UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE. Academiejaar

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE. Academiejaar"

Transcriptie

1 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE Academiejaar HET BELANG VAN NIET-HUMANE PRIMATEN ALS RESERVOIR VOOR MALARIA door Hannelore MILBOUW Promotor : Dr. Bruno Levecke Literatuurstudie in het kader van de Masterproef

2

3 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE Academiejaar HET BELANG VAN NIET-HUMANE PRIMATEN ALS RESERVOIR VOOR MALARIA door Hannelore MILBOUW Promotor : Dr. Bruno Levecke Literatuurstudie in het kader van de Masterproef

4 De auteur en de promotor(en) geven de toelating deze studie als geheel voor consultatie beschikbaar te stellen voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik valt onder de beperkingen van het auteursrecht, in het bijzonder met betrekking tot de verplichting de bron uitdrukkelijk te vermelden bij het aanhalen van gegevens uit deze studie.het auteursrecht betreffende de gegevens vermeld in deze studie berust bij de promotor(en). Het auteursrecht beperkt zich tot de wijze waarop de auteur de problematiek van het onderwerp heeft benaderd en neergeschreven. De auteur respecteert daarbij het oorspronkelijke auteursrecht van de individueel geciteerde studies en eventueel bijhorende documentatie, zoals tabellen en figuren. De auteur en de promotor(en) zijn niet verantwoordelijk voor de behandelingen en eventuele doseringen die in deze studie geciteerd en beschreven zijn.

5 VOORWOORD Het schrijven dan deze literatuurstudie was geen gemakkelijke opdracht. Ik zou dan ook graag enkele personen willen bedanken die me geholpen hebben bij het verwezenlijken van dit werk. Eerst en vooral wil ik mijn promotor, Dr. Bruno Levecke, danken voor zijn goede raad en tips. Ik zou hem ook willen bedanken voor het herlezen en het kritisch evalueren van deze literatuurstudie. Vervolgens zou ik mijn familie, en in het bijzonder mijn zus Soetkin Milbouw, willen bedanken. Zij hebben niet enkel deze studie herhaaldelijk nagelezen, zij hebben mij ook langsheen de hele weg gesteund. Hun onuitputtelijke steun helpt mij steeds vooruit. Bedankt.

6 VOORWOORD INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING... 1 INLEIDING... 2 LITERATUURSTUDIE Plasmodium Taxonomie De levenscyclus De cyclus in de eindgastheer De cyclus in de vector Morfologie Klinische symptomen Klinische symptomen bij de mens Klinische symptomen bij niet-humane primaten Zoönose Transmissie van niet-humane malariaparasieten naar de mens Transmissie van humane malariaparasieten naar niet-humane primaten De mug als link tussen mens en aap Diagnose Invasieve methoden Dikke druppelpreparaten en uitstrijkpreparaten Quantative buffy coat test Immunochromatografische testen Real-Time Polymerase Chain Reaction (PCR) test Indirecte testen Niet-invasieve methoden BESPREKING REFERENTIES... 21

7 SAMENVATTING Malaria is een infectieziekte die jaarlijks miljoenen mensen treft over heel de wereld. De parasiet, verantwoordelijk voor de ziekte, werd in het begin van de twintigste eeuw geïdentificeerd. Sindsdien werd de parasiet wereldwijd het onderwerp van menig wetenschappelijk onderzoek. In het verleden kende men slechts vier malariaspecies die ziekte konden veroorzaken bij de mens, met name Plasmodium falciparum, P. ovale, P. vivax en P. malariae. Recent heeft men echter, met behulp van moderne moleculaire technieken, een vijfde malariaspecies kunnen aanduiden in humane patiënten in Zuid-Oost Azië, namelijk P. knowlesi. Dit species heeft, in tegenstelling tot de vier andere malariasoorten, niet de mens als natuurlijke eindgastheer, maar de oude wereldapen. P. knowlesi is bijgevolg het eerste malariaspecies waarvan het zoönotische karakter bewezen is. De betrokken niethumane primaten ondervinden weinig hinder van de parasiet, waardoor zij kunnen fungeren als een reservoir voor het malariaspecies. De aanwezigheid van een zodanig reservoir heeft belangrijke repercussies op de hedendaagse eradicatieprogramma s voor malaria. Het efficiënt uitroeien van malaria zal men enkel kunnen bekomen door ook de niet-humane primaten mee in rekening te brengen. Bovendien vermoedt men dat in de toekomst, naast P. knowlesi, meerdere niet-humane species teruggevonden zullen worden bij humane patiënten. Momenteel worden verscheidene malariaparasieten sterk verdacht van zoönotische eigenschappen, met name P. cynomogli, P. inui, P. simium en P. brasilianum. Hiernaast toonde onderzoek aan dat humane malariaspecies eveneens teruggevonden kunnen worden bij niet-humane primaten. Hetgeen tevens van belang is bij het uitroeien van malaria. Sleutelwoorden: Controle Malaria Niet-humane primaten Plasmodium Zoönose 1

8 INLEIDING Malaria is één van de belangrijkste infectieuze ziekten uit onze tijd. Ook duizenden jaren geleden speelde malaria reeds een prominente rol in het leven van de mens, waardoor het ook tot één van de oudste infectieziekten kan gerekend worden. Vele antieke schrijvers beschrijven in hun teksten ziekten die doen denken aan malaria. Zo beschreef Hippocrates, een geneesheer die leefde in de vijfde eeuw voor Christus, zorgvuldig de typische symptomen van malaria, die bestaan uit intermitterende koortsopstoten. Hij wordt dan ook beschouwd als de eerste malarioloog. Vele geleerden na hem gaven blijk van dezelfde waarnemingen en stelden hypothesen op over de mogelijke oorzaak. Een uiteindelijk antwoord, omtrent de oorzaak van de ziekte, werd pas in 1880 gevonden, toen de malariaparasiet voor het eerst in de geschiedenis werd geïdentificeerd. Deze baanbrekende ontdekking werd verricht door Charles Louis Alphonse Laveran, een Franse arts. Hij ontdekte de malariaparasiet in een vers bloedstaal van een patiënt in Algerije. Sindsdien is onze kennis omtrent de parasiet aanzienlijk verbreed aan de hand van intensief onderzoek. Toch blijven vele vragen tot op heden onbeantwoord. Malaria heeft niet enkel in het verleden vele slachtoffers geëist, ook op dit moment vormt malaria een gezondheidsprobleem op wereldschaal. Uit onderzoek van het World Health Organization (WHO) bleek malaria in 2010 endemisch te zijn in 106 landen, wat wil zeggen dat ongeveer de helft van de wereldbevolking elke dag het risico loopt geïnfecteerd te worden (WHO, 2011). Deze cijfers benadrukken het belang van de ontwikkeling van gedegen controleprogramma s. In het verleden werden vier malariaspecies aangetoond als oorzaak van malaria-infecties bij de mens, namelijk Plasmodium vivax, P. ovale, P. malariae en P. falciparum. Recent onderzoek toonde echter aan dat ook een vijfde malariaspecies hiervoor verantwoordelijk kan worden gesteld. Desbetreffend malariaspecies, P. knowlesi, is een malariaparasiet van niet-humane primaten en werd teruggevonden bij talrijke humane patiënten in Zuid-Oost Azië. Dit bewijst dat malaria een zoönose is. De ontdekking dat ook P. falciparum afkomstig is van de gorilla, pleit voor deze stelling. Men weet echter nog niet in welke mate dit zoönotisch karakter relevant is voor de algemene volksgezondheid. Vragen over hoeveel malariasoorten een interspecies transmissie kennen en in welke mate dit onder natuurlijke omstandigheden voorkomt, dienen hiervoor eerst verder onderzocht en beantwoord te worden. Ook het voorkomen van niet-humane primaten als reservoir voor zowel humane als niet-humane malariapasieten is een belangrijk onderzoekspunt. Recent ontwikkelde moleculaire technieken en niet-invasieve methoden, helpen de wetenschap voort bij dit zware onderzoek. Zij maken het namelijk mogelijk om op grote schaal Plasmodium spp. in wildlevende niet-humane primaten op te sporen. Op deze manier hoopt de wetenschap stap voor stap zijn inzicht te verruimen omtrent de verschillende facetten van de malariaproblematiek, met in het bijzonder het belang van diens zoönotische karakter. 2

9 LITERATUURSTUDIE 1. PLASMODIUM Malaria is een infectieziekte, dewelke veroorzaakt wordt door een heterotrofe eukaryote intracellulaire parasiet van het geslacht Plasmodium. Dit geslacht maakt deel uit van de familie Plasmodiidae, de orde Haemosporida, de klasse Coccidea, de stam Apicomplexa en behoort uiteindelijk tot het rijk van de ééncellige parasieten, de Protozoa (Taylor et al., 2007) TAXONOMIE Wereldwijd komen circa 180 verschillende species Plasmodium voor (Taylor M. et al., 2007). Elke soort heeft één of meerdere specifieke vertebrate eindgastheren. De belangrijkste soorten Plasmodium van de niet-humane primaten kunnen opgedeeld worden naargelang hun natuurlijke gastheer, met name de nieuwe wereldapen, de oude wereldapen en de mensapen (tabel 2). In tegenstelling tot de niet-humane primaten, waarbij men een grote verscheidenheid aan malariaparasieten kan terugvinden, is de mens slechts de natuurlijke gastheer van vier malariaparasieten. Dit zijn met name Plasmodium falciparum, P. vivax, P. ovale en P. malariae. P. falciparum en P. vivax zijn sterk verspreid in de (sub)tropische gebieden. P. malariae en P. ovale daarentegen kennen een minder wijde distributie (tabel 1; figuur 1). Tabel 1: Globale distributie (in percentage) van humane malaria in 2002 (naar Carter et al., 2002) Species West-, Centraal- Afrika Oost-, Zuid- Afrika Azië Zuid-Oost Azië, Oceanië Oceanië Centraal Azië, Middenoosten Centraal- Amerika en de Carrabieën P. falciparum 88,2 78,8 4,2 19,8 51, ,9 29,2 P. vivax 1,2 9,8 95,6 80,2 48,6 56,1 87,1 70,6 P. malariae 2,2 3,0 0 0,9 0 0,2 P. ovale 8,4 8,4 0, Zuid- Amerika Figuur 1: Globale risicogebieden van malaria bij de mens in 2010 opgesteld door het WHO. In de donker blauw gekleurde gebieden komen malaria-infecties veelvuldig voor. In de licht blauw gekleurde gebieden is het risico op infectie slechts gering. (http://gamapserver.who.int/maplibrary/files/maps/global_malaria_2010.png) 3

