Het voorspellen van recidive na de tbs-behandeling. Een vergelijkend onderzoek naar de predictieve validiteit van de HKT-EX en HCR-20

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het voorspellen van recidive na de tbs-behandeling. Een vergelijkend onderzoek naar de predictieve validiteit van de HKT-EX en HCR-20"

Transcriptie

1 Het voorspellen van recidive na de tbs-behandeling Een vergelijkend onderzoek naar de predictieve validiteit van de HKT-EX en HCR-20 Masterthesis Forensische Psychologie, Departement Klinische Psychologie en Ontwikkelingspsychologie, Tilburg University Marjilde L. Wittekoek S Eerste begeleider: M. Willems MSc Tweede begeleider: Prof. Dr. S. Bogaerts Aantal woorden:

2 Inhoudsopgave Samenvatting 3 Abstract 4 Inleiding 5 Studies naar de predictieve validiteit van de HCR-20 8 Studies naar de predictieve validiteit van de HKT Methode 14 De onderzoeksgroep 14 Procedure 14 Statistische analyse 15 Resultaten 17 Karakteristieken van de onderzoeksgroep 17 Recidive 17 Beschrijvende statistiek 17 Interne consistentie 18 Risicobeoordelingen (gestructureerd klinische oordeel) 18 Risicobeoordeling en Recidive 19 Predictieve validiteit 21 Vergelijking van de predictieve validiteit van subschalen, totaalscore en de risicoinschatting van de HCR-20 en de HKT-EX voor gewelddadige en algemene recidive 24 Discussie 27 Recidive 27 Wat zijn, zowel voor de HCR-20 als voor de HKT-EX, op itemniveau de beste en slechtste voorspellers van het recidiverisico? 27 Zijn er significante verschillen tussen de voorspellende waarden van de overeenkomstige subschalen van de HCR-20 en de HKT-EX? 29 Zijn er significante verschillen tussen de predictieve validiteit van de totaalscore en het klinisch eindoordeel van de HCR-20 en de HKT-EX? 29 Beperkingen aan het onderzoek 30 Conclusies 30 Aanbevelingen voor verder onderzoek 31 Literatuurlijst 33 2

3 Samenvatting Risicotaxatie is nog volop in ontwikkeling en het verbeteren van bestaande risicotaxatieinstrumenten is een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling. Dit retrospectieve onderzoek was gericht op de gereviseerde versie van de HKT-30: de HKT-EX. Om de voorspellende waarde van dit instrument te kunnen bepalen, is deze vergeleken met de HCR-20. Voor dit onderzoek zijn 69 strafdossiers gescoord van mannelijke exterbeschikkinggestelden afkomstig uit FPC De Woenselse Poort en FPC Dr. S. van Mesdag. In deze studie zijn de recidivegegevens verkregen vanuit het onderzoek van Hildebrand et al. (2005). Er werd onderscheid gemaakt tussen gewelddadige en algemene recidive. Wat betreft de HCR-20 werden er voor gewelddige recidive geen significante resultaten gevonden, voor algemene recidive werd één significant en één marginaal significant voorspellend item gevonden. De predictieve validiteit van de subschalen, de totaalscore en het klinisch eindoordeel was niet significant en onvoldoende voor beide typen recidive. Hoewel de AUC-waarde van het klinisch eindoordeel niet significant was, bleek er wel een marginaal significante samenhang te zijn met algemene recidive. Wat betreft de HKT-EX werd voor zowel gewelddadige als algemene recidive op itemniveau één significante en twee marginaal significante voorspellers gevonden. Enkele items hadden een marginaal significante samenhangen met gewelddadige en of algemene recidive. Voor gewelddadige recidive was enkel de Historische subschaal een significante voorspeller, voor algemene recidive was deze subschaal marginaal significant. De totaalscore was een marginaal significante voorspeller voor algemene recidive en het klinisch eindoordeel was voor beide typen recidive niet significant. Bij het vergelijken van de predictieve validiteit van de overkomstige subschalen van de HCR-20 en de HKT-EX werden voor zowel gewelddadige als algemene recidive geen significante verschillen gevonden. Ook de predictieve validiteit van de totaalscore en het klinisch eindoordeel voor beide typen recidive verschilde niet significant. Ondanks de weinige significante resulaten heeft dit onderzoek wel een beeld gegeven van de goede en verbeterpunten van de HKT-EX. Doordat er geen significante verschillen werden gevonden tussen de predictieve validiteit van de overeenkomstige subschalen, de totaalscore en het klinisch eindoordeel van de HKT-EX en de HCR-20 kan niet gesteld worden één van deze instrumenten een meerwaarde heeft tegenover de ander. 3

4 Abstract Risk assessment is still developing, and improving existing risk assessment instruments is an important part of this development. This retrospective study focused on the revised version of the HKT-30: the HKT-EX. To determine the predictive value of this instrument, it was compared with the HCR-20. For this study, 69 criminal files of male forensic psychiatric patients from FPC De Woenselse Poort and FPC Dr. S. van Mesdag were scored. The recidivism data were obtained from the study of Hildebrand et al (2005). A distinction was made between violent and general recidivism. As for the HCR-20, no significant predictors were found for violent recidivism. For general recidivism, one significant and one marginal significant predictor were found. The predictive validity of the subscales, the total score and the risk judgment were not significant for both types of recidivism. Although the AUC-score of the risk judgment was not significant, there was a marginally significant correlation with general recidivism. As for the EX-HKT, both violent and general recidivism had one significant predicting item and two marginal significant predictors. Some items had a marginal significant correlation with a type of recidivism. Considering the subscales, only the Historical subscale significantly predicted violent recidivism. This subscale was also a marginal significant predictor of general recidivism. The total score was a marginal significant predictor of general recidivism and the risk judgment was not significant for both types of recidivism. When comparing the predictive validity of the corresponding subscales of the HCR-20 and EX-HKT, no significant difference was found for both types of recidivism. The predictive validity of the total score and the risk judgment also did not significantly differ for violent and general recidivism. Despite the few significant results, this study shows the strengths and weaknesses of the HKT-EX, so the instrument can be improved. Because no significant differences were found between the predictive validity of the corresponding subscales, the total score and risk judgment of the HKT-EX and the HCR-20, it cannot be concluded that the result favor one instrument above the other. 4

5 Inleiding Terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging (artikel 37a, Wetboek van Strafrecht) is een maatregel die door de rechter opgelegd kan worden aan delinquenten die verminderd of geheel ontoerekeningsvatbaar worden verklaard. Iemand kan ontoerekeningsvatbaar verklaard worden op basis van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Met andere woorden houdt ontoerekeningsvatbaar in dat iemand omwille van een ernstige psychische stoornis niet (geheel) verantwoordelijk kan worden gesteld voor het door hem of haar gepleegde delict. Een voorbeeld hiervan is een delict gepleegd tijdens een psychose. Er worden vijf gradaties van ontoerekeningsvatbaarheid onderscheiden; volledig toerekeningsvatbaar, enigszins verminderd toerekeningsvatbaar, verminderd toerekeningsvatbaar, sterk verminderd toerekeningsvatbaar en volledig ontoerekeningsvatbaar (De Ruiter & Hildebrand, 2002). De mate van ontoerekeningsvatbaarheid heeft doorgaans invloed op de straf die voor het delict wordt opgelegd. In veel gevallen wordt de terbeschikkingstelling vooraf gegaan door een gevangenisstraf. Dit combinatievonnis kan worden opgelegd aan delinquenten die niet volledig ontoerekeningsvatbaar waren tijdens het plegen van het delict, maar hier nog wel gedeeltelijk verantwoordelijk voor gehouden worden. Ook kan de rechter enkel tbs opleggen. Dit gebeurt bij delinquenten die geheel ontoerekeningsvatbaar zijn verklaard. Het doel van terbeschikkingstelling is het waarborgen van de veiligheid in de samenleving. Dit gebeurt op twee manieren. Ten eerste is tbs met dwangverpleging een vrijheidsbenemende maatregel. Dit houdt in dat de delinquent wordt behandeld in een gesloten setting, zoals een forensische psychiatrische kliniek, waardoor de maatschappij direct beschermd wordt tegen deze persoon. Daarnaast wordt de delinquent binnen deze gesloten setting behandeld. Deze behandeling is erop gericht de kans op herhaling te verkleinen door in te spelen op de factoren die bij een delinquent eerder hebben geleid tot het plegen van een delict. Hierdoor kan de delinquent op termijn op een verantwoordelijke manier weer terugkeren naar de maatschappij. Toch wordt de samenleving af en toe gechoqueerd door zware delicten gepleegd door ex-terbeschikkinggestelden of terbeschikkinggestelden op (proef)verlof. Van de exterbeschikkinggestelden uitgestroomd in de periode heeft 38.6% binnen vijf jaar 5

6 na ontslag opnieuw enig delict gepleegd (algemene recidive). 29.8% van de patiënten pleegde binnen vijf jaar een tbs-waardig delict met een minimale strafdreiging van vier jaar (ernstige recidive). De prevalentie van zeer ernstige recidive (delicten met een strafdreiging van minmaal acht jaar) binnen vijf jaar na ontslag bedroeg 12.1% (Wartna, Blom & Tollenaar, (2008). Het is van groot belang dat wordt getracht dergelijke delicten in de toekomst te voorkomen. Het hebben van een goede indruk van de kans op recidive speelt hierbij een cruciale rol. Op basis van de inschatting van het recidiverisico wordt namelijk besloten of het verantwoord is om de patiënt al dan niet met verlof te laten gaan of te laten terugkeren naar de maatschappij. Patiënten van wie het recidiverisico nog onaanvaardbaar hoog is, zullen niet buiten de kliniek mogen komen. Een adequate risicotaxatie draagt hierdoor bij aan het verlagen van het aantal recidives. Naast het bepalen van het recidiverisico heeft risicotaxatie tot doel statische en dynamische factoren te identificeren, die bij een delinquent van invloed kunnen zijn op dit risico. Statische factoren zijn niet of nauwelijks door behandeling te beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn gebeurtenissen uit het verleden, zoals mishandeling of verwaarlozing, en de justitiële voorgeschiedenis. Dynamische factoren zijn kenmerken van de persoon of zijn omgeving die veranderbaar zijn. Sociale vaardigheden en impulsiviteit zijn voorbeelden van factoren die voor interventie vatbaar zijn. In de behandeling wordt geprobeerd de dynamische factoren te beïnvloeden, waarbij er rekening wordt gehouden met de statische, slecht beïnvloedbare factoren. Het gebruik van risicotaxatie-instrumenten speelt pas sinds enkele jaren een belangrijke rol bij het inschatten van het recidiverisico. Vóór de komst van deze instrumenten werd de kans op toekomstig gewelddadig gedrag door middel van een ongestructureerd klinisch oordeel ingeschat, op basis van de subjectieve ervaring van de behandelaars. Bij deze methode van risicotaxatie is de clinicus geheel vrij om te bepalen welke factoren hij laat meewegen bij het bepalen van het risico op recidive. Deze factoren worden bovendien niet geëxpliciteerd. Onderzoek heeft echter aangetoond dat het ongestructureerd klinische oordeel vaak onjuist is en de kans op recidiveren niet veel beter voorspelt dan toeval (Cocozza & Steadman, 1976). Het verdient daarom de voorkeur om een gestandaardiseerd risicotaxatie-instrument te gebruiken bij het inschatten van de kans op toekomstig gewelddadig gedrag. 6

7 Het onderzoek van de laatste jaren heeft twee typen risicotaxatie-instrumenten opgeleverd: actuariële en gestructureerd klinische instrumenten. Actuariële risicotaxatieinstrumenten bevatten een vastgesteld aantal factoren waarvan in wetenschappelijk onderzoek is aangetoond dat ze verband houden met delictgedrag. De scores op deze factoren leiden via een vaste rekenformule tot een oordeel over het recidiverisico. Voorbeelden van dit type instrument zijn de STATIC-99 (Hanson & Thornton, 1999) voor zedendelinquenten en de Violence Risk Appraisal Guide (VRAG) (Quinsey, Harris, Rice, & Cormier, 1998) voor gewelddadige delinquenten. Het nadeel van actuariële risicotaxatieinstrumenten is dat zij slechts een beperkt aantal factoren bevatten en vooral zijn gericht op statische, historische factoren die niet door behandeling te beïnvloeden zijn. Hierdoor kunnen deze instrumenten niet worden gebruikt om richting te geven aan de behandeling en worden ze als minder waardevol beschouwd voor de klinische prakrijk. De gestructureerd klinische risicotaxatie-instrumenten bevatten daarentegen zowel statische als dynamische risicofactoren. Deze instrumenten bestaan, net als de actuariële instrumenten, uit een checklist met risicofactoren die op gestandaardiseerde wijze wordt afgenomen door een deskundige. Daarnaast wordt een eindoordeel omtrent het recidiverisico gegeven op basis van de kennis en ervaring van deze deskundige en de scores op de items uit de checklist. De deskundige bepaalt zelf hoe zwaar hij bepaalde items laat meewegen in zijn eindoordeel. De integratie van deze informatie en kennis levert een inschatting van het recidiverisico op, uitgedrukt in een laag, matig of hoog risico. Voorbeelden van gestructureerd klinische risicotaxatie-instrumenten zijn de Sexual Violence Risk-20 (SVR-20) (Boer, Hart, Kropp & Webster, 1997) voor seksuele delinquenten, en de Historical Clinical Risk Management-20 (HCR-20) (Webster, Douglas, Eaves, & Hart, 1997; Nederlandse bewerking: Philipse, de Ruiter, Hildebrand & Bouman, 2000) en de Historisch Klinisch Toekomst-30 (HKT-30) (Comité Instrumentarium Forensische Psychiatrie, 2000) om bij gewelddadige delinquenten de kans op recidive te voorspellen (Hildebrand, Hesper, Spreen & Nijman, 2005). De meest gebruikte risicotaxatie-instrumenten in de Nederlandse tbs-praktijk zijn de HCR-20 en HKT-30. Deze twee instrumenten stonden in het huidige onderzoek centraal. De HCR-20 is een in Noord-Amerika ontwikkeld instrument bestaand uit 20 items, verdeeld over drie schalen: een Historische schaal (H-schaal, 10 items), een Klinische schaal (C-schaal, 5 items) en een Risicohanteringsschaal (R-schaal, 5 items). Alle items worden gescoord op een 7

8 driepuntsschaal (0 = niet aanwezig, 1 = wellicht of gedeeltelijk aanwezig, 2 = duidelijk aanwezig). Op basis van deze items wordt een klinische beoordeling van het risico vastgesteld in termen van laag, matig of hoog. Voor een overzicht van de items van de HCR- 20 wordt verwezen naar Tabel 3 op pagina 22. Het op de HCR-20 gebaseerde Nederlandse instrument Historisch Klinisch Toekomst- 30 (HKT-30) (Comité Instrumentarium Forensische Psychiatrie, 2000) bestaat uit 30 items, eveneens verdeeld over drie schalen: Historische en statische indicatoren (H-schaal, 11 items), Klinische en dynamische indicatoren (K-schaal, 13 items) en Toekomstige situatieve indicatoren (T-schaal, 6 items). De grootste verschillen tussen de HKT-30 en de HCR-20 zijn de manier van scoren (de HKT-30 scoort op een vijfpuntsschaal, de HCR-20 op een driepuntsschaal) en de diversiteit van de items (de HKT-30 is iets uitgebreider en neemt meer facetten die mogelijk invloed hebben op recidive mee). Er zijn verschillende studies uitgevoerd waarin de predictieve validiteit van deze instrumenten in forensische populaties werd onderzocht. Hierbij wordt doorgaans gebruik gemaakt van Receiver Operating Characteristics (ROC) analyse. De ROC-analyse leidt tot een ROC-curve waarbij de Area under the Curve (AUC) de maat voor de predictieve validiteit van het instrument is. Een AUC- waarde van.50 staat gelijk aan toeval en bij een waarde van 1.0 is er sprake van een perfecte voorspelling (Sjöstedt & Grann, 2002). Tussenliggende AUCwaarden kunnen verder als volgt worden geïnterpreteerd: AUC-waarden lager dan.60 worden beschouwd als laag voorspellend, AUC-waarden van als marginaal voorspellend, van als redelijk voorspellend, van als goed voorspellend en AUC-waarden hoger dan.90 als zeer goed voorspellend (Sjöstedt & Grann, 2002). Studies naar de predictieve validiteit van de HCR-20 In een retrospectieve studie van De Vogel, De Ruiter, Hildebrand, Bos, en Van de Ven (2004) werd op basis van strafdossiers van 120 voormalig tbs-patiënten die tussen 1993 en 1999 uit de Dr. Henri van der Hoeven Kliniek waren ontslagen, de predictieve validiteit van de HCR-20 onderzocht. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen gewelddadige en algemene recidive. De subschalen van de HCR-20 hadden een redelijke tot goede predictieve validiteit wat betreft gewelddadige recidive. Voor de H-schaal, C-schaal en R-schaal werden AUC-waarden 8

9 gevonden van respectievelijk.80,.77 en.79. De predictieve validiteit van de totaalscore voor gewelddadige recidive bleek goed te zijn (AUC =.82) en ook het klinisch eindoordeel was een redelijk goede voorspeller voor gewelddadige recidive (AUC =.79). De predictieve validiteit was minder goed voor algemene recidive. Met AUC-waarden variërend tussen.66 (klinisch eindoordeel) en.70 (H-schaal en totaalscore) was de predictieve validiteit van de HCR-20 voor algemene recidive matig te noemen. Ook toonde deze studie aan dat het klinisch eindoordeel van de HCR-20 (AUC =.79) een significant betere voorspeller voor gewelddadig recidive was dan het ongestructureerde klinische oordeel van stafleden (AUC =.68). In een retrospectieve studie van Hildebrand, Hesper, Spreen en Nijman (2005) werd de HCR-20 gescoord aan de hand van 156 strafdossiers van mannelijke exterbeschikkinggestelden, van wie de tbs-maatregel tussen 1 januari 1992 en 31 december 2001 onvoorwaardelijk werd opgeheven. De dossiers kwamen uit acht verschillende klinieken in Nederland. Alle ROC-analyses voor de HCR-20 waren significant. De predictieve validiteit van de H-schaal voor gewelddadige recidive was redelijk (AUC =.71), de andere schalen hadden een minder goede voorspellende waarde (AUC-waarde C-schaal en R-schaal =.62). De predictieve validiteit van de HCR-20 totaalscore (AUC =.67) en de risicoinschatting (AUC=.64) was marginaal. Voor algemene recidive was de predictieve validiteit van de HCR-20 matig (AUC H-schaal =.63, AUC C-schaal =.61, AUC R-schaal =.60, AUC totaalscore =.63 en AUC risico-inschatting =.64,) Een prospectieve studie van De Vogel en De Ruiter (2006) onderzocht de predictieve validiteit van de HCR-20 in de Dr. Henri van der Hoeven Kliniek. Drie groepen beoordelaars scoorden de HCR-20 bij 127 mannelijke delinquenten, waarna in overleg een consensusscore en eindoordeel van het recidiverisico werd samengesteld. De bevindingen lieten zien dat de predictieve validiteit van de HRC-20 voor gewelddadige recidive goed was. De subschalen van de HCR-20 hadden een redelijk tot goede voorspellende waarde. De H-schaal had een AUC-waarde van.77, de C-schaal een AUC-waarde van.80 en de R-schaal had een AUCwaarde van.79. De predictieve validiteit van de totaalscore (AUC =.85) en de risicoinschatting was goed (AUC =.86). De HCR-20 wordt momenteel gereviseerd. Ten behoeve hiervan is een revisieversie van het instrument opgesteld: de HCR:V3 (Douglas, Hart, Webster, Belfrage & Eaves, 2008). Recent is er een masterthese-onderzoek uitgevoerd waarin de predictieve validiteit van de 9

10 HCR-20 werd vergeleken met die van de HCR:V3 voor het voorspellen van gewelddadige recidive (Van den Heuvel & Draat, 2010). Retrospectief werden 86 strafdossiers gescoord van patiënten die tussen 1990 en 2006 waren uitgestroomd uit de Van der Hoeven Kliniek. De dossiers werden individueel gescoord door vier getrainde onderzoekers, waarna een consensusscore werd bepaald. De voorspellende waarde van de subschalen van de HCR-20 en de HCR:V3 was slecht tot matig. Enkel de C-schaal was een significante voorspeller voor gewelddadig recidive binnen drie jaar na ontslag, de predictieve validiteit was marginaal (AUC HCR-20 =.66 en AUC HCR:V3 =.67). Zowel de totaalscore van de HCR-20 als die van de HCR:V3 hadden een redelijk tot goede predictieve validiteit voor een follow-up periode van één jaar (AUC HCR-20 =.80 versus AUC HCR:V3 = 0.77). Voor een follow-up periode van twee jaar was de predictieve validiteit van de totaalscore van beide instrumenten redelijk (AUC HCR-20 =.74 versus AUC HCR:V3 =.75. De predictieve validiteit voor een follow-up periode van drie jaar was marginaal (AUC HCR-20 en HCR:V3 =.67). Op de lange termijn, gedefinieerd als de gehele follow-up periode van een patiënt sinds het ontslag tot 2006, is de predictieve validiteit van de totaalscore van beide instrumenten marginaal (AUC HCR-20 =.65 versus AUC HCR:V3 =.68). Geconcludeerd wordt dat de voorspellende waarde van de HCR-20 en de HCR:V3 redelijk goed zijn voor een follow-up periode tot en met twee jaar, maar afneemt naarmate de follow-up periode langer wordt. Van den Heuvel en Draat (2010) concluderen op basis van bovenstaande resultaten dat de HCR:V3 geen meerwaarde heeft ten opzichte van de HCR-20. Uit deze studie kan echter niet duidelijk worden opgemaakt of de predictieve validiteit van de HCR-20 beter is of niet, aangezien er geen betrouwbaarheidsintervallen worden gerapporteerd en er niet specifiek gesproken wordt over significante verschillen tussen beide instrumenten. Studies naar de predictieve validiteit van de HKT-30 In een studie van Canton, Van der Veer, Van Panhuis, Verheul & Van den Brink (2004) werd aan de hand van 123 pro Justitia-rapportages gekeken naar de predictieve validiteit van de HKT-30, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen ernstige en minder ernstige recidive. Voor ernstige recidive was de predictieve validiteit van de subschalen matig tot redelijk (AUC-waarde H-schaal =.69; AUC-waarde K-schaal =.68 en AUC-waarde T-schaal =.73). De 10

11 predictieve validiteit van de totaalscore voor ernstige recidive was redelijk (AUC =.72). De voorspellende waarde van de subschalen van de HKT-30 voor minder ernstige recidive was laag tot matig voorspellend (AUC-waarde H-schaal =.61; AUC-waarde K-schaal =.59 en AUCwaarde T-schaal =.68). De predictieve validiteit van de totaalscore voor minder ernstige recidive was matig (AUC =.62). De AUC-waarden van de totaalscore waren niet significant verschillend van elkaar, waardoor niet gesteld kon worden dat de HKT-30 ernstige recidive beter voorspelde dan minder ernstige recidive. Er werd geconcludeerd dat de voorspellende waarde van de totaalscore van de HKT-30 (AUC ernstig recidive =.72 en AUC minder ernstig recidive =.62) niet significant verschilde van het klinisch oordeel van een rapporteur (AUC ernstig recidive =.70 en AUC minder ernstig recidive =.72) (Canton et al., 2004). In het al eerder genoemde onderzoek van Hildebrand et al. (2005) werd ook de predictieve validiteit van de HKT-30 onderzocht voor gewelddadige en algemene recidive. Alle ROC-analyses voor dit risicotaxatie-instrument waren significant. De subschalen hadden een marginale predictieve validiteit voor gewelddadige recidive (AUC H-schaal =.67,AUC K- schaal =.69 en AUC T-schaal =.68). De predictieve validiteit van de totaalscore en risicoinschatting van de HKT-30 was redelijk (respectievelijk AUC =.72 en AUC =.73). Voor algemene recidive gold dat de subschalen van de HKT-30 een matige voorspellende waarde hadden. De H-schaal had een AUC-waarde van.67, de K-schaal en de T-schaal hadden een AUC-waarde van.64. Ook de predictieve validiteit voor algemene recidive van de totaalscore (AUC =.68) en de risico-inschatting (.65) waren matig. Statistische vergelijking van de AUCwaarden van de overeenkomstige schalen van de HCR-20 en de HKT-30 leverde geen significante verschillen op. Schönberger, Hildebrand, Spreen en Bloem (2008) hebben onderzoek gedaan naar de predictieve validiteit van de HKT-30 bij seksueel delinquenten. De HKT-30 werd retrospectief gescoord aan de hand van 88 strafdossiers van voormalig terbeschikkinggestelden. Recidive werd onderverdeeld in drie categorieën: (1) seksuele recidive, (2) gewelddadige, nietseksuele recidive en (3) algemene gewelddadige recidive (inclusief seksuele recidive). De predictieve validiteit voor seksuele recidive was onvoldoende en leverde geen significante resultaten op; de AUC-waarden varieerden van.45 (H-schaal) tot.61 (risico-inschatting). Voor gewelddadige, niet-seksuele recidive was de voorspellende waarde van de HKT-30 matig voor de H-schaal (AUC =.65) en de T-schaal (AUC =.63). De AUC-waarden voor de K- 11

12 schaal (AUC =.52), totaalscore (AUC =.60) en de risico-inschatting (AUC =.55) waren laag en niet significant. De predictieve validiteit voor algemene gewelddadige recidive was matig en significant voor de T-schaal (AUC =.65). De predictieve validiteit van de andere schalen (AUC-waarde H-schaal =.62, AUC-waarde K-schaal =.55), de totaalscore (AUC =.61) en de risico-inschatting (AUC =.59) was onvoldoende. Geconcludeerd werd dat de HKT-30 voor zedendelinquenten een beperkte predictieve validiteit heeft en dat de voorspellende waarde van dit instrument beter is voor zedendelinquenten met een verleden van vermogens- en geweldsdelicten in vergelijking met zedendelinquenten die alleen zedendelicten pleegden. Net als de HCR-20 wordt ook de HKT-30 momenteel gereviseerd. Hiertoe is een nieuwe, experimentele versie ontwikkeld van de HKT-30: de HKT-EX (Brand, Ter Horst, Lammers & Spreen, 2010). Een werkgroep van forensische experts heeft aan de hand van de resultaten uit eerdere studies en ervaringen uit de klinische praktijk de HKT-30 aangepast met als doel om een instrument te ontwikkelen met een betere predictieve validiteit. Enkele veranderingen van de HKT-EX ten opzichte van de HKT-30 zijn het grotere aantal items en de manier van scoren. De HKT-EX bestaat uit 40 items, verdeeld over drie schalen: de H-schaal (12 items), de K-schaal (20 items) en de T-schaal (8 items). Naast het toekennen van een score op een vijfpuntsschaal lopend van 0 tot 4, dient bij sommige items de frequentie van bepaald gedrag te worden gescoord. Enkele items zijn vervallen of aangepast. De omschrijving van sommige items is aangepast of verduidelijkt met voorbeelden en ankerpunten. De risico-inschatting op basis van de HKT-EX wordt uitgedrukt in een laag, laag/matig, matig, matig/hoog of hoog risico op recidive. Voor een overzicht van de items van de HKT-EX wordt verwezen naar tabel 4 op pagina 25. Als vervolg op de studie van Hildebrand et al. (2005) werd in de huidige studie onderzocht of de HKT-EX geschikt is om het risico op gewelddadige en algemene recidive te voorspellen en of deze revisieversie van de HKT-30 een betere voorspelling geeft dan de HCR-20. Het is belangrijk om de voorspellende waarde van risicotaxatie-instrumenten te blijven verbeteren, om toekomstige recidive te voorkomen. Ook kunnen risicotaxatieinstrumenten een bijdrage leveren aan het meten van de voortgang binnen de behandeling en het bepalen van interventiedoelen. In het huidige onderzoek werden de gebruikte strafdossiers uit de studie van Hildebrand et al. (2005) opnieuw gescoord met de HKT-EX. De 12

13 predictieve validiteit van de HCR-20 en de HKT-EX werd vergeleken op basis van de volgende drie onderzoeksvragen: 1. Wat zijn, zowel voor de HCR-20 als voor de HKT-EX, op itemniveau de beste en slechtste voorspellers van het recidiverisico? 2. Zijn er significante verschillen tussen de voorspellende waarden van de overeenkomstige subschalen van de HCR-20 en de HKT-EX? 3. Zijn er significante verschillen tussen de predictieve validiteit van de totaalscore en het klinisch eindoordeel van de HCR-20 en de HKT-EX? Bij het beantwoorden van bovenstaande vragen werd onderscheid gemaakt tussen gewelddadige en algemene recidive. 13

14 Methode De onderzoeksgroep Voor het huidige onderzoek werd gebruik gemaakt van een subsample van de steekproef van Hildebrand et al. (2005). Aangezien het huidige onderzoek is uitgevoerd in het kader van een masterthesis was de tijd die aan het verzamelen van data besteed kon worden beperkt. Uit praktische overwegingen is daarom besloten alleen dossiers uit FPC De Woenselse Poort te Eindhoven en FPC Dr. S. van Mesdag in het onderzoek mee te nemen. Een klein aantal dossiers was vanwege de privacywetgeving echter reeds vernietigd. Van één van de patiënten waren bovendien geen recidivegegevens bekend, waardoor deze persoon uit de sample is verwijderd. De uiteindelijke onderzoeksgroep bestond uit 69 mannelijke voormalige patiënten die waren veroordeeld voor een gewelddadig delict en waarvan de tbs-maatregel tussen 1991 en 2002 was beëindigd. Van deze steekproef waren 47 patiënten (68%) opgenomen in FPC Dr. S. van Mesdag te Groningen en 22 patiënten (32%) in FPC De Woenselse Poort te Eindhoven. Procedure Het huidige onderzoek heeft een retrospectief follow up design. De HKT-EX werd gescoord aan de hand van de strafdossiers van voormalig terbeschikkinggestelden. Deze dossiers bestonden veelal uit processen-verbaal, pro Justitia-rapportage(s), behandelplannen, behandelevaluaties en verlengingsadviezen. Voor dit onderzoek is gekeken naar de informatie uit het dossier over het jaar voor de onvoorwaardelijke beëindiging van de TBS. Daarnaast is gekeken naar stukken die belangrijke informatie over de voorgeschiedenis van de patiënten konden bevatten. Het scoren van de dossiers werd uitgevoerd door drie masterstudenten Forensische Psychologie van de Universiteit van Tilburg die hiervoor een zevendaagse training hadden ondergaan op FPC De Woenselse Poort te Eindhoven. De beoordelaars hadden geen eerdere ervaring in het werken met risicotaxatie-instrumenten. Vanwege tijdgebrek is item H1 Justitiële voorgeschiedenis niet gescoord en dus ook niet meegenomen in de huidige studie. Op het moment van de dataverzameling waren de beoordelaars uiteraard niet op de hoogte van de recidivegegevens. De masterstudenten van de Universiteit van Tilburg hebben 23 dossiers gescoord van patiënten afkomstig uit FPC De 14

15 Woenselse Poort (onderdeel van G.G.z. Eindhoven). Deze data zijn samengevoegd met data uit de 46 dossiers van de patiënten uit FPC Dr. S. van Mesdag te Groningen, die werden gescoord door drie studenten Klinische Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. In dit onderzoek zijn de recidivegegevens verkregen vanuit het onderzoek van Hildebrand et al. (2005). Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen gewelddadige en algemene recidive. Gewelddadige recidive werd geoperationaliseerd als elk nieuw gewelddadige delict, zowel licht als zwaar van aard. Algemene recidive werd geoperationaliseerd als elk nieuw delict, ongeacht de aard. Delicten die zijn gepleegd tijdens het proefverlof en die geleid hebben tot een nieuwe veroordeling zijn ook meegeteld. De delinquenten zijn gevolgd vanaf hun ontslagdatum tot de datum van hun nieuwe delict of tot de einddatum van de studie van Hildebrand et.al. (2005) op 14 december Voor delinquenten waarvan de tbs-maatregel in 2002 is opgeheven betekent dit dat deze maar voor een relatief korte periode zijn gevolgd. Statistische analyse Om tot totaalscores en schaalscores te kunnen komen, zijn de scores op de items waarbij frequenties moesten worden gescoord omgezet in likertschaalscores en zijn de missing values op de predictoren geschat. Het schatten van de missing values was nodig omdat door de kwaliteit van de dossiers voor sommige items te weinig informatie beschikbaar was om een score te kunnen toekennen. Bij het maken van de categorieën voor de vijfpuntslikertschaal, is er rekening gehouden met de verdeling van de scores en theoretische aspecten. De missing values op de predictoren van de HKT-EX en de HCR-20 zijn geschat door middel van two-way imputation (Van Ginkel & Van der Ark, 2008) Deze imputatietechniek houdt rekening met zowel de between-subject als de withinsubjectvariantie van de observaties plus een error term. Voor de beschrijvende statistiek is er gekeken naar de gemiddelden van de subschalen, de totaalscore en het klinisch eindoordeel. De interne consistentie is berekend met behulp van Chronbach s alpha. Tot slot is gekeken naar het klinisch eindoordeel in vergelijking met de totaalscore en met recidive. Met Receiver Operating Characteristics (ROC) analyse is de predictieve validiteit van de HKT- EX en de HCR-20 onderzocht. Met deze analyse worden proefpersonen op basis van een reeks hypothetische cut offscores op het instrument ingedeeld in de groepen recidivisten en 15

16 niet-recidivisten. Ook wordt gekeken wie er onterecht als recidivist of niet-recidivist wordt ingedeeld. In een grafiek met op de Y-as het percentage juiste beoordelingen van het recidiverisico en op de X-as het percentage fout-positieven wordt een curve afgebeeld, waarbij de oppervlakte onder de curve (Area Under the Curve: AUC) de waarde van de predictieve validiteit geeft. Een AUC- waarde van.50 staat gelijk aan toeval en bij een waarde van 1.0 is er sprake van een perfecte voorspelling. Een AUC-waarde kleiner dan.60 wordt als laag voorspellend beschouwd, een waarde tussen de.60 en.70 als marginaal, tussen de.70 en.80 als redelijk, een waarde tussen de.80 en.90 als goed voorspellend en een waarde hoger dan.90 als zeer goed (Sjöstedt & Grann, 2003). Met het programma SPSS zijn de AUC-waarden van de individuele items, de subschalen, de totaalscore en het klinisch eindoordeel van de HKT-EX en de HCR-20 berekend. Ook is de correlatie met gewelddadige en algemene recidive berekend. Aan de hand van 90%-, 95% en 99%- betrouwbaarheidsintervallen zijn de AUC-waarden van de subschalen, de totaalscore en het klinisch eindoordeel met elkaar vergeleken. Wanneer de betrouwbaarheidsintervallen elkaar niet overlappen, is de predictieve validiteit significant verschillend op respectievelijk.10,.05 of.01 significantieniveau. 16

17 Resultaten Karakteristieken van de onderzoeksgroep Vierenveertig patiënten uit de onderzoeksgroep waren van Nederlandse afkomst (64%), 8 patiënten waren afkomstig uit Suriname (12%), 7 patiënten waren was van Marokkaanse kom af (10%), 3 patiënten waren afkomstig uit de Nederlandse Antillen (4%), uit Indonesië kwamen 3 patiënten (4%) en 4 patiënten waren afkomstig uit overige landen (6%). Bijna alle patiënten (N=66, 96%) verbleven met verblijfstitel TBS met dwangverpleging in de kliniek, 1 patiënt verbleef met de verblijfstitel TBS met voorwaarden (1%) en 2 patiënten hadden de verblijfstitel artikel 120 (3%). Artikel 120 van de Gevangenismaatregel houdt in dat iemand vanuit de gevangenis wordt overgeplaatst naar een TBS kliniek, omdat er tijdens de gevangenisstraf toch sprake blijkt van (ernstige) psychiatrische problematiek of omdat de delinquent binnen de gevangenis niet te handhaven is. Voor het indexdelict geldt 50 patiënten werden veroordeeld voor een levensdelict (N = 73%), 14 patiënten werden veroordeeld voor een gewelddadig delict (20%) en 5 patiënten voor brandstichting (7%). De gemiddelde leeftijd bij opname was 29.4 jaar (± 6.5; 18-45) en de gemiddelde behandelduur bedroeg 75.4 maanden (± 29.6; ). Recidive Aan het einde van de follow up periode waren 10 van 69 ex-terbeschikkinggestelden (14%) opnieuw veroordeeld voor een nieuw gewelddadig delict (gewelddadige recidive). Vierentwintig van de 69 ex-terbeschikkinggestelden (35%) waren opnieuw veroordeeld voor enig nieuwe delict (algemene recidive). Beschrijvende statistiek HCR-20 De gemiddelde score op de H-schaal bedroeg 12.8 (±3.6; 2-19), op de K-schaal 3.6 (±2.6; 0-9) en op de R-schaal 5.0 (±2.8; 0-10). De gemiddelde HCR-20 totaalscore was 21.3 (± 7.2; 4-35), de mediaan was 21. De risico-inschatting had een gemiddelde score van 1.9 (±0.9; 1-3). 17

18 HKT-EX De gemiddelde score op de H-schaal was 19.8 (±6.6; 7-34), op de K-schaal 16.2 (±11.9; ) en op de T-schaal 7.7 (±6.4; 0-24). De gemiddelde HKT-EX totaalscore bedroeg 43.6 (±19.3; ), de mediaan was Het klinisch eindoordeel had een gemiddelde score van 1.8 (±1.2; 0-4). Interne consistentie De interne consistentie werd berekend met Cronbach s alpha. Deze waarde geeft een indicatie van de mate waarin de items van een schaal hetzelfde concept meten. HCR-20 De interne consistentie van de H-schaal was beduidend minder goed dan die van de K-schaal en de R-schaal. Chronbach s alpha van de H-schaal (α =.59) was onvoldoende, de interne consistentie van de K-schaal (α =.70) was acceptabel en die van R-schaal (α =.83) was goed. HKT-EX Ook binnen de HKT-EX bleef de H-schaal sterk achter bij zowel de K- als de T-schaal. De interne consistentie van de H-schaal was met een Chronbach s alpha (α) van.62 twijfelachtig te noemen, terwijl de inter-item correlatie van de K-schaal (α =.92) en de T-schaal (α =.91) uitstekend waren. Risicobeoordelingen (gestructureerd klinische oordeel) In tabel 1 op pagina 19 staan de gemiddelde totaalscores op de HCR-20 en de HKT-EX per risicobeoordelingscategorie weergeven. Beide instrumenten lieten hetzelfde patroon zien: namelijk dat een hogere totaalscore samengaat met een hogere beoordeling van het risico op recidive. Voor de HCR-20 was de gemiddelde totaalscore voor de groep exterbeschikkinggestelden met een gestructureerd klinisch oordeel laag risico 15.8, voor matig risico was dit 21.8 en voor het oordeel hoog risico De verschillende tussen deze groepen waren significant (F = , p <.001). Ook bij de HKT-EX werd het risico op recidive hoger ingeschat naarmate de gemiddelde totaalscore opliep. De gemiddelde totaalscore voor de groep ex-terbeschikkinggestelden die het oordeel laag risico kregen was 27.6, voor het gestructureerd klinisch oordeel laag/matig risico was dit 32.8, de groep met een matig risico eindoordeel had een gemiddelde totaalscore van 44.3, voor het 18

19 klinisch oordeel matig/hoog risico was dit 58.3 en de gemiddelde totaalscore van de groep die het oordeel hoog risico kreeg was De verschillen tussen deze groepen waren eveneens significant (F = , p <.001). Het gevonden patroon komt overeen met de beredenering achter het gestructureerd klinisch oordeel: hoe hoger de totaalscore van een ex-terbeschikkinggestelden, hoe hoger het risico op recidive wordt ingeschat. De overlap die te zien was in het bereik van de verschillende risicobeoordelingscategorieën is te verklaren doordat de beoordeling van het recidiverisico naar aanleiding van specifieke omstandigheden van een patiënt bij een lage totaalscore toch een gestructureerd klinisch eindoordeel hoog risico kan geven of juist andersom, een eindoordeel laag risico ondanks een hoge totaalscore (Hildebrand et al., 2005). Tabel 1: HCR-20 en HKT-30 scores per risicobeoordelingscategorie (N = 69) Eindoordeel Instrument Laag Laag/matig Matig Matig/hoog Hoog M N Bereik M N Bereik M N Bereik M N Bereik M N Bereik Sig. HCR apr okt p <.001 HKT-EX okt p <.001 Risicobeoordeling en Recidive De ROC-analyse houdt rekening met vals positieven (patiënten van wie het recidiverisico als hoog werd ingeschat maar die niet zijn gerecidiveerd) en vals negatieven (patiënten van wie het risico op recidive als laag werd getaxeerd maar die wel zijn gerecidiveerd). Om een beeld te geven van het aantal juiste en onjuiste inschattingen waarop de verkregen AUC-waarden zijn gebaseerd, staan in tabel 2 op pagina 20 van respectievelijk de HCR-20 en de HKT-EX voor beide soorten recidive het aantal en het percentage recidivisten weergeven, gegroepeerd op basis van de hoogte van de eindbeoordeling. 19

20 Tabel 2: Risico-inschatting en recidive van de HCR-20 (N = 69) en de HKT-EX (N=68) Gewelddadige recidive (N = 10) Algemene recidive (N = 24) HCR-20 Eindbeoordeling N % N % Laag (N = 31) Matig (N = 16) Hoog (N = 22) HKT-EX Eindbeoordeling N % N % Laag (N = 10) Laag/matig (N = 20) Matig (N = 16) Matig/hoog (N =15) Hoog (N = 7) HCR-20 Vier van de ex-terbeschikkinggestelden (13%) met een laag risico beoordeling werd opnieuw veroordeeld voor gewelddadige recidive, tegenover 0 patiënten (0%) met een matig risico en 6 patiënten (27%) van de groep met hoog risico beoordeling. Voor algemene recidive gold dat 8 patiënten (26%) met de eindbeoordeling laag risico opnieuw werd veroordeeld, in vergelijk met 5 ex-terbeschikkinggestelden (31%) met een matig risico oordeel en 11 patiënten (50%) van de groep met een eindbeoordeling hoog risico. Voor algemene recidive gold dat het percentage daadwerkelijke recidivisten hoger werd naarmate een hogere risicobeoordeling werd gegeven. Voor gewelddadige recidive werd deze trend niet gevonden. Dit kan mogelijk verklaard worden doordat gewelddadige recidive specifieker is dan algemene recidive, waardoor het aantal recidivisten die dit type delict opnieuw hebben gepleegd klein is (N gewelddadige recidive = 10 vs N algemene recidive = 24) en een trend niet duidelijk naar voren komt. 20

21 HKT-EX Van de ex-terbeschikkinggestelden met een laag eindoordeel werd 1 patiënt (10%) opnieuw veroordeeld voor gewelddadige recidive versus 4 ex-terbeschikkinggestelden (20%) van de groep met een laag/matig eindoordeel, 1 patiënt (6%) van de groep met een matig oordeel, 3 patiënten (20%) van de groep patiënten met een matig/hoog eindbeoordeling en 1 patiënt (14%) van de ex-terbeschikkinggestelden met een hoog risico beoordeling. Voor algemene recidive gold dat 5 patiënten (50%) van de ex-terbeschikkinggestelden met een laag eindoordeel opnieuw veroordeeld, versus 5 patiënten (25%) van de groep met een laag/matig risico beoordeling, 5 patiënten (31%) van de groep met een eindbeoordeling matig risico, 6 patenten (40%) van de ex-terbeschikkinggestelden met een matig/hoog beoordeling en 3 patiënten (43%) van de groep met een hoog risico beoordeling. Voor zowel gewelddadige en algemene recidive werd geen trend gevonden waarbij patiënten met een hogere risicobeoordeling vaker recidiveerden. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat codeurs het veiliger vinden om een laag/matig of matig/hoog risico te geven, waardoor er geen oplopende trend ontstaat. Predictieve validiteit Tabel 3 en tabel 4, op respectievelijk pagina 22 en 25, geven voor respectievelijk de HCR-20 en de HKT-EX de AUC-waarden weer, met de bijbehorende 95% betrouwbaarheidsintervallen en de Pearson product moment correlaties voor zowel gewelddadige en algemene recidive. In de tabellen zijn de predictieve validiteit van de individuele items, de subschalen, de totaalscore en het klinisch eindoordeel opgenomen. HCR-20 Voor de HCR-20 werden op itemniveau geen significante voorspellers voor gewelddadige recidive gevonden. Hoewel niet significant, hadden de items H10 Eerdere onttrekking toezicht (AUC =.65, p =.143), C3 Actieve psychotische symptomen (AUC =.64, p =.175) en R1 Geringe kans dat plannen zullen slagen (AUC =.66, p = 115), R4 Werkt niet mee aan behandelinitiatieven (AUC =.64, p =.173) en R5 Hoog niveau ervaren stress (AUC =.64, p =.173) een matige voorspellende waarde en waren hiermee de best voorspellende items voor dit type recidive. Het item R1 Geringe kans dat plannen zullen slagen had wel een marginaal significante samenhang met gewelddadige recidive (r =.21, p =.089). Veel items hadden een 21

22 lage voorspellende waarde en enkele items hadden zelfs een voorspellende waarde nog onder het kansniveau. Deze items, H8 Problemen in de kindertijd (AUC =.49, p =.892), C1 Gebrek aan zelfinzicht (AUC =. 49, p =.946) en R2 Blootstelling aan destabiliserende factoren (AUC =.46, p = 664), waren de slechtste voorspellers voor gewelddadige recidive op de HCR- 20. De predictieve validiteit van de subschalen (AUC H-schaal =.64, p =.175, AUC C-schaal =.60, p =.310 en AUC R-schaal =.61, p =.250), de totaalscore (AUC =.63, p =.198) en het klinisch eindoordeel (AUC =.61, p =.268) waren matig en niet significant. Tabel 3: Predictieve validiteit van de HCR-20 voor gewelddadige en algemene recidive (N = 69) Gewelddadige recidive Algemene recidive Itembeschrijving AUC SE 95% BI r AUC SE 95% BI r Historische items H1 Eerder gewelddadig gedrag H2 Jonge leeftijd bij eerste gewelddadig incident H3 Instabiliteit van relaties H4 Problemen in arbeidsverleden H5 Problemen met middelen gebruik H6 Psychische stoornis H7 Psychopathie H8 Problemen in de kindertijd H9 Persoonlijkheidsstoornis H10 Eerdere onttrekking toezicht ** *** Totaalscore H-schaal Klinische items C1 Gebrek aan zelfinzicht C2 Negatieve opvattingen * ** C3 Actieve psychotische symptomen C4 Impulsiviteit C5 Reageert niet op behandeling Totaalscore C-schaal Risicohanterings items R1 Geringe kans dat plannen zullen slagen * R2 Blootstelling aan destabiliserende factoren R3 Geringe beschikbaarheid steun R4 Werkt niet mee aan behandelinitiatieven R5 Hoog niveau ervaren stress Totaalscore R-schaal Totaalscore HCR Klinisch eindoordeel * NOOT AUC = Area under the curve. SE = Standard error. r = Pearson correlatie coëfficiënt. *p <.1 l **p <.05 l ***p <. 01 (tweezijdig) 22

23 Voor algemene recidive werden er op itemniveau wel een significante voorspeller gevonden. Item H10 Eerdere onttrekking toezicht (AUC =.68, p =.012) bleek een marginale voorspeller voor algemene recidive. Item C2 Negatieve opvattingen (AUC =.64, p =.066) bleek een marginaal significante, matige voorspeller voor algemene recidive. Ook hier was te zien dat veel individuele items een lage voorspellende waarde hadden. De slechtst voorspellende items waren H4 Problemen in arbeidsverleden (AUC =.45, p =.512), H9 Persoonlijkheidsstoornis (AUC =.49, p =.850) en R4 Werkt niet mee aan behandelinitiatieven (AUC =.50, p =.97). Voor de predictieve validiteit van de subschalen (AUC H-schaal =.61, p =.121, AUC C-schaal =.60, p =.164 en AUC R-schaal =.57, p =.348), de totaalscore (AUC =.60, p =.178) en het klinisch eindoordeel (AUC=.62, p =.104) voor algemene recidive werden geen significante resultaten gevonden. Alhoewel geen significante AUC-waarde, had het klinische eindoordeel wel een marginaal significante samenhang met algemene recidive (r =.22, p =.076). Met uitzondering van de predictieve validiteit van de R-schaal, die als laag geclassificeerd kon worden, gold dat de AUC-waarden matig waren te noemen. HKT-EX Voor de HKT-EX gold dat de items H02 Schending voorwaarden omtrent behandeling en toezicht (AUC =.72, p =.027), H06 Arbeidsverleden (AUC =.67, p =.081) en H10 Instabiele levensstijl (AUC =.68, p =.066) de beste voorspellers zijn voor gewelddadige recidive. De voorspellende waarde van het item H02 is redelijk en significant, de items H06 en H10 hebben een marginaal significante, matige voorspellende waarde. De overige voorspellers waren niet significant en hadden veelal een lage tot matige predictieve validiteit. Hoewel geen significante predictieve validiteit, hadden de items K08 Zelfverzorging (r =.21, p =.089), K13 Copingvaardigheden (r =.22, p =.68) en K14 Schending van voorwaarden de laatste 12 maanden (r =.23, p=.058) wel een marginaal significante samenhang met gewelddadige recidive. Dit type recidive werd het slechts voorspeld door de items H04 Slachtoffer van geweld voor het 18 de jaar (AUC =.48, p =.805), K03 verslaving (AUC =.46, p =.727), K15 Intieme relaties (AUC =.49, p =.912), K16 Arbeidsvaardigheden (AUC =.50, p =.993) en het item K19 Gewelddadige incidenten (AUC =.50, p =.973). Van de subschalen bleek enkel de H-schaal een significante voorspeller, de predictieve validiteit van de H-schaal was redelijk (AUC =.72, p =.028). De voorspellende 23

24 waarde van de K-schaal (AUC =.60, p =.306) en de T-schaal (AUC =.61, p =.261) waren matig maar niet significant. De predictieve validiteit van de totaalscore was marginaal significant en matig te noemen (AUC =.67, p =.088). Vooral het klinisch eindoordeel (AUC =.51, p =.890) bleef achter op de rest. De enige significante voorspeller van algemene recidive was H12 Oriëntatie op het criminele milieu (AUC =.68, p =.017); de predictieve validiteit was matig. De items H02 Schending voorwaarden omtrent behandeling en toezicht (AUC =.62, p =.093) en K08 Zelfverzorging (AUC =.62, p =.095) waren marginaal significant en hadden een matige voorspellende waarde. De items K13 Copingvaardigheden en K20 Oriëntatie op personen of subculturen met antisociale en/of criminele opvattingen hadden geen significante voorspellende waarde, maar wel een significante correlaties met algemene recidive (respectievelijk r =.24, p =.047 en r =.27, p =.026) De items met de laagste predictieve validiteit en dus de slechtste voorspellers voor algemene recidive waren de historische items H04 Slachtoffer van geweld voor het 18 de jaar (AUC =.43, p =.329), H08 Psychotische kwetsbaarheid (AUC =.47, p =.655) en H09 Intieme relaties (AUC =.48, p =.821), de klinische items K02 Psychotische symptomen (AUC =.50, p =.985), K15 Intieme relaties (AUC =.44, p =.388), K16 Arbeidsvoorwaarden (AUC =.48, p =.791), K17 Acculturatieproblematiek (AUC =.47, p =.701) en K19 Gewelddadige incidenten (AUC =.49, p =.845) en tot slot het item T03 Financiën (AUC =.47, p =.701). Voor de subschalen van de HKT-EX gold dat enkel de H-schaal een marginaal significante, matige voorspellende waarde had voor algemene recidive (AUC =.63, p =.081). De predictieve validiteit van de andere subschalen (AUC K-schaal =.56, p =.406, AUC T- schaal =.53, p =.734), de totaalscore (AUC =.58, p =.305) en het klinisch eindoordeel (AUC =.51, p =.862) was onvoldoende en niet significant. Vergelijking van de predictieve validiteit van subschalen, totaalscore en de risico-inschatting van de HCR-20 en de HKT-EX voor gewelddadige en algemene recidive De AUC-waarden van de subschalen, totaalscore en risico-inschatting van de HCR-20 en de HKT-EX werden op drie significantie niveaus met elkaar vergeleken, een.10 significantieniveau, een.05 significantieniveau en een.01 significantieniveau, door middel van 90%-, 95%- en 99%-betrouwbaarheidsintervallen. 24

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems Symposium HKT-R: introductie van een gereviseerd instrument voor risicotaxatie en behandelevaluatie Donderdag 13 juni 2013, Conferentiecentrum

Nadere informatie

Tijdschrift voor Seksuologie (2006) 30, 204-214

Tijdschrift voor Seksuologie (2006) 30, 204-214 Tijdschrift voor Seksuologie (2006) 30, 204-214 www.tijdschriftvoorseksuologie.nl Voorspelling van recidive bij zedendelinquenten met behulp van retrospectief gebruik van de PCL-R en SVR-20 Koen Koster,

Nadere informatie

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Programma 13.00-13.15 Opening 13.15-14.30 HCR:V3, part I 14.30-15.00

Nadere informatie

Beschermende factoren bij seksuele delinquenten

Beschermende factoren bij seksuele delinquenten Beschermende factoren bij seksuele delinquenten Een retrospectieve studie naar de validiteit van de SAPROF bij ex-terbeschikkinggestelde seksueel delinquenten in de FPC Dr. S. van Mesdag en de Van der

Nadere informatie

De voorspellende waarde van risicotaxatie bij de rapportage pro Justitia

De voorspellende waarde van risicotaxatie bij de rapportage pro Justitia o o r s p r o n k e l i j k a r t i k e l De voorspellende waarde van risicotaxatie bij de rapportage pro Justitia Onderzoek naar de hkt-30 en de klinische inschatting w. j. c a n t o n, t. s. v a n d

Nadere informatie

Een beoordeling ter beoordeling

Een beoordeling ter beoordeling Een beoordeling ter beoordeling Opbrengsten en beperkingen van instrumenten voor risicotaxatie in de forensische psychiatrie en mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek Een van de manieren om de maatschappij

Nadere informatie

Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument

Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument Verslag EFP Themabijeenkomst Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument 29 november 2011 Introductie De presentatie wordt verzorgd door Sylvia Lammers; psycholoog en gepromoveerd

Nadere informatie

De betrouwbaarheid van risicotaxatie in de pro Justitia rapportage

De betrouwbaarheid van risicotaxatie in de pro Justitia rapportage o o r s p r o n k e l i j k a r t i k e l De betrouwbaarheid van risicotaxatie in de pro Justitia rapportage Een onderzoek met behulp van de hkt-30 w. j. c a n t o n, t. s. v a n d e r v e e r, p. j. a.

Nadere informatie

Dynamische risicotaxatie

Dynamische risicotaxatie Dynamische risicotaxatie Wens of werkelijkheid? Martien Philipse Pompestichting, Nijmegen Studiemiddag NVK - WODC, Den Haag 17 november 2006 De eerste wet van risicotaxatie De beste voorspeller van gedrag

Nadere informatie

Psychometrische stand van zaken van risicotaxatie-instrumenten voor volwassenen in Nederland

Psychometrische stand van zaken van risicotaxatie-instrumenten voor volwassenen in Nederland o v e r z i c h t s a r t i k e l Psychometrische stand van zaken van risicotaxatie-instrumenten voor volwassenen in Nederland g. t. b l o k, e. d e b e u r s, a. g. s. d e r a n i t z, t. r i n n e achtergrond

Nadere informatie

DE WAARDE VAN GESTRUCTUREERDE RISICOTAXATIE

DE WAARDE VAN GESTRUCTUREERDE RISICOTAXATIE DE WAARDE VAN GESTRUCTUREERDE RISICOTAXATIE EN VAN DE DIAGNOSE PSYCHOPATHIE BIJ SEKSUELE DELINQUENTEN EEN ONDERZOEK NAAR DE BETROUWBAARHEID EN PREDICTIEVE VALIDITEIT VAN DE SVR-20, STATIC-99, HKT-30 EN

Nadere informatie

Nieuwe ontwikkelingen binnen de risicotaxatie van gewelddadig gedrag

Nieuwe ontwikkelingen binnen de risicotaxatie van gewelddadig gedrag Nieuwe ontwikkelingen binnen de risicotaxatie van gewelddadig gedrag Een onderzoek naar de HCR:V3 ten opzichte van de HCR-20 Master-thesis Klinische- & Gezondheidspsychologie 2009-2010 Door: Nadja Draat

Nadere informatie

Risicotaxatie bij forensisch psychiatrische patiënten met een lichte verstandelijke handicap: hoe bruikbaar zijn risicotaxatieinstrumenten?

Risicotaxatie bij forensisch psychiatrische patiënten met een lichte verstandelijke handicap: hoe bruikbaar zijn risicotaxatieinstrumenten? overzichtsartikel Risicotaxatie bij forensisch psychiatrische patiënten met een lichte verstandelijke handicap: hoe bruikbaar zijn risicotaxatieinstrumenten? j.w. van den berg, v. de vogel achtergrond

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/56521

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen op het gebied van risicotaxatie van geweld: Naar meer balans en verfijning

Recente ontwikkelingen op het gebied van risicotaxatie van geweld: Naar meer balans en verfijning Recente ontwikkelingen op het gebied van risicotaxatie van geweld: Naar meer balans en verfijning Vivienne de Vogel, Van der Hoeven Kliniek 13 februari 2013 Inhoud presentatie Stand van zaken risicotaxatie

Nadere informatie

Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013

Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013 Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013 Versie 1.0 Status: Vastgesteld Pagina 1 van 18 Colofon Afzendgegevens Directie Forensische Zorg Turfmarkt 147 2511 DP Postbus 30132 Den Haag

Nadere informatie

Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie

Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie IFBE Besluitvorming omtrent de voortgang van de behandeling gebeurt bij een forensisch psychiatrische patiënt doorgaans op basis van geschreven bijdrages

Nadere informatie

De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013

De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013 De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013 Presentatie op symposium introductie HKT versie 2013 Eindhoven 13 juni 2013 Dr. EFJM Brand Hoofdkantoor DJI afdeling DBO ASK Waarom de historie van de HKT

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie Inleiding Binnen de forensisch psychiatrische behandelsetting is het doel van de behandeling primair het verminderen van delictrisico s of risico

Nadere informatie

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher. Bedankt voor het downloaden van dit artikel. De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding)

Nadere informatie

Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3), 136-140.

Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3), 136-140. H & H LACTATION SCALE (HHLS) Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3), 136-140. Meetinstrument H&H Lactation Scale Afkorting HHLS Auteur(s) Hill

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest K.P.M.A. Muis L. van der Geest Samenvatting en conclusies in hoofdpunten In 2008 en 2009 is er sprake van een opvallende daling van het aantal tbs-opleggingen met bevel tot verpleging. Het is onwaarschijnlijk

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001

Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001 Diabete Problem Solving Measure for Adolescents (DPSMA) Cook S, Alkens JE, Berry CA, McNabb WL (2001) Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001

Nadere informatie

Sex Offender Risk Assessment in the Netherlands: Towards a Risk Need Responsivity Oriented Approach W.J. Smid

Sex Offender Risk Assessment in the Netherlands: Towards a Risk Need Responsivity Oriented Approach W.J. Smid Sex Offender Risk Assessment in the Netherlands: Towards a Risk Need Responsivity Oriented Approach W.J. Smid SUMMARY Het leidt weinig twijfel dat zedendelicten in onze moderne samenleving worden beschouwd

Nadere informatie

Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie

Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie DIAGNOSTIC INVENTORY FOR DEPRESSION (DID) Zimmerman, M., Sheeran, T., & Young, D. (2004). The Diagnostic Inventory for Depression: A self-report scale to diagnose DSM-IV Major Depressive Disorder. Journal

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ)

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, Jeugdbescherming Regio Amsterdam Claudia van der Put, Universiteit van Amsterdam Jeugdbescherming Ieder kind veilig GGW FFPS

Nadere informatie

Risicotaxatie en behandelevaluatie met twee forensische observatielijsten

Risicotaxatie en behandelevaluatie met twee forensische observatielijsten o o r s p r o n k e l i j k a r t i k e l Risicotaxatie en behandelevaluatie met twee forensische observatielijsten e. b r a n d, h. n i j m a n achtergrond Behandelevaluatie en risicotaxatie gaan hand

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

De structuur van de Sexual Violence Risk-20 (SVR-20) in seksueel. gewelddadige terbeschikkinggestelden

De structuur van de Sexual Violence Risk-20 (SVR-20) in seksueel. gewelddadige terbeschikkinggestelden Structuur van de SVR-20 1 Running head: Structuur van de SVR-20 De structuur van de Sexual Violence Risk-20 (SVR-20) in seksueel gewelddadige terbeschikkinggestelden Ruud H.J. Hornsveld 1, Thijs Kanters

Nadere informatie

Wie zijn onze patiënten?

Wie zijn onze patiënten? In deze folder vertellen wij u graag wat meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. De Kijvelanden behandelt mensen met een psychiatrische stoornis. De rechter heeft hen tbs met bevel tot

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Risicotaxatie- en risicomanagementmethoden

Risicotaxatie- en risicomanagementmethoden Factsheet 2010-7 Risicotaxatie- en risicomanagementmethoden Een inventarisatie in de forensisch psychiatrische centra in Nederland Auteur: M.H. Nagtegaal 1 December 2010 Inleiding Risicotaxatie en risicomanagement

Nadere informatie

De invloed van culturele factoren op de risicotaxatie in een forensisch psychiatrisch centrum

De invloed van culturele factoren op de risicotaxatie in een forensisch psychiatrisch centrum 83 Artikel De invloed van culturele factoren op de risicotaxatie in een forensisch psychiatrisch centrum Lise Meike Veenstra en Marinus Spreen Samenvatting In de Nederlandse forensisch psychiatrische centra

Nadere informatie

Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst

Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst B. Penterman psychiater GGZ Oost Brabant Instrumenten The Historical, Clinical, and Riskindicators (HCR- 20) Historische, Klinische en

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG)

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Bowman, L. (2006) "Validation of a New Symptom Impact Questionnaire for Mild to Moderate Cognitive Impairment." Meetinstrument Patient-reported

Nadere informatie

De hkt-30 als instrument voor beslismomenten binnen een tbs-behandeling

De hkt-30 als instrument voor beslismomenten binnen een tbs-behandeling oorspronkelijk artikel De hkt-30 als instrument voor beslismomenten binnen een tbs-behandeling k. de vries, m. spreen achtergrond Tot op heden is er weinig onderzoek gedaan naar factoren die behandelaren

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Het nagaan van het verloop van borstvoeding bij de pasgeborene

Het nagaan van het verloop van borstvoeding bij de pasgeborene INFANT BREASTFEEDING ASSESSMENT TOOL (IBFAT) Matthews M.K. (1988) Developing an instrument to assess infant breastfeeding behavior in early neonatal period. Midwifery, 4, 154-165. Meetinstrument Afkorting

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Risicotaxatie van gewelddadig gedrag: Empirie en praktijk 1

Risicotaxatie van gewelddadig gedrag: Empirie en praktijk 1 8 Risicotaxatie van gewelddadig gedrag: Empirie en praktijk 1 Corine de Ruiter But I now worry that the field is placing too much emphasis on risk assessment with little effort to provide those basic treatment

Nadere informatie

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie MAJOR DEPRESSION INVENTORY (MDI) Bech, P., Rasmussen, N.A., Olsen, R., Noerholm, V., & Abildgaard, W. (2001). The sensitivity and specificity of the Major Depression Inventory, using the Present State

Nadere informatie

Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving. HOVO 5 Klaas van Tuinen

Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving. HOVO 5 Klaas van Tuinen Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving HOVO 5 Klaas van Tuinen TBS = omstreden Uniek in de wereld? Zeer negatieve beeldvorming Rol van de media Politiek thema Onmisbaar

Nadere informatie

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering The relation between Mindfulness and Psychopathology: the Mediating Role of Global and Contingent

Nadere informatie

P R O J U S T I T I A

P R O J U S T I T I A Psychiatrisch onderzoek P R O J U S T I T I A betreffende de heer/mevrouw Voornamen TUSSENVOEGSEL(S) ACHTERNAAM geboren : dag maand jaar te : plaats, land verblijvend : forensisch psychiatrische instelling

Nadere informatie

Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie. I feel nothing though in essence everything:

Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie. I feel nothing though in essence everything: Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie I feel nothing though in essence everything: Associations between Alexithymia, Somatisation and Depression

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Risicotaxatie en Beschermende Factoren voor Gewelddadig Gedrag

Risicotaxatie en Beschermende Factoren voor Gewelddadig Gedrag Risicotaxatie en Beschermende Factoren voor Gewelddadig Gedrag Michiel de Vries Robbé 10 november 2015 Inhoud Risicotaxatie van geweld: Achtergrond risicotaxatie Verschillende instrumenten Risicofactoren

Nadere informatie

Risicotaxatie van geweldsrecidive bij jeugdigen

Risicotaxatie van geweldsrecidive bij jeugdigen o o r s p r o n k e l i j k a r t i k e l Risicotaxatie van geweldsrecidive bij jeugdigen Het belang van items van de Structured Assessment of Violence Risk in Youth bij het klinisch oordeel n. d u i t

Nadere informatie

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher. Bedankt voor het downloaden van dit artikel. De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding)

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

IFBE Instrument Naam instrument Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie

IFBE Instrument Naam instrument Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie Forensische Psychiatrie IFBE Risico Instrument Naam instrument Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie Code IFBE Versie/uitgever 2012 en 2015 Meetpretentie De IFBE brengt informatie van verschillende

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden Over TBS In deze folder vertellen wij u graag meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden en in het bijzonder over tbs. De Kijvelanden behandelt

Nadere informatie

Ik zit mijn tijd wel uit II. Een replicatieonderzoek naar recidiven bij patiënten met een strafrechtelijke machtiging

Ik zit mijn tijd wel uit II. Een replicatieonderzoek naar recidiven bij patiënten met een strafrechtelijke machtiging oorspronkelijk artikel Ik zit mijn tijd wel uit II. Een replicatieonderzoek naar recidiven bij patiënten met een strafrechtelijke machtiging M.J. NOWAK, M.A. NUGTER ACHTERGROND Een pilotonderzoek naar

Nadere informatie

JEUGDIGE ZEDENDELINQUENTEN - DE STAND VAN ZAKENdr. Jan Hendriks. Hoofd Jeugd De Waag Den Haag UVA Adviseur Harreveld

JEUGDIGE ZEDENDELINQUENTEN - DE STAND VAN ZAKENdr. Jan Hendriks. Hoofd Jeugd De Waag Den Haag UVA Adviseur Harreveld JEUGDIGE ZEDENDELINQUENTEN - DE STAND VAN ZAKENdr. Jan Hendriks Hoofd Jeugd De Waag Den Haag UVA Adviseur Harreveld ONDERWERPEN Typologie Recidive Risicotaxatie Behandeling MEISJES ALS DADER Relatief klein

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L.

When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L. When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L. Kraanen Samenvatting Criminaliteit is een belangrijk probleem en zorgt

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Gedragsveranderingen tijdens tbs-behandeling: een multicenteronderzoek

Gedragsveranderingen tijdens tbs-behandeling: een multicenteronderzoek o o r s p r o n k e l i j k a r t i k e l Gedragsveranderingen tijdens tbs-behandeling: een multicenteronderzoek e. d e j o n g e, h. l. i. n i j m a n, s. m. m. l a m m e r s achtergrond In de forensische

Nadere informatie

Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden

Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden Factsheet 2010-2 Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden Auteurs: G. Weijters, P.A. More, S.M. Alma Juli 2010 Aanleiding Een aanzienlijk deel van de Nederlandse gedetineerden verblijft

Nadere informatie

De puzzel is het grootst bij allochtonen. Een verkennend onderzoek naar culturele diversiteit in de tbs.

De puzzel is het grootst bij allochtonen. Een verkennend onderzoek naar culturele diversiteit in de tbs. Samenvatting De puzzel is het grootst bij allochtonen. Een verkennend onderzoek naar culturele diversiteit in de tbs. Inleiding Niet-westerse allochtonen zijn oververtegenwoordigd in de tbs. Van de totale

Nadere informatie

Quality of life Index: Cancer version

Quality of life Index: Cancer version Quality of life index : cancer version Ferrans, C. E. & Powers, M. J. (1985). Quality of life index: development and psychometric properties. ANS Adv Nurs Sci., 8, 15-24. Ferrans, C. E. (1990). Development

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/45808 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Bosma, A.Q. Title: Targeting recidivism : an evaluation study into the functioning

Nadere informatie

Yvonne H.A. Bouman, Pompestichting Symposium Kwaliteit van leven in de GGz: verleden, heden en toekomst 29 november 2007

Yvonne H.A. Bouman, Pompestichting Symposium Kwaliteit van leven in de GGz: verleden, heden en toekomst 29 november 2007 Kwaliteit van Leven in de ambulante psychiatrie Een vergelijking tussen patiënten met een psychotische stoornis en patiënten met een persoonlijkheidstoornis Yvonne H.A. Bouman, Pompestichting Symposium

Nadere informatie

RISICOTAXATIE BIJ ZEDENDELINQUENTEN: EEN GLOBAAL LITERATUUROVERZICHT 1

RISICOTAXATIE BIJ ZEDENDELINQUENTEN: EEN GLOBAAL LITERATUUROVERZICHT 1 Tijdschrift voor Seksuologie, 2002, 26: 70-78 RISICOTAXATIE BIJ ZEDENDELINQUENTEN: EEN GLOBAAL LITERATUUROVERZICHT 1 Chijs van Nieuwenhuizen 2 & Martien Philipse 3 In dit artikel wordt een overzicht gegeven

Nadere informatie

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer?

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type of Dementia as Cause of Sexual Disinhibition Presence of the Behavior in Alzheimer s Type? Carla

Nadere informatie

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement 1. Inleiding De Werkgroep Risicomanagement is begin 2011

Nadere informatie

HKT-R. Handleiding. en Methodologische Verantwoording. Historische, Klinische en Toekomstige Revisie

HKT-R. Handleiding. en Methodologische Verantwoording. Historische, Klinische en Toekomstige Revisie Handleiding en Methodologische Verantwoording HKT-R Historische, Klinische en Toekomstige Revisie Marinus Spreen Eddy Brand Paul Ter Horst Stefan Bogaerts Handleiding en Methodologische Verantwoording

Nadere informatie

Risicotaxatie bij vrouwen: kan het beter?

Risicotaxatie bij vrouwen: kan het beter? Risicotaxatie bij vrouwen: kan het beter? Een onderzoek naar de psychometrische kwaliteiten van de Female Additional Manual A.A.M Stam 0440396 Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen Vakgroep

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel. Vrouwen in de forensische GGZ: Een multicenter onderzoek naar risicoen beschermende factoren voor geweld bij vrouwen

Onderzoeksvoorstel. Vrouwen in de forensische GGZ: Een multicenter onderzoek naar risicoen beschermende factoren voor geweld bij vrouwen Onderzoeksvoorstel Vrouwen in de forensische GGZ: Een multicenter onderzoek naar risicoen beschermende factoren voor geweld bij vrouwen Auteur: Vivienne de Vogel, Jeantine Stam, & Eva de Spa Versie: april

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

Het voorspellen van agressie tijdens de behandeling van forensisch psychiatrische patiënten aan de hand van de hcr-20

Het voorspellen van agressie tijdens de behandeling van forensisch psychiatrische patiënten aan de hand van de hcr-20 oorspronkelijk artikel Het voorspellen van agressie tijdens de behandeling van forensisch psychiatrische patiënten aan de hand van de hcr-20 n. mudde, h. nijman, w. van der hulst, j. van den bout achtergrond

Nadere informatie

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch Stress en Psychose 59 Noord Stress and Psychosis 59 North A.N.M. Busch Prevalentie van Subklinische Psychotische Symptomen en de Associatie Met Stress en Sekse bij Noorse Psychologie Studenten Prevalence

Nadere informatie

Joop Hoekman Training, Advies, Onderzoek Intake van jongeren in instellingen voor J-SGLVB: de ontwikkeling en het gebruik van een checklist

Joop Hoekman Training, Advies, Onderzoek Intake van jongeren in instellingen voor J-SGLVB: de ontwikkeling en het gebruik van een checklist Intake van jongeren in instellingen voor J-SGLVB: de ontwikkeling en het gebruik van een checklist Joop Hoekman, Mia Ament, Karin de Bruin, Jackelien Feenstra, Maaike Willemen, Dirk Verstegen 1 Jongeren

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Dr. Marijke C.Ph. Slieker-ten Hove. Bekkenfysiotherapeut

Dr. Marijke C.Ph. Slieker-ten Hove. Bekkenfysiotherapeut Naam Bekkenfysiotherapeut Titel proefschrift/thesis Samenvatting Dr. Marijke C.Ph. Slieker-ten Hove Ja Pelvic Floor Function and Disfunction in a general female population Algemeen Het hoofdonderwerp van

Nadere informatie

Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1

Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1 Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1 Relatie tussen Attitude, Sociale Invloed en Self-efficacy en Intentie tot Contact tussen Ouders en Leerkrachten bij Signalen van Pesten

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Forensische academie. Vivienne de Vogel. RINO 24 mei 2014

Forensische academie. Vivienne de Vogel. RINO 24 mei 2014 Forensische academie Vivienne de Vogel RINO 24 mei 2014 Inhoud Forensische academie Risicotaxatie: enkele trainingen uitgelicht Geweld algemeen Beschermende factoren Zeden Vrouwen geweld Forensische academie

Nadere informatie

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie Wereldwijd komt een schrikbarend aantal kinderen in aanraking met kindermishandeling, in de vorm van lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik, verwaarlozing, of gebrek aan toezicht. Soms zijn kinderen

Nadere informatie

Ik zit mijn tijd wel uit

Ik zit mijn tijd wel uit o o r s p r o n k e l i j k a r t i k e l Ik zit mijn tijd wel uit Forensisch psychiatrische pilotstudie naar recidive bij patiënten met een strafrechtelijke plaatsing 1 w. h. m. p e e k, m. a. n u g t

Nadere informatie

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Een onderzoek naar de invloed van cognitieve stijl, ziekte-inzicht, motivatie, IQ, opleiding,

Nadere informatie

Het belang van beschermende factoren bij vermindering van het recidiverisico. Vivienne de Vogel. 15 september 2014

Het belang van beschermende factoren bij vermindering van het recidiverisico. Vivienne de Vogel. 15 september 2014 Het belang van beschermende factoren bij vermindering van het recidiverisico Vivienne de Vogel 15 september 2014 Inhoud Risicotaxatie in de dagelijkse praktijk: van taxatie naar management De waarde van

Nadere informatie

HKT-R. Handleiding. Historische, Klinische en Toekomst Revisie Versie 2013

HKT-R. Handleiding. Historische, Klinische en Toekomst Revisie Versie 2013 HKT-R Handleiding Historische, Klinische en Toekomst Revisie Versie 2013 Marinus Spreen 1, Eddy Brand 2, Paul Ter Horst 3, Michelle Willemsen 4 en Stefan Bogaerts 4,5 met medewerking van Sylvia Lammers

Nadere informatie

Camus, A., Mourey, F., d'athis, P., Blanchon, A., Martin-Hunyadi, C., De Rekeneire, N., Mischis-Troussard, C., and Pfitzemeyer, P. (2002).

Camus, A., Mourey, F., d'athis, P., Blanchon, A., Martin-Hunyadi, C., De Rekeneire, N., Mischis-Troussard, C., and Pfitzemeyer, P. (2002). Mini Motor Test (MMT) Camus, A., Mourey, F., d'athis, P., Blanchon, A., Martin-Hunyadi, C., De Rekeneire, N., Mischis-Troussard, C., and Pfitzemeyer, P. (2002). Meetinstrument Afkorting Auteurs Onderwerp

Nadere informatie

Risicotaxatie bij (huiselijk) geweldplegers

Risicotaxatie bij (huiselijk) geweldplegers Risicotaxatie bij (huiselijk) geweldplegers Een studie naar de veranderingen in risicoprofielen. Auteur: Aranka Poelhekke 6344461 Datum: 12 augustus 2011 Masterprogramma: Klinische Forensische Psychologie

Nadere informatie

Executief Functioneren en Agressie. bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag. Executive Functioning and Aggression

Executief Functioneren en Agressie. bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag. Executive Functioning and Aggression Executief Functioneren en Agressie bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag Executive Functioning and Aggression in a Forensic Psychiatric Population in PPC The Hague Sara Helmink 1 e begeleider:

Nadere informatie

Handleiding HKT-R. Historische, Klinische en Toekomstige Revisie. Marinus Spreen Eddy Brand Paul Ter Horst Stefan Bogaerts

Handleiding HKT-R. Historische, Klinische en Toekomstige Revisie. Marinus Spreen Eddy Brand Paul Ter Horst Stefan Bogaerts Handleiding HKT-R Historische, Klinische en Toekomstige Revisie Marinus Spreen Eddy Brand Paul Ter Horst Stefan Bogaerts Handleiding HKT-R Historische, Klinische en Toekomstige Revisie Marinus Spreen

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma.

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. University of Groningen Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. Verbakel, N. J. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite

Nadere informatie

S a m e n v a t t i n g 149. Samenvatting

S a m e n v a t t i n g 149. Samenvatting S a m e n v a t t i n g 149 Samenvatting 150 S a m e n v a t t i n g Dit proefschrift richt zich op de effectiviteit van een gezinsgerichte benadering (het DMOgespreksprotocol, gebruikt binnen het programma

Nadere informatie

Lopende titel: RISICOPERCEPTIE BIJ TAXATIE VAN GEWELDSRISICO. Masterthese

Lopende titel: RISICOPERCEPTIE BIJ TAXATIE VAN GEWELDSRISICO. Masterthese Lopende titel: RISICOPERCEPTIE BIJ TAXATIE VAN GEWELDSRISICO Masterthese De risico s in het strafrecht : Een onderzoek naar risicoperceptie bij forensische taxatie van het risico op geweldsrecidive met

Nadere informatie

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope Een onderzoek naar de relatie tussen sociale steun en depressieve-

Nadere informatie

onderzoek Recidive tijdens en na behandeling in FPC de Rooyse Wissel Een terugblik op 10 jaren behandeling Inleiding 1

onderzoek Recidive tijdens en na behandeling in FPC de Rooyse Wissel Een terugblik op 10 jaren behandeling Inleiding 1 onderzoek 2 Recidive tijdens en na behandeling in FPC de Rooyse Wissel Een terugblik op 10 jaren behandeling Inleiding 1 Colofon Auteurs Mw. drs. F. Tonnaer Wetenschappelijk onderzoeker FPC de Rooyse Wissel

Nadere informatie