UWV Monitor Arbeidsparticipatie Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "UWV Monitor Arbeidsparticipatie Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking"

Transcriptie

1 UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2012 Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking

2 Inhoud 1. Essentie van de monitor Volumeontwikkelingen Wajong Inleiding Volumeontwikkelingen in de Wajong Ontwikkelingen in de nieuwe Wajong 6 3. Arbeidsparticipatie van Wajongers Inleiding In hoeverre zijn Wajongers aan het werk? Welk deel van de Wajongers werkt met welk soort ondersteuning? In hoeverre komen niet werkende Wajongers aan het werk? In hoeverre blijven Wajongers aan het werk? Volumeontwikkelingen WIA/WAO Inleiding Volumeontwikkelingen WIA en WAO Kenmerken van WGA ers en WIA 35-minners Arbeidsparticipatie en ondersteuning Arbeidsparticipatie van voormalig werknemers Inleiding In hoeverre zijn voormalig werknemers aan het werk? In hoeverre komen WGA ers en WIA 35-minners aan het werk? In hoeverre blijven voormalig werknemers aan het werk? Arbeidsparticipatie van voormalig vangnetters Inleiding In hoeverre zijn voormalig vangnetters aan het werk? In hoeverre komen niet-werkende voormalig vangnetters aan het werk? In hoeverre blijven voormalig vangnetters aan het werk? Werkgevers en werkende Wajongers en WGA ers Inleiding Aantal werkgevers met Wajonger en WGA er in dienst Soort werkgevers met Wajongers en WGA ers in dienst 29 Bijlage I De Wet Wajong 32 Bijlage II Vormen van ondersteuning in de Wajong 34 Bijlage III De Wet WIA 35 Bijlage IV Vormen van ondersteuning in de WIA 37 Colofon 38 UWV Monitor Arbeidsparticipatie

3 1. Essentie van de monitor 2012 De UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2012 beschrijft, voor de periode 2008 tot en met 2011, de ontwikkelingen in arbeidsparticipatie van mensen met arbeidsbeperkingen. Het gaat hier om mensen die bij UWV een uitkering aanvragen en/of een uitkering ontvangen in het kader van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten 1 (Wajong). Met de invoering van de WIA in 2006 en de nieuwe Wajong in 2010 is het beleid meer dan voorheen gericht op het stimuleren van werken naar vermogen. Deze monitor combineert de belangrijkste informatie die eerder werd verstrekt via de Wajongmonitor en de Monitor Arbeidsbeperkten en Werk. We geven inzicht in de dynamiek en de achterliggende factoren van arbeidsparticipatie door het participatiecijfer uiteen te rafelen in aan het werk zijn, komen en blijven (zie box 1.1 aan het einde van dit hoofdstuk). Alleen dan wordt duidelijk waar mogelijke knelpunten zitten bij ontwikkelingen in participatie: liggen die bij werk vinden of bij werk behouden? Focus op Wajongers, WGA ers en WIA 35-minners De focus ligt op de arbeidsparticipatie van drie groepen. De monitor richt zich ten eerste op Wajongers, een groep waar de laatste jaren veel aandacht naar uit is gegaan. Deze monitor beschrijft de mate van arbeidsparticipatie van de totale populatie Wajongers. Echter, niet alle Wajongers hebben arbeidsmogelijkheden. Voor een groot deel van de Wajongers kunnen we op basis van de uitkeringsbestanden geen onderscheid maken tussen degenen die wél en degenen die géén arbeidsmogelijkheden hebben. Dit komt omdat de oude Wajong geen onderscheid kent in een regeling voor Wajongers met en voor Wajongers zonder arbeidsmogelijkheden. Als we alleen zouden kijken naar Wajongers mét arbeidsmogelijkheden zal het aandeel dat aan het werk is of ooit heeft gewerkt veel hoger liggen dan de cijfers die we in deze monitor voor de totale Wajongpopulatie presenteren. Ten tweede beschrijft de monitor de arbeidsparticipatie van personen die een uitkering krijgen vanuit de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA), één van de regelingen in de WIA. Ten derde is er aandacht voor personen van wie de aanvraag voor de WIA-uitkering is afgewezen, omdat hun inkomensverlies ten opzichte van het oude inkomen minder dan 35% is, de zogeheten WIA 35-minners. Van zowel WGA ers als WIA 35-minners wordt verwacht dat ze deelnemen aan de arbeidsmarkt (en hun verdiencapaciteit benutten). In 2011 kregen mensen voor het eerst een WGA-uitkering en ongeveer voor het eerst een Wajonguitkering. In 2010 waren dat er respectievelijk en Bij bijna mensen is de aanvraag voor een WIA-uitkering in 2011 afgewezen, omdat hun inkomensverlies ten opzichte van het oude inkomen minder dan 35% was (WIA 35-minners). Meer Wajongers bij reguliere werkgevers De arbeidsparticipatie van Wajongers schommelt al jaren rond de 25%, terwijl het aantal mensen met een Wajonguitkering de afgelopen jaren is toegenomen. Het gaat hier om het aandeel werkenden ten opzichte van alle Wajongers, dus inclusief degenen die geen arbeidsmogelijkheden hebben. In absolute zin zijn er steeds meer Wajongers aan het werk. Eind 2011 waren dat er bijna (een stijging van 7% ten opzichte van 2010). Het zijn vooral reguliere werkgevers die hieraan bijdragen: in 2011 waren er voor het eerst meer Wajongers bij een reguliere werkgever aan de slag dan in of via de Sociale Werkvoorziening. Inmiddels heeft 4,8% van de reguliere werkgevers een Wajonger in dienst, tegen 4,2% eind Daarvoor zijn wel veel investeringen nodig. Ruim 60% van de Wajongers die werken bij een reguliere werkgever krijgt ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van een jobcoach, loondispensatie en/of loonkostensubsidie. Daarnaast krijgen de Wajongers nog vaak hulp van hun leidinggevende en/of van collega s. Het werkbehoud van deze Wajongers is echter vrij laag. Dat komt onder andere doordat ze meestal een tijdelijk contract krijgen en deze tijdelijke contracten minder vaak worden verlengd dan bij jongeren zonder Wajonguitkering. Maar als Wajongers er op den duur eenmaal in slagen om langere tijd te werken, dan verliezen ze niet meer zo vaak het werk. Overigens wil dat dan nog niet zeggen dat bij deze duurzaam werkende Wajongers het recht op de uitkering beëindigd kan worden. De meeste Wajongers verdienen namelijk niet het wettelijk minimumloon (WML), waardoor ze nog een gedeeltelijke uitkering 1 Dit is de huidige naam van de wet zoals deze met ingang van 2010 wordt gehanteerd. Tot die tijd werd Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten gebruikt. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

4 nodig hebben. Jaarlijks stromen ongeveer 400 Wajongers de Wajong uit wegens werk; dit is slechts 0,2% van alle Wajongers. De nieuwe Wajong Per 1 januari 2010 is de nieuwe Wajong (nwajong) van kracht, met als primair doel het verhogen van de arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking. Eind juni 2012 valt ongeveer 14% van het totale aantal Wajongers onder deze nieuwe Wajong, de overige 86% valt onder de oude Wajong. De nwajong bestaat uit drie regelingen: de werkregeling, de studieregeling en de uitkeringsregeling. Van de Wajongers die in 2011 voor het eerst een nwajonguitkering kregen, kwam 51% terecht in de werkregeling, 41% in de studieregeling en 8% in de uitkeringsregeling. De indeling is niet blijvend, ze hangt namelijk af van de arbeidsmogelijkheden van Wajongers en deze kunnen in de loop der tijd veranderen. Zo kunnen Wajongers in de werkregeling na verloop van tijd in de uitkeringsregeling terechtkomen, als is gebleken dat zij alsnog geen arbeidsmogelijkheden hebben. Voor de studieregeling is de indeling per definitie niet blijvend: na afloop van de studie komen deze Wajongers in de uitkeringsdan wel werkregeling. De eerste resultaten wat betreft arbeidsparticipatie wijzen uit dat Wajongers in de nieuwe Wajong iets sneller aan het werk komen dan Wajongers uit de oude Wajong. Meer mensen zonder binding met de arbeidsmarkt in de WIA De mate van arbeidsparticipatie van WIA-groepen is niet in één cijfer te vatten, omdat er grote verschillen binnen de WIA-populatie zijn. Vooral de binding die iemand wel of niet met de arbeidsmarkt heeft tijdens de eerste twee ziektejaren maakt een groot verschil. Allereerst zijn er mensen die voordat ze in de WIA terecht kwamen, tijdens de ziekteperiode een vast contract bij een werkgever hadden. Hun werkgever is tijdens de ziekteperiode dan verantwoordelijk voor loondoorbetaling en voor hun re-integratie in eigen werk of passend werk elders. Deze groep noemen we voormalig werknemers. Daarnaast zijn er mensen die tijdens de eerste twee ziektejaren geen binding (meer) met de arbeidsmarkt hebben. Het betreft dan vooral mensen bij wie tijdens de ziekte het dienstverband afloopt, zieke werklozen en zieke uitzendkrachten. Deze groep heeft geen werkgever om op terug te vallen en kan daarom tijdens de eerste twee ziektejaren gebruik maken van het vangnet van de Ziektewet. We duiden ze daarom aan als voormalig vangnetters. Deze groep komt na de WIA-aanvraag veel minder aan het werk dan de voormalig werknemers. Het aantal personen zonder binding met de arbeidsmarkt dat een aanvraag doet voor een WIA-uitkering, groeide de afgelopen jaren sterk. Inmiddels zijn zes op de tien personen met een volledige WGAuitkering, vier op de tien met een gedeeltelijke WGA-uitkering en bijna zes op de tien WIA 35-minners afkomstig uit het zogeheten vangnet (figuur 1.1). Figuur 1.1 Aandelen voormalig vangnetters en voormalig werknemers van ingestroomde WGA ers en WIA 35-minners 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% WGA volledig WGA gedeeltelijk 35-minners Voormalig werknemers Voormalig vangnetters Arbeidsparticipatie mensen met arbeidsbeperking daalt De arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking daalde de afgelopen jaren. In 2011 was 13% van personen met een volledige WGA-uitkering, 50% van de personen met een gedeeltelijke WGAuitkering, 21% van de WAO ers en 44% van de WIA 35-minners aan het werk. In 2008 was dat respectievelijk 19% (volledig WGA), 56% (gedeeltelijk WGA), 23% (WAO) en 48% (WIA 35-min). Deze UWV Monitor Arbeidsparticipatie

5 dalingen zijn mede het gevolg van het feit dat de groep arbeidsbeperkten voor een steeds groter deel bestaat uit mensen zonder binding met de arbeidsmarkt tijdens de ziekteperiode. De arbeidsparticipatie van deze voormalig vangnetters is nog niet de helft van die van voormalig werknemers. Dit verschil in arbeidsparticipatie zien we bij elke mate van arbeidsongeschiktheid, zowel bij personen die een gedeeltelijke of volledige WGA-uitkering krijgen als bij WIA 35-minners. Ook is de economische situatie sinds 2008 bepaald niet gunstig voor het aan het werk blijven of komen van mensen met een arbeidsbeperking. De arbeidsparticipatie daalt het sterkst bij personen met een volledige WGA-uitkering en dat terwijl deze groep al in veel mindere mate aan het werk is dan de gedeeltelijk WGA ers. Dat mensen met een volledige WGA-uitkering in mindere mate participeren dan mensen met een gedeeltelijke WGA-uitkering of dan WIA 35-minners is overigens logisch. Deze mensen zijn immers volledig arbeidsongeschikt bevonden en zij hebben over het algemeen meer en ernstigere beperkingen. Hoewel er voor de totale WIA-groep sprake is van een daling van de arbeidsparticipatie laten de cijfers voor een aantal subgroepen enkele lichtpuntjes zien. Zo kwamen voormalig werknemers en voormalig vangnetters die geen werk meer hadden op het moment van de WIA-aanvraag weer wat sneller aan het werk dan vorig jaar. Verder steeg het aandeel werkenden licht bij de voormalig vangnetters met een gedeeltelijke WGA-uitkering en bij de WIA 35-minners uit het vangnet. Arbeidsparticipatie tijdens ziekteperiode van groot belang Een deel van de volledig en gedeeltelijk arbeidsongeschikten werkt op het moment van de WIA-aanvraag. Het aandeel mensen dat werkt op het moment van de WGA-aanvraag daalt vooral bij de de voormalig werknemers. Juist degenen die al werken op het moment van aanvang van de uitkering behouden vaker werk dan degene die pas na aanvang van de uitkering (en vanuit een situatie van werkloosheid) aan de slag gaan. Het levert dus een positieve bijdrage aan de mate van arbeidsparticipatie als er meer mensen aan het werk blijven tijdens de eerste ziektejaren. Aan het werk blijven tijdens de ziekte is daarmee dé succesfactor voor arbeidsparticipatie van arbeidsbeperkten. Box 1.1 De methode: aan het werk zijn, komen en blijven Deze monitor geeft weer in welke mate mensen met een arbeidsbeperking participeren op de arbeidsmarkt. Zo werkt bijvoorbeeld een kwart van de Wajongers en de helft van de mensen met een gedeeltelijke WGA-uitkering. Dit type cijfers is goed bruikbaar voor een vergelijking tussen groepen (mensen met een gedeeltelijke WGA-uitkering versus mensen met een volledige WGA-uitkering), binnen groepen (jongere WIA 35-minners versus oudere WIA 35-minners) en voor een vergelijking van cijfers over verschillende jaren (verschilt de mate van arbeidsparticipatie tussen 2010 en 2011). Het nadeel van dergelijke cijfers is dat ze een momentopname zijn, zoals een foto: ze laten niet de dynamiek zien tussen werken en niet werken. Uit dit type cijfers valt ook niet af te leiden waarom arbeidsparticipatie toe- of afneemt ten opzichte van eerdere jaren. Deze publicatie geeft daarom meer inzicht in de dynamiek en de achterliggende factoren van arbeidsparticipatie door het participatiecijfer uiteen te rafelen in aan het werk zijn, komen en blijven. De mate waarin mensen met een arbeidsbeperking op een bepaald moment werken wordt namelijk bepaald door: de mate waarin de arbeidsbeperkten aan het werk zijn op het moment van aanvang van de uitkering of het moment van de beoordeling van de uitkeringsaanvraag; de mate waarin arbeidsbeperkten zonder baan weer aan het werk komen; de mate waarin arbeidsbeperkten er in slagen om aan het werk te blijven. Ook werkbehoud (aan het werk blijven) bestaat niet uit slechts één cijfer. Bij werkbehoud gaat het namelijk om: werkbehoud van degenen die al aan het werk zijn op het moment van de aanvang van de uitkering; werkbehoud van degenen die aan het werk komen na werkloosheid; werkbehoud van degenen die al enige tijd aan het werk zijn gebleven. Het gebruik van slechts één van deze cijfers geeft een onvolledig beeld. Alle puzzelstukjes zijn nodig om het totaalbeeld van de arbeidsparticipatie te kunnen interpreteren. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

6 2. Volumeontwikkelingen Wajong Samenvatting In juni 2012 zaten er mensen in de Wajong. Het aantal mensen dat jaarlijks de Wajong instroomde, nam tot 2010 fors toe. Aan deze toename van de instroom is een einde gekomen. In 2011 stroomden er voor het eerst minder mensen de Wajong in dan het jaar ervoor. De totale Wajongpopulatie groeit nog wel, omdat de uitstroom uit de Wajong beperkt is. In juni 2012 vielen Wajongers onder de nieuwe Wajong. Afhankelijk van de arbeidsmogelijkheden worden mensen in de nieuwe Wajong in één van de drie regelingen ondergebracht. Ruim de helft komt in de werkregeling en de rest in de studieregeling of de uitkeringsregeling. Er zijn Wajongers ingestroomd in Dat zijn er minder dan in In 2011 stroomde 8% van de nwajongers in in de uitkeringsregeling, 41% in de studieregeling en 51% in de werkregeling. 2.1 Inleiding Mensen die op jonge leeftijd door ziekte of een handicap arbeidsongeschikt zijn of worden, kunnen een beroep doen op de wet Wajong. Als zij voor 1 januari 2010 een Wajonguitkering hebben aangevraagd, vallen zij onder de oude Wajong (owajong). Dit geldt ook als de beslissing over en vaststelling van de uitkering later plaatsvond. De nieuwe Wajong (nwajong) geldt voor jonggehandicapten die vanaf 1 januari 2010 een Wajonguitkering aanvragen. In paragraaf 2.2 gaan we in op de totale aantallen personen in de oude en nieuwe Wajong. Vervolgens bekijken we in paragraaf 2.3 de ontwikkelingen bij de nieuwe Wajong. 2.2 Volumeontwikkelingen in de Wajong In 2011 stroomden er ruim mensen de Wajong in (zie tabel 2.1). Dat is minder dan de jaren daarvoor. Deze daling heeft twee redenen: minder aanvragen en minder toekenningen. In 2011 zien we voor het eerst een daling van het aantal Wajongaanvragen (niet in de tabel) tot net boven het niveau van UWV kent bovendien minder vaak een Wajonguitkering toe onder de nieuwe wetgeving dan onder de oude wetgeving. Vooral mensen die op latere leeftijd een aanvraag doen, krijgen minder vaak een uitkering toegekend. Dit heeft te maken met een verandering in de beoordeling van aanvragen die (veel) later zijn ingediend dan het moment waarop het recht op Wajong had kunnen ontstaan. Bij mensen voor wie dit geldt, onderzoekt een arbeidsdeskundige eerst of iemand een arbeidsverleden heeft. Daarbij wordt gekeken naar hoe iemand heeft gefunctioneerd en of het regulier werk betrof. Bij voldoende functioneren in regulier werk wordt de Wajong-aanvraag afgewezen en vindt er geen onderzoek meer plaats door een verzekeringsarts. Een andere reden dat UWV aanvragen minder vaak toekent is dat sinds de introductie van de nieuwe wet een aanvraag wordt afgewezen als herstel binnen een jaar wordt verwacht. In 2011 stroomden er meer mensen uit de Wajong dan in Dit komt doordat steeds meer personen die in de Wajong zitten, 65 jaar worden 2. Desondanks is het aantal Wajongers van wie de uitkering wordt beëindigd laag. Dit komt doordat bij Wajongers niet snel of zelfs nooit sprake is van herstel. Halverwege 2012 is het aantal mensen met een Wajonguitkering gestegen naar personen. Dit aantal groeit nog steeds, omdat er meer Wajongers instromen dan dat er uitstromen. Het aantal mensen dat instroomt vertoonde tot 2010 een sterke stijging. Dat hing onder andere samen met een toename van het aantal leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs 3 en het gegeven dat vaker (nieuwe) ziektebeelden, zoals ontwikkelingsstoornissen, werden vastgesteld. Ook van invloed was de versterkte financiële prikkelwerking in de Wet Werk en Bijstand 4 (WWB). Hierdoor nam het aantal 2 Wajongers kunnen tot hun pensioen een uitkering krijgen. Pas vanaf 2023 wordt er een substantiëlere uitstroom uit de Wajong verwacht, omdat dan de eerste grote groep die vanaf hun 18e jaar gebruik maakt van de voorziening voor jonggehandicapten 65 jaar wordt. Degenen die nu de Wajong uitstromen, omdat ze 65 jaar zijn, zijn Wajongers die op latere leeftijd zijn ingestroomd. 3 Zie Kenniscentrum UWV (2011). UWV Kennisverslag 2011-I. Amsterdam: UWV; Berendsen, E. et al. (2010). Wajongmonitor: eerste rapportage. Amsterdam: UWV. 4 Zie CPB (2011). CPB Policy brief 2011/09. Van Bijstand naar Wajong. Den Haag: CPB; Kenniscentrum UWV (2011). UWV Kennisverslag 2011-I. Amsterdam: UWV; Berendsen, E. et al. (2010). Wajongmonitor: eerste rapportage. Amsterdam: UWV. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

7 personen dat van een bijstandsuitkering naar een Wajonguitkering overging vanaf 2004 sterk toe, met een piek van personen in Sinds 2008 nam dit aantal weer af. Tabel 2.1 Volumeontwikkelingen Wajong Oude Wajong eerste half jaar x x x x x Instroom 16,1 17,6 8 1,8 0,8 5 Uitstroom 4,3 4,3 4,5 4,7 2,2 Lopende uitkeringen 178, ,4 192,4 191,1 Nieuwe Wajong Instroom 9,8 14,5 6,5 Uitstroom 0,1 0,4 0,4 Lopende uitkeringen 9,7 23,8 30,0 Totaal Wajong Instroom 16,1 17,6 17,8 16,3 7,3 Uitstroom 4,3 4,3 4,6 5,2 2,5 Lopende uitkeringen 178,6 192,0 205,1 216,2 221,0 Toekenningspercentage Wajong % toekenningen oude Wajong 67% 67% 66% % toekenningen nieuwe Wajong 60% 62% 60% Mede vanwege dit stijgend gebruik van de Wajong is de wet Wajong herzien. Per 1 januari 2010 is de nieuwe Wajong van kracht geworden met als primair doel het verhogen van de arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking. In de nieuwe Wajong ligt de nadruk op wat Wajongers wél kunnen in plaats van wat zij niet kunnen. De centrale gedachte achter de nieuwe wet is dat de meeste jongeren op hun 18 e nog volop in ontwikkeling zijn en daarmee ook hun mogelijkheden om arbeid te verrichten. Bijlage I geeft de belangrijkste aanpassingen in de nieuwe wet weer. 2.3 Ontwikkelingen in de nieuwe Wajong Mensen die in de nwajong komen, kunnen in drie regelingen terechtkomen: de werkregeling, de studieregeling en de uitkeringsregeling (zie voor meer uitleg bijlage I). Wajongers kunnen na verloop van tijd van regeling veranderen, als hun mogelijkheden veranderen. Zo verlaat een scholier of student die klaar is met school de studieregeling en komt vervolgens in de werkregeling of de uitkeringsregeling. Gezien de recente inwerkingtreding van de wet is het nu nog te vroeg om een goed beeld te krijgen in welke regeling mensen uiteindelijk terecht gaan komen. Van de mensen die in 2011 recht kregen op een nwajonguitkering, kwam de grootste groep terecht in de werkregeling (51%, zie tabel 2.2). De arbeidsdeskundige van UWV schat bij hen de arbeidsmogelijkheden in. Hierbij blijkt dat ongeveer de helft van de Wajongers in de werkregeling kan werken bij een reguliere werkgever. Ook mensen van wie de arbeidsdeskundige beoordeelt dat zij bij instroom in de nwajong voorlopig nog geen arbeidsmogelijkheden hebben, worden in de werkregeling geplaatst. UWV verwacht dan dat er bij hen op termijn perspectief op arbeid bestaat of kan nog niet vaststellen dat dit perspectief duurzaam ontbreekt. 5 Bij instroom in de oude Wajong in 2012 gaat het vooral om herlevingen. Ook toekenningen na een bezwaar-/beroepprocedure vallen hier onder. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

8 Tabel 2.2 Verdeling over de regelingen bij aanvang nwajong Aandeel instroom 2010 Aandeel instroom 2011 Uitkeringsregeling 13% 8% Werkregeling 54% 51% - Begeleiding mogelijk naar beschut werk 3% 4% - Begeleiding mogelijk naar regulier werk 26% 25% - Volgt een studie/opleiding 6 5% 3% - Tijdelijk geen mogelijkheden 20% 19% Studieregeling 34% 41% Totaal nieuwe uitkeringen 100% 100% In 2011 kwam 41% van de nieuwe Wajongers in de studieregeling terecht en 8% in de uitkeringsregeling. De verdeling in 2011 is duidelijk veranderd ten opzichte van die in 2010 toen nog 13% van de Wajongers in de uitkeringsregeling terechtkwam. Parallel daaraan zien we dat het aantal in de studieregeling instromende Wajongers is gestegen van 34% naar 41%. De verschillen tussen 2011 en 2010 hebben te maken met de aanloopeffecten van de nieuwe Wajong. In de loop van 2010 is het werkproces bijvoorbeeld een aantal keren aangepast/geoptimaliseerd, de laatste keer in december De belangrijkste kenmerken van de groep die in 2011 voor het eerst een Wajonguitkering kreeg, staan samengevat in tabel 2.3. Het aantal mannen dat instroomt, is groter dan het aantal vrouwen en de meeste personen die instromen, zijn jonger dan 20 jaar. Tweederde van de Wajongers heeft een ontwikkelingsstoornis, zoals een verstandelijke beperking of een autistisch spectrum stoornis. Daarnaast is één op de vijf Wajongers in de Wajong gekomen door een psychiatrisch ziektebeeld en één op de zeven door een somatisch ziektebeeld. In 2010 was er een vergelijkbaar beeld te zien van de kenmerken bij de instroom. Tabel 2.3 Kenmerken bij aanvang nwajong (2011) Werkregeling Uitkeringsregeling Studieregeling Totaal Aandeel van instroom 8% 51% 41% 100% Geslacht Man 57% 56% 57% 57% Vrouw 43% 44% 43% 43% Leeftijdsklasse 18 en 19 jaar 66% 45% 90% 65% 20 t/m 24 jaar 12% 33% 8% 21% 25 t/m 34 jaar 10% 16% 1% 10% 35 jaar en ouder 12% 5% 0% 3% Diagnosegroep Ontwikkelingsstoornissen 60% 59% 79% 67% Psychiatrische ziektebeelden 26% 29% 6% 19% Somatische ziektebeelden 15% 12% 16% 14% Totaal 100% 100% 100% 100% 6 Cursus of studie zonder recht op studiefinanciering. Bij een studie met studiefinanciering komt de nwajonger in de studieregeling. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

9 3. Arbeidsparticipatie van Wajongers Samenvatting De trend in de arbeidsparticipatie van Wajongers is positief. Het aantal werkende Wajongers stijgt. Het aandeel schommelt de laatste jaren rond de 25%. Positief is dat er in 2011 voor het eerst meer Wajongers bij een reguliere werkgever aan het werk zijn dan in of via de Sociale Werkvoorziening. Om werk bij een reguliere werkgever voor Wajongers mogelijk te maken, zijn wel veel inspanningen en investeringen nodig. De mate van arbeidsparticipatie van Wajongers wordt bepaald door de mate waarin zij arbeidsmogelijkheden hebben, aan het werk komen en vervolgens aan het werk blijven. Wajongers komen vooral de eerste jaren na aanvang van hun Wajonguitkering aan het werk. Wajongers die aan het werk komen, verliezen dit werk echter ook vaak weer. Als Wajongers er eenmaal in geslaagd zijn langer aan het werk te blijven, verliezen ze dit werk minder vaak. Eind 2011 werkten bijna Wajongers, een stijging van 7% ten opzichte Het aandeel Wajongers dat bij een reguliere werkgever werkt, steeg van 11,5% eind 2008 naar 13,2% eind Ruim 60% van de Wajongers die eind 2011 bij een reguliere werkgever werkten, deed dat met (recente) ondersteuning in de vorm van begeleiding door een jobcoach, compensatie voor het productiviteitsverlies, een re-integratietraject of een andere voorziening. Wajongers in de nieuwe Wajong komen tot nu toe sneller na instroom aan het werk dan Wajongers in de oude Wajong. Van de Wajongers die in 2010 aan het werk zijn gekomen, is iets meer dan de helft een jaar later nog (of weer) aan het werk. 3.1 Inleiding Wajongers hebben al een arbeidsbeperking voordat ze de arbeidsmarkt opgaan. Voor sommige Wajongers zal een betaalde baan nooit haalbaar zijn vanwege de ernst van hun beperkingen, maar voor een grote groep is dat met de nodige inspanningen zeker wel mogelijk. De aard van de beperkingen, maar ook de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt maken het voor velen lastig op eigen kracht een gewone baan te vinden en te houden. In box 3.1 wordt dit geïllustreerd. In dit hoofdstuk gaan we in op de ontwikkelingen in de arbeidsparticipatie van Wajongers. We doen dat aan de hand van drie hoofdvragen: In hoeverre zijn Wajongers aan het werk? In hoeverre komen niet-werkende Wajongers aan het werk? In hoeverre blijven Wajongers aan het werk? Als we het in dit hoofdstuk over werk bij Wajongers hebben, gaat het vrijwel altijd om werk naast de uitkering. Uitstroom uit de Wajong wegens werk vindt pas plaats als een Wajonger gedurende langere tijd in staat is geweest (tenminste 75% van) het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen én geen ondersteuning zoals een jobcoach of loondispensatie meer nodig heeft. Dit geldt voor een heel klein deel van de Wajongpopulatie: jaarlijks stroomt slechts 0,2% van alle Wajongers de Wajong uit met werk. Deze monitor beschrijft de mate van arbeidsparticipatie van de totale populatie Wajongers. Echter, niet alle Wajongers hebben arbeidsmogelijkheden. Voor een groot deel van de Wajongers kunnen we op basis van de uitkeringsbestanden geen onderscheid maken tussen degenen die wél en degenen die géén arbeidsmogelijkheden hebben. Dit komt omdat de oude Wajong geen onderscheid kent in een regeling voor Wajongers met en voor Wajongers zonder arbeidsmogelijkheden. Voor Wajongers met arbeidsmogelijkheden zal het aandeel dat aan het werk is of ooit heeft gewerkt veel hoger liggen dan de cijfers die we in deze monitor voor de totale Wajongpopulatie presenteren. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

10 Box 3.1 Wat maakt het voor Wajongers lastig om aan het werk te komen? In de Wajong zit een gemêleerde groep mensen, van hoogopgeleiden met een fysieke aandoening tot mensen met een ernstig verstandelijke beperking die nooit onderwijs hebben genoten. Dit maakt dat Wajongers verschillende soorten arbeidsbeperkingen en uiteenlopende arbeidsmogelijkheden hebben. Deze box beschrijft vooral de problematiek van een grote groep binnen de Wajong, namelijk Wajongers met een (licht) verstandelijke beperking. We belichten twee factoren: de kenmerken van deze Wajongers en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Wat kenmerkt Wajongers met een verstandelijke beperking? Over het algemeen willen Wajongers graag werken. Wajongers die werken hebben vaak plezier in het werk, zijn blij met de contacten met collega s en hebben het gevoel iets bij te kunnen dragen aan de maatschappij 7. Maar hun beperkingen maken het niet eenvoudig om werk te vinden. Wajongers met een verstandelijke beperking kunnen niet zelfstandig werken en hun tempo van werken is laag. Bovendien hebben Wajongers met een (licht) verstandelijke beperking vaak te maken met sociale aanpassingsproblemen en psychiatrische problematiek. Veel van deze jongeren hebben moeite te accepteren dat ze een beperking hebben, vinden het moeilijk hulp te accepteren en overschatten zichzelf. Ze hebben vaak hun leven lang op verschillende terreinen zorg en begeleiding nodig. Ook hebben sommigen van hen te maken met sociale problemen zoals schulden, verslaving en ernstige gezinsproblemen. Door dit alles slagen ze er vaak niet in om op het werk gedrag te vertonen dat werkgevers verwachten, zoals op tijd komen, afspraken nakomen en zich sociaal vaardig gedragen richting collega s of klanten 8. Welke rol spelen ontwikkelingen op de arbeidsmarkt? Naast hun beperkingen maken ontwikkelingen op de arbeidsmarkt het voor Wajongers lastig om aan het werk te komen. Veel Wajongers zijn aangewezen op eenvoudig werk en elementaire taken. Hoewel het aantal on- en laaggeschoolde banen de laatste jaren constant is, verandert de aard van eenvoudig werk wel. Er is namelijk sprake van een verschuiving van eenvoudige banen in de maakindustrie naar eenvoudige banen in de dienstverlenende sectoren. Voor werk in deze sectoren zijn soft skills nodig, zoals goed kunnen samenwerken en communicatieve vaardigheden 9. Daarnaast zijn ook de vakinhoudelijke eisen voor eenvoudig werk aangescherpt. Functies in de schoonmaakbranche worden nu bijvoorbeeld gekenmerkt door eisen als snelheid, machinegebruik en weten om te gaan met veel verschillende schoonmaakmiddelen 10. Kortom, de functie-eisen voor eenvoudig werk zijn dusdanig veranderd en aangescherpt dat er steeds meer voor nodig is om Wajongers dit soort werk te kunnen laten doen. 3.2 In hoeverre zijn Wajongers aan het werk? Het aantal werkende Wajongers neemt gestaag toe (zie tabel 3.1). Ook tijdens de economische crisis bleef het absolute aantal werkende Wajongers stijgen. Eind 2011 waren Wajongers aan het werk, een stijging van 7% ten opzichte van eind Het aandeel werkende Wajongers schommelt al jaren rond de 25%. Dit is het aandeel ten opzichte van alle Wajongers. Als we alleen zouden kijken naar Wajongers met arbeidsmogelijkheden, zal het aandeel dat werkt veel hoger liggen. Op dit moment is het nog niet mogelijk om een betrouwbaar onderscheid tussen Wajongers zonder en Wajongers met arbeidsmogelijkheden te maken. Tabel 3.1 Aantal en aandeel werkende Wajongers aan het einde van het jaar Aantal werkende Wajongers Aantal werkende Wajongers totaal Aandeel werkende Wajongers % werkende Wajongers totaal 25,7% 24,8% 24,6% 25,0% - % Wajongers werkend bij een reguliere werkgever 11,5% 11,4% 12,1% 13,2% - % Wajongers werkend in of via Sociale Werkvoorziening 14,2% 13,4% 12,5% 11,7% Positief is dat in 2011 er voor het eerst meer Wajongers bij een reguliere werkgever werken (ruim ) dan in of via de Sociale Werkvoorziening (SW) (ruim ). Deze trend past bij het beleid om Wajongers in principe naar werk bij een reguliere werkgever te begeleiden. Pas als dit echt niet mogelijk is, komt beschut werk aan de orde. Daarnaast heeft de SW ongeveer arbeidsplaatsen beschikbaar. Er is weinig verloop waardoor er nauwelijks nieuwe arbeidsplaatsen meer zijn voor Wajongers. Het aantal Wajongers dat in of via de SW werkt, is daarom al jaren stabiel. 7 Brukman, M., Groenewoud, M., Mallee L., van den Berg, N. (2008). Werk moet lonen. Onderzoek onder Wajongers naar de financiële baten van werk. Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad. 8 Stoutjesdijk, M., Rijssen, J. van, & Giezen, A. van der (2011). Arbeidsparticipatie van Wajongers Sociaal Bestek, 10 (73). 9 Kenniscentrum UWV (2011). UWV Kennisverslag 2011-III. Amsterdam: UWV. 10 Nijhuis, F. (2011). De arbeidsmarkt voor jongeren met een beperking. In: Het wassende weten. Opvattingen over de toekomstige arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking in een veranderende arbeidsmarkt vanuit verschillende disciplines en verschillende perspectieven. Kennis- en innovatiecentrum Crossover. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

11 Aan het werk zijn bij aanvang Wajong Een deel van de Wajongers is al aan het werk op het moment dat ze in de Wajong komen (zie figuur 3.1). Dit deel daalde van 18% in 2008 naar 15% in Deze daling is waarschijnlijk het gevolg van de economische crisis in Er kunnen verschillende situaties schuil gaan achter werk bij instroom. Het kan gaan om een bijbaantje, maar ook is het mogelijk dat Wajongers een substantiëlere baan hebben en dat ze een Wajonguitkering aanvragen, omdat zij (en hun werkgevers) dan een beroep kunnen doen op loondispensatie. Figuur 3.1 Ingestroomde Wajongers met en zonder werk bij instroom 100% 90% 80% 70% 60% 50% 82% 84% 84% 85% 40% 30% 20% 10% 0% 18% 16% 16% 15% Met werk Zonder werk 3.3 Welk deel van de Wajongers werkt met welk soort ondersteuning? Het lijkt er op dat werk bij een reguliere werkgever een goed alternatief voor de SW is geworden, maar hiervoor zijn veel inspanningen en investeringen nodig. Werk voor Wajongers bij een reguliere werkgever is veelal geen regulier werk, maar aangepast werk in een reguliere setting met veel ondersteuning en begeleiding. Bovendien zijn de meeste Wajongers niet in staat het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen, waardoor ze daarnaast een gedeeltelijke uitkering nodig hebben. In deze paragraaf geven we weer hoeveel Wajongers met welke ondersteuningsvormen werken (zie bijlage II voor een beschrijving) en welk deel van het WML Wajongers verdienen. We beperken ons hierbij tot Wajongers die bij een reguliere werkgever werken. Wajongers die in de SW werken, laten we buiten beschouwing, omdat zij sowieso met ondersteuning vanuit de SW werken. Ruim 60% van de Wajongers die eind 2011 bij een reguliere werkgever werkzaam waren, deed dat met (recente) ondersteuning in de vorm van begeleiding door een jobcoach, compensatie voor het productiviteitsverlies (via loondispensatie of loonkostensubsidie), een re-integratietraject of een ander soort voorziening (zie tabel 3.2). Veel Wajongers maken gebruik van meer dan één vorm van ondersteuning (ruim 35% van de werkenden, niet in de tabel). Vooral de combinatie jobcoach en loondispensatie komt veel voor. Als Wajongers werken doen ze dat dus vaak met ondersteuning. Maar met dit soort formele ondersteuning zijn Wajongers er vaak nog niet. Op de werkvloer hebben veel Wajongers hulp nodig van hun leidinggevende en hun collega s. Ook zijn er aanpassingen in het werk zelf nodig, bijvoorbeeld een lager werktempo, minder uren werken, meer rustmomenten of een aangepast takenpakket. Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de werkgevers extra interne begeleiding voor Wajongers heeft georganiseerd en dat tweederde van de werkgevers de functies heeft aangepast aan de mogelijkheden van Wajongers 11. Zo worden er aanpassingen in het werk gedaan om structuur te bieden, door een Wajonger bijvoorbeeld elke dag te instrueren wat er die dag gedaan moet worden. Of het werk wordt aangepast om klantcontact in goede banen te leiden, bijvoorbeeld door een Wajonger geen beslissingen 11 Horssen, C. van, Blommesteijn, M., & Rosing, F. A. (2011). Een Wajonger in mijn bedrijf?! Een onderzoek naar de attitude, ervaringen en bereidheid van werkgevers om een Wajonger in dienst te nemen en te houden. Amsterdam: Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van UWV. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

12 te laten nemen als de leidinggevende niet aanwezig is. Er worden dus veel inspanningen van de werkgever gevraagd om er voor te zorgen dat Wajongers in hun werk kunnen functioneren. Tabel 3.2 Aantal en aandeel werkende Wajongers bij een reguliere werkgever met (recente) ondersteuning (december 2011) Aantal Aandeel Aantal werkenden bij een reguliere werkgever Werkt met/na ondersteuning in de vorm van*: Jobcoach % Loonkostensubsidie % Loondispensatie % Overige voorzieningen % Inzet re-integratietraject (in de afgelopen twee jaar) % Werkt met tenminste één van de genoemde vormen van ondersteuning % *Het gaat om ingezette ondersteuning en trajecten in de afgelopen twee jaar. Voor loondispensatie geldt dat we kijken of er de afgelopen vijf jaar een beschikking is afgegeven voor loondispensatie. Naast de inzet van verschillende vormen van ondersteuning krijgen Wajongers vaak nog een gedeeltelijke uitkering omdat ze niet het WML verdienen. Uit tabel 3.3 blijkt dat 72% van de Wajongers die eind 2011 bij een reguliere werkgever werkten, minder dan het WML verdiende 12. Het niet verdienen van het WML kan twee redenen hebben. De eerste is dat een Wajonger met loondispensatie werkt. De tweede is dat een Wajonger wel per uur minimaal het WML krijgt betaald, maar dat hij of zij een beperkt aantal uren werkt, waardoor per maand het WML niet wordt verdiend. Beide redenen komen ongeveer even vaak voor 13. Tabel 3.3 Inkomsten uit werk ten opzichte van het WML (december 2011) % Wajongers werkend bij reguliere werkgever <= 20% van WML 15% >= 21% - 50% van WML 27% >= 50% - 75% van WML 19% >= 75% - 100% van WML 11% >= 100% 28% Totaal 100% Als Wajongers aan het werk gaan, worden hun inkomsten uit werk verrekend met de uitkering. De verrekening is zo ingericht dat Wajongers die werken, meer inkomen (loon plus aanvullende uitkering) hebben dan Wajongers die niet werken. Wajongers die minder dan 75% van het WML verdienen, krijgen in ieder geval nog een deel van de uitkering uitbetaald. Wajongers die meer dan 75% verdienen, krijgen in principe geen aanvullende uitkering 14, zij hebben dan een zogeheten nuluitkering. Een nuluitkering houdt in dat het Wajongrecht nog wel loopt, maar dat de uitkering niet tot uitbetaling komt. Pas als Wajongers gedurende langere tijd genoeg verdienen en ze ook geen (formele) ondersteuning meer nodig hebben, wordt het Wajongrecht beëindigd. 3.4 In hoeverre komen niet werkende Wajongers aan het werk? Tot nu toe hebben we het gehad over Wajongers die aan het werk zijn. Maar in hoeverre komen niet werkende Wajongers aan het werk? Zowel het aantal als het aandeel niet werkende Wajongers dat aan 12 De bron hiervoor is de polisadministratie. Het maandloon (december 2011) zoals geregistreerd in de polisadministratie is afgezet tegen het WML dat geldt voor de leeftijd van de Wajonger. 13 Van de Wajongers die tussen de 21% en 75% van het WML verdienen, werkt het merendeel met loondispensatie. Van de Wajongers die minder dan 20% van het WML verdienen, werkt het merendeel zonder loondispensatie. 14 Ook Wajongers die meer dan 75% van het WML verdienen kunnen een aanvullende uitkering krijgen. Wajongers die met loondispensatie werken kunnen via de Bremanregeling een extra aanvulling op hun uitkering krijgen, waardoor hun loon en uitkering samen maximaal 120% van het WML bedragen. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

13 het werk komt, vertoont een stijgende lijn. Wajongers komen vooral de eerste jaren na instroom aan het werk. Hoe langer niet werkende Wajongers een uitkering hebben, hoe lager de kans is dat ze nog aan het werk komen. Daarom zoomen we hier in op Wajongers die recent in de Wajong zijn gekomen. Aan het werk komen na instroom Tabel 3.4 laat het cumulatieve aandeel Wajongers zien dat tot en met een bepaalde periode na instroom op enig moment aan het werk is geweest. Dit wil niet zeggen dat ze op dat moment nog steeds aan het werk zijn. Van de Wajongers die in 2010 zijn ingestroomd zonder werk kwam een groter deel binnen een jaar aan het werk dan van de Wajongers die in 2008 en 2009 zijn ingestroomd (zie tabel 3.4). Het lijkt erop dat deze toename vooral samenhangt met de invoering van de nieuwe Wajong in Het aandeel ligt bij de Wajongers in de nieuwe Wajong (nwajongers) duidelijk hoger (23%) dan bij de Wajongers in de oude Wajong (owajongers, 17%-18%). Tabel 3.4 Cumulatief aandeel aan het werk (geweest) na instroom van Wajongers zonder werk bij instroom Binnen 0,5 jaar Binnen 1 jaar Binnen 2 jaar Binnen 3 jaar Niet werkende Wajongers uit: Instroomcohort owajong 12% 18% 27% 33% Instroomcohort 2009 owajong 11% 17% 28% Instroomcohort % 20% - Instroomcohort 2010 owajong 10% 17% - Instroomcohort 2010 nwajong 13% 23% In 2010 zijn er zowel mensen in de owajong als in de nwajong ingestroomd 16. Binnen deze groep doen nwajongers het beter dan owajongers. Het aantrekken van de economie is daarom een minder waarschijnlijke verklaring voor het grotere aantal Wajongers dat in 2010 na instroom aan het werk kwam. De owajongers en nwajongers die in 2010 zijn ingestroomd, hadden immers met dezelfde economische situatie te maken. Op basis van monitorgegevens is niet te zeggen welke elementen in de nwajong of in de wijze waarop de nwajong wordt uitgevoerd ervoor zorgen dat er in het eerste jaar na instroom meer Wajongers aan het werk zijn gekomen. Om de arbeidsparticipatie van Wajongers te verhogen en nwajongers maximaal te activeren, is de wet op meerdere punten aangepast (zie bijlage I). Een belangrijk verschil met de owajong is dat wordt uitgegaan van wat Wajongers wél kunnen in plaats van wat zij niet kunnen. Tabel 3.4 maakt ook duidelijk dat er drie jaar na instroom nog steeds Wajongers (voor de eerste keer) aan het werk komen en dat het plafond dan nog niet is bereikt. Dit heeft te maken met het ontwikkelingspad van Wajongers en verschillen in dit pad tussen groepen Wajongers. Sommige Wajongers zijn bij instroom direct beschikbaar voor (begeleiding naar) werk, andere Wajongers zijn nog niet beschikbaar omdat ze hun school nog moeten afmaken of omdat ze nog bezig zijn met therapie. Begeleiding naar werk komt dan op een later tijdstip na instroom pas aan de orde. Om na te gaan hoeveel tijd na instroom er geen Wajongers meer (voor het eerst) aan het werk komen, moeten we Wajongers een langere tijd volgen. Dan kunnen we ook een beter beeld geven van het (gerealiseerde) arbeidspotentieel van een Wajonggroep. En kunnen we beter nagaan welke Wajongers er wel en welke er niet in slagen om aan het werk te komen. Arbeidsparticipatie van de totale instroom Het deel van de Wajongers dat werkt bij instroom en het deel dat na instroom aan het werk is gekomen, geven samen een compleet beeld van de mate van participatie van een instroomgroep. Kijken we naar dit complete beeld dan blijkt dat eenderde van alle Wajongers die tussen 2008 en 2010 zijn ingestroomd, binnen een jaar op enig moment aan het werk is geweest. Ook hier doen de nwajongers het beter dan de owajongers. De Wajongers die in 2008 zijn ingestroomd, kunnen we langer volgen dan de recent ingestroomde Wajongers. Van Wajongers uit 2008 heeft 45% binnen drie jaar na instroom op enig moment gewerkt. Het aandeel Wajongers dat op een bepaald moment aan het werk is, ligt veel lager (zie tabel 3.1). Dit betekent dat er veel sprake is van baanverlies. In de volgende paragraaf gaan we verder in op het aan het werk blijven van Wajongers. 15 Een instroomcohort is een groep Wajongers die in hetzelfde jaar de Wajong zijn ingekomen. 16 De nieuwe Wajong geldt voor alle Wajong-aanvragen vanaf 1 januari Omdat er tijd zit tussen de aanvraag, de claimbeslissing en de vaststelling de uitkering (=instroom) bestaat de instroom in 2010 uit zowel Wajongers die onder de oude als de nieuwe Wajong vallen (zie ook hoofdstuk 2). UWV Monitor Arbeidsparticipatie

14 3.5 In hoeverre blijven Wajongers aan het werk? Van alle Wajongers die in 2010 aan het werk zijn gekomen, is iets meer dan de helft een jaar later nog of weer aan het werk (zie tabel 3.5). 38% van de Wajongers die in 2010 aan de slag zijn, is een jaar lang aaneengesloten aan het werk geweest (niet in de tabel). Wajongers die bij instroom een baan hadden, waren een jaar later iets vaker nog (of weer) aan het werk dan Wajongers die in 2010 aan het werk zijn gekomen. Tabel 3.5 Werkbehoud van Wajongers die al (langer) werken en die recent aan het werk zijn gekomen Aan het werk na één jaar Werkbehoud van Wajongers aan het werk gekomen in % Werkbehoud van werkende Wajongers bij instroom in % Werkbehoud van alle werkende Wajongers eind % Als Wajongers er eenmaal in zijn geslaagd langere tijd aan het werk te blijven, houden ze dat meestal ook vol. Van alle Wajongers die eind 2010 werkten, was 87% een jaar later nog (of weer) aan het werk. Bijna iedereen die aan het werk is gebleven, is het hele jaar aaneengesloten aan het werk geweest. Veel Wajongers die eind 2010 werkten, waren al langere tijd aan het werk 18 en hadden ook veel vaker een vast contract dan zij die aan het werk komen. Het overgrote deel van de Wajongers die in of via de SW werken had een vast contract. Van de Wajongers die bij een reguliere werkgever werkten, was dat ruim de helft. Ten opzichte van eerdere jaren is het deel van de Wajongers dat aan het werk is gebleven, nagenoeg gelijk gebleven. Dit geldt zowel voor de Wajongers die aan het werk zijn gekomen als voor de Wajongers die aan het werk zijn. Het is nog niet mogelijk een representatief beeld te geven van werkbehoud van nwajongers. De instroom in de nwajong is pas in het tweede kwartaal van 2010 op gang gekomen en het aantal nwajongers dat in dat jaar aan het werk kwam en we dus een jaar kunnen volgen, is daarom te laag voor een dergelijke analyse. Waarom verliest de helft van de Wajongers het werk? De kenmerken van de baan spelen een belangrijke rol bij behoud van werk 19,20. Wajongers die aan het werk komen, hebben veelal een tijdelijk contract. Tijdelijke contracten van Wajongers worden maar beperkt omgezet in vaste contracten. Dit is overigens niet iets wat specifiek voor Wajongers geldt, maar voor jongeren op de arbeidsmarkt in het algemeen. Wel is het zo dat Wajongers met een tijdelijk contract een jaar later veel vaker geen werk meer hebben dan jongeren zonder Wajonguitkering 21. Wat hier de oorzaak van is, weten we niet. Mogelijk is het voor Wajongers moeilijker om opnieuw werk te vinden als het contract niet wordt verlengd. Het kan ook zijn dat werkgevers tijdelijke contracten van Wajongers minder vaak verlengen dan die van andere jongere werknemers. Werkgevers die tijdelijke dienstverbanden van Wajongers niet verlengen, geven vaak als reden dat de Wajonger niet functioneert zoals verwacht of dat ze het risico te groot vinden om een vaste aanstelling te bieden. Ook weerstand van collega s, het feit dat de Wajonger te veel interne begeleiding vraagt en een te lage productiviteit zijn redenen om niet tot verlenging over te gaan. Maar dienstverbanden van Wajongers worden niet altijd vanwege problemen beëindigd. Een deel van de werkgevers geeft aan dat er simpelweg geen werk meer is voor de Wajonger of dat er in het bedrijf geen financiële ruimte is om de Wajonger een vaste aanstelling aan te bieden 22. Box 3.2 gaat in op factoren die een bijdrage (kunnen) leveren aan werkbehoud van Wajongers. 17 Het gaat hier om de groep Wajongers die eind 2009 niet werkt en in 2010 aan het werk is gekomen, en om de Wajongers die in 2010 zijn ingestroomd zonder baan en in 2010 aan het werk zijn gekomen. 18 Kenniscentrum UWV (2012). UWV Kennisverslag 2012-I. Amsterdam: UWV. 19 SCP (2010). Beperkt aan werk. Rapportage ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en arbeidsparticipatie. 20 Kenniscentrum UWV (2010). UWV Kennisverslag 2010-I. Amsterdam: UWV. 21 Kenniscentrum UWV (2011). UWV Kennisverslag 2011-III. Amsterdam: UWV. 22 Horssen, C. van, Blommesteijn, M., & Rosing, F. A. (2011). Een Wajonger in mijn bedrijf?! Een onderzoek naar de attitude, ervaringen en bereidheid van werkgevers om een Wajonger in dienst te nemen en te houden. Amsterdam: Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van UWV; Bosch, L., Overmars-Marx, T., Ooms, D. & Zwinkels, W. (2009). Wajongers en werkgevers, over omvang en omgang. In dienst treden van Wajongers en behoud van werk. Utrecht: Vilans/TNO. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

15 Box 3.2 Welke factoren dragen bij aan duurzaamheid van werk van Wajongers? Uit onderzoek komen verschillende factoren naar voren die (kunnen) bijdragen aan werkbehoud van Wajongers 23,24,25. Om werk te behouden, moet een Wajonger allereerst laten zien een zekere prestatie te kunnen leveren. Als een Wajonger niet voldoet aan de verwachtingen zal de werkgever hem of haar niet snel in dienst houden. Een belangrijke voorwaarde is daarom dat leidinggevenden en collega s goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden en de beperkingen van de Wajonger. Acceptatie van beperkingen door leidinggevende en collega s, weten waar men rekening mee moet houden en wat men wel en niet kan verwachten, dragen bij aan werkbehoud. Ook moeten leidinggevende en collega s in staat zijn Wajongers interne begeleiding te blijven bieden, zowel bij de inhoudelijke als bij de sociale kant van het werk. Werkgevers zien het koppelen van een collega aan de Wajonger als één van de doorslaggevende succesfactoren. Deze begeleiding moet ook continu zijn. Het is belangrijk dat bij personeelswisselingen de kennis over en begeleiding van de Wajonger goed wordt overgedragen. Naast begeleiding op de werkvloer is een goede samenwerking tussen de begeleiders op diverse terreinen (zoals woonbegeleiding, maatschappelijk werk, psychologische ondersteuning, schuldsanering) van belang. Om werk te kunnen volhouden, moet er aandacht blijven voor benodigde aanpassingen in het werk. Het aanpassen van uren met aandacht voor regelmaat en voldoende hersteltijd is voor een deel van de Wajongers essentieel om het werk te kunnen volhouden. Maar ook het vermijden van productiepieken, werkdruk en in sommige gevallen het beperken van samenwerken of klantcontacten is voor werkbehoud van belang. Naast zaken die samenhangen met het werk en de werkgever spelen ook kenmerken van de Wajonger zelf en zijn of haar omgeving een rol. Inzicht hebben in de eigen mogelijkheden en beperkingen en de acceptatie hiervan, doorzettingsvermogen, een stabiele woonomgeving, een hoge score op werkgedrag (productiviteit, zelfstandigheid, het nakomen van afspraken) en een sociale omgeving (ouders, vrienden etc.) die het hebben van werk belangrijk vindt, dragen bij aan werkbehoud. 23 Horssen, C. van, Blommesteijn, M. & Brukman, M. (2009). De Wajong'er als werknemer. Een onderzoek naar duurzame arbeidsparticipatie van Wajong'ers. Amsterdam: Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van FNV en gefinancieerd door Stichting Instituut Gak. 24 Lammers, R. & Stavenuiter, M. (2010). Wajongers op de werkvloer. Inpassing en acceptatie van jonggehandicapten in bedrijven. Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen. 25 Vos, E. L. de, Jong, T. de (2011). Routekaart naar werk voor jongeren met ernstige gedragsmoeilijkheden. Vierde meting. Hoofddorp: TNO, met subsidie van UWV. UWV Monitor Arbeidsparticipatie

UWV Monitor Arbeidsparticipatie Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking

UWV Monitor Arbeidsparticipatie Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking Opdrachtgever UWV Opdrachtnemer UWV / Directie Strategie, Beleid en Kenniscentrum Onderzoek UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2012. Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking

Nadere informatie

UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2014

UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2014 Opdrachtgever UWV Onderzoek Einddatum 16 februari 2015 Categorie Arbeidsparticipatie UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2014 Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking Conclusie

Nadere informatie

Informatie over de Wajong

Informatie over de Wajong Informatie over de Wajong Inleiding Het kabinet heeft het voornemen om per 1 januari 2014 de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wet Wajong

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 29 817 Sociale werkvoorziening Nr. 131 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2014. Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking

UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2014. Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2014 Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking Inhoud 1. Essentie van de monitor 2014 2 2. Volumeontwikkelingen Wajong 6 2.1 Inleiding 6 2.2

Nadere informatie

UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2013

UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2013 Opdrachtgever UWV UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2013 Onderzoek UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2013 Startdatum 1 maart 2013 Einddatum 7 januari 2014 Categorie Omvang klantgroepen Doel en vraagstelling

Nadere informatie

UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2013. Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking

UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2013. Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2013 Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking Inhoud 1. Essentie van de monitor 2013 2 2. Volumeontwikkelingen Wajong 6 2.1 Inleiding 6 2.2

Nadere informatie

UWV Monitor Arbeidsparticipatie Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking

UWV Monitor Arbeidsparticipatie Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2016 Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2016 1 Inhoudsopgave 1. Essentie van de monitor 2016 4 2. Volumeontwikkelingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 817 Sociale werkvoorziening Nr. 99 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

UWV Monitor Arbeidsparticipatie Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking

UWV Monitor Arbeidsparticipatie Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2015 Aan het werk zijn, komen en blijven van mensen met een arbeidsbeperking Inhoudsopgave 1. Essentie van de monitor 2015 2 2. Volumeontwikkelingen Wajong 6 2.1. Inleiding

Nadere informatie

Datum 29 maart 2017 Versie 3.1 Pagina 1 Duurzaamheid van banen binnen de Banenafspraak

Datum 29 maart 2017 Versie 3.1 Pagina 1 Duurzaamheid van banen binnen de Banenafspraak Pagina 1 Duurzaamheid van banen binnen de Banenafspraak Analyse op basis van het en de polisadministratie Pagina 2 Inhoud Korte samenvatting Inleiding p3 p4 Grafiek 1. In- en uitstroom werkzame in P5 Grafiek

Nadere informatie

Wajongers aan het werk met loondispensatie

Wajongers aan het werk met loondispensatie Wajongers aan het werk met loondispensatie UWV, Directie Strategie, Beleid en Kenniscentrum Dit memo gaat in op de inzet van loondispensatie bij Wajongers en op werkbehoud en loonontwikkeling. De belangrijkste

Nadere informatie

Factsheet Wajong: Informatie over Wajonginstroom in 2010

Factsheet Wajong: Informatie over Wajonginstroom in 2010 Regelingen en voorzieningen CODE 1.3.3.23 Factsheet Wajong: Informatie over Wajonginstroom in 2010 bronnen www.uwv.nl/zakelijk/gemeenten, d.d. oktober 2011 In 2013 gaat waarschijnlijk de Wet werken naar

Nadere informatie

UWV Kennisverslag

UWV Kennisverslag UWV Kennisverslag 2016-8 Marcel Spijkerman DE DALENDE ARBEIDSPARTICIPATIE VAN WGA ERS VERKLAARD Over de invloed van vergrijzing en uitkeringsduur Kenniscentrum UWV September 2016 Het UWV Kennisverslag

Nadere informatie

Arbeidsparticipatie van jonggehandicapten

Arbeidsparticipatie van jonggehandicapten Arbeidsparticipatie van jonggehandicapten Presentatie Brugconferentie Regionaal Competentiemanagement Katinka van Brakel senior kennisadviseur bij UWV; Strategie, Beleid en Kenniscentrum Inhoud presentatie

Nadere informatie

College Overdracht Wajong aan gemeenten COLLEGE OVERDRACHT WAJONG AAN GEMEENTEN

College Overdracht Wajong aan gemeenten COLLEGE OVERDRACHT WAJONG AAN GEMEENTEN College Overdracht Wajong aan gemeenten COLLEGE OVERDRACHT WAJONG AAN GEMEENTEN Inleiding Cijfers Wajong Overgang en herbeoordeling Kennis en expertise Samenwerking Afsluiting COLLEGE OVERDRACHT WAJONG

Nadere informatie

Wajongmonitor: tweede rapportage

Wajongmonitor: tweede rapportage Wajongmonitor: tweede rapportage Een analyse van de nieuwe Wajong in 2010 Auteur Ed Berendsen Margreet Stoutjesdijk Ingrid van den Ende Harriët Havinga Britt Spaan Jolanda van Rijssen UWV Uitvoeringsinstituut

Nadere informatie

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, 2011 1

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, 2011 1 Werk, inkomen & sociale zekerheid www.departicipatieformule.nl, 2011 1 Inhoudsopgave Wet Wajong (sinds 2010)... 3 Wet Werk en Bijstand (WWB)... 5 Wet investeren in jongeren (Wij)... 6 Wet Sociale Werkvoorziening

Nadere informatie

Wajongmonitor: tweede rapportage Een analyse van de nieuwe Wajong in 2010

Wajongmonitor: tweede rapportage Een analyse van de nieuwe Wajong in 2010 Wajongmonitor: tweede rapportage Een analyse van de nieuwe Wajong in 2010 Status Definitief Auteur Ed Berendsen T (020) 687 16 25 Ed.Berendsen@uwv.nl Margreet Stoutjesdijk T (020) 687 31 94 Margreet.Stoutjesdijk@uwv.nl

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Participatiewet (Wajong) Nieuwe wet: de Participatiewet

Informatiebijeenkomst Participatiewet (Wajong) Nieuwe wet: de Participatiewet Informatiebijeenkomst Participatiewet (Wajong) Nieuwe wet: de Participatiewet Op 1 januari 2015 komt er een nieuwe wet: de Participatiewet. Met de Participatiewet wil het kabinet bereiken dat zoveel mogelijk

Nadere informatie

Feiten en cijfers Wajong

Feiten en cijfers Wajong Feiten en cijfers Wajong Deze notitie bestaat uit drie hoofdstukken: 1. De wettelijke regeling en de kabinetsplannen 2. Cijfers over de doelgroep 3. Belangrijke rapporten over de Wajong 1. De wettelijke

Nadere informatie

Geschikt werk voor geschikte mensen

Geschikt werk voor geschikte mensen Geschikt werk voor geschikte mensen Divosa vrijdag Utrecht, 14 maart 2014 Erik Voerman UWV WERKbedrijf 2 Ontwikkelingen Wajong Afname groei aantal Wajongers sinds 2010 Na instroom gaan jongeren sneller

Nadere informatie

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Werk, inkomen & sociale zekerheid versie 2013 www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Inleiding... 3 Participatiewet, geplande invoerdatum 1 januari 2014... 4 Wet Wajong (sinds 2010)... 6 Wet Werk

Nadere informatie

Kwantitatieve informatie Eerste acht maanden 2016 UWV

Kwantitatieve informatie Eerste acht maanden 2016 UWV Kwantitatieve informatie Eerste acht maanden 2016 UWV Inhoud ZIEKTEWET... 4 WET ARBEID EN ZORG... 6 POORTWACHTER AG... 7 CLAIMBEOORDELING AG... 8 INDICATIES BANENAFSPRAAK... 12 WAO... 13 WIA... 14 WAZ...

Nadere informatie

nwajong Harm Rademaekers NvA, 22 november 2013 Senior Beleidsontwikkelaar / register arbeidsdeskundige

nwajong Harm Rademaekers NvA, 22 november 2013 Senior Beleidsontwikkelaar / register arbeidsdeskundige . 2 nwajong NvA, 22 november 2013 Harm Rademaekers Senior Beleidsontwikkelaar / register arbeidsdeskundige Programma Wajong algemeen Beoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige Re-integratie

Nadere informatie

Kwantitatieve informatie Eerste vier maanden 2016 UWV

Kwantitatieve informatie Eerste vier maanden 2016 UWV Kwantitatieve informatie Eerste vier maanden 2016 UWV Inhoud ZIEKTEWET... 4 WET ARBEID EN ZORG... 6 POORTWACHTER AG... 7 CLAIMBEOORDELING AG... 8 INDICATIES BANENAFSPRAAK... 12 WAO... 13 WIA... 14 WAZ...

Nadere informatie

Agenda. Wajong Onafhankelijk arbeidsadviseur. Nieuwe wet Nieuwenaam. Aanleiding. Oude Wajong. Nieuwe Wajong

Agenda. Wajong Onafhankelijk arbeidsadviseur. Nieuwe wet Nieuwenaam. Aanleiding. Oude Wajong. Nieuwe Wajong Wajong Onafhankelijk arbeidsadviseur Ronde tafel gesprek Agenda Aanleiding De wet De uitvoering Rol onafhankelijk arbeidsadviseur 2010 Nieuwe wet Nieuwenaam Oud Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Nadere informatie

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent Arbeidsmarkt in vogelvlucht Gemiddeld over de afgelopen vier maanden is er een licht stijgende trend in de werkloosheid. Het aantal banen van werknemers stijgt licht en het aantal openstaande vacatures

Nadere informatie

UWV Kennisverslag

UWV Kennisverslag UWV Kennisverslag 2017-8 Ed Berendsen Peter Rijnsburger VOLUMEONTWIKKELINGEN Duiding van de ontwikkelingen in de sociale zekerheid, in het bijzonder de WIA en de WW Kenniscentrum UWV Oktober 2017 Het UWV

Nadere informatie

Kortetermijnontwikkeling

Kortetermijnontwikkeling Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van

Nadere informatie

Wajongmonitor: eerste rapportage

Wajongmonitor: eerste rapportage Wajongmonitor: eerste rapportage Auteurs Ed Berendsen T (020) 687 16 25 Ed.Berendsen@uwv.nl Ingrid van den Ende T (020) 687 51 13 Ingrid.vandenEnde@uwv.nl Harriët Havinga T (020) 687 19 62 Harriet.Havinga@uwv.nl

Nadere informatie

Een nieuwe taak voor gemeenten

Een nieuwe taak voor gemeenten Een nieuwe taak voor gemeenten Vanaf 1 januari 2015 treedt de Participatiewet in werking. Het doel van de wet is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. De gemeente

Nadere informatie

Doel bijeenkomst. Informeren over de stand van zaken. Beeld schetsen van de beoogde aanpak UWV. Ophalen vragen, opmerkingen, tips en zorgen

Doel bijeenkomst. Informeren over de stand van zaken. Beeld schetsen van de beoogde aanpak UWV. Ophalen vragen, opmerkingen, tips en zorgen Doel bijeenkomst Informeren over de stand van zaken Beeld schetsen van de beoogde aanpak UWV Ophalen vragen, opmerkingen, tips en zorgen INFORMATIEBIJEENKOMST PARTICIPATIEWET 2 Inleiding Kenmerken van

Nadere informatie

UWV Kennisverslag

UWV Kennisverslag UWV Kennisverslag 2017-5 Ed Berendsen Carla van Deursen WAT IS ER AAN DE HAND MET DE WIA? De instroomontwikkelingen in 2015 en 2016 geduid Kenniscentrum UWV Juni 2017 Het UWV Kennisverslag is te vinden

Nadere informatie

Kwantitatieve informatie Eerste acht maanden 2017 UWV

Kwantitatieve informatie Eerste acht maanden 2017 UWV Kwantitatieve informatie Eerste acht maanden 2017 UWV Inhoud ZIEKTEWET... 4 WET ARBEID EN ZORG... 6 POORTWACHTER AG... 7 CLAIMBEOORDELING AG... 8 INDICATIES BANENAFSPRAAK... 11 WAO... 12 WIA... 13 WAZ...

Nadere informatie

Van werk verzekerd. LATER voor LATER symposium 2014. Birgit Donker-Cools

Van werk verzekerd. LATER voor LATER symposium 2014. Birgit Donker-Cools Van werk verzekerd LATER voor LATER symposium 2014 Birgit Donker-Cools Verzekeringsarts UWV Onderzoeker Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde (KCVG) AMC-UMCG-UWV-VUmc Inhoud Wat is bekend over werk na

Nadere informatie

Kwantitatieve informatie Eerste vier maanden 2017 UWV

Kwantitatieve informatie Eerste vier maanden 2017 UWV Kwantitatieve informatie Eerste vier maanden 2017 UWV Inhoud ZIEKTEWET... 4 WET ARBEID EN ZORG... 6 POORTWACHTER AG... 7 CLAIMBEOORDELING AG... 8 INDICATIES BANENAFSPRAAK... 11 WAO... 12 WIA... 13 WAZ...

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Sociale Zaken

Voortgangsrapportage Sociale Zaken Voortgangsrapportage Sociale Zaken 2e e half 2013 gemeente Landsmeer [Geef tekst op] [Geef tekst op] [Geef tekst op] Afdeling Zorg en Welzijn April 2014 1. Inleiding Voor u ligt de voortgangsrapportage

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Participatiewet Doelgroepregister, Banenafspraak

Participatiewet Doelgroepregister, Banenafspraak Participatiewet Doelgroepregister, Banenafspraak 19 november 2015 Rob Schwillens Districtsmanager Zeeland & West Brabant Wat is er per 1.1.2015 gewijzigd? De Participatiewet voegt de Wet werk en bijstand

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamerder Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Datum 8 april 2011 Betreft Evaluatie IOW

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamerder Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Datum 8 april 2011 Betreft Evaluatie IOW > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamerder Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Werknemers 1 ZIEK. werknemer en verzekerd voor ZW en WIA is degene die een ww-uitkering geniet

Werknemers 1 ZIEK. werknemer en verzekerd voor ZW en WIA is degene die een ww-uitkering geniet Werknemers 1 ZIEK Recht op doorbetaling van loon: - gedurende maximaal 2 jaar - gedurende looptijd contract - na afloop contract binnen twee jaar overname loonbetaling door UWV (vangnet) tot max. 2 jaar

Nadere informatie

André Oosterlee. Regioconsulent Zuidwest Sien. Trainer Wajongproject Ikkan.. (voorheen PhiladelphiaSupport)

André Oosterlee. Regioconsulent Zuidwest Sien. Trainer Wajongproject Ikkan.. (voorheen PhiladelphiaSupport) Wajong André Oosterlee Regioconsulent Zuidwest Sien (voorheen PhiladelphiaSupport) Trainer Wajongproject Ikkan.. PROGRAMMA Kennismaking Wat brengt u hier? Wat zou u daarover willen weten/zeggen? Wajong

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

KPC groep Den Bosch 5 10 2011

KPC groep Den Bosch 5 10 2011 PAG 1 KPC groep Den Bosch 5 10 2011 De rol van de Wajong netwerken; arbeidstoeleiding nu en in de toekomst Erik Voerman Businessadviseur UWV WERKbedrijf PAG 2 Inhoud Doelstelling samenwerking PrO/VSO scholen

Nadere informatie

Ik neem een werknemer met een ziekte of handicap in dienst. Voordelen voor werkgevers

Ik neem een werknemer met een ziekte of handicap in dienst. Voordelen voor werkgevers Ik neem een werknemer met een ziekte of handicap in dienst Voordelen voor werkgevers Inhoud Iemand met een ziekte of handicap in dienst nemen 2 Wat zijn de voordelen? 4 Als u er niet zeker van bent dat

Nadere informatie

Let op: in onderstaand overzicht is de nieuwe regeling voor Wajonguitkeringen, die zijn ingegaan vanaf 1 januari 2015, nog niet verwerkt.

Let op: in onderstaand overzicht is de nieuwe regeling voor Wajonguitkeringen, die zijn ingegaan vanaf 1 januari 2015, nog niet verwerkt. Bron: Brochure 'Werk en inkomen bij ziekte. Een praktische gids', een uitgave van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en de Whiplash Stichting Nederland, 2012 Let op: in onderstaand overzicht is

Nadere informatie

UWV Kennisverslag 2015-2 ONTWIKKELINGEN IN DE SOCIALE ZEKERHEID

UWV Kennisverslag 2015-2 ONTWIKKELINGEN IN DE SOCIALE ZEKERHEID UWV Kennisverslag 2015-2 ONTWIKKELINGEN IN DE SOCIALE ZEKERHEID Kenniscentrum UWV Juli 2015 De digitale versie van het UWV Kennisverslag is te vinden op http://www.uwv.nl/kennis Voor vragen over de publicatie:

Nadere informatie

Mensen met een arbeidsbeperking

Mensen met een arbeidsbeperking Mensen met een arbeidsbeperking Wat verandert er door de participatiewet vanaf 2015 INLEIDING Vanaf 1 januari is er een nieuwe wet: de Participatiewet. Deze wet moet er voor zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking

Nadere informatie

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Het is de vraag of het in alle gevallen reëel is om van werkgevers en de desbetreffende werknemers te verwachten dat zij (in het

Nadere informatie

SUBSIDIEKAART. 13 september 2013. Toelichting

SUBSIDIEKAART. 13 september 2013. Toelichting SUBSIDIEKAART Toelichting Dit betreft een overzicht van de nu bestaande subsidies en voorzieningen aan bedrijven, die ten goede komen aan en werkzoekenden voor mobiliteit, algemene scholing, opdoen van

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

INFORMATIEBRIEF WERKGEVER

INFORMATIEBRIEF WERKGEVER INFORMATIEBRIEF WERKGEVER Werkzoekenden die begeleid worden door JobC hebben zijn Statushouder zonder beperking of iemand met een arbeidsbeperking waardoor zij soms meer moeite hebben om zelfstandig een

Nadere informatie

Wajong en Participatiewet

Wajong en Participatiewet Inovat 5 maart 2015 Wajong en Participatiewet Harm Rademaekers Centraal Expertise Centrum UWV Inovat 5 maart 2015 2 Waarom Participatiewet? Meer kansen creëren om mensen aan werk te helpen Minder regelingen

Nadere informatie

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015 Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015 De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 oktober

Nadere informatie

Gemiddelde van grootteklasse 1734 Overbetuwe. aantal uitkeringen einde kwartaal 3 4 1 2 laatste kwartaal afgerond op tientallen abs. perc. abs. perc.

Gemiddelde van grootteklasse 1734 Overbetuwe. aantal uitkeringen einde kwartaal 3 4 1 2 laatste kwartaal afgerond op tientallen abs. perc. abs. perc. : Sociale Zekerheid-Op-Maat Gemeente Gemiddelde van grootteklasse 1734 Overbetuwe 20.000 tot 50.000 inwoners 2014 2014 2015 2015 ontwikkeling 2014 2014 2015 2015 ontwikkeling aantal uitkeringen einde kwartaal

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 33 981 Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met een heffing bij het niet voldoen aan de quotumdoelstelling (Wet banenafspraak

Nadere informatie

Mensen met een arbeidsbeperking

Mensen met een arbeidsbeperking informatieblad - eenvoudig verteld Mensen met een arbeidsbeperking Wat verandert er door de participatiewet vanaf 2015 2 Dit boekje gaat over mensen met een arbeidsbeperking. Soms kun je voor een deel

Nadere informatie

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 206 207 33 98 Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met een heffing bij het niet voldoen aan de quotumdoelstelling (Wet banenafspraak

Nadere informatie

Mats Werkt! WWW.MATSWERKT.NL DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER.

Mats Werkt! WWW.MATSWERKT.NL DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER. Mats Werkt! DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER. WWW.MATSWERKT.NL Mats werkt: Dé cursus voor het begeleiden van mensen met een arbeidsbeperking op de werkvloer.

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Samenvatting van de antwoorden n.a.v. schriftelijke vragen over de Contourenbrief Participatiewet in de Vaste Kamercommissie SZW, dd.

Samenvatting van de antwoorden n.a.v. schriftelijke vragen over de Contourenbrief Participatiewet in de Vaste Kamercommissie SZW, dd. Samenvatting van de antwoorden n.a.v. schriftelijke vragen over de Contourenbrief Participatiewet in de Vaste Kamercommissie SZW, dd. 30-1- 2013 Uitgangspunten Iedereen die in een uitkering zit en die

Nadere informatie

Grootste stijging aantal nieuwe WIA-uitkering in het hoger beroepsonderwijs

Grootste stijging aantal nieuwe WIA-uitkering in het hoger beroepsonderwijs Langdurig zieke werknemers die in aanmerking komen voor een uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid vielen voorheen onder de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Op 1 januari 2006 maakte

Nadere informatie

De 7 belangrijkste vragen:

De 7 belangrijkste vragen: De Participatiewet en Wsw ers: Mensen die bij een Sociale Werkvoorziening werken hebben te maken met de Participatiewet. Misschien heeft u vragen over de wet. Hier kunt u de antwoorden vinden op vragen

Nadere informatie

Wilt u iemand in dienst nemen met een arbeidsbeperking?

Wilt u iemand in dienst nemen met een arbeidsbeperking? Wilt u iemand in dienst nemen met een arbeidsbeperking? Met de banenafspraak dienen werkgevers meer werknemers met een arbeidsbeperking aan te stellen. Regelmatig ontvangen wij vanuit onze leden vragen

Nadere informatie

Toelichting. Algemeen. Verbeteren positie arbeidsmarkt arbeidsgehandicapten

Toelichting. Algemeen. Verbeteren positie arbeidsmarkt arbeidsgehandicapten Toelichting Algemeen De invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de mogelijkheid mensen, van wie is

Nadere informatie

2. Globale analyse 2015

2. Globale analyse 2015 2. Globale analyse 2015 2.1. Tekort 2015 We zien dat de economie aantrekt. Dat zien we ook terug in Enschede. We nemen groei en dynamiek waar van bedrijven op de toplocaties (met name Kennispark en de

Nadere informatie

Landelijke Cliëntenraad Oranjestraat 4 2514 JB Den Haag

Landelijke Cliëntenraad Oranjestraat 4 2514 JB Den Haag Landelijke Cliëntenraad Oranjestraat 4 2514 JB Den Haag Tel.: 070-789 07 70 Fax :070-789 07 74 E-mail: info@lcr-suwi.nl www.landelijkeclientenraad.nl Aan de Vaste commissie SZW van de Tweede Kamer Postbus

Nadere informatie

Inzicht in subsidieland. Door Mariska Doornbos

Inzicht in subsidieland. Door Mariska Doornbos Inzicht in subsidieland Door Mariska Doornbos Het Veluwe Portaal geeft antwoord op al uw vragen met betrekking tot arbeidsmobiliteit en personeel. Om u inzicht te geven in de regelgeving en subsidiemogelijkheden

Nadere informatie

Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst

Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst Samen met uw zieke werknemer moet u proberen ervoor te zorgen dat hij aan het werk kan blijven. Ook als hij niet volledig herstelt, maar gedeeltelijk arbeidsgeschikt

Nadere informatie

Het eerste jaar nieuwe Wajong

Het eerste jaar nieuwe Wajong Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Political & Social Rapport Het eerste jaar nieuwe Wajong Kwantitatief

Nadere informatie

De Participatiewet en het dienstenportfolio UWV

De Participatiewet en het dienstenportfolio UWV De Participatiewet en het dienstenportfolio UWV 1 Aanleiding voor huidige ontwikkelingen Te veel mensen met arbeidsbeperkingen staan aan de zijlijn. Instroom WAJONG is (te) groot WWB populatie bestaat

Nadere informatie

Wet werken naar vermogen. perspectieven voor cliënten en gemeente?

Wet werken naar vermogen. perspectieven voor cliënten en gemeente? Wet werken naar vermogen perspectieven voor cliënten en gemeente? Branko Hagen/Else Roetering, LCR, 29-03-2012 Agenda Wwnv onder de loep Gevolg cliënten en gemeenten Wat / Hoe dan wel? Wwnv Kern: Ieder

Nadere informatie

WERK EN INKOMEN VOOR JONGGEHANDICAPTEN Signalen uit de praktijk in vraag en antwoord. Breed Platform Verzekerden en Werk NUMMER 1, november 2006

WERK EN INKOMEN VOOR JONGGEHANDICAPTEN Signalen uit de praktijk in vraag en antwoord. Breed Platform Verzekerden en Werk NUMMER 1, november 2006 WERK EN INKOMEN VOOR JONGGEHANDICAPTEN Signalen uit de praktijk in vraag en antwoord Breed Platform Verzekerden en Werk NUMMER 1, november 2006 Het komend jaar werkt het BPV&W samen met NIZW aan het project

Nadere informatie

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER UTRECHT MIDDEN DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER Doel van de Participatiewet De Participatiewet vervangt de bijstandswet, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong. Het doel van de

Nadere informatie

Onderstaande tabel toont enkele algemene kenmerken afkomstig van het CBS, die een beeld geven van de vergelijkbaarheid van de gemeenten.

Onderstaande tabel toont enkele algemene kenmerken afkomstig van het CBS, die een beeld geven van de vergelijkbaarheid van de gemeenten. BIJLAGE 3: G4-Divosa Benchmark In de commissievergadering van 11 mei 2017 is toegezegd Divosa cijfers (G4 Divosa- Benchmark) met u te delen (toezegging 17/T83). Dit document bevat de G4-Benchmark van 2016.

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa)

Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) 1. Inleiding De overheid heeft besloten de Ziektewet (ZW) per 1 januari 2013 aan te

Nadere informatie

Schatting effect aangepaste Schattingsbesluit (asb) op aandeel afwijzingen WIA (september

Schatting effect aangepaste Schattingsbesluit (asb) op aandeel afwijzingen WIA (september Schatting effect aangepaste Schattingsbesluit (asb) op aandeel afwijzingen WIA (september 2009) Aanleiding De resultaten van het onderzoek Wel WIA, geen werk? roepen bij de Stichting de vraag op of de

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Participatie in arbeid

Participatie in arbeid 7 Participatie in arbeid De economische crisis zorgt voor veranderingen op de arbeidsmarkt. Welke groepen Amsterdammers doen het goed op de arbeidsmarkt en welke minder goed? Hoe heeft de werkloosheid

Nadere informatie

Over wie gaat het? Een beeld van werknemers die onder de garantiebanen vallen. Feiten en cijfers Context Karakteristieken en voorbeelden

Over wie gaat het? Een beeld van werknemers die onder de garantiebanen vallen. Feiten en cijfers Context Karakteristieken en voorbeelden Over wie gaat het? Een beeld van werknemers die onder de garantiebanen vallen Feiten en cijfers Context Karakteristieken en voorbeelden Banenafspraak 1 Mensen die onder de Participatiewet vallen en die

Nadere informatie

Participatiewet vanaf 2015 Wat betekent dit voor u?

Participatiewet vanaf 2015 Wat betekent dit voor u? Participatiewet vanaf 2015 Wat betekent dit voor u? Participatiewet vanaf 2015 Wat betekent dit voor u? Vanaf 2015 is er veel veranderd rondom werk en inkomen. Zo is de Participatiewet ingevoerd, zijn

Nadere informatie

UWV Kennisverslag

UWV Kennisverslag UWV Kennisverslag 2016-7 Ed Berendsen Coen Akkerman INKOMSTENVERREKENING IN DE WW Rekening houden met neveneffecten: de invloed op het aantal WW-uitkeringen Kenniscentrum UWV Juli 2016 Het UWV Kennisverslag

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

2-10-2013. Modernisering Ziektewet. Wet BeZaVa. Waarom Modernisering Ziektewet. door Anja Heijstek

2-10-2013. Modernisering Ziektewet. Wet BeZaVa. Waarom Modernisering Ziektewet. door Anja Heijstek Modernisering Ziektewet door Anja Heijstek Wet BeZaVa Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid Vangnetters ofwel Modernisering van de Ziektewet Waarom Modernisering Ziektewet U doet het goed

Nadere informatie

Wilt u een medewerker in dienst nemen met een arbeidsbeperking?

Wilt u een medewerker in dienst nemen met een arbeidsbeperking? Wilt u een medewerker in dienst nemen met een arbeidsbeperking? Met de banenafspraak dienen werkgevers meer werknemers met een arbeidsbeperking aan te stellen. Regelmatig ontvangen wij van onze leden vragen

Nadere informatie

Gevolgen Wet Banenafspraak en Quotum arbeidsbeperkten voor burgers : stand van zaken augustus 2015

Gevolgen Wet Banenafspraak en Quotum arbeidsbeperkten voor burgers : stand van zaken augustus 2015 Opdrachtgever LCR Ieder(in) Opdrachtnemer Regioplan Beleidsonderzoek / L. Mallee Onderzoek Gevolgen Wet Banenafspraak en Quotum arbeidsbeperkten voor burgers : stand van zaken augustus 2015 Einddatum 1

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015

Verordening individuele studietoeslag Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Verordening individuele studietoeslag Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur

Nadere informatie

Na de WW duurzaam aan het werk?

Na de WW duurzaam aan het werk? Na de WW duurzaam aan het werk? Kathleen Geertjes en Tirza König Na het beëindigen van de werkloosheidsuitkering vindt minder dan de helft van de mensen een baan voor langere tijd. Vooral ouderen, mensen

Nadere informatie

2014D22552 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2014D22552 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2014D22552 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben enkele fracties de behoefte enkele vragen en opmerkingen voor te leggen over

Nadere informatie

Participatiewet. Kans of verplichting?

Participatiewet. Kans of verplichting? Participatiewet Kans of verplichting? De tijd dat de overheid zorgde voor de Sociale Zekerheid is definitief voorbij. De overheid legt steeds meer taken en verantwoordelijkheden bij werkgevers neer. De

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 161 Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere

Nadere informatie

Gemiddelde looptijd werkloosheidsuitkeringen nog geen jaar

Gemiddelde looptijd werkloosheidsuitkeringen nog geen jaar Gemiddelde looptijd werkloosheidsuitkeringen nog geen Ton Ferber In de jaren 1992 2001 was de gemiddelde looptijd van een WWuitkering elf maanden. Van de 4,3 miljoen beëindigde uitkeringen was de gemiddelde

Nadere informatie

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 29544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 514 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 april 2014 Bijgaand treft u het rapport

Nadere informatie

Factsheet. Participatiewet. Informatie voor de werkgever, juli 2014

Factsheet. Participatiewet. Informatie voor de werkgever, juli 2014 Factsheet Participatiewet Informatie voor de werkgever, juli 2014 In deze factsheet voor de UMC s over de Participatiewet wordt op een rij gezet waar deze wetgeving over gaat, over wie het gaat en wat

Nadere informatie

arbeid / dagbesteding Participatiewet

arbeid / dagbesteding Participatiewet arbeid / dagbesteding Participatiewet Wat is de overheid van plan met de Participatiewet? Met de Participatiewet wil de overheid meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk krijgen. Gemeenten zijn

Nadere informatie

Mijn werknemer is ziek of gehandicapt geworden. Subsidies en regelingen als uw werknemer beperkingen heeft

Mijn werknemer is ziek of gehandicapt geworden. Subsidies en regelingen als uw werknemer beperkingen heeft Mijn werknemer is ziek of gehandicapt geworden Subsidies en regelingen als uw werknemer beperkingen heeft Inhoud Een werknemer met een ziekte of handicap 2 Welke voordelen en vergoedingen kunt u krijgen?

Nadere informatie