Thema Nederlandse cultuur en gewoontes

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Thema Nederlandse cultuur en gewoontes"

Transcriptie

1 Thema Nederlandse cultuur en gewoontes Les 32. In het openbaar vervoer Wat leert u in deze les? Van alles over het openbaar vervoer in Nederland. Uitdrukkingen. Vragen stellen over het openbaar vervoer. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam

2 HET GESPREK Opdracht 1. Lees het gesprek. U kunt het gesprek ook beluisteren via de website! HET GESPREK. DEEL 1. Sonja en Hans zitten in de tram. Ze praten. Stem: De volgende halte is de Rijnstraat. Dit is lijn twaalf naar het Havenplein. Sonja: Waar moeten we uitstappen, weet jij dat? Hans: Bij de Amstelstraat. Daar moeten we overstappen op bus 9. Sonja: Hoeveel haltes is het nog? Hans: De Amstelstraat? Twee of drie, geloof ik. Sonja: Wat is het druk, hè. Hans: Wát zeg je? Sonja: Dat het druk is! Hans: Sonja: Hans: Sonja: Hans: Sonja: Hans: Overal die mobieltjes! Je kunt elkaar niet eens verstaan. Nee. Wat een herrie. Moet je daar kijken! Die twee meisjes daar. Die zitten patat te eten. Dat kan toch niet En die jongen, die zit met z n schoenen op de bank! Mmm dat is niet zo netjes. Nee. Dat mag niet! 2 2

3 DE WOORDEN Opdracht 2. Lees de woorden. Zoek deze woorden op in het gesprek op pagina 2. Zet er een streep onder. U kunt de woorden ook beluisteren via de website. De halte De halte is de plaats waar een bus of tram stopt. En waar je kunt instappen en uitstappen Voorbeeld: Veel mensen staan bij de halte te wachten op de bus. Volgend Volgend is de eerste die komt. Voorbeeld: De volgende tram komt over tien minuten. Overstappen Als je overstapt, stap je van de ene in de andere bus of trein. Voorbeeld: Bij Station Sloterdijk kunt u overstappen op de sneltrein naar Dordrecht. De herrie Herrie is lawaai. Voorbeeld: Wat een herrie! Zet alsjeblieft die radio wat zachter! Tip woorden leren Onthoud woorden die bij elkaar horen ook samen. Dus: Volgend en de halte : de volgende halte. Dat is makkelijker om te onthouden. 3 3

4 VRAGEN BIJ HET GESPREK Opdracht 3. Is de zin goed of fout? Zet een kruisje. 1. Sonja en Hans zitten in de bus. Goed Fout 2. Sonja en Hans zijn bij de Rijnstraat. 3. Sonja en Hans moeten naar Amstelhaven. 4. Het is druk in de tram. 5. Iedereen in de tram gedraagt zich netjes. Bekijk de antwoorden op p

5 HET GESPREK Opdracht 4. Lees het gesprek. U kunt het gesprek ook beluisteren via de website! HET GESPREK. DEEL 2. Sonja en Hans praten verder. Hans: Sonja: Hans: Sonja: Controleur: Sonja: Hans: Sonja: Hans: Kijk, we krijgen controle. Controle? Zie je wel, die twee mannen, die komen kijken of iedereen wel een geldig kaartje heeft. O ja. Uw plaatsbewijzen alstublieft. O! Die jongen daar heeft geen kaart. Hij moet een boete betalen. Wat een pech! Nou, pech? Het is gewoon dom om geen kaartje te hebben. Héél erg dom! Vind jij dat dan niet? Hm Controleur: Goedemorgen. Uw kaartje alstublieft.. Hans: Alstublieft. Controleur: Dank u! Mag ik uw kaartje ook even zien? Sonja: Natuurlijk. Momentje hoor Hè ik had het toch in mijn jas Controleur: Hmmm. 5 5

6 DE WOORDEN Opdracht 5. Lees de woorden. Zoek deze woorden op in het gesprek op pagina 5. Zet er een streep onder. Tip: U kunt de woorden ook beluisteren via de website. Geldig Als een kaart geldig is, mag je hem gebruiken. Deze kaart was geldig tot november Hij is nu niet geldig meer. Het plaatsbewijs Een plaatsbewijs is een kaartje. Om met het openbaar vervoer te reizen heb je een plaatsbewijs nodig. Dat is een ov-chipkaart. Voorbeeld: - Heeft u een geldig plaatsbewijs? - Ja, hier is mijn ov-chipkaart. De controle Met een controle kijk je of iets klopt. Voorbeeld: Bij de deur wordt een controle van de kaarten gehouden. Pech hebben Als je pech hebt, gebeurt er iets vervelends. Voorbeeld: Aziza had pech. Toen het feest was, was zij ziek. Tip woorden leren Onthoud woorden die bij elkaar horen ook samen. Dus: Geldig en plaatsbewijs : een geldig plaatsbewijs 6 6

7 VRAGEN BIJ HET GESPREK Opdracht 6. Is de zin goed of fout? Zet een kruisje. 1. Een controleur doet de controle. Goed Fout 2. De controleur kijkt of iedereen een plaatsbewijs heeft. 3. Een plaatsbewijs is een kaartje. 4. Hans heeft een kaartje. 5. Sonja laat haar plaatsbewijs zien aan de controleur. Bekijk de antwoorden op p

8 HET GESPREK Opdracht 7. Lees het gesprek. U kunt het gesprek ook beluisteren via de website! HET GESPREK DEEL 3. Sonja zoekt haar kaartje. Waar is haar kaartje? Sonja: Hans: Sonja: Controleur: Hans: Controleur: Sonja: Hans: Sonja: Controleur: Sonja: Hans: Hè waar is m n kaartje nou? Zit het niet in je tas Nee pff.. hoe kan dat nou? Ik héb echt een kaartje hoor meneer. Tja.. eerst zien, dan geloven Het is echt waar! Hmmm. Echt meneer, ik had het net nog. op de halte had ik het nog. Hé, kijk hier eens! Het ligt hier onder de bank! Hoe kan dat nou! Nou meneer, alstublieft, mijn plaatsbewijs! Dank u dame! Wat een geluk dat je het zag! Ja. Weet je, ik heb het ook een keer gehad. In de trein. Lag het ook onder mijn stoel! 8 8

9 DE UITDRUKKINGEN Opdracht 8. Lees de uitdrukkingen. Zoek deze uitdrukkingen op in het gesprek op pagina 8. Zet er een streep onder. Tip: U kunt de woorden ook beluisteren via de website. Hoe kan dat nou? Hoe kan dat nou! zeg je wanneer je iets niet begrijpt. Voorbeeld: Ik heb net mijn sleutel op tafel gelegd en nu is hij weg. Hoe kan dat nou! Eerst zien, dan geloven Eerst zien, dan geloven zeg je wanneer je iets niet gelooft. Je wilt het eerst zien. Voorbeeld: Heeft u echt betaald? Kunt u mij de bon laten zien? Sorry, maar eerst zien, dan geloven. Het is echt waar! Het is echt waar! zeg je wanneer de ander je niet gelooft. Voorbeeld: Ik ben op tijd van huis gegaan. Echt waar! Wat een geluk! Wat een geluk! zeg je als er iets goeds gebeurt. Voorbeeld: Ik heb mijn rijbewijs gehaald. Wat een geluk! 9 9

10 VRAGEN BIJ HET GESPREK Opdracht 9. Is de zin goed of fout? Zet een kruisje. 1. Hans is zijn kaart kwijt. Goed Fout 2. De controleur gelooft Sonja niet. 3. Hans weet zeker dat Sonja een kaart had. 4. Sonja heeft nooit een kaart gehad. 5. Sonja vindt haar kaart onder de bank. Bekijk de antwoorden op p

11 Samenvatting Lees of beluister het hele gesprek nog een keer. Wat wordt er gezegd? Schrijf in vijf zinnen op waar het gesprek over gaat. Let op: schrijf dus alleen het belangrijkste op! Bekijk de antwoorden op p

12 SPREKEN Opdracht 10. HOE ZEG JE DAT? U wilt iets weten over de tram of de bus. U vraagt: 1 Weet u waar de halte is van bus acht? 2 Ik moet naar de Calandstraat. Waar moet ik uitstappen? 3 Chauffeur, kunt u me even waarschuwen bij de Calandstraat? 4 Hoeveel haltes is het naar de Bloemenmarkt? 5 Moet ik overstappen? 6 Is het ver naar het station? 7 Is de halte van bus 19 dichtbij? 8 Hoe lang is het lopen naar de Vismarkt? Spreek de zinnen nu hardop voor uzelf. Probeer ook antwoord te geven! 1. Weet u waar de halte is van bus acht? 2. Ik moet naar de Calandstraat. Waar moet ik uitstappen? 3. Chauffeur, kunt u me even waarschuwen bij de Calandstraat? 4. Hoeveel haltes is het naar de Bloemenmarkt? 5. Moet ik overstappen? 6. Is het ver naar het station? 7. Is de halte van bus 19 dichtbij? 8. Hoe lang is het lopen naar de Vismarkt? 12 12

13 OPENBAAR VERVOER Opdracht 11. Wat mag wel en wat mag niet? In het gesprek is gepraat over zonder geldig kaartje reizen, over met je schoenen op de bank zitten en patat eten. Veel mensen doen dat. Maar mag het ook? U gaat met het openbaar vervoer. Mag dat niet of mag dat wel? Kies uit: Nee, dat mag niet of Ja, dat mag. Geef antwoord. Kijk eerst naar het voorbeeld. Piet zit zonder geldig plaatsbewijs in de tram. Mag dat? Nee. Dat mag niet. Je mag niet reizen zonder geldig plaatsbewijs in de tram. Nu zelf. 1. Jaap zit te roken in de trein. Mag dat? 2. Lies en Yolande zitten te praten in de bus. Mag dat? 3. Simon en Rob zitten in de tram een ijsje te eten. Mag dat? 4. Dennis zit met zijn schoenen op de bank in de trein. Mag dat? 5. Naomi zit te bellen in de bus. Mag dat? 6. Jennifer zingt zachtjes een liedje voor haar kind in de tram. Mag dat? 7. Jonas en Thomas zitten in de bus. Jonas zit hard te zingen en te schreeuwen en Thomas gaat springen en dansen. Mag dat? Bekijk de antwoorden op p

14 SPREKEN Opdracht 12. Spreek voor uzelf hardop. A Welke tram gaat naar het stadhuis? Welke tram gaat naar het stadhuis? B Het Stadhuis? Lijn twaalf Het Stadhuis? Lijn twaalf A Waar moet ik dan instappen? Waar moet ik dan instappen? B Daar bij de halte! Daar bij de halte! A Hoeveel haltes is het dan? Hoeveel haltes is het dan? B Het Is drie haltes, Het is drie haltes. A En waar moet ik uitstappen? Weet u dat ook? En waar moet ik uitstappen? Weet u dat ook? B Bij de halte op het plein! Bij de halte op het plein! 14 14

15 DE TREIN Opdracht 13. Wat is het goede antwoord? U reist met de trein. Hieronder ziet u een spoorkaart. Hierop staat hoe de trein rijdt. Beantwoord de vragen bij deze spoorkaart. Let op: De zwarte pijlen kunnen u helpen! 1. U vertrekt vanaf Nijmegen. U komt eerst langs Nijmegen Heyendaal en daarna langs Cuijk. Wat is de volgende halte? 2. U vertrekt vanaf Tiel. U komt eerst langs Kesteren. Wat is de volgende halte? Bekijk de antwoorden op p

16 DE TREIN Opdracht 14. Lees uw reisschema U reist met de trein. Hieronder staat uw reisschema. Beantwoord de vragen die horen bij het reisschema. Vertrek Amsterdam Amstel Spoor 4 Aankomst Duivendrecht Spoor 8 Overstappen op station Duivendrecht! Vertrek Duivendrecht Spoor 4 Aankomst Schiphol Spoor 6 1. Vanaf welk station vertrekt u? 2. Hoe laat komt u aan op Duivendrecht? 3. Vanaf welk spoor vertrekt de trein van Duivendrecht naar Schiphol? 4. Op welk station moet u overstappen? 5. Hoe laat komt u aan op Schiphol? Bekijk de antwoorden op p

