Het knisperboekje heeft hij helemaal versleten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het knisperboekje heeft hij helemaal versleten"

Transcriptie

1 Het knisperboekje heeft hij helemaal versleten Bereik en impact van het project Boekbaby s bij ouders Onderzoek in opdracht van Stichting Lezen Promotor: Prof. Dr. Kris Van den Branden Co-promotor: Dr. Koen Van Gorp Onderzoekers: Helena Van Nuffel & Lies Houben

2 Inhoud Voorwoord... 5 Inleiding: Achtergrond en onderzoeksvragen Achtergrond Onderzoeksvragen Opbouw van het rapport... 8 Hoofdstuk 1: Methode Kwantitatief luik Kwantitatieve bevraging van ouders Selectie van steekproef van ouders Schriftelijke vragenlijst Infosessies vrijwilligers Kind en Gezin Afname Kwantitatieve analyse Kwantitatieve bevraging van Boekbaby s-medewerkers in consultatiebureaus en bibliotheken Online vragenlijst Afname Kwantitatieve analyse Kwalitatief luik Diepte-interviews Selectie van deelnemende gezinnen Semi-gestructureerde interviewleidraad Afname Analyse Observaties van voorleesmomenten Observatieleidraad Analyse Hoofdstuk 2: Resultaten Kwantitatief luik Kwantitatieve bevraging van ouders Respons Achtergrondkenmerken van de respondenten (Voor)leesprofiel Bibliotheekgebruik Bereik van Boekbaby s

3 1.1.6 Impact van Boekbaby s Kwantitatieve bevraging van Boekbaby s-medewerkers in consultatiebureaus van Kind en Gezin Respons Profiel respondenten Interne communicatie over Boekbaby s Uitdelen van het babypakket Uitdelen van de bon voor het peuterpakket Boeken in het consultatiebureau Meerwaarde van Boekbaby s Inschatting van bereik en impact Suggesties van de vrijwilligers Kwantitatieve bevraging van Boekbaby s-medewerkers in bibliotheken Respons Profiel van de respondenten Interne communicatie over Boekbaby s Uitdelen van het peuterpakket Meerwaarde van Boekbaby s Inschatting van bereik en impact Suggesties van de bibliotheekmedewerkers Kwalitatief luik Diepte-interviews Algemeen Algemene gegevens van de respondenten Leesgewoonten Boekbezit en boekkeuze Gerapporteerde houding en voorleesstijl Het leesgedrag en literaire geschiedenis van de ouders Bibliotheekbezoek Mening over Boekbaby s Impact van Boekbaby s Observaties Algemeen Hoe begint het voorleesmoment? Hoe verloopt het voorleesmoment? Hoe wordt het voorleesmoment afgesloten?

4 Hoofdstuk 3: Conclusies en aanbevelingen Conclusies Conclusies bij onderzoeksvraag 1a Het bereik van de Boekbaby s-pakketten Het bereik van de Boekbaby s-boodschap Het gebruik van de Boekbaby s-pakketten Conclusies bij onderzoeksvraag 1b Conclusies bij onderzoeksvraag 2a Conclusies bij onderzoeksvraag 2b Conclusies bij onderzoeksvraag 2c Conclusies bij onderzoeksvraag 2d Conclusies bij onderzoeksvraag 3a Conclusies bij onderzoeksvraag 3b Aanbevelingen Algemeen De doelgroep van Boekbaby s De rol van en de samenwerking tussen de verschillende projectpartners Kind en Gezin De bibliotheken Betrokkenheid en motivatie van de Boekbaby s-medewerkers Een brede samenwerking Aandacht voor meertaligheid in de boodschap en de materialen Bijlagen Bijlage 1: schriftelijke vragenlijst voor ouders Bijlage 2: interviewleidraad Bijlage 3: observatieleidraad Literatuurlijst

5 Voorwoord In opdracht van Stichting Lezen Vlaanderen werd tussen 1 september 2012 en 30 november 2013 onderzoek gevoerd naar het bereik en de impact van het project Boekbaby s bij ouders. Het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) stond in voor de uitvoering. We willen iedereen die aan het project heeft meegewerkt van harte bedanken, in het bijzonder de ouders die een stukje van hun kostbare tijd besteedden aan het invullen van de vragenlijst en ons gastvrij ontvingen in hun gezin voor de interviews en observaties. Ook de vrijwilligers van Kind & Gezin willen we bedanken. Zonder hun bereidwillige medewerking was het onmogelijk geweest om zo veel gezinnen uit de hele doelgroep te bereiken. Daarnaast bedanken we de bibliotheken van Kortijk, Mechelen en Genk voor het ter beschikking stellen van een ruimte voor de infosessies voor Kind en Gezin-vrijwilligers. Onze dank gaat verder uit naar de leden van de stuurgroep die dit onderzoek mee gedragen hebben: Rita De Graeve (CJSM), Majo de Saedeleer (Stichting Lezen), Herlinde De Vos (Locus), Joke Drijkoningen (CTO), Els Michielsen (Stichting Lezen), Tine Rommens (Kind en Gezin), Tania Van Acker (Stichting Lezen), Hilde Vandormael (Provincie Limburg), Koen Van Gorp (CTO), Bruno Vanobbergen (Kinderrechtencommissaris) en Sarah Van Tilburg (Stichting Lezen). We danken hen voor de aangename samenwerking en hun constructieve medewerking. 5

6 Inleiding: Achtergrond en onderzoeksvragen 1 Achtergrond Boekbaby s is een project van Stichting Lezen dat zich richt op baby s en peuters en hun ouders. De bedoeling van het project is om ouders te stimuleren om hun kinderen zo vroeg mogelijk in contact te brengen met boeken en er samen van te genieten. In de gemeenten waar het project loopt krijgen ouders in de loop van de eerste twee levensjaren van hun kind twee keer een boeken- en informatiepakket cadeau. Het eerste pakket, dat bestaat uit twee babyboeken en een informatiebrochure over voorlezen en de bibliotheek, krijgen de ouders in het consultatiebureau van Kind en Gezin, wanneer hun kind 6 maanden oud is. Het tweede pakket, twee peuterboeken en een tweede informatiebrochure, kunnen de ouders zelf gaan ophalen in de plaatselijke bibliotheek. Wanneer hun kind 15 maanden is, krijgen zij daarvoor een bon in het consultatiebureau van Kind en Gezin. Naast de boekenpakketten zorgt Boekbaby s samen met de consultatiebureaus en bibliotheken ook voor het creëren van een aangepaste, uitnodigende en leesrijke omgeving op deze plaatsen. Zo wordt er bijvoorbeeld voor gezorgd dat er in de consultatiebureaus boeken aanwezig zijn, en dat er in de bibliotheken aangepaste baby- en peuterhoeken worden ingericht. De effecten van soortgelijke projecten werden in het buitenland reeds uitgebreid onderzocht. Vooral Bookstart, een Brits project dat al 20 jaar succesvol loopt en de inspiratiebron was voor Boekbaby s en verschillende gelijkaardige initiatieven in andere landen, werd grondig opgevolgd via wetenschappelijk onderzoek (Bookstart National Impact Evaluation, 2009; Moore & Wade, 1997, 2003; Wade & Moore, 1993, 1996a, 1996b, 1998, 2000). Deze onderzoeken tonen aan dat Bookstart zorgt voor een toename van voorlezen aan baby s, een toegenomen leesgedrag binnen het gezin, een duidelijke stijging in het bibliotheekbezoek en een opmerkelijk hogere verkoop van boeken (Steendijk, 2004). Daarnaast heeft Bookstart ook een positieve invloed op de ontwikkeling van kinderen op langere termijn. Bookstartkinderen blijken niet alleen voor te lopen op hun leeftijdsgenoten op vlak van taalvaardigheid, lezen en rekenen, ze blijken deze voorsprong ook te behouden tot in de lagere school. Recent onderzoek naar de effecten van het project Boekstart in Nederland (Van den Bergh & Bus, 2013) wees uit dat Boekstart er voor zorgt dat ouders meer voorlezen, meer naar de bibliotheek gaan en beter bekend zijn met het boekenaanbod voor jonge kinderen. Ook in Vlaanderen werd er reeds wetenschappelijk onderzoek gevoerd rond Boekbaby s. In dit onderzoek, dat liep tijdens de pilootfase van het project van 2005 tot 2007, lag de klemtoon niet op het in kaart brengen van de effecten van het programma, maar op de beleving en de ervaringen van de ouders. Een tweede doelstelling was het in kaart brengen van de diversiteit aan (voor)leesculturen door de beschrijving van een aantal good practices (Vanobbergen & Daems, 2008). De belangrijkste conclusies waren dat Boekbaby's de ouders overtuigt dat een stimulerende leescultuur al vanaf de wieg belangrijk is, dat ouders vooral positief staan tegenover de aangeboden boekenlijsten en tegenover de eerder impliciete ondersteuning (bijvoorbeeld door een alternatief boekenaanbod) in tegenstelling tot expliciete ondersteuning (door bijvoorbeeld technische voorleestips), dat vaders en moeders het voorlezen en verhalen anders beleven, en dat leren en plezier de belangrijkste keuzecriteria zijn wanneer ouders een boek voor hun kind kiezen. Alle ouders ontdekten door het project nieuwe manieren om bij baby's met boeken om te gaan. Ook anderstalige ouders of laagopgeleide ouders bleken op deze wijze bereikt te worden. Het onderzoek focuste echter niet op verschillen in het bereiken van deze verschillende groepen ouders. Daarnaast werden de bibliotheken die deelnamen aan Boekbaby's betrokken in het onderzoek via 6

7 een vragenlijst en twee focusgroepen. Bibliotheken reageerden heel enthousiast en breidden hun aanbod voor baby's en ouders sterk uit naar aanleiding van het project. In 2008 werden vervolgens de medewerkers van Kind en Gezin bevraagd aan de hand van een schriftelijke vragenlijst en via focusgroepen (Vanobbergen, 2009). Uit dit onderzoek bleek onder andere dat een ruime meerderheid van de vrijwilligers uitleg geeft over het project en het bijbehorende boekenpakket aan de ouders, maar dat er grote verschillen zijn in aanpak. Ook de boekenhoek en de aanwezigheid van boekjes op zich in de consultatiebureaus wordt gewaardeerd, al kan de integratie in de werking van het consultatiebureau nog geoptimaliseerd worden. Met name de grote verschillen tussen ouders stellen de vrijwilligers voor uitdagingen. Ze proberen het project bij elke ouder aan te brengen op een manier die de verschillen tussen ouders respecteert. Dit geldt zeker voor het contact met allochtone ouders. De onderzoekers gaven echter aan dat bijkomend onderzoek hier nodig is. Waar het pilootproject in 2005 van start ging in 10 gemeenten, liep Boekbaby s bij de start van dit onderzoek in 2012 al in 49 gemeenten, wat betekent dat er in totaal meer dan kinderen worden bereikt. 1 Een nieuwe studie naar het bereik en de impact van Boekbaby s in de gezinnen drong zich dan ook op. In deze nieuwe studie willen we nagaan of de overwegend positieve bevindingen met betrekking tot de ouders uit de eerste studie nog steeds opgaan en willen we meer gedifferentieerd gaan kijken naar de impact van het project op verschillende groepen gezinnen (in eerste instantie anderstalige gezinnen en lager opgeleide gezinnen), gezien de vorige studie dit wel meenam maar niet als onderzoeksfocus had. Vooral de anderstalige en/of lager opgeleide gezinnen zijn een doelgroep bij uitstek van een project dat kinderen vanaf de start gelijke kansen wil bieden. Als Boekbaby's erin slaagt een stimulerende leescultuur tot stand te brengen bij hoger opgeleide ouders maar niet hetzelfde of een veel kleiner effect heeft bij andere groepen ouders bereikt het project misschien precies het tegenovergestelde van wat het beoogt en vergroot het de kansenongelijkheid. Onderzoek in Groot-Brittannië (Bookstart National Impact Evaluation 2009) geeft alvast aan dat dit niet noodzakelijkerwijze zo hoeft te zijn, maar dat gezinnen waarin lezen minder centraal staat een ander parcours doorlopen dan gezinnen waarin lezen wel actief aanwezig is. Terwijl het project Bookstart initieel minder effecten had bij 'less active reading families' geeft longitudinaal onderzoek aan dat precies deze groep ouders meer positieve evolutie ondervindt over tijd dan de gehele steekproef. Gezien de beperkte financiële middelen die voor dit onderzoek voorhanden waren, beslisten we om het onderzoek te focussen op de primaire doelgroep, de ouders, en meer bepaald de anderstalige en/of kansarme ouders. De rol van de consultatiebureaus en de bibliotheken wordt enerzijds via de ouders bevraagd, anderzijds via een online vragenlijst. Zeker voor wat betreft de consultatiebureaus, die nog vrij recent bevraagd zijn, leek ons dit een verantwoorde keuze. 1 Op het einde van het onderzoek was dit aantal al opgelopen tot 75 gemeenten, en bijna kinderen. 7

8 2 Onderzoeksvragen In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: 1) Het bereik van het project Boekbaby's bij ouders: 1a) Bereikt Boekbaby's (de materialen en de boodschap) via de consultatiebureaus en de bibliotheken alle ouders in eenzelfde mate? En zo nee, zien we verschil tussen groepen ouders in bereik van het project? 1b) Waaraan zijn deze verschillen te wijten? 2) De impact van Boekbaby's op ouders: 2a) Wat is de impact van Boekbaby's op de percepties en gerapporteerde acties van ouders met betrekking tot de leescultuur thuis (i.c. voorleesgedrag en interactie kind-ouder rond een boek, bibliotheekgebruik en boekbezit van gezinnen)? Zien we verschillen tussen groepen ouders in de impact van Boekbaby's? 2b) Zo ja, hoe kunnen we deze verschillen verklaren? 2c) Zien we verschillen tussen groepen ouders in de feitelijke wijze waarop ze thuis voorlezen? 2d) Zo ja, hoe kunnen we deze verschillen verklaren? 3) Wat is de perceptie van het bereik en de impact van Boekbaby's bij 3a) de vrijwilligers van Kind en Gezin? Welke kansen ter verbetering zien zij om het bereik en de impact te verhogen? 3b) de medewerkers van de deelnemende bibliotheken? Welke kansen ter verbetering zien zij om het bereik en de impact te verhogen? 3 Opbouw van het rapport In het eerste hoofdstuk van dit rapport wordt de onderzoeksmethode beschreven. Eerst worden de verschillende stappen beschreven die gevolgd werden voor het kwantitatieve deel van het onderzoek, vervolgens komt het kwalitatieve luik aan bod. In hoofdstuk 2 bespreken we de resultaten van de verschillende onderdelen van het onderzoek. Voor het kwantitatieve deel worden achtereenvolgens de resultaten van de schriftelijke bevraging van de ouders, de Kind en Gezin-vrijwilligers en de bibliotheekmedewerkers beschreven. Vervolgens bespreken we de kwalitatieve bevindingen op basis van de interviews met de ouders en de observaties van voorleesmomenten. Het derde en laatste hoofdstuk bespreekt de belangrijkste conclusies op basis van de resultaten uit hoofdstuk 2. Hierbij wordt teruggegrepen naar de centrale onderzoeksvragen: op elke onderzoeksvraag wordt op basis van de bevindingen uit de verschillende delen van het onderzoek een antwoord gegeven. Vervolgens worden er een aantal aanbevelingen geformuleerd die de impact en het bereik van Boekbaby s nog zouden kunnen verbeteren. 8

9 Hoofdstuk 1: Methode Bij dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een mixed method design. In eerste instantie werd in een kwantitatief luik een representatieve steekproef van ouders schriftelijk bevraagd. Ook de vrijwilligers van de consultatiebureaus van Kind en Gezin en de medewerkers van Boekbaby s in de bibliotheken werden bevraagd via een online vragenlijst. Het tweede luik van het onderzoek was kwalitatief. Op basis van de antwoorden uit de schriftelijke vragenlijst werd een beperkte groep ouders geselecteerd voor individuele diepte-interviews en observaties van voorleesmomenten. In wat volgt wordt voor elk van deze twee luiken de gebruikte onderzoeksmethode stapsgewijs beschreven. 1 Kwantitatief luik 1.1 Kwantitatieve bevraging van ouders Selectie van steekproef van ouders Om een representatieve steekproef van ouders te bevragen, dienden uit de gezinnen die op het moment van het onderzoek bereikt werden door het project, een 370-tal ouders te worden geselecteerd. Op een populatie van gezinnen vormen 370 gezinnen een representatieve steekproef met een betrouwbaarheidspercentage van 95% en een nauwkeurigheidsmarge van 5%. Net zoals in het eerste Boekbaby s-onderzoek (Vanobbergen & Daems, 2008), kozen we ervoor om ouders te bevragen waarvan de kinderen geboren zijn in een tijdspanne van drie maanden. Concreet gaat het om de ouders die een kind kregen in de periode november 2010 januari Bij de start van het onderzoek waren deze kinderen ongeveer twee jaar oud. Hun ouders zouden dus zowel het babypakket (op 6 maanden) als de bon voor het tweede pakket (op 15 maanden) al moeten hebben ontvangen via het consultatiebureau. Ook hadden ze op dat moment al ruim de tijd gehad om, als ze dat wensten, het tweede pakket te gaan afhalen in de bibliotheek. Hoewel dat aanvankelijk de bedoeling was, werd er binnen dit onderzoek niet gewerkt met een controlegroep. Het trekken van een representatieve steekproef als controlegroep en het verwerken van de data van die controlegroep bleek binnen het bestek van dit onderzoek niet haalbaar. Bovendien zijn uit eerdere onderzoeken (cfr. Vanobbergen & Daems, 2008) en uit ander grootschalig kwantitatief onderzoek zoals de Participatiesurvey (cfr. Lievens & Waege, 2011) voldoende gegevens beschikbaar om waar relevant de bevindingen van dit onderzoek te kaderen. Daarom werd in samenspraak met de stuurgroep beslist om de controlegroep te schrappen. Bij de start van het onderzoek liep Boekbaby s in 49 gemeenten. Hieruit werden 20 gemeenten geselecteerd om deel te nemen aan het kwantitatieve luik van het onderzoek. Om zeker een voldoende aantal anderstalige en lager opgeleide gezinnen te bereiken, werden 5 Boekbaby s-gemeenten gekozen waar deze doelgroepen in relatief grote mate aanwezig zijn: Lokeren, Heusden-Zolder, Genk, Mechelen en Sint-Niklaas. Omdat Sint-Niklaas door een onderbreking in deelname aan het project niet in aanmerking kwam voor het onderzoek, werd deze gemeente vervangen door Menen. De overige 15 gemeenten werden aselect getrokken via de Random Integer Set Generator van Random.org. Op die manier kwamen we tot de volgende lijst van gemeenten: 9

10 Geselecteerde Boekbaby's-gemeenten 1 Beveren 11 Kortrijk 2 Dendermonde 12 Langemark 3 Genk 13 Lokeren 4 Gistel 14 Mechelen 5 Ham 15 Menen 6 Hamme 16 Peer 7 Heusden-Zolder 17 Wetteren 8 Ieper 18 Wingene 9 Jabbeke 19 Zomergem 10 Kortemark 20 Zonhoven We verkozen om de ouders rechtstreeks aan te spreken en te vragen of ze wensten deel te nemen aan het onderzoek, eerder dan te werken met bijvoorbeeld een verzending van de vragenlijsten met de post. Deze manier van werken leek ons de beste garantie tot het effectief bereiken van de hele doelgroep. Voor het aanspreken van de ouders deden we een beroep op de consultatiebureaus van Kind en Gezin en niet op de bibliotheken. Via de bibliotheken zouden we alleen die ouders bereiken die beslisten om het tweede Boekbaby s-pakket te gaan afhalen, wat uiteraard een aanzienlijk risico op bias zou inhouden. Oorspronkelijk was het de bedoeling om in elk van de geselecteerde gemeenten één consultatiebureau te laten deelnemen. Op die manier moesten er in elk consultatiebureau ongeveer 20 gezinnen bevraagd worden om aan het vooropgestelde aantal te komen. Omdat dit, vooral voor de kleinere bureaus, moeilijk haalbaar leek, kozen we ervoor om alle consultatiebureaus in de geselecteerde gemeenten bij het onderzoek te betrekken. In totaal ging het om 34 consultatiebureaus Schriftelijke vragenlijst De bevraging van de ouders gebeurde via een schriftelijke pen-en-papier-vragenlijst (zie bijlage 1). De vragenlijst bestond uit 8 rubrieken: Uw Boekbaby (algemene informatie over het kind) Uw gezin (algemene informatie over het gezin) Uw opleiding en werksituatie (informatie over opleidingsniveau en werk van de ouders) Activiteiten met uw peuter (over de frequentie van voorlezen en andere activiteiten die de ouders doen met hun kind) Uw peuter en boeken (over de leescultuur in het gezin: (voor)leesgedrag en bibliotheekgebruik) Boekbaby s: het babypakket (over het bereik van het babypakket) Boekbaby s: het peuterpakket (over het bereik van het peuterpakket) Effecten van Boekbaby s in uw gezin (over de impact van Boekbaby s op de leescultuur in het gezin). Op het laatste blad konden de ouders die dat wilden zich kandidaat stellen voor een diepte-interview door hun contactgegevens te noteren. Inspiratiebronnen voor de vragenlijst waren de bevraging door Vanobbergen & Daems (2008), en de vragenlijsten die gebruikt werden in het evaluatieonderzoek van het Britse Bookstart (Booktrust, 2009). Omdat we met de vragenlijst alle ouders wilden bereiken, ook laaggeletterde en anderstalige ouders, werd extra aandacht besteed aan de leesbaarheid van de vragenlijst. Lange zinnen en onnodig moeilijk taalgebruik werden vermeden, de bladspiegel werd zo helder mogelijk gehouden. We probeerden ook de 10

11 lengte van de vragenlijst zo veel mogelijk te beperken: in overleg met de stuurgroep werden een aantal vragen over het voorleesgedrag weggelaten en verschoven naar de diepte-interviews. Voor anderstalige ouders voorzagen we verder ook nog vertalingen van de vragenlijst in 6 (contact)talen: Arabisch, Engels, Frans, Russisch, Spaans en Turks Infosessies vrijwilligers Kind en Gezin Voor het aanspreken van de ouders en het uitdelen van de vragenlijsten schakelden we de vrijwilligers in van Kind en Gezin. Deze vrijwilligers, die de ouders ontvangen in het consultatiebureau en instaan voor het wegen en meten van de kinderen, hadden een belangrijke rol bij het bereiken van de doelgroep. Zij konden indien nodig hulp en ondersteuning bieden aan laaggeletterde en anderstalige ouders, voor wie het invullen van een vragenlijst niet altijd evident is. Zonder ondersteuning zou een groot deel van deze groep ouders waarschijnlijk te veel drempels ondervinden om deel te nemen aan de bevraging. Om de vrijwilligers te informeren en hen goed voor te bereiden op hun ondersteunende rol, werkten we voor hen een informatie- en trainingssessie uit. Om de verplaatsingen voor de vrijwilligers zoveel mogelijk te beperken, werd deze sessie drie maal georganiseerd: in Kortrijk (op 23/10), in Mechelen (op 24/10) en in Genk (op 25/10), telkens in de plaatselijke bibliotheek. In totaal namen er 20 vrijwilligers deel, uit de helft van de deelnemende consultatiebureaus. In de sessie kregen de vrijwilligers informatie over het hoe en waarom van het onderzoek en de vragenlijst. Daarnaast kregen zij ook tips en ondersteunend materiaal om anderstalige en laaggeletterde ouders optimaal te kunnen ondersteunen. Niet-aanwezige consultatiebureaus kregen alle info en materiaal toegestuurd met de post Afname De afname van de schriftelijke bevraging liep van 1 november 2012 tot ongeveer half februari In de 5 consultatiebureaus met het grootste aandeel kansarme en anderstalige gezinnen ging de onderzoeker zelf telkens twee dagen meehelpen om ouders waar nodig te ondersteunen bij het invullen van de vragenlijst Kwantitatieve analyse Alle gegevens van de bevraagde ouders zijn strikt vertrouwelijk en anoniem verwerkt. De kwantitatieve gegevensverwerking gebeurde met het statistische programma SPSS. Om algemene tendensen met betrekking tot achtergrondkenmerken, voorleesprofiel en bibliotheekgebruik uit de data naar voren te halen, zijn de frequenties per respondent berekend. Op basis van scholingsgraad en thuistaal zijn vier groepen respondenten onderscheiden: laaggeschoolde Nederlandstaligen, hogergeschoolde Nederlandstaligen, laaggeschoolde anderstaligen en hogergeschoolde anderstaligen 2. Voor vragen met betrekking tot bereik en impact van het project Boekbaby s werd aan de hand van een chi-kwadraattoets nagegaan of de onderscheiden groepen significant verschillend antwoorden. Vanwege de soms kleine aantallen per cel in de kruistabel werd gekozen voor een exacte significantietoets. Deze is strenger en biedt dus minder kans op het onterecht verwerpen van de nulhypothese (type I fout). 2 Voor het onderscheiden van deze vier groepen werden de volgende criteria gehanteerd: - Nederlandstalig = de moedertaal van de ouders en de thuistaal van de kinderen is Nederlands - Anderstalig = minstens één van de ouders heeft een vreemde moedertaal en/of minstens één van de thuistalen van de kinderen is een vreemde taal - laaggeschoold = maximum een diploma lager secundair onderwijs als hoogste diploma - hogergeschoold = een diploma hoger secundair onderwijs of hoger Met hogergeschoolden worden in dit onderzoek dus zowel midden- als hooggeschoolden bedoeld. 11

12 1.2 Kwantitatieve bevraging van Boekbaby s-medewerkers in consultatiebureaus en bibliotheken Online vragenlijst De vrijwilligers van Kind en Gezin en de bibliotheekmedewerkers die meewerken aan Boekbaby s werden bevraagd via een online vragenlijst. Voor elk van beide doelgroepen werd een aparte vragenlijst ontwikkeld, aangepast aan hun specifieke rol en taken binnen het project. Deze vragenlijsten, die peilden naar hun ervaringen met het project en met de ouders, bestonden uit de volgende rubrieken: Algemeen (algemene informatie over de vrijwilliger) Uw medewerking aan Boekbaby s (over hoe lang de medewerker al meewerkt, wat zijn/haar taken zijn binnen het project, enz) Het uitdelen van de pakketten (over de praktijken bij het uitdelen, de mening en ervaringen van de medewerker hierover en de reacties van de ouders) VRIJWILLIGERS VAN KIND EN GEZIN Uitdelen babypakketten o Het pakket samen met de ouders bekijken o Uitleg geven bij het pakket o Reacties van de ouders Uitdelen uitnodiging peuterpakket Boeken in het consultatiebureau (over de aanwezigheid en het gebruik van boeken in het CB) Uw mening o Meerwaarde van Boekbaby s o Bereik en impact o Suggesties ter verbetering BIBLIOTHEEKMEDEWERKERS Uitdelen peuterpakketten o Het pakket samen met de ouders bekijken o Uitleg geven bij het pakket o Uitleg geven over het baby- en peuteraanbod van de bib o Reacties van de ouders Het baby- en peuteraanbod van de bibliotheek (over de collectie en de voorzieningen voor jonge kinderen) Afname De online bevraging van de Boekbaby s-medewerkers in de consultatiebureaus en de bibliotheken gebeurde van begin januari tot half februari De link naar de vragenlijst werd doorgestuurd naar de Boekbaby s-contactpersonen in de consultatiebureaus en bibliotheken. Deze contactpersonen bezorgden de informatie op hun beurt aan al hun collega s die bij Boekbaby s betrokken zijn Kwantitatieve analyse Alle gegevens van de Boekbaby s-medewerkers in consultatiebureaus en bibliotheken zijn strikt vertrouwelijk en anoniem verwerkt. De kwantitatieve gegevensverwerking gebeurde met het statistische programma SPSS. Om algemene tendensen uit de data naar voren te halen, zijn de frequenties per respondent berekend. 12

13 2 Kwalitatief luik 2.1 Diepte-interviews Selectie van deelnemende gezinnen Om meer gedetailleerde informatie te verzamelen over het bereik en de impact van Boekbaby s in de gezinnen en over het voorleesgedrag van de ouders, werden op basis van de schriftelijke bevraging 40 ouders geselecteerd voor diepte-interviews. Deze ouders werden in gelijke mate verspreid over de vier groepen: (1) laagopgeleide anderstalige ouders, (2) hogeropgeleide anderstalige ouders, (3) laagopgeleide Nederlandstalige ouders en (4) hogeropgeleide Nederlandstalige ouders. Deze ouders werden geselecteerd uit de grote steekproef (los van regionale spreiding) totdat we voor iedere groep ouders 10 ouders hadden. Binnen elke groep werden daarnaast twee groepen onderscheiden: 5 ouders die minimaal met Boekbaby's in aanraking kwamen en 5 ouders die er maximaal van gebruik maakten. Dit onderscheid werd gemaakt op basis van het al dan niet opgehaald hebben van het tweede boekenpakket in de bibliotheek. Dit werd in de schriftelijke vragenlijst bevraagd Semi-gestructureerde interviewleidraad Als leidraad voor de interviews werd een semi-gestructureerde vragenlijst ontwikkeld (zie bijlage 2). De vragenlijst werd niet opgevat als een strikt op te volgen document, maar als een houvast om de verschillende onderwerpen te bevragen. De interviewleidraad bestond uit drie onderdelen: leesgedrag en leesklimaat in het gezin, mening over het project, en impact van Boekbaby s in het gezin. In het eerste deel kwamen de frequentie, plaats en tijd van het voorlezen, favoriete boeken en voorleesstijl aan bod. Ook het leesgedrag van de ouders zelf en het bibliotheekgebruik werden besproken. In het tweede deel werd gepeild naar de mening van de ouders over voorlezen aan jonge kinderen en over het project Boekbaby s. In het laatste deel werd doorgevraagd op de impact van Boekbaby s op het voorleesgedrag en de leescultuur in het gezin Afname De interviews werden afgenomen tussen 25 maart en 11 juli De gesprekken vonden plaats bij de gezinnen thuis, op een met de ouders afgesproken tijdstip. Eén interview gebeurde voor een deel telefonisch, omdat de ouder met wie het interview was gepland onverwachts uithuizig was, en de partner te weinig Nederlands bleek te kennen om de vragen te beantwoorden. De interviews verliepen semigestructureerd. De vragenlijst vormde wel de basis voor het gesprek, maar er werd gekozen om de vragen zo open mogelijk te stellen en de ouders de mogelijkheid te geven zelf te vertellen. Op die manier werd geprobeerd zoveel mogelijk sociaal wenselijke antwoorden uit te sluiten. De gesprekken verliepen meestal in het Nederlands, één keer in het Engels, en één keer via een tolk. Van de meeste interviews werden audio-opnames gemaakt, behalve in 4 gevallen waar de ouders dit liever niet wilden Analyse De interviews werden getranscribeerd en vervolgens op kwalitatieve wijze geanalyseerd met het oog op factoren die belemmerend of bevorderend werken voor het bereik en de impact van Boekbaby s. Ook werden de antwoorden geanalyseerd op oorzaken en redenen die verklaringen kunnen bieden voor het voorleesgedrag in het gezin. Verder werd ook gelet op aspecten die al dan niet stimulerend werken met betrekking tot de communicatie over Boekbaby s in de consultatiebureaus en de bibliotheken. 13

14 2.2 Observaties van voorleesmomenten Aansluitend op de interviews werd bij 20 gezinnen (5 voor elke groep) een voorleesmoment geobserveerd. De ouders die aan het interview deelnamen werden daartoe uitgenodigd in de loop van of na het gesprek. Er werd geprobeerd om het voorleesmoment zo natuurlijk mogelijk te laten plaatsvinden, volgens de gewoonten van het gezin. De onderzoeker nam deel aan het voorleesmoment als niet-participerende observator Observatieleidraad Via notities op basis van een gestructureerde observatieleidraad werd het voorleesgedrag in kaart gebracht. Deze observatieleidraad (zie bijlage 3) was opgebouwd volgens de verschillende stappen in het voorleesmoment: 1. Hoe begint het boekmoment? 2. Hoe verloopt het boekmoment? 3. Hoe eindigt het boekmoment? Bij elke stap werden zowel het voorleesgedrag van de ouder als de reacties van het kind beschreven. Net zoals de interviewleidraad was de observatieleidraad vooral bedoeld als een houvast bij de dataverzameling. Het was dus zeker niet de bedoeling om deze leidraad te gebruiken als een soort van prescriptief kader om de geobserveerde voorleesmomenten aan af te toetsen. Omdat er werd geobserveerd in heel diverse gezinnen, was het daarentegen net heel belangrijk om de voorleesmomenten met een open blik te bekijken, en niet te vertrekken van hoe een voorleesmoment er zou moeten uitzien Analyse De observaties werden gekwantificeerd op basis van het observatieschema en vervolgens geanalyseerd. Bij de analyse werd er vooral aandacht besteed aan mogelijke verschillen tussen de groepen ouders, en aan mogelijke verschillen tussen het feitelijk voorleesgedrag van de ouders en het gerapporteerd gedrag in de interviews. 14

15 Hoofdstuk 2: Resultaten 1 Kwantitatief luik 1.1 Kwantitatieve bevraging van ouders Respons In totaal werden via de consultatiebureaus van Kind & Gezin 495 ingevulde vragenlijsten verzameld. We ontvingen vragenlijsten uit alle 20 deelnemende gemeenten, van 31 van de 34 deelnemende consultatiebureaus. Van drie bureaus kregen we geen vragenlijsten terug: in één van deze bureaus gingen de vragenlijsten verloren tijdens een verhuis, van de twee andere bureaus vernamen we geen reden waarom er geen vragenlijsten werden ingezameld. 23 ingevulde vragenlijsten bleken uiteindelijk niet in aanmerking te komen voor het onderzoek. De reden hiervoor was meestal dat het kind op het moment van de bevraging nog te jong was en dus nog niet alle materialen van Boekbaby s had kunnen ontvangen. Eén vragenlijst was niet ingevuld door een ouder maar door een grootouder. Het uiteindelijke aantal bruikbare vragenlijsten was 472, wat ruim boven het vooropgestelde minimum van 370 vragenlijsten lag Achtergrondkenmerken van de respondenten Geslacht en leeftijd Het overgrote deel van de vragenlijsten (81,5%) werd ingevuld door de moeder. Bijna 7 op 10 respondenten (69%) zijn tussen 25 en 34 jaar oud. Bij de Boekbaby s zelf zijn er iets meer jongens dan meisje (53,2 versus 46,8%). Scholingsgraad 54,8% van de respondenten heeft hoger onderwijs genoten: 16,2% heeft een universitair diploma, 38,6% volgde hoger onderwijs buiten de universiteit. Bijna 3 op 10 respondenten (28,4%) zijn middengeschoold: zij hebben het diploma (hoger) secundair onderwijs als hoogste diploma. 16,8% van de respondenten is laaggeschoold. Zij behaalden enkel een getuigschrift basisonderwijs (3,8%) of lager secundair onderwijs (3,8%), of hebben geen diploma (3%). Figuur 1 Scholingsgraad (%) 16,2 3 3,8 10 geen diploma lager onderwijs lager secundair 38,6 28,4 hoger secundair hoger niet-universitair universitair In het Vlaamse gewest was in % van de jarige bevolking laaggeschoold, bijna 40% middengeschoold en 34% hooggeschoold (Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2013). In vergelijking met 15

16 deze cijfers is de groep hooggeschoolden binnen ons onderzoek oververtegenwoordigd tegenover de midden- en laaggeschoolden. Dit verschil wordt deels verklaard door het feit dat het overgrote deel van onze respondenten vrouwelijk is. Vrouwen zijn immers vaker hooggeschoold dan mannen (Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2013). Een tweede verklaring is dat de Vlaamse cijfers betrekking hebben op mensen tot 64 jaar, terwijl onze groep respondenten bestaat uit jonge ouders. Aangezien de scholingsgraad in Vlaanderen de laatste decennia stelselmatig is toegenomen, telt deze jongere generatie minder laaggeschoolden en meer hooggeschoolden dan de oudere generaties. Thuistaal In 72,2% van de bevraagde gezinnen is de thuistaal Nederlands. 21,2% van de gezinnen gebruikt naast het Nederlands nog één of meer andere talen. 6,6% is volledig anderstalig. Figuur 2 Thuistaal (%) 21,2 6,6 volledig Nederlandstalig 72,2 gemeng: NL + andere volledig anderstalig Het aandeel van gezinnen binnen de onderzoekspopulatie die niet homogeen Nederlandstalig zijn (27,8%), ligt in de lijn van het aandeel van deze groep binnen de totale Vlaamse bevolking. Volgens de cijfers van Kind & Gezin (2013) had in ,9% van de Vlaamse kinderen een andere thuistaal dan het Nederlands. Verhouding groepen Op basis van de scholingsgraad en de thuistaal onderscheiden we 4 groepen respondenten, die in dit onderzoek met elkaar worden vergeleken (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.1.5). De verhouding van deze 4 groepen binnen de totale groep respondenten is als volgt: Laaggeschoolde Nederlandstaligen: 6,8% Hogergeschoolde Nederlandstaligen: 64,2% Laaggeschoolde anderstaligen: 11,2% Hogergeschoolde anderstaligen: 17,8% Met hogergeschoold worden zowel de midden- als hooggeschoolden bedoeld. Werksituatie Ruim 8 op 10 van de respondenten (80,1%) werkt: iets meer dan de helft (53,3%) werkt voltijds, 20,6% werkt deeltijds en 6,2% is zelfstandige. 18,8% van de respondenten werkt niet: 9,3% is huismoeder of vader, 5,5% is uitkeringsgerechtigd werkloos en 1,5% is arbeidsongeschikt. 2,3% is in loopbaanonderbreking. Bij de partners ligt het aantal werkenden ruim 10% hoger: 91,2% van hen zijn aan het werk. 8,8% van de partners werkt niet. Verder valt op dat de partners minder vaak deeltijds werken (3,8%) of huismoeder/ - vader zijn (3,8%) dan de respondenten. 16

17 Figuur 3 Werksituatie (%) 53,3 73,7 respondent partner 20,6 3,8 13,7 6,2 9,3 3,8 5,5 2,6 1,5 2 2,3 0,4 Het aandeel werkenden binnen de onderzoekspopulatie ligt iets hoger dan bij de gemiddelde Vlaming. Volgens cijfers van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (2013) was anno 2012 ongeveer 7 op 10 Vlamingen op beroepsactieve leeftijd aan het werk. Gezinsinkomen 66,3% van de respondenten is tevreden over het gezinsinkomen: iets meer dan de helft (50,6%) vindt het voldoende, 15,7% zegt er ruim mee rond te komen. De overige 33,7% van de gezinnen heeft het financieel moeilijker: 26,2% zegt maar net rond te komen met het gezinsinkomen, 7,5% komt niet rond. Ter vergelijking: in 2011 leefde 15% van de Vlamingen in een huishouden dat zelf aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen met het beschikbare inkomen (Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2013). Gezinssamenstelling De overgrote meerderheid van de respondenten (96,8%) maakt deel uit van een klassiek tweeoudergezin. 2,5% van de respondenten is een alleenstaande ouder; 0,6% woont samen met een nieuwe partner die niet de ouder is van het kind. De meeste gezinnen tellen één of twee kinderen (respectievelijk 38,9% en 40,2%). In iets meer dan de helft van de gezinnen is de tweejarige boekbaby het jongste kind in het gezin. Kinderopvang In 67,4% van de gezinnen gaat het kind naar de kinderopvang. Dit percentage is vergelijkbaar met het algemene percentage in Vlaanderen: in 2009 maakte 63,2% van de ouders met een kind jonger dan 3 jaar regelmatig gebruik van de kinderopvang. 5,8% maakte er beperkt gebruik van (Hedebouw & Peetermans, 2009). Vergelijking met eerder onderzoek Wat de leeftijd van de respondenten en het geslacht van de boekbaby s betreft, is de groep respondenten vergelijkbaar met de respondenten uit het vorige Boekbaby s-onderzoek (Vanobbergen & Daems, 2008). Op vlak van scholingsgraad, thuistaal en werksituatie zijn er echter wel een aantal belangrijke verschillen: Bij het vorige onderzoek had bijna driekwart van de respondenten hoger onderwijs gevolgd. Binnen onze populatie is dit slechts een kleine 55%. In het vorige onderzoek was 94,4% van de gezinnen homogeen Nederlandstalig, binnen dit onderzoek vertegenwoordigt deze groep 72% van de respondenten. 17

18 Bijna 2 op 10 van onze respondenten (18,8%) werkt niet, bij de vorige studie was slechts in 5% van de gezinnen één van beide partners werkloos of arbeidsongeschikt. Verschillen tussen de groepen ouders Uit de statistische analyses blijkt dat er voor een aantal achtergrondkenmerken (kinderopvang: χ 2 (3) =89,28, p <.001, en gezinsinkomen: χ 2 (9) =91,90, p <.001) significante verschillen zijn tussen de groepen ouders. De groepen hogergeschoolde Nederlandstaligen en laaggeschoolde anderstaligen blijken het meest van elkaar te verschillen. Hogergeschoolde ouders blijken vaker te werken, maken meer gebruik van kinderopvang en zijn meer tevreden over hun inkomen. Achtergrondkenmerken: verschil tussen groepen ouders (%) laaggeschoold Nederlandstalig laaggeschoold anderstalig hogergeschoold Nederlandstalig hogergeschoold anderstalig 81,8 48,4 48, , ,9 79,3 71,9 70,5 63,1 38,5 78,9 43,8 47,6 37,2 kinderopvang respondent werkt partner werkt inkomen voldoende (Voor)leesprofiel Voorleesgedrag Bijna alle respondenten (98,5%) geven aan dat ze voorlezen aan hun peuter of samen met hem/haar in boeken kijken. 70,5% geeft aan dit dikwijls te doen, 28% zegt dat dit soms gebeurt. Een verhaal vertellen zonder boek wordt ook gedaan, maar minder: slechts 30,7% doet dit dikwijls, 54% soms. Samen liedjes zingen, een andere activiteit waarbij taal en verhaalbegrip een rol spelen, wordt wel vaak gedaan (67,2% dikwijls, 31,1% soms). Figuur 4 voorleesfrequentie (%) dikwijls soms 28 31,1 70, ,7 67,2 voorlezen vertellen zingen 18

19 In vergelijking met de nulmeting bij de respondenten van het vorige Boekbaby s-onderzoek (Vanobbergen en Daems, 2008) ligt het aantal gezinnen waar voorgelezen wordt hoger binnen dit onderzoek (98,5% t.o.v. 69%). Een mogelijke verklaring voor dit verschil is dat de ouders in ons onderzoek bevraagd werden wanneer hun kind ongeveer 2 jaar oud was, terwijl de nulmeting in het vorige onderzoek gebeurde voor de leeftijd van 6 maanden. Bovendien waren de respondenten in het eerste Boekbaby s-onderzoek op het moment van de nulmeting nog niet in contact gekomen met de materialen en de boodschap van Boekbaby s, aangezien het project toen nog in de pilootfase was. In de meeste gezinnen waar wordt voorgelezen, wordt dit zowel gedaan door de respondent zelf als door de partner (92,8%). Of beide ouders even vaak voorlezen of niet, werd in de schriftelijke vragenlijst niet bevraagd. In de diepte-interviews (zie 2.1) kwam dit onderwerp wel aan bod. Verder valt op dat in veel gezinnen (83,7%) ook andere familieleden in boeken kijken met het kind: bij 39,1% van deze gezinnen gebeurt dit soms, bij 60,9% zelfs dikwijls. De familieleden die hier het vaakst genoemd worden, zijn de grootouders (52,5%). Andere kinderen in het gezin kijken in 43,8% van de bevraagde gezinnen in boeken met de peuter. De taal waarin wordt voorgelezen is in de meeste gezinnen (85,1%) het Nederlands. In bijna 1 op 10 gezinnen (9,8%) worden er naast het Nederlands ook nog andere talen gebruikt tijdens de voorleemomenten. In 5,1% is de voorleestaal een vreemde taal. Figuur 5 voorleestaal (%) 9,8 5,1 85,1 Nederlands Nederlands + vreemde taal vreemde taal De meest genoemde vreemde voorleestalen zijn Turks (6,6%) en Frans (2,8%). Boekbezit Bijna alle bevraagde gezinnen (98,3%) hebben boeken in huis voor hun peuter. De grootste groep bezit 10 tot 20 (34,1%) of 20 tot 40 boeken (23,7%). 12,3% van de peuters heeft meer dan 40 boeken. Opvallend is dat bijna 30% een eerder bescheiden collectie kinderboeken heeft: 28,2% heeft minder dan 10 boeken, 1,7% heeft er geen. Figuur 6 boekbezit (%) 1,7 12,3 28,2 23,7 34,1 geen 1 tot tot tot 40 meer dan 40 19

20 Omdat het begrip boeken in de vraagstelling van de vragenlijst ruim kan worden opgevat, is het mogelijk dat de aantallen die de ouders noemen niet alleen betrekking hebben op (voor)lees- en aanwijsboeken, maar ook op bijvoorbeeld kleurboeken en stickerboeken. Houding t.o.v. voorlezen 72,9% van de respondenten zegt heel geïnteresseerd te zijn in voorlezen en in boeken kijken met baby s en peuters: zij zien hieraan veel voordelen. Ongeveer een kwart (25,2%) noemt zichzelf tamelijk geïnteresseerd en ziet enkele voordelen. Slechts een kleine minderheid van de ouders is weinig of niet geïnteresseerd en ziet weinig tot geen voordelen (resp. 1,7% en 0,2%). Figuur 7 houding respondent (%) 25,2 1,7 0,2 72,9 heel geïnteresseerd tamelijk geïnteresseerd weinig geïnteresseerd niet geïnteresseerd Ook de peuters zelf staan volgens de meeste ouders positief tegenover boeken. 8 op 10 respondenten noemt zijn kind op dit vlak heel geïnteresseerd: hij/zij geniet erg van boeken, ook zonder aanmoediging, draait blaadjes om, wijst prenten aan, enz. 15,7% van de ouders vindt dat zijn kind tamelijk geïnteresseerd is. Deze kinderen genieten van boeken, maar hebben wat aanmoediging nodig. Slechts een klein aandeel van de kinderen is niet graag met boeken bezig of weet niet wat ermee te doen: 3% is weinig geïnteresseerd; 1,3% is niet geïnteresseerd. Figuur 8 houding peuter (%) 15,7 1, heel geïnteresseerd tamelijk geïnteresseerd weinig geïnteresseerd niet geïnteresseerd Leesgedrag ouders 90,3% van de respondenten zegt zelf ook te lezen, vooral tijdschriften (77,9%) en kranten (68,8%). 56,6% leest boeken: iets minder dan de helft van de ouders leest romans (49,3%) en een kwart (25,1%) leest nonfictie. Vakliteratuur wordt door 38,5% van de respondenten gelezen. Het percentage ouders dat boeken leest (56,6%) komt ongeveer overeen met de bevindingen van de Participatiesurvey die aantonen dat 60,4% van de Vlamingen de afgelopen zes maanden een boek of een strip hebben gelezen (Lievens & Waege, 2011). 20

HELENA VAN NUFFEL, LIES HOUBEN, KOEN VAN GORP & KRIS VAN DEN BRANDEN, CENTRUM VOOR TAAL EN ONDERWIJS, KU LEUVEN MAART 2014

HELENA VAN NUFFEL, LIES HOUBEN, KOEN VAN GORP & KRIS VAN DEN BRANDEN, CENTRUM VOOR TAAL EN ONDERWIJS, KU LEUVEN MAART 2014 HET KNISPERBOEKJE HEEFT HIJ HELEMAAL VERSLETEN BEREIK EN IMPACT VAN HET PROJECT BOEKBABY S BIJ OUDERS. SAMENVATTING 1. Waarom dit onderzoek? Achtergrond HELENA VAN NUFFEL, LIES HOUBEN, KOEN VAN GORP &

Nadere informatie

BOEKBABY S: INSTAPVOORWAARDEN 2011

BOEKBABY S: INSTAPVOORWAARDEN 2011 BOEKBABY S: INSTAPVOORWAARDEN 2011 Wat is Boekbaby s? In 2005 startten Stichting Lezen en LOCUS met het project Boekbaby s (geïnspireerd op het Britse Bookstart). Boekbaby s wil ouders met hun jonge kinderen

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen

Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen Onderzoek uitgevoerd voor de vzw: Association pour la Promotion de la Francophonie en Flandre September 2009 Dedicated Research

Nadere informatie

NT2-docent, man/vrouw met missie

NT2-docent, man/vrouw met missie NT2docent, man/vrouw met missie Resultaten van de bevraging bij NT2docenten Door Lies Houben, CTOmedewerker Brede evaluatie, differentiatie, behoeftegericht werken, De NT2docent wordt geconfronteerd met

Nadere informatie

BoekStart maakt baby s slimmer. Heleen van den Berg Adriana G. Bus

BoekStart maakt baby s slimmer. Heleen van den Berg Adriana G. Bus BoekStart maakt baby s slimmer Heleen van den Berg Adriana G. Bus BoekStart: Wereldwijd project In: Groot-Brittanië (sinds 1992), Australië, Japan, Taiwan, België, Duitsland Met als doel: Een vroege start

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/33033 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/33033 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/33033 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Berg, Heleen van den Title: From BookStart to BookSmart: about the importance

Nadere informatie

Sociale ongelijkheid in participatie en kansengroepen

Sociale ongelijkheid in participatie en kansengroepen Sociale ongelijkheid in participatie en kansengroepen Overzicht sessie sociale ongelijkheid en kansengroepen Definitie van kansengroepen Onderzoeksmethoden Participatiesurvey: kansengroepen worden moeilijk

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Nadere informatie

ONDERZOEK KINDEROPVANG - FASES 2 EN 3

ONDERZOEK KINDEROPVANG - FASES 2 EN 3 ONDERZOEK KINDEROPVANG - FASES 2 EN 3 ONDERZOEK IN SAMENWERKING MET RESOC ZUID-WEST-VLAANDEREN EN MET FINANCIËLE STEUN VAN DE PROVINCIE WEST-VLAANDEREN EN HET WELZIJNSCONSOR- TIUM ZUID-WEST-VLAANDEREN

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Anamnese Meertalige Kinderen

Anamnese Meertalige Kinderen Anamnese Meertalige Kinderen Intervisiewerkgroep Meertalige kinderen Deze anamneselijst staat gratis ter beschikking op www.sig-net.be in PDF-formaat en is ook beschikbaar in het Frans, Engels, Spaans,

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland Een retrospectieve zelfrapportering van ervaringen met psychisch, fysiek en seksueel in de sport voor de leeftijd

Nadere informatie

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving De relatie tussen leesvaardigheid en de ervaringen die een kind thuis opdoet is in eerder wetenschappelijk onderzoek aangetoond: ouders hebben een grote invloed

Nadere informatie

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf December 2011 Auteurs: Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU Judith Huitenga en Marit Hoffer, medewerkers Servicepunt

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Enquête over de informatie aan de HZIV-leden: resultaten

Enquête over de informatie aan de HZIV-leden: resultaten Enquête over de informatie aan de HZIV-leden: resultaten 1. Doelstelling Ter uitvoering van de verplichtingen van de bestuursovereenkomst hield de HZIV tijdens de maanden juni, juli en augustus 2004 een

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRANK VANDENBROUCKE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN WERK, ONDERWIJS

Nadere informatie

Eerste kwantitatief onderzoek

Eerste kwantitatief onderzoek Eerste kwantitatief onderzoek naar de opleiding van hoogbegaafden in Nederland en Vlaanderen april 2014 Een onderzoek in opdracht van www.ikbenhoogbegaafd.nl Uitgevoerd door Willem Wind Inhoudsopgave Waarschuwing

Nadere informatie

PERSBERICHT CIM 22/04/2015

PERSBERICHT CIM 22/04/2015 PERSBERICHT CIM 22/04/2015 Nieuwe CIM studie over kijkgedrag op nieuwe schermen Belgen keken nooit eerder zoveel naar TV-content Het CIM, verantwoordelijk voor kijkcijferstudies in België, volgt sinds

Nadere informatie

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg Proces klachtbehandeling 2011................................................................... Antidiscriminatievoorziening Limburg Mei 2012...................................................................

Nadere informatie

Partnerkeuze bij allochtone jongeren

Partnerkeuze bij allochtone jongeren Partnerkeuze bij allochtone jongeren Inleiding In april 2005 lanceerde de Koning Boudewijnstichting een projectoproep tot voorstellen om de thematiek huwelijk en migratie te onderzoeken. Het projectvoorstel

Nadere informatie

Enquête naar het gebruik van buitenschoolse opvang voor kinderen van 3 jaar tot 12 jaar Voorjaar 2004

Enquête naar het gebruik van buitenschoolse opvang voor kinderen van 3 jaar tot 12 jaar Voorjaar 2004 Enquête naar het gebruik van buitenschoolse opvang voor kinderen van 3 jaar tot 12 jaar Voorjaar Katleen Govaert Bea Buysse Kind en Gezin Hallepoortlaan 27, 1060 Brussel Telefoon: 02/533 14 11 - Wettelijk

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

Technische nota. Brussel, december 2011

Technische nota. Brussel, december 2011 Technische nota Werkbaar werk en de inschatting van zelfstandige ondernemers om hun huidige job al dan niet tot hun pensioen verder te kunnen zetten. Resultaten uit de werkbaarheidsmetingen 2007 en 2010

Nadere informatie

3.3. Doelgroep Identiteit. Tools en en instructies. halve dag. Praktisch

3.3. Doelgroep Identiteit. Tools en en instructies. halve dag. Praktisch 3.3 Doelgroep Tijdens de workshop doelgroep baken je de groepen af waarvoor je wil werken. Dit kunnen primaire doelgroepen zijn: zij die rechtstreeks participeren in jouw werking, of secundaire doelgroepen

Nadere informatie

Bijlage nr 10 aan ZVP 2014-2017 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011

Bijlage nr 10 aan ZVP 2014-2017 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011 Lokale veiligheidsbevraging 2011 Synthese van het tabellenrapport Pz Blankenberge - Zuienkerke Inleiding De lokale veiligheidsbevraging 2011 is een bevolkingsenquête

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe, G. Waverijn

Nadere informatie

Zorgen voor kinderen in Vlaanderen: een dagelijkse evenwichtsoefening?

Zorgen voor kinderen in Vlaanderen: een dagelijkse evenwichtsoefening? Gender, gezin en arbeid Zorgen voor kinderen in Vlaanderen: een dagelijkse evenwichtsoefening? Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck en Universiteit Antwerpen. 6 september 2007. Studiedag. In de loop

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

Gaan stemmen of niet gaan stemmen? (Uit: Kompas)

Gaan stemmen of niet gaan stemmen? (Uit: Kompas) Gaan stemmen of niet gaan stemmen? (Uit: Kompas) Bij deze activiteit wordt een enquête gehouden bij mensen in de omgeving in verband met: het gaan stemmen bij verkiezingen, de deelname van burgers aan

Nadere informatie

Wetenschap bij jou in de buurt/bib

Wetenschap bij jou in de buurt/bib Januari 2007 Vlaamse Overheid - departement Economie, Wetenschap en Innovatie Nobody s Unpredictable Inhoud I. Inleiding II. Synthese 1 I. INLEIDING 2 Onderzoeksdoelstelling De Vlaamse overheid besteedt

Nadere informatie

Hoe zoeken werkzoekenden?

Hoe zoeken werkzoekenden? Hoe zoeken werkzoekenden? Doyen G. en Lamberts M. (2001), Hoe zoeken werkzoekenden? HIVA, K.U.Leuven. Het gaat goed op de Vlaamse arbeidsmarkt. Sinds een aantal jaren stijgt de werkgelegenheid en daalt

Nadere informatie

Onderzoeksresultaten. Pensioenbeleving deelnemers Stichting BMS Pensioenfonds. april 2011. 2010 Towers Watson. All rights reserved.

Onderzoeksresultaten. Pensioenbeleving deelnemers Stichting BMS Pensioenfonds. april 2011. 2010 Towers Watson. All rights reserved. Onderzoeksresultaten Pensioenbeleving deelnemers Stichting BMS Pensioenfonds april 2011 2010 Towers Watson. All rights reserved. Inhoud Context onderzoek Samenvatting Resultaten Communicatiemiddelen Uniform

Nadere informatie

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen.

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen. SAMENVATTING 1. Doel en onderzoeksopzet De invoering van de Wet kinderopvang per 1 januari 2005 heeft veel veranderingen gebracht voor de gebruikers van formele kinderopvang in kinderdagverblijven (KDV),

Nadere informatie

Stimuleren van levenslang leren in Vlaanderen door een positief leerklimaat

Stimuleren van levenslang leren in Vlaanderen door een positief leerklimaat OP WEG NAAR EEN POSITIEF LEERKLIMAAT PROF. DR. KATLEEN DE STOBBELEIR INLEIDING Stimuleren van levenslang leren in Vlaanderen door een positief leerklimaat Leerklimaat Kompas Leerscan Gidsen/Leerwijzers

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg

Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg 2013 Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg Ipsos Public Affairs 24/06/2013 1 Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Vragenlijst: Socio-demo 2011-2012

Vragenlijst: Socio-demo 2011-2012 Vragenlijst: Socio-demo U hebt al onze vragen nu beantwoord. U mag nu de enquêteur roepen, om samen met u de laatste gegevens in te vullen. Dank u wel voor uw medewerking. GEZINSSAMENSTELLING Vraag 100

Nadere informatie

We stellen de resultaten graag aan u voor op een informatievergadering. U zult hiervoor worden uitgenodigd in de loop van het najaar van 2009.

We stellen de resultaten graag aan u voor op een informatievergadering. U zult hiervoor worden uitgenodigd in de loop van het najaar van 2009. Betreft: bevraging jonge gezinnen in Herent Mogen wij een beetje van uw tijd vragen voor deze vragenlijst? Deze enquête kunt u anoniem invullen. De vragenlijst bestaat uit drie delen: een eerste algemeen

Nadere informatie

Resultaten enquête. Onderzoek van Leen Leys. Master in de pedagogische wetenschappen

Resultaten enquête. Onderzoek van Leen Leys. Master in de pedagogische wetenschappen Resultaten enquête Onderzoek van Leen Leys Master in de pedagogische wetenschappen Voorwoord van de directie BESTE OUDERS, In wat volgt, tonen we de resultaten van een enquête die tijdens het eerste trimester

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

Belg wil stoppen met werken op 62 jaar

Belg wil stoppen met werken op 62 jaar ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 4 februari 2008 Belg wil stoppen met werken op 62 jaar - Resultaten unieke bevraging overgang van werk naar pensionering - Werkende 50-plussers

Nadere informatie

Opleidings- en begeleidingscheques

Opleidings- en begeleidingscheques Opleidings- en begeleidingscheques De Maatregel Om werknemers ertoe aan te zetten een leven lang te leren, draagt de Vlaamse overheid financieel een steentje bij. Sinds september 2003 1 kunnen werknemers

Nadere informatie

Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit

Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit De Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit bestaat 1 jaar. In dat jaar verschenen 20 edities van onze nieuwsbrief. Tijd om eens te zien wat we kunnen verbeteren aan het

Nadere informatie

Onbekend maakt onbemind

Onbekend maakt onbemind De bekendheid van palliatieve zorg bij de Vlaamse bevolking - een nulmeting Onbekend maakt onbemind Promotor: Prof. Guido Van Hal Onder begeleiding van: Trudie Van Iersel, Jessica Fraeyman Studenten: Elynn

Nadere informatie

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012 Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk april 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De tijdlijn 3. De verschillende fasen 4. Onderwerp zoeken 5. Informatie zoeken 6. Nog 10 tips 7. De beoordeling

Nadere informatie

Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO.

Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO. 1. Referentie Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO. Taal Nederlands ISBN - ISSN / Publicatievorm onderzoeksrapport 2. Abstract In dit onderzoek, uitgevoerd door het

Nadere informatie

Wat gebeurt er met uw vermogen als u er niet meer bent? Een onderzoek door SeniorenNet.be en Rode Kruis-Vlaanderen

Wat gebeurt er met uw vermogen als u er niet meer bent? Een onderzoek door SeniorenNet.be en Rode Kruis-Vlaanderen Wat gebeurt er met uw vermogen als u er niet meer bent? Een onderzoek door SeniorenNet.be en Rode Kruis-Vlaanderen Structuur van de presentatie 1. Opzet & methode 2. Demografisch profiel 3. Analyse van

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

Leidt voorlezen tot meer leesplezier?

Leidt voorlezen tot meer leesplezier? Leidt voorlezen tot meer leesplezier? Een quasi-experimenteel onderzoek in het zesde leerjaar van het basisonderwijs Annick De Vylder Peter Van Petegem 1 2 Belang van GRAAG lezen GRAAG lezen goed lezen

Nadere informatie

Link met het secundair onderwijs

Link met het secundair onderwijs Link met het secundair onderwijs 1. Instroomprojecten 'Tutoraat' en 'Klimop' De moeizame doorstroom in het secundair onderwijs en de instroom naar het hoger onderwijs van kansarme en allochtone jongeren

Nadere informatie

KUNSTENDAG VOOR KINDEREN 2013 : ENQUÊTE

KUNSTENDAG VOOR KINDEREN 2013 : ENQUÊTE KUNSTENDAG VOOR KINDEREN 2013 : ENQUÊTE Onderstaande dat meewerkten evaluatie is gebaseerd op de resultaten van een enquête die op dinsdag 19 november, maandag is twee Methodologische 25 dagen aan november

Nadere informatie

De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport

De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport Samenvatting Onderzoeksvraag en methodebeschrijving Uit de situatieanalyses is naar voren gekomen dat er een verandering plaats vindt in het leefgedrag

Nadere informatie

Overlast park Lepelenburg

Overlast park Lepelenburg Overlast park Lepelenburg 1-meting oktober 2014 www.onderzoek.utrecht.nl Colofon Uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE Utrecht 030 286 1350 onderzoek@utrecht.nl in opdracht

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg

Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI JGZ bedoeld? De CQI Jeugdgezondheidzorg (CQI JGZ) is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond de jeugdgezondheidzorg te meten vanuit het perspectief

Nadere informatie

Hoe bekend is het EnergiePrestatieCertificaat? Eerste resultaten van de EPC nulmeting.

Hoe bekend is het EnergiePrestatieCertificaat? Eerste resultaten van de EPC nulmeting. Hoe bekend is het EnergiePrestatieCertificaat? Eerste resultaten van de EPC nulmeting. Om de bekendheid van het EnergiePrestatieCertificaat in te schatten werd eind augustus, begin september 2008 een telefonische

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Hoe gaat Nederland met pensioen?

Hoe gaat Nederland met pensioen? Hoe gaat Nederland met pensioen? Een onderzoek over het pensioensbewustzijn van Nederland op verschillende thema s, waaronder pensioenleeftijdsverwachting. In opdracht van GfK Intomart 2013 33213 Delta

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

SCHOLEN, DE PLAATS BIJ UITSTEK OM JONGEREN TE BEVRAGEN?

SCHOLEN, DE PLAATS BIJ UITSTEK OM JONGEREN TE BEVRAGEN? SCHOLEN, DE PLAATS BIJ UITSTEK OM JONGEREN TE BEVRAGEN? Lessen uit scholenonderzoek in Vlaanderen Jessy Siongers Universiteit Gent Vrije Universiteit Brussel Steunpunt Cultuur & Jeugdonderzoeksplatform

Nadere informatie

Rapport. Werkbaarheidsprofiel voor zelfstandige ondernemers in de horeca 2013. Brussel, februari 2015. Ria Bourdeaud hui, Stephan Vanderhaeghe.

Rapport. Werkbaarheidsprofiel voor zelfstandige ondernemers in de horeca 2013. Brussel, februari 2015. Ria Bourdeaud hui, Stephan Vanderhaeghe. Rapport Werkbaarheidsprofiel voor zelfstandige ondernemers in de horeca 2013 Brussel, februari 2015 Ria Bourdeaud hui, Stephan Vanderhaeghe. Dit rapport verstrekt informatie uit de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

pggm.nl Persoonlijke Balans in de beleving van PGGM- leden Enquête De Persoonlijke Balans

pggm.nl Persoonlijke Balans in de beleving van PGGM- leden Enquête De Persoonlijke Balans pggm.nl Persoonlijke Balans in de beleving van PGGM- leden Enquête De Persoonlijke Balans In maart 2014 heeft PGGM haar leden gevraagd naar hun persoonlijke balans: wat betekent persoonlijke balans voor

Nadere informatie

NOORDZEE EN ZEELEVEN. 2-meting Noordzee-campagne. Februari 2015. GfK 2015 Noordzee en zeeleven Stichting Greenpeace Februari 2015

NOORDZEE EN ZEELEVEN. 2-meting Noordzee-campagne. Februari 2015. GfK 2015 Noordzee en zeeleven Stichting Greenpeace Februari 2015 NOORDZEE EN ZEELEVEN 2-meting Noordzee-campagne Februari 2015 1 Inhoudsopgave 1. Samenvatting 2. Onderzoeksverantwoording 3. Onderzoeksresultaten 4. Contact 2 1. Samenvatting 3 Samenvatting Houding t.a.v.

Nadere informatie

Resultaten van een bevraging bij de apothekers afgestudeerd aan de K.U.Leuven in de periode 1970 1999

Resultaten van een bevraging bij de apothekers afgestudeerd aan de K.U.Leuven in de periode 1970 1999 Resultaten van een bevraging bij de apothekers afgestudeerd aan de K.U.Leuven in de periode 1970 1999 In de periode december 1999 februari 2000 organiseerde de faculteit Farmaceutische Wetenschappen in

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep Gemeente Ubbergen Juni 2013 Colofon Uitgave I&O Research BV Zuiderval 70 7543 EZ Enschede tel. (053) 4825000 Rapportnummer 2013/033 Datum

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Naamsbekendheidonderzoek

Hoofdstuk 5 Naamsbekendheidonderzoek Hoofdstuk 5 5.1 Inleiding Achtergrond en doel van het onderzoek Bonnema Weert wenst inzicht te verkrijgen in haar naamsbekendheid. Bonnema Weert wil in het bijzonder antwoord krijgen op de volgende onderzoeksvragen:

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens Resultaten HBSC 14 Socio-demografische gegevens Jongeren en Gezondheid 14 : Socio-demografische gegevens Steekproef De steekproef van de studie Jongeren en Gezondheid 14 bestaat uit 9.566 leerlingen van

Nadere informatie

VEA - Draagvlak windenergie

VEA - Draagvlak windenergie Elke Van Hamme Significant GfK Februari 2011 VEA - Draagvlak windenergie Inhoud Achtergrond & doelstelling van het onderzoek 2 Is er anno 2011 een draagvlak voor windenergie? Attitude tov windenergie:

Nadere informatie

Vlerick Business School

Vlerick Business School OP WEG NAAR EEN POSITIEF LEERKLIMAAT PROF. DR. DIRK BUYENS OPZET Stimuleren van levenslang leren in Vlaanderen d.m.v. een positief leerklimaat in Vlaamse organisaties POSITIEF LEERKLIMAAT WAT? Er is sprake

Nadere informatie

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X RAB RADAR Radio AD Awareness & Respons Voorbeeldpresentatie Inhoud 1 Inleiding 2 Resultaten - Spontane en geholpen bekendheid - Herkenning radiocommercial en rapportcijfer - Teruggespeelde boodschap -

Nadere informatie

Onderzoeksrapportage VYVOJ Inventarisatie wensen Natuur BSO

Onderzoeksrapportage VYVOJ Inventarisatie wensen Natuur BSO Onderzoeksrapportage VYVOJ Inventarisatie wensen Natuur BSO A. Minnema BSc Paterswolde,oktober 2009 e-mail: info@vyvoj.nl www.vyvoj.nl INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2 2. Resultaten 4 3. Conclusie 14 Bijlage

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn Klanten van Careyn over het consultatiebureau Inhoud: 1. Conclusies 2. Algemene dienstverlening 3. Het inloopspreekuur 4. Telefonische dienstverlening 5. Persoonlijk

Nadere informatie

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL!

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! Aanleiding Het Vervangingsfonds voert regelmatig grootschalige projecten of programma s uit om een extra impuls te geven aan de aanpak van het ziekteverzuim in

Nadere informatie

In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers

In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers Samenvatting KTO NV schade 2015 31 maart 2016 Situatie en centrale vraagstelling Onderzoek naar de tevredenheid en loyaliteit

Nadere informatie

Plan van Aanpak. Campagneproject. Slow Food Rijnzoet. Lili Ujvari 488236 Sean Nauta 472323

Plan van Aanpak. Campagneproject. Slow Food Rijnzoet. Lili Ujvari 488236 Sean Nauta 472323 Campagneproject 2014 Slow Food Rijnzoet Lili Ujvari 488236 Sean Nauta 472323 Inhoudsopgave Inleiding 3 Probleemstelling 4 Probleemoriëntatie 4 Probleemdefinitie 4 Doelstelling 5 Hoofdvraag 5 Deelvragen

Nadere informatie

ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR NAJAAR 2002

ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR NAJAAR 2002 ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR NAJAAR 2002 Kind en Gezin Hallepoortlaan 27 1060 Brussel 02/533.14.11 Wettelijk Depot 2003/4112/3 Mei 2003 Cynthia Bettens Bea

Nadere informatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie Afdeling Onderzoek & Statistiek Gemeente Deventer Karen Teunissen April 2006 Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Bekendheid en betrokkenheid 4 Samenvatting 8 Hoofdstuk 2 Communicatie 9 Samenvatting 12

Nadere informatie

Vragenlijst voor de ouders (mondelinge afname)

Vragenlijst voor de ouders (mondelinge afname) SiBO Schoolloopbanen in het BasisOnderwijs Dekenstraat 2 B 3000 Leuven Vragenlijst voor de ouders (mondelinge afname) Naam en gegevens van het kind waarover deze vragenlijst gaat: Contactpersoon: Meer

Nadere informatie

Dimarso-onderzoek naar de effectiviteit van de Bloso sensibiliseringscampagne Sportelen, Beweeg zoals je bent

Dimarso-onderzoek naar de effectiviteit van de Bloso sensibiliseringscampagne Sportelen, Beweeg zoals je bent Dimarso-onderzoek naar de effectiviteit van de Bloso sensibiliseringscampagne Sportelen, Beweeg zoals je bent Nadat uit onderzoek bleek dat minder dan een kwart van de 50-plussers voldoende beweegt of

Nadere informatie

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006 Resultaten eindmeting, januari 2006 O&S Nijmegen januari 2006 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Onderzoeksresultaten 5 2.1 Eerste gedachte bij de stad Nijmegen 5 2.2 Bekendheid met gegeven dat Nijmegen de

Nadere informatie

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014 Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 214 Inleiding Gezondheid in de internationale HBSC (Health Behaviour in School-aged Children) studie en in de Wereldgezondheidsorganisatie

Nadere informatie

Armoedebarometer 2012

Armoedebarometer 2012 Armoedebarometer 2012 Jill Coene An Van Haarlem Danielle Dierckx In opdracht van Decenniumdoelen 2017 Armoede in cijfers Kinderen geboren in een kansarm gezin verdubbeld tot 8,6% op tien jaar tijd - Kwalijke

Nadere informatie

Antwerpen telt evenveel ja-stemmers als neen-stemmers voor de Lange Wapper brug. Volksraadpleging Lange Wapper mobiliseert vooral neen stemmers.

Antwerpen telt evenveel ja-stemmers als neen-stemmers voor de Lange Wapper brug. Volksraadpleging Lange Wapper mobiliseert vooral neen stemmers. PERSBERICHT Antwerpen telt evenveel ja-stemmers als neen-stemmers voor de Lange Wapper brug. Volksraadpleging Lange Wapper mobiliseert vooral neen stemmers. Leuven, 7 oktober 2009. Rogil, een onafhankelijk

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie

Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie De onderzoeksresultaten van de pre- en post-vragenlijsten December 2011 Uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen, in opdracht van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie

Nadere informatie

Kansen voor gemeenten in communicatie, indien recyclen kan, wil men dit vaak ook wel doen.

Kansen voor gemeenten in communicatie, indien recyclen kan, wil men dit vaak ook wel doen. Kansen voor gemeenten in communicatie, indien recyclen kan, wil men dit vaak ook wel doen. Rapport HEDRA 0-meting 11 maart 2016 Inhoudsopgave Situatie en centrale vraagstelling Conclusies en aanbevelingen

Nadere informatie

MASTERPROEF. Bereidheid van 55-plussers tot deelname aan valpreventie

MASTERPROEF. Bereidheid van 55-plussers tot deelname aan valpreventie MASTERPROEF Geachte collega Bereidheid van 55-plussers tot deelname aan valpreventie Mijn naam is Martine Agten en ik ben werkzaam als huisarts-in-opleiding in de praktijk van dr. Carlier, dr. Schreurs,

Nadere informatie