Kosten van het toonbankbetalingsverkeer in 2012

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kosten van het toonbankbetalingsverkeer in 2012"

Transcriptie

1 Kosten van het toonbankbetalingsverkeer in 2012 Frans Pleijster Arjan Ruis Zoetermeer, juni 2013

2 Dit onderzoek is gefinancierd door de Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij PANTEIA. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen. PANTEIA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. The responsibility for the contents of this report lies with PANTEIA. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen. PANTEIA does not accept responsibility for printing errors and/or other imperfections.

3 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 5 1 Inleiding Achtergrond, doel en afbakening Aanpak van het onderzoek Opbouw rapport 15 2 Kostenmodel Inleiding De kostenposten Algemene kostenposten Kostenposten rond contant geld en elektronisch geld Interne en externe kosten van betalen Vaste en variabele kosten 21 3 Inkomend betalingsverkeer Inleiding Afbakening van de toonbankinstellingen Acceptatiegraad betaalmiddelen Aantal verkooptransacties in toonbankinstellingen Relatief belang van de betaalmiddelen 29 4 Kosten betalingsverkeer Totale kosten betalingsverkeer Interne en externe kosten van betalen Vaste en variabele kosten van betalen Kosten per transactie en kostendruk Besparingsmogelijkheden 43 5 Ontwikkeling kosten Ontwikkeling van het inkomende betalingsverkeer De ontwikkeling van de kosten van betalen: de parameters De ontwikkeling van de totale kosten van betalen De ontwikkeling van de kosten naar sector De ontwikkeling van de kosten naar betaalmiddel Ontwikkeling van de kostendruk 53 6 De kosten van betalen in supermarkten Enkele kenmerken van het betalingsverkeer De kosten van betalen in de supermarkt Pin-only kassa s versus combikassa s 57 7 Factsheets Inleiding De 13 factsheets 61 3

4 Bijlagen I Onderzoeksmethodiek en verantwoording 75 II De vragenlijsten 81 III Aantal verkooppunten 103 IV Kostenbegrippen 105 4

5 Managementsamenvatting Achtergrond en opdracht Vertegenwoordigers van banken en gezamenlijke toonbankinstellingen zijn op 17 november 2005 het Convenant Betalingsverkeer overeengekomen. In het kader van dit Convenant is de Stichting Bevorderen Efficient Betalen (hierna te noemen De Stichting) gevormd. De samenwerkingsafspraken zijn in de zogenoemde Nadere Overeenkomst van mei 2009 aangevuld met nieuwe afspraken. De Stichting heeft PANTEIA opdracht gegeven de kosten voor 2012 te meten die voor de ondernemer verbonden zijn aan het accepteren van toonbankbetalingsmethoden. Deze meting dient voort te bouwen op de kostenmeting die PANTEIA in opdracht van de Stichting en DNB heeft uitgevoerd voor het jaar 2006 en op de nulmeting in , in het bijzonder door dezelfde methode van meten en kostenindeling te gebruiken. Aanpak van het onderzoek De kern van het onderzoek vormt een telefonische enquête onder ondernemers, behorende tot het MKB op vestigingsniveau. Hierbij is informatie verkregen van in totaal 904 kleine en middelgrote bedrijven over hun inkomende betalingsverkeer en de kosten die zij daarvoor maken. Verder is er een schriftelijke enquête gehouden onder de (zeer) grote detailhandelsondernemingen op concernniveau. Hieraan hebben in totaal 22 grootwinkelbedrijven in de gevestigde detailhandel deelgenomen. Dit is aangevuld met gegevens die van de banken, De Nederlandsche Bank en Currence/Betaalvereniging zijn verkregen. Tot slot heeft een tijdregistratie op locatie plaatsgevonden ten behoeve van het bepalen van de frontofficetijd (betaaltijd) per transactie naar betaalmethode. In 23 vestigingen is de betaaltijd gemeten voor in totaal transacties. Afbakening Het onderzoek richt zich in zijn geheel op toonbanktransacties die plaatsvinden in de sectoren detailhandel, horeca, ambulante handel en tankstations. Toonbanktransacties die plaatsvinden in andere sectoren dan deze vier zijn niet opgenomen in het onderzoek. Dit betekent ook dat contante betalingen, pinbetalingen, Chipknipbetalingen en creditcardbetalingen die gedaan zijn in andere sectoren dan genoemde 4 buiten het kader van het onderzoek vallen. Het onderzoek dekt naar schatting 85 procent van alle toonbankbestedingen en daarmee naar schatting ook 85 procent van alle betalingen die samenhangen met toonbankbestedingen. 1 Zie EIM Het toonbankbetalingsverkeer in Nederland; Kosten en opbrengsten van toonbankinstellingen in kaart gebracht, EIM 21 december 2007 en het rapport Toonbankbetalingsverkeer in 2009, EIM 11 mei Zie verder ook 5

6 Uitkomsten van het onderzoek Kenmerken van het inkomende betalingsverkeer In vergelijking met 2009 is de acceptatie van pinnen als betaalmiddel zowel bij de ambulante handel als bij de horeca duidelijk gestegen. Bij de detailhandel is de acceptatie ook nog licht verder gestegen, maar deze lag al op een (zeer) hoog niveau. De betaalpas 2 wordt nu geaccepteerd door alle grootwinkelbedrijven, door 95 procent van het MKB in de detailhandel, 100 procent van de tankstations en meer dan 70 procent van de ondernemingen in de horeca. De acceptatie van de betaalpas in de ambulante handel is inmiddels ook meer dan 50 procent. 3 Het totale aantal toonbanktransacties bij de ondernemingen die vallen onder het bestek van dit onderzoek, bedraagt ruim 5,7 miljard. Hiervan bestaat 58 procent uit contante transacties en 37 procent uit pinbetalingen. In vergelijking tot 2009 is het totaal aantal transacties bij toonbankinstellingen nagenoeg onveranderd. Alleen bij de horeca was er sprake van een stijging van het aantal betalingen ten opzichte van Tussen 2009 en 2012 is het aandeel van de pinbetalingen aanmerkelijk gegroeid (van 27 procent naar 37 procent) en is het relatieve belang van contante betalingen sterk teruggelopen (van 67 procent naar 58 procent). De verschillen in de betalingsstructuur tussen de onderzochte sectoren zijn groot. In de detailhandel gaat het om 4,0 miljard betalingen, waarvan 55 procent contante transacties en 43 procent transacties met de pinpas. In de tankstations gaat het om 0,6 miljard transacties waarvan in vergelijking met de gevestigde detailhandel naar verhouding minder contante transacties (42 procent). De elektronische transacties gaan bij de tankstations voornamelijk met de pinpas (35 procent) en met de tankpassen (18 procent). Het aantal betalingen in de horeca bedraagt 0,9 miljard waarvan 78 procent contant plaatsvindt en inmiddels 15 procent met de betaalpas. Het aantal transacties in de ambulante handel bedroeg in ,2 miljard, waarvan 83 procent contant en 11 procent met de betaalpas. In alle sectoren is een aanmerkelijke stijging van het aandeel van de pinbetalingen vastgesteld. In de ambulante handel is er zelfs sprake van een verdubbeling. De bestedingen die worden gedaan met pinbetalingen, zijn in 2012 opgelopen tot 61 miljard. In 2009 was dat nog 52 miljard. De contante bestedingen bedroegen in miljard en lagen daarmee substantieel onder het niveau van de omzet met pinbetalingen. De gemiddelde omvang van de pinbetalingen nam verder af, mede door het succes van de campagne Klein bedrag? Pinnen mag! (van gemiddeld 33 in 2009 naar gemiddeld 29 in 2012). 2 Met de betaalpas wordt de binnen Nederland gebruikte PINdebetcard bedoeld. In dit rapport zullen de begrippen betaalpas en pinpas naast elkaar worden gebruikt voor dezelfde soort betalingen (met de pinpas). 3 Dit is gebaseerd op de gegevens uit de gehouden ondernemersenquête. 6

7 Gelet op de omzetverdeling zijn er eveneens grote verschillen tussen de onderzochte sectoren. In de detailhandel bedroeg de contante omzet 27,1 miljard (33 procent van de totale detailhandelsbestedingen) en de omzet behaald met pinbetalingen bijna 50 miljard (60 procent). Bij de tankstations gaat het om respectievelijk 3,7 miljard en 6,4 miljard van de totale omzet (respectievelijk 24 procent en 42 procent van de bestedingen bij tankstations). In de horeca gaat het om respectievelijk 6,9 miljard euro en 4,5 miljard van de totale omzet (respectievelijk 48 procent en 31 procent van de horecabestedingen). Tot slot was in de ambulante handel de contante omzet 1,3 miljard euro en de pinomzet 0,4 miljard euro (respectievelijk 72 procent en 20 procent van de bestedingen bij de ambulante handel). De kosten van het betalingsverkeer De totale kosten van betalingsverkeer bij alle toonbankinstellingen die vallen binnen het kader van het onderzoek, bedroegen in ,38 miljard. Hiervan wordt het grootste deel (circa 66 procent) gedragen door de detailhandel. De horeca neemt circa 22 procent voor haar rekening, de ambulante handel ruim 4 procent en de tankstations ongeveer 8 procent. Naar betaalmethode bezien komt 57 procent van de kosten van betalen voor rekening van de contante betalingen en 31 procent voor rekening van de pinbetalingen. De creditcard is goed voor 10 procent van de kosten en de tankpas ten slotte is goed voor 2 procent van de kosten. Het restant wordt gedragen door overige betalingen (cadeaubonnen, overboekingen, betalingen via internet, retourbonnen en emballagebonnen, acceptgiro, Chipknip e.d.). Deze vormen worden verder niet behandeld in het onderzoek omdat zij slechts een gering onderdeel van de betalingen en kosten vormen 4. De Chipknip is daarenboven binnen afzienbare tijd niet meer als betaalvorm beschikbaar. Tussen 2009 en 2012 zijn de totale kosten van betalen met circa 7 procent gestegen. De stijging van de kosten in de periode wordt ondermeer veroorzaakt door een verhoging van de loonkosten van winkelmedewerkers die van belang zijn bij de berekening van de kosten van het betalingsverkeer. Daarnaast is de waarde van de betalingen licht gestegen, waarbij met name de toename van de creditcardbestedingen zorgt voor een kostenstijging. Ook de toegenomen tijd om betalingen af te handelen aan de toonbank zorgt voor een toename van de kosten. Tegenover deze stijging stonden ook dalingen in de tarieven van enkele belangrijke kostenfactoren (bijvoorbeeld de listprijs voor betaalterminals). De standaardtarieven voor de verrekening van pinbetalingen door de banken bleven ongewijzigd. In termen van de omzet inclusief BTW en accijnzen bedragen de kosten van betalingen circa 1,2 procent (ook in 2009 lag dit op 1,2 procent). Kijken we naar individuele sectoren, dan zien we dat de totale kosten van het betalen voor de detailhandel voor miljoen bedroe- 4 Om een volledige vergelijking van de kosten van betalen door te kunnen voeren met de uitkomsten van 2009, worden in dit onderzoek nog wel de vergelijkbare uitkomsten voor de Chipknip voor 2012 gepresenteerd, maar niet verder besproken. 7

8 gen (1,1 procent van de consumptieve bestedingen in de detailhandel). Voor de tankstations ging het om 112 miljoen (0,7 procent van de bestedingen in deze sector), voor de horeca bedroegen de totale betalingskosten 305 miljoen (2,1 procent van de bestedingen bij de horeca) en voor de ambulante handel zijn de vergelijkende waarden 56 miljoen euro en 3,1 procent. Over alle sectoren gemeten, bedragen de kosten per transactie voor contante transacties 24 cent, voor pintransacties 21 cent, voor tankpassen 22 cent en voor creditcardtransacties 215 cent. De kosten per creditcardtransactie zijn aanmerkelijk hoger dan voor de andere methoden 5 vooral vanwege het feit dat bij de creditcards een provisie van ca. 2 tot 3 procent wordt geheven over de waarde van de creditcardbetaling. Deze gemiddelde betaling was in 2012 bijna 69 groot. Per contante transactie zijn de kosten van betalen voor de sector detailhandel 1 cent gestegen, voor de ambulante handel met 3 cent, voor de horeca met 2 cent en voor de tankstations met 4 cent. De kosten per pintransactie zijn voor de detailhandel gelijk gebleven, voor de ambulante handel met 1 cent gestegen, voor de horeca zijn deze kosten met 3 cent gedaald en bij de tankstations gelijk gebleven. De stijging is beperkt gebleven of zelfs omgezet in een daling, omdat door de grote toename van het aantal pintransacties de vaste kosten per pintransacties nu veel minder sterk drukken op de uiteindelijke kosten per transactie. De kosten van pinnen zijn in verhouding tot de omzet die met pinnen wordt behaald aanzienlijk lager dan de kosten van bijvoorbeeld contant geld in verhouding tot de omzet die met contant geld wordt binnengehaald. De marginale kosten voor een transactie van een gemiddelde omvang (2012: 19,81) bedragen voor contante betalingen nu 26 cent en voor pinbetalingen 16 cent. Een verdere verschuiving van contant naar pin zal daarom voor veel toonbankinstellingen een duidelijke maatschappelijke kostenbesparing kunnen betekenen. De supermarkt De supermarkten krijgen steeds meer marktaandeel in de detailhandel. In de afgelopen 3 jaar zijn de bestedingen bij supermarkten met zo n negen procent gestegen naar 34 miljard. Ook het totale aantal betalingen nam in lijn daarmee flink toe van 1,8 miljard in 2009 tot 2,1 miljard in Met name het aantal pinbetalingen is bij de supermarkten sterk gegroeid (met bijna 40 procent). Ook het aantal contante betalingen steeg in de supermarkten nog met 14 procent. Van alle betalingen wordt 54 procent contant afgerekend. Het aandeel pintransacties ligt op 44 procent. Het aandeel van contant en pin in de totale omzet is respectievelijk 34 procent en 65 procent. Tussen 2009 en 2012 zijn de kosten van betalen in de supermarkten gestegen van 224 miljoen naar 283 miljoen, een stijging met 26 pro- 5 Creditcards zijn duidelijk ander betaalproducten: aan de klant wordt een aankoopverzekering en garantiestelling geboden wat is opgenomen in de provisie die de ondernemer betaalt. 8

9 cent. De belangrijkste oorzaak hiervan is de stijging van het aantal transacties in diezelfde periode met 20 procent. Door het groeiend aantal pinbetalingen is er wel een verschuiving van de kosten van betalen merkbaar van contant naar pin. In 2012 had bij de supermarkten 56 procent van de kosten van betalen betrekking op contante betalingen en 42 procent op pinbetalingen. In 2009 was dit respectievelijk 64 en 35 procent. Onder de bijna supermarkten die Nederland rijk is, zijn er anno 2012 circa supermarkten met één of meer pin-only kassa s. Naar schatting gaat het hierbij om circa (16 procent) van alle kassa s in de supermarkten. Gemiddeld worden er per kassa op jaarbasis ongeveer betalingen verricht. In 2012 bedragen de kosten van de combikassa gemiddeld op jaarbasis. Hiervan heeft betrekking op contante betalingen en betrekking op pinbetaling. De kosten van een pin only kassa zijn op jaarbasis Hiermee is de gemiddelde pin-only kassa (ofwel 10 procent) goedkoper dan de combikassa. 9

10

11 1 Inleiding 1.1 Achtergrond, doel en afbakening Onderzoek is afgesproken in Nadere Overeenkomst Achtergrond: de Nadere Overeenkomst en het vierjarenplan Vertegenwoordigers van banken en gezamenlijke toonbankinstellingen zijn op 17 november 2005 het Convenant Betalingsverkeer overeengekomen. In het kader van dit Convenant is de Stichting Bevorderen Efficient Betalen (hierna te noemen De Stichting) gevormd. De samenwerkingsafspraken zijn in de zogenoemde Nadere Overeenkomst van mei 2009 aangevuld met nieuwe afspraken. Onderdeel daarvan is het Vierjarenplan waarin de afspraken zijn geconcretiseerd naar activiteiten. In artikel 11 van de Nadere Overeenkomst wordt aangegeven dat er in 2013 (voor 1 september 2013) een Evaluatie zal plaatsvinden. Het gaat hierbij zowel om een evaluatie van de resultaten van het Vierjarenplan als om een onderzoek naar de ontwikkelingen van het toonbankbetalingsverkeer in Nederland in de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2012 (hierna: het Onderzoek ). De Evaluatie is bedoeld om door middel van een nulmeting over 2009 en een éénmeting over 2012 vast te stellen of de gemaakte afspraken zijn nagekomen en waartoe de samenwerking en de concrete activiteiten in de periode hebben geleid. Doel van het onderzoek Meting over 2009 is nulmeting. Meting over 2012 is éénmeting. De Stichting heeft PANTEIA opdracht gegeven de kosten voor 2012 te meten die voor de ondernemer verbonden zijn aan het accepteren van toonbankbetalingsmethoden. Deze meting dient voort te bouwen op de kostenmeting die PANTEIA in opdracht van de Stichting en DNB heeft uitgevoerd voor het jaar 2006 en op de nulmeting in , in het bijzonder door dezelfde methode van meten en kostenindeling te gebruiken. De meting over 2012 dient als éénmeting in het kader van het Onderzoek. Afbakening Contante betalingen, pinbetalingen, Chipknipbetalingen en creditcardbetalingen Het onderzoek moet inzicht geven in de samenstelling en hoogte van de kosten die in 2012 voor ondernemers waren verbonden aan transacties in het kader van het toonbankbetalingsverkeer en die gedaan worden met verschillende vormen van betalen, te weten: contante betalingen, pinbetalingen 8, creditcardbetalingen en Chipknipbetalingen. De kosten verbonden aan andere betalingsvormen zoals bankoverschrijving achter- 6 Stichting BEB (2009). Versneld naar een nog veiliger en efficiënter betalingsverkeer. Vierjarenplan Leidschendam. 7 Zie EIM Het toonbankbetalingsverkeer in Nederland; Kosten en opbrengsten van toonbankinstellingen in kaart gebracht, EIM 21 december 2007 en het rapport Toonbankbetalingsverkeer in 2009, EIM 11 mei Zie verder ook 8 Hoewel er geen merk PIN meer bestaat zal in dit rapport worden gesproken over pinnen of pinbetalingen als bedoeld wordt betalingen met de debetcard. Het werkwoord pinnen is dusdanig ingeburgerd dat dit niet meer per definitie wordt geassocieerd met het merk PIN. Ook wordt in het rapport wel gesproken over pinpas wanneer de debetcard bedoeld wordt. 11

12 af, automatische incasso e.d. worden niet in dit onderzoek behandeld, omdat zijn slechts een gering onderdeel van de betalingen en kosten vormen 9. De Chipknip is binnen afzienbare tijd niet meer als betaalvorm beschikbaar. De kosten worden gelijk aan de meting over 2009 in beeld gebracht op drie niveaus: macro: de totale kosten voor alle toonbankinstellingen meso: de kosten per sector of betalingscluster daarbinnen micro: de kosten per methode en per transactie Resultaten over 2012 met vergelijking t.o.v en 2006 Het onderzoek betreft het jaar De onderzoeksuitkomsten resulteren in een overzicht van de kosten voor het jaar 2012 en een vergelijking van deze kosten met het jaar Waar mogelijk zal een vergelijk met 2006 worden geboden. Het onderzoek wordt alleen onder toonbankinstellingen gedaan Het onderzoek betreft de kosten die bedrijven maken met als kernactiviteit het leveren van producten en diensten aan consumenten op basis van direct klantcontact vanuit een vaste of ambulante locatie (winkel, restaurant, tankstation, marktkraam). Deze groep van bedrijven wordt aangeduid als toonbankinstellingen. In het kader van het onderzoek zullen de toonbankinstellingen worden onderverdeeld in de volgende sectoren: (1) gevestigde detailhandel food- en non-foodproducten, (2) ambulante handel, (3) horeca en (4) tankstations met shop 11. Andere branches waar consumenten producten of diensten met toonbankbetaalmiddelen afrekenen (zoals openbaar vervoer, toeristische attracties en dienstverlening) worden niet meegenomen. Betalingsclusters Meting vindt plaats voor 4 sectoren met onderverdeling naar 12 betalingsclusters Binnen de onderscheiden sectoren zijn betalingsclusters aan te geven die kunnen worden afgeleid van kenmerken van het betalingsgedrag. In het navolgende overzicht zijn - in lijn zijn met het onderzoek over de betalingskosten van de betalingsclusters voor dit onderzoek vermeld. In Tabel 1 is de verdeling van de toonbankinstellingen naar sector en betalingscluster daarbinnen opgenomen. Verder worden in deze publicatie enkele onderwerpen belicht die niet in het rapport over 2009 c.q. in het rapport over 2006 aan de orde zijn gesteld. Dit geldt bijvoorbeeld voor de hoogte van de kosten van betalen binnen de supermarkten en de kosten verbonden aan de pin-only kassa s over Om een volledige vergelijking van de kosten van betalen door te kunnen voeren met de uitkomsten van 2009, worden in dit onderzoek nog wel de vergelijkbare uitkomsten voor de Chipknip voor 2012 gepresenteerd, maar verder niet afzonderlijk besproken. 10 In de factsheets die gegeven worden in hoofdstuk 7 is tevens een vergelijking met het jaar 2009 gegeven. 11 In 2009 is nog wel informatie verzameld over de tankstations zonder shop, maar rapportering daarover heeft niet plaatsgevonden gegeven de beperkte deelname van bedrijven binnen dit cluster. Om de vergelijkbaarheid van de uitkomsten met 2009 te verzekeren zijn ook voor de meting over 2012 de tankstations zonder shop en de onbemande tankstations verder niet meegenomen in het onderzoek. 12

13 Tabel 1 Clusterindeling Sector Betalingscluster 1. Detailhandel 1 grootschalige niet-gespecialiseerde detailhandel met hoge aankoopfrequentie en grote aankoopbedragen, zoals supermarkten, warenhuizen, bouwmarkten 2 gespecialiseerde food detailhandel met relatief lage aankoopfrequentie en lage transactiebedragen, zoals kaasen delicatessenzaken, slagers, bakkers, groentespeciaalzaken 3 non-food speciaalzaken met relatief lage transactiebedragen, maar een hoge aankoopfrequentie, zoals drogisterijen en tabaks- en gemakszaken 4 non-food speciaalzaken met hoge transactiebedragen maar een lage aankoopfrequentie), zoals modezaken, schoenenzaken, sportzaken 5 non-food speciaalzaken met (ook) levering op bestelling zoals keuken- en meubelzaken 2. Ambulante handel 6 in food 7 in non-food 3. Horeca 8 drankverstrekkende bedrijven (cafés, discotheken, clubs) 9 spijsverstrekkende bedrijven (cafetaria s, lunchrooms, ijssalons, fastservice) 10 maaltijdverstrekkende bedrijven (restaurants) 11 logiesverstrekkende bedrijven (hotels, pensions, conferentieoorden) 4. Tankstations 12 pompstations met shop Bron: PANTEIA, 2013 Meting voor het MKB op het niveau van de afzonderlijke vestiging en voor het GWB op het niveau van de totale onderneming Binnen de toonbankinstellingen zijn zowel de grote bedrijven (het grootwinkelbedrijf in de gevestigde detailhandel (GWB)) als het midden- en kleinbedrijf (MKB) onderzocht. Grote bedrijven omvatten alle vestigingen van ondernemingen die op ondernemingsniveau meer dan 100 werkzame personen tellen. Als referentie-eenheid geldt de afzonderlijke vestiging. Aan ondernemingen binnen het MKB met meer dan één vestiging en franchiseorganisaties is gevraagd informatie te bieden op het niveau van een bepaalde vestiging. De grote ondernemingen (zoals het grootwinkelbedrijf en oliemaatschappijen) is gevraagd de informatie te geven over het betalingsverkeer in Nederland voor de onderneming als geheel. 1.2 Aanpak van het onderzoek Het onderzoek is opgebouwd uit de volgende stappen: 1 Actualisering van het kostenmodel 2 Dataverzameling 3 Kostenberekeningen 4 Vergelijking van de kosten tussen 2009 en

14 Actualisering van het kostenmodel Het door PANTEIA in 2010 gebruikte kostenmodel (voor de 2009-meting) is toegepast voor de meting van de kosten voor Het voor 2009 gehanteerde model is geactualiseerd wat betreft de randtotalen die zijn opgenomen in het model, de tarieven waartegen bepaalde activiteiten worden gewaardeerd. Dataverzameling bij ondernemers Het verzamelen van de data de benodigde input voor het rekenmodel heeft plaatsgevonden door middel van: Een telefonische enquête onder ondernemers, behorende tot het MKB op vestigingsniveau. Hierbij is informatie verkregen van in totaal 904 kleine en middelgrote bedrijven. Een schriftelijke enquête onder de (zeer) grote detailhandelsondernemingen. Hieraan hebben in totaal 22 grootwinkelbedrijven in de gevestigde detailhandel deelgenomen. Grote bedrijven in de andere sectoren zijn wel benaderd, maar hebben geen informatie verstrekt. In totaliteit betrof de informatie die door de grootwinkelbedrijven is verstrekt 1 miljard transacties met een totale waarde van ruim 19 miljard (dit is iets minder dan de helft van de omzet van alle grootwinkelbedrijven tezamen in 2012). Tijdregistratie op locatie ten behoeve van het bepalen van de frontofficetijd (betaaltijd) per transactie naar betaalmethode. In 23 vestigingen is de betaaltijd gemeten voor in totaal bijna betalingen, waarvan circa contant en circa elektronische betalingen (voor het grootste deel betalingen met debetcard). De steekproefsamenstelling voor het MKB en GB is weergegeven in Tabel 2. Voor een uitgebreidere onderzoeksverantwoording wordt verwezen naar bijlage I. Voor de gehanteerde vragenlijsten wordt verwezen naar bijlage II. Tabel 2 Respons naar sector Detailhandel Ambulante handel Horeca Tankstations Aantal clusters Netto respons MKB Respons GWB 22 Bron: PANTEIA, Actualisering op randtotalen, tarieven en meetmethode Datavergaring bij MKB en GB op het vestigings- en concernniveau en op het niveau van de afzonderlijke transactie Kostenberekeningen voor alle toonbankinstellingen naar sector met extra verdieping voor supermarkten en pinonly kassa s Kostenberekeningen De kostenberekeningen betreffen de navolgende onderdelen: De berekening van de kosten van betalen voor alle toonbankinstellingen samen, naar sector en naar betaalmethode. Hierbij zijn de kosten ingedeeld naar de kostencategorieën die benoemd zijn in bijlage III. De ontwikkeling van de betalingskosten tussen 2009 en 2012 per betaalmethode voor alle toonbankinstellingen samen en naar sector. Waar mogelijk zal een vergelijk met 2006 worden geboden. De hoogte en samenstelling van de kosten van betalen voor de branche supermarkten in 2012, met een vergelijking van deze kosten over 14

15 2009. Deze analyse is niet eerder (dat wil zeggen in de nulmeting) doorgevoerd. De hoogte en samenstelling van de kosten van betalen voor pin-only kassa s in supermarkten in 2012 in vergelijking tot combikassa s. Deze analyse is niet eerder (dat wil zeggen in de nulmeting) doorgevoerd. 1.3 Opbouw rapport De opbouw van het rapport na dit inleidende hoofdstuk is als volgt: In hoofdstuk 2 wordt het gehanteerde kostenmodel besproken. In hoofdstuk 3 staat het inkomende betalingsverkeer centraal. In hoofdstuk 4 worden de kosten van het betalingsverkeer besproken. Hoofdstuk 5 bespreekt de ontwikkeling van de kosten over de periode Hoofdstuk 6 bespreekt de ontwikkeling van de betalingskosten voor de supermarkten en tevens de huidige verdeling van deze kosten tussen combikassa s en pin-only kassa s Hoofdstuk 7 biedt de factsheets van de kosten van betalen voor alle toonbankinstellingen, voor de onderscheiden sectoren en voor de onderscheiden betaalmiddelen. 15

16

17 2 Kostenmodel 2.1 Inleiding Centraal in het onderzoek staan de kosten van het inkomend betalingsverkeer Het onderzoek richt zich op de kosten van het inkomende betalingsverkeer voor toonbankinstellingen. Dit is het betalingsverkeer tussen de klant en de ondernemer. Het uitgaande betalingsverkeer de transacties tussen de ondernemers en hun leveranciers en zakelijke dienstverleners blijft buiten beschouwing, met uitzondering van die betalingen die voor het faciliteren van ontvangsten nodig zijn (banktarieven, telecomkosten etc.). De kosten die de ondernemer maakt in samenhang met het inkomende betalingsverkeer kennen een grote verscheidenheid naar componenten die de uiteindelijke hoogte van de kosten van betalen bepalen. Wil er evenwichtig beleid kunnen worden gevoerd dat zich richt op het beheersen dan wel terugdringen van de hoogte van de betalingskosten, dan is het noodzakelijk een goed inzicht te krijgen in de samenstelling van de kosten. In dit hoofdstuk wordt de samenstelling van de kosten gepresenteerd. Allereerst worden de afzonderlijke kostenposten aangegeven. Vervolgens worden verschillende indelingsmogelijkheden voor de kosten van betalen belicht. Dit inzicht is vooral van belang om te kunnen zien hoe kosten reageren op verandering in transacties (vaste versus variabele kosten), waar besparingen mogelijk zijn (arbeidskosten, kapitaalskosten) of welke actor deze besparingen zou kunnen doorvoeren (voor interne kosten: de ondernemer; voor externe kosten: de bank, de serviceprovider, etc.). 2.2 De kostenposten Geen rentederving meer als gevolg van aanhouden valutadagen In dit onderzoek wordt onder kosten van het betalingsverkeer bij toonbankinstellingen verstaan: de kosten van toonbankinstellingen die samenhangen met het gebruik van door hen geaccepteerde toonbankbetaalmiddelen. In het kostenmodel uit 2009 zijn door PANTEIA 14 verschillende kostenposten onderscheiden rond het inkomende betalingsverkeer. Dit kostenschema is overgenomen voor het onderhavige onderzoek met een aantal kleine verschillen (zie Tabel 3). Rentederving als gevolg van valutadagen voor contante betalingen resp. elektronische betalingen worden niet meer als kostenpost vermeld. Reden daarvoor is dat als gevolg van Europese regelgeving deze manier van renteberekening niet meer is toegestaan. Dientengevolge zijn er nu (anno 2012) geen 14 kostenposten meer onderscheiden, maar 12. In Tabel 3 zijn deze kostenposten weergegeven en onderverdeeld naar kosten die algemeen van aard zijn, dat wil zeggen gemaakt worden ongeacht de betaalmethode (algemene kosten) en kostenposten die uitsluitend gemaakt worden voor contante betalingen of elektronische betalingen. 17

18 Tabel 3 Indeling betalingskosten naar betaalmethode (contant versus elektronisch) Algemene kosten Kosten contante betalingen Kosten elektronische betalingen backofficekosten kosten wisselgeld kosten betaalautomaten frontofficekosten kosten geldtransport kosten datacommunicatie kosten afstorten geld kosten rentederving kasgeld bankkosten pinnen en chippen kosten creditcardmaatschappijen kosten geldverzekering kosten randapparatuur Bron: PANTEIA, In bijlage IV wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de verschillende kostenbegrippen. Hieronder (in de paragrafen 2.3, 2.4, 2.5 en 2.6) wordt een nadere toelichting gegeven op de kostenposten en is aangegeven welke databronnen gebruikt zijn bij het berekenen van de kostenposten uit Tabel Algemene kostenposten Algemene kosten zijn niet op voorhand toe te rekenen aan een bepaalde betaalmethode Algemene kosten zijn kosten die niet op voorhand kunnen worden toegerekend aan een bepaalde betaalmethode. Veelal gaat het daarbij om administratieve zaken en handelingen die wel gebonden zijn aan de afhandeling van transacties, maar die pas achteraf kunnen worden toegerekend op basis van een bepaalde verdeelsleutel (zoals het aandeel van een bepaalde betaalmethode in alle betalingen of de inschatting van de tijd die een bepaalde handeling voor een bepaalde betaalmethode in beslag zal nemen). Als algemene kosten worden onderscheiden backofficeen frontofficekosten. Voor een omschrijving van wat tot deze kosten wordt gerekend, wordt verwezen naar bijlage III. Voor het berekenen van de backofficekosten is gebruikgemaakt van de uitkomsten van de enquête onder ondernemers van toonbankinstellingen. Door te vragen hoeveel tijd de ondernemers gemiddeld per week besteedden aan backoffice-activiteiten, konden de backofficekosten worden berekend. 12 Voor het vaststellen van de frontofficekosten is door PANTEIA een apart onderzoek gehouden onder 23 vestigingen van toonbankinstellingen (zie paragraaf 2.3). Onder frontofficekosten worden verstaan de personeelskosten die verbonden zijn aan het feitelijke afrekenen. PANTEIA heeft de gemiddelde tijd per afrekenmoment geregistreerd en deze vermenigvuldigd met het gemiddelde bruto uurloon van kassapersoneel (2012: 15,35 euro) Hierbij is voor 2012 gerekend met een gemiddeld bruto ondernemersuurloon voor ondernemers van toonbankinstellingen van 33,93. Voor 2009 werd gerekend met een bruto ondernemersuurloon van 32, Voor 2009 werd gerekend met een gemiddeld uurloon van 14,81. 18

19 2.4 Kostenposten rond contant geld en elektronisch geld Er zijn acht verschillende kostenposten die samenhangen met contant geld Kostenposten rond contant geld Naast de twee algemene kostensoorten worden in Tabel 3 nog zes verschillende kostenposten (derhalve in totaal acht kostenposten) onderscheiden, die samenhangen met betalingen met contant geld. De mate waarin ondernemers worden geconfronteerd met deze kostenposten is berekend op basis van de uitkomsten van de enquête. Deze uitkomsten vormden het ene onderdeel van de berekeningswijze. De zogenaamde parameterwaarden externe gegevens waarmee de uitkomsten uit de enquête werden vermenigvuldigd vormden het andere onderdeel. Om een voorbeeld te geven: in de enquête is aan de ondernemers gevraagd hoeveel wisselgeld zij bij hun bank haalden en hoe vaak. Uit gegevens van de verschillende banken is bekend welke provisie de banken over 2012 hanteerden bij het opnemen van wisselgeld. Door het een met het ander te vermenigvuldigen, konden de kosten van wisselgeldopnames worden berekend 14. De rentederving als gevolg van het aanhouden van kasgeld is berekend door uit te gaan van de gemiddelde dagelijkse geldvoorraad en die te waarderen tegen een voor 2012 geldend debetrentepercentage voor zakelijke betaalrekeningen (rekening courant) van 0,5 procent. Er zijn zes verschillende kostenposten aan te geven voor elektronisch geld Kostenposten rond elektronisch geld Naast de twee algemene kostensoorten worden in Tabel 3 vier verschillende kostenposten onderscheiden (totaal derhalve zes kostenposten) die samenhangen met elektronisch geld. De toelichting die hierboven is gegeven (zie paragraaf 2.3), geldt ook voor deze kostenposten. Zo is bijvoorbeeld in de enquête gevraagd naar het aantal betaalautomaten in de onderneming en of men gebruikmaakte van een onderhoudscontract. Dit aantal is vervolgens vermenigvuldigd met een parameterwaarde voor de aanschaf van een betaalautomaat, de afschrijvingstermijn en de kosten van een onderhoudscontract. Voor het berekenen van de totale kosten van het inkomende betalingsverkeer van de toonbankinstellingen worden de uitkomsten van deze kostenposten bij elkaar opgeteld. 14 De gehanteerde tarieven waarmee de bancaire kosten (voor alle betalingsvormen) zijn berekend, zijn de standaardtarieven die banken aanbieden ("venstertarieven"). In de praktijk zullen met name grote afnemers met grote volumes via onderhandelingen een lager tarief weten te bedingen, waarbij de pintransacties onderdeel zijn van een geheel van verschillende diensten die deze klanten afnemen. Daardoor zullen in de praktijk de kosten voor pintransacties lager liggen en het verschil met contante betalingen dus groter zijn dan in dit rapport vermeld. 19

20 2.5 Interne en externe kosten van betalen Interne kosten ontstaan binnen de onderneming zelf Interne kosten Interne kosten worden in het kostenmodel gedefinieerd als kosten die in de onderneming zelf ontstaan als gevolg van de acceptatie van betaalmiddelen. Het gaat daarbij om de kosten die een ondernemer zelf maakt wanneer hij bijvoorbeeld pinbetalingen van de klant accepteert. In het kostenmodel worden zeven interne kostencomponenten onderscheiden. In Tabel 4 worden deze onderscheiden naar de verschillende betaalmiddelen. Tabel 4 Indeling interne kosten, naar betaalmiddel Kosten Contant Pinpas Chipknip Creditcard/ Tankpas Frontofficekosten X X X X Backofficekosten X X X X Kosten eigen geldvervoer Geldderving (diefstal, fraude) Kosten van rentederving kasgeld X X X Vaste kosten betaalapparatuur X X X X Vaste kosten randapparatuur (kassa e.d.) X X X X Bron: PANTEIA, Uit Tabel 4 blijkt dat drie interne kostencomponenten alleen gelden voor contant geld. De andere vier gelden voor alle betaalmiddelen. Tot de interne kosten worden ook de afschrijving op en het onderhoud van betaal- en randapparatuur gerekend. Opgemerkt dient te worden dat niet alle interne kostencomponenten ook als zodanig door de ondernemer als kostenpost gepercipieerd hoeven te worden. Veel ondernemers zullen bijvoorbeeld de frontofficekosten, backofficekosten en kosten van het eigen geldvervoer opvatten als activiteiten die horen bij het bredere takenpakket dat te maken heeft met het ondernemerschap. Externe kosten betreffen diensten aan de ondernemingen en worden door derden aan de onderneming in rekening gebracht Externe kosten Externe kosten worden in het kostenmodel gedefinieerd als kosten die de ondernemer met betrekking tot het betalingsverkeer gefactureerd krijgt van externe partijen, zoals financiële instellingen, verzekeraars, geldtransportbedrijven en telecomleveranciers. Om een concreet voorbeeld te geven: de facturen die de ondernemer van zijn telecomaanbieder krijgt omdat hij een ADSL-verbinding heeft voor zijn betaalautomaten. In het kostenmodel worden acht externe kostencomponenten onderscheiden. In Tabel 5 worden deze ingedeeld naar de verschillende betaalmiddelen. Tabel 5 laat een gevarieerder beeld zien dan Tabel 4. Opgemerkt dient te worden dat al deze kostencomponenten ook als zodanig door de ondernemer als kostenpost gepercipieerd zullen worden, omdat hij daarvoor rekeningen ontvangt. 20

21 Tabel 5 Indeling externe kosten, naar betaalmiddel Kosten Contant Pinpas Chipknip Creditcard/Tankpas Afstortkosten contant geld Wisselgeld kosten aan de bank Professioneel geldtransport X X X Pinkosten aan bank X Chipknipkosten aan bank X Creditcardkosten X Telecommunicatiekosten X X X Verzekeringskosten X Bron: PANTEIA, Bij de interne kosten kan de individuele ondernemer via een efficiëntere bedrijfsvoering zijn kosten drukken. Bij de externe kosten kan de ondernemer zijn kosten drukken door de juiste keuzes te maken, bijvoorbeeld voor het type dataverbinding of door een all-in-betaalpakket te kiezen dat bij zijn situatie past en door voor zover mogelijk te onderhandelen over tarieven of door te kiezen voor een abonnementsvorm voor afhandeling van betalingen met een lage waarde (LVP = Low Value Payments). 2.6 Vaste en variabele kosten Veel toonbankinstellingen bieden de klant verschillende mogelijkheden om te betalen. Een belangrijke vraag is dan of het aantrekkelijk is als klanten zo veel mogelijk gebruikmaken van hun pinpas. Het gaat daarbij om wat de kosten van een extra pintransactie zijn in vergelijking met die van een contante betaling. Deze marginale kosten zijn te berekenen aan de hand van een opsplitsing van de totale kosten in vaste en variabele kosten (zie Tabel 6). 21

22 Tabel 6 Verdeling kosten van betalen, naar vaste en variabele 15 kosten Kostencomponenten Vast Variabel Variabel Contant Elektro- transactie omzet nisch Backoffice contant X Backoffice elektronisch 100 X Frontoffice 100 X X Rentederving 100 X X Eigen geldtransport 100 X Afschrijvingskosten kassalade 100 X Afschrijvingskosten valsgelddetector 100 X Afschrijvingskosten kluis/brandkast 100 X Wisselgeld 100 X Geldderving 100 X Professioneel geldtransport 100 X Afstorten contant geld 100 X Verzekeringskosten 100 X Betaalapparatuur pinnen 92 8 X Abonnementskosten pinnen 100 X Abonnement telecommunicatie pinnen 100 X Tariefkosten pinnen 100 X Tarief telecommunicatie pinnen 100 X Betaalapparatuur Chipknip 92 8 X Abonnementskosten Chipknip 100 X Abonnement telecommunicatie Chipknip 100 X Tariefkosten Chipknip 100 X Tarief telecommunicatie Chipknip 100 X Batchverwerking Chipkniptransacties 100 X Betaalapparatuur creditcard 92 8 X Abonnement telecommun. creditcard 100 X Tarief telecommunicatie creditcard 100 X Provisie creditcardmaatschappijen 100 X Bron: PANTEIA, De verdeling van sommige kostenposten naar vast en variabel is de resultante van de toewijzing van onderdelen binnen deze kostencomponenten naar vaste en variabele kosten en de uitkomsten van de kostenberekeningen op basis van deze toewijzing. De toewijzing is vastgesteld in het Kostenmodel zoals dat ook gehanteerd is voor de metingen in 2006 en

23 Variabele kosten veranderen als gevolg van aantal transacties of hoogte van het transactiebedrag Vaste kosten zijn per definitie onafhankelijk van het aantal transacties en van de omzet. Voor variabele kosten geldt dit niet. Variabele kosten kunnen samenhangen met het al of niet uitvoeren van de transactie. In dat geval spreken we van transactiegerelateerde variabele kosten. Ze kunnen ook afhankelijk zijn van het transactiebedrag. In dat geval spreken we van omzetgerelateerde variabele kosten. Bij het onderscheid tussen vast en variabel is de veronderstelling over de tijdshorizon van belang. Op lange termijn hebben immers alle kosten een variabel karakter. In deze studie is gekozen voor een middellange tijdshorizon van 7 jaar voor alle investeringen in betaalapparatuur zoals kassa s, betaalterminals, en tankzuilen met geïntegreerde betaalterminals. Bij een kortere horizon zal een groter deel van de kosten een vast karakter hebben, bij een langere horizon een kleiner deel. Tabel 6 geeft voor alle onderscheiden kostencomponenten de gebruikte opdeling in vaste en variabele kosten. De laatste twee kolommen geven aan of de kostencomponenten van toepassing zijn voor contante of elektronische betalingen. De variabele kosten van een pinbetaling zijn nagenoeg uitsluitend transactiegerelateerd. Dit geeft aan dat de kosten van een extra pinbetaling van 25 euro niet veel zullen verschillen van die van een pinbetaling van 50 euro. Bij contante betalingen zijn de omzetgerelateerde variabele kosten relatief belangrijk. Met grotere transacties zijn immers doorgaans meer bankbiljetten gemoeid, waardoor de variabele kosten toenemen met het transactiebedrag. Sommige kostenposten zijn opgebouwd uit een vast en een variabel deel Uit Tabel 6 blijkt dat voor verschillende kostencomponenten geldt dat ze niet volledig een vast of een variabel karakter hebben. De kosten van een betaalterminal zijn bijvoorbeeld voor 92 procent vast en voor 8 procent transactiegerelateerd variabel. Extra pintransacties kunnen immers deels via de al aanwezige betaalapparatuur worden verwerkt, maar als het aantal transacties toeneemt, zullen ook extra investeringen in betaalterminals noodzakelijk zijn. Backofficekosten zijn in het kostenmodel niet voor 100 procent als vaste kostenpost opgevoerd. Een aantal activiteiten, zoals het bedrijfsklaar maken van de kassa s, komt weliswaar elke dag terug ongeacht de hoogte van de omzet of het aantal transacties, maar een belangrijk deel van de noodzakelijke activiteiten, zoals het op peil houden van wisselgeld, is direct gerelateerd aan het aantal transacties. De in het kader van deze studie uitgevoerde enquête geeft aan dat 18 procent van de backofficekosten van contante betalingen een vast karakter heeft. Van de variabele kosten is het overgrote deel omzetgerelateerd. 23

24

25 3 Inkomend betalingsverkeer Inleiding In dit hoofdstuk wordt eerst de afbakening van de toonbankinstellingen binnen het kader van het onderzoek besproken. Vervolgens gaat dit hoofdstuk in op de acceptatie van de betaalvormen door toonbankinstellingen en het gebruik hiervan door consumenten voor aankopen bij toonbankinstellingen (inkomend betalingsverkeer). In dit hoofdstuk worden verder de kenmerken van het inkomende betalingsverkeer bij de toonbankinstellingen anno 2012 beschreven. Voor meer informatie over de ontwikkelingen sinds 2006 en 2009 wordt verwezen naar hoofdstuk 5. Alle cijfers die in dit hoofdstuk worden genoemd in de tekst en in de tabellen hebben betrekking op het jaar 2012, tenzij nadrukkelijk anders vermeld. 3.2 Afbakening van de toonbankinstellingen Het onderzoek richt zich op betalingen door consumenten bij toonbankinstellingen voor goederen en diensten. Niet alle categorieën van consumptieve bestedingen vallen evenwel binnen het kader van het onderzoek (het product/dienstdomein). In het bijzonder vallen hierbuiten bestedingen voor bijvoorbeeld energie, huur, de aanschaf van vervoermiddelen, vervoersbewijzen, de reparatie van goederen e.d. Zij behoren niet tot het detailhandelsassortiment, de dienstverlening van horecabedrijven en/of het verkoopterrein van tankstations. Uitgaven die worden gedaan bij toonbankinstellingen voor producten en diensten buiten het zogeheten detailhandelsassortiment worden wel aangemerkt als toonbankbestedingen in het kader van het onderzoek, zoals de verkoop van vervoersbewijzen bij de tabakszaak. Transacties tussen bedrijven onderling met een van de onderscheiden betaalmethoden vallen volledig buiten het onderzoek. De focus ligt op toonbanktransacties bij toonbankinstellingen Het onderzoek betreft de kosten van betalen van toonbanktransacties bij toonbankinstellingen. Onder toonbankinstellingen vallen alle bedrijven in de detailhandel, horeca, ambulante handel en de tankstations die over de toonbank producten verkopen aan de consument. Transacties die door toonbankinstellingen niet over de toonbank worden gedaan (zoals verkoop via de eigen webshop of de verkoop door postorderbedrijven) vallen buiten de optiek van dit onderzoek, gelijk aan de metingen over 2006 en Institutionele domein: toonbanktransacties zijn hoofdactiviteit Ook vallen buiten het onderzoek die bedrijven die wel toonbanktransacties hebben, maar niet als onderdeel van de eigen hoofdactiviteit (het institutionele domein), zoals recreatieparken, musea, vervoersbedrijven, shops van caravanbedrijven, verenigingen, apothekers etc. Deze bedrijven worden binnen de scope van dit onderzoek niet aangemerkt als toonbankinstellingen. Productdomein: consumptieve uitgaven aan detailhandelsproducten, horecadiensten, brandstof en tankshopproducten 25

26 Het onderzoeksdomein bestrijkt 113 miljard euro aan bestedingen. Dat komt overeen met 85% van de totale bestedingen Rekening houdend met deze afbakening kan mede op basis van gegevens van het CBS worden becijferd dat 41 procent van alle consumptieve bestedingen (113 miljard euro) valt onder het onderzoeksdomein. Dit komt overeen met 85 procent van de totale toonbankbestedingen. In Tabel 7 is aangegeven hoe de bestedingen binnen het onderzoeksdomein zijn afgeleid van de totale consumptieve bestedingen. Figuur 1 toont de verdeling van het totale aantal transacties over de toonbankinstellingen de overige sectoren. Tabel 7 Van consumptieve bestedingen tot bestedingen bij toonbankinstellingen, 2012 (afgeronde waarden) Bestedingen waarde ( mld) % % Totale consumptieve bestedingen Geen Toonbankbesteding Toonbankbestedingen totaal /- Bestedingen bij niet-toonbankinstellingen aan toonbankbestedingen Bestedingen bij Toonbankinstellingen (volgens definitie meting) waarvan bij institutionele detailhandel waarvan bij tankstations met shop waarvan bij de horeca waarvan bij de ambulante handel Bron: CBS, Bedrijfschap Horeca en Catering, PANTEIA, Transacties binnen de branches recreatie, cultuur en amusement, dienstverlening, groothandel, autohandel en reparatie, parkeren en vending vallen buiten het onderzoeksdomein Figuur 1 Verdeling transacties over toonbankinstellingen en overige sectoren*, % 86% toonbankinstellingen overige sectoren * Dit betreft: recreatie, cultuur en amusement, dienstverlening, groothandel, auto s (garage, dealers, handelaren e.d.), parkeren, vending en overig. Bron: PANTEIA op basis van gegevens van DNB en Currence,

27 3.3 Acceptatiegraad betaalmiddelen In Tabel 8 is de acceptatiegraad van onderscheiden betaalmethoden bij de toonbankinstellingen weergegeven naar sector, met uitzondering van contant geld. De acceptatiegraad daarvan is voor elke sector nagenoeg 100 procent. 16 De categorie tankpas is onderverdeeld naar de gebruikelijk pasvormen die worden aangeboden door bezoekers van tankstations (passen van leasemaatschappijen en van oliemaatschappijen, truckercards en local service cards). Pinpas is op de markt nu ook goed te gebruiken Uit Tabel 8 komt naar voren dat de pinpas binnen de detailhandel door vrijwel alle winkeliers wordt geaccepteerd. Binnen het GWB en bij de tankstations accepteert ieder bedrijf en elke vestiging de pinpas. In de horeca wordt de pinpas bij 71 procent van alle horecagelegenheden geaccepteerd; bij de ambulante handel geldt dit inmiddels voor 54 procent van de ambulante handelaren. Vergeleken met 2009 is er zowel in de (MKB) detailhandel (van 91 procent naar 95 procent) als in de horeca (van 64 procent naar 71 procent) sprake van een duidelijke stijging van de acceptatiegraad van pinpassen. 17 Bij de ambulante handel was de stijging zelfs zeer sterk (van 30 procent naar 54 procent). Tabel 8 Acceptatiegraad betaalmiddelen in 2012, naar sector Sector Pinpas Chipknip Creditcard Cards van leasemaatschappijen Internationale truckercards Cards van oliemaatschappijen Local service cards Detailhandel MKB 95% 26% 38% Detailhandel GWB 100% 21% 94% Ambulante handel 54% 10% 11% Horeca 71% 16% 37% Tankstations 100% 12% 100% 97% 59% 84% 68% Bron: PANTEIA, In alle onderscheiden sectoren accepteert slechts een minderheid van de toonbankinstellingen nog de Chipknip. De acceptatie van de Chipknip is in 2012 onder alle toonbankinstellingen duidelijk teruggelopen met uitzondering van de ambulante handel, maar ook daar is de acceptatiegraad 16 Binnen de toonbankinstellingen is er slechts een beperkt aantal winkels waar niet met contant geld kan worden betaald. Dit aandeel is echt zo gering dat de acceptatiegraad van contante betalingen afgerond op 100 procent uitkomt. 17 De acceptatiegraad van de verschillende betaalmethoden en de ontwikkeling daarvan is gebaseerd op de antwoorden van de ondernemers die hebben deelgenomen aan de enquête over kosten van betalen voor het jaar 2009 of

EIM onderdeel van Panteia

EIM onderdeel van Panteia EIM onderdeel van Panteia Toonbankbetalingsverkeer in 2009 Onderzoek voor Bedrijf & Beleid Toonbankbetalingsverkeer in 2009 Nulmeting van de kosten van het toonbankbetaling sverkeer in het kader van de

Nadere informatie

Kosten van het toonbankbetalingsverkeer

Kosten van het toonbankbetalingsverkeer Kosten van het toonbankbetalingsverkeer in 2014 In opdracht van de Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen Johan Snoei, Ruud Hoevenagel, Jaap Wils en Kees Brammer Zoetermeer, 1 juli 2015 Inhoudsopgave Managementsamenvatting

Nadere informatie

MKB-index april 2017

MKB-index april 2017 MKB-index april 2017 Zoetermeer, 4 mei 2017 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Pin-only in de supermarkt

Pin-only in de supermarkt Pin-only in de supermarkt Onderzoek naar de kosten van betalen bij invoering van pin-only kassa's in supermarkten drs. Frans Pleijster Arjan Ruis MSc. Zoetermeer, 8 december 2011 Dit onderzoek is uitgevoerd

Nadere informatie

12 Cluster 11: Horeca, hotel-restaurant

12 Cluster 11: Horeca, hotel-restaurant 12 Cluster 11: Horeca, hotel-restaurant 12.1 Typering van het cluster Tot dit cluster behoren de hotel-restaurants en de hotels (hotels en pensions zonder vrij toegankelijk restaurant). Nederland telt

Nadere informatie

5 Cluster 4: winkels in non-food, hoog transactiebedrag

5 Cluster 4: winkels in non-food, hoog transactiebedrag 5 Cluster 4: winkels in non-food, hoog transactiebedrag 5.1 Typering van het cluster Winkels in non-food met een hoog transactiebedrag zijn vooral te vinden in de modesector, in de bruin- en witgoedsector,

Nadere informatie

13 Cluster 12: de benzineservicestations

13 Cluster 12: de benzineservicestations 13 Cluster 12: de benzineservicestations 13.1 Typering van het cluster Tot dit cluster behoren alle tankstations in Nederland met de daarbij behorende winkels (tankshop). Nederland telt circa 2.200 benzineservicestations,

Nadere informatie

Kostenontwikkeling binnenvaart 2015 en raming 2016

Kostenontwikkeling binnenvaart 2015 en raming 2016 Kostenontwikkeling binnenvaart 2015 en raming 2016 Uitgave januari 2016 Rapport uitgebracht aan: Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart W. van der Geest C11540/2016/0188 Zoetermeer, 29 januari 2016

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Fryslân

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Fryslân Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

4 Cluster 3: winkels in non-food, laag transactiebedrag

4 Cluster 3: winkels in non-food, laag transactiebedrag 4 Cluster 3: winkels in non-food, laag transactiebedrag 4.1 Typering van het cluster Winkels in non-food met een laag transactiebedrag zijn er in vele verschijningsvormen. Als uitgegaan wordt van de standaardindeling

Nadere informatie

2 Cluster 1: Grote bedragen, veel transacties

2 Cluster 1: Grote bedragen, veel transacties 2 Cluster 1: Grote bedragen, veel transacties 2.1 Typering van het cluster Het cluster 'grote bedragen, veel transacties' omvat de detailhandelsbranches warenhuizen, bouwmarkten en supermarkten. Zij hebben

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zeeland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zeeland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Gelderland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Gelderland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Drenthe

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Drenthe Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zuid-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zuid-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Limburg

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Limburg Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Flevoland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Flevoland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Het betalingsverkeer: Wil je bij me pinnen?

Het betalingsverkeer: Wil je bij me pinnen? Deze casusopdracht gaat over het betalingsverkeer in supermarkten. Voor het beantwoorden van de vragen moet je gebruik maken van de drie informatiebronnen die na de vragen staan gegeven. In informatiebron

Nadere informatie

December 2014 Betalen aan de kassa 2013

December 2014 Betalen aan de kassa 2013 December 2014 Betalen aan de kassa 2013 Betalen aan de kassa 2013 Betalen aan de kassa 2013 Uitkomsten DNB/Betaalvereniging Nederland onderzoek naar het gebruik van contant geld en de pinpas in Nederland

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, oktober 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Pin-only in het MKB. O n derzoek naar de kosten van be talen b ij. d rogis te r ijen, k le d ingz aken, restaur a n ts e n tank s tat ions

Pin-only in het MKB. O n derzoek naar de kosten van be talen b ij. d rogis te r ijen, k le d ingz aken, restaur a n ts e n tank s tat ions Pin-only in het MKB O n derzoek naar de kosten van be talen b ij i n v oering van pin - o n ly k assa s bij d rogis te r ijen, k le d ingz aken, restaur a n ts e n tank s tat ions drs. Frans Pleijster

Nadere informatie

8 Cluster 7: Ambulante handel, non-food

8 Cluster 7: Ambulante handel, non-food 8 Cluster 7: Ambulante handel, non-food 8.1 Typering van het cluster Het cluster omvat alle bedrijven die als hoofdactiviteit op de markt non-foodproducten verkopen zoals kleding, schoeisel, beeld- en

Nadere informatie

BNA Conjunctuurmeting

BNA Conjunctuurmeting BNA Conjunctuurmeting September 2011 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66 F 020 555 36

Nadere informatie

9 Cluster 8: Horeca, drankverstrekkers

9 Cluster 8: Horeca, drankverstrekkers 9 Cluster 8: Horeca, drankverstrekkers 9.1 Typering van het cluster Nederland telt ongeveer 11.000 cafés, die behoren tot ruim 9.600 ondernemi n- gen. Kenmerkend voor de cafés is gewoonlijk de kleine schaal

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) Prognose 2005 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2006 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) prognose 2006 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2007 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

11 Cluster 10: Horeca, maaltijdverstrekkers

11 Cluster 10: Horeca, maaltijdverstrekkers 11 Cluster 10: Horeca, maaltijdverstrekkers 11.1 Typering van het cluster Onder de verzamelnaam maaltijdverstrekkers vallen de restaurants in al hun verschijningsvormen: van eetcafé en fastfoodrestaurant

Nadere informatie

3 Cluster 2: Lage bedragen, beperkt aantal transacties

3 Cluster 2: Lage bedragen, beperkt aantal transacties 3 Cluster 2: Lage bedragen, beperkt aantal transacties 3.1 Typering van het cluster Winkels in food met een laag transactiebedrag zijn vooral de versspeciaalzaken. Als uitgegaan wordt van de standaardindeling

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / Accessio Inburgering

Tevredenheidsonderzoek 2014 / Accessio Inburgering Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Accessio Inburgering Zoetermeer, woensdag 5 augustus 2015 In opdracht van Accessio Inburgering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen De verantwoordelijkheid voor

Nadere informatie

Bouwers en hun gemeente

Bouwers en hun gemeente Bouwers en hun gemeente E e n pe iling in de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezinge n 2014 1 2 Bouwers en hun gemeente E e n pe iling in de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezinge n 2014 drs. Pim van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

6 Cluster 5: detailhandel non-food ook op bestelling

6 Cluster 5: detailhandel non-food ook op bestelling 6 Cluster 5: detailhandel non-food ook op bestelling 6.1 Typering van het cluster Winkels in non-food met veel bestellingen die bij aflevering, direct daarna of direct daaraan voorafgaand worden betaald,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Fox AOB

Tevredenheidsonderzoek Fox AOB Tevredenheidsonderzoek 2015 Fox AOB Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Fox AOB De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Het toonbankbetalingsverkeer in. Nederland. Kosten en opbrengsten van toonbankinstellingen in kaart gebracht

Het toonbankbetalingsverkeer in. Nederland. Kosten en opbrengsten van toonbankinstellingen in kaart gebracht Het toonbankbetalingsverkeer in Nederland Kosten en opbrengsten van toonbankinstellingen in kaart gebracht Ruud Hoevenagel Jacqueline Snijders Renate de Vree Zoetermeer, 21 december 2007 Dit onderzoek

Nadere informatie

7 Cluster 6: Ambulante handel: voedingsmiddelen

7 Cluster 6: Ambulante handel: voedingsmiddelen 7 Cluster 6: Ambulante handel: voedingsmiddelen 7.1 Typering van het cluster Het cluster omvat alle bedrijven die als hoofdactiviteit op de markt food producten verkopen zoals vlees, vis, groenten en fruit,

Nadere informatie

Contant geld: gedrag en beleving van retailers

Contant geld: gedrag en beleving van retailers Contant geld: gedrag en beleving van retailers Uitkomsten DNB onderzoek, in samenwerking met Panteia, naar het gedrag en de beleving van retailers ten aanzien van contant geld Retailers zijn een belangrijke

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015 Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar René Vogels Zoetermeer, 10 april De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Hogeschool van Amsterdam

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Hogeschool van Amsterdam Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Hogeschool van Amsterdam Zoetermeer, woensdag 9 november 2016 In opdracht van Hogeschool van Amsterdam De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het

Nadere informatie

Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage

Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage drs. C.M. Wiggers Zoetermeer, augustus 2003 Nummer: M200304 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Praktijkvoorbeeld kosten betalingsverkeer Tabaks- en Gemakswinkel

Praktijkvoorbeeld kosten betalingsverkeer Tabaks- en Gemakswinkel Praktijkvoorbeeld kosten betalingsverkeer Tabaks- en Gemakswinkel Het bedrijf De gemakswinkel die wij bezochten, is gevestigd in een kern van een middelgrote gemeente. De winkel opereert in een samenwerkingsverband.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Peter Brouwer Zoetermeer, april 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat

Nadere informatie

10 Cluster 9: Horeca, spijsverstrekkers

10 Cluster 9: Horeca, spijsverstrekkers 10 Cluster 9: Horeca, spijsverstrekkers 10.1 Typering van het cluster Onder de verzamelnaam spijsverstrekkers valt een grotere variëteit aan horecabedrijven die zich richten op de snelle hap: de cafetaria's,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Zoetermeer, vrijdag 13 november 2015 In opdracht van Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Cliëntenaudit Bureau ABC

Cliëntenaudit Bureau ABC Cliëntenaudit Bureau ABC 2014 Zoetermeer 17 april 2015 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok

Tevredenheidsonderzoek De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok Zoetermeer, maandag 3 augustus 2015 In opdracht van De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok De verantwoordelijkheid voor de

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC De Leijgraaf Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van ROC De Leijgraaf De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / De Nieuwe Werkgever

Tevredenheidsonderzoek 2014 / De Nieuwe Werkgever Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 De Nieuwe Werkgever Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van De Nieuwe Werkgever De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA. Voorjaar René Vogels

Conjunctuurpeiling BNA. Voorjaar René Vogels Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2014 René Vogels Zoetermeer, 22 april 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / A&P Partners

Tevredenheidsonderzoek 2012 / A&P Partners Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013 A&P Partners Zoetermeer, zaterdag 3 augustus 2013 In opdracht van A&P Partners De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Minirapportage ir. C.C. van de Graaff drs. W.H.J. Verhoeven drs. P. Vroonhof K. Bakker Zoetermeer, 18 september 2002 Dit onderzoek is uitgevoerd

Nadere informatie

De oudere starter in Nederland Quick Service

De oudere starter in Nederland Quick Service De oudere starter in Nederland Quick Service Heleen Stigter Zoetermeer, januari 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Betalen aan de kassa 2014

Betalen aan de kassa 2014 Betalen aan de kassa 2014 Uitkomsten DNB/Betaalvereniging Nederland onderzoek naar het gebruik van contant geld en de pinpas in Nederland in 2014 1 Gebruik van betaalmiddelen 2010-2014 Tabel 1. Gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V.

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Wajong Talenten B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Wajong Talenten B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 drs. K.L. Bangma drs. A. Bruins drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, 5 juli 2013 Rapportnummer : A201337 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Betalen aan de kassa 2016

Betalen aan de kassa 2016 Betalen aan de kassa 2016 Uitkomsten DNB/Betaalvereniging Nederland onderzoek naar het gebruik van contant geld en de pinpas in Nederland in 2016 1 Gebruik van betaalmiddelen 2010-2016 Grafiek 1a Totale

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV Tevredenheidsonderzoek 2015 AM Werk Reïntegratie BV Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van AM Werk Reïntegratie BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Uitgevoerd in opdracht van Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Zoetermeer, 17 september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002

Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002 Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002 Frits Suyver Zoetermeer, 17 februari 2004 Dit onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Landstede

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Landstede Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Landstede Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Landstede De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Kengetallen ondernemerschap

Kengetallen ondernemerschap Kengetallen ondernemerschap Tabellenboek drs. N.G.L. Timmermans R. in 't Hout K. Bakker drs. W. H.J. Verhoeven Zoetermeer, 14 augustus 2009 Dit onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Economische

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Jobcoach Company

Tevredenheidsonderzoek Jobcoach Company Tevredenheidsonderzoek 2014 Jobcoach Company Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Jobcoach Company De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Mondriaan

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Mondriaan Tevredenheidsonderzoek 2010 Dienst inburgeren ROC Mondriaan Zoetermeer, vrijdag 4 februari 2011 In opdracht van ROC Mondriaan De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen Tevredenheidsonderzoek 2010 Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen Zoetermeer, vrijdag 4 februari 2011 In opdracht van ROC Midden Nederland Participatieopleidingen De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2010 / Olympia uitzendbureau

Tevredenheidsonderzoek 2010 / Olympia uitzendbureau Tevredenheidsonderzoek 2010 / 2011 Olympia uitzendbureau Zoetermeer, donderdag 4 augustus 2011 In opdracht van Olympia uitzendbureau De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC A12

Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC A12 Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC A12 Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van ROC A12 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland

Tevredenheidsonderzoek 2014 / Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland Zoetermeer, donderdag 13 augustus 2015 In opdracht van Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC Kop van Noord-Holland bedrijfsopleidingen

Tevredenheidsonderzoek ROC Kop van Noord-Holland bedrijfsopleidingen Tevredenheidsonderzoek 2013 ROC Kop van Noord-Holland bedrijfsopleidingen Zoetermeer, dinsdag 4 februari 2014 In opdracht van ROC Kop van Noord-Holland bedrijfsopleidingen De verantwoordelijkheid voor

Nadere informatie

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Effecten BTW-verandering op het gedrag van consumenten in de Schilders- en stukadoorsbranche drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Zoetermeer, 23 maart 2012 Dit onderzoek is gefinancierd door CNV Vakmensen, FNV

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek totaal inburgering bv

Tevredenheidsonderzoek totaal inburgering bv Tevredenheidsonderzoek 2015 totaal inburgering bv Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van totaal inburgering bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages Tevredenheidsonderzoek 2014 STE Languages Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van STE Languages De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Betalen aan de kassa 2015

Betalen aan de kassa 2015 Betalen aan de kassa 2015 Uitkomsten DNB/Betaalvereniging Nederland onderzoek naar het gebruik van contant geld en de pinpas in Nederland in 2015 1 Gebruik van betaalmiddelen 2010-2015 Grafiek 1a: Totaal

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Nieuwland Opleidingen B.V.

Tevredenheidsonderzoek Nieuwland Opleidingen B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Nieuwland Opleidingen B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Nieuwland Opleidingen B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Brancheonderzoek BNA Conjunctuurmeting oktober 2012 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66

Nadere informatie

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurpeiling voorjaar Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurpeiling voorjaar Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Brancheonderzoek BNA Conjunctuurpeiling voorjaar 2012 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36

Nadere informatie

Effecten invoering dubbeltariefsysteem straattaxi

Effecten invoering dubbeltariefsysteem straattaxi Effecten invoering dubbeltariefsysteem straattaxi Dammis van 't Zelfde Zoetermeer, 16 september 2013 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC Alfa-college, unit Educatie

Tevredenheidsonderzoek ROC Alfa-college, unit Educatie Tevredenheidsonderzoek 2014 ROC Alfa-college, unit Educatie Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van ROC Alfa-college, unit Educatie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Concept Ruil. begrippen giraal geld contante betalingen indirecte ruil chartaal geld betalingsverkeer directe ruil kosten (betalingsverkeer)

Concept Ruil. begrippen giraal geld contante betalingen indirecte ruil chartaal geld betalingsverkeer directe ruil kosten (betalingsverkeer) DIGITALE LESBRIEF CONTANTE BETALINGEN GETELD Doelgroep: SLU: 4 havo, 4 vwo 1 lesuur, exclusief huiswerkopdracht Concept Ruil begrippen giraal geld contante betalingen indirecte ruil chartaal geld betalingsverkeer

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie

Tevredenheidsonderzoek Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie Tevredenheidsonderzoek 2014 Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 Rijn IJssel, Educatie & Integratie Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Rijn IJssel, Educatie & Integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

VBO Woonindex. Tweede kwartaal drs. P. Rosenboom

VBO Woonindex. Tweede kwartaal drs. P. Rosenboom VBO Woonindex Tweede 2008 drs. P. Rosenboom Zoetermeer, 10 juli 2008 In opdracht van VBO Makelaars. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling Tevredenheidsonderzoek 2015 Stap.nu Reïntegratie & Counseling Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Stap.nu Reïntegratie & Counseling De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Thatcher & Aalderink meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Thatcher & Aalderink meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Thatcher & Aalderink meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Thatcher & Aalderink Zoetermeer, donderdag 3 augustus 2017 De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Pappenheim Re-integratie en Outplacement

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Pappenheim Re-integratie en Outplacement Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Pappenheim Re-integratie en Outplacement Zoetermeer, dinsdag 19 juli 2016 In opdracht van Pappenheim Re-integratie en Outplacement De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten Evaluatie campagne Doe meer met Afval mening betrokken gemeenten Zoetermeer, 10 maart 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Kostenstructuur zand en grindvaart 2015 en raming 2016

Kostenstructuur zand en grindvaart 2015 en raming 2016 Kostenstructuur zand en grindvaart 2015 en raming 2016 Uitgave januari 2016 Rapport uitgebracht aan: Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart W. van der Geest C11540/2015/0187 Zoetermeer, 29 januari

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Stichting ActiefTalent Zoetermeer, donderdag 21 mei 2015 In opdracht van Stichting ActiefTalent De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek

Tevredenheidsonderzoek Tevredenheidsonderzoek Voorbereid op de Toekomst (VOT) taal, advies & begeleiding meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Voorbereid op de Toekomst (VOT) taal,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V.

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014 Wajong Talenten B.V. Zoetermeer, zondag 3 mei 2015 In opdracht van Wajong Talenten B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Stemming onder ondernemers in het MKB

Stemming onder ondernemers in het MKB Stemming onder ondernemers in het MKB ISBN : 978-90-371-1130-9 Rapportnummer : A201424 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) Panteia

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering Tevredenheidsonderzoek 2011 BHP Groep Loopbaanadvisering Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van BHP Groep Loopbaanadvisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia/Stratus.

Nadere informatie

Betalingsverkeer op locatie

Betalingsverkeer op locatie Betalingsverkeer op locatie 10 casestudies over het betalingsverkeer in detailhandel, horeca en tankstations drs. Frans Pleijster Zoetermeer, 21 augustus 2008 Dit onderzoek is gefinancierd door de Stichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie Zoetermeer, donderdag 4 augustus 2016 In opdracht van Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Re-integratie Zeeland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Re-integratie Zeeland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Re-integratie Zeeland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Re-integratie Zeeland Zoetermeer, donderdag 3 augustus 2017 De verantwoordelijkheid

Nadere informatie