Touwtrekkerij om een gezantschap De diplomatieke relatie tussen Nederland en de Heilige Stoel

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Touwtrekkerij om een gezantschap De diplomatieke relatie tussen Nederland en de Heilige Stoel 1871-1998"

Transcriptie

1 Touwtrekkerij om een gezantschap De diplomatieke relatie tussen Nederland en de Heilige Stoel M.J.A.Y. (Marleen) Stieger Doctoraalscriptie Geschiedenis Onder begeleiding van Prof. Dr. D.A. Hellema Specialisatie Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen Universiteit Utrecht, mei

2 VOORWOORD Een jaar geleden wist ik al vrij zeker dat mijn scriptie over de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en de Heilige Stoel zou gaan. Ik begon me in het onderwerp te verdiepen en kwam er achter dat maar weinigen mij daarin waren voorgegaan. Aan de ene kant sprak dat me juist aan - wie weet waar ik tegenaan zou lopen -, aan de andere kant maakte dat het vinden van de juiste informatie er niet makkelijker op. Zonder de hulp daarbij van anderen was ik nooit tot dit eindresultaat gekomen. Mijn dank gaat daarom uit naar dhr. J.P. de Valk van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, die mij heeft geholpen het onderzoek op het goede spoor te zetten en Professor D.A. Hellema die me vervolgens heeft begeleid bij het schrijven van het verhaal. Ook dhr. S.J.J. van Voorst tot Voorst wil ik danken voor het gesprek dat ik met hem had over zijn tijd als ambassadeur bij de Heilige Stoel. Zijn boeiende verhalen hebben het geheel verlevendigd. De huidige ambassadeur G.N. Westerouen van Meeteren was bovendien bereid mij een tekst toe te sturen met daarin zijn visie op de betrekkingen, waarvan ik ook dankbaar gebruik gemaakt heb. Ik wil vooral niet voorbij gaan aan mijn familie en vrienden. Hun belangstelling en steun hebben me boven alles gemotiveerd om van deze scriptie iets moois te maken. Utrecht, mei

3 INLEIDING Vaticaanstad, het kleinste staatje ter wereld. Het is 44 hectare groot en telt nog geen duizend inwoners. Toch onderhouden veel landen diplomatieke banden met het Vaticaan of, zoals het in officiële bewoording heet, met de Heilige Stoel. Op dit moment zijn er 68 landen met een diplomatiek vertegenwoordiger ten Vaticane. 1 In Nederland is nogal eens gediscussieerd over het nut en de noodzakelijkheid van diplomatieke vertegenwoordiging bij de paus. Met name tussen de katholieken en protestanten heeft dit onderwerp voor de nodige spanningen gezorgd. De een toonde zich altijd groot voorstander; de ander zag er helemaal niets in. De daaruit voortvloeiende touwtrekkerij tussen de confessionele partijen leidde ertoe dat de Nederlandse post bij de Heilige Stoel meerdere malen is opgeheven en op latere tijdstippen opnieuw ingesteld. Dit begon in Nederland besloot toen, een jaar na het uiteenvallen van de Pauselijke Staat, zijn gezant terug te roepen. Hoe de relatie er sindsdien uitzag en wat de oorzaken waren van het opzeggen dan wel opnieuw aanhalen van de betrekkingen, zal in deze scriptie uiteen gezet worden aan de hand van de volgende vraagstelling: Hoe verliep de diplomatieke relatie die Nederland in de periode met de Heilige Stoel onderhield en wat waren de beweegredenen voor het door Nederland gevoerde beleid inzake deze relatie? Het onderzoek loopt door tot 1998 omdat dit het laatste jaar is waarover ik - zij het beperkt - relevante gegevens heb. Zowel de Nederlandse buitenlandse politiek als de binnenlandse politiek hebben hun stempel op die relatie gedrukt. Voor mijn onderzoek heb ik dan ook gebruik gemaakt van de Handelingen van de Eerste en Tweede Kamer, de ministerraadnotulen en het archief van Buitenlandse Zaken. Daarmee hoop ik voldoende inzicht te hebben verkregen in de standpunten die door de verschillende politieke partijen, de ministers - met in het bijzonder de ministers van Buitenlandse Zaken en hun ambtenaren- en in sommige gevallen zelfs de koningin zijn ingenomen. Voor de ministerraadnotulen en de dossiers van Buitenlandse Zaken van vóór de Tweede Wereldoorlog over de betrekkingen Nederland - Heilige Stoel heb ik mij beperkt tot de stukken die daarover zijn opgenomen in de Rijks Geschiedkundige Publicatiën. De jaargangen hiervan zijn niet compleet. Het kan dus zijn dat ik informatie niet gezien heb, die 3

4 toch het verloop van de betrekkingen mede heeft bepaald. Ik geloof echter niet dat het totaalbeeld hier al te zeer onder geleden heeft. Aandacht is ook uitgegaan naar de handelwijze en werkzaamheden van de Nederlandse gezanten en ambassadeurs bij de Heilige Stoel. Ook daarvoor heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het archief van Buitenlandse Zaken. Voor een wat persoonlijker relaas over accreditering bij de Heilige Stoel heeft een van de oud-ambasseurs mij over zijn ervaringen verteld. Het onderzoek berust in de eerste plaats op informatie uit primaire bronnen. Dit heeft te maken met het feit dat er niet veel secundaire literatuur over de Nederlandse diplomatieke betrekkingen bij de paus is verschenen. G. Puchinger wijdt in deel twee van Colijn en het einde van de coalitie uit over de relatie aan het begin van de twintigste eeuw. A.F. Manning schreef het artikel Het herstel van de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en het Vaticaan ( ) over de relatie ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Ook L. de Jong wijdt hier in deel 9 van Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog een paragraaf aan. Maar daar houdt het eigenlijk mee op. Uiteraard zijn de opvattingen die in de literatuur naar voren komen wel verwerkt in de scriptie. Met behulp van de hierboven genoemde bronnen hoop ik tot een betrouwbaar en overzichtelijk beeld te komen van de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en de Heilige Stoel. De nadruk ligt daarbij op de Nederlandse zijde van de relatie. De rol van de paus en de pauselijke vertegenwoordigers in Nederland zal alleen aan de orde komen als optreden van hieruit van invloed was op het verloop van de Nederlandse kant van de betrekkingen. Voor de duidelijkheid is wel een overzicht van de (inter-)nuntii in Nederland en de pausen als bijlage opgenomen. Ook van de Nederlandse gezanten en ambassadeurs die ten Vaticane geaccrediteerd zijn geweest, is een chronologische lijst opgenomen. Alvorens met het overzicht te beginnen, zal eerst een kort hoofdstuk gewijd worden aan de volkenrechtelijke status van de Heilige Stoel. Voor een beter begrip van de hoofdstukken daarna is enige kennis op dit gebied gewenst. Vervolgens zal in chronologische volgorde het verloop van de betrekkingen behandeld worden. Belangrijke breekpunten in dat verloop zijn bepalend geweest voor de hoofdstukindeling. Na een hoofdstuk over het terugroepen van de gezant in 1871 volgt een hoofdstuk over het herstel van het gezantschap tijdens de Eerste 1 The Europa world year book 1999 II (Londen, 1999) p

5 Wereldoorlog. De sluiting die daar weer op volgde tijdens het interbellum staat in hoofdstuk 4 centraal en in hoofdstuk 5 gaat aandacht uit naar het herstel aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het laatste hoofdstuk komt de naoorlogse periode aan bod. Tenslotte zijn in de conclusie de bevindingen die uit dit alles naar voren zijn gekomen nog eens bij elkaar gezet. 5

