ArbeidsRecht. Maandblad voor de praktijk, De zzp er en 7:658 BW: een evenwichtig

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ArbeidsRecht. Maandblad voor de praktijk, De zzp er en 7:658 BW: een evenwichtig"

Transcriptie

1 ArbeidsRecht. Maandblad voor de praktijk, De zzp er en 7:658 BW: een evenwichtig huwelijk of nog altijd een knipperlichtrelatie? ArbeidsRecht 2013/61. Bijgewerkt tot Auteur: Mr. P.J. Mauser en mevr. mr. H. Uhlenbroek 1 De vraag of artikel 7:658 BW ook door een zelfstandige zonder personeel (zzp er) kan worden ingeroepen, is de afgelopen jaren aanleiding geweest voor menig verhitte discussie. Gelet op de ruime mate van aansprakelijkheid die artikel 7:658 BW biedt aan de ene kant en de (kwetsbare) positie van zzp ers aan de andere kant, is dit niet verwonderlijk. Met het Allspan-arrest leek het of de Hoge Raad deze discussie had beslecht door te oordelen dat artikel 7:658 lid 4 BW onder voorwaarden ook ziet op zzp ers. Kijkend naar de uitspraken die sindsdien gedaan zijn, blijkt die conclusie misschien te voorbarig geweest te zijn. De almaar groeiende tentakels van 7:658 BW Artikel 7:658 lid 4 BW werd ingevoerd in het kader van de Wet flexibiliteit en zekerheid. De wetgever wenste toentertijd de rechtspraak van de Hoge Raad dat bij uitzendarbeid, uitlening of aanneming van werk ook de derde aansprakelijk is voor de schade die de ter beschikking gestelde persoon bij de uitvoering van zijn werkzaamheden lijdt en niet slechts de formele werkgever, te codificeren. 2 Ook degene die op basis van een stageovereenkomst werkzaam is, werd onder het bereik van artikel 7:658 BW gebracht. In 2005 oordeelde het Hof Arnhem dat ook vrijwilligers onder het toepassingsbereik van artikel 7:658 lid 4 BW vallen. 3 Desgevraagd reageerde de toenmalige Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat hij met een dergelijke brede uitleg geen problemen had. 4 Ook de vraag of zzp ers onder het toepassingsbereik van het vierde lid vallen, deed zich in de rechtspraak geregeld voor. In oktober 2011, enkele maanden voordat de Hoge Raad zich over deze vraag uitsprak, gaf Schneider in een publicatie een overzicht van de tot dan toe gedane uitspraken en verschillende uitkomsten daarvan. 5 Centraal daarbij stond de vraag: is een zzp er een persoon in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW? Op basis van de literatuur onderscheidt hij een drietal zienswijzen: (i) de zzp er is altijd een persoon in de zin van lid 4; (ii) de zzp er is nooit een persoon in de zin van lid 4; en (iii) de zzp er is soms een persoon in de zin van lid 4. Uit de bestudering van de rechtspraak bleek dat alle drie de zienswijzen in ongeveer gelijke mate door de verschillende rechters werden gehanteerd. Schneider vond zienswijze (iii) het minst wenselijk omdat het zijns inziens een bron van veel onzekerheid is. 6 Het Allspan-arrest, eindelijk duidelijkheid Op 23 maart 2012 kreeg de Hoge Raad in de zaak Davelaar/Allspan de gelegenheid kenbaar te maken welke zienswijze zijn voorkeur geniet en zo meer duidelijkheid over dit vraagstuk te scheppen. De uitkomst is bekend: een zzp er is soms wel een persoon in de zin van lid 4 en soms niet. De Hoge Raad formuleerde daarbij de volgende cumulatieve criteria voor een succesvol beroep van een zzp er op artikel 7:658 lid 4 BW: i. ii. de zzp er is voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk van degene voor wie hij de werkzaamheden verricht; en, de door de zzp er verrichte werkzaamheden behoren, gelet op de wijze waarop de desbetreffende opdrachtgever aan zijn beroep of bedrijf invulling pleegt te geven, feitelijk tot de beroeps- en bedrijfsuitvoering van de opdrachtgever. 7 Het eerste criterium maakt duidelijk dat een zzp er inderdaad kan kwalificeren als persoon in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW.

