Martje Persoon Onderzoeksrapport Master SEN Autismespecialist Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen, Tilburg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Martje Persoon Onderzoeksrapport Master SEN Autismespecialist Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen, Tilburg"

Transcriptie

1 Martje Persoon Onderzoeksrapport Master SEN Autismespecialist Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen, Tilburg

2 Hoe ervaren jongeren met autisme en hun ouders het uitvoeren van de ontwikkelingstaken, horend bij de adolescentiefase? Onderzoeksrapport Master SEN Autismespecialist Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen, Tilburg (locatie Beek en Donk) Onderzoeksbegeleider: Drs. J. Schrurs Opleidingscoördinator: mevr. G. Quak ME Martje Persoon Hans Steenwinkelstraat 24, Eindhoven Studentnummer:

3 Hoofdstuk: Voorwoord Voorwoord Voor u ligt mijn onderzoeksrapport met de titel: Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de opleiding Master SEN, leerroute Autismespecialist. In dit onderzoeksrapport is te lezen hoe ik tot een antwoord ben gekomen op de vraag hoe jongeren met autisme hun mogelijkheden en beperkingen ervaren met betrekking tot de ontwikkelingstaken die horen bij de fase van de adolescentie ervaren en wat dat betekent voor mijn begeleiding van deze jongeren. Hopende om te komen tot aanbevelingen om de begeleiding zo goed mogelijk af te stemmen op de jongeren met autisme en hun ouders. De titel van mijn onderzoek is afgeleid van een uitdrukking die door jongeren, zo ook door enkele jongeren die ik begeleid, wordt gebruikt om aan te geven dat het ze niet zo kan schelen. Is dat wel zo als het gaat om ontwikkelingstaken? Kan het ze niets schelen of vinden ze het toch belangrijk? Zonder medewerking van de jongeren die ik begeleid en hun ouders had dit onderzoek niet tot stand kunnen komen. Daarvoor mijn grote dank. Daarnaast wil ik mijn critical friends Lenneke van Kessel,Pauline van Erp en Rachel Dautzenberg en mijn onderzoeksbegeleider n Schrurs erg bedanken voor de feedback, steun en samenwerking gedurende het onderzoek. Ook mijn eerste criticals friends Miranda, Geesje en Linda, bedankt voor jullie steun en meedenken. Bovendien wil ik de mensen in mijn nabije omgeving bedanken voor de steun die zij mij gaven. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik mijn onderzoek tot een goed eindresultaat heb kunnen brengen. Rest mij nog een ieder veel plezier te wensen bij het lezen van dit onderzoeksrapport. Martje Persoon 3

4 Hoofdstuk: <Inhoudsopgave Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Inhoudsopgave... 4 Samenvatting Inleiding Aanleiding Probleemstelling Doelstelling Vraagstelling Onderzoeksvraag Deelvragen Theoretisch kader Autisme Adolescentie en ontwikkelingstaken De periode van de adolescentie Ontwikkelingstaken Identiteit en zelfbeeld tijdens de adolescentie Autisme en de ontwikkelingstaken tijdens de adolescentie De ontwikkeling van het zelfbeeld bij jongeren met autisme Opvoeding tijdens de adolescentie Begeleiden van jongeren met autisme tijdens de adolescentie Veronderstellingen Methodisch onderzoek Onderzoeksmethode Onderzoeksontwerp Databronnen Dataverzameling Data-analyse Betrouwbaarheid en validiteit Resultaten Het uitvoeren van de ontwikkelingstaken Ontwikkelingsgebied 2. Dagbesteding: onderwijs/werk en vrije tijd Ontwikkelingsgebied 3. Wonen, gezondheid en zelfverzorging

5 Hoofdstuk: <Inhoudsopgave Ontwikkelingsgebied 4. Vriendschap en liefdesrelatie Tevredenheid m.b.t. het functioneren per ontwikkelingsgebied Invloed van autisme op het uitvoeren van de ontwikkelingstaken per ontwikkelingsgebied Kwaliteiten en valkuilen volgens ouders Belang van de ontwikkelingstaken voor de jongere in cijfers Wensen voor de begeleiding Aanvullingen van ouders en jongeren na afloop van het interview en aantekeningen Conclusie en discussie Deelvragen hypothesetoetsing Onderzoeksvraag Discussie Aanbevelingen Aanbevelingen vanuit het huidige onderzoek Aanbevelingen met betrekking tot de jongeren met autisme Aanbevelingen met betrekking tot de samenwerking met de ouders van de jongere met autisme Suggesties voor nieuw onderzoek Literatuur Bijlagen

6 Hoofdstuk: Samenvatting Samenvatting Sinds 2006 werk ik als autismebegeleider bij Autismebegeleiding.nl en begeleid ik jongeren met autisme. Vanuit de ontwikkelingspsychologische benadering wordt de adolescentie beschouwd als een karakteristieke ontwikkelingsperiode, met daaraan verbonden specifieke ontwikkelingstaken. In hoeverre voelen de jongeren zich in staat om hieraan te voldoen? Van ouders hoor ik vaak vooral zorgen die ze hierover hebben en tal van punten waarvan ze willen dat ik in de begeleiding met de jongeren ga werken. Hoe zien de jongeren dit zelf? Wat willen zij hierin? Hoe kan ik ze hierbij het beste begeleiden? Dit onderzoek richt zich dan ook op hoe jongeren met autisme hun mogelijkheden en beperkingen ervaren met betrekking tot de ontwikkelingstaken die horen bij de fase van de adolescentie ervaren en wat dat betekent voor mijn begeleiding van deze jongeren. Hiertoe heb ik naast literatuuronderzoek een inventariserend onderzoek uitgevoerd. Het gaat hierbij om een kwalitatief onderzoek. Omdat interviews bij uitstek geschikt zijn om achter persoonlijke ervaringen en belevingen te komen, heb ik ervoor gekozen om bij vijf jongeren die ik begeleid een gestructureerd interview af te nemen. Van vier van de vijf jongeren kon ik ook hun ouder(s) bevragen. In het geval van de vijfde jongere heb ik haar partner geïnterviewd. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat zowel de bevraagde jongeren als hun ouder(s) overwegend positief zijn als het gaat om hoe de jongeren met het uitvoeren van de ontwikkelingstaken bezig zijn. De jongeren verbinden hogere cijfers aan deze tevredenheid dan hun ouders. Door de ouders is in slechts enkele gevallen een onvoldoende cijfer gegeven met betrekking tot tevredenheid over hoe kun kind bezig is met een ontwikkelingstaak. In alle gevallen beoordeelt het kind dit zelf wel positief. Voor wat betreft de ontwikkelingstaken waar de jongeren nog niet direct mee bezig zijn geven de jongeren aan dat ze vertrouwen hebben in de toekomst en in hun eigen kunnen. Ouders hebben hierin in enkele gevallen wat meer zorgen. Op de vraag of de jongeren en hun ouders ervaren dat autisme het uitvoeren van de ontwikkelingstaken moeilijker maken, noemen de jongeren meer dat het geen verschil maakt en ouders noemen dat het voor hun kind moeilijker is. Zowel de geïnterviewde jongeren als hun ouders vinden het kunnen voldoen aan de ontwikkelingstaken erg belangrijk. Uit dit onderzoek bleek ook maar weer eens dat de deelnemende ouders hun kinderen erg goed kennen. Wel hebben ze soms andere ideeën over wat de jongere nodig heeft en hebben ze soms hun zorgen. Het is dan ook erg belangrijk om te zorgen voor een goede samenwerking met de ouders. Ook hierin is echt luisteren enorm belangrijk. 6

7 Hoofdstuk: 1. Inleiding 1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt als eerste de aanleiding voor dit onderzoek vanuit de praktijk beschreven. Vervolgens komen de probleemstelling en het doel van het onderzoek aan bod. Tot slot eindigt het hoofdstuk met de vraagstelling bestaande uit de onderzoeksvraag met deelvragen. 1.1 Aanleiding Sinds 2006 werk ik als autismebegeleider bij Autismebegeleiding.nl. Autismebegeleiding.nl is een hulpverleningsbureau gespecialiseerd in begeleiding, advies en praktische hulp aan mensen met een autisme spectrum stoornis en hun omgeving. Naast Autismebegeleiding.nl bestaat onze organisatie uit Autismetotaal.nl (diagnostiek en behandeling) en Autismewerk.nl (arbeidstoeleiding en jobcoaching). Vanuit deze drie onderdelen samen biedt de organisatie een compleet pakket aan zorg in de regio Zuidoost Brabant en Noord Limburg. De visie van de organisatie is: een pervasieve ontwikkelingsstoornis vereist een pervasieve hulpverlening. De organisatie stelt zichzelf tot doel opmaat-gemaakte pervasieve hulpverlening te bieden op alle leef- en leergebieden vanuit één-cliëntéén- plan, waarbij ook de omgeving van de cliënt betrokken wordt (Autismebegeleiding.nl, 2010). In mijn werk als autismebegeleider begeleid ik vooral jongeren met autisme 1 en een normale begaafdheid in de leeftijd van 12 tot 21. Mijn functie omvat zowel de begeleiding van de jongeren met autisme, als de coaching van hun omgeving (ouders, leerkrachten) en autismebegeleiders. 1.2 Probleemstelling In mijn dagelijkse werk kom ik regelmatig tegen dat jongeren die ik begeleid op zoek zijn naar wie ze zijn en wat hun mogelijkheden zijn. Ze stellen hierover vragen in de begeleiding en uiten hierbij ook soms hun teleurstelling over de diagnose en een beperkter perspectief dat ze ervaren Hierbij zie ik ze vaak worstelen met vragen met betrekking tot wie ze zijn en met zorgen over hoe de toekomst eruit gaat zien (Wat is mijn plek in de maatschappij? Ben ik anderen niet alleen maar tot last? Ik zou het liefst zelfstandig willen leven als ik straks volwassen ben maar zit dat er voor mij wel in? Is het voor mij wel een goed idee om kinderen te krijgen aangezien die ook autistisch kunnen zijn?). De omgeving stelt eisen aan de jongeren. Voelen de jongeren zich in staat om hieraan te voldoen? Van ouders hoor ik hierin vaak zorgen die ze hierover hebben en tal van punten waarvan ze willen dat ik in de begeleiding met de jongeren ga werken. Hoe zien de jongeren dit zelf? Wat willen zij hierin? De literatuur vermeldt dat de adolescentie een tijd is van verandering die gepaard kan gaan met verwarring. De veranderingen stelt de adolescent steeds weer en op verschillende manieren voor vragen als Wie ben ik eigenlijk? Wat vinden anderen van mij? Hoe wil ik zijn? enz. (Slot & Van Aken, 2010). Ik heb het idee dat deze worsteling er bij jongeren met autisme anders uitziet dan bij jongeren zonder autisme. Hoe gaan jongeren met autisme met deze vragen om? Vanuit de ontwikkelingspsychologische benadering wordt de adolescentie beschouwd als een karakteristieke ontwikkelingsperiode, met daaraan verbonden specifieke ontwikkelingstaken. Ontwikkelingstaken verwijzen hierbij naar de eisen en verwachtingen die binnen een bepaalde cultuur voor een bepaalde leeftijdsgroep gelden (Slot & Van Aken, 2010). Hoe ervaren jongeren met autisme deze ontwikkelingstaken? Ik zou graag meer willen weten over hoe de jongeren hun mogelijkheden en beperkingen en met betrekking tot deze ontwikkelingstaken ervaren en hoe ik de jongeren hierbij kan begeleiden. 1 In dit onderzoeksrapport wordt het woord autisme gebruikt. Hiermee wordt verwezen naar alle stoornissen binnen het Autisme Spectrum. 7

8 Hoofdstuk: 1. Inleiding 1.3 Doelstelling Het doel van het onderzoek: Middels dit onderzoek wil ik meer inzicht krijgen in hoe jongeren hun mogelijkheden en beperkingen ervaren en aan de hand daarvan mijn begeleiding verbeteren. 1.4 Vraagstelling Onderzoeksvraag Hoe ervaren jongeren met autisme hun mogelijkheden en beperkingen m.b.t. het verwezenlijken van de ontwikkelingstaken die horen bij de adolescentie en wat betekent dit voor mijn begeleiding? Deelvragen 1. Met welke ontwikkelingstaken krijgen jongeren tijdens de adolescentie te maken? 2. Wat is de invloed van autisme op het zelfbeeld van jongeren? 3. Wat heeft een jongere met autisme nodig om perspectief te zien? 4. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen hoe jongeren met autisme en hoe hun ouders het uitvoeren van de ontwikkelingstaken (door de jongeren) ervaren? 5. Hoe tevreden zijn jongeren met autisme over hoe zij invulling geven aan de ontwikkelingstaken? 6. Welke valkuilen /uitdagingen zien ouders bij hun kind m.b.t. het verwezenlijken van de ontwikkelingstaken? 7. Wat zijn de wensen van jongeren met autisme met betrekking tot de begeleiding hierin? 8. Wat zijn de wensen van ouders van jongeren met autisme met betrekking tot de begeleiding hierin? 9. Wat zijn de gevolgen hiervan voor mijn begeleiding? 8

9 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader 2. Theoretisch kader In dit hoofdstuk wordt een nadere omschrijving gegeven van de begrippen die in mijn onderzoek aan de orde komen. Hierbij is een beschrijving van de adolescentie en de daarbij behorende ontwikkelingstaken onmisbaar. Ook de ontwikkeling van het zelfbeeld en identiteit komen hierbij aan de orde. Vervolgens wordt er beschreven hoe er vanuit de literatuur gekeken wordt naar de adolescentie en bijbehorende ontwikkelingstaken voor jongeren met autisme. Ook komt hierbij de ontwikkeling van het zelfbeeld aan bod. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ook aandacht besteed aan ouders van adolescenten met autisme en komt ook het begeleiden van adolescenten met autisme aan de orde. Aan het einde van dit hoofdstuk formuleer ik op basis van de gevonden literatuur mijn onderzoekshypothesen. 2.1 Autisme Dit onderzoek richt zich op jongeren met autisme. Autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Met het woord pervasief wordt allesomvattend of allesdoordringend bedoeld. Het is in elke fase van de ontwikkeling aanwezig en er is geen levensgebied dat er niet door beïnvloed wordt (De Nijs et al, 2004). Wing (2000) beschrijft dat alle mensen met autisme van elkaar verschillen. Ieder is een individu met eigen kenmerken (karakter, talent, vaardigheden, (on)mogelijkheden etc.). Echter alle mensen met autisme kennen kwalitatieve beperkingen op drie gebieden. Dit betekent een beperking in de communicatie, in de sociale interactie en in de verbeelding. Deze stoornis wordt op basis van gedrag geclassificeerd door middel van het Diagnostic Statistic Manual (American Psychiatric Association, 2001). Deze beperkingen in gedrag komen voort uit een andere manier van het verwerken van informatie, oftewel een andere denkstijl. In de literatuur worden verschillende verklaringsmodellen voor ASS gegeven waarvan de Theorie-of-mind-theorie, de Executieve functie- theorie en de Centrale coherentie- theorie de bekendste zijn (Van Berckelaer- Onnes, 2002) Als eerste werd de Theory of mind hypothese gezien als verklaringsmodel. Met theory of mind wordt het vermogen bedoeld, om aan onszelf en anderen wensen, gedachten en intenties toe te schrijven. Op basis hiervan kunnen we het gedrag van anderen voorspellen en hiernaar handelen (Van Berckelaer-Onnes, 2002). Iemand met autisme zou over gebrekkige TOM-vaardigheden beschikken. Inmiddels staat deze theorie wat onder druk omdat personen met autisme hierin wel kunnen slagen onder bepaalde voorwaarden (Begeer, 2005). Ten tweede worden problemen met executieve functies als verklaringsmodel gegeven. Hierbij wordt verwezen naar het vermogen om te anticiperen, organiseren, plannen en problemen op te lossen (van Berckelaer-Onnes, 2002). Volgens Berckelaer-Onnes (2002) is de centrale coherentietheorie het meest plausibele verklaringsmodel. Met centrale coherentie wordt bedoeld dat mensen altijd op zoek gaan naar betekenisverlening in een situatie. Mensen zonder autisme hebben de neiging om prikkels op een globale manier te interpreteren, daarbij rekening houdend met de context. Dit wil zeggen dat ze automatisch meteen een geheel zien in plaats van verschillende delen en dat ze er ook rekening mee houden dat twee gelijksoortige voorwerpen een andere functie kunnen hebben al naargelang de context. Alle losse delen uit een situatie worden bij elkaar gevoegd tot een betekenisvol geheel. Bij mensen met autisme is dit niet het geval. Zij verwerken prikkels op een meer gefragmenteerde wijze met de focus op details (Prins & Braet, 2008). 9

10 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader 2.2 Adolescentie en ontwikkelingstaken De periode van de adolescentie De jongeren in dit onderzoek zijn in de leeftijd van 12 tot 22 jaar. Deze leeftijdsfase wordt de adolescentie genoemd. Het woord adolescentie wordt gebruikt voor de periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid. Dit is een periode van overgang, waarin veel ontwikkelingen plaatsvinden op verschillende terreinen. De adolescentie wordt vaak onderverdeeld in: - de vroege adolescentie, waarin de lichamelijke rijping, de psychoseksuele ontwikkeling en het proces van losmaking van de ouders op gang komen; - de middenadolescentie, waarin het experimenteren met diverse keuzemogelijkheden centraal staat; - de late adolescentie, waarin de jongeren beginnen verplichtingen aan te gaan met betrekking tot maatschappelijke positie en persoonlijke relaties. Dit onderscheid is niet absoluut aangezien sommige jongeren al in de vroege adolescentie beginnen met experimenteren terwijl anderen daar juist lang mee wachten. Aan deze perioden zijn dan ook geen leeftijdsaanduidingen te koppelen aangezien er grote individuele variatie is in wanneer een bepaald aspect van de ontwikkeling in de adolescentie zich aandient. (Slot & Van Aken 2010) De adolescentie is dus een periode van veel veranderingen. Het gaat hierbij om twee groepen veranderingen, namelijk veranderingen binnen de adolescent en veranderingen in relatie tot zijn of haar omgeving. Deze veranderingen hebben met elkaar te maken aangezien de jongere en zijn omgeving elkaar voordurend beïnvloeden. De veranderingen binnen de jongeren vinden plaats op een drietal domeinen: - Als eerste op het biologische domein: de adolescentie is de periode van (snelle) veranderingen in het uiterlijk en van seksuele ontwikkeling. - Het tweede domein waarop veranderingen plaatsvinden is dat van de cognities: het denken van de jongeren. - Het derde domein is het sociaal-emotionele domein. Al deze veranderingen op deze domeinen leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van de identiteit (Slot & van Aken, 2010) Ontwikkelingstaken De adolescentieperiode is een periode met een eigen karakter voor wat betreft de taken waarvoor de persoon wordt gesteld. Deze taken worden ook wel ontwikkelingstaken genoemd. Ontwikkelingstaken verwijzen naar de eisen en verwachtingen die binnen een bepaalde cultuur voor een bepaalde leeftijdsgroep gelden. Ontwikkelingstaken voor jongeren verschillen dus kwalitatief van die voor kinderen. Ontwikkelingstaken voor adolescenten (ontleend aan: De Wit e.a., 1995; Slot en Spanjaard, 1996) 1. positie ten opzichte van de ouders: minder afhankelijk worden van de ouders en het bepalen van een eigen plaats binnen de veranderde relaties in het gezin en de familie. 2. onderwijs of werk: kennis en vaardigheden opdoen om een beroep uit te kunnen oefenen en een keuze maken ten aanzien van werk. 3. vrije tijd: ondernemen van leuke activiteiten in de vrije tijd en het zinvol doorbrengen van de tijd waarin er geen verplichtingen zijn. 10

11 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader 4. creëren en onderhouden van een eigen woonsituatie: zoeken of creëren van een plek waar je goed kunt wonen en leren omgaan met huisgenoten. 5. autoriteit en instanties: accepteren dat er instanties en personen boven je gesteld zijn, binnen geldende regels en codes opkomen voor eigen belang. 6. gezondheid en uiterlijk: zorgen voor een goede lichamelijke conditie, een uiterlijk waar men zich prettig bij voelt en een goede voeding en het vermijden van overmatige risico s. 7. sociale contacten en vriendschappen: contacten leggen en onderhouden, oog hebben voor wat contacten met anderen kunnen opleveren, je openstellen voor vriendschap, vertrouwen geven en nemen, wederzijdse acceptatie. 8. intimiteit en seksualiteit: ontdekken wat mogelijkheden en wensen zijn in intieme en seksuele relaties. Volgens Slot & Van Aken (2010) moet een persoon zich voortdurend nieuwe vaardigheden eigen maken als ontwikkelingstaken zich aandienen. Daardoor kunnen ze als een hele opgave worden ervaren. Het verwezenlijken van een ontwikkelingstaak wordt als een belangrijke voorwaarde gezien voor een goed verloop van de verdere ontwikkeling (Slot & Van Aken 2010). Ook kan je zeggen dat iemand zich competent voelt als de eigen vaardigheden toereikend zijn om de ontwikkelingstaken te vervullen die kenmerkend zijn voor de levensfase waarin hij of zij zich verkeert (Hellinckx, 1998) Identiteit en zelfbeeld tijdens de adolescentie De hoofdtaak van jongeren tijdens de adolescentie is volgens Erikson (1986) te typeren als het ontwikkelen van een eigen identiteit. (Slot & Van Aken, 2010). Identiteit verwijst hierbij naar de kenmerken die een persoon een gevoel van eigenheid en continuïteit geven (dat men zich in verschillende omstandigheden en op verschillende tijdstippen steeds dezelfde persoon voelt) én die de persoon tot een en dezelfde persoon maakt in ogen van anderen. Voor identiteit wordt ook wel het begrip zelf gebruikt. Bij zelf gaat het echter meer om de persoonlijke kenmerken die iemand heeft. De erkenning hiervan door anderen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. Het begrip zelfbeeld of zelfconcept is hieraan verwant. Hierbij wordt het eigen beeld bedoeld van de eigenschappen die iemand denkt te hebben, de antwoorden die iemand geeft op de vraag zichzelf te beschrijven. Dit zelfbeeld kan een positieve of een negatieve lading hebben. Dit wordt vervolgens zelfwaardering genoemd. (Slot & Van Aken et al., 2010) Het vormen van een eigen identiteit kan een zware taak zijn voor adolescenten zijn. Ze moeten de veranderingen die plaatsvinden op verschillende gebieden in hun leven integreren en moeten een plaats kiezen in de samenleving. Bovendien wordt er vanuit de maatschappij verwacht dat ze duidelijk maken waar ze staan en wat ze willen in hun leven. (Slot & Van Aken et al., 2010) Het ontwikkelen van het zelfbeeld is een proces. Gaandeweg dit proces krijgt de jongere meer kennis en inzicht in zichzelf, in eigen normen en waarden en in keuzes en motieven. Hierbij moet soms het beeld bijgesteld worden als het wenselijk zelfbeeld niet haalbaar blijkt (Schrurs, 2010). Dit is een proces dat een leven lang duurt. Het zwaartepunt hiervan ligt echter tijdens de adolescentie. Het ontwikkelen van het zelfbeeld blijkt vooral plaats te vinden door interactie met leeftijdsgenoten. Voor een gezond psychisch functioneren is het belangrijk dat iemand een reëel zelfbeeld heeft. Als er geen volledig, geen positief of een irreëel zelfbeeld is, is er een grote kans op psychische problemen. Als het wenselijk zelfbeeld niet strookt met de eigen mogelijkheden kan dit leiden tot veel problemen. Door het nastreven van onhaalbare doelen wordt iemand steeds weer geconfronteerd met faalervaringen. Een goed zelfbeeld draagt dan ook bij aan een evenwichtig leven, waarin zelfcontrole ervaren wordt. Door immers te weten wie je bent en wat je kan en hoe je er voor kan 11

12 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader zorgen om niet in de problemen te komen, kan je zelf beslissingen nemen en zelfsturend zijn. Dit draagt bij aan zelfstandigheid, onafhankelijkheid en zorgt voor empowerment (Schrurs, 2010). De mate van zelfwaardering is hierbij belangrijk. Als mensen een positief gevoel van eigenwaarde hebben, zijn ze over het algemeen tevreden met zichzelf. Ze hebben in relatie tot anderen meer vertrouwen en krijgen meer begrip (Schrurs 2010). 2.3 Autisme en de ontwikkelingstaken tijdens de adolescentie De adolescentie kan voor jongeren zonder autisme al een enorm verwarrende periode zijn. Hoe zit dat dan bij jongeren met autisme? Autisme is een ontwikkelingsstoornis die verandert met het ouder worden en er dus in elke levensfase weer wat anders uit kan zien. Zo kunnen er bijvoorbeeld tijdens adolescentie en jongvolwassenheid een aantal specifieke problemen optreden. Heel wat adolescenten en jongvolwassenen met autisme lijden aan depressie of angststoornissen. De sociale competentie wordt tijdens de periode van de adolescentie verbeterd maar de jongeren komen in meer complexe sociale systemen terecht waar hogere eisen worden gesteld (Prins & Braet, 2008). Ook Schrurs (2010) stelt dat personen met autisme in de adolescentie te maken krijgen met (vaak onbedoeld) hogere eisen die door hun omgeving worden gesteld. De jongeren worden hierin overschat. Er wordt verwacht dat ze nu ineens een aantal dingen zelf gaan doen. Naast de druk die vanuit de maatschappij op de jongeren wordt gelegd ( nu moet je weten wat je zelf wil, nu moet je gaan werken, nu moet je zelf beslissen of hulp gewenst is ) noemt De Nijs (et al., 2004)nog twee andere vormen van druk die door de jongeren ervaren worden. Er is de druk vanuit zichzelf om er bij te willen horen en te doen wat anderen doen of juist door zichzelf opgelegde druk vanwege de kalenderleeftijd waarop iets moet gebeuren ( ik ben nu immers 16/ 18/ 21 ). Daarnaast is er de druk vanuit de natuurlijke grenzen van het gezin waarbinnen ze opgroeien (ouders worden ouder, broers en zussen krijgen een zelfstandig leven). Denkend aan de ontwikkelingsopgave waarvoor jongeren met autisme staan tijdens de adolescentie, zijn de volgende aandachtspunten belangrijk: - De ontwikkelingslijn van iemand met autisme is een stuk minder vloeiend dan voor iemand zonder autisme en gaat meer gepaard met horten en stoten. - Heel wat oude ervaringen moeten weer als nieuw ervaren worden en overwonnen, aangepakt of verwerkt worden. - Er is eerder sprake van chaos dan van overzicht. (De Nijs et al., 2004) De Nijs (et al.,2004) noemt dan ook dat adolescenten met autisme als het ware de wereld van de volwassenen in strompelen. De fase van het mogen experimenteren met keuzen, gedrag en activiteiten wordt door hen niet als zodanig ervaren en geleefd. Het mogen falen en het vallen en opstaan dat juist zo eigen is aan de adolescentie is voor jongeren met autisme vaak niet weggelegd. Ze zijn namelijk in de kindertijd en daarna vooral bezig met overleven. Onbevangen leven en vertrouwen op zichzelf en op de omgeving is vrijwel onmogelijk als niets vanzelfsprekend is, als er niet op routines teruggevallen kan worden en er geen totaaloverzicht is (De Nijs et al., 2004). Wing (2000) noemt dat de fase van de adolescentie net als bij jongeren zonder autisme ook gepaard kan gaan met probleemgedrag. Eventuele problemen liggen voornamelijk op vier gebieden: verlangen naar grotere zelfstandigheid, toenemend besef van tekortkomingen, behoefte aan vriendschap en een seksuele relatie en spanningen rondom schoolexamens. 12

13 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader Voor wat betreft de ontwikkelingstaken kan gesteld worden dat jongeren met autisme voor dezelfde ontwikkelingstaken staan als jongeren zonder autisme. Hierbij komt dat de jongeren echter voor extra problemen komen te staan. Er is veel minder vanzelfsprekend. Iedere nieuwe situatie vraagt opnieuw overzicht te verkrijgen in de chaos. Door hun autisme hebben de jongeren problemen met het aangaan van sociale contacten, krijgen ze moeilijkheden met de communicatie en ondervinden ze problemen met de aanstaande veranderingen. Hun cognitieve stijl maakt dat ze moeite hebben met het integreren van de nieuwe ervaringen en dat ze moeite hebben met het inschatten van gevoelens en moeite hebben met het aangaan van nieuwe uitdagingen (De Nijs et al., 2004) De ontwikkeling van het zelfbeeld bij jongeren met autisme Vermeulen (2005) noemt dat er een relatie is tussen het zelfbeeld van mensen met autisme en de Theory of mind (zie ook paragraaf 2.1). In de literatuur wordt voornamelijk verwezen naar de problemen bij het erkennen, herkennen en begrijpen van de mind van anderen. Theory of mind gaat echter ook over de eigen mind. Als je immers een bril op hebt die een vertekend beeld geeft van de anderen dan zal die bril ook een vertekend beeld geven als je in de spiegel naar jezelf kijkt. Schrurs (2010) noemt dat jongeren met autisme een vertekend zelfbeeld hebben door de problemen op het gebied van centrale coherentie (zie ook paragraaf 2.1). Mensen met autisme kunnen zichzelf niet zien in de totale context waardoor ze niet zien wat hun inbreng en rol in een gebeurtenis is (Vermeulen, 2005). Aangezien iemands zelfbeeld het product is van het eigen denken, weerspiegelt het zelfbeeld van jongeren met autisme ook de stijl van hun denken. Dit alles resulteert in kwalitatieve verschillen als het gaat om het zelfbeeld van mensen met autisme ten opzichte van mensen zonder autisme. Waar het zelfbeeld van jongeren zonder autisme vooral sociale elementen bevat (wie ben ik ten opzichte van anderen) is het autistische zelfbeeld dan ook doorgaans erg objectief, absoluut en gekoppeld aan concrete details (Vermeulen, 2005). Zoals gezegd hebben ook adolescenten met autisme de behoefte om steeds onafhankelijker te worden maar liggen de eisen die aan hen gesteld worden hoger. Door problemen in de sociale omgang, communicatie en verbeelding missen ze veel informatie die jongeren met autisme wel binnenkrijgen. Ook zorgt de andere manier van informatieverwerking bij jongeren met autisme ervoor dat zij informatie vaak anders of verkeerd oppakken (Baard et al., 2010). Zoals in de vorige paragraaf genoemd, spelen leeftijdgenoten en interactie met anderen bij het ontwikkelen van het zelfbeeld tijdens de adolescentie een grote rol. Aangezien jongeren met autisme op dit gebied juist moeilijkheden ondervinden, is ook het ontwikkelen van het zelfbeeld lastig (Schrurs 2010). Baard (et al., 2010) noemt dat ongeschreven sociale regels die onder jongeren tijdens de adolescentie leven voor jongeren met autisme moeilijk zijn. Het strikt en letterlijk oppakken van deze regels maakt dat jongeren met autisme er vaak toch niet echt bij horen. Hierdoor raken ze zich nogal eens bewust van het eigen anders zijn en de problemen op het sociale vlak (Schrurs, 2010, Baard et al., 2010). Zowel Schrurs (2010) als Baard (et al., 2010) stelt dat dit kan leiden tot geïsoleerd raken, somberheid, agressie of depressie. Het zelfbeeld van de jongeren raakt erg negatief gekleurd. Hierbij noemt Vermeulen (2005) een relatie met intelligentie en emotioneel begrip. Uitgerekend de jongeren met een hogere intelligentie die zich volgens hun ouders sociaal redelijk goed aangepast hadden, vertoonden een lager sociaal zelfbeeld. Vanwege deze intelligentie zijn ze zich dus meer bewust van de eigen beperkingen. Voor wat betreft het stuk zelfwaardering kan je dan ook zeggen dat er als gevolg van faalervaringen en negatieve feedback van de omgeving nogal eens sprake kan zijn van erg negatief zelfbeeld bij jongeren met autisme. Toch komt het omgekeerde ook voor waarbij er sprake is van een té positief 13

14 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader zelfbeeld of zelfoverschatting (Vermeulen 2005, Schrurs 2010). Zowel Vermeulen (2005) als Schrurs (2010) noemt dat het geen probleem hoeft te zijn als iemand met autisme een te positief beeld van zichzelf heeft. Niemand heeft immers een precies kloppend beeld van zichzelf. Op de vraag of jongeren met autisme een realistisch zelfbeeld hebben is het antwoord dan ook nee. Daaraan dient dus toegevoegd te worden dat niemand een realistisch beeld van zichzelf heeft. Dat hoeft echter geen probleem te zijn. De vraag of de jongeren een reëel zelfbeeld hebben is dan ook niet zo van belang. Wat wel belangrijk is, is de impact die het zelfbeeld heeft op het dagelijks functioneren en het welbevinden. Oftewel: Maakt de manier waarop de jongere over zichzelf denkt het mogelijk om vooruit te komen in het leven, in harmonie met zichzelf en met zijn omgeving? (Vermeulen, 2005). 2.4 Opvoeding tijdens de adolescentie Opvoeding wordt gezien als het gedrag van ouders in de dagelijkse omgang met het kind. De twee belangrijkste taken die ouders vervullen zijn: - Ondersteuning: Het bieden van een verzorgende en beschermende omgeving waarin het kind zich kan ontwikkelen - Ouderlijke controle: Overdracht van kennis, waarden en normen en het bieden van structuur. (Slot & Van Aken, 2010) Deze twee taken binnen de opvoeding zijn ook tijdens de adolescentie van belang. Het is een belangrijke taak voor ouders om een veilige, warme, liefdevolle omgeving te creëren waarin de eigenheid en zelfstandigheid van de jongere wordt ondersteund en waarin de jongere de gelegenheid krijgt om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ook de controlerende taak blijft bestaan. Ouders moeten namelijk afspraken maken over redelijke regels en erop toezien dat de jongere zich hier ook aan houdt (Slot & Van Aken, 2010). Toch dient het opvoedingsgedrag van ouders ook te veranderen als een kind in de adolescentie komt (Slot & Van Aken, 2010). Zo moet er met jongeren meer worden onderhandeld en vraagt de behoefte van de jongere aan meer autonomie een andere manier van het uitoefenen van ouderlijke controle. Niet alleen dienen ouders de hoeveelheid controle aan te passen, maar vooral ook de manier waarop. Het uitoefenen van controle dient in deze periode meer te gebeuren door de zelfstandigheid van de jongere te stimuleren maar ook toezicht te houden en op de hoogte te zijn van wat de jongere interesseert en bezighoudt. Voor ouders is het lastig om kinderen in de adolescentie los te laten maar voor ouders van een jongere met autisme is dat nog moeilijker. De juiste balans vinden tussen zelfstandigheid geven, beschermen en begeleiden is ook nog eens extra lastig omdat het moment waarop de overgang plaatsvindt bij jongeren met autisme lastiger in te schatten is (Delfos & Gottmer, 2008). Bij het opgroeien van een kind met autisme kan het aldus Delfos & Gottmer (2008) dan ook zo zijn dat ouders lang vasthouden aan hun beschermende en verzorgende rol en de stap naar het stimuleren en accepteren van de zelfstandigheid te laat zetten. 2.5 Begeleiden van jongeren met autisme tijdens de adolescentie De Nijs (et al., 2004) noemt dat een begeleider soms wordt gehinderd door eigen waarheden, kennis en waarden. Om een jongere met autisme goed te kunnen begeleiden is het belangrijk dat de 14

15 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader begeleider vrij van zichzelf een adolescent met autisme tegemoet treedt. Hierbij is zorgvuldigheid geboden (De Nijs et al., 2004) Vermeulen (2005) wijst hierbij ook op het gevaar van neurotypische projecties als het gaat om hoe mensen zonder autisme (ook wel neurotypische persoonlijkheden genoemd) naar mensen met autisme kijken. De niet- autistische omgeving van mensen met autisme gaat namelijk, bij het interpreteren van hoe degene met autisme over zichzelf denkt, uit van het eigen niet-autistische denkkader. Hoe wij denken en voelen wordt dan geprojecteerd op iemand met autisme. Een gevolg hiervan kan zijn dat wij (neurotypicals) soms problemen zien waar die er niet zijn en dat moeilijkheden zwaarder worden gewogen dan dat de persoon met autisme zelf doet. Hierbij is het belangrijk dat we wat iemand met autisme vertelt, niet beoordelen vanuit onze eigen beleving maar vanuit het perspectief van de persoon met autisme zelf. We moeten ons dus inleven in zijn of haar denk- en leefwereld en echt oprecht luisteren (Vermeulen, 2005). Onze neurotypische projecties kunnen dus zoals gezegd maken dat wij problemen zien die er niet zijn omdat we uitgaan van ons eigen denkkader. Bovendien zijn we wellicht daardoor geneigd om als het gaat om autisme sowieso in problemen te denken. Ook Schrurs (2010) noemt dat het maar wat vaak gebeurd dat het toekomstplan van een jongere met autisme door een hulpverlener van tafel wordt geveegd doordat deze enkel vanuit beperkingen denkt. Dit denken in problemen kan leiden tot een negatief zelfbeeld van de jongere met autisme (Vermeulen, 2005). Zoals genoemd in paragraaf is het zelfbeeld erg belangrijk voor de coping, de manier van omgaan met stress, en het welbevinden. Vandaar dat het de moeite loont om in de begeleiding stil te staan bij hoe we het zelfbeeld van jongeren met autisme positief kunnen beïnvloeden (Vermeulen, 2005). Bij een oplossingsgerichte benadering richt je je op wat er al goed gaat en niet op het probleem. De dromen die iemand heeft kunnen worden ingezet om motivatie en richting aan de begeleiding te geven (Schrurs, 2010). Hierbij is het belangrijk om als hulpverlener niet te willen maken wat niet stuk is. Dit betekent dat je dus af blijft van wat in de beleving van de cliënt goed gaat (Bannink, 2005). In plaats van dat een begeleiding gericht is op de beperkingen wordt er juist de focus gelegd op de sterke kanten waarover de jongere beschikt en worden de eigen krachtbronnen aangeboord (Schrurs, 2010 & Cauffman, 2010). Een oplossingsgerichte benadering kan maken dat de jongeren met autisme zich gehoord voelen doordat de begeleider hun kijk en inzichten waardeert. Het werkt positief en versterkend en is daarom heel goed passend voor jongeren met autisme (Schrurs 2010). 2.6 Veronderstellingen Vanuit mijn ervaringen in het begeleiden van deze jongeren en uitgaand van het theoretisch onderzoek kunnen de volgende veronderstellingen geformuleerd worden: - De jongeren ervaren het voldoen aan de ontwikkelingstaken als belangrijk. Hierin verwacht ik weinig verschil met hoe hun ouders het zien. - De jongeren hebben moeite met het zien en benoemen van eigen mogelijkheden voor wat betreft het uitvoeren van de ontwikkelingstaken. - Het beeld dat de jongeren zelf hebben van de eigen uitvoering van de ontwikkelingstaken zal afwijken van het beeld dat ouders hebben. - Om perspectief te bieden is het belangrijk om goed te luisteren naar de jongere zelf en in de begeleiding van een oplossingsgerichte benadering uit te gaan. - De wensen van de jongeren met betrekking tot begeleiding verschillen van die van hun ouders. 15

16 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader 3. Methodisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het soort onderzoek dat is gedaan. Vervolgens worden de geraadpleegde databronnen beschreven. Hierbij wordt uitgelegd hoe er gezorgd is voor triangulatie en wordt de onderzoeksgroep nader omschreven. Vervolgens volgt een beschrijving van de dataverzameling en tot slot wordt uitgelegd op welke wijze de data geanalyseerd is. 3.1 Onderzoeksmethode Om zicht te krijgen op hoe jongeren met autisme hun mogelijkheden en beperkingen m.b.t. het verwezenlijken van hun ontwikkelingstaken zien en wat dit betekent voor mijn begeleiding, is gekozen voor een inventarisatie onderzoek. Dit type onderzoek geeft namelijk inzicht in de situatie van waaruit meer onderbouwd en gericht gehandeld kan worden of het probleem anders aangepakt kan worden (Michgelbrink, 2010). Het gaat hierbij om een kwalitatief onderzoek. Vanuit mijn handelingsverlegenheid in de praktijk van het begeleiden van de jongeren is er namelijk de behoefte om de huidige stand van zaken nauwkeurig in beeld te brengen. Dit type onderzoek kan dan ook waardevol zijn om er achter te komen hoe zowel de jongeren als hun ouders de mogelijkheden en beperkingen van de jongere met betrekking tot het verwezenlijken van de ontwikkelingstaken zien. Aan de hand van de verkregen resultaten kan ik vervolgens conclusies trekken voor mijn begeleidingen van de jongeren met autisme. 3.2 Onderzoeksontwerp Databronnen Om tot een zo compleet mogelijk beeld te komen van hoe jongeren met autisme hun mogelijkheden en beperkingen ervaren m.b.t. het verwezenlijken van hun ontwikkelingstaken, zijn verschillende informatiebronnen geraadpleegd, te weten: - literatuur - 5 jongeren met autisme in de leeftijd van 12 tot/m 21-5 ouders (3 moeders en 1 ouderpaar) - 1 partner Voor de kwaliteit van het praktijkonderzoek is het belangrijk om vanuit verschillende invalshoeken naar een verschijnsel te kijken en zo te zorgen voor triangulatie (Harinck, 2010). In dit praktijkonderzoek zijn dan ook meerdere databronnen naast elkaar gebruikt. In dit onderzoek komen zowel ervaringen van jongeren zelf als de ervaringen van hun ouders aan bod en in een enkel geval de ervaringen van een partner. Daarnaast is de theorie geraadpleegd. Met deze databronnen naast elkaar komen verschillende perspectieven in beeld (Michgelbrink, 2010). De onderzoeksgroep bestaat uit jongeren met autisme en hun ouders. Hierbij is één uitzondering gemaakt. Bij het meisje van 21 dat ik begeleid heb ik, in overleg, haar partner met wie ze ruim 2 jaar samenwoont, geïnterviewd in plaats van haar ouders. Haar vader is woonachtig in het buitenland. Haar moeder woont wel in Nederland maar is de Nederlandse taal niet dusdanig machtig dat het zinvol is om haar te ondervragen. 16

17 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader De jongeren van het onderzoek zijn zoals gezegd allemaal jongeren die ik zelf begeleid thuis of op school. Van de zes jongeren die ik in eerste instantie gevraagd heb mee te werken aan mijn onderzoek, hebben er 5 ingestemd. Bij het kiezen van de onderzoeksgroep heb ik bewust gekozen voor een gelijke verdeling van jongens en meisjes. Aangezien een van de jongens die gevraagd zijn voor het onderzoek niet mee wilde doen, is de verdeling nu drie meisjes en twee jongens. Leeftijd Geslacht Diagnose Opleidingsniveau Begeleidingssetting Jongere A 12 jaar V Autistische stoornis VMBO-T 1 e jaar (VSO ZMOK) Jongere B 13 jaar V MCDD VMBO-T 2 e jaar (VSO ZMOK) Jongere C 15 jaar M PDD-NOS VMBO-B 3 e jaar (in combinatie (VSO ZMOK) met ADHD) Jongere D 19 jaar M PDD-NOS (in combinatie met ADHD) Jongere E 21 jaar V Asperger (in combinatie met Dysthyme) Tabel 1: jongeren die deelnemen aan het onderzoek MBO niveau 3 2 e jaar Thuis + op school Thuis Op school Thuis Geïnterviewde ouder Moeder Moeder Vader en moeder Moeder VMBO-T afgerond Thuis Geen ouder: partner Dataverzameling Het verzamelen van onderzoeksgegevens vindt plaats door middel van: - raadplegen van literatuur - gestructureerde interviews met eerder genoemde jongeren - semi-gestructureerd interview met eerdergenoemde ouders en partner Er is in dit onderzoek als dataverzamelingstechniek gekozen voor interviews. Het interview is bijzonder geschikt om onderwerpen uit te diepen (Harinck, 2010). Via een dergelijk interview kan daadwerkelijk inzicht worden verkregen in het eigen verhaal en de eigen belevingswereld van de geïnterviewden (Migchelbrink, 2010). Voor wat betreft de jongeren zelf is gekozen voor een wat meer gestructureerde ondervraging dan bij de ouders. Hierbij is gekozen voor een combinatie van open en gesloten vragen. De meeste vragen zijn echter open. Aangezien gesproken taal vluchtig is en mensen met autisme behoefte hebben aan visuele ondersteuning (Vermeulen, 2006) is er voor gekozen om de jongeren tijdens het interview de vragen ook op papier te geven. In sommige gevallen zijn er bij open vragen ook antwoordrichtingen en antwoordcategorieën vermeld aangezien deze open vragen anders wellicht te veel van de verbeelding van de jongeren zouden vragen. Hierbij zijn de jongeren echter vrij om eigen antwoorden te geven en hier dus wel of niet gebruik van te maken. Voor wat betreft de plek waar de interviews zijn afgenomen ben ik uitgegaan van het belang dat de jongere zich op zijn gemak voelt (Verhoeven, 2010). Om dit te bereiken heb ik de jongeren van tevoren gevraagd op welke plek ze wilden dat het interview plaats zou vinden. In alle gevallen heeft het interview plaats gevonden op de plek waar de begeleiding normaalgesproken ook plaats vindt. Het meisje dat ik zowel thuis als op school begeleid heeft gekozen voor een interview thuis. 17

18 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader Voor het bevragen van de ouders en de partner heb ik gekozen voor een semi-gestructureerd open interview. Hierbij liggen de formulering van de vragen, de volgorde van de onderwerpen minder vast en wordt er veel gebruik gemaakt van open vragen. Het laat alle ruimte aan de persoonlijke opvattingen en belevingen van de ondervraagden (Migchelbrink, 2010). De interviews van ouders heeft in alle gevallen bij hen thuis plaatsgevonden. Ook de partner heb ik bij hem thuis geïnterviewd. Voor de interviews ben ik uitgegaan van de 8 ontwikkelingstaken genoemd in hoofdstuk 2. Doordat ik per ontwikkelingstaak op een aantal vragen uitkwam om voldoende de diepte in te kunnen gaan, werden de interviews met 8 ontwikkelingstaken te lang. Om die reden is ervoor gekozen de ontwikkelingstaken te clusteren. Hierbij kwam ik tot 4 levensgebieden, nl: De positie ten opzichte van ouders en autoriteit; dagbesteding; wonen, gezondheid en zelfverzorging; vriendschap en liefdesrelaties. De ontwikkelingstaken zijn als volgt in deze ontwikkelingsgebieden opgenomen: Ontwikkelingsgebieden Positie ten opzichte van ouders en autoriteit Dagbesteding Wonen gezondheid en zelfverzorging Vriendschap en liefdesrelaties Tabel 1: ontwikkelingsgebieden in relatie tot de ontwikkelingstaken Ontwikkelingstaken 1. positie ten opzichte van de ouders 5. omgaan met autoriteit 2. participeren in onderwijs of werk 3. invullen van vrije tijd 4. creëren en onderhouden van een eigen woonsituatie 6. zorg dragen voor eigen gezondheid en uiterlijk 7. vormgeven aan vriendschappen en sociale contacten 8. Vormgeven aan intimiteit en seksualiteit Om er achter te komen hoe de kijk van jongeren en hun ouders is op het functioneren van de jongere binnen de ontwikkelingstaak, heb ik aan de jongere per ontwikkelingstaak hierover enkele vragen gesteld. Bij de ouders heb ik gekozen voor één open vraag waarbij ik de ontwikkelingstaak noem en vraag hoe zij zien dat hun kind hiermee bezig is. Aan de ouders heb ik gevraagd per ontwikkelingsgebied kwaliteiten en valkuilen te noemen van hun zoon of dochter. Deze vraag heb ik niet gesteld aan de jongeren omdat ik inschatte dat deze vraag voor hen niet concreet genoeg is. Het meisje van 21 (jongere E) is daarop een uitzondering. Van tevoren maakte ik de inschatting dat zij van zichzelf wel aan kan geven wat haar kwaliteiten en valkuilen zijn. In de opbouw van het interview is dus gekozen voor een terugkerende opbouw van vragen per ontwikkelingsgebied. Dit ook omdat voor jongeren met autisme een vaste herkenbare werkwijze voorspelbaar en daardoor prettig is (Schrurs, 2010). Voor zowel het interview van de jongeren als van de ouders geldt dat het bestaat uit een inleiding, kern en afronding. Hierbij is het belangrijk dat de inleidende vraag de toon zet voor het gesprek en daarmee erg belangrijk is (Migchelbrink, 2010). Ik heb hierbij zowel voor het interview van de jongeren als het interview van de ouders een bewuste keuze gemaakt voor de eerste vraag. In de opbouw van ontwikkelingsgebieden is hiervoor ook bewust gekozen om te starten met de ontwikkelingstaak: positie ten opzichte van de ouders. Tijdens het interview heb ik getracht door te vragen wanneer de antwoorden niet relevant, voldoende helder, of voldoende compleet waren aan de hand van de richtlijnen die Harinck (2010) hierbij geeft. In de afsluiting is er ruimte gelaten voor aanvullingen en andere reacties op het interview. 18

19 Hoofdstuk: 2. Theoretisch kader Data-analyse Bij de analyse van de onderzoeksgegevens is uitgegaan van de 5 ondervraagde jongeren. De vragen uit de interviews zijn zoals eerder genoemd gecategoriseerd per ontwikkelingsgebied. Per ontwikkelingsgebied komen steeds dezelfde thema s terug die samenhangen met de gestelde deelvragen (zie hoofdstuk 1.) Per thema worden de antwoorden op de vragen in het volgend hoofdstuk weergegeven middels een matrix, een grafiek of wordt een beschrijving van de antwoorden gegeven. In de matrixen staan de antwoorden per ontwikkelingsgebied bij elkaar en kunnen zowel de uitspraken van de jongeren als van hun ouders met elkaar vergeleken worden. Harinck (2010) noemt dat het de interpretatie van de gegevens vergemakkelijkt wanneer gegevens van meerdere respondenten en interviewvragen die bij elkaar horen in een matrix verwerkt worden. De grafieken geven de antwoorden op de zogenaamde scaling vragen weer waarbij jongeren en hun ouders aan de hand van een cijfer tevredenheid over het uitvoeren van een ontwikkelingstaak of het belang van de ontwikkelingstaak aan hebben mogen geven. Hierbij is er per jongere een grafiek gemaakt waarbij weer per ontwikkelingstaak of ontwikkelingsgebied zowel het cijfer van de jongere zelf als dat van zijn ouder af te lezen is Betrouwbaarheid en validiteit Betrouwbaarheid en validiteit hebben allebei betrekking op het vertrouwen dat gesteld kan worden in de onderzoeksresultaten en de handelwijze van de onderzoeker (Migchelbrink 2010). Migchelbrink noemt een zestal activiteiten en maatregelen om te werken aan validiteit en betrouwbaarheid. In dit onderzoek wordt verantwoord op welke manier het onderzoek is uitgevoerd, welke stappen en beslissingen zijn genomen, en hoe tot de resultaten gekomen is. In het kader van de zorgvuldigheid en nauwkeurigheid zijn er geluidsopnamen gemaakt van alle interviews, zowel met de jongeren als met de ouders en de partner. Ook is er gebruik gemaakt van triangulatie van databronnen zoals in paragraaf nader omschreven is. 19

20 Hoofdstuk: 4. Resultaten 4. Resultaten In dit hoofdstuk wordt getracht een zo objectief en onafhankelijk mogelijk beeld te schetsen van de middels interviews verzamelde informatie. In matrixen of grafieken met beschrijving worden de resultaten, verkregen uit de interviews met de jongeren, hun ouders en in één geval de partner, weergegeven. De resultaten zijn geordend aan de hand van de thema s die in de interviews per ontwikkelingsgebied aan de orde zijn gekomen (zie ook paragraaf 3.2.3).Het volledige interview is terug te vinden in bijlage?? 4.1 Het uitvoeren van de ontwikkelingstaken Aan de jongeren zijn per ontwikkelingstaak enkele vragen gesteld om zo inzicht te krijgen in hoe zij ervaren dat ze met de ontwikkelingstaak bezig zijn. Zie voor de precieze vragen het interview in bijlage?. Bij de ouders heb ik ervoor gekozen in dit geval een meer open vraag te stellen waarbij ze zelf vrij mochten vertellen met betrekking tot hun kind en de betreffende ontwikkelingstaak. Per ontwikkelingsgebied is een matrix opgenomen waarin de gegevens per ontwikkelingstaak verzameld zijn. De gegeven informatie is hierbij wel wat ingekort en daarmee teruggebracht tot de essentie. Harinck (2010) wijst op het belang van het indikken van interviewmateriaal. Hierbij heb ik zoveel mogelijk gebruik gemaakt van steekwoorden (Harinck, 2010) en zoveel mogelijk getracht om labels toe te kennen aan de uitspraken. Via het toekennen van labels worden inhoudelijke thema s, structuren, patronen of concepten in de gegevens opgespoord (Migchelbrink 2010) Ontwikkelingsgebied 1. Positie t.o.v. ouders en autoriteit Jongere A Ouder A 1. positie t.o.v. ouders en autoriteit Positie t.o.v. ouders - Doet zelfstandig: zelfverzorging (douchen en aankleden), vrije tijd (knutselen en meer), taakjes in huis (tafel afruimen) - praktisch nog heel sterk door ouders in aangestuurd - veel hulp nodig - jonger in inzicht en behoefte om zichzelf te ontwikkelen - angst overheerst de behoefte aan zelfstandigheid (behoefte aan duidelijkheid en veiligheid is groter) - wat leeftijdsgenoten van haar vinden is belangrijk en vormt een stimulans om dingen zelf te willen kunnen. Omgaan met autoriteit - Ik kan me goed aan regels houden. - Ik vind regels heel erg belangrijk. - Moeilijk om aan te houden: regels thuis (Regels mbt het slapen) - Makkelijk om aan te houden: regels in de samenleving (verkeersregels), regels op school, regels thuis (de meeste maar niet allemaal). - Denken over regels: Regels horen bij het leven, je moet je eraan houden, dat je je er soms niet aan houdt hoort ook bij het leven. - Meedenken over regels:, ik kan goed uitleggen wat voor mij een goede regel is. Soms doen we het dan ook zo en soms niet. - is hier heel rigide in - vindt het fijn om aangestuurd te worden en heeft dat ook echt nodig om zich veilig te voelen - Als het anders gaat of als iets niet helemaal duidelijk is, wat nogal eens gebeurt, dan heeft ze het daar moeilijk mee of ze zoekt de grens op. Jongere B - Doet zelfstandig: zelfverzorging (douchen, aankleden, opmaken, lenzen), school (zelfstandig ernaartoe), vrije tijd (naar vrienden, naar dansles, naar de stad met vrienden), taakjes in huis (tafel afruimen) anders (naar de orthodontist naar papa) - Moeilijk om aan te houden: regels thuis (tijdsafspraken, onthouden; bijvoorbeeld broodtrommel terugleggen, mijn grote mond houden), regels op school (flutregels/ regels waar ik het nut niet van in zie: niet aan elkaar zitten, niet teveel hagelslag, geen dubbel broodbeleg, geen curry en mayonaise, geen broodjes) 20

21 Hoofdstuk: 4. Resultaten Ouder B Jongere C Ouder C Jongere D Ouder D - wil dingen zelf doen, wil niet dat ik sommige dingen doe - heeft de behoefte veel weg te zijn met vrienden, zoekt contacten op - vindt het prettig om later thuis te hoeven zijn. - Doet zelfstandig: vrije tijd (afspreken met vrienden, poolen, naar de stad, naar de bios) - doet dingen enigszins stiekem - wordt zelfstandig en wil ook zelfstandig worden - Doet zelfstandig: zelfverzorging, werk, opleiding, vrije tijd (naar de stad, foto s maken, naar mijn vriendin gaan, computeren), taakjes in huis (kamer opruimen) - regelt zelf bankzaken en wil dat ook alleen doen - gaat alleen naar de winkel - openbaar vervoer doet hij ook alleen - Makkelijk om aan te houden: regels in de samenleving (niet stelen: veel te bang om gesnapt te worden, niet roken: verneuk ik mijn eigen leven mee) - Denken over regels: Logisch anders zou het een bende zijn maar het zou ook niet echt leuk zijn omdat je alles mag. Je kan niet meer overtreden: niet meer spannend. - Meedenken over regels: ja, overleggen, praten, vertellen hoe je het wil en tot compromis komen - als er één autoriteit is waarmee contact goed is gaat dit meestal goed, bij meerdere autoriteiten zoekt ze grenzen op - Omgaan met regels: ligt eraan wat voor regels, hoe druk het is in haar hoofd, lekker in haar vel. Bij spanning, prikkels is het lastiger - Moeilijk om aan te houden: regels op school (dat je een plank moet meenemen als je iets buiten de klas doet, dat er geen kantine is, dat je bij elke deur moet wachten als je door de gang loopt) - Makkelijk om aan te houden: regels op school (je vinger opsteken, de regels die normaal zijn, die op elke school gelden) - Denken over regels: Logisch, zonder regels heb je een probleem, omdat er dan niks lukt. Geen verkeersregels: overal botsingen. - Meedenken over regels: soms, thuis wel, op school niet - heel moeilijk, regels zijn moeilijk te aanvaarden -hij wil zijn eigen regels maken en naleven zoals het hem uitkomt - accepteert geen nee - dat is altijd al zo geweest - tijdens adolescentieperiode is de manier waarop hij zich afzet heftiger en taalgebruik is anders - Moeilijk om aan te houden: regels thuis (mijn broer niet uitschelden), regels in de samenleving (niet door rood rijden als het donker is en er komt niks aan) - Makkelijk om aan te houden: Weet ik niet - Denken over regels: Weet ik niet, het zal me worst wezen, ik houd me er gewoon aan, ik let er niet op, ik doe het automatisch - Meedenken over regels: nee mag ik niet, de regering maakt de regels en ook thuis en op school mag dat niet - verschil tussen op school, stage en thuis (op school en stage beter houden aan de regels dan thuis) - hij luistert wel maar zegt dat hij het vergeten is (geen zin) Jongere E Partner E - niet veel contact met ouders - op zich niet veel moeite gehad me los te maken van ouders - ze is heel snel uit huis gegaan - is niet echt afhankelijk van ouders - woont nu ook bij iemand van wie ze niet heel afhankelijk is - nu ik op mezelf woon niet echt regels - ik maak de afspraken en beslissingen in huis - Moeilijk om aan te houden: regels op school (onuitgesproken sociale regels) regels thuis (vroeger moeite met stiefvader) - Makkelijk om aan te houden: Regels in de samenleving (beleefd zijn) - Denken over regels: hoort erbij. Als er geen regels zijn loopt het in de soep - Meedenken over regels: ja, met partner bepaal ik grotendeels, houd wel rekening met partner, vroeger thuis mocht ik niet meedenken (ben daardoor ook een tijd van huis weggegaan) - doet ze goed - ze houdt van duidelijkheid en regels geven duidelijkheid - Autoriteit schept bij haar verwachtingen (op school was het lastig. ik denk dat ze verwachtte dat mensen met autoriteit zich beter aan hun taken en afspraken zouden houden) 21

22 Hoofdstuk: 4. Resultaten De jongeren noemen verschillende dingen die ze zelfstandig zonder ouders doen. Jongere E is de enige die niet bij haar ouders woont en die eigenlijk alles zonder haar ouders doet. De andere jongeren noemen allemaal één of meerdere activiteiten die horen bij vrije tijd. Binnen de categorieën zelfverzorging en taakjes in huis worden, door twee van de vijf jongeren, activiteiten genoemd. Van jongeren B,C, en D geven de ouders aan dat ze zien dat hun kind er behoefte aan heeft om dingen zelfstandig te doen en dit ook doet. Met betrekking tot het omgaan met autoriteit noemen vier van de vijf jongeren dat regels erbij horen. Ze noemen alle vier als reden dat het zonder regels een zooitje zou worden. Twee jongeren hebben het in dit verband ook over het niet naleven van regels. Drie van de vijf jongeren noemen dat ze het lastig vinden zich aan regels te houden waar zij het nut niet zo van in zien. In twee van de drie gevallen gaat het om regels op school (noot: deze twee jongeren zitten op dezelfde school). Twee van de vijf jongeren noemen het niet mogen schelden en of brutaal zijn als moeilijke regel om zich aan te houden thuis. Drie van de vijf jongeren noemen dat ze mee mogen denken over regels. Één jongere noemt dat hij soms mee mag denken over regels en geeft daarbij aan dat dat thuis wel mag maar op school niet. De vijfde jongere noemt juist dat alle regels voor hem bepaald worden. Door één van de ouders wordt rigiditeit genoemd met betrekking tot regels. Door twee ouders wordt genoemd dat het belangrijk is dat de regels duidelijk zijn. Ook de geïnterviewde partner noemt dat regels duidelijkheid bieden en daarom als prettig worden ervaren. Één ouder noemt dat het voor de jongere juist heel moeilijk is regels te aanvaarden. Voor wat betreft het zich houden aan de regels noemen de ouders van drie van de vijf jongeren ook dat het afhangt van de situatie waarbinnen deze regels gelden en de duidelijkheid ervan. Ook noemt één van deze twee ouders dat het met de gemoedstoestand van de jongere te maken heeft of het lukt om zich aan de regels te houden Ontwikkelingsgebied 2. Dagbesteding: onderwijs/werk en vrije tijd Jongere A Ouder A 2. Dagbesteding: onderwijs/ werk en vrije tijd Onderwijs/ werk - Beroep of studierichting gekozen: nee - Praat er over met een vriendin wat ik wil worden. - Ik heb wel al een beetje een idee wat ik wil worden - Hoe aanpakken: door eerst ergens te gaan kijken, stagelopen om te kijken hoe het daar is en dan kijken wat het beste past en wat ik het makkelijkst vind en daar een opleiding voor willen volgen. - Op een hele leuke manier. - Ze wil alles en vindt alles leuk dat is typisch aan haar. - Het is ook weleens moeilijk voor haar om te kiezen. - Ze zegt ook dat ze veel kan worden. - Is voor haar een rijkdom en een bron van zelfvertrouwen dat ze daar heel breed keuze in heeft. - Wat je wel merkt is dat ze heel technische dingen vaak interessant vindt (wat wel een probleem is omdat ze op het speciaal onderwijs zit.) Vrije tijd - besteding vrije tijd: knutselen, spelen - Zelf bedenken wat te doen: soms, soms moeite met kiezen omdat er zoveel is, soms vervelen. In het ergste geval één dag geen fijne middag door niet weten wat te doen maar dat gebeurt zelden - is daar impulsief in (ziet iets liggen en heeft een idee) - verveelt zich meestal niet - een enkele keer vraagt ze wat ze zal gaan doen (op een middag dat ze niet geprikkeld wordt of als ze al een hele tijd iets heeft gedaan, iets van contact wil) Jongere B - Beroep of studierichting gekozen: nee - al wel mee bezig - Hoe aanpakken: erover nadenken, kijken welke opleidingen er zijn, andere mensen vragen. - besteding vrije tijd: dansen, zingen, naar vrienden gaan, huiswerk maken, tekenen, omkleden, muziek luisteren, computeren, tv-kijken, denken - Zelf bedenken wat te doen: meestal wel, af en toe niet; dan vraag ik het aan iemand Ouder B - Ze weet het nog niet echt - Komt vrije tijd tekort, alle vrije tijd is vol 22

23 Hoofdstuk: 4. Resultaten Jongere C Ouder C Jongere D Ouder D Jongere E Partner E - Vindt veel dingen leuk - Ze is er wel mee bezig dat ze met 15 een baantje wil hebben, weet daarin wel wat ze leuk en niet leuk vindt - Nog geen beroep studierichting gekozen - Hoe aanpakken: stage lopen volgend jaar - nog niet mee bezig - hij kan niet aangeven wat hij graag zou willen worden - doet het heel goed op zijn niveau op school - hij heeft het fijn op school - Beroep of studierichting gekozen: ja - Hoe aangepakt: op VSO- ZMOK mbo niveau 1 gevolgd in de horeca en gewoon verder gegaan. Ik heb niet gekozen, ik vond het gewoon superleuk. - moeilijk jaar wegens omstandigheden -blijft doorzetten, bijvoorbeeld met iets waar hij niet goed in is - inzet is groot - uit zichzelf praat hij er niet over - heeft voor het beroep van kok gekozen omdat hij met zijn handen wilde werken, vanuit zijn stage bij een leuk bedrijf kwam en omdat zijn broer naar dezelfde vervolgopleiding ging - moeilijk - ben er al een hele tijd bezig om werk te vinden maar duurt lang - zit al zo lang thuis - bezig geweest met het zoeken van werk en opleiding -is er veel mee bezig - wil haar vaardigheden verbeteren - Kan makkelijk keuze maken tussen wat ze wil doen - Weet heel soms niet wat ze moet doen - hangt weleens maar is dan ook echt moe - besteding vrije tijd: poolen, voetballen, computeren, gamen, zwemmen - Zelf bedenken wat te doen: ja dat lukt - verschil tussen in wat voor hem en voor ons zinvol is (hij vind gamen zinvol, wij niet) - weinig andere activiteiten (poolen en heel soms voetballen) - doet met vrienden niets anders dan gamen - besteding vrije tijd: naar mijn vriendin, laptoppen, foto s maken, wandelen met mijn vriendin - Zelf bedenken wat te doen: ja, als ik me verveel ga ik foto s maken - nu meer tijdsbesef - wat hij doet vind ik vaak minder want zit alleen achter laptop of ipad, wel met periodes beter - tijdens vrije tijd: foto s maken, grootste hobby is computer - besteding vrije tijd: tekenen, tv-kijken, koken, huishouden, veel computeren - Zelf bedenken wat te doen: laatste tijd moeilijk, heb veel te doen, verveel me niet, - ze heeft een tijdje schema s gemaakt voor structuur in de vrije tijd - is ook bezig met goed dag- nachtritme -voor iemand die al heel lang thuiszit wordt het moeilijker een goede daginvulling te hebben. - ik denk dat ze goed bezig is met structuur en nuttige dingen doen Van de vijf jongeren hebben er vier nog geen beroep of studierichting gekozen. Drie daarvan geven aan dat ze er mee bezig zijn. Op de vraag hoe ze het aan willen gaan pakken noemen twee van de vijf jongeren dat ze graag stage zouden willen lopen om eerst te kijken of een richting iets voor hen is. Twee van de vier ouders geven aan dat hun kind nog niet echt bezig is met het kiezen van een beroep/ studierichting. Twee van de vier ouders noemen dat hun kind veel leuk vindt. De moeder van jongere A voegt daaraan toe dat het voor haar dochter een bron van zelfvertrouwen is dat ze voor haar gevoel veel kan worden en daar dus een brede keuze in heeft. Voor wat betreft de besteding van de vrije tijd noemt elke jongere in dit onderzoek een aantal activiteiten die ze ondernemen in hun vrije tijd. Drie van de vijf jongeren noemt daarbij de computer/ gamen. Opvallend is dat de meisjes die aan dit onderzoek deelnemen aangeven dat ze soms zelf kunnen bedenken wat te doen tijdens de vrije tijd en dat de twee jongens allebei antwoorden dat het hen goed lukt om in de vrije tijd zelf te bedenken wat ze gaan doen. De ouders van de twee jongens die aan dit onderzoek deelnemen noemen allen dat zij vinden dat hun zoon vooral gamet / computert en daarnaast weinig andere activiteiten heeft. De partner van jongere E, die zelf ook aangegeven heeft dat ze veel op de computer zit, noemt dit niet. 23

24 Hoofdstuk: 4. Resultaten Ontwikkelingsgebied 3. Wonen, gezondheid en zelfverzorging Jongere A Ouder A Jongere B Ouder B Jongere C Ouder C 3. Wonen, gezondheid en zelfverzorging Wonen - Woonsituatie: bij ouders - Wens voor toekomst: met partner en misschien een soort van begeleiding erbij; dat er iemand een paar keer in de week komt. - In zekere zin al mee bezig (eigen kamer opruimen, vaatwasser in en uitruimen, hond en kat eten geven, veel meer doet ze nog niet) - Zijn wel dingen waar ik over na denk (moet ze niet meer gaan doen) - Aan de andere kant is ze al zo overbeladen en overprikkeld dat je dat dan gauw wegstreept. - Dat is het nadeel van haar autisme; dat je het gauw voor haar doet - Naar de toekomst toe is ze er zelf nog niet mee bezig ik wel. Ik moet dat echt aangeven en dan snapt ze het wel. - Woonsituatie: bij ouders - Wens voor toekomst: met partner, in een leuk huis met twee kinderen - kinderlijke ideeën: genoeg geld verdienen om met vriendin in boerderij te gaan wonden (eerst mocht iedereen erbij, nu selectief - Soms ook: als ik later getrouwd ben - Woonsituatie: bij ouders - Wens voor toekomst: met partner, in een groot huis - niet zo mee bezig - ruimt zijn kamer niet zelf op, laat was vallen - heeft wel een plaatje in zijn hoofd van hoe hij het later wil: huis met zwembad Gezondheid en uiterlijk - Zelf zorgen voor gezondheid: gezond eten, bewegen, hygiëne (niet echt: neuspeuteren, knoeien met eten, wel: douchen en handen wassen) iets anders (goed verzorgd willen worden als ik ziek ben) - Zelf zorgen voor uiterlijk: kleding, haren verzorgen, gezicht verzorgen - belangrijk vwb uiterlijk en gezondheid: er fris mooi en vrolijk uitzien - Daar is nog heel veel in bij te sturen - Douchen vindt ze vervelend. Dat moet ze. Ze doet het wel na uitleg. Niet veel strijd over. - Ze peutert in haar neus, met handen in haar pyjamabroek kriebelt ze aan haar plasser, eet met haar handen, vergeet haar handen ook vaak te wassen na het plassen - Wel vooruitgang Zelf zorgen voor gezondheid: gezond eten, bewegen, iets anders (slapen, lachen, huilen, gevoelens uiten) - Zelf zorgen voor uiterlijk: kleding, make-up, haren verzorgen, anders: zorgen dat ik er fris uitzie en ruik - belangrijk vwb uiterlijk en gezondheid: niet te dun blijven, er goed uitzien, niet als een debiel over straat gaan lopen - uiterlijk: veel mee bezig wel vergelijkbaar met meiden van haar leeftijd - gezondheid: verzorgt zich goed (huid, haren, nagels), eten niet gezond, snoept veel en eet s avonds weinig; is zich niet echt bewust van gezond eten daar zijn wij voor Zelf zorgen voor gezondheid: gezond eten, iets anders (geen gekke dingen doen, niet aan drugs komen, niet roken) - Zelf zorgen voor uiterlijk: kleding, wassen, haren verzorgen, anders: luchtje op - belangrijk vwb uiterlijk en gezondheid: er verzorgd uitzien, niet stinken, niet roken, niet aan de drugs, geen gekke dingen doen - gezondheid speelt voor hem geen rol, is in principe nooit ziek - neemt wel preventief paracetamol mee naar school voor hoofdpijn - uiterlijk is erg belangrijk (kleding, haar) - tanden poetst hij elke dag, mijns inziens niet goed en alleen als ik zeg dat hij moet poetsen Jongere D - Woonsituatie: bij ouders - Wens voor toekomst: met partner, mooi huisje Zelf zorgen voor gezondheid: gezond eten (ik heb slecht gegeten maar nu let ik er wel op, eerst elke week een vette hap maar nu niet meer) bewegen (heel veel fietsen, lopen en er op uit met camera) 24

25 Hoofdstuk: 4. Resultaten Ouder D Jongere E Partner E - maakt op eigen kamer schoon, wil dat nu ook zelf doen, voorheen deed ik dat - is wel een rommel op zijn kamer, moeilijk organiseren en plannen -wil het zelf zonder hulp doen maar hij niet maar krijgt het zelf niet goed georganiseerd - ik denk dat het nog best een tijd zal duren voordat hem dit wel lukt Woonsituatie: met partner - ik probeer het gewoon - maak schoon als er bezoek gaat komen - kamer moet vol voorwerpen zijn waar ik me bij op mijn gemak voel - ik erger me soms aan rommel partner - ik vraag hem dan op te ruimen - is goed bezig met schoonmaken, zij neemt daarin initiatief en maakt daar ook afspraken over - ik denk dat ze hier goed mee bezig is - Zelf zorgen voor uiterlijk: haren verzorgen, scheren, kleding, tanden poetsen, wassen (gezicht wassen, douchen), - belangrijk vwb uiterlijk en gezondheid: weet ik niet, je moet gewoon jezelf zijn - gezondheid: goed, eet goed - verzorging: sinds zijn verkering weer goed, douchet hij ook weer regelmatiger, - moet hem er op wijzen schone onderbroeken aan te trekken - herken mezelf erin, maak me geen zorgen Zelf zorgen voor gezondheid: gezond eten (niet teveel, niet te weinig, op vaste tijden, gezond eten) Ik zou wel meer op gezondheid kunnen letten, mn bewegen - Zelf zorgen voor uiterlijk: Kleding (schoon en modieus), Niet zo zorgzaam voor uiterlijk, wel beter dan vroeger - belangrijk vwb uiterlijk en gezondheid: niet teveel troep eten, zou meer moeten bewegen, zie er niet uit als sloddervos - douchet regelmatig, doet crème op, is als een normaal persoon met hygiëne en uiterlijke verzorging bezig, kleding kopen Van de vijf geïnterviewde jongeren wonen er vier bij hun ouders en één woont samen met haar partner. Op de vraag hoe de jongeren in de toekomst graag zouden willen wonen noemen de vier jongeren allemaal dat ze graag met een partner willen wonen. Één jongere voegt eraan toe dat ze er misschien een soort van begeleiding bij wil. Drie jongeren voegen eraan toe dat ze een mooi huis willen. De ouders van twee van de jongeren noemen dat hun kind al wel een plaatje in het hoofd heeft van hoe ze het later willen. Van de vijf jongeren geven twee ouders aan dat de jongere in meer of mindere mate wel al bezig is met taakjes ter voorbereiding op het wonen van later. Ook de partner geeft aan dat zijn vriendin op een goede manier bezig is met het zorgen voor een prettige woonsituatie. Voor wat betreft het zorgen voor eigen gezondheid noemen de jongeren verschillende manieren waarop ze daarmee bezig zijn. Alle jongeren noemen dat ze gezond eten. Drie van de vijf jongeren noemen dat ze ook bewegen. Drie van de vijf jongeren noemen zelf nog andere manieren waarop ze voor hun gezondheid zorgen. Voor wat betreft het zorgen voor het eigen uiterlijk noemen alle jongeren het uitzoeken van kleding. Vier van de vijf jongeren noemen dat ze hun haren verzorgen. Op de vraag wat ze belangrijk vinden voor wat betreft gezondheid en uiterlijk noemen vier van de vijf jongeren dat ze er het belangrijk vinden hoe ze eruit zien. Twee jongeren noemen dat ze het belangrijk vinden hoe ze ruiken. Voor wat betreft het zorgen voor gezondheid en uiterlijk noemen de ouders van twee jongeren dat volgens hen het uiterlijk voor hun kind erg belangrijk is en ze er erg mee bezig zijn. De moeder van jongere d noemt dat de mate waarin de jongere zich verzorgt samenhangt met of hij op dat moment verkering heeft. Van drie jongeren noemen de ouders dat ze hun kinderen hierin aansturen. Voor wat betreft het zorgen voor de gezondheid vertellen de ouders van twee jongeren iets over eten. De moeder van jongere b vindt dat haar dochter niet gezond eet en de moeder van jongere d noemt dat haar zoon goed eet. 25

26 Hoofdstuk: 4. Resultaten Ontwikkelingsgebied 4. Vriendschap en liefdesrelatie Jongere A Ouder A Jongere B Ouder B Jongere C Ouder C Jongere D Ouder D 4. Vriendschap en liefdesrelatie Vriendschap - heeft vrienden: één vriendin en een speelvriend op school - hoop volgend jaar meer vrienden te krijgen omdat deze vrienden naar andere school gaan - moeilijk om vrienden met jongens te maken uit angst dat anderen denken dat ik verliefd ben - Nieuwe vrienden maken: denk wel dat dat lukt, gaat meestal automatisch - vrienden houden: lukt wel goed, eigenlijk wel maar één vriendschap die ik wil onderhouden - Als ze behoefte heeft om met rust gelaten te worden, vindt ze vriendschap niet belangrijk. Wat de consequenties daarvan zijn weet ze niet, staat ze niet bij stil. - Op het moment dat ze zich verveelt of ziet dat kinderen samen spelen, dan wil ze wel afspreken - Neemt zelf geen initiatief in het aangaan van nieuwe relaties - Heeft nu een vriend en vriendin op school. Die gaan weg. Ze wil nu nog niet nadenken over nieuwe vrienden, dat is pas volgend jaar. Ze heeft nu wat ze heeft en dat is nu genoeg - heeft vrienden: veel vrienden, van school, van buiten school, van de dansscholen, uit de disco en via via - Nieuwe vrienden maken: ja dat lukt; via via, er gewoon op afstappen, in de stad en op de dansscholen - vrienden houden: lukt wel goed; contact blijven houden, msn, smsen, een keer afspreken - Ze vindt het ontzettend belangrijk - wil ook alles meemaken en overal bij zijn als ze er genoeg energie voor heeft - ze vindt het belangrijk contact te houden - heeft vrienden: ja, drie echte goede vrienden (1 van school en 2 uit de buurt), echte goede vrienden kan je maar op een hand tellen. veel vrienden - Nieuwe vrienden maken: ja dat lukt; soms kom je elkaar tegen als je elkaar kent van zien en dan praat je met elkaar, je vraagt of hij een keer naar jou toekomt of jij naar hem, of je gaat iets leuks doen. - vrienden houden: ja dat lukt; normaal blijven doen, aardig blijven doen, regelmatig met elkaar blijven afspreken. - betere vriendschappen sinds hij op deze school zit - maakt makkelijk vriendschappen - onderhouden vriendschappen is een probleem - maakt ongepaste opmerkingen naar anderen - bij conflicten vraagt hij thuis wat hij moet doen - heeft vrienden: best wel goede vrienden, allemaal vrienden waar ik heen ga in mijn vrije tijd, ken ze via hobby, ook oudere vrienden (volwassenen) - Nieuwe vrienden maken: ja dat lukt; ik stap er gewoon op af - vrienden houden: ja dat lukt; ik weet niet hoe ik dat moet zeggen, soms een biertje drinken, bijkletsen, afspreken, gamen, contact houden via mobiel en msn - is er goed mee bezig - gaat naar jarige collega toe - heeft niet echt vaste vrienden Intimiteit en seksualiteit - liefdesrelatie: nee - wens voor toekomst: wil wel relatie maar nu nog niet - kan me niet voorstellen hoe een ware liefde eruit ziet - genoeg kennis over liefde en seksualiteit: weet niet, seksuele voorlichting op school niet doorgegaan. Ik denk dat ik het nu niet echt nodig heb om er meer over te weten maar misschien later - Vindt ze nog iets vies, iets raars. - Ik zie daar in aanvang ook nog helemaal niets van - Reageert afwijzend als ouders kussen of wanneer iets van vrijen op tv is - liefdesrelatie: half - wens voor liefdesrelatie: ja - genoeg kennis over liefde en seksualiteit: ja daar weet ik zat van - is heel erg op jongens gericht - ik weet niet of ze wel een duidelijk beeld heeft van wat ze gaat doen als ze verkering heeft - als we het hebben over gemeenschap hebben hoeft dat voor haar nog niet - ik praat er met haar over - ze is er veel mee bezig - liefdesrelatie: nu niet maar wel gehad - wens voor liefdesrelatie: misschien als ik een leuk meisje tegenkom, is afwachten - genoeg kennis over liefde en seksualiteit: ja, heb ervaring en seksuele voorlichting op school gehad - is er zelf niet mee bezig, zeker nog niet op seksueel gebied - heeft wel een vriendinnetje gehad - liefdesrelatie: ja - genoeg kennis over liefde en seksualiteit: ja veel geleerd van andere vriendin en ook van mijn moeder - is er mee bezig - houdt rekening met haar: wil niks overhaast doen omdat zij nog niet aan seks toe is. 26

27 Hoofdstuk: 4. Resultaten - vrienden van de brandweer ziet hij niet dagelijks maar gaat er wel mee op stap - Aangaan vriendschappen: gaat goed - onderhouden vriendschappen: doet er niet heel erg zijn best voor Jongere E Partner E - vroeger niet veel vrienden - nu genoeg vrienden -vrienden ontmoet vanwege interesses en onderhoud ze ook door middel van interesses -meer moeite met onderhouden van vriendschappen met mensen die mijn interesses niet delen -ze heeft eigen clubje waar ze dingen mee doet - ze gaat naar beursen waar ze met mensen omgaat en bepaalde vrienden heeft leren kennen - Vrienden onderhouden: ja ze toont wel initiatief (belt en smst) en is er actief mee bezig. - liefdesrelatie: ja - mijn partner is eerste vriend - was erg aftasten en leren nog steeds - moeilijk: mijn partner komt laatste tijd vaak sip thuis, ik probeer hem wel te troosten maar soms heb ik daar echt geen zin in - voor deze relatie was ze best eenzaam - het is voor haar belangrijk een relatie te hebben - wil graag praten over aspecten van de relatie en neemt daar initiatief in. Alle vijf de geïnterviewde jongeren noemen dat ze vrienden hebben. Voor wat betreft het aangaan van nieuwe vriendschappen noemen de oudste vier jongeren dat het ze goed lukt om nieuwe vrienden te maken. Deze vier jongeren noemen ook allen voorbeelden van hoe ze dat doen. De jongste jongere geeft aan dat ze het niet weet maar denkt dat het haar wel gaat lukken om nieuwe vrienden te maken. Voor wat betreft het onderhouden van relaties noemen alle jongeren dat dat hen goed lukt. De jongste jongere voegt eraan toe dat er maar één relatie is die ze wil onderhouden en de oudste jongere noemt dat ze het moeilijk vindt om relaties te onderhouden met iemand die haar interesses niet deelt. De vier oudste jongeren kunnen voorbeelden geven van wat ze doen om vriendschappen te onderhouden. Als het gaat om hoe belangrijk vriendschap voor de jongere is noemt één ouder dat vriendschap voor haar dochter ontzettend belangrijk is. Een andere ouder noemt dat als haar dochter behoefte heeft aan rust, vriendschap niet belangrijk is en ze ook niet ziet wat daar de consequenties van zijn. Één ouder noemt dat haar zoon goed bezig is met de ontwikkelingstaak vriendschap. Voor wat betreft het maken van vriendschappen geven twee ouders aan dat hun zoon makkelijk nieuwe contacten aan gaat. Beide ouders noemen overigens dat het onderhouden hiervan vervolgens minder goed gaat. De twee oudste jongeren in dit onderzoek hebben een liefdesrelatie en één jongere vertelt dat ze half-half een relatie heeft. De twee jongeren die geen liefdesrelatie hebben en de jongere met half-half een relatie, noemen dat ze in de toekomst wel een relatie willen. Op de vraag of ze genoeg weten over liefde en seksualiteit noemt de jongste jongere dat ze dat niet weet. Drie jongeren noemen dat ze er genoeg van weten en de oudste noemt dat het voor haar erg aftasten was en dat ze veel heeft moeten leren en nog steeds leert. De drie oudsten noemen dat ze hierin geleerd hebben van een (eerdere) partner. Volgens moeder is de jongste jongere nog niet bezig met liefde en seksualiteit (in overeenstemming met wat de jongere zelf ook zegt). Ook de ouders van jongere C noemen dat hij er nog niet mee bezig is. Opvallend hierbij is dat jongere C zelf noemt dat hij al ervaring heeft. Van twee jongeren noemen de moeders dat ze er mee bezig zijn. Eén van deze twee moeders noemt daarbij dat haar dochter er veel mee bezig is. 4.2 Tevredenheid m.b.t. het functioneren per ontwikkelingsgebied Aan de jongeren en hun ouders is gevraagd een cijfer van één tot tien te geven om aan te duiden hoe tevreden ze zijn over hoe de jongere bezig is met de ontwikkelingstaak. Daarbij is ook gevraagd dit cijfer toe te lichten. Aan ouders is bovendien gevraagd in hoeverre zij verwachten dat het antwoord 27

28 Hoofdstuk: 4. Resultaten van hun kind overeenkomt met dat van hen. In de onderstaande grafieken is te zien per jongere hoe zij en hun ouders dit per ontwikkelingstaak gescoord hebben. Ook is een matrix opgenomen waarin de cijfers zijn toegelicht en ook te lezen is of de ouder verwachtte dat de jongere er het zelfde over denkt. De antwoorden in de matrix zijn wat ingekort tot steekwoorden en er is getracht ook hier labels toe te kennen. 28

29 Hoofdstuk: 4. Resultaten Ontwikkelingsgebied 1 Ontwikkelingsgebied 2 Ontwikkelingsgebied 3 Ontwikkelingsgebied Jongere a Ouder a Grafiek 1: tevredenheid jongere a en ouder m.b.t. ontwikkelingstaken Ontwikkelingsgebied 1 Ontwikkelingsgebied 2 Ontwikkelingsgebied 3 Ontwikkelingsgebied Jongere b Ouder b Grafiek 2: tevredenheid jongere en ouder b m.b.t. ontwikkelingstaken Ontwikkelingsgebied 1 Ontwikkelingsgebied 2 Ontwikkelingsgebied 3 Ontwikkelingsgebied Jongere c Ouder c Grafiek 3: tevredenheid jongere c en ouders m.b.t. ontwikkelingstaken 29

30 Hoofdstuk: 4. Resultaten Ontwikkelingsgebied 1 Ontwikkelingsgebied 2 Ontwikkelingsgebied 3 Ontwikkelingsgebied Jongere d Ouder d Grafiek 4: tevredenheid jongere d en ouder m.b.t. ontwikkelingstaken Ontwikkelingsgebied 1 Ontwikkelingsgebied 2 Ontwikkelingsgebied 3 Ontwikkelingsgebied Jongere e Partner e Grafiek 5: tevredenheid jongere e en partner m.b.t. ontwikkelingstaken 30

31 Hoofdstuk: 4. Resultaten Jongere A Jongere B Jongere C Jongere D Jongere E 1. Positie t.o.v. ouders 2. Omgaan met regels en autoriteit 3. onderwijs/ werk (7) - Iets dat nog niet lukt - Verschil met leeftijdsgenoten Ouder: (4) - Verschil met leeftijdsgenoten - Veel investeren als ouders: kost veel energie Nee - Weinig inzicht in wat ze nog niet kan -J. weet dat ze daarin nog moet leren maar meer omdat wij dat hebben uitgelegd. (8,5) - Iets dat nog niet lukt - Noemt sterke kant (Ik ben wel iemand die het echt volgens de regels wil doen) Ouder: (8) - Goed - Alleen erg rigide (9) -Vertrouwen in eigen kunnen - Noemt sterke kant (slim) - Van later zorg 4. Vrije tijd (8,5) - Best tevreden - Noemt sterke kant(creativiteit) 5.Wonen 6. Gezondheid en uiterlijk Ouder: (10) - Geniet hier zelf als ouder van -Vertrouwen in J. Ouder: (7) - Noemt sterke kant (kan zichzelf vermaken) - Iets dat nog niet lukt (plannen) (8) - Werkt er al wel aan -Vertrouwen in eigen kunnen Ouder: (4) -Ontwikkeling verloopt erg traag - Verwacht problemen in de toekomst Nee - J. is er nog niet mee bezig - J. heeft weinig inzicht in wat J. nog niet kan (7) - Iets dat nog niet lukt Ouder: (5) - J. is erg afhankelijk van ouders - Wel (7,5) - Heb ouders niet heel vaak nodig Ouder: (8) - J. heeft inzicht in zichzelf - J.doet het goed - J. houdt zich aan afspraken (6,5) - Moeder zegt dat het niet zo goed gaat - Noemt dat het moeilijk is Ouder: (4,5) - Zou dat liever anders willen - J. gaat regelmatig over de schreef Nee - J. vindt dat ze gewoon gelijk heeft - Toont geen spijt (8) - Van later zorg - Al veel ideeën Ouder: (7) - Ligt aan hoe ze overkomt op anderen - Kiezen voor studierichting zal lukken (9) - Noemt sterke kant (weet wat ik wil doen) Ouder: (10) - Niks op aan te merken (7,5) -Vertrouwen in eigen kunnen Ouder: (7) -Passend bij leeftijd -Vertrouwen in de toekomst (met begeleiding) (8) -Noemt eigen sterke kant (dat ik er soms ook Ouder: (6) -J. mag wel minder met uiterlijk bezig zijn (8) - Mag nog niet alles zonder mijn ouders Ouders: (8) - Prettig dat het beperkt is maar dat J. wel de ruimte neemt Jongere (7) - Iets dat nog niet lukt (moeite met regels op school) Ouders (7) - Passend bij leeftijd (alle kinderen hebben hier tijdens adolescentie moeite mee) - J. ziet het nut niet in van regels (8) -Vertrouwen in eigen kunnen - Ziet de taak als makkelijk Ouders: (6) - Noemt wat in toekomst moeilijk zal zijn (minder vrije tijd) Nee - is er nog niet zo mee bezig (9) - Gaat goed Ouders: (7) - J. zit daardoor goed in zijn vel - Zou anders willen (meer variatie) (8) -Vertrouwen in de toekomst -Vertrouwen in eigen kunnen Ouders: (7) - Passend bij leeftijd -Zou wel anders willen (9) - Ziet de taak als makkelijk Ouders: (8) - Noemt sterke kant (J. wil er graag goed (8) - Zelfstandig voor iemand met autisme - Veel geleerd Ouder: (9) - J. heeft veel geleerd - J. ziet zichzelf daarin als normaal persoon zonder autisme (10) - Gaat goed - Soms een foutje maar past zich dan aan Ouder: (7) - Doet zijn best - Voor iemand met autisme doet hij het goed Nee - Ziet zichzelf beter (8) - is over sommige keuzes tevreden en over sommige keuzes niet tevreden - Fijn dat hij kan werken en geld kan verdienen Ouder: (6) - Gaat nu minder goed - J. moet gestimuleerd worden Weet niet - J. weet waarschijnlijk wel dat hij niet de goede motivatie heeft maar wil het niet erkennen (10) - Kan dingen doen waar hij rustiger van wordt Ouder: (7) - Best tevreden - In vergelijking met leeftijdsgenoten goed Nee - J. doet het in zijn eigen ogen beter (9) -Vertrouwen in de toekomst Ouder: (7) - Iets dat nog niet lukt (organiseren) Nee - J. heeft weinig inzicht in wat J. nog niet kan (8) - Iets dat nog niet lukt (soms te lui om te Ouder: (7) - Noemt sterke kant (verzorgt uiterlijk (8) -Iets dat nog niet lukt (huishouden) - Noemt sterke kant (kan voor zichzelf zorgen) Partner: (9) - Heeft haar ouders niet nodig (7) - moeilijk te zeggen - Misschien ben ik soms wat te rechtlijnig Partner: (9,5) - geen problemen met haar en autoriteit Weet niet (7) - Doe mijn best - Situatie is wel vervelend - Veel negatieve gevoelens - Ik had het misschien beter kunnen doen Partner: (7,5) - Noemt hoe J. het misschien beter had kunnen doen - Noemt sterke kant (J. weet wat ze wil) -Goed dat ze structuur zoekt Nee - Verwacht dat J. het minder positief ziet (3) -schuldgevoel - weet dat ik dingen niet kan vanwege autisme Partner: (7,5) - moeilijk omdat er geen structuur van buitenaf is - noemt sterke kant (8) - Doe mijn best Partner: (9) (7) - Is wel acceptabel -Iets dat nog niet lukt Partner: (10) - Niks op aan te merken 31

32 Hoofdstuk: 4. Resultaten 7. vriendschap 8. intimiteit en seksualiteit verbetering - Vergt veel geduld van ouders (Geen cijfer) - Ik heb maar één vriend - moeilijk uit te leggen Ouder: (3) - Echt niet tevreden - Ze investeert niet - Wel vooruitgang Nee - Ze weet niet wat een vriendschap moet zijn (Geen cijfer) - Nog niet van toepassing -Vertrouwen in eigen kunnen - Kan geen cijfer geven want gaat over mensen Ouder: (2) - Verwacht veel problemen in de toekomst Nee - Jongere heeft wel vertrouwen in de toekomst niet om kan geven hoe ik eruit zie) - J. mag wel meer met gezondheid bezig zijn Nee - J. vindt dat ze niet genoeg met haar uiterlijk bezig kan zijn (8,5) - Noemt sterke kanten (Ga goed met vrienden om, onderhoud vriendschap pen) Ouder: (8) - Noemt sterke kanten (kan grenzen aangeven, investeert) (8) - Ik probeer hem te houden - Noemt eigen sterke kant (niet kinderachtig) Ouder: (6) - Noemt valkuil (J. is gevoelig voor spanning) - Noemt sterke kant (stelt grenzen) Nee Jongere ziet het anders (8) - Gaat goed uitzien) douchen) goed) - Iets dat nog niet lukt (zelfverzorging) Ouders: (8) - J. is er goed mee bezig - heeft veel geleerd (7) - Het gaat goed Ouders: (geen cijfer) - J. is er nog helemaal niet mee bezig Tabel 2: toelichting cijfer tevredenheid van jongeren en hun ouders per ontwikkelingstaak Nee -J. merkt niet als hij stinkt, -kan er nog niet echt iets mee doen als hij het wel merkt (10) - Gaat goed Ouder: (7) -J. doet zijn best (10) - ben gelukkig in relatie - Noemt sterke kant (lossen samen problemen op) Ouder: (9) - Heel tevreden - Noemt sterke kant (respecteert grenzen van de ander) (bewegen) (8) - in principe wel gewoon goed - soms met iemand willen praten maar te lui om zelf achteraan te gaan - soms een beetje te makkelijk Partner: (8) - doet het misschien wel beter dan ik Geen antwoord (9) - doe mijn best -probeer zoveel mogelijk rekening te houden met gevoelens partner Partner: (8,5) - normaal mee bezig - heel open in - ze is duidelijk geïnteressee rd in de relatie en ermee bezig Opvallend is dat de jongeren overwegend hogere cijfers geven dan hun ouders als het gaat om tevredenheid voor wat betreft het uitvoeren van de ontwikkelingstaken. Slechts een enkele keer is dit omgekeerd of geven ouder en jongere hetzelfde cijfer. Bij jongere E, waar de partner gevraagd is, valt juist op dat de partner overwegend hogere cijfers geeft dan de jongere zelf. Op één na worden er door de jongeren geen onvoldoendes gegeven. De oudst deelnemende jongere geeft zichzelf één onvoldoende. De jongeren in dit onderzoek zijn dus overwegend voldoende tevreden over de uitvoering van de ontwikkelingstaken. Door ouders is zes keer een onvoldoende gegeven. Vijf daarvan zijn door één en de zelfde ouder gegeven, namelijk de ouder van de jongst deelnemende jongere. De andere onvoldoende is gegeven door de ouder van de op één na jongste jongere. Opvallend is dat ondanks het verschil in cijfers voor wat betreft de beoordeling er in de toelichting van de cijfers wel veel overeenkomsten zitten tussen wat de jongere en de ouder noemt. Op één na alle jongeren geven een hoog cijfer(van acht-en-een-half tot tien) als het gaat om tevredenheid voor wat betreft het omgaan met de vrije tijd. Jongere E vormt hierop een uitzondering. Zij geeft hier juist een onvoldoende. Hieraan dient toegevoegd te worden dat zij al geruime tijd thuis zit zonder vaste dagbesteding. De andere jongeren hebben dagbesteding in de vorm van school of opleiding. Deze jongere scoort zichzelf het hoogst als het gaat om intimiteit en seksualiteit. Zij is de enige die samenwoont. Als het gaat om ontwikkelingstaken waar de jongere nog niet direct mee bezig is, zoals bijvoorbeeld (zelfstandig) wonen (slechts één van de geïnterviewde jongeren woont zelfstandig) of het hebben van een liefdesrelatie, geven de jongeren hoge cijfers en spreken ze in de toelichting een vertrouwen uit in eigen kunnen en in de toekomst of ze noemen dat het pas van later zorg is. 32

33 Hoofdstuk: 4. Resultaten Jongere D is de enige die zo tevreden is over de uitvoering van de ontwikkelingstaken dat hij zichzelf een tien geeft. Hij geeft maar liefst vier tienen. Twee ouders geven ook een tien. Deze tienen zijn beiden gegeven voor het ontwikkelingsgebied dagbesteding. Bij de jongst deelnemende jongere valt op dat er bij drie ontwikkelingstaken door de jongere een voldoende gegeven wordt tegenover een onvoldoende van de ouder. In twee gevallen verwachtte moeder ook geen overeenstemming. Hierbij wordt door moeder met name gebrek aan inzicht van haar dochter genoemd. In het geval dat moeder wel overeenstemming verwacht, valt op dat ondanks dat het cijfer wel verschilt, beiden wel in de toelichting aangeven dat er nog een aantal dingen niet lukt. Opvallend is dat met name de meisjes die geïnterviewd zijn, bij de toelichting van een cijfer een sterke kant van zichzelf noemen. De jongens noemen vaker dat het gewoon goed gaat. Jongere A heeft bij de laatste twee ontwikkelingstaken (vriendschappen en intimiteit en seksualiteit) geen cijfers gegeven. Ze geeft hierbij als uitleg dat het om mensen gaat en ze daarom geen cijfers kan geven. De ouders van jongere C geven geen cijfer als het gaat om intimiteit en seksualiteit omdat hun zoon daar volgens hen niet mee bezig is. Jongere C geeft zelf een zeven. 4.3 Invloed van autisme op het uitvoeren van de ontwikkelingstaken per ontwikkelingsgebied De jongeren en hun ouders is gevraagd in hoeverre zij denken dat het door het autisme moeilijker of makkelijker is om de ontwikkelingstaken uit te voeren. In onderstaand schema zijn de antwoorden van de jongeren en hun ouders opgenomen. 33

34 Hoofdstuk: 4. Resultaten Jongere A Ouder A 1.positie t.o.v ouders en autoriteit Geen verschil: - Ik weet niet of mijn autisme er mee te maken heeft. Ik ben gewend aan hoe het met mijn autisme is. -Ik denk dat het meer met persoonlijkheid te maken heeft. Moeilijker: - Vooral het zelfstandig worden is iets waar je puzzelstukje voor puzzelstukje aan moet werken. - Als ze dan iets kan en de omstandigheden zijn weer iets anders is er geen garantie dat ze dat ook kan. Dat wordt een gigantische probleem. - Andere pubers kun je regels uitleggen maar bij haar leg je het uit en blijft ze toch terugkomen met haar ding. 2. dagbesteding 3. Wonen, gezondheid en zelfverzorging Moeilijker: Moeilijker: - Dat komt door die vrije - Ik heb ook autisme en tijd. ik denk dat het wel daar - Voor wat betreft het vandaan komt zoals dat kiezen van gekluns met mijn eten studie/beroep dat is en al die dingen. denk ik hetzelfde. - Dat zei mama ook want kinderen met autisme hebben ook niet echt zo n idee van hoeveel tijd ze hebben en dat is bij mij ook wel een beetje. - Ik heb ook zelf vaak een klokje nodig. Moeilijker: - Ze mist inzicht in wat ze kan. Ziet niet wat haar eigen beperkingen zijn en wat de gevolgen daarvan zijn op beroep of activiteit. - Bij indelen vrije tijd is moeilijk dat ze geen idee heeft van tijd. Moeilijker: -Ze moet het in stukjes leren (uitleg, herhalen, en doen). - Ze moet al zoveel leren waardoor dit ondergeschoven is. - Ze is heel erg afhankelijk van afspraken die een ander daarover maakt. 4. vriendschap en liefdesrelatie Moeilijker: - Nu net zo makkelijk - Vroeger was het wel moeilijker want daar heb ik toen van jou ook les in gekregen dus ik denk wel dat het moeilijker is. - Voor mensen met autisme in het algemeen is het denk ik moeilijker maar voor mij niet want ik heb het van jou geleerd en nou weet ik het. Moeilijker: - Vele malen moeilijker. - Het is namelijk al moeilijk, zeker voor pubers maar zelfs als je volwassen bent. Jongere B Ouder B Geen verschil: - Ik weet het niet want ik ben geen gewoon mens. - Voor andere mensen met autisme wel maar voor mij niet. - Soms denk ik dat het voor mij makkelijker is omdat ik zelf aan de slag kan. - Af en toe is het moeilijker in tijden dat ik het moeilijker heb. Moeilijker: - Vanuit mij bekeken maar ik denk dat ze het zelf als makkelijker ervaart. - Als je het echt vanuit haar bekijkt denk ik dat het voor haar makkelijk is. Zij heeft niet zo n last van dat probleem met autoriteit. - Zij vindt het niet vervelend als ze een ander kwetst - Voor mij als moeder moeilijker omdat je t.a.v. je kind ook wil dat ze sociaal, lief, leuk en aardig is. Geen verschil: - Voor andere mensen met autisme wel maar voor mij niet. Moeilijker: - Met keuze denk ik niet dat ze het moeilijker heeft. - Planning en organisatie voor wat betreft opleiding, werk en vrije tijd is wel moeilijker. - Ze kan zich makkelijk laten verleiden tot uitstellen, waardoor dingen fout kunnen lopen. - Wat betreft omgaan met vrije tijd misschien makkelijker of geen verschil. Geen verschil: - Ik weet het niet, denk gewoon dat dat voor mij geen verschil maakt. Moeilijker: - Moeite met plannen en organiseren: Als ze het druk heeft zou ze eten overslaan, een paar dagen gezond eten en het dan weer vergeten. Geen verschil: - Voor andere mensen met autisme wel maar voor mij niet. Moeilijker: - Ze stapt er makkelijker in maar té makkelijk, onbegrensd, waardoor het juist moeilijker wordt. 34

35 Hoofdstuk: 4. Resultaten Jongere C Ouder C Moeilijker: - Omdat ouders er anders over denken vooral al je nog jonger bent, denken ze misschien dat je dat niet kan. Moeilijker: - Voor hem is het hebben van autisme een belasting. - Hij heeft er meer last van dat hij weet dat hij autisme heeft dan van zijn autisme. - Regels zijn een belasting (denk niet dat autisme het omgaan met regels lastiger maakt). Moeilijker: - Als in mijn dossier staat dat ik autisme heb, is het moeilijker want dan nemen ze liever iemand aan die geen autisme heeft. - Voor mijzelf maakt het geen verschil Moeilijker: - Is erg gesteld op zijn vrije tijd en als hij dadelijk gaat werken wordt hij daarin beperkt. Geen verschil: - Waarom zou iemand zonder autisme dat makkelijker kunnen dan ik? Moeilijker: - Wat betreft zijn woonsituatie aangezien hij meer moet gaan plannen en organiseren. - Wat betreft uiterlijk geen verschil. Geen verschil: - Ik weet niet waarom, gewoon geen verschil. - Waarom zou het anders zijn dan voor iemand zonder autisme? Moeilijker: - Het is een grote stap. - Als je in een relatie samenwoont heb je makkelijker een conflict. Jongere D Ouder D Geen verschil: - Ligt er aan hoe je ouders je opvoeden - Omdat ik heel licht autisme heb merk ik er niet veel van. - Ik voel me een gewoon iemand net als jij. - Oké ik heb wel mijn beperking maar dat zie je niet aan mij. Moeilijker: - Bepaalde dingen, regels en gevoelens moet je echt aanleren bij ze. - Veel gedrag is bij hem verkeerd. Doordat je hem daarop wijst krijg je nieuw aangeleerd gedrag. Geen verschil: - Ik heb er geen last van. - Heel veel mensen vinden het moeilijker om door te studeren als ze eenmaal een diploma hebben. - Op niveau 2 merkte ik niet echt verschil tussen mij en anderen. - Op niveau 3 wel: dat zij zelfstandiger zijn dan ik. Moeilijker: - Heel moeilijk. - Hij maakt nu wel meer een keuze. - Hij gaat bij keuzes vooral voor het vertrouwde, bekende. Weet ik niet: - Ik leer nu ook heel veel zelfstandig te worden. - Als ik iets wil dan moet dat ook (ik haal graag vette hap en vind het moeilijk om dat niet te doen). Moeilijker: - Het zou heel moeilijk zijn om voor hem om op zichzelf te wonen. - Qua organisatie, eten, dag- nachtritme zou verstoord raken. - Hij heeft nog echt sturing nodig. Geen verschil: - Als je eerlijk tegen je vriendin zegt dat je autisme hebt - Je ziet toch meestal geen verschil als iemand autisme heeft, tenminste bij mij. Moeilijker: - Door bepaald gedrag en dingen zeggen is het onderhouden van de vriendschap moeilijker. - Hij gaat met vrienden wel anders om dan met vriendin. - Hij is wat kinderlijker. Jongere E Geen verschil: - Geen moeite mee gehad. - Door moeilijkheden met stiefvader, heb ik me snel ingesteld op het huis uit gaan waardoor het misschien wel makkelijker is geworden. Moeilijker: - Moeilijk te zeggen. - Tunnelvisie: Ik ben in één ding geïnteresseerd en kan dan aan niets anders denken terwijl als professional en op school ook andere dingen moet kunnen en doen. Moeilijker: - Ze maakt zich zorgen over werk- en schoolaspecten. - Ik weet niet goed of het aan haar autisme of persoonlijkheid ligt. Er zijn ook normale mensen die het op school niet redden. Moeilijker: - Moeilijk te focussen, de focus ligt ergens anders (namelijk bij interesse). Moeilijker: - Moeilijker om nieuwe vrienden te maken. - Moeilijker als iemand niet mijn interesses deelt. - Als vriendschap er eenmaal is, is er geen verschil. Partner E Geen verschil: - Ze gaat er goed mee om. - Misschien wel dat ze snel te neer geslagen is wanneer het anders loopt dan verwacht. Moeilijker: - Woonsituatie misschien iets moeilijker omdat ze misschien iets te veel duidelijkheid en orde wil. - De grijze gebieden zijn Moeilijker: - Qua relatie weet ik niet, onderhouden gaat prima volgens mij. - Bij vriendschappen misschien wel een klein beetje, dat ze het een beetje moeilijk voor misschien toch moeilijk haar. vindt veel vrienden te - Ze wil het misschien onderhouden. duidelijker hebben dan - Misschien dat ze door andere personen. haar autisme iets minder het huis uit wil of durft. Tabel 3: invloed van autisme op het uitvoeren van de ontwikkelingstaken per ontwikkelingstaken volgens de jongeren en hun ouders 35

36 Hoofdstuk: 4. Resultaten Over het algemeen kan gezegd worden dat ouders vaker aangeven dat het vervullen van de ontwikkelingstaken binnen de verschillende gebieden volgens hen moeilijker is vanwege het autisme. Jongeren geven daarentegen vaker aan dat er volgens hen geen verschil is. Opvallend is dat de partner van jongere E voor alle vier de gebieden precies hetzelfde antwoord geeft als jongere e zelf. Jongere C ervaart op twee ontwikkelingsgebieden dat het moeilijker is door zijn autisme. Hij noemt hierbij dat niet zijn autisme het moeilijker maakt maar een omgeving die weet van zijn beperking en hem daardoor anders behandeld, minder kansen geeft. Jongere A noemt dat het voor haar bij drie ontwikkelingsgebieden moeilijker is door haar autisme. Voor wat betreft één van die gebieden noemt ze daarbij dat haar moeder ook zegt dat dat voor kinderen met autisme moeilijker is. Van het ontwikkelingsgebied vriendschap en liefdesrelatie noemt ze dat het voor anderen mensen met autisme moeilijker is maar voor haar niet meer omdat ze van mij geleerd heeft hoe ze dit moet doen. Ook jongere E noemt dat het op drie van de vier ontwikkelingsgebieden moeilijker is door haar autisme. Ze kan hierbij uitleggen wat voor haar moeilijker is. De twee jongst deelnemende jongeren noemen bij één of meer ontwikkelingsgebieden dat het voor anderen met autisme wel moeilijker is maar voor hen niet. Twee jongeren geven aan dat ze het een vervelende vraag vinden. Één van de twee kan niet precies uitleggen waarom maar noemt het een autistenvraag. De ander noemt dat hij het een vervelende vraag vindt omdat het hem het gevoel geeft dat hij anders is. Een andere jongere merkt bij deze vraag op dat hij zich een gewoon iemand voelt net als ik. Twee jongere noemen allebei een keer als antwoord op een van deze vragen dat ze eigenlijk niet weten niet of haar autisme er mee te maken heeft omdat ze nou eenmaal autisme hebben en niet weten hoe het zonder is. Jongere a zegt letterlijk dat ze er aan gewend is hoe het met autisme is. Jongere b zegt tijdens het interview ook iets soortgelijks: Ik weet het niet want ik bén geen gewoon mens. De moeder van jongere b geeft aan het eind van het interview aan dat ze het wel een goede vraag vindt om over na te denken. Ze vindt het wel een betere vraag om aan de omgeving te stellen dan aan de jongere zelf. 4.4 Kwaliteiten en valkuilen volgens ouders Aan de ouders is gevraagd welke kwaliteiten en valkuilen ze bij hun kind zien met betrekking tot de ontwikkelingsgebieden. Jongere E en haar partner zijn allebei gevraagd naar de kwaliteiten en valkuilen van de jongere. In onderstaande matrix zijn de antwoorden verzameld. Jongere A Jongere 1. positie t.o.v ouders en autoriteit - Heel slim en wil alles weten. - Humor - Nieuwsgierig - een blij kind, niet cynisch -Wil de ruimte om zelf te beslissen - Feedback ziet ze als iets positiefs. - Snel overprikkeld. - Ze kan geleerde niet generaliseren naar andere situaties. - Ze kan dingen niet achter elkaar plaatsen. 2. dagbesteding 3. Wonen, gezondheid en zelfverzorging Kwaliteiten - Weet heel goed wat ze leuk vindt. - Ze wil wel. - Ze vindt heel veel leuk. - Ze vindt het zelf ook fijn als dingen goed georganiseerd zijn. - Geen inzicht in wat ze kan en wat ze niet kan en wat er van haar verwacht zal worden Valkuilen Kwaliteiten - Het gaat nooit vanzelf. Als ze het intraint kost dit van haar en haar omgeving veel energie en als die emmer dan vol zit, raakt ze weer overprikkeld. 4. vriendschap en liefdesrelatie - Ze is leuk, ze is, buiten haar autisme om, sociaal. - Ze heeft humor. - Ze is lief. - Ze investeert zelf helemaal niet. - Ze mist inleving en aanvoelen. -Prikkelgevoeligheid. 36

37 Hoofdstuk: 4. Resultaten B Jongere C Jongere D Jongere E - Ze kan terugvallen op vrienden. - Als leeftijdsgenoten zeggen dat ze iets niet kan maken neemt ze dat sneller aan. - Ze is zo gefixeerd op het sociale dat het met dingen die ze moet regelen misgaat. - Ze is realistisch voor wat betreft hetgeen ze met de opleiding kan gaan doen en wat ze daarin wel en niet kan. - Ze kan nee-zeggen als ze rust nodig heeft, komt voor zichzelf op. - Ze is te enthousiast en zou af kunnen haken als ze iets moet doen dat ze niet leuk vindt. - Ze weet tijd niet in te schatten. - Ze vergeet wat ze moet doen omdat ze met veel andere dingen bezig is. - Humor en charme - Hij kan zich lang met iets bezighouden. - Dat hij door de mand valt omdat het hem veel energie kost om het camoufleren vol te houden. - Hij wordt overschat omdat hij verbaal heel sterk is. - Hij is minder onzeker/ hij is zeker van zichzelf - Hij kan trots op zichzelf zijn. - Als iets mislukt heeft hij steun of stimulatie van ons of jou nodig. - Hij laat snel de moed zakken. - Niet zoveel hulp nodig bij huishoudelijke taken omdat ik al bekend was met die taken - het zien van de huishoudelijke taken, weten wat er gedaan moet worden - Ik ben me er bewust van wanneer ik naar iemands mening moet luisteren. - Buiten de familie heb ik niet veel moeite met omgaan met autoriteit. - kan zichzelf goed zelfstandig maken omdat een lijstje heeft van dingen die gedaan moeten worden. - Ze ziet goed wat gedaan moet worden. - Omgaan met autoriteit binnen de familie en wat mijn ouders betreft. - Vanuit mijn moeder ben ik gewend veel vrijheid te hebben en daardoor had ik moeite met de autoriteit van mijn stiefvader. - De keuzemogelijkheden die hij ziet zijn beperkt. - Hij overschat zichzelf en zal teleurgesteld zijn als iemand dan zegt dat het niet kan. - Ze vindt het belangrijk om een eigen woonplekje te hebben en vindt het leuk om dat er leuk uit te laten zien. Ze weet van iets heel simpels, iets heel leuks te maken. Valkuilen - Als ze niet lekker in haar vel zit laat ze zichzelf echt verslonzen, onverschilligheid is dan haar valkuil. - Ze is een hele lieve vriendin. - Ze is meelevend en behulpzaam. - Ze kan doorslaan in anderen helpen. - Ze kan niet altijd zien wanneer het genoeg is, wanneer ze zich misschien teveel opdringt. Kwaliteiten - Hij kan het zelf - Hij is spontaan - Humor - Zijn lieve kant - Zijn uiterlijk. - Hij is supercharmant. Valkuilen - Dat hij zelf niet ziet wat er moet gebeuren. - Zelfreflectie. Hij kan zijn eigen aandeel in een conflict niet zien. Het ligt altijd aan de ander. - Hij kan ondoordacht, bot reageren. Kwaliteiten - Hij is standvastig. - Hij wil zijn best doen. - Is niet bang voor het aangaan van nieuwe relaties. - Hij houdt rekening met de ander. - Hij heeft veel voor zijn vriendin over. Valkuilen - Niet kiezen voor het onbekende/ - Hij is niet zo goed in - Het onderhouden van en niet verder kijken dan het bekende. organiseren en plannen. investeren in vriendschappen. - Hij gedraagt zich jonger. Kwaliteiten Volgens jongere zelf - Ik weet wel wat ik wil. - Ik ben van nature geen sloddervos. - Ik vind het fijn als dingen een beetje geordend zijn. - Ze heeft iets dat ze heel leuk vindt om te doen. - Dat het soms niet realistisch is wat ik wil. Volgens partner Valkuilen Volgens jongere zelf - Ze is erg geordend. - Ze vindt het belangrijk dat ze er leuk uitziet. - Ze heeft discipline met hygiëne. - ik doe het (schoonmaken) niet vaak genoeg. - Ik ben een goede vriendin voor mijn partner - Als ik een interesse met iemand deel dan is het (met iemand bevriend zijn) voor mij makkelijker. - Ze is heel graag fan van iets. - Ze wil heel graag delen. - Ze is heel gastvrij en vrijgevig. - dat ik niet vaak genoeg uit mezelf contact opneem - desinteresse voor mensen waar ik niks mee deel op het moment - Misschien dat ze af en toe een beetje koppig is. Tabel 4: kwaliteiten en valkuilen volgens ouders - Ze is wat te specifiek. - Misschien houdt ze teveel vast aan een ideaalbeeld. Volgens partner - Ze is iets te strikt in tijdsgebonden afspraken. - Ze gaat niet zo snel het huis uit. 37

38 Hoofdstuk: 4. Resultaten De ouders en partner noemen allemaal verschillende kwaliteiten en valkuilen. Door twee ouders wordt humor als kwaliteit bij meer dan één ontwikkelingsgebied genoemd. Van alledrie de jongeren waarbij de ouders gevraagd zijn, noemen de ouders bij één of meer ontwikkelingsgebieden lief zijn als kwaliteit. Van twee jongeren geven de ouders aan dat een valkuil is dat ze niet investeren in vriendschappen. 4.5 Belang van de ontwikkelingstaken voor de jongere in cijfers Aan de jongeren is gevraagd per ontwikkelingsgebied in hoeverre het voor hen belangrijk is om de ontwikkelingstaken horend bij het gebied uit te kunnen voeren. Dit mochten ze uitdrukken in een cijfer van één tot tien. Ook de bevraagde ouders hebben aangegeven in cijfers hoe belangrijk zij denken dat het uit kunnen voeren van de ontwikkelingstaken per gebied voor hun kind is. Ook is hen gevraagd in hoeverre zij verwachten dat het antwoord van hun kind overeenkomt met dat van hen. In de onderstaande grafieken zijn deze cijfers te zien. Ook is een matrix opgenomen waarin de toelichtingen staan die de jongeren en ouders bij de cijfers hebben gegeven. Hierbij zijn ook labels toegekend aan de antwoorden. Verder is in de matrix te lezen of de ouders overeenstemming verwachtten met betrekking tot de antwoorden van henzelf en hun kind positie t.o.v. ouders en autoriteit 2. dagbesteding 3. wonen, gezondheid en zelfverzorging 4. vriendschap en liefdesrelatie Jongere a Ouder a Grafiek 6: belang van ontwikkelingstaak voor jongere in cijfer volgens jongere a en ouder positie t.o.v. ouders en autoriteit 2. dagbesteding 3. wonen, gezondheid en zelfverzorging 4. vriendschap en liefdesrelatie Jongere b Ouder b Grafiek 7: belang van ontwikkelingstaak voor jongere in cijfer volgens jongere b en ouder 38

39 Hoofdstuk: 4. Resultaten positie t.o.v. ouders en autoriteit 2. dagbesteding 3. wonen, gezondheid en zelfverzorging 4. vriendschap en liefdesrelatie Jongere c Ouder c Grafiek 8: belang van ontwikkelingstaak voor jongere in cijfer volgens jongere c en ouders positie t.o.v. ouders en autoriteit 2. dagbesteding 3. wonen, gezondheid en zelfverzorging 4. vriendschap en liefdesrelatie Jongere d Ouder d Grafiek 9: belang van ontwikkelingstaak voor jongere in cijfer volgens jongere d en ouder positie t.o.v. ouders en autoriteit 2. dagbesteding 3. wonen, gezondheid en zelfverzorging 4. vriendschap en liefdesrelatie Jongere e Partner e Grafiek 10: belang van ontwikkelingstaak voor jongere in cijfer volgens jongere een partner 39

Seksualiteit en ASS. Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014. presentatie symposium pleegzorg

Seksualiteit en ASS. Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014. presentatie symposium pleegzorg Seksualiteit en ASS Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014 programma Opfrissen van informatie over ASS (heel kort het spectrum toelichten). ASS en seksualiteit belichten. Seksuele en relationele

Nadere informatie

een illusie of een ervaring rijker?

een illusie of een ervaring rijker? Vriendschap: een illusie of een ervaring rijker? Hoe vriendschapsrelaties worden ervaren door jongeren met autisme en hun ouders Pauline van Erp Onderzoeksrapport Master SEN Autismespecialist Opleidingscentrum

Nadere informatie

Autisme in de levensfase van 16-25 jaar. Marijke Gottmer GZ-Psycholoog Altrecht 11 december 2012

Autisme in de levensfase van 16-25 jaar. Marijke Gottmer GZ-Psycholoog Altrecht 11 december 2012 Autisme in de levensfase van 16-25 jaar Marijke Gottmer GZ-Psycholoog Altrecht 11 december 2012 Programma Voorstellen Inleiding Problemen Intake/Diagnose Analyse Behandeling 16-25 jaar moeilijke leeftijd

Nadere informatie

Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening. Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H.

Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening. Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H. Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H. Leloux-Opmeer Voorwoord Inhoudsopgave Een tijd geleden hebben Stichting Horizon

Nadere informatie

Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS

Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS Bart Lenaerts Jorinde Dewaelheyns 6 december 2010 Wat mag je verwachten? Wat is autisme? Het stellen van de diagnose Wie? Hoe? Triade van stoornissen Autisme = anders

Nadere informatie

Mijn kind heeft een LVB

Mijn kind heeft een LVB Mijn kind heeft een LVB Wat betekent een licht verstandelijke beperking nu precies? Informatie voor ouders van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 23 jaar

Nadere informatie

totaal oordeel relaties binnen het gezin heel veel leerpunten 1...2...3...4...5...6...7...8...9...10 geen leerpunten

totaal oordeel relaties binnen het gezin heel veel leerpunten 1...2...3...4...5...6...7...8...9...10 geen leerpunten COMPETENTIE LIJST 12 tot 21 jaar Deze lijst dient te worden ingevuld door de mentor van een jongere. Voor elke vaardigheid geef je aan in welke mate de jongere een vaardigheid beheerst (0=niet, 1=enigszins,

Nadere informatie

Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis

Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis Diana Rodenburg d.rodenburg@leokannerhuis.nl Copyright Dr. Leo Kannerhuis Visie en missie Het Dr. Leo Kannerhuis is een

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij autisme

Cognitieve gedragstherapie bij autisme Cognitieve gedragstherapie bij autisme Caroline Schuurman, gz-psycholoog Centrum Autisme Rivierduinen Nieuwe ontwikkelingen in de behandeling van autisme bij volwassenen Utrecht, 14 juni 2011 CGT bij autisme

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN

COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN Naam Z Gegevens deelnemer Algemeen Naam Naam Z Leeftijd 14 Geslacht Normgroep Sociale wenselijkeheid man jongens 12 t/m 15 jaar

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord bij de 24 e druk 11

Inhoud. Voorwoord bij de 24 e druk 11 Inhoud Voorwoord bij de 24 e druk 11 1 Inleiding Marcel van Aken en Wim Slot 13 1.1 Adolescentie: een eerste typering 13 1.2 Puberteit en adolescentie 14 1.2.1 Oorsprong van de begrippen puberteit en adolescentie

Nadere informatie

23 oktober 2013 1. Wat betekent autisme voor jou? Waaraan denk je spontaan? Vroeger hoorde je daar toch niet zoveel over?

23 oktober 2013 1. Wat betekent autisme voor jou? Waaraan denk je spontaan? Vroeger hoorde je daar toch niet zoveel over? Vroeger hoorde je daar toch niet zoveel over? Tegenwoordig heeft iedereen wel een etiketje! Hebben we dat niet allemaal een beetje? Als je niks hebt, is het precies al abnormaal! Mijn kind heeft (net)

Nadere informatie

Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs.

Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs. Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs. Afstudeerproject - Master Pedagogiek School of Health, Hogeschool Inholland C.C.A (Claudine)

Nadere informatie

Brief voor ouder over thema 1

Brief voor ouder over thema 1 Brief voor ouder over thema 1 Steeds meer scholen besteden aandacht aan sociaal-emotionele vaardigheden en gezondheidsvaardigheden. Niet alleen om probleemgedrag te bestrijden en om ongewenst gedrag te

Nadere informatie

Onderzoeksrapport M SEN Autismespecialist drs. L.I.M. Mijs, 2136382 juni 2010

Onderzoeksrapport M SEN Autismespecialist drs. L.I.M. Mijs, 2136382 juni 2010 Onderzoeksrapport M SEN Autismespecialist drs. L.I.M. Mijs, 2136382 juni 21 Begeleid door G. Quak ME Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg Fontys Hogescholen, Tilburg (locatie Beek en Donk) Onderzoeksrapport

Nadere informatie

ADHD en lessen sociale competentie

ADHD en lessen sociale competentie ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen +

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen + > vooruitkomen + Hulp na seksueel misbruik JEUGDIGEN Heb jij seksueel misbruik meegemaakt of iemand in jouw gezin, dan kan daarover praten helpen. Het kan voor jou erg verwarrend zijn hierover te praten,

Nadere informatie

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0 [2]

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0 [2] Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0 [2] Voorwoord Voor je ligt het e-book: Praktisch en Positief Opvoeden met structuur van de PEPmethode. Op basis

Nadere informatie

1 Het sociale ontwikkelingstraject

1 Het sociale ontwikkelingstraject 1 Het sociale ontwikkelingstraject Tijdens de schoolleeftijd valt de nadruk sterk op de cognitieve ontwikkeling. De sociale ontwikkeling is in die periode echter minstens zo belangrijk. Goed leren lezen,

Nadere informatie

doordat er op dat moment geen leeftijdsgenootjes aanwezig zijn. Als ze iets mochten veranderen gaven ze aan dat de meeste kinderen iets aan de

doordat er op dat moment geen leeftijdsgenootjes aanwezig zijn. Als ze iets mochten veranderen gaven ze aan dat de meeste kinderen iets aan de SAMENVATTING Er is onderzoek gedaan naar de manier waarop kinderen van 6 8 jaar het best kunnen worden geïnterviewd over hun mening van de buitenschoolse opvang (BSO). Om hier antwoord op te kunnen geven,

Nadere informatie

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan De zorg en begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking moet erop gericht zijn dat de persoon een optimale kwaliteit

Nadere informatie

Mindfulness bij volwassenen met een autismespectrumstoornis. Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven

Mindfulness bij volwassenen met een autismespectrumstoornis. Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven Mindfulness bij volwassenen met een autismespectrumstoornis Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven Volgorde Overbelasting Mindfulness Theorie Praktijk (aanpassingen) Onderzoeksresultaten

Nadere informatie

Mindfulness bij volwassenen

Mindfulness bij volwassenen Ondanks de toegenomen kennis over autisme bij volwassenen, is er helaas nog weinig bekend over een passende behandeling. In Mindfulness bij volwassenen met autisme bespreekt Annelies Spek een nieuwe overbelast

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Persoonlijk Plan Aandachtspunten omgangsvormen, verzorging, lichaamsbeleving, weerbaarheid relaties en seksualiteit

Persoonlijk Plan Aandachtspunten omgangsvormen, verzorging, lichaamsbeleving, weerbaarheid relaties en seksualiteit Persoonlijk Plan Aandachtspunten omgangsvormen, verzorging, lichaamsbeleving, weerbaarheid relaties en seksualiteit Het is belangrijk dat de begeleiding rond omgangsvormen, weerbaarheid en seksualiteit

Nadere informatie

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme Deel VI Inleiding Wat zijn de mogelijkheden van EMDR voor cliënten met een verstandelijke beperking en voor cliënten met een autismespectrumstoornis (ASS)? De combinatie van deze twee in een en hetzelfde

Nadere informatie

Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen -

Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen - Catalogus volwassenen West Brabant West Matrix Domein Criteria Verwijsmodel Ontwikkelingstaken Bronnen Handboek Deltamethode; versie 2008 Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen - Ontwikkelingsmijlpalen

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Autisme Spectrum Stoornissen

Autisme Spectrum Stoornissen www.incontexto.nl to nl Autisme Spectrum Stoornissen Drs. Nathalie van Kordelaar Nathalie van Kordelaar en Mirjam Zwaan Opbouw voorlichting Algemene kennis van autisme. Handelen in werksituaties. Alle

Nadere informatie

Lastige Gevallen OMGAAN MET PSYCHISCHE STOORNISSEN IN HET JEUGDWERK

Lastige Gevallen OMGAAN MET PSYCHISCHE STOORNISSEN IN HET JEUGDWERK Lastige Gevallen OMGAAN MET PSYCHISCHE STOORNISSEN IN HET JEUGDWERK Programma Theorie over psychische stoornissen Effect op het geloofsleven Omgaan met tieners met psychische stoornissen Tijd voor aktie

Nadere informatie

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft)

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) Inleiding Veel mensen ervaren moeilijkheden om werk te vinden te behouden, of van baan / functie te veranderen. Beperkingen, bijvoorbeeld

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door Welkom DGM en Autisme Presentatie door Esther van Efferen-Wiersma Inhoud Autisme: recente ontwikkelingen Van beperkingen naar (onderwijs)behoeften DGM en autisme Hulpmiddelen en materialen Vragen? Autisme?

Nadere informatie

Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen. Rob Neyens 22.10.2009

Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen. Rob Neyens 22.10.2009 Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen Rob Neyens 22.10.2009 Programma 1. Theorie: wat is autisme? 1.1 Buitenkant 1.2 Binnenkant 2. Praktijk: hoe omgaan met autisme? 2.1 Remediëren 2.2 Compenseren

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Flexkidz

Pedagogisch beleid Flexkidz Pedagogisch beleid Flexkidz Voor u ligt het verkorte pedagogisch beleidsplan van Flexkidz. Hier beschrijven we in het kort de pedagogische visie en uitgangspunten. In dit pedagogisch beleidsplan beschrijven

Nadere informatie

Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening

Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening Auteur: Jos van Erp j.v.erp@hartstichting.nl Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening Maakbaarheid en kwetsbaarheid Dood gaan we allemaal. Deze realiteit komt soms sterk naar

Nadere informatie

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model éêçîáååáéi á ã Ä ì ê Ö O Ç É a áê É Åí áé téäòáàå jáåçéêüéçéå Het TOPOI- model In de omgang met mensen, tijdens een gesprek stoten we gemakkelijk verschillen en misverstanden. Wie zich voorbereidt op storingen,

Nadere informatie

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Tussenschoolse opvang

Pedagogisch beleid Tussenschoolse opvang Pedagogisch beleid Tussenschoolse opvang Introductie Introductie Het pedagogisch beleid van de tussenschoolse opvang SKN s Eetclub biedt een kader dat de overblijfkrachten en de coördinatoren tussenschoolse

Nadere informatie

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door Welkom DGM en Autisme Presentatie door Esther van Efferen-Wiersma Inhoud DGM en autisme? Autisme: recente ontwikkelingen Van beperkingen naar (onderwijs)behoeften DGM en autisme! Vragen? DGM en Autisme?

Nadere informatie

Mindfulness bij ASS en arbeidsparticipatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven

Mindfulness bij ASS en arbeidsparticipatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven Mindfulness bij ASS en arbeidsparticipatie Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven Volgorde lezing Overbelasting bij mensen met autisme Werk en overbelasting Begeleiding Mindfulness

Nadere informatie

AUTISME EN CONFLICTHANTERING. Anneke E. Eenhoorn

AUTISME EN CONFLICTHANTERING. Anneke E. Eenhoorn AUTISME EN CONFLICTHANTERING Anneke E. Eenhoorn UITGANGSPUNT UITGANGSPUNT DRIE VOORBEELDEN Rosa van 8 jaar. Na een ogenschijnlijk gewone dag op school, haalt ze fel uit Mike van 11 jaar. Na een kleine

Nadere informatie

Richtinggevende factoren voor de ontwikkeling van een model van ASSessment bij mensen met ASS

Richtinggevende factoren voor de ontwikkeling van een model van ASSessment bij mensen met ASS Model ASSessment Versie 1.8 Informatieverzameling over het functioneren van de cliënt en de hulpvraag van de cliënt/het cliëntsysteem vindt in de Keten Autismespectrumstoornissen (ASS) plaats vanaf de

Nadere informatie

Bijlage 8: Analyseformulier

Bijlage 8: Analyseformulier Bijlage 8: Analyseformulier Het analyseformulier bestaat uit drie delen: - de analyse van het delict dat de jongere heeft gepleegd - de analyse van de competentie van de jongere - de voorlopige doelen

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012 Wat is een psychische stoornis? Een psychische stoornis is een patroon van denken, voelen en gedrag dat binnen de geldende cultuur ongebruikelijk is. Het patroon veroorzaakt last bij de persoon zelf en/of

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage Stichting Het Lichtpunt Meting april 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Samenwerking. Betrokkenheid

Samenwerking. Betrokkenheid De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school

Nadere informatie

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport Sanne Gielen Inleiding Starten met een nieuwe sport is voor iedereen spannend; Hoe zal de training eruit zien? Zal de coach aardig zijn? Heb ik een klik met mijn teamgenoten? Kán ik het eigenlijk wel?

Nadere informatie

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod Hulp bij ADHD Dit heeft mijn beeld van ADHD enorm verrijkt. Ik zie nu veel mogelijkheden om kinderen met ADHD goede begeleiding te bieden deelnemer workshop bij Fontys Hogescholen Copyright 2010 Hulp bij

Nadere informatie

PDF created with pdffactory Pro trial version www.pdffactory.com

PDF created with pdffactory Pro trial version www.pdffactory.com Invloed van autisme op relaties en seksualiteit Sylvie Carette Autisme Centraal 23 februari 2010 Overzicht Invloed van autisme op seksualiteit Seksualiteitsprofiel volwassenen met AS (Hénault enattwood)

Nadere informatie

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster [PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster! Hoofdzaken Ster Copyright EffectenSter BV 2014 Hoofdzaken Ster SOCIALE VAARDIGHEDEN VERSLAVING DOELEN EN MOTIVATIE 10 9 8 10 9 8 7 6 4 3 2 1 7 6 4 3 2 1 10 9

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3

Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3 1. Omgaan met jezelf, met en met volwassenen Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3 Zelfbeeld Sociaal gedrag belangstelling voor andere kinderen, maar houden weinig rekening met de ander

Nadere informatie

ADHD. en kinderen (6-12 jaar)

ADHD. en kinderen (6-12 jaar) ADHD en kinderen (6-12 jaar) ADHD, DAAR BEN JE NIET BLIJ MEE Als je bij het buitenspelen een blauwe plek oploopt, dan zit je daar niet mee. Meestal is-ie na een paar dagen weer weg. Bij ADHD is dat anders,

Nadere informatie

ADHD en ASS. Bij normaal begaafde volwassen. Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG

ADHD en ASS. Bij normaal begaafde volwassen. Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG ADHD en ASS Bij normaal begaafde volwassen Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG Disclosure belangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Brochure voor ouders/verzorgers en begeleiders van kinderen met het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS).

Brochure voor ouders/verzorgers en begeleiders van kinderen met het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS). Brochure voor ouders/verzorgers en begeleiders van kinderen met het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS). Deze brochure richt zich op kinderen met FAS tussen de 4 en 14 jaar. Hierin worden vooral de begeleidingsbehoeften

Nadere informatie

Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012

Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012 Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012 Waarom pedagogisch expertsysteem ZIEN!? Omdat het belangrijk is dat ook de school kinderen volgt bij het sociaal-emotioneel

Nadere informatie

Samen de Wereld Kleuren. Pedagogische visie

Samen de Wereld Kleuren. Pedagogische visie Samen de Wereld Kleuren Pedagogische visie 2 SWK-Kinderopvang Samen de Wereld Kleuren Samen de Wereld Kleuren SWK-Kinderopvang: Samen de Wereld Kleuren Onze kinderopvangorganisaties hebben aandacht voor

Nadere informatie

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Het gaat om de volgende zeven verandercompetenties. De competenties worden eerst toegelicht en vervolgens in een vragenlijst verwerkt. Veranderkundige

Nadere informatie

Vrouwen en autisme. Lezing 26 mei 2016 bij autismecafé i.o.v Carrefour NOP Emmeloord. Mariëlle Witteveen Mieke Bellinga. www.deuvel.

Vrouwen en autisme. Lezing 26 mei 2016 bij autismecafé i.o.v Carrefour NOP Emmeloord. Mariëlle Witteveen Mieke Bellinga. www.deuvel. Vrouwen en autisme Lezing 26 mei 2016 bij autismecafé i.o.v Carrefour NOP Emmeloord Mariëlle Witteveen Mieke Bellinga Even voorstellen Uitleg autisme Waarneming Informatieverwerking Prikkels Autisme bij

Nadere informatie

Beroepsmatige instelling Bij beroepsmatige instelling wordt gekeken naar wat u motiveert en welke doelstellingen u op werkgebied heeft.

Beroepsmatige instelling Bij beroepsmatige instelling wordt gekeken naar wat u motiveert en welke doelstellingen u op werkgebied heeft. Pagina 1 van 21 BIP-werkgerelateerde persoonlijkheidsvragenlijst Dit rapport geeft een overzicht van uw positie op de vier persoonlijkheidsdimensies die relevant zijn voor het functioneren in een werkomgeving:

Nadere informatie

Methodisch werken binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding

Methodisch werken binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding Methodisch werken binnen Lang Verblijf woonzorg en dagbesteding 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Gentle Teaching 4 Middelen 5 Voor wie is Gentle Teaching? 5 3. Competentievergrotend werken 6 Middelen

Nadere informatie

2 Algemene doelstelling en visie

2 Algemene doelstelling en visie 2 Algemene doelstelling en visie 2.1 Algemene doelstelling De groene kikker heeft als doel huiselijke en persoonlijke kinderopvang te bieden, die optimaal tegemoet komt aan de behoeften van de kinderen.

Nadere informatie

Opvoeden en puberteit www.cjggooienvechtstreek.nl

Opvoeden en puberteit www.cjggooienvechtstreek.nl regio Gooi en Vechtstreek Opvoeden en puberteit www.cjggooienvechtstreek.nl n Opvoeden en puberteit De puberteit is de periode waarin kinderen zich tot volwassenen ontwikkelen. Een bewogen en spannende

Nadere informatie

Het spel der democratische opvoeding Wat vooraf ging: Aan de hand van de 4 pijlers deden de ambassadeurs van Triodus samen goed voor later en de werkgroep wat iedere kindwijzerorganisatie deed, inventariseren!

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

waar denkt u aan bij het woord opvoeden? De kracht van Positief opvoeden Overzicht Hoop en verwachting

waar denkt u aan bij het woord opvoeden? De kracht van Positief opvoeden Overzicht Hoop en verwachting Overzicht De kracht van Positief opvoeden 1 Hoop en verwachting Opvoeden in de praktijk Waarom positief opvoeden? De 5 principes van positief opvoeden Tijd voor vragen en discussie 2 Hoop en verwachting

Nadere informatie

Executieve functies en emotieregulatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven

Executieve functies en emotieregulatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven Executieve functies en emotieregulatie Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven Inhoud 1. Executieve functies en emotieregulatie 2. Rol van opvoeding

Nadere informatie

Asperger en werk. Een dynamisch duo

Asperger en werk. Een dynamisch duo Asperger en werk Een dynamisch duo Natalie van Berkel Module Onderzoeksvaardigheden Stoornis van Asperger Kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie, zoals blijkt uit ten minste 2 van de volgende:

Nadere informatie

Welkom. Op de koffie bij het gezin stassers!

Welkom. Op de koffie bij het gezin stassers! Welkom Op de koffie bij het gezin stassers! Welke rol speelt ouderbegeleiding binnen de ambulante hulpverlening voor kinderen en jongeren met autisme Verloop van de lezing: Wat is thuisbegeleiding? Verwerking

Nadere informatie

STABLE LOVE, STABLE LIFE?

STABLE LOVE, STABLE LIFE? STABLE LOVE, STABLE LIFE? De rol van sociale steun en acceptatie in de relatie van paren die leven met de ziekte van Ménière Oktober 2011 Auteur: Drs. Marise Kaper Master Sociale Psychologie, Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Moeilijk gedrag en ASS

Moeilijk gedrag en ASS Zie je wat ik bedoel? Over moeilijk gedrag bij autisme Drs. Jan Schrurs, GZ-psycholoog Docent Fontys OSO Ma SEN Autisme-specialist 1 Moeilijk gedrag en ASS t kan bijna niet anders vanwege de beperkingen

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu MCDD

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu MCDD MCDD Wat is MCDD? MCDD is een ontwikkelingsstoornis waarbij kinderen moeite hebben om met hun gevoelens om te gaan en moeite hebben met het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid. Hoe wordt MCDD

Nadere informatie

Thema's per klas die aangeboden worden in de methode:

Thema's per klas die aangeboden worden in de methode: Thema's per klas die aangeboden worden in de methode: Groep 1-2 Hierbij zijn de kinderen bezig met specifieke lichaamskenmerken van zichzelf en van anderen. Ook gaan ze op zoek naar onderlinge overeenkomsten.

Nadere informatie

VUB 13/05/2015 Symposium HSP LINDA T'KINDT. www.gevoeligopvoeden.be. linda@gevoeligopvoeden.be LINDA T'KINDT. www.gevoeligopvoeden.

VUB 13/05/2015 Symposium HSP LINDA T'KINDT. www.gevoeligopvoeden.be. linda@gevoeligopvoeden.be LINDA T'KINDT. www.gevoeligopvoeden. Hoogsensitieve kinderen en uitdagingen voor ouders http//: http//:www.hspvlaanderen.be linda@hspvlaanderen.be VUB 13/05/2015 Symposium HSP Wie ben ik? Linda T Kindt Mede auteur van het boek Mijn kind is

Nadere informatie

CoachWijzer Houvast bij het vormgeven van effectieve begeleiding

CoachWijzer Houvast bij het vormgeven van effectieve begeleiding Houvast bij het vormgeven van effectieve begeleiding Naam: Datum: Bert van Rossum 9 december 2013 Inhoudsopgave Inleiding... De uitslag van Bert van Rossum... Toelichting coach- en begeleidingsvoorkeur...

Nadere informatie

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen 14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie

Nadere informatie

Kinderen met weinig zelfvertrouwen gebruiken vaak de woorden nooit en altijd.

Kinderen met weinig zelfvertrouwen gebruiken vaak de woorden nooit en altijd. ZELFVERTROUWEN Zelfvertrouwen is het vertrouwen dat je in jezelf hebt. Zelfvertrouwen hoort bij ieder mens en het betekent dat je een reëel zelfbeeld hebt, waarin ruimte is voor sterke kanten, maar ook

Nadere informatie

Vraag 3 Bekijk scène 1, scène 2 en scène 3 nogmaals en lees de tekst De ontdekking.

Vraag 3 Bekijk scène 1, scène 2 en scène 3 nogmaals en lees de tekst De ontdekking. Feedbackvragen Casus Doortje Vraag 1 Lees de tekst De ontdekking en bekijk scène 2 en scène 3 nogmaals. Beantwoord daarna de vraag. Nemen de moeder en vader van Doortje voldoende afstand tot Doortje? a.

Nadere informatie

Vrouwen met ASS, bijzondere vrouwen. Annelies Spek Klinisch psycholoog / senior onderzoeker GGZ Eindhoven

Vrouwen met ASS, bijzondere vrouwen. Annelies Spek Klinisch psycholoog / senior onderzoeker GGZ Eindhoven Vrouwen met ASS, bijzondere vrouwen Annelies Spek Klinisch psycholoog / senior onderzoeker GGZ Eindhoven Structuur Inleiding (prevalentie, DSM 5) ASS bij jongens/meisjes ASS bij mannen/vrouwen Levensgebieden

Nadere informatie

Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf

Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf Vijf woensdagmiddagen kunnen jongens en meiden tussen de 10 en 14 jaar op avontuur naar zichzelf. Het kind leert zichzelf

Nadere informatie

Het Brugse Model de flow chart

Het Brugse Model de flow chart Het Brugse Model de flow chart De flowchart is een nuttig instrument dat in de eerste plaats ontwikkeld werd om te gebruiken in een therapeutische situatie. Uiteraard kan je dit ook gebruiken tijdens een

Nadere informatie

Kortdurende hulpverleningstrajecten Maasland

Kortdurende hulpverleningstrajecten Maasland Kortdurende hulpverleningstrajecten Maasland 1. Individuele sociale vaardigheidstraining 2. Sociale vaardigheidstraining groep 12-/12+ 3. Gezinsbegeleiding (6+) 4. Gezinsbegeleiding (0-6 jaar) 5. Individuele

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

GEWOON ANDERS ASS BIJ JONGE KINDEREN. AutismeTeam Noord-Nederland, Jonx Lentis

GEWOON ANDERS ASS BIJ JONGE KINDEREN. AutismeTeam Noord-Nederland, Jonx Lentis GEWOON ANDERS ASS BIJ JONGE KINDEREN AutismeTeam Noord-Nederland, Jonx Lentis Programma Even voorstellen Wat is autisme? Vroege signalen bij autismespectrumstoornissen De eerste stap richting onderzoek

Nadere informatie

JE EIGEN LIJF JE EIGEN LIJF

JE EIGEN LIJF JE EIGEN LIJF JE EIGEN LIJF Het is heel belangrijk om je eigen lijf goed te kennen. Als je wordt geboren, ben je een meisje of een jongen. In de loop van de tijd groeit je lijf groeit hard tot je volwassen en uitgegroeid

Nadere informatie

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Pagina 1 Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Je gaat een profielwerkstuk maken. Dan is euthanasie een goed onderwerp. Het is misschien niet iets waar je dagelijks over praat of aan denkt, maar

Nadere informatie

Seksualiteit bij jongeren met een (chronische) aandoening

Seksualiteit bij jongeren met een (chronische) aandoening Seksualiteit bij jongeren met een (chronische) aandoening Op de polikliniek van het Universitair Kinderziekenhuis St Radboud ziekenhuis willen wij je met deze folder informatie geven over seksualiteit

Nadere informatie

maakt meedoen mogelijk Workshop Wennen aan de brugklas 2014

maakt meedoen mogelijk Workshop Wennen aan de brugklas 2014 maakt meedoen mogelijk Workshop Wennen aan de brugklas 2014 Voorstellen Elly van Vliet Consulent MEE ZK Cursusleider Coördinator autisme netwerken convenant autisme Kennemerland en Amstelland en Meerlanden

Nadere informatie

Verkorte versie van de pedagogische visie en beleid van Happy Kids kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang.

Verkorte versie van de pedagogische visie en beleid van Happy Kids kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Verkorte versie van de pedagogische visie en beleid van Happy Kids kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Kinderen worden beschermd en gekoesterd door hun ouder(s) of verzorgers. Daar wordt de basis

Nadere informatie

congres Hoe autisme werkt! een voorzet op succesfactoren www.voorzet.nl dinsdag 4 juni 2013

congres Hoe autisme werkt! een voorzet op succesfactoren www.voorzet.nl dinsdag 4 juni 2013 congres Hoe autisme werkt! een voorzet op succesfactoren dinsdag 4 juni 2013 www.voorzet.nl Programma congres 4 juni 2013 10.00-10.05 Opening Dagvoorzitter Dhr. Karel Bootsman Arbeidsdeskundige bij TATA

Nadere informatie

Een kink in de.. ontwikkelingslijn. Prof. dr. Judith Prins Medische Psychologie UMC St Radboud

Een kink in de.. ontwikkelingslijn. Prof. dr. Judith Prins Medische Psychologie UMC St Radboud Een kink in de.. ontwikkelingslijn Prof. dr. Judith Prins Medische Psychologie UMC St Radboud 10 18 24 volw 4 2 Superviseren 1 Managen Zorgen 0 Ontwikkelingspsychologie in vogelvlucht Theorie over ontwikkelingsfasen

Nadere informatie

1. Gedrag. Au3sme. UMCG Publiekslezing Au3sme. Els M.A. Blijd- Hoogewys. Overzicht presenta3e. Wat is au3sme? Drie probleemgebieden

1. Gedrag. Au3sme. UMCG Publiekslezing Au3sme. Els M.A. Blijd- Hoogewys. Overzicht presenta3e. Wat is au3sme? Drie probleemgebieden Au3sme dr. Behandelcoördinator Au3sme Team Noord Nederland Overzicht presenta3e Wat is au3sme? naar Morton & Frith, 1995 1. Gedrag 2. Biologie 3. Cogni3e 4. Diagnose 5. Behandeling genen, hersengebieden

Nadere informatie

TOELICHTING OP HET AANMELDINGSFORMULIER VOOR HET CASUS-OVERLEG

TOELICHTING OP HET AANMELDINGSFORMULIER VOOR HET CASUS-OVERLEG TOELICHTING OP HET AANMELDINGSFORMULIER VOOR HET CASUS-OVERLEG Een casus wordt ingebracht in het casus-overleg door middel van het formulier Schriftelijke aanmelding casus-overleg. Dit formulier wordt

Nadere informatie