6 HOOFDSTUK 1 De Heilige Stoel in het volkenrecht Dubbelrol Bij de discussie over diplomatieke betrekkingen met de Heilige Stoel is het van belang onderscheid te maken tussen de positie van de paus als hoofd van de rooms-katholieke kerk en als staatshoofd. Tot 1870 bezat de paus grondgebied dat tot ver buiten Rome strekte. De paus vervulde zowel de functie van kerkelijk vorst als van wereldlijk vorst van de Pauselijke staat. Naar buiten toe werd opgetreden onder de naam Heilige Stoel. Via de Heilige Stoel, het hoogste orgaan van de rooms-katholieke Kerk, werden concordaten 2 gesloten met verschillende landen. Om die reden werd de Heilige Stoel erkend als volkenrechtssubject. 3 In feite was de Heilige Stoel dus gekoppeld aan de rooms-katholieke kerk, en niet aan de Kerkelijke staat. De concordaten betroffen tenslotte kerkelijke regelingen die alleen door de paus in de hoedanigheid van kerkelijk vorst waren aangegaan. Toch verliepen ook de diplomatieke banden die landen aangingen met de paus via de Heilige Stoel. 4 Ook Nederland onderhield sinds het Wener Congres diplomatieke banden met de paus. In de loop van de negentiende eeuw werd het daarbij behorende gezantschap regelmatig ter sprake gebracht in het Nederlandse Parlement, maar over het algemeen waren de onderlinge verhoudingen goed te noemen. 5 Vooral de liberale houding van koning Willem II tegenover de katholieken was zeer gunstig voor de verhouding tot de Heilige Stoel, volgens de historicus C.W. Van Santen. 6 G. Puchinger laat zien dat ook onder Willem III de betrekkingen zeer vriendschappelijk waren. 7 2 Een concordaat is een bilateraal verdrag dat de positie van de kerk regelt in een bepaalde staat. 3 A.J.P. Tammes, Internationaal publiekrecht (Amsterdam 1973) p.77 4 J.P.A. François, Grondlijnen van het volkenrecht (Zwolle 1967) p Bescheiden betreffende de buitenlandse politiek van Nederland november 1871 Rijks Geschiedkundige Publicatiën, Grote serie nr.107 ( s-gravenhage 1962) 29 april 1872 Minister Gericke v Herwijnen aan de gezant du Chastel: l existence de la légation à Rome est depuis longtemps mise presque chaque année en question. 6 C.W. Van Santen, Het internationale recht in Nederlands buitenlands beleid. Een onderzoek in het archief van het ministerie van Buitenlandse Zaken ( s-gravenhage 1955) p G. Puchinger, Colijn en het einde van de coalitie. De geschiedenis van de kabinetsformaties II (Kampen 1980) p

7 Met het binnenvallen van de Kerkelijke staat door Italiaanse troepen op 20 september 1870, kwam een einde aan de wereldlijke macht van de paus. De Kerkelijke staat werd bij Italië ingelijfd en de paus werd gedwongen zich terug te trekken in zijn pauselijke residentie. Voor de volkenrechtelijke positie van de Heilige Stoel had dit geen gevolgen. De bestaande volkenrechtelijke voorrechten - het recht verdragen te sluiten en het gezantschapsrecht -bleven behouden. 8 Om onafhankelijkheid voor de Heilige Stoel van het nieuwe wereldlijke gezag te verzekeren, kwam de Italiaanse regering in 1871 met de Italiaanse garantiewet. Deze wet voorzag erin dat de paus onschendbaarheid en soevereine prerogatieven werden toegekend. Dit hield in dat hij zich in een klein deel van Rome - het Vaticaan - vrij kon bewegen en zijn spirituele soevereiniteit als hoofd van de Katholieke Kerk behield. 9 De paus nam met deze tegemoetkoming echter geen genoegen, daar hij er zijn wereldlijk gezag nochtans niet mee terug kreeg. Een breuk met de Italiaanse regering was het gevolg. De vijandigheid die vanaf dat moment bestond tussen Italië en de paus, kwam bekend te staan als de Romeinse kwestie. 10 Nederland, dat in 1871 zijn gezant had teruggeroepen, liet weten zich niet met deze kwestie te willen bemoeien, daar dat eene inmenging in de inwendige aangelegenheden van het Koninkrijk Italië zou zijn. 11 De oplossing van de Romeinse kwestie kwam in 1929 met het Verdrag van Lateranen. Op 11 februari van dat jaar bereikte de Heilige Stoel een akkoord met het Italië van Mussolini, waarmee de soevereiniteit van de paus over het Vaticaan en een klein, 44 hectare beslaand gebied daaromheen werd vastgelegd. Daarmee was Vaticaanstad (Stato della Città del Vaticano) gecreëerd, een staatje dat middels artikel 24 van het verdrag neutraliteit en onschendbaarheid genoot. Het Verdrag van Lateranen en de -stilzwijgende- erkenning daarvan door andere staten maakte de paus, naast kerkelijk leider, wederom wereldlijk vorst met een eigen territoir. Tot op heden is daar geen verandering meer in gekomen. 12 Vaticaanstad ontleent zijn bestaan aan het bestaan van de Heilige Stoel. Met de creatie van dit microstaatje - ten gevolgen waarvan de paus weer enige wereldlijke macht verwierf - werd de onafhankelijkheid van de Heilige Stoel namelijk gewaarborgd. 8 Oosthoeks Encyclopedie VII (Utrecht 1968) p.54 9 François, Grondlijnen van het volkenrecht p J. Duursma, Fragmentation and the international relations of Micro-States. Self-determination and statehood (Cambridge 1996) p Bescheiden betreffende de buitenlandse politiek van Nederland Rijks Geschiedkundige Publicatiën, Grote serie nr.118 ( s-gravenhage 1965) 5 mei 1877 nr François, Grondlijnen van het volkenrecht p.205; Duursma p.376 7

8 Vaticaanstad maakte het mogelijk, stelt J. Duursma, deskundige op internationaal rechtsgebied, dat de Heilige Stoel kon functioneren zonder gebonden te zijn aan enige andere staat. Er is sprake van twee aparte rechtspersonen, waarbij de één ondergeschikt is aan de ander, aldus Duursma. Vaticaanstad bestaat als het ware bij de gratie van de Heilige Stoel. 13 Ook volkenrecht deskundige J.P.A. François ziet Vaticaanstad vooral als élément accidentel et complémentaire tegenover de Heilige Stoel als élément essentiel et nécessaire. Zou de Heilige Stoel van residentie veranderen, dan zou aan de soevereiniteit van Vaticaanstad een einde komen. 14 Diplomatieke status Op internationaal gebied willen de Heilige Stoel en Vaticaanstad nogal eens door elkaar gehaald worden. Dat is ook niet zo vreemd, gezien de ingewikkelde volkenrechtelijke situatie. Maar de regel is dat een diplomaat wordt geaccrediteerd bij de Heilige Stoel, evenals een pauselijk nuntius de Heilige Stoel vertegenwoordigt - en dus niet de paus, het Vaticaan of de rooms-katholieke kerk. Daarvoor is enerzijds een volkenrechtelijke verklaring: omdat Vaticaanstad ondergeschikt is aan de Heilige Stoel, is het ook de Heilige Stoel die de internationale vertegenwoordiging voor zijn rekening neemt. 15 Maar het is ook historisch te verklaren, gezien het feit dat deze taak van oudsher voor rekening van de Heilige Stoel kwam, zoals reeds eerder in dit hoofdstuk vermeld is. 16 Het uitwisselen van diplomatieke vertegenwoordigers bij de Heilige Stoel geschiedt niet op voet van wederkerigheid. Ook in landen die zelf geen vertegenwoordiger bij de paus hebben, kan een pauselijk nuntius zijn geaccrediteerd. Dit heeft te maken met het dubbele mandaat van de pauselijke missies in het buitenland: naast het onderhouden van diplomatieke betrekkingen, lopen ook de contacten met de katholieke kerk in het desbetreffende land via deze missies. 17 De nuntius staat in de rangorde van diplomaten gelijk met de ambassadeur. Naar landen die voorheen een gezant bij de Heilige Stoel geaccrediteerd hadden, werd over het algemeen een inter-nuntius gestuurd. De Heilige Stoel heeft lang op het standpunt gestaan dat de nuntius aanspraak maakt op het recht van voorrang in de rangorde der diplomaten. Dit droit 13 Duursma p , J.P.A. François, Handboek van het volkenrecht (Zwolle 1949) p Duursma p Tammes p François, Handboek van het volkenrecht p.437; Duursma p.390 8