2 Met het tweede criterium lijkt de Hoge Raad aansluiting te hebben gezocht bij de conclusie van A-G Hammerstein. In onderdeel 3.34 van zijn conclusie bespreekt Hammerstein wanneer werkzaamheden al dan niet in de uitoefening van het beroep of bedrijf van degene die werkzaamheden laat verrichten, zijn gedaan. Hij refereert daarbij onder andere aan de objectieve leer waarvoor in de literatuur gepleit is. Daarbij wordt (objectief) gekeken welke activiteiten wel of niet tot een bepaald beroep of bedrijf kunnen worden gerekend. Hammerstein is geen voorstander van deze objectieve benadering. Zijns inziens gaat het niet om werkzaamheden die in het algemeen tot het beroep of bedrijf van de opdrachtgever behoren, maar om werkzaamheden die feitelijk in de uitoefening van het beroep of bedrijf door eigen werknemers plegen te worden uitgevoerd. De kern bestaat, aldus Hammerstein, daarin dat de bescherming die eigen werknemers genieten, ook toekomt aan een persoon als bedoeld in lid 4 (in dit geval een zzp er) juist omdat deze hetzelfde soort werk doet onder omstandigheden die ook zouden gelden voor die werknemers. Daarbij is de vraag of werkzaamheden feitelijk tot de activiteiten van het beroep of bedrijf behoren volgens Hammerstein van groot belang. Alvorens zijn visie uiteen te zetten, wijst hij op de parlementaire geschiedenis van artikel 7:658 lid 4 BW waarin de minister stelt dat uit de Kamerstukken duidelijk blijkt dat voor de beantwoording van de vraag of iets in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de opdrachtgever heeft plaatsgevonden, het moet gaan om werkzaamheden die door eigen werknemers hadden kunnen worden uitgevoerd. 8 Alvorens een feitelijke benadering van het vraagstuk te onderschrijven, verwijst de Hoge Raad ook naar deze passage in de parlementaire geschiedenis. 9 Hoewel de Hoge Raad het niet met zo veel woorden zegt, lijkt hij zich vervolgens aan te sluiten bij de zienswijze van A-G Hammerstein en daarmee de objectieve leer af te wijzen. Ook Houweling komt in zijn noot onder het arrest tot die conclusie en stelt dat de Hoge Raad blijk geeft van een andere opvatting dan de objectieve leer waarvoor in de literatuur is gepleit. Vanuit de beschermingsgedachte van artikel 7:658 lid 4 BW overweegt de Hoge Raad dat niet van belang is of de werkzaamheden tot het wezen van de beroepsof bedrijfsuitoefening van de desbetreffende opdrachtgever kunnen worden gerekend of normaal gesproken in het verlengde daarvan liggen, maar of ze feitelijk tot zijn beroeps- of bedrijfsuitvoering horen. 10 In zijn noot stelt Houweling dat waar een objectieve leer ertoe zou kunnen leiden dat alles wat met bouw te maken heeft tot het beroep of bedrijf van de aannemer gerekend zou kunnen worden, de feitelijke benadering mogelijk tot een beperkter bereik van lid 4 kan leiden. Hij noemt daarbij het voorbeeld van de aannemer die zich is gaan toeleggen op directiewerk. Een door de aannemer ingehuurde onderaannemer zou dan mogelijk geen succesvol beroep meer op lid 4 kunnen doen. Blanken en Van Noort noemen het voorbeeld van een aannemer die zich feitelijk heeft toegelegd op betonbouw en die sporadisch aangenomen timmerwerk uitbesteedt aan een derde. Naar alle waarschijnlijkheid, zo menen zij, zal de aannemer in een dergelijke situatie niet op de voet van lid 4 aansprakelijk zijn voor de schade die de derde bij de uitvoering van de timmerwerkzaamheden lijdt. Hartlief uit kritiek op het arrest en stelt dat de door de Hoge Raad gekozen benadering tot veel onzekerheid leidt voor zowel opdrachtgevers als zzp ers. De rechter zal door de gekozen feitelijke leer telkens achteraf middels een nauwkeurig feitenonderzoek moeten vaststellen of de zzp er al dan niet een beroep op artikel 7:658 lid 4 BW toekomt Zondag overweegt in zijn noot bij het arrest dat de Hoge Raad zijn kruit nog aardig droog houdt. Veel hangt af van de omstandigheden van het geval. Hij noemt het opvallend dat de Hoge Raad alleen de wetsgeschiedenis expliciet behandelt en mist onder andere een afweging over de rechtszekerheid. Dat in het belang van de rechtszekerheid een duidelijkere afbakening van artikel 7:658 lid 4 BW had mogen worden geschapen, lijkt gelet op de commentaren van de hiervoor aangehaalde auteurs geen onterechte kritiek. 13 Het Allspan-arrest in feitelijke instantie Inmiddels heeft het Hof s-hertogenbosch, waarnaar de Hoge Raad de zaak had terugverwezen, uitspraak gedaan. Het Allspan-arrest is daarnaast in een tweetal andere (gepubliceerde) uitspraken naar voren gekomen. 14 Feitelijk tot zijn beroeps- of bedrijfsuitvoering horen Het Hof s-hertogenbosch hanteert onmiskenbaar de door de Hoge Raad geformuleerde criteria. Anders dan de Hoge Raad behandelt het hof eerst de vraag of de werkzaamheden van Davelaar tot de feitelijk werkzaamheden van Allspan (zijn gaan) behoren. Vervolgens onderzoekt het hof pas of Davelaar voor zijn veiligheid medeafhankelijk was van Allspan.

3 Voor de beantwoording van de eerste vraag reconstrueert het hof uitgebreid de wijze waarop Davelaar zijn werkzaamheden binnen (het concern van) Allspan verrichtte. Een aantal naar onze mening cruciale passages uit die reconstructie zijn: Allspan had geen werknemer(-s) in dienst die de werkzaamheden kon(-den) uitvoeren die aan [Davelaar] werden opgedragen. [ ] Op grond van het door partijen gestelde moet de rolverdeling daarbij aldus worden begrepen dat Y aan appellant uiteenzette waaraan bij Allspan behoefte bestond c.q. aan welke eisen de machine(- onderdelen) dienden te voldoen en dat [Davelaar] daaraan vervolgens feitelijk vorm gaf. Bij de uitvoering was Y dan, door het uitvoeren van hand- en spandiensten, betrokken. Door die wijze van samenwerking heeft Y, en daarmee Allspan, geleidelijk technische kennis opgedaan. Appellant (en niet Y) bleef degene die feitelijk het grote(-re) werk uitvoerde, [ ]. [ ] Y fungeerde aldus binnen het concern in een rol die door hemzelf in het geval van Royalspan wordt omschreven als troubleshooter. Y schakelde daarbij op zijn beurt veelvuldig appellant in om het werk feitelijk uit te voeren, waarbij appellant zonder uitzondering factureerde aan Allspan en nimmer aan de onderneming ten behoeve waarvan de werkzaamheden werden uitgevoerd. [ ] Allspan heeft immers erkend dat zij geen andere personen dan [Davelaar] achter de hand had die dergelijke werkzaamheden voor haar konden verrichten. [ ] Het hof concludeert onder andere op basis van deze overwegingen dat voldoende feiten en omstandigheden zijn komen vast te staan die de conclusie rechtvaardigen dat Allspan (in de persoon van Y) niet alleen bij zichzelf, maar ook bij andere ondernemingen binnen het concern reparatie- en revisiewerkzaamheden aan machines verrichtte en dat daarvoor binnen Allspan ook de benodigde technische kennis aanwezig was. Aldus kan volgens het hof geconcludeerd worden dat de uitgevoerde werkzaamheden feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van Allspan behoorden. Naar onze mening is deze conclusie van het hof onjuist. Uit de overwegingen van het hof blijkt immers duidelijk dat de werkzaamheden die Davelaar verrichtte door Y noch door anderen binnen de onderneming (of het concern) konden worden uitgevoerd. Dat binnen een onderneming (of een concern) een persoon werkzaam is die als gevolg van ervaring bepaalde kennis opdoet van aldaar gebruikte machines en vanwege zijn ervaring daarbij op den duur als trouble-shooter fungeert is niet van doorslaggevend belang voor het antwoord op de vraag of iets tot de feitelijke werkzaamheden van die onderneming (of dat concern) is gaan behoren. Cruciaal lijkt ons de vraag: heeft de onderneming zelf de kennis en vaardigheden in huis om in dit geval de werkzaamheden aan de machines feitelijk zelf uit te voeren? Gelet op de hiervoor aangehaalde passages van het hof moet deze vraag ontkennend worden beantwoord. Ook blijkt uit de feiten dat Allspan, voordat Davelaar deze werkzaamheden voor haar ging uitvoeren, geen personen in dienst had die dat wel konden. Allspan maakte tot dan toe gebruik van monteurs van de leverancier van de machine. De werkzaamheden hebben dus ook nooit tot de feitelijke werkzaamheden van Allspan behoord. Dat de Hoge Raad een aantal feitelijke stellingen aanhaalt en overweegt dat die op zichzelf de conclusie kunnen dragen dat de door Davelaar verrichte werkzaamheden in uitoefening van het beroep of bedrijf van Allspan hebben plaatsgevonden, doet aan onze conclusie niets af. 15 Deze feitelijke stellingen wekken namelijk de indruk dat Davelaar en Y schouder aan schouder hun werkzaamheden verrichten en hun taken onderling (kunnen) uitwisselen. Dit blijkt echter gelet op de door het hof vastgestelde feiten niet het geval, zodat de voorlopige conclusie van de Hoge Raad niet in stand kan blijven. De wijze waarop het hof uitvoering geeft aan het tweede criterium van de Hoge Raad vergroot naar onze mening de rechtsonzekerheid. Het is immers bij de uitleg van het hof daarvan volstrekt onduidelijk waar het omslagmoment ligt of een zzp er al dan niet onder het bereik van 7:658 lid 4 BW valt. Zou lid 4 bijvoorbeeld niet van toepassing zijn geweest als Davelaar zijn werkzaamheden alleen voor Allspan had verricht en niet voor andere ondernemingen binnen het concern? Of hebben het verrichten van hand-en-spandiensten bij de uitvoering van werkzaamheden de doorslag gegeven om lid 4 van toepassing te verklaren?

4 Gelet op de belangen die gemoeid zijn met het al dan niet van toepassing zijn van lid 4 een zzp er die erop heeft vertrouwd dat zijn opdrachtgever aansprakelijk is, vangt uiteindelijk na een arbeidsongeval (waar hij zelf (deels) schuld aan heeft) bij de rechter bot zou het wenselijk zijn geweest als de Hoge Raad een aantal concrete aanknopingspunten zou hebben geformuleerd. Behoudens de opmerking dat een en ander moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval, ontbreken die in zijn arrest. De vraag of Davelaar voor zijn veiligheid medeafhankelijk was van Allspan wordt ook positief beantwoord. Daarmee staat de aansprakelijkheid van Allspan op grond van artikel 7:658 lid 4 BW vast. Dat het hof de tweede vraag positief heeft beantwoord, is naar onze mening overigens in lijn met de uitspraak van de Hoge Raad. Uit het arrest van het hof blijkt dat bij het gebruik van de machines veel stof vrijkomt dat overal op de machines terechtkomt, waardoor waarschuwingen kennelijk niet meer zichtbaar waren. Ook was Allspan bekend, althans behoorde zij bekend te zijn met de aanzienlijke risico s die het werken met dergelijke machines met zich brengt. De positieve beantwoording van deze vraag zou echter niet tot aansprakelijkheid op grond van lid 4 leiden, als de eerste vraag ontkennend was beantwoord. Aansprakelijkheid bij indirecte relaties Voor het Allspan-arrest was door diverse rechters reeds geoordeeld dat een hoofdaannemer op de voet van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk kan zijn voor schade die een door een onderaannemer ingehuurde zzp er lijdt. 16 In maart 2013 kwam dit onderwerp in een kortgedingprocedure voor de Rechtbank Oost-Nederland opnieuw aan de orde. 17 Een zzp er verrichtte in opdracht van en in samenwerking met een onderaannemer lijmwerkzaamheden van kalkzandsteenblokken en liep hierbij een verbrijzeld been op. De voorzieningenrechter overwoog onder verwijzing naar het Allspan-arrest dat het feit dat de zzp er niet door de hoofdaannemer, maar door een onderaannemer was ingehuurd, niet in de weg stond aan de aansprakelijkheid van de hoofdaannemer. De centrale vraag was of de zzp er voor zijn veiligheid medeafhankelijk was van de hoofdaannemer. Hoewel de hoofdaannemer duidelijke afspraken had gemaakt met de onderaannemer, waarin deze laatste zich conformeerde aan het bouwplaatsreglement en verklaarde zelf verantwoordelijk te zijn voor de voorlichting en instructies van zijn werknemers, stond dit niet (zonder meer) aan aansprakelijkheid van de hoofdaannemer in de weg. De voorzieningenrechter overwoog: Hoezeer het [de onderaannemer] was die op grond hiervan de verantwoordelijkheid droeg voor de veiligheid van [de zzp er] bij het verrichten van lijmwerkzaamheden en de inzet van een lijmkraan en steiger, voor wat betreft de veiligheid voor het geheel van de situatie op de bouwplaats was de [hoofdaannemer] aansprakelijk. Naar onze mening is deze overweging in overeenstemming met het arrest van de Hoge Raad. Uit de kwalificatie voor zijn veiligheid medeafhankelijk zijn van en de daarbij door de Hoge Raad genoemde factoren die de kwalificatie moeten inkleuren, blijkt dat het bestaan van een gezagsverhouding slechts een van de factoren is die voor de inkleuring van het vraagstuk dienen. Ook zonder een (directe) gezagsverhouding is dus aansprakelijkheid mogelijk. Of het verlijmen van de kalkzandsteenblokken tot de feitelijke werkzaamheden van de hoofdaannemer behoorde, heeft de voorzieningenrechter niet vastgesteld. In zijn verweer had de hoofdaannemer echter wel gesteld dat het verlijmen specialistisch werk is dat hij nooit zelf uitvoert. Waarom de voorzieningenrechter hierop niet is ingegaan, is niet duidelijk. Voor het geval hij dat voor de toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW niet nodig zou hebben gevonden, zou die opvatting zonder meer in strijd zijn met de door de Hoge Raad in het Allspan-arrest geformuleerde criteria. Daaruit volgt immers dat voor toepassing van artikel 7:658 BW op zzp ers aan beide criteria dient te zijn voldaan. Indien een directe relatie tussen de zzp er en de opdrachtgever ontbreekt, moet dit naar onze mening nog kritischer worden beoordeeld. Wordt in een dergelijke situatie te lichtvaardig geconcludeerd dat bepaalde werkzaamheden feitelijk tot de beroeps- en bedrijfsuitvoering van de opdrachtgever behoren, dan leidt dat immers tot een bijna ongelimiteerde aansprakelijkheid van de hoofdaannemer. Met de woorden van Houweling: alles wat met bouw te maken heeft kan dan tot het beroep of bedrijf van de hoofdaannemer gerekend worden. Daarvan heeft de Hoge Raad nu juist (impliciet) afstand genomen. Zzp ers en 7:611 BW

5 Interessant is tot slot een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank overweegt daarin dat de jurisprudentie over het bereik van artikel 7:658 lid 4 BW zich niet voor toepassing leent op artikel 7:611 BW en dat derhalve op die grond geen verzekeringsplicht kan worden aangenomen ten aanzien van zzp ers die voor de uitvoering van hun werkzaamheden deelnemen aan het wegverkeer. De rechtbank overweegt echter dat voor de inkleuring van artikel 6:248 BW wel belang toekomt aan de lid 4 -jurisprudentie. Of ook een verzekeringsplicht bestaat voor de opdrachtgever die van de opdrachtnemer in het kader van de uitvoering van de opdracht verlangt dat hij deelneemt aan het wegverkeer, is volgens de rechtbank afhankelijk van of de opdrachtnemer daarbij van zijn eigen auto gebruik mag maken of dat deze een instructie heeft gekregen een bedrijfsauto te gebruiken. Bij het ontbreken van zo n instructie is van belang of de opdrachtnemer kon weten dat er niet een deugdelijke verzekering voor de bedrijfsauto was gesloten. Hoewel er volgens de rechtbank dus niet zonder meer een verzekeringsplicht ten aanzien van zzp ers bestaat, lijkt met de uitdrukkelijke overweging dat de lid 4 -jurisprudentie ook een rol speelt bij de inkleuring van artikel 6:248 BW de deur daartoe toch op een kier te zijn gezet Tot slot Ruim anderhalf jaar na de uitspraak van de Hoge Raad blijkt nog altijd onduidelijkheid te bestaan over de toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW op zzp ers. Deze onduidelijkheid laat zich gemakkelijk verklaren door het feit dat een zzp er soms wel en soms niet een beroep op lid 4 kan doen. Gelet op deze onzekerheid zou het goed zijn als de Hoge Raad verduidelijkt wat hij verstaat onder feitelijk behoren tot de beroeps- en bedrijfsuitvoering. Uit het arrest van het Hof s-hertogenbosch zou geconcludeerd kunnen worden dat het hebben van aanzienlijke kennis van bepaalde werkzaamheden kan leiden tot de toepasselijkheid van lid 4. Zoals hiervoor uiteengezet had het hof zich er naar onze mening gemakkelijker vanaf kunnen (en moeten) maken door uitsluitend naar de feitelijke werkzaamheden van Allspan te kijken. Met het criterium voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk zijn van degene voor wie de zzp er zijn werkzaamheden verricht, lijkt de Hoge Raad een helpende hand geboden te hebben bij de vraag of een door een onderaannemer ingehuurde zzp er met succes de hoofdaannemer kan aanspreken. Het ontbreken van een (directe) gezagsverhouding hoeft er immers niet meer aan in de weg te staan om als zzp er in relatie tot de hoofdaannemer als persoon te kwalificeren. Voetnoten 1 Mr. P.J. Mauser en mevr. mr. H. Uhlenbroek zijn advocaat bij Boekel De Nerée te Amsterdam. 2 Kamerstukken II 1997/98, , nr. 14, p Hof Arnhem 11 januari 2005, nr. 2004/40, ECLI:NL:GHARN:2005:AS Brief minister A.J. de Geus d.d. 17 mei 2005, nr. AV/IR/2005/ P.L.M. Schneider, Is de zzp er een persoon in de zin van art. 7:658 lid 4 BW?, TAP 2011/7, p P.L.M. Schneider, Is de zzp er een persoon in de zin van art. 7:658 lid 4 BW?, TAP 2011/7, p HR 23 maart 2012, RAR 2012/75 (concl. A-G Hammerstein); JAR 2012/110, m.nt. W.A. Zondag; JIN 2012/72, m.nt. A.R. Houweling. 8 Concl. A-G Hammerstein, r.o Zie r.o ; Kamerstukken II 1998/99, , nr. 7, p Zie noot A.R. Houweling bij HR 23 maart C. Blanken en A.H.M. van Noort, De zzp er: een (arbeidson)geval apart, TVP 2012, nr. 3, p T. Hartlief, NJB 2012/ Zie noot W.A. Zondag bij HR 23 maart Hof s-hertogenbosch 16 april 2013, JAR 2013/139; RAR 2013/101.

6 15 Zie r.o bij HR 23 maart Rb. 's-hertogenbosch 9 juli 2007, JAR 2007/226; Rb. Utrecht 4 februari 2009, LJN BH Rb. Oost-Nederland (Kamer voor kantonzaken Enschede, vzr.) 28 maart 2013, RVR 2013/ Rb. Midden-Nederland 17 juli 2013, JAR 2013/ Zie voor een nadere beschouwing van de vraag of er een verzekeringsplicht t.a.v. zzp ers bestaat: C. Blanken en A.H.M. van Noort 2012, p. 99 ev.

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

Een terugblik en een bespreking van de uitspraak van de Hoge Raad van 23 maart 2012 (Davelaar/Allspan)

Een terugblik en een bespreking van de uitspraak van de Hoge Raad van 23 maart 2012 (Davelaar/Allspan) aanknopingspunten voor de vraag of het instellen van de deelgeschillenregeling al dan niet zinvol is. Tot slot oordelen rechters verschillend over de omvang van de kosten. Dat leidt tot zeer grote verschillen

Nadere informatie

De zzp er en art. 7:658 lid 4 BW: de Hoge Raad oordeelt

De zzp er en art. 7:658 lid 4 BW: de Hoge Raad oordeelt HR 23 maart 2012 De zzp er en art. 7:658 lid 4 BW: de Hoge Raad oordeelt Sinds de invoering van art. 7:658 lid 4 BW bestaat er onduidelijkheid in de rechtspraak en literatuur over de vraag of een zzp er

Nadere informatie

Aansprakelijkheid opdrachtgever voor letselschade ZZP er.

Aansprakelijkheid opdrachtgever voor letselschade ZZP er. Aansprakelijkheid opdrachtgever voor letselschade ZZP er. De Hoge Raad oordeelde op 23 maart 2012 dat art. 7:658 BW ook van toepassing is voor een ZZP er die buiten dienstverband werkzaamheden verricht

Nadere informatie

JAR 2012/33 27-12-2011, 200.065.076/01, LJN BU9564

JAR 2012/33 27-12-2011, 200.065.076/01, LJN BU9564 Informatie 2012 afl. 2 Gerechtshof Amsterdam 27 december 2011 200.065.076/01 LJN BU9564 mr. Kingma mr. Smit mr. Van der Kwaak Appellant te (...), appellant, advocaat: mr. W.A. van Veen te Utrecht, tegen

Nadere informatie

Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken. mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013

Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken. mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013 Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013 Agenda Inleiding Bewijs Causaliteit Praktische aanpak Deskundigen Zorgplicht werkgever

Nadere informatie

De zelfstandige betekenis van lid 4 van art. 7:658 BW

De zelfstandige betekenis van lid 4 van art. 7:658 BW De zelfstandige betekenis van lid 4 van art. 7:658 BW HR 23 maart 2012, RvdW 2012, 447 (Davelaar/Allspan) M r. A. K o l d e r e n m r. R. K. R. Z w o l s * 1 Inleiding Niet vaak krijgt een civiel arrest

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

NIS-bijeenkomst 17 januari 2013. Herstelcoach Actualiteiten. Arlette Schijns

NIS-bijeenkomst 17 januari 2013. Herstelcoach Actualiteiten. Arlette Schijns NIS-bijeenkomst 17 januari 2013 Herstelcoach Actualiteiten Arlette Schijns Wat ga ik met jullie bespreken? Herstelcoach: de juridische inbedding Actualiteiten - Verkeersongevallenjurisprudentie: 7:611

Nadere informatie

Opinie inzake Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 17 augustus 2007, LJN: BB1867 (Sint Antonius Ziekenhuis)

Opinie inzake Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 17 augustus 2007, LJN: BB1867 (Sint Antonius Ziekenhuis) Opinie inzake Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 17 augustus 2007, LJN: BB1867 (Sint Antonius Ziekenhuis) mr. J.C. (Kees) van de Water, KW Legal, juli 2008 Aan de orde in onderhavige zaak is (mede)

Nadere informatie

Advies In de Selectieleidraad van 10 oktober 2014 is op pagina 14 en volgende bepaald:

Advies In de Selectieleidraad van 10 oktober 2014 is op pagina 14 en volgende bepaald: Advies 184 1. Feiten 1.1. Beklaagde houdt een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure voor de selectie van de architect en constructeur voor een ten behoeve van de beklaagde te realiseren aanbouw

Nadere informatie

Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mr. A.J. de Geus Postbus 90801 2509 LV Den Haag. Geachte heer De Geus,

Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mr. A.J. de Geus Postbus 90801 2509 LV Den Haag. Geachte heer De Geus, Bezuidenhoutseweg 60 postbus 90405 2509 LK Den Haag tel. 070-3499 577 fax 070-3499 796 e-mail: j.hamaker@ser.nl Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mr. A.J. de Geus Postbus 90801 2509

Nadere informatie

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars)

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars) De art. 6:193a e.v. BW, art. 6:194 BW en art. 6:194a BW Paul Geerts, Rijksuniversiteit Groningen Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B9 9243 (Nestlé/Mars) 1. In Vzr. Rb. Amsterdam 25 november

Nadere informatie

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen?

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Feiten In 2007 vindt een ongeval plaats tussen twee auto s. De ene wordt

Nadere informatie

NADERE INVULLING WERKGEVERSAANSPRAKELIJKHEID VOOR VERKEERSONGEVALLEN VAN WERKNEMERS

NADERE INVULLING WERKGEVERSAANSPRAKELIJKHEID VOOR VERKEERSONGEVALLEN VAN WERKNEMERS NADERE INVULLING WERKGEVERSAANSPRAKELIJKHEID VOOR VERKEERSONGEVALLEN VAN WERKNEMERS De heeft in december 2008 wederom drie interessante arresten gewezen inzake werkgeversaansprakelijkheid voor verkeersletsel

Nadere informatie

Art. - Stuiting van de verjaring van de invorderingsbevoegdheid

Art. - Stuiting van de verjaring van de invorderingsbevoegdheid PB 2015/4 Art. - Stuiting van de verjaring van de invorderingsbevoegdheidd Publicatie PB: Tijdschrift voor Praktisch Bestuursrecht Jaargang 6 Publicatiedatum 20-05-2015 Afleveringnummer 4 Artikelnummer

Nadere informatie

De zzp er: voldoende beschermd bij geleden schade?

De zzp er: voldoende beschermd bij geleden schade? De zzp er: voldoende beschermd bij geleden schade? Een onderzoek naar de mogelijkheden voor een zelfstandige zonder personeel om zijn schade geleden in uitoefening van zijn werkzaamheden te verhalen. Masterscriptie

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen verplichting tot persoonlijke

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AV/IR/2003/20105. Datum 10 maart 2003

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AV/IR/2003/20105. Datum 10 maart 2003 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a DEN HAAG Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333

Nadere informatie

Datum 8 juni 2011 Onderwerp De op het goed werkgeverschap gebaseerde verzekeringsplicht

Datum 8 juni 2011 Onderwerp De op het goed werkgeverschap gebaseerde verzekeringsplicht 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) [De minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Frankrijk, wonende

Nadere informatie

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te i. Cassatiemiddelen l.i. Eerste middel Schending van het Nederlandse recht, met name van artikel 27, lid 5, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst tot en met 1996), van artikel 13a, lid 1,

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Vereniging voor Arbeidsrecht

Vereniging voor Arbeidsrecht Vereniging voor Arbeidsrecht 7 maart 2013 Prof. dr. R.M. Beltzer 1 2 Een uitstervend ras? Te behandelen! 1. Het probleem: de krimpende markt en concurrentie 2. Iedereen een arbeidsovereenkomst? De elementen

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:73. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie

ECLI:NL:CRVB:2017:73. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie ECLI:NL:CRVB:2017:73 Instantie Datum uitspraak 04-01-2017 Datum publicatie 13-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1380 WSF Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

De grensoverschrijdende zelfstandige: een grijs gebied?

De grensoverschrijdende zelfstandige: een grijs gebied? De grensoverschrijdende zelfstandige: een grijs gebied? Bij een controle door de Arbeidsinspectie worden in de boomgaard van een fruitteeltbedrijf drie Roemenen aangetroffen die daar aan het werk zijn.

Nadere informatie

Juridische aspecten van verantwoord gebouwonderhoud. Boekel De Nerée Maurits Mazel Congres verantwoord gebouwonderhoud 16 mei 2013

Juridische aspecten van verantwoord gebouwonderhoud. Boekel De Nerée Maurits Mazel Congres verantwoord gebouwonderhoud 16 mei 2013 Juridische aspecten van verantwoord gebouwonderhoud Boekel De Nerée Maurits Mazel Congres verantwoord gebouwonderhoud 16 mei 2013 Inleiding Wat is verantwoord gebouwonderhoud? Op wie is welke regelgeving

Nadere informatie

Jurisprudentie Ondernemingsrecht

Jurisprudentie Ondernemingsrecht Jurisprudentie Ondernemingsrecht 3 februari 2015 Mr. P.J. Peters 1 HR 23 mei 2014, JOR 2014, 229 Kok/Maas q.q. Bestuurdersaansprakelijkheid/selectieve betaling Casus P. Kok ( Kok ) 100% bestuurder Kok

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

De zzp'er: een (arbeidson)geval apart

De zzp'er: een (arbeidson)geval apart De zzp'er: een (arbeidson)geval apart Mr. C. B I a n k e n en m r. A. H. M. van N o o r t * Op 23 maart 2012 heeft de Hoge Raad meer duidelijkheid gegeven over de vraag of een zzp'er onder het toepassingsbereik

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2010:BO4467

ECLI:NL:RBARN:2010:BO4467 ECLI:NL:RBARN:2010:BO4467 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 01-11-2010 Datum publicatie 19-11-2010 Zaaknummer 710236 VV Expl. 10-8085 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging?

Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging? Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging? september 2009 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch

Nadere informatie

Werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7:685 en 7:611 BW: een overzicht van de stand van zaken (deel 2) P.W.H.M. Willems en K.

Werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7:685 en 7:611 BW: een overzicht van de stand van zaken (deel 2) P.W.H.M. Willems en K. Werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7:685 en 7:611 BW: een overzicht van de stand van zaken (deel 2) P.W.H.M. Willems en K. Teuben 1 Inleiding In het eerste deel van deze bijdrage is ingegaan

Nadere informatie

De goede werkgever. G.J.J. Heerma van Voss Leiden Vereniging voor arbeidsrecht - 26 mei 2011. Leiden University. The university to discover.

De goede werkgever. G.J.J. Heerma van Voss Leiden Vereniging voor arbeidsrecht - 26 mei 2011. Leiden University. The university to discover. Programma 13.30 uur ontvangst 14.00 uur opening prof. mr. W. (Willem) Bouwens 14.05 uur prof. mr. E. (Evert) Verhulp 14.15 uur prof. mr. G. (Guus) Heerma van Voss 15.00 uur stellingen 15.30 uur pauze 16.00

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

Actualiteiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Pieter Leerink 6 november 2015 ACIS-symposium

Actualiteiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Pieter Leerink 6 november 2015 ACIS-symposium Actualiteiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering Pieter Leerink 6 november 2015 ACIS-symposium Persoonlijke aansprakelijkheid advocaat ECLI:NL:HR:2015:2745 Client vraagt advies (risico s afdekken) over

Nadere informatie

Ontslag na doorstart faillissement

Ontslag na doorstart faillissement Ontslag na doorstart faillissement december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2016:2356. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/00920

ECLI:NL:HR:2016:2356. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/00920 ECLI:NL:HR:2016:2356 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 04-11-2016 Datum publicatie 04-11-2016 Zaaknummer 15/00920 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:238,

Nadere informatie

Jaap van Slooten. Welke bescherming heeft een ZZP er eigenlijk wèl? 9 juni 2017

Jaap van Slooten. Welke bescherming heeft een ZZP er eigenlijk wèl? 9 juni 2017 Jaap van Slooten Welke bescherming heeft een ZZP er eigenlijk wèl? 9 juni 2017 Welke bescherming heeft een ZZP er eigenlijk wèl? Inleiding Arbeidsrechtelijke bescherming Algemeen vermogensrechtelijke bescherming

Nadere informatie

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT Bij de aankoop van een woning blijkt achteraf nogal eens dat iets anders geleverd is dan op grond van de koopovereenkomst mocht worden verwacht. Er kan bijvoorbeeld sprake

Nadere informatie

DE ARBEIDSRECHTELIJKE POSITIE VAN DE VRIJWILLIGER

DE ARBEIDSRECHTELIJKE POSITIE VAN DE VRIJWILLIGER DE ARBEIDSRECHTELIJKE POSITIE VAN DE VRIJWILLIGER OVER DE GRENZEN VAN VRIJWILLIGERSWERK BINNEN HET ARBEIDSRECHT DENISE F.G. HOOIVELD MASTERSCRIPTIE ARBEIDSRECHT FACULTEIT DER RECHTSGELEERDHEID STUDENTNUMMER

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid.

