De 'problent-solution-approach' in het octrooirecht:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De 'problent-solution-approach' in het octrooirecht:"

Transcriptie

1 annotatie Ars Aequi januari Annotatie De 'problent-solution-approach' in het octrooirecht: Prof.mr. Th.C.J.A. van Engelen Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2900 (Leo Pharma v Sandoz) (mrs. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak; A-G D.W.F. Verkade) Inleiding Een octrooieerbare uitvinding wordt vaak omschreven als een voor de gemiddelde vakman niet voor de hand liggende oplossing van een probleem. Bij de octrooiverleningsprocedure is de zogeheten 'problem-solution-approach' dan ook een gebruikelijke wijze om de inventiviteit van een octrooiaanvrage te beoordelen. Voor het Europees Octrooibureau is het daarvoor zelfs de standaardmethode. Deze 'problemsolution-approach' is in wezen een gedachte-experiment om achteraf te kunnen beargumenteren of een vinding op de indieningsdatum van de octrooiaanvrage al dan niet voor de hand liggend was. Het is echter slechts een metafoor: een beschrijving van de werkelijkheid bij wege van beeldspraak. De juridische valkuil die men dient te vermijden is dat men de metafoor zo serieus gaat nemen dat het bestaan van de fictieve onderdelen van deze nonfictie beeldspraak bewezen dient te worden. Het arrest Leo Pharma u Sandoz leert dat een dergelijke hoofdrol niet is weggelegd voor de 'problem-solution-approach'. De 'problem-solution-approach' is alleen maar een hulpmiddel om de beslissing of een vinding wel of niet voor de hand liggend was op een uniforme en geobjectiveerde wijze te kunnen nemen. Het verschil tussen fictie en non-fictie dient ook in het octrooirecht niet uit het oog verloren te worden. Om deze abstracte bespiegelingen wat concreter te maken is het verstandig om eerst stil te staan bij waar het in iedere procedure met name om gaat: de feiten (oftewel het non-fictie-onderdeel van een procedure). Voorgeschiedenis Leo Pharma brengt onder het merk Daivonex een geneesmiddel op de markt voor de uitwendige behandeling van psoriasis (een chronische huidziekte). Het actieve bestanddeel van Daivonex is de stof'calcipotriol'. Leo Pharma had een oud Europees octrooi (EP ) op calcipotriol in een kristalvorm zonder kristalwater ('calcipotriol anhydraat'). Dat Europese octrooi was gebaseerd op een internationale octrooiaanvrage (WO 834) en de maximale beschermingsduur van 20 jaar voor dat oude Europese octrooi liep af op 14 juli Dat bracht met zich dat concurrenten vanaf 14 juli 2006 ook een geneesmiddel met calcipotriol anhydraat als werkzame stof op de markt konden gaan brengen, zonder dat Leo Pharma dat nog kon verbieden. Leo Pharma had echter op 7 januari 1997 ook een aanvrage ingediend voor een octrooi op een verbeterde versie van calcipotriol. Dat betrof calcipotriol in een kristalvorm met één watermolecuul per eenheid ('calcipotriol monohydraat'). Deze nieuwe kristalvorm van calcipotriol met een watermolecuul - calcipotriol monohydraat- heeft ten opzichte van calcipotriol zonder watermolecuul - calcipotriol anhydraat- gunstiger eigenschappen. Zo is het met name stabieler tijdens opslag c.q. minder gevoelig voor degradatie. Deze octrooiaanvrage uit 1997 resulteerde in een Europees octrooi-ep (afgekort als EP 154) - op grond waarvan Leo Pharma tot 2017 een monopolie heeft op geneesmiddelen met de verbeterde werkzame stof calcipotriol monohydraat. Dat brengt met zich dat concurrenten dus weliswaar vanaf 2006 een geneesmiddel met calcipotriol als werkzame stof kunnen maken, maar dat ze daarvoor alleen calcipotriol anhydraat kunnen gebruiken. Tot 2017 heeft Leo Pharma in beginsel op grond van het EP 154-octrooi het monopolie op de verbeterde vorm van calcipotriol: calcipotriol monohydraat. Het bestaan van het EP 154-octrooi van Leo Pharma weerhield Sandoz er echter niet van om ook een geneesmiddel voor psoriasis op de markt te brengen met als

2 50 Ars Aequi januari 2015 annotatie arsaequi.nvrnaandblad et AA werkzame stofhet door Leo Pharma geoctrooieerde calcipotriol monohydraat. Leo Pharma dagvaardde Sandoz vervolgens op grond van inbreuk op het EP 154-octrooi en Sandoz vorderde in reconventie de vernietiging van dat octrooi. Leo Pharma spande naast een procedure in Nederland ook in Engeland, Duitsland en België inbreukprocedures aan tegen Sandoz. Sandoz maakte vervolgens nietigheidsprocedures aanhangig in Zweden, Italië en Duitsland. In de Engelse en Zweedse procedures zijn de voor die landen geldende delen van het Europese EP 154-octrooi in stand gelaten, maar in de procedures in Italië en Duitsland werden de in die landen geldende delen van dat Europese octrooi door de nationale rechter vernietigd wegens gebrek aan uitvindingshoogte. De Rechtbank Den Haag oordeelde in zijn vonnis van 11 februari 2009 (IEP1' ) dat het EP 154-octrooi in Nederland geldig was en dat Sandoz daar inbreuk op maakte. In een arrest van 9 april2013 (IEP1' ) bepaalde het Hof Den Haag echter dat het EP 154-octrooi nietig was omdat het maken van calcipotriol monohydraat voor de gemiddelde vakman op een voor de hand liggende wijze voortvloeide uit de stand van de techniek. In cassatie werd vervolgens door Leo Pharma geklaagd dat het hof een verkeerde maatstafhad gehanteerd voor het beoordelen van de uitvindingshoogte van het EP 154-octrooi. Inventiviteit: de 'problem-solution-approach' Om voor een octrooi in aanmerking te komen dient een uitvinding onder meer (i) nieuw en (ii) inventief te zijn. Dat volgt uit artikel 2 van de Rijksoctrooiwet ('Row') in navolging van artikel 52 van het Europees Octrooiverdrag ('EOV') en artikel 27 van de TRIPs-Overeenkomst. 1 De vraag of een uitvinding nieuw en inventief is, dient dus in de 35 landen die aangesloten zijn bij het Europees Octrooiverdrag en de lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie - nagenoeg de hele wereld - aan de hand van dezelfde criteria beantwoord te worden. Octrooirecht is dus in belangrijke mate Europees en zelfs wereldwijd geharmoniseerd recht. Een uitvinding is nieuw 'indien zij geen deel uitmaakt van de stand van de techniek'. Dat leert artikel4(1) van de Rijksoctrooiwet conform artikel 54(1) van het Europees Octrooiverdrag. De stand van de techniek bestaat uit alles dat voor de indieningsdatum van de octrooiaanvrage op enigerlei wijze openbaar toegankelijk is, bijvoorbeeld door een schriftelijke of mondelinge beschrijving of door gebruik. Dat leert artikel 4(2) Row conform artikel 54(2) EOV. Een uitvinding is inventief'indien zij voor de vakman niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek.' Aldus artikel 56 EOV. Het corresponderende artikel 6 Row gebruikt de term 'deskundige' in plaats van 'vakman', maar omdat de term 'vakman' ('a person skilied in the art') het internationaal gangbare begrip is - en niet 'expert' - is de 'gemiddelde vakman' de aanduiding die in het internationale octrooi-jargon gangbaar is. Het is ook de term die in deze procedure door de Rechtbank Den Haag, het Hof Den Haag en de Hoge Raad gebruikt wordt. Of een uitvinding nieuw en inventief is wordt bij de verlening van een Europees octrooi beoordeeld door een onderzoeker (examiner) van het Europees Octrooibureau. Het Europees Octrooibureau beoordeelt op jaarbasis meer dan aanvragen en heeft een stafvan duizenden onderzoekers. 2 Om er voor te zorgen dat de beoordeling van al die aanvragen door die grote verscheidenheid aan onderzoekers zo objectief en voorspelbaar mogelijk plaatsvindt, heeft het Europees Octrooibureau Guidelines for Examination in the European Patent Office 8 uitgevaardigd. Daarin is onder meer een hoofdstuk over de 'inventive step' opgenomen (Guidelines, Part G, Chapter Vll). 4 De in de Guidelines voorgestane standaardmethode voor het op een objectieve en voorspelbare wijze beoordelen van uitvindingshoogte is de zogeheten 'problem-and-solution approach'. Daarvan mag bij het Europees Octrooibureau slechts bij wege van uitzondering afgeweken worden. 5 Sinds het midden van de jaren negentig wordt deze methode ook meer en meer door de Nederlandse rechterlijke macht toegepast. 6 Ook in deze procedure gebeurde dat door zowel de rechtbank als het hof, en dat in navolging van beide partijen. De Guidelines leren dat de 'problem-solution-approach' drie stappen kent: (i) het bepalen van de 'meest nabije stand van de techniek' ('closest prior art'), (ii) het vaststellen van het 'objectieve technische probleem' dat het octrooi beoogt op te lossen ('objective technica! problem'), en (iii) het beoordelen of de door het octrooi geclaimde oplossing op grond van de meest nabije stand van de techniek en het objectieve technische probleem voor de vakman voor de hand liggend is. Arrest Hof Den Haag Conform de drie stappen van de 'problem-solution-approach' bepaalde het hof allereerst wat de meest nabije stand van de techniek was voor het EP 154-octrooi, ofwel calcipotriol in kristalvorm met een watermolecuul (calcipotriol monohydraat). Dat was volgens het Hofhet eerdere octrooi van Leo Pharma op calcipotriol in kristalvorm zonder watermolecuul (calcipotriol anhydraat), zoals beschreven in Leo Pharma's internationale octrooiaanvrage WO 834. Stap twee is dan het vaststellen van 1 Bijlage 1C bij de in Marrakesh tot stand gekomen Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie uit I service-support I p ublications. htm1#id= llaw practiullegal-textsl guitkline.s. html. 4 hup: 11 CÜJcuments.epo.org I projectslbabylonl eponet.ns{i A5DDF284B55C1257D81005 FA3591 $FILE I guitklinesjor _examination_2014_ part_g_en.pdf. 5 Guidelines, Part G, Chapter VIT: '5. Problem-andsolution-approach. In order to assess inventive step in an objective and predictabie manner, the so-called "problem-and-solution approach" should be applied. Thus deviation from this approach should be exceptional.' 6 Hof Den Haag 4 juli 1996, ECLI:NL:GHSGR: 1996:AM2259 (Lucas u Litech), IEPI'

3 arsaequi.nllmaandblad 0 AA annotatie Ars Aequi januari het 'objectieve technische probleem' dat het octrooi beoogt op te lossen. Dat probleem omschreefhet hof als: 'hoe de opslagcapaciteit van calcipotriol in een voor therapeutische doeleinden geschikte vorm kan worden verbeterd ten opzichte van het bekende calcipotriol anhydraat'. Stap drie bestaat dan uit het beantwoorden van de vraag of het voor de vakman destijds voor de hand lag om, uitgaande van de meest nabije stand van de techniek bestaande uit calcipotriol anhydraat van WO 834, te gaan zoeken naar een calcipotriol in kristalvorm die stabieler is gedurende opslag - dat wil zeggen minder degradeert - en of die vakman dan calcipotriol monohydraat zou hebben gevonden. Het hof stelde feitelijk vast dat de vakman begin jaren 90 bekend was met het belang van het zoeken naar (pseudo)polymorfen van werkzame stoffen bij geneesmiddelen. Polymorfen zijn vaste stoffen met eenzelfde chemische samenstelling, maar met een verschillend kristalrooster. Bij een (pseudo)polymorf zijn in het kristalrooster één of meer oplosmiddelen opgenomen. Calcipotriol anhydraat en calcipotriol monohydraat zijn (pseudo)polymorfen van elkaar. Volgens het hofwas de vakman zich er begin jaren 90 van bewust dat polymorfisme invloed heeft op onder meer de stabiliteit van een werkzame stofvan een geneesmiddel. Daarvan uitgaande concludeerde het Hof Den Haag dat de vakman - geconfronteerd met het probleem de opslagcapaciteit van calcipotriol te moeten verbeteren - onderzoek zou hebben gedaan naar het bestaan van andere kristalvormen van calcipotriol met een mogelijk grotere opslagcapaciteit. De vakman wist ook dat calcipotriol een aan vitamine D analoge verbinding is (een 'analogon'), zodat de vakman gezocht zou hebben naar andere documenten over dergelijke vitamine D verbindingen. Daarbij zou die vakman vervolgens gestuit zijn op drie verschillende octrooien (twee Amerikaanse en één Japanse) waarin de vorming van een (mono)hydraat van vitamine D-analoge verbindingen werd beschreven en waarin als gunstige eigenschappen een grotere stabiliteit werd genoemd en melding werd gemaakt van de geschiktheid voor gebruik in therapeutische toepassingen. Het hof oordeelde dat de vakman daarin dus een sterke aansporing zou hebben gevonden om de in die drie octrooien beschreven werkwijze toe te passen om een monohydraat van het hem al bekende calcipotriol anhydraat te maken. In aanmerking nemende dat die vakman vervolgens slechts eenvoudige, routinematige en niet kostbare proeven hoefde uit te voeren, die tot het standaard gereedschap van die vakman behoorden, concludeerde het hof (i) dat er voldoende aanleiding was voor de vakman om destijds die proeven te doen en (ii) dat hij dan calcipotriol monohydraat zou hebben gevonden. Op grond van dit alles concludeerde het HofDen Haag dat het destijds dus voor de hand lag dat de vakman calcipotriol monohydraat zou hebben gevonden indien hij zich ten doel zou hebben gesteld de opslagcapaciteit van calcipotriol anhydraat te verbeteren. Cassatiemiddel In cassatie klaagde Leo Pharma - kort gezegd - dat het hof miskend had dat het door het hof beschreven probleem - dat de opslagcapaciteit van calcipotriol anhydraat verbeterd zou moeten worden - destijds door de vakman niet onderkend werd, omdat calcipotriol anhydraat goed bruikbaar en voldoende stabiel was. De vakman had destijds volgens Leo Pharma dan ook geen reden om naar andere kristalvormen van calcipotriol te gaan zoeken. Dat is op zich een feitelijk oordeel en in cassatie niet toetsbaar. De klacht in cassatie was echter dat het hof ten onrechte niet eerst beoordeeld had of de vakman daadwerkelijk geconfronteerd werd met een probleem bestaande uit een beperkte opslagcapaciteit van calcipotriol. Conclusie A-G Verkade Advocaat-generaal Verkade stelde in zijn conclusie' vooral dat de klacht faalde omdat deze berustte op een onjuiste lezing van het arrest. Hij gaf aan dat in overweging 18 van het hof'dat het vertrekpunt is het hiervoor genoemde objectieve technische probleem namelijk of de opslagstabiliteit van het bekende calcipotriol (anhydraat) zou kunnen worden verbeterd' besloten ligt dat het hofvan oordeel is dat de vakman inderdaad bekend was met het probleem van de beperkte opslagstabiliteit van calcipotriol anhydraat. De insteek van de conclusie was dus dat de klacht faalde omdat het hof wel feitelijk had vastgesteld dat de vakman daadwerkelijk het probleem van een beperkte opslagcapaciteit van calcipotriol anhydraat onderkende. Arrest Hoge Raad De Hoge Raad koos voor een andere koers dan de A-G en koos voor een frontale aanval op de in het cassatiemiddel verdedigde rechtsopvatting dat het voor de beoordeling van de inventiviteit van een octrooi relevant is of de vakman het door het octrooi opgeloste probleem destijds daadwerkelijk onderkende. De klacht werd dan ook niet afgewezen omdat die blijk zou geven van een onjuiste lezing van het arrest, maar omdat die blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De relevante overweging 3.5 luidt als volgt: '3.5 Het onderdeel berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt daarom. Om te kunnen aannemen dat een uitvinding inventief is, is in zijn algemeenheid niet van belang of- in de terminologie van de "problem solution approach" die rechtbank en hof in navolging van partijen in deze zaak hebben gebezigd - het objectieve technische probleem waarvoor de uitvinding een oplossing of verbetering biedt, door de gemiddelde vakman zou zijn onderkend. Bepalend is immers of de uitvinding voor de gemiddelde vakman niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek (vgl. art. 6 Rijksoctrooiwet 1995). Enerzijds kan dus sprake zijn van inventiviteit als pas door de uitvinding kenbaar wordt dat (voordien) een probleem bestond waarvoor de uitvinding een oplossing biedt. Anderzijds is voor het ontzeggen van inventiviteit aan een bepaalde uitvinding in zijn algemeenheid 7 Conclusie A G Verkade, 21 maart 2014, ECU:NL:PHR:2014:224.

4 52 Ars Aequi januari 2015 annotatie arsaequi.nvrnaandblad et AA niet nodig dat de rechter vaststelt dat de gemiddelde vakman het probleem, waarvoor de uitvinding een oplossing biedt, zou hebben onderkend. Voor het oordeel dat een uitvinding inventiviteit ontbeert, is immers in beginsel voldoende dat de gevonden oplossing op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek. Dit is slechts anders indien de octrooigerechtigde zich erop beroept dat de inventiviteit van de uitvinding vooral gelegen is in het onderkennen van het probleem en niet zozeer in de (vervolgens) daarvoor gevonden oplossing. Dit laatste is echter, naar onmiskenbaar uit de stukken van het geding volgt, door Leo Pharma niet aan haar beroep op inventiviteit met betrekking tot calcipotriol monohydraat ten grondslag gelegd, ook niet door middel van de stellingen waarop het onderdeel beroep doet.' Door Leo Pharma was ter ondersteuning van de door haar verdedigde rechtsopvatting ook een beroep gedaan op het Rockwool-arrest van de Hoge Raad van 15 februari Dat beroep werd door de Hoge Raad onder 3.6 van het arrest evenzeer ter zijde geschoven: '3.6 Het door het onderdeel gedane beroep op het arrest HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB5066, NJ 2008/450 (Rockwool) doet aan het voorgaande niet af. In rov van genoemd arrest is overwogen "dat de vraag naar de mate van inventiviteit niet mag worden beantwoord door achteraf, voorzien van de kennis van de geoctrooieerde werkwijze, te zoeken naar eerdere openbaannakingen waartoe die werkwijze herleid kan worden, maar dat het bij deze beoordeling erom gaat of de gemiddelde vakman het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem zou hebben onderkend en voor de oplossing ervan te rade zou zijn gegaan bij de door het hofbedoelde publicaties en alsdan ook deze werkwijze als voor de hand liggende oplossing uit de toenmalige stand van de techniek, met gebruikmaking van algemene vakkennis, (niet kon, maar) zou hebben afgeleid.' De zinsnede 'dat het bij deze beoordeling erom gaat of de gemiddelde vakman het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem zou hebben onderkend' behelst niet een noodzakelijk element voor de beoordeling van inventiviteit, maar is een uitwerking van de regel dat de rechter de geoctrooieerde werkwijze niet met kennis achteraf ('hindsight') mag beoordelen. In dat kader kan mede van belang zijn of het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem door de gemiddelde vakman zou zijn onderkend. Het cassatieberoep werd door de Hoge Raad verworpen onder veroordeling van Leo Pharma in de volledige proceskosten, zoals dat bij intellectuele eigendomszaken op grond van artikel1019h Rv mogelijk is. Dat betrof voor de cassatie. Opgeteld bij de voor de eerste aanleg en voor het hoger beroep, diende Leo Pharma uiteindelijk aan advocatenkosten aan Sandoz te betalen. Aannemende dat de eigen advocatenkosten van Leo Pharma niet veellager zijn, hing aan deze procedure voor Leo Pharma dus een prijskaartje van circa 1 miljoen. Inventiviteit: doel en middel Verhelderend is dat de Hoge Raad de confrontatie met de in het cassatiemiddel verdedigde opvatting - dat de vakman zich ook feitelijk bewust diende te zijn van het in het kader van de 'problem-solution-approach' geformuleerde 'objectieve technische probleem' - niet uit de weg ging, maar deze opvatting gewoon terzijde schoof. Dat is een duidelijk standpunt dat in mijn ogen ook recht doet aan het relatieve belang van de 'problem-solutionapproach'. De 'problem-solution-approach' is in het octrooirecht van onschatbare waarde omdat dit model het mogelijk maakt om bij een organisatie als het Europees Octrooibureau, waar vele duizenden onderzoekers jaarlijks meer dan aanvragen moeten behandelen, de beoordeling van 'inventiviteit' op een objectieve en voorspelbare wijze te laten plaatsvinden. Voorspelbaarheid en objectiviteit zijn in het recht een groot goed aangezien het belangrijke bouwstenen voor rechtszekerheid vormen. Een juridisch systeem dat nauwelijks voorspelbaar is en grote ruimte laat voor subjectieve beoordeling, heeft weinig met 'recht' van doen. Dat gezegd hebbend, dient men vervolgens voor ogen te houden wat het doel is en wat daarbij slechts een middel is. Zoals de Hoge Raad benadrukt is octrooirechtelijk bezien beslissend of een vinding al dan niet 'inventief is c.q. 'voor de vakman niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek', zoals artikel56 van het Europees Octrooiverdrag bepaalt. De 'problemsolution-approach' is vervolgens slechts een middel om het doel waarvoor de rechter zich gesteld ziet - het bepalen van inventiviteit - te faciliteren. Het is echter slechts één van de hulpmiddelen waarvan de rechter bij het vaststellen van wat er voor een vakman al dan niet voor de hand liggend was gebruik kan maken. 9 Met name wanneer een bepaald hulpmiddel in de praktijk standaard gebruikt wordt, ligt het gevaar op de loer dat dit hulpmiddel tot norm verheven wordt en de daarbij behorende sacrale formules blindelings worden toegepast. Bij de 'problem-solution-approach' betreft dat de stappen die dat model kenmerken, te weten (i) het bepalen van de meest nabije stand van de techniek ('closest prior art'), (ü) het vaststellen van het objectieve technische probleem dat het octrooi beoogt op te lossen ('objective technica! problem'), en (iii) het beoordelen of de door het octrooi geclaimde oplossing op grond van de meest nabije stand van de techniek en het objectieve technische probleem voor de vakman voor de hand liggend is. Deze benadering is echter niet meer dan een gedachte-experiment om achteraf - nadat de uitvinding gedaan is en een octrooiaanvrage is ingediend of een octrooi is verleend -het oordeel dat de octrooiverlenende instantie of rechter dient te vellen over 8 HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB5066, 9 E.A. van Nieuweohoven Helbach/JL.R.A. Huyde. BeS<:Mrming uan technische innovatie, Volume 1, NJ (Roclu.uool). coper & C.J.J.C. van Nispen, Industr~k eigendom: Deventer: Kluwer 2002, Ill

5 arsaequi.nllmaandblad 0 AA annotatie Ars Aequi januari de vraag of sprake is van inventiviteit te structureren en te objectiveren. Met name de vaststelling van het 'objectieve technische probleem' dat het octrooi beoogt op te lossen is per definitie een intellectueel construct dat naar zijn aard tot stand gebracht wordt (i) 'after the fact' van de vermeende uitvinding en (ii) in de volle wetenschap van wat als uitvinding geclaimd wordt. Het is dus naar zijn aard een 'doelredenering' die bovendien losstaat van de werkelijkheid en ook niet bedoeld is als een weergave van de intellectuele denkarbeid die de uitvinder al dan niet feitelijk verricht heeft of verricht zou dienen te hebben om aanspraak op octrooi te kunnen maken. Het is géén aanvullend vereiste voor octrooiverlening maar slechts een intellectueel hulpmiddel ter invulling van de wettelijk vereiste inventiviteit. Door nu te verlangen dat de rechter achteraf dient vast te stellen of de vakman zich destijds voorafgaand aan de gepretendeerde uitvinding wel daadwerkelijk bewust was van het bestaan van dit pas achteraf geconstrueerde 'objectieve technische probleem' - dat bovendien terugredeneert op basis van de eveneens pas achterafvastgestelde 'meest nabije stand van de techniek' - zou men partijen en de rechter opzadelen met onmogelijke bewijsproblemen en -opdrachten. Per saldo zou dit betekenen dat partijen c.q. de rechter het feitelijk bestaan van deze achteraf geconstrueerde doelredeneringen en hersenspinsels dienen te gaan bewijzen. Als men zo ver komt, dient men in te zien dat men het zicht op de werkelijkheid is kwijtgeraakt, zoals dat ook het geval is als men van Don Quichot gaat verlangen dat hij bewijst dat de door hem bevochten windmolens inderdaad reuzen zijn. Het arrest maakt dan ook duidelijk dat het octrooirecht er niet is om hersenschimmen na te jagen, maar zich eenvoudig dient te beperken tot de beantwoording van de vraag of een vinding al dan niet inventief is, oftewel al dan niet voor een vakman voor de hand liggend was op grond van de stand van de techniek. De vakman Daarbij dient ook niet uit het oog verloren te worden dat diezelfde vakman op zijn beurt ook weer een juridisch construct is, waarbij gemakshalve wordt aangenomen dat die - niet te benijden - vakman daadwerkelijk bekend is met de totale stand van de techniek. De Guidelines dichten onze vakman de volgende capaciteiten toe, die evenmin de werkelijkheid reflecteren: 'The "person skilied in the art" should he presumed to he a skilied practitioner intherelevant field oftechnology, who is possessed of average knowledge and ability and is aware of what was common general knowledge in the art at the relevant date [... ). He should also he presumed to have had access to everything in the "state ofthe art", in particular the documents cited in the search report, and to have had at his disposal the means and capacity for routine work and experimentation which are normal for the field oftechnology in question.' De octrooirechtelijke vakman heeft dus enerzijds slechts een gemiddeld kennisniveau maar is anderzijds wel bekend met alle informatie op zijn vakgebied. Daarmee heeft onze vakman veel weg van de twee gedaantes van het imaginaire personage 'Superman'. Dat realiserende is de geruststellende conclusie die op grond van het Leo Pharma-arrest getrokken lijkt te mogen worden dat partijen in een procedure ook niet opgezadeld kunnen worden met het bewijs van het daadwerkelijk bestaan van Superman. Het arrest onderstreept dat het inventiviteitsoordeel centraal staat. Achteraf geconstrueerde problemen, vakmannen en theoretisch al dan niet voor die vakman voor de hand liggende routes om van de stand van de techniek tot de uitvinding te komen, zijn slechts gedachteexperimenten die een bruikbaar hulpmiddel zijn voor het objectiveren en structureren van het inventiviteitsoordeel. Dat laatste is het doel en dat dient niet uit het zicht te geraken doordat de gebruikte hulpmiddelen een eigen leven gaan leiden. De 'probleemuitvinding' Na de verhelderende vooropstelling van de Hoge Raad dat het inventiviteitsoordeel centraal staat, is het vervolgens intrigerend dat de Hoge Raad daaropvolgend overweegt dat 'dit [... ] anders' is 'indien de octrooigerechtigde zich erop beroept dat de inventiviteit van de uitvinding vooral gelegen is in het onderkennen van het probleem en niet zozeer in de (vervolgens) daarvoor gevonden oplossing.' Deze overweging is opmerkelijk omdat het concept van wat men 'probleem-uitvindingen' noemt weliswaar in de literatuur besproken wordt, maar in de praktijk nauwelijks aan de orde is. Huydecoper en Van Nispen staan er hun handboek bij stil. 10 In de door A-G Verkade in zijn conclusie uitvoerig geciteerde conclusie van A-G Huydecoper voorafgaand aan het arrest GBT u Ajirwmoto 11 gaat Huydecoper daar ook op in bij het bespreken van de toegevoegde waarde van de 'problem-solution-approach': 'De bedoeling zal duidelijk zijn: door zich afte vragen welk probleem de uitvinding ten opzichte van de bekende stand van de techniek oplost, vindt men een nadere factor die kan helpen bij de beoordeling, hoe groot men de kans moet waarderen dat de deskundige die de stand van de techniek kent, op het idee van de uitvinding komt. Daarbij is overigens rekening te houden met het bekende gegeven dat de probleemstelling langs twee wegen op de inventiviteit van invloed is: het kan wel of niet voor de hand liggend zijn om de in de uitvinding geopenbaarde oplossing voor het probleem te onderkennen, maar het kan ook wel of niet voor de hand liggend zijn om zich het probleem zelf te realiseren dat opgelost moet worden.' Huydecoper stelt daar dat bij de inventiviteitsbeoordeling beide gegevens 'niet zelden' tegelijk een grotere of kleinere rol spelen, daarmee suggererend dat dit in de octrooipraktijk regelmatig aan de orde is. 10 Van Nieuweohoven Helbach/Huydecoper & Van Nispen 2002, III HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:690, IEPI' , NJ (GBT c.s.iajinotmto c.s.); conclusie van A-G Huydecoper 12 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7337.

6 54 Ars Aequi januari 2015 annotatie arsaequi.nvrnaandblad et AA Dat lijkt mij een 'overstatement'. In de begeleidende voetnoot verwijst Huydecoper naar zijn handboek uit waar geen voorbeelden worden genoemd - en naar het handboek van Singer en Stauder. 12 Kennisneming van de pagina over 'problem inventions' op de website van het Europees Octrooibureau, waar de rechtspraak van de Boards of Appeal wordt besproken, leert dat inventiviteit bestaande uit alleen maar het onderkennen van een probleem theoretisch mogelijk is, maar in de praktijk eigenlijk niet of nauwelijks voorkomt. 13 Opmerkelijk is ook waarom de Hoge Raad het überhaupt overweegt, aangezien de Hoge Raad zich haast om aan deze vermelding van de mogelijkheid van een 'probleemuitvinding' toe te voegen dat dit door Leo Pharma ook niet aan haar beroep op inventiviteit ten grondslag is gelegd. Diegenen die zich - evenals ondergetekende - de hersens gaan pijnigen in welke gevallen de inventiviteit enkel gelegen kan zijn in het onderkennen van het probleem (terwijl de oplossing vervolgens voor de hand liggend is) moet ik dan ook tegen zichzelf (en de Hoge Raad) in bescherming nemen. Het is een theoretische mogelijkheid die men niet kan uitsluiten, maar het praktisch belang ervan lijkt me nihil. Belangrijker is bovendien, naar het mij voorkomt, dat ook indien de vinding gelegen is in het onderkennen van een bepaald probleem dat er niet aan afdoet dat ook dan enkel relevant is of er wel of geen sprake is van inventiviteit. De overweging van de Hoge Raad dat 'dit' in dat geval anders zou zijn, overtuigt mij dan ook niet. Ook in dat gevallijkt mij voor het oordeel dat een uitvinding inventiviteit ontbeert, in beginsel voldoende dat het gevondene - ongeacht of men dat nu kwalificeert als 'probleem' of als 'oplossing' - op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek. Voor een octrooieerbare uitvinding is in alle gevallen slechts van belang of sprake is van een niet voor de hand liggende bijdrage aan de stand van de techniek. Of men die bijdrage kan labelen als 'oplossing' of als 'probleem' is voor de octrooieerbaarheid irrelevant, maar betekent hooguit dat de onderzoeker of rechter niet de 'problemsolution-approach' kan hanteren, maar een ander hulpmiddel voor het beoordelen van inventiviteit uit zijn gereedschapskist moet halen. Wijsheid achteraf ('hindsight') Leo Pharma had ter onderbouwing van het standpunt dat vastgesteld dient te worden dat de vakman zich daadwerkelijk van het probleem bewust was, ook een beroep gedaan op het Rockwool-arrest van de Hoge Raad van 15 februari Daarin is onder te lezen dat het bij de beoordeling van inventiviteit 'erom gaat of de gemiddelde vakman het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem zou hebben onderkend'. De Hoge Raad wijst er nu op (onder 3.6) dat deze zinsnede niet een noodzakelijk element voor de inventiviteitsbeoordeling behelst, maar een uitwerking is 'van de regel dat de rechter de geoctrooieerde werkwijze niet met kennis achteraf ("hindsight") mag beoordelen.' Het Rockwool-arrest nalezende is inderdaad juist dat de bewuste opmerking daar binnen de context van hindsight-perikelen gemaakt wordt. De Hoge Raad overweegt in Leo Pharma dat de rechter het geoctrooieerde 'niet met kennis achteraf ("hindsight") mag beoordelen.' Dat klinkt fraai maar hoe realistisch is dat? Of een uitvinding inventief is wordt noodzakelijkerwijs altijd achteraf beoordeeld. De uitvinding dient immers eerst gedaan te zijn, voordat octrooi kan worden aangevraagd, en de ingediende aanvrage gaat noodzakelijkerwijs vooraf aan de beoordeling van de inventiviteit door het Europees Octrooibureau. Daar zit al gauw 1 à 2 jaar tussen. Vervolgens kan ook de nationale rechter de inventiviteit in een nietigheidsprocedure beoordelen en aan die nietigheidsprocedure gaat de octrooiverlening noodzakelijkerwijs vooraf. Het is ook niet uitzonderlijk indien een rechterlijk nietigheidsoordeel pas vele jaren later- 10 tot 20 jaar - na de indiening van de aanvrage aan de orde is. Kortom, alle beoordelingen van de inventiviteit vinden in het octrooirecht per definitie achteraf plaats, zodat de inventiviteitsbeoordelaar- octrooiverlenende instantie of rechter - er niet aan ontkomt de inventiviteit 'met kennis achteraf ("hindsight"y te beoordelen. Men dient in de bewuste passage in het Leo Pharmaarrest dan ook niet letterlijk een 'verbod' op het beoordelen 'met kennis achteraf' te lezen. Het gaat erom dat de inventiviteitsbeoordelaar zich ervan bewust moet zijn dat hij of zij 'zich moet verplaatsen in de positie van de gemiddelde vakman in de periode vóór de datum van de aanvrage' - zoals A-G Langemeijer het in de conclusie bij het Rockwool-arrest formuleerde - en dat 'het terugredeneren' terwijl men zowel het probleem als de oplossing kent naar zijn aard veel gemakkelijker is dan wanneer men die nieuwe -in de aanvrage geopenbaarde - kennis nog niet bezit. Zoals A-G Huydecoper het in zijn conclusie bij GBT v Ajinomoto verwoordde gaat het erom dat men zich realiseert dat het beoordelen van inventiviteit naar zijn aard 'een groot gevaar in zich bergt dat men "with the wisdom ofhindsight" oordeelt' en zodoende de toegevoegde waarde van een vinding voor de destijds bestaande stand van de techniek geen recht doet. De hindsight-regel is dus slechts een waarschuwing en een gewaarschuwd inventiviteitsbeoordelaar telt hopelijk voor twee. Het arrest illustreert eens te meer dat de taal niet alleen een lastig instrument is om een technologische vinding in woorden te kunnen vangen, 14 maar ook om een rechtsregel helder en eenduidig te codificeren. Wijsheid achterafleert vaak dat wat eerder een duidelijke formulering leek binnen een andere context ineens onverwacht en onbedoeld kan uitpakken. Zoals voor alle recht geldt dus ook voor het octrooirecht dat sprake is van een 'werk in uitvoering' en dat het recht steeds weer opnieuw 'gevonden' - althans 'verfijnd' - dient te worden. 12 M. Singer & D. Stauder, Europäisches Patent übereinlwrnrnen, Köln: Heymann 2007, Art. 56, subparagraaf llaw-practice llegal texts I htmll ca.selaw/ e!clr _i_d _9_10.htm 14 Zie ook: noot Van Engelen bij HR 4 april 2014 (Medinol u A bbou): 'De geoctrooieerde uitvin ding: een in taal gevangen inventieve techniek', AA 2014, p. 743 (ETAA ).

De geoctrooieerde uitvinding: een in taal gevangen inventieve techniek

De geoctrooieerde uitvinding: een in taal gevangen inventieve techniek annotatie Ars Aequi oktober 2014 743 Annotatie De geoctrooieerde uitvinding: een in taal gevangen inventieve techniek Prof.mr. Th.C.J.A. van Engelen* HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:816, RvdW 2014/550,

Nadere informatie

Brussel, 22 november 2006 112206 Advies Europees beleid intellectuele eigendommen Advies Europees beleid met betrekking tot intellectuele eigendommen

Brussel, 22 november 2006 112206 Advies Europees beleid intellectuele eigendommen Advies Europees beleid met betrekking tot intellectuele eigendommen Brussel, 22 november 2006 112206 Advies Europees beleid intellectuele eigendommen Advies Europees beleid met betrekking tot intellectuele eigendommen 1. Inleiding De SERV werd op 3 november 2006 om advies

Nadere informatie

Beschermingsomvang vs. Stand van de Techniek

Beschermingsomvang vs. Stand van de Techniek Beschermingsomvang vs. Stand van de Techniek Ferry van Looijengoed AIPPI symposium, 12 maart 2014 Positie Threadthreat - Conclusie 1 is niet geldig - Geen inbreuk op conclusie 1 1 Conclusie 1 is ongeldig

Nadere informatie

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl 1 Een octrooi (ook wel patent) is een juridisch document waarin de beschermingsomvang van een technische uitvinding of idee is vastgelegd. Met een octrooi kunt u derden, die daartoe niet gerechtigd zijn,

Nadere informatie

Partijen zullen hierna ook [X] en Slamdam genoemd worden.

Partijen zullen hierna ook [X] en Slamdam genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/464103 / KG ZA 14-449 Vonnis in kort geding van in de zaak van [X], wonend te [A], eiser, advocaat: mr. G.H. Thasing

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Jurisprudentie Ondernemingsrecht

Jurisprudentie Ondernemingsrecht Jurisprudentie Ondernemingsrecht 3 februari 2015 Mr. P.J. Peters 1 HR 23 mei 2014, JOR 2014, 229 Kok/Maas q.q. Bestuurdersaansprakelijkheid/selectieve betaling Casus P. Kok ( Kok ) 100% bestuurder Kok

Nadere informatie

BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE

BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE eric.degryse@simontbraun.eu I. OCTROOIWETGEVING : België Wetboek van economisch recht, 19 April 2014, Boek XI, "Intellectuele eigendom, titel 1, Uitvindingsoctrooien

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 250632 / HA ZA 05-3008

zaaknummer / rolnummer: 250632 / HA ZA 05-3008 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 250632 / HA ZA 05-3008 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TECKRU PROJECTS B.V.,

Nadere informatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: Uitspraak 6 februari 2015 Eerste Kamer 14/03627 LH/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.J. van Galen, t e g e n BEPRO

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie ECLI:NL:HR:2013:983 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie 18-10-2013 Zaaknummer 12/03380 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:52, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8529,

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015. Daan de Lange. Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende. procedure - NL procedures

AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015. Daan de Lange. Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende. procedure - NL procedures AIPPI bijeenkomst 25 juni 2015 Het wijzigen van octrooiconclusies in een lopende procedure - NL procedures Daan de Lange Achtergrond Artikel 138 (3) EOV (2000) Daarvoor: Spiro / Flamco + Wiva/Van Egmond

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN

EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN www.inaday.eu WIJ ZIJN INADAY, SPECIALIST IN MERKEN & PATENTEN Inaday maakt merk- en patentbescherming begrijpelijk en bereikbaar. Dit doen we door de procedures voor merk-

Nadere informatie

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D. Keus)

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D. Keus) Vervangende toestemming tot verhuizing naar Finland Prof. mr. A.J.M. Nuytinck HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D.

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 8 OKTOBER 2015 C.14.0504.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0504.N ROQUETTE FRÈRES, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 62136 Lestrem (Frankrijk), rue de la Haute Loge 1, eiseres,

Nadere informatie

NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN

NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN www.inaday.eu WIJ ZIJN INADAY, SPECIALIST IN MERKEN & PATENTEN Inaday maakt merk- en patentbescherming begrijpelijk en bereikbaar. Dit doen we door de procedures voor merk-

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 7 NOVEMBER 2014 C.14.0122.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0122.N 1. M. H., 2. A. D. K., eisers, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 6 januari 2014 (nr. G.13.0163.N) vertegenwoordigd

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:HR:2015:2191 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2015:2191 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 14-08-2015 Datum

Nadere informatie

Bescherming en exploitatie van Intellectueel Eigendom

Bescherming en exploitatie van Intellectueel Eigendom Bescherming en exploitatie van Intellectueel Eigendom Bescherming uitvinding / vorm / merk en IP strategie (parallelsessie I) Kayin Pang, Peter van Essen and Ard Ellens Food Valley & Nederlandsch Octrooibureau

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 19 september 2014 Eerste Kamer 12/05512 TT/AS in naam des I~c~~~~~~ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Erno RUBIK, wonende te Boedapest, Hongarije, EISER tot cassatie, verweerder in het incidenteel

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

Inleiding. Achtergrond toepasselijke regels

Inleiding. Achtergrond toepasselijke regels Beschikking door een deelgenoot over zijn aandeel in een goed dat tot een bijzondere gemeenschap behoort: enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 28 november 2008, NJ 2009, 145 Inleiding In zijn arrest

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

Hieronder volgt dus de beknopte verklaring van enkele termen die in de arresten van het Hof worden gebruikt.

Hieronder volgt dus de beknopte verklaring van enkele termen die in de arresten van het Hof worden gebruikt. Kort lexicon tot nut van de rechtzoekende, waarin enige uitleg wordt gegeven van de meest gangbare geschreven rechtstaal van het Hof van Cassatie en van het parket bij dit Hof ( 1 ). Dit korte lexicon

Nadere informatie

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015.

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015. Vrijblijvende en ter oriëntatie bedoelde toelichting op procedure misleiding Staatsloterij en de eventuele mogelijkheid tot het verkrijgen van schadevergoeding of een andere vorm van compensatie. Naar

Nadere informatie

De Hoge Raad beantwoordt de beide hierboven geformuleerde rechtsvragen als volgt. 1

De Hoge Raad beantwoordt de beide hierboven geformuleerde rechtsvragen als volgt. 1 Boedelberedderaar is geen afwikkelingsbewindvoerder Prof. mr. A.J.M. Nuytinck HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:38 en 39 (mrs. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en G. de Groot;

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049

zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049 vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/492533 / KG ZA 15-1049 Vonnis in kort geding van in de zaak van [EISERES] H.O.D.N. GORDIJNATELIER MEUBELSTOFFEERDERIJ

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 29 874 (R 1777) Goedkeuring en uitvoering van de op 17 december 1991 te München tot stand gekomen Akte tot herziening van artikel 63 van het Verdrag

Nadere informatie

Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren

Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren European Patent Litigation Agreement (EPLA) Verordening inzake het Gemeenschapsoctrooi Huidige situatie Octrooien zijn beschermingstitels met

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JANUARI 2015 P.14.0564.N/l Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0564.N inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. toor te kiest,. _ advocaat bij de balie te Gent, met kan - waar de eiseres

Nadere informatie

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B.

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B. Postbus 3219, 2280 GE Rijswijk -------- Beschikking A. - B. 1.1 Bij brief van 6 juni 2000 heeft de heer A. (hierna A.) aan de Raad van Toezicht (hierna de Raad) verzocht om een oordeel te geven over een

Nadere informatie

5 Op grond van art 23p ROW 1995 overweegt de voorzitter van de Raad het volgende:

5 Op grond van art 23p ROW 1995 overweegt de voorzitter van de Raad het volgende: Beslissing Mw. A. - B. Per brief van 31 juli 2003 richt mw. A. (hierna A.) zich tot de Raad van Toezicht voor Octrooigemachtigden (hierna de Raad) met een klacht wegens niet geleverde diensten en het hiervoor

Nadere informatie

Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen.

Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen. Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen. Samenvatting Werknemer met mesothelioom spreekt werkgever aan. De schadevergoeding wordt

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

1. Wanneer kan je een octrooi (=patent) nemen op een planteigenschap die voordien nog niet gekend was in de landbouw?

1. Wanneer kan je een octrooi (=patent) nemen op een planteigenschap die voordien nog niet gekend was in de landbouw? Q&A Octrooien op planteigenschappen 1. Wanneer kan je een octrooi (=patent) nemen op een planteigenschap die voordien nog niet gekend was in de landbouw? Als het Europees Octrooi Bureau een patent verleent,

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 6 maart 1998 Eerste Kamer Nr. 16.561 (C97/040 HR) AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Karl Heinz HILLE, wonende te Haarlem, EISER tot cassatie, advocaat : mr E. Grabandt, t e g e n 1. de

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Het labjournaal. Verslaglegging van onderzoek naar nieuwe uitvindingen. Inleiding

Het labjournaal. Verslaglegging van onderzoek naar nieuwe uitvindingen. Inleiding Vereenigde Octrooibureaux N.V. Johan de Wittlaan 7 2517 JR Postbus 87930 2508 DH Den Haag Het labjournaal Verslaglegging van onderzoek naar nieuwe uitvindingen Telefoon 070 416 67 11 Telefax 070 416 67

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014. Rapportnummer: 2014/004

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014. Rapportnummer: 2014/004 Rapport Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014 Rapportnummer: 2014/004 2 De klacht Verzoekers klagen over de manier waarop de gemeente Wierden is omgegaan met hun

Nadere informatie

allen gevestigd te [vestigingsplaats], Eiseressen tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel incidenteel cassatieberoep.

allen gevestigd te [vestigingsplaats], Eiseressen tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel incidenteel cassatieberoep. 15 Civiel recht «JIN» Jurisprudentie in Nederland januari 2014, afl. 1 76 15 Hoge Raad 15 november 2013, nr. 12/04150 ECLI:NL:HR:2013:1245 (mr. Numann, mr. Loth, mr. Drion, mr. De Groot, mr. Polak) (concl.

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-157 d.d. 21 mei 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Uit: Hoge Raad 29-5-2015, 14/01835, ECLI:NL:HR:2015:1406 (Beroepsfout advocaat bij advisering)

Uit: Hoge Raad 29-5-2015, 14/01835, ECLI:NL:HR:2015:1406 (Beroepsfout advocaat bij advisering) Tijdschrift voor Bouwrecht (TBR), januari 2016, Nr. 1, TBR 2016/15 Uit: Hoge Raad 29-5-2015, 14/01835, ECLI:NL:HR:2015:1406 (Beroepsfout advocaat bij advisering) Mr. F.B. Bakels, mr. C.A. Streefkerk, mr.

Nadere informatie

Introductie. Nieuwsbrief Juni 2015

Introductie. Nieuwsbrief Juni 2015 IZI NIEWS Juni 2015 IZI Patents B.V. Postbus 15 6573 ZG Beek-Ubbergen Nederland P: 0031 (0)88 121 0010 F: 0031 (0)88 121 0011 E: info@izipatents.com [E-mailadres] Introductie Beste lezer, Met trots presenteren

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Vertaling C-223/15-1 Zaak C-223/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 mei 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo 105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr.

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. Brandt ) [De man] te [woonplaats], hierna: de man, advocaat: mr. C.A. Lucardie te s-gravenhage.

Nadere informatie

Hulp voor uitvinders. Bescherm uw ideeën Patentgeschiedenis Vooraf de aanvraag Is het een creatieve uitvinding? Verkrijgen van een patent

Hulp voor uitvinders. Bescherm uw ideeën Patentgeschiedenis Vooraf de aanvraag Is het een creatieve uitvinding? Verkrijgen van een patent Hulp voor uitvinders Pag. 1 Pag. 2 Pag. 3 Pag. 4 Pag. 5 Bescherm uw ideeën Patentgeschiedenis Vooraf de aanvraag Is het een creatieve uitvinding? Verkrijgen van een patent Bescherm uw ideeën Wanneer u

Nadere informatie

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije)

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Vertaling C-125/14-1 Zaak C-125/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 maart 2014 Verwijzende rechter: Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Datum van de verwijzingsbeslissing: 10

Nadere informatie

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder De Hoge Raad schept duidelijkheid over verhaal van kosten voor opruimwerkzaamheden na een ongeval Hoge Raad van 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3594

Nadere informatie

Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011. Casus I : ± 90 minuten. Casus II : ± 30 minuten. Casus III : ± 30 minuten. Casus IV : ± 30 minuten

Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011. Casus I : ± 90 minuten. Casus II : ± 30 minuten. Casus III : ± 30 minuten. Casus IV : ± 30 minuten Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011 Casus I : ± 90 minuten Casus II : ± 30 minuten Casus III : ± 30 minuten Casus IV : ± 30 minuten Casus I Pluto BV, een onderneming met een innovatieve researchafdeling

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

[TITLE IN CAPS, VERDANA, 32]

[TITLE IN CAPS, VERDANA, 32] [TITLE IN CAPS, VERDANA, 32] DEBAT I Handhaving van een standaardessentiëel octrooi: FRANDlicentie of verbod? Zeist, 14 maart 2012 INLEIDING Op diverse terreinen worden standaards gebruikt om uniforme

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken Page 1 of 5 LJN: BO4930, Hoge Raad, 09/03103 Datum uitspraak: 28-01-2011 Datum publicatie: 28-01-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verbintenissenrecht. Zekerheidsstelling;

Nadere informatie

Europese octrooiaanvragen

Europese octrooiaanvragen Vereenigde Octrooibureaux N.V. Johan de Wittlaan 7 2517 JR Postbus 87930 2508 DH Den Haag Telefoon 070 416 67 11 Telefax 070 416 67 99 patent@vereenigde.com trademark@vereenigde.com legal@vereenigde.com

Nadere informatie

ACHTERGRONDINFORMATIE BELEIDSVISIE OCTROOIBELEID EN MKB

ACHTERGRONDINFORMATIE BELEIDSVISIE OCTROOIBELEID EN MKB ACHTERGRONDINFORMATIE BELEIDSVISIE OCTROOIBELEID EN MKB 1.1 NATIONAAL OCTROOISYS TEEM...1 1.2 EUROPESE EN INTERNATIONALE OCTROOIPROCEDURES...2 1.2.1 EUROPESE PROCEDURE...3 1.2.2 DE INTERNATIONALE PCT-PROCEDURE...4

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 26 JUNI 2014 C.13.0336.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0336.N 1. SANDOZ nv, met zetel te 2870 Puurs, Lichterveld 7, 2. ACCORD HEALTHCARE bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel

Nadere informatie

Knipperlichten. Intellectuele eigendom en ICT. Ellen Enkels. 20 februari 2013

Knipperlichten. Intellectuele eigendom en ICT. Ellen Enkels. 20 februari 2013 2013 Knipperlichten Intellectuele eigendom en ICT Ellen Enkels 20 februari 2013 Minervastraat 5 1930 ZAVENTEM T +32 (0)2 275 00 75 F +32 (0)2 275 00 70 www.contrast -law.be Overzicht I. Regelgeving Europees

Nadere informatie

faillissement 18 Rechtspraak 28

faillissement 18 Rechtspraak 28 28 - De looptijd van de schuldsaneringsregeling na voorafgaand faillissement Eva Timmermans Rechtbank Den Haag 27 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7671 1. Inleiding In de wet staat dat de termijn van de schuldsaneringsregeling

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

Datum 28 november 2012 Betreft Advies ex artikel 84 Rijksoctrooiwet 1995 inzake NL octrooi 1029032

Datum 28 november 2012 Betreft Advies ex artikel 84 Rijksoctrooiwet 1995 inzake NL octrooi 1029032 > Retouradres Postbus 58 2280 HV Rijswijk AANTEKENEN mr. dr. ir. M.W.D. van der Burg, voorzitter ir. A.A.M. Bexkens ir. B.L. van Soest mw. dr. ir. M. van der Vlugt, secretaris Patentlaan 2 2288 EE Rijswijk

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

Een pleidooi voor enige demassificatie in het octrooirecht

Een pleidooi voor enige demassificatie in het octrooirecht 150 berichten industriële eigendom mei 2011 Een pleidooi voor enige demassificatie in het octrooirecht Willem Hoyng* Inleiding Anders dan op vele andere gebieden van het recht heeft de houder van een octrooirecht

Nadere informatie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie In deze nieuwsbrief informeren wij u over de laatste ontwikkelingen inzake de procedures over btw en leerlingenvervoer.

Nadere informatie

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7. Zutekouw / van Oort

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7. Zutekouw / van Oort Rechtspraak Instantie Hoge Raad Datum 14 maart 2008 Vindplaats LJN BC6699 Naam Zutekouw / van Oort Essentie uitspraak: Een wegens ziekte arbeidsongeschikte werknemer heeft geen recht op loondoorbetaling

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

Dohmen advocaten: designers en techneuten die advocaat geworden zijn

Dohmen advocaten: designers en techneuten die advocaat geworden zijn Dohmen advocaten: designers en techneuten die advocaat geworden zijn IE in de LED-wereld praktijkvoorbeelden, tips & trucs Hub Dohmen twitter: http://twitter.com/hdohmen LinkedIn: http://nl.linkedin.com/in/hubdohmen

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Het alternatieve probleem en het bonus-effect in de beoordeling van inventiviteit

Het alternatieve probleem en het bonus-effect in de beoordeling van inventiviteit Het alternatieve probleem en het bonus-effect in de beoordeling van inventiviteit AIPPI Symposium Zeist 11 maart 2015 2 René van Duijvenbode NLO Den Haag vanduijvenbode@nlo.nl Peter Dorna AOMB IP Consultants

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A te B, tegen C te D en E te F Zaak : Declaraties, ontbreken vertaling, gelijkheidsbeginsel Zaaknummer : 2010.00043 Zittingsdatum : 18 augustus 2010 1/6 Geschillencommissie

Nadere informatie

Rapport Rapportnummer: 2012/099

Rapport Rapportnummer: 2012/099 Rapport Rapport betreffende een klacht over NL Octrooicentrum, onderdeel van Agentschap NL van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie uit Rijswijk (ZH). Rapportnummer: 2012/099 2 Datum:

Nadere informatie

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures Inleiding Zoals collega Van den Anker al eerder (Samenleven en alimentatie ontvangen? EB 2009, 32) schreef, is de alimentatieplicht niet oneindig. Deze kan

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 11 maart 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Schorsing na faillissement en terugverwijzing naar een lagere rechter Alternatieve causaliteit Lastgeving Tussentijds

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie

Het criterium van de redelijk handelend verzekeraar. Nu5g hulpmiddel of belemmering bij verzwijgingszaken?

Het criterium van de redelijk handelend verzekeraar. Nu5g hulpmiddel of belemmering bij verzwijgingszaken? Het criterium van de redelijk handelend verzekeraar. Nu5g hulpmiddel of belemmering bij verzwijgingszaken? K. Engel, LLM, BA ACIS Symposium 20 maart 2015 Inleiding (1/2) Inleiding verzwijging. Oud recht:

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi

Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi Fiche 9: Verordening EU octrooi vertaalregelingen 1. Algemene gegevens Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi Datum Commissiedocument:

Nadere informatie

RIJSWIJK, 15 november 1999. mr. J.L. Driessen, voorzitter ir. J.G. Hofman ir. A.A.M. Bexkens ir. F.A.T. van Looijengoed, secretaris

RIJSWIJK, 15 november 1999. mr. J.L. Driessen, voorzitter ir. J.G. Hofman ir. A.A.M. Bexkens ir. F.A.T. van Looijengoed, secretaris RIJSWIJK, 1 november 1999 mr. J.L. Driessen, voorzitter ir. J.G. Hofman ir. A.A.M. Bexkens ir. F.A.T. van Looijengoed, secretaris Advies ex art. 84 Rijksoctrooiwet 199 Nederlands octrooi 0097 Verzoeksters:

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 0 0 3 i 0 4 januari 1991 Eerste Kamer Nr. 14.449 AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Rudolph Jan ROMME, wonende te Bosch en Duin, gemeente Zeist, EISER tot cassatie, advocaat: Mr. J.W.

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7 Rechtspraak Instantie Hoge Raad Datum 8 oktober 2004 Vindplaats LJN AO9549 Naam Vixia / Gerrits Essentie uitspraak: De enkele schending van controlevoorschriften (de werknemer weigert bij de bedrijfsarts

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 30/07/2014

Datum van inontvangstneming : 30/07/2014 Datum van inontvangstneming : 30/07/2014 Vertaling C-310/14-1 Zaak C-310/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 juni 2014 Verwijzende rechter: Helsingin hovioikeus (Finland)

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 44 23 februari 2011 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mevrouw mr. P.M. Arnoldus-Smit en mevrouw mr. J.W.M. Lenting) Samenvatting Consument heeft

Nadere informatie

Vereniging voor Arbeidsrecht

Vereniging voor Arbeidsrecht Vereniging voor Arbeidsrecht 7 maart 2013 Prof. dr. R.M. Beltzer 1 2 Een uitstervend ras? Te behandelen! 1. Het probleem: de krimpende markt en concurrentie 2. Iedereen een arbeidsovereenkomst? De elementen

Nadere informatie

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 279867 / KG ZA 07-29

zaaknummer / rolnummer: 279867 / KG ZA 07-29 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 279867 / KG ZA 07-29 Vonnis in kort geding van in de zaak van JOSEPHUS JOHANNUS MARTINUS BAX, wonende te Bergeijk, eiser, procureur

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie