Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties"

Transcriptie

1 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 10 juli 2015

2 DATUM 10 juli 2015 TITEL De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen ONDERTITEL OPDRACHTGEVER Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Boulevard Heuvelink KT Arnhem Postbus BD Arnhem (026) BTW NL B01 IBAN NL95RABO KVK AUTEUR(S) Jeroen Lijzenga Cathelijne Bouwkamp Diana Boertien PROJECTNUMMER /G

3

4 Inhoud Samenvatting 1 Aanleiding en vraagstelling 1 Werkwijze 1 Keuzes en overwegingen rond het wonen van ouderen 2 Keuzes en overwegingen van corporaties en gemeenten 3 Rolopvatting en verwachtingspatronen 5 1 Inleiding Aanleiding en vraagstelling Relaties tussen betrokken partijen Werkwijze Leeswijzer 10 2 Keuzes en overwegingen rond het wonen van ouderen Onderzoeksgroepen Gemaakte keuzes bij het vinden van een geschikte woning Voorkeuren bij verhuizing Verwachtingen van ouderen ten aanzien van de corporatie en de gemeente Opnieuw verhuizen Belemmeringen bij het vinden van een woning 38 3 Keuzes en overwegingen van gemeenten en corporaties Keuze van de gesprekspartners Beleid van gemeenten en corporaties waarmee is gesproken Samenwerking en prestatieafspraken Beeld van de behoeften van ouderen Maatregelen en instrumenten Rolopvattingen en verwachtingspatronen De relatie met zorgpartijen Aandachtspunten 50 4 Samenvattende conclusies Beelden en verwachting Overeenkomsten en discrepanties in beelden en verwachtingen Kansen en belemmeringen Bijdragen die de Rijksoverheid kan leveren 55 Bijlage 1: Gemeenten en corporaties waarmee diepte-interviews zijn gehouden 1 Bijlage 2: Onderzoeksverantwoording panelonderzoek 2 Bijlage 3: Vragenlijst enquête ouderen 4

5 Samenvatting Aanleiding en vraagstelling De meeste mensen geven er de voorkeur aan zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen woning te blijven wonen, ook als zij behoefte krijgen aan zorg en ondersteuning. Het beleid van de Rijksoverheid is hier ook op gericht. In de kamerbrief Transitieagenda Langer Zelfstandig Wonen van 4 juni 2014 hebben Minister Blok en staatssecretaris Van Rijn een toelichting gegeven op de aanpak om oudere mensen en mensen die zorg nodig hebben langer zelfstandig te laten wonen. In de brief wordt er op gewezen dat de genoemde transitie ook een forse impact zal hebben op de corporatiesector, omdat steeds meer mensen met een zorgvraag zullen blijven wonen in een corporatiewoning die niet altijd geschikt is voor het leveren en ontvangen van zorg. Dit vraagt aanpassing van bestaande woningen en het bevorderen van doorstroming naar geschikte zelfstandige woningen. Om het langer zelfstandig wonen voor ouderen te bevorderen, is een verdere omslag nodig in het denken van betrokkenen (bewoners, maar ook corporaties, gemeenten en zorgaanbieders). Rollen en verantwoordelijkheden verschuiven. In het licht van veranderende relaties, rollen, verantwoordelijkheden en afhankelijkheden is in beeld gebracht wat gemeenten, corporaties en huurders op lokaal niveau van elkaar verwachten rond de huisvesting van ouderen en het faciliteren van het zo lang mogelijk zelfstandig wonen, hoe de samenwerking verloopt en welke aandachtspunten zich voordoen. De onderzoeksvragen luiden als volgt: Welke beelden en verwachtingen hebben ouderen, corporaties en gemeenten van het langer zelfstandig wonen van huurders in een sociale huurwoning? Welke overeenkomsten en discrepanties zijn er tussen deze beelden en verwachtingen? Wat zijn de kansen en belemmeringen bij het langer zelfstandig wonen? Hoe zien bewoners, corporaties en gemeenten hun rol bij het mogelijk maken van langer zelfstandig wonen? Waar voelen zij zich verantwoordelijk voor? Wat verwachten ze van andere partijen? In het verlengde hiervan is geïnventariseerd welke bijdrage de Rijksoverheid kan leveren aan het langer zelfstandig wonen door ouderen. Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de volgende onderdelen: 1. Een enquête onder een online panel van twee specifieke doelgroepen: Recent verhuisde ouderen (65+) die een corporatiewoning hebben betrokken. Verhuisgeneigde ouderen (65+), zowel in huur- als een koopwoning. 2. Een serie van 20 diepte-interviews met gemeenten en woningcorporaties over de ervaringen rond het thema langer zelfstandig wonen, de wijze waarop de samenwerking tussen gemeente en corporatie verloopt, de verwachtingen die gemeenten en corporaties over en weer hebben en de mate waarin aan die verwachtingen wordt voldaan. Bij de selectie van de gesprekspartners is gekozen voor gemeenten en corporaties die de urgentie rond het belang van langer zelfstandig wonen onderkennen en die op dit punt goed samenwerken /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 1

6 Keuzes en overwegingen rond het wonen van ouderen Geschiktheid en aanpasbaarheid huidige woning Recente verhuisde ouderen die in een corporatiewoning wonen, hebben veelal gekozen voor een woonvorm die (in de basis) geschikt is om lang zelfstandig te kunnen blijven wonen. De groep verhuisgeneigde ouderen woont veel vaker dan de recent verhuisden in een woning die niet zonder meer geschikt is om lang zelfstandig in te blijven wonen. Respondenten is gevraagd naar de aanpasbaarheid van de eigen woning om deze geschikt te maken om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen, ook als men met beperkingen te maken krijgt. Men is hierover behoorlijk positief. Ruim driekwart van de recent verhuisde ouderen schat in dat hun corporatiewoning voldoende aanpasbaar is en 16% geeft aan dat de woning al zonder meer geschikt is om lang zelfstandig te kunnen blijven wonen, ook met beperkingen. Keuze voor een geschikte woning De meeste ouderen die recent naar een corporatiewoning zijn verhuisd (61%), hebben bewust de keuze gemaakt voor een woning die geschikt is om, in hun eigen beleving, zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Nog eens 30% geeft aan dat het geen bewuste keuze was, maar dat de woning wel geschikt is. Slechts een kleine minderheid (3%) geeft aan dat zij graag een woning hadden willen krijgen die geschikt is om lang zelfstandig te blijven wonen, maar dat zij een dergelijke woning niet konden krijgen. Verhuisgeneigden: verhuiswens nog weinig concreet Uit de concreetheid van de verhuiswens van de geënquêteerde verhuisgeneigde ouderen (ouderen die verwachten binnen vijf jaar te zullen verhuizen) blijkt dat verreweg de meesten van hen er nog niet zeker van zijn dat zij die stap in de komende jaren zullen gaan zetten. Slechts ongeveer één op de vijf (19%) van de geënquêteerde ouderen met een verhuiswens, is naar eigen zeggen beslist van plan te verhuizen. Het overgrote deel sluit het niet uit, maar heeft zeker geen concrete plannen. Deze uitkomst past in het beeld dat ook uit lokale woningmarktonderzoeken van Companen met betrekking tot het verhuisgedrag van ouderen blijkt; ouderen hebben vaak een grote aarzeling om te verhuizen uit de woning waar zij al lange tijd wonen en zetten de stap pas als het vanwege gezondheidsredenen noodzakelijk wordt, of als zij hun woonsituatie beduidend kunnen verbeteren. Dit beeld komt ook zeer duidelijk naar voren uit de gesprekken die zijn gevoerd met corporaties en gemeenten, waarin zij stellen dat ouderen vaak kritische consumenten zijn. Verhuisredenen Voor het overgrote deel (92%) van de recent verhuisde ouderen speelde de vorige woning (mede) een rol bij de beslissing om te verhuizen. Bijna de helft van de recent verhuisden koos voor de nieuwe woning (mede) omdat het een gelijkvloerse woning is (46%). De bereikbaarheid van de woning zonder drempels, treden of trappen was voor 28% van de groep een reden om voor de woning te kiezen. Een kleinere woning (25%) met minder onderhoud (22%) en een kleinere tuin of geen tuin (16%) of een balkon (16%) zijn belangrijke eigenschappen om voor een woning te kiezen. Ook veiligheid (20%) en comfort (11%) spelen geregeld een rol. Voor 60% van de recent verhuisde ouderen geldt dat de keuze voor de huidige woning mede werd bepaald door de locatie van de woning. De meest genoemde redenen zijn dichter bij familie willen /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 2

7 wonen (17%), dichter bij voorzieningen willen wonen (15%) of in het centrum van de woonplaats willen wonen (13%). De verhuisredenen van de verhuisgeneigde ouderen stemmen in hoge mate overeen met de redenen die recent verhuisden hadden om de stap te zetten naar een nieuwe woning. Voor bijna de helft (49%) van de recent verhuisde huurders was het feit dat in de nieuwe woning alle belangrijke woonfuncties op één woonlaag liggen een doorslaggevende reden om voor de woning te kiezen. De bereikbaarheid van de woning zonder drempels, treden of trappen is voor 27% een doorslaggevende reden. De huurprijs (33%) en de grootte van de woning (29%) zijn daarnaast vaak doorslaggevend bij de keuze voor de woning. Verhuizen vanwege de gezondheidssituatie Verhuisgeneigde ouderen is gevraagd of de wens om te verhuizen ook samenhangt met de gezondheidssituatie. Voor 60% van de ouderen speelt dit mee. Het grootste deel van hen (35% van de verhuisgeneigde ouderen) geeft aan preventief te willen verhuizen, zodat men een geschikte woning heeft als de gezondheid achteruit mocht gaan. Van de mensen die al gezondheidsproblemen hebben of verwachten dat zij gezondheidsproblemen krijgen heeft ongeveer één op de vijf hierover contact opgenomen met de corporatie. Van hen kan bijna de helft niet aangeven of de corporatie hen voldoende behulpzaam is bij het vinden van een geschiktere woning. Voor 22% geldt dat zij wel goed worden ondersteund. Daarnaast is 30% van mening dat de corporatie hen niet voldoende helpt bij het vinden van een geschiktere woning. De belangrijkste reden om bij gezondheidsproblemen geen contact op te nemen met de woningcorporaties, is dat er geen directe relatie is met de corporatie; 29% neemt geen contact op met de corporatie omdat ze niet staan ingeschreven en nog eens 21% heeft er niet aan gedacht contact op te nemen met de corporatie. Verder is 19% van mening dat de corporatie geen geschikt aanbod heeft. Keuzes en overwegingen van corporaties en gemeenten Beleid In alle gemeenten waar gesprekken zijn gevoerd is men nadrukkelijk bezig met de ouderenhuisvesting. Dat geldt zowel voor de gemeente als voor de corporatie(s). Dit was immers een van de selectiecriteria voor de diepte-interviews. De meeste gemeenten en corporaties geven aan dat er (ruim) voldoende voor ouderen geschikte woningen beschikbaar zijn. Waar op veel plaatsen in de afgelopen periode grote aantallen huurwoningen specifiek voor senioren (doorgaans met het leeftijdscriterium 55+) zijn gelabeld, wordt nu op veel plaatsen weer ontlabeld, omdat de vraag uitblijft. Het beleid verschuift op veel plaatsen van het beschikbaar maken van specifieke seniorenwoningen juist naar het zorgen voor voldoende betaalbare huurwoningen, onder meer voor senioren. In veel gemeenten waarmee is gesproken wordt er op ingezet dat nieuwbouwwoningen levensloopbestendig zijn. In het kader van de nieuwe Huisvestingswet wordt al veel beleid regionaal afgestemd. Een specifiek probleem waar grote corporaties die in veel gemeenten werkzaam zijn mee kampen, is dat het lokale beleid per gemeente sterk kan verschillen. Dat brengt met zich mee dat het voor dergelijke corporaties moeilijk is zelf een eenduidig beleid te formuleren /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 3

8 Samenwerking en prestatieafspraken De samenwerking tussen gemeente en corporatie wordt vrijwel overal zonder aarzeling als goed bestempeld. Overleg is laagdrempelig en men weet elkaar snel te vinden. In alle gemeenten waarmee is gesproken is er in de prestatieafspraken aandacht voor de huisvesting van ouderen. De concreetheid van de afspraken verschilt. Doorgaans zijn in de prestatieafspraken harde aantallen opgenomen waar het de omvang van de beschikbare kernvoorraad betreft. Vaak is ook in de prestatieafspraken opgenomen dat er aandacht moet zijn voor de voldoende beschikbaarheid van voor ouderen geschikte woningen, maar dit wordt doorgaans in de prestatieafspraken niet geconcretiseerd in harde aantallen. Omdat veel gemeenten momenteel bezig zijn met het opstellen van een nieuwe woonvisie als basis voor het maken van nieuwe prestatieafspraken, is de verwachting dat in de volgende ronde prestatieafspraken op veel plaatsen hierover wel degelijk meer concrete afspraken gemaakt zullen worden. In een enkele gemeente waarmee is gesproken, is de intentie om ouderen zo lang mogelijk op hun eigen plek te laten wonen expliciet opgenomen in de prestatieafspraken. Maatregelen en instrumenten Als ouderen terughoudend zijn om te verhuizen dient zich de vraag aan of een goede oplossing gevonden kan worden in het aanpassen van de huidige woning om deze meer geschikt te maken voor de oudere bewoners. In de praktijk worden er veel aanpassingen gedaan aan huurwoningen. Corporaties zijn vaak bereid zelf aanpassingen in hun woningen aan te brengen. Wel staan ze daarbij vrijwel unaniem op het standpunt dat dergelijke aanpassingen als geriefsverbetering via een huurverhoging moeten worden bekostigd door de bewoner. Gemeenten werken mee aan woningaanpassingen door bekostiging via de Wmo. Bij een deel van de gemeenten waarmee is gesproken, wordt in financiële zin een maximum gesteld aan de aanpassingen die aan een woning worden gedaan. Het bedrag dat wordt gehanteerd varieert. Het meest genoemd zijn bedragen die maximaal liggen in de orde van grootte van Grote en dure standaardpakketten voor woningaanpassing voldoen vaak niet goed aan de behoefte van bewoners. Kleinere en goedkopere maatwerkoplossingen kunnen de bewoner vaak beter helpen. In de meeste gemeenten waarmee is gesproken is er een programma dat is gericht op het preventief aanpassen van woningen om er voor te zorgen dat de bewoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Het is de eigen verantwoordelijkheid van bewoners om vervolgens de benodigde stappen te zetten. Maar het beeld is dat maar weinig mensen concrete stappen zetten in het preventief aanpassen van hun woning. Hoewel het laten doorstromen van ouderen naar een geschikte woning, zodat de vrijkomende eengezinswoning verhuurd kan worden aan een andere doelgroep, in veel gemeenten als een wenselijk model wordt gezien, zijn er maar weinig gemeenten die hier concrete maatregelen of instrumenten op inzetten. Sporadisch wordt door gemeenten en corporaties waarmee is gesproken instrumenten ingezet als een verhuiskostenvergoeding of huurgewenning. Het algemene beeld is dat hiervan richting huurders toch onvoldoende stimulans uitgaat om daadwerkelijk te verhuizen. Een verhuiskostenvergoeding neemt de zorgen over de rompslomp rond een verhuizing niet weg, en na een periode van huurgewenning zal de huur toch stijgen terwijl het inkomen hetzelfde blijft. Meer geloof is er in het positieve effect van doorstroommakelaars, organisaties die woonconsumenten met elkaar in contact brengen om een voor beide partijen aantrekkelijke verhuizing tot stand te brengen en van verhuiscoaches die ouderen ontzorgen bij het verhuizen /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 4

9 Rolopvatting en verwachtingspatronen Ouderen over taak gemeente en woningcorporatie Bijna twee derde (65%) van de ondervraagde recent verhuisde ouderen is van mening dat de corporatie hen niet voldoende heeft gewezen op het belang van een woning waarin men zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. Hieruit valt af te leiden dat de verwachtingen op dit punt hoger waren. Bijna een derde (30%) van de ouderen is van mening dat de corporatie op dit punt voldoende duidelijkheid heeft gegeven. Veel ouderen verwachten dat de corporatie en de gemeente hen ontzorgen bij het vinden van een geschikte woning. Er is kritiek op het feit dat men zelf moet reageren op vrijkomende woningen. Als mensen zelf aangeven dat zij op zoek zijn naar een geschikte woning om lang zelfstandig te kunnen blijven wonen, is de helft van hen van mening dat de corporatie hen hierbij voldoende heeft ondersteund. Een bijna even grote groep (45%) is van mening dat dit niet het geval is. Meer dan zeven op de tien verhuisgeneigde ouderen (71%) verwacht dat de gemeente zelf een rol speelt bij het zorgen dat voldoende geschikte woningen voor ouderen beschikbaar zijn en afspraken maakt met de corporatie hierover (45%). Ook rond de informatieverstrekking over woningaanpassingen en veilig wonen (55%) en het actief informeren over langer zelfstandig wonen (51%) verwacht men initiatief van de gemeente. Opvallend is dat de helft van de verhuisgeneigde ouderen een actieve opstelling bij het helpen vinden van een geschikte woning verwacht van de gemeente. Verder verwacht men dat de gemeente woningaanpassingen doet om woningen geschikt te maken (43%). De gemeente heeft in de ogen van de ouderen een verantwoordelijkheid bij het aanbieden van huishoudelijke hulp (38%), het maken van afspraken met zorgaanbieders over het leveren van (thuis)zorg (38%) en het aanbieden van vervoer (32%). Ouderen zien de taken en verantwoordelijkheden van gemeenten rond het faciliteren van het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen breder dan de taken en verantwoordelijkheden van de corporatie. Gemeenten en corporaties over wensen en gedrag van ouderen Uit de gesprekken komt een zeer eenduidig beeld naar voren van de beleving van de wensen en behoeften van ouderen. Alle gemeenten en corporaties geven aan dat ouderen bij voorkeur niet verhuizen en in hun eigen woning blijven wonen tot het niet meer kan. Een belangrijke drempel is dat men er in de eigen beeldvorming bij een verhuizing vaak op achteruit gaat; men gaat vaak meer huur betalen voor een kleinere woning. Dat is voor heel veel mensen psychologisch een moeilijke stap en reden om af te zien van een verhuizing. Overigens is het zeker niet uit te sluiten dat dit een argument is dat mensen voor zichzelf gebruiken terwijl ze zich in een proces bevinden van het langzaam accepteren dat de gezondheid minder kan gaan worden en dat het wellicht nodig wordt de stap te zetten naar een andere woning. Het onrecht de stap te moeten zetten naar een kleinere woning die duurder is dan de eigen woning, biedt een uitweg om die stap nog even uit te stellen. Er is ook een aanzienlijke groep ouderen die in hun eigen beleving niet kunnen verhuizen omdat zij een hogere huur niet kunnen opbrengen. Daarnaast is er een grote groep ouderen die in een koopwoning woont die onder de huidige marktomstandigheden niet verkocht kan worden voor de prijs die men in gedachten heeft. De vraagprijs /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 5

10 is vaak gebaseerd op de prijzen tijdens het hoogtepunt van de woningmarkt. Het zakken met de prijs blijkt voor veel ouderen een bittere pil. Per saldo zijn de meeste gesprekspartners het er over eens dat veel ouderen weliswaar aangeven te willen verhuizen naar een voor hen geschiktere woning, maar dit alleen doen als de gezondheidssituatie acuut verslechtert en de stap niet meer te vermijden is, als de partner wegvalt, of als ze hun woonsituatie duidelijk kunnen verbeteren. Ouderen die vanwege hun gezondheid nog niet hoeven te verhuizen, kunnen het zich permitteren zeer kritisch te zijn ten aanzien van een andere woning. Veel ouderen stellen behoorlijke hoge eisen ten aanzien van bijvoorbeeld een nieuw appartement. Het ontwikkelen en verhuren van appartementen die niet aan hun criteria voldoen is minder kansrijk, zeker als de gevraagde huurprijs in de ogen van de potentiële huurders hoog is. Het referentiekader is daarbij de huur die men nu betaalt of de woonlasten die men nu heeft. En vaak hebben ouderen in een koopwoning lage woonlasten omdat de hypotheek (vrijwel) is afgelost. Een belangrijk aandachtspunt is dat mensen die uiteindelijk de stap zetten te verhuizen, doorgaans binnen hun eigen buurt willen verhuizen en niet naar een vreemde omgeving. Zolang men de keus heeft, is het sociale netwerk zeer bepalend bij de uiteindelijke beslissing om de stap te zetten. De meeste gemeenten waarmee is gesproken herkennen dat ouderen zo lang mogelijk willen blijven wonen in de woning waar zij al heel lang in wonen. Dat noopt tot het faciliteren van het aanpassen van de huidige woning om dat mogelijk te maken. Aan de andere kant wordt ook het belang gezien van het bevorderen van doorstroming naar voor senioren geschikte woningen, zodat grote eengezinshuurwoningen vrijkomen voor andere groepen op de woningmarkt. Gemeenten en corporaties worstelen met de keuzes die dit met zich meebrengt. Daarbij wordt gesignaleerd dat een grote groep ouderen zich er moeilijk toe kan brengen proactief bezig te zijn met een mogelijke toekomst met belemmeringen. Dat heeft als gevolg dat mensen er zeer moeilijk toe zijn te bewegen om te investeren in het preventief aanpassen van hun woning. Gemeenten en corporaties over zichzelf en elkaar De meeste gemeenten waarmee is gesproken zien zichzelf opschuiven van een deels uitvoerende rol naar een regierol. Door de bezuinigingen op de Wmo spelen zij bijvoorbeeld een veel minder grote rol bij het faciliteren van woningaanpassingen. Corporaties zien zichzelf als de praktisch uitvoerende organisaties. Maar ze nemen niet alle taken over die de gemeenten laten liggen omdat er geen budgetten meer voor zijn. Uit de gesprekken blijkt dat veel gemeenten graag zouden zien dat corporaties meer doen in de aanpassing van woningen nu dat vanuit de Wmo niet meer kan. Corporaties geven aan ook te maken te hebben met financiële beperkingen en willen alleen investeren als de kosten via een huurverhoging kunnen worden terugverdiend. Per saldo is er voor de bewoner minder mogelijk. Gemeenten en corporaties zijn beide vaak niet bereid om kosten te nemen. Een punt van kritiek van gemeenten op de corporaties is dat zij zich in de ogen van de gemeenten teveel beperken tot het informeren van bewoners en te weinig concrete maatregelen treffen. De andere kant op is er ook kritiek van de corporatie op de gemeente die zich teveel verschuilt achter de regierol en te weinig oppakt in de uitvoering. Gemeenten waarmee is gesproken verwachten van de corporatie meer creativiteit om tot nieuwe oplossingen te komen en de slag te maken naar verbeterdenken /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 6

11 Gemeenten en corporaties over hun relatie met zorgpartijen De meeste corporaties hebben een relatie met een of meer zorgaanbieders omdat zij vastgoed aan hen verhuren. Over het algemeen is men behoorlijk positief over deze vorm van samenwerking. Diverse gemeenten en corporaties waarmee is gesproken signaleren dat zorgpartijen soms een andere taal spreken dan de gemeente en de corporatie en er over en weer niet altijd het juiste begrip is. Ook wijken gehanteerde begrippen en definities geregeld af, wat leidt tot misverstanden. De belangen van zorgpartijen komen ook niet altijd overeen met die van gemeenten en corporaties. Gemeenten en corporaties waarmee is gesproken ervaren een behoorlijke afstand van zorgkantoren en zorgverzekeraars bij het meedenken en meewerken aan lokale initiatieven. Er wordt geconstateerd dat regelgeving praktische oplossingen soms in de weg staat, maar dat zorgpartijen die regelgeving soms ook als excuus gebruiken om zich aan het proces te onttrekken. Een voorbeeld dat meerdere keren werd genoemd is dat zorgverzekeraars niet investeren in preventieve woningaanpassingen omdat zij alleen zorgkosten mogen vergoeden en geen fysieke ingrepen. Zij plukken echter wel de vruchten van die fysieke ingrepen omdat daarmee veel valpartijen en ziekenhuisopnames van ouderen worden voorkomen. Gemeenten en corporaties zouden graag zien dat dergelijke split incentives in het proces worden weggenomen, maar ervaren een weinig tegemoetkomende houding van zorgverzekeraars. Belangrijkste aandachtspunten Veel gemeenten en corporaties waarmee gesproken is constateren dat ouderen zeer terughoudend zijn om goed na te denken over een mogelijke toekomst met beperkingen en wat er voor nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Veel mensen wachten met het doen van woningaanpassingen tot deze acuut nodig zijn. Op dat moment zijn mensen vaak zelf niet meer in staat de juiste maatregelen te treffen en moet de gemeente in actie komen. Veel gemeenten waarmee is gesproken hebben in de afgelopen jaren een beleid gevoerd op het inrichten van woonzorgzones en clustering van voor senioren geschikt bezit. Daardoor zijn veel voor ouderen geschikte woningen ook op specifieke locaties in de gemeente beschikbaar. Dan doet zich het dilemma voor of het in het belang van ouderen is hen uit hun leefomgeving te laten verhuizen naar een andere plek binnen de gemeente waar zij geen sociaal netwerk hebben. Er wordt immers een steeds groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van ouderen en op het bijspringen van het sociale netwerk. De opnieuw ingevoerde passendheidstoets betekent voor veel corporaties dat er minder ruimte is om aanpassingen aan woningen door te berekenen in de huurprijs. Corporaties waarmee is gesproken geven aan dat zij daardoor minder in staat zijn om aanpassingen te doen die het langer zelfstandig wonen mogelijk maken /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 7

12 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en vraagstelling De meeste mensen geven er de voorkeur aan zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen woning te blijven wonen, ook als zij behoefte krijgen aan zorg en ondersteuning. Het beleid van de Rijksoverheid is hier ook op gericht. In de kamerbrief Transitieagenda Langer Zelfstandig Wonen van 4 juni 2014 hebben Minister Blok en staatssecretaris Van Rijn een toelichting gegeven op de aanpak om oudere mensen en mensen die zorg nodig hebben langer zelfstandig te laten wonen. In de brief wordt er op gewezen dat de genoemde transitie ook een forse impact zal hebben op de corporatiesector, omdat steeds meer mensen met een zorgvraag zullen blijven wonen in een corporatiewoning die niet altijd geschikt is voor het leveren en ontvangen van zorg. Dit vraagt aanpassing van bestaande woningen en het bevorderen van doorstroming naar geschikte zelfstandige woningen. Om het langer zelfstandig wonen voor ouderen te bevorderen, is een verdere omslag nodig in het denken van betrokkenen (bewoners, maar ook corporaties, gemeenten en zorgaanbieders). Rollen en verantwoordelijkheden verschuiven. Burgers zullen tijdig moeten nadenken over hoe ze willen wonen als ze op hogere leeftijd mogelijk met beperkingen te maken krijgen en zullen daar preventief maatregelen voor moeten treffen. De gemeente treedt steeds meer op als regisseur. Woningcorporaties en zorgaanbieders moeten meer dan in het verleden met elkaar en met de gemeente overleggen over het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod op het terrein van wonen en zorg. Voor een goed verloop van de transitie naar zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen, is inzicht nodig in de beeldvorming die de betrokken partijen van elkaar hebben en in de verwachtingen die er over en weer zijn. Door na te gaan hoe verwachtingen op elkaar aansluiten en de overeenkomsten en discrepanties in beeld te brengen, kunnen kansen en belemmeringen worden benoemd bij de transitie naar langer zelfstandig thuis wonen. De onderzoeksvragen luiden als volgt: Welke beelden en verwachtingen hebben ouderen, corporaties en gemeenten van het langer zelfstandig wonen van huurders in een sociale huurwoning? Welke overeenkomsten en discrepanties zijn er tussen deze beelden en verwachtingen? Wat zijn de kansen en belemmeringen bij het langer zelfstandig wonen? Hoe zien bewoners, corporaties en gemeenten hun rol bij het mogelijk maken van langer zelfstandig wonen? Waar voelen zij zich verantwoordelijk voor? Wat verwachten ze van andere partijen? In het verlengde hiervan is geïnventariseerd welke bijdrage de Rijksoverheid kan leveren aan het langer zelfstandig wonen door ouderen. 1.2 Relaties tussen betrokken partijen Gemeenten en corporaties werken van oudsher samen bij de huisvesting van inwoners met een smalle beurs. Zij maken daarbij doorgaans afspraken over de benodigde omvang van de voorraad sociale huurwoningen en de aandacht die er moet zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen. Afspraken worden vaak geformaliseerd in de vorm van prestatieafspraken. Huurders zijn inwoner van de gemeente en klant bij de corporatie. Zij hebben invloed op het beleid dat de gemeente voert door gebruik te maken van hun stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen. De Wet overleg huurders verhuurder geeft huurders al een aantal rechten met betrekking tot het beleid van hun verhuurder /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 8

13 Met het van kracht worden van de herziene Woningwet per 1 juli 2015, verandert er het nodige in de relaties tussen gemeenten en verhuurders, maar ook in de positie van de huurder. Figuur 1.1: Relaties tussen corporaties, gemeenten en huurders Corporatie Gemeente Grotere invloed huurders op woonbeleid Huurder Gemeenten krijgen een grotere zeggenschap over de inspanning die de corporatie doet. De gemeente legt het woonbeleid voor de komende jaren vast in een woonvisie. Uiteraard betrekken gemeenten corporaties en andere stakeholders bij het traject van het opstellen van de woonvisie; zij hebben de input van alle betrokken partijen nodig om te komen tot een evenwichtig woonbeleid. De corporatie moet naar redelijkheid bijdragen aan het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid en doet een bod op de woonvisie. De gemeente beoordeelt wat van de corporatie verwacht mag worden en of het bod passend is. Dit zet de relatie tussen gemeente en corporatie in een ander licht. Daarbij moet worden aangetekend dat verwacht mag worden dat gemeenten en corporaties op een constructieve wijze blijven samenwerken aan de uitvoering van het woonbeleid. De herziene Woningwet geeft huurders ook een andere positie ten opzichte van gemeenten en corporaties: huurdersorganisaties zitten voortaan aan tafel bij het maken van de prestatieafspraken tussen de gemeente en hun woningcorporatie. In het licht van deze relaties, verantwoordelijkheden en afhankelijkheden is in beeld gebracht wat partijen op lokaal niveau van elkaar verwachten rond de huisvesting van ouderen en het faciliteren van het zo lang mogelijk zelfstandig wonen, hoe de samenwerking verloopt en welke aandachtspunten zich voordoen. 1.3 Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de volgende onderdelen: 1. Een enquête onder een online panel van twee specifiek doelgroepen: Recent verhuisde ouderen (65+) die een corporatiewoning hebben betrokken. Verhuisgeneigde ouderen (65+), zowel in een huur- als een koopwoning. 2. Een serie van 20 diepte-interviews met gemeenten en woningcorporaties over de ervaringen rond het thema langer zelfstandig wonen, de wijze waarop de samenwerking tussen gemeente en /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 9

14 corporatie verloopt, de verwachtingen die gemeenten en corporaties over en weer hebben en de mate waarin aan die verwachtingen wordt voldaan. Enquête onder ouderen De afwegingen en ervaringen van ouderen rond het zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen zijn in beeld gebracht door het afnemen van een vragenlijst onder leden van een representatief online panel van Panel Inzicht. Panel Inzicht is een veldwerkbureau met ruim panelleden. In totaal zijn 686 mensen die behoren tot de doelgroepen van het onderzoek geënquêteerd. In bijlage 2 is de werkwijze van het panelonderzoek nader beschreven. Onder de onderzoeksgroepen is de volgende respons behaald: Doelgroep Respons Recent verhuisde ouderen (65+) in een corporatiewoning 342 Verhuisgeneigde ouderen (65+) 344 Recent verhuisde ouderen die opnieuw willen verhuizen (65+) 109 Totaal 686 Aan de panelleden is een vragenlijst voorgelegd die inzicht geeft in de afwegingen en keuzes die mensen maken over hun eigen woonsituatie als zij ouder worden en de wijze waarop zij bezig zijn met het zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Met het panel wordt niet beoogd met een representatieve afspiegeling van de doelgroep een statistisch betrouwbaar beeld te geven. Het doel van het panel is een zo breed mogelijk inzicht te krijgen in hoe de doelgroep in verschillende situaties afwegingen maakt en hoe men omgaat met de keuzeruimte die er is. Diepte-interviews met gemeenten en woningcorporaties De gesprekken met de gemeenten zijn gehouden met beleidsmedewerkers wonen en beleidsmedewerkers zorg. Bij de corporaties is gesproken met de manager wonen, soms aangevuld met een medewerker die informatie kan geven over de zorgkant en de samenwerking met zorgaanbieders. Er is gekozen om steeds een gesprek te voeren met een gemeente en met de grootste corporatie met een duidelijke lokale verankering die werkzaam is in die gemeente. Daardoor is het mogelijk geweest de input van de gemeente en de corporatie aan elkaar te spiegelen. De selectie van gemeenten en corporaties is gemaakt op basis van wat bekend was over de aandacht voor ouderenhuisvesting en wonen en zorg in de prestatieafspraken. Daarbij is ingezoomd op gemeenten en corporaties waarvan op basis van dit criterium bekend was dat zij de urgentie rond het langer zelfstandig wonen voelen en er waarschijnlijk actief mee bezig zijn. Er is gesproken met tien gemeenten en met tien woningcorporaties die, binnen de bovengenoemde criteria, zoveel mogelijk zijn verspreid over het land. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de gemeenten en corporaties waarmee is gesproken. 1.4 Leeswijzer Voor in het rapport is een uitgebreide samenvatting opgenomen. Hoofdstuk 2 handelt over de afwegingen en keuzes die mensen ten aanzien van hun woonsituatie maken bij het ouder worden, wat daarbij voor hen belangrijk is en welke eventuele belemmeringen zij ervaren. Er wordt ook uitgebreid ingegaan op de verwachtingen die ouderen hebben van de rol /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 10

15 van woningcorporaties en gemeenten bij het mogelijk maken van het zo lang mogelijk zelfstandig wonen. In hoofdstuk 3 gaat het over de wijze waarop gemeenten en woningcorporaties bezig zijn met de ouderenhuisvesting en langer zelfstandig wonen en hoe zij daarbij samenwerken. Specifiek wordt in dit hoofdstuk ook gekeken naar de verwachtingen die gemeenten en corporaties van elkaar hebben en de mate waarin die verwachtingen aansluiten bij de eigen rolopvatting. Ook wordt een aantal aandachtspunten en goede voorbeelden genoemd /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 11

16 2 Keuzes en overwegingen rond het wonen van ouderen In dit hoofdstuk worden de keuzes, afwegingen en verwachtingen rond het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen benaderd vanuit het perspectief van de bewoners. Dit hoofdstuk is gebaseerd op de uitkomsten van het gehouden enquêteonderzoek onder een panel van ouderen die de afgelopen jaren zijn verhuisd naar een corporatiewoning en onder ouderen die van plan zijn om de komende jaren de stap te zetten naar een andere woning. 2.1 Onderzoeksgroepen Het onderzoek heeft zich zoals aangegeven gericht op twee specifieke groepen ouderen op de woningmarkt: ouderen die recent zijn verhuisd en een corporatiewoning hebben betrokken en ouderen die niet recent zijn verhuisd maar die wel overwegen om de komende jaren te gaan verhuizen. Een deel van de ouderen die recent zijn verhuisd naar een corporatiewoning heeft ook weer plannen om de komende jaren opnieuw te verhuizen. Dit is een interessante groep, omdat het mensen zijn die een keuze voor een woning hebben gemaakt en vrij snel weer doorverhuizen. Dan is er ook nog een vierde groep ouderen op de woningmarkt. Dit betreft de mensen die al langer in hun huidige woning wonen en geen plannen hebben om in de komende jaren te gaan verhuizen. Deze groep ouderen, hoewel waarschijnlijk de grootste groep, is in het enquêteonderzoek buiten beschouwing gelaten. Zij zijn immers op dit moment niet bewust bezig met een keuzeproces rond hun woonsituatie en kunnen daarom minder scherpe informatie geven over de afwegingen die ouderen maken rond het zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Rond het onderwerp van het treffen van preventieve maatregelen in woningen om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen is het wel een relevante onderzoeksgroep. In het volgende hoofdstuk komen zij, vanuit de ervaringen van woningcorporaties en gemeenten, ruimschoots aan bod. Recent verhuisde ouderen De geënquêteerde groep recent verhuisde ouderen betreft mensen in de leeftijd van 65 jaar en ouder die in de afgelopen vijf jaar zijn verhuisd naar hun huidige corporatiewoning. De gemiddelde leeftijd van de geënquêteerde ouderen bedroeg 69 jaar. Driekwart van de geënquêteerden was in de leeftijd tot en met 75 jaar. De oudste deelnemer aan de enquête was op het moment van invullen van de vragenlijst 86 jaar. Verhuisgeneigde ouderen De geënquêteerde groep verhuisgeneigde ouderen zijn mensen in de leeftijd van 65 jaar en ouder die hebben aangegeven de komende jaren te overwegen te verhuizen. Zij wonen op dit moment zowel in huur- als in koopwoningen. Een deel van hen is de afgelopen vijf jaar ook al verhuisd, maar overweegt dus opnieuw te verhuizen. Evenals bij de geënquêteerde recent verhuisde ouderen, is de gemiddelde leeftijd van deze groep 69 jaar. Het aandeel ouderen met een hogere leeftijd is echter kleiner dan bij de recent verhuisden; driekwart heeft een leeftijd tot en met 71 jaar. De oudste geënquêteerde verhuisgeneigde oudere was op het moment van enquêteren evenwel 89 jaar /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 12

17 Woonduur Figuur 2.1: Recent naar een corporatiewoning verhuisde ouderen en verhuisgeneigde ouderen (65+). Woonduur huidige woning, % 70% 60% 50% 40% 30% 20% 35% 50% 72% 10% 0% 16% 4% 15% 10% Minder dan een jaar 1 tot 2 jaar 3 tot 5 jaar Langer dan 5 jaar Recent verhuisde ouderen Verhuisgeneigde ouderen Bron: Enquête Companen, Bij de recent verhuisde ouderen ligt het zwaartepunt in de respons bij de mensen die kort geleden zijn verhuisd. De helft van de geënquêteerden woont maximaal 2 jaar in de huidige woning, de andere helft drie tot vijf jaar (een periode van drie jaar). Logischerwijs wonen de verhuisgeneigde ouderen beduidend langer in hun huidige woning dan de recent verhuisden. Bijna driekwart van de geënquêteerden onder deze groep (72%) woont langer dan 5 jaar in hun woning. Van deze groep is overigens niet verder nagegaan hoeveel langer dan vijf jaar men al in de huidige woning woont, maar aangenomen mag worden dat dit geregeld al zeer lange tijd is. Huidige woning Recent verhuisde ouderen die in een corporatiewoning wonen, hebben veelal gekozen voor een woonvorm die (in de basis) geschikt is om lang zelfstandig te kunnen blijven wonen /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 13

18 Figuur 2.2: Recent naar een corporatiewoning verhuisde ouderen (65+) en verhuisgeneigde ouderen. Woningtype huidige woning, % 50% 56% 40% 30% 20% 45% 31% 38% 10% 17% 14% 0% Eengezinswoning Appartement Seniorenwoning Recent verhuisde ouderen Verhuisgeneigde ouderen Bron: Enquête Companen, Van de geënquêteerde recent verhuisde ouderen heeft 38% gekozen voor een seniorenwoning en 45% voor een appartement. Een minderheid (17%) koos voor een eengezinswoning. Het aandeel dat koos voor een eengezinswoning neemt af naarmate men ouder is. De meeste mensen die voor een eengezinswoning kozen waren op het moment van enquêteren 65 tot 69 jaar; op het moment van verhuizen dus minimaal 60 jaar. Maar van de mensen die op het moment van enquêteren 75 jaar of ouder waren (op het moment van verhuizen dus minimaal 70 jaar), koos 12% nog voor een eengezinswoning. Vanaf 75 jaar (minimaal 70 op het moment van verhuizen) neemt het aandeel ouderen dat kiest voor een specifieke seniorenwoning aanmerkelijk toe. In de leeftijd tot 75 jaar kiest ruim een derde voor zo n woning, vanaf 75 jaar is dit bijna de helft. De groep verhuisgeneigde ouderen woont veel vaker dan de recent verhuisden in een woning die niet zonder meer geschikt is om lang zelfstandig in te blijven wonen. Het grootste deel van de geënquêteerden (56%) woont in een eengezinswoning; 31% woon in een appartement en 14% in een specifieke seniorenwoning /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 14

19 Aanpasbaarheid van de woning Figuur 2.3: Recent naar een corporatiewoning verhuisde ouderen (65+). Aanpasbaarheid huidige woning naar eigen inschatting, % 70% 60% 50% 40% 30% 76% 72% 20% 10% 0% 23% 16% 9% 5% Woning is aanpasbaar Woning is niet aanpasbaar Woning is al geschikt Recent verhuisde ouderen Verhuisgeneigde ouderen Bron: Enquête Companen, Respondenten is gevraagd naar de aanpasbaarheid van de eigen woning om deze geschikt te maken om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen, ook als men met beperkingen te maken krijgt. Men is hierover behoorlijk positief. Ruim driekwart van de recent verhuisde ouderen schat in dat hun corporatiewoning voldoende aanpasbaar is en 16% geeft aan dat de woning al zonder meer geschikt is om lang zelfstandig in te kunnen blijven wonen, ook met beperkingen. Slechts een klein deel (9%) is van mening dat de woning niet voldoet en ook niet is aan te passen. Overigens is een groot deel van de ouderen die aangeven de komende jaren te overwegen te verhuizen, van mening dat hun woning is aan te passen om er zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Het aandeel dat aangeeft dat de woning niet kan worden aangepast (23%) is echter beduidend hoger dan bij de recent verhuisden. Deels zal de aanpasbaarheid van de woning een rol spelen bij de potentiële verhuiswens, deels zal dat met andere zaken samenhangen. In paragraaf 2.3 wordt nader ingegaan op de achtergronden van de verhuiswensen van ouderen /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 15

20 Verhuisgeneigden Figuur 2.4: Verhuisgeneigde ouderen (65+). Eigendomscategorie huidige woning, % 45% 40% 35% 30% 25% 20% 47% 46% 15% 10% 5% 0% Huurwoning corporatie 7% Huurwoning commerciële verhuurder Koopwoning Bron: Enquête Companen, Van de verhuisgeneigde ouderen woont bijna de helft (47%) op dit moment in een woning van een woningcorporatie. Een vrijwel even grote groep woont in een koopwoning. Een naar verhouding klein deel (7%) woont in een huurwoning van een particuliere- of commerciële verhuurder. Figuur 2.5: Verhuisgeneigde ouderen (65+). Concreetheid van de wens om de komende jaren te verhuizen, % 80% 70% 60% 50% 40% 81% 30% 20% 10% 19% 0% Beslist van plan te verhuizen Bron: Enquête Companen, Misschien van plan te verhuizen Uit de concreetheid van de verhuiswens van de geënquêteerde ouderen is af te leiden dat verreweg de meesten van hen er nog niet zeker van zijn dat zij die stap in de komende jaren zullen gaan zetten. Deze uitkomst past in het beeld dat ook uit lokale woningmarktonderzoeken door Companen met betrekking tot het verhuisgedrag van ouderen blijkt; ouderen hebben vaak een grote aarzeling om te verhuizen uit /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 16

21 de woning waar zij al lange tijd wonen en zetten de stap pas als het vanwege gezondheidsredenen noodzakelijk wordt of als zij hun woonsituatie beduidend kunnen verbeteren. Dit beeld komt ook zeer duidelijk naar voren uit de gesprekken die in het kader van dit onderzoek zijn gevoerd met corporaties en gemeenten (zie hoofdstuk 3). Slechts ongeveer één op de vijf (19%) van de geënquêteerde ouderen met een verhuiswens, is naar eigen zeggen beslist van plan te verhuizen. Het overgrote deel sluit het niet uit, maar heeft zeker geen concrete plannen. Recent verhuisd en opnieuw verhuisgeneigd Een deel van de recent verhuisde ouderen heeft zoals aangegeven ook weer plannen om de komende jaren opnieuw te verhuizen. De vraag is wat daarvan de achtergronden zijn. Doen zij dit omdat ze de verkeerde keus hebben gemaakt? Is er acuut iets in hun situatie veranderd waardoor zij weer willen of moeten verhuizen? Of zien zij een kans hun woonsituatie te verbeteren zonder dat daar redenen voor zijn die direct samenhangen met de gezondheidstoestand? Het woonprofiel van de groep die opnieuw wil verhuizen lijkt sterk op dat van de andere recent verhuisde ouderen. Ongeveer 20% van hen woont momenteel in een eengezinswoning, ongeveer 45% in een appartement en ongeveer 35% in een specifieke seniorenwoning. De urgentie waarmee zij willen verhuizen is vergelijkbaar met die van de andere verhuisgeneigde ouderen; ongeveer 20% weet zeker dat zij de komende jaren weer gaan verhuizen. Toch hebben zij kennelijk niet de woning gevonden om voor langere tijd in te blijven wonen. In paragraaf 2.5 van dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de achtergronden van deze wens om toch opnieuw te verhuizen. 2.2 Gemaakte keuzes bij het vinden van een geschikte woning Een groot deel van de geënquêteerde ouderen die in de afgelopen vijf jaar zijn verhuisd naar hun huidige corporatiewoning, woont in een woning die in de basis geschikt is om lang zelfstandig in te blijven wonen. Daarbij schatten veel ouderen in dat de woning nog verder aanpasbaar is. Verhuisgeneigde ouderen wonen vaker in eengezinswoningen, die in de basis minder geschikt zijn. Deze paragraaf gaat in meer detail in op de geschiktheid van de huidige woning en het keuzeproces van ouderen bij het vinden van de huidige woning; in hoeverre koos men bewust voor een woning die geschikt is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 17

22 Woningkenmerken en woningaanpassingen Tabel 2.1: Specifieke voorzieningen om het langer zelfstandig wonen mogelijk te maken in de huidige woning bij recent verhuisde ouderen en verhuisgeneigde ouderen, 2015 Recent verhuisde ouderen Verhuisgeneigde (naar een corporatiewoning) ouderen Voordeur zonder trappen bereikbaar 86% 84% Primaire functies op 1 woonlaag 86% 51% Traplift aanwezig 9% 6% Geschikt voor rollator of rolstoel 74% 44% Beugels in toilet en badkamer 40% 23% Verhoogde toiletpot(ten) 57% 40% Eén-handel-mengkranen in keuken en badkamer 48% 44% Rookmelders aanwezig 80% 71% Koolmonoxidemelders aanwezig 23% 19% Woning voorzien van seniorensloten 26% 11% Videofoon aanwezig 37% 15% Valdetector aanwezig 1% 1% Seniorenalarm aanwezig 7% 4% Bron: Enquête Companen, Ouderen die recent zijn verhuisd naar een corporatiewoning, beschikken beduidend vaker over een woning die door specifieke eigenschappen door aanwezige voorzieningen beter geschikt is om lang zelfstandig te blijven wonen dan de groep ouderen die overweegt de komende jaren te verhuizen. Zo is de groep die in een woning woont waarin alle primaire woonfuncties (woonkamer, keuken, toilet, badkamer en slaapkamer) op één woonlaag aanwezig zijn onder de recent verhuisden beduidend hoger dan onder de verhuisgeneigden (86% respectievelijk 51%). Ook is de woning bij de recent verhuisden (naar eigen inschatting) veel vaker geschikt voor gebruik van een rollator of rolstoel. Voorzieningen als beugels in toiletten en badkamers, verhoogde toiletpotten, seniorensloten (sleutelgat boven de deurklink voor het eenvoudiger kunnen ontsluiten van de deur) en een videofoon zijn veel vaker aanwezig in de corporatiewoningen van de ouderen die de afgelopen jaren zijn verhuisd. Gesteld kan worden dat een groot deel van de ouderen die zijn verhuisd naar een corporatiewoning, een woning heeft gekregen die op belangrijke punten geschikt is om lang zelfstandig te kunnen blijven wonen. Verhuisredenen Voor het overgrote deel (92%) van de recent verhuisde ouderen speelde de vorige woning (mede) een rol bij de beslissing om te verhuizen /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 18

23 Figuur 2.6: Recent naar een corporatiewoning verhuisde ouderen (65+). Reden om voor de huidige woning te kiezen, % 45% 40% 46% 35% 30% 25% 20% 28% 25% 22% 20% 19% 18% 17% 16% 16% 15% 10% 5% 11% 6% 3% 8% 0% Bron: Enquête Companen, Bijna de helft van de recent verhuisden koos voor de nieuwe woning (mede) omdat het een gelijkvloerse woning is (46%). De bereikbaarheid van de woning zonder drempels, treden of trappen te hoeven nemen was voor 28% van de groep een reden om voor de woning te kiezen. Een kleinere woning (25%) met minder onderhoud (22%) en een kleinere tuin of geen tuin (16%) of een balkon (16%) zijn belangrijke eigenschappen om voor een woning te kiezen. Ook veiligheid (20%) en comfort (11%) spelen geregeld een rol. Een deel van de recent verhuisde ouderen (18%) noemt de overstap van een koopwoning naar een huurwoning als reden om voor de huidige woning te kiezen. Ongeveer een kwart van de groep die wilde huren in plaats van kopen maakte de overstap naar de huursector omdat zij goedkoper wilden gaan wonen. Meestal spelen dus andere motieven /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 19

24 Keuze voor een geschikte woning Figuur 2.7: Recent naar een corporatiewoning verhuisde ouderen (65+). Mate waarin men bewust heeft gekozen voor een woning waarin men zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen, % 60% 50% 40% 30% 61% 20% 10% 0% 30% 5% 3% Bron: Enquête Companen, De meeste ouderen die recent naar een corporatiewoning zijn verhuisd (61%), hebben bewust de keuze gemaakt voor een woning die geschikt is om, in hun eigen beleving, zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Nog eens 30% geeft aan dat het geen bewuste keuze was, maar dat de woning wel geschikt is. Slecht een kleine minderheid (3%) geeft aan dat zij graag een woning hadden willen krijgen die geschikt is om lang zelfstandig te blijven wonen, maar dat zij een dergelijke woning niet konden krijgen. Gesteld kan worden dat de groep ouderen die een plek vindt in een corporatiewoning uitstekend bediend wordt waar het de geschiktheid van de woning betreft om lang zelfstandig te kunnen wonen. Locatie van de woning De keuze voor een woning hangt niet alleen samen met eigenschappen van de woning zelf, ook de locatie van de woning en sociale aspecten kunnen een rol spelen. Voor 60% van de recent verhuisde ouderen geldt dat de keuze voor de huidige woning mede werd bepaald door de locatie van de woning. Dit behoeft enige nuancering, omdat veel mensen in de categorie anders antwoorden hebben gegeven die wel degelijk betrekking hebben op de woning. Vaak gaat het dan om de vorige woning. Veel mensen /G De rol van woningcorporaties bij het langer zelfstandig wonen 20

Extra huurruimte door boven-inflatoire- en inkomensafhankelijke huurverhoging in de commerciële huursector

Extra huurruimte door boven-inflatoire- en inkomensafhankelijke huurverhoging in de commerciële huursector Vastgoed Belang Extra huurruimte door boven-inflatoire- en inkomensafhankelijke huurverhoging in de commerciële huursector 2 december 2013 DATUM 2 december 2013 TITEL Extra huurruimte door boven-inflatoire-

Nadere informatie

Onderzoek kleine kernen

Onderzoek kleine kernen Gemeente Kampen Onderzoek kleine kernen 1 maart 2012 Projectnr. 166.106/G Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem Telefoon (026) 3512532 Telefax (026) 4458702 E-mail Internet

Nadere informatie

Gemeente Alphen-Chaam

Gemeente Alphen-Chaam Gemeente Alphen-Chaam Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2014 23 oktober 2015 DATUM 23 oktober 2015 TITEL Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2014 ONDERTITEL OPDRACHTGEVER AUTEUR(S) Gemeente Alphen-Chaam

Nadere informatie

Gemeente Zeist. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2014. 8 juli 2015

Gemeente Zeist. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2014. 8 juli 2015 Gemeente Zeist Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 8 juli 2015 DATUM 8 juli 2015 TITEL Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over ONDERTITEL OPDRACHTGEVER Gemeente Zeist Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De achtergronden van hoge huurquotes - kiezen tussen prijs en kwaliteit? 5 oktober 2015 DATUM 5 oktober 2015 TITEL De achtergronden van hoge huurquotes

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen

Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen De laagste inkomens in de huursector 18 maart 2014 DATUM 18 maart 2014 TITEL De laagste inkomens in de huursector ONDERTITEL OPDRACHTGEVER Directoraat-Generaal Wonen

Nadere informatie

Gemeente Winterswijk Wmo klanttevredenheidsonderzoek

Gemeente Winterswijk Wmo klanttevredenheidsonderzoek Gemeente Winterswijk Wmo klanttevredenheidsonderzoek 25 november 2015 GOM PAN ADVIES VOOR WONINGMARKT EN LEEFOMGEVING GOM PAN EN ADVIES VOOR WONINGMARKT EN LEEFOMGEVING DATUM 25 november 2015 TITEL Wmo

Nadere informatie

Gemeente IJsselstein. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over juli 2015

Gemeente IJsselstein. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over juli 2015 Gemeente IJsselstein Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2014 8 juli 2015 DATUM 8 juli 2015 TITEL ONDERTITEL Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2014 OPDRACHTGEVER AUTEUR(S) Gemeente IJsselstein Cathelijne

Nadere informatie

Brief van de minister voor Wonen en Rijksdienst

Brief van de minister voor Wonen en Rijksdienst 27926 Huurbeleid Nr. 216 Herdruk 1 Brief van de minister voor Wonen en Rijksdienst Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 21 maart 2014 Hierbij doe ik u het volgende toekomen:

Nadere informatie

Gemeente Roosendaal. Klanttevredenheidsonderzoek Wmo over 2013. Concept. 11 augustus 2014

Gemeente Roosendaal. Klanttevredenheidsonderzoek Wmo over 2013. Concept. 11 augustus 2014 Gemeente Roosendaal Klanttevredenheidsonderzoek Wmo over 2013 Concept 11 augustus 2014 DATUM 11 augustus 2014 TITEL Klanttevredenheidsonderzoek Wmo over 2013 ONDERTITEL Concept OPDRACHTGEVER Gemeente Roosendaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 27 926 Huurbeleid Nr. 216 HERDRUK 1 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Onderzoek wonen: Best. Rapport

Onderzoek wonen: Best. Rapport Onderzoek wonen: Best 2015 Rapport Colofon Dit onderzoek naar verhuiswensen van 60 tot en met 75-jarigen in Best is uitgevoerd in november/december 2015 in opdracht van de gemeente Best door de GGD Brabant-Zuidoost.

Nadere informatie

Gemeente Woerden. Klanttevredenheid Wmo over 2013. 31 juli 2014

Gemeente Woerden. Klanttevredenheid Wmo over 2013. 31 juli 2014 Gemeente Woerden Klanttevredenheid Wmo over 2013 31 juli 2014 DATUM 31 juli 2014 TITEL Klanttevredenheid Wmo over 2013 ONDERTITEL OPDRACHTGEVER Gemeente Woerden Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem Postbus

Nadere informatie

Gemeente Landsmeer. Wmo-klanttevredenheid over 2013. 5 juni 2014

Gemeente Landsmeer. Wmo-klanttevredenheid over 2013. 5 juni 2014 Gemeente Landsmeer Wmo-klanttevredenheid over 2013 5 juni 2014 DATUM 5 juni 2014 TITEL Wmo-klanttevredenheid over 2013 ONDERTITEL OPDRACHTGEVER Gemeente Landsmeer Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem

Nadere informatie

Meer huur voor minder huis. Gereguleerde huren in de commerciële sector

Meer huur voor minder huis. Gereguleerde huren in de commerciële sector Meer huur voor minder huis Gereguleerde huren in de commerciële sector Gereguleerde huren in de commerciële sector Meer huur voor minder huis AANLEIDING Corporaties en commerciële verhuurders bieden beiden

Nadere informatie

WOONWENSENONDERZOEK PARKSTAD LIMBURG 2008-2009

WOONWENSENONDERZOEK PARKSTAD LIMBURG 2008-2009 WOONWENSENONDERZOEK PARKSTAD LIMBURG 2008-2009 RAPPORTAGE WOONWENSENONDERZOEK PARKSTAD LIMBURG 2008 2009 Uitgevoerd in opdracht van Parkstad Limburg Door: Datum: Ikwileenanderewoning.nl, 13 09 2009 Woonplein

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Nadere informatie

We beginnen steeds met de vraag die we voorgelegd hebben. Daarna volgen grafieken die de uitkomsten helder in beeld brengen.

We beginnen steeds met de vraag die we voorgelegd hebben. Daarna volgen grafieken die de uitkomsten helder in beeld brengen. In maart 2015 vroegen wij in een enquête onze huurders, woningzoekenden, collega corporaties, gemeenten, medewerkers en via social media om mee te denken met ons beleid. In totaal hebben 3.700 deelnemers

Nadere informatie

Boxmeer Herzieningswetproof. Annemarieke Sandee FRAEY Partners in Publieke Waarde 3 maart 2016

Boxmeer Herzieningswetproof. Annemarieke Sandee FRAEY Partners in Publieke Waarde 3 maart 2016 Boxmeer Herzieningswetproof Annemarieke Sandee FRAEY Partners in Publieke Waarde 3 maart 2016 Programma Deel 1: Informatie: Woningwet en ontwikkelingen in de volkshuisvesting Deel 2: Discussie: Verkennen

Nadere informatie

De resultaten van het panelonderzoek samengevat:

De resultaten van het panelonderzoek samengevat: In juli 2016 werd het Parteon Panel gevraagd naar haar verhuisgeneigdheid en de wenselijkheid van andere woonvormen. Parteon is blij dat er opnieuw een hoge respons is gehaald: 71% van de panelleden heeft

Nadere informatie

In verband met de vakantieperiode en in overleg met de vragensteller is de termijn van beantwoording verlengt tot 31 augustus 2015.

In verband met de vakantieperiode en in overleg met de vragensteller is de termijn van beantwoording verlengt tot 31 augustus 2015. SCHRIFTELIJKE VRAAG Indiener: Gerwin ter Maat / VVD Berkelland Datum indiening vraag: 06-07-2015 Datum verzending antwoord: 01-09-2015 In verband met de vakantieperiode en in overleg met de vragensteller

Nadere informatie

Gemeentelijk beleid wonen en zorg

Gemeentelijk beleid wonen en zorg Informatieblad 2. Wonen en zorg April 2015 Gemeentelijk beleid wonen en zorg Gemeentelijk beleid over wonen en zorg wordt vormgegeven in de woonvisie van een gemeente. Concrete afspraken over doelstellingen

Nadere informatie

Bijlage veelgestelde vragen Passend Toewijzen

Bijlage veelgestelde vragen Passend Toewijzen Bijlage veelgestelde vragen Passend Toewijzen A) WONINGWET: ALGEMEEN 1. Wat is de nieuwe Woningwet? De nieuwe Woningwet geeft nieuwe regels voor de sociale huursector. Met de herziening wil de overheid

Nadere informatie

Gemeente Steenbergen. Wmo klanttevredenheid over 2013. 1 juli 2014

Gemeente Steenbergen. Wmo klanttevredenheid over 2013. 1 juli 2014 Gemeente Wmo klanttevredenheid over 2013 1 juli 2014 DATUM 1 juli 2014 TITEL Wmo klanttevredenheid over 2013 ONDERTITEL OPDRACHTGEVER Klanttevredenheidsonderzoek Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem

Nadere informatie

Gemeente Kaag en Braassem, MeerWonen en Woondiensten Aarwoude

Gemeente Kaag en Braassem, MeerWonen en Woondiensten Aarwoude Gemeente Kaag en Braassem, MeerWonen en Woondiensten Aarwoude Woningmarktanalyse 2015 in het kort Definitief 23 september 2015 DATUM 23 september 2015 TITEL Woningmarktanalyse 2015 in het kort ONDERTITEL

Nadere informatie

Ongeveer 14% van de VvE s heeft geen onderhoudscontract. In Tabel 1 wordt weergegeven om welk soort onderhoudscontracten het gaat.

Ongeveer 14% van de VvE s heeft geen onderhoudscontract. In Tabel 1 wordt weergegeven om welk soort onderhoudscontracten het gaat. DATUM 27 maart 2014 PROJECTNUMMER 7661.103 OPDRACHTGEVER VvE belang Onderzoek juiste toepassing 6-BTW 1 Inleiding Doel van het onderzoek VvE Belang voert regelmatig een online meningspeiling uit onder

Nadere informatie

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 030-286 11 12 www.utrecht.nl /twitter @PaulusJansenSP Aan de leden van de commissie Stad en Ruimte Behandeld door B.J. Brijder Datum 4 oktober 2016 Doorkiesnummer

Nadere informatie

Gevolgen van de Woningwet voor huurders en woningzoekenden vraag- en antwoordlijst

Gevolgen van de Woningwet voor huurders en woningzoekenden vraag- en antwoordlijst Gevolgen van de Woningwet voor huurders en woningzoekenden vraag- en antwoordlijst Op 1 juli 2015 is de nieuwe Woningwet ingegaan. U leest hier wat deze nieuwe wet mogelijk voor u betekent. We hebben de

Nadere informatie

Onderzoek woningzoekenden Texel. Samenvatting. Inleiding

Onderzoek woningzoekenden Texel. Samenvatting. Inleiding Onderzoek woningzoekenden Texel Samenvatting Bij Woontij staan circa 1400 huishoudens ingeschreven die op zoek zijn naar een woning op Texel. 503 woningzoekenden hebben in oktober 2016 deelgenomen aan

Nadere informatie

Samen naar de gewenste woningvoorraad in Odiliapeel

Samen naar de gewenste woningvoorraad in Odiliapeel Samen naar de gewenste woningvoorraad in Odiliapeel Eindverslag April 2015 1. Inleiding In april 2014 hebben gemeente Uden, gemeente Veghel en wooncorporatie Area een woonwensenonderzoek uitgevoerd. Om

Nadere informatie

Ouderen op de woningmarkt: feiten en cijfers

Ouderen op de woningmarkt: feiten en cijfers Ouderen op de woningmarkt: feiten en cijfers Prof. mr. Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten Bouwfonds Ontwikkeling, met medewerking van Rink Drost,

Nadere informatie

Wonen. Basisinspanning. Ambities. Kansen. Voorkomen

Wonen. Basisinspanning. Ambities. Kansen. Voorkomen Basisinspanning Een evenwichtige bevolkingsopbouw, die in 2025 gegroeid is naar minimaal 25.000 inwoners. Voor iedere (toekomstige) inwoner moet een woning beschikbaar zijn die past in zijn/haar leefsituatie.

Nadere informatie

Analyse van de markt voor (bestaande) huurwoningen in de Gemeente Steenwijkerland

Analyse van de markt voor (bestaande) huurwoningen in de Gemeente Steenwijkerland Analyse van de markt voor (bestaande) huurwoningen in de Gemeente Steenwijkerland drs. J.E. den Ouden 1-11-2013 Bevolking De gemeente Steenwijkerland telt momenteel circa 43.400 inwoners. Het inwonertal

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen

Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen Analyse van het huurbeleid van verhuurders 2015 8 oktober 2015 DATUM 8 oktober 2015 TITEL Analyse van het huurbeleid van verhuurders 2015 ONDERTITEL OPDRACHTGEVER AUTEUR(S)

Nadere informatie

5 Kwantitatief en kwalitatief regionaal woningbouwprogramma

5 Kwantitatief en kwalitatief regionaal woningbouwprogramma 5 Kwantitatief en kwalitatief regionaal woningbouwprogramma Het regionale woningbouwprogramma moet actueel blijven. Dynamiek is ook nodig omdat nu niet te voorspellen is wat er over een aantal jaar nodig

Nadere informatie

Seniorenwoningen in Alphen aan den Rijn

Seniorenwoningen in Alphen aan den Rijn Seniorenwoningen in Alphen aan den Rijn Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Juni 2010 Seniorenwoningen in Alphen aan den Rijn In Alphen aan den Rijn zijn meerdere onderzoeken gedaan naar senioren en hun

Nadere informatie

Betaalbaarheid van wonen, een gemeentelijke opgave? Inzicht en handvatten voor gemeenten

Betaalbaarheid van wonen, een gemeentelijke opgave? Inzicht en handvatten voor gemeenten Betaalbaarheid van wonen, een gemeentelijke opgave? Inzicht en handvatten voor gemeenten Petra Bassie petra.bassie@vng.nl Betaalbaarheid van het wonen - Rapport VNG - Belangrijkste inzichten & bestuurlijke

Nadere informatie

Veel woningen van chronisch zieken nog niet toekomstbestendig

Veel woningen van chronisch zieken nog niet toekomstbestendig Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Veel woningen van chronisch zieken nog niet toekomstbestendig, D.Baan & M. Heijmans, NIVEL, april 2011) worden gebruikt.

Nadere informatie

ONDERNEMINGSPLAN volkshuisvesters

ONDERNEMINGSPLAN volkshuisvesters ONDERNEMINGSPLAN 2016 2020 volkshuisvesters ONDERNEMINGSPLAN 2016 2020 volkshuisvesters 1 inhoud ONZE VISIE 4 INHOUD ONZE MISSIE 4 ONZE DOELEN 5 1. KLANTGERICHT DIENSTVERLENEN 6 2. BETAALBARE WONINGEN

Nadere informatie

Woonwensenonderzoek t.b.v. Ziekenhuislocatie BK-Laan Schiedam

Woonwensenonderzoek t.b.v. Ziekenhuislocatie BK-Laan Schiedam Woonwensenonderzoek t.b.v. Ziekenhuislocatie BK-Laan Schiedam enquête wordt ingevuld door de hoofdbewoner of de partner van de hoofdbewoner. Algemeen 1. Woont u in een huur- of een koopwoning? huur, corporatie/woningstichting...

Nadere informatie

Inleiding. Vervolgens worden uitgangspunten geformuleerd die van belang zijn voor de regionale woonvisie.

Inleiding. Vervolgens worden uitgangspunten geformuleerd die van belang zijn voor de regionale woonvisie. notitie Wonen in Molenwaard april 2012 Inleiding De woningmarkt is de laatste jaren sterk aan veranderingen onderhevig. De economische situatie heeft grote gevolgen gehad voor de woningmarkt, evenals nieuwe

Nadere informatie

INVESTERINGSMONITOR WONINGCORPORATIES 2012. Stec Groep. Stec Groep B.V. oktober 2012

INVESTERINGSMONITOR WONINGCORPORATIES 2012. Stec Groep. Stec Groep B.V. oktober 2012 INVESTERINGSMONITOR WONINGCORPORATIES 2012 Stec Groep Stec Groep B.V. oktober 2012 INHOUDSOPGAVE CORPORATIES BLIJVEN AARZELEN BIJ DE MIDDENINKOMENS 1 Nieuwbouw in 2011 en gewenste toekomstige nieuwbouw

Nadere informatie

Aanbod woningen 2008/2009 215,25

Aanbod woningen 2008/2009 215,25 Haalbaarheid Aanvullend op het stedenbouwkundig plan gaat dit document in op de haalbaarheid van het plan en dan met name de keuze van de twee doelgroepen en het daarbij te realiseren aanbod. Door het

Nadere informatie

Op 23 mei 2016 heeft u vragen gesteld ex art. 38 RvO inzake ouderen met een laag inkomen in een zorgwoning.

Op 23 mei 2016 heeft u vragen gesteld ex art. 38 RvO inzake ouderen met een laag inkomen in een zorgwoning. Gemeente Haarlem Haarlem Retouradres Postbus 511, 2003PB Haarlem Raadsfractie Trots Haarlem t.a.v. dhr van den Raadt Datum Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer E-mail Onderwerp 5 juli 2016 2016/292376

Nadere informatie

Op 19 mei 2014 stelde u ons college schriftelijke vragen over de verkoop van huurwoningen door Vestia.

Op 19 mei 2014 stelde u ons college schriftelijke vragen over de verkoop van huurwoningen door Vestia. De heer P. Beeldman Westeinde 12 2841 BV MOORDRECHT ** verzenddatum 27 mei 2014 onderwerp uw kenmerk bijlage afdeling VROM behandeld door J.D. Lindeman telefoon 0180-639976 Geachte heer Beeldman, Op 19

Nadere informatie

Doelgroepen TREND A variant

Doelgroepen TREND A variant Doelgroepen TREND A variant Kleidum Socrates 2013 Doelgroepen 3 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 1.1 Doelgroepen en Socrates... 5 1.2 Werkgebieden... 6 2 Doelgroepen en bereikbare voorraad... 7 2.1 Ontwikkeling

Nadere informatie

RESULTATEN WOONONDERZOEK PURMEREND UPDATE MAART 2015

RESULTATEN WOONONDERZOEK PURMEREND UPDATE MAART 2015 Inhoud 1. Woningvoorraad 2 2. Huishoudens 4 3. Huishoudens in woningen 5 4. Verhuizingen 8 5. Verhuiswensen doorstromers 10 6. Verhuiswensen starters 14 7. Woonruimteverdeling 15 Inleiding Er is heel veel

Nadere informatie

Gevolgen van de Woningwet voor huurders en woningzoekenden vraag- en antwoordlijst

Gevolgen van de Woningwet voor huurders en woningzoekenden vraag- en antwoordlijst Gevolgen van de Woningwet voor huurders en woningzoekenden vraag- en antwoordlijst Op 1 juli 2015 is de nieuwe Woningwet ingegaan. U leest hier wat deze nieuwe wet mogelijk voor u betekent. We hebben de

Nadere informatie

Samen naar een passende voorraad hulpwijzer voor gemeenten bij scheiden en splitsen

Samen naar een passende voorraad hulpwijzer voor gemeenten bij scheiden en splitsen Samen naar een passende voorraad hulpwijzer voor gemeenten bij scheiden en splitsen Met behulp van de stappen in deze hulpwijzer kunnen gemeenten zich voorbereiden op het geven van een zienswijze bij het

Nadere informatie

Draagvlak voor het regeerakkoord: woningmarkt. Flitspeiling in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Draagvlak voor het regeerakkoord: woningmarkt. Flitspeiling in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Draagvlak voor het regeerakkoord: woningmarkt Flitspeiling in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Inhoudsopgave 1. Samenvatting 2. Resultaten Flitspeiling Draagvlak

Nadere informatie

woonwensen van senioren in Scherpenzeel

woonwensen van senioren in Scherpenzeel 2 in opdracht van Stichting Ouderen Scherpenzeel- Renswoude Angela van Velden 25 november 2013 3 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Senioren en het wonen In Nieuwe Tijden... 4 3 Over dit onderzoek en deze

Nadere informatie

Prestatieafspraken Gemeente Wormerland, WormerWonen, Huurders voor Huurders

Prestatieafspraken Gemeente Wormerland, WormerWonen, Huurders voor Huurders Prestatieafspraken -2020 Gemeente Wormerland, WormerWonen, Huurders voor Huurders Inleiding Per 1 juli 2015 is de nieuwe Woningwet van kracht geworden. Hoeksteen van deze hervorming is de lokale verankering

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Woonvoorkeuren specifieke woonvormen voor ouderen: een verhaal met veel gezichten 23 mei 2014 DATUM 23 mei 2014 TITEL Woonvoorkeuren specifieke

Nadere informatie

Fact sheet Wonen in Almere. Kerncijfers

Fact sheet Wonen in Almere. Kerncijfers Fact sheet Wonen in Kerncijfers SRA- Noord SRA-Zuid Amsterdam* huishoudens (abs. bron: CBS/OIS) 8.79 43.2 4.9.8 Woningvoorraad (abs. bron: CBS/OIS) 78.33 42.93 4.347 47.9 Aantal respondenten enquête..73.77

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van..., nr..., Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van..., nr..., Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving; Besluit van tot wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (aanpassing woningwaarderingsstelsel) Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van..., nr...., Directie

Nadere informatie

WOONTEVREDENHEID 2011

WOONTEVREDENHEID 2011 WOONTEVREDENHEID 2011 Colofon Dit is een onderzoeksrapportage gemaakt door: Team Onderzoek en Statistiek Te downloaden op www.lelystad.nl/onderzoek onder de kop publicaties, burger- en panelpeilingen Gemeente

Nadere informatie

wonen VRAAGZIJDE NIEUWBOUWWONINGMARKT TWENTE

wonen VRAAGZIJDE NIEUWBOUWWONINGMARKT TWENTE de WOZ-waarden-prijspeil op 1 januari 2012 en voor de veilingen van 2012 geldt dat werd vergeleken met de WOZ-waarden-prijspeil op 1 januari 2011 en zo wordt elk jaar vergeleken met 1 januari van het voorgaande

Nadere informatie

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015 Gemeente Oegstgeest Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg 11 maart 2015 DATUM 11 maart 2015 TITEL Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg OPDRACHTGEVER

Nadere informatie

Woningmarktonderzoek Vught Isabella groep

Woningmarktonderzoek Vught Isabella groep MEMO 9 MEI 2016 Woningmarktonderzoek Vught Isabella groep INLEIDING In dit inventariserende onderzoek is de vraag naar vrije sector (zorg) appartementen voor 55+ers in de gemeente Vught bepaald. Alvorens

Nadere informatie

Vergelijking van de sociale huurwoning voorraad met de particuliere huurwoning voorraad

Vergelijking van de sociale huurwoning voorraad met de particuliere huurwoning voorraad Vergelijking van de sociale huurwoning voorraad met de particuliere huurwoning voorraad Inleiding Op 1 oktober 2012 is een meting van de nultredenwoningen binnen de sociale huurwoning voorraad, die in

Nadere informatie

Adviesrapport Bewoners adviesgroep Doorstroming Oktober 2015

Adviesrapport Bewoners adviesgroep Doorstroming Oktober 2015 Oktober 2015 2 Advies in hoofdlijnen Het advies 1. Door de huren bij mutatie niet te verhogen door passend toe te wijzen, kan de doorstroming worden bevorderd indien dit vooral duidelijk wordt aangegeven,

Nadere informatie

BEHOEFTEPEILING JONGERENHUISVESTING

BEHOEFTEPEILING JONGERENHUISVESTING BEHOEFTEPEILING JONGERENHUISVESTING Gemeente Castricum November 2015 www.ioresearch.nl COLOFON Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 0229-282555 Rapportnummer 2015/168 Datum November

Nadere informatie

Huren bij Viverion. ruimte voor leven

Huren bij Viverion. ruimte voor leven Huren bij Viverion ruimte voor leven De vervolgstap hangt af van uw persoonlijke situatie: 1. U huurt al bij Viverion? Dan gebruikt u de optiestap. 2. U huurt nog niet bij Viverion? Dan gebruikt u de aanbod/lotingstap

Nadere informatie

Back to the future. Goed Wonen Special Woningwet 2015

Back to the future. Goed Wonen Special Woningwet 2015 Back to the future Goed Wonen Special Woningwet 2015 De Woningwet 2015 geeft duidelijke spelregels voor de sociale huursector. In deze special van Goed Wonen leggen we uit wat er verandert, wat we als

Nadere informatie

Verhuisplannen en woonvoorkeuren

Verhuisplannen en woonvoorkeuren Verhuisplannen en woonvoorkeuren Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 Bevolkingsdaling ontstaat niet alleen door demografische ontwikkelingen, zoals ontgroening en vergrijzing of

Nadere informatie

Monitor tijdelijke verhuur 2014

Monitor tijdelijke verhuur 2014 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Monitor tijdelijke verhuur 2014 26 maart 2015 DATUM 26 maart 2015 TITEL Monitor tijdelijke verhuur 2014 ONDERTITEL Boulevard Heuvelink 104 6828

Nadere informatie

BETAALBAARHEID VAN HUURWONINGEN

BETAALBAARHEID VAN HUURWONINGEN BETAALBAARHEID VAN HUURWONINGEN Peiling Huurderspanel Woonwaard Maart 2015 www.ioresearch.nl COLOFON Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel. (0229) 282555 www.ioresearch.nl Rapportnummer

Nadere informatie

Verordening Individuele Voorzieningen. Een onderzoek onder leden van Digipanel Haarlem

Verordening Individuele Voorzieningen. Een onderzoek onder leden van Digipanel Haarlem Verordening Individuele Voorzieningen Een onderzoek onder leden van Digipanel Haarlem Onderzoek en Statistiek Haarlem, november 2009 1 Colofon Opdrachtgever: Samensteller: Gemeente Haarlem Programmabureau

Nadere informatie

Publicaties Stadsdeelbestuur 2010

Publicaties Stadsdeelbestuur 2010 Publicaties Stadsdeelbestuur 2010 Stadsdeelraad Vergaderstukken/raadsvoorstellen 28 september 2010-r Voorstel van Raadsleden Van Lissum en De Meij (VVD) over Effecten van Europese maatregel voor huishoudens

Nadere informatie

Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels

Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels POSITION PAPER Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels VNG-INZET VOOR DE NIEUWE HUISVESTINGSWET Inleiding In delen van het land is nog steeds sprake van knelpunten op de woningmarkt, met gevolgen

Nadere informatie

Rapport sluiting verzorgingshuizen

Rapport sluiting verzorgingshuizen Rapport sluiting verzorgingshuizen ActiZ is een ondernemende branchevereniging die haar leden faciliteert om een gezonde onderneming te kunnen exploiteren die hoogwaardige zorg en ondersteuning biedt.

Nadere informatie

Werken aan kwaliteit. Voorraadplan 2004-2012

Werken aan kwaliteit. Voorraadplan 2004-2012 Werken aan kwaliteit Voorraadplan 2004-2012 Werken aan kwaliteit Voorraadplan 2004-2012 Woningbeheer Harlingen Postbus 103 8860 AC Harlingen Bolswardervaart 1 Openingstijden maandag tot en met vrijdag

Nadere informatie

Monitor vergunningverlening onder de Leegstandwet door gemeenten in 2013

Monitor vergunningverlening onder de Leegstandwet door gemeenten in 2013 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Monitor vergunningverlening onder de Leegstandwet door gemeenten in 2013 9 April 2014 DATUM 9 April 2014 TITEL Monitor vergunningverlening onder

Nadere informatie

Parlementaire enquête: Meer rechten voor de huurder

Parlementaire enquête: Meer rechten voor de huurder Parlementaire enquête: Meer rechten voor de huurder Negende peiling Huurderspanel Woonwaard Woonwaard december 2014 Inleiding Aanleiding en doel onderzoek Woonwaard peilt periodiek de mening van de huurders

Nadere informatie

B&W Vergadering. B&W Vergadering 1 november 2016

B&W Vergadering. B&W Vergadering 1 november 2016 2.1.9 Zienswijzen splitsingsvoorstel DAEB niet-daeb Wonen Zuid WoonGoed enz 1 Dossier 949 voorblad.pdf B&W Vergadering Dossiernummer 949 Vertrouwelijk Nee Vergaderdatum 1 november 2016 Agendapunt 2.1.9

Nadere informatie

Kiezen, Delen én Doen Samen voor een sterke woningmarkt. platform woningcorporaties noord-holland noord

Kiezen, Delen én Doen Samen voor een sterke woningmarkt. platform woningcorporaties noord-holland noord Kiezen, Delen én Doen Samen voor een sterke woningmarkt platform woningcorporaties noord-holland noord Voorwoord Op 15 december 2011 is door ruim 20 corporaties uit de subregio s Noordkop, West-Friesland,

Nadere informatie

Bewonerspanel Woonvormen

Bewonerspanel Woonvormen Interne Bedrijven, Gemeente Utrecht onderzoek@utrecht.nl / 030 286 1350 www.utrecht.nl/onderzoek Bewonerspanel Woonvormen Extra ruimte is belangrijkste wens voor toekomstige woning Bijna de helft van de

Nadere informatie

Bijlagen bij: Woonagenda Aalsmeer 2016 2020

Bijlagen bij: Woonagenda Aalsmeer 2016 2020 Bijlagen bij: Woonagenda Aalsmeer 2016 2020 Bijlage 1: Vraag en Aanbod woningmarkt Aalsmeer Bijlage 2: Kaart Woningbouwprojecten Bijlage 3: Woonfonds Aalsmeer Bijlage 1: Vraag & aanbod woningmarkt Aalsmeer

Nadere informatie

Beantwoording artikel 38 vragen

Beantwoording artikel 38 vragen Beantwoording artikel 38 vragen Aan de PvdA fractie Ter attentie van mevrouw Suijker directie/afdeling RO/RBA contactpersoon J. de Heer onderwerp artikel 38 vragen PvdA telefoon 0182-588288 uw kenmerk

Nadere informatie

Woningbehoefte onderzoek

Woningbehoefte onderzoek Woningbehoefte onderzoek Prognose woningbehoefte Amersfoort tot 2015 Gemeente Amersfoort Sector Dienstverlening, Informatie en Advies (DIA) Afdeling Onderzoek en Statistiek Marc van Acht Uitgave en rapportage:

Nadere informatie

Onderzoek Houten Jongeren en Wonen

Onderzoek Houten Jongeren en Wonen Onderzoek Houten Jongeren en Wonen Juni 2007 www.adv-mr.com Utrechtseweg 101, 3702 AB Zeist Inhoud Inleiding Vanuit woonstichting Viveste en de gemeente Houten is een behoefte aan onderzoek naar de woonwensen

Nadere informatie

Digitaal Panel Energiebesparing en betaalbaarheid

Digitaal Panel Energiebesparing en betaalbaarheid Digitaal Panel Energiebesparing en betaalbaarheid Huurdersplatform Palladion Gerard Jager Jurriën Schuurman Oktober 2014 1 Inhoudsopgave Achtergrond en doel onderzoek (3) Conclusies en aanbevelingen (4)

Nadere informatie

Overheidsmaatregelen Zesde peiling Huurderspanel Woonwaard

Overheidsmaatregelen Zesde peiling Huurderspanel Woonwaard Overheidsmaatregelen Zesde peiling Huurderspanel Woonwaard Woonwaard December 2013 Colofon Uitgave : I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel. (0229) 282555 www.ioresearch.nl Rapportnummer

Nadere informatie

Rapportage TIP MooiLaarbeek 20. Wonen 9 juni Inhoudsopgave. Wonen 2 Respondenten 9

Rapportage TIP MooiLaarbeek 20. Wonen 9 juni Inhoudsopgave. Wonen 2 Respondenten 9 Rapportage TIP MooiLaarbeek 20 Wonen 9 juni 2016 Inhoudsopgave Wonen 2 Respondenten 9 Wonen 3 1 1 1. Wat vindt u van het huidige woningaanbod in uw dorp? 31% 9% (n=351) uitstekend voldoende onvoldoende

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Uw kenmerk 2016Z01227

Nadere informatie

Gemeente Bergen op Zoom

Gemeente Bergen op Zoom Gemeente Cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2015 Onderzoeksrapportage 14 oktober 2016 DATUM 14 oktober 2016 TITEL Cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2015 ONDERTITEL Onderzoeksrapportage OPDRACHTGEVER Gemeente

Nadere informatie

Raadsmededeling - Openbaar

Raadsmededeling - Openbaar Raadsmededeling - Openbaar Nummer : 184/2016 Datum : 21 december 2016 B&W datum : 20 december 2016 Beh. Ambtenaar : H. Baur Portefeuillehouder : T.M.M. Kok Onderwerp : Onderzoek particuliere huur Aanleiding:

Nadere informatie

Verslag: bewonersavond 26 mei 2016

Verslag: bewonersavond 26 mei 2016 Verslag: bewonersavond 26 mei 2016 Ruim 30 huurders zijn aanwezig op de bewonersavond van OFW. Onderwerpen die besproken werden, zijn: de jaarresultaten van 2015 en de ontwikkelingen in de zorg, met als

Nadere informatie

Bijlage bij brief Modernisering Huurbeleid

Bijlage bij brief Modernisering Huurbeleid Bijlage bij brief Modernisering Huurbeleid Inleiding Om inzicht te krijgen in de effecten van het beleid op segregatie, is het noodzakelijk de lokale situatie en de samenstelling van de voorraad in ogenschouw

Nadere informatie

Bouwen aan beloften. Woningbouwvereniging Alkemade. Bezoekadres De Lasso GV Roelofarendsveen. Postadres Postbus AD Roelofarendsveen

Bouwen aan beloften. Woningbouwvereniging Alkemade. Bezoekadres De Lasso GV Roelofarendsveen. Postadres Postbus AD Roelofarendsveen Bouwen aan beloften Woningbouwvereniging Alkemade Bezoekadres De Lasso 1 2371 GV Roelofarendsveen Postadres Postbus 150 2370 AD Roelofarendsveen T 071 331 50 00 F 071 331 71 44 www.wbv-alkemade.nl algemeen@wbv-alkemade.nl

Nadere informatie

ACTIVITEITEN AMERSFOORT

ACTIVITEITEN AMERSFOORT ACTIVITEITEN AMERSFOORT Woningbezit naar woningtype Eengezinswoning Galerijflat Portiekflat Beneden-/ bovenwoning Totaal 5.543 3.327 2.934 1.169 12.973 Woningbezit naar huurprijscategorieën AMERSFOORT

Nadere informatie

Opplussen Nieuwe Stijl

Opplussen Nieuwe Stijl Opplussen Nieuwe Stijl Sabine Verkroost Verkroost Advies 10 Inhoud de aanleiding. terugblik opplussen opplussen nieuwe stijl wat gebeurt er allemaal uw belang bij opplussen 11 Zelfstandig wonen voor iedereen

Nadere informatie

Wijziging inschrijfbeleid en toewijzingsbeleid naar aanleiding van Europese regelgeving

Wijziging inschrijfbeleid en toewijzingsbeleid naar aanleiding van Europese regelgeving Wijziging inschrijfbeleid en toewijzingsbeleid naar aanleiding van Europese regelgeving Met ingang van 1 januari 2011 gelden er Europese regels voor de verdeling van woonruimte van woningcorporaties. Woningcorporaties

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen. Achtergronden en gevolgen van het afschaffen van de passendheidstoets. 12 november 2014

Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen. Achtergronden en gevolgen van het afschaffen van de passendheidstoets. 12 november 2014 Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen Achtergronden en gevolgen van het afschaffen van de passendheidstoets 12 november 2014 DATUM 12 november 2014 TITEL Achtergronden en gevolgen van het afschaffen van

Nadere informatie

Doorstroming senioren vanuit eengezinswoningen

Doorstroming senioren vanuit eengezinswoningen Re a ge re n Adre s: ma a rt 2014 o.e n.s@ha a rle m.nl Grote ma rkt 2 2011 Ha a rle m Gemeente Haarlem, afdeling Onderzoek en Statistiek Digipanel Haarlem Doorstroming senioren vanuit eengezinswoningen

Nadere informatie

Gemeente Horst aan de Maas

Gemeente Horst aan de Maas Gemeente Horst aan de Maas Leefbaarheidsonderzoek 2015 Kaartenbijlage 7 januari 2016 DATUM 7 januari 2016 TITEL Leefbaarheidsonderzoek 2015 ONDERTITEL Kaartenbijlage OPDRACHTGEVER Gemeente Horst aan de

Nadere informatie

9,65 x 15,8 mm. Sluisweg. 4,9 x 5,25 mm. verslag 2015-01-27

9,65 x 15,8 mm. Sluisweg. 4,9 x 5,25 mm. verslag 2015-01-27 9,65 x 15,8 mm Sluisweg 4,9 x 5,25 mm verslag 2015-01-27 Verslag van de bijeenkomst met de bewoners van de Sluisweg op dinsdag 27 januari 2015 om 19.30 uur in het EMS gebouw aan de Sluisweg 67 E. Aanwezigen:

Nadere informatie

B&W. Advies. Lokale Beleidsruimte 2010-2014. :5/(.l.. :tt^ Zoetermeer sfeeds ondernemend. 3i./s.:(.o. ^ ^ ^^ivi^^^^^ Co^'

B&W. Advies. Lokale Beleidsruimte 2010-2014. :5/(.l.. :tt^ Zoetermeer sfeeds ondernemend. 3i./s.:(.o. ^ ^ ^^ivi^^^^^ Co^' ^ ^ ^^ivi^^^^^ gemeente \ B&W DM-nr. 2010/9146 Advies 100312 Versie: 1 Co^' Aox^ a< Verantwoordelijk Portefeuille Weth. Dr. T.J. Haan Mede verantw. Gemeentesecretaris Hoofdafdeling Auteur Lokale Beleidsruimte

Nadere informatie

Gemeente Nunspeet. Klanttevredenheidsonderzoek Wmo Meting over 2012

Gemeente Nunspeet. Klanttevredenheidsonderzoek Wmo Meting over 2012 Gemeente Nunspeet Klanttevredenheidsonderzoek Wmo Meting over 2012 mei 2013 Projectnr. 302.103 Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem Telefoon (026) 3512532 Telefax (026) 4458702

Nadere informatie