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. Annotatie bij HR 27-02-2009, C07/168HR, LJN BG6445 Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. [BW art. 6:162] Een gefailleerde natuurlijke persoon heeft de eigendom

Nadere informatie

ENIGE KNELPUNTEN AANGAANDE VERJARING IN HET VERZEKERINGSRECHT VRIJDAG 11 NOVEMBER 2016

ENIGE KNELPUNTEN AANGAANDE VERJARING IN HET VERZEKERINGSRECHT VRIJDAG 11 NOVEMBER 2016 ENIGE KNELPUNTEN AANGAANDE VERJARING IN HET VERZEKERINGSRECHT VRIJDAG 11 NOVEMBER 2016 ONDERWERPEN Recht vóór inwerkingtreding titel 7.17 BW Recht bij inwerkingtreding titel 7.17 BW Verjaringstermijn van

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN. I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren

RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN. I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren In de Nederlandse wet is een aantal risico-aansprakelijkheden opgenomen, waaronder voor dieren. De

Nadere informatie

Conflictverlof bij situatieve arbeidsongeschiktheid lost niets op.

Conflictverlof bij situatieve arbeidsongeschiktheid lost niets op. Conflictverlof bij situatieve arbeidsongeschiktheid lost niets op. oktober 2008 De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge. Datum: 24 mei 2013. Rapportnummer: 2013/057

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge. Datum: 24 mei 2013. Rapportnummer: 2013/057 Rapport Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge Datum: 24 mei 2013 Rapportnummer: 2013/057 2 Klacht Verzoeker, een advocaat, klaagt erover dat het

Nadere informatie

1. Verloop van de procedure

1. Verloop van de procedure Besluit van de Consumentenautoriteit op de bezwaren van Mikro-Electro B.V. tegen het besluit van de Consumentenautoriteit van 26 mei 2011, met kenmerk CA/NCB/560/18. 1. Verloop van de procedure 1. Bij

Nadere informatie

Payrollconstructie - en andere driehoeksrelaties - doorgeprikt?

Payrollconstructie - en andere driehoeksrelaties - doorgeprikt? Payrollconstructie - en andere driehoeksrelaties - doorgeprikt? Stand van zaken wetgeving en jurisprudentie 16 januari 2014 Iris Hoen Inleiding 1. Payrolling 2. Relatie tussen payrollonderneming en werknemer

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Datum 27 januari 2016 ECLI:NL:RVS:2016:155

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Datum 27 januari 2016 ECLI:NL:RVS:2016:155 M en R 2016 afl. 5 Eventuele toekomstige gaswinning hoeft niet te worden betrokken bij de beoordeling of in verband met de exploratieboring een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Instantie Afdeling

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden. Arrest. in de zaak van:

Hoge Raad der Nederlanden. Arrest. in de zaak van: LJN: BV0616, Hoge Raad, 10/05217 Print uitspraak Datum uitspraak: 23-03-2012 Datum publicatie: 23-03-2012 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Werkgeversaansprakelijkheid

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Betreft: [klager] datum: 25 augustus 2015

Betreft: [klager] datum: 25 augustus 2015 Nummer: 15/1573/GB Betreft: [klager] datum: 25 augustus 2015 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen tussenkomst De Belastingdienst heeft, in samenwerking met

Nadere informatie

Rechtsvordering : ook nadien niet-aangegeven inkomsten

Rechtsvordering : ook nadien niet-aangegeven inkomsten Rechtsvordering : ook nadien niet-aangegeven inkomsten Auteur(s): Filip Smet Editie: 1202 p. 9 Publicatiedatum: 21 april 2010 Rechtbank/Hof: Cassatie Datum van uitspraak: 11 februari 2010 Wetboek: W.I.B.

Nadere informatie

DEEL III. Het bestuursprocesrecht

DEEL III. Het bestuursprocesrecht DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel

Nadere informatie

1. Verloop van de procedure

1. Verloop van de procedure Besluit van de Consumentenautoriteit op de bezwaren van Scheer & Foppen Elektro Speciaalzaken B.V. tegen het besluit van de Consumentenautoriteit van 26 mei 2011, met kenmerk CA/NCB/559/19. 1. Verloop

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 52 d.d. 14 juli 2009 (mr R.J. Verschoof, voorzitter, mr drs M.L. Hendrikse en mr M.M. Mendel) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Ingezonden bijdrage; De kruimelvergunning en het begrip stedelijk ontwikkelingsproject: voorstel tot een praktische toetsingsmaatstaf

Ingezonden bijdrage; De kruimelvergunning en het begrip stedelijk ontwikkelingsproject: voorstel tot een praktische toetsingsmaatstaf Actualiteiten Bouwrecht Nieuws Ingezonden bijdrage; De kruimelvergunning en het begrip stedelijk ontwikkelingsproject: voorstel tot een praktische toetsingsmaatstaf Publicatiedatum: 24-11-2016 En weer

Nadere informatie

Hoge Raad 01-05-2015, ECLI:NL:HR:2015:1192, (Flextronics Logistics BV/werknemer)

Hoge Raad 01-05-2015, ECLI:NL:HR:2015:1192, (Flextronics Logistics BV/werknemer) commentaar op Hoge Raad 01-05-2015, ECLI:NL:HR:2015:1192, (Flextronics Logistics BV/werknemer) datum 01-06-2015 auteur F.M. Dekker Hoge Raad 01-05-2015, ECLI:NL:HR:2015:1192, (Flextronics Logistics BV/werknemer)

Nadere informatie

Maandag 18 mei 2015 Supernova Jaarbeurs Utrecht. Herengracht 584 Telefoon: +31 (0)20 521 06 90

Maandag 18 mei 2015 Supernova Jaarbeurs Utrecht. Herengracht 584 Telefoon: +31 (0)20 521 06 90 Maandag 18 mei 2015 Supernova Jaarbeurs Utrecht 1 De nieuwe zorgplicht Flexibele arbeidskrachten en aansprakelijkheid opdrachtgever 2 Werkgeversaansprakelijkheid is een soep van rechtspraak. Ruim honderd

Nadere informatie

LJN: BV0616, Hoge Raad, 10/05217. Datum uitspraak: Datum publicatie: 23-03-2012 23-03-2012

LJN: BV0616, Hoge Raad, 10/05217. Datum uitspraak: Datum publicatie: 23-03-2012 23-03-2012 LJN: BV0616, Hoge Raad, 10/05217 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 23-03-2012 23-03-2012 Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Werkgeversaansprakelijkheid voor personen

Nadere informatie

DE TOELATINGSREGELING BIJ SERVICEFLATS

DE TOELATINGSREGELING BIJ SERVICEFLATS DE TOELATINGSREGELING BIJ SERVICEFLATS Bij serviceflats komt het regelmatig voor, dat een ballotageregeling van toepassing is. Wat betekent een dergelijke ballotageregeling eigenlijk? En is een dergelijke

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183 Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Auteurs: mr. M. Verheijden en mr. L. Stevens Samenvatting In maart 2009 vindt een

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017:1064. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2017:1064. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410, Gevolgd ECLI:NL:HR:2017:1064 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 09-06-2017 Datum publicatie 09-06-2017 Zaaknummer 16/04866 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410,

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

Actualiteiten over het retentierecht van de aannemer

Actualiteiten over het retentierecht van de aannemer Actualiteiten over het retentierecht van de aannemer 11 februari 2016 Mr. L.A. (Leonie) Dutmer Overzicht retentierecht van de aannemer Elementen retentierecht Feitelijke macht en kenbaarheid Retentierecht

Nadere informatie

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184...

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184... Page 1 of 6 JOR 2013/309 CBB, 14-08-2013, 13/396, ECLI:NL:CBB:2013:160 Overtreding van art. 4:23 Wft, Publicatie van de opgelegde boete, Afwijzing verzoek tot schorsing van publicatie totdat in hoger beroep

Nadere informatie

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende:

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende: Geachte mevrouw Stembor, U heeft mij een aantal stellingen/vragen voorgelegd. Ik heb daaruit opgemaakt dat u kritiek heeft op de onduidelijkheid over de verhouding tussen de Wbtv en de wet van 8 mei 1878,

Nadere informatie

Casus 13 Kom op voor je recht

Casus 13 Kom op voor je recht Casus 13 Kom op voor je recht Een werkgever kan tegenwoordig niet meer alle beslissingen nemen die hij noodzakelijk acht in het kader van zijn bedrijfsvoering. Naar de factor arbeid moet in een aantal

Nadere informatie

Themabijeenkomst Cumela mr. L. Knoups. 14 februari 2013

Themabijeenkomst Cumela mr. L. Knoups. 14 februari 2013 Themabijeenkomst Cumela mr. L. Knoups 14 februari 2013 Programma - Do s & dont s van de inschrijving - Actualiteiten aanbestedingsrecht 2 Do s & Dont s van de inschrijving 3 Aankondiging Onduidelijkheden

Nadere informatie

CONCEPT. De Minister van Veiligheid en Justitie, Gelet op artikel 6, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie: Besluit:

CONCEPT. De Minister van Veiligheid en Justitie, Gelet op artikel 6, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie: Besluit: directoraat-generaal Veiligheid Personeel & Materieel CONCEPT Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van DGV Politie/Personeel en Materieel, houdende invoering van de Tijdelijke regeling functieonderhoud

Nadere informatie

OVEREENKOMST VAN OPDRACHT

OVEREENKOMST VAN OPDRACHT OVEREENKOMST VAN OPDRACHT Partijen: 1. , gevestigd te aan de , rechtsgeldig vertegenwoordigd door , hierna te noemen: Opdrachtgever ; en 2. ),

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG?

ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG? ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG? Door mr. A.A. (Ali) Rassa Over de vraag of zorginstellingen aanbestedingsplichtig zijn heeft lange tijd onduidelijkheid bestaan. Gelet op de huidige stand van

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht:

Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht: Geachte dame, heer, Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht: Aanbestedingsrecht: materiaal voor defensie

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 wordt als volgt gewijzigd:

Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 wordt als volgt gewijzigd: Bijlage bij de memorie van antwoord bij het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelatie (Wet deregulering beoordeling

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Brief minister Donner Datum 2 februari 2010 Bij brief van 2 juli jl. heeft u gereageerd op mijn brief van 19 december 2008. Uw reactie heeft u inmiddels ook bij brief

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 34 036 Wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelatie (Wet deregulering

Nadere informatie

Dienen showroommodellen tot stoffering in de zin van art. 22 lid 3 Invorderingswet 1990?

Dienen showroommodellen tot stoffering in de zin van art. 22 lid 3 Invorderingswet 1990? Dienen showroommodellen tot stoffering in de zin van art. 22 lid 3 Invorderingswet 1990? HR 9 december 2011, LJN BT2700 (ING/Quint q.q.) M r. D. D. N i j k a m p * 1 Inleiding Na wisselende uitkomsten

Nadere informatie

1. Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking Werken volgens de bijgevoegde overeenkomst leidt niet tot een privaatrechtelijke dienstbetrekking.

1. Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking Werken volgens de bijgevoegde overeenkomst leidt niet tot een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de Federatie Medisch Specialisten hebben aan de Belastingdienst een tweetal modelovereenkomsten van opdracht voorgelegd, met het verzoek te beoordelen

Nadere informatie

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr.

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. Brandt ) [De man] te [woonplaats], hierna: de man, advocaat: mr. C.A. Lucardie te s-gravenhage.

Nadere informatie

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties 23 september 2016 mr. A.A. (Antoine) Roes

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties 23 september 2016 mr. A.A. (Antoine) Roes Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties 23 september 2016 mr. A.A. (Antoine) Roes Hogestraat 17b, 6651 BG Druten Postbus 47, 6650 AA Druten +31 (0) 487 51 02 89 www.zekerfiscaal.nl Wet DBA Echte dienstbetrekking

Nadere informatie