17 Opdracht 15. Lees de tekst en kies het goede antwoord: 1. Waar kun je mee reizen met de OV-chipkaart? a. Met het openbaar vervoer. b. Met de fiets. c. Met de auto. 2. Wanneer is je OV-chipkaart een geldig plaatsbewijs? a. Als er genoeg geld op staat en je vergeet in te checken. b. Als er genoeg geld op staat en je checkt in. 3. Waar moet je niet vergeten aan het eind van de reis? a. Om uit te checken. b. Om in te checken. De OV-chipkaart. Met een OV-chipkaart kun je reizen met al het openbaar vervoer. Het is je plaatsbewijs voor de tram, metro, bus en trein. Zorg dat er genoeg geld op je OV-chipkaart staat. En vergeet niet in te checken. Anders is je plaatsbewijs niet geldig. Als je gaat reizen, check je eerst in. Dit doe je bij een poortje. Houd je OV-chipkaart tegen de kaartlezer. Ben je er? Ben je bij de halte waar je moet zijn? Vergeet aan het einde van je reis niet uit te checken! Bekijk de antwoorden op p

18 DE REGELS IN DE TREIN Opdracht 16. De regels in de trein. U reist met de trein. In de trein zijn er regels. Verbind het goede plaatje met de goede regel door lijnen te trekken. Kijk naar het voorbeeld. U moet altijd een geldig plaatsbewijs hebben. U mag met uw fiets in de trein. Dit mag gratis als u een opvouwbare fiets heeft, anders moet u betalen. U mag niet met uw voeten op de bank zitten. Afval moet in de prullenbak gegooid worden en mag niet op de grond. Les uw bagage onder uw stoel of in de bagagerekken. U mag niet roken in de trein. U moet zachtjes praten zodat u de andere passagiers niet stoort. Bekijk de antwoorden op p

19 DE UITDRUKKINGEN Schrijven. Opdracht 17. Kies uit! Welke uitdrukking zeg jij? Lees eerst de zin, kies dan welke uitdrukking jij daarna kan zeggen. Let op! Alle uitdrukkingen moet je 1 keer gebruiken! Kies uit de volgende uitdrukkingen: Hoe kan dat nou? Dat is pech hebben! Eerst zien dan geloven! Wat een geluk! Het is echt waar! Uw buurman zegt: 1. Ik heb de trein gemist. Dan zegt u: 2. Ik heb een gratis treinreis gewonnen! Dan zegt u: 3. Ik geloof je niet. Dan zegt u: 4. Ik heb echt een kaartje, ik kan hem alleen niet vinden. Dan zegt u: 5. Ik ben te laat opgestaan vanmorgen. Dan zegt u: Bekijk de antwoorden op p

20 SPREKEN Spreek samen! Opdracht 18. Lees samen met uw taalvriend: A Uw plaatsbewijs alstublieft! Uw plaatsbewijs alstublieft! B Een momentje, een momentje. A Mag ik uw kaartje even zien? Mag ik uw kaartje even zien? B Waar is het nou, waar is het nou, Het zat toch in mijn jas? Het zat toch in mijn jas? A Zit het misschien in uw tas? Zit het misschien in uw tas? B Nee, ook niet het is echt weg! Wat een pech, het is echt weg! A Ligt het niet onder uw das? Ligt het niet onder uw das? B Ja, hier is het, onder mijn das! Ja, hier is het, onder mijn das! Mijn kaartje. Alstublieft! Mijn kaartje. Alstublieft!?? Vraag van de les?? Wat gebeurt er als iemand geen geldig plaatsbewijs heeft in het openbaar vervoer? 20 20

21 TIP VAN DE WEEK Tip 1. U zit in de bus. U moet ergens uitstappen, maar weet niet precies waar dat is. Vraag het dan aan de bestuurder. Zeg: - Wilt u het even zeggen als we er zijn? - Kunt u me even waarschuwen? Tip 2. Bent u iets vergeten in de tram of de bus van Den Haag? Bel dan naar: HTM Gevonden voorwerpen: (070) Van maandag tot en met vrijdag van tot uur. BUS!! OPENBAAR VERVOER IN NEDERLAND!! TREIN METRO TRAM VEERBOOT 21 21

22 LEZEN Opdracht 19. Lees. DE INFORMATIE. Het openbaar vervoer Elke dag gaan veel mensen met het openbaar vervoer. Ze reizen met de tram, de bus, de metro of de trein naar hun werk of naar familie of vrienden. Voor het openbaar vervoer moet u een geldig plaatsbewijs hebben. Hoe weet u welke bus, tram of trein u moet hebben? U kunt natuurlijk kijken bij de borden op de haltes. Of het aan vrienden vragen. U kunt ook bellen voor informatie over het openbaar vervoer. Het nummer is: Als u internet heeft, is het helemaal makkelijk. Dan kunt u zelf zoeken met de Reisplanner. Dat is een gratis planner voor alle reizen door Nederland met de trein, bus, tram en metro. U krijgt een reisadvies van het adres waar u vertrekt tot het adres waar u aan wilt komen. Van deur tot deur dus. Kijk op: Op de websites van het Openbaar Vervoer in uw stad vindt u ook veel informatie. Daar kunt u bijvoorbeeld de vertrektijden van trams en bussen van alle haltes bekijken. Wilt u reizen zonder over te stappen? Denk dan eens aan de Regiotaxi. Dat is een nieuwe manier van openbaar vervoer in Haaglanden. Zo n taxi is duurder dan trams en bussen, maar goedkoper dan een gewone taxi. Met de Regiotaxi kunt u opstappen bij u voor de deur en de taxi brengt u dan precies naar waar u moet zijn. Soms reist u met andere passagiers. U moet de Regiotaxi minimaal één uur van tevoren bellen. Het openbaar vervoer biedt heel veel. Het is niet zo duur, en vaak gezellig want u ziet andere mensen. U kunt bijna overal komen en u ziet ook meer van de stad. Reden genoeg om de auto te laten staan! Goede reis! PRAKTIJK Opdracht 20. Kijk in de praktijk. Zoek een antwoord op de vragen: Vraag 1. U staat te wachten op de bushalte. De bus komt aanrijden. Wat moet u doen als u wilt dat de bus stopt? Vraag 2. U wilt weten wanneer een bus vertrekt van de halte. Wat kunt u doen? Vraag 3. Welke kleur hebben de bussen in uw stad? 22 22

23 HOE GAAT HET? Opdracht 21. Kent u de woorden en uitdrukkingen? Kruis aan. De halte Volgend Overstappen De herrie Geldig Het plaatsbewijs De controle Pech hebben Hoe kan dat nou? Eerst zien dan geloven! Wat een geluk! Het is echt waar! Opdracht 22. Kunt u het in het Nederlands? Deze les ging over het openbaar vervoer. U heeft geleerd hoe u kunt reizen in Nederland met het openbaar vervoer, u heeft vragen leren stellen over het openbaar vervoer en u heeft uitdrukkingen geleerd. En nu? Weet u van alles over het openbaar vervoer? Kent u uitdrukkingen? En hoe goed kunt u vragen stellen over het openbaar vervoer? Kunt u dat nu goed? Of een beetje? Of nog niet zo goed? Schrijf het op. Zet een kruisje. Goed Gaat wel Niet zo goed... U weet veel over het openbaar vervoer. U kent uitdrukking en kan ze gebruiken. U kunt vragen stellen over het openbaar vervoer

24 ANTWOORDBLAD Opdracht Fout, Sonja en Hans zitten in de tram. 2. Goed, Sonja en Hans zijn nu bij de Rijnstraat. 3. Fout, Sonja en Hans moeten naar de Amstelstraat. 4. Goed, het is druk in de tram. 5. Fout, sommige mensen gedragen zich niet netjes. Opdracht Goed, een controleur doet de controle, 2. Goed, de controleur kijkt of iedereen een plaatsbewijs heeft. 3. Goed, een plaatsbewijs is een kaartje. 4. Goed, Hans heeft een kaartje. 5. Fout, Sonja kan haar plaatsbewijs niet vinden Opdracht Fout, Sonja is haar kaartje kwijt. 2. Goed, de controleur wil het eerst zien voordat hij het gelooft. 3. Goed, Hans weet zeker dat Sonja een kaartje had. 4. Fout, Sonja had het kaartje nog op de halte. 5. Fout, Hans vindt het kaartje van Sonja onder de bank. Samenvatting Let op! Dit is een samenvatting van het gesprek, hierin staan de belangrijkste dingen uit het gesprek. Uw vijf zinnen kunnen anders zijn. Sonja en Hans zitten in de tram. Ze moeten over een paar haltes overstappen op de bus. Er is veel herrie in de tram, door de mobieltjes. Ook zitten er meisjes patat te en een jongen zit met zijn schoenen op de bank. Sonja en Hans zitten nog steeds in de tram. Er komt controle. Een jongen heeft geen kaartje. De controleur komt ook bij Sonja en Hans. Sonja zoekt haar kaartje. Het kaartje van Sonja zit niet in haar tas. Het ligt onder de bank. Hans vertelt dat hij dat ook een keer heeft gehad. Opdracht Nee. Dat mag niet. Je mag niet roken in de trein. 2. Ja. Dat mag. Je mag praten in de bus. 3. Nee. Dat mag niet. Je mag geen ijs eten in de tram. 4. Nee. Dat mag niet. Je mag niet met schoenen op de bank zitten. 5. Ja. Dat mag. Je mag bellen in de bus. (Als je andere reizigers niet stoort) 6. Ja. Dat mag. (Als je maar niet heel hard zingt. Andere reizigers mogen er geen last van hebben). 7. Nee. Dat mag niet. Je mag geen herrie maken in de bus 24 24

25 Opdracht Boxmeer 2. Opheusden Opdracht Amsterdam Amstel Spoor 4 4. Station Duivendrecht Opdracht a. Met het openbaar vervoer. 2. b. Als er genoeg geld op staat en je checkt in. 3. a. Om uit te checken

26 Opdracht 16. U moet altijd een geldig plaatsbewijs hebben. U mag met uw fiets in de trein. Dit mag gratis als u een opvouwbare fiets heeft, anders moet u betalen. U mag niet met uw voeten op de bank zitten. Afval moet in de prullenbak gegooid worden en mag niet op de grond. Les uw bagage onder uw stoel of in de bagagerekken. U mag niet roken in de trein. U moet zachtjes praten zodat u de andere passagiers niet stoort. Opdracht Dat is pech hebben! 2. Wat een geluk! 3. Het is echt waar! 4. Eerst zien, dan geloven! 5. Hoe kan dat nou? Vraag van de les Dan moet die persoon een boete betalen

27 EXTRA OEFENEN VOOR HET INBURGERINGSEXAMEN Deze les over het openbaar vervoer past in het thema 5 Geschiedenis en geografie van KNS van het Inburgeringsexamen. OEFENEN VOOR HET EXAMEN LUISTEREN Luister naar het gesprek van de les. Luister via en / of via Maak daarbij de vragen van opdrachten 3 en 6 en maak de oefeningen van Station Nederlands. OEFENEN VOOR HET EXAMEN SPREKEN Zoek een taalvriend, iemand die goed Nederlands spreekt. Doe opdracht 10, 12, 17 en 18 uit deze les met uw taalvriend. OEFENEN VOOR HET EXAMEN LEZEN Voor het examen Lezen kunt u oefenen met de opdrachten 3, 6, 9 en 15 bij de tekst van de gesprekken uit deze les en een leestekst. Ook kunt u oefenen met de extra opdracht. OEFENEN VOOR HET EXAMEN SCHRIJVEN Zoek een taalvriend, iemand die goed Nederlands spreekt. Doe opdracht 6 (de samenvatting) en 10 uit deze les met uw taalvriend. Kijk voor meer informatie over het inburgeringexamen op: Maak de voorbeeldexamens. Beginnersles 42 van Station Nederlands gaat ook over het examen

28 Hoe leer je Nederlands? Door veel te oefenen in de praktijk. Door de lessen van Edusom te volgen op radio, tv en internet. Door met deze lesbrieven te werken. En met Station Nederlands. Kijk ook eens op Oefenen.nl. Daar vindt u programma s over taal, maar ook over rekenen, gezondheid en nog veel meer. Kijk naar AT5 en Leef & Leer. Zoek een taalvriend om spreken en schrijven te oefenen. En zoek een taalcursus om nog meer te leren. U kunt ook naar het Taalspreekuur van de OBA gaan. Veel leerplezier! Meer oefenen? Kijk naar films van ETV

29 Opdracht 1. Bekijk de film op: Opdracht 2. Noem drie manieren om in Nederland te reizen met het openbaar vervoer Opdracht 3. Bekijk de kaart hieronder. Voor het inburgeringsexamen moet je plaatsen en provincies in Nederland kennen. Op de kaart staan alle provincies van Nederland. Probeer de provincies te onthouden

30 Opdracht 4. Vul de namen van de provincies in. 1 =. 7 =. 2 =. 8 =. 3 =. 9 =. 4 =. 10 =. 5 =. 11 =. 6 =. 12 =. Opdracht 5. Wat is de hoofdstad van Nederland? 30 30

31 Opdracht 6. Lees de tekst en kies het goede antwoord. 1. Is het lang reizen naar de tante van Esma en haar nichtje Maria? a. Nee, het is alleen een half uur in de trein. b. Nee, maar je moet wel overstappen. c. Ja, de reis duurt 2 uur. 2. Heeft Maria in de trein een geldig plaatsbewijs nodig? a. Nee, de conducteur controleert niet altijd. b. Nee, Maria is een student. c. Ja, ze moet inchecken met haar ov-chipkaart.. 3. Waar moet Maria uit de bus stappen? a. Als de vervelende kinderen instappen. b. De halte Rivierenland. c. De halte volgend op de school. Esma gaat vaak op bezoek bij haar tante. Esma woont in Amsterdam, maar haar tante woont in Arnhem. Het is lang reizen. Van het huis van Esma tot het huis van haar tante duurt het twee uur. Morgen gaan het nichtje van Esma naar hun tante. Esma schrijft een routebeschrijving voor haar nichtje. Zo kan ze alleen naar hun tante toe. Dit is het briefje dat ze heeft geschreven. Lieve Maria, Wat leuk dat je naar tante gaat! Ik geef een routebeschrijving in deze brief. Dan kan je zonder problemen naar onze tante. Ik ga altijd eerst naar station Amsterdam Centraal. Daarvoor neem ik de tram. Neem tram 5 richting Centraal Station. Met de tram naar het centraal station duurt ongeveer 20 minuten. Als je daar aan bent gekomen, loop je het station in. Vergeet niet in te checken met je ov-chipkaart. De conducteur komt niet altijd, maar wel vaak controleren. De keer dat je geen plaatsbewijs hebt, zal je net pech hebben en komt de conducteur je controleren. Neem een rechtstreekse trein naar Arnhem. Het is de trein richting Nijmegen. Je kunt ook in Utrecht Centraal overstappen. In Arnhem moet je een bus nemen naar onze tante. Zij woont ver weg van het station. Neem bus 4 richting Rivierenland. Deze bus gaat elk half uur.. In deze bus zitten vaak kinderen van een middelbare school. Zij maken een hele hoop herrie. Heel erg vervelend. Als de bus langs deze school rijd, stap dan bij de volgende halte uit. Daar woont onze tante. Groetjes aan onze tante en veel plezier! Esma 31 31

32 ANTWOORDBLAD MEER OEFENEN Opdracht 2. Noem drie manieren om in Nederland te reizen met het openbaar vervoer. 1. Bus 2. Tram 3. Trein 4. (Metro) 5. (Veerboot, pond) Opdracht 4. Vul de namen van de provincies in. 1 = Groningen 7 = Utrecht 2 = Friesland 8 = Noord-Holland 3 = Drenhte 9 = Zuid-Holland 4 = Overijssel 10 = Zeeland 5 = Gelderland 11 = Noord-Brabant 6 = Flevoland 12 = Limburg Opdracht 5. Wat is de hoofdstad van Nederland? Amsterdam Opdracht 6. Lees de tekst en kies het goede antwoord. 1. Is het lang reizen naar de tante van Esma en haar nichtje Maria? c. Ja, de reis duurt 2 uur. 2. Heeft Maria in de trein een geldig plaatsbewijs nodig? c. Ja, ze moet inchecken met haar ov-chipkaart.. 3. Waar moet Maria uit de bus stappen? c. De halte volgend op de school

Les 35. Een nieuw paspoort

Les 35. Een nieuw paspoort http://www.edusom.nl Thema Het stadhuis Les 35. Een nieuw paspoort Wat leert u in deze les? Informatie over het aanvragen en verlengen van uw paspoort of identiteitskaart. Vragen stellen bij het loket.

Nadere informatie

Thema In en om het huis.

Thema In en om het huis. http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 22. Een huis zoeken Wat leert u in deze les? Praten over uw huis Informatie over het vinden van een nieuwe woning Praten over wat afgelopen is Veel succes!

Nadere informatie

Les 2. Naar het ziekenhuis.

Les 2. Naar het ziekenhuis. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 2. Naar het ziekenhuis. Wat leert u in deze les? De weg vragen. Om herhaling en verduidelijking vragen. Je naam spellen. Vragen stellen en beantwoorden. Veel succes!

Nadere informatie

Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen

Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen Beginnerslessen Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen Wat leert u in deze les? Gesprekken over het inburgeringsexamen begrijpen. Welke examens bij het inburgeringsexamen horen. Waar u kunt oefenen met de

Nadere informatie

Les 4. Naar de apotheek.

Les 4. Naar de apotheek. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 4. Naar de apotheek. Wat leert u in deze les? Waarschuwen. Een bijsluiter lezen. Informatie vragen en om hulp vragen. Wat u kunt zeggen als u iets niet weet of

Nadere informatie

Les 33. Zwangerschap

Les 33. Zwangerschap http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 33. Zwangerschap Wat leert u in deze les? Informatie begrijpen over zwanger zijn. Zeggen dat u zwanger bent of dat u zich niet lekker voelt. Woorden die hetzelfde

Nadere informatie

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek.

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek. Wat leert u in deze les? Moeten en hoeven gebruiken. Vragen hoe het met uw kind gaat. Veel succes! Deze les is ontwikkeld

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Opbellen naar een bedrijf. Wat leert u in deze les? Een telefoongesprek naar een bedrijf begrijpen. Een gesprek over een advertentie begrijpen.

Nadere informatie

Les 1. Bij de huisarts

Les 1. Bij de huisarts http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 1. Bij de huisarts Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de huisarts. Uw klachten beschrijven. Vragen stellen aan de huisarts. Vragen van de huisarts

Nadere informatie

Thema Op het werk. Les 15. Vrij vragen

Thema Op het werk. Les 15. Vrij vragen www.edusom.nl Thema Op het werk. Les 15. Vrij vragen Kofi is op het werk. Hij wil een dag vrij. Hij vraagt het aan de vrouw op het kantoor. Zou het Kofi lukken? Souad komt op kantoor. Zij wil ook een dag

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Vrij vragen

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Vrij vragen Thema Op het werk. Lesbrief 15. Vrij vragen Kofi is op het werk. Hij wil een dag vrij. Hij vraagt het aan de vrouw op het kantoor. Zou het Kofi lukken? Souad komt op kantoor. Zij wil ook een dag vrij.

Nadere informatie

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken www.edusom.nl Opstartlessen Les 1. Kennismaken Wat leert u in deze les? Uzelf voorstellen Kennismaken Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam HET GESPREK

Nadere informatie

Thema Gezondheid Beginnerslessen

Thema Gezondheid Beginnerslessen http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Beginnerslessen Les 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken.

Nadere informatie

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 10. Het eindgesprek. Wat leert u in deze les? Een eindgesprek voeren. Informatie vragen en geven. Het verschil tussen werk en vrijwilligerswerk. De

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Les 30. Herhaling thema Wat leert u in deze les? De woorden uit les 27, 28 en 29. Informatie vragen bij een instelling. Veel succes! Deze

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Les 7. Naar het uitzendbureau.

Thema Op zoek naar werk. Les 7. Naar het uitzendbureau. http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Les 7. Naar het uitzendbureau. Wat leert u in deze les? Een gesprek bij het uitzendbureau begrijpen. Hoe je je kunt inschrijven bij het uitzendbureau. Wat u

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Les 26. Herhaling thema Wat leert u in deze les? De woorden uit les 22, 23, 24 en 25 Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? is op het werk. moet aan de machine werken. De chef vertelt eerst hoe de machine werkt. Dan werkt met de machine. De machine doet het niet. roept een

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 12. In de pauze.

Thema Op het werk. Lesbrief 12. In de pauze. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 12. In de pauze. Wat leert u in deze les? Iemand gelijk geven. Nee zeggen. Uw mening geven. Van twee woorden één woord maken. Veel succes! Deze les is ontwikkeld

Nadere informatie

Thema Kinderen en school

Thema Kinderen en school http://www.edusom.nl Thema Kinderen en school Lesbrief 18. Het 10-minutengesprek. Wat leert u in deze les? Vergelijkingen maken. Zeggen hoe vaak iets gebeurt. Verkleinwoordjes. Veel succes! Deze les is

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang

Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang Thema Kinderen en school. Demet TV Lesbrief 9. De kinderopvang zoekt opvang voor haar kind. belt naar een kinderdagverblijf. Is er plaats? Is de peuterspeelzaal misschien een oplossing? Gaat inschrijven

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Lesbrief 30. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden uit les 27, 28 en 29. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van:

Nadere informatie

Lesbrief 8. Een taxi bellen

Lesbrief 8. Een taxi bellen www.edusom.nl Opstartlessen Lesbrief 8. Een taxi bellen Wat leert u in deze les? Een taxi bellen. Het tegenovergestelde van dingen zeggen. Zeggen wat u mooi vindt, of waar u gek op bent. Veel succes! Deze

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 9. Het sollicitatiegesprek. Wat leert u in deze les? Een sollicitatiegesprek voeren. De voltooide tijd gebruiken. Vragen naar interesse stellen en

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Les 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

Thema Op zoek naar werk. Les 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Les 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Inleiding Maria heeft een sollicitatiegesprek met de manager. Deze les gaat over het tweede deel van het gesprek.

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Lesbrief 28. De belastingaanslag. Wat leert u in deze les? Informatie over uw inkomsten begrijpen. Informatie over uw uitgaven begrijpen.

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis.

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis. Thema Gezondheid Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis. Wat leert u in deze les? De weg vragen. Om herhaling en verduidelijking vragen. Je naam spellen. Vragen stellen en beantwoorden. Veel succes! 1 HET GESPREK

Nadere informatie

Les 34. Meedoen in het verpleeghuis

Les 34. Meedoen in het verpleeghuis http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 34. Meedoen in het verpleeghuis Wat leert u in deze les? Informatie over de activiteiten in het verpleeghuis begrijpen Van twee woorden één lang woord maken Vragen

Nadere informatie

Lesbrief 35. AOW aanvragen.

Lesbrief 35. AOW aanvragen. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 35. AOW aanvragen. Wat leert u in deze les? Informatie over AOW begrijpen. Uitleg vragen. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Les 5. De tandarts

Thema Gezondheid. Les 5. De tandarts http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 5. De tandarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de tandarts. Meneer Bashir komt voor controle bij de tandarts. De tandarts kijkt of alle tanden en kiezen

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Taban gaat met zijn dochter voor het eerst naar de bibliotheek. Hij schrijft haar in bij de bibliotheek. Daarna laat Soumiya

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Lesbrief 25. Een jurk ruilen. Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u een jurk gaat ruilen. Verleden tijd gebruiken. Vragen stellen. Veel succes! Deze

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Les 28. Geld lenen Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met een bank over geld lenen. Woorden en zinnen gebruiken die gaan over het

Nadere informatie

Les 5. In het ziekenhuis.

Les 5. In het ziekenhuis. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 5. In het ziekenhuis. Wat leert u in deze les? Een gesprek in het ziekenhuis begrijpen. Woorden omschrijven. Welke vragen u kunt stellen in het ziekenhuis. Vragen

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Les 3. De huisarts

Thema Gezondheid. Les 3. De huisarts http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 3. De huisarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de huisarts. Een man, meneer Bashir, is aan de beurt. Hij praat met de huisarts over zijn probleem. Wat

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden van les 12, 13, 14 en 15. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Taban gaat met zijn dochter voor het eerst naar de bibliotheek. Hij schrijft haar in bij de bibliotheek. Dan laat Soumiya aan Taban en Ama

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Demet TV. Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

Thema Op zoek naar werk. Demet TV. Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Thema Op zoek naar werk. Demet TV Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Inleiding Maria heeft een sollicitatiegesprek met de manager. Deze les gaat over het tweede deel van het gesprek. Maria

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts Thema Gezondheid Lesbrief 5. De tandarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de tandarts. Meneer Wong komt voor controle bij de tandarts. De tandarts kijkt of alle tanden en kiezen goed zijn. Wat leert

Nadere informatie

Lesbrief 40. Een nieuwe woning zoeken

Lesbrief 40. Een nieuwe woning zoeken http://www.edusom.nl Beginnerslessen Lesbrief 40. Een nieuwe woning zoeken Wat leert u in deze les? Waar u op kunt letten als u een nieuwe woning zoekt. Een gesprek voeren over een nieuwe woning. Uitdrukkingen!

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Een man, meneer Wong, gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er zitten veel mensen.

Nadere informatie

Lesbrief 38. Aangifte doen van geboorte

Lesbrief 38. Aangifte doen van geboorte http://www.edusom.nl Beginnerslessen Lesbrief 38. Aangifte doen van geboorte Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u aangifte gaat doen van een geboorte. Woorden van bezit. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Les 17. De kinderopvang

Thema Kinderen en school. Les 17. De kinderopvang www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Les 17. De kinderopvang zoekt opvang voor haar kind. Ze belt naar een kinderdagverblijf. Is er een plaats vrij? Is de peuterspeelzaal misschien een oplossing? Gaat

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Les 2. De wachtkamer

Thema Gezondheid. Les 2. De wachtkamer http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Een man, meneer Bashir, gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Les 7. Werk vragen in een winkel Inleiding Deze les gaat over het zoeken naar werk. Over hoe je een baan kunt vinden. In deze les gaat een vrouw, Maria, naar

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Lesbrief 24. Een wasmachine kopen. Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u een wasmachine wilt kopen. Zeggen hoe groot iets is. Vergelijkingen. Veel

Nadere informatie

Les 4. De fysiotherapeut.

Les 4. De fysiotherapeut. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 4. De fysiotherapeut. Inleiding Deze les gaat over praten met de fysiotherapeut. Een man, meneer Bashir, belt de fysiotherapeut. Hij maakt een afspraak. Hij zegt

Nadere informatie

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag Thema Op het werk. Demet TV Lesbrief 8. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef vertelt

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Les 24. Boodschappen doen in de supermarkt Wat leert u in deze les? Welke zinnen en woorden u kunt gebruiken tijdens het boodschappen doen. Welke producten

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? is op het werk. moet aan de machine werken. De chef vertelt eerst hoe de machine werkt. Dan werkt met de machine. De machine doet het niet. roept een

Nadere informatie

Lesbrief 37. Aangifte doen bij politie

Lesbrief 37. Aangifte doen bij politie http://www.edusom.nl Beginnerslessen Lesbrief 37. Aangifte doen bij politie Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u aangifte gaat doen. De voltooide tijd. Praten over iets dat gestolen is. Veel

Nadere informatie

VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN

VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN http://www.edusom.nl Thema In en om het huis VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN Lesbrief 26. Herhaling thema Wat leert u in deze les? De woorden uit les 22, 23, 24 en 25. Veel succes! Deze les is ontwikkeld

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Meneer Bashir gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er zitten veel mensen. Ze praten.

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Lesbrief 23. Een praatje met de buren. Wat leert u in deze les? Een praatje maken met de buren. Informatie over een rijbewijs begrijpen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Inleiding Deze les gaat verder over het zoeken naar werk. De vrouw,, gaat weer naar de winkel om over werk te praten. Ze wil de manager

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 10. Voor het eerst naar school

Thema Kinderen en school. Lesbrief 10. Voor het eerst naar school Thema Kinderen en school. Lesbrief 10. Voor het eerst naar school brengt zijn dochter Ama voor het eerst naar school. Hij praat met de juf. Ama is al op een peuterspeelzaal geweest. Is Ama verlegen? Wat

Nadere informatie

Thema Kinderen en school.

Thema Kinderen en school. www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Les 20. Op het schoolplein Taban brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet Meryem. Waar

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken. U praat met de assistente.

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen Inleiding heeft een afspraak met de manager voor een sollicitatiegesprek. Deze les gaat over het eerste deel van het

Nadere informatie

Thema In en om het huis.

Thema In en om het huis. http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 23. Veilig verkeer Wat leert u in deze les? Hoe kinderen veilig kunnen spelen op straat Praten met de buren over de buurt en het verkeer Woorden met een

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel Inleiding Deze les gaat over het zoeken naar werk. Over hoe je een baan kunt vinden. In deze les gaat een vrouw, Maria, naar een winkel om

Nadere informatie

Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl

Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl www.edusom.nl Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema Dit is een herhalingsles. U heeft vier gesprekken van Kofi gelezen. In deze gesprekken was Kofi op zijn werk. U heeft in les 12, 13, 14 en 15 veel

Nadere informatie

Thema Op het werk. Les 12. De eerste werkdag

Thema Op het werk. Les 12. De eerste werkdag www.edusom.nl Thema Op het werk. Les 12. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. Kofi gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Les 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Thema Op zoek naar werk. Les 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk. Les 9. Het sollicitatiegesprek ntwoord geven op vragen Inleiding Maria heeft een afspraak met de manager voor een sollicitatiegesprek. Deze les gaat over het

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Inleiding Maria heeft een sollicitatiegesprek met de manager. Deze les gaat over het tweede deel van het gesprek. Maria en

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Les 18. Voor het eerst naar school

Thema Kinderen en school. Les 18. Voor het eerst naar school Thema Kinderen en school. Les 18. Voor het eerst naar school Taban brengt zijn dochter Ama voor het eerst naar school. Hij praat met de juf. Ama is al op een peuterspeelzaal geweest. Is Ama verlegen? Wat

Nadere informatie

Spreken. Les 2: Wat zeg je? Bus, tram en trein. SPREKEN NIVEAU A1

Spreken. Les 2: Wat zeg je? Bus, tram en trein. SPREKEN NIVEAU A1 SPREKEN NIVEAU A1 www.nt2taalmenu.nl Wat leer je? Spreken Les 2: Wat zeg je? Bus, tram en trein In deze les ga je oefenen met spreken. Je leert een paar korte zinnen die je kan zeggen, bijvoorbeeld in

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Opdracht 1 bij 3.1 Jullie zijn op straat. Cursist A: je wilt met de taxi reizen. Cursist B: je bent taxichauffeur. Klaar? Dan begint cursist B het gesprek. Cursist A 1.

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. De huisarts

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. De huisarts Thema Gezondheid Lesbrief 3. De huisarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de huisarts. Een man, meneer Wong, is aan de beurt. Hij praat met de huisarts over zijn probleem. Wat leert u in deze les?

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Inleiding Deze les gaat verder over het zoeken naar werk. De vrouw,, gaat weer naar de winkel om over werk te praten. Ze wil de manager

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Les 8. Praten en bellen over een baantje Inleiding Deze les gaat verder over het zoeken naar werk. De vrouw, Maria, gaat weer naar de winkel om over werk te

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht.

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de leerkracht. Zinnen maken met omdat. Hulp vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Lesbrief 1. Bij de huisarts

Lesbrief 1. Bij de huisarts Thema Gezondheid Lesbrief 1. Bij de huisarts Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de huisarts. Uw klachten beschrijven. Vragen stellen aan de huisarts. Vragen van de huisarts beantwoorden. Veel

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts Thema Gezondheid Lesbrief 5. De tandarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de tandarts. De man (meneer Onuso / Bashir) komt voor controle bij de tandarts. De tandarts kijkt of alle tanden en kiezen

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Lesbrief 29. Bent u goed verzekerd? Wat leert u in deze les? Informatie begrijpen over verzekeringen. Van één woord twee woorden maken. Verleden

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Lesbrief 27. De vakopleiding. Wat leert u in deze les? Praten over het verleden, het heden en de toekomst. Een gesprek voeren met de studieadviseur.

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 11. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden uit les 7, 8, 9 en 10. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Opstartlessen. Lesbrief 9. Muziek. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl

Opstartlessen. Lesbrief 9. Muziek. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl www.edusom.nl Opstartlessen Lesbrief 9. Muziek Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u iets mooi vindt. Een gesprek voeren over muziek. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

Lesbrief 6. Gezondheid

Lesbrief 6. Gezondheid www.edusom.nl Opstartlessen Lesbrief 6. Gezondheid Wat leert u in deze les? Praten met de dokter. Zinnen maken. Zeggen dat iets niet zo is. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Kofi is op het werk. De chef geeft opdrachten: zij zegt wat Kofi moet doen. De eerste opdracht is de rommel opruimen. Kofi moet de vloer vegen. Het is weer netjes

Nadere informatie

Pluslessen. Les 42. Contact met elkaar. Wat leert u in deze les? Succes! 0 Een praatje beginnen met onbekenden.

Pluslessen. Les 42. Contact met elkaar. Wat leert u in deze les? Succes!  0 Een praatje beginnen met onbekenden. http://www.edusom.nl Pluslessen Les 42. Contact met elkaar Wat leert u in deze les? 0 Een praatje beginnen met onbekenden. 0 Praten over uw persoonlijke situatie. 0 Vriendelijk zeggen wat iemand moet doen.

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. Bij de specialist.

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. Bij de specialist. Thema Gezondheid Lesbrief 3. ij de specialist. Wat leert u in deze les? Een omschrijving geven. Een gesprek voeren met de specialist. dvies vragen. Iets afraden. Veel succes! Deze lesbrief is ontwikkeld

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De huisarts

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De huisarts Thema Gezondheid Lesbrief 2. De huisarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de huisarts. Een man, meneer Kaya, is aan de beurt. Hij praat met de huisarts over zijn probleem. Wat leert u in deze les?

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken. U praat met de assistente.

Nadere informatie

Kijk op: nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs.

Kijk op:  nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs. Spreken niveau A1 www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel

Nadere informatie

Spreken. Les 2: Wat zeg je? Bus, tram en trein OPDRACHTKAART. www.nt2taalmenu.nl

Spreken. Les 2: Wat zeg je? Bus, tram en trein OPDRACHTKAART. www.nt2taalmenu.nl OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 18. Voor het eerst naar school

Thema Kinderen en school. Lesbrief 18. Voor het eerst naar school Thema Kinderen en school. Lesbrief 18. Voor het eerst naar school brengt zijn dochter Ama voor het eerst naar school. Hij praat met de juf. Ama is al op een peuterspeelzaal geweest. Is Ama verlegen? Wat

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Les 21. Herhaling thema

Thema Kinderen en school. Les 21. Herhaling thema www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Les 21. Herhaling thema Dit is een herhalingsles. U heeft vier gesprekken van ouders gelezen. U heeft in les 17, 18, 19 en 20 veel geleerd over kinderen en school.

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet. Waar werkt? Wat leert u in

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel Inleiding Deze les gaat over het zoeken naar werk. Over hoe je een baan kunt vinden. In deze les gaat een vrouw, Maria, naar een winkel om

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Les 34. Een afspraak bij de GGD.

Thema Gezondheid. Les 34. Een afspraak bij de GGD. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 34. Een afspraak bij de GGD. Wat leert u in deze les? Informatie over vaccinaties begrijpen. Hoe u een afspraak kunt maken bij de GGD. Veel succes! Deze les is

Nadere informatie

Lesbrief 41. Verhuizen

Lesbrief 41. Verhuizen http://www.edusom.nl Beginnerslessen Lesbrief 41. Verhuizen Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over verhuizen. Zinnen maken met: als dan. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

Opstartlessen. Les 2. Wonen. Wat leert u in deze les? Veel succes! Een gesprek voeren over wonen. Zeggen hoe u woont.

Opstartlessen. Les 2. Wonen. Wat leert u in deze les? Veel succes! Een gesprek voeren over wonen. Zeggen hoe u woont. www.edusom.nl Opstartlessen Les 2. Wonen Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over wonen. Zeggen hoe u woont. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam

Nadere informatie

Thema Kinderen en school

Thema Kinderen en school http://www.edusom.nl Thema Kinderen en school Lesbrief 19. Lid worden van een club. Wat leert u in deze les? Hoe u lid kunt worden van een club. Vragen beantwoorden. Zeggen hoe vaak iets gebeurt. De toekomende

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 12. De eerste werkdag

Thema Op het werk. Lesbrief 12. De eerste werkdag Thema Op het werk. Lesbrief 12. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef vertelt hem

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. Bij de specialist.

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. Bij de specialist. Thema Gezondheid Lesbrief 3. ij de specialist. Wat leert u in deze les? Een omschrijving geven. Een gesprek voeren met de specialist. dvies vragen. Iets afraden. Veel succes! Deze lesbrief is ontwikkeld

Nadere informatie

Op Voeten en Fietsen 1

Op Voeten en Fietsen 1 Op Voeten en Fietsen 1 Hoe ga jij naar school? Een uitgave van Veilig Verkeer Nederland, schooljaar 2017-2018 groep 5/6 Je ziet de hoofdingang van een school. Op de weg en de stoep voor de school zie je

Nadere informatie