3.3.2 Aankomst in Stalag 17 B Behandeling en bewaking Werk Dagelijks leven in het kamp Voeding...

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "3.3.2 Aankomst in Stalag 17 B Behandeling en bewaking Werk Dagelijks leven in het kamp Voeding..."

Transcriptie

1

2

3

4 INHOUDSTAFEL 1 Inleiding Dankwoord Inleiding tot het onderwerp De veldfles Mijn overgrootvader Oscar Bijlage Oorlog in België Aanvang Tweede Wereldoorlog Polen Denemarken en Noorwegen De mobilisatie van België Mobilisatie in België Vertraging van de Duitse plannen Inname van Nederland Oorlog in België Paniek bij het Belgische leger Inname van het fort van Eben-Emael Het Dijleplan De Achttiendaagse Veldtocht Transport van de Belgische krijgsgevangenen Transport per boot, per trein en te voet Ramp bij Willemstad Stalag 17 B Soorten krijgsgevangenenkampen in WOII Dulag Stalag Oflag Marlag Milag Heilag Ilag Evolutie van Stalag 17 B Situatie in Stalag 17 B Krijgsgevangenenkamp Stalag 17 B... 33

5 3.3.2 Aankomst in Stalag 17 B Behandeling en bewaking Werk Dagelijks leven in het kamp Voeding Hygiëne Ziekte en dood Stalag 17 B nu Nu Film Verhalen Het verhaal van Gustave Declercq Het verhaal Bijlage Het verhaal van Octaaf Demuynck Het verhaal Bijlage Het verhaal van Michel Callewaert Het verhaal Bijlage Het verhaal van Marcel Dejan Het verhaal Bijlage Het verhaal van Henri Van Bastelaere Het verhaal Bijlage Het verhaal van Jozef Dreesen Fragment uit het boek over Jozef Dreesen Mijn besluit... 79

6 1 Inleiding

7 1.1 Dankwoord Ik zou graag verschillende mensen willen bedanken die op één of andere manier meegeholpen hebben bij het tot stand komen van mijn eindwerk. Mijn oprechte dank gaat uit naar Stefaan De Clercq uit Waarschoot, Monique Demuynck en Jean-Pierre Boudrez uit Roeselare, Michel en Frans Callewaert uit Passendale, Marcella Dejan uit Marke, Magdalena en Francine Van Bastelaere uit Wachtebeke voor hun gastvrijheid, vriendelijkheid en enthousiasme. Dankzij deze mensen kon ik waardevolle getuigenissen opnemen in mijn eindwerk en hoorde ik persoonlijke verhalen over krijgsgevangenen. Ik hoop dat ik de verhalen zo goed mogelijk heb kunnen weergeven zoals zij die verteld en bedoeld hebben. In bijlage kunnen zij een cd vinden met daarop de spraakopname van hun boeiende getuigenis. Ik wil ook Gunner Dreesen bedanken. Tijdens mijn opzoekingswerk op internet over Stalag 17 B vond ik zijn site over de Tweede Wereldoorlog en heb ik hem gecontacteerd. Gunner was zo vriendelijk een stuk uit het boek over zijn grootvader Jozef Dreesen, dat hij samen met zijn vader geschreven heeft, door te sturen. Het boek is niet uitgegeven, maar het is een persoonlijk werk. Dit stuk heb ik aan het onderdeel getuigenissen toegevoegd, omdat dit een waardevolle aanvulling is. Dank ook aan mijn grootvader Jacques Dezutter en mijn vader Dirk Vanheuverzwijn voor de tijd die zij hebben vrijgemaakt om samen met mij, de personen te bezoeken met wie we een afspraak hadden gemaakt. Nogmaals bedankt om mij op het juiste moment op de juiste plaats te brengen. Mijn dank gaat ook uit naar mijn grootmoeder Liliane De Coninck en mijn moeder Veerle De Zutter voor het controleren en nalezen van mijn eindwerk. Ook wil ik Monique De Zutter bedanken voor het lenen van de originele brieven van mijn overgrootvader uit Stalag 17 B. Verder zou ik graag Bill Doubledee willen bedanken. Bill Doubledee is een Amerikaanse man die het online sociaal netwerk STALAG 17 B heeft opgericht. Hij heeft mij enkele interessante links doorgestuurd die ik kon gebruiken in mijn eindwerk. Tenslotte wil ik ook mijn promotor, Dominique Demuytere, bedanken voor zijn bemoediging en ondersteuning. Vooral de vrijheid die hij mij heeft gegeven en zijn vertrouwen dat hij in mij heeft getoond, waren voor mij heel belangrijk. 7

8 1.2 Inleiding tot het onderwerp Dit eindwerk is het resultaat van mijn zoektocht. Een zoektocht die begon bij een veldfles in het tuinhuisje van mijn grootvader De veldfles Toen ik klein was, ging ik bijna iedere dag na schooltijd bij mijn grootouders. Mijn grootvader toonde me vaak een veldfles die in zijn tuinhuisje haar vaste plek had. Hij vertelde mij dat het de veldfles was van zijn vader Oscar. De veldfles maakte een zeer grote indruk op mij. Er stonden namelijk letters in gegrift. Als kind vond ik dit zeer mysterieus. Het had iets van een geheime boodschap, want een deel van het opschrift was goed leesbaar, het andere deel niet. Samen met mijn grootouders keek ik dan met een vergrootglas Foto van de veldfles naar de letters en probeerden we ze te ontcijferen. Mijn grootvader vertelde mij dat het een veldfles was die zijn vader gebruikt had toen hij krijgsgevangene was. Foto van Oscar De Zutter en mezelf (april 1997) Zo kwam ik te weten dat die veldfles iets te maken had met de Tweede Wereldoorlog. Als in de lagere school het thema Oorlog aan bod kwam, nam ik steeds de veldfles mee, ook al ontging mij toen de eigenlijke betekenis van het woord krijgsgevangene. Ik heb mijn overgrootvader niet zo lang gekend en veel herinneringen heb ik niet meer aan hem. Pas na zijn dood, toen ik wat ouder was, geraakte ik geïnteresseerd in het verhaal achter de veldfles. 8

9 Aangezien iedereen van het zesde jaar op het Bernarduscollege in Oudenaarde een eindwerk moet maken, dacht ik dat het nu de ideale gelegenheid zou zijn om mij te verdiepen in de materie van het krijgsgevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog waarmee de veldfles onlosmakelijk verbonden is. Zo zou ik meer te weten kunnen komen over het gevangenschap van mijn overgrootvader die trouwens altijd karig was met het vertellen van verhalen over deze periode van zijn leven Mijn overgrootvader Oscar Mijn grootvader wist te vertellen dat Oscar De Zutter (want zo heette mijn overgrootvader) in het krijgsgevangenenkamp Stalag 17 B in Krems heeft verbleven. Na een beetje puzzelwerk hebben we ook het opschrift in de veldfles kunnen ontcijferen. Er stond in gekrast: Krems, aandenken aan mijn gevangenschap gewerkt van tot den bij Siemens in Linz am Donau. De Zutter O. Meileghem Mijn grootvader Jacques beschikte ook nog over enkele documenten (zie bijlage) waaruit bleek dat Oscar De Zutter op 27 mei 1940 in Zomergem krijgsgevangen genomen werd. Toen Oscar in Stalag 17 B aankwam, kreeg hij het nummer Hij heeft het kamp mogen verlaten op 21 februari Toen is de zoektocht echt begonnen. Mijn overgrootvader heeft zelden gesproken over zijn krijgsgevangenschap. Mijn grootvader Jacques is pas geboren na het krijgsgevangenschap van zijn vader en als kind besefte hij nog niet goed waarover zijn vader sprak als hij het had over de oorlog. Pas later vertelde zijn vader over enkele gebeurtenissen die hij daar had meegemaakt. Als Oscar sprak over zijn krijgsgevangenschap, dan had hij vooral over het tekort aan voedsel in het kamp. Oscar heeft gedurende de periode dat hij krijgsgevangene was, zeer weinig kunnen eten. Hij moet enorme honger gehad hebben. Als ze al iets te eten kregen was het niet veel en soms was het brood hard en zelfs beschimmeld. Sindsdien heeft hij nooit meer bruin brood willen eten. Hij had genoeg slecht brood gegeten, zei hij. De enorme honger heeft ervoor gezorgd dat hij zelfs gras gegeten heeft dat tussen de barakken in het kamp stond. Op een dag had Oscar samen met nog een paar andere krijgsgevangenen een emmer confituur kunnen stelen. Omdat hun honger zo groot was, aten ze alle confituur direct op. s Anderendaags waren ze allemaal ziek en hadden ze buikloop. 9

10 Oscar had ook ergens een plaats gevonden waar er aardappelen lagen. De plaats was afgesloten zodat de krijgsgevangenen er niet bij konden. Samen met enkele andere krijgsgevangenen probeerden ze met een haakje de aardappelen door een kiertje te vissen zodat ze de aardappelen rauw konden opeten. Mijn overgrootvader had niet het geluk om op een boerderij te werken. Men had hem uitgekozen om te werken in een fabriek. Volgens mijn grootvader was dat een cementfabriek. Ik vermoed dat de naam Siemens, vermeld op de veldfles, de naam moet geweest zijn van deze fabriek. Oscar heeft ooit verteld dat ze probeerden de machines te saboteren, zodat ze tijdelijk even niet meer hoefden te werken en wat konden pauzeren. Ze moesten dit wel zeer voorzichtig aanpakken want sabotage werd bestraft. De honger dreef de krijgsgevangenen zo ver dat ze soms ingrijpende plannen bedachten om toch maar aan voedsel te geraken. Oscar had samen met zijn groep medekrijgsgevangenen ook een plan bedacht. Ze hielden een vrachtwagen in de gaten die op gezette tijden met voedselbevoorrading voor het kamp kwam. Ze zochten uit op welk tijdstip er het minste bewaking was en dachten er zelfs aan om de chauffeur om te brengen en het lichaam van de chauffeur in de Donau te laten verdwijnen. Het plan is nooit uitgevoerd. Zoiets zou wel zeer riskant geweest zijn en het zou niet onopgemerkt voorbijgegaan zijn. Met deze beperkte informatie moest ik het doen Ik moest dus op zoek gaan naar andere bronnen om mij toch min of meer een beeld te kunnen vormen van deze periode uit zijn leven die mij zo intrigeert. Hoe is hij in Krems terecht gekomen? Wat zou hij daar meegemaakt hebben? Hoe waren de leefomstandigheden daar? Waarom is hij naar huis mogen komen? Mijn grootvader besloot een zoekertje te plaatsen in Het Nieuwsblad. Hij vermoedde dat er nog wel mensen zijn die informatie over het kamp hebben of zelfs iemand gekend hebben die in Stalag 17B heeft verbleven. Op dit zoekertje kregen we meer reactie dan we gehoopt hadden. De informatie die ik van deze personen gekregen heb, is opgenomen in deel 4 van dit werk. Krantenknipsel van het zoekertje in het Nieuwsblad 10

11 1.2.3 Bijlage Medailles van Oscar De Zutter uit de Tweede Wereldoorlog Bewijs van oorlogsdiensten en krijgsgevangenschap van Oscar De Zutter 11

12 Krijgsgevangenenkaart van Oscar De Zutter Ontslagbewijs uit Stalag 17B van Oscar De Zutter 12

13 Foto van Oscar De Zutter met zijn krijgsgevangenennummer Document uit Stalag 17 B van Oscar De Zutter 13

14 Document uit Stalag 17 B van Oscar De Zutter 14

15 Verklaring legerdiensten van Oscar De Zutter 15

16 Brief uit Stalag 17 B van Oscar De Zutter, geschreven naar Clara Merchie (zijn vriendin, later mijn overgrootmoeder) 16

17 Brief uit Stalag 17 B van Oscar De Zutter, geschreven naar Clara Merchie (zijn vriendin, later mijn overgrootmoeder) 17

18 2 Oorlog in België 18

19 2.1 Aanvang Tweede Wereldoorlog Polen Aanval op Polen De Tweede Wereldoorlog begon officieel op 1 september Op die dag vielen de Duitse troepen Polen aan en ze bezetten Danzig. Op 2 september volgde de oorlogsverklaring van Frankrijk en Engeland aan Duitsland. De inname van West-Polen duurde 4 weken. De Sovjet-Unie viel op 17 september Oost-Polen binnen. Dit gebeurde niet toevallig. Er was eerder een gesloten verdrag getekend door Duitsland en de Sovjet-Unie: het Molotov-Ribbentroppact. Dit contract hield in dat Duitsland en de Sovjet-Unie elkaar niet zouden aanvallen. Dit had een belangrijk voordeel voor Duitsland: hierdoor konden ze een oorlog op twee fronten voorkomen. Door deze sterke samenwerking, die ervoor zorgde dat Polen te maken kreeg met een oorlog op twee fronten, en de tactiek van de Blitzkrieg gaf het Poolse leger op. Polen bestond niet langer. Het gebied werd verdeeld onder Duitsland en de Sovjet-Unie. Ook Estland, Letland en Litouwen werden bezet door de Sovjet-Unie Situatie in België De landen in West-Europa voelden dat een oorlog onvermijdelijk zou zijn en bereidden zich voor. België had al in 1920 een militair verdrag gesloten met Frankrijk. Ze hadden afgesproken, mocht er zich een Duitse aanval voordoen, hun inspanningen op elkaar af te stemmen om zo de organisatie overzichtelijk te houden. Maar toen de Duitse troepen kwamen opzetten in de streek van het Rijnland in 1936, wat een schending van het Verdrag van Versailles was, greep Frankrijk niet in. Toen besloot België om op veilig te spelen en koos voor neutraliteit, zoals België dit in de Eerste Wereldoorlog ook had gedaan. Toch mobiliseerde België op 26 augustus In België bleef het rustig toen Polen aangevallen werd. Zolang de Duitse troepen in het oosten vochten, zagen ze nog geen reden tot paniek. België vreesde wel dat de geallieerden (de Fransen en de Britten) door België zouden trekken om zo Duitsland aan te vallen. Hiervoor werden enkele troepen ingeschakeld in het Westen van België. De regering van België besloot ook om verdedigingsforten te bouwen. 19

20 Wanneer bekend raakte dat Polen was bezweken onder de kracht van het Duitse leger, stuurde België de troepen van het Westen naar het Oosten, de dreiging in het Oosten werd nu groter. België bleef nog steeds neutraal en liet noch Britse, noch Franse troepen door het land trekken. Vergelijking van het aanvalsplan in WOI (Schlieffenplan) en het uiteindelijke aanvalsplan (Mansteinplan) van Duitsland in WOII. Hitler wou vanuit het Westen van Europa Engeland aanvallen. Het plan was met grote kracht tot aan de havens aan de Noordzee geraken en daarbij iedere weerstand vernietigen. Hierbij zou hij door Nederland, België en Frankrijk moeten gaan. Hij koos voor 12 november 1939 als aanvalsdatum. Hij wou toen zijn aanvalsplan in actie zetten. Het aanvalsplan vertoonde gelijkenis met het Schlieffenplan van augustus Het verliep anders dan hij had gedacht Denemarken en Noorwegen Duitsland wou ook graag Noorwegen inlijven, maar vreesde voor Groot-Brittannië. Hoewel Noorwegen en Denemarken neutraal waren, dachten ze dat Groot-Brittannië ervoor zou zorgen dat Noorwegen zich bij hen zou aansluiten. Groot-Brittannië had namelijk mijnen in de Noorse wateren en fjorden gelegd. Die mijnen waren bedoeld als verdediging op een inval van de Duitsers. Noorwegen verloor hierdoor de neutraliteit. Als Noorwegen aan de kant van de Britten zou staan, zou Duitsland het ijzererts, dat ze uit Noorwegen ontvingen, verliezen. Noorwegen bood ook een aantal ijsvrije havens en dat kwam Duitsland goed uit. Een inval in Denemarken zou het makkelijker maken om nadien de inval op Noorwegen te kunnen doen Denemarken Voor deze inval moest nog een strikte planning ontworpen worden, die veel tijd in beslag nam. De voorziene datum van 12 november 1939 voor een aanval naar het Westen, werd uitgesteld. Op 6 april viel Duitsland Denemarken en Noorwegen binnen. Denemarken en Noorwegen reageerden beiden hierop totaal verschillend. Denemarken had erop gerekend dat het neutraal zou blijven en dat Hitler nooit binnen zou vallen. De troepen in Denemarken waren nog niet eens gemobiliseerd en de Deense koning Christian X gaf zich vrijwel direct over. Duitsland zorgde ervoor dat Denemarken door de snelle capitulatie beter behandeld zou worden. 20

21 Noorwegen Noorwegen daarentegen bood weerstand, hoewel ze ook verrast waren door de plotse Duitse aanval. Het Britse leger probeerde nog om het leger van de Noren te versterken, maar die organisatie liep niet zo vlot als gehoopt. Het Noorse leger bleef dapper doorgaan met vechten, tot het op 10 juni 1940 capituleerde. Duitsland veroverde het neutrale Denemarken en later ook het neutrale Noorwegen. 21

22 2.2 De mobilisatie van België Mobilisatie in België België startte op 26 augustus 1939 de mobilisatie. Koning Leopold III vertrok naar het Fort van Breendonk. Het grootste deel van het leger stelde zich op aan de Duitse grens. Een kleiner deel moest zich opstellen aan de Franse grens. Uiteindelijk bleek deze opstelling niet nodig. In centraal België werd de KW-linie vervolledigd. De KW-linie, een linie tussen Koningshooikt en Waver, had als hoofddoel Duitse tanks te versperren. De KW-linie bevond zich vlakbij de Dijle en ze werd ook de Dijle-linie genoemd. De mobilisatie in België verliep in verschillende fases: - Fase A, op 26 augustus 1939 Een groot deel van de bevolking werd opgeroepen om zich klaar te maken. Dit waren vooral mannen van infanteriedivisies, cavaleriedivisies, luchtvaartregimenten en vestingtroepen. - Fase B, op 28 augustus 1939 De 8 ste en 11 de infanteriedivisies werden opgeroepen. - Fase C, op 1 september 1939 Er werden nog meer infanteriedivisies opgeroepen. - Fase D, van 11 september 1939 tot 7 november 1939 Fase D gebeurde in verschillende fases, maar het hield in dat alle overige infanteriedivisies opgeroepen werden. - Fase E, op 10 mei 1940, de algemene mobilisatie. Meer dan 8% van de bevolking werd opgeroepen. Dat waren toen meer dan Belgische burgers. Daarmee was het Belgische leger (in verhouding tot het aantal inwoners) één van de grootste Europese legers. Vanaf oktober 1939 merkte België dat er te veel mannen onnodig gemobiliseerd waren. Het land kon niet verder zonder al die jonge werkkrachten. De mobilisatie was ook niet goed voor het moreel van de troepen: meerdere keren was er vals alarm en bleef men wachten tot er iets gebeurde. Een deel van de gemobiliseerde mannen werd toen teruggestuurd. Dat waren vooral mijnwerkers, mannen met grote gezinnen, artsen, leerkrachten, ambtenaren en werklieden. Dit zorgde voor wrevel bij degenen die wel gemobiliseerd moesten blijven. Ook de soldij van de militairen en de reservisten was absoluut niet hoog en vele families moesten zich met iets minder tevreden stellen. De gemobiliseerde troepen waren gelegerd in verschillende openbare gebouwen, scholen en houten barakken. Die gebouwen waren steeds in de buurt van defensieve stellingen. De militairen moesten gedurende de mobilisatie verschillende schietoefeningen doen, verkennen en veldwerken uitvoeren. 22

23 2.2.2 Vertraging van de Duitse plannen Begin januari 1940 vreesde men dat West-Europa effectief zou aangevallen worden, het was nu alleen nog een kwestie van tijd. Op 10 januari maakte een Duitse piloot een noodlanding in Maasmechelen. Er vlogen geregeld Duitse verkenningsvliegtuigjes over België, maar deze piloot was op weg naar een conferentie en was de weg verloren door de dichte mist. De piloot had enkele documenten aan boord die een deel van het aanvalsplan van Duitsland op West-Europa bevatten. Tevergeefs probeerde hij ze te verbranden achter een haag en de papieren werden gevonden. Het aanvalsplan op België en Nederland lekte hierdoor uit. Duitsland kon niet meer uitpakken met een verrassingseffect. België en Nederland waren nu zeker dat zij aan de beurt waren na Polen, Denemarken en Noorwegen. Uiteindelijk zou het Duitse aanvalsplan nog volledig veranderen, maar dat kon men niet weten. Het was een jonge Duitse generaal, Erich von Manstein die de plannen voor de invasie in het Westen aanpaste. Hij dacht eraan om via de Ardennen Frankrijk te kunnen aanvallen en zo door te stoten naar de kust. België zou omsingeld worden door deze actie en op die manier makkelijk in te nemen zijn. 2.3 Inname van Nederland Duitsland viel Nederland aan in de ochtend van 10 mei Het Nederlandse leger, helemaal verrast en niet voorbereid, was niet uitgerust voor zo n strijd en zag de nederlaag al aankomen. Nederland was op 9 mei getipt door een Nederlandse militair die wist dat Nederland zou worden aangevallen binnen korte tijd. Die tip kwam te laat, want op 10 mei kwamen de Duitse troepen de grens al over, zonder dat het Nederlandse leger heeft kunnen ingrijpen. Alles verliep volgens plan zoals de Duitsers gehoopt hadden. Er waren luchtaanvallen op grote steden in Nederland en de Duitse troepen konden voorbij de bewaakte grenzen geraken. Rotterdam kon nog gespaard worden, maar de stad werd op 14 mei zwaar gebombardeerd. Hierdoor tekende generaal Winkelman, de bevelhebber van het Nederlandse leger, de capitulatie op 15 mei De Fransen hadden nog een leger gestuurd naar Nederland om hulp te bieden, maar alle hulp kwam te laat. Gedurende deze korte periode van oorlog in Nederland, sneuvelden 2200 Nederlandse militairen en 2250 burgers. 23

24 2.4 Oorlog in België Paniek bij het Belgische leger Het Duitse leger viel op 10 mei 1940 ook België aan, helemaal onverwachts. Er was een grote paniek in België: ging het om de zoveelste oefening of was dit de echte aanval? De bewapening en de munitieverdeling in België was onvolledig, hoewel het deze keer menens zou zijn. Een deel van de mannen die terug naar huis gestuurd werd na de 1e mobilisatie, moest zich opnieuw klaarmaken in korte tijd. De Duitse troepen vielen vrijwel onmiddellijk aan vanuit de lucht. België, voorbereid op grondaanvallen, was helemaal verrast. Door de bombardementen werden vele telefoonlijnen vernield. De communicatie tussen de Belgische troepen verliep nu alles behalve vlot: er waren veel misverstanden en onduidelijke orders. Er was zelfs geen contact meer tussen artillerie en infanterie. Men wist niet meer aan wiens orders men moest gehoorzamen. Een gecoördineerde tegenaanval was vrijwel onmogelijk te realiseren: niemand had een volledig zicht op het strijdverloop. Om de chaos compleet te maken, liet het Duitse leger honderden poppen uit hun vliegtuigen vallen. Het Belgische leger vermoedde dat het parachutisten waren en gingen er voorzichtig naar op zoek. De Duitsers hadden dit voorzien. Zo zou een deel van het Belgische leger tijd en energie verliezen om poppen te gaan zoeken. Ook bij het zien van de Duitse vliegtuigen, die niet voorzien waren van een herkenningsteken, was er twijfel. De Duitsers gingen voor een snelle, hevige aanval, waarbij enkele momenten van twijfel fataal konden zijn Inname van het fort van Eben-Emael Het Duitse leger bereidde zich voor op een aanval op het Fort van Eben-Emael. Het fort was gebouwd met als doel de bruggen over de Maas en het Albertkanaal af te schermen. Het werd beschouwd als één van de sterkste forten over heel Europa. Het zou nooit ingenomen kunnen worden. Op de nacht van 10 op 11 mei waren de Duitse troepen tot over het Albertkanaal geraakt. Duitse zweefvliegtuigen landden op het gebied rond het fort, nadat ze parachutisten gelost hadden. Die parachutisten konden twee bruggen over het Albertkanaal innemen. Door deze actie kwam het fort nu ingesloten te zitten tussen Duitse troepen. Na één dag heeft het sterkste fort van België zich overgegeven omdat zich verzetten geen haalbare optie was. De Duitsers maakten bovendien ook gebruik van het wapen de holle lading (een soort springlading). Dit hadden de Belgische soldaten nog nooit gezien en ze wisten niet welke gevolgen dit wapen kon hebben. 24

25 2.4.3 Het Dijleplan Het plan Het Belgische leger trok zich terug naar de KW-stelling. Dit verliep opnieuw vrij chaotisch. Discipline en rust kwamen er niet aan te pas. Het volledig Belgische leger moest nu het front tussen Antwerpen en Leuven verdedigen. Dit hadden de Fransen en de Britten voorzien in hun Dijleplan. De Fransen en de Britten zouden België binnengaan langs de Dijle. Ze hadden rekening gehouden met de Belgische en de Nederlandse neutraliteit en zouden pas België binnengaan als België haar neutraliteit had opgegeven. De Fransen hadden gedacht dat Nederland het gebied van aan de Zuiderzee tot aan de Maas zou verdedigen. België zou dan de KW-stelling verdedigen. Dan zou Frankrijk een deel van het leger tussen Turnhout en Breda voor hun rekening nemen. Groot- Brittannië zou de linie van Leuven tot Waver verdedigen. Het Franse leger zou dan ook de linie van Waver tot Mézières verdedigen. Frankrijk hield zich aan het Dijle-plan, maar had niet echt rekening gehouden met de realiteit. De Nederlandse en Belgische legers waren niet in staat om het Duitse leger zo lang tegen te houden. Terwijl het Duitse leger nog zou opgehouden worden, probeerden het Franse leger en het Britse leger hun posities in te nemen (vroeger dan 10 mei 1940 was niet toegestaan want België was toen nog neutraal) De uitvoering van het Dijleplan Ondertussen trok een groot deel van het Duitse leger door Luxemburg en de Ardennen. Het Franse leger was nu ook op de hoogte van wat er zich in België afspeelde en ze kwamen België binnen om hun stellingen (die zich op Belgisch terrein bevonden) te verdedigen, zoals in het Dijleplan afgesproken was. Veel hulp en weerstand kon het Franse leger niet bieden, want ze kwamen te laat. Het Duitse leger stak de Maas al over op 13 mei en zette de tocht verder naar Frankrijk. Het Belgische leger moest noodgedwongen de terugtocht aanvangen of het zou omsingeld worden door het Duitse leger. Als het leger de terugtocht zou aanvangen, moest men de KW-linie en het Albertkanaal prijsgeven. Dit leek enigszins een betere oplossing dan omsingeld te worden door hun vijand. Deze situatie gaf de Belgische soldaten niet veel hoop voor de toekomst. Het Belgisch leger begon aan de terugtocht op de nacht van 22 op 23 mei Ze stelden zich op aan de verdedigingslinie aan de Leie. Daar begon de echte strijd: de Slag aan de Leie. De Britten hadden nog steeds hun troepen gelegerd in België, maar ze zagen ook in dat de situatie daar zo goed als verloren was. Ze beslisten op 26 mei om hun BEF (British Expeditionary Forces) terug te trekken uit België en ze terug naar Groot-Brittannië te verschepen. Het Belgische Leger besloot om die herinscheping in Duinkerken te beschermen en het gaf zo weinig mogelijk terrein prijs. Tijdens de slag aan de Leie lieten zo n 3000 Belgische soldaten het leven. Het dodental bij de Duitse soldaten lag hoger. 25

26 2.4.4 De Achttiendaagse Veldtocht Op 28 mei 1940 moest het Belgische leger capituleren. Het leger was opeengedrukt op een klein oppervlak en alle reserves waren op. Verder vechten had geen nut meer, want de Britten waren tijdig naar Groot-Brittannië kunnen gaan. Vanaf dat moment werd België bezet door Duitsland. De periode van 10 mei 1940 tot 28 mei 1940 wordt de Achttiendaagse veldtocht genoemd. Gedurende deze periode probeerde het Belgische leger zich te verdedigen tegen de Duitse overmacht. Tijdens de Achttiendaagse veldtocht zijn er Belgen gesneuveld, niet alleen soldaten maar ook gewone burgers. Nu België gecapituleerd had, wisten de Duitsers eerst niet wat ze met al die krijgsgevangenen moesten aanvangen. Pas vanaf eind mei begon men met het transporteren van die massa krijgsgevangenen richting Duitsland. Er werden ongeveer Belgische soldaten krijgsgevangen gehouden. Zij kwamen terecht in krijgsgevangenenkampen, verspreid in Duitsland en Oostenrijk. 2.5 Transport van de Belgische krijgsgevangenen Transport per boot, per trein en te voet De Belgische krijgsgevangenen werden verzameld in grote openbare gebouwen of fabrieken. Daar moesten ze overnachten en wachten op transport richting de krijgsgevangenenkampen. Men moest grote afstanden te voet afleggen en daarna moesten sommigen met de trein verder. Anderen werden vervoerd in grote schepen Ramp bij Willemstad Tijdens één van die transporten per schip liep het fout. De Belgische krijgsgevangenen werden in groepen ingedeeld om naar Nederland te gaan. Deze krijgsgevangenen konden al vermoeden dat de eindbestemming Duitsland zou zijn, maar dat werd door niemand bevestigd. Eind mei kwamen ze aan in Walsoorden. Daar lagen binnenschepen, klaar om de Belgische krijgsgevangenen te transporteren. De schepen waren enkele dagen daarvoor gebruikt om steenkool te vervoeren en ze waren dus nog vuil en donker door de steenkool. Het inschepen gebeurde op verschillende tijdstippen. Degenen die aan boord gingen, kregen één brood per twee personen. De soldaten moesten zich naar het ruim begeven, ze mochten niet op het dek staan. Er kwamen steeds meer soldaten bij en het ruim werd volledig gevuld. Als het ene schip volgeladen was, begon men aan het volgende. De krijgsgevangenen stonden daar opeengepakt, bang voor wat er zou gebeuren bij hun aankomst in Duitsland. 26

27 Men vermoedt dat op 30 mei 1940 de schepen vertrokken. Er zouden vier schepen (Rijnaken genoemd) de krijgsgevangenen vervoeren. Na het eerste schip volgde de Rhenus 127. Dit schip trok het derde schip met een kabel mee. Daarachter volgde op een grotere afstand nog een vierde schip. Na een tijdje kregen de krijgsgevangenen het benauwd in het ruim: het werd warm en de soldaten hadden dorst. Sommigen hadden de moed om te vragen of het luik open mocht. De Duitse soldaten reageerden niet op hun verzoeken. Op de Rhenus 127 daarentegen konden de Belgische soldaten van het ruim naar het dek gaan. De sfeer was daar beter en de soldaten konden zelfs slapen op het dek. De krijgsgevangenen op het dek van de Rhenus 127. De krijgsgevangenen op de andere schepen hoorden dit en zij wilden ook wel eens naar het dek gaan. Volgens de Duitse soldaten zouden de luiken niet sterk genoeg zijn om deze massa soldaten op het dek te laten lopen, maar ze deden toch een gedeeltelijke toegeving. De krijgsgevangenen konden even een frisse neus halen en hadden hier geen haast bij. De Duitse soldaten moesten even dreigen om alle krijgsgevangenen terug naar het ruim te drijven, maar ze gaven dan wel drinkwater aan de krijgsgevangenen. Op de avond van 30 mei om 19u liep het fout. De schepen bevonden zich vlakbij het stadje Willemstad in Nederland. Plots bleek de Rhenus 127, het tweede schip, op een magnetische mijn te zijn gevaren. Vele soldaten werden overboord geslingerd en probeerden zich boven water te houden, wat niet makkelijk was aangezien ze hun volledige militaire uitrusting aanhadden. Andere soldaten zonken samen met de opengescheurde boot naar de bodem. Overal was er paniek. De ontploffing van de mijn werd ook gehoord in het ruim van het volgschip. De krijgsgevangenen wilden weten wat er gebeurd was. In het stadje Willemstad had men de ontploffing ook gehoord. Mensen verzamelden zich aan de haven en dachten na hoe ze konden helpen. Ondertussen waren er al vele mannen verdronken en konden niet meer gered worden. De luchtbeschermingsdienst, de dorpscommandant en de vissers van Willemstad kwamen in actie om de drenkelingen te redden. De luchtbeschermingsdienst zorgde voor hulpverleningsmateriaal. De dorpscommandant en de vissers voeren met hun schepen naar de drenkelingen om hen te redden. De drenkelingen waren zo talrijk dat de vissers niet wisten wie ze eerst konden redden. De reddingsoperatie werd er ook niet makkelijker op gemaakt: door de ontploffing was er een olie-lek in de Rhenus 127 en de weggelopen olie maakte het de krijgsgevangenen moeilijk om zich ergens aan vast te houden zonder weg te slippen. Willemstad kwam in actie zodra de eerste bootjes met de krijgsgevangenen aan de steiger kwamen. De gewonden werden eerst in de hoofdstraat van het stadje gelegd. Daarna werden ze in verschillende woningen ondergebracht waar ze verzorgd konden worden, in afwachting van ambulances. De inwoners van Willemstad probeerden alles te doen wat ze konden. Wanneer het middernacht werd, waren de meeste zwaargewonden naar een ziekenhuis gebracht. 27

28 Wanneer de rust de volgende dag terugkeerde, stuurden de Duitsers een groep Feldgendarmerie. Zij moesten de gezonde krijgsgevangenen verzamelen en terug op de overige boten laten inschepen. De Belgische krijgsgevangenen zagen dit niet zitten en sommigen kozen het hazenpad. Zelfs tijdens de ramp waren er al krijgsgevangenen die hun kans zagen om weg te zwemmen en zo te ontsnappen. Op de middag van 31 mei vertrokken de overige twee boten met de overige Belgische krijgsgevangenen naar Duitsland. De krijgsgevangenen moesten hun reis met de trein verder zetten naar de krijgsgevangenkampen. De Rhenus 127 vaart nu onder de naam Henrean. De ramp met de Rhenus 127 heeft aan ongeveer 166 mensen het leven gekost. Ieder jaar wordt deze ramp nog herdacht. De Rhenus werd eind augustus 1940 uit het water gevist. Na de berging van het schip, besliste men om het schip te herstellen en vandaag bevindt het schip zich ergens in Roemenië onder de naam Henrean. 28

29 3 Stalag 17 B 29

30 3.1 Soorten krijgsgevangenenkampen in WOII Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er verschillende types krijgsgevangenenkampen. De kampen werden verdeeld op basis van het soort krijgsgevangenen dat men er zou onderbrengen. Krijgsgevangenenkampen kregen eerst de naam van het soort kamp, gevolgd door een romeins cijfer. Er zijn zeven soorten kampen Dulag Dulag is de afkorting van Durchgangslager. Daar werden alle gevangengenomen militairen (en burgers) ondervraagd vooraleer ze naar krijgsgevangenenkampen, werkkampen en concentratiekampen gestuurd werden. Enkele voorbeelden: Durchgangslager Westerbork, Fort van Breendonk Stalag Stalag is de afkorting van Stammlager. Daarheen werden alle gevangengenomen militairen gebracht. In Stalag 17 B werden dus de gevangengenomen militairen ondergebracht. Er bestond ook Stalag Luft. Dat was dan een krijgsgevangenenkamp waar militairen van de luchtmacht naartoe gebracht werden. Enkele voorbeelden: Stalag VI C in Bathorn, Stalag VI B in Meppen- Versen, Stalag Luft I in Barth Oflag Oflag is de afkorting van Offizierslager. Daar werden alle gevangengenomen officiers naartoe gebracht. Enkele voorbeelden: Oflag XII B in Mainz, Oflag II A in Prenzlau Marlag Marlag is de afkorting van Marinelager. Daar werden alle gevangengenomen militairen van de marine naartoe gebracht. Een voorbeeld: Marlag und Milag Nord in Westertimke Milag Milag is de afkorting van Marineinterniertenlager. Dit kamp was voor geïnterneerde opvarenden van de koopvaardij. Een voorbeeld: Marlag und Milag Nord in Westertimke Heilag Heilag is de afkorting van Heimkehrerlager. Daar werden burgers gerepatriëerd. Een voorbeeld: Heimkehrerlager Gronenfelde Ilag Ilag is de afkorting van Internierungslager. Een Internierungslager was een kamp voor geïnterneerde vijandelijke onderdanen. Enkele voorbeelden: Ilag V Liebenau, Ilag V B Biberach. 30

31 3.2 Evolutie van Stalag 17 B Situering Krems in Oostenrijk Nadat Oostenrijk in 1938 de aansluiting gemaakt had met Duitsland, hoorde het officieel bij Groot- Duitsland. Een Duits bataljon infanterie was gelegerd in de buurt van Krems. Krems is een stad in het noordoosten van Oostenrijk. Het Duitse bataljon begon er een Dulag en een concentratiekamp te bouwen. Daarvoor namen ze grond van de plaatselijke landbouwers in beslag. In augustus 1939 werd het Durchgangslager J gebouwd in de gemeente Kaisersteinbruch. Later, in september, veranderde men de naam van dit kamp in Stalag XVII A. Nadat de Tweede Wereldoorlog uitgebroken was in Polen, kwamen de eerste gevangenen het nieuwe kamp binnen. Het waren allemaal Poolse krijgsgevangenen. Zij moesten voor de verdere uitbouw van de andere kampen zorgen. Al snel groeiden de tentenkampen uit tot grote kampen met gebouwen voor de Duitse officiers en bewakers. Eind september waren het Durchgangslager Gneixendorf (het latere Stalag 17 B) en het Durchgangslager Döllerheim/Edelbach (het latere Stalag 17 C) klaar. Er stonden veertig barakken in de kampen klaar voor toekomstige krijgsgevangenen. Men was van plan de kampen te gebruiken om Poolse soldaten krijgsgevangen te houden. Door de snelle doortocht van Duitsland door België en een deel van Frankrijk werden er ook Belgische en Franse soldaten krijgsgevangen gehouden, vanaf 1940 tot het einde van de oorlog. Het grootste deel van de Belgen in Stalag 17 B verbleef ongeveer een jaar in het kamp en kon dan weer naar huis. In 1941 kwamen er vooral Serviërs en Sovjets het kamp binnen, omdat Duitsland dan de Sovjet-Unie aanviel. Pas na 1943 kwamen er ook Amerikanen, Britten en Italianen toe in het kamp. In de zomer van 1944 werden ook Slovaken en Roemenen naar het kamp gebracht. 31

32 Al snel steeg het aantal krijgsgevangenen tot ongeveer mannen. De helft verbleef in Stalag 17 B, de andere helft verbleef buiten het kamp om te werken. De zogenaamde Arbeitskommandos werkten op boerderijen en in fabrieken in de buurt. Sommigen van hen werden iedere avond opgehaald om terug naar het kamp te gaan en daar te slapen. Anderen werkten op een te grote afstand van het kamp en werden naar schuren gebracht waar ze onder bewaking konden overnachten. Stalag 17 B werd één van de grootste krijgsgevangenenkampen van Oostenrijk én Duitsland. Het kamp was niet uitgerust voor zo n groot aantal krijgsgevangenen. In sommige barakken moest men zelfs op de vloer slapen wegens plaatsgebrek. In de zomer van 1943 moest een groot aantal Sovjets naar andere kampen in Duitsland gebracht worden, want Stalag 17 B moest nu ook Amerikanen en Italianen krijgsgevangen houden. Het aantal Amerikanen bleef altijd rond 4 000, tot het einde van de oorlog. De komst van de Amerikaanse krijgsgevangenen veroorzaakte problemen bij de Duitse officiers en bewakers. Stalag 17 B stond onder het commando van de Duitse Wehrmacht (het Duitse leger), maar de officiers en bewakers van het deel waar de Amerikaanse krijgsgevangenen verbleven, stonden onder het commando van de Duitse Luftwaffe (de Duitse luchtmacht). De onenigheid tussen de twee groepen bewakers werd pas eind 1944 opgelost. Hitler beval de SS en de Gestapo (Geheime Staatspolizei) de controle over te nemen over het hele kamp zodat alle Duitse officiers en bewakers onder hetzelfde commando kwamen te staan. Vanaf dan verslechterde de situatie in het krijgsgevangenenkamp. De gevangenen kregen maar één dag per maand rust, terwijl ze vroeger één rustdag kregen per week. De oorlogssituatie veranderde toen ook en vele wegen werden gebombardeerd, waardoor de voedselvoorzieningen niet tijdig aankwamen in het kamp. De situatie van de Duitsers begon er steeds slechter uit te zien en in april 1945 evacueerden de Duitse bewakers Stalag 17 B. Alle niet-russische gevangenen die op dat moment in het kamp waren en in staat waren te stappen, moesten langs de Donau stappen in de richting van het Amerikaanse leger. De Duitsers vonden dat ze zich beter konden overgeven aan de Amerikanen dan aan de Sovjets. Ongeveer 300 krijgsgevangenen die niet in staat waren om zo n eind te marcheren, bleven in het kamp. De andere gevangenen die niet in het kamp waren, maar arbeid verrichtten buiten het kamp, kregen de keuze. Ze mochten meegaan met de kolonne of ze mochten blijven waar ze waren. De krijgsgevangenen moesten in groepen van 500 mannen marcheren onder toezicht van de Duitse bewakers. De Amerikaanse krijgsgevangenen voorop, de Franse daarachter en dan volgde de rest. De krijgsgevangenen stapten ongeveer 300 kilometer op een tijdspanne van achttien dagen. 32

33 Op 2 mei 1945 bevrijdde het Amerikaanse leger de krijgsgevangenen van Stalag 17 B die de hele afstand gemarcheerd hadden. De Duitse bewakers werden nu zelf gevangenen van het Amerikaanse leger. Op 8 mei 1945 vluchtte de overige Duitse bewaking, die op de achtergebleven gevangenen moest letten, weg naar de Amerikanen uit schrik voor het Russische leger. s Anderendaags kwam het Russisch leger binnen in Stalag 17 B. De overgebleven krijgsgevangenen waren opgelucht dat ze bevrijd waren, maar ze moesten tot 29 mei 1945 in het kamp blijven vooraleer ze gerepatrieerd werden. Het Russische leger bezette het kamp nog tot Daarna werd de grond teruggegeven aan de landbouwers aan wie het land eerst toebehoorde. 3.3 Situatie in Stalag 17 B Krijgsgevangenenkamp Stalag 17 B Stalag 17 B ligt in de gemeente Gneixendorf, dichtbij de stad Krems. Krems ligt vlakbij de Donau in Oostenrijk. Duitsland koos niet zomaar een plaats om een krijgsgevangenenkamp te bouwen. Men moest rekening houden met de Conventie van Genève van In artikelnummer 9 en 10 stond dat krijgsgevangenenkampen nooit nabij de oorlogszone mochten gebouwd worden. De krijgsgevangenenkampen moesten gebouwd worden zodat de Ingang van Stalag 17 B omstandigheden in het kamp leken op de omstandigheden van de eigen soldaten in de oorlogvoerende basiskampen. Stalag 17B was ongeveer één vierkante kilometer groot. Het domein werd afgebakend met prikkeldraad die wel vier meter hoog was. Voor de prikkeldraad was er nog een waarschuwingsdraad die een halve meter hoog was. De Duitse bewakers waarschuwden de gevangenen dat ze niet over de waarschuwingsdraad mochten kruipen. Deden ze dit toch, dan konden ze zomaar neergeschoten worden door de bewakers in de uitkijktorens. Zij waren gewapend met machinegeweren. Ze beschikten ook over zoeklichten. 33

34 Het kamp was in 1945 uitgebreid tot twaalf terreinen. Vijf terreinen waren voor de Amerikanen en de Britten, de andere zeven waren voor de Belgen, Italianen, Sovjets, Fransen, Polen en Serven. Ieder terrein had de grote van iets minder dan twee voetbalvelden naast elkaar. Een Amerikaans terrein bevatte vier dubbelbarrakken (ongeveer 12 meter breed en 40 meter lang). Per Schets van Stalag 17 B dubbelbarak waren er zes lavabo s waar men zich met een minimum aan middelen kon opfrissen. De bedden waren houten stapelbedden waarop drie personen konden liggen. De matrassen waren met stro gevulde zakken. Iedere barak kon ongeveer aan 240 mannen onderdak bieden, maar in realiteit sliepen meer dan 300 mannen in één barak. Sommigen sliepen zelfs op de grond Aankomst in Stalag 17 B Bij hun aankomst in Stalag 17 B moesten de krijgsgevangenen hun persoonlijke spullen inleveren. Hun hoofden werden geschoren en ze moesten een koude douche nemen die niet langer mocht duren dan één minuut en ze werden behandeld tegen luizen. Daarna kregen ze hun krijgsgevangenennummer, werden ze gefotografeerd, moesten ze hun vingerafdruk plaatsen met inkt en kregen ze persoonlijke documenten. De nieuwe krijgsgevangenen werden verdeeld over de barakken Behandeling en bewaking Behandeling De Duitsers behandelden sommige gevangenen beter dan anderen op basis van hun nationaliteit. De krijgsgevangenen werden daarom ingedeeld volgens nationaliteit. Degenen die het minst slecht behandeld werden, waren de Amerikanen en de Britten. Zij hoefden geen werk te verrichten en kregen zelfs Red Cross packages waarin voeding zat. Op de tweede plaats stonden de Belgen, maar de Vlamingen werden beter behandeld dan de Walen. De Joegoslaviërs, Italianen en de Sovjets werden het slechts behandeld. Er bestond een strafsysteem op basis van deze rangschikking van nationaliteiten. Als Amerikaanse of Britse gevangenen iets verkeerd deden of probeerden te ontsnappen, werden ze in een cachot geplaatst. Daar kregen ze nog minder eten en drinken dan in de barakken. Russische gevangenen die iets mispeuterd hadden, werden naar een ander kamp gestuurd om te werken of in het slechtste geval werden ze zelfs naar vernietigingskampen gestuurd. 34

35 Bewaking De bewaking bestond vooral uit Duitse reserve-eenheden. Dat waren oude ex-soldaten, maar er waren ook jonge soldaten (Hitlerjugend) die bewakers werden. Naarmate de oorlog nadeliger werd voor Duitsland, werden vele jonge bewakers opgeroepen om ook mee te vechten aan het Russisch front. De oude bewakers moesten dan de kampen onder controle houden, omdat ze niet meer geschikt waren om nog aan de frontlinie mee te vechten. Sommigen hadden zelfs al in de Eerste Wereldoorlog meegevochten. Er hielden ongeveer bewakers toezicht in Stalag 17 B Werk Volgens de Conventie van Genève van 1929 was het toegelaten dat krijgsgevangenen dwangarbeid verrichten, enkel als hun fysieke conditie daartoe in staat was. Het werk dat ze deden mocht niet gerelateerd zijn met de oorlog en het moest veilig zijn. Soms konden de krijgsgevangenen zich vrijwillig, maar vaak werden ze aan een fabriek of aan een landbouwer toegewezen zonder dat ze inspraak hadden. Het werk dat de krijgsgevangenen konden doen was o.a. werken bij een landbouwer, arbeid verrichten in de bossen, werken in fabrieken, helpen in bedrijven en wegen herstellen. De krijgsgevangenen die bij een landbouwer terecht kwamen, hadden het daar meestal beter dan op het kamp. Ze mochten mee-eten met de familie en sommigen mochten daar verblijven en overnachten Dagelijks leven in het kamp Het leven in het krijgsgevangenenkamp was saai. In het kamp zelf werd er niet veel gedaan en de gevangenen verveelden zich. Het was altijd mogelijk dat de Duitse bewakers iedereen appelleerden om in een rij te gaan staan en de gevangenen te tellen. In artikelnummer 16 en artikelnummer 17 van de Conventie van Genève staat dat de krijgsgevangenen wel de mogelijk moeten krijgen om aan sport te doen. In Stalag 17 B was er inderdaad ruimte om sport te beoefenen, maar dat was vooral in het Amerikaanse deel. De krijgsgevangenen hielden zich bezig met tekenen, schrijven of zelfs knutselen met alle materialen die ze vonden in het kamp Voeding In het krijgsgevangenenkamp kregen de krijgsgevangenen te weinig voedsel. Ze moesten het stellen met zeer kleine hoeveelheden en soms bedorven voedsel. Ze kregen aardappelen en oud hard brood voorgeschoteld. Ook waterachtige soepjes werden hen voorgeschoteld. Op Kerstdag kreeg men iets meer dan gewoonlijk. Pakketjes die de familie opstuurde met levensmiddelen in, kwamen nooit toe bij de geadresseerde. De Amerikaanse krijgsgevangenen ontvingen wel Red Cross Packages. Ze kregen tweewekelijks zo n pakketje toegestuurd. Waarschijnlijk zijn er meer pakketjes opgestuurd, maar zijn er vele onderweg verdwenen. 35

36 3.3.7 Hygiëne De hygiëne in het kamp was beneden alle peil. Dat zorgde voor een groot probleem, zowel voor de gezondheidstoestand van de krijgsgevangenen, alsook voor hun algemeen welbevinden. Douchen was zo goed als niet mogelijk. In alle sectoren van het Lager was er ongedierte en hadden de gevangenen last van luizen en vlooien. Regelmatig werden er ontluizingen gedaan, maar dat hielp slechts een korte tijd Ziekte en dood Ziekte Volgens de Conventie van Genève van 1929 moest er in ieder krijgsgevangenenkamp een veldhospitaal zijn om de zieke krijgsgevangenen te verzorgen. Dat was er ook in Stalag 17 B. Bij ziekte konden de krijgsgevangenen naar de Lagerlazaret gaan. De hoofdarts van het kamp was Dr. Pilger. Hij werd bijgestaan door Franse krijgsgevangenen die ook arts waren. De zware zieken (met uitzondering van de Sovjets) werden ofwel naar een ziekenhuis gebracht ofwel gerepatrieerd Dood Niemand weet precies hoeveel krijgsgevangenen er gestorven zijn in Stalag 17 B. Nabij het kamp is een massagraf gevonden waar ongeveer 1641 lichamen van Sovjets gevonden zijn. Het gaat waarschijnlijk om de begraafplaats ten oosten van het kamp. De meeste van deze Sovjets zijn waarschijnlijk gestorven aan de tyfusepidemie die in 1941 uitbrak in het kamp. De epidemie was te wijten aan slechte sanitaire toestand, het weinige eten en dysenterie. Als er een sterfgeval was, dan werd meestal als reden Allgemeine Körperschwäche (algemene lichamelijke zwakte) genoteerd. Total Prisoner deaths at Stalag XVII B Soviets Poles 2 Serbs 19 French 20 Italians 22 Belgians 1 British 0 Americans 4 Others 5 Total

37 3.4 Stalag 17 B nu Nu Vandaag kan men niet meer zien dat Stalag 17 B ooit bestaan heeft. Een deel van het domein van het vroegere Stalag 17 B is nu agrarisch gebied: er is een stuk landbouwgrond en er is een wijngaard. Ook is doorheen het gebied een vliegveld aangelegd voor sportvliegtuigen. Enkel drie monumenten zijn nu stille getuigen van Stalag 17 B en van de krijgsgevangenen die er verbleven. De drie monumenten ter nagedachtenis van Stalag 17 B 37

38 Restanten van de funderingen van het kamp Film Stalag 17 is een film uit 1953, geregisseerd door Billy Wilders. Vaak denkt men verkeerdelijk dat deze film over Stalag 17 B gaat. De film Stalag 17 gaat niet over Stalag 17 B, maar over het krijgsgevangenenkamp Luft Stalag 17 B. Dat bevond zich in Linz (Oostenrijk) en was een krijgsgevangenenkamp speciaal voor luchtmachtpersoneel. De Duitse Luftwaffe voerde daar het commando. Affiche van de film 38

39 4 Verhalen 39

40 4.1 Het verhaal van Gustave Declercq De eerste getuigenis is de getuigenis van Stefaan De Clercq. Zijn vader, Gustave De Clercq, was krijgsgevangene in Stalag 17C en woonde in Waarschoot. Gustave is geboren in 1910 en deed zijn legerdienst toen hij twintig jaar was. Hij verbleef van 13 mei 1940 tot 25 februari 1941 in Stalag 17C. Zijn krijgsgevangenennummer was Het verhaal Een foto van Gustave in legeruniform Gustave De Clercq was gemobiliseerd van september 1939 tot 9 mei Hij zat normaal in het 6de linieregiment toen hij legerdienst deed, maar toen hij werd opgeroepen zat hij in het 36e linieregiment. Hij is gevangen genomen op 12 mei of 13 mei in de gemeente Lummen, want toen waren het 35e en 36e linieregiment gelegerd nabij het Albertkanaal. Beide linieregimenten bestonden uit reservisten. Dat waren mensen die na hun legerdienst opgeroepen werden. Zij vochten met verouderde wapens en waren niet goed uitgerust. Op een korte tijd konden de Duitsers die linieregimenten overmeesteren. In het spervuur heeft Gustave zich laten vallen in het portaal van de kerk. Men dacht dat hij geraakt was in zijn been of zelfs dat hij gesneuveld was. Gustave werd krijgsgevangen genomen en op de trein gezet richting Stalag 17C. Hij wist op dat moment niet wat ze met hem zouden doen of waar hij naartoe gebracht werd. De krijgsgevangenen werden vervoerd in veel te kleine treinwagons. Het waren beestenwagons. Wanneer de trein soms stopte aan een station, stonden er jongetjes die een teken gaven aan de soldaten. Ze bewogen hun Foto van het regiment van Gustave vinger van links naar rechts over hun keel, om de Belgische soldaten bang te maken en te doen geloven dat ze gingen gedood worden. Gustave en een paar vrienden uit zijn regiment Eenmaal in Stalag 17C aangekomen, hadden de krijgsgevangenen zo goed als niets bij zich. Gustave vond het kamp zeer groot. Ze werden gefotografeerd in een apart gebouw. Ze moesten ook een vingerafdruk zetten en ze kregen een kaartje. In het kamp had Gustave nog contact met enkele mensen van zijn gemeente, die in zijn regiment zaten. Eén van die vier mensen, een boerenzoon uit Waarschoot, had een mooie, waardevolle pen. Hij ruilde die met een andere krijgsgevangene voor een aardappel, een handvol patattenschillen en drie sigaretten. Gustave mocht hier ook van mee-eten en meeroken. 40

41 Na enkele dagen moest hij gaan werken voor de Duitsers. Hij was nog steeds krijgsgevangene, maar hij kon gaan werken. De Duitsers vroegen naar bauers. Gustave was een fabrieksarbeider en hij meende dat ze boeren zochten. Hij gaf zich op als boer, omdat hij dacht dat zijn situatie alleen maar kon verbeteren. Ze kregen niet veel te eten in de kampen en gaan werken bij een boer zou daar misschien verandering in kunnen brengen. Gustave werd aanvaard als boerenknecht en mocht gaan werken in een wijngaard. Hij heeft dus niet zo lang in het kamp verbleven. Gustave verbleef bij een Oostenrijkse wijnboer en moest met de slee rijden. Hij werkte bij een wijnboer in Oostenrijk. De naam van het stadje wist hij niet meer. Wat hij wel wist, was dat het stadje ver van Stalag 17C lag. Hij zei dat het 300km boven of voorbij Wenen lag. Waar het nu precies lag, is onduidelijk. De wijnboer was daar eveneens burgemeester van het dorpje en heette Leopold De Keizer. Toen Gustave daar toegekomen was, moest hij boerentaken doen, hoewel hij dat niet echt kon. De boer had daar begrip voor en had geduld met hem. De eerste dagen kreeg hij daar ook niet veel te eten. Tot op de derde dag de boerin zei dat hij mee aan tafel kon komen en hij mocht eten wat er op tafel kwam. Dat was waarschijnlijk omdat de krijgsgevangenen er zo mager uitzagen en omdat ze wat moesten aankomen om het zware werk te verrichten. Gustave moest beginnen met hout te hakken in de bossen en dan kon hij pas beginnen werken tussen de wijnranken. Op zondag kon hij samen met de andere krijgsgevangenen en de boerenfamilie naar de mis gaan. Dit was een mogelijkheid, het was niet verplicht. De pastoor gaf hen na de mis een briefje mee als bewijs dat ze geweest waren. Als de krijgsgevangenen hun briefjes aan de boerin gaven, kregen ze een goeie mark. Toen Gustave daar werkte, werd hij wel bewaakt. Op een dag zat er een Duitse soldaat die toezicht hield, een snede wit brood te eten. Hij at enkel het brood, niet de korst. De krijgsgevangenen spraken af om de korst te nemen als hij weg was. De soldaat had hier waarschijnlijk iets van opgevangen. Hij gooide de korst in een modderplas en stampte er nog eens op met zijn laars. Dichtbij de boerderij was een rivier. Gustave was ook een visser en hij mocht eens gaan vissen. Hij ving een snoek en maakte hem klaar. De boer en de boerin hadden dit nog nooit eerder geprobeerd, ze wisten niet hoe ze snoek konden klaarmaken. Gedurende de hele tijd bij de boerenfamilie heeft Gustave nooit gedacht aan vluchten. Hij had het daar goed. Naarmate de oorlog vorderde, werden meer en meer Vlaamse krijgsgevangenen naar huis gestuurd. Dat was vooral rond mei De Waalse krijgsgevangenen moesten langer blijven. Er werd vaak tegen de krijgsgevangenen gezegd dat ze terug naar huis mochten gaan, maar daar kwam eerst niet zoveel van in huis. Ergens in die periode had het paard van de wijnboer op de grote teen van Gustave getrapt. Zijn teen was volledig gekneusd. Hij moest terug naar huis gaan en de boerin gaf hem nog 41

42 geruite pantoffels mee, waarin ze een gat had gesneden op de plaats van zijn teen. Hij reisde gedurende enkele dagen met de trein naar huis. Hij kwam thuis op 28 februari Hij had zelfs nog eten over, van wat hij van de boerin had meegekregen. In vergelijking met andere Vlaamse krijgsgevangenen was hij bij de eersten die naar huis mochten gaan. In het dorpje waar Gustave moest werken, was er een familie van een Oostenrijkse officier. Toevallig was die officier gelegerd in Waarschoot. Gustave heeft toen nog wat extra s, die de familie van die officier hem had toegestopt voor hij vertrok, mee kunnen brengen voor de jongeman. Eenmaal Gustave in België aangekomen was, moest hij door die officier achter het Lievekanaal werken voor Duitsland, want toen was België bezet door Duitsland. Gustave heeft toen ook nog op het vliegplein, dat nu een industrieterrein is, in Maldegem moeten werken. Toen Gustave te horen kreeg dat al wie niet getrouwd was, naar Duitsland zou moeten gaan werken, trouwde hij in 1942 met zijn vriendin. Hoewel hij getrouwd was, moest hij toch gaan werken. Hij moest niet naar Duitsland, maar in Brest (Frankrijk) gaan werken. Daar bleef hij gedurende de rest van de oorlog werken tot de bevrijding door de Amerikanen. Toen hij hoorde dat België bevrijd was, fietste hij van Brest terug naar huis. Gustave heeft gedurende zijn korte periode dat hij in het krijgsgevangenenkamp Stalag 17C zat, nooit gezien dat er krijgsgevangenen gefusilleerd werden. Hij heeft nooit geweld meegemaakt in het krijgsgevangenenkamp. 42

43 4.1.2 Bijlage Document uit Stalag 17B/Stalag 17C met de gegevens van Gustave 43

44 Document met de gegevens van Gustave 44

45 Document uit Stalag 17B/Stalag 17C met de gegevens van Gustave 45

46 Ontslagbewijs van Gustave uit Stalag 17B/Stalag 17C 46

47 4.2 Het verhaal van Octaaf Demuynck De tweede getuigenis is de getuigenis van Jean-Pierre Boudrez en Monique Demuynck. De vader van Monique Demuynck, Octaaf Demuynck, was krijgsgevangene in Stalag 17B. Octaaf had legerdienst gedaan in het 3 e linieregiment. Later werd Octaaf heropgeroepen op 26 augustus 1939 in het 23 e linieregiment, bij de infanterie. Hij was krijgsgevangene in Stalag 17B van 21 mei 1940 tot 22 februari Zijn krijgsgevangenennummer was Octaaf heeft nooit veel willen vertellen over zijn periode van gevangenschap, tot wanneer er 38 jaar later een brief toekwam Het verhaal De groep die in Freischling ging werken. Met o.a. officier Verhoeven, uit Tielt. Hij is getrouwd met een vrouw daar, uit Oostenrijk. Ook Robert Vanengeland uit Krombeke staat op deze foto. Die groep kende Octaaf toen hij gevangen zat in het kamp. Ze dragen hun gewone soldatenkleren Nadat Octaaf zijn legerdienst had gedaan, werd hij heropgeroepen op 26 augustus 1939 voor de mobilisatie van België. De overmacht was te groot in Sint-Kruis-Winkel en zijn regiment werd gevangengenomen tijdens de Achttiendaagse veldtocht. Het hele regiment moest dan wachten op transport. In hun militaire plunje moesten ze de hele nacht rechtstaan in een weide en ze mochten zich niet verroeren. Octaaf vertelde later dat hij per boot van Nederland naar Duitsland getransporteerd werd. De Belgische krijgsgevangenen werden eerst naar een doorgangskamp in Duitsland gestuurd en vandaar naar Stalag 17B in Oostenrijk gebracht. De krijgsgevangenen sliepen in barakken in het kamp. Die houten barakken stonden heel dicht bij elkaar op stenen fundamenten. Na enkele dagen was het gras, dat tussen de barakken stond, opgegeten door de krijgsgevangenen omdat ze zo n honger hadden. De honger was de grootste vijand van de krijgsgevangenen. Er werd zelfs een soldaat neergeschoten omdat hij de nageboorte van een schaap wou opeten. Octaaf zat samen met nog een twintigtal mannen in één barak en ze kregen slechts 25 aardappelen, die ze onderling moesten verdelen. De ene aardappel was al wat groter dan de andere en er ontstonden dan ook vaak ruzies en discussies tussen de gevangenen onderling. Volgens Octaaf waren de krijgsgevangenen ook zeer bang als de bewaking gedronken had. Dan gingen ze soms te keer als beesten. Veel meer heeft Octaaf niet verteld over zijn periode van zijn gevangenschap in het kamp. Hij wist wel nog dat er een medische dienst was in het kamp. In die streek in Oostenrijk was het rond die tijd zeer druk door de oogst. De boerenzonen van de Oostenrijkse boeren waren opgeroepen om te gaan vechten en konden hun vaders niet helpen. De burgemeesters van de omliggende dorpen kwamen samen naar de kampoverste om te vragen of de krijgsgevangenen arbeid konden verrichten op de boerderijen in de gemeente. Octaaf, die wat van de landbouwstiel afwist, gaf zich aan bij de Station Plank am Kamp 47

48 kampoverste. Ze trokken met een groep, allemaal Vlamingen, van Gneixendorf met een treintje naar Plank am Kamp. Het stationnetje van Plank am Kamp ziet er nog net hetzelfde uit als in Vandaar moesten ze te voet naar een dorpje trekken: Freischling. Dat was ongeveer 15 kilometer ver van Gneixendorf. Ze kwamen voorbij een ajuinenveld. De krijgsgevangenen liepen hiernaartoe en aten direct de ajuinen, met aarde en schil, op. Zo uitgehongerd waren ze. Toen ze in het dorpje aankwamen kregen ze daar een nummer om te bepalen bij welke boer ze moesten gaan. Hij kwam terecht bij de familie Hartner. Familie Hartner bij wie Octaaf werkte tijdens de zomermaanden. krijgsgevangenen niet goedgekeurd werden om bij de boeren te werken. Het was zodanig verdeeld dat er op iedere boerderij slechts één krijgsgevangene mocht werken. Octaaf had het goed getroffen bij de familie Hartner. Hij kreeg zelfs drinkgeld op zondag! Hij had geluk bij deze familie te mogen werken want hij had ook al gehoord dat sommige krijgsgevangenen vrijwillig terugkeerden naar Stalag 17B omdat ze vonden dat ze bij de families niet veel beter behandeld werden dan in het kamp. Het eerste wat de familie Hartner vroeg, was: Bent u katholiek?. Waarop Octaaf de paternoster, die hij had meegekregen van zijn moeder en die hij zorgvuldig bewaarde in zijn borstzak van zijn militaire vest, op tafel legde. Octaaf werd direct aanvaard. Hij was ver weg van huis, maar toch voelde hij zich thuis bij die mensen. Octaaf mocht samen met de familie meeeten aan tafel, maar s avonds moesten ze in het dorp op een hooizolder gaan slapen, onder bewaking. Zo hoorde hij ook dat er vele De plaats waar de krijgsgevangenen s nachts moesten gaan slapen. Octaaf werkte in de streek waar bieten geteeld werden. Als de oogst van de suikerbieten binnen was, moest hij terug naar het kamp. Dat was in een periode rond november. Daarna is hij in februari 1941 kunnen terugkeren naar België. Toen Octaaf thuiskwam, sprak hij niet veel over wat hij beleefd had. Hij was blij dat hij thuis was en hij liet het verleden achter zich. Tot in 1978 een brief, die geadresseerd was aan Octaaf, in de brievenbus zat. De mensen van de boerderij waar Octaaf moest werken, hadden een brief geschreven. Maar wat was er nu gebeurd dat die brief toen pas aankwam? Octaaf had de familie Hartner beloofd toen hij terugkeerde naar Stalag 17B, dat als hij goed thuiskwam (want er werden veel bombardementen uitgevoerd op treinen), een brief naar hen zou schrijven. Dat had hij dan ook gedaan. 48

49 Dit was de inhoud van de brief van Octaaf: Beste vrienden, ik heb de eer hun dees briefje toe te sturen, welke hun mij gevraagd heb als ik bij jullie vertrokken ben om naar het Lager te gaan. Jozef en Maria, ik moet hun van vooraf zeggen dat ik goed gezond thuisgekomen ben. Ik heb 3 dagen en 2 nachten op den Zug gezeten, eer ik aankwam en dan natuurlijk heel veel heeft moeten vertellen van als ik bij jullie ben geweest voor te arbeiten. Het was een groot verschil buiten in België gelijk ik altijd gezegd hebt tegen u en Marie. Ik en Robert (Vanengeland, die ook bij een boer ging werken) hebben voort tesamen geweest totdat we naar huis gekomen zijn. En doe eens de complimenten. Hier bij ons zijn er veel Duitse soldaten en in alle gemeenten. Hoe is het nog met Jozef, is hij nog thuis? En is Frans al binnengeraakt? (Frans was een soldaat en werkte daar ook. Hij wou liever soldaat zijn, zodat hij niet hoefde te werken.) Zo, Jozef en Maria en moeder, ik dank hun nogmaals duizendmaal. Voor al hetgene wat ge gedaan heeft voor mij. Het grappige was, dat beide families elkaars taal niet spraken en dat ze eigenlijk het grootste deel van de brief niet verstonden. Hier en daar begrepen ze wel een woord, maar toch wisten ze niet wat Octaaf allemaal schreef in zijn brief. In 1978 wou de zoon van de landbouwer bij wie Octaaf nog gewerkt had, de boerderij daar uitbreiden. Daarvoor moest alles verhuizen en werd alles verplaatst in huis. Bij die verhuizing moesten ze een kast verplaatsen. Achter die kast hebben ze een brief gevonden. Een brief die was ingemetseld in de muur achter de kast. Het was de brief van Octaaf, die hij, zoals hij beloofd had, geschreven had aan de familie. De familie had zijn brief goed weggestopt voor het Russische leger. Oostenrijk is bevrijd geweest door het Russische leger. Die mensen uit Oostenrijk hebben tot in 1955 een Stalinistisch bewind gehad. De oude mensen in Oostenrijk zijn nog altijd bang van de Russen, de schrik is niet weggegaan. De geallieerden hadden toen Duitsland teruggedreven en overmeesterd tot aan Linz. Daar was de scheiding tussen de Oosterse en de Westerse zone. Die mensen die woonden rond het kamp, behoorden tot de Oosterse zone, of de Russische zone. De familie Hartner was ook bang voor het Russische leger. Als het Russische leger huiszoekingen in hun huis zouden houden en daarbij de brief toevallig zouden ontdekken, konden ze hun leven riskeren. Toen ze de brief terugvonden achter de kast, hebben ze hem in 1978 beantwoord. In de brief schreef de zeer katholieke familie Hartner dat ze elkaar wel nog eens terug gingen zien in de hemel. Toen heeft de familie Demuynck een antwoord teruggeschreven en zo is de bal aan het rollen gegaan. In 1979 is de familie Demuynck voor de eerste keer teruggekeerd naar Gneixendorf en Freischling. De familie kwam daar aan bij de boer waar Octaaf gewerkt had. De oude boer Jozef kwam in de deuropening kijken naar Octaaf, hij zei niks en hij deed hen teken dat ze binnen mochten komen. Hij had Octaaf direct herkend. Iedereen stapte uit de auto en ze gingen naar binnen, maar toen ze binnen waren, zagen ze niemand. Plots kwam de oude boer Jozef uit de kelder met in zijn armen enkele flessen wijn. Die dag werd er veel bijgepraat en werden er veel anekdotes verteld over de tijd die Octaaf daar met de familie Hartner heeft doorgebracht. Octaaf heeft ook het kamp teruggezien en hij zei: Kinderen, jullie weten niet wat hier allemaal onder de 49

50 grond zit. Nu heeft men door de plaats waar het kamp was een baan aangelegd. Het kamp is dus verkleind en op een deel van het land waar het kamp was, is er nu een boerderij. Octaaf had vader Jozef Hartner in de maand juli bezocht, maar helaas kreeg Octaaf in september een doodsbrief met de melding dat Jozef gestorven was. Hij had hartproblemen. De rest van de familie van Jozef is ook eens naar België gekomen in Inmiddels is zijn vrouw Maria ook gestorven Bijlage Krijgsgevangenenkaart van Octaaf Demuynck Octaaf heeft ook een valies gekocht in Stalag 17B. Dat kon hij enkel met het kampgeld, dat de krijgsgevangenen verdienden, kopen. 50

51 Het dorpje Freischling, zoals het vroeger was en zoals het nu is. Ontslagbewijs van Octaaf uit Stalag 17B 51

52 Document uit Stalag 17B met de gegevens van Octaaf 52

53 Document uit Stalag 17B met de gegevens van Octaaf 53

54 Document met de gegevens van Octaaf 54

55 4.3 Het verhaal van Michel Callewaert De derde getuigenis is de getuigenis van Michel en Frans Callewaert. Michel was krijgsgevangene in Stalag 17B en Stalag 17C. Samen met zijn zoon Frans vertelde hij over het leven in Stalag 17B en Stalag 17C. Michel had er een jaar legerdienst opzitten en op 10 mei werd hij heropgeroepen. Hij behoorde tot het 15 e artillerieregiment. Hij was krijgsgevangene in Stalag 17B en in Stalag 17C. Zijn krijgsgevangenennummer was Het verhaal Michel heeft een jaar lang legerdienst gedaan in de kazerne in Brugge. De laatste dagen van april 1940 was hij thuis. Hij mocht gedurende tien dagen landbouwverlof nemen. Op 10 mei moest hij teruggaan naar het leger. Zijn broer waarschuwde Michel nog dat hij terug zou gaan als de oorlog zou uitbreken. Op 2 mei begon de schrik en werd er alarm geslagen. Michel zat in Luik op dat moment. Hij is opgepakt op 12 mei 1939 rond 9 uur in de voormiddag in Hoei (nabij Luik). Michel was te paard en probeerde eerst nog weg te vluchten, maar hij was niet snel Foto van Michel Callewaert genoeg. De Duitsers stonden daar al met een tank. Hij moest direct zijn geweer afgeven en het werd voor de zekerheid kapotgeslagen op de tank. Met ongeveer tien andere soldaten is hij daar opgepakt. Hij moest te voet van Hoei naar Tongeren. In Tongeren was er ook een hele kolonne paarden van de artillerie van het 16 e linieregiment, dat beschoten is geweest. In de stad lagen vele gesneuvelden. In Tongeren zag één van de krijgsgevangenen zijn eigen huis. Toen hij de kolonne ontvluchtte om nog eens bij zijn familie te gaan die aan het huis stond, werd hij door de Duitsers doodgeschoten. Na Tongeren zijn ze nog verder moeten stappen naar Maastricht. Na acht of negen dagen kwamen ze daar aan. In Maastricht hadden ze het nog niet zo slecht toen ze gevangen genomen waren. De krijgsgevangenen begonnen wel dorst en honger te krijgen. Uitgerekend dan was er markt in Maastricht. Eerst hebben de krijgsgevangenen waren gekocht, dan besloten ze om toch maar mee te nemen wat ze konden, zonder te betalen. Daarna moesten ze weer enkele dagen te voet verdergaan. s Nachts moesten ze slapen in het gras, terwijl de Duitse soldaten toezicht hielden. Michel zegt dat hij vele kilometers te voet heeft moeten afleggen en denkt ook dat hij op een bepaald moment in Polen was. Daar waren veel appels om wijn van te maken. Michel herinnert zich nog dat hij er één plukte, maar alle appels waren zuur, ze waren niet bedoeld om op te eten. De krijgsgevangenen werden niet vervoerd met treinen, wel met schepen (o.a. om de Donau over te steken). Michel heeft zeker niet langer dan een dag op een boot gezeten. Hij heeft ook Wenen gezien tijdens de hele tocht naar de krijgsgevangenenkampen. 55

56 Eindelijk bereikten ze het kamp. Michel heeft eerst in een groot kamp gezeten: waarschijnlijk Stalag 17B. Daar was plaats voor man en meer. Dat kamp was helemaal nieuw. Het was een gebied van 2 of zelfs 3 hectare groot. In Stalag 17B zaten er mensen van verschillende nationaliteiten. In Stalag 17B werden de barakken van de Eerste Wereldoorlog gebruikt, daar heeft Michel tijdelijk in verbleven. Toen Michel aankwam op dat kamp, moesten ze eerst naar een kamer. Ze vreesden dat ze gefusilleerd zouden worden en pas later beseften ze dat het evengoed een gaskamer zou kunnen geweest zijn. Ze moesten al hun kleren uitdoen en ze werden ontluisd. Ze werden ook kaalgeschoren. Bij de groep van Michel zat er één jongeman bij, die mooie blonde krulletjes had, de Duitsers hebben hem als enige niet kaal geschoren. In het grote verzamelingskamp Stalag 17B zijn de gevangenen verdeeld geweest over andere kampen. Michel moest dan naar Stalag 17C gaan. Michel zegt dat het kamp waar hij verbleef (Stalag 17C) toch een eindje van het grote kamp vandaan was. Ze passeerden een veld met wortels, daar waren vele soldaten even gestopt om in de aarde te woelen en wortels te zoeken. Zoveel honger hadden ze. Toen Michel aankwam in het kamp, zag hij dat de barakken in Stalag 17C uit hout gemaakt waren. De funderingen waren net zoals in Stalag 17B in steen of beton. In hun bedden lagen er geen matrassen om op te slapen. Er waren ongeveer 900 Vlamingen en 900 Walen in Stalag 17C. Michel woog 74 kilo toen hij binnenkwam in het kamp, hij woog 45 kilo toen hij terug buiten kwam. Zelfs de kok van het kamp, die 130 kilo woog toen hij binnenkwam, woog maar de helft meer toen hij naar huis ging. Michel is erin geslaagd tijdens zijn gevangenschap zijn scheermes bij zich te houden. Wapens mochten ze normaal niet bij hen houden. Iemand die hij kende had zelfs nog een revolver bij. Hij had zijn scheermes verstopt in zijn beenbeschermers. Daar zouden de Duitsers hem toch niet fouilleren. Alles wat ze toen bezaten, moesten ze afgeven in het kamp. Na het krijgsgevangenschap kregen ze alles weer terug. Michel is uit het kamp vertrokken met hetzelfde hemd waarmee hij toegekomen was. Zijn jas heeft hij altijd bij zich gehouden, hoewel het soms zeer warm was. Toen Michel al even in het kamp verbleef, moest hij ook gaan werken samen met nog een groepje krijgsgevangenen. Bij de verdeling van het werk had hij niets te zeggen. Hij werd gewoon ingedeeld in de groep die in de bossen zou werken. Het groepje moest wel anderhalf uur stappen eer ze op de locatie van de firma toekwamen. Michel moest 8u per dag werken in het bos. Hij moest o.a. sparren afzagen. Met dynamiet mochten ze ook bomen opblazen, een taak die ze maar al te graag deden. Ze wachtten tot het dynamiet ontplofte, maar ze moesten toch op een afstand van 25m wachten. Ze vonden het niet erg om 100 meter verder te lopen. Op hun werkplaats zijn ze goed behandeld geweest. Ze stonden onder de bewaking van Duitse ex-soldaten die de Eerste Wereldoorlog meegemaakt hadden. Zij waren anti-hitler, maar gehoorzaamden toch naar de bevelen die zij kregen. Zij behandelden de krijgsgevangenen zeer menselijk. Tijdens het werk keken de soldaten of er iemand van de bazen afkwam, zo niet dan lieten zij de krijgsgevangenen minder en trager werken. Ze waarschuwden de krijgsgevangenen als er toch iemand kwam om wat meer door te werken en dan deden ze alsof ze zich kwaad maakten op de gevangenen en lieten ze hun gezag gelden. De krijgsgevangenen wisten dit en er was dus een goede verstandshouding tussen beiden. 56

57 De baas van de firma was een zekere Rathjens. De baas had een bruine hond en hij kwam soms met zijn hond langs. Hij maakte er een gewoonte van om voor de neus van de krijgsgevangenen, die honger hadden, zijn hond eten te geven. De krijgsgevangenen kregen slechts een klein broodje mee voor de hele dag. Dit moesten ze in vijf delen verdelen en s middags kregen ze soep. De soep, op basis van aardappelschillen, was zeer zuur en was meer water dan soep. Michel werkte met ongeveer 25 andere mannen in de bossen. Iedere dag moesten ze gaan werken. Sommigen moesten zelfs op zondag werken. Ze kregen hiervoor geld. Ze zijn ooit eens iets gaan drinken met dit geld. Van het bier daar kon je een halve ton drinken en je was nog niet zat, vertelde Michel. Ze werden betaald in marken. Ze verdienden nog redelijk veel. Ze werden niet betaald per dag, maar als ze geld kregen, moesten ze dit gebruiken in het kamp. Dat geld kon je alleen gebruiken in het kamp en het had niets van waarde na de oorlog. Het waren gewone papiertjes met een cijfer op. De zogenaamde slechte marken. In het kamp kon je verschillende dingen kopen, zelfs een soort van souvenirtjes. Eten kon men daar helaas niet kopen. Michel heeft noch een dorpje, noch een mens gezien dichtbij het kamp. Op een bepaald moment is de oude bewaking (de ex-soldaten die hebben meegevochten in de Eerste Wereldoorlog en anti-hitler waren) vervangen door de Hitlerjugend. Vanaf dan moesten de krijgsgevangenen echt hard werken. De bewaking werd veel strenger. Michel is wel een periode ziek geweest in het kamp. Een goeie vriend van Michel, iemand van Ardooie, Carlos Callens, de vader van de huidige burgemeester van Ardooie, had hem gewaarschuwd om niet naar de dokter te gaan. Hij zou de volgende dag wat meer eten en wat thee meenemen. Hij zat ook op het kamp, maar niet in zijn barak. Carlos had een betere taak gekregen en hij kon daar eten meenemen voor Michel. Maar Michel bleef ziek. Hij ging toch naar de dokter. Het was een Franse dokter die geassisteerd werd door een Vlaamse verpleger. Michel kreeg enkel een aspirientje. Michel werd hierdoor niet beter en hij kon 8 dagen niet gaan werken. Toen Michel aan de beterhand was, kwam de Vlaamse verpleger bij hem langs en zei dat Michel de volgende dag ziek moest zijn. De Franse dokter zou de volgende dag controle hebben. Door dat te doen zou Michel de Franse dokter kunnen helpen. Michel heeft nooit mensen terechtgesteld zien worden. Hij heeft wel twee mensen, een Waal en een Vlaming zien proberen te ontsnappen in Stalag 17B. Zij werden dan terug naar het kamp gebracht. De Waal kon Vlaams spreken (in het kamp waren er vele Walen die probeerden Vlaams te praten, opdat ze zo beter behandeld zouden worden en vroeger naar huis mochten gaan). Ze hebben er allebei van langs gehad. De ene is ziek geworden en ze hebben hem dan weggevoerd. Ze hebben hem nooit meer gezien. De situatie in de kampen was nog redelijk leefbaar, maar de honger was de grote boosdoener in het kamp. De krijgsgevangenen zouden er alles voor gedaan hebben om toch maar iets te kunnen eten. Michel herinnert zich nog dat ze een dode kraai gevonden hadden. Ze namen het dier mee om op te eten en om soep van te maken. Dat ging natuurlijk niet, want er was bijna niets van vlees aan het dier. Ze trokken zelfs droog gras uit de grond om hun honger te stillen. Toch heeft Michel één biefstukje gekregen en zelfs een klein stukje taart op kerstavond. 57

58 Op het kamp zelf was er geen mogelijkheid om hun kleren te wassen. Ze kregen één emmertje per kamer, waar ongeveer 13 mannen samen zaten, om iets of om zichzelf te wassen. Ze gebruikten ook papier van zakken cement om kousen van te maken. Als ze naar het toilet moesten, moesten ze latrine roepen naar de bewakers. Ze moesten naar het toilet gaan op sparren die daar lagen. Bewakers bleven altijd op een afstandje bij de krijgsgevangenen. Overdag konden de gevangenen uit de barakken gaan, maar ze mochten niet buiten het domein gaan. De prikkeldraad stond rond het domein, zodat de grens duidelijk was. Er waren ook twee waakhonden aan de grote poort die de enige in- en uitgang was van het kamp. Michel kende geen van die 13 mannen toen hij daar toekwam. Er waren mannen bij uit Antwerpen en Limburg, maar niet veel van West-Vlaanderen. Na zijn krijgsgevangenschap heeft Michel nooit meer iets gehoord van die 13 man met wie hij een barak moest delen. Michel kreeg een keer of twee te horen dat hij naar huis zou mogen gaan. Hij vertrouwde het niet echt en wachtte maar af wat er zou volgen. Later kwam er een auto toe op het kamp. De soldaten namen er zwarte koffers uit. Eerder bij hun aankomst in het kamp moesten de krijgsgevangenen hun bezittingen, hun geld en paspoort afgeven en dat werd dan in zwarte koffers gestoken. Michel herkende de koffers en had door dat ze naar huis mochten. De namen werden afgeroepen en Michel was bij de eersten die naar huis konden gaan. De krijgsgevangenen hadden de keuze, ze mochten daar blijven of naar huis gaan. De keuze was snel gemaakt door Michel. Hij kreeg alles terug wat hij afgegeven had. Dan is Michel te voet naar Wenen moeten gaan. Dit gebeurde wel nog onder bewaking. Dan heeft hij een trein naar Antwerpen moeten nemen. De trein was eerder een beestenwagon dan een trein. Iedereen sliep opeen, want er was veel te weinig plaats. Eenmaal ze op de trein zaten, werden ze niet meer bewaakt door Duitse soldaten. Toen ze in Antwerpen toekwamen, stormden ze de eerste beste winkel binnen, maar ze hadden geen zegels en ze konden niets kopen. Michel verbleef in het kamp tot 16 januari De Vlamingen mochten snel vertrekken, de Walen moesten langer blijven. Eenmaal hij thuis was, moest Michel niet werken voor de Duitsers. Een jaar ging voorbij en hij werd toch opgeroepen om te gaan werken in Duitsland. Michel wou dit niet en hij was gedurende die jaren in de oorlog voortvluchtig. Hij heeft één jaar thuis gewoond tijdens de oorlog en dan moest hij op zoek naar een soort onderduikadres. Hij heeft op verschillende plaatsen onderdak moeten zoeken. Op een keer kwamen de Duitsers toch wel heel dicht bij toen Michel verbleef op een boerderij. s Nachts was er een vliegtuig van de Amerikanen neergestort. Een kolonne Duitsers kwam toe en iedereen moest op het hof verschijnen en ze wilden het hele hof doorzoeken om na te gaan of er parachutisten geland waren. Michel dacht dat ze hem toen zouden vinden. Gelukkig hadden de Duitsers enkel mensen nodig die konden helpen om de doden uit het vliegtuigwrak te halen. Er waren 7 doden gevallen bij de crash. 58

59 Michel denkt nog vaak terug aan die tijd in het kamp. Hij was daar vaak bang. Michel heeft nooit echt problemen gehad met de bewakers van het kamp. De bewakers waren bewapend met een karabijn, maar gebruikten het niet vaak. De eerste groep bewakers sprak de ideeën van Hitler zelfs tegen. Ze dachten dat Hitler nooit de oorlog zou kunnen winnen. Er waren zelfs ex-soldaten bij die nog gevochten hadden in de Eerste Wereldoorlog in de streek van Ieper en Lichtervelde. Michel kon wel kaarten sturen, maar er zijn nooit brieven aangekomen. Sommigen van zijn barak kregen wel brieven, maar velen konden niet lezen of schrijven. De post werd altijd gecontroleerd en gecensureerd. De familie van Michel wist pas dat Michel daar zat, toen ze dat hoorden van een andere familie die een kaart had gekregen met de namen van medekrijgsgevangenen Bijlage Bewijs van oorlogsdiensten en krijgsgevangenschap van Michel Callewaert 59

60 Ontslagbewijs uit Stalag 17B van Michel Callewaert 60

61 Enkele foto s van Michel Callewaert 61

62 4.4 Het verhaal van Marcel Dejan De vierde getuigenis is de getuigenis van Marcella Dejan. Haar vader Marcel was ook krijgsgevangene in Stalag 17B. Haar vader heeft legerdienst gedaan en was al 9 maand gemobiliseerd toen de oorlog uitbrak. Hij is gevangengenomen op 13 mei aan het Fort van Eben- Emael. Op 23 december 1940 kwam Marcel terug thuis uit krijgsgevangenschap. Zijn krijgsgevangenennummer was Het verhaal Marcella was 8 jaar oud toen de oorlog uitbrak, maar ze kan zich nog heel goed herinneren wat ze toen meegemaakt heeft. Marcella s moeder was gedurende de oorlog alleen thuis met twee kinderen. Haar vader was toen 40 jaar en hij was al 9 maand gemobiliseerd. Hij was gemobiliseerd nabij het fort van Eben-Emael, dichtbij Tongeren aan het Albertkanaal. Daar is hij opgepakt als krijgsgevangene door Duitse parachutisten op 13 mei. Ze zaten in de eerste linie infanterie. Voor hij krijgsgevangen werd genomen, hadden de Belgen een Duitse parachutist gevangen genomen. De Belgische soldaten wisten niet wat ze met hem Foto van Marcel Dejan zouden doen. Sommigen stelden voor hem te doden, anderen hadden schrik voor de toekomst en vonden doden zeker geen goede optie. Stel dat de Duitsers de parachutist konden bevrijden, dan moest de parachutist kunnen zeggen dat hij goed behandeld was geweest door de Belgen. Als de Belgen hem niet goed behandelden, zou het ook slecht kunnen aflopen met de Belgische krijgsgevangenen. Ze werden onder Duitse begeleiding naar een school gebracht. Ze kregen daar eten gedurende de dagen dat hij moest wachten om naar Duitsland te gaan. De krijgsgevangenen kregen bietensoep. De soep was niet gemaakt van suikerbieten, maar van bieten voor het vee. Zo n soep was zeer voedzaam, vond hij. Daarna vertrok hij naar Duitsland. De krijgsgevangenen wisten niet waar ze terecht zouden komen. Uit de groep die krijgsgevangen werd genomen, moesten sommigen te voet naar Nederland. Anderen moesten naar Duitsland via de boten (waar dan later het ongeluk is gebeurd). Marcel werd vervoerd met de trein vanuit Antwerpen in beestenwagons naar Stalag 17 B, samen met de rest van zijn linieregiment. Gedurende die tijd wist de familie niets van hem. Het eerste wat ze van hem hoorden was via het Rode Kruis. Toen ze in het kamp aankwamen, werden ze eerst ontluisd. De kleren die ze droegen, moesten ze aanhouden, ook hun schoenen. Daarna werden ze samengedrukt in barakken. In Stalag 17 B stonden allemaal houten barakken met daarrond een prikkeldraad om het domein af te bakenen. Er was natuurlijk geen verwarming in de barakken, maar de krijgsgevangenen waren wel beschermd tegen weer en wind. Ongeveer twintig mannen moesten een barak met elkaar delen. Als ze zich konden wassen, moest dat altijd buiten, of het nu warm of koud was. s Ochtends moesten de gevangenen opstaan en marcheren. Het was precies een dorp met allemaal gelijke huisjes. De krijgsgevangenen hadden grote honger. Ze kregen daar soep, maar hadden geen gamellen mee waaruit ze deze konden drinken. Marcel gebruikte zelfs zijn schoenen om toch maar 62

63 van de soep te kunnen drinken. Je kan je al gauw voorstellen hoe groot hun honger was. Het viel Marcel op dat er veel Vlamingen in het kamp verbleven. De behandeling van de gevangenen in het kamp was niet slecht, zolang je deed wat ze zeiden. Er werd nooit zonder reden op iemand geslagen of iemand zomaar gedood. Er werd hen ook duidelijk gemaakt dat ze geen problemen moesten veroorzaken, omdat er anders represaillemaatregelen zouden genomen worden. Het is nooit zover gekomen. Op een zekere dag was er een vergadering. De krijgsgevangenen werden daar verkocht als slaven. Ze werden aan boeren toegewezen. Marcel was een textielarbeider, maar hij kon ook op het land werken. Er kwamen Vlamingen aan de krijgsgevangenen vragen wat hun stiel was. Marcel zei dat hij landbouwer was. Hierdoor werd hij toegewezen aan een landbouwer met een grote boerderij. Iedere dag moesten ze te voet van het kamp naar de boerderij stappen, want de krijgsgevangenen waren verplicht te overnachten in het kamp. De afstand tussen de boerderij en het kamp was zo ver dat de krijgsgevangenen er een uur over deden om daar te geraken. Hij was niet alleen die naar die boer ging, nog vier of vijf mannen uit het kamp gingen met hem mee. Op de boerderij moesten ze de hele tijd landarbeid verrichten. Het graan werd geoogst in augustus en september. Aangezien er geen tractoren of pikdorsers waren, moesten de krijgsgevangenen met de zeis werken. Het pikken, zoals men vroeger zei. Dat was iets waar Marcel zeer goed in was. Hij had al eerder een handje geholpen bij andere boeren in België en hij was geoefend in het pikken. Op de middag mochten de krijgsgevangenen eten op de boerderij. Het eten was sober en eenvoudig, maar genoeg. Het was veel beter dan het weinige eten dat ze maar in het kamp kregen. Ze werkten wel veel uren per dag werken op de boerderij. Als ze de bel hoorden, wisten ze dat het middageten klaar was. Marcella s vader kon maar drie maand bij de boer werken tot er zich een ongeluk voordeed. Op een dag keerden ze terug naar het land, maar ze hadden de zeisen in het graan gelegd. Marcel is op een zeis gestapt en had een enorme snee aan zijn been, die helemaal open lag. Hij is naar het ziekenhuis van Wenen gebracht. In het krijgsgevangenkamp was er wel een lazaret (veldhospitaal), maar dat was niet zo efficiënt als een echt ziekenhuis. In Wenen hadden ze toch ook niet zoveel technieken en geneesmiddelen om zijn been te verzorgen. Hij heeft daar heel veel pijn gehad en veel afgezien, maar het is gelukkig genezen. Hij was ongeveer vijf of zes weken opgenomen in het ziekenhuis. Toen hij terug thuiskwam, bleef hij nog manken. De vader van Marcella was wel een plantrekker, een overlever. Hij zou niet sterven van de honger als er ergens nog een tas melk stond, om het zo te zeggen. s Avonds in het ziekenhuis werd hij verzorgd door de zusters. Als de zusters gedaan hadden met hun ronde, kwamen ze allemaal luisteren naar Marcel. Marcel was naar Lourdes geweest en had een medaille van Lourdes in zijn portefeuille. De zusters (zuster Augustina en zuster Theodorica) waren één en al oor naar zijn verhalen over Lourdes. Hij heeft zeker geen honger gehad in het ziekenhuis! Toen zijn wonde beter was, moest hij na vijf of zes weken terug naar het kamp. 63

64 Terwijl Marcel in het krijgsgevangenenkamp zat, was zijn vrouw alleen thuis met de kinderen. Ze moest overleven zonder de hulp van haar man. Ze probeerde contact te houden met haar man door brieven te schrijven. Er mochten brieven geschreven worden naar de familie in België en naar krijgsgevangenen. In de Doornikstraat in Kortrijk was er een groot bureau van het Rode Kruis. Daar werden de brieven afgegeven. In het bureau zaten Duitse soldaten die de brieven eerst lazen en dan beslisten Brief van Marcella s moeder, geadresseerd aan Marcel of de brief opgestuurd mocht worden. Ook omgekeerd, de communicatie vanuit het kamp naar de familie toe, werd ook gecontroleerd. De krijgsgevangenen schreven alles in potlood. De families van de krijgsgevangenen mochten wel in inkt schrijven. Bij Marcella thuis hadden ze altijd een varken rondlopen. Dat varken werd dan geslacht en opgegeten. Wanneer haar vader naar het kamp ging, hadden ze ook een varken. Aan ieder varken werd een naam gegeven, dat was de traditie. Het varken, dat op dat moment bij hen was, heette Max Bulla, vernoemd naar een Oostenrijks wielrenner van die tijd. Toen Marcella s moeder een brief schreef naar Marcel, die op dat moment in Stalag 17B zat, schreef ze: Tot mijn grote spijt is Max Bulla overleden. Zo wist Marcel dat ze Max Bulla geslacht hadden en dat ze genoeg eten hadden. Marcella s moeder had het zo geformuleerd zodat haar briefje zou mogen opgestuurd worden. Op 23 december 1940 hoorde Marcella van mensen in het dorp dat er twee Belgische soldaten vanuit Kortrijk op komst waren. Ze waren tot in Kortrijk gebracht met de trein. Ze ging kijken en ze zag dat het haar vader was! Hij had dezelfde soldatenkleren aan, waarmee hij vertrokken was. Zijn schoenen zaten vol met stro en mankend stapte hij verder. Hij mocht vroeger naar huis komen omdat de verminkten en gewonden sneller het kamp mochten verlaten. Marcel wist niet van tevoren wanneer hij naar huis mocht gaan. Hij is onverwachts mogen terugkeren naar België. Marcel sprak wel vaak over zijn belevenissen tijdens zijn krijgsgevangenschap. Als hij thuis zag dat het eten niet helemaal werd opgegeten, zei hij: Je had beter eens in Stalag 17B gezeten!. Ook als er bietensoep gegeten werd, had hij daarna geen honger meer. Marcel vertelde dat hij in het kamp zelf wel aan tabak kon geraken. Ook vertelde hij dat ze sigarettenpeukjes van de bewaking verzamelden om dan zo een nieuwe sigaret te maken. Marcella s vader sprak ook over een plaats in het kamp waar enkele Duitse soldaten en Vlaamse collaborateurs zaten. Zij lieten krijgsgevangenen even spreken en ze beslisten dan of ze echte Vlamingen waren. Degene die Vlaams konden, zijn tussen februari en maart naar huis kunnen komen. 64

65 4.4.2 Bijlage Brief van Marcel gericht aan zijn vrouw (in potlood geschreven) Brief van de vrouw van Marcel gericht aan Marcel (in pen geschreven) 65

66 4.5 Het verhaal van Henri Van Bastelaere De vijfde getuigenis is de getuigenis van Magdalena en haar dochter Francine Van Bastelaere. De man van Magdalena was krijgsgevangene in Stalag 17B. Henri was gemobiliseerd sinds 1 september 1939 bij het tweede linieregiment. Hij is gevangengenomen op 26 mei 1940 in Oostwinkel. Henri is teruggekeerd op 24 februari Zijn krijgsgevangenennummer was Het verhaal Henri was sinds 1 september 1939 gemobiliseerd tot 10 mei 1940, dat is dus negen maand. Henri zat in de Leopoldskazerne en behoorde tot de infanterie. Tijdens zijn mobilisatie heeft hij in Brugge en Mons gezeten. Toen de oorlog uitbrak, was hij net aan het Albertkanaal. De Belgen aan het Albertkanaal zijn moeten vluchten. Met de fiets is hij nog langs Temse naar huis gekomen, toen de Duitsers er nog niet waren. Magdalena probeerde hem nog te overhalen om niet meer terug te gaan naar zijn regiment. Ze had er al over nagedacht om zijn soldatenkledij te verbranden en zijn wapens te verstoppen, maar als Henri dit zou doen, dan zou zijn vriend in het leger, iemand die afkomstig was van Laarne, dat ook willen doen. Magdalena zou dan twee soldaten moeten verstoppen en dat zou te hard opvallen. Zo zijn Henri en zijn Foto van Henri Van Bastelaere vriend van Laarne toch teruggekeerd naar hun regiment. In Oostwinkel, een deelgemeente van Zomergem, is hij opgepakt als krijgsgevangene. Een fiche vermeldt dat hij op 26 mei krijgsgevangen genomen werd. De krijgsgevangenen moesten te voet van Oostwinkel naar Wachtebeke, Moerbeke, Eksaarde en uiteindelijk naar Lokeren. Toen hij in Eksaarde voorbijkwam, hadden enkele tantes Henri herkend. Ze hebben snel nog boterhammen gemaakt en hem nagelopen om hem deze te bezorgen. Te voet bewoog een hele lange rij van honderden Belgische krijgsgevangenen naar Lokeren. Henri was nog iemand tegengekomen die hij kende en hij vroeg aan die persoon om Magdalena op de hoogte te brengen. Magdalena heeft dat doorgekregen en ze fietste langs die hele lange rij soldaten om Henri te vinden. Het was één kolonne van Moerbeke tot Lokeren. Magdalena en Henri hebben elkaar niet meer gezien. In Lokeren zelf moesten de krijgsgevangenen naar de fabriek gaan, dichtbij de markt. De Duitsers zeiden tegen de familie die ook naar Lokeren kwam, in de hoop hun geliefden nog te zien, dat ze s anderendaags op bezoek mochten komen in de fabriek. Toen de volgende morgen aanbrak, waren de krijgsgevangenen al lang weg. Henri was toen onderweg naar Antwerpen. Hij moest inschepen in het eerste schip van de vier schepen, waarvan het 2de schip een ongeluk gehad heeft. In Keulen hoorden de krijgsgevangenen de klokken luidden toen de boten toekwamen. Henri wist niet waarheen hij zou gebracht worden. Via Keulen zijn ze dan per trein in de beestenwagons naar Oostenrijk gebracht, naar de kampen. 66

67 Pas in juni kreeg Magdalena voor het eerst een teken van leven van Henri. Hij had haar een kaart kunnen sturen. Het was een kaart uit Stalag 17B. Hij zei dat hij gezond was. Magdalena heeft nog pakjes proberen te verzenden naar Stalag 17B, maar Henri heeft geen enkel pakje ontvangen. Toen Henri aankwam in het kamp, moest hij zijn kleren uitdoen en werd hij ontluisd. Dit gebeurde enkel bij aankomst in het kamp. Ze moesten ook alles afgeven, maar alles werd nauwkeurig bijgehouden wat van hen was. In het kamp zelf was er veel honger. Henri was wel 20 kilo vermagerd gedurende zijn krijgsgevangenschap. Hij heeft lang in het kamp moeten blijven vooraleer hij naar een boerderij kon gaan om te werken. Toen hij rondwandelde binnen het kamp, passeerde hij enkele barakken. Hij hoorde een bekende stem en ging dichterbij. Het was iemand uit zijn gemeente, maar ze herkenden elkaar bijna niet, omdat ze zo vermagerd waren. Enkel aan de stem konden ze elkaar herkennen. De krijgsgevangenen moesten slapen in de barakken en ze kregen waterachtige soep. Henri noemde het tutten- soep. Tutten waren een soort rapen. Ze kregen ook zeer weinig brood, net genoeg om van te overleven. Het gras dat groeide tussen de barakken, werd ook opgegeten. Zich wassen was ook niet mogelijk. De voering van zijn capot (jas) gebruikte hij om zijn sokken te lappen. Henri is nooit echt ziek geweest in het kamp. Hij zag het ook niet zitten om te zeggen dat hij ziek was, uit schrik voor wat er daarna zou gebeuren. De bewaking in het kamp was gewelddadig en streng. Er waren veel torens rond de grens van het kamp en daar stonden de bewakers met geweren enzovoort. Bewaking greep in als je te dicht tegen de omheining kwam. Met de bewaking werd niet gepraat, maar de Duitsers zelf zouden wel beginnen praten hebben, meer bepaald over het feit dat de Duitsers nu de baas waren. Als iemand iets misdaan had, verdween die persoon. Er was iemand die ook op dezelfde plaats sliep als Henri, toen hij bij de boer werkte. Op een avond had hij zijn deken laten liggen en Henri nam het mee, voor als hij terugkwam. Maar hij kwam nooit terug. Toen ze bij de boer waren, waren ze gered. Henri ging samen met iemand van Laarne werken bij een boer. Henri kreeg niet de keuze waar hij wou werken, het werd voor hem beslist dat hij moest werken bij die bepaalde familie. De boerenfamilie bij wie Henri terechtkwam, was ook zeer katholiek. Voor een maaltijd moest steeds gebeden worden. Ze moesten ook op zondag naar de mis gaan. Op de eerste werkdagen zijn ze heel ziek geweest. Ze kregen van de boer veel eten en de plotse omschakeling van bitter weinig eten naar veel eten, zorgde voor buikpijn. Alle avonden werden ze opgehaald als krijgsgevangenen en werden ze in een boerenschuur met stro ondergebracht en bewaakt. De volgende ochtend werden ze opnieuw naar de boer gebracht. Ze moesten dan niet iedere keer terug naar Stalag 17B. Ze moesten veel werken op het veld. Henri moest steeds met de kar en de os over de hoge bermen om naar het veld te gaan. Men was toen bezig met het aanleggen van een grote autobaan (waarschijnlijk zal dat de E60 geweest zijn). 67

68 Dichtbij de boerderij was er ook een wijngaard. Henri had wel eens een paar druiven geplukt om op te eten, maar de boer had dat gezien. Tot zijn verbazing vertelde de boer hem dat hij daar geen druiven moest gaan eten, maar in een wijngaard wat verderop. De boer had begrip voor de krijgsgevangenen, want zijn eigen zoon was opgeroepen om mee te gaan vechten met het Duitse leger. Dichtbij de wijngaard was er ook een riviertje. Henri en zijn vriend hadden last van luizen en probeerden zich te wassen in het water. Ze hebben hun kleren uitgespoeld, in de hoop dat de luizen weg zouden zijn. Dit hielp natuurlijk niet veel. De vriend van Laarne had tijdens het harde werk op de boerderij het idee om te ontsnappen. Hij was de avonturier van de twee. Hij zou willen vluchten naar Italië. Hij had opgevangen dat het kamp waar ze verbleven, niet zo ver van Italië zou liggen. Dit moest hij wel opgevangen hebben van iemand, want de krijgsgevangenen zelf wisten totaal niet waar ze zich bevonden. Henri en zijn vriend praatten er wel over, maar een echt plan is nooit gemaakt en een vlucht hebben ze nooit ondernomen. Bij de boer werkten ook enkele Polen, maar die deden alles tegendraads. In de periode van de oogst, moesten ze de schoven rechtzetten, maar ze zetten ze omgekeerd. Ze wilden niet meewerken. Op een dag kwamen ze niet meer. Toen Henri bij de boer werkte, is hij beginnen schrijven naar Magdalena. Magdalena kon hem terugschrijven door de brief te adresseren aan de boer. Op die manier hadden ze contact met elkaar. Maar helaas zijn de laatste brieven onderschept geweest. Ze heeft Henri nog een brief geschreven waarin ze raad vroeg bij het inhuren van een knecht, want Magdalena en Henri waren loondorsers. Hierop heeft ze nooit antwoord gekregen. Magdalena heeft Henri ook nooit een brief kunnen bezorgen in Stalag 17B. Brief met het adres van de boer bij wie Henri ging werken Na enkele maanden mocht Henri terugkeren naar huis. Bij zijn vertrek kreeg hij nog extra brood van de boer, omdat ze niet wisten of hij onderweg aan eten zou geraken. Met de marken die Henri daar verdiende bij de boer, had hij een valies gekocht in het kamp. Het geld zou buiten het kamp toch geen enkele waarde meer hebben, dus kochten ze wat ze daar nog konden krijgen. Henri is teruggekeerd op 24 februari Vlamingen konden sneller naar huis dan Walen. Henri heeft nog verteld dat ze zich nog bezig gehouden hebben met iemand in het kamp die Franstalig was, Vlaams te leren, zodat hij ook vroeger naar huis kon komen. Henri is gewoon op de trein gezet in zijn soldatenkleren, dezelfde waarin ze gevangengenomen waren. Hij wist waar hij naartoe moest, de adressen op de brieven hielpen hem, want Magdalena woonde opnieuw bij haar ouders in Oostakker. 68

69 Toen Henri terug thuis kwam, was hij uiterlijk niet veel veranderd. Hij was wel veranderd als mens. Ook bruin brood wou hij niet meer eten. Hij had dat genoeg gezien en gegeten in zijn leven. Vanaf zijn terugkomst zorgde hij altijd dat er genoeg eten was. Als hij iemand zou gezien hebben die honger had, gaf hij hem direct eten. Ook als het vetrandje aan het spek niet opgegeten werd, werd hij boos. Magdalena en Henri zijn verder gegaan met het boerenleven. Ze zijn wel gestopt als loonwerkers en zijn boeren geworden. Na de oorlog heeft Henri nog vaak contact gehad met zijn vriend van Laarne. Magdalena, Francine en Henri hadden afgesproken om eens terug te gaan naar Oostenrijk bij de boerenfamilie. Maar toen het zover was, zag Henri dat niet meer zitten. Magdalena en Francine wilden wel gaan, maar Henri wou niet mee. Uiteindelijk zijn ze toch niet naar Oostenrijk teruggegaan Bijlage Documenten van Henri Van Bastelaere uit Stalag 17B Documenten van Henri Van Bastelaere uit Stalag 17B 69

70 Documenten van Henri Van Bastelaere uit Stalag 17B Krijgsgevangenenkaart van Henri van Bastelaere 70

71 Lijst met de bezittingen die Henri moest afgeven bij zijn aankomst in Stalag 17B 71

72 Ontslagbewijs uit Stalag 17B van Henri Van Bastelaere Bewijs van oorlogsdiensten en krijgsgevangenschap van Henri Van Bastelaere 72

73 Enkele foto s van Magdalena 73

Chr. Oranjevereniging Marken en Oranje Herdenking 4 mei 2017 Thema: Verhalen van de oorlog

Chr. Oranjevereniging Marken en Oranje Herdenking 4 mei 2017 Thema: Verhalen van de oorlog Chr. Oranjevereniging Marken en Oranje Herdenking 4 mei 2017 Thema: Verhalen van de oorlog Pieter er Zeeman en de konvooien naar Moermansk Pieter Zeeman (geboren op Marken op 20 december 1914) voer in

Nadere informatie

Wereldoorlog 2: de opmars van Duitsland (les 03 6des) Geschiedenis 6MEVO-6EM-6EI-6IW VTI Kontich

Wereldoorlog 2: de opmars van Duitsland (les 03 6des) Geschiedenis 6MEVO-6EM-6EI-6IW VTI Kontich Wereldoorlog 2: de opmars van Duitsland (les 03 6des) Geschiedenis 6MEVO-6EM-6EI-6IW --- www.degeschiedenisles.com --- VTI Kontich 1. Inleiding Wereldoorlog 2 => Ongeveer 20 jaar na de Grote Oorlog (WO

Nadere informatie

35 oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1

35 oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1 35 Oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1. De Tweede Wereldoorlog dankt zijn naam aan: a. Het aantal landen dat erbij betrokken was b. Het feit dat de oorlog in meerdere werelddelen werd uitgevochten

Nadere informatie

DIE VIJF DAGEN IN MEI

DIE VIJF DAGEN IN MEI DIE VIJF DAGEN IN MEI 1940 Op initiatief van Martin Lagestee maakte Lagestee Film BV in samenwerking met acht regionale omroepen en in coproductie met NTR en VPRO vijf documentaires met als onderwerp de

Nadere informatie

Bronnen Noem een bron uit de tijd van de wereldoorlogen. Moet op het kaartje staan. Ooggetuigen Voedselbon Monument Museum Oorlogsgraven Filmbeelden

Bronnen Noem een bron uit de tijd van de wereldoorlogen. Moet op het kaartje staan. Ooggetuigen Voedselbon Monument Museum Oorlogsgraven Filmbeelden Bronnen Noem een bron uit de tijd van de wereldoorlogen. Moet op het kaartje staan. Ooggetuigen Voedselbon Monument Museum Oorlogsgraven Filmbeelden Bronnen Noem een museum uit die tijd. Openluchtmuseum

Nadere informatie

Naam: EEN BRUG TE VER De Slag om Arnhem

Naam: EEN BRUG TE VER De Slag om Arnhem Naam: EEN BRUG TE VER De Slag om Arnhem A Bridge too Far is een film over de meest tragische blunder van de Tweede Wereldoorlog en vertelt heel precies over een groot plan. Dat plan kostte meer Geallieerden

Nadere informatie

GITS TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

GITS TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG GITS TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Op vrijdag 31 juli 1914 staat Gits in rep en roer: de algemene mobilisatie wordt afgekondigd. Alle jongemannen die in aanmerking komen voor

Nadere informatie

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940)

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Adolf Hitler In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Hij was de leider van de nazi-partij. Hij zei tegen de mensen: `Ik maak van Duitsland

Nadere informatie

DADIZELE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

DADIZELE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG DADIZELE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog DAD_02 Dadizele, voor de oorlog. De kinderen wachten op de tram. Overal in de streek liepen tramlijnen. Maar de tram maakte plaats voor de auto. Ook

Nadere informatie

Lesbrief Van Papa, voor Sammie

Lesbrief Van Papa, voor Sammie Lesbrief Van Papa, voor Sammie 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Introductie 4 Tweede Wereldoorlog 5 Concentratiekamp 6 Stripverhaal (opdracht) 8 Collage maken (opdracht) 9 Colofon 10 2 Inleiding Voor u ligt

Nadere informatie

De steen die verhalen vertelt.

De steen die verhalen vertelt. De steen die verhalen vertelt. Heel lang geleden kenden de mensen geen verhalen, er waren geen verhalenvertellers. Het leven zonder verhalen was heel moeilijk, vooral gedurende de lange winteravonden,

Nadere informatie

WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede

WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede 2.3.1. Wereldoorlog I INHOUD OEFENBOEK De Eerste Wereldoorlog 02-03 2.3.2. Wereldoorlog II De Tweede Wereldoorlog 04-05 La Vita è Bella 06-07 3.1. Geweldige personen Jezus

Nadere informatie

SAMUEL VAN DER MEER. De Ontsnapte Joden

SAMUEL VAN DER MEER. De Ontsnapte Joden SAMUEL VAN DER MEER De Ontsnapte Joden De inval Het is een zonnige dag. Bram en Theo zijn een spelletje aan het spelen, maar ze moeten eigenlijk allang naar bed. Papa zegt tegen Bram: Bram, je moet naar

Nadere informatie

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7 De koude oorlog Jesse Klever Groep 7 1 Voorwoord Tijdens het maken van mijn spreekbeurt over Amerika kwam ik de Koude oorlog tegen. De koude oorlog leek mij een heel interessant onderwerp waar ik niet

Nadere informatie

Lancaster ED470. Wie, wat, waar en hoe?

Lancaster ED470. Wie, wat, waar en hoe? Lancaster ED470 Wie, wat, waar en hoe? Hier is het toestel neer gekomen en ontploft. Een groot gat kwam in de grond. Wat gaan we doen? Het verhaal Vliegtuigcrash. 23 september 1944 De vliegbasis Skellingthorpe

Nadere informatie

Screaming Eagles boven Kasteel Heeswijk

Screaming Eagles boven Kasteel Heeswijk Screaming Eagles boven Kasteel Heeswijk Powerpointpresentatie over een bijzondere gebeurtenis in september 1944. Doelgroep: Basisschoolleerlingen van groep 7 en 8 Met behulp van tekst, originele foto s

Nadere informatie

IZEGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

IZEGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG IZEGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Op 31 juli 1914 staat de stad in rep en roer: het is oorlog! Overal wordt erover gepraat, de mensen staan allemaal op straat. De volgende

Nadere informatie

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen.

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen. Tussen welke twee landen is de Eerste Wereldoorlog begonnen? 1. Engeland en Frankrijk 2. Duitsland en Frankrijk 3. Duitsland en Engeland Nederland blijft neutraal. Wat betekent dat? 1. Nederland kiest

Nadere informatie

MOORSLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

MOORSLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG MOORSLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog MO_03 Moeders met lange rokken en schorten. Meisjes en jongens met zwarte kousen, sommige op klompen. Het lijkt gezellig op straat. Geen auto s...

Nadere informatie

Lesbrieven WOI. 100 jaar Groote Oorlog

Lesbrieven WOI. 100 jaar Groote Oorlog Lesbrieven WOI 100 jaar Groote Oorlog De Ginter gemeenten 1 Gistel 2 Oudenburg 3 Ichtegem 4 Torhout 5 Zedelgem 6 Koekelare 7 Kortemark 2 Kortemark tijdens de Eerste Wereldoorlog Kortemark vóór de oorlog

Nadere informatie

2 maart 1945. 2 maart 2016. Leerlingen groep 7 en 8 De Meeander Heelweg

2 maart 1945. 2 maart 2016. Leerlingen groep 7 en 8 De Meeander Heelweg 2 maart 1945 2 maart 2016 Leerlingen groep 7 en 8 De Meeander Heelweg Er kwamen 4 Duitsers bij de Bark. Ze slaan piketten, voor het plaatsen van batterijen veldartillerie. Maar op die dag gingen de verzetsgroepen

Nadere informatie

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler?

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler? Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler? Iedereen heeft wel eens van Adolf Hitler gehoord. Hij was de leider van Duitsland. Bij zijn naam denk je meteen aan de Tweede Wereldoorlog. Een verschrikkelijke

Nadere informatie

OORLOG IN OVERIJSSEL 2015

OORLOG IN OVERIJSSEL 2015 OORLOG IN OVERIJSSEL 2015 Opdrachten bij de film Naam Groep.. BEZETTING duur: ca. 15 minuten In de film zie je beelden van Hitler. Wie was hij? In welk jaar kwam Hitler aan de macht en welke plannen had

Nadere informatie

Waar gebeurde het? Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Materiaal. Docentenblad

Waar gebeurde het? Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Materiaal. Docentenblad Docentenblad Waar gebeurde het? Korte omschrijving In de strip worden vaak plaatsen genoemd. Er zijn drie kaartjes (Nederland, Europa en de wereld) en een aantal stripplaatjes waarin plaatsen genoemd worden.

Nadere informatie

SLYPSKAPELLE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

SLYPSKAPELLE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG SLYPSKAPELLE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog MO_03 Moeders met lange rokken en schorten. Meisjes en jongens met zwarte kousen, sommige op klompen. Het lijkt gezellig op straat. Geen auto

Nadere informatie

Herdenking 4 mei 2015 Anouchka van Miltenburg, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal

Herdenking 4 mei 2015 Anouchka van Miltenburg, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal Herdenking 4 mei 2015 Anouchka van Miltenburg, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal Vandaag is het precies 70 jaar geleden dat ons land werd bevrijd. Generaties Nederlanders zijn opgegroeid in een

Nadere informatie

een zee van tijd een zee van tijd Ze laten zien dat ze geen leger meer willen. Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam:

een zee van tijd een zee van tijd Ze laten zien dat ze geen leger meer willen. Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Werkblad Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les : Wat er vooraf ging Na de Eerste Wereldoorlog gaat het slecht met Duitsland. Het land moet veel geld Hitler betalen aan de winnaars van de oorlog. De leider van

Nadere informatie

Originele stereofoto: 'Douamont. Cheveaux morts'

Originele stereofoto: 'Douamont. Cheveaux morts' Originele stereofoto: 'Douamont. Cheveaux morts' In de conflicten voor de Eerste Wereldoorlog speelden paarden een belangrijke rol. De cavalerie was tot dan het speerpunt van de legers. Maar vanaf 1914

Nadere informatie

Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december Kerstverhaal

Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december Kerstverhaal Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december 2016 Kerstverhaal Heel lang geleden was er een jonge vrouw, Maria. Zij woonde in het dorpje Nazareth. Maria was een heel gewone vrouw, net zo gewoon

Nadere informatie

RUMBEKE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

RUMBEKE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG RUMBEKE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog RUM_02 Koetsen en karren over de kasseien van de vooroorlogse Rumbeeksesteenweg. De straat loopt recht op de mooie, fiere kerktoren. 31 juli 1914:

Nadere informatie

De Franse keizer Napoleon voerde rond 1800 veel oorlogen in Europa. Hij veroverde verschillende gebieden, zoals Nederland en België. Maar Napoleon leed in 1813 een zware nederlaag in Duitsland. Hij trok

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

LICHTERVELDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

LICHTERVELDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG LICHTERVELDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog LI_07 Er is veel volk op de dorpsplaats samengekomen en overal hangen vlaggen. Niemand is aan het werken. Het is waarschijnlijk zondag, en mooi

Nadere informatie

Wat is de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog? De moord op Frans-Ferdinand van Oostenrijk.

Wat is de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog? De moord op Frans-Ferdinand van Oostenrijk. Werkblad 7 Ω Oorlog en crisis Ω Les : De Eerste Wereldoorlog Het begin van de Eerste Wereldoorlog Rond 900 zijn er twee kampen in Europa. Rusland, Frankrijk en Groot- Brittannië aan de ene kant. Oostenrijk-

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

Wereldoorlog 2: naar het einde van de oorlog (les 06 6des) Geschiedenis 6MEVO-6EM-6EI-6IW VTI Kontich

Wereldoorlog 2: naar het einde van de oorlog (les 06 6des) Geschiedenis 6MEVO-6EM-6EI-6IW VTI Kontich Wereldoorlog 2: naar het einde van de oorlog (les 06 6des) Geschiedenis 6MEVO-6EM-6EI-6IW --- www.degeschiedenisles.com --- VTI Kontich => Na El Alamein, Stalingrad en Midway werden de Asmogendheden (Duitsland,

Nadere informatie

Mysterie De vluchtende keizer

Mysterie De vluchtende keizer Mysterie De vluchtende keizer De les in een oogopslag Onderwerp: Activiteit: Tijdsduur: Doelen: Beginsituatie: Voorbereiding: Vlucht Keizer Wilhelm naar Nederland Deze mysterie- activiteit is een goede

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b Bijlage VMBO-KB 2012 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-12-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een beschrijving van een politieke stroming (rond 1870): Zij

Nadere informatie

School. Luchthaven. Ziekenhuis. Dorp. Fabriek. Militair hoofdkwartier. Vluchtelingenkamp

School. Luchthaven. Ziekenhuis. Dorp. Fabriek. Militair hoofdkwartier. Vluchtelingenkamp X School 3 6 Luchthaven Ziekenhuis 8 9 Fabriek Dorp 10 11 Militair hoofdkwartier Vluchtelingenkamp 12 14 Je hebt een school geraakt met de aanval. 10 kinderen en 2 leerkrachten werden gedood 25 kinderen

Nadere informatie

STADEN TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

STADEN TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG STADEN TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Staden voor de oorlog STA_07 De Speyhoek in Staden, voor de oorlog. Iedereen komt naar buiten voor de fotograaf. Moeders met lange rokken en grote schorten, vaders

Nadere informatie

Thema: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land.

Thema: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land. Thema: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land. Op 6 juni 1944 is het D Day, dat wordt nog steeds gevierd want het is het begin van de bevrijding van West Europa. Eigenlijk betekent D Day de

Nadere informatie

INGELMUNSTER TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

INGELMUNSTER TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG INGELMUNSTER TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Op 31 juli 1914 staat de gemeente in rep en roer: het is oorlog! Overal wordt erover gepraat. De volgende dag al moeten de dienstplichtigen

Nadere informatie

Mijn mond zat vol aarde

Mijn mond zat vol aarde Mijn mond zat vol aarde Serie: Verhalen kind in oorlog Tekst: Meike Jongejan Onderzoek: Mariska de Boer en Hans Groeneweg Redactie: Jan van Zijverden Vormgeving: Richard Bos 2015, Fries Verzetsmuseum,

Nadere informatie

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Hitler

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Hitler Werkblad Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les : Wat er vooraf ging Na de Eerste Wereldoorlog gaat het slecht met Duitsland. Het land moet veel geld Hitler betalen aan de winnaars van de oorlog. De leider van

Nadere informatie

b) Waarom? Roeselare wordt in oktober 1914 veroverd en wordt dus bezet gebied. Het ligt aan de Duitse kant van het front

b) Waarom? Roeselare wordt in oktober 1914 veroverd en wordt dus bezet gebied. Het ligt aan de Duitse kant van het front 1. Inleiding a) De oude stedelijke begraafplaats van Roeselare is meer dan tweehonderd jaar oud (van 1806). Tijdens de oorlog werden hier vooral Duitse soldaten begraven. b) Waarom? Roeselare wordt in

Nadere informatie

Hoe ik talent voor het leven kreeg

Hoe ik talent voor het leven kreeg Hoe ik talent voor het leven kreeg in makkelijke taal Rodaan Al Galidi Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen 1 Mijn naam is Semmier Kariem. Ik ben in 1991 gevlucht uit Irak. Daar was Saddam Hoessein

Nadere informatie

De tijd die ik nooit meer

De tijd die ik nooit meer De tijd die ik nooit meer vergeet Jan Smit uit eigen pen deel 3 De Stiep Educatief De tijd die ik nooit meer vergeet De schrijver die blij is dat hij iets kan lezen en schrijven, vertelt over zijn jeugd.

