Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk besluit op grond waarvan artikel 24, onderdeel a, vervalt Nr. 5 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen 7 juni 2007 Algemeen Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van het verslag. Wij waarderen het zeer dat de commissie op zo n korte termijn haar reactie heeft willen geven. Voor zover die kennisneming van het verslag met gemengde gevoelens of met teleurstelling gepaard is gegaan, hopen wij de zorgen bij de leden van de desbetreffende fracties te kunnen wegnemen. Het wetsvoorstel De leden van de CDA-fractie geven aan dat de ontwikkelingen van het stamcelonderzoek met adulte stamcellen en stamcellen afkomstig uit navelstrengbloed dermate gevorderd zijn dat dit perspectiefrijk onderzoek wellicht over een aantal jaren daadwerkelijk tot bruikbare klinische toepassingen kan leiden. Zij constateren dat voor dit onderzoek geen embryo s gecreëerd behoeven te worden en dat het ook nog nergens ter wereld gelukt is om door middel van celkerntransplantatie een menselijk embryo tot stand te brengen. Zij vragen of de regering hun mening deelt dat deze wetswijziging wetenschappelijke ontwikkeling niet in de weg staat. De wetswijziging staat wetenschappelijke ontwikkelingen op het terrein van stamcelonderzoek inderdaad niet in de weg. Zoals ook aangegeven in de memorie van toelichting zal de komende jaren nog veel preklinisch onderzoek verricht moeten worden en daarbij kan de komend jaren gebruik worden gemaakt van bij ivf-behandelingen overgebleven embryo s. Voorts vragen deze leden waarom dit wetsvoorstel zich beperkt tot het laten vervallen van de tweede volzin en het woord «voorts» in de derde volzin van artikel 33. Kan worden toegelicht waarom niet is overwogen om het tweede lid van artikel 33 geheel te schrappen? Genoemde leden zijn van mening dat als in de toekomst een voorstel gedaan zal worden om alsnog artikel 24, onderdeel a, te laten vervallen, dit een dusdanige wijziging van de Embryowet zal zijn dat daarvoor een wetswijziging staatsrechtelijk de meest zuivere weg is. Waarom, zo vragen deze leden, kan ook niet het tweede deel van de eerste volzin van het eerste lid van artikel 33 komen te vervallen? Bij de totstandbrenging van de Embryowet is destijds bewust gekozen KST tkkst ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2007 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 1

2 voor een constructie met «dubbele» regulering. In de wet is enerzijds een algeheel verbod opgenomen op het speciaal voor wetenschappelijk onderzoek tot stand brengen van embryo s, maar tegelijk is in de wet voorzien in de mogelijkheid om dat algehele verbod, als de tijd daar rijp voor is, te vervangen door een regeling die dat toelaat, zij het onder strikte voorwaarden en onder beperking van de doelen waarvoor onderzoek zou mogen worden verricht. Dit is gebeurd door die voorwaarden en beperkingen destijds reeds in de wet op te nemen en wel in de artikelen 9, 11 en 24, onderdeel b en te bepalen dat bij koninklijk besluit zou worden bepaald op welk tijdstip het algehele verbod zal vervallen en het minder vergaande verbod in werking zal treden. Wij hebben ervoor gekozen om bij de wetswijziging die noodzakelijk is voor het realiseren van de in het Coalitieakkoord verwoorde beleidskeuze om het verbod op het speciaal voor wetenschappelijk onderzoek tot stand brengen en gebruiken van embryo s vooralsnog te handhaven deze destijds gekozen opzet van de Embryowet niet te wijzigen en dus te volstaan met de voorgestelde wetswijziging. Dit mede gelet op het feit dat het Coalitieakkoord naar de aard van de zaak niet verder reikt dan de regeerperiode van het huidige kabinet. Uit het Coalitieakkoord vloeit een verdergaande aanpak dan wij met het onderhavige wetsvoorstel voorstaan ook niet voort. Wij respecteren dus de uitkomst van het debat dat tot de Embryowet van 2002 heeft geleid. Er is dan ook niet overwogen om het tweede lid van artikel 33 in zijn geheel te schrappen. Overigens zou ook het tweede deel van de eerste volzin van het eerste lid van artikel 33 dan aangepast moeten worden. Wel merken wij nog op dat ook de aanpak die in de geldende wet is gevolgd staatsrechtelijk een zuivere is. Wij zijn overigens van mening dat democratische besluitvorming over en volledige inspraak van de medewetgever bij dit onderwerp voldoende zeker is gesteld door de procedure, vervat in artikel 33, tweede lid. De derde volzin van artikel 33, tweede lid, bepaalt immers dat de voordracht voor een koninklijk besluit om artikel 24, onderdeel a, van de Embryowet te laten vervallen niet eerder gedaan wordt dan nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Als een vijfde deel van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers vervolgens binnen vier weken de wens te kennen geeft dat het tijdstip van het vervallen bij wet wordt geregeld, zal de voordracht niet worden gedaan. In dat geval zal voor het doen vervallen van het verbod alsnog een wetsvoorstel moeten worden ingediend. De leden van de CDA-fractie vinden dat bij het tot stand brengen van embryo s voor zwangerschap niet onnodig restembryo s tot stand moeten worden gebracht. Zij geven daarbij aan dat wetenschappelijke ontwikkelingen, die bijvoorbeeld het invriezen van onbevruchte in plaats van bevruchte eicellen mogelijk maken, de mogelijkheid bieden om niet meer embryo s te creëren dan noodzakelijk zijn om bij een receptor in één cyclus te implanteren. Zij vragen of de regering de mening deelt dat door deze gevorderde techniek het aantal restembryo s kan verminderen? Zo neen, kan dan worden toegelicht op welke gronden meer embryo s gecreëerd mogen worden? In de wetenschappelijke tijdschriften wordt regelmatig gepubliceerd over onderzoek gericht op het ontwikkelen van technieken om onbevruchte eicellen of onrijpe eicellen in te vriezen. Als het laatste mogelijk zou blijken, zal men vervolgens ook nog in staat moeten zijn om eicellen buiten het lichaam te laten rijpen. Ook ten behoeve van dit laatste vindt wetenschappelijk onderzoek plaats gericht op de ontwikkeling van een techniek daarvoor. Op dit moment is de wetenschap nog niet zo ver dat beide technieken al in de kliniek kunnen worden toegepast. Het zou inderdaad zo zijn dat, wanneer beide technieken al volledig ontwikkeld zouden zijn en veilig zouden kunnen worden toegepast, er in principe minder eicellen tegelijk zouden behoeven te worden bevrucht voor de behandeling in een cyclus. Maar er zal nog steeds wel rekening mee moeten Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 2