9 de préséance veroorloofde de nuntius, ongeacht anciënniteit, steeds op te treden als deken van het corps diplomatique. In landen waar de katholieken in de meerderheid waren, was dit ook het geval. Maar veel landen, waaronder Nederland, hebben deze protocollaire kwestie niet aanvaard. Zij zagen geen reden de pauselijke vertegenwoordiger anders dan de rest van het corps diplomatique te benaderen. 18 Toen in 1957 de Nederlandse gezant ten Vaticane tot ambassadeur werd verheven, werd de in Nederland geaccrediteerde internuntius dan ook geen nuntius, maar pro-nuntius. Daarmee gaf de Nederlandse regering aan dat het recht van voorrang niet toegekend zou worden. Pas in 1992, toen men in Rome afstapte van de eis het dekenaat van het corps diplomatique te vervullen, kwam in Nederland een nuntiatuur. 18 François, Grondlijnen van het volkenrecht p.205 9

10 boze. 19 De liberalen bezaten in 1870 en de daarop volgende jaren op papier vrijwel genoot. 21 De schoolstrijd 22, die in de tweede helft van de negentiende eeuw in alle hevigheid HOOFDSTUK :Terugroeping der gezant Politieke situatie Omstreeks 1870 was er in Nederland op politiek gebied nog geen sprake van landelijke politieke partijen. Wel waren duidelijk politieke richtingen aanwijsbaar die zich langzaamaan wat meer begonnen te organiseren, maar vooralsnog gebeurde dat in zeer los verband. In het parlement kwam het voor dat onder kamerleden groepsvorming ontstond, gebaseerd op gemeenschappelijke opvattingen en soms versterkt door het optreden van een dominerende persoonlijkheid. Dit mocht echter niet te ver gaan. Werkelijke fractievorming was uit den voortdurend een meerderheid, maar wisten dat nauwelijks om te zetten in politiek succes. In werkelijkheid vielen zij uiteen in traditionele en vooruitstrevende kamergroepen en dat verhinderde hen tot een echte eenheid te komen. De conservatieven, die rond 1870 als aparte stroming bijna geheel van het politieke toneel verdwenen waren, sloten zich voor een deel aan bij de liberalen. De behoudende vleugel die daardoor ontstond, vergrootte de verdeeldheid onder de liberalen nog eens. 20 Die verdeeldheid gold niet voor de ideeën over de buitenlandse politiek van Nederland. Op dat gebied wensten de liberalen zich zo min mogelijk in te laten met de internationale verwikkelingen. De passieve en afzijdige politiek die hieruit voortvloeide, leidde ertoe dat het ministerie van Buitenlandse Zaken geen hoog aanzien losbarstte, had ertoe geleid dat ook de confessionelen actief deel waren gaan nemen aan de politiek. Resultaat daarvan was dat de protestanten in 1870 al in aanzienlijke mate 19 J.Th.M. Bank, J.J. Huizinga, J.T. Minderaa, Delta:Nederlands verleden in vogelvlucht. De nieuwste tijd:1813 tot heden (Groningen 1993) p ibidem, p D.A. Hellema Buitenlandse politiek van Nederland (Utrecht 1995) p ; J.L. Heldring, Heeft de minister van Buitenlandse Zaken een achterban? in: S. Rozemond, J.G. Siccama ed., Vragen naar de onbekende weg. Kernproblemen van de internationale betrekkingen (Assen, 1990) p De inzet van de schoolstrijd was het al dan niet gelijkstellen van het openbaar en het bijzonder onderwijs. Vooral voor de orthodox-protestanten en de katholieken was dit van belang, omdat veel van hun scholen zouden moeten sluiten als zij het schoolgeld, dat voortaan facultatief gesteld werd, zouden mis lopen. 10

11 georganiseerd waren. Onder de naam antirevolutionairen vormden zij steeds meer kiesverenigingen, die zich in 1879 samenbundelden in de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Daarmee waren zij de eerste politieke richting die zich landelijk organiseerde. 23 De katholieken waren in veel mindere mate georganiseerd dan de protestanten. Wel begonnen zij voor het eerst een zelfstandige rol in de politiek te spelen door zich af te wenden van het liberalisme. Door de steun van de liberalen in de strijd om emancipatie waren veel katholieken lange tijd liberaal gezind geweest. Vanaf de jaren zestig ontstond echter, ondermeer door de schoolstrijd, steeds meer verwijdering. Toen de liberalen instemden met de bezetting van de Kerkelijke staat in 1870, behoefden zij definitief niet meer op de steun van de katholieken te rekenen. 24 Niet voorgaan, maar volgen Nadat de Kerkelijke staat door het koninkrijk Italië was overweldigd in 1870, kwam in Nederland de discussie op gang of men nu nog wel een gezant diende aan te houden bij de Heilige Stoel. Tijdens de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken voor het dienstjaar 1871 werd door de Commissie van Rapporteurs gewezen op de veranderde situatie te Rome, nu de paus geen wereldlijk gezag meer bekleedde. Enkele commissieleden achtten het om die reden niet langer nodig de missie te behouden. Omdat de positie van de paus op dat moment echter nog niet volkenrechtelijk geregeld was, waren de meeste commissieleden van mening dat de post voorlopig beter gehandhaafd kon blijven. Wel werd aan de minister van Buitenlandse Zaken gevraagd of hij het standpunt van de regering nader wilde toelichten. 25 De katholieke minister J.L.H.A. Gericke van Herwijnen antwoordde daarop dat de regering het in verband met de zeer teedere belangen niet raadzaam achtte thans tot intrekking van de missie te Rome over te gaan. Bovendien leek het verstandig om enigszins in de gaten te houden welke beslissingen andere regeringen zouden nemen, alvorens enig initiatief te nemen. Voorzichtigheid alom dus, bij de regering. 26 Een jaar later kwam het onderwerp opnieuw ter sprake bij de behandeling van de begroting voor De Italiaanse regering had inmiddels, met de invoering van de garantiewet, het recht van de paus om gezanten te ontvangen erkend. Toch verklaarde nu een meerderheid van de Commissie van Rapporteurs zich tegen het behoud van de missie. Gericke 23 J.Th.M. Bank, J.J. Huizinga, J.T. Minderaa, Delta: Nederlands verleden in vogelvlucht p ibidem, p.81, Handelingen Tweede Kamer , Bijlage B nr. 31 p Handelingen Tweede Kamer , Bijlage B nr. 42 p.29 11

12 betreurde deze ontwikkeling en benadrukte in zijn Memorie van Beantwoording dat het hier een van de gewigtigste vraagstukken geldt van den tegenwoordigen tijd.(..) Het nemen van een initiatief in dezen zoude met ons belang als kleine Mogendheid en met onze in de Europesche conflicten steeds aangenomen houding moeijelijk zijn overeen te brengen. 27 De minister van Buitenlandse Zaken wilde dus geen voortrekkersrol vervullen in deze kwestie. Met name omdat dat niet overeen kwam met de gebruikelijke politieke gedragslijn, maar des te meer omdat het zo n delicaat onderwerp betrof. Niet voorgaan, maar volgen was het beleid. Liever wachtte Gericke af wat zijn Europese collega s zouden doen - en tot dat moment had nog geen enkele mogendheid zijn gezant teruggeroepen - dan dat hij degene was die de status quo zou doorbreken. Tijdens de openbare beraadslaging in de Tweede Kamer over de begroting van Buitenlandse Zaken bleek dat veel kamerleden dit een te afwachtende houding vonden. Het amendement-dumbar Op 15 november 1871 diende het liberale kamerlid G. Dumbar een amendement in dat beoogde de Tractementen en bezoldigingen van het personeel der gezantschappen, te verminderen met acht duizend gulden, en het artikel dus vast te stellen op f Doel van dit voorstel tot bezuiniging - dat overigens geheel paste in de lijn der liberale traditie van zo min mogelijk bemoeienis met buitenlandse aangelegenheden - was de regering te dwingen het gezantschap bij de paus op te heffen. Dumbar zag voor een land als Nederland, waar scheiding van kerk en staat bestond, geen reden meer daar een gezant aan te houden, nu de paus zijn wereldlijke macht verloren had en daarmee enkel geworden [was] het kerkelijke opperhoofd van een gedeelte der Christelijkheid. 28 De neutrale opstelling van de regering wees Dumbar om twee redenen van de hand. Ten eerste wilde hij graag dat de knoop werd doorgehakt om te voorkomen dat de zaak elk jaar opnieuw in de Kamer besproken zou worden. Ten tweede was hij het niet met de regering eens dat opheffing van het gezantschap Nederland in een moeilijke positie zou brengen, zoals door Gericke gesuggereerd was. 29 Drie dagen waren vervolgens nodig om iedereen aan het woord te laten die daar behoefte aan had. Er ontspon zich een debat waarin de emoties op sommige momenten hoog 27 Handelingen Tweede Kamer , Bijlage A nr. 103 p.8-9; nr. 115 p Handelingen Tweede Kamer , 15 november 1871 p ibidem 12

13 opliepen. Staatkundig en geestelijk belang kwamen in dit onderwerp zeer dicht bij elkaar voor sommige sprekers. Zij hadden er moeite mee de zaak uitsluitend uit politiek oogpunt te beschouwen en wilden het debat nogal eens op religieus terrein brengen. Vooral de katholieken spanden zich enorm in om de rest van de Kamer ervan te overtuigen tegen het amendement te stemmen. De bezetting van de Pauselijke Staat was hen zeer aan het hart gegaan en nu Nederland ook nog eens zijn gezant dreigde terug te roepen, waren zij in alle staten. Dat zou een huldiging zijn van die daad van geweld. Zij verwierpen de stelling van Dumbar dat de scheiding van kerk en staat in Nederland inhield, dat een gezantschap bij de Heilige Stoel zijn raison d être had verloren, nu de paus geen wereldlijke macht meer bezat. Hij bezat immers nog steeds het recht gezanten te zenden en ontvangen en zelfs de Italiaanse regering, die hem tenslotte beroofd had, erkende dat recht. Ook onderschreven de katholieken de mening van de minister van Buitenlandse Zaken dat Nederland niet voorop diende te lopen in deze zaak die op internationaal gebied nog onbeslist was. Maar naast de voorgaande argumenten beriepen zij zich ook op een argument dat van minder politieke aard was. Ze lieten niet na een beroep te doen op de geest van conciliantie van de Tweede Kamer. Zo hoopten ze dat kamerleden tegen het amendement zouden stemmen, om daarmee tegemoet te komen aan het innige verlangen van bijna twee vijfde van de bevolking, zoals ondermeer de afgevaardigde van der Does de Willebois het verwoordde. 30 Sommige protestantse kamerleden gaven gehoor aan de oproep van de katholieken, zoals de heer Storm van s Gravenzande. Omdat het behoud van het gezantschap in zijn ogen op geen enkele manier het staatsbelang schaadde, beschouwde hij het als eene courtoisie èn jegens den Paus èn (..) jegens onze Katholijke landgenooten om vooralsnog niet tot terugroeping over te gaan. 31 Maar deze verzoeningsgezindheid was niet bij alle protestanten aanwezig. Velen ondersteunden het amendement van harte. De reden daarvoor is door de heer Cremers als volgt verwoord: Het staatsbelang eischt het behoud van deze missie niet. Ja, ik ga verder, en zeg: wij, die de scheiding van Kerk en Staat hebben aangenomen, zouden werkelijk eene dwaasheid begaan, wanneer wij nog langer dezen post op den begrooting zouden dulden ibidem p ibidem p ibidem p

14 Enkele protestanten schikten zich dus aan katholieke zijde, maar het merendeel ondersteunde het liberale standpunt van de heer Dumbar. Zij zagen het nut niet in van een missie bij de Heilige Stoel. Temeer omdat met de komst van de Italiaanse koning naar Rome daar toch al een Nederlandse vertegenwoordiger aanwezig was. Ook het pleidooi van minister Gericke kon hen niet meer op een ander standpunt brengen. Die gaf eerst nog eens aan dat hij uitsluitend uit politieke overwegingen handelde en dat niet Protestansche of Katholijke belangen, maar slechts Nederlandsche belangen in deze zaak de doorslag moesten geven. 33 Daarmee gaf hij enigszins blijk van zijn ongenoegen over de wending die het debat soms had genomen. De zaak mag en kan mijns inziens alleen beschouwd worden uit het oogpunt der internationale betrekkingen, en dus niet uit dat van onze binnenlandsche wetgeving en instellingen, stelde hij. 34 Gericke herhaalde zijn standpunt nog eens dat van een hoofdbeginsel van de Nederlandse buitenlandse politiek werd afgeweken, als in zo n belangrijk vraagstuk als dit gehandeld zou worden zonder gemeenschappelijk overleg met de andere mogendheden. Dat de zaak hem werkelijk aan het hart ging, bleek toen hij daarna nog eenmaal het woord nam en in een vrij persoonlijke oproep de Kamer nogmaals aanspoorde tegen het amendement te stemmen. Het mocht niet baten. Op 17 november 1871 werd het amendement-dumbar met 39 tegen 33 stemmen door de Tweede Kamer aanvaard. 35 Een maand later verklaarde de minister in de Eerste Kamer dat hij het votum van de Tweede Kamer betreurde. Maar de Eerste Kamer bevestigde het besluit omtrent de opheffing van het gezantschap bij de Heilige Stoel, door met 23 tegen 12 stemmen de door de Tweede Kamer gewijzigde begroting ongewijzigd te aanvaarden. 36 Gericke stelde de gezant op de hoogte en op 4 mei 1872 overhandigde L.G.I.F. Duchâtel zijn terugroepingsbrieven aan de paus. Daarbij verzocht hij de paus in overweging te nemen de in Nederland geaccrediteerde internuntius aan te houden. Aan dit verzoek is, tot vreugde van de Nederlandse katholieken, ook gehoor gegeven ibidem p ibidem p Handelingen Tweede Kamer , 15 november 1871 p Handelingen Eerste kamer , 28 december 1871 p

15 Verstrengelde belangen De uitkomst van de stemming over het amendement-dumbar werd bepaald door overwegingen die niet alleen gebaseerd waren op opvattingen over buitenlands beleid. Het debat toonde aan dat een deel van de kamerleden de kwestie niet los kon zien van zijn eigen godsdienstige overtuiging. Op zijn minst was voor hen sprake van verstrengelde belangen. Tot ongenoegen van minister Gericke werd aldus de behandeling van de begroting voor 1872 beïnvloed door religieuze factoren. Het gevolg daarvan was dat de Nederlandse regering moest afwijken van haar gebruikelijke buitenlandse politiek van neutraliteit en afzijdigheid, door als eerste mogendheid de gezant bij de Heilige Stoel terug te roepen. De grote aandacht die naar het vraagstuk uitging - in een tijd dat het parlement over het algemeen weinig belangstelling toonde voor buitenlandse politiek -, geeft aan hoe beladen het onderwerp was in die tijd. Puchinger weet in zijn Colijn en het einde van de coalitie goed weer te geven hoe gevoelig het gezantschap bij de Heilige Stoel lag. Hij stelt dat alle discussie omtrent de politiek ten opzichte van het Vaticaan aan het einde van de negentiende eeuw beheerst werd door historische en religieuze tegenstellingen tussen katholieken en protestanten. Het gezantschap wekte de trots op van de principiële rooms-katholieken en de afkeuring van de extreme protestanten, aldus Puchinger. 38 In de jaren na 1871 gaven de katholieke kamerleden regelmatig blijk van hun teleurstelling over het feit dat de missie bij de paus er niet meer was. Het verlangen om de missie te herstellen bleef bestaan. Men was er echter zeer op bedacht dit verlangen niet al te provocerend naar voren te brengen. Dat zou alleen maar irritatie opwekken bij de tegenstanders van herstel. Veel verder dan het zo nu en dan uitspreken van de bestaande teleurstelling kwam men de eerste jaren dan ook niet. 39 Met name de voorman van de katholieken, H.J.A.M. Schaepman, zag in dat herstel niet mogelijk was zonder steun van liberale of antirevolutionaire zijde. Het wachten was dan ook op het juiste politieke klimaat om een poging tot herstel door te voeren. Voorlopig zou dit nog niet het geval zijn. Dit betekende echter niet dat Nederland het pauselijk gezag op diplomatiek niveau geheel kon ontkennen Bescheiden betreffende de buitenlandse politiek van Nederland Rijks Geschiedkundige Publicatiën, Grote serie nr.107 ( s-gravenhage 1962) 5 mei 1872 nr Puchinger p. 117, Bescheiden betreffende de buitenlandse politiek van Nederland Rijks Geschiedkundige Publicatiën, Grote serie nr.132 ( s-gravenhage 1970) 31 december 1894 nr.444 Departementale nota Herstel der missie bij depaus 40 Puchinger p

