Ruud Hermans 1. Heeft het kort geding nog een toekomst als zelfstandige procedure? Inleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ruud Hermans 1. Heeft het kort geding nog een toekomst als zelfstandige procedure? Inleiding"

Transcriptie

1 Ruud Hermans 1 Heeft het kort geding nog een toekomst als zelfstandige procedure? Inleiding De vraag die ik in deze bijdrage probeer te beantwoorden, is of het kort geding nog een toekomst heeft als zelfstandige procedure. Mr. Rullmann, aan wie dit liber amicorum wordt opgedragen, heeft als voorzieningenrechter in Amsterdam veel bijgedragen aan het succes van het kort geding. De aanpak van voorzieningenrechters als mr. Rullmann heeft er denk ik mede toe geleid dat de behandeling van bodemprocedures meer is gaan lijken op die in kort geding. In de nieuwe basisprocedure, zoals voorzien in het wetgevingsprogramma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI), zal de bodemprocedure sneller worden behandeld en de behandeling nog meer op die in kort geding gaan lijken. 2 Om die reden meen ik dat het voorstel van mr. Rullmann dat alle handelszaken met een kort geding zouden moeten beginnen, overbodig is. Het doel dat mr. Rullmann met dit voorstel wil bereiken, is beslist waardevol, maar dit doel wordt door de nieuwe basisprocedure al voor een belangrijk deel bereikt. Dit gegeven roept de vraag op of het kort geding nog in dezelfde mate als thans het geval is in een behoefte voorziet. Immers, naarmate de bodemrechter sneller in staat is een mondelinge behandeling te gelasten die op dezelfde wijze als een kort geding wordt behandeld, neemt het belang van het kort geding als zelfstandige procedure af. Ik zou er voor willen pleiten in het nieuwe procesrecht het onderscheid tussen kort geding en bodemprocedure te laten vervallen, door de bodemrechter de mogelijkheid te bieden in iedere stand van het geding voorlopige voorzieningen te treffen. Heeft een van de partijen de behoefte aan een spoedige beslissing, al dan niet in de vorm van een voorlopige voorziening, of instructie over de voortgang van de procedure, dan kan de rechter op korte termijn een mondelinge behandeling gelasten. Het kort geding kan dan als zelfstandige procedure vervallen. Ik werk deze gedachte in het onderstaande nader uit. De geschiedenis van het kort geding Het kort geding is een zelfstandige procedure, gericht op het op korte termijn verkrijgen van een voorlopige voorziening in spoedeisende zaken. De behandeling vindt plaats voor een alleensprekende rechter, de voorzieningenrechter. De procedure is summier: dagvaarding, mondelinge behandeling, vonnis. In kort geding is geen mogelijkheid tot het leveren van bewijs door middel van getuigen of deskundigen. De geschiedenis leert dat de huidige praktijk, dat de behandeling van een kort geding en een bodemprocedure steeds meer convergeren, aanvankelijk juist niet was beoogd. De wettelijke beperkingen die aan het kort geding zijn verbonden, zijn historisch te verklaren. Daarover een paar opmerkingen. Het kort geding is ontleend aan het Franse recht. De rechtspraak in kort geding (ordonnances sur référé) heeft zich gevormd in de 18 e eeuw in de praktijk van het Châtelet de Paris, de rechtbank voor civiele en criminele zaken van de stad Parijs. Deze rechtspraak dankt haar ontstaan aan de behoefte van alle tijden om in spoedeisende gevallen onmiddellijk hulp van de rechter te kunnen krijgen. 3 Deze praktijk is gecodificeerd in de artikelen en 809 van de Code de procédure civile en is zo, via de artikelen mr. drs. R.M. Hermans is advocaat te Amsterdam (De Brauw Blackstone Westbroek N.V.) Brief Minister van VenJ d.d. 11 juni 2013, TK , 29279, nr. 164, p E.M. Meijers, Het kort geding, tweede druk 1967 bewerkt door J.Th. Vermeulen, p. 1. Thans artikel 808 C. pr. civ 1

2 en 248 Rv 1830, terechtgekomen in artikel 289 Rv 1838 en artikel 254 Rv. 5 Het karakter van de procedure was het verkrijgen van een voorlopige maatregel, een provisionele voorziening niet ingegeven door de regels van het positieve recht, maar door redenen van billijkheid en doelmatigheid. 6 Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling geschillen, welke men eigenlijk voor de gewone rechter had moeten brengen, voor de voorzieningenrechter (toen: de president) te brengen. Dit werd als misbruik aangemerkt. 7 Misbruik van het kort geding werd op twee wijzen tegengegaan. De voorzieningenrechter kon zaken die niet in kort geding thuishoorden, naar de gewone rechter verwijzen. Daarnaast werd misbruik voorkomen door de regel dat de uitspraak in kort geding geen nadeel aan de zaak ten principale kan toebrengen. Vrijwel alle wettelijke vereisten c.q. kenmerken van het kort geding zijn terug te voeren op het oude Franse recht en zijn in ieder geval sinds 1838 niet wezenlijk veranderd. De mogelijkheid om in geval van "onverwijlde spoed" "gelet op de belangen van partijen" een "onmiddellijke voorziening bij voorraad" te treffen (artikel 254 lid 1 Rv) was ook opgenomen in artikel 289 Rv Het bepaalde in artikel 256 Rv, dat de voorzieningenrechter de voorziening weigert als hij oordeelt dat de zaak niet geschikt is om in kort geding te worden beslist, is ontleend aan artikel 291 Rv Artikel 292 Rv 1838, bepalende dat de beslissingen bij voorraad geen nadeel toebrengen aan de zaak ten principale, is zelfs letterlijk overgenomen in artikel 257 Rv. Ten slotte is het in 1992 afgeschafte artikel 293 Rv 1838, bepalende dat de voorzieningenrechter zijn vonnis ook ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad kan verklaren, weer opgenomen in het huidige artikel 258 Rv. Het onderscheid tussen het kort geding en de bodemprocedure Ofschoon de wettelijke regeling van het kort geding in wezen sinds de Franse tijd nagenoeg ongewijzigd is gebleven, is de afgelopen decennia het verschil tussen een kort geding en een bodemprocedure minder groot geworden dan het vroeger was. Dat komt, als ik het goed zie, door drie ontwikkelingen: (1) de wettelijke beperkingen die aan het kort geding zijn verbonden, worden door de kortgedingrechter restrictief uitgelegd; (2) bodemprocedures worden steeds vaker behandeld op een wijze die lijkt op die in kort geding; (3) bodemprocedures worden sneller behandeld. De eerste ontwikkeling is al iets ouder, de twee laatste zijn van meer recente datum. Ik licht deze ontwikkelingen toe. Restrictieve uitleg van de aan het kort geding verbonden beperkingen De bevoegdheid van de voorzieningenrechter om in kort geding een onmiddellijke voorziening te treffen, is aan vier beperkingen onderworpen: het geschil moet spoedeisend zijn, de voorziening moet voorlopig zijn en geen nadeel toebrengen aan de zaak ten principale, gebaseerd zijn op een belangenafweging, en het geschil mag niet te ingewikkeld zijn om in kort geding te worden beslist. Al deze beperkingen worden restrictief uitgelegd. Allereerst het vereiste van spoedeisendheid. Het verweer dat de vordering niet spoedeisend is, wordt aanzienlijk vaker gevoerd dan het wordt toegewezen. Het komt relatief zelden voor dat de voorzieningenrechter een vordering in kort geding, die overigens toewijsbaar zou zijn, wegens gebrek aan spoedeisendheid afwijst. De reden daarvoor laat zich raden. Als de voorzieningenrechter meent dat de vordering van de eiser in beginsel toewijsbaar is, is het noch voor partijen, noch voor de rechtspraak efficiënt om de eiser te verplichten een bodemprocedure aanhangig te maken, waarvan de uitkomst welhaast vaststaat. De beperking dat in kort geding alleen een voorziening kan worden getroffen die geen nadeel toebrengt aan de zaak ten principale, is in de jurisprudentie zo geïnterpreteerd dat het een voorschrift is dat zich Meijers-Vermeulen, p Meijers-Vermeulen, p. 4. Meijers-Vermeulen, p

3 richt tot de bodemrechter: die is niet gebonden aan de uitspraak van de kortgedingrechter. Al sinds een eeuw geldt dat de voorzieningenrechter in kort geding een voorlopige voorziening kan treffen, waarvan de feitelijke gevolgen niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt. 8 De regel dat de beslissingen bij voorraad geen nadeel toebrengen aan de zaak ten principale betekent daardoor in zaken waarin de gevolgen van de getroffen voorziening niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, niet meer dan dat de wederpartij op schadevergoeding is aangewezen, mocht de bodemrechter anders oordelen dan de voorzieningenrechter. Anders dan in het oude Franse recht kunnen de meeste vorderingen die in een bodemprocedure kunnen worden ingesteld, ook in kort geding worden ingesteld. Het meest sprekende voorbeeld is de geldvordering in kort geding. 9 Ook de eis in de hoofdzaak, vereist voor het kunnen leggen van conservatoir beslag, kan in kort geding worden ingesteld. 10 De enige wezenlijke beperking is dat in kort geding geen declaratoir of constitutief vonnis kan worden gewezen. Zo kan de kortgedingrechter geen verklaring voor recht of een vordering tot ontbinding of vernietiging van een overeenkomst toewijzen. 11 In het algemeen kan de eiser zijn vordering echter zo formuleren dat de kortgedingrechter een adequate voorziening kan treffen zonder dat hij de rechtsverhouding tussen partijen constitutief moet vaststellen. Wil de vordering van de eiser toewijsbaar zijn, dan moet het door hem ingeroepen materiële recht in voldoende mate vaststaan. Is dat het geval, dan zal de vereiste belangenafweging al snel in het voordeel van de eiser uitvallen. Dat verklaart waarom er in veel kortgedingvonnissen geen woord aan een afweging van de belangen van partijen wordt gewijd. Het belang van de eiser bij toewijzing van de vordering wordt verondersteld. Als de gedaagde geen specifiek belang stelt om de bodemprocedure af te wachten, is er geen aanleiding voor een belangenafweging. Als de gedaagde bijvoorbeeld kan aantonen dat een getroffen voorziening feitelijk niet teruggedraaid kan worden en de eiser geen verhaal biedt voor de schade die hij zal lijden, mocht hij in de bodemprocedure in het gelijk worden gesteld, dan zou een belangenafweging in zijn voordeel kunnen uitvallen. Veel komt dat echter niet voor. De beperking dat de zaak geschikt moet zijn om in kort geding te worden beslist, laat de voorzieningenrechter veel vrijheid. Als de rechter oordeelt dat de zaak niet geschikt is om in kort geding te worden beslist, is de reden doorgaans dat voor het vaststellen van de feiten bewijslevering door getuigen of deskundigen vereist is, waarvoor in kort geding geen plaats is. Door de regel dat de kortgedingrechter vrij is in zijn oordeel over het voldoende gesteld zijn en het voldoende vaststaan van de feiten welke hij nodig heeft om tot het al dan niet toewijzen van de gevorderde voorziening te komen 12, komt dit echter niet vaak voor. Door al deze ontwikkelingen is het in beginsel mogelijk een groot deel van alle geschillen in kort geding aan de voorzieningenrechter voor te leggen, mits de eiser maar enige creativiteit aan de dag legt bij het formuleren van de eis. Dat betekent dat in veel gevallen de eiser de keuze heeft tussen het instellen van de vordering in kort geding, dan wel in een bodemprocedure. Gelet op de voordelen van het kort geding (snelheid, pragmatische insteek van de rechter, lagere kosten), valt de keuze vaak uit in het voordeel van het kort geding. Daarbij speelt ook de ervaringsregel een rol dat als de kortgedingrechter een voorlopige voorziening heeft getroffen, partijen zich daarbij in het overgrote deel van de gevallen neerleggen. Het kort geding heeft zich op deze wijze ontwikkeld tot een zeer succesvolle procedure, waarin snel en relatief goedkoop geschilbeslechting plaatsvindt. De veranderende behandeling van bodemprocedures Zie bijv. HR 18 april 1913, NJ 1913, 727, HR 8 februari 1946, NJ 1946, 166 en HR 11 februari 1994, NJ 1994, 651 m.nt. HJS. HR 29 maart 1985, NJ 1986, 84 m.nt. WLH. HR 26 februari 1999, NJ 1999, 717 m.nt. HJS. Zie bijv. HR 6 april 2012, NJ 2012, 234. HR 21 april 1978, NJ 1979, 194 m.nt. WHH. 3

4 De afgelopen decennia is de wijze waarop bodemprocedures worden behandeld sterk veranderd. Veruit de meeste bodemprocedures worden tegenwoordig behandeld door een enkelvoudige kamer van de rechtbank. Sinds de wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in 2001 is het comparitie-na-antwoord-model voorgeschreven en wordt nog slechts zeer sporadisch re- en dupliek toegestaan. Ook het aantal pleidooien is sterk verminderd. Wat ook sterk is veranderd, is de feitenvaststelling. Vergeleken met een jaar of tien geleden bieden rechters veel minder gelegenheid voor het leveren van (getuigen)bewijs. Dat doen zij door hogere eisen te stellen aan de stelplicht van partijen en de motivering van de betwisting van de stellingen van de wederpartij. Ofschoon op deze handelwijze zeker ook kritiek mogelijk is 13, is het gevolg hiervan dat de praktijk van de feitenvaststelling in kort geding en in een bodemprocedure steeds meer op elkaar is gaan lijken. Bodemprocedures worden sneller behandeld Bodemprocedures worden al sneller behandeld dan voor 2001 het geval was en dat zal in de toekomst alleen nog maar beter worden. De termijnen waarbinnen proceshandelingen moeten worden verricht zijn sterk verkort, en partijen (lees: hun advocaten) kunnen minder makkelijk uitstel verkrijgen. Per 1 oktober 2013 zullen de termijnen in de diverse rolreglementen weer strikt worden gehandhaafd. 14 De rechtspraak heeft recentelijk diverse initiatieven genomen om de termijn tussen de conclusie van antwoord en de comparitie te verkorten en sneller vonnissen te wijzen. Te wijzen valt op de door de rechtbank Den Haag ontwikkelde pilot in het kader van het project civiele procesinnovatie. 15 De nieuwe basisprocedure, zoals voorzien in het wetgevingsprogramma KEI, zal daarop sterk gaan lijken. 16 Ik denk dat het in de toekomst mogelijk zou moeten zijn om in circa 90% van de zaken in de handelssector binnen 20 weken eindvonnis te wijzen. De verschillen tussen kort geding en bodemprocedure overbrugd Als ik deze ontwikkelingen zo overzie, zijn de verschillen tussen bodemprocedure en kort geding sterk verminderd. In beide gevallen vindt de behandeling in beginsel plaats voor één rechter, met dien verstande dat in een bodemprocedure meervoudige afdoening mogelijk is, terwijl dat in kort geding niet kan. In kort geding kan sneller een beslissing worden gekregen dan in een bodemprocedure, maar het verschil is veel kleiner dan vroeger en zal nog kleiner worden (ca. 4 weken ten opzichte van, in de nabije toekomst, ca. 20 weken). Een verschil is dat in kort geding de mondelinge behandeling plaatsvindt voordat de gedaagde zijn verweer heeft ingediend, terwijl in een bodemprocedure de behandeling plaatsvindt na de conclusie van antwoord. Of dat in de praktijk veel verschil behoeft te maken voor de wijze waarop de mondelinge behandeling plaatsvindt, is nog maar de vraag. In veel gevallen zal de eiser al weten wat het verweer van de gedaagde is. Door de substantiëringsplicht (artikel 111 lid 3 Rv) is de rechter daarvan ook op de hoogte. Bovendien zal de gedaagde veelal voor de zitting in kort geding stukken aan de voorzieningenrechter sturen, waaronder de tussen partijen voorafgaand aan de procedure gevoerde correspondentie. In veel gevallen zal de rechter ook zonder conclusie van antwoord al wel een idee hebben wat het verweer inhoudt. Een verschil, zij het niet principieel, is dat in kort geding de gedaagde in persoon kan verschijnen, terwijl hij in een bodemprocedure door een advocaat moet worden vertegenwoordigd M.J.A.M. Ahsmann, Bewijs: verschuiven van 'bewijzen' naar 'stellen'?, in Procesrechtelijke reeks NVvP nr. 23, p Brief Landelijk Stafbureau Civielrecht aan de Nederlandse Orde van Advocaten d.d. 13 juli Haag/RegelsEnProcedures/Pages/Projectcivieleprocesinnovatie.aspx. Brief Minister van VenJ d.d. 11 juni 2013, TK , 29279, nr. 164, p

5 Mijn conclusie is dat de beperkingen die aan het kort geding zijn verbonden, niet meer worden gerechtvaardigd door de verschillen in behandeling van een bodemprocedure en een kort geding. Ook al gaan de voorzieningenrechters hiermee pragmatisch om door deze restrictief uit te leggen, zijn er toch nog voldoende zaken waar zij vanwege deze beperkingen aan partijen geen effectieve rechtsbescherming kunnen bieden. Het voornaamste probleem in dit verband is dat de kortgedingrechter geen vonnis kan wijzen waarvan de rechtsgevolgen in een bodemprocedure niet meer kunnen worden teruggedraaid, terwijl partijen daarbij soms wel een spoedeisend belang hebben. Geen noodzaak om iedere procedure met een kort geding te beginnen Gelet op het feit dat de bodemprocedure al steeds meer is gaan lijken op een kort geding, meen ik dat het voorstel van mr. Rullmann overbodig is. Daarmee wil ik zeker niet zeggen dat haar voorstel om bij de aanvang van de procedure direct een mondelinge behandeling te houden geen goed idee is. Dat is het wel. De vraag is alleen of die mondelinge behandeling wordt gehouden vóór de conclusie van antwoord (zoals in kort geding), of enkele weken na de conclusie van antwoord (zoals voorzien in de basisprocedure in het wetgevingsprogramma KEI). Ik meen dat het in het algemeen efficiënter is als de mondelinge behandeling na de conclusie van antwoord wordt gehouden. Ook al zullen er tal van zaken zijn waarin de rechter na alleen een mondelinge behandeling, zonder conclusie van antwoord, in staat is om eindvonnis te wijzen, er zullen ook vele zaken zijn waarin de gedaagde meer tijd moet worden gegund zijn verweer voor te bereiden. In dat geval zou de wederpartij de gelegenheid moeten krijgen na de mondelinge behandeling een conclusie te nemen. Als daarin nieuwe stellingen worden ingenomen, of nieuwe producties worden overgelegd, brengt het beginsel van hoor en wederhoor mee dat de eiser in de gelegenheid wordt gesteld hierop te reageren. In dat geval zal de procedure in plaats van korter, juist langer gaan duren. Het voorstel van mr. Rullmann lijkt veel op de gang van zaken in verzoekschriftprocedures, waarin het mogelijk is tot de aanvang van de mondelinge behandeling of, indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling een verweerschrift in te dienen (artikel 282 lid 1 Rv). Op die regel bestaat veel kritiek. Rechters stellen om die reden in diverse procedures contra legem toch een termijn waarbinnen het verweerschrift moet worden ingediend. In sommige bijzondere verzoekschriftprocedures is deze praktijk gecodificeerd, zoals sinds 1 januari 2013 in de enquêteprocedure (artikel 2:349a lid 1 BW). Een ander nadeel is dat in het voorstel van mr. Rullmann in iedere zaak een mondelinge behandeling wordt gelast, ook als de gedaagde verstek laat gaan. Dat bezwaar zou kunnen worden ondervangen door de datum voor de mondelinge behandeling eerst vast te stellen als de gedaagde zich heeft gesteld. Ik kan mij voorts voorstellen dat ook de regel dat de gedaagde in beginsel eerst het griffierecht moet betalen voordat hij proceshandelingen kan verrichten, een factor is waarmee rekening moet worden gehouden. 17 Eigen voorstel In de nieuwe basisprocedure wordt het onderscheid tussen de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure afgeschaft. In deze procedure komt de mondelinge behandeling centraal te staan. De rechter bepaalt of hij die behandeling gebruikt voor een regiezitting, het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een schikking, een verwijzing naar mediation, of dat de gelegenheid 17 De ruimte ontbreekt om dit punt hier uit te werken. Ik volsta met de opmerking dat de sociale advocatuur bemerkt dat steeds meer particuliere cliënten moeite hebben om het griffierecht op korte termijn te kunnen betalen en dat dit noodgedwongen reden kan zijn om eerst verstek te laten gaan, wat leidt tot vertraging van de procedure. 5

6 wordt geboden aan partijen om een mondelinge toelichting te geven. 18 Mijns inziens zou de rechter de mondelinge behandeling ook kunnen gebruiken voor de behandeling van een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen. 19 Ook op dit moment zijn er al procedures waarin de (bodem)rechter hangende de procedure voorlopige voorzieningen kan treffen: de enquêteprocedure (artikel 2:349a lid 2 BW) en de echtscheidingsprocedure (artikel 821 Rv). Met de echtscheidingsprocedure heb ik geen ervaring, met de enquêteprocedure wel. Dat de mogelijkheid om in de bodemprocedure onmiddellijke voorzieningen te verzoeken in de praktijk goed werkt, is boven iedere twijfel verheven. Sterker nog, het succes van de enquêteprocedure is voor een belangrijk deel te danken aan de bevoegdheid die de Ondernemingskamer heeft om, indien nodig, onmiddellijke voorzieningen te treffen. 20 Die bevoegdheid van de Ondernemingskamer is bovendien feitelijk exclusief. Als er een enquêteprocedure aanhangig is, moet de kortgedingrechter zich terughoudend opstellen. 21 Ik zie diverse voordelen als in de bodemprocedure voorlopige voorzieningen kunnen worden getroffen. In de eerste plaats heeft dit het voordeel dat de bodemrechter en de voorzieningenrechter dezelfde kunnen zijn, terwijl als nu een kort geding wordt gevolgd door een bodemprocedure, verschillende rechters met de behandeling zijn belast. Dat is niet efficiënt. Voorts kan in complexe procedures het verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening meervoudig worden behandeld, terwijl dat nu niet mogelijk is. Als de procedure in hoger beroep aanhangig is, is het hof bevoegd om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat voorkomt coördinatieproblemen tussen het hof en de voorzieningenrechter. Het integreren van de bodemprocedure en de voorzieningenprocedure heeft echter nog meer efficiencyvoordelen. Als de processtukken deel uitmaken van één procedure, is het niet nodig om het betoog in kort geding te herhalen in de bodemprocedure of omgekeerd. Partijen hoeven dus minder processtukken te schrijven en de rechter hoeft er minder te lezen. Procedureel betekent dit dat als een van beide partijen een onmiddellijke voorziening wenst, hij de rechter kan vragen op (heel) korte termijn een mondelinge behandeling te gelasten. De eiser kan dit doen in het procesinleidend stuk (waar nog geen naam voor is vastgesteld), de gedaagde in een afzonderlijk verzoekschrift. De rechter bepaalt vervolgens, net als nu in kort geding gebruikelijk is, op korte termijn een datum voor de mondelinge behandeling. Deze regeling biedt ruimte voor flexibiliteit en maatwerk. Denkbaar is dat de rechter na de mondelinge behandeling constateert dat de feiten voldoende vaststaan en dat partijen voldoende gelegenheid hebben gehad hun standpunten toe te lichten. In dat geval zou de rechter naar mijn mening de bevoegdheid moeten krijgen om geen voorlopige voorziening te treffen, maar direct eindvonnis te wijzen. Dat betekent dat de rechter niet gebonden is aan de beperkingen die nu aan het kort geding verbonden zijn. Ik zie niet in waarom dat principieel niet zou moeten kunnen. Het enige verschil met de basisprocedure is dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden voor de conclusie van antwoord, in plaats van daarna. Dat verschil rechtvaardigt niet dat de rechter geen eindvonnis zou kunnen wijzen, mits maar zeker is gesteld dat de gedaagde voldoende mogelijkheid heeft gehad verweer te voeren. De ervaring in enquêteprocedures leert dat het vaak wel degelijk mogelijk is op heel korte termijn complexe zaken te behandelen. Kan dat niet, dan behoeft de rechter de vordering niet, zoals nu bij een kort geding het geval is, af te wijzen, maar kan hij het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen aanhouden, bijvoorbeeld in afwachting van nadere bewijslevering in de hoofdzaak. De rechter behoudt daarmee zelf de regie over de zaak, in plaats van partijen te dwingen weer van voren af aan een bodemprocedure te beginnen Brief Minister van VenJ d.d. 11 juni 2013, TK , 29279, nr. 164, p. 6. Zonder dat een incident behoeft te worden gevoerd, zoals voorzien is in artikel 223 Rv. Carla Klaassen, De Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, in Specialisatie loont?!, Research Memoranda 2010/1, p en Hof Amsterdam, 7 november 1996, KG 1997, 3. 6

7 Dit procesmodel kan ook worden toegepast buiten het geval van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Ik zou mij kunnen voorstellen dat de rechter de (discretionaire) 22 bevoegdheid krijgt om op verzoek van partijen om zwaarwegende redenen een mondelinge behandeling te gelasten direct na het aanbrengen van de zaak, dus vóór antwoord. Die mondelinge behandeling kan het karakter krijgen van een regiezitting, maar ook worden gebruikt in die gevallen waarbij partijen een spoedeisend belang hebben bij een eindvonnis omdat zelfs de versnelde basisprocedure te lang duurt. Op deze wijze is de procedure flexibel en kan de rechter partijen maatwerk bieden. De rechter krijgt meer mogelijkheden om aan zijn regiefunctie invulling te geven. Het kort geding kan daarmee in vrijwel alle gevallen als afzonderlijke procedure worden afgeschaft. Als ik het goed zie, worden op deze wijze de doeleinden die mr. Rullmann met haar voorstel om iedere zaak met een kort geding te beginnen grotendeels bereikt, met daarbij het voordeel dat kort geding en bodemprocedure worden geïntegreerd. 22 Anders dan in geval van een verzoek een voorlopige voorziening te treffen lijkt het mij niet wenselijk de rechter te verplichten direct een datum voor een mondelinge behandeling te gelasten. 7

Stand van zaken wetgeving. Uitgangspunten KEI wetgeving. Wat is nodig? 4 wetten en 1 AMvB: Modernisering van de rechtspraak

Stand van zaken wetgeving. Uitgangspunten KEI wetgeving. Wat is nodig? 4 wetten en 1 AMvB: Modernisering van de rechtspraak Modernisering van de rechtspraak Programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) Prof. mr. Margreet Ahsmann Uitgangspunten KEI wetgeving Eenvoudige, uniformere basisprocedure voor zowel vorderingen als verzoeken

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT

GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT E.I. Bouma 1 Inleiding In de praktijk komt het regelmatig voor dat de werkgever de kantonrechter verzoekt

Nadere informatie

Voorlopige en bewarende maatregelen in Nederland

Voorlopige en bewarende maatregelen in Nederland Voorlopige en bewarende maatregelen in Nederland 1. Welke verschillende soorten maatregelen zijn er? Bewarende maatregelen zijn maatregelen die tot doel hebben waar mogelijk zeker te stellen dat de schuldenaar

Nadere informatie

PROFESSIONEEL INCASSOBEHEER De gerechtelijke fase

PROFESSIONEEL INCASSOBEHEER De gerechtelijke fase PROFESSIONEEL INCASSOBEHEER De gerechtelijke fase 1 Een juridische procedure: is voor rekening en risico opdrachtgever kan een langdurig proces zijn wordt actieve inbreng van u verwacht De gerechtelijke

Nadere informatie

KBvG, Cie Wetgeving, subcommissie Griffierecht Wet griffierechten burgerlijke zaken Modellen voor aanzeggingen

KBvG, Cie Wetgeving, subcommissie Griffierecht Wet griffierechten burgerlijke zaken Modellen voor aanzeggingen Model A1, Rechtbank, 1 gedaagde: natuurlijk persoon a. indien gedaagde verzuimt advocaat te stellen of het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Wat is civiel recht? 3. De deelnemers aan een civiele procedure 3. De rol van getuigen in een civiele procedure 7. Bewijsstukken 8.

Wat is civiel recht? 3. De deelnemers aan een civiele procedure 3. De rol van getuigen in een civiele procedure 7. Bewijsstukken 8. Als mensen en bedrijven een conflict krijgen dat zij zelf niet kunnen oplossen, volgt soms een rechtszaak. In deze brochure leest u hoe de behandeling van de zaak verloopt. Inhoud Wat is civiel recht?

Nadere informatie

PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM AANPASSING VAN HET LANDELIJK PROCESREGLEMENT VOOR CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN BIJ DE GERECHTSHOVEN

PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM AANPASSING VAN HET LANDELIJK PROCESREGLEMENT VOOR CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN BIJ DE GERECHTSHOVEN PILOT GERECHTSHOF AMSTERDAM AANPASSING VAN HET LANDELIJK PROCESREGLEMENT VOOR CIVIELE DAGVAARDINGSZAKEN BIJ DE GERECHTSHOVEN VRAGEN EN ANTWOORDEN Welke zaken? 1 Alleen nieuwe zaken (aangebracht vanaf 1

Nadere informatie

Wat is civiel recht? 3. De deelnemers aan een civiele procedure 3. De rol van getuigen in een civiele procedure 7. Bewijsstukken 8.

Wat is civiel recht? 3. De deelnemers aan een civiele procedure 3. De rol van getuigen in een civiele procedure 7. Bewijsstukken 8. Als mensen en bedrijven een conflict krijgen dat zij zelf niet kunnen oplossen, volgt soms een rechtszaak. In deze brochure leest u hoe de behandeling van de zaak verloopt. Inhoud Wat is civiel recht?

Nadere informatie

Derde cursusdag. I. Beslag Kort geding

Derde cursusdag. I. Beslag Kort geding Derde cursusdag II. I. Beslag Kort geding I. Beslag Factoren die vooraf een rol spelen bij het leggen van beslag: - De aard en de kracht van de vordering - De aanwezigheid van verhaalsobjecten - De gegoedheid

Nadere informatie

Dagvaarding en dagvaarden: wat is het en hoe gaat in zijn werk?

Dagvaarding en dagvaarden: wat is het en hoe gaat in zijn werk? Dagvaarding en dagvaarden: wat is het en hoe gaat in zijn werk? Een dagvaarding is een inleidend processtuk. Hierin staat wat de eisende partij van de gedaagde partij verlangd. Een dagvaarding wordt doorgaans

Nadere informatie

Regelingen bij octrooizaken. Herziening versnelde bodemprocedure in octrooizaken

Regelingen bij octrooizaken. Herziening versnelde bodemprocedure in octrooizaken Regelingen bij octrooizaken Herziening versnelde bodemprocedure in octrooizaken In overleg met de balie zijn de regels omtrent de versnelde bodemprocedure in octrooizaken waaronder mede worden begrepen

Nadere informatie

Benoeming deskundige in merken- en reclamezaken

Benoeming deskundige in merken- en reclamezaken 3. Een andere mogelijkheid is dat in het kader van een kort geding een deskundige wordt benoemd, die aan de hand van een bureaustudie vóór de zitting de door partijen in het geding gebrachte partijmarktonderzoeken

Nadere informatie

Bundel procesrecht. Verzameld door Mr. F.C.P. Teeuw Bewerkt door Mr. M.G. Hofman H U U R G E S C H I L. N L

Bundel procesrecht. Verzameld door Mr. F.C.P. Teeuw Bewerkt door Mr. M.G. Hofman H U U R G E S C H I L. N L Bundel procesrecht Verzameld door Mr. F.C.P. Teeuw Bewerkt door Mr. M.G. Hofman H U U R G E S C H I L. N L Bundel Procesrecht Verzameld door Mr. F.C.P. Teeuw Bewerkt door Mr. M.G. Hofman Samengesteld

Nadere informatie

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips 18 december 2015 Dirk Vergunst 1 Artikel 45 Rechtsvordering 1. Exploten (pv van ambtshandeling) worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan (

Nadere informatie

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van Gemeente Haarlemmermeer Baan Kleef Aan DomJur 2008-432 Rechtbank Haarlem Zaak-/rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 en 151565 / KG ZA 08-641 Datum: 22 december 2008 Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. ingediend door: i n d e k l a c h t nr. 054.01 hierna te noemen 'klager tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN Voorstel tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN

Nadere informatie

Overzicht data civielrechtelijke procedure Altink-Affaire II Periode: 30 januari 2003 tot 19 november 2014

Overzicht data civielrechtelijke procedure Altink-Affaire II Periode: 30 januari 2003 tot 19 november 2014 Overzicht data civielrechtelijke procedure Altink-Affaire II Periode: 30 januari 2003 tot 19 november 2014 De grootste kunstfraude aller tijden Rechtbank Assen Eerste enkelvoudige Kamer Zaak: Meijering/Van

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 Vonnis in incident van in de zaak van 1. de rechtspersoon naar vreemd recht BJÖRN BORG BRANDS AB, gevestigd

Nadere informatie

AANZEGGINGEN DAGVAARDING KANTON

AANZEGGINGEN DAGVAARDING KANTON INFO@CREDITASSIST.NL WWW.CIST.NL MODELAANZEGGINGEN DAGVAARDINGEN OF VERZOEKSCHRIFTEN VERSIE 01 APRIL 13 MR. RAMONA BATTA C.S. AANZEGGINGEN DAGVAARDING KANTON 1 GEDAAGDE gedaagde op die terechtzitting kan

Nadere informatie

KBvG, Cie Wetgeving, subcommissie Griffierecht Wet griffierechten burgerlijke zaken Modellen voor aanzeggingen, v4 nieuw tarief

KBvG, Cie Wetgeving, subcommissie Griffierecht Wet griffierechten burgerlijke zaken Modellen voor aanzeggingen, v4 nieuw tarief Model A1, Rechtbank, 1 gedaagde: natuurlijk persoon a. indien gedaagde verzuimt advocaat te stellen of het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten

Nadere informatie

Werkwijze verdelen en verrekenen in echtscheidingsprocedures per 1 april 2013

Werkwijze verdelen en verrekenen in echtscheidingsprocedures per 1 april 2013 Werkwijze verdelen en verrekenen in echtscheidingsprocedures per 1 april 2013 oktober 2013 mr T.G. Gijtenbeek De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht.

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE STICHTING PAARD 11 december 2013

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE STICHTING PAARD 11 december 2013 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE STICHTING PAARD 11 december 2013 Inhoudsopgave Afdeling 1: Algemene Bepalingen Afdeling 2: Geschillenbeslechting Bindend Advies Afdeling 3: Slotbepalingen Reglement geschillencommissie

Nadere informatie

"In naam des Konings!" vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67

In naam des Konings! vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 vonnis "In naam des Konings!" RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 Vonnis in kort geding van in de zaak van de besloten

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

Algemeen, samenhang wetsvoorstel en KEI-programma

Algemeen, samenhang wetsvoorstel en KEI-programma Consultatie Wetsvoorstel wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht De Adviescommissie

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 11 maart 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Schorsing na faillissement en terugverwijzing naar een lagere rechter Alternatieve causaliteit Lastgeving Tussentijds

Nadere informatie

van gedaagde bij verschijning in de procedure geen griffierecht zal worden geheven;

van gedaagde bij verschijning in de procedure geen griffierecht zal worden geheven; Model A1, Rechtbank, kantonzaak, 1 gedaagde Naast alles wat de wet en met name het tweede lid van artikel 111 Rv overigens voorschrijft, in het bijzonder ook de waarschuwing voor verstek bij niet verschijnen

Nadere informatie

1 Model A1, Rechtbank, 1 gedaagde: natuurlijk persoon Vordering van 80.000,00 met de aanzegging, dat: a. indien gedaagde verzuimt advocaat te stellen

1 Model A1, Rechtbank, 1 gedaagde: natuurlijk persoon Vordering van 80.000,00 met de aanzegging, dat: a. indien gedaagde verzuimt advocaat te stellen 1 Model A1, Rechtbank, 1 gedaagde: natuurlijk persoon a. indien gedaagde verzuimt advocaat te stellen of het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/default.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/default.aspx LJN: BR1312, Rechtbank Almelo, 120704 / KG ZA 11-114 Datum uitspraak: 11-07-2011 Datum publicatie: Rechtsgebied: 12-07-2011 Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Vordering overdracht

Nadere informatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie (7) ' 000 111111111111111111111111111111 (.0 1-.^1 21:a. Aan de Minister van Veiligheid en Justitie De heer mr. I.W. Opstelten Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Cr) LA) Den Haag, 27 juni 2014 Dossiernummer:

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 175 Aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening

Nadere informatie

Verslag van de interprofessionele ontmoeting van het team handel van de rechtbank Den Haag en de Haagse balie op 2 november 2015

Verslag van de interprofessionele ontmoeting van het team handel van de rechtbank Den Haag en de Haagse balie op 2 november 2015 Verslag van de interprofessionele ontmoeting van het team handel van de rechtbank Den Haag en de Haagse balie op 2 november 2015 Op maandagmiddag 2 november jl. vond in het gebouw van de Raad voor de rechtspraak

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter.

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter. Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 261015 11:10 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBMNE:2013:3231 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 19072013

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van

Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : aanmelden bekostiging belangenafweging

Nadere informatie

Enige gedachten over het voeren van verweer in (civiel) kort geding

Enige gedachten over het voeren van verweer in (civiel) kort geding In weerwil Enige gedachten over het voeren van verweer in (civiel) kort geding R.G. HENDRIKSE P.A. JOSEPHUS JITTA 1 Inleiding Sinds het arrest Ajax/Reule 2 kan het instellen van een vordering in kort geding

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/455764 / KG ZA 13-1383

zaaknummer / rolnummer: C/09/455764 / KG ZA 13-1383 vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/455764 / KG ZA 13-1383 Vonnis in kort geding van in de zaak van 1. de besloten vennootschap

Nadere informatie

Wijziging dagvaardingen per 01 april 2013

Wijziging dagvaardingen per 01 april 2013 Rechtbank, 1 gedaagde a. indien de gedaagde verzuimt advocaat te stellen of het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen,

Nadere informatie

BIJLAGE 3: GESCHILLENREGLEMENT IKB KIP

BIJLAGE 3: GESCHILLENREGLEMENT IKB KIP BIJLAGE 3: GESCHILLENREGLEMENT IKB KIP Het bestuur van de Stichting PLUIMNED heeft, gelet op artikel 19 van de Algemene Voorwaarden IKB Kip, ter zake van de behandeling van geschillen tussen een deelnemer

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-240 d.d. 22 augustus 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, de heren R.H.G. Mijné en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. D.M.A. Gerdes,

Nadere informatie

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 9 MEI 2013 Herengracht 551 Contactpersoon: 1017 BW Amsterdam Ellen Soerjatin T 020 530 5200 E ellen.soerjatin@steklaw.com

Nadere informatie

ONTSLAG. 1. Inleiding: een nieuw scenario? Mr. P.J. Jansen

ONTSLAG. 1. Inleiding: een nieuw scenario? Mr. P.J. Jansen ONTSLAG 59. Ontslag op staande voet en de Wet werk en zekerheid: is er nog plaats voor een kort geding, voorwaardelijke ontbinding, bewijslevering en een switch? Mr. P.J. Jansen De Wet werk en zekerheid

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 12/32 KG De fungerend voorzitter van het Scheidsgerecht mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, bijgestaan door mr. J.A.I. Wendt, griffier, heeft op 23 oktober

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

18 juni 2010 10.30-12.30 uur VOORJAARSCYCLUS 2010 en INHALERS. Cursusgroep :...

