DUMMY PGS 25 AARDGASAFLEVERINSTALLATIES VOOR MOTORVOERTUIGEN.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DUMMY PGS 25 AARDGASAFLEVERINSTALLATIES VOOR MOTORVOERTUIGEN."

Transcriptie

1 Dummy PGS 25: Aardgasafleverinstallaties voor motorvoertuigen Deze publicatie is een dummy versie. Het is een voorbeeld om te laten zien hoe verwijzingen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) naar een PGS-richtlijn doorwerken naar de verschillende onderdelen van die richtlijn. Daarnaast geeft deze dummy inzicht in de opzet van de PGS nieuwe stijl. Gekozen is om de PGS 25 Aardgasafleverinstallaties voor motorvoertuigen als voorbeeld PGSrichtlijn te gebruiken. Aan deze dummy kunnen geen rechten worden ontleend en deze dummy is uitdrukkelijk niet bedoeld voor gebruik in de praktijk, bijvoorbeeld in het kader van toezicht of vergunningverlening. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 1 VAN 64

2 Dummy Aardgas afleverinstallaties voor motorvoertuigen Richtlijn voor de arbeidsveilige, omgevingsveilige en brandveilige toepassing van installaties voor het afleveren van aardgas aan motorvoertuigen. Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 25, Dummy voor consultatie Bal PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 2 VAN 64

3 Ten geleide Een PGS-richtlijn is een document over specifieke activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het beschrijft integraal de belangrijkste risico s van die activiteiten voor de omgevingsveiligheid, brandveiligheid en de gezondheid en veiligheid van werknemers, daarnaast beschrijft het mogelijke gevolgen van die activiteit voor de rampenbestrijding. De relatie met de wetgeving wordt benoemd en doelen worden zo specifiek mogelijk geformuleerd om de risico s te beheersen en de negatieve effecten voor mens en milieu te beperken. Meer informatie over de PGS en de meest recente publicaties zijn te vinden op: PGS nieuwe stijl In 2015 is gestart met PGS nieuwe stijl. De richtlijnen die in het kader van PGS nieuwe stijl worden gepubliceerd, zijn tot standgekomen op basis van een transparante risicobenadering, en bevatten heldere doelen en daaraan gekoppelde maatregelen. Deze structuur sluit goed aan bij de modernisering van het omgevingsveiligheidsbeleid. De PGS nieuwe stijl kent de volgende hoofdelementen: - de basis van de richtlijn wordt gevormd door de wettelijke kaders, - deze kaders en een uniforme, transparante risicobenadering met de relevante scenario s vormen de basis voor de doelvoorschriften in de PGS richtlijn, - met deze doelvoorschriften wordt een aanvaardbaar veiligheidsniveau uitgedrukt bij activiteiten met gevaarlijke stoffen, en - in de PGS worden maatregelen beschreven om aan de doelvoorschriften te voldoen. Wettelijke kaders Omgevingswet De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat algemene rijksregels over een aantal van zulke activiteiten. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving zijn in het Bal ook regels gesteld over activiteiten met gevaarlijke stoffen. Deze regels kunnen verwijzen naar PGS-richtlijnen. Het naleven van de PGS-richtlijn is dan een zogenoemde verplichte maatregel. Bij een verplichte maatregel is steeds aangegeven met het oog op welke belangen de maatregel is gesteld. Dit wordt het oogmerk genoemd. Het oogmerk van een verplichte maatregel in het Bal werkt door naar de doelvoorschriften in deze PGS-richtlijn die zijn gekoppeld aan de omgevingsveiligheid: deze doelvoorschriften zijn weliswaar gebaseerd op de risicoscenario s, maar dragen ook bij het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving. De maatregelen in deze PGS-richtlijn zijn gebaseerd op de risicoscenario s en de daaruit volgende doelvoorschriften. Een initiatiefnemer kan een alternatieve gelijkwaardige maatregel treffen, een toestemming is daarvoor niet nodig er is wel een melding nodig. Samen vormen het oogmerk van de verplichte maatregel in het Bal en de doelvoorschriften in de PGS-richtlijn het beoordelingskader bij het toetsen van de gelijkwaardigheid van alternatieve maatregelen. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 3 VAN 64

4 Voor milieubelastende activiteiten die als vergunningplichtig zijn aangewezen, dragen PGSrichtlijnen bij aan meer uniformiteit in de vergunningvoorschriften. Het bevoegd gezag gebruikt de PGS-richtlijnen voor het opstellen van omgevingsvergunningen. In een omgevingsvergunning kan net als in de algemene rijksregels worden bepaald dat de PGSrichtlijn moet worden nageleefd. Arbeidsomstandighedenwet De Arbeidsomstandighedenwetgeving bevat doelvoorschriften ter bescherming van werknemers. Werkgevers en werknemers maken samen afspraken over de wijze waarop zij hieraan kunnen voldoen. Deze afspraken worden (per branche) vastgelegd in zogenoemde arbocatalogi. Daarnaast geldt als uitgangspunt dat de maatregelen in een PGS-richtlijn: - geen extra risico mogen vormen voor de werknemers, en - passend zijn voor het te beheersen risico. Wet veiligheidsregio s Gemeenten zijn onder meer belast met de organisatie van de brandweerzorg en de rampenbestrijding. Tot de brandweerzorg behoort het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand. De veiligheidsregio s hebben tot taak de gemeenten te adviseren over de brandweerzorg. Daarnaast dragen de veiligheidsregio s zorg voor de voorbereiding op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding. In verband met de brandweerzorg en rampenbestrijding zijn PGS-richtlijnen afgestemd op de handreikingen van de brandweer en andere organisaties en: - besteden zij voldoende aandacht aan een veilige inzet van de brandweer en andere hulpverleningsorganisaties, en - besteden zij voldoende aandacht aan effectbeperkende maatregelen, zelfredzaamheid en voorbereiding rampenbestrijding. Proces tot stand komen van deze PGS Het Bestuurlijk Omgevingsberaad VTH (BOb) is de opdrachtgever van de PGSbeheerorganisatie en heeft deze richtlijn vastgesteld. In het BOb zijn de Rijksoverheid en de andere overheden vertegenwoordigd. Onder aansturing van de Programmaraad is deze PGSrichtlijn opgesteld door een team bestaande uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de overheid. De Programmaraad bestaat uit IPO, VNG, Inspectie SZW, brandweer, VNO-NCW en MKB. In bijlage K is de samenstelling opgenomen van het team dat deze PGS heeft opgesteld en de organisaties die zij vertegenwoordigen. Voor vaststelling van deze richtlijn door het BOb is deze getoetst door het RIVM. Beoordeeld is of de in de richtlijn opgenomen scenario s, doelvoorschriften en maatregelen overeenkomen met de scenario s die zijn gebruikt bij het bepalen van de veiligheidsafstanden die zijn opgenomen in het Bal. Deze PGS richtlijn is op dd door de Programmaraad accoord bevonden voor vaststelling door het BOb. Status van PGS-richtlijnen De partijen van het BOb hebben afgesproken om op de volgende manier om te gaan met de PGS-richtlijnen. - Het Ministerie van IenM bepaalt in de algemene rijksregels dat deze PGS-richtlijn voor zover gericht op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving moet worden PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 4 VAN 64

5 nageleefd en merkt deze richtlijnen aan als BBT-documenten voor de omgevingsvergunningverlening, - Het bevoegd gezag hanteert bij verlening van omgevingsvergunningen de PGS-richtlijnen als uitvoeringskader voor het toepassen van BBT, - De Inspectie SZW slaat bij het opstellen van Arbo-branche brochures en het stellen van eisen acht op de maatregelen in een PGS-richtlijn, - Veiligheidsregio s gebruiken de PGS-richtlijnen als richtlijn bij de advisering over brandveiligheid in omgevingsvergunningen en bij de voorbereiding van de brand- en rampenbestrijding, en - De toezichthouders van het bevoegd gezag, de Inspectie SZW en de veiligheidregio s beschouwen de PGS-richtlijnen als een belangrijk referentiekader bij het toezicht op de naleving van wettelijke verplichtingen zoals bijvoorbeeld het Brzo. Gebruik van normen en richtlijnen Als een norm (zoals NEN of ISO) of een ander normdocument of specificatie waarnaar in deze richtlijn wordt verwezen wordt de uitgegeven publicatie bedoeld, inclusief aanvullingen of correctiebladen, zoals die ten tijde van de publicatie van deze richtlijn luidde. Toelichting: Normen worden periodieke herbeoordeeld en zonodig herzien. De wijzigingen zijn vaak beperkt, maar wanneer alle bestaande bedrijven toch direct aan de nieuwste versie moeten voldoen kan dat grote (financiële) gevolgen hebben terwijl dit niet per definitie hoeft te leiden tot een beduidende verbetering van het veiligheidsniveau. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 5 VAN 64

6 Inhoudsopgave Ten geleide 3 Inhoudsopgave 6 Leeswijzer 8 Deel A Algemene beschrijving, risicobenadering en doelvoorschriften 9 1. Inleiding Onderwerp Toepassingsbereik PGS 25 in relatie tot het Bal 11 2 Algemene beschrijving van een aardgas - afleverinstallatie voor motorvoertuigen Aardgasafleverinstallatie voor motorvoertuigen Algemene informatie over aardgas Gevaren van aardgas Comprimeren van aardgas Samendrukbaarheid van het gas 16 3 Risicobenadering Algemene informatie risicobenadering Beschrijving scenario s Beschrijving doelvoorschriften Doelvoorschriften voor de gehele installatie 20 Deel B Maatregelen 21 4 Inleiding bij deel B Koppeling tussen doelvoorschriften en maatregelvoorschriften 22 5 Toelichting op de maatregelen Maatregelvoorschriften voor gehele installatie 23 Deel C Informatie bij implementatie 28 6 Interne veiligheidsafstanden 29 7 Overige toelichtingen Nadere uitwerking van het toepassingsgebied Nadere toelichting over wat biogas is Nadere informatie over de aardgas-afleverinstallatie De compressor 33 PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 6 VAN 64

7 7.3.2 Soorten afleverinstallaties Nadere informatie zone indeling Zone-indeling geen ventilatie Zone-indeling beperkte ventilatie Zone-indeling kunstmatige ruimtelijke ventilatie Zone-indeling Kunstmatige plaatselijke ventilatie Zone-indeling Groot gebouw Belendend gebouw in gevarenzone Elektrische ruimte Normenoverzicht relevant voor materialen toe te passen bij de constructie van aardgas-afleverinstallatie(s) als bedoeld in M Europese normen Overige Europese en internationale normen Keurings- en onderhoudsschema aardgas-afleverinstallaties 42 Bijlagen 45 Bijlage A Afkortingen en definities 46 Bijlage B Relevante wet- en regelgeving 51 Bijlage C Normen 52 Bijlage D Wijzigingen t.o.v. vorige publicatie, inclusief overgangstermijnen vastgesteld door BOb 54 Bijlage E Informatie over aardgas 55 Bijlage F Matrix koppeling scenario s en doelvoorschriften. 56 Bijlage G Matrix doelvoorschriften en maatregelvoorschriften. 57 Bijlage H Uitwerkingen risicobenadering 58 Bijlage I PGS-risicobenadering 62 Bijlage J Referenties 63 Bijlage K Samenstelling PGS 25 team 64 PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 7 VAN 64

8 Leeswijzer Deel A Dit deel bevat: - algemene informatie over installaties voor het afleveren van gecomprimeerd aardgas, - de risicobenadering en de scenario s die zijn weergegeven in tabellen in hoofdstuk 2 en zijn ingedeeld in categorieën en genummerd als S1, S2, S3, etc., - doelvoorschriften, herkenbaar aan een blauw kader en genummerd als D1, D2, D3 etc. Deel B In dit deel zijn de maatregelen weergegeven die getroffen moeten worden om te voldoen aan het daaraan gekoppelde doelvoorschrift. Maatregelen zijn herkenbaar aan een oranje kader en zijn genummerd als M1, M2, M3 etc. Bij iedere maatregel is met de letters O, BO, A en Br aangegeven wat de wettelijke basis is. O : Maatregel gericht op omgevingsveiligheid met grondslag in Omgevingswet. BO : Maatregel gericht op brandpreventie en brandbestrijding met grondslag in Omgevingswet (adviesrol Veiligheidsregio/brandweer). A Br : Maatregel gericht op arbeidsveiligheid met grondslag in Arbeidsomstandighedenwet. : Maatregel gericht op brand- of rampenbestrijding met grondslag in Wet veiligheidsregio s. Deel C Deel C van de richtlijn geeft nadere informatie over de uitvoering van de richtlijn. Hierin zijn de interne veiligheidsafstanden opgenomen en nadere toelichtingen. Bijlagen In de bijlagen is informatie opgenomen waarnaar verwezen wordt in de delen A, B of C. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 8 VAN 64

9 Deel A Algemene beschrijving, risicobenadering en doelvoorschriften PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 9 VAN 64

10 1. Inleiding 1.1 Onderwerp Deze PGS richtlijn gaat over het gebruik van een aardgasafleverinstallatie voor motorvoertuigen. Op basis van een transparante risicobenadering zijn doelvoorschriften geformuleerd die een aanvaardbaar veiligheidsniveau uitdrukken. Deze doelvoorschriften zijn gebaseerd op scenario s. Aan de doelvoorschriften kan worden voldaan door het treffen van de maatregelen die zijn beschreven in deel B. Deze richtlijn geeft invulling aan: - Omgevingsveiligheid (O) of brandbestrijding omgevingsveiligheid (BO) - Arbeidsveiligheid (A) - Brandbestrijding en rampenbestrijding (BR) Voor deze onderwerpen zijn de doelstellingen: Omgevingsveiligheid: Het voorkomen van voorvallen en het beperken van de gevolgen daarvan voor de omgeving met het oog op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving. O BO Arboveiligheid: Het voorkomen van ongevallen en het beperken van de gevolgen voor werknemers. A Brand- en rampenbestrijding: Het beperken van de gevolgen van een brand of ramp en het borgen van een doelmatige rampenbestrijding. BR Omgevingsveiligheid In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn algemene regels gesteld met het oog op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving bij het onderhoud, beheer en in werking hebben van een CNG-installatie en het afleveren van CNG aan motorvoertuigen. Deze regels betreffen het in acht nemen van veiligheidsafstanden en het naleven van de maatregelen die zijn opgenomen in deze PGS. De maatregelen in deze PGS, die zijn gesteld in het belang van omgevingsveiligheid, zijn aangeduid met de letters O en BO. Bij BO gaat het om brandpreventieve en repressieve maatregelen. Deze maatregelen, die zijn gebaseerd op de stand der techniek/ BBT leveren een bijdrage aan het in acht nemen van de veiligheidsafstanden die zijn opgenomen in het Bal. Een belangrijk uitgangspunt bij de berekening van de veiligheidsafstanden is namelijk dat voldaan wordt aan de eisen uit deze PGS. Met toepassing van het gelijkwaardigheidsbeginsel in de Omgevingswet en het Bal kunnen andere maatregelen dan de in deze PGS voorgeschreven maatregelen (in deel B) worden PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 10 VAN 64

11 genomen. Een toestemming is niet vereist, er is wel een melding nodig. Voorwaarde is dat met het treffen van deze alternatieve maatregelen een gelijkwaardig beschermingsniveau voor de omgeving wordt bereikt. Dit wordt getoetst aan het oogmerk van de verplichte maatregel in het Bal. Dat betekent enerzijds dat met deze alternatieve maatregelen wordt voldaan aan de doelvoorschriften die zijn beschreven in deel A. Anderzijds betekent dit dat met die alternatieve maatregelen is gewaarborgd dat aan de veiligheidsafstanden wordt voldaan. Het alternatieve pakket van maatregelen mag dus niet resulteren in een grotere veiligheidsafstand dan in het Bal is opgenomen. Arboveiligheid De Arbeidsomstandighedenwet heeft tot doel de bescherming van werknemers. De stand der wetenschap is beschreven in een Arbo catalogus. Deze PGS richtlijn dient als referentiedocument voor toezicht op de naleving van de Arbo regels. De voorschriften en maatregelen op het gebied van arbeidsomstandigheden zijn aangegeven met de letter A. Eventueel kunnen PGS-maatregelen via een eis tot naleving verplicht worden gesteld door de inspectie SZW. Brand- en rampenbestrijding De maatregelen die in een PGS zijn gesteld in het belang van de brandbestrijding en rampenbestrijding zijn aangeduid met de letters BR. De veiligheidsregio/brandweer heeft wettelijke taken op die gebieden. Brandveiligheid van bouwwerken in algemene zin is geen onderdeel van deze PGS richtlijn. Overige wet- en regelgeving Deze PGS richtlijn beoogt een zo volledig mogelijke beschrijving te geven van de wijze waarop bedrijven kunnen voldoen aan de eisen die uit wet- en regelgeving voortvloeien. In bijlage B is een overzicht opgenomen van relevante wet- en regelgeving die voor een aardgasafleverinstallatie van belang is. 1.2 Toepassingsbereik PGS 25 in relatie tot het Bal Het toepassingsbereik van de PGS 25 is: - een aardgasafleverinstallatie bestemd voor het bemand of onbemand afleveren van gecomprimeerd aardgas (CNG) en gecomprimeerd biogas aan voertuigen die aardgas als motorbrandstof gebruiken, op een afleverdruk van nominaal kpa, - een aardgas-afleverinstallatie bestemd voor langzaam vullen (slow-fill), snel vullen (fast-fill) of een combinatie van beide, - een wisselreservoir met een inhoud van niet meer dan 150 liter, dat is bedoeld voor de aandrijving van hef- en transportwerktuigen, en - een reservoir van een tankwagen voor CNG. Onder aardgas wordt in deze PGS ook opgewerkt biogas verstaan dat minimaal voldoet aan de specificaties zoals gehanteerd in PGS 25. Het toepassingsbereik van deze PGS is ruimer dan het toepassingsbereik van 4.36 van het Bal. Het Bal is namelijk alleen van toepassing op het afleveren van CNG aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, met een afleverinstallatie die een nominale afleverdruk heeft van ten minste kpa. Het Bal stelt derhalve geen regels aan de slow-fill installaties (thuistankers 1 ), het vullen van wisselreservoirs van hef- en transportwerktuigen en reservoirs van tankwagens. 1 Op deze installaties is hoofdstuk 13 van NEN 2078:2001 van toepassing. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 11 VAN 64

12 Met de doorverwijzing van het Bal is deze richtlijn alleen van toepassing voor die situaties die vallen onder het toepassingsbereik van het Bal. Concreet betekent dit dat maatregel xx niet valt onder de werkingssfeer van het Bal. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 12 VAN 64

13 2 Algemene beschrijving van een aardgas - afleverinstallatie voor motorvoertuigen 2.1 Aardgasafleverinstallatie voor motorvoertuigen Aardgasafleveringsinstallaties leveren gecomprimeerd (gasvormig) aardgas (CNG) aan motorvoertuigen. Het aardgas wordt onttrokken aan het aardgasnet en vervolgens gecomprimeerd. Veelal is het een aparte pomp met bijbehorend compressorhuis/ gasflessenbatterij die bij een bestaand tankstation wordt geplaatst. Dit moet onderscheiden worden van de LNG afleverinstallaties welke vloeibaar gemaakt aardgas (liquified natural gas) afleveren aan veelal vrachtauto's en bussen. LNG wordt aangevoerd per tankauto. Onderstaand is een schematische weergave van een aardgasafleverinstallatie en de bijbehorende installatieonderdelen. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 13 VAN 64

14 Schema 1: schematische weergave aardgasafleverinstallatie voor motorvoertuigen Legenda: 1. Gasdroger 2. Lasgedrukbeveiliging (druktransmitter) 3. Compressor 4. Retourleiding aflevertoestel 5. Noodstop 6. Blowdown vat 7. Drukregelaar 8. Terugslagklep 9. Elektrisch gestuurde afsluiter 10. Afblaasveiligheid 11. Bufferopslag (gasflessen) 12. Flowmeter 13. Filterdrukregelaar 2.2 Algemene informatie over aardgas Aardgas wordt gewonnen uit diverse gasvelden en wordt daarna door gastransportbedrijven getransporteerd naar de grote industrieën en de gasdistributiebedrijven waar de druk wordt gereduceerd. Naast aardgas kan het gastransport en gasdistributienet ook gevoed worden met tot aardgas opgewaardeerd biogas. De samenstelling van aardgas kan variëren, afhankelijk van het gasveld of andere (bio)bron waaruit het is gewonnen. De gasdistributiebedrijven leveren een gassoort die afkomstig is uit PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 14 VAN 64

15 het Groninger veld, dan wel een gassoort die daarmee qua verbrandingseigenschappen ongeveer overeenkomt. Aardgas bestaat voornamelijk uit methaan en hogere koolwaterstoffen (zoals ethaan) en inerte gassen (zoals stikstof en kooldioxide). 2.3 Gevaren van aardgas Aardgas is weinig giftig, er is geen MAC-waarde vastgesteld maar het levert in hoge concentraties verstikkingsgevaar op. Aardgas is van nature reukloos. De typische geur wordt na winning aan het aardgas toegevoegd. Bij een concentratie van 0,5% tot 0,7% aardgas in lucht is de alarmerende geur al duidelijk waarneembaar. De ontstekingstemperatuur in lucht ligt op ongeveer 620 C. Een aardgas/lucht mengsel is onder atmosferische omstandigheden ontsteekbaar tussen 5,9 vol% en 16 vol% aardgas in lucht. Aardgas is onder atmosferische omstandigheden lichter dan lucht en zal daarom opstijgen en vervliegen als het vrijkomt. De relatieve dampdichtheid bedraagt 0,64 (lucht = 1,0). Voor meer informatie over de gevaren van aardgas wordt verwezen naar bijlage E. 2.4 Comprimeren van aardgas Bij het comprimeren van aardgas van lage druk tot KPa stijgt het waterdauwpunt zodanig dat uit het relatief droge aardgas water kan condenseren. De kans hierop is het grootst in de winter wanneer de bufferopslag door de lage buitentemperatuur sterk afkoelt. Bij een waterdampgehalte van 30 mg/m3(n) gas is het water-dauwpunt bij KPa circa - 6 C. Bij de aansluiting van de aardgas-afleverinstallatie aan het leidingnet kan het aardgas echter meer waterdamp bevatten dan de genoemde 30 mg/m 3 (n) gas. Oorzaken daarvan kunnen zijn: - afpersen met water van nieuwe leidingen; - operationele fouten bij de gasleverancier; - inlekken van grondwater via ondeugdelijk geworden verbindingen in - gasdistributieleidingen met een druk van maximaal 100 KPa overdruk. De laatstgenoemde oorzaak leidt tot een structureel hoog waterdauwpunt, waardoor in een aardgas-afleverinstallatie die vanuit dit soort leidingen wordt gevuld continue watervorming is te verwachten. Bij een relatieve verzadiging van CO 2-houdend aardgas met waterdamp boven 60 % begint CO 2-corrosie van koolstofstaal op te treden. Voor corrosie in drukhouders, leidingen en appendages gemaakt van koolstofstaal geldt dat, wanneer relatief weinig water in het gas aanwezig is, de corrosie stopt als het beschikbare water gebonden is tot FeCO 3. De corrosie start echter weer zodra het systeem met nieuw gas is gevuld. De mate van bescherming die de ijzercarbonaatlaag geeft tegen verdere corrosie is onzeker. De combinatie van vrij water en aardgas kan onder bepaalde voorwaarden hydraatvorming tot gevolg hebben. Hydraat is een vaste gekristalliseerde verbinding van aardgas en water, die verstoppingen kan veroorzaken. Hydraatvorming kan alleen optreden beneden een bepaalde temperatuur, welke temperatuur hoger ligt naarmate de gasdruk hoger is. Bij Gronings aardgas PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 15 VAN 64

16 treedt bij een druk van KPa hydraatvorming op bij circa 22 C. Hierdoor zal, bij de aanwezigheid van vrij water vrijwel altijd hydraatvorming optreden. Verstoppingen kunnen zich voordoen in vernauwingen in de aardgas-afleverinstallatie, zoals leidingen, kleppen of drukregelaars, maar ook in overdrukbeveiligingen. Hieruit blijkt dat de aanwezigheid van vrij water in een aardgas-afleverinstallatie zeer ongewenst is en moet worden voorkomen. Het waterdauwpunt van gecomprimeerd aardgas (CNG) moet dus bij voorkeur niet hoger zijn dan de laagst te verwachten temperatuur. 2.5 Samendrukbaarheid van het gas De samendrukbaarheid van aardgas bij hogere drukken wijkt af van de ideale gaswet van Boyle-Gay Lussac. Uit figuur 2.5 blijkt dat bij temperatuurstijging de drukstijging hoger is dan uit de ideale gaswet zou volgen. Hiermee moet rekening worden gehouden bij drukveranderingen die het gevolg zijn van temperatuurveranderingen van aardgas bij constant volume Figuur 2.5 Cilinderdruk versus temperatuur PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 16 VAN 64

17 3 Risicobenadering 3.1 Algemene informatie risicobenadering Deze PGS richtlijn is gebaseerd op een risicobenadering waarbij op een systematische wijze doelvoorschriften en maatregelen worden geformuleerd. Op basis van kennis en kunde van het PGS-team (opstellers PGS richtlijn) zijn verschillende scenario s beoordeeld. Deze scenario s zijn nader beschreven en geclassificeerd op basis van de effecten(risicomatrix). Op basis van een scenario is een doelvoorschrift opgesteld. Soms zijn er meerdere scenario s die met hetzelfde doelvoorschrift gedekt kunnen worden. Per doelvoorschrift zijn er (soms meerdere) maatregelen uitgewerkt die in gezamenlijkheid er voor moeten zorgen dat aan het doelvoorschrift wordt voldaan. Een maatregel kan van belang zijn in relatie tot meerdere doelen. In het voorbeeldschema hieronder is de relatie tussen scenario, doelvoorschriften en maatregelen gepresenteerd. In bijlage F en G zijn matrixen opgenomen die de koppelingen weergeven tussen scenario s en doelen en tussen doelen en maatregelen. Voor een toelichting op de PGS-risicobenadering wordt verwezen naar bijlage. De risicomatrix is als bijlage H bijgevoegd. Schema 2: voorbeeld relatie scenario, doelvoorschriften en maatregelvoorschriften. Bedrijven die zelf de kennis en kunde hebben voor het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen kunnen met deze PGS bepalen aan welke doelen zij moeten voldoen. Tegelijkertijd biedt deze PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 17 VAN 64

18 PGS bedrijven die deze kennis missen, de nodige informatie hierover in de vorm van uitgewerkte maatregelen. Voor bedrijven en overheden biedt deze richtlijn informatie over de risicovolle scenario s en de doelen. Zo kan worden gekozen voor een maatregel uit deze richtlijn of voor een alternatieve maatregel. De risicobenadering heeft verschillende voordelen: - risico's worden systematisch in kaart gebracht, - risico s worden vergeleken en keuzes maken wordt gemakkelijker, en - de doelen vloeien voort uit de scenario s waardoor het voor bedrijven en overheden duidelijk is waarom bepaalde maatregelen worden gesteld. 3.2 Beschrijving scenario s In deze paragraaf zijn de scenario s beschreven die realistisch en relevant zijn voor aardgasafleverinstallaties. De scenario s zijn opgesteld uitgaande van de volgende directe oorzaken: corrosie, erosie, externe oorzaken, natuurlijke oorzaken, impact, overdruk, onderdruk, lage temperatuur, hoge temperatuur, trillingen, menselijke fouten tijdens gebruik, wijziging of onderhoud en overschrijding belastinggrenzen. De scenario s zijn van toepassing op: - de gehele aardgasafleverinstallatie, - de compressor, - de bufferopslag, en - de afleverinstallatie. Opmerking: Omdat in deze dummy een beperkt aantal scenario s is opgenomen komen niet alle genoemde installatieonderdelen in deze dummy aan bod. Tabel 3.1 scenario s Scenario nummer Scenario Scenario s van toepassing voor de gehele aardgasafleverinstallatie S1 S2 S3 S4 Er treedt een lekkage op bij het gedeelte van de installatie dat in de buitenlucht is opgesteld. Potentiële gevolgen: vrijkomen van aardgas, bij grote lekkage; brand of explosie, met persoonlijk letsel voor personeel en derden Aanwezigheid van water in het aardgas. Potentiële gevolgen: primair; hydraatvorming met verstoppingen tot gevolg; afhankelijk van de buiten temperatuur dichtvriezen installatie. Secundair oplopen druk, falen van van onderdelen van de installatie, vrijkomen van aardgas. Slechte toegang hulpdiensten,. Potentiële gevolgen: Het niet kunnen bestrijden van een calamiteit waardoor escalatie optreedt met grotere gevolgen voor het personeel, derden en de omgeving. Leiding of equipment schade door impact op installatie door aanrijding met een voertuig. Potentiële gevolgen: schade aan de installatie; grote lekkage; brand of explosie, met persoonlijk letsel voor personeel en derden PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 18 VAN 64

19 S5 Er treden nadelige effecten op voor de omgeving als gevolg van het vrijkomen van gas (externe veiligheid) in verband met het niet aanhouden van interne veiligheids afstanden. Potentiële gevolgen: ontsteking van vrijkomend gas, domino-effect naar de omgeving Scenario s van toepassing op de afleverinstallatie S6 Tankend voertuig rijdt weg met aangekoppelde vulslang. Potentiële gevolgen: Vrijkomen van aardgas; grote lekkage; brand of explosie, met persoonlijk letsel voor personeel en derden PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 19 VAN 64

20 3.3 Beschrijving doelvoorschriften Doelvoorschriften voor de gehele installatie Bij ieder doelvoorschrift (D1) is aangegeven op welk scenario (S1, S2 etc.) dat voorschrift betrekking heeft. In bijlage F is een matrix gepresenteerd waarin onderstaande doelvoorschriften en de koppeling met de scenario s is opgenomen. Opmerking: Het kan zijn dat niet ieder scenario terugkomt in een doel, bijvoorbeeld indien een scenario niet als realistisch is beschouwd. D1 De CNG aardgas en afleverinstallatie is lekdicht. A, BO, O S1 D2 S2 Als een CNG aardgasafleverinstallatie is aangesloten op het gasdistributienet dan bedraagt het waterdampgehalte niet meer dan 30 mg/m 3 (n) gas. A, O D3 S3 De aardgasafleverinstallatie is voor van het bestrijden van een calamiteit voldoende bereikbaar voor hulpdiensten. BO D4 S4 Alle onderdelen van de aardgasafleverinstallatie zijnbeschermd tegen aanrijden. BO, O D5 S5 Het ontsteken van aardgas door het vrijkomen van kleine hoeveelheden aardgas bij het opslaan en afleveren wordt voorkomen. BO, O D6 S6 Bij het wegrijden van een voertuig met een aangekoppelde vulslang komt geen ongecontroleerde hoeveelheid aardgas vrij. BO, O PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 20 VAN 64

21 Deel B Maatregelen In Deel B van de richtlijn zijn de maatregelen uitgewerkt die zijn gekoppeld aan de doelvoorschriften. Maatregelen zijn herkenbaar aan een oranje kader en zijn genummerd als M1, M2, M3 etc. Voor de gebruiker van de richtlijn is duidelijk gemaakt welke wettelijke basis een maatregel heeft (Omgevingswet (O of BO), Arbo (A) en/of Wvr(BR)). PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 21 VAN 64

22 4 Inleiding bij deel B Koppeling tussen doelvoorschriften en maatregelvoorschriften Dit deel is een beschrijving van de verschillende preventieve en repressieve maatregelen die een invulling geven aan de doelen uit de regelgeving en de daarvan afgeleide doelvoorschriften zoals opgenomen in deel A. Dit kunnen zowel technische als ook organisatorische maatregelen zijn. Als deze maatregelen zijn getroffen wordt in ieder geval aan de gestelde doelvoorschriften voldaan. De maatregelen zijn voortgekomen uit de verschillende scenario s die kunnen plaatsvinden bij de activiteiten met een aardgasafleverinstallatie en het risico dat is vastgesteld in de risicoanalyse. In bijlage G is in een matrix weergegeven de relatie tussen doel en maatregelvoorschriften. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 22 VAN 64

23 5 Toelichting op de maatregelen Bij ieder maatregelvoorschrift (M1) is aangegeven aan welk doelvoorschrift inhoud wordt gegeven (D1, D2 etc.). Opmerking: Voor de PGS Dummy is voor de herkenbaarheid gebruik gemaakt van de voorschriften uit de PGS 25:2009 versie 1.2. Deze sluiten niet geheel aan bij alle doelvoorschriften voortkomend uit de scenario s, maar het geeft wel een beeld van hoe de doelen doorwerken naar de verschillende maatregelen. 5.1 Maatregelvoorschriften voor gehele installatie M1 D1 De aardgas-afleverinstallatie is zo ontworpen en uitgevoerd dat: a) de gehele afleverinstallatie veilig functioneert bij een omgevingstemperatuur die ligt tussen -20 C en 65 C; b) het aardgas geen vaste deeltjes en/of vloeistof bevat; c) de afleverdruk van het aardgas in het voertuig niet meer bedraagt dan: kpa overdruk voor afleverinstallaties zonder òf het temperatuur gecorrigeerde equivalent van kpa overdruk en 15 C gastemperatuur, voor afleverinstallaties met temperatuurcompensatie; Bij toepassing van andere materialen dan staal, wordt aangetoond dat een veiligheidsvoorziening in werking treedt voordat ontoelaatbare materiaalverzwakking optreedt door temperatuurverhoging bij brand. A, BO, O Opmerking 1: Bij hogere afleverdrukken zal de afblaasbeveiliging van het te vullen voertuig gas afblazen naar de omgeving conform de UN richtlijn R110, Annex 3 artikel 4.2. Opmerking 2: ad c) Bij het opstellen van dit voorschrift is er van uitgegaan dat de druk in de installatie op het voertuig onder normale omstandigheden niet hoger mag worden dan kpa. Omdat in onderdelen van de afleverinstallatie een hogere druk kan heersen, is de regeling van de aardgasafleverdruk daarom gelimiteerd op kpa. Wordt de genoemde afleverdruk overschreden dan moet een overdrukbeveiliging in werking treden. Voor drukveranderingen van het aardgas die het gevolg zijn van temperatuurswijzigingen wordt verwezen naar paragraaf 2.5. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 23 VAN 64

24 M2 D1 Als in deze richtlijn niet anders is bepaald, voldoet de uitvoering van de aardgas-afleverinstallatie aan de aansluitvoorwaarden van het gasleverende bedrijf. A, BO, O Opmerking: Het is gebruikelijk en aanbevolen dat een terugstroom-beveiliging (terugslagklep) wordt geïnstalleerd in de aansluiting vanaf het gasnet van de gasleverancier/leidingbeheerder naar de aardgas-afleverinstallatie M3 D1 De materialen die worden toegepast in de aardgas afleverinstallatie, zijn geschikt voor het doel waarvoor ze worden toegepast en voor de condities (druk, temperatuur, milieu etc.) waaronder ze worden gebruikt. A, BO, O M4 D1 M5 D1 De materialen die worden toegepast in de aardgas-afleverinstallatie voldoen aan daartoe gestelde of daaraan ten minste gelijkwaardige Europese en Internationale normen. De kwaliteit van de gebruikte materialen wordt door de leverancier aangetoond met een geschikt kwaliteitscertificaat conform de relevante Europese richtlijnen. De ontwerpeisen die worden toegepast op de aardgas-afleverinstallatie voldoen aan daartoe gestelde of daaraan ten minste gelijkwaardige Europese en Internationale normen zoals opgenomen in deel C paragraaf 7.5. A, BO, O A, BO, O Toelichting: In de informatieve Deel C paragraaf 7.5 is een selectie van de bestaande Europese productnormen opgenomen die afhankelijk van de ontwerpeisen van de installatie worden toegepast om aan te tonen dat is voldaan aan de vigerende wet- en regelgeving en vooral het Warenwetbesluit drukapparatuur. M6 D1 De toegepaste materialen functioneren veilig mits de gebruikersinstructies van de fabrikant ten aanzien van onderhoud en gebruik strikt worden opgevolgd. A, BO, O Topelichting: In de praktijk zal de Aangewezen Keuringsinstantie (AKI) dit in de beoordeling meenemen. Positieve beoordeling van de AKI geeft een vermoeden van overeenstemming met de eisen van de relevante Europese richtlijn. M7 D1 M8 D1 De installatieonderdelen waarin een gasdruk kan ontstaan die hoger is dan de ontwerpdruk van die onderdelen, zijn voorzien van een overdrukbeveiliging waarvan de werking altijd gewaarborgd is. Bij toepassing van een afblaasveiligheid heeft deze een zodanige capaciteit en is deze zodanig afgesteld, dat de bedrijfsdruk in het desbetreffende installatieonderdeel met niet meer dan 20% wordt overschreden. De afblaasveiligheid is dusdanig gedimensioneerd dat de drukstijging ten gevolge van temperatuursstijging wordt gecompenseerd. De maximaal toelaatbare druk (Ps) van de installatieonderdelen wordt niet overschreden. A, BO, O A, BO, O PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 24 VAN 64

25 M9 D1 Een keuring of herbeoordeling door de aangewezen keuringsinstantie (AKI) omvat ook de leidingen en toebehoren en wordt uitgevoerd in overeenstemming met hoofdstuk 7.6. A, BO, O M10 D2 Een aardgas-afleverinstallatie die is aangesloten op een gasdistributienet heeft een voorziening (gasdroger) voor het verwijderen van de waterdamp tot het niveau van maximaal 30 mg/m 3 (n) gas voordat dit gas wordt toegevoerd aan de bufferopslag en of afleverzuil. A, BO, O Opmerking 1: Als middels een analysemethode zoals ISO 6327, ISO , ISO , ISO of ISO kan worden aangetoond dat het niveau onder de 0,03 g/m 3 (0 C; 101,325 KPa) blijft kan een gasdroger achterwege blijven. M11 D2 De gasdroger is zodanig geïnstalleerd en wordt zodanig onderhouden dat de goede werking van deze installatie altijd is gewaarborgd. A, O M12 D3 De compressor en de bufferopslag zijn altijd, op een veilige en gemakkelijke wijze, uit twee tegenovergestelde richtingen, met een blusvoertuig tot op een afstand van 40 meter of minder te benaderen. BO M13 D4 Elk onderdeel van de aardgas-afleverinstallatieis zo gesitueerd, dat geen verhoogd gevaar op aanrijding ontstaat, of op andere wijze gevaar of schade is te duchten vanuit de omgeving. Op plaatsen waar gevaar op aanrijding bestaat, zijn installatieonderdelen in de aanrijdingsrichting op een doelmatige wijze beschermd. A, O Toelichting: Dit kan bijvoorbeeld door middel van een doelmatige geleiderailconstructie volgens de richtlijnen NOA (uitgave 2007) voor autosnelwegen, danwel RONA (uitgave 2007) voor overige wegen of door met beton gevulde stalen buizen met een middellijn van ten minste 0,1 m en een hoogte van ten minste 0,6 m boven het maaiveld. De buizen moeten stevig zijn bevestigd in een tot minstens 0,1 m verhoogde, betegelde, danwel daaraan gelijkwaardige verharde grondslag, die ten minste 0,1 m buiten de buisbescherming reikt. De afstand tussen de buizen mag niet meer bedragen dan 1 m. Alleen aan de zijde(n) waar een aanrijding redelijkerwijze mogelijk is, moet de installatie tegen aanrijding zijn beschermd. M14 D5 De afstand van de bufferopslag en de compressor tot de opstelplaats van vloeibare brandstof tankende voertuigen bedraagt ten minste 5 meter. BO, O M15 D5 De afstand tot de objecten die liggen aan de andere zijde van de erfscheiding is ten minste de minimale afstand die geldt voor een object dat ligt binnen de erfscheiding. BO, O PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 25 VAN 64

26 M16 D5 De compressorinstallatie en bufferopslag zijn op minimaal 3 meter afstand gelegen van de de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Deze afstand mag worden gereduceerd tot minimaal 1 meter als er een voorziening met een brandwerendheid van ten minste 60 minuten, bepaald in overeenstemming met NEN 6069, tussen de betreffende delen van de aardgas-afleverinstallatie en de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht staat. Een dergelijke voorziening kan worden uitgevoerd als bijvoorbeeld brandwerende muur of als brandwerende compressorbehuizing. De voorziening heeft in ieder geval de hoogte van het desbetreffende deel hebben (met een minimum hoogte van 2 meter) en moet langs de hele lengte van het betreffende deel zijn gelegen.. De gevarenzone reikt niet voorbij de bedoelde voorziening. BO, O M17 D5 In de gastoevoerleiding naar een compressor is op een afstand van ten minste 10 meter van de compressorinstallatie een goed bereikbare handbedienbare afsluiter aangebracht. BO O Opmerking: Als aanvulling op dit voorschrift kan men overwegen om de plaats van het tankende voertuig op het wegdek te markeren. M18 D6 Een afleverslang voldoet ten minste aan de eisen als opgenomen in de NEN-ISO of SAE J 517 of JIS B 8362 (of daaraan gelijkwaardige norm) wat onder meer betekent dat: a) de slang niet langer is dan 5 meter; b) de slang geschikt is voor het transporteren van aardgas; c) de slang is vervaardigd van een materiaal waarvan de luchtdoorlaatbaarheid niet meer bedraagt dan 1000 cm 3 (n) per m 2 per dag per bar bij normale bedrijfstemperatuur; d) de slang een barstdruk heeft van minimaal kpa; e) de slang is voorzien van betrouwbare, degelijke verbindingen met de overige delen van de installatie; f) de slang is voorzien van een opdruk die minimaal de volgende informatie geeft: - maximale toelaatbare druk; - fabricagedatum; - de naam van de producent of bedrijfslogo; - en - indien van toepassing - de laatste keuringsdatum; g) de slang op het flexibele deel is voorzien van een opdruk waaruit de eigenschappen en diameter zijn af te leiden; h) de slang een voorziening heeft die de aardgasstroom automatisch onderbreekt in het geval dat een voertuig wegrijdt terwijl de afleverslang nog aangekoppeld is (losbreekkoppeling, break away ). De trekkracht om de losbreekkoppeling te activeren mag maximaal 50 kg zijn bij kpa slangdruk, gemeten onder de ongunstigste hoek waaronder deze kracht op de slang werkt. Dit wordt getest terwijl de slang wordt belast onder afleverdruk; i) de slang met de slangverbindingen een minimale treksterkte heeft in de langsrichting van minimaal drie maal de verbreekkracht van de losbreekkoppeling; j) eventuele wapening van de slang corrosie-bestendig is. A, BO, O PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 26 VAN 64

27 PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 27 VAN 64

28 Deel C Informatie bij implementatie In dit deel is aanvullende informatie beschreven die kan helpen bij het toepassen van de PGS. De essentiële onderwerpen van de doelvoorschriften worden genoemd en verder toegelicht. Dit is een hulpmiddel voor overheden en bedrijven die met de PGS aan de slag gaan. Het kan helpen bij vergunningverlening, overheidsinspecties en bij interne inspecties van bedrijven. Dit deel C geeft dus extra aanvullende informatie en toelichting maar bevat geen verplichtende doelvoorschriften (Deel A) of daaraan invulling gevende maatregelen (Deel B). De informatie is niet normatief, maar alleen informerend van aard. Gelet op het karakter van deze dummy kan het voorkomen dat sommige onderdelen toch een normerend karakter hebben. Dit komt doordat bestaande teksten zijn gebruikt. Het gaat in deze dummy vooral om de opzet van de richtlijn, en niet zo zeer om de inhoud. Ook algemene informatie uit de huidige PGS 25 richtlijn die geen plek heeft gekregen in deel A en Deel B, is voor de bewerking naar de Dummy opgenomen in Deel C. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 28 VAN 64

29 6 Interne veiligheidsafstanden In dit hoofdstuk zijn de verschillende interne veiligheidsafstanden aangegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de in hoofdstuk 5 omschreven maatregelen. Voor de duidelijkheid zijn deze in onderstaande figuren weergegeven. Figuur 6.1 risicozonering - vooraanzicht Legenda 1 Aflevertoestel CNG (Afleverzuil) 2 Compressor PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 29 VAN 64

30 Figuur 6.2 risicozonering en minimale afstanden - bovenaanzicht Legenda 1 Aflevertoestel CNG (afleverzuil) 2 Compressor 3 Buffer (cilinders) 4 Meet- en regelkast 5 Vloeibaar brandstof tankplaats 6 Afstand compressor/buffer tot de erfscheiding PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 30 VAN 64

31 7 Overige toelichtingen 7.1 Nadere uitwerking van het toepassingsgebied In de gevallen dat de afleverinstallaties niet of gedeeltelijk onder de werkingssfeer van deze richtlijn vallen kunnen zich vier situaties voordoen: 1. Indien de aardgas-afleverinstallatie bestaat uit één of meerdere compressoren waarvan de nominale compressorcapaciteit per compressor kleiner is dan 14,3 m 3 (n)/uur, waarbij de compressor wel is voorzien van een Gaskeur, waarbij geen buffer aanwezig is en die (bij meerdere compressoren) uitlaatzijdig niet aan elkaar zijn gekoppeld is hoofdstuk 13 van NEN 2078:2001 van toepassing. 2. Indien de aardgas-afleverinstallatie bestaat uit één of meerdere compressoren waarvan de nominale compressorcapaciteit per compressor kleiner is dan 14,3 m 3 (n)/uur, waarbij de compressor wel is voorzien van een Gaskeur, waarbij wel een buffer aanwezig is en die (bij meerdere compressoren) uitlaatzijdig niet aan elkaar zijn gekoppeld zijn naast hoofdstuk 13 van NEN 2078:2001 tevens de maatregelvoorschriften PM van toepassing 3. Indien de aardgas-afleverinstallatie bestaat uit meerdere compressoren waarvan de nominale compressorcapaciteit per compressor kleiner is dan 14,3 m 3 (n)/uur, waarbij de compressor wel is voorzien van een Gaskeur, waarbij geen buffer aanwezig is en die uitlaatzijdig wel aan elkaar zijn gekoppeld zijn naast hoofdstuk 13 van NEN 2078:2001 tevens de maatregelvoorschriften PM van toepassing. 4. Indien de aardgas-afleverinstallatie bestaat uit meerdere compressoren waarvan de nominale compressorcapaciteit per compressor kleiner is dan 14,3 m 3 (n)/uur, waarbij de compressor wel is voorzien van een Gaskeur, waarbij wel een buffer aanwezig is en die uitlaatzijdig wel aan elkaar zijn gekoppeld zijn naast hoofdstuk 13 van NEN 2078:2001 tevens de maatregelvoorschriften PM van toepassing. Opmerking: De waarde van 14,3 m 3 (n)/uur is gebaseerd op de grens waarbij een CV-installatie in een stookruimte moet worden geplaatst. Een CV-installatie met een capaciteit van 130 kw verbruikt ongeveer 14,3 m 3 (n)/uur. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 31 VAN 64

32 7.2 Nadere toelichting over wat biogas is De onderstaande tabel met specificaties voor biogas is opgenomen in de NMA, Energiekamer (EK), Aansluit- en transportvoorwaarden Gas - RNB per 12 september 2008 en deze zijn onderdeel van de voorwaarden als bedoeld in artikel 12b van de Gaswet Kwaliteitscomponent Conform advies KiwaGastec Kwantitatieve bepaling Fysische eigenschappen Grenswaarde Eenheid Bepalingsmethode Onzekerheid (o.b.v. gc. bep.) Calorische bovenwaarde 31,6-38,7 MJ/m 3 n ISO 6874; ISO ,4% rel. Wobbe-index 43,46-44,41 MJ/m 3 n ISO 6874; ISO ,5% rel. Hoedanigheden Water dauwpunt -10 (8 bar) C vlgs. bedrijfsvoorschrift 10% rel. Temperatuur (in te voeden gas) 0-20 C vlgs. bedrijfsvoorschrift 1 C Zwavel (totaal) 45 mg/m 3 n ISO % rel. Anorganisch gebonden zwavel (H2S) 5 mg/m 3 n ISO % rel. Mercaptanen 10 mg/m 3 n ISO % rel. Odorantgehalte (THT) >10, nom 18<40 mg/m 3 n ISO % rel. Ammoniak 3 mg/m 3 n ISO % rel. Chloorhoudende verbindingen 50 mg/m 3 n vlgs. bedrijfsvoorschrift 20% rel. Fluorhoudende verbindingen 25 mg/m 3 n vlgs. bedrijfsvoorschrift 20% rel. Waterstof chloride (HCl) 1 Ppm vlgs. bedrijfsvoorschrift 20% rel. Waterstof cyanide (HCN) 10 Ppm vlgs. bedrijfsvoorschrift 20% rel. Koolmonoxide (CO) 1 mol% vlgs. bedrijfsvoorschrift 20% rel. Kooldioxide in droge gasnetten (CO2) 6 mol% ISO % rel. PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 32 VAN 64

33 Kwaliteitscomponent Conform advies KiwaGastec Kwantitatieve bepaling Grenswaarde Eenheid Bepalingsmethode Onzekerheid BTX (benzeen, tolueen, xyleen) 500 Ppm ISO % rel. Aromatische koolwaterstoffen 1 mol% ISO %rel. Zuurstof in droge gasnetten 0,5 (3) mol% ISO % rel. Waterstof 12 vol%/m 3 n ISO % rel. Methaangetal a >80 - vlgs. bedrijfsvoorschrift - Stof technisch vrij Siloxanen 5 ppm vlgs. bedrijfsvoorschrift 25% rel. Ruikbaarheid (geodoriseerd biogas) voldoende - vlgs. Gastec voorschrift 10% rel. a Van belang indien relatief veel H2 en/of C3H8 aanwezig is (veroorzaakt laag methaangetal) 7.3 Nadere informatie over de aardgas-afleverinstallatie Onderstaand wordt een informatieve omschrijving gegeven van de verschillende soorten afleverinstallaties voor aardgas aan voertuigen die aardgas als motorbrandstof gebruiken. Globaal is een aardgas-afleverinstallatie opgebouwd uit een compressorinstallatie, een bufferopslag (optioneel) en één of meerdere aflevertoestellen (ook wel afleverzuil of dispensers genoemd). In de praktijk spreekt men ook vaak van een CNG-vulstation of CNG station De compressor De in de aardgas-afleverinstallatie toegepaste compressor comprimeert het aardgas uit het transportnet, veelal tot een druk van maximaal kpa. Over het algemeen wordt de compressor aangedreven door een elektromotor of een gasmotor. Het aardgas wordt in verschillende trappen gecomprimeerd. Na elke druktrap wordt het aardgas in een warmtewisselaar gekoeld en daarna door een vloeistof-afscheider gevoerd. Dit is noodzakelijk omdat bij het comprimeren vloeistoffen kunnen worden gevormd, die schade kunnen veroorzaken aan de compressor, de drukhouders of de appendages van het voertuig Soorten afleverinstallaties Bij de aardgas-afleverinstallaties kunnen we onderscheid maken tussen fast-fill installaties (snel vullen), slow-fill installaties (langzaam vullen) of een combinatie van beide. Bij fast-fill wordt het voertuig in enkele minuten afgetankt, terwijl bij slow-fill de vultijd over het algemeen 6 tot 12 uur zal bedragen. Fast-fill installatie Bij een fast-fill installatie wordt aardgas gecomprimeerd en eventueel opgeslagen in een buffer. Deze vultechniek wordt toegepast als binnen een korte tijd relatief veel voertuigen moeten worden getankt. De vultijd per voertuig bedraagt enkele minuten. Indien de buffer leeg PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 33 VAN 64

34 is of geen buffer wordt toegepast, wordt het voertuig direct via de compressor gevuld. De vultijd is dan direct afhankelijk van de capaciteit van de compressor. In het algemeen zal de capaciteit van de compressor gekoppeld aan een bufferopslag kleiner zijn dan wanneer geen bufferopslag wordt toegepast Schema fast-fill installatie Legenda: 1. Distributienet 2. Hoofdmeter 3. Compressorinstallatie 4. 3-lijn cascade 5. Aflevertoestel Bij de Fast-fill procedure al of niet in combinatie met een bufferopslag wordt de tank van het voertuig in enkele minuten gevuld tot een druk van kpa. Het aardgastransport wordt dan verwezenlijkt door het drukverschil tussen de bufferopslag en de tank(s) van het voertuig. Om het rendement van de buffer zo hoog mogelijk te maken en de vultijd zo kort mogelijk te houden wordt meestal gekozen voor een cascade-regeling. Bij een cascade-regeling wordt de totale bufferopslag verdeeld over maximaal drie drukluiken. Tijdens het vullen van een voertuig wordt in eerste instantie getankt uit de eerste druklijn (HD), waarna automatisch wordt overgeschakeld op de tweede (MD) respectievelijk derde druklijn (LD) PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 34 VAN 64

35 Slow-fill installatie Bij een slow-fill installatie wordt gas via een compressor rechtstreeks in de voorraadcilinders van het voertuig geperst. De slow fill installatie is zo gedimensioneerd dat de vultijd ligt tussen de 6 en 12 uur. De slow-fill (langzame vulling) wordt daarom meestal toegepast als s-nachts tanken mogelijk is, Bij een slow-fill systeem wordt in principe meerdere voertuigen aangesloten op de aflevertoestellen (dispenders). Deze voertuigen worden dan gelijktijdig, langzaam gevuld. Door de lange beschikbare vultijd kan de compressor soms kleiner uitgevoerd worden dan bij een fast-fill systeem. Schema Slow Fill installatie Legenda: 1. Distributienet 2. Hoofdmeter 3. Compressorinstallatie 4. Aflevertoestel/zuil (dispenser) Vaak wordt een slow-fill installatie uitgerust met een kleine buffer om ook een beperkte vorm van fast-fill mogelijk te maken. Gashoeveelheidsmeting De gashoeveelheidsmeter, die wordt toegepast voor het meten van de gasafname aan de hogedrukzijde van het vulstation, wordt meestal geïntegreerd in het aflevertoestel (afleverzuil) PGS 25 DUMMY VOOR CONSULTATIE BAL - PAGINA 35 VAN 64

CONCEPT Aardgas: Afleverinstallaties van compressed natural gas (CNG) voor motorvoertuigen

CONCEPT Aardgas: Afleverinstallaties van compressed natural gas (CNG) voor motorvoertuigen CNCEPT Aardgas: Afleverinstallaties van compressed natural gas (CNG) voor motorvoertuigen Richtlijn voor de veilige toepassing van installaties voor het afleveren van aardgas aan motorvoertuigen Publicatiereeks

Nadere informatie

de Nieuwe PGS 25 Aardgasvulstations

de Nieuwe PGS 25 Aardgasvulstations de Nieuwe PGS 25 Aardgasvulstations Erik Büthker 1 december 2009 congres Relevant Ringwade 71, 3439 LM, Nieuwegein Postbus 1033, 3430 BA, Nieuwegein Tel: (030) 285 3320 Fax: (030) 285 4850 info@cngnet.nl

Nadere informatie

Gevarenkaart nr. 1 Brandbare en oxiderende gassen

Gevarenkaart nr. 1 Brandbare en oxiderende gassen Toepassingsgebied en definities Gevarenkaart nr. 1 NB. Achtergrondinformatie m.b.t. de motivatie en verantwoording van keuzes en uitgangspunten voor deze gevarenkaart is opgenomen in het Achtergronddocument,

Nadere informatie

Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen

Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen 25 Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen PUBLICATIEREEKS GEVAARLIJKE STOFFEN PGS 25:2009 VERSIE 1.0 (10-2009) - PAGINA 1 VAN 74 Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen Richtlijn

Nadere informatie

Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen

Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen 25 Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen PUBLICATIEREEKS GEVAARLIJKE STOFFEN PGS 25:2009 VERSIE 1.1 (OKTOBER 2011) - PAGINA 1 VAN 78 Inhoudelijke wijzigingen versie 1.1 Deze publicatie is

Nadere informatie

Wat is nieuw in de PGS 15. Gerard Pouw, Kenniscentrum InfoMil Paula Bohlander, Programmamanger PGS NEN Robbert van t Veer, Antea Group

Wat is nieuw in de PGS 15. Gerard Pouw, Kenniscentrum InfoMil Paula Bohlander, Programmamanger PGS NEN Robbert van t Veer, Antea Group Wat is nieuw in de PGS 15 Gerard Pouw, Kenniscentrum InfoMil Paula Bohlander, Programmamanger PGS NEN Robbert van t Veer, Antea Group Belangrijkste wijzigingen in vogelvlucht Beschermingsniveau 2 komt

Nadere informatie

Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen

Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen 25 Aardgas - afleverinstallaties voor motorvoertuigen PUBLICATIEREEKS GEVAARLIJKE STOFFEN PGS 25:2009 VERSIE 1.2 (NOVEMBER 2012) - PAGINA 1 VAN 81 Inhoudelijke wijzigingen versie 1.2 Deze publicatie is

Nadere informatie

Transportovereenkomst Gas van de regionale netbeheerder en de afnemer indien de. op deze voorwaarden worden ook van toepassing op reeds gesloten

Transportovereenkomst Gas van de regionale netbeheerder en de afnemer indien de. op deze voorwaarden worden ook van toepassing op reeds gesloten Aanvullende Voorwaarden RNB Groen Gas Invoeders versie aangemaakt door aard wijziging kenmerk status D14.0 I. Schoemaker Inhoud 1 Algemeen... 3 2 Definities... 3 3 Invoedingsinstallatie... 5 4 De RNB Meet-

Nadere informatie

Externe veiligheid (omgevingsveiligheid) in het BAL. Schakeldag 2015 Robbert van t Veer (InfoMil) Paula Bohlander (NEN)

Externe veiligheid (omgevingsveiligheid) in het BAL. Schakeldag 2015 Robbert van t Veer (InfoMil) Paula Bohlander (NEN) Externe veiligheid (omgevingsveiligheid) in het BAL Schakeldag 2015 Robbert van t Veer (InfoMil) Paula Bohlander (NEN) 2 RWS BEDRIJFSINFORMATIE Omgevingsveiligheid in het Besluit Activiteiten Leefomgeving

Nadere informatie

Dit document is onderdeel van Overheden voor overheden op infomil.nl

Dit document is onderdeel van Overheden voor overheden op infomil.nl Dit document is onderdeel van Overheden voor overheden op infomil.nl Samengebrachte CNG-voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer (inclusief toelichtingen)

Nadere informatie

Het opstellen van een QRA rapportage (Risicoanalyse LNG tankstation Waddinxveen, Top Consultants

Het opstellen van een QRA rapportage (Risicoanalyse LNG tankstation Waddinxveen, Top Consultants Onderbouwing voor het afwijken van het in PGS9 opstelde doelvoorschrift met betrekking tot interne veiligheidsafstanden tussen LIN en LNG opslagtank, LNG station aan de Transportweg 32 te Waddinxveen In

Nadere informatie

Veiligheid voertuigen op CNG, LNG, H 2

Veiligheid voertuigen op CNG, LNG, H 2 Veiligheid voertuigen op CNG, LNG, H 2 Dr.ir. Nils Rosmuller (Lector Transportveiligheid) Bijeenkomst veiligheid elektrische voertuigen 23 september 2014, Tiel Context Voertuigen op CNG Voertuigen op LNG

Nadere informatie

Veiligheid op een LPG-tankstation. Rinus Blankestijn Milieu Techn. Adviseur

Veiligheid op een LPG-tankstation. Rinus Blankestijn Milieu Techn. Adviseur Veiligheid op een LPG-tankstation Rinus Blankestijn Milieu Techn. Adviseur Veiligheidsbeleid Doel veiligheidsbeleid: Reduceren risico s tot (maatschappelijk) aanvaard niveau (< 1 : 1 miljoen) Wat vormt

Nadere informatie

Cryogeen LNG: Waar..

Cryogeen LNG: Waar.. Cryogeen LNG: Voor het mileu een zegen!! Voor incident bestrijders een ramp?! VBE Seminar, 07-10-2015 te Gorinchem 9-10-2015 Dick Arentsen, AGS/Veiligheidskundige/Fire Engineer Waar.. Vrachtwagens Bussen

Nadere informatie

Waterstof: afleverinstallaties van waterstof voor wegvoertuigen

Waterstof: afleverinstallaties van waterstof voor wegvoertuigen Waterstof: afleverinstallaties van waterstof voor wegvoertuigen Richtlijn voor de arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige toepassing van installaties voor het afleveren van waterstof aan wegvoertuigen

Nadere informatie

Toezicht & Handhaving binnen de (externe)veiligheidsketen

Toezicht & Handhaving binnen de (externe)veiligheidsketen Externe veiligheid? Toezicht & Handhaving binnen de (externe)veiligheidsketen Het beheersen van risico's die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen Externe

Nadere informatie

klik op de volgende link. zie:

klik op de volgende link. zie: Wetsartikel Regelgeving LPG reservoirs 2016 Er gaat een schrijven rond vanuit activiteitenregeling milieubeheer betreft het vullen van LPG gasdamptanks vanaf 2016 verboden is. Jammer dat er zoveel mensen

Nadere informatie

VOORWOORD. Het voorliggende advies PGS 25, is ongewijzigd ten opzichte van de voormalige CPR richtlijn 17-1.

VOORWOORD. Het voorliggende advies PGS 25, is ongewijzigd ten opzichte van de voormalige CPR richtlijn 17-1. VOORWOORD Met ingang van 1 juni 2004 is de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS) benoemd door het Kabinet. Tevens is de Commissie van Preventie van Rampen door gevaarlijke stoffen (CPR) opgeheven. De CPR

Nadere informatie

Toelichting VLAREM-trein 2011. LNE - Afdeling Milieuvergunningen Willy Deberdt AARDGASTANKSTATIONS 2 en 6 februari 2012 Gent en Leuven

Toelichting VLAREM-trein 2011. LNE - Afdeling Milieuvergunningen Willy Deberdt AARDGASTANKSTATIONS 2 en 6 februari 2012 Gent en Leuven Toelichting VLAREM-trein 2011 LNE - Afdeling Milieuvergunningen Willy Deberdt AARDGASTANKSTATIONS 2 en 6 februari 2012 Gent en Leuven Overzicht 1. Wat? 2. Aanleiding 3. Haalbaarheid van de technologie

Nadere informatie

G4-01 N Versie AFLEVERSTATION NGV Aanbeveling

G4-01 N Versie AFLEVERSTATION NGV Aanbeveling G4-01 N Versie 2013.06 AFLEVERSTATION NGV Aanbeveling 1. Scope Dit document is opgesteld met het vooruitzicht op de publicatie van de toekomstige Europese Richtlijn mbt de vervangingsbrandstof voor het

Nadere informatie

Hoe hoog ligt de Lat bij de Bedrijfsbrandweer. Michael de Gunst, Centrum Industriële Veiligheid/LEC BrandweerBRZO

Hoe hoog ligt de Lat bij de Bedrijfsbrandweer. Michael de Gunst, Centrum Industriële Veiligheid/LEC BrandweerBRZO Hoe hoog ligt de Lat bij de Bedrijfsbrandweer Michael de Gunst, Centrum Industriële Veiligheid/LEC BrandweerBRZO Bedrijfsbrandweer? Bedrijfsbrandweer = Organisatie van mensen en middelen die tot doel heeft

Nadere informatie

Metatechnisch Evaluatiesysteem

Metatechnisch Evaluatiesysteem Metatechnisch Evaluatiesysteem Versie 3 Beheersdomein Procesinstallaties Inspectie-instrument Procesveiligheidsdocumentatie Testversie 29/02/2008 CRC/SIT/010-N Werkversie Belgische Seveso-inspectiediensten

Nadere informatie

Overzicht bepalingen inhoud Veiligheidsrapport in het Brzo 2015, Seveso III en de Rrzo Maart 2016

Overzicht bepalingen inhoud Veiligheidsrapport in het Brzo 2015, Seveso III en de Rrzo Maart 2016 Overzicht bepalingen inhoud Veiligheidsrapport in het Brzo 2015, Seveso III en de Rrzo Maart 2016 Brzo 2015, Artikel 10 1. De exploitant van een hogedrempelinrichting stelt een veiligheidsrapport op en

Nadere informatie

(ONTWERP) BESCHIKKING VERANDERINGSVERGUNNING WET MILIEUBEHEER

(ONTWERP) BESCHIKKING VERANDERINGSVERGUNNING WET MILIEUBEHEER (ONTWERP) BESCHIKKING VERANDERINGSVERGUNNING WET MILIEUBEHEER verleend aan Smurfit Kappa Solid Board B.V. ten behoeve van het wijzigen van een inrichting bedoeld voor productie van karton (Locatie: De

Nadere informatie

G5/43 Toelichting bij het veiligheidsinformatieblad van aardgas afkomstig van het distributienet. Versie van juni 2016

G5/43 Toelichting bij het veiligheidsinformatieblad van aardgas afkomstig van het distributienet. Versie van juni 2016 G5/43 Toelichting bij het veiligheidsinformatieblad van aardgas afkomstig van het distributienet Versie van juni 2016 1/5 G5/43 juni 2016 INHOUD 1. Context... 3 2. Soorten aardgas en geurstoffen... 3 3.

Nadere informatie

PGS 33-1 Veiligheid rondom tanken van LNG

PGS 33-1 Veiligheid rondom tanken van LNG PGS 33-1 Veiligheid rondom tanken van LNG Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen Informatie over de PGS-reeks Veilige opslag van gevaarlijke stoffen met PGS De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) heeft

Nadere informatie

Rapportnummer: 2012/Polyplus/01

Rapportnummer: 2012/Polyplus/01 UMEO milieuadvies Wilhelminastraat 98 7462 CJ Rijssen Project: QRA Polyplus, Assen Opdrachtgever: Gemeente Assen Rapportnummer: 2012/Polyplus/01 Status: definitief Auteur: ing. H. Hiltjesdam Telefoon:

Nadere informatie

De belangrijkste veranderingen in de PGS juni 2016 Dina Rezvanova Rijkswaterstaat/Infomil

De belangrijkste veranderingen in de PGS juni 2016 Dina Rezvanova Rijkswaterstaat/Infomil De belangrijkste veranderingen in de PGS15 Dina Rezvanova Rijkswaterstaat/Infomil Wat ga ik vandaag vertellen? Omgevingswet PGS, Nieuwe Stijl PGS15 2 Rijkswaterstaat/Infomil 3 Rijkswaterstaat/Infomil Hoe

Nadere informatie

CO2 uit biogas Toepassing glastuibouw. Presentatie door Jeroen de Pater - Gastreatment Services 10 september 2009

CO2 uit biogas Toepassing glastuibouw. Presentatie door Jeroen de Pater - Gastreatment Services 10 september 2009 CO2 uit biogas Toepassing glastuibouw Presentatie door Jeroen de Pater - Gastreatment Services 10 september 2009 CO2 uit biogas - Inleiding - GPP -systeem - Kwaliteitseisen CO 2 voor glastuinbouw - Toepasbaarheid

Nadere informatie

PGS 15. December 2011 versie 1.0 ten opzichte van PGS 15: Dupa Veiligheidstechniek 27-01-2012

PGS 15. December 2011 versie 1.0 ten opzichte van PGS 15: Dupa Veiligheidstechniek 27-01-2012 PGS 15 December 2011 versie 1.0 ten opzichte van PGS 15: 2005 Dupa Veiligheidstechniek 27-01-2012 Wijzigingen In tabel 1.2 is de ondergrens voor klasse 2 (gassen) gesteld op 125 l (was eerst 50 l). Voorschrift

Nadere informatie

ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas

ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART CCNR-ZKR/ADN/WG/CQ/2011/12 definitief 27 januari 2012 Or. DUITS ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas De ADN-vragencatalogus 2011 is op 27-01-2012 in de onderhavige versie aangenomen

Nadere informatie

Tabel 1 Aanbevolen procedure voor vacumeren

Tabel 1 Aanbevolen procedure voor vacumeren Wijbenga info sheet 12: Vacumeren Inleiding Deze keer geen luchtig onderwerp. Na de bouw van een koelinstallatie zal deze in bedrijf genomen moeten worden. Deze inbedrijfstelling bestaat uit een aantal

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting VOORSCHRIFTEN behorende bij het ontwerpbesluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting Jellice Pioneer Europe te Kapitein Antiferstraat 31 te Emmen 2 INHOUDSOPGAVE 1 OPSLAG GEVAARLIJKE STOFFEN

Nadere informatie

Brandweeradvies externe veiligheid inzakebestemmingsplan Emmendennen, Emmen Gemeente Emmen

Brandweeradvies externe veiligheid inzakebestemmingsplan Emmendennen, Emmen Gemeente Emmen Brandweeradvies externe veiligheid inzakebestemmingsplan Emmendennen, Emmen Gemeente Emmen Auteur: J.M Timmerman Datum: 13 oktober 2011 Versie: 1.0 Inhoudsopgave 1. Aanleiding...3 2. Doelstelling...3 3.

Nadere informatie

Externe veiligheid in het Activiteitenbesluit. mr. drs. J.H.K.C. (Christiaan) Soer 26 november 2015

Externe veiligheid in het Activiteitenbesluit. mr. drs. J.H.K.C. (Christiaan) Soer 26 november 2015 Externe veiligheid in het Activiteitenbesluit mr. drs. J.H.K.C. (Christiaan) Soer Inhoud Basisbegrippen externe veiligheid Externe veiligheid in het Activiteitenbesluit Propaan Aardgas Windturbines LPG

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II Ammoniak Ammoniak wordt bereid uit een mengsel van stikstof en waterstof in de molverhouding N 2 : H 2 = 1 : 3. Dit gasmengsel, ook wel synthesegas genoemd, wordt in de ammoniakfabriek gemaakt uit aardgas,

Nadere informatie

In uw brief van 28 januari 2008 met uw kenmerk 267920 schrijft u het volgende;

In uw brief van 28 januari 2008 met uw kenmerk 267920 schrijft u het volgende; Ingevolge artikel 59 van de WRO worden overtredingen van voorschriften, die deel uitmaken van een bestemmingsplan voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangeduid, gestraft met

Nadere informatie

2. Actuele wet- en regelgeving

2. Actuele wet- en regelgeving 2. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, per 1 oktober 2010) regelt de omgevingsvergunning voor het bouwen (voorheen de bouwvergunning) en de omgevingsvergunning/gebruiksmelding

Nadere informatie

Veiliger Lossen. Autogas (LPG) bij tankstations!

Veiliger Lossen. Autogas (LPG) bij tankstations! Veiliger Lossen Autogas (LPG) bij tankstations! Moment van de BLEVE uitgesteld door hittewerende bekleding op de tankwagen en door verbeterde vulslangen oktober 2010 Doelstelling presentatie De regionale

Nadere informatie

LNG Veiligheid, hoe doe je dat?

LNG Veiligheid, hoe doe je dat? LNG Veiligheid, hoe doe je dat? Ernest Groensmit Voorzitter Werkgroep I LNG Veiligheid en Regelgeving Presentatie LNG Platform Vergadering 20 nov 2014 Schiedam LNG naar een nieuwe markt Source Transport

Nadere informatie

Rapportage advies externe veiligheid

Rapportage advies externe veiligheid Rapportage advies externe veiligheid Ontwerp bestemmingsplan Gochsedijk Siebengewald Gemeente Bergen Adviesaanvrager: Gemeente Bergen Datum: 14 april 2016 Status: Opgesteld door: Collegiaal getoetst door:

Nadere informatie

BEOORDELING EXTERNE VEILIGHEID. Plan nieuwbouw school Plein. Gemeente Kerkrade

BEOORDELING EXTERNE VEILIGHEID. Plan nieuwbouw school Plein. Gemeente Kerkrade BEOORDELING EXTERNE VEILIGHEID Plan nieuwbouw school Plein Gemeente Kerkrade Afdeling Milieu en Bouwen Gemeente Kerkrade 13 juli 2009 versie 2 Beoordeling Externe Veiligheid bestemmingsplan school Plein

Nadere informatie

Risicoanalyse stoomleiding Twence - AkzoNobel

Risicoanalyse stoomleiding Twence - AkzoNobel Technology & Engineering B.V. Consultancy & Training PO Box 9300 6800 SB Arnhem the Netherlands T +31 26 366 2839 F +31 26 366 4347 www.akzonobel.com/te Subject Risicoanalyse stoomleiding Twence - AkzoNobel

Nadere informatie

Risicoanalyse LNG-tankstation Rotterdam

Risicoanalyse LNG-tankstation Rotterdam Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse LNG-tankstation Rotterdam Project : 122317 Rotterdam Datum : 6 maart 2012 Auteur : ir. G.A.M. Golbach ing. A.M. op den Dries Opdrachtgever:

Nadere informatie

Risicoanalyse biogasinstallatie rwzi Harderwijk

Risicoanalyse biogasinstallatie rwzi Harderwijk Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse biogasinstallatie rwzi Harderwijk Project : 163158 Datum : 23 november 2016 Auteur : ir. G.A.M. Golbach Opdrachtgever: IMD BV t.a.v. W.

Nadere informatie

NPR 8099 waterstoftankstations. Schakeldag, 2 november 2010, Utrecht

NPR 8099 waterstoftankstations. Schakeldag, 2 november 2010, Utrecht NPR 8099 waterstoftankstations Schakeldag, 2 november 2010, Utrecht NPR waterstoftankstations Inleiding Marco Rams (AgNL) 13:15-13:20 Techniek Peter Bout (Air Products) 13:20-13:40 NPR Bertus Vooijs (Gem.

Nadere informatie

Nieuwe PGS 28 en PGS 30 in vogelvlucht. Harold Pauwels Projectsecretaris PGS 28 en PGS 30 NEN 29 november 2011

Nieuwe PGS 28 en PGS 30 in vogelvlucht. Harold Pauwels Projectsecretaris PGS 28 en PGS 30 NEN 29 november 2011 Nieuwe PGS 28 en PGS 30 in vogelvlucht Harold Pauwels Projectsecretaris PGS 28 en PGS 30 NEN 29 november 2011 1 Inhoud presentatie Doel PGS PGS beheerorganisatie PGS 28: Ondergrondse tankinstallaties PGS

Nadere informatie

CONCEPT WATERWERKBLAD UITVOERING PERSPROEF DATUM: OKT 2014

CONCEPT WATERWERKBLAD UITVOERING PERSPROEF DATUM: OKT 2014 Herziening van juni 2004 CONCEPT WATERWERKBLAD WB 2.3 UITVOERING PERSPROEF DATUM: OKT 2014 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de persproef is in artikel 2.3 van NEN 1006 (AVWI-2014) het volgende

Nadere informatie

L3G B.02 - Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, Bijlage 1. Toepassingsgebied/ondergrenzen en vrijstellingen PGS 15 (versie 2016)

L3G B.02 - Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, Bijlage 1. Toepassingsgebied/ondergrenzen en vrijstellingen PGS 15 (versie 2016) L3G 06.03.B.02 - Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, Bijlage 1. Toepassingsgebied/ondergrenzen en vrijstellingen PGS 15 (versie 2016) Het toepassingsgebied van PGS 15 heeft betrekking op stoffen van

Nadere informatie

Risicoanalyse Avia tankstation. Drievogelstraat in Kerkrade. Adviseurs voor de externe veiligheid

Risicoanalyse Avia tankstation. Drievogelstraat in Kerkrade. Adviseurs voor de externe veiligheid Adviseurs voor de externe veiligheid AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse Avia tankstation Drievogelstraat in Kerkrade Status : notitie Project : 071207 Datum : 17 september 2008 Projectdoc.

Nadere informatie

Activiteitenbesluit wijziging: reparaties en richtlijnen. Deze sessie gaat over: de aankomende wijziging van Activiteitenbesluit en -regeling.

Activiteitenbesluit wijziging: reparaties en richtlijnen. Deze sessie gaat over: de aankomende wijziging van Activiteitenbesluit en -regeling. 1 Deze sessie gaat over: de aankomende wijziging van Activiteitenbesluit en -regeling. Er wordt kort ingegaan op: de 4e tranche reparaties met de inhoudelijke gevolgen; de verwijzing naar de geactualiseerde

Nadere informatie

Harsh & Hazardous. Dé richtlijnen voor extreme omstandigheden EXPLOSIES

Harsh & Hazardous. Dé richtlijnen voor extreme omstandigheden EXPLOSIES Harsh & Hazardous Dé richtlijnen voor extreme omstandigheden EXPLOSIES Explosies Een explosie is het plotseling vergroten van het volume van een hoeveelheid materie waarna de energie op een heftige manier

Nadere informatie

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Directie Ecologie Ons kenmerk C2066203/2912430 op de op 9 februari 2012 bij hen ingekomen aanvraag van Vlisco Netherlands BV, om vergunning krachtens

Nadere informatie

Clean fuel. LNG Facts & Figures

Clean fuel. LNG Facts & Figures 1 LNG Facts & Figures Waarom LNG Schoon Zonder nabehandeling voldoen aan emissie standaarden Veilig Lichter dan lucht als het verdampt Moeilijk ontsteekbaar Enorme voorraden Past in Europese doelstelling

Nadere informatie

ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen

ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen Sinds 30 juni 2003 is er het één en ander veranderd voor apparaten en beveiligingssystemen

Nadere informatie

Hoe ontstaan gevaarlijke gassen in containers? 1. De lading zelf 2. Gassingen met bestrijdingsmiddel 3. De container

Hoe ontstaan gevaarlijke gassen in containers? 1. De lading zelf 2. Gassingen met bestrijdingsmiddel 3. De container Hoe ontstaan gevaarlijke gassen in containers? 1. De lading zelf 2. Gassingen met bestrijdingsmiddel 3. De container 1) De lading zelf kan gevaarlijke of verstikkende gassen produceren. Zelfs voedingsmiddelen

Nadere informatie

Wat is ARIE? Hoe werkt de webapplicatie ARIE aanwijzing? Ga naar www.rivm.nl/arie, u krijgt dan het volgende scherm:

Wat is ARIE? Hoe werkt de webapplicatie ARIE aanwijzing? Ga naar www.rivm.nl/arie, u krijgt dan het volgende scherm: Wat is ARIE? Bedrijven die vallen onder de ARIE-regeling hebben veel gevaarlijke stoffen in huis, maar de effecten van een ongeval met een gevaarlijke stof blijven binnen de poort. Dit betekent dat vooral

Nadere informatie

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties BIJLAGE V Technische bepalingen inzake stookinstallaties Deel 1 Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties 1. Alle emissiegrenswaarden worden berekend bij een temperatuur

Nadere informatie

Risicoanalyse LNG-tankstation Harnaschpolder Midden-Delfland

Risicoanalyse LNG-tankstation Harnaschpolder Midden-Delfland Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse LNG-tankstation Harnaschpolder Midden-Delfland Project : 122329 Harnaschpolder Datum : 28 februari 2013 Auteur : ir. G.A.M. Golbach ing.

Nadere informatie

Waterstof: afleverinstallaties van waterstof voor wegvoertuigen

Waterstof: afleverinstallaties van waterstof voor wegvoertuigen 35 Waterstof: afleverinstallaties van waterstof voor wegvoertuigen PUBLICATIEREEKS GEVAARLIJKE STOFFEN Waterstof: Afleverinstallaties van waterstof voor wegvoertuigen Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen

Nadere informatie

Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden

Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden 33 Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) 34 Veiligheidsregio Haaglanden HlMlIIlil

Nadere informatie

Activiteitenschakel vierde tranche Propaantanks

Activiteitenschakel vierde tranche Propaantanks Activiteitenschakel vierde tranche Propaantanks Mandy Taal (RWS/InfoMil) 26 januari 2016 Programma 14.45-15.00 Inleiding + filmpje 15.00-15.15 Toelichting wettelijk kader, externe afstanden 15.15-15.30

Nadere informatie

*** VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD ***

*** VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD *** *** VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD *** 1. IDENTIFICATIE VAN DE STOF OF HET PREPARAAT EN VAN DE VENNOOTSCHAP/ONDERNEMING PRODUCT BENAMING COOL-BIND 1300 AANBEVOLEN TOEPASSINGEN LEVERANCIER Lijm Van Asperen Kleefstoffen

Nadere informatie

Services are provided by members of the Lloyd s Register Group Lloyd s Register, Lloyd s Register EMEA and Lloyd s Register Asia are exempt charities

Services are provided by members of the Lloyd s Register Group Lloyd s Register, Lloyd s Register EMEA and Lloyd s Register Asia are exempt charities Services are provided by members of the Lloyd s Register Group Lloyd s Register, Lloyd s Register EMEA and Lloyd s Register Asia are exempt charities under the UK Charities Act 1993. Richtlijn Drukapparatuur

Nadere informatie

Aansluit- en transportvoorwaarden Gas RNB

Aansluit- en transportvoorwaarden Gas RNB Aansluit- en transportvoorwaarden Gas RNB Onderdeel van de voorwaarden als bedoeld in artikel 12b van de Gaswet Disclaimer: Deze bundel bevat de doorlopende tekst van een onderdeel van de voorwaarden als

Nadere informatie

Inhoud. cursustitel 2

Inhoud. cursustitel 2 Cursustitel 1 Inhoud Achtergrond informatie: Wat is LNG Hoe wordt een PGS toegepast LNG infrastructuur Ontwerp constructie en uitvoering van een LNG tankstation Keuringen, onderhoud en inspectie LNG afleverinstallatie

Nadere informatie

CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM

CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM Naam bedrijf (KvK naam) Contactpersoon NAW gegevens Naam toezichthouder Datum controle SBI code Telefoonnummer Type A / B / C Postadres Maatwerk gesteld? Vergunning ja voor

Nadere informatie

Stappenplan voor het explosieveiligheidsdocument. In een onderzoek kunnen de volgende stappen genomen worden:

Stappenplan voor het explosieveiligheidsdocument. In een onderzoek kunnen de volgende stappen genomen worden: ATEX introductie De Atex richtlijn is van toepassing op alle plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. De richtlijn heeft een breed werkingsgebied en omvat naast gasexplosiegevaar ook stofexplosiegevaar.

Nadere informatie

Richtlijn voor de indeling in risicoklassen van drinkwaterinstallaties die aangesloten zijn op het drinkwaternet

Richtlijn voor de indeling in risicoklassen van drinkwaterinstallaties die aangesloten zijn op het drinkwaternet Richtlijn voor de indeling in risicoklassen van drinkwaterinstallaties die aangesloten zijn op het drinkwaternet Organisatie: Vewin Postbus 1019 2280 CA Rijswijk Auteurs - Treur (Waternet), De Veer (PWN),

Nadere informatie

Meetstrategie met betrekking tot stookinstallaties

Meetstrategie met betrekking tot stookinstallaties Nieuwsbrief MilieuTechnologie, maart 1995 (Kluwer, jaargang 2, nummer 3) Jan Gruwez, TREVI nv Meetstrategie met betrekking tot stookinstallaties In de context van VLAREM II worden industriële inrichtingen

Nadere informatie

In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen.

In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. Relevante wet-en regelgeving BHV1 1. Arbeidsomstandighedenwet (van kracht sinds 1 januari 2007) N.B. Achter de artikelen

Nadere informatie

WATERWERKBLAD. WARMTAPWATERINSTALLATIES Beveiligingen

WATERWERKBLAD. WARMTAPWATERINSTALLATIES Beveiligingen WATERWERKBLAD WARMTAPWATERINSTALLATIES Beveiligingen WB 4.4 B DATUM: SEPT. 2007 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de beveiliging van warmtapwaterinstallaties is in NEN 1006 (AVWI-2002) het

Nadere informatie

Veilig werken met apparaten en machines

Veilig werken met apparaten en machines Published on Arbocatalogus voor de vlakglasbranche (http://www.arbocatalogus-vlakglas.nl) Veilig werken met apparaten en machines Oplossing status: Goedgekeurd door Inspectie SZW Een machine is een arbeidsmiddel,

Nadere informatie

CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM

CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM Naam bedrijf (KvK naam) Contactpersoon NAW gegevens Naam toezichthouder Datum controle SBI code Telefoonnummer Type A / B / C Postadres Maatwerk gesteld? Vergunning ja voor

Nadere informatie

ARIE-Regeling (Arbeidsomstandighedenbesluit) (Geldende wettekst op 1/2/2008; actuele tekst te raadplegen op www.wetten.nl)

ARIE-Regeling (Arbeidsomstandighedenbesluit) (Geldende wettekst op 1/2/2008; actuele tekst te raadplegen op www.wetten.nl) ARIE-Regeling (Arbeidsomstandighedenbesluit) (Geldende wettekst op 1/2/2008; actuele tekst te raadplegen op www.wetten.nl) Introductie De Arie-regeling (Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie

Nadere informatie

Workshop bodem. Barimfinale 12 juni 2008 door Mark Diependaal. Mlieudienst IJmond. Programma

Workshop bodem. Barimfinale 12 juni 2008 door Mark Diependaal. Mlieudienst IJmond. Programma Workshop bodem Barimfinale 12 juni 2008 door Mark Diependaal Mlieudienst IJmond 1 Programma Korte herhaling Bodemonderzoek, hoe en wat Uitwerking NRB in Activiteitenbesluit Normdocumenten en Kwalibo Casus

Nadere informatie

Amitec. Alltech. Deze inrichtring loost alleen sanitair- en hwa-water.

Amitec. Alltech. Deze inrichtring loost alleen sanitair- en hwa-water. İJ Alltech Binnen de inrichting v i n d e n verschillende activiteiten plaats. Naast de t r a n s p o r t b e w e g i n g e n zijn er w e r k z a a m h e d e n in de werkplaats, activiteiten o p het achterterrein

Nadere informatie

Datum : 16 april 2015 : Externe veiligheid aanzet verantwoording groepsrisico

Datum : 16 april 2015 : Externe veiligheid aanzet verantwoording groepsrisico Notitie Project Projectnummer : 15-056 EV Betreft : Externe veiligheid aanzet verantwoording groepsrisico Behandeld door : Linda Gelissen 1 Inleiding Aan de Beatrixlaan te Weert wordt een Kennis en Expertise

Nadere informatie

Regeling art Verwijzingen en overige eisen Belangrijkste wijzigingen

Regeling art Verwijzingen en overige eisen Belangrijkste wijzigingen Sinds 1 december 2013 verwijst de Activiteitenregeling naar de nieuwste versies van de PGS-richtlijnen 28 en 30 voor de opslag in ondergrondse en bovengrondse opslagtanks. Deze wijziging van de Activiteitenregeling

Nadere informatie

14011 lil 07. 1 8 FEB. 20U SÏ3 OiH. loi'i. Omgevingsadvisering. m M mm» m «a^ Brabant > Zuidoost veiligheidsregio

14011 lil 07. 1 8 FEB. 20U SÏ3 OiH. loi'i. Omgevingsadvisering. m M mm» m «a^ Brabant > Zuidoost veiligheidsregio m M mm» m «a^ Brabant > Zuidoost veiligheidsregio 14011 lil 07 1 8 FEB. 20U SÏ3 OiH. loi'i Retouradres, Postbus 242, 5600 AE Eindhoven College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Helmond H.

Nadere informatie

Algemeen Reglement van de Certificering voor bedrijfsnoodorganisaties

Algemeen Reglement van de Certificering voor bedrijfsnoodorganisaties Algemeen Reglement van de Certificering voor bedrijfsnoodorganisaties Nederlands Instituut BedrijfsnoodOrganisatie Versie 3: Maart 2015 Inhoudsopgave 1. Samenvatting... 3 2. Definities... 4 3. Inleiding...

Nadere informatie

Op de voordracht van de Minister van Infrastructuur en Milieu van, nr., Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Op de voordracht van de Minister van Infrastructuur en Milieu van, nr., Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Besluit van tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, het Besluit bodemkwaliteit, het Besluit lozen buiten inrichtingen, het Besluit omgevingsrecht en het Waterbesluit

Nadere informatie

Natuurlijk anders keuren?

Natuurlijk anders keuren? Natuurlijk anders keuren? Workshop 13 juni 2017 PED-select.NL 1 Introductie Reind Westerveld Functie: Senior adviseur en inspecteur Sinds 2002 werkzaam bij Energie Consult Holland BV Werkzaamheden: Advies

Nadere informatie

AFDELING VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT GASTURBINES EN STOOM- EN GASTURBINE- INSTALLATIES

AFDELING VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT GASTURBINES EN STOOM- EN GASTURBINE- INSTALLATIES p.1/5 AFDELING 5.43.3. VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT GASTURBINES EN STOOM- EN GASTURBINE- INSTALLATIES Art. 5.43.3.1. 1. In afwijking van de algemene emissiegrenswaarden, bepaald in hoofdstuk 4.4, moeten

Nadere informatie

WET MILIEUBEHEER BESCHIKKING

WET MILIEUBEHEER BESCHIKKING WET MILIEUBEHEER BESCHIKKING Gegevens aanvrager Naam aanvrager : De heer Van Manen namens Kloosterboer Elst Bv Adres : Handelsweg 5 Postcode en plaats : 6662 NH ELST Gegevens inrichting Naam inrichting

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm VOORSCHRIFTEN behorende bij de veranderingsvergunning Wm betreffende het voornemen tot het reinigen van afvalwater van derden in de bestaande Biologische Voorzuivering Installatie (BVZI) Attero Noord BV

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALING

HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALING Nr 5A05 De raad van de gemeente Menaldumadeel; overwegende dat het door de inwerkingtreding van de Algemene Wet Bestuursrecht noodzakelijk is om de verordeningen en regelingen aan te passen aan deze wet;

Nadere informatie

Risicoanalyse Biovergister

Risicoanalyse Biovergister projectnr. 201182 - CA50 revisie 03 1 december 2009 Save Postbus 321 7400 AH Deventer Opdrachtgever HoST B.V. Postbus 920 7550 AX Hengelo OV datum vrijgave beschrijving revisie 03 goedkeuring vrijgave

Nadere informatie

AMvB Brandveilig Gebruik Overige Plaatsen. Frans Gubbels, Ministerie van Veiligheid en Justitie Jan Lohmeijer, Brandweer Nederland

AMvB Brandveilig Gebruik Overige Plaatsen. Frans Gubbels, Ministerie van Veiligheid en Justitie Jan Lohmeijer, Brandweer Nederland AMvB Brandveilig Gebruik Overige Plaatsen Frans Gubbels, Ministerie van Veiligheid en Justitie Jan Lohmeijer, Brandweer Nederland Programma Stand van zaken Gevolgen bij invoering Uitvoering Handhaving

Nadere informatie

Gemeente Nijmegen College van burgemeester en wethouders D.t.v. de heer J. Groeneweg Afdeling Bedrijven G660 Postbus HG NIJMEGEN

Gemeente Nijmegen College van burgemeester en wethouders D.t.v. de heer J. Groeneweg Afdeling Bedrijven G660 Postbus HG NIJMEGEN Gemeente Nijmegen College van burgemeester en wethouders D.t.v. de heer J. Groeneweg Afdeling Bedrijven G660 Postbus 9105 6500 HG NIJMEGEN Sector Brandweer Groenewoudseweg 275 6524 TV Nijmegen Postbus

Nadere informatie

Periodiek Onderhoud Akkoord

Periodiek Onderhoud Akkoord Periodiek Onderhoud - PO SCOPE 1 - ATMOSFERISCH TOESTEL - AARDGAS SCIOS identificatiecode : XYZ001 Inspectie referentie : 2718KE-149-11-XYZ001-I-PO_G Naam : Demo locatie Adres : Marineblauw 149 Postcode

Nadere informatie

QRA H 2 refuelling station Air Liquide

QRA H 2 refuelling station Air Liquide Parlevinkerstraat 29 1951 AR Velsen-Noord Postbus 43 1950 AA Velsen-Noord Telefoon 0251 26 24 64 Fax 0251 26 24 99 velsen@tebodin.com www.tebodin.com www.tebodin.nl Opdrachtgever: Air Liquide Project:

Nadere informatie

OMGEVINGSVERGUNNING. aanleg waterstofleiding. milieuneutraal veranderen van een inrichting. Oosterhorn 4 te Farmsum. vth-nummer: Z

OMGEVINGSVERGUNNING. aanleg waterstofleiding. milieuneutraal veranderen van een inrichting. Oosterhorn 4 te Farmsum. vth-nummer: Z OMGEVINGSVERGUNNING voor: aanleg waterstofleiding activiteiten: milieuneutraal veranderen van een inrichting verleend aan: Akzo Nobel Chemicals B.V. locatie: Oosterhorn 4 te Farmsum vth-nummer: Z2017-00002714

Nadere informatie

Verreiker: Gebruik als multifunctioneel werktuig.

Verreiker: Gebruik als multifunctioneel werktuig. Verreiker: Gebruik als multifunctioneel werktuig. Achtergrond Verreikers zijn bedoeld om lasten geleid te verplaatsen. Hierbij wordt een vorkenbord gebruikt met daaraan gekoppeld twee vorken om de last

Nadere informatie

Vragenboom BAL Casus: tankstation met windturbine. Schets voor beeldvorming van de opzet in het BAL van de milieubelastende activiteiten

Vragenboom BAL Casus: tankstation met windturbine. Schets voor beeldvorming van de opzet in het BAL van de milieubelastende activiteiten Vragenboom BAL Casus: tankstation met windturbine Schets voor beeldvorming van de opzet in het BAL van de milieubelastende activiteiten U hebt aangegeven dat uw bedrijf mogelijk milieubelastende activiteiten

Nadere informatie

: Beoordeling onbemand opereren benzinetankstation

: Beoordeling onbemand opereren benzinetankstation Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Notitie : Beoordeling onbemand opereren benzinetankstation Opdrachtgever : AVIA Marees Contactpersoon D.J. Marees Datum : 19 december 2014 Auteur : ir.

Nadere informatie

Gedragsregels VTU Kisten commissie

Gedragsregels VTU Kisten commissie Doel/doelstelling Het doel van de gedragsregels m.b.t. kisten die geschikt zijn om te worden gecremeerd, is ervoor te zorgen dat de crematie van een kist kan plaatsvinden zonder problemen, waarbij de getekende

Nadere informatie

Bestemmingsplan Kern Roosteren. Teksten t.b.v. verantwoording groepsrisico

Bestemmingsplan Kern Roosteren. Teksten t.b.v. verantwoording groepsrisico Adviseurs externe veiligheid en risicoanalisten Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Bestemmingsplan Kern Roosteren Teksten t.b.v. verantwoording groepsrisico Project : 122179 Datum : 16

Nadere informatie