Kansen voor ruimtelijke verandering. INTERREG IIIB Noordwest-Europa Terugblik

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kansen voor ruimtelijke verandering. INTERREG IIIB Noordwest-Europa Terugblik 2002-2008"

Transcriptie

1 Kansen voor ruimtelijke verandering INTERREG IIIB Noordwest-Europa Terugblik

2 Investeren in kansen Samenvatting Deze publicatie gaat over kansen, methoden en uitdagingen zowel in het recente verleden als in de nabije toekomst. Sinds de eerste projectoproep in juni 2002 heeft het INTERREG IIIB NWE-programma, via 9 oproepen in 6 jaar, EUR 330 miljoen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) toegekend voor 99 hoogwaardige projecten voor duurzame ontwikkeling in Noordwest-Europa. Deze middelen zijn door de projectpartners aangevuld, zodat met de NWE-projecten in totaal het gigantische bedrag van EUR 660 miljoen was gemoeid. Sterke en divers samengestelde samenwerkingsverbanden uit zeven EU-lidstaten en Zwitserland zijn doelgericht met allerlei transnationale ruimtelijke kwesties aan de slag gegaan. De nadruk lag op de volgende vijf prioritaire thema s: Steden & regio s, Transport & IT, Water & overstromingsrisico s, Natuur & cultuur en Zeeën & havens. Het NWE-programma heeft kansen geboden om actief mee te zoeken naar vernieuwende manieren om het ruimtelijke potentieel optimaal te benutten en gezamenlijke problemen aan te pakken. Nationale, regionale en lokale overheden, particuliere bedrijven, onderzoeksinstituten, maatschappelijke organisaties en NGO s hebben hiervan kunnen profiteren. Bij IIIB ging het vooral om experimenteren en innoveren, en daarmee ook om het overdragen van kennis via gezamenlijke acties en pilot-investeringen. De IIIB-projecten hebben geholpen om de concrete uitvoering van EU-richtlijnen te versnellen via een gezamenlijke aanpak. Concrete resultaten hebben niet lang op zich laten wachten. Belanghebbenden hebben zich door de succesverhalen laten overtuigen en hebben de effecten erkend. Inmiddels zetten velen van hen zich politiek en financieel in voor vervolgprojecten (Deel 1). De verbluffende resultaten van het IIIB NWE-programma zijn onder meer te danken aan het uitdragen van de methoden en processen waarop INTERREG is gebaseerd. Daarbij valt te denken aan: vertrouwen en leerprocessen bevorderen door transnationale samenwerking, regionale netwerken versterken, zichtbaarheid en bewustwording verbeteren, de betrokkenheid van de samenleving en de bevolking garanderen, synergieën en clusters cultiveren, en ervoor zorgen dat dit alles concreet invulling krijgt (Deel 2). De antwoorden op de ruimtelijke uitdagingen zijn indrukwekkend, maar kunnen alleen écht op waarde worden geschat door in de projectportefeuille te duiken. Daarom hebben wij enkele van de beste voorbeelden voor u geselecteerd; deze spreken voor zichzelf (Deel 3). Deze publicatie is een eerbetoon aan de gezamenlijke inspanningen van ruim 900 partners in heel Noordwest-Europa. Dit rapport put uit de resultaten van de programmaperiode IIIB en biedt een kader voor reflectie over de volgende programmaperiode, wat maar weer bewijst dat INTERREG een permanent leerproces is. In zes jaar tijd is er veel bereikt, maar er ligt nog werk genoeg voor het nieuwe IVBprogramma, dat loopt van 2007 tot 2013 en daarna. Informatie over de nieuwe prioriteiten voor NWE is te vinden op Er zijn volop mogelijkheden om in het INTERREG-laboratorium te komen experimenteren. Daarvoor hebt u geen witte jas of stofbril nodig alleen vastberadenheid, doorzettingsvermogen en een open geest.

3 Inhoud Over deze publicatie Het cohesiebeleid van de EU Over ons INTERREG IIIB-programma Noordwest-Europa (NWE) Deel 1: KANSEN voor projectpromotors wie u ook bent! 8-15 Investeringsplannen en infrastructurele pilotprojecten uitvoeren Hulp bij het uitvoeren van complexe EU-richtlijnen en de afstemming op de plaatselijke context Kosten verlagen, efficiency verhogen en dubbel werk voorkomen Extra geld mobiliseren en investeringen aantrekken Invloed uitoefenen op de beleids- en ontwikkelingsagenda Snelle resultaten en effecten behalen Netwerken en instellingen in uw regio versterken Nieuwe economische strategieën voor regionale groei formuleren Quiz 1 Begint u al grip te krijgen op NWE? Deel 2: METHODEN om samen gemeenschappelijke doelen te bereiken ExperimentiereExperimenteren en innoveren Kennis overdragen (niet alleen knowhow!) Vertrouwen kweken voor de vorming van sterke, gevarieerde samenwerkingsverbanden Een ruimtelijke visie omarmen Synergieën en clusters creëren Profilering en bewustwording verbeteren Zorgen voor betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties Cultureel bewustzijn vergroten Quiz 2 Hoe is het in de praktijk gegaan? Deel 3: UITDAGINGEN voor territoriale samenhang en wat projecten tot nu toe hebben gedaan Connectiviteit Klimaatverandering Stedelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing Natuur en biodiversiteit Innovatie en kennisoverdracht Quiz 3 Wie is het meest innovatief? INTERREG aanstekelijk, omstreden en open voor kritiek Het veranderende gezicht van de cohesie in NWE Woordenlijst Antwoorden op de quizzen Projectwebsites

4 Over deze publicatie De meeste EU-publicaties beginnen met een voorwoord vol moeilijke termen waar geen einde aan lijkt te komen: best practice, toegevoegde waarde, hoogdravend blabla over transparantie en zo Na drie lange, ingewikkelde zinnen begint u al te gapen. Terug in het brievenbakje dus met dat saaie, vaak ook nog lijvige, boekwerk. Tenminste, als het inmiddels niet achter de radiator is gevallen. Er is een kans dat u besluit het ergens goed op te bergen, met de bedoeling het later nog eens te proberen als u meer tijd hebt, d.w.z. (dat wil zeggen) nooit. In plaats daarvan grijpt u naar The Economist of zapt u naar Euronews eenvoudig, begrijpelijk, to the point. MAAR WIJ GARANDEREN U: deze publicatie blijft u ten minste 15 minuten boeien, of althans tot de reclame begint. Dus zet uw ongeloof aan de kant en lees verder. Stelt u zich eens voor dat u een gemeenteambtenaar bent die de voors en tegens van het aanvragen van EU-subsidie tegen elkaar moet afwegen. Welke beelden komen bij u op? Beelden die veelal met dank aan de media erop neerkomen dat de EU de natiestaat monopoliseert, controleert of zelfs ondergraaft. Maar de ironie is dat INTERREG landen en regio s eigenlijk juist sterker maakt. Het biedt namelijk een actiekader dat afhankelijk is van hun rol in de besluitvorming en hun sterke identiteit. De sensatiepers dist verhalen op van Brusselse bureaucraten en ambtenarij, auditcontroles en anonimiteit, zakkenvullerij en grijze architectuur, en o ja, Manneken Pis. Voor veel journalisten en politici doet Europa niet veel meer dan ons bombarderen met wetgeving waardoor alles er hetzelfde uit moet gaan zien, hetzelfde moet gaan voelen en hetzelfde moet gaan smaken. Regelgeving en harmonisatie: een oorlog tegen rechte bananen. Hoe je het ook wilt noemen inmenging van bovenaf of bevelen vanuit een ivoren toren over het algemeen lijkt het weinig relevant voor het dagelijkse werk van gewone regionale beleidsmakers, overheden of bestuurders. Onduidelijk blijft veelal hoe mensen in de praktijk kunnen deelnemen aan het hele EUgebeuren. Mooi hoor, die slogans die je altijd te horen krijgt: Verenigd in verscheidenheid en Samen sinds Verenigd, wie dan? Samen, waar dan? Er wordt gezegd dat fundamentele verschillen in opvatting voor verdeeldheid zorgen en overeenstemming in de weg staan. Het is niet altijd duidelijk hoe mensen uit verschillende regio s elkaar kunnen vinden om concreet iets te doen aan de problemen waar iedereen mee zit: files, vervuiling, aantasting van de natuur, klimaatverandering. De politieke complexiteit van de EU kan overweldigend, zelfs meedogenloos overkomen. Helaas, dat is de aard van het beestje. En het feit dat ministers in vergaderzalen zoveel gebakken lucht produceren, lijkt het er ook niet beter op te maken. Maar toch, The Economist en de INTERREG NWE-projecten hebben eigenlijk heel veel met elkaar gemeen. Bijvoorbeeld partners en correspondenten in heel Europa, Engels als werktaal, doelgroepen en betrokkenen die in meerdere talen communiceren, spraakmakende rapportages die door jong en oud worden gelezen. Net als de anonieme artikelen in The Economist worden alle EU-gesubsidieerde projecten (gecofinancierd uit ESF, EFRO of Cohesiefonds) gemaakt door teams, die echter verre van anoniem zijn. Het gaat hier om sterke transnationale samenwerkingsverbanden, net zo kleurrijk en aansprekend als de projecten zelf. Toegegeven, het valt niet mee om mensen te overtuigen van de toegevoegde waarde van de Structuurfondsen, maar de ironie is dat de projecten zo veel opleveren. Alle INTERREG-projecten ( Samen sinds 1990 ) staan vooral voor één waarde en één visie: cohesie. En dáár komt het programma voor Noordwest-Europa om de hoek kijken, want het moet cohesie concreet zichtbaar én relevant te maken voor het dagelijks leven van de burgers. Het is juist te danken aan transnationale samenwerking dat de regio s een actieve rol hebben gespeeld in de EU. Ze konden immers gebruikmaken van bepaalde instrumenten om urgente problemen te helpen oplossen. In feite is het cohesiebeleid van de EU volledig afhankelijk van de regio s. Van wie kun je realistisch gezien verwachten dat ze zorgen voor duurzame regionale ontwikkeling en territoriale samenhang in Europa, behalve van lokale actoren? Er is een Chinees spreekwoord dat dit dilemma voor de regio s mooi weergeeft: Als de wind der verandering opsteekt, gaan sommige mensen schuilplaatsen bouwen en andere mensen windmolens. Het NWE-team, onze projecten, onze partners en onze programmamedewerkers behoren onmiskenbaar tot de tweede groep. Mocht u de stap ooit willen zetten, waarom dan niet nu? U kunt beginnen met dit rapport uit te lezen. Pak een pen en neem de volgende hoofdstukken door. Doe de drie quizzen om te zien wat u van het EU-cohesiebeleid weet en of u er iets aan zou kunnen hebben. Wat de prijzenpot betreft: we geven geen gratis EFRO weg, maar we kunnen u wel een heleboel EVRO (Echte Voldoening en Resultaten te Over) voor NWE in het vooruitzicht stellen. Dus leg die Economist maar weg, schakel over op INTERREG en doe mee in Europa. 4

5 Het cohesiebeleid van de EU Om de verschillen in ontwikkeling tussen regio s in de EU te verkleinen, is het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) opgericht. Dit fonds moet bijdragen tot een harmonieuze, evenwichtige en duurzame ontwikkeling van de economische bedrijvigheid, moet de concurrentiepositie versterken, de werkgelegenheid verbeteren, het milieu beter beschermen en zorgen voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Het ondersteunt gerichte acties op het gebied van R&D, de informatiemaatschappij, biodiversiteit en vervoer. Samenwerking wordt gestimuleerd in verschillende vormen: grensoverschrijdend, interregionaal en transnationaal en dat zijn wij! De prioriteiten van het cohesiebeleid in De basisprincipes van het cohesiebeleid van de EU zijn additionaliteit (of eigenlijk toegevoegde waarde), meerjarige programmering (middellange termijn, steeds voor 7 jaar), en partnerschap en gedeeld beheer (samenwerking tussen uiteenlopende organisaties van diverse niveaus). Het principe van gedeeld beheer betekent dat, conform het subsidiariteitsbeginsel (zorgen dat besluiten zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen), het beheer van de beschikbare middelen wordt ondergebracht bij de lidstaten. Zij wijzen een beheersautoriteit aan, die de verantwoordelijkheid draagt voor de programmering, uitvoering en monitoring van de maatregelen van ieder programma. De INTERREG-methode Het Communautair Initiatief INTERREG IIIB, dat liep vanaf 2002, was een gerichte strategie in het kader van het cohesiebeleid om oplossingen te vinden voor problemen waar lokale en regionale overheden mee kampten. Het doel was om transnationale effecten te sorteren via projecten in de regio s en om al doende van elkaar te leren. Veel woorden maar geen daden moest beslist worden voorkomen. Thematische prioriteiten op maat Gezien de ruimtelijke indeling, omvang en kenmerken van Noordwest-Europa hebben de opstellers van het programma (de betrokken lidstaten in het programmagebied) dankbaar gebruikgemaakt van de prioriteiten in de kaderdocumenten van de EU (zeg maar het beleidskader). Deze hebben ze toegespitst op de specifieke ruimtelijke uitdagingen en gevat in de volgende vijf prioritaire gebieden: Veranderingen in de prioriteiten voor In september 2008 zal de Europese Commissie naar verwachting een groenboek over territoriale samenhang vaststellen. In het kader daarvan is een openbare raadpleging gehouden en heeft men suggesties kunnen doen voor mogelijke manieren om de ruimtelijke uitdagingen in Europa het hoofd te bieden. Territoriale samenhang wordt als zodanig genoemd in het EU-verdrag (ondertekend in Amsterdam in 1997) en was bijna tien jaar geleden voor het eerst onderwerp van gesprek tussen diverse lidstaten en Commissiefunctionarissen. Dit overleg mondde in 1999 uit in het Europees Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief (EROP). Daarin erkenden politici en beleidsmakers de noodzaak om iets te doen aan de impliciete doch substantiële impact van het EU-beleid op de territoriale ontwikkeling en om meer in te zetten op het ruimtelijke potentieel van de EU. In mei 2007 werden deze conclusies neergelegd in de Territoriale Agenda. Tegelijkertijd werd het budget van EUR 8,7 miljard voor de doelstelling territoriale samenwerking (2,52% van de EUR 347 miljard die beschikbaar is voor het cohesiebeleid) gemainstreamd voor de nieuwe begrotingsperiode van de EU ( ). INTER- REG is het enige financiële instrument van de Structuurfondsen dat expliciet is gericht op het ruimtelijke aspect van cohesie. Wil de EU aan de doelstellingen van de Lissabon- en de Göteborgagenda kunnen beantwoorden, dan is deze vorm van interventie cruciaal. Het NWE-programma kan organisaties ondersteunen en belonen die dat ruimtelijke potentieel optimaal weten te benutten. Om in te spelen op de specifieke behoeften van Noordwest-Europa, concentreert het IVB-programma zich op de meest urgente uitdagingen. Daarvoor zijn 4 thematische prioriteiten vastgesteld: innovatie, natuurlijke hulpbronnen, connectiviteit en sterkere gemeenschappen. Meer informatie hierover is te vinden op onze website (www. nweurope.eu). De kwesties waar de IIIB-projecten betrekking op hadden, zijn nog steeds relevant voor NWE, maar het programma is nu meer strategisch gericht. Het blijft openstaan voor lokale en regionale behoeften. In geografisch opzicht is het flexibeler geworden, waardoor het beter in staat is het grotere geheel te overzien en de rol van NWE in een bredere Europese en mondiale context te plaatsen. 2,52% van het totale Cohesiefonds voor Europese territoriale samenwerking lijkt misschien niet veel, maar het gaat in totaal om EUR 8,7 miljard voor transnationale projecten. Daarvan is EUR 355 miljoen bestemd voor projecten in het kader van IVB Noordwest-Europa! Prioriteit 1 Prioriteit 2 Totstandkoming van een aantrekkelijk en coherent systeem van grote en kleine steden en regio s Verbetering van de toegang tot vervoer, communicatie-infrastructuur en kennis Prioriteit 3 Prioriteit 4 Prioriteit 5 Bescherming van watervoorraden en voorkoming van overstromingsschade Versterking van de ecologische infrastructuur en bescherming van het cultureel erfgoed Versterking van de maritieme functies en bevordering van de ruimtelijke integratie van door zeeën gescheiden regio s 5

6 Over ons INTERREG IIIB-programma Noordwest-Europa (NWE) NWE samenwerkingsgebied Omdat het EU-cohesiebeleid alleen dicht bij huis invulling kan krijgen, moeten partners inzicht hebben in de lokale context van elkaars ontwikkelingskansen en -uitdagingen en moeten zij een gezamenlijke visie voor strategische actie kunnen schetsen. Vaak is er een territoriale samenhang tussen deze uitdagingen, ingegeven door nabijheid, door vergelijkbare topografie, door klimaat, door historische traditie of zelfs door ideologie. Daarom is er een duidelijk samenwerkingsgebied afgebakend, zodat er een megaregio voor interventie is ontstaan. Maar NWE omvat alleen oude lidstaten, waarvan er drie NEE hebben gezegd tegen een grondwettelijk verdrag voor Europa. Betekent dit dat we in politiek opzicht zijn uitgekeken op de EU? Zelfs Ierland, dat nog maar zo kort geleden zulke enorme economische sprongen heeft gemaakt? Toch lijkt men nog altijd wel te geloven in een gezamenlijke visie op cohesie in Noordwest-Europa. Dit bleek onlangs nog toen de Commissie in Agenda 2007 had voorgesteld om NWE op te splitsen in een Rijn-programma en nog iets, en dit voorstel werd verworpen. Eensgezind hielden alle betrokken regio s en landen vast aan het bestaande samenwerkingsgebied. Het territoriale kapitaal en potentieel van NWE Ruimtelijk gezien wordt Noordwest-Europa onder meer gekenmerkt door een sterke economie, een hoge bevolkingsdichtheid en omvangrijke vervoersstromen (met de bijbehorende problematiek), landschapsschoon langs de randen van het gebied, en wetenschappelijke instellingen van wereldklasse. In dit opzicht zit het gebied vol contrasten: terwijl de dunbevolkte, perifere delen nog altijd te kampen hebben met ontvolking en ondermaats openbaar vervoer, heeft het stedelijke, centrale deel relatief goede ICT-voorzieningen en een instroom van jonge, getalenteerde, hoger opgeleiden. Dit klinkt misschien bekend. Toch roept het hier gepresenteerde ensemble van projecten vragen op over de implicaties van een cohesiebeleid dat uitgaat van geografische kenmerken. Binnen Europa zijn er bijvoorbeeld grote verschillen in opvatting over de classificatie van stedelijke en landelijke gebieden. Deze tweedeling is uiteraard met geen enkele beleidsmaatregel te verhelpen, maar INTERREG kan wel een bijdrage leveren. Als de EU naar evenwichtige regionale ontwikkeling wil streven, zijn instrumenten die samenwerking ondersteunen onmisbaar. Het NWE-gebied beslaat een oppervlak van km2; dat is 19% van het totale landoppervlak van de EU27. Het grootste deel van het gebied ligt in Frankrijk (33%) en het Verenigd Koninkrijk (28,9%), dan komen Duitsland (17,4%), Ierland (8,3%), Zwitserland (4,9%), Nederland (3,6%), België (3,6%) en Luxemburg (0,3%). Er wonen ongeveer 179 miljoen mensen; dat is ongeveer 36% van de totale bevolking van de EU27. De gemiddelde bevolkingsdichtheid is 307 inwoners per km². Dat is meer dan twee-en-een-half keer het EU27-gemiddelde van 118 inwoners per km² (2003). Zo n driekwart van de bevolking woont in bebouwde gebieden met meer dan 500 inwoners per km² een indicatie van het stedelijke karakter van het NWE-gebied. Anderzijds is 25% van het gebied dunbevolkt. Deze plattelands- en kustgebieden vormen een waardevol contrast met de drukke metropolitane gebieden. Desondanks zijn beide essentieel om te zorgen voor economische groei en welvaart in de regio s. EuroGeographics Association for the administrative boundaries De vruchten van uw transnationale inspanningen De 99 projecten van het INTERREG IIIB-programma, uitgevoerd door Belgische, Britse, Nederlandse, Franse, Duitse, Ierse, Luxemburgse en Zwitserse partners, zijn samen ruim EUR 660 miljoen waard. Zij hebben de grondslag gelegd voor gezamenlijke acties op het gebied van territoriale ontwikkeling door optimaal gebruik te maken van EUR 330 miljoen uit het EFRO, verspreid over diverse prioriteiten, en door stevig voort te bouwen op de fundamenten van het IICprogramma ( ). Van alle ideeën die bij het IIIB-programma werden ingediend, zijn ongeveer de helft volwaardige aanvragen geworden. Het opstellen van een normale projectaanvraag kost gemiddeld maanden. Van alle 217 aanvragen (van 164 projecten) werden er 99 goedgekeurd, dus een snelle rekensom laat zien dat het succespercentage ongeveer 50% was. Het aantal projectpartners varieerde van 3 tot wel 26. Gemiddeld had een samenwerkingsverband negen partners. Er waren 900 officiële partners bij het programma betrokken, en daarnaast nog duizenden waarnemers. De samenwerkingsverbanden waren zeer divers en cross-sectoraal en omvatten onder meer overheden (61%), non-profitorganisaties (17%), universiteiten en onderzoeksinstellingen (14%), particuliere ondernemingen (4%) en overige (4%). Volgroeid en uitgerijpt De meeste projecten zijn beëindigd, maar sommige werken nog aan de laatste loodjes van de afronding en de samenwerking. Van haalbaarheidsstudies tot pilot-investeringen, alle INTERREG IIIB-projecten hadden één ding gemeen: de zoektocht naar transnationaliteit en de toepassing daarvan dicht bij huis. De meeste projecten zijn goed uitgerijpt en hebben stevige resultaten opgeleverd (zoals ook verwacht mocht worden), maar enkele zijn niet goed rijp geworden en worstelen nog met de hooggespannen verwachtingen van het programma. In de rest van deze terugblik kijken we naar een paar topscorers om te laten zien hoe het is om een fantastisch INTERREG-project in NWE te doen. 6

7 8 Hechte partnerschappen

8 Deel 1 KANSEN voor projectpromotors wie u ook bent! In dit eerste deel zullen we het hebben over de kansen die INTERREG biedt. Onze gedurfde uitspraken over wat het programma voor uw regio kan betekenen, zullen we onderbouwen met praktijkvoorbeelden van projecten. Deze ambitieuze initiatieven laten niet alleen zien hoe goed de mogelijkheden van IN- TERREG zijn benut, maar vormen ook een voorproefje voor toekomstige projecten. De Europese Commissie definieert toegevoegde waarde als uit de communautaire bijstand voortvloeiende waarde die een aanvulling vormt op hetgeen nationale en regionale overheden en de particuliere sector hadden kunnen realiseren. Kans 1 Investeringsplannen en infrastructurele pilotprojecten uitvoeren Er bestaan allerlei clichés over omvang: klein maar fijn, hoe groter hoe beter, kritische massa In ieder geval zijn de Structuurfondsen zelf kolossaal, want ze maken een derde van de totale EU-begroting uit. Transnationale samenwerking (onderdeel B) heeft weliswaar minder INTERREG-subsidie gekregen dan grensoverschrijdende samenwerking (onderdeel A), maar heeft toch een precedent geschapen: IIIB heeft namelijk niet alleen de beste kansen geboden voor een transnationale aanpak van territoriale ontwikkeling, maar heeft Noordwest-Europa in de beeldvorming ook neergezet als een stuk van de EU waar het regionale en lokale potentieel via gecoördineerde maatregelen optimaal kan worden ingezet voor het oplossen van gezamenlijke problemen. Omdat er behoefte was aan een bredere invulling van territoriale eenheid en samenhang, konden regio s zich richten op uitdagingen die bestuurlijke grenzen overschreden en konden ze investeren met cofinanciering van het EFRO. IIIB was uniek wat betreft de mogelijkheden voor investeringen. In die zin ligt het een programmaperiode vóór op het (interregionale) IIIC-programma, dat de uitwisseling van best practices via samenwerking in heel Europa ondersteunde. Dat is een van de redenen waarom het samenwerkingsgebied voor de volgende programmaperiode vrijwel ongewijzigd is gebleven. Bulldozers en bloemen Gemiddeld hadden projecten een budget van iets meer dan EUR 3 miljoen. Sommige hielden zich helemaal niet bezig met investeringen, andere waren vrijwel volledig op infrastructuur gericht. Voorbeelden zijn HST INTEGRATION (onder Britse leiding), dat ruim 97% van zijn budget van EUR 29 miljoen besteedde aan de opwaardering van stationsomgevingen en de verbetering van de aansluiting van plaatselijke spoorwegen op de HST, en SDF (onder Nederlandse leiding), dat ruim tweederde van zijn budget van EUR 33,5 miljoen investeerde in hoogwaterbeschermingsmaatregelen. Daarentegen had het EGHN-project (European Garden Heritage Network) nog geen EUR nodig om tuinen te restaureren en de toegankelijkheid ervan, de bewegwijzering en de informatievoorziening te verbeteren. Bouwen op een stevig fundament Hoe het ook zit met de financiële verdeling van projecten over begrotingslijnen, één ding is duidelijk: INTERREG IIIB was een unieke kans om eens iets anders te proberen. De investeringen waren gericht op het testen van state-of-the-art technologie en het inzetten van alternatieve methoden of nieuw ontwikkelde, geïntegreerde instrumenten. De achterliggende gedachte was dat een pilot-investering die door een breder samenwerkingsverband wordt gedaan maar in één of meer partnerregio s is geconcentreerd, kosten kan besparen en dubbel werk kan voorkomen. Er zijn nieuwe ideeën uitgeprobeerd en getest, en in het beste geval hebben de partners de experimenten van het transnationale samenwerkingsverband vervolgens in eigen land gekopieerd of verbeterd. 9

9 Kans 2 Hulp bij de uitvoering van complexe EU-richtlijnen en de afstemming op de plaatselijke context RHINENET Het uitvoeren van EU-richtlijnen is iets waar nationale, regionale en lokale overheden in de lidstaten niet aan ontkomen. Maar dat hoeft geen vervelende opgave te zijn als je kijkt naar de tijd- en kostenbesparing die mogelijk wordt gemaakt door transnationale samenwerking en kennisuitwisseling. Door gezamenlijk te werk te gaan, kunnen (sub)nationale overheden hun eigen aanpak beter of anders invullen, naar het voorbeeld van NWE-regio s die hun wetenschappelijke expertise en ervaring hebben bewezen. 75% van de EU-wetgeving wordt op lokaal of regionaal niveau uitgevoerd. Uit onderzoek naar beleidsoverdracht in het kader van INTERREG blijkt dat dit proces meerdere gezichten kan hebben: [ ] van kopiëren (directe en volledige overdracht); navolgen (overdracht van de ideeën achter een beleid of programma); combineren (een mix van verschillende soorten beleid); tot zich laten inspireren (waarbij de uiteindelijke uitkomst wordt geïnspireerd door, maar niet echt is gebaseerd op, het oorspronkelijke beleid) (Duhr & Nadin, 2007, p. 376). Van tergende theorie naar poëtische praktijk De uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt de lidstaten, de Commissie, kandidaat- en EEZ-landen, maar ook belanghebbenden en NGO s, voor een aantal gemeenschappelijke technische uitdagingen. Veel Europese rivieren hebben een internationaal stroomgebied dat zich niets van bestuurlijke en ruimtelijke grenzen aantrekt. RHINENET Daarom kan de richtlijn alleen met succes en doeltreffend worden geïmplementeerd als alle neuzen dezelfde kant op wijzen. Dat betekent dat het publiek in alle betrokken landen goed moet worden voorgelicht en in een vroeg stadium bij het proces moet worden betrokken, en dat vereist nauwe transnationale samenwerking. RHINENET heeft zich niet beperkt tot voorlichtingsbijeenkomsten en workshops om een passief publiek voor te lichten over de KRW. Om belanghebbenden actief bij de implementatie te betrekken en ideeën voor het toekomstige waterbeheer in het stroomgebied van de Rijn te ontwikkelen, werden er dicht- en schilderwedstrijden gehouden en rivierzwemdagen georganiseerd. SCALDIT ging ervan uit dat er in het stroomgebied van de Schelde grensoverschrijdend moest worden samengewerkt om de uitvoering van de KRW al in de voorbereidingsfase goed te kunnen afstemmen. Het project vormde het startsein voor de aanpak van een aantal problemen op het gebied van waterbeheer. Er werd een inventarisatie gemaakt van aspecten die internationaal zouden moeten worden gecoördineerd om de milieudoelstellingen van de Kaderrichtlijn Water op nationaal niveau te kunnen halen. Deze resultaten zullen de basis vormen voor het stroomgebiedbeheersplan voor het internationale stroomgebiedsdistrict van de Schelde. 10

10 Kans 3 Kosten verlagen, efficiency verhogen en dubbel werk voorkomen Hoe is de toegevoegde waarde van de projecten te beoordelen? De eenvoudigste manier is om de kwalitatieve waarde van de projecten en hun bijdrage aan het verwezenlijken van de programma- (en dus beleids ) doelstellingen af te zetten tegen de waarde van de aanzienlijke bedragen aan EFRO-subsidie en nationale cofinanciering. Inputs tegenover outputs, dus. Iedere vergelijking vereist echter een waardeoordeel over de toegevoegde waarde die de projecten hebben opgeleverd. Wie naar onze 99 projecten kijkt, kan misschien wel een paar EFROgecofinancierde activiteiten vinden die men ook zonder EU-steun had kunnen uitvoeren. Had kunnen, had willen, had moeten uitvoeren. Maar zou het project zonder INTERREG ooit het groene licht hebben gekregen en van de grond zijn gekomen? Zou het project zijn doelstellingen hebben bereikt, op tijd én binnen het beschikbare budget? En zouden de producten van dezelfde kwaliteit zijn geweest? Het is vaak opvallend welke toegevoegde waarde het werken in een samenwerkingsverband blijkt te hebben voor projecten. Toegevoegde waarde komt erop neer dat je over het hek gluurt om te zien wat de buren al voor elkaar hebben gekregen, en daar je voordeel mee doet; je hersens pijnigt in groepsverband, en je niet wanhopig en eenzaam achter je oren blijft zitten krabben; uit allerlei professionele expertise put, en je geen eenzame en gefrustreerde Robinson Crusoe voelt; niet te pas en te onpas onnodig geld uitgeeft de oplossing is vaak gratis verkrijgbaar; geen goedkope imitaties produceert tegen minimale kosten zijn er soms verfijnde versies te ontwikkelen, te verkrijgenen toe te passen. Nieuwkomers en oudgedienden De grootste opgave voor projectpromotors, of zij nu INTERREGgroentjes of vaste klanten waren, was tweeledig: ten eerste om voort te bouwen op eerdere projecten en na te gaan wat die reeds hadden bereikt (het vermijden van herhalingsprojecten met weinig toegevoegde waarde is een belangrijk criterium); en ten tweede om tijd en geld te besparen door via transnationale samenwerking van anderen te leren. Minder waterverbruik, minder verontreiniging, minder kosten URBAN WATER had oorspronkelijk EUR 11,6 miljoen begroot voor maatregelen om watervervuiling door de overloop van riolen tegen te gaan. Het nieuwe budget, dat uitging van integrale maatregelen ten aanzien van watersystemen, bedroeg slechts EUR 6,8 miljoen. Een dubbel succes: betere waterkwaliteit en lagere kosten! Diverse studies naar saneringsmaatregelen om de kwaliteit van het watersysteem in Arnhem te verbeteren, hadden een concreet financieel effect. Het samenwerkingsverband kwam tot een belangrijke conclusie voor toekomstige investeringen in het rioolwatersysteem. Een van de partners besloot het geplande (grote) aantal endof-pipe -installaties voor het filteren van vervuild hemelwater met de helft te verminderen, in combinatie met aanvullende maatregelen ten aanzien van het watersysteem. End-of-pipe -maatregelen bleken veel minder kostenefficiënt te zijn dan aanpassingen van watersystemen. De kosten van niet samenwerken Wie niet de moeite neemt om een op het eerste oog plaatselijk probleem in een bredere transnationale context te plaatsen, verspilt tijd en geld. Kijk maar naar de EU. Tegen de achtergrond van de Europese Akte en de voltooiing van de interne markt in 1992 verscheen het rapport-cecchini over de kosten van een niet-verenigd Europa. Ook voor ruimtelijke en duurzame ontwikkeling geldt dat non-coördinatie erg kostbaar is. Regio s kunnen zich niet veroorloven om beperkte overheidsmiddelen te verspillen en dingen te doen die al gedaan zijn dat is gewoon belastinggeld weggooien. Lokale overheden die zich de bekende vragen hebben gesteld (Zitten anderen ook met dit probleem? Bestaan er oplossingen? Zijn die elders al ontwikkeld? Hoe kunnen we die uitproberen?), kwamen dus in veel gevallen bij INTERREG terecht. Hoogwater 11

11 Kans 4 Extra geld mobiliseren en investeringen aantrekken CSI: demonstratieproject Ewald, Herten (DE) Dankzij goede voorlichtingsstrategieën leveren alle INTERREG-projecten concrete resultaten ( deliverables ) op, die meestal tastbaar zijn en soms zeer opvallend. De INTERREG IIIB NWE-projecten hebben hun EFRO-aandeel van 50% als katalysator gebruikt om nationale cofinanciering aan te trekken, waardoor de bijdrage uit de Structuurfondsen ten minste werd verdubbeld. Dat betekent dat de NWE-projectportefeuille een waarde heeft van meer dan EUR 660 miljoen. Het meest verrassend waren echter de onverwachte uitkomsten en indirecte effecten. In de nationale en Europese politiek wordt erkend dat projecten het inherente vermogen hebben om verdere investeringen op gang te brengen. Als regionale beleidsmakers onder de indruk zijn van het feit dat een project uiteenlopende actoren heeft weten te mobiliseren en te engageren, zeggen ze vaak toe om ook na afronding van het project subsidie te blijven geven. Uiteindelijk is het succes van een project af te meten aan de mate waarin het een regio aantrekkelijker heeft gemaakt. Indirecte effecten, in de zin van het mobiliseren van extra geld, lijken significant maar zijn heel moeilijk te kwantificeren. Een aantrekkelijke plek om te wonen en te werken Investeringsbeslissingen zijn afhankelijk van een hele reeks factoren, zoals geschoolde arbeidskrachten, nabijheid van markten, vervoersinfrastructuur en toeleveringsketens. Investerings beslissingen worden ook beïnvloed door de milieukwaliteit van het gebied en de aantrekkelijkheid van de onmiddellijke omgeving van revitaliserings- en investeringslocaties. Nog nooit was uitgebreid onderzocht in hoeverre milieukwaliteit meewoog bij investeringsbeslissingen. CSI (Creating a Setting for Investment) wilde kwantificeren welke invloed milieuverbeteringen hebben op investeringsbeslissingen in gebieden waar vroeger staalfabrieken en kolenmijnen lagen. Er bleek een samenhang te zijn tussen verbetering van de landschappelijke kwaliteit en de besluitvorming van investeerders. Dit betekent dat beleid en strategische ontwikkeling kunnen worden beïnvloed en dat het type nieuwe investeringen kan worden gestuurd. In het kader van het project: zijn gegevens verzameld om de invloed van de landschappelijke kwaliteit op de grondprijzen te kwantificeren, waarbij taxateurs de invloed van landschappelijke verbeteringen hebben beoordeeld (bijv. het groener maken van oude industrieterreinen); is met terugwerkende kracht een kosten-batenanalyse uitgevoerd in gebieden die eerder al waren aangepakt in het kader van de revitalisering van het Ruhrgebied, om na te gaan welke invloed de milieukwaliteit had gehad op de grondprijzen; is kwantitatieve en kwalitatieve informatie verzameld om inzicht te krijgen in hoe (en welke) landschaps- en milieufactoren invloed hebben op investeringslocaties; is bestudeerd welke invloed de regionale omgeving heeft op de beslissingen van investeerders en is via casestudy s onderzocht welke invloed ruimtelijke-ordeningsprocessen op die beslissingen hebben; zijn burgers benaderd en geïnterviewd om inzicht te krijgen in hun perceptie van de voordelen van milieu verbeteringen waarmee economische ontwikkeling gepaard gaat. 12

12 Kans 5 Invloed uitoefenen op de beleidsen ontwikkelingsagenda Ieder jaar produceert de EU een stortvloed aan beleidsaanbevelingen, mededelingen en adviezen. Globaal gesproken zitten al deze beleidsmakers in de Schumanwijk in Brussel. Toch brengen zij deze wet- en regelgeving niet in hun eentje tot stand. Nee, ze baseren zich op empirisch bewijsmateriaal van projectpartners uit heel NWE, die invloed hebben in themagebonden netwerken en beleidsorganen, eveneens in heel NWE. De afgelopen maanden hebben NWEprojecten hun eindrapporten, strategische documenten en bevindingen gepubliceerd. Daarmee hebben ze politici en beleidsmakers laten zien welke betekenis zij voor de betrokken regio s hebben als groei- en banenmotor en als innovatieve koplopers op het gebied van duurzame ontwikkeling. De conclusies van de IIIB-projecten zijn in ieder geval niet onderin een la beland. Ze kwamen, ze werkten samen, ze overwonnen (Veni, Interreg, Vici) INTERREG IIIB-projecten hebben theorieën, methodieken en toolkits in de praktijk uitgetest. Ze hebben overtuigend bewezen hoe een bepaalde aanpak in heel Europa kan worden overgenomen en hoe kennis tussen lidstaten kan worden overgedragen en snelle, geslaagde en pijnloze uitkomsten kan opleveren. De meeste projecten hebben een integrale, gerichte strategie ontwikkeld om gehoor te krijgen bij ministeries, DG s van de Commissie, commissies van het Europees Parlement, NGO s, maatschappelijke organisaties en onderzoekers, om op die manier een volwaardige beleidsinhoudelijke inbreng te hebben. Dit heeft twee kanten op gewerkt, want beleidsmakers waren blij met de succesverhalen van de projecten en hebben geluisterd naar wat ze te zeggen hadden. Bovendien hebben succesvolle INTERREG-projecten aansluiting gezocht bij zusterprojecten op vergelijkbare thematische gebieden uit andere samenwerkings programma s, zodat zij gezamenlijk nog meer gewicht in de schaal konden leggen op hun expertisegebied. Vrienden, transnationale partners, land- en zeegenoten Een samenwerkingsverband van 12 partners uit vijf Europese landen, geleid door het Britse Joint Nature Conservation Committee (JNCC), heeft alle aanwezige wetenschappelijke en technische kennis van habitatkartering, expertise in datavergelijking en databeheer en praktijkervaring met het gebruik van zeebodemhabitatkaarten voor milieubeheer binnen nationale regelgevingskaders gebundeld. Hiermee kon invloed worden uitgeoefend op onder meer het Europees Milieuagentschap. Tot de concrete resultaten van MESH (Mapping European Seabed Habitats) behoren: GIS-zeebodemkaarten voor het IIIB-gebied Noordwest-Europa; een reeks internationaal aanvaarde protocollen en normen voor de kartering van mariene habitats, inclusief richtlijnen voor karteringsstrategieën, normen voor het uitvoeren van onderzoek via remote sensing en ground truthing voor litorale en sublitorale kartering; voorspellingsmodellen voor habitattypen, gebaseerd op fysieke en hydrografische informatie voor diverse habitatgebieden en waterdiepten; nationale netwerken van eindgebruikers van habitat kaarten bij beheers-, toezicht- en planningsautoriteiten; nationale kaders voor de verdere vergelijking en verbetering van habitatkaarten op nationaal niveau en de compilatie en aggregatie daarvan op internationaal niveau; casestudy s die laten zien hoe zeebodemhabitatkaar ten in politiek, economisch en milieugericht opzicht van lokaal tot internationaal niveau kunnen worden gebruikt in de besluitvorming en het beleid. MESH 13

13 Kans 6 Snelle resultaten en effecten behalen Kans 7 Netwerken en instellingen in uw regio versterken INTERREG financiert kortlopende projecten die snel resultaten opleveren. Weinig projecten lopen langer dan zes jaar, veel projecten maar drie jaar. Dat betekent dat cofinanciers binnen afzienbare tijd concrete outputs en gebruiksklare oplossingen te zien krijgen, waarmee ze tijdig kunnen inspelen op dringende ruimtelijke uitdagingen in NWE. In die zin is INTERREG niet zozeer een kans om snel rijk te worden als wel om snel sterk te worden. De programmaprocedures zijn relatief ongecompliceerd, de aanvraagformulieren en documentatie zijn zo eenvoudig mogelijk, en de beslissingen van het Programmastuurgroep (PSC) laten niet lang op zich wachten. Vergeleken met andere EU- of nationale programma s wordt er in feite maar een bescheiden hoeveelheid informatie gevraagd. Dit hangt samen met het inzicht dat transnationale samenwerkingsverbanden tere wezens zijn, die met zorg moeten worden omringd. Als ze vanaf hun geboorte worden gekoesterd en gevormd, zullen ze het best presteren. Een snelle start is daarbij belangrijk. Succesvolle INTERREG-projecten dat zijn de meeste hebben snelwerkende oplossingen opgeleverd voor problemen op het gebied van territoriale samenhang. Tegelijkertijd zijn zij open blijven staan voor de behoeften van lokale en regionale actoren uit het veld en uit de dagelijkse praktijk. De ironie van transnationale samenwerking is dat regionale autoriteiten via internationale samenwerking in feite hun naaste buren leren kennen mensen en instellingen in hun achtertuin met wie eerder weinig of geen contact was. Een onvoorzien gevolg van INTERREG-projecten is dat lokale netwerken sterker worden. Op diverse terreinen zijn er nieuwe relaties ontstaan tussen projectpartners en lokale actoren binnen dezelfde regio. Contacten tussen professionals op hetzelfde vakgebied of binnen hetzelfde geografische gebied zijn geenszins vanzelfsprekend. Vaak komt transnationale samenwerking zelfs eerder van de grond dan samenwerking binnen de eigen regio. Via transnationale territoriale samenwerking treden er bij de afzonderlijke betrokkenen indirecte cognitieve veranderingen op. Instellingen leren en ontwikkelen zich door het Europese perspectief in de beleidscultuur te integreren en door ideeën met andere instellingen in eigen land te delen. Deelnemers krijgen ook meer gevoel voor de culturele en taalgebonden verschillen met hun tegenhangers elders in NWE. In slechts 3 jaar... Riviermodellen FAR had eind 2004 beslissingsondersteunende software ontwikkeld voor het uitwerken van rivierwaterbouwkundige maatregelen, plus een model voor het beoordelen van toekomstige ontwikkelingen en het tegengaan van extreme hoogwaterstanden van de Rijn en de Moezel. Glasvezel TESIS had eind kleine en middelgrote bedrijven op het West-Ierse platteland geholpen. Er zijn subsidies verstrekt aan de 12 meest veelbelovende bedrijven om te investeren in essentiële ICT. Via een gefaseerd proces waren individuele behoeften geïnventariseerd, was onderzoek gedaan naar transnationale benchmarking en waren e-strategieën geïmplementeerd. Zakenvrouwen ELFE had eind 2007 gratis online-cursussen en workshops over ondernemerschap georganiseerd voor potentiële Duitse zakenvrouwen. Hiermee werden gelijke kansen voor vrouwen bevorderd en praktische modellen voor plattelandsontwikkeling geïntroduceerd. Biotech In het kader van HEATH zijn lokale milieunetwerken in Cornwall en Bretagne voor het herstel van heidegebieden niet alleen geïntensiveerd, maar feitelijk tot stand gekomen! Heidegebieden behoren tot de typische historische landschappen van NWE en worden beschermd door de Europese Habitatrichtlijn. Het heideoppervlak is de afgelopen 200 jaar echter geleidelijk geslonken. Dit proces gaat nog steeds door omdat de gebieden niet goed worden beheerd en omdat de band tussen het landschap en de bewoners verloren is gegaan. Maar dankzij hervormingen van het Europese landbouwbeleid is er weer waardering ontstaan voor de economische en maatschappelijke waarde van de heide. Het project heeft in meerdere opzichten geholpen om heidegebieden te beschermen en nieuwe vormen van economische groei te vinden die samenhangen met toerisme en landbouw. Resultaten zijn onder meer dat 6000 hectare heidegrond beter toegankelijk is gemaakt voor grazers, dat versnipperde en verlaten stukken heide onder lokaal beheer zijn gebracht en dat binnendringende plantensoorten worden bestreden. BIOSMILE had medio 2008 biotech-bonsais gekweekt door bedrijvenclusters in de biotechsector te bevorderen, de communicatie in de sector te verbeteren en starters te steunen. 14

14 Kans 8 Nieuwe economische strategieën voor regionale groei formuleren Landelijke regio s in de EU kampen met structurele problemen. Het is voor hen van levensbelang om nieuwe strategieën en instrumenten te ontwikkelen om hun concurrentiepositie te verbeteren. Dan kunnen ze een meer volwaardige rol spelen in de toekomstige welvaart van NWE en bijdragen aan een meer evenwichtige verdeling van de groei tussen grote steden, kleine steden en landelijke gebieden. INTERREG heeft complementariteit hoger in het vaandel staan dan concurrentie. Anders gezegd, het programma bevordert het soort aanpak waarbij je je buren niet op hun tenen trapt. Door netwerken te vormen, kunnen steden en regio s gezamenlijke strategieën ontwikkelen waarbij elke partner het accent legt op zijn eigen niche. Om het huidige ongekende tempo van technologische veranderingen bij te kunnen houden, moeten doelstellingen en beleid worden gecoördineerd binnen een multilateraal kader. INTERREG maakt dat mogelijk: transnationale projecten dwingen steden en regio s om te profiteren van functionele complementariteiten tussen onderling afhankelijke gebieden. De gerichte maatregelen van NWE ondersteunen dan ook een gediversifieerde, duurzame economie. Het vermogen om concrete actie van de grond te krijgen waarbij projecten worden aangemoedigd die een antwoord bieden op unieke ruimtelijke uitdagingen is slechts één van de wapens in het INTERREG-arsenaal. GEOPARKS INTERREG via NWE: steeds populairder als goedkope vliegroute Goedkope vluchten zijn een relatief nieuw fenomeen. Hierdoor veranderen mobiliteitspatronen en kan het toerisme opbloeien op plaatsen die een paar jaar geleden nog volstrekt onbekend waren. Als je met Ryanair, Easyjet of een andere goedkope maatschappij vliegt, maakt het je misschien niet uit om in the middle of nowhere te landen als dat een paar euro s scheelt, zelfs als je vervolgens nog ver en lang moet reizen naar de stad waar je heen wilde. Maar wie komt er op het idee om de luchthaven uit te wandelen en te gaan verkennen wat de directe omgeving te bieden heeft? Dat is in ieder geval avontuurlijker. Dit is het idee achter DART, dat zich heeft gericht op de ontwikkeling van het toerisme in drie regio s in Schotland, Duitsland en Ierland. De partners, die elk een groeiende luchthaven in de buurt hadden, zagen dat de meeste bezoekers meteen doorreisden naar de hoofdstad of naar toeristische trekpleisters. De regio s waren economisch onderontwikkeld en in het buitenland onbekend, maar zagen een enorm groeipotentieel als ze zichzelf transnationaal op de kaart zouden weten te zetten. (Geo)logische groei Het doel van GEOPARKS was om het geotoerisme op Europese schaal te stimuleren met het oog op duurzame ontwikkeling in achtergebleven landelijke gebieden. Er werd een gezamenlijke marketingstrategie geformuleerd zodat drie landschapsparken (waar de nadruk ligt op geologische processen van vulkanisme en de werking van water), zouden kunnen aanhaken bij het bestaande UNESCO-netwerk van Europese geoparken. Partners uit Noord-Ierland, Ierland en Duitsland bundelden hun krachten om het geologisch erfgoed van NWE onder de aandacht te brengen. Groei zonder extra arbeidskrachten of extra ruimtebeslag SEG wilde intelligente, duurzame vormen van ruimtegebruik en economische groei bevorderen die niet ten koste gaan van mens en milieu. Het project wilde werknemers in gebieden met een hoge bevolkingsdruk en ruimtelijke beperkingen efficiënter inzetten in dit geval het grootste deel van Zuidoost-Engeland en de Randstad. Het onderzocht flexibele arbeidsregelingen zoals thuiswerken om het woon-werkverkeer te beperken en verontreiniging tegen te gaan, maar ook om de motivatie van werknemers te verbeteren! 15

15 Quiz 1 Begint u al grip te krijgen op NWE? We zullen eens testen wat u weet over het programma en de projecten tot nu toe. ACHTERGROND & KANSEN Het NWE-programma 1. Welke van de volgende zeeën/zeestraten valt NIET binnen het NWE-gebied? a. Ierse Zee b. Nauw van Calais c. Straat van Gibraltar 2. Waarvan is de gemiddelde dichtheid in het NWE-gebied ongeveer 307 per km2? a. auto s b. inwoners c. planologen 3. Wat was de totale waarde van de projecten die de afgelopen zes jaar in NWE dankzij EFRO-subsidie en nationale cofinanciering zijn gefinancierd? a. EUR 99 miljoen b. EUR 330 miljoen c. meer dan EUR 660 miljoen 4. Het IIIB-programma was de derde INTERREG-ronde en liep van , hoewel sommige projecten nog bezig zijn met de afronding. Maar wanneer is INTERREG begonnen? a.1980 b.1990 c In het kader van het IIIB-programma zijn 99 projecten goedgekeurd, waar ruim 900 partners bij waren betrokken, die allemaal voor aanvullende cofinanciering hebben gezorgd. Hoeveel partners had een transnationaal samenwerkingsverband gemiddeld? a. 9 b.19 c Het samenwerkingsgebied Noordwest-Europa omvat acht landen, sommige in hun geheel, andere gedeeltelijk (alleen bepaalde regio s). Welke van de volgende lidstaten behoort niet in zijn geheel tot NWE? a. Verenigd Koninkrijk b. België c. Nederland 7. Welke van de onderstaande beschrijvingen past het best bij een transnationaal project? a. een project waarbij één organisatie in haar eentje te werk gaat en technieken gebruikt die reeds vele malen zijn beproefd en perfecte oplossingen bieden b. een project waarbij de projectleider op grote schaal in zijn eigen regio investeert en tweemaal per jaar een e mail aan de partners stuurt met foto s waarop de resultaten te zien zijn c. een project waarin wordt samengewerkt in sterke, internationale samenwerkingsverbanden die kennis overdracht bevorderen, en dat is gericht op knelpunten in de regionale ontwikkeling die ruimtelijke gevolgen kunnen hebben voor aangrenzende regio s en die afzonderlijk moeilijk of onmogelijk zijn op te lossen

16 Recente projecten die IIIB-kansen in NWE hebben benut 8. Investeringsplannen en infrastructurele pilotprojecten: Hoe heeft EGHN de identiteit van tuinen in stand gehouden met een investering van minder dan EUR ? a. door de toegankelijkheid, bewegwijzering en informatievoorziening te verbeteren b. door een sterk geurende roos te kweken, met de naam De zoete geur der samenwerking c. door een niet-inheemse soort, bijvoorbeeld de vleesetende Dionaea muscipula, te planten 9. Hulp bij de uitvoering van EU-richtlijnen: RHINENET vond nieuwe manieren om de Kaderrichtlijn Water te implementeren. Welke hoorde daar NIET bij? a. de beginselen van democratie, solidariteit en respect voor gemeenschappelijke wateren promoten b. dichtwedstrijden en rivierzwemdagen organiseren c. de was doen in de rivier 10. Kostenbesparing en efficiency: Hoe lukte het URBAN WATER om het budget voor de bestrijding van regenwatervervuiling te verlagen van EUR 11,6 naar 6,8 miljoen? a. door efficiëntere systeemmaatregelen b. door te experimenteren met nieuwe technologie om het weer te beheersen en onweer te voorkomen c. door het water te verwarmen om het sneller te laten verdampen 11. Extra geld mobiliseren en investeringen aantrekken: CSI heeft Sheffield, Luik en het Ruhrgebied aantrekkelijker gemaakt voor investeerders door: a. subsidies en belastingvoordelen te beloven aan Japanse autofabrikanten die zich in deze regio s wilden vestigen b. regiobestuurders in het nieuw te steken c. de ontwikkeling van voormalige industrieterreinen te stimuleren, teneinde de milieukwaliteit te verbeteren en de grondprijzen te verhogen 12. Snelle resultaten en effecten: Wat had ELFE Duitse zakenvrouwen te bieden om hun kansen te bevorderen? a. leren tassen van Louis Vuitton b. karatelessen c. gratis online-cursussen over ondernemerschap 13. Snelle resultaten en effecten: Wat waren de biotech-bonsais die BIOSMILE in slechts 3 jaar wist te versterken? a. genetisch gemodificeerde eiken met het formaat van Japanse bonsais b. transnationale clusters van biotechbedrijven c. Vlaamse ondernemers met bionische krachten 14. Netwerken en instellingen in uw regio versterken: HEATH hield zich bezig met iets essentieels dat de afgelopen 200 jaar is geslonken. Wat was dat? a. het gevoel dat je territoriale samenhang in je eentje kunt bereiken b. de gemiddelde lengte van de Nederlander c. het oppervlak aan heidegebied in NWE 15. Nieuwe economische strategieën formuleren: Welke oplossingen onderzocht SEG om het woon-werkverkeer te verminderen en de verontreiniging in congestiegebieden tegen te gaan? a. thuiswerken en flexibele begin- en eindtijden stimuleren b. massamigratie naar de Schotse Hooglanden c. personeel aanmoedigen om zich vaker ziek te melden 16. Nieuwe economische strategieën formuleren: Hoe heeft DART de lokale economie optimaal laten profiteren van de ruim 80% transitbezoekers op goedkope regionale luchthavens? a. door gezamenlijke toerisme- en marketingstrategieën te ontwikkelen om de regio s te promoten b. door Ryanair voor het Europees Hof van Justitie te dagen c. door de landingsrechten voor de prijsvechters te verdubbelen Hoe hebt u gescoord? Antwoorden op blz. 56.

17 Geweldige trial en GEEN error In Heerlerheide (NL) zijn in het kader van MINEWATER twee proefboringen uitgevoerd tot een diepte van 825 meter. Op bijna een kilometer onder de stad werd water gevonden van 35 C, warm als badwater. Dit was echter geen eenvoudige opgave. Vooraf was berekend dat er 350 uur aan één stuk geboord zou moeten worden! Na afronding van alle boringen en proefnemingen wist men alles van de temperatuur en kwaliteit van het water, en was bekend of het al dan niet kosteneffectief zou zijn om het te gebruiken voor de winning van groene energie uit oude kolenmijnen. Methode 1: MINEWATER 18

18 Teil 2 METHODEN om samen gemeenschappelijke doelen te bereiken In dit tweede deel beschrijven we acht slimme manieren om transnationale samenwerkingsprojecten aan te pakken en de vele hierboven beschreven vruchten te kunnen plukken. Op welke principes berust de INTERREG-aanpak? Wat is het ethos van het programma? Of, concreter: wat is de praktische grondslag voor zulke samenwerking en hoe worden deze principes toegepast? De IIIB-projecten geven hierop zelf ruimschoots antwoord. Methode 1 Experimenteren en innoveren Experimenteren en innoveren gaan hand in hand. Geniale momenten van werkelijke inspiratie doen zich vaak voor in een omgeving waar mensen ongedwongen zichzelf kunnen zijn dus misschien eerder in een felgekleurde luchtballon dan in de saaie beslotenheid van een vergaderzaal. Transnationale partners komen zelden zonder brandstof te zitten. Ze zien dingen verschillend, formuleren genuanceerde standpunten en dragen originele benaderingen aan. Ruimtelijke strategieën die aan bestuurlijke grenzen zijn gebonden, leveren vaak knelpunten op; daarom ligt de nadruk op transnationale experimenten met complementaire planningsstijlen, zodat er verbindingen kunnen worden gelegd over grenzen heen. Natuurlijk loopt er wel eens iets mis: partners kunnen niet met elkaar overweg, visies vervagen of er worden fouten gemaakt. Niet dat fouten maken erg is. Eigenlijk leer je vaak het meest van fouten maken en fouten herstellen. Gek op jou(w idee) INTERREG is een laboratorium waar wordt geprobeerd om met hulp en begeleiding en niet met geweld het beste uit menselijk en sociaal kapitaal te halen. Zelfs als alles helemaal goed gaat, kunnen projecten besluiten om niet verder te gaan met hun investeringen, omdat uit haalbaarheidsstudies en proeven blijkt dat het beter is om het roer om te gooien. IIIB biedt dus mogelijkheden voor verkenning en avontuur in NWE zonder projectpartners te verplichten tot grote, langlopende uitgaven die op de korte termijn misschien nergens toe leiden. Een RORO-project kan raar rollen Het vervoer van gevaarlijke stoffen speelt een belangrijke rol in veel kustgebieden in NWE. Niet alles kan door de Kanaaltunnel. Als de tunnel wordt afgesloten, moet er een noodplan zijn. De brand op 11 september 2008 heeft nog eens laten zien hoe kwetsbaar deze essentiële verbinding is en wat de sluiting ervan betekent voor de economie. In het project FINESSE hebben havenautoriteiten, regionale overheden en Kamers van Koophandel hun vervoersbeleid onderling afgestemd om te komen tot meer intermodaal vervoer. Er zijn haalbaarheidsstudies uitgevoerd en er is met potentiële exploitanten onderhandeld over het herinvoeren van roll-on-roll-off -ferry s voor vrachttreinen. Helaas bleek de markt uiteindelijk onvoldoende belangstelling te hebben. Maar als gevolg van het project zijn fel concurrerende particuliere havens nu met elkaar in gesprek. De weg ligt dus open om andere oplossingen te onderzoeken 19

19 Methode 2 Kennis overdragen (niet alleen knowhow!) De EU is wel omschreven als een gigantisch platform voor kennisoverdracht (Radaelli, 2000) en een supranationale ideeënbus (Bomberg & Peterson, 2000) voor het uitwisselen en verspreiden van beleidsconcepten tussen lidstaten. Deze wetenschappers moeten INTERREG in gedachten hebben gehad. Bij het bevorderen van territoriale ontwikkeling in het kader van het regionaal beleid en cohesiebeleid heeft het programma blijk gegeven van een zeker je ne sais quoi iets dat we niet helemaal kunnen plaatsen maar dat wel heel bijzonder is. Dat komt niet alleen door de wereldwijsheid van de honderden projectpartners en duizenden anderen die actief bij het programma zijn betrokken. Natuurlijk bezitten ze allemaal meer dan genoeg savoir-faire, d.w.z. een specifieke deskundigheid op hun vakgebied: ICT, techniek, milieubehoud, vervoerslogistiek, cultuur, consultancy, onderzoek, bestuur, enzovoorts. Maar dat iemand veel weet, heeft weinig nut als hij die kennis voor zichzelf houdt. Het is essentieel om anderen te laten weten wat je kunt en wat je in transnationaal opzicht wilt. INTERREG biedt daarvoor een perfect formeel instrument. Het gaat verder dan puur financiële ondersteuning, want het biedt ook kansen voor intercultureel leren, het uitbreiden van professionele netwerken en uiteraard een serieuze brain gain voor wie de uitdaging aangaat. Leidend in leren voor Lissabon In ieder transnationaal samenwerkingsverband brengen alle betrokkenen iets unieks in. Dat kan feitenkennis, professionele ervaring of persoonlijk inzicht zijn. Verder zijn bepaalde nationale expertise-niches slim uitgebuit: de Nederlandse ervaringen met overstromingen, de Duitse kennis van technologie, de Britse passie voor het behoud van erfgoed, de Franse landbouwmethoden, de Ierse kustmonitoring, het Belgische bosbeheer, het Luxemburgse natuurbehoud of de alpiene ecosystemen in Zwitserland. Het feit dat partners deze kennis met elkaar willen en kunnen delen, is bepalend geweest voor het succes van INTERREG IIIB. Hierdoor zijn het samenwerkingsproces en het leerproces in NWE op gang gebracht. Klinkende resultaten Wat heeft dit betekend voor NWE? Wat heeft het programma in dit opzicht opgeleverd? vernieuwing, herstel en wederopbouw van stedelijke gebieden die zich aan hun industriële verleden proberen te ontworstelen; samenwerking en symbiose tussen middelgrote steden bij het ontwikkelen van langlopende ontwikkelingsstrategieën en het creëren van een nieuwe identiteit om investeringen aan te trekken; stedelijke ontwikkeling die ecologische en economische belangen met elkaar verenigt; inzet van nieuwe technologieën om de kloof tussen stad en platteland te overbruggen en veilige, welvarende steden en regio s te creëren.. Transnationale oesters met parels van informatie Het CYCLEAU-project heeft nieuwe methoden ontwikkeld voor de bescherming van kustgebieden en estuaria in Ierland, Cornwall en Bretagne. Hun gemeenschappelijke Keltische achtergrond was een voordeel voor het overdragen van kennis over best practices. Al deze rurale gebieden zijn afhankelijk van de kwaliteit van de rivieren om in hun bestaan te kunnen voorzien. Onafhankelijke deskundigen (stroomgebiedbeheerders, planologen en buurtwerkers) uit Duitsland, Letland, Roemenië en Zweden hebben de methodiek van het project aan een peer review onderworpen: zij hebben het nut ervan besproken met 400 internationale experts en hebben bevestigd dat het een doeltreffend instrument is voor stroomgebiedbeheer en educatie. 20

20 Methode 3 Vertrouwen kweken voor de vorming van sterke, gevarieerde samenwerkingsverbanden Omgaan met het gebrek aan vertrouwen in de politiek is een enorme opgave. Scepsis kost de regio s veel geld. Een formele vorm van samenwerking kan echter helpen om vooroordelen te laten varen en vertrouwen te winnen. Misschien kent u de comedysketch over een groepstherapiesessie waar mensen elkaar moeten leren vertrouwen. Een sceptische deelnemer in losse kleding krijgt de opdracht zo ver mogelijk achterover te leunen en niet bang te zijn omdat hij door een ander zal worden opgevangen. Heb vertrouwen! Maar die ander wordt afgeleid of zijn gedachten dwalen af. De toch al wantrouwige deelnemer valt en doet zich pijn, en zijn bangste vermoedens worden bewaarheid. Binnen INTERREG gebeurt dit beslist niet. Gedurende het hele project staan er transnationale partners naast en achter u, die u geruststellen en met u meedenken als het tegenzit, want het gaat natuurlijk nooit helemaal van een leien dakje. Je kunt alleen winnen als je meespeelt In toenemende mate worden de Structuurfondsen bewust verdeeld via heterogene samenwerkingsverbanden die zijn samengesteld op basis van een bepaalde logica. Alle partners leveren een actieve bijdrage door hun eigen kennis in te brengen en tegelijkertijd open te staan voor de ervaringen van de andere partners. Alle partners nemen een eigen rol op zich. Hun sterke en zwakke kanten zijn vooraf duidelijk in kaart gebracht, zodat zowel de input als de output optimaal is. Partners worden niet toevallig of willekeurig gekozen. Ze worden vaak uitgezocht met het oog op een betere geografische spreiding of vanwege hun specifieke expertise. De cumulatieve waarde van samenwerkingsverbanden is dat de kennis over lokale omstandigheden wordt gebundeld binnen een formele besluitvormingsstructuur die concrete activiteiten kan ontplooien. De chemie van samenwerking Geen wonder dus dat INTERREG pluriformiteit nastreeft. Samenwerkingsverbanden moeten bestaan uit beleidsmakers en besluitvormers uit de particuliere en de publieke sector, van alle niveaus. In de IIIB-periode zijn er meer universiteiten en onderzoeksinstituten bij de projecten betrokken. Ook NGO s en NPO s hebben een welkome rol gespeeld als formele projectpartners of als waarnemers. De afgelopen zes jaar hebben de meer dan 900 contractueel gebonden, financieel bijdragende partners in NWE opmerkelijk positieve effecten ondervonden van de samenwerking. En dan hebben we het nog niet eens over de talloze subpartners die voor bepaalde projectwerkzaamheden zijn aangetrokken en de duizenden belang hebbenden en waarnemers op mailinglijsten die conferenties hebben bijgewoond, in overlegorganen hebben gezeten en waardevolle bijdragen hebben geleverd. Drie weten meer dan één Samenwerken in een team elk team is altijd een experiment dat in principe kan mislukken. Iedereen weet hoeveel waarde er wordt gehecht aan teamwerk. Dat merk je vooral bij sollicitatiegesprekken, als je overtuigend moet proberen te vertellen dat je een goede teamplayer bent, maar tegelijkertijd moet laten zien dat je ook uitstekend zelfstandig kunt werken. Maar zelfstandig te werk gaan kan een eenzaam, langzaam en inefficiënt proces zijn. Veel projectpartners komen uit organisaties met een gevestigde teamcultuur. Werken in een transnationaal team in INTERREG is een groot en belangrijk experiment, maar betekent voor velen dat ze hun comfort zone moeten verlaten. Meestal loopt alles gesmeerd, maar soms kost het tijd om aan het team te wennen, zeker als er taal- en cultuurverschillen meespelen. Bij INTERREG gaat het om snelle oplossingen, en tijd speelt dan ook een essentiële rol. Hoera voor havenontwikkeling Het doel van IMPACTE was om het vrachtvervoer over de weg gedeeltelijk te vervangen door vervoer over het water. Door te investeren in extra containerlaadvoorzieningen in de haven van Southampton, is de capaciteit voor het containervervoer over het spoor uitgebreid. Hierdoor zijn 20 fulltime banen ontstaan en kunnen in de haven nu treinen tot een lengte van 445 meter worden geladen en gelost. Onder leiding van het South East England Development Agency (SEEDA) hebben de 26 projectpartners gewerkt aan duurzame havenontwikkeling en een betere goederendistributie, waarbij economische, sociale en milieugebonden voordelen centraal stonden. Het project heeft geïnvesteerd in kleinschalige infrastructuur en heeft gezorgd voor een betere intermodale toegang tot de haven. Via onderzoek is de aandacht gevestigd op de betekenis van de havens voor de regionale, nationale en Europese economie. Goed sporen Doug Morrison, havendirecteur ABP Southampton: Dankzij IMPACTE beschikt de haven nu over betere voorzieningen voor het spoorvervoer. Dit betekent dat de haven een belangrijkere rol kan gaan spelen als multimodale hub. Dit biedt bovendien grote milieuvoordelen. De twee grootste havens van Europa Antwerpen en Rotterdam verwerken 400 schepen per dag. Het containervervoer over zee zal naar verwachting met 6% per jaar blijven groeien. Als de capaciteit van het spoorwegnet niet wordt verbeterd, zal het vrachtvervoer over de weg dus verder toenemen. 21

21 EMDI Espace Manche Development Initiative Topdrukte op het Kanaal EMDI heeft de samenwerking tussen Engelse en Franse regionale overheden in het Kanaalgebied verbeterd. Met behulp van de modernste ICT is de Atlas Transmanche, een product van een eerder samenwerkingsproject, verder ontwikkeld. Dit heeft een geavanceerde regional data tool opgeleverd die kan worden gebruikt in een specifieke strategie voor het kusten zeegebied. Dagelijks passeren er meer dan 700 grote schepen door het Nauw van Calais de poort tussen Europa en de rest van de wereld en een belangrijke verbindingsroute tussen Groot-Brittannië en het vasteland. Een belangrijk strategisch aspect is veiligheid, zoals herhaaldelijk is gebleken uit recente ongevallen op zee. De strategische belangen van economische ontwikkeling zijn minder vanzelfsprekend, maar vormen niettemin de achtergrond voor de toekomstige groei van de regio s langs het Kanaal. Het beeld dat oprijst, is er een van sterke contrasten. Aan de ene kant is er het demografische en economische gewicht van de regio s aan weerszijden van het Kanaal (samen goed voor 13% van de bevolking en 16% van het BBP van de EU), de invloedssferen van de twee hoofdstedelijke metropolen, Londen en Parijs, en de onderling verbonden buitengebieden in Zuidoost- en Zuidwest-Engeland en Noord- en Noordwest- Frankrijk. Aan de andere kant zijn er de gebieden in het binnenland die niet in aanmerking komen voor grensoverschrijdende INTERREG-programma s. Wil men de samenhang, groei en ontwikkelingskwaliteit in dit deel van NWE verbeteren, dan blijft het verkleinen van deze kloof een belangrijke opgave. De zeescheepvaart zal blijven groeien, dus over welke verbeeldingskracht, welke capaciteiten zal men in Engeland en in Frankrijk moeten beschikken om deze situatie te kunnen uitbuiten? 23

22 Methode 5 Synergieën en clusters creëren Een van de kerndoelen van het IIIB-programma was om synergieën tussen projecten tot stand te brengen. De lidstaten hebben gaten opvullen tot een expliciete doelstelling voor EFRO-investeringen gemaakt. Dit soort inspanningen is inderdaad beloond. Inmiddels is er een toenemende thematische en geografische concentratie van projectactiviteiten te zien. Dit heeft voordelen voor het hele programmagebied. Het IVB-programma streeft naar verdere clustervorming, gekoppeld aan Strategische Initiatieven en het ESPON (European Spatial Planning Observatory Network), om de ruimtelijke samenhang en complementariteit van NWE-projecten te waarborgen. Veel projecten die zich richten op overstromingspreventie en ruimtegebruik langs de Rijn en zijn zijrivieren, vullen elkaar aan. Dankzij hun transnationale ruimtelijke effect hebben de activiteiten en investeringen van negen transnationale projecten geleid tot meer duurzame ontwikkeling van Zwitserland tot aan de Noordzee. Hieronder zien we hoe SAFER, TIMIS, NOAH, NOFDP, SAND, SDF, FOWARA, FAR en RHINENET clusters hebben gevormd. Hoewel ze dezelfde belangen voor ogen hadden, waren ze complementair qua benaderingen, specifieke technologische kenmerken en interventie gebieden. De Rijn De Rijn stroomt van de Alpen naar de Noordzee. Gezien de diversiteit van het uitgestrekte stroomgebied van de Rijn is duurzame ontwikkeling van riviercorridors essentieel voor de territoriale integriteit van NWE. Vanaf de bron in de Zwitserse Alpen tot aan de monding in de Noordzee in Nederland bedraagt de lengte ongeveer 1320 kilometer. De gemiddelde afvoer van de Rijn bedraagt meer dan 2000 kubieke meter per seconde. Het stroomgebied is echter zeer dichtbevolkt; langs de oevers wonen 50 miljoen mensen. Verder liggen hier enorme industriële complexen, waaronder raffinaderijen, textiel-, metaal- en chemische fabrieken, die goed zijn voor 10% van de wereldwijde productie. De Rijn is ook de levensader van Rotterdam, de grootste zeehaven van Europa, en van Duisburg, de grootste binnenhaven ter wereld. Transnationaal? Van de stroomgebieddistricten in Duitsland (waaronder Donau, Rijn en Maas) zijn er acht die zich ook over andere landen uitstrekken. Alleen de Weser en Warnow/Peene worden puur op nationaal niveau beheerd. De Neckar, Nahe, Moezel, Emscher en Erft zijn allemaal zijrivieren van de Rijn. Kirschgartshausen en Rijnwaarden zijn uiterwaarden die deel uitmaken van het stroomgebied van de Rijn. In al deze 7 gebieden wordt door NWE-projecten geïnvesteerd! 24

23 Clevere Cluster 1 Overvloed aan overstromingsmodellen Clevere Cluster 3 Renderend rivierherstel Vier projecten hebben samen een structureel samenwerkingsverband opgezet om overstromingen te voorspellen en aan te pakken. TIMIS heeft zich geconcentreerd op het opzetten van een uniform, hoogwaardig transnationaal voorspellings systeem. SAFER heeft zich gericht op de informatievoorziening over overstromingsrisico s, bijvoorbeeld voor gebieden die extra gevoelig zijn voor overstromingen vanwege waterdiepte, hoogteligging en erosie. In beide projecten stonden overstromingsrisicokaarten op basis van vergelijkbare terrestrische studies en fotodocumentatie centraal. Daarbij zijn dezelfde technologieën op verschillende manieren gebruikt voor risicomodellen. NOAH heeft een innovatief risicobeheersysteem ontwikkeld aan de hand van overstromingskaarten, rampen plannen en hoogwatervoorspellingssystemen. Tijdens de implementatie van dit hoogwaterbeheersysteem (FLIWAS), dat ervoor moet zorgen dat informatie over overstromingsrisico s bij de juiste partijen terechtkomt, heeft NOFDP een integrale aanpak ontwikkeld op basis van geïntegreerde modelleringstechnieken, waarbij hydrologische en ecologische modellen zijn gecombineerd tot een reeks gemeenschappelijke overstromingsindicatoren. Vanaf 2006 hebben de projecten samen regelmatig kennisuitwisselingsbijeenkomsten georganiseerd, waar zij hun resultaten en hun ervaringen met het terugdringen van overstromingsrisico s naast elkaar hebben gelegd. Vier projecten hebben de ecologische kwaliteit van een aantal rivieren, delta s en zijrivieren verbeterd door diverse duurzame vormen van rivierbeheer, onder meer ecologische overstromingen, landbouw - en bosbouwkundige maatregelen. SAND heeft delfstoffenwinning en hoogwaterbeheer gecombineerd. Het project heeft de rivierwater kwaliteit verbeterd door per locatie gebruik te maken van specifieke winningstechnieken om de ecologische diversiteit te beschermen. In Frankrijk en Nederland worden vooral klei, zand en grind gewonnen, in Duitsland met name bruinkool. SDF heeft de Polder Ingelheim aangelegd, die thans valt onder het Duits-Franse verdrag voor herstel van de hoogwaterbescherming in de Boven-Rijn. Via ecologische overstromingen is nieuwe natuur gecreëerd. RHINENET heeft via een participerende benadering voor de benedenstroomse zijrivieren van de Rijn bijgedragen tot een betere implementatie van de Kaderrichtlijn Water, waarbij de nadruk lag op publieke inspraak en ecologie. Het project heeft gezorgd voor bewustwording en erkenning door middel van poëzie-, kunst- en rivierzwemdagen. NOFDP heeft een informatie- en beslissingsondersteunend systeem ontworpen dat ecologische en hydrologische waterbeheer modellen integreert. Clevere Cluster 2 Water ophouden nieuwe stijl Ecologische of beheerste overstromingen houden in dat er natuurlijke aanpassingen worden doorgevoerd om overstromingen elders te voorkomen, bijvoorbeeld door verbreding van de rivierbedding, bosbouwmaatregelen en dijkverleggingen. Vijf projecten hebben samen een reeks maatregelen getroffen om meer water te kunnen vasthouden. SAND heeft voormalige groeven omgevormd tot retentiebekkens, waardoor steden stroomafwaarts worden beschermd. SDF heeft onder meer gezorgd voor de aanleg van twee nieuwe dijken met een totale lengte van 1300 meter en een inham met twee grote dammen voor een retentiegebied van 160 hectare en een volume van 4,5 miljoen kubieke meter. NOFDP heeft een beek omgelegd door bosgebieden en voormalige viskweekvijvers, die nu als wateropvang- en retentiebekkens fungeren. FOWARA heeft onderzocht in hoeverre planten- en boomsoorten zich na overstromingen in alluviale bossen kunnen handhaven. FAR heeft een softwareprogramma ontwikkeld om vast te stellen welke locaties het meest geschikt zijn om de rivierbedding te verlagen, de uiterwaarden te verbreden en retentiebekkens aan te leggen. 25

24 Methode 6 Profilering en bewustwording verbeteren Alles wat met de EU te maken heeft, is altijd moeilijk te verkopen. De pers heeft zelden belangstelling voor verhalen over Europa, waarschijnlijk omdat de indruk bestaat dat de lezers daar niet in geïnteresseerd zijn. Behalve als er een schuldige is aan te wijzen, bijvoorbeeld een pikant schandaal waar EU-ambtenaren bij zijn betrokken of een geval van ernstig misbruik van EU-gelden. Maar hoewel het vaak lastig is om journalisten duidelijk te maken waar het bij INTERREG om gaat, is er beslist geen gebrek aan bewijs! Brussel wakker geschud WIHCC heeft in november 2007 de European Regional Cultural Champion Award gekregen voor het voortreffelijke voorlichtingsprogramma van dit project. Volgens de jury van het Comité voor de Regio s waren de zes partnersteden er uitstekend in geslaagd hun culturele erfgoed onder een breed publiek te promoten. NWE-expertise uitgedragen op internationale conferenties In juni 2008 werd SDF gevraagd een presentatie te geven op de vierde internationale conferentie van het European Centre for River Restoration (ECRR) in Venetië. Deze non-profitorganisatie is in 1995 opgericht als een netwerk van netwerken en heeft tot doel om in heel Europa rivierherstel en duurzaam rivierbeheer te bevorderen. Beroering langs de kusten van Zuid-Azië en India COREPOINT heeft het debat over integraal kustbeheer (ICZM) aangezwengeld. In februari 2006 hebben de partners hun werkmodel gepresenteerd tijdens de mede door de UNESCO gesubsidieerde workshop Approaches of ICZM Governance Mechanisms in Chennai, India. De manier waarop het project is omgegaan met ICZM-wetgeving en wetenschappelijke kennis heeft ingezet voor beleidsbeïnvloeding, werd als waardevol gezien voor het ontwikkelen van een regionale benadering van kustgebonden problemen in het gebied van de South Asian Association for Regional Cooperation (SAARC). Binnen dit gebied (Bangladesh, India, Malediven, Pakistan, Sri Lanka, Bhutan en Nepal) bestaan allerlei verschillende benaderingen voor integraal kustbeheer: in Bangladesh wordt begonnen met integratie, vervolgens gekeken naar beleid, dan een strategie uitgewerkt en ten slotte wetgeving opgesteld. In India wordt het kustbeheer echter volledig bepaald door regelgeving. De SAARC wil het EUbeginsel van subsidiariteit overnemen (d.w.z. dat beslissingen zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen) en als uitgangspunt nemen voor de implementatie van kustgebonden regelgeving. Export van NWE-resultaten naar China en het Verre Oosten De weersomstandigheden op aarde worden extremer. Regio s als Zuidoost-Azië, waar de landbouw de ruggengraat van de economie vormt, zitten dan ook dringend verlegen om technische expertise op het gebied van overstromingspreventie. Tijdens het vijfde Annual Mekong Flood Forum in Ho Chi Minh City, Vietnam, heeft NOAH het FLIWAS-systeem (Flood Information & Warning System) gepresenteerd. Dit systeem koppelt informatie over watersystemen, 26

25 topografie en infrastructuur aan lokale waterbouwkundige kennis. Op basis daarvan kunnen betere maatregelen worden genomen in geval van overstromingen. China telt 13 rivieren die de landsgrenzen overschrijden, met als bekendste de Mekong. Deze stroomt van het Tibetaanse Hoogland door de Chinese provincie Yunnan en vervolgens door Birma, Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam. Een delegatie van het Chinese Ministerie van Water heeft in oktober 2006 een bezoek gebracht aan het dijkenproject van SDF bij Lohrwardt, langs de benedenloop van de Rijn in Duitsland. Afgevaardigde dr. Gao Bo toonde zich enthousiast: Als het gaat om het gebruik en de bescherming van het water van grote rivieren, moeten beide partijen profiteren van transnationale samenwerking tussen buurlanden. Erkenning voor NWE-project in de Verenigde Staten Digital Earth is een utopisch concept dat zijn populariteit heeft te danken aan de voormalige Amerikaanse vice-president Al Gore. De virtuele en driedimensionale weergave van de aarde wordt gekoppeld aan digitale archieven die enorme hoeveelheden wetenschappelijke, natuur - en cultuurgebonden informatie bevatten. Op die manier kan beter inzicht worden verkregen in wereldwijde systemen en menselijke activiteiten. Het project heeft een alternatieve, vernieuwende methode ontwikkeld waarmee burgers actief kunnen participeren in de besluitvorming, als aanvulling op traditionele vormen van inspraak. De methode is gebaseerd op bestaande internetgebaseerde kaarten, driedimensionale stads- en landschapsmodellen en online-discussieforums. Aan de hand hiervan kunnen burgers beter inzicht krijgen in ontwikkelingsplannen en de bijbehorende milieueffecten (zoals overstromingen of geluidshinder), zodat ze er beter over kunnen meepraten. De partners van het VEPS-project (Virtual Environmental Planning Project) hebben internationale erkenning gekregen voor hun vernieuwende werk op het gebied van 3D-visualisatie: op het International Symposium on Digital Earth in de Verenigde Staten ontvingen ze hiervoor een prijs. Het evenement werd gesponsord door Google Earth, NASA en UNESCO. 27

26 Methode 7 Zorgen voor betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties Maatschappelijke organisaties vormen een belangrijke brug tussen de instellingen van de EU en de burgers. Zij zorgen ervoor dat het beleid wordt afgestemd op de behoeften van de burgers en dat burgers goed worden geïnformeerd. De burgermaatschappij heeft een sleutelrol te vervullen, niet alleen ten aanzien van sociale kwesties zoals gelijkheid of discriminatie, maar ook met betrekking tot regionale ontwikkeling, werkgelegenheid, onderwijs of kunstbeleid. Hardcore Je hebt hoge en lage cultuur, massacultuur en popcultuur. Je hebt literatuur, theater, muziek, dans. Londen en Amsterdam zijn danssteden, uitgaansparadijzen, waar je nachtenlang kunt dansen in dampende disco s en propvolle pakhuizen. Veel van zulke danstempels liggen in verwaarloosde of verlaten delen van de stad, bijvoorbeeld op oude spoor- of industrieterreinen of in saneringswijken. Voor de inwoners van dergelijke vervallen buurten is stadsplanning een ver-van-mijn-bed-show. Het uitgaanspubliek komt uit andere delen van de stad om te feesten, maar de inwoners zitten erbij als muurbloempjes. Overal waar gedragsverandering kan helpen om de sociale samenhang te vergroten, moet gebruik worden gemaakt van de aanwezige menselijke hulpbronnen (en niet alleen van de stedelijke structuur) of het nu gaat om minder verspilling van drinkwater, terugdringing van de mobiliteit, landschapsherstel, het benadrukken van de lokale identiteit, publieksvoorlichting of maatschappelijke solidariteit. Het gaat erom dat mensen op nieuwe manieren worden geëngageerd en de kans krijgen om invloed uit te oefenen op plannen voor stadsvernieuwing in hun eigen achtertuin. Naam noch faam INTERREG swingt het park uit Noorderpark, Amsterdam Noorderpark is een nieuw stadspark in Amsterdam-Noord. De bevolking van de wijk bestaat vooral uit arbeiders die van oudsher in de haven werkten, afgewisseld met recentere immigranten uit diverse etnische groepen. Bij de aanleg van de nieuwe noord-zuid-metrolijn en een metrostation deed zich de kans voor om twee slecht onderhouden en slecht bezochte parken samen te voegen. De tussenliggende weg werd verlaagd en het kanaal werd overbrugd. SAUL heeft het publiek bij dit plan betrokken door middel van een ontwerpwedstrijd voor het park en een foto-expositie over de gebruikers van het park. Specifieke doelgroepen waren onder meer roeiers, kinderen en slechtzienden. Voor jongeren was er een Youth Ambassadors-project, dat hen met leeftijdgenoten in contact bracht in het Londense Burgess Park. Steekpartijen zoals in Londen, asociaal gedrag ( binge-drinking ), spijbelende scholieren in winkelcentra ( hangjongeren ) en bewakingscamera s geven allemaal aanleiding tot hevige discussies over opvoeding, werkgelegenheid en burgerlijke vrijheden, maar laten ook zien hoe sociaal-economische oorzaken doorwerken in de beleving, het gebruik en het beheer van de openbare ruimte. In Parijs hebben we de rellen gezien in de buitenwijken; Brussel heeft zijn getto s met troosteloze armoede. Het klinkt misschien sensatiebelust durven we dit te erkennen in een INTERREGbrochure? maar door de maatschappelijke malaise in bepaalde kleine stukjes van NWE zijn er mensen die de straat niet op durven. Het aanpakken van de onveiligheid is één van de aspecten van STRING. Dit project heeft buurten leefbaarder gemaakt en de samenhang versterkt door de verstandhouding tussen de bewoners (vaak sociaal achtergesteld vanwege leeftijd of etniciteit) en de politie te verbeteren. Het home zone -project heeft de straten teruggegeven aan de mensen die er wonen. Er zijn straten autoluw gemaakt, torenflats gesloopt en masterplannen opgesteld voor de herinrichting van de buurt. Uit het juiste hout gesneden PROHOLZ-PROBOIS heeft duurzaam bosbeheer onder de aandacht gebracht. Er is een voorlichtingscampagne gevoerd ( Denk woud, doe hout ) over het duurzaam beheren van natuurlijke hulpbronnen en over de mogelijkheid om nieuwe banen te scheppen door meer hout te gebruiken in de bouw. De campagne was gericht op overheidsinstanties, aannemers en het publiek. Het project heeft ook thematische houtroutes uitgezet en zelfs houtweekends georganiseerd, waarmee de betrokkenheid van het publiek werd gestimuleerd en milieuvriendelijk toerisme werd bevorderd. 28

27 Methode 8 Cultureel bewustzijn vergroten Als mensen niet met elkaar overweg kunnen, komt een project niet van de grond. Mensen kunnen pas nader tot elkaar komen als ze weten hoe dat moet. Maar vaak wordt de samenwerking gehinderd door verschillen in taal en cultuur. Wij denken graag dat we ons bewust zijn van culturele aspecten, maar veel van dat bewustzijn heeft te maken met eten, drinken, kunst en voetbal kennis die we hebben opgedaan tijdens vakanties in het buitenland, bij uitwedstrijden of bij het proberen van nieuwe recepten. Kortom, dit inzicht berust op ervaringen en contacten uit ons privé-leven. Maar hoe gaat het in ons beroepsleven? Multinationals hechten enorm veel belang aan lokale kennis. Zoals McDonald s laat zien met al zijn verschillende burgers, kun je marktaandeel veroveren door glokaal te werk te gaan. Overheden in NWE, die steeds meer te maken krijgen met internationale en supranationale beleidsvorming, kunnen alleen goed samenwerken als ze openstaan voor de manier van doen van hun tegenhangers. Begrip hebben voor hoe de buren te werk gaan, op de hoogte zijn van verschillen in bestuurlijke procedures, je bewust zijn van verschillende verwachtingen al deze aspecten worden bepaald door cultureel inzicht. Een wijntje bij de lunch? Om inzicht (en succes) te hebben in internationale samenwerking, moet je in een sociale setting in staat zijn om gedragscodes tussen partners, leadpartners en waarnemers te herkennen en te interpreteren. Het kan vaak een kwestie van detail zijn, maar juist deze bekendheid met nuances, subtiliteiten en gebaren kan een project maken of breken. De Fransen drinken misschien wijn tijdens een zakenlunch bij DIACT, maar de Nederlandse ambtenaren bij VROM drinken karnemelk. De Britten zetten je bij DCLG misschien Indiase samosa s voor, maar omdat alcohol in het gebouw is verboden, verloopt de transnationale samenwerking soms soepeler achter een stevige pint in de pub om de hoek. Het gaat natuurlijk niet alleen om wat er wordt gedronken, maar om de organisatiecultuur (formele en informele regels, normen, waarden) en de padafhankelijkheid die ontstaat naarmate organisaties zich ontwikkelen. Stereotypen doorbreken Stereotypen zijn ontstaan in het verleden en leven door in het heden: dat de Duitsers zich altijd aan de regels houden en op tijd komen, dat de Fransen op een vergadering zelden een beslissing nemen, dat de Britten te beleefd zijn om te zeggen wat ze eigenlijk denken, dat de Nederlanders informeel en recht voor zijn raap zijn, dat de Belgen niet met elkaar praten en dat de Ieren alleen voor de gezelligheid komen. Samenwerken aan een internationaal project betekent automatisch dat veronderstellingen worden getoetst en vooroordelen worden ontkracht. Het Esperanto van NWE Wie spreken hun vreemde talen slechter, de Britten of de Fransen? Profiteren de Luxemburgers van hun drietaligheid? Wie is er het meest alert op dat er Engels wordt gesproken in een internationale omgeving? Het NWE-programma heeft Engels als werktaal, maar er zijn vier officiële programmatalen: Engels, Frans, Nederlands en Duits. Samenwerken in een transnationaal samenwerkingsverband is een communicatief proces dat helpt om vreemde talen te leren. En zoals de nieuwe Roemeense commissaris voor meertaligheid heeft gezegd: talenkennis is essentieel voor ons concurrentievermogen. Verenigd in verscheidenheid CROBUS PARKS deed een opvallende ontdekking, die over de gehele linie bij projecten is terug te vinden: Er is geen juiste manier om een transnationaal project te leiden, te implementeren of te coördineren. Er is geen blauwdruk voor het verenigen van culturele verschillen binnen één samenwerkingsverband. Respect hebben voor de culturele verscheidenheid en erkennen welke invloed culturele factoren hebben op politieke beslissingen en bestuurlijke structuren (en andersom), zijn voorwaarden voor een vruchtbaar project. De intrinsieke waarde? Het trekt de aandacht van ministeries en nog belangrijker de media. Verlichte inzichten De meeste projecten geven toe dat cultureel inzicht vaak tot hun verbazing heeft geleid tot betere projectresultaten en tot onverwachte en waardevolle uitkomsten: betere probleemoplossing (FAR); sterkere bilaterale betrekkingen (LIRA II); een wederzijdse benadering van gemeenschappelijke beheerskwesties (AMEWAM); nieuwe conceptuele en technische kennis over het formuleren van oplossingen (BOUNDLESS PARKS); kennis van de werkcultuur in andere landen en het opheffen van taalbarrières (HST PLATFORM); betere implementatie dankzij het ontstaan van wederzijds vertrouwen (EUROPOLIS); inzicht in de invloed van politieke omgevingen op de besluitvorming (DART); erkenning van nationale bestuurlijke zwakheden en de behoefte aan meer marktgerichtheid (IPPN); beter management door het combineren van verschillende werkwijzen (FOWARA); betere uitwisseling van technische informatie en bestuurlijke coördinatie (CYCLEAU). 29

28 Quiz 2 Hoe is het in de praktijk gegaan? Laten we eens testen wat u inmiddels weet over de concrete invulling van transnationale samenwerking door de projecten. METHODEN 17. Experimenteren en innoveren: FINESSE wilde innoveren door alternatieven te vinden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door het Nauw van Calais. Wat wilde het project herintroduceren voor het vrachtvervoer? a. Supergrote hovercrafts b. Roll-on deodorants c. Roll-on roll-off -ferry s 18. Experimenteren en innoveren: MINEWATER vond water in de Heerlense bodem dat al warm genoeg was om a. thee te zetten b. als badwater te gebruiken c. graffiti te verwijderen 19. Kennis overdragen: De Keltische partners van het CYCLEAU-project hebben kennis uitgewisseld over manieren om hun oesters te beschermen met behulp van ICZM. Waar staat deze afkorting voor? a. Independent Catchment Zone Measures b. Innovative Celtic Zoological Mechanisms c. Integrated Coastal Zone Management 20. Vertrouwen kweken voor het opzetten van sterke, gevarieerde samenwerkingsverbanden: IMPACTE heeft de voorzieningen voor containervervoer over het spoor verbeterd. Daarmee wilde het project de haven van Southampton ontwikkelen tot a. een multimodale hub b. een multimodale pub c. een multinationale club 21. Structurele transnationale implicaties en ruimtelijke visies in aanmerking nemen: 16% van het BBP van de EU wordt gegenereerd in de regio rond het Kanaal. EMDI wilde een strategische visie ontwikkelen voor de ontwikkeling van en samenwerking tussen de havens. Waarvan komen er dagelijks 700 door het Nauw van Calais? a. eenden en ganzen b. grote boten en schepen c. pleziervaartuigen en rubberboten 22. Synergieën en clusters creëren: Diverse complementaire groepen projecten wilden overstromingen voorkomen langs de 1320 kilometer lange Rijn en zijn zijrivieren. Hoeveel water stroomt er per seconde gemiddeld door de Rijn? a. 200 kubieke meter b kubieke meter c kubieke meter 23. Synergieën en clusters creëren: Een aantal vergelijkbare projecten heeft originele manieren gevonden om de retentiecapaciteit van beken en rivieren te vergroten. Welke van de onderstaande technieken is NIET gebruikt? a. het omleiden van een beek door bossen en voormalige viskweekvijvers b. het bouwen van dijken, stuwen en inlaatkanalen c. het afsluiten van de zijrivieren van de Rijn

29 24. Profilering en bewustwording verbeteren: Welke organisatie was GEEN sponsor van het International Symposium on Digital Earth, waar het VEPS-project zijn innovatieve werk aan een Amerikaans publiek heeft gepresenteerd? a. Google Earth b. NASA c. Coca-Cola 25. Profilering en bewustwording verbeteren: Het dijkenproject van SDF in Lohrwardt langs de benedenloop van de Rijn werd bezocht door een ministeriële delegatie, die belangstelling had voor transnationaal rivierbeheer. Uit welk land met 13 grensoverschrijdende rivieren was deze delegatie afkomstig? a. Brazilië b. Rusland c. China 26. Zorgen voor betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties: Wat heeft PROHOLZ-PROBOIS georganiseerd om de betrokkenheid van het publiek te vergroten en tegelijkertijd de aandacht te vestigen op de groei- en werkgelegenheidskansen die bossen bieden? a. houtweekends b. scoutweekends c. houseweekends 27. Zorgen voor betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties: Om de onveiligheid in buurten aan te pakken en de sociale samenhang te verbeteren, heeft STRING de buurt nauwer betrokken bij stadsvernieuwingsplannen. Wat wilde men NIET afbreken? a. de criminaliteit b. torenflats c. het stadhuis 28. Cultureel bewustzijn vergroten: Wat ontbreekt er volgens CROBUS PARKS bij het omgaan met culturele diversiteit in een transnationaal samenwerkingsverband? a. één juiste aanpak of een blauwdruk voor het verenigen van onderlinge verschillen b. commitment van bepaalde partners c. alcohol Hoe hebt u gescoord? Antwoorden op blz. 56.

30 32 Uitdaging 3: Stedelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing

31 Deel 3 UITDAGINGEN voor territoriale samenhang en wat projecten tot nu toe hebben gedaan Hoe mooi de strategie ook is, je moet ook af en toe naar de resultaten kijken Winston Churchill Tot nu toe hebben we het gehad over de kansen die de afgelopen zes jaar zijn benut. Met een beetje geluk hebt u inmiddels de smaak te pakken gekregen. Al zin om zelf mee te doen aan het lopende IVB-programma? Aan de hand van voorbeelden hebben we laten zien hoe transnationale samenwerking in zijn werk gaat en hoe anderen het hebben aangepakt. We zullen nu ingaan op wat er nog gedaan moet worden met het oog op territoriale samenhang en groei in NWE. In dit deel kijken we naar de belangrijkste uitdagingen voor Noordwest-Europa, waarbij we uitgaan van het unieke potentieel van het gebied. We duiken in onze projectportefeuille om de meest actuele, innovatieve en gedurfde projecten eruit te lichten. We laten zien hoe deze projecten een bijdrage hebben geleverd aan de doelstellingen van het EU-cohesiebeleid en tegelijkertijd speciaal waren afgestemd op de NWE-behoeften. Succesvolle projecten hebben weten in te spelen op de toenmalige uitdagingen, maar inmiddels zijn andere onderwerpen weer actueler geworden. De situatie verandert constant omdat de onderling afhankelijke economieën van NWE in beweging zijn en er in een bredere context nieuwe uitdagingen ontstaan. De territoriale uitdagingen voor Noordwest-Europa voor meer aandacht voor specifieke behoeften Uitdaging 1 Uitdaging 2 Uitdaging 3 Uitdaging 4 Uitdaging 5 Connectiviteit Klimaatverandering Stedelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing Natuur en biodiversiteit Innovatie en kennisoverdracht N.B.: Deze uitdagingen staan in de officiële programmaprioriteiten van het IVB NWE-programma anders omschreven: optimale benutting van het innovatievermogen; beheer van hulpbronnen en risico s; verbetering van de connectiviteit; versterking van gemeenschappen. Het IIIB-programma kende vijf thematische prioriteiten. Eind 2003 werd tijdens de tussentijdse evaluatie al gedeeltelijk gekeken in hoeverre de NWE IIIB-projecten op koers lagen om de programmadoelstellingen te halen. De evaluatie achteraf zal echter pas een compleet beeld opleveren. Omdat de prioriteiten van het IVB-programma enigszins afwijken (zie boven), hebben wij ervoor gekozen om aan de hand van reeds voltooide projecten te laten zien hoe deze al een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het aanpakken van de huidige uitdagingen. Daarbij zullen we elke keer benadrukken welke mogelijkheden er zijn voor nieuwe projectactiviteiten tot We hoeven uiteraard niet van nul af aan te beginnen. Het heeft natuurlijk geen zin om u te overvoeren met alle 99 projecten. Daarom hebben we 11 topprojecten uitgekozen (dus 1 op de 9): DIPCITY en MARTINS (connectiviteit), ESPACE en BRANCH (klimaatverandering), IMAGE en REVIT (stedelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing), MINEWATER en URBAN WATER (natuur & biodiversiteit) en ELAT, ECCE en HOSPITAL COOPERATION (innovatie & kennisoverdracht). Deze projecten laten bij uitstek zien hoe de territoriale samenhang in het NWE-gebied het best kan worden verbeterd door middel van goede transnationale samenwerking. Er zal vooral aandacht worden besteed aan de resultaten en de impact van de projecten en de manier waarop zij het beleid hebben beïnvloed (denk aan kans 5 en 6). Daarnaast kijken we naar de successen van diverse projecten die waren gericht op betere profilering en bewustwording (denk aan methode 3 en 6), met name door belanghebbenden erbij te betrekken en effectieve publiciteitscampagnes op te zetten. 33

32 Uitdaging 1 Connectiviteit Wat betekent connectiviteit nu eigenlijk precies? Gaat het alleen om vervoer? Natuurlijk heeft connectiviteit te maken met mogelijkheden voor mensen om te reizen, maar ook met toegankelijkheid in bredere zin: toegang tot kansen, infrastructuur en netwerken, zowel in de stad als op het platteland. Hierbij kan het gaan om fysieke én om virtuele middelen, dus bijvoorbeeld carpoolen, of stemmen via internet. NWE kapitaal en kansen NWE kent in dit opzicht een enorme rijkdom: de uitgestrekte kusten van de Atlantische Oceaan, de Noordzee en Ierse Zee (belangrijk voor de kustvaart), een uitgebreid netwerk van kanalen (belangrijk voor de binnenvaart), een dichtvertakt conventioneel spoornet, twee van de grootste havens ter wereld (Rotterdam en Antwerpen), een aantal toonaangevende vliegvelden (Heathrow, Paris CDG, Schiphol, Frankfurt), moderne snelwegen en grote rivieren (Rijn, Loire, Maas). Dankzij het stedelijk karakter van NWE ligt er een netwerk van hogesnelheidslijnen tussen de grote steden dat nergens ter wereld wordt geëvenaard. Het is bijna dertig jaar geleden dat de Franse spoorwegmaatschappij SNCF de revolutionaire TGV-verbinding tussen Parijs en Lyon opende (in 1981). Inmiddels rijdt er ook een trein door de Kanaaltunnel. In de 13 jaar dat de Eurostar nu het Waterloo-station in Londen aandoet, heeft de trein al reizigers over het langzame traject door Zuid-Londen vervoerd. De nieuwe service doet slechts 2 uur en 15 minuten over de 492 kilometer tussen St. Pancras en Gare du Nord. Samen met de ICE en Thalys vormt het hogesnelheidsnetwerk de ruggengraat van het vervoer in NWE althans het passagiersvervoer. Van resultaten bij IIIB Is groter beter? Lengte maakt wel degelijk iets uit, tenminste volgens het LIIIFT-project. Dit project onderzocht of het mogelijk was om langere treinen (tot een lengte van 1 km) met de vereiste technische specificaties te laten rijden op het 500 km lange traject tussen Rotterdam en Lyon. Door de capaciteit van langere goederentreinen te vergroten, regelgeving te harmoniseren en ervoor te zorgen dat de verschillende spoorculturen meer naar elkaar toegroeien, moet dit innovatieve pilotproject leiden tot een nieuwe vrachtcorridor. HST PLATFORM, HST INTEGRATION en HST CONNECT richtten zich op mobiliteitsmanagement en maakten het hogesnelheidsnetwerk doelmatiger door betere toevoersystemen te ontwikkelen. Zij zorgden voor geïntegreerde ticketsystemen en betere overstapmogelijkheden tussen de HST en andere treinen in kleine en middelgrote steden. LIRA-II ontwikkelde een Rapid Transit Options Assessment Tool, waarmee vervoersanalisten in de ontwerpfase van een openbaarvervoersproject (bijv. lightrail) op basis van sociaaleconomische gegevens voorspellingen over de verwachte vraag kunnen combineren met een kosten-batenanalyse van de technologie. naar kansen bij IVB Artikel 12a van de TEN-T-richtlijnen van 29 april 2004 (COM/2004/0884) biedt het juridische kader voor de financiering van de Motorways of the Sea, voor het eerst genoemd in een Europees Witboek uit Daarin worden drie hoofddoelstellingen voor de projecten genoemd: concentratie van vrachtstromen op logistieke routes over zee, meer samenhang, en minder congestie van het wegennet door modal shift. Er werden vier corridors aangewezen, waaronder de Noordzee en de Ierse Zee. De torenhoge olieprijs heeft ertoe geleid dat bijna elk soort vervoermiddel in Groot-Brittannië het langzamer aan moet doen, of het nu gaat om vliegtuigen, treinen, veerboten, vrachtschepen, bussen of auto s. Twee grote Britse luchtvaartmaatschappijen, EasyJet en BMI, hebben bevestigd dat zij hun piloten hebben gevraagd langzamer te vliegen nadat de olieprijs gisteren een recordhoogte van $142 per vat ( 104) had bereikt. (The Guardian, 28 Juni 2008) Connectiviteit Reizen tussen steden, binnen steden en om stedelijke gebieden heen kan zeer tijdrovend en inefficiënt zijn. Files en verkeersopstoppingen kosten de economie in NWE veel geld. We willen allemaal zo snel mogelijk van A naar B, zonder daarmee het milieu en onze portemonnee al te zeer geweld aan te doen. Maar nu de olieprijzen de pan uitrijzen, moeten er duurzame vervoersmaatregelen worden genomen en moeten er manieren worden gevonden om over te stappen op duurzame energie. Het is niet alleen de automobilist die de nood voelt. Op het land is de uitdaging om geldstromen te bundelen, projecten langs transportcorridors te concentreren en verkeersstromen zodanig te sturen dat knelpunten kunnen worden opgelost. Betere verbindingen vereisen niet altijd grootschalige infrastructuur. Soms zijn relatief kleine investeringen in verkeers management systemen (zoals GPS) genoeg om de bestaande infrastructuur beter te benutten en te zorgen voor naadloze aansluitingen tussen verschillende soorten vervoer. 34

33 Project in de spotlights MARTINS Maritime Training in Safety Ooit overwogen om het Kanaal over te zwemmen? Nee? Dat is waarschijnlijk maar goed ook. Niet alleen zou je je van top tot teen met eendenvet moeten insmeren om 20 uur warm te blijven, maar ook moet je constant uitkijken voor de 700 schepen die dagelijks door het Nauw van Calais varen. Deze zeestraat is, met een vervoer van 250 miljoen ton gevaarlijke goederen en 20% van de wereldwijde zeescheepvaart, een van de drukste en gevaarlijkste scheepvaartroutes ter wereld. Het zwemmen zelf is al een gevaarlijke onderneming, maar de zeeschepen maken het bijna tot een zelfmoordactie. Veiligheid op vol vermogen Op basis van internationale standaardregels (COLREG, IALA en EMSAS) ontwikkelden de partners een aantal specificaties voor een basiscursusprogramma voor de maritieme beroepsvaart met regels om aanvaringen te voorkomen. Er werd een database opgezet waarin de oorzaken van maritieme aanvaringen werden vastgelegd, en er werden trainingsmodules opgezet die de kennisoverdracht op het gebied van internationale veiligheidsvoorschriften moesten bevorderen. De leadpartner bracht de toegevoegde waarde voor alle partijen aan weerszijden van het Kanaal treffend onder woorden: Dankzij de transnationale samenwerking konden er tien cursussen worden ontwikkeld in de tijd dat we er normaliter twee zouden doen. Aan het begin van het project sprak een aantal partners de vrees uit dat het voor de Franse partners moeilijk zou kunnen zijn om goed mee te draaien in projectactiviteiten waarbij de voertaal Engels was. Zij waren aangenaam verrast toen de Franse partner Engelse les ging volgen en tijdens de vergadering het woord nam. Hij begon als volgt: Ik vind het heel moeilijk om u in het Engels toe te spreken, maar ik denk dat het voor u nog moeilijker is om mijn Engels te begrijpen Toch zijn er mensen die de sprong wagen! Kevin Murphy heeft (zonder EFRO-subsidie) in vier jaar 32 maal de overtocht voltooid. Ruim 800 mensen zijn door de Channel Swimming Association officieel als kanaal zwemmer erkend. Of het nu gaat om het vervoer van pallets met kwaliteitswijn van Calais naar Dover, de aanvoer van verse vis voor restaurants of gewoon pleziervaart, alles moet over de drukke Noordwest-Europese zeeën. Helaas leidt deze drukte (ongeveer veerboten en schepen per jaar) ook tot ongelukken, soms met dodelijke afloop. Alleen al in 2004 rukte de Franse kustwacht van CROSS Griz Nez 358 keer uit. Transnationale training Ongeveer 80% van de ongevallen op zee wordt veroorzaakt door menselijk falen, meestal omdat de internationale scheepvaartregels verkeerd worden geïnterpreteerd. Uit dit soort cijfers bleek dat er transnationale samenwerking nodig was om mensen beter op te leiden op het gebied van maritieme veiligheid. Het probleem was dat er geen internationale aanpak was ten aanzien van de regelgeving ter voorkoming van aanvaringen. Daarom moesten eerst de trainingen op elkaar worden afgestemd en moest er in heel Europa een (universeel) erkend toetsingssysteem worden opgezet. In het kader van het MARTINS-project werd een aantal gemeenschappelijke normen opgesteld, die via simulaties kunnen worden getoetst. Dankzij de partners is de veiligheid verbeterd. De kustregio s raakten er namelijk van doordrongen dat wanneer maritieme regels niet overal hetzelfde worden geïnterpreteerd, de risico s en de hiermee verbonden kosten sterk toenemen. Sturend beleid Dankzij dit project beseft men nu dat veilige, goed bevaarbare waterwegen economische voordelen opleveren. Met het machtsvertoon van een Olympisch kampioen vlinderslag heeft het project laten zien hoe een internationaal probleem waarbij grote economische en milieubelangen op het spel staan, via transnationale samenwerking kan worden aangepakt. Tijdens het Blue Planet Forum, georganiseerd door het Comité van de Regio s en DG Maritieme zaken en visserij van de EU, bleek nog eens dat MARTINS een belangrijke invloed heeft gehad op de beleidsagenda. Het project werd meegenomen in het advies van de Europese Commissie over maritiem beleid, en tijdens het Informal Consultative Process on Oceans and the Law of the Sea van de VN in New York in juni 2008 werden de aanbevolen veiligheidsmaatregelen gepresenteerd. De Britse partner, het Marine College in South Tyneside, is een wereldberoemd expertisecentrum op het gebied van zeevaart- en nautische opleidingen. Het opleidingsinstituut werd ruim 150 jaar geleden opgericht en is het enige in het Verenigd Koninkrijk dat het predikaat National Nautical Centre of Excellence Status van de Britse regering heeft gekregen, als blijk van de uitstekende kwaliteit van de zeevaart- en nautische opleidingen. 35

34 Project in de spotlights DIPCITY Development of Inland Ports as a Sustainable Tool for the City Als zo n groot deel van het wereldvrachtvervoer via het Kanaal gaat, hoe komt het dan dat er zo weinig over het toch dichtvertakte binnenvaartnetwerk wordt vervoerd? Dit omvangrijke netwerk is een belangrijk overblijfsel van de Industriële Revolutie en zelfs van de Romeinse tijd. Het biedt unieke mogelijkheden om allerlei problemen op te lossen die samenhangen met het huidige vrachtvervoer over de weg: files, vervuiling, slijtage. En de rivieren dan? Dat is in sommige gevallen een iets minder positief verhaal. De Senne, die eeuwenlang als afvoer diende voor het afvalwater uit Brussel en omgeving, was vanaf de 16e eeuw praktisch een open riool en een bron van epidemieën. In de 19e eeuw trad de rivier regelmatig buiten haar oevers, stinkend als de hel. Toen de Senne uiteindelijk helemaal onder de Boulevards Lemonnier en Anspach verdween, werd het echt een riool. Een niet te verspelen kans Dankzij transnationale samenwerking zou het bovenstaande tegenwoordig niet meer denkbaar zijn, maar stedelijk afval is nog altijd een probleem dat ernstige veiligheidsrisico s met zich meebrengt. Maar hoewel afval een belasting voor het milieu betekent, biedt het ook economische mogelijkheden. Zo neemt het afvalvervoer over de binnenwateren nog steeds toe. Daarom is in het kader van DIPCITY onderzocht hoe dit groeipotentieel beter kan worden benut zonder binnenhavens extra te belasten door bijvoorbeeld de ontwikkeling van onroerend goed langs de rivier. De afvoer van stedelijk afval via rivieren en kanalen werd gestimuleerd niet door het in het water te dumpen maar door het te transporteren naar speciale stadshavens waar het kon worden verwerkt. Vier binnenhavens hebben samengewerkt aan een infrastructuur die het vervoer over de binnenwateren efficiënter zou maken dan het vervoer met vrachtwagens. De verbinding tussen binnenhavens en hun achterland is verbeterd. Daarmee heeft het project aangetoond dat het voor gemeenten loont om een belangrijk deel van het stedelijke afval af te voeren per binnenvaartschip. Renovatie brengt havens dichter bij de mensen In diverse havensteden zijn onlangs projecten gestart voor het opknappen van oude havens, bijvoorbeeld in Portsmouth (Verenigd Koninkrijk). Om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst nog plaats is voor havenactiviteiten in een stedelijke omgeving, wordt getracht de havengebieden aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld door de aanleg van groen, het creëren van ruimte voor voetgangers en het organiseren van publieksevenementen. Antwerp, DIPCITY DIPCITY was zo succesvol dat het wordt beschouwd als een van de belangrijkste maatregelen in het kader van het zogenaamde Actieplan NAIADES voor het bevorderen van de binnenvaart in Europa. DIPCITY sluit aan bij een van de twee belangrijkste trans-europese infrastructuurprojecten: het Canal Seine-Nord, aldus Jacques Barrot, voormalig Europees Commissaris voor Transport ( ). Havens als Luik en Brussel richten zich op verbetering van de omgevings- en milieukwaliteit. Zij proberen de integratie met nabijgelegen steden te bevorderen door kades te herstellen, watersportvoorzieningen aan te leggen en een nautisch centrum te bouwen. Er werden zelfs open havendagen met rondvaarten en gratis concerten georganiseerd om de haven te promoten onder de bevolking. In Brussel trekt dit tweejaarlijkse evenement bezoekers. Flexibele logistieke ketens Vanuit het streven naar multimodale vervoersoplossingen heeft DIP- CITY er trimodale platforms opgezet voor de overslag van goederen van weg naar spoor en water (en andersom). Deze multimodale faciliteiten zijn uitgebreid en gemoderniseerd met het oog op nieuwe economische activiteiten in de havens. De haven van Lille investeerde in een nieuw intermodaal platform in de haven van Halluin voor de overslag van afvalproducten, recyclingproducten en zeecontainers naar de binnenvaart. In binnenhavens vindt daarnaast opslag van goederen plaats. Voordat goederen de stad in kunnen worden vervoerd, moeten zij eerst op pallets worden geladen, verpakt of geëtiketteerd. Door dit soort waardetoevoegende diensten aan te bieden, creëren havens een nieuwe functie voor zichzelf en kan het bedrijfsleven beter inspelen op de vraag vanuit de markt. 36

35 Uitdaging 2 Klimaatverandering We zijn nu weliswaar af van de cfk s in spuitbussen en fastfoodverpakkingen, maar om de klimaatveranderingsproblemen aan te pakken moet er nog veel gebeuren in de transnationale ruimtelijke ordening. Dat betekent niet dat alle barbecuefeestjes in heel NWE moeten worden afgeschaft. Maar het is natuurlijk wel belangrijk iets te doen aan de invloed die de mens heeft op klimaatverandering, bijvoorbeeld via het gebruik van fossiele brandstoffen, landbouw en ontbossing, waardoor de uitstoot van kooldioxide en andere broeikasgassen toeneemt. Er is een pro-actieve aanpak nodig om ervoor te zorgen dat extreme weers omstandigheden en overstromingen geen gevaar opleveren voor laaggelegen dichtbevolkte gebieden, kusten, rivieren en estuaria. Om goed te kunnen inspelen op de gevolgen van klimaatverandering moeten planologen, waterbouwkundigen, architecten, energiebedrijven, overheden en burgers samenwerken. Vroegtijdig ingrijpen kan economische voordelen opleveren. Bovendien kunnen maatschappelijke problemen worden voorkomen doordat enerzijds geanticipeerd wordt op mogelijke schade, en anderzijds bedreigingen (bijvoorbeeld voor ecosystemen, de volksgezondheid, woningen, bedrijven en infrastructuur) zoveel mogelijk worden beperkt. Adaptatie en mitigatie kunnen ook economische kansen opleveren, zoals nieuwe markten voor innovatieve producten en diensten. Daarom is het zinvol om klimaatdoelstellingen te integreren in het landbouw-, waterbeheer- en woningbouwbeleid. NWE kapitaal en kansen Klimaatverandering is een wereldwijd probleem en lijkt daarom misschien te groot om in één INTERREG-gebied te worden aangepakt. Het onderwerp is wel in alle onderdelen van het cohesiebeleid als prioriteit opgenomen en maakt ook deel uit van het integrale EUbeleid. Toch liggen juist in de regio s de beste mogelijkheden voor gedragsverandering en lokale beleidsbeïnvloeding. Op dit niveau kunnen de gevolgen het beste worden gereguleerd, gecontroleerd en gemeten. Het belang van dit onderwerp voor NWE is enorm, van de ingepolderde moerassen in East Anglia tot het laagland in Nederland (veelal beneden zeeniveau), van het stroomgebied van de Rijn tot de bron ervan in de Alpen. In 2007 liep Groot-Brittannië grote schade op door ernstige overstromingen en zware stormen langs de Noordzeekust. Er raakten huizen en 7000 bedrijven beschadigd en de totale schade bedroeg 3 miljard pond (3,85 miljard euro). Van resultaten bij IIIB Eigenlijk hebben vrijwel alle IIIB-projecten een bijdrage geleverd aan het vinden van oplossingen voor klimaatverandering: HST-projecten die CO2-neutraal reizen bevorderen, lightrail-projecten die mensen uit de auto en in het openbaar vervoer willen krijgen, overstromingspreventieprojecten die toekomstige scenario s in kaart brengen, biodiversiteitsprojecten die natuurlijke habitats beschermen en wetlands herstellen, renovatieprojecten in steden waarbij huizen energiezuiniger worden gemaakt. ENCOURAGE wilde het gebruik van milieuvriendelijke technologieën op bedrijventerreinen stimuleren. In het eco-gebouw dat in dit kader bij het Polytechnicum in Marne-la-Vallée (Frankrijk) werd gerealiseerd, is bijvoorbeeld gebruikgemaakt van de opvang van regenwater, passieve ventilatie, gerecyclede bouwmaterialen, energiebesparende maatregelen en natuurlijke verlichting. ENCOURAGE ontwikkelde zelfs een Europees milieuhandvest voor nieuwe steden en een ISO14001-certificering voor energiezuinige bedrijventerreinen. naar kansen bij IVB Na de enorme overstromingen in Groot-Brittannië in de zomer van 2007 werd het SDF-project uitgebreid met het Environment Agency (Verenigd Koninkrijk), de Office of Public Works (Ierland) en de Institution Interdépartementale des Barrages-Réservoirs du Bassin de La Seine (Frankrijk). De samenwerking heeft ook geleid tot een goed gebruik van startsubsidies: bij de eerste oproep tot het indienen van voorstellen voor het nieuwe Programma zijn al twee follow-upprojecten goedgekeurd. De EU heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van twee verdragen op dit gebied: het Klimaatverdrag (UNFCCC) uit 1992 en het Kyotoprotocol uit In maart 2007 stelden de EU-leiders drie hoofddoelstellingen vast, die in 2020 moeten zijn gerealiseerd: 20% minder energieverbruik dan was voorspeld, een aandeel van 20% duurzame energie in het totale energieverbruik, en 10% duurzaam geproduceerde biobrandstoffen in het vervoer. Dit betekent dat Europa moet worden omgevormd tot een zeer energiezuinige economie met een lage CO2-uitstoot. Dit betekent ook dat er strenge en algemeen geldende voorschriften moeten worden opgesteld voor grote woningbouw- en vervoersprojecten. Prof. Jacqueline McGlade, directeur van het Europees Milieuagentschap, merkte op dat we het in Europa hebben over klimaatverandering (een op zichzelf neutrale term) maar dat men in de VS spreekt van global warming, een uitdrukking die de huidige crisissituatie eigenlijk beter weergeeft. Gebruiken EU-politici wel de juiste retoriek om veranderingen in gang te zetten? Hoe kunnen onderzoekers en vrijwilligersorganisaties (die vaak over zeer waardevolle informatie beschikken) worden gemobiliseerd? (3 juli 2007, forumdebat, Brussel) 37

36 Project in de spotlights ESPACE European Spatial Planning: Adapting to Climate Events Je kunt een oude hond geen nieuwe kunstjes leren. Dit spreekwoord is nu niet bepaald de lijfspreuk van ESPACE, want dit samenwerkingsproject is juist gericht op gedragsverandering van jong én oud ten aanzien van territoriale samenhang en de publieke sector. We moeten goed inzicht hebben in de gevolgen van de klimaatverandering voordat het zo warm wordt dat hier hyena s rondlopen in plaats van honden. Aanpassing aan een tropisch klimaat? Onder leiding van de Hampshire County Council heeft ESPACE instrumenten en methoden ontwikkeld om technieken voor het omgaan met de effecten van klimaatverandering te integreren in planningssystemen en processen. Zo is er nu een nieuw toetsingsinstrument waarmee beleidsbeslissingen kunnen worden getoetst aan verschillende scenario s, zodat gemeenten de toekomstige ontwikkeling beter kunnen sturen. Om de burgers zo veel mogelijk bij het proces te betrekken, werd In de WEER voor het KLIMAAT georganiseerd, een klimaatwedstrijd waarbij scholen werden gestimuleerd om onderwijsmateriaal te ontwikkelen dat de gevolgen van klimaatverandering inzichtelijk maakt. Het extended partnership omvat nu ruim 280 partners, waaronder de Europese Commissie, adviesbureaus, NGO s en onderzoeksinstellingen. Het feit dat ook nationale ministeries, zoals VROM en DEFRA (het Britse Department of Environment, Food and Rural Affairs) deelnemen aan het project, benadrukt de belangrijke rol van regionale en nationale instanties. Het laat zien dat zij het besluitvormingsproces ook actief kunnen beïnvloeden en dat hun taak niet beperkt hoeft te blijven tot toezicht op andere projecten. Vergroening In oktober 2005 sprak Bryan Boult van ESPACE voor het eerst bij het IEEP (Institute for European Environmental Policy) en het IPPR (Institute for Public Policy Research) over het Europese klimaatbeleid. Er was slechts een select gezelschap van 30 deelnemers bij deze vergadering, onder wie Elliott Morley (voormalige Britse Minister of State for Climate Change and Environment) en Catherine Day (voormalige Eurocommissaris van milieu). Een maand later (in november 2005) werd de ESPACE-conferentie Blueprint for a Changing Climate opgenomen in het officiële programma van het Britse EU-voorzitterschap. Vervolgens werd ESPACE, dankzij de brede erkenning die het project in Europa kreeg, in juni 2006 uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de besprekingen van de speciale werkgroep van het Klimaatveranderingsprogramma van de Europese Commissie Adaptation to Climate Change: The European Dimension..Resultaten van onderzoeksprogramma s vinden vaak onvoldoende ingang bij beleidsmakers en andere belanghebbenden omdat ze niet worden gepresenteerd in een vorm die voor de doelgroep te begrijpen is. Er zijn positieve uitzonderingen, zoals het ESPACE- en het BRANCH-project, die onder het INTERREG-programma van de EU vallen. Maar over het geheel genomen is er een dringende behoefte aan projecten die goede beleidsrichtlijnen en -instrumenten bieden en die een bijdrage leveren aan het opzetten van effectieve transnationale en subnationale netwerken...tegen deze achtergrond zal de Europese Unie haar beleidsstructuren moeten aanpassen. Adaptatiemaatregelen hebben immers een horizontaal karakter. Wanneer dit niet gebeurt, zijn alle inspanningen op dit gebied vergeefs. Dit is duidelijk aangetoond door het ESPACE-project. Dit project biedt concrete adaptatierichtlijnen voor beleidsmakers die verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke gevolgen van de klimaatverandering op het gebied van waterbeheer. Europees Milieuagentschap, in Inforegio Panorama, uitgave maart 2008, over regionaal beleid, duurzame ontwikkeling en klimaatverandering. Artikel met de titel Regional adaptation to climate change: a European spatial planning challenge. Tijdens deze werkgroepbijeenkomsten vond er informatie-uitwisseling plaats tussen ESPACE en twee projecten uit het IIIB-programma voor het Oostzeegebied (SEAREG en ASTRA) een mooi voorbeeld van programmaoverstijgende synergie tussen complementaire projecten. Het project werd in nationale en Europese publicaties genoemd, waaronder het Britse klimaatveranderingsprogramma van 2006 en het maatregelenpakket van de Europe Adaptation Working Group van het netwerk Cities for Climate Protection. De Vereniging van de Regio s in Europa (VRE) heeft het project uitgenodigd om zitting te nemen in haar nieuwe werkgroep over klimaatverandering. Deze werkgroep wil regionale best practices verzamelen om na te gaan welke mitigatiemaatregelen het beste werken. Jacqueline McGlade, directeur van het Europees Milieuagentschap: ESPACE is een van de eerste grensoverschrijdende projecten waarin wordt benadrukt dat de ruimtelijke ordening moet worden afgestemd op de klimaatverandering. Het project heeft transnationale en subnationale netwerken opgezet en een bijdrage geleverd aan het ontwikkelingsbeleid van de EU. Gunn Marit Helgesen, vice-voorzitter van de Conferentie van perifere maritieme regio s in Europa: ESPACE is een toonaangevend project als het gaat om adaptatiebeleid. 38

37 Project in de spotlights BRANCH Biodiversity Requires Adaptations in North-West Europe under a Changing Climate Waar brengen roodborstjes de zomer door? Wat betekent een natter klimaat voor leeuweriken en zwaluwen? Kunnen adelaars en visarenden wel tegen de warmte? Zullen al deze vogels overleven als moerassen, weilanden, bossen en stranden overstromen of worden geasfalteerd? Het landschap in NWE is al zeer versnipperd. De natuur staat onder druk als gevolg van de economische ontwikkeling. Voor veel soorten is de klimaatverandering nog eens een extra belasting. Het interventieniveau moet afhangen van de omvang en de gevolgen van maatschappelijke, economische of milieugebonden problemen. Gezien de omvang van Europese habitats zijn politieke, nationale grenzen volkomen zinloos, met name voor de vogels en andere dieren zelf. Ten aanzien van natuurlijke habitats is dus alleen transnationale interventie zinvol, via een geharmoniseerde grensoverschrijdende aanpak door competente nationale organisaties. Deze organisaties zijn experts op het gebied van de biogeografie van NWE, dat wil zeggen de veelal ongelijkmatige spreiding van biodiversiteit in ruimte en tijd. (Bio)diverse belangen BRANCH heeft aan de hand van wetenschappelijke modellen de mogelijke gevolgen van klimaatverandering voor de biodiversiteit op het land en langs de kust op Europees niveau onderzocht. Vanuit de overtuiging dat transnationale samenwerking tot nieuwe grensoverschrijdende oplossingen kon leiden, zochten de partners contact met planologen in Britse, Franse en Nederlandse kustprovincies. Omdat het project politieke relevantie moest hebben, werden eerst beleidsvragen geformuleerd en werden deze vervolgens aan de wetenschap voorgelegd, en dus niet andersom. Zoals de projectmanagers zeiden: Wij hebben ons ten doel gesteld om wetenschap in beleid om te zetten. Dankzij het project kregen beleidsmakers instrumenten in handen waarmee zij beleid konden ontwikkelen voor de aanpassing van de natuur aan de klimaatverandering. Er werden onderzoekssites aan elkaar gekoppeld, resulterend in 1500 kaarten en visualisaties voor 400 verschillende soorten. Het kustarchief van BRANCH is een transparante en toegankelijke gegevens- en informatiebron voor planologen geworden. In Frankrijk wordt al deze nieuwe informatie verwerkt in kustbeheersplannen. De 3D-visualisaties, die de University of East Anglia heeft ontwikkeld, zijn zeer innovatief. Men heeft Britse en Nederlandse modellen gecombineerd om een visuele ruimtelijke structuur op twee schaalniveaus te creëren. Lof voor Britse vergadercultuur Door de nationale verschillen tussen de betrokken medewerkers leerden de partners hun probleemoplossend vermogen te verbeteren en hun multidisciplinaire aanpak anders te organiseren. Volgens de Franse en Nederlandse partners heeft het project profijt gehad van de Engelse vergadercultuur, waarin vergaderingen strak worden geleid en iedereen van tevoren de te bespreken stukken krijgt. Vliegroute naar IVB De IUCN (International Union for Conservation of Nature) heeft de onderzoeksresultaten benut om na te gaan hoe het best kon worden samengewerkt met het Instituut voor Europees Milieubeleid (IEEP) met betrekking tot Europese maatregelen om verbindingen tussen habitats tot stand te brengen (een natuurproject dat ook gaat over connectiviteit, hoewel vogels natuurlijk over hun eigen transportmiddelen beschikken). De IUCN is het oudste en grootste wereldwijde netwerk op het gebied van natuur en milieu. Er zijn ruim 1000 overheidsinstanties en NGO s bij aangesloten, en ongeveer wetenschappers in 160 landen zetten zich er vrijwillig voor in. De conclusies van BRANCH zijn door de Britse regering overgenomen in haar beleidsverklaring over klimaatverandering. De ecologische klimaatmodelkaarten zijn door het Environmental Change Institute van de universiteit van Oxford en het Europees Milieuagentschap gebruikt voor hun evidence-based onderzoek van Natura BRANCH concludeerde dat de manier waarop het huidige ontwikkelingsbeleid vorm krijgt, de natuur niet helpt om zich aan te passen aan klimaatverandering. Volgens BRANCH moet het beleid sectoroverschrijdend worden geïntegreerd, met een langere horizon en duidelijkere richtlijnen. Om te zorgen dat er op lokaal niveau iets gebeurt, is sturing vanuit de nationale overheid nodig. BRANCH heeft ook gepleit voor een nieuwe interpretatie van de Habitatrichtlijn die meer flexibiliteit biedt. 39

38 Uitdaging 3 Stedelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing Als je zeker wilt weten dat je stad grootschalig zal worden opgeknapt, moet je de Olympische Spelen zien binnen te halen. En als de Spelen dan achter de rug zijn, kan de bevolking vervolgens van alle moderne faciliteiten profiteren. Voor 2012 hebben Londen en Parijs, de twee grootste steden van Noordwest-Europa, intensief campagne gevoerd, met als resultaat dat Oost-Londen nu één grote bouwput is, net zoals Berlijn dat jarenlang was. Maar kleinere steden kunnen grote internationale evenementen niet aangrijpen om hun wijken op te knappen of om nieuwe mogelijkheden te vinden voor structurele groei. Steden en hoofdstedelijke regio s zijn de motor van NWE. Zij zijn echter steeds meer gedwongen om op een meer bescheiden schaal samen te werken, niet als rivalen maar als partners die elkaar aanvullen. INTERREG is een instrument om de stedelijke gebieden van brandstof te blijven voorzien, zodat Lens het licht weer ziet, Sheffield steun krijgt en Bielefeld een beter aanzien krijgt. NWE kapitaal en kansen Een deel van ons cultuurbezit hebben we te danken aan oorlogen, zoals zeeslagen, militaire conflicten en godsdienstoorlogen. Kijk maar naar de Martellotorens, de verdedigingswerken van Vauban of de katholieke abdijen en kloosters. Nu we ons niet langer tegen elkaar hoeven te verdedigen, kunnen deze overblijfselen uit het verleden worden gebruikt om in de aanval te gaan. Zij zijn onze gezamenlijke munitie voor economische groei. Maar sommige bevinden zich in deplorabele staat. Het industriële verval heeft diepe sporen achtergelaten in grote delen van NWE. Tientallen jaren na het sluiten van de mijnen zijn de betreffende regio s nog steeds bezig om het verwoestende effect op de lokale gemeenschap en economie te boven te komen. Toen de economie in NWE zich steeds meer ging richten op dienstverlening, moesten staalfabrieken en scheepswerven sluiten, soms als gevolg van een overheidsbesluit, maar soms ook omdat hun concurrentiepositie te zwak werd. Maar niets let ons om samen de handen uit de mouwen te steken en ons industriële erfgoed in oude luister te herstellen, oude fabrieken en industrieterreinen een nieuwe bestemming te geven en verwaarloosde achterstandsgebieden nieuw leven in te blazen. Rem op de verstedelijking De verstedelijking vormt een grote bedreiging in heel NWE. Er moeten manieren worden gevonden om de stedelijke omgeving te ontwikkelen zonder dat dit ten koste gaat van de natuurlijke omgeving, en tegelijkertijd zonder regio s te remmen in hun economische groei. Dit ligt echter zeer gevoelig: gemeenten stellen hun beleid voor groene gordels voortdurend bij en maken plannen voor de aanleg van nieuwe luchthavens en nieuwbouwwijken. Samenwerking tussen stad en platteland betekent balanceren op een dun koord. Veel middelgrote steden worden overschaduwd door grote buursteden en zoeken naar een nieuwe identiteit. De groeisteden die na de oorlog zijn ontstaan als gevolg van de woningnood (zoals Harlow, Basildon, Stevenage, Marne-la-Vallée en Zoetermeer), hebben geprobeerd zichzelf een stedelijker imago aan te meten om bedrijven en hooggeschoolde arbeidskrachten aan te trekken. Het opknappen van oude stadswijken is politiek een hot issue, overal in NWE. Zowel in het Britse Community Empowerment Action Plan als in het Franse Conseil de quartiers wordt gesteld dat een gezamenlijke identiteit een basisvoorwaarde is voor het verbeteren van de sociaal-economische omstandigheden. Van resultaten bij IIIB Er zijn twee groepen projecten te onderscheiden. De eerste groep houdt zich bezig met het door de mens gecreëerde erfgoed. Hierbij gaat om een breed scala aan militaire, religieuze, architectonische, archeologische, industriële en technische objecten die onder handen zijn genomen, vaak voor toeristische doeleinden (SEPTENTRION, CROSSING THE LINES, EGHN, CROSSCUT, ERIH II). In het kader van ERIH werd bijvoorbeeld een nieuwe bestemming gezocht voor oude fabrieken en industrieterreinen, waardoor er een toeristisch netwerk is ontstaan met meer dan 830 locaties in 29 landen en met 60 ankerpunten. Het project wist de diversiteit van het industriële erfgoed in Europa daarbij optimaal te benutten. De tweede groep projecten heeft getracht om de druk als gevolg van stedelijke ontwikkeling aan te pakken, heeft best practices uitgewisseld op het gebied van duurzaam stedelijk beheer en heeft nieuwe strategieën voor groei ontwikkeld (REURBA II, SUSCIT, CRII, SAUL II, CSI). MSC REGENERATION heeft middelgrote steden zoals Stockport, Kerkrade, Dordrecht, Amiens, Genk en Pirmasens aantrekkelijker gemaakt voor investeringen. Daarvoor zijn er maatregelen genomen op het gebied van maatschappelijke ongelijkheid, segregatie, immigratie en braindrain. Bij het BRAIN DRAIN-project ging alle aandacht uit naar demografische verandering. Er werden manieren gezocht om ook in de perifere regio s van NWE menselijk kapitaal te behouden. De Zwitserse regio s Uri en Luzern leverden een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van het project om 100 nieuwe banen te creëren, die er in veel gevallen voor zorgden dat hoogopgeleiden terugkeerden naar hun geboorteplaats. naar kansen bij IVB Naast het recente Handvest van Leipzig betreffende duurzame Europese steden van 24 mei 2007 heeft de Europese Commissie de Guide to the Urban Dimension in Community Policies gepubliceerd. Hierin zijn initiatieven opgenomen die directe of indirecte implicaties hebben voor de duurzame ontwikkeling van stedelijke gebieden. Ook is de stedelijke dimensie van het communautaire beleid voor de lopende subsidieperiode in kaart gebracht. De mededeling Cohesiebeleid en steden: de bijdrage van steden aan groei en werkgelegenheid in de regio van de Commissie (13 juli 2006) wil de stedelijke dimensie versterken door hulpbronnen te concentreren. Dit document bevat 50 concrete aanbevelingen voor steden om groei en werkgelegenheid te stimuleren met behulp van de Structuurfondsen. 40

39 Project in de spotlights IMAGE Improving Metropolitan Allure by Going European Wie wil er nu in hoogbouw wonen? En dan hebben we het niet over moderne architectonische hoogstandjes van beroemde architecten (zoals Koolhaas, Foster, Rodgers, Nouvel en Portzamparc, om er maar een paar te noemen), maar over verwaarloosde flatwijken, waar bendes huishouden, drugs wordt verhandeld en dronken jongeren de lift als openbaar toilet gebruiken. Waarschijnlijk niemand. Terwijl sommige van deze wijken ooit werden geprezen om hun ontwerp, hebben de meeste ervan de tand des tijds niet goed doorstaan. De verouderde projecten uit de jaren 60 zijn probleemwijken geworden, waar de bewoners vaak in een sociaal isolement leven en zich gefrustreerd voelen door hun troosteloze leefomgeving. Is hoogbouw uit de gratie? Hoogbouw in laag aanzien IMAGE wil flatwijken weer nieuw leven inblazen door zich expliciet te richten op hun imago. Tussen 2004 en 2007 heeft dit project een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de juridische en beleidskaders. Het heeft een geïntegreerde benadering ontwikkeld om de fysieke, economische en sociale problemen in één keer aan te pakken. Het doel van het project was om de complexe (vaak onderling samenhangende) problematiek van dit soort wijken stap voor stap op te lossen. De aanpak werd ontwikkeld en uitgetest in vijf wijken met veel hoogbouw, namelijk Europark (Antwerpen), Barton Hill (Bristol), Poptahof (Delft), Ballymun (Dublin) en Schwamendingen (Zürich). Belangrijk was dat de maatregelen werden geïntegreerd in bestaande lokale stadsvernieuwingsmaatregelen, waarbij branding en het ontwikkelen van een eigen identiteit door de bewoners zelf centraal stond. Het Guggenheim-effect Tijdens een speciale cursus kregen ontwerpers, architecten en bewoners de kans om een groot aantal casestudy s te presenteren. De partners gingen ook op zoek naar succesverhalen van buiten NWE. Zo kreeg de stedelijke vernieuwing in de Noord-Spaanse stad Bilbao een impuls door het Guggenheim naar Baskenland te halen. Hierdoor trok deze industriële regio internationale aandacht en kregen projectontwikkelaars er weer vertrouwen in. Tegelijkertijd werd er beleidsdraagvlak gecreëerd voor een vergelijkbare aanpak in Duitsland. Oberhausen begon een eigen branding-proces. Door middel van een integrale benadering op het gebied van stedelijke vernieuwing liet IMAGE zien hoe belangrijk het is om burgers (en wetenschappers) bij een transnationaal project te betrekken. Details in Delft Gemengde teams brachten een hele week door met het bedenken van innovatieve stadsvernieuwingsconcepten voor een achterstandsbuurt in Delft. Geïnspireerd door de branding-methode organiseerde de gemeente het zomerfestival Metamorfosen van de Poptahof, waarbij kunstenaars en bewoners 50 appartementen een volledige metamorfose gaven. De identiteit die uit de branding naar voren was gekomen, kreeg op die manier een concreet gezicht. In Bristol was de actieve participatie van de bewoners van de wijk Barton Hill een ware eye-opener voor de partners. Dankzij het uitwisselingsproces konden de partners hoogbouwwijken in NWE vergelijken en lering trekken uit de vaak kleinschalige best practices. Het branding-proces was een succes. Hierdoor konden bewoners en beleidsmakers op een innovatieve en positieve manier worden betrokken bij het stadsvernieuwingsproces. Navolging door andere projecten IMAGE heeft buurten een milieuvriendelijk imago gegeven en maatregelen genomen die dit imago ondersteunen, zoals het aanleggen van intelligente ondergrondse afvalsystemen. Daarmee is het strategische document van de Britse regering uit 2007, An Action Plan for Community Empowerment: Building on Success, krachtig onderstreept. Dit document pleit voor meer invloed van de bevolking op besluiten over hun eigen omgeving en noemt met name ook de betrokkenheid van jongeren. De branding-procedure voor buurten is naderhand ook toegepast door nationale en regionale programma s in steden die geen deel uitmaken van het project, zoals het Duitse Gelsenkirchen, het Belgische Antwerpen en het Zwitserse Bern. Orlando Eberle coördineerde het branding-proces in Schwamendingen, Zürich, genaamd Image Schwamendingen. Het ging erom dat de bewoners zelf actief aan het veranderingsproces deelnamen door middel van web-tv, kaarten, rondleidingen, fotowedstrijden en tentoonstellingen. Het grootste probleem was het kleine budget, maar dankzij de inzet van de zeer gemotiveerde bewoners kon dit probleem worden opgelost. 41

40 Project in de spotlights REVIT Naar een effectiever en duurzamer revitaliseringsbeleid Een hoogwaardige stedelijke omgeving draagt bij aan de herziene Lissabon-agenda om de EU aantrekkelijker te maken voor werken, wonen en investeringen. De revitalisering van oude fabrieks- en bedrijfsterreinen kan een goede manier zijn om het uitdijen van steden een halt toe te roepen. Maar dit is vaak een langdurig en complex proces, waarbij belangen van grondbezitters, projectontwikkelaars en politici door elkaar spelen. Coördinatie en communicatie zijn van essentieel belang om de ambitieuze doelstellingen voor investeringsprojecten ook daadwerkelijk te realiseren, de bewoners erbij te betrekken en investeerders aan te trekken Herstructurering REVIT heeft de problematiek van oude fabrieks- en bedrijfsterreinen op de Europese agenda gezet. De partners uit Stuttgart, Nantes, Medway en Torfaen hebben een nieuwe methode toegepast om de mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling te beoordelen. Daarvoor hebben ze van iedere partnerlocatie onderzocht wat de specifieke indicatoren zijn, waarbij onder andere rekening werd gehouden met de lokale beleidsprioriteiten en regelgeving. Het duurzaam-bouwen-instrument GPR Gebouw is gebaseerd op de ervaring die is opgedaan bij het ontwerpen en bouwen van nieuwe gebouwen, zoals woningen, kantoren en scholen. Dankzij dit instrument kan een gemeente hogere duurzaamheidseisen stellen aan nieuwe gebouwen door te verwijzen naar wat elders al mogelijk is gebleken. Dit is een belangrijk hulpmiddel bij de onderhandelingen met projectontwikkelaars, die soms alleen de minimumbouwvoorschriften willen aanhouden. Aan de andere kant kan het instrument worden gebruikt door projectontwikkelaars, kopers en huurders om het aantrekkelijkste ontwerp en investeringsscenario te kiezen. Het instrument is in 1996 ontwikkeld door een van de partners, de gemeente Tilburg, dus er is daadwerkelijk sprake van uitwisseling en kennisoverdracht. Het instrument wordt continu geactualiseerd. Alleen al in Nederland zijn er 300 gebruikers, waaronder 60 gemeenten, twee hoger-onderwijsinstellingen en 200 adviesbureaus, bouwbedrijven en projectontwikkelaars. Het bijbehorende consumentenlabel is een kwaliteitsnorm geworden. Een onverwachte output was een extra pilotproject van het ministerie van VROM in 18 gemeenten. Beleidsverandering REVIT is van mening dat er nog steeds drastische verbeteringen nodig zijn. Bewustwording van mogelijkheden om oude fabrieks- en bedrijfsterreinen te gebruiken voor duurzame stedelijke ontwikkeling, is niet genoeg. De REVIT-partners zijn ervan overtuigd dat er een complete beleidsverandering noodzakelijk is, waarbij de voorkeur wordt gegeven aan inbreiding boven uitbreiding. Aangezien Oost-Europa op grote schaal bezig is met een ambitieuze herstructurering van oude binnensteden en stadsuitbreiding, moet er niet alleen op papier maar ook in de praktijk kennis worden uitgewisseld met deze landen en capaciteit worden opgebouwd. Door gegevens over oude fabrieksen bedrijfsterreinen uit de hele EU in één database te verzamelen en te structureren, zouden doelstellingen voor duurzame stadsontwikkeling op transnationaal niveau kunnen worden ontwikkeld. Een eerste stap in deze richting is het EUGRIS-informatiesysteem. Stel dat u 10 miljoen euro subsidie voor een nieuw project krijgt. Wat zouden dan uw prioriteiten voor dit project zijn? Dien uw ideeën in bij de virtuele marktplaats van EUBRA: REVIT wist op grote schaal private financiële middelen aan te trekken en kreeg veel internationale erkenning. EUBRA (European Brownfield Revitalization Agenda), een spin-off van REVIT, stelde niet alleen richtsnoeren op voor onderzoek naar herstructurering en investeringen, maar zorgde ook voor nationale kaders. Het levert een bijdrage aan het Handvest van Leipzig betreffende duurzame Europese steden. Op 14 locaties zorgde een groene gordel er in 2003 voor dat bouwactiviteiten op ongeveer 13% van het Engelse grondgebied werden ingeperkt. Het algemene concept van groene gordel ( green belt ) is in de loop der tijd uitgebreid met groene ruimte en groene structuur, omdat het besef toenam dat stedelijk groen (zoals stadsparken) ook een fundamentele bijdrage levert aan duurzame ontwikkeling. Verschillende wetenschappers, belangengroeperingen en stedenbouwkundige organisaties hebben echter kritiek geuit op het gebruik van dergelijke green belts in Engeland. Als gevolg van nieuwe stedelijke en milieu-ontwikkelingen in combinatie met rigide beleid kunnen projectontwikkelaars namelijk over de groene gordel heen springen, zodat voor meer mensen de woon-werkafstand toeneemt en het er in de praktijk op neerkomt dat mensen langer in de auto zitten. In augustus 2008 publiceerde de Britse denktank Policy Exchange een controversieel rapport, waarin wordt bepleit om af te stappen van het idee van green belts en 1 miljoen woningen te bouwen rond Londen, Oxford en Cambridge. 42

41 Uitdaging 4 Natuur en biodiversiteit Wie het spelletje steen-schaar-papier speelt, moet steeds proberen de tactiek van zijn tegenstander in te schatten vlak voordat deze zijn handgebaar maakt. Hoe lang je het spel ook speelt, het blijft onmogelijk om de uitkomst te voorspellen. Het papier wint van de steen, die wint het weer van de schaar, en die wint het weer van het papier. In IIIB-projecten hebben alle materialen (of het nu gaat om hout, metaal, water of steen) de potentie om te winnen. Door middel van samenwerking kunnen gezamenlijke strategieën worden ontwikkeld die tot duurzame ontwikkeling leiden. NWE kapitaal en kansen NWE is rijk gezegend met natuur in de zin van groene ruimte, zowel in de vorm van ongerepte en onaangetaste natuur als in de vorm van gecultiveerd en door de mens ingericht landschap. Dit varieert van de Schotse Hooglanden tot de groene long in Midden-Frankrijk, van de heidegebieden in Cornwall tot het heuvellandschap van Luxemburg. In Norfolk zijn de weilanden omzoomd met heggen, in Nederland door sloten en in Picardië worden ze gebruikt voor intensieve veeteelt. De Elzas en het Ruhrgebied hebben grotten, Ulster heeft zijn indrukwekkende rotsformaties, Kent zijn krijtrotsen en Dorset zijn kiezelstranden, Zeeland zijn duinen en Bretagne zijn zandstranden. De Noordzee, Ierse Zee en het Kanaal zitten vol leven je hoeft bij eb maar op het strand te kijken om een idee te krijgen van de enorme diversiteit. In de Ardennen zijn uitgestrekte bossen, rond Frankfurt liggen prachtige boomgaarden, in Bourgondië en de Champagne vind je de beroemde wijngaarden en Limburg heeft zijn mijnen en groeven. En zo zouden we nog wel even door kunnen gaan Van resultaten bij IIIB Open ruimte BERISP richtte zich op de ecologische waarde die het platteland en de open ruimte in de stad hebben voor de biodiversiteit. In dat verband werd een nieuwe aanpak gecreëerd om bodemvervuiling tegen te gaan en werd ook veldonderzoek gedaan naar egels en uilen. Bij PROHOLZ-PROBOIS werd een duurzame bosbeheermethode ontwikkeld voor grensoverschrijdende bossen in de regio Saar-Lor-Lux. Verder werd het PEFC-keurmerk (Pan-European Forest Certification) voor bosbeheerders in het leven geroepen, werden er controles op zaagmachines geïntroduceerd en werd een campagne opgezet om houtbouw te bevorderen. Er is nu al hectare gecertificeerd! PROGRESS richtte zich op de twee grootste openbare natuurgebieden in de buurt van Londen en Parijs: New Forest en het Forêt de Fontainebleau. Deze staan sterk onder druk als gevolg van de ruim 40 miljoen bezoekers per jaar, die overigens voor de lokale economieën jaarlijks 230 miljoen euro opleveren. Bij LIFESCAPE deden 40 scholen mee met het travelling notebooks -programma, dat kinderen bewuster wilde maken van de waarde van regionale landschappen en de unieke streekproducten die er worden gemaakt, zoals jam, appelcider en zuivelproducten. Een betere branding van deze producten heeft een positief effect op de economie van de streek. Zeeën en kusten SAIL II creëerde een politiek platform voor samenwerking in het zuidelijke Noordzeegebied. Er werd een methode ontwikkeld met 27 maatschappelijke, economische en milieugebonden indicatoren. De Europese ICZM-deskundigengroep is deze gaan gebruiken en de EU heeft de methode aan alle 20 kustlidstaten aanbevolen als waardevol instrument. MESH heeft de zeebodemhabitat van NWE voor het eerst uitgebreid in kaart gebracht met behulp van GIS. Dit was de eerste grootschalige toepassing van de EUNIS-habitatclassificatie van het Europees Milieuagentschap. Op grond hiervan konden de partners aanbevelingen doen voor de verbetering ervan. naar kansen bij IVB EU-wetgeving op het gebied van natuurbescherming moet worden omgezet in nationale wet- en regelgeving. Daarbij is een goede implementatie en controle op de naleving ervan cruciaal. Er naderen twee belangrijke deadlines: in 2010 en Als wij het goede voorbeeld geven op het gebied van milieunormen, kunnen wij er ook de vruchten van plukken: grote economische voordelen en een betere kwaliteit van leven. De Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG) voor wilde fauna en flora hebben nog maar twee jaar te gaan. Volgens BirdLife International is een goede implementatie voor natuurgebieden van levensbelang om een gunstige staat van instandhouding te bereiken, zodat de Göteborg-doelstelling om het verlies aan biodiversiteit vóór 2010 een halt toe te roepen, kan worden gehaald. Maar de implementatie verloopt nog steeds niet vlekkeloos. Redenen hiervoor zijn dat de omzetting van de EU-regelgeving in nationaal recht vertraging oploopt, omdat de classificatie van speciale beschermingszones en de aanwijzing van locaties nog niet voltooid zijn (voltooiing van het Natura 2000-netwerk), of omdat beheer, controle of verslaglegging tekortschieten. Voor de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) rest nog zeven jaar. Deze richtlijn omvat de belangrijkste EU-wetgeving op het gebied van water. Met de richtlijn wordt beoogd de kwaliteit van water op Europees niveau te verbeteren en het beheer van wateren te integreren. De lidstaten zijn verplicht om vóór 2015 aan bepaalde normen ten aanzien van de chemische en ecologische toestand van binnen- en kustwateren te voldoen. 43

42 Project in de spotlights MINEWATER Duurzame revitalisering van mijngebieden Als de grond je te heet onder de voeten wordt, kun je meestal maar beter een goed heenkomen zoeken. Maar als je economisch profijt kunt hebben van datgene wat er onder je voeten ligt opgeslagen, is het misschien beter om nog even pas op de plaats te maken! Minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen door gebruik te maken van natuurlijke hulpbronnen met een uniek lokaal karakter vanuit het oogpunt van duurzame energie zijn dat twee vliegen in één klap. Boren is echter niet goedkoop. Bij het Europese MINEWATER-project (zie methode 1), dat 20 miljoen euro heeft gekost, is men erin geslaagd om de geothermische warmte uit ondergelopen mijnen vrij te maken. Hiermee is de ecologische voetafdruk van voormalige mijnstreken gereduceerd en is de economische waarde van deze energie bewezen. Met het exploiteren van een natuurlijke hulpbron om oude industriële gebieden weer nieuw leven in te blazen, deed de pilot in Heerlen een gouden greep: hier bleek geothermische energie te kunnen worden gebruikt om gebouwen veilig en energiezuinig te verwarmen en te koelen. In Schotland maakte de Midlothian Council vervolgens afspraken met grondbezitters en de gemeente Edinburgh om een groot gebied genaamd Shawfair te ontwikkelen, waar mijnwater wordt gebruikt voor de verwarming van huizen. Groot-Brittannië heeft veel oude kolenmijnen. Het vervuilde water dient eerst te worden gereinigd voordat het mag worden opgepompt. Dat kost miljoenen euro s per jaar. Heerlens huwelijk tussen IKEA en duurzame energie In Heerlen werd er geboord onder een van de parkeerplaatsen van IKEA, zodat de vlag van het Zweedse concern daar broederlijk naast de Europese vlag wapperde. Dat was een mooie meevaller voor het project, dat zo de aandacht wist te trekken van het winkelend publiek terwijl er ver onder Billy-boekenkasten en Expedit-planken tot 230 meter diep in de Limburgse bodem werd geboord. Op andere locaties werd zelfs tot een diepte van 825 meter geboord. Wie niet waagt, wie niet wint: hoewel het een kostbaar project was, zorgde het succes ervoor dat de boorwerkzaamheden door konden gaan. Uiteindelijk zal het project voor gemeenten en consumenten kostenbesparingen gaan opleveren. Buitenstaanders, met name universiteiten en onderzoeksinstellingen, waren onder de indruk. De bewoners van de voormalige mijngebieden waren niet slechts passieve toeschouwers bij het grote graafwerk, maar namen actief deel aan plaatselijke bijeenkomsten en workshops. Het project levert een bijdrage aan de voorlichtingscampagne Duurzame Energie Europa , waarmee de EU haar energiedoelstellingen voor duurzame energie, schoon vervoer en alternatieve brandstoffen promoot. Van wie is het water? Met deze vraag begeven we ons in een grijs gebied. De laatste tijd hebben verschillende mogendheden hun vlag op zeebodems geplaatst in de hoop te kunnen profiteren van rijke reserves. Dit roept de nodige vragen op over de rechtmatigheid ervan. Ook bij MINE- WATER doken lastige vragen op. Van wie is het mijnwater eigenlijk? Aan wie moeten we toestemming vragen? Hoe kunnen we zorgen dat er geen vervuiling optreedt? Welke milieuproblemen zouden er om de hoek kunnen komen kijken? Vrouwelijke intuïtie Riet de Wit, loco-burgemeester van Heerlen heeft nog levendige jeugdherinneringen aan de mijnen en is dan ook trots op dit erfgoed. Zij is van mening dat MINEWATER een brug slaat tussen het unieke verleden en een duurzame toekomst. Het is een spannende onderneming en ik ben ervan overtuigd dat het project zal blijven groeien, zei zij in de pers. Elianne Demollin-Schneiders was het brein achter het projectconcept, de godmother zogezegd. Op basis van door de Provincie Limburg uitgevoerd onderzoek wist zij dat het mijnwater steeg, waardoor er vervuiling van het drinkwater zou kunnen optreden. Zij wist ook dat het water varieerde in temperatuur: hoe dieper, hoe warmer. Als energiecoördinator bij de gemeente Heerlen besloot ze het mijnwater niet als probleem te beschouwen, maar als potentiële bron van duurzame energie. Een warm bad met Björk? Kan NWE binnenkort meezingen met een liedje over nieuwe energiebronnen? Op basis van de kennis van IJslandse experts over geothermische energie? IJsland ligt dan wel in de verste uithoek van Noordwest-Europa, maar maakt helaas geen deel uit van het NWE-programma. Dankzij de meer flexibele programmaregels van IVB is het nu echter mogelijk om ook met partners van andere programma s of zelfs van buiten de EU samen te werken. Riet de Wit Elianne Demollin-Schneiders 44

43 Project in de spotlights URBAN WATER Duurzaam waterbeheer in stedelijke gebieden De sterke groei van de steden en de stedelijke bevolking betekent dat zaken als de afvoer van regenwater, rioolwater en ander afvalwater bij projectontwikkelaars niet altijd even hoog op de agenda staan. Duurzame afvoer van hemelwater (naast de bestaande conventionele rioolsystemen) kan grote ecologische, maatschappelijke en economische voordelen opleveren. Door afvoerpijpen met een kleinere diameter te installeren, wordt regenwater afgekoppeld, wordt overstort van overvolle riolen voorkomen en wordt het oppervlaktewater minder verontreinigd, wat enorme kostenbesparingen kan opleveren. Bij URBAN WATER (zie kans 3) werd een integrale aanpak ontwikkeld om te zorgen dat waterschappen in NWE beter zouden worden geïnformeerd over deze materie. In de woorden van Danuta Hübner, Eurocommissaris voor Regionaal beleid, [ ] hebben de resultaten van dit project niet alleen betrekking op waterkwaliteit en waterkwantiteit. Nee, ze betreffen de regionale economie, versterken het toerisme, de recreatie en de regionale identiteit, en creëren betere leefomstandigheden voor mensen in hun directe stedelijke leefomgeving. URBAN WATER laat in een notendop zien dat goed waterbeheer nauw samenhangt met stedelijke ontwikkeling en onze steden leefbaarder kan maken. Storm in een glas NWE-water In Schotland werden er overlegstructuren tussen nationale waterschappen en regionale en lokale overheden opgezet om de coördinatie van het beleidsvormingsproces te verbeteren. Hierbij ging het onder meer om gezamenlijke werkgroepen waarin het Scottish Environment Protection Agency, overheden en adviesgroepen zitting hadden. Deze hielden zich bezig met het terugdringen van de overstromingsrisico s. Dankzij de expertise-uitwisseling op het gebied van waterbeheer ontstond er meer begrip tussen de nutsbedrijven en het publiek. In Schotland maakte de FIAC (Flood Issues Advisory Committee) gebruik van deze expertise door politieke reacties van de deelnemende councils in te brengen in het nationale overleg over voorschriften en richtlijnen. Renfrewshire verbeterde haar reputatie op het gebied van overstromingspreventie door een nieuwe methode te ontwikkelen voor het omzetten van richtlijnen. Als gevolg hiervan werd de projectmanager uitgenodigd om zitting te nemen in de Inter Urban Drainage Group, die bijna 8 miljoen euro te besteden had voor wetenschappelijk onderzoek. URBAN WATER brengt haar intellectuele bagage mee. Een stortvloed aan kostenbesparingen Bij een hoge grondwaterstand brengt afgekoppelde afvoer van regenwater extra problemen met zich mee. Toch wordt afkoppeling beschouwd als essentieel onderdeel van duurzaam waterbeheer, dat wordt gestimuleerd via financiële prikkels in de vorm van gedifferentieerde belastingtarieven (verschillende tarieven voor regenwater en afvalwater). In 2004 berekende het Emschergenossenschaft dat daarmee 20 miljoen euro kon worden bespaard. Lokale actoren spraken af om in het stroomgebied van de Emscher binnen 15 jaar te zorgen voor afkoppeling van 15% van het afvalwater dat nu nog door gemengde riolen wordt afgevoerd. Een mooie bijkomstigheid voor woonwijken en recreatiegebieden was dat er esthetische verbeteringen aan de waterlopen werden aangebracht. In Lille werd een mooie wadi aangelegd, een droge rivierbedding die bij hevige regenval water kan opvangen. In Nederland is er onlangs (in januari 2008) wetgeving van kracht geworden die het gemeenten mogelijk maakt verschillende belastingtarieven voor regenwater en afvalwater te heffen. Het internationale netwerk dringt erop aan dat dergelijke wetgeving ook in andere landen wordt ingevoerd. Intussen hebben alle lokale stroomgebieden wel een vrijwillig convenant ondertekend over de afvoer van regenwater. In Nieuwegein hebben we het bestaande rioolsysteem verbeterd door de aanleg van speciale hemelwaterriolen. Overstort uit hemelwaterriolen is minder vervuilend voor het milieu. EU-kanalen en lokale stelsels (Els Reinking, gemeente Nieuwegein) URBAN WATER liet zien hoe EU-beleid via lokale partners ingang kon vinden in nationale systemen, zodat EU-richtlijnen doeltreffend werden omgezet. Hierdoor werd het gebruikelijke top-down-patroon van beleidsuitvoering doorbroken. Bij lagere overheden heerst vaak de misvatting dat er eerst wetgeving nodig is voordat er actie kan worden ondernomen. De Renfrewshire Council heeft met haar deelname aan het Interreg IIIB NWE-project URBAN WATER een belangrijke stap gezet op het gebied van duurzaam beheer van oppervlaktewater [ ]. In de Renfrewshire Local Agenda 21, die een aanvulling vormt op het project, wordt benadrukt dat het beheer van oppervlaktewater meer aandacht moet krijgen [ ]. De Water Authority, Local Authority, SEPA en andere belanghebbenden overwegen een aanpak die vergelijkbaar is met het Nederlandse Waterplan, om zo tot een gezamenlijk beleid voor Renfrewshire te komen. (Scottish Parliament Magazine) 45

44 Uitdaging 5 Innovatie en kennisoverdracht Volgens Professor Cooke van Cardiff University is een belangrijke succesfactor bij regionale innovatie een zelforganiserend, open systeem waarbij onderzoekskennis wordt vertaald in een verkoopbaar wetenschappelijk, technisch of creatief product (2007, in: Journal of the Innovating Regions in Europe). Bij innovatiebeleid speelt de relatie tussen het regionale potentieel (locatie, infrastructuur, opleidingsniveau enz.) en de organisaties die er zijn gevestigd (industrie, hogescholen en universiteiten, NGO s, vrijwilligersorganisaties, overheid en bedrijfsleven) een belangrijke rol. De mate van innovatie hangt af van de relaties die tussen die verschillende componenten tot stand worden gebracht. Van het MKB in de EU valt echter 80% in de categorie technologievolgers : deze bedrijven hebben dus wel het potentieel om te innoveren, maar vaak ontbreekt het vermogen daartoe. NWE kapitaal en kansen Onderwijs en onderzoek In NWE zijn werknemers over het algemeen goed opgeleid. Bovendien is er een aantal van de beste onderwijsinstellingen ter wereld gevestigd. Op het gebied van menselijk kapitaal neemt NWE een bijna ongeëvenaarde positie in. Volgens de wereldranglijst van de Times Higher Education is ongeveer 20% van de 50 beste universiteiten gevestigd in Noordwest-Europa, waaronder: Geesteswetenschappen (13): Oxbridge, Sorbonne, Trinity College Dublin, KU Leuven Life sciences & biotechnologie (9): Imperial College, Heidelberg, Université Louis Pasteur, Straatsburg Natuurwetenschappen (8): Utrecht, Ecole Normale Supérieure, Université Pierre-et-Marie Curie Paris V Sociale wetenschappen (8): Amsterdam, Warwick, Edinburgh en King s College London Technologie (8): Delft, Manchester (en Lausanne) Bedrijfsleven en innovatie Ondersteuning van het groeipotentieel van het lokale MKB is van cruciaal belang voor de omvangrijke dienstensector in NWE. Innovatie in de dienstensector kan niet worden gekwantificeerd aan de hand van de gangbare indicatoren. Verborgen innovatie blijft vaak onopgemerkt. De Economist (oktober 2007) publiceerde een artikel over het jaarlijkse rapport van Eurostat over wetenschap, technologie en innovatie. Hierin werd aan de hand van verschillende innovatievariabelen (beschikbare onderzoeksgelden, aantal octrooiaanvragen enz.) een analyse gemaakt van het bedrijfsleven en de regio s in Europa. De Economist merkte op dat ondernemerschap (dat toch mag worden beschouwd als cruciale factor bij het vertalen van goede ideeën in producten en diensten) nauwelijks werd genoemd in het rapport. In plaats daarvan lag de nadruk op kwantificeerbare innovatie en op de overheidsuitgaven aan R&D. Van resultaten bij IIIB IIIB-projecten hebben gefungeerd als incubator voor het verspreiden van kennis. Daarmee heeft het bedrijfsleven tot in de verste uithoeken van NWE nieuwe impulsen gekregen, van Aberdeen tot de Elzas en van Quimper tot Keulen. EPROC heeft het MKB geholpen bij het introduceren van nieuwe digitale processen. Om de stand van zaken op het gebied van elektronische inkoop te inventariseren, vulden ruim duizend overheidsinstanties in Duitsland, Engeland en Wales enquêtes in. TESIS heeft e-business-strategieën ontwikkeld voor ICTondersteunde marktuitbreiding. Daarbij werd onder andere ondersteuning gegeven aan het MKB in landelijke gebieden, om ervoor te zorgen dat zij beter konden inspelen op de vraag vanuit de markt. ELFE heeft een door de Universiteit van Karlsruhe ontwikkeld programma gebruikt om e-learningmodellen aan te bieden aan Duitse zakenvrouwen, waardoor de band tussen onderwijsinstellingen en het plaatselijke bedrijfsleven werd aangehaald. naar kansen bij IVB De officiële doelstelling van de EU is dat de R&D-uitgaven in 2010 moeten zijn gestegen tot 3% van het BNP. Twee derde daarvan zou uit het bedrijfsleven moeten komen. INTERREG biedt volop mogelijkheden om het ondernemerschap onder de meest getalenteerde zakenmensen te bevorderen en het geld en expertise binnen het bedrijfsleven te benutten voor starters. Sommige economen zijn van mening dat de EU een flinke achterstand aan het oplopen is ten opzichte van haar directe concurrenten: de VS en Japan. In 2005 drong de Commissie er bij regeringen op aan om de Lissabonstrategie een nieuwe stimulans te geven. Hierbij gaf zij drie prioriteiten aan: investeren in netwerken en kennis; versterking van de concurrentiepositie van de industrie, de dienstensector en de milieutechnologie; en vergroting van de werkgelegenheid onder oudere werknemers door het stimuleren van actief ouder worden (bron: Het IVB-programma kijkt uit naar projectvoorstellen op dit gebied. 46

45 Project in de spotlights ELAT Eindhoven-Leuven-Aken Technologiedriehoek Heliumballonnen zijn niet genoeg om een starter in NWE van de grond te krijgen. De beste ondernemers zetten hun kaarten niet op een televisieprogramma als The Apprentice, maar op solide advies van bedrijfsexperts. Europa is nog steeds min of meer verstoken van risicokapitaal. Het is heel moeilijk om business angels te vinden die een startend bedrijf willen ondersteunen, en misschien wel net zo moeilijk om professionele investeerders te vinden die bereid zijn om durfkapitaal te verstrekken =4 Entrepreneurship In Europe Venture Blog, geplaatst door David Hornik, Amerikaans zakenman uit de San Francisco Bay Area, 31 juli Onder de noemer ELAT hebben Eindhoven, Leuven en Aken hun krachten gebundeld. Deze hightech-locaties liggen buiten de grotere centra als Brussel, Utrecht en Keulen, maar de transnationale driehoek scoort hoog op het gebied van IT, biotechnologie, life sciences, nanotechnologie en autotechniek. De regio bevat de R&D-centra van een aantal multinationals (Philips, Ford, Ericsson en Microsoft), onderzoeksinstellingen (RWTH Aachen, Research Center Jülich, FH Aachen) en universiteiten (KU Leuven en TU Eindhoven). De partners beseften dat zij kritische massa konden bereiken door de handen ineen te slaan, zodat er een topregio op technologisch gebied zou ontstaan. Een business-engeltje op je schouder ELAT heeft synergie-effecten en complementariteiten in kaart gebracht ten behoeve van technologie- en bedrijfsclusters die zich inzetten voor starters en groeiers. Coaching en betere toegang tot investeerders is voor starters van groot belang om overeind te blijven een soort bedrijfs-viagra voor de allerjongsten, die daar het meest om verlegen zitten. Er werd vooral aandacht besteed aan financiële aspecten, vooral pre-start-, start- en ontwikkelkapitaal, dat moet zorgen voor een solide financiële structuur. Het Entrepreneurial Course Programme van het project stimuleerde de samenwerking tussen scholen en universiteiten, om aansprekend, praktijkgericht onderzoek te doen naar de vraag hoe ondernemerstalent het best kan worden benut. Probeer eens lateraal te denken in trilateraal verband In maart 2005 hebben de Nederlandse regering en de deelstaatregering van Nordrhein-Westfalen een gezamenlijke intentieverklaring opgesteld om de samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie te versterken. In het verlengde daarvan liet het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken een SWOTanalyse maken van de belangrijkste grensoverschrijdende clusters met Duitsland en België, met de nadruk op hightech-systemen en -materialen, voeding en levensmiddelen, life sciences en medische technologie. Hard op zoek naar Bill Gates-wannabees In een masterclass over hightech-ondernemerschap kregen negen teams van Duitse, Belgische en Nederlandse bedrijven die hun producten op de buitenlandse markt wilden brengen, de kans om hun voordeel te doen met het bedrijfsgevoel van toonaangevende experts op dit gebied. Deze experts vertelden over bedrijfsstrategieën, concurrentiepositie, financieel beleid en intellectuele eigendom. De projectpartners hielpen ondernemers om hun voorstellen investeringsrijp te maken, gaven tips over mogelijke investeerders en lieten wegen zien naar startsubsidies en startkapitaal in de Driehoek. ELAT ontwikkelde niet alleen een transnationale, gezamenlijke innovatiestrategie en een innovatieactieplan voor de komende dertig jaar, maar ook een benchmarkmethode op basis van het European Innovation Scoreboard. Daarnaast werd een inventarisatie gemaakt van technologie- en bedrijfsclusters, netwerken en gemeenten. Andreas Strauss, Ilias Medical: Door de ELATmasterclass kregen we belangrijke feedback van deskundigen en deden we ideeën op voor de verdere ontwikkeling van ons plan. Wij zijn nu goed voorbereid op onze eerste financiële onderhandelingen! 47

46 Project in de spotlights ECCE Economische clusters van culturele ondernemingen Niet alle kleine bedrijven zijn hightech. Sommige zijn juist uitermate lowtech maar toch zeer verfijnd, met name op het gebied van (ambachtelijke) kunst en cultuur. Denk bijvoorbeeld aan beeldhouwkunst, keramiek, gebreide artikelen of sieraden. Hoewel veel Europese steden nieuw beleid hebben ontwikkeld om hun culturele en creatieve sector te ondersteunen, zijn er op dit gebied weinig voorbeelden van pan-europese of grens overschrijdende initiatieven. Het ECCE-netwerk is een van de weinige. Dit netwerk biedt bedrijfsadvies, financieel advies, informatie en trainingen voor kleine bedrijfjes, ondernemers en eenmanszaken in deze sector. De toegenomen zichtbaarheid en geloofwaardigheid als gevolg van de transnationale samenwerking bij het ontwikkelen van regionale clusters belooft veel goeds voor creatieve thuiswerkers, eenmanszaakjes en commerciële werkplaatsen van getalenteerde kunstenaars. Culturele meesterwerken De internationale training werd gecoördineerd door de gemeente Utrecht en was erop gericht om de culturele en creatieve sector meer bekendheid te geven onder kunst- en bedrijfskundestudenten. De website van het netwerk (gecoördineerd door de gemeente Eindhoven) vormt een Europees toegangsportaal voor de culturele en creatieve sector. CIDA in Huddersfield coördineerde de toegang tot financiële dienstverleners, zodat kleine en middelgrote bedrijven aan banken en investeerders kenbaar konden maken waar hun behoeften en interesses lagen. De gemeente Aken coördineerde het bedrijfsadvies aan culturele ondernemingen, waardoor een adviesmethode kon worden ontwikkeld die was afgestemd op deze sector. In het hele projectgebied werden plaatselijke ondersteuningscentra opgezet, onder meer in Angers, Nantes en Rennes. Brusselse impressionisten Het ECCE-netwerk geldt in de EU inmiddels als een belangrijke vertegenwoordiger van de culturele sector. De aanbevelingen van het project om de culturele en creatieve sector te versterken, werden meegenomen in een met Europese middelen gefinancierd onderzoek uit 2006 over de economische waarde van cultuur in Europa. Bovendien werd hiernaar verwezen in een recente EU-mededeling over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de globalisering. Het netwerk werd in november 2007 gevraagd om als expert op te treden in een publiek debat dat werd georganiseerd door de Commissie Cultuur en Onderwijs van het Europees Parlement. Het commentaar en de beleidsaanbevelingen van ECCE ten behoeve van het ontwerpverslag van het Europees Parlement over de culturele sector in de context van de Lissabon strategie werden positief ontvangen. Door deze input in het ontwerpverslag had het project invloed op de resolutie van het Europees Parlement van april 2008 over de culturele sector. L île de Nantes, ECCE 48

47 Project in de spotlights HOSPITALS COOPERATION Raar maar waar: voordat dit project van start ging, was er geen samenwerking tussen de betreffende drie ziekenhuizen, die slechts veertig kilometer bij elkaar vandaan liggen. Dankzij HOSPITALS COOPERATION kunnen artsen en verpleegkundigen uit verschillende regio s nu kennis aan elkaar overdragen en het geleerde in de praktijk brengen. Dat kan in sommige gevallen levensreddend zijn. Het transnationale medische netwerk en de samenwerking hebben op bepaalde punten geleid tot een nieuwe, positieve aanpak: Uitwisseling van beschermde persoonsgegeven tussen beveiligde systemen Videoconferencing voor artsen Vergelijkend onderzoek naar nationale wetgeving Vaardigheidsontwikkeling in de psychiatrie en gezamenlijke innovatiemaatregelen voor de revalidatie van patiënten Opzetten van een gezamenlijk programma voor kennisuitwisseling op het gebied van celtherapie Opzetten van referentiekaders en gedragscodes voor operatiekamers Vaststellen van procedures om het follow-up-onderzoek op het gebied van risicobeheer gezamenlijk uit te voeren Opzetten van een netwerk voor managers in de gezondheidszorg, met vaste afspraken over de uitwisseling van trainers en cursisten. Gezondheidszorg zonder grenzen Het project slaagde er niet alleen in om de oorspronkelijke doelstellingen te realiseren, maar er werd zelfs een vierde partner gevonden, het streekziekenhuis Metz-Thionville. Het gezamenlijke patiëntendossier, dat aanvankelijk alleen bedoeld was voor transplantatieafdelingen, is nu voor alle afdelingen beschikbaar. Europarlementariër John Bowis (voorzitter van de Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedsel veiligheid) prees het project tijdens de vergadering in Straatsburg in oktober Momenteel wordt het samenwerkingsverband voortgezet in het kader van het project HEALTH & DEMOGRAPHIC CHANGE, dat onder de eerste oproep voor het IVB-programma werd goedgekeurd. Onlangs deed het Europese Hof van Justitie nog uitspraak over het recht van patiënten om voor ziekenhuiszorg naar het buitenland te gaan. HOSPITALS COOPERATION 49

48 Quiz 3 Wie is het meest innovatief? We zullen eens testen wat u weet over de opmerkelijke manieren waarop de IIIB-projecten de uitdagingen in NWE hebben opgepakt. UITDAGINGEN 29. Connectiviteit: MARTINS ontwikkelde cursussen om het aantal aanvaringen in het Kanaal en de Noordzee terug te dringen. 80% van de ongevallen op zee is te wijten aan: a. mist, waardoor het zicht afneemt b. menselijke fouten doordat de internationale scheepvaartregels verkeerd worden geïnterpreteerd c. technische fouten als gevolg van radarstoringen 30. Connectiviteit: DIPCITY werd door de Europese Commissie genoemd in haar plan om de binnenvaart in Europa te bevorderen. Hoe heet dit plan? a. NAIADES b. NAVIDADES c. ADONIS 31. Klimaatverandering: Het extended partnership van ESPACE omvat onder andere de Europese Commissie, lokale overheden, NGO s, onderzoeksinstellingen, VROM en DEFRA. Hoeveel partners zijn op dit moment betrokken bij de implementatie van de projectresultaten? a. 80 b. 180 c Klimaatverandering: Dankzij BRANCH hebben beleidsmakers nu betere instrumenten, zoals 1500 kaarten en visualisaties van locaties. Waarvoor dienen deze instrumenten? a. aanpassingsgerichte gezinsplanning b. aanpassingsgerichte natuurplanning c. aanpassingsgerichte vakantieplanning 33. Stedelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing: In het kader van REVIT werd gestreefd naar de revitalisering van oude fabrieks- en bedrijfsterreinen om het uitdijen van steden tegen te gaan. Hoe heet het informatiesysteem dat werd opgezet om instrumenten en kennis uit te wisselen over innovatieve benaderingen voor de revitalisering van dergelijke locaties? a. TIGRIS b. EUGRIS c. GRISTLE 34. Stedelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing: IMAGE zorgde voor een metamorfose van hoogbouwwijken door te zorgen voor een perceptieverandering bij de bewoners en de aanleg van nieuwe openbare ruimten. Door wie werden in 2006 tijdens de cursus in Delft de 50 lege appartementen bezet om een nieuwe identiteit te creëren voor de Poptahof? a. Eurocommissarissen b. kunstenaars en bewoners c. geiten, varkens en schapen 35. Stedelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing: Wat deed ERIH met oude gebouwen die onderdeel uitmaken van het culturele industriële erfgoed? a. niets: de vervallen fabrieken moeten in hun huidige staat worden bewaard b. ze werden opgeblazen en de terreinen werden gesaneerd c. er werden 60 ankerpunten ontwikkeld langs een aantal Europese themaroutes

49 36. Natuur en biodiversiteit: Op welke parkeerplaats voerde MINEWATER boorwerkzaamheden uit, waardoor het project en passant een zekere internationale uitstraling kreeg? a. die van McDonald s b. die van Angela Merkel c. die van IKEA 37. Natuur en biodiversiteit: Bij URBAN WATER wisten Duitse waterbouwkundigen hun Franse collega s te overtuigen om de Espierre (of Spiere, een riviertje dat een open riool was geworden) niet te overkluizen maar om te vormen tot een wetland-gebied. Om hevige regenval te kunnen opvangen, werd er ook een droge rivierbedding gecreëerd, ook wel bekend als een a. khadaffi b. dachi c. wadi 38. Innovatie en kennisoverdracht: In het kader van ECCE werd een transnationaal netwerk van plaatselijke ondersteuningscentra opgezet voor ondernemers in de culturele sector. Stel, u bent kunstenaar, u hebt een goed idee om een bedrijf te starten en u vaart over de Loire. Welk centrum zou u dan NIET kunnen aandoen (zonder de trein te pakken)? a. Nantes b. Angers c. Rennes 39. Innovatie en kennisoverdracht: HOSPITAL COOPERATION is baanbrekend geweest op het gebied van gegevensuitwisseling, videoconferencing, gezamenlijke cursussen en uitwisselingsprogramma s voor artsen en verpleegkundigen in grensgebieden. Welke instelling heeft zich onlangs gebogen over het recht van patiënten om binnen de EU van ziekenhuis te wisselen? a. Het Comité van de Regio s b. Het Europese Hof van Justitie c. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens 40. Innovatie en kennisoverdracht: Met behulp van ICT om strategische allianties te bevorderen, organiseerde ELAT masterclasses op het gebied van hightech-ondernemerschap, waarbij starters advies kregen hoe zij hun voorstellen investeringsrijp konden maken. Welke van de volgende omschrijvingen past NIET bij het transnationale gebied van de ELATdriehoek? a. overweldigend berglandschap b. aanwezigheid van wereldbekende onderzoeksinstellingen c. afgelegen ten opzichte van grote stedelijke regio s Hoe hebt u gescoord? Antwoorden op blz. 56.

50 INTERREG aanstekelijk, omstreden en open voor kritiek Nu u alle drie de delen hebt gelezen en hebt laten bezinken (of misschien moet u zich even rustig terugtrekken in een donkere ruimte), hopen we dat het bewijs voor zich spreekt. Wat het meest in het oog springt, is de politieke invloed die van de INTERREG-projecten uitgaat. Ten eerste wordt het EU-beleid op nationaal niveau concreet gestalte gegeven door aan de basis de juiste belanghebbenden te engageren; ten tweede wordt gaandeweg de EU-beleidsagenda beïnvloed, waarbij gebruik wordt gemaakt van de expertise die de samenwerking heeft opgeleverd en de betrokken projecten hun reputatie als voortrekkers op dit gebied kunnen vestigen. Diversiteit het kostbaarste bezit van NWE Samenwerken is niet altijd puur transnationaal genieten. Ondanks de succesverhalen zijn er ook twijfels geuit over de concrete impact van het programma. Wetenschappelijke onderzoekers en planologen trekken verschillende conclusies uit hun analyses van recente programma-activiteiten. Hoewel een minder directe betrokkenheid bij het programma een kritische blik bevordert, wordt het gevoel dat er transnationale successen zijn geboekt toch het best geïllustreerd door de meningen van belanghebbenden uit de praktijk. Weinigen van hen zullen vraagtekens plaatsen bij het overweldigende succes van de 99 projecten die, uitgaande van de ruimtelijke verscheidenheid van NWE, snelle resultaten hebben opgeleverd op het gebied van regionale cohesie, ontwikkeling en groei. Het NWE IVB-programma roept op tot een steviger debat over de sterkten en zwakten, kansen en bedreigingen van transnationale samenwerking. Dit maakt de deelname aan INTERREG spannender en uitdagender en zorgt ervoor dat verschillende groepen, elk met hun eigen belangen, er maximaal bij worden betrokken. Gerichte ruimtelijke visie Het valt niet mee om vanuit verschillende, traditionele, nationale bestuurlijke culturen een gemeenschappelijke agenda op te stellen, zeker wanneer daarvoor nieuwe netwerken en beleids organen moeten worden opgezet. Bij samenwerkingsprocessen gaat het om politiek, macht en planning. NWE vormt daarop geen uitzondering. Maar elk initiatief, zeker elk Communautair Initiatief, heeft een bepaald ethos nodig een kader en een visie waarop kan worden gebouwd. Om te voorkomen dat geld op ongestructureerde wijze aan regionale ontwikkelingsprojecten wordt toegekend, heeft het cohesiebeleid voor een dergelijk groot geografisch gebied behoefte aan regels en focus. Hoewel de besluitvorming wat de Stuurgroep betreft strikt genomen een beleidsmatig karakter heeft, worden de besluiten genomen op basis van aanbevelingen van evaluatoren die beoordelen in hoeverre een project past binnen het concept van duurzame ontwikkeling in de macroregio. De middelen zijn beperkt. Dus de beste projecten moeten winnen. Transnationaliteit vertaald Op het eerste gezicht lijkt transnationaliteit misschien een abstract begrip dat weinig met dringende problemen te maken heeft en dat moeilijk tot leven is te brengen. Omdat de term in nationale en regionale ontwikkelings strategieën zelden voorkomt, is het vaak een nieuw concept voor mensen die voor het eerst kennismaken met initiatieven in het kader van het cohesiebeleid van de EU. Meestal wordt de term genoemd met betrekking tot internationale vervoersnetwerken, kustbeheer en hoogwaterbescherming. Sommige mensen blijven sceptisch over de toegevoegde waarde die samenwerking zou hebben voor de economie en voor duurzame ontwikkeling. Sommigen vinden zelfs dat het concept van evenwichtige territoriale ontwikkeling achterhaald is, of niet relevant met betrekking tot innovatie en de kenniseconomie. Deze opvatting is uiteraard niet bevorderlijk voor de bereidheid om transnationaal samen te werken. De meeste mensen erkennen echter dat transnationale samenwerking mogelijkheden biedt voor de aanpak van problemen, bijvoorbeeld op het gebied van demografische verandering, ontwikkeling en instandhouding van het platteland, energie voorziening, zeespiegelstijging en klimaatverandering. Juist op deze terreinen zullen maatregelen in de ene partnerregio ongetwijfeld grote gevolgen en duidelijke ruimtelijke effecten hebben in aangrenzende regio s. Leereffect meten INTERREG is een transnationaal leermodel dat partners via hun projectactiviteiten leren kennen. De programma s zijn kweekvijvers voor ideeën die kennisoverdracht stimuleren, maar niet eisen het is geen kwestie van dwang, maar van vrijwillige, multilaterale deelname. Hierdoor kunnen betere mogelijkheden ontstaan voor beleidsoverdracht, maar soms blijft een echt leereffect uit; dat hangt af van de aard en kwaliteit van de interactie in wat feitelijk een sociaal proces is, en van de intensiteit van de samenwerking. De ervaring leert dat de effecten van INTERREG enigszins grof worden gemeten. Een evaluatie is nooit meer dan een impressie. De nadruk ligt op de tastbare, concrete resultaten die in de zevenjarige programmaperiode naar voren zijn gekomen, zonder dat de substantiële, structurele ruimtelijke impact, de beleidsinvloed, de financiële hefboomwerking en de bijdrage aan het menselijk kapitaal echt worden gekwantificeerd. In dit rapport is getracht een indruk te geven van de gigantische reikwijdte van de effecten door te wijzen op de bredere voordelen voor IIIB-projecten in NWE, voor hun regio s en voor hun inwoners of het nu gaat om economie, cultuur, onderwijs, milieu, maatschappij of politiek. 52

51 Het veranderende gezicht van de cohesie in NWE IIIB: Heterogeen, maar verenigd in verscheidenheid De hier gepresenteerde samenwerkingsverbanden hebben zich afgevraagd hoe zij het potentieel van hun eigen gemeente, politieke achterban of economische regio het best konden benutten voor duurzame ontwikkeling en groei. De uitdagingen waarvoor zij stonden, hebben zij in een bredere geografische context geplaatst. Ze wisten dat er elders misschien reeds oplossingen lagen, en zijn daar vervolgens samen naar op zoek gegaan. De meest succesvolle projecten hebben het samenwerkingsverband zelf als hulpbron gebruikt, waarbij verschillen in traditionele benaderingen zijn blootgelegd en innovaties zijn doorgevoerd en via pilotprojecten zijn getest. De best presterende projecten hebben hun gezamenlijke visie voortdurend geëvalueerd en herbevestigd, zodat er gedurende het hele samenwerkingsproces onverminderd sprake was van consensus en gezamenlijk inzicht. Meestal is er een directe samenhang tussen de kwaliteit van de projectleiding en de resultaten; goede leiders zorgen voor doeltreffende interculturele communicatiekanalen, strakke verslagleggingmechanismen en vertrouwen in het werken als team. Dit rapport onderstreept het heterogene karakter van de IIIB-projecten in Noordwest-Europa, de talloze voordelen die ze hebben opgeleverd voor verschillende sectoren, en de bijdrage die zij samen hebben geleverd aan het verwezenlijken van uiteenlopende programmadoelstellingen. Tegen deze achtergrond van succes is het niet verwonderlijk dat we zeer hoge verwachtingen hebben van het thans lopende programma. Zowel oudgedienden als nieuwkomers zijn van harte welkom! IVB: Investeren in kansen We hebben de draad weer opgepakt waar we waren gestopt. In feite is de overgang naadloos verlopen, omdat er al IVB-projecten werden goedgekeurd terwijl sommige IIIB-projecten nog werden afgerond. Het is zeker niet de bedoeling om eerdere projecten nog eens over te doen. De uitdaging is om de expertise van de projecten uit alle programmagebieden en onderdelen van INTERREG te benutten om tot synergie te komen. Transnationaliteit, innovatie en een sterk samenwerkingsverband zijn noodzakelijke voorwaarden voor alle nieuwe projecten. Er is meer nadruk komen te liggen op de eerste fase van de ontwikkeling van een projectidee vanuit een gezamenlijk uitgangspunt. Het gaat nu minder om ruimtelijke ordening en meer om territoriale samenhang. Projecten moeten ook leren op eigen benen te staan. INTERREG-subsidie moet worden gezien als startkapitaal voor structurele samenwerking. De Internationale Werkgroep (IWG) heeft de vinger gelegd op een aantal lacunes in het IIIB-programma, waar het ontwikkelen van zinvolle projecten uitermate lastig is gebleken. Daarom zal het IVB-programma, via een meer top-down-gerichte benadering in het kader van de Strategische Initiatieven, proberen strategische projecten of projectclusters te ontwikkelen binnen vijf thema s: demografische verandering, klimaatverandering, innovatie, vervoer en duurzame energie. Nu is het wachten op het groenboek van de Commissie over territoriale samenhang, waarna kan worden overgegaan tot een openbare raadpleging over toekomstige prioriteiten. Verdere politieke steun en commitment INTERREG is geboren in 1990 en inmiddels dus volwassen (18 jaar). Als zodanig is het geen Communautair Initiatief meer, maar een volwaardig instrument voor de implementatie van doelstelling 3 van het cohesiebeleid. INTERREG krijgt de laatste tijd meer politieke aandacht in discussies tussen de Raad en het Europees Parlement. Dat vraagt dus ook meer commitment vanuit de nationale en regionale politiek. Onze overtuiging is dat doelstelling-3-programma s bij uitstek geschikt zijn om via samenwerking daadwerkelijk te komen tot een (ruimtelijk) samenhangende EU-samenleving. Het strategische proces van concurrentie is zowel van toepassing op projecten als op programma s. Projectaanvragen beconcurreren elkaar om EFRO-subsidie. Maar wij concurreren ook om u: wij willen dat u NWE verkiest boven andere programmagebieden. Komt het door het ontbreken van politieke argumenten voor (of tegen) een project dat het programma relatief onbekend is? Of hangt dit samen met het technocratische karakter van de uitvoering? Zoals aangegeven in het Informatie- en communicatieplan van DG Regio van 2 juni 2008, is er onlangs een netwerk van (nationale) functionarissen opgezet om een communicatiestrategie voor EFRO- en cohesie programma s te implementeren (INFORM). Het doel daarvan is om ervaringen uit te wisselen en manieren te vinden om de communicatie te verbeteren, de voordelen van communautaire steunmaatregelen beter onder de aandacht te brengen bij potentiële begunstigden en het publiek, en EU-gefinancierde projecten beter te profileren. Wij hopen dat dit rapport daarvoor een nuttig en inspirerend uitgangspunt biedt. Op zoek naar de ware Onze website is beslist een bezoek waard. Kijkt u nog eens wat onze projecten hebben bereikt en vraagt u zich dan af of u dat ook zou kunnen. Het is niet echt hetzelfde als online dating, maar in onze database kunt u wel op zoek gaan naar partners. U kunt projectideeën registreren en vooral ook zoeken naar partners die voor dezelfde uitdagingen staan. Wij zullen regelmatig seminars over project ontwikkeling organiseren, een soort speed-dating voor overheden en projectpromotors, zij het met minder persoonlijk gebabbel en meer inhoudelijke discussie. Deze initiatieven zijn uitsluitend bedoeld om samenwerkings overeenkomsten tot stand te brengen en hoogwaardige transnationale samenwerkingsprojecten van de grond te tillen. Het uiteindelijke doel is immers om het cohesiebeleid van de EU te verwezenlijken. De laatste woorden betreffen de projecten. Zij weten het best wat meedoen aan INTERREG in de praktijk betekent. De projectmanager van CYCLEAU, Pascal Herry, waarschuwde zijn partners met een groot uitroepteken: Begin niet aan Europese territoriale samenwerking alleen omdat je Europees bezig wilt zijn! Vraag jezelf af wat je wilt bereiken, en of je daar echt transnationale samenwerking voor nodig hebt. 53

52 Woordenlijst Cohesiebeleid (ook wel regionaal beleid genoemd) En nu alfabetisch Benchmarking Het cohesiebeleid van de EU is bedoeld om de economische groei in de 27 lidstaten te bevorderen, zodat de onderlinge verschillen in ontwikkeling kleiner worden. Het biedt regio s de mogelijkheid hun ruimtelijk potentieel optimaal te benutten, hun concurrentievermogen te versterken en bij te dragen tot meer samenhang in Europa. Voor het eerst gaat het grootste deel van de EU-begroting nu naar het cohesiebeleid: EUR 347 miljard ruim een derde van de totale EU-uitgaven. Van dit budget heeft het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor EUR 8,7 miljard te besteden voor de doelstelling Europese territoriale samenwerking, ook bekend als INTERREG. Dit is een van drie dimensies van het cohesiebeleid (naast concurrentievermogen en convergentie ). Structuurfondsen & Cohesiefonds Dit betekent dat wordt gemeten hoe goed een land, bedrijf of bedrijfstak presteert ten opzichte van andere landen, bedrijven, bedrijfstakken enz. De benchmark is de norm waartegen de prestaties worden beoordeeld. Comité van de Regio s Het Comité van de Regio s is gecreëerd in 1992 bij het Verdrag van Maastricht en opgericht in Via dit adviesorgaan kunnen regionale overheden hun stem laten horen in de besluitvorming van de Europese Unie. Het bestaat uit 344 vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden, die voor vier jaar door de Raad worden benoemd. De Structuurfondsen en het Cohesiefonds zijn de financiële instrumenten voor de uitvoering van het cohesiebeleid. De fondsen vormen dus een essentieel onderdeel van het streven naar economische, sociale en territoriale samenhang. Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is momenteel het grootste structuurfonds. Sinds 1975 heeft het subsidie verstrekt voor de aanleg van infrastructuur en productieve investeringen die nieuwe werkgelegenheid opleveren, met name in het bedrijfsleven. Deze subsidies worden ingezet voor projecten op het gebied van regionaal beleid die vallen onder de drie nieuwe doelstellingen: Convergentie moet de convergentie van de minst ontwikkelde EU-lidstaten en -regio s versnellen door betere voorwaarden te scheppen voor groei en werkgelegenheid. Deze doelstelling wordt gefinancierd door het EFRO, het Cohesiefonds en het Europees Sociaal Fonds. Hieraan wordt 81,5% van de totale toegekende middelen besteed. Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid moet het mogelijk maken om in te spelen op economische en sociale veranderingen, om innovatie en ondernemerschap te bevorderen, het milieu te beschermen en de arbeidsmarkt te ontwikkelen in regio s die niet onder de doelstelling convergentie vallen. Aan deze doelstelling, die wordt gefinancierd door het EFRO en het ESF, wordt 16% van de totale toegekende middelen besteed. Europese territoriale samenwerking (dat zijn wij!) is bedoeld om de grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking te intensiveren op het gebied van stads-, plattelands- en kustontwikkeling. Daarnaast wordt gestreefd naar betere economische relaties en netwerken tussen kleine en middelgrote bedrijven (het MKB). Deze doelstelling wordt gefinancierd door het EFRO. Hoewel hieraan slechts 2,5% van de totale toegekende middelen wordt besteed, kunnen we samen veel bereiken met het bedrag dat is uitgetrokken voor transnationale samenwerking: EUR 1,83 miljard. INTERREG (nu ook bekend als Doelstelling 3) INTERREG, dat sinds 1990 bestaat, verschilt in één belangrijk opzicht van de meeste andere cohesieprogramma s: het betreft samenwerking tussen overheidsinstanties in twee of meer lidstaten. Het functioneert in alle lidstaten en ondersteunt projecten die via samenwerking het territoriale potentieel van Europa willen benutten. Het doel van INTERREG is om van andere Europese regio s te leren, kennis en ervaringen uit te wisselen en sectoroverstijgende synergie te creëren. Op die manier moet een evenwichtige territoriale ontwikkeling worden bevorderd. Het programma bestaat uit drie onderdelen: INTERREG IVA : 53 programma s gericht op grensoverschrijdende samenwerking (EUR 6,44 miljard) INTERREG IVB : 13 programma s gericht op transnationale samenwerking (EUR 1,83 miljard) INTERREG IVC : 1 programma gericht op interregionale samenwerking (EUR 0,44 miljard) Directoraat-generaal Regionaal Beleid (DG Regio) De taak van het Directoraat-generaal Regionaal Beleid, een van de diensten ( departementen ) van de Europese Commissie, is om de economische, sociale en territoriale samenhang te versterken door de onderlinge verschillen in ontwikkeling tussen regio s en lidstaten te verkleinen. Dit betekent dat er wordt geïnvesteerd in het eigen potentieel van regio s om hun regionale economie te versterken en om in achtergebleven regio s een structurele inhaalslag te maken. Centraal staat dat de EU-bijdrage aan de regionale ontwikkeling zo veel mogelijk toegevoegde waarde moet opleveren. Het regionaal beleid geeft dus invulling aan het streven naar solidariteit en naar een betere concurrentiepositie voor de Unie als geheel. Richtlijn Een stukje wetgeving dat verbindend is ten aanzien van het te behalen resultaat, maar dat de afzonderlijke lidstaten de mogelijkheid laat zelf te kiezen hoe ze dat willen bereiken. De lidstaten hebben daarbij vaak een zekere mate van vrijheid om nationale afspraken in de betreffende wetgeving op te nemen. Een richtlijn moet zijn gebaseerd op een artikel van het Verdrag en noemt gewoonlijk een deadline voor de omzetting in nationale wetgeving. Andere wetgevingsinstrumenten van de EU zijn verordeningen, beschikkingen en aanbevelingen. Integraal kustbeheer (ICZM) Integraal kustbeheer (Integrated Coastal Zone Management ICZM) is een geïntegreerde of gecoördineerde benadering ten aanzien van de vele verschillende belangen die een rol spelen bij alle land- en zeegebonden aspecten van de kust. Het houdt in dat verschillende beleidsmaatregelen en besluitvormingsstructuren op elkaar worden afgestemd, zodat gezamenlijk aan specifieke doelstellingen kan worden gewerkt. Bij goed integraal kustbeheer kunnen de volgende uitgangspunten een rol spelen: een langetermijnvisie; een brede, integrale aanpak; adaptief beheer; werken met natuurlijke processen; ondersteuning en betrokkenheid van alle relevante overheidsinstanties; toepassing van een combinatie van instrumenten; participatieve planning; weerspiegeling van lokale kenmerken (DEFRA). Lissabon en Göteborg De Lissabonstrategie (Lissabon-agenda) werd in maart 2000 gelanceerd. Het is een ambitieuze hervormingsagenda om de EU te maken tot de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld. Op de Europese Raad van Göteborg in juni 2002 werd hieraan een milieudimensie toegevoegd via de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling. Deze omvat doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, duurzaam vervoer, volksgezondheid en beheer van natuurlijke hulpbronnen. Op maart 2005 besprak de Europese Raad de tussentijdse Commissie-evaluatie van de Lissabonstrategie voor economische, sociale en ecologische vernieuwing. Centrale elementen in de doorstart van Lissabon waren meer nadruk op groei en werkgelegenheid, vereenvoudiging en nationale zeggenschap via nationale actieplannen. Mainstreaming Eenvoudig gezegd betekent mainstreaming dat een bepaald thema op alle EU-beleidsterreinen altijd volledig in aanmerking wordt genomen. Bijvoorbeeld, bij iedere beleidsbeslissing van de EU moet nu rekening worden gehouden met de gevolgen voor het milieu; milieuoverwegingen zijn dus gemainstreamd. 54

53 Natura 2000 Territoriale samenhang / ontwikkeling Natura 2000 staat voor een aantal gebieden in de lidstaten waar planten- en diersoorten en hun habitats moeten worden beschermd. De bescherming wordt geregeld door de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). In de EU-wetgeving worden de soorten en habitats genoemd die vanwege hun zeldzaamheid of kwetsbaarheid van bijzonder belang zijn, vooral die welke met uitsterven worden bedreigd. Het netwerk bestaat uit speciale beschermingszones voor het behoud van meer dan 180 soorten en ondersoorten vogels en uit speciale instandhoudingszones voor het behoud van meer dan 250 soorten habitats, 200 diersoorten en meer dan 430 plantensoorten. Natura 2000 bestrijkt momenteel ruim 20% van het grondgebied van de EU. Polycentriciteit Dit begrip heeft zowel in het wetenschappelijke als in het professioneel-inhoudelijke debat op grote schaal ingang gevonden. Het is gebruikt in ruimtelijke beleidsdocumenten van de Europese Unie en de lidstaten, en is een van de centrale componenten van de integrale ruimtelijke ontwikkelingsstrategie die in 1999 werd bepleit in het niet-bindende Europees Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief (EROP). Hoewel het zijn stempel heeft gedrukt op het ruimtelijke beleidsoverleg, blijft het moeilijk te definiëren. De term verwijst globaal naar duurzame territoriale ontwikkeling die uitgaat van het bevorderen en ontwikkelen van meerdere middelgrote stedelijke centra in plaats van één dominante hoofdstad of centrum. Ruimtelijke ordening / ontwikkeling Ruimtelijke ordening of ontwikkeling verwijst naar de methoden die overheden gebruiken om de spreiding van mensen en activiteiten over de ruimte op diverse schaalniveaus te beïnvloeden. Hieronder vallen alle niveaus van ruimtelijke planning en ontwikkeling (inclusief steden en milieu) op regionale, nationale en internationale schaal. Belanghebbende Iedere persoon of organisatie die belang heeft bij of invloed ondervindt van de wetgeving en beleidsvorming van de EU is een belanghebbende bij dat proces. De Europese Commissie raadpleegt zo veel mogelijk belanghebbenden voordat zij met voorstellen voor nieuwe wetgeving of beleidsinitiatieven komt. Midden- en kleinbedrijf (MKB) Territoriale samenhang heeft te maken met de aanpak van onvoorziene gevolgen en effecten van het EU-beleid op de ruimtelijke ontwikkeling. Het streven is om ontwikkelingskansen in de hele EU op evenwichtige en duurzame wijze te bevorderen. Dit gebeurt door middel van maatregelen om de verschillen in groei en ontwikkeling tussen de regio s te verkleinen. Daarbij wordt het bestaande territoriale potentieel als uitgangspunt genomen voor lokale en regionale projecten, die grotendeels worden ondersteund via de verschillende financiële instrumenten van het Cohesiebeleid, met name Doelstelling 3 (INTERREG). De term territoriale samenhang komt voor in het Verdrag van Lissabon en wordt op Europees niveau thans meer gebruikt dan ruimtelijke ordening. De term werd eind 2004 in Rotterdam gedefinieerd in een scoping-document en op basis van empirische gegevens van het ESPON-programma nader uitgewerkt in het document The Territorial State and Perspectives of the European Union. Op de ministersconferentie van mei 2007 in Leipzig werd een politiek document, de Territoriale Agenda, ondertekend als vervolg op het eerder in Rotterdam gestarte proces. Trans-Europese Netwerken (TEN) De functie van trans-europese netwerken is om een moderne en doeltreffende infrastructuur te creëren die regionale en nationale netwerken in Europa met elkaar verbindt. Deze zijn van wezenlijk belang voor de interne markt, omdat zij het vrije verkeer van goederen, personen en diensten waarborgen. Titel XV van het VEU vormt de rechtsgrond voor de trans-europese netwerken in drie sectoren: vervoer, telecommunicatie en energie. Het TEN-budget wordt door het EFRO en het Cohesiefonds aangevuld met leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) en het Europees Investeringsfonds (EIF). Kaderrichtlijn Water (KRW) De KRW is EU-wetgeving uit 2000 en vormt de basis voor veel veranderingen op het gebied van waterbeheer in de EU. Deze richtlijn biedt een kader voor de bescherming, verbetering en duurzame benutting van alle wateren van de bron tot de zee, waaronder rivieren, kanalen, meren, estuaria, wetlands, kustwateren en het grondwater. De voornaamste doelstellingen van de richtlijn zijn om het oppervlakte- en grondwater te beschermen en te verbeteren. Dit houdt onder meer in dat achteruitgang van aquatische ecosystemen moet worden voorkomen en dat grond- en oppervlaktewateren die zijn aangetast door verontreiniging, wateronttrekking, dammen en waterbouwkundige werken, waar mogelijk moeten worden hersteld zodat in 2015 sprake is van een goede toestand. Het MKB wordt gedefinieerd door een aantal criteria ten aanzien van het aantal werknemers, de omzet en de onafhankelijkheid van bedrijven. Als we alleen naar het aantal werknemers kijken, heeft een micro-onderneming minder dan 10 werknemers, een kleine onderneming minder dan 50 en een middelgrote onderneming minder dan 250. De EU hanteert een specifieke definitie van het MKB (of KMO s kleine en middelgrote ondernemingen) zodat de financiële steun zo gericht mogelijk kan worden ingezet, wetende dat meer dan 90% van alle Europese bedrijven tot het MKB behoort. Het doel is om het onaangeboorde potentieel van het MKB in te zetten voor groei en werkgelegenheid. De eigen woordenlijst van DG Regio is te vinden op: Subsidiariteit Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat EU-beslissingen zo dicht mogelijk bij de burger moeten worden genomen. De EU neemt uitsluitend maatregelen als dat op EU-niveau doeltreffender kan gebeuren dan op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Deze regel geldt uiteraard niet voor beleidsthema s waarvoor de EU als enige verantwoordelijk is. 55

54 Antwoorden op de quizzen Hoe hebt u gescoord? Deel 1: 1c, 2b, 3c, 4b, 5a, 6c, 7c, 8a, 9c, 10a, 11c, 12c, 13b, 14c, 15a, 16a Deel 2: 17c, 18b, 19c, 20a, 21b, 22b, 23c, 24c, 25c, 26a, 27c, 28a Deel 3: 29b, 30a, 31c, 32b, 33b, 34b, 35c, 36c, 37c, 38c, 39b, 40a 36 en hoger: Werkelijk briljant! U moet een ervaren projectpromotor zijn met diepgaande kennis van IIIB NWE-projecten en thematische clusters, en een ontvanger/leverancier van kennisoverdracht : Indrukwekkend. Bijna best practice! U houdt zich waarschijnlijk al een tijdje bezig met INTER- REG en duurzame ontwikkeling, maar u bent niet thuis in alle projecten. Verdiep u nog eens in de projecten die u het meest aanspraken! 25-30: Beslist op de goede weg! U hebt duidelijk oog voor wat INTERREG kan bereiken. Voor extra informatie over recente ontwikkelingen kunt u misschien eens contact opnemen met de projecten zelf of kunt u de vragen nog eens doornemen met een collega. Unter 25: U hebt al heel wat kennis vergaard maar u kunt zeker nog wat bijleren over de toegevoegde waarde van NWE. Misschien deze brochure nog eens doorbladeren en uw antwoorden nog eens bekijken? Leren van je fouten staat tenslotte centraal in INTERREG. 56

55 Projectwebsites AMEWAM APANGO ARTERY BERISP BIOSMILE BIZZ 2 BIZZ BLUELINKS BOUNDLESS PARKS BRANCH BRAIN DRAIN CAREFLOWS CITIZEN FIRST CRII CROBUSPARKS CROSS CUT CROSSING THE LINES COREPOINT CSI CSS CYCLEAU DART DIPCITY DRIVE ECCE ECSWA EGHN ELAT ELFE ENCOURAGE EMDI EPOS EPROC ERIH ERIH II ESPACE EUROPOLIS EUROVELOROUTE FINAL FINESSE FLOODSCAPE FOWARA FREUDE AM FLUSS HEATH HOSPITAL COOPERPATION HST CONNECT HST4I HST NETWORK IMAGE IMPACTE IPPN ISLA ITISS JAF LIFESCAPE LIRA II MARTINS MAYA II MESH MINEWATER MSC RENGERATION NENSI I & II NEWDELTA NEWSTASC NOAH NOFDP OPTIMUM PLANARCH POLYNET PROBOIS-PROHOLZ PROGRESS REDUCE REURBA REVIT RHINET SAFER SAND SAIL II SAUL SCALDIT SEG SEPTENTRION SDF SOS II SPAN SPATIAL METRO STIMUTRAN STREETS FOR LIVING SUSCIT TESIS TIMIS TRENDSPOT TRUST URBAN WATER VEPS WARELA WIHCC 57

56 Dankbetuiging Deze publicatie is geproduceerd en gepubliceerd door het Gemeenschappelijk Technisch Secretariaat van het INTERREG IVB-programma Noordwest-Europa in samenwerking met de Luxemburgse programmavoorzitter namens de organen van het programma. Redactie & bureauredactie: Paul Stephenson Uit het Engels vertaald door Balance Texts & Translations Grafische vormgeving: Daniel Kurth & Linda Bos Drukwerk: Poplar DG Regio Europese Commissie Dank aan alle projectpartners die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze publicatie en die hun foto s ter beschikking hebben gesteld, onder wie: Pascal Buleon Mandy Veldman Nicolas Wilmouth RAG Montan Immobilien Lille, september 2008 Voor de tekst van deze publicatie is geput uit uiteenlopende auteurs en bronnen, waaronder persartikelen, projectmonitoringrapporten, websites en wetenschappelijke artikelen. Referenties zijn ontleend aan 3 wetenschappelijke artikelen uit Planning, Practice & Research, Vol. 22, Nr. 3: 1) Colomb, C. (2007: ) The added value of transnational cooperation: towards a new framework for evaluating learning and policy change ; 2) Dühr, S. & Nadin, V. (2007: ) Europeanization through Transnational Territorial Cooperation? The Case of INTERREG IIIB North-West Europe ; en 3) Dühr, S., Stead, D. & Zonneveld, W. (2007: ) The Europeanization of spatial planning through territorial cooperation.

57

58 Investeren in kansen Contact INTERREG IVB NWE Joint Technical Secretariat Les Arcuriales 45, rue de Tournai, 6/D T F Lille, France F Managing Authority

10 jaar Grundtvig in Nederland

10 jaar Grundtvig in Nederland 10 jaar Grundtvig in Nederland Verworvenheden en perspectieven europees platform internationaliseren in onderwijs Inhoud Colofon 2011 Europees Platform - internationaliseren in onderwijs Kennemerplein

Nadere informatie

Vis, als duurzaam kapitaal. De Nederlandse visie op het nieuwe Europese visserijbeleid

Vis, als duurzaam kapitaal. De Nederlandse visie op het nieuwe Europese visserijbeleid Vis, als duurzaam kapitaal De Nederlandse visie op het nieuwe Europese visserijbeleid Inhoud 1. Vis, als duurzaam kapitaal 4 Balans na dertig jaar visserijbeleid 6 Horizon 2020 6 2. De balans na twee

Nadere informatie

Onderzoeksrapport Mediation bij de Overheid

Onderzoeksrapport Mediation bij de Overheid Conflictdiagnose en geschiloplossing op maat bij conflicten tussen burgers en overheden Uitgevoerd door Laurens Bakker Carla Schouwenaars Instituut voor Rechtssociologie Instituut voor Culturele Antropologie

Nadere informatie

Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk

Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk Nederlandse Organisatie voor toegepastnatuurwetenschappelijk onderzoek TNO S. de Vries, C. van de Ven, M. Nuyens,

Nadere informatie

Een ander Europa is mogelijk

Een ander Europa is mogelijk Een ander Europa is mogelijk Ideeën voor een nieuw Europa Willem Bos F 2,- Vooraf Na de referenda over de Europese Grondwet in Frankrijk en Nederland, op respectievelijk 29 mei en 1 juni 2005, werd door

Nadere informatie

Tien STAPPEN VOOR. José Andringa Lidwien Reyn

Tien STAPPEN VOOR. José Andringa Lidwien Reyn Tien STAPPEN VOOR EEN SUCCESVOLLE Community of Practice José Andringa Lidwien Reyn TIEN STAPPEN VOOR EEN SUCCESVOLLE Community of Practice José Andringa Lidwien Reyn ISBN/EAN: 978-90-5748-096-6 2014 Rijksdienst

Nadere informatie

Het CJG, de oplossing voor de jeugdzorg? De invloed van vertrouwen en samenwerking op de organisaties binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Het CJG, de oplossing voor de jeugdzorg? De invloed van vertrouwen en samenwerking op de organisaties binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin. Het CJG, de oplossing voor de jeugdzorg? De invloed van vertrouwen en samenwerking op de organisaties binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin. Auteur: Eva Geesing 2 Het CJG, de oplossing voor de jeugdzorg?

Nadere informatie

Grip op gedrag. Inspiratie voor het vervolg van Beter. Benutten. Definitief rapport 5 december 2013

Grip op gedrag. Inspiratie voor het vervolg van Beter. Benutten. Definitief rapport 5 december 2013 Grip op gedrag Inspiratie voor het vervolg van Beter Benutten Definitief rapport 5 december 2013 Grip op gedrag 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 9 1.1 Het programma Beter Benutten (en haar voorgangers) 9 1.2

Nadere informatie

Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo

Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo Een goede basis Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo 1 2 Inhoudsopgave Voorwoord 4 Deel A Adviezen 5 1 Opdracht 6 2 Aanpak 8 3 Probleemstelling 9 4 Oplossingsrichting 11 5 Herziening van de kennisbases

Nadere informatie

SAMENVATTING. Kenmerken van leerprocessen

SAMENVATTING. Kenmerken van leerprocessen SAMENVATTING Dit verslag gaat over de vraag hoe leerprocessen die plaatsvinden buiten het officiële circuit van onderwijs- en opleidingsinstellingen (het formeel onderwijs) beter herkenbaar kunnen worden

Nadere informatie

TNO-rapport Aan de slag met diversiteit. Praktische tips voor HR-beleid. Sjiera de Vries. Cristel van de Ven. Thijs Winthagen

TNO-rapport Aan de slag met diversiteit. Praktische tips voor HR-beleid. Sjiera de Vries. Cristel van de Ven. Thijs Winthagen TNO-rapport Aan de slag met diversiteit Praktische tips voor HR-beleid Sjiera de Vries Cristel van de Ven Thijs Winthagen TNO-rapport Aan de slag met diversiteit: Praktische tips voor HR-beleid Nederlandse

Nadere informatie

Inclusief onderwijs en de praktijk in de klas in het voortgezet onderwijs

Inclusief onderwijs en de praktijk in de klas in het voortgezet onderwijs Inclusief onderwijs en de praktijk in de klas in het voortgezet onderwijs Samenvattend Rapport 2005 European Agency for Development in Special Needs Education Dit rapport is geschreven en uitgegeven door

Nadere informatie

De HRM er komt zo bij u. onderzoek naar de mensen achter het mensenwerk

De HRM er komt zo bij u. onderzoek naar de mensen achter het mensenwerk De HRM er komt zo bij u onderzoek naar de mensen achter het mensenwerk De HRM er komt zo bij u onderzoek naar de mensen achter het mensenwerk De HRM er komt zo bij u is een uitgave van Driessen HRM_Payroll.

Nadere informatie

DE EUROPESE UNIE IN HET KORT. Europa in 12 lessen. door Pascal Fontaine. Europese Unie

DE EUROPESE UNIE IN HET KORT. Europa in 12 lessen. door Pascal Fontaine. Europese Unie DE EUROPESE UNIE IN HET KORT Europa in 12 lessen door Pascal Fontaine Europese Unie DE EUROPESE UNIE IN HET KORT Deze publicatie maakt deel uit van een reeks brochures waarin wordt uitgelegd wat de EU

Nadere informatie

Op weg naar een duurzame sportvereniging

Op weg naar een duurzame sportvereniging Op weg naar een duurzame sportvereniging 1 Inhoud Inleiding... 4 De fasen op een rij... 10 1. Dromen... 11 1.1 Het begint met een droom... 11 1.2 Mandaat van bestuur en leden... 12 1.3 Wijs verantwoordelijke(n)

Nadere informatie

Diversiteit in transitie

Diversiteit in transitie Diversiteit in transitie Aandacht voor effectief bereik van migrantengezinnen in de transitie van de jeugdzorg Adviesrapport november 2014 Hans Bellaart 2 Diversiteit in transitie In h o u d 1. Inleiding

Nadere informatie

Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK. Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc

Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK. Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc Hoofdstuk 1 Inleiding 3 Hoofdstuk 2 De Hub 24 Hoofdstuk

Nadere informatie

Lessen over diversiteitsbeleid. bij gemeenten, provincies en waterschappen

Lessen over diversiteitsbeleid. bij gemeenten, provincies en waterschappen Lessen over diversiteitsbeleid 1 bij gemeenten, provincies en waterschappen 2 L e s s e n o v e r d i v e r s i t e i t s b e l e i d b i j g e m e e n t e n, provincies en waterschappen 3 Lessen over

Nadere informatie

Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt?

Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt? Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt? Monique Heijmans Geeke Waverijn Lieke van Houtum ISBN 978-94-6122-248-0

Nadere informatie

Wat ruist daar? Naar helderheid en eenvoud in het openbaar bestuur

Wat ruist daar? Naar helderheid en eenvoud in het openbaar bestuur Wat ruist daar? Naar helderheid en eenvoud in het openbaar bestuur Wat ruist daar? Naar helderheid en eenvoud in het openbaar bestuur VNG-Commissie Talent! 2 Zo nu en dan keek hij achter zich, of de poedervloed

Nadere informatie

We gooien het de inspraak in

We gooien het de inspraak in We gooien het de inspraak in Een onderzoek naar de uitgangspunten voor behoorlijke burgerparticipatie 17 september 2009 2009/180 Behoorlijk omgaan met schadeclaims We gooien het de inspraak in Een onderzoek

Nadere informatie

Omgaan met het onbekende

Omgaan met het onbekende Omgaan met het onbekende Een reflectie op de voorbereiding op de drie decentralisaties dr. M.van der Steen mr. drs. J.R. De Hoog A.R. Wendt MSc prof. dr. M.J.W. van Twist Vorm geven aan inhoud Omgaan met

Nadere informatie

The Next Step: Coalition of the Willing

The Next Step: Coalition of the Willing The Next Step: Coalition of the Willing Door samenwerking, kennisdeling en alliantievorming naar innovatief ondernemerschap in de Regio Zwolle Hoofdlijn van de strategie en governance voor het regionale

Nadere informatie

MAART 2014 DOEN EN LATEN EFFECTIEVER MILIEUBELEID DOOR MENSENKENNIS

MAART 2014 DOEN EN LATEN EFFECTIEVER MILIEUBELEID DOOR MENSENKENNIS MAART 2014 DOEN EN LATEN EFFECTIEVER MILIEUBELEID DOOR MENSENKENNIS Raad voor de leefomgeving en infrastructuur De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) is het strategische adviescollege voor

Nadere informatie

Bondgenoten in de decentralisaties

Bondgenoten in de decentralisaties Januari 2013 Bondgenoten in de decentralisaties Invulling geven aan het transformatieproces en de coalitieaanpak TransitieBureau Begeleiding in de Wmo Januari 2013 Bondgenoten in de decentralisaties TransitieBureau

Nadere informatie

Samen verder werken aan de Delta

Samen verder werken aan de Delta Samen verder werken aan de Delta De governance van het Nationaal Deltaprogramma na 2014 Februari 2014 Rotterdam Auteurs Dr. Arwin van Buuren, Universitair Hoofddocent Bestuurskunde, Erasmus Universiteit

Nadere informatie

Henriëtte van den Heuvel & Anita de Wit Durf te twijfelen en deel dilemma s Bestuurders over intergemeentelijke samenwerking

Henriëtte van den Heuvel & Anita de Wit Durf te twijfelen en deel dilemma s Bestuurders over intergemeentelijke samenwerking Henriëtte van den Heuvel & Anita de Wit Durf te twijfelen en deel dilemma s Bestuurders over intergemeentelijke samenwerking Durf te twijfelen en deel dilemma s Bestuurders over intergemeentelijke samenwerking

Nadere informatie

Uitgave van In actie met burgers!, deelproject van het Actieprogramma Lokaal Bestuur. oktober 2014. Met burgers! Spoorboekje voor raad en college

Uitgave van In actie met burgers!, deelproject van het Actieprogramma Lokaal Bestuur. oktober 2014. Met burgers! Spoorboekje voor raad en college Actie in oktober 2014 Uitgave van In actie met burgers!, deelproject van het Actieprogramma Lokaal Bestuur Met burgers! Spoorboekje voor raad en college Woord vooraf geachte lezer, De uitdaging voor gemeenten

Nadere informatie

"Aan tafel!" dialoogtafel. noordoost Groningen. kwartiermakers

Aan tafel! dialoogtafel. noordoost Groningen. kwartiermakers kwartiermakers dialoogtafel noordoost Groningen "Aan tafel!" Een verkenning naar de mogelijkheid om in het aardbevingsgebied Noordoost Groningen een dialoogtafel op te zetten Eindadvies van de kwartiermakers

Nadere informatie

Werken met krimp. Dimphy Smeets. Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging

Werken met krimp. Dimphy Smeets. Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Werken met krimp Dimphy Smeets Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Amsterdam De Burcht / Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging November 2014 Wetenschappelijk Bureau

Nadere informatie