18 juni 2010 10.30-12.30 uur VOORJAARSCYCLUS 2010 en INHALERS. Cursusgroep :... TOETSVRAGEN ONDERDEEL BURGERLIJK PROCESRECHT VAN DE BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR 18 juni 2010 10.30-12.30 uur VOORJAARSCYCLUS 2010 en INHALERS Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 120

Nadere informatie

NMLK Didio DomJur 2013-971. Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013. In de zaak van

NMLK Didio DomJur 2013-971. Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013. In de zaak van NMLK Didio DomJur 2013-971 Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013 In de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NMLK B.V. h.o.d.n.

Nadere informatie

Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton

Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton Inhoudsopgave Considerans ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 3 1. Algemene bepalingen

Nadere informatie

Rechtsgebied: Ruimtelijke- ordeningskamer - Bestemmingsplannen Gelderland

Rechtsgebied: Ruimtelijke- ordeningskamer - Bestemmingsplannen Gelderland Uitspraak 201601550/2/R6 Datum van uitspraak: maandag 25 april 2016 Tegen: de raad van de gemeente Ede Proceduresoort: Voorlopige voorziening Rechtsgebied: Ruimtelijke- ordeningskamer - Bestemmingsplannen

Nadere informatie

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden.

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden. Rechtbank Amsterdam, 06 juni 2012; de hondenbezitter is aansprakelijk voor de letselschade van een vrouw die tijdens het uitlaten van de hond ten valt komt doordat de hond plotseling hard aan de lijn trok.

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049

zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049 vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049 Vonnis in kort geding van in de zaak van [EISERES] H.O.D.N. GORDIJNATELIER MEUBELSTOFFEERDERIJ

Nadere informatie

actualiteiten hoger beroep

actualiteiten hoger beroep actualiteiten hoger beroep 1 april 2015 mr. F.J.P. (Pieter Frans) Lock programma appeltermijn financiële appelgrens hoger beroep van tussenuitspraken doorbreking van het rechtsmiddelenverbod omvang van

Nadere informatie

Langdurig geschil over de renovatie van panden gemeente Amsterdam stadsdeel Centrum

Langdurig geschil over de renovatie van panden gemeente Amsterdam stadsdeel Centrum Rapport Gemeentelijke Ombudsman Langdurig geschil over de renovatie van panden gemeente Amsterdam stadsdeel Centrum 2 augustus 2007 RA0612790 Samenvatting Een huizenbezitter heeft al jarenlang een geschil

Nadere informatie

vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht Enkelvoudige Kamer zaaknummer / rolnummer: 301871 / HA ZA 08-84

vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht Enkelvoudige Kamer zaaknummer / rolnummer: 301871 / HA ZA 08-84 vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht Enkelvoudige Kamer zaaknummer / rolnummer: 301871 / HA ZA 08-84 Vonnis in incident van in de zaak van tegen 1. de rechtspersoon naar vreemd recht EUROPEAN

Nadere informatie

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer / rolnummer: C/09/465127 / KG ZA 14-521

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer / rolnummer: C/09/465127 / KG ZA 14-521 vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer / rolnummer: C/09/465127 / KG ZA 14-521 Vonnis in kort geding van (bij vervroeging) in de zaak van [X], tevens handelend onder de

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Interbank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Interbank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-242 d.d. 29 juli 2013 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. A.M.T. Wigger en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT. in de zaak van:

CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT. in de zaak van: Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer: 406064 C/16 2015/1013 Zitting: 30 december 2015 CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROPERTIZE

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1 Modeldagvaarding: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning waarbij de makelaar/bemiddelaar zowel voor de particuliere huurder als de verhuurder heeft bemiddeld. Een

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 279867 / KG ZA 07-29

zaaknummer / rolnummer: 279867 / KG ZA 07-29 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 279867 / KG ZA 07-29 Vonnis in kort geding van in de zaak van JOSEPHUS JOHANNUS MARTINUS BAX, wonende te Bergeijk, eiser, procureur

Nadere informatie

Mr. O.M.B.J. Volgenant is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam, gespecialiseerd in persrecht. 2

Mr. O.M.B.J. Volgenant is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam, gespecialiseerd in persrecht. 2 Otto Volgenant 1 Het bodem kort geding en de perspraktijk Geschillen over vermeend onrechtmatige publicaties en uitzendingen worden veelal door middel van een voorlopige voorziening beslist. Na een kort

Nadere informatie

vonnis in de zaak van Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer I rolmammer: C/09/483889 I KG ZA 15-280 Vou.nfs in Jcort geding van 22 mei l015

vonnis in de zaak van Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer I rolmammer: C/09/483889 I KG ZA 15-280 Vou.nfs in Jcort geding van 22 mei l015 22/05 2015 11: B8 l~x 0703813091 RB Den Haag Temt Handel 1410001/ 0005 vonnis RECHTBANK OEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer I rolmammer: C/09/483889 I KG ZA 15-280 Vou.nfs in Jcort geding

Nadere informatie

inachtneming van het bepaalde in artikel 4 voorlegt aan de geschillencommissie.

inachtneming van het bepaalde in artikel 4 voorlegt aan de geschillencommissie. Geschillenreglement VViN Artikel 1 - Definities In dit reglement gelden de volgende definities: 1. Eiser: de partij die een verzoek tot beslechting als bedoeld in lid 7 van dit artikel met inachtneming

Nadere informatie

Raadsbijlage Voorstel tot het bekrachtigen van het besluit inzake het instellen van beroep in cassatie (bestemmingsplan PIROC Strij psche Kampen)

Raadsbijlage Voorstel tot het bekrachtigen van het besluit inzake het instellen van beroep in cassatie (bestemmingsplan PIROC Strij psche Kampen) gemeente Eindhoven Dienst Stadsontwikkeling Raadsbijlage nummer r r S Inboeknummer g g Jo o 6 Sa S Beslisdatum Bikw ao april tggg Dossiernummer gr6.4i2 Raadsbijlage Voorstel tot het bekrachtigen van het

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 319584 / KG ZA 08-1168

zaaknummer / rolnummer: 319584 / KG ZA 08-1168 vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 319584 / KG ZA 08-1168 Vonnis in kort geding van in de zaak van de vereniging KONINKLIJKE NEDERLANDSE VERENIGING EERSTE HULP BIJ

Nadere informatie

Procederen voor de Kantonrechter

Procederen voor de Kantonrechter Procederen voor de Kantonrechter Versie.1 november 01 Inhoudsopgave 1 Inleiding Waarom een rechtszaak Dagvaarding Betekening 5 Rolzitting 6 Conclusies 7 Bijzondere zittingen 8 Vonnis 9 Betekening en Bevel

Nadere informatie

Commentaar op het wetsvoorstel KEI:

Commentaar op het wetsvoorstel KEI: Commentaar op het wetsvoorstel KEI: Art. 77l lid 6 RV.: Het tegenverzoek moet betrekking hebben op het onderwerp van de oorspronkelijke vordering. Deze voorwaarde heeft als ongewenst effect dat partijen

Nadere informatie

Partijen hebben voorts ter zitting hun stellingen mondeling nader toegelicht.

Partijen hebben voorts ter zitting hun stellingen mondeling nader toegelicht. Keukenfactory Mandemakersgroep DomJur 2005-215 Rechtbank Breda Zaak-/rolnummer: 138934 / KG ZA 04-570 Datum: 25 november 2004 Vonnis in kort geding in de zaak van: 1. de besloten vennootschap DE KEUKENFACTORY

Nadere informatie

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker.

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker. Caesar Capital Todays Vermogensbeheer DomJur 2011-679 Rechtbank Amsterdam, Sector civiel recht Zaaknummer/rolnummer: 483704 / KG ZA 11-314 P/PV Datum: 14 april 2011 Vonnis in kort geding van 14 april 2011

Nadere informatie

beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/09/431521 / HA RK 12-690 Beschikking van 13 januari 2014 in de zaak van:

beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/09/431521 / HA RK 12-690 Beschikking van 13 januari 2014 in de zaak van: beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/09/431521 / HA RK 12-690 Beschikking van in de zaak van: de rechtspersoon naar vreemd recht GENETIC TECHNOLOGIES LIMITED, gevestigd

Nadere informatie

Dit reglement is getoetst aan de NEN-ISO norm 10002:2004:IDT Richtlijnen voor klachtenbehandeling in organisaties

Dit reglement is getoetst aan de NEN-ISO norm 10002:2004:IDT Richtlijnen voor klachtenbehandeling in organisaties KLACHTEN- EN GESCHILLENCOMMISSIE eherkenning p/a Lange Kerkdam 27 2242BN Wassenaar Klachten- en Geschillenreglement reglement Dit document is een nadere uitwerking van paragraaf 4.1.5 klachten- en geschillencommissie

Nadere informatie

Hoor-en werkcolleges burgerlijk procesrecht Collegejaar 2015-2016

Hoor-en werkcolleges burgerlijk procesrecht Collegejaar 2015-2016 Hoorcollege 4; Inhoud: Inleiding 2 Gewone vs. buitengewone rechtsmiddelen 2 Enige aspecten.2 Verzet 3 Appel..3 Dagvaardingsprocedure in appel.4 Verzoekschriftprocedure in appel..5 KEI-procedure..5 Uitspraken..6

Nadere informatie

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Een jongetje van 4 jaar oud wordt door een pitbull terriër in het gezicht en in de arm gebeten. Zijn

Nadere informatie

Examenprogramma Burgerlijk Procesrecht 1

Examenprogramma Burgerlijk Procesrecht 1 Diplomalijn Examen Niveau Juridisch Burgerlijk Procesrecht hbo Versie 1.0 Geldig vanaf 01-01-2013 Vastgesteld op 28-08-2012 Vastgesteld door Veronderstelde voorkennis Bestuur Nederlandse Associatie voor

Nadere informatie

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Dit reglement geldt in aanvulling op het bepaalde in de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 c.q. in aanvulling op de Wet Dieren (nadat de daarin

Nadere informatie

De comparitie voor grieven nader beschouwd

De comparitie voor grieven nader beschouwd De comparitie voor grieven nader beschouwd Reactie op de bijdrage van mr. R.A. Dozy, TCR 2012, p. 43 e.v. M r. M. M. S t o l p * 1 Inleiding In haar interessante bijdrage van afgelopen mei voor dit tijdschrift

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Uitspraak vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD. Sector civiel recht. Vonnis in kort geding van 16 juli 2010

Uitspraak vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD. Sector civiel recht. Vonnis in kort geding van 16 juli 2010 Datum uitspraak: 16-07-2010 Datum publicatie: 09-11-2010 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Geschil over voor buitenschoolse dan wel tussenschools opvang gehuurde

Nadere informatie

Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045

Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Uitspraak van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Vereniging

Nadere informatie

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr...

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr... pagina 1 van 5 JOR 2013/87 Gerechtshof Arnhem, 18-12-2012, 200.099.939, LJN BY7149 Processuele gevolgen faillietverklaring voor aanhangige rechtsvorderingen, Schorsing van geding in conventie ex art. 29

Nadere informatie

Daarnaast brengt de makelaar/bemiddelaar ook courtage/kosten in rekening bij de verhuurder.

Daarnaast brengt de makelaar/bemiddelaar ook courtage/kosten in rekening bij de verhuurder. Variant 2: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning. Bemiddelaar brengt courtage/kosten in rekening bij verhuurder en bij huurder. De kandidaat-huurder heeft op een

Nadere informatie

Eiseres zal hierna als [X] worden aangeduid, gedaagde zal worden aangeduid als [Y] Helmond.

Eiseres zal hierna als [X] worden aangeduid, gedaagde zal worden aangeduid als [Y] Helmond. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/480907 / KG ZA 15-41 Vonnis in kort geding van in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] FASHION TRADE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van: Eiseres - [W] Montage DomJur 2011-670 Rechtbank Almelo Zaak-/rolnummer: 118234 / KG ZA 11-31 Datum: 16-03-2011 Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 395096 / KG ZA 11-593

zaaknummer / rolnummer: 395096 / KG ZA 11-593 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 395096 / KG ZA 11-593 Vonnis in kort geding van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RACE HARDWARE

Nadere informatie

Eerste Boek. De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad

Eerste Boek. De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad Voorstel tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht Artikel I. Wijziging van het

Nadere informatie

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag.

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. 2Se OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG Faillissement Faillissementsnummer Surseancedatum : Faillissementsdatum Rechter

Nadere informatie

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak Datum uitspraak: 06-07-2007 Datum publicatie: 06-07-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Eiseres

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Beslissing Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-133 d.d. 18 maart 2014 (mr. J. Wortel, voorzitter, de heren R.H.G. Mijné en H. Mik RA, leden en mr. D.M.A. Gerdes secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 bijlage(n)

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015. Daan de Lange. Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende. procedure - NL procedures

AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015. Daan de Lange. Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende. procedure - NL procedures AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015 Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende procedure - NL procedures Daan de Lange Achtergrond Artikel 138 (3) EOV (2000) Daarvoor: Spiro / Flamco + Wiva/Van Egmond

Nadere informatie