Over relatief dat en wat

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Over relatief dat en wat"

Transcriptie

1

2 Thema Historische Taalkunde...,.... Over relatief dat en wat J. M. van der Horst 1 Inleiding Een bekende maar nog nauwelijks onderzochte verandering in het hedendaagse Nederlands is de vervanging van dat door wat in zinnen als Het boek dat ik gisteren las:... wat ik gisteren las. In gesproken Nederlands is hier nu zowel dat als wat mogelijk, maar wat wordt veel vaker gebruikt. In geschreven taal treffen we meestal dat aan. Vergelijk echter Het enige lichtje in de kerk wat aan is, is het lichtje boven de orgel bank (Maarten 't Hart, De Ortolaan (1984, 35). Gerlach Royen (1939) geeft al veel voorbeelden met wat uit geschreven taal van de jaren dertig. Het onderwijs, de pers en de ANS verzetten zich tegen deze verandering. 1 Het verzet is zo groot, dat velen denken dat ze altijd dat zeggen, hetgeen aantoonbaar onjuist is. Wanneer deze verandering begonnen is, is niet gemakkelijk vast te stellen. Teksten van vroeger geven allicht net zo'n verkeerd beeld van de gesproken taal als teksten van nu. Dat het niet iets van de laatste decennia is, blijkt uit uitspraken van Gerlach Royen (1939), Verdenius (1941) en Verdenius (z.j.). Maar in 1941 sprak Verdenius wel van' de moderne neiging om het bij een onzijdig enkelvoudig antecedent behorende dat door wat te vervangen' (Verdenius 1941, 115). Dat het hoogstwaarschijnlijk om een echte verandering gaat, en niet om een tijdelijke schommeling, leiden we af uit het feit dat een parallelle vervanging, van relatief daar naar waar (het huis daar: waar ik geboren ben) zich wel geheel en al voltrokken heeft. Tal van vragen dringen zich aan ons op. Wanneer is deze verandering begonnen? Hoe verloopt het veranderingsproces? Welk woord is het, dat dat vervangt? Is het een op zichzelf staande verandering of hangt zij met andere verschuivingen samen? \ Thema: Historische Taalkunde Doet of deed zich in andere talen iets dergelijks voor? Hoe kan zoiets aangepakt worden?2 In dit artikel zal ik in afdeling 2 iets zeggen over de door mij gehanteerde Vorm/ Inhoud-uitgangspunten, in afdeling 3 een schets geven van het vermoedelijke verloop van het veranderingsproces en in afdeling 4 de aard van het woord wat bespreken. 2 Vorm/Inhoud Voor zover ik weet erkent iedere taalkundige het bestaan van taaltekens, eenheden van vorm en betekenis, die vaak arbitrair en altijd conventioneel verbonden zijn. Maar veelal meent men daarnaast ook allerlei andere zaken te moeten aannemen, als structuren, syntactische verbanden, functies en nog zeer veel meer, zoals iedereen kan beamen die ook maar enigszins in syntaxis thuis is. De Vorm/ Inhoud-taalkunde heeft zich tot uitgangspunt gekozen dat een taal te analyseren en te beschrijven is in termen van taaltekens alleen. Met dien verstande dat de vorm van een taalteken een foneemreeks kan zijn, maar ook een volgorde, een positie, een klemtoon, een intonatie. Wat in een gegeven taal een vorm is, moet empirisch vastgesteld worden. Dat geldt ook voor betekenis. Vormen noch betekenissen zijn direct gegeven maar als duo de vrucht van analyse, en ze hebben als zodanig de status van hypothese. Wat waargenomen wordt, is een vormcontinuüm en wat 'geweten' wordt is een bepaalde 'boodschap'. Vormcontinuüm en boodschap zijn gehelen die de taalkundige analyseert in hun elementen. De analyse is erop gericht binnen het vormcontinuüm delen te isoleren waarbij een betekenis aangenomen kan worden zodanig dat de geweten boodschap redelijkerwijs kan afgeleid worden uit de gezamenlijke betekenissen der deelnemende vormen (vd Horst 1986, 160). In de praktijk van het onderzoek leidt dit tot de volgende werkhypothese: waar vormovereenkomst is, is betekenisovereenkomst; waar vormverschil is, is betekenisverschil. Uiteraard wordt hier onder betekenisverschil en -overeenkomst veel meer verstaan dan alleen de grove onderscheiding tussen verschil en gelijkheid in waarheidswaarde. In principe komt elk in een vorm gecodeerd kenelement voor betekenis in aanmerking. Vorm/Inhoud-uitgangspunten treft men aan bij zeer diverse linguïsten, die onderling methodisch tamelijk sterk kunnen verschillen, er is geen sprake van een algemeen geaccepteerde methode of theorie, maar men zou met Wittgenstein van familiegelijkenis kunnen spreken. In vd Horst (1986) heb ik geprobeerd enkele van die familietrekken op een rij te zetten en kritisch te bespreken. Algemeen is in ieder geval, en vandaar de naam, de centrale positie die men toekent aan het taalteken als twee-eenheid van vorm en betekenis, ook in het syntactisch onderzoek. 3 Van dat naar wat in de loop der eeuwen De vervanging van dat door wat waarvan wij getuige zijn in zinnen als De ~NS (blz. 250) is o~ dit punt normatiever dan zij volgens de Inleiding (blz ) wil zijn. Of Zij maakt een taxatiefout, door een boek wat en het boek wat niet tot de standaardtaal te ~ek~nen. Verd~niu~ (z.j., 47) vond het omstreeks 1943 'een weinig ordinair; ik schrijfhet niet Ik zeg het... misschien wel eens. Wie houdt zich vrij van het taalgebruik zijner volksgenoten! Het komt er hoe langer hoe meer in.' Laten we Verdenius geloven voor 1943, voor 1988 lijkt het me beslist onjuist. 2 Intussen heeft aan de Universiteit van Amsterdam, Instituut voor Neerlandistiek, een werkgroep van tien studenten en ondergetekende op basis van een eerdere versie van dit artikel een ruim corpus van teksten tussen 1250 en nu geëxcerpeerd op dat en wat. Hopelijk kunnen we daarover iets publiceren. De uitkomsten lijken de hier in afdeling 3 veronderstelde gang van zaken alleszins te bevestigen. Sedert november 1987 doet mw. J. Schoonenboom aan genoemd instituut een AIO-onderzoek naar de dat/wat-kwestie.

3 196 Thema: Historische Taalkunde 197 Thema: Historische Taalkunde Het boek dat ik gisteren las:... wat ik gisteren las. blijkt onderdeel te zijn var een omvattender verandering. 3 Het relativum wat (ik gebruik de term relativum hier louter terwille van cj,e duidelijkheid, onder verwijzing naar afdeling 4 van dit artikel) moge dan momenteel bezig zijn dat te verdringen na substantivische antecedenten als het boek en een boek, bij andersoortige antecedenten heeft wat het pleit reeds geheel gewonnen. In de volgende gevallen bijvoorbeeld is alleen wat mogelijk: Je moet doen wat ze zegt. Ze deed erg haar best, wat wij heel flink vonden. In andere gevallen is zowel dat als wat mogelijk, ook volgens strenge taalmeesters: Er is niets wat/dat hem belang inboezemt. Blijkbaar is het momenteel zo, dat de aard van het antecedent bepaalt of dat bruikbaar is. Ik onderscheid dan zes soorten van antecedenten, hier gerangschikt van maximaal vaag, onbepaald, naar maximaal omlijnd, bepaald. Er is geen antecedent; de traditie spreekt hier van een 'ingesloten antecedent': - Je moet doen wat ze zegt. 2 Het antecedent is een hele zin of de hele gedachte door een zin of zinsdeel uitgedrukt: - Ze deed erg haar best, wat wij heel flink vonden. 3 Het antecedent is een woord als iets, niets, alles, veel, weinig, genoeg: - Alles wat hij wil. - Is er iets wat/dat ik voor je do~n kan? 4 Het antecedent is een substantivisch gebruikt adjectief, vaak de overtreffende trap: - Het vriendelijke wat/dat Jan heeft. - Het gekste wat/dat ik ooit heb meegemaakt. 5 Het antecedent is een onbepaald(e) substantief(groep): - Een boek dat (wat) ik erg mooi vind. 6 Het antecedent is een bepaald(e) substantief(groep): - Het boek dat (wat) ik gisteren las. In categorie 1 en 2 is alleen wat mogelijk. In categorie 3 en 4 is meestal zowel dat als wat mogelijk, ook in schrijftaal. In categorie 5 en 6 is volgens de taalmeesters dat voorgeschreven maar wint wat het in spreektaal ruimschoots van dat, en ook in schrijftaal zijn al vele voorbeelden van wat aan te treffen. Ik verwijs voor materiaal uit de jaren dertig opnieuw naar Gerlach Royen (1939). Ik heb de zes categorieën in eerste instantie in deze volgorde gezet op grond van. 3 De verandering van relatief daar naar waar is in het voorgaande al genoemd. De verandering van die naar wie is verder voortgeschreden dan veelal wordt beseft. Bij ingesloten antecedent is wie reeds de enige mogelijkheid (was in het Middelnederlands ook die). Maar ook na substantivisch antecedent is een relatief wie in hedendaagse spreektaal niet uitzonderlijk. Ik noteerde al eens: Dat is een man wie veel kan hebben en Dat is nou diejongen wie gisteren hier aan de deur kwam. hun steeds bepaalder, omlijnder, antecedent. Maar het lijkt me meer dan waarschijnlijk dat ze tevens, in deze volgorde, zes stadia representeren van het proces van vervanging van dat door wat. Deze veronderstelling zal wel nooit helemaal bewijsbaar zijn, aangezien zeker in de 17de tlm 19de eeuw schrijftaaiconventies het zicht versluieren. Er zijn echter verschillende gegevens die haar zeer aannemelijk maken. In de eerste plaats weten we dat het vroege Middelnederlands in alle zes categorieën dat gebruikte: - Want datsi beghert, dat'es onmogelike (al - Ende dat deen scrijft, en scrijft onderwilen dan der nit (b) - want hir omme salic dikke vore moten setten dat bat na schene uolgende (c) 2 - Ende meneghe sonde ontfinc, dat haer was wel onbequame (d) - Ende vant die wonde al genesen wel ende vaste, dat den vader groet wonder dochte (e) 3 - AI dat hi behoeven soude (f) - Daer si vele leerden bi, dat hem bequam ende dochte goet (g) 4 (Op dit moment geen voorbeelden beschikbaar; maar evenmin met wat) 5 - Een lant, dat mi vremde es ende onbekant (h) - Een kint dat dochte haer doet (i) 6 - Opt ors datmen mochte loven (j) - Dors dat vore hem stoet (k) - Tverdriet dat hem tserpent adde ghedaen(i). Het betrekkelijk voornaamwoord wat is in het Middelnederlands uitermate schaars. 5 categorie I: 4 a Beatrijs van Nazareth, Van seuen manieren van heileger minnen, ed. Vekeman en Tersteeg, Zutphen z.j., blz. 38, b Luiks Diatesseron, ed.. Plooij, blz. 2, c idem, blz. 3, d Beatrijs, ed. Roemans en Van Assche, Antwerpen 1968, blz. 18, e Cyrurgie Jan Yperman, ed. Van Leersum, Leiden 1912, blz. 18, kol. 2. J Lorreinen. naar M. Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands, Groningen 1983, blz. 148, 7-8. g Floris ende Blancefloer, ed. M.e.A. van der Heijden (Spectrum Ndl. Letk.), blz. 199, h Karel ende Elegast, ed. G. Stellinga, Zutphen z.j., blz. 13, i zie (d), blz. 38,936. j zie (h), blz. 14, 156. k zie (h), blz. 76, I Walewein, ed. Van Es, Zwolle 1957, blz. 24, m Hadewijch, een bloemlezing uit haar werken, ed. De Paepe, Amsterdam/Brussel1979, blz. 60, n Corpus Mn!. Teksten tlm 1300, ed. Gysseling, Den Haag 1977, blz. 27, 39. o zie (n), blz. 810, 32. p zie (d), blz. 3, Ik baseer deze uitspraak op eigen lezing en op Allard (1937), Van Ginneken (1938) en Van Loey (1980).

4 198 Thema: Historische Taalkunde - Die wiste dat Gode behagelike waren te sinen werken, hem en soude rouwen wat hem gesciede (m) - Van der penitentien ende wat hier penitentie geheeten es (n) - (So moghen si) dat huus iof wat si daer op staende hebben, verhuren ende vercopen (0) - Wat si hebben groet oft ciene, dat hen die minne gheeft ghemene (p). Het relativum wat in categorie 2, 3, 4, 5 en 6 komt voorzover ik weet, niet voor. Wat we wel weten, is dat eind 16de eeuw schrijftaalconventies zich met de ontwikkeling zijn gaan bemoeien, en dat dat tot in onze eeuw zo blijft. Het proces duikt als het ware onder, het verloop is in die eeuwen zeer moeilijk te volgen. Ook al zijn we niet totaal verstoken van gegevens. Ik excerpeerde bijvoorbeeld het Reisjournaal van Bontekoe. Deze weinig geletterde 17de-eeuwer gebruikt in categorie 1 steeds wat, in de categorieën 4 t/m 6 steeds dat, terwijl in 2 en 3 beide mogelijk zijn. Met dien verstande dat hij dikwijls dat gebruikt waar wij het nu niet meer doen: - Vertelde hem oock wat ick van WiIIem Cornelissz Schouten hadde hooren vertellen (72) 2 - Doch door Godts genade worstelden wy daer noch deur, dat geheel onghesien scheen (110) alles prepareerden dat noodigh was (118) - Doch konden anders niet vinden dat waert was (70) - Maer met den dagh hackten wy alles af dat wy konden sien (102) - Deden onse best om alles te doen dat wy konden (102) - Soo souden sy ons alles doen wat sy konden (106) - Seyden, dat sy ons souden helpen in alles wat wy van doen hadden (105) Ik leid hieruit af, dat de frontlinie van de verandering in de 17de eeuw al een eind opgeschoven was, en toen ter hoogte van categorie 3 lag. Verder vermeldt Scholtz (1958, ) een geval van wat uit 1597 (alle de vrintschap wadt men soude moeghen doen), een geval uit 1709 ('t geldt, wat...) en uit omstreeks En in onze dagen zien we, mede door de hulp van Gerlach Royen en Verdenius, dat de frontlinie ligt bij categorie 5 en 6. En we weten dat in de spreektaal van nu wat al bijna gewonnen heeft. Het is op grond van deze gegevens, dat ik veronderstel dat de verandering zeker al sedert de 13de eeuw gaande is, dat zij trapsgewijs verliep en wel volgens de genoemde stadia, 6 en dat de verschuiving die wij thans meemaken het laatste stadium is van wat in de middeleeuwen begon. Enkele woorden ten slotte over het Duits en het Engels. In grote lijnen was en is de ontwikkeling daar parallel aan de gebeurtenissen in het Nederlands. Daarover is in de handboeken al wel een en ander te vinden. 7 In grote lijnen parallel want er 6 Een kwestie die hier niet aangeroerd wordt maar zeker relevant zal blijken, is het vooroplopen van verbogen vormen; zij ondergingen de verandering eerder. Zie bijv. Stoett (1923,32) over wie. 7 Ik noem bijvoorbeeld BarbaraM.H. Strang, A history of English, London 1970; E. Closs Traugott, The history of English Syntax, New York etc. 1972; Tauno F. Mustanoja, A middle english syntax, Helsinki 1960; H. Paul, H. Moser & I. Schröbler, Mittelhochdeutsche Grammatik, 21ste druk Tübingen 1975; W. B. Lockwood, Historical German Syntax, Oxford 1968; R.P. Ebert, Historische Syntax des Deutschen, Stuttgart Thema: Historische Taalkunde zijn allerlei taalspecifieke bijzonderheden. Zo moet bijvoorbeeld m.b.t. het Engels gewezen worden op het verdwijnen daar van het de/het-onderscheid.. In het Middelengels is that het gewone relativum. Who en what komen pas emde 14de eeuw als relativum voor. Ook in de 16de eeuw worden ze algemener. De vervanging van that door who en vooral what gaat ook momenteel nog voort. Het Duits vertoont een overeenkomstig beeld. Duden, Die Grammatik (570), die een recept geeft dat vrijwel overeenkomt met het Nederlandse in de ANS, zegt over de huidige situatie: 'Grosse Unsicherheit besteht heute bei der Verwendung von "das" oder "was".' Lockwood (1968, 247) zegt: 'In the spoken German ofmany areas was has replaced das in all positions: das Ding, was ich gekauft habe, and has become a solecism in educated speech, too. In parts of central Germany it has come to be used regardless of the gender and number of its antecedent: Leute, was viel Geld haben, i.e. a parallel to our own substandard "people what have a lot of money".' De verklaring van de verandering zal dus rekening moeten houden met de Engelse en Duitse parallellen. Taalspecifieke verklaringen, zoals m. b. t. het Engels wel eens geopperd zijn, zijn hoogstwaarschijnlijk onjuist. 4 Wat is dat? Welk woord is het, dat dat vervangt? Een bestaand woord of een nieuw woord? De traditionele grammatica noemt wat in deze gevallen een betrekkelijk voornaamwoord. Dit relativum is een nieuwkomer, in het Middelnederlands was het er niet of nauwelijks. Wel was er toen al een ander woord wat, het vragend voornaamwoord. Maar de traditionele terminologie, waarmee ongelijke woordsoorten (of subsoorten) onderscheiden worden, impliceert dat de twee woorden wat, het vragend voornaamwoord en het relativum niet met elkaar geïdentificeerd mogen worden.8 De traditionele terminologie volgend, moeteri we zeggen dat er naast het aloude vragend voornaamwoord wat een nieuw woord ontstaan is, het relativum wat. En dit nieuwe woord denkt men zich ontstaan als een afsplitsing van het vrag.vnw. wat. Zo bijvoorbeeld Verdenius (z.j., 46): 'Onze relativa zijn ontstaan uit aanwijzende en uit vragende voornaamwoorden'... Wanneer men in de oude teksten gaat onderzoeken hoe en wanneer die afsphtsing zich heeft voorgedaan, en waarom dat gebeurde, moet men zich rekenschap geven van de aard van het relatieve wat. Is er wel van een afsplitsing sprake, is er wel een nieuw woord ontstaan? De problematiek die met de beantwoording van deze vraag verbonden is, ~e problematiek van de rechtvaardiging van woordsoort- en subsoortonderschetding, is veel te omvattend voor een artikel als dit. Maar gegeven de vorm overeen- 8 En beslist niet enkel de traditie. Dat ook hedendaagse linguïsten het onderscheid maken, blijkt uit bijvoorbeeld Sassen (1984) en de daar genoemde literatuur. 'In de moderne grammaticatheorie en -beschrijving (op basis) van het Engels worden tegenwoordig, als ik het goed zie, bijzinnen met het interrogatieve en het relatieve wie/wat (who/what) algemeen als structureel verschillend gezien en beschreven, o.a. door N. Chomsky (bijv. in zijn Conditions on transformations (1973), 237)' (Sassen 1984,302). Ook Sassen zelf vindt 'dat het ene en het andere wie (wat enz.) en wat daar in het Engels en het Duits aan beantwoordt niet moeten worden vereenzelvigd' (idem, 302). Maar hij stelt vast, 'dat de onderscheiding een "kwestie" vormt' (303), 'een discutabele kwestie', 'waaraan in de "grote literatuur" nogal wat controversiële aandacht is en stellig ook nog wel zal worden besteed.' (303). /

5 200 Thema: Historische Taalkunde komst tussen wat (vrag.vnw.) en wat (relativum), en het vooralsnog onduidelijke betekenisverschil, lijkt mij identificatie voorshands een beter uitgangspunt voor het onderzoek dan het traditionele onderscheid. In deze afdeling van dit artikel wil ik nader ingaan op de identiteit van die twee traditjoneel onderscheiden woorden, zonder de kwestie uitputtend te kunnen behandelèn want daarvoor is het woordsoortenvraagstuk, zoals gezegd, veel te gecompliceerd. Ik verwijs graag naar bijvoorbeeld Sassen (1984) voor enige verdere literatuur. Is het aannemelijk te maken dat het vrag.vnw. wat en het betr.vnw. wat één en hetzelfde woord zijn, met één en dezelfde betekenis? Met andere woorden, dat de ongelijke benoeming verlaten dient te worden en ze als wezenlijk hetzelfde taalteken begrepen moeten worden? Er is één situatie waarin beide kunnen optreden, namelijk aan het begin van een bijzin, zodat daar minimale paren te tonen zijn, of althans vrijwel minimale paren. Het interpretatieverschil in zo'n minimaal paar is natuurlijk een van de sterkste argumenten om die twee woorden wat te onderscheiden. Ze deden wat er gedaan moest worden Ze vroegen wat er gedaan moest worden (betr.vnw. m.i. a.) (vrag.vnw.) Hij at wat men hem voorzette (betr.vnw. m.i.a.) Hij wist niet wat men hem voorzette (vrag.vnw.) Het voorbeeld van Den Hertog (11, 1973,59): Wat de minister zal besluiten, kan van grote invloed op de gang van zaken zijn (betr.vnw. m.i.a.) Wat de minister zal besluiten, is niet te voorspellen (vrag.vnw.) De situatie bij wat is analoog aan die bij wie: Wie dit leest, is gek (betr.vnw. m.i.a.) Wie dit leest, weet niemand (vrag.vnw.) Hij noemde op wie er te laat gekomen waren Hij vertelde wie er te laat gekomen waren Het voorbeeld van Den Hertog (11, 1973, 59): (betr.vnw. m.i.a.) (vrag.vnw.) Wie het waagstuk zou ondernemen, moest een koel hoofd en een vaste hand hebben (betr.vnw. m.i.a.) Wie het waagstuk zou ondernemen, moest door het lot worden beslist (vrag.vnw.) 201 Thema: Historische Taalkunde beurt. Het betrekkelijke wie en wat is daaraan te herkennen, dat de voor de vraagwoorden gegeven criteria niet opgaan en dat deze betrekkelijke voornaamwoorden door degene die of al wie, dat (gene) wat of al wat te vervangen zijn. Voor het betrekkelijke wie geldt nog, dat het correleert met die, en voor wat dat het kan afwisselen met hetgeen.' (Den Hertog 11, 1973, 59). Overigens moet hierbij aangetekend worden, dat de toevoegbaarheid van ofbij het vragend voornaamwoord, in tegenstelling tot bij het relativum, voor vele Nederlandssprekenden anno 1988 niet zo'n bruikbaar criterium is als Den Hertog suggereert (c.q. als in Den Hertogs tijd het geval was). Hoe dit ook zij, voor zover ik weet vormen de hierboven getoonde duo's een van de sterkste argumenten voor het traditionele onderscheid. Ik hoop nu te laten zien dat althans dit argument geen hout snijdt. Er is, daarover zal men het eens zijn, interpretatieverschi1. 9 We kunnen spreken van een 'datgene-wat' interpretatie en een 'wat-of interpretatie (resp. 'degene-die' interpretatie en 'wie-of interpretatie).l0 Het traditionele standpunt is nu, dat dit interpretatieverschil moet worden toegeschreven aan twee verschillende woorden. De 'datgene-wat' interpretatie (resp. 'degene-die' interpretatie) wordt teweeggebracht door het relativum (m.i.a.) en de 'wat-of interpretatie (resp. 'wie-of interpretatie) door het vragend voornaamwoord. Hoe de hoorder dat begrijpt, blijft raadselachtig, want de twee woorden wat en de twee woorden wie zijn vormelijk gelijk. Maar toch lijkt het feit van de twee interpretaties een krachtige ondersteuning voor het traditionele onderscheid. Wie wil beweren dat er sprake is van slechts één woord wat en één woord wie (d.i. elk met één betekenis), die zal dus langs andere weg het interpretatieverschil moeten verantwoorden. Als de 'datgene-wat' interpretatie tegenover de 'wat-of interpretatie niet het gevolg is van twee onderscheiden woorden wat, dan moet het aan iets anders toegeschreven worden. Vanwaar het interpretatieverschil? De oplossing ligt mijns inziens voor de hand. In feite ligt zelfs de traditionele oplossing minder voor de hand. Daar werd een interpretatieverschil toegeschreven aan wat gelijk is in de duo's, namelijk het woord wat of wie. Het ligt meer voor de hand het bedoelde interpretatieverschil te verklaren vanuit de verschillen in de duo's, i.c. het verschillend werkwoord van de hoofdzin. De interpretatie van wat en wie blijkt namelijk beslissend bepaald te worden door dat werkwoord (deden/vroegen; at/wist; kan van invloed zijn/ is niet te voorspellen; is gek/ weet niemand; noemde op/ vertelde; moest hebben/ moest beslist worden). Vergelijk: Den Hertog merkt hierbij op: 'Het vragende wie of wat is daaraan te herkennen, (I) dat men er een zelfstandig naamwoord, voorafgegaan door het vragende welke (welke man, welk besluit), voor in de plaats kan zetten, en (2) dat men er in de spreektaal soms of achter voegt (wie of, wat of). Voor dit vragende wie geldt bovendien het kenmerk, dat indien het onderwerp in de hoofdzin nog eens aangeduid wordt, dit niet door die, maar door dit of dat ge- 9 Niet iedereen overigens vindt die interpretatieverschillen steeds even duidelijk. Persoonlijk acht ik ze evident maar ik weet uit ervaring dat sommigen, onder wie linguïstisch geschoolden, ze wel eens minder evident vinden. Dit feit versterkt mij natuurlijk slechts in mijn opvatting dat er slechts één woord wat in het Nederlands is. 10 Een taalkundige als P.C. Paardekooper zal er hier misschien op willen wijzen, dat er ook paradigmatische verschillen zijn. Ik ontken dit niet; Den Hertog spreekt er in feite ook over. Maar ik betwijfel ten zeerste of paradigmatische verschillen vormverschillen genoemd mogen worden.

6 202 * Hij vertelde enige personen Hij noemde enige personen op Hij vertelde dat x, yen z te laat waren * Hij noemde op dat x, yen z te laat waren Hij vertelde het Hij noemde ze op. Thema: Historische Taalkunde Blijkbaar verdraagt vertellen geen object à la enige personen of ze; opnoemen daarentegen wel. Anderzijds verdraagt opnoemen geen objectszin à la dat x, y en z te laat waren, wat voor vertellen nu juist een volkomen gewoon soort object is. Vertellen ( + soortgenoten) wekt dus andere verwachtingen omtrent het bijbehorend object dan opnoemen (+ soortgenoten). Zoiets laat zich ook demonstreren aan beslissen en aanwijzen: * iemand beslissen iemand aanwijzen beslissen of er iemand weg moet * aanwijzen of er iemand weg moet. Een parallel verschil is de (on)mogelijkheid van een directerede-object: Ze vroegen: wat moet er gedaan worden * Ze deden: wat moet er gedaan worden. De transitieve werkwoorden laten zich in twee categorieën verdelen: a werkwoorden die als object (ook) een bijzin met dat of ofkunnen hebben, danwel een directe rede; b werkwoorden die dit niet verdragen. Het is dit verschil dat verantwoordelijk geacht kan worden voor het interpretatieverschil tussen 'datgene-wat' en 'wat-of. I I Het verschil in verwachtingspatroon omtrent het object bij werkwoorden uit de ene categorie tegenover dat bij werkwoorden uit de andere categorie, roept de bedoelde interpretaties op. Bij werkwoorden uit categorie (b) kiezen we als luisteraar steevast voor de 'datgene-wat' ('degene-die') interpretatie, bij werkwoorden uit categorie (a) kunnen we in principe kiezen (en vandaar dat daar ambiguë zinnen mogelijk zijn), 12 maar ligt de 'watof interpretatie het meest voor de hand. We kunnen dit verder verduidelijken. Ik knoop dan aan bij de observatie van Den Hertog, dat het vragend voornaamwoord, nee: dat de bijzin met een vragend voornaamwoord, indien daarnaar nog eens verwezen wordt, met dit of dat wordt aangeduid. II Voor wat en wie in de subjectszinnen is een vrijwel parallel betoog mogelijk aan wat hier bij objectszinnen gezegd wordt. Kortheidshalve laat ik dat nu achterwege. 12 Een voorbeeld van zo'n ambiguë zin is: Hij leert die kinderen wat ze niet mogen doen. Sassen (1984, 304 noot 1) geeft als voorbeeld: Ze vragen je op zo 'n tentamen niet wat je geleerd hebt. 203 Thema: Historische Taalkunde Wie het waagstuk zou ondernemen, DIE moest een koel hoofd en een vaste hand hebben Wie het waagstuk zou ondernemen, DAT moest door het lot worden beslist Wie dit leest, DIE is gek Wie dit leest, DAT weet niemand Wie er te laat gekomen waren, DIE noemde hij op Wie er te laat gekomen waren, DAT vertelde hij. Ik maak hieruit op, dat als we terugverwijzen naar zo'n bijzin met een vragend voornaamwoord, we blijkens dat naar de hele bijzin verwijzen, terwijl we na een bijzin met betr. vnw. m.i.a. alleen maar terugverwijzen naar de persoon die met dat relativum aangeduid werd. Dit sluit goed aan bij onze eerdere bevinding: bijzinnen met een vrag.vnw. treffen we aan bij werkwoorden die een objectszin met dat of ofverdragen, bijzinnen met een betr.vnw. m.i.a. treffen we aan bij werkwoorden die niet zo'n objectszin verdragen. Blijkbaar kunnen bijzinnen als wat er gedaan moest worden, wie dit leest, wie het waagstuk zou ondernemen en wat men hem voorzette op twee manieren geïnterpreteerd worden: a als zin, d.i. als subject-predikaatverbinding (we hebben dan de 'wat-of interpretatie, waar de traditie spreekt van een vrag.vnw.); b als verwijzend naar een persoon of zaak (we hebben dan de 'datgene-wat' interpretatie, waar de traditie spreekt van een betr.vnw. m.i.a.). Hoe is dit te verklaren? Hoe komt het dat bijzinnen à la wat er gedaan moest worden object kunnen zijn bij zo verschillende werkwoorden als doen en vragen? Dat is: hoe komt het dat dezelfde bijzin twee zo verschillende interpretaties toelaat? Namelijk een persoon of zaak danwel een bewering? Het feit dàt er naar een verschillende interpretatie gezocht moet worden, kunnen we op het conto schrijven van een verschillend werkwoord in de hoofdzin, maar de onderhavige bijzinnen moeten dan toch maar in staat zijn naar twee kanten uitgelegd te worden. De betekenis van de verzamelde taaltekens moet zodanig zijn, dat, afhankelijk van het werkwoord, zowel het een als het ander eruit begrepen kan worden. Om dat in te zien moeten we deze bijzinnen nog iets nauwkeuriger bekijken. Naar mijn mening nóémt een bijzin geen persoon of zaak. Ook niet de relatieve bijzin met ingesloten antecedent. Een bijzin, hier: zin met achter-persoonsvorm, is volledig zin. Dat wil zeggen: is een bewering, een standpuntbepaling; niet een noemen. I3 Het beweringskarakter berust op de aanwezigheid van een persoonsvorm. Weliswaar is het beweringskarakter afgezwakt, door de achterplaatsing van de persoonsvorm, er is dus aangegeven dat het een ondergeschikte standpuntbepaling is, maar het is en blijft een standpuntbepaling. Op grond hiervan zijn de gevallen met 'wat-of interpretatie (vrag.vnw.; de hele bijzin is, als bewering, object; bij terugverwijzing naar wie-zinnen gebruiken we dat) makkelijker te verantwoorden dan de 'datgene-wat' gevallen. Immers, de laatste functioneren als object bij werkwoorden die allèen noemers als object kunnen hebben, ze functioneren naar het 13 Ik verwijs voor een uitvoeriger uiteenzetting naar Binnerts & vd Horst (1984, hst. 15 en 16) en naar vd Horst (1984).

7 204 Thema: Historische Taalkunde schijnt als noemers (betr.vnw. m.i.a., bij terugverwijzing naar wie-zinnen gebruiken we die). Een bijzin noemt dus volgens mij niet iemand of iets, maar geeft wel informatie over een persoon of zaak door hem (haar, het) te lilten optreden in een bewering. Ofvráágt informatie over een persoon of zaak door hem met een vraagwoord in de bijzin te laten optreden. De oplossing van ons raadsel lijkt me gelegen in een iets minder specifieke betekenis van het vraagwoord. Van woorden als wat en wie kunnen we beter zeggen dat ze verwijzen naar iemand (iets) van wie (wat) de identificatie (nog) niet plaats gevonden heeft, maar wel gewenst is. Wie en wat zijn een witte plek die schreeuwt om invulling. Bijzinnen die beginnen met wie of wat kunnen op die grond naar twee zijden geïnterpreteerd worden: als vraag om identificatie en als informatiegever over (nog) niet geïdentificeerde personen of zaken. Werkwoorden als vragen, weten, voorspellen, vertellen enz. roepen de verwachting op van een objectszin; welnu, die interpretatie is goed mogelijk. Werkwoorden als doen, eten, opnoemen enz. roepen de verwachting op van een noemend object; dat... is er niet. Wèl wordt er iets meegedeeld over een ongeïdentificeerde persoon of zaak. Is het zo vreemd dat de luisteraar dan maar die ongeïdentificeerde persoon of zaak opvat als het bedoelde object? Ik ben mij ervan bewust, dat met het voorgaande het traditionele onderscheid tussen wat (vrag.vnw.) en wat (betr. vnw.), en tussen wie en wie, niet geheel ondergraven is. Zoals gezegd is het probleem van de woord(sub)soorten zeer gecompliceerd. Maar het befaamde interpretatieverschil in onze voorbeeldduo's kan, en moet dus, toegeschreven worden aan het werkwoord van de hoofdzin, namelijk de verwachtingen die het wekt omtrent zijn object, alsmede aan de 'witte-plek' betekenis van wat en wie. Hiermee is in ieder geval één van de argumenten voor de aanname van twee woorden wat en twee woorden wie ondergraven. 205 Thema: Historische Taalkunde Jesus, Maastricht/Vroenhoven vd Horst (1984) 'Over vorm en inhoud van bijzinnen', in: Vorm enfunktie in tekst en taal, Leiden 1984, (Ook in: vd Horst (1986». vd Horst (1986) Historische grammatica en taaltekens (diss.), Alblasserdam Lockwood (1968) W. B. Lockwood, Historical German Syntax, Oxford Van Loey (1980) A. van Loey, Middelnederlandse Spraakkunst, I Vormleer, ge druk Groningen Gerlach Royen (1939) Gerlach Royen o.f.m., Bijgedachten en botsingen in taal, Den Bosch Sassen (1983) A. Sassen, 'Het taaltje wat ik spreek'. Tijdschrift voor Nederlands en Afrikaans 1 (1983), afl. 2, Sassen (1984) A. Sassen, 'Wat is wie en wat', Spektator 13 ( ), Scholtz (1958) J. du P. Scholtz, 'Die ondergáng van die nominale tweeklassesisteem in Afrikaans', Tijdskrifvir Wetenskap en Kuns XVIII, 2e afl., okt Stoett (1923) F.A. Stoet!, Middelnederlandsche Spraakkunst. Syntaxis, 3e druk Den Haag Verdenius (1941) A.A. Verdenius, 'Een onveranderlijk relatief dat', De Nieuwe Taalgids 35 (1941), Verdenius (z.j.) A.A. Verdenius, 'Over dat en wat', in: idem, In de Nederlandse taaltuin, 2e druk Amsterdam z.j., Slot Het lijkt mij nu vrij zeker dat de huidige vervanging van relatief dat door relatief wat in situaties als het boek dat/wat ik gisteren las de slotfase.is van een verandering die reeds in het Middelnederlands gaande was. Toen ging het om de eerste fase, waarin wat in de plaats trad van dat in situaties als Je moet doen dat/wat ze zegt. Gaandeweg won wat veld na steeds welbepaalder antecedenten. Zeer overeenkom" stige veranderingen zijn te zien in het Duits en in het Engels. Voor de verklaring van deze taalverandering is het van belang de aard van het onderhavige wat nauwkeurig te bepalen. In de traditie, en ook in veel transformationeel-generatief werk, wordt het relatieve wat onderscheiden van het vragend voornaamwoord wat. In dit artikel zijn vanuit een Vorm/Inhoud-standpunt argumenten aangevoerd om die twee woorden wat als identiek te beschouwen. Literatuur Allard (1937) E. Allard, Een grammaticaal onderzoek van het proza van Hadewijch, Nijmegen/Utrecht ANS Algemene Nederlandse Spraakkunst, red. G. Geerts, W. Haeseryn, J. de Rooij en M. C. van den Toorn, Groningen/Leuven Binnerts & vd Horst (1984) E.A. Binnerts en J. M. van de. Horst, Jan Klaassen op herhaling. Een andere kijk op grammatica, Amsterdam Van Ginneken (1938) J. van Ginneken e.a., De taalschat van het Limburgsche Leven van

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands colofon Dit overzicht is samengesteld door Josée Coenen, auteur van De bovenkamer. Vormgeving Marjo Starink Bazalt 2016 Voor meer

Nadere informatie

Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament

Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament Beknopte grammatica voor de cursus Grieks van het Nieuwe Testament versie 1.0 Menno Haaijman scripture4all.org Tijdens de try-out voor de cursus bleek dat veel, zo niet alle, toehoorders de Nederlandse

Nadere informatie

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden

Nadere informatie

Inleiding: Combinaties

Inleiding: Combinaties Zinnen 1 Inleiding: Combinaties Combinaties op verschillende niveaus: Lettergrepen als combinaties van fonemen. Woorden als combinaties van morfemen. Zinnen als combinaties van woorden en woordgroepen.

Nadere informatie

Tekststudio Schrijven en Schrappen 06-13 59 30 44 www.schrijven-en-schrappen.nl - lotty@schrijven-en-schrappen.nl -

Tekststudio Schrijven en Schrappen 06-13 59 30 44 www.schrijven-en-schrappen.nl - lotty@schrijven-en-schrappen.nl - Graag zou ik je bij dezen iets vertellen betreffende onnodig moeilijk taalgebruik dat geregeld wordt gebezigd. Alhoewel de meeste mensen weten dat ze gerust in spreektaal mogen schrijven, gebruiken ze

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Grammatica op maat Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Grammatica op maat Dit programma is

Nadere informatie

Voordat ik je uitleg wat voornaamwoorden zijn, wil ik je vragen of je bij het lezen van de onderstaande zinnen een plaatje voor je ziet.

Voordat ik je uitleg wat voornaamwoorden zijn, wil ik je vragen of je bij het lezen van de onderstaande zinnen een plaatje voor je ziet. Voornaamwoorden Door Henk Wolf. Groningen, 2014. In dit artikeltje leer je wat voornaamwoorden zijn, welke soorten voornaamwoorden er bestaan en welke kenmerken elk van die soorten heeft. Wat zijn voornaamwoorden?

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

Taalverandering. 19. Taalverandering. Opdracht 19.1

Taalverandering. 19. Taalverandering. Opdracht 19.1 19. Taalverandering Opdracht 19.1 Vraag: Noem twee voorbeelden van varianten in het Nederlands (of in een andere taal) die steeds meer gebruikt lijken te gaan worden. Geef een lexicale en een andere variant.

Nadere informatie

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Waarom? Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De vaardigheden

Nadere informatie

Nederlands C.T samenvatting

Nederlands C.T samenvatting Nederlands C.T samenvatting Wat te leren: Blok 4 + helft blok 5, op de leer s.o stof na. Blok 4 2.2 Chronologische tijdsvolgorde: de ene gebeurtenis na de andere Tijdsprong: het overslaan van een stuk

Nadere informatie

Prof. Doekes over de kerk (1)

Prof. Doekes over de kerk (1) Prof. Doekes over de kerk (1) Onderstaand het eerste artikel van prof. Doekes met als titel Afscheiding. AFSCHEIDING Is afscheiding alleen geoorloofd wanneer wij durven verklaren: deze gemeente is een

Nadere informatie

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica Basisgrammatica In Muiswerk Basisgrammatica wordt aandacht besteed aan de drie belangrijkste woordsoorten die de traditionele grammatica onderscheidt. Verder komen de eerste beginselen van zinsontleding

Nadere informatie

Formuleren voor gevorderden

Formuleren voor gevorderden Formuleren voor gevorderden Het programma Formuleren voor Gevorderden is gemaakt voor leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en voor leerlingen in mbo en hbo voor wie vaardigheden op het

Nadere informatie

We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen.

We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen. Wordorder. We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen. 2. SVO In de taalkunde wordt Engels als een SVO-taal beschouwd, vanwege de volgorde van woorden in een zin. SVO staat voor Subject,

Nadere informatie

Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip

Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip JAAROVERZICHT NEDERLANDS H3 Omschrijving lesstof per week Blok 1 Wk1. Spreken informatieve tekst/ artikel oefenen Begin Lees vaardig blok 1+2 Toetsper. 1 week 39 Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Basisgrammatica Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Basisgrammatica Het computerprogramma Basisgrammatica

Nadere informatie

Essay. Norbert Vogel* Morele feiten bestaan niet

Essay. Norbert Vogel* Morele feiten bestaan niet Essay Norbert Vogel* Morele feiten bestaan niet Ethici onderscheiden zich van gewone mensen doordat zij niet schijnen te weten wat morele oordelen zijn. Met behulp van elkaar vaak uitsluitende ismen trachten

Nadere informatie

SAMENVATTING Het doel van dit proefschrift is drieledig. Ten eerste wordt inzicht verschaft in het gebruik van directe-rede-constructies (bijvoorbeeld Marie zei: Kom, we gaan! ) door sprekers met afasie.

Nadere informatie

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Hieronder vindt u de leerplandoelen taalbeschouwing die we met onze evaluatie in kaart willen brengen. Ze staan in dezelfde volgorde

Nadere informatie

Eigen vaardigheid Taal

Eigen vaardigheid Taal Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht

Nadere informatie

PRINCIPES VAN DE NEDERLANDSE WOORDVOLGORDE Magda Devos, Universiteit Gent

PRINCIPES VAN DE NEDERLANDSE WOORDVOLGORDE Magda Devos, Universiteit Gent PRINCIPES AN DE NEDERLANDSE WOORDOLGORDE Magda Devos, Universiteit Gent De Nederlandse woordvolgorde beantwoordt aan verschillende soorten principes: syntactische of structuurprincipes, semantisch-relationele

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende regel De stam van werkwoorden kunnen noteren

Nadere informatie

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }.

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }. 1 DE SAMENGESTELDE ZIN Voordat een zin als samengestelde zin ontleed kan worden, moet hij eerst als enkelvoudige zin ontleed zijn, d.w.z. in een zin met maar één persoonsvorm ( en andere zinsdelen). Een

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Vak: Nederlands Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2016-2017 Lesperiode: 1 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

Pdf versie uitleg Grammatica

Pdf versie uitleg Grammatica Uitleg Grammatica Inleiding In deze zelfstudiemodule kun je grammatica oefenen. Grammatica betekent volgens de Van Dale Leer van het systeem van een taal, geheel van regels volgens welke woorden en zinnen

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel?

Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel? J.G. Fijnvandraat Sr. Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel? - 1. Heeft de Bijbel nog gezag? Deze vraag is een beetje misleidend. De kwestie waar het om gaat is niet of de Bijbel

Nadere informatie

Workshop BLIKSEM - Leesbegrippen in de BLIKSEM Oefenteksten en Toetsen

Workshop BLIKSEM - Leesbegrippen in de BLIKSEM Oefenteksten en Toetsen Leesbegrippen Groep 5 1. alinea (7)* 2. anekdote (2) 3. bedoeling van de schrijver (3) 4. boodschap overbrengen (1) 5. bronvermelding (2) 6. conclusie (1) 7. de bedoeling van de schrijver (2) 8. de clou

Nadere informatie

Het WOORD van GOD. Emmaus Correspondence School te Dubuque, U.S.A. (Dutch The Word of God )

Het WOORD van GOD. Emmaus Correspondence School te Dubuque, U.S.A. (Dutch The Word of God ) Het WOORD van GOD Alle rechten voorbehouden, niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Info/Contact Postbus

Nadere informatie

Jean-Paul van der Plaats

Jean-Paul van der Plaats Jean-Paul van der Plaats Van: Bestuurssecretariaat (Heerde) Verzonden: maandag 9 februari 2015 09:39 Aan: Gemeente Heerde CC: Bianca Espeldoorn Onderwerp: FW: WOB-verzoek Bijlagen: doc 5 WOB-verzoek aan

Nadere informatie

LESSTOF. Ontleden en Benoemen

LESSTOF. Ontleden en Benoemen LESSTOF Ontleden en Benoemen 2 Lesstof Ontleden en Benoemen INHOUD INLEIDING... 4 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 6 INHOUD ONTLEDEN EN BENOEMEN 1... 10 INHOUD ONTLEDEN EN BENOEMEN 2... 17 Lesstof Ontleden

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20984 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Hosono, Mayumi Title: Object shift in the Scandinavian languages : syntax, information

Nadere informatie

De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie / 15:06 Pag. 47. Kaart 17. Ik heb de band lek, getekend door C. van Bree in 1991.

De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie / 15:06 Pag. 47. Kaart 17. Ik heb de band lek, getekend door C. van Bree in 1991. De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06 Pag. 47 47 Kaart 17. Ik heb de band lek, getekend door C. van Bree in 1991. De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06

Nadere informatie

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Onderstaande tekst schreef ik jaren geleden om studenten wat richtlijnen te geven bij het ontwikkelen van een voor filosofen cruciale vaardigheid: het

Nadere informatie

Vijf redenen waarom dit waar is

Vijf redenen waarom dit waar is Les 14 Eeuwige zekerheid Vijf redenen waarom dit waar is In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Dag 1 Is de echte (ware) gelovige voor eeuwig veilig en geborgen in Christus? Voor

Nadere informatie

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters.

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters. Oefenrepetitie geschiedenis SUCCES!!! 4 Havo Periode 1 Tijdvakken 1 t/m 4 Dyslectische leerlingen slaan de vragen met een asterisk (*) over. DOOR DE TIJD HEEN 1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Samenvatting Semantisch versus lexicaal geslacht: synchrone en diachrone variatie in Germaanse geslachtscongruentie De meeste Germaanse talen, waaronder het

Nadere informatie

onthouden. Schrijfdoelen Schrijfdoel Inhoud schrijfdoel Voorbeeld vermaakt door een leuk, spannen, aangrijpend of interessante tekst.

onthouden. Schrijfdoelen Schrijfdoel Inhoud schrijfdoel Voorbeeld vermaakt door een leuk, spannen, aangrijpend of interessante tekst. Nederlands Leesvaardigheid Leesstrategieën Oriënterend lezen Globaal lezen Intensief lezen Zoekend lezen Kritisch lezen Studerend lezen Om het onderwerp vast te stellen en te bepalen of de tekst bruikbaar

Nadere informatie

De Bijbel open 2013 40 (12-10)

De Bijbel open 2013 40 (12-10) 1 De Bijbel open 2013 40 (12-10) Er was eens een man die de studeerkamer van een predikant binnenkwam. Hij keek om zich heen en zag al die boeken staan die je in een studeerkamer aantreft. Toen zei die

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2015-2016 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

1) De ongelovige is blind gemaakt door Satan (2 Korintiërs 4:4).

1) De ongelovige is blind gemaakt door Satan (2 Korintiërs 4:4). BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 4 Les 4 - Redding: Waarom is het voor ieder mens nodig om gered te worden? In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Dag 1 1) De ongelovige

Nadere informatie

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS? TAALFILOSOFIE Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS? GOTTLOB FREGE (1848 1925) Uitvinder moderne logica Vader van de taalfilosofie BEGRIFFSCHRIFT (1879) Bevat moderne propositie en predicaten-logica Syllogistiek

Nadere informatie

Het bepalen van je waarden: Stap voor stap

Het bepalen van je waarden: Stap voor stap Het bepalen van je waarden: Stap voor stap Het Demartini Waardebepaling Proces TM is een multi-step proces waarin je je antwoorden blijft verfijnen tot je hiërarchie van waarden uiteindelijk glashelder

Nadere informatie

# 4 De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven teksten.

# 4 De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven teksten. A. LEER- EN TOETSPLAN Onderwerp: Grammatica De leerlingen kunnen onderscheiden. De leerlingen kennen elementen van het verbuiging- en vervoegingsysteem. De leerlingen kunnen m.b.v. de betekenis van een

Nadere informatie

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model éêçîáååáéi á ã Ä ì ê Ö O Ç É a áê É Åí áé téäòáàå jáåçéêüéçéå Het TOPOI- model In de omgang met mensen, tijdens een gesprek stoten we gemakkelijk verschillen en misverstanden. Wie zich voorbereidt op storingen,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

De taalgebruiker. 2. De taalgebruiker. Opdracht 2.1

De taalgebruiker. 2. De taalgebruiker. Opdracht 2.1 2. De taalgebruiker Opdracht 2.1 Vraag: Mensen zeggen bij kennismaking over het algemeen tegen personen met een hogere status iets als Hoe maakt u het?. Aan vrienden vragen ze eerder Hoe gaat het? of iets

Nadere informatie

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur Hoewel kinderen die leren praten geen moeite lijken te doen om de regels van hun moedertaal

Nadere informatie

Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog deel 1

Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog deel 1 Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog deel 1 Algemeen Het leek mij nuttig om vóór de beschrijving van de deviezenproblemen eerst duidelijk te maken wat onder deviezen verstaan moet worden, zulks

Nadere informatie

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Ontleden Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Bij het redekundig ontleden verdeel je de zin in zinsdelen en geef je elk zinsdeel een redekundige naam. Deze zinsdelen

Nadere informatie

Min maal min is plus

Min maal min is plus Min maal min is plus Als ik een verontruste wiskundeleraar moet geloven, is de rekenregel voor het product van twee negatieve getallen nog steeds een probleem. Hessel Pot schreef me: waarom willen we dat

Nadere informatie

Knabbel en Babbeltijd.

Knabbel en Babbeltijd. Knabbel en Babbeltijd. (zorg ervoor dat je deze papieren goed leest, uitprint en meeneemt naar de VBW) Het thema van deze VBW-week is Zeesterren. Het thema is de titel van de week (dus geen kreet of korte

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2007 tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

Ontleden. a) het onderwerp b) het gezegde c) de voorwerpen (lijdend en meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp) d) de bepalingen

Ontleden. a) het onderwerp b) het gezegde c) de voorwerpen (lijdend en meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp) d) de bepalingen Ontleden 1. Ontleden is een vorm van syntactische analyse die traditioneel op lagere en middelbare scholen onderwezen wordt (werd). Deze traditionele zinsontleding gaat terug op de Nederlandse spraakkunst

Nadere informatie

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

$% & ' & , -., /.., 0 )+ # ""1 2 # ""! 3 & &&- $# 4$"4# ""! & /

$% & ' & , -., /.., 0 )+ # 1 2 # ! 3 & &&- $# 4$4# ! & / ! ""# " $% & ' & ' & ( )* +! ""# """$, -., /.., 0 )+ # ""1 2 # ""! 3 & &&- $# 4$"4# ""! & / 0 ( $5 *. * 6 3 7 2 # 56 3 35 6., 7 8 * 5 53 9 73 6 13 : 58 ;

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters.

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters. Oefenrepetitie geschiedenis SUCCES!!! 4 Havo Periode 1 Tijdvakken 1 t/m 4 Dyslectische leerlingen slaan de vragen met een asterisk (*) over. DOOR DE TIJD HEEN 1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de

Nadere informatie

STICKY STORY DE NIEUWE MANIER OM EEN ELEVATOR PITCH TE MAKEN DIE BLIJFT HANGEN

STICKY STORY DE NIEUWE MANIER OM EEN ELEVATOR PITCH TE MAKEN DIE BLIJFT HANGEN STICKY STORY DE NIEUWE MANIER OM EEN ELEVATOR PITCH TE MAKEN DIE BLIJFT HANGEN Je zelf presenteren We zijn allemaal wel eens druk geweest met het maken van een pitch, of soms zelfs meerdere om in verschillende

Nadere informatie

zondag 28 februari 2016 in het Kruispunt

zondag 28 februari 2016 in het Kruispunt zondag 28 februari 2016 in het Kruispunt lezing oude testament (lector) Exodus 6, 2-8 lied Liedboek 103 c, 1. 2. 3. Loof de koning, heel mijn wezen... lezing nieuwe testament (lector) Lucas 13, 1-9 lied

Nadere informatie

Persoonsvorm en voegwoord

Persoonsvorm en voegwoord Persoonsvorm en voegwoord P.C. Paardekooper bron P.C. Paardekooper, Persoonsvorm en voegwoord. In: De Nieuwe Taalgids 54 (1961), p. 296-301. Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/paar001pers01_01/colofon.htm

Nadere informatie

LESSTOF. Basisgrammatica

LESSTOF. Basisgrammatica LESSTOF Basisgrammatica 2 Lesstof Basisgrammatica INHOUD INLEIDING... 4 BASISGRAMMATICA EN MEIJERINK... 5 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 6 OMVANG... 7 INHOUD... 9 Lesstof Basisgrammatica 3 INLEIDING Muiswerkprogramma

Nadere informatie

Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties

Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties Ronde 3 Joost Hillewaere Eekhoutcentrum Contact: joost.hillewaere@kuleuven-kulak.be Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties 1. Inleiding Waarom leren kinderen taal op school? Taal heeft

Nadere informatie

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek Jan Heerze Kortom Nederlandse grammatica Walvaboek WOORD VOORAF Kennis van de Nederlandse grammatica is geen doel in zichzelf, maar een hulpmiddel om tekortkomingen in eigen taalgebruik te corrigeren.

Nadere informatie

Samenstellingen en tussenklanken.

Samenstellingen en tussenklanken. Samenstellingen en tussenklanken. Een onderzoek naar de geschiedenis van de tussenklank in nominale samenstellingen. Bob van Tiel Radboud Universiteit Nijmegen Samenstellingen Weinig beperkingen bij het

Nadere informatie

De Burg te Wassenaar.

De Burg te Wassenaar. De Burg te Wassenaar. hierboven reeds door Dr. Holwerda in herinnering werd gebracht, deelde de heer W. J. J. C. Bijleveld in jaargang van ons Jaarboekje het een en ander aangaande den zoogenaamden burg

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

1. Van taal naar taalwetenschap

1. Van taal naar taalwetenschap 1. Van taal naar taalwetenschap Opdracht 1.1 Vraag: Ga voor jezelf na hoe de verkleinwoorden van Nederlandse zelfstandige naamwoorden worden gevormd (dus: huis huisje, enzovoorts) en probeer zo de onbewuste,

Nadere informatie

Themaboek IBL1 - Internationaal marktanalist

Themaboek IBL1 - Internationaal marktanalist Duits IBL1 Vakcode 56008 Verantwoordelijke e-mail mevr. K. Voogd k.m.voogd@saxion.nl ECTS 4 Kwartiel 1.1 en 1.2 Competenties IBL1 Prestatie-indicatoren 1.3 Zie bijlage 1 voor een overzicht van de competenties

Nadere informatie

College 4: Gegeneraliseerde Kwantoren

College 4: Gegeneraliseerde Kwantoren Semantiek CKI/CAI Utrecht, herfst 2008 College 4: Gegeneraliseerde Kwantoren Onderwerpen: NP denotaties als verzamelingen van verzamelingen, monotoniciteit bij kwantoren, determiner denotaties als relaties

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 10

Inhoud. 1 Spelling 10 Inhoud 1 Spelling 10 1 geschiedenis van de friese spelling (stavering) in het kort 10 2 spellingregels 12 Hulpmiddelen 12 Klinkers en medeklinkers 12 Lettergrepen 13 Stemhebbend en stemloos 13 Basisregels

Nadere informatie

Vakles 1 / 2 / 3 / 4. # 3 De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn woordenschat.

Vakles 1 / 2 / 3 / 4. # 3 De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn woordenschat. A. LEER- EN TOETSPLAN Onderwerp: Grammatica De leerlingen kunnen onderscheiden. De leerlingen kennen elementen van het verbuiging- en vervoegingsysteem. De leerlingen kunnen m.b.v. de betekenis van een

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

Analyse, norm en gebruik als factoren van taalverandering: een studie naar veranderingen in het Nederlands onzijdig relativum

Analyse, norm en gebruik als factoren van taalverandering: een studie naar veranderingen in het Nederlands onzijdig relativum Analyse, norm en gebruik als factoren van taalverandering: een studie naar veranderingen in het Nederlands onzijdig relativum ANALYSE, NORM EN GEBRUIK ALS FACTOREN VAN TAALVERANDERING een studie naar

Nadere informatie

Verantwoord Bijbelgebruik

Verantwoord Bijbelgebruik Deze beknopte samenvatting heeft tot doel een indruk te geven van de cursus Verantwoord Bijbelgebruik. Het boek Verantwoord Bijbelgebruik van John Boekhout is prima geschikt om als basis in de cursus gebruikt

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo II

Eindexamen filosofie vwo II Opgave 2 Over wetenschap en religie: zij die uit de hemel kwamen 7 maximumscore 2 een argumentatie waarom wetenschappelijke kennis niet als probleemloze bron van vooruitgang kan worden beschouwd: wetenschap

Nadere informatie

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend

Nadere informatie

Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel

Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel Deel 1 Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel Voorwoord Om te beginnen met het uiteenzetten van een interpretatie van communicatie en de daarbij behorende analyse ben ik gehouden om aan te geven

Nadere informatie

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1 Les 1 - De oorsprong van de Bijbel In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Deze bijbelstudies zijn vooral bedoeld voor jongeren van 11

Nadere informatie

AANTEKENINGEN WAAROM WERD GOD EEN MENS?

AANTEKENINGEN WAAROM WERD GOD EEN MENS? AANTEKENINGEN Alles draait om de visie op Jezus Christus. Door de eeuwen heen is er veel discussie geweest over Jezus. Zeker na de Verlichting werd Hij zeer kritisch bekeken. De vraag is waar je je op

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch. For a summary in English, see section )

Samenvatting. (Summary in Dutch. For a summary in English, see section ) 524 Samenvatting (Summary in Dutch. For a summary in English, see section 1.2.4.) Dit proefschrift beschrijft de grammatica van het Sheko. Het Sheko is een Omotische taal in het zuidwesten van Ethiopië

Nadere informatie

Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B1 / B1 +

Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B1 / B1 + Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B / B + Het mondeling voor Engels Havo duurt 5 minuten en bestaat uit een gesprek met je docent waarin de volgende onderdelen aan de orde komen: *Je moet een stukje

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars)

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars) De art. 6:193a e.v. BW, art. 6:194 BW en art. 6:194a BW Paul Geerts, Rijksuniversiteit Groningen Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B9 9243 (Nestlé/Mars) 1. In Vzr. Rb. Amsterdam 25 november

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands

Examen HAVO. Nederlands Nederlands Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 20 juni 13.30 16.30 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 47 punten te behalen; het examen bestaat uit 22 vragen

Nadere informatie

OOGGETUIGE. Johannes 20:30-31

OOGGETUIGE. Johannes 20:30-31 1 januari OOGGETUIGE Johannes 20:30-31 Een nieuw jaar ligt voor ons. Wat er gaat komen, weten we niet. Al heb je waarschijnlijk mooie plannen gemaakt. Misschien heb je goede voornemens. Om elke dag uit

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Beoordelingsmodel Opgave 1 Het bestaan van God en het voortbestaan van religie 1 maximumscore 3 een uitleg hoe het volgens Anselmus mogelijk is dat Pauw en Witteman het bestaan van God ontkennen: het zijn

Nadere informatie

BIJBELS GRIEKS LES 8

BIJBELS GRIEKS LES 8 Pagina:1 8.1 De aoristus medium Voordat we zo het lezen van een stuk uit Johannes 3 gaan voorbereiden eerst nog de aoristus medium en de conjunctivus en het woordje Hieronder vindt u nog naast elkaar de

Nadere informatie

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3 OPA-methode Inhoud 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2 Zinnen bestaan uit zinsdelen 3 U kunt zinnen altijd in de vier OPA-volgordes schrijven 5 PP in taal 2001 versie april 2001 1 1. De OPA-methode

Nadere informatie

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is.

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Toets grammatica hoofdstuk 1, 2+3 vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Zou Zidane de beste voetballer van de wereld zijn? Bij iedere

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

6. Het eindniveau van de onderzoeksvaardigheden die via (1), (2) en (3) verworven zijn, komt tot uitdrukking in het bacheloreindwerkstuk.

6. Het eindniveau van de onderzoeksvaardigheden die via (1), (2) en (3) verworven zijn, komt tot uitdrukking in het bacheloreindwerkstuk. Opleidingsspecifieke deel OER, 0-0 BA Keltische talen en cultuur Artikel Tekst. Colloquium doctum Het toelatingsonderzoek, bedoeld in art. 7.9 van de wet, heeft betrekking op maximaal vier van de volgende

Nadere informatie