10 Tabel 2: Verschillende soorten Plasmodium parasieten met hun eindgastheren en regio van voorkomen. (Bennett et al., 1998; Baird, 2009; Duval et al., 2009; Rich et al., 2009; Duval et al., 2010; Kaiser et al., 2010; Krief et al., 2010; Prugnolle et al., 2010; Lee et al., 2011) PLASMODIUM SPECIES NATUURLIJKE GASTHEER REGIO OUDE WERELD APEN P. knowlesi Java-aap (Macaca fascicularis) Zwartkuiflangoer (Presbytis melalophos) Lampongaap (Macaca nemestrina) Zuid-Oost Azië P. cynomolgi Java-aap (Macaca fascicularis) Ceylonkroonaap (Macaca sinica) Lampongaap (Macaca nemestrina) Indische kroonaap (Macaca radiate) Taiwanese makaak (Macaca cyclopis) Echte langoeren (Presbytis sp.) P. fieldi Java-aap (Macaca fascicularis) Lampongaap (Macaca nemestrina) Zuid-Oost Azië Zuid-Oost Azië P. coatneyi Java-aap (Macaca fascicularis) Zuid-Oost Azië P. inui Java-aap (Macaca fascicularis) Lampongaap (Macaca nemestrina) Echte langoeren (Presbytis sp.) Kuifmakaak (Cynopithecus niger) P. fragile Ceylonkroonaap (Macaca sinica) Indische kroonaap (Macaca radiate) Zuid-Oost Azië India, Sri Lanka P. siminovale Ceylonkroonaap (Macaca sinica) India, Sri Lanka P. shortti Ceylonkroonaap (Macaca sinica) Indische kroonaap (Macaca radiate) P. gonderi Mangabey (Cercocebus sp.) Mandril (Mandrillus sp.) NIEUWE WERELD APEN P. simium Brulaap (Alouatta sp.) Spinaap (Brachyteles arachnoides) P. brazilianum Brulaap (Alouatta sp.) Spinaap (Brachyteles arachnoides) Slingeraap (Ateles sp.) Uakaris (Cacajao sp.) Springaapje (Callicebus sp.) Gebaarde saki (Chiroptes sp.) Kapucijnaap (Cebus sp.) Wolaap (Lagothrix sp.) Doodshoofdaapje (Saimiri sp.) MENSAPEN P. reichenowi Chimpansee (Pan sp.) Gorilla (Gorilla sp.) P. rodhaini Chimpansee (Pan sp.) Gorilla (Gorilla sp.) P. schwetzi Chimpansee (Pan sp.) Gorilla (Gorilla sp.) India, Sri Lanka West-Afrika, Centraal Afrika Zuid-Amerika Latijns-Amerika Afrika West-Afrika, Centraal Afrika West-Afrika P. pitheci Oerang oetan (Pongo sp.) Zuid-Oost Azië P. silvaticum Oerang oetan (Pongo sp.) Zuid-Oost Azië P. hylobati Gibbon (Hylobates sp.) Zuid-Oost Azië P. eylesi Withandgibbon (Hylobates lar) Zuid-Oost Azië P. jefferyi Gibbo (Hylobates sp.) Zuid-Oost Azië P. youngi Withandgibbon (Hylobates lar) Zuid-Oost Azië 4

11 1.2. DE LEVENSCYCLUS De levenscyclus van Plasmodium is een indirecte cyclus. De parasiet wordt namelijk via invertebrate vectoren overgebracht naar gewervelde eindgastheren. De vectoren zijn steekmuggen behorend tot de familie Culicidae en de subfamilies Culicinae en Anophelinae (figuur 2). Circa zeventig muggensoorten van het genus Anopheles staan in voor de overdracht van malaria bij de mens (Service en Townson, 2002). De gewervelde eindgastheren maken deel uit van de familie van de zoogdieren, vogels of reptielen. Figuur 2: De Anopheles mug als vector voor de malariaparasiet. De levenscyclus van de malariaparasiet kan men onderverdelen in een cyclus die plaatsgrijpt in de vector en een cyclus in de gewervelde eindgastheer (figuur 3) (Nelson en Williams, 2006) De cyclus in de eindgastheer Tijdens een bloedmaal injecteert de geïnfecteerde vector Plasmodium in de gewervelde eindgastheer onder de vorm van sporozoïeten (Nelson en Williams, 2006). Deze sporozoïeten bevinden zich namelijk in het speeksel van de vector, dewelke via de steeksnuit van het insect in contact komt met het bloed van de eindgastheer. De vectoren zijn namelijk solenofagen. Vervolgens migreren de sporozoïeten langsheen de bloedbaan naar de lever en diens cellen. In de hepatocyten ondergaan de sporozoïeten schizogonie. Het betreft een aseksuele vermenigvuldiging van de intracellulaire parasiet. De kern van de schizont zal herhaaldelijk delen en het cytoplasma zal tijdens deze fase enorme proporties aannemen met een verdrukking van de kern van de levercel tot gevolg. Na een gemiddelde van tien dagen zal de geïnfecteerde hepatocyt en de intracellulaire schizont openbarsten met de afgifte van een grote hoeveelheid merozoïeten tot gevolg (Nelson en Williams, 2006). De merozoïeten komen op die manier in de bloedbaan terecht, waar zij vervolgens de rode bloedcellen van de gastheer invaderen. Dit betekent het einde van het exo-erythrocyte stadium van de cyclus. Bij bepaalde Plasmodium species, zoals P. vivax en P. ovale, is het mogelijk dat de geïnfecteerde levercellen niet openbarsten na de gemiddelde periode van tien dagen. Men spreekt in dit geval van hypnozoïeten of slapende sporozoïeten (Krotoski et al., 1982). Deze inactieve sporozoïeten zullen pas na een verlengde periode gereactiveerd worden, met de vorming van merozoïeten in de bloedbaan. Dit fenomeen verklaart het feit dat sommige patiënten pas klinische symptomen vertonen na verscheidene maanden na contact met de malariaparasiet. Nadat de merozoïeten de erythrocyten van de gastheer binnen zijn gedrongen, veranderen zij in trofozoïeten. Vervolgens deelt de kern van de trofozoïet zich aseksueel, met de vorming van een meerkernige schizont (Nelson en Williams, 2006). Op dit moment spreekt men van erythrocyte schizogonie. Daarna deelt de schizont zich op in verschillende éénkernige merozoïeten die bij het openscheuren van de rode bloedcel vrijkomen in de bloedbaan. Deze cyclus verloopt synchroon in het lichaam, hetgeen betekent dat alle merozoïeten gelijktijdig vrijgesteld worden uit de geïnfecteerde rode bloedcellen en nieuwe erythrocyten invaderen. In een relatief korte periode kunnen zo grote 5

12 aantallen rode bloedcellen aangetast worden door de Plasmodium parasiet, hetgeen uiteindelijk zal resulteren in klinische symptomen. Niet alle merozoïeten in de erythrocyten zullen echter schizogonie ondergaan. Een gedeelte zal namelijk gametocyten produceren en op die manier deel uitmaken van de seksuele vermenigvuldiging van de parasiet (Nelson en Williams, 2006). Zowel mannelijke als vrouwelijke gametocyten zullen aanwezig zijn in de rode bloedcellen van de eindgastheer. Wanneer een mug van de familie Culicidae vervolgens bloed zuigt van deze gastheer, zullen de gametocyten mee opgenomen worden De cyclus in de vector Na opname van de mannelijke en vrouwelijke gametocyten in het gastro-intestinaal systeem van de vector, worden beiden omgezet in gameten. Vervolgens vindt er een bevruchting plaats, met de vorming van een zygote. De zygote ontwikkelt zich verder tot een mobiele oökinete die migreert doorheen de maagwand van de vector en terecht komt op de buitenwand van het darmstelsel. De oöcyt zal herhaaldelijk mitose ondergaan en uiteindelijk openbarsten met de vrijstelling van meerdere sporozoïeten tot gevolg. Men spreekt van sporogonie. De sporozoïeten zullen vervolgens migreren doorheen het lichaam van de vector naar de speekselklieren, zodat zij bij een volgend bloedmaal geïnjecteerd kunnen worden in een nieuwe eindgastheer. Dit proces neemt ongeveer tien tot achttien dagen in beslag, afhankelijk van de soort Plasmodium parasiet (Nelson en Williams, 2006). Figuur 3: Levenscyclus Plasmodium (http://www.cdc.gov/malaria/about/biology/) 6

13 1.3. MORFOLOGIE De vier humane malariaparasieten kan men microscopisch onderscheiden op basis van hun specifieke morfologie (Baird, 2009). Aan de hand van een bloeduitstrijkje van de te onderzoeken patiënt kan men de Plasmodium parasiet opsporen in de rode bloedcellen. De parasiet kan vier verschillende vormen aannemen in een erythrocyt, naargelang het stadium van de levenscyclus waarin de parasiet zich bevindt. Men kan een immature trofozïet (of een ringstadium), een mature trofozïet, een schizont of een gametocyt terugvinden (figuur 3). De verschillende stadia hebben, afhankelijk van het betreffende Plasmodium species, een specifiek uitzicht (figuur 4). P.falciparum Ring stadium Mature trofozoïet Schizont Gametocyt P.vivax P.ovale P. malariae Figuur 4: Morfologisch uitzicht van de vier humane Plasmodium species. (Collins en Jeffery, 2007; Tek et al., 2010; De meeste malariaparasieten van niet-humane primaten gelijken morfologisch zeer sterk op de humane Plasmodium species. Om deze reden worden de niet-humane species onderverdeeld naargelang het humane species waarop zij morfologisch gelijken. Alsdusdanig deelt men de Plasmodium soorten van de niet-humane primaten op in falciparum type, vivax type, ovale type en 7

14 malariae type parasieten (tabel 3) (Baird, 2009). Deze opdeling staat enkel voor de morfologische gelijkenissen tussen de species en niet voor de klinische veruiterlijking van de specifieke infecties. Tabel 3: Verdeling van niet-humane malariasoorten naargelang hun morfologische eigenschappen. (naar Baird, 2009) Falciparum type Vivax type Ovale type Malariae type P. coatneyi P. fragile P. reichenowi P. cynomolgi P. eylesi P. gonderi P. hylobati P. jefferyi P. pitheci P. silvaticum P. schwetzi P. simium P. youngi P. fieldi P. simiovale P. inui P. rodhaini P. brasilianum P. knowlesi, een malariaparasiet van de oude wereldapen, past echter niet in één van de bovenstaande types. De immature trofozoïeten van P. knowlesi gelijken namelijk sterk op P. falciparum. Later in zijn cyclus gaat de parasiet, meer bepaald de oudere trofozoïeten en schizonten, daarentegen meer gelijken op P. malariae (Baird, 2009). Het gevolg van de morfologische gelijkenissen tussen de malariasoorten bij niet-humane primaten en de mens is dat men bij het stellen van een diagnose niet enkel mag berusten op de resultaten van een microscopisch onderzoek van een bloeduitstrijkje. De ervaren onderzoeker zal aan de hand van microscopie een goed onderscheid kunnen maken tussen de verschillende humane species, maar zal een mogelijke zoönose niet kunnen onderkennen. Dit kan vervolgens leiden tot een incorrecte diagnose en prognose en mogelijks een insufficiënt therapeutisch plan (Baird, 2009; Galinski en Barnwell, 2009). 2. KLINISCHE SYMPTOMEN 2.1. KLINISCHE SYMPTOMEN BIJ DE MENS Malaria is een ziekte die jaarlijks miljoenen mensen treft over heel de wereld (tabel 4). Volgens het World Malaria Report 2011, opgesteld door het WHO (World Health Organization), waren er circa 216 miljoen gevallen van malaria in het jaar 2010, waarbij ongeveer mensen stierven. Het WHO bemerkt ook dat voornamelijk Afrika getroffen werd door malaria, daar in Afrika 81% van de gerapporteerde patiënten woonden en er 91% van de fataal verlopende infecties plaatsvond (WHO, 2011). Gemiddeld één tot twee weken na infectie met een malaria gerelateerde parasiet, ziet men bij nietimmune patiënten vage symptomen. De patiënten hebben griepachtige klachten met koorts, 8

15 hoofdpijn en misselijkheid. Deze symptomen zijn echter niet specifiek voor malaria en worden dan ook vaak gemisinterpreteerd. Later zal men bij de onbehandelde patiënt een duidelijke verergering van de symptomen zien met herhaaldelijke sterke koortsopstoten, mogelijk met de dood tot gevolg. De morbiditeit en mortaliteit bij mensen met een lage afweer, zoals HIV/aids patiënten, jonge kinderen en zwangere vrouwen, is groot (WHO, 2011). Mensen die afkomstig zijn van een gebied waar malaria niet endemisch voorkomt, zijn eveneens gevoeliger voor de ziekte, aangezien zij geen immuniteit hebben tegenover de infectieziekte. De virulentie van de parasiet en de ernst van de symptomen, hangen tevens af van het specifieke species van Plasmodium dat de patiënt infecteert. Momenteel kent men vijf Plasmodium species die ziekte kunnen veroorzaken bij de mens, namelijk P. falciparum, P. ovale, P. vivax, P. malariae en P. knowlesi (Singh et al., 2004; Baird, 2009). P. knowlesi is, in tegenstelling tot de andere vier species, een zoönose daar de oude wereldapen de natuurlijke gastheren zijn van deze soort (tabel 2). P. falciparum is het meest pathogene species van de humane malariaparasieten en zou instaan voor circa 85% van de klinische gevallen van malaria (Rich et al., 2009). P. vivax daarentegen is het meest verspreide en voorkomende species, maar is minder virulent en een infectie met deze soort verloopt dan ook bijzonder mild (Nelson en Williams, 2006). P. ovale en P. malariae zijn relatief zelden de oorzaak van humane malaria en vertonen eveneens een eerder milde virulentie (Nelson en Williams, 2006). P. knowlesi gelijkt zeer sterk op P. malariae qua morfologie, maar geeft veel ergere symptomen met een mogelijk fatale afloop (Cox-Singh en Singh, 2008). Tabel 4: Schatting van het aantal gerapporteerde ziekte- en sterftegevallen van malaria tussen 2001 en 2010 opgesteld door het World Health Organization (WHO, 2011). Gerapporteerde casussen (10 3 ) Afrika Amerika Midden-Oosten Europa ,1 1,4 0,7 0,3 0,2 Zuid-Oost Azië Oceanië Gerapporteerde sterftegevallen Afrika Amerika Midden-Oosten Europa Zuid-Oost Azië Oceanië

16 2.2. DE KLINISCHE SYMPTOMEN BIJ NIET-HUMANE PRIMATEN Malaria-infecties in niet-humane primaten zijn, in tegenstelling tot bij de mens, zelden fataal verlopend. Zo ziet men in Zuid-Oost Azië binnen de stammen van de java-aap (Macaca fascicularis) en de lampongaap (Macaca nemestrina), dewelke de natuurlijke gastheer zijn voor de meeste Plasmodium spp. in deze regio (tabel 2), dat malaria-infecties eerder mild en chronisch verlopen (Galinski en Barnwell, 2009). Dit geldt ook voor P. knowlesi infecties bij deze apen. Wel heeft dit species bij zijn niet-natuurlijke gastheren, zoals de mens en de rhesus aap (Macaca mulatta), een hoge mortaliteitsgraad (Galinski en Barnwell, 2009). Eveneens vermoedt men dat malaria-infecties bij de mensapen in Afrika mild verlopen (Kaiser et al., 2010). Onderzoek toonde bovendien aan dat de malariaparasiet prominent aanwezig is in de chimpansee (Pan troglodytes) en in de westelijke laaglandgorilla (Gorilla gorilla gorilla) (tabel 5) (Liu et al., 2010). Deze hoge cijfers zijn enkel mogelijk indien de parasiet de geïnfecteerde mensapen slechts weinig hindert (Liu et al., 2010). Opmerkelijk is dat geen enkel species van Plasmodium teruggevonden werd in de oostelijke laaglandgorilla (Gorilla beringei graueri) en in de bonobo (Pan paniscus). Tabel 5: Prevalentie van Plasmodium spp. infecties in wilde apen in Afrika (naar Liu et al., 2010). Niet-humane primaat Chimpansee van Nigeria-Kameroen (Pan troglodytes ellioti) Centraal-Afrikaanse chimpansee (Pan troglodytes troglodytes) Oostelijke chimpansee (Pan troglodytes schweinfurthii) Westelijke laaglandgorilla (Gorilla gorilla gorilla) Oostelijke laaglandgorilla (Gorilla beringei graueri) Bonobo (Pan paniscus) Prevalentie Plasmodium spp. 32% (23-46%) 48% (44-5%) 34% (30-40%) 37% (32-41%) 0% (0%-4%) 0% (0-6%) Een belangrijke opmerking bij bovenstaande prevalenties is dat zij bekomen zijn aan de hand van een niet-invasieve methode, meer specifiek een faecesonderzoek (Liu et al., 2010). De cijfers kunnen daarom enkel beschouwd worden als schattingen van de werkelijkheid, aangezien men nog niet weet in welke mate de parasiet exact wordt uitgescheiden in de mest (Rayner et al., 2011). 3. ZOONOSE Oorspronkelijk werd malaria niet aanzien als zijnde een zoönose. Men erkende malaria bij de mens en bij niet-humane primaten, maar men dacht dat deze niet overdraagbaar was tussen beide soorten. Hedentendage weet men echter dat de grenzen tussen de verschillende gastheren van de malariaparasiet niet zo strikt zijn als men aanvankelijk vermoedde (Baird, 2009; Rayner et al., 2011). Toch is de kennis omtrent dit gegeven nog steeds zeer miniem. Vele vragen blijven onopgelost. Met moderne technologieën en methoden wordt er intensief gezocht naar zoönotische Plasmodium species. Het opsporen en identificeren van deze malariasoorten is niet enkel interessant vanuit een 10

17 puur wetenschappelijk oogpunt, maar ook vanuit het oogpunt van de volksgezondheid. De hedendaagse ecologische veranderingen, zoals de enorme ontbossingen in vele tropische gebieden, en de stijgende bevolkingspopulatie, zorgen er namelijk voor dat het contact tussen de wildlevende niet-humane primaten en de mens steeds intensiever wordt (Tan et al., 2007; Rayner et al., 2011). Het risico op transmissie van ziekten tussen beiden wordt hierdoor steeds groter TRANSMISSIE VAN NIET-HUMANE MALARIAPARASIETEN NAAR DE MENS In het verleden dacht men dat slechts vier malariaspecies ziekte konden veroorzaken bij de mens, namelijk P. falciparum, P. vivax, P. ovale en P. malariae. In het begin van vorige eeuw rees echter de vraag of ook andere niet-humane species de mens konden infecteren. Dit vermoeden ontstond nadat verscheidene humane patiënten, op experimentele basis, succesvol geïnfecteerd werden met niethumane species van de malariaparasiet (Baird, 2009). In 1932 ontdekte men namelijk voor het eerst dat dit mogelijk was voor P. knowlesi (Knowles en Das Gupta, 1932). Hierbij werd een proefpersoon geïnoculeerd met geïnfecteerd bloed van een niet-humane primaat. Gelijkaardige proeven met bloed geïnfecteerd met P. rhodaini, P. inui en P. schwetzi kenden eveneens een positieve uitkomst (Das Gupta, 1938; Rhodain, 1940; Rhodain en Dellaert, 1955). Deze bevindingen leidden in 1960 tot een grootschalig onderzoek naar het zoönotisch karakter van P. knowlesi in Zuid-Oost Azië (Warren et al., 1970). Hierbij werd bloed van 1117 humane patiënten geïnoculeerd in Rhesus apen (Macaca mulatta). De Rhesus aap is geen natuurlijke gastheer van P. knowlesi, waardoor infecties met dit species zeer virulent zijn (Vythilingam et al., 2006; Galinski en Barnwell, 2009). Het experiment gaf echter uitsluitend negatieve resultaten, waardoor het belang van P. knowlesi als zoönose onder natuurlijke omstandigheden als minimaal werd ingeschat en gedeeltelijk vergeten werd (Cox-Singh en Singh, 2008; Galinski en Barnwell, 2009). In 1960 toonde men, tijdens een experimentele studie, aan dat P. cynomolgi mensen eveneens kon infecteren via de mug (Eyles et al., 1960). Gelijkaardige infecties lukten vervolgens ook met P. brasilianum en P. inui (Contacos et al., 1963; Coatney et al., 1966). In 1965 werd nadien een geval gerapporteerd van een natuurlijk geïnfecteerde humane patiënt met P. knowlesi, maar het werd aangenomen dat dit slechts om een alleenstaande, eerder zeldzame gebeurtenis ging (Chin et al., 1965; Tan et al., 2008; Galinski en Barnwell, 2009). In 1966 werd in Brazilië een tweede natuurlijke infectie met P. simium aangetroffen in een humane patiënt (Deane et al., 1966). Bovenstaande bevindingen duidden malaria aan als een zoönose, maar men kreeg pas een begrip van de uitgebreidheid van malaria als zoönose in Singh et al. toonde in dat jaar aan, met behulp van een PCR-test, dat P. knowlesi veelvuldig teruggevonden kon worden in humane patiënten in Borneo, bij wie de parasiet klinische symptomen en mogelijks sterfte veroorzaakte (Singh et al., 2004; Galinski en Barnwell, 2009). De sequenties van P. knowlesi die men terugvond bij de humane patiënten, bleken bovendien polymorf te zijn, hetgeen een recent bekomen zoönotisch karakter uitsluit (Lee et al., 2011). Dit leidde tot een cascade van onderzoeken in Zuid-Oost Azië, waarbij P. knowlesi 11

18 tevens aangetoond kon worden bij patiënten in Maleisië, Thailand, Myanmar, Singapore, de Filipijnen, Vietnam en Indonesië (Lee et al., 2011). Sindsdien wordt P. knowlesi aanzien als het vijfde Plasmodium species dat malaria bij de mens kan induceren. Men besluit dus dat P. Knowlesi een belangrijke zoönose in Zuid-Oost Azië is, met wilde makaken als reservoir (Galinski en Barnwell, 2009; Kaiser et al., 2010). Deze bevindingen deden wetenschappers vermoeden dat P. knowlesi niet de enige niet-humane malariaparasiet is die veelvuldig onder natuurlijke omstandigheden overgebracht kan worden naar mensen, maar tot op heden is nog geen ander niet-humaan malariaspecies aangeduid. Een analyse, verricht door Baird (2009), duidt naast P. knowlesi tevens P. cynomolgi en P. inui aan als eventuele zoönotische species in Zuid-Oost Azië. Beide species zijn, volgens de auteur, sterk verdacht, daar uit meerdere studies blijkt dat zij beiden goed gedijen in humane patiënten na experimentele of accidentele natuurlijke infecties (Baird, 2009). Bovendien worden de twee species overgedragen door dezelfde vectoren als P. knowlesi, met name de Anopheles species van de leucosphyrus groep (tabel 6) (Tan et al., 2008; Galinski en Barnwell, 2009). Bewijzen om beide species als ware zoönotische soorten aan te duiden, zijn echter nog niet gevonden. Verder onderzoek zal hierover uitsluitsel moeten geven. P. fieldi, P. semiovale en P. fragile worden in de studie van Baird (2009) aangeduid als een matig risico voor de mens. Deze drie species worden eveneens door dezelfde vectoren overgedragen als P. knowlesi. Men weet echter nog te weinig over de karakteristieken en biologische eigenschappen van deze parasieten om een mogelijke zoönose aan te kunnen duiden of uit te sluiten (Baird, 2009). P. coatneyi is waarschijnlijk geen zoönotisch species. Nochtans heeft dit species dezelfde gastheren als de bovenstaande malariasoorten, maar studies waarbij men trachtte patiënten te infecteren met dit species kenden allen een negatief resultaat (Coatney et al., 1971). Men vermoedt dat ook de bevolking van Zuid-Amerika een risico loopt op infectie met niet-humane malariaspecies. P. simium en P. brasilianum worden immers beide sterk verdacht van zoönotische eigenschappen. Deze twee species, met de nieuwe wereldapen als natuurlijke gastheren, zijn waarschijnlijk anthropozoönosen, die oorspronkelijk ontstaan zijn uit infecties van apen met P. vivax en P. malaria (Baird, 2009). Naast de biologische eigenschappen van de malariaparasieten speelt ook de grootte van de populatie van de natuurlijke gastheren een rol. Wanneer de natuurlijke gastheer slechts in geringe mate voorkomt zal de kans op het optreden van een zoönose uiterst klein zijn. Zulke zoönosen zijn bijgevolg niet relevant voor de algemene volksgezondheid (Baird, 2009). Het aantonen van interspecies transmissies is niet vanzelfsprekend. Dit is te wijten aan verschillende oorzaken (Rayner et al., 2011). Ten eerste geven beide infecties vaak gelijkaardige symptomen, waardoor patiënten, geïnfecteerd met humane malariasoorten, klinisch niet gedifferentieerd kunnen worden van patiënten die geïnfecteerd zijn met niet-humane soorten. Deze laatsten zullen bovendien 12

19 bij behandeling betrekkelijk goed reageren op de medicatie aangezien de niet-humane malariasoorten niet resistent zijn aan de gebruikte farmaca. Ten tweede wordt vaak een verkeerde diagnose gesteld aan de hand van microscopisch onderzoek. Moderne diagnostische methoden, zoals polymerase chain reactie (PCR) technieken, zijn nodig om het juiste species aan te duiden. Deze technieken kunnen echter niet op routinematige basis uitgevoerd worden in klinieken omwille van hun hoge kostprijs en de nood aan gespecialiseerde technici (Rayner et al., 2011) TRANSMISSIE VAN HUMANE MALARIAPARASIETEN NAAR NIET-HUMANE PRIMATEN Rond 1970 ontdekte men malariaparasieten in het bloed van wilde primaten dewelke sterk leken op humane soorten (Coatney, 1971). Het vermoeden groeide dat overdracht van humane malariaparasieten naar niet-humane primaten werkelijk voorkwam in bepaalde regio s. Aangezien men op dat moment slechts beschikte over de klassieke diagnostische methoden kon men dit vermoeden niet bewijzen. De moderne moleculaire technieken kunnen daarentegen malariasequenties in geïnfecteerde erythrocyten zonder twijfel identificeren. Op deze manier heeft men humane malariaparasieten kunnen aanduiden in wilde apen. Uit een studie, verricht door Kaiser et al. (2010), bleek dit mogelijk voor P. vivax, P. malariae en P. ovale. De stalen, onderzocht in deze studie, waren afkomstig van zowel gedomesticeerde als van in het wild levende mensapen. In beide groepen vond men de humane malariaparasieten terug. Het feit dat ook de wilde primaten, die geen contact hadden met mensen, geïnfecteerd waren, heeft de vraag doen ontstaan of de wilde niet-humane primaten een natuurlijk reservoir vormen voor humane malariaparasieten (Kaiser et al., 2010). Ook P. falciparum kan teruggevonden worden in niet-humane primaten (Liu et al., 2010). Jarenlang kon men geen exacte oorsprong aanduiden van dit species en trachtte men verschillende hypothesen over zijn ontstaan te bewijzen. In 1994 toonde men aan dat P. reichenowi, die voorkomt bij de chimpansee, het sterkst gerelateerd is aan P. falciparum (Escalante en Ayla, 1994). Drie mogelijke hypothesen kan deze graad van verwantschap verklaren (Rich et al., 2009). Ten eerste was het mogelijk dat de twee parasieten afkomstig waren van dezelfde voorouder vijf tot zeven miljoen jaar geleden. Ten tweede kon P. falciparum afkomstig zijn van P. reichenowi doordat een mens geïnfecteerd werd door de chimpansee. Daartegenover kon P. reichenowi ook een menselijke afkomst hebben. De mening van Escalante en Ayla (1994) stemden overeen met de eerste hypothese. Rich et al. (2009) weerlegden deze theorie echter, aangezien zij, aan de hand van nieuwe isolaten van P. reichenowi, stelden dat P. falciparum afkomstig was van P. reichenowi en men dus van een dierlijke oorsprong kon spreken. Zij geloofden in de tweede hypothese, daar zij via de genetische analyse van beide soorten opmerkten dat de genetische diversiteit van P. falciparum volledig binnen de veel bredere genetische diversiteit van P. reichenowi viel (Rich et al., 2009). Recent werd deze theorie weerom weerlegd door Liu et al. (2010). Zij voerden een grootschalige moleculaire epidemiologische studie uit, waarbij circa 3000 faecesstalen onderzocht werden in 13

20 Centraal-Afrika. De gecollecteerde faecesstalen waren afkomstig van wilde niet-humane primaten, met name de chimpansee (Pan Troglodytes), de westerse gorilla (Gorilla Gorilla), de oosterse gorilla (Gorilla Beringei) en de bonobo (Pan Paniscus) (tabel 5). Uit de bekomen resultaten bleek dat al de humane sequenties van P. falciparum, die men tot op heden bij de mens heeft verzameld, vallen binnen de groep van de gorilla parasieten (figuur 5). Men kan aldusdanig besluiten dat de humane malariaparasiet P. falciparum afkomstig is van een malariaparasiet bij de gorilla en dat de gorilla een reservoir vormt voor de dodelijkste malariaparasiet die de mensheid teistert (Liu et al., 2010). Bovendien wordt er vermoed dat aan de basis hiervan slechts een éénmalige overdracht van de malariaparasiet tussen de gorilla en de mens ligt, daar de sequenties van de humane parasiet allen sterk op elkaar gelijken (Liu et al., 2010). Figuur 5: De figuur toont de dierlijke oorsprong van Plasmodium falciparum. Het geeft ook de relatie weer tussen de strengen geïsoleerd bij de chimpansee (blauw, C1-C3) en de gorilla (rood, G1-G3). (Uit Holmes E.C., 2010) Ook in Zuid-Amerika werden nieuwe wereldapen aangetroffen die besmet waren met humane malariaparasieten, meer specifiek P. malariae (Fandeur et al., 2000) DE MUG ALS LINK TUSSEN MENS EN AAP Rond 1970 startte men onderzoek naar het gedrag van muggen behorende tot de Anopheles leucosphyrus groep. Men vroeg zich af in welke mate deze muggen mee aan de basis liggen van het zoönotisch optreden van malaria door bloed te zuigen bij zowel de mens als de aap (Coatney, 1971). In Zuid-Oost Azië vond men verscheidene Anopheles species terug, die inderdaad beide zoogdieren parasiteren (tabel 6) (Galinski en Barnwel, 2009). Aangezien de muggen eveneens de drager zijn van P. knowlesi, kunnen zij zorgen voor het optreden van zoönosen. Bij de eradicatie van malaria als zoönose, zouden de desbetreffende muggen een mogelijk aangrijpingspunt kunnen vormen. 14

21 Het bestuderen van de natuurlijke habitat van de muggen geeft informatie over de regio s waar het risico op infectie met zoönotische malariaparasieten het grootste is. Anopheles latens, die aanzien wordt als de belangrijkste vector van P. knowlesi, wordt voornamelijk teruggevonden in bosrijke en landelijke gebieden en minder in de meer verstedelijkte streken (Tan et al., 2008). Alsdusdanig zouden mensen op het platteland een sterk verhoogd risico hebben op infectie met het zoönotische species. Cijfers van humane casussen steunen deze veronderstelling, daar voornamelijk volwassen mannen, die activiteiten verrichten in de jungle, getroffen worden door malaria, veroorzaakt door P. knowlesi (Tan et al., 2008). Dit, op zijn beurt, doet vermoeden dat de transmissie van zoönotische malaria enkel plaatsgrijpt tussen de aap en de mens, maar niet tussen mensen onderling. Momenteel is hierover nog te weinig gekend. Verdere studies naar het gedrag en eigenschappen van de vectoren zullen noodzakelijk zijn om hierover een sluitend antwoord te geven (Galinski en Barnwell, 2009). Tabel 6: Anopheles muggen, voorkomend bij mens en aap, als vector voor malariaparasieten in Zuid-Oost Azië. Plasmodium species h staan voor humane species, species z staat voor zoönotische species, species nh staan voor niethumane species. (naar Galinski en Barnwell, 2009) Muggengroep Leucosphyrus groep Nietleucosphyrus groep Anopheles species Ecologische habitat Gastheer A. latens Bosrijk gebied Mens en aap (ratio 1:1) A.cracens Bosrijk gebied, Mens en aap boomgaarden (ratio 1:5) A. dirus Bosrijk gebied, Mens en aap boomgaarden (ratio 1:5) A. balabacensis Bosrijk gebied, Mens en aap boomgaarden, poelen A. leucosphyrus Bosrijk gebied, Mens en aap boomgaarden A. flavirostris Bosrijk gebied, Mens en aap rivieren, poelen A. farauti Moerassen Mens en zoöfiel mangroves A. maculatus Bosrijk gebied, Mens en zoöfiel rivieren, poelen Overdracht van Plasmodium spp. P. knowlesi z P. vivax h P. cynomolgi nh P. inui nh P. falciparum h P. vivax h P. falciparum h P. malariae h P. ovale h P. vivax h P. falciparum h P. malariae h P. ovale h P. cynomolgi nh P. inui nh 15

22 4. DIAGNOSE Malaria kan opgespoord worden aan de hand van twee methoden, een invasieve en een noninvasieve methode INVASIEVE METHODEN In het verleden beschikte men enkel over invasieve methoden om een malariaparasiet te diagnosticeren bij een patiënt. Men maakt hierbij voornamelijk gebruik van bloedstalen. Het bloedstaal kan op verschillende manieren geanalyseerd worden. Hieronder worden kort de verschillende methoden besproken met hun voor- en nadelen Dikke druppelpreparaten en uitstrijkpreparaten Deze methode is de meest eenvoudige methode om malariaparasieten op te sporen in bloed. Jarenlang was dit de enige manier om Plasmodium in een patiënt te diagnosticeren. Men gaat, met behulp van een lichtmicroscoop, op zoek naar verschillende ontwikkelingsstadia van de parasiet in het perifere bloed, namelijk de trofozoïeten, schizonten en gametocyten (De jonge et al., 1999). Het dikke druppelpreparaat wordt specifiek gebruikt om de parasiet op te sporen. Het bloeduitstrijkje daarentegen wordt gebruikt om het species van de parasiet aan te duiden aan de hand van zijn specifieke morfologie (figuur 4). Deze methode heeft als voordeel niet duur te zijn, maar vereist daarentegen wel een ervaren onderzoeker. Bovendien kan men zowel vals negatieve als vals positieve resultaten bekomen. Zoönotische species worden eveneens niet onderscheiden van de humane malariaparasieten (Baird, 2009). Evenwel wordt deze methode nog steeds aanzien als de gouden standaard bij de diagnose van malaria (Schindler et al., 2001; Moody, 2002; Nelson en Williams, 2006). Toch heeft men nood aan modernere technieken die malaria op een efficiëntere en snellere wijze kunnen opsporen, zodat men snel een gepaste therapie kan starten (Murray et al., 2003) Quantative buffy coat test De quantative buffy coat test (QBC test) is een meer recent ontwikkelde labotest dewelke bloedparasieten kan opsporen. Bij deze test maakt men gebruik van een tube die gecoat is met de kleurstof Acridine oranje en kalium oxalaat. Acridine oranje heeft de eigenschap doorheen membranen te kunnen migrereren om vervolgens te binden aan genetisch materiaal (DNA of RNA). Daarenboven absorbeert de kleurstof UV-licht waarbij het vervolgens zichtbaar licht terug uitzendt. De tube met het bloedstaal zal men centrifugeren waardoor, volgens het principe van centrifugatie, de verschillende cellen aanwezig in het staal zich zullen schikken naargelang hun densiteit. Geparasiteerde rode bloedcellen hebben een lagere densiteit dan gezonde rode bloedcellen waardoor zij zich zullen bevinden op de grens tussen de gezonde niet-geïnvadeerde erythrocyten en de 16

23 leukocyten. Door deze regio met behulp van een fluorescentie microscoop te onderzoeken, kan men geïnfecteerde rode bloedcellen opsporen en op die manier een diagnose stellen. Uit onderzoek blijkt dat de sensitiviteit van de QBC test hoger is dan de sensitiviteit van het conventionele onderzoek van een dikke druppelpreparaat (Damodar, 1996). De test is eveneens zeer gemakkelijk uitvoerbaar en kan op een zeer korte tijd worden verricht (Damodar, 1996; Schindler et al., 2001). Een nadeel van de test is de hoge kostprijs van de benodigde materialen, maar dit weegt volgens Damodar (1996) niet op tegen de prominent aanwezige voordelen van de test Immunochromatografische testen Deze eenvoudig uitvoerbare testen kenden hun opkomst rond 1990 (Shiff et al., 1993; Murray et al., 2003). Ze kunnen op een uiterst snelle wijze Plasmodium antigenen aanduiden in een bloedstaal. De test is op de markt aanwezig als strips of dipsticks waarop men het te onderzoeken bloed moet aanbrengen. Vervolgens kan men hierop meteen het resultaat aflezen. Momenteel maken deze testen gebruik van vier verschillende antigenen, namelijk het histidine-rijke proteïne 2 (HRP-2), lactaat dehydrogenase, aldolase en een vierde antigen van P. vivax dewelke niet verder geïdentificeerd is (Murray et al., 2003). Het lactaat dehydrogenase en aldolase zijn enzymen dewelke in specifieke stadia van de levenscyclus van de parasiet gevormd worden. De voordelen van deze testen zijn dat men bij het stellen van een diagnose geen nood heeft aan een speciaal uitgerust labo. Men kan deze test dus ook gebruiken in het veld. Tevens is deze test zeer geschikt om Plasmodium op te sporen in gebieden waar de parasiet niet frequent voorkomt, aangezien geen ervaren onderzoekers nodig zijn om de diagnosemethode uit te voeren (Murray et al., 2003). Het nadeel daarentegen is dat de gevoeligheid van de testen behoorlijk laag is. Sommige testen, zoals de ParaSight -F test dat het antigen HRP-2 opspoort, zullen enkel P. falciparum kunnen aanduiden aangezien het antigen enkel bij dit species voorkomt (Shiff et al., 1993; Moody, 2002; Murray et al., 2003). Andere testen daarentegen hebben als nadeel dat zij P. falciparum niet kunnen onderscheiden van andere minder pathogene Plasmodium species (Murray et al., 2003) Real-Time Polymerase Chain Reaction (PCR) test Deze test spoort de aanwezigheid van genetische materiaal van de parasiet op. De test heeft een hoge gevoeligheid en sensitiviteit (Mangold et al., 2005). Patiënten met een lage parasitaemie zullen met behulp van deze methode ook opgespoord kunnen worden (Mangold et al., 2005). De nadelen echter zijn de hoge kostprijs van de test en de nood aan gespecialiseerde technici (Rayner et al., 2011). 17

24 Indirecte testen Deze testen sporen antistoffen op in het bloed gericht tegen antigenen van Plasmodium. De antistoffen kunnen aangetoond worden met behulp van indirecte immunofluorescentie of enzym-linked immunosorbant assay (ELISA). Deze testen kunnen geen recente infecties aantonen aangezien op dat moment nog geen antistoffen aangemaakt zijn door het lichaam NIET-INVASIEVE METHODEN Niet-invasieve methoden werden recent gebruikt bij het onderzoek naar het apen immunodeficiëntie virus (SIV) (Neel et al., 2009). In dit onderzoek werden faecesstalen van wilde niet-humane primaten getest op de aanwezigheid van specifieke SIVgor antilichamen en nucleïnezuren (Neel et al., 2009). Uitgaande van de methoden die men hanteerde bij dit onderzoek, ontdekte men dat ook Plasmodium opgespoord kan worden in faeces van malariapatiënten wanneer men gebruik maakt van een conventionele en single-template PCR amplificatie methode (Liu et al., 2010). Het voordeel van zulke methoden is dat men geen direct contact dient te hebben met de patiënt, hetgeen ideaal is bij het onderzoeken van wilde dieren. Liu et al. (2010) maakten gebruik van deze methode voor het uitvoeren van hun grootschalige epidemiologische studie naar malaria in wilde niet-humane primaten. Alsdusdanig hebben zij de oorsprong van P. falciparum kunnen achterhalen. 18

25 BESPREKING Ondanks de steeds groter wordende kennis omtrent malaria, tast de wetenschap op sommige vlakken nog steeds in het duister. Het vermoeden dat malaria zoönotisch is, is bevestigd. De mate waarin deze zoönose een gevaar kan vormen voor de gezondheid van de mens is echter nog niet volledig in kaart gebracht, noch heeft men voor vele malariaspecies voldoende bewijsmateriaal gevonden om deze aan te duiden als ware zoönosen. In Zuid-Oost Azië werd voor het eerst duidelijk dat malaria als zoönose een belangrijke rol speelt. Onderzoekers vonden namelijk P. knowlesi veelvuldig terug in humane patiënten. P. knowlesi infecties bij mensen kunnen uiterst ernstig zijn, in tegenstelling tot de infecties die het malariaspecies veroorzaakt bij zijn natuurlijke gastheer, de makaken. Men neemt daarom ook aan dat makaken een reservoir kunnen vormen voor deze welbepaalde malariaparasiet. Er zijn nog geen harde bewijzen gevonden om andere malariaspecies van de oude wereld apen aan te duiden als zijnde zoönotisch. In Afrika werd de dodelijkste malariaparsiet van de mens, P. falciparum, teruggevonden in verscheidene wilde mensapen. Dit species zou bovendien ontstaan zijn door een zoönotische infectie van één mens met een malariaspecies van de gorilla vele jaren geleden. Naast P. falciparum vond men ook de drie andere humane malariaspecies (P. malariae, P. vivax, P. ovale) terug in wildlevende chimpansees. Het feit dat humane malariaspecies teruggevonden werden in mensapen, die waarschijnlijk nooit in contact geweest zijn met de mens, suggereert dat zij een natuurlijk reservoir vormen voor de humane Plasmodium species. Bovendien vertoonden de geïnfecteerde mensapen geen ziektesymptomen. Het is mogelijk dat de humane malariaparasieten afstammen van malariaspecies bij de Afrikaanse mensapen. Onderzoek zal hierover in de toekomst meer duidelijkheid moeten brengen. De nieuwe wereldapen in het Amazone regenwoud worden eveneens sterk verdacht van het dragen van zowel niet-humane malariasoorten die een gevaar kunnen vormen voor de mens, als voor humane malariaspecies. Men kan alsdusdanig besluiten dat in elk continent waar malaria heerst, niet-humane primaten met alle waarschijnlijkheid een reservoir vormen voor malariaspecies die ziekte kunnen veroorzaken bij de mens. Om die reden dient men in te zien dat maatregelen, die getroffen worden ter uitroeiing van malaria, zich niet enkel mogen richten op de mens. De reservoirs kunnen namelijk zorgen voor het continu opnieuw insluipen van malaria bij de mens. Om het inzicht in deze gehele problematiek te vergroten, is het aangewezen verscheidene maatregelen te treffen (Rayner et al., 2011). Eerst en vooral dient men wilde niet-humane primaten te blijven screenen op aanwezigheid van malaria. Zodanig dat men een beter beeld krijgt van de prevalentie van de Plasmodium spp. in de wildlevende zoogdieren. Daarenboven kan men op die manier informatie over de sequenties van de malariaparasieten vergaren, opdat de oorsprong en eventuele vroegere interspecies transmissies 19

26 kunnen worden aangeduid. Zulke screenings maken het eveneens mogelijk nieuwe malariapararsieten te ontdekken (Rayner et al., 2011). Naast het screenen van niet-humane primaten dienen ook mensen die leven in risicogebieden getest te worden op de aanwezigheid van zoönotische infecties. Moderne diagnostische technieken zullen hierbij nodig zijn om zoönotische species te kunnen onderscheiden van humane species. Bovendien zal men zo ook bij gemengde infecties, die veelvuldig voorkomen, de afzonderlijke malariaspecies kunnen identificeren (Rayner et al., 2011). Tenslotte zal een meer uitgebreide kennis over de vectoren van malaria de wetenschap helpen in zijn queeste tegen malaria. 20

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT SKML Truus Derks Amsterdam, 23 maart 2017

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT SKML Truus Derks Amsterdam, 23 maart 2017 BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT 2016 SKML Truus Derks Amsterdam, 23 maart 2017 ONDERWERPEN Resultaten rondzending 2016 Onderscheid P.vivax P.ovale P.falciparum: Maurer s dots, schizonten en pigment

Nadere informatie

Plasmodium knowlesi. Een "nieuwe" malariasoort uit het Verre Oosten. SKML deelnemersmiddag 6 maart 2008 Pieter Beckers

Plasmodium knowlesi. Een nieuwe malariasoort uit het Verre Oosten. SKML deelnemersmiddag 6 maart 2008 Pieter Beckers Plasmodium knowlesi Een "nieuwe" malariasoort uit het Verre Oosten SKML deelnemersmiddag 6 maart 2008 Pieter Beckers Plasmodium knowlesi: aanleiding Plasmodium knowlesi malaria in humans is widely distributed

Nadere informatie

Figuur 1: aantal nieuwe gevallen (incidentie) van influenza in functie van de leeftijd.

Figuur 1: aantal nieuwe gevallen (incidentie) van influenza in functie van de leeftijd. Figuur 1: aantal nieuwe gevallen (incidentie) van influenza in functie van de leeftijd. Figuur 2: conceptueel kader voor globalisatie en volksgezondheid. Stilleestekst deel 2 Pagina 1 van 9 Figuur 3A:

Nadere informatie

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT RESULTATEN 2015

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT RESULTATEN 2015 BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT RESULTATEN 2015 Jaap van Hellemond SKML / NVP Truus Derks Amsterdam, 17 maart 2016 ONDERWERPEN Resultaten rondzending 2015 Microscopie Malaria antigeentesten Parasitaemie

Nadere informatie

Expert waarden in microscopische diagnostiek van de parasitologie.

Expert waarden in microscopische diagnostiek van de parasitologie. Expert waarden in microscopische diagnostiek van de parasitologie. Foekje F. Stelma 1, Jaap van Hellemond 2 1) Dept. Medische Microbiologie, Radboudumc, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen. 2) Dept. Medische

Nadere informatie

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström 1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström Dr. S.A.M. van de Schans, S. Oerlemans, MSc. en prof. dr. J.W.W. Coebergh Inleiding Epidemiologie is de wetenschap die eenvoudig gezegd

Nadere informatie

Niet-technische samenvatting

Niet-technische samenvatting Niet-technische samenvatting 2016403 1 Algemene gegevens 1.1 Titel van het project Geneesmiddelenontwikkeling voor malaria 1.2 Looptijd van het project 1-4-2016-1-4-2021 1.3 Trefwoorden (maximaal 5) malaria,

Nadere informatie

MYCOBACTERIËLE FACTOREN BETROKKEN BIJ GRANULOOMVORMING

MYCOBACTERIËLE FACTOREN BETROKKEN BIJ GRANULOOMVORMING Nederlandse samenvatting MYCOBACTERIËLE FACTOREN BETROKKEN BIJ GRANULOOMVORMING Tuberculose Tuberculose (TBC) is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium tuberculosis. Infectie

Nadere informatie

Een donatie met een staartje

Een donatie met een staartje Een donatie met een staartje Jaap van Hellemond Dept. Medische Microbiologie & Infectieziekten Erasmus MC & Havenziekenhuis Rotterdam Met medewerking van en dank aan Havenziekenhuis, Rotterdam Emmaline

Nadere informatie

Dierenkliniek Goeree Overflakkee

Dierenkliniek Goeree Overflakkee Dierenkliniek Goeree Overflakkee De teksten van onze artikelen worden geschreven aan de hand van wetenschappelijke literatuur, maar ook op basis van onze eigen inzichten en ervaringen. Daarom kan de informatie

Nadere informatie

Serologische testen en interpretatie van testresultaten

Serologische testen en interpretatie van testresultaten Serologische testen en interpretatie van testresultaten Serologische testen Serologie is de leer van de stoffen die zich bevinden in het bloedserum. Bloedserum is het vocht dat verkregen is nadat bloed

Nadere informatie

212

212 212 Type 2 diabetes is een chronische aandoening, gekarakteriseerd door verhoogde glucosewaarden (hyperglycemie), die wereldwijd steeds vaker voorkomt (stijgende prevalentie) en geassocieerd is met vele

Nadere informatie

Knaagdiermalariaparasieten als model

Knaagdiermalariaparasieten als model Malaria Het malariaprobleem Ondanks verwoede pogingen van de W ereld Gezondheids Organisatie (W HO)in de jaren 50 en 60 om malaria uitte roeien,wordtelk jaarzo n 10% van de gehele wereldbevolking opnieuw

Nadere informatie

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN EXTRA CASUS 2015.1C. Truus Derks SKML 19 maart 2015

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN EXTRA CASUS 2015.1C. Truus Derks SKML 19 maart 2015 BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN EXTRA CASUS 2015.1C Truus Derks SKML 19 maart 2015 2015-1 C bonus preparaat (zonder punten beoordeling). Een 22-jarige Nederlandse vrouw meldt zich bij de huisarts met piekende

Nadere informatie

RICHTLIJN VOOR DE DIAGNOSTIEK VAN MALARIA VOOR LABORATORIA IN DE GEZONDHEIDSZORG IN NEDERLAND

RICHTLIJN VOOR DE DIAGNOSTIEK VAN MALARIA VOOR LABORATORIA IN DE GEZONDHEIDSZORG IN NEDERLAND RICHTLIJN VOOR DE DIAGNOSTIEK VAN MALARIA VOOR LABORATORIA IN DE GEZONDHEIDSZORG IN NEDERLAND Deze richtlijn is opgesteld door de sectie Parasitologie van de Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoria

Nadere informatie

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT 2014. Sjef van de Leur Truus Derks Amsterdam, 19 maart 2015

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT 2014. Sjef van de Leur Truus Derks Amsterdam, 19 maart 2015 BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN OVERZICHT 2014 Sjef van de Leur SKML Truus Derks Amsterdam, 19 maart 2015 ONDERWERPEN Resultaten rondzending Malaria is meer dan parasitemie Bespreking extra preparaat en EDTA

Nadere informatie

Vul het schema in. Gebruik hierbij: + (voordeel), (nadeel), 0 (geen voor- en geen nadeel).

Vul het schema in. Gebruik hierbij: + (voordeel), (nadeel), 0 (geen voor- en geen nadeel). 1. Samenleven Afb. 1 Ossenpikker op de kop van een buffel. In de basisstoffen heb je geleerd dat de verschillende populaties in een ecosysteem op veel manieren met elkaar te maken hebben. Ze leven immers

Nadere informatie

Drive Against Malaria - Newsflash - Juni 2012

Drive Against Malaria - Newsflash - Juni 2012 Drive Against Malaria - Newsflash - Juni 2012 In het dorp Holfort is malaria geen bedreiging meer! Drive Against Malaria heeft er voor gezorgd dat malaria niet meer de veroorzaker is van onnodige malariasterfgevallen

Nadere informatie

CGM/160118-01 Advies klinische vaccinatiestudie met genetisch gemodificeerde Plasmodium berghei parasieten

CGM/160118-01 Advies klinische vaccinatiestudie met genetisch gemodificeerde Plasmodium berghei parasieten Aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Mevrouw S.A.M. Dijksma Postbus 20901 2500 EX Den Haag DATUM 18 januari 2016 KENMERK ONDERWERP CGM/160118-01 Advies klinische vaccinatiestudie met genetisch

Nadere informatie

Samenvatting voor niet-ingewijden

Samenvatting voor niet-ingewijden Het immuun systeem Het immuun systeem is erg complex en vele celtypes dragen bij aan de bescherming tegen virussen en bacteriën. Voor het begrip van dit proefschrift zijn vooral de T cellen van belang.

Nadere informatie

Development of simplified molecular tools for the diagnosis of kinetoplast diseases

Development of simplified molecular tools for the diagnosis of kinetoplast diseases Development of simplified molecular tools for the diagnosis of kinetoplast diseases Thesis by: Claire M. Mugasa Promotores: Prof. Dr. P.A. Kager & Prof. Dr. George W. Lubega Copromotor: Dr. Henk D.F.H.

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

De extractie van bacterieel en fungaal DNA uit verschillende lichaamsvloeistoffen

De extractie van bacterieel en fungaal DNA uit verschillende lichaamsvloeistoffen Een grote verscheidenheid aan bacteriën, virussen, schimmels en parasieten is verantwoordelijk voor de naar schatting 15 miljoen sterfgevallen per jaar als gevolg van infectieziekten. Infectieziekten gaan

Nadere informatie

Ebolavirus. Virologie, epidemiologie en infectiepreventie. Janette Rahamat-Langendoen Arts-microbioloog/viroloog

Ebolavirus. Virologie, epidemiologie en infectiepreventie. Janette Rahamat-Langendoen Arts-microbioloog/viroloog Ebolavirus Virologie, epidemiologie en infectiepreventie Janette Rahamat-Langendoen Arts-microbioloog/viroloog Ebolavirus Virologie Wat is Ebolavirus Symptomatologie Diagnostiek Behandeling? Epidemiologie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus

Nederlandse samenvatting. Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus Nederlandse samenvatting Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus Baarmoederhalskanker is de op een na meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Elk jaar krijgen wereldwijd ongeveer 500.000

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 1

Samenvatting Hoofdstuk 1 Samenvatting Om een duidelijk inzicht te krijgen in de evolutionaire krachten die tot de enorme biodiversiteit in de natuur leiden, probeert de evolutionaire biologie modellen te ontwikkelen die de essentie

Nadere informatie

SKML - Parasitologie

SKML - Parasitologie SKML - Parasitologie Training of toetsing??? Doe de quiz en test uzelf Feces onderzoek Patiënt uit Kameroen, Zoetwater contact geen klachten Feces onderzoek Is dit Schistosoma haematobium Of Schistosoma

Nadere informatie

Cursus moleculaire diagnostiek van parasitaire infecties

Cursus moleculaire diagnostiek van parasitaire infecties Cursus moleculaire diagnostiek van parasitaire infecties De cursus wordt gegeven door de Afdeling Parasitologie van het Leids Universitair Medisch Centrum op de Hogeschool Leiden, afdeling Hoger Laboratorium

Nadere informatie

SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 9 mei 2007. Ronde 86 Parasitologie 2007-1

SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 9 mei 2007. Ronde 86 Parasitologie 2007-1 Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 9 mei 2007 Ronde 86 Parasitologie 2007-1 Algemene evaluatie Ronde 2007-1 is kennelijk als zeer moeilijk

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2008 tijdvak 2 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. 800045-2-617b Ziek van de natuur Lees eerst informatie 1 tot en met 4 en beantwoord dan vraag 36 tot en met 52.

Nadere informatie

Rapportage uitkomsten Q-koorts Herpen II onderzoek

Rapportage uitkomsten Q-koorts Herpen II onderzoek Rapportage uitkomsten Q-koorts Herpen II onderzoek 22 juni 2015 De GGD Hart voor Brabant voerde dit onderzoek uit in samenwerking met AMPHI de academische werkplaats van het Radboud universitair medisch

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Chapter 9 Inleiding Het dengue virus (DENV) en het West Nijl virus (WNV) behoren tot de Flaviviridae, een familie van kleine sferische virussen met een positief-strengs RNA genoom.

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Introductie Wat zijn T cellen? T cellen zijn witte bloedcellen die een cruciale rol spelen bij het beschermen tegen ziekteverwekkers zoals virussen en bacteriën. Dit doen zij door middel van

Nadere informatie

Rapportering voor het jaar 2011 Referentiecentrum voor Salmonella en Shigella. Instelling: WIV-ISP Straat: Wytsmanstraat 14 Stad: 1050 Brussels

Rapportering voor het jaar 2011 Referentiecentrum voor Salmonella en Shigella. Instelling: WIV-ISP Straat: Wytsmanstraat 14 Stad: 1050 Brussels Rapportering voor het jaar 2011 Referentiecentrum voor en Shigella Coördinator referentiecentrum Namen: Dr. Bertrand Sophie en Dr. Mattheus Wesley Tel: 02/642 50 82 of 02/642 50 89 Instelling: WIV-ISP

Nadere informatie

Sommige infecties bij runderen blijven gedurende lange tijd aanwezig op een rundveebedrijf

Sommige infecties bij runderen blijven gedurende lange tijd aanwezig op een rundveebedrijf Moeilijk te ontdekken infectieuze ziekten bij runderen Sommige infecties bij runderen blijven gedurende lange tijd aanwezig op een rundveebedrijf vooraleer ze ontdekt en aangepakt worden. Het gaat om besmettelijke

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie. 800045-2-739b

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie. 800045-2-739b Bijlage VMBO-KB 2008 tijdvak 2 biologie CSE KB Deze bijlage bevat informatie. 800045-2-739b Ziek van de natuur Lees eerst informatie 1 tot en met 4 en beantwoord dan vraag 38 tot en met 49. Bij het beantwoorden

Nadere informatie

Ronde 94 Parasitologie 2009-1

Ronde 94 Parasitologie 2009-1 Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 12 mei 2009 Ronde 94 Parasitologie 2009-1 Evaluatie Ronde commentaar Naar aanleiding van commentaar van

Nadere informatie

Ernstige Malaria. Dr. P.J.J. van Genderen, internist. Havenziekenhuis en Instituut voor Tropische Ziekten; Travel Clinic Havenziekenhuis

Ernstige Malaria. Dr. P.J.J. van Genderen, internist. Havenziekenhuis en Instituut voor Tropische Ziekten; Travel Clinic Havenziekenhuis Ernstige Malaria Dr. P.J.J. van Genderen, internist Havenziekenhuis en Instituut voor Tropische Ziekten; Travel Clinic Havenziekenhuis Levenscyclus Diagnostiek 4 Soorten malaria Plasmodium falciparum

Nadere informatie

Overzicht uitslagen rondzending 2010 Bespreking bijzondere bloedparasieten

Overzicht uitslagen rondzending 2010 Bespreking bijzondere bloedparasieten Hoogtepunten SKML rondzending 2010 Bloedparasieten SKML deelnemersdag 3 maart 2011 Congenitale Toxoplasmose Jaap van Hellemond Parasitologiecursus 12 November 2010 Overzicht uitslagen rondzending 2010

Nadere informatie

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN

BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN BLOEDONDERZOEK OP PARASIETEN SKML Truus Derks 2016 ONDERWERPEN Vaststellen parasitemie in uitstrijk en dikke druppel Het belang van: de aanwezigheid van gametocyten van oudere ontwikkelingsstadia (schizonten)

Nadere informatie

Immuunreactie tegen virussen

Immuunreactie tegen virussen Samenvatting Gedurende de laatste eeuwen hebben wereldwijde uitbraken van virussen zoals pokken, influenza en HIV vele levens gekost. Echter, vooral in de westerse wereld zijn de hoge sterftecijfers en

Nadere informatie

SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 17 juni 2009. Ronde 95 Parasitologie 2009-2

SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 17 juni 2009. Ronde 95 Parasitologie 2009-2 Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 17 juni 2009 Ronde 95 Parasitologie 2009-2 Evaluatie Ronde commentaar - enkele foute etiketten op monster

Nadere informatie

Infobrochure. Bloedtransfusie

Infobrochure. Bloedtransfusie Infobrochure Bloedtransfusie Geachte heer/mevrouw, Tijdens uw opname in het ziekenhuis kan uw arts het noodzakelijk vinden dat u een bloedtransfusie ondergaat. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 146 Klinische en immunologische aspecten van pretransplantatie bloedtransfusies Inleiding Bloedtransfusies worden in de meeste gevallen gegeven aan patiënten die een tekort hebben

Nadere informatie

Blauw Tong vaccinatie??

Blauw Tong vaccinatie?? Blauw Tong vaccinatie?? Veearts Marcel Van Aert Vakgroep voortplanting, verloskunde en bedrijfsdiergeneeskunde Universiteit Gent Vaccinatie??? Inleiding Gewenste karakteristieken van BT-vaccins BT-vaccins

Nadere informatie

SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie

SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie 166 Samenvatting SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie Deel I Introductie In de introductie van dit proefschrift (Hoofdstuk

Nadere informatie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info Apenheul Geschiedenis Apenheul ging voor het eerst open in 1971. Het eerste en enige park ter wereld waar apen vrij in het bos leefden en vrij tussen de bezoekers konden lopen. Het begon met wolapen, slingerapen

Nadere informatie

Diagnosis of malaria in pregnancy: evaluation, new developments and implications Kattenberg, J.H.

Diagnosis of malaria in pregnancy: evaluation, new developments and implications Kattenberg, J.H. UvA-DARE (Digital Academic Repository) Diagnosis of malaria in pregnancy: evaluation, new developments and implications Kattenberg, J.H. Link to publication Citation for published version (APA): Kattenberg,

Nadere informatie

genetisch gemanipuleerde planten zien. Ook onze leerkracht chemie had al ervaring in het VIB en gaf ons de nodige uitleg.

genetisch gemanipuleerde planten zien. Ook onze leerkracht chemie had al ervaring in het VIB en gaf ons de nodige uitleg. A trypanosoma story Op maandag 24 januari trokken we met onze wetenschapsklas naar Gent om wat meer te weten te komen over de ziekte trypanosomiasis en over het VIB zelf. We hadden al een voorstelling

Nadere informatie

te onderscheiden valt van FSHD (FSHD2). Omdat deze patiënten echter meer dan 10 D4Z4 repeats hebben kon eerder de diagnose van FSHD in een DNA test

te onderscheiden valt van FSHD (FSHD2). Omdat deze patiënten echter meer dan 10 D4Z4 repeats hebben kon eerder de diagnose van FSHD in een DNA test SAMENVATTING Facioscapulohumerale spierdystrofie (FSHD) is een erfelijke spierziekte die wordt gekenmerkt door verzwakking van de aangezichtspieren (facio), de spieren rond de schouderbladen (scapulo)

Nadere informatie

SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 9 februari 2006

SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 9 februari 2006 Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 9 februari 2006 Ronde 85 Parasitologie 2006-4 Algemene evaluatie Van de 98 deelnemers vulden er 95 de antwoordformulieren

Nadere informatie

SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 1 februari 2008. Ronde 89 Parasitologie 2007-4

SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 1 februari 2008. Ronde 89 Parasitologie 2007-4 Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 1 februari 2008 Ronde 89 Parasitologie 2007-4 Ronde commentaar Nogmaals willen wij erop wijzen dat het

Nadere informatie

PROJECT BABONGO. Centraal Afrika Afrika

PROJECT BABONGO. Centraal Afrika Afrika PROJECT BABONGO Centraal Afrika Afrika ZORGEN VOOR BABONGO Het dorp Babongo ligt in de Dzanga Sangha regio van de Centraal Afrikaanse Republiek. Door de ligging in het tropische regenwoud is het dorp vrij

Nadere informatie

Ronde 92 Parasitologie

Ronde 92 Parasitologie Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek SKML-sectie Parasitologie Nijmegen, 13 oktober 2008 Ronde 92 Parasitologie 2008-3 Ronde commentaar Opmerkingen van deelnemers over de inhoud

Nadere informatie

in de route kunnen activeren. Een groep van enzymen die ook deel uitmaken van deze cascade zijn de mitogen-activated protein kinases (MAP kinases).

in de route kunnen activeren. Een groep van enzymen die ook deel uitmaken van deze cascade zijn de mitogen-activated protein kinases (MAP kinases). Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 1 geeft een algemene introductie tot de immuunresponsen die worden opgewekt door helminthen; wormen, waarvan de meeste soorten parasitair zijn. Twee typen zijn te onderscheiden:

Nadere informatie

Rapportering voor het jaar 2011 Referentiecentrum voor Listeria monocytogenes. Straat: Wytsmanstraat 14

Rapportering voor het jaar 2011 Referentiecentrum voor Listeria monocytogenes. Straat: Wytsmanstraat 14 ationaal Referentiecentrum Coördinator referentiecentrum Rapportering voor het jaar 11 Referentiecentrum voor monocytogenes. amen: Dr. Bertrand Sophie en Dr. Mattheus Wesley Tel: /64 5 8 of /64 5 89 Instelling:

Nadere informatie

BVD, het aanpakken waard! Ruben Tolboom Intervisie 2014

BVD, het aanpakken waard! Ruben Tolboom Intervisie 2014 BVD, het aanpakken waard! Ruben Tolboom Intervisie 2014 Voorstellen Ruben Tolboom Tot 1 mei 2014: rundveedierenarts Vanaf heden: Field Technical Service Manager Technische achtergrond produkten-dierziekten

Nadere informatie

Het belang van monitoring en vaccinatie in de BVD-aanpak

Het belang van monitoring en vaccinatie in de BVD-aanpak Auteur: Steven Sarrazin Het belang van monitoring en vaccinatie in de BVD-aanpak Veelal wordt de bestrijding van het Boviene Virale Diarree-virus (BVD) enkel geassocieerd met vaccinatie. Echter, met vaccinatie

Nadere informatie

Speed Giardia TM. www.speedrange.nl. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.

Speed Giardia TM. www.speedrange.nl. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac. Speed Giardia TM www.speedrange.nl Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.nl ALLEEN VOOR IN VITRO GEBRUIK NEDERLANDS Klinische toepassing Giardia is

Nadere informatie

SAMENVATTIG (DUTCH SUMMARY)

SAMENVATTIG (DUTCH SUMMARY) SAMENVATTIG (DUTCH SUMMARY) Anemie is een onvermijdelijk gevolg van malaria-infecties door Plasmodium falciparum, vooral in gebieden waar zeer veel malaria voorkomt. De groep met het grootste risico op

Nadere informatie

SAMENVATTING. Tuberculose

SAMENVATTING. Tuberculose SAMENVATTING Tuberculose Tuberculose (TBC) is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door bacteriën van het Mycobacterium tuberculosis complex, waaronder M.tuberculosisde belangrijkste veroorzaker is

Nadere informatie

Afweer en Immuniteit

Afweer en Immuniteit practicum over drie linies van afweer en vaccinatie Karlijn (16) wordt op een dag wakker met keelpijn en het lijkt alsof de klieren in haar hals zijn opgezet. Na een paar dagen is de keelpijn nog niet

Nadere informatie

SKML - Parasitologie

SKML - Parasitologie SKML - Parasitologie Training of toetsing??? Doe de quiz en test uzelf Nieuwste sectie lid Medisch Moleculair Microbioloog Dr. Theo Schuurs - Leeuwarden Nederlandse man, 25 jaar Polikliniek dermatologie,

Nadere informatie

Lente. Winter. Sectie Parasitologie. Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek

Lente. Winter. Sectie Parasitologie. Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek Lente Winter Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek Sectie Parasitologie Messi Maxima Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek Sectie Parasitologie Patient met

Nadere informatie

Wat zijn apen? Is een aap mijn oom? Oud en nieuw. Kennismaking met de bende. Groot en klein. Sociaal leven. De koning van de slingeraars

Wat zijn apen? Is een aap mijn oom? Oud en nieuw. Kennismaking met de bende. Groot en klein. Sociaal leven. De koning van de slingeraars ALLEMAAL APEN INH UD 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 Wat zijn apen? Is een aap mijn oom? Oud en nieuw Kennismaking met de bende Groot en klein Sociaal leven De koning van de slingeraars

Nadere informatie

Symptomen. Er zijn paarden die een infectie doormaken maar niet ziek zijn. Als paarden wel ziek worden kunnen de ziekteverschijnselen

Symptomen. Er zijn paarden die een infectie doormaken maar niet ziek zijn. Als paarden wel ziek worden kunnen de ziekteverschijnselen Het West-Nijlvirus Het West-Nijlvirus (WNV) wordt overgedragen van besmette (trek-)vogels op zoogdieren door de beet van verschillende soorten muggen, in het bijzonder muggen van de Culex-soorten. Vooral

Nadere informatie

Figuur 1: schematische weergave van een cel

Figuur 1: schematische weergave van een cel Inleiding De titel van het proefschrift is Preventing the transmission of mitochondrial diseases. Dat wil zeggen: het tegengaan dat mitochondriële ziekten worden doorgegeven aan het nageslacht. Mitochondriën

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/40905 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Ateba Ngoa, U. Title: The effect of parasitic co-infections on immune responses

Nadere informatie

Amyloïd-bindende eiwitten bij de ziekte van Alzheimer

Amyloïd-bindende eiwitten bij de ziekte van Alzheimer Amyloïd-bindende eiwitten bij de ziekte van Alzheimer Introductie onderzoeksproject De ziekte van Alzheimer De ziekte van Alzheimer is een neurologische aandoening en is de meest voorkomende vorm van dementie.

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Schistosomen en het immuunsysteem van de gastheer De parasieten van de schistosoma familie zoals Schistosoma mansoni en Schistosoma haematobium veroorzaken de ziekte schistosomiasis, ook wel

Nadere informatie

Dierenkliniek Goeree Overflakkee

Dierenkliniek Goeree Overflakkee Dierenkliniek Goeree Overflakkee De teksten van onze artikelen worden geschreven aan de hand van wetenschappelijke literatuur, maar ook op basis van onze eigen inzichten en ervaringen. Daarom kan de informatie

Nadere informatie

Bijdrage van het onderzoek met apen van het BPRC aan de vooruitgang in de medische wetenschap

Bijdrage van het onderzoek met apen van het BPRC aan de vooruitgang in de medische wetenschap Bijdrage van het onderzoek met apen van het BPRC aan de vooruitgang in de medische wetenschap Medisch onderzoek kan nog steeds niet zonder het gebruik van proefdieren. Bij een deel van deze onderzoeken

Nadere informatie

PCA3. www.urologischcentrum.be

PCA3. www.urologischcentrum.be PCA3 www.urologischcentrum.be De PCA3 test, een eenvoudige urinetest die kan helpen bij de diagnose van prostaatkanker en de keuze van therapie. Over prostaatkanker Prostaatkanker is één van de meest voorkomende

Nadere informatie

Screening op prostaatkanker

Screening op prostaatkanker Screening op prostaatkanker Informatie voor mannen die een PSA-test overwegen of aanvragen. Wat we weten en wat we niet weten: zaken om over na te denken alvorens te besluiten een PSA-test te laten uitvoeren.

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22114 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Jiang, Xiaohong Title: Construction characterization and application of Flavivirus

Nadere informatie

Appendix. Nederlandse Samenvatting

Appendix. Nederlandse Samenvatting Appendix Nederlandse Samenvatting Nederlandse samenvatting INLEIDING Cooperia oncophora is de voornaamste dunne darm nematode bij runderen in streken met een gematigd klimaat, zoals West Europa. Dieren

Nadere informatie

NRLP-12 Gerelateerde Terugkerende Koorts

NRLP-12 Gerelateerde Terugkerende Koorts www.printo.it/pediatric-rheumatology/be_fm/intro NRLP-12 Gerelateerde Terugkerende Koorts Versie 2016 1. WAT IS NRLP-12 GERELATEERDE TERUGKERENDE KOORTS 1.1 Wat is het? NRLP-12 gerelateerde terugkerende

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/48860 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Rotman, M. Title: Crossing barriers, delivery of llama antibody fragments into

Nadere informatie

Speed Duo Leish K/Ehrli TM

Speed Duo Leish K/Ehrli TM Speed Duo Leish K/Ehrli TM Virbac Nederland BV 11 2015 www.speedrange.nl Shaping the future of animal health NL Speed Duo Leish K/Ehrli TM Veterinaire diagnostische kit Alleen voor in-vitro diagnostiek

Nadere informatie

Giardia Een echte bedreiging

Giardia Een echte bedreiging Giardia Giardia Een echte bedreiging Inleiding Giardia uit de groep Giardia duodenalis (syn. G. lamblia) komen wereldwijd bij vele diersoorten voor, met inbegrip van hond, kat en mens. Giardia is, na Toxocara,

Nadere informatie

Verkoudheid; virale infectie; respiratoir syncytieel virus; vaccins; antivirale middelen

Verkoudheid; virale infectie; respiratoir syncytieel virus; vaccins; antivirale middelen Niet-technische samenvatting 2015107 1 Algemene gegevens 1.1 Titel van het project Dierstudies in het kader van ontwikkeling van medicijnen voor het behandelen en voorkomen van virale infecties aan de

Nadere informatie

Wat zijn apen? Is een aap mijn oom? Oud en nieuw. Kennismaking met de bende. Groot en klein. Sociaal leven. De koning van de slingeraars

Wat zijn apen? Is een aap mijn oom? Oud en nieuw. Kennismaking met de bende. Groot en klein. Sociaal leven. De koning van de slingeraars ALLEMAAL APEN INH UD 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 Wat zijn apen? Is een aap mijn oom? Oud en nieuw Kennismaking met de bende Groot en klein Sociaal leven De koning van de slingeraars

Nadere informatie

Speed Leish K TM. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel

Speed Leish K TM.  Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel Speed Leish K TM www.speedrange.nl Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.nl ALLEEN VOOR IN VITRO GEBRUIK NEDERLANDS Klinische toepassing Leishmaniasis

Nadere informatie

Chapter 8 -RKDQ &UX\II 182

Chapter 8 -RKDQ &UX\II 182 Chapter 8 182 Samenvatting 183 Chapter 9 Vasculitis betekent letterlijk vaatontsteking. Een vaatontsteking kan in principe overal in het lichaam voorkomen en heeft als gevolg dat het orgaan waarin het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 1547 Vragen van het lid

Nadere informatie

Splenomegaliebij een Eritrese vluchteling. Isaie Reuling 17 Januari 2017

Splenomegaliebij een Eritrese vluchteling. Isaie Reuling 17 Januari 2017 Splenomegaliebij een Eritrese vluchteling Isaie Reuling 17 Januari 2017 Introductie Toename vluchtelingen in NL Toename acute tropische infectieziekten 1 Ook toename chronische tropische infectieziekten!

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Inleiding

Nederlandse samenvatting. Inleiding Nederlandse samenvatting 157 Inleiding Het immuunsysteem (afweersysteem) is een systeem in het lichaam dat werkt om infecties en ziekten af te weren. Het Latijnse woord immunis betekent vrijgesteld, een

Nadere informatie

Nematodenproef bestrijding dennenprocessierups Thaumetopoea pityocampa

Nematodenproef bestrijding dennenprocessierups Thaumetopoea pityocampa Nematodenproef bestrijding dennenprocessierups Thaumetopoea pityocampa Spanje, Javea, Cap Sant Antoni december 2013 - februari 2014 Door: Silvia Hellingman-Biocontrole Onderzoek en Advies en Jan van Eijle

Nadere informatie

Afweer systeem tegen ziektes, moederlijk hormoon,ontwikkeling, vogels, testosteron

Afweer systeem tegen ziektes, moederlijk hormoon,ontwikkeling, vogels, testosteron Niet-technische samenvatting 2015311 1 Algemene gegevens 1.1 Titel van het project Heeft de kwaliteit van het afweer systeem bij de vader een invloed on de kwetsbaarheid van de kinderen voor moederlijk

Nadere informatie

Apen. Inhoud. Orang-oetan. Gibbons. 1. Orang-oetan. 2. Gibbons 3. Handen en voeten 4. Bavianen 5. Zuid-Amerikaanse apen 6. Chimpansees 7.

Apen. Inhoud. Orang-oetan. Gibbons. 1. Orang-oetan. 2. Gibbons 3. Handen en voeten 4. Bavianen 5. Zuid-Amerikaanse apen 6. Chimpansees 7. Apen Inhoud 1. Orang-oetan 2. Gibbons 3. Handen en voeten 4. Bavianen 5. Zuid-Amerikaanse apen 6. Chimpansees 7. Apengeluiden Orang-oetan Orang-oetans zijn zeldzame maar ook schuwe apen die alleen voorkomen

Nadere informatie

Lees eerst informatie 1 tot en met 4 en beantwoord dan vraag 36 tot en met 52. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.

Lees eerst informatie 1 tot en met 4 en beantwoord dan vraag 36 tot en met 52. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken. Ziek van de natuur Lees eerst informatie 1 tot en met 4 en beantwoord dan vraag 36 tot en met 52. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken. Informatie 1 Malaria 1.1 De levensloop

Nadere informatie

hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 hoofdstukken 3 5 hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 hoofdstukken 3 5 hoofdstuk 5 108 Dit proefschrift behandeld aspecten van de voortplanting, in het bijzonder het optimalisering van bokkensperma bewerking en opslag, alsmede aspecten van Small Ruminant Lentivirus (SRLV) epidemiologie.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting / Dutch summary

Nederlandse samenvatting / Dutch summary Eiwitbiomarkers voor klinische toepassingen in dikkedarmkanker Kanker van de dikke darm en de endeldarm (colorectaal carcinoom; CRC) vormt wereldwijd een belangrijk gezondheidsprobleem vanwege de hoge

Nadere informatie

Vlooien zijn parasieten die leven van het bloed van een groot aantal warmbloedige dieren.

Vlooien zijn parasieten die leven van het bloed van een groot aantal warmbloedige dieren. Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Vlooien zijn insecten die zich voeden door bloed op te zuigen van een gastdier. Vlooien hebben geen vleugels, maar hebben sterke

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING 112 NEDERLANDSE SAMENVATTING Immuunsysteem Het immuunsysteem bestaat uit een samenwerkingsverband tussen verschillende cellen in het lichaam die samenwerken om schadelijke cellen en organismen (kankercellen,

Nadere informatie

Samenvatting. Chapter12

Samenvatting. Chapter12 Samenvatting Chapter12 Coinfectie met Mycobacterium Tuberculose tijdens HIV-infectie is een groot probleem in de derde wereld, daar dit leidt tot een grotere sterfte. (hoofdstuk I) In de studies beschreven

Nadere informatie

Samenvatting deel 1 deel 2

Samenvatting deel 1 deel 2 Samenvatting Chlamydia trachomatis (Ct) is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening. In Nederland worden jaarlijks 60.000 personen geïnfecteerd met Ct. Een groot gedeelte van deze infecties

Nadere informatie

Informatie over de Ziekte van Lyme en andere tekenbeetziekten.

Informatie over de Ziekte van Lyme en andere tekenbeetziekten. Informatie over de Ziekte van Lyme en andere tekenbeetziekten. Zie voor nadere beschrijvingen van de tekenbeet co-infecties en de WWW.TEKENBEETZIEKTEN.NL bijbehorende symptomen de website van de Stichting

Nadere informatie

Monster A 330 Uitslag Punten Max. Aantal Lab's

Monster A 330 Uitslag Punten Max. Aantal Lab's Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek Rondzending 83 Parasitologie 2006-2 vraagstelling voorlopige uitslag uitslagformulier definitieve uitslag verdiepingsenquête 3b evaluatie SKML-sectie

Nadere informatie