VERSIE 1.4 1 INLEIDING Om toegang tot de beveiligde persoonlijke omgeving van de HDN website te krijgen (www.hdn.nl), moet uw Internet browser voorzien zijn van een HDN certificaat.

Nadere informatie

Remote Back-up Personal

Remote Back-up Personal handleiding Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

Bij het gebruik van SQL Server binnen SnelStart dient er altijd eenmalig een account aangemaakt te worden.

Bij het gebruik van SQL Server binnen SnelStart dient er altijd eenmalig een account aangemaakt te worden. Pagina 1 van 5 Instellingen SQL server 2005 Bij het gebruik van SQL Server binnen SnelStart dient er altijd eenmalig een account aangemaakt te worden. Let op! Om zeker te zijn dat er voldoende rechten

Nadere informatie

Handleiding aanmaak CSR

Handleiding aanmaak CSR Handleiding aanmaak CSR Voordat u begint: Om een Certificate Signing Request (CSR) te maken moet het programma OpenSSL geïnstalleerd worden. Dit programma kan geheel gratis gedownload worden vanaf de OpenSSL

Nadere informatie

Handleiding ZorgMail Secure - Outlook

Handleiding ZorgMail Secure  - Outlook Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook VANAD Enovation is een handelsnaam van ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen

Nadere informatie

Handleiding ALGEMENE HANDLEIDING VWORKSPACE. Versie: 1.2. Datum: 10 april 2014. Eigenaar:

Handleiding ALGEMENE HANDLEIDING VWORKSPACE. Versie: 1.2. Datum: 10 april 2014. Eigenaar: Handleiding ALGEMENE HANDLEIDING VWORKSPACE. Versie: 1.2 Datum: 10 april 2014 Eigenaar: I&A 1 Versie Datum Auteur Wijziging 1.0 2-11-2012 Tom Balke 1.1 10-12-2012 Tom Balke Nieuwe versie van vworkspace

Nadere informatie

Xiris handleiding Onderhoudsmodule & database onderhoud

Xiris handleiding Onderhoudsmodule & database onderhoud Xiris handleiding Onderhoudsmodule & database onderhoud Copyright 2011 FP-Ruys. FP-Ruys kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor schade die het gevolg is van enig fout in deze handleiding of verkeerd

Nadere informatie

Let s Connect CONFIGURATIE EXCHANGE 2010 CLIENT-CONFIGURATIE

Let s Connect CONFIGURATIE EXCHANGE 2010 CLIENT-CONFIGURATIE Let s Connect CONFIGURATIE EXCHANGE 2010 CLIENT-CONFIGURATIE Inhoud Configuratie Outlook 2007/2010... 2 Configuratie Outlook for Mac/Entourage... 5 Configuratie Mac Mail... 8 Configuratie BlackBerry...

Nadere informatie

Planbord installatie instructies

Planbord installatie instructies Planbord installatie instructies Uit Comprise Wiki Inhoud 1 Basis installatie 1.1 Installeren 1.1.1 Microsoft Data Access Components 1.2 De eerste keer starten 2 Veelgestelde vragen 2.1 "Network resource

Nadere informatie

Installeren van het programma Shop Pro

Installeren van het programma Shop Pro Installeren van het programma Shop Pro HET PROGRAMMA WERKT MOMENTEEL NOG NIET ONDER MS VISTA. GEBRUIK BINNEN EEN VIRTUELE MACHINE OP EEN VISTA-COMPUTER WORDT NOG UITGETEST. Deze handleiding met eventuele

Nadere informatie

Werken op afstand via internet

Werken op afstand via internet HOOFDSTUK 12 Werken op afstand via internet In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat er nodig is om op afstand met de ROS artikel database te kunnen werken. Alle benodigde programma s kunnen worden gedownload

Nadere informatie

E-mail instellen (POP3/IMAP)

E-mail instellen (POP3/IMAP) E-mail instellen (POP3/IMAP) Uw e-mail instellen in Microsoft Outlook Deze handleiding legt u stap voor stap uit hoe u een e-mailaccount kunt toevoegen aan Microsoft Outlook. Voor deze handleiding is gebruik

Nadere informatie

Gebruikershandleiding E-Zorg Remote Access op Android.

Gebruikershandleiding E-Zorg Remote Access op Android. Inhoud 1) Inleiding Pagina 2 2) Het token Pagina 2 3) Junos Pulse installeren en configureren Pagina 3 4) Een verbinding maken met Junos Pulse Pagina 4 5) Een werkstation op afstand overnemen Pagina 6

Nadere informatie

Pervasive Server V9 Installatiegids

Pervasive Server V9 Installatiegids Pervasive Server V9 Installatiegids 1 Inhoudsopgave 1. Om te beginnen... 3 2. Systeemeisen... 3 2.1 Server... 3 2.1.1 Hardware... 3 2.1.2 Software... 3 2.2 Client... 3 2.2.1 Hardware... 3 2.2.2 Software...

Nadere informatie

Handleiding FileZilla

Handleiding FileZilla Handleiding FileZilla Deze handleiding beschrijft de installatie en configuratie van FileZilla. Met dit programma is het mogelijk om bestanden van uw computer te verplaatsen naar een zogeheten (web)server.

Nadere informatie