Studentencursus Economisch recht. Academiejaar Jeroen De Mets

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Studentencursus Economisch recht. Academiejaar 2009-2010 Jeroen De Mets"

Transcriptie

1 Studentencursus Economisch recht Academiejaar Jeroen De Mets

2 Inhoudsopgave HOOFDSTUK I. INHOUD, BRONNEN EN GRONDSLAGEN VAN HET ECONOMISCH RECHT... 1 AFDELING 1. BEGRIPOMSCHRIJVING Inleiding Definitie Kenmerken... 2 A. De grote rol van de overheid... 2 B. Een specifieke regulerende methodiek... 2 C. Inhoudelijke evolutie van de regelgeving... 2 D. Flexibliteit en instrumentaliteit Reguleren of dereguleren?... 3 A. Algemeen... 3 B. Herijken van wetgeving (Walter Van Gerven)... 3 C. Paralegale normen ( soft law ) Verwante rechtstakken... 4 A. Handelsrecht... 4 B. Internationaal en Europees economisch recht... 4 AFDELING 2. DE BRONNEN VAN HET ECONOMISCH RECHT Internationale bronnen Nationale bronnen... 4 A. Algemeen... 4 B. Beleidsovereenkomsten... 5 AFDELING 3. ECONOMISCH GRONDSLAGENRECHT Overzicht Het gelijkheidsbeginsel... 6 A. De publiekrechtelijke strekking Algemeen Arrest Lemmens Arrest Biorim Tabaksarrest Arbitragehof 22 januari GwH 19 maart B. De privaatrechtelijke strekking Bescherming van het eigendomsrecht De bevoegdheidsverdeling De vrijheid van handel en nijverheid... 8 A. Algemeen... 8 B. Publiekrechtelijke strekking Algemeen Arrest Bernaerts... 9 Studentencursus Economisch Recht i

3 Inhoudsopgave 3. R.v.s. 16 maart R.v.S. 11 januari Tabaksarrest C. De privaatrechtelijke strekking Algemeen Het niet-concurrentiebeding bij de overdracht van een handelszaak Niet-concurrentie als bestuur of aandeelhouder Exclusiviteitsovereenkomsten en de Wet van 19 december Boycotactie Verkoopsweigering HOOFDSTUK II. DE ONDERNEMING AFDELING 1. DE ONDERNEMING ALS RECHTSSUBJECT AFDELING 2. DE ONDERNEMING ALS RECHTSOBJECT Ondernemingseigendom, ondernemingsbelang en continuïteit van de onderneming Continuïteit van de onderneming Aanduiding van een voorlopig bewindvoerder Bedrijfsbezetting en productie en verkoop in eigen beheer Interne structuur van de onderneming A. Toebedeling van het ondernemingsvermogen Probleemstelling Vormen De wet betreffende werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen B. Verdeling van de zeggenschap Tussen de algemene vergadering en raad van bestuur Monisme vs. dualisme AFDELING 3. CONCENTRATIE VAN ONDERNEMINGEN Doelstellingen Concentratietechnieken A. Juridische concentratie door middel van een fusie of splitsing Algemeen fusie door overneming Fusie door oprichting Juridische concentratie door middel van splitsing B. Inbreng van algemeenheid of van een bedrijfstak C. Economische fusies Controle op de concentratievorming Studentencursus Economisch Recht ii

4 Inhoudsopgave A. Inleiding B. Krachtlijn van de Europese regeling Wanneer is er concentratie? Procedure en onderzoek Verwijzing AFDELING 4. OVERHEIDSONDERNEMINGEN Inleiding Definitie Typologie A. Juridisch B. Naar activiteit Hervormingen Privatisering HOOFDSTUK III. DE WHPC AFDELING 1. INLEIDING AFDELING 2. DEFINITIES (ART. 1 WHPC) Algemeen Producten Diensten A. Algemeen B. Homogene diensten Verkoper Consument Werkdagen AFDELING 3. VOORLICHTING VAN DE CONSUMENT: PRIJSAANDUIDING (ART. 2-6 WHPC) Producten Diensten Prijsaanduiding Prijsverminderingen AFDELING 4. BENAMING VAN OORSPRONG (ART WHPC) AFDELING 5. ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE DE VERKOPEN VAN PRODUCTEN EN DIENSTEN AAN DE CONSUMENT (ART TER WHPC) Voorlichtingsverplichting Onrechtmatige bedingen A. Inleiding B. Toepassingsgebied (art. 31 WHPC) C. De systematiek van art WHPC Studentencursus Economisch Recht iii

5 Inhoudsopgave 1. Art. 32 WHPC Art. 31 WHPC Absolute nietgheid Verlenging van dienstenovereenkomsten Uitvoering van de overeenkomst AFDELING 6. BEPAALDE HANDELSPRAKTIJKEN (GEREGLEMENTEERD OF VERBODEN) (ART WHPC) Verkoop met verlies A. Algemeen B. Soorten Verkoop met verlies in de eigenlijke zin (art. 40, lid 2 WHPC) Geassimileerde verkoop met verlies (art. 40, lid 3 WHPC) C. Bewijslast D. Uitzonderingen Aankondigingen van prijsverminderingen en prijsvergelijkingen (art WHPC) A. Algemeen vergeljking met eigen prijzen Vergelijking met prijzen van concurrenten B. Lancerings- of openingsprijzen Uitverkopen (art WHPC) Opruiming of solden (art WHPC) A. Algemeen B. Periodes C. Wetontswerp Gezamenlijk aanbod (art WHPC) A. Definitie B. Problemen in het licht van de Europese regelgeving C. Uitzonderingen Waardebonnen (art WHPC) Openbare verkopen (art WHPC) Afgedwongen aankopen (art. 76 WHPC) Overeenkomsten op afstand (art undecies WHPC) A. Algemeen Definitie Verplichte vermeldingen Verzakingstermijn Geen voorschot eisen Levering B. Kredietovereenkomsten C. Diensten betreffende logies, vervoer, restaurantdiensten en vrijetijdsbesteding D. Financiële diensten op afstand Studentencursus Economisch Recht iv

6 Inhoudsopgave 1. Inleiding Toepassingsgebied Informatieplichten Verzakingsrecht Verkopen buiten de onderneming van de verkoper (art WHPC) A. Toepassingsgebied B. Contractueel formalisme C. Verzakingsbeding AFDELING 7. RECLAME EN ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN (ART /17 WHPC) 41 1 Definities (art. 93 WHPC) A. Reclame B. Consument C. Handelspraktijken Vergelijkende reclame (art. 94/1 WHPC) A. Definitie B. Voorwaarden Reclame en praktijken strijdig met de eerlijke gebruiken onder verkopers (art. 94/2-94quater WHPC) A. Reclame (art. 94/2 WHPC) Algemeen Misleidende reclame Niet-herkenbare reclame Afbrekende reclame Verwarringstichtende reclame Ontoereikende voorraad Reclame die een verboden handelspraktijk in de hand werkt B. Oneerlijke handelspraktijken tussen verkopers onderling (art. 94/3 WHPC) Algemeen Stichten van verwarring Wetsinbreuken in de uitoefening van het beroep Parasitaire mededinging Afwerven van cliënteel Afwerven personeel C. Oneerlijke handelspraktijken jegens de consumenten (art. 94/4-94/11 WHPC) Gemeenschappelijke bepalingen A. Bewijslast inzake reclame B. Commerciële communicatie C. Aansprakelijkheid voor onrechtmatige reclame Studentencursus Economisch Recht v

7 Inhoudsopgave HOOFDSTUK IV. DE PRIJZENWET AFDELING 1. ALGEMEEN AFDELING 2. TOEPASSINGSGEBIED (ART. 1, 1 PRIJZENWET) Ratione materiae Ratione loci Ratione personae AFDELING 3. DE NORMALE PRIJS, DE MAXIMUMPRIJS EN DE PROGRAMMAOVEREENKOMSTEN Algemene bepalingen De normale prijs als minimumnorm (art. 1, 2 Prijzenwet) De maximumprijs en maximumwinst: eenzijdige prijszetting van overheidswege (art. 1, 1 Prijzenwet) A. Algemeen Principe Afwijkingen Ratio Verhouding tot WHPC B. Prijsverhogingsaangifte Programmaovereenkomsten: prijsbeheersing in onderling overleg 50 AFDELING 4. SANCTIONERING VAN INBREUKEN OP DE PRIJZENWETGEVING 50 1 Tijdelijke sluiting (art. 2, 5 Prijzenwet) Strafrechtelijke sancties (art. 5-11bis Prijzenwet) Schending van programmaovereenkomsten HOOFDSTUK V. MEDEDINGINGSRECHT AFDELING 1. INLEIDING AFDELING 2. EUROPA Inleiding De basisbeginselen van de verordening 2003/ De verschillende kartelinstanties Gevolgen in de praktijk A. Self-assessment B. Wettelijke uitzondering AFDELING 3. BELGISCHE WETGEVING: DE WET VAN 10 JUNI Definities (art. 1 WBEM) A. Onderneming (art. 1, 1 WBEM) B. Machtspositie (art. 1, 2 WBEM) Studentencursus Economisch Recht vi

8 Inhoudsopgave 2 Restrictieve mededingingspraktijken A. Verboden kartelafspraken (art. 2 WBEM) Algemeen Het begrip overeenkomst het begrip Onderling afgestemde feitelijke gedraging Nietigheid van verboden kartelafspraken Parallelle toepassing van nationaal en communautair recht Afschaffing de minimis-regel Geldboeten en dwangsommen Clementieregeling B. Misbruik van machtspositie (art. 3 WBEM) Concentraties A. Omschrijving B. Toepassingsdrempels C. Aanmelding van concentraties D. Onderzoek van de concentratie E. Art. 60 WBEM het algemeen belang Organen A. De Raad voor de Mededinging B. De Algemene Directie Mededinging Studentencursus Economisch Recht vii

9 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht Hoofdstuk I. Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht Afdeling 1. Begripomschrijving 1 Inleiding Principieel kan je het economisch recht op twee manieren benaderen. De inductieve methode vertrekt vanuit een bepaalde rechtsvraag, en kijkt welke regels daarop van toepassing zijn. Dit is een pragmatische periode, die praktische problemen aanpakt ( ik wil een vennootschap oprichten ). De deductieve methode, die vooral bij nieuwere rechtstakken wordt gehanteerd, vertrekt van de vaststelling dat er bepaalde maatschappelijke evoluties zijn, die tot nieuwe regels leiden. Het economisch recht ontstaat doordat de overheid steeds meer intervenieert in het economische leven. 2 Definitie Het economisch recht is het geheel van regelen van publiek recht en privaatrecht die er specifiek toe strekken de economische activiteit te organiseren met het oog op de verwezenlijking van een economische ordening en een economisch sturingsbeleid. Deze definitie omvat een aantal elementen. Het economisch recht omvat zowel privaatrecht als publiek recht. In het privaatrecht zijn overheid en burger gelijk, maar in het publiek recht is er subordinatie aan de overheid. De organisatie van de economische activiteit omvat twee aspecten. Het sturen van de economie het ingrijpen met de bedoeling bepaalde economische doeleinden te bereiken (zoals economische groei). Het ordenen van de economie richt zich daarentegen op het creëren van een geordend economisch verkeer, waarbij tegenstrijdige belangen (zoals producent consument) met elkaar verzoend worden. Daarbij kunnen bepaalde doelen worden nagestreefd, zoals consumentenbescherming. Sommige delen van het economisch recht, zoals mededinging, omvatten zowel sturende als ordenende elementen. Studentencursus Economisch Recht 1

10 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht Het is tot slot ook belangrijk dat het gaat om een regel die specifiek de organisatie van economische activiteit tot doel heeft. Een regel die indirect een economische impact heeft (zoals een milieumaatregel) behoort niet tot het economisch recht. 3 Kenmerken A. De grote rol van de overheid De overheid speelt een grote rol in het economische leven,zowel als regelgever als economische actor. B. Een specifieke regulerende methodiek Bepaalde methodologische aspecten zijn bijzonder: Het economisch recht maakt veelvuldig gebruik van gelede wetgeving, waarbij de wetgever een algemeen kader vaststelt en bestuursorganen aanduidt die controle uitoefenen op deze regelgeving, maar die vaak beleid voeren. Daarbij kan hun bevoegdheid discretionair of gebonden zijn. Het economisch bestuur maakt daarbij vaak gebruik van oneigenlijke rechtsinstrumenten zoals omzendbrieven. Een voorbeeld is een omzendbrief naar de gemeentes uit 2005, waarbij instructies werden gegeven over het openbaar bod van Suez op Electrabel. Een ander voorbeeld zijn beleidsovereenkomsten (cf. infra). C. Inhoudelijke evolutie van de regelgeving De economische wetgeving maakt vaak gebruik van doelstellingen eerder dan met concrete rechtsregel. Dat heeft een invloed op de aard van de regelgeving. Er wordt vaak gebruik gemaakt van vage normen die ingevuld worden door de rechtspraak, zoals het algemeen belang of de normale prijs. Dat werd traditioneel ingevuld aan de hand van de staat van de markt, waarbij een prijs ook zou gevraagd worden door een handelaar in een gelijkaardige situatie. Recent vult de rechtbank deze begrippen echter meer uit vanuit een perspectief van mededinging. Een ander voorbeeld is het Europeesrechtelijke begrip beperking van de mededinging. Een café-uitbater was gebonden door een brouwerij-overeenkomst, en voerde aan dat de mededinging beperkt werd. In het Haeght II-arrest overwoog het EHJ dat één zo n overeenkomst de mededinging niet beperkte, maar dat er in casu vele café-uitbaters door zo n overeenkomst gebonden waren. Er was dus wel een beperking van de mededinging. Uiteindelijk kende commissie onder voorwaarden een groepsvrijstelling toe. Studentencursus Economisch Recht 2

11 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht D. Flexibliteit en instrumentaliteit In tegenstelling tot het burgerlijk recht wordt van het economisch recht geen duurzaamheid maar eerder flexibiliteit verwacht. Dat komt terug in de regelgevende methodiek (cf. supra) en de bevoegdheden die aan het bestuur worden toegekend. Immers, een rechtsregel moet een efficiënt instrument zijn om in te spelen op snelle economisch evoluties. 4 Reguleren of dereguleren? A. Algemeen Een vaak terugkerende discussie is of het economische leven nood heeft aan meer of minder regulering. De discussie vond zijn oorsprong in de VSA, waar er door de federale structuur een overvloed aan regelgeving ontstond. Dereguleren kan twee bedoelingen hebben. Juridisch-technisch gezien kan het de bedoeling zijn om de regelgeving efficiënter te maken. Daarnaast is er een politiek-ideologische kant. Soms zijn verschillende markten gescheiden door regelgeving. Deze schotten weghalen opent nieuwe markten. Een voorbeeld is het Belgische bankwezen. Na de crisis van 1929 waren financiële instellingen opgesplitst in banken, private kredietinstellingen en openbare kredietinstellingen. Banken hadden immers aandelen en konden er dus belang bij hebben extra krediet te geven aan bepaalde bedrijven. Toen de crisis die bedrijven trof, gingen de banken mee naar ander. Elke soort instelling had zijn eigen waakhond. De banken werden gecontroleerd door de Bankcommissie, de private kredietinstellingen door het Centraal Bureau voor de Kleine Spaarder, die echter niet zo veel bevoegdheden. De private kredietinstellingen gingen zich echter meer en meer profileren als bank, waardoor de banken gingen klagen over het feit dat de private kredietinstellingen minder streng gecontroleerd worden. Daarom kwam er in 1975 een mammoetwet die één controleorgaan voor banken en private kredietinstellingen instelde. De tussenschotten werden weggehaald. In 1993 verdween ook het tussenschot tussen de private en de publieke instellingen. De publieke kredietinstellingen werden geprivatiseerd en er kwam één omvattende wet. B. Herijken van wetgeving (Walter Van Gerven) Walter Van Gerven pleit voor een heroriëntering van de discussie. De vraag naar regulering of deregulering is te politiek geladen. Het is ook verkeerd te denken dat regulering louter iets is van de publieke sector. De privé-sector organiseert zichzelf evenzeer en lobbyt voor wetgeving. Toch is de regeldichtheid een groot probleem, die leidt tot rechtsonzekerheid en een gebrekkige democratische werking. Het moet evenwel worden aangepakt via Studentencursus Economisch Recht 3

12 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht herijken van wetgeving. Het gaat bijna om een update. Regelgeving kan soms nutteloos zijn, maar soms ook negatieve effecten hebben. Zo moet de prijswetgeving bijvoorbeeld in overstemming zijn met de kartelwetgeving. Aan die overwegingen ligt principieel een kosten-batenanalyse aan de grondslag. Dat alles moet met de grootste omzichtigheid gebeuren. Zowel regulering als deregulering kunnen dramatisch zijn als ze niet omzichtig gebeuren. C. Paralegale normen ( soft law ) Soms wordt een lans gebroken voor het gebruik van soft law, waarbij sectoren aan zelfregulering gaan doen. Er zijn dan ook niet echt sancties. Vaak zien we echter dat soft law wordt omgezet in hard recht. Zo was het openbaar bod lang tijd geregeld in paralegale normen. Toen de Generale Bank evenwel dreigde overgenomen te worden door een Italiaanse onderneming, was er opeens vraag naar een wettelijke regeling. 5 Verwante rechtstakken A. Handelsrecht Het handelsrecht wordt soms gezien als een onderdeel van het economisch recht. Een verschil is dat het handelsrecht zich richt tot de onderneming, terwijl het economisch recht de economische activiteit wil organiseren (beetje artificieel). B. Internationaal en Europees economisch recht Supranationale normen hebben een steeds grotere impact op het Belgische economisch recht. Afdeling 2. De bronnen van het economisch recht 1 Internationale bronnen Er zijn steeds meer internationale bronnen van economisch recht, vaak met directe werking. Ook de besluiten van internationale organisaties zoals de WTO zijn van belang. 2 Nationale bronnen A. Algemeen Studentencursus Economisch Recht 4

13 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht Op nationaal vlak spelen vooreerst alle gewone bronnen mee. De grondwet is belangrijk voor art. 16 Gw. De vrijheid van handel en nijverheid staat niet in de grondwet, maar wel in de BWHI, waardoor het voor de deelstaten wel een quasi-grondwettelijk principe is. B. Beleidsovereenkomsten Een aan het economisch recht eigen rechtsbron zijn de beleidsovereenkomsten. Het gaat over overeenkomsten die de overheid met ander entiteiten sluit, en die bepaalde doelstellingen voorop stellen. Dat sluit aan bij de specifieke regulerende methodiek van het economisch recht. Er zijn twee soorten beleidsovereenkomsten: De voornaamste vorm is die tussen overheidsinstanties onderling. Ze leggen vast welke vergoeding een lichaam krijgt en wat de doelstellingen zijn die het moet nastreven. Deze overeenkomsten worden bij KB goedgekeurd. De overheid sluit ook vaak overeenkomsten met private partners. Dat kan gebeuren met individuele ondernemingen of met een sector. De vraagt stelt zich wat de aard van een dergelijk contractueel beding is. Duidelijk is dat de partijen zich niet op gelijke voet bevinden. De overheid kan het contract makkelijk beëindigen om redenen van algemeen belang (zoals budgettaire problemen), terwijl de private partner gebonden is volgens het gemeen recht. Er zijn vele voorbeelden: o Zo is er is een overeenkomst met de petroleumsector over de prijzen voor brandstof. Een voorbeeld waren de bankprotocollen. Er was een wettelijk onderscheid tussen de bank (en de kredietinstelling) en zijn holding, die participaties in ondernemingen had. Omdat de bank vaak de facto toch de holding controleerde (of omgekeerd), voorzag de bankcommissie in bankprotocollen, overeenkomsten waarin de verhouding tussen de bank en zijn holding vastgelegd lag. Deze problemen zijn minder relevant geworden en worden daarom opgelost met internal governance. De CFBA laat banken een document ondertekenen dat een aantal regels van goed bestuur omvat. o Een voorbeeld van een overeenkomst met een individuele onderneming zijn de kansspelcovenanten, waarbij een onderneming de toelating krijgt om onder voorwaarden gokspelen te exploiteren. Bij de voorgaande voorbeelden is er geen expliciete rechtsgrond, maar er wordt aanvaard dat de overheid ter behartiging van het algemeen belang ook gemeenrechtelijke technieken mag gebruiken. Als zij echter een overeenkomst wil aangaan over de uitoefening van haar Studentencursus Economisch Recht 5

14 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht discretionaire bevoegdheid, dan is wel een uitdrukkelijke rechtsgrond vereist. Een voorbeeld van zo n beleidsovereenkomst met een uitdrukkelijke rechtsgrond zijn de programmaovereenkomsten (cf. infra). Afdeling 3. Economisch grondslagenrecht 1 Overzicht De economische grondslagen zitten vervat in verschillende bronnen. De grondwet bevat het gelijkheidsbeginsel, het recht op eigendom en regelt de bevoegdheden van de gewesten. De wet regelt de economische vrijheid. Die zit evenwel ook vervat in een bijzondere wet. 2 Het gelijkheidsbeginsel A. De publiekrechtelijke strekking 1. ALGEMEEN Art Gw. bevat het verticale gelijkheidsbeginsel. Zoals in alle materies moet de overheid de burgers principieel gelijk behandelen. Een onderscheid is mogelijk maar moet gerechtvaardigd zijn. 2. ARREST LEMMENS Een voorbeeld is het arrest Lemmens (1964). De gemeente Bosbeek wou een belasting heffen op autokerkhoven maar bepaalde dat de belasting slechts verschuldigd was door autokerkhoven die op minder 100 meter van de openbare weg lagen. Zo wou de gemeente lelijke autokerkhoven bestrijden. De Raad van State oordeelde dat dit onderscheid willekeurig was. Er was geen kennelijk verband tussen de aard en het doel belasting en het gehanteerde criterium. 3. ARREST BIORIM Een ander voorbeeld is het arrest Biorim (1989). Een programmawet bepaalde dat iedereen die in een privé-laboratorium werkte er ook vennoot moest zijn. Het Arbitragehof haalde aan dat dit verschil in behandeling met publiek laboratoria evenredig moest zijn met het beoogde doel. Hoewel het beoogde doel het bestrijden van deze laboratoria - op zich volgens het Arbitragehof niet kennelijk onredelijk was, waren de middelen niet in verhouding tot dit beoogde doel. Daarnaast zich het Arbitragehof ook via art Gw. een onverenigbaarheid met de vrijheid van vereniging. Later werd de bevoegdheid van het Arbitragehof uitgebreid. Studentencursus Economisch Recht 6

15 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht 4. TABAKSARREST Het Tabaksarrest wordt verder besproken, aangezien het ook belangrijk is in het kader van de vrijheid van nijverheid. 5. ARBITRAGEHOF 22 JANUARI 2003 Een vierde voorbeeld is het arrest van het Arbitragehof van 22 januari 2003, dat art Faillissementswet onderzocht. Art. 80 stelt dat de gefailleerde principieel verschoonbaar moet worden verklaard. Art. 81 somt een aantal gevallen op waarin de verschoonbaarheid uitgesloten is. Een handelaar was in 1972 niet verschoonbaar verklaard. Hij werd daarna loontrekkende. In 1991 kon hij een nieuwe zaak beginnen, maar doordat zijn schulden uit het verleden hem achtervolgden, ging hij in 1997 opnieuw failliet. De curator meende dat hem geen schuld trof, maar aangezien de gefailleerde in 1962 en 1986 was veroordeeld voor diefstal en valsheid in geschrifte, kon hij op basis van art. 81 niet verschoonbaar worden verklaard. Dat artikel gaf geen beoordelingsruimte aan de rechter, omvatte geen beperkingen in de tijd en gold zelfs al de vernoemde misdrijven niet in verband stonden met het faillissement. Nochtans is verschoonbaarheid bijna een recht, omdat zowel de gefailleerde als de schuldeisers er baat bij hebben. Er werd een prejudiciële vraag gesteld en het Arbitragehof oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel geschonden was. Het doel van de verschoonbaarheid was om mensen een tweede kans te geven maar tegelijk het handelsvertrouwen behouden. Het aangewende middel was volgens Arbitragehof pertinent maar niet evenredig met het doel. 6. GWH 19 MAART 2009 Een laatste voorbeeld is het arrest van het Grondwettelijk Hof van 19 maart De bestreden bepaling stipuleerde dat enkel fokkers nog rechtstreeks honden en katten mochten verkopen, om zo impulsaankopen tegen te gaan en de dieren te beschermen. Enkel verkopen via foto s zijn nog toegelaten. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de wetgever redelijkerwijze mocht besluiten dat deze noodzaak enkel voor honden en katten bestond. De vrijheid van handel was volgens het Grondwettelijk Hof evenmin geschonden, aangezien het slechts ging om een verbod om dieren tentoon te stellen, niet om ze te verhandelen. B. De privaatrechtelijke strekking De privaatrechtelijke strekking van het gelijkheidsbeginsel is geen grondwettelijk beginsel. De art Gw. hebben geen horizontale werking. Toch is de horizontale gelijkheid een algemeen rechtsbeginsel, dat in heel wat bepalingen zit ingebakken. Zo zijn alle schuldeisers principieel gelijk, en hetzelfde geldt voor de aandeelhouders. Een andere toepassing is de lijst met onrechtmatige bedingen uit de WHPC. Deze kunnen gezien worden als een verbod op bedingen die de gelijkheid tussen de partijen in het gedrang brengen. Studentencursus Economisch Recht 7

16 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht 3 Bescherming van het eigendomsrecht Art. 16 Gw. beschermt het eigendomsrecht. Andere auteurs zien voor het economisch recht een andere grondslag, maar de rechtspraak heeft dat nog niet bevestigd. Een specifieke vraag is of er vergoeding mogelijk is als een onderneming rendabiliteitsverlies leidt door een actie van de overheid. Zo legt de prijzenwetgeving soms maximumprijzen op, wat kan leiden tot verlies. Zowel het Hof van Cassatie als de Raad van State zijn het er evenwel over eens dat het aanvaardbaar is dat een tijdelijk verlies wordt gevraagd van een onderneming, als het algemeen belang daarbij gebaat is. De vraag is wat er gebeurd als er een blijvend verlies zou zijn. Bepaalde doctrine meent dat art. 16 Gw. hier kan worden ingeroepen en dat er een vergoeding verschuldigd is. De rechtspraak heeft dat evenwel nog niet aanvaard. In arrest van 2004 negeerde het Arbitragehof een argument van de verzoeker dat in die richting ging. Een alternatief is een vergoeding gebaseerd op de leer van de burenhinder, een theorie die haar grondslag o.a. vindt in art. 16 Gw. Als er een meer dan gewone hinder is, zou dan een vergoeding verschuldigd zijn. De overheid is immers tot zorgvuldigheid verplicht. 4 De bevoegdheidsverdeling De bijzondere wet van 8 augustus 1980 regelt (in uitvoering van art. 39 Gw.) de economische bevoegdheden van de gewesten. In het algemeen kan gezegd worden dat de gewesten bevoegd zijn voor het economisch beleid (art. 6, 1). Daarbij moeten ze evenwel rekening houden met de interne markt van de EU en de vrijheid van handel en nijverheid. Opvallend is dat die vrijheid federaal slechts wettelijk is verankerd, maar voor de gewesten op deze manier een soort grondwettelijk beginsel wordt, waaraan het Grondwettelijk Hof kan toetsen. De federale overheid behoudt een limitatief aantal bevoegdheden, met name de prijzenwetgeving, de mededinging, het handelsrecht, de handelspraktijken en het vennootschapsrecht. De gewesten hebben een residuaire bevoegdheid en beschikken bovendien op basis van art. 10 BWHI over impliciete bevoegdheden. Op die manier hebben de gewesten bijvoorbeeld kleine wijzigingen aangebracht aan de etiketeringswetgeving (WHPC). Voorwaarde is wel dat de impact marginaal is en noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van de gewesten. 5 De vrijheid van handel en nijverheid A. Algemeen Studentencursus Economisch Recht 8

17 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht De vrijheid van handels en nijverheid zit slechts ingebakken in een gewone wet, het decreet D allarde. Dit decreet bepaalde dat iedereen handel en nijverheid mocht voeren zoals hij dat zelf wilde. Het handelsrecht en het vennootschapsrecht waren dan ook slechts een kader waarbinnen deze vrijheid kon uitgeoefend worden. Het economisch recht beperkt de vrijheid van handel en nijverheid daarentegen wel, maar dat levert gezien het wettelijke karakter van deze vrijheden relatief weinig problemen op. B. Publiekrechtelijke strekking 1. ALGEMEEN De publiekrechtelijke zijde van de vrijheid van handel en nijverheid beschermt de particulier tegen de uitvoerende macht. Beperkingen van handel en nijverheid moeten een wettelijke grondslag hebben (i.t.t. tot Frankrijk, waar de rechtsleer ervan uitgaat dat als de wetgever een bevoegdheid geeft,de beperkingen ook wettig zijn). Bovendien mag de uitvoerende macht de haar toegewezen (politie)bevoegdheden slechts gebruiken voor de doelen die haar zijn toegewezen. Het aangewende middel moet evenredig zijn met het beoogde doel. Het is enkel de wetgever die de vrijheid van handel en nijverheid kan beperken. Maar aangezien die vrijheid vermeldt is in de BWHI kunnen de gewesten ze niet onevenredig beperken. De federale overheid heeft daarentegen nog slechts een aantal limitatieve bevoegdheden, waardoor zijn impact ook beperkt zou zijn. 2. ARREST BERNAERTS Deze beginselen zijn in de praktijk vooral belangrijk omdat gemeentes nogal eens proberen de economische vrijheid van individuen te beperken. Een voorbeeld is arrest Bernaerts. Bernaerts bracht reclamepanelen aan. Ook andere ondernemers wilden dat doen, maar de gemeente verbood hen dat omdat te veel reclamepaneelaanbrengers de openbare veiligheid in het gedrang zouden brengen. De Raad van State vond dat terecht. De andere ondernemingen trokken evenwel naar de gewone rechtbank, die het aangewende middel niet evenredig met het beoogde doel. 3. R.V.S. 16 MAART 2006 Een ander voorbeeld is het arrest van de Raad van State van 16 maart De gemeente Waregem had eerst aan de discotheken in bepaalde straten een verplicht sluitingsuur opgelegd, en dat daarna veralgemeend tot de hele gemeente. De burgemeester kon discretionair uitzonderingen voorzien. De gemeente beriep zich op art. 135 van de Nieuwe Gemeentewet, dat de gemeente bevoegd maakt om de openbare rust en veiligheid te vrijwaren. Verzoekers beriepen zich op de vrijheid van handel en nijverheid en voerden aan dat het ging om een onevenredige beperking, onder andere door het willekeurige Studentencursus Economisch Recht 9

18 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht karakter van de bevoegdheid van de burgemeester. De gemeente wierp tegen dat enkel deze oplossing in overeenstemming was met het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State oordeelde dat een beperking in sommige gevallen dan wel gerechtvaardigd kon zijn, maar dat het aangewende middel hier evenredig was. De gemeente had niet aangetoond dat er in alle cafés effectieve overlast was. Bovendien ging het om een algemeen en permanent verbod. In latere arresten verduidelijkte de Raad van State dat ook de financiële belangen van de uitbaters in rekening moeten worden genomen (maar cf. infra). 4. R.V.S. 11 JANUARI 2007 Een volgend voorbeeld is het arrest van 11 januari Een vrouw wou een automatenwinkel beginnen in Hoogstraten, maar de gemeente vaardigde een reglement uit dat bepaalde dat er geen alcoholische drank mocht verkocht worden in automaten, en dat automatenwinkel bovendien verboden waren. De gemeente beriep zich op art. 135 N. Gem., maar wou in feite voorkomen dat de jeugd makkelijk aan alcohol zou geraken. De bevoegdheden van de gemeente werden dus gebruikt om morele doeleinden te bereiken. De Raad van State oordeelde dat de gemeente niet in concreto had aangetoond dat er overlast was. Bovendien zag de Raad van State de morele orde niet als een deel van de openbare orde waardoor art. 135 N. Gem. oneigenlijk gebruikt was. Tot slot wees de Raad van State op de zware financiële inspanningen die de zwaar al geleverd had, waardoor van enige evenredigheid geen sprake kon zijn (maar dat staat niet bij het onderzoek van de middelen, wel bij het EENTHN!). 5. TABAKSARREST Een laatste, belanghebbend voorbeeld is het Tabaksarrest dat het toenmalige Arbitragehof op 30 september 1999 uitsprak. Het beroep was gericht tegen de wet van 10 december 1997, die sponsoring door en reclame voor takaksproducten verbood. Er mocht ook geen reclame worden gemaakt via nevenproducten zoals t-shirts. Er golden een paar uitzonderingen, met name voor krantenwinkels en dergelijke. Dit alles was gebaseerd op een Europese richtlijn van 1998, die voor mondiale evenmenten evenwel een uitzondering voorzag tot Omdat de richtlijn gebaseerd was op de verkeerde rechtsgrond (verbeteren interne markt i.p.v. beschermings volksgezondheid) werd er een nieuwe uitgevaardigd in 2002, die uitstel voorzag tot 2005 en voor sportevenementen tot In het arrest van 30 september 1999 voerden verzoekers vooreerst een schending van de bevoegdheidsverdelende regels aan. De regeling van radio en televisie was een gemeenschapsbevoegdheid. Het Arbitragehof verwierp dit: het regelen van reclame is nog niet het regelen van de media. Ten tweede wierpen verzoekers op dat de federale overheid sponsoring regelde, terwijl ze enkel bevoegd was om reclame te regelen. Het Arbitragehof verwierp ook deze redenering, omdat reclame en sponsoring nu eenmaal onlosmakelijk verbonden zijn. Tot slot riepen de partijen een schending van de federale loyauteit in, maar Studentencursus Economisch Recht 10

19 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht ook dat argument aanvaardde het Hof niet. In een tweede middel beriepen de verzoekers zich op het gelijkheidsbeginsel. Een eerste ongelijkheid zou erin bestaan dat de uitzonderingen het reclameverbod niet golden voor de nevenproducten. Het Hof vond dat een terecht argument en kon geen rechtvaardiging indenken voor deze ongelijkheid. Een tweede ongelijkheid zagen de partijen in samenhang met de vrijheid van handel en nijverheid, die onevenredig zou zijn ingeperkt. Het Hof aanvaardde dat slechts voor internationale evenementen, waar de sociale en economische gevolgen zeer groot zouden zijn. Daarnaast beriepen verzoekers zich nog op de vrijheid van meningsuiting, het merkenrecht en het Gemeenschapsrecht, maar het Hof aanvaardde die argumenten niet. Op 16 december 1998 had het Waals Gewest evenwel reeds een decreet gestemd dat reclame toelaat voor de F1-wedstrijd van Francochamps. Daartegen werd beroep aangetekend en het decreet werd vernietigd. Toch bevestigde het Grondwettelijk Hof dat reclame voor tabaksproducten uitdrukkelijk moet mogelijk zijn op internationale manifestaties. C. De privaatrechtelijke strekking 1. ALGEMEEN De vrijheid van handel en nijverheid wordt niet alleen beperkt door de overheid, maar ook door de vrijheid van handel en nijverheid van andere spelers op de markt. Hoewel het Hof van Cassatie nog niet uitdrukkelijk heeft beslist dat de vrijheid van handel en nijverheid horizontale werking heeft, zit die horizontale werking ingebakken in heel wat economische bepalingen, waardoor meestal wordt aangenomen dat er toch een horizontale werking is, die zelfs aan de openbare orde raakt. Dat is bijvoorbeeld sterk aanwezig in het mededingingsrecht. Hierna volgen enkele voorbeelden. 2. HET NIET-CONCURRENTIEBEDING BIJ DE OVERDRACHT VAN EEN HANDELSZAAK Bij de overdracht van een handelszaak (met cliënteel) wordt vermoed dat er stilzwijgend een niet-concurrentiebeding is aangegaan. De verkoper mag de koper geen concurrentie aandoen (zoals bijvoorbeeld ook een concurrentiebeding bij een arbeidsovereenkomst kan worden ingevoegd). Een dergelijk beding is evenwel steeds verplicht beperkt in tijd, ruimte en materie. Die beperking vloeit voort uit de vrijheid van handel en nijverheid. Pas op: het gaat steeds om de overdracht van een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid. Bij de overdracht van een rechtspersoon via de overdracht van aandelen ontstaat er geen niet-concurrentiebeding. 3. NIET-CONCURRENTIE ALS BESTUUR OF AANDEELHOUDER Studentencursus Economisch Recht 11

20 Inhoud, bronnen en grondslagen van het economisch recht Dat speelt ook een rol in het ondernemingsrecht. De vraag stelt zich of aandeelhouders ook aandeelhouder mogen zijn van een concurrerende onderneming, en of bestuurders ook bestuurder mogen zijn bij een concurrent. Wat bestuurders (en zaakvoerders) betreft lijkt de wet dat niet toe te laten. Er is geen expliciete verbodsbepaling, maar bestuurders hebben wel de verplichting om hun verbintenis met de vennootschap te goeder trouw ui te voeren. Daaruit kan afgeleid worden dat, behoudens een akkoord met de vennootschap, een bestuursfunctie niet kan gecombineerd worden met een bestuursfunctie bij een concurrent. Meteen stelt zich de vraag of ook deze niet-concurrentieverplichting beperkt is in de tijd. Sommige RS gaat ervan uit dat deze verplichting start bij de benoeming en eindigt bij het beëindigen van het mandaat. Andere rechtspraak gaat evenwel nog verder en aanvaardt niet dat een voormalig bestuurder meteen klanten zou proberen lokken van zijn oude vennootschap. Een tweede vraag die zich stelt is wat de materie is waarbinnen de verplichting geldt. Die is niet de statutair bepaalde activiteit, maar wek de werkelijke activiteit van de vennootsschap. Als de bestuur zijn nietconcurrentieverplichting niet nakomt, kan hij ontslagen worden, zelfs al is hij benoemd in de statuten. Immers, ontslag is mogelijk wegens ernstige redenen. De rechtspraak aanvaardt dat de schending van een nietconcurrentieverplichting een ernstige reden uitmaakt. Bovendien kan een bijkomende schadevergoeding verschuldigd zijn. Ook een conventioneel niet-concurrentiebeding is mogelijk en komt in de praktijk frequent voor om problemen te voorkomen. De rechtspraak stelt een aantal voorwaarden, waarbij ze zich laat inspireren door het sociaal recht. Negatieve voorwaarden zijn dat het beding beperkt moet zijn in tijd, ruimte en materie en dat het niet tot gevolg mag hebben dat een bestuurder niet meer in zijn levensonderhoud kan voorzien. Een positieve voorwaarde is dat het beding een wettig belang moet hebben. Een dergelijk belang is bijvoorbeeld niet aanwezig als er reeds een lange periode verstreken is. De miskenning van deze voorwaarden wordt bestraft met een absolute nietigheid. Wat de aandeelhouders betreft bestaat een dergelijke verregaande verplichting niet bij kapitaalvennootschappen. Als de aandelen volstort zijn mag je ook aandelen hebben bij een concurrent. Het is evenwel niet duidelijk of daaruit a contrario moet worden afgeleid dat er soms uitgesloten gevallen zijn. De rechtspraak is onduidelijk. Voor persoonsvennootschappen geldt wel een concurrentieverbod, omdat deze vennootschappen intuitu personae worden opgericht. De grens tussen beide is soms wat onduidelijk. Een voorbeeld is een beslissing van de voorzitter van de rechtbank van koophandel, waarin hij oordeelde dat uit het familiale karakter van NV een nietconcurrentieverplichting voortvloeide. 4. EXCLUSIVITEITSOVEREENKOMSTEN EN DE WET VAN 19 DECEMBER 2005 Studentencursus Economisch Recht 12

Prijszetting: interactie marktpraktijken en mededinging. 10 Maart 2016

Prijszetting: interactie marktpraktijken en mededinging. 10 Maart 2016 Prijszetting: interactie marktpraktijken en mededinging 10 Maart 2016 Agenda Overzicht enkele bepalingen marktpraktijken Analyse mogelijke relatie mededinging Overzicht 0. Algemeen 1. Prijsaanduiding 2.

Nadere informatie

INHOUD. Voorwoord... v Inleiding... 1. Hoofdstuk I. Relevante begrippen bij de bepaling van het toepassingsgebied... 5

INHOUD. Voorwoord... v Inleiding... 1. Hoofdstuk I. Relevante begrippen bij de bepaling van het toepassingsgebied... 5 INHOUD Voorwoord............................................................ v Inleiding.............................................................. 1 Hoofdstuk I. Relevante begrippen bij de bepaling

Nadere informatie

Handelspraktijken 3de editie INHOUDSTAFEL

Handelspraktijken 3de editie INHOUDSTAFEL Handelspraktijken 3de editie INHOUDSTAFEL Hoofdstuk I. Totstandkoming en doelstellingen van de wet marktpraktijken en consumentenbescherming (WMPC) en haar verhouding tot het mededingingsrecht............................

Nadere informatie

Inhoudstafel. iii. Ten geleide... HOOFDSTUK 1. TOEPASSELIJKE WETGEVING OP VASTGOEDCONTRACTEN

Inhoudstafel. iii. Ten geleide... HOOFDSTUK 1. TOEPASSELIJKE WETGEVING OP VASTGOEDCONTRACTEN Inhoudstafel Ten geleide...................................................... i HOOFDSTUK 1. TOEPASSELIJKE WETGEVING OP VASTGOEDCONTRACTEN GESLOTEN DOOR EEN RECHTSPERSOON.................. 1 Dirk MEULEMANS,

Nadere informatie

2. Loontrekker of zelfstandige?

2. Loontrekker of zelfstandige? 2. Loontrekker of zelfstandige? Meer en meer kaderleden krijgen van hun onderneming een statuut als zelfstandige voorgesteld. De werkgever heeft belang bij de vele mogelijke voordelen (geen vooropzeg bij

Nadere informatie

Aansprakelijkheid van bestuurders en zaakvoerders

Aansprakelijkheid van bestuurders en zaakvoerders Aansprakelijkheid van bestuurders en zaakvoerders Peter VERSCHELDEN Accountant Moore Stephens Verschelden, Accountants en Belastingconsulenten Bedrijfsrevisor Moore Stephens Verschelden, Bedrijfsrevisoren

Nadere informatie

KNELPUNTEN HANDELSRECHT BUNDELING VAN DE BIJDRAGEN AAN DE STUDIEDAG "ACTUELE KNELPUNTEN IN HET HANDELSRECHT", GEHOUDEN TE OOSTKAMP OP 8 DECEMBER 2006

KNELPUNTEN HANDELSRECHT BUNDELING VAN DE BIJDRAGEN AAN DE STUDIEDAG ACTUELE KNELPUNTEN IN HET HANDELSRECHT, GEHOUDEN TE OOSTKAMP OP 8 DECEMBER 2006 KNELPUNTEN HANDELSRECHT BUNDELING VAN DE BIJDRAGEN AAN DE STUDIEDAG "ACTUELE KNELPUNTEN IN HET HANDELSRECHT", GEHOUDEN TE OOSTKAMP OP 8 DECEMBER 2006 ASPEELE, E. DE LOOSE, H. MOEYKENS, F. PlETERS, S. TlJSEBAERT,

Nadere informatie

DE TOEPASSING VAN DE WET MARKTPRAKTIJKEN EN CONSUMENTENBESCHERMING

DE TOEPASSING VAN DE WET MARKTPRAKTIJKEN EN CONSUMENTENBESCHERMING TEKST Yves Vandendriessche, advocaat (Crivits & Persyn) De dierenarts in het ondernemingsrecht DE TOEPASSING VAN DE WET MARKTPRAKTIJKEN EN CONSUMENTENBESCHERMING In een vorige bijdrage stond Yves Vandendriessche

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Academiejaar 2009-2010 samenvatting syllabus - Jeroen De Mets 1

Inkomstenbelasting. Academiejaar 2009-2010 samenvatting syllabus - Jeroen De Mets 1 Inkomstenbelasting Academiejaar 2009-2010 samenvatting syllabus - Jeroen De Mets 1 1. Inleiding A. Begrippen Definitie fiscaal recht 1 Algemeen begrip van de belasting Definitie Cassatie (+gemeenschappen/gewesten)

Nadere informatie

Vergelijkende matrix vennootschapsvormen (Stibbe-rapport: Onderzoek naar de financieel-juridische aspecten van een Energie Conversie Park)

Vergelijkende matrix vennootschapsvormen (Stibbe-rapport: Onderzoek naar de financieel-juridische aspecten van een Energie Conversie Park) Vergelijkende matrix vennootschapsvormen (Stibbe-rapport: Onderzoek naar de financieel-juridische aspecten van een Energie Conversie Park) NV BVBA CVBA ESV Notariële akte vereist voor oprichting? Ja Ja

Nadere informatie

Rechtsmisbruik (muurarrest)

Rechtsmisbruik (muurarrest) Rechtsmisbruik (muurarrest) 1. INSTRUCTIES... 2 2. HET CASSATIEARREST... 2 A. DE FEITEN... 2 B. BESLUIT VAN DE FEITENRECHTER... 2 C. MIDDELEN IN CASSATIE... 2 D. HET BESLUIT VAN CASSATIE... 2 3. DE NOOT

Nadere informatie

Concurrentie en afwerving in de relatie werkgever en werknemer

Concurrentie en afwerving in de relatie werkgever en werknemer Concurrentie en afwerving in de relatie werkgever en werknemer In het huidige economische klimaat worden de onderlinge verhoudingen tussen ondernemingen meer nog dan anders op de proef gesteld. Ook tussen

Nadere informatie

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1 INHOUD VOORWOORD....................................................... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007........................................ 1 I. Inleiding

Nadere informatie

Knipperlichten. Vennootschapsrecht. Bart Bellen Reinout Vleugels. 2 februari 2012

Knipperlichten. Vennootschapsrecht. Bart Bellen Reinout Vleugels. 2 februari 2012 2012 Knipperlichten Vennootschapsrecht Bart Bellen Reinout Vleugels 2 februari 2012 Minervastraat 5 1930 ZAVENTEM T +32 (0)2 275 00 75 F +32 (0)2 275 00 70 www.contrast -law.be Overzicht I. Wetgeving Corporate

Nadere informatie

C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN

C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN Aanbeveling betreffende strafbedingen Brussel, 21 oktober 1997 1 Gelet op de artikelen 35, par. 3, lid 2, en 36 van de wet van 14 juli 1991 betreffende

Nadere informatie

Corporate Governance Charter

Corporate Governance Charter Corporate Governance Charter Dealing Code Hoofdstuk Twee Euronav Corporate Governance Charter December 2005 13 1. Inleiding Op 9 december 2004 werd de Belgische Corporate Governance Code door de Belgische

Nadere informatie

1. DE VERKOOP MET VERLIES VAN DIENSTEN

1. DE VERKOOP MET VERLIES VAN DIENSTEN Hof van Cassatie, 25 oktober 2001 Iverlek / Radio Public (United Pan-Europe Communication Belgium) Zaken C.00.0090 en C.00.0091 Zetel : Verougstraete (Voorz.), Bourgeois, Londers, Dirix, Stassijns (raadsheren)

Nadere informatie

DE VEREFFENING VAN DE BVBA EN DE NV

DE VEREFFENING VAN DE BVBA EN DE NV DE VEREFFENING VAN DE BVBA EN DE NV J. LAMBRECHTS Juridisch adviseur-bedrijfsjurist 2007 a Wolters Kluwer business Voorwoord 1 Hoofdstuk 1. Begripsomschrijving 3 Hoofdstuk 2. Wanneer moet een BVBA/NV vereffend

Nadere informatie

Vennootschapsvormen en de daaraan gekoppelde keuzes, en risico s. Bruno De Vuyst. VUB Starterseminarie 18 oktober 2007 NV: 61.500.

Vennootschapsvormen en de daaraan gekoppelde keuzes, en risico s. Bruno De Vuyst. VUB Starterseminarie 18 oktober 2007 NV: 61.500. MARX VAN RANST VERMEERSCH & PARTNERS The LAW FIRM that WORKS Vennootschapsvormen en de daaraan gekoppelde keuzes, en risico s VUB Starterseminarie 18 oktober 2007 Bruno De Vuyst MVV&P - 2007 Vereist aantal

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Rolnummer 2268 Arrest nr. 29/2002 van 30 januari 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht... Ten geleide... enkele cijfers...

Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht... Ten geleide... enkele cijfers... v De Bibliotheek Handelsrecht Larcier................................. Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht............... i iii Ten geleide... enkele cijfers.........................................

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.891 ------------------------------ Zitting van woensdag 12 februari 2014 --------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.891 ------------------------------ Zitting van woensdag 12 februari 2014 -------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.891 ------------------------------ Zitting van woensdag 12 februari 2014 -------------------------------------------------- Harmonisering van het statuut arbeider/bediende Motivering

Nadere informatie

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven dd. 4 maart 2005 - Rol nr 02-1580-A - Aanslagjaar 1994

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven dd. 4 maart 2005 - Rol nr 02-1580-A - Aanslagjaar 1994 Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven dd. 4 maart 2005 - Rol nr 02-1580-A - Aanslagjaar 1994 Une indemnité de non concurrence est-elle une indemnité de préavis déguisée? Arrêt Advocaten:

Nadere informatie

Titel I. Vennootschap en rechtspersoonlijkheid. Titel II. Definities... 1

Titel I. Vennootschap en rechtspersoonlijkheid. Titel II. Definities... 1 Wetboek vennootschappen....... 1 Boek I. Inleidende bepalingen............. 1 Titel I. Vennootschap en rechtspersoonlijkheid............................. 1 Titel II. Definities.................... 1 Hoofdstuk

Nadere informatie

Corporate Alert: de 403-verklaring

Corporate Alert: de 403-verklaring Corporate Alert: de 403-verklaring Kort na elkaar heeft de Hoge Raad twee uitspraken gedaan over vragen waartoe de 403- verklaring aanleiding geeft. De meest in het oog springende beslissing (HR 20 maart

Nadere informatie

Wie geniet bescherming van zijn handelsnaam?

Wie geniet bescherming van zijn handelsnaam? Bescherm uw handels -, vennootschaps - en merknaam Naambekendheid is voor de handelaar van onschatbare waarde. Consumenten, klanten en leveranciers kopen producten van een bepaald merk of drijven handel

Nadere informatie

Toelichtingen bij enkele begrippen uit de wet marktpraktijken. Bescherming van de consument bv: onrechtmatige bedingen, prijsaanduiding

Toelichtingen bij enkele begrippen uit de wet marktpraktijken. Bescherming van de consument bv: onrechtmatige bedingen, prijsaanduiding Consumentenrecht Toelichtingen bij enkele begrippen uit de wet marktpraktijken Doelstelling van de wet Bescherming van de consument bv: onrechtmatige bedingen, prijsaanduiding Bescherming van de eerlijke

Nadere informatie

Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... i Voorwoord bij de Reeks Bank- en insolventierecht...iii. Voorafgaande opmerking...

Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... i Voorwoord bij de Reeks Bank- en insolventierecht...iii. Voorafgaande opmerking... financiele-diensten.book Page v Thursday, October 27, 2005 2:58 PM v De Bibliotheek Handelsrecht Larcier...................................... i Voorwoord bij de Reeks Bank- en insolventierecht...........................iii

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Handelsvennootschappen Coöperatieve vennootschap Vennoot-bestuurder Werkloosheidsuitkeringen Datum 30 september 2002 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te

Nadere informatie

Organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar

Organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar Organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E info@forumadvocaten.be W www.forumadvocaten.be 1 Inleiding Afzonderlijke

Nadere informatie

I. Statuut van de bestuurder

I. Statuut van de bestuurder I. Statuut van de bestuurder 1. Benoeming van de bestuurders (of zaakvoerders)........................ 3 A. Wetboek van vennootschappen........................................... 3 BVBA.....................................................................

Nadere informatie

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt:

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: Artikel 1 Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet. Artikel 2 Bij het Ministerie

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

WARRANTPLAN 2012 INFORMATIEDOCUMENT VOOR DE AANDEELHOUDERS

WARRANTPLAN 2012 INFORMATIEDOCUMENT VOOR DE AANDEELHOUDERS WARRANTPLAN 2012 INFORMATIEDOCUMENT VOOR DE AANDEELHOUDERS I. INLEIDING Om te voldoen aan de Corporate Governance (deugdelijk bestuur) wetgeving van april 2010 voor de leden van het Group Management Committee

Nadere informatie

Concept Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2014)

Concept Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2014) Concept Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2014) De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, handelend in overeenstemming

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF ONDERNEMINGSRECHT

NIEUWSBRIEF ONDERNEMINGSRECHT NIEUWSBRIEF ONDERNEMINGSRECHT nr.15, april 2015 DISCLAIMER Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van KienhuisHoving N.V. mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt, in

Nadere informatie

INHOUD. De KMO in het handelsrecht en het economisch recht Henri Swennen...1

INHOUD. De KMO in het handelsrecht en het economisch recht Henri Swennen...1 INHOUD De KMO in het handelsrecht en het economisch recht Henri Swennen...1 Hoofdstuk I. Meerdere lagen, niet meer beladen?...1 Hoofdstuk II. Meerdere lagen in de KMO...4 Hoofdstuk III. Het belang van

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent. Rolnummer 2926 Arrest nr. 186/2004 van 16 november 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS UCB NV - Researchdreef 60, 1070 Brussel - Ondernemingsnr. 0403.053.608 (RPR Brussel) BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS over het gebruik en de nagestreefde doeleinden van het

Nadere informatie

Ontslag wegens dringende reden

Ontslag wegens dringende reden Ontslag wegens dringende reden C. ENGELS -Kluwer a Wolters Kluwer business Inhoud V 1- Begrip I 1.1. Wettelijke definitie 1 1.2. Ontleding van de definitie I 1.2.1. Vereisten 1 1.2.2. Eerste vereiste:

Nadere informatie

VOLMACHTFORMULIER VOOR DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING

VOLMACHTFORMULIER VOOR DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING VOLMACHTFORMULIER VOOR DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING Ondergetekende: naam en voornaam / (vennootschaps)naam: adres / zetel: eigenaar van: aandelen van de vennootschap; en/of eigenaar van: warrants

Nadere informatie

Rolnummer 2960. Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T

Rolnummer 2960. Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T Rolnummer 2960 Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 24, 2, van het Algemeen Verdrag betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België

Nadere informatie

FAILLISSEMENT = STAKING VAN BETALING

FAILLISSEMENT = STAKING VAN BETALING 4. FAILLISSEMENT: BEGRIP EN GEVOLGEN 4.1.Wat is een faillissement? ---------------------------------- Een faillissement is een in de wet geregelde procedure voor een persoon of onderneming die niet (meer)

Nadere informatie

VOORBEHOUDEN AAN HET GROUP MANAGEMENT COMMITTEE GROUP MANAGEMENT COUNCIL EN SLEUTELLEDEN VAN HET LEADERSHIP TEAM VAN TESSENDERLO GROUP

VOORBEHOUDEN AAN HET GROUP MANAGEMENT COMMITTEE GROUP MANAGEMENT COUNCIL EN SLEUTELLEDEN VAN HET LEADERSHIP TEAM VAN TESSENDERLO GROUP VOORNAAMSTE VOORWAARDEN EN MODALITEITEN BETREFFENDE DE UITGIFTE VAN WARRANTS VAN TESSENDERLO CHEMIE NV VOORBEHOUDEN AAN HET GROUP MANAGEMENT COMMITTEE GROUP MANAGEMENT COUNCIL EN SLEUTELLEDEN VAN HET LEADERSHIP

Nadere informatie

Extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm Dr. Steven Van Garsse Manager Vlaams Kenniscentrum PPS Overzicht Inleiding Begrip Wanneer Welke vorm Statuut PEVA s praktisch Onderscheid

Nadere informatie

DISCRIMINATIE OP BASIS VAN HANDICAP EN GEZONDHEIDSTOESTAND IN DE ARBEIDSVERHOUDING

DISCRIMINATIE OP BASIS VAN HANDICAP EN GEZONDHEIDSTOESTAND IN DE ARBEIDSVERHOUDING DISCRIMINATIE OP BASIS VAN HANDICAP EN GEZONDHEIDSTOESTAND IN DE ARBEIDSVERHOUDING Anne RAHMÉ Frank HENDRICKX Othmar VANACHTER Aline VAN BEVER intersentia Antwerpen - Oxford INHOUD VOORWOORD. v HOOFDSTUK

Nadere informatie

1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen

1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen Handelsregister 1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen Op grond van art. 5 aanhef en sub a Handelsregisterwet 2007 wordt een onderneming die in Nederland is gevestigd en die toebehoort

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling My Lawyer Info Monard D Hulst www.monard-dhulst.be Onderwerp De vereffening van vennootschappen vereenvoudigd Datum 7 juni 2012 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen

Nadere informatie

Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders

Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders DE BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID De persoon die schade aan iemand anders veroorzaakt, is verplicht die te herstellen. Hierbij wordt een onderscheid

Nadere informatie

AANSPRAKELIJKHEID. Bart ADRIAENS Advocaat-vennoot Claeys & Engels. HR BUILDERS 2 mei 2011

AANSPRAKELIJKHEID. Bart ADRIAENS Advocaat-vennoot Claeys & Engels. HR BUILDERS 2 mei 2011 AANSPRAKELIJKHEID Bart ADRIAENS Advocaat-vennoot Claeys & Engels HR BUILDERS 2 mei 2011 Claeys & Engels 2009 1 Inleiding 1.1 Twee soorten aansprakelijkheid Strafrechtelijke aansprakelijkheid Risico op

Nadere informatie

Uw brief van Uw kenmerk: Ons kenmerk: Bijlage: III.21/721.40.067/358/06 model-document Contactpersoon : E-mail: Tel.: Fax: Frank VERDUYN Call Center

Uw brief van Uw kenmerk: Ons kenmerk: Bijlage: III.21/721.40.067/358/06 model-document Contactpersoon : E-mail: Tel.: Fax: Frank VERDUYN Call Center vda Brussel Burgemeesters Provinciegouverneurs Instellingen en Bevolking Bevolking Arrondissementscommissarissen Uw brief van Uw kenmerk: Ons kenmerk: Bijlage: III.21/721.40.067/358/06 model-document Contactpersoon

Nadere informatie

RNCI sessie 26 oktober 2009. Beknopt overzicht van Het wetsontwerp over het remuneratiecomité en het remuneratieverslag

RNCI sessie 26 oktober 2009. Beknopt overzicht van Het wetsontwerp over het remuneratiecomité en het remuneratieverslag RNCI sessie 26 oktober 2009 Beknopt overzicht van Het wetsontwerp over het remuneratiecomité en het remuneratieverslag 1 Inhoudsopgave bespreking wetsontwerp Bron: Wetsontwerp tot versterking van het deugdelijk

Nadere informatie

CONTRAST SEMINARS KNIPPERLICHTEN ARBEIDSRECHT 20 FEBRUARI 2013. Van Gompel-Renette Advocaten Herkenrodesingel 4 bus 1 3500 Hasselt

CONTRAST SEMINARS KNIPPERLICHTEN ARBEIDSRECHT 20 FEBRUARI 2013. Van Gompel-Renette Advocaten Herkenrodesingel 4 bus 1 3500 Hasselt CONTRAST SEMINARS 20 FEBRUARI 2013 KNIPPERLICHTEN ARBEIDSRECHT I. DE GEWIJZIGDE WETGEVING INZAKE SCHIJNZELFSTANDIGHEID SCHIJNZELFSTANDIGHEID Schijnzelfstandigheid: partijen kwalificeren hun arbeidsrelatie

Nadere informatie

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme prof. dr. Herwig VERSCHUEREN Universiteit Antwerpen De Europese context Overzicht De Europese spelers en hun instrumenten De Europese juridische krijtlijnen

Nadere informatie

ANHEUSER-BUSCH INBEV LONG TERM INCENTIVE PLAN

ANHEUSER-BUSCH INBEV LONG TERM INCENTIVE PLAN Pagina 1 ANHEUSER-BUSCH INBEV LONG TERM INCENTIVE PLAN UITGIFTEVOORWAARDEN VAN DE WARRANTS VAN 28 APRIL 2009 A. Warrants 1. Warrants Elke kent het recht toe om in te schrijven op één nieuw gewoon aandeel

Nadere informatie

Help, ik ben bestuurder

Help, ik ben bestuurder Help, ik ben bestuurder Aansprakelijkheid van bestuurders Ine Schockaert 24 april 2014 Minervastraat 5 1930 ZAVENTEM T +32 (0)2 275 00 75 F +32 (0)2 275 00 70 www.contrast -law.be Inleiding Faillissementen

Nadere informatie

Consumentenrecht en handelspraktijken: Informatie aan de consument

Consumentenrecht en handelspraktijken: Informatie aan de consument Consumentenrecht en handelspraktijken: Informatie aan de consument Informatie ( Art. 10 WMPC ) Regel m.b.t. taal, etikettering, gebruiksaanwijzingen en garantiebewijzen = Art. 10 WMPC zegt dat de vereisten

Nadere informatie

Prijsbepaling van effecten bij de geschillenregeling in het vennootschapsrecht - De prijs van de vrijheid

Prijsbepaling van effecten bij de geschillenregeling in het vennootschapsrecht - De prijs van de vrijheid Prijsbepaling van effecten bij de geschillenregeling in het vennootschapsrecht - De prijs van de vrijheid FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E info@forumadvocaten.be

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

KEY ISSUES - Corporate Governance COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN

KEY ISSUES - Corporate Governance COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN KEY ISSUES - Corporate Governance COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Rapportering corporate governance Brussel, 18 november 1999 Mevrouw, Mijnheer, De Commissie voor het Bank en Financiewezen en

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening I. Inleiding Advies van 4 maart 2013 1. Zowel het volledig

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

b. De vertegenwoordiger-natuurlijke persoon... 20 c. De andere aangestelden... 27 d. Het bestuur... 27

b. De vertegenwoordiger-natuurlijke persoon... 20 c. De andere aangestelden... 27 d. Het bestuur... 27 INHOUD Voorwoord: De uitoefening van een vrij en gereglementeerd cijferberoep door een rechtspersoon (wet van 18 januari 2010) door Sabine Laruelle, Minister van KMO s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid.......................................

Nadere informatie

Rolnummers 5197, 5198 en 5199. Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T

Rolnummers 5197, 5198 en 5199. Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T Rolnummers 5197, 5198 en 5199 Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2, 1 en 2, en 3, 2, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken

Nadere informatie

De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht... Afdeling 1. Begrip due diligence...

De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht... Afdeling 1. Begrip due diligence... v De Bibliotheek Handelsrecht Larcier................................. Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht.............. i iii HOOFDSTUK I. HET BEGRIP DUE DILIGENCE, INLEIDING EN

Nadere informatie

De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand

De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand Jan Velaers Materiële bevoegdheidsverdeling Federale overheid: residuaire bevoegdheden Gemeenschappen: toegewezen bevoegdheden o.m.

Nadere informatie

INHOUD. Voorwoord... v. Hoofdstuk I. De toetsing van sancties door de rechter: algemeen kader Beatrix Vanlerberghe... 1

INHOUD. Voorwoord... v. Hoofdstuk I. De toetsing van sancties door de rechter: algemeen kader Beatrix Vanlerberghe... 1 INHOUD Voorwoord............................................................ v Hoofdstuk I. De toetsing van sancties door de rechter: algemeen kader Beatrix Vanlerberghe............................................

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Ministerie van Justitie Onderwerp Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen. Datum 15 juli 1998 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen

Nadere informatie

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014)

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95

Nadere informatie

Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving:

Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving: Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving: Afdeling I: De oorspronkelijke wet van 5 juli 1998 en de diverse wetswijzigingen: Bij wet van 5 juli 1998 2 werd een titel IV toegevoegd aan het Gerechtelijk

Nadere informatie

Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging

Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging De wet ter voorkoming van witwassen van geld en terrorismefinanciering verplicht de banken tot

Nadere informatie

26 mei 2014. secretaris - mr. C. Heck-Vink - Postbus 16020-2500 BA Den Haag - tel. 070-3307139 - fax. 070-3624568 - c.heck@knb.nl

26 mei 2014. secretaris - mr. C. Heck-Vink - Postbus 16020-2500 BA Den Haag - tel. 070-3307139 - fax. 070-3624568 - c.heck@knb.nl Beknopt advies inzake het Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake besloten eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid ("SUP"), hierna: het Voorstel. 26 mei

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

Deontologische code - Commissie Projectsourcing

Deontologische code - Commissie Projectsourcing Deontologische code - Commissie Projectsourcing 1. Algemene bepalingen 1.1. Doel van deze gedragscode is het bepalen van de regels waartoe de leden zich verbinden ze na te leven. Ze moet bijdragen tot

Nadere informatie

Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T

Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T Rolnummer 5633 Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 «houdende invoering van een sociale

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

Fusies en splitsingen van nonprofit organisaties

Fusies en splitsingen van nonprofit organisaties Fusies en splitsingen van nonprofit organisaties Prof. Dr. Docent UA en HUB Vennoot Curia I. NPO s en fusies: begrippen? Nonprofit organisaties ( NPO s )? = alle rechtsvormen waarvoor een verbod op winstuitkering

Nadere informatie

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Definities HOOFDSTUK III. - De organisatienota HOOFDSTUK IV. - Aansprakelijkheid

Nadere informatie

Non bis in idem bij belasting op verkrotting. tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten

Non bis in idem bij belasting op verkrotting. tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten Non bis in idem bij belasting op verkrotting tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten 1. Het non bis in idem beginsel De invulling van het non bis in idem beginsel is in de loop der jaren geëvolueerd.

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 2. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET RECHT OP AFBEELDING...33

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 2. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET RECHT OP AFBEELDING...33 INHOUDSOPGAVE DANKWOORD... v VOORWOORD...vii HOOFDSTUK 1. DE GRONDSLAG... 1 1. De grondslag: het persoonlijkheidsrecht op afbeelding... 1 2. Invloed van de mensenrechten... 3 A. Art. 22 G.W.... 4 B. Art.

Nadere informatie

Boek I, titel 2 van het Wetboek van economisch recht Hoofdstuk 5. Definities eigen aan boek XIV:

Boek I, titel 2 van het Wetboek van economisch recht Hoofdstuk 5. Definities eigen aan boek XIV: Vrij beroep 1/ België Wet van 15 mei 2014 houdende invoeging van Boek XIV "Marktpraktijken en consumentenbescherming betreffende de beoefenaars van een vrij beroep" in het Wetboek van economisch recht

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Rolnummer 1924 Arrest nr. 81/2001 van 13 juni 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Het

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003

A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003 A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003 Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot

Nadere informatie

De aansprakelijkheid van de vennootschapsbestuurders

De aansprakelijkheid van de vennootschapsbestuurders De aansprakelijkheid van de vennootschapsbestuurders FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E info@forumadvocaten.be W www.forumadvocaten.be 1 Inleiding Vennootschapsbestuurders

Nadere informatie

Rolnummer 4255. Arrest nr. 9/2008 van 17 januari 2008 A R R E S T

Rolnummer 4255. Arrest nr. 9/2008 van 17 januari 2008 A R R E S T Rolnummer 4255 Arrest nr. 9/2008 van 17 januari 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 82 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, zoals vervangen bij artikel 29 van de wet

Nadere informatie

5 extra opgaven bij Europees Recht, een inleiding

5 extra opgaven bij Europees Recht, een inleiding 5 extra opgaven bij Europees Recht, een inleiding Opgave 1 (gebaseerd op zaak C-235/03) De vennootschap QDQ Media SA (hierna: QDQ Media ) heeft bij de rechtbank van Barcelona een verzoek ingediend tot

Nadere informatie

Richtsnoeren. Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611

Richtsnoeren. Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611 Richtsnoeren Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611 Datum: 13.08.2013 ESMA/2013/611 Inhoud I. Toepassingsgebied 3 II. Definities 3 III. Doel 4 IV. Naleving

Nadere informatie

Concubinaat. De buitenhuwelijkse tweerelatie. Patrick Senaeve (ed.) Acco Leuven / Amersfoort

Concubinaat. De buitenhuwelijkse tweerelatie. Patrick Senaeve (ed.) Acco Leuven / Amersfoort Concubinaat De buitenhuwelijkse tweerelatie Patrick Senaeve (ed.) Met bijdragen van: Eric Dirix Jacques Herbots Walter Pintens Jan Roodhooft Patrick Senaeve Acco Leuven / Amersfoort INHOUD Patrick Senaeve

Nadere informatie

Rolnummer 5942. Arrest nr. 156/2014 van 23 oktober 2014 A R R E S T

Rolnummer 5942. Arrest nr. 156/2014 van 23 oktober 2014 A R R E S T Rolnummer 5942 Arrest nr. 156/2014 van 23 oktober 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 218, 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing op

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 7 OKTOBER 2013 S.11.0122.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.11.0122.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd

Nadere informatie

VOORWOORD 17 DANKWOORD 21 LIJST MET AFKORTINGEN 25 INLEIDING 29 DEEL I. PROPORTIONALITEIT VAN STEMRECHT EN RISICO IN HET BELGISCH RECHT 33

VOORWOORD 17 DANKWOORD 21 LIJST MET AFKORTINGEN 25 INLEIDING 29 DEEL I. PROPORTIONALITEIT VAN STEMRECHT EN RISICO IN HET BELGISCH RECHT 33 INHOUD Blz. VOORWOORD 17 DANKWOORD 21 LIJST MET AFKORTINGEN 25 INLEIDING 29 Probleemstelling en onderzoeksvragen 29 Opbouw en methode van het onderzoek 30 DEEL I. PROPORTIONALITEIT VAN STEMRECHT EN RISICO

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 6 DECEMBER 2012 C.11.0654.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.11.0654.F A. V., advocaat, handelend in de hoedanigheid van curator van het faillissement van de coöperatieve vennootschap met onbeperkte

Nadere informatie

Uw nummer (letter): 2014/28122 Uw brief van: 29 juli 2014 Ons nummer: 14082014.01 Willemstad, 14 augustus 2014

Uw nummer (letter): 2014/28122 Uw brief van: 29 juli 2014 Ons nummer: 14082014.01 Willemstad, 14 augustus 2014 Aan De Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning. De heer Earl Balborda Seru Arrarat z/n Alhier Uw nummer (letter): 2014/28122 Uw brief van: 29 juli 2014 Ons nummer: 14082014.01 Willemstad,

Nadere informatie

Date de réception : 02/02/2012

Date de réception : 02/02/2012 Date de réception : 02/02/2012 Resumé C-661/11-1 Zaak C-661/11 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof

Nadere informatie