Een coördinerende omdat-constructie in gesproken Nederlands?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een coördinerende omdat-constructie in gesproken Nederlands?"

Transcriptie

1 Een coördinerende omdat-constructie in gesproken Nederlands? Tekstlinguïstische en prosodische aspecten Ingrid Persoon*, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen Abstract Dutch language users can use connective patterns to express backward causal relations. Sub-omdat patterns (omdat, because1, followed by a subordinated clause) and co-want patterns (want, because2/since/for, followed by a coordinated clause) can be used in both spoken and written Dutch. However, only in spoken Dutch, a third pattern might be used: the co-omdat pattern. A possible parallel phenomenon occurs in German. We will describe the co-omdat pattern against the background of a comparison of this so called epistemic weil pattern and present a first study on the co-omdat phenomenon. We analyse the co-omdat pattern from two linguistic perspectives: cognitive text analysis and spoken discourse analysis. We argue that the congruency seen in the resulting two analyses of co-omdat can be taken as strong support for the acknowledgement of a co-omdat construction in spoken Dutch. 1 Inleiding In gesproken Nederlands treffen we uitingen aan als de volgende: (1) Het bedrijfsleven vind ik niks voor Carl omdat hij is veel te wisselvallig. 1 Hier wordt omdat gecombineerd met een hoofdzin; een patroon dat we in het vervolg van dit artikel als het coördinerende omdat-patroon of co-omdat aanduiden. Dit patroon komt in geschreven Nederlands niet voor. Moedertaalsprekers beschrijven het patroon dan ook als ongrammaticaal en in een standaardgrammatica als de Algemene Nederlandse Spraakkunst wordt het patroon niet als onderdeel van de Nederlandse grammatica * Corresponderende auteur, Universiteit Utrecht, UiL-OTS, Trans 10, kamer 2.34B, Met veel dank aan Johanneke Caspers, Sieb Nooteboom en Jacques Terken voor hun hulp bij het beschrijven van declinatieresets. Daarnaast danken we de redactie en een anonieme reviewer voor hun scherpe en doeltreffende commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Het werk van de eerste twee auteurs aan dit onderzoek wordt ondersteund door NWO Vici-subsidie Voorbeelden zijn, tenzij anders vermeld, gebaseerd op uitingen in het Corpus Gesproken Nederlands. Nederlandse Taalkunde, jaargang 15,

2 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen beschreven. Toch komt het patroon in gesproken Nederlands wel met enige regelmaat voor. In het Corpus Gesproken Nederlands (CGN, zie Van Eerten 2007) selecteerden we de Nederlands-Nederlandse face-to-face conversaties en interviews met leraren Nederlands. In 5% van de 1926 omdat-uitingen die in dit subcorpus gevonden werden, is een co-omdatpatroon aanwezig. Het doel van dit artikel is het gebruik van co-omdat in conversaties te verklaren. Het gebruik van co-omdat vertoont overeenkomsten in vorm en functie met twee algemeen geaccepteerde connectiefpatronen in het Nederlands: het subordinerende omdat-patroon (sub-omdat) en het coördinerende want-patroon (co-want). Uiting (2) is een voorbeeld van een sub-omdat-patroon: een tekstsegment X, dan het connectief omdat, en tenslotte een tekstsegment Y in de vorm van een bijzin. Uiting (3) is een voorbeeld van een co-want-uiting: een tekstsegment X, dan het connectief want, en tenslotte een tekstsegment Y in de vorm van een hoofdzin. (2) X[Het Bedrijfsleven vind ik niks voor Carl]X omdat Y[hij veel te wisselvallig is.]y (3) X[Het Bedrijfsleven vind ik niks voor Carl]X want Y[hij is veel te wisselvallig.]y Connectiefpatronen zoals het co-omdat-patroon in (1), het sub-omdat-patroon in (2) en het co-want-patroon in (3) expliciteren hoe verschillende uitingen in een discourse met elkaar verbonden kunnen worden (zie bijv. Knott & Sanders 1998; Sanders 1997). In alle drie de bovenstaande uitingen expliciteert de spreker een achterwaartse causale relatie tussen Het Bedrijfsleven vind ik niks voor Carl en hij is veel te wisselvallig. Tekstsegment X drukt een consequentie uit; tekstsegment Y beschrijft een oorzaak. Hoewel een spreker voor sommige causale relaties zowel co-want als sub-omdat kan gebruiken, is de keuze tussen deze connectiefpatronen niet willekeurig. Er bestaan verschillen tussen de functies van sub-omdat en co-want (zie bijv. Degand 1998, Pander Maat & Degand 2001; Pit 2003; Sanders & Spooren 2009; Verhagen 2005, De Vries 1971). Zo kan een spreker wel (4a), maar niet (4b) uiten als ze wil uitdrukken dat ze denkt dat Jan hard gewerkt heeft, en dat de reden om dat te denken is dat Jan is geslaagd voor zijn examen (zie Verhagen 2005: 191). (4) a X[Jan heeft hard gewerkt,]x want Y[hij is geslaagd voor zijn tentamen]y b X[?? Jan heeft hard gewerkt]x omdat Y[hij geslaagd is voor zijn tentamen]y Deze observatie laat zien dat sub-omdat en co-want niet altijd inwisselbaar zijn en dat er verschillen in de functies van de connectiefpatronen bestaan. De causale relatie in (4) is alleen te begrijpen als een redenering van de spreker: de spreker beredeneert Jan heeft hard gewerkt op basis van de observatie hij is geslaagd voor zijn tentamen. De causale relatie in (4) kan geen beschrijving van een causale relatie in de werkelijkheid zijn: de situatie dat je geslaagd bent voor je tentamen veroorzaakt niet een situatie waarin je hard hebt gewerkt. Dit verschil tussen een beschrijving van een causale relatie in de werkelijkheid en het leggen van een causale relatie als onderdeel van de redenering van de spreker, wordt door Sweetser (1990) beschreven als een verschil tussen een causale relatie in het inhoudelijke domein versus een causale relatie in het epistemische domein. Uiting (4a) geeft een pro- 260

3 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? totypisch voorbeeld van een causale relatie in het epistemische domein. Uiting (5) vormt een geconstrueerd voorbeeld van een causale relatie in het inhoudelijke domein. Naast inhoudelijke en epistemische causale relaties, onderscheidt Sweetser nog een derde type causale relatie: een causale relatie in het taalhandelingsdomein (zie (6) (geconstrueerd)). In uiting (6) vormt ik moet de trein van zeven uur halen een motivatie of rechtvaardiging voor de taalhandeling die gedaan wordt door hoe laat is het? uit te spreken. (5) X[Lies ging vroeg naar huis,]x omdat Y[ze moe was.]y (6) X[Hoe laat is het?]x Want Y[ik moet de trein van zeven uur halen.]y Uit eerder onderzoek (zie bijv. Degand & Pander Maat 2003; Pit 2003; Sanders & Spooren 2009; Verhagen 2005) blijkt dat vooral co-want wordt gebruikt voor causale relaties in het taalhandelings- of epistemische domein. Om daarentegen een causale relatie in het inhoudelijke domein te expliciteren wordt vooral sub-omdat gebruikt. De relatie in (4) ligt niet in het inhoudelijke domein. Vandaar dat het sub-omdat-patroon niet kan worden gebruikt om deze relatie uit te drukken. In paragraaf 3 zullen we uitgebreider ingaan op de functieverschillen tussen co-want en sub-omdat. Het gebruik van co-omdat lijkt op dat van sub-omdat en co-want. Om het gebruik van coomdat te verklaren ligt een vergelijking met deze twee andere patronen dus voor de hand. Hiertoe kunnen we gebruik maken van drie typen benaderingen (1) de cognitieve tekstlinguïstiek, (2) de gesproken-discourse-analyse en (3) de cross-linguïstische methode. Ten eerste is het gebruik van sub-omdat versus co-want voor wat het geschreven Nederlands betreft een goed bestudeerd fenomeen in de cognitief georiënteerde tekstlinguïstiek (Pander Maat & Degand 2001; Pander Maat & Sanders 2001; Pit 2003; Sanders 2005; Sanders & Spooren 2009; Verhagen 2005). Waar in deze traditie het corpusonderzoek naar gesproken taal net begonnen is (Spooren, Sanders, Huiskes & Degand 2010; Sanders & Spooren 2009), staat corpusonderzoek naar gesproken taal juist centraal in een andere traditie: die van gesproken-discourse-analyse. Met name voor het Engelse connectief because bestaat binnen deze traditie veel onderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat prosodische eigenschappen van connectiefpatronen een belangrijke rol spelen bij het onderscheiden van verschillende functies (Couper-Kuhlen 1996; Ford 1993). Een derde type benadering is de cross-linguïstische vergelijking. In het Duits doet zich een mogelijk vergelijkbaar fenomeen voor: het gebruik van het subordinerende weil dat in gesproken Duits ook als coördinator kan worden gebruikt; het zogenoemde epistemische weil (Keller 1998; Günthner 1993; Wegener 1993). Zijn hier mogelijke parallellen met het Nederlands? Tegen de achtergrond van de cross-linguïstische vergelijking met het Duits zullen tekstlinguïstische en prosodische analyses worden toegepast op co-omdat-fragmenten uit gesproken Nederlands. We beginnen dit artikel met de cross-linguïstische methode: het gebruik van co-omdat wordt vergeleken met het gebruik van het epistemische weil in gesproken Duits (paragraaf 2). Uit de gevonden overeenkomsten en verschillen met het Duits wordt een hypothese over het gebruik van co-omdat in gesproken Nederlands geformuleerd. Deze hypothese wordt getoetst door functionele en prosodische aspecten van het co-omdat-patroon te onderzoeken. In paragrafen 3 en 4 zullen cognitief tekstanalytische theorieën over de functionele eigenschappen van sub-omdat en co-want in geschreven Nederlands worden toegepast op het gebruik van co-omdat versus sub-omdat en co-want in gesproken Neder- 261

