Wie wil er nou niet zelfredzaam zijn?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Wie wil er nou niet zelfredzaam zijn?"

Transcriptie

1

2 WIE WIL ER NOU NIET ZELFREDZAAM ZIJN?

3 Richard de Brabander Wie wil er nou niet zelfredzaam zijn? De mythe van zelfredzaamheid Al het mogelijke werd gedaan om de informatie in dit boek zo juist en actueel te maken als kan. Auteur of uitgever kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor mogelijke nadelen die lezers door eventuele onvolkomenheden in het boek zouden ondervinden.

4 Inhoud Woord vooraf deel I Inleiding Richard de Brabander Wie wil er nou niet zelfredzaam zijn? De mythe van zelfredzaamheid Antwerpen - Apeldoorn Garant blz. 24 cm ISBN D/2014/5779/13 NUR 758 Ontwerp omslag en binnenwerk: René de Haan, Den Haag / renedehaan.net Omslagfoto: Dorothee Peters Verzorging manuscript: Michelle Bax-Driehuijs Richard de Brabander & Garant-Uitgevers nv Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke, voorafgaande en schriftelijke toestemming van de auteur en van de uitgever. Garant Somersstraat 13-15, B-2018 Antwerpen Koninginnelaan 96, NL-7315 EB Apeldoorn 1. De normatieve sprong 2. Methode: discourstheorie deel II Niet leunen, maar steunen De (re)productie van zelfredzaamheid Inleiding 3. Van zelfontplooiing naar zelfredzaamheid 4. We zijn gewaarschuwd 5. Je moet wel op een bepaalde manier zelfredzaam zijn deel III De verbeelding van autonomie Deconstructie van een zelfgenoegzaam ideaal Inleiding 6. Hoe de invulling van autonomie tot een impasse leidt 7. Het geïdealiseerde zelf Epiloog: Discours en ethiek Bijlage Geraadpleegde literatuur Dankwoord 5

5 Woord vooraf We feel free because we lack the very language to articulate our unfreedom. Slavoj Žižek Dit boek is in meerdere opzichten een vervolg op Van gedachten wisselen. In dit boek, waarvan in 2013 een tweede herziene druk verscheen, introduceer ik voor studenten sociaal werk hoe filosofen denken over thema s als geluk, rechtvaardigheid, macht, vrijheid, menswaardigheid en kennis. Behalve dat het mij zinvol lijkt dat zij nadenken over deze thema s die voor hun werk van belang zijn, heeft dit boek ook tot doel, ik citeer mijzelf, studenten en professionals te laten delen in de verwondering en de zelfoefening van het denken waarin niets meer vanzelf spreekt (De Brabander, 2013: 12). Sinds Plato heeft de filosofie tot taak te breken met de heersende en gangbare opinies die het losse cement van ons bestaan vormen. Filosofie bevraagt wat vanzelf spreekt, en dat brengt behalve verwarring soms ook irritatie teweeg. Maar Van gedachten wisselen eindigt waar het voor mij pas begint. Sinds mijn studie filosofie ben ik gefascineerd door en schrijf ik over het werk van Friedrich Nietzsche en naoorlogse Franse filosofen als Michel Foucault, Gilles Deleuze en Jacques Derrida en recentelijk Alain Badiou en Jacques Rancière. Hun werk vormt voor mij een onuitputtelijk bron van inspiratie. Zij laten ieder op eigen wijze zien hoe bepaalde ideeën onze samenleving gaan domineren en als vanzelf gaan spreken. Waar ik in Van gedachten wisselen stilhoud, daar zet ik nu door. Maar dit boek gaat niet over Franse filosofie. Het gaat wel over de vraag hoe in de praktijk van het sociaal werk de centrale waarden waarop de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo) zich baseert zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid een dominante betekenis krijgen en als vanzelf gaan spreken en gewoon worden. 6 7

6 Een indicatie voor deze vanzelfsprekendheid is dat kritische deskundigen het nagenoeg onmogelijk vinden tegen zelfredzaamheid te zijn en dat voor een dergelijke kritiek zelfs enige moed nodig is: Wie kan er immers tegen een zelfredzame patiënt zijn? Misschien eerlijker: wie zou er tegen durven zijn? (Peeters & Cloïn, 2012: 21). En inderdaad, wie wil er nou niet zelfredzaam zijn, wie wil niet bepalen hoe hij zijn leven wil inrichten? De moeilijkheid deze waarden te kritiseren komt niet voort uit een gebrek aan kennis van de kant van critici. Evenmin uit de angst hun baan te verliezen. Die moeilijkheid heeft alles te maken met het feit dat wij althans in het westen onszelf sinds de achttiende eeuw hebben leren begrijpen als een autonoom subject. De mens, aldus de verlichtingsfilosoof Immanuel Kant, moet zich van zijn verstand bedienen zonder leiding door de ander. De autonome mens is mondig. Populair gezegd: Dat bepaal ikzelf wel. Emancipatie is daarvan een maatschappelijke en politieke manifestatie. Onmondigheid is het gevolg van luiheid en een gebrek aan moed. De tegenstelling die Kant hier naar voren brengt beheerst tot op de dag van vandaag het denken over zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid. De gevleugelde uitdrukking Niet leunen, maar steunen, waarmee het tweede kabinet Balkenende haar visie op de wmo samenvat, spreekt wat dit betreft boekdelen. Een kritiek op eigen regie, eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid wordt nog eens bemoeilijkt doordat die kritiek deze waarden vooronderstelt. Getuigen critici niet juist van de moed te denken? Kritiek op de mantra van zelfredzaamheid kan daarom makkelijk als tegenstrijdig, ja zelfs als hypocriet worden afgedaan. Maar in plaats van de kritiek als huichelachtig af te serveren lijkt het mij zinvoller deze hypocrisie serieus te nemen en ons af te vragen wat zij impliceert. Juist dat kan ons op het spoor brengen van de manier waarop de betekenis van zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid zich als een vanzelfsprekendheid articuleert. De hypokritiek is in de woorden van filosoof Henk Oosterling een kritiek die zichzelf ondermijnt in het besef dat ze even noodzakelijk als onmogelijk is (Oosterling, 2000: 13). In het licht van een doel-middelrationaliteit die het spreken in het sociaal werk beheerst is dit een ongerijmde manier van denken die enkel tot inconsistenties leidt. Een van de vooronderstellingen in dit boek is dat wat wij als vanzelfsprekend en als natuurlijk beschouwen het resultaat is van hoe wij de werkelijkheid articuleren. Eenvoudig gezegd, wij brengen orde aan in de chaos, en beschrijven die orde vervolgens als iets dat onafhankelijk van onze ordening bestaat. Dat is allemaal leuk en aardig, maar wat heb ik eraan. Wat heeft het voor nut om mij af te vragen wat zelfredzaamheid betekent?. Die vraag is mij verscheidende keren gesteld en het antwoord daarop heeft mij herhaaldelijk parten gespeeld. Laat dit vooraf duidelijk zijn: deze studie reikt geen gereedschap aan waarmee sociaal werkers de klus in een handomdraai beter kunnen klaren. Maar dit betekent beslist niet dat deze studie haaks staat op praktijkonderzoek dat is gericht op de ontwikkeling van professionals in relatie tot de kwaliteitsverbetering van de eigen beroepspraktijk. Juist op dit punt houd ik stand. Want indien sociaal werk een normatieve professionaliteit is en de sociaal werker een reflective practioner, dan, zo luidt mijn stelling, vereist dat minstens de bereidheid om de eigen denkgewoonten kritisch te bevragen en zich kritisch te verhouden tot het dominante discours dat de praktijk van het sociaal werk zowel mogelijk maakt als beperkt. Want, als dat wat wij als werkelijk en natuurlijk beschouwen het effect van ordening is, dan is dat tegelijkertijd ook het effect van uitsluiting. Iedere ordening stelt grenzen en sluit daarmee onvermijdelijk uit. Zodra we een grens trekken, creëren we een binnen en een buiten. Problematisch wordt het wanneer die grenzen worden gerechtvaardigd op basis van de orde en tegenstelling die zijzelf creëren. Dat is een blijk van zelfgenoegzaamheid: een immanente rechtvaardiging die geen verklaring meer behoeft. Zelfredzaamheid is een van de doelstellingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Burgers moeten zichzelf kunnen redden en niet leunen op de overheid. Het versterken van de zelfredzaamheid wordt ongetwijfeld gemotiveerd door bezuinigingen op de kosten van zorg en welzijn. En het valt niet uit te sluiten dat het idee van zelfredzaamheid en de daarmee samenhangende waarden van eigen regie en eigen verwoordelijkheid worden misbruikt om deze noodzakelijke bezuinigingen als wenselijk te rechtvaardigen. 8 9

7 Maar hiermee hangt een andere, in de woorden van Roland Barthes, mythische bezuiniging samen. De mythe bezuinigt op de complexe werkelijkheid, zij toont een wereld die baadt in vanzelfsprekendheid, waarin de dingen eruit zien alsof ze vanzelf betekenen en waarvan de evidentie steeds opnieuw herhaald wordt. Daarom verklaart de mythe niet en behoeft zij geen uitleg. Zij constateert en neigt tot het spreekwoordelijke en stelt de werkelijkheid voor als een geheel van essenties in plaats van als een geheel van menselijke relaties in hun maatschappelijke structuur (Barthes, 1975: 289). Niet het streven naar zelfredzaamheid is problematisch. Problematisch is, dat zelfredzaamheid een mythe is geworden. Wie wil er nou niet zelfredzaam zijn? Deze studie is een poging deze mythische bezuiniging te beschrijven en te laten zien dat achter de begrotingspolitiek een biopolitiek schuilgaat: een politiek die, zonder dat we daar erg in hebben, ons dagelijks leven wil beheren. Deze biopolitiek wordt niet door een kwade genius van bovenaf opgelegd. Zij werkt via een geheel van uitspraken, wervende campagnes, maatregelen, trainingen, technieken en methodieken die zelfredzaamheid en eigen regie als vanzelfsprekende waarden (re)- produceren. Dit beheer van het leven lijkt geheel in tegenspraak met een politiek die nu juist in het teken staat van zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid van burgers. Mijn stelling is dat het streven naar zelfredzaamheid eerder verhult dat ons leven wordt beheerd en de illusie wekt dat we het in eigen beheer hebben. Wat is de betekenis van zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid als we worden gedwongen te leven alsof we ons leven kunnen bepalen en vrij zijn? Dit essay biedt geen panacee voor problemen, maar hopelijk wel inzicht in hoe het probleem van zelfredzaamheid en eigen regie wordt gesteld en hoe het antwoord op dat probleem als noodzakelijk én wenselijk, dat wil zeggen als vanzelfsprekend, wordt gepresenteerd. Dat zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid gedeeld worden en heersen, betekent niet dat zij noodzakelijk en wenselijk zijn. Het betekent alleen dat zij de praktijk normeren en inkaderen. Beseffen we eenmaal hoezeer ons waarnemen en oordelen onopgemerkt (be)- geleid worden door wat we als vanzelfsprekend aannemen en dat de werkelijkheid het resultaat van ordening is, dan wordt de blik geopend voor nieuwe mogelijkheden en betekenissen die thans worden uitgesloten. Dit lijkt mij reden genoeg om kritisch te kijken naar de mantra van zelfredzaamheid en hoe die doorwerkt in de symbolen, metaforen en interpretatiekaders van waaruit de praktijk van het sociaal werk betekenis krijgt. Reflectie wordt door mij ruimer opgevat dan een tool waarmee we op onszelf en op ons handelen terugblikken. Reflecteren met behulp van een tool houdt in dat we aan de hand van bestaande, voorgeschreven normen onszelf de maat nemen en beoordelen of we volgens de nieuwe kwaliteitseisen werken. Maar reflecteren is meer dan bepalen. In de lijn van eerder genoemde Franse filosofen bestaat voor mij reflecteren erin dat we in een situatie waarin die maatstaven, regels of criteria hun betekenis verliezen, nieuwe maatstaven, criteria en regels moeten ontdekken, zonder dat we op de oude kunnen terugvallen. Reflecteren is niet gericht op het rechtvaardigen van wat we al weten, maar bestaat in de poging of we anders kunnen denken dan we denken. In die zin vat ik deze studie op als een essay, zoals dat door Foucault wordt omschreven: als een poging om te verkennen wat in het denken kan worden veranderd. Dit vereist vooral verbeeldingskracht, dat wil zeggen het vermogen om ons iets voor te stellen bij wat we niet begrijpen. Als er iets is waarover we ons zorgen moeten maken niet alleen in de praktijk van het sociaal werk, maar ook in het onderwijs en onderzoek dan is het wel de manier waarop een regime van protocollen, procedures, resultaatafspraken, zelfredzaamheidmatrixen, stappenplannen, studieplannen en formats, tools en wat dies meer zij, iedere verbeeldingskracht in de kiem smoort. Dit regime en de retoriek van de eenvoud, die daarmee gepaard gaat, doet geen recht aan het sociale domein dat wordt gekenmerkt door strijdige interpretaties, dilemma s, niet logische keuzes en inconsistenties. Heeft sociaal werk een morele kwaliteit, dan ligt deze niet in het gedachteloos hanteren van gereedschap, maar in een kritische verhouding tot die instrumenten en de kaders die worden gesteld

8 Juist het problematiseren van de vanzelfsprekendheden die aan dit regime ten grondslag liggen, legt de morele kwaliteit van het sociale werk bloot. Dit essay biedt geen oplossingen, wel stof tot nadenken. En de stof tot nadenken wordt niet in handvatten gegoten. Hoe moet de lezer dit boek lezen? Leeswijzers behoren tot het regime van protocollen en stappenplannen. Zij zijn een handreiking aan de lezer; ze impliceren een doel-middelrationaliteit: het lezen moet doelmatig en nuttig, de tekst eenduidig en gemakkelijk te lezen zijn. Leeswijzers bereiden lezers voor op wat komen gaat en stellen hen in staat op voorhand te bepalen welk hoofdstuk ze wel of niet willen lezen. In een studie die kritisch tegenover een dergelijk regime staat, is een leeswijzer, op z n zachtst gezegd, niet op zijn plaats. De kritische meelezers hebben mij echter op het hart gedrukt in het belang van de lezer toch een leeswijzer toe te voegen. Deze studie is opgebouwd uit drie delen: deel I is een inleiding, deel II beschrijft hoe zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid in de praktijk van het sociaal werk betekenis krijgen en deel III is een filosofische reflectie op autonomie. Het inleidende deel (deel I) bevat twee hoofdstukken. In hoofdstuk een zet ik het probleem van de normatieve sprong uiteen. Deze normatieve sprong bestaat erin dat de wmo een analyse van een veranderende werkelijkheid verbindt met een even noodzakelijk als wenselijk antwoord. Het resultaat van die sprong is dat het antwoord, in dit geval en kort gezegd zelfredzaamheid, als iets natuurlijks en vanzelfsprekend wordt voorgesteld. In het tweede hoofdstuk ga ik in op basisprincipes van de discourstheorie die ik heb gebruikt om deze normatieve sprong en de figuren die hij maakt te analyseren. De figuren van de normatieve sprong worden zichtbaar in de vorm van discursieve mechanismen. De reden dat ik uitgebreid bij deze methode van onderzoek stilsta is tweeërlei. In de eerste plaats staat de discourstheorie kritisch tegenover de empirisch-analytische benadering die het onderzoek in het domein van zorg en welzijn domineert. Ten tweede zet de discourstheorie een streep door het idee dat wij autonoom zijn. Discourstheorie impliceert een kritiek op de mantra van zelfredzaamheid. Door in te zoomen op discursieve mechanismen en verhaallijnen, kunnen we de normatieve sprong die de wmo maakt nader in kaart brengen. In deel twee beschrijf ik deze mechanismen en verhaallijnen. Daarbij staat de vraag centraal hoe het zelfredzaamheiddiscours zijn hegemonie verwerft en het beeld van de burger en cliënt bepaalt. Voor een antwoord op deze vraag neem ik eerst een historische aanloop. In hoofdstuk drie laat ik zien, hoe na de Tweede Wereldoorlog het autonomiebegrip in zorg en welzijn verschillend wordt ingevuld en hoe deze invullingen de praktijk bepalen. In het vierde hoofdstuk zoom ik tot in detail in op fragmenten uit de brief waarin het tweede kabinet Balkenende het voorstel voor de wmo aan de Tweede Kamer aanbood en de Memorie van Toelichting daarop. Hier wordt op het niveau van de tekst zichtbaar welke figuren de normatieve sprong maakt. In hoofdstuk vijf analyseer ik de focusgesprekken die met opbouwwerkers en maatschappelijk werkers zijn gehouden. In de inleiding op deel II licht ik de inzet van de hoofdstukken weer nader toe. In deel III zoom ik uit op de filosofische vooronderstellingen van autonomie en de normatieve sprong. Ik stel mij de vraag waarom problemen van de verzorgingsstaat tegenwoordig gezien worden als probleem van eigen verantwoordelijkheid, eigen regie en zelfredzaamheid en niet als probleem van maatschappelijke betrokkenheid, emancipatie, menswaardigheid, geluk of onrechtvaardigheid. In hoofdstuk zes betoog ik dat iedere invulling van autonomie tot een impasse leidt en dat de normatieve sprong een onmogelijke sprong is: een sprong over de eigen schaduw. Hij is te vergelijken met Jerommeke die zijn handen onder zijn voeten zet om zichzelf zo op te tillen. In het zevende hoofdstuk laat ik zien hoe autonomie in onze huidige westerse samenleving invulling krijgt en het autonome subject geïdealiseerd wordt. Tot slot. Dit essay is ook in een ander opzicht een vervolg op Van gedachten wisselen. Ongeveer een jaar na publicatie in 2008 werd ik gebeld door Anton van Genabeek, die toentertijd werkzaam was bij gemeente Schiedam als clustermanager op het gebied van welzijn en maatschappelijk opvang. Hij had mijn boek gelezen en wilde wel eens praten

9 Via hem leerde ik Erik Sterk kennen, sociaal ondernemer die onder andere de Social Cinema heeft bedacht, een filmfestival voor en door daklozen. Beiden kennen het domein van het sociaal werk op hun duimpje. In die gesprekken kwam het thema steeds weer op autonomie, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Telkens kwamen we op het punt dat we ons afvroegen wat deze begrippen in feite betekenen en hoe ze betekenis krijgen. Deel I Inleiding Die vraag ligt ten grondslag aan dit essay en dit onderzoek dat binnen het lectoraat Dynamiek van de Stad van Hogeschool Inholland is uitgevoerd. Een belangrijk deel van het praktijkonderzoek heeft plaatsgevonden bij en in samenwerking met sonor, waarvan Anton van Genabeek inmiddels directeur was geworden. In deze context werd ik gedwongen na te denken over het belang van discoursanalyse voor praktijkgericht onderzoek, dat lectoraten geacht worden te doen. In het besef dat ik het definitieve antwoord op deze vraag niet heb, spreek ik wel de hoop uit dat dit essay een eerste aanzet daartoe is

10 1. De normatieve sprong De eerste de beste voorstelling waarmee het onbekende zich als bekend laat verklaren, voelt zo weldadig aan dat men haar voor waar houdt. Friedrich Nietzsche De ambities van de wmo Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo) in 2007 heeft zo niet een paradigmawisseling dan toch ten minste een accentverschuiving in het domein van zorg en welzijn wettelijk gestalte gekregen: van de verzorgingsstaat naar de participatiesamenleving. Aan de basis van deze wet ligt het idee dat kwetsbare burgers op zo n manier worden ondersteund, dat zij zelfstandig kunnen functioneren in de maatschappij. Het centrale doel van de wmo is meedoen. Voor ondersteuning moeten (kwetsbare) burgers in eerste instantie niet bij de overheid aankloppen, maar bij vrienden, buren, familie of andere informele netwerken. Zijn zij niet in staat die ondersteuning te bieden, dan kan in laatste instantie een beroep op de overheid worden gedaan. De wmo wil een antwoord bieden op de al maar groeiende awbz, die moet worden beperkt waarvoor zij aanvankelijk was bedoeld: zorg aan mensen met een ernstige, zeer langdurige hulpvraag. In tegenstelling tot de awbz is de wmo geen voorzieningenwet; mensen hebben niet meer vanzelfsprekend recht op een voorziening. Daarnaast en hiermee samenhangend kent de wmo een sturingsfilosofie (waarbij moet worden opgemerkt dat dit met filosofie niets heeft te maken). Door verschillende wetten op het gebied van (geestelijke) gezondheidszorg en welzijn, of delen daarvan 1 ), samen te voegen en de uitvoering daarvan te decentraliseren, beoogt de wmo namelijk een betere afstemming, samenhang en een grotere doelmatigheid te realiseren op prestatievelden die de wet heeft gedefinieerd. De wmo van 2007 wordt in 2013 aangepast. In de nieuwe wmo wordt de decentralisatie geregeld, waarbij het werken volgens een gekantelde aanpak centraal staat. De kanteling houdt in dat eerst wordt gekeken naar wat iemand zelf kan, dat juridisering en medicalisering worden tegengaan, dat er meer ruimte komt voor professionals en dat de eigen regie van burgers wordt gerespecteerd. Voor kwetsbare burgers bieden gemeenten passende ondersteuning. Terzijde merk ik op dat deze decentralisatie en kanteling gepaard gaat met enorme bezuinigingen. Maar de ambities van de wmo reiken veel verder dan een efficiencyslag. In De Wet maatschappelijke ondersteuning reikwijdte, inhoud en betekenis typeren Rick Kwekkeboom en Marja Jager-Vreugdenhil de invoering van de wmo en de nadruk die zij legt op de eigen verantwoordelijkheid van de burger voor zijn redzaamheid en participatie als een paradigmawisseling ten opzichte van de voorgaande wetten (2009: 25). De wet, zo stellen zij, moet ook veranderingen teweegbrengen in het hele denken over zorg en welzijn en over wie daarvoor verantwoordelijk is. De sturingsinstrumenten en de beleidsdoelen zijn daarbij niet meer dan een hulpmiddel. De wmo is daarmee ook een ideologische wet en heeft ook als doel veranderingen in de maatschappij zelf tot stand te brengen (Kwekkeboom & Jager-Vreugdenhil, 2009: 19; mijn cursivering). De gestelde beleidsdoelen staan dus in dienst van het realiseren van maatschappelijke doelen van de wmo: zelfredzaamheid, participatie en sociale samenhang. Naast het centrale doel van meedoen of participatie zijn de andere maatschappelijke doelen van de wet: zelfredzaamheid een voorwaarde voor participatie - en sociale samenhang het (verwachte) gevolg van participatie (Kwekkeboom & Jager-Vreugdenhil, 2009: 16). Zelfredzaamheid houdt in dat mensen in staat zijn de regie over hun eigen leven te voeren. Hulp bij regievoering draagt dus bij aan het behoud of het vergroten van de redzaamheid (Kwekkeboom & Jager-Vreugdenhil, 2009: 19). Door zelfredzaamheid als voorwaarde en participatie en sociale samenhang als gewenst resultaten te beschouwen worden zij in een redeneerketen achter elkaar gezet: men kan pas participeren als men zelfredzaam is en sociale samenhang ontstaat alleen door participatie

11 In Een beroep op de burger zet het Sociaal Cultureel Planbureau een aantal vraagtekens bij de centrale rol die eigen verantwoordelijkheid speelt in het beleid van de overheid, niet alleen in zorg en welzijn, maar ook in het onderwijs, opvoeding, volkshuisvesting en werk. De impliciete veronderstelling bij deze rol is dat er consensus bestaat over collectieve belangen en dominante normen en waarden, in dienst waarvan burgers hun eigen verantwoordelijkheid zouden moeten aanwenden (scp, 2012: 11). Het beroep op de eigen verantwoordelijkheid wordt gezien als een remedie tegen de crisis van de verzorgingsstaat en de vervaging van normen en waarden. Het scp-rapport wijst op de kwetsbaarheid en onzekerheid die eigen verantwoordelijkheid tot gevolg kan hebben. Het stelt zich daarbij de vraag in hoeverre de toename van eigen verantwoordelijkheid bijdraagt aan het realiseren van de overheidsdoelstellingen. Daarbij merkt het scp ook op dat het beroep op de eigen verantwoordelijkheid gepaard gaat met strikte regels en voorschriften, om de onvoorspelbare keuzes van burgers en de (ongewenste) uitkomsten daarvan in goede banen te leiden. Niet alles wordt aan de eigen verantwoordelijkheid van de burger overgelaten. De overheid ontmoedigt bijvoorbeeld thuisonderwijs, verbiedt het roken in cafés en moedigt inenting tegen ziektes als mazelen aan. Het begrip eigen verantwoordelijkheid van de burger lijkt daarmee door de overheid selectief te worden gebruikt. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling ventileerde deze kritiek al eerder bij monde van Paul Frissen. De overheid beperkt het begrip eigen verantwoordelijkheid volgens hem teveel tot aanpassing, normaliteit en fatsoen. Burgerschap wordt een morele categorie: Men is in dit perspectief [van het kabinet, rdb] eigenlijk pas burger als men zich houdt aan bepaalde waarden en normen of, met andere woorden, als men zich verantwoordelijk gedraagt. Verantwoordelijk krijgt dan feitelijk de betekenis van fatsoenlijk (rmo, 2006:42). Enerzijds spreekt de overheid de burger aan als een autonoom, rationeel handelend individu. Anderzijds heeft de overheid uitgesproken ideeën over wat burgers moeten doen met die eigen verantwoordelijkheid. Met de normatieve rol die de overheid zichzelf toekent, dwingt zij bepaalde keuzes af: burgers moeten voldoen aan de verwachtingen van de overheid, anders gedragen zij zich niet verantwoordelijk (rmo, 2006: 59). Ringo Ossewaarde vat het onomwonden samen: Het is eigenlijk niet de bedoeling dat burgers het werkelijk onderling gaan regelen. De bedoeling is dat ze gaan doen, wat de overheid denkt dat goed is (Peeters, 2012: 82). Het bevorderen van zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid en eigen regie is op z n minst paradoxaal. Maar het beleid is erop gericht dat alle neuzen dezelfde kant op staan, dat er één lijn wordt getrokken en kan niet met paradoxen uit de voeten. Ieder beleid lijkt zo een bezuiniging op de complexiteit te impliceren. Wat niet hoeft weg te nemen dat er verschillende opvattingen blijven bestaan. De basis van de wmo: zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is geen doel op zich, maar een voorwaarde voor participatie en het versterken van de onderlinge betrokkenheid van burgers op elkaar en op de samenleving als geheel. Desondanks voert van deze maatschappelijke doelen zelfredzaamheid momenteel de boventoon. Driekwart van de gemeenten spreekt in hun coalitieakkoorden althans van meer zelfredzaamheid 2 ). De bedoeling van de wmo is dat men zoveel mogelijk voor zichzelf en elkaar zorgt en zich pas in laatste instantie tot de overheid wendt, zo kunnen we bijvoorbeeld lezen in het eerste visiedocument De wmo in Rotterdam (2006). 3 ) In dit visiedocument van de gemeente Rotterdam komt het woord zelfredzaamheid nog niet vaak voor. Wel wordt gesproken over de ladder van individuele zelfredzaamheid en het vergroten van de mogelijkheden van zelfredzaamheid van de betrokkene en het terugtrekken van professionele ondersteuning (Gemeente Rotterdam, 2006: 10). In Het meerjarenplan wmo Rotterdam Zelfredzaamheid is de basis maakt de ondertitel duidelijk dat het accent wordt gelegd op zelfredzaamheid. Het college vertrouwt op de eigen kracht van Rotterdammers en daagt iedereen uit het maximale uit zichzelf te halen en verwacht dat iedereen zoveel mogelijk op eigen kracht meedoet. Het meerjarenplan besteedt daarom vooral aandacht aan alle beleidsprogramma s en instrumenten die worden ingezet om de kracht en de zelfredzaamheid van de burger te versterken en om (dreigende) kwetsbaarheid te compenseren (Gemeente Rotterdam, 2011: 8)

12 Ook al is het de vraag wat het kabinet precies bedoelt met zelfredzaamheid (Peeters, 2012), achter intenties, doelstellingen, objecten en instrumenten van beleid doemen klassieke beelden op van normalisering en disciplinering (Frissen, 2007: 90). Betrokkenen, beleidsmakers, sociaal werkers en burgers hebben allemaal het beeld dat zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid normaal en de norm is. Het woord zelfredzaamheid roept in onze huidige westerse cultuur onmiddellijk het beeld op van een succesvol, gezond en enerverend leven. Wie zichzelf kan redden is vrij, kan doen en laten wat hij wil en hoeft nergens bang voor te zijn, niets of niemand staat hem in de weg. Hij vaart op eigen kracht, voert de regie over zijn eigen leven en is in staat dingen los te laten, niet uit angst of frustratie ( Bekijk het maar! ), maar vanuit een nieuwsgierigheid naar wat nieuwe mogelijkheden te bieden hebben. De zelfredzame mens is flexibel en dynamisch en verwelkomt tegenslagen als kansen en uitdagingen. Dit beeld van de zelfredzame mens beantwoordt in alles aan de emancipatie waarin de mens zich sinds de Verlichting van zijn natuur en in politiek opzicht van autoritaire, dat wil zeggen kerkelijke macht heeft bevrijd. Ten tijde van de Verlichting ontdekt de mens zichzelf als autonoom subject. Dit houdt in dat de mens wordt beschouwd als de oorsprong van zijn handelen, kennis en sociale relaties. De mens plaatst zich als sturend en controlerend subject in het centrum van de werkelijkheid en de geschiedenis. Vrij en onafhankelijk overziet en bepaalt de geëmancipeerde mens zijn eigen leven. Dit mensbeeld wordt bepalend voor de moderne westerse samenleving en langzamerhand gemeengoed. Langzamerhand, want de gedachte dat de mens in wezen autonoom is houdt niet in dat iedereen de gelegenheid heeft en krijgt zijn leven te leiden zoals hij of zij dat wil: dat de mens in wezen vrij is betekent niet per se dat hij feitelijk vrij is. Door de emancipatiestrijd is autonomie een verworven goed geworden dat we, dat spreekt vanzelf, moeten koesteren. Zo kopte de toenmalige leider van GroenLinks, Jolanda Sap, in de nrc van 15 juni 2011 Wie wil nu niet zelf de regie over zijn leven en zijn werk. Als idealen van een emancipatiestrijd hebben eigen regie en zelfredzaamheid de status van een algemene waarde gekregen. In Movisies van februari 2012 wordt de decentralisatie die de gemeentes in het kader van de wmo voor hun kiezen krijgen desondanks toegejuicht als het moment om burgers zelf de touwtjes in handen te geven op alle terreinen: zorg, werk en welzijn. Een uitgelezen kans, want, zo staat er: Niemand wil immers afhankelijk zijn (Van Houten 2012). Wat zijn dit voor soort uitspraken? Waarop zijn zij gebaseerd? En waarop doen zij een beroep? Een normatieve sprong Wie wil nu niet de regie over zijn leven en werk? Niemand wil immers afhankelijk zijn? Deze uitspraken zijn exemplarisch voor de manier waarop zelfredzaamheid en eigen regie als ideaal en verworven goed als vanzelfsprekend worden voorgesteld. En wat vanzelf spreekt, dat duldt nauwelijks tegenspraak. Zo verzuchten Piet-Hein Peeters en Cindy Cloïn in hun journalistieke analyse van de nieuwe mantra in zorg en welzijn : Wie kan er immers tegen een zelfredzame patiënt zijn? Misschien eerlijker: wie zou er tegen durven zijn? (Peeters & Cloïn, 2012: 21). Het is een vraag die vaker wordt gesteld, onder andere door de columnisten Bert Wagendorp en oud-pvda coryfee Marcel van Dam. Zelfredzaamheid, daar kan niemand tegen zijn, aldus een ironische Wagendorp. Op een meer cynische toon zegt Marcel van Dam: Want wie kan er tegen zijn om mensen zelfredzaam te maken, helemaal als daarmee de portemonnee van de belastingbetaler wordt ontzien. 4 ) Volgens Aletta Wimsemius van Movisie ligt de aantrekkingskracht van het woord zelfredzaamheid niet in het spekken van de portemonnee van de belastingbetaler: Ik bedoel, wie wil er nu nou niet zelfredzaam zijn? Het leven in eigen hand nemen, zelf vormgeven, niet afhankelijk zijn van instituties. En tegelijkertijd is het zo verraderlijk (Peeters & Cloïn, 2012: 12). Verraderlijk, omdat mensen die niet aan het ideaalbeeld van de zelfredzame mens voldoen tussen wal en schip dreigen te raken. Zo merkt psychiater Jan Derksen op dat zijn patiënten een lijdensdruk ervaren, ook omdat zij niet voldoen aan het wensbeeld van autonomie dat we in deze samenleving graag van onszelf hebben

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen Redactie: Marieke Haitsma en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie

Nadere informatie

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Onderstaande tekst schreef ik jaren geleden om studenten wat richtlijnen te geven bij het ontwikkelen van een voor filosofen cruciale vaardigheid: het

Nadere informatie

Dit seminar zal ons, de vandaag hier aanwezige sectoren, leiden in het exploreren van de inmiddels wereldwijd bekende Eigen Kracht.

Dit seminar zal ons, de vandaag hier aanwezige sectoren, leiden in het exploreren van de inmiddels wereldwijd bekende Eigen Kracht. Speech ter gelegenheid van Seminar Eigen Kracht / Forsa Propio 3 september 2015 Integrale aanpak vanuit een heldere visie Dit seminar gaat over Eigen Kracht. Welke associaties roept Eigen Kracht eigenlijk

Nadere informatie

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Goede praktijkvoorbeelden als strategie voor onderwijsvernieuwing?

Goede praktijkvoorbeelden als strategie voor onderwijsvernieuwing? Goede praktijkvoorbeelden als strategie voor onderwijsvernieuwing? Problematiseren en er voorbij Geert Kelchtermans Praktijkvoorbeelden zijn in PV in de hitparade van populair onderwijsjargon Eenvoudige

Nadere informatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie De logica van lef, discipline en communicatie Theoretisch kader voor organisatieontwikkeling Tonnie van der Zouwen, maart 2007 De gelaagdheid in onze werkelijkheid Theorieën zijn conceptuele verhalen met

Nadere informatie

Voorwoord. Erik Sterk Guido Walraven

Voorwoord. Erik Sterk Guido Walraven Voorwoord Erik Sterk Guido Walraven Ondernemende burgers in lokale gemeenschappen kunnen sociale, economische en ecologische impact hebben, zo is de laatste jaren steeds duidelijker geworden. De verschillende

Nadere informatie

IOD Crayenestersingel 59, 2101 AP Heemstede Tel: 023 5283678 Fax: 023 5474115 info@iod.nl www.iod.nl. Leiding geven aan verandering

IOD Crayenestersingel 59, 2101 AP Heemstede Tel: 023 5283678 Fax: 023 5474115 info@iod.nl www.iod.nl. Leiding geven aan verandering Leiding geven aan verandering Mijn moeder is 85 en rijdt nog auto. Afgelopen jaar kwam ze enkele keren om assistentie vragen, omdat haar auto in het verkeer wat krassen en deuken had opgelopen. Ik besefte

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Het belang van evaluatieve feedback is het beste te illustreren met behulp van het zogenaamde Johari Window: bekend aan mijzelf.

Het belang van evaluatieve feedback is het beste te illustreren met behulp van het zogenaamde Johari Window: bekend aan mijzelf. EVALUATIEVE FEEDBACK 8 Zoals al eerder gesteld kan de term feedback twee betekenissen hebben. Naast een directe reactie op wat iemand communiceert, wordt er ook wel een evaluatie van iemands gedrag en

Nadere informatie

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Stichting VraagWijzer Nederland Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Per 1 januari 2015 hebben de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo 2015 hun intrede gedaan. De invoering van deze

Nadere informatie

Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Violette van Zandbeek Social research Datum: 15 april 2011

Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Violette van Zandbeek Social research Datum: 15 april 2011 Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Naam: Violette van Zandbeek Vak: Social research Datum: 15 april 2011 1 Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Als onderdeel van het vak social research

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Deel I Kritische discoursanalyse. Overzicht van tabellen en figuren Tabellen Figuren Voorwoord Inleiding en verantwoording Inleiding

Inhoudsopgave. Deel I Kritische discoursanalyse. Overzicht van tabellen en figuren Tabellen Figuren Voorwoord Inleiding en verantwoording Inleiding Inhoudsopgave Overzicht van tabellen en figuren Tabellen Figuren Voorwoord en verantwoording Verantwoording Dankbetuiging Over de auteurs Summary 13 13 13 15 19 19 21 27 28 29 Deel I Kritische discoursanalyse

Nadere informatie

OPQ Profiel OPQ. Persoonlijk Rapport. Naam Dhr. Sample Candidate. Datum 21 mei 2014. www.ceb.shl.com

OPQ Profiel OPQ. Persoonlijk Rapport. Naam Dhr. Sample Candidate. Datum 21 mei 2014. www.ceb.shl.com OPQ Profiel OPQ Persoonlijk Rapport Naam Dhr. Sample Candidate Datum 21 mei 2014 www.ceb.shl.com INLEIDING Dit rapport is vertrouwelijk en is alleen bedoeld voor de persoon die de vragenlijst heeft ingevuld.

Nadere informatie

Overzicht van tabellen en figuren

Overzicht van tabellen en figuren Overzicht van tabellen en figuren Tabellen Tabel 1: Drie abstractieniveaus in de sociologie en in de taalkunde 117 Tabel 2: Uitkomsten van de inhoudsanalyse van de narratieven van Salinas de Gortari en

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Redactie: Maaike Kluft en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie Movisie Vormgeving: Ontwerpburo Suggestie en Illusie Drukwerk: Libertas

Redactie: Maaike Kluft en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie Movisie Vormgeving: Ontwerpburo Suggestie en Illusie Drukwerk: Libertas Redactie: Maaike Kluft en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie Movisie Vormgeving: Ontwerpburo Suggestie en Illusie Drukwerk: Libertas Werk ik wel volgens de uitgangspunten van de Wmo en

Nadere informatie

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model éêçîáååáéi á ã Ä ì ê Ö O Ç É a áê É Åí áé téäòáàå jáåçéêüéçéå Het TOPOI- model In de omgang met mensen, tijdens een gesprek stoten we gemakkelijk verschillen en misverstanden. Wie zich voorbereidt op storingen,

Nadere informatie

Wmo-werkplaats Twente. Scholingshandleiding voor cursist en trainer. Samenwerken met vrijwilligers

Wmo-werkplaats Twente. Scholingshandleiding voor cursist en trainer. Samenwerken met vrijwilligers Wmo-werkplaats Twente Scholingshandleiding voor cursist en trainer Samenwerken met vrijwilligers De vrijwilliger als vanzelfsprekende partner in zorg en welzijnswerk juli 2011 Saxion. Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Van de macht van management naar de kracht van leiderschap

Van de macht van management naar de kracht van leiderschap Van de macht van management naar de kracht van leiderschap Inez Sales Juni 2011 INHOUDSOPGAVE Leiderschap... 3 1. Leiderschap en management... 4 2. Leiderschapstijl ten behoeve van de klant... 5 3. Leiderschapstijl

Nadere informatie

DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK

DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK Over de morele identiteit van het beroep en het belang van morele oordeelsvorming Jaarcongres NVMW (10-11-2011) Ed de Jonge INTRODUCTIE: thematiek en spreker

Nadere informatie

Dilemmamethode. Formuleer het dilemma:

Dilemmamethode. Formuleer het dilemma: Dilemmamethode (zie: Jacques Graste, Omgaan met dilemma s. Een methode voor ethische reflectie hoofdstuk 2 in Henk Manschot en Hans van Dartel In gesprek over goede zorg. Overlegmethoden voor ethiek in

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008 Ik zie mijn inleiding vooral als een opwarmer voor de discussie. Ik ga daarom proberen zo veel mogelijk vragen op te roepen, waar we dan straks onder leiding van Wilma Borgman met elkaar over kunnen gaan

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 3 Vreemder dan alles wat vreemd is 12 maximumscore 3 de twee manieren waarop je vanuit zingevingsvragen religies kunt analyseren: als waarden en als ervaring 2 een uitleg van de analyse van religie

Nadere informatie

Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING. Denken en intuïtie

Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING. Denken en intuïtie Denken en intuïtie Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING Denken en intuïtie Den Haag, 2015 Eerste druk, november 2015 Vormgeving: Ron Goos Omslagontwerp: Ron Goos Eindredactie: Frank Janse Copyright

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

Competent talent in de praktijk

Competent talent in de praktijk Competent talent in de praktijk Competent talent in DE PRAKTIJK CURSISTENBOEK Talent ontdekken, ontwikkelen & inzetten Competent talent in de praktijk Cursistenboek Talent ontdekken, ontwikkelen & inzetten

Nadere informatie

Leren Filosoferen. Tweede avond

Leren Filosoferen. Tweede avond Leren Filosoferen Tweede avond Website Alle presentaties zijn te vinden op mijn website: www.wijsgeer.nl Daar vind je ook mededelingen over de cursussen. Hou het in de gaten! Vragen n.a.v. vorige keer

Nadere informatie

WIJ DENKEN OVER DENKEN, HANDELEN EN VOELEN. Verwerkingsboek. Philippe Boekstal DAMON. WD wb 4sept vsb.indd 1 05-09-2008 10:21:08

WIJ DENKEN OVER DENKEN, HANDELEN EN VOELEN. Verwerkingsboek. Philippe Boekstal DAMON. WD wb 4sept vsb.indd 1 05-09-2008 10:21:08 WIJ DENKEN OVER DENKEN, HANDELEN EN VOELEN Verwerkingsboek Philippe Boekstal DAMON WD wb 4sept vsb.indd 1 05-09-2008 10:21:08 VOORWOORD Dit verwerkingsboek bevat teksten en opdrachten die aansluiten bij

Nadere informatie

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht [Gepubliceerd in Erik Heijerman & Paul Wouters (red.) Praktische Filosofie. Utrecht: TELEAC/NOT, 1997, pp. 117-119.] Van mij Een gezicht is geen muur Jan Bransen, Universiteit Utrecht Wij hechten veel

Nadere informatie

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Samenvatting Excellentie kan het beste worden gestimuleerd door het coachen van de persoonlijke

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 21 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 21 juni 13.30 16.30 uur Nederlands Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 05 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 49 punten te behalen; het examen bestaat uit 19

Nadere informatie

De paradox van de burger als uitgangspunt

De paradox van de burger als uitgangspunt GEMEENTE WINTERSWIJK De paradox van de burger als uitgangspunt De dialoog als methodiek Rhea M. Vincent 1-11-2013 In het nieuwe zorgstelsel staat de vraag van de burger centraal. De professional en de

Nadere informatie

E-learning-module Interculturele Sensitiviteit. Intercultureel Vakmanschap en Welzijn Nieuwe Stijl I

E-learning-module Interculturele Sensitiviteit. Intercultureel Vakmanschap en Welzijn Nieuwe Stijl I E-learning-module Interculturele Sensitiviteit Intercultureel Vakmanschap en Welzijn Nieuwe Stijl I Dr. Meike Heessels & Dr. Martha van Biene Mld. 22-10-2012 Inhoudsopgave De Wmo werkplaatsen 3 Inleiding

Nadere informatie

Georges Dockx JUISTE MARKETING. Voor kmo s en zelfstandigen die meer resultaat willen met minder budget

Georges Dockx JUISTE MARKETING. Voor kmo s en zelfstandigen die meer resultaat willen met minder budget Georges Dockx DE JUISTE MARKETING Voor kmo s en zelfstandigen die meer resultaat willen met minder budget Uitgegeven door Georges Dockx in samenwerking met BOEK MAKERIJ.be D/2015/Georges Dockx, auteur-uitgever

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

INLEIDING. Inleiding

INLEIDING. Inleiding INLEIDING 13 Inleiding Je hebt besloten dit boek te lezen. Waarschijnlijk heb je op dit moment een relatie. En waarschijnlijk ben je benieuwd hoe je je relatie kunt verbeteren: je begrijpt je partner niet

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2007 tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

8 Politieke processen: omgaan met macht

8 Politieke processen: omgaan met macht 8 Politieke processen: omgaan met macht Politieke processen: omgaan met macht 3 Inleiding 3 De organisatie: formeel en feitelijk 3 De academische organisatie 5 Tactische hulpmiddelen 5 Voorbereiding 6

Nadere informatie

Ouderschap in Ontwikkeling

Ouderschap in Ontwikkeling Ouderschap in Ontwikkeling Ouderschap in Ontwikkeling. De kracht van alledaags ouderschap. Carolien Gravesteijn Ouderschap in Ontwikkeling. De kracht van alledaags ouderschap. Carolien Gravesteijn Ouderschap

Nadere informatie

Test: carrière-ankers

Test: carrière-ankers Test: carrière-ankers Wat is de reden dat je werkt? Wat motiveert je in je werk? Welke elementen moeten je werk bevatten om het je echt naar de zin te maken zodat je met plezier en productief kunt functioneren?

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands

Examen HAVO. Nederlands Nederlands Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 22 mei 13.30 16.30 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 47 punten te behalen; het examen bestaat uit 21 vragen

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

Oefening 3: Keuzes maken

Oefening 3: Keuzes maken Oefening 3: Keuzes maken In oefening 2 heeft u gezien dat keuzes gemaakt kunnen worden op basis van belangrijkheid en urgentie. Wat belangrijk is wordt deels extern bepaald en is deels persoonlijk. De

Nadere informatie

Lespakket Middenbouw Lesmodule M1 Horen, zien en zwijgen

Lespakket Middenbouw Lesmodule M1 Horen, zien en zwijgen Lespakket Middenbouw Lesmodule M1 Horen, zien en zwijgen Natuurproject SAMEN OP PAD Activiteit ALGEMEEN Versie 1 Horen, zien en zwijgen Doelstelling lesmodule Voorbereiding: Ontdekken van drie zintuigen

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

Pedagogisch fundament. handboek ikc leeuwarden

Pedagogisch fundament. handboek ikc leeuwarden Pedagogisch fundament handboek ikc leeuwarden pedagogisch fundament Inhoud Moreel kader IKC Leeuwarden Dit handboek is een hulpmiddel te komen tot een pedagogisch fundament voor een IKC s. Uitgangspunt

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2009 - I

Eindexamen filosofie vwo 2009 - I Beoordelingsmodel Opgave 1 Religieuze ervaring 1 maximumscore 5 een bruikbare definitie van religie 1 drie problemen die zich kunnen voordoen bij het definiëren van religie 3 meerdere religieuze tradities;

Nadere informatie

een essay over de eigentijd door Simone de Kinderen

een essay over de eigentijd door Simone de Kinderen ZÓ VAN DEZE TIJD een essay over de eigentijd door Simone de Kinderen Trends, social media, nieuwe technologieën, we moeten er allemaal van op de hoogte zijn en het is haast onontkoombaar om er niet in

Nadere informatie

Achtergrondinformatie bij de opdrachtenserie netwerken. Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo

Achtergrondinformatie bij de opdrachtenserie netwerken. Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo Achtergrondinformatie bij de opdrachtenserie netwerken Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo 2 Achtergrondinformatie bij de opdrachtenserie netwerken Met dit document geven wij docenten en loopbaanbegeleiders

Nadere informatie

De diep verstandelijk gehandicapte medemens

De diep verstandelijk gehandicapte medemens De diep verstandelijk gehandicapte medemens Eerste druk, mei 2012 2012 Wilte van Houten isbn: 978-90-484-2352-1 nur: 895 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Hoewel aan de totstandkoming

Nadere informatie

Een Open en Eerlijke Relatie

Een Open en Eerlijke Relatie ATM van Aarle Een Open en Eerlijke Relatie Geen kado, maar een prestatie! ATM van Aarle Een Open en Eerlijke Relatie Geen kado, maar een prestatie! Dit boek wordt in de handel gebracht door: Activiteitencentrum

Nadere informatie

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A.

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. ter Haar Samenvatting In dit proefschrift is de aard en het

Nadere informatie

Index. 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8

Index. 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8 Index 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8 1 1. Voorwoord Welkom bij deze handleiding. Deze handleiding is bedoeld als gids bij het identificeren van de kwaliteiten van

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

Voorzitter, leden van het college, collega raadsleden en overige aanwezigen,

Voorzitter, leden van het college, collega raadsleden en overige aanwezigen, Voorzitter, leden van het college, collega raadsleden en overige aanwezigen, Je moet wel een rasoptimist zijn om tegenwoordig de voorpagina van de dagbladen te blijven lezen of het 8-uur journaal te kijken:

Nadere informatie

Communicatiestijlen Rapport

Communicatiestijlen Rapport GITP Datum Deelnemer Beoordelen en Ontwikkelen > 04 092007 > Voorbeeldpersoon www.gitp.nl Communicatiestijlen Rapport Project Voorbeeldproject Deelnemer Voorbeeldpersoon Pakket Voorbeeld-V-486 Rapport

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Eerste druk, mei 2010 Herziene uitgave, april 2014 2010 Marcel van Mosselveld. www.stoppendoejezo.com

Eerste druk, mei 2010 Herziene uitgave, april 2014 2010 Marcel van Mosselveld. www.stoppendoejezo.com Stoppen doe je zo Eerste druk, mei 2010 Herziene uitgave, april 2014 2010 Marcel van Mosselveld www.stoppendoejezo.com Illustraties: Caroline van Iersel Redigeren tekst: Conny de Wit isbn: 9789048411955

Nadere informatie

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Bijlage 7: Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Visie opleidingen Pedagogiek Hogeschool van Amsterdam Wij dragen als gemeenschap en daarom ieder van ons als individu, gezamenlijk

Nadere informatie

Antreum RAPPORT PF. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011. de heer Consultant

Antreum RAPPORT PF. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011. de heer Consultant RAPPORT PF Van: Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011 Normgroep: Advies de heer Consultant 1. Inleiding Persoonlijke flexibiliteit is uw vermogen om met grote uitdagingen en veranderingen

Nadere informatie

: Gerard Spong : 4 juni 2014. Wijziging verzekeringswet

: Gerard Spong : 4 juni 2014. Wijziging verzekeringswet van datum woorden : Gerard Spong : 4 juni 2014 : 1345 Wijziging verzekeringswet 1. De minister van Volksgezondheid heeft het voornemen geuit art. 13 Zorgverzekeringswet te wijzigen. De wijziging komt er

Nadere informatie

Naslagwerk KOERS. Producten van dit documenten zijn:

Naslagwerk KOERS. Producten van dit documenten zijn: Naslagwerk KOERS Dit document is bedoeld om ieder individu een eigen beeld te laten formuleren van de eigen koers als werkend mens en vervolgens als functionaris. Daarna kun je collectief de afdelingskoers

Nadere informatie

Juist in het openbaar onderwijs

Juist in het openbaar onderwijs Juist in het openbaar onderwijs Over de aandacht voor levensbeschouwing op de openbare school Legitimatie MARLEEN LAMMERS Wie denkt dat het openbaar onderwijs geen aandacht mag besteden aan levensbeschouwing,

Nadere informatie

Antreum RAPPORT TALENTENSPECTRUM. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 02 Sep 2011. de heer Consultant

Antreum RAPPORT TALENTENSPECTRUM. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 02 Sep 2011. de heer Consultant RAPPORT TALENTENSPECTRUM Van: Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 02 Sep 2011 Normgroep: Advies de heer Consultant 1. Inleiding Dit rapport is bedoeld om u te helpen analyseren op welk vlak uw talenten

Nadere informatie

Presentatie Canon RO.NL op Ruimteconferentie 28 oktober 2008 Rotterdam

Presentatie Canon RO.NL op Ruimteconferentie 28 oktober 2008 Rotterdam 1 Presentatie Canon RO.NL op Ruimteconferentie 28 oktober 2008 Rotterdam Introductie (Ik ben..., werk bij...) Ik wil jullie iets vertellen over de Canon van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Die Canon

Nadere informatie

Huishoudelijke verzorging en de Wmo

Huishoudelijke verzorging en de Wmo Huishoudelijke verzorging en de Wmo Huishoudelijke verzorging en de Wmo Drs. W.F. Deelstra Bohn Stafleu van Loghum Houten 2008 Ó Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij, 2008 Alle rechten

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan

Pedagogisch beleidsplan Pedagogisch beleidsplan Auteur: Ingeborg van der Zanden Bartels Datum: 05 januari 2015 Plaats: Kerkdriel Versie: 0.1 Pedagogisch beleidsplan BSO VillaDriel 12 april 2015 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding...

Nadere informatie

project: Trends en actualiteit in de Jeugdzorg

project: Trends en actualiteit in de Jeugdzorg project: Trends en actualiteit in de Jeugdzorg Colofon Uitgeverij Edu Actief b.v. Meppel Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 Fax: 0522-235222 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl

Nadere informatie

Dia 1 Introductie max. 2 minuten!

Dia 1 Introductie max. 2 minuten! 1 Dia 1 Introductie max. 2 minuten! Vertel: Deze les gaat vooral over het gebruik van sociale media. Maar: wat weten jullie eigenlijk zelf al over sociale media? Laat de leerlingen in maximaal een minuut

Nadere informatie

1. Peter Petersen. De effectieve groepsleid(st)er. 1.1.Opvoeding is het leren zelf

1. Peter Petersen. De effectieve groepsleid(st)er. 1.1.Opvoeding is het leren zelf De effectieve groepsleid(st)er 1. Peter Petersen Voorwaarden om veel en breed te leren: uitgaan van positieve vermogens van kind; rijke en veelzijdige leerwereld creëren die vol zit met de meest verschillende

Nadere informatie

1.1 Omgaan met verschillen

1.1 Omgaan met verschillen 12 1 Verantwoording Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw besteedt het onderwijs in toenemende mate structureel aandacht aan faalangst. Nadat het begrip faalangst gedefinieerd en uitgewerkt was, volgden

Nadere informatie

Missionstatement en core values

Missionstatement en core values Missionstatement en core values Inhoud 1 Het formuleren van missionstatement en core values... 1 2 Het maken en uitdragen van missie en kernwaarden... 5 1 Het formuleren van missionstatement en core values

Nadere informatie

Jong en oud door dezelfde trend gegrepen. Siegwart Lindenberg en René Veenstra

Jong en oud door dezelfde trend gegrepen. Siegwart Lindenberg en René Veenstra Jong en oud door dezelfde trend gegrepen Siegwart Lindenberg en René Veenstra Jongeren jagen steeds meer materiële genoegens na zonder dat ouders ingrijpen. Om de lieve vrede in huis te bewaren, zwichten

Nadere informatie

Vragen Leercasus zo zijn onze manieren

Vragen Leercasus zo zijn onze manieren Vragen Leercasus zo zijn onze manieren Vraag 1 Bekijk de Leerdoelen die bij deze casus horen. Beantwoord daarna de vraag. Geef per doel aan of je dit al beheerst, waarbij N = nee, O = om verder te ontwikkelen

Nadere informatie

Strategisch bedrijfsplan 2013-2016. Het Algemeen Maatschappelijk Werk werkt voor mens en maatschappij

Strategisch bedrijfsplan 2013-2016. Het Algemeen Maatschappelijk Werk werkt voor mens en maatschappij Strategisch bedrijfsplan 2013-2016 Het Algemeen Maatschappelijk Werk werkt voor mens en maatschappij 1 2013-2016 Maatschappelijk werk beweegt zich van oudsher tussen de vragen van de lokale maatschappij

Nadere informatie

Wetenschappelijk onderzoek NLP Test. 2012 Stichting NLP Kring Joost van der Leij

Wetenschappelijk onderzoek NLP Test. 2012 Stichting NLP Kring Joost van der Leij Wetenschappelijk onderzoek NLP Test 2012 Stichting NLP Kring Joost van der Leij Inleiding NLP is geen wetenschap, maar we kunnen er wel een van maken. Om hiermee te beginnen dienen we eerst de volgende

Nadere informatie

Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk. Mythen en feiten rond de informele steunstructuren

Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk. Mythen en feiten rond de informele steunstructuren Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk Mythen en feiten rond de informele steunstructuren Tot slot: Meer doelmatigheid van het professionele aanbod valt te verkrijgen door het kritisch doorlichten

Nadere informatie

Motieven en persoonlijkheid. Waarom doen mensen de dingen die ze doen?

Motieven en persoonlijkheid. Waarom doen mensen de dingen die ze doen? Motieven en persoonlijkheid Waarom doen mensen de dingen die ze doen? Motivatie psychologen vragen: Waarom doen mensen de dingen die ze doen? Motivatiepsychologen zoeken naar de motieven, de drijfveren

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 24 mei 9.00 12.00 uur 20 04 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Geachte lezer, Anne-Corine Schaaps directeur

Geachte lezer, Anne-Corine Schaaps directeur Geachte lezer, Fijn dat u even tijd neemt om kortweg kennis te maken met het beleid van stichting Welcom. Door het beleid voor de komende vier jaren te omschrijven, laat Welcom zien wat ze in de samenleving

Nadere informatie

Deze leidraad helpt om het gesprek in team aan te gaan rond kwaliteit, vooraleer je de sjablonen in de digitale leermodules invult.

Deze leidraad helpt om het gesprek in team aan te gaan rond kwaliteit, vooraleer je de sjablonen in de digitale leermodules invult. Deel 2 Kwaliteitsbeleid Deze leidraad is gebaseerd op de digitale leermodules van Kind & Gezin. Die modules zijn bedoeld om de verschillende onderdelen van het kwaliteitshandboek uit te werken. Die modules

Nadere informatie

Het samenspel van dienstverlener /dienst ontvanger

Het samenspel van dienstverlener /dienst ontvanger Het samenspel van dienstverlener /dienst ontvanger In de vandale wordt onder spel, Huizinga aangehaald: de aardigheid van het spel verzet zich tegen elke analyse of logische interpretatie Dus zou de conclusie

Nadere informatie

Kan ik het wel of kan ik het niet?

Kan ik het wel of kan ik het niet? 1 Kan ik het wel of kan ik het niet? Hieronder staan een aantal zogenaamde kan ik het wel, kan ik het niet-schalen. Deze hebben betrekking op uw taalvaardigheid in zowel het Nederlands als het Engels.

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Beoordelingskader, ofwel hoe wij gekeken en geoordeeld hebben Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Uitgangspunten 2 3 Beoordelingscriteria 3 4 Hoe

Nadere informatie

Het White Box model:

Het White Box model: Het White Box model: Een krachtige veranderstrategie die mensen in beweging brengt. Visie, aanpak en trainingsadvies Een waardevol gespreksmodel voor consulenten in het sociaal domein om eigen initiatief

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opgave 2 Waanzin 6 maximumscore 2 een weergave van de overeenkomst tussen Descartes benadering van emoties en de beschreven opvatting over melancholie in de Oudheid: een fysiologische benadering 1 een

Nadere informatie

KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes

KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes Ed Knies Koning Arthur; visie en organisatieprincipes Welkom Dit boek is een moreel boek voor professionals. Met moreel bedoelen we dat er binnen organisaties

Nadere informatie

Vragen voor reflectie en discussie

Vragen voor reflectie en discussie Ik ben ook een mens. Opvoeding en onderwijs aan de hand van Korczak, Dewey en Arendt Auteur: Joop Berding. Een uitgave van Uitgeverij Phronese, Culemborg, 2016. Vragen voor reflectie en discussie Vragen

Nadere informatie

Stipendium. Anne Vaandrager

Stipendium. Anne Vaandrager Stipendium Anne Vaandrager Introductie Afwijken van de norm Tegenwoordig kunnen we door middel van technologie radicaal ingrijpen op het ontwerp van ons lichaam. De centrale positie van de mens als maatstaaf

Nadere informatie

WERKVORMEN MAGAZIJN. Wat is netwerken? Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo

WERKVORMEN MAGAZIJN. Wat is netwerken? Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo WERKVORMEN MAGAZIJN Wat is netwerken? Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo Voorwoord Voor u heeft u Thema boekje 1 Wat is netwerken? Dit themaboekje is een onderdeel van de lessenserie Netwerken.

Nadere informatie