16 dragen. 43 Vervolgens maakten nauwe samenwerking met de Nederlandse gezant in Rome en Vredesconferentie In 1899 kwam de diplomatieke relatie tussen Nederland en de Heilige Stoel enige tijd onder druk te staan. Ondanks de opheffing van het gezantschap in 1871, waren de betrekkingen altijd vriendschappelijk gebleven. De eerste Haagse vredesconferentie dreigde daar verandering in te brengen. Toen bleek dat de paus in het internationale diplomatieke verkeer nog steeds meetelde. De initiatiefnemer, de Russische tsaar Nicolaas II, wilde graag dat de conferentie in een van de kleinere Europese landen werd gehouden. Maar de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken W.H. de Beaufort deed geen moeite om de conferentie naar Den Haag te halen, omdat hij meteen al inzag dat dit wel een eer voor ons land zoude zijn, maar tevens een groote last die ons in veele moeielijkheden kon brengen. 41 De keuze van de tsaar viel toch op Den Haag en de regering, inclusief de Beaufort, was bij nader inzien toch erg ingenomen met dit besluit. Ook de jonge koningin Wilhelmina was enthousiast. Moeilijkheden bleek de conferentie evenwel al snel met zich mee te brengen; een daarvan was het wel of niet uitnodigen van de paus. 42 Rusland liet het aan Nederland, als ontvangende mogendheid over, om de uitnodigingen voor de conferentie te verzorgen. Al snel werd duidelijk dat de Italiaanse regering de paus niet vertegenwoordigd wenste te zien. Italië zou zelfs wegblijven op de conferentie als dit toch gebeurde. Dit bracht de Beaufort in een lastige situatie. Aan de ene kant zou de conferentie een mislukking worden als Italië - een van de grote mogendheden - niet mee zou doen. Aan de andere kant zou de paus beledigd worden als de Heilige Stoel geen uitnodiging ontving. Door kundig diplomatiek optreden wist de minister te bewerkstelligen dat Nederland samen met Rusland de verantwoordelijkheid voor deze lastige keuze zou veel contact met de Italiaanse gezant, alsmede de internuntius in Den Haag het mogelijk de Heilige Stoel nìet uit te nodigen, zonder dat dit de Nederlandse regering werd kwalijk genomen. De Italiaanse regering bleek na enig aandringen namelijk bereid een verklaring te 41 Dagboeken en aantekenigen van Willem Hendrik de Beaufort J.P. de Valk en M. van Faassen ed. Rijks Geschiedkundige Publicatiën ( s-gravenhage 1993) p Dagboeken en aantekeningen van Willen Hendrik de Beaufort p.46-47; M. Kuitenbrouwer Nederland en de opkomst van het moderne imperialisme. Koloniën en buitenlandse politiek (Amsterdam 1985) p Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beuafort p

17 geven waaruit duidelijk naar voren kwam dat Italië de aanwezigheid van een pauselijk vertegenwoordiger op de conferentie weigerde, en niet Nederland, dat immers in alle opzichten buiten het Italiaans-Vaticaanse geschil stond. 44 Als laatste diplomatieke zet vroeg de Beaufort koningin Wilhelmina een brief te schrijven aan paus Leo XIII waarin zij hem vroeg om Zijne sympathie en zedelijken steun tot bevordering van de humanitaire beginselen, die tot grondslag liggen aan het programma der aanstaande vredesconferentie. De brief was bedoeld als daad van hoffelijkheid jegens de paus èn jegens de Nederlandse katholieken die teleurgesteld waren door het niet-uitnodigen van de paus. Tijdens de slotzitting van de conferentie werd de brief en het antwoord daarop van de paus voorgelezen. 45 Dankzij de inspanningen van de Beaufort kon de goede verstandhouding die de Nederlandse regering met het pauselijk hof onderhield behouden blijven. Maar al mocht Nederland dan ongeschonden uit de strijd gekomen zijn, eens te meer was gebleken dat het Vaticaan in internationaal diplomatiek opzicht nog volop functioneerde. 44 zie noot Puchinger p

18 HOOFDSTUK : Tijdelijk herstel ten behoeve van de vrede De eerste Wereldoorlog Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog vertoonde de Nederlandse politiek inmiddels steeds meer kenmerken van een modern politiek stelsel. Een aantal kiesrechtuitbreidingen had een proces van democratisering op gang gebracht, waardoor politiek niet langer uitsluitend een zaak van een kleine elite was. Men kon niet meer om de verlangens van de massa heen. De directere betrokkenheid van een steeds groter deel van de bevolking had tot gevolg dat de bestaande politieke stromingen zich waren gaan organiseren in moderne politieke massapartijen. 46 Alleen de katholieke kamerfractie was nog geen hechte partij. Dat zou pas vanaf 1926 het geval zijn met de oprichting van de Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP). In 1910 werd de priester W.H. Nolens tot fractievoorzitter gekozen. Hij bleek een zeer bekwaam leider, die vooral met zijn werk achter de schermen veel wist te bereiken en van de katholieke fractie een steeds meer aaneengesloten geheel wist te maken. 47 Naast de Anti-Revolutionaire Partij van Abraham Kuyper was een tweede protestantschristelijke partij ontstaan, de Christelijk-Historische Unie (CHU), onder aanvoering van A.F. de Savornin Lohman. In 1894 was een breuk ontstaan tussen Kuyper en Lohman over de uitbreiding van het kiesrecht toen de laatste hierin minder ver wilde gaan dan de eerste. In 1904 ontstond uit deze afsplitsing de CHU, een partij die al snel bekend kwam te staan als zeer antipapistisch. 48 De liberalen slaagden er niet in tot een hechte eenheid te komen. Zij kampten nog altijd met de verdeeldheid tussen conservatieven en progressieven. Sinds 1885 bestond de Liberale Unie, een landelijk verband waarbij een deel van de plaatselijke liberale kiesverenigingen was aangesloten. Daarnaast ontstonden links en rechts van de Unie - waar al sprake was van ernstige verdeeldheid - liberale afsplitsingsbewegingen. Deze verbrokkeling verhinderde de liberalen tot een sterk blok te komen J.Th.M. Bank, J.J. Huizinga, J.T. Minderaa, Delta: Nederlands verleden in vogelvlucht p ibidem p ; Algemene geschiedenis der Nederlanden XIV (Haarlem 1979) p J.Th.M. Bank, J.J. Huizinga, J.T. Minderaa, Delta: Nederlands verleden in vogelvlucht p ibidem p

19 Uit de arbeidersbeweging was in 1894 de Sociaal-democratische Arbeiders Partij (SDAP) voortgekomen. Profiterend van de kiesrechtuitbreidingen wisten de sociaal-democraten een snelle opmars in de parlementaire politiek te maken. Waren P.J. Troelstra en H.H. Van Kol in 1897 de eerste twee volksvertegenwoordigers van de partij; na de verdubbeling van het zeteltal bij de verkiezingen in 1913 zaten 15 afgevaardigden in de Tweede Kamer. Een uitnodiging om naar aanleiding van deze verkiezingsuitslag mee te gaan regeren, werd door een kleine meerderheid van de SDAP echter van de hand gewezen. Toen vervolgens noch de confessionelen, noch de liberalen tot een kamermeerderheid wisten te komen, trad uiteindelijk het extra-parlementaire kabinet van P.W.A. Cort van der Linden aan. Het was samengesteld uit - overwegend liberale - niet-parlementariërs en ging uit van de voornaamste punten van een gezamenlijk programma van de verschillende liberale partijen. 50 Kort na het aantreden van het kabinet-cort van der Linden brak de Eerste Wereldoorlog uit. De neutraliteitspolitiek die Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw had gevoerd, wilde men ook nu graag voortzetten. Al snel bleek dat geen vanzelfsprekende zaak te zijn. De regering had de handen vol aan het handhaven van de neutrale en onafhankelijke positie. Nederland lag ingeklemd tussen de twee machtigste rivalen van dat moment, Engeland en Duitsland. Manoeuvreren tussen deze mogendheden was dan ook de belangrijkste doelstelling van de Nederlandse buitenlandse politiek gedurende de oorlog. 51 Een ander aspect van de buitenlandse politiek tijdens de oorlogsjaren was de belangstelling voor het bevorderen van de vrede in Europa. Sinds de eerste Haagse vredesconferentie in 1899 was Nederland in toenemende mate een actieve rol voor zichzelf gaan zien op dit gebied. Het streven naar de bevordering van de internationale rechtsorde dat hieruit voortvloeide, had tot gevolg dat in 1913 het Internationale Hof van Arbitrage in Den Haag werd gevestigd. Tijdens de oorlog probeerde Nederland onder andere aan herstel van de vrede bij te dragen door contacten te leggen met de overige neutrale staten. Dit had ook gevolgen voor de betrekkingen met de Heilige Stoel. 52 Het Vaticaan groeide tijdens de Eerste Wereldoorlog uit tot een diplomatiek centrum van betekenis. Vanaf het uitbreken van de oorlog toonde Paus Benedictus XV zich zeer actief als 50 ibidem p ; Algemene geschiedenis der Nederlanden XIIV (Haarlem 1979) p D. Hellema p ibidem p.39-40,67 19

20 het ging om diplomatieke vredespogingen en openlijke oproepen tot vrede. De eerste bemiddelingsacties van het Vaticaan ten gunste van de vrede kwamen dan ook snel op gang, iets dat ook in Nederland niet onopgemerkt bleef. Daarmee leek de tijd aangebroken voor de Nederlandse katholieken om hun slag te slaan. Voor het eerst sinds jaren was een klimaat ontstaan waarin herstel van het gezantschap bespreekbaar werd. Ten gunste van de vrede Met de nodige voorzichtigheid stelde Nolens op 17 december 1914 in de Tweede Kamer het onderwerp aan de orde. Naar aanleiding van de vredesacties in het Vaticaan had Engeland besloten om een diplomatiek vertegenwoordiger die kant op te sturen. Nolens vroeg daarop aan de minister van Buitenlandse Zaken, J. Loudon, of niet ook Nederland in de huidige situatie er goed aan zou doen op een ruim veertig jaar geleden genomen beslissing terug te komen. 53 De minister wilde op dat moment echter niet ingaan op punten die niet in het voorlopig verslag behandeld waren en daarmee was de zaak voor dat moment afgedaan. 54 Het voorlopig verslag van de Eerste Kamer van 22 januari 1915 bevatte wel een paragraaf over de missie bij de Heilige Stoel. Daarin werd door enkele commissieleden de wenselijkheid uitgesproken voor herstel van de missie, speciaal ter verkrijging van de vrede. Ook nu werd gewezen op de benoeming van een Engels diplomaat bij het Vaticaan en de kans die daardoor was toegenomen dat vredesonderhandelingen in Rome gevoerd zouden worden. Het zou in het Nederlands belang zijn daar ook bij vertegenwoordigd te zijn. Deze visie werd niet door alle commissieleden gedeeld. Er waren er ook die niet warm liepen voor herstel van de missie. Zij betwijfelden of Rome wel de aangewezen plaats was voor het aangaan van vredesonderhandelingen. 55 Uit de memorie van antwoord bleek dat Loudon de argumenten van de commissie van rapporteurs om het gezantschap te herstellen niet overtuigend vond. Een neutrale mogendheid als Nederland had met andere belangen te maken dan een oorlogvoerende partij als Engeland. In dat perspectief achtte hij het beter om geen veranderingen in de buitenlandse vertegenwoordiging van Nederland aan te brengen. Dat zou alleen maar aanleiding kunnen geven tot gevolgtrekkingen, die niet overeenstemden met de bedoeling der Regeering. 56 Zoals het een liberaal bewindsman in die tijd betaamde, als het om buitenlands politieke 53 Handelingen Tweede Kamer , 17 december 1914 p Handelingen Tweede Kamer , 17 december 1914 p Handelingen Eerste Kamer , Bijlage A nr. 1 p.1 56 Handelingen Eerste Kamer , Bijlage A nr. 2 p.3 20

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960

LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960 Behoort bij schrijven no. 557»6?3 LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960 S a m e n v a t t i n Op 1 en 2 oktober 19^0 hield de Socialistische Werkers Partij te Amsterdam een landelijke

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland Gebruik bron 1 en 2. 1p 1 De twee bronnen hebben te maken met de constitutionele monarchie. Welke

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228 INGEKOMEN DOCUMENT Betreft: monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap,

Nadere informatie

Europa in de Tweede Kamer

Europa in de Tweede Kamer Europa in de Tweede Kamer Europa krijgt steeds meer invloed op het dagelijks leven van haar burgers, ook in Nederland. Daardoor lijkt het soms alsof de nationale parlementen buiten spel staan. Dat is niet

Nadere informatie

Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed

Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Geleid door de wens de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel

Nadere informatie

instellingen, maar al is de beteekenis van den invloed dier bijzondere personen groot, na eene periode van belangstelling en enthousiasme voor

instellingen, maar al is de beteekenis van den invloed dier bijzondere personen groot, na eene periode van belangstelling en enthousiasme voor 27 wensch om eene nieuwe regeling te scheppen, maar niet van de gedachte, of men meer voelt voor de openbare school of de bijzondere school of omgekeerd. De Minister CORT VAN DER LINDEN zeide nog in de

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

SYNODE DER SCHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND LEEUWARDEN 2001

SYNODE DER SCHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND LEEUWARDEN 2001 Pagina 1 van 7 SYNODE DER SCHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND LEEUWARDEN 2001 Aan de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken Amersfoort 2001 ds. K. Muller, eerste scriba

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland 1p 1 Op welke manier werd de Tweede Kamer tussen 1848 en 1917 samengesteld? A De leden werden benoemd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2007-I

Eindexamen geschiedenis vwo 2007-I Van kind tot burger: Volksopvoeding via het onderwijs in Nederland (1780-1920) Patriotten gaven aan het begrip burger een nieuwe betekenis. 2p 1 Noem deze nieuwe betekenis en geef aan tot welke visie op

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Juist in het openbaar onderwijs

Juist in het openbaar onderwijs Juist in het openbaar onderwijs Over de aandacht voor levensbeschouwing op de openbare school Legitimatie MARLEEN LAMMERS Wie denkt dat het openbaar onderwijs geen aandacht mag besteden aan levensbeschouwing,

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid 50 (1986) Nr. 2 1 ) TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2002 Nr. 112 A. TITEL Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

Gew. bij S.B. 1983 no. 104.

Gew. bij S.B. 1983 no. 104. WET van 24 november 1975, tot regeling van het Surinamerschap en het Ingezetenschap (S.B.1975 no.4), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij S.B. 1983 no. 104, S.B. 1984 no. 55, S.B.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 466 Besluit van 7 september 1995, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer in verband met

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag

Nadere informatie

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries Advies Gemeenteraad Westland Prof. mr. D.J. Elzinga Mr. dr. F. de Vries Inhoud Casus... 2 Vragen... 2 Benoeming van publieke bestuurders... 3 Onduidelijkheid in wet- en regelgeving... 4 Dubbele geheimhouding?...

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen zullen hierna worden aangeduid als de stichting en de arts.

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen zullen hierna worden aangeduid als de stichting en de arts. SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/30 Vonnis in de zaak van: De Stichting A., gevestigd te Z., eiseres in conventie, verweerster in reconventie, tegen: B., plastisch chirurg, wonende te Y., verweerder

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een

Nadere informatie

IV.8. ASSOCIATIEOVEREENKOMST MET DE PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND (PKN) OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 15 LID 2 VAN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT

IV.8. ASSOCIATIEOVEREENKOMST MET DE PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND (PKN) OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 15 LID 2 VAN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT IV.8. ASSOCIATIEOVEREENKOMST MET DE PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND (PKN) OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 15 LID 2 VAN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT B. TOELICHTING Artikel 3 De kern van de overeenkomst is dat we elkaar

Nadere informatie

Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking GRO..M Mechelen

Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking GRO..M Mechelen Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking GRO..M Mechelen HOOFDSTUK 1: ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Art. 1 De GRO..M is de advies- en participatieraad van de stad Mechelen met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking

Nadere informatie

Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten

Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Verlangende om het vereiste van diplomatieke of consulaire legalisatie

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2006

Examen VMBO-GL en TL 2006 Examen VMBO-GL en TL 2006 tijdvak 1 woensdag 31 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 1 vrijdag 21 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

Reglement van orde voor de vergaderingen van burgemeester en wethouders van Voorst.

Reglement van orde voor de vergaderingen van burgemeester en wethouders van Voorst. Reglement van orde voor de vergaderingen van burgemeester en wethouders van Voorst. Burgemeester en wethouders van Voorst; overwegende dat als gevolg van het in werking treden van de Wet dualisering gemeentebestuur

Nadere informatie

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Korte omschrijving werkvorm De leerlingen beantwoorden vragen over de Europese politiek aan de hand van korte clips van Nieuwsuur in de Klas. Leerdoel De leerlingen leren

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet in verband met het verbeteren van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen alsmede de uniformering van enkele bepalingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 16 034 (R 1138) Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake het koningschap

Nadere informatie

STICHTING PLATFORM DUURZAAMHEID DORDRECHT (11 januari 2013)

STICHTING PLATFORM DUURZAAMHEID DORDRECHT (11 januari 2013) STATUTEN STICHTING PLATFORM DUURZAAMHEID DORDRECHT (11 januari 2013) Definitie Artikel 1 Schriftelijk 1. Onder schriftelijk wordt in deze statuten tevens verstaan een langs elektronische weg toegezonden

Nadere informatie

Wat betekent het dat Samuel in de Bijbel een ziener wordt genoemd en waar legde Samuel in zijn onderricht de nadruk op?

Wat betekent het dat Samuel in de Bijbel een ziener wordt genoemd en waar legde Samuel in zijn onderricht de nadruk op? De gevolgen van de verkeerde keuze van Saul. Wat betekent het dat Samuel in de Bijbel een ziener wordt genoemd en waar legde Samuel in zijn onderricht de nadruk op? 1 Samuel 9:9 9 Vroeger zei iedereen

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013. Rapportnummer: 2013/208

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013. Rapportnummer: 2013/208 Rapport Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013 Rapportnummer: 2013/208 2 Klacht Verzoeker is werkzaam bij de afdeling Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de gemeente.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1974-1975 13 412 Protocol van de regeringsconferentie Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen, van 20 en 21 mei te Paramaribo, en de conclusies van het

Nadere informatie

Statuten Stichting Lucas Onderwijs

Statuten Stichting Lucas Onderwijs 1/6 Artikel 1 Naam, vestiging en duur a. De Stichting draagt de naam Stichting Lucas Onderwijs. De Stichting kan zich in en buiten rechte presenteren onder de naam Lucas. b. De Stichting heeft haar zetel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290

Rapport. Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290 Rapport Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Sociale verzekeringsbank, vestiging Nijmegen, hem in het kader van de klachtenprocedure niet in de gelegenheid

Nadere informatie

10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD)

10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 8 juli 2003 (14.07) (OR. en) 10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD) CODEC 891 JUR 273 ENV 362 MI 157 IND 96 ENER 204 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal

Nadere informatie

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt.

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt. 33 955 Regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149

Rapport. Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149 Rapport Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) hem onheus heeft bejegend toen hij begin mei 2006

Nadere informatie

Openbaar lichaam PlusTeam. Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur

Openbaar lichaam PlusTeam. Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur Openbaar lichaam Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur Het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam ; Gelet op artikel 6 derde lid van de Gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam ; Gelet op

Nadere informatie

1. Verdeel de klas in 8 groepen van 3 à 4 leerlingen. 3 liberalen, 3 confessionelen en 2 socialisten.

1. Verdeel de klas in 8 groepen van 3 à 4 leerlingen. 3 liberalen, 3 confessionelen en 2 socialisten. FORMATIESPEL PACIFICATIE KORTE OMSCHRIJVING WERKVORM De leerlingen spelen in groepjes een onderhandelingsspel, gesitueerd in de jaren 10 van de twintigste eeuw. Bij dit spel moeten de leerlingen zich verplaatsen

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Rolnummer: LPL 97.020 VERSLAG VAN BEVINDINGEN VAN DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR DE OVERHEID VOOR LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE

Nadere informatie

Benelux-verdrag inzake de warenmerken

Benelux-verdrag inzake de warenmerken I-1 Benelux-Regelgeving inzake merken 1 I 1. Deze tekst is een uitgave verzorgd door het Benelux-Merkenbureau. Hoewel er bij het verzorgen ervan de uiterste zorg is nagestreefd, kan voor de aanwezigheid

Nadere informatie

Rapport. Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen. Datum: 22 januari 2013. Rapportnummer: 2013/007

Rapport. Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen. Datum: 22 januari 2013. Rapportnummer: 2013/007 Rapport Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen Datum: 22 januari 2013 Rapportnummer: 2013/007 2 De klacht en de achtergronden De Nationale ombudsman ontving in het voorjaar van 2012

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - II

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - II Door de tijd heen De volgende historische verdragen staan in willekeurige volgorde: 1 Door de Vrede van Brest-Litovsk tussen het Duitse keizerrijk en het communistische Rusland kunnen de Duitse generaals

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083

Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083 Rapport Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Gouda vanaf november 2002 onvoldoende heeft getracht om de

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2014Z00971 Datum 12 februari

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland. als bedoeld in ordinantie 11-27-3

Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland. als bedoeld in ordinantie 11-27-3 Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland als bedoeld in ordinantie 11-27-3 Inhoudsopgave Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3. Artikel 4. Artikel

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap, en de Republiek San Marino

BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap, en de Republiek San Marino RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 juli 2001 (09.07) (OR. it) 10622/01 UEM 71 ECOFIN 193 BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap,

Nadere informatie

De Republiek in een tijd van vorsten, 1477-1702 Kennistoets bij hoofdstuk 3 Havo

De Republiek in een tijd van vorsten, 1477-1702 Kennistoets bij hoofdstuk 3 Havo Kennistoets bij hoofdstuk 3 Havo Opdracht 1 De sterke economische groei die de Gouden Eeuw kenmerkt, kwam hoofdzakelijk ten goede aan het gewest Holland. Welke militaire oorzaak kun je benoemen? Holland

Nadere informatie

NEDERLAND IN DE 16e EEUW

NEDERLAND IN DE 16e EEUW NEDERLAND IN DE 16e EEUW In de 16e eeuw vielen de Nederlanden onder de Spaanse overheersing. Er bestonden grote verschillen tussen de gewesten (= provincies), bv: - dialect - zelfstandigheid van de gewesten

Nadere informatie

INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting

INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting Behoort bij schrijven no.: INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting Het Internationale Comité ter Bevordering van de Handel (International Committee for the Promotion of Trade,

Nadere informatie

Maarten Luther 1483-1546

Maarten Luther 1483-1546 Maarten Luther 1483-1546 Eén van de belangrijkste ontdekkingen van Maarten Luther - (1483-1546) is het onderscheid tussen wet en evangelie. Voor Luther is de onderscheiding van wet en evangelie

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Groningen. Datum: 8 juni 2011. Rapportnummer: 2011/0169

Rapport. Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Groningen. Datum: 8 juni 2011. Rapportnummer: 2011/0169 Rapport Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Groningen. Datum: 8 juni 2011 Rapportnummer: 2011/0169 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat politieambtenaren van het regionale

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT no. 19 Landsverordening Sociaal-Economische Raad 1 Hoofdstuk 1. Instelling en taak Artikel 1 Er is een Sociaal-Economische Raad, hierna genoemd de Raad.

Nadere informatie

Toespraak Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg bij de presentatie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis, 19 november 2013

Toespraak Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg bij de presentatie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis, 19 november 2013 Toespraak Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg bij de presentatie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis, 19 november 2013 Dames en heren, Het thema van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 47 Landsverordening van de 2 de juli 2014, tot wijziging van de Sanctielandsverordening inzake de wijze van implementatie van vastgestelde sanctieverordeningen

Nadere informatie

Behoort bij schrijven no. 619.828. Dit exemplaar bestaat uit 5 blz. NEDERLAND

Behoort bij schrijven no. 619.828. Dit exemplaar bestaat uit 5 blz. NEDERLAND Dit exemplaar bestaat uit 5 blz. HET WERELDVAKVERBOND EN DE COMMUNISTISCHE VAKBEWEGING IN NEDERLAND S a m e n v a t t i n g In 1961 zijn de banden tussen het secretariaat van het Wereldvakverbond te Praag

Nadere informatie

REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP

REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP Vastgesteld bij besluit van de Raad van Bestuur van de Stichting Nederlandse Publieke Omroep, hierna de NPO, d.d. 12 januari 2010, herzien d.d. 12 februari 2013.

Nadere informatie

Rapport betreffende een klacht over Menzis Zorgkantoor uit Enschede. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Menzis Zorg en Inkomen uit Enschede.

Rapport betreffende een klacht over Menzis Zorgkantoor uit Enschede. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Menzis Zorg en Inkomen uit Enschede. Rapport 2 p class="c3">rapport Rapport betreffende een klacht over Menzis Zorgkantoor uit Enschede. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Menzis Zorg en Inkomen uit Enschede. Datum: Rapportnummer:2011/197

Nadere informatie

Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden

Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/06/2012

Datum van inontvangstneming : 28/06/2012 Datum van inontvangstneming : 28/06/2012 Resumé C-233/12-1 Zaak C-233/12 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266 15 (1965) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1994 Nr. 266 A. TITEL Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met

Nadere informatie

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo 105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.

Nadere informatie

Bestuurslagen in Nederland rijksoverheid provinciale overheid gemeentelijke overheid

Bestuurslagen in Nederland rijksoverheid provinciale overheid gemeentelijke overheid Vak Maatschappijwetenschappen Thema Politieke besluitvorming (katern) Klas Havo 5 Datum november 2012 Hoofdstuk 4 Het landsbestuur (regering en parlement) Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier

Nadere informatie

Uitspraaknr. 06.056. De klacht. De feiten. De visie van partijen

Uitspraaknr. 06.056. De klacht. De feiten. De visie van partijen Landelijke Klachtencommissie onderwijs (mr. M.E.A. Wildenburg, S.J. Drijver, R.C.A. Wilcke) Uitspraaknr. 06.056 Datum: 27 juli 2006 Belemmerde communicatie, zonder reden melden van vermoedelijk ongeoorloofd

Nadere informatie

SAMENVATTING SYLLABUS

SAMENVATTING SYLLABUS SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015 Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in verband met de wijziging van de staatkundige hoedanigheid van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen (Rijkswet wijziging Statuut

Nadere informatie

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland

Nadere informatie

GESCHIEDENIS VAN DEN HAAG ALS STAD VAN VREDE EN RECHT

GESCHIEDENIS VAN DEN HAAG ALS STAD VAN VREDE EN RECHT 1 GESCHIEDENIS VAN DEN HAAG ALS STAD VAN VREDE EN RECHT Den Haag staat internationaal bekend als stad van Vrede en Recht. Ruim 19.500 mensen in zo n 160 internationale organisaties werken hier aan één

Nadere informatie

Inventaris van het archief van het Nederlandse Gezantschap in de Kerkelijke Staat, (1816) 1826-1830 (1855) en 1915-1926

Inventaris van het archief van het Nederlandse Gezantschap in de Kerkelijke Staat, (1816) 1826-1830 (1855) en 1915-1926 Nummer archiefinventaris: 2.05.10.09 Inventaris van het archief van het Nederlandse Gezantschap in de Kerkelijke Staat, (1816) 1826-1830 (1855) en 1915-1926 Auteur: J.C. Beth, SSA-BZ Nationaal Archief,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z08639 Datum 27 mei 2015

Nadere informatie

*ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015

*ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015 *ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015 Agendanr.. Aan de Raad No.ZA.14-27443/DV.14-436, afdeling Middelen en Advies. Sellingen, 12 februari 2015 Onderwerp: Verordening behandeling bezwaarschriften

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 131 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en

Nadere informatie

Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203

Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging

Nadere informatie

Onder afhankelijke gezinsleden wordt verstaan:

Onder afhankelijke gezinsleden wordt verstaan: VERDRAG INZAKE BETAALDE ARBEID TEN BEHOEVE VAN AFHANKELIJKE GEZINSLEDEN VAN HET DIPLOMATIEK, CONSULAIR, ADMINISTRATIEF, TECHNISCH EN ONDERSTEUNEND PERSONEEL VAN DE DIPLOMATIEKE EN CONSULAIRE MISSIES De

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2016Z00246 Datum 13 januari

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 50 Besluit van 21 januari 2009 houdende vaststelling van regels met betrekking tot de hoogte van de vergoeding voor adviescolleges en commissies

Nadere informatie

SAMENVATTING UITSPRAAK. A, B, C, D, E, F, G, werknemers van ROC H, gevestigd te I, verzoekers, hierna te noemen de werknemers gemachtigde: de heer J

SAMENVATTING UITSPRAAK. A, B, C, D, E, F, G, werknemers van ROC H, gevestigd te I, verzoekers, hierna te noemen de werknemers gemachtigde: de heer J SAMENVATTING 106262 - Geschil over toepassing vakantieregeling werkgever; BVE Het geschil is in goed overleg tussen partijen aan de Commissie voorgelegd (N-7 cao bve). De werkgever heeft gaandeweg het

Nadere informatie

WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling

WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 1. De overeenkomst inzake geneeskundige

Nadere informatie

BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP

BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP Vastgesteld op 9 november 2015 1 TOEPASSELIJKHEID 1.1.1 Dit reglement is van toepassing op een ieder die thans of in de toekomst

Nadere informatie

Beoordeling. Bevindingen. h2>klacht

Beoordeling. Bevindingen. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) zijn verzoek om een vergoeding van zijn particuliere zorgverzekeringspremie over de periode januari tot mei 2007

Nadere informatie

Woord vooraf Inleiding 1 Hoofdstuk 1 Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I 13 Hoofdstuk De Bijenkorf , De Noordstar en

Woord vooraf Inleiding 1 Hoofdstuk 1 Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I 13 Hoofdstuk De Bijenkorf , De Noordstar en Woord vooraf XI Inleiding 1 Het belang van de opiniepers in de periode van onderzoek 1 Het object van onderzoek 3 Het doel van het onderzoek 3 Stand van zaken met betrekking tot onderzoek naar de afscheiding

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b Bijlage VMBO-KB 2012 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-12-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een beschrijving van een politieke stroming (rond 1870): Zij

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; 1/5 Advies nr 49/2015 van 25 november 2015 Betreft: Ontwerp van koninklijk besluit bepalende dat sommige uitwisselingen van persoonsgegevens geen toelating van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid

Nadere informatie

Projectoproep / Commemoraties 1914-18

Projectoproep / Commemoraties 1914-18 1. Algemene Informatie 1.1 Context Herdenkingsplechtigheden Eerste Wereldoorlog (1914-18) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maakt zich op voor de herdenking van honderd

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht

Nadere informatie