4 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen lands. In paragrafen 5 en 6 zullen, op basis van de gesproken-discourse-analyse van connectieven in gesproken Engels, prosodische eigenschappen van co-omdat worden vergeleken met sub-omdat en co-want. 2 Co-omdat en co-weil: een mogelijke verklaring? Evenals in het Nederlands, kunnen ook in het Duits twee connectiefpatronen gebruikt worden om achterwaartse causale relaties uit te drukken: een sub-weil-patroon (7) of een co-denn-patroon (8). (7) X[Peter ist nach Hause gegangen,]x weil Y[er Kopfweh hätte]y (Keller 1998) (8) X[Fritz ist nach Hause gegangen,]x denn Y[ich sehe seinen Mantel nicht mehr an der Garderobe]Y (vrij naar Keller 1998) Het sub-weil-patroon lijkt sterk op het Nederlandse sub-omdat-patroon. In beide patronen wordt het connectief gevolgd door een bijzin. Daarnaast wordt het Duitse sub-weil, evenals het Nederlandse sub-omdat, vooral gebruikt om causale relaties in het inhoudelijke domein uit te drukken (Keller 1998). Het co-denn-patroon, aan de andere kant, is te vergelijken met het Nederlandse co-want-patroon. In beide patronen wordt het connectief gevolgd door een hoofdzin. Bovendien wordt het Duitse co-denn-patroon, evenals het Nederlandse co-want, vooral gebruikt om causale relaties in het epistemische domein uit te drukken (Keller 1998). Naast deze twee patronen wordt in gesproken Duits ook een co-weil-patroon gebruikt (9): het connectief weil wordt hier gevolgd door een hoofdzin (Günthner 1993; Keller 1998; Wegener 1993). Dit patroon is vaak beschreven als het epistemische weil, omdat dit patroon vooral gebruikt wordt om causale relaties in het epistemische domein uit te drukken. Opvallend is dat het co-weil-patroon alleen in gesproken Duits voorkomt (Wegener 1993). Wegener laat zien dat, als het epistemische weil in geschreven Duits voorkomt, dat duidelijk de functie heeft spreektalig Duits weer te geven. (9) X[Fritz ist nach Hause gegangen,]x weil Y[ich sehe seinen Mantel nicht mehr an der Garderobe]Y (voorbeeld uit Keller 1998) Het gebruik van epistemisch weil leidde in Duitsland tot de nodige onrust onder taalkundigen. Actiegroepen als Rettet die Kausalsatz werden opgericht. Politici en presentatoren die het epistemische weil gebruikten werden ervan beschuldigd het slechte voorbeeld te geven (Keller 1998; Wegener 1993). Zijn er parallellen tussen het Duitse gebruik van het epistemische weil en het Nederlandse co-omdat? Evenals co-omdat wordt ook het epistemische weil gebruikt naast twee andere patronen om achterwaartse causaliteit uit te drukken: het sub-weil-patroon en het co-denn-patroon. Evenals co-omdat wordt ook het gebruik van epistemisch weil als ongrammaticaal beoordeeld en niet in de grammatica s opgenomen. En belangrijker, evenals co-omdat is ook het gebruik van epistemisch weil beperkt tot uitsluitend de gesproken taal. Is hier sprake van een vergelijkbaar fenomeen in twee verwante talen? 262

5 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? Keller (1998) en Günthner (1993) verklaren het gebruik van het co-weil-patroon beiden aan de hand van taalverandering. Meer en meer sprekers gaan co-weil in plaats van codenn gebruiken om een causale relatie in het epistemische domein uit te drukken (Keller 1998). Co-weil wordt dus gebruikt in dezelfde functie als waarin co-denn gebruikt wordt, een functie die afwijkt van de functie van sub-weil. Voor de opkomst van het epistemische weil noemt Keller verschillende oorzaken. Naast een lexicaal verschil (denn versus weil) verschillen het co-denn- en het sub-weil-patroon ook in intonatie en syntaxis (in het co-denn-patroon heeft het Y-segment de vorm van een hoofdzin, in het sub-weil-patroon heeft het Y-segment de vorm van een bijzin). Doordat de twee patronen in hun syntaxis en hun intonatie al genoeg van elkaar afwijken, wordt lexicale markering overbodig: in beide patronen kan hetzelfde connectief gebruikt worden (Keller 1998). Daarnaast karakteriseert Keller het connectief weil in gesproken Duits als de prototypical causal conjunction : denn komt in hedendaags gesproken Duits bijna niet voor, het kan niet gebruikt worden om antwoord te geven op een waarom-vraag of om een rechtvaardiging van een taalhandeling te beginnen. Ook leren kinderen weil eerder dan denn. Op deze manier kan verklaard worden dat sprekers (onbewust) het connectief denn vervangen door het prototypische (en daardoor makkelijkere) connectief weil (Keller 1998). De Nederlandse situatie lijkt weliswaar op de Duitse, maar is toch net iets anders. In tegenstelling tot in het Duits wordt in spontaan, gesproken Nederlands het connectief want (en niet omdat) veel frequenter gebruikt. In 200 uur spontaan gesproken, face-to-face Nederlands-Nederlands komt want 9561 maal voor. Daar staan slechts 1926 omdat-uitingen tegenover. Dit wil zeggen dat want ongeveer 5 maal zo vaak gebruikt wordt als subomdat. Daarnaast heeft want in gesproken Nederlands ook een minder specifiek profiel: met omdat worden in gesproken Nederlands alleen inhoudelijke causale relaties uitgedrukt. Met want kunnen in gesproken Nederlands epistemische, maar ook inhoudelijke causale relaties worden uitgedrukt (Spooren et al. 2010; Sanders & Spooren 2009). In het Duits is weil dus het prototypische connectief om een achterwaartse causale relatie uit te drukken. In gesproken Nederlands, daarentegen, is omdat dat juist niet. Omdat is het minder frequente en specifiekere connectief. Voor het Nederlands is de vraag die we moeten beantwoorden dan ook niet: waarom heeft het nieuwe co-omdat een Y-segment in hoofdzinsvolgorde? De vraag die we willen beantwoorden is eerder: waarom heeft het Y-segment in hoofdzinsvolgorde het connectief omdat en niet want? Aan de hand van de verschillen en overeenkomsten tussen het Nederlands en het Duits kunnen we een hypothese formuleren over het voorkomen van omdat voor een hoofdzin. Voor het Duits hebben we gezien dat het gebruik van het epistemische co-weil niet willekeurig is, maar dat het in een specifieke functie gebruikt wordt. Vandaar dat we kunnen verwachten dat ook het gebruik van het Nederlandse co-omdat niet een willekeurig of foutief gebruik van een aantal sprekers is, maar dat het een patroon is met een specifieke functie. Anders dan voor het Duitse epistemische weil verwachten we dat het Nederlandse coomdat niet gebruikt wordt in plaats van een van de andere connectiefpatronen. Aangezien want in gesproken Nederlands frequenter gebruikt wordt dan omdat, is het niet plausibel dat het co-omdat-patroon het co-want-patroon vervangt. Het is met andere woorden niet waarschijnlijk dat sprekers van een co-omdat-uiting het connectief omdat gebruiken ter vervanging van het connectief want. Daarentegen zouden sprekers het co-omdat-patroon 263

6 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen wel kunnen gebruiken om een functie aan te duiden die afwijkt van de reeds bestaande functies van co-want en sub-omdat. Met andere woorden, het co-omdat-patroon zou samen kunnen hangen met een specifieke, nieuwe functie. In dat geval kunnen we spreken van een co-omdat- constructie. Constructies zijn immers te definiëren als conventionalized pairings of form and function (Goldberg 2006: 3). In de volgende paragrafen gaan we aan de hand van functionele en prosodische eigenschappen na of er sprake is van een coomdat-constructie. 3 Cognitieve tekstlinguïstiek en de functies van connectiefpatronen In paragraaf 1 hebben we het verschil in functie tussen co-want en sub-omdat uitgelegd aan de hand van verschillende domeinen waarin de causale relatie gelegd wordt. Deze onderscheiding van verschillende domeinen wordt binnen de cognitieve tekstlinguïstiek vaak gezien als een operationalisering van een fundamentelere functionele eigenschap: (inter-) subjectiviteit (Degand & Pander Maat 2003; Pander Maat & Sanders 2000; 2001; Pit 2003; Sanders 2005, Sanders & Spooren 2009; Verhagen 2005). Een gesprek is weer te geven als een construal configuration zoals in figuur 1 (V erhagen 2005). object P object Q object 1 object 2 Figuur 1: construal configuration (Verhagen 2005: ) Een communicatiesituatie bestaat minstens uit twee subjecten van communicatie: de spreker en de luisteraar(s). Deze subjecten van communicatie praten over iets: de objecten van communicatie. Een causale relatie kan nu deel uitmaken van de objecten van communicatie: het is iets wat beschreven wordt. Zo n objectieve causale relatie wordt uitgedrukt in (10). Deze relaties worden gewoonlijk uitgedrukt met sub-omdat (Degand & Pander Maat 2003; Pit 2003; Sanders & Spooren 2009). 264

7 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? (10) X[Ik moet in ieder geval langs huis]x omdat Y[ik nou natuurlijk niet genoeg spullen bij me heb]y Aan de andere kant kan een causale relatie ook gelegd worden op het niveau van de subjecten van communicatie. In dit geval komen de subjecten van communicatie naar voren in de interpretatie van een causale relatie tussen het X-segment en het Y-segment. Zo n subjectieve relatie wordt uitgedrukt in (11). Hier is de causale relatie niet iets wat beschreven wordt, maar iets wat door de subjecten van communicatie als causaal geïnterpreteerd wordt. Dit soort relaties wordt gewoonlijk door co-want uitgedrukt (Degand & Pander Maat 2003; Pit 2003; Sanders & Spooren 2009). (11) X[Je kan beter nog in HAVO vier blijven zitten]x want Y[dan weet je zeker dat je HAVO vijf wel goed doet]y Hieronder beschrijven we hoe de subjectiviteit van causale relaties geanalyseerd kan worden aan de hand van de domeinonderscheidingen en twee andere operationaliseringen van subjectiviteit: de expressie van de causale primaire participant (3.2) en de complexiteit van de redenering (3.3). In paragraaf 4 vergelijken we het co-omdat-patroon in termen van subjectiviteit met sub-omdat en co-want. 3.1 Het domein van de causale relatie Pander Maat & Sanders (2000) en Pander Maat & Degand (2001) laten zien dat er een verband bestaat tussen subjectiviteit en het domein van de causale relatie. In beide onderzoeken wordt een relatie gelegd tussen causale relaties in het inhoudelijke domein en objectieve causale relaties. Een spreker van een causale relatie in het inhoudelijke domein presenteert zichzelf niet als betrokken in de totstandkoming van de causale relatie. Ook leggen beide onderzoeken een verband tussen epistemische en subjectieve causale relaties. In een causale relatie in het epistemische domein, speelt de spreker een grotere rol in de interpretatie van een causale relatie. De causale relatie wordt niet gepresenteerd als iets dat in de werkelijkheid voorkomt, maar als onderdeel van de redenering van de spreker. Een causale relatie in het taalhandelingsdomein, wordt geheel door de spreker zelf gelegd. Vandaar dat ook taalhandelingsrelaties in beide onderzoeken beschouwd worden als subjectieve causale relaties. Het domein van de causale relatie kan dus gezien worden als een operationalisering van subjectiviteit: door het domein van de causale relatie te bepalen, kunnen we iets zeggen over de subjectiviteit van de causale relatie. Via een parafrasetest kan per causale relatie bepaald worden in welk domein deze plaatsvindt (Sanders 1997). Een inhoudelijke relatie kan worden geparafraseerd als: de situatie, gebeurtenis of handeling die ik beschrijf met <<tekstsegment X>> wordt veroorzaakt of gemotiveerd door de situatie die ik beschrijf met <<tekstsegment Y>>. Een epistemische relatie kan worden geparafraseerd als: de beoordeling of evaluatie die ik geef met <<segment X>> kan ik voor de luisteraar rechtvaardigen op basis van de volgende argumentatie <<segment Y>>. Een taalhandelingsrelatie kan, tenslotte, het best geparafraseerd worden als: de handeling die ik uitvoer door <<tekstsegment X>> te zeggen kan ik motiveren of rechtvaardigen op basis van <<tekstsegment Y>>. 265

8 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen 3.2 De expressie van de causale primaire participant Een tweede manier waarop subjectiviteit geoperationaliseerd kan worden, is door de expressie van de causale primaire participant (cp) in de causale relatie te analyseren. Pit (2003) beschrijft de cp als diegene die of datgene wat een verandering ondergaat als gevolg van de causaliteit. In uiting (12) zien we ik die een woord dat hij eerder verafschuwd had, toch heeft gebruikt. De uiting beschrijft een verandering aan ik die wordt veroorzaakt door ik zocht naar een algemene term. Ik is hier dan ook degene die de causale relatie ondergaat en die beschreven kan worden als de causale primaire participant van de uiting. In uiting (12) is de causale primaire participant expliciet aanwezig. Dat hoeft niet altijd zo te zijn, zoals geïllustreerd in uiting (13). Degene die hier een verandering ondergaat is de spreker. De spreker verandert door dit is natuurlijk een heel andere groep mensen dan kleuters. Dat is namelijk de reden waarom de spreker een vraag stelt: hoe is het dan nu? (12) X[Ik heb het gebruikt]x omdat Y[ik zocht naar een algemene term.]y (13) X[Hoe is het dan nu?]x Omdat Y[dit is natuurlijk een heel andere groep mensen dan kleuters]y Eerder onderzoek heeft laten zien dat de wijze waarop de cp van de causale relatie wordt uitgedrukt, een indicatie kan zijn voor de subjectiviteit van de causale relatie (Pander Maat & Degand 2001; Pit 2003; Sanders & Spooren 2009). Op basis van Langacker (1990) laten deze onderzoeken zien dat een explicitering van de cp ertoe kan leiden dat de cp ook onderdeel is van de objecten die in de uiting worden beschreven. Een causale relatie die wordt uitgedrukt wordt met een expliciete cp (14 (geconstrueerd)) wordt daarom als objectiever geanalyseerd dan een causale relatie die met een impliciete cp wordt uitgedrukt (15 (geconstrueerd)). (14) X[Ik vind dat een mooi boek,]x want Y[het heeft een geweldig plot.]y (15) X[Dat is een mooi boek,]x want Y[het heeft een geweldig plot.]y 3.3 De complexiteit van het Y-segment Naast de uitdrukkingswijze van de cp en het domein van de causale relatie hypothetiseren wij dat subjectiviteit ook door middel van de complexiteit van het Y-segment geoperationaliseerd kan worden. Onze hypothesevorming is gebaseerd op de volgende intuïtie. In uiting (16 (geconstrueerd)) wordt in het Y-segment slechts een reden gegeven. Het Y-segment in uiting (17 (geconstrueerd)) is complexer, het omvat meerdere redenen. Hierdoor lijkt de spreker in (17) meer op de voorgrond te staan dan in (16). (16) X[Ik ben donderdag niet naar de training gekomen.]x Y[Ik had de volgende middag een tentamen.]y (17) X[Ik ben donderdag niet naar de training gekomen.]x Y[Ik had de volgende middag een tentamen en m n zusje vierde die avond haar verjaardag.]y 266

9 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? Uiting (16) is makkelijker te interpreteren als een verklaring voor waarom ik niet kwam. Uiting (17) aan de andere kant is meer dan een beschrijving of een verklaring. Ze kan alleen maar geïnterpreteerd worden als een poging om de luisteraar te overtuigen van de juistheid van het besluit om niet te komen. Op basis van deze observatie is onze hypothese dat subjectieve relaties vaker zullen voorkomen met een complex Y-segment. Met een complex Y-segment lijkt de spreker meer naar voren te komen in het interpreteren van een causale relatie tussen het X-segment en het Y-segment. 4 De tekstlinguïstische eigenschappen van co-omdat Om subjectiviteitskenmerken van het co-omdat-patroon te achterhalen zijn co-omdat-uitingen vergeleken met sub-omdat- en co-want-uitingen voor de drie hierboven beschreven operationaliseringen van subjectiviteit. Hiertoe hebben we een steekproef van 35 co-omdatuitingen geselecteerd uit het spontaan, gesproken, face-to-face Nederlands-Nederlandse deel van het CGN. In deze co-omdat-uitingen is de hoofdzinvolgorde in het Y-segment niet ontstaan door een hervatting. Uitingen zijn dus niet geselecteerd als er een gevulde pauze of interjectie tussen het connectief en het Y-segment of in het begin van het Y-segment voorkwamen. Ter vergelijking zijn naast de 35 co-omdat-uitingen 35 sub-omdat- en 35 co-want-uitingen geselecteerd. Deze sub-omdat- en co-want-uitingen zijn gesproken door dezelfde sprekers als die van de co-omdat-uitingen. De hiermee opgebouwde steekproef werd vervolgens op grond van de drie beschreven subjectiviteitsvariabelen geanalyseerd Het domein van de causale relatie In tabel 1 wordt voor de drie connectiefpatronen aangegeven hoeveel uitingen er per type parafrase voorkwamen. Sub-omdat Co-omdat Co-want Inhoudelijk domein Epistemisch domein Taalhandelingsdomein Niet analyseerbaar Totaal aantal uitingen Tabel 1: Verdeling van uitingen over de verschillende typen causale relaties 2 Doordat het niet altijd mogelijk bleek te zijn een analyse van de uiting te maken, is de uiteindelijke steekproef steeds kleiner dan 105 uitingen. 3 Dit zijn bijv. uitingen waarvan de naderhand werd vastgesteld dat er geen sub-omdat-, co-omdat- of co-want-patroon (als gedefinieerd in paragraaf 1) in voorkwam. Ook connectiefuitingen die geen causale relatie uitdrukken of een causale relatie waarvan het domein van causaliteit ambigu was worden in deze context als niet-analyseerbaar beschouwd. 267

10 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen Om deze data te vergelijken zijn McNemar-toetsen uitgevoerd. Aangezien op die manier verschillende statistische toetsen op dezelfde steekproef worden uitgevoerd, zijn de McNemar-toetsen aangevuld met een Bonferroni-aanpassing (α = 0,006). Sub-omdat en co-want verschillen significant van elkaar in de frequentie waarin zij een inhoudelijke causale relatie uitdrukken (χ 2 = 18, df = 1, p = 0,00002). Co-want drukt minder vaak dan sub-omdat een causale relatie in het inhoudelijke domein uit. Ook tussen co-omdat en sub-omdat bestaan significante verschillen in het uitdrukken van een causale relatie die als inhoudelijk kan worden geparafraseerd (χ 2 = 8; df = 1, p = 0,0047). Ook co-omdat drukt minder vaak dan sub-omdat een inhoudelijke causale relatie uit. Tussen co-omdat en co-want bestaan geen significante verschillen wat betreft het uitdrukken van een inhoudelijke causale relatie (χ 2 = 3; df = 1, p = 0,083, n.s.). Voor de frequenties waarmee epistemische causale relaties worden uitgedrukt, blijken de connectiefpatronen niet significant van elkaar te verschillen. Wat betreft het uitdrukken van taalhandelingsrelaties zien we wel verschillen tussen de connectiefpatronen. Aangezien deze causale relaties vrij weinig in de steekproef voorkomen, is een statistische toets voor deze verschillen onmogelijk. Wel laten de descriptieve statistieken een verschil tussen sub-omdat versus co-omdat en co-want zien. Zowel co-omdat als co-want worden gebruikt om causale relaties uit te drukken die als taalhandelingsrelaties geparafraseerd kunnen worden. Sub-omdat wordt hiervoor niet gebruikt. Om een inhoudelijke causale relatie uit te drukken wordt dus vaker sub-omdat gebruikt, zoals in (18). Dit terwijl co-omdat en co-want vaker dan sub-omdat gebruikt worden om niet-inhoudelijke causale relaties, zoals een epistemische relatie in (19) en een taalhandelingsrelatie in (20) en (21), uit te drukken. (18) X[En toen heb ik Engels gekozen]x omdat Y[ik dat toch gewoon de de leukste en de meest interessant en de handigste taal vond]y (19) X[Nu met de tweede fase wordt Nederlands denk ik iets gevarieerder]x omdat Y[literatuur wordt eigenlijk een apart vak]y (20) X[Willen leerlingen nog wel lezen?]x want Y[die kijken tegenwoordig heel veel tv kijken of uh zitten heel veel achter de computer en lezen ]Y (21) X[Is er eigenlijk nog wel ruimte voor dat soort dingen in de?]x omdat Y[tegenwoordig heb ik het idee dat lesprogramma s zo vol zitten]y 4.2 De uitdrukking van de causale primaire participant Tabel 2 geeft voor ieder connectiefpatroon de frequenties van uitingen over de verschillende soorten uitdrukkingen van de cp weer. 268

11 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? Sub-omdat Co-omdat Co-want Impliciete cp Expliciete cp Niet analyseerbaar Totaal aantal uitingen Tabel 2: Verdeling van uitingen over de verschillende uitdrukkingsvormen van de cp Verschilt co-omdat van (een van) de andere connectiefpatronen wat betreft de uitdrukkingsvorm van de cp? Om dit te toetsen hebben we wederom McNemar-toetsen met Bonferroni-aanpassingen uitgevoerd (α = 0,017). Nu blijkt dat het sub-omdat-patroon van het co-want-patroon verschilt in het voorkomen van impliciete cp s (χ 2 = 13,76; df =1; p = 0,0002): sprekers gebruiken minder vaak een impliciete cp met een sub-omdat-patroon dan met een co-want-patroon. Ook tussen co-omdat en co-want bestaat een significant verschil in het voorkomen van impliciete cp s (χ 2 = 13; df = 1; p = 0,0003). Met co-omdat komen minder impliciete cp s voor dan met co-want. Tussen co-omdat en sub-omdat bestaan te weinig verschillen om een McNemar-toets uit te voeren. 51 Om causale relaties met een expliciete cp uit te drukken wordt dus vaker sub-omdat (22) of co-omdat (23) gebruikt. In zowel (22) als (23) wordt de cp expliciet gemaakt met het persoonlijk voornaamwoord ik. Co-want wordt vaker gebruikt om een causale relatie met een impliciete cp uit te drukken. Dit is te zien in (24) waar de cp, degene die de evaluatie maakt ofwel de spreker, niet geëxpliciteerd wordt. (22) X[Toen heb ik Engels gekozen]x omdat Y[ik dat toch gewoon de leukste en de meest interessante en handigste taal vond.]y (23) X[Het is het onhandigst vind ik maandag]x omdat Y[d r kan zoveel in t weekend gebeuren waardoor je ineens maandag niet kan]y (24) X[Je kan beter nog in HAVO vier blijven zitten]x want Y[dan weet je zeker dat je HAVO vijf wel goed doet]y 4.3 De complexiteit van het Y-segment Tabel 3 geeft de frequenties voor niet-complexe versus complexe Y-segmenten voor ieder connectiefpatroon weer. 4 Dit zijn bijv. uitingen waarvan naderhand werd vastgesteld dat er geen sub-omdat-, co-omdat- of co-want-patroon (als gedefinieerd in paragraaf 1) in voorkwam. Ook connectiefuitingen die geen causale relatie uitdrukken worden als niet-analyseerbaar beschouwd. 5 De verwachte frequenties op grond van deze data waren lager dan 5 waardoor een McNemar-toets niet mogelijk is. 269

12 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen Sub-omdat Co-omdat Co-want Complexe Y-segmenten Niet-complexe Y-segmenten Niet analyseerbaar Totaal aantal uitingen Tabel 3: Verdeling van uitingen over niet-complexe versus complexe Y-segmenten Om de verschillen tussen de connectiefpatronen te toetsen hebben we opnieuw McNemartoetsen met Bonferroni-aanpassingen uitgevoerd (α = 0,017). De complexiteit van de Y-segmenten in co-want-uitingen verschilde echter te weinig van de complexiteit van de Y-segmenten in sub-omdat-uitingen om een McNemar-toets mogelijk te maken. 72 Tussen co-want en co-omdat bestaan wel significante verschillen (χ 2 = 8,07; df =1; p = 0,005). Met co-omdat wordt vaker een complexe redenering uitgedrukt, dan met co-want. Ook tussen sub-omdat en co-omdat bestaan significante verschillen (χ 2 = 13,76; df =1; p = 0,0002). Ook sub-omdat drukt minder vaak een complexe redenering uit dan co-omdat. Zowel sub-omdat als co-want worden dus vaker dan co-omdat gebruikt om causale relaties met een niet-complex Y-segment uit te drukken, zoals in (25) en (26). Co-omdat wordt vaker gebruikt voor causale relaties met een complex Y-segment, zoals in (27). (25) X[Hij uhm wou niet dat ik uhm het onderwijs inging]x omdat Y[hij daar ook al in zat]y (26) X[Of je dan misschien weer van die oorbelletjes wilt kopen voor mijn rekening]x want Y[ik ben ze kwijt]y (27) X[Tussen de middag moesten mijn zus en ik altijd bij mijn oma eten]x omdat Y[oma woonde alleen en mijn moeder vond dat zielig dus wij moesten dat oplossen]y 4.4 Samenvatting, conclusie en discussie: de subjectiviteitskenmerken van co-omdat In deze paragraaf hebben we co-omdat met sub-omdat en co-want vergeleken voor drie operationaliseringen van subjectiviteit. Aan de hand van deze vergelijking kunnen we profielen beschrijven van de verschillende connectiefpatronen. Sub-omdat komt vaker voor om een inhoudelijke causale relatie aan te duiden. Taalhandelingsrelaties komen met sub-omdat niet voor. Qua uitdrukkingsvorm van de cp komt sub-omdat vaker voor met een expliciete cp. Ten derde wordt met sub-omdat vaker een causale relatie uitgedrukt met een niet-complex Y-segment. Deze drie eigenschappen komen alle drie naar voren in het eerder genoemde voorbeeld (22). De relatie is het best te parafraseren als een inhoudelijke causale relatie: de handeling die ik beschrijf met 6 Dit zijn bijv. uitingen waarvan naderhand werd vastgesteld dat er geen sub-omdat-, co-omdat- of co-want-patroon (als gedefinieerd in paragraaf 1) in voorkwam. Ook connectiefuitingen die geen causale relatie uitdrukken worden als niet-analyseerbaar beschouwd. 7 De verwachte frequenties op grond van deze data waren lager dan 5 waardoor een McNemar-toets niet mogelijk is. 270

13 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? toen heb ik Engels gekozen wordt gemotiveerd door de situatie die ik beschrijf met ik dat toch gewoon de leukste en de meest interessante taal vond. De cp wordt in de uiting geëxpliciteerd ( ik ). Het Y-segment is niet complex. (22) X[Toen heb ik Engels gekozen]x omdat Y[ik dat toch gewoon de leukste en de meest interessante taal vond.]y Co-omdat komt minder vaak voor om een inhoudelijke causale relatie uit te drukken. Daarnaast kan co-omdat gebruikt worden met een causale relatie in het taalhandelingsdomein. Co-omdat komt vaker voor met een expliciete cp. Qua complexiteit van het Y-segment komt co-omdat vaker voor om een causale relatie met een complex Y-segment aan te duiden. Deze drie eigenschappen komen alle drie naar voren in het eerder genoemde voorbeeld (23). De relatie is het best te parafraseren als een epistemische relatie: de evaluatie die ik geef met het is het onhandigste vind ik maandag kan ik voor de luisteraar rechtvaardigen op basis van de argumentatie d r kan zoveel in t weekend gebeuren waardoor je ineens maandag niet kan. Daarnaast wordt de cp in de uiting geëxpliciteerd ( ik ) en is het Y-segment complex. (23) X[Het is het onhandigst vind ik maandag]x omdat Y[d r kan zoveel in t weekend gebeuren waardoor je ineens maandag niet kan]y Co-want, tenslotte, komt minder vaak voor om een inhoudelijke causale relatie uit te drukken. Daarnaast kan co-want gebruikt worden om een causale relatie in het taalhandelingsdomein aan te duiden. Co-want komt minder vaak voor met een expliciete cp. Met co-want komen vaker causale relaties voor met een niet-complex Y-segment. Het eerder genoemde (26) bevat al deze drie eigenschappen. De causale relatie kan het best als een taalhandelingsrelatie geparafraseerd worden: de handeling die ik uitvoer door of je dan misschien weer van die oorbelletjes wilt kopen voor mijn rekening te zeggen, kan ik rechtvaardigen op basis van ik ben ze kwijt. Daarnaast wordt de cp, de spreker, impliciet gelaten en is het Y-segment niet complex. (26) X[Of je dan misschien weer van die oorbelletjes wilt kopen voor mijn rekening]x want Y[ik ben ze kwijt]y Uit de bovenstaande samenvatting blijkt dat causale relaties die met co-omdat worden uitgedrukt zowel subjectieve als objectieve eigenschappen hebben. Wat betekent de aanwezigheid van zowel objectieve als subjectieve kenmerken voor de functie van co-omdat? Kunnen we aannemen dat het co-omdat-patroon gebruikt wordt om een specifieke functie uit te drukken die afwijkt van de functies van sub-omdat en co-want? De aanwezigheid van zowel objectieve als subjectieve eigenschappen laat zien dat de functie van co-omdat niet zoals die van co-want en sub-omdat gekarakteriseerd kan worden door een specifieke mate van subjectiviteit. Waar co-want subjectieve causale relaties uitdrukt, en sub-omdat objectieve, is het niet zo dat co-omdat daar zomaar tussenin zit. Dat zou alleen het geval zijn als co-omdat eigenschappen had die niet heel subjectief maar ook niet heel objectief zijn. 271

14 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen Aan de andere kant laten de sterke verschillen tussen co-omdat en beide andere constructies zien dat co-omdat niet gebruikt wordt om meerdere, onafhankelijke redenen, die toevallig alle in een co-omdat-patroon resulteren. In dat geval zouden we een rariteitenkabinet zien in de subjectiviteitsvariabelen die met co-omdat samengaan. In de ene uiting zou co-omdat gebruikt worden om een subjectieve relatie uit te drukken, in de andere om een objectieve causale relatie uit te drukken. Dat blijkt niet het geval. De significante verschillen tussen co-omdat en beide andere connectiefpatronen laten zien dat bepaalde functionele kenmerken in de meeste co-omdat-uitingen naar voren komen. Co-omdat wordt dus systematisch en met een eigen functie gebruikt. Maar, als de specifieke functie van co-omdat niet het uitdrukken van een bepaalde mate van subjectiviteit is, wat is de functie dan wel? Op basis van de vergelijking die we hier maken, kunnen we slechts een voorlopig en tentatief antwoord op deze vraag geven. Het zou kunnen dat co-omdat een bepaald type subjectiviteit uitdrukt. Co-omdat kan gebruikt worden om een causale relatie te presenteren die weliswaar duidelijke subjectieve kenmerken bevat, maar toch vooral objectief geïnterpreteerd moet worden. De spreker komt weliswaar naar voren in de interpretatie van een causale relatie tussen het X-segment en het Y-segment, maar toch moet deze causale relatie nog wel gezien worden als een beschrijving van iets in de werkelijkheid. Dit is bijvoorbeeld te zien in uiting (1). Door de explicitering van de cp ( ik ) wordt de causale relatie ook een object dat wordt beschreven: ook het proces waarbij hij is veel te wisselvallig ertoe leidt dat de ik iets gaat vinden wordt beschreven. (1) Het bedrijfsleven vind ik niks voor Carl, omdat hij is veel te wisselvallig. In de volgende paragraaf beschrijven we de prosodische eigenschappen van co-omdat. Kan de prosodie van co-omdat het hierboven geformuleerde resultaat, dat co-omdat een specifieke functie uitdrukt die afwijkt van sub-omdat en co-want, ondersteunen? In paragraaf 5 bespreken we eerst onderzoek naar de prosodische aspecten van spontaan gebruikte connectiefpatronen. Hieruit blijkt onder meer dat verschillen in de functies van connectiefpatronen samen kunnen hangen met verschillen in de prosodie van connectiefpatronen. In paragraaf 6 gaan we na of dit ook voor het Nederlandse co-omdat geldt: verschilt co-omdat wat betreft prosodische eigenschappen van sub-omdat en co-want? 5 Gesproken-discourse-analyse en de prosodie van connectiefpatronen 5.1 Functionele verschillen gereflecteerd in prosodische verschillen Waar het Nederlandse onderzoek naar het gebruik van connectieven zich vooral heeft gericht op geschreven Nederlands, bestaat voor het gebruik van Engelse connectieven juist onderzoek naar gesproken Engels. Verschillende onderzoekers hebben erop gewezen dat de verschillende soorten causale relaties in het Engels van elkaar verschillen in prosodische eigenschappen. Ford (1993) onderscheidt twee verschillende soorten because-uitingen aan de hand van prosodische eigenschappen. Zij baseert zich op onderscheidingen van DuBois, Cumming, 272

15 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? Schuetze-Coburn & Paolino (1992): because-uitingen kunnen volgen op een X-segment met continuing intonation of op een X-segment met ending intonation. Uit Fords onderzoek blijkt dat wanneer een because-uiting op een X-segment met continuing intonation volgt, het tekstsegment X niet de gehele boodschap bevat die de spreker met de uiting wil uitdrukken. In (28), bijvoorbeeld, is het nieuws niet alleen dat de man bijna gearresteerd werd, maar ook dat de man om een bepaalde reden bijna gearresteerd werd (Ford 1993: 98). (28) M: I went out one night with my friend Don? (0.2) S: Yeah. M: And uh (0.4) He was almost arrested at a bar, because he didn t have his ID? Aan de andere kant laat Ford zien dat een because-clause die volgt op een X-segment met ending intonation een heel andere functie heeft: het lost een interactioneel probleem op. Volgens Ford wordt het X-segment in zulke uitingen niet op een gewenste manier ontvangen of verwacht de spreker dat de luisteraar wel eens problemen zou kunnen hebben met het X-segment en geeft hij daarom ondersteuning in het Y-segment. Dit is te zien in voorbeeld (29) waar R niet het geprefereerde antwoord op A s vraag geeft en met de because-clause zijn gedisprefeerde antwoord verklaart (Ford 1993: 115). (29) A: Did you get your first pay check from it? (.) A: at least? R: No: I won t get that for a couple of weeks yet. A: Oh, (.) A: W l R: Cause it takes a long time. Ford (1993) laat dus zien dat een onderscheid gebaseerd op prosodische aspecten van het connectiefpatroon een onderscheid in functionele aspecten van het connectiefpatroon kan weerspiegelen. Ook Couper-Kuhlen (1996) koppelt prosodische aspecten van connectiefpatronen aan functionele aspecten van dezelfde connectiefpatronen. Bij haar staat het fonetische begrip declinatiereset centraal. Wanneer we spreken daalt de toonhoogte waarmee we praten naarmate het eind van de zin nadert (zie t Hart et al. 1990). Aan het begin van een nieuwe clause of een nieuwe zin kunnen we de toonhoogte resetten: we beginnen de nieuwe clause op een toonhoogte die hoger is dan de toonhoogte aan het eind van de vorige clause. In dat geval wordt een declinatiereset gemaakt en gehoord (zie t Hart et al. 1990): de geleidelijke verlaging van de toonhoogte stopt en de toonhoogte springt omhoog. Het onderzoek van Couper-Kuhlen (1996) suggereert dat de aanwezigheid van een declinatiereset in het Engels een rol kan spelen in het onderscheiden van because-uitingen die een subjectieve causale relatie uitdrukken en because-uitingen die een objectieve causale relatie uitdrukken (Sanders 2005). In uitingen als (30), waarin een objectieve causale relatie 273

16 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen wordt uitgedrukt, begint de because-clause niet met een declinatiereset. Aan de andere kant, in uitingen als (31), waarin een subjectieve causale relatie wordt uitgedrukt, begint de because-clause wel met een declinatiereset (voorbeelden ontleend aan Couper-Kuhlen 1996). (30) It is something I guess that if you run long enough you Eventually- think about it and think Well heck I ve run ten miles Why not twenty-six So then you do And then you do it again Because you can t believe you did it the first time (31) S1: Is that the New York City Marathon? S2: I don t know S1: I think it might be S2: There are two of them S1: It s the second largest S2: Yeah I think it s the second largest cause they have like uh twelve thousand applicants; and they only take eight thousand Uit de onderzoeken van Ford (1993) en Couper-Kuhlen (1996) blijkt dat prosodische aspecten een belangrijke rol kunnen spelen in het markeren van verschillende soorten causale relaties. Daarnaast laten ze zien dat onderzoek naar de prosodie van connectiefpatronen een belangrijke bijdrage levert aan het onderzoek naar het gebruik van connectiefpatronen in gesproken taal. In het gesproken Nederlands zou de prosodie ook een rol kunnen spelen in het onderscheiden van verschillende soorten causale relaties. Hierboven hebben we al een fonetische variabele gezien waarvan verwacht kan worden dat deze een rol speelt in het signaleren van verschillende causale relaties: de declinatiereset. Hieronder beschrijven we nog twee fonetische variabelen waarvan uit onderzoek naar gesproken Nederlands is gebleken dat ze een rol spelen in het signaleren van discourse-structuur: veranderingen in de articulatiesnelheid en pauzes. 5.2 Veranderingen in articulatiesnelheid en pauzes Van Donzel & Koopmans-Van Beinum (1996a) lieten zien dat discourse-structurele eigenschappen kunnen samenhangen met vertragingen of versnellingen in articulatiesnelheid. Articulatiesnelheid is een bepaald soort spreektempo: het aantal secondes dat nodig is om een syllabe uit te spreken. Deze eenheid, secondes per syllabe, wordt Average Syllable Duration ofwel ASD genoemd (zie bijv. Crystal & House 1990). Kenmerkend voor de berekening van de articulatiesnelheid is dat bij dit type spreektempo pauzes, gevulde pauzes (uh, uhm) en interjecties (mm, mhm, ja, nee) niet worden meegerekend (zie bijv. Quené 2008). Van Donzel & Koopmans-Van Beinum (1996a) laten zien dat nieuwe informatie 274

17 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? over het belangrijkste topic van het verhaal vaak verteld wordt met een relatief langzame articulatiesnelheid. Een relatief snelle articulatiesnelheid treffen we daarentegen aan in minder belangrijke passages, bijv. wanneer een spreker commentaar levert over de wijze waarop zij aan het vertellen is (Van Donzel & Koopmans-Van Beinum 1996a). Evenals veranderingen in articulatiesnelheid kan ook de aanwezigheid van pauzes discourse-structuren reflecteren. 83 Volgens Rietveld & Van Heuven (2001: 243) gebruikt een spreker pauzes om de luisteraar aan te sporen de woorden voor de pauze te verbinden en deze woorden te onderscheiden van de woorden die na de pauze volgen. Verschillende onderzoeken (zie ondermeer Van Donzel & Koopmans-Van Beinum 1996b; Schilperoord 1996) hebben laten zien dat de kans op het voorkomen van een pauze steeds groter wordt naarmate de grens tussen de afzonderlijke delen van de discourse dieper wordt. 6 Prosodische eigenschappen van het co-omdat-patroon In deze paragraaf vergelijken we co-omdat-, sub-omdat- en co-want-uitingen in termen van de drie fonetische variabelen die we eerder identificeerden. Wordt de voorlopige conclusie dat co-omdat een specifieke, nieuwe functie aanduidt, weerspiegeld in een specifieke prosodie die afwijkt van zowel de prosodie van co-want-uitingen als de prosodie van subomdat-uitingen? Om de drie connectiefpatronen voor prosodische eigenschappen te vergelijken is gebruik gemaakt van dezelfde steekproef als besproken in paragraaf 4.1. In deze steekproef waren de co-want- en sub-omdat-uitingen afkomstig van dezelfde sprekers als de co-omdatuitingen. Op deze manier werd uitgesloten dat verschillen tussen de drie patronen veroorzaakt zijn door verschillen tussen sprekers. 6.1 Verandering in articulatiesnelheid Voor iedere uiting werd de verandering in spreektempo tussen het X-segment en het Y-segment gemeten. De drie connectiefpatronen zijn met elkaar vergeleken voor de grootte van veranderingen in articulatiesnelheden. Hiertoe werd een mixed-effects analyse uitgevoerd (zie Quené & Van den Bergh 2004, 2008; Baayen, Davidson & Bates 2008). De verschillende sprekers vormden een random factor; de verschillende connectiefpatronen de fixed factor. 94 Tabel 4 geeft voor ieder connectiefpatroon de geschatte verandering in articulatiesnelheid (een positief resultaat duidt op een vertraging, een negatief resultaat op een versnelling), de standaarddeviatie en de betrouwbaarheidsintervallen. 8 Hoewel de aanwezigheid van een pauze gezien kan worden als onderdeel van een declinatiereset, definiëren we een declinatiereset in dit artikel enkel als een reset in de toonhoogte. Pauzes worden dus als een afzonderlijk fenomeen beschreven. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de aanwezigheid van een declinatiereset vaak (maar niet altijd) samengaat met de aanwezigheid van een pauze. 9 Deze methode is te vergelijken met een variantie-analyse met herhaalde metingen voor de sprekers. Het voordeel van een mixed-effects-analyse is echter dat deze geschikter is voor een dataset met ontbrekende data, en dat deze geen homogene variantie vereist (zie Quené & Van den Bergh 2004). 275

18 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen Sub-omdat Co-omdat Co-want Aantal niet analyseerbare uitingen Geschatte verandering (s/syll)x ,4 3,9-1,9 SD (s/syll)x ,7 38,3 23,6 95%-betrouwbaarheidsintervallen (s/syll)x1000 2,1 36,7 Tabel 4: Verandering in articulatiesnelheid voor de drie connectiefpatronen -10, ,5 6,7 Post-hoc analyses laten zien dat de veranderingen voor sub-omdat significant verschillen van die voor co-want (p = 0,022), maar niet van die van co-omdat (p=0,148). Het model met een aparte coëfficiënt voor snelheidsveranderingen in sub-omdat-constructies verschilt significant van een zgn. nul-model waarin deze coëfficiënt niet voorkomt (p = 0,019), maar dat geldt niet voor modellen met afzonderlijke coëffienten voor co-want of voor co-omdat. Deze resultaten laten zien dat een sub-omdat-patroon samenhangt met een vertraging in articulatiesnelheid. Deze vertraging verschilt van de veranderingen in articulatiesnelheid die waargenomen werden in co-omdat- en co-want-uitingen, waar niet systematisch een bepaalde verandering in articulatiesnelheid optreedt. 6.2 Pauzes bij het connectief Voor iedere uiting werd bepaald of er sprake is van een pauze net voor of net na het connectief. Om dit te bepalen zijn de uitingen door drie van de vier auteurs gezamenlijk beoordeeld. De auteurs luisterden naar de uitingen en bepaalden gezamenlijk of er sprake was van een pauze. Tabel 5 geeft voor ieder connectiefpatroon aan hoe vaak een pauze direct voor en/of net na het connectief voorkomt. Sub-omdat Co-omdat Co-want Pauze voor én achter connectief Pauze voor, geen pauze achter connectief Geen pauze voor, pauze achter connectief Geen pauze voor en achter connectief Niet analyseerbaar Totaal aantal uitingen Tabel 5: Aantal pauzes uitgesplitst naar verschillende connectiefpatronen en locaties 10 Dit zijn bijv. uitingen waarvan naderhand werd vastgesteld dat er geen sub-omdat-, co-omdat- of co-wantpatroon (als gedefinieerd in paragraaf 1) in voorkwam. Ook connectiefuitingen waarin geen verandering in articulatiesnelheid kon worden gemeten, doordat het segment te kort was of doordat het connectiefpatroon onderbroken was, worden als niet-analyseerbaar beschouwd. 11 Dit zijn bijv. uitingen waarvan naderhand werd vastgesteld dat er geen sub-omdat-, co-omdat- of co-want-patroon (als gedefinieerd in paragraaf 1) in voorkwam. Ook connectiefuitingen waarin de aanwezigheid van een pauze niet kon worden bepaald, doordat het connectiefpatroon werd onderbroken, worden als niet-analyseerbaar beschouwd. 276

19 Een coördinerende omdat-reconstructie in gesproken Nederlands? Tabel 5 laat zien dat pauzes direct voor het connectief in combinatie met alle drie de connectiefpatronen voorkomen. Doordat er weinig pauzes in connectiefuitingen voorkomen, is het niet mogelijk om de verschillende connectiefpatronen statistisch te vergelijken. Wat betreft de aanwezigheid van pauzes direct na het connectief valt op dat deze alleen voorkomen in combinatie met een co-omdat-patroon. Met een sub-omdat- of een co-wantpatroon komen zelden pauzes direct na het connectief voor. 6.3 Declinatieresets bij het connectief Voor iedere uiting in onze steekproef werd vastgesteld of er een declinatiereset tussen de twee segmenten aanwezig is. Hiertoe werden uitingen door drie van de vier auteurs gezamenlijk beluisterd. Zij beoordeelden en bespraken of er sprake was van een declinatiereset. Voor iedere uiting werd consensus bereikt. Tabel 6 toont het aantal waargenomen declinatieresets voor de drie connectiefpatronen. Sub-omdat Co-omdat Co-want Geen declinatiereset Declinatiereset direct voor connectief Declinatiereset direct na connectief Niet analyseerbaar Totaal aantal uitingen Tabel 6: Aanwezigheid van declinatieresets vlak voor of vlak na het connectief 135 Tabel 6 laat zien dat sub-omdat en co-want niet substantieel van elkaar verschillen in de aanwezigheid van een declinatiereset. Declinatieresets komen niet vaak voor en als ze al voorkomen dan is dat vóór het connectief. Met co-omdat komen declinatieresets echter vaker voor. Daarnaast komt een declinatiereset in een co-omdat-uiting ook vaker na het 12 Dit zijn bijv. uitingen waarvan naderhand werd vastgesteld dat er geen sub-omdat-, co-omdat- of co-wantpatroon (als gedefinieerd in paragraaf 1) in voorkwam. Ook connectiefuitingen waarbij de aanwezigheid van een declinatiereset niet kon worden bepaald doordat het segment te kort was of doordat het connectiefpatroon onderbroken was worden als niet-analyseerbaar beschouwd. 13 De betrouwbaarheid van de oordelen in tabel 6 werd getoetst door drie gedeeltes van het materiaal voor te leggen aan ervaren, onafhankelijke beoordelaren. De mate van overeenstemming tussen het oordeel van de auteurs en het oordeel van de onafhankelijke beoordelaar werd bepaald met behulp van een (afgeleide) Kappa-toets. Tabel 6 laat zien dat de verhouding tussen uitingen met en uitingen zonder declinatiereset onevenredig verdeeld is: van de 90 beoordeelde uitingen, kwam in slechts 26 uitingen een declinatiereset voor. Wanneer we voor zulke onevenredig verdeelde data een Kappa-waarde berekenen, kan deze waarde erg laag uitkomen terwijl er toch veel overeenstemming bestaat (zie Feinstein & Chicchetti 1990). Daarom hebben we in plaats van Kappa-waarden relatieve Kappa-waarden (K/ K max ) berekend: de Kappa-waarden voor overeenstemming ten opzichte van de maximaal mogelijke Kappa-waarden voor deze data (zie Riddle & Freburger 2002; Cohen 1960). Dit resulteerde in de volgende K/K max -waarden voor de drie delen: 0,59, 0,92 en 0,

20 Ingrid Persoon, Ted Sanders, Hugo Quené & Arie Verhagen connectief. Co-omdat verschilt dus van co-want en sub-omdat in zowel de frequentie als de locatie van declinatieresets Samenvatting: prosodische eigenschappen van de drie patronen Het co-omdat-patroon blijkt niet alleen qua functionele eigenschappen, maar ook qua prosodie af te wijken van beide andere connectiefpatronen. Van co-want verschilt co-omdat in het voorkomen van pauzes en declinatieresets direct na het connectief. Wat deze twee eigenschappen betreft, verschilt co-omdat ook van sub-omdat. Daarnaast is er ook wat articulatiesnelheid betreft een verschil tussen co-omdat en sub-omdat aan te wijzen: sub-omdat hangt samen met een vertraging in articulatiesnelheid, co-omdat niet. 7 Discussie en conclusie In dit artikel zijn we nagegaan of we vanuit verschillende typen benaderingen het voorkomen van co-omdat in Nederlandse conversaties kunnen verklaren: de cognitieve tekstanalyse en de gesproken-discourse-analyse. We hebben het co-omdat-patroon beschreven tegen de achtergrond van het epistemische weil-patroon in het Duits. Dit deed vermoeden dat ook co-omdat met een specifieke functie gebruikt wordt, maar dat (anders dan het Duitse co-weil) co-omdat niet gebruikt wordt om co-want te vervangen. Deze hypothese werd getoetst door middel van een vergelijking van co-omdat-uitingen met co-want- en sub-omdat-uitingen voor zowel subjectiviteits- als prosodische eigenschappen. De resultaten van beide vergelijkingen duiden erop dat co-omdat inderdaad met een specifieke functie gebruikt wordt en dat deze functie afwijkt van de functie van het co-want-patroon. In paragraaf 4 bleek dat co-omdat wat betreft functionele eigenschappen afwijkt van zowel sub-omdat als co-want. Co-omdat drukt een specifiek, eigen type causale relatie uit. De causale relaties die met co-omdat worden uitgedrukt, bevatten zowel objectieve als subjectieve eigenschappen. In paragraaf 4 leidden we hieruit een tentatieve functie van co-omdat af, namelijk de volgende: Tussen het X-segment en het Y-segment ligt een achterwaartse causale relatie. In de interpretatie van deze causale relatie komt de spreker weliswaar naar voren, maar de causale relatie moet vooral ook gezien worden als een object dat wordt beschreven. Deze tentatieve karakterisering van de functie van co-omdat kan indirect uit het hier gepresenteerde corpusonderzoek worden afgeleid. Nader onderzoek is echter noodzakelijk om de functie van co-omdat nader te preciseren. Wel kan met deze tentatieve functie een eerste poging gedaan worden om een aantal pregnante kenmerken van co-omdat te verklaren. Een van de belangrijkste kenmerken van de co-omdat-constructie is dat deze alleen voorkomt in gesproken Nederlands. Een beschrijving van de co-omdat-constructie moet dan ook kunnen verklaren waarom co-omdat alleen in gesproken Nederlands voorkomt. In Biber, Conrad & Reppen (1998), Sanders & Spooren (2009), Spooren et al. (2010) wordt gesproken taal, en in het bijzonder conversaties, beschreven als een subjectief genre: communicatie in een conversatie verloopt face-to-face. Daarnaast zullen conversaties vaker een subjectief doel hebben (interpersoonlijke relaties onderhouden). Vanuit de subjectiviteit 278

SAMENVATTING Het doel van dit proefschrift is drieledig. Ten eerste wordt inzicht verschaft in het gebruik van directe-rede-constructies (bijvoorbeeld Marie zei: Kom, we gaan! ) door sprekers met afasie.

Nadere informatie

Comics FILE 4 COMICS BK 2

Comics FILE 4 COMICS BK 2 Comics FILE 4 COMICS BK 2 The funny characters in comic books or animation films can put smiles on people s faces all over the world. Wouldn t it be great to create your own funny character that will give

Nadere informatie

Houdt u er alstublieft rekening mee dat het 5 werkdagen kan duren voordat uw taalniveau beoordeeld is.

Houdt u er alstublieft rekening mee dat het 5 werkdagen kan duren voordat uw taalniveau beoordeeld is. - Instructie Deze toets heeft als doel uw taalniveau te bepalen. Om een realistisch beeld te krijgen van uw niveau,vragen we u niet langer dan één uur te besteden aan de toets. De toets bestaat uit twee

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 8 februari 2010

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 8 februari 2010 FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Toets Inleiding Kansrekening 1 8 februari 2010 Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als je een onderdeel

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013 FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013 Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als je een onderdeel

Nadere informatie

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan.

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan. Interactive Grammar Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan. Doelgroep Interactive Grammar Het programma is bedoeld voor leerlingen in de brugklas van

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B1 / B1 +

Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B1 / B1 + Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B / B + Het mondeling voor Engels Havo duurt 5 minuten en bestaat uit een gesprek met je docent waarin de volgende onderdelen aan de orde komen: *Je moet een stukje

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

De Cambridge English presentatie voor de leerlingen. Jane West & Fokke de Jong (docenten Engels)

De Cambridge English presentatie voor de leerlingen. Jane West & Fokke de Jong (docenten Engels) De Cambridge English presentatie voor de leerlingen Jane West & Fokke de Jong (docenten Engels) CAMBRIDGE CERTIFICATE Da Vinci 2015-2016 WHO IS IT FOR? -- IT IS FOR YOU! - Do this programme if you are

Nadere informatie

B1 Woordkennis: Spelling

B1 Woordkennis: Spelling B1 Woordkennis: Spelling Bestuderen Inleiding Op B1 niveau gaan we wat meer aandacht schenken aan spelling. Je mag niet meer zoveel fouten maken als op A1 en A2 niveau. We bespreken een aantal belangrijke

Nadere informatie

Wij beloven je te motiveren en verbinden met andere studenten op de fiets, om zo leuk en veilig te fietsen. Benoit Dubois

Wij beloven je te motiveren en verbinden met andere studenten op de fiets, om zo leuk en veilig te fietsen. Benoit Dubois Wij beloven je te motiveren en verbinden met andere studenten op de fiets, om zo leuk en veilig te fietsen. Benoit Dubois Wat mij gelijk opviel is dat iedereen hier fietst. Ik vind het jammer dat iedereen

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Tentamen Analyse 6 januari 203, duur 3 uur. Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als je een onderdeel

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Tentamen Bewijzen en Technieken 1 7 januari 211, duur 3 uur. Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe.

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Samenvatting Semantisch versus lexicaal geslacht: synchrone en diachrone variatie in Germaanse geslachtscongruentie De meeste Germaanse talen, waaronder het

Nadere informatie

In the classroom. Who is it? Worksheet

In the classroom. Who is it? Worksheet In the classroom 1 Lees wat de meester doet als hij s morgens op school komt. Lees ook wat een leerling doet. Wie van de twee doet het meest voordat de les begint? First, I go to my desk and take out my

Nadere informatie

Contextanalyse. Patrick v/d Vlist

Contextanalyse. Patrick v/d Vlist Contextanalyse Patrick v/d Vlist Contextanalyse Patrick v/d Vlist Krimpen ad IJsel 10-01-2016 Verdoold Installatiebedrijf Voorwoord Ik heb dit rapport geschreven naar aanleiding van een communicatieopdracht

Nadere informatie

ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM

ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM Read Online and Download Ebook ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM DOWNLOAD EBOOK : ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK STAFLEU

Nadere informatie

Introductie in flowcharts

Introductie in flowcharts Introductie in flowcharts Flow Charts Een flow chart kan gebruikt worden om: Processen definieren en analyseren. Een beeld vormen van een proces voor analyse, discussie of communicatie. Het definieren,

Nadere informatie

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden

Nadere informatie

Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen

Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Samenvatting Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Negen casestudies naar de verwerving van het Engels, Duits en Zweeds door volwassen moedertaalsprekers

Nadere informatie

Main language Dit is de basiswoordenschat. Deze woorden moeten de leerlingen zowel passief als actief kennen.

Main language Dit is de basiswoordenschat. Deze woorden moeten de leerlingen zowel passief als actief kennen. Lesbrief Les 2.1: My family Main language Dit is de basiswoordenschat. Deze woorden moeten de leerlingen zowel passief als actief kennen. Nouns: brother, sister, cousin, mother, father, aunt, uncle, grandmother,

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Grammatica overzicht Theme 5+6

Grammatica overzicht Theme 5+6 Past simple vs. Present perfect simple Past simple: Ww + ed OF 2 e rijtje van onregelmatige ww. I walked I went Ontkenningen past simple: Did not + hele ww He did not walk. Present perfect: Have/has +

Nadere informatie

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant Vragenlijst in te vullen en op te sturen voor de meeloopochtend, KABK afdeling fotografie Questionnaire to be filled in and send in before the introduction morning, KABK department of Photography Stuur

Nadere informatie

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet.

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. General: Please use the latest firmware for the router. The firmware is available on http://www.conceptronic.net! Use Firmware version

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 7 februari 2011

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 7 februari 2011 FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Toets Inleiding Kansrekening 1 7 februari 2011 Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als je een onderdeel

Nadere informatie

Tentamen Biostatistiek 2 voor BMT (2DM50), op dinsdag 5 april 2011 9.00-12.00 uur

Tentamen Biostatistiek 2 voor BMT (2DM50), op dinsdag 5 april 2011 9.00-12.00 uur Faculteit der Wiskunde en Informatica Tentamen Biostatistiek 2 voor BMT (2DM50), op dinsdag 5 april 2011 9.00-12.00 uur Bij het tentamen mag alleen gebruik worden gemaakt van een zakrekenmachine. Het gebruik

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

DE VOLTOOID TEGENWOORDIGE TOEKOMENDE TIJD

DE VOLTOOID TEGENWOORDIGE TOEKOMENDE TIJD 1 Grammatica les 11 THE FUTURE PERFECT TENSE DE VOLTOOID TEGENWOORDIGE TOEKOMENDE TIJD 11.1 FUTURE PERFECT The Future Perfect oftewel de Voltooid Tegenwoordig Toekomende Tijd bestaat uit "will" of "shall"

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

Engels op Niveau A2 Workshops Woordkennis 1

Engels op Niveau A2 Workshops Woordkennis 1 A2 Workshops Woordkennis 1 A2 Workshops Woordkennis 1 A2 Woordkennis 1 Bestuderen Hoe leer je 2000 woorden? Als je een nieuwe taal wilt spreken en schrijven, heb je vooral veel nieuwe woorden nodig. Je

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Tentamen Analyse 8 december 203, duur 3 uur. Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als jeeen onderdeel

Nadere informatie

Hoe met Windows 8 te verbinden met NDI Remote Office (NDIRO) How to connect With Windows 8 to NDI Remote Office (NDIRO

Hoe met Windows 8 te verbinden met NDI Remote Office (NDIRO) How to connect With Windows 8 to NDI Remote Office (NDIRO Handleiding/Manual Hoe met Windows 8 te verbinden met NDI Remote Office (NDIRO) How to connect With Windows 8 to NDI Remote Office (NDIRO Inhoudsopgave / Table of Contents 1 Verbinden met het gebruik van

Nadere informatie

DE VERLEDEN TOEKOMENDE TIJD

DE VERLEDEN TOEKOMENDE TIJD 1 Grammatica les 12 THE FUTURE PAST TENSE DE VERLEDEN TOEKOMENDE TIJD 12.1 FUTURE PAST Als je over het verleden praat, maar iets wilt vertellen over wat toen in de toekomst was, gebruik je ook de Future,

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

Online Resource 1. Title: Implementing the flipped classroom: An exploration of study behaviour and student performance

Online Resource 1. Title: Implementing the flipped classroom: An exploration of study behaviour and student performance Online Resource 1 Title: Implementing the flipped classroom: An exploration of study behaviour and student performance Journal: Higher Education Authors: Anja J. Boevé, Rob R. Meijer, Roel J. Bosker, Jorien

Nadere informatie

Tentamen Biostatistiek 2 voor BMT (2DM50), op woensdag 22 april uur

Tentamen Biostatistiek 2 voor BMT (2DM50), op woensdag 22 april uur Faculteit der Wiskunde en Informatica Tentamen Biostatistiek 2 voor BMT (2DM50), op woensdag 22 april 2009 9.00-12.00 uur Bij het tentamen mag alleen gebruik worden gemaakt van een zakrekenmachine. Het

Nadere informatie

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Kennisbericht over een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift: Hardell L, Carlberg M, Söderqvist F, Hansson Mild K, Meta-analysis of long-term

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Executive and social cognitive functioning of mentally

Nadere informatie

In deze les. Het experiment. Hoe bereid je het voor? Een beetje wetenschapsfilosofie. Literatuuronderzoek (1) Het onderwerp.

In deze les. Het experiment. Hoe bereid je het voor? Een beetje wetenschapsfilosofie. Literatuuronderzoek (1) Het onderwerp. In deze les Het experiment Bart de Boer Hoe doe je een experiment? Hoe bereid je het voor? De probleemstelling Literatuuronderzoek Bedenken/kiezen experimentele opstelling Bedenken/kiezen analysevorm Hoe

Nadere informatie

De Relatie tussen (Over)Gewicht. en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen. The Relationship between (Over)Weight. and Sex Drive in Men and Women

De Relatie tussen (Over)Gewicht. en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen. The Relationship between (Over)Weight. and Sex Drive in Men and Women De Relatie tussen (Over)Gewicht en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen The Relationship between (Over)Weight and Sex Drive in Men and Women Mandy M. de Nijs Eerste begeleider: Dr. W. Waterink Tweede begeleider:

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens

Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens Transparency in language. A typological study Sterre Leufkens Een taal kun je zien als een verzameling vormen (woorden, zinnen, klanken, regels),

Nadere informatie

We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen.

We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen. Wordorder. We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen. 2. SVO In de taalkunde wordt Engels als een SVO-taal beschouwd, vanwege de volgorde van woorden in een zin. SVO staat voor Subject,

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs The Relationship between Existential Fulfilment, Emotional Stability and Burnout

Nadere informatie

variantie: achtergronden en berekening

variantie: achtergronden en berekening variantie: achtergronden en berekening Hugo Quené opleiding Taalwetenschap Universiteit Utrecht 8 sept 1995 aangepast 8 mei 007 1 berekening variantie Als je de variantie met de hand moet uitrekenen, is

Nadere informatie

Creatief onderzoekend leren

Creatief onderzoekend leren Creatief onderzoekend leren De onderwijskundige: Wouter van Joolingen Universiteit Twente GW/IST Het probleem Te weinig bèta's Te laag niveau? Leidt tot economische rampspoed. Hoe dan? Beta is spelen?

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Référence bibliographique. "Omdat ik heb tot half één tentamen. Over nevenschikkend omdat in context" Degand, Liesbeth

Référence bibliographique. Omdat ik heb tot half één tentamen. Over nevenschikkend omdat in context Degand, Liesbeth "Omdat ik heb tot half één tentamen. Over nevenschikkend omdat in context" Degand, Liesbeth Abstract In contrast to written Dutch, spoken Dutch sees the sporadic emergence of a coordinating use of the

Nadere informatie

OUTDOOR HD DOME IP CAMERA PRODUCT MANUAL GB - NL

OUTDOOR HD DOME IP CAMERA PRODUCT MANUAL GB - NL OUTDOOR HD DOME IP CAMERA PRODUCT MANUAL GB - NL GB PARTS & FUNCTIONS 2. ---- 1. ---- 3. ---- 7. ---------- 5. 4. 6. 1. Outdoor IP camera unit 2. Antenna 3. Mounting bracket 4. Network connection 5. Power

Nadere informatie

BEGRIJPEN EPISTEMISCH SIGNIFICANT?

BEGRIJPEN EPISTEMISCH SIGNIFICANT? BEGRIJPEN EPISTEMISCH SIGNIFICANT? CASUS BEHAVIORISME Kai Eigner Faculteit Wijsbegeerte, Vrije Universiteit Amsterdam NVWF Najaarssymposium SPUI25, Amsterdam, 17 december 2012 Opzet Understanding Scientific

Nadere informatie

Leeftijdcheck (NL) Age Check (EN)

Leeftijdcheck (NL) Age Check (EN) Leeftijdcheck (NL) Age Check (EN) [Type text] NL: Verkoopt u producten die niet aan jonge bezoekers verkocht mogen worden of heeft uw webwinkel andere (wettige) toelatingscriteria? De Webshophelpers.nl

Nadere informatie

Examen Moderne Vreemde Taal Engels

Examen Moderne Vreemde Taal Engels Examen Moderne Vreemde Taal Engels Niveau : KSE Opgavenummer : EN(0) Examenduur : 60 minuten Instructies Dit examen bevat 6 opdrachten. Vul in het onderstaande vak uw gegevens in Beantwoord de vragen zo

Nadere informatie

De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie / 15:06 Pag. 47. Kaart 17. Ik heb de band lek, getekend door C. van Bree in 1991.

De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie / 15:06 Pag. 47. Kaart 17. Ik heb de band lek, getekend door C. van Bree in 1991. De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06 Pag. 47 47 Kaart 17. Ik heb de band lek, getekend door C. van Bree in 1991. De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06

Nadere informatie

Dutch survival kit. Vragen hoe het gaat en reactie Asking how it s going and reaction. Met elkaar kennismaken Getting to know each other

Dutch survival kit. Vragen hoe het gaat en reactie Asking how it s going and reaction. Met elkaar kennismaken Getting to know each other Dutch survival kit This Dutch survival kit contains phrases that can be helpful when living and working in the Netherlands. There is an overview of useful sentences and phrases in Dutch with an English

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit Onderzoek naar het Effect van de Aanwezigheid van een Hond op het Alledaags Functioneren van een Kind met Autisme M.I. Willems Open Universiteit Naam student: Marijke Willems Postcode en Woonplaats: 6691

Nadere informatie

MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands

MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands Taal op koers 29 oktober 2014 Cindy Poortman en Kim Schildkamp Uitdagingen in de onderwijspraktijk Voortijdige schooluitval Gebrek aan praktische

Nadere informatie

Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelij

Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelij Collectief Inclusief Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelijking De internationale context

Nadere informatie

Opvoeding op school en in het gezin. Onderzoek naar de samenhang tussen opvoeding en de houding van jongeren ten opzichte van sociale grenzen

Opvoeding op school en in het gezin. Onderzoek naar de samenhang tussen opvoeding en de houding van jongeren ten opzichte van sociale grenzen Opvoeding op school en in het gezin. Onderzoek naar de samenhang tussen opvoeding en de houding van jongeren ten opzichte van sociale grenzen Mooren, Francisca Catharina Theodora van der IMPORTANT NOTE:

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Sita Minke ter Title: Birds and babies : a comparison of the early development

Nadere informatie

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma.

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. University of Groningen Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. Verbakel, N. J. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite

Nadere informatie

Starting a sentence in Dutch Bouma, G.J.

Starting a sentence in Dutch Bouma, G.J. Starting a sentence in Dutch Bouma, G.J. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite from it. Please check the document version below. Document

Nadere informatie

Zelfportret. Zelfportret, met verschijningsvormen, van de Creatieve Mediator. Creativiteit in Mediaton

Zelfportret. Zelfportret, met verschijningsvormen, van de Creatieve Mediator. Creativiteit in Mediaton Onderzoeker Artiest Rechter Zelfportret Strijder Zelfportret, met verschijningsvormen, van de Creatieve Mediator You are a professional!? So you have to know what to do. If you don t know what to do you

Nadere informatie

LDA Topic Modeling. Informa5ekunde als hulpwetenschap. 9 maart 2015

LDA Topic Modeling. Informa5ekunde als hulpwetenschap. 9 maart 2015 LDA Topic Modeling Informa5ekunde als hulpwetenschap 9 maart 2015 LDA Voor de pauze: Wat is LDA? Wat kan je er mee? Hoe werkt het (Gibbs sampling)? Na de pauze Achterliggende concepten à Dirichlet distribu5e

Nadere informatie

Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN

Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN Het Effect van Online Cognitieve Gedragstherapie op Seksuele Disfuncties bij Vrouwen The Effectiveness of Internet-based Cognitive-Behavioural

Nadere informatie

53. Anders ga je met pensioen!

53. Anders ga je met pensioen! 53. Anders ga je met pensioen! Alex Reuneker, Universiteit Leiden 1 Het bijwoord anders kent volgens Smessaert en Van Belle (2010) drie typen gebruik, als in (1)-(3). (1) Ze zullen zich morgen anders gedragen

Nadere informatie

CHROMA STANDAARDREEKS

CHROMA STANDAARDREEKS CHROMA STANDAARDREEKS Chroma-onderzoeken Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit 4 zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect

Nadere informatie

Security Les 1 Leerling: Marno Brink Klas: 41B Docent: Meneer Vagevuur

Security Les 1 Leerling: Marno Brink Klas: 41B Docent: Meneer Vagevuur Security Les 1 Leerling: Klas: Docent: Marno Brink 41B Meneer Vagevuur Voorwoord: In dit document gaan we beginnen met de eerste security les we moeten via http://www.politiebronnen.nl moeten we de IP

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

Grammar Book 1KGT. Name: Class:

Grammar Book 1KGT. Name: Class: Grammar Book 1KGT Name: Class: Persoonlijke voornaamwoorden (1)... 2 Persoonlijke voornaamwoorden (2)... 2 Bezittelijke voornaamwoorden... 2 Het werkwoord zijn (be)... 2 Het werkwoord kunnen (can)... 2

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief

Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief Samenvatting Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief Stabiliteit en verandering in gerapporteerde levensgebeurtenissen over een periode van vijf jaar Het belangrijkste doel van dit longitudinale,

Nadere informatie

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur Hoewel kinderen die leren praten geen moeite lijken te doen om de regels van hun moedertaal

Nadere informatie

creativiteit bevorderen Dick van der Wateren

creativiteit bevorderen Dick van der Wateren creativiteit bevorderen Dick van der Wateren bio leraar aardrijkskunde geoloog Spitsbergen, Antarctica, Afrika, Europa leraar natuurkunde, nl&t, maker+klas digitaal lesmateriaal edublogger auteur onderwijsbladen,

Nadere informatie

Nieuw thema: Thema: Dieren. Van 14 februari tot 11 maart 2011. Week 7 maart- 11 maart:

Nieuw thema: Thema: Dieren. Van 14 februari tot 11 maart 2011. Week 7 maart- 11 maart: Nieuw thema: Thema: Dieren. Van 14 februari tot 11 maart 2011 Week 14 feb. 18 feb. : Week 21 feb. 25 feb.: Week 28 feb-4 maart: Week 7 maart- 11 maart: dieren op het land dieren in de lucht dieren in de

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme Amsterdam Masterclass 22 June 2017

Ius Commune Training Programme Amsterdam Masterclass 22 June 2017 www.iuscommune.eu INVITATION Ius Commune Masterclass 22 June 2017 Amsterdam Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to participate in the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers,

Nadere informatie

Master Thesis. Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models. Using an Item Response Approach.

Master Thesis. Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models. Using an Item Response Approach. 1 Master Thesis Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models Using an Item Response Approach. Burnout onder Beginnende Nederlandse Verpleegkundigen: een Vergelijking van Theoretische

Nadere informatie

Academische taal & gesprekken over techniek met kleuters

Academische taal & gesprekken over techniek met kleuters Academische taal & gesprekken over techniek met kleuters Masterclass in het kader van WETENSCHAP EN TECHNOLOGIE ALS GRONDHOUDING EN VAKOVERSTIJGENDE BENADERING Lotte Henrichs 1 Academische taal??? Ik???

Nadere informatie

studeerkamer open haard bad douche https://www.homeswapinternational.com/greatbritain-cheltenham garage car exchange / use of car study

studeerkamer open haard bad douche https://www.homeswapinternational.com/greatbritain-cheltenham garage car exchange / use of car study Madness 1 Home swap Flash info read Bekijk de website en lees de tekst. Wat is het Nederlandse woord voor home swap? studeerkamer open haard bad douche https://www.homeswapinternational.com/greatbritain-cheltenham

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers The Influence of Cognitive Stimulation in the Form of Active Learning on Mental Health

Nadere informatie

WERELDWIJS. met tweetalig onderwijs! europees platform. internationaliseren in onderwijs

WERELDWIJS. met tweetalig onderwijs! europees platform. internationaliseren in onderwijs WERELDWIJS met tweetalig onderwijs! europees platform internationaliseren in onderwijs Is jouw wereld groter dan Nederland? Ben je eraan toe om over de grenzen heen te kijken? Vind je talen leuk? Wil je

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

3 I always love to do the shopping. A Yes I do! B No! I hate supermarkets. C Sometimes. When my mother lets me buy chocolate.

3 I always love to do the shopping. A Yes I do! B No! I hate supermarkets. C Sometimes. When my mother lets me buy chocolate. 1 Test yourself read a Lees de vragen van de test. Waar gaat deze test over? Flash info 1 In the morning I always make my bed. A Yes. B No. C Sometimes, when I feel like it. 2 When I see an old lady with

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Effecten van een op MBSR gebaseerde training van. hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en

Effecten van een op MBSR gebaseerde training van. hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en Effecten van een op MBSR gebaseerde training van hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en compassionele tevredenheid. Een pilot Effects of a MBSR based training program of hospice caregivers

Nadere informatie