Advies van het Bestuur

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Advies van het Bestuur"

Transcriptie

1 KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE AFDELING BEHEER VAN HET MARIENE ECOSYSTEEM Advies van het Bestuur aan de Minister van de Noordzee betreffende: de machtigings- en vergunningsaanvraag van de n.v. Rentel voor de bouw en exploitatie van een offshore windmolenpark gelegen ten noordwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijkbank December 2012 BMM 100 Gulledelle B 1200 Brussel België

2 1. Aanhef en motivering 1.1. De wettelijke en reglementaire bepalingen Gelet op de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België zoals gewijzigd door de wetten van 17 september 2005, 21 april 2007 en 20 juli 2012, inzonderheid op de artikelen 3 tot 5, 25 1, 26, 28 tot 31 (hierna genoemd de wet ); Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 6, 2, en artikel 30, 2; Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 2000 betreffende de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van domeinconcessies voor de bouw en de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit water, stromen of winden, in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefen overeenkomstig het internationaal zeerecht, zoals gewijzigd door de koninklijk besluiten van 17 mei 2004, 28 september 2008 en 8 februari 2011; Gelet op het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende de procedure tot vergunning en machtiging van bepaalde activiteiten in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België (hierna genoemd KB VEMA ); Gelet op het koninklijk besluit van 9 september 2003 houdende de regels betreffende de milieueffectenbeoordeling in toepassing van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België (hierna genoemd KB MEB'); Gelet op het ministerieel besluit van 14 april 2004 houdende verlening aan de naamloze vennootschap C-Power van een machtiging voor de bouw en een vergunning voor de exploitatie van een windmolenpark van 60 windturbines, met een nominaal vermogen van 3.6 MW per windturbines, inclusief de kabels, voor de productie van elektriciteit uit wind op de Thorntonbank in de Belgische zeegebieden (hierna genoemd MB CP van 14 april 2004 ), zoals gewijzigd door het ministerieel besluit van 10 mei 2006 (hierna genoemd 'MB CP van 10 mei 2006'), en het ministerieel besluit van 25 april 2008 (hierna genoemd 'MB CP van 25 april 2008'); Gelet op het ministerieel besluit van 7 oktober 2005 houdende verlening aan de AG Haven Oostende van een vergunning voor de productie van tweekleppige weekdieren door middel van hangstructuren in de zones Z1,Z2, Z3 en Z4 in de zeegebieden onder rechtsbevoegdheid van België; geschorst bij ministerieel besluit van 19 oktober 2012; Gelet op het ministerieel besluit van 20 februari 2008 houdende verlening aan de NV Belwind van een machtiging voor de bouw en een vergunning voor de exploitatie van een windmolenpark op de Bligh bank in de Belgische zeegebieden (hierna genoemd MB BW van 20 februari 2008'); Gelet op het ministerieel besluit van 19 november 2009 houdende verlening aan de nv Eldepasco van een machtiging voor de bouw en een vergunning voor de exploitatie van een windmolenpark op de BMM-UGMM-MUMM 1

3 Bank zonder Naam in de Belgische zeegebieden, respectievelijk gewijzigd tot nv Northwind en Lodewijkbank (hierna genoemd MB EDP van 19 november 2009 ); Gelet op het ministerieel besluit van 18 januari 2012 houdende verlening aan de nv Norther van een machtiging voor de bouw en een vergunning voor de exploitatie van een windmolenpark ten zuidoosten van de Thorntonbank in de Belgische zeegebieden (hierna genoemd MB NOR van 18 januari 2012), zoals gewijzigd door het MB van 19 oktober Procedureverloop Het voorafgaande Gelet op het ministerieel besluit van 4 juni 2009 houdende toekenning aan de NV Rentel van een domeinconcessie 1 voor de bouw en de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit wind in de mariene zones (Thorntonbank); De indiening van de aanvraag Gelet op de aanvraag tot het bekomen van een vergunning voor de bouw en exploitatie van Rentel windpark, door de n.v. Rentel op 2 juli 2012 (datum ontvangst door de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee, zesde departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor natuurwetenschappen, en hierna het Bestuur genoemd) ingediend conform artikel 12 van het KB VEMA en gericht aan de minister van de Noordzee, hierna genoemd de Minister ; Gelet op het feit dat, in toepassing van artikel 13, 1, 5 van het KB VEMA, de n.v. Rentel samen met haar aanvraag een milieueffectenrapport (hierna 'MER' genoemd) heeft ingediend; dat voorafgaandelijk aan deze aanvraag een notificatie conform artikel 7 van het KB MEB van 9 september 2003 aan het Bestuur werd betekend op 2 januari 2012; Gelet op het feit dat de n.v. Rentel in het kader van deze aanvraagprocedure bij schrijven van 15 november 2011 het Bestuur om een standpunt had gevraagd inzake de wijze waarop het MER werd uitgewerkt; dat het Bestuur op 7 december 2011 een informatieve vergadering heeft georganiseerd met de n.v.rentel om dit te bespreken; Gelet op het feit dat de Minister, op advies van het Bestuur, bij aangetekend schrijven van 20 juli 2012, de aanvraag van de n.v. Rentel volledig en ontvankelijk heeft verklaard met vermelding van het bedrag van de retributie verschuldigd voor de milieueffectenbeoordeling van de aangevraagde activiteit; dat de aanvrager deze retributie heeft betaald en op 13 augustus 2012 het bewijs hiervan aan het Bestuur heeft betekend; 1 De concessie werd verleend voor 60 WT van 5 7,5 MW BMM-UGMM-MUMM 2

4 Het openbaar onderzoek Gelet op de bekendmaking van de aanvraag in het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2012; Gelet op het feit dat de aanvraag met in bijlage het milieueffectenrapport (MER), van 29 augustus tot 27 september 2012 in de burelen van het Bestuur gelegen te Brussel en Oostende en in iedere kustgemeente in toepassing van artikel 18 van het KB VEMA van 7 september 2003 ter inzage van het publiek werd gelegd; dat het MER en de niet technische samenvatting eveneens op de website van het Bestuur werden geplaatst (www.mumm.ac.be); Dat de termijn voor het betekenen van standpunten, opmerkingen en bezwaren door iedere belanghebbende persoon of vereniging in België, op 12 oktober 2012 verstreek en voor de ESPOO consultatie in Nederland op 11 november 2012; Gelet op het feit dat de domeinconcessie van de n.v. Rentel op meer dan 500 m van de Nederlandse maritieme grens is gelegen; dat het aanvraagdossier, samen met inlichtingen over het verloop van de procedure, op 20 augustus 2012 aan de Nederlandse autoriteiten (Ministerie van Infrastructuur en Milieu) werd betekend conform artikel 19 van het KB VEMA; De bijkomende aanvraag voor het geotechnisch grondonderzoek die door de aanvrager aan het Bestuur werd overgemaakt Gelet op de aanvraag voor een machtiging voor geofysisch en -technisch onderzoek door de nv Rentel op 3/11/2011 aan het Bestuur betekend; Overwegende dat met zijn MB van 20 november 2011, de Staatssecretaris bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu de NV Rentel een machtiging verleende voor dit grondonderzoek; Overwegende dat het derhalve noodzakelijk is verdere grondonderzoeken samen met de andere bouwactiviteiten te onderwerpen aan de milieueffectenbeoordeling en, in voorkomend geval, in de machtiging op te nemen; Gelet op de melding van de nv Rentel op 4 september 2012 van een ingreep m.b.t. bovenvernoemd MB waarbij een meer gedetailleerd geotechnisch onderzoek werd uitgevoerd; Gelet op het akkoord van 24/10/ 2012 van de Minister voor deze ingreep; Gelet op de bijkomende informatie m.b.t. het grondonderzoek van de nv. Rentel ontvangen op 25 oktober 2012 in aanvulling bij de aanvraag; BMM-UGMM-MUMM 3

5 De milieueffectenbeoordeling Overwegende dat, in overeenstemming met het KB MEB van 9 september 2003, het Bestuur is overgegaan tot een milieueffectenbeoordeling van de voorgenomen activiteiten; dat, in toepassing van artikel 15 van dat besluit, het aanvullende studies heeft verricht; Overwegende dat binnen het Bestuur tien deskundigen aangeduid werden voor de beoordeling van de milieueffecten en van de aanvaardbaarheid van het project voor het mariene milieu; dat deze gespecialiseerd zijn in de volgende disciplines: hydrodynamica en sedimentologie; geluid en trillingen; avifauna, zeezoogdieren; benthos, vissen en biodiversiteit, visserij, materiële goederen en menselijke activiteiten; landschap en meteo, wettelijke en technische aspecten, risico s en gevolgen van mogelijke rampen; cartografie; ruimtelijke planning expert milieueffectenbeoordeling en algemene coördinatie. Overwegende dat de deskundigen, elk voor zijn discipline, het MER, evenals de deelstudies hebben bestudeerd en waar nodig aangevuld; 1.3.Motieven tot het advies Algemeen Overwegende dat in toepassing van artikel 21 van het KB VEMA van 7 september 2003, het Bestuur bij dit advies onder meer rekening heeft gehouden met de algemene doelstellingen en beginselen van de wet, met de resultaten van de milieueffectenbeoordeling en met de standpunten, bezwaren en opmerkingen ingediend naar aanleiding van het openbaar onderzoek; Overwegende dat de voorgenomen activiteit aanzienlijk kan bijdragen tot het naleven van de nationale verplichtingen die voortvloeien uit de Beschikking 2002/358/EG van de Raad van 25 april 2002 betreffende de goedkeuring, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en de gezamenlijke nakoming van de in dat kader aangegane verplichtingen en meer bepaald gelet op het artikel 2 en de bijlage II van deze beschikking, die de verplichting inhouden voor België om tegen de periode van 2008 tot en met 2012 en ten opzichte van het basisjaar 1990, de emissies van broeikasgassen waaronder CO2 met 7,5 % te reduceren en om hiertoe de nodige maatregelen te treffen, en rekening houdend met de Richtlijn 2001/77/EG van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen; Overwegende het Klimaatplan (IP/08/80) waarbij België tegen % van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energie moet betrekken en de communicatie van de EC eind 2008 BMM-UGMM-MUMM 4

6 (COM 2008/768) waarin benadrukt werd dat offshore windenergie hierbij een belangrijke rol te spelen heeft; Overwegende het nationaal hervormingsprogramma België 2011, goedgekeurd op de ministerraad van 15 april 2011, waarin bij de prioritaire maatregelen die het dringendst zijn voor de federale overheid om uit te voeren vermeld wordt: de ontplooiing van de windmolens op de Noordzee, via de toekenning van de vergunningen voor de installatie van infrastructuur; Dat dit onrechtstreeks zal bijdragen tot de energieprestaties van het Belgische elektriciteitsproductiepark De resultaten van het openbaar onderzoek Overwegende dat het Bestuur geen standpunten, opmerkingen en bezwaren heeft ontvangen; Dat het Bestuur pro forma brieven van 2 kustgemeenten ontving, die dienden om het Bestuur in te lichten van het openen en het sluiten van de periodes van de openbare consultatie De consultatie met Nederland Gelet op het feit dat het Bestuur geen Nederlandse standpunten, opmerkingen en bezwaren heeft ontvangen van Nederlandse belanghebbenden binnen de bezwaartermijn die op 11 november 2012 verstreek; De beoordeling Gelet op de resultaten van de milieueffectenbeoordeling die als bijlage B bij het huidige advies wordt bijgevoegd; Overwegende dat uit deze milieueffectenbeoordeling geen duidelijk onaanvaardbare effecten van de activiteit op het mariene milieu zijn gebleken voor de verschillende onderdelen: juridische achtergrond, klimaat en atmosfeer, hydrodynamica en sedimentologie, geluid en seismisch onderzoek, risico s en veiligheid, schadelijke stoffen, macrobenthos, epibenthos en en visgemeenschappen zeezoogdieren, avifauna, elektromagnetische velden, interactie met andere menselijke activiteiten, zeezicht, cultureel erfgoed, grensoverschrijdende effecten; Overwegende in het bijzonder dat uit de milieueffectenbeoordeling blijkt dat de activiteit, afzonderlijk of in combinatie met andere reeds gemachtigde of vergunde activiteiten, geen significante gevolgen kan hebben voor de mariene beschermde gebieden in de kustzone van België, de speciale zone voor natuurbehoud Trapegeer Stroombank gebied en de drie speciale beschermingszones SBZ1, SBZ2 en SBZ3 inbegrepen, alsook voor instandhoudingsdoelstellingen van de Nederlandse Natura 2000 gebieden Vlakte van de Raan en Voordelta; Overwegende dat uit het MER, en ondanks de aanvullende studies en de milieueffectenbeoordeling van het Bestuur, echter blijkt dat er leemten in de kennis blijven bestaan voor sommige milieueffecten van de voorgenomen activiteiten; dat het Bestuur derhalve oordeelt dat de door BMM-UGMM-MUMM 5

7 de aanvrager voorgestelde activiteiten enkel aanvaardbaar zijn mits naleven van strenge voorwaarden; dat het Bestuur bij afloop van zijn onderzoek voorwaarden noodzakelijk heeft geacht waaronder in het bijzonder: het uitvoeren van een uitgebreide monitoring, een gefaseerde uitvoering van het project, compensaties voor bepaalde nadelige effecten van deze activiteiten, financiële garanties; Overwegende dat, zowel bij de beoordeling van de aanvraag en van de milieueffecten van de voorgenomen activiteiten als voor het stellen van de voorwaarden en voor het bepalen van de aangewezen monitoring, voor zover relevant en voordelig ten opzichte van de algemene doelstellingen en beginselen van de wet, door het Bestuur rekening werd gehouden met de ervaring opgedaan bij het behandelen van de vroegere gelijkaardige aanvragen en met de sinds de behandeling van die dossiers opgedane kennis, alsook met de recente ontwikkelingen in het buitenland met betrekking tot gelijkaardige projecten; Overwegende dat gelijkaardige activiteiten, met name het C-Power windmolenpark op de Thorntonbank, het Belwind windmolenpark op de Bligh Bank, het Northwind windmolenpark op de Lodewijkbank en het Norther windmolenpark ten zuidoosten van de Thorntonbank na gunstig advies van het Bestuur respectievelijk in 2004, 2008, 2009 en 2012 reeds vergund werden in de bij KB van 17 mei 2004 afgebakende zone; Overwegende dat bij de beoordeling van de cumulatieve effecten van de voorgenomen activiteit rekening werd gehouden met de reeds vergunde activiteit op de Thorntonbank, de Bligh Bank, de Lodewijkbank en ten zuidoosten van de Thorntonbank alsook met de activiteiten die reeds over een concessie beschikken met name Seastar en Mermaid; Overwegende dat het Bestuur van mening is dat het afwachten van verdere wetenschappelijke resultaten over de mogelijke effecten van de voorgenomen activiteit op het mariene milieu meer nadelen dan voordelen met zich zou meebrengen voor een verantwoord en duurzaam algemeen milieubeheer; dat uit ervaring in het buitenland en recent ook in de Belgische windmolenzone echter blijkt dat de exploitatie van offshore windturbines in de Noordzee nog te kampen heeft met bepaalde technische moeilijkheden; dat met deze moeilijkheden rekening werd gehouden in de door het Bestuur voorgestelde gebruiksvoorwaarden van de activiteit; Gelet, hieromtrent, op de mededeling van de Europese Commissie van 2 februari 2000 over het voorzorgsbeginsel waarmee het standpunt van het Bestuur in overeenstemming blijkt te zijn; Gelet op de mededeling van 6 juni 2012 van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio s getiteld Hernieuwbare energie : een belangrijke speler op de Europese energiemarkt; Gelet op de studie van de Commissie van de Regularisatie van de Elektriciteit en het Gas (CREG) verschenen op 27 september 2007 en getiteld Studie over de ontoereikende productiecapaciteit van elektriciteit in België ; Gelet op de studie van het Federaal Planbureau verschenen in juli 2006 en getiteld Het klimaatbeleid na 2012 ; Gelet op de studie van de Commissie van de Regularisatie van de Elektriciteit en het Gas (CREG) BMM-UGMM-MUMM 6

8 verschenen op 16 juni 2011 en getiteld: Studie over de nood aan productiecapaciteit van elektriciteit in België over de periode ; Gelet op het nationaal hervormingsprogramma België 2011 goedgekeurd op de ministerraad van 15 april 2011; Gelet op de stelling van het Bestuur dat gezien de complexiteit van de materie een strenge monitoring, gekoppeld met de strenge voorwaarden die de aanvrager worden opgelegd, ter opvolging van de voorgenomen activiteit zich opdringt, dat zo een monitoring een geloofwaardig en valabel middel is om aan het voorzorgsbeginsel tegemoet te komen; Overwegende eveneens het belang van een correcte toepassing van het daaraan gekoppeld "vervuiler betaalt" beginsel; Overwegende dat bij eventuele via deze monitoring vastgestelde negatieve evolutie van de impact van de voorgenomen activiteit op het mariene milieu het Bestuur deze impact zal evalueren en aan de bevoegde overheid de gepaste maatregelen zal voorstellen om deze impact te milderen of te niet te doen; dat deze overweging eveneens geldt voor de monitoring uitgevoerd voor de andere vergunde parken; De monitoring Gelet op de eerder genomen beslissing om het monitoringsprogramma voor het offshore windenergiepark te optimaliseren, rekening houdend met de verschillende windparkprojecten, en de kosten van de monitoring op een billijke manier onder de vergunde projecten te verdelen; Overwegende dat het monitoringsprogramma van het windenergiepark geïntegreerd dient te worden in de bestaande monitoringsprogramma s en dat elk vergund project dient bij te dragen aan de financiële last van het geheel; Overwegende dat volgens de toekomstige ontwikkelingen het programma met de gepaste flexibiliteit kan worden herschikt en de inspanning en kost verdeeld zal worden onder de vergunningshouders op een billijke manier en dit rekening houdend met het lange termijn perspectief van de monitoring; Overwegende dat er alzo een dynamisch proces wordt opgezet, waarvan de doeltreffendheid regelmatig in overleg met de vergunninghouders zal kunnen worden herzien; De voorwaarden Gelet op de voorwaarden die het Bestuur in uitvoering van artikel 16 van het KB MEB van 9 september 2003 bij zijn milieueffectenbeoordeling noodzakelijk heeft geacht om de activiteit als aanvaardbaar te verklaren; Overwegende dat bijkomende voorwaarden zich opdringen om de aangevraagde machtiging en vergunning op gelijke voet te plaatsen met de machtigingen en vergunningen die reeds verleend zijn in de BMM-UGMM-MUMM 7

9 voor de exploitatie van windenergie afgebakende zone; Overwegende ook dat het Bestuur zijn beoordeling aanvult met aanbevelingen die geen voorwaarde uitmaken van de aanvaardbaarheid maar die kunnen bijdragen tot een optimaal en veilig verloop van de activiteit; dat sommige van deze aanbevelingen gericht zijn tot de aanvrager en andere tot de overheid; Overwegende dat de uitgevoerde risicoanalyses inschat dat de kans op een scheepvaartongeval in het voorgenomen windpark van de aanvrager lager is dan voor het C-Power, het Belwind, Northwind en Norther windpark; dat de aangevraagde activiteit ten noordenwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijkbank voor een verhoging van de gemiddelde totale uitstroom van bunker- en ladingolie ten gevolge van scheepsongevallen in de Belgische exclusieve economische zone kan zorgen; dat de kans op aanvaring door routegebonden schepen voor het Rentelpark relatief laag is in vergelijking met de andere parken. Dat echter het cumulatieve risico, in de windmolenzone, op scheepvaartongevallen en olielozingen aanzienlijk blijft; dat de aanvrager derhalve dient bij te dragen aan een verhoogde paraatheid om het hoofd te bieden aan het risico van accidentele mariene verontreiniging; dat zo n bijdrage de vorm kan aannemen van een compensatie in milieuvoordelen; Overwegende dat het Bestuur van oordeel is dat bij toepassing van deze voorwaarden adequaat wordt opgetreden om milieuschade die door de voorgenomen activiteit zou kunnen veroorzaakt worden, te voorkomen; dat hierbij het beginsel van het preventief handelen nageleefd wordt; De fasering van de activiteit Gelet op artikel 5 van het MB C-Power van 14 april 2004 en op artikel 5 van het MB Belwind van 20 februari 2008 die voorzien in een fasering van de vergunde activiteiten en in een rapporteringsplicht; Overwegende dat in de afgelopen jaren voldoende ervaring is opgebouwd bij offshore windenergieprojecten in de Noordzee op het vlak van industriële procédés, werkprocedures en milieulast om een pilootfase overbodig te maken; dat de nood aan controle van projectuitvoering en aan rapportering volledig blijft bestaan; Overwegende dat de uitvoering van de betrokken windenergieprojecten sowieso over ten minste drie fasen loopt: een bouwfase, een exploitatiefase en een ontmantelingfase; dat de rapporteringsplicht met deze fasering dient rekening te houden; De termijnen voor ingebruikname Gelet op de talrijke toekenningen van domeinconcessies in de bij KB van 17 mei 2004 ingestelde zone voor de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit water, stromen en winden; Overwegende dat het voordelig is de voorziene installaties zo snel mogelijk te bouwen en te exploiteren in de geplande concessiegebieden waarvoor de milieuvergunningen en machtigingen reeds verleend zijn; BMM-UGMM-MUMM 8

10 Overwegende dat echter onvoldoende aansluitingscapaciteit op het electriciteitsnetwerk aan land aanwezig is en dat dit probleem ten vroegste in 2015 zal opgelost geraken; Overwegende dat de start van de ingebruiknametermijn voor de vergunning conform artikel 42 van KB VEMA kan uitgesteld worden, dat wordt voorgesteld van deze mogelijkheid gebruik te maken en de start van de ingebruikname van de vergunning met maximum 2 jaar, te rekenen vanaf de datum van betekening van het ministerieel besluit aan de aanvrager, uit te stellen; dat hierdoor de ingebruikname van de vergunning ten laatste binnen de 7 dagen en vier jaar na deze datum dient te gebeuren De looptijd van de vergunning Gelet op de reeds gebouwde fasen van de projecten C-Power en Belwind waarbij de start van de looptijd van de vergunning werd gedefinieerd door de start van de exploitatiefase zijnde: de fase die begint op de dag dat de elektriciteitsproductie door zes windturbines aanvangt en beschikbaar is voor de verdeling op het elektriciteitsnet, zonder dat deze fase later mag starten dan drie maanden na de elektriciteitsproductie door de eerste windturbine ; Gelet op artikel 13 van het KB van 20 december 2000 betreffende de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van domeinconcessies voor de bouw en de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit water, stromen of winden, in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationale zeerecht waarbij een concessie verleend wordt voor een periode van 20 jaar, 1 maal verlengbaar met maximaal 10 jaar zodat de volledige looptijd maximaal 30 jaar bedraagt De mogelijke uitbreidingen Gelet op de toekomstige mogelijke concessieuitbreidingen die bestaan uit drie potentiële uitbreidingen van het reeds toegekend concessiegebied met name: Een uitbreiding van de oppervlakte van de concessie met 1,7 km² wordt bekomen door de veiligheidsmarge rond de niet-operationele Rembrandt 2 telecommunicatiekabel te verkleinen van 250 m tot 50 m; Een tweede uitbreiding van de oppervlakte van de concessie met 1,8 km² aan het noordoosten van het concessiegebied door optimale benutting van het beschikbare gebied binnen de Belgische windmolenzone; Een derde uitbreiding van de oppervlakte van de concessie met 4,9 km² beoogt een benutting van de bufferzone tussen 2 windparken en voorziet een gedeelde veiligheidsafstand van minimaal 500m i.p.v. 1000m tussen naburige parken. BMM-UGMM-MUMM 9

11 2. Het advies over de aanvraag van de n.v. Rentel Door middel van dit schrijven geeft het Bestuur een gunstig advies op de aanvraag ingediend door de n.v. Rentel, voor de bouw en de exploitatie van een windmolenpark van 289 tot 550 MW ten noordwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijkbank inclusief parkkabels, transformatorplatformen en de voorbereidende (grond)onderzoeken, en dit voor alle varianten van 4 tot 10 MW 2 windturbines (met inbegrip van alle tussenliggende opties en technieken zoals in de aanvraag vermeld) voor de verkregen concessiezone (zonder uitbreiding) en voor alle voorgestelde uitbreidingen aansluitend op de bestaande concessiezone, volgens de hierna vermelde modaliteiten en voorwaarden, en mits aanvaarding door de aanvrager van zijn financiële verplichtingen, zoals in desbetreffende voorwaarden opgenomen. Bij de uitbreidingen kan gebruik gemaakt worden van de ruimte rond de niet-operationele telecommunicatiekabel in de bestaande concessiezone waarbij de veiligheidsafstand 50m is i.p.v. de 250 m rond operationele telecommunicatiekabels. De concessiehouder moet rekening houden met de minimum veiligheidsafstand van 500m rond het windmolenpark. Deze 500m start ter hoogte van de uiterste tip van de wieken van de turbines en zal in geen geval de grens met de Nederlandse maritieme wateren overschrijden. Indien de vergunningshouder zijn concessie wenst uit te breiden in de richting van het Northwind and C-Power windmolenpark, dan kan dit enkel na het betekenen aan het begeleidingscomité van een memorandum of understanding hieromtrent. Hij dient hierbij echter steeds een minimale veiligheidszone van 500 m te behouden t.o.v. de hierboven vermelde parken conform het koninklijk besluit tot instelling van een veiligheidszone rond de kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen voor de opwekking van energie uit het water, de stromen en de winden in de zeegebieden onder Belgische rechtsbevoegdheid van 11 april Hieronder worden de voornaamste beleidsgerichte voorstellen van het Bestuur eveneens samengevat. 3. Voorwerp van de af te leveren machtiging en vergunning 3.1. Machtiging Door het Bestuur wordt de minister geadviseerd een machtiging te verlenen voor de bouw van het windmolenpark, houdende 47 tot 78 windmolens, twee transformatorplatformen, voor het leggen van de elektriciteitskabels binnen het park (33 of 66kV), en voor de geofysische en geotechnische onderzoeken. De machtiging kan verleend worden voor een termijn van vijf jaar. Door het Bestuur wordt de Minister geadviseerd de termijn voor ingebruikname van de machtiging vast te leggen op vier jaar, en deze termijn te laten ingaan bij de betekening van het ministerieel besluit aan de aanvrager. 2 N.B. :de concessie werd afgeleverd voor 6MW, 48WT BMM-UGMM-MUMM 10

12 3.2.Vergunning Door het Bestuur wordt de Minister geadviseerd een vergunning te verlenen voor de exploitatie van het windpark, met inbegrip van de windmolens, de transformatorplatformen en parkkabels. De vergunning kan verleend worden voor een termijn van 20 jaar. Door het Bestuur wordt de Minister geadviseerd de termijn voor ingebruikname van de vergunning vast te leggen op vier jaar, en deze termijn te laten ingaan 2 jaar na de datum van betekening van het ministerieel besluit aan de aanvrager. Door het Bestuur wordt de Minister geadviseerd de termijn voor de looptijd van 20 jaar te laten ingaan bij de start van de exploitatiefase zoals gedefinieerd in Door het Bestuur wordt de Minister geadviseerd de termijn voor de looptijd van 20 jaar te verlengen tot 30 jaar door aanpassing van het Koninklijk Besluit van 7 september 2003 houdende de procedure tot vergunning en machtiging van bepaalde activiteiten in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België Configuraties De machtiging en vergunning kunnen worden verleend voor turbines van 4 tot 10 MW en alle tussenliggende opties, zoals vermeld in de aanvraag, en dit voor de verschillende funderingstypes (monopaal, jacket-vakwerk fundering of gravitaire fundering,) en installatietechnieken (suction bucket, heien, baggeren). De machtiging en vergunning kunnen worden verleend voor de oorspronkelijke domeinconcessie en de in de aanvraag voorgestelde uitbreidingen. Ten minste drie maanden voor de aanvang van de effectieve bouwwerken moet het certificaat van het definitieve basisontwerp, met inbegrip van de beschrijvingen van alle aangenomen opties die in de aanvraag niet definitief werden gekozen, aan het Bestuur worden voorgelegd Tijdelijke schorsing De machtiging en vergunning blijven, conform artikel 41, 2, van het KB VEMA, geschorst tot dat iedere bijkomende vergunning en machtiging die wettelijk vereist is voor de uitoefening van de betrokken activiteit in de Belgische zeegebieden, met inbegrip van de aanlanding, verleend is. De aanvrager betekent het Bestuur hiervan een kennisgeving. De schorsing van de machtiging of vergunning verandert niets aan de ingangsdatum van de termijn voor ingebruikname, zoals hierboven voorgesteld. BMM-UGMM-MUMM 11

13 4. Modaliteiten en voorwaarden 4.1. Algemeenheden Conform artikel 16 van het KB MEB adviseert het Bestuur in zijn milieueffectenbeoordeling (bijlage B bij het huidige advies) over de voorwaarden waaronder de activiteit aanvaardbaar is, de monitoring van de effecten van de activiteit die dient te gebeuren en de compensatie in milieuvoordelen die aangewezen is voor nadelige effecten van de activiteit: de voorwaarden zijn opgenomen in de bijlage C bij dit advies; de monitoring, samen met een indicatieve begroting zijn opgenomen in punt 4.4 van dit advies en in bijlage E bij dit advies de compensatie in milieuvoordelen is opgenomen in voorwaarde A 11 en in punt van dit advies. Billijkheidshalve dienen alle gelijkaardige activiteiten in de windenergieëxplotatiezone onder dezelfde algemene voorwaarden gemachtigd en vergund te worden. Voor de reeds bestaande vergunningen werden sommige belangrijke voorwaarden opgenomen in de artikelbepalingen van het ministerieel besluit houdende machtiging en vergunning van de activiteit, i.p.v. in de bijlagen. Op dezelfde wijze worden hier ook de voornaamste voorwaarden als A voorwaarden in de bijlage C van dit advies opgenomen. De overige gebruiksvoorwaarden worden opgenomen als B voorwaarden in de bijlage C van dit advies. De voorwaarden die afwijken van de artikelbepalingen en voorwaarden van het MB Norther van 18 januari 2012, worden onder 4.2 en 4.3. besproken. De andere voorwaarden worden in het algemeen verantwoord door het feit dat de voorgenomen activiteit van dezelfde aard is als deze van de andere vier vergunningen, en dat de beoordeling van de te verwachten milieueffecten tot gelijkaardige besluiten heeft geleid. De monitoring van de milieueffecten van de activiteit is een wettelijke verplichting. De aanvaarding door de aanvrager van het monitoringsplan en de uitvoering van de monitoring, met inbegrip van de betaling van de daartoe verschuldigde retributie, is bijgevolg een voorwaarde voor de gunstigheid van dit advies. Het monitoringsprogramma wordt in punt 4.4. besproken. De compensatie in milieuvoordelen maakt ook een voorwaarde uit voor de gunstigheid van dit advies. Uit de milieueffectenbeoordeling blijkt dat de aanwezigheid van windmolenparken in de Belgische windmolenzone inclusief de aangevraagde activiteit ten noordwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijkbank het risico van olieverontreiniging ten gevolge van scheepsongevallen in de Belgische Zeegebieden verhoogt. Bijgevolg wordt voorgesteld dat de houder, zoals de overige concessiehouders in de windmolenzone, een compensatie in milieuvoordelen verleent in de vorm van een financiële bijdrage of materiële bijdrage. Deze compensatie dient om bij te dragen bij de paraatheid van de overheid inzake voorkoming en bestrijding van mariene verontreiniging. Voor de concrete uitvoering van deze bepaling wordt voorgesteld dezelfde werkwijze te volgen als voor de voorgaande vergunningen. Wel moet de grootte van de bijdrage in overleg met de FOD BMM-UGMM-MUMM 12

14 Leefmilieu worden bepaald. Verder adviseert het Bestuur over de fasering van de activiteit, de financiële verplichtingen van de vergunningshouder en zijn aansprakelijkheid, en de mogelijke aanpassing van de bestaande vergunningen aan de door de nieuwe activiteit gewijzigde situatie. Aanbevelingen worden in bijlage D van dit advies door het Bestuur geformuleerd. Deze aanbevelingen maken geen voorwaarde uit voor de gunstigheid van dit advies, maar worden gegeven voor een optimaal en veilig verloop van de vergunde activiteit. De Minister zal oordelen over de wenselijkheid om gebruiksvoorwaarden te maken van deze aanbevelingen Voorwaarden in de artikelbepalingen (A-voorwaarden) Het Bestuur oordeelt dat de activiteit die het onderwerp uitmaakt van de aanvraag van de n.v. Rentel aanvaardbaar is in het gebied afgebakend door de toegekende domeinconcessie mits het naleven van de voorwaarden in bijlage C van dit advies. A-voorwaarden zijn de voorwaarden die, om conform te zijn met vroegere gelijkaardige vergunningen, in de artikelbepalingen van het ministerieel besluit kunnen opgenomen worden. Enkel de wijzigingen t.o.v. de reeds afgeleverde vergunningen worden hierna besproken Het voorwerp van de vergunning (A2.) De te verlenen vergunning omvat enkel de parkkabels. Een aparte aanvraag voor de hoogspanningskabel van het park naar land wordt later ingediend De monitoring (A6. en A17.) Het monitoringsplan wordt samengevat weergegeven in hoofdstuk 18 van de milieueffectenbeoordeling (MEB). Het volledige monitoringsplan wordt teruggevonden in de desbetreffende hoofdstukken van de MEB en in bijlage E bij dit advies. Voor de werkbaarheid en leesbaarheid van het monitoringsplan wordt het monitoringsplan in bijlage bij het besluit gevoegd De financiële zekerheid (A10.) De financiële zekerheid voor de herstelling van het gebied in zijn oorspronkelijke toestand wordt berekend op dezelfde basis als voor de voorgaande vergunningen. In de vergunning van Belwind en Northwind wordt respectievelijk een stijging van 5% en 2.5% voorzien ten opzichte van de financiële zekerheid van C-Power, om rekening te houden met de grotere afstand van de kust (stijgende scheepskosten). Aangezien het Rentelproject ten noorden van het C-Power project ligt, wordt een lichte stijging van 1.25% voorzien, na indexatie. 4.3.Gebruiksvoorwaarden (B-voorwaarden) Het Bestuur oordeelt dat de activiteit die het onderwerp uitmaakt van de aanvraag van de n.v. BMM-UGMM-MUMM 13

15 Rentel aanvaardbaar is in het gebied afgebakend door de toegekende domeinconcessie mits het naleven van de voorwaarden in bijlage C van dit advies. B-voorwaarden zijn de voorwaarden die grotendeels voortkomen uit de milieueffectenbeoordeling van dit en vorige projecten en die in een bijlage aan het ministerieel besluit kunnen worden gevoegd. De nummering van deze voorwaarden kan afwijken van de nummering van de overeenstemmende gebruiksvoorwaarden van de vroegere vergunningen. Enkel de wijzigingen t.o.v. de reeds afgeleverde vergunningen worden hierna besproken Voorwaarden m.b.t. sedimentologie (B9.1. t.e.m. B9.3.) Artikel B9.1. en B9.2. werden ter verduidelijking herschreven. Artikel B9.3. voegt een extra voorwaarde betreffende de uit te voeren monitoring in. Deze monitoring dient alleen uitgevoerd te worden indien beslist wordt om gravitaire funderingen te plaatsen of de suction bucket techniek te gebruiken. De gravitaire funderingen brengen immers een grote zandverplaatsing met zich mee en er kan een mogelijke verhoging van de turbiditeit optreden. Dit laatste fenomeen kan ook optreden bij gebruik van de suctionbucket techniek Kabeldiepte (B23.4.) Rekening houdend met de ervaring opgedaan bij de reeds gebouwde parken wordt ingevoegd dat het voldoende afdekken van de kabel een mogelijkheid is om een blootliggende kabel terug te bedekken i.p.v. terug in te graven Surveys (B28.1. t.e.m. B28.3.) Om het wetenschappelijk onderzoek in België te bevorderen en haar erfgoed niet verloren te laten gaan regelt de laatste paragraaf de overdracht van de eventuele gevonden archeologische resten aan het Agentschap Onroerend Erfgoed (als het archeologische resten betreft) of het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (als het fossiele zoogdierresten betreft) Heien van palen (B34.1. t.e.m. B34.4.) De bepalingen van de voorgaande parken werden aangevuld en verduidelijkt met de opgedane ervaring. Technieken die het niveau van het onderwatergeluid beperken worden steeds meer gebruikt bij het bouwen van windmolenparken en worden in de voorwaarden opgenomen. Deze technieken moeten toegepast worden bij overschrijden van een bepaald opgegeven onderwatergeluidsniveau. Indien deze technieken niet kunnen toegepast worden, wordt gevraagd het heien te vervangen door alternatieve technieken die minder onderwatergeluid veroorzaken. Deze technieken moeten vooraf door het Bestuur goedgekeurd worden Klimaat (B38.) Indien gekozen wordt om gravitaire funderingen te plaatsen voor meer dan 25% van de funderingen voorzien in de realisatie van het project moet de houder voor de aanvang van de bouwfase BMM-UGMM-MUMM 14

16 een aangepast Life Cycle analysis (LCA), die de invloed van de GBF op de emissiebalans behandelt, aan het begeleidingscomité meedelen. De houder kan enkel gravitaire funderingen plaatsen voor meer dan 25% van de funderingen voorzien in de realisatie van het project indien in bovenstaande LCA overtuigend kan aangetoond worden dat deze de bijdrage van het project tot de reductiedoelstellingen van België niet met meer dan 10% verminderen t.o.v. stalen funderingstypes Monitoring Krachtens artikel 29 van de wet 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, worden na het verlenen van de vergunning/machtiging de activiteiten onderworpen aan toezichtsprogramma s en permanente milieueffectenonderzoeken. Deze monitoring valt ten laste van de houder. De inhoud van de monitoring die ten laste valt van de aanvrager wordt in de MEB (bijlage B bij dit advies) en bijlage E besproken. Om het voorziene monitoringsprogramma op te stellen werd, zoals reeds toegepast bij de andere vergunningshouders, voor een geïntegreerde aanpak gekozen. Na de baselinestudies die noodzakelijk site-specifiek zijn, wordt een gecombineerd programma van metingen en bemonsteringen opgesteld die voor de bestaande, reeds vergunde projectconcessies loopt, alsook voor het nieuw RENTEL gebied. Volgens de toekomstige ontwikkelingen zal het programma met de gepaste flexibiliteit kunnen worden herschikt en de inspanning en kost zal verdeeld worden onder de vergunningshouders op een billijke manier. Er werd dus een dynamisch proces opgezet, waarvan de doeltreffendheid regelmatig in overleg met de vergunninghouders zal kunnen worden herzien. De nul- fase omvat de monitoring gekoppeld aan de pre-constructiefase en richt zich zodoende op de vaststelling van de referentiesituatie, i.e. de milieutoestand vóór uitvoering van de werken. Deze fase vangt ten vroegste aan op de datum waarop de milieuvergunning gepubliceerd wordt en loopt tot het jaar waarin de eerste constructie-activiteiten plaats vinden. De eerste fase vat aan in het jaar van de eerste constructie-activiteiten en loopt over een periode van vijf jaar. Na deze eerste periode worden de resultaten van de monitoringsactiviteiten grondig geëvalueerd. Aangezien de (cumulatieve) effecten van windmolens op het mariene milieu enkel en alleen op lange termijn kunnen worden ingeschat, behelst de monitoring van de Belgische offshore windmolenparken een lange-termijn perspectief. Het monitoringsplan en de resultaten van de monitoring worden door de overheid jaarlijks beoordeeld. Aan de hand van deze beoordeling kan het monitoringsplan jaarlijks worden herzien. Indien de monitoring of andere informatiebronnen aantonen dat onverwachte effecten van de activiteit optreden, waarvoor geen specifieke monitoring voorzien werd, dient de monitoring aangepast te worden om hiermee rekening te houden. Het opstellen van het plan, de beoordeling en de algemene coördinatie van de monitoringsprogramma s moeten door het Bestuur gebeuren. Vanuit deze informatie zal het Bestuur voorstellen formuleren voor de inhoud en de uitvoering van het verdere monitoringsprogramma, samen met mogelijke voorstellen van wijzigingen van de voorwaarden. Het Bestuur zal hierover advies geven aan de Minister. Zoals bij wet voorzien, worden de toezichtsprogramma s en permanente milieueffectonderzoeken uitgevoerd door of in opdracht van het Bestuur en op kosten van de houder van de vergunningen en machtigingen en dit voor de duur van de vergunning. BMM-UGMM-MUMM 15

17 Het Bestuur moet gemachtigd zijn om het monitoringsprogramma aan te passen aan de beschikbare middelen en de werklast tussen de verschillende posten te verschuiven, alsook tussen de verschillende jaren, afhankelijk van de noodzaak ervan en de vooruitgang van de werken. Voor het monitoringsplan van het Rentel windpark werd rekening gehouden met de ligging, omvang en de ecologische specificiteit van het concessiegebied, met de bouwvarianten voor de funderingen, met de varianten van de concessiezone en met de op heden aangekondigde tijdsplanning. Elke wijziging van de timing van de bouw- en exploitatiewerkzaamheden van de verschillende gemachtigde en vergunde activiteiten, alsook van de gekozen varianten en toegepaste technieken, kan een aanpassing van de monitoring en van de deelprogramma s met zich meebrengen. Het Bestuur zal de houder hiervan informeren en indien gewenst, het onderwerp op het bevoegde begeleidingscomité agenderen Financiële verplichtingen Retributie milieueffectenbeoordeling (MEB) Een retributie van ,40, verschuldigd overeenkomstig artikel 30, 2, van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, werd aan het Bestuur betaald op 30 juli Indien bij afsluiting van de procedure blijkt dat de werkelijke kosten van de milieueffectenbeoordeling lager waren dan de betaalde retributie, zal het Bestuur het saldo aan de aanvrager terugstorten Retributie monitoring Het budget werd geschat conform artikel 24, 2, van het KB MEB van 9 september Om praktische redenen, zijn alle budgettaire posten uitgedrukt in mandagen. Deze posten omvatten de personeels- en werkingkosten van het Bestuur en de investeringskosten De kostprijs van een forfaitair dagtarief bedraagt euro per mandag (in basiswaarde (100%) van november 2012) te indexeren volgens de index der consumptieprijzen. De retributie voor de monitoring van de milieueffecten van de activiteit beloopt een maximale werklast van 4372 mandagen voor de nulfase 3 en de eerste fase van 5 jaar zoals gedefinieerd in Financiële zekerheid De financiële zekerheid tot voldoening van de gebruiksvoorwaarden die bij het einde van de activiteit nagekomen moeten worden bedraagt (in basiswaarde (100%) van november 2012) te indexeren volgens de index der consumptieprijzen): voor de configuratie met monopalen, per windturbine: ; voor de configuratie met gravitaire funderingen, per windturbine: ; voor de configuratie met jacket funderingen, per windturbine: In deze beraming werd uitgegaan van een nulfase die één jaar duurt. BMM-UGMM-MUMM 16

18 Deze bedragen zijn te moduleren in functie van het uiteindelijke funderingstype. Het totaal bedrag kan door jaarlijkse stortingen vereffend worden Compensatie in milieuvoordelen De compensatie in milieuvoordelen die de houder verplicht is te verlenen kan een financiële of een materiële bijdrage zijn. De grootte van de bijdrage zal onderling tussen de houder, de FOD Leefmilieu en het Bestuur worden bepaald, rekening houdend met de behoeftes in interventiecapaciteit bij incidenten die uit de activiteit op zee van de houder voortvloeien Verzekering De houder moet beschikken over de nodige verzekering om zijn burgerlijke aansprakelijkheid te dekken, zoals in de artikelbepalingen (A9) van de bestaande vergunningen bepaald. 5. Mogelijke aanpassingen aan de reeds bestaande vergunningen Met dit advies worden de voorwaarden van de voorgestelde machtiging/vergunning licht aangepast ten opzichte van de reeds bestaande vergunningen van C-Power, Belwind, Northwind (het voormalige Eldepasco) en Norther. Deze afwijkingen brengen geen grote moeilijkheid met zich mee voor de toepassing van deze vergunningen. Nochtans zou het wenselijk kunnen zijn, hoofdzakelijk om het beheer en de externe controle van de uitvoering te vereenvoudigen, alle vergunningen voor windenergieparken op gelijke voet te plaatsen. Ten gepaste tijde zal het Bestuur mogelijke aanpassingen aan de bestaande vergunningen derhalve voorleggen aan de minister. 6. De termijnen De heer Minister dient, conform het KB VEMA van 7 september 2003, zijn ontwerpbesluit over de aanvraag van RENTEL nv ten laatste op 10 januari 2013 aan de aanvrager te betekenen. De aanvrager zal zijn gemotiveerde opmerkingen ten laatste op 25 januari 2013 kunnen betekenen aan de Minister. De beslissing van de Minister dient ten laatste op 9 februari 2013 aan de aanvrager te worden betekend. Gegeven op 5 december 2012 te Brussel, Voor het Bestuur, S. Scory Hoofd BMM a.i. BMM-UGMM-MUMM 17

19 COLOPHON This document was issued by MUMM in december Status Available in draft final version revised version of document confidential English Dutch French This document may be cited as: BMM,2011. Advies van het Bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu betreffende de machtigings-en vergunningsaanvraag van de n.v. Rentel. Beheerseenheid Mathematisch Model van de Noordzee, Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel, 19 pp. If you have any questions or wish to receive additional copies of this document, please send an to quoting the reference, or write to: MUMM 100 Gulledelle B 1200 Brussels Belgium Phone: Fax: MANAGEMENT UNIT OF THE NORTH SEA MATHEMATICAL MODELS BMM-UGMM-MUMM 18

aan de Staatssecretaris van de Noordzee

aan de Staatssecretaris van de Noordzee KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OPERATIONELE DIRECTIE NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de Staatssecretaris van de Noordzee

Nadere informatie

Advies van het Bestuur aan de Staatssecretaris voor de Noordzee

Advies van het Bestuur aan de Staatssecretaris voor de Noordzee KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de Staatssecretaris voor de Noordzee betreffende : de wijziging van de

Nadere informatie

KONINKRIJK BELGIË FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

KONINKRIJK BELGIË FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU KONINKRIJK BELGIË FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU Ministerieel besluit van 20 februari 2008 houdende verlening aan de NV BELWIND van een machtiging

Nadere informatie

ADVIES COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS

ADVIES COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS ADVIES

Nadere informatie

aan de Staatssecretaris van de Noordzee

aan de Staatssecretaris van de Noordzee KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OPERATIONELE DIRECTIE NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de Staatssecretaris van de Noordzee

Nadere informatie

EINDBESLISSING (B) CDC-1272

EINDBESLISSING (B) CDC-1272 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING

Nadere informatie

EINDBESLISSING (B) CDC-1273

EINDBESLISSING (B) CDC-1273 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING

Nadere informatie

EINDBESLISSING (B) CDC-1251

EINDBESLISSING (B) CDC-1251 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING

Nadere informatie

Productie van tweekleppige weekdieren door middel van hangstructuren in 4 bepaalde zones in de zeegebieden onder rechtsbevoegdheid van België

Productie van tweekleppige weekdieren door middel van hangstructuren in 4 bepaalde zones in de zeegebieden onder rechtsbevoegdheid van België KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE AFDELING BEHEER VAN HET MARIENE ECOSYSTEEM Productie van tweekleppige weekdieren door middel van

Nadere informatie

Dirk van der Cammen en Raoul van Lambalgen ILVO seminar 30 juni 2011, Oostende

Dirk van der Cammen en Raoul van Lambalgen ILVO seminar 30 juni 2011, Oostende Dirk van der Cammen en Raoul van Lambalgen ILVO seminar 30 juni 2011, Oostende Wie THV RENTEL Wat Ontwikkelen, bouwen en exploiteren van offshore energieparken voor de Belgische kust. Eens de zone is volgebouwd,

Nadere informatie

EINDBESLISSING (B) CDC-1464

EINDBESLISSING (B) CDC-1464 Niet-vertrouwelijk Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT

Nadere informatie

EINDBESLISSING (B)130228-CDC-1231

EINDBESLISSING (B)130228-CDC-1231 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING

Nadere informatie

Advies van het Bestuur

Advies van het Bestuur KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de Minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu betreffende:

Nadere informatie

EINDBESLISSING (B) CDC-1478

EINDBESLISSING (B) CDC-1478 Niet-vertrouwelijk Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT

Nadere informatie

Advies van het Bestuur

Advies van het Bestuur KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OPERATIONELE DIRECTIE NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de Minister van de Noordzee betreffende:

Nadere informatie

Bijlag. Marien Ruimtelijk Plan Bijlagen Bijlage 3

Bijlag. Marien Ruimtelijk Plan Bijlagen Bijlage 3 Bijlag 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. ter realisatie van algemene doelstellingen... 3 3. ter realisatie van de milieudoelstellingen... 3 4. ter realisatie van de veiligheidsdoelstellingen... 4 5. ter realisatie

Nadere informatie

Milieueffectenbeoordeling van het RENTEL offshore windmolenpark ten noordwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijkbank

Milieueffectenbeoordeling van het RENTEL offshore windmolenpark ten noordwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijkbank KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Milieueffectenbeoordeling van het RENTEL offshore windmolenpark ten noordwesten van de Thorntonbank

Nadere informatie

Advies van het Bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu. betreffende:

Advies van het Bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu. betreffende: KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu betreffende:

Nadere informatie

Milieueffectenbeoordeling van het NORTHER offshore windmolenpark ten zuidoosten van de Thorntonbank

Milieueffectenbeoordeling van het NORTHER offshore windmolenpark ten zuidoosten van de Thorntonbank KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Milieueffectenbeoordeling van het NORTHER offshore windmolenpark ten zuidoosten van de Thorntonbank

Nadere informatie

Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland)

Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland) 21 september 2009 Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland) Inleiding In een gezamenlijke brief van 17 september 2008 aan de Nederlandse Tweede Kamer hebben

Nadere informatie

Advies van het bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu

Advies van het bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu betreffende:

Nadere informatie

Richtlijnen voor domeinconcessies voor windenergieparken

Richtlijnen voor domeinconcessies voor windenergieparken Richtlijnen voor domeinconcessies voor windenergieparken De richtlijnen hieronder handelen over het opstellen van aanvragen voor de toekenning van domeinconcessies voor windenergieparken ingediend overeenkomstig

Nadere informatie

ADVIES (A) CDC-607

ADVIES (A) CDC-607 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS ADVIES

Nadere informatie

MLAV1/ /MV/lydr.

MLAV1/ /MV/lydr. /MV/lydr. OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE N.V. BASF ANTWERPEN MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF (SUPER ABSORBER POLYMEER - SAP), GELEGEN TE 2040 ANTWERPEN, SCHELDELAAN 600 - HAVEN 725. De bestendige

Nadere informatie

Adviescomité SEA. Is er al dan niet een strategische milieubeoordeling (SEA) vereist voor het ontwerp beleidsplannen mariene beschermde gebieden?

Adviescomité SEA. Is er al dan niet een strategische milieubeoordeling (SEA) vereist voor het ontwerp beleidsplannen mariene beschermde gebieden? Directoraat-generaal Leefmilieu EUROSTATION Blok II 2 e verdieping Victor Hortaplein 40, bus 10 B 1060 BRUSSEL www.environment.fgov.be Secretariaat van het Adviescomité SEA: Sabine WALLENS t: + 32 2 524

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST Advies BRUGEL-ADVIES-081023-66 betreffende de toekenning van een leveringsvergunning voor gas in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Nadere informatie

Advies van het Bestuur

Advies van het Bestuur KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN O p e r a t io n e l e D ir e c t ie N a t u u r l ijk M il ie u BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de Minister

Nadere informatie

ADVIES VAN DE COMMISSIE. van 8.10.2012

ADVIES VAN DE COMMISSIE. van 8.10.2012 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 8.10.2012 C(2012) 7142 final ADVIES VAN DE COMMISSIE van 8.10.2012 overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 714/2009 en artikel 10, lid 6, van Richtlijn 2009/72/EG

Nadere informatie

Imagine the result. Milieueffectenrapport - Wijziging Norther offshore windpark. Norther NV

Imagine the result. Milieueffectenrapport - Wijziging Norther offshore windpark. Norther NV Imagine the result Milieueffectenrapport - Wijziging Norther offshore windpark Norther NV Projectnummer BE01120000329 versie A 05-07-2012 Pagina II BE01120000329 Opdrachtgever Norther NV Maatschappelijke

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 20 juli 2004. gewijzigd op 24 januari 2007

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 20 juli 2004. gewijzigd op 24 januari 2007 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de lektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II- laan 7 B - 1210 BRUSSL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13 50 web : www.vreg.be

Nadere informatie

VR 2016 DOC.0943/1BIS

VR 2016 DOC.0943/1BIS VR 2016 DOC.0943/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Standpuntbepaling Vlaamse Regering over het ontwerp

Nadere informatie

Bijlage B: Milieueffectenbeoordeling

Bijlage B: Milieueffectenbeoordeling KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu betreffende:

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen EUROPESE COMMISSIE Brussel, 02.08.2002 C(2002)2904 fin. Betreft: Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen Excellentie, Bij schrijven

Nadere informatie

Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee

Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee Twaalf jaar diversifiëring van opdrachten Het Belgische programma voor luchttoezicht boven de Noordzee werd opgestart in 1991. Dit toezicht vanuit de lucht

Nadere informatie

MLAV1/ /MV/bd

MLAV1/ /MV/bd MLAV1/9900000064/MV/bd HOUDENDE VERGUNNING AAN DE N.V. BAYER ANTWERPEN VOOR HET VERANDEREN VAN EEN CHEMISCH BEDRIJF (XIV-KRACHTCENTRALE MIDDEN), GELEGEN TE 2040 ANTWERPEN, HAVEN 507- SCHELDELAAN 420. De

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Zetel : Ministerie van Justitie Poelaertplein 3 Tel. : 02/504.66.21 tot 23 Fax : 02/504.70.00 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER O. ref. : 10

Nadere informatie

Het Energieatol Energieopslag in de Noordzee

Het Energieatol Energieopslag in de Noordzee Het Energieatol Energieopslag in de Noordzee Dr. Walter Mondt, ECOREM 26 november 2013 1 Inhoud Voorstelling Ecorem NV Context van de studie Werkingsprincipe van het energieatol Opbouw van het energieatol

Nadere informatie

Milieueffectenbeoordeling van het NORTHWESTER 2 offshore windpark ten noordwesten van de Bligh Bank

Milieueffectenbeoordeling van het NORTHWESTER 2 offshore windpark ten noordwesten van de Bligh Bank KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OPERATIONELE DIRECTIE NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Milieueffectenbeoordeling van het NORTHWESTER 2 offshore

Nadere informatie

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Advies

Nadere informatie

Kernenergie: Kan België zonder?

Kernenergie: Kan België zonder? Kernenergie: Kan België zonder? Marktonderzoeks-, studie- & consultancy-bureau mbt hernieuwbare energie - Marktstudies over energiemarkten - Opleidingen over (hernieuwbare) energie - Haalbaarheidsstudies,

Nadere informatie

van 11 december 2007

van 11 december 2007 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

Vlaamse Regering VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID

Vlaamse Regering VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID Vlaamse Regering Ministerieel besluit houdende de uitwerking van de CO 2 -neutraliteit op de bedrijventerreinen VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID Gelet op

Nadere informatie

MIX. Van verantwoorde. herkomst

MIX. Van verantwoorde. herkomst Van verantwoorde MIX herkomst Het papier gebruikt in deze brochure is FSC gecertificeerd (Forest Stewardship Council). Dit certificaat staat voor een aantal mondiaal erkende principes en criteria op het

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van de regelgeving

Nadere informatie

Het Sectoraal comité voor de Federale Overheid (hierna: "het Comité");

Het Sectoraal comité voor de Federale Overheid (hierna: het Comité); 1/5 Sectoraal comité voor de Federale Overheid Beraadslaging FO nr. 22/2016 van 30 juni 2016 Betreft: Aanvullende beraadslaging op de beraadslagingen FO nrs. 03/2009, 05/2009, 06/2009, 16/2009, 06/2011,

Nadere informatie

E R K E N N I N G M E R - D E S K U N D I G E A A N V R A A G F O R M U L I E R

E R K E N N I N G M E R - D E S K U N D I G E A A N V R A A G F O R M U L I E R Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en Infrastructuur Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid, Milieueffectrapportage Graaf

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ADVIES (BRUGEL-ADVIES-20150424-204) betreffende het voorontwerp van besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Nadere informatie

Milieueffectenbeoordeling van het BELWIND offshore windmolenpark op de Bligh Bank

Milieueffectenbeoordeling van het BELWIND offshore windmolenpark op de Bligh Bank KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Milieueffectenbeoordeling van het BELWIND offshore windmolenpark op de Bligh Bank December 2007

Nadere informatie

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Pascal Van Ghelue Geograaf - Diensthoofd Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Inhoud 1. Doel milieueffectrapportage 2. Regelgeving 3. Rapportagevormen

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Inhoud 1. Doel milieueffectrapportage 2. Regelgeving 3. Rapportagevormen (4)

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST. BRUGEL-Advies-20140314-187

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST. BRUGEL-Advies-20140314-187 REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST Advies BRUGEL-Advies-20140314-187 Betreffende De toekenning van een leveringsvergunning voor gas en een leveringsvergunning voor

Nadere informatie

De aangroeiende zandbank te Heist: juridisch drijfzand? An Cliquet

De aangroeiende zandbank te Heist: juridisch drijfzand? An Cliquet De Zandbank te Heist, een boeiend fenomeen Seminarie Vrijdag 19 oktober 2007 De aangroeiende zandbank te Heist: juridisch drijfzand? An Cliquet De juridische aspecten van de aangroeiende zandbank voor

Nadere informatie

Belgisch Staatsblad dd

Belgisch Staatsblad dd BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C 2014/31363] 3 APRIL 2014. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van bepaalde bepalingen inzake de exploitatie en de controle van antennes die

Nadere informatie

SEAGRIDS. Versterking van het elektriciteitsnet in de kustregio

SEAGRIDS. Versterking van het elektriciteitsnet in de kustregio SEAGRIDS Versterking van het elektriciteitsnet in de kustregio Versterking van het elektriciteitsnet in de kustregio Noodzaak van de Seagrids investeringsprojecten Aansluiting van de internationale, onderzeese

Nadere informatie

Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen

Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen Inleiding De federale overheid is onder meer bevoegd voor de voorschriften van het Koninklijk besluit van van 7 juli 1994 (tot vaststelling

Nadere informatie

ADVIES. met betrekking tot

ADVIES. met betrekking tot DIENST REGULERING ADVIES SR-051114-35 met betrekking tot de toekenning van een vergunning voor de levering van elektriciteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan de firma ENECO Energie International

Nadere informatie

1. Uiteenzetting van de feiten

1. Uiteenzetting van de feiten Betreft: Kennisgeving van de beslissing van de Geschillendienst van BRUGEL betreffende de klacht van mevrouw X tegen het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Mevrouw, Wij hebben uw klacht tegen het Brussels

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 621 Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet...) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Aanvraag tot aanpassing van de lijst. Koen De Smet, Eva D Haese, Frédéric Lecomte, Sigrid Mulier, Valérie Noblesse

Aanvraag tot aanpassing van de lijst. Koen De Smet, Eva D Haese, Frédéric Lecomte, Sigrid Mulier, Valérie Noblesse Aanvraag tot aanpassing van de lijst Koen De Smet, Eva D Haese, Frédéric Lecomte, Sigrid Mulier, Valérie Noblesse 1 Procedure tot aanpassing van lijst Procedure tot aanpassing van de lijst: Implantaten

Nadere informatie

van 23 februari 2010

van 23 februari 2010 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

De Minister van Economische Zaken; In overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, Overwegende,

De Minister van Economische Zaken; In overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, Overwegende, Besluit van de Minister van Economische Zaken van 4 december 2014, nr. DGETM-ED/14172990, tot toepassing van de Rijkscoördinatieregeling ten behoeve van project transmissiesysteem op zee Borssele De Minister

Nadere informatie

Beoordeling van mariene degradatie in de Noordzee en voorstellen voor een duurzaam beheer. DWTC Programma Duurzaam beheer van de Noordzee

Beoordeling van mariene degradatie in de Noordzee en voorstellen voor een duurzaam beheer. DWTC Programma Duurzaam beheer van de Noordzee Beoordeling van mariene degradatie in de Noordzee en voorstellen voor een duurzaam beheer DWTC Programma Duurzaam beheer van de Noordzee Marine Damage Assessment Mare-Dasm 1998-2002 DWTC Programma Duurzaam

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT WET NATUURBESCHERMING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

ONTWERPBESLUIT WET NATUURBESCHERMING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND ONTWERPBESLUIT WET NATUURBESCHERMING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Wnb hfdst 2 gebieden Artikelen 2.7 lid 2 en lid 3, 2.8 leden 3 en 9 en 1.13 Wet natuurbescherming en artikel 2.7 Besluit natuurbescherming

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Besluit tot wijziging van het Waterbesluit in verband met de vereenvoudiging en uniformering van regels voor windparken op zee (algemene regels windparken op zee) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Ministerieel besluit van 8 juli 1966 (B.S. van 9.8.1966) houdende de interne regeling van de controle op de vastlegging van de uitgaven.

Ministerieel besluit van 8 juli 1966 (B.S. van 9.8.1966) houdende de interne regeling van de controle op de vastlegging van de uitgaven. Ministerieel besluit van 8 juli 1966 (B.S. van 9.8.1966) houdende de interne regeling van de controle op de vastlegging van de uitgaven. COORDINATIE WIJZIGEND BESLUIT 1. M.B. van 14.4.1967 (B.S. van 6.5.1967)

Nadere informatie

de aanvraag tot machtiging en vergunning van de n.v. Belwind voor de bouw en exploitatie van een windmolenpark op de Bligh Bank in de Noordzee

de aanvraag tot machtiging en vergunning van de n.v. Belwind voor de bouw en exploitatie van een windmolenpark op de Bligh Bank in de Noordzee KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu betreffende:

Nadere informatie

VEA - Draagvlak windenergie

VEA - Draagvlak windenergie Elke Van Hamme Significant GfK Februari 2011 VEA - Draagvlak windenergie Inhoud Achtergrond & doelstelling van het onderzoek 2 Is er anno 2011 een draagvlak voor windenergie? Attitude tov windenergie:

Nadere informatie

VLAAMSE OVERHEID. Leefmilieu, Natuur en Energie

VLAAMSE OVERHEID. Leefmilieu, Natuur en Energie VLAAMSE OVERHEID Leefmilieu, Natuur en Energie [C 2007/36477] 28 JUNI 2007. Ministerieel besluit betreffende het indienen van een verzoek tot goedkeuring van een CDM- of JI-projectactiviteit De Vlaamse

Nadere informatie

BESLUIT VAN DE RAAD VAN HET BIPT VAN 16 JUNI 2015

BESLUIT VAN DE RAAD VAN HET BIPT VAN 16 JUNI 2015 BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE BESLUIT VAN DE RAAD VAN HET BIPT VAN 16 JUNI 2015 BETREFFENDE DE TOEKENNING AAN E-BO ENTERPRISES VAN VOORLOPIGE GEBRUIKSRECHTEN VOOR HET OPZETTEN

Nadere informatie

Gelet op de aanvraag van het Agentschap Ondernemen, ontvangen op 09/12/2014;

Gelet op de aanvraag van het Agentschap Ondernemen, ontvangen op 09/12/2014; 1/6 Sectoraal comité van het Rijksregister Beraadslaging RR nr 04/2015 van 21 januari 2015 Betreft: aanvraag van het Agentschap Ondernemen om als rechtsopvolger van het Bestuur KMObeleid van de FOD Economie

Nadere informatie

Gelet op artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Gelet op artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie; Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken van, nr. WJZ/, houdende regels over de toepassing van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie voor productie-installaties

Nadere informatie

Bijlage B: Milieueffectenbeoordeling

Bijlage B: Milieueffectenbeoordeling KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de Staatssecretaris van de Noordzee betreffende: de machtigings- en vergunningsaanvraag

Nadere informatie

STUDIE OVER DE PERSPECTIEVEN VAN ELEKTRICITEITSBEVOORRADING TEGEN 2030 ADDENDUM

STUDIE OVER DE PERSPECTIEVEN VAN ELEKTRICITEITSBEVOORRADING TEGEN 2030 ADDENDUM STUDIE OVER DE PERSPECTIEVEN VAN ELEKTRICITEITSBEVOORRADING TEGEN 2030 ADDENDUM Januari 2015 2 De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 112 28 januari 2016 Voorbereidingsbesluit kavel II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid), Ministerie van Economische

Nadere informatie

naamloze vennootschap Paepsem Business Park, Boulevard Paepsem 20 B-1070 Brussel, België BTW BE 0876.488.436 (Brussel)

naamloze vennootschap Paepsem Business Park, Boulevard Paepsem 20 B-1070 Brussel, België BTW BE 0876.488.436 (Brussel) naamloze vennootschap Paepsem Business Park, Boulevard Paepsem 20 B-1070 Brussel, België BTW BE 0876.488.436 (Brussel) VOLMACHT gewone en buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders die zal worden

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ Advies nr. 125 van 18 april 2008 over het ontwerp van koninklijk besluit

Nadere informatie

Milieueffectenbeoordeling van het ELDEPASCO offshore windmolenpark op de Bank zonder Naam

Milieueffectenbeoordeling van het ELDEPASCO offshore windmolenpark op de Bank zonder Naam KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Milieueffectenbeoordeling van het ELDEPASCO offshore windmolenpark op de Bank zonder Naam

Nadere informatie

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 27-06-2000 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 Gewijzigd voorstel voor een beschikking

Nadere informatie

Advies van het Bestuur

Advies van het Bestuur KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OPERATIONELE DIRECTIE NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het Bestuur aan de Staatssecretaris van de Noordzee

Nadere informatie

Bijlage XVII. Subsidiëring van de infrastructuur in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf

Bijlage XVII. Subsidiëring van de infrastructuur in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van... tot wijziging van verschillende besluiten, wat betreft de invoering van infrastructuursubsidies voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf Bijlage

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ADVIES VAN DE COMMISSIE

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ADVIES VAN DE COMMISSIE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 1.8.2006 COM(2006) 434 definitief 2003/0210 (COD) ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag

Nadere informatie

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN bvba Advies Ruimtelijke Kwaliteit (bvba ARK) Augustijnenlaan

Nadere informatie

Brussel, 6 november Geachte heer, Geachte mevrouw, Inleiding

Brussel, 6 november Geachte heer, Geachte mevrouw, Inleiding Prudentieel beleid bank- en verzekeringswezen Brussel, 6 november 2007 Mededeling van de CBFA over haar beleid inzake de uitbesteding van diensten van vermogensbeheer van vermogen van niet-professionele

Nadere informatie

Goedkeuren reglement betreffende de ambulante activiteiten op het openbaar terrein

Goedkeuren reglement betreffende de ambulante activiteiten op het openbaar terrein Goedkeuren reglement betreffende de ambulante activiteiten op het openbaar terrein De gemeenteraad, Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2008, meer bepaald artikel 42; Gelet op de wet van 25 juni 1993

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

De plaats van de aansluitings- en interfacepunten wordt in het aansluitingscontract vastgelegd in overeenstemming met de gel-

De plaats van de aansluitings- en interfacepunten wordt in het aansluitingscontract vastgelegd in overeenstemming met de gel- Aansluiting De aansluiting op het Elia-net: een proces in verschillende stappen Sommige spelers op de Belgische elektriciteitsmarkt (producenten en industriële grootverbruikers) kunnen een aansluiting

Nadere informatie

(B) juli Niet vertrouwelijk

(B) juli Niet vertrouwelijk (B)1615 6 juli 2017 Beslissing over de aanvraag van Nobelwind voor de toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door de windmolens G01, G02, G03, G04, G05, G06, G07, G08, G09,

Nadere informatie

WILFRIED VANDAELE Wenduine, 23 februari 2013. -tot laagwaterlijn: Vlaanderen -dieper in zee: België. Nu: tegen 100-jarige stormen

WILFRIED VANDAELE Wenduine, 23 februari 2013. -tot laagwaterlijn: Vlaanderen -dieper in zee: België. Nu: tegen 100-jarige stormen WILFRIED VANDAELE Wenduine, 23 februari 2013 2 -tot laagwaterlijn: Vlaanderen -dieper in zee: België Nu: tegen 100-jarige stormen 2100 Straks: tegen 1000-jarige stormen (bv. strand + dijk Wenduine) Plan

Nadere informatie

PlanMER/PB Structuurvisie Wind op Zee Resultaten beoordeling Natuur. Windkracht14 22 januari 2014 Erik Zigterman

PlanMER/PB Structuurvisie Wind op Zee Resultaten beoordeling Natuur. Windkracht14 22 januari 2014 Erik Zigterman PlanMER/PB Structuurvisie Wind op Zee Resultaten beoordeling Natuur Windkracht14 22 januari 2014 Erik Zigterman Korte historie 2009: Nationale Waterplan! 2 windenergiegebieden aangewezen! Borssele en IJmuiden

Nadere informatie

BRUPART : nieuwe producten

BRUPART : nieuwe producten BRUPART : nieuwe producten I. Inleiding Als gevolg van de zesde staatshervorming is het federale Participatiefonds sinds 01 juli 2014 in vereffening. In het kader van een overeenkomst van gedelegeerde

Nadere informatie

Dit document wordt u aangeboden door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid

Dit document wordt u aangeboden door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid Dit document wordt u aangeboden door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid Het kan vrij verspreid worden op voorwaarde dat de bron en het URL vermeld worden Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid Sint-Pieterssteenweg

Nadere informatie

Advies van het bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu. betreffende:

Advies van het bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu. betreffende: KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Advies van het bestuur aan de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu betreffende:

Nadere informatie

KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OPERATIONELE DIRECTIE NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE BMM

KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OPERATIONELE DIRECTIE NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE BMM KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OPERATIONELE DIRECTIE NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE Milieueffectenbeoordeling van het RENTEL offshore windmolenpark

Nadere informatie

VLAAMSE RAAD ONTWERP VAN DECREET. houdende aanvulling van de wet van 26 maart 1971. de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging

VLAAMSE RAAD ONTWERP VAN DECREET. houdende aanvulling van de wet van 26 maart 1971. de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging Stuk 228 (1983-1984) - Nr. 1 VLAAMSE RAAD ZITTING 1983-1984 6 DECEMBER 1983 ONTWERP VAN DECREET houdende aanvulling van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging

Nadere informatie

college van burgemeester en schepenen Zitting van 30 januari 2015

college van burgemeester en schepenen Zitting van 30 januari 2015 beraadslaging/proces verbaal Kopie college van burgemeester en schepenen Zitting van 30 januari 2015 Besluit GOEDGEKEURD A-punten stadsontwikkeling / vergunningen Samenstelling De heer Bart De Wever, burgemeester

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het actieplan Clean power for transport

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het actieplan Clean power for transport Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het actieplan Clean power for transport DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel

Nadere informatie

NIET VERTROUWELIJKE VERSIE VAN HET BESLUIT VAN DE RAAD VAN HET BIPT VAN 21 OKTOBER 2013

NIET VERTROUWELIJKE VERSIE VAN HET BESLUIT VAN DE RAAD VAN HET BIPT VAN 21 OKTOBER 2013 BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE NIET VERTROUWELIJKE VERSIE VAN HET BESLUIT VAN DE RAAD VAN HET BIPT VAN 21 OKTOBER 2013 BETREFFENDE DE TOEKENNING AAN BASE COMPANY VAN VOORLOPIGE

Nadere informatie

Dat hiertoe onder andere het operationeel windvermogen op zee wordt opgeschaald naar 4.450 MW in 2023;

Dat hiertoe onder andere het operationeel windvermogen op zee wordt opgeschaald naar 4.450 MW in 2023; De Minister van Economische Zaken; In overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, Overwegende, Dat op grond van richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter

Nadere informatie