nº24 / 2006 TIJDSCHRIFT VOOR WATERVOORZIENING EN WATERBEHEER 39ste jaargang / 15 december 2006

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "nº24 / 2006 TIJDSCHRIFT VOOR WATERVOORZIENING EN WATERBEHEER 39ste jaargang / 15 december 2006"

Transcriptie

1 nº24 / ste jaargang / 15 december 2006 TIJDSCHRIFT VOOR WATERVOORZIENING EN WATERBEHEER INTERVIEW MET THEO OLSTHOORN HISTORIE VAN AFVALWATERZUIVERING IN NEDERLAND NEDERLAND STEUNT DRINKWATERPROJECT IN BENIN HORIZONTALE HDD-PUT VOOR GRONDWATERWINNING

2 het is gedaan met de rust voor de waterbedrijven.* Ronald Teuthof, PricewaterhouseCoopers Kijk voor meer meningen op Assurance Tax Advisory *connectedthinking 2006 PricewaterhouseCoopers. Alle rechten voorbehouden.

3 De Randstad Als u in de Randstad woont, moet u zo langzamerhand toch eens nagedacht hebben over de toekomst. Over de vraag bijvoorbeeld of uw huis en hopelijk ook een tuin over een jaar of 20 zonder al te veel maatregelen nog droog blijft bij hevige regenval. De laatste publicatie op dit vlak gaf weer opzienbarende koppen in de kranten en tijdschriften: Verdrinken in de Randstad. Aanleiding vormde het laatste onderzoek van Bas Jonkman van de TU Delft die het aantal slachtoffers probeerde in te schatten van een dijkdoorbraak tussen Den Haag en Ter Heijde. Ongeveer vierduizend mensen zouden verdrinken. Een evacuatie zou hooguit zeshonderd levens sparen. Een storm vanuit de Noordzee is een dag, misschien twee dagen van tevoren te voorspellen. Voor de evacuatie begint, moeten de bestuurders van het gebied nog overleggen en moet iedereen worden gewaarschuwd. Daarna moeten de mensen hun spullen pakken, oma halen en de kat zoeken. Dat kost allemaal behoorlijk wat tijd, aldus Bas Jonkman. Hij ging verder waar eerder modellen stopten. Zijn model is daardoor weer wat beter dan de vorige. De boodschap die Jonkman indirect de wereld instuurt, is echter al eerder verkondigd. Je kunt evacueren, maar of dat in een drukbevolkte Randstad veel mensen het leven redt? Natuurlijk is elk gered mens er één, maar we moeten ons niet te veel voorstellen van evacuaties. De kans op een chaos is wellicht veel groter, omdat iedereen op de snelste manier weg wil over dezelfde wegen die nu, zonder dat er iets aan de hand is, al een deel van de dag dichtslibben. Het moment waarop in de Randstad serieus nagedacht moet worden over een complete herinrichting van het landschap, komt iedere dag een stapje dichterbij. Peter Bielars H 2O tijdschrift voor watervoorziening en waterbeheer verschijnt ééns per 14 dagen Officieel orgaan van Stichting tot uitgave van het tijdschrift H 2O en haar participanten: - Vereniging van Waterbedrijven in Nederland - Koninklijke Vereniging voor Waterleidingbelangen in Nederland - Nederlandse Vereniging voor Waterbeheer - Kiwa Uitgever Rinus Vissers Redactie Peter Bielars (hoofdredacteur) Michiel van Zaane Marjon Hoogesteger Redactiesecretariaat Dora Pompe Redactieadres en uitgeverij Postbus 122, 3100 AC Schiedam telefoon (010) telefax (010) nijgh.nl Bezoekadres: s-gravelandseweg XT Schiedam Redactiecommissie Harry Tolkamp (voorzitter/nva) André Struker (KVWN) Frits Vos (VEWIN) Gerda Sulmann (Kiwa) Advertentieverkoop Roelien Voshol (010) Brigitte Laban (010) Mediaorder Carola Sjoukes (010) Suzanne Klüver (010) telefax (010) Abonnementenservice Pauline Roos Tini van Schijndel telefoon (010) telefax (010) Abonnementsprijs 92,- per jaar excl. 6% BTW 122,- per jaar voor buitenland 8,- losse exemplaren excl. 6% BTW Abonnementen gelden voor één jaar en worden zonder tegenbericht automatisch verlengd. Opzeggingen dienen schriftelijk uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de abonnementsperiode te geschieden aan bovenstaand postadres. 4 / Toelatingsbeleid moet grondwaterbeschermingsgebieden schoonhouden 6 / Relevante nieuwe kennis in Denver voor Nederlandse drinkwatersector Arne Verliefde, Bas Heijman, Wim Hijnen en Guus IJpelaar 8 / Uitwisseling van informatie over urine-inzameling en -verwerking Bjartur Swart 10 / Interview met hoogleraar geohydrologie Theo Olsthoorn Maarten Gast 12 / Gemeentelijke wateropgaven voor woonwijk in Groningen Dries Jansma, Lilian van den Bosch, Judith Bosman en Titian Oterdoom 15 / Ecologisch beheer De Steeg levert resultaat op Gert Grakist 18 / Opinie: Geen overheveling waterschapstaken W. Heemskerk en W. Dierx 20 / Historie van afvalwaterzuivering in Nederland 22 / Nederland steunt drinkwaterproject in Benin Roel Burgler 35 / Ontwerp horizontale HDD-put voor drinkwatervoorziening Harrie Timmer en Bas Pittens inhoud nº 24 / Druk en lay-out Den Haag mediagroep b.v., Rijswijk Copyright Nijgh Periodieken B.V., 2006 Het auteursrecht op de inhoud van dit tijdschrift wordt uitdrukkelijk voorbehouden. Overname van artikelen alleen na schriftelijke toestemming van de uitgever. 38 / Het bepalen van significante schade bij het afleiden van ecologische doelen Rens Huisman en Erwin van den Berg 41/ Texelse kennis toegepast bij zuiveringsmoeras en paaibiotoop bij rwzi Grou Theo Claasen, Sybren Gerbens en Ruud Kampf 44 / Agenda 46 / Handel & Industrie Bij de omslagfoto: Met hulp uit Nederland is in Benin een begin gemaakt met een betere drinkwatervoorziening, zodat dit soort taferelen steeds meer geschiedenis wordt (zie pagina s 22 en 23) (foto: Roel Burgler).

4 IS REGIONAAL BELEID VOOR BESTRIJDINGSMIDDELEN NOG NODIG? Toelatingsbeleid moet grondwaterbeschermingsgebieden schoonhouden In het nieuwe toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen wordt rekening gehouden met grondwaterbeschermingsgebieden. In principe is dit generieke beleid voldoende om alle problemen met bestrijdingsmiddelen te voorkomen. Of is dat een utopie? Moeten provincies de mogelijkheid hebben om lokale maatregelen te nemen? En wat voor soort maatregelen zijn dat dan? Dat bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden voorkomen, blijkt uit het rapport Quick-scan risico s van bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden, dat op 28 november in Utrecht werd gepresenteerd. Op deze door het IPO georganiseerde bijeenkomst stond het rapport en bovenstaande vragen centraal. De quick-scan is een uitvloeisel van het IPO-programma Strategische Milieu Agenda. Het rapport, opgesteld door Royal Haskoning, beantwoordt twee vragen: welke typen grondwaterbeschermingsgebieden in welke regio s van Nederland zijn kwetsbaar voor uitspoeling van bestrijdingsmiddelen en om welke stoffen gaat het dan? En in hoeverre kunnen, naast het bestaande generieke toelatingsbeleid, aanvullende maatregelen worden ingezet en om welke maatregelen gaat het dan? De quick-scan laat duidelijk zien dat een aantal winningsgebieden risico loopt. Enkele gebieden in Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Drenthe lopen het meeste risico. Uit metingen van de kwaliteit van het ruwwater blijkt dat in ongeveer een kwart van de kleine grondwaterlichamen van de drinkwaterbedrijven bestrijdingsmiddelen voorkomen in een concentratie van meer dan 0,1 μg per liter en met een niet-incidenteel karakter. Ook bestaat een duidelijk verband tussen de kwetsbaarheid van het gebied en het daadwerkelijk voorkomen van bestrijdingsmiddelen: in 40 procent van de winningen die als zeer kwetsbaar worden beschouwd, komen bestrijdingsmiddelen voor. De stoffen die het meest worden aangetroffen, zijn bentazon en BAM. Deze en andere stoffen die ook regelmatig voorkomen, zijn de komende jaren nog toegestaan. Omdat de uitspoeling naar het grondwater vertraagd plaatsvindt, zullen deze stoffen naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren nog niet verdwijnen. probeert verontreiniging met bestrijdingsmiddelen tegen te gaan. Dat gebeurt op een pragmatische, gebieds- of branchegerichte manier, blijkens het verhaal van André Bannink (VEWIN). Door de samenwerking met de direct betrokkenen zijn deze projecten vaak succesvol. De eerste fase van het project is afgerond. Daarin zijn vijf stoffen aangepakt: bentazon, carbendazim, isoproturon, methomyl en terbutylazin. Dat betekent niet dat deze stoffen totaal zijn verdwenen, maar ze zijn stevig op de agenda gezet. Voor stoffen die uitspoeling kunnen veroorzaken, heeft de bestrijdingsmiddelenhandel toegezegd om het gebruik ervan af te raden in grondwaterbeschermingsgebieden. In de tweede fase worden vijf andere stoffen centraal gesteld: MCPA, dimethenamid-p, pirimifos-methyl, dichlobenil en 2,4-D. Het onderwerp communicatie kwam ook veelvuldig terug in de aansluitende discussie. In subgroepen werd telkens een tweetal aanbevelingen uit de quick-scan onder de loep genomen en waar nodig aangevuld. Zo werd aangegeven dat het voor de rijksoverheid belangrijk is dat ze het (nieuwe) Uitreiking Rob Faasen Vaas Tijdens het symposium werd de Rob Faasen Vaas uitgereikt, een prijs voor onderscheidende activiteiten op het gebied van waterkwaliteit en gewasbeschermingsmiddelen. Rob Faasen leverde bij het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) een aanzienlijke bijdrage aan het in kaart brengen en, voor zover mogelijk, oplossen van het waterkwaliteitsprobleem. De wisseltrofee ging vorig jaar naar de VEWIN. De winnaar mag zelf de volgende winnaar aanwijzen. Namens de VEWIN overhandigde André Bannink de trofee aan de provincie Noord-Brabant voor het project Schoon water voor Brabant. Hoewel het om een quick-scan gaat en resultaten niet tot vele decimalen achter de komma nauwkeurig zijn, is duidelijk dat bestrijdingsmiddelen een probleem vormen. Eén van de projecten om dit probleem aan te pakken, is Schone bronnen, een samenwerkingsverband van de VEWIN, Unie van Waterschappen, LTO Nederland en NEFYTO (Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie, de brancheorganisatie van de Nederlandse agrochemische industrie), dat gezamenlijk 4 H 2 O /

5 Screening bestrijdingsmiddelen in water Rijkswateren bevatten minder verschillende soorten bestrijdingsmiddelen dan regionale wateren. Bovendien zijn de concentraties in rijkswateren lager. Hoewel minder bestrijdingsmiddelen zijn aangetroffen dan in voorgaande screenings, is het verontrustend dat 40 procent van de aangetroffen middelen niet (meer) in Nederland is toegestaan. Deze conclusies komen uit het RIZA-rapport Bestrijdingsmiddelenscreening in de rijkswateren, dat zojuist verscheen. In het onderzoek dat in 2005 is uitgevoerd, zijn ruim 200 bestrijdingsmiddelen op negen locaties meegenomen. Deze locaties zijn verdeeld over de Rijn, Maas, Schelde en Eems. Op drie van deze locaties wordt ook oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding ingenomen. Het algemene beeld is dat in de rijkswateren minder bestrijdingsmiddelen zijn aangetroffen dan in de regionale wateren. Deze laatste liggen vaak dichter bij de gebieden waar bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Van de 203 middelen waarnaar gezocht werd, zijn er 42 aangetroffen. Het merendeel hiervan is een herbicide. Het grootste deel van de aangetroffen stoffen staat niet op de prioritaire stoffenlijst van de KRW, maar zijn wel medebepalend voor de chemische kwaliteit van het oppervlaktewater. In de rijkswateren zijn geen bestrijdingsmiddelen aangetroffen boven de milieukwaliteitseisen, wel een paar keer boven de voorgestelde KRW-eisen. In de regionale wateren worden de normen vaker overschreden. actualiteit Ook zijn stoffen aangetroffen waarvoor nog geen normen zijn opgesteld. Op de locaties waar drinkwater wordt ingenomen (Andijk, Nieuwegein en Keizersveer) is één overschrijding van de drinkwaternorm voor bestrijdingsmiddelen genoteerd. Een aantal van de geconstateerde middelen is nog niet opgenomen in de landelijke monitoring van Rijkswaterstaat. De opstellers van het rapport pleiten er voor deze stoffen alsnog op te nemen. Dat van de aangetroffen bestrijdingsmiddelen 40 procent niet (meer) gebruikt mag worden in Nederland, betekent dat deze stoffen uit het buitenland moeten komen of illegaal in Nederland gebruikt worden. RIZA-rapport , ISBN toelatingsbeleid duidelijk naar de provincies uit kan leggen. De provincies hebben hun eigen verantwoordelijkheid om de grondwaterkwaliteitsdoelen (zowel nationaal als in EU-verband) te realiseren. Zij dienen, eventueel met de waterleidingbedrijven, te bekijken of aanvullend beleid nodig is. Als dat zo is, verdient het de voorkeur dit aanvullende beleid niet per provincie te gaan uitvinden, maar samen met andere provincies. Het IPO zou hier een centrale rol in kunnen en willen spelen. Meten is weten, en daarom speelt monitoring een belangrijke rol. De uitwisseling van data uit verschillende bronnen is nog vaak een probleem, maar aan standaarden wordt hard gewerkt. Ook meet men voor verschillende doelen: deze gegevens kunnen niet naadloos aan elkaar worden gekoppeld. De verschillende meetnetten van bijvoorbeeld de provincies, Rijkswaterstaat en de drinkwaterbedrijven zouden op centraal niveau afgestemd moeten worden. Op dit punt leverde de bijeenkomst resultaat op: in januari schuift de Commissie Toelatingsbeleid Bestrijdingsmiddelen (CTB) aan bij het nieuwe Platform Meetnetbeheer om de mogelijkheden tot samenwerking te bekijken. Tenslotte werd aangegeven dat het door TNO opgezette databestand DINO een goede basis vormt om gegevens (verder) uit te wisselen. Of het nieuwe toelatingsbeleid daadwerkelijk voldoende is om problemen met bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden in de toekomst te voorkomen, is nog niet duidelijk. Ook de, vanuit alle hoeken afkomstige, aanwezigen op deze bijeenkomst durfden dat niet te voorspellen. Of aanvullend beleid dus nodig is, moet nog blijken. Wel is duidelijk, getuige de uitkomsten van de quick-scan, dat het probleem met bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden algemeen voorkomt en wijd verbreid is. Ook liet de grote opkomst zien dat het probleem onderkend wordt en dat de bereidheid daar gezamenlijk aan te werken aanwezig is. Noord-Brabant krijgt Schoon Water-loket De provincie Noord-Brabant gaat een Schoon Water-loket openen. Dit loket geeft bewoners en grondgebruikers van de zeer kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden in de provincie advies over gewasbescherming en onkruidbestrijding. De provincie hoopt hiermee het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen. Noord-Brabant telt 40 grondwaterbeschermingsgebieden, waarvan acht zeer kwetsbare. Het zandpakket in deze gebieden, waaruit grondwater onttrokken wordt voor de bereiding van drinkwater, wordt hier niet Belang van grondwatermonitoring afgesloten met een kleipakket. Bestrijdingsmiddelen en andere verontreinigingen kunnen makkelijk uitspoelen naar de onttrekkingsputten. Het loket is bedoeld voor een aantal van deze gebieden: Waalwijk, Helvoirt, Nuland, Macharen, Vessem en Budel. Het nieuwe loket is een vervolg op het project Schoon water voor Brabant dat onlangs werd bekroond met de Rob Faasen-Vaas (zie hiernaast). In dit project werken Provincie Noord-Brabant, Brabant Water, de landbouworganisaties ZLTO en Duinboeren en waterschappen sinds enkele jaren met elkaar samen in het geven van tips en begeleiding aan landbouwers, gemeenten, burgers en bedrijven, zodat zij minder bestrijdingsmiddelen gebruiken. Het project is vooral bij de landbouw goed aangeslagen. Hoewel inmiddels niet meer voor iedereen jaarlijks begeleiding nodig is, blijft behoefte bestaan aan actuele informatie, bijvoorbeeld over nieuwe bestrijdingsmiddelen en technieken. Het Schoon Water-loket moet hierin voorzien. Zes lezingen over grondwatermonitoring trokken ruim 80 mensen op 16 november naar de bijeenkomst van het platform Gebieds- en Systeemgericht Grondwaterbeheer (GSG) bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. De middagvoorzitter prof. dr. ir. Theo Olsthoorn kwam tot de volgende conclusies: Het Europese denken dringt gestaag door in de grondwaterwereld. Een paradigmaverandering is gaande van utiliteits- naar systeembeheer; De vragen over welke ambities de betrokkenen wanneer willen bereiken zijn nog niet beantwoord. Bij grondwater maakt de traagheid van het systeem de agendering van dit onderwerp op de politieke agenda lastig. Van deze nood een deugd maken, betekent vooral wijzen op de reservoireigenschappen en het bufferend vermogen van grondwaterlichamen. In tijden van (dreigende) crises willen wijze mensen wel eens na gaan denken over voorraadvorming; De stroomgebiedsbeheerplannen vormen het goede kanaal om de grondwaterambities te formuleren, mits voldoende aandacht voor grondwater aanwezig is bij de belanghebbenden. Daarvoor is het van belang als de grondwaterwereld komt met duidelijke visies; Aandacht voor grondwater betekent ook financiële middelen. Jaarlijks kost de monitoringsinspanning voor het grondwater tien tot 15 miljoen euro. De economische opbrengst van het Nederlandse grondwater schatten deskundigen op één tot miljard euro per jaar. Dat betekent dat de efficiency van de monitoring óf heel hoog is óf dat nog ruimte bestaat voor verbeterde monitoring. De aanwezigen dachten vooral aan het tweede. zie ook pagina 10 en 11 H 2 O /

6 Relevante nieuwe kennis in Denver voor Nederlandse drinkwatersector Op het jaarlijkse Water Quality Technology-congres van de American Water Works Association, dat van 5 tot 9 november in Denver plaatsvond en door een duizendtal vooral Noord-Amerikanen bezocht werd, kwamen nieuwe trends aan bod die ook voor de Nederlandse drinkwatersector van belang kunnen zijn. Ten aanzien van desinfectie met monochlooramine - vaak toegepast in de Verenigde Staten - werd aandacht gevraagd voor de vorming van nitrogene producten als NDMA, waarvoor in één van de studies een verband met antropogene verontreiniging werd verondersteld. Om problemen van nitrificatie in het leidingnet bij desinfectie met chloor te bestrijden, is dosering van chloriet onderzocht. Een literatuurstudie toont aan dat een desinfectiemiddel in het distributienet het risico op normoverschrijdingen voor fecale indicatororganismen als gevolg van intrusie beperkt. De mogelijke toename van het infectierisico, doordat intrusie niet wordt opgemerkt, speelt hierbij geen rol. Verder wordt een negatieve invloed van accumulatie van pathogenen in de biofilm op desinfectie aangetoond. Om de effectiviteit van ozonprocessen te meten en te verbeteren, kunnen natuurlijke aerobe sporen als biodosimeter worden gebruikt. Ook het gebruik van Computational Flow Dynamics (CFD), dat nu ook in de Verenigde Staten zijn intrede doet, draagt hieraan bij. Veel aandacht bestond voor UV-desinfectie en de factoren die de prestaties nadelig beïnvloeden. Effectieve verwijdering van Cryptosporidium door langzame zandfiltratie zonder gevaar voor ophoping en vertraagde doorbraak werd besproken door Wim Hijnen (Kiwa Water Research). Zijn collega Patrick Smeets toonde aan dat QMRA (Quantitative Microbial Risk Assessment), procesmodellering en optimalisering van de bedrijfsvoering het risico op infectie kunnen verlagen. Bovendien kan optimalisatie met modellering ook leiden tot lagere kosten voor de zuivering, aldus Alex van der Helm (DHV/TU Delft), Luuk Rietveld (TU Delft) en Kim van Schagen (DHV/TU Delft). Prioritaire stoffen stonden hoog op de congresagenda. Zowel eindgebruikers als universiteiten en onderzoeksinstituten zijn overtuigd dat dit onderwerp aandacht behoeft. Quantitative Structure Activity Relationships (QSAR s) worden gebruikt bij modellering van de zuivering: Arne Verliefde (TU Delft) en Jörg Drewes (Colorado School of Mines) modelleerden de invloed van stofeigenschappen op verwijdering bij membraanfiltratie; Wilfred van der Horst (TU Delft) lichtte de aanpak in modellering van actieve koolfiltratie toe. Ook verbetering van de prestaties van ozonisatie en UV-oxidatie (presentatie van onder anderen Bram Martijn namens PWN) voor verwijdering van prioritaire stoffen kwam aan bod. Ionenwisselaars worden in de Verenigde Staten hoofdzakelijk toegepast voor de verwijdering van natuurlijk organisch materiaal ter beperking van vorming van desinfectiebijproducten. Om die reden worden ionenwisselaars aan het begin van de zuivering toegepast. Het MIEX-systeem is hier het meest populair voor, omdat het op deeltjesrijk water kan worden toegepast. Een combinatie van MIEX en actieve kool bleek volgens Maria Drikas (AWQC) effectiever het organisch materiaal te verwijderen dan bijvoorbeeld microfiltratie-gac. De looptijd van actieve koolkolommen werd echter niet verlengd voor geur en smaakstoffen. Dit is een indicatie dat MIEX weinig NOM verwijdert die de voorbelading van de kool veroorzaakt. Uit onderzoek bleek dat een gelijktijdige verwijdering van natuurlijke organisch materiaal en bromide met MIEX niet effectief was (Patrick Schwer, University of Colorado). Voor membraanfiltratie bestond opnieuw veel aandacht, voornamelijk voor het effect van de voorzuivering (meestal coagulatie/flocculatie) op de performance van micro- en ultrafiltratie-installaties. Stabiele operatie van de voorzuivering blijkt meestal kritiek om MF/UFinstallaties economisch te bedrijven. Dit bleek ook zo bij keramische membranen (Jonathan Clement, Black & Veatch). Anneke Gijsbertsen (Kiwa Water Research) stelde het gebruik van ferraat als alternatief flocculant voor. Voor de hogedrukmembranen bleek productie van biologisch stabiel drinkwater enkel mogelijk met omgekeerde osmosemembranen. Nanofiltratie is vaak onvoldoende voor het verwijderen van kleine ongeladen organische stoffen (Sébastien Meylan, Eawag). Veolia presenteerde samen met Pierre Servais (Vrije Universiteit Brussel) een alternatieve biofilmmonitor voor de nanofiltratie-installatie van Méry-sur-Oise. Het concentraatprobleem is internationaal een steeds belangrijker punt van onderzoek. Joan Oppenheimer (Montgomery & Watson) onderzocht drie innovatieve opties voor nuttig gebruik van concentraat: productie van gemengde zuren en basen door elektrolyse met bipolaire membranen, productie van chloor door elektrolyse en productie van struviet met ionenwisselaars. De drie technieken blijken (kosten)effectief vergeleken met een zero-liquid-discharge (het concentraat wordt zodanig behandeld dat slechts zoet water en vaste zouten overblijven) en met verdampingsvijvers. Verhoging van de recovery in membraanfiltratie door het concentraat over een tweede RO te leiden en scalende ionen tussenin te verwijderen met een pelletreactor is onderzocht door Rick Bond (Black & Veatch). Aangezien de pelletreactor geen magnesium en silicaat verwijdert, werden additionele testen gedaan met geactiveerde aluminiumoxide. Nadeel is echter dat dit oxide snel verzadigd is en moet worden geregenereerd. Ook in Nederland wordt een zero-liquid-discharge voor de lange termijn voorgesteld, waarbij het probleem integraal wordt bestudeerd: scalende ionen worden verwijderd in de voeding, hetgeen voordelen geeft in de hele nanofiltratie of omgekeerde osmose (geen scaling, hogere fluxen en hogere recoveries). Het IERO-proces (ionenwisseling en NF/RO) is onderdeel van het oppervlaktewaterzuiveringsconcept zoals dat gepresenteerd werd door Bas Heijman (Kiwa Water Research/TU Delft). UV-technologie blijft onverminderd een essentieel onderwerp. Er werd aandacht besteed aan UV-desinfectie (met praktische verhalen over vervuiling en veroudering van lampen), UV/H 2 O 2 -oxidatie voor prioritaire stoffen, UV-dosimetrie en de invloed van voorzuivering op UV-processen. De presentaties richtten zich niet zozeer op nieuwe ontwikkelingen, maar juist op het inbedden van UV-toepassingen in bestaande zuiveringen en de consequenties hiervan vanuit een integraal standpunt. Eens te meer blijkt dat het gebruik van UV-licht voor de drinkwaterbereiding inmiddels in diverse landen is geaccepteerd. Nu dient te worden vastgesteld wat de voorzuivering moet doen voor een kosteneffectieve prestatie van het UV-hoofdproces. Voor een effectieve toepassing van UV-processen mag de water-transmissie (voor desinfectie en oxidatie) niet te laag zijn. Ook lage concentraties van natuurlijke stoffen die gemakkelijk reageren met het oxidatiemiddel dragen bij aan een optimale prestatie. Kennis van onderzoek naar de vorming en verwijdering van bijproducten en analyse van de toxiciteit van het water na toepassing van behandelingsprocessen is noodzakelijk. De Verenigde Staten richten zich hiermee op dezelfde onderwerpen en dezelfde aanpak als Nederland. Arne Verliefde (TU Delft), Bas Heijman (TU Delft/Kiwa Water Research), Wim Hijnen en Guus IJpelaar (Kiwa Water Research) 6 H 2 O /

7 verslag / actualiteit Evides en Vitens gaan samenwerken De drinkwaterbedrijven Evides en Vitens gaan samenwerken op het gebied van industriewater, de facturatie en de buitenlandse activiteiten. Voor dat laatste hebben de bedrijven Vitens Evides International BV opgericht. Gezamenlijk leveren de bedrijven ongeveer 45 procent van al het drinkwater in Nederland. Volgens woordvoerders van beide bedrijven vormt de samenwerking niet het begin van een totale fusie. Vitens Industriewater en Evides Industriewater gaan samenwerken op het gebied van industriewater in het voorzieningsgebied van Vitens (Friesland, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht). Het gaat daarbij om bijvoorbeeld afvalwaterzuivering of levering van water op maat, zoals gedemineraliseerd of gedestilleerd water. Evides Industriewater is de grootste speler in Nederland op het gebied van dit soort projecten, terwijl Vitens succesvol een aantal niches in dit marktsegment bedient. De bedrijven verwachten gezamenlijk beter de industriewatermarkt in het Vitens-gebied te kunnen ontwikkelen. Vitens en Evides gaan ook samen de facturatie voor de huishoudens aanpakken. De facturatie van Evides wordt nu gedaan V.l.n.r. Jos van Winkelen (Vitens), Ger Vogelesang (Evides) en Chris Bruggink (Vitens) door de regionale energiebedrijven. Vitens heeft de facturatie in eigen beheer. Volgend jaar wordt een proef uitgevoerd in een deel van het gebied van Evides; Vitens verzorgt dan de facturatie. Gezamenlijk beschikken de bedrijven over 3,2 miljoen huishoudelijke adressen (circa zeven miljoen consumenten). Door de grote schaal kunnen aanzienlijke efficiencyvoordelen bereikt worden en kan de serviceverlening aan de klant verbeterd worden, menen Vitens en Evides. Beide bedrijven zien het als hun maatschappelijke taak om met gebruikmaking van hun eigen kennis en ervaring een bijdrage te leveren aan de millenniumdoelen van de Verenigde Naties. In één decennium zouden wereldwijd circa 50 miljoen mensen de beschikking moeten krijgen over betrouwbaar drinkwater. Vitens en Evides willen dit mee helpen realiseren door gezamenlijk nieuwe drinkwaterprojecten uit te voeren die aan de eisen van de millenniumdoelen voldoen. De reeds lopende projecten van de bedrijven, die inmiddels ruim toen miljoen mensen in de Derde Wereld van veilig drinkwater voorzien, worden gebundeld in de gezamenlijke onderneming. Vitens is marktleider op dit gebied met grootschalige projecten in onder meer Ghana, Mozambique, Suriname, Jemen, Zuid-Afrika, Roemenië, Mongolië, India en Vietnam. Internationale acties van waterschappen Waterschappers en de Unie van Waterschappen houden zich steeds meer bezig met internationale samenwerking. Een aantal waterschappen is actief in ontwikkelingslanden, in Interreg-projecten of binnen een kennisnetwerk. Op 30 november troffen zij elkaar op de eerste internationale watermarkt in het Fort der Verbeelding te Bodegraven. Naast lezingen en een informatiemarkt vond daar ook de ondertekening plaats van het Memorandum of Understanding tussen UNESCO-IHE en de Unie van Waterschappen. Ruim 80 mensen waren naar het fort van de Hollandse Waterlinie gekomen om ervaringen te delen - niet alleen ervaringen van afzonderlijke projecten, maar ook zaken waar waterschappen tegenaan lopen. Naast de onvermijdelijke taalbarrières kunnen ook de ongeschreven regels van een land een grote rol spelen. De waterschappers werden geattendeerd op de expertdatabank van Aqua for All, die de mogelijkheid biedt om de internationale ervaring van waterschappers breed in te zetten. Het Memorandum of Understanding tussen UNESCO-IHE en de Unie van Waterschappen plaats vormt de formele voortzetting van de jarenlange samenwerking tussen de waterschappen en de Unie met het opleidingsinstituut van UNESCO op het gebied van water. Afgesproken is dat de waterschappen de komende jaren onder andere onderdak zullen verlenen aan studenten van UNESCO-IHE en gastdocentschappen zullen gaan verzorgen. Daar tegenover stelt de UNESCO-IHE haar wereldwijde netwerk ter beschikking. Meer informatie over deze dag kunt u krijgen door contact op te nemen met Sonja Timmer van de Unie van Waterschappen. H 2 O /

8 Uitwisseling van informatie over urineverwerking In het kader van het project Novaquatis van het Zwitserse instituut voor milieuonderzoek en -technologie EAWAG is de afgelopen jaren onderzoek verricht naar de verschillende aspecten van gescheiden urine-inzameling. Een Nederlandse delegatie onder leiding van STOWA bracht op 13 en 14 november - in het kader van het grote aantal urinescheidingsprojecten dat nu in Nederland plaatsvindt - een werkbezoek en kreeg de meest recente resultaten van onderzoek op dit gebied. In het project Novaquatis gaat de aandacht uit naar de wijze waarop men urine kan inzamelen, opslaan en transporteren, behandelen (in verband met onder andere nutriënten en microverontreinigingen) en hergebruiken. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode EAWAG maakt de resultaten op 7 maart 2007 bekend tijdens een symposium over urine-inzameling en -verwerking. Onderzoeksleider Tove Larsen acht het gescheiden inzamelen en verwerken van urine een belangrijke stap in de richting van een meer duurzaam afvalwaterbeheer. Veel winst is te behalen op het gebied van nutriëntenterugwinning (fosfaat) en het verwijderen van microverontreinigingen (medicijnen en hormonen). Daar staat tegenover dat nog wel wat problemen zijn te overwinnen. Zo bestaat behoefte aan technologische verbeteringen op sanitair gebied. De industrie lijkt vooralsnog echter terughoudend te zijn. Veel aandacht vragen de problemen die kunnen ontstaan als gevolg van afzetting van urinesteen in leidingen. EAWAG is benieuwd naar de meer praktische ontwikkelingen in Nederland. Ruim 50 mensen woonden de presentatie van Bert Palsma (STOWA) bij waarin hij een overzicht gaf van de lopende projecten. Waardering was er voor de aanpak waarbij van onderaf initiatieven worden opgezet en voor het grote aantal projecten (17 in voorbereiding en vier gerealiseerd) dat nu op deze wijze tot stand komt. Het gescheiden inzamelen van urine is niet alleen een technisch probleem. Zowel in Zwitserland als in Nederland bestaat dan ook uitgebreid aandacht voor de maatschappelijke aspecten. Het onderwerp mag ook in Zwitserland op grote maatschappelijke belangstelling rekenen. Dat heeft voor een deel te maken met de discussie die momenteel in Zwitserland plaatsvindt over microverontreinigingen in het oppervlaktewater, maar ook met de gedachte dat scheiden bij de bron een duurzame oplossing is. Ook ten aanzien van de toegepaste technologie - het scheidingstoilet - reageren veel mensen positief; velen zijn bereid ook in de eigen woning een urinescheidingstoilet te plaatsen. Tijdens het werkbezoek bleek dus veel belangstelling en waardering voor elkaars werkzaamheden. Vastgesteld is ook dat de ontwikkelingen goed op elkaar aansluiten. Afgesproken is in de toekomst te streven naar een nauwere samenwerking. Daarbij wordt enerzijds gedacht aan het direct ontsluiten van de wetenschappelijke kennis van EAWAG voor de Nederlandse projecten en anderzijds het gebruik maken van Nederlandse pilotprojecten om de opgedane kennis in de Zwitserse praktijk toe te passen. Het werkbezoek werd afgesloten met een bezoek aan de bibliotheek van Basel. De urine wordt hier ingezameld met Roedigertoiletten en door middel van elektrolyse en ozonisatie verwerkt tot een product dat in principe als meststof kan worden gebruikt. Bjartur Swart (Grontmij) De Nederlandse delegatie 8 H 2 O /

9 verslag Gemeenten kunnen eigen baggerbeleid gaan voeren De gemeenten kunnen hun eigen baggerbeleid gaan voeren zodra medio deze maand het Besluit Bodemkwaliteit klaar is en medio voorjaar 2007 de Regeling Bodemkwaliteit in werking treedt. Dat het onderwerp leeft, bleek op 30 november in Arnhem waar het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid een vol programma voorschotelde, deels met lezingen van rijksambtenaren, deels met ervaringen uit het veld. Volgens Peter van Zundert van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat krijgt de baggeropgave in Nederland een grotere maatschappelijke relevantie door de relatie die gelegd wordt met een integraal waterbeheer. In Friesland is intussen tamelijk schone baggerspecie op 30 locaties gebruikt om weilanden op te hogen. Nergens is verontreiniging in de grond of het water gevonden, wel name de bodemvruchtbaarheid toe. In deze provincie worden van bagger ook kaden gemaakt, in totaal ging het de laatste jaren om zo n kubieke meter. Willem Haalboom van Wetterskip Fryslân pleitte in Arnhem voor een bagger(groei)fonds waaruit andere initiatieven kunnen worden gefinancierd. De afbraak van verontreinigingen in de baggerspeciematras langs de A2 verloopt langzamer dan verwacht. Het Rijk gaat de uitvoering van het nieuwe baggerbeleid bij het lokale bestuur leggen. De gemeenten kunnen dan kiezen tussen het algemene rijksbeleid of eigen gebiedsspecifiek beleid, waarbij ze kunnen en mogen afwijken van de landelijke normen, mits de water- en bodemkwaliteit binnen een bepaald gebied niet verslechtert. De decentralisatiegedachte moet hiermee een belangrijke impuls krijgen. Gemeenten moeten, als ze eigen beleid willen voeren, lokale normen gaan vaststellen aan de hand van de bodemkwaliteit ter plekke én de gebruiksfunctie van de grond. Wil de gemeente dat niet, dan gelden de generieke regels die in principe het milieu beter beschermen. Martijn Thijssen van het Ministerie van VROM (directie Bodem, Water en Landelijk Gebied) zei te verwachten dat vooral de grote steden en gemeenten met een historische binnenstad voor lokale baggernormen zullen kiezen. Volgens hem moeten de gemeenten alvast gaan nadenken over hun inzet. Het Rijk zal zich gaan terugtrekken. De lokale bodembeheerders zullen zelf actie moeten ondernemen. Doel van het nieuwe beleid is de achterstand in baggeren en de verwerking van bagger sneller weg te werken. Het huidige kabinet besloot in 2005 tot het aanleggen van extra baggerdepots in de regio, het meer verspreiden van bagger die relatief schoon is en het minder hoogwaardig verwerken ervan. Voor de uitspoeling van stoffen naar het water blijft de Kaderrichtlijn Water belangrijker dan het nieuwe Bouwstoffenbesluit. Niet alle stoffen uit het oude besluit komen terug, bijvoorbeeld fosfaat. Wat precies gemeten moet gaan worden om de kwaliteit van de bagger te kunnen bepalen, is op dit moment nog niet bekend. Thijssen gaat uit van zo n 15 stoffen (een paar nieuwe stoffen erbij, een paar oude stoffen verdwijnen). Michiel Gadella van SenterNovem/Bodem+ verwacht dat schone bagger grootschalig toegepast zal gaan worden om putten te verondiepen, dijken te verstevigen en er terpen van te bouwen. De mogelijkheden tot hergebruik van bagger worden namelijk groter. Enkele interventiewaarden gaan omhoog, met name voor zink. Daarvoor geldt straks een norm van mg/kg droge stof tegen 720 nu. Waar nu in zoet oppervlaktewater bagger verspreid mag worden van klasse 0, 1 of 2 met een ontheffing op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, moet met het nieuwe besluit onderscheid gemaakt worden tussen generiek en gebiedsspecifiek beleid. Voor het eerste geldt voortaan klasse A (beneden het zogeheten herverontreinigingsniveau van de Rijn), voor het gebiedsspecifiek beleid mag de kwaliteit liggen tussen dat herverontreinigingsniveau en de interventiewaarde. Haico Wevers van Boskalis Dolman had weinig lovende woorden over voor de baggerverwerking in de praktijk. Hoewel de trend in de maatschappij richting verwerking van bagger neigt, gaat het beheer nog steeds richting storten in grote depots. Het gevolg daarvan is dat er geen verdergaande verwerking op redelijke schaal van de grond komt. Wevers is geen voorstander van het gebruik van bagger in dijken en terpen, omdat dit veel te duur is. De enige echte toepassing ziet hij in het verondiepen van wateren en putten. De afbraak van verontreinigingen in de bagger die gebruikt wordt in de zogeheten baggerspeciematras (zie foto) verloopt volgens Boskalis Dolman langzamer dan verwacht. De natuurlijke waterzuivering achteraf werkt wel en ook het doorsijpelen van het water verloopt goed. Wevers verwacht in januari of februari de uiteindelijke resultaten van deze proef. Voor de korte termijn gaat Wevers er vanuit dat de voormalige klasse 3-specie die nu in depots opgeslagen ligt, hergebruikt gaat worden. Op de middellange termijn ziet hij meer in een combinatie van verwerking van bagger en versnelde consolidatie, waarmee in Bremen al tests gedaan zijn. Boskalis zoekt nog naar een grootschalige praktijklocatie. Erik Boegborn van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zei als laatste spreker eraan te twijfelen of het nieuwe baggerbeleid ertoe gaat leiden dat de aanleg van depots sneller verloopt. Wanneer de nieuwe mogelijkheden tot gebiedsspecifiek beleid niet optimaal kunnen worden benut, zou volgens hem het nieuwe beleid wel eens negatief kunnen uitpakken. Samenwerking tussen de verschillende overheden wordt in ieder geval belangrijker, aldus Boegborn. H 2 O /

10 brakke water maar liefst 60 meter sinds de aanvang van de onttrekkingen in Door de kunstmatige infiltratie van Rijnwater, en in andere gebieden van Maaswater, hebben we het zoute water vanaf 1957 weer teruggedrongen. Van die ervaring kan men in het buitenland leren. Ook in een land als India is kunstmatige infiltratie van zoet water wijd verbreid. Men wil daar vier miljoen infiltratieinstallaties gerealiseerd hebben vóór Theo Olsthoorn THEO OLSTHOORN, HOOGLERAAR GEOHYDROLOGIE AAN DE TU DELFT: Het zeewater dringt Nederland binnen De Europese Grondwaterrichtlijn die in de maak is, de educatieve peilbuis die ons een blik in het gebeuren in de bodem schenkt, het bestaan van een Platform Gebieds- en Systeemgericht Grondwaterbeheer, de roep om grondwater een economische waarde te geven, een vergelijking van gemeentelijke grondwaterplannen, allemaal onderwerpen die in de loop van dit jaar in H 2 O aan de orde zijn geweest. Aandacht voor de grondwaterstand bij het bouwrijp maken van terreinen, burgers die de kruipruimte onder hun vloer vol water zien staan, palen onder onze woningen en gebouwen die langzaam wegrotten, de invloed van de klimaatverandering op de grondwaterstand, evenzoveel vragen die actueel zijn en aangeven dat aandacht voor het grondwater van wezenlijk belang is. Een gesprek over dit vakgebied met prof. dr. ir. Theo Olsthoorn, hoogleraar geohydrologie, die op 22 november jl. zijn inaugurale rede hield aan de TU Delft met als titel (Be)wegen van grondwater. Komt grondwater meer in de belangstelling? De zorgen die wij over grondwater hebben en de manier waarop wij ermee omgaan, zijn typisch Nederlands. Voor het grote gebeuren moet je naar het buitenland. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten, India, China komen enorme problemen voor als gevolg van een gigantische overexploitatie van het grondwater. In diverse gebieden daalt het niveau met meters per jaar, waardoor uiteindelijk steeds minder water beschikbaar is met als gevolg dat de voedselproductie in gevaar komt en dat kustzones verzilten. Overexploitatie en verzilting hebben wij hier in Nederland ook meegemaakt als gevolg van de waterwinning in de duinen. Tegen de jaren vijftig van de vorige eeuw was in de Amsterdamse Waterleidingduinen het zoute water twaalf meter omhoog gekomen en het Hoe komt men aan vier miljoen installaties? Dat vereist dat je overal waar water beschikbaar is of af en toe beschikbaar is, het terugbrengt in de grond. In grote lijnen bestaan twee typen irrigatiesystemen. Het ene is bevloeiing met oppervlaktewater, doorgaans door de aanleg van grote infrastructurele werken door de overheid. Het andere is de bevloeiing met grondwater vanuit individuele bronnen, zoals mogelijk werd door het beschikbaar komen van goedkope putaanleg, kleine pompen en energie. Elke boer heeft daarbij zijn eigen installatie. Hij zal efficiënter met het water omgaan, omdat het oppompen hem geld kost. Als teveel grondwater opgepompt wordt, daalt echter het niveau onder zijn perceel, respectievelijk regionaal. Het streven zou mijns inziens moeten zijn om infiltratie van oppervlaktewater en winning uit eigen putten zoveel mogelijk te combineren, zo kan je op veel plaatsen water logging, het dichtslaan en verzilting van de bodem door te hoge grondwaterstanden, voorkomen en wordt alleen water gebruikt wanneer de planten het nodig hebben. Dat is uiteraard alleen te doen als er oppervlaktewater aanwezig is en de grond in wil. Een stimulans om daarmee dan zo zuinig mogelijk om te gaan. Je sprak over gigantische overexploitatie. Neem de Great Plains, een groot gebied in de Verenigde Staten aan de oostzijde van de Rocky Mountains dat maar liefst acht staten beslaat, de graanschuur van de VS. Men pompt daar fossiel water op. Dit is maar één keer te gebruiken en op is op, omdat de regen die er valt nagenoeg geheel verdampt, zodat het grondwater de facto niet wordt aangevuld. De irrigatie neemt hier sinds een aantal jaren af door droogvallen van steeds meer putten. Deels moet men het water inmiddels van zo diep oppompen dat pompkosten bij de recente hoge energieprijzen niet meer opwegen tegen de opbrengst van graan, immers energie is duur en graan goedkoop (nog). Toen de geografen Frank en Deborah Popper in 1987 verkondigden dat het op den duur fout zou gaan, zijn zij verketterd. Nu begint de discussie over hun toenamlige voorstel goed op gang te komen, namelijk om deze gebieden maar grotendeels terug te geven aan de buffels die er oorspronkelijk leefden. We weten allemaal dat China hele rivieren verlegt mede om de graanproductie in het noorden van het land op peil te houden. In het algemeen kun je zeggen dat landen nauwelijks beleid voeren ten aanzien van grondwater. Dat wordt nog meestal als een 10 H 2 O /

11 interview individueel gebeuren gezien. De instituties zijn gericht op oppervlaktewater. Daar gaat vanouds alle aandacht naar toe. Hier moet en zal verandering in komen. De grootste uitdaging waar we de komende decennia voor staan is het grootschalig aanvullen van uitgeputte grondwatervoorraden. En daar moet heel veel voor gebeuren. Is die situatie niet aan het kenteren? Er komt meer aandacht voor, maar om echt iets te kunnen zeggen, heb je kennis nodig. Studenten kunnen pas op projecten gezet worden als ze voldoende achtergrond hebben. Daar werken wij hier aan. Daarvoor is ook uitwisseling met andere onderwijsinstellingen nodig, zoals het IHE. In de propedeuse wordt het grondwater meegenomen in het hydrologiecollege van Huub Savenije, hoogleraar hydrologie. In de masterfase komen de studenten voor het grondwater bij mij terecht. Ik geef twee colleges, geohydrologie I en II. Het eerste richt zich op de regionale geohydrologie, de beschrijving van grondwatervoorkomens, de modellering ervan, het berekenen van hoeveelheden en stromingen. Het is een exact vak in een onzekere omgeving. Het gedrag van grondwater is in grote lijn wel bekend, maar er zijn altijd lokale afwijkingen en verrassingen. Je maakt modellen, kalibreert die, maar dan blijken de ontwikkelingen soms toch weer behoorlijk af te wijken van de voorspellling. Je moet dus steeds nieuwe informatie verzamelen om te kunnen begrijpen wat er aan de hand is. Natuurlijk hangt de vereiste nauwkeurigheid ook af van het gebruiksdoel van de modellen die we maken. Zo is een afwijking van 15 cm bij een natuurlijke fluctuatie van een meter voor natuur soms niet interessant, maar kan dit in de bollenteelt fataal zijn. Het tweede college is gericht op het gebruik van grondwater. Mijn leerstoel beslaat 1,5 dag per week. Mijn voorgangers Jan van Dam en Cees van den Akker hadden een fulltime aanstelling. Ik combineer het werken voor de TU met mijn werk voor Waternet. Het stedelijk waterbeheer wordt verzorgd door Frans van de Ven als universitair hoofddocent. Vraagt de verzilting in Nederland om maatregelen? Dat is het best duidelijk te maken aan de hand van het effect van het droogmaken van de Haarlemmermeer in Het maaiveld ligt daar op 4,5 meter -NAP, het waterpeil op 6 meter -NAP. Het Noordzeewater dringt onder de duinen naar binnen, met een snelheid van zo n 2,5 kilometer per eeuw. Halverwege de volgende eeuw komt er puur zeewater in de Haarlemmermeer omhoog. Maar niet alleen daar, op tal van plekken worden onze diepe polders zouter. Vraag is hoe we daarmee omgaan. Je kunt denken aan een inrichting van onze polders waarbij je een scheiding maakt tussen zoet en brak water. Het zoutere water zou je kunnen afvangen en gebruiken voor de drinkwatervoorziening. Afhankelijk van de hoeveelheid silicaat in het water is ontzouten met moderne technieken mogelijk. De hoeveelheden die in polders als de Horstermeer en de Bethunepolder omhoog komen, 30 à 40 miljoen kubieke meter per jaar, zijn in principe interessant voor de drinkwatervoorziening. Wat mij betreft gaat het erom dat we bij de TU de instrumenten ontwikkelen die we nodig hebben om het hoofd te bieden aan klimaatveranderingen, zeespiegelstijging en bodemdaling en een effective benutting en beheer van onze bodem en grondwatersystemen. Heeft grondwater een economische waarde? Wij kennen een belasting op onttrekken van grondwater. Het antwoord zou dus ja zijn. In het droge westen van de Verenigde Staten bestaat een handel in grondwaterrechten, zoals bij ons in melkquota. Iedereen zit daar om water te springen. In de lokale kranten gaat het steeds over water. In Nederland ligt dat toch anders. Wij kennen geen vergelijkbare droogte, wel verdroging. Om zo n quotasysteem in te voeren, heb je een homogeen gebied nodig. In Nederland bestaat geen samenhang tussen het grondwater in Brabant en dat in Groningen of Noord-Holland. Het grondwater is hier vooral regionaal bepaald. Bovendien kwelt het omhoog als we het niet onttrekken. We moeten eerder maatregelen nemen om ons ertegen te beschermen en het af te voeren. De economische waarde is dus maar beperkt en relatief. Een heel ander punt is het ondergronds ruimtegebruik, zoals voor de opslag van warmte en koude. Dat soort installaties komt er steeds meer. Die zitten elkaar in toenemende mate in de weg en beginnen elkaar te beïnvloeden. Ze zijn op zich interessant door hun energiebesparing en de daaraan gekoppelde bijdrage aan het beperken van de uitstoot van kooldioxide. Zij zijn ook zeer rendabel, aangezien de investeringskosten in de regel binnen zes jaar worden terugverdiend. Soms wordt in Nederland de bodem ook gebruikt voor waterberging. In Bleiswijk en omgeving bevinden zich ruim honderd installaties van tuinders voor de seizoensopslag van regenwater in de (brakke) bodem. Twee jaar geleden bleek dat water plotseling weg te zijn. De oorzaak was bemaling van enkele bouwputten voor de aanleg van de HSL, waardoor de ondergrondse bellen zoet water werden weggezogen. Wij realiseren ons vaak te weinig hoe in de bodem het één het ander beïnvloedt. Wat was jouw loopbaan tot dusverre? Ik ben in 1974 afgestudeerd aan de TU Delft, opgeleid in de civiele gezondheidstechniek bij Professor Huisman. Geboren in 1950 in Rotterdam. Mijn eerste baan was bij het Kiwa: projectleider diepinfiltratie. Bij PWN, GWA, DZH en Hoogovens hadden we experimentele infiltratieputten. De diepinfiltratie heeft nog altijd veel potentieel. In 1979 ben ik bij het toenmalige IWACO in dienst gekomen. Ik heb daar aan verschillende hydrologische projecten gewerkt. Na korte tijd weer terug te zijn geweest bij het Kiwa ben ik in 1982 overgestapt naar het RID, waar ik gewerkt heb aan onderzoek naar de effecten van de bruinkoolwinning in Duitsland op het grondwater in Limburg. Nadat in 1984 het RID opging in het RIVM, mocht ik met een enthousiaste groep aan de slag met het nationale verzuringsmodel en vervolgens met de integrale milieumodellering. In 1990 ben ik bij Gemeentewaterleidingen Amsterdam in dienst gekomen als hoofd van de driekoppige sector hydrologie, met als werkterrein de waterhuishouding van de Amsterdamse Waterleidingduinen, de Bethunepolder en inbreng in buitenlandse projecten. In 1998 ben ik in Delft gepromoveerd op de kalibratie van grondwatermodellen en het gebruik van spreadsheets in het grondwatermodellering (was sinds 1983 altijd een hobby van me). Sinds september 2004 ben ik daarnaast dus deeltijdhoogleraar aan de TU Delft. Hoe bruikbaar is de Nederlandse grondwaterkennis in het buitenland? Onze grondwaterkennis moet juist in het buitenland toegepast worden, bijvoorbeeld Enorme grondwaterproblemen in het buitenland bij allerlei projecten die nu gestart worden om de millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties te behalen. Studenten moet zelf oppasen niet alleen maar watermanagement te willen studeren. Om te weten wat je kunt en moet doen heb je wel een stevige technische ondergrond en kennis nodig. Je hoort vaak van studenten dat ze bij een buitenlandse project ook zelf tot dat inzicht komen. Dat kan wat mij betreft niet vroeg genoeg gebeuren. Juist in de Nederlandse duingebieden, waar langjarige ervaring met onttrekking en infiltratie is opgedaan, waar lange waarnemingsreeksen beschikbaar zijn en veel onderzoek gedaan is, waar modellen zijn, maar ook de problematiek van iets als de zeespiegelrijzing speelt, kan men leren hoe grondwatersystemen werken. Ik heb onlangs een Chinese studente gehad, die met die kennis nu internationaal bij Fugro aan de slag mag. Een Pakistaan wil hier promoveren op de vraag hoe je de verzilting in een kustgebied daar in de hand krijgt. Er stroomt in zijn land geen druppel Induswater meer de oceaan in. Dit geeft zoveel verzilting, dat in de 75 km brede kustzone bij Hydrabad geen landbouw meer mogelijk is, boeren trekken weg naar de krottenwijken in de grote steden. Dat zijn gigantische problemen, waarbij de Nederlandse kennis een basis kan zijn van waaruit je naar oplossingsrichtingen kunt zoeken. Maarten Gast H 2 O /

12 MAATREGELEN EN AMBITIES IN VINKHUIZEN Gemeentelijke wateropgaven voor woonwijk in Groningen De gemeente Groningen heeft samen met ARCADIS en JenL Datamanagement verkend welke wateropgaven spelen in de wijk Vinkhuizen op het gebied van waterkwantiteit, waterkwaliteit en ecologie. Dit gebeurde op basis van WB21, de Kaderrichtlijn Water en de nieuwe gemeentelijke zorgtaken op het gebied van hemelwater, afvalwater en grondwater, zoals omschreven in het wetsvoorstel Verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken. Voor de bestuurlijke besluitvorming zijn de opgaven vertaald in verschillende ambitieniveaus. omstandigheden. Hierbij legt Nederland de nadruk op de onderscheiden waterlichamen. De Europese richtlijn geldt echter voor al het grond- en oppervlaktewater, ook buiten de aangewezen waterlichamen. Willen we de waterlichamen op orde brengen, dan is het gehele invloedsgebied dus van belang, ook stedelijk gebied. Hierbij bewijst de praktijk keer op keer dat de relatie tussen waterkwantiteit, -kwaliteit en ecologische potenties zeer direct is. Daarom is het verstandig de verschillende opgaven gezamenlijk te analyseren en te vertalen in een samenhangend maatregelenpakket. Bij de invulling van de gemeentelijke watertaken is doelmatigheid cruciaal: de gemeente treft maatregelen voor zover dat redelijkerwijs van de burger niet kan worden gevergd en de kosten tegen de beoogde resultaten opwegen. Uiteraard dient één en ander in goede afstemming met andere waterbeheerders als waterschap en provincie plaats te vinden. Uitgangspunt van het nieuwe wetsvoorstel met betrekking tot de gemeentelijke watertaken is dat alle directe en indirecte kosten van het waterbeheer via de nieuwe rioolheffing bij de burger in rekening worden gebracht, op voorwaarde dat het doelmatige maatregelen betreft. Hoe omvangrijker de maatregelen des te hoger de kosten. Hierbij is het aan de gemeenteraad om te bepalen met welke ambitie de gemeentelijke rol als waterbeheerder wordt ingevuld. In de Groningse wijk Vinkhuizen zijn de opgaven, maatregelen en kosten op een rij gezet en uitgewerkt aan de hand van drie ambitieniveaus: basis, midden en maximaal. De wijk Vinkhuizen in de gemeente Groningen Op basis van het wetsvoorstel Verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken nemen de watertaken van de gemeente toe. Bovenop de huidige taken met betrekking tot riolering, onderhoud stadswateren en baggerwerkzaamheden, komt de zorgplicht voor hemel- en grondwater. Verder ligt er de opgave om het watersysteem robuust vorm te geven, zodanig dat riolering en oppervlaktewater in staat zijn de extremer wordende weersomstandigheden te faciliteren. Daarnaast vraagt de KRW te zorgen voor een goede waterkwaliteit en goede ecologische Waterkwantiteit De gemeente Groningen valt binnen het beheergebied van de waterschappen Hunze en Aa s en Noorderzijlvest. Voor het bepalen van de kwantiteitsopgave hanteren deze waterschappen een rekenmodule om te bepalen of in het te onderzoeken gebied voldoende berging aanwezig is. Hierbij wordt gekeken naar de verdeling verhard en onverhard oppervlak, gebiedsafvoer (l/s/ha), de toelaatbare peilstijging in het betreffende gebied en aspecten als initieel bergingsverlies en de toe te passen afvloeiingsfactor. Aan de hand van verschillende neerslagsituaties kan vervolgens bepaald worden of het watersysteem voldoende robuust is. 12 H 2 O /

13 achtergrond invoer oppervlakte (m 2 ) initieel bergings- afvloeiingsverlies (mm) factor (-) verhard oppervlak onverhard oppervlak ,80 totaal oppervlak gebiedsafvoer 1,33 l/s/ha berekening of oppervlak voldoet oppervlak open water m 2, gelijk aan 4% toelaatbare stijging 1:10 0 m. boven streefpeil toelaatbare stijging 1:100 1,30 m. boven streefpeil beschikbare berging 1:10 0 m 3 beschikbare berging 1: ,2 m 3 vereiste berging 1:10 n.v.t. vereiste berging 1: m 3 oppervlak voldoet vereiste berging 1: % m 3 oppervlak voldoet wateropgave m 3 Tabel 1. Rekenmodule toegepast op Vinkhuizen Gelet op de droogleggingeisen blijkt de wijk Vinkhuizen juist te voldoen aan de vereiste berging, ondanks een beperkt oppervlak open water (slechts vier procent). Wel zullen aanzienlijke peilstijging optreden bij zware belastingen (1,30 meter boven streefpeil bij een neerslagsituatie 1:100). Het is dan ook wenselijk om het aandeel open water te vergroten om zodoende een robuuster watersysteem te ontwikkelen. Vertaald naar de verschillende ambitieniveaus geldt de huidige situatie als basisvariant: er wordt precies aan de vereisten voldaan. In het ambitieniveau midden wordt het percentage open water vergroot van vier naar zes procent, terwijl de maximale variant uitgaat van een toename tot acht procent open water. Op het gebied van grondwater bestaan in Vinkhuizen geen problemen, zo blijkt uit een inventarisatie binnen de gemeente Groningen. Wel is de buurt rond het Hoendiep aan de zuidzijde van de wijk behoorlijk nat. In de woningen worden echter geen problemen geconstateerd met vocht. Forse peilstijging Waterkwaliteit en ecologie De KRW stelt eisen aan de chemische en biologische kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. De eisen op het gebied van chemie worden met betrekking tot de prioritaire stoffen vanuit Brussel opgelegd; de ecologische doelen worden in de regio s zelf bepaald. Dit resulteert in 2009 in de (deel)stroomgebiedbeheersplannen. In de huidige discussie is het van belang om vanuit de gemeentelijke watertaken de verschillende ambitieniveaus te verkennen: welke maatregelen vinden we haalbaar en betaalbaar? Maatregelen op het gebied van waterkwaliteit en ecologie zijn erop gericht belastingen en vervuiling terug te dringen. Ook de fysieke inrichting speelt nadrukkelijk een rol: variatie is belangrijk en barrières voor flora en fauna moeten vermeden worden. Ook op het gebied van waterkwaliteit en ecologie zijn de maatregelen aan de hand van de drie ambitieniveaus voor de wijk Vinkhuizen in kaart gebracht. In het terugdringen van overstortingen van rioolwater op het oppervlaktewater is reeds voorzien; ook vindt uitsluitend mechanische onkruidbestrijding plaats. Maatregelen die voor de ambitieniveaus relevant zijn, liggen op het gebied van het verder afkoppelen van verharde oppervlakten, het tegengaan van belasting door hondenpoep en het voederen van eenden of vissen. Ook het extensiveren van het maaibeheer kan de waterkwaliteit verbeteren, wanneer minder maaisel in het water terechtkomt en het tijdstip van maaien zorgvuldig gekozen wordt (niet in warme perioden). In Vinkhuizen speelt eveneens het vervangen van harde oeverbeschoeiingen door natuurvriendelijke oevers, waarbij ruimte wordt gecreëerd voor geleidelijke overgangen tussen land en water. De afwisseling van gradiënten heeft een positief effect op de ecologische kwaliteit, zowel voor planten als dieren. De huidige baggerinspanning richt zich op het verwijderen van de sliblaag. Frequenter baggeren beperkt de vorming van sliblagen en verbetert de waterkwaliteit (onder andere zuurstofgehalte). Verder zou het wenselijk zijn om tijdens het baggeren het vereiste profiel van de watergang te herstellen en voldoende diepgang te realiseren: diep water warmt minder snel op, waardoor algen en botulisme minder kans krijgen. De belasting van het oppervlaktewater kan verder worden teruggedrongen door op duurzame wijze te bouwen en milieuvriendelijke materialen te gebruiken, ook voor straatmeubilair. De vraag of bovenstaande maatregelen worden toegepast en zo ja, in welke mate, hangt af van het ambitieniveau. Resultaten De mogelijke maatregelen in deze Groningse woonwijk op het gebied van waterkwantiteit, -kwaliteit en ecologie zijn aan de hand van de drie ambitieniveaus vertaald in maatregelpakketten, inclusief bijbehorende kosten (zie de tabellen 2, 3 en 4). Het gaat hierbij om een verkenning op hoofdlijnen, bedoeld om zicht te krijgen op de verschillen tussen de mogelijke ambitieniveaus. Op het eerste gezicht komen forse verschillen voor in de kosten van de drie ambitieniveaus. Voor de ambitieniveaus midden en maximaal zijn echter forse uitgaven opgenomen die incidenteel aan de orde zijn, zoals het herstel van het profiel van een watergang en de creatie van extra open water. Worden deze kosten over een langere periode H 2 O /

14 Tabel 2. Maatregelen + kosten basisvariant maatregel omvang eenheidsprijs kosten (in euro) (in euro) aanwijzen hondenuitlaatplekken 2 x 100 meter 75 per bord en borden 30 per meter afrastering voorlichting voederen eenden en vissen 2 x per keer aangepast maaibeheer oever 20% van 5 per are are = 200 aanleg natuurvriendelijke oever 250 meter circa 35 per meter TOTAAL Tabel 3. Idem voor de middenvariant maatregel aanwijzen hondenuitlaatplekken 2 x 100 meter 75 per bord en borden 30 per meter afrastering voorlichting voederen eenden en vissen 2 x per keer aangepast maaibeheer oever 30% van 5 per are are = 300 aanleg natuurvriendelijke oever 750 meter circa 35 per meter vaker straatvegen 3 x per jaar vegen 10 per km straat meter, kolk zuigen 18 per 100 meter extra baggeren voor herstel profiel specifieke locaties ontgraven slib watergang (overstorten, 12 per m 3 en afvoer duikers e.d.) schoon slib 10 per m 3 beginnen met afkoppelen en 550 m 2 per jaar circa 20 per m peilfluctuaties meerkosten bij aanpak gemengd rioolstelsel 2% extra oppervlaktewater m 2 circa 7,50 per m TOTAAL Tabel 4. Idem voor de maximale variant maatregel aanwijzen hondenuitlaatplekken 2 x 100 meter 75 per bord en borden 30 per meter afrastering voorlichting voederen eenden en vissen 2 x 1000 per keer aangepast maaibeheer oever 40% van 5 per are are = 400 aanleg natuurvriendelijke oever meter circa 35 per meter vaker straatvegen 3 x per jaar vegen 10 per km straat meter, kolk zuigen 18 per 100 meter vervangen straatmeubilair 75% oppervlakte 300 per hectare van de wijk = 120 hectare frequenter baggeren + herstel gehele water- ontgraven slib profiel watergang systeem 12 per m 3 en afvoer schoon slib 10 per m 3 afkoppelen verhard oppervlak m 2 per jaar circa 20 per m meerkosten bij aanpak gemengd rioolstelsel 4% extra oppervlaktewater m 2 circa 7,50 per m TOTAAL uitgesmeerd, dan nemen de financiële verschillen tussen de ambitieniveaus af. In het overzicht is geen rekening gehouden met mogelijkheden om mee te liften met andere ingrepen. Het zogeheten werk met werk maken kan echter veel kosten besparen. Daarnaast geldt dat een aangepast maaibeheer tot kostenbesparing kan leiden. Opmerkingen Hoosbuien zorgen voor wateroverlast wanneer riolering en oppervlaktewater de watermassa niet op tijd kunnen verwerken. Vaak blijkt dat de problemen te verhelpen zijn door goed beheer en onderhoud. Recente problemen zijn dikwijls te herleiden tot niet gebaggerde sloten, verstopte duikers of opgesloten overstorten. Het afkoppelen van verhard oppervlak levert een positieve bijdrage aan de zuiveringsinspanning van rwzi s. Wel geldt als belangrijk aandachtspunt dat het afstromende hemelwater zonder al te veel vuilvracht in de grond of in het oppervlaktewater kan worden opgenomen. Extra open water in de buurt van bebouwing vereenvoudigt het afkoppelen en kan bijdragen aan het versterken van de ecologische kwaliteit. Gelet op de bodemopbouw ligt infiltratie niet voor de hand. Dus moet gezocht worden naar mogelijkheden om hemelwater af te laten stromen naar het oppervlaktewater. De nabijheid van open water beperkt de noodzaak ondergronds buizen aan te leggen. Hierdoor worden hoge kosten voorkomen. Door een zorgvuldige vormgeving kan de beleving van het water door bewoners worden vergroot. Dit kan bijdragen aan bewustwording van de relatie tussen eigen gedrag en beïnvloeding van de waterkwaliteit (autowassen, hondenuitlaat, etc.). Conclusies Tussen waterkwantiteit, -kwaliteit en ecologische potenties bestaat een directe relatie. Gelet op de verschillende taken van gemeenten op het gebied van water zal een samenhangend maatregelenpakket moeten worden gekozen waarmee invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke zorgtaken. Aan de hand van de wijk Vinkhuizen in de gemeente Groningen zijn mogelijke maatregelen en ambitieniveaus verkend. De variatie in kosten blijkt groot, al worden deze verschillen voor een belangrijk deel veroorzaakt door incidentele maatregelen. Het is dus van groot belang om de verschillende mogelijkheden te verkennen en hierin als gemeente bewuste keuzen te maken. Dit helpt bovendien om de inzet vanuit de gemeente te bepalen in het besluitvormingstraject rond de KRW-doelen. Dries Jansma (Gemeente Groningen) Lilian van den Bosch ( JenL Datamanagement) Judith Bosman en Titian Oterdoom (ARCADIS) 14 H 2 O /

15 achtergrond Ecologisch beheer De Steeg levert resultaat op Bij zuiveringstation De Steeg van Oasen is tussen 1997 en 2001 een terrein van circa 25 hectare ecologisch ingericht om de natuurschade te compenseren die ontstond door een nieuwe onttrekkingvergunning. Na een aantal jaren beheren door maaien en begrazen worden al bijzondere planten gevonden. Oasen heeft een grondwaterwinning bij het zuiveringstation De Steeg te Langerak. Deze bestaat uit een diepe grondwaterwinning met een vergunning voor zes miljoen kubieke meter per jaar en een ondiepe (oever)grondwaterwinning met een vergunning voor vijf miljoen kubieke meter per jaar. Door de grondwateronttrekking daalt de grondwaterstand in de omgeving en vermindert de van nature aanwezige kwel. Dit heeft tot gevolg dat de natuurwaarde in de omgeving van de winning achteruit gaat. In overleg met de provincie is besloten om die achteruitgang in natuurwaarde te compenseren door het ecologisch inrichten van 25 hectare terreinin het gebied waar ook de winputten liggen. In één van de voorschriften die de Provincie Zuid-Holland aan de vergunning verbindt, is het uitvoeren van maatregelen die de natuurwaarden verhogen in het eigendomsgebied van Oasen vastgelegd. In de onttrekkingvergunning staat dat in het gebied gunstige vestigings- en ontwikkelingsmogelijkheden moeten worden gecreëerd voor terrestrische vegetaties, weidevogels en amfibieën. De inrichting van het terrein dient bovendien zoveel mogelijk aan te sluiten bij de ecologische verbinding tussen Kinderdijk en de Zouweboezem. Het gebied is een veenweidegebied met een groot aantal sloten, dat tot 1993 in agrarisch beheer was. Het nieuwe beheer is gericht op Aanleg van een poel herstel van vochtige, schrale graslandvegetaties, waardevolle slootvegetaties en een rijke weidevogelpopulatie. Deze benadering sluit ook aan bij het VEWIN- Milieuplan uit 1991 en het Beleidsplan Drink- en Industriewatervoorziening uit 1993, waarin wordt voorgesteld om verweving van waterwinning en natuur na te streven. Zuiveringstation De Steeg ligt aan de rand van de polder Langerak in de Alblasserwaard, ten zuiden van de Lek tussen Langerak en Ameide. Het gebied maakt deel uit van een regionaal grondwatersysteem waarvan de hoofdstroom naar het westen is gericht. Enkele kilometers rond de grondwaterwinningen is duidelijk de invloed hiervan op het stromingsbeeld te zien. Het grondwater in de watervoerende pakketten is afkomstig van regenwater dat in het gebied geïnfiltreerd is en van geïnfiltreerd rivierwater uit de Lek, het zogeheten oevergrondwater. Door de relatief lage polderpeilen en de lage ligging ten opzichte van de waterstanden in de Lek trad, voordat de oevergrondwaterwinning werd gestart, kwel op vanuit het eerste watervoerende pakket. Door de grondwaterwinning vermindert die kwel sterk. Het kwelwater is van relatief goede kwaliteit en de natuur die afhankelijk is van kwel heeft een hoge natuurwaarde. In 1997 is als eerste fase ongeveer drie hectare afgegraven en geplagd. Ook is de eerste poel aangelegd. In 2002 zijn de inrichtingswerken in de rest van het gebied uitgevoerd. In aansluiting op de aangelegde flauwe oevers zijn ook hier enkele gebiedjes geplagd. Na te zijn gebaggerd zijn alle sloten voorzien van een flauwe, natuurvriendelijke oever. Er zijn verschillende profielen aangelegd: bermen met een brede onderwateroever (plasbermen) en flauwe oevers met een geleidelijk aflopende oever. Enkele delen van de sloten zijn verbreed en verdiept. Naast de sloten zijn drie poelen aangelegd met flauw oplopende oevers. Op het kaartje hierboven zijn de locaties van de verschillende inrichtingswerken aangegeven. Om de gewenste vochtige situatie met daarbij behorende natuurontwikkeling te krijgen is bij het hoogheemraadschap vergunning aangevraagd om het waterpeil in het gebied 30 centimeter te verhogen. Hiervoor zijn in het terrein diverse dammen en stuwen aangelegd. Door middel van een windmolen wordt water uit de aangrenzende poldersloot opgepompt, waardoor het waterpeil op het gewenste niveau kan worden gebracht. In het in 1997 ingerichte gedeelte wordt het waterpeil niet opgezet. Door de afgraving in dit deel ligt het maaiveld laag. Als het peil hier opgezet wordt, komt het gebied onder water te liggen. Door het afplaggen, in combinatie met opzetten van het slootpeil, zijn natte gebieden ontstaan die in winter en voorjaar plas-dras zijn. Beheermaatregelen Bij de inrichting is in zeer geringe mate vers maaisel aangebracht van een tweetal natuurterreinen uit de streek. De kwaliteit van het maaisel was echter niet best. Aan H 2 O /

16 de ontwikkeling van de natuur wordt verder alleen door enkele beheermaatregelen richting gegeven. Het beheer bestaat voornamelijk uit een combinatie van extensief begrazen en maaien. Het noordelijk deel van het terrein wordt gedurende het grootste deel van het jaar door circa tien runderen en 30 schapen begraasd. Het zuidelijk deel wordt eerst gehooid en daarna nabeweid. Sinds 2005 worden de grote haarden met akkerdistel, brandnetel en ridderzuring extra gemaaid. Zowel in het voorjaar als het najaar worden deze gemaaid om de uitbreiding van deze soorten tegen te gaan. Dit zijn zogeheten storingssoorten, soorten met een lage natuurwaarde die zich makkelijk vestigen na vergraving. Jaarlijks worden de sloten geschoond. Om de sloten op diepte te houden moet eens in de vier tot zes jaar worden gebaggerd. Monitoring Voor de inrichting is een inventarisatie van de vegetatie geweest. De ontwikkeling van het terrein wordt gevolgd door tweejaarlijks een inventarisatie van de flora en fauna uit te voeren. Resultaten 1) Het aantal soorten planten is sinds de inventarisatieronde 2001 toegenomen. In tabel 1 is een onderverdeling van aangetroffen planten in categorieën gegeven. In 2003 was het aantal storingssoorten als gevolg van grondwerkzaamheden (plaggen en afschuinen van oevers) nog vrij groot. Deze groep is in 2005 duidelijk veel minder vertegenwoordigd, niet alleen in soortenaantal, maar ook in de totale bedekking. Een aantal soorten, behorend bij minder voedselrijke omstandigheden, is nieuw of heeft zich uitgebreid. Tot de betere soorten, passend in de doelstelling, vochtige, schrale Rietorchis Tabel 1. Onderverdeling van de aangetroffen planten in categorieën categorie aantal soorten waterplanten 9 9 moeras- en oeverplanten graslandplanten storingssoorten houtige gewassen 6 7 mossen totaal waarvan bijzondere soorten graslandvegetaties, behoren onder andere de dwergzegge, zwarte zegge, sterzegge, blauwe zegge, hazezegge en koningsvaren. De gewone dotterbloem komt nog steeds met maar één exemplaar voor. Dit is ook een soort die thuishoort bij de vochtige graslandvegetaties. De verwachting is dat deze soort zich nog zal uitbreiden. Floristisch het meest interessant is wellicht de zeldzame sterzegge. Deze komt alleen nog in natuurgebieden voor en vestigt zich zelden op nieuwe plaatsen. Andere soorten zijn na enkele jaren mogelijk weer verdwenen, omdat de omstandigheden niet meer geschikt waren of omdat de concurrentie van andere soorten te groot werd. Zo is de blaaszegge en de veldrus niet teruggevonden. Het is niet uitgesloten dat ze in de komende jaren toch weer ergens in het gebied opduiken. Opvallende nieuwkomers zijn de rietorchis en de bosbies. De rietorchis komt voor in het begraasde deel op een afgeschuinde oever. In het onbegraasde deel stonden over een lengte van ongeveer 50 meter tenminste 15 exemplaren te bloeien langs de bovenrand van een afgeschuinde oever. Het optreden van de bosbies is opmerkelijk. De bosbies wordt algemeen beschouwd als een echte kwelsoort of beter gezegd een indicator van horizontale of verticale waterstroming, die zich na vestiging lang kan handhaven als de waterstroming wegvalt. Omdat het hier zichtbaar om een nieuwe vestiging gaat op een afgeschuinde oever, zou de aanwezigheid van kwelwater in de ondergrond moeten worden aangenomen. Hydrologisch is hier nog geen verklaring aan te geven. Over een lengte van 70 meter zijn diverse vestigingen aanwezig, die zeer vitaal zijn en zich via uitlopers snel uitbreiden. Ook enkele bijzondere mossoorten hebben zich gevestigd. De meest interessante zijn gewoon veenmos, glanzend veenmos en veen-dubbeltjesmos. Deze laatste staat ook op de rode lijst van de mossen. Het optreden van dwerg-paarlmos en vooral van klein goudkorrelmos wijst op het zeer speciale milieu van dit gebied. Deze soorten bevinden zich tot nu toe vrijwel alleen in de afgeplagde delen en op de afgeschuinde oevers en niet in op verschralingbeheer gerichte bestaande graslanden. Een belangrijke reden hiervoor Tabel 2. Broedvogels soort graspieper - 1 veldleeuwerik 1 2 grutto 6 8 tureluur - 1 scholekster 1 1 kievit 14 7 slobeend 3 1 krakeend - 1 waterhoen - - meerkoet kwartel - 2 patrijs - - wilde eend grote Canadese gans 1 1 nijlgans 1 2 kolgans - 2 knobbelzwaan 1 2 boomkruiper 1 1 fitis 1 - grauwe vliegenvanger 2 1 kneu 1 - koolmees 1 1 merel 1 2 pimpelmees 1 2 putter 1 1 ringmus 6 5 spotvogel 2 2 vink 2 3 winterkoning 2 2 holenduif - 2 houtduif 1 - koekoek - 1 zwarte kraai 1 - witte kwikstaart 1 1 bosrietzanger 2 - kleine karekiet - - rietgors 3 5 aantal soorten aantal territoria is dat de bodem relatief voedselarm is en dat de bodem permanent vochtig blijft. De bestaande graslanden hebben tegen half juni een zeer gesloten en hoge grasmat. Dit betekent dat de productie van deze graslanden nog hoog is. Een optimale ontwikkeling naar matig voedselrijke graslanden zal een langdurig proces worden. De ingestelde, extensieve begrazing heeft er voor gezorgd, dat de grasmat op sommige plaatsen al wat lager en opener is geworden, waardoor de soortenrijkdom lokaal toe zal kunnen nemen. De toename van de grote ratelaar, die op grassen parasiteert, is duidelijk zichtbaar, maar de soort heeft zich nog steeds niet over de percelen verspreid. Vermoedelijk is het slechts een kwestie van tijd, voordat dat zal gebeuren. Een goede ontwikkeling is de sterke afname van ridderzuring. De grote brandnetel lijkt geen bedreiging voor de vegetatieontwikkeling in het gebied te vormen. 16 H 2 O /

17 achtergrond Geïnundeerd gebied De akkerdistel legt nog een behoorlijke claim op de beschikbare ruimte. Het is niet te voorspellen of deze soort zich in de toekomst verder zal uitbreiden. In dat geval zullen doeltreffende maatregelen genomen moeten worden. De pitrus in het geplagde deel lijkt van enige afstand gezien een zeer dominante plaats in te nemen, maar bij nadere beschouwing is dit slechts lokaal het geval. De recent geplagde gebiedsdelen zijn de eerste pionierfase voorbij. Een aantal storingssoorten is verdwenen of komt nog maar sporadisch voor. Toch is de ontwikkeling op deze terreinen nog niet gestopt. Een zogeheten plas-dras -oever De kans op het verschijnen van meer soorten die thuishoren in schrale graslanden is groot. De geplagde delen van de oevers vertoonden twee verschillende vegetatietypen. De invloed van de bodemsamenstelling (veen of klei aan de oppervlakte) is hiervan de oorzaak. Op de kleibodem heeft zich al snel een dichte vegetatie ontwikkeld met grassen. Op plaatsen waar veen aan de oppervlakte komt, is de bodem veel vochtiger en nog niet volledig door vegetatie bedekt. Waarschijnlijk speelt ook het verschil in voedselrijkdom van de veen- en kleibodem een grote rol. De kansen voor de vestiging van bijzondere soorten is op veen aanzienlijk groter. Dit wordt geïllustreerd door de vondst in 2003 van een polletje geelgroene zegge op een afgeplagde oever die in 2005 niet teruggevonden kon worden én de vondst in 2005 van de zeldzame sterzegge. De laatste soort is beperkt in zijn voorkomen tot matig voedselrijke, zure zand- en veengronden en vestigt zich zelden op nieuwe plaatsen. In 2005 zijn ongeveer even veel territoria aanwezig als in 2003 (zie tabel 2). Het aantal soorten is gelijk gebleven, hoewel een verschuiving in soortenspectrum optrad. Vooral het aantal vastgestelde territoria van kievit en meerkoet daalde. De veldleeuwerik en de graspieper komen nog maar weinig voor. Eerstgenoemde soort gaat ook landelijk achteruit, zodat hieraan geen conclusie verbonden kan worden. De tureluur, een soort die voorkomt op de rode lijst was met één broedpaar aanwezig. De inrichting van het gebied heeft invloed op de soortensamenstelling. Zo broedden de kieviten in 2003 voornamelijk op schaars begroeide plekken ontstaan door vergravingen. In 2005 is het aantal gehalveerd, omdat er nauwelijks kale plekken over zijn. Het beheer lijkt over het algemeen goed voor weidevogels te zijn. Het is duidelijk dat de sloten in het gebied erg waardevol zijn voor amfibieën. Vooral het voorkomen van een (goede, levensvatbare) populatie heikikkers, die zich ook in het onderzoeksgebied voortplanten, is vermeldenswaard. In het onderzoeksgebied lijken de heikikker en de bruine kikker duidelijk in aantal toe te nemen. Het aantal soorten libellen, dat in 2005 is gezien, is niet hoog, mogelijk door de minder goede weersomstandigheden tijdens het veldonderzoek. Het voorkomen van de vroege glazenmaker is wel opmerkelijk, omdat deze soort als vrij zeldzaam te boek staat en karakteristiek voor matig voedselrijke wateren is. De dagvlinderfauna bestaat alleen uit algemene soorten. De kans op het aantreffen van zeldzamere soorten lijkt ook in de toekomst niet erg groot. Over het algemeen leven zeldzame soorten op bijzondere plantensoorten. Deze plantensoorten worden niet verwacht. Conclusie De natuurwaarde van het 25 hectare grote terrein bij zuiveringsstation De Steeg is sinds 2001 duidelijk toegenomen. Het terrein ontwikkelt zich tot een gebied met soortenrijke vochtige schrale graslandvegetaties. Weidevogels en amfibieën hebben hier goede bestaansmogelijkheden. Op basis van de resultaten van de monitoring verwacht Oasen dat de doelstelling voor natuurcompensatie met voortzetting van het huidige beheer wordt bereikt. Gert Grakist (Oasen) NOTEN 1) Van der Goes en Groot (2005). Het ecologisch terrein De Steeg. Inventarisatie flora en fauna. H 2 O /

18 reactie Geen overheveling waterschapstaken Het interview met Jan Boelhouwer in H 2 O nr. 22 heeft een reactie uitgelokt bij waterjurist en oud-waterschapsbestuurder dr. W. Heemskerk en voormalig adjunct-directeur van Waterleiding Maatschappij Limburg ir. W. Dierx. Ondergetekenden zijn het niet eens met de visie van dr. J. Boelhouwer, (toen nog Tweede Kamerlid van de PvdA, red.), dat het waterschapswezen als aparte bestuurslaag zou moeten verdwijnen, gezien het steeds belangrijker worden van het waterbeheer. Bestuurlijke beslissingen over water zouden zijns inziens ondergebracht moeten worden bij de algemene democratie, in casu bij de provincies. Een aparte gedeputeerde zou tot dijkgraaf benoemd moeten worden volgens Boelhouwer en terzake bestuursverantwoordelijkheid moeten krijgen. Ook de efficiency in het bestuur zou daarmee gediend zijn. Wij vinden dat onze historische waterschappen (nog 26) als doelcorporaties moeten blijven bestaan. In het buitenland is men jaloers op het Nederlandse systeem, al is natuurlijk enige bijschaving van de wetgeving (bijvoorbeeld de Waterschapswet) mogelijk en wenselijk, zoals rond het kiesstelsel en de onverenigbare betrekkingen. Ook de voorzitter van de onafhankelijke Adviescommissie Water, kroonprins Willem- Alexander, is terecht trots op onze waterschappen, die met reden hun grondslag vinden in de hoogste staatswet van Nederland, namelijk in artikel 133, met de provincies als creator daarvan. Met suggesties in verkiezingstijd moet behoedzaam worden omgegaan. Een grondwet wijzigt men zo maar niet, zeker als het om bestuurslichamen gaat, waaraan het laaggelegen Nederland veel te danken heeft en die bij uitstek geschikt zijn, blijkens diverse studies (onder andere een dissertatie over het grenswater de Roer/die Rur van ondergetekende W. Heemskerk, RU Utrecht 1985) om met waterbeheerders in het omringende buitenland via een bilateraal verdrag tot grensoverschrijdende internationale waterschappen te geraken. Bijval daarover vinden wij bijvoorbeeld in het themanummer Water van mei 1999 van Ars Aequi (artikel van dijkgraaf prof. mr. A. van Hall en Van Dijk/Havekes). Wat deze grensoverschrijdende structurele samenwerking betreft kan in de provincie Limburg een beroep worden gedaan op de in april 1991 van kracht geworden Beneluxovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale samenwerkingsverbanden/autoriteiten. Los van de vrees dezerzijds dat het belangrijke waterschapswerk sowieso bij algemene - sterk politiek georiënteerde - besturen als provincies ondersneeuwt, is het niet reëel dat Boelhouwer alle provincies over één kam scheert: met name de grensprovincies verkeren qua water en waterbeheer in zeer bijzondere omstandigheden. Dit geldt bijvoorbeeld voor Limburg (voor tweederde omgeven door het buitenland!), sterk bedreigd door een volstrekt onberekenbare Maas en door de Duitse bruinkoolwinningen met massale grondwateronttrekkingen. Voorheen had Limburg (intern) al veel te lijden van talrijke ongeordende grindwinningen, met provinciale vergunningen, voor de nationale behoefte. En juist ten aanzien van deze waterproblematiek maakte het provinciebestuur van Limburg bepaald geen goede beurt. Ook het nieuwe kostbare Grensmaasproject geeft grote zorgen, zeker qua rechtsbescherming. De waterschappen in Limburg worden bij dat alles al te veel buitenspel gezet, met als gevolg grote schade voor natuur, landschap, milieu en ingelanden. Misschien had Boelhouwer beter de vraag aan de orde kunnen stellen of de huidige provincies nog wel berekend zijn voor haar taak? Verder menen ondergetekenden dat ook de Europese Kaderrichtlijn Water, die beheersplannen voor stroomgebieden eist, bij de uitvoering veel meer nut heeft van al met waterstaatkundige grenzen uitgeruste waterschappen, die in het raam van watersysteembenadering nog best grootschaliger kunnen worden. Ondergetekenden zien met professor Van Hall voor aangepaste waterschappen, in de huidige eeuw met een aanzienlijke zeespiegelstijging en een voortgaande bodemdaling, een onmisbare rol weggelegd. Juist bij goed uitgeruste doelcorporaties als waterschappen is, in goede coördinatie met anderen, beveiliging tegen overstromingen - annex claims - in vertrouwde handen. En wie weet gebeurt wat Van Hall suggereert voor rond 2020, dat opgedane samenwerkingservaringen tussen waterschappen, gemeenten, provincies en drinkwaterbedrijven op den duur uitmonden in grote waterbeheerorganisaties (mogelijk vijf tot tien in het gehele land) welke de waterdruppel op zijn gang door de gebruiksketen sturen en beheren? Het Rijk zou dan - volgens dit gedreven lid van de Staatscommissie voor waterstaatswetgeving - de strategische keuzen maken en randvoorwaarden formuleren, één en ander onder toeziend oog van de Europese autoriteiten. Misschien kan de heer Boelhouwer hieruit nog enige hoop putten. Maar wat ons betreft: praat niet meer over de provincies. Niet alleen de huidige grondwet staat hier in de weg. dr. W. Heemskerk, waterjurist (oud waterschapsbestuurder) ir. W. Dierx (oud adjunct-directeur van Waterleiding Maatschappij Limburg) De Grensmaas (foto: Rijkswaterstaat, afdeling Maaswerken). 18 H 2 O /

19

20 Historie van afvalwaterzuivering in Nederland De Historische Commissie van de Nederlandse vereniging voor waterbeheer NVA nam in 1990 het initiatief om het waterzuiveringstechnisch erfgoed van Nederland te beschermen. Eén van de leden van de commissie, Kees Lohuizen, heeft de gelegenheid te baat genomen een overzicht te maken van alle tot in 1955 gebouwde zuiveringsinstallaties. Dit overzicht is nu door Rijkswaterstaat/ RIZA uitgegeven in de vorm van een lijvig raport onder de titel Afvalwaterzuivering in Nederland: van beerput tot oxidatiesloot. Lohuizen kwam een aantal jaren geleden tot de conclusie dat er wel veel materiaal was over de zuiveringen tot 1954 (de introductie van de oxidatiesloot), maar dat het materiaal zeer verspreid en niet goed toegankelijk was. Om te voorkomen dat het materiaal op termijn verloren zou gaan, stelde hij zich ten doel alle tot 1955 in Nederland gebouwde zuiveringsinstallaties, voor zover mogelijk, te beschrijven, met een doorkijkje naar het heden. Dat heeft geresulteerd in een boekwerk van bijna 400 pagina s, vergezeld van een cd met daarop alle schetsen en foto s die bij de beschreven zuiveringen horen. Daarmee biedt het rapport daadwerkelijk een bijna compleet overzicht van alle zuiveringen Rijksproefinstallatie in Tilburg (1904) De zuivering van Enka in Ede (1928) Persleiding vanuit Amsterdam naar de Zuiderzee (1913) De Dreischor oxidatiesloot (1960) 20 H 2 O /

Bodemsanering. 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd. De bodem en het (grond)water zijn schoon MILIEU MARKT. Staat van Utrecht 2014

Bodemsanering. 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd. De bodem en het (grond)water zijn schoon MILIEU MARKT. Staat van Utrecht 2014 MENS Staat van Utrecht 204 Bodemsanering Hoeveel humane spoedlocaties zijn nog niet volledig gesaneerd? 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd Kaart (Humane spoedlocaties bodemverontreiniging

Nadere informatie

Helder, schoon... Rivierwater. Het belang van schoon oppervlaktewater in Nederland

Helder, schoon... Rivierwater. Het belang van schoon oppervlaktewater in Nederland Helder, schoon... Rivierwater Het belang van schoon oppervlaktewater in Nederland Introductie door Peter Stoks, directeur RIWA Het belang van schoon oppervlaktewater Schoon water. We kunnen niet zonder.

Nadere informatie

Geachte gasten, beste collega s

Geachte gasten, beste collega s Geachte gasten, beste collega s Ik heet u allen van harte welkom bij de officiële ingebruikname van de volledig nieuwe voorzuivering voor ons Productiebedrijf Andijk. In het bijzonder wil ik verwelkomen,

Nadere informatie

Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement.

Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement. Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement. OVERHEID & PUBLIEKE DIENSTEN www.hydrorock.com Overheden en watermanagement Watermanagement in stedelijke gebieden is zeer actueel. Klimaatverandering

Nadere informatie

Highlights Meer met Bodemenergie

Highlights Meer met Bodemenergie Highlights Meer met Bodemenergie Diep onder Drenthe Bijeenkomst over Warmte Koude Opslag 12 juni 2012, Provinciehuis te Assen Maurice Henssen, Bioclear b.v. Inhoud Bodemenergie anno 2012 Waarom Meer met

Nadere informatie

Geachte heer Kuks, geachte heer Dijk, geachte heer Kolkman, geachte heer Odding, geachte dames en heren,

Geachte heer Kuks, geachte heer Dijk, geachte heer Kolkman, geachte heer Odding, geachte dames en heren, Toespraak van CdK Ank Bijleveld-Schouten bij de ondertekening van de waterovereenkomst Vechterweerd op Vrijdag 20 januari 2012 van 14.00 16.00 uur in t Boerhoes, Koepelallee 8 te Dalfsen HET GESPROKEN

Nadere informatie

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water Samen werken aan waterkwaliteit Voor schoon, voldoende en veilig water D D Maatregelenkaart KRW E E N Z D E Leeuwarden Groningen E E W A IJSSELMEER Z Alkmaar KETELMEER ZWARTE WATER MARKER MEER NOORDZEEKANAAL

Nadere informatie

Medicijnresten in drinkwater Voorkomen is beter dan genezen. Gezonde Lunch, 7 april 2014 Martien den Blanken, directeur PWN

Medicijnresten in drinkwater Voorkomen is beter dan genezen. Gezonde Lunch, 7 april 2014 Martien den Blanken, directeur PWN Medicijnresten in drinkwater Voorkomen is beter dan genezen Gezonde Lunch, 7 april 2014 Martien den Blanken, directeur PWN Drinkwaterland In Nederland 10 drinkwaterbedrijven Sinds 1950 sterke concentratie

Nadere informatie

Kraanwater alle feiten op een rij

Kraanwater alle feiten op een rij Kraanwater alle feiten op een rij Inhoud Kraanwater is vanzelfsprekend 4 Goed voor de gezondheid 8 Zuiver van kwaliteit 12 Lekker goedkoop 18 Tips 22 Drinkwaterbedrijven 28 3 kraanwater.nu Kraanwater is

Nadere informatie

Historische Vereniging Warder Bedrijfsplan 2011

Historische Vereniging Warder Bedrijfsplan 2011 Historische Warder Bedrijfsplan 2011 februari 2011 1 van 7 samenvatting Op 21 januari is de Historisch Warder opgericht. De vereniging heeft tot doel om: de geschiedenis van Warder vast te leggen en zo

Nadere informatie

Bodem & Klimaat. Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer

Bodem & Klimaat. Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer Bodem & Klimaat Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer Jaartemperaturen en warmterecords in De Bilt sinds het begin van de metingen in 1706 Klimaatverandering KNMI scenarios Zomerse dagen Co de Naam

Nadere informatie

The Freshmaker. 1. Inleiding. 2. Beschrijving van de maatregel. 3. Hydrologische haalbaarheid Methoden Metingen Modellen. 4.

The Freshmaker. 1. Inleiding. 2. Beschrijving van de maatregel. 3. Hydrologische haalbaarheid Methoden Metingen Modellen. 4. The Freshmaker 1. Inleiding 2. Beschrijving van de maatregel 3. Hydrologische haalbaarheid Methoden Metingen Modellen 4. Resultaten 1 1 Inleiding The Freshmaker Zoetwateroverschotten inzetbaar bij droogte

Nadere informatie

Convenant over uitwisseling van grondwaterkwaliteitsgegevens tussen drinkwaterbedrijven, provincies en het Ministerie van VROM

Convenant over uitwisseling van grondwaterkwaliteitsgegevens tussen drinkwaterbedrijven, provincies en het Ministerie van VROM Convenant over uitwisseling van grondwaterkwaliteitsgegevens tussen drinkwaterbedrijven, provincies en het Ministerie van VROM Definitieve versie: 201108 Overwegende dat De Europese Kaderrichtlijn Water

Nadere informatie

3 havo 4 water, 2 t/m 4

3 havo 4 water, 2 t/m 4 3 havo 4 water, 2 t/m 4 Mozambique: soms te veel India: vaak te weinig De blauwe planeet: alles stroomt Welke kringloop heeft de meeste betekenis voor de mens en waarom? De lange kringloop (B) omdat deze

Nadere informatie

DSI regenwater infiltratie.

DSI regenwater infiltratie. DSI regenwater infiltratie. De adequate oplossing van een actueel probleem. Klimaatverandering. Het klimaat verandert. Met als gevolg een toename van de duur en frequentie van wateroverlast, verkeersonveiligheid

Nadere informatie

Achtergrondartikel grondwatermeetnetten

Achtergrondartikel grondwatermeetnetten Achtergrondartikel grondwatermeetnetten Wat is grondwater Grondwater is water dat zich in de ondergrond bevindt in de ruimte tussen vaste deeltjes, zoals zandkorrels. Indien deze poriën geheel met water

Nadere informatie

Milieu. Waterkwaliteit: Denk aan: nitraat uitspoeling / erfwater / gewasbeschermingsmiddelen / alles wat oppervlakte- en grondwater kan vervuilen

Milieu. Waterkwaliteit: Denk aan: nitraat uitspoeling / erfwater / gewasbeschermingsmiddelen / alles wat oppervlakte- en grondwater kan vervuilen Naam: Milieu Waterkwaliteit: Denk aan: nitraat uitspoeling / erfwater / gewasbeschermingsmiddelen / alles wat oppervlakte- en grondwater kan vervuilen Slootrandenbeheer Baggeren Krabbescheer bevorderen

Nadere informatie

Impact van rwzi s op geneesmiddelconcentra5es in kwetsbaar oppervlaktewater

Impact van rwzi s op geneesmiddelconcentra5es in kwetsbaar oppervlaktewater Impact van rwzi s op geneesmiddelconcentra5es in kwetsbaar oppervlaktewater Lieke Coppens (KWR; Copernicus Ins4tuut Universiteit Utrecht), Jos van Gils (Deltares), Thomas ter Laak (KWR; Wageningen Universiteit),

Nadere informatie

Bodemenergie: Anno nu en kansen in de toekomst

Bodemenergie: Anno nu en kansen in de toekomst Bodemenergie: Anno nu en kansen in de toekomst Eindsymposium Meer met Bodemenergie 24 april 2012 Wageningen Maurice Henssen Bioclear b.v. Inhoud Bodemenergie anno 2012 Waarom MMB? Het proces van MMB Highlights

Nadere informatie

TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007

TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007 Aan De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Postbus 30945 2500 GX Den Haag TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007 Betreft: Advies Normstelling MTBE Mevrouw de Minister, In

Nadere informatie

Oasen in 2006 Het jaar in beeld

Oasen in 2006 Het jaar in beeld Oasen in 2006 Het jaar in beeld Gouda 29 mei 2007 Januari 29 mei 2007 Oasen in 2006 2 Verbouwing zuiveringsstation Rodenhuis In 2006 vierde Oasen het bereiken van hoogste punt van de bouw. Tijdens de ombouw

Nadere informatie

Veiligstellen drinkw aterw inning Epe. Vrienden van de Veluwe 12 oktober 2012

Veiligstellen drinkw aterw inning Epe. Vrienden van de Veluwe 12 oktober 2012 Veiligstellen drinkw aterw inning Epe door infiltratie Vrienden van de Veluwe 12 oktober 2012 W ie is Vitens? Vitens levert betrouwbaar drinkwater aan 5,4 miljoen klanten in de provincies Friesland, Overijssel,

Nadere informatie

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda TNO Kennis voor zaken : Oplossing of overlast? Kunnen we zomaar een polder onder water zetten? Deze vraag stelden zich waterbeheerders, agrariërs en bewoners in de Middelburg-Tempelpolder. De aanleg van

Nadere informatie

De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte.

De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte. De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte. NATUURBEHEER & LANDBOUW www.hydrorock.com Natuurbeheer en watermanagement Droogte, hittegolven, hevige regenval en overstromingen. Ze komen

Nadere informatie

Negentien windmolens van rond 1740

Negentien windmolens van rond 1740 Wandelroute Kinderdijk Lengte: 11 en 20 kilometer Landschap: veenweidegebied, soms zacht en drassig Routebeschrijving: zie pagina 70 Markering: geen Plattegrond: beschikbaar (zie: www.klikprintenwandel.nl)

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830

Nadere informatie

Samenvatting. Het gebruik van ultrafiltratie (UF) membranen als oppervlakte water zuiveringstechnologie

Samenvatting. Het gebruik van ultrafiltratie (UF) membranen als oppervlakte water zuiveringstechnologie Samenvatting Het gebruik van ultrafiltratie (UF) membranen als oppervlakte water zuiveringstechnologie is in de laatste vijftien jaar enorm toe genomen. Ultrafiltratie membranen zijn gemakkelijk op te

Nadere informatie

r > ZZW B 67-6. Zandputten als spaarbekkens Waterhuishoudkundige aspecten \ J

r > ZZW B 67-6. Zandputten als spaarbekkens Waterhuishoudkundige aspecten \ J r > ZZW B 67-6. Zandputten als spaarbekkens Waterhuishoudkundige aspecten \ J DIENST DER ZUIDERZEEIYERKEN Uaterloopkundige afd. nr. B 67-6 ZANDPUTTEN ALS SPAARBEKKENS \'laterhuishoudkundige ASPECTEN. De

Nadere informatie

Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek

Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bijlage 1 Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bijlagel Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bodemopbouw en Geohydrologie Inleiding In deze bijlage wordt

Nadere informatie

IMPRESSIE INSPREKEN VASTSTELLING KEUR HHSK, NOVEMBER 2015

IMPRESSIE INSPREKEN VASTSTELLING KEUR HHSK, NOVEMBER 2015 IMPRESSIE INSPREKEN VASTSTELLING KEUR HHSK, NOVEMBER 2015 Inleiding Op 25 november 2015 vergaderde de Verenigde Vergadering (VV) van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK). De

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2004 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2004 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. OMGAAN MET NATUURLIJKE HULPBRONNEN figuur 1 De kringloop van het water R * ** ** ** ** ** ** ** * S ** * ** ** * P Q LAND ZEE T

Nadere informatie

WKO en sanering gecombineerd in Spoorzone Woerden

WKO en sanering gecombineerd in Spoorzone Woerden WKO en sanering gecombineerd in Spoorzone Woerden Ko Hage (TTE) Delft, 1 december 2010 TTE consultants verbinden van ondergrond en bovengrond - Opgericht in 1999 door drie ingenieurs (The Three Engineers)

Nadere informatie

Productie van drinkwater uit oppervlaktewater m.b.v. energie-efficiënte membraanfiltratie- technieken

Productie van drinkwater uit oppervlaktewater m.b.v. energie-efficiënte membraanfiltratie- technieken Productie van drinkwater uit oppervlaktewater mbv energie-efficiente membraanfiltratie-technieken Productie van drinkwater uit oppervlaktewater m.b.v. energie-efficiënte membraanfiltratie- technieken Subsidieregeling

Nadere informatie

Waarom is het plan dat de Unie van Waterschappen nu voorlegt aan de staatssecretaris een deugdelijk en goed plan voor het toekomstig waterbeheer?

Waarom is het plan dat de Unie van Waterschappen nu voorlegt aan de staatssecretaris een deugdelijk en goed plan voor het toekomstig waterbeheer? Nederland waterland, Nederland waterschapsland Kernboodschap De waterschappen zijn gericht op de toekomst. Daarom hebben zij in het licht van de klimaatverandering en de economische crisis een plan gemaakt

Nadere informatie

TOPSURFLAND. 1. Waterschappen

TOPSURFLAND. 1. Waterschappen TOPSURFLAND Hieronder wordt beschreven wat de toegevoegde waarde is van Topsurf voor de samenleving en wat de effecten zijn van het gebruik van Topsurfland voor alle belanghebbenden. 1. Waterschappen De

Nadere informatie

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit.

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit. Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling/RIZA Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit

Nadere informatie

Integraal waterbeheer

Integraal waterbeheer lesdag onderwerp docent(en) Ochtend module 1: Waterkwantiteit & Middag module 2: Waterkwaliteit Lesdag 1 Ochtend - Integraal waterbeheer - Historisch perspectief - Modern waterbeheer, WB21 en KRW - Integrale

Nadere informatie

Sfeerverslag 18 november 2015 DOEN!

Sfeerverslag 18 november 2015 DOEN! Sfeerverslag 18 november 2015 DOEN! Waardevol Water? Doen! Woensdagavond 18 november organiseerde het hoogheemraadschap van Rijnland in de Stadsgehoorzaal in Leiden de avond Waardevol Water over het Waterbeheerplan

Nadere informatie

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken Resultaten WAHYD Hoe zit het in elkaar: afkijken bij Noord-Brabant In het onderzoeksproject WAHYD (Waterkwaliteit op basis van Afkomst en HYDrologische systeemanalyse)

Nadere informatie

De watervoorziening in 2040: (de)centraal duurzaam intelligent?

De watervoorziening in 2040: (de)centraal duurzaam intelligent? De watervoorziening in 2040: (de)centraal duurzaam intelligent? Symposium Energie en Water schrijven toekomst 20 juni 2012 Jan Peter van der Hoek Focus Drinkwatervoorziening NL: dichtbevolkt gebied (16,7

Nadere informatie

in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken?

in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken? Grondwater in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken? 1. Wat is grondwater? Grondwater is de naam zegt het al water onder het grondoppervlak. Normaal gesproken is dit water dus niet zichtbaar.

Nadere informatie

Innoveren doe je Samen

Innoveren doe je Samen Innoveren doe je Samen Deep in the shit Ervaringen van een innovatieve ondernemer in een hooggereguleerde sector Ir Roger A.B.C. Rammers CMC 1 Agenda 1. Introductie AquaPurga 2. Mestmarkt: mestproblematiek

Nadere informatie

SAMENVATTING. www.woerden.nl/onderwerpen/wonen-en-leefomgeving/grondwaterstand en funderingen

SAMENVATTING. www.woerden.nl/onderwerpen/wonen-en-leefomgeving/grondwaterstand en funderingen SAMENVATTING Aanleiding In het westelijke deel van het Schilderskwartier zijn de woningen gefundeerd op houten palen met betonopzetters. Uit onderzoeken in de jaren 90 is gebleken dat de grondwaterstand

Nadere informatie

STUREN MET WATER. over draagvlak en draagkracht in de westelijke veenweiden

STUREN MET WATER. over draagvlak en draagkracht in de westelijke veenweiden STUREN MET WATER over draagvlak en draagkracht in de westelijke veenweiden STUREN MET WATER Het ontwerp Sturen met water van het Veenweide Innovatiecentrum Zegveld (VIC) zet in op actief, dynamisch grondwaterbeheer

Nadere informatie

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011 Ammonium in de Emissieregistratie?! Natuurlijke processen, antropogene bronnen en emissies in de ER Bert Bellert, Waterdienst Ammonium als stof ook in ER??: In kader welke prioritaire stoffen, probleemstoffen,

Nadere informatie

Grondwater onder de Oude en de Nieuwe Delf. Jelle Buma

Grondwater onder de Oude en de Nieuwe Delf. Jelle Buma Grondwater onder de Oude en de Nieuwe Delf Jelle Buma Inhoud - Voorstellen - Grondwatersysteem - Wetgeving - Maatregelen Waterschade Binnenhof (1998) Oorzaak: te diep gebaggerd Inhoud - Voorstellen - Grondwatersysteem

Nadere informatie

introductie waterkwantiteit waterkwaliteit waterveiligheid virtuele tour Waar zorgen de waterschappen in mijn omgeving voor?

introductie waterkwantiteit waterkwaliteit waterveiligheid virtuele tour Waar zorgen de waterschappen in mijn omgeving voor? Waar zorgen de waterschappen in mijn omgeving voor? De waterschappen zorgen voor voldoende en schoon water, gezuiverd afvalwater en stevige dijken. De waterschappen zorgen voor voldoende en schoon water,

Nadere informatie

Helder water door quaggamossel

Helder water door quaggamossel Helder water door quaggamossel Kansen en risico s Een nieuwe mosselsoort, de quaggamossel, heeft zich in een deel van de Rijnlandse wateren kunnen vestigen. De mossel filtert algen en zwevend stof uit

Nadere informatie

Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie

Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie Prof. ir. Hans van Dijk 1 Afdeling Watermanagement Sectie Gezondheidstechniek Inhoud hydrologische kringloop kwalitatief 1. regenwater 2. afstromend/oppervlaktewater. infiltratie

Nadere informatie

Iv-Water. Ingenieursbureau met Passie voor Techniek

Iv-Water. Ingenieursbureau met Passie voor Techniek Iv-Water Ingenieursbureau met Passie voor Techniek Passie voor Techniek Advies gebaseerd op inhoudelijke kennis Iv-Water Water is van essentieel belang voor al het leven op aarde, maar het kan ook een

Nadere informatie

Strategische planning drinkwater Lange termijnvisie Vitens

Strategische planning drinkwater Lange termijnvisie Vitens Strategische planning drinkwater Lange termijnvisie Vitens Peter Salverda Omgevingsmanager Vitens 20 Maart 2013 Opzet presentatie Waarom strategische planning? Ambitie en lange termijn visie Duurzaamheid

Nadere informatie

ADVIES KLANKBORDGROEP RIJN- WEST AAN REGIONAAL BESTUURLIJK OVERLEG inzake opzet en inhoud gebiedsprocessen, op weg naar 2e Stroomgebiedbeheerplan

ADVIES KLANKBORDGROEP RIJN- WEST AAN REGIONAAL BESTUURLIJK OVERLEG inzake opzet en inhoud gebiedsprocessen, op weg naar 2e Stroomgebiedbeheerplan ADVIES KLANKBORDGROEP RIJN- WEST AAN REGIONAAL BESTUURLIJK OVERLEG inzake opzet en inhoud gebiedsprocessen, op weg naar 2e Stroomgebiedbeheerplan Inleiding Het RBO Rijn- West heeft procesafspraken gemaakt

Nadere informatie

WAT WIJ WILLEN MET WATER

WAT WIJ WILLEN MET WATER WAT WIJ WILLEN MET WATER Programma 2015-2019 voor de waterschapsverkiezingen Waterschap Amstel Gooi en Vecht Wij willen droge voeten houden als het heeft gestortregend. Maar wij willen ook, dat in droge

Nadere informatie

Open en gesloten WKO systemen. Open systemen

Open en gesloten WKO systemen. Open systemen Open en gesloten WKO systemen Open systemen Een kenmerk van open systemen is dat er grondwater onttrokken en geïnfiltreerd wordt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen doubletsystemen, monobronsystemen

Nadere informatie

Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)88335 7160

Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)88335 7160 Memo Aan Port of Rotterdam, T.a.v. de heer P. Zivojnovic, Postbus 6622, 3002 AP ROTTERDAM Datum Van Johan Valstar, Annemieke Marsman Aantal pagina's 5 Doorkiesnummer +31(0)88335 7160 E-mail johan.valstar

Nadere informatie

Een stroomversnelling. je carrière. Ga er maar voor. Ongekend veelzijdig.

Een stroomversnelling. je carrière. Ga er maar voor. Ongekend veelzijdig. Een stroomversnelling in je carrière. Ga er maar voor. Ongekend veelzijdig. 2,5 miljoen consumenten en bedrijven dagelijks van water voorzien. Feit: Voor 2,5 miljoen mensen en bedrijven in ons werkgebied

Nadere informatie

Innovation Concepts B.V. Nieuwsbrief 2012-01 Versie NL

Innovation Concepts B.V. Nieuwsbrief 2012-01 Versie NL Algemeen Innovation Concepts B.V. is bijna twee jaar geleden opgezet door Pol Knops en Keesjan Rijnsburger. We zijn al ruim twee jaar bezig met het onderzoeken van diverse toepassingen van CO 2 binding

Nadere informatie

Hoe kwetsbaar zijn onze netwerken?

Hoe kwetsbaar zijn onze netwerken? Hoe kwetsbaar zijn onze netwerken? Hoe kwetsbaar zijn onze infrastructuurnetwerken en op welke manier zijn ze van elkaar afhankelijk? In een simulatie van een overstroming in Rotterdam Noord zochten gebiedsexperts

Nadere informatie

grondstof? Afvalwater als Energie winnen uit afvalwater Verwijderen van medicijnen en hergebruik van meststoffen Veel mogelijkheden

grondstof? Afvalwater als Energie winnen uit afvalwater Verwijderen van medicijnen en hergebruik van meststoffen Veel mogelijkheden Afvalwater als grondstof? Energie winnen uit afvalwater Om energie uit afvalwater te winnen wordt het water van het toilet, eventueel gemengd met groente en fruitafval, vergist. Daarvoor worden een vacuümsysteem,

Nadere informatie

Steeds minder startersleningen beschikbaar

Steeds minder startersleningen beschikbaar RAPPORT Starterslening in Nederland Steeds minder startersleningen beschikbaar Uitgevoerd in opdracht van www.starteasy.nl INHOUD Starterslening in Nederland Steeds minder startersleningen beschikbaar

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Stroomgebiedsafstemming Rijnwest. ER in combinatie met meetgegevens

Stroomgebiedsafstemming Rijnwest. ER in combinatie met meetgegevens Stroomgebiedsafstemming Rijnwest ER in combinatie met meetgegevens Stroomgebiedsafstemming Rijn-West 2 Opdrachtgever: Rijn West Begeleidingsgroep / beoordelingsgroep: Provincies, RAO, KRW-Kernteam Rijn

Nadere informatie

grondwater doorgrond wat kunt u doen tegen grondwateroverlast?

grondwater doorgrond wat kunt u doen tegen grondwateroverlast? grondwater doorgrond wat kunt u doen tegen grondwateroverlast? grondwater doorgrond Grondwater bestaat uit regenwater en oppervlaktewater dat in de bodem is weg gezakt en kwelwater dat onder druk uit lager

Nadere informatie

bij drinkwaterwinningen. Dit

bij drinkwaterwinningen. Dit Bron: RWS beeldbank Grip op bodemverontreinigingen bij drinkwaterwinning Een aanzienlijk deel van de grondwaterwinningen voor drinkwater in Nederland wordt beïnvloed door menselijke activiteiten, zoals

Nadere informatie

Factsheet: NLGWSC0005 Grondwater in diepe zandlagen

Factsheet: NLGWSC0005 Grondwater in diepe zandlagen Factsheet: NLGWSC0005 -DISCLAIMER- De informatie die in deze factsheet wordt weergegeven is bijgewerkt tot en met 25 april 2014. Deze factsheet dient gezien te worden als een werkversie ten behoeve van

Nadere informatie

Wijs met water! Verkiezingsprogramma

Wijs met water! Verkiezingsprogramma Wijs met water! Verkiezingsprogramma Waterschap Hollandse Delta Lijst 10 www.wijsmetwaterhollandsedelta.nl In uw handen ligt het verkiezingsprogramma van onze partij. Graag willen wij u kennis laten maken

Nadere informatie

Lesbrief. Dijken. Kijken naar dijken. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

Lesbrief. Dijken. Kijken naar dijken. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Lesbrief Dijken Kijken naar dijken www.wshd.nl/lerenoverwater Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Kijken naar dijken Zonder de duinen en de dijken zou jij hier niet kunnen wonen: bijna de

Nadere informatie

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3)

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3) Bouwlokalen INFRA Innovatie onder het maaiveld / renovatie van rioolstelsels Het riool in Veghel Jos Bongers Beleidsmedewerker water- en riolering Gemeente Veghel 21 juni 2006 Veghel in cijfers en beeld

Nadere informatie

Grijs Water Recuperatie. Rik Daneels

Grijs Water Recuperatie. Rik Daneels Grijs Water Recuperatie Rik Daneels Water in de stad, vandaag Water in de stad, vandaag Vlaanderen: Waterhuishouding lijkt in orde Maar: Grondwaterreserves onder druk!!! Gezamelijke acties vereist Alternatieve

Nadere informatie

JA: BETTER YN WETTER! VERKIEZINGSPROGRAMMA PVDA FRYSLÂN WETTERSKIP MAKKELIJK LEZEN

JA: BETTER YN WETTER! VERKIEZINGSPROGRAMMA PVDA FRYSLÂN WETTERSKIP MAKKELIJK LEZEN JA: BETTER YN WETTER! VERKIEZINGSPROGRAMMA PVDA FRYSLÂN WETTERSKIP MAKKELIJK LEZEN INLEIDING Foto: Timo Tijhof, Creative Commons OP PEIL BRENGEN Voor iedereen is het belangrijk dat er genoeg schoon water

Nadere informatie

Vereniging van waterbedrijven in Nederland. Kerngegevens drinkwater 2014

Vereniging van waterbedrijven in Nederland. Kerngegevens drinkwater 2014 Vereniging van waterbedrijven in Nederland Kerngegevens drinkwater 2014 Watervoorzieningsgebieden Toelichting op deze folder Deze folder geeft een overzicht van kerngegevens van de drinkwatersector en

Nadere informatie

HPLC- UV- screening: geharmoniseerde analysemethode voor efficiënte waterkwaliteitsbewaking

HPLC- UV- screening: geharmoniseerde analysemethode voor efficiënte waterkwaliteitsbewaking HPLC- UV- screening: geharmoniseerde analysemethode voor efficiënte waterkwaliteitsbewaking Annemieke Kolkman (KWR), Erik Emke (KWR), Gerard Stroomberg (Rijkswaterstaat), Henk Ketelaars (Evides) Bij een

Nadere informatie

Factsheet: NLGW0013 Zout Maas

Factsheet: NLGW0013 Zout Maas Factsheet: NLGW0013 Zout Maas -DISCLAIMER- Deze factsheet behoort bij het ontwerp water(beheer)plan. De hier weergegeven 2014 en de realisatie van de maatregelen in de periode 2010-2015 zijn gebaseerd

Nadere informatie

Erfemissie-scan -----WATERKWALITEIT----- HET IS IN IEDERS BELANG OM DIT TE VOORKOMEN!! MAAR DIT GAAT DUS OOK OVER :

Erfemissie-scan -----WATERKWALITEIT----- HET IS IN IEDERS BELANG OM DIT TE VOORKOMEN!! MAAR DIT GAAT DUS OOK OVER : -----WATERKWALITEIT----- MAAR DIT GAAT DUS OOK OVER : -Verlies van toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen. -Indirect : verdwijnen van teelten uit Nederland Verlies van inkomen voor de primaire sector.

Nadere informatie

Indeling presentatie. Onderzoeksvragen (I) Onderzoeksvragen (II) Hypothese

Indeling presentatie. Onderzoeksvragen (I) Onderzoeksvragen (II) Hypothese De effecten van zout water intrusie vanuit de Dintel in het oppervlakteen grondwatersysteem Masteronderzoek Hydrologie Irene Lugten (Universiteit Utrecht) 19 december 2012 Begeleiders: Gualbert Oude Essink

Nadere informatie

Financiering gebiedsgericht grondwaterbeheer. Mark in t Veld

Financiering gebiedsgericht grondwaterbeheer. Mark in t Veld Financiering gebiedsgericht grondwaterbeheer Mark in t Veld Martijn Blom Tauw CE Delft 1 Onderzoek Presentatie gebaseerd op resultaten onderzoek: Praktijkwijzer verdienmodellen gebiedsgericht grondwaterbeheer

Nadere informatie

Stichting RIONED Gezondheidsaspecten Water op Straat

Stichting RIONED Gezondheidsaspecten Water op Straat Stichting RIONED Gezondheidsaspecten Water op Straat 2010 Stichting RIONED Deze uitgave is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Niettemin aanvaarden de samen stellers en de uitgever geen enkele

Nadere informatie

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Lesbrief Watersysteem Droge voeten en schoon water www.wshd.nl/lerenoverwater Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Droge voeten en schoon water Waterschappen zorgen ervoor dat jij en ik droge

Nadere informatie

Grondwater in Delfland

Grondwater in Delfland Grondwater in Delfland Wie doet wat? 1 Wat is grondwater? Grondwater is de naam zegt het al water onder het grondoppervlak. Normaal gesproken is het dus niet zichtbaar. Maar door een te hoge of te lage

Nadere informatie

Indicator 10 Lucht. ) en fijnstof (PM 10

Indicator 10 Lucht. ) en fijnstof (PM 10 Indicator 1 Lucht Gezonde lucht is uiteraard van levensbelang voor mens en dier en plant. Dus is ook luchtkwaliteit van belang voor een duurzame samenleving. De Europese Unie heeft normen vastgesteld voor

Nadere informatie

Opgesteld voor de Gemeente Bussum

Opgesteld voor de Gemeente Bussum Stichting Water voor Masaï Rapport over de nieuwe waterpomp in Puna, Tanzania Opgesteld voor de Gemeente Bussum December 2014 Project achtergrond Voor de bouw van de derde waterpomp heeft Water voor Masai

Nadere informatie

AGENDAPUNT 9 ONTWERP. Onderwerp: Krediet renovatie rwzi De Meern Nummer: 568495. Voorstel. Het college stelt u voor om

AGENDAPUNT 9 ONTWERP. Onderwerp: Krediet renovatie rwzi De Meern Nummer: 568495. Voorstel. Het college stelt u voor om VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR AGENDAPUNT 9 Onderwerp: Krediet renovatie rwzi De Meern Nummer: 568495 In D&H: 16-07-2013 Steller: Tonny Oosterhoff In Cie: BMZ 03-09-2013 Telefoonnummer: (030) 6345726

Nadere informatie

Samenvattende conclusies enquête Waterkwaliteit in Noord-Holland: Groene Soep of zwemparadijs?

Samenvattende conclusies enquête Waterkwaliteit in Noord-Holland: Groene Soep of zwemparadijs? Samenvattende conclusies enquête Waterkwaliteit in Noord-Holland: Groene Soep of zwemparadijs? Het Online Panel van de Milieufederatie Noord-Holland geeft de waterkwaliteit in Noord-Holland een magere

Nadere informatie

16-7-2014. Uitgangssituatie. Uitgangssituatie. Waterkwaliteit is verbeterd, maar doelstelling nog niet voltooid.

16-7-2014. Uitgangssituatie. Uitgangssituatie. Waterkwaliteit is verbeterd, maar doelstelling nog niet voltooid. Uitgangssituatie Evaluatie Nota duurzame gewasbescherming 2004-2010 Doel Doelstelling 2010 Resultaat ACTIEPLAN Gezond gewas, Schoon water Ecologische kwaliteit oppervlaktewater Drinkwaterkwaliteit Reductiemilieubelasting

Nadere informatie

Onderzoek huishoudelijk afval

Onderzoek huishoudelijk afval Onderzoek huishoudelijk afval Gemeente Amersfoort Ben van de Burgwal, Marlies Visser 16 april 2014 Samenvatting Leden van het AmersfoortPanel hebben in maart 2014 deelgenomen aan een onderzoek over het

Nadere informatie

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling........................................................................................ H. Mulder, RIKZ, juni

Nadere informatie

Verkennend bodemonderzoek plangebied t Spieghel, Grontmij, maart 2004

Verkennend bodemonderzoek plangebied t Spieghel, Grontmij, maart 2004 Verkennend bodemonderzoek plangebied t Spieghel, Grontmij, maart 2004 Conclusies Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse

Nadere informatie

Zoekopdrachten bij Het water komt. **

Zoekopdrachten bij Het water komt. ** Module 1 De geschiedenis van de Delta. 1 Strijd tussen land en water 2 Overstromingen door de eeuwen heen 3 Oorzaken van overstromingen: de mens zelf 4 Waterbeheer. Blz. 4 Achter de duinen had je veengronden

Nadere informatie

Notitie. 1. Beleidskader Water

Notitie. 1. Beleidskader Water Notitie Ingenieursbureau Bezoekadres: Galvanistraat 15 Postadres: Postbus 6633 3002 AP Rotterdam Website: www.gw.rotterdam.nl Van: ir. A.H. Markus Kamer: 06.40 Europoint III Telefoon: (010) 4893361 Fax:

Nadere informatie

De groenten van HAK, met het water van Brabant Water

De groenten van HAK, met het water van Brabant Water WATER PAKKET U kent Brabant Water van een betrouwbare drinkwaterlevering, maar Brabant Water heeft zakelijke klanten zoals u nog veel meer te bieden. Onze jarenlange ervaring, innovatieve aard en servicegerichte

Nadere informatie

Algemene ledenvergadering op 20 MAART 2014 over het boekjaar 2013

Algemene ledenvergadering op 20 MAART 2014 over het boekjaar 2013 Nederlandse Hydrologische Vereniging pagina 1 van 5 TOELICHTING JAARREKENING 2013 NEDERLANDSE HYDROLOGISCHE VERENIGING Algemene ledenvergadering op 20 MAART 2014 over het boekjaar 2013 In 2013 zijn de

Nadere informatie

Onderzoek hoge grondwaterstanden regio zuid Kennemerland afgerond.

Onderzoek hoge grondwaterstanden regio zuid Kennemerland afgerond. Onderzoek hoge grondwaterstanden regio zuid Kennemerland afgerond. Veel bewoners in de gemeenten van Zuid-Kennemerland hebben de afgelopen winter grondwateroverlast gemeld. In opdracht van de samenwerkende

Nadere informatie

Energie uit afvalwater

Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater Warm afvalwater verliest een groot deel van zijn warmte in de afvoer en het riool. Als we deze warmte weten terug te winnen, biedt dat grote mogelijkheden

Nadere informatie

Genoeg water voor iedereen

Genoeg water voor iedereen Genoeg water voor iedereen eerlijk verdeeld - betaalbaar - schoon - duurzaam Of je nu rijk bent of arm, als je een dag niet drinkt heb je dorst. Niemand kan zonder water. Met genoeg en schoon water hebben

Nadere informatie

DEMONSTRATIEPROJECT D ECENTRALE AFVALWATERZUIVERING

DEMONSTRATIEPROJECT D ECENTRALE AFVALWATERZUIVERING DEMONSTRATIEPROJECT D ECENTRALE AFVALWATERZUIVERING D ECENTRALE AFVALWATERZUIVERING INLEIDING Landustrie Sneek BV bezit een ruime hoeveelheid kennis en ervaring in het transporteren en behandelen van riool-

Nadere informatie

Gevolgen van klimaatverandering voor Nederland

Gevolgen van klimaatverandering voor Nederland Gastcollege door Sander Brinkman Haagse Hogeschool Climate & Environment 4 september 2008 Introductie Studie Bodem, Water en Atmosfeer, Wageningen Universiteit Beroepsvoorbereidendblok UNFCCC CoP 6, Den

Nadere informatie

Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta)

Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta) Agenda Stad Concernstaf CSADV Stadhuis Grote Kerkplein 15 Postbus 538 8000 AM Zwolle Telefoon (038) 498 2092 www.zwolle.nl Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta) Hoe houden we onze delta leefbaar

Nadere informatie

Ik en de maatschappij. Reizen

Ik en de maatschappij. Reizen Ik en de maatschappij Reizen Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Ferry van de Put Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Eindredactie: Daphne Ariaens

Nadere informatie

Geachte mevrouw Franke,

Geachte mevrouw Franke, Retouradres:, Aan de griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw & Innovatie T.a.v. mevrouw drs. M.C.T.M. Franke Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 2500EA Onderwerp Rondetafelgesprek inzake

Nadere informatie

Thema s voor samenwerken aan waterprojecten in de Achterhoek; Aanzet tot een werkplan voor gezamenlijke waterprojecten voor 2010 en 2011.

Thema s voor samenwerken aan waterprojecten in de Achterhoek; Aanzet tot een werkplan voor gezamenlijke waterprojecten voor 2010 en 2011. Thema s voor samenwerken aan waterprojecten in de Achterhoek; Aanzet tot een werkplan voor gezamenlijke waterprojecten voor 2010 en 2011. Doel van dit document en voorstel tot uitwerking. Document ten

Nadere informatie