Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek"

Transcriptie

1 Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek Evalueren van brede ontwikkeling van leerlingen in open onderwijsvormen Februari 2007 Pierre Kemmers Martin Klein Tank Marja van Graft

2

3 Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek Evalueren van brede ontwikkeling van leerlingen in open onderwijsvormen Primair onderwijs Februari 2007 Pierre Kemmers Martin Klein Tank Marja van Graft

4 Verantwoording 2007 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Auteurs: Pierre Kemmers, Martin Klein Tank, Marja van Graft Eindredactie: Marja van Graft Productie: SLO, Enschede

5 Voorwoord De doelstelling van het project ʹLeren Onderzoekend en Ontwerpend Lerenʹ (LOOL) was bij kinderen de ontwikkeling van een ʹwetenschappelijkeʹ houding te stimuleren. Er is in dit project gekozen voor onderzoekend en ontwerpend leren (OOL) als onderwijsvorm met als onderliggende gedachte, dat kinderen leren kritisch beschouwen over problemen, oplossingen en uitkomsten door ze met elkaar in kleine groepjes en plenair onder leiding van de leraar te laten praten over oplossingen, resultaten en conclusies over organismen, objecten en natuurverschijnselen evenals over behoeften van mensen. Tijdens trainingsbijeenkomsten van het project kwam meerdere malen naar voren dat een instrument om bovenstaande ontwikkelingen te volgen node werd gemist. Zowel de leraren als de projectgroep hadden behoefte aan middelen om de leeropbrengsten van de leerlingen inzichtelijk te maken. Omdat de ontwikkeling van dit leerlingvolgsysteem niet was opgenomen in het LOOL project is hiervoor door de deelnemende scholen een veldaanvraag ingediend bij SLO. De hoofdaanvrager van deze veldaanvraag was Jenaplan basisschool ʹDe Nieuwe Kringʹ uit Diemen, gesteund door de overige deelnemende scholen. De veldaanvraag betrof het ontwikkelen van een instrument om de ontwikkeling van leerlingen inzichtelijk te maken tijdens het onderzoekend en ontwerpend leren. Voor u ligt de opbrengst van deze veldaanvraag. Dit document bestaat uit een observatie instrument en toets suggesties, voorafgegaan door een lerarenhandleiding, en is tot stand gekomen in overleg met de hoofdaanvrager. Er wordt eerst ingegaan op het belang van het evalueren van de ontwikkeling van leerlingen. Vervolgens wordt, als een voorbeeld van een meer open onderwijsvorm, het evalueren bij onderzoekend en ontwerpend leren beschreven. Op welke wijze de leraar kan evalueren, wordt in de hoofdstukken daaropvolgend besproken. Er is onderscheid gemaakt in impliciet en expliciet evalueren en er is een voorbeeld van een notatiesysteem ontwikkeld. Het doel van het product is leraren in staat te stellen de brede ontwikkeling van hun leerlingen bij het natuur en techniekonderwijs te registreren, én de lezer te wijzen op het belang daarvan. 3

6

7 Inhoud Voorwoord 3 1. Inleiding 7 2. Waarom evalueren? Formatief evalueren Beoordeling Onderzoekend en Ontwerpend leren Concept: Drijven en zinken Vaardigheden Houding Vormen van evalueren Impliciete evaluatie Expliciete evaluatie Bronnen voor evaluatie Organisatie van de evaluatie Evaluatie formulier Uitvoering 18 Bronnen 19 Bijlage 1: Lessenserie Drijven en Zinken 21 Bijlage 2: Observeren van de brede ontwikkeling bij onderzoekend en ontwerpend leren 51

8

9 1. Inleiding Kinderen gaan elke dag naar school om iets op te steken: om zich te ontwikkelen; om te leren. Elke leraar moet zichzelf daarom regelmatig de vraag (durven) stellen wat die dag bereikt is. Die vraag kan zij niet beantwoorden door alleen op te sommen wat zij samen met de klas gedaan heeft. Onderdeel van het antwoord moet ook zijn wat de leerlingen ervan opgestoken hebben. Het evalueren van leeropbrengsten behoort een vast onderdeel van het onderwijs te zijn. Bij het werken met methodes, met name voor taal en rekenen, gebeurt dat evalueren min of meer automatisch. De methode kent een logische, chronologische opbouw en er wordt voortdurend op eerder opgedane kennis of vaardigheden voortgeborduurd. Zo lang de kinderen zich naar verwachting ontwikkelen, zijn er geen problemen. Zodra een kind echter ergens mee vastloopt is dat een teken dat het iets niet snapt, en kan er actie worden ondernomen door de eigen leraar of een remedial teacher. De methodes van de zaakvakken kennen deze opbouw niet. De aangeboden kennis is minder samenhangend, en wordt daarom meestal getoetst aan het eind van een hoofdstuk. Het besef groeit echter dat het bij de zaakvakken om meer draait dan kennis: het gaat ook om vaardigheden en houdingen. Maar vaardigheden en houdingen lenen zich niet voor onderwijs via methodes. Als oplossing wordt vaak met meer open vormen van onderwijs gewerkt, zoals thematisch of projectonderwijs. Die meer open vormen van onderwijs kenmerken zich door een scala aan leermogelijkheden. Een dergelijke rijke leeromgeving biedt kansen om vaardigheden, houding en kennis te ontwikkelen. Binnen deze mogelijkheid om zich breed te ontwikkelen zullen kinderen voorkeuren hebben en kunnen leraren kinderen in bepaalde richtingen (bege )leiden. Daardoor is het mogelijk dat er voor elk kind een eigen leertraject ontstaat. Dit maakt de noodzaak tot het evalueren van activiteiten van kinderen en het vastleggen daarvan evident. Daarmee kan de leraar de verschillende ontwikkelingen in de gaten houden om als het nodig is in een vroeg stadium leerlingontwikkeling bij te sturen. Door gebruik van een evaluatiesysteem worden ontwikkelingen van kinderen zichtbaar en leert de leraar het resultaat van open werkvormen te waarderen. In dit project zijn de eerste pogingen ondernomen om een observatie instrument te ontwikkelen dat leraren in staat stelt om de ontwikkelingen van kinderen op de verschillende gebieden vast te leggen. Na enkele tussenstappen, die op praktische problemen stuitten, is uiteindelijk een tweeledige aanpak uitgewerkt. Enerzijds kunnen leraren de kinderen observeren op momenten dat zij werken (hier impliciete evaluatie genoemd). Anderzijds kunnen leraren kinderen specifieke opdrachten geven, die bepaalde vaardigheden of kennis vragen, die dan gericht worden geëvalueerd (hier expliciete evaluatie genoemd). Om conceptuele kennis te toetsen in deze meer open onderwijsvorm is een voorbeeld ontwikkeld hoe deze informatie dan wel observaties vast te leggen door 7

10 bij de lessenserie ʹDrijven en Zinkenʹ van het LOOL project een uitwerking te maken. Uit een gesprek met de directeur en enkele leraren van de hoofdaanvragende school, die ook in het LOOL project hebben meegewerkt, kwam naar voren dat zij vooral het belang inzagen van het specificeren van het inhoudelijke aanbod voor expliciete of impliciete evaluatie. Van het gedrag van een kind dat hoort bij algemenere vaardigheden en houding ontwikkelen leraren in de loop van de jaren gezamenlijk een beeld. Ze zagen (nog) niet direct de noodzaak van een observatieinstrument in, ook niet als (meer) objectief middel om gedrag vast te leggen. 8

11 2. Waarom evalueren? Opener onderwijsvormen kenmerken zich doordat van te voren niet precies vastligt wat kinderen gaan leren. Bij thematisch of projectonderwijs bijvoorbeeld, werken kinderen aan een onderwerp waar ze gaandeweg veel over te weten komen. Ze ontwikkelen, gebruiken en oefenen daarbij doorgaans verschillende kennis en vaardigheden. Er is dus een breed aanbod aan ontwikkelingsmogelijkheden, en de ervaringen van de leerlingen zijn zonder meer waardevol. Elk kind zal zijn eigen ontwikkelingstraject afleggen, dat wil zeggen juist dìe vaardigheden, houding en kennis opdoen die bij hem of haar past, waarmee het verschilt van andere kinderen. De vraag wie wat geleerd heeft is daarmee nog niet beantwoord maar wel enorm belangrijk. Waarom kostbare tijd besteden aan open onderwijsvormen als niet bekend wordt wat de leerling eraan heeft gehad en hoe er vervolg aan gegeven kan worden? Om echter te kunnen reflecteren op de individuele leerwaarde van de onderwijservaring van kinderen is meer nodig dan de constatering dat er een rijke leeromgeving met diverse ontwikkelingsmogelijkheden is. En dat is wanneer de leraar samen met de individuele leerling evalueert wat hij of zij geleerd heeft. Door dit evalueren niet alleen na afloop van een project te doen, maar vooral ook tijdens de activiteiten zelf, kan de leraar het kind met feedback ondersteunen in de individuele ontwikkeling. Een gangbare manier van evalueren bij methodisch onderwijs is toetsen of testen. Vaak zijn vragen (al dan niet in multiple choice vorm) aan het eind van een hoofdstuk van een (zaakvak )methode te vinden, en beoordelen ze de (feiten)kennis van de leerlingen, die ze meestal uit de tekst van de bijbehorende les halen. Op de waarde van deze manier van evalueren valt flink wat af te dingen, echter, op dit moment ontbreken goede toetsen voor opener onderwijsvormen. Het principe dat leerlingontwikkeling wordt vergeleken met een aantal vooraf vastgestelde doelen is wel bruikbaar, én noodzakelijk. Het mag immers verwacht worden dat onderwijsgevenden het als hun plicht zien om resultaten van kinderen (en van hùn inspanning) vast te leggen. Alle vormen van onderwijs, waar geen intenties zijn vastgelegd in doelen, zijn de naam zegt het al per definitie doelloos. Om richting te geven aan onderwijs en de evaluatie ervan, dienen daarom van te voren doelen te worden opgesteld. De leraar evalueert tijdens de lessen, in welke mate de leerlingen die doelen beheersen. Om te kunnen beoordelen in welke mate doelen worden beheerst, moeten die doelen in eerste instantie helder omschreven zijn. Daarbij is het ook erg handig om een interpretatie van de doelen ter beschikking te hebben. ʹWat voor een gedrag of opmerkingen kan ik verwachten die erop wijzen dat deze leerling het doel beheerst?ʹ Deze extra informatie waarin de doelen geoperationaliseerd zijn, worden hier de indicatoren genoemd. Deze doelen kunnen bij meer open onderwijsvormen zeer divers zijn, en zowel kennis, vaardigheids, en houdingsdoelen behelzen. In feite wordt met het bepalen van doelen het brede aanbod in het onderwijs gespecificeerd. 9

12 Een evaluatie instrument moet de leraar in staat stellen de leerlingontwikkeling vast te stellen over die volle breedte. Een goed gelukte poging om die brede ontwikkeling inzichtelijk te maken in indicatoren is te vinden in de SLO publicatie ʹKijk op ontwikkeling in de onderbouwʹ (Jongerius & Markus, 2002). Hiertoe is de brede ontwikkeling uitgesplitst in een vijftal categorieën, te weten de cognitieve, creatieve, sociaal emotionele, zintuiglijke en motorische ontwikkeling. Met enkele aanpassingen zijn deze categorieën ook in dit document gebruikt om de ontwikkeling van algemene of vakoverstijgende vaardigheden en houdingen te evalueren. Het kan echter niet gebruikt worden om specifieke kennisinhouden te evalueren, terwijl dat juist zo belangrijk is voor een goede conceptontwikkeling. En dat is dan ook de makke van het merendeel van de leerlingvolgsystemen. Om inhoudelijke kennisdoelen te evalueren zullen bij elke open onderwijsvorm opnieuw de specifieke kennisdoelen geformuleerd moeten worden. 2.1 Formatief evalueren Het doel van onderwijs is dat kinderen zich ontwikkelen. Dit betekent dat zo veel mogelijk activiteiten die binnen de schooltijden gebeuren, die ontwikkeling van het kind moet ondersteunen. Dat geldt dus ook voor het evalueren van die ontwikkeling zelf. Evalueren is dus niet een doel op zich, maar een middel om de ontwikkeling van het kind te optimaliseren. De ontwikkelende, of vormende, manier van evalueren wordt aangeduid als formatief evalueren. Centraal staat hier de gedachte, dat evalueren niet iets is dat na afloop van een les wordt gedaan, maar juist tijdens de les. In plaats van kinderen te beoordelen, wordt formatieve evaluatie gebruikt als middel om kinderen te ondersteunen in hun vorming. Dat kan als de leraar tijdens de les kinderen zeer nauwgezet observeert, langs de lijnen van de ontwikkelingsrichtingen zoals die voor de les gedefinieerd zijn, en die informatie vervolgens direct inzet bij de ondersteuning van het kind. Door het geven van feedback of andere terugkoppelmechanismen zoals het aanpassen van de eigen instructie, helpt de leraar de leerling bij de ontwikkeling op maat. Formatieve evaluatie staat ten dienste van ontwikkeling. 2.2 Beoordeling Een leerling kan beoordeeld worden ten opzichte van zichzelf, waarbij hij of zij over de eigen ontwikkeling wordt geïnformeerd. Maar de leerling kan ook worden beoordeeld ten opzichte van een bepaalde klassikale of landelijke norm, en leert daardoor hoe hij of zij presteert ten opzichte van een groep leeftijdsgenoten. Dit ontwikkelingsperspectief is ook het licht waarin het geven van cijfers moet worden bezien. Feedback in de vorm van een cijfer vertelt de leerling waar hij of zij in een leerproces staat en kan daarom waardevol zijn. Kinderen verschillen in hun talenten: waar het ene kind voorloopt in de cognitieve ontwikkeling, blinkt het andere kind uit in andere vaardigheden. Deze verschillen komen tot uiting in hun beoordeling. Vanuit een ontwikkelingsperspectief is het veelal contraproductief wanneer beoordeling kinderen leert hoe ze ervoor staan in een ʹranglijstʹ, maar is het juist productief als ze een gevoel krijgen waar hun goede én minder goede kanten zich bevinden en als de beoordeling uitgaat van wat ze al wel kunnen of kennen en bestaat uit positieve ondersteuning hoe zij zich kunnen verbeteren. Het opstellen van normen waarop leerlingen beoordeeld kunnen worden, is een vak apart en voert helaas te ver om in dit document aan de orde te stellen. Voor de geïnteresseerden is bijvoorbeeld relevante informatie te vinden in het Engelstalige boek ʹActive Assessment for Active Scienceʹ (Hein & Price, 1994). 10

13 3. Onderzoekend en Ontwerpend leren In de voorgaande paragrafen zijn de relevantie van evalueren en enkele richtlijnen ervoor beschreven. Ook is er geconstateerd dat het voor een goede evaluatie van belang is de aanpak en doelstellingen van een onderwijsvorm te benoemen. Met name bij meer open onderwijsvormen ontbreken geschikte evaluatievormen. Daar wordt in deze paragraaf gehoor aan gegeven door onderzoekend en ontwerpend leren als voorbeeld te nemen. De didactiek van onderzoekend en ontwerpend leren (OOL) (van Graft & Kemmers, 2006a) is voortgekomen uit de gedachte om het open karakter van de beroepspraktijken technisch ontwerpen en natuurwetenschappelijk onderzoeken te simuleren in de klas. Bij onderzoekend en ontwerpend leren gaat veel aandacht uit naar het doen, denken en praten van kinderen. Kinderen doen science. Ze voeren interactie uit (ʹdoenʹ) met de fysieke wereld (observeren kiemplantjes, meten lengte en tijd, bouwen elektrische circuits, e.d.) en ze bevinden zich in een wereld van ideeën (opzetten van experimenten, formuleren van onderzoeksvragen en ontwerpeisen, het testen van ideeën, voorspellen, argumenteren, e.d.) waarin ze denken en redeneren. Het is belangrijk dat de leraar de informatie die zij uit het evalueren haalt, inzet om leerlingen beter te ondersteunen in hun ontwikkeling in het natuur en techniekonderwijs. Echter, voor de leraar die experimenteert met onderzoekend en ontwerpen leren, is een beeld van de wijze waarop leerlingen zich ontwikkeld hebben eveneens relevant. Om te kunnen verantwoorden waarom voor een alternatieve onderwijsaanpak is gekozen telt dàt als argument naar leerlingen, collegaʹs, directie, inspectie, ouders, én naar de leraar zelf. Bij onderzoekend en ontwerpend leren ontwikkelen kinderen zich op het vlak van conceptuele kennis, algemene en instrumentele vaardigheden en houding. Het bijhouden van deze verschillende dimensies van ontwikkeling in deze rijke leeromgeving is, zoals in eerdere hoofdstukken al uitgelegd, niet mogelijk met pen en papier testen. De enige manier om deze rijkheid en verscheidenheid aan ervaringen te evalueren is door methoden te ontwikkelen om gedrag(ingen) onderdeel te laten zijn van de evaluatie (Hein & Price, 1994). Onderzoekend en ontwerpend leren biedt leerlingen de mogelijkheid om hun begrip van concepten te ontwikkelen. De inhoud van natuur en techniek wordt niet bepaald door losstaande feiten, die eenmalig ʹgeleerdʹ en vervolgens ʹonthoudenʹ worden. In plaats daarvan gaat het om concepten 1 waarvan kinderen hun begrip door terugkerende ervaringen steeds verder ontwikkelen. Juist daarom is het uitermate relevant niet alleen de ontwikkeling van terugkerende algemene vaardigheden en houdingen te evalueren, maar ook die van specifieke, vooraf vastgestelde, concepten. 1 concept: belangrijk idee, waarmee een relevante hoeveelheid specifieke kennis kan worden verbonden 11

14 Bij onderzoekend en ontwerpend leren komt meer aan bod dan specifieke conceptuele doelen. Zo stimuleert het een bepaalde onderzoekende en ontwerpende houding, maar komen er ook verschillende onderzoekende en ontwerpende vaardigheden aan bod. Daarnaast gebruiken leerlingen vaardigheden uit hun taal, reken, en kunstzinnig repertoire, en oefenen ze die vaardigheden dus ook. Het voert te ver om de ontwikkeling van al deze vaardigheden bij te houden, al is dat wel een aardige vingeroefening voor de leraar om de rijkheid van de leeromgeving ʹonderzoekend en ontwerpend lerenʹ te leren waarderen. Dit project voorziet echter alleen in een methodiek om de ontwikkeling van vaardigheden die direct samenhangen met natuur en techniek te evalueren. 3.1 Concept: Drijven en zinken Om de uitwerking van dit SLO veldproject aan te laten sluiten bij het VTB project in het kader waarvan het is aangevraagd, is een evaluatie instrument ontwikkeld ten behoeve van een bestaande lessenserie uit het LOOL project (van Graft & Kemmers, 2006b). Er is gekozen voor de lessenserie ʹDrijven en Zinkenʹ voor groep 3/4. In deze lessenserie ontwikkelen de leerlingen hun conceptuele kennis over drijven en zinken. Deze lessenserie is hier als bijlage (Bijlage 1) opgenomen. Ten behoeve van de evaluatie van de conceptuele kennis zijn er onderdelen aan toegevoegd. Zoals in de paragraaf hiervoor al is aangegeven, is drijven en zinken niet een ʹbegripʹ dat een leerling van het ene op het andere moment aanleert. Iets dat het kind tot het leermoment niet kende en na de lessenserie opeens volledig beheerst. In alle ervaringen (formeel en informeel) die een kind heeft met het drijven en zinken van voorwerpen ontwikkelt zich geleidelijk het concept dat het materiaal én de vorm van een voorwerp bepalen of het blijft drijven. Dat het drijven van een voorwerp bepaald wordt door de gemiddelde dichtheid van het voorwerp in verhouding tot de vloeistof (of gas) waarin het drijft, is niet meer of minder waar dan de bewering hiervoor. De eerste heeft weliswaar een beperkter verklarend vermogen, maar is evenzogoed juist en kan bovendien eerder begrepen worden doordat er nog niet met volume en massa gerekend hoeft te worden. Het zijn wèl twee van elkaar te onderscheiden stadia in de ontwikkeling van het concept drijven en zinken. 3.2 Vaardigheden In navolging van een verdeling zoals die wordt aangegeven in het basisdocument van het LOOL project (van Graft & Kemmers, 2006a, pp , 35 36), worden hier specifieke onderzoeks en ontwerpactiviteiten gegroepeerd tot meer algemene vaardigheden. Voor onderzoeken gaat het dan om; (1) het stellen van vragen; (2) het experimenteren; en (3) het verwerken en concluderen. Met de eerste vaardigheid wordt bedoeld dat kinderen hun nieuwsgierigheid uiten door ideeën te opperen of vragen te stellen waarbij ze zich realiseren dat ze zelf het antwoord kunnen vinden door een klein experiment te doen. Met het in staat zijn tot experimenteren laten kinderen zien dat ze volgens een plan motorisch en zintuiglijk kunnen handelen. De derde vaardigheid behelst het vermogen dat kinderen gegevens afkomstig van het experiment kunnen interpreteren en deze interpretaties kunnen delen met anderen. Vaardigheden die bij ontwerpen horen zijn opgedeeld in het (1) ontwerpen; (2) maken; en (3) gebruiken van producten. Met ontwerpen wordt bedoeld het herkennen van probleembehoeftes en het bedenken en verbeelden van 12

15 oplossingen daarvoor. Het daadwerkelijke maken of produceren van die oplossing wordt aangegeven met de vaardigheid ʹmakenʹ. Gebruiken is het uittesten en vervolgens werken met eigen gemaakte producten of ʹofficiëleʹ apparaten. De concrete gedragingen die op het niveau van groep 3/4 bij de hiervoor beschreven vaardigheden verwacht mogen worden, zijn terug te vinden in de indicatoren in bijlage Houding Ook de houding die hoort bij onderzoeken en ontwerpen is opgedeeld in een paar categorieën. Voor deze opdeling is aansluiting gezocht bij de eerder vermelde SLO publicatie ʹKijk op ontwikkelingʹ (Jongerius & Markus, 2002). Daar zijn echter elementen aan toegevoegd die essentieel zijn voor onderzoeken en ontwerpen. Het resultaat is een opdeling in een (1) cognitief kritische; een (2) nieuwsgierige; een (3) creatieve; en een (4) sociaal emotionele houding. Onder de ontwikkeling van een cognitief kritische houding wordt verstaan de mate waarin een leerling op verstandelijke wijze de informatie uit bronnen, waarnemingen en personen beoordeelt (Ennis, 2002). Nieuwsgierigheid is de wil én actie bereidheid die een kind toont om het onbekende te leren kennen (Berlyne, 1954). Een creatieve houding geeft weer in hoeverre een kind problemen wil oplossen en daarbij verrassend en origineel te werk gaat (De Bono, 1984). Tenslotte gaat het bij onderzoeken en ontwerpen ook om een sociaal emotionele houding die kinderen in staat stelt meningen, gevoelens en feiten te onderscheiden en andere personen te betrekken bij hun proces. Wetenschap is een groepsproces! Net zoals bij de vaardigheden is in bijlage 2 te vinden welke concrete gedragingen verwacht mogen worden bij de verschillende houdingen van leerlingen in groep 3/4. 13

16

17 4. Vormen van evalueren Tijdens het uitvoeren van een les, geven sommige leerlingen vaak al blijk van wat ze weten, door de manier waarop ze ervaringen vertellen, vragen stellen, of ergens mee bezig zijn. Deze schat aan informatie wordt echter vaak te beperkt gebruikt, doordat het weliswaar beelden vormt van leerlingen, maar de leraar die ʹslechtsʹ in haar hoofd opslaat. Pas als er een beoordeling of rapport geschreven moet worden, worden die beelden weer vertaald naar subjectieve beschrijvingen van het gedrag van een leerling. Als de leraar regelmatig gedrag of activiteiten en kennis van leerlingen noteert dan kunnen deze beoordelingen of rapportbeschrijvingen plaatsvinden aan de hand van deze concrete gedragingen en wordt een objectiever beeld van een leerling geschetst. Voorbeelden van concreet gedrag of kennis kunnen in dergelijke beschrijvingen worden opgenomen en ze daarmee ondersteunen. Deze gedragingen en kennisuitingen komen spontaan aan het licht tijdens lessen. Kinderen reageren op elkaar, ze vertellen iets uit eigen beweging of ze zijn bezig met een activiteit. Hiertegenover staat dat de leraar ook gedragingen of kennisuitingen bij leerlingen kan uitlokken door vragen te stellen of opdrachten te geven. Dit onderscheid is van belang. Het evalueren aan de hand van spontane ʹleerlinguitingenʹ zullen we hier aanduiden als impliciete evaluatie. Het achterhalen van leeropbrengsten door met dat doel vragen te stellen of opdrachten te geven zal hier expliciete evaluatie genoemd worden. 4.1 Impliciete evaluatie Op elk moment van de les kan een leerling gedragingen of opmerkingen vertonen die aantonen dat hij of zij een doel in zekere mate beheerst. Het is dan zaak voor de leraar dat zij over een handige werkwijze beschikt om deze evaluaties per kind te kunnen noteren. In sommige onderwijstypen is het bijvoorbeeld heel gebruikelijk, dat de leraar zeer regelmatig (ook tijdens de les!) tijd uittrekt om de evaluaties te noteren. Het grote voordeel van deze methode is dat gedrag en opmerkingen van leerlingen, die vaak een schat aan kennis en kunde laten zien, niet verloren gaan. En het grote voordeel dáárvan is, dat de leraar tijdens het lesverloop al een overzicht krijgt of de lesdoelen behaald gaan worden, of er bepaalde leerlingen achterblijven, of dat sommige (stillere) leerlingen nog niets hebben laten zien. De leraar krijgt direct feedback op haar eigen handelen en kan het indien nodig aanpassen. Met deze zogenaamde impliciete evaluatie kunnen zowel conceptuele kennis, als vaardigheden én houding worden geëvalueerd. 4.2 Expliciete evaluatie Een probleem van impliciete evaluatie is dat leerlingen die weinig uit zichzelf praten, minder blijk geven van hun ontwikkeling, ondanks dat ze die waarschijnlijk wél doormaken. De leraar realiseert zich bijvoorbeeld dat zij van een bepaalde leerling onvoldoende zicht heeft op de ontwikkeling van deze leerling op een bepaald gebied. Of de leraar wil weten hoe het met bepaalde kennisontwikkeling zit, maar de leerlingen beginnen daar niet spontaan over. Dit 15