3 1 Artikel 1, onderdeel d, luidt: foetus: embryo in het menselijk lichaam. worden gehouden dat niet alle eicellen bevrucht raken en dat niet alle bevruchte eicellen goed gaan delen. Ook als eicellen zouden kunnen worden ingevroren zal dus nog steeds behoefte bestaan om iets meer eicellen in te vriezen dan er teruggeplaatst worden. Dit gebeurt om een grotere kans te hebben dat er uiteindelijk twee embryo s overblijven die geschikt zijn om te implanteren. Daarbij wordt echter steeds getracht de hormoonstimulatie zo beperkt mogelijk te houden. In het door onder meer de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) onderschreven model voor het protocol dat de klinieken op grond van artikel 2 van de Embryowet moeten hebben, staat met zoveel woorden dat de keuze voor de wijze van stimulatie dient te zijn ingegeven door overwegingen inzake de behandeling en niet door overwegingen inzake het verkrijgen van embryo s die voor andere doeleinden gebruikt zouden kunnen worden. Het model geeft verder aan dat de belasting voor de patiënte, haar leeftijd en haar kans op het krijgen van een ovarieel hyperstimulatiesyndroom een rol spelen in de keuze van de wijze van stimulatie. Van belang is ook dat het modelprotocol als leidraad geeft dat na een mislukte behandeling een volgende hormoonstimulatie pas mag worden begonnen nadat alle eventueel voordien ingevroren embryo s voor een plaatsing in de baarmoeder zijn gebruikt. Conclusie is dan ook dat de praktijk er ook nu al juist op gericht is zo min mogelijk embryo s over te houden. Er is pas sprake van embryo s die van een ivf-behandeling overblijven als de kinderwens van een paar is vervuld. Wel kunnen er embryo s overblijven die invriezen niet zullen kunnen overleven. De paren kunnen op grond van de Embryowet ook deze embryo s ter beschikkingstellen voor wetenschappelijk onderzoek. De leden van de PvdA-fractie vragen een wettelijke en een wetenschappelijke definitie van het embryo te formuleren. De wetenschappelijke en wettelijke definitie van embryo zijn niet helemaal gelijk. In de ontwikkelingsbiologie zijn er diverse definities voor allerlei te onderscheiden stadia van ontwikkeling. De wetenschappelijke definitie van embryo omvat alle stadia vanaf de bevruchting tot aan de geboorte. Een embryo wordt dan vervolgens (ook) foetus genoemd vanaf de achtste week van de zwangerschap. De wettelijke definitie bepaalt de reikwijdte van de wet, en daarmee ook van de wettelijke bepalingen waarin de definitie wordt gebruikt. Bij de totstandkoming van de Embryowet is de wenselijkheid van de mate van bescherming al naar gelang de situatie uitgangspunt geweest voor de keuze van de definitie. Indien een embryo zich in de baarmoeder bevindt moet de wet meer bescherming bieden dan wanneer het om een embryo buiten het lichaam gaat, om een embryo in-vitro. De Embryowet bevat dan ook diverse paragrafen. Paragraaf 3 betreft embryo s in-vitro, paragraaf 4 embryo s in-vitro die geïmplanteerd zullen worden om te proberen een zwangerschap tot stand te brengen, en paragraaf 5 betreft embryo s in de baarmoeder. De laatste paragraaf geeft de meeste bescherming. In artikel 1 van de Embryowet is ervoor gekozen om een embryo in de baarmoeder (embryo in het menselijk lichaam) 1 aan te duiden met het begrip foetus. Dat daarmee tevens een stadium wordt aangeduid dat buiten de wetenschappelijke definitie valt, zal in de praktijk niet tot onduidelijkheid leiden omdat wetenschappelijk onderzoek met een foetus in de baarmoeder niet in een dergelijk vroeg stadium plaatsvindt. Overigens komen de wettelijke definitie en de wetenschappelijke definitie overeen wat betreft het begin, vanaf de bevruchting is er sprake van een embryo. Vervolgens vragen deze leden om aan te geven wat gezien deze definitie het verschil is tussen een embryo dat gecreëerd is om een zwangerschap tot stand brengen, een restembryo en een embryo dat gecreëerd is voor wetenschappelijk onderzoek en om aan te geven wat de absolute morele status van het embryo is. Wij zijn van mening dat een embryo beginnend menselijk leven is en dat Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 3

4 dat de morele status bepaalt. Uit een oogpunt van respect voor menselijk leven is een embryo beschermwaardig. Zoals hiervoor ook aangegeven in het antwoord op de vorige vraag van deze leden is die beschermwaardigheid groter naar mate het embryo zich verder heeft ontwikkeld. De intentie waarmee een embryo tot stand wordt gebracht, heeft echter ook morele betekenis, een betekenis die betrokken moet worden bij het oordeel over de toelaatbaarheid van het speciaal tot stand brengen van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek. Bij speciaal tot stand brengen van embryo s voor onderzoek wordt ernstiger getornd aan het respect voor menselijk leven dan wanneer gebruik wordt gemaakt van embryo s die toch al bestaan, zoals embryo s die van in-vitrofertilisatie uiteindelijk zijn overgebleven. Embryo s die van een ivf-behandeling overblijven zullen in de meeste gevallen teloor gaan; slechts sporadisch worden ze gedoneerd. Zoals destijds aangegeven in de memorie van toelichting bij de Embryowet (Kamerstukken II, 2000/01, , nr. 3) is in het geval van speciaal tot stand brengen voor onderzoek, in tegenstelling tot het tot stand brengen van embryo s in het kader van een ivf-behandeling, de intentie van het handelen immers niet het tot stand brengen van een mens, maar heeft het handelen de intentie kennis te vermeerderen met als onontkoombaar gevolg dat het embryo teloor gaat. Ook wij zien dit als een inbreuk op het respect voor leven die verder gaat dan wanneer wetenschappelijk onderzoek wordt verricht met embryo s die van een ivf-behandeling zijn overgebleven. Overigens is denkbaar dat morele afwegingen over het tot stand brengen van embryo s door eicellen en zaadcellen bij elkaar te brengen op een gegeven moment anders uitvallen dan afwegingen over het tot stand brengen van een embryo door middel van transplantatie van de kern van een lichaamscel in een lege eicel. De leden van de PvdA-fractie geven aan dat zij met de regering van mening zijn dat wetenschappelijk onderzoek voorlopig nog voort kan gaan met restembryo s en dat daarmee de noodzaak van het opheffen van het tijdelijke verbod verdwijnt. Verder constateren zij dat aan de andere voorwaarde nog niet is voldaan, namelijk dat er maatschappelijk draagvlak in de samenleving bestaat voor het tot stand brengen van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek. Deze leden zijn van mening dat burgers recht hebben op adequate informatie en voorlichting op wat er wettelijk mogelijk is met embryo s en wat er daadwerkelijk gebeurt met onderzoek hiernaar. Genoemde leden vragen de regering hoe de overheid werkt om aan dit informatierecht van burgers tegemoet te komen. Wij delen de mening van deze leden dat burgers recht hebben op informatie. In 2000, toen het voorstel inzake de Embryowet pas bij de Tweede Kamer was ingediend, hebben de toenmalige bewindslieden zich ingespannen informatie over het wetsvoorstel bij maatschappelijk groeperingen onder de aandacht te brengen. Er is deze groeperingen actief steun aangeboden om in hun achterban de discussie op gang te brengen. Deze inspanningen hadden echter in het geheel geen succes. Inmiddels lijkt er wel behoefte aan informatie en discussie. Zo heeft de Nederlandse Vrouwenraad verleden jaar september met financiële steun van VWS een succesvolle landelijke bijeenkomst georganiseerd over de thema s van de Embryowet. Deze bijeenkomst heeft inmiddels tot diverse lokale initiatieven geleid. Wij hebben ook met instemming kennisgenomen van de initiatieven van het Rathenau-instituut, omdat die als gevolg zullen hebben dat de discussie wordt gestimuleerd. Wij zijn van mening dat het niet op onze weg ligt om activiteiten te ontplooien of actief te stimuleren gericht op het creëren van draagvlak. Bij een onderwerp als dit moeten mensen uit diverse invalshoeken kennis kunnen nemen van de verschillende argumenten en standpunten en zonder beïnvloeding van overheidszijde hun mening kunnen vormen. Het staat uiteraard een ieder vrij om onderzoek te doen naar de meningen die onder de bevolking leven over wetenschappelijk onderzoek met Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 4

5 embryo s. Voor de betrokken bewindslieden ligt er pas een taak om meningen te peilen op het moment dat zij overwegen om een besluit te nemen over al dan niet opheffen van het verbod. Dit hebben de toenmalige bewindslieden ook gedaan voordat zij besloten een tijdelijk verbod in de wet op te nemen (Kamerstukken II 2000/01, , nr. 3, blz. 26 en 27). Omdat ten behoeve van de vorige kabinetsperiode in het regeerakkoord was vastgelegd dat in die kabinetsperiode het tijdelijke verbod niet zou worden opgeheven zijn in die periode de meningen onder bevolking niet gepeild. De leden van de PvdA-fractie leiden uit het advies van de Raad van State en de memorie van toelichting bij de Embryowet af dat het verbod op speciaal tot stand brengen van embryo s automatisch zou vervallen als niet voor 1 september 2007 een besluit wordt genomen over het tijdstip waarop het verbod zal komen te vervallen. Hier moet sprake zijn van een misverstand. Anders dan deze leden menen, heeft het niet tijdig (dat wil zeggen: voor 1 september 2007) op de in artikel 33 voorgeschreven wijze doen van een voordracht voor een koninklijk besluit om het tijdstip vast te stellen van het vervallen van het algehele verbod op het speciaal voor onderzoek tot stand brengen van embryo s, niet tot gevolg dat het verbod alsdan per 1 september 2007 automatisch komt te vervallen. Noch de memorie van toelichting noch het advies van de Raad van State bij het wetsvoorstel voor de Embryowet geven steun aan die gedachte. Een dergelijke opvatting zou ook haaks staan op de in de Embryowet gekozen systematiek. De wet bepaalt immers dat artikel 24, onderdeel a, komt te vervallen op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, waarop dan ook de artikelen 9, 11 en 24, onderdeel b, in werking treden. Verder is bepaald dat de voordracht voor een dergelijk koninklijk besluit moet worden gedaan vóór 1 september 2007 (namelijk ten hoogste vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de Embryowet). Dit is een opdracht aan de betrokken bewindslieden. Als zij niet aan die opdracht gevolg geven, zijn zij vanaf 1 september 2007 in verzuim. Maar zolang er geen voordracht voor het besluit als bedoeld in artikel 33, tweede lid, is gedaan, is de procedure die leidt tot het vervallen van artikel 24, onderdeel a, en tot inwerkingtreding van de artikelen 9, 11 en 24 onderdeel b, zelfs niet aangevangen, laat staan dat op die datum het algehele verbod automatisch door een minder verstrekkend verbod zou zijn vervangen. In het antwoord op vragen van de leden van de SGP-fractie aan het slot van deze nota is nader onderbouwd waarom het niet mogelijk is geweest eerder een voordracht te doen voor een koninklijk besluit waarin het tijdstip van het vervallen van het algehele verbod wordt geregeld. Intussen vormt de in artikel 33, tweede lid, opgenomen opdracht tot het doen van een voordracht voor een koninklijk besluit vóór 1 september 2007 voor de regering uiteraard wel een belangrijke drijfveer om alles op alles te zetten om voor die datum de benodigde wetswijziging te realiseren, waarmee, anders dan de leden van de PvdA-fractie menen, wordt vastgehouden aan de destijds gekozen techniek van de Embryowet. De leden van de PvdA-fractie constateren vervolgens dat in de toekomst een probleem kan ontstaan bij het collecteren van eicellen. Zij vragen of de regering op deze ontwikkelingen anticipeert en wat de gedachten zijn om op een ethische manier aan eicellen te komen. Ook de leden van de SP-fractie vinden het een belangrijke vraag of de benodigde eicellen op een moreel verantwoorde wijze kunnen worden verkregen. Deze leden vragen of het aanvaardbaar is vrouwen te vragen om ter wille van wetenschappelijk onderzoek een behandeling te ondergaan die voor haar eigen gezondheid niet zonder risico is. De leden van de SP-fractie vragen zich dat te meer af nu er alternatieven bestaan en de verwachtingen wat betreft therapeutisch kloneren en celkerntransplantatie vooralsnog niet hoog zijn. Wat betreft het ter beschikking stellen van eicellen voor wetenschappelijk Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 5

6 onderzoek, is de vraag of het moreel aanvaardbaar is vrouwen te vragen eicellen ter beschikking te stellen bij de opstelling van het wetsvoorstel voor de Embryowet uitdrukkelijk aan de orde geweest. Het toenmalige kabinet was zich bewust van de bezwaren. Enerzijds rijst de vraag of ten aanzien van het ter beschikking stellen van eicellen voor wetenschappelijk onderzoek andere overwegingen gelden dan voor deelname van gezonde vrijwilligers aan medisch-wetenschappelijk onderzoek. Ook dat is vaak niet zonder risico. Anderzijds heeft het ter beschikking stellen van eicellen een bijzondere emotionele lading. In de memorie van toelichting bij de Embryowet zijn twee situaties beschreven waarin het in beginsel geoorloofd wordt geacht eicellen ter beschikking te stellen. De situatie dat een vrouw toch al een ingreep ondergaat, zoals sterilisatie, of de situatie dat de vrouw wordt benaderd om speciaal voor onderzoek eicellen af te staan (Kamerstukken II 2000/01, , nr. 3, blz. 17 en 18). De conclusie is dat vrouwen in die situaties extra beschermd moeten worden. In artikel 5, derde lid, is daarom de eis opgenomen dat een medisch-ethische toetsingscommissie die erkend is op grond van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, toestemming moet geven voor iedere individuele terbeschikkingstelling. De commissie moet beoordelen of het met de terbeschikkingstelling te dienen belang in evenredige verhouding staat tot de risico s en de bezwaren van de ingreep. Onder meer omdat inderdaad, zoals deze leden ook aangeven, de verwachtingen wat betreft therapeutisch kloneren vooralsnog niet hoog zijn, zal tijdens deze kabinetsperiode het verbod op speciaal kweken van embryo s niet worden opgeheven. De leden van de PvdA-fractie geven aan voorstander te zijn van innovatie op verschillende terreinen, waaronder op het terrein van stamcelonderzoek. Zij vragen zich af of Nederland door het tijdelijke verbod op wetenschappelijk en economisch gebied niet te veel achter gaat lopen bij de andere landen? Zij vragen zich af hoe de regering aankijkt tegen dit internationaal perspectief. Voor een krachtige internationale positie zijn innovatie en een gezond wetenschappelijk en economisch klimaat belangrijk. In verband met het internationaal perspectief achten wij het dan ook relevant dat in Nederland, in tegenstelling tot in andere landen, embryonaal stamcelonderzoek met stamcellijnen van embryo s die over zijn van ivf-behandelingen is toegestaan. Dergelijk onderzoek, bijvoorbeeld naar het kweken van hartspiercellen, vindt al jaren in Nederland plaats. In verband met de Nederlandse positie ten opzichte van andere landen is het voorts zeer van belang in de beoordeling van het innovatief karakter van stamcelonderzoek te betrekken dat de verwachtingen ten aanzien van de mogelijkheid om met celkerntransplantatie een embryo tot stand te brengen wereldwijd drastisch naar beneden zijn bijgesteld. Het innovatief vermogen van onderzoek waarvoor het tot stand brengen van een dergelijk embryo nodig is, is daarmee immers ook flink afgenomen. Wij menen dan ook dat de Nederlandse positie ten opzichte van andere landen voldoende gewaarborgd is. Voorts vragen deze leden welke ideeën de regering heeft om stamcelonderzoek te bevorderen. Er vindt al op verschillende plaatsen preklinisch onderzoek naar nieuwe toepassingen van adulte (ook wel «volwassen» of nog juister «somatisch» genoemde) stamcellen plaats. Nieuwe toepassingen zijn dus andere toepassingen dan de al langer gebruikelijke toepassingen van hematopoietische stamcellen. In een aantal gevallen heeft dat ook al tot het uitvoeren van de eerste fasen van klinisch onderzoek met mensen geleid, zoals ook in memorie van toelichting is genoemd. Maar juist de stappen tussen succesvol preklinisch onderzoek en de laatste fase van onderzoek naar de daadwerkelijke klinische toepassing (de fase van translationeel onderzoek) blijken nogal eens de lastigste stappen. Het kabinet stelt zich daarom voor de mogelijkheden te onderzoeken om vooral deze stappen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 6

7 extra te gaan faciliteren. Gedacht zou kunnen worden aan het instellen van een programma bij ZonMw waarmee ten minste het perspectiefrijke translationele onderzoek met somatische stamcellen kan worden bevorderd. De leden van de SP-fractie stellen het schrappen van de termijn van vijf jaar aan de orde. Zij vragen of bij het schrappen van deze termijn het opheffen van het verbod op speciaal tot stand brengen van embryo s mogelijk blijft. Ook vragen zij of de regering het heel wel mogelijk acht de komende vier jaar voor te stellen het verbod op te heffen. Of acht de regering zich gebonden aan het Coalitieakkoord waarin staat dat deze kabinetsperiode het verbod op speciaal tot stand brengen en gebruiken van embryo s voor andere doeleinden dan zwangerschap gehandhaafd wordt? Mocht dit laatste het geval zijn, dan vinden deze leden het vreemd dat we nu zeker weten dat de afweging binnen vier jaar niet anders zou kunnen uitvallen. De analyse van de leden van de SP-fractie is helder en juist. Het schrappen van de termijn van vijf jaar betekent inderdaad dat in de toekomst de opheffing van het verbod op speciaal tot stand brengen van embryo s voor onderzoek mogelijk blijft. De Embryowet gaat over onderwerpen waarover mensen fundamenteel van mening kunnen verschillen. Met het voorstel is nauw aangesloten bij de totstandkomingsgeschiedenis van de wet, zodat recht wordt gedaan aan alle perspectieven. Bij een beslissing over het laten vervallen van het verbod achten wij de stand van zaken zoals die op het moment van die beslissing aan de orde is, een factor die in de beslissing betrokken moet worden. Het wetsvoorstel maakt hier de ruimte voor. Zowel in het licht van onder meer de zeer getemperde verwachtingen met betrekking tot onderzoek met stamcellen afkomstig van door middel van celkerntransplantatie tot stand gebrachte embryo s en de ondanks vele jaren gedane onderzoeken slechts geringe vorderingen bij het invriezen of rijpen van eicellen, als ook in het licht van het Coalitieakkoord, zijn wij niet voornemens de komende vier jaar over te gaan tot het laten vervallen van het verbod. De leden van de SP-fractie geven aan dat zij niet bij voorbaat principieel tegen therapeutisch klonen zijn. Zij hebben als uitgangspunt de menselijke waardigheid en het beginsel van respect voor menselijk leven in het algemeen. Zij vinden dat het concrete leed van patiënten zwaar moet wegen. Dit betekent dat deze leden echter ook grote aarzelingen hebben bij het speciaal tot stand brengen van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek. In principe zou voor deze embryo s dezelfde beschermwaardigheid moeten gelden als voor restembryo s, het gaat immers om dezelfde vormen van leven. Maar een embryo tot stand brengen met het oogmerk deze te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek is een ander oogmerk dan voortplanting. Gesteld zou kunnen worden dat je het embryo hiermee volledig instrumentaliseert, zo stellen deze leden. De aard van het gebruik is bij restembryo s weliswaar even instrumentaliserend, het gaat vooral om de intentie waarmee het embryo tot stand is gebracht. In dit geval gebeurt dit uitsluitend met het oogmerk deze te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Zoals ook mag blijken uit het antwoord op een vraag van de leden van de CDA-fractie over het verschil tussen een embryo dat tot stand is gebracht om een zwangerschap tot stand te brengen en een embryo dat gecreëerd is voor wetenschappelijk onderzoek hebben wij sympathie voor de opvattingen van de leden van de SP-fractie met betrekking tot dit onderwerp. Het antwoord op de vraag van de leden van de SP-fractie of de benodigde eicellen op een moreel verantwoorde wijze kunnen worden verkregen, is meegenomen in het antwoord op een vergelijkbare vraag van de leden van de CDA-fractie. Deze leden vragen vervolgens of zij goed hebben begrepen dat het verbod op het creëren van embryo s voor onderzoek automatisch een verbod op therapeutisch kloneren met zich meebrengt. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 7

8 Het verbod van onderdeel a van artikel 24 strekt zich uit over het speciaal tot stand brengen van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek en over het speciaal tot stand brengen van embryo s voor andere doeleinden dan het tot stand brengen van zwangerschap. Dit laatste heeft tot gevolg dat het tot stand brengen van een embryo om er embryonale stamcellen uit te verkrijgen, verboden is. Dit geldt ook als het gaat om een techniek waarmee een embryo tot stand wordt gebracht door de kern van een lichaamscel in een lege eicel te brengen. Ook dan wordt een embryo in de zin van de Embryowet tot stand gebracht. Vooralsnog moet immers worden aangenomen dat een dergelijk embryo uit zal kunnen groeien tot een mens. Er is dan sprake van beginnend leven dat beschermwaardig is. Deze leden vragen ook of het waar is dat voor het maken van onderzoeksmodellen om nieuwe medicijnen te testen, restembryo s verrijkt met genetisch materiaal voldoende zijn. Het zal, naar wij hebben begrepen, niet zo zijn dat voor dit onderzoek volstaan kan worden met dergelijke restembryo s. (Gerichte) genetische modificatie of die nu geschiedt in de vorm van verrijking van het genetisch materiaal dan wel in de vorm van juist het muteren van genen om zo «fouten» aan te brengen van (cellen van) embryo s is in de praktijk namelijk niet altijd mogelijk. Wanneer het gaat om multifactoriële aandoeningen, waarbij sprake is van verschillende genetische fouten tegelijkertijd, lijkt het vrijwel uitgesloten dat het voor het onderzoek noodzakelijke complex van fouten kan worden aangebracht in bestaande normale embryonale stamcellijnen. Het aanbrengen van relatief eenvoudige fouten zal nog wel mogelijk kunnen zijn. Verder is het volgende mogelijk. Bij preïmplantatie genetische diagnostiek worden de door middel van in-vitrofertilisatie tot stand gebrachte embryo s die de erfelijke aandoening hebben die gevreesd wordt, niet geïmplanteerd. Uit deze embryo s kunnen stamcellijnen worden gecreëerd die bruikbaar zouden zijn voor het testen van nieuwe medicijnen voor die aandoening. Die medicijnen zullen overigens meestal slechts bedoeld kunnen zijn om de fysiologische gevolgen van de aandoening of ziekte te verminderen. De leden van de SP-fractie vragen zich voorts af of het waar is dat in Groot-Brittannië en in België therapeutisch klonen is aanvaard en hoe de regering daarover denkt. In de genoemde landen is therapeutisch klonen, een techniek waarbij de kern van een somatische cel in een ontkernde eicel wordt geplaatst, inderdaad toegestaan. De regering heeft geen oordeel over de regelgeving van België en Groot-Brittannië op dit punt. Evenals in Nederland is in beide landen reproductief klonen verboden. Overigens heeft, zoals reeds aangegeven, deze vorm van celkerntransplantatie bij mensen nog niet tot resultaat geleid, en zijn de verwachtingen dat dit gaat lukken niet hoog meer. De afgelopen jaren is bij internationale onderhandelingen verschillende malen gebleken dat de posities van de verschillende landen waar het embryo s betreft behoorlijk uiteen kunnen lopen. In wezen reflecteert deze internationale verdeeldheid de fundamenteel uiteenlopende posities die Nederland op nationaal niveau ook kent. Een voorbeeld waarbij bleek dat internationale standpunten uiteen liepen, is de verdeelde stemming over de Declaratie over klonen die in 2005 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd aangenomen. Enerzijds waren er landen die therapeutisch klonen niet onder een verbod wilden laten vallen, maar reproductief klonen wel. Anderzijds waren er landen die beide vormen wilden verbieden. Nederland heeft in overeenstemming met de Embryowet in deze een middenpositie ingenomen. Het verrichten van handelingen met geslachtscellen of embryo s met het oogmerk de geboorte van genetisch identieke menselijke individuen is verboden op grond van artikel 24, onderdeel f, van de Embryowet. Het door middel van celkerntransplantatie tot stand brengen van een embryo is verboden op grond van artikel 24, onderdeel a, van de Embryowet. In de Verenigde Naties en ook wereldwijd, is sprake van uiteenlopende internationale Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 8

9 standpunten. Ook binnen de Europese Unie is dit het geval. De onderhandelingen over het Zevende Kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkelingen en demonstratie waren van langere duur mede door de tegenstelde posities over de voorwaarden waaraan embryonaal stamcelonderzoek moet voldoen om voor financiering in aanmerking te komen. Ook in dit geval was het zo dat er aan de ene kant landen zijn, zoals Oostenrijk en Polen, die zich tegen financiering van embryonaal stamcelonderzoek keerden en anderzijds landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, die juist voor financiering waren. Ook hier nam Nederland, conform de Embryowet, een tussenpositie in. De leden van de SP-fractie vragen in te gaan op de consequenties voor onderzoek indien dit niet mag. In de memorie van toelichting hebben wij aangegeven dat met van ivf-behandelingen overgebleven embryo s nog veel preklinisch onderzoek kan worden verricht. Zo wordt er nog onderzoek verricht gericht op het tot stand brengen van zuivere stamcellijnen. Tot nu toe zijn de onderzoekers nog niet in staat gebleken stamcellijnen te kweken waarin bij de eerste stappen van differentiatie niet ook andere dan de gewenste cellen ontstaan. Deze leden vragen vervolgens of er voldoende restembryo s beschikbaar zijn voor onderzoek. Er blijven bij de ivf-behandelingen voldoende embryo s over die door de paren die onder behandeling zijn geweest, ter beschikking worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek om het preklinisch onderzoek uit te voeren. Deze leden vragen welke resultaten er met dit stamcelonderzoek tot nu toe zijn bereikt, in Nederland en daarbuiten en hoe het daarbij zit met de octrooiontwikkeling. Naar wij hebben vernomen zijn er in Nederland vier cellijnen geïsoleerd uit restembryo s, twee onder condities waarbij dierlijke reagentia zijn gebruikt, en twee onder condities waarbij gebruik is gemaakt van klinische toepasbare reagentia zij het nog niet onder voorwaarden van Good Manufacturing Practice. Er zijn daarop nog geen patenten verkregen. In het Hubrechtlaboratorium heeft men vervolgens hieruit hartspiercellen gekweekt. Ons is op dit moment niet precies bekend doe de situatie buiten Nederland is. Tevens vragen de leden van de SP-fractie welke mogelijkheden en beperkingen er zijn wat betreft onderzoek met volwassen stamcellen en of het klopt dat het volwassen lichaam geen stamcellen voor hartspier- en nierweefsel bevat? Deze leden hebben begrepen dat voor het onderzoek naar de herprogrammering van de volwassen cel (ook) experimenten met celkerntransplantatie nodig zijn, klopt dat? Wat betekent het ethisch gezien dat volwassen lichaamscellen eerst worden gedeprogrammeerd tot embryonale stamcellen, in relatie tot beschermwaardigheid? Voor wat betreft de perspectieven voor mogelijkheden van onderzoek met volwassen stamcellen kunnen wij het volgende meedelen. Er zijn enkele klinische toepassingen in ontwikkeling, met name betreft dat huid- en botcellen, maar de meest succesvolle toepassing is op dit moment nog steeds de beenmergtransplantatie. De beperkingen in het onderzoek naar en de toepassing van adulte stamcellen komen voort uit bepaalde eigenschappen ervan, zoals het feit dat deze cellen niet zo gemakkelijk te identificeren, te isoleren en te kweken zijn, en daarnaast dat ze een beperkt differentiatievermogen hebben. Het hart en de nier bevatten zelf geen stamcellen waaruit op een bruikbare wijze hartspier- respectievelijk nierweefsel kan ontstaan. Wel kunnen somatische stamcellen die voorkomen in beenmerg, bloed of vetweefsel differentiëren tot bepaalde orgaanspecifieke cellen. Beenmergstamcellen bijvoorbeeld zorgen onder meer ook voor de aanmaak van de voorlopers van endotheelcellen die op een bepaalde plaats door zich daar te nestelen in de vaatwand kunnen zorgen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 9

10 voor de reparatie van bloedvaten. Inmiddels zijn er ook verschillende onderzoeken bij patiënten uitgevoerd, echter zonder dat dat al heeft kunnen leiden tot een erkende, bewezen effectieve en veilige behandeling. Bij onderzoeken als deze is overigens geen sprake van (een vaste noodzaak tot) het uitvoeren van celkerntransplantatie. In het beschreven voorbeeld zal in principe kunnen worden volstaan met autologe transplantatie, dus met beenmerg van de patiënt zelf. Wij leiden verder uit de vraag van de aan het woord zijnde leden over het deprogrammeren van volwassen lichaamscellen af dat deze leden veronderstellen dat de volwassen lichaamscellen daarbij als het ware zouden kunnen terugkeren naar het stadium en de bijbehorende potentie van embryonale stamcellen. Voor zover ze daarbij doelen op de toepassing van de techniek van celkerntransplantatie, is de veronderstelling juist, en speelt juist in verband met de beschermwaardigheid het verbod daarop. Voor zover deze leden doelen op toepassing van andere technieken, is daarvan voor wat betreft menselijke cellen op dit moment geen sprake, en is dus ook de vraag naar beschermwaardigheid niet aan de orde. Bij de herprogrammering van volwassen lichaamscellen is het de bedoeling dat een specifieke soort uitgedifferentieerde lichaamscel er op de een of andere wijze toe wordt aangezet zich te wijzigen in een andere specifieke soort. Dit proces wordt ook wel transdifferentatie genoemd. Zou op die manier een levercel bijvoorbeeld een effectief functionerende pancreascel kunnen worden dan zou dat mogelijk ook kunnen leiden tot nieuwe behandelingsmogelijkheden van patiënten met pancreasaandoeningen. En hoewel beide soorten cellen bij de ontwikkeling van embryo tot foetus tot stand komen door differentiatie van endodermcellen van het embryo, is er bij deze transdifferentatie toch geen sprake van terugkeer naar een embryonaal stadium. Deze leden vragen, nu de regering dit, perspectiefrijke, onderzoek met adulte stamcellen krachtig wil stimuleren, toe te lichten welke perspectieven dit op de kortere termijn biedt. De afgelopen jaren is er ook het nodige preklinisch onderzoek met adulte stamcellen uitgevoerd. Resultaten daarvan versterken de hoop dat ook ander gebruik van adulte stamcellen dan het reeds gangbare gebruik, zoals dat van stamcellen uit beenmerg, over een aantal jaren tot daadwerkelijk toepasbare nieuwe behandelingen zullen leiden. Daarbij is niet «hard» aan te geven wat het begrip «een aantal jaren» in de praktijk zal inhouden. Dat zal onder meer afhangen van de ziektes waarop uiteindelijk de behandelingen gericht zullen zijn, maar ook van de hoeveelheid geld die beschikbaar is voor onderzoek dat daarnaar wordt uitgevoerd. De leden van de SP-fractie hebben begrepen dat het verbod op het creëren van embryo s voor onderzoek zeker wel beperkingen oplevert op het gebied van het onderzoek naar vruchtbaarheid en zwangerschap. Zij vragen welk soort onderzoeken hier precies mee belemmerd worden en wat het belang daarvan is? Voor onderzoek naar het invriezen van eicellen of naar het rijpen van eicellen buiten het lichaam is het op een gegeven moment nodig in het kader van het onderzoek die eicellen te bevruchten en te bestuderen of deze embryo s zich normaal ontwikkelen. Meteen implanteren van embryo s die op een dergelijke experimentele wijze zijn ontstaan is onverantwoord. Als het mogelijk zou zijn eicellen in te vriezen en eicellen buiten het lichaam tot rijping te brengen, zou de belasting afnemen voor vrouwen die een ivf-behandeling ondergaan, omdat zij minder of geen hormoonstimulatie meer hoeven te ondergaan. Ook zouden er minder embryo s overblijven, omdat dan de eicellen ingevroren kunnen worden in plaats van de embryo s. Dit onderzoek kan in Nederland niet worden uitgevoerd, maar dit geeft ons geen aanleiding het algehele verbod niet te handhaven. Overigens is dit onderzoek wereldwijd ook nog maar weinig succesvol. Deze leden hebben begrepen dat bevruchte eicellen die de eerste 12 uur Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 10

11 nog niet hebben gedeeld en niet nodig zijn voor zwangerschap, geschikt zijn voor kloneren. Zij vragen of het waar is dat deze techniek niet valt onder het verbod op therapeutisch kloneren. Het resultaat van de toepassing van de techniek van celkerntransplantatie op een bevruchte eicel die zich nog niet heeft gedeeld, zal, wanneer er vanuit gegaan wordt dat die na implantatie zal kunnen uitgroeien tot een mens, een embryo zijn als bedoeld in artikel 1 van de Embryowet. In dat geval zal die toepassing onder het verbod van artikel 24 onder a vallen. De leden van de SP-fractie plaatsen bij onderzoek ter verbetering van de ivf-behandeling en de uitbreiding van de mogelijkheden daarvan kanttekeningen. Zij vragen zich af hoever wij willen gaan met uitbreiding van de mogelijkheden. Zij vragen of het geen tijd is voor reflectie. Ook vragen zij of er sprake is van stijging van de vraag en of dat te maken heeft met uitstel van de kinderwens. Zijn er gevolgen voor het kind zo vragen zij, en is daar onderzoek naar gedaan. Zij vragen of de regering bereid is lange termijn onderzoek op te zetten. Het is weliswaar zo dat er nieuwe mogelijkheden zijn op het terrein van kunstmatige bevruchtingstechnieken. In Nederland worden deze echter meer dan in veel andere landen zeer behoedzaam geïntroduceerd. Dit neemt niet weg dat reflectie altijd een goede zaak is. In het bijzonder als het gaat om dit soort technieken, waarbij het immers gaat om vragen die velen in de essentie van hun bestaan raken. Het is langere tijd bekend dat de stijging van de vraag voor een deel te verklaren is uit het stijgen van de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen. Voorzover bekend is er geen onderzoek gedaan naar de gevolgen voor kinderen hiervan. Voor een lange termijn onderzoek zien wij onvoldoende aanleiding. Tenslotte ontvangen de leden van de SP-fractie graag een reactie op het artikel «Te veel van het goede» in Medisch Contact van 16 februari Het artikel in Medisch Contact is gepubliceerd naar aanleiding van een bijeenkomst die klinisch embryologen in november 2006 hebben georganiseerd. Deze bijeenkomst had tot doel een beeld te schetsen van de wetgeving die van toepassing is op het handelen in de ivf-laboratoria en om de professionals die in die laboratoria werkzaam zijn te informeren. Conclusie was, zoals ook beschreven in het genoemde artikel, dat er erg veel wetgeving tegelijk van toepassing is: de Embryowet, de Wet op bijzondere medische verrichtingen, de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting, de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. In antwoord op een vraag van Kamerlid Agema heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ook een reactie gegeven op dit artikel (Aanhangsel Handelingen II 2006/07, nr. 1026). Daarbij heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangegeven dat er geen sprake is van conflicterende wetgeving op het gebied van in-vitrofertilisatie. Wel is daarbij erkend dat er een knelpunt bestaat met betrekking tot de kwaliteitscontrole op het gebied van in-vitrofertilisatie, waarvan zal worden bezien hoe dit het beste kan worden opgelost. De staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport neemt zich voor deze stapeling van regelgeving nader te analyseren en te bezien of er wellicht wettelijke verplichtingen kunnen vervallen. De leden van de VVD-fractie betreuren het enigszins dat de regering in de memorie van toelichting niet verder ingaat op de huidige maatschappelijke inzichten. In het antwoord op een vraag van de leden van de PvdA-fractie zijn wij ingegaan op de betekenis van de huidige maatschappelijke inzichten. Bovendien hebben wij in de memorie van toelichting aangegeven dat de hooggespannen verwachtingen met betrekking tot embryonaal stamcelonderzoek door middel van celkerntransplantatie inmiddels onterecht zijn gebleken. Wij zien dan ook geen reden om voor onze afwegingen een Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 11

12 andere lijn te kiezen dan welke bij de totstandkoming van de Embryowet is gehanteerd. Deze leden zijn van mening dat de echte ethische grens, namelijk de vraag of embryonaal onderzoek ten principale verboden moet worden of niet, reeds lang geleden is overschreden. Het is nu immers al mogelijk om embryonaal onderzoek te doen ten behoeve van vruchtbaarheidsonderzoek. Zij vragen of uiteen kan worden gezet waarom voor dit soort embryonaal onderzoek andere ethische grenzen bestaan dan voor ander embryonaal onderzoek. De Embryowet maakt geen onderscheid tussen speciaal kweken van embryo s voor stamcelonderzoek en het kweken van embryo s voor vruchtbaarheidsonderzoek. Het tot stand brengen van embryo s voor alle andere doeleinden dan zwangerschap is verboden. Deze leden vragen vervolgens hoe de huidige wetswijziging zich verhoudt tot de huidige kabinetsvisie dat er een inspanning van de Europese Commissie verlangd zou moeten worden om te komen tot het ondersteunen van fundamentele onderzoeksprogramma s naar nieuwe alternatieven op de lange termijn voor orgaandonatie? Wij nemen aan dat de aan het woord zijnde leden doelen op een reactie op een consultatiedocument van de Europese Commissie waarin de Lidstaten werd gevraagd welke rol zij in de nabije toekomst zagen voor de Europese Commissie op het gebied van orgaandonatie. Deze reactie is vermeld in een brief 22 december 2006 van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken (Kamerstukken II 2006/07, , nr. 480). Daarin is door het vorige kabinet aangegeven dat de Europese Commissie mogelijk een meerwaarde zou kunnen hebben bij het ondersteunen van bedoelde fundamentele onderzoeksprogramma s, maar is geen uitspraak gedaan over de aard van dergelijk onderzoek. Het huidige kabinet onderschrijft die visie als zodanig. De voorgestelde wijziging van de Embryowet zal overigens ook geen belemmering hoeven te vormen voor het door de Europese Commissie ondersteunen van mogelijk zinvolle onderzoekprogramma s. De leden van de VVD-fractie geven aan met het kabinet de noodzaak van stimuleren van onderzoek met gebruik van adulte stamcellen te onderkennen. Zij vragen echter of het kabinet ook hun stellingname deelt dat door handhaving van het verbod belangwekkend onderzoek naar het buitenland verdwijnt. In dat licht vragen zij of het kabinet alsnog bereid is binnen de termijn die artikel 33 Embryowet noemt een voordracht voor een koninklijk besluit te doen, zodat het verbod komt te vervallen. Zoals aangegeven in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is de stand van wetenschap op het terrein van embryonaal stamcelonderzoek nog niet zodanig dat voortgang van het onderzoek belemmerd wordt door het verbod op speciaal kweken van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van zwangerschap. Met stamcellen uit restembryo s en met bestaande stamcellijnen (die in Nederland en in het buitenland tot stand zijn gebracht uit restembryo s) kan nog steeds belangrijk wetenschappelijk onderzoek in ons land plaatsvinden. Het staat onderzoekers die een bepaald onderzoek niet in Nederland zouden kunnen uitvoeren omdat zij dan het verbod van artikel 24, onderdeel a, van de Embryowet zouden overtreden, natuurlijk vrij om zulk onderzoek vervolgens uit te voeren in een land waarin geen verbod terzake geldt. Uiteraard zal men daarbij wel aan de daar van toepassing zijnde regelgeving moeten voldoen. Volgens ons is een dergelijke «dreiging» echter gering. Het kabinet zal dan ook, zoals ook moge blijken uit het antwoord op vragen van de leden van de fracties van de PvdA en de SGP vooralsnog geen voordracht doen voor een koninklijk besluit waarin een tijdstip wordt genoemd voor het vervallen van het verbod. Deze leden vragen vervolgens of, indien bijvoorbeeld in België effectieve medicijnen en therapieën zouden worden ontwikkeld met behulp van in Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 12

