Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn?

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn?"

Transcriptie

1 Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn? 1 Intro Een onderneming produceert eenheden van haar product en maakt daarbij euro kosten. De variabele kosten verlopen evenredig en bedragen 7,50 euro per eenheid product. Het breakevenpunt situeert zich bij een productie van eenheden. Bereken de totale winst van de onderneming als zij eenheden produceert. De constante kosten bedragen euro (totale kost bij eenheden is euro, de totale variabele kost is euro) à ( (7,50 euro per eenheid * eenheden)) Bij break evenpunt is de winst gelijk aan nul. De totale kosten zijn gelijk aan de totale opbrengsten. De totale kost = euro + (2 000 eenheden * 7,50 euro per eenheid) = euro De verkoopprijs per eenheid is: euro gedeeld door eenheden = 10 euro per eenheid. De winst bij eenheden = ( eenheden * 10 euro per eenheid) (5 000 euro + (7,50 euro per eenheid * eenheden)) = = euro. 2 Probleemstelling Hoe verlopen de opbrengsten? Hoeveel winst wordt er gemaakt bij een bepaald productieniveau? Hoe kan ik de winst grafisch bepalen? Hoe wordt de aanbodcurve samengesteld? 3 Leerplandoelstellingen De leerlingen kunnen omschrijven wat verstaan wordt onder totale opbrengst, gemiddelde opbrengst en marginale opbrengst; aantonen dat de winst een maximum bereikt als de marginale kosten gelijk worden aan de marginale opbrengsten; de optimale productiegrootte uitbeelden op een grafiek, waarop eveneens de grootte van de totale opbrengst, kosten en winst bij deze productiegrootte in de vorm van rechthoeken zijn weergegeven; aantonen dat de productie stopgezet wordt als de prijs lager wordt dan de gemiddelde variabele kosten. Van In 1

2 4 VOETen LEREN LEREN De leerlingen: (informatieverwerving) 3 kunnen uit gegeven informatiebronnen en kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen; (informatieverwerking) 4 kunnen zinvol inoefenen en herhalen; 5 kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. STAM De leerlingen: (doorzettingsvermogen) 6 blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven; (kritisch denken) 13 kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken; (zorgvuldigheid) 25 stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. 5 Opdrachten Opdracht 1 Hoe verlopen de opbrengsten? A Lesstrategie Voor deze opdracht werken de leerlingen het beste individueel. Nadien kunnen de gevonden resultaten klassikaal overlopen worden. B Oplossingen 1 Omschrijf het begrip marginale opbrengst met je eigen woorden. De bijkomende opbrengst door de verkoop van 1 eenheid extra. Van In 2

3 2 Vul de tabel verder aan. TABEL 1 De opbrengsten van de Seamine Verkochte eenheden TO GO MO Formule 0 0, , , , , , , , , , , ,00 Van In 3

4 3 Stel de TO, de MO en de GO grafisch voor ,00 TO (x (euro) 1 200,00 TO 1 000,00 800,00 600,00 400,00 200,00 0,00 eenheden (x ton) MO, GO (x euro) 9,5 9 8,5 8 7,5 MO = GO 7 6,5 6 5,5 5 4,5 eenheden (x ton) Opdracht 2 Hoeveel winst wordt er bij een bepaald productieniveau gemaakt? A Lesstrategie Voor deze opdracht werken de leerlingen het beste individueel. Nadien kunnen de gevonden resultaten klassikaal overlopen worden. Van In 4

5 B Oplossingen TABEL 2 Kosten en opbrengstenstructuur Productie (x ton) TO GO MO TK GK MK TW , , , , ,06 185,5 7, , , , , , , , ,06 27,5 4, , ,24 58,5 5, , , , , , , , Vul tabel 2 verder aan. Van In 5

6 2 Stel op basis van de tabel de grafieken op. 3 Arceer op de twee grafieken de winst in het groen en het verlies in het rood. 4 Duid op beide grafieken de hoeveelheid aan waarbij de onderneming break even draait. 5 Hoe kun je op de grafieken afleiden bij welk productieniveau de winst maximaal is? Daar waar de afstand tussen de TO en de TK curve het grootst is in positieve zin. Daar waar de (positieve) afstand tussen de TW curve en de X as het grootst is. Van In 6

7 30 MK, GO, MO, GK (x euro) 25 MK GO = MO GK 5 eenheden (x ton) Doorstreep wat niet past. Van zodra de GK onder de GO dalen, is er winst/verlies. Zodra de GK echter opnieuw groter worden dan de GO, is er opnieuw winst/verlies. Het is de marginale winst (= extra winst) die aanduidt of de totale winst maximaal is of niet. 7 Doorstreep wat niet past. Zolang de marginale opbrengsten van een extra eenheid groter zijn dan de marginale kosten, is de winst stijgend/dalend. Van zodra de marginale opbrengsten van een extra eenheid kleiner zijn de marginale kosten is de winst stijgend/dalend. De optimale productiegrootte wordt bereikt op het ogenblik dat de marginale opbrengsten gelijk zijn aan de marginale kosten. 8 Waarom kan de winst niet maximaal zijn in het eerste snijpunt van de MO met de MK? Bij een afzet die iets hoger ligt dan dat snijpunt, zijn de MO groter dan de MK en levert de extra eenheid dus extra winst op. Opdracht 3 Hoe kan ik de winst grafisch bepalen? A Lesstrategie Voor deze opdracht werken de leerlingen het beste individueel. Nadien kunnen de gevonden resultaten klassikaal overlopen worden. Van In 7

8 B Oplossingen 1 Bij welk productievolume is de winst maximaal? 5 ton 2 Hoeveel bedraagt de totale opbrengst bij dat volume? TO = q * p = 5 * 500 = euro 3 Arceer de rechthoek die de totale opbrengst weergeeft in het groen. 4 Hoeveel bedraagt de totale kost bij dat volume? TK = q * GK = 5 * 310 = euro 5 Arceer de rechthoek die de totale kost weergeeft in het rood. 6 Hoeveel bedraagt de totale winst bij de optimale productieomvang? TW = TO TK = = 950 euro 7 Arceer de totale winst in het blauw. 8 Maakt de onderneming winst of verlies bij een prijs van 250 euro? Motiveer je antwoord op de grafiek. Er wordt verlies gemaakt omdat de TO lager zijn dan de TK MK, MO, GO, GK (in euro) MK GK eenheden (x ton) Van In 8

9 Opdracht 4 Hoe wordt de aanbodcurve samengesteld? A Lesstrategie Thema 1 Kleine en grote ondernemingen Voor deze opdracht werken de leerlingen het beste individueel. Nadien kunnen de gevonden resultaten klassikaal overlopen worden. B Oplossingen 1 Welk diagram komt overeen met welke situatie? Motiveer je antwoord door de situatie verder aan te vullen. Bij deze prijs kan de onderneming beter stoppen met produceren omdat niets van de variabele kosten kan gedekt worden. De onderneming maakt zelfs minder verlies wanneer ze helemaal niets zouden produceren (grafiek 4). Bij deze prijs maakt de onderneming winst. De optimale productieomvang is 60 eenheden (grafiek 1). Bij deze prijs maakt de onderneming verlies maar is het nog zinvol om te blijven produceren omdat de opbrengsten nog een gedeelte van de variabele kosten kunnen dekken (grafiek 3). Bij deze prijs draait de onderneming break even omdat de GO = GK (grafiek 2). 2 Vul verder aan. Wanneer het zinvol is om te blijven produceren, zal de ondernemer steeds de optimale productiegrootte nastreven. Daarom valt de aanbodcurve samen met het opwaartse deel van de MK curve vanaf het snijpunt van de MK met de GVK. Of nog als de marktprijs groter is dan de GVK. 6 To the point De meeste ondernemingen streven winstmaximalisatie na. Het komt er dus op aan om die productieomvang te bepalen waarbij de winst het hoogste is. De totale winst wordt berekend door de totale opbrengsten te verminderen met de totale kosten. Formule TW = totale winst TO = totale opbrengsten TK = totale kosten GO = gemiddelde opbrengsten MO = marginale opbrengsten GO = TO/Q MO = ΔTO/ΔQ Van In 9

10 De optimale productiegrootte kan grafisch afgeleid worden. De winst is maximaal daar waar de positieve afstand tussen de TO curve en de TK curve het grootst is. Voor een ondernemer is het ook belangrijk te weten hoeveel hij minimaal moet verkopen om breakeven te draaien. Ook dat kan grafisch worden bepaald. Het is de afzet waarbij de totale kosten gelijk zijn aan de totale opbrengsten. De totale winst kan ook grafisch bepaald worden: Een andere manier om de optimale productiegrootte te bepalen, is door de marginale kosten en marginale opbrengsten met elkaar te vergelijken. Het is de marginale winst die aanduidt of de totale winst maximaal is of niet. Zolang de marginale opbrengst groter is dan de marginale kost, realiseert de ondernemer op die eenheid extra winst. Op het ogenblik dat de marginale kost groter is dan de marginale opbrengst levert de eenheid geen extra winst meer op, integendeel de extra eenheid kost meer dan ze opbrengt zodat de totale winst afneemt. Gezien de ondernemer de marktprijs weinig of niet kan beïnvloeden, is het ook belangrijk te weten of hij bij die prijs nog winst zal maken of niet. Een onderneming maakt winst zolang de prijs hoger is Van In 10

11 dan de gemiddelde totale kosten (GK = GVK + GCK). Ze draait break even als de prijs gelijk is aan de gemiddelde kosten. Er is verlies als de verkoop of marktprijs lager is dan de gemiddelde kosten. Op korte termijn zullen ondernemingen nog blijven produceren, ook al is er verlies. Op dat moment kunnen ze immers nog een gedeelte van de vaste kosten dekken. Op het ogenblik dat de prijs beneden de gemiddelde variabele kost komt te liggen, kan men wel beter beslissen om te stoppen met produceren. 7 Mindmap 8 Oefeningen Oefening 1 Hoeveel Brusselse wafels moet Karel verkopen om maximale winst te behalen? A Lesstrategie Deze oefening kan het beste in kleine groepjes worden uitgevoerd. Op die manier kunnen leerlingen met elkaar overleggen. Van In 11

12 B Oplossingen TABEL 3 Kosten en opbrengsten Brusselse wafels Aantal verkoopsters Aantal wafels per dag TO TCK TVK TK TW Hoeveel bedraagt het loon van een verkoopster per dag? Omdat er geen andere variabele kosten zijn dan het loon van de verkoopsters is de loonkost 90 euro per dag. 2 Hoeveel bedragen de totale constante kosten? Omdat het loon van een verkoopster 90 euro per dag bedraagt, is de totale constante kost 15 euro. 3 Vul de tabel verder aan. 4 Hoeveel bedraagt de optimale productiegrootte? Waarom? De optimale productiegrootte is 750 wafels per dag omdat bij die productiegrootte de totale winst maximaal is. 5 Wat stel je vast in verband met de fysieke meeropbrengst bij het inschakelen van 1 extra verkoopster? Welke gevolgen heeft dat voor de GVK? De fysieke meeropbrengst is telkens hetzelfde waardoor de GVK gelijk blijft. 6 Karel wil nog een verkoopster aannemen om zijn totale winst te verhogen. Wat is jouw advies? Dat heeft geen zin omdat de maximale capaciteit is bereikt. Oefening 2 Integratieoefening A Lesstrategie Deze oefening kan het beste individueel worden uitgevoerd. Voor de bespreking kan een verbetersleutel worden gebruikt. Een klassikale bespreking is ook mogelijk. Van In 12

13 B Oplossingen TABEL 4 Gegevens Eenheden (x ton) TK (x euro) GK (x euro) MK (x euro) TO (x euro) GO (x euro) M0 (x euro) Formules , , , , , , , Vul de tabel verder aan. Van In 13

14 2 Stel de MK voor in de grafiek. 60 GTK, MO, GO, MK MK MO = GO 30 GTK eenheden Tegen een marktprijs van 40 euro streeft de onderneming naar winstmaximalisatie. Hoeveel bedraagt de optimale productiegrootte? Bij 7,5 ton is de MK = MO. 4 Duid de winst (bij de optimale productiegrootte) aan op de grafiek. 5 Hoeveel bedraagt de break evenomzet en de break evenafzet? Motiveer je antwoord. Break evenafzet is twee ton. De break evenomzet is 80 euro. Hier is TO = TK. 6 Waar bevindt zich het technische optimale punt? Motiveer je antwoord. Bij zes ton want daar is de GK het laagst. Oefening 3 Juist of niet juist? A Lesstrategie Deze oefening kan het beste in kleine groepjes worden uitgevoerd. Op die manier kunnen leerlingen met elkaar overleggen. B Oplossingen Welke beweringen zijn juist? Motiveer je antwoord. Van In 14

15 1 Wanneer MO = MK, geldt ook TO = TK. Dat geldt enkel voor de eerste keer dat de MK curve de MO curve snijdt. 2 Een onderneming heeft winst noch verlies als de MO = GK. Juist. 3 Zolang de marginale kost groter is dan de marginale opbrengst, levert een extra eenheid extra winst op. Fout. Dat geldt enkel zolang de MO > MK. 4 Wanneer MO = MK, geldt ook GO = MK. Juist. 5 Wanneer MO = MK, geldt dat het positieve verschil tussen TO en TK het grootst is. Juist. 9 Check up Kun je de opdrachten en oefeningen zelfstandig oplossen? Zo ja, vink dan het vakje ernaast aan. Zo neen, maak dan eerst de extra oefeningen via Noteer dan in de laatste kolom de nummers van de Extra s die je maakte. Doelstelling Opdracht Oefening Extra Hoe verlopen de opbrengsten? Intro/1 1/2 Hoeveel winst wordt er gemaakt bij een bepaald productieniveau? 2 1/2/3 Hoe kan ik de winst grafisch bepalen? 3 2/3 Hoe wordt de aanbodcurve samengesteld? 4 10 Direct! Het artikel in deze rubriek wordt regelmatig geactualiseerd zodat het niet mogelijk is om een modeloplossing op te nemen. Lees het artikel op Beantwoord vervolgens de vragen. 1 Verklaar de titel van het krantenartikel. 2 Wie is in het artikel David en wie Goliath? 3 Vergelijk de twee bedrijfsfilosofieën met elkaar. Van In 15

16 11 Persoonlijk woordenboek De leerlingen kunnen hier een lijst maken van begrippen die niet in de lijst van kernbegrippen in de to the point zijn opgenomen. 12 Action! Het bedrijf Sunnyseat Het bedrijf Sunnyseat is actief op een markt met veel vragers en aanbieders. In de totale productie van terrasstoelen is zijn productie niet van die omvang dat de ondernemer een invloed kan uitoefenen op de prijs. De prijs waartegen Sunnyseat zijn terrasstoelen verkoopt, is voor de ondernemer een gegeven en niet door hem beïnvloedbaar. De marktprijs voor de terrasstoelen is 500 euro. 1 Vul de tabel aan. Eenheden TO GO MO Formule TO=p x q GO = TO/q MO = ΔTO/ΔQ Van In 16

17 2 Stel de MO en de GO grafisch voor. 3 Hoeveel bedraagt de optimale productieomvang? Duid dat aan op de grafiek. 5 eenheden zwarte lijn 4 Hoeveel bedraagt de totale winst in het punt van winstmaximalisatie? Duid de winst aan op de grafiek. TO TK = = 950 euro (arcering) 5 Duid de break evenafzet aan op de grafiek. (rode lijn) 6 Zou je Sunnyseat aanraden om nog te produceren: tegen een marktprijs van 270 euro? Motiveer je antwoord. Sunnyseat maakt dan verlies maar de ondernemer kan nog een gedeelte van de constante kosten dekken. verder produceren tegen een marktprijs van 180 euro? Motiveer je antwoord. Niet verder produceren omdat de ondernemer niets van de constante kosten kan dekken en men meer verlies maakt dan wanneer men niet produceert. 7 Duid de aanbodcurve aan in het geel. Van In 17

18 Evaluatiecriteria Het bedrijf SunnySeat (deel 2) Max. Score Opmerkingen Tabel TO GO MO Grafieken MO GO Bepaling optimale productieomvang Totale winst Berekening Aanduiding op grafiek Advies bij een marktprijs van: 270 euro 180 euro Aanbodcurve TOTAAL Van In 18

Onderzoeksvraag 2 Hoe verlopen de kosten naarmate de productie stijgt?

Onderzoeksvraag 2 Hoe verlopen de kosten naarmate de productie stijgt? Onderzoeksvraag 2 Hoe verlopen de kosten naarmate de productie stijgt? 1 Intro Peter en Stefanie zijn door de microbe van Mijn restaurant gebeten en willen zelf een restaurant opstarten waar enkel gewerkt

Nadere informatie

Thema 3 Ondernemen is risico s nemen en beheersen. Onderzoeksvraag 6 Wanneer draait een onderneming break-even? 1 Intro. 2 Probleemstelling

Thema 3 Ondernemen is risico s nemen en beheersen. Onderzoeksvraag 6 Wanneer draait een onderneming break-even? 1 Intro. 2 Probleemstelling Onderzoeksvraag 6 Wanneer draait een onderneming break-even? 1 Intro Wat betekent de term break even volgens jou? Break even is de situatie waarbij er geen winst of verlies is. 2 Probleemstelling Hoe wordt

Nadere informatie

Oefeningen Producentengedrag

Oefeningen Producentengedrag Oefeningen Producentengedrag Oefening 1: Bij een productie van 10.000 eenheden bedragen de totale kosten van een bedrijf 90.000 EUR. Bij een productie van 12.500 bedragen de totale kosten 96.000 EUR. De

Nadere informatie

1 De bepaling van de optimale productiegrootte

1 De bepaling van de optimale productiegrootte 1 De bepaling van de optimale productiegrootte Voor wat zorgen de bedrijven en welk probleem treed zich op? De bedrijven zorgen voor het produceren van goederen en diensten. Er treed een keuzeprobleem

Nadere informatie

Product 1 Misconceptie Opbrengst = Winst

Product 1 Misconceptie Opbrengst = Winst Product 1 Misconceptie Opbrengst = Winst Vakdidactiek Algemene Economie, Masters jaar 2 In opdracht van: dhr. Peter Voorend Instituut: Hogeschool van Amsterdam Gemaakt door: Natasha Pers Naam docent: Vak:

Nadere informatie

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST OVER OMZET, KOSTEN EN WINST De Totale Winst (TW) van bedrijven vindt men door van de Totale Opbrengsten (TO), de Totale Kosten (TK) af te halen. Daarvoor moeten we eerst naar de opbrengstenkant van het

Nadere informatie

Thema 1 De kern van het ondernemen. Onderzoeksvraag 6 Hoe komt de prijs tot stand? 1 Intro. 2 Probleemstelling. 3 Leerplandoelstellingen.

Thema 1 De kern van het ondernemen. Onderzoeksvraag 6 Hoe komt de prijs tot stand? 1 Intro. 2 Probleemstelling. 3 Leerplandoelstellingen. Onderzoeksvraag 6 Hoe komt de prijs tot stand? 1 Intro 1 Wie bood de tickets van de concerten aan? De organisatie achter Michael Jackson, samen met de O2 arena 2 Wie was vragende partij voor de tickets?

Nadere informatie

Prijsvorming bij monopolie

Prijsvorming bij monopolie Prijsvorming bij monopolie Wanneer we naar het evenwicht van de monopolist op zoek gaan, gaan we op zoek naar die afzet en die prijs waar de monopolist een maximale winst bereikt (of minimaal verlies).

Nadere informatie

3.1 De reis van een spijkerbroek. Willem-Jan van der Zanden

3.1 De reis van een spijkerbroek. Willem-Jan van der Zanden 3.1 De reis van een spijkerbroek 1 3.1 De reis van een spijkerbroek Bedrijfskolom = De weg die een product aflegt van grondstof tot eindproduct. Tussen elke schakel van de bedrijfskolom bevindt zich een

Nadere informatie

Oefeningen op monopolie

Oefeningen op monopolie Oefeningen op monopolie Oefening : De NV Imolex brengt als enige onderneming het product Mico op de markt. Met de op korte termijn gegeven productiecapaciteit kunnen maximaal 5.000 eenheden per maand worden

Nadere informatie

Herhaling vwo 4. Module 1, 2 en 3. Herhaling vwo 4 module 1, 2, 3. Domeinen ruil, schaarste, markt.

Herhaling vwo 4. Module 1, 2 en 3. Herhaling vwo 4 module 1, 2, 3. Domeinen ruil, schaarste, markt. Herhaling vwo 4 Module 1, 2 en 3 1 Problemen 1. Overzicht over de stof 2. Vergelijkingen oplossen 3. Oplosstappen TWmax 4. Tekenen van grafieken 5. Leerwerk verbeteren 6. Lezen van opgaven (m.i. grootste

Nadere informatie

Onderzoeksvraag 4 Hoe creëert men toegevoegde waarde en welvaart?

Onderzoeksvraag 4 Hoe creëert men toegevoegde waarde en welvaart? Thema De kern van het ondernemen Onderzoeksvraag 4 Hoe creëert men toegevoegde waarde en welvaart? Intro Wat zie je in deze afbeeldingen? In de eerste foto zie je een katoenplantage. In de tweede foto

Nadere informatie

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst. Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst havo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 12

Extra opgaven hoofdstuk 12 Extra opgaven hoofdstuk 12 Opgave 1 In dit hoofdstuk wordt gewerkt met een strakke definitie van het begrip marktvorm, waarna verschillende marktvormen zijn ingedeeld aan de hand van twee criteria. a.

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) havo 5

Domein D: markt (module 3) havo 5 Domein D: markt (module 3) havo 5 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte

Nadere informatie

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn:

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn: Competitieve markten van 6 COMPETITIEVE MARKTEN Marktvormen Welke verschilpunten stel je vast als je het aantal aanbieders en het aantal vragers vergelijkt op volgende markten? a/ Wisselmarkt b/ Markt

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische productiefactoren. 3) Hoe ontwikkelt de gemiddelde arbeidsproductiviteit als

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt Ondernemingsvormen Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt De eenmanszaak = een onderneming met één eigenaar. De vennootschap onder firma (VOF) = een onderneming waarbij enkele mensen

Nadere informatie

Handleiding BreakEven Calculator Door Thomas Vulsma

Handleiding BreakEven Calculator Door Thomas Vulsma Handleiding BreakEven Calculator Door Thomas Vulsma Introductie Deze handleiding geeft een korte inleiding tot de werking en het gebruik van de BreakEven Calculator. Met een paar simpele stappen leert

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

BREAK EVEN ANALYSE. Break-even wil zeggen dat er noch winst noch verlies is.

BREAK EVEN ANALYSE. Break-even wil zeggen dat er noch winst noch verlies is. BREAK EVEN ANALYSE Break-even wil zeggen dat er noch winst noch verlies is. 1. BREAK EVEN GRAFIEK GEGEVENS Ik verkoop bloemen aan 1,00 per stuk. Ik koop deze bloemen aan voor 0,50 per stuk. Mijn vaste

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

Thema 3 Ondernemen is risico s nemen en beheersen. Onderzoeksvraag 7 Welke ondernemingsvormen bestaan er? 1 Intro. 2 Probleemstelling

Thema 3 Ondernemen is risico s nemen en beheersen. Onderzoeksvraag 7 Welke ondernemingsvormen bestaan er? 1 Intro. 2 Probleemstelling Onderzoeksvraag 7 Welke ondernemingsvormen bestaan er? 1 Intro Voor wie heeft een faillissement gevolgen? Ondernemer zelf Het gezin van de ondernemer Personeel Leveranciers Klanten De overheid De gemeenschap

Nadere informatie

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Winst = omzet kosten TW = TO TK TO = 2000 TK = 1500 TW = 500 Omzet per product = gemiddelde omzet = prijs = GO TO = 2000 Als afzet is

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Onderzoeksvraag 5 Hoe groeien ondernemingen?

Onderzoeksvraag 5 Hoe groeien ondernemingen? Onderzoeksvraag 5 Hoe groeien ondernemingen? 1 Intro 1 Omschrijf de groei van de kaasmakerij. Je kunt daarbij heel creatief te werk gaan. Eigen antwoord leerlingen Tip: ga eens kijken op www.capzles.com

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6: DE OUTPUTBESLISSING VAN DE ONDERNEMING. Centrale vraag : Kies outputvolume zodat winst gemaximaliseerd wordt.

HOOFDSTUK 6: DE OUTPUTBESLISSING VAN DE ONDERNEMING. Centrale vraag : Kies outputvolume zodat winst gemaximaliseerd wordt. 1 HOOFDSTUK 6: DE OUTPUTBESLISSING VAN DE ONDERNEMING Centrale vraag : Kies outputvolume zodat winst gemaximaliseerd wordt. 1. DE KOSTENANALYSE 1.1. Kosten op korte termijn Op korte termijn (# productiefactoren

Nadere informatie

Domein markt: volkomen concurrentie

Domein markt: volkomen concurrentie Domein markt: volkomen concurrentie De markt / het marktmechanisme Vraag-aanbodcurve evenwicht, surplus Elasticiteiten E v p, E v i, E v1 p2, E a p Een van de vele aanbieders Opbrengst Kosten Winst TW

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN havo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

De break-evenanalyse. De break-evenanalyse De veiligheidsmarge Het indifferentiepunt Differentiële kosten

De break-evenanalyse. De break-evenanalyse De veiligheidsmarge Het indifferentiepunt Differentiële kosten De break-evenanalyse De veiligheidsmarge Het indifferentiepunt Differentiële kosten 1 Break-evenanalyse Bij het break-evenpunt zijn de totale opbrengsten gelijk aan de totale kosten. Met andere woorden

Nadere informatie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Module 7 Antwoorden Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Verantwoording 2010, Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie berust bij SLO. Voor deze

Nadere informatie

Boekhouden Direct. Algemene probleemstelling

Boekhouden Direct. Algemene probleemstelling Algemene probleemstelling Het bedrag dat de eigenaar in de onderneming inbrengt, is het kapitaal van de onderneming. Als de onderneming later winst maakt, kan de ondernemer deze winst geheel of gedeeltelijk

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit Uitwerking vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet

Nadere informatie

Break-Even Analyse. Vaste Kosten Variabele Kosten DE EXTRACOMPTABELE KOSTENCALCULATIE

Break-Even Analyse. Vaste Kosten Variabele Kosten DE EXTRACOMPTABELE KOSTENCALCULATIE Vaste Kosten Variabele Kosten f() = f() Directe kosten Indirecte kosten rechtstreeks toewijsbaar niet-rechtstreeks toewijsbaar DE EXTRACOMPTABELE KOSTENCALCULATIE Gedurende de boekingsperiode worden alle

Nadere informatie

Lesbrief Vraag en Aanbod 1 e druk

Lesbrief Vraag en Aanbod 1 e druk Hoofdstuk 1 1.6 C Markten 1.7 a. De prijzen zijn gestegen. Bij een gelijk volume (= afzet) leidt dit tot een omzetgroei. b. Indexcijfer volume (afzet): 105, indexcijfer prijs: 97,1. 97,1 105 = 101,96.

Nadere informatie

Wiskunde in functie van economie

Wiskunde in functie van economie Wiskunde in functie van economie 1 Symbolen in de cursus Wiskunde Economie Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Even herhalen... 3 1.1 Functies... 3 1.2 Eerstegraadsfuncties... 4 1.3 Tweedegraadsfuncties... 5 1.4

Nadere informatie

Oefeningen: Break-even analyse

Oefeningen: Break-even analyse Oefeningen: Break-even analyse Oefening 1: Een onderneming produceert een bepaald product dat verkocht wordt tegen een prijs van 50 EUR per stuk. Per eenheid dat gemaakt wordt, kost het de onderneming

Nadere informatie

Wiskunde in functie van economie

Wiskunde in functie van economie Wiskunde in functie van economie 1 Symbolen in de cursus Wiskunde Economie Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Even herhalen... 3 1.1 Functies... 3 1.2 Eerstegraadsfuncties... 4 1.3 Tweedegraadsfuncties... 5 1.4

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 13

Extra opgaven hoofdstuk 13 Extra opgaven hoofdstuk 13 Opgave 1 Stel, dat een markt voor product X zich als volgt ontwikkelt. Aanvankelijk zijn er voor dit product veel aanbieders en veel vragers. Na verloop van tijd loopt de vraag

Nadere informatie

In de vorige les heeft de docent uitleg gegeven over oligopolie. Leerlingen hebben ook opdrachten gemaakt die klassikaal werden besproken.

In de vorige les heeft de docent uitleg gegeven over oligopolie. Leerlingen hebben ook opdrachten gemaakt die klassikaal werden besproken. Naam docent: Vak: N. Pers Economie Klas: Havo 5 Onderwerp: Experiment op een oligopolistische markt Beginsituatie: In de vorige les heeft de docent uitleg gegeven over oligopolie. Leerlingen hebben ook

Nadere informatie

2 Constante en variabele kosten

2 Constante en variabele kosten 2 Constante en variabele kosten 2.1 Inleiding Bij het starten van een nieuw bedrijf zal de ondernemer zich onder andere de vraag stellen welke capaciteit zijn bedrijf moet hebben. Zal hij een productie/omzet

Nadere informatie

Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt.

Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt. www.jooplengkeek.nl Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt. De omzet is dus gelijk aan de kosten. Om het break-evenpunt te berekenen gaan

Nadere informatie

Marketingmix. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Marketingmix. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Remco Burm 08 July 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/78987 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

BREAK EVEN PUNT. Oefeningen Kostprijsberekening: Het Break Even Punt

BREAK EVEN PUNT. Oefeningen Kostprijsberekening: Het Break Even Punt BREAK EVEN PUNT Vraag 1 Hoe groot zal het BEP zijn indien ik weet dat Vaste kost 25 522 de verkoopsprijs 10 variabele kost 8,5 resultaat naar boven af te ronden tot 0 cijfers na de komma Vraag 2 Hoe groot

Nadere informatie

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! Opgaven vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn van

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

BREAK EVEN PUNT. Kostprijsberekening Hendrik Claessens

BREAK EVEN PUNT. Kostprijsberekening Hendrik Claessens BREAK EVEN PUNT Vraag 1 Hoe groot zal het BEP zijn indien ik weet dat Vaste kost 25 522 de verkoopsprijs 10 variabele kost 8,5 resultaat naar boven af te ronden tot 0 cijfers na de komma Vraag 2 Hoe groot

Nadere informatie

Hoofdstuk 25, 30 en 31

Hoofdstuk 25, 30 en 31 V5 M&O Samenvatting SE2 Hoofdstuk 25, 30 en 31 1 Hoofdstuk 25 Breakeven analyse Variabele kosten zijn afhankelijk van de productie/afzet. Proportioneel variabele kosten stijgen in dezelfde mate als de

Nadere informatie

Wat is het juiste antwoord? Of welk woord hoort in welke kolom? 2 Monopolistische. concurrentie. Zowel volkomen als volkomen concurrentie

Wat is het juiste antwoord? Of welk woord hoort in welke kolom? 2 Monopolistische. concurrentie. Zowel volkomen als volkomen concurrentie Extra opdrachten 1. Wat is het juiste antwoord? Of welk woord hoort in welke kolom? Soort 1 Volledige mededinging 2 Monopolistische Zowel volkomen als volkomen 3 Oligopolie (duopolie) Geen 4 Monopolist

Nadere informatie

Grafix. Arschoot Elien. Herhaling grafieken. 4 de jaar ASO. D hauwers Fien. Lerarenhandleiding. Instructieboekje Grafix.

Grafix. Arschoot Elien. Herhaling grafieken. 4 de jaar ASO. D hauwers Fien. Lerarenhandleiding. Instructieboekje Grafix. Grafix Arschoot Elien Herhaling grafieken 4 de jaar ASO D hauwers Fien Lerarenhandleiding 1 Lootens Jolien Bijlage 2 Beste leerkracht, Heb je het soms moeilijk om de leerlingen hun aandacht bij de les

Nadere informatie

wel winst maakte, maar niet de maximale totale winst behaalde? Licht het antwoord toe met vermelding van gegevens uit bron 2.

wel winst maakte, maar niet de maximale totale winst behaalde? Licht het antwoord toe met vermelding van gegevens uit bron 2. Opgave 1 Zó kunnen we niet draaien! De gemeente Kreims verhuurt elk jaar gedurende de kermis alle standplaatsen voor attracties. De prijs per standplaats komt tot stand door een systeem van gesloten verhuur:

Nadere informatie

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden.

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden. Module 3 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten: - De concrete

Nadere informatie

1.9.2 Verschil tussen direct costing en integrale kostencalculatie

1.9.2 Verschil tussen direct costing en integrale kostencalculatie 1.9 Direct costing 1.9.1 Direct costing en variabele-kostencalaculatie Direct costing (D.C.) of wel variabele kostencalculatie is de methode van kostencalculatie waarbij alleen de variabele kosten als

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats.

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Concrete markt: vragers, aanbieders, roduct o een beaalde laats. Abstracte markt: vraag en aanbod bealen de rijs (denkmodel) Volkomen concurrentie Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Transarante markt

Nadere informatie

Op zoek naar een spijkerbroek

Op zoek naar een spijkerbroek Hoofdstuk 2 Op zoek naar een spijkerbroek 2.23 2.24 2.25 2.26 2.27 2.28 2.29 2.30 2.31 2.32 D A A D B C D B C A 2.33 a. P = 6 Qv = -0,8 6 + 20 = 15,2 15.200 stuks. b. Omzet = P Qv = 6 15.200 = 91.200.

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

De opbouw van het monopolie model.

De opbouw van het monopolie model. Het monopolie Soorten monopolies Een monopolie is een situatie waarin er sprake is van 1 aanbieder die dus volledige invloed heeft op de prijs. De overheid vindt dit een onwenselijke situatie, twee situaties

Nadere informatie

Economie 2011-2012 Klas 3 mavo

Economie 2011-2012 Klas 3 mavo conomie 2011-2012 Klas 3 mavo it werkstuk gaan jullie een product ontwikkelen. Het maakt niet uit welk product maar het moet wel vernieuwend zijn. enk aan een pratende agenda, een robot die je huiswerk

Nadere informatie

Industrie tussen grafisch en begrijpen Opgave A. Leuk!

Industrie tussen grafisch en begrijpen Opgave A. Leuk! Industrie tussen grafisch en begrijpen Opgave A Leuk! Een opgave met een grafische toepassing, waarbij het aankomt op goed analyseren, redeneren, een beetje rekenen, ietsje tekenen en: de juiste theoretische

Nadere informatie

Katern 2 Markten en welvaart

Katern 2 Markten en welvaart Katern 2 Markten en welvaart Begrippen budgetlijn = deze lijn geeft de verschillende mogelijkheden van geld uitgeven voor een consument weer ceteris paribus vraaglijn = het verband tussen de prijs en de

Nadere informatie

Grafieken Economie Hoofdstuk 7

Grafieken Economie Hoofdstuk 7 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 1 Inhoud Grafieken Economie Hoofdstuk 7 door ieter Nobels ONDERNEMERSGEDRG BIJ OLKOMEN CONCURRENTIE... 3 GLOBL MRKTEENWICHT... 3 ERSCHUIINGEN N RG- EN NBODCURE (GLOBLE MRKT)...

Nadere informatie

Domein D markt. Zie steeds de eenvoud!! Grafieken en rekenen Uitwerkingen. Frans Etman

Domein D markt. Zie steeds de eenvoud!! Grafieken en rekenen Uitwerkingen. Frans Etman vwo 5 Frans Etman Domein D markt Zie steeds de eenvoud!! Grafieken en rekenen Uitwerkingen Opgave 1 1. Bereken het consumentensurplus en het producentensurplus. Consumentensurplus 3*3000*0,5= 4500 euro

Nadere informatie

drs. A. Maurer vwo m&o Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

drs. A. Maurer vwo m&o Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018 2017 2018 drs. A. Maurer vwo m&o Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018 vwo m&o Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het centraal examen voor het vak management & organisatie

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel)

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Vrije toe- uittreding Transparante

Nadere informatie

De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn.

De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn. Examenvragen economie 12 juni 2002. De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn. --------------------------------------------------------------------------------- 1)

Nadere informatie

Economie Module 2 & Module 3 H1

Economie Module 2 & Module 3 H1 Economie Module 2 & Module 3 H1 Module 2 1.1 De individuele vraag Individuele vraaglijn kent een dalend verloop: als de prijs daalt, stijgt als gevolg daarvan de gevraagde hoeveelheid. Men wil voor 1 appel

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

De kostprijs en capaciteiten. De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten

De kostprijs en capaciteiten. De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten De kostprijs en capaciteiten De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten 1 De kostprijs Kostprijs Constante of vaste kosten: Kosten die in een bepaalde periode

Nadere informatie

Onderneem t. Producenten gedrag. Uitwerkingen. Havo Economie 2010-2011 VERS

Onderneem t. Producenten gedrag. Uitwerkingen. Havo Economie 2010-2011 VERS Onderneem t Producenten gedrag Uitwerkingen Havo Economie 2010-2011 VERS 2 Antwoorden en hints opdracht 1. a. enquête. b. kosten van de fietsenmaker, eigen kosten materiaal. c. Verschillende locaties in

Nadere informatie

Opgave 2 a. Met welke formule berekenen we de integrale kostprijs? b. Hoe noemen we integrale kostprijsberekening ook wel?

Opgave 2 a. Met welke formule berekenen we de integrale kostprijs? b. Hoe noemen we integrale kostprijsberekening ook wel? Opgaven paragraaf 1.9.1 en 1.9.2 a. Wat wordt verstaan onder direct costing? b. Hoe wordt direct costing ook wel genoemd? c. Wat is de essentie waarom een onderneming kiest voor direct costing? a. Met

Nadere informatie

Opdracht 1 Macro-economie [30p]

Opdracht 1 Macro-economie [30p] Opdracht 1 Macro-economie [30p] De effectieve vraag van land Angeloziё bestaat uit de voorgenomen consumptie van de gezinnen en de voorgenomen investeringen van de bedrijven. In dit land was het Bruto

Nadere informatie

Evenwichtspri js MO WINST

Evenwichtspri js MO WINST Volkomen concurrentie Volledige mededinging Hoeveeldheidsaanpassing: prijs komt door Qa en Qv tot stand, individu heeft alleen invloed op de hoeveelheid die hij gaat produceren Veel vragers en veel aanbieders

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 2: Prijsberekening i M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H2: Prijsberekening Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Kosten, break-evenanalyse en de grafieken

Kosten, break-evenanalyse en de grafieken Ontwerp lessenserie Kosten, break-evenanalyse, en de grafieken Van abstract en onbekend naar concreet en toepasbaar. Martin Rol Maart 2010 Naam Martin Rol Mba Vakgebied Management & Organisatie Titel Kosten,

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 7

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 7 OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 7 Open vragen OEFENING 1 Consumptietheorie Nutsfunctie Budgetrechte Indifferentiecurve Marginale substitutievoet Marginaal nut Inkomenseffect Productietheorie Productiefunctie

Nadere informatie

Kruislingse prijselasticiteit Complementair aanvullend (negatief) Substituut vervangend (positief)

Kruislingse prijselasticiteit Complementair aanvullend (negatief) Substituut vervangend (positief) Prijs Ev = %Δq / %Δ Ev = Geen reactie volkomen rijsinelastisch Ev tussen en -1 Een beetje inelastisch (rimaire, normale goederen) Ev onder de -1 Veel elastisch (luxe goed) Toeassing inelastisch P stijgt

Nadere informatie

Kaarten module 4 derde klas

Kaarten module 4 derde klas 1. Uit welke twee onderdelen bestaan de totale kosten? 2. Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 3. Geef 2 voorbeelden van vaste (of constante) kosten. 4. Waar is de totale winst gelijk aan? 5. Geef

Nadere informatie

Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave COST & MANAGEMENTACCOUNTING VRIJDAG 19 JUNI 2015 9.00-11.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer

Nadere informatie

Naam auteur(s) J.B. Bruin, MSc. & MA.

Naam auteur(s) J.B. Bruin, MSc. & MA. Naam auteur(s) J.B. Bruin, MSc. & MA. Vakgebied Economie Titel, kosten en winst in een begrijpelijkere context Onderwerp Hoofdstuk 9 - Economie in Context, kosten en winst Opleiding Interfacultaire Lerarenopleidingen,

Nadere informatie

Oefeningen: Soorten marktvormen + Vraag en Aanbod + Marktevenwicht bij volkomen concurrentie

Oefeningen: Soorten marktvormen + Vraag en Aanbod + Marktevenwicht bij volkomen concurrentie Oefeningen: Soorten marktvormen + Vraag en Aanbod + Marktevenwicht bij volkomen concurrentie Oefening 1: Geef grafisch weer welke wijziging de vraag- en/of aanbodcurve zal ondergaan in volgende gevallen

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

1 Markt en marktvormen

1 Markt en marktvormen 1 Markt en marktvormen Wat is het verschil tussen een markt en een marktvorm? Markt= Concrete markt, plaats waar vragers en aanbieders van een bepaald goed elkaar ontmoeten en transacties afsluiten Marktvorm

Nadere informatie

T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten

T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten Onvolkomen competitieve markten - 1 van 5 T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten 1. Monopolie 1/ Wanneer spreken we van een monopolie? 2/ Geef enkel voorbeelden van ondernemingen met

Nadere informatie

1 Waarover zijn de werknemers ontevreden? De meerderheid van de werknemers (53 %) is ontevreden over het loonbeleid.

1 Waarover zijn de werknemers ontevreden? De meerderheid van de werknemers (53 %) is ontevreden over het loonbeleid. Onderzoeksvraag 2 Wat bepaalt het loon? Intro Waarover zijn de werknemers ontevreden? De meerderheid van de werknemers (53 %) is ontevreden over het loonbeleid. 2 Waarom lijkt dat moeilijk te begrijpen?

Nadere informatie

MARKT & OVERHEID. HAVO 4 Blok 4

MARKT & OVERHEID. HAVO 4 Blok 4 MARKT & OVERHEID HAVO 4 Blok 4 INHOUD Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5: Hoofdstuk 6: Hoofdstuk 7: De telefoniemarkt Van volledige mededinging naar monopolie Oligopolie en

Nadere informatie

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Opgave 1 Vraag- en aanbodcurve met consumenten- en producentensurplus. Qv = -0,5p + 10 Qa = 0,5p 2 Qa = Qv Prijs in euro, q in stuks. 1. Teken de

Nadere informatie

Samenvatting Economie. Hoofdstuk 00: inleiding.

Samenvatting Economie. Hoofdstuk 00: inleiding. Samenvatting Economie. Hoofdstuk 00: inleiding. Doel van de economische wetenschap. Studeren: overheid betaalt een groot deel van de studiekosten. Bijna alle menselijke handelingen hebben een economisch

Nadere informatie

Literatuur: Onderneming en omgeving. Docent: Jan Coppens

Literatuur: Onderneming en omgeving. Docent: Jan Coppens Literatuur: Onderneming en omgeving Docent: Jan Coppens Algemene economie Economie in combinatie met de maatschappij. Er wordt onderzocht hoe er met beperkte middelen keuzes worden gemaakt uit oneindige

Nadere informatie

4p 6 Leg uit waarom de marktvorm en het marktgedrag kunnen veranderen. Opgave 3 2000 Economische wetenschappen 1 en Recht - 1 opgave 2

4p 6 Leg uit waarom de marktvorm en het marktgedrag kunnen veranderen. Opgave 3 2000 Economische wetenschappen 1 en Recht - 1 opgave 2 Opgave 1 1999 Economische wetenschappen 1 en Recht - 1 opgave 2 Enige tijd geleden is de firma Lovers de exploitatie van de Kennemerland Express gestart, een treinverbinding tussen Amsterdam en IJmuiden.

Nadere informatie

Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming

Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming P. H. C. Hintzen Brinkman Uitgeverij Amsterdam 2011 Omslagontwerp: Proforma Barcelona

Nadere informatie

Reader Bedrijfseconomische berekeningen

Reader Bedrijfseconomische berekeningen Reader Bedrijfseconomische berekeningen Reader Bedrijfseconomische berekeningen Peter H. C. Hintzen isbn 978 90 5752 290 1 2015 Uitgeverij Edu Actief b.v. Gehele of gedeeltelijke overneming of reproductie

Nadere informatie

Keuzemenu - Wiskunde en economie

Keuzemenu - Wiskunde en economie 1a a Keuzemenu - Wiskunde en eonomie ladzijde 6 TK( 00) GTK( 00) = = 300 = 71 euro per ezoeker 00 00 TK( 600) 800 = = 71, 33 euro per ezoeker 600 600 TK( 800) 9 00 GTK( 800) = = = 7 euro per ezoeker 800

Nadere informatie

EINDTERMEN Bosbiotoopstudie

EINDTERMEN Bosbiotoopstudie EINDTERMEN Bosbiotoopstudie Eerste graad A-stroom Vakgebonden eindtermen aardrijkskunde De mens en het landschap Het landelijk landschap 22 milieueffecten opnoemen die in verband kunnen gebracht worden

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde A1,2

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 Wiskunde A1,2 Examen AVO oger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 1.0 16.0 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Case study 1: Contributiemarge

Case study 1: Contributiemarge Case study 1: Contributiemarge 1) Wat vind je van de manier van berekenen van de kostprijs per eenheid door de financiële directeur. Wat vind je goed, wat mindergoed? Hoe zou je het eventueel anders doen

Nadere informatie

havo m&o drs. A. Maurer Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

havo m&o drs. A. Maurer Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018 2017 2018 drs. A. Maurer havo m&o Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018 havo m&o Voorwoord Met deze EXAMENBUNDEL kun je je goed voorbereiden op het examen voor het vak management & organisatie

Nadere informatie