Alfred en zijn spiegelbeeld. Over de vertelsituatie in Nooit meer slapen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Alfred en zijn spiegelbeeld. Over de vertelsituatie in Nooit meer slapen"

Transcriptie

1 Alfred en zijn spiegelbeeld. Over de vertelsituatie in Nooit meer slapen G.F.H. Raat bron G.F.H. Raat, Alfred en zijn spiegelbeeld. Over de vertelsituatie in Nooit meer slapen. In: Wilbert Smulders (red.), Verboden toegang. Essays over het werk van Willem Frederik Hermans gevolgd door een vraaggesprek met de schrijver. De Bezige Bij, Amsterdam 1989, p Zie voor verantwoording: dbnl / G.F.H. Raat i.s.m.

2 204 G.F.H. Raat Alfred en zijn spiegelbeeld Over de vertelsituatie in Nooit meer slapen INLEIDING Veel verhalende prozateksten staan in de eerste persoon enkelvoud, maar de combinatie met de onvoltooid tegenwoordige tijd is zeldzamer. Voeg daaraan toe dat Willem Frederik Hermans rond 1965 de reputatie begon te verwerven van een auteur die zeer doelgericht gebruik maakt van verteltechnische middelen en het ligt voor de hand dat de inkleding op het punt van het perspectief van Nooit meer slapen de aandacht trok. Dit gebeurde overigens nauwelijks in de dag- en weekbladkritieken. Pas de literatuurbeschouwers in de tweede lijn zijn uitgebreid op het perspectief van de roman ingegaan. Als belangrijkste noem ik: De Wispelaere (1967), Fontijn (1970), Blok (1971) met zijn inaugurele rede, de reactie daarop van Fontijn (1973) en ten slotte Musarra (1983). Het draait daarbij om twee punten: de aard van de vertelsituatie en de functie ervan in het licht van de thematiek. Op beide punten meen ik iets te kunnen bijdragen, reden waarom zij aan de orde komen in twee opeenvolgende paragrafen (3 en 4). Daaraan vooraf gaan een situering van Nooit meer slapen, op basis van de vertelsituatie, in het verhalende proza van Hermans, meer in het bijzonder dat uit de jaren zestig (1) en een voorlopige karakteristiek van de wijze waarop deze roman wordt verteld (2). Ik besluit met een korte samenvatting van mijn bevindingen.

3 205 1 DE VERTELTECHNIEK VAN HERMANS IN DE JAREN ZESTIG In de eerste helft van de jaren zestig publiceert Willem Frederik Hermans geen nieuw verhalend proza in boekvorm. Daarna verschijnt er in 1966 en 1967 een aantal verhalende teksten, waarin uitsluitend de ik-vorm wordt gebruikt: Nooit meer slapen (1966) en Een wonderkind of een total loss (1967). Deze vertelwijze is niet nieuw in het oeuvre van Hermans en al helemaal niet in de geschiedenis van het verhalende proza. Er is een rijke traditie van romans en novellen waarin een verhaalfiguur uit zijn herinnering vertelt. Daarbij treedt veelal een zekere spanning op tussen de visie van de ik uit het verleden, in meerdere of mindere mate verwikkeld in de handeling (de ik-figuur) en de visie van de ik uit het heden, die zijn relaas doet (de ik-verteller). 1 De laatste heeft doorgaans een voorsprong in kennis: hij is vaak ouder en rijper geworden en kent bovendien de afloop van de gebeurtenissen. Daardoor is hij in staat zijn vroegere gedrag kritisch te beoordelen. Ik trek deze oude koe uit de sloot om erop te kunnen wijzen dat dit traditionele patroon betrekkelijk weinig voorkomt in het werk van Hermans. In zijn ik-verhalen blikt de ik-verteller hoogst zelden vanuit een superieure positie terug. De distantie tot de gebeurtenissen van vroeger begunstigt geenszins een helder zicht daarop. Dit is geheel in de geest van hetgeen Hermans keer op keer in zijn werk verbeeldt, namelijk dat de werkelijkheid, en bijgevolg het verleden, niet kenbaar is. Een standpunt dat, bij voorbeeld in het televisiespel King Kong (1972) de allure aanneemt van een demonstratie. Het verbaast dus niet dat een verteller die pretendeert het verleden te kennen, bij Hermans genadeloos te kijk wordt gezet. Alles is zózeer hetzelfde gebleven, dat iemand die het twintig jaar geleden had gezien het niet herkennen zou, omdat het geheugen alles verandert, beweert de geestelijk

4 206 gestoorde verteller van Manuscript in een kliniek gevonden, die teruggekeerd meent te zijn in de omgeving van zijn jeugd. 2 Hij legt niet uit hoe hij desondanks kan weten dat hij terug is in de buurt waar hij opgroeide. Met zijn uitspraak diskwalificeert hij zijn eigen waarneming. De ik-vertelsituatie brengt in het werk van Hermans vooral de beperkingen aan het licht van de individuele optiek. Dit gebeurt zelfs in het openingsverhaal van Een wonderkind of een total loss, De elektriseermachine van Wimshurst. Ik zeg zelfs, omdat deze novelle de uitzondering vormt op de regel die ik hiervóór releveerde, namelijk dat in Hermans' werk de vision par derrière niet voorkomt. Het betreft een retrospectief verteld verhaal waarin de ik-verteller de handelwijze van de ik-figuur veelvuldig van commentaar voorziet en aldus afstand schept. Ik citeer de slotzinnen. Ik weet nog niet dat ik nooit in de gelegenheid zal komen mij op een lijn te stellen met Edison of Ford. Ik weet evenmin dat ik mijzelf, veertig jaar later, zoals ik toen geweest ben deerniswekkend vinden zal, maar toch ook wel aanbiddelijk. 3 Maar ook in deze novelle, door de auteur aangemerkt als een autobiografisch verhaal, waarin ik zo eerlijk mogelijk de waarheid probeer te vertellen 4, is het verleden niet probleemloos kenbaar, de superioriteit van de ik-verteller ten spijt. Integendeel, frequent wordt gedemonstreerd welke moeite het de ik-verteller kost de gebeurtenissen van vroeger te achterhalen. Dit blijkt bij voorbeeld uit de scène, waarin de jonge hoofdfiguur, Richard geheten, tot zijn ontsteltenis moet constateren dat zijn medeleerlingen de bloemetjes uit zijn schooltuintje hebben geplukt. Ik loop langzaam langs de tuinstrook met in mijn voeten een

5 207 gevoel of zij slapen. In mijn herinnering, nu, weet ik niet beter of alle kinderen hebben allemaal met hun ruggen naar mij toegestaan. Ik probeer mijn tranen te bedwingen, maar het lukt wij niet. [...] Het is in mijn herinnering (maar ik zal het wel verzinnen) of ik die jongens een voor een voorzichtig aan de mouw getrokken heb, of ik gevraagd heb: Ach, wees zo vriendelijk, zou je mij willen vertellen waarom je de bloemetjes van mijn planten hebt geplukt? Ik niet hoor. Lazer op. (p. 13) De ik-verteller wantrouwt de werking van zijn geheugen. Soms lijkt het of hij kijkt naar een fragmentarisch overgeleverde film, waarvan hij de lacunes probeert op te vullen. Ik sta met Marinus Klein op de vierkante meter tuinaarde, die altijd in de schaduw ligt van de hoge huurkazernes. Ik wijs Marinus waar hij de vergeetmijnietjes moet planten, afwisselend rode en blauwe exemplaren. Als de volgende scène plaatsvindt, ben ik waarschijnlijk een paar ogenblikken weggeweest, ik heb Marinus alleen gelaten in het tuintje, ik was ergens anders. Waar? Op de WC? Goed, op de WC. (p. 9-10) Een verteller die al reconstruerend de juistheid van zijn herinneringen relativeert, ontbreekt in Het grote medelijden, het slotverhaal van Een wonderkind of een total loss. Hoofdfiguur is weer de schrijver Richard, maar hij is niet voortdurend gericht op het verleden. Het grote medelijden kent een gelijktijdige of quasi gelijktijdige vertelsituatie, hetgeen betekent dat er (bijna) geen tijdsafstand is tussen de ik-verteller en het vertelde (Musarra 1983, p. 3). De gebeurtenissen worden als het ware verteld terwijl zij zich voordoen en zijn soms aanleiding tot fantasieën of bespiegelingen. Het grote medelijden staat in de onvoltooid tegenwoordige tijd, zoals alle novellen uit Een wonderkind of een