13 Nederland niet toegestaan embryonaal onderzoek, deze medicijnen en therapieën dan ook niet toegelaten zouden worden in Nederland. Omdat men er wereldwijd nog niet in is geslaagd om door middel van celkerntransplantatie een embryo tot stand te brengen zijn de verwachtingen over de mogelijkheden daartoe drastisch naar beneden bijgesteld. Sommige onderzoekers betwijfelen of het ooit zal lukken. Daarmee is de mogelijkheid dat, zoals de leden van de VVD suggereren, er binnen afzienbare tijd in het buitenland therapieën zouden zijn ontwikkeld die het stadium van wetenschappelijk reeds te boven zijn en in de kliniek zouden kunnen worden toegepast, vooralsnog theoretisch. Tot slot vragen deze leden of de regering bereid is naast de beantwoording van de door de leden van de VVD-fractie gestelde vragen nader in te gaan op (het ontbreken van) de maatschappelijke inzichten die in de memorie van toelichting genoemd zijn. In het licht van de afgelopen «100- dagen-periode» zouden er toch kabinetsbrede aanknopingspunten moeten zijn een aantal van deze inzichten onder het voetlicht te brengen? In het licht van de stand van de wetenschap en van het Coalitieakkoord lag het niet in de rede in de 100-dagen-periode de meningen te peilen onder de bevolking over het verbod op speciaal kweken van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek. De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de memorie van toelichting dat met dit voorstel ruimte ontstaat, anders dan thans het geval is, om een beslissing over het al dan niet laten vervallen van het verbod te laten afhangen van wetenschappelijke en maatschappelijke inzichten. Zij vragen hoe deze ruimte zich verhoudt tot de afspraak in het regeerakkoord en hoe breed gedragen wetenschappelijke en maatschappelijke inzichten moeten zijn om aanleiding te vormen voor het opheffen van het verbod op embryonaal stamcelonderzoek? Zoals ook mag blijken uit de antwoorden van vragen van de leden van andere fracties over dit onderwerp nemen wij ons voor tijdens de huidige kabinetsperiode het verbod op speciaal tot stand brengen van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van een zwangerschap niet te laten vervallen. Deze leden geven aan dat indien het wetsvoorstel wordt aangenomen een algemene maatregel van bestuur voldoende is om op enig moment artikel 24, onderdeel a, te laten vervallen. Genoemde leden brengen vervolgens naar voren dat een zuiverder route zou zijn om dit alleen te doen via wijziging van de wet als zodanig. In antwoord op een vergelijkbare vraag van de leden van de CDA-fractie gaven wij aan dat wij ervoor hebben gekozen aan de beleidskeuze in het Coalitieakkoord te realiseren door middel van een wetswijziging met behoud van de in de Embryowet gekozen techniek. Omdat bepaald is dat een vijfde deel van de leden van de Eerste of Tweede Kamer, nadat hen in een zogenaamde voorhangprocedure een ontwerp is voorgelegd voor een besluit om het tijdstip van het vervallen van het verbod vast te stellen, kan kenbaar maken dat het tijdstip van het vervallen van het verbod toch bij wet moet geschieden, is, zoals gezegd, besluitvorming waarbij ook de medewetgever ten volle is betrokken, voldoende zeker gesteld. Overigens is het niet zo dat bij algemene maatregel van bestuur bepaald wordt op welk tijdstip het verbod vervalt, het gaat om een zogenoemd klein koninklijk besluit. In wezen betreft een dergelijke voorhangprocedure de zwaarst voorhanden zijnde procedure om een deel van een wet in werking te laten treden. Op het moment dat het verbod vervalt, treden immers de artikelen 9, 11 en 24, onderdeel b, in werking. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of er naast redenen van medisch-pragmatische aard ook medisch-ethische redenen aan het wijzigingsvoorstel ten grondslag liggen. De wetsgeschiedenis geeft onzes inziens inzicht in de ethische overwegingen die de wetgever destijds heeft gehad om in de Embryowet zowel Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 13

Verworpen, ingetrokken en/of vervallen amendementen

Verworpen, ingetrokken en/of vervallen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport / Jeugd en Gezin datum 4 juli 2007 Betreffende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 046 Wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 29 323 Prenatale screening Nr. 101 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 284 Wijziging van de Wet op bijzondere medische verrichtingen betreffende invoering van een verbod op xenotransplantatie Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 47 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 9 oktober 2001 Wij

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 397 27 844 Regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 26 mei 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 26 mei 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2007 2008 31 046 Wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk

Nadere informatie

Consultatieversie. Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding

Consultatieversie. Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding Wijziging van de wet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een constitutionele basis voor de openbare

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Beschadigde cellen in weefsels kunnen soms vervangen worden door cellen afkomstig van een donor. Aansprekende voorbeelden zijn transplantaties van cellen bij proefdiermodellen

Nadere informatie

MEMORIE VAN ANTWOORD I. INLEIDING

MEMORIE VAN ANTWOORD I. INLEIDING 31 046 Wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk besluit op grond waarvan artikel 24, onderdeel a, vervalt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 60 Wijziging van de Embryowet in verband met de evaluatie van deze wet Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT Hieronder zijn opgenomen het advies

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 449 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 5 februari 2013 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 30 486 Evaluatie Embryowet E VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 28 april 2014 De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

STAMCELLEN. 1. Definitie 2. Soorten 3. Eicel 4. Morula 5. Blastocyst 6. Foetus 7. Navelstrengbloed 8. Stamcellen uit volwassen individu

STAMCELLEN. 1. Definitie 2. Soorten 3. Eicel 4. Morula 5. Blastocyst 6. Foetus 7. Navelstrengbloed 8. Stamcellen uit volwassen individu STAMCELLEN 1. Definitie 2. Soorten 3. Eicel 4. Morula 5. Blastocyst 6. Foetus 7. Navelstrengbloed 8. Stamcellen uit volwassen individu DRIE EIGENSCHAPPEN: DEFINITIE VAN STAMCELLEN A) NIET- DIFFERENTIATIE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 1. Inleiding 2 2. Hoofdlijnen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 417 Kabinetsformatie 2010 Nr. 2 BRIEF VAN DE INFORMATEUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Hierbij zend ik u, daartoe

Nadere informatie

Bijlage I - Conceptbrief aan de Europese Commissie

Bijlage I - Conceptbrief aan de Europese Commissie Bijlage I - Conceptbrief aan de Europese Commissie CONCEPT Aan de Voorzitter van de Europese Commissie B-1049 Brussel België Onderwerp: Gemotiveerd advies (subsidiariteit) over het EU-voorstel voor een

Nadere informatie

Position Paper. Embryoselectie

Position Paper. Embryoselectie Position Paper Embryoselectie Vastgesteld door de Werkgroep Genetisch Onderzoek (2011/2012) Geaccordeerd door het VSOP bestuur, februari 2012 Achtergrond Allereerst willen we benadrukken dat de VSOP positief

Nadere informatie

embryo kwaliteit bij BRCA1 of BRCA2 mutatie draagsters

embryo kwaliteit bij BRCA1 of BRCA2 mutatie draagsters Toelichting bij informatie folder Informatie voor IVF/PGD patiënten Deze informatie folder is bedoeld voor alle IVF/PGD patiënten die geschikt zijn voor deelname aan dit onderzoek. Dit zijn de patiënten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 568 (R 1638) Wijziging van de Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet 1995 en de Zaaizaad- en Plantgoedwet ten behoeve van de rechtsbescherming

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 47e 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) NADERE MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 26 maart

Nadere informatie

TOESTEMMING VOOR INVRIEZEN VAN EMBRYO'S

TOESTEMMING VOOR INVRIEZEN VAN EMBRYO'S TOESTEMMING VOOR INVRIEZEN VAN EMBRYO'S Tussen: Universitair Ziekenhuis Gent met zetel te 9000 Gent aan de De Pintelaan 185, hierna genoemd UZ Gent enerzijds, en Mevrouw/ Dhr. geboren te op wonende te

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) Nr. 5 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 5, en 6, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 5, en 6, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen; Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van, houdende aanwijzing van bijzondere medische verrichtingen voor de uitvoering waarvan een vergunning is vereist (Regeling aanwijzing bijzondere

Nadere informatie

Nr. 135 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nr. 135 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 25424 Geestelijke gezondheidszorg 29323 Prenatale screening Nr. 135 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23 september

Nadere informatie

BIO ETHISCHE VRAGEN. Ethisch / Juridisch debat. Welke zijn voorbeelden van knelpunten?

