Grip op Klauwen. Eindverslag

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Grip op Klauwen. Eindverslag"

Transcriptie

1 Grip op Klauwen Eindverslag ZLTO, april

2 Inhoudsopgave Algemeen...3 Doelstelling en resultaten...4 En nu verder Bijlagen Bijlage 1 Eindverslag quickscan Bijlage 2 Poster integrale adviesaanpak Bijlage 3 Leidraad voor een optimale adviesaanpak ten aanzien van klauwgezondheid op melkveebedrijven Bijlage 4 Presentatie eindresultaten slotsymposium Bijlage 5 Knipselkrant Bijlage 6 Contactpersonen Grip op Klauwen 2

3 Algemeen Aanleiding voor het project Grip op Klauwen is het feit dat klauwen letterlijk de basis vormen van de rundveehouderij. De Duurzame Zuivelketen, de ketensamenwerking van de Nederlandse Zuivelketen en LTO, noemt het terugdringen van klauwproblemen nadrukkelijk bij haar doelen op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn. Het belang van klauwgezondheid is groot: een dier met gezonde klauwen loopt makkelijker naar het voer en is daardoor productiever. Daarnaast heeft een boer extra arbeid aan het behandelen van koeien die wel klauwproblemen hebben. Een betere klauwgezondheid vergroot ook de arbeidsvreugde van de veehouder. Been- en klauwproblemen hebben vaak met pijn te maken: zeer ernstig en acuut, subacuut of chronisch, afhankelijk van de aandoeningen die het dier heeft. Hiermee heeft been- en klauwgezondheid een directe relatie met dierenwelzijn. Daarom hebben been- en klauwproblemen een negatieve invloed op het welzijn van de koeien, verhogen ze de kosten en verlagen ze de baten. Klauwgebreken en kreupelheden vormen een last voor elk individueel bedrijf, maar daarnaast zijn ze ook van invloed op het imago van de melkveesector door de directe relatie met dierenwelzijn. Daarom is het zinvol om goed te bekijken wat we eraan kunnen doen. In 2007 werd in opdracht van de commissie Diergezondheid Kwaliteit Runderen (DKR) het project Koeien en Klauwen opgestart met als doel: het verbeteren van de klauwgezondheid op een aantal voorbeeldbedrijven door middel van het consequent toepassen van maatregelen in de bedrijfsvoering. Naar aanleiding van de afronding van het project Koeien & Klauwen in juni 2008, heeft het bedrijfsleven aangegeven verder te willen met de aanpak van been- en klauwgezondheid in de melkveehouderij. Het wordt gezien als belangrijk welzijnsaspect. In het verlengde van het project Koeien en Klauwen was er behoefte aan verdere verspreiding van de kennis rondom klauwgezondheid. Er was vooral behoefte aan het samenbrengen van bestaande onderzoeksresultaten, kennis en ervaring bij erfbetreders en managementbeslissingen door de individuele melkveehouder. Met deze behoeftes in het achterhoofd is het project Grip op Klauwen ontwikkeld. Betrokken partijen waren het eens over het ontwikkelen van een eenduidige brede en integrale aanpak, gebaseerd op drie pijlers: 1. Innovatie en ontwikkeling van nieuwe kennis. 2. Een integrale, consistente en eenduidige aanpak in de praktijk. 3. Communicatie en bewustwording over de aanpak van been- en klauwproblematiek. Het project is op initiatief van LTO Noord, ZLTO en LLTB ontwikkeld. Het project is financieel mogelijk gemaakt door bijdragen van Productschap Zuivel, Ministerie van LNV (later onderdeel van Ministerie van EZ), CRV en ZLTO. De dagelijkse uitvoering van het project lag bij AB, Vereniging voor Rundveepedicure, CRV, KNMvD, Projecten LTO Noord en Arvalis; projectleiding was in handen van ZLTO. Het project liep van 1 januari 2011 tot en met 31 december

4 Doelstelling en resultaten Het doel in het projectplan is als volgt geformuleerd: Bestaande en nieuwe kennis, tools en ervaring praktijkgericht inzetten om been- en klauwgezondheid bij melkkoeien te verbeteren en daardoor winst te behalen voor zowel de ondernemer (financieel en arbeidsvreugde) als voor de koe (dierenwelzijn). Deze doelstelling is verder vertaald de volgende beoogde resultaten. Om de genoemde resultaten te behalen zijn er diverse projectonderdelen uitgevoerd; per resultaat staat aangegeven welke projectonderdelen hebben bijgedragen aan het behalen van het resultaat. Hieronder wordt per te behalen resultaat kort weergegeven welke activiteiten zijn uitgevoerd en wat er bereikt is. Beoogde Inzicht in de beleving van been- en klauwgezondheid door melkveehouders resultaten Er is in beeld gebracht waar kennisleemten zitten en er worden aanbevelingen gedaan hoe deze in te vullen zijn Projectonderdeel Quickscan been- en klauwgezondheid Gerealiseerd Ja Omdat het project sterk gericht is op de melkveehouder, is voorafgaand aan de pilot een quickscan uitgevoerd. Dit is gedaan bij ruim 100 willekeurig gekozen melkveehouders uit heel Nederland met als doel uit te vinden welk beeld de melkveehouder zelf heeft van de klauwgezondheid op zijn bedrijf. De quickscan is in de eerste maanden van 2011 ontwikkeld en uitgezet door drie studenten van de Hogere Agrarische School s-hertogenbosch. Belangrijke conclusie was, dat de gemiddelde melkveehouder de klauwgezondheid van de eigen veestapel positiever inschat dan het Nederlands gemiddelde. Ook bleek dat klauwgezondheid net zo belangrijk werd gevonden als uiergezondheid, maar men verdiept zich méér in het laatste. Registreren van been- en klauwaandoeningen was overigens slechts op een beperkt deel van de geïnterviewde bedrijven gangbaar. Daarnaast is onderzoek gedaan naar kennisleemten en hoe deze in te vullen zijn. Men heeft vooral kennis van aandoeningen, die op het eigen bedrijf voorkomen. Echter de ondervraagde veehouders geven zelf aan, dat zij niet van alle aandoeningen die op het bedrijf voorkomen de behandelmethoden weten. Op de vraag hoe melkveehouders het liefst worden bijgeschoold over klauwgezondheid kwam naar voren dat de meest gewenste vorm van voorlichting via de vakpers is, gevolgd door advisering via erfbetreders. Met deze kennis in het achterhoofd is de adviesaanpak ontwikkeld en de communicatie vormgegeven. De opzet en uitkomsten van de quickscan zijn weergegeven in bijlage 1: eindverslag quickscan. 4

5 Beoogd resultaat Er is een gezamenlijke en integrale adviesaanpak ontwikkeld welke de Nederlandse melkveehouders en periferie handvatten biedt voor een eenduidige en consistente aanpak van been- en klauwproblemen bij melkvee, welke zowel op behandeling als preventie gericht is Projectonderdelen Ontwikkeling adviesaanpak Scholingsworkshops adviesaanpak Gerealiseerd Ja De conclusies van de quickscan zijn gebruikt om een adviesaanpak te laten ontwikkelen. Deze opdracht is uitgezet door de projectleiding en uiteindelijk gegund aan PTC+ (in samenwerking met GD en WUR (ASG)). De uitdaging was om erfbetreders die gewend zijn vanuit hun eigen expertise te adviseren, gezamenlijk te laten opereren en uniforme en breed gedragen adviezen te geven aan de deelnemende melkveehouders. De integrale adviesaanpak is het antwoord op deze uitdaging. Hoe deze toe te passen, is kernachtig weergegeven op de tevens ontwikkelde poster integrale adviesaanpak (bijlage 2). Om de integrale adviesaanpak tijdens het project goed uitgevoerd te krijgen door de betrokken erfbetreders is door PTC+ een cursus ontwikkeld. De cursus bestond uit een cursusmap en scholingsworkshops. In deze workshops is de theorie behandeld en is de integrale adviesaanpak geoefend op praktijkbedrijven, met directe feedback. De kern van Grip op Klauwen was het toetsen van de integrale adviesaanpak en aantonen dat dit tot verbetering van de klauwgezondheid leidt. Om de werkwijze te borgen is bij elke deelnemersgroep een procesbegeleider aangesteld. In de zomer van 2012 zijn erfbetreders en procesbegeleiders nageschoold en hebben zij ervaringen van de eerste keukentafelgesprekken uitgewisseld. De nascholing kwam de uniformiteit van het advisering ten goede. Beoogd resultaat 50 melkveebedrijven zijn intensief begeleid door een adviesteam van erfbetreders Projectonderdelen Werving pilotgroepen Pilotgroepen Grip op Klauwen Gerealiseerd Ja Aan het begin van het project zijn 51 deelnemers geworven. Gedurende de looptijd van het project zijn er drie deelnemers gestopt met het project wegens het beëindigen van het bedrijf. Gedurende het project zijn de deelnemers gemiddeld vier maal bezocht door het adviesteam, bestaande uit een procesbegeleider, zijn dierenarts, zijn veevoeradviseur en zijn klauwverzorgende. Tijdens keukentafelgesprekken werd geïnventariseerd wat de aandachtspunten waren, werden er doelen afgesproken en actiepunten om deze doelen te behalen. Tijdens het daaropvolgende gesprek werd er eerst teruggekeken naar de doelen van de vorige keer en de resultaten van de uitgevoerde acties bekeken alvorens er weer nieuwe doelen en actiepunten werden afgesproken. De 50 deelnemers waren in vijf groepen ondergebracht; vier groepen ressorterend onder ieder één dierenartsenpraktijk en één groep die regionaal georganiseerd (Limburg) was. Aan elk van deze groepen werd 5

6 een procesbegeleider toegewezen. De groepen zijn tijdens het project tweemaal bijeen geweest en er is een derde groepsbijeenkomst geweest waarbij ook melkveehouders van buiten het project waren uitgenodigd. Aan het eind van het project hebben twee studenten diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht via een enquête die verspreid is onder de deelnemers van het project en interviews met procesbegeleiders en/of erfbetreders de kwalitatieve resultaten van het project onderzocht. Eén van de aspecten van dit onderzoek was de integrale adviesaanpak: hoe was deze toegepast, wat waren de ervaringen en een verkenning hoe men na het project ermee verder wilde gaan. Tijdens het slotsymposium van het project zijn over het toepassen van de integrale adviesaanpak vijf aanbevelingen uit het onderzoek gepresenteerd: - Betere been- en klauwgezondheid begint bij bewustwording - Kleine, haalbare doelen helpen de motivatie op gang te brengen - Meten is weten, registratie zorgt voor motivatie - Samen werken aan een beter advies - Het advies sluit aan bij de doelen en beleving van de boer Bijlage 3 van dit verslag is de weergave van het kwalitatieve onderzoek: Leidraad voor een optimale adviesaanpak ten aanzien van klauwgezondheid op melkveebedrijven. Beoogd resultaat De been- en klauwgezondheid op de 50 pilot-groepbedrijven zijn met behulp van een monitorings- en adviessysteem in beeld gebracht, waaronder een nulmeting Projectonderdelen Werving pilotgroepen Pilotgroepen Grip op Klauwen Gerealiseerd Ja In de periode september 2011 tot en met februari 2012 is bij alle deelnemers een koppelbehandeling uitgevoerd, waarvan de gegevens in Digiklauw zijn vastgelegd. Hiermee hadden we de beschikking over een totaalbeeld van de beginsituatie van de klauwgezondheid op de deelnemende bedrijven (nulmeting). DigiKlauw is een softwareprogramma waarmee de klauwgezondheidsgegevens die verzameld worden bij het 6

7 klauwverzorgen digitaal in één systeem worden vastgelegd. DigiKlauw is een gezamenlijk product van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en CRV. Ook gedurende het project werd de klauwgezondheid van behandelde koeien in Digiklauw vastgelegd. In de periode augustus tot en met november 2013 is de eindmeting uitgevoerd en vastgelegd in Digiklauw, wederom bij al het melkvee van de deelnemende bedrijven. Op basis van de nul- en de eindmeting is door CRV de kwantitatieve analyse van de projectresultaten uitgevoerd. Bij 45 deelnemers is zowel een nulmeting als een eindmeting verricht van de klauwgezondheid op het bedrijf en op deze groep zijn de eindresultaten dus gebaseerd; dit betreft ruim 4000 koeien. Drie deelnemers zijn met het project gestopt, onder andere vanwege de beëindiging van het bedrijf, en bij drie bedrijven was de eindmeting te laat om de gegevens hieruit nog mee te kunnen nemen in de eindresultaten van het project. Deze eindresultaten zijn tijdens het slotsymposium gepresenteerd en worden bij de twee volgende resultaatgebieden toegelicht. Bijlage 4 bevat de presentatie van het slotsymposium van het project met daarin de eindresultaten. Beoogd resultaat De been- en klauwgezondheid op de pilotbedrijven is in twee jaar met 30% verbeterd ten opzichte van de nulmeting Projectonderdelen Werving pilotgroepen Pilotgroepen Grip op Klauwen Gerealiseerd Deels In Digiklauw is de stand van zaken met betrekking tot de aandoeningen stinkpoot, mortellaro, zoolzweer, zoolbloeding, tyloom en wittelijndefect vastgelegd. Deze werden gescoord in drie gradaties: licht, matig en ernstig. Grafiek 1 toont de algemene resultaten (niet opgesplitst naar soort aandoening). Grafiek 1 7

8 Uit de nul- en eindmeting blijkt dat de deelnemers gemiddeld 9% verbetering van de klauwgezondheid hebben bereikt. Bij de lichte aandoeningen was de verbetering 1%, bij de matige aandoeningen was de verbetering 20% en bij de ernstige aandoeningen was de verbetering 8%. Als we inzoomen op de resultaten per aandoening, dan is er duidelijk verschil te zien tussen de aandoeningen. Grafiek 2 laat voor de zes belangrijkste klauwaandoeningen (stinkpoot, mortellaro, zoolzweer, zoolbloeding, witte lijndefect en tyloom) zien wat de situatie was tijdens nulmeting (linkerkolom bij elke aandoening) en de eindmeting (rechterkolom). Grafiek 2 De grootste verbeteringen zijn geboekt bij de aandoeningen stinkpoot en mortellaro. Voor deze beide geldt dat het percentage dieren met een matige of ernstige aandoening 20 tot 40 procent is afgenomen gedurende het project. Ook voor zoolzweer en zoolbloeding is er een verbetering opgetreden tijdens het project en ook bij deze kenmerken komt de verbetering vooral uit een afname van de matige en ernstige gevallen. Witte lijndefect is tijdens het project nauwelijks afgenomen. In tegenstelling tot de andere aandoeningen (en dan vooral de infectueuze) is bij witte lijndefect, en dan vooral de nieuwe variant niet-genezende witte lijndefect, nog onvoldoende bekend hoe deze aandoening preventief en curatief behandeld kan worden. Tenslotte; de aandoening tyloom wordt anders geregistreerd en verwerkt in de resultaten. Tyloom wordt gescoord als wel of niet aanwezig en niet in de drie gradaties, vandaar dat het in één kleur in de grafiek staat aangegeven. Ook het percentage koeien met tyloom is tijdens het project gedaald. In het kwalitatieve onderzoek naar de resultaten is ook geïnventariseerd welke adviezen de deelnemers als beste waardeerden. Dit was een open vraag en leverde een scala aan antwoorden, die te bundelen vielen in een aantal categorieën. Hieronder staan de belangrijkste categorieën. Welke afzonderlijke adviezen allemaal zijn genoemd zijn per categorie terug te lezen in bijlage 3. 8

9 1. Zorg ervoor dat de koe goed uit de voeten kan (in stal en wei) 2. Pas voetenbaden op een juiste manier toe 3. Klauwverzorging: je bent niet klaar met twee keer per jaar 4. Rantsoen optimaliseren? Denk ook aan de invloed op klauwgezondheid! 5. Zorg voor een optimaal ligcomfort Beoogde De been- en klauwproblemen, die leiden tot verminderd welzijn bij het melkvee nemen resultaten met 50% af Het dierenwelzijn is aantoonbaar verbeterd door de verbetering van de been- en klauwgezondheid Projectonderdeel Pilotgroepen Grip op Klauwen Gerealiseerd Deels De verbetering van het dierenwelzijn is af te meten aan het feit dat de grootste afname te zien is bij koeien met een matige of ernstige aandoening. In de scoresystematiek zijn de gradaties als volgt gedefinieerd: - Licht; er is een aandoening zichtbaar in de klauw, maar de koe heeft daar geen last van; - Matig; de koe ondervindt ongemak van de aandoening, de aandoening heeft een negatief effect op de locomotie en dus op de voeropname: productie en dierenwelzijn dalen; - Ernstig; de aandoening veroorzaakt pijn bij elke stap; locomotie sterk gehinderd; voeropname problematisch: productie en dierenwelzijn sterk gecompromitteerd Score Matig en Ernstig zeggen dus iets over dierenwelzijn. In relatieve zin zijn deze aandoeningen respectievelijk met 20% en 8% gedaald. We kunnen dus stellen dat de integrale aanpak van klauwgezondheid in dit project heeft bijgedragen aan de verbetering van het welzijn van de melkkoe, alleen niet met de beoogde 50%. 9

10 Beoogde Een brede implementatie van een registratiesysteem (Digiklauw) in de praktijk welke na resultaten afloop van het project voor een belangrijke gedeelte is ingebed in de dagelijkse praktijk van relevante erfbetreders zoals rundveepedicuren, dierenartsen en veevoerleveranciers Het registratiesysteem Digiklauw is definitief opgeleverd Projectonderdeel Implementatie registratiesysteem (Digiklauw) Gerealiseerd Ja Van alle deelnemende veehouders is iedere behandeling geregistreerd in Digiklauw en zijn de resultaten meegenomen in de keukentafelgesprekken en dus in de advisering. Gedurende het project heeft CRV terugkoppeling gekregen van deelnemers en erfbetreders over de ervaringen met Digiklauw. Deze ervaringen heeft CRV gebruikt voor het verder ontwikkelen van Digiklauw, zodat het systeem nog beter de behoeften van veehouders en erfbetreders beantwoordt. De verbeteringen zaten vooral in de presentatie van de verwerkte data in de webapplicatie (leesbaarheid en dus bruikbaarheid). Dit alles was niet meer te realiseren tijdens de looptijd van het project. Maar het verbeterende Digiklauw is in januari 2014 geïntroduceerd door CRV en GD en tegelijkertijd in een marketingcampagne opgestart door beide partijen om de mogelijkheden van Digiklauw onder de aandacht te brengen van veehouders, klauwverzorgers en andere erfbetreders. Ook zijn er vanuit het project waardevolle verbeterpunten gekomen voor de berekening van de Klauwgezondheids Score (KGS). Tijdens het project bleek dat er grote verschillen bestaan tussen scores die klauwverzorgers geven voor gelijke aandoeningen. Daarom heeft CRV gezamenlijk met Grip op Klauwen een uniformering voor klauwverzorgers ontwikkeld. De uniformering geeft aan welk percentage klauwaandoeningen (per gradatie van de aandoening) een klauwverzorger scoort ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze uniformering kan worden gebruikt bij het uniformeren van klauwscores tussen klauwverzorgers. Als klauwverzorgers uniformer scoren dan verbetert de kwaliteit en de bruikbaarheid van de data voor zowel veehouders, klauwverzorgers als gebruikers van de fokwaarde klauwgezondheid. De uniformering wordt twee keer per jaar verstuurd aan alle klauwverzorgers met klauwscores in Digiklauw. Beoogd resultaat 75% van alle melkveehouders in Nederland is op de hoogte van de activiteiten van project Projectonderdeel Communicatie Gerealiseerd Ja Het project Grip op Klauwen is van meet af aan volop aan bod gekomen in vakmedia. Het project heeft een structurele mediarelatie aangeknoopt met Veeteelt, Boerderij, Nieuwe Oogst en V-focus en bij diverse activiteiten in het project actief vakjournalisten betrokken. Het thema klauwgezondheid bij melkvee kon vanaf het begin op veel (maatschappelijke) interesse rekenen. Dat zorgde nog eens voor extra aandacht in andere media, zoals regionale omroepen. Op de helft van het project was de 75%-grens al ruimschoots bereikt. Het cumulatief mediabereik van Boerderij, Veeteelt en Nieuwe Oogst ligt al snel boven 90% van de totale populatie melkveehouders in Nederland. NB: in mediametingen gaat men uit van het mediabereik. Immers: of 10

11 daadwerkelijk ook iemand de krant van voren naar achteren heeft gelezen, kun je nooit bewijzen. Bereikcijfers zijn dus de maatgevende indicator. Aan het eind van het project is nog een gericht slotoffensief ingestoken in samenwerking met het meest gelezen vakblad in de melkveehouderij Veeteelt Magazine. In een slotreeks van zes items over Grip op Klauwen zijn de zes belangrijkste klauwaandoeningen uitvoerig uitgelicht. Deze mediareeks heeft in aanloop naar ons slotsymposium Grip op Klauwen nog eens extra bijgedragen aan de bekendheid van activiteiten en uitkomsten van dit klauwenproject. Kortom: aan dit communicatiedoel is ruimschoots voldaan! Bijlage 5 geeft een bloemlezing van verschenen artikelen en andere communicatie-uitingen rondom Grip op Klauwen. Beoogd resultaat 10% van alle melkveehouders in Nederland is op enige wijze betrokken bij de activiteiten van het project Projectonderdeel Communicatie Gerealiseerd Ja Het project Grip op Klauwen stond bol van de activiteiten. Hoewel er aan het begin van het project maar ruimte was voor slechts 50 deelnemende melkveehouders zijn bij diverse activiteiten vanuit dit project veel meer melkveehouders betrokken. Met het communicatieplan Grip op Klauwen in de achterzak is namelijk vooral ingestoken op erfbetreders. Via die erfbetreders werd een groter geheel aan melkveehouders betrokken bij diverse activiteiten vanuit dit project. De erfbetreders waren betrokken bij onder andere: symposia (kick-off en slot), workshops, excursies, bedrijfsbezoeken en midzomeravondbijeenkomsten. Erfbetreders als dierenartsen, klauwverzorgers en voeradviseurs werden bewust in de positie gezet om de stapsgewijze adviesaanpak in de dagelijkse praktijk breder uit te dragen. De succesvolle reeks midzomeravondbijeenkomsten in 2013 bij de deelnemende dierenartsenpraktijken is een activiteit geweest die direct gericht was op overige melkveehouders. Daar kwamen gemiddeld zo n 50 geïnteresseerde melkveehouders uit de buurt op af. Maar ook de reeks workshops over klauwgezondheid die Royal FrieslandCampina in 2011 en 2012 heeft georganiseerd en waarbij kennis uit Grip op Klauwen is gebruikt, is goed bezocht. Daar hebben diverse betrokken klauwverzorgers vanuit Grip op Klauwen hun steentje aan bijgedragen. Door het hele land hebben aan die workshops (waar klauwgezondheid een integraal onderdeel van was) zo n melkveehouders deelgenomen. De optelsom van activiteiten maakt dat uiteindelijk 15% van alle melkveehouders in Nederland betrokken is geweest bij (inhoudelijke kennis vanuit) Grip op Klauwen. Campagne been- en klauwgezondheid Met deze campagne werd bij aanvang van het project een communicatietraject uitgezet op basis van reeds bestaande en relevante kennis en informatie over been- en klauwproblematiek in de Nederlandse melkveehouderij. Daarbij is handig gebruik gemaakt van de heruitgave van het boek Klauwsignalen van Uitgeverij Roodbont. Het contract met deze uitgeverij omvatte ook het delen van kennis via de website Grip op Klauwen. Daar zijn de belangrijkste delen van het boek nog steeds te raadplegen. 11

12 Deelnemersbordje Grip op Klauwen heeft nu eens niet gekozen voor een deelnemersbordje bij de stal van de deelnemende boer, maar een originele en opvallende deelnemersuiting gemaakt. Aan het begin van Grip op Klauwen zijn er namelijk speciale klauwmatten (deurmatten) gemaakt voor alle deelnemers van dit project. Collega s, erfbetreders en andere bezoekers op het bedrijf konden zo zien dat het deelnemende bedrijf actief betrokken is in de aanpak van been- en klauwproblematiek. Nieuwsbrieven Direct aan het begin van Grip op Klauwen is gestart met de uitgifte van een eigen nieuwsbrief op het thema klauwgezondheid bij melkvee. Al snel werd duidelijk dat dit de enige nieuwsbrief was op dit thema in Nederland. Gemiddeld werd de nieuwsbrief drie keer per jaar uitgegeven. Het totaal aantal actieve lezers van de nieuwsbrief ligt op ruim 500 geïnteresseerde erfbetreders en melkveehouders. Met recht kan dus gesproken worden van een actieve community achter Grip op Klauwen die middels de nieuwsbrief steeds bereikt werd. Artikelen, persberichten en advertenties Binnen Grip op Klauwen is altijd ingestoken op free publicity in vakbladen. Vakbladen vormen nog altijd een machtig medium in het bereik van melkveehouders. Gestructureerde mediarelaties met Veeteelt, Nieuwe Oogst, Boerderij en V-focus zorgden voor veel media-aandacht voor het project Grip op Klauwen door het hele project heen. De bijgevoegde knipselkrant (bijlage 5) toont een selectie van alle artikelen in de media. Website De projectwebsite nam vanaf het begin een centrale plaats in de communicatie van het project Grip op Klauwen in. De komende drie jaar blijft deze website sowieso nog online zichtbaar: De website stak vooral in op kennis en advies over klauwgezondheid voor melkveehouders. Alle kennis werd altijd op de website direct vertaald in concrete hulp/adviezen voor melkveehouders op het thema klauwgezondheid. De website omvatte onder andere handige tips, een quickscan en een klauwenkaart. De website fungeerde ook als bibliotheek van alle unieke, nieuwe kennis vanuit dit project. Onder Downloads is nog altijd de boekenkast te vinden. Posters en flyers Het project Grip op Klauwen had als voornaamste doel om de integrale adviesaanpak te promoten. Deze adviesaanpak is door het project praktisch vertaald in een stapsgewijze aanpak : in vijf simpele stappen op weg naar betere klauwgezondheid. Die stapsgewijze aanpak is in het project middels duidelijke en handige stalposters verspreid. De stalposter zorgde voor herkenbaarheid en herinnering van de Grip op Klauwenaanpak bij de melkveehouders. (Zie bijlage 2) Excursies en demodagen De deelnemende melkveebedrijven, dierenartsenpraktijken en klauwverzorgingscentra zijn gedurende het project Grip op Klauwen zo veel mogelijk ingezet als demolocatie. In 2013 is een midzomeravondreeks bij dierenartsenpraktijken en melkveebedrijven georganiseerd om omringende melkveehouders kennis te laten maken met de successen van de integrale adviesaanpak Grip op Klauwen. Het materiaal (bijvoorbeeld 12

13 presentaties en hulpmiddelen) ligt momenteel op de plank om dit na het project Grip op Klauwen ook breder onder dierenartsen en klauwverzorgers weg te zetten. Inzet voor studiedagen Het thema been- en klauwgezondheid bij melkvee kon vanaf het eerste projectuur al snel op veel aandacht van LTO-studieclubs en ketenpartijen rekenen. Royal FrieslandCampina heeft in 2011 en 2012 diverse workshops gehouden over klauwgezondheid in het kader van hun duurzaamheidsprogramma FoqusPlanet ; tijdens de workshops is aandacht besteed aan de integrale adviesaanpak zoals die binnen Grip op Klauwen is uitgevoerd. Been- en klauw-award Grip op Klauwen heeft een heuse Klauw Award in het leven geroepen. Tijdens het slotsymposium op 19 december 2013 werd melkveehouder Rob Woppereis uit alle andere deelnemende melkveehouders gekroond en beloond met deze award. Hij won een prachtig stel gouden laarzen! Beoogd resultaat De monitoringsgegevens uit het project worden gekoppeld aan de ContinueWelzijnsMonitor Projectonderdeel Koppeling monitoringsgegevens aan CWM Gerealiseerd Nee Dit onderdeel is in overleg met de stuurgroep niet uitgevoerd, omdat bleek dat er eerst bestuurlijk besloten moest worden hoe er verder gegaan kan worden met CWM. Dit wordt momenteel uitgewerkt in het project Welzijnsmonitoring, dat wordt gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken en het Productschap Zuivel. Projectonderdeel Projectontwikkeling, -organisatie en administratie De projectontwikkeling, -organisatie en administratie is het enige projectonderdeel dat niet toebehoort aan één van de te behalen resultaten, maar alle te behalen resultaten ondersteunt. De projectleiding is uitgevoerd door ZLTO Projecten. Onmisbaar bij de uitvoering waren stuurgroep en projectgroep van het project. De stuurgroep bestond uit vertegenwoordigers van de financierende partijen (Productschap Zuivel, Ministerie van Economische Zaken (voorheen LNV), LTO en CRV. De projectgroep bestond uit vertegenwoordigers van betrokken partijen: AB Nederland, CRV, KNMvD, de Vereniging voor Rundveepedicure, LTO en projectleiding. Bij de uitvoering van project, en dan vooral het onderdeel pilotgroepen, waren zeer veel partijen betrokken: de deelnemers, dierenartsen, veevoerspecialisten, klauwverzorgenden, procesbegeleiders. De procesbegeleiders waren afkomstig van Arvalis, LTO-Noord en ZLTO en fungeerden als organiserende spin in het web binnen hun groep en rondom hun deelnemers. Het project maakte dus gebruik van een groot netwerk, niet alleen bij de uitvoering, maar ook bij de voorbereiding van projectonderdelen en bij de communicatie. 13

14 En nu verder Nu het project beëindigd is, blijft de vraag hoe de ontwikkelde kennis en ervaringen verder verspreid raken. Tijdens het project zijn we met veel partijen in aanraking gekomen. Wij dagen hen uit om de handschoen op te pakken en de voordelen van de integrale adviesaanpak te benutten. De tools hiervoor zijn voor iedereen beschikbaar via Kennis en ervaring zit bij betrokkenen van het project (bijlage 6). Marjolein de Kreij blijft hoofdcontact voor diegenen, die initiatieven willen ontwikkelen of suggesties hebben op het gebied van klauwgezondheid. De partijen die de kennis van Grip op Klauwen kunnen benutten of uitdragen zijn: Duurzame Zuivelketen (DZK) DZK is de samenwerking van LTO Nederland en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) ten behoeve van het verbeteren van de duurzaamheid van de melkveesector. Klauwgezondheid is één van de aspecten die genoemd worden bij het thema diergezondheid. CRV en GD CRV en GD zijn de eigenaren van Digiklauw. Zij hebben samen gewerkt aan het doorontwikkelen van het product Digiklauw. Vervolgens hebben zij begin 2014 een marketingcampagne gestart voor het breed bekendmaken van het vernieuwde Digiklauw en de werving van nieuwe klanten. Dierenartsen/KNMvD Een pilot in het project heeft uitgewezen dat het voor een dierenarts mogelijk is om op te treden als procesbegeleider tijdens de integrale adviesaanpak. Daarmee hebben dierenartsen de kans om coaching van melkveehouders tot een nieuw verdienmodel te maken. Dit past ook in het voornemen van de KNMvD om preventie tot een speerpunt te maken van de werkzaamheden van dierenartsen. Veevoerleveranciers Veevoersleveranciers hebben een uitgebreid netwerk van adviseurs, die regelmatig bij de melkveehouder het erf betreden, veelal gratis. Zij vormen een ideale ingang om de integrale adviesaanpak onder de aandacht van de melkveehouder te brengen indien er sprake is van klauwproblemen bij de veestapel. Klauwverzorgenden Bij klauwgezondheid blijkt het van groot belang om te weten wat de stand van zaken is. Dit is bij uitstek bekend bij de klauwverzorgenden. Zij hebben een belangrijke rol in het verspreiden van het nut en de noodzaak van het gebruik van een registratiesysteem als Digiklauw. 14

15 Bijlage 1 Eindverslag quickscan Grip op Klauwen Quickscan L.P.J.G van Beek J.J.B Groosman G.C.P Huijben Begeleiders: M van Barneveld (Hogeschool Has Den Bosch) G.C.P.M van Laarhoven (ZLTO) C.W.C.M Vermeer (ZLTO) Derdejaars periferie stage s-hertogenbosch, 3 mei

16 Voorwoord Naar aanleiding van het project Grip op Klauwen was het nodig in kaart te brengen welk beeld melkveehouders hebben op been- en klauwgezondheid. Daarom hebben wij 111 melkveehouders bezocht en daar een enquête afgenomen over het beeld dat zij hebben op de been- en klauwgezondheid. Om ons voor te bereiden op de enquêtes hebben wij eerst uitgezocht welke been- en klauwaandoeningen er eigenlijk zijn en hoe deze er ongeveer uitzien, zodat we met de veehouders konden praten over de oorzaken en gevolgen. Na de enquêtes afgenomen te hebben, zijn we de gegevens gaan verwerken met SPSS. Het bleek dat veel resultaten niet normaal verdeeld waren. Hierdoor was het lastig om aan te geven of de resultaten significant verschilden of niet. Onze eerste resultaten hebben wij in een presentatie voorgelegd aan de projectgroep van Grip op Klauwen. Zij hebben ons nog wat nuttige tips meegegeven om in de rapportage te verwerken. Deze rapportage zal alleen binnen de ZLTO en de projectgroep verspreid worden en gebruikt worden om verdere stappen te ondernemen in de rest van het onderzoek Grip op Klauwen. Wij willen graag onze projectbegeleiders Guus van Laarhoven en Chris Vermeer bedanken voor hun hulp bij het samenstellen van de quickscan en voor de prettige samenwerking binnen de ZLTO. Daarnaast willen wij alle veehouders bedanken die ons thuis hebben willen ontvangen om de quickscan af te nemen en als laatste willen wij de projectgroepleden bedanken voor hun nuttige feedback. Luuk van Beek Jeanneke Groosman Geert Huijben s-hertogenbosch, 4 mei

17 Inhoud Voorwoord Samenvatting Inleiding Materiaal en Methode Adressen Quickscan Analyse Resultaten Beleving belangrijkheid Inschattingen Kennis ( Wat ze weten en manier van kennis vergaren) Kennisniveau Vergaren van kennis Registratiemethoden Aanpak Klauwverzorgen Voetbad Conclusie Bronnen Bijlagen Bijlage 1 Quickscan Bijlage 2 Schema s quickscan

18 Samenvatting Voor dit onderzoek zijn 111 quickscans afgenomen bij melkveehouderijen verspreid over heel nederland. De resultaten hiervan zijn vervolgens met SPSS verwerkt. Als er gekeken wordt naar de beleving van de veehouders over been- en klauwproblemen, ofwel hoe ze er tegenaan kijken, valt op dat been- en klauwgezondheid ongeveer even belangrijk wordt gevonden als uiergezondheid. Daar tegenover staat dat er door de meeste veehouders meer in uiergezondheid verdiept wordt. Verder is er naar de inschattingen met betrekking op been- en klauwproblematiek gevraagd, hierbij is gekeken naar het eigen bedrijf en het Nederlandse gemiddelde. Hier valt op dat een groot deel van de bedrijven de kreupelheid, been- en klauwaandoeningen en volledig gezonde achterklauwen op het eigen bedrijf onder het Nederlands gemiddelde inschat. Deze veehouders realiseren dus eigenlijk niet goed wat er werkelijk aan de hand is op het eigen bedrijf of in Nederland over het algemeen. De kennis die de veehouders zelf denken hebben is ook getoetst, hierbij is ook gekeken of zij nog verder voorgelicht willen worden. Hier is uitgekomen, dat de kennis die er is vooral samenhangt met de problemen die voorkomen op het eigen bedrijf. De veehouders geven zelf ook aan, dat zij niet van alle aandoeningen die op het bedrijf voorkomen de behandelmethoden weten. Bij de vraag op welke manier de veehouders informatie willen ontvangen wordt door bijna elke veehouder vakliteratuur genoemd. Verder was voorlichting van de dierenarts, klauwverzorger of voervoorlichter een goede optie. Het speciaal bijwonen van bijeenkomsten zoals cursussen, studieclubs en informatie avonden is minder geliefd. De registratie van been- en klauwproblemen was ook een onderdeel dat onderzocht werd. Hierbij viel het vooral op dat meer dan de helft van de ondervraagde op geen enkele manier de been- en klauwproblemen registreerde. Verder was het bijhouden van been- en klauwproblemen met pen en papier de meest gebruikte optie. Het digitaal registreren wordt maar in mindere mate toe gepast. Hier is onderscheid gemaakt tussen het zelf invoeren in een management programma en het laten registreren in digiklauw. Waarbij aan digiklauw maar 5,4 procent van de ondervraagde mee doet. Het aanpakken van been- en klauwproblemen wordt onderverdeeld in het verzorgen van klauwen en het gebruik van een voetbad. Bij het klauw verzorgen zijn er nog veel veehouders die zelf verzorgen. Al dan niet alles zelf dan wel in combinatie met een klauwverzorger die met regelmaat komt. Momenten waarop veel veehouders klauwverzorgen is voor de droogstand of twee keer per jaar het hele koppel tegelijk. Verder komt het vaak voor dat de veehouder zelf bij problemen de klauwen verzorgd. Meer dan 60 procent van de ondervraagden maakt gebruik van een voetbad. Daarnaast gebruikt een kleine tien procent een alternatief hiervoor, namelijk een rugspuit waarmee ze heel het koppel behandelen. Bijna 30 procent van de ondervraagde veehouders maakt geen gebruik van een voetbad of een rugspuit. De gebruikers van een voetbad of rugspuit is ook gevraagd met welke regelmaat dit gedaan wordt. Hierbij is opvallend dat het regelmatig toepassen van een voetbad binnen een korte tijd, dus een week of twee, maar heel weinig voorkomt. Het voetbad alleen toepassen bij problemen is met bijna tien procent vrij hoog. 18

19 Inleiding Tegenwoordig wordt er veel aandacht besteed aan duurzaamheid en dierenwelzijn. Zowel door de veehouders, maar ook door de burgers en de politiek. Been- en klauwproblemen bij melkvee hebben betrekking op duurzaamheid en ook op dierenwelzijn. Als een koe vaak been- of klauwproblemen heeft is ze minder duurzaam en heeft ze pijn waardoor het welzijn minder is. Daarnaast lijdt het werkplezier van de ondernemer en het economisch resultaat hieronder. Reden genoeg om hier iets aan te doen. Ondanks dat er al veel kennis is ontwikkeld op het gebied van been- en klauwgezondheid, is de been- en klauwgezondheid op een te laag niveau. Om deze en bovenstaande redenen hebben de LTO organisaties het initiatief genomen om samen met projectpartners, zoals CRV, AB, VvRP, GD en de KNMvD, het project Grip op klauwen te ontwikkelen. Bij aanvang van het project zal met behulp van een quickscan onder een representatieve groep melkveehouders ( ) worden geïnventariseerd wat de stand van zaken is ten aanzien van been- en klauwproblematiek in hun sector. Met de resultaten van de quickscan zal er antwoord gegeven worden op de volgende hoofdvraag: Wat is het beeld dat de melkveehouders hebben over de been- en klauwproblematiek bij hun veestapel? Dit wordt gedaan door antwoord te geven op een aantal deelvragen. Wat is de aanpak van de been- en klauwproblematiek op individuele melkveebedrijven? Wat is het kennisniveau van melkveehouders ten aanzien van been- en klauwgezondheid? Wat is de beleving van been- en klauwproblematiek door de melkveehouder? Hoe wordt de been- en klauwgezondheid in de praktijk geregistreerd? De quickscan wordt door drie HAS studenten uitgevoerd, onder begeleiding van de projectleiding en eventuele andere projectpartners. De projectgroep zal dienen als klankbordgroep ten aanzien van de uitvoering en resultaten van de quickscan. De resultaten van de quickscan dienen als basis voor de verdere activiteiten in het project. De doelstelling van dit onderzoek is het opstellen, afnemen en analyseren van een quick-scan met betrekking tot been- en klauwgezondheid om zo het project Grip op klauwen een basis te geven voor verdere activiteiten. De belanghebbende bij dit onderzoek is de projectorganisatie van Grip op klauwen en indirect hebben de Nederlandse melkveehouders, rundveepedicures, dierenartsen en voorlichters er belang van. 19

20 2 Materiaal en Methode Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de ZLTO voor het project Grip op Klauwen. De ZLTO heeft drie studenten geworven die de quickscans af gaan nemen. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe zij te werk gaan om de beoogde doelen te halen. Ook wordt er een motivatie gegeven op de manier van werken. 2.1 Adressen Om de hoofdvraag: Wat is het beeld dat de melkveehouders hebben over de been- en klauwproblematiek bij hun veestapel? te beantwoorden moet er bij minimaal 100 melkveehouders een quickscan afgenomen worden. De doelstelling is om bij 150 melkveehouders een quickscan af te nemen, dit omdat zo de betrouwbaarheid van de analyse groter wordt. De quickscans moeten over heel Nederland afgenomen worden om zo een representatieve steekproef van de Nederlandse melkveehouders te krijgen. De ZLTO doet een aanvraag voor 400 willekeurige adressen van melkveehouders in Nederland bij het Productschap Zuivel. Het enige selectiecriterium waar de melkveehouders aan moeten voldoen is dat zij een quotum hebben van meer dan kg melk. Het moet ook mogelijk zijn om uit 400 adressen 150 meewerkende melkveehouders te verkrijgen. Als de adressen binnen zijn worden er telefoonnummers bij gezocht en worden de adressen van alle melkveehouders op een kaart gezet. Dit wordt gedaan om de bedrijven goed te kunnen clusteren zodat er niet grote afstanden gereden hoeven worden. Er is namelijk voor gekozen om bij alle bedrijven persoonlijk langs te gaan, omdat zo de respons groter is. Ook gaat de kwaliteit omhoog omdat er vlotter gesproken gaat worden en er makkelijker dieper op het onderwerp in gegaan kan worden. Hierdoor kun je per bedrijf nog specifieker informatie verzamelen. Verder verkleint het fouten binnen de communicatie. Er is voor gekozen om met zijn drieën alle melkveehouders te bezoeken. Zo kan één iemand de vragen stellen en de andere twee kunnen zich concentreren op de antwoorden die de boer geeft. Als er ingezien wordt dat het beoogde doel van 150 niet behaald wordt vanwege tijdnood, dan gaat ieder voor zich bedrijven bezoeken of één iemand gaat al beginnen met het invoeren en analyseren en de anderen blijven bezoeken. Doordat er al een begin gemaakt is met invoeren en analyseren kunnen er langer boeren bezocht worden. 2.2 Quickscan Om een goed beeld van de veehouder te krijgen over de been- en klauwgezondheid. Wordt er een quickscan opgesteld, die inzicht moet geven in de volgende aspecten: Inzicht in de aanpak op been- en klauwproblematiek op individuele melkveebedrijven. Inzicht in het kennisniveau van melkveehouders ten aanzien van been- en klauwgezondheid. Inzicht in de beleving van been- en klauwproblematiek door de melkveehouder Inzicht in het praktijkgebruik van registratiemiddelen ten aanzien van been- en klauwgezondheid. In bijlage 1 is de quickscan te vinden. Voor een aantal vragen van de quickscan is een schema opgesteld om daarin de antwoorden snel te kunnen verwerken. Deze schema s zijn te vinden in bijlage 2. Tijdens het bezoeken stelde één iemand de vragen, één iemand vulde de vragen in op een quickscan en één iemand vulde de schema s in. In de quickscan zitten een aantal ongeveer dezelfde vragen, zodat gecontroleerd kan worden of de veehouder dezelfde antwoorden geeft. Ook staan de vragen veelal in een gehusselde volgorde. Dit is bewust gedaan zodat de veehouder niet sociaal aanvaarde antwoorden gaat geven. Daarnaast wordt er tijdens het telefonisch contact, om een afspraak te maken om de quickscan af te nemen, gevraagd of de melkveehouder wil meewerken aan een quickscan over diergezondheid, om de diergezondheid bij melkvee in Nederland te verbeteren. Dit wordt gedaan, omdat op deze manier niet alleen de melkveehouders die intensief bezig zijn met been- en klauwgezondheid meedoen, maar juist ook boeren die er niet zo mee bezig zijn. Daarnaast is er minder kans dat de melkveehouders alles over klauwgezondheid op zoeken en we dus een beeld krijgen van dat moment. 2.3 Analyse Als de (meeste) quickscans zijn afgenomen wordt er begonnen met analyseren. Er wordt gewerkt met SPSS hierin zal een dataset gemaakt worden om de gegevens van de quickscans te analyseren. De gegevens kunnen eventueel eerst in Excel worden in gevoerd en naderhand in SPSS gekopieerd worden. Met SPSS zullen een aantal antwoorden gemiddeld, vergeleken of opgeteld worden. Hiermee worden de beoogde doelen behaald. 20

21 3 Resultaten In totaal is bij 111 melkveehouderijen verspreid over heel Nederland de quickscan afgenomen. De resultaten die hierbij naar voren zijn gekomen zullen in dit hoofdstuk verder aan bod komen. Eerst zal de beleving van de melkveehouders belicht worden. Daarna het kennisniveau en als laatste de aanpak met betrekking op been- en klauwgezondheid. 3.1 Beleving In deze paragraaf zullen eerst de belangrijkheid van been- en klauwgezondheid op melkveehouderijen aan bod komen. Hierna zal er wat verteld worden over de inschattingen van been- en klauwproblemen ten opzichte van been- en klauwproblemen in Nederland belangrijkheid De opdracht was om in kaart te brengen hoe de Nederlandse melkveehouder tegen been- en klauwproblematiek aankijkt. Een onderdeel hiervan is het in kaart brengen van de beleving die de gemiddelde Nederlandse melkveehouder heeft bij been- en klauwproblemen. Hiervoor is er onderscheid gemaakt tussen wat er belangrijk gevonden wordt en wat de inschattingen zijn van de problemen binnen het eigen bedrijf tegenover deze in Nederland. 111 veehouders werden gevraagd om vier bedrijfsonderwerpen op een rij te zetten. Deze onderwerpen waren: Been- en klauwgezondheid, uiergezondheid, vruchtbaarheid en problemen rondom afkalven. Bijna alle veehouders gaven aan het erg lastig te vinden om te kiezen omdat zij alle onderwerpen zeer belangrijk vinden. In figuur 3.1 staan de resultaten van deze vraag. Van alle ondervraagden heeft 1,8% aangegeven dat ze echt niet konden kiezen en bij hun alles op nummer één stond. Daarom zijn de rijen en kolommen opgeteld ook geen 100%. Opvallend is dat been- en klauwgezondheid en uiergezondheid even belangrijk gevonden worden, want 41% van de Nederlandse melkveehouders vind been- en klauwgezondheid het belangrijkst en ook 41% vind uiergezondheid het belangrijkst. Been- en klauw- Uiergezondheid Vruchtbaarheid gezondheid 1e plaats Problemen rondom afkalven e e 3 plaats e plaats plaats Figuur 3.1 Score s van de onderwerpen in procenten. Daarnaast werd gevraagd of ze zich meer verdiepten in been- en klauwgezondheid of in zeven andere onderwerpen. Deze onderwerpen waren: uiergezondheid, voeding, fokkerij, vruchtbaarheid, voederteelt, algemene diergezondheid en huisvesting. In figuur 3.2 is de uitslag hiervan te vinden. 21

22 Figuur 3.2 De vergelijking of er meer of minder verdiept wordt in deze onderwerpen ten opzichte van been- en klauwgezondheid. Opvallend bij het vergelijken tussen deze uitslagen is dat bij de vraag wat er belangrijk wordt gevonden been- en klauwgezondheid net zo hoog scoort als uiergezondheid, deze twee onderwerpen worden beiden door 41% op de eerste plaats gezet. Terwijl in de vraag die naderhand komt over waar ze zich meer in verdiepen, uiergezondheid (>60%) duidelijk beter scoort dan been- en klauwgezondheid (< 30) procent. Hiervoor zou een verklaring te vinden kunnen zijn in de hoeveelheid informatie die beschikbaar is over beide onderdelen. Zoals het feit dat er veel informatie beschikbaar is over uiergezondheid door het UGCN (Uier Gezondheid Centrum Nederland). Een andere eventuele verklaring is dat er door het laten verzorgen van de klauwen door een professionele klauwverzorger de veehouder denkt minder op de hoogte te hoeven zijn over been- en klauwgezondheid. Dit betekent niet dat het minder belangrijk gevonden wordt maar wel dat de veehouder er persoonlijk minder aandacht aan besteedt. Daarnaast zijn een aantal van deze onderwerpen middelen om doelen te behalen. Bijv. een goede voeding zorgt voor gezonde dieren met een goede productie. Been- en klauwgezondheid is voeding gerelateerd mede daarom wordt er meer in voeding verdiept dan in been- en klauwgezondheid Inschattingen Om de inschattingen in kaart te kunnen brengen zijn er zes inschattingsvragen gesteld. Deze gingen over hoeveel procent van het melkvee de melkveehouders dachten dat een klauwaandoening had, kreupel liep en gezonde achterklauwen had. Deze vragen werden twee keer gesteld waarbij telkens één hiervan over het eigen bedrijf ging en de ander over het Nederlandse gemiddelde. De uitslag hiervan staat in figuur 3.2. Figuur 3.3: De gemiddelde inschattingen op aandoeningen op het eigen bedrijf tegenover landelijke schattingen. 22

23 Opvallend hieraan is dat de ondernemers is het algemeen denken dat ze zelf onder het landelijk gemiddelde zitten. Zo wordt er gedacht dat op het eigen bedrijf bijna 20 procent meer melkvee is met volledig gezonden achterklauwen. Ook denkt de melkveehouder 10% minder kreupele koeien te hebben. Daarnaast is er met been- en klauwaandoeningen een verschil van bijna 20 procent. Als er een vergelijking gemaakt wordt hoeveel bedrijven zichzelf boven het landelijk gemiddeld inschatten zijn er de volgende resultaten. Figuur 3.4: Inschattingen klauwaandoeningen. Figuur 3.5: Inschattingen kreupelheid Figuur 3.6: Inschattingen volledig gezonde achterklauwen 23

24 . Bij alle genoemde onderdelen denken de meeste ondervraagden dat ze beter zijn dan het gemiddelde. Dit betekent dat de been- en klauwaandoeningen worden onderschat en de veehouders denken dat ze niet vallen onder de grote hoeveelheid been- en klauwproblemen die in Nederland voorkomen. Een punt wat tijdens het afnemen opviel was dat er een groot aantal ondernemers de gemiddelde Nederlandse getallen wel wisten maar toch een lager Nederlands gemiddelde noemden omdat ze niet geloofde dat het juiste getallen waren. 3.2 Kennis ( Wat ze weten en manier van kennis vergaren) In deze paragraaf wordt eerst het kennisniveau van de veehouders zelf gepeild. Daarnaast wordt er weergegeven op welke manieren de veehouders kennis vergaren. Als laatste worden de registratiemethoden nog weergegeven Kennisniveau Om te peilen hoe goed de veehouders op de hoogte waren van been- en klauwaandoeningen werd in de quickscan een vraag gesteld waarbij de veehouders moesten aangeven welke aandoeningen zij kennen. Hierbij werden geen voorbeelden gegeven zodat de parate kennis werd getoetst. Vervolgens werd er gevraagd van welke been- en klauwaandoeningen ze een behandelmethode weten. Hierbij is niet gekeken welke behandel methode dit was maar puur of ze zelf dachten dat ze een juiste hadden. Verder kwam de vraag langs welke been- en klauwaandoeningen voorkomen in hun melkveestapel. Figuur 3.7: Aandoeningen die de veehouder kan noemen, waarbij hij een behandelmethode zegt te weten en of deze aandoening op het bedrijf voorkomt (alles in percentage). In figuur 3.7 is duidelijk te zien dat de genoemde been- en klauwaandoening samenhangt met wat voorkomt op het eigen bedrijf. Dit betekent dat er alleen kennis is over wat er voorkomt, of wat ze denken dat er voorkomt, op het bedrijf. De rode balk (behandelmethoden weten) steekt heel erg uit en het lijkt dat de boeren de klauwaandoening niet kunnen noemen, maar wel een behandelmethode weten dit is echter niet waar, want de rode balk is een percentage van de blauwe balk. Bijvoorbeeld: 60% van de melkveehouders weet stinkpoot te noemen. Van die 60% weet 82% ook een behandel methode van stinkpoot. En bij 29% van de melkveehouders komt stinkpoot ook daadwerkelijk voor op het bedrijf. Als er naar de behandelmethodes gekeken wordt blijkt dat bij een groot deel van de aandoeningen wel een behandel methode bekent is. Maar dat er nog genoeg aandoeningen zijn waarbij een deel van de veehouders geen behandelmethode weet. 24

25 3.2.2 Vergaren van kennis Aan het einde van de quickscan werd de vraag gesteld of ze op de hoogte gehouden wilden worden over been- en klauwproblemen en op welke manier ze dit wilden. Hierbij waren meerdere antwoorden mogelijk. De resultaten staan in figuur 3.8. Omdat er meerdere opties mogelijk waren staat vakliteratuur op bijna 50 procent, maar toch noemde 101 boeren vakliteratuur als middel om op de hoogte te blijven. Vooral omdat dit door allemaal gelezen wordt en het een praktische manier is om wat tijd in te vullen en niet perse tijd voor gemaakt hoeft te worden. De op één na meeste genoemde manier is voorlichting. Hierbij wordt er gedacht aan persoonlijke voorlichting van de dierenarts, klauwverzorger en de voervoorlichter. Onder andere werd genoemd persoongerichte informatie per of een nieuwsbrief van de GD. Het speciaal bijwonen van bijeenkomsten zoals cursussen, studieclubs en informatie avonden is met een kleine 20 procent niet gewild bij de ondervraagden. Figuur 3.8 Manier waarop de veehouder op de hoogte gehouden wil worden (%) Registratiemethoden In het onderzoek werd speciaal gekeken naar het gebruik van registratiemiddelen door de veehouders. Er werd een vraag gesteld of hier gebruik van gemaakt wordt. Opvallend is dat er vrij weinig gebruik gemaakt wordt van registratiemiddelen. Zoals te zien in het onderstaande cirkeldiagram, wordt er door meer dan de helft van de ondervraagde geen gebruik gemaakt van registratie. 16,2 procent houdt de been- en klauwproblemen van hun koppel bij in een management programma. Verder doet 5,4 procent van de ondervraagde mee aan digiklauw en wordt het daarmee ook geregistreerd. Op een andere manier wordt door 21,6 procent van de ondervraagde been- en klauwproblemen geregistreerd. Hieronder vallen voornamelijk het bijhouden op een kalender of kladblok van behandelingen en het bijhouden van medicijngebruik. Figuur 3.9: Manieren van registreren van been- en klauwaandoeningen 25

26 Meest opvallend is dat er zo weinig gebruik wordt gemaakt van digitale registratiemethoden. Een verwachte oorzaak hiervan is dat het niet praktisch is voor de veehouders om voor elke stuk melkvee dat bekapt is hiervoor speciaal de computer en een management programma op te starten. Hierdoor valt sneller de keuze op het simpel opschrijven van dingen. 3.3 Aanpak Bij het aanpakken van been- en klauwproblemen is er gekeken naar de regelmaat die er is voor het verzorgen van de klauwen en van een voetbad. Er is gevraagd wanneer er klauwen verzorgt worden een door wie dit dan gedaan wordt. Ook is er gekeken naar het gebruik van een voetbad Klauwverzorgen Verzorgd de rundveepedicure Verzorgd de veehouder Ja Nee Totaal Ja 52,3 36,0 88,3 Nee 11,7 0,0 11,7 64,0 36,0 100,0 Totaal Figuur 3.10 Door wie wordt er verzorgd? In figuur 3.10 is te zien hoe de verhoudingen zijn tussen wanneer de veehouder zelf de hoeven verzorgd en wanneer de rundveepedicure dit doet. Zo is er te zien dat in 52,3 procent van de gevallen het door beide verzorgd wordt. Dit is door het feit dat er een aantal keer per jaar de rundveepedicure bekapt en dat er bij tussentijdse problemen door de veehouder zelf klauwen worden verzorgt. Hierbij valt dan wel op dat er 11,7 procent van de bedrijven alles door de rundveepedicure wordt gedaan, ook in de probleem gevallen laten ze deze komen. Verder doet 36 procent het volledige bekappen zelf. 88,3 procent van de veehouders bekapt wel eens en bij 64,0 procent komt er een rundveepedicure over de dam. Bij het moment van bekappen is er gekeken naar het de regelmaat hiervan. Zo is er in onderstaande figuur te zien dat er veel veehouders bij het droogzetten alles zelf bekappen. Verder is het gehele koppel tegelijk behandelen en dan vooral één of twee keer per jaar veel gedaan. Dit voornamelijk door de rundvee pedicure, bij uitzondering door de veehouder zelf. Figuur 3.11: Momenten van klauwverzorgen door de veehouder en rundveepedicure. 26

27 3.3.2 Voetbad Ook is er gevraagd naar het gebruik van een voetbad. Bij deze vraag werd er bij de veehouders vaak het woord besmettingsbak gebruikt, vooral bij de tegenstanders van een voetbad. Hieronder in figuur 3.12 is te zien hoeveel veehouders er gebruik maken van een voetbad. Bij alternatief moet er gedacht worden aan het behandelen van heel het koppel met een rugspuit. Dit vonden de ondernemers een goede oplossing om besmetting door het bad of onrust in de melkstal of melkrobot te voorkomen. Figuur 3.12 Gebruik van het voetbad Er is ook gekeken naar het moment van toepassen van een voetbad of rugspuit. Dit is met een vraag getoetst en vervolgens in kaart gebracht door figuur 3.13 Figuur 3.13 Hoe vaak wordt het voetbad toegepast? Opvallend is dat het gebruik van een voetbad vaak te lang wordt uitgesteld. Dit is ook vaak gezegd tijdens het afnemen van de quickscan. Er is maar 25,2 procent van de veehouders die binnen twee weken het voetbad herhaalt. Bij het sporadisch gebruik van een voetbad werd vaak vermeld dat het voetbad alleen gebruikt wordt als er veel problemen zijn op het bedrijf, met voornamelijk Mortellaro. Ook moet er in achting gehouden worden dat er bij het geval van weidegang het voetbad minder of zelfs niet meer gebruikt wordt. 27

28 4 Conclusie De conclusie van de gevonden informatie is dat er de been- en klauwgezondheid hoog aanzien heeft van de gemiddelde Nederlandse veehouder. Het is wel zo dat er minder in verdiept wordt, maar door het laten verzorgen van de klauwen door een klauwverzorger zodat de veehouder zelf hier minder mee bezig moet houden. Hiermee hopen ze het gewenste niveau van been- en klauwgezondheid te bereiken. Het idee wat de veehouder heeft over de hoogte van de problemen is dat ze het onderschatten. Ze zien hun eigen bedrijf beter dan het Nederlandse gemiddelde. Er wordt dus gedacht dat de gemiddelde Nederlandse been- en klauwproblematiek niet voor hun bedrijf geldt. Ze zien het probleem wel, maar ze hebben niet het beeld dat ook op hun bedrijf het probleem zo groot is. De kennis die de veehouders hebben is vooral beperkt met wat op hun eigen bedrijf speelt. Om extra kennis te vergaren wordt er vooral beroep gedaan op vakliteratuur. Het gebruik van registratie middelen is heel beperkt. Meer dan de helft maakt geen gebruik hiervan en van het overige deel registreert nog een kwart dit met pen en papier. Er is dus een groot gat op te vullen met het praktisch digitaal bij te kunnen houden van been- en klauwproblemen. De uiteindelijke conclusie is dat de been- en klauw gezondheid belangrijk gevonden wordt maar het daadwerkelijke actief bezig zijn hiermee blijft beperkt, en er wordt gedacht door de veehouders dat ze minder problemen hebben dan daadwerkelijk is. 28

29 5 Vergelijking resultaten Uit het onderzoek is gebleken dat de veehouders zichzelf beter inschatten dan hoe zij het landelijk gemiddelde inschatten. In dit hoofdstuk worden de resultaten van dit onderzoek vergeleken met andere onderzoeken over been- en klauwgezondheid. In onderstaande figuur 5.1 is nog eens te zien hoe de geënquêteerde boeren hun eigen bedrijf maar ook het landelijk gemiddelde ingeschat hebben. Figuur 5.1: Gemiddelde inschattingen op aandoeningen op het eigen bedrijf tegenover het landelijk gemiddelde. Volgens de boeren is het percentage van koeien met volledig gezonde achterklauwen op het eigen bedrijf 68% en landelijk schatten zij het in op 51%. In het projectvoorstel staat dat 15% van het Nederlandse rundvee volledig gezonde achterklauwen heeft (A.M. de Kreij en G.C.M.P. van Laarhoven). Het verschil uit onderzoek en wat de boeren zelf denken is enorm. Op het eigen bedrijf denken de boeren dat 68% van het rundvee volledig gezonde achterklauwen heeft dit scheelt 53% met de werkelijkheid. Als er uitgegaan wordt van de getallen van DigiKlauw blijkt dat op één moment van klauwverzorging van het gehele melkveekoppel 31% van de koeien geen aandoening heeft. Deze 31% scheelt ook nogal met 15% uit het projectvoorstel. Het verschil zal waarschijnlijk te maken hebben met de definitie van een gezonde klauw. De definitie van een gezonde klauw luidt: Een gezonde klauw is een klauw zonder afwijkingen zoals letsels, hoorngroeiverstoring, laesies en infecties (CRV, 22 april 2011). Volgens de boeren is het percentage van het aantal koeien dat per lactatie een of meerdere keren kreupel wordt op het eigen bedrijf 20% en landelijk schatten zij het in op 31%. In het projectvoorstel staat dat 25% van de Nederlandse melkkoeien per lactatie een of meerdere keren kreupel wordt (A.M. de Kreij en G.C.M.P. van Laarhoven). Hier schatten de boeren zichzelf 5% lager in als het Nederlandse gemiddelde en schatten het Nederlandse gemiddelde 6% hoger dan het werkelijke gemiddelde. Hier is het niet zo n uitschieter als bij het percentage volledig gezonde achterklauwen en het percentage van het aantal koeien dat per lactatie een of meerdere keren kreupel wordt. Volgens de boeren is het percentage van het aantal koeien dat per lactatie een of meerdere klauwaandoeningen heeft op het eigen bedrijf 21% en landelijk schatten zij het in op 41%. Volgens Menno Holzhauer heeft 70% van de Nederlandse melkkoeien een of meerder klauwaandoeningen per lactatie. Dit scheelt dus 29% met het geschatte Nederlandse gemiddelde. Maar nog erger is dat de boeren denken dat zij maar 21% problemen hebben terwijl uit onderzoek blijkt dat dit 70% is (Holzhauer, 22 april 2011). Uit de cijfers van DigiKlauw blijkt dat 69% van de koeien tijdens een lactatie een of meerdere klauwaandoeningen heeft. Dit scheelt maar 1% met het onderzoek van Menno Holzhauer en de conclusie die getrokken kan worden is dan ook dat het erg is dat de boeren zelf denken dat ze op hun eigen bedrijf maar 21% melkkoeien hebben die per lactatie een of meerdere klauwaandoeningen hebben. Een ander onderzoek uit 2005 waarin Menno Holzhauer ook heeft meegewerkt geeft ook aan dat 70% van de melkkoeien per lactatie een of meerdere klauwaandoeningen heeft (Van der Waaij e.a.). 29

30 Friesland Campina heeft uitgesproken dat hun doelstelling is om naar het natuurlijk niveau van klauwgezondheid te gaan. Als er gekeken wordt naar wat de boeren nu schatten zou het niet zo n probleem zijn om deze doelstelling te behalen. De boeren denken dat ze nu op 21% zitten. Landelijk zou het volgens de boeren nog 11% moeten zakken. Maar uit andere onderzoeken blijkt dat het toch echt nog op 70% ligt en dat er dus nog hard gewerkt moet worden om deze doelstelling te behalen. 30

31 Aanbevelingen Uit het onderzoek is gebleken dat nog veel onduidelijk is over de hoeveelheid van de been- en klauwproblemen in de Nederlandse melkveehouderij. Ondernemers zijn wel bekend met de hoeveelheid van de problemen in Nederland maar denken niet dat ze daar zelf ook bij horen. Hierover zou beter voorlichting gegeven kunnen worden en vooral het herkennen van been- en klauwproblemen. Ook het gebruik van registratie methoden is onder de maat. Minder dan de helft van de ondervraagden maakt gebruik van digitale registratie methoden voor been- en klauwproblemen. Terwijl hiermee een overzichtelijk beeld gecreëerd kan worden over de hoeveelheid problemen en de zwakke plekken in een bedrijf. Het gebruik van digitale registratie moet dus aangespoord worden en desnoods een praktische oplossing gevonden worden om dit te doen. Het duidelijkheid scheppen over de financiële gevolgen van been- en klauwproblemen is ook een punt van aandacht. Er is veel onduidelijkheid over de kosten van de problemen. Dit doordat er veel factoren zijn die er mee te maken hebben maar niet te peilen zijn. 31

32 Bronnen DGZ. (2003). Klauwverzorging bij melkvee. [www-document]. <http://www.dierengezondheidszorg.be/ondersteuning/praktijk_advies_publikaties_runderen/klauw_klauwverzo rging.asp#7 > Geraardpleegd: 17 februari CRV. (2010). Fokwaarde klauwgezondheid. [www-document]. < https://www.crv4all.nl/downloads/e-hoofdstukken/e30.pdf> Geraadpleegd: 22 april GD Deventer. (2010). Zoolzweren. [www-document]. <http://www.gddeventer.com/templates/dispatcher.asp?page_id=viewitem&opage_id= &ite mid= > Geraadpleegd: 18 februari GD Deventer. (2010). Zoolbloedingen. [www-document.] <http://www.gddeventer.com/templates/dispatcher.asp?page_id=viewitem&opage_id= &itemid= > Geraadpleegd: 18 februari GDS Hoofcare. (2010). Bouw en functie. [www-document]. <http://www.gds-hoofcare.com/page.asp?page=rndkl1bf> Geraadpleegd: 14 februari 2011 GDS Hoofcare. (2010). De runderklauw. [www-document]. <http://www.gds-hoofcare.com/claw.asp?page=rndklauw> Geraadpleegd: 8 februari 2011 GDS Hoofcare. (2010). Teenflegmoon. [www-document]. < Geraadpleegd: 17 februari 2011 Geyter, de Sofie. (2007) Klauwproblemen bij rundvee. [www-document]. <http://doks2.khk.be/eindwerk/do/files/fiseff d c731b810716/thesis pdf?recordid= SKHKff d c731b810715> Geraadpleegd: 16 februari 2011 Holzhauer, M. (2006). Claw health in dairy cows in The Netherlands. [www-document]. <http://igitur-archive.library.uu.nl/dissertations/ /c10.pdf > Geraadpleegd: 22 april Jef Laureyens. (2006). Mortellaro. [www-document]. < Geraadpleegd: 18 februari Kreij, A.M de. en G.C.M.P van Laarhoven. (2010). Projectvoorstel Grip op Klauwen. Den Bosch: ZLTO Van der Waaij, E.H., M. Holzhauer, E. Ellen, C. Kamphuis en G. de Jong Genetic parameters for Claw Disorders in Dutch Dairy Cattle and Correlations with Conformation Traits. Journal of Dairy Science 88: Vermeer, C.W.C.M. Persoonlijke mededeling, 18 april

33 Bijlagen Bijlage 1 Quickscan Naam van het bedrijf: Gemeente: 1 Provincie: 2 Hoeveel stuks melkvee heeft u (incl. droogstand)? 3 In wat voor type stal wordt het melkvee gehouden? a. Ligboxen b. Potstal c. Grupstal d. Anders, namelijk 4 Wordt er voor de melkgevende koeien s zomers weidegang toegepast? a. Ja b. Nee c. Heel het jaar door weidegang, 5 Van welke score systemen maakt u gebruik voor waarnemingen bij uw melkvee? En registreert u deze? a. Locomotie / beweging score b. Conditie score c. Klauwscore d. Pensscore e. Mestscore f. Geen 6 Wie is uw belangrijkste adviseur wat betreft de diergezondheid? a. b. c. d. e. f. 7 Dierenarts Voervoorlichter Rundvee Pedicure Vruchtbaarheidspecialist Fokkerijvoorlichter Anders, namelijk. Kunt u de volgende onderwerpen schikken op wat u belangrijk vind, met 1 het meest belangrijk en 4 het minst belangrijk? a. b. c. d. Been- en Klauwgezondheid Uiergezondheid Vruchtbaarheid Problemen rondom afkalven 33

34 Onderdeel 1: Been- en klauwgezondheid. 8 Wie is uw belangrijkste adviseur wat betreft de been- en klauwgezondheid? a. b. c. d. e. f. Dierenarts Voervoorlichter Rundvee Pedicure Vruchtbaarheidspecialist Fokkerijvoorlichter Anders, namelijk. 9 Hoeveel procent van uw melkkoeien denkt u dat per lactatie een of meerdere been- of klauwaandoeningen heeft? 10 Vindt u dat u goed genoeg op de hoogte bent van been- en klauwproblemen om ze te voorkomen en te behandelen? a. Ja b. Nee 11 Aan welke voorwaarden moet een juist voetbad voldoen? a. b. c. d. e. Lengte Breedte Diepte van de oplossing Aantal koeien voor verversen van de oplossing Voorbehandeling 12 Verdiept u zich in been- en klauwgezondheid? a. Ja b. Nee 13 Zo ja, op welke manier doet u dit? a. Cursussen b. Informatie avonden c. Vakliteratuur d. Studieclubs e. Voorlichting (bijv. dierenarts, voervoorlichter of Rundvee pedicuren) f. Anders 14 Verdiept u zich meer of minder in klauw gezondheid dan in: Uiergezondheid Voeding meer / minder Fokkerij meer / minder Vruchtbaarheid meer / minder Voederteelt meer / minder Algemene diergezondheid Huisvesting 15 meer / minder meer / minder meer / minder Hoeveel procent van uw rundvee denkt u dat volledig gezonde achterklauwen heeft? 34

35 16 Wanneer worden de koeien bekapt en door wie? Schema 17 Maakt u gebruik van een voetbad? a. Ja b. Nee 18 Om de hoeveel tijd past u het voetbad toe? (Indien weidegang verschil aan laten geven.) a. Om de week b. Om de twee weken c. Om de drie weken d. Om de vier weken e. Om de vijf weken f. Om de zes weken g. Om de zeven weken h. Om de twee maanden i. Sporadisch j. Anders, namelijk 19 Hoe vaak gaat het koppel achter elkaar door het voetbad? (met tussen pauzes bijv. op 1 dag na de 2 melkbeurten) 20 Welk middel gebruikt u voor het voetbad (meerdere antwoorden mogelijk) o Antibiotica o Formaline o Koper zink sulfaat o Anders, namelijk 21 Hoeveel procent van de Nederlandse melkkoeien denk u dat per lactatie een of meerdere klauwaandoeningen heeft? 22 Welke been- en klauwproblemen kunt u bij uw melkkoeien herkennen? Schema Van welke been- en klauwproblemen weet u de behandelmethoden? Schema Hoeveel procent van uw melkkoeien denkt u dat per lactatie een of meerdere keren kreupel wordt? Op welke manier registreert u de been- en klauwproblemen van uw melkvee? a. Digiklauw b. Management programma c. Anders d. Niet 26 Waaraan ziet u dat er mogelijk been- of klauwproblemen zijn? Schema Wanneer wordt de koe behandeld? Schema Welke been- en klauwproblemen komen voor in u veestapel? Schema Hoe vaak wordt er op jaarbasis een behandeling wegens been- en klauwproblemen uitgevoerd? Aandoeningen die worden verholpen. (aantal) Ondervindt u economische schade door been- en klauwproblemen binnen uw koppel? a. Ja

36 b. Nee 31 Bent u intensief bezig met het verbeteren van been- en klauwgezondheid van uw melkveestapel? a. Ja b. Wel mee bezig, maar niet intensief c. Nee 32 Hoeveel procent van de Nederlandse melkkoeien denk u dat per lactatie een of meerdere kerenkreupel wordt? 33 Vind u dat er genoeg aandacht wordt besteed aan been- en klauwproblemen in de sector? a. Ja b. Nee 34 Wilt u op de hoogte gehouden over het voorkomen en behandelen van been- en klauwproblemen? a. Ja b. Nee 35 Zo ja, op welke manier? a. Cursussen b. Informatie avonden c. Vakliteratuur d. Studieclubs e. Voorlichting.(bijv. dierenarts, voervoorlichter of klauwbekapper) f. Anders 36 Hoeveel procent van het Nederlandse rundvee denk u dat volledig gezonde achterklauwen heeft? Opmerkingen:... Hartelijk dank voor uw medewerking. 36

37 Bijlage 2: Schema s quickscan r oo tv m Ko len e nd ha e n Be nn e rk He Aandoening Mortellaro / italiaanse stinkpoot/ dermatitis digitalis Stinkpoot / tussenklauweczeem / dermatitis interdigitalis Tussenklauw ontsteking / tussenteenflegmoon/ kleufpoot/ kleipoot/ slakkepoot/ moervet/krep/ haarworm/ panaritium/ Interdigital phleg Bevangenheid/ bovine laminitis Tussenklauwgezwel/tyloom/ tyloma Dikke hakken/ groepbenen/ grupbenen Witte lijn defect / wandzweer Zool bloeding Zool kneuzing Zoolzweren/ kriek/ ulcus Dubbele zool Wandscheur/ hoornspleet Teenpunt necrose Fractuur van het klauwbeen Anders: 37

38 Moment / Wie Veehouder Klauwbekapper Veearts Als ze droog gezet worden Als er problemen zijn 1 keer per jaar heel het koppel tegelijk 2 keer per jaar heel het koppel tegelijk 3 of meer keer per jaar heel het koppel tegelijk Al het melkvee verspreidt over een jaar 1 keer Al het melkvee verspreidt over een jaar 2 keer Al het melkvee verspreidt over een jaar 3 of meer keer Om de 4 maanden heel het koppel tegelijk Om de 5 maanden heel het koppel tegelijk Om de 7 maanden heel het koppel tegelijk Om de 8 maanden heel het koppel tegelijk Anders: en el nd ha e n Be nn e rk He Symptomen De koe gebruikt niet alle vier de poten De koe loopt gevoelig en onregelmatig De houding van de koe is ongewoon De conditie van de koe gaat achteruit De koe ligt ongewoon veel De koe eet en drinkt minder Een verminderde producite bij de koe De koe gaat niet of maar half in de box liggen Weinig tot geen herkauwactiviteit Klauw zelf ziet er anders uit De gang van de koe is anders dan normaal Anders: 38

39 Bijlage 2 Poster integrale adviesaanpak 39

40 Bijlage 3 Leidraad voor een optimale adviesaanpak ten aanzien van klauwgezondheid op melkveebedrijven 40

41 Leidraad voor een optimale adviesaanpak ten aanzien van klauwgezondheid op melkveebedrijven Doel van de integrale adviesaanpak is het verbeteren van klauwgezondheid van het vee op een bedrijf. Essentieel voor succes zijn de volgende vier elementen: 1 de veehouder ervaart probleemeigenaarschap. 2 de adviesaanpak gebeurt structureel. 3 de adviesaanpak is inhoudelijk correct. 4 de veehouder voert de gegeven adviezen in de stal uit. Deze vier stappen binnen het toepassen van de integrale adviesaanpak zijn leidend voor de opbouw van deze leidraad. Middels een - enquête is aan 48 deelnemende veehouders gevraagd wat hun beweegredenen waren tot deelname aan het project, wat hun verwachtingen waren en of die binnen het project waar gemaakt zijn. Daarnaast is hen gevraagd naar succes factoren van de integrale adviesaanpak, alsmede naar verbeterpunten. Als laatste is de veehouders gevraagd naar hun intentie om door te gaan met het toepassen van een integrale adviesaanpak en hoe ze dat zouden vormgeven. De volledige enquête is na te slaan in de bijlage. Er zijn 3 procesbegeleiders en 2 dierenartsen die bij het hele proces betrokken zijn geweest individueel geïnterviewd waarin de nadruk is gelegd op hun ervaring per veehouder. Van de 48 deelnemende veehouders hebben 43 (90%) veehouders de volledige enquête ingevuld. Hieronder staat, op basis van de enquêteresultaten en de gesprekken met de procesbegeleiders, uitgelegd welke factoren belangrijk zijn om in het integrale advies te verwerken om een optimaal resultaat te bereiken. 1 De veehouder ervaart probleemeigenaarschap Binnen de enquête zijn een aantal vragen gesteld aan de veehouders om duidelijk te krijgen met welke beweegredenen ze in het project gestapt zijn en wat ze zichzelf als doel hadden gesteld met hun deelname. Hieruit blijkt welke veehouders open staan voor deelname aan deze vorm van integrale advisering. Verder zijn veehouders op basis van de gesprekken met de procesbegeleiders opgedeeld naar mate van hun motivatie om de adviezen uit te voeren. Op basis hiervan zijn de veehouders in een laag-, een gemiddeld- en een hooggemotiveerde groep ingedeeld. Uit de gegevens blijkt hoe de ervaring van een probleem met de klauwgezondheid verband houdt met de mate van motivatie van een veehouder om adviezen op te volgen en met zijn beleving van het project en met zijn wil om door te gaan in de toekomst. 1.1 Beweegredenen voor deelname In de enquête is gevraagd naar de beweegredenen van de veehouder die hij of zij had om mee te doen aan het project. Het was bij deze vraag mogelijk meerdere beweegredenen op te geven. In totaal zijn er 48 beweegredenen opgegeven. De antwoorden van de deelnemers zijn gesplitst in vier categorieën: 1. het ervaren van een kennisleemte. 2. het wensen van economisch voordeel. 41

42 3. het voelen van sociale druk. Hiermee wordt bedoeld deelname slechts omdat hij of zij daarvoor gevraagd is door een lid van het adviesteam of de procesbegeleider. 4. het werkgemak is niet hoog genoeg. Grafiek 1: Beweegredenen voor deelname n=48 29% 40% Ervaren kennisleemte Economisch voordeel Sociale druk 27% Onvoldoende werkgemak 4% Zoals te zien in grafiek 1 is de meest genoemde beweegreden, 19 van 48 beweegredenen (40%), om mee te doen aan Grip op Klauwen het ervaren van een kennisleemte. De veehouders geven aan geïnteresseerd te zijn in het vergaren van meer kennis omtrent de klauwen onder hun koeien en van meer kennis over hun specifieke bedrijfsfactoren die daarop van invloed zijn. Hierna op de tweede plek, 14 van 48 opgegeven beweegredenen (29%), werd het ervaren van te weinig werkgemak genoemd. Verder werd er nog 13 (27%) keer het voelen van sociale druk en 2 (4%) keer het wensen van economisch voordeel genoemd. 1.2 Doel van deelname In de enquête is gevraagd naar de doelen van de veehouder die hij of zij wilde bereiken met deelname aan het project. Veehouders konden meerdere doelen noemen. In totaal zijn 47 doelen genoemd. De gegeven antwoorden zijn gesplitst in 3 doelcategorieën: 1. educatie, hieronder valt het opdoen van kennis over en inzicht krijgen in de klauwgezondheid van het koppel 2. het behalen van economisch voordeel 3. het verhogen van werkplezier. Hiermee wordt bedoeld het creëren van een situatie waarin zo min mogelijk probleemkoeien aandacht nodig hebben of waarin een zo gezond mogelijk koppel ontstaat: elke kreupele is er een Grafiek 2: Doelen volgens deelnemers n=47 Grafiek 3: Doel van deelname n=47 teveel. 9% 17% Educatie 17% 17% 66% Doel bereikt Doel niet bereikt Economisch voordeel 17% Verhogen van werkplezier 66% 42 91%

43 Zoals te zien in grafiek 2 is meest genoemde doel dat veehouders willen behalen het verhogen van het werkplezier, 31 van 47 (66%) gegeven antwoorden. Het behalen van economisch voordeel en het verkrijgen van inzicht in klauwaandoeningen staan op een gedeelde tweede plaats, 8 van 47 (17%) gegeven antwoorden. 39 (91%) veehouders geven aan dat ze een of meerdere van hun doelen bereikt hebben tegenover 4 (9%) veehouders die aangeven hun doel niet bereikt te hebben. (Grafiek 3) Uit de enquête is niet naar voren gekomen wat de reden was dat ze hun doel niet bereikt hebben. 1.3 Motivatie om adviezen uit te voeren Van de 48 veehouders die deelnamen aan het project hebben er 43 (90%) de volledige enquête ingevuld. Deze 43 veehouders zijn op basis van gesprekken met de procesbegeleiders ingedeeld in drie motivatiecategorieën: laag, gemiddeld- en hooggemotiveerd. 7 (16%) van de 43 veehouders zijn laag gemotiveerd, 26 (60%) veehouders zijn gemiddeld gemotiveerd en 10 (23%) veehouders zijn hoog gemotiveerd. Binnen de laag gemotiveerde groep veehouders geven 5 (71%) deelnemers aan geen probleem te hebben ervaren met klauwgezondheid op hun bedrijf ten opzichte van respectievelijk 2 (8%) en 0 (0%) veehouders in de gemiddeld- en hoog gemotiveerde groepen. Binnen de laag gemotiveerde groep veehouders geven 2 (29%) deelnemers aan wél een probleem te hebben ervaren met de klauwgezondheid op hun bedrijf tijdens het project. Binnen de gemiddeld en hoog gemotiveerde groepen geven respectievelijk 9 (35%) en 5 (50%) veehouders aan een probleem te ervaren met hun klauwgezondheid. 4 (57%) van de 7 laag gemotiveerde veehouders geeft aan niets te hebben gehad aan het project. Uit de gemiddeld- en hoog gemotiveerde groep veehouders geven respectievelijk 3 (12%) en 1 (10%) veehouders aan niets te hebben gehad aan de aanpak. Uit de enquête blijkt niet waarom de laatste categorie aangaf niets aan de aanpak gehad te hebben. Van de laag gemotiveerde groep geven 3 (43%) veehouders aan door te willen gaan met de integrale adviesaanpak tegenover 15 (58%) uit de gemiddeld gemotiveerde groep en 6 (60%) uit de hoog gemotiveerde groep. Tabel 1. Effect van motivatie op probleemeigenaarschap en projectervaring Veehouders: Laag (n = 7) Ik ervaar wel problemen met Gemiddeld (n = 26) Hoog (n = 10) 29% 35% 50% 71% 8% 0% 57% 12% 10% klauwgezondheid op mijn bedrijf Ik ervaar geen problemen met klauwgezondheid op mijn bedrijf Ik heb niets aan het project gehad 43

44 Ik wil doorgaan met de integrale 43% 58% 60% adviesaanpak Samenvattend geven veehouders dat ze een kennisleemte ervaren op het gebied van klauwgezondheid in hun bedrijfsspecifieke situatie en dat ze met behulp van de integrale adviesaanpak willen komen tot het doel: een vermindering van hun werkzaamheden en dus een verhoging van werkplezier. Verder blijkt dat de mate van motivatie van een veehouder om advies op te volgen rechtstreeks gekoppeld is aan hun mate van probleemervaring. Hoe hoger gemotiveerd de veehouder is, hoe meer hij of zij zich bewust is van een probleem met de klauwgezondheid op het bedrijf. Ook blijkt dat hoe hoger gemotiveerd de veehouder is, hoe minder aangegeven wordt dat het project niets opgeleverd heeft en hoe vaker hij of zij aangeeft door te willen gaan met de adviesaanpak. 2 De adviesaanpak gebeurt structureel Uit de enquête blijkt dat structurele verslaglegging belangrijk is. Ook vanuit de procesbegeleiders en de bijeenkomst op 30 oktober 2013 is aangegeven dat het zeer wenselijk is om een verslag te maken waarin de volgende onderdelen zouden moeten staan: 1. Een probleemstelling waarin een duidelijke behoefte van de veehouder naar voren komt. 2. Een doelstelling. 3. De bevindingen in de stal met betrekking tot de probleemstelling. 4. Een analyse waarin uitgelegd wordt hoe de bevindingen oorzaak zijn van het probleem. 5. Een plan van aanpak waarin SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdsgebonden) geformuleerd wordt. Bij verslagen van volgende bedrijfsbezoeken moet eerst een actuele stand van zaken naar aanleiding van het plan van aanpak beschreven worden, daarna moeten de harde resultaten van de laatste klauwverzorgingsbeurt benoemd worden en dan start de cyclus opnieuw vanaf de analyse. Na afloop van het gesprek moeten alle deelnemers aan het keukentafelgesprek een exemplaar van het verslag krijgen. Veehouders gaven aan het krijgen van een schriftelijk verslag als overzichtelijk te ervaren, vooral als het verslag snel na een bijeenkomst werd rondgestuurd: alles komt op papier te staan. beter overzicht. beter naar punten toe werken. 3 De adviesaanpak is inhoudelijk correct Commentaren van veehouders uit de enquête en aan hun gegeven adviezen zijn naast elkaar gelegd om daaruit op te maken wat voor hen de integrale adviesaanpak inhoud geeft. Daarnaast is elke veehouder gevraagd naar de drie beste adviezen die hij of zij gekregen heeft. 3.1 De samenwerking aan tafel Uit de enquête en de interviews met de procesbegeleiders volgt dat er aan het advies twee dingen belangrijk zijn met betrekking tot de samenwerking aan tafel. Ten eerste het ontstaan van een klik tussen de leden van het adviesteam en tussen het adviesteam en de veehouder. Een veehouder die zich op zijn gemak voelt bij een adviesteam zal 44

45 zijn behoefte duidelijker uiten zodat het advies beter kan aansluiten bij zijn wensen en behoeften. Dat komt de inhoud van het advies ten goede. Veehouders geven hierover aan dat het wenselijk is als het adviesteam: Meer op praktijk niveau denkt. Ten tweede is het van belang dat alle leden van de adviescommissie verstand van zaken hebben. In het bijzonder de procesbegeleider staat in dit opzicht onder druk. Hij levert volgens veehouders niet direct een zichtbare input binnen de specialismen, maar geven hierover aan: Projectleiding heeft minimaal basiskennis nodig. Volgens leden van de adviesgroep zelf kan de rol van de procesbegeleider ook vervult worden door een van de andere specialisten binnen het team. Het is volgens hen echter wel belangrijk dat iemand de taken van de procesbegeleider: verslaglegging, Begeleiden van de keukentafelgesprekken en zorgen dat iedereen gehoord wordt en een helder SMART advies formuleren. 3.2 De procesbegeleiding Uit de enquête blijkt dat voor de deelnemers de noodzaak voor een procesbegeleider onduidelijk is: Procesbegeleider niet nodig. Met iedere partij afzonderlijk de situatie omtrent klauwen monitoren. Niet meer alle partijen tegelijk aan tafel. Grafiek 4: De procesbegeleiding n=43 Zonder procesbegeleider 30% Individueel 33% Indien problemen Overig 14% 16% 7% Gaat niet door Zoals te zien in grafiek 4 geeft 14 van de 43 (26%) ondervraagden aan zonder procesbegeleider de adviesaanpak voort te zullen zetten. 7 (47%) veehouders gaven aan in de toekomst met iedere Grafiek 5: Opgevolgd advies per groep specialist individueel of met enkele specialisten aan tafel te gaan zitten. 3 (9%) deelnemers gaven aan de 100 specialisten pas op te roepen als er opnieuw problemen % 60 optraden met de klauwgezondheid. 6 (14%) van de veehouder geven aan op een andere manier door te gaan. 13 (30%) van de veehouder geven aan niet door 50 te willen gaan. 40 Binnen het project zijn er vijf procesgroepen geweest van ieder tien veehouders. In de enquête is gevraagd 10 in het project. Daarnaast is uit de gesprekken met de naar de motivatie van de veehouders om in te stappen 0 d p5 p4 p3 p2 p1 o lg oe oe oe oe oe r r r r r ev g G G G G G p lo aa t To 45

46 procesbegeleiders opgemaakt wat volgens hen de motivatie was van de veehouders om mee te doen. In één groep is er een duidelijke discrepantie tussen de motivatie van de veehouder volgens de veehouder en de motivatie van de veehouder volgens de procesbegeleider. Opvallend is dat in deze groep advies ook het slechtste werd opgevolgd, namelijk slechts 55%. In vergelijking met de andere groepen waar 57%, 72%, 77% en 86% werd opgevolgd. In totaal werd 67% van de gegeven adviezen opgevolgd. Binnen de groepen is geen groot verschil in de manier waarop advies gegeven werd. Echter één groep gaf aan uitsluitend advies te geven waar draagvlak voor was, hier werd dan ook een percentage van 86% opgevolgde adviezen gehaald. 3.3 Favoriete adviezen In de enquête is gevraagd naar de best gewaardeerde adviezen. De antwoorden zijn onderverdeeld in zeven adviescategorieën: 1. Klauwbelasting= gaten vloer opvullen/ roosters opruwen/ roosters vervangen/ rubber op vloer leggen/ steentjes verwijderen/ obstakels verwijderen/doorgang verruimen/ obstakels afdekken met rubber/ drinkbakken bijmaken/ drinkbakken verplaatsen/ koe verkeer monitoren m.b.v. time- lapse- camera/ extra krachtvoerbox plaatsen/ bekapbox op een ruimere plek plaatsen. 2. Ligcomfort= boxmaataanpassingen/ rubberen matrassen plaatsen/ rubberen matrassen vervangen/ waterbedden plaatsen/ meer strooisel in box. 3. Klauwpedicure= eigen bekappingen ook noteren in digiklauw/ frequenter bekappen/ minder bekappen/ nieuwe koeien bij binnenkomst bekappen/ extra bekappen koeien op attentielijst/ individueel behandelen koeien op attentielijst/ maandelijkse controle jongvee door pedicure/ andere bekapbox. 4. Infectiedruk= meer mestschuiven/ mestschuif verbeteren/ mestrobot installeren / IBR& BVDV testen/ bezetting verlagen/ natte plekken verharden en / rugspuit formaline over boxen/ tijdens weideperiode stal schoonmaken met formaline. 5. Voetbaden= voetbad frequentie omhoog/ voetbad met formaline / voetbad met kopersulfaat en/of een alternatief middel/ plaats voetbad wijzigen/ jongvee ook door voetbad/ voetbad regelmatig reinigen/ klauwen afspuiten voor ze in voetbad gaan/ nieuwe koeien op bedrijf ook door voetbad/ kopersulfaat/ formaline rugspuit over klauwen. 6. Rantsoen= conditiescore/ mestscore/ herkauwactiviteit/ voldoende structuur aanbieden/ voerovergang bij transitie geleidelijk maken/ rantsoen wijzigen melkvee/ rantsoen wijzigen jongvee/ rantsoen wijzigen droge koeien/ maïs recht afsteken/ mengkuil maken/ krachtvoer in kleinere porties. 7. Management= fokkerij/ vee niet door stal jagen/ windbreekgaas plaatsen/ gaten zagen in lichtkoepel en nok/ dak halve meter verlengen/ goot plaatsen/ ventilator plaatsen/ nieuwe sleufsilo plaatsen. Grafiek 6: Best gewaardeerde adviezen wb e Kl au la sti ng Vo et ba Kl d au wp en ed ic u re Ra nt so en Lig co m fo In rt fe ct ie dr M uk an ag em en t

47 Zoals te zien in grafiek 6 werd als best gewaardeerd advies het verlagen van de klauwbelasting het vaakst genoemd, namelijk 26 keer. Hierna volgen adviezen omtrent het voetenbad (23 keer) en het toepassen van de rundveepedicure (16 keer). Waarom deze adviezen als best gewaardeerd werden viel niet uit de enquête op te maken. Adviezen in de categorie management werden het minst genoemd (3 keer). Het verminderen van klauwbelasting hield veelal in het afvlakken van een opstapje, het leggen van rubber op vloeren of het afdekken van uitstekende voorwerpen in de stal. Dit zijn makkelijk te verhelpen problemen. Daarnaast is het deelnemers ook duidelijk uit te leggen wat de relatie is tussen het advies en de belasting van de klauwen. Hoewel een voetbad niet erg makkelijk te realiseren is zien veel veehouders hier het nut van in. Zij geven in de enquête aan het logisch te vinden de klauwen te desinfecteren om infectieuze aandoeningen onder controle te krijgen. Voor diegenen die al een voetbad hadden is het vaak eenvoudig deze te optimaliseren. Tot slot werd het optimaliseren van de rundveepedicure als best gewaardeerd advies genoemd. Dit is én relatief eenvoudig te realiseren én de deelnemers geven aan hier de noodzaak van in te zien. Veehouders geven aan te begrijpen dat de problemen vanzelf niet over gaan, het actief en individueel klauwverzorgen van koeien spreekt hen dan ook erg aan. % Grafiek 7: Opgevolgd advies per adviescategorie b uw Kla g.. tin s a el co Lig or mf er tv... d tie ec f In e.. kv ru. e so nt Ra n n ge jzi i w b en et o V ad nd Ru ve r icu ed p e e M me ge a an nt Uit grafiek 7 blijkt dat in de categorieën klauwbelasting verlagen, voetenbad toepassen, ligcomfort verhogen, infectiedruk verlagen en rantsoen wijzigen ongeveer 70% van de adviezen opgevolgd werd. In de categorie rundveepedicure werd 86% opgevolgd en in de groep management werd 28% opgevolgd. In deze analyse van meest opgevolgde adviezen is de groep veehouders die alleen adviezen kregen die ze sowieso wilden opvolgen niet meegenomen. Uit de enquête bleek dat veehouders advies niet opvolgden wanneer zij daar de noodzaak niet van zagen of het verband met klauwgezondheid niet konden leggen: Plek van waterbak invloed op klauwgezondheid...??. In de groep waar slechts 55% van het advies werd opgevolgd bleek uit de gesprekken met de procesbegeleider dat het advies niet gedetailleerd gegeven werd en dat het advies na het eerste bezoek niet meer herhaald werd. 47

48 4 De veehouder voert de gegeven adviezen in de stal uit Uit de enquête en uit de gesprekken met de procesbegeleiders blijkt dat adviezen het beste opgevolgd worden als ze makkelijk inpasbaar zijn in de gang van zaken op een bedrijf. Daarnaast blijken adviezen waarvan verwacht werd dat ze snel resultaat zouden laten zien: quick flip, beter opgevolgd te zijn. Verder blijkt uit de enquête dat het goed is voor de motivatie van de veehouder als een keukentafelgesprek direct na een klauwverzorgingsbeurt plaatsvindt: De integrale adviesaanpak moet bij voorkeur zo spoedig mogelijk gebeuren na de laatste koppelbehandeling. Werken met actuele gegevens. Zo is de klauwverzorgingskennis nog recent en de motivatie tot handelen in de stal hoog. Bij een groot tijdsinterval tussen het klauwverzorgingsmoment en het adviesmoment geven veehouders aan dat advies zinloos is omdat de klauwen van hun koeien niet meer hetzelfde zijn als tijdens het meetpunt. Deelnemers geven als redenen om advies niet op te volgen dat zij het nut er niet van inzien of het verband tussen het advies en betere klauwgezondheid niet kunnen leggen. Leden uit het adviesteam gaven aan dat deelnemers advies niet opvolgen omdat zij zeggen er (nog) geen tijd voor te hebben of omdat het probleem geen prioriteit heeft: hoe makkelijker inpasbaar, hoe sneller overtuigd, des te sneller gerealiseerd. En zoek enthousiaste mensen, van positieve energie krijg je positieve energie. 5 Succesvolle factoren van de integrale adviesaanpak Van belang voor de evaluatie van de integrale adviesaanpak is inzicht verkrijgen in wat veehouders hebben ervaren als hun opbrengst van het project. Hierbij was steeds 1 antwoord mogelijk. 14 (33%) veehouders geven aan in de enquête dat ze inzicht hebben gekregen in klauwgezondheid van hun koeien op hun bedrijf. 7 (16%) veehouders zeggen dat de integrale adviesaanpak ze vooral eenduidig advies heeft opgebracht. 11 (26%) veehouders geven aan dat vooral de klauwgezondheid op hun bedrijf is verbeterd. Slechts 2 (5%) veehouders geven aan dat ze praktische tips hebben gekregen. De overige veehouders 9 (20%) geven aan dat de adviesaanpak hen weinig heeft opgeleverd. Tabel 2. Succesfactoren Belangrijkste opbrengst van het project Ik heb inzicht gekregen in de klauwgezondheid van mijn bedrijf 33% De klauwgezondheid op mijn bedrijf is verbeterd 26% Adviesaanpak heeft weinig opgeleverd 20% Adviesaanpak heeft eenduidig advies opgeleverd 16% Ik heb praktische tips gekregen 5% In totaal hebben 23 van de 43 veehouders antwoord gegeven op de vraag: Welke factoren van de integrale adviesaanpak waren bij u succesvol?. Zoals zichtbaar in tabel 2 geven 13 (57%) deelnemers aan dat vooral het krijgen van een eenduidig advies dat door meerdere specialisten is geformuleerd een succesfactor van de integrale adviesaanpak is. Het overige deel van de veehouders dat de vraag beantwoordt heeft vond de verslaglegging een succesfactor. Een van de veehouders vond zijn eigen inbreng de belangrijkste succesfactor. 48

49 6 Verbeterpunten van de integrale adviesaanpak. Vaak genoemd commentaar van de veehouders is dat Digiklauw gebruiksonvriendelijk is en de KGS- score onduidelijk. Alleen met een bruikbaar en gevoelig instrument kun je resultaat meten. Procesbegeleiders geven aan dat veehouders minder gemotiveerd raakten om adviezen op te volgen als de veehouders het idee hadden dat de KGS niet overeenkwam met de werkelijke situatie op hun bedrijf. Dat was jammer. Aantal drietjes was fors minder geworden maar totaal score digiklauw was niet veranderd. Verder geven meerdere veehouders aan dat bij een uitbreiding van het project het leuk en leerzaam zou zijn om intercollegiaal overleg in te plannen, zodat ze weten hoe de integrale adviesaanpak bij de buren verloopt. Het intergraal adviesaanpak vonden wij goed. Maar ook met andere veehouders samen komen en bij elkaar "in de keuken" kijken kan een positief effect hebben. Als laatste is het kostenplaatje een punt van aandacht. (13 van 44 (30%) veehouders geeft aan niet verder te willen met de integrale adviesaanpak met als belangrijkste overwegingen het tijd- en kostenplaatje en het uitblijven van meetbare resultaten doordat de KGS niet omhoog is gegaan.) Hieruit volgt dat 70% aangeeft wel door te willen gaan met de integrale adviesaanpak. 7 Conclusies voor een optimale adviesaanpak ten aanzien van klauwgezondheid op melkveebedrijven. 40% van de veehouders deed mee aan Grip op Klauwen omdat ze de wens hadden meer kennis op te doen over klauwaandoeningen en hun bedrijfsspecifieke factoren die hierop van invloed zijn. 33% van de veehouders geeft aan inzicht te hebben gekregen in klauwgezondheid op hun bedrijf. 60% van de veehouders noemen het verhogen van werkplezier het belangrijkste doel dat ze wilden behalen door mee te doen aan het project Grip op Klauwen. 91 % van de veehouders geeft aan een of meerdere van hun doelen bereikt te hebben na deelname aan Grip op Klauwen. Hoe hoger gemotiveerd de veehouder is, hoe meer hij of zij zich bewust is van een probleem met de klauwgezondheid op het bedrijf. Hoe hoger gemotiveerd de veehouder is, hoe minder aangegeven wordt dat het project niets opgeleverd heeft. Hoe hoger gemotiveerd de veehouder is, hoe vaker hij of zij aangeeft door te willen gaan met de adviesaanpak. 70% van de veehouders geeft aan door te gaan met de integrale adviesaanpak. 49

50 Volgens veehouders en procesbegeleiders moet de adviesaanpak structureel vormgegeven zijn om effect te sorteren. Dat wil zeggen dat er regelmatig terugkoppel momenten moeten zijn en dat de adviezen en resultaten steeds schriftelijk vastgelegd worden. Om inhoud te geven aan het advies is tijdens de samenwerking aan tafel het bestaan van een klik tussen de leden van het adviesteam en de veehouder en de leden van het adviesteam onderling belangrijk. De best gewaardeerde adviescategorie door veehouders is het verlagen van de klauwbelasting met daarin als best gewaardeerde adviezen het afdekken van uitstekende voorwerpen in de loopgangen van de koeien en het leggen van rubber op de vloer in de stal. Favoriete adviescategorie nummer 2 is het toepassen of aanpassen van het voetenbad. Uit de gesprekken met de erfbeterders blijkt dat hier het advies vaak niet juist wordt uitgevoerd. De dosering formaline blijkt vaak incorrect of het niveau van het water is niet hoog genoeg om de aangedane plekken te bereiken. Favoriete adviescategorie nummer 3 is het veranderen van het rundveepedicureschema met daarin als best gewaardeerd advies individuele klauwverzorging bij probleemkoeien. De meest opgevolgde adviescategorie is het aanpassen van de rundveepedicure met 86%, met daarin als meest opgevolgde advies het opvoeren van de frequentie van de pedicures. De best toegepaste adviezen zijn díe adviezen die makkelijk inpasbaar zijn in de gang van zaken op het bedrijf en die snel resultaat laten zien. Een keukentafelgesprek moet zo snel mogelijk na de rundveepedicure plaatsvinden. 26% van de veehouders geeft aan dat ze de indruk hebben dat de klauwgezondheid op hun bedrijf verbeterd is. 57% van de veehouders geeft aan dat vooral het krijgen van een eenduidig advies dat door meerdere specialisten is geformuleerd een succesfactor is van de integrale adviesaanpak. De KGS wordt als een onwerkelijke weergave van de werkelijkheid op het bedrijf ervaren door de veehouders. Veehouders geven aan behoefte te hebben aan overleg met collega s die aan eenzelfde traject over hetzelfde onderwerp doorlopen. Veehouders geven aan dat de projectaanpak bruikbaar is voor andere bedrijfsproblemen. 50

51 Aanbevelingen: Binnen de groepen blijken veehouders met verschillende redenen geselecteerd te zijn. In één groep waren 8 veehouders geselecteerd die al met klauwgezondheid bezig waren en 2 die volgens de dierenarts problemen met klauwgezondheid op hun bedrijf hadden, maar die niet erg gemotiveerd waren er iets aan te doen. Deze twee veehouders hebben binnen het project niet veel aan klauwgezondheid gedaan. Naast deze groep is bij nog 1 groep op deze manier geselecteerd. De dierenartsen bij 2 andere groepen hebben deelnemers willekeurig gekozen en bij de laatste groep heeft de betreffende dierenarts veehouders met verschillende type stallen willen vergelijken. De groepen die willekeurig samengesteld waren, hebben ongeveer 50% van de gegeven adviezen uitgevoerd. De groepen waarbij geselecteerd was op klauwgezondheidsproblematiek, hebben circa 70% van de adviezen uitgevoerd. De groep waarbij de dierenarts stallen wilde vergelijken had een responsie van 86% maar deze bleek uitsluitend advies te geven waarvan hij dacht dat de veehouders het op zouden volgen. Deze resultaten doen, in combinatie met de letterlijke antwoorden in de enquête, vermoeden dat de motivatie van de veehouder een grote rol speelt. Het is kennelijk moeilijk een onwillende veehouder te motiveren. Procesbegeleiders gaven hierover aan dat wanneer er snel en zichtbaar resultaat behaald kan worden dit een onwillige veehouder toch in beweging kan krijgen hij ruikt succes. Een dierenarts geeft aan dat snel en zichtbaar resultaat behalen lastig is omdat klauwgezondheid een multifactorieel probleem is en vaak meerdere oorzaken heeft. Uit het onderzoek kwam naar voren dat leden van het adviesteam andere redenen dan veehouders als oorzaak benoemden voor het niet opvolgen van advies. Volgens hen hadden veehouders geen tijd of gaven ze prioriteit aan andere bezigheden. Veehouders schreven echter dat zij advies niet wilden opvolgen waar zij het nut niet van inzagen of waarvan zij de link met klauwgezondheid niet konden leggen. De reden dat zij geen tijd hadden is niet door veehouders aangedragen. Verder moeten de doelstellingen van de veehouder duidelijk zijn en dient het advies daar zo veel mogelijk bij aan te sluiten. Als een boer graag efficiënt werkt zal hij geneigd zijn advies op te volgen dat in zijn routine te passen is. Een veehouder die het belangrijker vindt dat zijn koeien gezond zijn, zal eerder geneigd zijn vaker probleemkoeien te bekappen. Communicatie is belangrijk. Veehouders, procesbegeleiders en dierenartsen geven aan dat voor een goed advies een klik nodig is onderling. Een procesbegeleider gaf aan dat veehouders slechter reageren op kritiek op hun management hij zegt daarover dan merk je wel dat de rem erop gaat. Een aantal adviseurs geven aan dat het belangrijk is advies tot in detail uit te werken en toe te spitsen op de specifieke situatie van de desbetreffende veehouder. Vervolgens moet bij het volgende bedrijfsbezoek gecontroleerd worden of veehouders het advies juist opgevolgd hebben. Als de veehouder het advies niet (correct) heeft opgevolgd, dient het advies opnieuw uitgelegd of gegeven te worden. Tot slot is de verslaglegging van uitermate belang. Meerdere veehouders hebben aangegeven dit een positief aspect van de integrale adviesaanpak te vinden. 2 van de 5 groepen hadden een zeer gedetailleerde verslaglegging waarin elk aspect van het advies naar voren kwam. Zichtbaar is dat in groepen die een gedetailleerde en gestructureerde verslaglegging hanteerden veehouders meer adviezen hebben opgevolgd. 51

52 Belangrijk voor het succesvol toepassen van de integrale adviesaanpak zijn de volgende elementen. 1. Geef alleen advies aan veehouders die problemen ervaren met de klauwgezondheid op hun bedrijf. 2. Vraag naar het doel van een veehouder en laat het advies aansluiten op de doelstelling van de veehouder. 3. Geef in eerste instantie adviezen die snel op te volgen zijn, niet te veel kosten en direct zichtbaar resultaat opleveren. 4. Leg goed uit wat het verband is tussen het gegeven advies en de oorzaak van het probleem waarbij je ingaat op de specifieke situatie op het bedrijf. 5. Het advies moet tot in detail uitgewerkt worden en toegespitst zijn op de specifieke situatie van de veehouder. Geef hierbij aan wat de gevolgen van het opvolgen van het advies zijn. 6. Alle adviezen en de mate waarin deze zijn geïmplementeerd in de bedrijfsvoering van de veehouder moeten schriftelijk worden vastgelegd. Treedt hierbij in detail over het advies zodat de veehouder het als een gebruiksaanwijzing kan gebruiken. Zet het advies stapsgewijs neer. 7. Als een advies niet is opgevolgd dient gevraagd te worden waarom het niet is opgevolgd. Op basis hiervan moet het advies opnieuw geformuleerd worden. Het beste advies: Het blijft moeilijk om te zeggen welk advies het beste werkt. Veehouders waarderen het aanpassen van het voetenbad als het beste advies omdat zij aangeven hiervan het nut in te zien voor het behandelen van infectieuze aandoeningen. Een van de dierenartsen noemt het individueel behandelen en vaker bekappen van koeien als beste maatregel. Een van de procesbegeleiders gaf aan het aanpassen van de ligboxmaat als beste maatregel te zien. Een van de procesbegeleiders gaf aan het aanpassen van de boxen als werkende maatregel te zien. De veehouder vond de maatregel niet werken maar het adviesteam zag in de stal wél vebetering. Pas toen het adviesteam de veehouder hier op wees zag deze toch ook dat het advies geholpen had. Welk advies werkt is afhankelijk van de beleving van de veehouder. Als een advies in de beleving van de veehouder niet zal gaan werken zal hij achteraf ook niet makkelijk te overtuigen zijn dat het geholpen heeft. Bij een gemotiveerde veehouder kan met de volgende adviezen begonnen worden: 1. Afdekken van scherpe randen, uitstekende schroeven, bouten, opstapjes of buizen. Zorg dat alle oppervlaktes egaal zijn in de stal waar de koeien lopen. Vooral rondom de melkstal zijn er punten waar koeien hun klauwen beschadigen. 2. Ligboxmaten aanpassen. Schoftbomen naar voren plaatsen en kniebomen verplaatsen. Zorg dat koeien graag liggen. Kijk kritisch naar de koeien en het ligcomfort en beoordeel aan de hand hiervan waarom ze niet graag liggen. 3. Individueel koeien behandelen. Als een koe kreupel loopt, behandel dan meteen. 4. Klauwdesinfectie. Dit kan met behulp van voetbaden of met behulp een rugspuit. Belangrijk is dat baden schoon zijn en blijven. Zet ze weg na gebruik. Gebruik de correcte concentratie ontsmettingsmiddel en pas het voetbad het liefste 2 keer per week toe waarbij de koeien minstens twee stappen per poot in de bak zetten. 52

53 5. Algehele infectiedruk. Houd de stal en ligboxen schoon. Voorkomen is beter dan genezen. Als klauwen droog en schoon blijven zullen er minder problemen optreden. 53

54 Bijlage 1: Enquête voor de veehouders Geachte deelnemer aan het project Grip op Klauwen, Het project Grip op Klauwen bevindt zich in een afsluitende fase. Om onderbouwde conclusies en aanbevelingen voor de toekomst te formuleren zijn we zeer benieuwd naar uw ervaring met de adviesaanpak zoals die is toegepast binnen het project. Hiervoor zijn we op zoek naar uw oorspronkelijke beweegredenen om mee te doen aan het pilotproject. Daarnaast zijn we op zoek naar elementen binnen de adviesaanpak die voor u goed werken en elementen die u als minder positief hebt ervaren. Ten slotte zijn we geïnteresseerd in wat de aanpak u heeft opgeleverd en of u er mee doorgaat in de toekomst. Omdat het project zich in de afsluitende fase bevindt zouden wij het erg op prijs stellen als u de enquête binnen enkele dagen zou willen invullen. Het beantwoorden van de vragen zal ongeveer tien minuten van uw tijd vergen. Bij niet invullen zullen we u na een week nabellen om de enquête telefonisch af te nemen. Vanzelfsprekend gaan we vertrouwelijk om met de gegevens die we via deze enquête verkrijgen. Individuele scores zullen nooit uit de rapportages te herleiden zijn. Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met de assistent projectleider, Chris Vermeer: Vragenlijst: Beweegredenen om mee te doen aan Grip op Klauwen. o Waarom bent u ingestapt in het project Grip op Klauwen o Wat wilde u bereiken door mee te doen met het project Grip op Klauwen? o Heeft u dit bereikt? Wat is uw ervaring met de integrale adviesaanpak? Met integrale adviesaanpak wordt bedoeld het eenduidige advies dat door verscheidene specialisten is geformuleerd tijdens de ronde tafelgesprekken op uw bedrijf. o Wat waren voor u de drie beste adviezen? o Zijn er adviezen gegeven waar u zich niet in kon vinden? Waarom waren deze adviezen goed voor u? Zo ja, waarom kon u zich hierin niet vinden? o Welke factoren van de integrale adviesaanpak waren bij u succesvol? o Wat kan er verbeterd worden binnen de integrale adviesaanpak? Wat betekent de integrale adviesaanpak voor uw toekomst? o Wat heeft de integrale adviesaanpak u opgeleverd? o Gaat u door met deze vorm van advisering? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit zelf vormgeven? Overige opmerkingen. o Heeft u verder nog opmerkingen betreffende de adviesaanpak? 54

55 Bijlage 4 Presentatie eindresultaten slotsymposium 55

56 56

57 57

58 58

59 59

60 60

61 61

62 62

63 63

64 64

65 65

66 66

67 Bijlage 5 Knipselkrant Nieuwsbrieven/uitnodigingen/persberichten Grip op Klauwen dd.: 10 juni juni juli oktober november april juli november februari juli november november december december december 2013 Artikelen in diverse media, oa Veeteelt, Nieuwe Oogst, Boerderij, Melkvee Magazine, Veepro Diverse uitingen van het project oa: - Folder Grip op Klauwen - Deurmat Grip op Klauwen (bij wijze van deelnemersbordje ) - Website grip op Klauwen - Foto uitreiking van de Gouden Klauw Award 67

68 G EZ ON DHEI D Per aanwezige melkkoe kosten klauwaandoeningen op een gemiddeld melkveebedrjf jaarljks 53 euro Inzicht in kosten klauwproblemen Ir. M. R. N. Brujnis, promovendus Dier en Samenleving, departement Dierwetenschappen, Wageningen Universiteit kreupel lopen, veroorzaken twee derde van de kosten. De subklinische klauwaandoeningen veroorzaken een derde van de kosten. De ziekte van Mortellaro kost de veehouder op jaarbasis het meeste, maar ook een zoolzweer en de veelal subklinische stinkpoot, veroorzaken veel kosten. Niet direct zichtbare kosten zoals melkproductieverliezen omvatten binnen de totale kosten het leeuwendeel. Hieruit kan geconcludeerd worden dat betere preventie en snellere aanpak van klauwaandoeningen kan leiden tot een aanzienljke daling in de kosten ten gevolge van klauwaandoeningen. Niet direct zichtbare kosten als melkproductieverliezen en verlengde tussenkalftjd bljken bj klauwaandoeningen grote kostenposten. Mortellaro kost de Nederlandse veehouder jaarljks het meest. Dat bljkt uit de eerste resultaten van promotieonderzoek van Mariëlle Brujnis aan Wageningen Universiteit. tekst Mariëlle Bruijnis, Henk Hogeveen en Elsbeth Stassen K lauwaandoeningen zjn een veel voorkomend probleem in de melkveehouderj. Circa 80 procent van de koeien heeft op enig moment in het jaar last van een klauwaandoening. Ongeveer een kwart van deze dieren is zichtbaar kreupel. Het grootste deel van de dieren is minder duideljk kreupel. Daardoor wordt de mate van het probleem van klauwaandoeningen veelal onderschat. Wat zjn echter de economische gevolgen van klauwaandoeningen voor een melkveehouder? En wat betekenen klauwaandoeningen voor het welzjn van de koe? Het promotieonderzoek is gericht op de socio-economische aspecten van klauwaandoeningen bj melkvee, waarin welzjn en economie belangrjke aspecten zjn. Als eerste resultaat van dit onderzoek staan in dit artikel de economische gevolgen van klauwaandoeningen beschreven. Klinisch versus subklinisch Omdat het bjna onmogeljk is om de economische kosten als gevolg van klauwaandoeningen te schatten op basis van bedrjfsgegevens in de praktjk is er een simulatiemodel gebouwd. In dit model is het voorkomen van klauwaandoeningen zo goed mogeljk nagebootst voor een bedrjf onder Nederlandse omstandigheden. De berekeningen in deze studie hebben betrekking op een bedrjf met een omvang van 65 melkkoeien, een ligboxenstal met betonnen (rooster)vloer, weidegang in de zomer en koppel- Gemiddelde kosten: 3500 euro Voor het eerst zjn de kosten berekend van zowel subklinische als klinische klauwaandoeningen. Hierbj is gebruikgemaakt van een model dat de economische schade als gevolg van deze aandoeningen berekend. Op een gemiddeld melkveebedrjf met 65 melkkoeien varieren de kosten tussen 2300 en 5000 euro, met een gemiddelde van 3500 euro. Dat betekent 53 euro per aanwezige melkkoe. Klinische klauwaandoeningen, waarbj de koeien zichtbaar Figuur 1 Gemiddelden hoeveel een aandoening per jaar voorkomt, verdeeld naar klinisch en subklinisch voorkomen. Berekend voor een bedrjf met 65 koeien, een ligboxenstal, weidegang en koppelbekappingen in voor- en najaar Tabel 1 Kostenfactoren als gevolg van klauwaandoeningen, met de gebruikte waarden/ kosten en een toelichting (* = ervan uitgaande dat het quotum volgemolken wordt) 50 kostenfactor waarden/kosten toelichting melkproductieverliezen 0,12 per kg melk* afvoer 240 tot 913 klinische klauwaandoening veroorzaakt 8% productieverlies, subklinische klauwaandoening veroorzaakt 3% productieverlies de kosten voor de vervanging van een koe die wordt afgevoerd als gevolg van een klauwaandoening deze kosten zijn gebaseerd op de vervangingswaarde, afhankelijk van de leeftijd en lactatiewaarde kosten per dag dat de koe een verlengde tussenkalftijd heeft. De kans hierop bij een subklinische klauwaandoening is 20% en bij een klinische klauwaandoening 60% kosten voor extra arbeid die een melkveehouder levert bij het behandelen van een koe met een klauwaandoening kosten van melk die wordt weggegooid na het gebruik van antibiotica. Deze kosten zijn hoger dan die van de productieverliezen omdat de weggegooide melk al geproduceerd is kosten voor het extra oproepen van een klauwbekapper (buiten koppelbekappingen om) kosten voor het inschakelen van een dierenarts. Afhankelijk van de aandoening wordt alleen een visite berekend ( 30) of wordt de koe behandeld door de dierenarts ( 85) kosten voor bijvoorbeeld een klosje of antibiotica verlengde tussenkalftijd 0,70 per dag arbeid melkveehouder 20 per uur weggegooide melk 0,17 per kg melk kosten klauwbekapper kosten dierenarts 26 per visite per koe 30 of 85 per visite per koe behandelingskosten 0,40 tot 6,00 per behandeling V E E T E E LT AUGU ST US 1 / Dr. ir. H. Hogeveen, universitair hoofddocent leerstoelgroep Bedrjfseconomie, Wageningen Universiteit Prof. dr. E. N. Stassen, hoogleraar Dier en Samenleving, departement Dierwetenschappen, Wageningen Universiteit bekappingen in het voor- en het najaar. In het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen de verschillende aandoeningen en tussen subklinische klauwaandoeningen (aandoening is aanwezig, maar veroorzaakt geen zichtbare kreupelheid) en klinische klauwaandoeningen (aandoening veroorzaakt zichtbare kreupelheid). Dit onderscheid is niet eerder gemaakt bj berekening van de kosten als gevolg van klauwaandoeningen. In het model om de kosten te berekenen worden zeven verschillende klauwaandoeningen onderscheiden. Interdigitaal legmoon of slakkepoot, stinkpoot en/of balhoornerosie, de ziekte van Mortellaro en zoolbloeding zjn primaire klauwaandoeningen. Zoolzweer, witteljnaandoening en tyloom, die vaak optreden na of tjdens de aanwezigheid van de eerder genoemde aandoeningen, zjn secundaire klauwaandoeningen. De klauwaandoeningen verschillen van elkaar in duur van de aandoening, ernst van de aandoening en hoe vaak de aandoening voorkomt. Deze factoren en of de aandoening subklinisch of klinisch is, zjn van invloed op de kosten. Bj de berekening van de kosten zjn verschillende kostenfactoren onderscheiden (zie tabel 1). Hierbj geldt dat bj subklinische klauwaandoeningen alleen kosten zjn berekend voor melkproductieverliezen en de verlengde tussenkalftjd. De andere kostenfactoren treden alleen op bj een klinische klauwaandoening en dus als de aandoening wordt waargenomen en er maatregelen worden ondernomen. Kosten mortellaro hoogste Circa 80 procent van de koeien heeft op enig moment in het jaar last van een klauwaandoening De aanwezigheid van de klauwaandoeningen zoals gesimuleerd in het model op basis van de aannames van een gemiddeld Nederlands bedrjf is weergegeven in iguur 1. In deze iguur is voor elke aandoening weergegeven hoeveel de aandoening gemiddeld per jaar voorkomt (prevalentie), verdeeld naar klinisch en subklinisch voorkomen. De prevalentie kan door het jaar heen variëren en wordt onder andere beïnvloed door V E E T E E LT AUGUSTUS 1/

69 G EZ ON DHEI D slakkepoot stinkpoot subklinisch klinisch totaal mortelzoolwittelijnlaro bloeding aandoening zoolzweer tyloom totaal kosten dierenarts 0,84 kosten klauwbekapper 1,68 arbeid melkveehouder 6,31 het seizoen, weidegang of geen weidegang en het al dan niet bekappen van de klauwen. De geschatte economische schade als gevolg van klauwaandoeningen zjn gemiddeld 3500 euro per jaar voor een bedrjf met 65 koeien (53 euro per aanwezige koe). Ter vergeljking: voor mastitis, het gezondheidsprobleem wat de hoogste economische schade tot gevolg heeft, zjn de kosten geschat op 78 per aanwezige koe. Toch zjn de kosten van klauwaandoeningen binnen een bedrjf ook zeker substantieel te noemen. Afhankeljk van toevalsfactoren varieert het van tot bjna Van de totale schade wordt een derde door subklinische klauwaandoeningen veroorzaakt. De ziekte van Mortellaro heeft de meeste schade tot gevolg (zie tabel 2). Deze aandoening komt veel voor en komt relatief gezien vaak klinisch voor wat hogere kosten met zich meebrengt. Maar opvallend is dat de aandoeningen die veelvuldig en langdurig subklinisch voorkomen, zoals zoolbloedingen en stinkpoot, ook een groot deel van de kosten veroorzaken. Ook de verschillende kostenposten laten zien dat kosten die niet direct zichtbaar zjn het overgrote deel van de totale kosten vormen. De melkproductieverliezen verlengde tussenkalftijd 6,56 Beter voorkomen dan genezen De resultaten van dit onderzoek laten zien dat het belangrjk is om de aandoeningen te voorkomen. Door bjvoorbeeld de kans op het ontstaan van subklinische en klinische klauwaandoeningen te halveren, kan er gemiddeld 23 euro per koe per jaar bespaard worden. Daarnaast is het van belang om aandoeningen in een vroeg stadium te ontdekken en adequate maatregelen te nemen. Dit helpt om de aanzienljke verliezen als gevolg van subklinische aandoeningen te verminderen. Als er minder subklinische aandoeningen voorkomen, zullen er bovendien ook minder klinische klauwaandoeningen ontstaan. Juist melkproductieverliezen 23,70 weggegooide melk 2,02 Tabel 2 Gemiddelde kosten (in euro s) per klauwaandoening per jaar verdeeld naar subklinisch en klinisch voorkomen. Berekend voor een bedrjf met 65 koeien, een ligboxenstal met betonnen (rooster)vloer, weidegang en koppelbekappingen in voor- en najaar zjn de grootste kostenpost (zie iguur 2). Veel van de economische verliezen veroorzaakt door klauwaandoeningen zjn verliezen die in de dageljkse praktjk niet direct opvallen. Dit komt doordat deze kosten niet direct zichtbaar zjn, zoals kosten als gevolg van melkproductieverliezen, in tegenstelling tot bjvoorbeeld zichtbare kosten zoals het inschakelen van een dierenarts. Daarnaast wordt een substantieel deel van de kosten veroorzaakt door subklinische klauwaandoeningen. behandelingskosten 0,73 afvoer 11,33 Figuur 2 Overzicht van het aandeel van de verschillende kostenposten als gevolg van klauwaandoeningen per aanwezige koe per jaar. die aandoeningen brengen hoge kosten per geval met zich mee. De werkeljke kosten van klauwaandoeningen per bedrjf zjn natuurljk situatieafhankeljk en worden beïnvloed door speciieke bedrjfsomstandigheden. Een bedrjf met zeer weinig klauwproblemen zal lagere kosten hebben dan hier is berekend. Ook de schade van melkproductieverliezen kan per bedrjf verschillen afhankeljk van de quotumsituatie en bedrjfsintensiteit. Op een intensief bedrjf zullen de kosten als gevolg van melkproductieverliezen hoger zjn. Inzicht in de kosten, verdeeld naar kostenposten en naar de verschillende aandoeningen, maakt in ieder geval duideljk dat klauwproblemen onverminderd veel aandacht verdienen. l Conclusies Circa 80 procent van de koeien heeft op enig moment in het jaar last van een klauwaandoening. De kosten van klauwaandoeningen bedragen op een gemiddeld bedrjf 53 euro per koe per jaar. Melkproductieverlies is de grootste kostenpost bj klauwaandoeningen. Volgens simulatieberekeningen is met een goede preventie 23 euro per koe per jaar te besparen op kosten van klauwaandoeningen. 52 V E E T E E LT AUGU ST US 1 /

70 (0RÍ REPoIïAGE TEKST. rnc.(rrstel lvletkveehouder Dijkstralaat iedere maand de ktauwen vaneendeelvan zijnveestrategjsch behandeten. Rundveepedicure Klaas vandijken houdtattegegevens bij in Digiktauw, zodatdijkstra naaftoopprecies weet hoehetmetdeklauwgezondhejd gestetdstaat, Met in de hand de klauwgezondheid ThomasDjjkstraheeftjn het Gronjnqse Rasquelt250 "Voorat m lkkoeien die ÍÍet 4 robotswoídêngemotke'r. atsje melkt met een melkíobot is de ktauwqezoidheid van " W a r ta l sd e k L a u w enni e t b e L a n 9v",j n d th i j. soed,iji, van de komenz niet naarde robot".iederedede maandag maandkomt daaromíundv pedicure Ktaasvan Dijkenvaf het Rundveep dicurecentrum. Hjj behand ttdan de koeien die in de vjer wek ndaamadroogwordef gezet,de koeren die dagerin lactatieziji, de vaarzerde eerste keeria het kalvenen de ventueleprobleemkoêjei. Thomasen zijn,us Tjitsk hetperm t het klaauettenvan scheei.tjitsk de koeiei. ALsVanDijkensaat behandeten d e s t a a Í tv a nd e k o e n ï h o m a sb E f d t d e h a r e nv a nd e uier.sinds2006is DijkstradeeLnemer aan DigiktauwDoor zijn bedíijfsse deelte nem nkanvandijkensemakkefijk gevensinzjenen rieuwe segevens overde ktauwsezord hejd op het bedíjjfinvoeíen. V a n d a awgo Í d e no n g e v e e7r0 k o e i e nb e h a n d e t D d.a tz Í n eí mjnderdan normaat.dijkstraverwachtvar te vorendat d e h e t f tr o n d o mb e k a pm t o e tw o r d e ne n d a t d e g e m i d d e t d e( t a u w q e r o n d h e j d s s tcuosrsee nd e 7 0 e n 8 0 z a t t2 Koegêgevens in de PDA ALsThomasen Tjjtskeeer koe de ktauwbehandêlbox var v " 1 D i : l e ni n d r i - ' e L o e p. V à nd i j l e r à l v a, t d " t o e g e g e vensop in zijn PDA(peÍsoratdjgjtat assistant,hafdcom'9e p u ' ", ). D ' l l d \. j e h d n s d d nd e b " h d n d - l b o \.r i j r, v o maandhad djt djer rechtsachtet l4oítettaro.daarombekijk i k ' m r u n o se e nk e e r " I, e s tv a nd i j k nu i i. Dijkstraverontschutdigt zich voor de ÍaL. "Dezeis echt a a nv e r y a n g i rtso.w ez i j r a t v i Í j a a r b e z j so m e e n v e r g u f n i f gt e k r j j g e nv o o rn i e u w b o u w J e. k u n tn u m e r k n dat de stal oveíbezetjs, dat heeftook effect op de klauw e n. "D ek t a u w b e h a n d e tsbtoaxa to p d e v o e r g a negr m o e i tijdens dezedagtwe keervezet worden.in de huidige stalheeft Dijkstraseenb schjkkingovereer wachtrujmte. zeven aandoeningen in Digjklauw VanDijkenis ondertussen drukbezismetdestijptot.een kíiiqt ntokatebehandetinq koemeti'loítettaro n een kai VanDjjkenvooÍzevenveel verbandje. Nah tbekappen vooíkomend aandoeningen aanseven of dekoezehaden wathjj er aanh ftgedaan. Voordeziektevanl4oÍtettaro, stinkpoot, zootbto ding, witt tijn-deíect n zootzweer kan

71 Rundveepedicurc Klaos,r'anDiiken(inil) aan de slosbij nelkveehouder Íhonas Dijktto. lrij bovendienaansevenin wetkêmatede koehet heeft. Zo is een 1 eên fchte en een 3 een zwaremortetlaro. Voor chronische bevangenheid en tyloomis d z qradatieer niet. Datis eí of is er niet. Verderzjjn eí foq 3 minder v ê a kv o o í k o m e n d ae a n d o e n j i g e( n t e n p u n t n e c r ot su s,s e n ktauwontstekjns en dikkehak) di VanDi.jkenkanjnvoeÍen o p e e nv o t g ê n sd c h Í m. Aandacht voorvoedingen fokkerjj D i j k s t í ad o e tn o q m e e Ío m d e k t a u \ a g e z o n d hoepj dp e i tt e l r o u d e ni.e d e f em a a n dg a a nd e d i e r e nd o o fe e nv o e t b a d Íret formatiie en kopêgutfaat.verderhoudt hij jn de s t i e í k e u zree k e n j n g m e t d e f o k w a a r dvêo o rk L a u w g e z o n o heid. "Daarommoeteisentijkiedereveehoudermeeooei a a r D j g i k t a u wd a n nog b Íouwbaardêr", zegt hij. 0 o ki f d e v o e d i r g "Atsdeklauwen niet goedzijn,komenze niet naarderobot". voldoendestíuctuurijk zjjn. Hêt rantsoenvan marsef g r a s k u j t w o r data n s v u tídn e te ê nr u i m eh o e v e e t h e i d "We f e d r i j fe n w i t s Í a s z a a d h o o i. h e b b e ne e ne x t e f s i e b ten zoveetmogetijkvaf het Éntsoenvan het eigentand Bekappen enadviseren " T i j d e nhs e t behandete va nr klauweb n e nj e e e nh e t ed a g je met etkaaíbezis.danbespr ek de qeqeversvar dêze n vorisekeren",atdusdijkstra."0ok mjjn voeryoortjchter n m i j nd i e r e n a Í thse b b e tno e q a n tgo t d e g e g e v e nvsa i Djqiktauw." D i - 1I. d b " r a a kc l ) p e. ' d d r/ o o -o ê r n d mdea r D, 9, klauwvooíh t bekapp nbetaatthi.jeer ruíiarief. Door h ê t i r v o e ' ni n 0 i g i k l a u w d u u r td e s e s s i i e t st a n q e rz,o ' n 30-60secondenper koe.lr4aar dat betaattzich votqensde veehoud Í k etre r u g.i n m i d d e ttsa t e n9 5 0b e d r i j v edr e ze klalrws sevens djgitaatvastt sq nin DjgikLauw Binnen vijf minuten mail A t sv a nd i j k e na a nh e t e i n dv a nd e d a sk t a a jís m e rb e h a n d e t knt i k th i j o p ' b e d r j j kf t a a /e n d a r o p ' v Í z e n d e i : Bjnnef vjjf mjnut nheeft Dijkstrad tiik naarhet vêtstas jn zijn maitbox.atte s sev nswoídenbij CRVveÍ:ametden o m q e r e k e tnodt e e ns c o Í ep e ra a n d o e n i negn e e f b e d i j f score.vja dê tjik vindt hij op internetd ktauwgezofdheidscore.degdgeeftbij dezescor n aantaiaardachrspunten en tips. ordeeteundmet fotot. V a nd e 7 3 v a n d a abs h a n d ê Lkdoee i nz i j n e r 1 3 r o n d o m b k a p td. es c o r t o o p tv a n0 t o t 1 0 0,h o eh o g e d r s c o r e h o eb e t e r N. e tg e m j d d e t d i se5 0. D eg m i d d e t dk e tauwgezondheidsscor bij DijkstlabLeek70. G0NerkauwerFêbruari 2011I 13 \ I,&ffi,.i

72 Geeft uw programma deze nieuwsbrief niet goed weer? Lees de pagina dan online. Uitnodiging kick-off 'Grip op klauwen' 8 juli Geachte heer, mevrouw, Op vrijdag 8 juli zal de officiële start plaatsvinden van het project "Grip op klauwen". Met het project "Grip op klauwen" wordt door middel van één heldere, integrale praktijkgerichte adviesaanpak een verbeterslag gemaakt op het gebied van klauwgezondheid in de melkveehouderij. De melkveehouder slaat de handen ineen met de dierenarts, de voerleverancier en de rundveepedicure om klauw- en beenproblemen aan te pakken. Wij willen u vragen om alvast de datum in uw agenda te noteren, zodat ook u bij deze bijeenkomst aanwezig kunt zijn. De bijeenkomst vindt plaats op: vrijdag 8 juli om uur in de Eemlandhoeve, Bisschopsweg 5-B 3752 LK Bunschoten-Spakenburg U kunt gebruik maken van een lunch vanaf uur. Een definitieve uitnodiging voor deze bijeenkomst volgt nog. Wij vragen u om deze datum alvast in uw agenda te reserveren, zodat we op 8 juli de handen ineen kunnen slaan om een goede start aan het project te kunnen geven. Met vriendelijke groet, G.C.P.M. (Guus) van Laarhoven Projectleider T M Grip op Klauwen is een initiatief van LTO Noord, ZLTO en LLTB. Het project is financieel mogelijk gemaakt door het Productschap Zuivel (PZ), Ministerie EL&I, CRV en ZLTO. De dagelijkse uitvoering van het project ligt bij AB, Vereniging voor Rundveepedicure, CRV, KNMvD, projecten LTO Noord en Arvalis. De projectleiding is in handen van ZLTO Projecten.

73 Geeft uw programma deze nieuwsbrief niet goed weer? Lees de pagina dan online. Uitnodiging 'Sterk Samenspel' Kick-off bijeenkomst Grip op Klauwen Vrijdag 8 juli 2011 (13.00u 14.30u) De Eemlandhoeve te Bunschoten-Spakenburg Een goede klauwgezondheid bij melkvee is een voorwaarde voor een duurzame bedrijfsvoering. Voor elke melkveehouder is er op dit vlak winst te behalen. Op een gemiddeld melkveebedrijf met 100 koeien variëren de kosten tussen de en euro per jaar. Met de juiste aanpak kan dit flink omlaag. En het levert ook nog eens meer arbeidsvreugde en dierenwelzijn op. Juist daar gaat het nieuwe been- en klauwgezondheidproject Grip op Klauwen de komende jaren mee aan de slag! Grip op Klauwen zet er samen de schouders onder. Verbetering van klauwgezondheid op het boerenbedrijf is immers een samenspel. Een samenspel aan de keukentafel en in de stal tussen ondernemer, dierenarts, klauwverzorger en adviseur. Allen leggen een stukje van de puzzel. Om zo samen klauw- en beenproblemen actief aan te pakken. In dit klauwgezondheidproject trekken ze samen op om tot een integrale adviesaanpak te komen, die breed in de praktijk wordt gedragen. Samenspel Dit sleutelwoord is de belangrijkste voedingsbasis voor ons project. Het draait immers om kennis en kennissen. Door samen een stevig kennisnetwerk te vormen rond klauw- en beengezondheid komen we echt verder. Verder op weg naar een integrale adviesaanpak die het dierenwelzijn, arbeidsvreugde en economisch gewin vergroot. Dit project vormt hét kruispunt op dit thema. Op de kick-off bijeenkomst zal dit dan ook nadrukkelijk centraal staan. Iedereen met hart voor klauwgezondheid kan terecht bij Grip op Klauwen. Iedereen die een bijdrage wenst te leveren aan het kruispunt van kennis en kennissen is van harte welkom. Samen tillen we de klauwgezondheid bij melkkoeien op een hoger plan. Mis de feestelijke kick-off bijeenkomst dan ook niet! Programma uur Ontvangst met lunch uur Warm welkom door Toon van Hoof (LTO) uur Inhoudelijke uitleg project door projectleider Guus van Laarhoven uur Vier Succesfactoren Tocht: een interactieve werksessie boordevol kennis en kennissen over de succesfactoren van klauwgezondheid uur Feestelijke afsluiting door alle projectpartners We hopen er samen een mooie aftrapbijeenkomst van te maken Met vriendelijke groet, G.C.P.M. (Guus) van Laarhoven Projectleider Grip op Klauwen P.S. Het adres van De Eemlandhoeve is Bisschopsweg 5-B, 3752 LK Bunschoten-Spakenburg.. Laat ons a.u.b. weten of je erbij bent! Dit kan snel en gemakkelijk door een te sturen naar

74 Grip op Klauwen is een initiatief van LTO Noord, ZLTO en LLTB. Het project is financieel mogelijk gemaakt door het Productschap Zuivel (PZ), Ministerie EL&I, CRV en ZLTO. De dagelijkse uitvoering van het project ligt bij AB, Vereniging voor Rundveepedicure, CRV, KNMvD, projecten LTO Noord en Arvalis. De projectleiding is in handen van ZLTO Projecten.

75 Een grootschalige zonne-energie installatie werd vorige weel< vrijdag in gebruil<genomen bij familie Hubens-Delissen in Beesel. Het Limburgse bedrijf heeft 100 stul<s mell<vee, 1100 mell<geiten en 100 hectare gras en mais. Duur- samenwerl<ingsproject met Horizon Energy en Agrifirm. De duizend zonnepanelen op hetstaldal<wel<l<en de liomende dertig jaarzo'n l<ilowattuur per jaar op. Het is een van grootste zonnedal<en binnen de Nederlandse landbouw, zaamheid bij de productie van mell< staat hoog in het vaandel van het familiebedrijf Nieuwste ontwil<l<eling is de productie van duurzame energie in een en de grootste binnen de Limburgse grenzen. poto: Peter w i j n a n d s f o t o g r a f i e Klauwgezondheid flink onderschat IWelkveehouders vinden idauwgezondlieid beiangrijk, m a a r v e r d i e pen zich h i e r w e i n i g in. Omdat ze het uitbesteden aan klauwverzorgers worden ze blind voor wat er op hun bedrijf s p e e l t. Zo denizen veehouders vaalc dat de Idauwgezondheid op hun bedrijf beter is dan gemiddeld. De werkelijlcheid blijkt vaak anders, stellen drie studenten van HAS Den Bosch na een bescheiden quickscan onder 111 mellcveebedrijven in Nederland. In de ogen van melkveehouders is Idauwgezondheid net zo beiangrijk als uiergezondheid. De meeste van hen laten het periodieke behandelen van klauwen voornamelijk over aan de Idauwpedicure. Tussentijdse behandelingen pakken ze tijdig zelf aan. De aanpak richt zich echter veelal op aanwezige kreupelheden en individuele probleemgevallen. Van een preventieve, integrale en eenduidige aanpak blijkt slechts zelden spralce. Voor een goede aanpak is de kennis van klauwgezondheid vereist. Uit de quickscan blijkt dat deze vaak niet aanwezig is. Veel ondernemers zeggen de aandoeningen wel te kennen, maar na doorvragen blijkt dat de klauwenkennis maar beperkt is. Een van de gemaldcelijkste manieren om een goed beeld van klauwgezondheid op een bedrijf te Mjgen is door alle aandoeningen te registreren. De quickscan laat zien dat dit in de praktijk slechts heel beperkt gebeurt. Hier ligt een belangrijke rol voor Idauwpedicures. Ze hebben veel kennis rond klauwaandoeningen en kun- nen die relatief gemaldcelijk delen. Zeker nu Idauwpedicures en CRV de handen ineen hebben geslagen met Digildauw. Met dit programma op een PDA kan de pedicure eenvoudig de klauwgezondheidsstatus van de dieren in beeld brengen. Speerpunt Toon van Hoof, portefeuillehouder LTO Diergezondheid, is blij met deze extra aandacht voor klauwgezondheid. Het is een van de speerpunten van de vakgroep als het gaat om diergezondheid. Door hier loritisch naar te kijken ontstaat veel bewustwording. Verder blijkt dat meer kennis over aandoeningen en een eenduidige en integrale aanpak hard nodig is om Idauwgezondheid naar een veel hoger niveau te brengen." Grip op klauwen Een goede Idauwgezondheid bij mell<vee is een voorwaarde voor een duurzame bedrijfsvoering. LTO werl<tvia het project 'Grip op i<lauwen'samen met ondernemers, dierenartsen, Idauwverzorgers en bedrijfsadviseurs om dat verbeteren. Ze willen komen tot een integrale adviesaanpak, die breed in de praktijk wordt gedragen. Het project zoekt hiervoor nog ondernemers die een voorlopersrol willen spelen door actief met klauwgezondheid aan de slag te gaan. In totaal vijftig melkveehouders worden de basis van het kennisnetwerkproject dat in juli start. om het natuurlijke gedrag van paarden te stimuleren. Ze moeten op pad om hun kostje bij elkaar te scharrelen. Voer wordt in Ideine porties over de hele lengte van het pad verspreid. Naast hooi voorziet het systeem ook in andere levensbehoeften, zoals drinkwater, mineralen en ander voedsel dat past bij een goede stofwisseling van een bewegend paard. Gezonde hoeven en minder blessures zijn het gevolg. IVIanege-eigenaar Piet Nibbelink liet zich inspireren door de Amerikaan Jaime Jackson. Hij spreekt van een doorbraak in de Nederlandse paardenhouderij. Het paard kan in meer paard zijn dan in welk ander houderijsysteem dan ook." Tips antibiotica Veehouders kunnen het nieuwe kengetal voor antibioticagebruik, dierdagdosering, voor hun bedrijf berekenen op de site nl. Het eigen antibioticagebruik is te vergelijken met anderen die de tool hebben ingevuld. Het Uier Gezondheid Centrum Nederland (UGCN) houdt op 30 juni haar jaarlijkse zomersymposium. Het gaat over mastitis en antibiotica: 'Wat te doen?' Dit thema sluit aan bij de ambities van de rundveesector op gebied van antibiotica. Veehouders en dierenartsen Mjgen helder en praktisch een overzicht van op stapel staande ontwikkelingen en praktische handvatten. Geinteresseerden kunnen zich nog aanmelden via de website. 3^

76 Klauwgezondheid onderschat Bron: Nieuwe Oogst, 2 juli 2011 Melkveehouders vinden klauwgezondheid belangrijk, maar verdiepen zich hier weinig in. Ze besteden de klauwen vooral uit aan de klauwverzorger. Hierdoor worden ze blind voor wat er op hun bedrijf speelt. Zo denken ze vaak dat de klauwgezondheid op hun bedrijf beter is dan gemiddeld. De werkelijk blijkt vaak anders. Die conclusies trekken drie studenten van HAS Den Bosch na een bescheiden quickscan onder 111 melkveebedrijven in Nederland. Ze vroegen ondernemers hoe zij tegen de klauwgezondheid op hun bedrijf aankeken. Een groot deel van de ondernemers verwacht dat kreupelheid, been- en klauwaandoeningen en volledig gezonde achterklauwen op het eigen bedrijf onder het Nederlands gemiddelde ligt. In hun ogen is klauwgezondheid net zo belangrijk als uiergezondheid. De meeste veehouders laten het periodieke behandelen van klauwen voornamelijk over aan de klauwpedicure. Eventuele tussentijdse behandelingen pakken ze tijdig zelf aan. De aanpak richt zich echter veelal op reeds aanwezige kreupelheden en individuele probleemgevallen. Van een preventieve, integrale en eenduidige aanpak blijkt slechts heel zelden sprake. Voor een goede aanpak is de kennis van klauwgezondheid vereist. Uit de quick-scan blijkt dat deze vaak niet aanwezig is. Veel ondernemers zeggen de aandoeningen wel te kennen, maar met doorvragen door de studenten blijkt dat de kennis van veel veehouders beperkt is. De studenten trekken dan ook de conclusie dat extra kennis hard nodig is. Een van de gemakkelijkste manieren om een goed beeld van klauwgezondheid op een bedrijf te krijgen is door alle aandoeningen te registreren. Uit de quick-scan blijkt dat dit in de praktijk slechts heel beperkt gebeurd. Hier ligt een belangrijke rol voor klauwpedicures. Zij hebben immers wel veel kennis rond klauwaandoeningen en kunnen die relatief gemakkelijk delen. Zeker nu klauwpedicures en CRV de handen ineen hebben geslagen met Digiklauw. Dit programma op een PDA kan eenvoudig de klauwgezondheidsstatus van de dieren in beeld brengen. Toon van Hoof, portefeuillehouder Diergezondheid van de LTO-vakgroep Rundveehouderij is blij met deze extra aandacht voor klauwgezondheid. Het is één van de speerpunten van de vakgroep als het gaat om diergezondheid. Door hier kritisch naar te kijken, ontstaat veel bewustwording. Dat leidt tot een betere klauwgezondheid. Met alleen bewustwording zijn we er echter nog niet. Het is een eerste stap, maar uit de studie van de studenten blijkt dat meer kennis over aandoeningen en een eenduidige en integrale aanpak hard nodig is om klauwgezondheid naar een veel hoger niveau te brengen. Met een betere klauwgezondheid is veel geld te verdienen. Op een bedrijf van 100 koeien kan dat al snel tussen 3500 en 7500 per jaar zijn. Een goede klauwgezondheid bij melkvee is een voorwaarde voor een duurzame bedrijfsvoering. LTO werkt via het project Grip op klauwen samen met ondernemers, dierenartsen, klauwverzorgers en bedrijfsadviseurs die klauwgezondheid verbeteren. Ze willen samen met ondernemers tot een integrale adviesaanpak te komen, die breed in de praktijk wordt gedragen. Het project zoekt hiervoor ondernemers die hierin een voorlopersrol willen spelen door actief aan met klauwgezondheid aan de slag te gaan. Deze in totaal 50 melkveehouders vormen de basis van een stevig kennisnetwerk.

77 Geeft uw programma deze nieuwsbrief niet goed weer? Lees de pagina dan online. Integraal landelijk project been- en klauwgezondheid melkvee van start Forse stap naar minder klauwproblemen Met de juiste aanpak is er voor elke melkveehouder winst te behalen op het vlak van klauwgezondheid. Als het aan het driejarig project Grip op Klauwen ligt, maakt een melkveebedrijf deze verbeterslag in de toekomst onder meer dankzij één heldere, integrale praktijkgerichte adviesaanpak. Doel: flinke winst voor melkveehouder en koe. Het project is op vrijdag 8 juli 2011 officieel gestart met een gezamenlijke voetafdruk tijdens een kick-off bijeenkomst in De Eemlandhoeve in Bunschoten. Op een gemiddeld melkveebedrijf met 100 koeien variëren de kosten die samenhangen met klauwgezondheid tussen de en euro per jaar. Met de juiste aanpak kan dit flink omlaag. En het levert ook nog eens meer arbeidsvreugde en dierenwelzijn op. Een goede klauwgezondheid bij melkvee is een voorwaarde voor een duurzame bedrijfsvoering. Integrale adviesaanpak Als het aan het Project Grip op Klauwen ligt, maakt een melkveebedrijf de beoogde verbeterslag in de toekomst onder meer dankzij één heldere, integrale praktijkgerichte adviesaanpak. Binnen het project gaan dierenartsen, klauwverzorgers en veevoerleveranciers samen met 50 melkveehouders aan de keukentafel de uitdaging aan om tot een aanpak op maat te komen. Dit alles met het oogmerk om klauwaandoeningen met 30% te verminderen en de kosten aanzienlijk te verlagen. Deze integrale aanpak als het gaat om been- en klauwgezondheid is enig in z n soort. En dat alles binnen één project waarbinnen dierenartsen, klauwverzorgers, (voer)adviseurs en melkveehouders nadrukkelijk samen optrekken. Het project loopt van 2011 tot Gezamenlijke voetafdruk Het project Grip op Klauwen is op vrijdag 8 juli 2011 officieel van start gegaan. Tegen het decor van De Eemlandhoeve in Bunschoten hebben alle projectpartners gezamenlijk hun voetafdruk gezet om dit project te bezegelen (zie foto). Klik hier voor de bijbehorende foto. Noot voor de pers: [Contact] - via communicatiecoördinator Mark de Jong, / via woordvoerder Marjolein de Kreij, / via projectleider Guus van Laarhoven, / Grip op Klauwen is een initiatief van LTO Noord, ZLTO en LLTB. Het project is financieel mogelijk gemaakt door het Productschap Zuivel (PZ), Ministerie EL&I, CRV en ZLTO. De dagelijkse uitvoering van het project ligt bij AB, Vereniging voor Rundveepedicure, CRV, KNMvD, projecten LTO Noord en Arvalis. De projectleiding is in handen van ZLTO Projecten.

78 Voetbad met formaline zowei preventief als curatief Inzetbaar os/erzibht varr verschijnselen, zoolbloeding ^stirikiioot Mortellaro IVIeerdere f a c t o r e n van invioed Klauwgezondheid hangt van meerdere factoren af, zoals huisvesting, voeding en bovenal hygiene. Voeding heeft invloed op het voorkomen van zoolbloedingen en bevangenheid (knik i n de klauw). Snelle voerwisseling geeft meer kans op bevangenheid, net als een rantsoen dat leidt tot (subklinische) pensverzuring. Juist bevangenheid is een aandoening die uiteindelijk leidt tot kreupelheid, maar is ook vaak de aanloop naar wittelijndefecten en zoolbloedingen. Dat zijn vaak voorlopers van zoolzweren. Hebben koeien eenmaal een zoolzweer, dan is de kans op terugkomen ervan na de volgende keer afkalven ook groter en gaat incidentele kreupelheid over i n chronische", zegt Menno Holzhauer, specialist klauw- gezondheid bij de Gezondheidsdienst voor dieren (GD). De oorzaak van toename van wittelijndefecten is onbekend. Bij wittelijndefecten is er een bloeding op de overgang van wandhoorn en zoolhoorn. Holzhauer: Vermoedelijk heeft de aandoening te maken met de aanwezigheid van bevangenheid, maar ook scherpe draaiingen van de koe op de klauwen lijken invloed te hebben." Bacteriele infecties Het voetbad is het belangrijkste wapen tegen de bacteriele infecties. TeBOERDERIJ 96 no. 4 4 (2 a u g u s t u s en behandeling bioedingen in de klauw van verschillende mechanische beschadiging en/of gevolg van bevangenheid (= voeding) koe statu vaak: nat eczeem, groeven wijdbeens,.sorn.s Iftff kloyen in baigebled.: : ki ^;./:/:;";cv: fi:ypische''imcht kvkr bacteriele infectie jaqmwtkfeupel, iaardbeiachtlge vergroeii:kbe: ta^topv, ' iiniil;ti$sen;gl6:^ j'rjjnt.yan', de:;/:',;:',; ftp'rahd hdyrn ert;^ : iigaijw:: bloedingon op Witte iijn fpss^leride'.'^ ikretipellieid : bacteriele infectie niet zeker; mogelijk gevolg van bioedingen in witte lijn, gecombineerd met druk en scheuren van het hoorn door draaiing tyioom it^ipidgiioeiitmsse 'hutdwbeterlng^v^^^ ib: vermoedelijk chronische : combinatie met IVIortellaro irritatie zoolzweer :gat i{i :Z0Dl:; vaak vooraf gegaan door : ifhreupei;;';^'^'''^ stinkpoot of zoolbloeding (chronische druk op lederhuid al dan niet in combinatie met beschadiging van buiten chronische gerelateerd aan met name i: ey^^hg; lopen; igvermatlge groei:' bevangenvoeding en omgeving J y(3iscti^: kriik op :ysih!het!ho6rn:':'*:':'k' heid bovenkant kl&uw tussenklauw- acuut kreupel 4^ymirietfische'verdikking bacteriele infectie na een ontsteking boven cie kroonrfind combinatie van beschadiging en vena/eking van de huid ;y*''ttelijridefect E Nederlandse melkkoe wordt geregeld geconfronteerd met klauwaandoeningen die op den duur kunnen leiden tot kreupelheid. Daarbij lijken de wittelijndefecten toe te nemen, terwiji stinkpoot afneemt (zie tabel). Sectorbrede aandacht moet de klauwgezondheid verbeteren. Aandacht is er de komende jaren via het project Grip op klauwen (zie kader op pagina 22). lichte kreupel- oorzaak, preventie klauwaandoeningen bekappen en druk verdelen vlak loopoppervlak, goede boxafmeting, geen overbezetting Ontlast de buitenklauw oorzaak bevangenheid wegnemen (= voeding) bekappen,1x per 2 weken 1 x 3 dagen 4 % formaline4 % formalinevoetbad (of voetbad ander desinfectans) over twee melkmalen met antibioticumspray, extra hygiene, verlagen Infectievolgens gebruiksaanwijzing druk, i x per 2 weken 4 % formaof 3 dagen inzwachtelen lihevoetbad (of ander desinfecof andere middelen tans) over twee melkmalen bekappen en druk verdelen oorzaak bevangenheid wegnemen, voorkom scherpe draaiing, zachte ondergrond, bijvoorbeeld rubber operatief ven/vijderen openleggen, druk wegnemen door gezonde klauw op klos te zetten bekappen in nek spuiten met bijv. oxytetra, i x behandelen is vaak afdoende nnbekend, mogelijk regelmatig voetbaden regelmatig bekappen management op gebied van voeding en huisvesting en preventieve klauwverzorging formalinevoetbad Bij een aantal aandoeningen speelt bevangenheid een rol. Goede, uitgebalanceerde voeding is daarom belangrijk voor de klauwgezondheid. 2011) BOERDERII 96 no. 4 4 (2 a u g u s t u s 2011)

79 gengaan van Mortellaro, tussenklauwontsteking en stinkpoot kan heel goed door geregeld een 4 procent formalinevoetbad toe te passen. Formaline staat zwaar ter discussie, maar er is nog geen geaccepteerd goed aiternatief. Stinkpoot is een risicofactor voor Mortellaro, die op zijn beurt weer ernstige Icreupelheden geeft. Die ziekte uit zich als een aardbeiachtige structuur tussen de klauwen en is erg pijnlijk. De kans op verspreiding is het grootst als de aandoening tussen de klauwen zichtbaar is. Het zijn vaak jonge melkkoeien, die nog niet te lang i n het koppel zijn, die door Mortellaro aangetast worden. De beste strategie is om de dieren met de aardbeiachtige verschijnselen op te ruimen. Omdat de aandoening een bacteriele oorsprong heeft, is hygiene heel belangrijk om besmettingen i n te dammen. Een schone, droge omgeving helpt bij verminderen van de aantasting, net als een goede boxafmeting. Dan staan koeien minder lang i n de box met de achterpoten op de roosters en i n de mest. Zeven dagen antibiotica verhelpt het probleem ook. Maar Holzhauer mikt liever op preventie, zodat uiteindelijk minder antibiotica nodig is. Toch snapt hij wel dat boeren bij tussenklauwontsteking kiezen voor behandelen met cefalosporine (Excenel). Het helpt vaak goed en er is geen wachttermijn voor melk. Maar richting de toekomst is dit niet langer vol te houden en moeten we minder (moderne) antibiotica gebruiken en meer aan preventie doen." Preventief beltappen Naast het preventief inzetten van het voetbad draagt een vast bekapregime bij aan de klauwgezondheid. Er is onderscheid tussen structureel bekappen en strategisch bekappen. Bij structureel bekappen worden alle koeien twee keer per jaar bekapt. Meestal in het voorjaar en het najaar, voor opstallen. Voordeel is dat alle koeien i n elk geval twee keer per jaar worden bekapt. Nadeel is dat bekap- I N T E N S I E F B E K A P P E N, G E B R U I K VAN V O E T B A D EN A A N P A S S E N VAN D E M E L K S T A L B E P E R K T KLAUWAANDOENINGEN TOT AANVAARDBAAR NIVEAU. 'Eerst flink tijd Investeren' Twee tot drie jaar geleden plaagden Mortellaro en wittelijndefecten de koeien van Mark Wenneger. De meeste dieren waren flink kreupel." De dierenarts adviseerde Wenneger er rigoureus werk van te maken met de volgende mededeling: Je zult eerst een jaar flink tijd moeten investeren voordat je tijd wint." De jonge veehouder weet nu dat zijn dierenarts gelijk heeft gehad. Intensief bekappen, behandelen en voetbaden hebben de aantasting met Mortellaro teruggedrongen tot zo'n 10 procent van de koeien. En nu weet ik precies waar ik op moet letten. Bijvoorbeeld als ze iets meer op de punt van de klauw gaan staan. Dan handel i k ook direct. Dat is belangrijk. Je moet er vroeg bij zijn." Verder gebruikt Wenneger nu eike acht dagen een voetbad met 4 procent formaline-oplossing gedurende twee melkmalen. Dat hoeft niet vaker, maar ik moet het niet verminderen tot eens per twee weken. Dat merk ik direct aan de koeien." Superstier voor rood en zwart Naam: Mark Wenneger (30). Woonplaats: GroenIo (Gld.). Bedrijf: samen met ouders in maatschap Bomers-Wenneger 110 koeien en 70 stuks jongvee op 58 ha grond. Rubber in melkstal De wittelijndefecten zijn ook sterk verminderd. De exacte reden daarvoor weet Wenneger niet. Hij heeft meerdere dingen tegelijk veranderd. Toch vermoedt hij het meeste effect van de rubber toplaag in de melkstal, de uitloop van de melkstal en het eerste deel van de terugloopgang. Daar moeten de dieren een kwart slag draaien en met een zachte ondergrond wordt de belas- pen soms niet op het meest gunstige moment i n de lactatie plaatsvindt. Bij strategisch bekappen worden de koeien ook twee keer bekapt, maar dan op basis van lactatiestadium. De eerste keer is na 100 dagen lactatie en de tweede keer is aan het begin van de droog- Twee jaar extra aandacht voor klauwen via Grip op klauwen Project Grip op klauwen werkt aan een betere klauwgezondheid en duurt tot eind Het project werkt samen met vijf dierenartsenpraktijken in Nederland. EIke dierenartspraktijk begeleidt tien deelnemende melkveebedrijven. In September vindt op deze bedrijven een zogenoemde nulmeting plaats om de status van de klauwen op dat moment vast te stellen. Doel is om het aantal aandoeningen in twee jaar tijd met 30 procent te verminderen. Het project wil een praktijkgerichte, integrale aanpak ontwikkelen die toepasbaar is voor elk veebedrijf. Daarin is een goe- de samenwerking tussen veehouder, dierenarts, kiauwverzorger en voedingsspecialist cruciaal. Volgens het project liggen de kosten voor klauwgezondheid van een gemiddeld melkveebedrijf met 100 koeien tussen en per jaar. Er is bij verbetering dus veel te verdienen. ting op de klauw verminderd. Verder zijn we vaker gaan voetbaden en is een mestrobot i n gebruik genomen ter vervanging van de mestschuif met ketting." Wenneger denkt dat een deel van de wittelijndefecten veroorzaakt Werd door het staan op de ketting. Ook merkt hij dat de vloer nu droger is, iets wat zeker ook helpt Mortellaro terug te dringen. Hans van Bergen (40) is melkveehouder Oeffelt in (N.^Br.). Hij heeft 95 toodbonte melkoeien en 78 s/x/ks Jongvee. stand. Voordeel is dat de koe op het beste moment wordt bekapt. Nadeel is dat koeien die erg uitlopen i n lactatie soms lange tijd blijven lopen zonder dat de klauwen zijn bekapt. Wijnand Hogenkamp Afname stinkpootinfecties aandoeningen in 2003 en 2010 in % zoolbloedingen stinkpoot Mortellaro wittelijndefecten tyioom fxpolzwefen ':" 3,5 37 bron: GD (2003) eh Digiklauw (2010) Wilt u reageren op deze De cijfers van Digil<lauw geven een fokkerijvisie? betrouwbaar beeld van de Itlauwgezond- naar heid van de Nederlandse melkveestapel. Ga dan fokkerij BOERDERIJ 96 no. 4 4 (2 a u g u s t u s 2011) BOERDERIJ 96 no. 4 4! EN paar dorpjes verderop bouwen twee boeren gewoontjes. Ze zijn gemiddeld diep maar met korte speelk een stal voor 300 melkkoeien. Ze zullen straks nen en een hoog achteruier, gemiddeld van aanhechting met robots gemolken worden, dus de koeien koen ophangband. De uiers zullen er dus niet meer zo mooi i men daar nooit meer buiten. uitzien als de nazates vijf keer of meer hebben gekalfd. Goed beenwerk is onontbeerlijk voor binnenkoeien. De Maar goed, de meeste Kylians zullen drie a vier keer kalbeste benen komen van Brown Swiss-stieren. Maar die ven, gezien de extra 447 dagen i n de fokwaarde. Ze leven w i l niet iedereen. Een aiternatief is Kylian. Met 113 is hij dus zeven maanden langer dan de andere koeien op de na de Brown Swissen de beste benen-stier die beschikbedrijven. Ook weer een goed cijfer. baar is. Bij zwartbont scoort hij 111 op beenwerk. Met Kian-bloed groeit de angst voor de vruchtbaarheid. Kylian is niet alleen maar een benenstier. Met veel melk Met 97 is die echter maar iets ondergemiddeld. Met 99 en net ondergemiddeld eiwit vererft hij 38 kilo eiwit, een voor kruisbreedte en 105 voor helling kun je spreken van topscore over alle rassen heen. Het vetgehaite is dan weer mooie kruizen. Weilicht geeft dat de aanleiding tot een sterk negatief. Zijn dochters zijn gemiddeld qua hoogtevolgend sterk punt, namelijk het beengebruik. Veel koeimaat, maar hebben w e l een enorm brede voorhand. En enkenners zien verband tussen de kruisbouw en het ondanks de hoge producties hebben ze toch meer condibeengebruik. Met 110 scoort Kylian astronomisch hoog. tie dan hun collega's. Kortom: het zijn robuuste dieren. Alleen Maniac, Fidelity en Kiska halen dergelijke waarkylian is de zoveelste stier uit de Massia-familie. Met des. Allemaal via vader of moeder verbonden met Kylian. Kian als vader hadden we gehoopt op een hoger eiwitper- Voor nog hogere cijfers moet u naar de Brown Swiss. centage in de melk. De oermoeder Massia had nog meer Kylian-dochters hebben w e l erg rechte benen, dus de dan 3,80 eiwit, maar dat is bij haar nageslacht wat verwa- koeien die u ermee w i l t insemineren moeten w e l enige terd. Kian was echt w e l nodig om het eiwit weer terug te kromming i n de achterbenen hebben. halen. Met Kian, Lightning, Stadel, Subliem Tulip, AnKortom, Kylian is een bijzondere outcross-stier die veel dries, Jubilant en Adler i n Kylians afstamming moeten we kan brengen voor beenwerk en voorhandbreedte en eiwit de inteelt zeker in de gaten houden. Ik ben verklaard tebij zwartbont. Voor roodbont is het een melkstier met sugenstander van inteelt, maar hier is sprake van een derperbeenwerk en voorhandbreedte, maar waak wel voor mate topstier dat enige bloedvernauwing geoorloofd is. inteelt, via zowel de Massia's als de vaderlijn. Kian is op veel bedrijven, en dan met name bij zwartik verwacht erg veel van Kylian als stiervader. Opvalbont, nooit gebruikt. Lightning lend is dat i n Nederland volop heeft helemaal nooit de ver>. zonen ingezet worden, i n het kooplijsten aangevoerd, maar buitenland niet of nauwelijks. dringt zich door zijn kwaliteihoewel buiten Nederland de ten wel op in andere foklijnen. koeien wereldwijd veelal binstadel is w e l veel verkocht nenstaan, zijn buitenlandse maar foktechnisch niet inki's niet speciaal op zoek naar vloedrijk. Ik denk dat we daar, benenstieren, of men is niet behalve i n deze moederlijn, open minded genoeg om een niet veel meer van horen. stier als Kylian i n te zetten. Met Lightning, Stadel en TuMisschien houdt de wat forse lip i n de moederlijn was ook de verkoopprijs van 21 ze tehoge klauwgezondheid van vag gen. Voor gesekst sperma der Kian hard nodig. Kylian o vraagt men 45. Je zou bijna scoort daar 105 voor. Zijn Mor2 een notaris in de arm nemen tellaro-score is maar gemiddeld. Opvallend Is dat In Nederland veel Kylian-zonen worden om de transactie vast te legmet 105 is de uiervererving ingezet; In het buitenland Juist niet. gen bij dergelijke bedragen. (2 a u g u s t u s 2011)

80 IN DETAI L KLA U WGEZONDHE ID BED RIJF SGE GEV ENS Koen van Roojen: Kreupele koe kost tjd en juist arbeidseficiëntie bepaalt mjn arbeidsplezier Focus op betere klauwgezondheid Klauwaandoeningen ervaren Koen en Marjolein van Roojen uit Koen en Marjolein van Rooijen In Overschild melken Koen en Marjolein van Roojen circa 150 koeien. Klauwgezondheid is op hun bedrjf op dit moment actiepunt nummer één. Adviseurs denken gezamenljk mee. Overschild als ongrjpbaar. In het jaarljkse overleg met adviseurs Overschild Aantal melk- en kalfkoeien: Aantal stuks jongvee: Grondoppervlakte: ha, waarvan 55 ha gras, 10 ha mais en 12 ha bos Quotum: 1,26 miljoen Melkproductie: ,45 3,47 Bekappen: maandelijks Voetbad: iedere week (winter), om de twee weken (zomer) Totale kosten klauwverzorging: 18,80 euro per koe per jaar I n het gesprek met Koen (40) en Marjolein (40) van Roojen uit het Groningse Overschild valt het woord arbeidseficiëntie al vroeg. We hebben ons hele bedrjf zo ingericht dat één persoon alle werkzaamheden alleen moet kunnen uitvoeren. Dan is de grootste arbeidseficiëntie te behalen en dat is weer de maatstaf voor de toekomst, stelt Koen van Roojen. Door een hoge arbeidseficiëntie is een bovengemiddelde omvang en een bovengemiddeld saldo te realiseren. Van Roojen probeert een zo hoog mogeljke eficiëntie van de verrichte arbeid te realiseren door naar koeien te streven die weinig tjd kosten. Met de huidige omvang van 150 koeien kunnen we ze niet allemaal een individuele verzorging geven. Je probeert vooral op koppelniveau de goede dingen te doen. We focussen op dit moment vooral op klauwen. De reden dat Van Roojen zich nu richt op een betere klauwgezondheid, is dat hj op andere gezondheidsgebieden inmiddels vooruitgang heeft kunnen boeken. Vroeger kwamen melkziekte en zuchtvorming veel voor, maar sinds we gebruikmaken van de honderddagenaanpak van Agriirm rond het afkalven, gebruiken we 18 V E E T E E LT SEPT EMBE R is klauwen daardoor het hoofdthema geworden. Maandeljks bekappen, aanpassingen aan het voetbadmanagement en meer structuur in het rantsoen werpen inmiddels hun vruchten af. tekst Florus Pellikaan nog hooguit één doos infusen per jaar. Alles rondom afkalven ervaar ik inmiddels niet meer als veel werk. Strategisch bekappen Naast de reductie van problemen rond afkalven is Van Roojen ook tevreden over de uiergezondheid en de vruchtbaarheid. Maar in tegenstelling tot deze gezondheidsaspecten bljven klauwaandoeningen altjd een beetje ongrjpbaar. Als je het ene onder controle hebt, komt er dikwjls weer wat nieuws en vaak zjn de oorzaken moeiljk te achterhalen. Een kreupele koe kost meerdere keren per dag veel tjd en juist arbeidseficiëntie bepaalt voor een heel groot deel mjn arbeidsplezier. Daarom is klauwgezondheid op ons bedrjf actiepunt nummer één. Tjdens het laatste jaarljkse overleg tussen Van Roojen, dierenarts Ernst Njenhuis, veevoedingsadviseur Michiel van der Tuuk en adviseur klauwgezondheid Martien van Bostelen (zie kaders) beheerste klauwgezondheid een groot deel van het gesprek. Drie jaar geleden zjn we door problemen met bvd begonnen met een jaarljks overleg. Door met elkaar om tafel te gaan, wisselen we gegevens uit die de verschillende partjen verzamelen. Ook evalueren we de afgelopen periode, worden verklaringen gezocht voor afwjkingen, worden personen aangesproken op hun verantwoordeljkheden en formuleren we nieuwe doelstellingen en actiepunten, vertelt Van Roojen. Ik merk dat actiepunten en daarmee structuur voor mezelf positief werken. Je wilt je niet laten kennen en zet je daarom maximaal in om de actiepunten te realiseren. Op het gebied van klauwverzorging zjn er door het overleg inmiddels nieuwe keuzes gemaakt. Zo wordt het koppel niet meer twee keer per jaar in z n geheel bekapt, maar komt de klauwverzorger van het rundveepedicurecentrum iedere maand om de koeien tussen de 100 en 130 dagen in lactatie, de koeien die de komende maand worden drooggezet en de probleemgevallen te bekappen. In het begin had ik naar maandeljks bekappen niet zoveel oren, omdat ik verwachtte dat het meer tjd en geld ging kosten. De eerste paar keer was dat ook zo en kostte het bezoek een halve dag en meer dan 200 euro aan arbeid en materiaal, vertelt Van Roojen. We merken nu dat de klauwgezondheid door het zogenoemde strategische bekappen echt is verbeterd. De klauwverzorger is de laatste maanden iedere keer in twee uur klaar en de kosten zjn gemiddeld 120 tot 140 euro. Alleen tussentjdse probleemgevallen bekapt Van Roojen zelf. Besmet met mortellaro Van Roojen heeft wel een verklaring waarom er sprake is van verbetering. Regelmatig hebben koeien honderd dagen na afkalven een klein witteljndefect of een zoolkneuzing. Door dat direct aan te pakken voorkom je zichtbare klauwproblemen verderop in de lactatie. Ook wat betreft de preventieve voetbaden V E E T E E LT SEPTEM BER

81 IN DETAI L Dierenarts Ernst Njenhuis: Boer moet niet verdwalen in adviezen De krachtvoerbox zou een mechanische oorzaak van klauwproblemen kunnen zjn Twee voetbaden achter elkaar is één van de verbeterpunten die zjn doorgevoerd leverde het overleg al nieuwe inzichten op. Eerder plaatste Van Roojen één voetbad achter de melkstal. Het zjn altjd dezelfde koeien die als laatste door de melkstal komen en daarbj merkten we, samen met de adviseurs, minder effect van het voetbad omdat door vervuiling van het water de werking na 120 koeien inmiddels nihil was. Daarom hebben we bj de uitloop van de melkstal nu twee voetbaden achter elkaar gezet, zodat iedere klauw twee keer in een voldoende schoon voetbad met formaline komt. Van Roojen kwam in 2003 in aanraking met mortellaro door de aankoop van een aantal koeien. Sindsdien bljft de klauwaandoening zich manifesteren. In de winterperiode plaatst Van Roojen daarom iedere week de voetbaden en in de zomerperiode, waarin de koeien beperkt weidegang krjgen, één keer per twee weken. Als specialist rundvee bj mengvoerleverancier Agriirm schuift Michiel van der Tuuk ook aan bj Van Roojen als het gaat 20 V E E T E E LT SEPT EMBE R grootste winst van de extra aandacht voor klauwgezondheid op het bedrjf van Van Roojen. Registratie is daarbj belangrjk om problemen in beeld te krjgen en vervolgens moet je samen op zoek naar verbeterpunten. Met name het maandeljks preventief bekappen van bepaalde groepen is zichtbaar succesvol. Je werkt dan meer in het nu in plaats van in het verleden. Njenhuis kan zich goed voorstellen dat Van Roojen klauwgezondheid enigszins ongrjpbaar vindt. Als je dat wilt voorkomen, moet je gestructureerd werken via diagnose, risicoanalyse en praktische adviezen, en daar niet van afwjken. veel mogeljk te voorkomen. Ook voeren we altjd structuur bj, op dit moment een halve kilo koolzaadstro. Doordat we nu maandeljks bekappen, kjk ik altjd even mee hoe de klauwen eruitzien, vertelt Van Roojen. Gedurende het voorjaar zag je echt meer zoolverkleuringen door het eiwitrjke gras en dan weet je dat structuur bjvoeren extra belangrjk is. We proberen daar nu ook in de grasrassenkeuze rekening mee te gaan houden en iets later of misschien wel een keer minder te maaien. Al een link aantal jaren is Van Roojen deelnemer aan DigiKlauw, waarbj de klauwverzorger tjdens het bekappen invoert of klauwaandoeningen voorkomen. Voor de statistieken is het goed om deze gegevens in beeld te hebben, maar op dit moment is in de uitslag helaas nog niet zichtbaar in welke gradaties een aandoening veel voorkomt, vertelt Van Roojen. Onlangs zei de klauwverzorger dat het goed zichtbaar was dat de voetbaden hadden geholpen omdat de mortellaro niet vurig was, maar dat is niet zichtbaar in de uitslag. Volgens Van Roojen is het programma ook nog niet ingesteld op maandeljks bekappen. Bj sommige aandoeningen is het wenseljk om een koe een aantal keren achter elkaar in de box te hebben. Iedere keer weer wordt de aandoening dan gescoord, terwjl het om hetzelfde geval gaat. De huidige cjfers geven daardoor nog geen realistisch beeld, maar daar wordt wel aan gewerkt. zondheid op zjn bedrjf. De klauwgezondheidsscore over de verschillende bekapmomenten is nog niet stabiel genoeg, we moeten nog een slag maken. Tjdens ons laatste overleg hebben we daarom besloten komende winter eventuele mechanische oorzaken van klauwaandoeningen in beeld te brengen. Daarbj valt te denken aan draaipunten, zoals bj de krachtvoerbox en de melkstal. Dit kan zorgen voor klauwaandoeningen als witteljndefect, zoolzweer en teenpuntnecrose. Van Roojen geeft op jaarbasis ruim 2800 Probleemgevallen bekapt van Roojen zelf Om besmetting met mortellaro richting de jongveestal te voorkomen worden de gereedschappen tussen de stallen niet uitgewisseld en gaat Van Roojen alleen met schone laarzen naar de jongveestal. Er gaat ook bewust nooit een dier van de ligboxenstal terug naar de jongveestal. Met het oog op het comfort en de gezondheid heeft Van Roojen bovendien samen met de adviseurs en Vetvice een aantal jaren geleden een renovatieplan voor de ligboxenstal doorgevoerd en een nieuwe stal voor de droge koeien en jonge kalveren gebouwd. De rust en ruimte die we hiermee hebben gecreëerd, werken zeker positief op de klauwgezondheid. Structuur bjvoeren Ook wat betreft voeding houdt Van Roojen rekening met klauwgezondheid. We proberen wisselingen in het rantsoen zo Voedingsadviseur Michiel van der Tuuk: Voeding in relatie zien over klauwen. Je moet voeding altjd in relatie zien tot bjvoorbeeld het droogstandsmanagement, de jongveeopfok en dus ook de klauwgezondheid. Natuurljk is voeding ons speerpunt, maar als het dier niet functioneert, helpt een goede voeding ook niet, stelt Van der Tuuk. Dat voeding en klauwgezondheid sterk met elkaar verbonden zjn, onderschrjft hj. Maar sommige mensen doen geloven dat alles voedingsgerelateerd is en dat gaat me te ver. Ons plan bestaat altjd uit een drieluik: het dier, de omgeving en de voeding. Het is juist goed om de verbanden daartussen te leggen en te benoemen. Acht jaar komt Ernst Njenhuis als bedrjfsdierenarts inmiddels over de stalvloer bj Van Roojen. Hj was destjds ook degene die het idee opperde om met meerdere adviseurs om tafel te gaan. Een veehouder moet niet verdwalen in de adviezen en door verschillende adviseurs van het kastje naar de muur worden gestuurd. Daarom is het goed om de adviseurs bj elkaar te halen, risicofactoren te analyseren en samen te kjken welke adviseur waarvoor verantwoordeljk is, vertelt Njenhuis. In sommige gevallen zou het wenseljk zjn als ook een inancieel adviseur aanschuift. Volgens Njenhuis is bewustwording de Op voedingsgebied is er in de afgelopen jaren een aantal verbeteringen doorgevoerd. We zagen dat door het weiden in de zomer de koeien te weinig conditie hadden in de herfst. Daarom is er nu gekozen voor modern standweiden, meer bjvoeren en het inzaaien van meer structuurmengsels. Ook is bewust de overstap gemaakt naar dynamisch voeren, waardoor we de krachtvoer-ruwvoerverhouding goed kunnen bewaken, vertelt Van der Tuuk. Je merkt dat op het bedrjf van Van Roojen de stapjes vooruit steeds kleiner worden. Nu is het zaak alle kengetallen goed te bljven volgen en daarop in te spelen. Mechanische oorzaken Op basis van de uitslagen van DigiKlauw en van wat hj op een workshop over klauwen heeft geleerd is Van Roojen nog niet helemaal tevreden over de klauwge- euro ofwel 18,80 euro per koe uit aan totale kosten voor klauwverzorging, inclusief de voetbaden. Deze kosten wegen volgens Van Roojen niet op tegen de baten van een goede klauwverzorging. Als je op jaarbasis vjf koeien kunt uitsparen, heb je het al over 5000 euro. Daarnaast kost iedere kreupelheid melk en duizend liter per koe ben je dan snel kwjt. Ik verwacht dat we, ondanks alles wat we nu al doen op ons bedrjf, nog wel euro aan schade door klauwaandoeningen op jaarbasis kunnen besparen. l Klauwenspecialist Martien van Bostelen: Conditiescore is goed meetinstrument Doordat Koen en Marjolein van Roojen al een link aantal jaren deelnemen aan DigiKlauw, kwam Martien van Bostelen, adviseur klauwgezondheid namens het Rundveepedicurecentrum, in contact met hun bedrjf. Ik zag in de resultaten van DigiKlauw aanleiding om structureel aandacht te geven aan een aantal aandoeningen en daar stond Van Roojen open voor, vertelt Van Bostelen. Klauwgezondheid is toen een wezenljk onderdeel in het overleg geworden. Het strategisch klauwverzorgen en meer aandacht voor de voeding heeft er inmiddels voor gezorgd dat witteljndefecten en mortellaro in gradaties zjn afgenomen. Ze komen nog wel voor, maar in mildere vorm. Met deze conclusie in de hand wil Van Bostelen met de adviezen nu meer de diepte in. Komende winter gaan we in de stal zoeken naar factoren op het gebied van huisvesting die een negatieve invloed kunnen hebben op de klauwgezondheid. Daarbj kun je denken aan draaipunten, boxafmetingen en roosters. Ook wil Van Bostelen graag conditiescore gaan beoordelen. Van Roojen streeft naar een lage kostprjs en dan moet je op het scherpst van de snede managen. Dat is uitdagend, maar er is ook een risico dat je een keer linksom gaat. Conditiescore is dan een goed, extra meetinstrument. V E E T E E LT SEPTEM BER

82

Agrarische Bedrijfsverzorging. Digiklauw. Meer grip op klauwgezondheid

Agrarische Bedrijfsverzorging. Digiklauw. Meer grip op klauwgezondheid Agrarische Bedrijfsverzorging Digiklauw Meer grip op klauwgezondheid De gezondheid van de klauwen is een goede graadmeter voor de gezondheid van uw veestapel. Een goed beeld verkrijgen van het verloop

Nadere informatie

Verder verduurzamen melkveehouderij; Pro-actieve aanpak Route2020

Verder verduurzamen melkveehouderij; Pro-actieve aanpak Route2020 Verder verduurzamen melkveehouderij; Pro-actieve aanpak Route2020 0 Experts verwachten een volumegroei van ~20% tot 2020 door het afschaffen van de quota... Nederlandse melkproductie (mln kg/jaar) 14,000

Nadere informatie

diergezondheid HOOFDSTUK 4 152 DEEL 2: DIERGEZONDHEID DEEL 2: DIERGEZONDHEID 153

diergezondheid HOOFDSTUK 4 152 DEEL 2: DIERGEZONDHEID DEEL 2: DIERGEZONDHEID 153 diergezondheid Iedere veehouder wil gezonde dieren, want gezonde dieren produceren meer, geven meer arbeidsplezier, kosten minder geld en veroorzaken minder werkdruk. De gezondheid en het welzijn van de

Nadere informatie

Chapter 10. Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland

Chapter 10. Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland Claw Health in Dairy Cows in the Netherlands Chapter 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 - Chapter 10 - Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland Subtitel: Epidemiologische aspecten van verschillende klauwaandoeningen

Nadere informatie

INLEIDING. Namens het managementteam van de SPGH, Mirjam Diderich. Directeur. Hellendoorn 15 januari 2015

INLEIDING. Namens het managementteam van de SPGH, Mirjam Diderich. Directeur. Hellendoorn 15 januari 2015 RESULTATEN OUDER-ENQUÊTE 01 INLEIDING In dit document worden de resultaten besproken van de ouderenquête die is afgenomen in november 01 (schooljaar 01-015). Doelstelling van de enquête is het meten van

Nadere informatie

Nieuwe ontwikkelingen. Veel onderzoek. Wat kunt u verwachten? Wat kost mastitis. Theorie en praktijk ( /koe/jaar) Economie van diergezondheid

Nieuwe ontwikkelingen. Veel onderzoek. Wat kunt u verwachten? Wat kost mastitis. Theorie en praktijk ( /koe/jaar) Economie van diergezondheid Nieuwe ontwikkelingen Economie van diergezondheid Henk Hogeveen Leerstoelgroep Bedrijfseconomie, Wageningen Universiteit Departement Gezondheidszorg Landbouwhuisideren, Universiteit Utrecht Antibiotica

Nadere informatie

Rapport klanttevredenheid 2013

Rapport klanttevredenheid 2013 Rapport klanttevredenheid 2013 2014.1.73 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Procedure nieuwe verhuur 4 3. 3.1 Reparatieverzoeken Resultaten afgehandelde enquêtes Meerssen 2013 5 5 4. Procedure vertrekkende

Nadere informatie

Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen

Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen Inleiding Via de Duurzame Zuivelketen streven zuivelondernemingen (NZO) en melkveehouders (LTO) gezamenlijk naar een toekomstbestendige en verantwoorde zuivelsector.

Nadere informatie

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005 Hoe maak ik een jeugdenquête Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Wanneer een enquête 4 Hoofdstuk 2 Hoe maak ik een enquête 5 Hoofdstuk 3 Plan van aanpak

Nadere informatie

Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company. Evaluatie

Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company. Evaluatie Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company Evaluatie Conclusie Happy Cow Project: april 2013 Happy Cow Project succesvol afgesloten! Bijna alle deelnemers hebben reeds

Nadere informatie

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte De ontwikkeling van de ehealth-koffer Naam : Seline Kok en Marijke Kuipers School : Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Opleiding : HBO-Verpleegkunde voltijd

Nadere informatie

Klauwgezondheid. studiegroepen december 2010. 24-12-2010 DAP van Waard tot Klif

Klauwgezondheid. studiegroepen december 2010. 24-12-2010 DAP van Waard tot Klif Klauwgezondheid studiegroepen december 2010 1 Indeling presentatie Belang van klauwgezondheid Verschillende klauwaandoeningen Stinkpoot Mortellaro Tussenklauwontsteking Bevangenheid Zoolzweer Wittelijnproces,

Nadere informatie

Internetpanel Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Resultaten peiling 30: Communicatie nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Internetpanel Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Resultaten peiling 30: Communicatie nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Internetpanel Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Resultaten peiling 30: Communicatie nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 1. Inleiding Vanaf 2015 verandert het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (vanaf

Nadere informatie

Project Kwaliteitsmanagement voor de melkveehouderij

Project Kwaliteitsmanagement voor de melkveehouderij Tussentijdse resultaten Project Kwaliteitsmanagement voor de melkveehouderij Doel Het ontwikkelen van een kwaliteitssysteem waarmee de melkveehouder de kwaliteit van de productiewijze van melk en de kwaliteit

Nadere informatie

Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat

Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat - Eindrapportage aan de provincie Drenthe - Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat Projectbeheerder: ETC Adviesgroep Mevr. I. Rameijer i.rameijer@etcnl.nl

Nadere informatie

Projectplan. Aanpak laaggeletterdheid bij patienten en/of medewerkers. [Naam organisatie] [auteur] [datum] Werken aan taal heeft veel voordelen

Projectplan. Aanpak laaggeletterdheid bij patienten en/of medewerkers. [Naam organisatie] [auteur] [datum] Werken aan taal heeft veel voordelen Projectplan Aanpak laaggeletterdheid bij patienten en/of medewerkers [Naam organisatie] [auteur] [datum] Werken aan taal heeft veel voordelen [Naam organisatie] vindt het belangrijk om alert te zijn op

Nadere informatie

Evaluatie Koesignalen en Mineralen

Evaluatie Koesignalen en Mineralen Evaluatie Koesignalen en Mineralen Evaluatie van het demonstratieproject Huisvestingsmaatregelen voor duurzame en dierwelzijnbevorderende melkveehouderij in de provincie Utrecht. Werktitel: Koesignalen

Nadere informatie

VeeManager Uw veestapel eenvoudig in de hand

VeeManager Uw veestapel eenvoudig in de hand VeeManager Uw veestapel eenvoudig in de hand Mario Willen Guido Boogaerts Behoeften melkveehouderij zonder quotum Efficiënte productie Informatie van de veestapel Informatie van de (attentie) -koe Gebruiksgemak

Nadere informatie

Door Cliënten Bekeken voor tandartspraktijken. Informatie en stappenplan

Door Cliënten Bekeken voor tandartspraktijken. Informatie en stappenplan Door Cliënten Bekeken voor tandartspraktijken December 2012 Informatie en stappenplan Door Cliënten Bekeken voor tandartspraktijken is hét traject voor kwaliteitsverbetering van de mond zorg vanuit het

Nadere informatie

TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014

TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014 TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014 Inleiding In maart van dit jaar heeft adviesbureau Van Beekveld en Terpstra in opdracht van het College van Bestuur van OVO Zaanstad op de scholen van OVO een

Nadere informatie

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Januari 2013 Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Herman van Schooten (WUR-LR) Hans Dirksen (DMS) Januari 2013 Inleiding

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Samenvattend rapport

Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Samenvattend rapport Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven Samenvattend rapport 1 ENQUÊTE 1.1 Opstellen van de enquête In kader van het demo-project verantwoord gebruik van antibiotica in de

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER)

STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER) STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER) Juni 2004 INLEIDING Voor u ligt een stappenplan dat gebaseerd is op de CBO-richtlijn

Nadere informatie

Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek

Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek E: info@malvee.com T: +31 (0)76 7002012 Het opzetten en uitvoeren van een medewerker tevredenheid onderzoek is relatief eenvoudig zolang de te nemen stappen bekend

Nadere informatie

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012)

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) -1- Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) 1 Aanleiding voor het project Arbeidsparticipatie is een belangrijk onderwerp voor mensen met een chronische ziekte of functiebeperking

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

VIJF JAAR UGCN in een notendop

VIJF JAAR UGCN in een notendop VIJF JAAR UGCN in een notendop Taken UGCN Meerjarenplan uiergezondheid uitvoeren Kenniscentrum uiergezondheid Nederland Nationaal en internationaal aanspreekpunt uiergezondheid in Nederland Taken UGCN

Nadere informatie

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, september 2013 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2

Nadere informatie

Resultaten interviews met patiënten Vervolgens wordt een korte samenvatting gegeven van de belangrijkste resultaten uit de gelabelde interviews.

Resultaten interviews met patiënten Vervolgens wordt een korte samenvatting gegeven van de belangrijkste resultaten uit de gelabelde interviews. Onderzoek nazorg afdeling gynaecologie UMCG (samenvatting) Jacelyn de Boer, Anniek Dik & Karin Knol Studenten HBO-Verpleegkunde aan de Hanze Hogeschool Groningen Jaar 2011/2012 Resultaten Literatuuronderzoek

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011)

Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011) Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011) Inhoudsopgave Verslag 2-4 Grafieken 5-10 Samenvatting resultaten 11-16 Bijlage - Vragenlijst 17+18 Cohesie Cure and Care Hagerhofweg 2 5912 PN

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Enquête stichting Parentes Zoetermeer

Enquête stichting Parentes Zoetermeer Enquête stichting Parentes Zoetermeer In de afgelopen weken hebt u de mogelijkheid gehad om d.m.v. onze enquête uw stem te laten horen over diverse punten die spelen binnen onze stichting Parentes. In

Nadere informatie

OVEREENKOMST. Verbeteren mineralenefficiëntie van melkveebedrijven via KringloopWijzer

OVEREENKOMST. Verbeteren mineralenefficiëntie van melkveebedrijven via KringloopWijzer OVEREENKOMST Verbeteren mineralenefficiëntie van melkveebedrijven via KringloopWijzer Van 1 januari 2014 tot 1 januari 2016 zijn de volgende afspraken van kracht tussen: - De Nederlandse Zuivelorganisatie,

Nadere informatie

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Huize het Oosten Gemeten met de CQI index

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Huize het Oosten Gemeten met de CQI index Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Huize het Oosten Gemeten met de CQI index April 2014 Samenstelling: drs. Jeroen J. Haamers, Versie: april 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 CQI-onderzoek; achtergrond en

Nadere informatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie Afdeling Onderzoek & Statistiek Gemeente Deventer Karen Teunissen April 2006 Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Bekendheid en betrokkenheid 4 Samenvatting 8 Hoofdstuk 2 Communicatie 9 Samenvatting 12

Nadere informatie

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Onderzoek naar het effect van de Novius Architectuur Academy Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Door met meerdere collega s deel te nemen aan een opleiding voor bedrijfsarchitecten, werden mooie

Nadere informatie

Nationaal Studentenonderzoek 2008. Stageplaza.nl

Nationaal Studentenonderzoek 2008. Stageplaza.nl Nationaal Studentenonderzoek 2008 Stageplaza.nl Gepubliceerd door: S. Icke & B. Rooijendijk De Ruyterkade 106 II 1011 AB Amsterdam Tel : 020 422 33 22 Fax : 020 422 20 22 I : www.stageplaza.nl Maart 2008

Nadere informatie

Kengetallen. E-13 Voortplanting

Kengetallen. E-13 Voortplanting Kengetallen E-13 Voortplanting Inleiding Op melkveebedrijven wordt jaarlijks een aanzienlijke schade geleden als gevolg van een niet optimale tussenkalftijd en een voortijdige afvoer van koeien die niet

Nadere informatie

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012 Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk april 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De tijdlijn 3. De verschillende fasen 4. Onderwerp zoeken 5. Informatie zoeken 6. Nog 10 tips 7. De beoordeling

Nadere informatie

Resultaten Evaluatie Pilot Bloeddrukmeting Augustus 2015

Resultaten Evaluatie Pilot Bloeddrukmeting Augustus 2015 Resultaten Evaluatie Pilot Bloeddrukmeting Augustus 2015 Achtergrond In september 2014 is GGD Noord- en Oost-Gelderland gestart met de implementatie van de landelijke JGZrichtlijn Overgewicht. Het NCJ

Nadere informatie

Gezondere veestapel met het Koe-Kompas!

Gezondere veestapel met het Koe-Kompas! Gezondere veestapel met het Koe-Kompas! Melken 5 4 Jongvee-opfok 3 2 1 0 Voeding en water Diergezondheid Huisvesting Werkroutines Dierwelzijn Managementinstrument voor veehouder en dierenarts Wat is het

Nadere informatie

Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek

Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek Zwaantina van der Veen / Dymphna Meijneken / Marieke Boekenoogen Stad met een hart Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding 3 Hoofdstuk 2

Nadere informatie

5 Opstellen businesscase

5 Opstellen businesscase 5 Opstellen In de voorgaande stappen is een duidelijk beeld verkregen van het beoogde project en de te realiseren baten. De batenboom geeft de beoogde baten in samenhang weer en laat in één oogopslag zien

Nadere informatie

Resultaten tevredenheidsonderzoeken cliënten en medewerkers

Resultaten tevredenheidsonderzoeken cliënten en medewerkers Resultaten tevredenheidsonderzoeken cliënten en medewerkers Ervaring in de driehoek Cello heeft in de periode mei juni van dit jaar onderzoek laten uitvoeren naar de ervaringen van cliënten, ouders / vertegenwoordigers

Nadere informatie

Voorwoord. Nieuwsbrief Demoproject Gezonde klauwen op stal. Januari 2016. In dit nummer: Projectpartners: Beste lezer,

Voorwoord. Nieuwsbrief Demoproject Gezonde klauwen op stal. Januari 2016. In dit nummer: Projectpartners: Beste lezer, Projectpartners: Januari 2016 Nieuwsbrief Demoproject Gezonde klauwen op stal Voorwoord Beste lezer, In het kader van het demonstratieproject Gezonde klauwen op stal bezorgen we u een eerste nieuwsbrief.

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2 Danique Beeks Student Advanced Business Creation Stage JH Business Promotions

Inhoudsopgave. 2 Danique Beeks Student Advanced Business Creation Stage JH Business Promotions Onderzoeksopzet Danique Beeks Studentnummer: 2054232 Advanced Business Creation Stagebedrijf: JH Busines Promotions Bedrijfsbegeleider: John van den Heuvel Datum: 12 September 2013 Inhoudsopgave Inleiding

Nadere informatie

Kengetallenoverzichten en PDCA-aanpak voor verlenging levensduur melkvee

Kengetallenoverzichten en PDCA-aanpak voor verlenging levensduur melkvee Kengetallenoverzichten en PDCA-aanpak voor verlenging levensduur melkvee J. Zijlstra, R. Vlemminx, M. Dellevoet Kengetallenoverzichten en PDCA-aanpak voor verlenging levensduur melkvee J. Zijlstra 1 R.

Nadere informatie

Communicatieplan t.a.v. energiebeleid. Peek Bouw & Infra BV

Communicatieplan t.a.v. energiebeleid. Peek Bouw & Infra BV Communicatieplan t.a.v. energiebeleid Peek Bouw & Infra BV Peek Bouw & Infra BV Wayensedijk 27 3992 LN HOUTEN Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Doelstellingen 2.0 Doelgroepen

Nadere informatie

Social Action Research Plan

Social Action Research Plan Social Action Research Plan Social media project Studenten Dennis Visschedijk 438332 Aileen Temming 474094 Stefan Ortsen 481295 Niels Konings 449822 Renee Preijde 482835 Opdrachtgever Stal te Bokkel Daniëlle

Nadere informatie

Uw doel bereiken met MelkNavigator

Uw doel bereiken met MelkNavigator Uw doel bereiken met MelkNavigator Uw doel bereiken met MelkNavigator Als melkveehouder wilt u er uit halen, wat er in zit. Kies gericht voor meer melk, betere gehalten of meer grammen eiwit en/of vet.

Nadere informatie

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Deelnemers aan het woord Eerste cursisten zeer positief over nieuw opleidingstraject veterinair communicatiemanagement

Deelnemers aan het woord Eerste cursisten zeer positief over nieuw opleidingstraject veterinair communicatiemanagement Deelnemers aan het woord Eerste cursisten zeer positief over nieuw opleidingstraject veterinair communicatiemanagement VAN DIERENARTSEN WORDT TEGENWOORDIG NIET ALLEEN EEN ROL VERWACHT IN HET BETER MAKEN

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage Stichting Het Lichtpunt Meting april 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn Klanten van Careyn over het consultatiebureau Inhoud: 1. Conclusies 2. Algemene dienstverlening 3. Het inloopspreekuur 4. Telefonische dienstverlening 5. Persoonlijk

Nadere informatie

MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland 2012/2013. Gemeente Vlissingen

MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland 2012/2013. Gemeente Vlissingen MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland 2012/2013 Gemeente Vlissingen Voorwoord Groningen, september 2013 Voor u ligt het resultaat van het in 2012 en 2013 gehouden onderzoek naar de MKBvriendelijkste

Nadere informatie

Onderzoeksresultaten en interpretatie klanttevredenheidsonderzoek 2009

Onderzoeksresultaten en interpretatie klanttevredenheidsonderzoek 2009 Onderzoeksresultaten en interpretatie klanttevredenheidsonderzoek 2009 1 Inleiding: In dit resumé geven wij u inzicht in de resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek van 2009. Het gehele rapport omvat

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Duurzame vooruitgang. verslag 2011

Duurzame vooruitgang. verslag 2011 Duurzame vooruitgang verslag 2011 Inleiding Duurzame vooruitgang Melkveehouders en zuivelondernemingen hebben in 2011 een flinke stap gezet in de verduurzaming van de zuivelketen. De Nederlandse Zuivel

Nadere informatie

Wie ben ik? Rendementsverbetering in bedrijfsbegeleiding. Wat kunt u verwachten. 1 Economisch adviseur

Wie ben ik? Rendementsverbetering in bedrijfsbegeleiding. Wat kunt u verwachten. 1 Economisch adviseur Rendementsverbetering in bedrijfsbegeleiding Een paar startpunten voor discussie Wie ben ik? Boerenzoon, 45 melkkoeien Studie veeteelt, LandbouwUniversiteit Wageningen Epidemiologie Economie (lange termijn

Nadere informatie

Eerlijk handelen, samen doen! Ontwikkelingen in de achterban

Eerlijk handelen, samen doen! Ontwikkelingen in de achterban Eerlijk handelen, samen doen! Ontwikkelingen in de achterban Juni 2011 Eerlijk Handelen, Samen Doen! Samenvatting uitslagen enquêtes onder achterban Woord en Daad gehouden in 2008 en 2011 1. Inleiding

Nadere informatie

Uniforme adviesaanpak klauwgezondheid COMPLETE RISICOINVENTARISATIE: BASISINVENTARISATIE

Uniforme adviesaanpak klauwgezondheid COMPLETE RISICOINVENTARISATIE: BASISINVENTARISATIE Uniforme adviesaanpak klauwgezondheid COMPLETE RISICOINVENTARISATIE: BASISINVENTARISATIE Doel veehouder (bedrijfsvoering) Aant. melkkoeien Datum: UBN: Aant. ligboxen Aant. m 2 ligruimte Naam veehouder:

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Kwaliteit van Goed Werkgeverschap

Kwaliteit van Goed Werkgeverschap Kwaliteit van Goed Werkgeverschap Meting KWH-Goed Werkgeverschaplabel Rapportage opgesteld door KWH in samenwerking met EVZ organisatie-advies Bijlagen Corporatie Rotterdam, 20xx Inhoudsopgave

Nadere informatie

Bedrijfsmanagement melkveehouderij 2025

Bedrijfsmanagement melkveehouderij 2025 Symposium Smart Dairy Farming 26 september 2013 Bedrijfsmanagement melkveehouderij 2025 Jelle Zijlstra Hogeschool Van Hall Larenstein Leeuwarden Inhoud presentatie Melkveebedrijf 2025 Centrale thema s

Nadere informatie

De dienstverlening van SURFnet Onderzoek onder aangesloten instellingen. - Eindrapportage -

De dienstverlening van SURFnet Onderzoek onder aangesloten instellingen. - Eindrapportage - De dienstverlening van Onderzoek onder aangesloten instellingen - Eindrapportage - 09-09-2009 Inhoud Inleiding 3 Managementsamenvatting 4 Onderzoeksopzet 5 Resultaten 6 Tevredenheid 6 Gebruik en waardering

Nadere informatie

Verantwoord antibioticumgebruik en selectief niet-droogzetten

Verantwoord antibioticumgebruik en selectief niet-droogzetten Verantwoord antibioticumgebruik en selectief nietdroogzetten Een studie in opdracht van Lami uitgevoerd door de Universitaire Landbouwhuisdieren Praktijk (ULP) Juli 2012 1 Inhoud Introduktie... 3 Opzet

Nadere informatie

Vlnr. Rob van de Peppel (advies), Frank ten Doeschot (projectleiding), Arnold Kooiker (programmeur) en Lonneke Bruin (onderzoeker)

Vlnr. Rob van de Peppel (advies), Frank ten Doeschot (projectleiding), Arnold Kooiker (programmeur) en Lonneke Bruin (onderzoeker) Hofpanel Verslag evaluatiepeiling en panelbijeenkomst 22 maart 2010 Inleiding Het Hofpanel is opgericht in juni 2008. Destijds is gestart met 575 deelnemers. Deze zijn geworven via een aselecte aanschrijving

Nadere informatie

TUSSENRAPPORTAGE INTENSIVERINGSTRAJECT REKENONDERWIJS VO. mei 2015

TUSSENRAPPORTAGE INTENSIVERINGSTRAJECT REKENONDERWIJS VO. mei 2015 TUSSENRAPPORTAGE INTENSIVERINGSTRAJECT REKENONDERWIJS VO mei 2015 2 STAND VAN ZAKEN Deze tussenrapportage is een vervolg op de startrapportage van mei 2014 en de tussenrapportage van november 2014. De

Nadere informatie

Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen

Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen Inhoud presentatie Dierziekten: ontwikkelingen BVD en IBR Uiergezondheid: kengetallen omtrent droogstandstherapie Vruchtbaarheid: nieuwe benadering

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo

Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo Handleiding bij de LOB-scan voor het mbo Inleiding Voor u ligt de handleiding bij de LOB-scan voor het mbo. De LOB-scan voor het mbo is in opdracht van MBO Diensten ontwikkeld en is te vinden op www.mbodiensten.nl.

Nadere informatie

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Rapportage: Analyse en tabellen: 4 Februari 2011 Mariëlle Verhoef Mike van der Leest Inleiding Het Graafschap College

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek

Klanttevredenheidsonderzoek Stichting Welzijn Middelburg Klanttevredenheidsonderzoek juli 2014 Voorwoord Met gepaste trots presenteer ik u het klanttevredenheidonderzoek (KTO) naar de dienstverlening en activiteiten van Stichting

Nadere informatie

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf December 2011 Auteurs: Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU Judith Huitenga en Marit Hoffer, medewerkers Servicepunt

Nadere informatie

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012 Opdrachtgever: Uitvoering: Koro Enveloppen & Koro PackVision Tema BV December 2014 1 I N L E I D I N G In 2014 heeft Tema voor de vijfde

Nadere informatie

Aan de slag! Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren

Aan de slag! Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren Aan de slag! Gebruikershandleiding voor patiëntervaringsonderzoek voor fysiotherapeuten Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren Welkom! Qualizorg biedt u het inzicht

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

Instructie cliëntprofielen

Instructie cliëntprofielen Bijlage 4 Instructie cliëntprofielen Dit document beschrijft: 1. Inleiding cliëntprofielen 2. Proces ontwikkeling cliëntprofielen 3. Definitie cliëntprofielen 4. De cliëntprofielen op hoofdlijnen 5. De

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Onderwijsbegeleiding Oost Nederland

Tevredenheidsonderzoek Onderwijsbegeleiding Oost Nederland heidsonderzoek Onderwijsbegeleiding Oost Nederland Mei 2015 Inleiding Stichting Onderwijsbegeleiding biedt aan jongeren en hun ouders, van wie de inkomenssituatie en/of thuissituatie onvoldoende is, de

Nadere informatie

Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014. Bart Geurts Dierenarts

Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014. Bart Geurts Dierenarts Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014 Bart Geurts Dierenarts Indeling presentatie Antibioticabeleid Waarom zijn de richtlijnen ontwikkeld? Waar zijn de richtlijnen op gebaseerd? Wat zijn de nieuwe richtlijnen?

Nadere informatie

Resultaten Onderzoek September 2014

Resultaten Onderzoek September 2014 Resultaten Onderzoek Initiatiefnemer: Kennispartners: September 2014 Resultaten van onderzoek naar veranderkunde in de logistiek Samenvatting Logistiek.nl heeft samen met BLMC en VAViA onderzoek gedaan

Nadere informatie

Compoststal in Amerika; 2 keer per dag bewerken Gedroogde mest stal in Israël ( de wei in de stal )

Compoststal in Amerika; 2 keer per dag bewerken Gedroogde mest stal in Israël ( de wei in de stal ) Een greep uit nieuwe ontwikkelingen huisvesten van melkvee Huisvesting van melkvee staat momenteel sterk in de belangstelling bij melkveehouders, beleid en het onderzoek. Vanuit verschillende onderzoekprojecten

Nadere informatie

De nazorg van pleegzorg voor pleegouders

De nazorg van pleegzorg voor pleegouders 2014 Onderzoek en Innovatie Projectresultaat Dit onderzoek is verricht ten behoeve van het studieonderdeel Onderzoek &innovatie van de opleiding Pedagogiek aan de HAN te Nijmegen De nazorg van pleegzorg

Nadere informatie

Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers

Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers nderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Goirle DIMENSUS beleidsonderzoek April 2012 Projectnummer 488 Het onderzoek De gemeente Goirle is eind april 2010

Nadere informatie

Profielwerkstuk Het stappenplan, tips en ideeën

Profielwerkstuk Het stappenplan, tips en ideeën Profielwerkstuk Het stappenplan, tips en ideeën Ga je een profielwerkstuk maken? Dan is orgaan- en weefseldonatie een goed onderwerp! Hier vind je allerlei tips, bronnen en ideeën om een profielwerkstuk

Nadere informatie

Resultaten enquête. Schriftelijke en mondelinge communicatie van Basisschool de Gansbeek naar ouders

Resultaten enquête. Schriftelijke en mondelinge communicatie van Basisschool de Gansbeek naar ouders Resultaten enquête Schriftelijke en mondelinge communicatie van Basisschool de Gansbeek naar ouders 1. Inleiding Naar aanleiding van de enquête die is gehouden onder de ouders van Basisschool de Gansbeek

Nadere informatie

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, januari 2011 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2 1.1

Nadere informatie

Onderzoek naar patiënttevredenheid

Onderzoek naar patiënttevredenheid Onderzoek naar patiënttevredenheid Uitslag patiënten enquête 2012 Dermatologisch Centrum Amstel & Vechtstreek Oktober 2012 Introductie In dit rapport vindt u de resultaten van het onderzoek naar de tevredenheid

Nadere informatie

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met

Nadere informatie

Eindverslag School Ex Programma 2011

Eindverslag School Ex Programma 2011 Eindverslag School Ex Programma 2011 Inleiding Het School Ex Programma is de afgelopen twee jaren uitgevoerd met landelijke middelen voor jeugdwerkloosheid onder toezicht van de MBO-raad. In 2011 is het

Nadere informatie

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg Proces klachtbehandeling 2011................................................................... Antidiscriminatievoorziening Limburg Mei 2012...................................................................

Nadere informatie

Beïnvloeding Samen sta je sterker

Beïnvloeding Samen sta je sterker Beïnvloeding Samen sta je sterker Aan de slag Om uw doel te bereiken, moet u gericht aan de slag gaan. Het volgende stappenplan kan u hierbij helpen. 1. Analyseer het probleem en bepaal uw doel Als u een

Nadere informatie

Er valt veel te winnen met een langere levensduur. Henk Hogeveen

Er valt veel te winnen met een langere levensduur. Henk Hogeveen Er valt veel te winnen met een langere levensduur Henk Hogeveen Lange levensduur is goed...... gevolg van betere gezondheid... gevolg van betere vruchtbaarheid... minder jongvee nodig minder kosten minder

Nadere informatie

HPC-O. Human Performance Contextscan Organisatierapportage Datum: Opdrachtgever: Auteur:

HPC-O. Human Performance Contextscan Organisatierapportage <Naam onderwijsinstelling> Datum: Opdrachtgever: Auteur: HPC-O 1 HPC-O Human Performance Contextscan Organisatierapportage Datum: Opdrachtgever: Auteur: 24 april 2008 drs M.G. Wildschut HPC-O

Nadere informatie

Rapportage onderzoeksproject Genieten aan tafel Een toegepast onderzoek naar maaltijdbeleving in verpleeghuizen

Rapportage onderzoeksproject Genieten aan tafel Een toegepast onderzoek naar maaltijdbeleving in verpleeghuizen Rapportage onderzoeksproject Genieten aan tafel Een toegepast onderzoek naar maaltijdbeleving in verpleeghuizen De samenvatting van de interventie Genieten aan tafel die in zorginstellingen is uitgevoerd,

Nadere informatie