TOCH MAAR EEN VACCINATIEPLICHT?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "TOCH MAAR EEN VACCINATIEPLICHT?"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD TOCH MAAR EEN VACCINATIEPLICHT? Verenigingen verbieden deel 2: de zaak Martijn Minder rechten voor meer subjecten Ratificatie van Protocol 15 EVRM P JAARGANG NOVEMBER

2 No offence shall be punishable unless it was an offence under the law at the time it was committed And now in Dutch* Het Juridisch-Economisch Lexicon Uw instrument voor een accurate vertaling van juridische en economische teksten Nu ook Engels-Nederlands! Het Juridisch-Economisch Lexicon is een woordenboek voor de professional. Het is voor velen een onmisbaar instrument bij het schrijven en vertalen van teksten op juridisch, economisch en financieel gebied in goed Engels of Nederlands. Het Juridisch-Economisch Lexicon is nu, naast de welbekende versie Nederlands-Engels, ook verkrijgbaar in de versie Engels-Nederlands. Uit de praktijk klonk al lang de roep van professionals om het complete Lexicon ook in het Engels-Nederlands te kunnen raadplegen. Met deze nieuwe online variant van het Lexicon wordt aan die vraag tegemoetgekomen. * Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan vooraf gegane wettelijke strafbepaling Online product Altijd actueel lemmata Ruim voorbeeldzinnen Samensteller: Aart van den End, Gateway Woordenboeken Meer informatie of bestellen? Ga naar

3 Inhoud Vooraf Prof. mr. J.E.J. Prins Verdienvermogen Wetenschap Mr. R.H.M. Pierik Dan toch maar een vaccinatieplicht? Focus Prof. mr. T.J. van der Ploeg Hoe moeilijk is het om een vereniging te verbieden? Deel 2: de zaak Martijn Opinie Mr. Bastiaan Rijpkema Minder rechten voor meer subjecten Over een rechtendieet ten behoeve van dieren Opinie Mr. dr. E.R. Rieter Prof. mr. Th.C. van Boven Prof. mr. C. Flinterman Prof. mr. J.H. Gerards Prof. mr. J. Goldschmidt Prof. mr. E. Myjer Prof. dr. R.A. Lawson Mr. L. Zwaak Nederland en de ratificatie van Protocol 15 bij het EVRM Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 2850 Omslag: Gelovigen op weg naar de Gereformeerde Ontmoetingskerk in Nieuw- Lekkerland. Het dorp ligt in de bijbelgordel, waar sprake is van een mazelenuitbraak. ANP Robin van Lonkhuijsen VELEN blijken aan het EINDE van de STUDIE nog ONVOLDOENDE in staat om te gaan met de WISSELWERKING tussen meerdere DEELGEBIEDEN van het RECHT Pagina 2797 Ouders die ZONDER nadere OVERWEGING hun eigen NIET-VACCINERENDE ouders volgen, wordt geen STROBREED in de weg gelegd Pagina 2802 De verbodenverklaring is een SIGNAAL dat de VERENIGING zich BUITEN de rechtsorde van de SAMENLEVING plaatst Pagina 2810 Het lijkt ONTERECHT om dieren enkele basale RECHTEN te ONTZEGGEN op basis van het democratieargument, terwijl we zelf BESCHIKKEN over de meest EXOTISCHE RECHTEN Pagina 2813 VERZEKERDEN met een rechtsbijstandsverzekering hebben het RECHT zelf een ADVOCAAT te KIEZEN Pagina 2844 Middels PROTOCOL 15 wordt de MARGIN OF APPRECIATION doctrine vastgelegd in de PREAMBULE bij het EVRM Pagina 2814 Uit de definitie van een ZELFSTANDIGE zoals neergelegd in art. 1 onder b Bbz 2004, volgt dat een zelfstandige UITSLUITEND een NATUURLIJKE PERSOON kan betreffen Pagina 2825 Het VERLIES van het NEDERLANDERSCHAP staat mogelijk NIET in alle gevallen in VERHOUDING tot het GEPLEEGDE FEIT Pagina 2847

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen (vz.), Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Chr.A. Alberdingk Thijm, technologie en recht, Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechtspleging, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechts sociologie, Martijn W. Hesselink, rechtsvergelijking en Europees privaatrecht, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Theo de Roos, straf(proces)recht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, Elies Steyger, Europees recht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2013/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 300 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw), extra gebruiker 80 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 80 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 7,50. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB). Prijs: 35,- (inclusief btw) Pagina s: 292 ISBN: Handleiding opstellen en beoordelen van commerciële contracten Contracten in de praktijk INCLUSIEF handige voorbeeldclausules en vele tips & tricks! Een onmisbare praktische handleiding voor iedereen, met of zonder juridische achtergrond, die te maken heeft met het opstellen en beoordelen van commerciële contracten. Het boek geeft een overzicht van de meest voorkomende contractsbepalingen en legt de werking ervan uit aan de hand van praktische voorbeelden. Steeds vanuit zowel het perspectief van de leverancier als vanuit het perspectief van de afnemer. De auteur, Marcel Ruygvoorn, wijst op toegankelijke wijze op herkenbare problemen en risico s en biedt handvatten n om daar op een praktische wijze mee om te gaan. Met o.a. antwoord op vragen als: Welke contractsbepalingen moet ik tenminste in mijn contract opnemen? Hoe kan ik mijn aansprakelijkheid beperken? Wanneer kan ik de algemene voorwaarden van mijn contractpartner vernietigen? Wanneer mag mijn contractpartner de onderhandelingen niet meer afbreken? Bij uitstek interessant voor: Algemeen en financieel directeuren Inkoop- en salesmanagers Bedrijfsjuristen Ga voor meer informatie en om te bestellen naar

5 Vooraf 2361 Verdienvermogen 40 Het einde van de vanzelfsprekendheid, zo begint het vorige week gepresenteerde WRRrapport Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland. Een stabiele economische groei is ons niet langer gegeven. We staan aan de vooravond van een periode met schaarste aan geschikte arbeidskrachten en tekorten aan noodzakelijke grondstoffen. De snelheid waarmee productieprocessen veranderen neemt toe en het langdurig behouden van een leidende marktpositie is maar weinig bedrijven gegeven. Bovendien veranderen de mondiale machtsverhoudingen, wat weliswaar kansen biedt, maar tegelijkertijd gevestigde posities op scherp zet. De centrale boodschap van de WRR is dan ook: ons land zal zich moeten voorbereiden op een wereld waarin succesvol innoveren betekent dat zowel benodigde infrastructuur, instituties, als menselijk kapitaal zodanig zijn toegerust dat ze adequaat kunnen inspelen op wisselende omstandigheden. Daarbij zijn verdienvermogen en responsiviteit sleutelbegrippen. Inzetten op beide vraagt om een andere focus. Niet langer zal het beleid primair gericht moeten zijn op product- en marktinterventies. Afgestapt moet ook worden van de gedachte dat markten te corrigeren zijn via losstaande maatregelen. Om het innovatiesysteem als geheel beter te laten functioneren moeten interventies en stimulerende maatregelen gericht zijn op het innovatiesysteem als geheel. Het is, aldus de WRR, tijd voor een systeemperspectief: het bevorderen van goede netwerken, stimulerende reguleringen en ondersteunende instituties; en het formuleren van lange termijn strategieën waarop alle betrokken partijen zich kunnen oriënteren. Die omslag is lastig: product- en marktinterventies zijn gemakkelijker uit te leggen aan een breed publiek, en hebben ook de charme van een hoge mate van concreetheid en daadkracht. Systeeminterventies kosten meer tijd en zijn onzichtbaarder, maar ze leveren wel meer op. Wie probeert de aanbevelingen van de WRR te vertalen naar de juridische wereld en stil staat bij de mogelijke rol van wetgeving en regulering in het bepleite denken vanuit innovatiesystemen, ziet zich geconfronteerd met vele vragen. Zo lijkt de boodschap van de WRR te impliceren dat we instrumenten die gericht zijn op stimuleren van markten en tegengaan van marktfalen (mededingings- en aanbestedingsbeleid, intellectuele eigendomsrechten, handelsbepalingen) in samenhang bezien met instrumenten op het terrein van scholing, arbeidsmarktbeleid en ontslagrecht. Dat zal allerminst een eenvoudige opgave zijn. En om het nog complexer te maken: kijken door de lens van innovatiesystemen impliceert dat instrumenten gericht op ondernemingen (vestigingsregelingen, belastingfaciliteiten, etc.) dan ook maar direct in deze analyse betrokken worden. Natuurlijk weten we allen dat het recht zich al lang niet meer manifesteert als een coherent geheel van klassieke vormen van regulering (wetgeving, rechtspraak), maar ook door middel van alternatieve vormen daarvan, zoals soft law, co-regulation en nog andere vormen van governance. Bovendien is sprake van een gelaagde lokale, nationale en internationale rechtsorde, waartussen wisselwerking bestaat. Maar het WRRperspectief impliceert dat we hier als het ware nog een dimensie aan toevoegen: een scherp oog voor de wisselwerking tussen regulering van zowel markten, arbeid als ondernemingen. Maar daarmee is nog niet alles gezegd over een mogelijke vertaalslag van het WRR-rapport naar de rol van het recht. Evenzeer een uitdaging zijn de aanbevelingen op het terrein van het onderwijs. Het verdienvermogen van een land hangt voor een groot deel af van de kennis die de bevolking heeft, aldus de WRR. Het rapport zet daarom mede in op een stevige hervorming van het onderwijs. Redenerend vanuit de overtuiging dat mensen in staat moeten zijn zich aan te passen aan de telkens wijzigende omstandigheden en eisen van de arbeidsmarkt: Ons onderwijs vertoont nog veel trekken van een industriële aanpak. Het lijkt nog sterk op een leerfabriek in plaats van een inspirerende leeromgeving, is sterk locatiegebonden, met vaste tijden en met vaste jaarschema s. (...) Onderwijzers staan nog steeds voor een klas en besteden veel van hun energie aan het overdragen van de lesstof. Kennis moet daarom niet langer op industriële wijze worden overgebracht, maar veel meer op maat en tijds- en plaatsonafhankelijk worden aangeboden. Wie kijkt naar het rechtswetenschappelijk onderwijs, ziet dat juridische faculteiten de afgelopen jaren het nodige hebben gedaan om hun leerfabriek in te ruilen voor meer kleinschalig en mede op competenties gericht onderwijs. Een goede juridische faculteit leert z n studenten dat het positieve recht voor velerlei uitleg vatbaar is en eenduidige oplossingen niet bestaan omdat ze afhankelijk zijn van interpretatie en maatschappelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd: studenten worden binnen de muren van de universiteit slechts spaarzaam geconfronteerd met de ingewikkelde opdracht het recht z n rol te geven in een complexe samenleving. Voor de meerderheid van de studenten lijken het privaat-, straf en bestuursrecht als keurig aangeharkte en afgescheiden tuintjes en velen blijken aan het einde van de studie nog onvoldoende in staat om te gaan met de wisselwerking tussen meerdere deelgebieden van het recht. Terugkerend naar het WRR-rapport. Inzetten op responsiviteit en verdienvermogen impliceert volgens de Raad: afstappen van losstaande maatregelen en redeneren vanuit interventies gericht op het innovatiesysteem als geheel. Voor het recht zou dat kunnen betekenen: meer oog voor de wisselwerking tussen regulering van respectievelijk markten, arbeid en ondernemingen. Voor het juridisch onderwijs valt vanuit deze denkrichting te agenderen: studenten aanleren vooral ook te redeneren vanuit het juridisch systeem als geheel. Kortom, hen in staat stellen voorbij de grenzen van klassieke rechtsgebieden te denken. Met als bagage zowel een uitstekende kennis van juridische dogmatiek als de kunde te redeneren vanuit problemen en ontwikkelingen die de klassieke rechtsgebieden overstijgen. Corien Prins Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 2362 Wetenschap Dan toch maar een vaccinatieplicht? Roland Pierik 1 In dit artikel wordt een gekwalificeerde vaccinatieplicht voor kinderen onder de twaalf jaar bepleit. Vaccinatie van deze kinderen tegen de meest risicovolle infectieziekten zou verplicht moeten worden, terwijl tegelijkertijd de ouders de mogelijkheid moet worden gegeven om op basis van een gewetensbezwaardeprocedure ontheffing te vragen. Herhaaldelijk gebruikte argumenten, dat zo n plicht strijdig zou zijn met de vrijheid van godsdienst van de ouders, met het recht op onaantastbaarheid van het lichaam van het kind en met het recht op gezinsleven, worden ontkracht. Door deze maatregel kan het aantal vaccinaties op de biblebelt worden vergroot waardoor de vaccinatiegraad stijgt, de groepsimmuniteit worden bevorderd en de kans op toekomstige uitbraken verder worden verkleind, zonder dat een vaccinatieplicht tout court hoeft te worden ingesteld. Eind mei 2013 zijn in Nederland de mazelen opnieuw uitgebroken. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zijn er eind oktober 121 patiënten in het ziekenhuis opgenomen geweest, waarvan 61 patiënten met een longontsteking en 1 patiënt met een hersenontsteking. Eén meisje is aan de complicaties van de ziekte overleden en verwacht wordt dat als gevolg van deze uitbraak uiteindelijk drie mensen zullen sterven. Als gevolg van de invoer van het rijksvaccinatieprogramma is veruit het grootste deel van de bevolking gevaccineerd en vinden uitbraken van dit soort besmettelijke ziekten primair nog plaats onder bevindelijk protestanten die op de biblebelt geconcentreerd bij elkaar leven en die om religieuze redenen vaccinatie afwijzen. Na zo n uitbraak volgt er steevast een maatschappelijke en politieke discussie over de invoering van een wettelijke vaccinatieplicht. De laatste grote discussie woedde na de polio-uitbraak van 1993 en leidde tot een rapport van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid en zelfs een regeringsstandpunt. 2 De regering achtte een vaccinatieplicht niet ondenkbaar maar praktisch onuitvoerbaar, vooral om redenen van handhaafbaarheid. Ze sprak daarnaast expliciet het vertrouwen uit dat de weg van overtuiging en voorlichting op de lange termijn veel effectiever zou zijn om de vaccinatiegraad bij deze groepen te verhogen. 3 Twee decennia later moeten we constateren dat die verwachting niet is uitgekomen. De opvattingen onder bevindelijk protestanten over vaccinatie lijken niet wezenlijk te zijn veranderd en de vaccinatiegraad op de biblebelt blijkt nog steeds te laag te zijn om dit soort uitbraken te voorkomen. Nu de weg van overtuiging niet effectief is gebleken kan de vraag worden gesteld of de regering de vaccinatieplicht opnieuw moet overwegen. Nu zijn het de mazelen, maar er is geen reden waarom de veel gevaarlijker polio ook niet weer zou kunnen uitbreken. Aangezien deze uitbraken alleen de zeer selecte groep niet-gevaccineerden op de biblebelt raken, draait het in deze discussie om de vraag of we als Nederlandse samenleving bereid zijn om vaccinatieplicht voor alle kinderen in te voeren met als doel om een relatief kleine groep kinderen, tegen de wil van hun gewetensbezwaarde ouders in, te beschermen tegen infectieziekten. In deze discussie staan twee posities diametraal tegenover elkaar. Enerzijds de meer seculiere positie die de vrijheid van godsdienst en geweten als belangrijk beginsel in de liberaal-democratische rechtsstaat erkent, maar stelt dat deze tolerantie niet mag uitmonden in levenslange invaliditeit of zelfs overlijden van minderjarigen die zelf nog niet in staat zijn om vaccinatie weloverwogen te weigeren. Dit argument wordt versterkt door de eenvoudige en risicoloze manier waarop dit leed via vaccinatie voorkomen kan worden, en de voor de grote meerderheid van de bevolking ondoorgrondelijke argumentatie waarom bevindelijke groepen vaccinatie verwerpen. Anderzijds lijkt de focus op het beschermen van juist deze kinderen een treffend voorbeeld te zijn van de selectieve antireligieuze verontwaardiging die kenmerkend is voor de seculiere arrogantie die volgens Van der Staaij (SGP) het huidige tijdsgewricht kenmerkt. 4 Deze houding is onnodig stigmatiserend voor de overigens zeer prudente ouders voor wie het verlies van hun kind natuurlijk het ergste is en grote gewetensnood oplevert. 5 Inderdaad bij elke uitbraak van zo n besmettelijke ziekte zullen slachtoffers vallen, maar dit aantal valt in het niet in vergelijking met het aantal kinderen dat jaarlijks verdrinkt in zwembaden en recreatieplassen, verongelukt in het verkeer, of overlijdt als gevolg van huis-, tuin- en keukenongelukken NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 40

7 In dit artikel presenteer ik een gekwalificeerde verdediging van een vaccinatieplicht voor kinderen onder de twaalf jaar. 6 De discussie zou complex worden indien de verplichting het complete rijksvaccinatieprogramma tegen twaalf ziektes zou omvatten; immers, de kans op overdracht, de risico s bij besmetting, en de vaccinatiegraad verschillen van ziekte tot ziekte. In dit artikel richt ik me daarom op verplichte vaccinatie tegen polio, de meest omstreden infectieziekte die ook als een van de gevaarlijkste wordt gezien. De reden voor deze beperking is tweeledig: naarmate het risico op overlijden of blijvende schade bij een infectieziekte groter is, des te makkelijker het is om verplichte vaccinatie te verdedigen. Daarnaast is er al decennialang een discussie over de verplichte poliovaccinatie gaande zodat ik de huidige discussie over vaccinatieplicht kan vergelijken met eerdere discussies. Mocht de verplichte vaccinatie tegen polio onverdedigbaar zijn, dan lijkt de kans klein dat een vergelijkbare plicht bij infectieziekten met minder impact, zoals mazelen, wel te verdedigen is. Mocht ze wel verdedigbaar zijn, dan kan op basis van deze argumentatie gekeken worden in hoeverre de vaccinatieplicht bij andere infectieziekten ook verdedigbaar is. In dit artikel staat de vaccinatieplicht tegen polio dus centraal; in de conclusie zal ik nog even kort terug komen op een mogelijke vaccinatieplicht voor mazelen. 1. Het Nederlandse vaccinatieprogramma De overheid ziet het als haar verantwoordelijkheid om besmettelijke ziektes zo goed mogelijk te bestrijden en de Nederlandse bevolking zo adequaat mogelijk tegen uitbraken te beschermen. 7 Op basis van art. 22 Grondwet vult ze deze taak in door het aanbieden van een gratis maar niet verplicht Rijksvaccinatie-programma. 8 Afgemeten aan de 95% van de Nederlandse bevolking die gevaccineerd is, kan dit programma als succesvol worden beschouwd. Echter, een groep van ongeveer bevindelijk gereformeerden verzet zich principieel en categorisch tegen vaccinatie. De laagste vaccinatiegraad minder dan 25 procent is te vinden bij twee reformatorische gezindten: de Gereformeerde Een groep van ongeveer bevindelijk gereformeerden verzet zich principieel en categorisch tegen vaccinatie Gemeenten in Nederland en de Oud Gereformeerde Gemeenten. 9 Daarnaast is er een groep kritische prikkers, voornamelijk antroposofen en homeopaten, die op medische gronden de vanzelfsprekendheid van dit soort grootschalige vaccinatieprogramma s ter discussie stellen. 10 Ze zijn van mening dat ziekten als de mazelen bij overigens gezonde personen een positieve bijdrage zouden kunnen leveren aan groei, ontwikkeling en immuniteitsopbouw, wat een grotere weerbaarheid oplevert op latere leeftijd tegen ziekten als kanker en allergieën. Deze ouders laten bijvoorbeeld hun kinderen pas op latere leeftijd vaccineren, of vaccineren hun kinderen niet tegen wat ze als minder risicovolle ziekten beschouwen, als bof, mazelen en kinkhoest. Kritische prikkers vaccineren over het algemeen wel tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio en rodehond omdat ze deze ziekten als een te groot risico zien om vaccinatie achterwege te laten. In veruit het grootste deel van Nederland kunnen deze besmettelijke ziektes niet meer uitbreken of zich verspreiden als gevolg van de groepsimmuniteit die ontstaat in een omgeving met een inentingsgraad van afhankelijk van de ziekte 80 tot 95%. De ziekteverwekker kan dan niet meer onder de bevolking circuleren en dus ook niet de ongevaccineerden bereiken; deze zijn beschermd dankzij het feit dat zo veel andere mensen zich wel hebben laten inenten. 11 Echter, in bepaalde gemeenten op de biblebelt leven niet-gevaccineerden dermate geconcentreerd dat deze groepsimmuniteit niet ontstaat. 12 Indien zo n ziekte geïmporteerd wordt, Auteur 1. Mr. R.H.M. Pierik is universitair hoofddocent rechtsfilosofie, Paul Scholten Centre for Jurisprudence, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam. Met dank aan Wibren van der Burg, Dorien Pessers, Ingrid Robeyns, Bald de Vries en de deelnemers aan het Paul Scholten Centre Research Colloquium voor verhelderend commentaar op een eerste versie van dit paper. heid p pen spreek, heb ik het primair over deze groepen. Voor een toelichting op de term bevindelijk zie J.P. Zwemmer, De Bevindelijk Gereformeerden, Kampen: Uitgeverij Kok, 2001, p ; Anne van der Meiden, De Zwarte Kousen Kerken. Bevindelijk heroverwogen portret, Baarn: Uitgeverij Ten Have, 1993, p Voor informatie over de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken zie nl. Het is me bij het schrijven van dit artikel extreem moeilijk gebleken om on the record algemene gegevens over het vaccinatiegedrag van deze kritische prikkers te verkrijgen, of welke ziekten als risicovol beschouwd worden. De in dit artikel weergegeven informatie heb ik geverifieerd aan de hand van een ingezonden brief in NRC Handelsblad van 29 september 1992 van Bob Witsenburg, destijds praktiserend antroposofisch arts en vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA). 11. Er kan dus duidelijk wel een volksgezondheidsprobleem ontstaan indien als gevolg van religieuze en kritische overwegingen de vaccinatiegraad ook buiten de biblebelt onder de kritische grens zou dalen, maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit staat te gebeuren. 12. Theoretisch gezien is verspreiding van een virus en besmetting buiten de gebieden met hoge concentraties van niet-gevaccineerden mogelijk, maar in de praktijk heeft dit sinds 1971 niet meer plaatsgevonden. NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, p Kees Van der Staaij, God verzwijgen? God noemen!, Katholiek Nieuwsblad, 7 juli J. Douma en W.H. Velema, Polio: afwachten of afweren?, Amsterdam: Uitgeverij Ton Bolland, 1997, p Volwassenen die welbewuste keuzen kunnen maken moeten in beginsel vrij zijn om vaccinatie voor zichzelf te weigeren. Kinderen vanaf twaalf jaar wordt nu ook al de mogelijkheid geboden om zelf weloverwogen voor vaccinatie te kiezen. 7. Simons, Preventiebeleid voor de volksgezondheid p. 8; NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, p. 6. Noten 2. NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, Nationale Raad voor Volksgezondheid, 1993); H.J. Simons, Preventiebeleid voor de volksgezondheid, Brief van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Kamerstukken II 1993/94, , nr. 4 (1993). 3. Preventiebeleid voor de volksgezond- 8. Dit vaccinatieprogramma wordt bekostigd via de AWBZ. In België bestaat er wel een vaccinatieplicht tegen polio. 9. Als ik in dit artikel over bevindelijke groe- NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap bijvoorbeeld via reizigers, vluchtelingen of adoptiekinderen uit werelddelen waar deze ziektes nog heersen, kan deze zich snel verspreiden. Deze groepen hebben veel onderling contact via onder andere kerken, het verenigingsleven en scholen, ook ver buiten hun eigen woonplaats. Denk bijvoorbeeld aan de grote regionale scholengemeenschappen op reformatorische grondslag in Amersfoort, Gouda en Rotterdam die leerlingen aantrekken uit honderden dorpen uit de wijde omtrek. 13 Ondanks het feit dat deze mensen geografisch verspreid wonen, moeten ze in termen van overdracht van ziektes toch als één gemeenschap worden beschouwd. 14 Deskundigen stellen daarom dat de kans op een polio-epidemie in Nederland klein is, maar dat deze op enig moment zal uitbreken is vrij zeker. 15 Aangezien polio ernstige gevolgen kan hebben en alleen preventief valt te bestrijden, acht de Nederlandse Regering het wenselijk dat alle kinderen hiertegen ingeent zijn. In het kabinetsstandpunt naar aanleiding van de polio-uitbraak van 1993 schrijft H.J. Simons, de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur: Verplichte vaccinatie zou er voor kunnen zorgen dat ook kinderen waarvan de ouders gewetensbezwaren hebben gevaccineerd kunnen worden. De schade die een kind kan ondervinden van het niet vaccineren is dermate groot dat dit ernstig in overweging is genomen. Praktische argumenten als de handhaafbaarheid en de mogelijk averechtse werking op de huidige vrijwillige deelname maken dat toch van een vaccinatieplicht wordt afgezien. 16 De regering lijkt geen principiële bezwaren tegen de vaccinatieplicht te hebben, maar ziet er op basis van praktische argumenten van af. De vooronderstelling lijkt te zijn dat aangezien ouders uit bevindelijke groe NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 40

9 pen diepgevoelde religieuze bezwaren tegen vaccinatie hebben, ze zich ook weinig gelegen zullen laten liggen aan een wettelijke verplichting. 17 De kans wordt reëel geacht dat ouders, om deze verplichte inenting te ontlopen, het consultatiebureau zullen mijden of hun kinderen (tijdelijk) van school zullen houden. Omdat het niet evident is om kinderen onder dwang, tegen de wil van de ouders in, naar het consultatiebureau te laten brengen om ze te vaccineren, wordt de vraag gesteld of verplichte inenting wel proportioneel is aan het nagestreefde doel. Of zoals de Nationale Raad voor de Volksgezondheid onderkoeld concludeert, het is niet doenlijk en wenselijk om gezondheidsbescherming via de Mobiele Eenheid uit te voeren. 18 In plaats van het invoeren van de vaccinatieplicht zet de regering vooral in op voorlichting en dialoog: Het kabinet is van mening dat op de lange termijn de weg van overtuiging en voorlichting meer effectief zal zijn dan die van verplichting. 19 Maar de vraag kan worden gesteld of deze dialoog ook het gewenste effect heeft gehad op de relevante groepen. De recente uitbraak van mazelen maakt duidelijk dat twee decennia later de vaccinatiegraad op de biblebelt nog steeds te laag is om dit soort uitbraken te voorkomen. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat deze voorlichtingscampagnes weinig doel hebben getroffen. Bevindelijke ouders zijn geïnterviewd over de keuze voor het al dan niet vaccineren van hun kinderen en hun overwegingen daarbij. 20 Alhoewel het maar een beperkt aantal respondenten betreft (27 gezinnen) en het onderzoek dus niet generaliseerbaar is voor de hele bevindelijke gemeenschap, zijn de uitkomsten wel opvallend eenduidig: uit niets blijkt dat de pogingen tot dialoog enig effect hebben gehad. De onderzoekers onderscheiden twee subgroepen: ouders die de traditie volgen en ouders die een weloverwogen keuze maken. De ouders die de traditie volgen, spreken nauwelijks over het onderwerp en doorlopen geen weloverwogen besluitvormingsproces. Ze maken domweg dezelfde keuze als hun ouders. Degene die uit niet-vaccinerende families komen, vaccineren hun eigen kinderen ook niet. 21 Ouders die wel een overwogen keuze maken, discussiëren vooral met elkaar, bespreken het onderwerp soms met vrienden of hun ouders, maar geen van hen bespreekt het onderwerp met ouderlingen of de dominee. 22 De in 1993 uitgesproken hoop van de regering dat op de lange termijn de weg van overtuiging en voorlichting meer effectief zal zijn dan die van verplichting blijkt ijdel te zijn. Ouders die de traditie volgen, besluiten zonder veel discussie af te zien van vaccinatie, en hen wordt daarbij door de overheid ook geen strobreed in de weg gelegd. Bij ouders die wel een overwogen keuze maken is het ook niet duidelijk of de overheidsvoorlichting enige invloed heeft. Uit het onderzoek van Ruijs c.s. blijkt dat het pad van overtuiging en dialoog deze groepen niet bereikt omdat ze zich als groep af lijken te sluiten voor argumenten van buitenstaanders. 23 Maas stelt dat dit soort pogingen iets naïefs bezit en voorbij gaat aan het sterke wij-zij gevoel in de doelgroepen. 24 Dit wordt in de huidige discussie nog eens onderstreept in de reactie op oud-minister van Volksgezondheid Els Borst (D66). Zij stelde dat predikanten gemeenteleden moeten oproepen hun kinderen te laten inenten. Echter, omdat ze in bevindelijke kringen nog steeds als de Euthanasieminister bekend staat onder haar bewind is de euthanasiewetgeving ingevoerd werkte haar betoog als een rode lap op een stier Naar een vaccinatieplicht? Uit het onderzoek van Ruijs c.s. is duidelijk geworden dat het pad van overtuiging en dialoog bevindelijke groepen niet bereikt, omdat ze sterk naar binnen gericht zijn en zich afsluiten voor overtuiging door buitenstaanders. Indien de regering van mening is dat het haar taak is om ook kinderen uit bevindelijk gereformeerde gezinnen te beschermen tegen mogelijke gevolgen van besmettelijke ziekten, kan ze niet langer op de vrijblijvende dialoog vertrouwen en moet ze een meer effectieve manier vinden om haar boodschap aan deze ouders over te brengen. Eén mogelijkheid hiertoe is om vaccinatie van kinderen onder de twaalf tegen de meest risicovolle infectieziekten verplicht te stellen, maar tegelijkertijd de ouders de mogelijkheid te geven om op basis van een gewetensbezwaardeprocedure ontheffing te vragen. Naar analogie van de Belgische procedure bij de vaccinatieplicht en de Nederlandse procedure bij militaire dienstweigeraars zou zo n procedure er als volgt uit kunnen zien. Naast de wettelijke vaccinatieplicht zou er ook iets als een Wet Gewetensbezwaren Vaccinatie moeten worden ingevoerd waarin de gronden moeten worden aangegeven waarop ouders vaccinatie kunnen weigeren. Ouders ontvangen bij de geboorteaangifte een vaccinatieformulier dat na het doorlopen van de vaccinatieserie, drie vaccinaties tegen polio, maar uiterlijk binnen achttien maanden naar de gemeente moet worden teruggestuurd. Weigeraars kunnen vervolgens worden aangespoord om alsnog het vaccinatie-programma af te ronden. Indien ze dat niet willen omdat ze gewetensbe- 13. Douma and Velema, Polio: afwachten of afweren?, p Syrië grote polio-uitbraken plaatsgevonden, terwijl er in Israël groot alarm is geslagen en een nood-vaccinatie is opgestart, omdat in het zuiden van het land een stam van het poliovirus in het rioolwater is gevonden. Het RIVM adviseert intussen reizigers die van plan zijn naar Israël en die langer dan tien jaar geleden een polioprik hebben gehad, om zich alsnog te laten inenten. 16. Simons, Preventiebeleid voor de volksgezondheid p Preventiebeleid voor de volksgezondheid p. 9. qualitative study, p NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, p How orthodox protestant parents decide on the vaccination of their children: a qualitative study p NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, p P.F. Maas, Parlement en Polio, s-gravenhage: SDU-Uitgeverij, 1988, p Simons, Preventiebeleid voor de volksgezondheid p Wilhelmina L.M. Ruijs et al., How orthodox protestant parents decide on the vaccination of their children: a qualitative study BMC Public Health 12, no. 408 (2012). 21. How orthodox protestant parents decide on the vaccination of their children: a 15. Han Willems, Gert van Dijk en Johan Legemaate, Meer druk op de naald, Medisch Contact 64, no , p Zie ook H. Bijkerk en F.J. Draaisma, Poliomyelitis-Epidemie, zoals geciteerd in Maas, Parlement en Polio, p Wereldwijd komt de ziekte nog steeds voor: in het najaar van 2013 hebben er in Somalië en 24. Maas, Parlement en Polio, p Christiaan Pelgrim, Je kind niet inenten als een vorm van verzet. Interview met Arnold Huijgen, NRC Handelsblad, 20 juli NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap zwaren inbrengen komen ze in een toetsingsprocedure terecht. Eerst moeten ouders hun bezwaren schriftelijk toelichten, daarna worden ze opgeroepen voor een Commissie van Advies die hen bevraagt op hun argumenten en advies uitbrengt. Bezwaren tegen vaccinatie zouden dan getoetst moeten worden op de vraag of ze in redelijkheid beoordeeld kunnen worden als te respecteren onoverkomelijke gewetensbezwaren in de zin van de Wet Gewetensbezwaren Vaccinatie. Deze maatregel maakt de dialoog, die tot nu toe vrijblijvend werd aangeboden, veel indringender: ouders die vaccinatie weigeren kunnen zich niet langer aan deze dialoog onttrekken. Ze kunnen alleen vrijstelling van vaccinatie krijgen indien ze hiervoor argumenten inbrengen die in redelijkheid als te respecteren gewetensbezwaren kunnen worden aangemerkt. Hierbij zijn de volgende overwegingen van belang: als samenleving zien we het als een belangrijke overheidstaak om besmettelijke ziekten zo goed mogelijk te bestrijden, en hierbij is de medewerking van de burgers noodzakelijk. 26 Daarnaast heeft de overheid een taak om jonge kinderen te beschermen tegen vermijdbare risico s die met deze ziekten gepaard gaan. Enerzijds heeft de overheid een belangrijke rol om de vrijheid van religie te beschermen. Anderzijds heeft ze ook een verantwoordelijkheid ten opzichte van de kinderen die vaccinatie mislopen. De relevantie van overheidsoptreden op basis van deze verantwoordelijkheid, desnoods tegen de wil van de ouders in, wordt benadrukt door het feit dat een aantal van de poliopatienten, die als kind bij de uitbraak in 1983 gehandicapt zijn geraakt, als volwassenen expliciet afstand hebben genomen van het standpunt van hun ouders en hen hebben verweten dat ze hen niet hebben laten inenten. 27 Vanuit deze verantwoordelijkheid moet de overheid ouders met indringende vragen confronteren wanneer hun levensovertuiging serieuze risico s kan opleveren voor hun kinderen. Dit kan door ouders als opdringerig of zelfs aanstootgevend worden gezien alsof hun oprechtheid in twijfel wordt getrokken. Echter, opvoedingskeuzen die over het algemeen als uiterst onverstandig worden gezien, kunnen niet aan een kritische beoordeling worden onttrokken, simpelweg omdat ze uit een religieuze overtuiging voortvloeien. En aangezien de risico s aanzienlijk zijn, is het aanvaardbaar dat deze dialoog geen vrijblijvende is, maar dat de overheid deze ouders op een dwingende manier op hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun kinderen aanspreekt. In het eerdergenoemde regeringsstandpunt uit 1993 wordt de vaccinatieplicht met een vrijstellingsmogelijkheid voor gewetensbezwaarden afgedaan als een tandeloze tijger: De inhoud van de gevoerde discussie met groeperingen die vaccinatie op principiële gronden afwijzen maakt het alleszins aannemelijk dat een zeer groot aantal personen, dat thans geen gebruik maakt van mogelijkheden tot vaccinatie, zich ook in de toekomst aan (verplichte) vaccinatie zal onttrekken. Wil een maatregel van verplichte vaccinatie enig effect sorteren dan zou er geen mogelijkheid moeten bestaan om een beroep te doen op een uitzonderingsbepaling voor gewetensbezwaarden. Een uitzonderingsbepaling voor gewetensbezwaarden geldt evenwel bij verplichte maatregelen als uitgangspunt. Ook bij de verplichting tot inenting voor militairen is een regeling voor gewetensbezwaarden opgenomen. Dit houdt in dat juist de personen die als enigen in Nederland een groot risico op nadelige gevolgen tengevolge van een besmetting met het poliovirus lopen, zich aan de maatregel kunnen en zullen onttrekken. 28 Dit is een curieus argument. Ten eerste ondermijnt dit citaat het in het regeringsstandpunt uitgesproken vertrouwen in het middel van voorlichting en overtuiging. Ten tweede, zo n maatregel verplichting plus vrijstellingsprocedure biedt juist een optimale middenweg tussen de huidige vrijblijvende regeling en een vaccinatieplicht tout court. Tolerantie ten opzichte van religieuze minderheden impliceert niet dat de overheid onverschillig mag staan ten opzichte van bepaalde opvoedingskeuzen, de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen, en mogelijke risico s die er uit voort kunnen vloeien. De huidige regeling is daarom te vrijblijvend, gegeven de verantwoordelijkheden die de overheid tegenover de betreffende kinderen heeft. Ouders die zonder nadere overweging hun eigen niet-vaccinerende ouders volgen, wordt geen strobreed in de weg gelegd. Invoering van deze maatregel draait de logica van de regelgeving om: weigeren is nog steeds mogelijk, maar ouders worden dan wel verplicht hun gewetensbezwaren tegen vaccinatie uit te spreken en toe te lichten. Deze maatregel kan een bijdrage leveren tot het doorbreken van sociale normen, die binnen deze gesloten groepen nog steeds erg dominant zijn. 29 Ouders worden gedwongen om ook de meer formele overheidsnorm in overweging te nemen en expliciet kennis te nemen van argumenten vóór vaccinatie, wat hun keuzeproces kan beïnvloeden. Anderzijds is een vaccinatieplicht zonder een procedure voor gewetensbezwaarden juridisch wellicht onmogelijk omdat, zoals de regering in het citaat hierboven aangeeft, een uitzonderings-bepaling voor gewetensbezwaarden bij verplichte maatregelen als uitgangspunt geldt. Meer in het algemeen valt te stellen dat het beginsel van tolerantie impliceert dat bij onderwerpen waar burgers diepgevoelde en onoverkomelijke gewetensbezwaren hebben, de overheid de ruimte moet bieden om op basis hiervan een vrijstelling te krijgen. Het doel van de maatregel is het tegengaan van uitbraken van besmettelijke ziekten, en hiervoor is geen vaccinatiegraad van 100% nodig. Deze beperkte maatregel zou al voldoende kunnen zijn om het doel te bereiken dat hier wordt nagestreefd: het vergroten van het aantal gevaccineerde kinderen waardoor de vaccinatiegraad op de biblebelt stijgt, de groepsimmuniteit op de biblebelt wordt behaald, en de kans op toekomstige uitbraken wordt uitgesloten. Indien met deze maatregel nog steeds niet de vereiste vaccinatiegraad wordt behaald, kan alsnog een vaccinatieplicht tout court overwogen worden. In zekere zin zou zo n vaccinatieplicht tout court makkelijker zijn voor de overheid, omdat het haar ontslaat van de plicht om een vrijstellingsprocedure in te stellen en de plicht om de gronden waarop vrijstelling geclaimd kan worden te formuleren. Maar gegeven de diepgevoelde weerstand tegen vaccinatie bij sommigen en de overweging dat het middel 2802 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 40

11 proportioneel moet zijn aan het nagestreefde doel, lijkt een verplichting met vrijstellingsmogelijkheid vooralsnog de meest prudente maatregel. Op basis van de discussie van de laatste decennia valt te verwachten dat er principiële en pragmatische bezwaren tegen de invoer van zo n vaccinatieplicht zullen worden ingebracht. Het inhoudelijke bezwaar stelt dat de weerstand tegen vaccinatie gebaseerd is op diepbeleefde religieuze en onwrikbare overtuigingen. Vaccinatieplicht is daardoor in strijd met de vrijheid van godsdienst van de ouders (art. 6 Gw, art. 9 EVRM en art. 18 IVBPR). Het tweede bezwaar is pragmatisch: omdat deze weerstand zo diepbeleefd en onwrikbaar is, zal de tegenstand bij verplicht inenten zo groot zijn, dat ouders zich zullen verzetten. In die omstandigheden kan verplichte vaccinatie in strijd komen met het recht op onaantastbaarheid van het lichaam van het kind en het recht op gezinsleven (art. 11 Gw en art. 8 EVRM). In de komende twee paragrafen zal ik deze tegenargumenten aan een nadere analyse onderwerpen. 3. De principiële weerstand tegen vaccinatie en de vrijheid van godsdienst Het standaardargument tegen een vaccinatieplicht is dat ze in strijd zou zijn met artikel 6 van de Grondwet betreffende het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. In deze paragraaf wil ik dit argument aan een nadere analyse onderwerpen en de vanzelfsprekendheid aan de orde stellen waarmee met een verwijzing naar de vrijheid van religie de discussie over vaccinatieplicht voortdurend wordt afgekapt. De vrijheid van godsdienst impliceert dat de overheid tolerant moet zijn ten opzichte van diepgevoelde religieuze overtuigingen, die per definitie meer op geloof dan op de rede zijn gebaseerd: faith itself provides the moral basis for freedom of religion. [ ] At its most basic level, the concept of faith describes the manner in which a particular belief or set of beliefs may be subscribed to by human beings. In that sense of the word, faith exists as a form of rival to reason. When we say that we believe in something as a matter of faith, [ ] we express a commitment to that which cannot be established by reason, or to that which can be established by reason, but not for that reason. 30 Maar dat impliceert niet automatisch dat de vrijheid van religie ook van toepassing is op alle handelingen en praktijken die aanhangers uit deze religieuze voorschriften afleiden. Als die praktijken bijvoorbeeld de belangen van anderen schaden, dan kan de overheid beperkingen aan de vrijheid van religie opleggen. Meer In hoeverre wordt de weerstand tegen vaccinatie door de vrijheid van godsdienst beschermd? in het algemeen geldt dat, indien op basis van de vrijheid van religie een vrijstelling van wettelijke verplichtingen wordt geclaimd, de wetgever vereist dat er voldoende verband bestaat tussen het relevante religieuze voorschrift en de concrete praktijk. Ook moeten religieuze voorschriften consequent, dat wil zeggen niet selectief, door de gelovigen worden toegepast. In hoeverre kan er in redelijkheid worden geconcludeerd dat de weerstand tegen vaccinatie door de vrijheid van godsdienst wordt beschermd? Het godsdienstig voorschrift waarop tegenstanders zich baseren is de leer van de predestinatie: Alles is van te voren door God bepaald (voorzien). Hij bewaakt en onderhoudt zijn schepping. Geen mus valt van het dak en geen haar van het hoofd, of het is door hem gewild. Geen oud mens, geen kind sterft na of voor zijn tijd. 31 Tegenstanders uit de bevindelijke gemeenschap betogen dat vaccinatie een ontkenning is van Gods voorzienigheid, een bewijs is van het gebrek aan vertrouwen op God en een zich niet willen buigen onder Gods tucht of straf. 32 Hierbij wordt veelal verwezen naar Mattheus 9:12: zij die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. 33 Ook wordt vaak een beroep gedaan op Zondag 10 van de Heidelberger Catechismus: waarin wordt gesteld dat alle dingen, inclusief regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede en alle dingen niet bij geval maar van zijn vaderlijke hand toekomen. Anderen zien vaccins juist als een door God gegeven middel om besmettelijke ziekten tegen te gaan. 34 Calvijn schrijft bijvoorbeeld: want Hij die ons leven binnen bepaalde grenzen heeft afgepaald, heeft tevens de zorg daarvoor aan ons toevertrouwd, ons voorzien van de middelen en de steun om het leven te bewaren, en ook gemaakt, dat wij gevaren zien aankomen; en opdat die ons niet onverhoeds zouden overvallen heeft Hij ons voorzorgsmaatregelen en middelen ter beschikking gesteld. Nu is duidelijk wat onze plicht is, nl. als God ons leven geschonken heeft ter bescherming, dat wij het dan ook beschermen; als Hij middelen aanbiedt, dat wij die dan ook gebruiken; als Hij ons de gevaren doet voorzien, dat wij dan ook niet roeke- 26. In de woorden van de regering: De bestrijding van infectieziekten is een van de meest klassieke taken van de overheid. [ ] Dat ter uitwerking van deze taak in het belang van de infectieziekte bestrijding aan burgers verplichtingen moeten kunnen worden opgelegd, lijkt onomstreden. Simons, Preventiebeleid voor de volksgezondheid, p Zwemmer, De Bevindelijk Gereformeerden, p Timothy Macklem, Independence of Mind, Oxford: Oxford University Press, 2008, p Van der Meiden, De Zwarte Kousen Kerken. Bevindelijk heroverwogen portret, p Voor een toelichting op de leer van De Voorzienigheid, zie Zwemmer, De Bevindelijk Gereformeerden, p Voor een uitgebreide beoordeling van de Bijbelse argumenten voor en tegen vaccinatie, zie Douma and Velema, Polio: afwachten of afweren?, p ; Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut, Vaccinatie. Een handreiking tot het gesprek, Ede, 1994, p Simons, Preventiebeleid voor de volksgezondheid, p Klassiek is het verhaal van de vader die zonder medeweten van zijn echtgenote zijn kinderen in het naburige dorp tegen polio liet vaccineren, waarna de moeder een dag later, ook zonder overleg met haar echtgenoot, met dezelfde kinderen en hetzelfde doel bij dezelfde huisarts langs kwam. 33. Dit citaat is ook terug te vinden in Lukas 5:31 en Markus 2: Douma and Velema, Polio: afwachten of afweren?, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap loos daarin storten; als Hij geneesmiddelen verschaft dat wij die dan ook niet veronachtzamen. 35 Er is een duidelijk verschil van mening binnen de Christelijke gemeenschap of een verbod op vaccinatie op strikt bijbels-theologische gronden gemaakt kan worden. De weerstand tegen vaccinatie kan niet eenduidig uit de bijbel kan worden afgeleid: vanuit bepaalde Bijbelteksten kan de tegenstand tegen vaccinatie worden verdedigd maar het is onmogelijk dit als enige interpretatie te presenteren. 36 De eerste conclusie die we kunnen trekken is dat maar een kleine minderheid van Christenen de religieuze voorschriften zodanig interpreteert, dat er een vaccinatieverbod uit kan worden afgeleid. De leer van de predestinatie is door de medicus Abraham Capadose ( ) omgezet naar een vurig betoog tegen de koepokkenvaccinatie. 37 Hij stelde dat de geneeskunde niet van te voren in de loop van de natuur mag ingrijpen; pas wanneer de kwaal uitbreekt, dient de arts te streven naar genezing. 38 Preventieve maatregelen zijn dus verboden; genezende of palliatieve maatregelen zijn toegestaan omdat die niet ingaan tegen Gods voorbestemming. Maar dit onderscheid tussen preventie en genezing is veel minder evident dan hier wordt gesuggereerd. Het plakken van een pleister helpt bij de genezing van de wond maar voorkomt ook verdere infecties, en is daarmee dus ook een preventief middel. Dit simpele voorbeeld laat zien dat preventie en genezing conceptueel moeilijk te scheiden zijn. Douma en Velema, die in deze discussie de meest welwillende lezing geven van de Bijbelse argumenten van tegenstanders van vaccinatie, concluderen dat het onderscheid tussen preventie en genezing geheel willekeurig is. 39 Meer in het algemeen geldt dat een consequente toepassing van Mattheüs 9:12 zou impliceren dat geen enkel gezond mens een arts zou mogen raadplegen en alle preventieve medische programma s in strijd zijn met Gods Woord; denk bijvoorbeeld aan begeleiding bij zwangerschap door verloskundigen, de begeleiding van pasgeboren en jonge kinderen in consultatiebureaus, of aan de preventieve screening voor borstkanker. 40 En aangezien regen en droogte ook onder Gods voorbeschikking vallen zou besproeiing van akkers en tuinen ook niet toegestaan zijn. De tweede conclusie die we kunnen trekken is dat tegenstanders van vaccinatie op basis van de leer van de predestinatie een onderscheid maken tussen preventie en genezing die medisch-technisch onhoudbaar is. Ook lijkt het verbod op preventieve maatregelen erg selectief te worden toegepast. Bevindelijk gereformeerden hebben geen bezwaar tegen het slikken van foliumzuur door de moeder tijdens de zwangerschap of het toedienen van vitamine K vlak na de geboorte. Maar de overeenkomsten tussen deze maatregelen en het poliovaccin zijn treffend, met name in het geval van het Sabin-vaccin het suikerklontje met een druppeltje. In alle gevallen betreft het een preventief middel dat oraal wordt toegediend en dat tot doel heeft om ernstige bedreigingen van de gezondheid van het pasgeboren kind te voorkomen. Tenslotte is de vaccinatie niet de enige handeling die tegen de leer van de predestinatie ingaat; de eerder genoemde Capadose bestreed ook het afsluiten van verzekeringen en monteren van een bliksemafleider op het huis. 41 Echter, de laatste twee maatregelen zijn grotendeels uit de bevindelijke voorschriften verdwenen. Er is in Nederland nog steeds een groep gemoedsbezwaarden met principiële bezwaren tegen verzekeringen, maar deze groep is veel kleiner dan de groep tegenstanders van vaccinatie. En voor zover ik heb kunnen nagaan lijkt de weerstand tegen bliksemafleiders anno 2013 helemaal verdwenen. De indruk ontstaat dat de leer van de predestinatie binnen de bevindelijk gereformeerde stroming vooral en primair praktisch wordt beleden in het verbod op vaccinatie terwijl vergelijkbare preventieve ingrepen zonder veel discussie aanvaard worden. Een derde conclusie die we kunnen trekken is dat naarmate er minder voorschriften, gebaseerd op de leer van de predestinatie nog betekenis hebben binnen bevindelijke kringen, des te selectiever en daarmee willekeuriger de weerstand tegen vaccinatie wordt. Er is een socio-culturele verklaring die misschien nog een betere uitleg geeft voor de aanhoudende aandacht voor vaccinatie binnen de bevindelijke groepen. P.F. Maas constateert dat sinds de koepokkendiscussie van eind 19 e eeuw het verzet tegen vaccinatie deel is gaan uitmaken van het bevindelijke erfgoed en de sociaal-religieuze subcultuur. 42 De verwerping van vaccinatie heeft een symbolische rol gekregen in de distantie die deze bevindelijke groepen willen behouden tot de seculiere cultuur. Binnen bevindelijk gereformeerde kringen is er altijd een grote reserve geweest ten aanzien van de opkomst van de wetenschap en het toenemende vertrouwen in de mogelijkheden van de geneeskunde. Deze hebben de ruimte ingeperkt voor mensen die de wereld beschouwen vanuit het gezichtspunt van het Christelijke geloof en willen leven in Gods Voorzienigheid. 43 J.P. Zwemmer signaleert in zijn standaardwerk over bevindelijke groepen een neiging tot groepsdenken en nadruk op het in stand houden van de eigen identiteit en cultuur: het gevaar is groot dat groepsbewustzijn groter is dan het bevindelijke bewustzijn waarbij het isolement van de eigen kring een gevoel [geeft] van veiligheid en geborgenheid. 44 Volgens P.F. Maas hebben bevindelijke groepen zich meer en meer in hun subcultuur verschanst, beducht voor wereldgelijkvormigheid en de gevaren van buiten. 45 Deze distantie tot de moderne cultuur lijkt primair tot uiting te komen door de afwijzing van vaccinatie als symbolisch verzet tegen het moderne idee van maakbaarheid. 46 Het Prof. dr. G.A. Lindenboom Instituut, opgericht om ontwikkelingen en gebeurtenissen in de gezondheidszorg kritisch te volgen en te beoor- De hedendaagse weerstand lijkt minstens zozeer ingegeven door cultureel-isolationistische overwegingen binnen een anti-modernistische strijd dan door religieuze leerstellingen 2804 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 40

13 delen in het licht van de Heilige Schrift publiceerde naar aanleiding van de polio-uitbraak van 1993 een handreiking tot het gesprek. In deze handreiking wordt onomwonden de vraag gesteld: of tegenstanders van vaccinatie het zich [ ] in geestelijk opzicht misschien ook niet te gemakkelijk maken door de distantie tot de moderne cultuur veelal te beperken tot afwijzing van bepaalde concrete handelingen, waarvan het niet-vaccineren er één is. 47 Verschillende auteurs merken op dat deze stelling wordt gesteund door het gegeven dat deze discussie alleen in Nederland plaats vindt terwijl vaccinatie bij vergelijkbare bevindelijke groepen buiten Nederland geen enkel probleem is. De enige vergelijkbare groep die vaccinatie ook afwijst zijn de Amish, en juist deze groep staat er ook om bekend zeer kritisch te staan ten opzichte van de moderne cultuur. 48 Een vierde conclusie die we kunnen trekken is dat tenminste een gedeelte van de weerstand tegen vaccinatie gebaseerd is op argumenten die los staan van religieuze leerstellingen. Deze argumenten ondermijnen mijns inziens de door velen vanzelfsprekende relatie tussen weerstand tegen vaccinatie en de vrijheid van godsdienst. Ja, de weerstand is gebaseerd op de leer van de predestinatie, maar deze wordt op een weinig consistente en erg selectieve manier geïnterpreteerd. Douma en Velema, in orthodoxprotestante kring gezaghebbende theologen die een heel boek gewijd hebben aan de bevindelijke argumenten tegen vaccinatie, concluderen in dat boek: toetsing van de [de door bevindelijke groepen ingebrachte] argumenten leidt ons tot het resultaat dat geen van de ingebrachte bezwaren houdbaar is gebleken. 49 Daarnaast lijkt de hedendaagse weerstand minstens zozeer ingegeven door cultureel-isolationistische overwegingen binnen een antimodernistische strijd dan door religieuze leerstellingen. De vrijheid van religie impliceert dat burgers het recht hebben om de religieuze leerstellingen van hun keuze aan te hangen. Maar dat betekent niet dat burgers dezelfde vrijheid hebben in de zin van non-interferentie als ze deze leerstellingen in concrete praktijken omzetten. Met name wanneer deze praktijken andere mensen schaden of in gevaar brengen. Dit onderscheid tussen leerstellingen en praktijken ondermijnt mijns inziens de vanzelfsprekendheid waarmee met een verwijzing naar de vrijheid van religie de discussie over vaccinatieplicht voortdurend wordt afgekapt. En het heeft naar mijn mening ook een effect op het beginsel van interpretatieve terughoudendheid. Dit beginsel stelt dat het niet primair aan buitenstaanders (inclusief rechter en wetgever) is om uit te maken wat een gelovige onder (het belijden van) zijn godsdienst heeft te verstaan. 50 Het lijkt me in de context van de bovenstaande argumentatie dat de wetgever dit beginsel van interpretatieve terughoudendheid minder strikt hoeft toe te passen. Dit impliceert dat er geen obstakel is om de voorgestelde vaccinatieplicht met vrijstellingsmogelijkheid op te leggen. Maar dit neemt niet weg dat bevindelijke ouders die wel op overtuigende manier onoverkomelijke gewetensbezwaren naar voren kunnen brengen nog steeds de mogelijk hebben om vrijstelling te krijgen. De vrijheid van godsdienst wordt dus niet ingeperkt. 4. Pragmatische argumenten tegen een vaccinatieplicht Het doel van een vaccinatieplicht is het beschermen van de gezondheid van kinderen die niet vrijwillig door hun ouders worden gevaccineerd. Maar de vraag blijft of een wettelijke vaccinatieplicht wel proportioneel is aan het te bereiken doel. In deze paragraaf bespreek ik de belangrijkste pragmatische argumenten tegen een vaccinatieplicht. Door een vaccinatieplicht zal bij de bevolking als geheel de bereidheid afnemen om vrijwillig aan preventieactiviteiten mee te werken. Dit is een van de argumenten waarom in het rapport Vaste Prik de invoering van een vaccinatieplicht wordt afgeraden. 51 Maar deze conclusie wordt eerder in hetzelfde rapport ondermijnd; immers daar wordt gesteld dat de gewoonte van vaccinatie en om aan preventieprogramma s deel te nemen onderhand zo ingeburgerd is dat het onwaarschijnlijk is dat het vaccinatiepercentage erg zou dalen door invoering van een beperkte vaccinatieplicht. 52 En dit lijkt me een terechte conclusie: waarom zouden mensen die voor vaccinatie kiezen, omdat ze het beste met hun kinderen voor hebben, opeens burgerlijk ongehoorzaam worden zodra de overheid vaccinatie verplicht stelt en daarmee hun kinderen aan zo serieuze maar zo makkelijk te vermijden risico s blootstellen? Het betreft maar een klein risico en daarom is een plicht niet nodig. Bij de grote polio-uitbraak in Staphorst zijn vijf kinderen overleden en zijn er zeven ernstig gehandicapt geraakt. 53 Als gevolg van de recente mazelenuitbraak 35. J. Calvijn. Institutie I.XVII.4, zoals geciteerd in Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut, Vaccinatie. Een handreiking tot het gesprek, p Vergelijk Vaccinatie. Een handreiking tot het gesprek, p Polio: afwachten of afweren?, p. 68. onder orthodox-protestanten in Nederland, Middelburg: Roosevelt Academy, Pelgrim, Je kind niet inenten als een vorm van verzet. Interview met Arnold Huijgen. 49. Polio: afwachten of afweren?, p Capadose, Bestrijding der vaccine. Zoals geciteerd in Douma and Velema, Polio: afwachten of afweren?, p Marlies Galenkamp, Religieuze overtuigingen en het discriminatieverbod. Enkele bedenkingen bij het leerstuk van interpretatieve terughoudendheid, Trema, mei 2005, p NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, p. 52; Zie ook: Simons, Preventiebeleid voor de volksgezondheid p NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, p Maas, Parlement en Polio, p Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut Vaccinatie. Een handreiking tot het gesprek, p Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut, Vaccinatie. Een handreiking tot het gesprek, p Deze parallel wordt besproken in Vaccinatie. Een handreiking tot het gesprek, p. 9, voetnoot 15; Douma and Velema, Polio: afwachten of afweren?, p. 21, voetnoot 5, Abraham Capadose, Bestrijding der vaccine, Amsterdam: Sulpke, Zwemmer, De Bevindelijk Gereformeerden, p Zoals weergegeven in NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, p Maas, Parlement en Polio, p. 11; zie ook: Barbara Oomen et al. Recht op Verschil? Percepties en effecten van de implementatie van gelijkebehandelingswetgeving 39. Douma and Velema, Polio: afwachten of afweren?, p Maas, Parlement en Polio, p. 62. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 Wetenschap is al een kind overleden en wordt verwacht dat er uiteindelijk drie kinderen zullen overlijden. Meer in het algemeen komt dit soort uitbraken eens in de paar jaar voor en maakt dan steeds een beperkt aantal slachtoffers. Tegenstanders van vaccinatieplicht zien de aandacht hiervoor in de media en politiek als selectieve verontwaardiging of zelfs huichelarij. Immers, elke zomer verdrinken minstens zoveel kinderen in zwembaden en recreatieplassen, verongelukken meer kinderen in het verkeer, of overlijden als gevolg van huis-, tuin- en keukenongelukken. Maar deze analogie gaat maar ten dele op. Dit soort ongevallen zijn, zelfs bij de meest prudente ouders, moeilijk te voorkomen, in tegenstelling tot sterfgevallen bij de weigering van vaccinatie. En als ouders of verzorgers bij verdrinking of andere ongelukken onzorgvuldigheid kan worden verweten, kunnen ze strafrechtelijk vervolgd worden. Ook wordt door de vaccinatie-weigeraars en hun verdedigers steevast het argument aangehaald dat veel meer gezondheidswinst te behalen valt door overheidsinterventies op andere terreinen, zoals roken, drugsgebruik, enzovoort. 54 Maar ook deze analogie is niet overtuigend, omdat dit veelal gedrag betreft van mensen boven de twaalf jaar oud, terwijl de vaccinatieplicht slechts bedoeld is om jongeren onder de twaalf jaar oud beschermen. Alhoewel deze tegenargumenten van belang zijn om zaken in het juiste perspectief te plaatsen, geven ze geen a priori reden waarom een vaccinatieplicht niet overwogen zou kunnen worden. Het betreft maar een kleine groep en daarom is een plicht niet nodig. 95% procent van de kinderen wordt bereikt door het vrijwillige Rijksvaccinatieprogramma, en het is nog maar een kleine minderheid van de ouders die zich tegen vaccinatie verzet. Is het invoeren van een verplicht vaccinatieprogramma voor alle kinderen niet een te zwaar middel om een kleine groep te bereiken? Op zich lijkt dit een vanzelfsprekend argument: de overheid moet geen ingrijpende verplichtingen invoeren indien veruit het grootste deel van de bevolking zich vrijwillig aan het gewenste gedrag conformeert. Anderzijds betreft deze overweging veruit de meeste artikelen uit het Wetboek van Strafrecht, en is daarmee dus ook geen a priori reden waarom een vaccinatieplicht niet zou kunnen worden ingevoerd. In 1993 kon de regering nog de hoop en verwachting uitspreken dat voorlichting en vrijwillige dialoog op de lange termijn het beste zouden werken. Nu de weg van vrijblijvende voorlichting en dialoog ineffectief blijkt te zijn, lijkt de vaccinatieplicht als enige methode over te blijven. 55 Maar deze conclusie heeft ook nog een meer verregaande implicatie. Zolang de overheid met de kennis van nu vast blijft houden aan de idee-fixe van voorlichting en dialoog als voornaamste beleidsmiddel ter verhoging van de vaccinatiegraad, maakt ze impliciet de keuze dat een welbepaalde categorie kinderen duurzaam niet wordt beschermd. Immers, ze kan weten dat voorlichting en dialoog deze ouders niet zullen bereiken en dat dus de ongevaccineerde situatie van jonge kinderen in deze gemeenschappen niet zal verbeteren. Indien de regering deze situatie niet accepteert, lijkt vaccinatieplicht met de mogelijkheid tot weigering op basis van gewetensbezwaren een noodzakelijke volgende stap. Doel is om ouders die zich tegen vaccinatie verzetten aan te spreken op de inhoud van hun bezwaren, gegeven de risico s waaraan ze hun kinderen blootstellen. Verplichte vaccinatie kan in strijd komen met het recht op onaantastbaarheid van het lichaam van het kind. Het argument tegen de vaccinatieplicht op basis van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, is op het eerste gezicht iets minder evident. Kinderen worden regelmatig tegen hun zin aan medische handelingen onderworpen van een desinfecterend middel op een schaafwond tot een ingrijpende operatie. Deze ingrepen zijn niet in strijd met het recht op onaantastbaarheid van het lichaam en uit niets in de discussie blijkt dat ouders uit bevindelijke groepen bezwaar hebben tegen medische ingrepen bij hun kinderen per se; ze hebben vooral bezwaar tegen een bepaald soort ingreep: vaccinaties. Dit grondrecht komt in het geding op het moment dat vaccinatie onder dwang, tegen de wil van de ouders, moet worden toegediend op dat moment komt het recht op gezinsleven ook in het geding (art. 8 EVRM). De gedachte dat een vaccinatieplicht niet zou werken is ingegeven door de veronderstelling dat de standpunten binnen bevindelijk gereformeerde groepen onveranderlijk zouden zijn. Dit impliceert dat de overheid fysieke dwang zou moeten toepassen om de vaccinatie plaats te laten vinden wat tot onverkwikkelijke taferelen zou kunnen leiden het schrikbeeld van gezondheidsbescherming via de Mobiele Eenheid. Maar de vraag is of dat schrikbeeld, dat als onomstreden assumptie steeds boven deze discussie hangt, nog steeds overeenkomt met de realiteit. Ten eerste wordt dit schrikbeeld voorkomen door de mogelijkheid van vrijstelling van de verplichting via de gewetensbezwaarderegeling. Veel mensen die op zichzelf weinig bezwaar hebben tegen vaccinatie, kunnen wel bezwaar hebben tegen een vaccinatieplicht die zonder discussie aan weigeraars wordt opgelegd. In deze constellatie worden ouders niet meteen en onvermijdbaar met een verplichte vaccinatie geconfronteerd. Ouders met legitieme gewetensbezwaren kunnen nog steeds vrijstelling krijgen, maar pas nadat ze deze hebben uitgesproken en toegelicht. Gegeven het risico dat niet vaccineren met zich meebrengt is het te rechtvaardigen dat deze ouders op zijn minst verplicht worden om hun gewetensbezwaren toe te lichten. Daarnaast zou het beeld van de onwrikbaarheid van deze groepen genuanceerder kunnen zijn dan in dit debat gewoonlijk wordt aangenomen. Anne van der Meiden constateerde in 1993 al dat ook deze bevindelijke groepen veranderen: de scherpe kanten van de zondagsheiliging verdwijnen langzaam, de emancipatie van de vrouw zet door, en vanuit de jongeren komt er verzet tegen de al te zwaar opgelegde uiterlijke kentekenen van een geïsoleerd geloof. 56 Op dezelfde manier blijkt de SGP, traditioneel de politieke partij van deze gezindte, ook meer vatbaar te zijn voor overheidsdruk dan het imago van onwrikbaar bolwerk van mannenbroeders doet vermoeden. Het Clara Wichman Instituut stelde in 2003 voor de rechter dat de overheid de staatssteun aan de SGP moet stopzetten omdat de partij in strijd handelde met het VN-Vrouwenverdrag door vrouwen het passieve kiesrecht te onthouden. 57 Deze actie werd door 2806 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 40

15 velen binnen en buiten de bevindelijk gereformeerde wereld ernstig veroordeeld. Wie dacht deze seculiere organisatie wel te zijn om als buitenstaander deze partij voor de rechter te dagen! Zo n actie zou er juist toe bijdragen dat de SGP op haar strepen zou gaan staan, dat de rijen zich zouden sluiten inclusief de vrouwen binnen de partij en dat daarmee juist het omgekeerde bereikt zou worden van wat beoogd werd. Maar het tegendeel is gebleken. Toen zowel de Raad van State, de Hoge Raad als het EHRM concludeerden dat de partij vrouwen het passieve kiesrecht inderdaad niet mocht ontnemen, en dat daarom de staatssteun aan de partij moest worden stopgezet, koos de partij eieren voor haar geld. Door een wijziging in het reglement van de partij mogen sinds 2013 ook vrouwen zich formeel kandidaat stellen. Ik wil hier niet de naïeve conclusie trekken dat de SGP hiermee de facto de deuren heeft opengegooid voor vrouwelijke afgevaardigden; immers, er wordt tegelijkertijd onverkort vastgehouden aan artikel 10 van het reglement dat stelt Zolang deze groepen met rust worden gelaten, hebben ze geen enkele reden om van positie te veranderen dat vrouwen het regeerambt niet toekomt. Echter, het eerste vrouwelijke kandidaat-gemeenteraadslid heeft zich al gemeld zonder dat dit veel weerstand in de partij heeft opgeleverd. 58 Wat ik ter discussie wil stellen is de idee-fixe die bestaat dat deze groeperingen dogmatisch aan de leer vasthouden en niet pragmatisch kunnen reageren op verplichtingen van de overheid. Op dezelfde manier wordt er in de discussie over vaccinaties zonder veel argumenten vastgehouden aan een beeld van tegenstanders van vaccinaties als halsstarrig en ten koste van alles bereid om vaccinaties tegen te gaan. Echter, het zou goed kunnen dat, net zoals de SGP het door de overheid opgedrongen passieve stemrecht voor vrouwen bijna onmiddellijk heeft geïmplementeerd, deze groepen nu veel minder militant zullen reageren op een vaccinatieplicht dan, zeg twintig jaar geleden. Met name indien tegelijkertijd de uitweg van vrijstelling via een gewetensbezwaardenregeling wordt aangeboden. Zolang deze groepen met rust worden gelaten, hebben ze geen enkele reden om van positie te veranderen; dat hebben ze in hun vrouwenstandpunt niet gedaan tot 2008, en ze zullen vaccinatie ook afwijzen zolang de overheid niet verder gaat dan aandringen op een vrijblijvende dialoog. Echter, indien de overheid wil realiseren dat de kinderen binnen deze bevindelijke groepen ook gevaccineerd gaan worden, zal ze een stap verder moeten gaan en de dialoog via een gekwalificeerde vaccinatieplicht moeten afdwingen. 5. Tot slot: een vaccinatieplicht tegen mazelen? In dit artikel heb ik een gekwalificeerde vaccinatieplicht voor polio verdedigd en herhaaldelijk gebruikte argumenten tegen zo n plicht ontkracht. De gedachte bij de overheid dat voorlichting en dialoog uiteindelijk meer bevindelijke ouders over de streep zouden trekken om hun kinderen te vaccineren dan een verplichting daartoe is achterhaald, maar vormt nog steeds de rationalisatie van het huidige beleid. Door deze maatregel kan het aantal gevaccineerde kinderen op de biblebelt worden vergroot waardoor de vaccinatiegraad stijgt, de groepsimmuniteit daar worden bevorderd, en de kans op toekomstige uitbraken verder worden verkleind, zonder dat een vaccinatieplicht tout court hoeft te worden ingesteld. De aanleiding voor dit artikel was de mazelenuitbraak van mei De discussie over deze ziekte is anders dan die over polio. De mazelen worden gezien als een minder risicovolle ziekte en de weerstand tegen vaccineren wordt breder gedeeld; niet alleen bevindelijk gereformeerden weigeren, maar ook kritische prikkers. Toch zijn er bij de laatste uitbraak in drie kinderen aan overleden en is de verwachting van het RIVM dat bij deze uitbraak ook weer drie kinderen zullen overlijden. In hoeverre zou de vaccinatieplicht ook voor ziekten als de mazelen moeten gelden? Categorische tegenstanders zullen stellen dat een vaccinatieplicht nooit te rechtvaardigen is, zelfs niet bij een ziekte als polio; kritische prikkers zullen wellicht hun onderscheid tussen risicovolle en risicoarme ziekten als grens willen stellen, meer op kinderrechten georiënteerde voorstanders zullen het volledige Rijksvaccinatieprogramma tegen twaalf ziekten verplicht onder de vaccinatieplicht willen brengen. 59 Uiteindelijk draait het om een maatschappelijke risicoafweging: hoe risicovol moet een ziekte zijn om dit soort overheidsingrijpen te rechtvaardigen? Ik heb onvoldoende kennis over de kans op overdracht en de risico s bij besmetting om hier een uitspraak te kunnen doen over de vraag welke ziekten naast polio onder de vaccinatieplicht zouden moeten vallen. Maar indien de overheid zou besluiten om meer ziektes onder de vaccinatieplicht te brengen lijkt het me dat de hierboven gepresenteerde regelgeving kan worden toegepast: ouders zijn verplicht om hun kinderen tegen de betreffende ziekte te vaccineren, tenzij ze overtuigend gewetensbezwaren kunnen inbrengen. Bij bevindelijke ouders zullen dat vooral religieuze argumenten zijn; bij kritische prikkers zullen dat andersoortige argumenten zijn. Maar voor beide groepen geldt hetzelfde uitgangpunt: hun overtuigingen zijn beschermd via de vrijheid van religie en levensovertuigingen; echter, indien ze op basis hiervan een praktijk volgen waardoor hun kinderen grote risico s lopen, dienen ze hiervoor vrijstelling te vragen. 54. Ook worden de voorbeelden abortus en euthanasie steeds genoemd maar deze lijken meer overtuigingskracht te hebben binnen deze gezindten dan bij het grote publiek. 55. NRV Vaste prik? Advies over het beleid inzake poliovaccinatie, p Van der Meiden, De Zwarte Kousen Kerken. Bevindelijk heroverwogen portret, p Lars Nickelson, Orthodoxe protestantse christenen in Nederland, Utrecht: Forum Instituut voor multiculturele vraagstukken, 2013, p Mevrouw Lilian Janse is gekozen tot lijsttrekker voor de SGP tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in Vlissingen van A.W.M. Veldkamp en T.P.A.M. Bogers, Recht op vaccinatie, een uitgemaakte zaak, NJB 1993, afl. 33, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 2363 Focus Hoe moeilijk is het om een vereniging te verbieden? Deel 2: de zaak Martijn Tymen van der Ploeg 1 Op 2 april 2013 wees het Hof Arnhem-Leeuwarden arrest in de zaak Martijn. Het was het met de kwalificatie van de rechtbank eens dat het gedrag van de vereniging Martijn in strijd was met de openbare orde. Het hof stelde echter dat er aan nog een eis moet worden voldaan: de werkzaamheden moeten de samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten. Volgens de auteur moet het mogelijk zijn dat bepaalde daden in strijd worden geacht met de fundamenten van de rechtsorde zonder dat de vereniging (in dit geval) technisch misdrijven pleegt. Op 27 juni oordeelde Rechtbank Assen dat de vereniging Martijn voor haar leden nastreeft om seksueel contact te kunnen hebben met kinderen en o.a. via haar website dit seksueel contact verheerlijkt en voorstelt als iets dat normaal en acceptabel is, en dat zij door dit streven een ernstige inbreuk vormt op de fundamentele waarden binnen onze samenleving en daarom indruist tegen onze rechtsorde. De bescherming van de integriteit van het kind is een fundamenteel beginsel van onze samenleving. De werkzaamheid van de vereniging was dus in strijd met de openbare orde; derhalve sprak de rechtbank de verbodenverklaring en daarmee ontbinding van de vereniging uit. Het bijzondere in deze zaak was dat het verzoek van het OM tot verbodenverklaring (en ontbinding) niet al was gestrand als gevolg van de problemen van toerekening van handelingen van bestuurders of anderen aan de vereniging, zoals nog al eens eerder was gebeurd. 3 Het aanhouden van een website door iemand namens de vereniging wordt aan de vereniging toegerekend, ofwel de vereniging handelde door de op naam van de vereniging staande website zelf. Het Hof Arnhem-Leeuwarden was het in haar arrest van 2 april jl. 4 met de kwalificatie van de rechtbank dat het gedrag van Martijn in strijd was met de openbare orde, eens. Het hof stelde echter dat er aan nog een extra eis moet worden voldaan: de werkzaamheden moeten de samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten. Deze formulering hanteerde de Hoge Raad in de zaak van de Hells Angels 5 en is terug te voeren op de parlementaire geschiedenis. 6 Omdat daaraan volgens het hof niet is voldaan, wordt de beschikking van de Rechtbank Assen vernietigd. Verbrugh had destijds al aangegeven dat om deze reden het vonnis van de rechtbank wel eens niet in stand zou kunnen blijven. 7 Molier suggereert in een bijdrage in het NJB over deze zaak dat het oordeel van de rechtbank op de moraal berust en het oordeel van het hof op het recht. 8 In de uitspraken zelf is dat niet terug te vinden. 9 Volgens Brouwer moet het bij strijd met de openbare orde gaan om strafwaardige daden, dus daden die in enige wet strafbaar zijn gesteld. Hij concludeert dat volgens het hof geen strafbare gedragingen zijn geconstateerd 10 en dat dus om die reden het verzoek van het OM afgewezen had moet worden. 11 Anders dan Brouwer acht ook het hof strijd met de openbare orde mogelijk zonder dat er sprake is van strafwaardig gedrag. Het hof acht met de rechtbank het gedrag van Martijn, waarbij de gevaren van seksuele contacten met jonge kinderen worden gebagatelliseerd en die contacten zelfs worden verheerlijkt op zich in strijd met de openbare orde. 12 Er is weliswaar geen sprake van uitlokking van misdrijven tegen de zeden, maar in de publicaties van de vereniging wordt aan de moraal van deze wetgeving voorbijgaan, hetgeen allicht de leden ertoe kan brengen om met kinderen om te gaan in strijd met deze strafbepalingen. Daarbij blijft het hof bij de interpretatie van de Hoge Raad inzake Hells Angels, die Brouwer te ruim acht. 13 Ook ik ben voor terughoudendheid op dit vlak, maar naar mijn mening moet het mogelijk zijn dat bepaalde daden in strijd worden geacht met de fundamenten van de rechtsorde zonder dat er een strafbepaling over bestaat. 14 Toch meent het hof dat toepassing van art. 2:20 BW niet op zijn plaats zou zijn omdat het hier niet om een inbreuk op een fundamenteel beginsel van onze rechtsorde gaat. Het hof stelt dat art. 2:20 BW er niet is om het belang van het kind te beschermen, maar dat van de samenleving. De constatering dat dit artikel niet is bedoeld voor de bescherming van het kind maar van de samenleving is doorslaggevend, zo stelt het hof, want wat voor kinderen geldt, geldt niet voor de samenleving. Die is weerbaar en in staat zich te weer te stellen tegen onge NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 40

17 wenste uitingen en gedragingen. 15 Met deze redenering heb ik moeite. Een strijdbare democratie is mooi, 16 maar daarin kunnen kinderen nog niet volwaardig meedoen. Nederland heeft zich verbonden aan het Verdrag voor de rechten van het kind 17 om het belang van kinderen te beschermen. Bescherming tegen het gevaar van misbruik hoort daar zeker ook bij. 18 Deze bescherming is niet alleen van belang voor de minderjarigen maar ook ten behoeve van de samenleving als geheel. 19 Te meer nu de bescherming van hun belangen niet afdoende door henzelf ter hand kan worden genomen, is bij deze verheerlijking van seksueel contact met (jonge) kinderen mijns inziens sprake van schending van een fundamenteel beginsel van ons rechtsstelsel, ook al pleegt de vereniging technisch geen misdrijven. 20 Een strijdbare democratie is mooi, maar daarin kunnen kinderen nog niet volwaardig meedoen De civiele rechter in Assen buigt zich over het verzoek van het OM om pedofielenvereniging Martijn te verbieden en te ontbinden ANP Een andere redenering van het hof is dat de handelingen van Martijn feitelijk de samenleving niet ontwrichten of kunnen ontwrichten en dat daarom verbodenverklaring niet past. 21 Het hof verwijst daarvoor naar het 30-jarig bestaan van de vereniging, 22 de maatschappelijke debatten en het feit dat pedofilie-strafzaken niet tot maatschappelijke ontwrichting leiden. Naar mijn mening wordt aan de zinsnede uit de parlementaire geschiedenis over de mogelijke ontwrichting van de samenleving een andere waarde gehecht dan was bedoeld. In de parlementaire geschiedenis worden allerlei werkzaamheden genoemd, zoals gebruik van geweld of dreiging van geweld tegen het openbaar gezag of tegen andersdenkenden en discriminatie. De lijst is niet uitputtend bedoeld. Misbruik van kinderen had daar ook goed bij kunnen staan. Na de opsomming staat er: Uit deze voorbeelden valt af te leiden dat zij een aantasting inhouden van de als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel die indien op grote schaal toegepast, ontwrichtend zou blijken voor de samenleving. Door het hof, Verbrugh, Molier 23 en Brouwer wordt die laatste zinsnede als een extra eis opgevat naast het inbreuk maken op een fundamenteel beginsel van onze rechtsorde. Dan is de vraag hoe je moet vaststellen dat zich zo n dreiging van ontwrichting voordoet. Verbrugh keek naar de concrete kansen. De kans dat door de activiteiten van de vereniging het aantal seksuele vergrijpen ten aanzien van kinderen sterk zou vermeerderen, achtte Auteur 4. ECLI:NL:GHARL:2013:BZ Hof Arnhem-Leeuwarden 2 april 2013, on the United Nations Convention on the 1. Prof. mr. T.J. van der Ploeg is hoogleraar 5. HR 26 juni 2009, NJ 2009, 396 m.nt. P. r.o en 4.19; de rechtbank (Assen, 27 Rights of the Child, diss. VU Amsterdam Privaatrecht aan de VU, verbonden aan het van Schilfgaarde. juni 2012) wijst erop dat er om de seksuele 1999, Den Haag: Nijhoff 1999, p. 588 e.v. Centrum voor verenigingen- en stichtingen- 6. Kamerstukken I 1981/82, , MvA, integriteit van kinderen te beschermen 19. Vgl. de annotatie van C.D.J. Bulten bij recht en het onderzoeksprogramma Publie- p. 3. In de parlementaire geschiedenis werd zedenwetgeving bestaat. Zie art. 239 e.v. Hof Arnhem-Leeuwarden 2 april 2013, JOR ke en private belangen in evenwicht, aldaar. hieraan toegevoegd:,indien op grote Sr. 2013/134, nr. 6 die (ook) niet begrijpt hoe schaal toegepast. 13. J. Brouwer, a.w., stelt dat dan de wet- de redenering van het hof hier is. Noten 7. Rb. Assen 27 juni 2012, Ondernemings- gever maar moet optreden. 20. Molier, NJB 2013/1389, afl. 23, p. 2. ECLI:NL:RBASS:2013:BW9477, tevens recht 2013/7 nr. 11, m.nt. M. Verbrugh. 14. Het zou kunnen gaan om volstrekt 1506 is overigens van mening dat de o.a. JOR 2012/316 m.nt. Schmieman en 8. G. Molier, De Vereniging Martijn mag immorele gedragingen waar de strafwetge- Nederlandse overheid uiteraard geen enkele Ondernemingrecht 2013/7 m.nt. toch bestaan; over de scheiding van recht ver niet aan heeft gedacht. Vgl. Rb. ruimte moet geven voor een inbreuk op de M. Verbrugh, r.o en moraal, NJB 2013/1389, afl. 23, p. Amsterdam 18 november 1998, NJ 1999, seksuele integriteit van kinderen, maar 3. Zie mijn artikel: Hoe moeilijk is het om 1502 e.v. 377 (CP 86), r.o. 4.1, de parlementaire volgens hem maakte de vereniging zich an een vereniging of andere rechtspersoon 9. Zo ook J. Brouwer, Van verboden vereni- geschiedenis aanhalend. sich hier nu juist niet schuldig aan. Brouwer te verbieden?, NJB 2012/890, afl. 16, p. gingen en de openbare orde, NJB 15. Hof Arnhem-Leeuwarden 2 april 2013, acht strafwaardig gedrag nodig e.v. In dat artikel gaf ik aan dat op dit 2013/1608, afl. 27, p e.v. In zijn r.o Instemmend G. Molier, NJB 21. Vgl. PG en HR inzake Hells Angels. punt ook bij Martijn wel een probleem zou naschrift naar aanleiding van de reactie van 2013/1389, afl. 23, p e.v. 22. Het is zeer de vraag of de vereniging in kunnen bestaan (p. 1098). J. Brouwer, NJB Brouwer nuanceert Molier zijn stelling; zie 16. Zie de literatuur vermeld bij Molier NJB de vorige eeuw op dezelfde wijze opereerde 2013/1608, afl. 27, p e.v. lijkt die NJB 2013/1609, afl. 27, p /1389, afl. 23, p. 1509, noten als thans. toespitsing over het hoofd te hebben gezien 10. Zie Hof Arnhem-Leeuwarden 2 april 17. VN Verdrag van 20 november 1989, 23. NJB 2013/1389, p wanneer hij suggereert dat ik meende dat 2013, r.o Trb 1990, 170. het moeilijk zou zijn om Martijn verboden 11. Molier (NJB 2013/1609, afl. 27, p. 18. Zie art. 34 VN Verdrag voor de rechten te verklaren. 1788) stemt hiermee in. van het kind. Zie S. Detrick, A commentary NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Focus De zorg van de overheid voor de fundamenten van de samenleving gaat verder dan het voorkomen van dreigende zichtbare ontwrichting hij klein. Op zich lijkt me dat juist. Echter, wanneer de zinsnede indien deze op grote schaal zou plaatsvinden mee inbegrepen wordt, ligt dat weer anders. Kindermisbruik op grote schaal is dunkt me zonder meer maatschappij-ontwrichtend. Hetzelfde geldt wanneer de maatschappij zou worden overvoerd met het materiaal dat blijkbaar op de website van Martijn staat. Het wordt zo een min of meer arbitraire keus van de rechter of hij vindt dat aan het maatschappelijke ontwrichtingscriterium is voldaan. Ook Bulten geeft aan dat het criterium van maatschappelijke ontwrichting op deze wijze opgevat eigenlijk niet goed hanteerbaar is. 24 Mijns inziens kan de zinsnede de voorbeelden hebben gemeen dat zij een aantasting inhouden van de als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel, die, indien op grote schaal toegepast, ontwrichtend zou blijken voor de samenleving ook anders worden geduid dan als doelend op bepaalde (toekomstige) feiten. Meer voor de hand ligt mijns inziens de duiding dat de woorden ontwrichtend zou blijken enzovoort een conclusie is van het voorafgaande zinsdeel. Het wordt dan dus alleen van belang dat wordt vastgesteld dat er sprake is van een fundamenteel beginsel van onze samenleving. Aldus heeft ook Rechtbank Amsterdam geoordeeld inzake CP 86 betreffende haat zaaien en discriminatie. 25 Het lijkt me juridisch meer verantwoord om een uitspraak te doen over de inbreuk op een fundamenteel beginsel van ons rechtsbestel dan over de mogelijke ontwrichting van de samenleving. De zorg van de overheid voor de fundamenten van de samenleving gaat verder dan het voorkomen van dreigende zichtbare ontwrichting. 26 De verbodenverklaring is een signaal dat de vereniging zich buiten de rechtsorde van de samenleving plaatst. 27 Het is duidelijk dat verbodenverklaring slechts in uitzonderlijke gevallen dient plaats te vinden. Wanneer een vereniging een enkele keer een misstap begaat, hoeft dat nog geen verbodenverklaring tot gevolg te hebben. In het algemeen zal een eis zijn dat de werkzaamheden structureel of bij herhaling plaats hebben gevonden. Zie de genoemde uitspraak van Rechtbank Amsterdam in Brouwer wil dit criterium gebruiken bij inbreuk van minder zwaarwegende beginselen. 29 Mij lijkt verbodenverklaring bij inbreuk van niet zo fundamentele beginselen sowieso niet gepast. In de zaak Martijn gaat het niet om een eenmalige werkzaamheid maar om een werkzaamheid gedurende langere tijd door het onderhouden van een website met ongewenst materiaal. Met Molier en Brouwer ben ik van mening dat de vrijheid van meningsuiting, ook ten aanzien van wetswijziging betreffende strafbaarheid van seksuele handelingen met kinderen, een kernwaarde van de democratie is, die niet ongeoorloofd beperkt mag worden. Dat de vereniging Martijn bepleit om in de strafwetgeving de leeftijdsgrenzen van de zedenmisdrijven te verlagen is op zich legitiem. Verbodenverklaring om die reden zou ten onrechte de vrijheid van meningsuiting van de vereniging beperken. De verbodenverklaring is echter gebaseerd op de ongeoorloofdheid van de stimulering van seksuele gedragingen met kinderen. Deze ongeoorloofdheid wordt niet opgeheven doordat de propaganda voor wetswijziging ten behoeve van pedofielen op zich niet ongeoorloofd is. Tenslotte de vraag of een verbodenverklaring in het licht van EVRM aanvaardbaar is. In art. 11 EVRM wordt aangegeven dat de vrijheid mag worden beperkt (o.a.) in het belang van de goede zeden en de bescherming van de vrijheden en rechten van anderen. De verbodenverklaring moet in een democratische samenleving noodzakelijk zijn. Dat betekent dat de beperking proportioneel moet zijn. De verdragsstaten hebben daarbij een margin of appreciation. 30 De proportionaliteit of noodzakelijkheid van de maatregel is nog wel een afzonderlijk punt voor afweging. 31 Wanneer er voor de overheid (OM) andere middelen om het gewraakte handelen van Martijn te stoppen zouden zijn geweest, is het twijfelachtig of verbodenverklaring toelaatbaar is. Als die middelen er niet zijn, is mijns inziens verbodenverklaring en ontbinding van de vereniging proportioneel. De overheid laat een duidelijk signaal naar de samenleving horen. Dat ondanks zo n verbodenverklaring en ontbinding de gewraakte handelingen wellicht op andere wijze zullen doorgaan, doet daar niet aan af. 24. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 april 2013, JOR 2013/134, nr. 7, m.nt. C.D.J. Bulten. 25. Rb. Amsterdam 18 november 1998, NJ 1999, 377 (Nationale Volkspartij/CP 86) met name r.o Het uitgangspunt van de HR inzake Hells Angels dat ontbinding en verbodenverklaring een middel moeten zijn om de ontwrichting van de samenleving te voorkomen, houd ik wel vast. 27. Vgl. T.J. van der Ploeg, NJB 2012/890, afl. 16, p Zie noot J. Brouwer NJB 2013/1609, afl 27, p Vgl. T.J. van der Ploeg NJB 2012/890, afl 16, p Hof Arnhem-Leeuwarden (r.o. 4.12) en Molier noemen dit punt wel, maar werken dit niet uit omdat het ontbindingsverzoek van het OM al op een eerder punt strandt NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 40

19 Opinie 2364 Minder rechten voor meer subjecten Over een rechtendieet ten behoeve van dieren Bastiaan Rijpkema 1 Mensenrechten leiden aan begripsinflatie: met de tweede en derde generatie mensenrechten lijken welhaast alle rechten een mensenrecht zijn. Zo wordt het begrip betekenisloos. Waarom moeten mensen over zoveel rechten beschikken, terwijl de dieren het zonder rechten moeten stellen? Een aantal van de klassieke mensenrechten zou ook voor dieren kunnen gelden. Er moeten niet steeds meer mensenrechten bijkomen maar de kring van rechtssubjecten die de mensenrechten beschermen mag wel worden uitgebreid. Mensenrechten hebben na de Tweede Wereldoorlog een onvoorstelbare vlucht genomen. 2 Ze zijn zo universeel, dat staten als Jemen, Irak en Pakistan zelfs een minister van de mensenrechten hebben. Dat wil uiteraard nog niets zeggen over de daadwerkelijke mensenrechtenbescherming in die staten, maar het mensenrechtendiscours is blijkbaar zo dominant, dat deze staten zich genoodzaakt voelen zich daartoe in ieder geval in woord te verhouden. Je ziet het ook aan en dat is zorgwekkender de enorme wildgroei in mensenrechten. In de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens vind je al een recht op vakantie (art. 24) en het genieten van kunst (art. 27), en ook de hoeveelheid mensenrechten in nationale constituties neemt toe. Zo bevat de grondwet van Zuid-Afrika een groot aantal sociale en economische rechten, zoals een recht op onderdak (art. 26), en een recht op voedsel, water en sociale zekerheid (art. 27). In tegenstelling tot de papieren sociale en economische rechten in de Nederlandse Grondwet zijn hun Zuid-Afrikaanse tegenhangers volgens het Constitutioneel Hof aldaar ook daadwerkelijk juridisch afdwingbare rechten zij het op een andere wijze dan de klassieke mensenrechten. 3 In de Grootboom-zaak (over het recht op onderdak) was een lagere rechter zelfs zo enthousiast dat hij, in geval van minderjarigen (art. 28), het recht op onderdak tot absoluut grondrecht verklaarde; een dergelijke interpretatie was echter toch ook het Zuid-Afrikaanse Constitutioneel Hof te gortig. 4 Waar de tweede generatie mensenrechten dus inmiddels al effectief doordringt tot nationale constituties en rechtspraak, dient zich ook een volgende, derde generatie van zogenaamde solidariteitsrechten aan. 5 De Nederlandse grondwet vraagt bijvoorbeeld sinds 1983 in art. 21 om zorg om het leefmilieu. Dat mogen dan in het geval van Nederland nog slechts niet-afdwingbare beleidsvoornemens zijn, de tendens richting steeds meer, en steeds beter afdwingbare, nieuwe mensenrechten zowel nationaal als internationaal, is onmiskenbaar. Deze proliferatie van rechten heeft terecht de nodige kritiek ontmoet. 6 Er zijn drie belangrijke problemen. Ten eerste vergroot het creëren van nieuwe (afdwingbare) (mensen)rechten het democratisch tekort; je neemt immers bepaalde onderwerpen weg van de democratische Het creëren van nieuwe (afdwingbare) (mensen)rechten vergroot het democratisch tekort Auteur 1. Mr. Bastiaan Rijpkema is als promovendus verbonden aan de afdeling Encyclopedie van de Universiteit Leiden. Voor dit stuk is gebruik gemaakt van materiaal uit zijn bijdrage Dierenrechten als politiek-filosofisch probleem aan de eerder dit jaar verschenen bundel Bij de beesten af! Over dierenrecht en onrecht (Prometheus/Bert Bakker 2013). In het onderhavige stuk heeft hij, naast nieuw materiaal, ook antwoorden verwerkt op reacties die hij heeft mogen ontvangen naar aanleiding van het essay in de bundel bij lezingen en in recensies; in het bijzonder wil hij daarvoor Paul Cliteur, Alies ter Kuile en Gelijn Molier bedanken. Noten 2. Zie daarover bijvoorbeeld: Kenneth Cmiel, The Recent History of Human Rights, p (27), in: Akira Iriye e.a. (red.), The Human Rights Revolution: An International History, Oxford: Oxford University Press Zie daarover: Cass Sunstein, Social and Economic Rights? Lessons from South Africa, Forum Constitutional 2000/01, p (125 e.v.). 4. Zie Cass Sunstein, Social and Economic Rights? Lessons from South Africa, p Zie over de verschillende generaties: Kristin Henrard, Mensenrechten vanuit nationaal en internationaal perspectief, p Zie bijvoorbeeld: Paul Cliteur, Steeds maar nieuwe rechten. Over de schaduwzijden van een wijdverbreide praktijk, in: Rechtstheorie en Rechtsfilosofie, vol. 29 nr. 1, p en Philip Alston, A Third Generation of Solidarity Rights: Progressive Development or Obfuscation of International Human Rights Law?, in: Netherlands International Law Review 1982, vol. 29 nr. 3, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 Opinie Getty Images wetgever. 7 Daarnaast is er sprake van begripsinflatie: als alle rechten een mensenrecht zijn, wordt het begrip betekenisloos; mensenrechten kunnen, per definitie, slechts een beperkte categorie zijn. 8 Ten derde: conflictbeslechting wordt in juridisch-technische zin moeilijker. Hoe meer rechten opgehoogd worden tot de hogere klasse, hoe vaker deze rechten met elkaar zullen botsen; een situatie die we juist wilden voorkomen door bepaalde rechten in een hogere categorie te plaatsen. 9 Ondertussen is het op z n minst opmerkelijk te noemen dat wij ondanks deze aanzienlijke bezwaren nog steeds over zoveel rechten beschikken, terwijl de dieren, Moeten we zelf niet afslanken en het mes zetten in onze tweede en derde generatie rechten? die ons in toch niet-geringe aantallen omringen, het in het geheel zonder rechten moeten stellen. Men zou natuurlijk kunnen tegenwerpen dat rechten voor dieren een op zich nobel streven van enkele dierenvrienden is, maar dat deze dierenrechten toch echt achteraan in de rij zullen moeten aansluiten. Eerst maar eens alle tweede en derde generatie rechten verwezenlijken. Sterker nog, moeten we, gezien alle problemen met de proliferatie van mensenrechten, überhaupt wel aan een vierde generatie van dierenrechten beginnen? Mijn antwoord zou zijn: ja, en juist omdat dierenrechten geen vierde generatie aan rechten vormen. En, daarmee gaan de drie kritiekpunten ten aanzien van nieuwe rechten niet op voor dierenrechten. 10 Dit verdient enige uitleg. Voor we die kritiekpunten bezien, dienen we ons eerst af te vragen met welke generatie we nu eigenlijk te maken hebben, als het gaat om dierenrechten. Neem bijvoorbeeld het eerdergenoemde Zuid-Afrikaanse (tweede generatie) mensenrecht op onderdak. Een grondrecht op onderdak zorgt er dus voor dat 2812 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 40

Eind mei 2013 zijn in Nederland de mazelen

Eind mei 2013 zijn in Nederland de mazelen 2362 Wetenschap Dan toch maar een vaccinatieplicht? Roland Pierik 1 In dit artikel wordt een gekwalificeerde vaccinatieplicht voor kinderen onder de twaalf jaar bepleit. Vaccinatie van deze kinderen tegen

Nadere informatie

Dan toch maar een vaccinatieplicht?

Dan toch maar een vaccinatieplicht? Dan toch maar een vaccinatieplicht? Roland Pierik 1 Eind mei 2013 zijn in Nederland de mazelen opnieuw uitgebroken. Op het moment dat ik dit schrijf, midden augustus, valt in de kranten te lezen dat er

Nadere informatie

Antwoorden op kamervragen van de Kamerleden Van Gerven en Langkamp over vaccinatie tegen polio, bof, mazelen en rodehond.

Antwoorden op kamervragen van de Kamerleden Van Gerven en Langkamp over vaccinatie tegen polio, bof, mazelen en rodehond. Antwoorden op kamervragen van de Kamerleden Van Gerven en Langkamp over vaccinatie tegen polio, bof, mazelen en rodehond. (2080910270) 1 Wat is uw reactie op het bericht dat de gepromoveerde arts P. uit

Nadere informatie

Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waar tegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland

Nadere informatie

Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen

Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen Samenvatting Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen In Nederland bestaat al decennia een succesvol programma voor bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Daarmee

Nadere informatie

Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen

Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen Samenvatting Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen Kinkhoest is een gevaarlijke ziekte voor zuigelingen en jonge kinderen. Hoe jonger het kind is, des te vaker zich restverschijnselen

Nadere informatie

VACCINATIEPLICHT TEGEN MAZELEN. Valt een vaccinatieplicht tegen mazelen te rechtvaardigen?

VACCINATIEPLICHT TEGEN MAZELEN. Valt een vaccinatieplicht tegen mazelen te rechtvaardigen? VACCINATIEPLICHT TEGEN MAZELEN Valt een vaccinatieplicht tegen mazelen te rechtvaardigen? Sanne van der Post - Juli 2014 Masterscriptie Rechtsgeleerdheid - Privaatrecht Student: Sanne van der Post Studentnummer:

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en 10-11 maanden. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en 10-11 maanden. Rijksvaccinatieprogramma Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en 10-11 maanden Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen

Nadere informatie

Vaccinaties voor peuters van 14 maanden. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor peuters van 14 maanden. Rijksvaccinatieprogramma Vaccinaties voor peuters van 14 maanden Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland

Nadere informatie

Vaccinaties in Nederland, een vanzelfsprekende zaak.

Vaccinaties in Nederland, een vanzelfsprekende zaak. nipo het marktonderzoekinstituut Postbus 247 1000 ae Amsterdam Grote Bickersstraat 74 Telefoon (020) 522 54 44 Fax (020) 522 53 33 E-mail info@nipo.nl Internet http://www.nipo.nl Rapport Vaccinaties in

Nadere informatie

Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar. Rijksvaccinatieprogramma Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland worden

Nadere informatie

Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln

Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln B06 Bijlage I Rubella en zwangerschap, richtlijnen voor de praktijk Beleid naar aanleiding van een (mogelijk) contact (zie toelichting 1) Inventariseer

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over mazelen

Veelgestelde vragen over mazelen Veelgestelde vragen over mazelen Inhoud Wat is er aan de hand? Over de ziekte mazelen Vragen voor ouders met kinderen Vragen voor volwassenen Vragen voor werknemers in gezondheidszorg Vaccin tegen mazelen

Nadere informatie

Het is een goed moment om na te denken over de toekomst van het RVP

Het is een goed moment om na te denken over de toekomst van het RVP Samenvatting Het is een goed moment om na te denken over de toekomst van het RVP Sinds 1957 worden Nederlandse kinderen gevaccineerd tegen infectieziekten. Dat gebeurt in het kader van het zogenoemde Rijksvaccinatieprogramma

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 894 Preventiebeleid voor de volksgezondheid Nr. 130 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar. Rijksvaccinatieprogramma Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland worden

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 894 Preventiebeleid voor de volksgezondheid Nr. 129 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Ouderschap in Ontwikkeling

Ouderschap in Ontwikkeling Ouderschap in Ontwikkeling Ouderschap in Ontwikkeling. De kracht van alledaags ouderschap. Carolien Gravesteijn Ouderschap in Ontwikkeling. De kracht van alledaags ouderschap. Carolien Gravesteijn Ouderschap

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 U2012/00018 De uitvoeringsregeling treedt in werking per 1 september 2012 en heeft een zelfde werkingsduur als de Onderwijs- en examenregeling (OER) 2012-2013

Nadere informatie

Workshop 1 Vaccinatie: bescherming van individu en maatschappij. moderator Marleen Finoulst

Workshop 1 Vaccinatie: bescherming van individu en maatschappij. moderator Marleen Finoulst Workshop 1 Vaccinatie: bescherming van individu en maatschappij moderator Marleen Finoulst Presentaties Adviezen Hoge Gezondheidsraad: Marc Van Ranst Individuele bescherming: antroposofische invalshoek:

Nadere informatie

De aansprakelijkheidsverzekering

De aansprakelijkheidsverzekering De aansprakelijkheidsverzekering Dit boek is het achtste deel van een boekenreeks van Uitgeverij Paris: de ACIS-serie. ACIS staat voor het UvA Amsterdam Centre for Insurance Studies. Dit multidisciplinaire

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma Bescherm uw kind Laat uw kind inenten tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Laat uw kind inenten De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland. Met het

Nadere informatie

U I T S P R A A K 10 136

U I T S P R A A K 10 136 U I T S P R A A K 10 136 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van XXX, appellante tegen de Examencommissie Bachelor Rechtsgeleerdheid, verweerder 1. Ontstaan

Nadere informatie

U denkt dat uw kind mazelen heeft Wanneer u vermoedt dat uw kind mazelen heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met uw huisarts.

U denkt dat uw kind mazelen heeft Wanneer u vermoedt dat uw kind mazelen heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met uw huisarts. Aan alle ouders en verzorgers, Bij een aantal niet-gevaccineerde kind(eren) in het Land van Heusden en Altena is mazelen geconstateerd. In deze brief willen wij u in overleg met de GGD West-Brabant informeren

Nadere informatie

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend:

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend: Reactie van het College van B en W op de motie inzake Aanpak Discriminatie Amsterdam (openstellen functies voor iedereen bij ingehuurde organisaties) van het raadslid Flos (VVD) van 18 november 2009. Op

Nadere informatie

De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel

De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel prof.dr. Hans Strikwerda Met reviews door: prof. dr. Arnoud Boot mr. drs. Atzo Nicolaï drs. Michiel Muller prof. dr. Eric Claassen dr. René Kuijten prof. dr.

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers

Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers Achtergrond Het RIVM en Vernet Verzuimnetwerk B.V. hebben een onderzoek uitgevoerd onder ziekenhuismedewerkers naar de relatie tussen de influenza vaccinatiegraad

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting 161. Samenvatting. Nederlandse samenvatting voor niet ingewijden

Nederlandse samenvatting 161. Samenvatting. Nederlandse samenvatting voor niet ingewijden Nederlandse samenvatting 161 1 2 3 Samenvatting Nederlandse samenvatting voor niet ingewijden 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Nederlandse samenvatting 163 Wereldwijd is het percentage kinderen dat te vroeg geboren

Nadere informatie

: Gerard Spong : 4 juni 2014. Wijziging verzekeringswet

: Gerard Spong : 4 juni 2014. Wijziging verzekeringswet van datum woorden : Gerard Spong : 4 juni 2014 : 1345 Wijziging verzekeringswet 1. De minister van Volksgezondheid heeft het voornemen geuit art. 13 Zorgverzekeringswet te wijzigen. De wijziging komt er

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 U2013/01230 De uitvoeringsregeling treedt in werking per 1 september 2013 en heeft een zelfde werkingsduur als de Onderwijs- en examenregeling (OER) 2013-2014

Nadere informatie

GEZONDHEIDSINFORMATIE

GEZONDHEIDSINFORMATIE GEZONDHEIDSINFORMATIE voor risicovolle beroepsgroepen vaccinatie DTP en Hepatitis A/B www.vggm.nl GEZONDHEIDSINFORMATIE VOOR RISICOVOLLE BEROEPSGROEPEN Als medewerker kunt u via uw werk risico lopen op

Nadere informatie

Hieronder vindt u de reactie van de BSMR op het concept beleidsplan tegenprestatie.

Hieronder vindt u de reactie van de BSMR op het concept beleidsplan tegenprestatie. Doesburg, 16 november 2015 Aan: Onderwerp: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Doesburg BSMR-advies nr. 2015-003 inzake concept beleidsplan tegenprestatie Gemeente Doesburg, november

Nadere informatie

Correctievoorschrift. Voorbeeld van een goed antwoord: Nagel volgt Kant door op te merken dat het vreemd en onwenselijk is

Correctievoorschrift. Voorbeeld van een goed antwoord: Nagel volgt Kant door op te merken dat het vreemd en onwenselijk is Toets Vrije Wil en 2 Correctievoorschrift Correctievoorschrift Maximumscore 3 Een correcte uitleg van Kants analyse van morele verantwoordelijkheid Een correcte uitleg van waarom we het bestaan van de

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

verklaring omtrent rechtmatigheid

verklaring omtrent rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Raad Nederlandse Detailhandel DATUM 17 juni

Nadere informatie

Datum 18 augustus 2015 Betreft Beantwoording vragen van het lid Kuzu over De situatie van Oeigoeren in de Chinese provincie Xinjiang

Datum 18 augustus 2015 Betreft Beantwoording vragen van het lid Kuzu over De situatie van Oeigoeren in de Chinese provincie Xinjiang Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie Datum 18 augustus 2015 Betreft

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.

Nadere informatie

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Samenvatting Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Nieuwe biotechnologische methoden, met name DNA-technieken, hebben de vaccinontwikkeling verbeterd en versneld. Met

Nadere informatie

Bescherm uw kind. Informatie voor ouders tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind. Informatie voor ouders tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma Bescherm uw kind Informatie voor ouders tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Waar gaat deze folder over? De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland.

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

Coutinho: Verplicht vaccin heeft geen zin. Voorlichting over #mazelen wél! http://www.rivm.nl/mazelen pic.twitter.com/ CmfCr38dar

Coutinho: Verplicht vaccin heeft geen zin. Voorlichting over #mazelen wél! http://www.rivm.nl/mazelen pic.twitter.com/ CmfCr38dar Coutinho: Verplicht vaccin heeft geen zin. Voorlichting over #mazelen wél! http://www.rivm.nl/mazelen pic.twitter.com/ CmfCr38dar Desiree Beaujean @Deeskes 11 Mazelenepidemie in de bijbelstreek Martina

Nadere informatie

Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer

Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer Inleiding In de komende maanden willen we als kerkenraad een beleidsplan opstellen voor de komende vijf jaar. Iedereen die op dit moment op de één of andere manier

Nadere informatie

HPV-vaccinatie voor meisjes van 12 jaar. Rijksvaccinatieprogramma

HPV-vaccinatie voor meisjes van 12 jaar. Rijksvaccinatieprogramma HPV-vaccinatie voor meisjes van 12 jaar Rijksvaccinatieprogramma HPV-vaccinatie HPV is de afkorting van humaan papillomavirus. Ongeveer 8 op de 10 vrouwen die seksueel actief zijn, krijgen ooit een HPV-infectie

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 11

Samenvatting. Samenvatting 11 Samenvatting Een werkgever is verantwoordelijk voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden voor zijn werknemer. Hij dient zijn werknemers onder meer te beschermen tegen de mogelijke gevolgen van blootstelling

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN Inleiding De laatste tijd is er veel publiciteit geweest rond scholen die hun leerlingen verboden gezichtsbedekkende kleding of een hoofddoek te dragen. Uit de discussies die

Nadere informatie

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag PG/ZP-2.781.583 9 juli 2007

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag PG/ZP-2.781.583 9 juli 2007 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag 9 juli 2007 Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Standpunt op advies Gezondheidsraad

Nadere informatie

Gezondheidsraad. Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gezondheidsraad. Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Uw kenmerk : - Bijlagen : - Geachte minister, Gezamenlijk volgen Gezondheidsraad en RIVM/CIb de internationale en nationale ontwikkelingen met betrekking

Nadere informatie

BEZWAARSCHRIFT. Burgemeester van de gemeente Rotterdam

BEZWAARSCHRIFT. Burgemeester van de gemeente Rotterdam BEZWAARSCHRIFT Burgemeester van de gemeente Rotterdam Verzoekers zijn: Het ROTTERDAMS 1 MEI-COMITEE, gevestigd te Rotterdam Ahmed ERDOGAN, wonende te Rotterdam, Jeroen TOUSSAINT, wonende te Rotterdam,

Nadere informatie

Prik en bescherm. Laat je inenten tegen baarmoederhalskanker

Prik en bescherm. Laat je inenten tegen baarmoederhalskanker Prik en Prik en bescherm Laat je inenten tegen baarmoederhalskanker De HPV-inenting in het kort HPV is de afkorting voor humaan papilloma-virus. Het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken. De kans

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

GODSBEELDEN BIJBELSTUDIE VGSU BLOK

GODSBEELDEN BIJBELSTUDIE VGSU BLOK GODSBEELDEN BIJBELSTUDIE VGSU BLOK 4 2010-2011 INHOUD Inleiding... 5 Avond 1... 7 Avond 2... 8 Avond 3... 9 Avond 4... 10 3 4 INLEIDING Een relatie hebben met iemand is een abstract begrip, maar toch

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 070-8888500

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 070-8888500 POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Inleiding 11 1 Eerste verkenning 15 1.1 Waarom is kennis van religie belangrijk voor journalisten? 16 1.2 Wat is religie eigenlijk? 18 1.2.1 Substantieel en functioneel 18 1.2.2

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z08639 Datum 27 mei 2015

Nadere informatie

Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma Bescherm uw kind Laat uw kind inenten tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Laat uw kind inenten De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland. Met het

Nadere informatie

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1 Gê n a n t Aanbestedingsrecht ACTUALITEITEN Gênant Frederik van Nouhuys 1 Eind vorig jaar is namens de Staatssecretaris van VWS een brief gestuurd aan de Europese Commissie omtrent de vraag of gemeentelijke

Nadere informatie

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 5 januari 1994 Partijen : Appellanten tegen Christelijke Hogeschool Noord-Nederland Trefwoorden : bevoegdheid voorzitter

Nadere informatie

Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012

Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 En hoe de puzzelstukjes Of hoe de puzzelstukjes precies in elkaar precies passen in elkaar passen Onze Visie Wie we willen zijn in 2012 1 1 Als marktleider in het

Nadere informatie

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag PG/ZP 2.859.072 8 jul. 08

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag PG/ZP 2.859.072 8 jul. 08 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag 8 jul. 08 Onderwerp Bijlage(n) Uw brief vaccinatie tegen baarmoederhalskanker

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Wij willen u informatie geven over euthanasie en vertellen wat het standpunt van VU medisch centrum (VUmc) op dit gebied is.

Wij willen u informatie geven over euthanasie en vertellen wat het standpunt van VU medisch centrum (VUmc) op dit gebied is. Euthanasie Wij willen u informatie geven over euthanasie en vertellen wat het standpunt van VU medisch centrum (VUmc) op dit gebied is. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: Wat is euthanasie? Aan welke

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 2 Religieus recht 7 maximumscore 2 een beargumenteerd standpunt over de vraag of religieuze wetgeving en rechtspraak voor bepaalde bevolkingsgroepen tot cultuurrelativisme leidt 1 een uitleg van

Nadere informatie

rik Prik en bescherm informatie over inenten tegen baarmoederhalskanker

rik Prik en bescherm informatie over inenten tegen baarmoederhalskanker rik n Prik en bescherm informatie over inenten tegen baarmoederhalskanker De HPV-inenting in het kort HPV is de afkorting voor humaan papilloma-virus. Het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken.

Nadere informatie

Vaccinatie hepatitis B Geneeskundestudenten

Vaccinatie hepatitis B Geneeskundestudenten Vaccinatie hepatitis B Geneeskundestudenten Vaccinatie hepatitis B De Nederlandse Arbo-wetgeving eist dat ziekenhuizen en andere instellingen verantwoorde zorg aan hun patiënten bieden. Patiënten mogen

Nadere informatie

12. Twijfels rond vaccinatie

12. Twijfels rond vaccinatie 12. Twijfels rond vaccinatie Gisteren lag de oproep voor het vaccineren van mijn zoontje in de bus. Hij is ons eerste kind. Nu staan we voor de keus of we hem willen laten vaccineren. Ik weet niet zo goed

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

Juli 2014. Vaccinatievrijheid; nog wel van deze tijd!?

Juli 2014. Vaccinatievrijheid; nog wel van deze tijd!? Juli 2014 Vaccinatievrijheid; nog wel van deze tijd!? Een onderzoek naar de vraag in hoeverre de overheid mag interveniëren om de gezondheid van een kind en de volksgezondheid te beschermen in het geval

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 24 557 Kansspelen Nr. 130 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

Bij besluit van 16 oktober 2007 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de minister) dit verzoek afgewezen

Bij besluit van 16 oktober 2007 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de minister) dit verzoek afgewezen LJN: BJ3428, Raad van State, 200805745/1/H2 Datum uitspraak: 22-07-2009 Datum publicatie: 23-07-2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij brief van 5 september

Nadere informatie

Beleid 'onvrijwillige zorg' Vrijheidsbeperking binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding

Beleid 'onvrijwillige zorg' Vrijheidsbeperking binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding Beleid 'onvrijwillige zorg' Vrijheidsbeperking binnen Lang Verblijf woonzorg en dagbesteding 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Wanneer wordt onvrijwillige zorg toegepast? 4 3. De wetgeving 5 3.1 Wet bijzondere

Nadere informatie

Nieuwsbrief maart 2016

Nieuwsbrief maart 2016 Warder 126, 1473 PH Warder. Tel.: 0299 401303 Nieuwsbrief maart 2016 Belangrijke data maart: 29 febr. t/m 7 maart Voorjaarsvakantie 07 maart Studiedag leerkrachten. Alle kinderen vrij. 11 maart Oud papier

Nadere informatie

Maarten Luther 1483-1546

Maarten Luther 1483-1546 Maarten Luther 1483-1546 Eén van de belangrijkste ontdekkingen van Maarten Luther - (1483-1546) is het onderscheid tussen wet en evangelie. Voor Luther is de onderscheiding van wet en evangelie

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl

Nadere informatie

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR EEN GEZONDE JEUGD HEEFT DE TOEKOMST Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen.

Nadere informatie

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juni 2016 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

KB 21 januari 2009: Onderrichtingen der apothekers Checklist Internet

KB 21 januari 2009: Onderrichtingen der apothekers Checklist Internet KB 21 januari 2009: Onderrichtingen der apothekers Checklist Internet In 2006 maakte de Belgische wetgever bij de hervorming van de Geneesmiddelenwet een opening voor verkoop op afstand, volgens het vrij

Nadere informatie

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR INFORMATIE VOOR OUDERS / VERZORGERS Een gezonde jeugd heeft de toekomst Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Resultaten onderzoek seksualiteit

Resultaten onderzoek seksualiteit Resultaten onderzoek seksualiteit Augustus 2015 In opdracht van Way of Life en de NPV Uitgevoerd door Direct Research www.wayoflife.nl www.npvzorg.nl Conclusies Kennis Seksuele voorlichting Opvattingen

Nadere informatie

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet?

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Samenvatting Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Griep (influenza) wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Omdat het virus steeds verandert, bouwen mensen geen weerstand op die hen een leven lang

Nadere informatie

Specialisatie loont?!

Specialisatie loont?! Specialisatie loont?! Tetty Havinga, Instituut voor rechtssociologie, Faculteit Rechtsgeleerdheid Presentatie Vereniging voor Auteursrecht 3 oktober 2014 Amsterdam Twee onderzoeken Opbouw presentatie Specialisatie

Nadere informatie

5. Met e-mail van 12 maart 2014 is door KPN nog een overzicht verstrekt met het huidige zenderaanbod van Digitenne.

5. Met e-mail van 12 maart 2014 is door KPN nog een overzicht verstrekt met het huidige zenderaanbod van Digitenne. Besluit Kenmerk: 619878/623042 Betreft: Ontheffingsverzoek artikel 6.14d van de Mediawet 2008 Besluit van het Commissariaat voor de Media betreffende het verzoek van KPN B.V. om ontheffing van de doorgifteverplichting

Nadere informatie

KB 21 januari 2009: onderrichtingen der apothekers Checklist Internet

KB 21 januari 2009: onderrichtingen der apothekers Checklist Internet KB 21 januari 2009: onderrichtingen der apothekers Checklist Internet In 2006 maakte de Belgische wetgever bij de hervorming van de Geneesmiddelenwet een opening voor verkoop op afstand, volgens het vrij

Nadere informatie

Op 9 november 2006 is het volgende advies (A06.038) gegeven. 1. Het verzoek van X:

Op 9 november 2006 is het volgende advies (A06.038) gegeven. 1. Het verzoek van X: Op 9 november 2006 is het volgende advies (A06.038) gegeven. 1. Het verzoek van X: X deelt mede dat zij, samen met twee andere farmaceutische bedrijven, te weten Y en Z, een convenant heeft opgesteld zijnde

Nadere informatie