Biotechnologie deel II

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Biotechnologie deel II"

Transcriptie

1 Biotechnologie deel II Hand-out bij de tweede oefen- en zelftoetsmodule van Biotechnologie & maatschappij behorende bij hoofdstuk 6, 7, 8 en 11 van Introduction to Biotechnology, Thieman & Palladino, 3 e druk. januari 2014 Biotechnologie in planten Manipulatie Er wordt tegenwoordig vaak gentechnologie op planten toegepast. Echter, zonder vreemd DNA kunstmatig in te brengen kon er voordien ook al worden gemanipuleerd met het genetisch materiaal van planten. Noem twee van deze technieken. Technieken Er is tegenwoordig heel veel gentechnologie die op planten wordt toegepast. Er zijn drie technieken die gebruikt kunnen worden om een nieuw gen in een plantencel te brengen. Noem twee van deze technieken. 3. Agrobacterium Bij een techniek gebruikt men Agrobacterium, die bij het infecteren van een plant een Tiplasmide inbrengt. Wat is het nadeel van deze techniek? 4. Voordelen A. Planten zijn veel makkelijker genetisch te manipuleren dan dieren. Geef de voordelen dat planten hebben ten opzichte van dieren

2 B. Noem ook een groot nadeel dat planten hebben ten opzichte van dieren. 5. Veiligheid Bij genetisch gemanipuleerde planten is er gevaar dat ze zich verspreiden tijdens de bloei via het stuifmeel. Noem een manier van manipulatie waarbij het pollen de verworven genen niet kan verspreiden. 6. Uitschakelen genen Een insert in het DNA van een plant kan ervoor zorgen dat deze een nieuw gen krijgt en een nieuw eiwit gaat produceren. Het kan ook zijn dat zo'n insert er juist voor zorgt dat een bepaald eiwit niet meer gemaakt wordt. A. Hoe heet de techniek waarmee dat wordt gedaan? B. Op welk niveau gebeurt deze regulatie van het gen? 7. Gevaren Door tegenstanders wordt vaak gewezen op de gevaren van deze gentechnologie die gebruikt wordt voor voedselgewassen. Wat zijn de twee belangrijkste gevaren voor de menselijke gezondheid? Biotechnologie bij dieren 8. Hiv-medicijn ontwikkelen Je bestudeert hiv. Het enzym reverse transcriptase van hiv zorgt ervoor dat hiv-rna wordt omgezet in DNA en in het genoom van de gastheercellen terecht kan komen. Je hebt een eiwit gevonden dat mogelijk bindt aan de actieve site van dit enzym, en zo de werking zou kunnen remmen. A. Hoe ga je dit eerst onderzoeken? B. Je test hierna of het eiwit niet toxisch is voor weefselkweken van menselijke cellijnen. Het blijkt niet giftig te zijn. Nu moet je de toxiciteit testen in proefdieren. Noem drie veelgebruikte proefdieren uit verschillende klassen.

3 C. Je besluit de toxiciteit hierna testen in zebravissen. Aan welke voorwaarden moet je aanvraag voor dierproeven voldoen om goedgekeurd te kunnen worden? D. Het blijkt ook niet toxisch te zijn voor zebravissen. Nu wil je een stap verder gaan en weten of het eiwit ook echt de replicatie van hiv remt. Welk proefdier kies je nu? 9. Klonen Je wilt een kloon maken van een geweldig renpaard. In het begin was klonen niet meer dan het maken van eeneiïge tweelingen, met name bij koeien. Dit paard is echter al 5 jaar oud, dus moet je een andere techniek toepassen. Welke stappen ga je achtereenvolgens uitvoeren? 10. Transgene dieren In vraag 8 heb je een eiwit ontwikkeld en getest om hiv mee te remmen. Het is wel werkzaam, maar ook erg duur in de ontwikkeling. Er bestaat echter een insect (teek) dat dit eiwit zelf ook produceert. Teken kweken is echter lastig, en de winning blijft dan ook duur. Je probeert het daarom in een ander organisme te produceren. Het is een geglycolyseerd eiwit, dus het kan niet in een prokaryoot gemaakt worden. Ook in gist blijkt het echter niet goed gemaakt te kunnen worden. Je zoekt daarom als productiesysteem een dier, waarbij je het eiwit makkelijk kan opzuiveren. A. Welke dier kies je?

4 B. Het eindresultaat is een dier met één of meer genen van een teek. Hoe noemt men zo'n dier? C. Je kloont de genen voor het eiwit in een zoogdier. Je wilt dat deze genen alleen tot expressie komen in de melkklieren van het dier. Hoe krijg je dit voor elkaar? D. Welke technieken kun je hiervoor gebruiken? E. Je kloont de genen voor het eiwit in je proefdier met behulp van microinjectie. Wat is de eerste stap die je dan moet uitvoeren? F. Wat is de volgende stap? G. De eitjes worden teruggeplaatst in een moederdier en er worden een aantal jonkies geboren. Hoe ga je de jonkies nu testen op de aanwezigheid van het gen? H. Met welke techniek kun je bepalen of het nieuwe gen aanwezig is in de cellen van een jonkie? 1 Embryonale stamcelmethode Je wilt een proefdiermodel maken voor de taaislijmziekte (cystic fibrosis). Bij deze ziekte is het gen cftr gemuteerd, en dit gen is ook in muizen aanwezig. Je wilt het gen in de muis uitschakelen met behulp van de embryonale stamcelmethode. Je maakt eerst een construct met een geïnactiveerd cftr-gen. A. Welke stappen moet je nu achtereenvolgens doen?

5 7. B. Je transfecteert stamcellen hiermee en selecteert daarna de stamcellen die het geïnactiveerde gen hebben opgenomen in hun genoom. Hoe selecteer je deze cellen? C. Sommige cellen hebben het geïnactiveerde gen op een willekeurige plaats in het chromososoom. Bij andere cellen heeft het geïnactiveerde gen van plaats gewisseld met het intacte gen, en daarnaar ben je op zoek. Hoe vindt de uitwisseling tussen intact en geïnactiveerd gen plaats? D. Hoe selecteer je deze cellen? E. Je verwijdert die cellen die het hele construct hebben opgenomen. Bij de selectie op het antibioticumresistentiegen ben je er echter van uitgegaan dat ook degenen die met homologe recombinatie het gewenste gen hebben opgenomen, ook dit antibioticumresistentiegen hebben opgenomen. Waar zit dit antibioticumresistentiegen op het construct? 1 Genen inactiveren/vervangen Je wilt een proefdiermodel maken voor de taaislijmziekte (cystic fibrosis). Bij deze ziekte is het gen cftr gemuteerd, en dit gen is ook in muizen aanwezig. Je schakelt het gen in de muis uit met behulp van de embryonale stamcelmethode. A. Hoe noem je zo'n transgeen dier? B. Veel patiënten hebben een deletie van drie nucleotiden in het ctfr-gen. Je maakt een transgene muis die homozygoot is voor het menselijke cftr-gen met deze deletie. Hoe noem je het transgene dier dat nu ontstaat? Je vermoedt dat een bepaalde stof een positief effect heeft op de functionaliteit van het gemuteerde CFTR-eiwit. Je test dit op de knock-in en knock-out-muizen die je hebt gefokt. De knock-out-muizen vertonen geen enkel effect. De knock-in-muizen vertonen een duidelijke verbetering. C. Heeft deze stof effect op het CFTR-eiwit van de muis?

6 D. Heeft deze stof effect op het humane CFTR-eiwit? E. Heeft deze stof bijwerkingen? DNA fingerprinting 13. DNA fingerprinting Er wordt iemand mishandeld, maar het slachtoffer krijgt de dader niet te zien. Gelukkig vindt men wel DNA-sporen van de dader. Er zijn vijf personen die mogelijk de dader zijn. Op grond van hun DNA-profiel wil men de werkelijke dader vaststellen. Men voert een RFLP-analyse uit, met een probe die een VNTR herkent. Resultaten van de analyse zie je hiernaast. A. Van welk type analyse is dit het resultaat? B. Welke techniek vormt de basis van deze test? C. Wat kun je nu zeggen over verdachte 5? D. Wat kun je nu zeggen over verdachte 1? E. Hoeveel verschillende allelen bestaan er minimaal van dit locus in de populatie? 14. PCR in DNA fingerprinting Dit is een schematische tekening van een VNTR in een chromosoom. Aangegeven zijn de restrictiesites die gebruikt worden in de RFLP-test. Tegenwoordig wordt in plaats van een RFLP-test bijna altijd een PCR gedaan.

7 A. Geef in de figuur aan waar de primers voor de PCR moeten binden. B. Hoeveel verschillende primers heb je nodig om het DNA van 5 verdachten hiermee te kunnen vergelijken? C. Noem twee voordelen van PCR boven de RFLP-test. 15. Repeats De VNTR in het chromosoom worden vaak gebruikt voor forensisch onderzoek. Tegenwoordig gebruikt men vaak repeats met een sequentie van een paar nucleotiden. A. Hoe worden dit soort repeats genoemd? B. Er is echter altijd een kans dat twee mensen hetzelfde profiel hebben. Hoe meer van deze repeats je analyseert, hoe kleiner die kans wordt. Hoeveel van die korte repeats moet je analyseren om de kans kleiner dan 1 : 1 miljard te maken? 16. Verwantschapsanalyse Iemand wordt al geruime tijd vermist. Op een gegeven moment wordt er een stoffelijk overschot gevonden dat mogelijk van deze persoon kan zijn. Men maakt een genetische stamboom van zijn familie. De vermiste persoon is in grijs aangegeven. De ouders en broer en zus van de vermiste persoon zijn helaas al overleden (zwart). Men analyseert het DNA, maar dit is helaas ook in slechte staat. A. Welk DNA is geschikt voor het analyseren van verwantschappen over meerdere generaties? B. Uiteindelijk blijken er maar drie verwanten bereid hun DNA af te staan voor een verwantschapstest (1, 2 en 3). Welke analyse ga je nu uitvoeren, en op wie?

8 Medische biotechnologie 17. Monoklonale antilichamen Antilichamen worden in de geneeskunde veel gebruikt. Vaak zijn dit monoklonale antilichamen, die in een muis worden gemaakt. A. In welke volgorde zijn de stappen nodig om deze in muizen te maken? B. Als je dit doet, eindig je met een aantal cellijnen die monoklonale antilichamen produceren. Hoe noemt men deze cellijnen? C. Waarom worden er voor de fusie tumorcellen gebruikt? D. Wat is het grootste probleem van deze productiemethode voor therapeutische monoklonale antilichamen? E. Hoe kun je dit oplossen? 18. Gelijke genen mens en modelorganisme Modelorganismen zijn heel belangrijk voor het bestuderen van humane ziekten. Belangrijk daarbij is dat de genen voor deze ziekten in de modelorganismen zoveel mogelijk in DNAsequentie overeenkomen met die van de mens. A. Hoe noemt men van verschillende organismen de genen die op elkaar lijken? B. Een veel gebruikt modelorganisme is de muis. Welk percentage van onze genen hebben een homoloog in muizen?

9 19. Detectie restrictiesites Als gen X met restrictie-enzym EcoRI wordt geknipt, ontstaan er drie fragmenten met een stukje van het gen erin, twee van 200 baseparen lang, en één van 100 baseparen lang. Je gebruikt een probe speciaal voor dit gen, en analyseert na bewerking met restrictieenzym het DNA met een Southern blot. A. Hoe zal je blot voor dit gen eruit zien? Men heeft in gen X een mutatie gevonden die verantwoordelijk is voor een autosomale recessieve ziekte. Het is een substitutie van een A in een T, waardoor een restrictiesite voor het enzym EcoRI verdwijnt. B. Je analyseert dit gen op dezelfde manier, met een ander bandjespatroon als resultaat. Welk resultaat verwacht je nu? C. Hoe noemt men een dergelijke analyse?

10 20. RFLP-analyse Een mutatie in gen X zorgt voor een autosomale recessieve ziekte. Door de mutatie is ook het aantal restrictiesites voor EcoRI in het gen veranderd, waardoor je een RFLP-analyse kunt uitvoeren. In een verder gezond gezin blijken twee van de drie kinderen deze ziekte te ontwikkelen. Je voert een RFLP-analyse uit op alle leden van het gezin. Dit is het resultaat: A. Geef aan bij welke persoon welke laan hoort. 1 = 2 = 3 = 4 = 5 = B. Je wilt de procedure voor RFLP-analyse echter verbeteren door eerst de allelen van het gen X met PCR te amplificeren en dan te knippen met EcoRI. Je gebruikt nu geen probe meer, maar analyseert de PCR-producten met gelelektroforese. Hoeveel banden krijg je in dat geval bij de ouders te zien? 2 ASO Je hebt met behulp van een RFLP-analyse bepaald welke personen uit een gezin een defect allel bezitten: hierin is een restrictiesite verdwenen door een A-T-substitutie. Daarna wil je deze hele test omzetten in een ASO-analyse. Hiermee wil je achterhalen of dit een mutatie is van maar één nucleotide, en ben je niet afhankelijk van het al of niet veranderen van restrictiesites. A. Wat betekent de afkorting ASO? B. Hoeveel nucleotiden is een ASO ongeveer lang? C. Hoeveel ASO's heb je in dit geval nodig? D. Om te kijken of de tekst werkt analyseert men het bloed van een aantal gezonde en zieke personen uit verschillende families. Welke personen zijn zeer waarschijnlijk ziek? E. Ook persoon 2 heeft de ziekte. Hoe kun je dat verklaren?

11 2 Genomics in geneeskunde Niet alle geneeskundige behandelingen hebben bij patiënten met dezelfde ziekte ook hetzelfde resultaat. Dit komt door genetische verschillen tussen de patiënten onderling. Er is daarom een nieuwe discipline in de geneeskunde ontstaan, die behandelingen ontwikkelt die hiermee rekening houden. A. Hoe heet deze discipline? B. Een voorbeeld hiervan is het bestuderen van de genexpressie in een tumorcel om de juiste chemotherapie te bepalen. Met welke techniek kun je expressie van genen in tumorweefsel bepalen? C. Hierbij plak je oligonucleotiden die corresponderen met de genen van het humane genoom op een glasplaatje of siliconenchip, en hybridiseert dat met materiaal uit het zieke weefsel. Met welk materiaal uit deze cellen wordt de chip gehybridiseerd? 23. Gentherapie Je hoopt een ernstige hersenziekte (X-gekoppelde adrenoleukodystrofie) te verhelpen met behulp van gentherapie. Bij twee jongens met deze ziekte heb je stamcellen uit het beenmerg geïsoleerd, en daarin het intacte gen geïntroduceerd. Daarna heb je de cellen weer teruggeplaatst. A. Wat voor type gentherapie heb je toegepast? B. Je kunt verschillende vectoren gebruiken voor deze transfectie. Geef de voor- en nadelen van elke vector aan. vector voordeel nadeel retrovirus adenovirus liposomen C. Deze therapie waarbij je een intact gen inbrengt, werkt alleen bij bepaalde afwijkingen. Hoe moet de afwijking dan overerven?

12 D. Hoe kun je een niet op die manier overervende mutatie toch met gentherapie behandelen? E. Er zijn ziektes die hoewel ze veroorzaakt worden door een afwijking in het erfelijk materiaal, te complex zijn om met gentherapie te kunnen worden behandeld. Waarom kun je die niet behandelen met gentherapie? 24. Antisense RNA en RNAi Er zijn twee manieren om een dominant allel te onderdrukken: antisense RNA en RNAi. In beide gevallen breng je een gen in dat codeert voor een RNA dat complementair is aan het mrna van het defecte allel. Toch is de werking compleet anders, en verschillen de RNA-moleculen op een essentieel punt van elkaar. A. Wat is dit belangrijke verschil? RNAi kan niet zomaar binden aan het te remmen mrna. Dit gebeurt in 3 stappen. B. Wat is de eerste stap? C. Is dit eindproduct van stap 1 dubbelstrengs of enkelstrengs? D. Vervolgens worden deze door een ander eiwitcomplex herkend en opgenomen. Hoe heet dit eiwitcomplex? E. Hoe herkent dit complex vervolgens het mrna? 25. Stamcellen Stamcellen zijn cellen die zichzelf kunnen blijven delen. Bovendien hebben ze het vermogen om zich in verschillende celtypen te ontwikkelen. A. Hoe noem je cellen die dat laatste kunnen?

13 B. Er bestaan drie type stamcellen, die elk een andere oorsprong hebben. Zet de juiste namen bij de omschrijvingen. hergeprogrammeerde gedifferentieerde cellen: pluripotente cellen uit weefsel: blastocysten: C. Het meest worden embryonale stamcellen gebruikt. Er zijn drie manieren om aan embryo's te komen waar je de embryonale stamcellen uit kunt oogsten. Noem de drie technieken waarbij embryo's voor stamcelonderzoek beschikbaar komen. 3.

Gentechnologie & moleculaire analysetechnieken Godelieve Gheysen 1999-2000 eerste zit

Gentechnologie & moleculaire analysetechnieken Godelieve Gheysen 1999-2000 eerste zit Gentechnologie en moleculaire analysetechnieken Godelieve Gheysen 1 Gentechnologie & moleculaire analysetechnieken Godelieve Gheysen 1999-2000 eerste zit Gentechnologie en moleculaire analysetechnieken

Nadere informatie

biologie vwo 2017-I Gespierder door gendoping

biologie vwo 2017-I Gespierder door gendoping Gespierder door gendoping Het overdragen van genetisch materiaal naar menselijke cellen voor de behandeling van ziektes bevindt zich nog in een experimenteel stadium. Deze techniek zou ook gebruikt kunnen

Nadere informatie

Biotechnologie deel I

Biotechnologie deel I Biotechnologie deel I Hand-out bij de eerste oefen- en zelftoetsmodule van Biotechnologie & maatschappij behorende bij hoofdstuk 2,3, 4 en 5 van Introduction to Biotechnology, Thieman & Palladino, 3 e

Nadere informatie

<A> Thymine is een pyrimidinebase en vormt 3 waterstofbruggen met adenine. <B> Adenine is een purinebase en vormt 2 waterstofbruggen met thymine.

<A> Thymine is een pyrimidinebase en vormt 3 waterstofbruggen met adenine. <B> Adenine is een purinebase en vormt 2 waterstofbruggen met thymine. Biologie Vraag 1 Welke uitspraak is correct? Thymine is een pyrimidinebase en vormt 3 waterstofbruggen met adenine. Adenine is een purinebase en vormt 2 waterstofbruggen met thymine. Cytosine

Nadere informatie

<A> Adenine is een purinebase en vormt 2 waterstofbruggen met thymine. <B> Guanine is een pyrimidinebase en vormt 2 waterstofbruggen met cytosine.

<A> Adenine is een purinebase en vormt 2 waterstofbruggen met thymine. <B> Guanine is een pyrimidinebase en vormt 2 waterstofbruggen met cytosine. Biologie Vraag 1 Welke uitspraak is correct? Adenine is een purinebase en vormt 2 waterstofbruggen met thymine. Guanine is een pyrimidinebase en vormt 2 waterstofbruggen met cytosine. Thymine

Nadere informatie

HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007

HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007 HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007 NAAM: STUDENTNUMMER: CONTROLEER OF DIT TENTAMEN 14 PAGINA S BEVAT. Veel succes! o Je mag de achterkant van het papier ook zo nodig gebruiken,

Nadere informatie

Eindexamen vwo biologie pilot 2012 - I

Eindexamen vwo biologie pilot 2012 - I Bloedziekte verhelpen met huidcellen Een internationaal team van stamcelonderzoekers rapporteert een doorbraak in de behandeling van Fanconi anemie, een erfelijke bloedziekte. De onderzoekers verwachten

Nadere informatie

Tentamen Genetica 22-10-2004 Studentnr:

Tentamen Genetica 22-10-2004 Studentnr: CONTROLEER OF DIT TENTAMEN 11 PAGINA S BEVAT. Veel succes! Je mag de achterkant van het papier ook zo nodig gebruiken, maar beantwoord vragen 1-6 niet op blaadjes van vraag 7 en de daarop volgende. 1.

Nadere informatie

Basisstof 7 Genetische variatie

Basisstof 7 Genetische variatie Afbeelding 33. RNA-interferentie.1 RNA bevat 2 complementaire sequenties die aan elkaar plakken, zodat er een haarspeld structuur ontstaat (1 van afbeelding 33). Het enzym Dicer knipt het dubbele RNA in

Nadere informatie

Van mens tot Cel oefenvragen 1. De celdeling bestaat uit verschillende fasen. Hoe heten de G1, S en de G2 fase samen?

Van mens tot Cel oefenvragen 1. De celdeling bestaat uit verschillende fasen. Hoe heten de G1, S en de G2 fase samen? Van mens tot Cel oefenvragen 1. De celdeling bestaat uit verschillende fasen. Hoe heten de G1, S en de G2 fase samen? A: interfase B: profase C: anafase D: cytokinese 2. Een SNP (single nucleotide polymorphism)

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. DNA-onderzoek en gentherapie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. DNA-onderzoek en gentherapie Afsluitende les Leerlingenhandleiding DNA-onderzoek en gentherapie Inleiding In de afsluitende les DNA-onderzoek en gentherapie zul je aan de hand van een aantal vragen een persoonlijke en kritische blik

Nadere informatie

De antwoorden op vragen 1 en 2, 3 en 4, en 5 t/m 8 graag op verschillende vellen schrijven. Vergeet ook niet op de 3 vellen je naam en studentnr.

De antwoorden op vragen 1 en 2, 3 en 4, en 5 t/m 8 graag op verschillende vellen schrijven. Vergeet ook niet op de 3 vellen je naam en studentnr. Tentamen Genoombiologie, 28 Oktober 2009, 9.00-11.45 h De antwoorden op vragen 1 en 2, 3 en 4, en 5 t/m 8 graag op verschillende vellen schrijven. Vergeet ook niet op de 3 vellen je naam en studentnr.

Nadere informatie

Examen Voorbereiding DNA. Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016. 2016 JasperOut.nl. Thema 2 DNA

Examen Voorbereiding DNA. Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016. 2016 JasperOut.nl. Thema 2 DNA Examen Voorbereiding DNA Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 2 DNA Begrippenlijst: Begrip mtdna kerndna Plasmiden Genoom DNA-replicatie DNA-polymerase Eiwitsynthese RNA-molecuul Codon Genregulatie

Nadere informatie

DNA & eiwitsynthese Oefen- en zelftoetsmodule behorende bij hoofdstuk 16 en 17 van Campbell, 7 e druk December 2008

DNA & eiwitsynthese Oefen- en zelftoetsmodule behorende bij hoofdstuk 16 en 17 van Campbell, 7 e druk December 2008 DNA & eiwitsynthese Oefen- en zelftoetsmodule behorende bij hoofdstuk 16 en 17 van Campbell, 7 e druk December 2008 DNA 1. Hieronder zie je de schematische weergave van een dubbelstrengs DNA-keten. Een

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 111 Dit proefschrift behandelt de diagnose van epidermolysis bullosa simplex (EBS) op DNA niveau en een eerste aanzet tot het ontwikkelen van gentherapie voor deze ziekte. Een

Nadere informatie

Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen:

Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen: Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid Basisstof 1 Erfelijke eigenschappen: - Genotype: o genen liggen op de chromosomen in kernen van alle cellen o wordt bepaald op moment van de bevruchting - Fenotype: o

Nadere informatie

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen?

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen? Biologie Vraag 1 Celorganellen en levensprocessen bij levende cellen zijn: 1. Ribosomen 2. ATP synthese 5. DNA polymerase 3. Celmembranen 6. Fotosynthese 4. Kernmembraan 7. Mitochondria Welke van de bovenstaande

Nadere informatie

157 De ontdekking van de natuurlijke aanwezigheid van antisense oligonucleotiden in eukaryote cellen, die de expressie van specifieke eiwitten kunnen reguleren, heeft in de afgelopen tientallen jaren gezorgd

Nadere informatie

Moleculaire biologische technieken

Moleculaire biologische technieken Moleculaire biologische technieken Hand-out Juli 2010 In deze hand-out de meeste teksten. Van de (eigen) animaties zijn enkele belangrijke frames weergegeven. Als je de links wilt weten moet je de module

Nadere informatie

Gene silencing samenvatting

Gene silencing samenvatting Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. Gene silencing zet een doelgerichte stap voorwaarts Doelgerichte

Nadere informatie

Het enzym dat verantwoordelijk is voor het vastleggen van de imprint na de DNA-replicatie is een DNA-methyltransferase.

Het enzym dat verantwoordelijk is voor het vastleggen van de imprint na de DNA-replicatie is een DNA-methyltransferase. Examentrainer Vragen Hongerwinterkinderen Gedurende de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog stierven veel Nederlanders door barre omstandigheden: koude en voedselgebrek. Tijdens deze hongerwinter

Nadere informatie

146

146 145 146 Bij genetische modificatie door middel van transgenese worden met behulp van biotechnologische technieken erfelijke eigenschappen veranderd of van het ene naar het andere organisme overgebracht.

Nadere informatie

1 (~20 minuten; 15 punten)

1 (~20 minuten; 15 punten) HERTENTAMEN Moleculaire Cel Biologie (8A840) Prof. Dr. Ir. L. Brunsveld & Dr. M. Merkx 20-04-2012 14:00 17:00 (totaal 100 punten) 6 opgaven in totaal + 1 bonusvraag! (aangegeven tijd is indicatie) Gebruik

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/43820 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Berg, C.W. van den Title: State of the heart : the promise of pluripotent stem

Nadere informatie

Dialogen voor conceptcartoons. Verband genotype/fenotype, dominant/recessief

Dialogen voor conceptcartoons. Verband genotype/fenotype, dominant/recessief Dialogen voor conceptcartoons Verband genotype/fenotype, dominant/recessief 1 Is dit ons kind? (Zie conceptcartoon Horst Wolter op deze site.) Leermoeilijkheid (misconcept): Uiterlijke eigenschappen weerspiegelen

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL 2004

Bijlage VMBO-GL en TL 2004 Bijlage VMBO-GL en TL 2004 tijdvak 1 BIOLOGIE CSE GL EN TL BIOLOGIE VBO-MAVO-D Deze bijlage bevat informatie. 400009-1-586-543b BIOTECHNOLOGIE INFORMATIE 1 OUDE TECHNIEKEN Al eeuwen gebruiken mensen organismen

Nadere informatie

ANTWOORDEN HOOFDSTUK 6 VAN GEN TOT EIWIT

ANTWOORDEN HOOFDSTUK 6 VAN GEN TOT EIWIT ANTWOORDEN HOOFDSTUK 6 VAN GEN TOT EIWIT ANTWOORDEN 6.5 /TM 6.8 Codering 1.een juiste aanvulling van het schema : nucleotiden in mrna juist nucleotiden in DNA juist 3 kant en 5 kant bij mrna en DNA juist

Nadere informatie

Schieten op de boodschapper met enkel- streng RNA gen-uitschakeling anti- sense oligonucleotides RNA interference

Schieten op de boodschapper met enkel- streng RNA gen-uitschakeling anti- sense oligonucleotides RNA interference Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. Schieten op de boodschapper met enkelstreng RNA gen-uitschakeling

Nadere informatie

DNA van mitochondriën, chloroplasten en in bacteriën Enkele gegevens over het DNA van de mens Ontdekking van DNA structuur door Watson en Crick

DNA van mitochondriën, chloroplasten en in bacteriën Enkele gegevens over het DNA van de mens Ontdekking van DNA structuur door Watson en Crick Hoofdstuk1: Erfelijke informatie in de cel... 2 1. Bouw van de kern tijdens de interfase... 2 2. Nucleïnezuren... 2 2.1. Primaire structuur van nucleïnezuren... 3 2.1.1. Bouwstenen... 3 2.2. De ruimtelijke

Nadere informatie

2 Leg uit hoe de verschillende subtypes van Chlamydia trachomatis zijn ontstaan. Beschrijf de rol van antibioticagebruik hierin.

2 Leg uit hoe de verschillende subtypes van Chlamydia trachomatis zijn ontstaan. Beschrijf de rol van antibioticagebruik hierin. Examentrainer Vragen Nieuwe DNA-test voor chlamydia Chlamydia is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening (soa) en kan onder meer leiden tot onvruchtbaarheid. In Nederland worden jaarlijks

Nadere informatie

naar sporen Forensisch expert worden

naar sporen Forensisch expert worden Speuren B naar sporen Forensisch expert worden 3. Vaststellen identiteit Deze les ga je je verdiepen in één specifiek forensisch onderzoeksgebied. Je wordt als het ware zelf een beetje forensisch expert.

Nadere informatie

Chapter 6. Nederlandse samenvatting

Chapter 6. Nederlandse samenvatting Chapter 6 Nederlandse samenvatting Chapter 6 122 Nederlandse samenvatting Het immuunsysteem Het immuunsysteem (of afweersysteem) beschermt het lichaam tegen lichaamsvreemde en ziekmakende organismen zoals

Nadere informatie

Van mutatie naar ziekte

Van mutatie naar ziekte Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. Een nieuw antilichaam onthult toxische delen van het huntingtine

Nadere informatie

Biotechnologische behandelingen in ontwikkeling

Biotechnologische behandelingen in ontwikkeling Susan Peters, MSc Biotechnologische behandelingen in ontwikkeling De gezondheidszorg zal door de medische biotechnologie ingrijpend veranderen. Kennis over DNA schept mogelijkheden om heel gericht eigenschappen

Nadere informatie

Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou. Erfelijke informatie ligt in de celkern in de chromosomen. Chromosomen bestaan weer uit DNA.

Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou. Erfelijke informatie ligt in de celkern in de chromosomen. Chromosomen bestaan weer uit DNA. Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou 4.1 Fenotype Genotype = waarneembare eigenschappen van een individu = de erfelijke informatie in het DNA Genotype + milieufactoren = fenotype Erfelijke

Nadere informatie

DNA & eiwitsynthese Vragen bij COO-programma bij hoofdstuk 11 en 12 Life

DNA & eiwitsynthese Vragen bij COO-programma bij hoofdstuk 11 en 12 Life DNA & eiwitsynthese Vragen bij COO-programma bij hoofdstuk 11 en 12 Life De vragen die voorkomen in het COO-programma DNA & eiwitsynthese zijn op dit formulier weergegeven. Het is de bedoeling dat je,

Nadere informatie

Ziekte van Pompe. Wat is de ziekte van Pompe? We kunnen de fout bij RNAsplitsing. corrigeren

Ziekte van Pompe. Wat is de ziekte van Pompe? We kunnen de fout bij RNAsplitsing. corrigeren Tekst Gert-Jan van den Bemd Fotografie Levien Willemse Ziekte van Pompe Een nieuwe behandeling van de ziekte van Pompe lijkt een stap dichterbij gekomen. Dat blijkt uit twee recente publicaties. We kunnen

Nadere informatie

2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington

2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington 2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington Erfelijkheid Erfelijk materiaal in de 46 chromosomen De mens heeft in de kern van elke lichaamscel 46 chromosomen: het gaat om 22 paar lichaamsbepalende chromosomen

Nadere informatie

Level 1. Vul het juiste woord in

Level 1. Vul het juiste woord in Level 1 Vul het juiste woord in Keuze uit: Gen, Allel, Locus, Dominant, Recessief, Co-dominantie, Monohybride kruising, Dihybride kruising, Autosoom, Autosomale overerving, X-chromosomale overerving, Intermediair

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Wanneer in een gesprek het onderwerp gentherapie wordt aangesneden, wordt vrijwel onmiddelijk stier Herman van stal gehaald. Dit gebeurt ten onrechte. Stier Herman is een kloon en kloneren is niet hetzelfde

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting De mogelijkheid om genen op een specifieke wijze te reguleren creëert diverse manieren om genfunctie te kunnen bestuderen of moduleren. Artificiële transcriptiefactoren

Nadere informatie

4 HAVO thema 4 Erfelijkheid EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN

4 HAVO thema 4 Erfelijkheid EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN Examentrainer Vragen Karyogrammen In afbeelding 1 zijn twee karyogrammen weergegeven. Deze karyogrammen zijn afkomstig van een eeneiige tweeling. Het ene kind is van het mannelijk geslacht zonder duidelijke

Nadere informatie

Oefenvragen Mens tot Cel

Oefenvragen Mens tot Cel Oefenvragen Mens tot Cel 1. In de familie van Tineke komt sma type 1 voor. Sma type 1 staat voor spinale spier atrofie type 1. De oom van Tineke heeft sma type 1 (zie de stamboom hieronder). Hoe groot

Nadere informatie

Medium stekelige wat? Hoe maak je nieuwe neuronen?

Medium stekelige wat? Hoe maak je nieuwe neuronen? Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. Huidcellen veranderen in hersencellen: doorbraak in het onderzoek

Nadere informatie

Erfelijkheidsleer en populatiegenetica

Erfelijkheidsleer en populatiegenetica Erfelijkheidsleer en populatiegenetica Samen Friese paarden fokken Studieclub Fokvereniging Het Friesche Paard Zuid Nederland Gemonde 21 maart 2014 Even voorstellen Wie is Myrthe Maurice Van Eijndhoven

Nadere informatie

Biologie 2000 Vraag 1 De plaats waar de chromatiden van een chromosoom tijdens de eerste fasen van een cel/kerndeling aan mekaar vastzitten noemt men: A. Centriool B. Centromeer C. Centrosoom D. Chromomeer

Nadere informatie

Dus, wat is gen-silencing? Hoe werkt het? Wat is het nut voor Huntington patiënten?

Dus, wat is gen-silencing? Hoe werkt het? Wat is het nut voor Huntington patiënten? Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. Gen-silencing voor Huntington: het verhaal tot nu Is gen-silencing

Nadere informatie

Vragen bij paragraaf 5.1 en 5.2

Vragen bij paragraaf 5.1 en 5.2 Vragen bij paragraaf 5.1 en 5.2 1. Geef van onderstaande begrippen een omschrijving. celdifferentiatie overgang van stamcellen in specifieke cellen (specialisatie) katalysator een stof die een bepaalde

Nadere informatie

Proteomics. Waarom DNA alleen niet genoeg is

Proteomics. Waarom DNA alleen niet genoeg is Proteomics Waarom DNA alleen niet genoeg is Reinout Raijmakers Netherlands Proteomics Centre Universiteit Utrecht, Biomolecular Mass Spectrometry and Proteomics Group Van DNA naar organisme Eiwitten zijn

Nadere informatie

1. Welk van de onderstaande DNA sequenties zijn mogelijke herkenning-sites voor restrictie-enzymen? c 5' GAATTC 3' c 5' GGGGCCCC 3' c 5' CTGCAG 3' 5'

1. Welk van de onderstaande DNA sequenties zijn mogelijke herkenning-sites voor restrictie-enzymen? c 5' GAATTC 3' c 5' GGGGCCCC 3' c 5' CTGCAG 3' 5' proefexamen 1. Welk van de onderstaande DNA sequenties zijn mogelijke herkenning-sites voor restrictie-enzymen? c 5' GAATTC 3' c 5' GGGGCCCC 3' c 5' CTGCAG 3' 5' CTAAATC 3' 5' GGAACC 3' Restriction Endonucleases

Nadere informatie

Toevoeging bij hoofdstuk 10 07/05/2012 A. Het maken van een genomische bank

Toevoeging bij hoofdstuk 10 07/05/2012 A. Het maken van een genomische bank Toevoeging bij hoofdstuk 10 07/05/2012 A. Het maken van een genomische bank Wanneer men een gen wil bestuderen dat nog niet beschreven is, zal men dit gen eerst moeten kloneren. Hiertoe maakt men gebruik

Nadere informatie

Level 1. Vul het juiste woord in

Level 1. Vul het juiste woord in Level 1 Vul het juiste woord in Keuze uit: Gen, Allel, Locus, Dominant, Recessief, Co-dominantie, Monohybride kruising, Dihybride kruising, Autosoom, Autosomale overerving, X-chromosomale overerving, Intermediair

Nadere informatie

Tentamen Van Mens tot Cel

Tentamen Van Mens tot Cel Tentamen Van Mens tot Cel 1. Hans en Tineke willen graag een kindje. Zowel de ouders van Hans als de ouders van Tineke zijn beide drager van een autosomaal recessieve ziekte. Wat is de kans dat Hans en

Nadere informatie

Genetica & Evolutie Deeltentamen 1 Versie 1 2007

Genetica & Evolutie Deeltentamen 1 Versie 1 2007 Vraag 1. Het kleur patroon van de vacht van een hertensoort wordt bepaald door één gen met drie allelen. De allelen D en F erven co- dominant over; allel f erft recessies over t.o.v. zowel D als F. Hoeveel

Nadere informatie

MYCOBACTERIËLE FACTOREN BETROKKEN BIJ GRANULOOMVORMING

MYCOBACTERIËLE FACTOREN BETROKKEN BIJ GRANULOOMVORMING Nederlandse samenvatting MYCOBACTERIËLE FACTOREN BETROKKEN BIJ GRANULOOMVORMING Tuberculose Tuberculose (TBC) is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium tuberculosis. Infectie

Nadere informatie

LIGATIE. Brown 4.3.1en 4.3.2

LIGATIE. Brown 4.3.1en 4.3.2 Kloneren - deel 2 LIGATIE Brown 4.3.1en 4.3.2 Ligatie T4 DNA ligase + bijbehorende buffer (bevat ATP) Vergelijkbaar met restrictie-enzymen (10xbuffer, glycerol bij enzym,..) Werken vaak in allerlei buffers,

Nadere informatie

Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland. Biologie. Trainingsmateriaal. De slimste bijbaan van Nederland! lyceo.

Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland. Biologie. Trainingsmateriaal. De slimste bijbaan van Nederland! lyceo. Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland Biologie Trainingsmateriaal De slimste bijbaan van Nederland! lyceo.nl Traininingsmateriaal Biologie Lyceo-trainingsdag 2015 Jij staat op het

Nadere informatie

28 Testkruising testkruising = een kruising om te achterhalen of een organisme homozygoot of heterozygoot is. Voorbeeld van een testkruising om te bepalen of een organisme homozygoot of heterozygoot is

Nadere informatie

biologie vwo 2015-I Testen op sikkelcelziekte

biologie vwo 2015-I Testen op sikkelcelziekte Testen op sikkelcelziekte Sikkelcelziekte is een aandoening aan de rode bloedcellen. Het gen voor de ziekte erft autosomaal recessief over en berust op een puntmutatie in het β-globinegen. In Nederland

Nadere informatie

Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct?

Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct? Biologie Vraag 1 Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct? ribosoom en synthese van eiwitten kern en fotosynthese mitochondrion en fotosynthese ribosoom

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus

Nederlandse samenvatting. Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus Nederlandse samenvatting Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus Baarmoederhalskanker is de op een na meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Elk jaar krijgen wereldwijd ongeveer 500.000

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 129 In de ontwikkelde landen krijgt een op de drie mensen kanker. Ondanks betere screening en behandelingsmogelijkheden is kanker in ontwikkelde landen nog steeds de meest voorkomende

Nadere informatie

a. Geef de 1-lettercode van de aminozuren in het peptide in de corresponderende volgorde. (4P)

a. Geef de 1-lettercode van de aminozuren in het peptide in de corresponderende volgorde. (4P) HERTENTAMEN Eindtoets BIOCHEMIE (8RA00) Prof. Dr. Ir. L. Brunsveld 16-08-2013 09:00 12:00 (totaal 100 punten) 6 opgaven in totaal! (aangegeven tijd is indicatie) Gebruik geen rode pen! 1 Peptiden en eiwitten

Nadere informatie

SZH voor levend erfgoed

SZH voor levend erfgoed SZH voor levend erfgoed Populatiemanagement Infoavond Drentsche Patrijshonden Woudenberg 19 november 2013 Een korte introductie Kor Oldenbroek Myrthe Maurice Van Eijndhoven Wat kunt u vandaag verwachten:

Nadere informatie

Welke van de onderstaande structuren maakt spiercontractie mogelijk?

Welke van de onderstaande structuren maakt spiercontractie mogelijk? Biologie Vraag 1 Welke van de onderstaande structuren maakt spiercontractie mogelijk? Microtubuli Microfilamenten Intermediaire filamenten Microvilli Biologie: vraag 1 Biologie Vraag 2

Nadere informatie

vwo eiwitsynthese 2010

vwo eiwitsynthese 2010 vwo eiwitsynthese 2010 Aan- en uitzetten van genen Escherichia coli leeft in de dikke darm van onder andere de mens. Deze bacterie heeft vijf structurele genen die coderen voor enzymen die betrokken zijn

Nadere informatie

DNA & eiwitsynthese (Junior College Utrecht) Vragen bij COO-programma

DNA & eiwitsynthese (Junior College Utrecht) Vragen bij COO-programma DNA & eiwitsynthese (Junior College Utrecht) Vragen bij COO-programma De vragen die voorkomen in het COO-programma DNA & eiwitsynthese zijn op dit formulier weergegeven. Het is de bedoeling dat je, als

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Eukaryotische cellen bevatten een celkern welke in hoge mate georganiseerd is. De celkern bevat naast genetische informatie,

Nadere informatie

Leerlingenhandleiding

Leerlingenhandleiding Leerlingenhandleiding Zelfstandige module Op zoek naar een gen in een databank Op zoek naar een gen in een databank Met behulp van databanken kun je informatie opzoeken over genen. Een databank is een

Nadere informatie

Biotechnologie vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Biotechnologie vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 20 December 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/73574 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Recessieve overerving

Recessieve overerving 12 Recessieve overerving Aangepaste informatie van folders geproduceerd door Guy s and St Thomas Hospital en Londen Genetic Knowledge Park, aangepast volgens hun kwaliteitsnormen. Januari 2008 G e s t

Nadere informatie

Gewichtsverlies bij Huntington patiënten

Gewichtsverlies bij Huntington patiënten Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. Mollige muizen wijzen op het belang van de hypothalamus bij de ziekte

Nadere informatie

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen?

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen? Biologie Vraag 1 Celorganellen en levensprocessen bij levende cellen zijn: 1. Ribosomen 2. ATP synthese 5. DNA polymerase 3. Celmembranen 6. Fotosynthese 4. Kernmembraan 7. Mitochondria Welke van de bovenstaande

Nadere informatie

STEMPEL DE WEG VAN GEN NAAR EIWIT

STEMPEL DE WEG VAN GEN NAAR EIWIT A LIFE TYPEFACE STEMPEL DE WEG VAN GEN NAAR EIWIT De eiwitsynthese is één van de belangrijkste processen die zich in de cel afspelen. Eiwitten staan aan de basis van het functioneren van de cel. Wat een

Nadere informatie

Leerlingenhandleiding

Leerlingenhandleiding Leerlingenhandleiding Afsluitende module Op zoek naar een gen in een databank Op zoek naar een gen in een databank Tijdens het DNA-lab Lees de taal van de tumor hebben jullie drie genen onderzocht. Welke

Nadere informatie

Recessieve Overerving

Recessieve Overerving 12 Recessieve Overerving Aangepaste informatie van folders geproduceerd door Guy s and St Thomas Hospital en Londen Genetic Knowledge Park, aangepast volgens hun kwaliteitsnormen. Juli 2008 Vertaald door

Nadere informatie

www. Biologie 2001 Vraag 1 Dit zijn een aantal gegevens over een nucleïnezuur. 1. Het is een enkelvoudige keten. 2. Het bevat als basen: G - A - C - T. 3. Het varieert naargelang de soort cel binnen één

Nadere informatie

Het HLA-systeem De relatie tussen HLA en bloedtransfusie

Het HLA-systeem De relatie tussen HLA en bloedtransfusie Het HLA-systeem De relatie tussen HLA en bloedtransfusie HLA, Ig-allotypen en erytrocytenbloedgroepen De werking van ons immuunsysteem is gebaseerd op het vermogen om onderscheid te maken tussen eigen

Nadere informatie

UvA-DARE (Digital Academic Repository) Silencing of HIV-1 co-factors Eekels, J.J.M. Link to publication

UvA-DARE (Digital Academic Repository) Silencing of HIV-1 co-factors Eekels, J.J.M. Link to publication UvA-DARE (Digital Academic Repository) Silencing of HIV-1 co-factors Eekels, J.J.M. Link to publication Citation for published version (APA): Eekels, J. J. M. (2011). Silencing of HIV-1 co-factors General

Nadere informatie

Biodistributie, kinetiek, centraal zenuwstelsel, oogziekten, huidaandoeningen

Biodistributie, kinetiek, centraal zenuwstelsel, oogziekten, huidaandoeningen Niet-technische samenvatting 2016788 1 Algemene gegevens 1.1 Titel van het project Onderzoek naar de biodistributie van nieuwe, op oligonucleotiden gebaseerde, teststoffen voor de behandeling van zeer

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/23854 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/23854 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/23854 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Marel, Sander van der Title: Gene and cell therapy based treatment strategies

Nadere informatie

H. DNA-vingerafdrukken. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

H. DNA-vingerafdrukken. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteurs Its Academy Laatst gewijzigd Licentie Webadres 08 May 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/40624 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van

Nadere informatie

Moleculaire microbiologie 1: Schimmels

Moleculaire microbiologie 1: Schimmels Moleculaire microbiologie 1: Schimmels Hand-out behorende bij de COO 17 maart 2009 Introductie tot de schimmels Waarom is het eenvoudiger antibiotica te ontwikkelen voor bacteriën dan voor schimmels? Noem

Nadere informatie

Genetica van hemochromatose

Genetica van hemochromatose Genetica van hemochromatose 28-11-2015 Prof.Dr. M.H. Breuning, klinisch geneticus M.H.Breuning@lumc.nl Wat is ijzer? Twee oxidatietoestanden: Fe 2+ Fe 3+ (divalent) (trivalent) IJzer is noodzakelijk voor

Nadere informatie

Summary in Dutch (Nederlandse samenvatting voor leken)

Summary in Dutch (Nederlandse samenvatting voor leken) Summary in Dutch (Nederlandse samenvatting voor leken) 13_Smakman.indd 173 10-02-2006 11:30:37 Het menselijk lichaam bestaat uit een groot aantal organen en weefsels die zijn opgebouwd uit miljarden cellen.

Nadere informatie

BIOLOGIE MOLECULAIRE GENETICA EIWITSYNTHESE VWO KLASSE 6

BIOLOGIE MOLECULAIRE GENETICA EIWITSYNTHESE VWO KLASSE 6 BIOLOGIE MOLECULAIRE GENETICA EIWITSYNTHESE VWO KLASSE 6 Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] ARTHUR A. HOOGENDOORN ATHENEUM - VRIJE ATHENEUM - AAHA Docent: A. Sewsahai DOELSTELLINGEN:

Nadere informatie

V6 Oefenopgaven oktober 2009

V6 Oefenopgaven oktober 2009 V6 Oefenopgaven oktober 2009 Fitness Met fitness wordt in de biologie bedoeld het vermogen van genotypen om hun allelen naar de volgende generatie over te dragen. De fitness wordt uitgedrukt in een getal

Nadere informatie

Examen Voorbereiding Erfelijkheid

Examen Voorbereiding Erfelijkheid Examen Voorbereiding Erfelijkheid Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 4 Erfelijkheid Begrippenlijst: Begrip DNA-sequentie Genexpressie Epigenetica Homozygoot Heterozygoot Intermediair Monohybride

Nadere informatie

Therapie intwikkeling voor ataxia s die veroorzaakt worden door een polyglutamine expansie

Therapie intwikkeling voor ataxia s die veroorzaakt worden door een polyglutamine expansie Therapie intwikkeling voor ataxia s die veroorzaakt worden door een polyglutamine expansie Willeke van Roon-Mom Afdeling Humane Genetica Leids Universitair Medisch Centrum Waar gaan we het vandaag (onder

Nadere informatie

Genetica & Evolutie Deeltentamen 1

Genetica & Evolutie Deeltentamen 1 Vraag 1. Iemands genotype is AaBb voor twee genen die gekoppeld op een chromosoom liggen. Als de beide dominante allelen op één chromosoom liggen, en de beide recessieve allelen op het andere homologe

Nadere informatie

Juli blauw Biologie Vraag 1

Juli blauw Biologie Vraag 1 Biologie Vraag 1 Bij bijen komt parthenogenese voor. Dit is de ontwikkeling van een individu uit een onbevruchte eicel. Bij bijen ontstaan de darren (mannelijke bijen) parthenogenetisch. De koningin en

Nadere informatie

Juli geel Biologie Vraag 1

Juli geel Biologie Vraag 1 Biologie Vraag 1 Bij bijen komt parthenogenese voor. Dit is de ontwikkeling van een individu uit een onbevruchte eicel. Bij bijen ontstaan de darren (mannelijke bijen) parthenogenetisch. De koningin en

Nadere informatie

F Niet-technische samenvatting 2015301

F Niet-technische samenvatting 2015301 F Niet-technische samenvatting 2015301 1 Algemene gegevens 1.1 Titel van het project Op naar begrip van en behandeling voor bijniertumoren 1.2 Looptijd van het project 1-12-2015-1-12-2020 1.3 Trefwoorden

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38737 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Goeij, Bart E.C.G. de Title: Antibody-drug conjugates in cancer Issue Date: 2016-04-13

Nadere informatie

TENTAMEN BIOCHEMIE (8S135) Prof. Dr. Ir. L. Brunsveld :00 17:00 (totaal 100 punten) 6 opgaven in totaal (aangegeven tijd is indicatie)

TENTAMEN BIOCHEMIE (8S135) Prof. Dr. Ir. L. Brunsveld :00 17:00 (totaal 100 punten) 6 opgaven in totaal (aangegeven tijd is indicatie) TENTAMEN BIOCHEMIE (8S135) Prof. Dr. Ir. L. Brunsveld 25-01-2010 14:00 17:00 (totaal 100 punten) 6 opgaven in totaal (aangegeven tijd is indicatie) 1 (~30 minuten; 20 punten) Onderstaand is een stukje

Nadere informatie

De overeenkomsten tussen de ziekte van Parkinson en de ziekte van Huntington

De overeenkomsten tussen de ziekte van Parkinson en de ziekte van Huntington Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. Succesvolle gentherapiestudie bij de ziekte van Parkinson geeft

Nadere informatie

94 Transcriptie en vorming van mrna bij prokaryoten en eukaryoten

94 Transcriptie en vorming van mrna bij prokaryoten en eukaryoten 94 Transcriptie en vorming van mrna bij prokaryoten en eukaryoten Transcriptie bij prokaryoten: Prokaryoten hebben geen celkern, waardoor het DNA los in het cytoplasma ligt. Hier vindt de transcriptie

Nadere informatie

Computer Ondersteund Onderwijs (COO).

Computer Ondersteund Onderwijs (COO). Computer Ondersteund Onderwijs (COO). Over DNA en eiwit is er een computer praktikum. Bij dit COO leer je via een interactieve manier omgaan met de stof. Opstarten COO. Ga naar de site van het departement

Nadere informatie

DNA in het gerechtelijk onderzoek Een didactisch model voor gebruik in de klas

DNA in het gerechtelijk onderzoek Een didactisch model voor gebruik in de klas 1 DNA in het gerechtelijk onderzoek Een didactisch model voor gebruik in de klas Gebaseerd op het gelijknamige artikel Roels, P. & V. Goethals (2000), Jaarboek van de Vereniging voor het Onderwijs in de

Nadere informatie

GENOMISCH KOOKBOEK LEERLINGENHANDLEIDING

GENOMISCH KOOKBOEK LEERLINGENHANDLEIDING GENOMISCH KOOKBOEK LEERLINGENHANDLEIDING LEERLINGENHANDLEIDING GENOMISCH KOOKBOEK 1 HOOFDSTUK 1 DNA EN DE ROL VAN RNA BIJ TRANSCRIPTIE 1.1 Hieronder zie je een vak met daarin de begrippen DNA en RNA. Maak

Nadere informatie