De kracht van meer taal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De kracht van meer taal"

Transcriptie

1 Magazine over meer taal en meertaligheid op school en thuis De kracht van meer taal De Tafel van 10 van het voorkomen van taalachterstand Geef kinderen de tijd voor de opbouw van hun hardware Misschien lezen die kinderen wel beter dan ik Eénmalig magazine over taal We hebben eerst alle methodes aan de kant geschoven De kracht van meer taal 1

2 Toekomst is meertalig Er is terecht veel aandacht voor het verbeteren van de taalprestaties van kinderen in het onderwijs. Kinderen die tijdens de basisschool kampen met een gebrekkige Nederlandse taalkennis, kunnen hierdoor ook een achterstand in andere gebieden oplopen. In de komende jaren zullen er door nieuwe migratiestromen, zoals momenteel uit Oost-Europa, steeds meer kinderen met een meertalige achtergrond aan ons onderwijs deelnemen. Meertaligheid is daarmee een blijvend en onontkoombaar verschijnsel in ons onderwijs, maar krijgt nog niet de aandacht die het verdient. Met meer kennis over de wisselwerking tussen de ontwikkeling van de moedertaal en het Nederlands kunnen talentreserves beter worden benut. Met dit magazine wil FORUM onderwijsprofessionals aanmoedigen hun taalbeleid tegen het licht te houden en de effectiviteit ervan te verhogen. Meertaligheid op school Taalbeleid zonder aandacht voor meertaligheid levert onvoldoende rendement op. Kinderen moeten een verbinding kunnen leggen tussen de moedertaal en het Nederlands, en aangespoord worden om hiernaar op zoek te gaan. Leerkrachten kunnen hierin een sleutelrol spelen. Zij moeten weten op welke manier zij meertalige kinderen, via aandacht en erkenning voor de moedertaal, kunnen begeleiden en inspireren in hun taalontwikkeling. Het onderwijs staat voor de uitdaging om peuterleidsters en leerkrachten hiertoe expertise aan te reiken. Elke school met kinderen die het Nederlandse niet als moedertaal hebben, dient het taalonderwijs af te stemmen op achtergrond van de leerlingen in termen van meertaligheid en taalarme thuisomgeving. Schoolbesturen dienen hiervoor wetenschappelijk onderbouwde kennis over de effectiviteit van interventies en methoden aan te bieden aan docenten. Uit het artikel in dit magazine over tweetalig onderwijs in Friesland blijkt dat we in eigen land veel expertise hebben die in het grootstedelijk onderwijs kan worden benut. Beleidsmakers zien vasthouden aan de moedertaal in sommige gevallen als gebrek aan integratie. Er is een toenemende belangstelling voor tweetalig onderwijs dat kinderen jong in aanraking brengt met Engels, terwijl het belang kennis van het Turks en het Arabisch voor het economische en sociale verkeer niet wordt onderkend. Het is van belang dat het onderwijs zakelijker naar meertaligheid gaat kijken om leeropbrengsten te verbeteren en gelijke kansen voor kinderen te creëren. Hierbij moeten wetenschappelijke inzichten als leidraad gelden voor de gerichte inzet van extra middelen voor onderwijsachterstanden. Samen met ouders Ouders hebben een cruciale rol om bij een meertalige opvoeding een balans te vinden tussen de moedertaal en het Nederlands. Dit is ook belangrijk voor een evenwichtige identiteitontwikkeling van kinderen. Migrantenouders hechten vaak veel emotionele waarde aan het overdragen van de moedertaal en de eigen cultuur aan hun kinderen. Gebrek aan erkenning en aandacht voor de moedertaal door het onderwijs schept angst voor het verlies van moedertaal en eigen cultuur. Het vasthouden aan de moedertaal is het recht van ouders; het leren van de tweede taal is hun plicht. Wat ouders nodig hebben, zijn handreikingen voor een gebalanceerde meertalige opvoeding. Ook om de effectiviteit van het Nederlandse taalonderwijs te verbeteren, is samenwerking met ouders noodzakelijk. Zij kunnen hun kind vanaf de voorschool stimuleren om goed Nederlands te leren. Het is dan wel essentieel dat deze ouders ook enige kennis van het Nederlands hebben. Veel ouders vinden de Nederlandse taalkennis van hun kind belangrijk. Ze weten immers dat dit de sleutel is voor een succesvolle toekomst. Ouders staan daarom open voor samenwerking met de school, maar hebben concrete handvatten nodig om actief in de Nederlandse taalvaardigheid van hun kind te kunnen investeren. De aandacht van besturen en directies is dringend nodig om een actief partnerschap tussen school en ouders op het terrein van meertaligheid vorm te geven. Ik dank alle wetenschappers, mensen uit het onderwijs en ouders voor hun inspirerende bijdragen om via dit eenmalige magazine een aanzet te geven voor de ontwikkeling van effectief taalonderwijs en betere onderwijskansen voor meertalige kinderen. Zeki Arslan, Programmamanager onderwijs, arbeid en maatschappelijke ondersteuning FORUM 2 De kracht van meer taal

3 Inhoud 2 Toekomst is meertalig Zeki Arslan 4 Etniciteit speelt geen rol meer Historisch overzicht 6 Over onderwijs in de tweede taal Zeki Arslan 6 8 Geef kinderen de tijd voor de opbouw van hun hardware Sieneke Goorhuis- Brouwer 10 Ouders over ontwikkeling: Kamile 11 Een middagje woordenschat is onvoldoende Marianne Verhallen 14 Extra aandacht voor talenvolle, slimme kinderen met een achterstand Profijtklas in Amersfoort 16 Leerlingen worden beter van planmatige aanpak Heleen Strating 18 De tafel van 10 van het voorkomen van taalachterstand 22 Extra middelen voor taalachterstand Bé Keizer Ouders over ontwikkeling: Betty 25 Scholen moeten hun eigen rol bij taalontwikkeling van kinderen niet onderschatten Anne Vermeer 28 Taalachterstand: hoe pakken zij dat aan? Taaltuin, Schiedam; Margriet, Leidschendam; Regenboog, Tilburg 30 Het begint allemaal thuis, letterlijk en fi guurlijk Judi Mesman 32 Ouders over ontwikkeling: Els Column: Iedereen heeft recht op succes 35 Heilig geloof in meertaligheid Reinier Salverda 37 We hebben eerst alle methodes aan de kant geschoven Elsje Miedema en Betty van Dam 39 Ouders over ontwikkeling: Khadija 41 Laaggeletterdheid tegengaan Folkert Kuiken 43 Colofon De kracht van meer taal 3 41

4 Een historisch overzicht van het (taal)achterstandsbeleid Etniciteit speelt geen rol meer Met het toenemen van het aantal gezinnen in achterstandssituaties in onze samenleving groeide de noodzaak om in het onderwijs de kansen te vergroten van leerlingen met een onderwijsachterstand. In dit artikel lopen we van toen naar nu om de ontwikkeling van dit beleid te schetsen. Welke stappen zijn er gezet en waar heeft dat toe geleid? In 1974 werd voor het eerst in een beleidsplan specifiek aandacht besteed aan leerlingen die met een achterstand de school binnenkwamen. Scholen met veel van deze kinderen (vastgesteld op basis van het beroep van de ouders) kregen extra personeel. Het beleid werd aangeduid als onderwijsstimuleringsbeleid en het was erop gericht deze leerlingen meer te laten profiteren van het onderwijs. Hoewel het beleid in eerste instantie bedoeld was voor kinderen uit arbeidersgezinnen, werd wel meteen erkend dat er overeenkomsten waren tussen de positie van kinderen van buitenlandse werknemers en die van arbeiderskinderen. Intercultureel onderwijs In 1981 werd voor allochtone kinderen in het onderwijs meer specifiek beleid ontwikkeld. Dat was erop gericht de positie van minderheden blijvend te verbeteren. De maatregelen richtten zich op eerste opvang, aandacht voor eigen taal en cultuur en de aanpak van de achterstand. Aan dat specifieke beleid werd het zogenoemde intercultureel onderwijs toegevoegd. De uitgaven voor leerlingen uit achterstandsgroepen (allochtoon en autochtoon) werden samengevoegd en ondergebracht in het zogeheten onderwijsvoorrangsbeleid. Beleid, waarin het onderwijsstimuleringsbeleid en het minderhedenbeleid gekoppeld werden. Doel van dat nieuwe onderwijsvoorrangsbeleid was het verminderen van onderwijsachterstand die ontstaat ten gevolge van economische, sociale en culturele factoren. Het ging dus om zowel allochtone als autochtone leerlingen die een ongunstige startpositie hebben in het onderwijs. In 1985 werd in de Wet op het basisonderwijs een gewichtenregeling geïntroduceerd Toch was het al snel de vraag of een dergelijk door de landelijke overheid gevoerd beleid wel zo effectief was. voor scholen met veel leerlingen met een achterstand. Vanaf dat moment werd er gewerkt met onderwijsvoorrangsbeleid, gecoördineerd in zogenoemde onderwijsvoorrangsgebieden, een samenwerking in clusters van scholen en welzijnsinstellingen die met elkaar een geografische eenheid vormden. Drie sporen Toch was het al snel de vraag of een dergelijk door de landelijke overheid gevoerd beleid wel zo effectief was. Aan die aanpak werd openlijk getwijfeld in een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1989). Een commissie, onder leiding van oud-onderwijsminister Van Kemenade, bepleitte in 1991 een andere opzet van het onderwijs voor alloch- tone leerlingen. De adviezen werden voor een deel overgenomen. In het nieuwe beleid werden drie sporen onderscheiden: achterstand, Nederlands als tweede taal (NT2), en het onderwijs in eigen taal en cultuur (OETC). Het laatste transformeerde in het onderwijs in allochtone levende talen (OALT). De commissie Van Kemenade nam het standpunt in dat je in het onderwijs een onderscheid moet maken tussen achterstandsbestrijding en cultuur. In 1992 werd een nieuw tijdperk betreden in de aanpak van onderwijsachterstand. Ook dat nieuwe beleid werd het onderwijsvoorrangsbeleid genoemd, maar nu waren het voortaan de gemeenten die deels verantwoordelijk werden voor het realiseren van het beleid voor sociale vernieuwing. De gemeenten kregen van het Rijk een eigen budget, naar rato van het aantal doelgroepleerlingen 1 in de gemeenten. Daarnaast kregen de scholen rechtstreeks van het Rijk de gewichtenmiddelen. Verder konden gemeenten besluiten ook eigen middelen in te zetten 4 De kracht van meer taal

5 voor dit beleid; in veel gemeenten is dit gebeurd. De decentralisatie van het onderwijsachterstandenbeleid paste in een reeks van onderwijsbeleidsterreinen die overgedragen werden aan gemeenten. Op 1 augustus 1998 werd de Wet Gemeentelijk OnderwijsAchterstandenbeleid (GOA) van kracht. Achterstandsbestrijding, zo was inmiddels de overtuiging, vraagt om een integrale benadering, waarbij de middelen doelgericht worden ingezet, daar waar ze het hardst nodig zijn. Het beleid beoogt nu zoveel mogelijk de belemmeringen weg te nemen die leerlingen ondervinden die met een relatieve achterstand, als gevolg van sociale, economische en culturele factoren aan hun schoolloopbaan beginnen. Daarnaast richt het beleid zich op het voorkomen van onderwijsachterstanden. De problemen dienen lokaal en zoveel mogelijk in samenhang te worden aangepakt. Gedecentraliseerd beleid Ook in dit gedecentraliseerde beleid fungeert, net als in het eerder gevoerde landelijke beleid, een landelijk beleidskader (LBK) als stramien waarin de doelstellingen van het onderwijsachterstandenbeleid worden aangegeven. De doelen die in het landelijke beleidskader worden beoogd, richten zich niet alleen op het daadwerkelijk bestrijden van de achterstanden, maar ook op het realiseren van een samenwerking tussen onderwijs en andere sectoren. Inhoudelijk richt het beleid zich op de voor- en vroegschoolse periode, het beheersen van de Nederlandse taal, een vermindering van de verwijzing naar het speciaal onderwijs, een vermindering van schooluitval, evenredige deelname van doelgroepen aan het onderwijs, en het effectief volgen en registreren van lokale ontwikkelingen (monitoring). Over het gemeentelijk achterstandenplan en over de inzet van de gewichtenmiddelen moest de gemeente verplicht overleggen met de gezamenlijke schoolbesturen, dit werd het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) genoemd. Een gemeentelijk achterstandenplan moest worden opgesteld voor een periode van vier jaar. De eerste GOA-periode liep van , de tweede van In een rapport van het SCO Kohnstamminstituut (beleidsdoorlichting onderwijsachterstandenbeleid) over de periode 2002 tot 2008 lezen we: Aanvankelijk waren de GOA-plannen nogal beleidsarm en voldeden ze niet aan de verwachting van maatwerk en lokaal-specifek beleid. Bij de start van de tweede GOA-periode gingen de gemeenten meer eigen keuzes maken (Karsten e.a., 2003). De decentralisatie van het onderwijsachterstandenbeleid kreeg zijn beslag. Is het beleid effectief? De onderzoekers van het SCO Kohnstamminstituut vinden het lastig om die vraag rechtstreeks te beantwoorden. Om achterstanden te bestrijden, worden immers meer beleidsinstrumenten ingezet dan alleen de gewichtenregeling. Ook het beleid met betrekking tot Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), de inzet van schakelklassen en de inzet van andere GOA-middelen, respectievelijk eigen middelen van gemeenten en schoolbesturen zijn bedoeld om onderwijsachterstanden te bestrijden. De bijdrage van de afzonderlijke beleidsinstrumenten valt moeilijk te isoleren. In de tweede plaats is de gewichtenregeling een algemene regeling, die voor alle doelgroepleerlingen geldt. Er kan dus geen vergelijking worden gemaakt met doelgroepleerlingen die niet van de regeling gebruik (kunnen) maken, en we kunnen derhalve niet beschikken over onderzoek waarin de interventie gewichtenregeling aan een effectevaluatie is onderworpen. Wel kan worden geconcludeerd, aldus het onderzoeksinstituut, dat over een langere periode bezien (de onderzoeken gaan over gegevens uit de periode ) er een positieve ontwikkeling te zien is in zowel de taal- als de rekenprestaties van allochtone doelgroepleerlingen, hoewel de 0.9-leerlingen voor taal nog altijd de laagste scores behalen in groep 8 (ook lager dan de 0.25 leerlingen). Voor autochtone doelgroepleerlingen zijn er geen positieve ontwikkelingen in prestaties die in het basisonderwijs worden behaald (ze halen geen achterstand in), althans niet bij de groep die na de aanscherping van het 0.25 gewicht nog tot deze doelgroep behoort. De doorstroom naar hogere vormen van voortgezet onderwijs verbetert wel voor autochtone en allochtone doelgroepleerlingen, maar hun achterstand op dit gebied blijft, omdat ook niet-doelgroepleerlingen vaker naar hogere vormen van voortgezet onderwijs gaan. Over een langere periode bezien, is er een positieve ontwikkeling te zien in zowel taal- als rekenprestaties van allochtonen Etniciteit speelt geen rol meer In 2006 is de gewichtenregeling aangepast. Mede op basis van advies van de Onderwijsraad is hierin het opleidingsniveau van de ouders als de belangrijkste voorspeller en als enige factor voor het ontstaan van onderwijsachterstanden opgenomen. De factor opleidingsniveau kent twee verschillende zwaartes of gewichten. Zo ontvangt de school met een leerling van wie de ouders maximaal twee jaar voortgezet onderwijs hebben gevolgd 30% extra financiering bovenop het reguliere budget (gewicht is 0,3). En voor leerlingen van ouders met maximaal basisonderwijs ontvangt een school 120% (gewicht 1,2) bovenop het reguliere budget. Etniciteit is als richtsnoer weggevallen. Maar, aldus minister Van Bijsterveldt in een reactie op Kamervragen, wat Roeleveld aantoont (onderzoeker van het SCO Kohnstamminstituut) en wat ik onderken, is dat etniciteit er toe doet. In een eerdere studie echter concludeert Roeleveld ook dat het opleidingsniveau van ouders als belangrijkste variabele effect heeft op de onderwijsresultaten. Mede daarom heeft uw Kamer in 2006 met grote meerderheid ingestemd met de modernisering van de gewichtenregeling, waarin sindsdien het opleidingsniveau het hoofdbestanddeel vormt en etniciteit geen criterium meer is. Cirkel rond Zo lijkt het of de cirkel in het achterstandsbeleid weer rond is. Waar het in de vorige eeuw begon met de achterstand van kinderen uit arbeidersgezinnen is het beleid terug bij achterstand als gevolg van ouders die een geringe opleiding genoten hebben. De rijksoverheid is nog steeds een belangrijke speler in het achterstandsbeleid omdat zij middelen ter beschikking stelt om leerlingen extra onderwijsaandacht te geven. In welke mate gemeentelijk beleid helpt om achterstand te verkleinen, kan niet met zekerheid worden gezegd. In ieder geval is wel duidelijk dat gerichte aandacht in het onderwijs voor achterstand, voor vormen van opbrengstgericht werken, voor versterking van taal en lees en rekenonderwijs, bijzonder effectief is. De school doet er toe! 1 Het LBK kende vier categorieën: - Kinderen van laag opgeleide autochtone ouders (gewicht 0,25) - Schipperskinderen (gewicht 0,4) - Woonwagen- en zigeunerkinderen (gewicht 0,7) - Kinderen met laagopgeleide allochtone ouders (gewicht 0,9) De kracht van meer taal 5

6 Zeki Arslan: Toekomst is meertalig Over onderwijs in de tweede taal De beheersing van de taal, mondeling en schriftelijk, is een belangrijke voorwaarde voor een goede deelname aan de samenleving. Als zich op dat vlak in de ontwikkeling van jonge mensen problemen voordoen, is het van groot belang dat het onderwijs die problemen signaleert en gericht aanpakt. FORUM, onafhankelijk kennisinstituut op het terrein van multiculturele vraagstukken, volgt met grote aandacht de opbrengsten en effecten van het taalonderwijs omdat die van groot belang zijn voor de integratie van jongeren van allochtone afkomst in de Nederlandse samenleving. In het kader van deze speciale uitgave van FORUM over de aanpak van taalachterstand in de basisschoolleeftijd vond een gesprek plaats met Zeki Arslan, programmamanager Onderwijs & Arbeidsmarkt van FORUM. Zeki Arslan legt uit waarom FORUM besloten heeft een speciale uitgave te wijden aan taalachterstand. We willen met het magazine de aandacht vestigen op de positie van de scholen, maar ook op die van leraren, die werken met kinderen uit een meertalige omgeving. Hoe gaan we met die meertaligheid om? Een ander aandachtspunt in deze uitgave is de specifieke vraag naar het taal- en cultuurbeleid van scholen. De vraag welke instructie nodig is, welke inspanningen, investeringen en leerplannen noodzakelijk zijn, zodat de leerkracht op basis van zijn inzicht en het profiel van zijn leerlingen invulling kan geven aan de ambities van de school. Eigenlijk willen we, kort samengevat, scholen en leraren, aanmoedigen om hun huidige taalbeleid, in het verlengde van de eigen ambities, tegen het licht te houden om de effectiviteit ervan te verhogen. Aandacht voor taalonderwijs is goed Arslan schaart zich achter de landelijke ambities met betrekking tot het taalonderwijs. Maar het is steeds de vraag hoe je die ambities waarmaakt in scholen, buurten en wijken die onderling zeer verschillend zijn. We hebben landelijke ambities, maar Op de lange termijn worden we steeds meertaliger. de leef- en leeromgeving en de leerlingenpopulatie van scholen verschillen. Je moet dus heel goed kijken hoe je met het taalbeleid, het taalonderwijs, omgaat in relatie tot de economische samenstelling van de ouderpopulatie, de meertaligheid van die 6 De kracht van meer taal

7 groep, en de kwaliteit van middelen en personeel. Dat moet je goed bij je analyse en aanpak betrekken. De afgelopen jaren was er weinig aandacht voor de wetenschappelijke toetsing van interventies en hun effectiviteit in relatie tot meertaligheid. Dat onderwerp is vrijwel van de agenda afgevoerd. In het OALTbeleid, (Onderwijs Allochtone Levende Talen) dat in 2004 werd afgeschaft, was de discussie over de balans tussen eerste en tweede taal tamelijk actueel. De inzet en aanpak van de docent in de eerste taal ondersteunde die van de docent in de tweede taal. Je moet vaststellen dat de wetenschappelijke en beleidsmatige aandacht is afgenomen. Het vraagstuk is alleen ingewikkelder geworden, mede door de toestroom in de laatste tien jaar van kinderen uit Midden- en Oost-Europese landen. Die meertaligheid heeft een enorme impact op je taalonderwijs. Rationeel beleid In het Nederlandse onderwijs is een tijdlang bijzondere aandacht besteed aan meertaligheid. Het lijkt of de gedachte nu overheerst dat het met die bijzondere aandacht maar eens afgelopen moet zijn. Dat lijkt op een soort van zakelijk standpunt. Ik weet niet of dat zakelijkheid is, of een gebrek aan inzicht, stelt Zeki Arslan. Het gaat tenslotte om kinderen die je een zo groot mogelijk kans wilt bieden op integratie en ontwikkeling. Het draait dan om de vraag hoe je het meest effectief met meertaligheid kunt omgaan. Het is de vraag wat het beste werkt, wat de relatie is met de eerste taal, wat kun je of moet je thuis doen? Hoe ga je om met de tweede taal? Ben je tegen een tweede taal? Nee, absoluut niet. Hoe scherp je het onderwerp dan aan? Het is een onderschatting om te denken, dat ouders uit die gemeenschappen niet bezig zijn met de vraag hoe kan mijn kind de tweede taal goed leren?. Maar als het gaat om bepaalde groepen minderheden, worden we soms emotioneel en zeggen we dat we die taal niet willen. Zeggen we dat tegen Engelsen ook? Tegen Amerikanen? Tegen Friezen? Ik probeer iedereen ervan te overtuigen die emotionaliteit los te laten en die vragen meer rationeel te benaderen. Wat heb je nodig om die ouders en kinderen te betrekken bij het verbeteren van de leeropbrengsten van Nederlands als tweede taal? Hoe kun je ruimte en perspectief bieden, daar gaat het om! Samen met ouders Zeki Arslan hamert er voortdurend op vooral de ouders een belangrijke rol te geven bij het verbeteren van de opbrengsten van het taalonderwijs. Iets dat ook door onderwijsminister Van Bijsterveldt wordt benadrukt. Als je een model en beleid ontwikkelt, geef ouders dan een rol. Als je de gewichtenregeling ziet als een instrument, als hulpmiddel, rekening houdend met het opleidingsniveau van de ouders, geef ze dan inspraak en betrokkenheid bij de inzet van die middelen. Bijvoorbeeld voor het verbeteren van de taalprestaties van kinderen. Geef ze verantwoordelijkheid en ondersteun ze daar in. Als je ze erbij betrekt, maak je een enorme slag. Er zijn scholen die nog niet zover zijn om ouders bij het taalbeleid te betrekken. Dus ik blijf er aan vasthouden dat we die slag moeten maken. Dat staat ook in de bestuursakkoorden met de sectorraden (primair en voortgezet onderwijs). Arslan spreekt met grote passie over de kracht van samenwerking tussen scholen en ouders. Hij gelooft in de effectiviteit van een actieve gedachtewisseling met ouders over tweetaligheid. De hulp en deskundigheid van het onderwijs is onontbeerlijk. Het zou in die gedachtewisseling niet moeten gaan om een keuze tussen de eerste en tweede taal. Voor ouders is de eerste taal een recht, maar de tweede taal is een plicht. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om kinderen in hun ontwikkeling te helpen. De voorschool is daarin mijns inziens van grote betekenis. Wat moet er gebeuren? FORUM is blij met het grote accent in onderwijsbeleid en scholen op versterking van het taalonderwijs. Zeki Arslan benadrukt dat nog maar eens. Maar er kunnen nog wel een paar slagen in beleid en de aanpak van scholen worden gemaakt. Arslan zet de aanbevelingen van FORUM nog een keer op een rij: Het gaat tenslotte om kinderen die je een zo groot mogelijk kans wilt bieden op integratie en ontwikkeling. Betrek ouders bij het taalonderwijs van hun kinderen, betrek de wetenschap bij onderzoek naar effectieve modellen, de meest effectieve aanpak, kies voor een gerichte en effectieve inzet van gewichtengelden, ondersteun leraren bij het verwerven van deskundigheid in het omgaan met meertaligheid, ondersteun scholen bij de ontwikkeling van het taalonderwijs. Geen eentalige cultuur meer In de afronding van het gesprek met Zeki Arslan gaat het nog even over het belang van meertaligheid. Op de lange termijn worden we steeds meertaliger. Wat de opbrengst betreft van het onderwijs in de nationale taal en het behoud van die taal, moeten we heel goed kijken hoe we, tussen nu en de komende jaren, met dit vraagstuk omgaan. Er bestaat geen school meer die zich kan presenteren als mono-ethnische taalgroep. Arslan wijst in dit verband op de economische en politieke ontwikkelingen in het Europese continent. De Oost-Europeanen komen met honderdduizenden binnen. Ik denk dat we afstand moeten nemen van dat beeld van mono-etniciteit. Hoe vreemd het misschien ook klinkt, maar daarmee kunnen we geen goed onderwijsbeleid voeren. We zullen rationeel moeten kijken naar wat de wetenschap ervan zegt. Je zou je kunnen voorstellen dat het taalbeleid van scholen op basis van een analyse of meetinstrument om de paar jaren even tegen het licht gehouden wordt, in relatie tot alle politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. De kracht van meer taal 7

8 Geef kinderen de tijd voor de opbouw van hun hardware Sieneke Goorhuis-Brouwer vindt dat er in het huidige beleid onvoldoende gekeken wordt naar de neurologische ontwikkeling van kinderen. In de eerste zes jaar moeten in de hersenen de primaire sensorische gebieden worden opgebouwd. Dit noemt zij de hardware van kinderen. Ze pleit er voor kinderen de tijd te geven voor de ontwikkeling van de hardware. En pas daarna aan de slag te gaan met de software: lezen, schrijven en rekenen. Kinderen leren, in die eerste zes jaar, de woorden van de taal, de zinnen van de taal, leren een logisch verhaal op te bouwen en krijgen de klankstructuren onder de knie. Aan het eind van groep 2 moet je dan verwachten dat kinderen goed sprekend en goed verstaanbaar een logisch opgebouwd verhaal kunnen vertellen. Dat behoort tot de hardware van het kind. De hele hardware is een ondeelbaar geheel van motorische ontwikke- Profiel Sieneke Goorhuis-Brouwer Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer was tot vorige zomer werkzaam als orthopedagoog en spraakpatholoog in het UMCG ( afdeling KNO/Communicatieve stoornissen bij kinderen). Zij verrichtte onderzoek naar de epidemiologie van spraak- en taalproblematiek, de diagnostische processen bij spraak- en taalproblematiek en de effecten van spraak- en taalproblemen op de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. ling, taalontwikkeling, denkontwikkeling en opbouwen van zelfvertrouwen. Pas als die hardware klaar is, gaan in de hersenactiviteit de associatiegebieden zich ontwikkelen. Die ontwikkeling van de associatiegebieden is in feite de installatie van de software, dus lezen, schrijven en rekenen. Opbouw hardware De opbouw van die hardware voltrekt zich spontaan in een wisselwerking met de omgeving, en daar is niet zo heel veel aan te sturen. Kinderen doen dat in hun eigen tempo. Er zijn kinderen die de gesproken taal onder de knie hebben als ze drie jaar zijn, maar dat is slechts 10%. De helft van de kinderen (50%) kan dat als ze vier jaar zijn. Maar 90% beheerst het pas als ze tussen de vijf en zes jaar zijn. Dit zijn allemaal normale spreidingen en zegt niks over hoe snel het kind later leert lezen. Het betekent alleen maar dat je die mijlpalen moet ontwikkelen, die horen bij de hardware, en pas daarna kun je ook de stap naar de software doen. Maar het is niet zo, dat die snelle kinderen dan ook klaar zijn, op hun derde, om te leren lezen, waarschuwt Goorhuis-Brouwer. Zo werkt het niet, want het hangt ook af van de denkfase waarin ze zitten, het hangt ook af van de motoriek die ze ontwikkelen en dat kunnen kinderen in verschillende tempi doen. Er kunnen kinderen zijn die heel snel zijn in praten, maar wat langzamer in de motoriek, dat kan. Je moet je dus ook niet blind staren op alleen die taalontwikkeling, maar je moet in die vroege fase dat hele kind bekijken in zijn motoriek, taal, denken en zelfvertrouwen. Installatie software Sieneke Goorhuis-Brouwer is vorige zomer met haar praktijkwerkzaamheden gestopt. Jarenlang ontving ze dagelijks tientallen kinderen met spraak- en taalproblemen. Ze zag steeds grotere aantallen kinderen langs komen, steeds jonger en steeds vaker met een deuk in het zelfvertrouwen. In het onderwijs wordt te veel geprobeerd de softwarepakketten te installeren als die hardware nog niet klaar is. Ja, dan lopen computers vast en dus kinderen lopen ook vast. De slimme kinderen lopen niet vast, maar juist de risicokinderen. Als de politiek wil dat de Cito-scores omhoog gaan, en dan sta ik aan hun kant, moet je zorgen dat je de hardware ontwikkelt op een manier die passend is en dat doe je door voor te lezen, door te rijmen, door te zingen, door te praten, heel gewone dingen. En door vrij te spelen. Een promotieonderzoek heeft aangetoond dat kinderen juist in het vrije spel en in het fantasiespel met elkaar hun taal ontwikkelen, omdat ze dan hun taal heel creatief gebruiken. Het vrije spel moet veel aandacht hebben, het praten met 8 De kracht van meer taal

9 kinderen moet veel aandacht hebben en dan ontwikkel je ook het zelfvertrouwen van kinderen. Maar als je 4-jarige kinderen met letters confronteert, en juist de zwakke kinderen snappen dat niet, zaag je aan hun zelfvertrouwen. Dat maakt die hele hardware kapot. Je moet je dus ook niet blind staren op alleen die taalontwikkeling, maar je moet in die vroege fase dat hele kind bekijken in zijn motoriek, taal, denken en zelfvertrouwen. Hoe ontwikkelt gesproken taal zich dan bij een kind en hoe kun je dat ondersteunen? In het allereerste levensjaar gaat een kind klanken en klankpatronen van de taal herkennen en ontdekken. Dat merk je aan de geluidjes die ze maken, die steeds meer gaan lijken op de klanken en klankpatronen die in de eigen taal worden gebruikt. Er is wel een voorwaarde dat het kind goed moet horen, want als het kind niet goed hoort, kan het die klanken niet waarnemen. Een andere voorwaarde is dat het kind zich gehecht weet, dus sociaal-emotioneel letterlijk en figuurlijk op handen wordt gedragen. En dus gericht kan zijn op de wereld om zich heen. Je praat tegen het kind, lacht hem toe, hij kan zich richten op de omgeving, luisteren en kijken. Kortom, je doet die dingen met je kind en daardoor wordt het denken op gang gebracht. Dat eerste denken is op dat moment nog de sensomotorische intelligentie. Ze stoppen alles in hun mond om te voelen wat het is. Die eerste denkontwikkeling is heel erg gebonden aan: wat hoor ik, wat zie ik, wat voel ik. Kiekeboe Als ze ongeveer één jaar zijn, maken ze een denkstap en die denkstap leidt tot een stap in de taalontwikkeling. Ze ontdekken bewust de wereld buiten zichzelf. Dus als een kind vóór 1 jaar met iets speelt en het laat het vallen, dan is het weg. Maar nu gaan ze zoeken: ik had net wat in mijn handen, waar is dat gebleven? Een kind dat gaat zoeken, heeft een denkstap gemaakt. Een kind dat kiekeboe gaat spelen, laat zien dat het die denkstap maakt. Dat kiekeboespel is heel belangrijk, want dat kind toetst voortdurend de hypothese: als ik het niet zie, is het er dan toch nog? De tweede stap, die samengaat met dat kiekeboespel, is dat kinderen door hebben dat alle klanken en klankpatronen die ze opgevangen hebben, betekenis hebben. Symboolbewustzijn is dat. Ze krijgen door dat er woorden zijn. Dat zie je dan ook, want ze gaan wijzen. Ze kunnen nog niet praten, maar je ziet wel opeens dat handje en dat wijst naar iets en dan reageer je: lamp, boom. Doordat die denkstap gemaakt is, begint vanaf ongeveer het eerste jaar de opbouw van het persoonlijke woordenboek van een kind. In die fase is het heel belangrijk dat ouders dingen benoemen: beer, opa, auto. Ook is het belangrijk dat je met eenvoudige prentenboeken aan de gang gaat, zodat je kunt aanwijzen: eekhoorn, paddenstoel. En als dat woordenboek zich opbouwt, gaan kinderen tussen 13 en 18 maanden ook hun eerste woordjes zeggen. Dat is altijd een feest en het gaat ook ineens heel hard. Een kind zegt dan bijvoorbeeld: toos. Dan zeg jij: Ja, dat is de matroos, die kan varen. Dus je zet dat woord in een hele zin, in een context. Daardoor krijgt het kind de gelegenheid om niet alleen nog meer woorden op te bouwen, maar krijgt hij ook besef van het grammaticale systeem van onze taal, dus hij leert zinnen en zinspatronen te herkennen. Symboolbewustzijn Als kinderen 2/2,5 jaar zijn, zullen ze met hun eerste zin beginnen, de tweewoordzin eerst: papa auto - papa is met de auto weg of ik wil met papa in de auto. Televisie niet : hier is geen televisie. Ouders gaan dan weer in op die tweewoordzinnen van dat kind en breiden dat uit. Het gaat eigenlijk vanzelf. Als je nu maar praat en antwoord geeft en het steeds in een context zet, gaat die taalontwikkeling door. Door die taalontwikkeling komt het denken op gang. Het is een voortdurend en interactief proces. Ze gaan nadenken over woorden: de woordenschat groeit. En daarmee groeit de cognitie. Zo groeien die kinderen van die sensomotorische intelligentie via dat symboolbewustzijn, waar ze nog geen reflectie hebben, uiteindelijk naar een denksysteem. Schadelijk In de vroege periode van de ontwikkeling van het kind kun je heel veel fout doen en de gedachte baat het niet, dan schaadt het niet gaat niet op. Het schaadt wel als je een verkeerde methode gebruikt voor jonge kinderen. Peuter- en kleuteronderwijs moet echt nog geen onderwijs zijn. Dat moet het stimuleren zijn van de eigen ontwikkeling van kinderen. Goed observeren, aansluiten bij wat het kind laat zien en dan uitdagen om een stapje verder te gaan. Ouders doen dat vanzelf. Als een kind toe is aan lopen, zien ouders dat en pakken het kind bij de handjes en gaan stap voor stap voor stap door de kamer. Dat is wat je moet doen: aansluiten bij wat een kind laat zien en als hij het nog net niet kan, stimuleren om het wel te doen. Heeft tweetaligheid enige invloed op de taalontwikkeling van kinderen? Tweetaligheid is vanuit de ontwikkeling van de hardware van de taal geen enkel probleem. Je moet wel in contact komen met beide talen. Het is belangrijk dat beide talen in een zeker evenwicht aangeboden worden. Vandaar dat ik er voorstander van ben dat allochtone kinderen gewoon hun eigen taal spreken, maar vroeg naar een Nederlands sprekende peuterspeelzaal gaan. Het is belangrijk dat ze daar in het Nederlands benaderd en opgevangen worden. Je moet van die kinderen eisen, dat ze Nederlands terugspreken. Daarin zijn we halfslachtig geweest en we hebben te gemakkelijk geaccepteerd dat ze geen Nederlands spreken. Tweetaligheid is geen enkel probleem als de talen gebonden worden aan een persoon, een situatie of een tijdstip. De persoon kan zijn: vader spreekt de ene taal, moeder spreekt de andere taal. De persoon kan ook zijn: vader en moeder spreken thuis de ene taal, juf op school spreekt de andere taal. Dat is voor het kind wat overzichtelijker, dan gaat het helemaal goed. Als je nu maar gewoon accepteert, dat een tweetalige opvoeding voor kinderen heel normaal is, dat dat echt heel goed kan. Je zou peuterspeelzalen gratis moeten maken voor allochtone kinderen, waar ze met boekjes in aanraking komen, waar Nederlands met hen wordt gesproken, waar ze kunnen spelen, waar ze door spelen tot spelen uitgedaagd worden. Je doet dan veel meer voor die kinderen dan de voor- en vroegschoolse educatie doet. De VVE is veel te veel gefocust op dat specifieke lezen en schrijven. De kracht van meer taal 9

10 Ouders over taalontwikkeling Emin had inmiddels wel een achterstand van twee jaar In dit magazine vertellen taalwetenschappers over taal, taalbeleid en taalachterstand. De scholen vertellen over het taalonderwijs in de praktijk. Maar we willen ook een andere kant belichten. Hoe kijken ouders aan tegen taal en taalachterstand. Aan het woord zijn vier moeders met verschillende achtergronden, elk met hun eigen ervaring met de Nederlandse taal, met onderwijs en elk met hun eigen aanpak in de opvoeding van hun kinderen. In dit artikel is Kamile aan het woord. Een hoogopgeleide moeder van Turkse afkomst met twee zoons, een van 17 en een van 11. het Turks. Met het Nederlands ben ik gewoon op school in aanraking gekomen. Mijn man was de Nederlandse taal toen niet machtig, en dus het was voor ons wat gemakkelijker om te zeggen: eerst even de Turkse taal, zodat Emin die goed beheerst en onder de knie krijgt. Het Nederlands zou hij wel op school krijgen. We waren wel heel bewust bezig met taal. Kijk, als het niet kan, dan kan het niet. Maar ik, als ouder zijnde, wist gewoon wat hij kon. Kamile Adali (35) is geboren en getogen in Hengelo. Op haar vijftiende trouwde ze met haar Turkse man Mustafa, die pas op zijn negentiende naar Nederland kwam. De taalontwikkeling van hun zoons Emin (17) en Emre (11) hebben ze bij allebei anders aangepakt. Toen ik zwanger werd van Emin, dachten we wat doen we met die taal? Ik was eentalig opgevoed, in Wrijving We verhuisden destijds naar deze wijk, een vrij blanke wijk, en op school kwam Emin in de klas bij een jonge leraar die totaal geen ervaring had met allochtone kinderen. Hij was de enige allochtoon in de klas. Dat veroorzaakte wrijving. De leerkracht vroeg zich af of de achterstand een mentale oorzaak had. Ik dacht: waar heb je het over?! Er ontwikkelde zich een strijd tussen thuisfront en school. Uiteindelijk heb ik hem van die school afgehaald. We speelden met de gedachte om terug te keren naar Turkije, wat we ook hebben gedaan. Mijn ouders zijn in 2002 met Emin teruggekeerd. Hij is twee jaar bij mijn ouders gebleven, totdat wij ook teruggingen naar Turkije. Maar na een half jaartje keerden ze weer terug naar Nederland. Taal goed kennen We keerden terug naar Nederland en wisten dat we zouden blijven, het was goed zo. Maar Emin, die toen 8 was, had inmiddels wel een achterstand van twee jaar en begon al jong met puberen. We hebben heel veel strubbelingen gehad. Hij kon zich niet uiten. Toen Emre geboren was, hebben we bewust gekozen om hem tweetalig op te voeden. Mustafa sprak thuis Kamile zelf Ik ben op mijn vijftiende getrouwd, terwijl ik nog op de mavo zat. Maar ik moest er af, toen ik ging trouwen. Toen dacht ik: Dit is niet wat ik wil. Ik heb op mijn zestiende de moedermavo gedaan en en een maand nadat ik daarmee klaar was, werd Emin geboren. Daarna heb ik een secretaresseopleiding gevolgd. Ik werkte vervolgens 9 jaar bij de KPN in verschillende functies, was tijdelijk commercieel medewerkster en binnendienstmedewerkster. Daarna kwam de periode dat we in Turkije woonden. Vlak voor die periode heb ik nog als secretaresse bij een advocatenkantoor gewerkt. Toen we weer terugkwamen, heb ik bewust gezegd: Ik ga nu even niet werken. Maar ik ben uiteindelijk niet iemand die stil blijft zitten, dus deed ik vrijwilligerswerk, veel bij school, in de OR en de MR, en in het bestuur van de moskee. Op dit moment werk ik als groepsbegeleider op een zorginstelling. Afgelopen juni heb ik de opleiding sociaal pedagogisch medewerkster niveau 4 afgerond. Ik wil daar nog wel mee verder, eventueel op hbo-niveau. 10 De kracht van meer taal

11 Turks, ik Nederlands, nu nog. Vooral toen hij heel erg jong was, verdiepte ik me in de vraag hoe ik mijn kind woorden moest bijbrengen. Het is wel heel intensief om tweetalig op te voeden, daarbij is het ook heel erg belangrijk dat sowieso één van de ouders de Nederlandse taal goed kent. Want als je je kind ook weer gebrekkig Nederlands aanleert, dan is het moeilijk om de taal alsnog goed te leren. Als je het zelf niet goed beheerst, dan is het moeilijk om het over te brengen. Mijn man las vroeger veel voor, maar dat deed hij gewoon in het Turks. Even met een boekje op de bank, of voor het slapengaan. Gewoon tien minuten, een kwartiertje er mee bezig zijn. Dat is zo belangrijk voor de ontwikkeling van je kind. Je moet gewoon de basis leggen, dat kun je niet van een school of van een instantie verwachten. Thuis moet je die basis leggen. Zo vroeg mogelijk. Emoties uiten De jongste heeft een veel grotere woordenschat dan de oudste. Ik merk gewoon dat de oudste, als hij zijn emoties wil uiten, dat in het Turks doet. De jongste praat aan één stuk door Nederlands. Als ik al Turks met hem praat, krijg ik in het Nederlands antwoord. Hij begrijpt het Turks allemaal wel, maar hij spreekt het liever niet. Het kost hem veel moeite om die schakeling te maken. Dat heeft natuurlijk ook heel erg met het karakter van het kind te maken, hoe dat is ontwikkeld. De oudste heeft veel moeite met luisteren, die is visueel ingesteld en de jongste meer auditief. Emre doet het ook goed op school, wat taal en lezen betreft, zit hij op AB-niveau. Wat rekenvaardigheden zit hij nu ongeveer op het niveau van midden groep 8, ondanks dat hij in groep 7 zit. Dat hogere niveau wordt hem extra aangeboden. IQ-test Bij terugkomst in Nederland kozen Kamile en Mustafa een nieuwe school voor Emin. Uiteindelijk ben ik op CBS de Bron terechtgekomen, een christelijke basisschool. Bij terugkomst startte de oudste in groep 6. En ik moet zeggen, ik heb daar echt genoten. Wat taal betreft heeft deze school zoveel hulp geboden. We kregen extra stof voor thuis mee. Of de interne begeleiding haalde hem even uit de klas voor tien minuten of een kwartiertje per dag, zodat hij extra luistervaardigheden kreeg. Er is een volledig stappenplan opgezet om bepaalde vaardigheden te krijgen, want hij had destijds wel het stempel van speciaal onderwijs gekregen. Maar bij een particuliere instelling heeft Emin een IQ-test gedaan. Die bevestigde dat hem niets mankeert. Wij hebben bij zijn overgang naar het voortgezet onderwijs een heel gesprek gehad met de school waar hij heen wilde. En ondanks zijn heel lage CITO-score, is hij ingestroomd op de havo en hij doet dit jaar eindexamen. Hij heeft er heel veel voor moeten doen. Maar het zit dus in hem en dat kan er dus uit. Kijk, als het niet kan, dan kan het niet. Maar ik, als ouder zijnde, wist gewoon wat hij kon. Marianne Verhallen: Een middagje woordenschat is onvoldoende Marianne Verhallen vertelt in deze bijdrage, dat ze meer dan eens wordt gebeld om een middagje woordenschat te komen doen. Ze legt scholen uit dat één middagje echt niet voldoende is. Ze pleit voor een schoolbrede aanpak woordenschatontwikkeling vanwege het belang hiervan voor de taalontwikkeling. Als kinderen met een beperkte woordenschat aan het basisonderwijs beginnen, kan goed onderwijs ervoor zorgen dat datzelfde kind niet aan het eind van de basisschool met een achterstand kampt van 1 of 2 jaar. Marianne Verhallen is in de kringen van het primair onderwijs een bekende naam. Ze ontwikkelde een eigen aanpak van het woordenschatonderwijs. Dat klinkt alsof het gaat om een onderdeel, een aspect van het taalonderwijs. Dat is waar, beaamt Verhallen, maar tegelijkertijd is het belang van de woordenschatontwikkeling van kinderen zo groot dat je er goed aan doet om het tot een integraal onderdeel te maken van alle vakken. Om het belang van woordenschatonderwijs te onderstrepen, verwijst Verhallen veelvuldig naar onderzoek. Ze De kracht van meer taal 11

12 noemt de naam van Catharine Snow, professor in Harvard, die een lans breekt voor goed taal- en leesonderwijs. Er is, volgens Marianne Verhallen, veel te weinig oog voor de relatie tussen woordenschat en denken. Veelal zijn alleen taalkundigen met taal bezig, terwijl het eigenlijk ook gaat over Het Ei van Columbus In het project Ouderparticipatie en Taalontwikkeling - Het ei van Columbus zijn de activiteiten rond woordenschatontwikkeling van kinderen op de Voor- en Vroegschoolse Educatie verbonden met activiteiten rond woordenschat- en taalontwikkeling van de ouders. Het project vergroot ook de educatieve competentie van de ouders. Zowel de leerkrachten, de kinderen als de ouders hebben materiaal in handen om te werken aan woordenschat- en taalontwikkeling. Met geschreven taal kom je los van het hier en nu! de wijze waarop mensen leren. De cognitieve psychologie biedt wat dat betreft interessante theorieën over hoe mensen leren en hoe het kennissysteem wordt opgebouwd. De bestaande vakkenscheiding in het onderwijs zorgt er nogal eens voor dat taalontwikkeling en de ontwikkeling van de woordenschat blij- ven voorbehouden aan het domein van de taallessen. Verhallen pleit voor een integrale aanpak en dat is iets dat ze scholen leert die haar om ondersteuning en begeleiding vragen. Het gaat niet om een aparte methode, niet om een aparte aanpak, maar om een set van tools die je in alle vakken kunt gebruiken, heel systematisch. Op de bijna 350 scholen die ik nu heb getraind, wordt die manier van onderwijs heel serieus uitgevoerd en gaat het in alle vakken ook om woordinhoud en de didactische middelen die je altijd kunt toepassen. Een middagje woordenschat Marianne Verhallen vertelt dat ze meer dan eens wordt gebeld om een middagje woordenschat te komen doen. Ik vraag dan altijd meteen wat het doel is van zo n middag. Heel vaak krijg ik dan te horen dat het erom gaat dat leraren enthousiast zijn over het woordenschatonderwijs. Ik wijs ze erop dat het zonde is van het geld en van de tijd die je daaraan besteedt als het alleen om een middagje gaat. Als leraren enthousiast zijn voor het woordenschatonderwijs kost het meer tijd. Het betekent dat Verhallen aan de slag wil met een school als er echt tijd en ruimte komt voor een implementatietraject. In haar benadering van zo n veranderingstraject baseert Verhallen zich onder andere op de principes van Michael Fullan. Het gaat bij Fullan bij onderwijsverandering altijd om een new set of mind, om skills en om tools, en die leer je niet even in een middag aan. Zelf trainen we teams in ongeveer twee dagen of zes dagdelen. Eigenlijk weten ze dan alles over het woordenschatonderwijs, over de stappen daarin, over de didactische middelen en mogelijkheden 12 De kracht van meer taal

13 1 uur per week. Het is de vraag wat er straks in het nieuwe curriculum van de opleidingen over woordenschat terug te vinden is. Verhallen heeft er vooralsnog geen hoge verwachtingen van. Overigens is het de vraag of je van de opleidingen mag verwachtingen dat ze een rol spelen bij nieuwe vormen van onderwijs. Ze rekent haar aanpak van de woordenschatontwikkeling toch wel bij een vorm van onderwijsvernieuwing. Het vernieuwende is dat er meer wordt uitgegaan van een integrale aanpak van kennis en leren, en niet van een strikte scheiding in vakken en kennisgebieden. Woordenschat groot probleem Het begint met fonemisch bewustzijn (identificeren van klanken in woorden), woordenschat, begrijpend luisteren, kennis van de wereld. Dat zijn de factoren die begrijpend lezen voorspellen op latere leeftijd. Deze factoren zijn niet allemaal even belangrijk. Een groot probleem is de woordenschat. Een beetje taalvaardige volwassene kent ruim woorden. Daar moet dus tijd en aandacht naar toe. Dat geldt ook voor kennis van de wereld. Het is dus belangrijk om te praten over begrotingen, klimaatverandering, en andere brede onderwerpen. Wat noemen we een succesvolle school? Dat is een school waar leerlingen diepe kennis, kennis van de wereld, opdoen bij het lezen, volgens Harvardprofessor Catharine Snow. ervan. Vervolgens is er een implementatietraject van circa een jaar of anderhalf jaar noodzakelijk. In de meeste gevallen doen wij dat niet, maar wordt de begeleiding overgenomen door een schooladviesdienst die daarvoor gecertificeerd is. Je kunt het een beetje vergelijken met autorijden, meent Verhallen. Het vergt oefening om in je lessen die didactische vaardigheden toe te passen. Na twee dagen kun je en weet je alles. Leraren kunnen dan selecteren, semantiseren (uitleggen en toelichten van woordbetekenissen) en consolideren (vastleggen) en min of meer controleren. Maar het vergt tijd en oefening om je deze manier van onderwijs op een vanzelfsprekende manier eigen te maken. Wat schoolteams ongelofelijk helpt, is de opleiding of training van coördinatoren of interne begeleiders. Die collega s zijn dichtbij en kunnen vaak direct op vragen antwoord geven of ondersteuning bieden. Nieuw curriculum Leraren krijgen in hun opleiding te weinig mee over de ontwikkeling van de woordenschat, aldus Verhallen. Je ziet dat veel leraren, als ze het door mij geleerde in de praktijk toepassen, snel terugvallen op de manier van lesgeven die ze in hun onderwijsloopbaan hebben leren kennen. In de bestaande taalmethodes voor de basisschool zie je dat het onderwerp woordenschat toch te weinig krachtig is meegenomen. Verhallen vertelt over de pabo in Haarlem waar ze als docent Nederlands gewerkt heeft. Ook daar werkte de vakkenscheiding in het nadeel. Daar werd een blok van 5 uur, dat ze zeer succesvol samen met een collega gaf, na 2 jaar ingeperkt tot slechts Ouders In eerste instantie richten we ons op leraren. Dat is immers de groep waarop je greep hebt, en je kunt niet met succes allerlei zaken tegelijkertijd aanpakken. Ik houd mensen altijd een Engelse uitspraak voor over het belang van hun inzet. If not me, who than and if not now, when than? Leraren staan centraal bij het uitvoeren van een goede woordenschatinstructie. Maar het is duidelijk dat de betrokkenheid van ouders van groot belang is. Dat is ook wetenschappelijk bewezen. Verhallen verwijst naar het Columbusproject waarbij ze betrokken is en naar de wijze waarop ouders daarin bij het leesonderwijs worden betrokken. Het is van belang dat ouders in de klas komen en bijvoorbeeld de woordmuur zien en met dezelfde materialen werken die de kinderen gebruiken, dus een soort voorscholing krijgen. De kinderen krijgen de speelbladen mee in het Columbusproject en kunnen samen met de ouders aan het werk. Ze doen de versjes, de liedjes, samen en je ziet dat deze samenwerking een maximaal effect heeft. Het doel van het project is tweeledig. Omdat ouders voorgeschoold worden, gaan ze de taal beter beheersen en krijgen ze inzicht hoe ze met hun kinderen aan de slag kunnen en wordt het leren van kinderen gestimuleerd. Spreektaal en schrijftaal Marianne Verhallen benadrukt hoe belangrijk ze het vindt dat er boeken in huis zijn. Bij Columbus wordt gewerkt aan de uitgave van een boekje dat meegaat naar huis en dat daar ook zou moeten blijven. In veel gezinnen zijn geen of heel weinig boeken. Boeken zijn van groot belang, vooral voor de ontwikkeling van de schrijftaal. Enerzijds heb je woordenschat in de gesproken taal, maar je hebt natuurlijk ook een woordenschat in de geschreven taal. Met geschreven taal kom je los van het hier en nu! Er zijn woorden die je in de gesproken taal nauwelijks gebruikt, maar in de geschreven taal wel. De kracht van meer taal 13

14 De Profijtklas in Amersfoort Extra aandacht voor talenvolle, slimme kinderen met een achterstand Openbare basisschool t Spectrum uit Amersfoort staat in een prioriteitswijk wijk van Amersfoort. Het is een school die naast de schooltijd veel organiseert voor de leerlingen. Eén van de zaken die ze organiseren is De Profijtklas. Een project van FORUM en de stichting Kinderpostzegels Nederland, dat de kansen in het vervolgonderwijs en de leerprestaties vergroot door middel van extra onderwijs voor talentvolle leerlingen. Dit project is nu drie jaar in volle gang en geeft talentvolle leerlingen uit groep 6, 7 en 8 met een achterstand in taal en/of rekenen de kans het beste uit zichzelf te halen door extra taal- en rekenlessen. Daarnaast besteedt De Profijtklas de nodige aandacht aan de motivatie, het zelfvertrouwen en de sociaal-culturele oriëntatie. De Profijtklas kwam toevallig langs, ik werd gebeld door FORUM met de vraag: Heb je interesse, we willen vijftig scholen mee laten doen? Directeur Ad Goenee vertelt over een inmiddels florerende Profijtklas op basisschool t Spectrum in Amersfoort. We hadden al twee huiswerkklassen, waarin kinderen op maat geholpen worden met een strategie bij leren en begrijpend lezen. Dat is niet precies hetzelfde als De Profijtklas, maar leerlingen hebben er wel veel profijt van. FORUM reageerde positief en gaf aan dat we mee mochten doen. De huiswerkklas nemen we er gewoon in op en langzamerhand kunnen jullie dat omvormen tot een echte Profijtklas. Het was tenslotte nog het pilotjaar. OBS t Spectrum heeft eerst de huiswerkklas uitgebouwd en een groepje van zes leerlingen extra les gegeven. Acht collega s hebben drie weken achter elkaar extra les gegeven, na schooltijd. Dat gebeurde op onderwerpen die door de collega van groep acht waren aangewezen, omdat het bij die onderwerpen altijd mis ging. Het ging bijvoorbeeld over grafieken lezen, informatie verwerking en begrijpend lezen bij rekenen, de bekende belemmeringen. Die kinderen kregen gewoon een extra boost. Heel simpel, maar wel heel doeltreffend voor een groepje van zes kinderen. Ik geloof dat vijf van de zes beter gescoord hebben dan de verwachte Cito-uitslag die in groep zeven was gemaakt. Het was een klein tussenstapje om te kijken hoe het De kinderen krijgen een extra stimulans. liep. Dit jaar heeft de school voor het eerst echt de screening gedaan van de kinderen in groep zes, zeven en acht. De gescreende kinderen moeten solliciteren om in aanmerking te komen voor De Profijtklas. Ze moeten gemotiveerd zijn. Ook van de ouders wordt commitment gevraagd. Het is een luxe voor deze leerlingen en hun ouders, want je krijgt tot de zomervakantie extra les en als je het goed blijft doen om dat niveau vast te houden, volgend jaar weer. Goenee vertelt enthousiast over zijn school en de wijze waarop kinderen in het zadel gezet worden. We hebben nu zeventien kinderen gekozen. Kinderen met een hoge C, lage B score. Het zou toch zonde zijn als die kinderen af moeten haken als het wat abstracter en moeilijker wordt. Schoolprofiel OBS t Spectrum is een oude fusieschool in de wijk Schuilenburg in Amersfoort. Een oude wijk in de armste buurt van Amersfoort, met een gemêleerd publiek, waarvan een behoorlijk deel (10-20%) te kampen heeft met zware problematiek. Dat betekent huiselijk geweld, drugs, alcohol en prostitutie. Er zit van alles verspreid in de flats van de wijk. De school heeft leerlingen van negentien verschillende landen van herkomst, maar mist de autochtone Nederlanders een beetje. We hebben 250 kinderen op school; dertien groepen met een gemiddelde groepsgrootte van rond de twintig. Het is een brede school, met in het pand ook de peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, interne logopedie en de schooldokter en dergelijke. Directeur Ad Goenee is trots op zijn school: Het is een heel mooie school. Ik vind het een cadeau voor kinderen in deze oude, arme wijk, dat er echt moeite is gedaan om een mooie, moderne school met elektronische schoolborden neer te zetten. 14 De kracht van meer taal

15 basisschool de Fontein in Breda Huiswerkklassen Aan een huiswerkklas mogen alle kinderen deelnemen. Kinderen moeten voor deelname ook wel solliciteren en aangeven waarom ze problemen hebben met het maken van hun huiswerk. De doelgroep is heel gedifferentieerd, maar het zijn met name kinderen die thuis een beetje in de knel zitten. De Profijtklas heeft een andere doelgroep, het biedt extra taal- en rekenlessen voor de talentvolle kinderen. Leerlingen, van wie we in groep 6, op basis van de grafieken van de Cito, de verwachting Natuurlijk doe je het voor jezelf, maar je moeder of vader staat er achter. hebben dat het wel eens mavo, havo of hoger zou kunnen worden. We hebben de ervaring dat na groep 6 sommige kinderen juist gaan afbuigen naar beneden. De leerstof wordt dan wat abstracter. Kinderen vinden geen aansluiting in de abstracter wordende leer- en wereldoriëntatievakken omdat hun wereld heel klein is: niet groter dan de flat en bij de familie in Duitsland op bezoek en weer terug. Die kinderen krijgen een extra stimulans. We checken eerst of we kinderen hebben die qua curve in de richting gaan van de havo. Vervolgens kijken we of die kinderen gemotiveerd zijn. Als we denken dat we deze kinderen met extra steun zo ver kunnen begeleiden dat ze eind groep acht ook echt naar mavo/vmbo-t of naar havo kunnen, dan trekken we ze erbij. Je hebt naast gemotiveerde leerlingen ook gemotiveerde ouders nodig? Gemiddeld genomen is dat hier geen probleem. Hier heb je gewoon heel veel ouders met ambitie. Het zijn vaak migrantenouders, die weliswaar meestal niet meer dan de lagere school hebben, maar alleen maar omdat ze geen kans hebben gehad. Zij zitten nog in de modus mijn kind moet het beter krijgen dan ik en school is hét middel om die stap te doen. Zowel de leerling als de ouders moeten een contract tekenen met de school waarin we afspreken wat ieders inspanning moet zijn. Dat betekent wij verzorgen de lessen, jij komt op tijd, als je niet komt, bel je af, je ouders staan erachter, die weten ervan enzovoorts. Je doet het samen. Natuurlijk doe je het voor jezelf, maar je moeder of vader staat erachter. Was er binnen het team nog twijfel of weerstand? Communicatie over de mogelijke uitkomsten was een twijfelpunt. Ga je bijvoorbeeld beloven dat het havo wordt als het goed gaat? Dat hebben we niet gedaan. We hebben gezegd: Er zit een goede ontwikkeling in, het gaat richting voortgezet onderwijs, anders dan VMBO, maar wat er uitkomt, is altijd nog grillig. We blijven ook de stappen er tussen met de ouders doornemen. Het is ook maar één of anderhalf uur per week. Je kunt niet met tachtig uur in het jaar opeens alles omgooien. Wat ik heel erg leuk vind van dit team is, dat de inspanning geen probleem is. We gaan in januari de Citotoets weer bekijken en als het echt geen zin heeft, dan gaat die leerling gewoon weer terug in de klas. Dan krijgen andere kinderen hun kans. We laten ook de kinderen hun eigen ontwikkeling zien en daar praten we over. We leren daardoor ook aan de kinderen dat dingen niet erg zijn. Maar je moet ze bewust maken, zeker op latere leeftijd, wat je zelf kunt doen en wat we samen kunnen doen om het zo goed mogelijk te krijgen. Iets extra We hebben meer kinderen die tegen die ontwikkeling aanzitten, dan we kunnen behappen. We kiezen nu de beste vier van elke leerkracht. Want als je vier groepen hebt, heb je al zestien kinderen. Wij zorgen er dan wel voor dat die twee of drie die niet in De Profijtklas mee kunnen, extra aandacht krijgen in de klas bijvoorbeeld. De Profijtklas is een project met subsidie, en loopt dus af na vier jaar. Maar als wij drie profijtklassen zouden mogen vormen, dan gingen we in groep vijf al scannen en zouden ze vol zitten. De laatste vijf jaar zijn er veel kinderen die vanuit een relatief grote achterstand in de kleutergroep, in de middenbouw al op niveau beginnen te raken. Dus als je die extra aandacht geeft dan denk ik dat we zo twee of drie klassen zouden kunnen vullen. Aan de andere kant is dat misschien ook een teken dat een Profijtklas later niet meer nodig is. Want dan zeg je toch het gaat binnen het onderwijs al goed. De kracht van meer taal 15

16 Taaldeskundige Strating over taalbeleid Leerlingen worden beter van planmatige aanpak Leerlingen worden echt beter van een goed opgezet, doordacht en consequent uitgevoerd taalbeleid, aldus taaldeskundige Heleen Strating van het Expertisecentrum Nederlands uit Nijmegen. Als leerkrachten erin slagen om niet alleen in de taallessen, maar in alle activiteiten leerlingen tot praten, schrijven, luisteren en lezen te brengen, breiden ze de mogelijkheden voor taalontwikkeling heel sterk uit. Het is slim om gebruik te maken van wat anderen al gedaan/geprobeerd/ontwikkeld hebben. Nederland is, als het over taalonderwijs gaat, een paar expertisecentra rijk. Het Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen bestaat al langere tijd en heeft inmiddels zijn sporen in het taallandschap van het Nederlandse onderwijs verdiend. In een gesprek met Heleen Strating gaat het over taalbeleid, dat klinkt wat afstandelijk en wat heeft dat te maken met het taalonderwijs op scholen? Strating legt uit dat het juist over taalonderwijs in de praktijk gaat. Een taalbeleidsplan biedt schoolteams de gelegenheid om planmatig te werken aan de verbetering en vernieuwing van hun taalonderwijs. Het geeft scholen een handreiking om sterke punten en knelpunten in hun taalonderwijs vast te stellen en de gewenste vernieuwingen systematisch door te voeren. Het is een krachtig document, waarin de doorgaande lijn in taalonderwijs voor de school wordt neergezet, afgestemd op de inventarisatie en interpretatie van gegevens over het taalvaardigheidsniveau van de leerlingen. Toetssteen Voordat je begint je taalonderwijs te verbeteren en te versterken, is het een goed idee om alle aspecten van het taalonderwijs op een rij te zetten, vertelt Strating. Een taalplan helpt hierbij. Het is belangrijk dat leraren juist ook buiten de taallessen om, taalstimulerend aan het werk zijn. Ze moeten zicht krijgen op de specifieke functie en vorm van taal bij bijvoorbeeld wereldoriëntatie of techniek. Als je leert om taal en taalvormen in die lessen in te passen, dient dat zowel het begrip van die vakken als de algemene taalontwikkeling van kinderen. Het is ook van belang dat de schoolleiding in een taalbeleidsplan aandacht besteedt aan de borging van mogelijkheden voor leerkrachten om zich te kunnen scholen en professionaliseren. Kris van den Branden (Centrum voor Taal en Migratie van de Universiteit van Leuven) noemt de leerling de uiteindelijke toetssteen voor een goed taalbeleid: komt die beter tot leren? Gaat zijn taalontwikkeling sterker vooruit? Zo zie ik dat ook. Natuurlijk voorkomt een taalbeleidsplan niet het ontstaan van taalachterstand. Strating realiseert zich dat een plan nog maar een plan is en dat de inzet en betrokkenheid van leraren, van 16 De kracht van meer taal

17 een team, een onlosmakelijk bestanddeel is om een plan tot werkelijkheid te maken. Het op de plank hebben liggen van een mooie map taalbeleidsplan is geen garantie voor succesvol taalonderwijs. Alles draait om de betrokkenheid van allen in de school - van directeur via IB-er en taalcoördinator tot klassenassistent en om borging en monitoring van de ingezette processen. Woordenschatomvang Het gaat weliswaar om alle taaloefening in de school, maar daarin speelt woordenschat toch een heel cruciale rol. Het bijzondere en opvallende van woordenschatontwikkeling is eenvoudig in te zien: woorden zijn de hele dag door van het grootste belang, omdat ze de dragers van betekenis en kennis, zijn. Of het nu om mondeling of schriftelijk taalgebruik gaat, productief of receptief, het woord is alomtegenwoordig. Koppel dat inzicht aan de achterstand in de omvang en groei van de woordenschat van veel kinderen in achterstandssituaties, en je begrijpt waarom woordenschat hot is. Maar nogmaals: in taalbeleid stel je voor alle domeinen passende, doorlopende leerlijnen vast, op basis van een analyse van de huidige situatie van de schoolkenmerken en van de vorm, inhoud en uitvoering van het taalonderwijs. Stap voor stap Lang niet iedere school werkt met een uitgestippeld taalplan. Je hebt niet van de ene dag op de andere een planmatige aanpak. Strating, die veel scholen begeleidt bij het verbeteren van het taalonderwijs, snapt heel goed, dat het van belang is scholen op weg te helpen. Laten we voor het gemak er maar eens vanuit gaan dat we bij het begin moeten beginnen. Een schoolteam wil voor het eerst werk gaan maken van taalbeleid. De vraag om taalbeleid is echt de noodzakelijke voorwaarde nummer 1. De wil om je eraan te committeren, moet breed gedragen worden door het hele team. Als het een kwestie is van een enkele aanjager gaat het niet lukken. Vervolgens moet je stap voor stap te werk gaan, niet met z n allen in één grote groepssessie, maar door een taakgroep in te stellen die regelmatig in teamvergaderingen terugkoppelt. De grote lijn in het verhaal is, dat je een gedetailleerde analyse van de actuele stand van zaken van je schoolsituatie en je taalonderwijs maakt (denk aan: schets van school en schoolomgeving; methodegebruik en evaluatie daarvan, aan-/afwezigheid van doelen en beschrijvingen van didactiek). Vervolgens oriënteer je je op de gewenste situatie en kom je door een vergelijking tot afgewogen, concrete speerpunten waar je mee aan de slag wilt. Die werk je uit naar verbeterpunten. Bij elkaar genomen, leiden die verbeterpunten dan weer tot een plan van aanpak met concrete activiteiten en een keuzeverantwoording, een tijdpad en monitoringsafspraken. Het is slim om gebruik te maken van wat anderen al gedaan/geprobeerd/ontwikkeld hebben. Misschien is het ook wel verstandig om de hulp in te roepen van een professionele onderwijsondersteuner. Overlap Je kunt een taalbeleidsplan eigenlijk zien als de concrete uitwerking van een deel van het schoolplan. Bij enkele onderdelen van het taalbeleidsplan zal er wellicht een geringe overlap met gegevens uit het schoolplan zijn. Je kunt deze gegevens overnemen uit het schoolplan, of er naar verwijzen. Verschillende documenten kunnen ter onderbouwing dienen van het taalbeleidsplan. Je kunt denken aan het inspectierapport en bevindingen uit trendanalyses, dwarsdoorsneden van gegevens uit het leerlingvolgsysteem of vergelijkbare evaluatieve informatie. Strating gaat ervan uit dat het scholen kan helpen om te laten zien hoe je in stappen toe kunt werken naar de opstelling van een taalbeleidsplan. Ouders meenemen Als het over taal en taalontwikkeling in het basisonderwijs gaat, dan is het duidelijk dat ouders en het huiselijk milieu een rol van betekenis spelen. Het belang van het betrekken van ouders bij de school wordt groter naarmate de leerlingen meer uit een achterstandssituatie komen. Taal op school en taal thuis kunnen elkaar dan gaan versterken en dat is pure winst! Het is verstandig om dit aspect meteen mee te nemen bij de ontwikkeling van nieuw taalbeleid. Handige links - geeft onder meer informatie over de tussendoelenmonitor. Handig instrument om een eerste inventarisatie van werken aan tussendoelen te maken. - geeft een raamwerk waarin het Expertisecentrum Nederlands de tussendoelen aan de kapstok van de Referentieniveaus Taal heeft gehangen. Nuttig instrument om zich als team te oriënteren op wat er wanneer in de doorgaande lijn op school aan de orde is. site van Expertisecentrum Nederlands, in samenwerking met KPC en Sardes; waarin taal als inhoudelijke insteek voor de cyclus van kwaliteitszorg is neergezet. De rollen van bestuurder, directie en leerkracht zijn in een vergelijkbare PDCA (Plan Do Check Act) cyclus uitgewerkt. - site in ontwikkeling van het Vlaams Centrum voor TaalOnderzoek met o.a. drie voorbeelden van eenzelfde groeiend taalbeleidsplan. site met kwaliteitskaarten over opbrengstgericht werken, die ook bruikbaar zijn voor het ontwikkelen van taalbeleid. Hetzelfde geldt voor informatie op elk van de domeinen. Nadeel is wel dat het zo n grote verzameling van informatie geeft, dat je er bijna de krenten niet meer uit kunt pikken. Stappenplan Bij het opstellen van een taalbeleidsplan onderscheiden we achtereenvolgens de volgende stappen: Analyse taalonderwijs Stap 1 Aanleiding voor het taalbeleidsplan Stap 2 Beschrijven van de huidige situatie Stap 3 Reflectie op de huidige situatie Stap 4 Oriënteren op de gewenste situatie Opstellen plan Stap 5 Vaststellen van prioriteiten Stap 6 Formuleren van doelen Stap 7 Kiezen van activiteiten Stap 8 Vaststellen van het meerjaren-taalbeleidsplan Uitvoering plan Stap 9 Uitvoeren en borgen Stap 10 Monitoren en bijstellen De kracht van meer taal 17

18 De tafel van 10 van het voorkomen van taalachterstand Als je alle bijdragen van zowel praktijk- als theoriedeskundigen - die in dit magazine aan het woord zijn - op een rij zet, vallen de grote overeenkomsten op in de aanbevelingen voor taalontwikkeling en het voorkomen van taalachterstand. Accenten verschillen, maar er is sprake van eensgezindheid als het gaat om effectief taalonderwijs. Soms zijn die aanbevelingen zo voor de hand liggend, dat het lijkt of een grote openstaande deur nog verder wordt opengezet. Kort samengevat luidt het antwoord op te weinig taal; veel meer taal. Als een patiënt een tekort aan bloed heeft, geven we een bloedtransfusie. Natuurlijk moet je wel rekening houden met de bloedgroep en de eigen motivatie van de patiënt om te herstellen. In het onderwijs is de motivatie van alle betrokkenen eveneens een belangrijke motor voor succes. Maar als we vooral goed blijven letten op het profiel van de patiënt lijkt veel meer taal thuis en op school hét medicijn tegen taalachterstand. Hieronder een top tien van aanbevelingen: van het Expertisecentrum Nederlands wijst op het belang van het betrekken van ouders bij de school. Dat belang wordt groter naarmate de leerlingen meer uit een achterstandssituatie komen. Taal op school en thuis kunnen elkaar dan gaan versterken. Het is volgens Betty van Dam en Elsje Miedema, twee 1. Actieve betrokkenheid van ouders bij taal thuis draagt in hoge mate bij aan een gezonde taalontwikkeling van kinderen. De rol van ouders is groter dan de rol van wie dan ook, bij ongeveer alles wat met jonge kinderen te maken heeft. Het begint, aldus hoogleraar Judi Mesman, allemaal thuis, letterlijk en figuurlijk. Met de bijzondere leerstoel Opvoeding en onderwijs in de multiculturele samenleving aan de Universiteit Leiden verdiept zij zich onder andere in die rol van ouders. In vele toonaarden wordt door experts gewezen op het grote belang van de omgeving waarin kinderen opgroeien. Naast woordenschat zijn ook intelligentie en de sociaal-culturele omgeving waarin kinderen opgroeien van belang. Hoewel onderzoeker en hoogleraar Anne Vermeer aan de Universiteit Tilburg veel aandacht vraagt voor de kwaliteit van het onderwijs, wijzen alle onderzoeken op het doorslaggevende belang van de taal en taalbetrokkenheid thuis. Als taal een belangrijke rol speelt, moeder en vader aan de ontbijttafel al het programma voor de komende dag doornemen, een boekenkast vol boeken hebben, voorlezen, in het Turks of het Nederlands, dan helpt dat allemaal bij de ontwikkeling van taal bij een kind. Wat echt belangrijk is voor de omgeving van opgroeiende kinderen is, wat ik zou willen noemen, een rijk taalaanbod, stelt Folkert Kuiken, bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal aan de Universiteit van Amsterdam. 2. Als school en huis zich gezamenlijk inzetten voor de taalontwikkeling van kinderen kan taalachterstand worden voorkomen. Als het over taal en taalontwikkeling gaat in het basisonderwijs, dan is het duidelijk dat ouders en het huiselijk milieu, een rol van betekenis spelen. Taalwetenschapper Heleen Strating 18 De kracht van meer taal

19 praktijkdeskundigen van basisschool de Taaltuin in Schiedam, erg belangrijk dat ouders weten wat hun invloed is op de taalontwikkeling van hun kinderen. Op de Taaltuin betrekken ze ouders al bij de school als hun kinderen op de peuterspeelzaal zitten. Partnerschap tussen school en ouders is heel belangrijk, aldus Judi Mesman. Investeren in ouders vergt natuurlijk heel wat van de school. Maar wat ook veel tijd vergt, zijn kinderen met een achterstand in de klas, zijn remedial teachers en al die programma s voor kinderen die extra dit en dat moeten. 3. Niet welke taal, maar een rijke taalomgeving thuis is van doorslaggevend belang. Het is absoluut onzin dat je niet volledig taalvaardig kunt zijn in één taal, als je tweetalig bent. Er wordt wel gezegd dat taal een soort koek is. Als je een hapje van taal één neemt, is er een stukje van de koek weg en kan taal twee niet meer volledig zijn. Dat is pertinent niet waar: je kunt heel vaardig zijn in twee talen. Het tweede misverstand is, dat je eerst een eerste taal goed moet beheersen voordat je een tweede taal kunt leren, aldus wetenschapper Anne Vermeer. We hebben het onderzocht, niet wetenschappelijk, maar gewoon onderzocht in onze eigen Taaltuin, en gemerkt dat de kinderen die goed taalvaardig De toegevoegde waarde van de scholen is enorm. zijn in het Nederlands, ook goed hun eigen taal spreken. Dat pleit er dus alleen maar voor om, zeker tot zeven jaar, heel erg in te zetten op die moedertaal, is de ervaring op de Taaltuin in Schiedam. Het niveau van die Friestalige kinderen, die dus maar de helft van de week in het Nederlands les krijgen, is goed. Ze bereiken gewoon hetzelfde niveau in het Nederlands als kinderen die de hele week alleen maar Nederlands krijgen, vertelt de directeur van de Fryske Akademie Reinier Salverda. Hij gelooft heilig in de kracht van meertaligheid. Tweetaligheid is, vanuit de ontwikkeling van de hardware van de taal, geen enkel probleem. Je moet wel in contact komen met beide talen, stelt professor Sieneke Goorhuis-Brouwer. Zij was tot de zomer van 2011 werkzaam als orthopedagoog en spraakpatholoog in het UMCG. 4. Taalbeleid, een brede, integrale aanpak van het taalonderwijs is van fundamenteel belang om taalachterstand op te heffen. Met een taalbeleidsplan krijgen scholen een handreiking om sterke punten en knelpunten in hun taalonderwijs vast te stellen en de gewenste vernieuwingen systematisch door te voeren. Het is een krachtig document, waarin de doorgaande lijn in taalonderwijs voor de school wordt neergezet, afgestemd op de inventarisatie en interpretatie van gegevens over het taalvaardigheidsniveau van de leerlingen. Heleen Strating pleit voor een brede en integrale aanpak van het taalonderwijs. Ook Marianne Verhallen, woordenschatexpert, pleit voor een integrale aanpak en dat is iets dat ze scholen leert die haar om ondersteuning en begeleiding vragen. Het gaat niet om een aparte methode, niet om een aparte aanpak, maar om een set tools die je in alle vakken kunt gebruiken, heel systematisch. Als je kijkt naar onderzoek waarin de 20% hoogst en de 20% laagst presterende scholen met elkaar vergeleken worden, dan zie je dat voor kinderen met ouders met dezelfde sociaal-culturele achtergrond en opleiding geldt, dat ze op goede scholen twee jaar voorlopen, in vergelijking met de 20% laagst presterende scholen. De toegevoegde waarde van de scholen is dus enorm, aldus hoogleraar Anne Vermeer. 5. De woordenschat vormt een belangrijke kern van het taalonderwijs en de taalontwikkeling van kinderen. Heleen Strating: Het gaat weliswaar om alle taaloefening in de school, maar je kunt je voorstellen dat de woordenschat toch een heel cruciale rol speelt in het taalonderwijs. Het bijzondere en opvallende van woordenschat is dat het zo eenvoudig in te zien is, dat woorden de hele dag door van het grootste belang zijn, omdat ze de dragers van betekenis, van kennis, zijn. Of het nu om mondeling of schriftelijk taalgebruik gaat, productief of receptief, het woord is alomtegenwoordig. Koppel dat aan de achterstand in woordenschatomvang en groei die doorgaans bij kinderen in achterstandssituaties aanwezig is, en je hebt te pakken waarom woordenschat hot is. Het belang van de woordenschatontwikkeling van kinderen is zo groot dat je er goed aan doet om het tot een integraal onderdeel te maken van alle vakken, benadrukt Marianne De kracht van meer taal 19

20 Verhallen. Wij werken met woordposters, dat is een selectie van vierduizend woorden. Een van die woorden is bijvoorbeeld nuttig. Dan is een samenwerkopdracht dat ouders en kinderen het nuttigste voorwerp op moeten zoeken dat in huis aanwezig is. Iedereen in huis moet het ermee eens zijn, ook de broertjes en zusjes, vertellen de collega s van de Taaltuin. Anne Vermeer: Kinderen met een beperkte woordenschat, die meer moeite met taal hebben, kun je tegenwoordig op vele manieren helpen. Leerkrachten kunnen bijvoorbeeld in een tekst voor aardrijkskunde, een vertaling in de kantlijn geven van moeilijke woorden die geen vaktaalwoorden zijn, die er inhoudelijk niet toe doen. 6. Het leren lezen, taalontwikkeling in het algemeen heeft drie poten: techniek, begrip en plezier. De praktijkdeskundigen van de Taaltuin: Volgens ons heeft lezen drie poten: techniek, begrip en plezier. Dat zijn drie deelverzamelingen en die moet je vanaf dag één zoveel mogelijk in elkaar schuiven. Er is geen lezen zonder begrip, dat zijn klanken, dat is geen lezen. Er is ook geen lezen zonder plezier of zonder een bepaalde noodzaak, want ook geen enkele volwassen lezer gaat zo maar iets lezen. Vooral de praktijkdeskundigen letten op de motivatie van kinderen, op het plezier in onderwijs en leren. De gescreende kinderen voor deelname aan de profijtklas van basisschool t Spectrum uit Amersfoort moeten solliciteren om in aanmerking te komen voor de profijtklas. Ze moeten gemotiveerd zijn. Ook van de ouders wordt commitment gevraagd. Er kunnen kinderen zijn die heel snel zijn in praten, maar wat langzamer in de motoriek, dat kan. Je moet je dus ook niet blind staren op alleen die taalontwikkeling, maar je moet in die vroege fase dat hele kind bekijken in motoriek, taal, denken en zelfvertrouwen, aldus Sieneke Goorhuis-Brouwer. Het moet echt het stimuleren zijn van de eigen ontwikkeling van kinderen. Goed observeren, aansluiten bij wat het kind laat zien en dan uitdagen om een stapje verder te gaan. 7. Goed taalonderwijs draait om vakbekwame en gemotiveerde leraren en leidsters. De klachten over de pabo zijn niet van gisteren, aldus Vermeer. Hij en anderen wijzen op het belang van een goede opleiding en scholing. In de opleiding van leraren zou meer aandacht moeten zijn voor de eigen taalvaardigheid van leraren, voor het omgaan met meertaligheid, voor de communicatie met ouders en voor woordenschat. Hoogleraar Folkert Kuiken wijst op het belang van het kunnen omgaan met meertaligheid. Ik denk dat het belangrijk is dat een leerkracht kennis heeft van dat soort verschillende talen en taalvariëteiten, zodat hij de leerlingen beter kan benaderen en op kan vangen. Judi Mesman: Een laag opgeleide moeder heeft vaak ook een heel ander idee over opvoeden dan een hooggeschoolde leerkracht. Dat is niet alleen cultureel bepaald. Wat dat betreft zou veel aandacht voor communicatie met ouders in de opleiding toch wel belangrijk zijn. Het is sterk de vraag wat er straks in het nieuwe curriculum van de opleidingen over woordenschat terug te vinden is. Marianne Verhallen heeft er vooralsnog geen hoge verwachtingen van. Van meerdere kanten wordt gewezen op het niveau van VVE-leidsters. Op zich is opstromen geweldig, maar mbo ers - althans het merendeel van hen - zijn of waren zelf nooit geïnteresseerd in leren. Een gemiddelde mbo er heeft niet per se een weetattitude. Dat is een levensgroot probleem, want de populatie op school is wel wat moeilijker dan vroeger. Het opleidingsniveau is lager geworden, terwijl leerkrachten steeds meer moeten kennen en kunnen. Ook de Amsterdamse onderzoeker Folkert Kuiken signaleert dat probleem. Hij verwijst naar een inspectieonderzoek op een aantal VVE-locaties in Amsterdam. Het ontbreekt aan een aantal elementaire voorwaarden, waaraan de VVE zou moeten voldoen. De taalvaardigheid in het Nederlands van de leidsters liet te wensen over en er waren twijfels over de didactische vaardigheden van Hier heb je gewoon veel ouders met ambities. de leidsters. Hoogleraar Judi Mesman sluit zich daarbij aan. Mbo-ers kunnen fantastisch op een groep staan en prima omgaan met die kinderen, maar de didactische vaardigheden die nodig zijn, juist met achterstandskinderen en hun ouders, ontbreken. 8. Mondelinge taal, het gesprek, draagt de taalontwikkeling van kinderen Wij pakken het taalonderwijs helemaal thematisch aan en bedenken goed wat we de kinderen willen leren, gewoon heel duidelijke (taal)doelen stellen, en vooral ook aan de slag met de mondelinge vaardigheid, want dat wordt overal vergeten. In het onderwijs wordt alleen maar schriftelijk getoetst. Daar moet ook eens over nagedacht worden. Er is niemand die daarover praat, over mondelinge taalvaardigheid. Maar het is wel het allerbelangrijkste wat er is, want als iemand mondeling taalvaardig is, is dat macht. Je komt het verst als je goed kunt praten. Niet als je goed kunt spellen, aldus Betty en Elsje van de basisschool de Taaltuin. Sieneke Goorhuis-Brouwer legt uit waarom praten, het gesprek, zo belangrijk is voor de taalontwikkeling. Als je nu maar praat en antwoord geeft en het steeds in een context zet, gaat die taalontwikkeling door. Door die taalontwikkeling komt het denken op gang. Het is een voortdurend en interactief proces. Ze gaan nadenken over woorden: de woordenschat groeit. En daarmee groeit de cognitie. Zo groeien die kinderen van die sensomotorische intelligentie, via symboolbewustzijn, waar ze nog geen reflectie hebben, uiteindelijk naar een denksysteem. Hoogleraar Judi Mesman: Elke zin die een kind hoort, geeft informatie over woordvolgorde, over grammatica, et cetera. Niet dat een kind die regels er zo expliciet uithaalt, maar elke zin die een kind hoort, geeft informatie over taal. Ook als het eenvoudige zinnen zijn en ook als het een andere taal is dan Nederlands. Gesproken taal is belangrijk, maar vergeet niet het belang van geschreven taal, waarschuwt Marianne Verhallen. Je hebt natuurlijk ook een woordenschat in de geschreven taal. Met geschreven taal kom je los van het hier en nu. Er zijn van die woorden die je eigenlijk in de gesproken taal nauwelijks gebruikt, maar die je in de geschreven taal wel tegenkomt. 9. Culturele randvoorwaarden bepalen mede het succes van de taalontwikkeling van kinderen. Naast de taalproblemen zijn er ook culturele obstakels in de omgang tussen ouders en school. Er zijn nogal wat landen van herkomst, vertelt Judi Mesman, waar onderwijs en op- 20 De kracht van meer taal

Wat hebben jonge kinderen nodig?

Wat hebben jonge kinderen nodig? Wat hebben jonge kinderen nodig? Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer Studiedag 15 maart 2013 Cito scores in groep 8 De lat moet omhoog Marja Van Bijsterveld Taalonderwijs voor peuters vanaf 2;6 jaar ( groep

Nadere informatie

TAALACHTERSTANDEN en VVE. Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer

TAALACHTERSTANDEN en VVE. Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer TAALACHTERSTANDEN en VVE Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer Moderne inzichten t.a.v onderwijs Taal en rekenen zijn de zuurstof van het onderwijs ( van Bijsterveld, 2 september 2011) Als gevolg van ICT-

Nadere informatie

Thema: Titel van lezing. Naam van spreker 31-10-2011 2

Thema: Titel van lezing. Naam van spreker 31-10-2011 2 Thema: Titel van lezing Naam van spreker 31-10-2011 2 Spraak- en taalproblemen bij kinderen Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer UMCG 31-10-2011 3 Spraak- en taalontwikkeling deel van de totale ontwikkeling

Nadere informatie

ENGELS als Tweede Taal

ENGELS als Tweede Taal ENGELS als Tweede Taal o.b.s. De Drift de Pol 4a 9444 XE Grolloo 0592-501480 drift@primah.org Inhoudsopgave Inhoud: 1. Inleiding 2. Keuze voor de Engelse taal (Why English?) 3. Vroeg vreemde talenonderwijs

Nadere informatie

TOE MAAR, JE KAN HET!