18 soort gevallen kunnen opgelost worden door expliciet kennis, vaardigheden of houding te activeren bij de leerlingen. Het gaat hier dus om vragen of opdrachten die de leraar geeft, en waar de leerlingen mee aan de slag gaan. Dit kan (maar hoeft niet) klassikaal gebeuren. Een schriftelijke toets met multiple choice vragen is een voorbeeld van expliciete evaluatie, en een manier om (feiten)kennis te evalueren. Maar om houding, vaardigheden, en conceptkennis boven tafel te krijgen zal de leraar meer uit de kast moeten halen. Er is een diversiteit aan opdrachten, gesprekken, activiteiten en vragen te bedenken die de leraar de leerlingen kan voorleggen waarmee de diversiteit van de ervaringen én de diversiteit van de leerlingen recht aangedaan wordt. Expliciete evaluatie is vooral geschikt om conceptuele kennis te evalueren. Niet alle vaardigheden en houdingen laten zich op deze manier evalueren. Het is bijvoorbeeld een raar idee om een vraag of opdracht te geven aan kinderen, die eenduidig hun nieuwsgierigheid laaten. Als voorbeeld zijn in bijlage 1 (zie blz in de Lessenserie Drijven en Zinken) vragen en opdrachten opgenomen om bij kinderen expliciet conceptuele kennis te evalueren over het thema drijven en zinken 4.3 Bronnen voor evaluatie Afhankelijk van de leeftijd maar ook van de leerstijl drukken kinderen zich het beste uit in geschrift of via tekeningen, terwijl andere kinderen beter zijn in vertellen. Een derde kind komt juist het beste tot zijn recht door iets met zʹn handen te doen. Uit al deze activiteiten is informatie te halen die aangeeft waar een kind is in zijn ontwikkeling. De opsomming van bronnen waaruit de leraar evaluatie gegevens kan halen is dan ook onuitputtelijk. Klassikale gesprekken, gesprekken in groepjes, observaties van gedrag of vaardigheden, de producten die kinderen maken (tekeningen, logboeken, presentaties, bouwwerken, etc.), vragen die ze stellen, antwoorden die ze geven op elkaars vragen of die van de leraar, dienen allemaal dit doel. 16

19 5. Organisatie van de evaluatie Het vergt nogal wat organisatie om constant alert te (kunnen) zijn op het (inhoudelijke) doen en laten van de leerlingen. Deze paragraaf doet een poging dit wat makkelijker te maken. Ten eerste wordt het bij de lesvoorbereiding essentieel om de doelen en de operationalisering daarvan helder voor ogen te krijgen. In de herziene lessenserie ʹDrijven en Zinkenʹ voor groep 3/4 is dit uitgewerkt (zie bijlage 1). Ten tweede wordt in deze paragraaf een notatiesysteem gepresenteerd en worden suggesties gedaan hoe leraren in de praktijk ruimte in hun dagelijks werk kunnen vinden om hun observaties daadwerkelijk te noteren. 5.1 Evaluatieformulier De leraar moet een instrument tot haar beschikking hebben waarin systematisch opgemerkte gedragingen en/of kennisuitingen kunnen worden genoteerd. Hiervoor is een evaluatieformulier ontwikkeld (zie Tabel 1). Onder elkaar staan de leerlingen, naast elkaar staan de verschillende doelen van de les. In de kolommen is ook onderscheid gemaakt of een doel expliciet of impliciet is geëvalueerd. Als extra nuancering, wordt niet ʹgevinktʹ met kruisjes, maar met een code. Die code correspondeert met hoe de leerling het doel op dat moment uit (mondeling, schriftelijk, beeldend of handelend). Het kan ook wenselijk zijn om aan te geven wanneer een leerling aangeeft het doel juist niet te beheersen. Hij verkondigt bijvoorbeeld dat zware dingen altijd zinken, of is overduidelijk niet nieuwsgierig. De code kan dan bijvoorbeeld met rode pen worden genoteerd, of juist onderstreept. De lesgebonden doelen (de concepten) staan niet op hetzelfde formulier als de lesoverstijgende doelen. Hiervoor moeten per lessenserie aparte formulieren worden ontwikkeld (als voorbeeld zie bijlage 1, blz ). Op deze manier kan het formulier met lesoverstijgende doelen voortdurend gebruikt worden. Tabel 1: Het evaluatieformulier. Als voorbeeld zijn enkele cellen al ingevuld. Hieruit is af te lezen dat leerling A schriftelijk (impliciet: bijvoorbeeld in zijn logboek: S) zijn begrip van doel B te kennen gaf, en dit bevestigde nadat de juf hem er nog eens om vroeg (mondeling, expliciet: M). Toen de juf om reacties van andere leerlingen vroeg, reageerde leerling B hierop door het tegenovergestelde te beweren (expliciet, mondeling, onjuist): M). Leerling B beheerst doel B dus (nog) niet. Doelen Doel A Doel B Doel C etc. Impl. Expl. Impl. Expl. Impl. Expl. Leerling A S M Leerling B M etc. 17

20 5.2 Uitvoering Om de hoeveelheid werk die continue evaluatie met zich meebrengt behapbaar te houden, is het raadzaam deze evaluatie in enkele stappen op te bouwen door de aandacht aanvankelijk op één groepje (maximaal 4) leerlingen te richten. Als de leraar dit per les wisselt, komen met een aantal lessen toch alle leerlingen aan bod. Soms biedt het evaluatieformulier niet genoeg mogelijkheden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de leraar een bepaalde opmerking of anekdote van een leerling wil bewaren. Of de leraar wil nog een opmerking maken bij wat op een bepaalde plek in het evaluatieformulier is ingevuld. Hier kunnen goed afzonderlijke papiertjes (zoals post its of adresstickers) voor gebruikt worden. Wanneer die van een datum, situatie en opmerking worden voorzien, kunnen ze altijd weer teruggevonden worden. Om evaluatiegegevens overzichtelijk bij elkaar te houden, kan met een file per leerling gewerkt worden. In een klapper is voor elke leerling een eigen rubriek gereserveerd, waarin periodiek gegevens worden ingevuld: in ieder geval wanneer die leerling die les is geobserveerd. Maar ook fotoʹs van producten, of de bovengenoemde post its of stickers kunnen bij de file worden gevoegd. Deze klapper is natuurlijk niet alleen voor het natuur en techniekonderwijs, maar wordt idealiter altijd bijgehouden door de leraar. In de praktijk hebben de meeste leraren al zoʹn klapper. Al met al kost het extra energie en voorbereiding om goed van de verschillende leerlingen hun leeropbrengsten te evalueren. Echter, naarmate de leraar beter wordt in het opmerken van spontane gedrags en kennisuitingen, is er minder tijd nodig voor het geven van extra opdrachten. 18

Drijven en zinken. Wetenschap en technologie verbindt vakken. Groep 3/4

Drijven en zinken. Wetenschap en technologie verbindt vakken. Groep 3/4 Drijven en zinken Wetenschap en technologie verbindt vakken Groep 3/4 Februari 2016 Verantwoording 2016 SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling ), Enschede Dit is een geactualiseerde overdruk

Nadere informatie

Introductiecursus Onderzoekend (en ontwerpend) leren op de basisschool

Introductiecursus Onderzoekend (en ontwerpend) leren op de basisschool Introductiecursus Onderzoekend (en ontwerpend) leren op de basisschool Handleiding Algemene disclaimer Dit document is bedoeld ter algemene informatie, en dient als voorbeeld voor een les onderzoekend

Nadere informatie

Lessenserie De hellingbaan

Lessenserie De hellingbaan - Bovenbouw - Lessenserie De hellingbaan Een lessenserie over het experimenteren met de hellingbaan en de strategie controleren van variabelen. Met dank aan leerkrachten en leerlingen van basisschool De

Nadere informatie

Materiaal: Bassin met water Meerdere voorwerpen met een verschillende. met verschillende afmetingen

Materiaal: Bassin met water Meerdere voorwerpen met een verschillende. met verschillende afmetingen 9-11 jaar Wetenschappelijke inhoud: Fysica Beoogde concepten/vaardigheden: Dichtheid en opwaartse kracht Beoogde leeftijdsgroep: 9-11 jaar oud Duur van de activiteit: 3 uur Samenvatting: Tijdens deze activiteit

Nadere informatie

De didactiek van Onderzoekend en ontwerpend leren

De didactiek van Onderzoekend en ontwerpend leren De didactiek van Onderzoekend en ontwerpend leren De leeromgeving Interactief onderzoeken.nl gaat uit van de didactiek onderzoekend en ontwerpend leren (OOL). Deze didactische aanpak is uitgewerkt en verspreid

Nadere informatie

En wat nu als je voorwerpen hebt die niet even groot zijn?

En wat nu als je voorwerpen hebt die niet even groot zijn? Dichtheid Als je van een stalen tentharing en een aluminium tentharing wilt weten welke de grootte massa heeft heb je een balans nodig. Vaak kun je het antwoord ook te weten komen door te voelen welk voorwerp

Nadere informatie

Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek

Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek Lesmateriaal Maart 2007 Pierre Kemmers Marja van Graft Verantwoording 2007 Stichting Platform Bèta Techniek, Den Haag Auteurs: Pierre Kemmers en

Nadere informatie

Drijven en zinken. Eerst gaan we het drijfvermogen testen van een paar voorwerpen:

Drijven en zinken. Eerst gaan we het drijfvermogen testen van een paar voorwerpen: Hiernaast zie je een ouderwets duikerspak. Om ervoor te zorgen dat de duiker niet gaat drijven, heeft hij een loden gewicht op zijn borst vastgeknoopt. De slang is voor de luchttoevoer. Op de wal stond

Nadere informatie

Materiaal (per groep):

Materiaal (per groep): 9-11 jaar Benaming van de activiteit: Wetenschappelijke inhoud: Natuurkunde Beoogde concepten: Dichtheid van vaste stoffen en vloeistoffen Beoogde leeftijdsgroep: 9-11 jaar Duur van de activiteit: 3 uur

Nadere informatie

Onderzoekend en ontwerpend leren

Onderzoekend en ontwerpend leren Betekenis voor het Jenaplanonderwijs Onderzoekend en ontwerpend leren Marja van Graft Martin Klein Tank Wat gaan we doen? Direct aan de slag Over de aanpak Brede ontwikkeling Taal bij onderzoeken en ontwerpen

Nadere informatie

Op onderzoek! Contextgebied Transport Drijven en zinken

Op onderzoek! Contextgebied Transport Drijven en zinken Thema : naar het zwembad, spelen met water Uitgetest in de derde kleuterklas Probleem Welke voorwerpen drijven op het water? Concrete doelen Ervaren, ontdekken, voorspellen en noteren welke voorwerpen

Nadere informatie

Dichtheid. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Dichtheid. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres P.J. Dreef 01 December 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/82827 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Wetenschap & Technologie Ontwerpend leren. Ada van Dalen

Wetenschap & Technologie Ontwerpend leren. Ada van Dalen Wetenschap & Technologie Ontwerpend leren Ada van Dalen Wat is W&T? W&T is je eigen leven W&T: geen vak maar een benadering De commissie wil onderstrepen dat wetenschap en technologie in haar ogen géén

Nadere informatie

De kracht van Archimedes

De kracht van Archimedes 1 Studie dag en KVCV De kracht van Archimedes DEEL 1 Korte omschrijving van het lesonderwerp Door een paar originele experimenten, de kracht van Archimedes ontdekken en de gegevens waarnemen die de grootte

Nadere informatie

Drents Archief. Het meisje met de hoepel. Groep 2 Thema-overzicht

Drents Archief. Het meisje met de hoepel. Groep 2 Thema-overzicht Drents Archief Het meisje met de hoepel Groep 2 Thema-overzicht Thema-overzicht Het meisje met de hoepel Groep 2 Drents Archief Kern van het thema Een beeld vertelt een verhaal. Om het verhaal te kunnen

Nadere informatie

Mens en Natuur, Natuurkunde. VO onderbouw (havo/vwo) 2-3 lesuren

Mens en Natuur, Natuurkunde. VO onderbouw (havo/vwo) 2-3 lesuren De sneeuwpop Voor de docent Vak(gebied) Schooltype / afdeling Mens en Natuur, Natuurkunde VO onderbouw (havo/vwo) Leerjaar 1 Tijdsinvestering Vakinhoud 2-3 lesuren Warmtegeleiding en -isolatie in dagelijkse

Nadere informatie

Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1

Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1 Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1 Bijlage 1: Het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs: Stadium van het instructie model Oriëntatiefase

Nadere informatie

Lucht Niet niets 9-11. Auteur: Christian Bertsch. jaar. Benaming van de activiteit:

Lucht Niet niets 9-11. Auteur: Christian Bertsch. jaar. Benaming van de activiteit: 9-11 jaar Benaming van de activiteit: Lucht Niet niets Wetenschappelijke inhoud: Natuurkunde Beoogde concepten: Dichtheid van vaste stoffen en vloeistoffen Beoogde leeftijdsgroep: 9-11 jaar oud Duur van

Nadere informatie

Naam: Klas: REPETITIE DRIJVEN EN ZINKEN 2 HAVO Naast dit opgavenblad moet ook een tabel met dichtheden worden verstrekt.

Naam: Klas: REPETITIE DRIJVEN EN ZINKEN 2 HAVO Naast dit opgavenblad moet ook een tabel met dichtheden worden verstrekt. Naam: Klas: REPETITIE DRIJVEN EN ZINKEN 2 HAVO Naast dit opgavenblad moet ook een tabel met dichtheden worden verstrekt. OPGAVE 1 Jan drinkt 14 kubieke centimeter zuivere alcohol op. Bereken hoeveel gram

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/167522

Nadere informatie

Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool

Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool In dit beroepsproduct ontwerp je onderwijs op het gebied van Wetenschap en technologie voor de basisschool. Uitgangspunt bij je onderwijsontwerp

Nadere informatie

Ontdekdoos Drijven en zinken

Ontdekdoos Drijven en zinken Ontdekdoos Drijven en zinken groep 6 en 7 handleiding Uitgave: Amsterdams NME Centrum Ontdekdoos Drijven en zinken Docentenhandleiding Het lesmateriaal mag vrij gekopieerd worden voor gebruik op school

Nadere informatie

Pepernoten warenonderzoek Groep 5&6

Pepernoten warenonderzoek Groep 5&6 Pepernoten warenonderzoek Groep 5&6 Auteur/ontwikkelaar: Suzanne Diederiks Begeleider: Welmoet Damsma (opleider Pabo HvA) Pepernoten warenonderzoek Groep 5&6 Onderwerp De kinderen gaan een vergelijkend

Nadere informatie

0,8 = m / 350 1 = m / 650

0,8 = m / 350 1 = m / 650 EXTRA De dichtheid van een mengsel 39 a 1L = 1000 ml 1% is dus 10 ml 35% is dan 350 ml Zo kan het ook: (1000 / 100) x 35 = 350 ml alcohol (en dus 1000-350 = 650 ml water) b alcohol water m =? V = 350 cm

Nadere informatie

Zelf aan de slag. Lesbrief Wetenschap & Techniek-lessen voor kinderen in groep 1 t/m 3 van het basisonderwijs

Zelf aan de slag. Lesbrief Wetenschap & Techniek-lessen voor kinderen in groep 1 t/m 3 van het basisonderwijs Zelf aan de slag Lesbrief Wetenschap & Techniek-lessen voor kinderen in groep 1 t/m 3 van het basisonderwijs kennismaking met Wetenschap & Techniek. Inleiding In deze lesbrief staan suggesties voor een

Nadere informatie

Lesonderwerp: Hocus pocus circus: Een nieuw dier samenstellen a.d.h.v. verschillende materialen.

Lesonderwerp: Hocus pocus circus: Een nieuw dier samenstellen a.d.h.v. verschillende materialen. Vak: MUVO Lesonderwerp: Hocus pocus circus: Een nieuw dier samenstellen a.d.h.v. verschillende materialen. Doelen: Eindtermen: Muvo 1.2 De leerlingen kunnen door betasten en voelen (tactiel), door kijken

Nadere informatie

Frans van Galen. & Lia Oosterwaal. Drijven en zinken in de bovenbouw

Frans van Galen. & Lia Oosterwaal. Drijven en zinken in de bovenbouw Frans van Galen & Lia Oosterwaal Drijven en zinken in de bovenbouw 43 44 Drijven en zinken Drijven en zinken is een onderwerp waar vooral in de onderbouw aandacht aan wordt besteed. Het is echter ook een

Nadere informatie

Als huiswerk voor de tweede bijeenkomst moeten de cursisten oefening 03.2 & 03.3 maken

Als huiswerk voor de tweede bijeenkomst moeten de cursisten oefening 03.2 & 03.3 maken Bijeenkomst 1 De trainer stelt zichzelf voor en geeft een korte toelichting over de inhoud en het doel van de training. Licht de afspraken en regels toe die gelden voor deelname. Neemt hier de tijd voor,

Nadere informatie

Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping

Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Wiskunde Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

Drents Museum. Wat als de stoel van meneer Rietveld kon praten? Groep 3 Les 4 De opdracht...

Drents Museum. Wat als de stoel van meneer Rietveld kon praten? Groep 3 Les 4 De opdracht... Drents Museum Wat als de stoel van meneer Rietveld kon praten? Groep 3 Les 4 De opdracht... Les 4 De opdracht... Drents Museum Groep 3 Duur: naar eigen inzicht (evt. te verdelen over meerdere lessen) Lesvoorbereiding

Nadere informatie

Stap 1 Doelen vaststellen

Stap 1 Doelen vaststellen Stap 1 Doelen vaststellen! Lesdoelen staan altijd in relatie tot langere termijn doelen. Zorg dat je de leerlijn of opbouw van doelen op schoolniveau helder hebt! Groepsdoelen staan altijd in relatie tot

Nadere informatie

China. Stadsgeluiden in China. 3 lessen rond geluiden in een Chinese stad. Vakgebied: Muziek. Lesduur: 60 minuten per les

China. Stadsgeluiden in China. 3 lessen rond geluiden in een Chinese stad. Vakgebied: Muziek. Lesduur: 60 minuten per les China Stadsgeluiden in China 3 lessen rond geluiden in een Chinese stad Vakgebied: Muziek Lesduur: 60 minuten per les China Pagina 1 - Stadsgeluiden in China - Colofon Stadsgeluiden in China Les voor groep

Nadere informatie

Waarom Wetenschap en Techniek W&T2015

Waarom Wetenschap en Techniek W&T2015 Waarom Wetenschap en Techniek W&T2015 In het leven van alle dag speelt Wetenschap en Techniek (W&T) een grote rol. We staan er vaak maar weinig bij stil, maar zonder de vele uitvindingen in de wereld van

Nadere informatie

Leskist THEMA-handleiding Drijven en zinken met Jip en Janneke Groep 3-4

Leskist THEMA-handleiding Drijven en zinken met Jip en Janneke Groep 3-4 BuitenWijs samen sterk in NME BuitenWijs brengt mensen actief met het buiten in aanraking, zodat zij wijs omgaan met hun eigen leefomgeving Leskist THEMA-handleiding Drijven en zinken met Jip en Janneke

Nadere informatie

Hoe kan je breed en permanent evalueren?

Hoe kan je breed en permanent evalueren? Ronde 2 Martien Berben & Marleen Colpin Centrum voor Taal en Onderwijs - K.U.Leuven Contact: Martien.berben@arts.kuleuven.be Marleen.colpin@arts.kuleuven.be Hoe kan je breed en permanent evalueren? De

Nadere informatie

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft

Nadere informatie

Optische illusie en gezichtsbedrog

Optische illusie en gezichtsbedrog Start Hoe gaan het doen Wat gaan klaarleggen Betekenis of Hoe vergroten hun Wat is rol bij deze Optische illusie en gezichtsbedrog We denken met de leerlingen na over optische illusie en gezichtsbedrog.

Nadere informatie

Sheets inleiding ontwerpen

Sheets inleiding ontwerpen Sheets inleiding ontwerpen Boten bouwen Periode 4 themaklas Doel van het project Bedenk een ontwerp voor een boot Verkoop dit ontwerp aan de baas (ik) Bouw je eigen ontwerp De winnaars winnen een bouwpakket

Nadere informatie

datum: 7 november 2013 aantal leerlingen: 22 tijd: 13:00-15:05 groep: 3

datum: 7 november 2013 aantal leerlingen: 22 tijd: 13:00-15:05 groep: 3 Lesvoorbereiding Onderbouw Circuitles Zakelijke gegevens naam student: Anouk Bluemink stageschool: RKS De Leer Hengelo (gld) Iselinge klas: VR2B mentor/mentrix: Ria Menting datum: 7 november 2013 aantal

Nadere informatie

De planeten Reis door het zonnestelsel

De planeten Reis door het zonnestelsel De planeten Reis door het zonnestelsel Cgroep 1-2 01 tijdsduur 40 minuten kerndoelen 1, 46 en 54 lesdoelen De leerling: (her)kent de namen van de acht planeten weet dat de planeten om de zon draaien kan

Nadere informatie

VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN DOCENT

VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN DOCENT VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN DOCENT EEN FEEDBACK INSTRUMENT VOOR DOCENTEN EEN FEEDBACK INSTRUMENT VOOR DOCENTEN CHRISTEL WOLTERINCK C.H.D.WOLTERINCK@UTWENTE.NL CHRISTEL C.H.D.WOLTERINCK@UTWENTE.NL

Nadere informatie

Nationaal congres taal en lezen

Nationaal congres taal en lezen voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs Dolf Janson Minder doen (compacten) Taal gebruiken (bij ander vak) Hetzelfde in andere vorm Alvast doorgaan Geen instructie dezelfde taak Niet meedoen

Nadere informatie

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding portfolio handleiding Werkgroep portfolio & coaching 1 De plaats van portfolio in het leren op het VMBO. In enkele notities en werkdocumenten is het kader voor het nieuwe onderwijs geschetst. Dit komt

Nadere informatie

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING:

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING: beeldende vorming De DOELSTELLING van de -opdrachten & De BEOORDELING: Doelstellingen van de opdrachten. Leren: Thematisch + procesmatig te werken Bestuderen van het thema: met een open houding Verzamelen

Nadere informatie

Van Doelstelling, naar leeractiviteit naar werkvorm

Van Doelstelling, naar leeractiviteit naar werkvorm wwwexpertisecentrum-kunsttheorienl Van Doelstelling, naar leeractiviteit naar werkvorm Dit collegevoorbeeld/lesvoorbeeld laat twee verschillende werkvormen zien, een werkvorm die gericht is op lagere orde

Nadere informatie

Drijven maar! 3-5. Auteur : Kristof Van de Keere, VIVES, Belgium. jaar. Wetenschappelijke inhoud: Natuurwetenschap

Drijven maar! 3-5. Auteur : Kristof Van de Keere, VIVES, Belgium. jaar. Wetenschappelijke inhoud: Natuurwetenschap 3-5 jaar Wetenschappelijke inhoud: Natuurwetenschap Beoogde concepten/vaardigheden: Beoogde leeftijdsgroep: 3-5 jaar oud Duur van de activiteit: 20 minuten Samenvatting: Deze activiteit past binnen een

Nadere informatie

Handleiding voor de leerling

Handleiding voor de leerling Handleiding voor de leerling Inhoudopgave Inleiding blz. 3 Hoe pak je het aan? blz. 4 Taken blz. 5 t/m 9 Invulblad taak 1 blz. 10 Invulblad hoofd- en deelvragen blz. 11 Plan van aanpak blz. 12 Logboek

Nadere informatie

Voorbeeld actiepunten Aandachtspunt = bevorderen van interactie tussen kinderen tijdens de evaluatie van de les

Voorbeeld actiepunten Aandachtspunt = bevorderen van interactie tussen kinderen tijdens de evaluatie van de les 1 Lesschemaformulier (LSF) Handleiding versie 2009-2010 / Pedagogogische Hogeschool De Kempel Helmond Kop Op ieder lesschemaformulier noteer je jouw voor- en achternaam en de jaargroep op de Kempel. Je

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89 Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op

Nadere informatie

Stimuleren van vakgebied overstijgende vaardigheden? Doen!

Stimuleren van vakgebied overstijgende vaardigheden? Doen! SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Stimuleren van vakgebied overstijgende vaardigheden? Doen! Marja van Graft en Nora Steenbergen-Penterman Workshop Lunteren 5 april 2016 Inhoud Inventariseren

Nadere informatie

5. Klassen-of groepsgesprek

5. Klassen-of groepsgesprek 5.1 Beurten verdelen: Rondje doel Iedereen aan het woord laten over een onderwerp tijdens een gesprek wanneer n.v.t. groepssamenstelling klassikaal, groepjes duur 30 minuten voorbereiding: - Tijdens een

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s v e r m e n i g v u l d i g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Beschrijving van de materialen van de NEMO-Workshop Drijven en Zinken

Beschrijving van de materialen van de NEMO-Workshop Drijven en Zinken Beschrijving van de materialen van de NEMO-Workshop Drijven en Zinken Hieronder vind je een beschrijving van de materialen die nodig zijn voor: De 10 experimenten die de ouder-kind teams zelf doen Het

Nadere informatie

HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren

HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren 1. Inleiding Aan de hand van een concept cartoon verdiepen leerlingen zich in de vraag hoe het komt dat een meisje een meisje is. Een concept cartoon is een visuele

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

Begeleiding van leerlingen

Begeleiding van leerlingen Begeleiding van leerlingen Doel Voorbeelden aanreiken van de wijze waarop begeleiding vorm kan krijgen. Soort instrument Voorbeelden Te gebruiken in de fase Uitvoeren Beoogde activiteit in de school Het

Nadere informatie

SCOL Sociale Competentie Observatielijst. Analyse doelen Jonge kind

SCOL Sociale Competentie Observatielijst. Analyse doelen Jonge kind SCOL Sociale Competentie Observatielijst Analyse doelen Jonge kind Maart 2013 Verantwoording 2013 SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling), Enschede Mits de bron wordt vermeld, is het toegestaan

Nadere informatie

9. Schrijfopdrachten

9. Schrijfopdrachten 9.1 Poëzie doel Creatief schrijven activeren voorkennis toepassen kennis wanneer n.v.t. groepssamenstelling individueel duur 20 minuten De leerkracht geeft leerlingen een begrip, apparaat, mening, enzovoort.

Nadere informatie

11de Vlaams Congres van Leraars Wetenschappen zaterdag 12 november 2005. Jacky Hellemans - Koen Paes

11de Vlaams Congres van Leraars Wetenschappen zaterdag 12 november 2005. Jacky Hellemans - Koen Paes 11de Vlaams Congres van Leraars Wetenschappen zaterdag 12 november 2005 de wet van Jacky Hellemans - Koen Paes Academische Lerarenopleiding Natuurkunde Departement Natuurkunde en Sterrenkunde - K.U.Leuven

Nadere informatie

Project wiskunde: iteratie en fractalen. Naam:

Project wiskunde: iteratie en fractalen. Naam: Project wiskunde: iteratie en fractalen Naam: Klas: 6EW-6LW-6WW 1 Doelstellingen De leerlingen leren zelfstandig informatie verwerven en verwerken over een opgelegd onderwerp. De leerlingen kunnen de verwerkte

Nadere informatie

Een geslaagde activiteit

Een geslaagde activiteit Een geslaagde activiteit Toelichting: Een geslaagde activiteit Voor Quest 4 heb ik een handleiding gemaakt met daarbij de bijpassend schema. Om het voor de leerkrachten overzichtelijk te maken heb ik gebruik

Nadere informatie

Wet van Archimedes. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Wet van Archimedes. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur P.J. Dreef Laatst gewijzigd Licentie Webadres 08 December 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/89831 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Gebruik het vragenmachientje en bedenk een onderzoeksvraag

Gebruik het vragenmachientje en bedenk een onderzoeksvraag Instructieblad Gebruik het vragenmachientje en bedenk een onderzoeksvraag Onderzoeken is leuk omdat je wat over jezelf leert: wat je kunt en hoe creatief je bent. Ook leer je over je omgeving en de wereld.

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

Drents Museum. Wat als de stoel van meneer Rietveld kon praten? Groep 3 Thema-overzicht

Drents Museum. Wat als de stoel van meneer Rietveld kon praten? Groep 3 Thema-overzicht Drents Museum Wat als de stoel van meneer Rietveld kon praten? Groep 3 Thema-overzicht Thema-overzicht Drents Museum Groep 3 Essentie van het thema Beeldcultuur kan omschreven worden als een maatschappelijke

Nadere informatie

Dichtheid.info hoort bij de lesserie Dichtheid praktisch gezien. Alle informatie voor leerlingen is hier te vinden.

Dichtheid.info hoort bij de lesserie Dichtheid praktisch gezien. Alle informatie voor leerlingen is hier te vinden. praktisch gezien http://dichtheid.wordpress.com/ praktisch gezien.info.info hoort bij de lesserie praktisch gezien. Alle informatie voor leerlingen is hier te vinden. Docenten krijgen het docentenmateriaal

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken?

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken? >> Inhoudsopgave Inleiding 4 Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10 Les 2. Denken Kunnen dieren denken? 14 Les 3. Geluk Wat is het verschil tussen blij zijn en gelukkig zijn?

Nadere informatie

Speels oefenen. Relaties tussen vermenigvuldigsommen. Vermenigvuldigen

Speels oefenen. Relaties tussen vermenigvuldigsommen. Vermenigvuldigen Speels oefenen Relaties tussen vermenigvuldigsommen Vermenigvuldigen Speels oefenen Relaties tussen vermenigvuldigsommen Auteur Els van Herpen www.fi.uu.nl/speciaalrekenen Freudenthal Instituut, Utrecht

Nadere informatie

Reis naar andere hemellichamen

Reis naar andere hemellichamen Reis naar andere hemellichamen GROEP 1-2 04 55 minuten De leerling: zonnestelsel verschillend zijn ringen heeft voorwerp drijft of zinkt met stukje ijzer dichtbindstrip Zorg voor de activiteit Zijn alle

Nadere informatie

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer 91370. Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer 91370. Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid Leg het fundament Crebonummer 91370 Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL EXAMENBANK PROVE2MOVE 2 Inhoudsopgave Inleiding 3 Opdrachten

Nadere informatie

2 VWO 2 HAVO Oefenstof dichtheid.

2 VWO 2 HAVO Oefenstof dichtheid. (1 liter = 1 dm 3 ) (1 ml = 1 cm 3 ) (1 m 3 = 1000 dm 3 ) (1 dm 3 = 1000 cm 3 ) ( 1 kg = 1000 g) (1 g = 1000 mg) 1. Bepaal de massa van een vurenhouten balk met een volume van 70 dm 3. V = 70 dm 3 ρ =

Nadere informatie

Groep 1 & 2 VLOEISTOFSTAPEL. Vloeistoffen kun je netjes op elkaar laten drijven. Uit hoeveel laagjes bestaat straks jullie vloeistofstapel?

Groep 1 & 2 VLOEISTOFSTAPEL. Vloeistoffen kun je netjes op elkaar laten drijven. Uit hoeveel laagjes bestaat straks jullie vloeistofstapel? Groep 1 & 2 VLOEISTOFSTAPEL Vloeistoffen kun je netjes op elkaar laten drijven. Uit hoeveel laagjes bestaat straks jullie vloeistofstapel? Vloeistofstapel ( Laagjes maken ) Groep 1 en 2 Team van 2, 3 of

Nadere informatie

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid Leg het fundament Crebonummer 91370 Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL EXAMENBANK PROVE2MOVE 1 e herziene druk: november 2013 ISBN:

Nadere informatie

Opbrengstgericht omgaan met verschillen. Bijeenkomst 5 Evalueren en borgen van leeropbrengsten

Opbrengstgericht omgaan met verschillen. Bijeenkomst 5 Evalueren en borgen van leeropbrengsten Opbrengstgericht omgaan met verschillen Bijeenkomst 5 Evalueren en borgen van leeropbrengsten Programma Huiswerk Evalueren van lesdoelen Presenteren van good practices Borgen in team of school - Highlights

Nadere informatie

PBD BASISONDERWIJS. Seminarie VIRBO Evaluatie in het basisonderwijs 20 maart 2014 La Roche-en-Ardenne

PBD BASISONDERWIJS. Seminarie VIRBO Evaluatie in het basisonderwijs 20 maart 2014 La Roche-en-Ardenne PBD BASISONDERWIJS Seminarie VIRBO Evaluatie in het basisonderwijs 20 maart 2014 La Roche-en-Ardenne Verloop Evalueren in de basisschool- het kader Bespreken van enkele aspecten inzake evaluatiebeleid

Nadere informatie

Massa Volume en Dichtheid. Over Betuwe College 2011 Pagina 1

Massa Volume en Dichtheid. Over Betuwe College 2011 Pagina 1 Massa Volume en Dichtheid Over Betuwe College 2011 Pagina 1 Inhoudsopgave 1 Het volume... 3 1.1 Het volume berekenen.... 3 1.2 Volume 2... 5 1.3 Symbolen en omrekenen... 5 2 Massa... 6 3 Dichtheid... 7

Nadere informatie

lesbrieven een plastic eiland avonturenpakket de uitvinders en het werkbladen Lesbrief 1:

lesbrieven een plastic eiland avonturenpakket de uitvinders en het werkbladen Lesbrief 1: lesbrieven werkbladen Lesbrief 1: een plastic eiland avonturenpakket de uitvinders en het VERBORGEN OOG Copyright De Uitvinders Uitgave 2014 Versie 3.0 een plastic eiland drijven - zinken Proef 1 Welke

Nadere informatie

Hier vertel je wat je hebt gedaan om informatie te vinden. Wat en waar gezocht? Wie geïnterviewd, enz.

Hier vertel je wat je hebt gedaan om informatie te vinden. Wat en waar gezocht? Wie geïnterviewd, enz. Onderzoeksverslag Omslag en titelpagina Op het omslag staan in elk geval de titel van het onderzoek en de namen van de schrijvers. Op de titelpagina opnieuw de titel en de namen van de schrijvers. Nu uitgebreid

Nadere informatie

Nederlands in Uitvoering

Nederlands in Uitvoering Nederlands in Uitvoering Leerjaar 1 Sport & spel Een mondelinge instructie begrijpen Algemene modulegegevens Leerjaar: 1 Taaltaak: Een mondelinge instructie begrijpen Thema: Sport & spel Leerstijlvariant:

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

En, wat hebben we deze les geleerd?

En, wat hebben we deze les geleerd? Feedback Evaluatie Team 5 En, wat hebben we deze les geleerd? FEED BACK in de klas En, wat hebben we deze les geleerd? Leerkracht Marnix wijst naar het doel op het bord. De leerlingen antwoorden in koor:

Nadere informatie

les Vragenblad 1 Dominoreeks Datum: Naam: Bij vragen met een * zet je een rondje om het goede antwoord. Mijn groepje was: blauw / geel / rood / groen*

les Vragenblad 1 Dominoreeks Datum: Naam: Bij vragen met een * zet je een rondje om het goede antwoord. Mijn groepje was: blauw / geel / rood / groen* Vragenblad 1 Dominoreeks Datum: Naam: les 1 Bij vragen met een * zet je een rondje om het goede antwoord. Mijn groepje was: blauw / geel / rood / groen* Vraag 3 Ik had zelf het volgende bedacht: Vraag

Nadere informatie

Kleuters met een A. En nu?

Kleuters met een A. En nu? Leerlingvolgsysteem Toets Team Kleuters met een A. En nu? Toetsresultaten bij kleuters zijn voor u aanleiding om te handelen, in actie te komen. De noodzaak tot actie geldt voor alle kleuters. Er moet

Nadere informatie

Technisch gesproken reken ik daarop. Taal, techniek en rekenen-wiskunde bij jonge kinderen.

Technisch gesproken reken ik daarop. Taal, techniek en rekenen-wiskunde bij jonge kinderen. Technisch gesproken reken ik daarop. Taal, techniek en rekenen-wiskunde bij jonge kinderen. In dit document lees je wat het beroepsproduct Technisch gesproken reken ik daarop inhoudt. De vakken rekenen-wiskunde,

Nadere informatie

op (afnemende) sturing Een interventie gericht op docenten bij het opleiden en begeleiden van studenten naar zelfstandig beroepsbeoefenaars.

op (afnemende) sturing Een interventie gericht op docenten bij het opleiden en begeleiden van studenten naar zelfstandig beroepsbeoefenaars. op (afnemende) sturing Een interventie gericht op docenten bij het opleiden en begeleiden van studenten naar zelfstandig beroepsbeoefenaars. Auteur: Anneke Lucassen Zelfevaluatie begeleiden bij zelfstandig

Nadere informatie

Introduceren thema Áchtbanen. Thema: Achtbanen. centraal: 2. Hoe komt het dat de wagentjes toch op de rails blijven zelfs

Introduceren thema Áchtbanen. Thema: Achtbanen. centraal: 2. Hoe komt het dat de wagentjes toch op de rails blijven zelfs Natuur & Techniek Achtbanen Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: Achtbanen In deze les staan de volgende hogere orde denkvragen centraal: 1. Ontwerp een wagentje voor je eigen achtbaan. 2.

Nadere informatie

Bloom. Taxonomie van. in de praktijk

Bloom. Taxonomie van. in de praktijk Bloom Taxonomie van in de praktijk De taxonomie van Bloom kan worden toegepast als praktisch hulpmiddel bij het differentiëren in denken en doen. Het helpt je om in je vraagstelling een plaats te geven

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamvaardigheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

Handleiding Werkvormen Vragen stellen

Handleiding Werkvormen Vragen stellen Handleiding Werkvormen Vragen stellen Inhoud 1. Inleiding 2. Vragen stellen 3. Werkvormen 3.1. Vragenvuurtje 3.2. Geen Ja / Geen Nee 3.3. Doorzagen 3.4. De onbekende weg 1. Inleiding Voor de dialoog is

Nadere informatie

VERSLAG VIERJAARLIJKS BEZOEK. It Twalûk

VERSLAG VIERJAARLIJKS BEZOEK. It Twalûk VERSLAG VIERJAARLIJKS BEZOEK It Twalûk Plaats : Leeuwarden BRIN nummer : 26LD OKE 02 VSO Onderzoeksnummer : 276238 Datum onderzoek : 4 juni 2014 Datum vaststelling : 2 juli 2014 Pagina 2 van 9 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Lucht als materie 6-8. Auteur : Kristína Žoldošová, Trnavska Univerzita v Trnave, Slovakia. jaar

Lucht als materie 6-8. Auteur : Kristína Žoldošová, Trnavska Univerzita v Trnave, Slovakia. jaar 6-8 jaar Wetenschappelijke inhoud: Natuurkunde Beoogde concepten: Gasvormige aggregatietoestand. Aanwezigheid van lucht in de omgeving. Lucht als materie aanwezig in het universum. Beoogde leeftijdsgroep:

Nadere informatie

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld Groep 8 Les 1. Boeven in beeld Les 1. Boeven in beeld Nationaal Gevangenismuseum Groep 8 120 minuten Samenvatting van de les De les begint met een klassikaal

Nadere informatie

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven. Procedure en criteria voor het beoordelen van studenten in de beroepspraktijk Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Nadere informatie

Lesactiviteit. omschrijving: ontwerp en bouw twee wagentjes op. Techniek Toernooi is een programma van Stichting Techniekpromotie

Lesactiviteit. omschrijving: ontwerp en bouw twee wagentjes op. Techniek Toernooi is een programma van Stichting Techniekpromotie omschrijving: ontwerp en bouw twee wagentjes op wielen waarmee pakketjes kunnen worden vervoerd en die worden aangedreven door een leeglopende ballon. Welke ballonwagentjes rijden het verst zonder hun

Nadere informatie

REKENMODULE INHOUD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

REKENMODULE INHOUD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen REKENMODULE INHOUD Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen Colofon RekenGroen. Rekenen voor vmbo- groen en mbo- groen Extra Rekenmodule Inhoud Leerlingtekst Versie 1.0. November 2012 Auteurs: Mieke Abels,

Nadere informatie

Rekenen met verhoudingen

Rekenen met verhoudingen Rekenen met verhoudingen Groep 6, 7 Achtergrond Leerlingen moeten niet alleen met de verhoudingstabel kunnen werken wanneer die al klaar staat in het rekenboek, ze moeten ook zelf een verhoudingstabel

Nadere informatie