Nadere informatie

Werkblad: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land. 1

Werkblad: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land. 1 Achtergrond informatie voor docenten. D- Day betekend de eerste dag van een grote militaire operatie. In de Tweede Wereldoorlog viel dat op 6 juni 1944. Maar de inval van de Amerikanen in Afghanistan was

Nadere informatie

Kastelen in Nederland

Kastelen in Nederland Kastelen in Nederland J In ons land staan veel kastelen. Meer dan honderd. De meeste van die kastelen staan in het water. Bijvoorbeeld midden in een meer of een heel grote vijver. Als er geen water was,

Nadere informatie

LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER

LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER RAALTE LUCHTVERKEER Luchtverkeer (vliegtuigcrashes & bombardementen) Inleiding Vliegtuigen werden zowel door de Duitse bezetters

Nadere informatie

OOSTNIEUWKERKE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

OOSTNIEUWKERKE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG OOSTNIEUWKERKE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog OOS_02 Oostnieuwkerke, zo n 100 jaar geleden. De mensen komen uit hun huizen om te kijken naar de fotograaf. 31 juli 1914: ten oorlog! Op 31

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. KB-0125-a-16-1-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. KB-0125-a-16-1-b Bijlage VMBO-KB 2016 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB KB-0125-a-16-1-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een Nederlandse munt (voor- en achterzijde): Op de munt links staat: Willem

Nadere informatie

Herdenking Capitulaties Wageningen

Herdenking Capitulaties Wageningen SPEECH SYMPOSIUM 5 MEI 2009 60 jaar NAVO Clemens Cornielje Voorzitter Nationaal Comité Herdenking Capitulaties Wageningen Dames en heren, De détente tussen oost en west was ook in Gelderland voelbaar.

Nadere informatie

Verhaal: Jozef en Maria

Verhaal: Jozef en Maria Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele

Nadere informatie

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De

Nadere informatie

Dagboek Sebastiaan Matte

Dagboek Sebastiaan Matte Vraag 1 van 12 Dagboek Sebastiaan Matte Uit het dagboek van Sebastiaan Matte: "Ik ben vandaag bij een hagenpreek geweest, in de duinen bij Overveen. Wel duizend mensen uit de stad waren bij elkaar gekomen

Nadere informatie

HOOGLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

HOOGLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG HOOGLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Het is oorlog! Het brandweerkorps wordt snel samengeroepen voor het gemeentehuis. De brandweermannen moeten de jongens gaan waarschuwen

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

Arigato. opdrachtenblad. Regie: Anielle Webster Scenario: Sandra Beerends Jaar: 2012 Duur: 10 minuten

Arigato. opdrachtenblad. Regie: Anielle Webster Scenario: Sandra Beerends Jaar: 2012 Duur: 10 minuten Arigato opdrachtenblad Regie: Anielle Webster Scenario: Sandra Beerends Jaar: 2012 Duur: 10 minuten Lesuurpakket Arigato Thema s: oorlogsverleden; mensenrechten; vergeven; herdenken. Verdiepingsopdrachten:

Nadere informatie

Ruth 1. Ruth en Noömi

Ruth 1. Ruth en Noömi Ruth 1 Ruth en Noömi Elimelech en zijn familie 1 Toen de rechters het land bestuurden, was er eens hongersnood in Juda. Daarom besloot een man uit Betlehem naar het land Moab te gaan. Zijn vrouw en zijn

Nadere informatie

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de)

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de) Turken in Kreuzberg Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de) 1 OPDRACHT 1 Waarom werd de Berlijnse muur opgericht? Na de 2 e Wereldoorlog werd Duitsland in 2 gedeeltes opgesplitst, te weten West-Duitsland

Nadere informatie

Tabaco y Chanel. Joachim

Tabaco y Chanel. Joachim Tabaco y Chanel Tabaco y Chanel Joachim Schrijver: Joachim Reurink Coverontwerp: Jan-Willem de Graaf Joachim ÉÉN. Wij spraken nooit over ons. Althans het eerste jaar niet, het gebeurde gewoon. We hadden

Nadere informatie

OP STAP DOOR 4 JAAR GROOTEN OORLOG IN SLEIDINGE

OP STAP DOOR 4 JAAR GROOTEN OORLOG IN SLEIDINGE OP STAP DOOR 4 JAAR GROOTEN OORLOG IN SLEIDINGE Werkbundel voor de leerling Hoofdstuk 1: we keren 100 jaar terug We keren 100 jaar terug in de tijd. Hieronder zie je postkaarten van zo n 100 jaar geleden.

Nadere informatie

OP STAP DOOR 4 JAAR GROOTEN OORLOG IN ERTVELDE

OP STAP DOOR 4 JAAR GROOTEN OORLOG IN ERTVELDE OP STAP DOOR 4 JAAR GROOTEN OORLOG IN ERTVELDE Werkbundel voor de leerling Hoofdstuk 1: we keren 100 jaar terug We keren 100 jaar terug in de tijd. Hieronder zie je een postkaart van zo n 100 jaar geleden.

Nadere informatie

Iris marrink Klas 3A.

Iris marrink Klas 3A. Iris marrink Klas 3A. 1 Inhoud. 1- Voorpagina 2- Inhoud, inleiding & mijn mening 3- Dag 1 4- Dag 2 5- Dag 3 6- Dag 4 7- Dag 5 Inleiding. Ik kreeg als opdracht om een dagverslag te maken over Polen. 15

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-11-1-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-11-1-b Bijlage VMBO-KB 2011 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een mening over het bijzonder onderwijs (rond 1900): Kinderen leren al op jonge

Nadere informatie

Filippenzen 1. Begin van de brief

Filippenzen 1. Begin van de brief Filippenzen 1 Begin van de brief Paulus groet de christenen in Filippi 1 Dit is een brief van Paulus, aan alle mensen in de stad Filippi die dankzij Jezus Christus bij God horen. De brief is ook voor de

Nadere informatie

Welkom / Dobro došli

Welkom / Dobro došli Welkom / Dobro došli 1. Nederland & Eerste Wereldoorlog 2. Aankomst van de Servische krijgsgevangenen in Nederland 3. Overlijden van 92 Servische WOI soldaten 4. Opgraving en transport naar Jindřichovice

Nadere informatie

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D RESEARCH CONTENT Loïs Vehof GAR1D INHOUD Inleiding ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ blz. 2 Methode -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

OPDRACHTEN BIJ DE TENTOONSTELLING TEGEN-STRIJD: DE GROOTE OORLOG IN HET LAND VAN DENDERMONDE

OPDRACHTEN BIJ DE TENTOONSTELLING TEGEN-STRIJD: DE GROOTE OORLOG IN HET LAND VAN DENDERMONDE OPDRACHTEN BIJ DE TENTOONSTELLING TEGEN-STRIJD: DE GROOTE OORLOG IN HET LAND VAN DENDERMONDE INLEIDING Op 17 augustus opende de tentoonstelling Tegen-Strijd, de beleving van de Groote Oorlog in het land

Nadere informatie

Projectthema: De verhalenkoffer Les 1 Groeten van Leo Voorbereiding Lesdoelen Achtergrondinformatie Extra s Filmpjes Lesdoelen op het digibord

Projectthema: De verhalenkoffer Les 1 Groeten van Leo Voorbereiding Lesdoelen Achtergrondinformatie Extra s Filmpjes Lesdoelen op het digibord Voorbereiding Lesdoelen Achtergrondinformatie Extra s Knip de Mix en matchkaartjes uit (zie de laatste pagina van deze lesvoorbereiding). Zorg ervoor dat complete setjes worden uitgedeeld, anders is er

Nadere informatie

KACHTEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

KACHTEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG KACHTEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog De kerk van Kachtem, toen alles nog rustig was. 31 juli 1914: ten oorlog! Op 31 juli 1914 staat het dorp in rep en roer: het is oorlog! Overal wordt

Nadere informatie

Drie massagraven voor de Nederlandse kust

Drie massagraven voor de Nederlandse kust Nederlandse kust geschiedenis van Learning by Action en Stichting De Noordzee deze les werd mogelijk gemaakt door het Prins Bernard Cultuurfonds Doel Materialen Vak Niveau Duur Werkwijze De leerlingen

Nadere informatie

Leerlingen hand-out stadswandeling Amsterdam

Leerlingen hand-out stadswandeling Amsterdam Leerlingen handout stadswandeling Amsterdam Groep 1: de Surp Hoki Armeens Apostolische kerk Adres: Kromboomsloot 22, Amsterdam Namen leerlingen: In deze handout staat alle informatie die je nodig hebt

Nadere informatie

De ondergang van de Spaanse Armada een spannend verhaal

De ondergang van de Spaanse Armada een spannend verhaal De ondergang van de Spaanse Armada een spannend verhaal Een volk in opstand, een boze koning, een dappere koningin, een onoverwinnelijke vloot en... een storm. Dit is het spannende verhaal van de Spaanse

Nadere informatie

De betekenis van Mill in de historie van Linies en Stellingen

De betekenis van Mill in de historie van Linies en Stellingen Stichting SPOREN VAN DE OORLOG MILL De betekenis van Mill in de historie van Linies en Stellingen Vóór de Tweede Wereldoorlog Reeds in 1934 werd besloten een eventuele aanval van de Duitsers in het Zuiden

Nadere informatie

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00. SCHOOLONDERZOEK Tijdvak II GESCHIEDENIS november 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

De tijd van: Wereldoorlogen

De tijd van: Wereldoorlogen De tijd van: Wereldoorlogen WoI Interbellum WoII Wereldoorlog I Casus Belli (Latijn, de oorzaak van de oorlog) Wereldoorlog I Tweefronten oorlog: Oostfront/Westfront Tannenberg 1914: Bewegingsoorlog: Verdun

Nadere informatie

Geschied- en Heemkundige Kring vzw PEPIJN@LANDEN

Geschied- en Heemkundige Kring vzw PEPIJN@LANDEN Geschied- en Heemkundige Kring vzw PEPIJN@LANDEN Secretariaat/Documentatiecentrum: Bezoekerscentrum Rufferdinge Molenberg 4 3400 Landen Tel. 011 88 34 68 Fax 011 83 27 62 info@ghklanden.be www.ghklanden.be

Nadere informatie

Toespraak Jet Bussemaker, Lid College van Bestuur van de UvA/Hva en voormalig staatssecretaris van VWS, op 11 april 2012.

Toespraak Jet Bussemaker, Lid College van Bestuur van de UvA/Hva en voormalig staatssecretaris van VWS, op 11 april 2012. Toespraak Jet Bussemaker, Lid College van Bestuur van de UvA/Hva en voormalig staatssecretaris van VWS, op 11 april 2012. Dames en heren, Op 11 april 1945, begin van de middag, werd Buchenwald door het

Nadere informatie

N O V E M B E R

N O V E M B E R A L G E M E E N De is ontwikkeld om tussendoor of als start van een les uit te voeren. Het is een korte opdracht waarbij leerlingen en wellicht ook uzelf worden geïnspireerd om met (een onderdeel van de)

Nadere informatie

Princelijke Vierschaar

Princelijke Vierschaar Het huis beneden aan de trap aan de linkerkant was vroeger de herberg t Schaeck, het schepenhuis van de Princelijke Vierschaar. Deze Princelijke Vierschaar groepeerde enkele lenen in de omgeving en ressorteerde

Nadere informatie

Brandaan. Geschiedenis WERKBOEK

Brandaan. Geschiedenis WERKBOEK 6 Brandaan Geschiedenis WERKBOEK 6 Brandaan Geschiedenis WERKBOEK THEMA 4 Eindredactie: Monique Goris Leerlijnen: Hans Bulthuis Auteurs: Katrui ten Barge, Wilfried Dabekaussen, Juul Lelieveld, Frederike

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-14-1-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-14-1-b Bijlage VMBO-KB 2014 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-14-1-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een politieke prent over een biddende fabrikant (1907): Onderschrift

Nadere informatie

EENS KIJKEN WAT WE AL WETEN

EENS KIJKEN WAT WE AL WETEN EENS KIJKEN WAT WE AL WETEN Lijssenthoek Military Cemetery is één van de vele sporen die de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek heeft nagelaten. Je kent er vast nog. Welke van deze plekken hebben ook te

Nadere informatie

Het vergeten monument Halifax DT-694 in het Sweibergerbos; lokaal beter bekend als Soeterknip

Het vergeten monument Halifax DT-694 in het Sweibergerbos; lokaal beter bekend als Soeterknip Het vergeten monument Halifax DT-694 in het Sweibergerbos; lokaal beter bekend als Soeterknip In 2018 is het 75 jaar geleden dat een RAF bommenwerper met het identificatienummer DT-694 vanaf het vliegveld

Nadere informatie

100 jaar geleden. t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna.

100 jaar geleden. t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna. 100 jaar geleden t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna. t Is oorlog! Binderveld, Kozen, Nieuwerkerken en Wijer 100 jaar geleden is een

Nadere informatie

Toespraak Staatssecretaris de Vries t.b.v. Nationale Herdenkink bij Nationaal Indië-monument , zaterdag 6 september 2008

Toespraak Staatssecretaris de Vries t.b.v. Nationale Herdenkink bij Nationaal Indië-monument , zaterdag 6 september 2008 Toespraak Staatssecretaris de Vries t.b.v. Nationale Herdenkink bij Nationaal Indië-monument 1945 1962, zaterdag 6 september 2008 Geachte veteranen, excellenties, dames en heren, Elke dag schreef ik een

Nadere informatie

EMELGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

EMELGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG EMELGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Op 31 juli 1914 staat het dorp in rep en roer: het is oorlog! Iedereen komt op straat en praat erover. De jonge mannen worden opgeroepen

Nadere informatie

OEKENE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

OEKENE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG OEKENE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog de kerk van Oekene voor de Eerste Wereldoorlog 31 juli 1914: ten oorlog! Op 31 juli 1914 staat het dorp in rep en roer: het is oorlog! Overal wordt

Nadere informatie

Het gezicht van de Groote oorlog

Het gezicht van de Groote oorlog Het gezicht van de Groote oorlog Wat was de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog? a) machtsuitbreiding b) De moord op de Aartshertog Frans Ferdinand. c) Een wraakactie voor vorige verloren veldslagen.

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS Dit onderzoek bestaat uit 40 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad. Meerkeuze antwoorden worden

Nadere informatie

Overal in ons land is water. Het water

Overal in ons land is water. Het water Het verdwenen eiland Schokland Overal in ons land is water. Het water van de zee klotst tegen de kust. Rivierwater stroomt over de grenzen het land binnen. Soms is er een stukje land dat aan alle kanten

Nadere informatie

Niet in slaap vallen hoor!

Niet in slaap vallen hoor! Niet in slaap vallen hoor! Marcus 13: 33-37: Dierenversie Geïllustreerd door: 30 november 2014 Maria Koninginkerk Baarn 2 De oude leeuw heeft vakantieplannen. Dat vertelde hij vanmorgen aan alle dieren:

Nadere informatie

London. klas 2B kompas. Dagboek: Gemaakt door Stacey Wilbrink

London. klas 2B kompas. Dagboek: Gemaakt door Stacey Wilbrink London klas 2B kompas Dagboek: Gemaakt door Stacey Wilbrink Dag 1 Klas 2b van het kompas moesten allemaal verzamelen op het station Breda. Daar werden de kinderen uitgezwaaid door hun ouders. De kinderen

Nadere informatie

Eerste Wereldoorlog vmbo12

Eerste Wereldoorlog vmbo12 Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 19 juni 2017 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62174 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet.

Nadere informatie

Wie kreeg van God de ingeving om de Filistijnen een lesje te leren?

Wie kreeg van God de ingeving om de Filistijnen een lesje te leren? Jonathan verslaat met de hulp van God de Filistijnen. Wie kreeg van God de ingeving om de Filistijnen een lesje te leren? 1 Samuel 14:1, eerste deel 1 Op een dag gebeurde het dat Jonathan, de zoon van

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-13-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-13-2-b Bijlage VMBO-KB 2013 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-13-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een prentbriefkaart uit 1908 Dit is Kenau, die in 1573 in Haarlem

Nadere informatie

Vraag 1b. Wat was de oorzaak van deze ramp? Vraag 1a. In welke provincie was de Watersnoodramp van 1953? ...

Vraag 1b. Wat was de oorzaak van deze ramp? Vraag 1a. In welke provincie was de Watersnoodramp van 1953? ... Naam: DE WATERSNOOD- RAMP Het is 31 januari 1953. Het stormde vreselijk In Zeeland. Toch waren de meeste mensen gewoon rustig naar bed gegaan. Zij werden in hun slaap overvallen door een zware stormvloed.

Nadere informatie