BIO ETHISCHE VRAGEN. Ethisch / Juridisch debat. Welke zijn voorbeelden van knelpunten? BIO ETHISCHE VRAGEN Ethisch / Juridisch debat Welke zijn voorbeelden van knelpunten? Mag men aan vrouwen eiceldonatie vragen? Welk statuut en waarde kent men toe aan de eicel? Welk statuut en waarde kent

Nadere informatie

Obstetrie & Gynaecologie. Het bewaren van embryo s

Obstetrie & Gynaecologie. Het bewaren van embryo s Obstetrie & Gynaecologie Het bewaren van embryo s Obstetrie & Gynaecologie Inleiding U kreeg te horen dat het waarschijnlijk mogelijk is om embryo s in te vriezen en te bewaren. Een aantal belangrijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 073 Wet houdende een nieuwe regeling voor verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 147 Besluit van 3 maart 2005, houdende wijziging van het Besluit biotechnologie bij dieren (Handelingen met betrekking tot dieren waar geen vergunning

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 072 Wijziging van de regeling van het DNA-onderzoek in strafzaken in verband met het vaststellen van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 57a 27 732 Wijziging van de artikelen 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht (uitbreiding strafbaarstelling heimelijk cameratoezicht)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 32 610 Wijziging van de Embryowet in verband met de evaluatie van deze wet C MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 24 juni 2013 Met belangstelling hebben

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 127 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van de groep met recht op bijstand bij langer verblijf buiten Nederland

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 28 753 Publiek-private samenwerking Nr. 39 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 9 mei 2016 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur

Nadere informatie

INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld november De voorzitter van de commissie, Duisenberg

INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld november De voorzitter van de commissie, Duisenberg Tweede Kamer der Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2016-2017 34 576 Holland Casino Nr. INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld november 2016 De vaste commissie voor Financiën heeft op 3

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 338 Aanpassing van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal en enkele andere wetten aan richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 494 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 30 486 Evaluatie Embryowet Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag Bijlage(n) Correspondentie

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 5 juli 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 5 juli 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 47d 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) NADER VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE

Nadere informatie

2017D05509 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2017D05509 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2017D05509 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de Minister van Economische Zaken voorgelegd over de brief d.d.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 275 Besluit van 18 mei 1995, houdende vaststelling van maatstaven die bij het in artikel 7a, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 30 371 Evaluatie Wet afbreking zwangerschap 33 578 Eerstelijnszorg Nr. 34 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 12 DERDE NOTA

Nadere informatie

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juni 2016 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van [[Datum openlaten]], nr. [[nr invullen]]:

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van [[Datum openlaten]], nr. [[nr invullen]]: Ontwerpbesluit van [[ ]] tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met tijdelijke beperking van de plicht tot waardeoverdracht bij bijbetalingslasten

Nadere informatie

Dit advies, gedateerd 3 april 2015, nr. W /l, bied ik U hierbij aan.

Dit advies, gedateerd 3 april 2015, nr. W /l, bied ik U hierbij aan. Nr. WJZ/877024(6633) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en

Nadere informatie

Patiënteninformatie folder

Patiënteninformatie folder Patiënteninformatie folder Moleculair onderzoek naar verminderde ovariële reserve en embryo kwaliteit bij BRCA1 of BRCA2 mutatie draagsters Engelse titel: Molecular studies on reduced ovarian reserve and

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 551 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 936 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van het recht op bijstand bij verblijf buiten Nederland Nr. 4 ADVIES RAAD

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1498 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

VRAGEN ROND STAMCELONDERZOEK EN EICELDONATIE

VRAGEN ROND STAMCELONDERZOEK EN EICELDONATIE BIO ETHISCHE VRAGEN VRAGEN ROND STAMCELONDERZOEK EN EICELDONATIE Juridisch / ethisch debat 1. Rond het gebruik van embryo s: Kan men overtollige IVF embryo s gebruiken? Geldt de volledige rechtsbescherming

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 30 486 Evaluatie Embryowet D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 5 maart 2014 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en

Nadere informatie

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt.

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt. 33 955 Regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 034 Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn

Nadere informatie

Klonen van dieren. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Klonen van dieren. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Klonen van dieren Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie 2 Klonen van dieren Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie I: Wat is klonen? Klonen is het ongeslachtelijk voortplanten

Nadere informatie

De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: Ik stel voor, op een nader te bepalen tijdstip over de moties te stemmen. Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: Ik stel voor, op een nader te bepalen tijdstip over de moties te stemmen. Daartoe wordt besloten. G.M. de Vries ordening en één voor milieuhygiëne, die echt daadkrachtig kunnen optreden. Waarom in dit belangrijke geval niet een soortgelijke inspectie? Wat is daarop tegen? Staatssecretaris G.M. de Vries:

Nadere informatie

Bij het beantwoorden van de vragen is de volgorde van het verslag aangehouden.

Bij het beantwoorden van de vragen is de volgorde van het verslag aangehouden. 34 341 Wijziging van de wet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een constitutionele basis voor de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 364 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden ter uitvoering van richtlijn nr. 2002/14/EG Nr. 5 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 3406 Vragen van de leden

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EH Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 494 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN. Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN. Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2006 2007 A 31 026 Protocol van wijziging van de Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren; Straatsburg, 6 februari 1992 (Trb. 2006, 253) Nr. 1

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 5 Besluit van 17 december 2007, houdende wijziging van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de wijziging van de hoogte van

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 33 506 Voorstel van wet van het lid Pia Dijkstra tot wijziging van de Wet op de orgaandonatie in verband met het opnemen van een actief donorregistratiesysteem

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 381 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een aftrekverbod voor de aankoopkosten van een deelneming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 478 Aanpassing van enige bepalingen in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in verband met de reparatie van enige onvolkomenheden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 892 Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met samenwerking tussen onbekostigd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 094 Wijziging van de Zorgverzekeringswet en de Wet op de zorgtoeslag houdende vervanging van de no-claimteruggave door een verplicht eigen risico

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 191 Wijziging van de Kieswet houdende verhoging van de voorkeurdrempel, beperking van de mogelijkheid tot het aangaan van lijstencombinaties

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 449 Nederlandse corporate governance code (Tabaksblat code) A Herdruk VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 24 november 2004 In de

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Arib (PvdA) over onoorbare praktijken van de IVF-kliniek Geertgen (2011Z23737).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Arib (PvdA) over onoorbare praktijken van de IVF-kliniek Geertgen (2011Z23737). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 25 VX DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 621 Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet...) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

..^i-fie EERSTE WAfe < IR. 14 6 7 5 0, TyU ^ 0 9 JUL 2010 DATUM V J U L KOPIE

..^i-fie EERSTE WAfe < IR. 14 6 7 5 0, TyU ^ 0 9 JUL 2010 DATUM V J U L KOPIE Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit > Retouradres Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA Den Haag..^i-FIE EERSTE WAfe

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 420 Besluit van 30 mei 2005, houdende vaststelling van het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen in verband met Verordening (EG)

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 juli 2003 (18.07) (OR. en) 11535/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0151 (CNS) RECH 123

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 juli 2003 (18.07) (OR. en) 11535/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0151 (CNS) RECH 123 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 juli 2003 (18.07) (OR. en) 11535/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0151 (CNS) RECH 123 VOORSTEL van: de secretaris-generaal van de Europee Commissie, ondertekend

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 131 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en

Nadere informatie

Tijdelijke regeling extern onderzoek t.b.v. initiatiefwetsvoorstellen

Tijdelijke regeling extern onderzoek t.b.v. initiatiefwetsvoorstellen Inhoudsopgave TIJDELIJKE REGELING EXTERN ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN INITIATIEFWETSVOORSTELLEN... 2 Artikel 1. Definities... 3 Artikel 2. Plafond en beperkingen... 3 Artikel 3. Verzoek en besluitvorming...

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 32 412 Voorstel van wet van de leden Verhoeven en Van Tongeren tot wijziging van de Winkeltijdenwet in verband met het verruimen van de bevoegdheid

Nadere informatie

2016D28081 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D28081 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D28081 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond er bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 486 Evaluatie Embryowet Nr. 3 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005

29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005 vra2005vws-10 29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld... 2005

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 7

Samenvatting. Samenvatting 7 Samenvatting Levensbeëindiging het veroorzaken of bespoedigen van de dood door het toedienen van een middel met het doel het leven te bekorten is strafbaar als doodslag of moord. Onder omstandigheden kan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 606 Het onderbrengen van de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, in de aanspraken op grond van de Algemene

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 924 Regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap) B ADVIES

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 946 Vaststelling van invoering van titel 16 (exploitatie) van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen

Nadere informatie

Gelet op artikel 2, eerste lid, onder a, en 5 van de Wet op bijzondere medische verrichtingen;

Gelet op artikel 2, eerste lid, onder a, en 5 van de Wet op bijzondere medische verrichtingen; Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van, houdende regels ten aanzien van stamceltransplantatie (Regeling stamceltransplantatie) Den Haag De Minister van Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie