VII.1.14 Standaardkostprijscalculatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VII.1.14 Standaardkostprijscalculatie"

Transcriptie

1 VII.1.14 Standaardkostprijscalculatie Drs. T.P.M. Welten* Een organisatie wordt dagelijks geconfronteerd met structurele en incidentele gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen hebben uiteraard ook invloed op de kosten- en opbrengstencalculaties. Omdat een stabiele continuïteit in de kosten- en kostprijsberekening van groot belang is voor verkoopprijsbepaling, balanswaardering en het opstellen van (voorgecalculeerde) resultatenrekeningen, is er een kosten- en kostprijsberekening mogelijk die niet afhankelijk is van toevallige omstandigheden en waaraan normen en standaarden ten grondslag liggen. De kostprijsberekening die hieraan voldoet is de standaardkostprijs en het berekenen en toepassen daarvan is onderwerp in de standaardkostprijscalculatie. 1. Doelstelling Een standaardkostprijs of normatieve kostprijs is een taakstellende voorcalculatie van de integrale kosten per eenheid produkt. De doelen waarvoor een standaardkostprijs 1 moet dienen, onder andere verkoopprijsbepaling, efficiencycontrole en voorraadwaardering (zie paragraaf 2 Toepassingsgebieden) vereisen dat gedurende een periode de kostprijs niet verandert en niet afhankelijk is van veranderingen in de bedrijfsdrukte. Voor de bedrijfsdrukte wordt eveneens een standaard gebruikt: de normale bedrijfsdrukte of normale bezetting. De standaardkostprijs moet onderscheiden worden van de standaardkosten. Deze laatste kunnen betrekking hebben op een stukrekening, een standaardkostprijs of standaardkosten van een periode. Ze hebben als doel een hulpmiddel te zijn bij efficiencybevordering, de verschillenanalyse, de kostprijsberekening en het opstellen van de begroting. * Drs. T.P.M. Welten is universitair docent aan de Faculteit der Beleidswetenschappen, Vakgroep Bedrijfswetenschappen, Katholieke Universiteit Nijmegen. Praktijkboek Financieel Management afl. 23 (mei 1994) VII

2 Standaardkosten bestaan uit standaardhoeveelheden (hoeveelheidselement), vermenigvuldigd met standaardprijzen (prijselement). Het hoeveelheidselement kan worden bepaald door middel van wetenschappelijk onderzoek (tijd- en bewegingsstudies) en/of uit ervaringscijfers. Het prijselement wordt veelal bepaald door prijzen op de inkoopmarkt of vaste verrekenprijzen. 2. Toepassingsgebieden Doeleinden van de kostenberekening in het algemeen en van de standaardkosten en -kostprijsberekening in het bijzonder zijn: 1. Bewaking van de bedrijfszuinigheid Dit staat bekend als de efficiencybewaking c.q. kostenbewaking. De standaardkostprijs kan een nuttige functie vervullen bij het bepalen van het bedrag aan toegestane kosten. Afhankelijk van de calculatiewijze die wordt gehanteerd heeft dit laatstgenoemde bedrag betrekking op een bepaalde periode of op een bepaald produkt. 2. Voorraadwaardering De produkten die door een organisatie zijn voortgebracht en niet verkocht, zullen in het kader van het opstellen van de balans moeten worden gewaardeerd. Uit het oogpunt van consistent beleid zal deze waardering voor een langere periode constant dienen te zijn, vandaar dat de standaardkostprijs die per definitie onafhankelijk is van toevallige omstandigheden, daarbij van essentieel belang is. 3. Opstellen verlies- en winstrekening Het onder punt 2 genoemde heeft een complementaire werking ten aanzien van dit punt. Zowel in het kader van het opstellen van de geanalyseerde als van de klassieke resultatenrekening (zie paragraaf 3 Methode) is het bepalen van de toegestane kosten per produkt, al dan niet verkocht, van essentieel belang. 4. Bepalen of beoordelen van verkoopprijzen van produkten of diensten Zowel in de situatie dat de onderneming via cost-plus pricing haar verkoopprijzen kan bepalen, als in de situatie dat de verkoopprijs wordt gedicteerd door de markt, geeft de standaardkostprijs inzicht in de winstgevendheid van (delen van) het assortiment. 5. Nemen van beleidsbeslissingen Dit heeft betrekking op de optimaliseringsbeslissingen die een onderneming op allerlei gebieden moet nemen. Zelf maken of uitbesteden, wijziging assortimentssamenstelling, investeren of desinvesteren zijn beslissingen waarbij inzicht in de standaardkostprijs onmisbaar is. VII

3 Doelstelling 1 tot en met 3 zal worden behandeld in paragraaf 3.2, terwijl doelstelling 4 in paragraaf 3.3 en doelstelling 5 in paragraaf 3.4 zal terugkomen. 3. Methode De standaardkostprijs wordt in een mono-produktonderneming bepaald door de variabele kosten per produkt en de vaste kosten per produkt te berekenen. In geval van een meer-produktonderneming wordt de standaardkostprijs bepaald door de directe kosten per produkt te voegen bij de indirecte kosten per produkt. Het volgende schema verduidelijkt dit: Directe kosten Indirecte kosten Totaal Variabele kosten A B A + B Vaste kosten C D C + D Totaal A + C B + D A + B + C + D Schema 1. Berekening standaardkostprijs In geval van een mono-produktonderneming wordt de standaardkostprijs berekend door de variabele kosten A + B op te tellen bij de vaste kosten C + D. In geval van een meer-produktonderneming wordt de standaardkostprijs berekend door de directe kosten A + C op te tellen bij de indirecte kosten B + D. In beide gevallen bedraagt de standaardkostprijs A + B + C + D. In dit artikel wordt uitgegaan van een mono-produktonderneming, omdat elders in dit handboek de problematiek van de directe en indirecte kosten uitgebreid wordt behandeld (zie VII.1.1 De delingscalculatie tot en met VII.1.4 Kostenverbijzondering met behulp van de kostenplaatsenmethode). 3.1 Opbouw standaardkostprijs De algemene opbouw van een standaardkostprijs, uitgaande van een mono-produktonderneming is als volgt (zie kader 1). Praktijkboek Financieel Management afl. 23 (mei 1994) VII

4 Variabele fabricagekosten Vaste fabricagekosten Fabricagekostprijs Variabele verkoopkosten Vaste verkoopkosten Verkoopkosten Commerciële kostprijs Kader 1. Opbouw standaardkostprijs E F G H E + F G + H E + F + G + H Uitgangspunt bij het opstellen van de standaardkostprijs is het onderscheid tussen fabricage en verkoop. Binnen elk van deze afdelingen wordt een onderscheid gemaakt tussen vaste en variabele kosten. Bij het berekenen van de vaste kosten per produkt worden de vaste kosten voor een periode (C) constant verondersteld en gedeeld door de produktie respectievelijk verkoop die de onderneming gemiddeld verwacht de komende perioden te halen. Dit wordt de normale bezetting of normale bedrijfsdrukte genoemd (N). Hieronder valt dus zowel de normale produktie als de normale verkoop, die in dit artikel aan elkaar gelijk worden verondersteld. Bij het berekenen van de variabele kosten per produkt worden proportioneel variabele kosten verondersteld. Deze zijn bekend of worden berekend door de totale variabele kosten bij verwachte bezetting (produktie respectievelijk verkoop) (Vw) te delen door de verwachte bezetting (W). Ook is het mogelijk dat de variabele kosten per produkt worden berekend door de totale variabele kosten bij normale bezetting (Vn) te delen door de normale bezetting. Samengevat komt het op het volgende neer: Standaardkostprijs = Vw/W + C/N = Vn/N + C/N Een eenduidige terminologie op het gebied van de standaardkostprijs bestaat niet. Voor de term standaardkosten wordt ook wel de term toegestane of normatieve kosten gebruikt. Voor zowel (delen van) de fabricagekostprijs als de commerciële kostprijs wordt de term standaardkostprijs gebruikt. De commerciële kostprijs wordt ook wel integrale (standaard)kostprijs genoemd. In dit artikel wordt de term standaardkostprijs gebruikt voor zowel de fabricagekostprijs als de integrale commerciële kostprijs. Zoals in het vervolg zal blijken, worden, afhankelijk van de calculatiemethoden die worden gehanteerd, soms delen van deze standaardkostprijs gebruikt. Aan de hand van een voorbeeld zal de bovenstaande opstelling van de standaardkostprijs worden verduidelijkt. VII

5 Voorbeeld: De produktie en verkoop van produkt X brengt de volgende kosten met zich mee: Grondstof per produkt 2 kg à ƒ 5 Arbeid ƒ per periode Verkoopkosten ƒ 5 per produkt en ƒ per periode De normale bezetting bedraag produkten per periode. De standaardkostprijs per produkt X bedraagt: Variabele fabricagekosten 2 kg à ƒ 5 = ƒ 10 Vaste fabricagekosten ƒ 4 000/1 000 = ƒ 4 Fabricagekostprijs ƒ 14 Variabele verkoopkosten ƒ 5 Vaste verkoopkosten ƒ 6 000/1 000 = ƒ 6 Verkoopkosten ƒ 11 Commerciële kostprijs ƒ 25 De bovenstaande commerciële kostprijs wordt, in het kader van het opstellen van de resultatenrekening, voor verschillende doeleinden gebruikt. Dit zal in paragraaf 3.2 worden besproken. 3.2 Standaardkostprijs in relatie tot resultatenrekening De in de vorige paragraaf besproken standaardkosten worden gebruikt voor het opstellen van verschillende resultatenrekeningen (verlies- en winstrekeningen). Een resultatenrekening kan worden opgesteld aan het begin van een periode (voorcalculatorisch) en na afloop van een periode (nacalculatorisch). Aan het opstellen van een resultatenrekening kunnen verschillende kostencalculatiesystemen ten grondslag liggen (absorption costing, direct costing of varianten daarvan), terwijl binnen één kostencalculatiesysteem de resultatenrekening op twee manieren kan worden opgesteld: klassiek c.q. geanalyseerd. Binnen elk van deze resultatenrekeningen vervult de standaardkostprijs een belangrijke rol. Als we ons beperken tot de voorcalculatorische resultatenrekeningen kan het volgende schema worden opgesteld: De drie te behandelen kostencalculatiesystemen zijn: a. absorption costing (AC); b. direct costing (DC); c. een variant van absorption costing. AC is het integrale kostencalculatiesysteem dat is gebaseerd op de variabele budgettering. Zowel variabele als vaste kosten worden per produkt berekend. Praktijkboek Financieel Management afl. 23 (mei 1994) VII

6 Absorption costing (AC) Direct costing (DC) Variant AC Klassieke resultatenrekening Integrale fabricagekostprijs Variabele fabricagekostprijs Integrale fabricagekostprijs Geanalyseerde resultatenrekening Integrale commerciële kostprijs Variabele commerciële kostprijs Integrale commerciële kostprijs Schema 2. Het verband tussen resultatenrekeningen en standaardkostprijs DC is het variabele kostencalculatiesysteem dat is gebaseerd op de gemengde budgettering. Alleen variabele kosten worden per produkt berekend. Vaste kosten komen rechtstreeks ten laste van de periode (zie VII.1.11 Direct costing). Van elk kostencalculatiesysteem kan de klassieke resultatenrekening worden gemaakt die is gebaseerd op een confrontatie van opbrengsten en werkelijke kosten, en de geanalyseerde resultatenrekening die is gebaseerd op een confrontatie van opbrengsten en standaardkosten, gecorrigeerd voor verschillen tussen standaardkosten en werkelijke kosten. Zoals uit schema 2 blijkt, vervult de standaardkostprijs binnen elk van bovengenoemde resultatenrekeningen een belangrijke rol. Dit zal aan de hand van het voorbeeld uit paragraaf 3.1 met aanvullende gegevens worden uitgewerkt. Voorbeeld: Voorcalculatorische gegevens met betrekking tot periode I: Produktie stuks Verkoop 900 stuks Verkoopprijs per stuk ƒ 30 De standaardkostprijs bedraagt ƒ 25 (zie paragraaf 3.1). a. Absorption costing Volgens absorption costing kunnen de volgende twee resultatenrekeningen worden opgesteld. VII

7 Klassieke resultatenrekening AC Omzet 900 ƒ 30 = ƒ Werkelijke kosten: Grondstof ƒ 10 = ƒ Arbeid ƒ Variabele verkoopkosten 900 ƒ 5 ƒ Vaste verkoopkosten ƒ Totale werkelijke kosten ƒ Voorraadmutatie 200 ƒ 14 = ƒ Totale werkelijke kosten van de omzet ƒ Winst ƒ De klassieke resultatenrekening gaat uit van een confrontatie tussen omzet (opbrengsten) en werkelijke kosten. De opbrengsten zijn ƒ De werkelijke kosten in periode 1 bedragen ƒ en zijn gebaseerd op een produktie van stuks en een verkoop van 900 stuks. Aangezien de omzet moet worden geconfronteerd met de kosten die bij die omzet horen, moeten de totale kosten worden gecorrigeerd voor de produktie die zijn gemaakt en niet verkocht. Dit is de voorraadmutatie. Deze wordt altijd gewaardeerd tegen de fabricagekosten of een gedeelte daarvan. Verkoopkosten worden nooit meegenomen in de voorraadmutatie, omdat deze produkten nog niet zijn verkocht. De voorraadmutatie wordt volgens AC gewaardeerd tegen de integrale fabricagekostprijs, ƒ 14. De waarde van de voorraadmutatie, groot ƒ 2 800, wordt in mindering gebracht op de werkelijke kosten, zodat de werkelijke kosten van de omzet, dus de werkelijke kosten van de produktie en verkoop van 900 stuks ƒ bedraagt. Er resteert een winst van ƒ Geanalyseerde resultatenrekening AC Omzet 900 ƒ 30 = ƒ Standaardkosten van de omzet 900 ƒ 25 = ƒ Verkoopresultaat ƒ Bezettingsresultaat arbeid (1 100 / 1 000) ƒ 4 = (+) ƒ 400 Bezettingsresultaat verkoop (900 / 1000) ƒ 6 = ( ) ƒ 600 Winst ƒ De geanalyseerde resultatenrekening volgens AC gaat uit van een confrontatie tussen de omzet en de toegestane kosten van de omzet. De toegestane kosten volgens AC worden bepaald door de integrale kosten per produkt te vermenigvuldigen met de verkochte aantallen. Praktijkboek Financieel Management afl. 23 (mei 1994) VII

8 Er resulteert dan het verkoopresultaat, ook wel transactieresultaat genoemd. Hierna volgt de verschillenanalyse die het verschil verklaart tussen de standaardkosten van de omzet en de werkelijke kosten van de omzet. In de voorcalculatie beperkt de verschillenanalyse zich tot de voorgecalculeerde bezettingsresultaten. In de standaardkosten is namelijk een bedrag aan vaste kosten opgenomen ter grootte van verkochte respectievelijk geproduceerde aantallen, vermenigvuldigd met de vaste kosten per produkt. Zoals uit het voorgaande bleek, zijn deze vaste kosten per produkt berekend door de totale vaste kosten te delen door de normale bezetting. Indien de werkelijke bezetting afwijkt van de normale bezetting, worden er dus meer of minder vaste kosten doorberekend naar de produkten dan er in feite zijn. Eigenlijk vindt er dan een over- of onderdekking plaats van de vaste kosten. Dit staat bekend als het bezettingsresultaat. Voor de vaste kosten van de produktie is dit verschil positief omdat de werkelijke produktie groter is dan de normale produktie. Voor de vaste kosten van de verkoop is dit verschil negatief omdat de werkelijke verkoop kleiner is dan de normale verkoop. Per saldo resteert een winst van ƒ 4 300, uiteraard hetzelfde bedrag als bij de klassieke resultatenrekening. b. Direct costing Volgens direct costing kunnen de volgende twee resultatenrekeningen worden opgesteld. Klassieke resultatenrekening DC Omzet 900 ƒ 30 = ƒ Werkelijke kosten: Grondstof 1100 ƒ 10 = ƒ Arbeid ƒ Variabele verkoopkosten 900 ƒ 5 ƒ Vaste verkoopkosten ƒ Totale kosten ƒ Voorraadmutatie 200 ƒ 10 = ƒ Totale kosten van de omzet ƒ Winst ƒ Bij DC worden alleen de variabele kosten per produkt berekend. De vaste kosten worden niet doorbelast naar de produkten, maar rechtstreeks ten laste gebracht van het perioderesultaat. De klassieke resultatenrekening volgens DC vertoont veel overeenkomsten met de klassieke resultatenrekening volgens AC. Het verschil zit in de waardering van de voorraadmutatie. Deze wordt altijd gewaardeerd tegen de fabricagekosten en aangezien DC alleen de variabele kosten per produkt be- VII

9 rekent, wordt de voorraadmutatie gewaardeerd tegen de variabele fabricagekostprijs, groot ƒ 10. Er resteert een winst van ƒ Dit is ƒ 700 lager dan de AC winst. Dit is logisch omdat de produktie groter is dan de verkoop. Er worden produkten op voorraad gelegd. Volgens AC zijn deze produkten ƒ 14 waard en volgens DC ƒ 10. Het verschil is ƒ 4, zijnde de vaste fabricagekosten per produkt. Deze worden bij AC wel en bij DC niet doorgeschoven in de voorraadtoename. Bij AC verdwijnen dus meer kosten van de resultatenrekening dan bij DC, waardoor de AC winst hoger is dan de DC winst. Bij een voorraadafname geldt uiteraard het omgekeerde. Indien er geen voorraadmutatie is, is de AC winst gelijk aan de DC winst. Geanalyseerde resultatenrekening DC Omzet 900 ƒ 30 = ƒ Standaard variabele kosten van de omzet 900 ƒ 15 = ƒ Contributiemarge ƒ Vaste kosten arbeid ƒ Vaste kosten verkoop ƒ ƒ Winst ƒ Er vindt wederom binnen bovenstaande geanalyseerde resultatenrekening een confrontatie plaats tussen de omzet en de standaardkosten van de omzet. Volgens DC bestaan deze laatste alleen uit variabele kosten, zowel van produktie als verkoop. Er resteert de contributiemarge, zijnde de bijdrage in de vaste kosten en de winst. Als hiervan de vaste kosten van zowel de produktie als de verkoop worden afgetrokken, resteert wederom de winst van ƒ c. Variant van absorption costing Op de hiervoor behandelde resultatenrekeningen die zijn opgesteld volgens AC en DC zijn vele varianten mogelijk. Een ervan is een variant op AC die alleen de fabricagekosten per produkt berekent. Hiervan kan wederom een klassieke en een geanalyseerde resultatenrekening worden gemaakt. Praktijkboek Financieel Management afl. 23 (mei 1994) VII

10 Klassieke resultatenrekening variant AC Omzet 900 ƒ 30 = ƒ Werkelijke kosten: Grondstof ƒ 10 = ƒ Arbeid ƒ Variabele verkoopkosten 900 ƒ 5 ƒ Vaste verkoopkosten ƒ Totale kosten ƒ Voorraadmutatie 200 ƒ 14 = ƒ Totale kosten van de omzet ƒ Winst ƒ Het zal geen toelichting behoeven dat deze resultatenrekening identiek is aan de klassieke resultatenrekening volgens AC. De waarde van de voorraadmutatie is namelijk hetzelfde. Geanalyseerde resultatenrekening variant AC Omzet 900 ƒ 30 = ƒ Standaard fabricagekosten van de omzet 900 ƒ 14 = ƒ Brutomarge ƒ Bezettingsresultaat arbeid (1 100 / 1 000) ƒ 4 = (+) ƒ 400 Variabele kosten verkoop 900 ƒ 5 = ƒ Vaste kosten verkoop ƒ Winst ƒ Uit deze resultatenrekening is duidelijk op te maken dat dit in feite elementen in zich heeft van de AC kostencalculatie en van de DC kostencalculatie. De fabricagekosten worden behandeld zoals dat bij AC gebeurt, resulterend in een zogenaamde brutomarge en een bezettingsresultaat. De verkoopkosten worden in feite behandeld volgens de vaste kosten bij DC. Ze worden niet doorberekend naar de produkten, maar rechtstreeks ten laste van de resultatenrekening gebracht. Aangezien de waarde van de voorraadmutatie dezelfde is als bij AC, is de winst ook hetzelfde. Samengevat kan worden geconcludeerd dat de standaardkostprijs en de verschillende onderdelen daaruit een veelheid aan functies vervult binnen de resultatenrekening. Indien we ons beperken tot de resultatenrekeningen die zijn opgesteld volgens AC en DC kunnen de volgende conclusies worden getrokken: VII

11 De commerciële kostprijs E+F+G+H wordt gebruikt om de toegestane kosten te bepalen ten behoeve van de geanalyseerde verliesen winstrekening volgens AC. De variabele commerciële kostprijs E+G wordt gebruikt om de toegestane kosten te bepalen ten behoeve van de geanalyseerde verliesen winstrekening bij DC. De fabricagekostprijs E+F wordt gebruikt om de waarde te bepalen van de voorraadmutatie ten behoeve van de klassieke verlies- en winstrekening volgens AC. De variabele fabricagekostprijs E wordt gebruikt om de waarde te bepalen van de voorraadmutatie ten behoeve van de klassieke verliesen winstrekening bij DC. 3.3 Standaardkostprijs in relatie tot verkoopprijsbepaling Bij het bepalen van de verkoopprijs (prijsstelling) kan de standaardkostprijs een belangrijke functie vervullen. Dit is onder meer afhankelijk van de invloed die de onderneming heeft op de verkoopprijzen van haar produkten. Dit is afhankelijk van vele factoren, waaronder marktvormen. Veruit de meest gebruikte methode ter vaststelling van verkoopprijzen is de zogenaamde cost-plus pricing, ook wel (rigid) full-cost pricing of mark-up pricing genoemd. De gewenste verkoopprijs of normbedrag voor de verkoopprijs wordt bepaald door de integrale kostprijs, vermeerderd met de gewenste winstopslag. Deze prijsbeslissing is kostengeoriënteerd. De verkoopprijs moet echter tot een voldoende afzet en capaciteitsbenutting leiden, zodat vaste en variabele kosten worden gedekt en de als doel gestelde rentabiliteit wordt gehaald. Men spreekt dan van de marktgerichte prijsbeslissing. De prijsbeslissing die zowel kosten- als marktgeoriënteerd is, is de flexibele cost-plus pricing. De mate waarin en de vrijheid waarmee de onderneming de verkoopprijs kan vaststellen is van vele factoren afhankelijk, zoals het aantal vragers en aanbieders op de markt. Vanuit DC bekeken, kan worden gesteld dat de minimale verkoopprijs wordt bepaald door de variabele kosten per produkt. Indien de verkoopprijs beneden de variabele kosten daalt, moet het produkt niet worden gemaakt en verkocht. Iedere verkoopprijs die boven de variabele kosten ligt, levert in ieder geval een positieve bijdrage op in de vaste kosten, al is dan niet zeker dat alle vaste kosten zullen worden gedekt. Het zal bij toepassing van AC en DC duidelijk moeten zijn dat een verkoopprijs hoger dan de variabele kosten van een produkt (dus met een positieve contributiemarge), maar lager dan de integrale kostprijs (dus Praktijkboek Financieel Management afl. 23 (mei 1994) VII

12 met een negatief verkoopresultaat) onvoldoende waarborgen biedt voor de toekomst. 3.4 Standaardkostprijs in relatie tot beleidsbeslissingen Er zijn, behalve de bepaling van de verkoopprijs, tal van beslissingen die door de onderneming moeten worden genomen. Het geheel van berekeningen die hierbij worden gemaakt, wordt aangeduid als beslissingscalculatie. Het doel hiervan is om bij de beslissing waartoe de besluitvorming dient te leiden, de financiële aspecten op zodanige wijze tot hun recht te doen komen dat ze kunnen worden getoetst aan de doelstellingen van de onderneming, voor zover deze doelstelling in financiële termen kan worden uitgedrukt. De standaardkostprijs (of een gedeelte daarvan) kan daarbij een belangrijke functie vervullen. Een beslissingscalculatie kan betrekking hebben op het wel of niet afstoten van een produkt. Deze vraag komt op in die situaties waarin de verkoopprijs ligt beneden de integrale kostprijs. Op langere termijn zal het produkt uit het assortiment moeten worden verwijderd. Op korte termijn kan de verkoopprijs worden vergeleken met de variabele kosten van het produkt. Indien er een positieve contributiemarge resteert, kan het produkt (tijdelijk) worden gehandhaafd. Een andere beleidsbeslissing betreft bijvoorbeeld de assortimentsbepaling in een knelpuntsituatie. Op basis van de standaardkostprijs kan dan de contributiemarge per produkt worden berekend. Dit kan worden herleid naar de contributiemarge per uur. Het produkt met de hoogste bijdrage per uur zal in het assortiment worden opgenomen. Ook bij de make or buy-beslissing (zelf maken of uitbesteden) kan de standaardkostprijs een nuttige functie vervullen. Bij het zelf produceren in plaats van uitbesteden moet de inkoopprijs van de leverancier worden vergeleken met de integrale kostprijs per produkt bij zelf maken. Bij dit laatste worden dan wel of niet de machinekosten meegenomen, afhankelijk van de noodzaak tot investeren. Indien er machines aanwezig zijn, is de vraag relevant of er al dan niet volledige bezetting is. Bij volledige bezetting is de hierboven genoemde assortimentsbepaling relevant. Bij het uitbesteden in plaats van zelf maken zullen de variabele kosten per produkt moeten worden vergeleken met de inkoopprijs van de leverancier. Volledigheidshalve moet worden opgemerkt dat in het bovenstaande de veronderstelling geldt dat variabele kosten wegvallen bij het staken van een alternatief en de vaste kosten blijven. Indien dit niet geldt, is het VII

13 beter te spreken van beslissingsafhankelijke en beslissingsonafhankelijke kosten. 4. Beoordeling Hoewel aan het voorgaande een aantal veronderstellingen en keuzes ten grondslag lag, zoals de invalshoek van de mono-produktonderneming, de voorcalculatie, het scherpe onderscheid tussen vaste en variabele kosten, het bekend zijn van de normale bezetting en het ontbreken van onzekerheid, kan worden geconcludeerd dat de standaardkostprijs en de verschillende onderdelen daarvan een nuttige functie kunnen vervullen op een veelheid van terrein, zoals het opstellen van de resultatenrekening, het bepalen of beoordelen van de verkoopprijzen en het maken van beslissingscalculaties. Omdat de standaardkostprijs per definitie niet afhankelijk is van toevallige omstandigheden, omdat alleen normatieve prijzen en hoeveelheden eraan ten grondslag liggen, geeft het gebruik ervan een stuk stabiliteit in de berekening en presentatie van financiële informatie. 5. Literatuur Bulte, J., J. Dijksma en R. v.d. Wal, Management Accounting, Wolters-Noordhoff, Groningen, Encyclopedie van de Bedrijfseconomie, Kluwer, Deventer/Antwerpen, Wallenburg, M., Kosten- en opbrengstencalculaties, Samsom, Alphen aan den Rijn/ Brussel, Welten, T. en J. Clerx, Bedrijfseconomische grondbeginselen praktisch toegepast, Wolters-Noordhoff, Groningen, Noten 1. Voor de term standaardkostprijs kan ook worden gelezen gedeelte van de standaardkostprijs (zie paragraaf 3.1, opbouw standaardkostprijs). Praktijkboek Financieel Management afl. 23 (mei 1994) VII

14 VII

d. Contributiemarge: 160 ( 295 -/ /- 66) = Constante kosten /- Bedrijfsresultaat bij direct costing

d. Contributiemarge: 160 ( 295 -/ /- 66) = Constante kosten /- Bedrijfsresultaat bij direct costing PDB Kostencalculatie Uitwerkingen hoofdstuk 7 Opgave 7.1 a. Voorraad tuinbeelden Cupido op 1 oktober: 20 + 225 -/- 160 = 85 stuks b. Proportioneel variabele inkoopkosten 135 Proportioneel variabele verkoopkosten

Nadere informatie

Direct costing en break even analyse

Direct costing en break even analyse 6 hoofdstuk Direct costing en breakevenanalyse 6.1 D 6.2 B 6.3 A 6.4 D 6.5 D 6.6 C 6.7 B 6.8 A 6.9 C 6.10 B 6.11 B 1.440.000 / 4.800 = 300 6.12 A 4.800 700 1.440.000 1.000.000 = 920.000 6.13 C 1.000.000

Nadere informatie

Opgave 6.2. PDB Kostencalculatie Uitwerkingen hoofdstuk 6. Opgave 6.1

Opgave 6.2. PDB Kostencalculatie Uitwerkingen hoofdstuk 6. Opgave 6.1 PDB Kostencalculatie Uitwerkingen hoofdstuk 6 Opgave 6.1 a. C/N = 80.000 / 20.000 = 4 V/B = 189.000 / 18.000 = 10,50 + Fabricagekostprijs 14,50 b. Fabricagekostprijs 14,50 C/N = 30.000 / 20.000 = 1,50

Nadere informatie

Opgave 9.5 Variabele kosten per stuk: / = 3,75 Totale variabele kosten bij eenheden: ,75 =

Opgave 9.5 Variabele kosten per stuk: / = 3,75 Totale variabele kosten bij eenheden: ,75 = Opgave 9.1 Normale productie is: 70% 12.000 = 8.400 eenheden Overbezetting is: 10.800-8.400 = 2.400 eenheden Opgave 9.2 a. Onderbezetting bij productie: 20.000-18.000 = 2.000 eenheden b. Onderbezetting

Nadere informatie

Bedrijfseconomie samenvatting H1 Les 1

Bedrijfseconomie samenvatting H1 Les 1 Bedrijfseconomie samenvatting H1 Les 1 Onderwerp Integrale kostprijsmethode variabele kostencalculatie BEP Literatuur Bestuderen 6.1 t/m 6.5 BEP bij 1 product Maken opg. 6.8 en 6.11 theorie verkooplenanalyse

Nadere informatie

OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE

OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE 6 VWO Opgave 1. De onderneming Haakma BV heeft voor 2005 de volgende voorcalculatie met betrekking tot de toegestane kosten opgesteld. De constante fabricagekosten bestaan

Nadere informatie

Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke productie/afzet.

Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke productie/afzet. www.jooplengkeek.nl Nacalculatie bij homogene productie Berekening van het bedrijfsresultaat Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Management accounting: plaatsbepaling en ontwikkeling

Hoofdstuk 1 Management accounting: plaatsbepaling en ontwikkeling Hoofdstuk 1 Management accounting: plaatsbepaling en ontwikkeling Meerkeuzevraag 1.8 Eigen vermogen 31 december 220.000 Eigen vermogen 1 januari 250.000 -- Vermogenstoename 30.000 Onttrekkingen 70.000

Nadere informatie

1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat

1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat 1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat 1.1 Inleiding In het Basisboek Bedrijfseconomie heb je al veel geleerd over hoe de prijs van een product tot stand komt. De eerste hoofdstukken in dat boek

Nadere informatie

Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming

Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming P. H. C. Hintzen Brinkman Uitgeverij Amsterdam 2011 Omslagontwerp: Proforma Barcelona

Nadere informatie

1.9.2 Verschil tussen direct costing en integrale kostencalculatie

1.9.2 Verschil tussen direct costing en integrale kostencalculatie 1.9 Direct costing 1.9.1 Direct costing en variabele-kostencalaculatie Direct costing (D.C.) of wel variabele kostencalculatie is de methode van kostencalculatie waarbij alleen de variabele kosten als

Nadere informatie

2 Constante en variabele kosten

2 Constante en variabele kosten 2 Constante en variabele kosten Opgaven paragraaf 2.2 en 2.3 Opgave 1 Van een onderneming zijn de volgende gegevens bekend: constante kosten 600.000, normale productie 40.000 stuks werkelijke productie

Nadere informatie

Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming

Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming De kostensoorten van een industriële onderneming zijn: grondstofkosten, arbeidskosten, overige variabele kosten, kosten van duurzame productiemiddelen,

Nadere informatie

3 Voorcalculatie, nacalculatie en verschillenanalyse

3 Voorcalculatie, nacalculatie en verschillenanalyse 3 Voorcalculatie, nacalculatie en verschillenanalyse 3.1 Inleiding Voor je als ondernemer aan het werk gaat, moet je natuurlijk wel weten waar je aan begint. Of het nou gaat om een fabricagebedrijf of

Nadere informatie

22-1-2014. Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining

22-1-2014. Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20 1 Tentamentraining 2 1 Kostprijs Normale productie : 40.000 stuks Verwachte werkelijke productie : 44.000 stuks Variabele kosten : 176.000 Constante kosten : 360.000

Nadere informatie

Financieel Administratief Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie (KP) Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Financieel Administratief Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie (KP) Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Eamenlijn Diploma Module Niveau MBO 4 Positionering Versie 1.2 Financieel Administratief Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie (KP) Geldig vanaf 01-01-2013 Vastgesteld op 13 juli 2011 Vastgesteld

Nadere informatie

Opgave 2 a. Met welke formule berekenen we de integrale kostprijs? b. Hoe noemen we integrale kostprijsberekening ook wel?

Opgave 2 a. Met welke formule berekenen we de integrale kostprijs? b. Hoe noemen we integrale kostprijsberekening ook wel? Opgaven paragraaf 1.9.1 en 1.9.2 a. Wat wordt verstaan onder direct costing? b. Hoe wordt direct costing ook wel genoemd? c. Wat is de essentie waarom een onderneming kiest voor direct costing? a. Met

Nadere informatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Financiële administratie & Kostprijscalculatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Financiële administratie & Kostprijscalculatie PDB Financiële administratie & Kostprijscalculatie berekeningen PDB Financiële administratie & Kostprijscalculatie berekeningen drs. H.H. Hamers drs. W.J.M. de Reuver Dit antwoordenboek behoort bij het

Nadere informatie

2 Constante en variabele kosten

2 Constante en variabele kosten 2 Constante en variabele kosten 2.1 Inleiding Bij het starten van een nieuw bedrijf zal de ondernemer zich onder andere de vraag stellen welke capaciteit zijn bedrijf moet hebben. Zal hij een productie/omzet

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Kostprijscalculatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Kostprijscalculatie PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Kostprijscalculatie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen

Nadere informatie

Modulehandleiding Bedrijfseconomie 1.2. Collegejaar AC/adBE/BE/FSM Periode 2

Modulehandleiding Bedrijfseconomie 1.2. Collegejaar AC/adBE/BE/FSM Periode 2 Modulehandleiding Bedrijfseconomie 1.2 Collegejaar 2012-2013 AC/adBE/BE/FSM Periode 2 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 2 1. Algemene Informatie... 3 1.1. Doelgroep... 3 1.2. Instroomeisen... 3 1.3. Plaats

Nadere informatie

Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming Diagn.Toets

Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming Diagn.Toets Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming Diagn.Toets Opgave 1 Aangezien de aanschaf van een bietenrooimachine voor een individuele landbouwer te kostbaar is, schakelen landbouwers

Nadere informatie

7 Directe en indirecte kosten

7 Directe en indirecte kosten 7 Directe en indirecte kosten hoofdstuk 7.1 C 7.2 B 7.3 C 7.4 A 7.5 B 7.6 D 800 / 7.0 = 0,101 7.7 B 1.350 13,5 40 = 810 Opslag: 60 / 40 = 1,5 (150%) 7.8 A 2 35 + 10 15 + 0,50 2 35 = 255 7.9 B 12 + 10 +

Nadere informatie

Fabricage kosten Grondstoffen Machinekosten Loon productiepersoneel Hulpafdelingen (onderhoud/magazijn) Deze kosten zijn samen de fabricagekostprijs

Fabricage kosten Grondstoffen Machinekosten Loon productiepersoneel Hulpafdelingen (onderhoud/magazijn) Deze kosten zijn samen de fabricagekostprijs www.jooplengkeek.nl Voorcalculatie Fabricage kosten Grondstoffen Machinekosten Loon productiepersoneel Hulpafdelingen (onderhoud/magazijn) Deze kosten zijn samen de fabricagekostprijs Verkoop kosten Reclamekosten

Nadere informatie

Examen PC 2 Accounting 1

Examen PC 2 Accounting 1 Examen PC 2 Accounting 1 Instructieblad Examen : Professional Controller 2 leergang 11 Vak : Accounting 1 Datum : 18 december 2014 Tijd : 12.00 13.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 2: Prijsberekening i M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H2: Prijsberekening Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Kostensoorten

www.jooplengkeek.nl Kostensoorten www.jooplengkeek.nl Kostensoorten Grondstoffen Arbeid Overige variabele kosten Duurzame productiemiddelen Grond Diensten van derden Belastingen Financiering 1 Kostensoorten Financiering Financieringskosten

Nadere informatie

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. PDB KOSTENCALCULATIE 4 OEFENEXAMEN 3 Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Het aantal te behalen punten is 38. Bij elke vraag staat aangegeven

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Kostencalculatie niveau 4 1 / 9

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Kostencalculatie niveau 4 1 / 9 Kostencalculatie niveau 4 Correctiemodel 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Kostencalculatie niveau 4 1 / 9 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat zijn de functies

Nadere informatie

Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad?

Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad? Kostencalculatie Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad? De technische voorraad a is de economische

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Firma Balans produceert uitsluitend twee typen weegschalen,

Nadere informatie

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. PDB kostencalculatie 4 Oefenexamen 2 Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Het aantal te behalen punten is 38. Bij elke vraag staat aangegeven

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Kostencalculatie niveau 4 Examenopgaven Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen bestaat

Nadere informatie

Financieel economisch management Examennummer: 11344 Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Financieel economisch management Examennummer: 11344 Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Financieel economisch management Examennummer: 11344 Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 5 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - een case met 12 open

Nadere informatie

Cursus Bedrijfseconomie 2

Cursus Bedrijfseconomie 2 Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20 1 Programma Kostenverbijzondering (Hfdst. 8) Verdeling indirecte kosten Vijf methoden (ABC volgende week) Opgaven deel 8.2 t/m 8.10 2 1 Kostenverbijzondering de primitieve

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 23 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 23 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Kostencalculatie niveau 5 Examenopgaven Dit voorbeeldexamen bestaat uit 23 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen bestaat uit de volgende documenten:

Nadere informatie

Omschrijf wat er verstaan wordt onder proportioneel variabele kosten.

Omschrijf wat er verstaan wordt onder proportioneel variabele kosten. 1 M1 Oefententamen 2 OPGV 1 Halstra V is een onderneming die onderdelen produceert voor de auto industrie. Halstra heeft zich sterk gespecialiseerd op een bepaald type onderdeel en daarom kan worden gesteld

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Resultaten

Hoofdstuk 3: Resultaten Hoofdstuk 3: Resultaten M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H3: Resultaten Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

a. Indirecte kosten afhankelijk van de grondstofkosten: % = 40%

a. Indirecte kosten afhankelijk van de grondstofkosten: % = 40% PDB Kostencalculatie Uitwerkingen hoofdstuk 4 Opgave 4.1 a. Indirecte kosten afhankelijk van de totale directe kosten: 500.000 100% = 50% 1.000.000 b. Materiaal 4.000 Loonkosten 6.100 + 10.100 Opslag indirecte

Nadere informatie

Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs

Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs Opgave 4-2 Er is hier sprake van een onderneming die een bepaald type koffieautomaat produceert. Op grond van dit gegeven zal bepaald moeten worden

Nadere informatie

2 Kostprijsberekening en opslagmethode

2 Kostprijsberekening en opslagmethode 2 Kostprijsberekening en opslagmethode 2.1 Inleiding In het Basisboek Bedrijfseconomie hebben we al uitgebreid stilgestaan bij het bepalen van de kostprijs. We hebben kennisgemaakt met directe en indirecte

Nadere informatie

Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo. Hoofdstuk 17 tot en met 28. Normering. Aantal punten x 9 + 1 = cijfer 63

Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo. Hoofdstuk 17 tot en met 28. Normering. Aantal punten x 9 + 1 = cijfer 63 Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo Hoofdstuk 17 tot en met 28 Normering Opgave 1 Opgave 1 Opgave 2 Opgave 4 Opgave 5 Opgave 6 Opgave 7 1: 2 punten 1: 2 punten a: 2 punten 1: 3 punten 1: 2

Nadere informatie

Het programma van vandaag

Het programma van vandaag kostprijs Het programma van vandaag De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten De differentiële kostprijs De opslagmethode 1 De kostprijs Kostprijs Constante of vaste

Nadere informatie

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO De Eenmanszaak deel 2 VWO DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING Jannes Timmers Copyright Jannes Timmers 2015 Niets uit deze samenvatting mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt op een

Nadere informatie

Economische woordenlijst (I) bij de cursus Kostprijsberekening gegeven door Hendrik Claessens, handelsingenieur Lethas CVO academiejaar 2005-2006

Economische woordenlijst (I) bij de cursus Kostprijsberekening gegeven door Hendrik Claessens, handelsingenieur Lethas CVO academiejaar 2005-2006 Economische woordenlijst (I) bij de cursus Kostprijsberekening gegeven door Hendrik Claessens, handelsingenieur Lethas CVO academiejaar 2005-2006 Accountant - (Externe accountant): op grond van de wet

Nadere informatie

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 6 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 3 cases met in totaal 15 open

Nadere informatie

* goed lezen! * let op terugrekenen!

* goed lezen! * let op terugrekenen! SCHEMA OPLOSSING BRUTOWINSTOPSLAGMETHODE opbouw verkoopprijs inkoopprijs bij: brutowinstopslag (% van inkoop-* of verkoopprijs*) verkoopprijs exclusief bij: omzetbelasting (% van verkoopprijs exclusief)

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Budgettering en prestatiemanagement

Hoofdstuk 2 Budgettering en prestatiemanagement Hoofdstuk 2 Budgettering en prestatiemanagement 2.5 Geef van elke uitspraak aan of hij juist of onjuist is. a b c d e f g h Het budgetteringsproces verloopt volgens een drietal opeenvolgende stappen (3

Nadere informatie

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB)

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie 18 januari 2014 Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient,

Nadere informatie

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC)

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) Het maximaal aantal te behalen punten voor deze toets is 90. Bij elke vraag of opdracht staat aangegeven hoeveel punten u daarvoor kunt halen. De beschikbare examentijd

Nadere informatie

modellen m&o havo Modellen voor management en organisatie 1. Inleiding

modellen m&o havo Modellen voor management en organisatie 1. Inleiding Modellen voor management en organisatie 1. Inleiding In de economie is een groot aantal conceptuele modellen in gebruik, die een systematische beschrijving geven van de wijze waarop een onderneming bijvoorbeeld

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA)

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Financiële Rapportage en Analyse Beschikbare tijd 3¾ uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en

Nadere informatie

9 Verschillenanalyse en budgettering

9 Verschillenanalyse en budgettering 9 Verschillenanalyse en udgettering hoofdstuk 9.1 A 9.2 C 9.3 B 9.4 B 9.5 C 9.6 B 9.7 D 9.8 C 9.9 B 9.10 A 9.11 C 9.12 D 9.13 C (32 31,50) 400 = 200 voordelig 9.14 B (120 3 400) 32 = 1.280 nadelig 9.15

Nadere informatie

DOMEINBESCHRIJVING VERSIE 27 MEI 2014 VOORLOPIG CONCEPT

DOMEINBESCHRIJVING VERSIE 27 MEI 2014 VOORLOPIG CONCEPT DOMEINBESCHRIJVING VERSIE 27 MEI 2014 VOORLOPIG CONCEPT 1. VOORSTEL NIEUW DOMEIN E FINANCIEEL BEHEER 1.1 Doel en inhoud Dit domein betreft de activiteiten en processen binnen een organisatie gericht op

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA)

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) onderdeel Bedrijfseconomie Dit examen bestaat uit 4 opgaven. De beschikbare tijd is 3¾ uur. De antwoorden dienen uitsluitend op de uitwerkingenvellen te

Nadere informatie

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden Financiële Administratie 15 juni 2013 Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Kostencalculatie niveau 5 Niveau

EXAMENPROGRAMMA. Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Kostencalculatie niveau 5 Niveau Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Eamen Kostencalculatie niveau 5 Niveau 5 (vergelijkbaar

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Resultaten

Hoofdstuk 3: Resultaten Hoofdstuk 3: Resultaten M&O HAVO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H3: Resultaten Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 30 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen;

Nadere informatie

VIII.3.5 Bracket-budgettering

VIII.3.5 Bracket-budgettering VIII.3.5 Bracket-budgettering Drs. T.P.M. Welten* Budgettering als managementinstrument dat door middel van een taakstellende begroting bevoegdheden en verantwoordelijkheden delegeert naar personen in

Nadere informatie

Verdieping bij hoofdstuk 7 Verwerking van indirecte kosten in het productieproces

Verdieping bij hoofdstuk 7 Verwerking van indirecte kosten in het productieproces Verdieping bij hoofdstuk 7 Verwerking van indirecte kosten in het productieproces De volgende paragraaf kan worden gelezen als uitbreiding op paragraaf 7.4 uit het boek. In deze tekst zijn echter geen

Nadere informatie

De kostprijs en capaciteiten. De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten

De kostprijs en capaciteiten. De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten De kostprijs en capaciteiten De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten 1 De kostprijs Kostprijs Constante of vaste kosten: Kosten die in een bepaalde periode

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 22 EN 23 JUNI 2010

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 22 EN 23 JUNI 2010 FINANCIËLE ADMINISTRATIE LEGRO BV PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 22 EN 23 JUNI 2010 1. Gelijke perioden waardoor de perioden eerlijker met elkaar kunnen worden vergeleken

Nadere informatie

Bedrijfsadministratie II Examennummer: 12243 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Bedrijfsadministratie II Examennummer: 12243 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Bedrijfsadministratie II Examennummer: 12243 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 7 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 15 open vragen (maximaal 50 punten)

Nadere informatie

v6mo2p oefentoets vwo M&O 2e periode blad 1 van 5

v6mo2p oefentoets vwo M&O 2e periode blad 1 van 5 v6mo2p oefentoets vwo M&O 2e periode blad 1 van 5 Berekeningen altijd toevoegen als voor een antwoord een berekening nodig is. Verklaren, uitleggen, motiveren. als daar om wordt gevraagd. Opgave 1 nettowinstopslagmethode

Nadere informatie

7 Kostenverbijzondering (I)

7 Kostenverbijzondering (I) 7 Kostenverbijzondering (I) V7.8 Speelgoedfabrikant Autoys BV heeft onlangs de Jolls Joyce ontwikkeld: een plastic speelgoedauto voor peuters in de leeftijdscategorie van twee tot vijf jaar. De productie

Nadere informatie

Hoofdstuk 24. Nettowinstopslagmethode

Hoofdstuk 24. Nettowinstopslagmethode www.jooplengkeek.nl Nettowinstopslagmethode Inkoopprijs + opslag voor inkoopkosten Vaste verrekenprijs + opslag voor overheadkosten Kostprijs + netto winstopslag Verkoopprijs (exclusief BTW) BTW Verkoopprijs

Nadere informatie

Management & Organisatie Proeftoets SE 6 vwo 6

Management & Organisatie Proeftoets SE 6 vwo 6 Naam: Beste leerling, Dit schoolexamen voor het vak M&O betreft de nieuwe hoofdstukken 21 tot en met 29 alsmede van de hoofdstukken 33 tot en met 37 en heeft als onderwerpen: - toepassingen van informatie-

Nadere informatie

Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% Stel de inkoopprijs bedraagt 800 en de winstmarge 10% van de

Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% Stel de inkoopprijs bedraagt 800 en de winstmarge 10% van de Marge berekeningen Inkoopprijs + marge = verkoopprijs Een voorbeeld marge van de inkoopprijs Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% marge van de verkoopprijs Inkoopprijs 90% + marge 10% = verkoopprijs

Nadere informatie

1. Bereken het bedrag aan Deense kronen dat Van den Berg ontvangt.

1. Bereken het bedrag aan Deense kronen dat Van den Berg ontvangt. Hoofdstuk 1 Oefenopgaven Oefenopgave 1A 1. Bereken de verkoopprijs exclusief omzetbelasting. 2. Bereken de inkoopprijs. Oefenopgave 1B 1. Bereken de verwachte afzet van producten Egar in het komende jaar.

Nadere informatie

Heterogene productie (meerdere producten) De directe kosten hebben een rechtstreeks verband met de productie/verkoop van een product.

Heterogene productie (meerdere producten) De directe kosten hebben een rechtstreeks verband met de productie/verkoop van een product. www.jooplengkeek.nl Heterogene productie (meerdere producten) Primitieve opslagmethode We splitsen de kosten in: Directe kosten Indirecte kosten belangrijk De directe kosten hebben een rechtstreeks verband

Nadere informatie

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB)

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie 26 januari 2013 Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient,

Nadere informatie

Erasmus Universiteit Rotterdam

Erasmus Universiteit Rotterdam Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Bedrijfskunde Vakgroep Financieel Management Examennummer: Naam: Handtekening: Management Accounting basisdoctoraal Maandag 16 augustus 2004 9:30 uur - 12:30 uur

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2008-I

Eindexamen m&o vwo 2008-I Opgave 2 Bij deze opgave horen vier informatiebronnen (de informatiebronnen 1 tot en met 4), een uitwerkbijlage en een formuleblad. In informatiebron 1 staan de voorcalculatorische machinekosten per jaar

Nadere informatie

Bedrijfsadministratie

Bedrijfsadministratie MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP & CULTUUR VAK : ECONOMIE II DATUM : WOENSDAG 28 JULI 2015 TIJD : 7.45 10.45 UUR UNIFORM HEREXAMEN VWO 2015 tevens 2 e ZITTING STAATSEXAMEN 2015 Aantal opgaven bij dit

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2005-I

Eindexamen m&o vwo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Opgave 1 1 volgens grafiek: 10% voor computers en 5% voor software 0,15 54 = 8,1 miljard 2 aan de verzadigingsfase gaat de volwassenfase (rijpheidsfase) vooraf, de neergangsfase (eindfase)

Nadere informatie

5. Hoe kunnen indirecte kosten doorberekent worden in de kostprijs van een product?

5. Hoe kunnen indirecte kosten doorberekent worden in de kostprijs van een product? Hoofdstuk 6 Cost Accounting Open vragen 1. Wat zijn constante kosten? 2. Wat is de meest voorkomende indeling van de variabele kosten? 3. Wat zijn de kenmerken van proportioneel variabele kosten? 4. Wat

Nadere informatie

opgave 1 Hoeveel bedraagt het opslagpercentage voor de indirecte kosten op de directe kosten die samenhangen met de reiskosten?

opgave 1 Hoeveel bedraagt het opslagpercentage voor de indirecte kosten op de directe kosten die samenhangen met de reiskosten? opgave 1 Hoeveel bedraagt het opslagpercentage voor de indirecte kosten op de directe kosten die samenhangen met de reiskosten? Opslagpercentage: indirecte kosten / directe kosten * 100% De indirecte kosten

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 FINANCIËLE ADMINISTRATIE COPERNICUS BV 1. 710 Inkopen 73.650,- 160 Te verrekenen omzetbelasting 13.993,50 Aan 130

Nadere informatie

VII Kostencalculatie voor de dienstverlening in de profit sector

VII Kostencalculatie voor de dienstverlening in de profit sector VII.1.8.1 Kostencalculatie voor de dienstverlening in de profit sector Drs. T.P.M. Welten* De dienstverlening in de profit sector omvat een zeer grote verscheidenheid aan activiteiten. Aangezien de profit

Nadere informatie

Toetstermen Moderne Bedrijfsadministratie ---- Rapportage, analyse en statistiek K = Kennis B = Begrip T= Toepassing

Toetstermen Moderne Bedrijfsadministratie ---- Rapportage, analyse en statistiek K = Kennis B = Begrip T= Toepassing Toetstermen Moderne Bedrijfsadministratie ---- Rapportage, analyse en statistiek K = Kennis B = Begrip T= Toepassing De kandidaat.. A. Interne verslaggeving en analyse (r en a) 1. Interne verslaggeving

Nadere informatie

INHOUD DEEL 1 BASISBEGRIPPEN VAN KOSTPRIJSCALCULATIE 1

INHOUD DEEL 1 BASISBEGRIPPEN VAN KOSTPRIJSCALCULATIE 1 Voorwoord Lijst van tabellen Lijst van figuren v xxiii xxix DEEL 1 BASISBEGRIPPEN VAN KOSTPRIJSCALCULATIE 1 HOOFDSTUK 1. De techniek van kostprijscalculatie 3 1. Inleiding 3 2. Probleemstelling bij kostencalculatie:

Nadere informatie

Hoofdstuk 21. De voorraad. Wat is de voorraad waard? Dat is afhankelijk van het product en het moment waarop het gekocht is! www.jooplengkeek.

Hoofdstuk 21. De voorraad. Wat is de voorraad waard? Dat is afhankelijk van het product en het moment waarop het gekocht is! www.jooplengkeek. www.jooplengkeek.nl De voorraad Hoofdstuk 21 Wat is de voorraad waard? Dat is afhankelijk van het product en het moment waarop het gekocht is! 1 De voorraad Hoofdstuk 21 Waarom is het belangrijk wat de

Nadere informatie

Calculaties in de praktijk 1

Calculaties in de praktijk 1 Calculaties in de praktijk 1 Sheet 1 - Afdeling 1 Basisrekenen Afdeling 1 behandelt het basisrekenen. Dit betreft eenvoudige onderwerpen als optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen, afronden,

Nadere informatie

Bedrijfscalculaties 4 BEDRIJFSCALCULATIES 4 (CLO13.4/CREBO:50148)

Bedrijfscalculaties 4 BEDRIJFSCALCULATIES 4 (CLO13.4/CREBO:50148) BEDRIJFSCALCULATIES 4 (CLO13.4/CREBO:50148) sd.clo13.4.v1 ECABO, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd in enige vorm of wijze,

Nadere informatie

Onderwerpen, leerdoelen en toetstermen bedrijfseconomie (613) Publicatiedatum:

Onderwerpen, leerdoelen en toetstermen bedrijfseconomie (613) Publicatiedatum: BE-001-01-01 Bedrijfseconomie Je kunt voorbeelden noemen van vraagstukken die een bedrijfseconomisch karakter hebben. BE-001-02-01 Bedrijfseconomie Je kunt het verschil aangeven tussen algemene economie

Nadere informatie

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden Kostprijscalculatie 9 november 2013 Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen

Nadere informatie

Praktisch boekhouden Examennummer: 97893 Datum: 8 februari 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Praktisch boekhouden Examennummer: 97893 Datum: 8 februari 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Praktisch boekhouden Examennummer: 97893 Datum: 8 februari 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 6 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 3 cases met elk 5 open vragen (maximaal

Nadere informatie

1.2 kent de begrippen winst-verliesrekening, balans, controle van de omvang van de goederenvoorraad, zowel in het Nederlands als in het Engels.

1.2 kent de begrippen winst-verliesrekening, balans, controle van de omvang van de goederenvoorraad, zowel in het Nederlands als in het Engels. Toetstermen STIBEX Moderne Bedrijfsadministratie ---- Bedrijfsadministratie K= kennisvraag, kandidaat moet dan de gegevens uit de toetsterm met behulp van meerkeuzevragen kunnen beantwoorden. Het gaat

Nadere informatie

0 Herhaling hoofdzaken boekhoudcyclus Boekhoudcyclus bij handmatige boekhouding Boekhoudcyclus bij geautomatiseerde boekhouding 23

0 Herhaling hoofdzaken boekhoudcyclus Boekhoudcyclus bij handmatige boekhouding Boekhoudcyclus bij geautomatiseerde boekhouding 23 Inhoud Herhaling 1 0 Herhaling hoofdzaken boekhoudcyclus 1 0.1 Boekhoudcyclus bij handmatige boekhouding 2 0.2 Boekhoudcyclus bij geautomatiseerde boekhouding 23 Inleiding 31 1 Inleiding en algemene begrippen

Nadere informatie

Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt.

Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt. www.jooplengkeek.nl Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt. De omzet is dus gelijk aan de kosten. Om het break-evenpunt te berekenen gaan

Nadere informatie

Bedrijfseconomie. B-cluster BBBBEC2A.1

Bedrijfseconomie. B-cluster BBBBEC2A.1 Bedrijfseconomie B-cluster BBBBEC2A.1 Succes met leren Leuk dat je onze bundels hebt gedownload. Met deze bundels hopen we dat het leren een stuk makkelijker wordt. We proberen de beste samenvattingen

Nadere informatie

Boekhouden Geboekstaafd 2, hoofdstuk 10, pagina 157-158. Aantal punten: 2 Juiste antwoord: 1 punt Juiste toelichting: 1 punten

Boekhouden Geboekstaafd 2, hoofdstuk 10, pagina 157-158. Aantal punten: 2 Juiste antwoord: 1 punt Juiste toelichting: 1 punten Antwoordmodel Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Over de antwoordindicaties kan niet worden gecorrespondeerd voordat de uitslag van het examen bekend is. Bent u het niet eens met

Nadere informatie

b Economische voorraad: de voorraad waarover de onderneming prijsrisico

b Economische voorraad: de voorraad waarover de onderneming prijsrisico Docentenhandleiding Hoofdstuk 20 1 a Kenmerkend voor een handelsonderneming is dat de goederen in (vrijwel) dezelfde staat (tegen een hogere prijs) worden verkocht als zij worden ingekocht. b Economische

Nadere informatie

8.1 Voorraadwaardering

8.1 Voorraadwaardering 8.1 Voorraadwaardering 8.1.2 Toystore A. Eindvoorraad In eenheden: 450 beginvoorraad 90 125 95 aankopen 200 150-80 -110 verkopen -280 eindvoorraad: 640 Het aantal verkochte goederen is: 80 110 280 470

Nadere informatie

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën. Beste leerling, Dit document bevat het examenverslag van het vak M&O vwo, eerste tijdvak (2015). In dit examenverslag proberen we zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende vraag: In hoeverre was

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011 FINANCIËLE ADMINISTRATIE DERKSEN BV 1. De verkoopprijs van een kuubskist bedraagt: 154,- 100/70 1,19 = 261,80. PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011

Nadere informatie

Case study 1: Contributiemarge

Case study 1: Contributiemarge Case study 1: Contributiemarge 1) Wat vind je van de manier van berekenen van de kostprijs per eenheid door de financiële directeur. Wat vind je goed, wat mindergoed? Hoe zou je het eventueel anders doen

Nadere informatie

Elementaire Bedrijfseconomie. Uitwerkingen bij het werkboek. Prof. dr. R. Slot Drs. G.H. Minnaar. Zevende druk. Stenfert Kroese Groningen

Elementaire Bedrijfseconomie. Uitwerkingen bij het werkboek. Prof. dr. R. Slot Drs. G.H. Minnaar. Zevende druk. Stenfert Kroese Groningen Elementaire Bedrijfseconomie Uitwerkingen bij het werkboek Prof. dr. R. Slot Drs. G.H. Minnaar Zevende druk Stenfert Kroese Groningen Wolters-Noordhoff bv voert voor het hoger onderwijs de imprints Wolters-Noordhoff,

Nadere informatie

De JetStar bestaat uit een reeks onderdelen die in de onderneming JetFun bvba worden geproduceerd.

De JetStar bestaat uit een reeks onderdelen die in de onderneming JetFun bvba worden geproduceerd. De onderneming JetFun bvba produceert één type jetski, de JetStar. De JetStar bestaat uit een motor die de jetski aandrijft. De motor is een Kawasaki 23 pk die wordt aangekocht. De JetStar bestaat uit

Nadere informatie