TOE MAAR, JE KAN HET! TOE MAAR, JE KAN HET! Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer Wat moet er bereikt zijn in 2020? PEDAGOGISCH MODEL In plaats van ECONOMISCH MODEL 1 Van meedoen naar leren Pedagogisch kader voor een persoonlijkheid

Nadere informatie

TALEN JE LEVEN! Informatie over meertalig opvoeden voor ouders en opvoeders

TALEN JE LEVEN! Informatie over meertalig opvoeden voor ouders en opvoeders TALEN JE LEVEN! Informatie over meertalig opvoeden voor ouders en opvoeders Talen kleuren je leven! Groei je op met meer dan één taal? Kun je in verschillende situaties meer dan één taal gebruiken of spreken?

Nadere informatie

voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten

voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten Maatschappelijk werkers en ouderconsulenten kunnen aan de hand van TOLK praten met je kind!: Ouders bewust maken van het belang van veel praten. Ouders

Nadere informatie

2. Waar staat de school voor?

2. Waar staat de school voor? 2. Waar staat de school voor? Missie en Visie Het Rondeel gaat uit van de Wet op het Basisonderwijs. Het onderwijs omvat de kerndoelen en vakgebieden die daarin zijn voorgeschreven. Daarnaast zijn ook

Nadere informatie

De mythe van het vroege leren

De mythe van het vroege leren 5-12-2007 KNO/CSK 1 De mythe van het vroege leren Prof.dr Sieneke Goorhuis-Brouwer Orthopedagoog/spraakpatholoog UMCG 5-12-2007 KNO/CSK 2 Peuters en kleuters aan de top van de leerfabriek goed maken wat

Nadere informatie

Culemborgs VVE beleid 2011-2014

Culemborgs VVE beleid 2011-2014 Culemborgs VVE beleid 2011-2014 Wat is VVE? VVE staat voor voor- en vroegschoolse educatie. VVE is een programmatisch aanbod dat er op gericht is om taal- en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen te

Nadere informatie

Piramide. Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen

Piramide. Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen Voor- en vroegschoolse educatie Piramide Piramide Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen Geeft jonge kinderen de kans zich optimaal te ontwikkelen Biedt houvast en ruimte voor pedagogisch medewerkers,

Nadere informatie

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND Leeftijd 0 tot 4 jaar Het leren praten van uw kind gaat vaak bijna vanzelf. Toch is er heel wat voor nodig voordat uw kind goed praat. Soms gaat het niet zo vlot met

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

Bruggenbouwers Linko ping, Zweden

Bruggenbouwers Linko ping, Zweden Bruggenbouwers Linko ping, Zweden Het Bruggenbouwers project wordt in de Zweedse stad Linköping aangeboden en is één van de succesvolle onderdelen van een groter project in die regio. Dit project is opgezet

Nadere informatie

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel 1 13 Verantwoording 1.1 Keuze van de titel Voor je ligt het handboek Training sociale vaardigheden. Dit boek is geschreven voor iedereen die te maken heeft met kinderen tussen de tien en vijftien jaar

Nadere informatie

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse Ouders, het verborgen kapitaal van de school Hans Christiaanse Initiatief OCW vanaf januari 2012 www.facebook.com/oudersenschoolsamen Samenwerken Noem wat erin je opkomt, als je denkt aan een goede samenwerking

Nadere informatie

2013-2017. Actief burgerschap en sociale integratie

2013-2017. Actief burgerschap en sociale integratie 201-2017 Actief burgerschap en sociale integratie Inhoudsopgave: Kwaliteitszorg actief burgerschap en sociale integratie Visie en planmatigheid Visie Doelen Invulling Verantwoording Resultaten Risico s

Nadere informatie

Visie op het leren van het jonge kind

Visie op het leren van het jonge kind ebook Visie op het leren van het jonge kind Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig, van meet af aan uit op sociale binding en op het verwerven van kennis en vaardigheden. In de motivatieliteratuur

Nadere informatie

Voor en vroegschoolse educatie

Voor en vroegschoolse educatie Organisatie Voor en vroegschoolse educatie Hoe zit het nu precies? S K S G Centraal Bureau Heresingel 10 9711 ES Groningen Telefoon: (050) 313 77 27 E-mail: algemeen@sksg.nl Wat is VVE? De afkorting VVE

Nadere informatie

Positief omgaan met meertaligheid in het basisonderwijs en in de buitenschoolse opvang

Positief omgaan met meertaligheid in het basisonderwijs en in de buitenschoolse opvang Ronde 4 Ayse Isçi Onderwijscentrum, Gent Contact: ayse.isci@gent.be Positief omgaan met meertaligheid in het basisonderwijs en in de buitenschoolse opvang Meertaligheid in het onderwijs en in de opvang

Nadere informatie

Pedagogische kwaliteit in beweging

Pedagogische kwaliteit in beweging Pedagogische kwaliteit in beweging De kinderopvang staat voor grote uitdagingen: kinderen een veilige basis en voldoende uitdaging bieden voor een gezonde ontwikkeling en hen voorbereiden op het basisonderwijs.

Nadere informatie

VRAGENLIJST LEERKRACHT ONDERBOUW TUSSENDOELENMONITOR

VRAGENLIJST LEERKRACHT ONDERBOUW TUSSENDOELENMONITOR VRAGENLIJST LEERKRACHT ONDERBOUW TUSSENDOELENMONITOR INHOUDSOPGAVE Beginnende geletterdheid Doelen blz. 3 Activiteiten blz. 3 Evaluatie blz. 4 Speciale leerbehoeften blz. 4 Mondelinge communicatie Doelen

Nadere informatie

Samen rekenen... alleen!

Samen rekenen... alleen! veel Inside 2-99 Samen rekenen... leuker dan alleen! Rekenen met een tutor: wat wil je nog meer? Agnes Vosse Dit artikel is eerder gepubliceerd in Willem Bartjens, jaargang 17, januari 1998 1. Inleiding

Nadere informatie

Onderwijs in Amsterdam

Onderwijs in Amsterdam Onderwijs in Amsterdam Verslag van het symposium van de dienst Onderzoek en Statistiek op 25 november 2010 Verbeteraanpak voor zwarte vmbo s? Goed onderwijs is goed voor de sociaal-economische ontwikkeling

Nadere informatie

Didactisch Coachen: checklist voor het basisonderwijs

Didactisch Coachen: checklist voor het basisonderwijs Didactisch Coachen: checklist voor het basisonderwijs Inleiding Een beeldcoach filmt een aantal leraren op een leerplein. Toevallig komen twee leraren tijdens dat filmen opeenvolgend bij dezelfde leerling

Nadere informatie

Aanvulling Woordenschat NT2

Aanvulling Woordenschat NT2 Aanvulling Woordenschat NT2 Woordenschat Kinderen die net beginnen met Nederlands leren, moeten meteen aan de slag met het leren van woorden. Een Nederlandstalig kind begrijpt in groep 1 minimaal 2000

Nadere informatie

Planmatig samenwerken met ouders

Planmatig samenwerken met ouders Ouderparticipatie Team Planmatig samenwerken met ouders Samen vooruit! Tamara Wally Tamara Wally (MSc.) is werkzaam bij de CED- Groep. Ze werkte mee aan de publicatie Samen vooruit, over planmatig werken

Nadere informatie

Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN

Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN Uitgegeven: 3 februari 2010 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN BELEIDSREGEL voor het verkrijgen van een partiële ontheffing voor het vak Fries in het primair en voortgezet onderwijs in de provincie

Nadere informatie

Piramide. Informatie voor ouders en verzorgers

Piramide. Informatie voor ouders en verzorgers Voor- en vroegschoolse educatie Piramide Piramide Informatie voor ouders en verzorgers Voor alle kinderen van 0 tot 7 jaar Optimale ontwikkeling van ieder kind Spel staat centraal Zelfstandig leren Wat

Nadere informatie

SCHOOLONDERSTEUNINGSPROFIEL SCHOOLJAAR 2015-2016. OBS De Kameleon

SCHOOLONDERSTEUNINGSPROFIEL SCHOOLJAAR 2015-2016. OBS De Kameleon SCHOOLONDERSTEUNINGSPROFIEL SCHOOLJAAR 2015-2016 OBS De Kameleon 1 Voorwoord Voor u ligt het Schoolondersteuningsprofiel (SOP) van basisschool de Kameleon. Iedere school stelt een SOP op, dit is een wettelijke

Nadere informatie

Moedertaal en schooltaal

Moedertaal en schooltaal Moedertaal en schooltaal Prof.dr Sieneke Goorhuis-Brouwer 20 november 2009 Voor en vroegschoolse educatie (VVE) Taalontwikkeling: belangrijke indicator van later schoolsucces OCW: in 2011 een dekkend aanbod

Nadere informatie

Toelichting competenties

Toelichting competenties Toelichting competenties De vraag van dit onderzoek was of leerkrachten, intern begeleiders en schoolleiders die werken met nieuwkomers aanvullende of extra competenties nodig hebben bovenop de bekwaamheidseisen

Nadere informatie

Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting

Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting LEA en partners LEA staat symbool voor de Bredase jeugd van 0 tot 23 jaar die alle kansen krijgt om een goede schoolloopbaan te doorlopen: een kind van 0 tot

Nadere informatie

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Samenwerken Omgevingsgericht/samenwerken Reflectie en zelfontwikkeling competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Competentieprofiel stichting Het Driespan, (V)SO

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl 112303 Betreft Antwoorden

Nadere informatie

EEN SCHOOL MET TALENTUITDAGEND ONDERWIJS

EEN SCHOOL MET TALENTUITDAGEND ONDERWIJS EEN SCHOOL MET TALENTUITDAGEND ONDERWIJS Een school met talentuitdagend onderwijs Een basisschool kiezen is moeilijk. Er is zoveel om op te letten. Is de school wat zij lijkt? Van buiten kan een schoolgebouw

Nadere informatie

Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011

Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011 Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011 De Leidse Monitor verzamelt informatie over de ontwikkeling van Leidse kinderen vanaf het moment dat zij en/of hun ouders deelnemen aan een voor- en vroegschools programma

Nadere informatie

Wij doen veel voor de school en de school doet veel voor ons

Wij doen veel voor de school en de school doet veel voor ons 12 Sardes Speciale Editie nummer 13 juni 2012 Karin Hoogeveen (Sardes) Ouders en de Van Ostadeschool in Den Haag Wij doen veel voor de school en de school doet veel voor ons In opdracht van de gemeente

Nadere informatie

Basisschool De Poolster straalt, vanuit deze gedachte werkt het team samen met de kinderen en ouders aan kwalitatief goed onderwijs op onze school.

Basisschool De Poolster straalt, vanuit deze gedachte werkt het team samen met de kinderen en ouders aan kwalitatief goed onderwijs op onze school. Voorwoord Basisschool De Poolster straalt, vanuit deze gedachte werkt het team samen met de kinderen en ouders aan kwalitatief goed onderwijs op onze school. Onze visie op eigentijds, boeiend onderwijs

Nadere informatie

Om tot een verantwoorde beslissing te komen ten aanzien van al of niet bevorderen volgen wij het onderstaand stappenplan:

Om tot een verantwoorde beslissing te komen ten aanzien van al of niet bevorderen volgen wij het onderstaand stappenplan: Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs Rhenen Protocol besluitvorming omtrent bevorderen en doubleren. Algemeen Op de Ericaschool en De Springplank wordt gewerkt met een leerstofjaarklassensysteem.

Nadere informatie

Achtergrondinformatie Taalvrijwilligers. Begeleiden bij schrijven

Achtergrondinformatie Taalvrijwilligers. Begeleiden bij schrijven Achtergrondinformatie Taalvrijwilligers Begeleiden bij schrijven 1 Inhoudsopgave Snippers... 3 Verder Lezen... 5 2 Snippers 1 Onderdelen schrijfproces Schrijven is zowel een denktaak als een doetaak. Denken

Nadere informatie

Van de tweejarigen zit het merendeel op een VVE-speelzaal, bij de driejarigen zit het grootste deel op een niet-vve-speelzaal (zie figuur 1).

Van de tweejarigen zit het merendeel op een VVE-speelzaal, bij de driejarigen zit het grootste deel op een niet-vve-speelzaal (zie figuur 1). 1 Deelname van peuters aan voorschoolse educatie In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de deelname van Leidse peuters aan VVE (voor- en vroegschoolse educatie). In Leiden wordt in het kader van

Nadere informatie

Zomerscholen, Schakelklassen en soortgelijke voorzieningen

Zomerscholen, Schakelklassen en soortgelijke voorzieningen Zomerscholen, Schakelklassen en soortgelijke voorzieningen Een informatienotitie t.b.v. de bestuursafspraken G4/G33-Rijk Versie 16 januari 2012 Aanleiding De bestuursafspraken Effectief benutten van vve

Nadere informatie

Engels als Aanvullende Taal

Engels als Aanvullende Taal International School of Amsterdam Engels als Aanvullende Taal Richtlijnen voor Ouders English as an Additional Language (EAL) Dutch Het doel van het EAL programma is om kinderen zelfstandig en zelfverzekerd

Nadere informatie

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod Hulp bij ADHD Dit heeft mijn beeld van ADHD enorm verrijkt. Ik zie nu veel mogelijkheden om kinderen met ADHD goede begeleiding te bieden deelnemer workshop bij Fontys Hogescholen Copyright 2010 Hulp bij

Nadere informatie

Werkinstructie invuller kijklijst

Werkinstructie invuller kijklijst Werkinstructie invuller kijklijst 1. Inleiding: De peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf vinden het belangrijk een bijdrage te leveren aan de doorgaande ontwikkelingslijn van kinderen. Om de overgang

Nadere informatie

Luisteren naar de Heilige Geest

Luisteren naar de Heilige Geest Luisteren naar de Heilige Geest Johannes 14:16-17 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen,

Nadere informatie

CONCLUSIE Aantal niveaus te laag

CONCLUSIE Aantal niveaus te laag Bijlage 1. Opening door Gelbrich Feenstra. Zij werkt als onderwijsadviseur bij APS in Utrecht en sinds ruim een jaar is zij projectleider Engels bij het VLC. Wat was de aanleiding voor deze conferentie?

Nadere informatie

29-5-2016. Van meedoen naar leren. Alles op zijn tijd De pedagogiek van het jonge kind. Wat is opvoeding. Opvoeding is. Het maakbare kind? Computers?

29-5-2016. Van meedoen naar leren. Alles op zijn tijd De pedagogiek van het jonge kind. Wat is opvoeding. Opvoeding is. Het maakbare kind? Computers? Van meedoen naar leren Alles op zijn tijd De pedagogiek van het jonge kind Pedagogisch kader voor een persoonlijkheid in wording: Emotionele veiligheid Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer Persoonlijke competentie

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding. 1 Taal en taalonderwijs. 2 Taalverwerving

Inhoudsopgave. Inleiding. 1 Taal en taalonderwijs. 2 Taalverwerving Inhoudsopgave Inleiding 1 Taal en taalonderwijs 1.1 Achtergrondkennis: wat is taal? 1.1.1 Functies van taal 1.1.2 Betekenis van taal 1.1.3 Systeem van taal 1.1.4 Componenten van de kennis over taal 1.2

Nadere informatie

Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek

Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek Inleiding De Voor- en Vroegschoolse Educatie en de daarmee te behalen opbrengsten in de ontwikkeling van kinderen staan volop in de belangstelling vanwege het maatschappelijk

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

De Brede School Academie Utrecht

De Brede School Academie Utrecht OOK IN uw wijk! De Brede School Academie Utrecht Er gebeurt iets nieuws in Utrecht. Iets bijzonders. Basisscholen uit de wijken Overvecht, Hoograven, Ondiep/Zuilen, Kanaleneiland en Lombok/Oog in Al werken

Nadere informatie

Algemene informatie Kinderopvang 0-4. November 2014

Algemene informatie Kinderopvang 0-4. November 2014 Algemene informatie Kinderopvang 0-4 November 2014 Voorwoord Positive Action wordt in Amerika met veel succes uitgevoerd. Het is een bewezen effectief programma dat positieve resultaten behaalt op zowel

Nadere informatie

Taalvaardigheden van baby tot kleuter

Taalvaardigheden van baby tot kleuter 7 Hoera, ik praat! Taalvaardigheden van baby tot kleuter We staan er nauwelijks bij stil, maar contact is een levensbehoefte. Baby s die verzorgd en gevoed worden terwijl zij geen contact met hun verzorgers

Nadere informatie

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 Groep 7 en 8 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 85-95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 90% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen richten

Nadere informatie

PRAAT MET DE RAAD kort verslag

PRAAT MET DE RAAD kort verslag PRAAT MET DE RAAD kort verslag Datum: 19 mei 2015 Spreker: Corine Laurant, namens Stichting Kinderen en Ouders Onderwerp: Stichting Kinderen en Ouders als gesubsidieerde instelling voor peuterspeelzalen

Nadere informatie

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Samenvatting Excellentie kan het beste worden gestimuleerd door het coachen van de persoonlijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding Hoofdstuk 10 Onderwijs 10.1 Inleiding Leiden kennisstad heeft een hoog opgeleide bevolking en herbergt binnen haar grenzen veel onderwijsinstellingen. In dit hoofdstuk gaat het zowel om de opleiding die

Nadere informatie

Allereerst moeten we de letters kunnen zien

Allereerst moeten we de letters kunnen zien Leren lezen doe je met je lijf We hebben vroeger allemaal met meer of minder moeite leren lezen. We gaan ervan uit dat ieder mens met een normale intelligentie kan leren lezen. Toch zijn er in ons land

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs

Ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs Ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs Een goede relatie tussen ouders en school komt het leerresultaat ten goede en dat is wat we allemaal willen! Convenant Impuls Kwaliteitsverbetering Onderwijs

Nadere informatie

Het maakbare kind? Jij mag zijn zoals je bent. Om te worden wie je bent, Maar nog niet kunt zijn; En je mag het worden. Op jouw manier. In jouw tijd.

Het maakbare kind? Jij mag zijn zoals je bent. Om te worden wie je bent, Maar nog niet kunt zijn; En je mag het worden. Op jouw manier. In jouw tijd. Het maakbare kind? Jij mag zijn zoals je bent Om te worden wie je bent, Maar nog niet kunt zijn; En je mag het worden Op jouw manier In jouw tijd. Veel politieke druk Taal en rekenen zijn de zuurstof van

Nadere informatie

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd vanaf 4 jaar

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd vanaf 4 jaar ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND Leeftijd vanaf 4 jaar Het leren praten van uw kind gaat vaak bijna vanzelf. Toch is er heel wat voor nodig voordat uw kind goed praat. Soms gaat het niet zo vlot met

Nadere informatie

EEN GOEDE WOORDENSCHAT: DE BASIS VOOR EEN GOEDE SCHOOLLOOPBAAN

EEN GOEDE WOORDENSCHAT: DE BASIS VOOR EEN GOEDE SCHOOLLOOPBAAN EEN GOEDE WOORDENSCHAT: DE BASIS VOOR EEN GOEDE SCHOOLLOOPBAAN Leren als een op taal gebaseerde activiteit is sterk afhankelijk van woordkennis. Lezers begrijpen niet wat ze lezen als ze de betekenis van

Nadere informatie

Aanval op de uitval. perspectief en actie

Aanval op de uitval. perspectief en actie Aanval op de uitval perspectief en actie Fatma wil fysiotherapeut worden. En dat kan ze ook. Maar ze heeft nog een wel een lange leerloopbaan te gaan. Er kan in die leerloopbaan van alles misgaan waardoor

Nadere informatie

Visie op ouderbetrokkenheid

Visie op ouderbetrokkenheid Visie op ouderbetrokkenheid Basisschool Lambertus Meestersweg 5 6071 BN Swalmen tel 0475-508144 e-mail: info@lambertusswalmen.nl website: www.lambertusswalmen.nl 1 Maart 2016 Inleiding: Een beleidsnotitie

Nadere informatie

Workshop Onderwijsdag 2012 Enschede

Workshop Onderwijsdag 2012 Enschede Anneke Elenbaas van Ommen - 20 maart 2012 SAMENWERKEN AAN DE DOORGAANDE LIJN IN ZORG EN EDUCATIE BINNEN DE VOOR- EN VROEGSCHOOLSE PERIODE Workshop Onderwijsdag 2012 Enschede Programma Welkom en toelichting

Nadere informatie

Arjan Clijsen, Noëlle Pameijer & Ad Kappen

Arjan Clijsen, Noëlle Pameijer & Ad Kappen Met handelingsgericht werken opbrengstgericht aan de slag 1. Inleiding Arjan Clijsen, Noëlle Pameijer & Ad Kappen Wat is de samenhang tussen handelingsgericht werken (HGW) en opbrengstgericht werken (OGW)?

Nadere informatie

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen Ronde 5 Bert de Vos APS, Utrecht Contact: b.devos@aps.nl Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen 1. Over de drempels met taal Het rapport Over de drempels met taal is al ruim een jaar oud.

Nadere informatie

OPVOEDINGSPROJECT DE LINDE

OPVOEDINGSPROJECT DE LINDE OPVOEDINGSPROJECT DE LINDE DOELSTELLING De Linde is een school voor buitengewoon lager onderwijs. Onze doelstelling kadert volledig binnen de algemene doelstelling van de Vlaamse Overheid met betrekking

Nadere informatie

Samen staan we sterk in de ontwikkeling van het kind. Mijn kind en VVE ouderbetrokkenheid

Samen staan we sterk in de ontwikkeling van het kind. Mijn kind en VVE ouderbetrokkenheid Samen staan we sterk in de ontwikkeling van het kind Mijn kind en VVE ouderbetrokkenheid Agenda themakoffiemiddag 13.15u-13.30u 13.30u-14.30u 14.30u-14.45u inloop met koffie / thee fototentoonstelling

Nadere informatie

Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps

Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Een land waar mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Lilian (48) vraagt haar zoontje om even een handje te komen geven. Dat doet hij en dan gaat hij weer lekker verder spelen. Wij nemen plaats aan

Nadere informatie

Ouderbeleid Kids First COP groep

Ouderbeleid Kids First COP groep Ouderbeleid Kids First COP groep Vastgesteld januari 2015 Kids First COP groep Friesestraatweg 215 b 9743 AD Groningen T 050 3 12 43 25 E info@kidsfirst.nl www.kidsfirst.nl Ouderbeleid Kids First COP groep,

Nadere informatie

In gesprek met ouders. Spel en ontwikkeling! (module 1 en 2) (module 3 en 4) Doel Verkrijgen van inzicht in het belang van spel en

In gesprek met ouders. Spel en ontwikkeling! (module 1 en 2) (module 3 en 4) Doel Verkrijgen van inzicht in het belang van spel en Peuters spelender wijs! Een praktische verdiepingscursus voor pedagogisch medewerkers in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven De ontwikkeling van jonge kinderen gaat snel. Ze zijn altijd op ontdekkingstocht

Nadere informatie

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL GEMEENTERAAD MENAMERADIEL Menaam : 27 januari 2011 Portefeuillehouder : A. Dijkstra Punt : [08] Behandelend ambtenaar : A. Buma Doorkiesnummer : (0518) 452918 Onderwerp : Wet OKE / VVE 2011-2014 Inleiding

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

Evaluatie Pilot Klasse-ergo basisschool De Bolster Amersfoort Ergotherapie Kinderen Amersfoort

Evaluatie Pilot Klasse-ergo basisschool De Bolster Amersfoort Ergotherapie Kinderen Amersfoort Evaluatie Pilot Klasse-ergo basisschool De Bolster Amersfoort Ergotherapie Kinderen Amersfoort Groep: 2 Leerkracht : Arianne van der Laan IB-er: Ria Ruyne Ergotherapeuten: Eelke van Haeften en Viviane

Nadere informatie

VoorleesExpress. Samen met ouders aan de slag. Praktische tips

VoorleesExpress. Samen met ouders aan de slag. Praktische tips VoorleesExpress Samen met ouders aan de slag Praktische tips Samen met ouders aan de slag Ouders betrekken bij het voorlezen Je gaat straks via de VoorleesExpress twintig weken voorlezen bij een of meerdere

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

Leesontwikkeling op de Casimirschool

Leesontwikkeling op de Casimirschool Leesontwikkeling op de Casimirschool Waarom veel aandacht voor leesontwikkeling? Als kinderen lezen worden allerlei onderdelen van het brein aangesproken Veel aandacht voor leesontwikkeling 1. Als kinderen

Nadere informatie

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS CONFERENTIE STEUNPUNT GOK: De lat hoog voor iedereen!, Leuven 18 september STROOM KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen

Nadere informatie

Plan. specifieke schakelklassen basisonderwijs

Plan. specifieke schakelklassen basisonderwijs Plan specifieke schakelklassen basisonderwijs 2011 NHOUD 1. Doelstelling en uitgangspunten 1.1 Doelstelling 3 1.2 Uitgangspunten 3 2. Doelgroep 4 3. Inrichting en uitvoering 4 4. Locaties 4 5. Selectie

Nadere informatie

De tijden van het kind Congres De basisschool van half acht tot zeven. A.M.L. van Wieringen Voorzitter Onderwijsraad. Amersfoort, 2 november 2006

De tijden van het kind Congres De basisschool van half acht tot zeven. A.M.L. van Wieringen Voorzitter Onderwijsraad. Amersfoort, 2 november 2006 De tijden van het kind Congres De basisschool van half acht tot zeven A.M.L. van Wieringen Voorzitter Onderwijsraad Amersfoort, 2 november 2006 DE TIJDEN VAN HET KIND Inhoudsopgave Vanuit kinderen denken,

Nadere informatie

Interventieperiode november februari groep 1 tot en met 5. Mariët Förrer

Interventieperiode november februari groep 1 tot en met 5. Mariët Förrer Interventieperiode november februari groep 1 tot en met 5 Mariët Förrer November - februari Doelen en accenten per groep Rol van intern begeleider / taalcoördinator IB en TC ook in deze periode Bewaken

Nadere informatie

De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio?

De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio? De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio? Transities sociale domein Gemeenten staan zoals bekend aan de vooravond van drie grote transities: de decentralisatie

Nadere informatie

Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers

Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers Programma Kennismaken Presentatie Jong geleerd Warming-up Pauze Praktische oefening Afsluiting Jong geleerd over het belang van actieve stimulering van ontluikende

Nadere informatie

Nota. Ouderbeleid Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Hilversum

Nota. Ouderbeleid Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Hilversum Nota Ouderbeleid Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Hilversum 1 Inhoud Inleiding... 3 Doel... 3 Leeswijzer... 3 Visie en uitgangspunten... 4 Visie... 4 Uitgangspunten... 4 Indicatoren... 5 Gemeentelijk

Nadere informatie

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden Bij het begeleiden van leeractiviteiten kun je twee aspecten aan het gedrag van leerkrachten onderscheiden, namelijk het pedagogisch handelen en het didactisch handelen.

Nadere informatie

Ontwikkeling. Opleiding Persoonlijke Ontwikkeling

Ontwikkeling. Opleiding Persoonlijke Ontwikkeling Ontwikkeling Opleiding Persoonlijke Ontwikkeling Opleiding Persoonlijke Ontwikkeling Waarom? Ik heb het idee dat ik wel eens tekortschiet als het erom gaat anderen duidelijk te maken wat ik bedoel. Ik

Nadere informatie

Taal en Connector Ability

Taal en Connector Ability Taal en Connector Ability Nico Smid Taal en Intelligentie Het begrip intelligentie gedefinieerd als G ( de zogenaamde general factor) verwijst naar het algemene vermogen om nieuwe problemen in nieuwe situaties

Nadere informatie

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen.

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Visie Leerlinggericht: gericht op de mogelijkheden van

Nadere informatie

Huiswerkbeleid Onderwijsteam 7

Huiswerkbeleid Onderwijsteam 7 Huiswerkbeleid Onderwijsteam 7 Inleiding: Het onderwijs op school is er onder meer op gericht de verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van de leerlingen te vergroten. Ook het maken van huiswerk levert

Nadere informatie

Zorgboekje. Kindgegevens

Zorgboekje. Kindgegevens Zorgboekje De pedagogisch medewerker vult dit boekje behorende bij het overdrachtdocument peuter kleuter in als er een zorgbehoefte bij het kind is gesignaleerd. Zij/ hij vult in wat van toepassing is

Nadere informatie

Effectief leesonderwijs

Effectief leesonderwijs Effectief leesonderwijs Het CPS heeft in de afgelopen jaren een aantal projecten op het gebied van lezen ontwikkeld en uitgevoerd. Deze projecten zijn in te zetten in de schakelklassen en met name bij

Nadere informatie

Pedagogische werkwijze op de locatie (

Pedagogische werkwijze op de locatie ( Locatie: Voorschool De Vijf Sterren opgemaakt d.d.: april 2014 door: Ineke van der Haak, locatiemanager Omvang van de voorschool en de samenstelling van de groepen Er kunnen maximaal 64 kinderen per dag

Nadere informatie