6 208 total loss. De functie van deze werkwoordstijd is echter niet steeds gelijk. De hiervoor geciteerde gedeelten uit De elektriseermachine van Wimshurst laten uitkomen dat de ik-verteller zich van het presens bedient als hij commentaar geeft of in zijn geheugen graaft. Maar ook de visie van de ik-figuur wordt in de onvoltooid tegenwoordige tijd weergegeven. In dit laatste geval is de aanduiding historisch presens (praesens historicum) toepasselijk, waarvan de suggestie uitgaat dat de ik zo door het verleden wordt meegesleept dat het zich als een actuele realiteit aan hem voordoet. Het historisch presens domineert in het titelverhaal van de bundel. De novelle opent met een terugblik van de ik-verteller in de verleden tijd. Nog geen tien minuten had het weerzien met Loekie en Alex geduurd, of ik had Roderik in de gaten en hij mij. Zijn oordeel moet onherroepelijk zijn geweest. (p. 51) Na deze introductie van de vrouwelijke ik-verteller, een total loss 5, en de aankondiging van de confrontatie met het wonderkind Roderik, volgen nog drie zinnen in het preteritum. Dan vindt er een overgang plaats naar het (historisch) presens: Ik stap uit en bekijk de gevel van het huis, [...]. (p. 51) Het voorlaatste verhaal, Hundertwasser, honderdvijf en meer, en Het grote medelijden staan niet in het praesens historicum. De vertellers delen mee wat zich van moment tot moment afspeelt, hetgeen niet uitsluit dat zij nu en dan terugblikken. De basis van de vertelsituatie is echter de simultaneïteit van gebeuren en vertellen. Er zijn uitvoerige bespiegelingen en vele overgangen naar de monologue intérieur waarvoor vaak een tastende verteltrant wordt gebezigd met zelfcorrecties en vragen. Het volgende voorbeeld is ontleend aan Het grote medelijden en behelst de

7 209 gedachten van Richard over zijn zwager, de diplomaat, die tijdens een gezamenlijke treinreis alleen in een eersteklas-coupé gaat zitten. Wat kan het hem schelen dat mijn naam in de kranten staat en de zijne nooit ergens is afgedrukt, of ja, toch, in de Staatsalmanak, maar dan moet je wel lang zoeken? Hoe meer boeken ik schrijf, hoe hoger mijn hoofd genoteerd wordt, hoe verder hij van mij af zal gaan zitten. (p. 220) De ontstaansdata van de novellen uit Een wonderkind of een total loss worden niet meegedeeld in de bundel. Bekend is dat het eerste deel van Het grote medelijden in november 1954 werd gepubliceerd in de Schrijversalmanak voor het jaar Het fragment droeg de titel Iemand moeten ontmoeten en zou blijkens een voetnoot gelicht zijn Uit een bundel reismemoires (De Jong 1986, p. 42). Het als niet-fictioneel gepresenteerde tekstgedeelte werd verwerkt in Het grote medelijden, dat in februari 1962 in Randstad verscheen. De Podium-aflevering van januari 1962 bevatte een kort fragment van Hundertwasser, honderdvijf en meer, het nummer van november-december 1963 de hele tekst van Een wonderkind of een total loss. Al te veel kan uit deze gegevens niet worden afgeleid, maar wel dat de eerste persoon enkelvoud, presens, gebruikt in verhalend proza met een vaak sterk bespiegelende inslag, Hermans in het begin van de jaren zestig gaat intrigeren. Afgezien van Nooit meer slapen is er geen ander verhalend proza uit deze tijd, terwijl de genoemde combinatie niet voorkomt in het werk uit vroeger jaren. Zoals ik heb laten zien, heeft de gehanteerde vorm uiteenlopende functies; er wordt gelijktijdig of achteraf (in het historisch presens) verteld. Nooit meer slapen, ook in de ik-vorm en in de onvoltooid tegenwoordige tijd, past in het geschetste beeld. De roman

8 210 werd geschreven tussen september 1962 en september 1965, zo wordt op de laatste bladzijde meegedeeld. De vraag dringt zich op welke vertelsituatie Nooit meer slapen kent. 2 DE VERTELSITUATIE VAN NOOIT MEER SLAPEN (een eerste karakteristiek) Nergens in Nooit meer slapen wordt expliciet vermeld dat de gebeurtenissen achteraf worden verteld. De lezer beleeft onmiddellijk mee wat de verteller, Alfred Issendorf, doet en denkt. Er wordt gelijktijdig verteld, zo blijkt terstond op de eerste bladzijde van de roman. De portier is een invalide. Op het eikehouten bureautje waaraan hij zit, staat alleen een telefoon en door een goedkope zonnebril, staart hij roerloos voor zich uit. Zijn linker oorschelp moet afgescheurd zijn bij de ontploffing die hem verminkt heeft, of is misschien verbrand toen hij neerstortte met een vliegtuig. Wat er van het oor is overgebleven lijkt op een slecht uitgevallen navel en biedt de haak van de bril geen houvast. - Professor Nummedal, please. Ik heb een afspraak met hem. - Goodday, sir. Ik weet niet of professor Nummedal binnen is. 7 De openingszin behelst een observatie van Alfred. De daarop volgende witregel, een pauze suggererend, brengt zijn beduusdheid tot uitdrukking bij het zien van de mismaakte portier, die overigens op een wel zeer toepasselijke plaats in de roman zijn opwachting maakt. Na de witregel wordt verder verteld wat Alfred waarneemt. De directe weergave van zijn observaties is het hele boek door aanwijsbaar en krijgt menigmaal de vorm van korte, soms elliptische zinnen. Overkant... plassen, moeras. De bolle gezwellen van gedroogde

9 211 planten met een kern van ijs, die met een IJslands woord thufur worden genoemd. Opnieuw de poolwilgen, daarna de dwergberken, dan alleen nog mos en stenen. De helling wordt steiler. (p ) In de noterende stijl wordt de activiteit van het registrerende bewustzijn nagebootst. Alfreds waarnemingen worden vaak terstond bij gekleurd door gedachten en associaties. Op de eerste bladzijde valt in dit verband te wijzen op de vermoedens over de oorzaak van de verminking en de vergelijking van het oor met een navel. Elders nemen dergelijke overwegingen de gedaante aan van een monologue intérieur, bij voorbeeld als Alfred een kranteartikel heeft gelezen over iemand die hij kent. Brandel is nooit een intieme vriend van mij geweest. Heel andere figuur dan ik. Branie. Was voornamelijk gebrand op het doen van gevaarlijke dingen. Studeerde in hoofdzaak om de sport een wetenschappelijk tintje te geven. [...] Reed tweehonderd op een motor: de bomen langs de weg worden een schutting. (p ) Zo te zien is er niets dat belet Nooit meer slapen een gelijktijdige vertelsituatie toe te kennen, want vanzelfsprekend werpt ook de dialoog geen roet in het eten. Iets verder op de eerste bladzijde staat echter een zin die wel problemen belooft. Onwillekeurig kijk ik op mijn polshorloge dat ik gisteren bij aankomst in Oslo een uur achteruit gezet heb op Noorse zomertijd. Het lijkt onmogelijk dat iemand een onwillekeurige handeling verricht en tegelijk vaststelt dat hij dit doet. Het onbewuste karakter van de handeling is niet te rijmen met de

10 212 bewuste vaststelling ervan. In een retrospectieve vertelsituatie is dit makkelijker te accepteren, omdat het vertelde daar verschijnt als een produkt van het geheugen, met alle aanvullingen en correcties achteraf die daarbij horen. Enkele alinea's later, nog steeds op de openingspagina, lijkt er een andere inbreuk zichtbaar op de situatie van het gelijktijdige vertellen. Alfred toont de portier een brief. Het is een brief van Nummedal aan Sibbelee, waarin deze dag, vrijdag 15 juni, als mogelijke datum voor een ontmoeting wordt genoemd. Ik wens uw leerling een voorspoedige reis naar Oslo. Ondertekend: Ørnulf Nummedal Dit is geen gedachte van de verteller, maar zijn voor de lezer bestemde toelichting. Ook hier geldt dat deze aanvullende informatie geloofwaardiger kan worden verstrekt in een retrospectieve vertelsituatie. Toch ben ik van mening dat de bovenstaande voorbeelden, die met andere uit te breiden zijn, niet dwingen tot een ander oordeel over de vertelsituatie van Nooit meer slapen dan ik hiervóór gaf. Vrijwel geen enkele recensent heeft zich bekreund om (vermeende) inconsistenties als door mij gesignaleerd. Dit bewijst niet dat Nooit meer slapen simultaan wordt verteld, maar kan de ogen openen voor het feit dat een schrijver, krachtens stilzwijgend geëerbiedigde conventies, enige speelruimte heeft bij de keuze van zijn fictionele kader. Wat strikt mimetisch beschouwd gekunsteld of onmogelijk lijkt, wordt moeiteloos geaccepteerd. Flagrante schendingen kan de auteur zich met permitteren, op gevaar af ongeloofwaardig te worden, maar van verhalen verteld door dieren, gekken of zeer prille kinderen kijkt geen lezer op. En al evenmin van retrospectief vertelde verhalen, waarin vertellers zich niet zelden ophouden in een spatiaal noch temporeel gespecificeerde situatie en toelichting verschaffen aan niet met name genoemde derden.

11 213 Een ander aspect van de vertelsituatie in Nooit meer slapen wordt binnen de roman afdoende gelegitimeerd. Ik doel op de niet aflatende waarneming van de omgeving, de mensen en het eigen handelen. Alfred Issendorf heeft zich geoefend in het zorgvuldig observeren van zijn werkelijkheid, inclusief de plaats die hij daarin inneemt. Deze instelling brengt hem er zelfs toe zijn voetstappen te tellen. Hiermee hangt nauw samen dat de verteller zeer egocentrisch is. Hij streeft uit alle macht een bepaald doel na en in het licht daarvan onderwerpt hij de eigen prestaties steeds weer aan een meedogenloze analyse. Tijdens de tocht door Finnmarken wordt deze neiging versterkt door de angst inferieur te zijn aan zijn tochtgenoten, die, anders dan Alfred, vertrouwd zijn met het moeilijk begaanbare terrein. De concentratie op de eigen persoon wordt verder bevorderd door de zware inspanningen die hij zich moet getroosten. Alfred lijdt, psychisch, maar zeker ook fysiek. 3 NOOIT MEER SLAPEN ALS HERINNERINGSROMAN In de literatuur over Nooit meer slapen tekent zich de tendens af deze roman op te vatten als achteraf verteld, dat wil zeggen als een herinneringsroman (Musarra 1983, p. 3). Daarbij manifesteert zich een verwarring van de begrippen verteller, auteur en abstracte auteur en worden kenmerken van de herinneringsroman verabsoluteerd tot distinctieve eigenschappen. De volgende passage uit een bespreking van Paul de Wispelaere (1967) wordt veel aangehaald in de beschouwingen over Nooit meer slapen. Hij kent de roman een dubbele structuur toe. De eerste structuur is die [...] van het van moment tot moment registrerende en denkende bewustzijn, en ontwikkelt zich derhalve in notities, inwendige monologen en gesprekken chronologisch naar een onbekende afloop.

12 214 De tweede structuur, die eveneens van in het begin voelbaar is, is die van de alwetende verteller (de schrijver Hermans), die gebruik maakt van anticiperende en terugblikkende elementen, haast onmerkbaar suggesties doet meetrillen en een ordening van contrasterende effecten aanbrengt buiten het bewustzijnsverloop van het personage om. (p. 119) Op zichzelf is dit een adequate beschrijving van de vertelsituatie in Nooit meer slapen, maar De Wispelaere (1967) bezigt een verwarrende terminologie. Met het zinsgedeelte de alwetende verteller (de schrijver Hermans) bewerkstelligt hij ten onrechte een vereenzelviging van een tekstuele en een extra-tekstuele instantie. Hij heeft het oog op degene die verantwoording draagt voor de doelgerichte organisatie van de romantekst. Dit is niet Alfred Issendorf, het van moment tot moment registrerende en denkende bewustzijn, evenmin een alwetende verteller, die niet te combineren is met de gekozen ik-vertelsituatie, maar eerder de schrijver Hermans, zij het in zijn technisch-organisatorische hoedanigheid. De Wispelaere (1967) bedoelt, anders gezegd, de abstracte auteur. 8 Het is niet uit behoefte om te vitten dat ik ben ingegaan op de terminologie van De Wispelaere (1967). Ik wil duidelijk maken dat wie de structurering van Nooit meer slapen niet toeschrijft aan de abstracte auteur, doch aan een verteller, snel in de verleiding komt van een retrospectieve vertelsituatie te spreken (iets wat De Wispelaere (1967) overigens niet doet). Een stap in die richting doet Fontijn (1973), maar hij trekt zijn voet ijlings terug. In een eerder artikel onderschrijft hij de analyse van De Wispelaere (1967). 9 Iets verder gaat hij in zijn beschouwing uit Wie per se de vertelwijze van deze roman vanuit de bestaande vertelprocédés in ik-romans wil verklaren, kan zeggen, dat de schijnwerper geheel gericht is op het belevende ik, dat zijn lot-

13 215 gevallen na afloop van de expeditie vertelt in het praesens historicum, zonder echter als verteller duidelijk in de roman aanwezig te zijn. (Fontijn 1973, p. 170) Een belevende ik zonder een vertellende ik, sterker: een belevende ik die samenvalt met een vertellende ik, maakt het onderscheid zinloos. En waarom spreken van praesens historicum, als niet vaststaat dat de verhaalde gebeurtenissen in het verleden hebben plaatsgevonden? Volgens de opvatting van Fontijn (1973) zou erg veel gebruik van de onvoltooid tegenwoordige tijd de benaming historisch presens kunnen verdienen. Fontijn (1973) geeft de voorkeur aan een andere karakteristiek, die begrepen kan worden als toelichting bij de curieuze opmerking: Alfred, de ik in de roman, kan onmogelijk de verteller zijn (p ). Hij betoogt: Meer voor de hand liggend is het te zeggen, dat de alwetende auteur het point of view gefixeerd heeft in het bewustzijn van Alfred, achter wie hij talloze malen opduikt. Een keer doet hij dit op zeer expliciete wijze, als hij de leek aanraadt zelf maar op te zoeken wat schisteus gesteente is. Verder is hij natuurlijk aanwezig in o.a. de onontbeerlijke regieaanwijzingen en de tijdstrukturering van de roman. (p. 170) De alwetende auteur - ook Fontijn is op zoek naar een instantie tussen (alwetende) verteller en auteur in - is degene die bij De Wispelaere (1967) verantwoordelijk is voor de tweede structuur : de abstracte auteur. Aparte aandacht verdient de passage over het schisteus gesteente. In een beschrijving van de bodemgesteldheid, vanuit het gezichtspunt van de geoloog Alfred, valt de vakterm schisteus gesteente, waarna een aansporing volgt aan het adres van de lezer.

14 216 De leek die niet weet wat dit is, moet het maar opzoeken of voor kennisgeving aannemen. Een van de oorzaken waardoor de meeste leesboeken altijd over dezelfde dingen handelen, is de bezorgdheid van de auteurs dat iedereen zal kunnen begrijpen waar het over gaat. (p. 158) 10 Het is evident dat hier niet Alfred Issendorf het woord voert over de inhoud van romanliteratuur. Het is de auteur die zich in de roman mengt, dezelfde die verantwoordelijk is voor de opschriften Aangehaalde literatuur en Aantekening, achter in het boek. 11 De interventie is vergelijkbaar met het per voetnoot gegeven commentaar van de auteur (daar getekend W.F.H.) in Ik heb altijd gelijk op een fantasie van zijn protagonist. 12 Blok (1971) legt de nadruk op de gelijktijdigheid van handelen, focaliseren en vertellen in Nooit meer slapen. In zijn terminologie: gebeur-, referentie- en spreekmoment vallen samen (p. 12). Toch sluit hij zich aan bij De Wispelaere (1967) en Fontijn (1970) via de bewering dat ook in deze roman nog weer een verteller áchter de ik-figuur staat [...] (p. 12). De verteller van Blok (1971) is klaarblijkelijk de abstracte auteur en niet de terugblikkende verteller, want een bladzijde eerder poneert hij: Ook is er geen oudere Alfred Issendorf, die terugdenkt aan zijn mislukte tocht en die mislukking te boek stelt. (p. 11) In haar boekje over het moderne ik-verhaal (ondertitel), Narcissus en zijn spiegelbeeld, ziet Ulla Musarra (1983) in Nooit meer slapen een vertelsituatie, die [...] in de richting van de herinneringsroman wijst. (p. 82) Daarmee gaat zij verder dan een van haar voorgangers. Aanvankelijk geeft zij het volle pond aan de gelijktijdige vertelsituatie, maar dit zwakt zij vervolgens af door te gewagen van gedeeltelijk zeer impliciete indicaties van een achteraf-vertelsituatie. (p. 83) Daarna behandelt zij de ken-

15 217 merken die de herinneringsroman traditioneel vertoont. Haar conclusie is dat het voor de herinneringsroman karakteristieke ik/ik-schema ook in het eerste-persoons presens-verhaal Nooit meer slapen een zekere rol speelt. (p. 86) Een voorzichtige slotsom, omdat Nooit meer slapen weliswaar bepaalde kenmerken van de herinneringsroman worden toebedeeld, maar dit etiket niet wordt opgeplakt. Even later is zij echter veel stelliger. Volgens haar blijkt de handeling in Nooit meer slapen vanuit een achterafsituatie verteld te zijn. [...] De ik-verteller, die achteraf zijn belevenissen in Noorwegen vertelt, doet alsof alles gelijktijdig met het vertellen gebeurt. (p. 88) Deze opvatting, die sterk doet denken aan de karakteristiek die Fontijn (1973, p. 170) minder aanvaardbaar achtte, is onhoudbaar. 13 Om dit oordeel te staven loop ik de argumenten na die Musarra (1983) achtereenvolgens geeft, zonder elk voorbeeld te bespreken waarmee zij haar argumentatie poogt te onderbouwen. Het laatste zou te ver voeren. Musarra (1983) gaat eerst in op de indicaties van afstand in tijd, zijnde de meest zekere basis [...] voor de bepaling van de vertelsituatie. Zij attendeert onder meer op de uitvoerige informatie over de vroegere jeugd van de ik-figuur, die naar haar inzicht afkomstig moet zijn van de ik-verteller. Het kan hier onmogelijk de ik-figuur zijn die zijn verleden oproept. (p. 83) 14 Waarom eigenlijk niet? Het ligt zelfs erg voor de hand dat Alfred, voortgedreven door de verwachtingen van zijn familie, tijdens een onderneming die tot doel heeft de smadelijke dood van zijn vader te wreken, regelmatig terugdenkt aan zijn jeugd. Het dunkt mij niet noodzakelijk Nooit meer slapen de ingewikkelde vertelsituatie van Musarra (1983) toe te bedelen: een gelijktijdige vertelsituatie binnen het raam van een niet geëxpliciteerde retrospectieve. Ook de spot waarmee Alfred zichzelf bejegent, vormt geen overtuigend bewijs.

16 218 Ik ben er over. Ik sta naast Arne. Hij houdt fototoestel en kaartentas vast aan de riemen en hangt ze mij om alsof het ridderorden waren. (p. 109) Zo taxeert Alfred zijn situatie na de moeilijke oversteek van een rivier. In de ironische slotzin manifesteren zich de gemengde gevoelens van Alfred jegens Arne. Hij vindt deze vader-figuur 15 enerzijds hinderlijk, maar begeert anderzijds zijn lof. (De zin Ik sta naast Arne heeft niet slechts een ruimtelijke betekenis.) Deze ambivalentie, op het moment zelf ervaren door Alfred, resulteert in de voorstelling van de ironische huldiging. Ik zie geen enkele reden op grond van deze passage de aanwezigheid van een terugblikkende verteller te veronderstellen. Een specifieke kaderconstructie vormt het tweede punt waaraan Musarra (1983) Nooit meer slapen toetst. Zij geeft de volgende verduidelijking. De situatie waarin de ik-verteller zich bevindt terwijl hij zijn herinneringen neerschrijft, vormt als het ware een kader rondom de herinnerde en vertelde handeling. (p. 84) De eigenlijke argumentatie is nogal pover. Zij wijst op de ruimtelijke afstand tussen de belevenissen in Noorwegen en de situatie na Alfreds terugkeer in Nederland, beschreven in het laatste hoofdstuk. Zij vervolgt dan: Niets kan ons verhinderen aan te nemen, dat hij na zijn terugkomst als ontgoocheld ik-verteller de herinneringen aan zijn reis neergeschreven heeft. (p. 84) Echter, niets noopt ons aan te nemen etc. Ten slotte stelt Musarra (1983) de vraag of er in Nooit meer slapen sprake is van indicaties van de voor de herinnerings-roman kenmerkende discrepantie tussen het weten van de

17 219 ik-figuur en het superieure weten van de ik-verteller [...]. (p. 84) Zij beantwoordt deze vraag bevestigend en beroept zich op de afwisseling van optimisme ( Terwijl ik over de steiger loop, denk ik plotseling dat mijn reis een groot succes zal worden - p. 64) en pessimisme ( Ik voel hoe het bankroet van mijn leermeester mij besmet - p. 8) in de gedachten van Alfred. De optimistische gedachten zouden voor rekening komen van de ik-figuur, die nog onwetend is van het fiasco waarop de expeditie zal uitdraaien, de pessimistische voor die van de ik-verteller, die immers de afloop kent. Aanvaarding van dit criterium zou tot zeer veel retrospectieve vertelsituaties leiden. Elke ik die, net als Alfred Issendorf, wordt heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, zou een grond vormen voor het aanwijzen van zo'n vertelsituatie. Zonnige verwachtingen en sombere gedachten kunnen ook voorkomen bij een verteller die niet terugblikt. Resumerend kan ik zeggen dat de afstand in tijd en de kaderconstructie evenmin worden aangetoond als de discrepantie in kennis tussen ik-figuur en ik-verteller. Nooit meer slapen is geen achteraf vertelde roman. 4 VERTELSITUATIE EN THEMATIEK IN NOOIT MEER SLAPEN Blok (1971) doet een poging de thematische functie te bepalen van de vertelsituatie in Nooit meer slapen. Het overkoepelende thema, grondmotief in zijn terminologie, omschrijft hij als volgt: de vraag naar de zin van het bestaan, de principiële onbegrijpelijkheid van wat ons overkomt, waarbij de enige wellicht positief te noemen waarde is: het moedig volhouden. (p. 12) Adstructie blijft achterwege; in plaats daarvan verwijst Blok naar de belangrijkste beschouwingen die tot 1971 over de roman waren verschenen. Ik vraag mij af of daaruit valt op te maken dat Nooit meer slapen de door Blok aangegeven thematiek heeft. Maar ook afgezien hiervan, legt hij, naar mijn mening, te veel nadruk

18 220 op de principiële onbegrijpelijkheid van wat ons overkomt, het welbekende thema van de onkenbare werkelijkheid in het oeuvre van Hermans, en te weinig op wat daarmee steevast verbonden is. Ik doel op de identiteit van de hoofdpersoon, die er niet in slaagt zijn werkelijkheidsconceptie door anderen te laten aanvaarden en dit met zijn ondergang, vaak de dood, bekoopt. Juist de principiële onbegrijpelijkheid is voor Blok (1971) van belang om de vertelsituatie functie te geven, in het bijzonder het gebruik van het presens. En als het leven, en dus het verleden, niet is te begrijpen, mag ook het verleden niet zelfstandig gestalte krijgen. Zo is er alleen het nu, het praesens, dat moedig wordt volgehouden. En wat. belangrijk is: de lezer maakt dit ook volledig mee als zodanig: het spreekmoment is zijn leesmoment; het gebeurmoment en het referentiemoment vallen in hetzelfde nu. (p. 12) Drie opmerkingen hierbij. In de eerste plaats wordt de onbegrijpelijkheid van de realiteit gratuit verengd tot de onbegrijpelijkheid van het verleden. Als het leven onkenbaar is, moet dit ook gelden voor het heden, dat bovendien in de roman als veel ongewisser verschijnt dan het verleden. Inderdaad krijgt het verleden niet zelfstandig gestalte ; dat gebeurt alleen via de geest van de verteller. Maar dit gaat ook op voor het heden. In de tweede plaats dunkt mij de gelijkstelling van tegenwoordige werkwoordstijd en heden dubieus, zoals die wordt voltrokken in de zinsnede het nu, het presens. Zoals presens geen heden impliceert, duidt preteritum niet automatisch op verleden. 16 Ten slotte verklaart Blok (1971) alleen het presens en niet de combinatie met de eerste persoon. Door Fontijn (1973) is kritiek uitgeoefend op de zienswijze van Blok (1971).

19 221 Bloks filosofische hypothese houdt geen rekening met het belangrijke feit, dat het praesens voor de lezer en voor Alfred een toekomst veronderstelt. Op deze toekomst tracht Alfred hardnekkig een magische greep te krijgen. Zijn toekomstillusies zijn niet los te maken van zijn verleden. (p. 173) Hier springt dezelfde vereenzelviging in het oog van presens en heden. Het woord praesens lijkt bij Fontijn zelfs synoniem aan heden, maar het heden van een romanfiguur correspondeert voor de lezer niet noodzakelijk met de onvoltooid tegenwoordige tijd. 17 Hij zegt dit eigenlijk zelf even eerder, als hij Bloks duiding van het presens in Nooit meer slapen in twijfel trekt. Ik vraag me af of dit effect ook niet door de vertelwijze in het praeteritum bereikt zou zijn, waarin de meeste van Hermans' romans zijn geschreven. (p. 173) Ook Fontijn (1973) gaat alleen in op het presens, niet op het gebruik van de eerste persoon. Ik zou de bijzondere vertelsituatie van Nooit meer slapen op een iets andere wijze willen relateren aan de thematiek. De roman wordt gekenmerkt door een beperkt gezichtspunt. Alleen de visie van Alfred wordt weergegeven, met alle onbetrouwbaarheid van dien. Bovendien ontbreekt een corrigerend perspectief, op het dagboek van Arne na. Er is echter meer. Naar ik in de paragrafen 2 en 3 getracht heb aannemelijk te maken, brengt de verteller van moment tot moment verslag uit van wat zijn geest passeert aan waarnemingen, herinneringen en overpeinzingen. Hij is daarbij sterk op zichzelf gericht. Hij inspecteert zichzelf doorlopend, in het kader van zijn speurtocht naar wie hij is en kan zijn. Zijn geologische onderzoek is in feite zelfonderzoek, zoals hij erkent, als hij zijn zusje bijvalt, die heeft gezegd: Ik

20 222 wist niet dat de geologie een wetenschap was, waarbij je voortdurend in de spiegel moet kijken. (p. 32) Alfred wordt geabsorbeerd door een onophoudelijke zelfobservatie; hij kijkt als het ware voortdurend in de spiegel en die fundamentele houding van de ik vindt in Nooit meer slapen, waar het de werkwoordstijd betreft, een equivalent in het gebruik van de eerste persoon, onvoltooid tegenwoordige tijd. Het gelijktijdige vertellen, met een verteller die gefixeerd is op de eigen positie, vertoont een opvallende analogie met de situatie waarin iemand zijn spiegelbeeld gadeslaat. 18 Het ligt voor de hand op deze plaats verband te leggen met de drie stadia in de geschiedenis van de mensheid, die in Nooit meer slapen worden onderscheiden. (p ) In het eerste stadium kent de mens zijn spiegelbeeld niet. Hij is volledig subjectief en heeft geen beeld van zichzelf. Dit verandert, als Narcissus in het tweede stadium het spiegelbeeld ontdekt. Nu is er een ik dat een zelf waarneemt. Zij zijn evenwel symmetrisch aan elkaar. In het derde stadium, ingeluid door de uitvinding van de fotografie, krijgt de mens de genadeslag van de waarheid. (p. 32) Een foto is een objectieve fixatie van het beeld dat de buitenwereld van een mens heeft. Er ontstaat een divergentie tussen het spiegelbeeld waarvan de mens houdt (zijn zelfbeeld of ideaalbeeld) en de talloze foto's (p. 33) die van hem circuleren (de verschillende beelden die de buitenwereld van hem ontwerpt). De problematiek van het derde stadium beheerst vele verhalen en romans van Hermans. Het is in essentie de problematiek van Osewoudt uit De donkere kamer van Damokles, tot radeloosheid gedreven door de discrepantie tussen zijn kijk op zichzelf en de beelden die de anderen van hem hebben. Zijn zelfbeeld wordt door hen niet geaccepteerd. Dit betekent een verlies van zijn identiteit en van zijn leven. 19 Ook Alfred Issendorf vecht voor zijn identiteit. Hij pro-

Samenvatting Dautzenberg H8

Samenvatting Dautzenberg H8 Samenvatting Dautzenberg H8 Paragraaf 56 Elk boek kun je in drieën verdelen: voorwerk, eigenlijke tekst, nawerk. Onder voorwerk verstaan we alles wat voorafgaat aan het eerste hoofdstuk: omslag, titel,

Nadere informatie

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Onderstaande tekst schreef ik jaren geleden om studenten wat richtlijnen te geven bij het ontwikkelen van een voor filosofen cruciale vaardigheid: het

Nadere informatie

Boekvergelijking. lessenserie

Boekvergelijking. lessenserie Boekvergelijking lessenserie Les 1 - introductie Uitleg periode C met handelingsdelen Niveau bepalen Boek uitzoeken Uitleg periode C Twee boeken lezen Boeken met elkaar vergelijken op een onderdeel uit

Nadere informatie

FICTIEDOSSIER NEDERLANDS LEERJAAR 3 EN 4 BK

FICTIEDOSSIER NEDERLANDS LEERJAAR 3 EN 4 BK FICTIEDOSSIER NEDERLANDS LEERJAAR 3 EN 4 BK Pagina 0 WOORD VOORAF Je zit nu in 3 VMBO en het eindexamen lijkt nog ver weg... Maar niets is minder waar. Dit jaar start je namelijk al volop met de voorbereidingen

Nadere informatie

GODSBEELDEN BIJBELSTUDIE VGSU BLOK

GODSBEELDEN BIJBELSTUDIE VGSU BLOK GODSBEELDEN BIJBELSTUDIE VGSU BLOK 4 2010-2011 INHOUD Inleiding... 5 Avond 1... 7 Avond 2... 8 Avond 3... 9 Avond 4... 10 3 4 INLEIDING Een relatie hebben met iemand is een abstract begrip, maar toch

Nadere informatie

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen 14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie

Nadere informatie

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5 Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5 Deel 1, Hoofdstuk 4 en 6 De volmaakte natuur en het niet bestaan van toeval Rikus Koops 24 juni 2012 Versie 1.0 Hoewel het vierde hoofdstuk op

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

De volgende onderdelen moeten altijd in je boekverslag staan

De volgende onderdelen moeten altijd in je boekverslag staan Handleiding boekverslag Er zijn vele manieren om een boekverslag te maken, maar voor je eigen gemak is het van belang dat je een vaste volgorde aanhoudt. Bij de voorbereiding van je toetsen en je schoolexamen

Nadere informatie

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1 Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1 Deel 1, Hoofdstuk 1 - Dat er iets buiten ons bestaat. Rikus Koops 8 juni 2012 Versie 1.1 In de inleidende toelichting nummer 0 heb ik gesproken

Nadere informatie

HC zd. 22 nr. 32. dia 1

HC zd. 22 nr. 32. dia 1 HC zd. 22 nr. 32 een spannend onderwerp als dit niet waar is, valt alles duigen of zoals Paulus het zegt in 1 Kor. 15 : 19 als wij alleen voor dit leven op Christus hopen zijn wij de beklagenswaardigste

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-GL en TL

Examenopgaven VMBO-GL en TL Examenopgaven VMBO-GL en TL 2003 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30 15.30 uur NEDERLANDS LEESVAARDIGHEID CSE GL EN TL NEDERLANDS LEESVAARDIGHEID VBO-MAVO-D Bij dit examen hoort een tekstboekje. Dit examen

Nadere informatie

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag De probleemstelling is eigenlijk het centrum waar het werkstuk om draait. Het is een precieze formulering van het onderwerp dat je onderzoekt. Omdat de probleemstelling

Nadere informatie

Islam voor iedereen. Is de bijbel een openbaring van God. auteur: Shabir Ally. revisie: Abdul-Jabbar van de Ven. revisie: Yassien Abo Abdillah

Islam voor iedereen. Is de bijbel een openbaring van God. auteur: Shabir Ally. revisie: Abdul-Jabbar van de Ven. revisie: Yassien Abo Abdillah Is de bijbel een openbaring van God ] لونلدية - dutch [ nederlands - auteur: Shabir Ally revisie: Abdul-Jabbar van de Ven revisie: Yassien Abo Abdillah Kantoor voor da'wa Rabwah (Riyad) 2013-1434 Islam

Nadere informatie

De schepping van de mens Studieblad 6

De schepping van de mens Studieblad 6 -1- GODS PLAN MET MENSEN Dit is een uitgave van de Volle Evangelie Gemeente Immanuël Breda Auteur: Cees Visser (voorganger) De schepping van de mens Studieblad 6 Inleiding Mensbeeld Uitgangspunt Stof In

Nadere informatie

Eisen en lay-out van het PWS

Eisen en lay-out van het PWS Eisen en lay-out van het PWS INHOUD EN OPZET VAN HET PROFIELWERKSTUK In het navolgende komen achtereenvolgens aan bod: de titelpagina, de inhoudsopgave, de inleiding, de hoofdtekst, de samenvatting, de

Nadere informatie

Les 5 God: Zoon Ketters over Jezus

Les 5 God: Zoon Ketters over Jezus Les 5 God: Zoon Doelstelling: de catechisant kan in 1 minuut aan een ander uitleggen wie Jezus voor hem/haar is, weet welke afwijkende meningen er in de loop der tijd geweest is m.b.t. de Here Jezus en

Nadere informatie

De evangeliën en hun betrouwbaarheid

De evangeliën en hun betrouwbaarheid De evangeliën en hun betrouwbaarheid blok F - nivo 3 - avond 3 Tijd Wat gaan we doen 19.00 Mentorkwartiertje 19.15 Terugblik en intro 19.20 Discussie: het evangelie van Judas 19.30 Historisch betrouwbaar?

Nadere informatie

Leren in contact met paarden Communicatie die is gebaseerd op gelijkwaardigheid (Door Ingrid Claassen, juni 2014)

Leren in contact met paarden Communicatie die is gebaseerd op gelijkwaardigheid (Door Ingrid Claassen, juni 2014) Leren in contact met paarden Communicatie die is gebaseerd op gelijkwaardigheid (Door Ingrid Claassen, juni 2014) Inleiding De kern van (autisme)vriendelijke communicatie is echt contact, gebaseerd op

Nadere informatie

kinderen keuzes leren maken

kinderen keuzes leren maken tekst: Mike Barrell vertaling: Edwin Murre 1 Het is vooral de leeftijd die het leuk maakt om les te geven aan Tenniskids (5-12 jaar). Maar regelmatig moet je je als trainer ook bezinnen en jezelf afvragen

Nadere informatie

Voorwoord Met oprechte blijdschap schrijf ik het voorwoord voor dit boek. Ik ken Henk Rothuizen al vele jaren en heb hem zien opgroeien tot een man van God, met een bediening die verder reikt dan zijn

Nadere informatie

Handreiking bij 40 DAGEN GEBED voor groep 4-8 van de basisschool

Handreiking bij 40 DAGEN GEBED voor groep 4-8 van de basisschool Handreiking bij 40 DAGEN GEBED voor groep 4-8 van de basisschool NAAM September 2009 In september en oktober 2009 was de Levend evangelie Gemeente bezig met het onderwerp 40 DAGEN GEBED. Om gemeente breed

Nadere informatie

Gemeenteviering rond Jesaja 9:5b

Gemeenteviering rond Jesaja 9:5b Gemeenteviering rond Jesaja 9:5b 1 Verkondiging Enkele kinderen vragen in de kerk: waarom vieren we kerst? En wat betekent het voor u? Reactie op de antwoorden Ja, waarom vieren we kerst? En wat betekent

Nadere informatie

De diep verstandelijk gehandicapte medemens

De diep verstandelijk gehandicapte medemens De diep verstandelijk gehandicapte medemens Eerste druk, mei 2012 2012 Wilte van Houten isbn: 978-90-484-2352-1 nur: 895 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Hoewel aan de totstandkoming

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-MAVO-C

Examenopgaven VMBO-MAVO-C Examenopgaven VMBO-MAVO-C 2003 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-15.30 uur NEDERLANDS LEESVAARDIGHEID C Bij dit examen hoort een tekstboekje. Dit examen bestaat uit 26 vragen en een samenvattingsopdracht.

Nadere informatie

pagina 2 van 5 Laten we maar weer eens een willekeurige groep voorwerpen nemen. Er bestaan bijvoorbeeld -- om maar iets te noemen -- allerlei verschil

pagina 2 van 5 Laten we maar weer eens een willekeurige groep voorwerpen nemen. Er bestaan bijvoorbeeld -- om maar iets te noemen -- allerlei verschil pagina 1 van 5 Home > Bronteksten > Plato, Over kunst Vert. Gerard Koolschijn. Plato, Constitutie (Politeia), Amsterdam: 1995. 245-249. (Socrates) Nu we [...] de verschillende elementen van de menselijke

Nadere informatie

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 4

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 4 Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 4 Deel 1, Hoofdstuk 3 Dat de Natuur de oorzaak is. Rikus Koops 15 juni 2012 Versie 1.0 In de vorige toelichting heb ik de organisatie van de Natuur

Nadere informatie

Inhoud. Deel een: Een radicale heling 1 Het verhaal van Jill 17

Inhoud. Deel een: Een radicale heling 1 Het verhaal van Jill 17 Fragment uit Colin Tipping Radicaal Vergeven (opmaak is anders dan in het boek zelf) Inhoud Voorwoord bij de Nederlandse uitgave 7 Woord vooraf 9 Inleiding 11 Deel een: Een radicale heling 1 Het verhaal

Nadere informatie

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK) A Beginnend taalgebruiker B Onafhankelijk taalgebruiker C Vaardig taalgebruiker A1 A2 B1 B2 C1 C2 LUISTEREN Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete

Nadere informatie

Checklijst voor Cognitieve en Emotionele problemen na een Beroerte (CLCE-24)

Checklijst voor Cognitieve en Emotionele problemen na een Beroerte (CLCE-24) Checklijst voor Cognitieve en Emotionele problemen na een Beroerte (CLCE-24) Voor de domeinen cognitie, communicatie en psycho-emotioneel kan de checklijst voor Cognitie en Emotionele problemen na een

Nadere informatie

De terugkeer naar het ware zelf! Leven en werken vanuit innerlijke kracht en verantwoordelijkheid!

De terugkeer naar het ware zelf! Leven en werken vanuit innerlijke kracht en verantwoordelijkheid! De terugkeer naar het ware zelf! Leven en werken vanuit innerlijke kracht en verantwoordelijkheid! Door: Nathalie van Spall De onzichtbare werkelijkheid wacht om door onze geest binnengelaten te worden.

Nadere informatie

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift -

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - I Oefenen met observeren 1. Het woordenschilderij A Kijk 60 seconden heel goed

Nadere informatie

Waarom we een derde van ons leven missen 17. 2 Nieuwe wegen naar het innerlijke leven. Hoe de wetenschap dromen grijpbaar maakt 24

Waarom we een derde van ons leven missen 17. 2 Nieuwe wegen naar het innerlijke leven. Hoe de wetenschap dromen grijpbaar maakt 24 Inhoud inleiding Nieuw inzicht in onze dromen 11 i wat dromen zijn 1 Terugkeer naar een vergeten land Waarom we een derde van ons leven missen 17 2 Nieuwe wegen naar het innerlijke leven Hoe de wetenschap

Nadere informatie

LES 2 THEMA S UIT DE FILM GODS LAM EN PANTOMIME

LES 2 THEMA S UIT DE FILM GODS LAM EN PANTOMIME LES 2 THEMA S UIT DE FILM GODS LAM EN PANTOMIME Algemene opzet van de les Doelen: - Kinderen kunnen gedachten, gevoelens en houdingen bij thema s uit de film Gods Lam uitdrukken in dramavorm. - Kinderen

Nadere informatie

onthouden. Schrijfdoelen Schrijfdoel Inhoud schrijfdoel Voorbeeld vermaakt door een leuk, spannen, aangrijpend of interessante tekst.

onthouden. Schrijfdoelen Schrijfdoel Inhoud schrijfdoel Voorbeeld vermaakt door een leuk, spannen, aangrijpend of interessante tekst. Nederlands Leesvaardigheid Leesstrategieën Oriënterend lezen Globaal lezen Intensief lezen Zoekend lezen Kritisch lezen Studerend lezen Om het onderwerp vast te stellen en te bepalen of de tekst bruikbaar

Nadere informatie

1.1 Vragenlijst: Wat ik leuk Vind

1.1 Vragenlijst: Wat ik leuk Vind 1.1 Vragenlijst: Wat ik leuk Vind 1. Wat kijk je graag op tv? 2. Wat is je lievelingsfilm? 3. Wat doe je op internet? 4. Welke games speel je? 5. Waar praat je over op facebook, twitter, enzo? 6. Wat doe

Nadere informatie

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113 Inhoud Woord vooraf 7 Het allereerste begin 9 Oervaders 19 Israël als moeder 57 Wijsheid voor ouders en kinderen 83 Koninklijke vaders 113 Profetische opvoedkunde 145 Kinderen in zijn koninkrijk 177 Leerling

Nadere informatie

Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15

Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15 Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen

Nadere informatie

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen.

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen. Y-BOCS Algemene instructies Het is de bedoeling dat deze vragenlijst wordt gebruikt als een semi-gestructureerd interview. De interviewer dient de items in de aangegeven volgorde af te nemen en de vragen

Nadere informatie

Boekverslag Nooit meer slapen (W. F. Hermans)

Boekverslag Nooit meer slapen (W. F. Hermans) Beschrijving Primaire gegevens: Auteur: W.F. Hermans Titel: Nooit meer slapen Verschenen in: 1966 Aantal blz.: 265 Leestijd: 15 uur Uitgelezen op: 16-12- 01 Verantwoording van de keuze Ik heb in de derde

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2006

Examen VMBO-GL en TL 2006 Examen VMBO-GL en TL 2006 tijdvak 1 maandag 29 mei 13.30-15.30 uur NEDERLANDS LEESVAARDIGHEID-SCHRIJFVAARDIGHEID CSE GL EN TL Bij dit examen horen een tekstboekje en een uitwerkbijlage. Beantwoord alle

Nadere informatie

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend

Nadere informatie

10 Een pluizig beestje

10 Een pluizig beestje 10 Een pluizig beestje REMCO CAMPERT Vooraf Remco Campert schrijft vooral verhalen en gedichten. Net als Hans Andreus (zie hoofdstuk 19) behoorde Campert tot de Vijftigers, een literaire stroming in de

Nadere informatie

Bijbelstudies voor de Bruggroepen 2012-2013 Romeinen studie 1

Bijbelstudies voor de Bruggroepen 2012-2013 Romeinen studie 1 Bijbelstudies voor de Bruggroepen 2012-2013 Romeinen studie 1 Bijbelstudies voor de Bruggroepen van de protestantse gemeente De Brug in Amersfoort, seizoen 2012-2013 Schrijvers: Iwan Dekker, Leantine Dekker,

Nadere informatie

Bewustwording dag 1 Ik aanvaard mezelf zoals ik nu ben.

Bewustwording dag 1 Ik aanvaard mezelf zoals ik nu ben. Het meditatieprogramma duurt veertig dagen en bestaat uit tien affirmaties. Het is fijn om gedurende dit programma een dagboek bij te houden om je bewustwordingen en ervaring op schrijven. Elke dag spreek

Nadere informatie

Kinderen helpen met Focussen

Kinderen helpen met Focussen Kinderen helpen met Focussen Enkele raadgevingen voor begeleiders Simon Kilner Vertaling Some Guidelines for Companions door Evelien Kroese En is het Ok om? Hoe zegt je kind nee? Wat is Focussen? Focussen

Nadere informatie

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice.

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice. Alice ligt in bed. Heel langzaam wordt ze wakker. Haar lichaam ontspannen, haar hoofd leeg. De vertrouwde geur van haar man Jules hangt in de slaapkamer. Een geur van alcohol, nootmuskaat en oude man.

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord 7 Inleiding 11

Inhoudsopgave. Voorwoord 7 Inleiding 11 Inhoudsopgave Voorwoord 7 Inleiding 11 1 Gevoel en verstand in de liefde 15 2 De partnerkeuze 21 3 Mythes over de liefde 29 4 De liefde ontraadseld 35 5 Verbetering begint bij jezelf 43 6 De vaardigheden

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 21 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 21 juni 13.30 16.30 uur Nederlands Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 05 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 49 punten te behalen; het examen bestaat uit 19

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Eindexamen Nederlands mavo D 2002 - I. Tekst 1 Dank u wel, alstublieft. - www.vmbogltl.nl - 1 - havovwo.nl. www.examen-cd.nl -

Eindexamen Nederlands mavo D 2002 - I. Tekst 1 Dank u wel, alstublieft. - www.vmbogltl.nl - 1 - havovwo.nl. www.examen-cd.nl - Tekst 1 Dank u wel, alstublieft - www.vmbogltl.nl - 1 - Tekst 1 Dank u wel, alstublieft 2p Kunt u me dan vertellen hoe laat de stoomtrein gaat? vraagt de man geërgerd. (regels 5 7) 1 Waarom gebruikt de

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

3. In de inleiding worden verschillende woorden gebruikt om de mate van aandacht van de media weer te geven. Welke woorden zijn dit?

3. In de inleiding worden verschillende woorden gebruikt om de mate van aandacht van de media weer te geven. Welke woorden zijn dit? Tekst lezen en woordenschat 1. Bekijk de buitenkant van de tekst van deze les. a) Wat voor soort tekst is dit (bijvoorbeeld: nieuwsbericht, achtergrondartikel, column)? Waarom denk je dat? b) Waar denk

Nadere informatie

E-BOOK FEEDBACK GEVEN IS EEN KUNST EXPRESS YOUR INNER POWER

E-BOOK FEEDBACK GEVEN IS EEN KUNST EXPRESS YOUR INNER POWER E-BOOK FEEDBACK GEVEN IS EEN KUNST EXPRESS YOUR INNER POWER INLEIDING Het geven van feedback is een kunst. Het is iets anders dan het uiten van kritiek. Het verschil tussen beide ligt in de intentie. Bij

Nadere informatie

Boekverslag Nooit meer slapen (W. F. Hermans)

Boekverslag Nooit meer slapen (W. F. Hermans) Titel: Nooit meer slapen Auteur: Willem Frederik Hermans Uitgegeven Amsterdam1993 (23 ste druk; 1 e druk 1966). Motivatie van mijn boekkeuze. Wanneer het een boek voor mijn lijst betreft, geef ik de voorkeur

Nadere informatie

Common European Framework of Reference (CEFR)

Common European Framework of Reference (CEFR) Common European Framework of Reference (CEFR) Niveaus van taalvaardigheid volgens de Raad van Europa De doelstellingen van de algemene taaltrainingen omschrijven we volgens het Europese gemeenschappelijke

Nadere informatie

Schriftelijke schrijfcursus op basis van De kleine prins

Schriftelijke schrijfcursus op basis van De kleine prins Schriftelijke schrijfcursus op basis van De kleine prins Een impressie Schrijven naar aanleiding van het verhaal van de kleine prins, hoe doe je dat? Ik kan er veel over schrijven en vertellen, maar het

Nadere informatie

1 Mag ik je hand even lezen?

1 Mag ik je hand even lezen? 1 Mag ik je hand even lezen? Opdracht Heb je al eens goed gekeken naar de preren en oneffenheden in je handpalm? Men zegt dat je uit die preren en heuvels het karakter en de toekomst van de eigenaar van

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2007 tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands. tijdvak 1 maandag 19 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. Nederlands. tijdvak 1 maandag 19 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2008 tijdvak 1 maandag 19 mei 13.30-16.30 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 53 punten

Nadere informatie

Afasie en logopedie informatie voor naasten/familie

Afasie en logopedie informatie voor naasten/familie Afasie en logopedie informatie voor naasten/familie Inhoud Afasie, wat is dat en hoe kunt u er mee om gaan? 5 Taalproblemen 6 Hoe ervaren afasiepatiënten de moeilijkheden zelf? 7 Hoe kunt u het beste omgaan

Nadere informatie

Ontmoetingskerk - Laren NH - 20 april 2014 - Pasen Mattheüs 28: 1-10

Ontmoetingskerk - Laren NH - 20 april 2014 - Pasen Mattheüs 28: 1-10 Ontmoetingskerk - Laren NH - 20 april 2014 - Pasen Mattheüs 28: 1-10 Zondagsnacht, terwijl soldaten op wacht staan bij het graf, komt er een luide stem uit de hemel. Ze zien hoe de hemelen zich openen

Nadere informatie

De stap tussen u en de genezing

De stap tussen u en de genezing De stap tussen u en de genezing profeet T.B. Joshua Introductie Er is een stap tussen u en het herstel, de genezing, de zegen en redding. Die stap is geloof in Christus. Jezus staat aan de ene kant en

Nadere informatie

van delen tot het geheel. Hij kan bijvoorbeeld zijn kleding binnenstebuiten aantrekken, of zijn kopje naast de tafel zetten.

van delen tot het geheel. Hij kan bijvoorbeeld zijn kleding binnenstebuiten aantrekken, of zijn kopje naast de tafel zetten. Afasie Als iemand een beroerte krijgt gebeurt dat bijna altijd plotseling. De schok is groot. Men heeft zich niet kunnen voorbereiden en men weet niet wat hen overkomt. Het dagelijkse leven wordt verstoord.

Nadere informatie

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1 Les 1 - De oorsprong van de Bijbel In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Deze bijbelstudies zijn vooral bedoeld voor jongeren van 11

Nadere informatie

Examen VWO. Grieks. tijdvak 1 dinsdag 24 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Grieks. tijdvak 1 dinsdag 24 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2016 tijdvak 1 dinsdag 24 mei 9.00-12.00 uur Grieks Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen en een vertaalopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.

Nadere informatie

Vertalen van verdriet. Gideon de dichter & Gideon de richter

Vertalen van verdriet. Gideon de dichter & Gideon de richter Alex van Ligten Vertalen van verdriet Gideon de dichter & Gideon de richter 1 Vanuit de diepte Het begin De kamer is weer leeg. Gideons kist heeft zeven dagen voor de boekenkast gestaan en is nu in het

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Het is bijzonder om te ontdekken, hoe veel overeenkomsten er zijn, tussen het verhaal van de opstanding zoals Matteüs dat vertelt, en het boek Daniël,

Nadere informatie

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Heeft u m al gezien? Misschien al een stukje in gelezen? Dit jaar is er een bijzonder boek uitgekomen, en het haalde gelijk grote verkoopcijfers. Ik

Nadere informatie

1 e zondag van de herfst Geroepen als Abraham? Bij Genesis 11 : 27 12, 9

1 e zondag van de herfst Geroepen als Abraham? Bij Genesis 11 : 27 12, 9 1 e zondag van de herfst Geroepen als Abraham? Bij Genesis 11 : 27 12, 9 Geslachtsregisters zijn niet echt populair. Behalve misschien voor degenen die er hun hobby van maken om de familiesporen zo ver

Nadere informatie

Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12?

Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12? Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12? Romeinen 7:7. Paulus stelt weer een vraag, die het voorafgaande mogelijk oproept bij mensen. Hij zei immers, dat de wet (vroeger) zondige hartstochten in ons opriep

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

OOGGETUIGE. Johannes 20:30-31

OOGGETUIGE. Johannes 20:30-31 1 januari OOGGETUIGE Johannes 20:30-31 Een nieuw jaar ligt voor ons. Wat er gaat komen, weten we niet. Al heb je waarschijnlijk mooie plannen gemaakt. Misschien heb je goede voornemens. Om elke dag uit

Nadere informatie

De dood is dood, leve het leven!

De dood is dood, leve het leven! De dood is dood, leve het leven! blok A - nivo 3 - avond 5 Tijd Wat gaan we doen 19.00 Mentorkwartiertje 19.15 Bijbelstudie Romeinen 6:1-13 19.30 De opstanding als historisch feit 19.45 Zondag 17 HC 20.00

Nadere informatie

Bijbelstudies voor de Bruggroepen 2012-2013 Daniël 4

Bijbelstudies voor de Bruggroepen 2012-2013 Daniël 4 Bijbelstudies voor de Bruggroepen 2012-2013 Daniël 4 Bijbelstudies voor de Bruggroepen van de protestantse gemeente De Brug in Amersfoort, seizoen 2012-2013 Schrijvers: Iwan Dekker, Leantine Dekker, Hans

Nadere informatie

Hanneke van Herk. 1. Beschrijvingsopdracht: Uitgewerkt persoonlijke reactie:

Hanneke van Herk. 1. Beschrijvingsopdracht: Uitgewerkt persoonlijke reactie: 1. Beschrijvingsopdracht: Motivatie: Ik heb dit boek gelezen, omdat ik een deel van de film had gezien en nieuwsgierig was naar de rest van het verhaal. Ik was eerst begonnen aan het boek Karakter van

Nadere informatie

Brave New Books daagt je uit: schrijf je boek af in één maand! WEEK 2: PERSPECTIEF

Brave New Books daagt je uit: schrijf je boek af in één maand! WEEK 2: PERSPECTIEF Brave New Books daagt je uit: schrijf je boek af in één maand! WEEK 2: PERSPECTIEF In vier weken krijg je inzicht in wat een verhaal goed, meeslepend, invoelbaar en prettig leesbaar maakt. Je krijgt gereedschap

Nadere informatie

Niveaubepaling Nederlandse taal

Niveaubepaling Nederlandse taal Niveaubepaling Nederlandse taal Voor een globale niveaubepaling kunt u de niveaubeschrijvingen A1 t/m C1 doornemen en vaststellen welk niveau het beste bij u past. Niveaubeschrijving A0 Ik heb op alle

Nadere informatie

Het kasteel van Dracula

Het kasteel van Dracula Uit het dagboek van Jonathan Harker: Het kasteel van Dracula 4 mei Eindelijk kom ik bij het kasteel van Dracula aan. Het kasteel ligt in de bergen. Er zijn geen andere huizen in de buurt. Ik ben moe. Het

Nadere informatie

Het dubbelgebod en de zin van ons bestaan (22 februari 2009)

Het dubbelgebod en de zin van ons bestaan (22 februari 2009) 1 Het dubbelgebod en de zin van ons bestaan (22 februari 2009) De achtergrond van de vraag naar het belangrijkste gebod De vraag waar wij vanochtend mee te maken hebben is de vraag naar het grote of anders

Nadere informatie

INFORMATIE LIFELONG OVER PERSPECTIEVEN +31 (0) 638 279 772. lee@lifelong.eu

INFORMATIE LIFELONG OVER PERSPECTIEVEN +31 (0) 638 279 772. lee@lifelong.eu LIFELONG INFORMATIE Wil je meer uit je werk- en privé-relaties halen? Wil je jezelf en anderen beter begrijpen en misverstanden voorkomen? Dan is het essentieel om je perspectief op de werkelijkheid te

Nadere informatie

WIJ zijn hier gekomen niet alleen om jullie en alle anderen hier te

WIJ zijn hier gekomen niet alleen om jullie en alle anderen hier te SAMENVATTING VAN DE REDEVOERINGEN GEHOUDEN VOOR DE JEUGD IN SURINAME EN DE NEDERLANDSE ANTILLEN Willemstad, 19 oktober 1955, Oranjestad, 22 oktober 1955. Paramaribo, 5 november t 955 WIJ zijn hier gekomen

Nadere informatie

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Universitair Medisch Centrum Utrecht Verplegingswetenschappen cursusjaar

Nadere informatie

Nederlands CSE GL en TL. Beantwoord alle vragen en maak alle opdrachten in de uitwerkbijlage.

Nederlands CSE GL en TL. Beantwoord alle vragen en maak alle opdrachten in de uitwerkbijlage. Examen VMBO-GL en TL 2013 tijdvak 1 vrijdag 17 mei 13.30-15.30 uur Nederlands CSE GL en TL Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Beantwoord alle vragen en maak alle opdrachten in de uitwerkbijlage.

Nadere informatie

Gerard Drosterij Praktische opdracht, Geschiedenis HAVO 2006-2007, Luzac College Dordrecht

Gerard Drosterij Praktische opdracht, Geschiedenis HAVO 2006-2007, Luzac College Dordrecht DE HISTORISCHE SENSATIE, TOEN EN NU Gerard Drosterij Praktische opdracht, Geschiedenis HAVO 2006-2007, Luzac College Dordrecht Het eindcijfer voor geschiedenis is opgebouwd uit vier cijfers: 1. het schoolexamen

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 december 2010 Rapportnummer: 2010/338

Rapport. Datum: 1 december 2010 Rapportnummer: 2010/338 Rapport Datum: 1 december 2010 Rapportnummer: 2010/338 2 Klacht Beoordeling Conclusie AANBEVELING Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat de IVW hem tijdens een telefoongesprek op 5 februari

Nadere informatie

Dat is een verlangen dat wij allemaal, denk ik, wel kennen. Dat we zo graag eens God willen zien. Wie wil dat niet.

Dat is een verlangen dat wij allemaal, denk ik, wel kennen. Dat we zo graag eens God willen zien. Wie wil dat niet. 5 e zondag van Pasen - Een woning met vele kamers Bij Johannes 14 : 1-14 Hoe dorsten wij te weten wie Gij zijt. Dat is een verlangen dat wij allemaal, denk ik, wel kennen. Dat we zo graag eens God willen

Nadere informatie

Apostolische rondzendbrief

Apostolische rondzendbrief oktober 9, 2011 Jaargang 1, nummer 1 Lieve mensen, Zo bent u een voorbeeld voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje geworden. Wij zijn nu al weer een tijdje hier in het zuiden van Griekenland, in de

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2007 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.30 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 49 punten

Nadere informatie

Sprekende Spreuken. Levenslessen uit het boek Spreuken. Kris Tavernier. Het kennen van de Hoogheilige

Sprekende Spreuken. Levenslessen uit het boek Spreuken. Kris Tavernier. Het kennen van de Hoogheilige Kris Tavernier Sprekende Spreuken Levenslessen uit het boek Spreuken - Het boek Spreuken leert ons heel wat over het gedrag van gelovigen, en hoe dit kan zijn in allerlei omstandigheden van dit leven.

Nadere informatie

rome van je De Sleutels Dit is een uitgave van:

rome van je De Sleutels Dit is een uitgave van: Dit is een uitgave van: ITIP school voor leven en werk Marspoortstraat 16 7201 JC Zutphen Telefoon: 0575-510 850 E-mail: opleiding@itip.nl Website: www.itip.nl De Sleutels rome van je Ik hou van de mystieke

Nadere informatie

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen.

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen. Vrijdag 15 januari 016 Artikelen: Alle artikelen - 7Days week Inhoud: De leerlingen leren om kritisch te kijken naar de verschillende artikelen uit 7Days. De leerlingen leren strategieën toe te passen

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie