Het inschatten van de eigen vaardigheid van jongeren in het kader van een bijkomende rijopleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het inschatten van de eigen vaardigheid van jongeren in het kader van een bijkomende rijopleiding"

Transcriptie

1 Het inschatten van de eigen vaardigheid van jongeren in het kader van een bijkomende rijopleiding Theoretische omkadering en empirische studie RA B. Willems en R. Cuyvers Onderzoekslijn Gedrag DIEPENBEEK, STEUNPUNT VERKEERSVEILIGHEID.

2 Documentbeschrijving Rapportnummer: RA Titel: Het inschatten van de eigen vaardigheid van jongeren in het kader van een bijkomende rijopleiding Ondertitel: Theoretische omkadering en empirische studie Auteur(s): Promotor: Revisor: Onderzoekslijn: Partner: Aantal pagina s: 58 B. Willems R. Cuyvers H. Paris Gedrag Provinciale Hogeschool Limburg Trefwoorden: bijkomende rijopleiding, jongeren, rijervaring, calibratie, subjectieve vaardigheid Projectnummer Steunpunt: Projectinhoud: Bijkomende rijopleiding Uitgave: Steunpunt Verkeersveiligheid, maart Steunpunt Verkeersveiligheid Universitaire Campus Gebouw D B 3590 Diepenbeek T F E I

3 Samenvatting Om in te gaan op de problemen die jonge onervaren bestuurders ondervinden in het verkeer wordt in deze studie gebruik gemaakt van een conceptueel kader dat enerzijds vier hiërarchische gedragsniveaus onderscheidt ( controleren van de wagen, beheersen van verkeerssituaties, doelen en context van de verplaatsing, en globale levensdoelen ). Anderzijds worden er drie domeinen omschreven die op afzonderlijke aspecten van deze problemen ingaan: basisvaardigheden en basiskennis, kennis en vaardigheden betreffende de risicofactoren, vaardigheden met betrekking tot zelfevaluatie. Alle gedragsmaatregelen ter bevordering van de verkeersveiligheid (wat betreft de jonge onervaren bestuurders van een wagen) kunnen aan de hand van dit representatieschema met elkaar vergeleken worden. Omdat de basisrijopleiding zich slechts op een beperkt aantal velden richt binnen dit conceptueel kader (terwijl ook de andere velden van belang blijken te zijn) werd de bijkomende rijopleiding uitgewerkt. In deze bijkomende rijopleiding kunnen ook de aspecten die op de hogere niveaus aan bod komen aangeleerd en geoefend worden. Ook kan er in deze context ingegaan worden op kennis en vaardigheden met betrekking tot risicofactoren en zelf-evaluatie. In het kader van een bijkomende rijopleiding werden in samenwerking met Provincie Limburg 437 jongeren ondervraagd over hun deelname. Dit gebeurde zowel voor als na het volgen van de bijkomende rijopleiding. Het onderzoek trachtte een antwoord te formuleren op drie onderzoeksvragen: 1. Wat is volgens deze jongeren de reden van het feit dat onervaren bestuurders meer betrokken zijn bij verkeersongevallen? 2. Waarom volgen deze jongeren een bijkomende rijopleiding? 3. Hoe schatten ze zelf hun eigen vaardigheden in om met gevaarlijke situaties om te kunnen en hoe wordt deze schatting beïnvloed door het volgen van een bijkomende rijopleiding? Uit het onderzoek bleek ten eerste dat er heel wat risicofactoren zijn voor verkeersongevallen die niet als zodanig door de respondenten herkend werden. Bovendien waren deze oordelen afhankelijk van het geslacht van de ondervraagde. Binnen de bijkomende rijopleiding zou extra aandacht naar deze onderschatte risicofactoren kunnen uitgaan. Ten tweede bleek dat er ook geslachtsverschillen waren in de motivaties om deel te nemen aan de bijkomende rijopleiding. Mannen benadrukten meer het feit dat ze graag met de auto bezig waren terwijl vrouwen meer gemotiveerd werden door de veiligheid van anderen en gevoelens van onzekerheid. De gevonden geslachtsverschillen motiveren een gedifferentieerde aanpak om het volgen van bijkomende rijopleidingen aan te bevelen. Ten slotte gaf de studie aan dat ook de subjectieve vaardigheid door het volgen van de bijkomende rijopleiding beïnvloed werd. Bovendien hing deze invloed af van andere variabelen zoals het geslacht, de rijervaring en het feit of men al dan niet meestal met de eigen wagen reed. Deze informatie wijst op het gevaar om evaluatiestudies enkel te baseren op indirecte verkeersveiligheidindicatoren zoals bijvoorbeeld een verbetering in objectieve rijvaardigheden. Deze studie geeft aan dat zowel objectieve als subjectieve vaardigheden mee in rekening moeten gebracht worden om voorspellingen te kunnen maken wat betreft een veiliger gedrag in het verkeer. Steunpunt Verkeersveiligheid 3 RA

4 Summary To describe the problems of young, inexperienced drivers in traffic this study uses a conceptual framework that on the one hand differentiates between four hierarchical levels of driver behaviour ( vehicle manoeuvring, mastering traffic situations, goals and context of driving en goals for life and skills for living ) and on the other hand differentiates between the three domains: basic knowledge and skills, risk-increasing factors and self-evaluation. All behavioural measures for improving traffic safety (with respect to young inexperienced car drivers) can be compared by means of this representation. Because the basic driver training only covers the lower levels in this hierarchical model (while the other levels are important as well) a post-license driver training was developed. Within this additional driver training attention is given to the higher levels in the hierarchy. However, also skills and knowledge concerning risk-factors and selfevaluation can be covered within this additional driver training. Within the context of a post-license driver training and in collaboration with the Province of Limburg, 437 young people were questioned before and after their participation to the course. This study tried to give answers to three research questions: 1. What were according to these young people the reasons for the higher accident involvement of young inexperienced drivers? 2. Why did they follow the post-license driver training? 3. How do they estimate their own skills and how is it influenced by the post-license driver training? The study showed in the first place that a lot of factors of risk were not recognised as such by the respondents. Moreover, these judgements were highly dependent on the sex of the respondent. Within a post-license driver training additional attention could be given to these underestimated factors of risk. Second, there were sex differences with regard to the motivations to participate to the post-license driver training. Men were emphasizing the fact that they liked to be busy with cars while women were more motivated by the safety of others and feelings of uncertainty. The sex differences found in this study motivate a differentiated approach when recommending a post-license training. Finally, this study showed that subjective skills are influenced by the post license training as well. Moreover these estimates of subjective skills were influenced by other factors like sex, driving experience and mode of transport (driving the own vehicle or not). This information emphasizes that it is dangerous for evaluation studies to be based only upon indirect indicators of safe traffic behaviour only (for example improvement in objective driving skill as the only safety indicator). This study shows that both objective and subjective skills should be measured in order to predict future behaviour in traffic. Steunpunt Verkeersveiligheid 4 RA

5 Inhoudsopgave 1. INLEIDING De verkeerstaak van de automobilist: conceptueel model Hiërarchische benadering van de verkeerstaak Goals for Driver Education framework : de GDE-matrix Invloed van rijervaring en leeftijd op het uitvoeren van de verkeerstaak Maatregelen ter bevordering van de veiligheid van jonge bestuurders Maatregelen op het eerste niveau: controleren van de wagen Maatregelen op het tweede niveau: beheersen van verkeerssituaties Maatregelen op het derde niveau: doel en context van de verplaatsing Maatregelen op het vierde niveau: levensdoelen De bijkomende rijopleiding Rijbewijs Mogelijke nadelige gevolgen van bijkomende rijopleidingen Efficiëntie van bijkomende rijopleidingen EMPIRISCHE STUDIE: RIJBEWIJS Methode Proefpersonen Design Instrumentarium Procedure Analyse Resultaten Beschrijving van de steekproef Ervaring en ongevalbetrokkenheid Motivatie voor het volgen van deze bijkomende rijopleiding Invloeden op de subjectieve vaardigheid Discussie Ervaring en ongevalbetrokkenheid Motivatie voor het volgen van deze bijkomende rijopleiding Representativiteit van de steekproef m.b.t. geslacht en gevolgde rijopleiding Invloeden op de subjectieve vaardigheid CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De inhoud van bijkomende rijopleidingen Onderzoek naar de efficiëntie van bijkomende rijopleidingen 43 Steunpunt Verkeersveiligheid 5 RA

6 3.3 Motiveren van jongeren voor een verkeersveiliger gedrag LITERATUURLIJST BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C Steunpunt Verkeersveiligheid 6 RA

7 1. I N L E I D I N G Jongeren vertonen t.o.v. de rest van de bevolking een sterk verhoogd risico om bij een ongeval betrokken te raken. De redenen voor deze verhoging kunnen in twee groepen ingedeeld worden: leeftijdsgerelateerde factoren en ervaringsgerelateerde factoren (Willems & Cuyvers, 2004). Leeftijdsgerelateerde factoren hebben te maken met de levensstijl en de persoonlijkheid van jongeren. Ervaringsgerelateerde factoren hebben te maken met de opgedane rijervaring. Er is geen éénduidigheid over het relatieve aandeel van deze twee groepen factoren in het verklaren van deze verhoogde ongevalbetrokkenheid. Er wordt echter gesuggereerd dat de ervaringsgerelateerde factoren een groot deel, zo niet het grootste deel, van de verhoogde risico s kunnen verklaren (Maycock, Lockwood & Lester, 1991, geciteerd in Gregersen & Bjurulf, 1996). Om de ongevalbetrokkenheid van jonge, onervaren bestuurders in het verkeer terug te herleiden tot aanvaardbare proporties zijn dan ook verschillende ervaringsgerelateerde en leeftijdsgerelateerde maatregelen voorgesteld. De eerste groep van maatregelen moet er voor zorgen dat er voldoende rijervaring opgedaan wordt alvorens men als volwaardig bestuurder van een wagen aan het verkeer deelneemt. Sommige van deze maatregelen worden reeds toegepast in de meeste landen (zoals een theoretisch en een praktisch rijexamen). Andere maatregelen zijn echter nog niet in gebruik omdat de kosten te hoog zijn in vergelijking met de baten (zoals het gebruik van rijsimulatoren) of omdat het nut ervan nog niet voldoende aangetoond werd (zoals het opzetten van bijkomende rijopleidingen). De tweede groep van maatregelen betreft de invloed van leeftijdsgerelateerde factoren. In dit geval gaat het over het opleggen van beperkingen voor jonge bestuurders (bijvoorbeeld beperkingen wat betreft het aantal toegelaten passagiers of het tijdstip waarop mag gereden worden) of het sensibiliseren van deze doelgroep via campagnes en acties. In dit rapport wordt een conceptueel model beschreven dat kan gebruikt worden om al deze maatregelen te vergelijken met elkaar. Het theoretische kader is gebaseerd op de resultaten van een Europees project GADGET (GADGET Final Report, 2000) waarin de taak van de autobestuurder zo breed mogelijk opgevat wordt en waarin vier niveaus onderscheiden worden die zich op een hiërarchische manier tot elkaar verhouden. Een van de maatregelen die momenteel ter discussie staat is de bijkomende rijopleiding. Het idee achter deze opleiding is dat bepaalde vaardigheden niet aangeleerd kunnen worden alvorens voldoende rijervaring opgedaan is. Het gewoonweg aanleren van deze vaardigheden in de gewone rijopleiding is daardoor geen optie. Daarom wordt geopperd deze bijkomende vaardigheden aan te leren nadat de gewone rijopleiding voltooid is en reeds voldoende rijervaring opgedaan werd. Er is echter niet veel geweten over de efficiëntie van deze maatregel wat betreft de verkeersveiligheid: in welke mate worden ongevallen in de toekomst vermeden door het volgen van een bijkomende rijopleiding? Natuurlijk is het niet gemakkelijk een wetenschappelijk gefundeerd antwoord te formuleren op deze vraag. Onderzoek op dit vlak wordt bemoeilijkt door allerhande factoren zoals een mogelijke selectiebias 1 en de problemen aangaande de lange termijnopvolging 2. Een eerste stap in het beantwoorden van deze moeilijke vraag is het 1 Mensen die kiezen voor het volgen van een bijkomende rijopleiding rijden misschien sowieso veiliger. Als ze achteraf minder ongevallen vertonen (in vergelijking met diegenen die de bijkomende rijopleiding niet volgden) betekent dit niet dat de bijkomende rijopleiding de verkeersveiligheid verhoogt. 2 Elke persoon in de onderzochte groep moet over een bepaalde periode gevolgd worden wat zeer duur en tijdsintensief onderzoek impliceert. Steunpunt Verkeersveiligheid 7 RA

8 beschrijven van de personen die kiezen voor het volgen van een bijkomende rijopleiding. Wat zijn de redenen voor het volgen van de bijkomende rijopleiding? In welke mate verschilt de door hun gevolgde rijopleiding van die van de rest van de jongeren? In welke mate schatten ze hun eigen risico s op een ongeval anders in na het volgen van een bijkomende rijopleiding? De antwoorden op deze vragen kunnen belangrijk zijn in het opzetten van grootschaliger onderzoek dat tracht de effectiviteit van bijkomende rijopleidingen in kaart te brengen. Het is echter niet zo dat de antwoorden op deze vragen louter gebruikt kunnen worden om nieuwe vragen op te werpen (hypothesegenererend of exploratief onderzoek). Aangezien het rijgedrag in grote mate bepaald wordt door de manier waarop de eigen vaardigheden ingeschat worden (Katila, Keskinen & Hatakka, 1996; Gregersen, 1996; Gregersen & Bjurulf, 1996; Deery, 1999; Kuiken & Twisk, 2001), kan het belangrijk zijn van na te gaan welke variabelen deze subjectieve vaardigheden beïnvloeden. De kennis die hieromtrent opgedaan wordt kan verder gebruikt worden in het verder vorm geven aan deze bijkomende rijopleidingen. In wat volgt zal eerst het conceptuele model voor de rijopleiding gepresenteerd worden. Hierin worden de belangrijkste componenten van de verkeerstaak van autobestuurders besproken (1.1). Dan zal voor de verschillende hiërarchische niveaus besproken worden op welke manier jonge, onervaren bestuurders verschillen van oudere, ervaren bestuurders (1.2). Vervolgens worden de voornaamste maatregelen besproken die er voor zorgen dat jonge, onervaren bestuurders zich veiliger gaan gedragen als bestuurder van een wagen. Naast deze bespreking zal voor iedere maatregel aangegeven worden op welke niveaus van het conceptuele model ingespeeld wordt (1.3). Hierna zal wat extra aandacht geschonken worden aan de bijkomende rijopleiding (1.4). Daarna worden de gegevens gerapporteerd die verzameld werden bij een groep jongeren die in het jaar 2004 een bijkomende rijopleiding volgden (hoofdstuk 2). Deze empirische studie gebeurde in samenwerking met provincie Limburg. De resultaten van de theoretische bespreking en de empirische studie zullen ten slotte besproken worden en als basis dienen voor enkele aanbevelingen (hoofdstuk 3). 1.1 De verkeerstaak van de automobilist: conceptueel model Hiërarchische benadering van de verkeerstaak Om op een succesvolle manier de verkeerstaak uit te voeren is het nodig over voldoende vaardigheden te beschikken die ons in staat stellen het voertuig te controleren en de verschillende verkeerssituaties de baas te kunnen. Deze vaardigheden hebben echter niet alleen betrekking tot de motorische processen van het autorijden. Veeleer staat het autorijden ook onder de invloed van hogere doelen en motieven. Het succes van het uitvoeren van de basisvaardigheden is dus in grote mate afhankelijk van deze hogere doelen en motieven (Engström, Gregersen, Hernetkoski, Keskinen, & Nyberg, 2003). Hieruit blijken de twee voornaamste peilers van de verkeerstaak: enerzijds is er nood aan kennis die voorschrijft hoe zich te gedragen in het verkeer en anderzijds zijn er de rijvaardigheden. Deze twee peilers worden goed weerspiegeld in de huidige rijopleiding waarin een onderscheid gemaakt wordt tussen een theoretisch deel (kennis) en een praktisch deel (vaardigheid). Om een overzicht te geven van wat een beginnend bestuurder aangeleerd moet worden om zich veilig als bestuurder van een wagen door het verkeer te loodsen, werd in het EU GADGET project (GADGET Final Report, 2000) gebruik gemaakt van een hiërarchisch model (zie figuur 1). Iedere component van de verkeerstaak kan geplaatst worden binnen dit algemene kader. Het idee van deze hiërarchische benadering is dat het correct Steunpunt Verkeersveiligheid 8 RA

9 ten uitvoer brengen van de hogere componenten van de verkeerstaak (vaardigheden en kennis op de hogere niveaus) invloed uitoefent op het correct ten uitvoer brengen van de lagere componenten van de verkeerstaak (vaardigheden en kennis op de lagere niveaus). Alhoewel de invloed vooral top-down van aard is (van de hogere niveaus naar de lagere niveaus) kunnen veranderingen in de lagere niveaus ook veranderingen in de hogere niveaus teweegbrengen (Hatakka, Keskinen, Gregersen, Glad, Hernetkoski, 2002). In dit conceptueel model worden vier niveaus onderscheiden: Het eerste en laagste niveau is het controleren van de wagen ( vehicle manoeuvring ). Dit niveau behelst de (psychomotorische en fysiologische) basisvaardigheden die men moet bezitten om de wagen op een veilige manier door het verkeer te loodsen. Het tweede niveau is het beheersen van verkeerssituaties ( mastering traffic situations ). De bestuurder moet namelijk in staat zijn het rijgedrag aan te passen in steeds wisselende verkeerssituaties. Alles wat verkeerd loopt op dit niveau zal invloed uitoefenen op het lagere niveau. Op het derde niveau bevinden zich de doelen en de context van de verplaatsing ( goals and context of driving ). Hier ligt de nadruk op het waarom van de verplaatsing, wanneer dit gebeurt en met wie dit gebeurt. Opnieuw, alles wat hier verkeerd loopt heeft zijn gevolgen op de lagere niveaus. Op het vierde en hoogste niveau bevinden zich de levensdoelen ( goals for life and skills for living ) en dit niveau heeft betrekking op de persoonlijke motieven in een bredere context. Het onderscheiden van dit niveau is gebaseerd op de kennis dat de levensstijl, de sociale achtergrond, het geslacht e.d. invloed uitoefenen op de lagere niveaus in de hiërarchie. Figuur 1: Hiërarchisch model uit Hatakka, Keskinen, Gregersen, Glad & Hernetkoski (2002). De auteurs wijzen erop dat veranderingen in de lagere niveaus ook veranderingen in de hogere niveaus teweeg kunnen brengen (Hatakka, Keskinen, Gregersen, Glad, & Hernetkoski, 2002). Niet alle controle binnen de hiërarchie is dus strikt top-down van aard. Als voorbeeld geven de auteurs aan dat het verhogen van de vaardigheden op het laagste niveau ook een verhoging van de subjectieve vaardigheden teweeg kan brengen waardoor er in sommige gevallen meer risicogedrag gesteld zal worden (vb. hogere snelheid omdat de eigen vaardigheden, al dan niet terecht, hoger ingeschat worden). Het motivationele aspect van het rijgedrag (hogere niveaus in de hiërarchie) zou in reactie hierop veiliger rijgedrag moeten produceren om te compenseren voor dit onevenwicht tussen objectieve en subjectieve vaardigheden. Deze bottom-up invloeden vormen het Steunpunt Verkeersveiligheid 9 RA

10 onderwerp van verschillende motivationele modellen (zie bijvoorbeeld Fuller, te verschijnen in 2005) Goals for Driver Education framework : de GDE-matrix De GDE-matrix is een uitbreiding van de hiërarchische benadering van de verkeerstaak en kan gebruikt worden als basis voor het evalueren van de verschillende ervaringsgerelateerde en leeftijdsgerelateerde maatregelen (Hatakka, Keskinen, Gregersen, Glad, Hernetkoski, 2002). De eerste dimensie van deze matrix wordt gevormd door de vier niveaus die in het vorige deel reeds ter sprake kwamen. De tweede dimensie wordt gevormd door drie doelen die de verschillende maatregelen nastreven: basisvaardigheden en basiskennis, kennis en vaardigheden betreffende de risicofactoren, vaardigheden met betrekking tot zelf-evaluatie (zie Figuur 2). De volledige matrix wordt getoond in Bijlage A (uit Hatakka, keskinen, Gregersen, Glad, Hernetkoski, 2002). Basisvaardigheden en basiskennis Risicofactoren Zelf-evaluatie Levensdoelen Doel en context van de verplaatsing Beheersen van verkeerssituaties Controleren van de wagen Figuur 2: de GDE-matrix uit Hatakka, Keskinen, Gregersen, Glad, Hernetkoski (2002). Basiskennis en vaardigheden De inhoud van deze kolom bevat de vaardigheden en de kennis die nodig zijn om zich te kunnen verplaatsen onder normale verkeersomstandigheden. Op het laagste niveau betreffen deze basisvaardigheden het controleren van de wagen (controle over snelheid en positie van de wagen) maar ook basiskennis kan op dit niveau bijgebracht worden (vb. kennis over voertuigtechnische aspecten van het rijden). Op het tweede niveau (beheersen van verkeerssituaties) staat de kennis van de verkeersregels centraal. Toch moeten op dit niveau ook vaardigheden zoals communicatie, snelheidsaanpassingen, aangepast kijkgedrag en dergelijke onder de aandacht gebracht worden. Het zijn deze twee vorige niveaus die vooral centraal staan in de huidige rijopleiding. De inhoud van de kolom op het derde niveau (doelen en context van de verplaatsing) heeft betrekking op de vaardigheden om op een bewuste en veilige manier de verplaatsing te plannen. Ook kennis over de effecten van het tijdstip (vb. dag/nacht), doel (vb. werk/ontspanning) en context van de verplaatsing (vb. met of zonder passagiers) behoren thuis op dit niveau. Steunpunt Verkeersveiligheid 10 RA

11 Op het hoogste niveau (levensdoelen) moet de autobestuurder bijgebracht worden dat deelnemen aan het verkeer een vorm van gedrag is. In die zin staat ook dit gedrag (het verkeersgedrag) onder invloed van motivaties en attitudes met betrekking tot het leven in het algemeen. Ook de manier waarop in het gewone leven strategieën bepaald worden hebben daardoor invloed op het verkeersgedrag. Kennis en vaardigheden betreffende de risicofactoren De inhoud van deze kolom bevat de vaardigheden en de kennis met betrekking tot de risicofactoren. Deze kolom van de GDE-matrix maakt eigenlijk deel uit van de basiskennis en basisvaardigheden (1 ste kolom van de GDE-matrix) maar ze worden toch apart besproken om het belang van deze kennis en vaardigheden te benadrukken. Ook hier kan de kennis en de vaardigheden met betrekking tot de risicofactoren onderverdeeld worden binnen de vier niveaus (verticale dimensie van de GDE-matrix). Op de lagere niveaus hebben de risico s te maken met het onvoldoende geautomatiseerd zijn van bepaalde vaardigheden of het onvoldoende op de hoogte zijn van de kennis die nodig is om de verkeerssituaties te beheersen. Op de hogere niveaus heeft deze kolom betrekking op de risico s die bepaalde types van verplaatsing met zich meebrengen alsook de risico s die gepaard gaan met bepaalde persoonlijke motieven en/of gedragingen. Vaardigheden met betrekking tot zelf-evaluatie Bij de ontwikkeling van gewone verkeersdeelnemers tot experts wordt ook zelf-evaluatie heel belengrijk. De verkeersdeelnemer moet in staat zijn van op ieder niveau van de GDE-matrix zichzelf in vraag te stellen om op die manier het eigen gedrag te verbeteren. Ook deze vaardigheden met betrekking tot zelf-evaluatie moeten ontwikkeld worden op ieder niveau van de GDE-matrix. Het volledige model waarbij een invulling wordt gegeven aan de verschillende cellen van de GDE-matrix wordt weergegeven in Bijlage A. Hierbij zal het opvallen dat vooral de cellen linksonder deel uitmaken van de huidige rijopleiding terwijl dit niet het geval is naarmate men stijgt in de matrix of de aandacht naar rechts verschuift. Het is op dat vlak dat een verbetering van de huidige rijopleiding zijn vruchten kan afwerpen (Hattakka, Keskinen, Gregersen, Glad, Hernetkoski, 2002). 1.2 Invloed van rijervaring en leeftijd op het uitvoeren van de verkeerstaak In het vorige deel werd uiteenzetting gegeven over een conceptueel model (de GDEmatrix) dat gebruikt kan worden als theoretische omkadering voor de verkeerstaak van de autobestuurder. De verhoogde ongevalbetrokkenheid van jongeren wijst er op dat niet alle delen van deze GDE-matrix even goed benaderd worden binnen het bestaande paket van maatregelen. In het vorige deel werd reeds gesuggereerd dat het vooral de lagere niveaus in de hiërarchie zijn die in de huidige rijopleiding aan bod komen. Ook wordt de nadruk vooral gelegd op de basiskennis en vaardigheden zonder al te veel aandacht te besteden aan de risicofactoren en strategieën tot zelf-evaluatie. In wat volgt wordt er per niveau aangegeven welke verschillen er zijn tussen jonge, onervaren bestuurders en oudere, ervaren bestuurders. Hieruit zal blijken dat ervaringsgerelateerde factoren belangrijker zijn op de lagere niveaus van de hiërarchie. Op hun beurt zijn dan de leeftijdsgerelateerde factoren belangrijker op de hogere niveaus van de hiërarchie. De manier waarop de problemen van jongeren op ieder niveau aangepakt moeten worden gaan dus verschillen per niveau (zie 1.3). Steunpunt Verkeersveiligheid 11 RA

12 Op ieder niveau zijn er verschillen aan te geven tussen de jonge, onervaren bestuurders en de oudere, ervaren bestuurders (zie ook Figuur 1): Op het laagste niveau ( vehicle manoeuvring ) spelen vooral ervaringsgerelateerde factoren een rol. Een voorbeeld voor de jonge, onervaren bestuurders is het onvoldoende geautomatiseerd zijn van de perceptuele en motorische vaardigheden (Deery, 1999). Hatakka et al. (2002) geven aan dat de basisvaardigheden een voldoende aantal keren herhaald moeten worden opdat deze volledig geautomatiseerd zouden kunnen verlopen. Zo werd er bijvoorbeeld aangetoond dat de hoeveelheid rijervaring voor het behalen van het rijbewijs (uitgedrukt in aantal kilometers een omgekeerd verband vertoont met ongevalbetrokkenheid (Gregersen, 2000). Op het tweede niveau ( mastering traffic situations ) zijn het ook nog vooral de ervaringsgerelateerde factoren die een rol spelen. Voorbeelden zijn het onvoldoende geautomatiseerd zijn van hogere perceptuele en motorische vaardigheden (visuele aandacht, communicatie, anticiperen van gevaarlijke situaties,...) en onvoldoende rijervaring in moeilijke situaties (rijden in de regen, rijden tijdens de nacht, rijden met passagiers, ; Lam, 2003; Doherty, Andrey, & McGregor, 1998; Preusser, Ferguson, & Williams, 1998). Toch beginnen op dit niveau reeds de leeftijdsgerelateerde factoren een rol te spelen. Zo is de rijstijl van jonge bestuurders dikwijls verschillend van die van oudere bestuurders (Maycock, 1998, geciteerd in Clarke, Ward, & Truman, 2001). Op het derde niveau ( goals and context of driving ) onderscheiden de jongere bestuurders zich van de oudere bestuurders op gebied van leeftijdsgerelateerde factoren. Verschillen die optreden zijn bijvoorbeeld te vinden in het doel van de verplaatsing, de context waarin dit gebeurt, de veiligheidsmaatregelen die ze in acht nemen, (Engström, Gregersen, Hernetkoski, Keskinen, & Nyberg, 2003). Op het hoogste niveau ( goals for life and skills for living ) zijn het ook enkel de leeftijdsgerelateerde factoren die een rol spelen. Voorbeelden zijn het aannemen van een hoger risico-niveau, een hogere mate van sensation-seeking, verschillen in waardepatronen, (Jonah, Thiessen, Au-Yeung, 2001). Op de lagere niveaus weerspiegelen deze verschillen dus een gebrek aan rijervaring en op de hogere niveaus weerspiegelen deze verschillen een gebrek aan leeftijd. 1.3 Maatregelen ter bevordering van de veiligheid van jonge bestuurders Op ieder niveau van het conceptuele model (GDE-matrix) zijn er verschillen aan te geven tussen jonge, onervaren bestuurders en oudere, ervaren bestuurders. Omdat leeftijdsgerelateerde factoren meer een rol gaan spelen naarmate een component van de verkeerstaak zich hoger in de hiërarchie bevindt lijkt het logisch dat voor ieder niveau een eigen aanpak vereist is. De maatregelen die in deze paragraaf besproken worden zijn dan ook opgedeeld volgens deze zelfde indeling Maatregelen op het eerste niveau: controleren van de wagen Het controleren van de wagen gebeurt vooral door basisvaardigheden die psychomotorisch en fysiologisch van aard zijn. Ze kunnen enkel aangeleerd worden door deze vaardigheden herhaaldelijk toe te passen. Het is om deze reden dat de rijervaring op dit niveau een zo belangrijke rol speelt. Om te voorkomen dat iemand met onvoldoende basisvaardigheden een wagen zou besturen wordt er gewerkt met Steunpunt Verkeersveiligheid 12 RA

13 rijbewijzen: iemand die niet aangetoond heeft de nodige basisvaardigheden te bezitten mag geen wagen besturen (d.m.v. een praktisch rijexamen). Om toch de nodige rijervaring op te doen, zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs, zijn er heel wat verschillende praktische rijopleidingen ontwikkeld die de onervaren bestuurders in staat stellen rijervaring op te doen zonder blootgesteld te worden aan extreme risicosituaties (zie Nyberg, 2003 voor een overzicht). In België worden er sinds januari 1989 vier types van rijopleidingen onderscheiden (voor een gedetailleerde beschrijving, zie Model 1, erkende rijschool type 1: Volgens dit model worden er door de onervaren bestuurder eerst praktijklessen gevolgd in een erkende rijschool (10 uur). Daarna volgt er een stageperiode waarin de onervaren bestuurder enkel onder begeleiding mag rijden van een stagebegeleider (6 tot 9 maanden). Deze stagebegeleider moet minimum 24 jaar oud zijn, moet reeds 6 jaar in het bezit zijn van een rijbewijs, moet Belg zijn en moet kunnen aantonen dat hij een goede chauffeur is (geen veroordelingen, ). Gedurende deze periode zijn er bepaalde beperkingen opgelegd. Zo mag buiten de begeleider slechts 1 passagier meegenomen worden en mag er niet gereden worden na 22 uur in het weekend (of een feestdag). Ook moet het voertuig uitgerust zijn met een extra achteruitkijkspiegel en een L-teken op de achterruit. Model 2, erkende rijschool type 2: Volgens dit model worden er door de onervaren bestuurder eerst praktijklessen gevolgd in een erkende rijschool (20 uur). Deze verlenging van de praktijklessen (in vergelijking met het eerste type) geeft het recht om gedurende de stageperiode alleen te rijden (3 tot 6 maanden). Gedurende deze periode zijn dezelfde beperkingen opgelegd als bij model 1, alleen mogen er nu twee passagiers meegenomen worden (op voorwaarde dat één ervan reeds lange tijd geleden zijn rijbewijs haalde). Model 3, vrije rijopleiding: Volgens dit model worden er door de onervaren bestuurder geen praktijklessen gevolgd in een erkende rijschool. De opleiding gebeurt geheel tijdens de stageperiode waarin de onervaren bestuurder enkel met de stagebegeleider mag rijden (9 tot 12 maanden). Gedurende deze periode zijn dezelfde beperkingen van kracht als bij model 1. Leervergunning, vervroegde rijopleiding: Volgens dit model worden er door de onervaren bestuurder eerst praktijklessen gevolgd in een erkende rijschool (14 uur). Daarna volgt er een stageperiode waarin de onervaren bestuurder enkel onder begeleiding mag rijden van zijn stagebegeleider (12 tot 18 maanden). Het voordeel van deze rijopleiding is dat er reeds vanaf 17 jaar begonnen kan worden met de stageperiode (die ter compensatie dan wel wat langer moet duren als bij de andere rijopleidingen). Gedurende deze periode zijn dezelfde beperkingen van kracht als bij model 1. Een andere maatregel die jonge, onervaren bestuurders de kans geeft om rijervaring op te doen zonder dat ze blootgesteld worden aan de mogelijke gevaren die hiermee gepaard gaan is het gebruik van rijsimulatoren. De kwaliteit van deze simulatoren is de laatste tijd sterk gestegen zodat ze in principe ingezet kunnen worden om bijkomende rijervaring op te doen. Een veel gehoorde kritiek is dat de situaties niet realistisch genoeg zouden zijn. Heel wat informatie uit de omgeving die in een realistische situatie wel voorhanden is (stereo-informatie, perifere cues, ), gaat verloren door het gebruik van platte beeldschermen. Toch kunnen we er van uitgaan dat bepaalde perceptuele en motorische vaardigheden wel aangeleerd kunnen worden in deze beschermde omgeving en op die manier overgedragen worden naar realistische situaties. Alles wat op een veilige manier aangeleerd kan worden in deze simulator verlaagt voor jonge, onervaren bestuurders het risico op een ongeval wanneer ze in meer realistische situaties beginnen rijervaring op te doen. Verder zijn er nog andere voordelen aan simulatoren verbonden die een standaard rijopleiding mist (Korteling & Kappé, 2001). Ten eerste kan de leerstrategie op deze manier expliciet gemaakt worden en gestandaardiseerd worden over de verschillende rijinstructeurs. Ten tweede zijn de leersituaties waarmee de leerling bestuurder Steunpunt Verkeersveiligheid 13 RA

14 geconfronteerd wordt niet afhankelijk van het toeval. Ten derde kan er op deze manier ook geoefend worden op het detecteren van mogelijk gevaarlijke situaties ( hazard perception, zie 1.3.2) wat in een realistische situatie best vermeden wordt. Ten slotte is deze manier van werken minder schadelijk voor de omgeving (uitlaatgassen, geluidsoverlast, ). Als conclusie van het EU TRAINER-project vermeldt het CIECA (Comission Internationale des Examens de conduite Automobile) dat het gebruik van rijsimulatoren een nuttige aanvulling is op de standaard rijopleiding maar dat de prijs op dit moment te hoog is om nu reeds in te voeren (Jaarrapport CIECA, 2003). Een voorbeeld van een rijsimulator kan bekeken worden op Ook is het mogelijk om op deze manier experimenteel onderzoek te doen naar de verschillen tussen onervaren en ervaren bestuurders. De digitale situaties en de informatie die ze bevatten kunnen nauwkeurig gemanipuleerd worden en gestandaardiseerd aangeboden worden aan de verschillende experimentele groepen. Ook kunnen andere psychofysiologische metingen gedaan worden tijdens het uitvoeren van de verkeerstaak (oogbewegingsregistratie, aandachtsmetingen, stressmetingen, ). Aangezien dit niet mogelijk is binnen reële situaties kan hiervoor beroep gedaan worden op rijsimulatoren Maatregelen op het tweede niveau: beheersen van verkeerssituaties Op dit niveau horen ook de hogere perceptuele en motorische vaardigheden thuis. Deze kunnen dikwijls pas aangeleerd worden wanneer de lagere perceptuele en motorische vaardigheden reeds aangeleerd zijn. Vandaar dat ze dikwijls het onderwerp uitmaken van bijkomende rijopleidingen. Op het gebied van de hogere perceptuele vaardigheden wordt dikwijls gesproken van hazard perception. Hiermee wordt specifiek bedoeld het ontdekken van, het herkennen van en het correct reageren op mogelijke gevaarlijke situaties. Heel wat studies toonden aan dat deze hogere perceptuele vaardigheden nog onvoldoende aanwezig zijn bij onervaren bestuurders (in vergelijking met ervaren bestuurders; zie Gregersen, 2003). Om er voor te zorgen dat deze vaardigheid voldoende ontwikkeld is, wordt in sommige landen gebruik gemaakt van de hazard perception test. In deze test worden korte beeldfragmenten getoond waarbij de geteste persoon zo snel mogelijk moet aangeven wanneer er zich een gevaarlijke situatie voordoet (Sexton, 2003). De hogere motorische vaardigheden betreffen hier o.a. het ontwijken van een plots opdoemend voertuig, het onder controle brengen van de wagen na een slipbeweging, Een deel van een bijkomende rijopleiding wordt dikwijls gespendeerd aan het inoefenen van deze hogere motorische vaardigheden. De bijkomende rijopleiding als noodzakelijke voorwaarde om het rijbewijs te bekomen is op dit moment reeds ingevoerd in Finland, Luxemburg en Oostenrijk (Jaarapport CIECA, 2003). Zoals reeds aangegeven zijn niet alle factoren die op dit niveau een rol spelen ervaringsgerelateerd. Een deel betreft de kennis die voorhanden is over de verkeersregels (en die niet d.m.v. extra rijervaring geleerd kan worden). Hiervoor wordt in vele landen gebruik gemaakt van een theoretisch examen waarbij de geteste persoon verwacht wordt zelf de juiste kennis te leren alvorens het theoretisch examen af te leggen. Een andere maatregel die vooral in de Verenigde Staten gebruikt wordt is de verkeerseducatie in scholen zelf. Om in aanmerking te komen voor een rijbewijs moeten de leerlingen geslaagd zijn voor deze cursus (zie Engström, 2003). De inhoud van deze cursus is echter zeer verschillend van school tot school zodat het moeilijk is om na te gaan of het volgen ervan werkelijk iets uitmaakt. Steunpunt Verkeersveiligheid 14 RA

15 1.3.3 Maatregelen op het derde niveau: doel en context van de verplaatsing Op dit niveau zijn het vooral de leeftijdsgerelateerde factoren die een rol spelen. De hoeveelheid rijervaring zal dus niet van invloed zijn op het al dan niet aanwezig zijn van deze vaardigheden. De maatregelen die op dit niveau getroffen worden zijn vooral het gebruik van sensibilisering aan de hand van campagnes gericht op jongeren. Deze campagnes zijn vooral gericht op het gebruik van de gordel, het rijden onder invloed en snelheidsgedrag. Een voorbeeld is de verkeersbeurs Jong-leren, georganiseerd door Provincie Limburg, waarop de jonge, onervaren bestuurders enkele aspecten van een veilige en defensieve verkeersdeelname op interactieve wijze kunnen ervaren. Een andere maatregel die hier vermeld kan worden is het verbieden van jongeren om te rijden onder omstandigheden waarin jongeren verhoogde risico s op een ongeval vertonen (tijdens de nachtelijke uren, tijdens het weekend, vergezeld van passagiers, ). Deze beperkingen kunnen deel uitmaken van een Rijbewijs In Stappen. Ook kan in deze context melding gemaakt worden van sensibiliseringsacties gericht op jongeren die dienen ter bevordering van de kennis die ze bezitten over het plannen van hun verplaatsing, waar, hoe en wanneer de trip best uitgevoerd kan worden e.d. Deze kennis kan dan gebruikt worden om de verplaatsingen zo omgevingsvriendelijk mogelijk te maken en ze te vermijden onder risicovolle omstandigheden Maatregelen op het vierde niveau: levensdoelen Maatregelen op dit niveau zijn minder voor de hand liggend. Oplossingen moeten eerder gezocht worden in de algemene opleiding van jongeren en de globale cultuur die er heerst binnen onze samenleving maar het is natuurlijk veel moeilijker om op dit niveau veranderingen aan te brengen. Via persoonlijke discussies en via de media kan de jongeren duidelijk gemaakt worden op welke manieren socio-demografische factoren zoals geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, e.d. invloed uitoefenen op het gedrag in het algemeen en op het gedrag binnen het verkeer in het bijzonder. 1.4 De bijkomende rijopleiding Het oprichten van bijkomende rijopleidingen past binnen het kader van een modulaire opbouw van de rijopleiding waarvan het rijbewijs in stappen een voorbeeld is: het autorijden wordt in fasen aangeleerd en men gaat pas over tot de volgende fase wanneer de vorige fase compleet beheerst wordt (Rietman & Vissers, 2000). Bepaalde hogere motorische en perceptuele vaardigheden kunnen immers pas aangeleerd worden wanneer de basisvaardigheden aangeleerd zijn (wanneer deze handelingen voldoende geautomatiseerd zijn). Deze hogere motorische en perceptuele vaardigheden krijgen dan de nodige aandacht binnen de bijkomende rijopleiding. Verder kan er ook aandacht besteed worden aan de twee hoogste niveaus uit het representatieschema aangezien deze nog niet expliciet deel uitmaken van de huidige basisrijopleiding. Omdat het volgen van een bijkomende rijopleiding in België op vrijwillige basis gebeurt, werd nog niet vastgelegd hoe de bijkomende rijopleiding er inhoudelijk moet uitzien. Daarom werd er voor gekozen om binnen deze paragraaf één bepaalde bijkomende rijopleiding te beschrijven: Rijbewijs+ (1.4.1). Dit is een bijkomende rijopleiding, georganiseerd door Provincie Limburg, waarin de jongeren enkele vaardigheden aangebracht worden die niet aan bod komen in de basisrijopleiding. Het kiezen van deze bijkomende rijopleiding lag voor de hand aangezien de jongeren die in dit onderzoek Steunpunt Verkeersveiligheid 15 RA

16 ondervraagd werden gerekruteerd zijn uit de jongeren die hieraan deelnamen. Vervolgens worden er enkele mogelijke nadelen besproken van de bijkomende rijopleiding (1.4.2). Ten slotte zal in het kort het empirisch onderzoek besproken worden dat nodig is om na te gaan of het verplichten van deze bijkomende rijopleiding het risico op een ongeval significant kan beïnvloeden (en vooral in welke richting dat dit gebeurt). In dit deel zal ook in het kort de link aangegeven worden tussen dit onuitgevoerde onderzoek en het huidige empirische vooronderzoek (1.4.3) Rijbewijs+ Rijbewijs+ is een rijvaardigheidscursus die aangeboden werd door de Provincie Limburg. De cursus is gericht op het aanleren en verbeteren van een defensief rijgedrag. Zo wordt er uitdrukkelijk op gewezen dat het niet gaat over een zogenaamde slipcursus of een les van de slipschool : de nadruk ligt op het voorkomen van gevaarlijke situaties. De cursus neemt een halve dag in beslag en bestaat uit vier delen: Een theoretisch gedeelte: binnen dit deel ligt de nadruk op de principes van het defensief rijden (zelf zo veel mogelijk gevaarlijke situaties vermijden door goed te anticiperen op het rijgedrag van anderen). Ook wordt er informatie gegeven over verschillende kijktechnieken, het belang van gordeldracht, een juiste rijhouding,... Een praktisch gedeelte: de deelnemers leren obstakels te ontwijken op een nat wegdek, worden vertrouwd gemaakt met de werking en de gevolgen van het ABSsysteem en leren op de juiste manier een bocht nemen. Een testrit: de deelnemers maken een testrit op de openbare weg waarbij hun gedrag nauwkeurig geregistreerd wordt door een professionele rij-instructeur die rechtstreeks feedback geeft over het rijgedrag van de deelnemer. Evaluatie van de cursist: het rijgedrag van de deelnemer wordt besproken en geëvalueerd. Als de deelnemer slaagt, kan deze bij bepaalde verzekeringsmaatschappijen voordeel krijgen op de autoverzekering. De cursus werd bekend gemaakt met de hulp van alle Limburgse gemeenten: iedereen die in één van deze gemeenten het eerste definitieve rijbewijs voor de auto kwam afhalen, kreeg een inschrijvingsbon voor de cursus mee waarmee men zich desgewenst kon inschrijven. Een deel van de cursusprijs werd teruggevraagd aan de deelnemers (25 Euro) om op die manier meer cursisten te kunnen bereiken 3. De rest van de totale kostprijs (75%) werd betaald door Provincie Limburg Mogelijke nadelige gevolgen van bijkomende rijopleidingen De mogelijke voordelen van een bijkomende rijopleiding liggen voor de hand: er wordt ruimschoots aandacht besteed aan componenten van de verkeerstaak die niet aan bod kunnen komen in de standaard rijopleiding: het aanleren van vaardigheden en kennis omtrent mogelijke risicofactoren en van vaardigheden met betrekking tot zelf-evaluatie. Ook kan er ingegaan worden op de invloed van het doel en de context van de verplaatsing alsook de invloed van de globale levensdoelen (de hogere niveaus in het hierboven geschetste representatieschema). 3 In 2002 kwamen in totaal 450 cursisten aan bod, in 2003 waren dat er 750 terwijl er een wachtlijst was van 460 personen. Om die reden werd besloten om vanaf 2004 een beperkte financiële bijdrage van de cursisten te vragen. Steunpunt Verkeersveiligheid 16 RA

17 Toch wordt er dikwijls op gewezen dat het volgen van een bijkomende rijopleiding ook een nadelige invloed kan uitoefenen op het gedrag van de deelnemers in het verkeer. Het risicogedrag van verkeersdeelnemers in een bepaalde situatie wordt immers grotendeels bepaald door twee componenten (Kuiken & Twisk, 2001): Hoe gevaarlijk wordt de situatie ingeschat? Hoe goed schat men de eigen vaardigheden in om met deze gevaarlijke situatie overweg te kunnen? Wanneer deze twee componenten niet in balans zijn (d.w.z. men denkt de gevaarlijke situatie niet de baas te kunnen door middel van de eigen vaardigheden) wordt er gedrag gesteld dat de bedoeling heeft het gevaar te verminderen (bijvoorbeeld iemand gaat trager rijden wanneer het regent omdat hij/zij weet dat de eigen vaardigheden niet toereikend zijn om aan dezelfde snelheid te blijven rijden). Wanneer de eigen vaardigheid nu hoger ingeschat wordt door het volgen van een bijkomende rijopleiding bestaat de mogelijkheid dat er meer risicogedrag gesteld worden. Indien de vaardigheid ook objectief gezien verhoogd is (de vaardigheid wordt door het volgen van de bijkomende rijopleiding objectief gezien toereikend), is er geen probleem maar indien dit niet het geval is (de vaardigheid om met regenweer dezelfde snelheid aan te houden is verbeterd ten opzichte van voor het volgen van de opleiding maar nog steeds ontoereikend) worden de deelnemers blootgesteld aan verhoogde risico s op een ongeval (zie Willems & Cuyvers, 2003, voor een schematische voorstelling van deze redenering). Hatakka et al. (2002) vermelden dat een verbetering in basisvaardigheden op het laagste niveau waarschijnlijk positieve effecten teweeg brengt op gebied van verkeersveiligheid. Toch wijzen ze ook hier op het gevaar van een te hoog vertrouwen in de eigen vaardigheden om met gevaarlijke situaties overweg te kunnen. Daarom is het belangrijk dat er gedurende de opleiding op gewezen wordt dat de verkeerstaak van de autobestuurder niet enkel bestaat uit het aanleren van de benodigde vaardigheden om met deze gevaarlijke situaties overweg te kunnen. Deze conclusie werd bevestigd door een experimentele studie van Gregersen (1996) waarin aangetoond werd dat de manier waarop de vaardigheden aangeleerd worden een invloed heeft op de inschatting van de eigen vaardigheden. Een bijkomende rijopleiding werd ingericht (slipcursus) waarbij bij de ene groep de nadruk werd gelegd op het aanleren van de benodigde vaardigheden om met de gevaarlijke situaties overweg te kunnen (het ontwijken van een object op een glad wegdek). Bij de andere groep werd aan de hand van de cursus duidelijk gemaakt dat de aangeleerde vaardigheden beperkt waren om met dit soort van situaties overweg te kunnen. Beide groepen ontvingen echter evenveel training op deze vaardigheden. Daarna werd de deelnemers gevraagd in te schatten hoeveel trials tot een goed einde zouden kunnen worden gebracht waarna er effectief gekeken werd hoeveel trials er effectief tot een goed einde werden gebracht. De resultaten van deze studie toonden aan dat de bestuurders van de eerste groep (nadruk op het aanleren van de benodigde vaardigheden) hun eigen vaardigheden overschatten t.o.v. de tweede groep (nadruk op de eigen beperkingen) ondanks het feit dat de twee groepen evenveel getraind hadden op het aanleren van deze vaardigheden. De objectieve gegevens gaven overigens aan dat beide groepen evengoed scoorden op het ontwijken van obstakels op een glad wegdek. Men zou echter kunnen verwachten dat de deelnemers van de eerste groep in reële situaties minder gemotiveerd (motivationele aspecten op de hogere niveaus binnen het hiêrarchische model) waren om dit soort van situaties te vermijden dan de deelnemers van de tweede groep aangezien deze tweede groep de eigen vaardigheden realistischer zouden inschatten. Steunpunt Verkeersveiligheid 17 RA

18 1.4.3 Efficiëntie van bijkomende rijopleidingen Om een overzicht te bieden van de bestaande bijkomende rijopleidingen in Europa werd een Europees project ADVANCED in het leven geroepen (zie voor meer informatie). In deze studie worden bestaande bijkomende rijopleidingen die op vrijwillige basis gebeuren beschreven en geanalyseerd. Ook worden enkele aanbevelingen gegeven over de manier waarop deze bijkomende rijopleidingen verbeterd kunnen worden. In het eindrapport van deze studie (ADVANCED, 2002) wordt vermeld dat iedere bijkomende rijopleiding geëvalueerd kan worden op 5 verschillende punten: 1. De effecten op de tevredenheid van de deelnemers 2. De effecten op de kennis van de deelnemers 3. De effecten op de attitudes van de deelnemers 4. De effecten op de vaardigheden van de deelnemers 5. De effecten op het gedrag van de deelnemers in het verkeer (vb. observatiestudies en ongevalanalyses) Kennis over de tevredenheid van de deelnemers, alhoewel belangrijk om te weten, geeft geen informatie over de efficiëntie van deze bijkomende rijopleidingen. De rest van de effecten kunnen wel geïnterpreteerd worden in termen van efficiëntie alhoewel enkel de laatste groep van effecten echt directe evidentie opleveren voor een veiliger gedrag in het verkeer. De andere drie geven slechts indirect een indicatie voor een verhoogde verkeersveiligheid (er kan aangenomen worden dat meer kennis, betere attitudes en betere vaardigheden leiden tot meer verkeersveilig gedrag). In hetzelfde rapport worden enkele studies besproken die opgesteld werden om het effect van deze bijkomende rijopleidingen op één van deze vijf indicatoren na te gaan. Het betreft hier ofwel voor- en nastudies waarbij de indicator zowel voor als na het volgen van de bijkomende rijopleiding gemeten wordt, ofwel studies waarbij de personen uit de testgroep (personen die de bijkomende rijopleiding gevolgd hebben) vergeleken worden met een controlegroep (personen die de bijkomende rijopleiding niet gevolgd hebben) en dit op vlak van één van de vijf indicatoren. Ook combinaties van beide methodes worden toegepast. Uit het overzicht blijkt dat het niet gemakkelijk is om na te gaan of bijkomende rijopleidingen een positief of negatief effect opleveren. De redenen dat geen éénduidige conclusies gegeven kunnen worden zijn de volgende: Selectie-bias. De voornaamste reden waarom resultaten niet éénduidig uitsluitsel geven over het effect van bijkomende rijopleidingen op het verkeersveilige gedrag van de deelnemers is de mogelijkheid van een selectie-bias. Men spreekt van een selectiebias wanneer de onderzochte steekproef (de selectie uit de groep van mensen die men wil onderzoeken) in minstens één ander aspect van de controlegroep verschilt dan enkel de gevolgde bijkomende rijopleiding. Eventuele effecten op de vijf indicatoren kunnen in dat geval dus niet éénduidig toegeschreven worden aan de gevolgde rijopleiding. Wanneer de bijkomende rijopleiding op vrijwillige basis gebeurt zou het bijvoorbeeld kunnen dat de twee groepen niet enkel verschillen wat betreft het al dan niet gevolgd hebben van de bijkomende rijopleiding maar ook op vlak van motivatie. In een Zwitserse studie werd getracht om deze specifieke selectie-bias in te perken door de ongevalbetrokkenheid in de jaren 1980 tot 1983 na te gaan voor twee groepen (zie Born, 1987; geciteerd in ADVANCED, 2002). De geteste groep legde de cursus af in 1978/79 terwijl de controlegroep de cursus aflegde in Beide groepen kozen op vrijwillige basis aan de cursus mee te doen waardoor een verschil in motivatie vermeden werd. Door de twee groepen op deze manier samen te stellen verschilden ze echter op andere aspecten waarvan men kan verwachten dat ze een invloed uitoefenen op het verkeersveilige gedrag (leeftijdsverschillen, verschillen in rijervaring, verschil in Steunpunt Verkeersveiligheid 18 RA

19 verplaatsingsgedrag, ). Eventuele verschillen in ongevalbetrokkenheid zijn dus ook hier weer niet éénduidig te interpreteren. Combinatie met andere maatregelen. Soms wordt een bijkomende rijopleiding verplicht ingevoerd voor iedereen (zodat selectie-bias vermeden wordt) maar wordt deze maatregel gecombineerd met nog andere maatregelen die ook een invloed kunnen uitoefenen op één van de vijf indicatoren. Wanneer men dan hierop een verschil observeert tussen het eerste en het tweede meetmoment (voor en na het volgen van een bijkomende rijopleiding) kan dit wederom niet éénduidig toegeschreven worden aan deze bijkomende rijopleiding. Beperking tot zachte effecten. In sommige gevallen worden enkel indicatoren mee in het onderzoek opgenomen die slechts indirect invloed uitoefenen op het effectieve gedrag dat in het verkeer gesteld wordt (indicatoren 2 tot 4). Alhoewel we kunnen veronderstellen dat meer kennis, betere attitudes en meer vaardigheden leiden tot een veiliger verkeersgedrag is dit verband niet vanzelfsprekend. Eerder werd al aangegeven dat bijvoorbeeld een opleiding ter verbetering van de vaardigheden aanleiding kan geven tot meer risicogedrag. Zo werd in een bepaalde studie vastgesteld dat het invoeren van een slipcursus (deze cursus was verplicht waardoor selectie-bias zo veel mogelijk vermeden werd) leidde tot een verhoging van het aantal ongevallen op een glad wegdek (zie Glad, 1988; geciteerd in ADVANCED, 2002). Ook voor de andere zachte indicatoren is de link met verkeersveilig gedrag niet altijd duidelijk aantoonbaar. Geen effect. In de enkele gevallen waar selectie-bias uitgesloten werd, waar men zich niet beperkte tot zachte effecten en waar de bijkomende rijopleiding niet gecombineerd werd met andere maatregelen werden geen effecten gevonden. De reden die hiervoor aangehaald wordt is het feit dat het slechts om een kleine ingreep gaat (meestal een ééndagscursus). Een verschil in vaardigheid dat bijgevolg hiermee bekomen worden gaat vaak verloren in de effecten die andere factoren uitoefenen op het gedrag van jongeren. Om in zulke gevallen toch effecten aan te tonen van de bijkomende rijopleiding moeten deze andere gedragsbeïnvloedende factoren mee opgenomen worden in het onderzoek. Gebaseerd op een overzicht van de beschikbare literatuur besluit het eindrapport van ADVANCED 2002 that it has not yet been possible to prove that the courses have any direct effect on reducing the risk of accident for course participants (p.36). Een vervolgproject NovEV werd inmiddels opgestart met als doel enkele aanbevelingen te formuleren voor landen die van plan zijn een verplichte bijkomende rijopleiding in te voeren. Uit de voorlopige samenvatting van het rapport kan opgemaakt worden dat er enkele studies besproken zullen worden die opgezet werden ter evaluatie van enkele bijkomende rijopleidingen. Het betrof ook hier echter indirecte indicatoren van verkeersveilig gedrag zonder directe indicatoren in de studies te betrekken (bijvoorbeeld ongevalrisico s voor en na het volgen van de bijkomende rijopleiding). De reden hiervoor is dat er voor deze studies onvoldoende aantallen deelnemers waren om zulke indicatoren op een betrouwbare manier te achterhalen. Het uiteindelijke rapport van NovEV zal verschijnen in de loop van het volgende jaar (2005). Ook een uitgebreide literatuurstudie over de effecten van post-license driver education (dat in dit geval zowel remediërende als preventieve opleidingen betrof) kwam uit op dezelfde conclusie (Ker, Roberts, Collier, Beyer, Bunn, & Frost, 2005). Het onderzoek dat in dit rapport besproken zal worden bestaat uit een exploratief onderzoek dat tracht in kaart te brengen waarom de deelnemers van de cursus Rijbewijs+ ervoor kozen zich bij te scholen op dit vlak. Verder wordt er ook nagegaan welke volgens deze groep van jongeren de redenen zijn voor de verhoogde ongevalbetrokkenheid van jongeren in het verkeer. Er zullen ook uitspraken gedaan kunnen worden over de selectiviteit van de steekproef t.o.v. de rijbewijsbehalende jongeren in het algemeen en dit op vlak van het type rijopleiding dat gevolgd werd en op vlak van geslachtsverdeling. Ten slotte zal nagegaan worden wat de invloed is van de bijkomende rijopleiding op de subjectieve vaardigheid. Hierbij zullen zowel de perceptuele als de motorische subjectieve vaardigheden bevraagd worden. Steunpunt Verkeersveiligheid 19 RA

20 2. E M P I R I S C H E S T U D I E : R I J B E W I J S + In samenwerking met Provincie Limburg werd een groep jongeren in het kader van hun bijkomende rijopleiding ondervraagd. Door middel van twee vragenlijsten werd heel wat informatie ingewonnen over de groep jonge, onervaren bestuurders die zich inschreven voor de cursus Rijbewijs+. Deze informatie werd gebruikt om een antwoord te formuleren op de vier onderstaande onderzoeksvragen: 1. Wat is volgens deze jongeren de reden van het feit dat onervaren bestuurders meer betrokken zijn bij verkeersongevallen? Wanneer bepaalde risicovolle factoren niet ervaren worden als risicovol kan het nodig zijn om aan deze factoren extra aandacht te schenken binnen de bijkomende rijopleiding. Ook wordt er nagegaan of deze redenen verschillend zijn voor mannen en vrouwen. 2. Waarom volgen deze jongeren een bijkomende rijopleiding? Het antwoord op deze vraag kan eventueel gebruikt worden om manieren te vinden ter bevordering van het volgen van een bijkomende rijopleiding. Opnieuw wordt er nagegaan of deze redenen verschillend zijn voor mannen en vrouwen. 3. Hoe schatten ze zelf hun eigen vaardigheden in om met gevaarlijke situaties om te kunnen? Omdat deze component (subjectieve vaardigheid) mee bepalend is voor het risicogedrag dat men vertoont in het verkeer is het van belang te weten welke variabelen een invloed uitoefenen op deze subjectieve vaardigheid (het volgen van een bijkomende rijopleiding, het geslacht, ongevalgeschiedenis, rijervaring, gevolgde rijopleiding, ). Beide vragenlijsten werden afgenomen in het kader van de bijkomende rijopleiding Rijbewijs+. De eerste vragenlijst werd ingevuld enkele weken voor het volgen van de cursus en de tweede vragenlijst onmiddellijk na het volgen van de cursus. Op basis van de quasi 4 unieke combinatie van geboortedatum en datum waarop het rijbewijs gehaald werd (die in beide vragenlijsten ingevuld moesten worden), konden de resultaten van deze twee vragenlijsten gecombineerd worden. 2.1 Methode Proefpersonen De doelgroep uit deze studie bestond uit de groep jonge bestuurders (19-20 jaar) die zich via het aanbod van Provincie Limburg inschreven voor de bijkomende rijopleiding Rijbewijs+ in het jaar In totaal namen 495 personen deel aan de bijkomende rijopleiding. Van deze totale groep zijn er 437 waarvan we zowel de eerste als de tweede 4 De combinatie geboortedatum/rijbewijsdatum is natuurlijk niet uniek maar de kans dat er éénzelfde combinatie tweemaal zou voorkomen in onze steekproef is bijzonder klein. We ondervonden er dan ook geen problemen mee. Steunpunt Verkeersveiligheid 20 RA

GROEPERING VAN ERKENDE ONDERNEMINGEN VOOR AUTOKEURING EN RIJBEWIJS V.Z.W. Theoretisch en praktisch examen en coherentie van opleiding en examinering

GROEPERING VAN ERKENDE ONDERNEMINGEN VOOR AUTOKEURING EN RIJBEWIJS V.Z.W. Theoretisch en praktisch examen en coherentie van opleiding en examinering GROEPERING VAN ERKENDE ONDERNEMINGEN VOOR AUTOKEURING EN RIJBEWIJS V.Z.W Theoretisch en praktisch examen en coherentie van opleiding en examinering Rijexamens: theorie en praktijk Klassiek Focus op theoretische

Nadere informatie

VORDERINGENTOETSEN RIJBEKWAAMHEID. Jan Vissers Jan Vissers Royal HaskoningDHV Nederland

VORDERINGENTOETSEN RIJBEKWAAMHEID. Jan Vissers Jan Vissers Royal HaskoningDHV Nederland VORDERINGENTOETSEN RIJBEKWAAMHEID Jan Vissers Jan Vissers Royal HaskoningDHV Nederland Overzicht Achtergrond problematiek jonge beginnende bestuurders Competentiegericht opleiden en examineren Rijopleiding

Nadere informatie

Gemeenteraad. Verkeersveiliger Alken. Toelichting

Gemeenteraad. Verkeersveiliger Alken. Toelichting Gemeenteraad DATUM & PLAATS Alken, 29 januari 2009 CONTACTPERSOON Igor Philtjens - Schepen 0475 48 00 26 I iphiltjens@raadlimburg.be Verkeersveiliger Alken Toelichting Sinds begin 2007 is Alken gestart

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

Effecten van een op MBSR gebaseerde training van. hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en

Effecten van een op MBSR gebaseerde training van. hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en Effecten van een op MBSR gebaseerde training van hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en compassionele tevredenheid. Een pilot Effects of a MBSR based training program of hospice caregivers

Nadere informatie

W E G W I J S IN HE T B E H A L E N V A N J E R I J B E W I J S ... RIJBEWIJS. door de vervroegde rijopleiding te volgen op de FAB rijschool

W E G W I J S IN HE T B E H A L E N V A N J E R I J B E W I J S ... RIJBEWIJS. door de vervroegde rijopleiding te volgen op de FAB rijschool Het examencentrum in uw buurt vindt u op www.goca.be G O C Av z w Technologiestraat 21/25-1082 Brussel Tel. : 02 469 09 00 - Fax :02 469 05 70 goca@goca.be - www.goca.be. RIJBEWIJS. W E G W I J S IN HE

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

Doe de persoonlijke APK voor ervaren rijders! Daag jezelf uit! Ervaren hoe veilig, duurzaam en zuinig jij echt rijdt? powered by

Doe de persoonlijke APK voor ervaren rijders! Daag jezelf uit! Ervaren hoe veilig, duurzaam en zuinig jij echt rijdt? powered by Doe de persoonlijke APK voor ervaren rijders! Daag jezelf uit! Ervaren hoe veilig, duurzaam en zuinig jij echt rijdt? powered by Even voorstellen: Veilig Verkeer Nederland en VVCR Europe Veilig Verkeer

Nadere informatie

Simulator draagt bij aan veiliger verkeer

Simulator draagt bij aan veiliger verkeer Autotest: Suzuki Baleno Nieuwe lesmethode: HappyNDrive Is het CBR doorgeschoten met theorievragen? Rijden met opengeklapte systeemhelm, mag dat? Simulator draagt bij aan veiliger verkeer Wetenschappelijk

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Persvoorstelling 13 maart 2015 Jongeren en hun rijvaardigheid. Uw veiligheid, onze zorg.

Persvoorstelling 13 maart 2015 Jongeren en hun rijvaardigheid. Uw veiligheid, onze zorg. Persvoorstelling 13 maart 2015 Uw veiligheid, onze zorg. De Baloise Group heeft elke vrijdag de 13e uitgeroepen tot Safety Day. Ons engagement Iedere vrijdag de 13e een specifieke actie rond veiligheid

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Zelfinstructie bij de Training MBSR

Zelfinstructie bij de Training MBSR Zelfinstructie bij de Training MBSR De Effecten op Stress, Mindfulness, Self efficacy en Motivatie Audrey de Jong Zelfinstructie bij de Training MBSR 2 Zelfinstructie bij de Training MBSR De Effecten op

Nadere informatie

Dutch summary. (Nederlandse samenvatting)

Dutch summary. (Nederlandse samenvatting) Dutch summary (Nederlandse samenvatting) 151 152 1. Inleiding Rijden onder invloed van alcohol en/of drugs is een belangrijke oorzaak van verkeersongelukken. Al is alcohol de belangrijkste veroorzaker

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Verkeerseducatie en de verkeersveiligheid

Verkeerseducatie en de verkeersveiligheid Verkeerseducatie en de verkeersveiligheid Samenvatting In dit paper wordt nagedacht over hoe het komt dat traditionele verkeerseducatie volgens onderzoek in het algemeen niet leidt tot veiliger verkeer.

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

GEDRAGSBEiNVLOEDING VAN VERKEERSDEELNEMERS: VERKEERSREGELS, VOORLICHTING EN OPLEIDING

GEDRAGSBEiNVLOEDING VAN VERKEERSDEELNEMERS: VERKEERSREGELS, VOORLICHTING EN OPLEIDING GEDRAGSBEiNVLOEDING VAN VERKEERSDEELNEMERS: VERKEERSREGELS, VOORLICHTING EN OPLEIDING Bijdrage symposium Sociale Verkeerskunde, Groningen - Haren, 27-29 november 1974. In: Michon, J.A. & Van der Molen,

Nadere informatie

Rijopleiding in stappen in Europa. Huidige tendensen en effecten

Rijopleiding in stappen in Europa. Huidige tendensen en effecten Rijopleiding in stappen in Europa Huidige tendensen en effecten Rijopleiding: uitgangspunten GDL-systeem = leren door ervaring lange leertijd Zelfstandig leren in veilige situaties vroeg beginnen Europese

Nadere informatie

How to present online information to older cancer patients N. Bol

How to present online information to older cancer patients N. Bol How to present online information to older cancer patients N. Bol Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Goede informatievoorziening is essentieel voor effectieve

Nadere informatie

De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving

De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving Relationships between Attachment and Well-being among the Elderly: The mediational Roles of Mindfulness

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Een onderzoek naar de invloed van cognitieve stijl, ziekte-inzicht, motivatie, IQ, opleiding,

Nadere informatie

De Rol van Zelfregulatie, Motivatie en Eigen Effectiviteitsverwachting op het Volhouden

De Rol van Zelfregulatie, Motivatie en Eigen Effectiviteitsverwachting op het Volhouden De Rol van Zelfregulatie, Motivatie en Eigen Effectiviteitsverwachting op het Volhouden van Sporten en de Invloed van Egodepletie, Gewoonte en Geslacht The Role of Selfregulation, Motivation and Self-efficacy

Nadere informatie

Vormen Premorbide Persoonlijkheidskenmerken die Samenhangen met Neuroticisme een Kwetsbaarheid voor Depressie en Apathie bij Verpleeghuisbewoners?

Vormen Premorbide Persoonlijkheidskenmerken die Samenhangen met Neuroticisme een Kwetsbaarheid voor Depressie en Apathie bij Verpleeghuisbewoners? Vormen Premorbide Persoonlijkheidskenmerken die Samenhangen met Neuroticisme een Kwetsbaarheid voor Depressie en Apathie bij Verpleeghuisbewoners? Are Premorbid Neuroticism-related Personality Traits a

Nadere informatie

Ervaring en ongevalbetrokkenheid

Ervaring en ongevalbetrokkenheid Ervaring en ongevalbetrokkenheid Casestudy bij Limburgse schoolgaande jongeren RA-2005-64 Bert Willems, Erik Nuyts Onderzoekslijn Gedrag DIEPENBEEK, 2012. STEUNPUNT VERKEERSVEILIGHEID. Documentbeschrijving

Nadere informatie

Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding. Relation between Cyberbullying and Parenting. D.J.A. Steggink. Eerste begeleider: Dr. F.

Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding. Relation between Cyberbullying and Parenting. D.J.A. Steggink. Eerste begeleider: Dr. F. Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding Relation between Cyberbullying and Parenting D.J.A. Steggink Eerste begeleider: Dr. F. Dehue Tweede begeleider: Drs. I. Stevelmans April, 2011 Faculteit Psychologie

Nadere informatie

Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling?

Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling? Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling? Which Factors are associated with Quality of Life after Cancer Treatment? Mieke de Klein Naam student: A.M.C.H. de Klein Studentnummer:

Nadere informatie

Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working. mothers with spouse and young children

Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working. mothers with spouse and young children 1 Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working mothers with spouse and young children Verschil in stress en stressreactiviteit tussen hoogopgeleide thuisblijf-

Nadere informatie

CURRICULUM PRAKTIJKOPLEIDING CATEGORIE B

CURRICULUM PRAKTIJKOPLEIDING CATEGORIE B CURRICULUM PRAKTIJKOPLEIDING CATEGORIE B INLEIDING Het Curriculum Praktijkopleiding Categorie B bundelt de essentiële kennis, vaardigheden en gedragsaspecten die een leerling tijdens de praktijkopleiding

Nadere informatie

Attitudes van Belgische autobestuurders

Attitudes van Belgische autobestuurders Attitudes van Belgische autobestuurders Resultaten van de driejaarlijkse attitudemeting Uta Meesmann Onderzoeker, Kenniscentrum BIVV Methode 3-jaarlijkse attitudemeting van het BIVV sinds 2003 Veldwerk:

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Standpunt BeZeR over de toekomst van de auto-rijopleiding in Vlaanderen

Standpunt BeZeR over de toekomst van de auto-rijopleiding in Vlaanderen Standpunt BeZeR over de toekomst van de auto-rijopleiding in Vlaanderen Samenvatting Willen we in Vlaanderen tot een duurzame verbetering van de verkeersveiligheid komen dan zijn er grote, aanhoudende

Nadere informatie

STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1. Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer

STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1. Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1 Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer Stigmatization of Patients with Lung Cancer: The Role of

Nadere informatie

gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang? gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang?

gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang? gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang? Is er een samenhang tussen seksuele attituden en gedragsintenties voor veilig seksueel Is there a correlation between sexual attitudes and the intention to engage in sexually safe behaviour? Does gender

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

20 juli 2006- OMZENDBRIEF BETREFFENDE DE HERVORMING VAN DE RIJOPLEIDING CATEGORIE B

20 juli 2006- OMZENDBRIEF BETREFFENDE DE HERVORMING VAN DE RIJOPLEIDING CATEGORIE B 20 juli 2006- OMZENDBRIEF BETREFFENDE DE HERVORMING VAN DE RIJOPLEIDING CATEGORIE B Het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B hervormt de rijopleiding

Nadere informatie

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit Onderzoek naar het Effect van de Aanwezigheid van een Hond op het Alledaags Functioneren van een Kind met Autisme M.I. Willems Open Universiteit Naam student: Marijke Willems Postcode en Woonplaats: 6691

Nadere informatie

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties Grace Ghafoer Memory strategies, learning styles and memory achievement Eerste begeleider: dr. W. Waterink Tweede begeleider: dr. S. van Hooren

Nadere informatie

MASTER SCRIPTIE GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE CEES KOSTER OPEN UNIVERSITEIT

MASTER SCRIPTIE GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE CEES KOSTER OPEN UNIVERSITEIT 2015 Relatie tussen Voorlichting en Gevoelens van Angst en Gepercipieerde Controle bij Mannen met Prostaatkanker: De Rol van Opleidingsniveau en Locus of Control MASTER SCRIPTIE GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE

Nadere informatie

DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1

DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1 DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1 Dankbaarheid in Relatie tot Intrinsieke Levensdoelen: Het mediërende Effect van Psychologische Basisbehoeften Karin Nijssen Open Universiteit

Nadere informatie

Inhoudsopgave Samenvatting Summary Inleiding Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Samenvatting Summary Inleiding Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Evaluatieonderzoek naar de Effectiviteit van de Zomercursus Plezier op School bij Kinderen met Verschillende Mate van Angstig en Stemmingsverstoord Gedrag en/of Autistische Gedragskenmerken Effect Evaluation

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau Vaardigheden Wat zijn vaardigheden? Vaardigheden geven aan waar iemand bedreven in is. Ze zijn meestal aan te leren. Voorbeelden van vaardigheden zijn typen en kennis van het Nederlands. Wat meet Q1000

Nadere informatie

GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1. Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out

GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1. Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1 Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out The effect of Goal-striving Reasons and Personality on facets of Burn-out

Nadere informatie

Autisme in het verkeer. Veerle Ross

Autisme in het verkeer. Veerle Ross Autisme in het verkeer Veerle Ross Vandaag Autisme? Autorijden en autonomie Autorijden is complex en doelgericht Beïnvloedende factoren van autorijden ASS in het verkeer Yes I Drive Voorwaarden Toekomst

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Running Head: IDENTIFICATIE MET SOCIAAL-ECONOMISCHE STATUS 1. Sociaal-economische Status en Gezondheid:

Running Head: IDENTIFICATIE MET SOCIAAL-ECONOMISCHE STATUS 1. Sociaal-economische Status en Gezondheid: Running Head: IDENTIFICATIE MET SOCIAAL-ECONOMISCHE STATUS 1 Sociaal-economische Status en Gezondheid: Invloed van ervaren Stress en Classificering Gezondheidschadend Gedrag Socioeconomic Status and Health:

Nadere informatie

Getuigen onderweg: effectevaluatie van een verkeerseducatief programma in de 3 e graad secundair onderwijs

Getuigen onderweg: effectevaluatie van een verkeerseducatief programma in de 3 e graad secundair onderwijs Getuigen onderweg: effectevaluatie van een verkeerseducatief programma in de 3 e graad secundair onderwijs Ariane Cuenen Kris Brijs Tom Brijs Karin van Vlierden Stijn Daniëls Overzicht 1. Inleiding Programma

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

Tahnee Anne Jeanne Snelder. Open Universiteit

Tahnee Anne Jeanne Snelder. Open Universiteit Effecten van Gedragstherapie op Sociale Angst, Zelfgerichte Aandacht & Aandachtbias Effects of Behaviour Therapy on Social Anxiety, Self-Focused Attention & Attentional Bias Tahnee Anne Jeanne Snelder

Nadere informatie

Effectiviteit en bruikbaarheid van verschillende werkvormen EVS in de opleiding van jeugdsportbegeleiders

Effectiviteit en bruikbaarheid van verschillende werkvormen EVS in de opleiding van jeugdsportbegeleiders Effectiviteit en bruikbaarheid van verschillende werkvormen EVS in de opleiding van jeugdsportbegeleiders J. De Bouw, K. De Martelaer, K. Struyven en L. Haerens 31/12/2011 Inleiding Aanleiding onderzoek:

Nadere informatie

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope Een onderzoek naar de relatie tussen sociale steun en depressieve-

Nadere informatie

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiviteit van Angstcommunicaties 1 (In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiveness

Nadere informatie

Steunpuntproject. Studie naar de effectiviteit van modellen (en deelcomponenten) voor de opleiding rijbewijs categorie B

Steunpuntproject. Studie naar de effectiviteit van modellen (en deelcomponenten) voor de opleiding rijbewijs categorie B Steunpuntproject Studie naar de effectiviteit van modellen (en deelcomponenten) voor de opleiding rijbewijs categorie B Auteurs: Kris Brijs, Karin Van Vlierden, Ariane Cuenen, Veerle Ross, Judith Urlings,

Nadere informatie

Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing

Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing Quality of Life and Depressive Symptoms of People with Multiple Sclerosis:

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

CBR praktijkexamen B

CBR praktijkexamen B Proef CBR praktijkexamen B Samengevat worden per 1 maart 2009 per element de volgende wijzigingen van kracht: Zelfstandig route rijden - Het rijden naar vaste coördinatiepunten vervalt. Hiervoor in de

Nadere informatie

Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar:

Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar: Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar: is er een relatie met een verkorte versie van de NVP-J? Personality Characteristics and Cyberbullying among youngsters of 11

Nadere informatie

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinants and Barriers of Providing Sexual Health Care to Cancer Patients by Oncology

Nadere informatie

Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN

Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN Het Effect van Online Cognitieve Gedragstherapie op Seksuele Disfuncties bij Vrouwen The Effectiveness of Internet-based Cognitive-Behavioural

Nadere informatie

Onderzoek naar de effecten van TRIALS, the ultimate driving test

Onderzoek naar de effecten van TRIALS, the ultimate driving test Onderzoek naar de effecten van TRIALS, the ultimate driving test Geertje Schuitema, Dick de Waard, & Karel Brookhuis Definitieve versie November 2008 Rijksuniversiteit Groningen Afdeling Experimentele

Nadere informatie

Assessment van Gespreksvaardigheden via de Webcamtest: Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren

Assessment van Gespreksvaardigheden via de Webcamtest: Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren : Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren Assessment of Counseling Communication Skills by Means of the Webcamtest: A Study of Reliability, Experience and Correlation

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

Relatie Tussen Organisatie-Onrechtvaardigheid, Bevlogenheid en Feedback. The Relationship Between the Organizational Injustice, Engagement and

Relatie Tussen Organisatie-Onrechtvaardigheid, Bevlogenheid en Feedback. The Relationship Between the Organizational Injustice, Engagement and Onrechtvaardigheid, bevlogenheid en feedback 1 Relatie Tussen Organisatie-Onrechtvaardigheid, Bevlogenheid en Feedback The Relationship Between the Organizational Injustice, Engagement and Feedback Nerfid

Nadere informatie

Huishoudens die niet gecontacteerd konden worden

Huishoudens die niet gecontacteerd konden worden 4.2. Participatiegraad Om de vooropgestelde steekproef van 10.000 personen te realiseren, werden 35.023 huishoudens geselecteerd op basis van het Nationaal Register. Met 11.568 huishoudens werd gepoogd

Nadere informatie

Het formuleren van actieplannen, implementatie intenties en noodplannen bij stoppen. met roken. cessation. Martine Krekt

Het formuleren van actieplannen, implementatie intenties en noodplannen bij stoppen. met roken. cessation. Martine Krekt Het formuleren van actieplannen, implementatie intenties en noodplannen bij stoppen met roken. Formulating action plans, implementation intentions and recovery plans in smoking cessation. Martine Krekt

Nadere informatie

Doelstelling: Bijsturing van de opvattingen van de leerlingen met betrekking tot magnetische eigenschappen

Doelstelling: Bijsturing van de opvattingen van de leerlingen met betrekking tot magnetische eigenschappen 6-8 jaar Wetenschappelijk inhoud: Natuurkunde Beoogde concepten: Magnetische eigenschappen van verschillende voorwerpen, intensiteit van een magnetisch vel. Beoogde leeftijdsgroep: Leerlingen van 8 jaar

Nadere informatie

Wij beloven je te motiveren en verbinden met andere studenten op de fiets, om zo leuk en veilig te fietsen. Benoit Dubois

Wij beloven je te motiveren en verbinden met andere studenten op de fiets, om zo leuk en veilig te fietsen. Benoit Dubois Wij beloven je te motiveren en verbinden met andere studenten op de fiets, om zo leuk en veilig te fietsen. Benoit Dubois Wat mij gelijk opviel is dat iedereen hier fietst. Ik vind het jammer dat iedereen

Nadere informatie

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit 1 Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit Nicola G. de Vries Open Universiteit Nicola G. de Vries Studentnummer 838995001 S71332 Onderzoekspracticum scriptieplan

Nadere informatie

B40 Landbouwvoertuigen; een gevaar op de weg!

B40 Landbouwvoertuigen; een gevaar op de weg! B40 Landbouwvoertuigen; een gevaar op de weg! Lotte van den Munckhof ( Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland) Erik Geerdes ( Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland) Charlotte van Sluis

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

Je rijbewijs. halen Verschillende wegen naar een rijbewijs voor auto en brommer

Je rijbewijs. halen Verschillende wegen naar een rijbewijs voor auto en brommer Je rijbewijs halen Verschillende wegen naar een rijbewijs voor auto en brommer Alles over je rijbewijs Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid tel. 02 244 15 11 www.bivv.be Groep van erkende Ondernemingen

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K.

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K. Persoonlijkheid & Outplacement: Wat is de Rol van Core Self- Evaluation (CSE) op Werkhervatting na Ontslag? Personality & Outplacement: What is the Impact of Core Self- Evaluation (CSE) on Reemployment

Nadere informatie

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering The relation between Mindfulness and Psychopathology: the Mediating Role of Global and Contingent

Nadere informatie

De Invloed van Dagelijkse Stress op Burn-Out Klachten, Gemodereerd door Mentale. Veerkracht en Demografische Variabelen

De Invloed van Dagelijkse Stress op Burn-Out Klachten, Gemodereerd door Mentale. Veerkracht en Demografische Variabelen Running head: INVLOED VAN DAGELIJKSE STRESS OP BURN-OUT KLACHTEN De Invloed van Dagelijkse Stress op Burn-Out Klachten, Gemodereerd door Mentale Veerkracht en Demografische Variabelen The Influence of

Nadere informatie

Modererende Rol van Seksuele Gedachten. Moderating Role of Sexual Thoughts. C. Iftekaralikhan-Raghubardayal

Modererende Rol van Seksuele Gedachten. Moderating Role of Sexual Thoughts. C. Iftekaralikhan-Raghubardayal Running head: momentaan affect en seksueel verlangen bij vrouwen 1 De Samenhang Tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen van Vrouwen en de Modererende Rol van Seksuele Gedachten The Association Between

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Focusthema: met de auto Rijvaardigheid

Focusthema: met de auto Rijvaardigheid Focusthema: met de auto Rijvaardigheid Dra. Ariane Cuenen Instituut voor Mobiliteit (IMOB) Universiteit Hasselt Maandag 4 mei 2015 Mobiliteitsacademie Themadag: Mobiliteit, seniorproof? VSV, Mechelen Rijvaardigheid

Nadere informatie

Leidt de maatregel rechtsaf door rood (RADR) voor fietsers tot een toename van roodrijden elders?

Leidt de maatregel rechtsaf door rood (RADR) voor fietsers tot een toename van roodrijden elders? Leidt de maatregel rechtsaf door rood (RADR) voor fietsers tot een toename van roodrijden elders? Tim De Ceunynck Instituut voor Mobiliteit (IMOB) - Universiteit Hasselt tim.deceunynck@uhasselt.be Inleiding

Nadere informatie

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer?

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type of Dementia as Cause of Sexual Disinhibition Presence of the Behavior in Alzheimer s Type? Carla

Nadere informatie

Innovation. Een beoordeling van de prestaties van fluorescerende retroreflecterende verkeersborden

Innovation. Een beoordeling van de prestaties van fluorescerende retroreflecterende verkeersborden Een beoordeling van de prestaties van fluorescerende retroreflecterende verkeersborden Door de afdeling Vervoerstechniek, SINTEF Civiele en Milieutechniek in samenwerking met het Noorse Bestuur der Openbare

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Rijsimulator onderzoek

Rijsimulator onderzoek Rijsimulator onderzoek In 2006 is de TU Delft gestart met onderzoek naar rijsimualtors in samenwerking met simulator producent Green Dino BV. De onderzoeksgroep DATA (Data Automated Training and Assessment)

Nadere informatie

Running Head EXECUTIEVE FUNCTIES EN EXTERNALISEREND GEDRAG BIJ ADOLESCENTEN

Running Head EXECUTIEVE FUNCTIES EN EXTERNALISEREND GEDRAG BIJ ADOLESCENTEN 1 Zelf Gerapporteerde Alledaagse Executieve Functies en Externaliserende Gedragsproblemen bij Adolescenten in en buiten de Jeugdhulpverlening Self-reported Everyday Executive Functioning and Externalising

Nadere informatie

OPVOEDING EN ANGST EN DE INVLOED VAN EEN PREVENTIEVE TRAINING 1. Opvoeding en Angst en de Invloed van een Preventieve Training

OPVOEDING EN ANGST EN DE INVLOED VAN EEN PREVENTIEVE TRAINING 1. Opvoeding en Angst en de Invloed van een Preventieve Training OPVOEDING EN ANGST EN DE INVLOED VAN EEN PREVENTIEVE TRAINING 1 Opvoeding en Angst en de Invloed van een Preventieve Training Parenting and Child Anxiety and the Influence of a Preventative Training Judith

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie