De 'problent-solution-approach' in het octrooirecht:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De 'problent-solution-approach' in het octrooirecht:"

Transcriptie

1 annotatie Ars Aequi januari Annotatie De 'problent-solution-approach' in het octrooirecht: Prof.mr. Th.C.J.A. van Engelen Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2900 (Leo Pharma v Sandoz) (mrs. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak; A-G D.W.F. Verkade) Inleiding Een octrooieerbare uitvinding wordt vaak omschreven als een voor de gemiddelde vakman niet voor de hand liggende oplossing van een probleem. Bij de octrooiverleningsprocedure is de zogeheten 'problem-solution-approach' dan ook een gebruikelijke wijze om de inventiviteit van een octrooiaanvrage te beoordelen. Voor het Europees Octrooibureau is het daarvoor zelfs de standaardmethode. Deze 'problemsolution-approach' is in wezen een gedachte-experiment om achteraf te kunnen beargumenteren of een vinding op de indieningsdatum van de octrooiaanvrage al dan niet voor de hand liggend was. Het is echter slechts een metafoor: een beschrijving van de werkelijkheid bij wege van beeldspraak. De juridische valkuil die men dient te vermijden is dat men de metafoor zo serieus gaat nemen dat het bestaan van de fictieve onderdelen van deze nonfictie beeldspraak bewezen dient te worden. Het arrest Leo Pharma u Sandoz leert dat een dergelijke hoofdrol niet is weggelegd voor de 'problem-solution-approach'. De 'problem-solution-approach' is alleen maar een hulpmiddel om de beslissing of een vinding wel of niet voor de hand liggend was op een uniforme en geobjectiveerde wijze te kunnen nemen. Het verschil tussen fictie en non-fictie dient ook in het octrooirecht niet uit het oog verloren te worden. Om deze abstracte bespiegelingen wat concreter te maken is het verstandig om eerst stil te staan bij waar het in iedere procedure met name om gaat: de feiten (oftewel het non-fictie-onderdeel van een procedure). Voorgeschiedenis Leo Pharma brengt onder het merk Daivonex een geneesmiddel op de markt voor de uitwendige behandeling van psoriasis (een chronische huidziekte). Het actieve bestanddeel van Daivonex is de stof'calcipotriol'. Leo Pharma had een oud Europees octrooi (EP ) op calcipotriol in een kristalvorm zonder kristalwater ('calcipotriol anhydraat'). Dat Europese octrooi was gebaseerd op een internationale octrooiaanvrage (WO 834) en de maximale beschermingsduur van 20 jaar voor dat oude Europese octrooi liep af op 14 juli Dat bracht met zich dat concurrenten vanaf 14 juli 2006 ook een geneesmiddel met calcipotriol anhydraat als werkzame stof op de markt konden gaan brengen, zonder dat Leo Pharma dat nog kon verbieden. Leo Pharma had echter op 7 januari 1997 ook een aanvrage ingediend voor een octrooi op een verbeterde versie van calcipotriol. Dat betrof calcipotriol in een kristalvorm met één watermolecuul per eenheid ('calcipotriol monohydraat'). Deze nieuwe kristalvorm van calcipotriol met een watermolecuul - calcipotriol monohydraat- heeft ten opzichte van calcipotriol zonder watermolecuul - calcipotriol anhydraat- gunstiger eigenschappen. Zo is het met name stabieler tijdens opslag c.q. minder gevoelig voor degradatie. Deze octrooiaanvrage uit 1997 resulteerde in een Europees octrooi-ep (afgekort als EP 154) - op grond waarvan Leo Pharma tot 2017 een monopolie heeft op geneesmiddelen met de verbeterde werkzame stof calcipotriol monohydraat. Dat brengt met zich dat concurrenten dus weliswaar vanaf 2006 een geneesmiddel met calcipotriol als werkzame stof kunnen maken, maar dat ze daarvoor alleen calcipotriol anhydraat kunnen gebruiken. Tot 2017 heeft Leo Pharma in beginsel op grond van het EP 154-octrooi het monopolie op de verbeterde vorm van calcipotriol: calcipotriol monohydraat. Het bestaan van het EP 154-octrooi van Leo Pharma weerhield Sandoz er echter niet van om ook een geneesmiddel voor psoriasis op de markt te brengen met als

