Lesbrief Levensloop 1 e druk

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Lesbrief Levensloop 1 e druk"

Transcriptie

1 Hoofdstuk 1. Kiezen B C D D C B 1.29 a. Mannen werken gemiddeld 26,9 uur. In procenten is dat (26,9/39,6) 100% = 67,9%. Vrouwen werken gemiddeld 12,3 van de 38,9 uur, dat is 12,3/38,9 100% = 31,6%. b. Hier spelen nog tradities mee. Traditioneel doen vrouwen de zorgtaken en huishoudelijk werk. Mannen streven een carrière na en hebben dan minder tijd voor de huishouding en zorg. c. Wie betaalde arbeid verricht, heeft koopkracht en is daarmee minder afhankelijk van anderen a. 20A + 25B = b. 20A = A = 500/20 = 25 stuks. c. 21A + 24B = a. b. Marieke zal 8 uur werken, omdat ze het meest verdient per uur. Ze verdient dan 8 25 = 200. Tom zal dan 130/20 = 6,5 uur werken. c. Als Marieke X uur per week werkt, gaat Tom 14 X uur werken. De vergelijking luidt: 25X + (14 X) 20 = X X = 330 5X = 50 X = 10. Marieke moet dan 10 uur per dag gaan werken en Tom = 4 uur.

2 1.32 a. Selma Lara bekent ontkent bekent 4;4 6;3 ontkent 3;6 5;5 b. Het evenwicht in dominante strategieën is dat beiden bekennen: de cel (4;4) linksboven. c. Samuel heeft een dominante strategie: bekennen. Dat levert steeds het hoogste cijfer op: 4 > 3 en 6 > 5. Lars heeft geen dominante strategie. Als Samuel bekent is bekennen dominant (4 > 3), maar als Samuel ontkent zal Lars ook ontkennen (6 > 3). Omdat Lars weet dat Samuel zal bekennen, kiest Lars ook voor bekennen, want dan krijgt hij een 4. Als hij zou ontkennen zou hij een 3 krijgen.

3 Hoofdstuk 2 Jeugd A C D A C onjuist; 2. juist; 3. onjuist; 4. juist; 5. onjuist; 6. juist; 7. onjuist; 8. juist; 9. juist a. Appie is hoger opgeleid. Appie is productiever. Appie doet zwaarder werk. b. Alternatief 2: dat iedereen een even hoog inkomen heeft. c. De minst verdienende helft krijgt 25% van het totale inkomen. De meest verdienende helft krijgt dan = 75%. d. Een willekeurige lorenzcurve tussen de gegeven lorenzcurve A en de diagonaal. e. Curve A. Deze ligt verder van de diagonaal af omdat de inkomensverschillen in verhouding groter zijn geworden.

4 2.37 a. personen van laag in % van cumulatief naar hoog inkomen de groep % personen inkomen in % van het cumulatief totale inkomen % inkomen Mieke 20% 20% % 10% Maike 20% 40% % 25% Elke 20% 60% % 45% Fleur 20% 80% % 70% Mariël 20% 100% % 100% totalen 100% % b. Uitspraak 1 onjuist: de Lorenzcurve zegt niets over de absolute hoogte van de inkomens. Uitspraak 2 juist: hoe verder de kromme verwijderd is van de diagonaal, des te schever de verdeling. Uitspraak 3 onjuist: in de economie spreken we geen waardeoordeel (over rechtvaardigheid) uit a. Een hogere premie. Het morele risico verhoogt het aantal schadegevallen waardoor de premie omhoog moet. b. 1. Beide. Averechtse selectie: goede risico's betalen een lagere premie voor hun gedrag en hebben geen last van het eigen risico. Goede risico's hebben minder aanleiding over te stappen naar een goedkopere verzekeraar. Moreel risico: slechte risico's zullen hun gedrag veranderen omdat ze zich niet ongestraft roekeloos kunnen gedragen. 2. Averechtse selectie. Het zijn goede risico's. Om te voorkomen dat ze overstappen krijgen ze korting.

5 3. Beide. Averechtse selectie: goede risico's zien hun goede gedrag beloond en zullen minder snel overstappen naar en andere verzekering. Moreel risico: slechte risico's zullen voorzichtiger worden omdat ze anders de no-claim mislopen. 4. Moreel risico: slechte risico's zullen wellicht hun gedrag veranderen, omdat ze anders niets uitgekeerd krijgen.

6 Hoofdstuk 3 Werk en 3 zijn juist A C C C A 3.35 Geen enkele D D 3.38 a. (102/104) 100 = 98,08 de koopkracht neemt met 1,92% af. b. (100/103) 100 = 97,09 de koopkracht neemt met 2,91% af. c. (98/95) 100 = 103,16 de koopkracht neemt met 3,16% toe a. bruto inkomen aftrekpost: 6% van belastbaar inkomen in schijf 1+2 = totale heffing in schijf 3 = heffing = 0, totaal heffingskortingen te betalen inkomensheffing b. Gemiddelde belastingdruk = (11.929/50.000) 100% = 23,9%. c. Over de bonus betaalt hij het marginale tarief van 42% belasting want de hoogste schijf waarin hij valt, blijft de derde schijf. Het belastbaar inkomen stijgt met De heffing stijgt met 0, = 420 en wordt = De belastingdruk wordt (12.349/51.000) 100% = 24,2%. d. Progressief. Naarmate het inkomen toeneemt, stijgt de gemiddelde belastingdruk. e. Het is een combinatie. Tot een inkomen van is het stelsel proportioneel omdat de gemiddelde premiedruk steeds 17,9% is. Boven is het systeem degressief. Het heffingsbedrag neemt niet meer toe terwijl het belastbaar inkomen wel toeneemt. De gemiddelde premiedruk boven een inkomen van daalt, dus is er degressie a. Het bruto jaarloon is gestegen met (435/29.000) 100% = 1,5% en dat is een even grote stijging als die van het prijspeil. b. Van het aanbod van arbeid. De werkenden houden netto meer over en er zullen meer huisvrouwen en studenten zich aanbieden op de arbeidsmarkt. c. AOW, AKW, AWBZ, Anw. d. belastbaar inkomen: te betalen belasting en premies: schijf schijf (40,35% van ) te betalen belastingen en premie volksverzekeringen (rij 2) heffingskortingen te betalen het netto jaarinkomen in jaar 2: = (rij 4) e. De stijging van het netto jaarinkomen = 280. De stijging in procenten = 280/ % = 1,19%. Dit is minder dan de stijging van de prijzen van 1,5%. Dus de koopkracht daalt. f. Door de stijging van het inkomen is het gemiddelde belastingdruk zo sterk toegenomen dat het effect van de hogere heffingskorting meer dan volledig ongedaan is gemaakt.

7 3.41 a. Gelijk zijn aan de gemiddelde belastingdruk. Bij een volledig proportionele heffing zonder aftrekposten en zonder heffingskortingen is het gemiddelde belastingtarief gelijk aan het tarief over de laatst verdiende euro (in dit geval 35%). b. De angst voor minder belastinginkomsten is onterecht, want bij het huidige Schijvenstelsel krijgt de overheid al veel minder omdat er heffingskorting en aftrekposten zijn. Vooral de hogere inkomens maken bij het Schijventarief gebruik van de aftrekposten (zie de figuur) en profiteren extra vanwege hun hoge marginale tarief. c. Voor het Schijvenstelsel. Met de progressieve tarieven van het schijvenstelsel en de heffingskortingen kan bereikt worden dat de hogere inkomens relatief meer afdragen dan de lagere, hetgeen nivellerend werkt. d. Deciel 4: belastbaar inkomen = 0, = Belastingheffing = 0, = Gemiddeld belastingtarief = 4.751/ % = 27,9%. Deciel 10: belastbaar inkomen = 0, = belasting = ,42 ( ) = Gemiddeld belastingtarief = / % = 28,0%. e. Nivellerend. De vaste heffingskorting van is voor de lagere inkomens een relatief groter belastingvoordeel dan voor de hogere inkomens, hetgeen de procentuele inkomensverschillen na belastingheffing verkleint.

8 Hoofdstuk 4 Gezin juist; 2. onjuist; 3. onjuist; 4. onjuist; 5. juist; 6. juist; 7. juist; 8. juist a. Afnemen. Dat blijkt uit de zin: 'Het rentepercentage van de lening ligt meestal een aantal jaren vast terwijl het inkomen veelal meestijgt met het gemiddelde prijsniveau.' b. Het nominale rentebedrag blijft gelijk. Bij een toename van het inkomen kan een hoger marginaal belastingpercentage van toepassing worden en daarmee een groter deel van het rentebedrag worden terugontvangen. c. De nominale rente is lager dan de inflatie. d. De waarde van het huis op 1 januari 2011 is ,024 3 = ,36. e. Inflatie heeft geen invloed op de hypotheekschuld zodat het verschil tussen de waarde van het huis en de hypotheekschuld (= het vermogen) zal toenemen a. Er worden te weinig nieuwe huizen gebouwd. Tegelijkertijd willen steeds meer mensen een eigen huis kopen. b. Als de hypothecaire financiering goedkoper wordt, kunnen huizenkopers meer lenen bij een zelfde inkomen en dus kunnen ze meer betalen voor een huis. Dat stimuleert de vraag naar (duurdere) huizen, waardoor de gemiddelde prijzen zullen stijgen. c. bedrag van de lening: 1, = rentevoordeel bij uitstel: (0,053 0,044) = 5.527,80. d. een half jaar later kan dit specifieke huis al verkocht zijn. een half jaar later is de trend van stijgende huizenprijzen ook van invloed is geweest op de vraagprijs voor dit huis (en deze dus door de makelaar is verhoogd). de wereldreis is duurder uitgevallen dan ze hadden gedacht en daarvoor moeten ze een deel van hun spaargeld aanspreken, waardoor het te lenen bedrag is gestegen a. Nee. Ilse is zowel bij tuin onderhouden als bij schoonmaken meer uren kwijt dan Jeroen. b. opofferingskosten van Ilse Jeroen tuin onderhouden kost 2 schoonmaken kost 2 schoonmaken schoonmaken kost ½ tuin onderhouden kost ½ tuin onderhouden c. Nee, de opofferingskosten van tuin onderhouden zijn voor Ilse en Jeroen gelijk. Dat geldt ook voor schoonmaken. d. Ilse Jeroen totaal tuin onderhouden 2 uur 3 uur 5 uur schoonmaken 2 uur 1 uur 3 uur totaal 4 uur 4 uur 8 uur 4.23 a. Ja. Ahmad is bij alle opgaven/onderwerpen minder tijd kwijt. b. De tijd die Ahmad nodig heeft ten opzichte van Ben is: opdracht 1. 0,75; opdracht 2. 0,95; opdracht 3. 0,8; opdracht 4. 0,67. Ahmads comparatief voordeel is het grootst bij opdracht 4, daarna bij 1 en 3. Maar deze laatste krijgt hij niet af. Voor Ben geldt het omgekeerde. Hij heeft het kleinste comparatieve nadeel dus het grootste comparatieve voordeel bij opgave 2. Hij begint met 2 en gaat verder met 3; deze krijgt hij niet af binnen 50 minuten. Dus 1, 2 en 4 zijn af. c. Voor opgave 2 heeft Ben 42 minuten nodig, dus hij heeft nog 8 minuten aan opgave 3 gewerkt. Voor opgave 3 blijven 25 8 = 17 minuten over. Ahmad kan dit in 17 (20/25) = 13,6 minuten afkrijgen. Hij gebruikte in de les = 10 minuten. Hij heeft nog 13,6 10 = 3,6 minuten nodig om opgave 3 af te maken.

9 Hoofdstuk 5 De oude dag D B D C C C 5.17 a. de mensen jonger dan 65 betalen premie om de 65-plussers een uitkering (AOW) te geven. mensen sparen zelf van hun inkomen en gebruiken de opbrengst vanaf hun 65 e. b. thuiszorg door bejaardenhulpen. gezondheidszorg door artsen en verpleegkundigen in ziekenhuizen. c. geld op een spaarrekening zetten. een eigen huis kopen en dat verkopen als dat financieel nodig is. een beroep doen op zorg door kinderen a. 0,225 ( ) = 4.597,65. b. AOW= = over 2006 het volgende jaaroverzicht van PGGM: je stopt met werken bedrag flexpensioen ouderdomspensioen inkomen vanaf 65 jaar = pensioen + AOW (2006) op leeftijd tot 65 jaar vanaf 65 jaar 60 jaar jaar = jaar = jaar = jaar = jaar geen c ,04 = d. Marijke's afweging is: met vervroegd pensioen gaan of doorgaan met werken. Als ze vervroegd met pensioen gaat, krijgt ze meer vrije tijd maar een lager pensioen. Als ze blijft doorwerken, krijgt ze minder vrije tijd en een hoger pensioen. e. Als je eerder met pensioen gaat, moet hetzelfde opgebouwde totaalbedrag over meer jaren worden uitgesmeerd en is het bedrag per jaar dus lager. Als je eerder met pensioen gaat, betaal je minder lang premies waardoor minder pensioen is opgebouwd a. 19 miljard/0, = 19 miljard/ = 2.918,59. b. ( ,36)/ 8.636,36 100% = 201,1%. c. ( )/(0, ) = ,13. In 2040 is de uitkering (12.756, ,59)/ 2.918,59 100% = 337,1% hoger dan in d. Hoger; bij een welvaartvaste uitkering zouden de AOW- uitkeringen hoger zijn uitgevallen, omdat welvaartsvast hier een stijging van de koopkracht betekent. Een welvaartvaste uitkering ligt dus hoger dan een waardevaste uitkering.

10 Hoofdstuk D D C D 6.19 a. omvang in miljoenen personen Ruilen tussen de generaties bevolkingsgroep in % van het totaal cumulatief aandeel bevolkingsgroep primair inkomen in euro's primair inkomen in % primair inkomen cumulatief % jong oud 3 18,75 43, werkgeschikt 9 56, miljard totaal miljard 100 b. bevolkingsgroep in % van het totaal cumulatief aandeel bevolkingsgroep inkomen na herverdeling in euro's inkomen na herverdeling in % inkomen na herverdeling cumulatief % oud 18,75 18,75 36 miljard 1) 13,3 13,3 jong 25,00 43,75 60 miljard 2) 22,2 35,5 werkgeschikt 56, miljard 3) 64,5 100 totaal miljard 100 1) 3 miljoen = 36 miljard. 2) 4 miljoen = 60 miljard. 3) 270 miljard 60 miljard 36 miljard = 174 miljard. c. Na herverdeling is er sprake van inkomensnivellering tussen de generaties a. Door (individuele) premiebetaling is vermogen gevormd voor de financiering van (individuele) uitkeringen in de toekomst. b. Grijze druk in Nederland: In 2000: 100% = 21,9%. In 2050: % = 39,8% De toename in Nederland is 39,8 21,9 = 17,9 procentpunt en dat is lager dan in België (19,9 procentpunt) en Duitsland (25,6 procentpunt). c. De uitkeringen in België kunnen lager zijn waardoor een lager premiepercentage kan volstaan om de benodigde uitkeringen op te brengen. Het inkomen waarover premie wordt betaald (de premiegrondslag of het premie-inkomen) kan in België groter zijn, waardoor een lager premiepercentage kan volstaan om de benodigde uitkeringen op te brengen a. 1/9 = 11,1%. b. 4/9 = 44,4%. c. 0,5 45/ = 225 miljard.

11 d/f. (1) (2) (3) bevolking (x 1 miljoen) aantal jongeren (x 1 miljoen) 4 4 ontvangen overdrachten door jongeren (x 1 miljard) aantal ouderen (x 1 miljoen) 1 3 ontvangen overdrachten door ouderen (x 1 miljard) aantal actieven (x 1 miljoen) 4,5 4,5 totale lasten (x 1 miljard) gemiddelde lastendruk voor de actieven 24.4% 37,8% e. 3/9 = 33,3%. g. Toename grijze druk betekent toename lastendruk. h. 9/9 100% = 100% i/k/l. (1) (2) (3) (4) (5) bevolking (x 1 miljoen) aantal jongeren (x 1 miljoen) inkomensoverdracht naar jongeren (x 1 miljard) aantal ouderen (x 1 miljoen) inkomensoverdracht naar ouderen (x 1 miljard) aantal actieven (x 1 miljoen) 4,5 4,5 7 4,5 nationaal inkomen (x 1 miljard) totale lasten (x 1 miljard) lastendruk actieven 24,4% 46,7% 15,7% 57,8% j. 4/14 100% = 28,6%. m. In dit model profiteren degenen die deel uitmaken van de geboortegolf. In de werkgeschikte leeftijd hebben ze lage lasten omdat er dan relatief weinig jongeren en ouderen zijn. Degenen die de geboortegolf teweegbrengen hebben een aantal jaren hogere lasten omdat er veel jongeren zijn. De generatie na de geboortegolf draagt extra lasten omdat ze een groot aantal ouderen moet onderhouden. n. Het aantal actieven is nu 70% van 9 miljoen = 6,3 miljoen. Het nationaal inkomen stijgt naar 6,3 miljoen = 315 miljard. De lasten blijven 130 miljard. De lastendruk daalt naar (130/315) 100% = 41,3%.

Lesbrief Levensloop 2 e druk

Lesbrief Levensloop 2 e druk Hoofdstuk 1. Kiezen 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 B C D B C D D C B 1.32 a. Mannen werken gemiddeld 26,9 uur. In procenten is dat (26,9/39,6) 100% = 67,9%. Vrouwen werken gemiddeld 12,3

Nadere informatie

Lesbrief Jong en Oud 3 e druk

Lesbrief Jong en Oud 3 e druk Hoofdstuk 1. 1.16 C. School of baantje 1.17 a. 200/ 10 = 20 keer. b. Zie figuur. c. Zie figuur. d. 15 keer naar de bioscoop kost hem 150. Er blijft dan nog 50 over voor tijdschriften. Hij kan nog 50/5

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja Een voorbeeld van een juiste

Nadere informatie

4.1 Klaar met de opleiding

4.1 Klaar met de opleiding 4.1 Klaar met de opleiding 1. Werken in loondienst - Bij een bedrijf of bij de overheid (gemeente, provincie, ministerie); - Je krijgt loon/salaris; - Je hebt een bepaalde zekerheid, dat je werk hebt,

Nadere informatie

Oefentoets Klas: havo 4

Oefentoets Klas: havo 4 Oefentoets Klas: havo 4 Vak: economie Toets over: h1 tot en met h6 Lesbrief: jong & oud Hulpmiddelen: gewone rekenmachine DEZE TOETS BESTAAT UIT 6 OPGAVEN! Opgave 1 Stel er zijn twee softwarebedrijven

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij.

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij. 2.2 Kinderjaren Het krijgen van kinderen heeft voor ouders economische gevolgen: 1. Ouders krijgen minder tijd voor andere zaken en gaan bv. minder werken; 2. Kinderen kosten geld. De overheid komt ouders

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Module 7 hoofdstuk 2

Inkomstenbelasting. Module 7 hoofdstuk 2 Inkomstenbelasting Module 7 hoofdstuk 2 Verschillende vormen inkomen, verschillende vormen belasting Verschillende boxen Box 1 Bruto inkomen uit arbeid (denk aan brutoloon) Inkomen uit koophuis Aftrekposten

Nadere informatie

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro.

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro. Grote opgave personele inkomensverdeling Blz. 1 van 4 personele inkomensverdeling Inkomensverschillen tussen personen kunnen te maken hebben met de verschillende soorten inkomen. 1 Noem drie soorten primair

Nadere informatie

Grootverdiener zwaarder belast

Grootverdiener zwaarder belast 4 september 2009 Grootverdiener zwaarder belast AMSTERDAM - De PvdA zint op de terugkeer van een toptarief van 60 procent in de inkomstenbelasting. Het toptarief is nu 52 procent. Acht jaar geleden was

Nadere informatie

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij.

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij. 2.2 Kinderjaren Het krijgen van kinderen heeft voor ouders economische gevolgen: 1. Ouders krijgen minder tijd voor andere zaken en gaan bv. minder werken; 2. Kinderen kosten geld. De overheid komt ouders

Nadere informatie

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 3) Wat zijn negatief externe effecten? 4) Waarom is deze maatstaf niet goed genoeg? Licht toe. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers

Koopkracht van 65-plussers Koopkracht van 65-plussers 2009-2010 Berekeningen Prinsjesdag 2009 In opdracht van de ouderenbonden UnieKBO en PCOB Nibud, september 2009 Koopkracht van 65-plussers 2009-2010 Berekeningen Prinsjesdag 2009

Nadere informatie

5.1 Het speelkwartier

5.1 Het speelkwartier 5.1 Het speelkwartier Economie gaat over het maken van keuzes. Iedereen maakt in het leven constant keuzes. Deze keuzes hebben economische gevolgen: Welke studie ga je volgen? Wanneer ga je op jezelf wonen?

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

De overheid. Uitgaven: uitkeringen en subsidies. De overheid. Ontvangsten: belasting en premies. De grote herverdeler van inkomens

De overheid. Uitgaven: uitkeringen en subsidies. De overheid. Ontvangsten: belasting en premies. De grote herverdeler van inkomens Overheid H2 De overheid De grote herverdeler van inkomens Ontvangsten: belasting en premies De overheid Uitgaven: uitkeringen en subsidies De grote herverdeler van inkomens 2 De Nederlandse overheid Belangrijke

Nadere informatie

Koopkracht in perspectief. In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden, ANBO, PCOB, Unie KBO Nibud, 2008

Koopkracht in perspectief. In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden, ANBO, PCOB, Unie KBO Nibud, 2008 Koopkracht in perspectief In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden, ANBO, PCOB, Unie KBO Nibud, 2008 Koopkrachtberekeningen 2007-2008/ 2 Koopkracht in perspectief In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden,

Nadere informatie

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur Paragraaf 7.1 Groeit de economie? BBP = Bruto Binnenlands Product, de totale productie in een land in één jaar Nationaal inkomen = het totaal van alle inkomens in een land in één jaar Inkomen = loon, rente,

Nadere informatie

Domein E: Ruilen over de tijd. fransetman.nl

Domein E: Ruilen over de tijd. fransetman.nl Domein E: Ruilen over de tijd Rente : prijs van tijd Nu lenen: een lagere rente Nu sparen: een hogere rente Individuele prijs van tijd: het ongemak dat je ervaart Algemene prijs van tijd: de rente die

Nadere informatie

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Valt het mee of tegen? a Als Yara een appartement koopt moet ze een hypotheek afsluiten. Hiervoor betaalt ze iedere maand een bepaald bedrag. Dit zijn haar

Nadere informatie

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Ruilen over de tijd Intertemporele substitutie Bedrijven lenen geld om te investeren

Nadere informatie

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD Module 4 Nu en later Inflatie Definitie: stijging van het algemeen prijspeil Gevolgen van inflatie koopkracht neemt af Verslechtering internationale concurrentiepositie Bij

Nadere informatie

ALGEMENE ECONOMIE /04

ALGEMENE ECONOMIE /04 HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development raymond.reinhardt@3r-bdc.com 3R 1 M 3 benaderingen van het begrip inkomen : F economisch: - nominaal inkomen (in geld uitgedrukt) - reëel

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma I

Eindexamen havo economie oud programma I Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat mensen met een hoog

Nadere informatie

Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector

Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector In 1990 werden ambtenarensalarissen gekoppeld aan de gemiddelde stijging van de lonen in het bedrijfsleven. Een argument voor deze koppeling houdt verband

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009

Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de NVOG Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 import: 250 + 29 + 139 + 415 460

Nadere informatie

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Pagina 1/6 Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Momenteel bouwt u pensioen op bij uw eigen vennootschap. Dit betekent dat de vennootschap recht heeft op premieaftrek voor uw

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2011 - II

Eindexamen economie pilot havo 2011 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd 2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd Mensen moeten steeds de keuze maken tussen werken en vrije tijd: 1. Werken * Je ontvangt loon in ruil voor je arbeid; * Langer werken geeft meer loon (en dus kun

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2009 - I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juiste verklaring

Nadere informatie

AWBZ-premie over vier schijven Uitgevoerd op verzoek van de Socialistische Partij

AWBZ-premie over vier schijven Uitgevoerd op verzoek van de Socialistische Partij CPB Notitie 17 juni 2014 AWBZ-premie over vier schijven Uitgevoerd op verzoek van de Socialistische Partij. CPB Notitie Aan: SP, Henk van Gerven Datum: 17-6-2014 Betreft: AWBZ-premie over vier schijven

Nadere informatie

Jong & Oud ECONOMIE HAVO 4

Jong & Oud ECONOMIE HAVO 4 Jong & Oud ECONOMIE HAVO 4 Hoofdstuk 1: school of baantje Gevangendilemma Laat de gevolgen van een keuze zien, waarbij een ander betrokken is Twee strategieën waaruit gekozen kan worden Tabel van een gevangendilemma

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie pilot 2013-I

Eindexamen vwo economie pilot 2013-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 maximale winst als MO

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2001-I

Eindexamen economie 1 havo 2001-I Eindexamen economie havo 2-I 4 Antwoordmodel Opgave Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Maximumscore centrale

Nadere informatie

Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek. Ontwerp power point; Henk Douna

Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek. Ontwerp power point; Henk Douna Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek Ontwerp power point; Henk Douna De grootste financiële beslissing in een mensenleven 2 520.000.000.000,- ( 520 mrd) Totale hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens

Nadere informatie

Eindexamen economie havo 2011 - I

Eindexamen economie havo 2011 - I Opgave 1 AWBZ-zorgen Havo-leerling Dick besluit voor economie een profielwerkstuk te maken over de stijgende uitgaven van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Hieronder staan drie delen van

Nadere informatie

Netto toegevoegde waarde: loon + huur + rente + winst Bruto toegevoegde waarde: waarde van verkopen waarde van productiebenodigdheden

Netto toegevoegde waarde: loon + huur + rente + winst Bruto toegevoegde waarde: waarde van verkopen waarde van productiebenodigdheden Paragraaf 1 Nationaal inkomen en welvaart Economie samenvatting H8 Om de welvaart in een land te meten gebruik je het bbp (bruto binnenlands product). Dat is de omvang van de totale productie in het hele

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 In opdracht

Nadere informatie

Eindexamen economie havo I

Eindexamen economie havo I Opgave 1 Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. 1 Voorbeeld van een juiste berekening: 47,5 27,5 100% = 72,73% 27,5

Nadere informatie

ONDERWERP PRESENTATIE IS EEN STELSELWIJZIGING IN BELANG VAN U ALS DEELNEMER? GENOEMDE ONTWIKKELINGEN / PROBLEMEN OM ONS PENSIOEN STELSEL TE WIJZIGEN

ONDERWERP PRESENTATIE IS EEN STELSELWIJZIGING IN BELANG VAN U ALS DEELNEMER? GENOEMDE ONTWIKKELINGEN / PROBLEMEN OM ONS PENSIOEN STELSEL TE WIJZIGEN ONDERWERP PRESENTATIE IS EEN STELSELWIJZIGING IN BELANG VAN U ALS DEELNEMER? GENOEMDE ONTWIKKELINGEN / PROBLEMEN OM ONS PENSIOEN STELSEL TE WIJZIGEN 1 GEVOLGEN DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN 2 REKENRENTE,

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo 2010 - I

Eindexamen economie vwo 2010 - I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-I

Eindexamen economie 1 vwo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 102,4 100 = 101,4866 1,49% 100,9 Voor het antwoord:

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2013 Nibud, september 2014 In opdracht

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Eindexamen economie havo I

Eindexamen economie havo I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 ConsumentenPrijsIndexcijfer Consumenten Prijsindexcijfer in

Nadere informatie

1.6 Meer naar rechtsonder. Hoe meer naar rechtsonder, hoe meer vrije tijd.

1.6 Meer naar rechtsonder. Hoe meer naar rechtsonder, hoe meer vrije tijd. Hoofdstuk 1 School of baantje 1.1 a. Havo afmaken of overstap naar deeltijd-mbo. Op vakantie met vrienden of met gezin. Wel een baantje of geen baantje. b. Voordeel havo: bredere opleiding met meer toekomstmogelijkheden.

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2013-I

Eindexamen havo economie 2013-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) monopolie bij (2) toe

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo II

Eindexamen economie pilot havo II Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat

Nadere informatie

Domein Welvaart en Groei

Domein Welvaart en Groei Domein Welvaart en Groei Zie steeds de eenvoud!! havo Frans Etman Welvaart Welvaart Hoe je jouw wensen kan vervullen met producten. Dat is thuistaal. Voor een toets schrijf je op: de mate van behoeftebevrediging

Nadere informatie

Levensloop. 1.4 Lever je gemotiveerde afweging bij de docent in. 1.5 1. Consumeren. 2. Investeren. 3. Consumeren. 4. Investeren.

Levensloop. 1.4 Lever je gemotiveerde afweging bij de docent in. 1.5 1. Consumeren. 2. Investeren. 3. Consumeren. 4. Investeren. Hoofdstuk 1 Kiezen 1.1 a. 1) Het vwo afmaken óf overstappen op deeltijd-mbo (roc). 2) Op vakantie met vrienden óf met het gezin. 3) Wel baantje óf geen baantje. b. Voordeel 1): later betere baan; nadeel:

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als %

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als % Inflatie Stijging algemene prijspeil Consumenten Prijs Indexcijfer Gewogen gemiddelde Voordeel: Mensen met schulden Nadeel: Mensen met loon, spaargeld Reële winst bedrijven daalt Rentekosten bedrijven

Nadere informatie

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12. Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2.

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12. Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2. Werkboek Werk Ver 2 Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12 Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2.9 7 2.10 t/m 2.14 Afmaken beleggen Inleveren handelingsdeel bij docent

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Sparen of lenen Waarom?

Sparen of lenen Waarom? Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Sparen of lenen Waarom? 1 Als tijd duur is betaal je veel rente Als de rente hoog is zullen mensen minder lenen en meer sparen! 2 Investeren in je toekomst Door

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2011 tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

economie havo 2015-II

economie havo 2015-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) verkoopmarkt bij (2) monopolistische

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers

Koopkracht van 65-plussers Koopkracht van 65-plussers 2010-2011 Berekeningen Prinsjesdag 2010 In opdracht van de ouderenbonden Unie KBO, PCOB en NVOG Nibud, 6 oktober 2010 Koopkracht van 65-plussers 2010-2011 Berekeningen Prinsjesdag

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij?

Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij? Paragraaf 1: Het nationaal inkomen Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij? Voor iedere productiefactor die gezinnen ter beschikking stellen, krijgen ze een beloning. In het schema kun

Nadere informatie

Druk van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen

Druk van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen Druk van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen Tineke de Jonge, Peter Meuwissen en Reinder Lok Het CBS ontwikkelt een nieuwe belastingsstatistiek. Als eerste zijn daarin de inkomstenbelasting

Nadere informatie

Persoonlijk Financieel Advies

Persoonlijk Financieel Advies Persoonlijk Financieel Advies Frits Suzanne Inhoudsopgave Basisgegevens Inkomens- en vermogensplanning Indicatief overzicht lijfrente-uitkeringen Specificatie vaste lasten Grafiek inkomens- en vermogensplanning

Nadere informatie

Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25%

Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25% Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25% Inleiding Deze bijlage bevat de effecten van een mogelijke verhoging van de energiebelasting (EB) op aardgas in de

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-I 4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 twee van de volgende voorbeelden

Nadere informatie

DE LORENZKROMME. Lorenzkromme 1

DE LORENZKROMME. Lorenzkromme 1 DE LORENZKROMME Lorenzkromme 1 1. INKOMENSVERSCHILLEN VERKLAARD Elk jaar stelt managementadviesbureau Berenschot speciaal voor Elsevier een lijst op van 257 veel voorkomende functies en het daarvoor betaalde

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2008-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2008-II Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 1 (primaire) inkomensrekening 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De nieuwe productie-eenheid trekt ook toeleveringsbedrijven aan die zorgen

Nadere informatie

Facts & Figures uitwerking Pensioenakkoord

Facts & Figures uitwerking Pensioenakkoord Facts & Figures uitwerking Pensioenakkoord Waarom langer doorwerken? De levensverwachting stijgt Elke generatie leeft langer dan de vorige. Dat is al langer bekend, maar de stijging van de levensverwachting

Nadere informatie

Domein Welvaart en Groei

Domein Welvaart en Groei Domein Welvaart en Groei Zie steeds de eenvoud!! vwo Frans Etman Welvaart Welvaart Hoe je jouw wensen kan vervullen met producten. Dat is thuistaal. Voor een toets schrijf je op: de mate van behoeftebevrediging

Nadere informatie

1.4 a. 6,54 wordt afgerond 6,5 en het antwoord: 6, = b. 6,54 wordt dan 7 en het antwoord: =

1.4 a. 6,54 wordt afgerond 6,5 en het antwoord: 6, = b. 6,54 wordt dan 7 en het antwoord: = Hoofdstuk 1 Rekenen 1.1 a. Bij het afronden van 5,45 op een heel getal kijk je naar het eerste cijfer achter de komma. Dat is een 4, dus moet je naar beneden afronden. 5,45 wordt dan een 5. b. De docent

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 EXAMEN: 2002-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 EXAMEN: 2002-I TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 NIVEAU: HAVO EAMEN: 2002-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die

Nadere informatie

Lesbrief Kopen en Werken 2 e druk Hoofdstuk 2 Geld om van te leven 2.1 a. 64,796838. b. 64,7968. c. 64,80. d. 65.

Lesbrief Kopen en Werken 2 e druk Hoofdstuk 2 Geld om van te leven 2.1 a. 64,796838. b. 64,7968. c. 64,80. d. 65. Hoofdstuk 2 Geld om van te leven 2.1 a. 64,796838. b. 64,7968. c. 64,80. d. 65. 2.2 Gemiddelde = (6,5 + 5,8 + 8,7 + 7,7)/4 = 28,7/4 = 7,175 afgerond 7,2. 2.3 a. Gemiddelde = (1 6,5 + 1 5,8 + 2 8,7 + 2

Nadere informatie

Economie Elementaire economie 3 VWO

Economie Elementaire economie 3 VWO Economie Elementaire economie 3 VWO Les 13 Introductie overheid Ontwerp power point: Henk Douna docent: Jeannette de Beus De komende weken: de overheid Consumenten De markt Producenten Bijvoorbeeld Goederenmarkt

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Examen VWO. economie. tijdvak 2 woensdag 19 juni 13.30-16.30 uur

Examen VWO. economie. tijdvak 2 woensdag 19 juni 13.30-16.30 uur Examen VWO 2013 tijdvak 2 woensdag 19 juni 13.30-16.30 uur economie Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 59 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 NIVEAU: EXAMEN: VWO 2001-II De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016

Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Berekeningen Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Berekeningen Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015 In opdracht

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie

Examen HAVO en VHBO. Economie Economie Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 1 VHBO Tijdvak 2 Woensdag 19 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 36 vragen.

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo I

Eindexamen economie vwo I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Uit het antwoord moet

Nadere informatie

Hypotheek Index Q2 2017

Hypotheek Index Q2 2017 Hypotheek Index Q2 2017 De Hypotheker vergeleek de cijfers in 2017 met die van 2016. Sterke groei jonge huizenkopers Het aandeel jonge starters op de woningmarkt is in het tweede kwartaal van 2017 sterk

Nadere informatie

Slagvaardig met geld!

Slagvaardig met geld! Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Slagvaardig met geld! 1 maximumscore 2 voorbeelden van juiste voordelen: Hij kan het drumstel direct kopen (en gebruiken). Hij

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op lange termijn Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: 1. Onderhandse lening. 2. Obligatie lening. 3.

Nadere informatie

Zacco. bekennen 10 jaar, 10 jaar 1 jaar, 22 jaar zwijgen 22 jaar, 1 jaar 2 jaar, 2 jaar

Zacco. bekennen 10 jaar, 10 jaar 1 jaar, 22 jaar zwijgen 22 jaar, 1 jaar 2 jaar, 2 jaar LESBRIEF JONG & OUD Hoofdstuk 1 School of baantje? 1.1 Keuze maken Het maken van de juiste keuze is niet altijd makkelijk. Sofie staat voor de keuze de havo afmaken en daarna een hbo-opleiding te volgen

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2008

COELO Woonlastenmonitor 2008 COELO Woonlastenmonitor 2008 Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden coelo, Groningen 2008 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen

Nadere informatie

Belastingveranderingen 2016. Alex van Scherpenzeel Manager afdeling Belangenbehartiging

Belastingveranderingen 2016. Alex van Scherpenzeel Manager afdeling Belangenbehartiging Belastingveranderingen 2016 Alex van Scherpenzeel Manager afdeling Belangenbehartiging Geschiedenis - Wet op de Inkomstenbelasting 1964-1990: wijziging i.v.m. rapport Commissie Oort - Wet op de inkomstenbelasting

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2002-II

Eindexamen economie 1 vwo 2002-II 4 Antwoordmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 van prijsdifferentiatie Een toelichting waaruit

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2011 - I

Eindexamen economie pilot havo 2011 - I Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2012

COELO Woonlastenmonitor 2012 COELO Woonlastenmonitor 2012 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden COELO Woonlastenmonitor 2012 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden Faculteit

Nadere informatie

5.5 a. Een bezit: Natascha heeft nog geld van de klant tegoed. b. Er is nog niets verkocht, dus ook niet op rekening.

5.5 a. Een bezit: Natascha heeft nog geld van de klant tegoed. b. Er is nog niets verkocht, dus ook niet op rekening. Hoofdstuk 5 Werken in een eigen bedrijf 5.1 a. De bezittingen zijn altijd door iemand gefinancierd: door de eigenaar (eigen vermogen) en/of door iemand die een lening verschaft (vreemd vermogen). b. Het

Nadere informatie

Domein E: Concept Ruilen over de tijd

Domein E: Concept Ruilen over de tijd 1. Het bruto binnenlands product is gestegen met 0,9%. Het inflatiepercentage bedraagt 2,1%. Bereken de reële groei van het BBP. 2. Waarmee wordt het inflatiepercentage gemeten? 3. Lees de onderstaande

Nadere informatie

Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten

Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten 24 Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten Maart 2017 PwC is het merk waaronder PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (KvK 34180285),

Nadere informatie