Handleiding Broedvogel Monitoring Project SOVON

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handleiding Broedvogel Monitoring Project SOVON"

Transcriptie

1 Handleiding Broedvogel Monitoring Project SOVON

2 Colofon Samenstelling: Arend-Jan van Dijk Redactie: red Hustings Lay-out: John van Betteray & Peter Eekelder oto omslag: Philip riskorn oto's binnenwerk: Willems (p ), J v Duinen (p ), R v Rossum (p ), Ph riskorn (p 7) Druk: Centraal Bureau voor de Statistiek Tweede, aangepaste druk SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen, 00 ISSN - Gelieve als volgt aan deze publicatie te refereren: van Dijk AJ 00 Handleiding Broedvogel Monitoring Project (Broedvogelinventarisatie in proefvlakken) SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen Het SOVON Broedvogelonderzoek wordt georganiseerd in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Het wordt financieel mogelijk gemaakt door bijdragen van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en het CBS De gegevens worden in belangrijke mate verzameld door vrijwilligers; daarnaast worden door verschillende instanties en instituten gegevens bijgedragen Adres SOVON Vogelonderzoek Nederland: Rijksstraatweg 7, 7 DG Beek-Ubbergen, tel 0-, fax 0-; homepage: wwwsovonnl

3 INHOUD Samenvatting Hoe kan ik meedoen? Inleiding en achtergrond Waarom broedvogels tellen? Kader en doelstellingen Deze handleiding Opzet en organisatie Opzet Organisatie Van start met BMP Ervaring Aanmelding en advies Proefvlak kiezen Het veld in 9 Planning van bezoeken 9 Tijd van het jaar 9 Tijd van de dag 0 Gebiedsdekking en route Waarnemingen registreren Van waarneming tot territorium Interpretatie Interpretatiecriterium van soorten met duidelijk territoriumgedrag; voornamelijk zangvogels 0 Interpretatiecriterium van soorten met minder duidelijk territoriumgedrag; voornamelijk nietzangvogels Interpretatiecriterium van kolonievogels Datumgrenzen Nesten 7 usie-afstand Territoria begrenzen op de soortkaart 9 Turfmethode 0 Aanvullende informatie 9 ormulieren, kaarten en controle 0 Literatuur Bijlagen Bijlage Begrippenlijst Bijlage Broedcodes; criteria van broedzekerheid 9 Bijlage Weide- en akkervogels 0 Bijlage Stadsvogels 0 Bijlage Inventarisatieperiode, standaardafkorting en interpretatiecriteria per broedvogelsoort Handleiding BMP 00

4 SAMENVATTING Aanmelding overleg met de coördinator over deelname, keuze proefvlak, vereiste vogelkennis en ervaring Proefvlak vraag toestemming aan eigenaar of beheerder inventarisatie volgens intensieve en gestandaardiseerde uitgebreide territoriumkartering 0 tot 00 ha groot (vast) gebied met eigen nummer grootte afhankelijk van het landschap en vogelrijkdom ligt in één landschapstype Veldwerk alle voorkomende soorten inventariseren (onderdelen Alle soorten, Stadsvogels) of bepaalde soorten (Bijzondere Soorten, Weideen akkervogels, Roofvogels) minstens tot 0 bezoeken in maart-juli bezoeken omstreeks zonsopgang (vooral zangvogels) bezoeken in de ochtend en overdag (vooral niet-zangvogels) één of enkele nachtbezoeken tussen opeenvolgende bezoeken zitten gewoonlijk tien dagen bij elk bezoek het proefvlak fijnmazig doorkruisen, of route afstemmen op de te onderzoeken soorten waarnemingen die op broeden of een territorium duiden (zang, paar, balts, alarm, ouders met voer, nest), met afkortingen en symbolen op veldkaart noteren speciaal letten op uitsluitende waarnemingen (van verschillende territorium-houders) nesten zoeken alleen in specifieke gevallen Bureauwerk veldwaarnemingen overzetten op verzamelkaarten per vogelsoort (soortkaart) territoria/paren onderscheiden aan de hand van uitsluitende waarnemingen en soortspecifiek interpretatiecriterium, samengevat in bijlage vogelsoorten met duidelijk territoriaal gedrag (vooral zangvogels): op basis van het aantal bezoeken bepalen hoeveel waarnemingen per territorium vereist zijn, minimaal, of voor standvogels (altijd aanwezig) zijn de eisen zwaarder dan voor zomervogels (arriveren later) voor vogelsoorten met minder duidelijk territoriaal gedrag (vooral niet-zangvogels) zijn minimaal, of waarnemingen per territorium vereist bij kolonievogels het hoogste aantal nesten of paren aangehouden door in elk territorium of soms waarnemingen te eisen uit de periode tussen de datumgrenzen worden trekvogels, zwervers en dergelijke zoveel mogelijk uitgesloten nest-indicerende waarnemingen en nestvondsten tellen altijd bij begrenzing van papieren territoria : zoveel mogelijk waarnemingen onderbrengen in zo weinig mogelijk territoria als uitsluitende waarnemingen ontbreken, bepaalt de fusie-afstand of er sprake is van één territorium bij territoria op de grens van het proefvlak, bij geconcentreerd broedende soorten, bij polygamie en bij overzomerende soorten gelden aparte regels informatie over het proefvlak en waarnemergegevens invullen op formulier Aanmelding proefvlak ingevuld telformulier voor oktober opsturen naar SOVON nieuwe tellers sturen tevens soortkaarten en een overzicht van geregistreerde waarnemingen op (formulier N) resultaten worden onderworpen aan een controle; de waarnemer krijgt de uitslag aangeboden Handleiding BMP 00

5 HOE KAN IK MEEDOEN? Neem contact op met de landelijk coördinator Hij kan adviseren en informatie en formulieren opsturen Maak vooraf een keuze van de te inventariseren soorten: alle broedvogelsoorten (in een klein gebied) of een vaste selectie van soorten (in een groter gebied) Iedere vogelaar kan meedoen voor wie het herkennen van broedvogels en hun geluiden geen problemen oplevert Enige inventarisatie-ervaring kan handig zijn Deelname bestaat uit -0 bezoeken aan een vast gebied, meestal omstreeks zonsopgang en enkele keren overdag en s nachts Het BMP heeft het meeste baat bij een lange adem (hoe meer jaren geteld, des te waardevoller de gegevens) Veel vogelwerkgroepen organiseren inventarisaties in hun werkgebied Een beginnende vogelaar kan het beste samenwerken met ervaren waarnemers om de kneepjes van het vak te leren Inventariseren met meer personen werkt motiverend; telgegevens kunnen onderling vergeleken worden en gezamenlijk uitgewerkt Via het SOVON-kantoor kan het adres van de dichtstbijzijnde vogelwerkgroep worden opgevraagd iguur In het hele land doen vogelaars mee met het BMP De kaart met geïnventariseerde proefvlakken in laat zien dat sommige regio s nog ondervertegenwoordigd zijn Dat geldt in nog sterkere mate voor bepaalde landschapstypen Nieuwe medewerkers zijn altijd welkom! Meer informatie? Schrijf, mail of bel SOVON; zie colofon 0 Spreeuw Merel Winterkoning bos Duin Hei Moeras agrarisch iguur Hoe vergaat het Spreeuw, Merel en Winterkoning? Dat wordt weergegeven door de broedvogelindex, berekend voor verschillende landschapstypen (het populatieniveau in het uitgangsjaar 9 is gesteld op 00) De Spreeuw neemt af in bos en handhaaft zich beter in agrarisch gebied Merel en Winterkoning doen het in alle landschapstypen goed Strenge winters zoals in 9/ en 99/9 laten bij de Winterkoning echter diepe sporen achter Handleiding BMP 00

6 INLEIDING EN ACHTERGROND Waarom broedvogels tellen? Broedvogels tellen is spannend en mooi Voor dag en dauw met de kaart in de hand het gebied doorkruisen, met volle teugen genietend van de rust en de vogels, dat is en blijft natuurlijk schitterend In de loop van het seizoen raken de kaarten steeds voller en wordt langzaam duidelijk welke soort het goed of minder goed doet Aan het eind kunnen de resultaten worden vergeleken met die van vorige jaren Wanneer ook de landelijke cijfers bekend zijn, wordt duidelijk in hoeverre het eigen gebied in de landelijke pas loopt Dan blijkt ook waarvoor de papieren rompslomp die op het veldwerk volgt, nodig was Sinds de start in 9 hebben vele honderden enthousiastelingen vol overgave hun gebied onder de loep genomen Tezamen hebben zij ervoor gezorgd dat BMP-indexen, en andere uitkomsten van broedvogeltellingen, niet meer weg te denken zijn uit de wereld van monitoring, natuurbescherming, -beheer en -beleid Is er nog een beter voorbeeld denkbaar waarbij het nuttige met het aangename wordt verenigd? Kader en doelstellingen Met het broedvogelonderzoek van SOVON, dat plaatsvindt in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring, wordt sinds medio jaren tachtig de aantalsontwikkeling van onze broedvogelsoorten gevolgd Het bestaat uit twee onderdelen: één gericht op algemene en schaarse soorten (Broedvogel Monitoring Project, afgekort BMP), de ander gericht op kolonievogels en zeldzame soorten (Landelijk Soortonderzoek Broedvogels, afgekort LSB) Twee meer specialistische projecten (Nestkaartenproject en Constant Effort Sites, ofwel ringen in vaste opstellingen) zijn opgezet om geconstateerde aantalsveranderingen (deels) te kunnen verklaren Het BMP kent de volgende doelstellingen: het signaleren van populatie-ontwikkelingen op landelijke schaal het signaleren van populatie-ontwikkelingen per regio, landschapstype, Vogelrichtlijn-gebied of andere (beleids)relevante eenheid worden geïnventariseerd Hoe beter de verdeling, hoe betrouwbaarder de populatie-ontwikkeling kan worden geregistreerd De resultaten worden jaarlijks samengevat in algemene overzichten De BMP-gegevens worden niet alleen gebruikt voor het vaststellen van de aantalsontwikkeling, maar ook bij de bepaling van landelijke of regionale broedvogelaantallen, het opstellen van de Rode Lijst van vogelsoorten die extra bescherming behoeven, onderzoek naar vogelgemeenschappen, enzovoort Ze vormen onderdeel van monitoring op Europese schaal en geven inzicht in relaties tussen broedvogels en bijvoorbeeld klimaat, terreinbeheer en milieu-effecten Deze handleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe het inventariseren in het veld en de uitwerking achter de schrijftafel in zijn werk gaat De handleiding eindigt met een bijlage waarin veel informatie per vogelsoort is samengevat Werk volgens de vastgestelde methode, en elk jaar op dezelfde wijze Ten opzichte van vorige versies van deze handleiding (9, 99, 99) is vooral de tekst aangepast, meer to the point gemaakt, en zijn er slechts enkele details in de interpretatiecriteria veranderd Bij deze revisie is dankbaar gebruik gemaakt van op- en aanmerkingen van vele waarnemers, coördinatoren en collegae Commentaar, suggesties voor verbetering en ervaringen met inventarisatie en interpretatie worden graag ontvangen De intensieve BMP-methode geeft voor de meeste vogelsoorten een goed beeld van de broedvogelaantallen in een gebied, en is voor zijn doelstellingen voldoende nauwkeurig Dit neemt niet weg dat de methode niet voor alle soorten toereikend is, en in detail nog zou kunnen worden verbeterd Een verdere verfijning van de werkwijze wordt momenteel echter niet haalbaar geacht, aangezien de methode dan te ingewikkeld en te tijdrovend zou worden om nog aantrekkelijk te zijn voor grote aantallen medewerkers Om deze doelstellingen te bereiken, is het wenselijk dat er verspreid over heel Nederland voldoende BMP-steekproefgebieden langjarig Handleiding BMP 00

7 OPZET EN ORGANISATIE Opzet Het BMP is een steekproefmethode Hiermee kan, met een betrekkelijk geringe inspanning, betrouwbare informatie worden verzameld, in dit geval over de aantalsontwikkeling van algemene en wijd verbreide soorten BMP-gegevens worden verzameld in vaste proefvlakken (plots) met natuurlijke grenzen Uit oogpunt van effectiviteit en haalbaarheid zijn vijf BMP-onderdelen onderscheiden, elk met een eigen aanpak, soortenlijst, tijdsbesteding en telformulieren Bij de uiteindelijke bewerking worden gegevens uit de verschillende onderdelen samengevoegd BMP Alle soorten (BMP A) Inventarisatie volgens een strak schema van alle aanwezige soorten (inclusief exoten) in proefvlak van 0 tot 0 ha Het proefvlak moet in maartjuni minstens 7 (vogelarm gebied) tot 0 maal (vogelrijk gebied) volledig worden afgewerkt, meestal omstreeks zonsopgang en minstens eenmaal s nachts Resultaten worden ingevuld op het A-formulier BMP Alle soorten is het meest geschikte onderdeel voor minder ervaren waarnemers BMP Bijzondere soorten (BMP B) Inventarisatie van 09 voornamelijk schaarse soorten (figuur p -) in proefvlak van 0 tot 00 ha Daarnaast kunnen op vrijwillige basis extra soorten worden meegenomen; streef wel jaarlijks naar een vaste set van deze facultatieve soorten! Het proefvlak moet in maart-juni minstens (vogelarm) tot maal (vogelrijk) volledig worden afgewerkt Dat kan plaatsvinden gedurende verschillende (op deelgebieden of op soorten gerichte) bezoeken op alle tijden van de dag, maar vooral in de ochtend Resultaten worden ingevuld op het B-formulier Deelname vereist kennis van de betrokken soorten en ervaring met inventariseren in grote gebieden; het onderdeel is hierdoor minder geschikt voor onervaren waarnemers BMP Weide- en akkervogels (BMP W) Inventarisatie volgens een strak schema van weide- en akkervogelsoorten (figuur, p ) in proefvlak van 0 tot 0 ha voornamelijk in open agrarisch landschap In verband met de agrarische bedrijfsvoering moet het proefvlak in april-juni op minimaal nauwkeurig geplande (ochtend)bezoeken worden afgewerkt Resultaten worden ingevuld op het W-formulier Deelna- me vereist kennis en ervaring met inventariseren in agrarisch gebied en flexibel inspelen op veranderingen in agrarisch grondgebruik BMP Stadsvogels (BMP S) Inventarisatie van alle aanwezige soorten (inclusief exoten) in proefvlak van 0 tot 00 ha in bebouwing Het proefvlak moet in maart-juni minstens maal volledig worden afgewerkt, vooral omstreeks zonsopgang Resultaten invullen op het S-formulier BMP S is de minder tijdrovende variant van BMP A en is speciaal opgezet om ook uit dorpen, steden en industriecomplexen gegevens te krijgen Dat de gegevens wat minder nauwkeurig zijn dan die van BMP A, is voor bepaling van de aantalsontwikkeling geen groot probleem BMP Roofvogels (BMP R) Inventarisatie van 0 voorgeschreven soorten dagroofvogels (figuur, p ) in proefvlak van 00 tot meer dan 000 ha Het proefvlak moet in maart-juni minstens (vogelarm) tot maal (vogelrijk) volledig worden afgewerkt Dat kan gedurende verschillende (op deelgebieden of op soorten gerichte) bezoeken op alle tijden van de dag De aanpak van het inventariseren wordt beschreven in de specialistische handleiding van de Werkgroep Roofvogels Nederland (Bijlsma 997) Volg instructies uit die handleiding (of van BMP B in deze handleiding) Controle van nesten en broedsucces is geen verplicht onderdeel Resultaten invullen op het R-formulier Organisatie Aansturing van het project vindt plaats door de landelijke coördinator op het SOVON-bureau In samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek worden de binnengekomen gegevens verwerkt en gecontroleerd Contact met een collectief van waarnemers loopt altijd via het adres van een contactpersoon Waarnemers ontvangen elk voorjaar een nieuw formulier, voorzien van het proefvlaknummer, naam en dergelijke De omstreeks oktober ingestuurde telresultaten worden verwerkt en in het volgende voorjaar wordt een computer-uitdraai met de gegevens ter controle aangeboden Na deze controle worden nieuwe indexcijfers gepubliceerd Alle in het adresbestand opgenomen medewerkers ontvangen het verslag over het jaar waarin ze actief waren Handleiding BMP 00

8 VAN START MET BMP Ervaring Een nieuwe waarnemer zal naar verhouding meer tijd aan de inventarisatie moeten besteden dan een ervaren waarnemer, die systematischer en efficiënter kan werken Nieuwe waarnemers zullen bijvoorbeeld bezoekronden nodig hebben voor volledige inventarisatie van het proefvlak, terwijl de gemiddelde waarnemer met 0 en de zeer ervaren waarnemer met bezoeken toe kan Nieuwe waarnemers doen er goed aan in de beginjaren extra (lange) bezoeken te plannen Aanmelding en advies Probeer een voorstelling te maken van de uit te voeren inventarisatie: welk gebied, welke soorten en wat is de beschikbare tijd in de komende jaren Bedenk, dat deelname enige vrije tijd gaat kosten Zo moet voor de uitvoering van BMP A jaarlijks worden gerekend op ongeveer 0 uren veld- en bureauwerk Neem altijd vooraf contact op met de coördinator bij SOVON en overleg over zaken als gebiedskeuze en het meest geschikte onderdeel In het algemeen hebben BMP A en B de grootste prioriteit De nieuwe waarnemer krijgt formulieren en instructies toegestuurd Voordat het veldwerk van start gaat, ontvangt SOVON graag: ormulier Aanmelding Proefvlak (pag ) Kaart met de precieze ligging van het proefvlak Proefvlak kiezen Kies het proefvlak met zorg, want de grenzen van een proefvlak mogen niet meer worden gewijzigd in volgende jaren Homogeen landschap: leg het proefvlak in één landschapstype, bijvoorbeeld naaldbos, duin of stadswijk Een proefvlak BMP B- kan echter meer gevarieerd terrein omvatten, bijvoorbeeld een natuurreservaat met bos, heide en vennen Vorm proefvlak: min of meer ronde of vierkante proefvlakken hebben de voorkeur (weinig grenzen) Zorg voor duidelijke, in het veld en op de kaart herkenbare, grenzen Beheerder, eigenaar: Neem, als het om een niet (volledig) toegankelijk gebied gaat, ruim voor aanvang van het telwerk contact op met de beheerder of eigenaar (schriftelijke toe- stemming is vaak nodig) Verken het proefvlak en let op toegankelijkheid, oriëntatie-punten, overgangen over water en dergelijke Splits een groot gebied in enkele kleinere gebieden, bijv een lap van 00 ha in proefvlakken van ha In jaren met geringe tijdsbesteding kan dan nog wel één van de kleine proefvlakken worden geïnventariseerd, waardoor de tijdreeks in dat kleine proefvlak gewoon doorloopt Uit het oogpunt van monitoring is het immers waardevoller één (klein) gebied jarenlang te inventariseren dan drie (grote) eenmalig of af en toe Binnen een groot proefvlak BMP B kan eventueel een klein proefvlak BMP A worden gelegd Kaartmateriaal: topografische kaarten van :000 of :0000 (zwart/wit) vormen een goed uitgangpunt voor het maken van veldkaarten Ze zijn te koop bij de Topografische Dienst (tel 09-9; wwwtdnnl; en in sommige boekwinkels; :0000 kaarten zijn soms verkrijgbaar bij de provincie Van veel natuurgebieden bestaan gedetailleerde kaarten (informeer bij beheerder of eigenaar), in bebouwing zijn gemeentekaarten of stadsplattegronden bruikbaar Werkbare kaarten kunnen vervolgens worden verkregen door uitvergrotingen te maken Voor BMP B en R voldoen :0000 kaarten, voor de overige onderdelen verschilt de gewenste schaal per landschapstype In moeras of loofbos is :00 of :000 aan te raden, in naaldbos, halfopen landschap en rijke weidevogelgebieden :000 tot :000, en in open landschap is :0000 nog net bruikbaar Gebruik identieke veld- en soortkaarten en zet er een 00 m balk op Voor BMP A zijn ongeveer 0 kaarten nodig (0 veld- en tenminste 0 soortkaarten) Indeling en nummering van atlasblokken en kilometerhokken kan worden opgezocht in de Topografische Inventarisatieatlas voor flora en fauna van Nederland (van der Have et al 00), of kan worden nagevraagd bij SOVON Wijziging van gebiedsgrenzen maakt het onderzoek ongeschikt voor monitoring Heel soms kan het noodzakelijk zijn om een proefvlak aan te passen, bijvoorbeeld wanneer een gebiedsgrens onpraktisch wordt (natuurontwikkelingsproject gestart) Kleine landschappelijke wijzigingen Handleiding BMP 00

9 7 (bosje gekapt, sloot gegraven) kunnen jaarlijks op het telformulier worden ingevuld Is het landschap na jaren tellen totaal gewijzigd (weiland wordt bebouwing), dan kunnen andere regels gelden Neem bij twijfel contact op met de coördinator Stoppen met inventariseren: als de waarnemer van plan is te stoppen met het BMP, wordt het op prijs gesteld dit vroegtijdig door te geven Het mooiste is uiteraard wanneer de waarnemer zelf een vervanger zoekt en inwerkt Nationaal Weidevogelmeetnet: BMP-gegevens uit agrarische gebieden worden toegevoegd aan dit meetnet Waarnemers in agrarische proefvlakken worden vriendelijk verzocht jaarlijks aanvullende gegevens te verzamelen over het landschap, beheer, gebruik en broedsucces Zij ontvangen eenmalig de Bijlage Weidevogelmeetnet (Teunissen & van Kleunen 00) en jaarlijks het invulformulier Tabel Vergelijking per BMP onderdeel en per landschapstype van de inventarisatieperiode, aantal bezoekrondes, oppervlakte van het proefvlak en indicatie van het aantal te verwachte vogelsoorten Onderaan is aangegeven onder Alle landschapstypen de duur van een standaardbezoekronde (een ronde kan uit meerdere bezoeken bestaan), en of soortgerichte bezoeken nodig zijn Gebruikte symbolen: - niet, + mogelijk, ++ geregeld Landschapstype Onderwerp Alle soorten Bijzondere soorten Weide- en akkervogels Stadsvogels Roofvogels Oud loofbos en gemengd bos, park, tuin, moeras met struweel Tijd van het jaar: Aantal bezoekrondes zonsopgang: Aantal nachtbezoeken: Bezoeken overdag, avond: Min/max oppervlakte proefvlak: Aantal verwachte soorten: ½ februari-½ juli ha 0-0 maart-½ juli ha -0 ½ maart-juni ha 0-0 maart-augustus Jong loofbos en gemengd bos, naaldbos, halfopen cultuurland met bosjes, bomenrijen, struweel ed, duin en heide met struweel, open moeras en bebouwing zonder veel groen Tijd van het jaar: Aantal bezoekrondes zonsopgang: Aantal nachtbezoeken: Bezoeken overdag, avond: Min/max oppervlakte proefvlak: Aantal verwachte soorten: maart-juni ha 0-0 maart-juni ha - ½ maart-juni ha 0-0 maart-augustus Open grasland met veel weidevogels en met enige bomen, moerasjes, boerderijen ed Tijd van het jaar: Aantal bezoekrondes zonsopgang: Aantal nachtbezoeken: Bezoeken overdag, avond: Min/max oppervlakte proefvlak: Aantal verwachte soorten: ½ maart-juni ha 0-0 ½ maart-juni ha 0- april-½ juni ha -0 april-augustus - ++ >000 - Open duin, heide, kwelder, schor met enige bomen, struiken, moerasjes ed Tijd van het jaar: Aantal bezoekrondes zonsopgang: Aantal nachtbezoeken: Bezoeken overdag, avond: Min/max oppervlakte proefvlak: Aantal verwachte soorten: april-juni ha 0-0 april-juni ha 0-0 april-augustus - ++ >000 - Open gras- of akkerland met relatief weinig vogels en met enige bomen, struiken, moerasjes ed Tijd van het jaar: Grasland Akkerland Aantal bezoekrondes: Aantal nachtbezoeken: Bezoeken overdag, avond: Min/max oppervlakte proefvlak: Aantal verwachte soorten: april-½ juni ½ april-juli ha 0-0 april-½ juni ½ april-juli ha 0- april-½ juni ½ april-juli ha 0-0 april-augustus april-augustus - ++ >000 - Alle landschapstypen Gemiddelde duur bezoekronde: Soortgerichte bezoeken: uren - - uren ++ uren - uren + - uren ++ Handleiding BMP 00

10 Handleiding BMP 00

11 9 HET VELD IN Planning van bezoeken Afspraken Iedereen zal begrijpen dat het nodig is vast te houden aan de voorgeschreven bezoeken en bezoektijden Natuurlijk kan een waarnemer wel eens verhinderd zijn; probeer dan tijdig een vervanger te regelen Wanneer meer waarnemers één proefvlak inventariseren, zijn duidelijke afspraken noodzakelijk en moet één persoon de supervisie hebben Waarnemers die hun gebied vrijwel dagelijks zien (bijv omdat ze er wonen of werken), zullen hun broedvogeltelling moeten baseren op de geplande inventarisatiebezoeken, en niet op de extra waarnemingen (want anders loopt de vergelijking met andere gebieden mank) Weersomstandigheden Inventariseren gaat het best bij weinig wind en geringe bewolking, en niet te hoge of te lage temperaturen Een hoge luchtvochtigheid kan, vooral bij lage temperaturen, een gunstige invloed uitoefenen op de zangactiviteit; hetzelfde geldt voor lichte motregen bij zacht, windstil weer en (soms) droge perioden tussen regenbuien in Inventariseren tijdens slecht weer (harde neerslag, veel wind, koude) is niet zinvol, maar kan tijdens langdurige slecht-weerperioden niet altijd worden vermeden, omdat anders de gehele inventarisatie in het honderd kan lopen Aantal bezoekrondes Een bezoekronde is een bezoek waarbij het hele proefvlak in de (voor inventarisatie) gunstige tijd van de dag wordt afgewerkt In kleine proefvlakken lukt dat op een enkele ochtend, in grote zijn soms verschillende bezoeken nodig voor een bezoekronde aantal bezoekrondes tot, afhankelijk van landschap en vogelrijkdom (tabel ) houd het aantal rondes jaarlijks ongeveer gelijk houd tussen bezoekrondes ongeveer0 dagen aan, in agrarische gebieden in april-begin mei dagen reken gemiddeld op een tijdsbesteding per bezoek van om en nabij uur, afhankelijk van oa grootte van het proefvlak, vogelrijkdom en tijd van het jaar Tijd van het jaar Verdeel de bezoekrondes over de periode februari/maart-juni/juli, met het accent op april, mei en juni (figuur, tabel ) in bos en stedelijk gebied (veel standvogels) ligt de nadruk op maart-mei in moeras en struwelen (veel zomervogels) ligt de nadruk op half april-juni voor vroege en late broedvogels kunnen bezoeken nodig zijn in februari (bijv Kruisbek, Bosuil) of in juli (bijv Boomvalk, Huiszwaluw) in agrarisch gebied minimaal bezoekrondes, goed verdelen in verband met agrarisch gebruik en kievitseieren rapen 00 0 Waarneemkans seizoen 00 0 Waarneemkans in de ochtend maart april mei juni juli 0 - zonop iguur De piek van het broedseizoen valt tussen half april en half juni Aan het begin van het seizoen zijn vooral standvogels actief, aan het eind zomervogels In de meeste gebieden is de zangactiviteit het grootst rond zonsopgang Sommige soorten zijn vooral zeer vroeg actief (Roodborst, Merel) andere wat later op de dag (Kneu, itis) Handleiding BMP 00

12 0 Tijd van de dag Vroege-ochtendbezoeken standaard in zangvogelrijke gebieden Veel zangvogelsoorten zijn omstreeks zonsopgang het meest actief, in de loop van de ochtend neemt de activiteit snel af om in de middag een dieptepunt te bereiken Dit betekent dat de broedvogelteller vroeg in de ochtend op pad moet, al zijn er uitzonderingen In het vroege voorjaar (bij stevige nachtvorst) is een start in de ochtendschemer niet zo nodig De zangactiviteit is dan gering totdat de nodige opwarming heeft plaatsgevonden Eenden, steltlopers en roofvogels kunnen overdag vaak beter worden geteld dan s ochtends vroeg Zomervogels zijn direct na aankomst uit Afrika vaak zo fanatiek dat ze gedurende een groot deel van de ochtend goed te tellen zijn Later in het voorjaar komt de zangpiek steeds vroeger in de ochtend te liggen Op warme juni-ochtenden is een zeer vroege start noodzakelijk stem bezoektijden af op de verwachte vogelsoorten een bezoek start gewoonlijk ongeveer een half uur voor zonsopgang en duurt tot - uur erna voor zeer vroeg zingende soorten (Bosrietzanger, Zwarte en Gekraagde Roodstaart, Roodborst, Merel) is een start in de schemering noodzakelijk (aanvang uiterlijk uur voor zonsopgang) Af en toe de inventarisatie beginnen met een snelle ronde in de ochtendschemer, speciaal gericht op deze soorten (en daarna in een rustig tempo het gebied afwerken voor de andere soorten), levert goede resultaten op Een speciaal op deze soorten gerichte ronde in de avondschemer is eveneens mogelijk (zangactiviteit echter gewoonlijk lager) door effecten van verlichting beginnen vogels in stedelijk gebied soms een half uur eerder te zingen dan in het buitengebied in stedelijk gebied vanwege verkeerslawaai bij voorkeur inventarisaren op zondagochtenden Bezoeken later in de ochtend en overdag is de regel in open (agrarische) gebieden in maart-april van - uur na zonsopgang in mei van zonsopgang tot uur erna in juni-juli van zonsopgang tot uur erna Roofvogels kunnen goed overdag worden opgespoord Nachtbezoeken zijn vereist voor het opsporen van uilen, rallen ed Het nachtbezoek kan worden gecombineerd met een vroeg ochtend- of avondbezoek en duurt korter dan uur In de ochtend wordt het gebied dan tweemaal achtereen afgewerkt, eenmaal in de duisternis en aansluitend in de vroege ochtend Het nachtbezoek houdt op zodra zangvogels als Merel en Roodborst gaan zingen Avondbezoeken zijn niet verplicht, maar als er eenmaal voor is gekozen, moeten ze jaarlijks worden uitgevoerd Soorten als Nachtzwaluw, Merel, Zanglijster, Roodborst, Bosrietzanger ed laten zich in avond goed registreren Nadeel is dat de meeste andere soorten op dit tijdstip nauwelijks actief zijn Avondbezoeken duren meestal korter dan uur Getijdengebieden worden tijdens hoog water bezocht Bij laag water verlaat een deel van de broedvogels de kwelders of schorren Dat is ook het geval in polders nabij getijdengebieden Beperk de bezoekronde tot één dag, in verband met verplaatsingen ná overstroming Tabel Voorbeelden van bezoekschema s Het schema voor BMP Bijzondere soorten wordt sterk bepaald door de in het gebied te verwachten soorten Aanvullende bezoeken, bijvoorbeeld gericht op bepaalde soorten zijn niet opgenomen Z - omstreeks zonsopgang, 0 - later in de ochtend, A - avond, N - nacht en V - combinatie N en Z Aantal Onderdeel, landschap ebruari Maart April Mei Juni Juli bezoeken BMP W grasland Z - Z BMP W akkerland Z - - Z - - Z - - BMP S Z - Z - Z - V BMP B open land Z - Z - Z - V BMP A open land, BMP B halfopen Z - Z - Z - Z - V BMP A halfopen, BMP B bos V - Z - Z - Z - N - Z - Z BMP A bos V - Z Z - Z Z - Z - N - Z BMP A bos, moeras - - N Z - Z Z A - Z Z N Z - Z Handleiding BMP 00

13 Tijdstip van zonsopgang en -ondergang op de e, e en e van de maand; zomertijd per april In Oost-Nederland komt de zon ongeveer een kwartier eerder op en in West-Nederland een kwartier later Bij heldere lucht en in stedelijk gebied begint de vogelactiviteit vaak -0 minuten eerder ebruari Maart April Mei Juni Juli Augustus Gebiedsdekking en route Zorg ervoor om alle terreindelen grondig en fijnmazig te onderzoeken, zodat ook zachte geluiden worden opgemerkt In open en overzichtelijk terrein kan tijdens rustig weer ongeveer 00 m aan beide zijden van de waarnemer worden bestreken Dergelijke gebieden moeten ongeveer om de 00 m worden doorkruist In vogelrijke loofbossen en moerassen is de gehoor-afstand vaak niet meer dan -0 m en moet een dicht netwerk worden aangehouden In stedelijk gebied moeten alle straten en tuinen worden afgelopen In open agrarisch gebied voert de route over wegen, via dammen en bruggen en langs sloten, perceelsgrenzen of bosjes en singels De maximale waarneemafstand bedraagt hier bij korte vegetatie ongeveer 00 m, in langere vegetatie afnemend tot 00 m Goed luisteren is alleen mogelijk bij rustig lopen en geregeld stilstaan Indien aanwezig, is het verstandig om eerst sloten, vaarten, plassen of vennen te tellen, en pas daarna het omliggende gebied BMP A, BMP W, BMP S: kies een vaste route die bij elke bezoekronde wordt afgelegd probeer een min of meer constante loopsnelheid aan te houden Zo nu en dan kan van de route worden afgeweken of even iets terug worden gelopen Op vogelrijke plekken kan even worden gestopt om alle individuen te registreren in moeras kan een boot het aangewezen vervoermiddel zijn leg de route vast op een kaart; handig voor invallers of opvolgers begin steeds op een ander punt langs de route; kies bijv punten en start afwisselend op een ervan Een vuistregel is, om bij iedere volgende bezoekronde een uur gaans verder langs de route te beginnen (figuur ) Zo wordt voorkomen dat sommige gebiedsdelen altijd vroeg of laat worden bezocht BMP B, BMP R: de route afstemmen op de te onderzoeken soorten Vaak komt het er op neer dat in een bepaalde periode speciale biotopen en gebiedsdelen moeten worden onderzocht houd voor elke soort in de gaten of alle terreindelen zijn bestreken Dat gaat het beste aan de hand van (lege plekken) op de soortkaarten (figuur, p 7) Waarnemingen registreren noteer alle waarnemingen die op broeden duiden, per bezoek, op een veldkaart (figuur ) noteer de waargenomen vogel met zijn afgekorte naam (bijlage ) noteer met speciale symbolen (tabel ) het type waarneming en het gedrag Dit is essentieel bij de bepaling van het aantal territoria (paren) teken de waarnemingsplaats nauwkeurig in Bij concentraties kan worden gewerkt met kleuren, verwijsnummers of met een ruimere kaart Als het ingetekende maar duidelijk is Uitsluitende waarnemingen Bij de bezoekronde wordt ervan uitgegaan dat iedere nieuwe waarneming een andere vogel is, tenzij het tegendeel blijkt Elke op de veldkaart ingetekende waarneming stelt in principe een ander individu voor: de ene waarneming sluit de andere uit Volledige zekerheid over een uitsluitende waarneming bestaat alleen wanneer dat daadwerkelijk is geconstateerd (beurt- of gelijkzang) In alle andere gevallen blijft dat tot op zekere hoogte onzeker Er zijn twee typen uitsluitende waarneming: tegelijk vastgestelde, met zekerheid verschillende, vogels vogels die na elkaar langs de route zijn geobserveerd, en waarvan het onwaarschijnlijk is dat het om hetzelfde individu gaat Uitsluitende waarnemingen zijn essentieel voor de bepaling van het aantal territoria (paren) Let daarom scherp op uitsluitende waarnemingen, Handleiding BMP 00

14 Bezoek Bezoek Startpunt Maximale zang Looproute Bezoek Looprichting iguur In een proefvlak BMP A wordt iedere keer dezelfde route afgelegd, maar het startpunt wordt per keer veranderd Hierdoor wordt de periode van maximale zangactiviteit steeds op een ander deel van de route meegemaakt Ook is het mogelijk de route in tegenovergestelde richting te lopen Maak insteken waar nodig, vermijd dubbeltellingen (kruispunten) Bij BMP B en R wordt geen vaste route aangehouden Deze wordt afgestemd op de te onderzoeken soorten maar blijf hierbij wel kritisch Sommige soorten hebben immers een grote actieradius (bijv roofvogels, spechten, Koekoek) en kunnen zich in korte tijd over forse afstand verplaatsen; (geef - vermoedelijke - verplaatsingen aan op kaart) Wanneer op een route tweemaal hetzelfde punt wordt gepasseerd, kan daar tweemaal een waarneming worden gedaan Zit de vogel beide keren op dezelfde plek, dan zal er weinig twijfel bestaan of beide waarnemingen hetzelfde individu betreffen (maar zekerheid hebben we niet) De tweede waarneming wordt dan niet genoteerd Zit de vogel op een andere plek vlak in de buurt, dan kan het de buurman zijn, maar zolang beide vogels niet gelijktijdig zijn waargenomen, zou het nog steeds dezelfde, enigszins verplaatste, vogel kunnen zijn Bestaat er geen zekerheid dat het om verschillende individuen gaat, dan moet men de nieuwe waarneming niet noteren, of hooguit als mogelijk dezelfde Broedvogels kunnen zich verplaatsen of de waarnemer over enige afstand volgen, wat op zijn beurt weer reactie teweeg kan brengen bij naburige soortgenoten De waarnemer moet steeds goed opletten of de vorige vogel nog waarneembaar is Turven Turven is een noodmaatregel die alleen wordt toegepast indien broedvogels zo geconcentreerd voorkomen dat territoriumhouders (paren) niet meer afzonderlijk kunnen worden onderscheiden en ingetekend eerst geïsoleerde gevallen gewoon karteren vervolgens het gebied opsplitsten in (zoveel mogelijk) deelgebieden met broedvogelconcentraties, bijvoorbeeld een bepaald perceel ( kolonie Kieviten), plas (eenden) of gebouw (Huismussen, Spreeuwen) per deelgebied het aantal territoriumhouders, paren en het aantal individuen (gedeeld door ) optellen Eén bij een hol zingende en tegelijkertijd in de boomtop kwetterende Spreeuwen worden geteld als plus (de helft van, naar beneden afgerond), samen Handleiding BMP 00

15 Tabel Vijf categorieën van waarnemingen met symbolen en broedcodes Bij de symbolen is de afkorting van de vogelnaam x Broedcode verwijst naar bijlage Voor het begrip datumgrenzen zie Volwassen individu in broedbiotoop -Enkele vogel met 'binding' X Waarneming van volwassen individuen in geschikt broedbiotoop Vooral van belang in de periode waarin geen doortrek meer voorkomt (meestal periode tussen de datumgrenzen) Waarnemingen van groepen in de periode tussen datumgrenzen opsplitsen in paren Broedcode Paar in broedbiotoop -Samen optrekkend -Twee individuen samentrekken Territoriaal gedrag -Zang, balts, dreigen X X Waarneming van paren in geschikt broedbiotoop Vooral van belang in de periode waarin geen doortrek meer voorkomt (meestal periode tussen de datumgrenzen) Groepen vallen hier in het algemeen buiten Bij soorten zonder duidelijke geslachtsverschillen wordt er meestal van uitgegaan dat vogels in elkaars nabijheid (zonder agressie) een paar vormen, bijv Staartmezen op m afstand Bij twijfel noteren als individuen Waarnemingen van groepen in de periode tussen datumgrenzen opsplitsen in paren Broedcode Territorium-indicerende waarnemingen in broedbiotoop Waarnemingen die wijzen op de aanwezigheid van een territorium Voorbeelden: zang, balts, baltsvoedering, territoriumroep, paring, imponeervluchten, dreigen en vechten Vooral van toepassing bij verborgen levende zangvogels Broedcode,, Nest-aanduidend X gedrag -kennelijk nest (gedrag) -alarm -nestbouw -ouders met pas uitgevlogen jongen -waarschijnlijke broedplaats Nest-indicerende waarnemingen Waarnemingen die wijzen op de aanwezigheid van een nest (exclusief werkelijke nestvondsten) of jongen, zoals alarmeren, afleidingsgedrag, aanvallen van predator, nestbouw, transport van nestmateriaal, transport van ontlastingspakketje, transport van voedsel voor jongen, oude vogel(s) met jong(en), bezoek van een vogel aan een waarschijnlijke broedplaats, pas gebruikt nest of eischalen Bij nestblijvers worden alleen waarnemingen van (oude vogels met) pas uitgevlogen jongen tot deze categorie gerekend (dwz jongen met onvolledig uitgegroeide staart- of slagpennen, die zich alleen over een zeer korte afstand verplaatst kunnen hebben); bij twijfel de waarneming als individuen noteren Waarnemingen van (alarmerende) oudervogels met donsjongen van nestvlieders (jongen-indicerend) alleen meenemen als jongen zeer klein zijn (pas op met eenden, Kievit en Grutto die zich over flinke afstanden kunnen verplaatsen) Broedcode, 7,, 9, 0,,, Nestvondst X -nest met eieren/ jongen -nest met broedende vogel Nestvondsten Alle vondsten van nesten met eieren of jongen Bij soorten met duidelijk waarneembare nesten ook de waarnemingen van een broedende vogel of een vogel die - al dan niet alarmerend - het nest verlaat Broedcode,, Voorbeeld van notatie in het veld Mogelijk dezelfde x---?----x Zeker dezelfde x-----x Zeker verschillende x- - -x Precieze plaats onbekend x paren en + x nesten x mannetjes oeragerend x Territoriumroep x Nestbouw x Opvliegen en invallen x Zang, roffelen x + Uitgevlogen jongen x Schroeven x Balts x ~ Afleidingsgedrag x Agressief gedrag x = Nest met eieren x ei Paring x Alarmeren x Bezette nestkast x Paar, zingt x + Paar waarvan op nest x Vogel met voer X > Vogel met X > nestmateriaal Handleiding BMP 00

16 SM Bui M WE W P RG WE WE WE WH V S W M K ZKr W W Z M Tj WE P RG S S HD WE R K W M RG M W WE Tj RG RZ WE RG Kn S S S HD Tj K Mat W bezoek maart bezoek april 0-70 bezoek april W HD P a W RG Na Kn ZKr HD ZoT KK S HD T ZKr RG ZK K Kn Tj GM T HD Tj Tj W WE WE W Kn T HD ZKr R KK WE M Tj KK T S ZKr Koe Tj a V KK Tj T W M HD KK RG HD W B ZoT Tj S Kn RG KK KK Kn S S S bezoek mei -70 bezoek mei -70 bezoek mei -0 Tj a Tj K HD W B RU juv B W RG B P ZKr W Tj B KK M S HD KK ZK KK a GM RG KK T M W a B R RG B KK Kn Tj T ZKr M W KK HD T K Tj KK RG T M Tj W B bezoek 7 juni 0-00 bezoek 9 juni 0- bezoek 9 0 juni 00-0 iguur Voorbeeld van negen veldkaarten van een BMP A-proefvlak De bezoeken zijn chronologisch genummerd, ook het nachtbezoek op juni Elke lettercombinatie (afkorting vogelnaam, bijlage ) staat voor een geldige waarneming Gebruikte symbolen staan in tabel tijdens de telling mogen de vogels zich niet tussen deelgebieden hebben verplaatst Bestaat hierover onzekerheid, dan in het uiterste geval alle aanwezige vogels in het gehele gebied optellen volgens de hiervoor gegeven aanwijzingen bij elk bezoek dezelfde (of meer verfijnde) gebiedsindeling gebruiken, en deze intekenen op de veldkaart Nesten zoeken actief nesten zoeken is vooral bij zangvogels onnodig en zelfs ongewenst (arbeidsintensief, moeilijk te standaardiseren, kans op verstoring door onervaren medewerker) noteer toevallig gevonden nesten wèl, ook bezette nestkasten nest-indicerende waarnemingen en nestvondsten zijn vooral bij niet-zangvogels belangrijk actief nesten lokaliseren kan soms de beste telresultaten opleveren bij ganzen, Eider, roofvogels, Gierzwaluw, Boerenzwaluw, kraaiachtigen en kolonievogels nesten tellen, of broedende vogels van afstand lokaliseren, kan het best tijdens een apart bezoek gericht op een deel van het proefvlak waar in hoge dichtheid wordt gebroed nesten zoeken van Kievit en Grutto hooguit bij extreem hoge dichtheden waarbij het onderscheiden van individuele paren ondoenlijk is Houd het hoogste op één dag aanwezige aantal nesten aan in dat deel van het proefvlak de methode jaarlijks gelijk houden Dus niet het ene jaar zingende Spreeuwen of territoriale Buizerden tellen, en in het andere jaar alleen bewoonde nesten Handleiding BMP 00

17 Geldige waarnemingen Niet alle waarnemingen hoeven genoteerd te worden; dat heeft alleen zin wanneer ze op een territorium of broedpaar duiden, oftewel geldige waarnemingen zijn er zijn vijf categorieën van geldige waarnemingen (tabel ) de geldigheid van een waarneming verschilt per soort (bijlage ) bij twijfel of het om een geldige waarneming gaat: altijd noteren waarnemingen van paren of (solitaire) individuen in broedbiotoop zijn voor bepaalde soorten onmisbare geldige waarnemingen Een Steenuil in een boomgaard duidt op broeden in de omgeving (standvogel in broedbiotoop) en is voor deze soort geldig (zie kruisje onder volwassen individuen in broedbiotoop in bijlage ) zang of balts zijn goede territorium-indicaties Voor zangvogels vormen ze het leeuwendeel van de geldige waarnemingen nestvondsten en nest-indicerende waarnemingen zijn altijd geldige waarnemingen, maar pas op met het overdragen van voedsel tussen partners als onderdeel van de balts (sterns, IJsvogel), met voedselvluchten over grote afstand en met ouders met kuikens (kunnen van elders komen) bij verschillende typen geldige waarneming van hetzelfde paar (man Rietgors zingt - territorium-indicerend - terwijl vrouw met voedsel voor nestjongen sleept - nest-indicerend), wordt alleen de hoogste categorie van zekerheid genoteerd (hier: nest-indicerend) noteer voor alle zekerheid ook zingende of baltsende trekvogels in mogelijke broedbiotoop (Bosruiter, Bonte Strandloper, Keep) onder het motto: je weet maar nooit Controleer deze locaties later op eventuele nest-indicerende waarnemingen, die zeer bijzonder zouden zijn Maak dan gedetailleerde aantekeningen (gedrag, tijdstip, enz) Vogelgroepen Waarnemingen van potentiële broedvogels in groepen zijn in het algemeen niet geldig, zoals groepen Spreeuwen of Kieviten in juni, Vinken in april of kraaiachtigen in het open veld of nabij een slaapplaats Een uitzondering wordt gemaakt voor groepen eenden, weidevogels, Geoorde uut, Waterhoen en Meerkoet, indien ze worden waargenomen tussen de datumgrenzen en in geschikte broedbiotoop Dergelijke groepen moeten in het veld zoveel mogelijk worden uiteengerafeld in paren en overige individuen en als geldige waarnemingen worden geregistreerd Werkwijze als volgt: eerst alle paren tellen (man en vrouw samen) van de overige mannetjes en vrouwtjes zoveel mogelijk paren maken overgebleven mannetjes dan wel vrouwtjes tellen (let op geldigheid) zijn de geslachten niet te onderscheiden, dan op basis van gedrag paren tellen en in het uiterste geval alle individuen optellen en door delen Een groep van Wilde Eenden bestaande uit duidelijke paren, mannetjes en vrouwtjes wordt genoteerd als: paren plus gemaakte paren (samen 7 paren) en mannetjes Er kunnen niet meer dan paren worden gemaakt, want voor meer paren zijn geen vrouwtjes beschikbaar Van wegvliegende Wilde Eenden wordt in de gaten gehouden waar ze invallen Komen ze uit het reeds getelde deel en landen ze in het nog te bezoeken gebied, dan moet hun aantal worden genoteerd en afgetrokken van het totaal dat later op die plaats wordt geteld Groepszang van bijv Kramsvogel en Kruisbek wordt gekarteerd indien het om kleine groepjes in geschikte biotoop gaat Wanneer vervolgwaarnemingen uitblijven, wordt in het BMP niets met deze groepszang gedaan Getijdengebied Bij hoogwater zitten niet-broedende soortgenoten (Scholekster, Tureluur) meestal in goed te onderscheiden groepen Deze groepen uiteraard niet noteren (geen geldige waarneming) Overzomeraars Watervogels en sommige andere soorten kunnen overzomeren of laat in het voorjaar dan wel vroeg in de zomer doortrekken De betrokken vogels zijn lastig te onderscheiden van broedvogels Bij twijfel worden (geldige) waarnemingen gewoon genoteerd (met broedcode); bij de interpretatie wordt een beslissing genomen Kolonievogels en Zeldzame soorten Gedetailleerde informatie is te vinden in de LSBhandleiding, in het kort: bij kolonievogels: bewoonde nesten dan wel aanwezige paren of individuen tellen als bewoonde nesten gelden nesten waar vogels aan- en afvliegen met nestmateriaal of voedsel, waarvan de nestrand bedekt is met uitwerpselen, of waaronder eischalen liggen is nesten tellen onmogelijk, dan minimaal een- Handleiding BMP 00

18 maal alle aanwezige individuen op de broedplaats turven Dit moet plaatsvinden op een moment waarop zoveel mogelijk nesten bezet zijn, en zoveel mogelijk vogels in de kolonie aanwezig noteer bij zeldzame soorten per bezoek de broedcode Maak bij zeer zeldzame soorten zoals Klein Waterhoen en Taigaboomkruiper tevens gedetailleerde aantekeningen over uiterlijk, geluid, gedrag en broedbiotoop Aanvullende waarnemingen Dit zijn bijvoorbeeld waarnemingen tijdens speciale bezoeken zeer vroeg (Kruisbek) of zeer laat (Boomvalk) in het seizoen, waarnemingen van rietzangvogels tijdens een nachtbezoek of een interessante melding via anderen (nest van Bosuil) Noteer ze apart op de veldkaart en laat aanvullingen van anderen een uitzondering blijven, zodat de jaarlijkse vergelijkbaarheid van het onderzoek niet wordt aangetast Waarnemingen van gemengde paren dienen a- part te worden genoteerd (voorbeelden: Rouwkwikstaart x Witte Kwikstaart, Engelse Kwikstaart x Gele Kwikstaart, Zwarte x Bonte Kraai, Kuifeend x Tafeleend) Geluidsrecorder Het gebruik van een geluidsrecorder om vogels te activeren tot zang of roep, wordt in de regel beperkt tot nacht- of avondbezoeken en tot enkele soorten (rallen, Kwartel, uilen, Nachtzwaluw, Draaihals) Wanneer hiervoor wordt gekozen, moet dit jaarlijks worden volgehouden! In open landschap wordt het zanggeluid om de m en in bossen om de 00-0 m afgedraaid, gedurende ongeveer 0 seconden en met tussenpozen van enkele minuten In de tussenpozen wordt op eventuele vogelreacties gelet Veelvuldig en langdurig recordergebruik kan verstorend werken en wordt sterk afgeraden Bij een zeer felle reactie: stoppen met geluidsnabootsing Handleiding BMP 00

19 7 GELDIGE WAARNEMINGEN OVERZETTEN VAN VELD- OP SOORTKAARTEN ZANGVOGELS NIET-ZANGVOGELS KOLONIEVOGELS territoriaal minder territoriaal INTERPRETATIECRITERIUM INTERPRETATIECRITERIUM INTERPRETATIECRITERIUM BEPALEN BEPALEN BEPALEN Aantal normbezoeken vaststellen Interpretatiecriterium van, of Interpretatiecriterium van, of Interpretatiecriterium van opzoeken in bijlage onder opzoeken in bijlage onder alle kolonievogels is Aantal normbezoeken Hoeveel geldige waarnemingen vereist? Nestvondst telt altijd Nestvondst telt altijd DATUMGRENZEN opzoeken in bijlage In elk territorium minstens zoveel In elk territorium minstens zoveel Hoogste aantal nesten, paren of waarnemingen als het interpretatie- waarnemingen als het interpretatie- individuen (gedeeld door,) criterium vereist en daarvan altijd criterium vereist en daarvan altijd tussen datumgrenzen minstens tussen de datumgrenzen minstens of tussen de datumgrenzen TERRITORIA BEGRENZEN Zoveel mogelijk op basis van UITSLUITENDE WAARNEMINGEN en zoveel mogelijk waarnemingen in zo weinig mogelijk territoria Overgebleven waarnemingen kunnen op basis van de USIE-ASTAND wel of geen territoria opleveren Op basis van van de USIE-ASTAND bepalen of sprake is van of meer kolonies AANTAL TERRITORIA (PAREN O NESTEN) Handleiding BMP 00

20 VAN WAARNEMING TOT TERRITORIUM Interpretatie Aan het eind van het seizoen wordt het aantal paren (territoria) bepaald: de interpretatie Doe dit strikt volgens de regels en jaarlijks op dezelfde wijze De interpretatie is soms pas na enige oefening onder de knie te krijgen, zodat wordt aangeraden om de eerste keer de hulp in te roepen van een ervaren karteerder Het aantal vastgestelde paren (territoria) moet worden gezien als een zo betrouwbaar mogelijke indicatie van de werkelijk aanwezige aantallen broedvogels Wanneer waarnemingen van een soort aan bepaalde eisen voldoen (ze zijn bijv verricht binnen een vastgestelde periode), mogen ze voor het BMP worden meegeteld, ongeacht of het broeden daadwerkelijk is gecon- stateerd of niet Dat geen nest of jongen zijn vastgesteld, kan velerlei oorzaak hebben (broedsel mislukt, over het hoofd gezien, nest buiten proefvlak) * Het begrip territorium wordt in de handleiding als algemene term gehanteerd, als synoniem voor paar, broedpaar, broedplaats, broedgeval en nestplaats Van veldkaart naar soortkaart maak soortkaarten aan (voor iedere soort een aparte kaart), bijv door lege veldkaarten te vermenigvuldigen; gebruik anders een kaart die qua schaal en ondergrond identiek is aan de veldkaart T W HD Kn ZKr R WE M KK Tj KK T KK ZKr S Koe Tj a V Tj T W M Veldkaart mei bezoek Zwarte Kraai Kleine Karekiet itis iguur Van veldkaart naar soortkaart Geldige waarnemingen en symbolen van broedzekerheid worden van de veldkaart overgebracht naar de soortkaart (zie bezoek van figuur ) Op de soortkaart blijven de afzonderlijke bezoeken herkenbaar door het bezoeknummer dat bij de bezoekdatum hoort Handleiding BMP 00

21 9 na elk bezoek: alle geldige waarnemingen overzetten op soortkaarten, broedzekerheid daarbij aangeven via symbolen (figuur ) streep de overgenomen waarnemingen af op de veldkaart, zodat er geen wordt vergeten waarnemingsdatum van elk bezoek herkenbaar houden door het toekennen van een bezoeknummer uiteindelijk staan op de soortkaart alle waarnemingen van een heel seizoen per soort verzameld beginners doen er goed aan het aantal geldige waarnemingen per bezoek en per soort in een tabelletje op de soortkaart te zetten Het geeft inzicht in het seizoensverloop en hoe de waarnemingen per bezoek zich verhouden tot het uiteindelijke aantal territoria (tabel ) Hoe worden territoria van elkaar onderscheiden? Het trekken van een grens tussen groepen waarnemingen lijkt gemakkelijker te worden naarmate de waarnemingen meer in groepjes ( clusters ) voorkomen Zo n cluster kan een territorium vertegenwoordigen Het begrenzen van zulke clusters geeft echter problemen: een concentratie van waarnemingen kan juist ontstaan op de grens van territoria, waar vaak grensconflicten optreden binnen een territorium kunnen clusters ontstaan rond favoriete verblijfplaatsen, zodat het lijkt alsof er meer dan één territorium is de waarnemingen zijn vaak diffuus verspreid over de soortkaart Territoria worden daarom onderscheiden op basis van uitsluitende waarnemingen (figuur 7) Alleen zo kunnen één of meer territoria binnen een diffuus groepje waarnemingen worden onderscheiden Wanneer tijdens een bezoek territorium-indicerende vogels tegelijk aanwezig zijn, kan men er immers van uitgaan dat het om territoriumhouders gaat en dat de territoriumgrens ergens tussen beide waarnemingen in zal liggen Binnen een territorium mogen niet of meer uitsluitende waarnemingen (gelijke bezoeknummers) aanwezig zijn Interpretatiecriterium Hoeveel waarnemingen moeten op een bepaalde plaats zijn verricht, voordat we van een territorium kunnen spreken? Het aantal geldige waarnemingen, dat minimaal vereist is voor het aannemen van een territorium - het interpretatiecriterium - is voor elke soort anders Bij een te laag aantal waarnemingen bestaat de kans dat doortrekkers of zwervers worden meegeteld, bij een te hoog aantal worden wellicht bestaande territoria ten onrechte niet meegeteld De zwaarte van het interpretatiecriterium werkt door in het aantal territoria dat wordt onderscheiden Wanneer waarnemingen vereist zijn, zullen minder territoria worden onderscheiden dan bij een criterium van Dan bestaat immers de kans dat waarnemingen overblijven die niet als territorium gehonoreerd kunnen worden Bij de bepaling van het interpretatiecriterium bestaat er verschil tussen zangvogels en overige soorten (zie schema pag 7) iguur 7 Concentraties van waarnemingen De waarnemingen links vormen door hun geïsoleerde positie een duidelijk territorium De concentratie rechts lijkt één territorium te suggereren, maar op basis van uitsluitende waarnemingen (gelijke bezoeknummers) blijken er territoria aan elkaar te grenzen Handleiding BMP 00

!!!!"### " $% + " $% -""!. /"0%. + %"" 1 "" 3 '$ + * + + * +1 5*!! 1"! '!' 5%!.* " " "!.%%"!%%!-8! " $% *8! %! 9: $% !$!!

!!!!###  $% +  $% -!. /0%. + % 1  3 '$ + * + + * +1 5*!! 1! '!' 5%!.*   !.%%!%%!-8!  $% *8! %! 9: $% !$!! 1 !!!!"### #$% $% &'() " $% %""*$ +, " $% %""* -""!. /"0%.!*% + %"" 1 "" 2 3 '$ + * + " $% + + * ++ 4""% +1 5*!! +2 4""*! 1"! '!' '() $""" '()6 "%##!& 4&*!7 5%!.* " " "!.%%"!%%!-8!!'() 8%!!""" %"" $% *8!

Nadere informatie

Handleiding. SOVON Broedvogelonderzoek

Handleiding. SOVON Broedvogelonderzoek Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek Colofon Samenstelling: Arend-Jan van Dijk & Arjan Boele mmv red Hustings (soortpagina s website) Redactie: red Hustings Lay-out: John van Betteray & Peter Eekelder

Nadere informatie

WEIDEVOGELS INVENTARISEREN IN CULTUURLAND

WEIDEVOGELS INVENTARISEREN IN CULTUURLAND WEIDEVOGELS INVENTARISEREN IN CULTUURLAND Uitgave 2001 SOVON Vogelonderzoek Nederland Centraal Bureau voor de Statistiek Colofon SOVON, Beek-Ubbergen, 2001 ISSN 1382-6263 Deze handleiding is samengesteld

Nadere informatie

Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015

Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015 Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015 Martin Heinen Vogelwerkgroep Oost-Veluwe, Apeldoorn 1 1. Inleiding De gemeente Apeldoorn heeft Vogelwerkgroep Oost-Veluwe gevraagd een inventarisatie

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, september 2010

Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, september 2010 Broedvogelinventarisatierapport Heseveld, Nijmegen 2010 Marc de Bont Nijmegen, september 2010 Inleiding Methode In maart 2010 heb ik besloten om in de omgeving van het complex Berkenoord de broedvogels

Nadere informatie

broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval. 9.05 : 1 w. met 3 pulli - regelmatig worden ongepaarde ex.

broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval. 9.05 : 1 w. met 3 pulli - regelmatig worden ongepaarde ex. Kleiputten 't Hoge 1983 2013 (2014) In deze kolom krijgen sommige soorten een andere kleur en dus een andere Broedende of waarschijnlijk broedende soorten broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval.

Nadere informatie

Broedvogel Monitoring Project. Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg. voorjaar 2012

Broedvogel Monitoring Project. Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg. voorjaar 2012 Broedvogel Monitoring Project Alle soorten (BMP A) Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg voorjaar 2012 Vogelwerkgroep t Vuggelke, IVN Bakel-Milheeze-Rips Dit rapport is opgesteld op verzoek van

Nadere informatie

BIBLIOTK-EK RIJKS: VOOR OE USSELMttRPOLDcRS WERKDOCUMENT. door. W. Dubbeldam. 1980-80 Abw maart. X 7t. ^TJ, 6wo

BIBLIOTK-EK RIJKS: VOOR OE USSELMttRPOLDcRS WERKDOCUMENT. door. W. Dubbeldam. 1980-80 Abw maart. X 7t. ^TJ, 6wo BIBLIOTK-EK RIJKS: VOOR OE USSELMttRPOLDcRS WERKDOCUMENT RESULTATEN VAN EEN VERKENNENDE BROEDVOGEL- INVENTARISATIE IN HET NATUURTERREIN HET HARDERBROEK door W. Dubbeldam 1980-80 Abw maart R 13381 X 7t

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. Gierzwaluwbescherming Nederland 1

INHOUDSOPGAVE. Gierzwaluwbescherming Nederland 1 INHOUDSOPGAVE Inleiding blz 2 Het tellen van vliegende gierzwaluwen blz 3 Het tellen van invlieggaten blz 4 Buurtbewoners inschakelen blz 4 Het project camera monitoring blz 5 Observatie-nestkasten blz

Nadere informatie

Aantal gevonden legsels in 2008

Aantal gevonden legsels in 2008 10 1 Broedpaaraantallen 2. Reproductie Na terugkomst van weidevogels in hun broedgebied vormen zich paren en kiezen de vogels een plek om te gaan broeden: de vestiging. Daarna komen twee belangrijke reproductiefasen:

Nadere informatie

Inventarisatie van Gierzwaluwen

Inventarisatie van Gierzwaluwen Inventarisatie van Gierzwaluwen 2 Van gierzwaluwen is nog veel onbekend. Het inventariseren van gierzwaluwen is belangrijk omdat daarmee kan worden vastgesteld hoe groot de populatie in Nederland is en

Nadere informatie

Handleiding Autoclustering in BMP

Handleiding Autoclustering in BMP Handleiding Autoclustering in BMP Arend J. van Dijk, Michiel Noback, Henk Sierdsema Gerard Troost, Jan- Willem Vergeer 2012. Handleiding autoclustering in BMP (1.08 juli). Sovon Vogelonderzoek Nederland,

Nadere informatie

NVWK geeft de erven vleugels. Module 3 vogels tellen

NVWK geeft de erven vleugels. Module 3 vogels tellen NVWK geeft de erven vleugels Module 3 vogels tellen 1 Indeling van de avond Even voorstellen Erfvogels tellen met tuintelling.nl pauze Je erf toevoegen Geluidenquiz 2 Even voorstellen. Werkzaam bij Sovon

Nadere informatie

Broedvogelonderzoek De Liede. De gemeente Haarlemmermeer

Broedvogelonderzoek De Liede. De gemeente Haarlemmermeer Broedvogelonderzoek De Liede De gemeente Haarlemmermeer Broedvogelonderzoek De Liede Opdrachtgever: Uitvoering: Samenstelling: Veldwerk: Status Gemeente Haarlemmermeer Adviesbureau E.C.O. Logisch ing.

Nadere informatie

Broedvogels van landgoed De Kranenkamp in 2011

Broedvogels van landgoed De Kranenkamp in 2011 Broedvogels van landgoed De Kranenkamp in 2011 Broedvogel Monitoring Project, alle soorten Esther Veldhoen Dit is een uitgave van VWG De IJsselstreek Colofon Vogelwerkgroep de IJsselstreek Secretariaat:

Nadere informatie

Notitie. Inleiding. Methodiek. J. de Waard (Trivire Wonen) aan. van A. de Baerdemaeker. betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht

Notitie. Inleiding. Methodiek. J. de Waard (Trivire Wonen) aan. van A. de Baerdemaeker. betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht Notitie aan J. de Waard (Trivire Wonen) van A. de Baerdemaeker betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht project 0619 datum 2 augustus 2011 Postbus 23452 3001 KL Rotterdam telefoon: 010-436

Nadere informatie

BMP rapport. Gat van Pinte 2014. Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014

BMP rapport. Gat van Pinte 2014. Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014 BMP rapport Gat van Pinte 2014 Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014 1 van 10 BMP Gat van Pinte 2014 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Gebiedsbeschrijving Gat van Pinte... 3 3. De telronden...

Nadere informatie

Excursie samen met Flevo Bird Watching uitgevoerd door: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek. Flevo Birdwatching, Rien Jans

Excursie samen met Flevo Bird Watching uitgevoerd door: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek. Flevo Birdwatching, Rien Jans Datum van de excursie: 4 mei 2016 Team: Flevo Birdwatching, Rien Jans Bezochte gebied: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek Vroege ochtend: Het Langeveen op landgoed Den Treek. En late ochtend/middag:

Nadere informatie

De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007

De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007 De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007 Lieuwe Dijksen & Frank Willems SOVON-inventarisatierapport 2007/49 Dit rapport is samengesteld in opdracht van Het Groninger Landschap Colofon SOVON Vogelonderzoek

Nadere informatie

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011 BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Luchtfoto van het gebied... 3 Algemene Informatie.... 4 Gebiedsbeschrijving... 5 Gebiedsindeling... 6 Info over de telronden... 7 Territoria

Nadere informatie

BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen

BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen Sinds 2008 voer ik jaarlijks broedvogeltellingen uit in een telgebied op het Leersumse Veld en Ginkelduin volgens de richtlijnen

Nadere informatie

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Tel: 013 / 67.38.44 GERHAGEN E-mail: bosmuseum@skynet.be Website: wet.gerhagen.be Samengesteld door Willy Vanwesemael Kerkuil WERKBLADEN OPLOSSINGEN Lager

Nadere informatie

Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden

Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden 2006 Bosuil Inleiding: In begin 2006 is een hernieuwde poging gedaan om de natuur inventarisaties die in het verleden een belangrijke plaats innamen

Nadere informatie

Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen

Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen Alle bij de NGF aangesloten clubs worden jaarlijks uitgenodigd deel te nemen aan een vogelteldag. De bedoeling is op dezelfde dag eind april

Nadere informatie

TELINSTRUCTIE REEËN IN UTRECHT. Wie? Wat? Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden

TELINSTRUCTIE REEËN IN UTRECHT. Wie? Wat? Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden TELINSTRUCTIE Wie? REEËN Wat? IN UTRECHT Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden januari 2013 INTRODUCTIE Voor u ligt de telinstructie reeën zoals tot stand gekomen in

Nadere informatie

WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD

WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD 214 Er is goed nieuws en er is slecht nieuws WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD 214: ER IS GOED NIEUWS EN ER IS SLECHT NIEUWS Sinds 211 telt DNatuur voor ANV Lopikerwaard hoeveel Grutto

Nadere informatie

Handleiding Veldwerk Vogelatlas 2012-2015

Handleiding Veldwerk Vogelatlas 2012-2015 Nieuwe Vogelatlas van Nederland Tussen 1 december 2012 en het eind van het broedseizoen 2015 brengen duizenden tellers alle Nederlandse wintervogels en broedvogels gedetailleerd in kaart voor de nieuwe

Nadere informatie

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2013 Hans Molenaar VWG De Steltkluut November 2013 Inhoudsopgave 1. Algemene Informatie... 4 Doelstelling SOVON broedvogelonderzoek.... 4 2. Gebiedsbeschrijving... 5 Luchtfoto

Nadere informatie

Nader onderzoek huismussen. Herontwikkeling Gasthuisstraat 77 te Kaatsheuvel

Nader onderzoek huismussen. Herontwikkeling Gasthuisstraat 77 te Kaatsheuvel Nader onderzoek huismussen Herontwikkeling Gasthuisstraat 77 te Kaatsheuvel te Kaatsheuvel blad 1 INHOUD blz. 1 INLEIDING 2 1.1 Aanleiding en doelstelling 2 1.2 Leeswijzer 2 2 SITUATIE EN PLANVORMING

Nadere informatie

Vogelringstation Schiermonnikoog. Verslag activiteiten 2014 voor CCWO

Vogelringstation Schiermonnikoog. Verslag activiteiten 2014 voor CCWO Vogelringstation Schiermonnikoog Verslag activitei 2014 voor CCWO Verslag veldwerk 2014 Inleiding In 2014 zijn de activitei van het Vogelringstation Schiermonnikoog in de onderzoeksopzet voortgezet: 1.

Nadere informatie

Monitoring bij Natuurboeren. 31 maart 2015

Monitoring bij Natuurboeren. 31 maart 2015 Monitoring bij Natuurboeren 31 maart 2015 problematiek Afname Plant- en dieren leven in het buitengebied Intensivering grondgebruik, verdroging Monitoring bij natuurboeren 2 Monitoring bij natuurboeren

Nadere informatie

NME-leerroute Vogels in het Wandelbos

NME-leerroute Vogels in het Wandelbos NME-leerroute Vogels in het Wandelbos 7 Groep 1 Tilburg, BS Jeanne d Arc Verhaal voor de kinderen Rinze de Wereldreiziger Rinze weet onwaarschijnlijk veel over vogels. Rinze is ook dol op het Wandelbos

Nadere informatie

Handleiding Meetnet Urbane Soorten (MUS)

Handleiding Meetnet Urbane Soorten (MUS) Handleiding Meetnet Urbane Soorten (MUS) Colofon SOVON Vogelonderzoek Nederland 2007 Deze handleiding is samengesteld in opdracht van Vogelbescherming Nederland. Samenstelling: Chris van Turnhout & Harvey

Nadere informatie

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 29 ste BROEDVOGELINVENTARISATIE -2006 Het natuurreservaat Blokkersdijk (100ha groot) ligt gekneld tussen de Zwijndrechtse industriezone, de Expressweg

Nadere informatie

WEIDEVOGELS IN HET REITDIEPGEBIED 2011

WEIDEVOGELS IN HET REITDIEPGEBIED 2011 WEIDEVOGELS IN HET REITDIEPGEBIED 2011 Colofon Tekst en foto s : H. Feenstra Wijze van citeren: Feenstra H. Weidevogels in het Reitdiepgebied 2011. Bureau Vogelinventarisatie De Kraanvogel 2011/11. Fochteloo.

Nadere informatie

OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen

OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen De halsbandparkiet (Psittacula krameri) komt van oorsprong voor in Afrika, in een gordel ten zuiden van de Sahara en op het Indisch

Nadere informatie

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo GERHAGEN Tel: 013 / 67.38.44 E-mail: bosmuseum@skynet.be Website: wet.gerhagen.be Samengesteld door Willy Vanwesemael Bosuil WERKBLADEN Lager Onderwijs

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatie. Wijchens Meer-west,Wijchen. Hans Hollander, 2008

Broedvogelinventarisatie. Wijchens Meer-west,Wijchen. Hans Hollander, 2008 Broedvogelinventarisatie Wijchens Meer-west,Wijchen 2008 Hans Hollander, 2008 Hans Hollander Oudelaan 2005 6605 SC Wijchen 024-6412564 hanshollander@xmsnet.nl 2 Inhoud INHOUD... 3 1 INLEIDING... 4 2 GEBIEDSBESCHRIJVING...

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold

Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold Tellers: D.Schoppers, A. Vanderspoel, J. de Vries, W. Woudman, M. Werkman, J. De Bruin, M.Wijnhold Inhoud: 1. Samenvatting 2. Methode: territoria

Nadere informatie

Werkblad Vogels in de Gement

Werkblad Vogels in de Gement Werkblad Vogels in de Gement Rinze de Wereldreiziger Rinze de Werelreiziger weet onwaarschijnlijk veel van vogels. Rinze is ook dol op de Gement, want daar zijn veel bijzondere vogelsoorten te zien. Bij

Nadere informatie

Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181)

Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181) Gemeente Werkendam t.a.v. C.A.A.M. de Jong Postbus 16 4250 DA Werkendam Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181) Gemert, 5 augustus 2010 Geachte heer/mevrouw

Nadere informatie

Handleiding. Project Bijzondere Broedvogels Vlaanderen. Anny Anselin, Koen Devos & Glenn Vermeersch

Handleiding. Project Bijzondere Broedvogels Vlaanderen. Anny Anselin, Koen Devos & Glenn Vermeersch Project Bijzondere Broedvogels Vlaanderen Handleiding Anny Anselin, Koen Devos & Glenn Vermeersch Instituut voor natuur- en bosonderzoek Kliniekstraat 5 B-070 Brussel Maart 007, aangepaste versie Inhoud

Nadere informatie

Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam

Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag P.J.H. van der Linden Amsterdam Nieuw

Nadere informatie

Methodehandleiding bij het project Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen (ABV)

Methodehandleiding bij het project Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen (ABV) Methodehandleiding bij het project Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen (ABV) Glenn Vermeersch, Anny Anselin, Marc Herremans Een initiatief van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en

Nadere informatie

Nieuwsbrief Jaar van de Patrijs in Zeeland

Nieuwsbrief Jaar van de Patrijs in Zeeland Nieuwsbrief Jaar van de Patrijs in Zeeland 2013 is door Vogelbescherming Nederland en Sovon uitgeroepen tot het Jaar van de Patrijs. Deze fraaie vogel is de laatste decennia sterk afgenomen (-95%).Ten

Nadere informatie

2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com

2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com Colofon Inhoud 2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com coverfoto s (Roodborst) Michel Geven (voorzijde) Nico van Kappel

Nadere informatie

Broedvogels van Park Rosendael 1981-2012

Broedvogels van Park Rosendael 1981-2012 Broedvogels van Park Rosendael 1981-2012 Inleiding Park Rosendael (38,9 ha) is het langstlopende BMP-proefvlak van de vogelwerkgroep geteld in 1981 en 1984-2012. Dertig jaar telhistorie waaraan veel gevierde

Nadere informatie

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005 NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005 SITUERING: Blokkersdijk is circa 100ha groot. Het reservaat ligt gekneld tussen de Zwijndrechtse industriezone,

Nadere informatie

Meerjarenvisie 2010-2013. Samenvatting. SOVON Vogelonderzoek Nederland. Meerjarenvisie

Meerjarenvisie 2010-2013. Samenvatting. SOVON Vogelonderzoek Nederland. Meerjarenvisie Meerjarenvisie 2010-2013 Samenvatting SOVON Vogelonderzoek Nederland Meerjarenvisie Meerjarenvisie 2010-2013 Colofon Samenstelling: SOVON Vogelonderzoek Nederland Eindredactie: Fred Hustings Lay-out: Peter

Nadere informatie

Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland. Verslag van monitoring van aantallen en broedsucces in 2013

Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland. Verslag van monitoring van aantallen en broedsucces in 2013 Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland Verslag van monitoring van aantallen en broedsucces in 2013 Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland Verslag

Nadere informatie

Meeuwen in Alkmaar. Voorkom meeuwen overlast op uw dak

Meeuwen in Alkmaar. Voorkom meeuwen overlast op uw dak Meeuwen in Alkmaar Voorkom meeuwen overlast op uw dak Colofon: Gemeente Alkmaar Postadres: Postbus 53 1800 BC Alkmaar Centraal meldnummer 072-548 9444 internet: www.alkmaar.nl Deze folder is een uitgave

Nadere informatie

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Inleiding Praktisch overal in Nederland komen beschermde soorten flora en fauna voor. Bekende voorbeelden zijn de aanwezigheid van rugstreeppadden op

Nadere informatie

Provinciaal weidevogelonderzoek in de regio Amstel-, Gooi- en Vechtstreek Uit het Jaarboek Weidevogels 2007

Provinciaal weidevogelonderzoek in de regio Amstel-, Gooi- en Vechtstreek Uit het Jaarboek Weidevogels 2007 Provinciaal weidevogelonderzoek in de regio Amstel-, Gooi- en Vechtstreek Uit het Jaarboek Weidevogels 2007 Inleiding In 2005 verschenen alarmerende berichten over een snelle teruggang van weidevogels

Nadere informatie

Monitoring op natuurboerenerven. Uitleg over de systematiek van het monitoren

Monitoring op natuurboerenerven. Uitleg over de systematiek van het monitoren Monitoring op natuurboerenerven Uitleg over de systematiek van het monitoren Inleiding Boerenzwaluwen op het erf, korenbloemen in de akkers, fladderende citroenvlinders tussen de schuren. Al dat pracht

Nadere informatie

Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer

Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer Verslag Nationale vogeltelling Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer GOLF- & COUNTRYCLUB LIEMEER 26 april 2015 Opgesteld door: Cees van de Noort

Nadere informatie

BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN

BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN Vogels zingen en maken talrijke andere geluiden zoals b.v. contactroepen of alarmkreten. Ze beschikken over een uitgebreid repertoire aan geluiden, want die spelen een belangrijke

Nadere informatie

Vogelinspectie. ten behoeve van Hardshock Festival te Zwolle 18 april 2015. Dillerop natuuradvies

Vogelinspectie. ten behoeve van Hardshock Festival te Zwolle 18 april 2015. Dillerop natuuradvies Vogelinspectie ten behoeve van Hardshock Festival te Zwolle 18 april 2015 Dillerop natuuradvies Colofon: Opdrachtgever: Organisatie High Energy Events Contactpersoon: Mevrouw J. Verbeek Veldwerk: Dillerop

Nadere informatie

Stichting Natuur- en Vogelwacht Dordrecht Noorderelsweg 2 A, 3329 KH Dordrecht, tel.: 078-6.21.39.21, info@vogelwacht.eu, www.vogelwacht.

Stichting Natuur- en Vogelwacht Dordrecht Noorderelsweg 2 A, 3329 KH Dordrecht, tel.: 078-6.21.39.21, info@vogelwacht.eu, www.vogelwacht. Stichting Natuur- en Vogelwacht Dordrecht Noorderelsweg 2 A, 3329 KH Dordrecht, tel.: 078-6.21.39.21, info@vogelwacht.eu, www.vogelwacht.eu Stadsvogelnieuwsbrief Dordrecht nummer 1 IJsvogel Foto: Hans

Nadere informatie

Meerjarenvisie 2014-2017. In het kort

Meerjarenvisie 2014-2017. In het kort In het kort Colofon Samenstelling: Sovon Vogelonderzoek Nederland Eindredactie: Fred Hustings Lay-out: Peter Eekelder Foto s: Theo Baas, Koos Dansen. Peter Eekelder, Frans Martens, Gerben Mensink & Johan

Nadere informatie

Handleiding vogeltellingen camerabeelden mosselwad

Handleiding vogeltellingen camerabeelden mosselwad Handleiding vogeltellingen camerabeelden mosselwad Colofon Samenstelling: Ernstjan Penninkhof Lay-out: Peter Eekelder Foto s omslag: Harvey van Diek Druk: PDF Eerste druk Sovon Vogelonderzoek Nederland,

Nadere informatie

Tellingen van Grutto s en andere weidevogels in de provincie Utrecht in 2015

Tellingen van Grutto s en andere weidevogels in de provincie Utrecht in 2015 Slaterus R. & Majoor F. Tellingen van Grutto s en andere weidevogels in de provincie Utrecht in 2015 In opdracht van de: Tellingen van Grutto s en andere weidevogels in de provincie Utrecht in 2015 Roy

Nadere informatie

Resultaten. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Resultaten. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland Juni 2015 Inleiding Door de provincie Gelderland is verzocht om een update te maken van

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatie 2006 Deelgebied Grenspark:

Broedvogelinventarisatie 2006 Deelgebied Grenspark: Broedvogelinventarisatie 2006 Deelgebied Grenspark: Omgeving Landgoed Groote Meer, Kortenhoeff, Staartse duinen en heide (NL) en bosgebied Steertse duinen (VL) Rapport broedvogelinventarisatie aandachtssoorten

Nadere informatie

Weidevogels monitoring Polderpark Oostpolder 2014-2016. verslag, conclusies en aanbevelingen 2014

Weidevogels monitoring Polderpark Oostpolder 2014-2016. verslag, conclusies en aanbevelingen 2014 Broedende weidevogels in de Oostpolder van Gouda nu en in de toekomst Weidevogels monitoring Polderpark Oostpolder 2014-2016 verslag, conclusies en aanbevelingen 2014 Komen er wel broedende weidevogels

Nadere informatie

Introductie. Mussen Huismus Inventarisatie. Pauze. Zwaluwen Gierzwaluw Inventarisatie. Soort. Mussen. Ringmus

Introductie. Mussen Huismus Inventarisatie. Pauze. Zwaluwen Gierzwaluw Inventarisatie. Soort. Mussen. Ringmus sen en gierzwaluwen Herkenning en Inventarisatie Avondprogramma Mussen Inventarisatie Pauze Inventarisatie April 2013 R. Schols Carola van den Tempel Soorten Aanleiding; Stevig fundament voornatuurbeleid

Nadere informatie

NATUURNIEUWS DE FRISSE WIND

NATUURNIEUWS DE FRISSE WIND NATUURNIEUWS DE FRISSE WIND Gortdroog voorjaar speelt weidevogels parten, enkele deelgebieden nader bekeken, Grutto s en grutto nesten Grutto nest met 5 eieren gevonden door Tinus Mooy. Het gortdroge voorjaar

Nadere informatie

Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen

Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen op basis van Henk Kuiper Utrecht December 2009 COLOFON Tekst en onderzoek:

Nadere informatie

Validatie. Beste Atlastellers,

Validatie. Beste Atlastellers, Beste Atlastellers, de eerste periode van het tweede winterseizoen zit er net op en het verheugt me te zien dat er veel tellingen zijn ingevoerd! Het weer in dit seizoen is stukken beter geweest dan vorig

Nadere informatie

Broedvogels van de Nieuwe Tuinderij te Zuidoostbeemster

Broedvogels van de Nieuwe Tuinderij te Zuidoostbeemster Broedvogels van de Nieuwe Tuinderij te Inventarisatie 2011 Rapportage 1-7-2011 F.M. van Groen 2011 Opdrachtgever Gemeente Beemster Van der Goes en Groot Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau G&G-rapport

Nadere informatie

Cursus Roofvogelnestkartering. Werkgroep Roofvogels Zeeland

Cursus Roofvogelnestkartering. Werkgroep Roofvogels Zeeland Cursus Roofvogelnestkartering Werkgroep Roofvogels Zeeland Wat is nestkartering? Elke (roof)vogel heeft in het broedseizoen een territorium. Tijdens een aantal bezoeken worden alle waarnemingen van (roof)vogels

Nadere informatie

Natuur en landschap van Witharen in 2008

Natuur en landschap van Witharen in 2008 Natuur en landschap van Witharen in 2008 C. Zoon Versie 5 8 augustus 2008 Inleiding Witharen is een buurtschap in het noorden van de gemeente Ommen. In het zuidwesten wordt het begrensd door het Varsenerveld

Nadere informatie

INSTRUCTIE WINTERTELLING 2012

INSTRUCTIE WINTERTELLING 2012 INSTRUCTIE WINTERTELLING 2012 Wintertelling knobbelzwaan en meerkoet op 21 januari 2012 Afdeling Faunazaken December 2011 Internet: www.knjvintranet.nl E-mail: biologie@knjv.nl Telefoon: 033-4619841 Wintertelling

Nadere informatie

Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015

Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015 Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015 Overkamppark, Landgoed Dordwijk en Dubbelmondepark en een vergelijking met eerdere inventarisaties Sander Terlouw Grauwe Vliegenvanger - Foto

Nadere informatie

Bosuilen 34 jaar geteld in Noord-Kennemerland

Bosuilen 34 jaar geteld in Noord-Kennemerland Bosuilen 34 jaar geteld in Noord-Kennemerland Overdag rusten de bosuilen meestal goed verscholen op een tak, in een boomholte, nestkast of een ruimte waar geen mensen komen. Na zonsondergang worden ze

Nadere informatie

Protocol zomertelling ganzen

Protocol zomertelling ganzen Protocol zomertelling ganzen Gezamenlijk protocol voor de provinciale zomertellingen van ganzen Landelijke technische werkgroep zomertelling ganzen Vastgesteld: April 2012 Inleiding Dit protocol is opgesteld

Nadere informatie

Vogelzang: waarom zingen vogels en

Vogelzang: waarom zingen vogels en Vogelzang: waarom zingen vogels en hoe herken je ze aan hun zang? Natuurpunt organiseert de Grote Vogelweek voor Scholen. Leer de vogels rondom je school kennen, tel hoeveel er zijn en doe mee aan belangrijk

Nadere informatie

Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim

Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim Om 18.15 uur trof ik mijn enthousiaste excursiedeelnemers uit het Nood Hollandse Uitgeest. We reden allereerst naar de Grote praambult

Nadere informatie

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Tel: 013 / 67.38.44 GERHAGEN E-mail: bosmuseum@skynet.be Website: wet.gerhagen.be Havik Samengesteld door Willy Vanwesemael WERKBLADEN Lager Onderwijs Derde

Nadere informatie

Nieuwsbrief Roofvogelwerkgroep Fruitstreek. Februari 2014

Nieuwsbrief Roofvogelwerkgroep Fruitstreek. Februari 2014 Nieuwsbrief Roofvogelwerkgroep Fruitstreek Februari 2014 Het is begonnen. Misschien iets vroeger dan anders, maar de laatste zonnige dagen levert al baltsgedrag op van buizerds. Het is dan ook deze soort

Nadere informatie

Broedvogels van de Overveerpolder te Oegstgeest in 2010 Roy Slaterus

Broedvogels van de Overveerpolder te Oegstgeest in 2010 Roy Slaterus Broedvogels van de Overveerpolder te Oegstgeest in 2010 Roy Slaterus SOVON-inventarisatierapport 2010/30 Dit rapport is samengesteld in opdracht van de gemeente Oegstgeest Broedvogels van de Overveerpolder

Nadere informatie

Onderzoek naar broedvogels en vleermuizen in het plangebied Zwijssen te Tilburg

Onderzoek naar broedvogels en vleermuizen in het plangebied Zwijssen te Tilburg Onderzoek naar broedvogels en vleermuizen in het plangebied Zwijssen te Tilburg Opdrachtgever: SDK Vastgoed B.V. September 2010 Antonie van Diemenstraat 20 5018 CW Tilburg 013-5802237 Eac@home.nl Pagina

Nadere informatie

Routekaart 2011. Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011. Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer

Routekaart 2011. Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011. Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011 Routekaart 2011 Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer Welkom op het Frysk Fûgelpaad 2011 Deze vogelspotwandeling wordt gehouden in Nationaal

Nadere informatie

S o v o n N o t. Olaf Klaassen & André de Baerdemaeker Telling van Huiskraaien in Hoek van Holland op 4 maart 2012. Sovon-Notitie 2012-105

S o v o n N o t. Olaf Klaassen & André de Baerdemaeker Telling van Huiskraaien in Hoek van Holland op 4 maart 2012. Sovon-Notitie 2012-105 Olaf Klaassen & André de Baerdemaeker Telling van Huiskraaien in Hoek van Holland op 4 maart 2012 Sovon-Notitie 2012-105 S o v o n N o t i t i e Sovon Vogelonderzoek Nederland Postbus 6521 6503 GA Nijmegen

Nadere informatie

Vogelwerkgroep de Kempen. Broedvogelinventarisatie Goorloop

Vogelwerkgroep de Kempen. Broedvogelinventarisatie Goorloop Vogelwerkgroep de Kempen Broedvogelinventarisatie Goorloop 2 INLEIDING In 2 is het natuurgebied de Goorloop op broedvogels geïnventariseerd door een aantal leden van Vogelwerkgroep de Kempen. Deze inventarisatie

Nadere informatie

Broedvogelmonitoring Meijendel 2010. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding

Broedvogelmonitoring Meijendel 2010. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding Broedvogelmonitoring Meijendel F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag Inleiding Dit verslag vat de resultaten samen van de broedvogelmonitoring in Meijendel in. Tevens

Nadere informatie

Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009

Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009 Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009 Ronnie Veldkamp Om 9.00 uur had ik afgesproken met mijn vriend Pieter van den Hooven om weer de jaarlijkse telling

Nadere informatie

Omgevingscheck De Del te Rozendaal. categorie 5 nesten: koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht

Omgevingscheck De Del te Rozendaal. categorie 5 nesten: koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht Omgevingscheck De Del te Rozendaal categorie 5 nesten: koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht Omgevingscheck De Del te Rozendaal categorie 5 nesten: koolmees,

Nadere informatie

Overzicht broedperiode 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels.

Overzicht broedperiode 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels. Overzicht broed 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels. Voorkeur bos Vogelsoorten van Bijlage 1 vogelrichtlijn Gemengd bos Zwarte specht #1 1500-2500 2300-2900 1100-1600 - Naald- en loofbos Wespendief

Nadere informatie

Op Europees niveau is de soort in de periode 1980-2011 met 52% afgenomen, en ten opzichte van 1990 met 6%.

Op Europees niveau is de soort in de periode 1980-2011 met 52% afgenomen, en ten opzichte van 1990 met 6%. 1 De spreeuwenstand gaat vanaf eind jaren zeventig achteruit. Over de periode 1984-2012 is de broedpopulatie in Nederland zelfs met gemiddeld 4% per jaar afgenomen. Daardoor resteert momenteel minder dan

Nadere informatie

De broedvogels van de Bantpolder in 1992

De broedvogels van de Bantpolder in 1992 De broedvogels van de Bantpolder in 1992 W J R de Wijs «:> W J R de Wijs Intern rapport Natuurmonumenten Niets uit dit rapport mag worden overgenomen zonder toestemming van: Natuurmonumenten, afd. Onderzoek

Nadere informatie

Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006.

Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006. Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006. Gerrit Arfman Opdrachtgever Staatsbosbeheer Regio Oost Deventer Colofon Broedvogelkartering: Gerrit Arfman. Foto s: Ad van Roosendaal. Tekst: Gerrit Arfman,

Nadere informatie

GANZEN IN NEDERLAND OVERZOMERENDE GANZEN

GANZEN IN NEDERLAND OVERZOMERENDE GANZEN GANZEN IN NEDERLAND Nederland is met zijn laaggelegen graslanden, veel water en zachte winters een ideaal gebied voor vele ganzensoorten. Veel ganzen die Nederland aandoen zijn afkomstig uit het hoge noorden;

Nadere informatie

In het hieronder staande overzicht worden de resultaten weergegeven, van 2013 en 2014. Jongen uitgevlogen totaal

In het hieronder staande overzicht worden de resultaten weergegeven, van 2013 en 2014. Jongen uitgevlogen totaal NESTKASTENVERSLAG 2014 NATUUR- EN VOGELWERKGROEP DE GRUTTO Inleiding: Ook dit broedseizoen werden op verschillende locaties weer talrijke en op hun inhoud gecontroleerd. Door een combinatie van factoren

Nadere informatie

Met vogels op trektocht

Met vogels op trektocht Met vogels op trektocht Leerdagboek van:... Een (on)bekend geluid Wat voor geluid hoor je? Waar komt het geluid vandaan? Dit wil ik opschrijven over de vogel: Denk aan vragen als: Hoe ziet de vogel eruit?

Nadere informatie

Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij

Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij In totaal werden 28374 tellingen doorgegeven verdeeld over meer dan 900.000 verschillende individuen. Er werden 125.550 huismussen

Nadere informatie

Broedvogels in De Onlanden in 2013

Broedvogels in De Onlanden in 2013 Broedvogels in De Onlanden in 2013 Wim van Boekel, Roelof Blaauw, Jacob de Bruin en René Oosterhuis Rapport 2013.01 Stichting Natuurbelang De Onlanden colofon Foto Roerdompen omslag: Ane van Rees Foto

Nadere informatie

Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering

Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering Inhoudsopgave 1. Contact leggen 3 1.1 Inloggen op www.sovon.nl 3 1.2 Controleer uw informatie 3 2. Aan de slag 4 2.1 Naar WSN

Nadere informatie

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum Inhoud Rapport en bijlagen 8 oktober 2014 Projectnummer

Nadere informatie

Libellenmonitoring in Nederland ervaringen na 16 jaar tellen

Libellenmonitoring in Nederland ervaringen na 16 jaar tellen Libellenmonitoring in Nederland ervaringen na 16 jaar tellen Tim Termaat Libellenstudiedag Vlaanderen 15 februari 2014 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Hoe gaat

Nadere informatie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie Bijlage 1 Onderzoek ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan

Nadere informatie