2 50 Ars Aequi januari 2015 annotatie arsaequi.nvrnaandblad et AA werkzame stofhet door Leo Pharma geoctrooieerde calcipotriol monohydraat. Leo Pharma dagvaardde Sandoz vervolgens op grond van inbreuk op het EP 154-octrooi en Sandoz vorderde in reconventie de vernietiging van dat octrooi. Leo Pharma spande naast een procedure in Nederland ook in Engeland, Duitsland en België inbreukprocedures aan tegen Sandoz. Sandoz maakte vervolgens nietigheidsprocedures aanhangig in Zweden, Italië en Duitsland. In de Engelse en Zweedse procedures zijn de voor die landen geldende delen van het Europese EP 154-octrooi in stand gelaten, maar in de procedures in Italië en Duitsland werden de in die landen geldende delen van dat Europese octrooi door de nationale rechter vernietigd wegens gebrek aan uitvindingshoogte. De Rechtbank Den Haag oordeelde in zijn vonnis van 11 februari 2009 (IEP1' ) dat het EP 154-octrooi in Nederland geldig was en dat Sandoz daar inbreuk op maakte. In een arrest van 9 april2013 (IEP1' ) bepaalde het Hof Den Haag echter dat het EP 154-octrooi nietig was omdat het maken van calcipotriol monohydraat voor de gemiddelde vakman op een voor de hand liggende wijze voortvloeide uit de stand van de techniek. In cassatie werd vervolgens door Leo Pharma geklaagd dat het hof een verkeerde maatstafhad gehanteerd voor het beoordelen van de uitvindingshoogte van het EP 154-octrooi. Inventiviteit: de 'problem-solution-approach' Om voor een octrooi in aanmerking te komen dient een uitvinding onder meer (i) nieuw en (ii) inventief te zijn. Dat volgt uit artikel 2 van de Rijksoctrooiwet ('Row') in navolging van artikel 52 van het Europees Octrooiverdrag ('EOV') en artikel 27 van de TRIPs-Overeenkomst. 1 De vraag of een uitvinding nieuw en inventief is, dient dus in de 35 landen die aangesloten zijn bij het Europees Octrooiverdrag en de lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie - nagenoeg de hele wereld - aan de hand van dezelfde criteria beantwoord te worden. Octrooirecht is dus in belangrijke mate Europees en zelfs wereldwijd geharmoniseerd recht. Een uitvinding is nieuw 'indien zij geen deel uitmaakt van de stand van de techniek'. Dat leert artikel4(1) van de Rijksoctrooiwet conform artikel 54(1) van het Europees Octrooiverdrag. De stand van de techniek bestaat uit alles dat voor de indieningsdatum van de octrooiaanvrage op enigerlei wijze openbaar toegankelijk is, bijvoorbeeld door een schriftelijke of mondelinge beschrijving of door gebruik. Dat leert artikel 4(2) Row conform artikel 54(2) EOV. Een uitvinding is inventief'indien zij voor de vakman niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek.' Aldus artikel 56 EOV. Het corresponderende artikel 6 Row gebruikt de term 'deskundige' in plaats van 'vakman', maar omdat de term 'vakman' ('a person skilied in the art') het internationaal gangbare begrip is - en niet 'expert' - is de 'gemiddelde vakman' de aanduiding die in het internationale octrooi-jargon gangbaar is. Het is ook de term die in deze procedure door de Rechtbank Den Haag, het Hof Den Haag en de Hoge Raad gebruikt wordt. Of een uitvinding nieuw en inventief is wordt bij de verlening van een Europees octrooi beoordeeld door een onderzoeker (examiner) van het Europees Octrooibureau. Het Europees Octrooibureau beoordeelt op jaarbasis meer dan aanvragen en heeft een stafvan duizenden onderzoekers. 2 Om er voor te zorgen dat de beoordeling van al die aanvragen door die grote verscheidenheid aan onderzoekers zo objectief en voorspelbaar mogelijk plaatsvindt, heeft het Europees Octrooibureau Guidelines for Examination in the European Patent Office 8 uitgevaardigd. Daarin is onder meer een hoofdstuk over de 'inventive step' opgenomen (Guidelines, Part G, Chapter Vll). 4 De in de Guidelines voorgestane standaardmethode voor het op een objectieve en voorspelbare wijze beoordelen van uitvindingshoogte is de zogeheten 'problem-and-solution approach'. Daarvan mag bij het Europees Octrooibureau slechts bij wege van uitzondering afgeweken worden. 5 Sinds het midden van de jaren negentig wordt deze methode ook meer en meer door de Nederlandse rechterlijke macht toegepast. 6 Ook in deze procedure gebeurde dat door zowel de rechtbank als het hof, en dat in navolging van beide partijen. De Guidelines leren dat de 'problem-solution-approach' drie stappen kent: (i) het bepalen van de 'meest nabije stand van de techniek' ('closest prior art'), (ii) het vaststellen van het 'objectieve technische probleem' dat het octrooi beoogt op te lossen ('objective technica! problem'), en (iii) het beoordelen of de door het octrooi geclaimde oplossing op grond van de meest nabije stand van de techniek en het objectieve technische probleem voor de vakman voor de hand liggend is. Arrest Hof Den Haag Conform de drie stappen van de 'problem-solution-approach' bepaalde het hof allereerst wat de meest nabije stand van de techniek was voor het EP 154-octrooi, ofwel calcipotriol in kristalvorm met een watermolecuul (calcipotriol monohydraat). Dat was volgens het Hofhet eerdere octrooi van Leo Pharma op calcipotriol in kristalvorm zonder watermolecuul (calcipotriol anhydraat), zoals beschreven in Leo Pharma's internationale octrooiaanvrage WO 834. Stap twee is dan het vaststellen van 1 Bijlage 1C bij de in Marrakesh tot stand gekomen Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie uit I service-support I p ublications. htm1#id= llaw practiullegal-textsl guitkline.s. html. 4 hup: 11 CÜJcuments.epo.org I projectslbabylonl eponet.ns{i A5DDF284B55C1257D81005 FA3591 $FILE I guitklinesjor _examination_2014_ part_g_en.pdf. 5 Guidelines, Part G, Chapter VIT: '5. Problem-andsolution-approach. In order to assess inventive step in an objective and predictabie manner, the so-called "problem-and-solution approach" should be applied. Thus deviation from this approach should be exceptional.' 6 Hof Den Haag 4 juli 1996, ECLI:NL:GHSGR: 1996:AM2259 (Lucas u Litech), IEPI'

3 arsaequi.nllmaandblad 0 AA annotatie Ars Aequi januari het 'objectieve technische probleem' dat het octrooi beoogt op te lossen. Dat probleem omschreefhet hof als: 'hoe de opslagcapaciteit van calcipotriol in een voor therapeutische doeleinden geschikte vorm kan worden verbeterd ten opzichte van het bekende calcipotriol anhydraat'. Stap drie bestaat dan uit het beantwoorden van de vraag of het voor de vakman destijds voor de hand lag om, uitgaande van de meest nabije stand van de techniek bestaande uit calcipotriol anhydraat van WO 834, te gaan zoeken naar een calcipotriol in kristalvorm die stabieler is gedurende opslag - dat wil zeggen minder degradeert - en of die vakman dan calcipotriol monohydraat zou hebben gevonden. Het hof stelde feitelijk vast dat de vakman begin jaren 90 bekend was met het belang van het zoeken naar (pseudo)polymorfen van werkzame stoffen bij geneesmiddelen. Polymorfen zijn vaste stoffen met eenzelfde chemische samenstelling, maar met een verschillend kristalrooster. Bij een (pseudo)polymorf zijn in het kristalrooster één of meer oplosmiddelen opgenomen. Calcipotriol anhydraat en calcipotriol monohydraat zijn (pseudo)polymorfen van elkaar. Volgens het hofwas de vakman zich er begin jaren 90 van bewust dat polymorfisme invloed heeft op onder meer de stabiliteit van een werkzame stofvan een geneesmiddel. Daarvan uitgaande concludeerde het Hof Den Haag dat de vakman - geconfronteerd met het probleem de opslagcapaciteit van calcipotriol te moeten verbeteren - onderzoek zou hebben gedaan naar het bestaan van andere kristalvormen van calcipotriol met een mogelijk grotere opslagcapaciteit. De vakman wist ook dat calcipotriol een aan vitamine D analoge verbinding is (een 'analogon'), zodat de vakman gezocht zou hebben naar andere documenten over dergelijke vitamine D verbindingen. Daarbij zou die vakman vervolgens gestuit zijn op drie verschillende octrooien (twee Amerikaanse en één Japanse) waarin de vorming van een (mono)hydraat van vitamine D-analoge verbindingen werd beschreven en waarin als gunstige eigenschappen een grotere stabiliteit werd genoemd en melding werd gemaakt van de geschiktheid voor gebruik in therapeutische toepassingen. Het hof oordeelde dat de vakman daarin dus een sterke aansporing zou hebben gevonden om de in die drie octrooien beschreven werkwijze toe te passen om een monohydraat van het hem al bekende calcipotriol anhydraat te maken. In aanmerking nemende dat die vakman vervolgens slechts eenvoudige, routinematige en niet kostbare proeven hoefde uit te voeren, die tot het standaard gereedschap van die vakman behoorden, concludeerde het hof (i) dat er voldoende aanleiding was voor de vakman om destijds die proeven te doen en (ii) dat hij dan calcipotriol monohydraat zou hebben gevonden. Op grond van dit alles concludeerde het HofDen Haag dat het destijds dus voor de hand lag dat de vakman calcipotriol monohydraat zou hebben gevonden indien hij zich ten doel zou hebben gesteld de opslagcapaciteit van calcipotriol anhydraat te verbeteren. Cassatiemiddel In cassatie klaagde Leo Pharma - kort gezegd - dat het hof miskend had dat het door het hof beschreven probleem - dat de opslagcapaciteit van calcipotriol anhydraat verbeterd zou moeten worden - destijds door de vakman niet onderkend werd, omdat calcipotriol anhydraat goed bruikbaar en voldoende stabiel was. De vakman had destijds volgens Leo Pharma dan ook geen reden om naar andere kristalvormen van calcipotriol te gaan zoeken. Dat is op zich een feitelijk oordeel en in cassatie niet toetsbaar. De klacht in cassatie was echter dat het hof ten onrechte niet eerst beoordeeld had of de vakman daadwerkelijk geconfronteerd werd met een probleem bestaande uit een beperkte opslagcapaciteit van calcipotriol. Conclusie A-G Verkade Advocaat-generaal Verkade stelde in zijn conclusie' vooral dat de klacht faalde omdat deze berustte op een onjuiste lezing van het arrest. Hij gaf aan dat in overweging 18 van het hof'dat het vertrekpunt is het hiervoor genoemde objectieve technische probleem namelijk of de opslagstabiliteit van het bekende calcipotriol (anhydraat) zou kunnen worden verbeterd' besloten ligt dat het hofvan oordeel is dat de vakman inderdaad bekend was met het probleem van de beperkte opslagstabiliteit van calcipotriol anhydraat. De insteek van de conclusie was dus dat de klacht faalde omdat het hof wel feitelijk had vastgesteld dat de vakman daadwerkelijk het probleem van een beperkte opslagcapaciteit van calcipotriol anhydraat onderkende. Arrest Hoge Raad De Hoge Raad koos voor een andere koers dan de A-G en koos voor een frontale aanval op de in het cassatiemiddel verdedigde rechtsopvatting dat het voor de beoordeling van de inventiviteit van een octrooi relevant is of de vakman het door het octrooi opgeloste probleem destijds daadwerkelijk onderkende. De klacht werd dan ook niet afgewezen omdat die blijk zou geven van een onjuiste lezing van het arrest, maar omdat die blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De relevante overweging 3.5 luidt als volgt: '3.5 Het onderdeel berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt daarom. Om te kunnen aannemen dat een uitvinding inventief is, is in zijn algemeenheid niet van belang of- in de terminologie van de "problem solution approach" die rechtbank en hof in navolging van partijen in deze zaak hebben gebezigd - het objectieve technische probleem waarvoor de uitvinding een oplossing of verbetering biedt, door de gemiddelde vakman zou zijn onderkend. Bepalend is immers of de uitvinding voor de gemiddelde vakman niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek (vgl. art. 6 Rijksoctrooiwet 1995). Enerzijds kan dus sprake zijn van inventiviteit als pas door de uitvinding kenbaar wordt dat (voordien) een probleem bestond waarvoor de uitvinding een oplossing biedt. Anderzijds is voor het ontzeggen van inventiviteit aan een bepaalde uitvinding in zijn algemeenheid 7 Conclusie A G Verkade, 21 maart 2014, ECU:NL:PHR:2014:224.

4 52 Ars Aequi januari 2015 annotatie arsaequi.nvrnaandblad et AA niet nodig dat de rechter vaststelt dat de gemiddelde vakman het probleem, waarvoor de uitvinding een oplossing biedt, zou hebben onderkend. Voor het oordeel dat een uitvinding inventiviteit ontbeert, is immers in beginsel voldoende dat de gevonden oplossing op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek. Dit is slechts anders indien de octrooigerechtigde zich erop beroept dat de inventiviteit van de uitvinding vooral gelegen is in het onderkennen van het probleem en niet zozeer in de (vervolgens) daarvoor gevonden oplossing. Dit laatste is echter, naar onmiskenbaar uit de stukken van het geding volgt, door Leo Pharma niet aan haar beroep op inventiviteit met betrekking tot calcipotriol monohydraat ten grondslag gelegd, ook niet door middel van de stellingen waarop het onderdeel beroep doet.' Door Leo Pharma was ter ondersteuning van de door haar verdedigde rechtsopvatting ook een beroep gedaan op het Rockwool-arrest van de Hoge Raad van 15 februari Dat beroep werd door de Hoge Raad onder 3.6 van het arrest evenzeer ter zijde geschoven: '3.6 Het door het onderdeel gedane beroep op het arrest HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB5066, NJ 2008/450 (Rockwool) doet aan het voorgaande niet af. In rov van genoemd arrest is overwogen "dat de vraag naar de mate van inventiviteit niet mag worden beantwoord door achteraf, voorzien van de kennis van de geoctrooieerde werkwijze, te zoeken naar eerdere openbaannakingen waartoe die werkwijze herleid kan worden, maar dat het bij deze beoordeling erom gaat of de gemiddelde vakman het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem zou hebben onderkend en voor de oplossing ervan te rade zou zijn gegaan bij de door het hofbedoelde publicaties en alsdan ook deze werkwijze als voor de hand liggende oplossing uit de toenmalige stand van de techniek, met gebruikmaking van algemene vakkennis, (niet kon, maar) zou hebben afgeleid.' De zinsnede 'dat het bij deze beoordeling erom gaat of de gemiddelde vakman het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem zou hebben onderkend' behelst niet een noodzakelijk element voor de beoordeling van inventiviteit, maar is een uitwerking van de regel dat de rechter de geoctrooieerde werkwijze niet met kennis achteraf ('hindsight') mag beoordelen. In dat kader kan mede van belang zijn of het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem door de gemiddelde vakman zou zijn onderkend. Het cassatieberoep werd door de Hoge Raad verworpen onder veroordeling van Leo Pharma in de volledige proceskosten, zoals dat bij intellectuele eigendomszaken op grond van artikel1019h Rv mogelijk is. Dat betrof voor de cassatie. Opgeteld bij de voor de eerste aanleg en voor het hoger beroep, diende Leo Pharma uiteindelijk aan advocatenkosten aan Sandoz te betalen. Aannemende dat de eigen advocatenkosten van Leo Pharma niet veellager zijn, hing aan deze procedure voor Leo Pharma dus een prijskaartje van circa 1 miljoen. Inventiviteit: doel en middel Verhelderend is dat de Hoge Raad de confrontatie met de in het cassatiemiddel verdedigde opvatting - dat de vakman zich ook feitelijk bewust diende te zijn van het in het kader van de 'problem-solution-approach' geformuleerde 'objectieve technische probleem' - niet uit de weg ging, maar deze opvatting gewoon terzijde schoof. Dat is een duidelijk standpunt dat in mijn ogen ook recht doet aan het relatieve belang van de 'problem-solutionapproach'. De 'problem-solution-approach' is in het octrooirecht van onschatbare waarde omdat dit model het mogelijk maakt om bij een organisatie als het Europees Octrooibureau, waar vele duizenden onderzoekers jaarlijks meer dan aanvragen moeten behandelen, de beoordeling van 'inventiviteit' op een objectieve en voorspelbare wijze te laten plaatsvinden. Voorspelbaarheid en objectiviteit zijn in het recht een groot goed aangezien het belangrijke bouwstenen voor rechtszekerheid vormen. Een juridisch systeem dat nauwelijks voorspelbaar is en grote ruimte laat voor subjectieve beoordeling, heeft weinig met 'recht' van doen. Dat gezegd hebbend, dient men vervolgens voor ogen te houden wat het doel is en wat daarbij slechts een middel is. Zoals de Hoge Raad benadrukt is octrooirechtelijk bezien beslissend of een vinding al dan niet 'inventief is c.q. 'voor de vakman niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek', zoals artikel56 van het Europees Octrooiverdrag bepaalt. De 'problemsolution-approach' is vervolgens slechts een middel om het doel waarvoor de rechter zich gesteld ziet - het bepalen van inventiviteit - te faciliteren. Het is echter slechts één van de hulpmiddelen waarvan de rechter bij het vaststellen van wat er voor een vakman al dan niet voor de hand liggend was gebruik kan maken. 9 Met name wanneer een bepaald hulpmiddel in de praktijk standaard gebruikt wordt, ligt het gevaar op de loer dat dit hulpmiddel tot norm verheven wordt en de daarbij behorende sacrale formules blindelings worden toegepast. Bij de 'problem-solution-approach' betreft dat de stappen die dat model kenmerken, te weten (i) het bepalen van de meest nabije stand van de techniek ('closest prior art'), (ü) het vaststellen van het objectieve technische probleem dat het octrooi beoogt op te lossen ('objective technica! problem'), en (iii) het beoordelen of de door het octrooi geclaimde oplossing op grond van de meest nabije stand van de techniek en het objectieve technische probleem voor de vakman voor de hand liggend is. Deze benadering is echter niet meer dan een gedachte-experiment om achteraf - nadat de uitvinding gedaan is en een octrooiaanvrage is ingediend of een octrooi is verleend -het oordeel dat de octrooiverlenende instantie of rechter dient te vellen over 8 HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB5066, 9 E.A. van Nieuweohoven Helbach/JL.R.A. Huyde. BeS<:Mrming uan technische innovatie, Volume 1, NJ (Roclu.uool). coper & C.J.J.C. van Nispen, Industr~k eigendom: Deventer: Kluwer 2002, Ill

5 arsaequi.nllmaandblad 0 AA annotatie Ars Aequi januari de vraag of sprake is van inventiviteit te structureren en te objectiveren. Met name de vaststelling van het 'objectieve technische probleem' dat het octrooi beoogt op te lossen is per definitie een intellectueel construct dat naar zijn aard tot stand gebracht wordt (i) 'after the fact' van de vermeende uitvinding en (ii) in de volle wetenschap van wat als uitvinding geclaimd wordt. Het is dus naar zijn aard een 'doelredenering' die bovendien losstaat van de werkelijkheid en ook niet bedoeld is als een weergave van de intellectuele denkarbeid die de uitvinder al dan niet feitelijk verricht heeft of verricht zou dienen te hebben om aanspraak op octrooi te kunnen maken. Het is géén aanvullend vereiste voor octrooiverlening maar slechts een intellectueel hulpmiddel ter invulling van de wettelijk vereiste inventiviteit. Door nu te verlangen dat de rechter achteraf dient vast te stellen of de vakman zich destijds voorafgaand aan de gepretendeerde uitvinding wel daadwerkelijk bewust was van het bestaan van dit pas achteraf geconstrueerde 'objectieve technische probleem' - dat bovendien terugredeneert op basis van de eveneens pas achterafvastgestelde 'meest nabije stand van de techniek' - zou men partijen en de rechter opzadelen met onmogelijke bewijsproblemen en -opdrachten. Per saldo zou dit betekenen dat partijen c.q. de rechter het feitelijk bestaan van deze achteraf geconstrueerde doelredeneringen en hersenspinsels dienen te gaan bewijzen. Als men zo ver komt, dient men in te zien dat men het zicht op de werkelijkheid is kwijtgeraakt, zoals dat ook het geval is als men van Don Quichot gaat verlangen dat hij bewijst dat de door hem bevochten windmolens inderdaad reuzen zijn. Het arrest maakt dan ook duidelijk dat het octrooirecht er niet is om hersenschimmen na te jagen, maar zich eenvoudig dient te beperken tot de beantwoording van de vraag of een vinding al dan niet inventief is, oftewel al dan niet voor een vakman voor de hand liggend was op grond van de stand van de techniek. De vakman Daarbij dient ook niet uit het oog verloren te worden dat diezelfde vakman op zijn beurt ook weer een juridisch construct is, waarbij gemakshalve wordt aangenomen dat die - niet te benijden - vakman daadwerkelijk bekend is met de totale stand van de techniek. De Guidelines dichten onze vakman de volgende capaciteiten toe, die evenmin de werkelijkheid reflecteren: 'The "person skilied in the art" should he presumed to he a skilied practitioner intherelevant field oftechnology, who is possessed of average knowledge and ability and is aware of what was common general knowledge in the art at the relevant date [... ). He should also he presumed to have had access to everything in the "state ofthe art", in particular the documents cited in the search report, and to have had at his disposal the means and capacity for routine work and experimentation which are normal for the field oftechnology in question.' De octrooirechtelijke vakman heeft dus enerzijds slechts een gemiddeld kennisniveau maar is anderzijds wel bekend met alle informatie op zijn vakgebied. Daarmee heeft onze vakman veel weg van de twee gedaantes van het imaginaire personage 'Superman'. Dat realiserende is de geruststellende conclusie die op grond van het Leo Pharma-arrest getrokken lijkt te mogen worden dat partijen in een procedure ook niet opgezadeld kunnen worden met het bewijs van het daadwerkelijk bestaan van Superman. Het arrest onderstreept dat het inventiviteitsoordeel centraal staat. Achteraf geconstrueerde problemen, vakmannen en theoretisch al dan niet voor die vakman voor de hand liggende routes om van de stand van de techniek tot de uitvinding te komen, zijn slechts gedachteexperimenten die een bruikbaar hulpmiddel zijn voor het objectiveren en structureren van het inventiviteitsoordeel. Dat laatste is het doel en dat dient niet uit het zicht te geraken doordat de gebruikte hulpmiddelen een eigen leven gaan leiden. De 'probleemuitvinding' Na de verhelderende vooropstelling van de Hoge Raad dat het inventiviteitsoordeel centraal staat, is het vervolgens intrigerend dat de Hoge Raad daaropvolgend overweegt dat 'dit [... ] anders' is 'indien de octrooigerechtigde zich erop beroept dat de inventiviteit van de uitvinding vooral gelegen is in het onderkennen van het probleem en niet zozeer in de (vervolgens) daarvoor gevonden oplossing.' Deze overweging is opmerkelijk omdat het concept van wat men 'probleem-uitvindingen' noemt weliswaar in de literatuur besproken wordt, maar in de praktijk nauwelijks aan de orde is. Huydecoper en Van Nispen staan er hun handboek bij stil. 10 In de door A-G Verkade in zijn conclusie uitvoerig geciteerde conclusie van A-G Huydecoper voorafgaand aan het arrest GBT u Ajirwmoto 11 gaat Huydecoper daar ook op in bij het bespreken van de toegevoegde waarde van de 'problem-solution-approach': 'De bedoeling zal duidelijk zijn: door zich afte vragen welk probleem de uitvinding ten opzichte van de bekende stand van de techniek oplost, vindt men een nadere factor die kan helpen bij de beoordeling, hoe groot men de kans moet waarderen dat de deskundige die de stand van de techniek kent, op het idee van de uitvinding komt. Daarbij is overigens rekening te houden met het bekende gegeven dat de probleemstelling langs twee wegen op de inventiviteit van invloed is: het kan wel of niet voor de hand liggend zijn om de in de uitvinding geopenbaarde oplossing voor het probleem te onderkennen, maar het kan ook wel of niet voor de hand liggend zijn om zich het probleem zelf te realiseren dat opgelost moet worden.' Huydecoper stelt daar dat bij de inventiviteitsbeoordeling beide gegevens 'niet zelden' tegelijk een grotere of kleinere rol spelen, daarmee suggererend dat dit in de octrooipraktijk regelmatig aan de orde is. 10 Van Nieuweohoven Helbach/Huydecoper & Van Nispen 2002, III HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:690, IEPI' , NJ (GBT c.s.iajinotmto c.s.); conclusie van A-G Huydecoper 12 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7337.

6 54 Ars Aequi januari 2015 annotatie arsaequi.nvrnaandblad et AA Dat lijkt mij een 'overstatement'. In de begeleidende voetnoot verwijst Huydecoper naar zijn handboek uit waar geen voorbeelden worden genoemd - en naar het handboek van Singer en Stauder. 12 Kennisneming van de pagina over 'problem inventions' op de website van het Europees Octrooibureau, waar de rechtspraak van de Boards of Appeal wordt besproken, leert dat inventiviteit bestaande uit alleen maar het onderkennen van een probleem theoretisch mogelijk is, maar in de praktijk eigenlijk niet of nauwelijks voorkomt. 13 Opmerkelijk is ook waarom de Hoge Raad het überhaupt overweegt, aangezien de Hoge Raad zich haast om aan deze vermelding van de mogelijkheid van een 'probleemuitvinding' toe te voegen dat dit door Leo Pharma ook niet aan haar beroep op inventiviteit ten grondslag is gelegd. Diegenen die zich - evenals ondergetekende - de hersens gaan pijnigen in welke gevallen de inventiviteit enkel gelegen kan zijn in het onderkennen van het probleem (terwijl de oplossing vervolgens voor de hand liggend is) moet ik dan ook tegen zichzelf (en de Hoge Raad) in bescherming nemen. Het is een theoretische mogelijkheid die men niet kan uitsluiten, maar het praktisch belang ervan lijkt me nihil. Belangrijker is bovendien, naar het mij voorkomt, dat ook indien de vinding gelegen is in het onderkennen van een bepaald probleem dat er niet aan afdoet dat ook dan enkel relevant is of er wel of geen sprake is van inventiviteit. De overweging van de Hoge Raad dat 'dit' in dat geval anders zou zijn, overtuigt mij dan ook niet. Ook in dat gevallijkt mij voor het oordeel dat een uitvinding inventiviteit ontbeert, in beginsel voldoende dat het gevondene - ongeacht of men dat nu kwalificeert als 'probleem' of als 'oplossing' - op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek. Voor een octrooieerbare uitvinding is in alle gevallen slechts van belang of sprake is van een niet voor de hand liggende bijdrage aan de stand van de techniek. Of men die bijdrage kan labelen als 'oplossing' of als 'probleem' is voor de octrooieerbaarheid irrelevant, maar betekent hooguit dat de onderzoeker of rechter niet de 'problemsolution-approach' kan hanteren, maar een ander hulpmiddel voor het beoordelen van inventiviteit uit zijn gereedschapskist moet halen. Wijsheid achteraf ('hindsight') Leo Pharma had ter onderbouwing van het standpunt dat vastgesteld dient te worden dat de vakman zich daadwerkelijk van het probleem bewust was, ook een beroep gedaan op het Rockwool-arrest van de Hoge Raad van 15 februari Daarin is onder te lezen dat het bij de beoordeling van inventiviteit 'erom gaat of de gemiddelde vakman het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem zou hebben onderkend'. De Hoge Raad wijst er nu op (onder 3.6) dat deze zinsnede niet een noodzakelijk element voor de inventiviteitsbeoordeling behelst, maar een uitwerking is 'van de regel dat de rechter de geoctrooieerde werkwijze niet met kennis achteraf ("hindsight") mag beoordelen.' Het Rockwool-arrest nalezende is inderdaad juist dat de bewuste opmerking daar binnen de context van hindsight-perikelen gemaakt wordt. De Hoge Raad overweegt in Leo Pharma dat de rechter het geoctrooieerde 'niet met kennis achteraf ("hindsight") mag beoordelen.' Dat klinkt fraai maar hoe realistisch is dat? Of een uitvinding inventief is wordt noodzakelijkerwijs altijd achteraf beoordeeld. De uitvinding dient immers eerst gedaan te zijn, voordat octrooi kan worden aangevraagd, en de ingediende aanvrage gaat noodzakelijkerwijs vooraf aan de beoordeling van de inventiviteit door het Europees Octrooibureau. Daar zit al gauw 1 à 2 jaar tussen. Vervolgens kan ook de nationale rechter de inventiviteit in een nietigheidsprocedure beoordelen en aan die nietigheidsprocedure gaat de octrooiverlening noodzakelijkerwijs vooraf. Het is ook niet uitzonderlijk indien een rechterlijk nietigheidsoordeel pas vele jaren later- 10 tot 20 jaar - na de indiening van de aanvrage aan de orde is. Kortom, alle beoordelingen van de inventiviteit vinden in het octrooirecht per definitie achteraf plaats, zodat de inventiviteitsbeoordelaar- octrooiverlenende instantie of rechter - er niet aan ontkomt de inventiviteit 'met kennis achteraf ("hindsight"y te beoordelen. Men dient in de bewuste passage in het Leo Pharmaarrest dan ook niet letterlijk een 'verbod' op het beoordelen 'met kennis achteraf' te lezen. Het gaat erom dat de inventiviteitsbeoordelaar zich ervan bewust moet zijn dat hij of zij 'zich moet verplaatsen in de positie van de gemiddelde vakman in de periode vóór de datum van de aanvrage' - zoals A-G Langemeijer het in de conclusie bij het Rockwool-arrest formuleerde - en dat 'het terugredeneren' terwijl men zowel het probleem als de oplossing kent naar zijn aard veel gemakkelijker is dan wanneer men die nieuwe -in de aanvrage geopenbaarde - kennis nog niet bezit. Zoals A-G Huydecoper het in zijn conclusie bij GBT v Ajinomoto verwoordde gaat het erom dat men zich realiseert dat het beoordelen van inventiviteit naar zijn aard 'een groot gevaar in zich bergt dat men "with the wisdom ofhindsight" oordeelt' en zodoende de toegevoegde waarde van een vinding voor de destijds bestaande stand van de techniek geen recht doet. De hindsight-regel is dus slechts een waarschuwing en een gewaarschuwd inventiviteitsbeoordelaar telt hopelijk voor twee. Het arrest illustreert eens te meer dat de taal niet alleen een lastig instrument is om een technologische vinding in woorden te kunnen vangen, 14 maar ook om een rechtsregel helder en eenduidig te codificeren. Wijsheid achterafleert vaak dat wat eerder een duidelijke formulering leek binnen een andere context ineens onverwacht en onbedoeld kan uitpakken. Zoals voor alle recht geldt dus ook voor het octrooirecht dat sprake is van een 'werk in uitvoering' en dat het recht steeds weer opnieuw 'gevonden' - althans 'verfijnd' - dient te worden. 12 M. Singer & D. Stauder, Europäisches Patent übereinlwrnrnen, Köln: Heymann 2007, Art. 56, subparagraaf llaw-practice llegal texts I htmll ca.selaw/ e!clr _i_d _9_10.htm 14 Zie ook: noot Van Engelen bij HR 4 april 2014 (Medinol u A bbou): 'De geoctrooieerde uitvin ding: een in taal gevangen inventieve techniek', AA 2014, p. 743 (ETAA ).

ECLI:NL:HR:2017:1064. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2017:1064. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410, Gevolgd ECLI:NL:HR:2017:1064 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 09-06-2017 Datum publicatie 09-06-2017 Zaaknummer 16/04866 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410,

Nadere informatie

De geoctrooieerde uitvinding: een in taal gevangen inventieve techniek

De geoctrooieerde uitvinding: een in taal gevangen inventieve techniek annotatie Ars Aequi oktober 2014 743 Annotatie De geoctrooieerde uitvinding: een in taal gevangen inventieve techniek Prof.mr. Th.C.J.A. van Engelen* HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:816, RvdW 2014/550,

Nadere informatie

Brussel, 22 november 2006 112206 Advies Europees beleid intellectuele eigendommen Advies Europees beleid met betrekking tot intellectuele eigendommen

Brussel, 22 november 2006 112206 Advies Europees beleid intellectuele eigendommen Advies Europees beleid met betrekking tot intellectuele eigendommen Brussel, 22 november 2006 112206 Advies Europees beleid intellectuele eigendommen Advies Europees beleid met betrekking tot intellectuele eigendommen 1. Inleiding De SERV werd op 3 november 2006 om advies

Nadere informatie

Beschermingsomvang vs. Stand van de Techniek

Beschermingsomvang vs. Stand van de Techniek Beschermingsomvang vs. Stand van de Techniek Ferry van Looijengoed AIPPI symposium, 12 maart 2014 Positie Threadthreat - Conclusie 1 is niet geldig - Geen inbreuk op conclusie 1 1 Conclusie 1 is ongeldig

Nadere informatie

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl 1 Een octrooi (ook wel patent) is een juridisch document waarin de beschermingsomvang van een technische uitvinding of idee is vastgelegd. Met een octrooi kunt u derden, die daartoe niet gerechtigd zijn,

Nadere informatie

Jurisprudentie Ondernemingsrecht

Jurisprudentie Ondernemingsrecht Jurisprudentie Ondernemingsrecht 3 februari 2015 Mr. P.J. Peters 1 HR 23 mei 2014, JOR 2014, 229 Kok/Maas q.q. Bestuurdersaansprakelijkheid/selectieve betaling Casus P. Kok ( Kok ) 100% bestuurder Kok

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 250632 / HA ZA 05-3008

zaaknummer / rolnummer: 250632 / HA ZA 05-3008 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 250632 / HA ZA 05-3008 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TECKRU PROJECTS B.V.,

Nadere informatie

BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE

BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE eric.degryse@simontbraun.eu I. OCTROOIWETGEVING : België Wetboek van economisch recht, 19 April 2014, Boek XI, "Intellectuele eigendom, titel 1, Uitvindingsoctrooien

Nadere informatie

Partijen zullen hierna ook [X] en Slamdam genoemd worden.

Partijen zullen hierna ook [X] en Slamdam genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/464103 / KG ZA 14-449 Vonnis in kort geding van in de zaak van [X], wonend te [A], eiser, advocaat: mr. G.H. Thasing

Nadere informatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: Uitspraak 6 februari 2015 Eerste Kamer 14/03627 LH/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.J. van Galen, t e g e n BEPRO

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VOOR Postbus GE RIJSWIJK DE OCTROOIGEMACHTIGDEN Tel Fax

RAAD VAN TOEZICHT VOOR Postbus GE RIJSWIJK DE OCTROOIGEMACHTIGDEN Tel Fax RAAD VAN TOEZICHT VOOR Postbus 3219 2280 GE RIJSWIJK DE OCTROOIGEMACHTIGDEN Tel. 070-39 05 578 Fax 070-39 05 171 BESLISSING Beslissing van 8 mei 2006 in de zaak van A. en diens onderneming C., hierna te

Nadere informatie

AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015. Daan de Lange. Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende. procedure - NL procedures

AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015. Daan de Lange. Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende. procedure - NL procedures AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015 Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende procedure - NL procedures Daan de Lange Achtergrond Artikel 138 (3) EOV (2000) Daarvoor: Spiro / Flamco + Wiva/Van Egmond

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie ECLI:NL:HR:2013:983 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie 18-10-2013 Zaaknummer 12/03380 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:52, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8529,

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 8 OKTOBER 2015 C.14.0504.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0504.N ROQUETTE FRÈRES, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 62136 Lestrem (Frankrijk), rue de la Haute Loge 1, eiseres,

Nadere informatie

NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN

NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN www.inaday.eu WIJ ZIJN INADAY, SPECIALIST IN MERKEN & PATENTEN Inaday maakt merk- en patentbescherming begrijpelijk en bereikbaar. Dit doen we door de procedures voor merk-

Nadere informatie

Verzoekster: Gerhardus Frederikus Ophuis h.o.d.n. Ophuis Engineering te Hengelo Gemachtigde: mw. ir. W.H. Slikker

Verzoekster: Gerhardus Frederikus Ophuis h.o.d.n. Ophuis Engineering te Hengelo Gemachtigde: mw. ir. W.H. Slikker > Retouradres Postbus 366 01 HJ Den Haag dr. mr. ir. M.W.D. van der Burg, voorzitter dr. M.W. de Lange ir. J.C. Hordijk mw. dr. ir. J.C. van der Linden, secretaris Prinses Beatrixlaan 2 95 AL Den Haag

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 7 NOVEMBER 2014 C.14.0122.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0122.N 1. M. H., 2. A. D. K., eisers, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 6 januari 2014 (nr. G.13.0163.N) vertegenwoordigd

Nadere informatie

Uw situatie Hoe werkt het recht Uitspraken en nieuws Registers Organisatie en contact

Uw situatie Hoe werkt het recht Uitspraken en nieuws Registers Organisatie en contact Voor advocaten en juristen Uw situatie Hoe werkt het recht Uitspraken en nieuws Registers Organisatie en contact ECLI:NL:HR:2015:3628 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-12-2015 Datum publicatie 18-12-2015

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D. Keus)

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D. Keus) Vervangende toestemming tot verhuizing naar Finland Prof. mr. A.J.M. Nuytinck HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D.

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: / HA ZA Vonnis in het incident tot schorsing van 28 september 2011

zaaknummer / rolnummer: / HA ZA Vonnis in het incident tot schorsing van 28 september 2011 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 386387 / HA ZA 11-344 Vonnis in het incident tot schorsing van in de zaak van 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht NESTEC

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:37. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 12/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5416, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2013:37. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 12/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5416, Gevolgd ECLI:NL:HR:2013:37 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 28-06-2013 Datum publicatie 04-07-2013 Zaaknummer 12/00171 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5416,

Nadere informatie

EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN

EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN www.inaday.eu WIJ ZIJN INADAY, SPECIALIST IN MERKEN & PATENTEN Inaday maakt merk- en patentbescherming begrijpelijk en bereikbaar. Dit doen we door de procedures voor merk-

Nadere informatie

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B.

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B. Postbus 3219, 2280 GE Rijswijk -------- Beschikking A. - B. 1.1 Bij brief van 6 juni 2000 heeft de heer A. (hierna A.) aan de Raad van Toezicht (hierna de Raad) verzocht om een oordeel te geven over een

Nadere informatie

De Hoge Raad der Nederlanden,

De Hoge Raad der Nederlanden, 2 januari 1980. nr. 19.623 DG. De Hoge Raad der Nederlanden, Gezien het beroepschrift in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

Inleiding. Achtergrond toepasselijke regels

Inleiding. Achtergrond toepasselijke regels Beschikking door een deelgenoot over zijn aandeel in een goed dat tot een bijzondere gemeenschap behoort: enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 28 november 2008, NJ 2009, 145 Inleiding In zijn arrest

Nadere informatie

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid.

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. Annotatie bij HR 27-02-2009, C07/168HR, LJN BG6445 Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. [BW art. 6:162] Een gefailleerde natuurlijke persoon heeft de eigendom

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

De Hoge Raad beantwoordt de beide hierboven geformuleerde rechtsvragen als volgt. 1

De Hoge Raad beantwoordt de beide hierboven geformuleerde rechtsvragen als volgt. 1 Boedelberedderaar is geen afwikkelingsbewindvoerder Prof. mr. A.J.M. Nuytinck HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:38 en 39 (mrs. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en G. de Groot;

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 1 OKTOBER 2010 C.09.0563.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0563.N D. W. E., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel,

Nadere informatie

Bescherming en exploitatie van Intellectueel Eigendom

Bescherming en exploitatie van Intellectueel Eigendom Bescherming en exploitatie van Intellectueel Eigendom Bescherming uitvinding / vorm / merk en IP strategie (parallelsessie I) Kayin Pang, Peter van Essen and Ard Ellens Food Valley & Nederlandsch Octrooibureau

Nadere informatie

5 Op grond van art 23p ROW 1995 overweegt de voorzitter van de Raad het volgende:

5 Op grond van art 23p ROW 1995 overweegt de voorzitter van de Raad het volgende: Beslissing Mw. A. - B. Per brief van 31 juli 2003 richt mw. A. (hierna A.) zich tot de Raad van Toezicht voor Octrooigemachtigden (hierna de Raad) met een klacht wegens niet geleverde diensten en het hiervoor

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken Page 1 of 5 LJN: BD7584, Hoge Raad, 07/12596 Datum uitspraak: 07-11-2008 Datum publicatie: 07-11-2008 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Internationaal privaatrecht.

Nadere informatie

Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren

Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren European Patent Litigation Agreement (EPLA) Verordening inzake het Gemeenschapsoctrooi Huidige situatie Octrooien zijn beschermingstitels met

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:HR:2015:2191 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2015:2191 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 14-08-2015 Datum

Nadere informatie

DEEL III. Het bestuursprocesrecht

DEEL III. Het bestuursprocesrecht DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel

Nadere informatie

Opmerkingen bij Medinol - Abott inzake EP Walter Hart, EP&C

Opmerkingen bij Medinol - Abott inzake EP Walter Hart, EP&C Opmerkingen bij Medinol - Abott inzake EP1181902 Walter Hart, EP&C Op Boek 9 verscheen op 23 december 2009 een vonnis van de rechtbank Den Haag in bovengenoemde zaak. Dit betreft een inbreukzaak, waarbij

Nadere informatie

MOTIVERING CASSATIEBEROEPSCHRIFT

MOTIVERING CASSATIEBEROEPSCHRIFT MOTIVERING CASSATIEBEROEPSCHRIFT Cassatiemiddelen Schending van het recht, in het bijzonder doel en strekking van artikel 16 lid 2 letter c van de Algemene Wet Rijksbelastingen (hierna ook: I6,2,c AWR),

Nadere informatie

Hieronder volgt dus de beknopte verklaring van enkele termen die in de arresten van het Hof worden gebruikt.

Hieronder volgt dus de beknopte verklaring van enkele termen die in de arresten van het Hof worden gebruikt. Kort lexicon tot nut van de rechtzoekende, waarin enige uitleg wordt gegeven van de meest gangbare geschreven rechtstaal van het Hof van Cassatie en van het parket bij dit Hof ( 1 ). Dit korte lexicon

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-157 d.d. 21 mei 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014. Rapportnummer: 2014/004

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014. Rapportnummer: 2014/004 Rapport Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014 Rapportnummer: 2014/004 2 De klacht Verzoekers klagen over de manier waarop de gemeente Wierden is omgegaan met hun

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 29 874 (R 1777) Goedkeuring en uitvoering van de op 17 december 1991 te München tot stand gekomen Akte tot herziening van artikel 63 van het Verdrag

Nadere informatie

Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen.

Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen. Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen. Samenvatting Werknemer met mesothelioom spreekt werkgever aan. De schadevergoeding wordt

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

De kosten van het voorlopige deskundigenbericht bij een beroep op het blokkeringsrecht

De kosten van het voorlopige deskundigenbericht bij een beroep op het blokkeringsrecht Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series De kosten van het voorlopige deskundigenbericht bij een beroep op het blokkeringsrecht Hof Arnhem 13 januari 2009, zaaknummer 200.005.438 I. van

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JANUARI 2015 P.14.0564.N/l Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0564.N inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. toor te kiest,. _ advocaat bij de balie te Gent, met kan - waar de eiseres

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049

zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049 vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049 Vonnis in kort geding van in de zaak van [EISERES] H.O.D.N. GORDIJNATELIER MEUBELSTOFFEERDERIJ

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 19 september 2014 Eerste Kamer 12/05512 TT/AS in naam des I~c~~~~~~ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Erno RUBIK, wonende te Boedapest, Hongarije, EISER tot cassatie, verweerder in het incidenteel

Nadere informatie

Het labjournaal. Verslaglegging van onderzoek naar nieuwe uitvindingen. Inleiding

Het labjournaal. Verslaglegging van onderzoek naar nieuwe uitvindingen. Inleiding Vereenigde Octrooibureaux N.V. Johan de Wittlaan 7 2517 JR Postbus 87930 2508 DH Den Haag Het labjournaal Verslaglegging van onderzoek naar nieuwe uitvindingen Telefoon 070 416 67 11 Telefax 070 416 67

Nadere informatie

Datum 30 augustus 2013 Betreft Beantwoording vraag Partij voor de Dieren over octrooi met betrekking tot een peperplant

Datum 30 augustus 2013 Betreft Beantwoording vraag Partij voor de Dieren over octrooi met betrekking tot een peperplant > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A te B, tegen C te D en E te F Zaak : Declaraties, ontbreken vertaling, gelijkheidsbeginsel Zaaknummer : 2010.00043 Zittingsdatum : 18 augustus 2010 1/6 Geschillencommissie

Nadere informatie

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder De Hoge Raad schept duidelijkheid over verhaal van kosten voor opruimwerkzaamheden na een ongeval Hoge Raad van 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3594

Nadere informatie

Geen ontzegging van omgang voor onbepaalde tijd bij gezamenlijk gezag

Geen ontzegging van omgang voor onbepaalde tijd bij gezamenlijk gezag Geen ontzegging van omgang voor onbepaalde tijd bij gezamenlijk gezag Prof.mr. A.J.M. Nuytinck HR 14 september 2007, LJN: BA5198, NJ 2007, 486 (mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein,

Nadere informatie

Europese octrooiaanvragen

Europese octrooiaanvragen Vereenigde Octrooibureaux N.V. Johan de Wittlaan 7 2517 JR Postbus 87930 2508 DH Den Haag Telefoon 070 416 67 11 Telefax 070 416 67 99 patent@vereenigde.com trademark@vereenigde.com legal@vereenigde.com

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Vertaling C-223/15-1 Zaak C-223/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 mei 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo 105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.

Nadere informatie

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015.

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015. Vrijblijvende en ter oriëntatie bedoelde toelichting op procedure misleiding Staatsloterij en de eventuele mogelijkheid tot het verkrijgen van schadevergoeding of een andere vorm van compensatie. Naar

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:417, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1483

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:417, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1483 ECLI:NL:HR:2014:2652 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 09-09-2014 Datum publicatie 10-09-2014 Zaaknummer 13/01257 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie In cassatie op

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

Zaaknummer: 200.161.8-12/0 I 13 wegens gemis aan inventiviteit ten opzichte van WO 597. De daarop betrekking hebbende grieven van Ajinomoto in het principaal appel zijn terecht voorgesteld. Nmverkbaarhei,f,

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 6 maart 1998 Eerste Kamer Nr. 16.561 (C97/040 HR) AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Karl Heinz HILLE, wonende te Haarlem, EISER tot cassatie, advocaat : mr E. Grabandt, t e g e n 1. de

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BX1183

ECLI:NL:CRVB:2012:BX1183 ECLI:NL:CRVB:2012:BX1183 Instantie Datum uitspraak 27-06-2012 Datum publicatie 11-07-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-1755 AWBZ Bestuursrecht

Nadere informatie

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:21, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:1717, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:21, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:1717, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan ECLI:NL:HR:2017:571 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 31-03-2017 Datum publicatie 31-03-2017 Zaaknummer 16/03870 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:21,

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden c. ' ir. ij i O 29 mei 1987 Eerste Kamer Nr. 12.908 AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. Peter STRUYCKEN, wonende te Gorinchem, 2. Gerard Anthony UNGER, wonende te Bussum, EISERS tot

Nadere informatie

Uit: Hoge Raad 29-5-2015, 14/01835, ECLI:NL:HR:2015:1406 (Beroepsfout advocaat bij advisering)

Uit: Hoge Raad 29-5-2015, 14/01835, ECLI:NL:HR:2015:1406 (Beroepsfout advocaat bij advisering) Tijdschrift voor Bouwrecht (TBR), januari 2016, Nr. 1, TBR 2016/15 Uit: Hoge Raad 29-5-2015, 14/01835, ECLI:NL:HR:2015:1406 (Beroepsfout advocaat bij advisering) Mr. F.B. Bakels, mr. C.A. Streefkerk, mr.

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars)

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars) De art. 6:193a e.v. BW, art. 6:194 BW en art. 6:194a BW Paul Geerts, Rijksuniversiteit Groningen Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B9 9243 (Nestlé/Mars) 1. In Vzr. Rb. Amsterdam 25 november

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Handelsvennootschappen. Marktmanipulatie. Bevoorrechte informatie. Koersbeïnvloeding. Criterium van redelijk handelende belegger. Toepassing Datum 16 mei 2006 Copyright

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001 Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:73. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie

ECLI:NL:CRVB:2017:73. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie ECLI:NL:CRVB:2017:73 Instantie Datum uitspraak 04-01-2017 Datum publicatie 13-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1380 WSF Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr.

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. Brandt ) [De man] te [woonplaats], hierna: de man, advocaat: mr. C.A. Lucardie te s-gravenhage.

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken Page 1 of 5 LJN: BO4930, Hoge Raad, 09/03103 Datum uitspraak: 28-01-2011 Datum publicatie: 28-01-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verbintenissenrecht. Zekerheidsstelling;

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-019 d.d. 16 juni 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. C.A. Joustra, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. W.J.J. Los en mr. F.P. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

1.2. Het Gerechtshof heeft nagelaten te onderzoeken hoe de Belgische autoriteiten de beschikking hebben gekregen over de deze microfiches.

1.2. Het Gerechtshof heeft nagelaten te onderzoeken hoe de Belgische autoriteiten de beschikking hebben gekregen over de deze microfiches. MIDDEL 1 Schending en/of verkeerde toepassing van het Nederlands recht, waaronder mede begrepen schending van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en/of verzuim van vormen, waarvan de niet-inachtneming

Nadere informatie

Rapport Rapportnummer: 2012/099

Rapport Rapportnummer: 2012/099 Rapport Rapport betreffende een klacht over NL Octrooicentrum, onderdeel van Agentschap NL van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie uit Rijswijk (ZH). Rapportnummer: 2012/099 2 Datum:

Nadere informatie

Arbeidsrecht Actueel. Hoge Raad geeft (meer) duidelijkheid over ontslag op staande voet onder de Wet werk en zekerheid.

Arbeidsrecht Actueel. Hoge Raad geeft (meer) duidelijkheid over ontslag op staande voet onder de Wet werk en zekerheid. Jaargang 22 (2017) JANUARI nr. 279 Arbeidsrecht Actueel In deze uitgave: Hoge Raad geeft (meer) duidelijkheid over ontslag op staande voet onder de Wet WeRk en zekerheid Hoge Raad geeft (meer) duidelijkheid

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

Introductie. Nieuwsbrief Juni 2015

Introductie. Nieuwsbrief Juni 2015 IZI NIEWS Juni 2015 IZI Patents B.V. Postbus 15 6573 ZG Beek-Ubbergen Nederland P: 0031 (0)88 121 0010 F: 0031 (0)88 121 0011 E: info@izipatents.com [E-mailadres] Introductie Beste lezer, Met trots presenteren

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

CENTRALE RAAD VAN BEROEP CENTRALE RAAD VAN BEROEP KBW 1994/1 U I T S P R A A K in het geding tussen: het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en A., wonende te B., gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Onder

Nadere informatie

EUROPESE UNIE - BESCHERMING VAN GENEESMIDDELEN - Recente ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie (december 2013)

EUROPESE UNIE - BESCHERMING VAN GENEESMIDDELEN - Recente ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie (december 2013) EUROPESE UNIE - BESCHERMING VAN GENEESMIDDELEN - Recente ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie (december 2013) Informatienota van Simont Braun LLP, Brussel (www.simontbraun.eu) A. Kan

Nadere informatie

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije)

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Vertaling C-125/14-1 Zaak C-125/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 maart 2014 Verwijzende rechter: Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Datum van de verwijzingsbeslissing: 10

Nadere informatie

Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011. Casus I : ± 90 minuten. Casus II : ± 30 minuten. Casus III : ± 30 minuten. Casus IV : ± 30 minuten

Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011. Casus I : ± 90 minuten. Casus II : ± 30 minuten. Casus III : ± 30 minuten. Casus IV : ± 30 minuten Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011 Casus I : ± 90 minuten Casus II : ± 30 minuten Casus III : ± 30 minuten Casus IV : ± 30 minuten Casus I Pluto BV, een onderneming met een innovatieve researchafdeling

Nadere informatie

allen gevestigd te [vestigingsplaats], Eiseressen tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel incidenteel cassatieberoep.

allen gevestigd te [vestigingsplaats], Eiseressen tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel incidenteel cassatieberoep. 15 Civiel recht «JIN» Jurisprudentie in Nederland januari 2014, afl. 1 76 15 Hoge Raad 15 november 2013, nr. 12/04150 ECLI:NL:HR:2013:1245 (mr. Numann, mr. Loth, mr. Drion, mr. De Groot, mr. Polak) (concl.

Nadere informatie

Hulp voor uitvinders. Bescherm uw ideeën Patentgeschiedenis Vooraf de aanvraag Is het een creatieve uitvinding? Verkrijgen van een patent

Hulp voor uitvinders. Bescherm uw ideeën Patentgeschiedenis Vooraf de aanvraag Is het een creatieve uitvinding? Verkrijgen van een patent Hulp voor uitvinders Pag. 1 Pag. 2 Pag. 3 Pag. 4 Pag. 5 Bescherm uw ideeën Patentgeschiedenis Vooraf de aanvraag Is het een creatieve uitvinding? Verkrijgen van een patent Bescherm uw ideeën Wanneer u

Nadere informatie

faillissement 18 Rechtspraak 28

faillissement 18 Rechtspraak 28 28 - De looptijd van de schuldsaneringsregeling na voorafgaand faillissement Eva Timmermans Rechtbank Den Haag 27 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7671 1. Inleiding In de wet staat dat de termijn van de schuldsaneringsregeling

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2017:647

ECLI:NL:GHDHA:2017:647 ECLI:NL:GHDHA:2017:647 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 07-02-2017 Datum publicatie 14-03-2017 Zaaknummer 200.207.571/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie