GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 3. Technische woningkwaliteit. Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 3. Technische woningkwaliteit. Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert"

Transcriptie

1 GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 3. Technische woningkwaliteit Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert

2

3 GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 3. Technische woningkwaliteit Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert Projectleiding: Bruno De Meulder Leuven, maart 2015

4 Het Steunpunt Wonen is een samenwerkingsverband van de KU Leuven, de Universiteit Hasselt, de Universiteit Antwerpen en de Afdeling OTB - Onderzoek voor de gebouwde omgeving van de TUD (Nederland). Binnen het Steunpunt verzamelen onderzoekers van verschillende wetenschappelijke disciplines objectieve gegevens over de woningmarkt en het woonbeleid. Via gedegen wetenschappelijke analyses wensen de onderzoekers bij te dragen tot een langetermijnvisie op het Vlaamse woonbeleid. Het Steunpunt Wonen wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid, binnen het programma Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek Gelieve naar deze publicatie te verwijzen als volgt: Vanderstraeten L. & Ryckewaert M. (2015), Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit, Gelieve naar deze Steunpunt publicatie Wonen, te verwijzen Leuven, als 109 volgt: p. typ de bibliografische referentie van de publicatie Voor meer informatie over deze publicatie & Voor meer informatie over deze publicatie typ adres(sen) van de corresponding authors In deze publicatie wordt de mening van de auteur weergegeven en niet die van de Vlaamse overheid. De Vlaamse overheid is niet aansprakelijk voor het gebruik dat kan worden gemaakt van de opgenomen gegevens. D/typ D/2015/4718/4 het jaartal/4718/typ ISBN het depotnummer ISBN typ het ISBN nummer typ 2015 het STEUNPUNT jaartal WONEN STEUNPUNT WONEN Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/of en/of openbaar gemaakt door door middel middel van van druk, druk, fotocopie, fotocopie, microfilm microfilm op of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by mimeograph, film or any other means, without permission in writing from the publisher. p.a. Secretariaat Steunpunt Wonen HIVA - Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving Parkstraat 47 bus 5300, BE 3000 Leuven Dit Deze rapport publicatie is ook is ook beschikbaar via via

5 Inhoud Inleiding 1 Het Grote Woononderzoek 2013 (GWO 2013) 1 Een screening van de technische woningkwaliteit 2 Relatie met het woningkwaliteitsbeleid van de Vlaamse overheid 3 De methodiek van de screening van de technische woningkwaliteit in het GWO De technische screening van de woningkwaliteit in het GWO 2013 als nulmeting voor een nieuwe Indicator van technische woningkwaliteit 7 1. Stabiliteitsproblemen en niet structurele gebreken aan daken en muren Ernstige en beperkte stabiliteitsproblemen aan daken en buitenmuren Niet structurele gebreken aan daken, buiten en binnenmuren Insijpelend of opstijgend vocht, schade door condensatievocht en water in de kelder Uitgebreide vormen van insijpelend of opstijgend vocht Beperkte vormen van insijpelend of opstijgend vocht Schade door condensatievocht Water in de kelder Gebreken aan de inwendige afwerking van de woning Ernstige gebreken aan de afwerking van plafonds, muren en vloeren Beperkte afwerkingsgebreken aan plafonds, muren en vloeren Gebreken aan het raam en glaswerk Analyse van de uitgebreide en beperkte gebreken aan het raamwerk naar achtergrondvariabelen Analyse van de gebreken aan het glaswerk naar achtergrondvariabelen Veiligheidsbeoordeling van niet gemeenschappelijke trappen, overlopen en borstweringen Trap te steil Loopvlak niet intact Geen goede handgrepen Geen goede borstwering Gebreken aan de technische installaties Gebreken aan de elektrische installatie Veiligheidsproblemen in de zekeringkast Elektrische toestellen (klasse I) in de badkamer binnen de veiligheidszone van bad of douche Loshangende stopcontacten in de woning Gebreken aan de verwarmingsinstallatie Gebreken aan de centrale verwarmingsinstallatie Gebreken aan de verwarmingstoestellen met een verbrandingsproces Gebreken aan de bijkomende gasgeiser Ontoegankelijkheid van de waterkraan of gaskraan Binnenklimaat en basiscomfort van de woning Analyse van de individuele aspecten van binnenklimaat en basiscomfort De sanitaire kwaliteitscriteria Het kwaliteitscriterium in verband met de verwarming in de leefruimte De kwaliteitscriteria in verband met de lichtinval in de woning 53 Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit v

6 De kwaliteitscriteria in verband met de verluchting in de woning 54 Evolutie van het comfort van de Vlaamse woningen Risico op CO vergiftiging Gebreken aan de buitenzijde van de woning en relatie met verwaarlozing volgens de Vlaamse Wooncode De gebreken aan de buitenzijde van de woning vergeleken tussen de Woonsurvey 2005 en het GWO Indicatie van verwaarlozing Relatie tussen de verschillende gebreken Synthese van de technische kwaliteit van de woningen Synthese van de bouwtechnische kwaliteit, de kwaliteit van de installaties en kwaliteitscriteria op vlak van binnenklimaat en het basiscomfort Ernstige structurele bouwtechnische gebreken Andere bouwtechnische gebreken Gebrek aan de elektrische installatie Gebrek aan de verwarmingsinstallatie Gebreken in verband met binnenklimaat en basiscomfort Indicator van technische woningkwaliteit Opbouw en samenstelling van de indicator Scores voor de verschillende technische woningkwaliteitsaspecten Gemiddelde score per technisch woningkwaliteitsaspect Nadere analyse van de woningen met een score van 15 of meer op de indicator van technische woningkwaliteit Conclusie 89 Bijlagen 93 Bibliografie 103 Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit vi

7 Inleiding Het Grote Woononderzoek 2013 (GWO 2013) Het Grote Woononderzoek 2013 (GWO 2013) is een grootschalig onderzoek naar de woonsituatie van de Vlaamse huishoudens. Bij ongeveer huishoudens werd een interview afgenomen waarin gepeild werd naar diverse aspecten van de woonsituatie, de woonuitgaven en de financiering hiervan, de subjectieve beleving van de woningkwaliteit en de woonwensen en tevredenheid. Bij ongeveer huishoudens ging dit interview ook gepaard met een systematische screening van de volledige woning. Interview en screening werden uitgevoerd door speciaal daarvoor opgeleide enquêteurs. Het veldwerk van het GWO 2013 werd uitgevoerd tussen september 2012 en december 2013 door IPSOS, een onderzoeksbureau dat hiervoor werkte in opdracht van de Vlaamse overheid. De inhoudelijke en wetenschappelijke vormgeving van de onderzoeksopzet en de controle van de datakwaliteit waren in handen van het Steunpunt Wonen, 1 een van de door de Vlaamse overheid aangestelde Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek Het onderzoeksbureau SumResearch stond als onderaannemer van het Steunpunt mee in voor de opleiding van de personen die de woningen inwendig screenden en voor de kwaliteitscontrole van deze data. Volgende rapporten brengen uitgebreid verslag uit over de uitvoering van het veldwerk, de kwaliteitscontrole en de databank: - Kristof Heylen, Lieve Vanderstraeten, Niels De Luyck & Brecht Vandekerckhove (2015), Grote Woononderzoek Veldwerk en kwaliteitscontrole. - Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert (2015), Grote Woononderzoek Kwaliteitscontrole van de in en uitwendige woningscreening. Voor een correcte interpretatie en kadering van de resultaten van de technische woningkwaliteit in dit deelrapport, is het doornemen van het rapport van Vanderstraeten & Ryckewaert (2015) sterk aangeraden. De steekproef werd getrokken uit de populatie van Vlaamse huishoudens. Het Rijksregister fungeerde als steekproefkader. Dit heeft tot gevolg dat enkel bewoonde woningen werden opgenomen in de steekproef. Het onderzoek, de resultaten en de uitspraken die op basis daarvan worden gedaan, hebben dus enkel betrekking op het deel van de woningvoorraad waar er huishoudens gedomicilieerd zijn. Langdurig leegstaande woningen, tweede verblijven, studentenkamers, woningen bewoond door personen zonder legaal verblijfstatuut, etc. zijn dus niet in het onderzoek opgenomen. Het is belangrijk dit steeds in het achterhoofd te houden bij de interpretatie van de resultaten. Om de steekproeven te corrigeren voor selectieve uitval, werd na de afwerking van het veldwerk en de export van de data zoals gebruikelijk bij dergelijk onderzoek een non responsanalyse uitgevoerd. Om te corrigeren voor onder en oververtegenwoordiging van groepen en gebieden werden twee 1 Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 1

8 gecombineerde weegfactoren berekend. Een voor de steekproef van de bevraging, een andere voor de steekproef van de woningopname. De weegfactor van de steekproef van de bevraging is gebaseerd op woningtype, leeftijd, ruimtelijke eenheid en grootte van het huishouden. In de weegfactor van de steekproef van de woningopname werd hierboven op ook nog voor het aandeel sociale woningen gecorrigeerd. Controle van de representativiteit van de gewogen steekproeven naar een hele reeks van populatiekenmerken, bevestigde steeds weer dat de steekproeven een representatief staal zijn van de populatie naar de gecontroleerde elementen en dat we bijgevolg de resultaten op basis van de steekproef mogen projecteren als resultaten voor de gehele populatie. Meer informatie over steekproefdesign, respons en non respons, weegprocedure en toegevoegde variabelen is te vinden in deelrapport 1 van Vanderstraeten & Heylen (2015). In dit deelrapport over de technische woningkwaliteit worden bij de resultaten uit de steekproef van het GWO 2013 ook steeds extrapolaties weergeven, die een inschatting geven van de totale omvang van het woningpatrimonium dat met een bepaald gebrek kampt of waarvoor een bepaald resultaat geldt. Ook bij deze extrapolaties moet er rekening gehouden worden dat het gaat om een extrapolatie voor de bewoonde woningen, en dit op basis van het aantal bij het rijksregister gekende huishoudens in Vlaanderen op 1/1/2013, dat 2,69 miljoen bedraagt. Een screening van de technische woningkwaliteit Bij woningen heeft in het kader van het Grote Woononderzoek 2013 een objectieve screening plaatsgevonden zowel binnenin de woning als aan de buitenzijde van het gebouw (in eerdere rapporten ook wel in en uitwendige woningopname genoemd). Het doel van deze objectieve screening was om een betrouwbaar beeld te krijgen van de fysische staat van de woning. Sinds de laatste grootschalige woningschouwing door het Nationaal Instituut voor Huisvesting in 1978, zijn er geen betrouwbare gegevens meer voorhanden over de fysische staat van de woning (Heylen, Debusschere & Winters 2010). Het alternatief waren de survey gegevens waarbij de bewoners zelf gevraagd werd naar de staat van de woning. Dit gebeurde voor de laatste maal op grotere schaal in de Socio Economische Enquête van 2001, later nogmaals via een steekproef in de Woonsurvey In de Woonsurvey 2005 is ook een beperkte poging ondernomen om aan de hand van een schouwing van de buitenzijde van de woning een meer objectieve inschatting te bekomen van de fysische staat van de woning naar analogie van de AROHM kwaliteitssurvey 1994/1995. De uitwendige fysische staat van de woning bleek echter weinig te zeggen over de daadwerkelijke staat van de woning, waardoor de nood ontstond om ook een objectieve inwendige schouwing uit te voeren (Heylen, Debusschere & Winters 2010). Daarom werd voor het Grote Woononderzoek 2013 een methodiek uitgewerkt voor een inwendige en uitwendige schouwing zodat beleidsrelevante en betrouwbare gegevens over de fysische staat en kwaliteit van de woning konden worden verzameld. In het vervolg van dit rapport vatten we deze kwaliteitsaspecten samen als technische woonkwaliteit. Omwille van de beleidsrelevantie werd er voor geopteerd om deze methodiek nauw te laten aansluiten bij het woningkwaliteitsbeleid van de Vlaamse overheid. Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 2

9 Relatie met het woningkwaliteitsbeleid van de Vlaamse overheid Een van de pijlers van de Vlaamse Wooncode is de garantie op een kwalitatieve woning. Het kwaliteitsbeleid dat de Vlaamse overheid in dit kader heeft uitgewerkt in artikel 5 van de Vlaamse Wooncode (VWC) en verwante uitvoeringsbesluiten stelt dat elke woning moet voldoen aan de elementaire veiligheids, gezondheids en woonkwaliteitsvereisten op vlak van bouwtechnische kwaliteit (VWC artikel , 4, 7, 9 ), de kwaliteit van de technische installaties (VWC artikel en 6 ), de aanwezigheid van basiscomfort (VWC artikel , 10 ), brandveiligheid (VWC artikel 5. 1.), toegankelijkheid en het respect voor de persoonlijke levenssfeer (VWC artikel ) en een minimale oppervlakte van de woongedeelten (VWC artikel ). Ook een bezettingsnorm wordt in dit kader geëvalueerd door de Vlaamse overheid (VWC artikel 5. 1.). Voor de controle van deze vereisten heeft de Vlaamse overheid een technische schouwing of conformiteitsonderzoek uitgewerkt van woningen, van kamers en kamers die verhuurd worden aan seizoenarbeiders, aan de hand van technische verslagen. 2 Deze technische verslagen worden ingezet in de verschillende instrumenten van woonkwaliteitsbewaking. - In het kader van het uitreiken van een conformiteitsattest voor woningen of kamers die te huur worden aangeboden. De burgemeester reikt ook ambtshalve een conformiteitsattest uit wanneer een eigenaar na een ongeschikt of onbewoonbaarverklaring de opheffing ervan vraagt indien de woning opnieuw aan de vereisten voldoet (VWC artikel 7 11 & BVR 12/7/2013 artikel 5. 10). - In het kader van de ongeschikt en onbewoonbaar verklaring van woningen of kamers. De burgemeester kan op eigen initiatief of op verzoek een woning die niet beantwoordt aan de vereisten, ongeschikt of onbewoonbaar verklaren. De gemeente kan daarvoor zelf conformiteitsonderzoeken laten uitvoeren, maar het initiatief kan ook uitgaan van de gewestelijk ambtenaar of andere instanties of belanghebbenden. De gemeenten kunnen zelf woningcontroleurs aanstellen, maar ook Wonen Vlaanderen stuurt woningcontroleurs op pad om conformiteitsonderzoeken uit te voeren (VWC artikel 15 16). In beroep kan ook de Vlaamse regering de woning ongeschiktonbewoonbaar verklaren (VWC artikel 16bis). - Naast deze administratieve procedure kan het (onder)verhuren of ter beschikking stellen van een woning die niet voldoet aan de woningkwaliteitsnormen leiden tot een strafrechtelijke sanctie. Ambtenaren van het de Inspectie RWO kunnen aangewezen worden als wooninspecteurs en krijgen de nodige opsporings en vastellingsbevoegdheid om dit wanbedrijf vast te stellen en er een proces verbaal voor op te stellen (VWC hoofdstuk 5, artikel 20). Op de website van Wonen Vlaanderen staat een beschrijving hoe er moet tewerk gegaan worden met deze technische verslagen (instrument: aan de slag met het technisch verslag). 3 De kwaliteitsvereisten en normen die via het technisch verslag voor het conformiteitsonderzoek worden opgenomen zijn minimumnormen. Een woning die aan deze normen voldoet, is een veilige en gezonde woning die voldoet aan het minimale basiscomfort, maar ook niet meer dan dat. Zo is 2 3 Eerste versie: bijlage 1 van het BVR van 6/10/1998. Tweede versie: het technisch verslag, gevoegd als bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998, zoals gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006, inwerking getreden met ingang van 1 februari Derde versie: bijlagen 1, 2 en 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) betreffende de kwaliteits en veiligheidsnormen voor woningen van 12 juli 2013, van toepassing vanaf begin https://www.wonenvlaanderen.be/woningkwaliteitsbewaking/instrument aan de slag met het technisch verslag dd 24/11/2014 Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 3

10 het bijvoorbeeld voldoende dat er in de woning ergens een douche met warm en koud water aanwezig is, of is er geen lavabo met warm en koud water vereist als er al een gootsteen met warm en koud water aanwezig is. De methodiek van de screening van de technische woningkwaliteit in het GWO Grootschalige screening van de technische woningkwaliteit versus het technisch verslag als instrument voor woonkwaliteitsbeleid De schouwingsmethodiek vervat in de technische verslagen van de Vlaamse overheid werd als leidraad gehanteerd voor het uitwerken van de methode van screening van de technische woningkwaliteit in het GWO Dit betekent dat er voor gezorgd werd dat de aspecten die in het technisch verslag aan bod komen, ook in de screening aan bod komen. Voor het GWO 2013 werd hiervoor het technisch verslag zoals dit in werking was vanaf 1 februari gehanteerd. Om de methode binnen het tijdsbestek van een grootschalige survey mogelijk te maken worden echter enkele aspecten niet en sommige op een (sterk) vereenvoudigde manier geregistreerd. In de hoofdstukken van dit rapport wordt duidelijk welke aspecten hierbij wel aan bod komen en op welke manier ze geëvalueerd zijn binnen het kader van het GWO De figuren met uittreksels uit het inspectiehandboek (De Luyck, Vandekerckhove, 2012) verduidelijken hierbij hoe de verschillende gebreken precies dienden opgenomen te worden. Bijlage 1 geeft in detail het verband aan tussen de methode die in het GWO 2013 is gehanteerd en de inspectiecodes uit de technische verslagen. Verloop van de screening Een ander verschil met het conformiteitsonderzoek betreft het verloop van de screening. Ten eerste werd de screening uitgevoerd door enquêteurs die een meerdaagse opleiding hebben genoten, maar niet over dezelfde technische scholing en ervaring beschikken als de controleurs van het agentschap Wonen Vlaanderen, het agentschap Inspectie RWO of de gemeentes die bevoegd zijn voor conformiteitsonderzoeken. Ten tweede betreft het een registratie via een tablet pc waarop de verschillende kwaliteitsaspecten aangestipt worden, en die binnen een beperkt tijdsbestek uitgevoerd werd. Aanvankelijk werden zowel het interview als de screening door een en dezelfde enquêteur uitgevoerd. Naar het einde van het onderzoek werd beslist om met duo profielen te werken waarbij enerzijds enquêteurs ingezet werden voor contactname en/of het afnemen van de vragenlijst, en anderzijds aparte enquêteurs ingezet werden voor het afnemen van de vragenlijst en/of de technische screening. Sommige enquêteurs bleken immers meer affiniteit te hebben met contactname en faceto face bevraging terwijl andere vooral technisch sterker onderlegd bleken. In tegenstelling tot wat in de aanloop van het onderzoek voorop gesteld werd, bleek dit geen negatieve impact te hebben op 4 Deze methodologische bespreking vormt slechts een samenvatting van een meer uitgebreide methodologische bespreking van het GWO 2013 zoals terug te vinden in de deelrapporten Kristof Heylen, Lieve Vanderstraeten, Niels De Luyck & Brecht Vandekerckhove (2015), Grote Woononderzoek Veldwerk en kwaliteitscontrole, Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert (2015), Grote Woononderzoek Technische paper kwaliteitscontrole dataset woningopnames en Lieve Vanderstraeten & Kristof Heylen (2015), Grote Woononderzoek Deel 1. Methodologische toelichting. 5 Het technisch verslag, gevoegd als bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998, zoals gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006, inwerking getreden met ingang van 1 februari Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 4

11 de responsgraad (Heylen, Debusschere & Winters, 2010). Een aanbeveling voor toekomstige surveyen screeningonderzoek is dan ook dat het werken met deze duo profielen voordelen kan bieden. De kwaliteitscontrole en data cleaning Bij de opzet van de screening werd zeer grote aandacht besteed aan de kwaliteitscontrole, gegeven het een nieuwe en technisch relatief complexe methodiek betreft. Dit omvat zowel de opleiding van de enquêteurs, de opvolging en bijsturing tijdens het veldwerk en de kwaliteitscontrole en betrouwbaarheidsanalyse van de uitgevoerde screenings of woningopnames. Er werd een meerdaagse opleiding georganiseerd door SumResearch, waarbij slecht presterende enquêteurs extra scholing kregen of geweerd werden indien ze niet slaagden voor de opleiding. De eerste drie technische screenings van elke enquêteur werden minimaal door SumResearch gecontroleerd op enkele cruciale aspecten. Daarnaast voerde IPSOS ook nog controles uit om mogelijke fraude op te sporen. In de oorspronkelijke onderzoeksopzet was voorzien om het aantal interviews + screenings te beperken tot 100 per enquêteur. Gegeven de moeilijkheden om voldoende enquêteurs te rekruteren en op te leiden, werd dit aantal opgetrokken tot maximaal 200. Dit werd weliswaar beperkt tot enquêteurs die goed presteerden, waarvoor SumResearch nog 10 extra willekeurige controles van de screenings uitvoerde. Ongeveer halfweg de uitvoering van het onderzoek voerde SumResearch een controle uit op aangeleverde databestanden, op basis waarvan ondermaats presterende enquêteurs of onvolledige screenings werden geweerd. Ten slotte werd een bijkomende kwaliteitscontrole en betrouwbaarheidsanalyse uitgevoerd door OSA waarbij 300 woningen aan een hercontrole werden onderworpen. Dit betrof een extra screening voor een beperkter aantal elementen uit de volledige screening (de zogenaamde light woningopname ) door 3 supervisors of controle enquêteurs. Enquêteurs die meer dan 50 screenings uitvoerden werden in principe 4 maal gecontroleerd. De 3 controle enquêteurs werden op hun beurt gecontroleerd door de verantwoordelijke voor de opvolging van het veldwerk en opleiding van Sum Research. De gedetailleerde resultaten van deze bijkomende kwaliteitscontrole is besproken in Vanderstraeten & Ryckewaert (2015). Het doel van deze hercontroles was ten eerste om de betrouwbaarheid van het uitgevoerde veldwerk te kunnen inschatten, niet om enquêteurs bijkomend te weren. Dit gebeurde via verschillende statistische technieken van inter rater reliability. 6 Deze analyses werden reeds in de loop van het veldwerk uitgevoerd, zodat enquêteurs ook konden bijgestuurd worden. Concluderend kon de betrouwbaarheid van de enquêteurs en de bijhorende screenings als volgt ingeschat worden: - 54 % van de screenings werd uitgevoerd door enquêteurs met een goede tot uitstekende betrouwbaarheid (2 700 screenings); - 28 % van de screenings werd uitgevoerd door enquêteurs met een aanvaardbare betrouwbaarheid (1 380 screenings); - voor de resterende screenings was het ofwel onmogelijk om een uitspraak over de betrouwbaarheid te doen (14 %) ofwel bleek de betrouwbaarheid van de enquêteurs ondermaats (de resterende 4 % van de screenings). 6 Deze technieken laten toe om de betrouwbaarheid in te schatten waarmee verschillende enquêteurs eenzelfde situatie beoordelen Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 5

12 Er werd voor geopteerd om deze laatste screenings niet vooraf uit te sluiten. In plaats daarvan werd het volledige verkregen databestand op interne inconsistenties en correctheid gecontroleerd. Dit liet toe om screenings te weerhouden waarvoor uit de controle van het bestand geen enkele aanwijzing van inconsistentie bleek. Ten eerste werden de schriftelijke opmerkingen van de enquêteurs over fouten bij de screening of de invoer via de tablet gecorrigeerd in het databestand (477 screenings). Ten tweede werden op basis van een doorgedreven controle op inconsistenties (onvolledige opnames, onmogelijke combinaties van waarden, en dergelijke meer) in het databestand uiteindelijk woningscreenings of opnames van de weerhouden (of 94%) voor de analyse van de technische woningkwaliteit. Ten derde werden gebreken waarvan uit de kwaliteitscontrole was gebleken dat ze opmerkelijk overschat werden door de enquêteurs uit de analyse van de technische woningkwaliteit en de opbouw van de technische woningkwaliteitsindicator weggelaten. Het gaat om 3 gebreken aan de technische installatie die blijkbaar moeilijk consistent konden opgenomen worden (met name de aanwezigheid van een aardingsklem of aarding in de zekeringskast, en het vaststellen van beschadiging door brand van de stookolieinstallatie). Steekproef, weging en representativiteit Na de cleaning en correctie van het databestand werd de representativiteit van de gewogen steekproef getest naar enkele woning, bewoners en ruimtelijke kenmerken (woningtype, bouwperiode, leeftijd, huishoudenstype, graden van verstedelijking). Dit was belangrijk omdat in de loop van de uitvoering van het veldwerk beslist werd om het aantal woningscreenings af te toppen op een tal, wegens het grotere tijdsgebruik dan voorzien. Voor al deze kenmerken en ruimtelijke indelingen bleek de gewogen steekproef van de woningscreening een representatief staal te zijn van de populatie (zie methodologische bespreking in Vanderstraeten & Heylen (2015)). Dit betekent dat we de resultaten op basis van de steekproef mogen veralgemenen als zijnde resultaten voor de populatie. Extrapolaties In dit rapport worden bij de resultaten uit de steekproef van het GWO 2013 ook steeds extrapolaties weergeven, die een inschatting geven van de omvang van het woningpatrimonium dat met een bepaald gebrek kampt of waarvoor een bepaald resultaat geldt. Bij deze extrapolaties moet er rekening gehouden worden dat het gaat om een extrapolatie voor de bewoonde woningen (domiciliewoningen), en dit op basis van het aantal bij het rijksregister gekende huishoudens in Vlaanderen op 1/1/2013, dat 2,69 miljoen bedraagt. Zoals aangegeven in de Inleiding is er dus een gedeelte van het woningpatrimonium waarvoor dit rapport niets zegt, zoals de langdurig leegstaande woningen, tweede verblijven, studentenkamers, woningen bewoond door personen zonder legaal verblijfstatuut, etc. Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 6

13 De technische screening van de woningkwaliteit in het GWO 2013 als nulmeting voor een nieuwe Indicator van technische woningkwaliteit We kunnen concluderen uit de methodologische bespreking dat de screening van de technische woningkwaliteit in het GWO 2013 een methodiek heeft opgeleverd die toelaat om met een voldoende grote mate van betrouwbaarheid en representativeit gegevens over de kwaliteit van het Vlaamse woningpatrimonium te vergaren. Daarbij dient wel in het achterhoofd gehouden te worden dat het een nieuwe methodiek is die voor de eerste keer op grootschalige wijze wordt toegepast. In die zin dient de technische screening van de woningkwaliteit in het GWO 2013 beschouwd te worden als een nulmeting van de kwaliteit van het Vlaamse woningpatrimonium. Naast een goed overzicht van woningtechnische kwaliteit, zal het instrument nog aan kracht winnen als er evoluties zichtbaar worden via een herhaaldelijke toepassing. Het betekent ook dat er op heden nog geen uitspraken gedaan kunnen worden over de evolutie (verbetering of verslechtering), zij het dat voor sommige aspecten op basis van andere databronnen wel vergelijking mogelijk is: - op basis van de woonsurvey 2005 zijn er beperkte vergelijkingen mogelijk van enkele elementen die langs de buitenzijde van het gebouw werden opgenomen; - comfortelementen kunnen ook met 2005 vergeleken, met dat verschil dat de opname ervan in 2005 berustte op een bevraging, terwijl voor het GWO 2013 deze via de screening verkregen werden. In dit rapport worden eerst de individuele veiligheids, gezondheids en woonkwaliteitscriteria uit de screening apart geanalyseerd. Achtereenvolgens komen de stabiliteitsproblemen, vochtschade, gebreken aan de afwerking, ramen, deuren, trappen, overlopen en borstweringen, problemen aan de technische installaties en het ontbreken van comfortelementen of basisvoorzieningen aan bod. Bij dit laatste wordt dieper ingegaan op de evolutie van het comfort van de Vlaamse woningen op basis van reeds bestaande comfortindicatoren. Daarna is er een samengestelde score opgebouwd, die we de indicator van technische woningkwaliteit noemen, die de elementaire veiligheids, gezondheids en woonkwaliteitsvereisten uit de screening opneemt. Aan elk gebrek wordt een score gekoppeld om zo op een geobjectiveerde manier een uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van de woning. Deze indicator is een benadering van het strafpuntensysteem dat gehanteerd wordt in de conformiteitsonderzoeken. Naast deze indicator van technische woningkwaliteit is er op basis van de bevraging in het GWO 2013 van de bewoners ook een subjectieve synthese index van de fysische staat van de woning opgesteld (zie deelrapport 4 van Van den Broeck, 2015). De berekening van deze subjectieve synthese index is gebaseerd op de antwoorden over de staat van de zes woningelementen (elektrische installatie, binnenmuren, buitenmuren, ramen, dakgoot en dak). De methodologie werd toegelicht in Vanneste, Thomas en Laureysen (2004) en toegepast op de resultaten van de socio economische enquête 2001 en herhaald in Heylen et al (2007) voor de Woonsurvey De relatie tussen beide indicatoren wordt kort toegelicht in deelrapport 4 van Van den Broeck (2015). Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 7

14 Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 8

15 1. Stabiliteitsproblemen en niet structurele gebreken aan daken en muren Wat de stabiliteitsproblemen betreft maken we een onderscheid tussen ernstige structurele stabiliteitsproblemen, beperkte stabiliteitsproblemen en niet structurele gebreken aan daken en muren. Deze worden als volgt gedefinieerd: Een woning heeft een ernstige structureel stabiliteitsprobleem wanneer de enquêteur bij de woningscreening (minstens) een van volgende gebreken opmerkte: a) een algemene (>2/3) doorbuiging van het dakgebinte waargenomen vanaf de buitenzijde van de woning; b) zeer opvallende breuken of verzakkingen aan de buitengevel; c) zeer ernstige doorbuiging van het dakgebinte waargenomen vanop zolder woning. Een woning heeft een beperkt stabiliteitsprobleem wanneer de enquêteur bij de woningscreening (minstens) een van volgende gebreken opmerkte: a) een niet algemene (<2/3) doorbuiging van het dakgebinte waargenomen vanaf de buitenzijde van de woning; b) (matig) opvallende breuken of verzakkingen aan de buitengevel; c) ernstige doorbuiging van het dakgebinte waargenomen vanop zolder woning. Een woning heeft een niet structureel probleem aan dak of muren wanneer de enquêteur bij de woningscreening (minstens) een van volgende gebreken opmerkte: a) een niet structureel gebrek aan het dak, zijnde (a) losliggende of verschoven elementen aan het dak, (b) sterk beschadigde elementen aan het dak, (c) schoorsteen die overhelt of onstabiel is; b) een niet structureel gebrek aan de buitenmuren, zijnde beschadigde balkons of erkers; c) een niet structureel gebrek aan de binnenmuren, zijnde ernstige scheuren in de binnenmuren. Figuur 1 illustreert hoe de ernstige en beperkte stabiliteitsproblemen werden beoordeeld bij de woningscreening en figuur 2 doet dit voor de niet structurele gebreken aan daken en muren. De tekst en illustraties in deze figuren komen uit de handleiding van SumResearch die de enquêteurs bij hun opleiding ontvingen (De Luyck & Vandekerkhove, 2012). Het gaat dus niet om foto s die tijdens de uitvoering van het GWO 2013 genomen werden. Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 9

16 Figuur 1 Illustratie van de beoordeling van de ernstige en beperkte stabiliteitsproblemen door de enquêteurs bij de woningscreening a. Doorbuiging van het dakgebinte waargenomen vanaf de buitenzijde van de woning Met het dakgebinte wordt het geheel van spanten, SumResearch gordingen en balken bedoeld die de dragende structuur vormen van het dak. Een dak in goede staat zal een horizontale nok hebben en dakvlakken hebben die vlak zijn. Indien er sprake is van een doorbuiging over het volledige dakoppervlak (meer dan 2/3), spreekt men van een algemene doorbuiging, bij een beperktere aantasting van het dakoppervlak (minder dan 2/3) van een niet algemene doorbuiging. De illustratie toont een algemene doorbuiging van het dakoppervlak. b. Breuken of verzakkingen aan de buitengevel Zodra de vervorming van het buitengevelvlak van de woning resulteert in breuken of barsten in het metselwerk/pleisterwerk die het beeld van het gebouw verstoren, is er sprake van breuken of verzakkingen. Indien het gaat over meer dan 2/3 van het geveloppervlak, spreken we van zeer opvallend. Bij minder dan 2/3 van het gevel oppervlak gaat het over (matig) opvallend. SumResearch De illustratie toont een (matig) opvallende breuk of verzakking. c. Doorbuiging van het dakgebinte waargenomen vanop zolder De kwaliteit van de afwerkingen wordt niet beoordeeld, het gaat enkel om de stabiliteit van de dakstructuur. Indien de beschadiging een wezenlijk stabiliteitsrisico vormt en de veiligheid van de bewoners direct in gevaar brengt, spreken we van zeer ernstig. In andere gevallen van beschadiging/ aantasting/doorbuiging hebben we het over ernstig. Oppervlakkige aantastingen die het uitzicht RWO Vlaanderen De illustratie toont ernstige doorbuiging van het dakgebinte. veranderen zonder de stabiliteit aan te tasten, worden niet opgenomen. Bron: De Luyck en Vandekerkhove, 2012 Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 10

17 1.1 Ernstige en beperkte stabiliteitsproblemen aan daken en buitenmuren Een zeer klein aandeel (1%) van de Vlaamse woningen kampt met ernstige structurele stabiliteitsproblemen aan het dak en/of buitengevel. Het merendeel van deze gebreken werden aangetroffen aan het dak. Geëxtrapoleerd naar Vlaanderen zou dit om ongeveer woningen gaan. 7 Op een beperkte schaal komen deze stabiliteitsproblemen iets frequenter voor. 2% van de woningen kampt met een beperkt stabiliteitsprobleem aan het dak en nog eens 2% van de woningen met een beperkt stabiliteitsprobleem aan de buitengevel. In totaal hebben 4% van de woningen, wat overeenkomt met ongeveer woningen, een beperkt stabiliteitsprobleem aan het dak en/of buitengevel. Bestuderen we deze stabiliteitsproblemen naar woningkenmerken, stellen we vast dat eengezinswoningen significant meer getroffen worden door stabiliteitsproblemen dan meergezinswoningen en oudere woningen significant meer dan recenter gebouwde woningen (zie tabel 1). Van de woningen gebouwd voor 1945 wordt 11% getroffen door een ernstig en/of beperkt stabiliteitsprobleem aan het dak of de buitenmuren. Voor recentere bouwperiodes valt dit aandeel systematisch terug: 5% van de woningen gebouwd tussen 1945 en 1960, 3% van de woningen gebouwd tussen 1960 en 1980, 2% van de woningen gebouwd tussen 1980 en 2000 en 1% van de woningen gebouwd na Wanneer we de stabiliteitsproblemen naar socio economische en demografische achtergrond van de bewoners analyseren, merken we dat er, wat de ernstige structurele stabiliteitsproblemen betreft, voor geen enkel socio economisch kenmerk een significant verschil is tussen de verschillende subgroepen (zie tabel 1). Voor alle socio economische subgroepen schommelt het aandeel woningen met een ernstig structureel stabiliteitsprobleem rond 1%. Beperkte stabiliteitsproblemen treffen we wel significant meer aan bij woningen van de jongste (6%) en oudste leeftijdsklasse (5%) dan bij de leeftijdsklassen ertussen (2 en 3%). Onderling verschillen ze niet significant. Opvallend hierbij is ook het hoge aandeel van de gebreken aan de woningen van de 80 plussers. Wanneer zij als een aparte leeftijdsklasse bestudeerd worden, tekenen zij zowel voor ernstige (3%) als beperkte stabiliteitsproblemen (6%) significant hogere aandelen op dan de andere leeftijdsklassen. Er zijn geen ruimtelijke verschillen naar centrumstedelijkheid en graad van verstedelijking wat betreft de stabiliteitsproblemen. Zowel in centrumsteden versus overig gebied als in de verschillende graden van verstedelijking treffen we rond de 1% woningen aan met een ernstig structureel stabiliteitsprobleem en rond de 4% woningen aan met een beperkt stabiliteitsprobleem. 7 Deze en alle volgende extrapolaties zijn gemaakt op basis het aantal huishoudens in Vlaanderen op 1/1/2013, dat 2,69 miljoen bedraagt. Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 11

18 Figuur 2 Illustratie van de beoordeling van de niet structurele gebreken aan daken, buiten en binnenmuren a. Een niet structureel gebrek aan het dak Niet structurele gebreken aan het dak zijn (a) losliggende of verschoven elementen, (b) sterk beschadigde dakelementen, (c) schoorsteen die overhelt of onstabiel is. De meest voorkomende vormen van beschadiging van de dakelementen zijn mos en algengroei op poreuze materialen, afschilfering, barsten en breuken, corrosie van metalen bedekkingen, veroudering van materialen, etc. SumResearch RWO Vlaanderen De illustratie toont losliggende en verschoven elementen De illustratie toont sterk beschadigde dakelementen SumResearch De illustratie toont een overhellende schoorsteen b. Een niet structureel gebrek aan de buitengevel Een niet structureel gebrek aan de buitengevel betreft beschadigde balkons en erkers. Met een balkon wordt de uitbouw aan een bovenverdieping van een gebouw bedoeld. Het gaat om het geheel van uitkragende consoles, vloerplaat, randbalk en borstwering. Een erker is een aan de gevel uitkragende raamconstructie voorzien van een afzonderlijk dak en uitkragend boven de openbare weg of privédomein. SumResearch De linkse illustratie toont een erker met een balkon erboven; de rechtse illustraties tonen erkers c. Een niet structureel gebrek aan de binnenmuren Met een niet structureel gebrek aan de binnenmuren worden victorbuilding.com ernstige scheuren in de binnenmuren bedoeld. Een scheur is ernstig wanneer de samenhang van de bouwelementen niet meer volledig is. De illustratie toont een ernstige scheur Bron: De Luyck en Vandekerkhove, 2012 Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 12

19 1.2 Niet structurele gebreken aan daken, buiten en binnenmuren Niet structurele gebreken aan daken en muren komen frequenter voor. In totaal heeft 9% van de woningen een niet structureel gebrek aan dak en/of muren. Geëxtrapoleerd naar de totaliteit van Vlaanderen komt dit overeen met ongeveer woningen. 2% van de woningen kampt met een niet structureel gebrek aan het dak, 2% met een gebrek aan de buitenmuren en 5% met een gebrek aan de binnenmuren. Naar woningkenmerken is er geen significant verschil tussen het aandeel eengezinswoningen en het aandeel meergezinswoningen dat met een niet structureel gebrek aan dak en/of muren kampt. Beide aandelen schommelen rond de 9%. Wel zijn er onder de woningen gebouwd voor 1945 (12%) en de woningen gebouwd tussen 1946 en 1960 (11%) significant meer woningen met een niet structureel gebrek dan onder de woningen gebouwd tussen 1980 en 2000 (7%) en na 2000 (5%). Net als bij de stabiliteitsproblemen aan dak en buitenmuren, is ook bij de niet structurele gebreken de bouwperiode van de woningen een belangrijke factor waarbij significant hogere aandelen worden waargenomen bij de oudere woningen dan bij de recenter gebouwde woningen. Naar socio economische en demografische achtergrond van de bewoners treffen we bij de eigenaarswoningen (7%) minder woningen aan met niet structurele gebreken aan dak en muren dan bij de woningen van de private huurders (11%), die op hun beurt minder woningen met gebreken hebben dan de woningen van de sociale huurders (18%). Ook naar huishoudtype worden verschillen aangetroffen: koppels zonder kinderen (6%) hebben minder niet structurele gebreken aan dak en muren dan koppels met kinderen (8%), eenoudergezinnen (9%) en alleenstaanden (12%). Tenslotte zijn de aandelen van de 2 laagste inkomensquintielen (beide 11%) ook significant hoger dan de aandelen van de 2 hoogste inkomensquintielen (respectievelijk 8 en 6%). Net als voor de ernstige en beperkte stabiliteitsproblemen, zijn er voor de niet structurele gebreken aan dak en muren geen ruimtelijke verschillen naar centrumstedelijkheid en graad van verstedelijking. Zowel in centrumsteden versus overig gebied als in de verschillende graden van verstedelijking noteren we rond de 9% woningen met een niet structurele gebrek aan dak en muren. Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 13

20 Tabel 1 Stabiliteitsproblemen en niet structurele gebreken aan daken en muren naar achtergrondvariabelen, Vlaanderen, 2013 Ernstige structurele stabliteitsproblemen Beperkte stabiliteitsproblemen Nietstructurele gebreken aan dak en muren Type woning * * n.s. Eengezinswoning 1,5 4,5 8, Meergezinswoning 0,2 2,1 10,0 832 Bouwperiode woning * ** * Voor ,9 9,8 11, ,2 4,3 10, ,4 3,0 8, ,0 0,7 6,5 959 na ,4 1,2 4,8 486 Deelmarkten n.s. n.s. ** Eigenaar 1,4 3,7 7, Private huurder 0,7 4,0 10,9 706 Sociale huurder 0,4 4,0 17,5 388 Leeftijdsklasse n.s. * n.s jaar 1,7 6,0 10, jaar 0,9 2,2 8, jaar 0,9 3,1 9, jaar en ouder 1,4 4,5 7, plussers 3,2* 5,9* 9,8 285 Huishoudtype n.s. n.s. ** Alleenstaand 1,4 4,6 12,3 789 Eenoudergezin 1,1 1,7 9,3 302 Koppel zonder kind 0,7 3,7 5, Koppel met kind 1,6 3,7 8, Inkomensquintiel n.s. n.s. * 1 1,1 3,5 10, ,3 4,9 11, ,4 5,0 7, ,7 4,0 7, ,2 2,4 6,0 886 Centrumsteden/overig gebied n.s. n.s. n.s. Centrumsteden 0,8 4,1 10, Overig gebied 1,3 3,7 8, Graad van verstedelijking n.s. n.s. n.s. Grootstedelijk 1,6 4,4 11,4 742 Regionaalstedelijk 1,0 3,3 8, Kleinstedelijk 0,8 2,3 8,5 381 Overgangsgebied 1,4 4,7 7, Platteland 0,5 2,7 8,5 536 Totaal 1,2 3,8 8, Extrapolatie Vlaanderen % betrouwbaarheidsinterval * Pearson Chi² test: **p<0,001; *p<0,05; n.s.: niet significant. Bron: Grote Woononderzoek 2013 N Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 14

21 2. Insijpelend of opstijgend vocht, schade door condensatievocht en water in de kelder Bij de vochtproblemen wordt een onderscheid gemaakt tussen uitgebreide vormen van insijpelend of opstijgend vocht, beperkte vormen van insijpelend of opstijgend vocht en schimmel door condensatie. Volgende definities worden hieromtrent gehanteerd: Een woning kampt een uitgebreide vorm van insijpelend of opstijgend vocht wanneer de enquêteur bij de woningscreening in één of meerdere ruimtes een muur of plafond aantreft dat voor meer dan 2/3 is aangetast door insijpelend of opstijgend vocht. Een woning kampt een beperkte vorm van insijpelend of opstijgend vocht wanneer de enquêteur bij de woningscreening in één of meerdere ruimtes een muur of plafond aantreft dat voor minder dan 2/3 is aangetast door insijpelend of opstijgend vocht. Een woning heeft schade door condensatie wanneer het plafond of de muren zijn aangetast door oppervlaktecondensatie. Een woning heeft water in de kelder wanneer de enquêteur bij de woningscreening water heeft vastgesteld in de kelder. Figuur 3 illustreert hoe uitgebreide en beperkte vormen van insijpelend of opstijgend vocht werden beoordeeld bij de woningscreening. Figuur 4 toont hoe dit gebeurde voor de schade door condensatievocht. 2.1 Uitgebreide vormen van insijpelend of opstijgend vocht Vochtproblemen komen vaker voor in Vlaanderen dan stabiliteitsproblemen, toch blijven algemeen overschouwd uitgebreide vormen van insijpelend of opstijgend vocht eerder beperkt. Bij 4% van de woningen (= ± woningen) is in één of meerdere ruimtes een uitgebreide vorm van insijpelend of opstijgend vocht teruggevonden. Deze uitgebreide vormen van vochtschade komen zelden geïsoleerd voor in deze woningen. Bij 77% van deze woningen, wat geëxtrapoleerd overeenstemt met ongeveer woningen, zijn oftewel in meerdere ruimtes uitgebreide vormen van vochtschade vastgesteld oftewel is er naast een uitgebreide vorm van vochtschade ook een beperkte vorm van insijpelend of opstijgend vocht aangetroffen in een andere ruimte. Opgesplitst naar woning en bewonerskenmerken vallen in tabel 4 enkele differentiaties op. Zo hebben de woningen gebouwd voor 1945 (7%) en de woningen gebouwd tussen 1946 en 1960 (5%) meer te maken met uitgebreide vormen van opstijgend of insijpelend vocht dan woningen gebouwd na 1960 (respectievelijk 3, 2 en 1%). Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 15

22 Figuur 3 Illustratie van de beoordeling van de uitgebreide en beperkte vormen van insijpelend of opstijgend vocht a. Opstijgend vocht Opstijgend grondvocht kan voorkomen bij het ontbreken of een slechte uitvoering van een scheidingslaag aan de muurvoet of in de vloer. Opstijgend vocht wordt meestal opgemerkt in muren boven het maaiveld. De materialen die in contact staan met water of een vochtige grond nemen vocht op. Waarnemingen die kunnen wijzen op opstijgend vocht zijn o.a.: een vochtige muurvoet witachtige zouten op de muren het loskomen van behang en afwerking aan de muurvoeten loskomend pleisterwerk (holle klank) aan de muurvoet beschadiging van mortel en baksteen aan de muurvoet De illustratie toont een uitgebreide vorm van opstijgend vocht b. Insijpelend vocht De illustratie toont een uitgebreide vorm van opstijgend vocht De illustratie toont een beperkte vorm van opstijgend vocht Insijpelend vocht is meestal het gevolg van slechte aansluitingen tussen bouwelementen onderling (vb. aansluiting van het dak met schoorsteen), door plaatselijke gebreken (vb. losliggende of verschoven dakelementen) of door de verwering van bouwelementen (vb. verweerde ramen). Het insijpelend vocht kan ook afkomstig zijn van een bovenliggend verdiep. Waarnemingen die kunnen wijzen op insijpelend vocht zijn o.a.: vlekkerige (concentrische) en kringvormige verkleuring van de bepleistering effectieve waterindringing RWO Vlaanderen/ SumResearch SumResearch SumResearch Bron: De Luyck en Vandekerkhove, 2012 De illustratie toont een uitgebreide vorm van insijpelend vocht De illustratie toont een beperkte vorm van insijpelend vocht Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 16

23 Naar deelmarkt en type huurder worden grotere verschillen opgetekend. Daar waar eigenaarswoningen in slechts 2% van de gevallen te maken hebben met uitgebreide vormen van opstijgend of insijpelend vocht, worden binnen het woningbestand op de private huurmarkt bij 7% en binnen het woningbestand van sociale huurwoningen bij 12% van de woningen uitgebreide vormen van opstijgend of insijpelend vocht vastgesteld. Tussen de verschillende leeftijdsklassen worden geen verschillen waargenomen, wel leveren de woningen van de 80 plussers weer een hoog aandeel woningen op waarbij er uitgebreide vormen van opstijgend of insijpelend vocht voorkomen (7%). Naar huishoudenstypologie worden eenpersoonsgezinnen (7%) en eenoudergezinnen (5%) meer geconfronteerd met uitgebreide vormen van opstijgend of insijpelend vocht dan koppels zonder(2%) en met kinderen (3%). Tenslotte zijn, net als bij de stabiliteitsproblemen, de aandelen van de 2 laagste inkomensquintielen (beide 6%) significant hoger dan de aandelen van de 2 hoogste inkomensquintielen (respectievelijk 2 en 3%). Er zijn geen ruimtelijke verschillen naar centrumstedelijkheid en graad van verstedelijking wat betreft de uitgebreide vormen van opstijgend of insijpelend vocht. Zowel in centrumsteden versus overig gebied als in de verschillende graden van verstedelijking treffen we rond de 4% woningen aan met een uitgebreide vorm van opstijgend of insijpelend vocht. 2.2 Beperkte vormen van insijpelend of opstijgend vocht Bij 16% van de Vlaamse woningen treffen we in één of meerdere ruimtes beperkte vormen van insijpelend of opstijgend vocht aan. Dit betekent dat ongeveer woningen te maken hebben met een of meerdere beperkte vormen van opstijgend of insijpelend vocht. Bij 56% van deze woningen treffen we het beperkte vochtprobleem geïsoleerd aan, bij 44% van deze woningen komen in meerdere ruimtes beperkte vochtproblemen voor. Wanneer we dit gebrek analyseren naar bouwperiode van de woning, stellen we vast dat het aandeel woningen dat geconfronteerd wordt met een beperkte vorm van insijpelend of opstijgend vocht systematisch afneemt wanneer de bouwperiode recenter wordt (zie tabel 4). De woningen gebouwd voor 1945 hebben in bijna een kwart van de gevallen (24%) te maken met een beperkte vorm van vochtschade, terwijl dit aandeel terugvalt op 8% voor de woningen gebouwd na Tabel 4 toont eveneens dat bij huurwoningen het aandeel woningen met een beperkte vorm van insijpelend of opstijgend vocht hoger is dan bij eigendomswoningen (13%). Het verschil tussen private huurwoningen (22%) en sociale huurwoningen (28%) is onderling niet significant verschillend. Naar sociale en demografische achtergrond leveren de woningen van de bewoners met leeftijdsklasse tussen 18 en 34 jaar (20%) en eenoudergezinnen (21%) de hoogste aandelen en de leeftijdsklasse ouder dan 65 jaar en de koppels zonder kinderen (beide 12%) de laagste aandelen woningen met een beperkte vorm van insijpelend of opstijgend vocht. Wanneer we de beperkte vormen van insijpelend of opstijgend vocht in een regionale context onderzoeken, merken we verschillen op. In de centrumsteden (21%) worden significant meer woningen aangetroffen met een beperkte vorm van vochtschade dan in het overig gebied (14%) (zie tabel 4). Naar graad van verstedelijking zijn in het grootstedelijk (20%) en regionaalstedelijk gebied (19%) Grote Woononderzoek Deel 3. Technische woningkwaliteit 17

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 4. Woningkwaliteit en renovatie: resultaten op basis van de vragen aan bewoners. Katleen Van den Broeck

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 4. Woningkwaliteit en renovatie: resultaten op basis van de vragen aan bewoners. Katleen Van den Broeck GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 4. Woningkwaliteit en renovatie: resultaten op basis van de vragen aan bewoners Katleen Van den Broeck GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 4. Woningkwaliteit en renovatie: resultaten

Nadere informatie

Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners

Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners Katleen Van den Broeck* & Isabelle Pannecoucke** *HIVA KU Leuven **KU Leuven campus Sint-Lucas Studiedag Wonen in Vlaanderen

Nadere informatie

Het renovatiepact en Woningkwaliteit. minimale Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor woningen

Het renovatiepact en Woningkwaliteit. minimale Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor woningen Het renovatiepact en Woningkwaliteit minimale Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor woningen Waarom Vlaamse veiligheids en kwaliteitsvereisten voor woningen? Art. 23 Grondwet: recht op behoorlijke

Nadere informatie

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 6. Energie. Wesley Ceulemans & Griet Verbeeck

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 6. Energie. Wesley Ceulemans & Griet Verbeeck GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 6. Energie Wesley Ceulemans & Griet Verbeeck GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 6. Energie Wesley Ceulemans & Griet Verbeeck Projectleiding: Griet Verbeeck Leuven, maart 2015

Nadere informatie

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid. Kristof Heylen

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid. Kristof Heylen GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid Kristof Heylen GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid Kristof Heylen Projectleiding: Sien

Nadere informatie

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Kwaliteitscontrole van de in- en uitwendige woningscreening. Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Kwaliteitscontrole van de in- en uitwendige woningscreening. Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert GROTE WOONONDERZOEK 2013 Kwaliteitscontrole van de in- en uitwendige woningscreening Lieve Vanderstraeten & Michael Ryckewaert GROTE WOONONDERZOEK 2013 Kwaliteitscontrole van de in- en uitwendige woningscreening

Nadere informatie

Overzicht I. KADER II. NORMEN III. VOORBEELD

Overzicht I. KADER II. NORMEN III. VOORBEELD Overzicht I. KADER II. NORMEN III. VOORBEELD I. Kader: aandacht voor woonkwaliteit Sinds 1998 moeten alle woningen en kamers (ook voor seizoenarbeiders) in Vlaanderen voldoen aan minimale normen Woningen:

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens van het onderzoek Dossiernummer (van de woning in het gebouw): Datum van het onderzoek:

Nadere informatie

De woningmarkt in Vlaanderen

De woningmarkt in Vlaanderen De woningmarkt in Vlaanderen Een blik op de betaalbaarheid, woningkwaliteit en subsidies Kristof Heylen HIVA - KU Leuven www.steunpuntwonen.be Woonsituatie: evolutie 1976-2005 Aandeel huurders van 33%

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE WONINGKWALITEIT

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE WONINGKWALITEIT TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE WONINGKWALITEIT Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens van het onderzoek Dossiernummer (van de woning in het gebouw): Datum van het onderzoek:

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens van het onderzoek Dossiernummer (van de woning in het gebouw): Datum van het onderzoek:

Nadere informatie

HET GROTE WOONONDERZOEK 2013. Katrien Partyka Vlaams volksvertegenwoordiger CD&V

HET GROTE WOONONDERZOEK 2013. Katrien Partyka Vlaams volksvertegenwoordiger CD&V HET GROTE WOONONDERZOEK 2013 1 Katrien Partyka Vlaams volksvertegenwoordiger CD&V INHOUD 1. Het Grote Woononderzoek 2013 2. Trends in eigendomsverwerving 3. Profiel van de deelmarkten 4. Betaalbaarheid

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN KAMERS. Deel A: Identificatiegegevens

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN KAMERS. Deel A: Identificatiegegevens Bijlage 1. Model van technisch verslag voor kamers als vermeld in artikel 2, 1, 1 TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN KAMERS Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens

Nadere informatie

Wonen in Vlaanderen anno 2013. De voornaamste bevindingen van het Grote Woononderzoek 2013

Wonen in Vlaanderen anno 2013. De voornaamste bevindingen van het Grote Woononderzoek 2013 STEUNPUNT WONEN P/A HIVA KU LEUVEN PARKSTRAAT 47 BUS 5300 BE 3000 LEUVEN Perstekst Wonen in Vlaanderen anno 2013. De voornaamste bevindingen van het Grote Woononderzoek 2013 Het Grote Woononderzoek 2013

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN. Deel A: Identificatiegegevens

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN. Deel A: Identificatiegegevens Bijlage 3. Model van technisch verslag voor zelfstandige woningen als vermeld in artikel 2, 1, 3 TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens

Nadere informatie

WONEN IN VLAANDEREN ANNO 2013 De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld

WONEN IN VLAANDEREN ANNO 2013 De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld WONEN IN VLAANDEREN ANNO 2013 De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld Sien Winters, Wesley Ceulemans, Kristof Heylen, Isabelle Pannecoucke, Lieve Vanderstraeten, Katleen Van den Broeck,

Nadere informatie

Woningkwaliteit. Soorten problemen. Ongeschikte en onbewoonbare woningen. Ongeschikt Onbewoonbaar Onaangepast Overbewoond. Verwaarloosd Leegstaand

Woningkwaliteit. Soorten problemen. Ongeschikte en onbewoonbare woningen. Ongeschikt Onbewoonbaar Onaangepast Overbewoond. Verwaarloosd Leegstaand Woningkwaliteit Ongeschikte en onbewoonbare woningen 1 Soorten problemen Ongeschikt Onbewoonbaar Onaangepast Overbewoond Verwaarloosd Leegstaand Vervuild Bouwmisdrijf OK: conformiteitsattest 2 NIEUW: INTEGRATIEDECREET

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN. Vraag nr. 340 van 17 maart 2014 van LODE VEREECK

VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN. Vraag nr. 340 van 17 maart 2014 van LODE VEREECK VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FREYA VAN DEN BOSSCHE VLAAMS MINISTER VAN ENERGIE, WONEN, STEDEN EN SOCIALE ECONOMIE Vraag nr. 340 van 17 maart 2014 van LODE VEREECK Studentenkamers Conformiteit

Nadere informatie

Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen. Toelichtingsbrochure

Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen. Toelichtingsbrochure Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen Toelichtingsbrochure 1. Aan welke normen moet een woning of kamer voldoen? 4 2. Wat wordt er gecontroleerd tijdens een woningonderzoek?

Nadere informatie

Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm

Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm 1. Inleiding: aan welke normen moet een woning voldoen? 5 2. Wat wordt er gecontroleerd tijdens een

Nadere informatie

Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen?

Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen? Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen? Griet Verbeeck & Wesley Ceulemans Universiteit Hasselt Studiedag De energiekwaliteit van het Vlaamse woningenpark,

Nadere informatie

DOELGROEPEN EN WACHTLIJST VAN DE SOCIALE HUUR. Kristof Heylen

DOELGROEPEN EN WACHTLIJST VAN DE SOCIALE HUUR. Kristof Heylen DOELGROEPEN EN WACHTLIJST VAN DE SOCIALE HUUR Kristof Heylen DOELGROEPEN EN WACHTLIJST SOCIALE HUUR Dr. Kristof Heylen Projectleiding: Sien Winters Leuven, juni 2016 Het Steunpunt Wonen is een samenwerkingsverband

Nadere informatie

Hoe veilig is een woning?

Hoe veilig is een woning? Hoe veilig is een woning? door K. Jacobs Gebouw versus woning Een gebouw is een geheel van onroerend goed, bevattende zowel hoofd- als bijgebouwen die als één geheel kunnen beschouwd worden en waarin zich

Nadere informatie

KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN NIEUW: DAKISOLATIENORM WONENVLAANDEREN.BE

KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN NIEUW: DAKISOLATIENORM WONENVLAANDEREN.BE KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS NIEUW: DAKISOLATIENORM AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN WONENVLAANDEREN.BE Algemeen De Vlaamse Wooncode bepaalt de minimale normen waaraan woningen in Vlaanderen

Nadere informatie

Steunpunt Ruimte en Wonen. Verder onderzoek naar de evolutie van de kwaliteit van de woningen in Vlaanderen

Steunpunt Ruimte en Wonen. Verder onderzoek naar de evolutie van de kwaliteit van de woningen in Vlaanderen Steunpunt Ruimte en Wonen Verder onderzoek naar de evolutie van de kwaliteit van de woningen in Vlaanderen Pag. I INHOUD 1 Inleiding 1 1.1 Situering 1 1.2 Doelstelling 2 2 Onderzoek van de woonkwaliteit

Nadere informatie

VERWELKOMING EN INLEIDING

VERWELKOMING EN INLEIDING Wonen in Vlaanderen: de resultaten van het Grote Woononderzoek 9 juni 2015 Auberge Du Pêcheur, Sint-Martens-Latem VERWELKOMING EN INLEIDING Filip Van der Veken, voorzitter CIB West-Vlaanderen 1 PROGRAMMA

Nadere informatie

Woningkwaliteit. Woningkwaliteit. Woningkwaliteit

Woningkwaliteit. Woningkwaliteit. Woningkwaliteit Woningkwaliteit Johan Baeten Diensthoofd Wonen Vlaams-Brabant Woningkwaliteit Woningkwaliteit Recht op behoorlijk wonen (Grondwet, Vlaamse Wooncode) 1. Minimale kwaliteitsvereisten 2. Betaalbare prijs

Nadere informatie

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 7. Woontevredenheid en woongeschiedenis. Isabelle Pannecoucke & Pascal De Decker

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 7. Woontevredenheid en woongeschiedenis. Isabelle Pannecoucke & Pascal De Decker GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 7. Woontevredenheid en woongeschiedenis Isabelle Pannecoucke & Pascal De Decker GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 7.Woontevredenheid en woongeschiedenis Isabelle Pannecoucke

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

Sectoren / paritaire comités Methodologie

Sectoren / paritaire comités Methodologie Sectoren / paritaire comités Methodologie Wouter Vanderbiesen Mei 2014 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000 Leuven T:+32 (0)16 32 32 39 steunpuntwse@kuleuven.be www.steunpuntwse.be

Nadere informatie

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 5. De private huurmarkt: vraagen aanbodzijde. Kristof Heylen

GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 5. De private huurmarkt: vraagen aanbodzijde. Kristof Heylen GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 5. De private huurmarkt: vraagen aanbodzijde Kristof Heylen GROTE WOONONDERZOEK 2013 Deel 5. De private huurmarkt: vraag- en aanbodzijde Kristof Heylen Projectleiding: Sien

Nadere informatie

Deel I. Leegstand. Gemeenten hebben de mogelijkheid een leegstandsheffing in te voeren. Het Decreet stelt de minimumaanslag vast.

Deel I. Leegstand. Gemeenten hebben de mogelijkheid een leegstandsheffing in te voeren. Het Decreet stelt de minimumaanslag vast. WOONKWALITEIT 124 Deel I. Leegstand Leegstand opsporen is een vorm van preventie. Leegstand kan immers een voorstadium zijn van verwaarlozing en verkrotting of een middel om te speculeren op vastgoedprijzen.

Nadere informatie

Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek?

Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek? Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek? Sien Winters KU Leuven - HIVA Studiedag Wonen in Vlaanderen anno 2013. Wat leert ons het Grote Woononderzoek 2013 Brussel, Vlaams Parlement,

Nadere informatie

De resultaten van de. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van de. Gemeenschap, Departement RWO Woonbeleid.

De resultaten van de. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van de. Gemeenschap, Departement RWO Woonbeleid. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement RWO Woonbeleid. Februari 2007 Samenvatting Heylen Kristof, Le Roy Marie, Vanden Broucke Steven, Vandekerckhove

Nadere informatie

Uitgave: juli 2008. V.U.: ir Guy Braeckman, Secretaris-Generaal Departement RWO Koning Albert II-laan 19, bus 21, 1210 Brussel

Uitgave: juli 2008. V.U.: ir Guy Braeckman, Secretaris-Generaal Departement RWO Koning Albert II-laan 19, bus 21, 1210 Brussel Uitgave: juli 2008 V.U.: ir Guy Braeckman, Secretaris-Generaal Departement RWO Koning Albert II-laan 19, bus 21, 1210 Brussel Vormgeving: Lien Van Cromphaut Beeldmateriaal: Fotoarchief Vlaamse Overheid

Nadere informatie

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Kristof Heylen, HIVA, KULeuven Steunpunt Ruimte en Wonen

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Kristof Heylen, HIVA, KULeuven Steunpunt Ruimte en Wonen Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Methodologie, vaststellingen, t evoluties Boekvoorstelling 21 december 2010 Kristof Heylen, HIVA, KULeuven Steunpunt Ruimte en Wonen Inhoud Definitie Methodologie Woonquote

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2011 Wouter Vanderbiesen November 2013 Methodologisch Rapport Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus

Nadere informatie

Woningkwaliteit: focus op de Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor (sociale) woningen. Dorien Van Cauwenberge Walter Roedolf Rudy Clé

Woningkwaliteit: focus op de Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor (sociale) woningen. Dorien Van Cauwenberge Walter Roedolf Rudy Clé Woningkwaliteit: focus op de Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor (sociale) woningen Dorien Van Cauwenberge Walter Roedolf Rudy Clé Sessie 5: Woningkwaliteit Focus op de Vlaamse veiligheids- en

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2013 Wouter Vanderbiesen September 2015 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000

Nadere informatie

Wetenschappelijke studie geeft zicht op de leefomstandigheden van daklozen en mensen zonder papieren

Wetenschappelijke studie geeft zicht op de leefomstandigheden van daklozen en mensen zonder papieren Kabinet van Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding Philippe COURARD Kabinet van Minister van KMO'S, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid Sabine LARUELLE Persbericht

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

Dossiernummer Adres woning/verdieping: VERPLICHTINGEN INZAKE ELEMENTAIRE VEILIGHEID. Art 2 1 er

Dossiernummer Adres woning/verdieping: VERPLICHTINGEN INZAKE ELEMENTAIRE VEILIGHEID. Art 2 1 er EVALUATIERSTER Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 september 2003 tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen LCALISATIE/CMMENTAAR/RSPRNG/RZAAK

Nadere informatie

Registratiefiche multiscreening

Registratiefiche multiscreening Registratiefiche multiscreening 1 Identificatie van de invuller Naam Organisatie waarvoor men werkt Functie Contactgegevens (tel en email) Draaischijf/project 2 Datum waarop formulier wordt ingevuld (dag/

Nadere informatie

Woonsituatie in Vlaanderen: mogelijkheden en gegevens van het Huishoudbudgetonderzoek

Woonsituatie in Vlaanderen: mogelijkheden en gegevens van het Huishoudbudgetonderzoek Woonsituatie in Vlaanderen: mogelijkheden en gegevens van het Huishoudbudgetonderzoek Auteurs: Kristof Heylen Sien Winters Januari 2009 Pag. 1 Pag. 2 Verantwoordelijke uitgever: Deze paper kwam tot stand

Nadere informatie

De nieuwe Renovatiepremie. Besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015 Publicatie Belgisch Staatsblad 12 november 2015

De nieuwe Renovatiepremie. Besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015 Publicatie Belgisch Staatsblad 12 november 2015 De nieuwe Renovatiepremie Besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015 Publicatie Belgisch Staatsblad 12 november 2015 Voor Wie? De bewoner De meerderjarige particulier die de premiewoning op aanvraagdatum

Nadere informatie

2011 03 30 Overzicht VWC en Vlaamse en lokale spelers - Dorien Van Cauwenberge. Het Vlaamse woonbeleid in vogelvlucht

2011 03 30 Overzicht VWC en Vlaamse en lokale spelers - Dorien Van Cauwenberge. Het Vlaamse woonbeleid in vogelvlucht 2011 03 30 Overzicht VWC en Vlaamse en lokale spelers - Dorien Van Cauwenberge Het Vlaamse woonbeleid in vogelvlucht Studiedag Vlaams Welzijnsverbond Wonen in welzijn, welzijn in wonen 30 maart 2011 Wat

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2012 Wouter Vanderbiesen Maart 2014 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000 Leuven

Nadere informatie

Overzicht verloop. - Beleidsmatig. Voorstelling krotspot-methodiek Werkgroep Private Huurmarkt. Uitdagingen voor het beleid Woonpatrimonium Antwerpen

Overzicht verloop. - Beleidsmatig. Voorstelling krotspot-methodiek Werkgroep Private Huurmarkt. Uitdagingen voor het beleid Woonpatrimonium Antwerpen Voorstelling krotspot-methodiek Werkgroep Private Huurmarkt 4 mei 2010 - Financieel kader en historische groei - 2 Werken aan woonkwaliteit Vlaamse Wetgeving Uitdagingen voor het beleid Woonpatrimonium

Nadere informatie

STUDENTEN- HUISVESTING IN GENT KOTEN WIJZER VERHUREN? Stad Gent Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning STEDENBOUW- KUNDIGE NORMEN.

STUDENTEN- HUISVESTING IN GENT KOTEN WIJZER VERHUREN? Stad Gent Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning STEDENBOUW- KUNDIGE NORMEN. STUDENTEN- HUISVESTING IN GENT STEDENBOUW- KUNDIGE NORMEN KOTEN WIJZER VERHUREN? 14 juni 2014 Stad Gent Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning Inhoud 1. Stedenbouwkundige vergunningsplicht 2. Geldende

Nadere informatie

Statistieken over bezettingsgraden: enkele methodologische beschouwingen

Statistieken over bezettingsgraden: enkele methodologische beschouwingen Statistieken over bezettingsgraden: enkele methodologische beschouwingen Inleiding Sinds een drietal jaar kunnen hotels maandelijks cijfers doorgeven aan het steunpunt over het aantal verhuurde kamers,

Nadere informatie

1. Situering. Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd:

1. Situering. Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd: Vlaamse Woonraad Koning Albert II-laan 19 bus 23 1210 Brussel vlaamse.woonraad@rwo.vlaanderen.be www.vlaamsewoonraad.be Advies 2015/08 datum 9 oktober 2015 bestemmeling kopie onderwerp Mevrouw Liesbeth

Nadere informatie

Technisch rapport kiesintentiemetingen

Technisch rapport kiesintentiemetingen Technisch rapport kiesintentiemetingen (In te vullen door het betrokken instituut en terug te sturen naar het secretariaat Febelmar, ter publicatie op de Febelmar website.) Dit rapport omvat een geheel

Nadere informatie

Onderhoud en herstellingswerken ten laste van de verhuurder ( Eigen Haard )

Onderhoud en herstellingswerken ten laste van de verhuurder ( Eigen Haard ) Onderhoud en herstellingswerken ten laste van de verhuurder ( Eigen Haard ) Hiernavolgend vinden jullie een overzicht van de meest voorkomende herstellingswerken lastens Eigen Haard. Bij vragen hieromtrent

Nadere informatie

Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE

Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE NATIONAAL SECRETARIAAT Huidevettersstraat 165 1000 Brussel T 02 502 55 75 F

Nadere informatie

Onderzoektechnische verantwoording. Opinieonderzoek Solidariteit

Onderzoektechnische verantwoording. Opinieonderzoek Solidariteit Onderzoektechnische verantwoording Opinieonderzoek Solidariteit Project 18917 / mei 2013 Een onderzoek in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, te Den Haag. AUTEURSRECHT MARKETRESPONSE

Nadere informatie

INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRAND- VEILIGHEID Specifieke normen en verwijzingen

INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRAND- VEILIGHEID Specifieke normen en verwijzingen INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRAND- VEILIGHEID Specifieke normen en verwijzingen Publicatiedatum : 1 augustus 2014 Ingangsdatum : 1 augustus 2014 VOORWOORD Pagina 2/5 De Vereniging van Inspectie-instellingen

Nadere informatie

Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport

Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport Trendbarometer hotels 2012 Inlichtingen Dagmar.Germonprez@toerismevlaanderen.be Tel +32 (0)2 504 25 15 Verantwoordelijke uitgever: Peter De Wilde - Toerisme Vlaanderen

Nadere informatie

ARTIKEL 1: Definities. ARTIKEL 2: Inventarisatie. ARTIKEL 3: Inventarisatiedatum

ARTIKEL 1: Definities. ARTIKEL 2: Inventarisatie. ARTIKEL 3: Inventarisatiedatum ADMINISTRATIEVE VERORDENING BETREFFENDE DE INVENTARISATIE VAN LEEGSTAANDE WONINGEN EN/OF GEBOUWEN - ONGESCHIKT, ONBEWOONBAAR EN/OF OVERBEWOOND VERKLAARDE WONINGEN - WONINGEN EN/OF GEBOUWEN IN VERWAARLOOSDE

Nadere informatie

Aanvraag conformiteitsattest

Aanvraag conformiteitsattest Aanvraag conformiteitsattest Een conformiteitsattest toont aan dat de woning die u verhuurt minstens voldoet aan de Vlaamse woonkwaliteitsnormen. Het conformiteitsattest is een officiële verklaring dat

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015. de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden

NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015. de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015 de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden Meer en meer ouders overwegen om een kot te kopen voor hun studerende kinderen

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Nota. Naar een nieuwe Woonsurvey en Woningschouwing? Verkenning van de noden en de mogelijke alternatieven

Nota. Naar een nieuwe Woonsurvey en Woningschouwing? Verkenning van de noden en de mogelijke alternatieven Steunpunt Ruimte en Wonen Kasteelpark Arenberg 51 bus 2429 3001 Heverlee Tel: +32 (0)16 32 13 36 info@steunpuntruimteenwonen.be Nota Naar een nieuwe Woonsurvey en Woningschouwing? Verkenning van de noden

Nadere informatie

IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT. Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor:

IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT. Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor: IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor: 1 Onderzoeksopzet Om bij de verdere ontwikkeling van zijn werking beter rekening

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Verbeteringspremie Particuliere Huurwoningen

Verbeteringspremie Particuliere Huurwoningen Verbeteringspremie Particuliere Huurwoningen Artikel1 Het stadsbestuur wenst met de invoering van een gemeentelijke verbeteringspremie voor particuliere huurwoningen voor eigenaar-verhuurders, een algemene

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-020 22 maart 2010 9.30 uur Woononderzoek Nederland 2009 Totale woonlasten stijgen in dezelfde mate als netto inkomen Aandeel en omvang aflossingsvrije

Nadere informatie

Welzijnsbarometer 2015

Welzijnsbarometer 2015 OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL "Cultuur aan de macht" de sociale rol van cultuur en kunst 26 november 2015 Welzijnsbarometer 2015 Marion

Nadere informatie

De vernieuwde Vlaamse renovatiepremie

De vernieuwde Vlaamse renovatiepremie De vernieuwde Vlaamse renovatiepremie Vlaamse Regering keurt nieuwe renovatiepremie definitief goed Vrijdag 30 oktober 2015 keurde de Vlaamse Regering de nieuwe renovatiepremie definitief goed. Er komt

Nadere informatie

Verloop van de avond

Verloop van de avond Verloop van de avond 1.Woonplan 2030: Brigitte Smets, schepen van wonen 2.Woonkwaliteitsnormen: Koen Knevels, diensthoofd wonen 3.Appartementsrecht: meester Astrid Clabots 4.Vragenronde en pauze 5.Renovatiekredieten:

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Zoetermeer, vrijdag 13 november 2015 In opdracht van Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Trends op de Vlaamse woningmarkt

Trends op de Vlaamse woningmarkt Trends op de Vlaamse woningmarkt Sien Winters KU Leuven - HIVA Studiedag Wonen in Vlaanderen anno 2013. Wat leert ons het Grote Woononderzoek 2013 Brussel, Vlaams Parlement, De Schelp 3 maart 2015 www.steunpuntwonen.be

Nadere informatie

Een schatting van het aantal huishoudens in Energie Armoede

Een schatting van het aantal huishoudens in Energie Armoede De energiekwaliteit van het Vlaamse woningenpark Een schatting van het aantal huishoudens in Energie Armoede Bart Delbeke Brussel, maandag 28 september 2015 Inhoud 1. Introductie Energie Armoede 2. Administratieve

Nadere informatie

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens Cijfers Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Christine Stam Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl Aanvraag 2015.130 Cijfers

Nadere informatie

NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement.

NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement. Belan rike toelichtin bi het E C attest! NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement. De hoge score is meestal te wijien aan het teit dat er met elektdcileii verwarmd

Nadere informatie

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar?

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Boek uitgegeven bij Garant Redactie: Sien Winters Auteurs: Sien Winters, Kristof Heylen, Marietta Haffner, Pascal De Decker, Frank Vastmans, Erik Buyst Boekvoorstelling

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Consumenten en rookmelders Consumenten en rookmelders

Consumenten en rookmelders Consumenten en rookmelders Consumenten en rookmelders Consumenten en rookmelders s t u d i e OIVO, april 2006 Agenda 1. Verwijzing naar wetgeving 2. Doelstellingen 3. Methodologie 4. Bezit en uitrusting 5. Koopintenties 6. Conclusies

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers TITEL I. Algemene bepalingen.

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers TITEL I. Algemene bepalingen. VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers TITEL I Algemene bepalingen Artikel 1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. Artikel 2 In dit

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact

Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact Sien Winters Coördinator Steunpunt Wonen www.steunpuntwonen.be Inhoud Van onderzoeksvragen behandelde thema s resultaten

Nadere informatie

Advies betreffende de jacht op houtduiven in het Vlaamse gewest

Advies betreffende de jacht op houtduiven in het Vlaamse gewest Advies betreffende de jacht op houtduiven in het Vlaamse gewest Nummer: INBO.A.2010.197 Datum: 20/07/2010 Auteur(s): Contact: Frank Huysentruyt, Jim Casaer lon.lommaert@inbo.be Kenmerk aanvraag: e-mail

Nadere informatie

De Vlaamse woonmarkt in Europees perspectief

De Vlaamse woonmarkt in Europees perspectief De Vlaamse woonmarkt in Europees perspectief Sien Winters Coördinator Steunpunt Wonen Onderzoeksleider HIVA KU Leuven www.steunpuntwonen.be Inhoud 1. Erg verschillende woningmarkten 2. Woningkwaliteit

Nadere informatie

Kwaliteit van woningen. Studiedag Sociale Plattegrond

Kwaliteit van woningen. Studiedag Sociale Plattegrond Kwaliteit van woningen Studiedag Sociale Plattegrond 29 april 2014 Overzicht Even voorstellen Recht op kwaliteitsvol wonen Help, ik huur een slechte woning Praktijkvoorbeelden Rookmeldersverplichting Vragen

Nadere informatie

Gewijzigde prioriteiten voor de Vlaamse Wooninspectie SITUERING

Gewijzigde prioriteiten voor de Vlaamse Wooninspectie SITUERING Gewijzigde prioriteiten voor de Vlaamse Wooninspectie SITUERING De Vlaamse Wooninspectie (onderdeel van het agentschap Inspectie RWO) staat in voor de strafrechtelijke handhaving van de elementaire veiligheids-,

Nadere informatie

Naar een nieuwe Woonsurvey en Woningschouwing?

Naar een nieuwe Woonsurvey en Woningschouwing? Naar een nieuwe Woonsurvey en Woningschouwing? Verkenning van de noden en de alternatieven Kristof Heylen, Eva Debusschere, Sien Winters Auteurs: Kristof Heylen, Eva Debusschere, Sien Winters Projectleiding:

Nadere informatie

Aansluiting van eengezinswoningen TGC-RES-SDU-2014/02 (NL)

Aansluiting van eengezinswoningen TGC-RES-SDU-2014/02 (NL) Aansluiting van eengezinswoningen 1 Aansluiting van eengezinswoningen Een eengezinswoning aansluiten op het netwerk van Belgacom biedt toekomstige bewoners de mogelijkheid gebruik te maken van vele uiteenlopende

Nadere informatie

COMMISSIE OPENBARE WERKEN, MOBILITEIT EN STEDENBOUW - MONDELINGE VRAAG - ANTWOORD

COMMISSIE OPENBARE WERKEN, MOBILITEIT EN STEDENBOUW - MONDELINGE VRAAG - ANTWOORD COMMISSIE OPENBARE WERKEN, MOBILITEIT EN STEDENBOUW - MONDELINGE VRAAG - ANTWOORD OPSCHRIFT Vergadering van: 13 februari 2014 Nummer: 2014_MC_00075 Onderwerp: Problematiek van niet-geregistreerde studentenkoten.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Samenhuizen in Gent. 1. Aanleiding. Samenhuizen kan een stedenbouwkundig misdrijf vormen

Samenhuizen in Gent. 1. Aanleiding. Samenhuizen kan een stedenbouwkundig misdrijf vormen Samenhuizen in Gent Samenhuizen in deze nota = meerdere personen die, buiten het klassieke gezinsverband, samen een ééngezinswoning of appartement huren met meer dan één slaapkamer. Onderstaande nota werd

Nadere informatie

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave ijs arbeid data zorg onderwijs zekerheid etenschap rg welzijn mobiliteit jn beleids- Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave Wachtdagen

Nadere informatie

Zitting van de gemeenteraad

Zitting van de gemeenteraad 1 zvvegeni Zitting van de gemeenteraad ZITTING VAN 23 NOVEMBER 2009 Agendapunt: Onderwerp: Aanpassing van het subsidiereglement inzake de gemeentelijke renovatieprem ie De Raad, Overwegende dat een actief

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat certificaatnummer 20120515-0001118936-00000005-8 nummer postnummer Voorhavenlaan 33 9000 bus gemeente A 101 Gent bestemming type appartement - softwareversie 1.3.3 berekend

Nadere informatie

DE RAAD: Gelet op de bouwverordening betreffende de parkeerplaatsen, goedgekeurd in de vergadering van de gemeenteraad dd 16 maart 1993;

DE RAAD: Gelet op de bouwverordening betreffende de parkeerplaatsen, goedgekeurd in de vergadering van de gemeenteraad dd 16 maart 1993; DE RAAD: Gelet op de bouwverordening betreffende de parkeerplaatsen, goedgekeurd in de vergadering van de gemeenteraad dd 16 maart 1993; Overwegende dat een aantal artikels aanleiding geven tot interpretatie.

Nadere informatie

Objectgegevens: Oudheusdenstraat 30, Badhoevedorp Gebruiksoppervlakte Begane grond 1e verdieping 2e verdieping Totaal Gebruiksoppervlakte, Wonen (Woonoppervlakte) 62,7 57,9 38,3 158,9 m2 Gebruiksoppervlakte,

Nadere informatie