Het Vlaamse. LandbouwMonitoringsNetwerk: Wat & Hoe?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het Vlaamse. LandbouwMonitoringsNetwerk: Wat & Hoe?"

Transcriptie

1 Het Vlaamse LandbouwMonitoringsNetwerk: Wat & Hoe? November 2007 Roger De Becker (Red.) VLAAMSE OVERHEID Beleidsdomein Landbouw en Visserij Afdeling Monitoring en Studie (AMS) Koning Albert II laan 35, bus Brussel

2 Het Landbouwmonitoringsnetwerk: Wat & Hoe? Roger De Becker (Red.) PDF-document: Paper, 55 blz Het voorliggende document is een verklarend achtergronddocument van de (vaak complexe) methoden en terminologie die aan de basis liggen en gebruikt worden in het landbouwmonitoringsnetwerk en is bestemd voor de gebruikers van de informatie gebaseerd op de LMN-gegevens. Het geeft achtergrondinformatie over de cyclus, gebaseerd op statistische en boekhoudkundige principes, die de data doorlopen en die resulteren in bruikbare gegevens en uitslagen over de socio-economische, technische en milieukundige toestand op de landbouwbedrijven die extrapoleerbaar zijn naar de volledige Vlaamse landbouwsector en zijn subsectoren. Beschikbaarheid: downloadbaar in PDF-formaat Bestellingen: Afdeling Monitoring en Studie Koning Albert II laan 35, bus Brussel Tel: 02/ Fax: 02/ Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits expliciete bronvermelding: De Becker, R. (Red.) (2007) Het Vlaamse LandbouwMonitoringsNetwerk: wat en hoe?, Afdeling Monitoring en Studie, Brussel Vlaamse overheid 2

3 INHOUDSOPGAVE LIJST DER TABELLEN... 5 VOORWOORD... 6 VOORWOORD INLEIDING VISIE DOELSTELLINGEN VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK (LMN) HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK GESITUEERD BINNEN DE VLAAMSE OVERHEID IN EUROPESE CONTEXT PROCESSCHEMA LMN BEDRIJFSTYPOLOGIE BRUTO STANDAARD SALDO: DEFINITIE EN BEREKENING BSS OP BEDRIJFSVLAK Economische Bedrijfsomvang Bedrijfstypologie Europese context: EU typologie Rekenregels WAARNEMINGSVELD EN STEEKPROEFPLAN METHODOLOGIE PLAN VAN STEEKPROEFTREKKING VOORBEELD STEEKPROEF Telling en observatieveld van de Vlaamse landbouwbedrijven Steekproefgrootte en stratificatie Dubbele stratificatie van het observatieveld Bepaling van het aantal te selecteren bedrijven in de steekproef per stratum Aantal te selecteren bedrijven per stratum Bedrijfskeuze EXTRAPOLATIE NAAR HET OBSERVATIEVELD Extrapolatie Stratificatie van steekproef en waarnemingsveld Normalisatie van de steekproefcellen Wegingsfactoren van de steekproefbedrijven Extrapolatie Extrapolatie per cel Extrapolatie per dimensie Extrapolatie Vlaanderen Gewogen gemiddelde van de steekproef BOEKHOUDKUNDIGE PRINCIPES UITGANGSPUNT VAN EEN BEDRIJFSECONOMISCHE BOEKHOUDING FINANCIËLE STATEN Balans Actief Passief Kengetallen i.v.m. kapitaal Resultatenrekening Bedrijfsopbrengsten Operationele kosten Structurele kosten Bedrijfsresultaat GEGEVENSVERZAMELING

4 7.1 BUITENDIENSTEN CENTRALE DIENST LMN-PAKKET CENTRALISEREN KWALITEITSCONTROLE GEGEVENSGEBRUIK BIJLAGE 1: ANDERE AMS-BASISDOCUMENTEN M.B.T. HET LMN BIJLAGE 2: VLAAMSE BRUTO STANDAARDSALDI VOOR DE GEWASSEN EN DE VEEHOUDERIJ ( )

5 LIJST DER TABELLEN TABEL 1: AANTAL BEDRIJVEN IN ILB - STEEKPROEF TABEL 2: BELANGRIJKSTE EU-HOOFDBEDRIJFSTYPES TABEL 3: BELANGRIJKSTE BEDRIJFSTYPEN IN VLAANDEREN TABEL 4: CODE EN BEDRIJFSTYPE VAN DE EU-TYPOLOGIE TOEGEPAST OP VLAANDEREN TABEL 5: VERGELIJKING VAN HET OBSERVATIEVELD MET DE POPULATIE(TELLING) VOLGENS BEDRIJFSTYPE TABEL 6: VERDELING VAN DE VLAAMSE LANDBOUWBEDRIJVEN OVER DE VERSCHILLENDE STRATA VOLGENS DE LANDBOUWTELLING VAN 15 MEI TABEL 7: AANDEEL PER BEDRIJFSTYPE IN HET OBSERVATIEVELD EN IN DE POPULATIE TABEL 8: THEORETISCH PLAN VAN STEEKPROEFTREKKING VOOR DE VLAAMSE LANDBOUWBEDRIJVEN VOOR HET BOEKJAAR TABEL 9 THEORETISCHE VERSUS UITGEVOERDE STEEKPROEF VOOR HET BOEKJAAR LIJST DER FIGUREN FIGUUR 1: ORGANOGRAM VAN HET DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ... 9 FIGUUR 2 ORGANOGRAM VAN DE AFDELING MONITORING EN STUDIE (AMS) FIGUUR 3: GEGEVENSSTROOM IN HET LMN

6 VOORWOORD Het voorliggende document Het Vlaamse Landbouwmonitoringsnetwerk:Wat & Hoe? is bedoeld als verklarend achtergronddocument van de (vaak complexe) methoden en terminologie en is bestemd voor de gebruikers van de informatie gebaseerd op de LMNgegevens. Het geeft achtergrondinformatie over de cyclus, gebaseerd op statistische en boekhoudkundige principes, die de data doorlopen en die resulteren in bruikbare gegevens en uitslagen over de socio-economische, technische en milieukundige toestand op de landbouwbedrijven die extrapoleerbaar zijn naar de volledige Vlaamse landbouwsector en zijn subsectoren. De publicatie is gebaseerd op de schriftelijke en mondelinge bijdragen van verschillende AMS-medewerkers zowel door al bestaande interne documenten als door individuele en groepsrevisies. Met dank aan H. Georges, K. Geutjens, J. D hooghe, L. Somers, B. Tacquenier, A. Van den Bossche, D. Van Gijseghem, E. Van Broekhoven, K. Marvellie, P. Mortier, G. Spelmans, P. Dehenau die essentiële bijdragen hebben geleverd aan dit synthesedocument. Ir. Roger DE BECKER 6

7 1 Inleiding 1.1 Visie Bedrijfseconomisch boekhouden in de landbouw slaat op het verzamelen, registreren, analyseren en communiceren van financiële en technische informatie. Deze informatie moet nuttig en bruikbaar zijn voor diegenen die plannen moeten maken en beslissingen nemen op landbouwbedrijven en voor diegenen die deze bedrijven moeten adviseren en controleren. De bedrijfseconomische boekhouding wordt aanzien als een dienstverlenende functie: de verstrekte informatie moet haar bruikbaarheid bewijzen door relevant, betrouwbaar, vergelijkbaar, concreet en begrijpbaar te zijn. Ook het tijdsaspect is belangrijk, de bruikbaarheid van de informatie om onderbouwde beslissingen te nemen neemt snel af naar mate ze later beschikbaar komt. 1.2 Doelstellingen van het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) Op basis van het vorige is het LMN gecreëerd met de volgende hoofddoelstelling: Verzamelen, registreren, verwerken, analyseren en synthetiseren van economische, technische en milieukundige boekhoudgegevens van deelnemende bedrijven tot bruikbare rapporten inzake de evaluatie van de toestand van de land- en tuinbouw, ter ondersteuning van het beleid en voor het aanleveren van boekhoudgegevens aan het ILB. Als nevendoelstelling levert het LMN een kwaliteitsvolle rapportering, met nuttige kengetallen, aan de deelnemende bedrijven ter ondersteuning van hun bedrijfsbeheer. De betrokken bedrijven krijgen naast hun eigen bedrijfsuitslag een overzicht van gegevens van vergelijkbare bedrijven en de resultaten van extra enquêtes. In de periode is het bestaande landbouwboekhoudnet vernieuwd en verbreed tot een landbouwmonitoringsnetwerk, dat als doelstelling heeft om te zorgen voor socio-economische, technische en milieukundige gegevens, die zowel intern gebruikt kunnen worden door het beleidsdomein Landbouw en Visserij bij de beleidsvoorbereiding, -monitoring, -evaluatie en bijsturing, als ter beschikking gesteld kunnen worden aan derden. Het voorliggende document omvat de gehanteerde statistische methoden en boekhoudkundige principes, definities en rekenregels en de uitgewerkte praktijken die bijdragen tot het behalen van de doelstelling van het LMN. Samen met andere interne documenten opgesteld door de afdeling over de bruto standaardsaldi, de steekproeftrekking, de boekhoudkundige principes en de 7

8 verklarende nota bij de bedrijfsuitslag, sectorrapporten vormt het de basisdocumentatie van het LMN. 1 1 Referenties in bijlage 1 8

9 2 Het Landbouwmonitoringsnetwerk gesitueerd 2.1 Binnen de Vlaamse overheid Het Landbouwmonitoringsnetwerk wordt georganiseerd door de afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse overheid. Onderstaand schema 2 verduidelijkt de plaats die de afdeling inneemt binnen het organogram van het departement. Figuur 1: Organogram van het departement Landbouw en Visserij De opdrachten van de afdeling Monitoring en Studie zijn: - het analyseren van de impact van het beleid; - het detecteren en analyseren van ontwikkelingen binnen en buiten de landbouw en visserij; - het realiseren van beleidsrelevante studies; 2 Bron: webstek departement Landbouw en Visserij. 9

10 - het trekken, coördineren, proactief bewaken en evalueren van de strategische beleidscyclus (voorbereiden regeerakkoord, beleidsnota s en brieven); - het coördineren en opvolgen van wetenschappelijke kennisontwikkeling; - het verzamelen en integreren van beleidsgerelateerde informatie; - het houden van een landbouwboekhouding; - het coördineren en opvolgen van de internationale visieontwikkeling (landbouwraden). Om deze opdrachten naar behoren te vervullen is het AMS gestructureerd volgens onderstaand schema. Figuur 2 Organogram van de afdeling Monitoring en Studie (AMS) Afdelingshoofd Kennisbeheerder Kwaliteitsverantwoordelijke Cel Dataverzameling Cel Rapportering Cel Studie Landbouwraden Provinciale diensten Binnen de afdeling staat de cel Dataverzameling in voor het verzamelen van de gegevens in het kader van het Landbouwmonitoringsnetwerk. Het gaat hier enerzijds om een vast team van deskundigen en medewerkers in buitendienst die instaan voor de contacten met de landbouwers en anderzijds een hoofddienst voor de coördinatie van het LMN. De cel Rapportering voert de regie bij de uitvoering van de monitoring van de Vlaamse landbouw. Deze cel maakt rapporten uitgaande van de gegevens van het Landbouwmonitoringsnetwerk en andere gegevensbronnen en brengt beleidsrelevante kenmerken van de omgeving en evoluties en trends in kaart. Zij staat in voor het opmaken van het Landbouwrapport. De cel Studie staat in voor het leveren van inhoudelijke bijdragen aan beleidsprocessen. De afdeling rekent het tot haar taken om relevante signalen uit de sector en de maatschappij op te pikken. Ook het verrichten van beleidsverkenningen valt onder deze taak. Deze cel maakt de opzet voor ex ante en ex post beleidsevaluaties, begeleidt ze en voert ook beleidsevaluaties uit. Verder voert deze cel ook opdrachten uit op beleidsrelevante onderwerpen uit. 10

11 2.2 In Europese context Bij de oprichting van de EEG ging speciale aandacht uit naar het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Om dit landbouwbeleid te onderbouwen is in 1965 de Verordening nr. 79/65/EEG tot oprichting van een boekhoudkundig informatienet betreffende de inkomens en de bedrijfseconomische positie van de landbouwbedrijven in de Europese Economische Gemeenschap aangenomen. Deze houdt een verplichting aan de lidstaten in om via bedrijfseconomische boekhoudingen micro-economische data te verzamelen en over te maken aan het Informatienetwerk Landbouwboekhoudingen (ILB) 3. Deze gegevens zijn vertrouwelijk en deelname van de landbouwers kan niet worden verplicht. De officiële communicatie met het ILB gebeurt door een daartoe gecreëerd verbindingsorgaan dat de regio s overkoepelt In de praktijk zijn het voor België de regio s die deelnemen aan de vergaderingen, communicatie verzorgen en data opleveren. De gegevensverzameling gebeurt in ongeveer bedrijven in 25 EU lidstaten waarvan België 1200 bedrijven levert verdeeld in 720 voor Vlaanderen en 480 voor Wallonië. Het ILB-netwerk bevat per streek (op EU niveau: vb: Vlaanderen, Beieren, Slovakije, Andalusië ), een steekproef volgens de bedrijfstypen en economische bedrijfsomvang. Onderstaande tabel geeft het aantal bedrijven weer die aangeleverd worden per lidstaat. Tabel 1: Aantal bedrijven in ILB - steekproef 4 Lidstaat Aantal Lidstaat Aantal België 1200 Hongarije 1900 Tsjechië 1300 Malta 400 Denemarken 2250 Nederland 1500 Duitsland 6360 Oostenrijk 1800 Estland 500 Polen 1640 Griekenland 5500 Portugal 2300 Spanje 9706 Slovenië 900 Frankrijk 7320 Slowakije 600 Ierland 1300 Finland 1150 Italië Zweden 1025 Cyprus 500 Verenigd Koninkrijk 2500 Letland 1000 Bulgarije 2000 Litouwen 1000 Roemenië 6000 Luxemburg 360 Door de eigenheden van de landbouwsector en de andere randvoorwaarden in elke lidstaat bestaat er binnen het stramien opgelegd door het ILB nog noodzakelijke 3 Meer bekend onder de Engelse resp. Franse acroniemen FADN en RICA. 4 Bron: Verordeningen (EG) 1859/82 van de Commissie van 12 juli 1982 (aanpassing publicatieblad 01/01/2007) en (EG) 800/2007 van de Commissie van 6 juli

12 methodologische variabiliteit tussen de lidstaten. Een recente studie 5 vergelijkt de methodologie gebruikt in 9 lidstaten of delen van een Lidstaat 6 en deze die zal gebruikt worden in 1 kandidaat lidstaat, m.n. Kroatië. De belangrijkste vastgestelde overeenkomsten en verschillen worden hieronder verkort weergegeven. Elk betrokken land heeft een minimum drempelgrootte voor de opname van een bedrijf in het waarnemingsveld. Soms worden bedrijven ook uitgesloten voor de volgende redenen: te groot, randactiviteiten te belangrijk, uitzonderlijke organisatievormen. De steekproef beslaat alle strata.maar het aantal bedrijven per stratum verschilt. De helft van de landen gebruikt een selectieprocedure gebaseerd op toevallige steekproeftrekking. Een systematische rotatie wordt in geen enkel van de betrokken lidstaten consistent toegepast. Een aantal nationale organismen verzamelen de steekproef data zelf met een eigen landbouwboekhoudnet terwijl anderen deze activiteit uit besteden aan één of meer externe dataleveranciers (vnl. landbouwboekhoudbureaus). Fiscale boekhouding is verplicht in een aantal landen maar is geen enkel land de enige bron van steekproefgegevens Landbouwbedrijfsleiders krijgen enkel in de 3 Duitstalige landen financiële compensatie voor hun deelname. Echter in alle landen met uitzondering van Denemarken is het gebruikelijk om een evaluatie van hun eigen bedrijf te bekomen. Andere stimulansen komen ook voor.(bvb. Gratis bijhouden van boekhouding, gratis advies, voldoen aan adminstratieve verplichtingen voor het bekomen van rente- en kapitaalsubsidies) Een balans en één of andere vorm van winst- en verliesrekening worden opgemaakt in alle landen. In enkele gevallen wordt het inkomen van niet landbouwactiviteiten en het privé-gebruik van het gezin van de bedrijfsleider mee opgenomen. 2.3 Processchema LMN Om door de bomen het bos niet uit het oog te verliezen wordt hieronder vooraleer met een gedetailleerde beschrijving te starten - een schematische weergave van de stappen in het LMN-proces gegeven. Voor een goed begrip van de gebruikte terminologie is het essentieel om ook de volgende hoofdstukken door te maken. Het schema beschrijft de cyclus van het LMN-gebeuren waarbij de bepaling uitgaande van de bruto standaardsaldi als (arbitrair) startpunt genomen wordt. Hieruit volgt de bedrijfstypering volgens productierichting en bedrijfsomvang, waarop vervolgens de populatie kan gestratifiëerd worden en vanuit een gestratifiëerde steekproefbepaling de bedrijfskeuze en aanwerving volgt. Dan kan in de buitendiensten het boekhoudproces uitgevoerd worden, aangestuurd door de centrale dienst. De afgesloten boekhoudingen worden opgeladen in de centrale bevragingsdatabank waarna ze gecontroleerd worden door de centrale dienst. Afhankelijk van het resultaat worden ze teruggestuurd naar de 5 Mûhlethaler, K., Farm Accountancy Data Collection Survey on the methodology used in different European countries Agroscope Reckenholz-Tänikon Research Station ART, 18 p. 6 Oostenrijk, België (enkel Vlaams Gewest), Denemarken, Engeland (deel van het VK), Finland, Bondsrepubliek Duitsland, Hongarije, Italië en Nederland. 12

13 buitendienst voor correctie of verklaring. Een tweede controlecyclus volgens hetzelfde systeem wordt uitgevoerd door het ILB op de vanuit de centrale bevragingsdatabank overgemaakte bedrijven. Met het ETL (Extract, Transform, Load) proces worden de verschillende datamarts in de datawarehouse bevoorraad met gestructureerde gegevens voor de verschillende eindproducten (rapporten, studies, externe gebruikers). Met o.a. de gegevens vanuit de bevragingsdatabank wordt een nieuwe set BSS bepaald waardoor de LMN-cyclus gesloten wordt en van start kan gaan voor een nieuwe cyclus. De verschillende stadia van de LMN-cyclus worden in de volgende hoofdstukken uitgebreid besproken. Figuur 3: Gegevensstroom in het LMN 13

14 3 Bedrijfstypologie 3.1 Bruto Standaard Saldo: definitie en berekening Men verstaat onder bruto saldo van een landbouwproductie (gewas of dier) de geldwaarde (in euro s) van de bruto jaarproductie, waarvan men bepaalde toewijsbare specifieke kosten aftrekt. Men verstaat onder bruto standaardsaldo (BSS) de waarde van het bruto saldo die overeenstemt met de gemiddelde situatie over een aantal jaren in een bepaalde regio (in dit geval de Vlaamse regio) voor elk van de landbouwproducties. De bruto productie is gelijk aan de som van de waarde van het (de) hoofdproduct(en) en van het (de) bijproduct(en). Deze waarden worden berekend door de productie per eenheid (minus eventuele verliezen) te vermenigvuldigen met de prijs af-boerderij, exclusief BTW. In de bruto opbrengst zijn tevens begrepen de subsidie-bedragen die verband houden met producten; arealen en/of veestapel. Daaruit volgt in het bijzonder dat vanaf het boekjaar de compensatiebedragen voor de daling van de prijzen van de granen, de oliehoudende zaden en de eiwithoudende gewassen in rekening werden gebracht. Ook werden de premies voor mannelijke runderen, zoogkoeien en ooien, zoals hiervoor, inbegrepen in het BSS van de betreffende diersoort. De specifieke kosten zijn als volgt samengesteld: a) voor de plantaardige producties Zaaizaad en plantgoed (aangekocht of voortgebracht op het eigen bedrijf), aangekochte meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, diverse specifieke kosten (irrigatiewater, verwarming, drogen), specifieke kosten voor afzet (bv. sorteren, reinigen, verpakken) en verwerken, verzekeringskosten, andere specifieke kosten b) voor de dierlijke producties De kosten voor de vervanging van de dieren, veevoeder, krachtvoeder (aangekocht of voortgebracht op het eigen bedrijf), aangekocht ruwvoeder en specifieke kosten van de oppervlakte voederteelten op het eigen bedrijf (zaad, meststoffen en bestrijdingsmiddelen), diverse specifieke kosten (ziektebestrijding, dekgeld en kunstmatige inseminatie, productiecontrole en dergelijke), specifieke kosten voor afzet (bv. sorteren, reinigen, verpakken) en verwerken, specifieke verzekeringskosten, andere specifieke kosten). De specifieke kosten worden bepaald op basis van de prijzen franco boerderij, exclusief BTW, onder aftrek van de subsidies die verband houden met de bestanddelen van deze kosten. 14

15 DE PRODUCTIES waarmee REKENING wordt gehouden De BSS worden berekend alle land- en tuinbouwproducties die voorkomen op de lijst van de communautaire enquêtes betreffende de structuur van de landbouwbedrijven. De lijst van deze producties en hun EU-code verschijnen in vetdruk in de eerste twee kolommen van de tabellen in bijlage 3. BEREKENING van de BRUTO STANDAARDSALDI De BSS voor de gewassen worden bepaald op basis van de oppervlakte uitgedrukt in hectare, behalve voor de champignons waarvan de oppervlakte in are wordt uitgedrukt. De BSS voor de veehouderij worden bepaald per dier, uitgezonderd de bijen waarvoor ze berekend worden per korf. De BSS worden berekend voor een productieperiode van 12 maanden. In de tuinbouw kan eenzelfde perceel meer dan eens per jaar beteeld worden. Vandaar dat de BSS van de tuinbouwproducties meestal betrekking hebben op meer dan één teelt 7. Voor de kampernoeliesteelt (I02) zijn dit in totaal 6,6 opeenvolgende teelten. Hetzelfde geldt voor dierlijke producties die minder dan twaalf maand duren (vleesvarkens, slachthennen, enz....), het BSS heeft betrekking op het aantal dieren dat in de loop van één jaar eenzelfde plaats inneemt in de stal (bvb. 2,6 mestvarkens, 6,1 slachthennen, enz....). Een gelijkaardig principe wordt toegepast wanneer de productie langer duurt dan één jaar: het berekende BSS komt dan overeen met een periode van 12 maand (blijvende teelten). Voor de voederteelten 8 worden de BSS berekend maar aangezien de voederteelten op een bedrijf over het algemeen bestemd zijn voor de graasdieren van ditzelfde bedrijf, is het logisch dat de specifieke kosten van de voederteelten bij de berekening van de BSS van de graasdieren al in mindering werden gebracht. In de meerderheid van de bedrijven is dit het geval en wordt de BSS van de voederteelten niet in rekening gebrachtvoor het bepalen van de typologie. Wanneer er echter op een bedrijf geen graasdieren zijn of wanneer er een duidelijk voederoverschot is, dan worden de voederteelten volledig of gedeeltelijk gevaloriseerd door middel van de corresponderende BSS. Op verzoek van EUROSTAT worden de BSS in principe elke twee jaar herzien. Daarbij krijgt de BSS ter aanduiding het (middelste) jaartal mee van de periode waarop de berekening betrekking heeft (bv. 'BSS-2002'= gem. BSS jaren 2000 t/m 2004), wat niet het jaar van de eerste toepassing is (in dit geval boekjaar 2005) De BSSstandaardnormen worden bepaald via een voortschrijdend gemiddelde van 5 jaar zodat de normen niet vertekenen door toevallige specifieke jaaromstandigheden. Door de frequente herziening en de daarbij toegepaste normalisatie zijn wijzigingen in de normen in de loop der jaren steeds gering, zodat de bedrijfstypering niet door 7 Anders gezegd, de bruto standaardsaldi van de tuinbouwproducties hebben betrekking op het aantal teelten die elkaar opvolgen op eenzelfde perceel gedurende een periode van 12 maanden. 8 De voederteelten omvatten de voederhakvruchten (D12), tijdelijke weiden (D18A), overige groenvoedergewassen (D18B) en oppervlakte steeds bedekt met blijvend grasland (F01). 15

16 trendbreuken wordt gehinderd. De meest recente BSS-normen voor verschillende producten en productgroepen zijn opgenomen in bijlage BSS op bedrijfsvlak Economische Bedrijfsomvang De BSS kan niet alleen gebruikt worden om het type van een bedrijf te bepalen, maar ook als maatstaf van de absolute bedrijfsgrootte (bedrijfsomvang). In de praktijk wordt daarvoor niet de BSS zelf gebruikt, maar een daarvan afgeleide maatstaf, de Vlaamse grootte-eenheid (VGE). Deze wordt eenvoudig berekend door het aantal BSS van het bedrijf te delen door een variabele deelfactor 9, die bij de BSS bedroeg. Daardoor worden getallen verkregen die kleiner en dus handiger en sprekender zijn. Door bij de herziening van de BSS ook de deelfactor BSS/VGE aan te passen, wordt ervoor gezorgd dat de ontwikkeling van het aantal VGE op het gemiddelde bedrijf in de loop der jaren niet door de prijsontwikkeling wordt vertekend. Naast de VGE wordt op Europees vlak gebruikgemaakt van de EGE (Europese Grootte Eenheid). De verhouding tussen de EGE en de VGE wijzigt bij een herziening van de normen. De EGE wordt analoog aan de VGE met een Europese deelfactor (1200 ) berekend uit de BSS Bedrijfstypologie Europese context: EU typologie De bedrijfstypologie kan omschreven worden als een uniforme classificatie van de bedrijven van de EU op basis van hun productierichting en hun economische bedrijfsomvang, welke zodanig is opgezet dat op verschillende detailleringniveaus homogene bedrijfsgroepen kunnen worden gevormd. De productierichting van een bedrijf en de economische bedrijfsomvang worden bepaald op basis van het bruto standaardsaldo. De typologie is ontwikkeld om te kunnen voldoen aan de informatiebehoeften voor het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB). Het is een instrument dat het op het niveau van de EU mogelijk maakt om de toestand van de landbouwbedrijven te analyseren aan de hand van economische kengetallen en om de toestand van de bedrijven te vergelijken tussen de verschillende klassen van de typologie, tussen lidstaten of gebieden van de lidstaten en in de tijd. De typologie wordt in het bijzonder gebruikt voor het opstellen van enquêtes op het gebied van de structuur van landbouwbedrijven en in het kader van door het informatienet inzake landbouwbedrijfboekhoudingen (ILB) van de EU verzamelde gegevens. 9 De deelfactor is variabel van jaar tot jaar verschillend om de invloed van de muntontwaarding te elimineren. Dit gebeurt door de totale BSS te berekenen van het betrokken jaar en van een basisjaar elk met de telling van betrokken jaar en de verhouding te maken van de twee. De huidige deelfactor wordt bekomen door de initiële deelfactor van het basisjaar te vermenigvuldigen met hiervoor berekende coëfficiënt. 16

17 Rekenregels De productierichting wordt bepaald op basis van de verhouding van de BSS van de bedrijfstak(ken) t.o.v. de totale BSS van het gehele bedrijf. Een bedrijf wordt gespecialiseerd genoemd indien (veelal) minimaal 2/3 van de totale bedrijfsomvang uit een bepaalde productierichting komt. Zodoende kunnen 5 zuivere (gespecialiseerde) hoofdproductierichtingen onderscheiden worden (1: akkerbouw,2: tuinbouw, 3: blijvende teelten (fruit- en boomkwekerijen), 4: graasdieren (rundvee incl. vleeskalveren, paarden, schapen, geiten) en 5: hokdieren (intensieve veehouderij). Verder worden er 3 typen gecombineerde of gemengde bedrijven onderscheiden: 6: gewassencombinaties, 7: veeteeltcombinaties en 8: gewas- en veeteeltcombinaties. De aanduiding XXX in tabel 2 na het cijfer dat de produktierichting aanduidt wordt gebruikt om het bedrijfstype verder te verfijnen zoals weergegeven in tabel 3. De bedrijfsomvang uitgedrukt in economische dimensie wordt bepaald als een dimensieloos getal dat de economische grootte of het economische belang van een bedrijf aangeeft en uitgedrukt wordt in VGE (Vlaams vlak) of EGE (EU-vlak). Tabel 2: Belangrijkste EU-hoofdbedrijfstypes Type Omschrijving 1XXX gespecialiseerde akkerbouwbedrijven 2XXX gespecialiseerde tuinbouwbedrijven 3XXX gespecialiseerde bedrijven met blijvende teelten 4XXX gespecialiseerde graasdierbedrijven 5XXX gespecialiseerde veredelingsbedrijven 6XXX bedrijven met combinaties van gewassen 7XXX bedrijven met combinaties van veeteelt 8XXX bedrijven met combinaties van gewassen en veeteelt 9XXX Niet te classificeren bedrijven 17

18 Tabel 3 geeft de belangrijkste bedrijfstypen die in Vlaanderen voorkomen op een meer gedetailleerd niveau dan in tabel 2. Tabel 3: Belangrijkste bedrijfstypen in Vlaanderen Type Omschrijving 1XXX Akkerbouw 6XXX Combinaties van gewassen 811X+812X Akkerbouw en melkvee 813X+814X Akkerbouw en rundvee 411X Melkvee sterk gespecialiseerd 412X Melkvee matig gespecialiseerd 43XX Gemengd rundvee 42XX+44XX Runderjong- en mestvee 71XX Veeteeltcombinaties 501X Varkens 72XX Varkens en rundvee 82XX Akkerbouw en varkens 502X+503X Pluimvee 201X+203X Groenten 202X+34XX Sierplanten 32XX Fruit Omdat de EU-typologie voor tuinbouwteelten zeer algemeen is en Vlaanderen een zeer gevarieerde en uitgebreide en vooral zeer sterk gespecialiseerde tuinbouwsector heeft werd een meer gedetailleerde tuinbouwtypologie opgesteld. De typeringsprincipes zijn volledig analoog met de landbouwtypologie. Onderstaand schema geeft de uitgebreide 18

19 tuinbouwtypologie zoals die tot nu toe in België en dus ook voor Vlaanderen gebruikt werd en de overeenkomst met de EU-tuinbouwtypologie. HOOFDPRODUCTIERICHTING OVEREENKOMST MET EU-TYPOLOGIE champignonbedrijven EU 2033 Vl 1000 champignonbedrijven groentenbedrijven 2010 Vl Vl Vl VL 2100 aardbeibedrijven 2200 gespecialiseerde glasgroentebedrijven 2300 overige glasgroentebedrijven 2400 overige groentebedrijven sierteeltbedrijven EU Vl Vl Vl Vl Vl 3100 kasplantenbedrijven 3200 azaleabedrijven 3300 begoniabedrijven 3400 snijbloemenbedrijven 3500 overige bloemenbedrijven bedrijven met blijvende teelten EU Vl Vl Vl 4100 fruitbedrijven 4200 boomkwekerijen 4300 bedrijven met overige blijvende teelten overige tuinbouwbedrijven Vl 5000 overige tuinbouwbedrijven 19

20 Om de berekeneningswijze te verduidelijken wordt hieronder een voorbeeld gegeven van de BSS-berekening voor een fictief bedrijf. Voorbeeldberekening Een bedrijf met granen en varkens: 10 Ha tarwe met BSS 1171 EUR/Ha of EUR 150 Zeugen met BSS 271 EUR/dier of EUR 1000 Vleesvarkens met BSS 93 EUR/dier of EUR 300 Biggen met BSS 93 EUR/dier of EUR Dit geeft voor het totale bedrijf = EUR en 2/3 daarvan is EUR. Op basis daarvan wordt het bedrijf getypeerd als gemengd varkensbedrijf: type = 5013 met een economische dimensie op Vlaams vlak (1 VGE = EUR) van 25,26 VGE en op Europees vlak (1EGE = EUR) van 121,13 EGE. 20

21 4 Waarnemingsveld en steekproefplan De wijze waarop de steekproef voor het LMN van het AMS is opgezet wordt in dit punt beschreven gevolgd door de steekproefsamenstelling. 4.1 Methodologie plan van steekproeftrekking Alle bedrijven waar agrarische activiteiten uitgeoefend worden met het oog op de verkoop van het geheel of merendeel van de producten worden in principe en tot nu toe volledig gedekt door de jaarlijkse landbouwtelling van 15 mei. De populatie (of observatieveld of waarnemingsveld ) waarover het AMS analyses wil maken en uitspraken wil doen die gebaseerd zijn op de LMN-steekproef, omvat niet de bedrijven die door hun te geringe omvang eerder een hobbymatig en geen beroepsmatig karakter vertonen. De ondergrens van het waarnemingsveld wordt bijgevolg vastgesteld op een bedrijfsomvang van 4 VGE, grootte die gemiddeld gezien voldoende is om 1 VAK 10 tewerk te stellen. De bovengrens van het waarnemingsveld is op het ogenblik vastgesteld op 100 VGE omdat grotere bedrijven in de Vlaamse landbouw eerder zeldzaam 11 zijn en het toevallig opnemen van één van de bedrijven de steekproefwaarden teveel zou beïnvloeden waardoor de veralgemening naar de populatiewaarden een te grote vertekening zou opleveren. In Vlaanderen bestaat voor het merendeel van de agrarische bedrijven geen verplichting tot het bijhouden van enigerlei vorm van boekhouding en - indien er wel een bereidheid bestaat- geen verplichting om deel te nemen aan het LMN zodat aselecte steekproeftrekking uit de populatie van bedrijven a priori onmogelijk is. Verder is het onhoudbaar om elk jaar weer over te gaan tot een volledig nieuwe steekproef waarbij een min of meer groot aantal bedrijven bedankt worden voor hun medewerking en elk deelnemend bedrijf voordurend onzeker zou zijn over hun lot. Het is duidelijk dat in dit geval de bereidheid tot deelnemen zeer vlug zou afnemen. Hieruit volgt dat aan de uiteindelijke steekproeftrekking een beredeneerde theoretische steekproef voorafgaat waarin op basis van a priori kennis van de populatie betracht wordt om het ideaal van de aselecte steekproeftrekking te benaderen. Aangezien een aselecte steekproeftrekking onmogelijk is, is een verificatie van de kenmerken van de werkelijke steekproef en populatie (telling) in de (jaarlijkse) rapportering ten zeerste aan te bevelen door ex-postvergelijking met gekende veranderlijken uit de telling of andere bronnen. 10 VAK: Volwaardige Arbeidskracht 11 0,5 % van het totaal aantal bedrijven 21

22 Daarnaast kunnen de resultaten van het boekhoudnet op hun waarschijnlijkheid getoetst worden met andere gegevensbronnen zoals daar zijn (prijsstatistieken, oogstramingen, macro-economische rekeningen, administratieve gegevensbronnen, ). Historisch zijn het opvolgen van de rendabiliteit van de bedrijven in de agrarische sector, de vergelijking met de rendabiliteit van de andere sectoren van de economie en de evolutie hiervan gepaard gaande met een oorzakelijke analyse ten behoeve van het beleid de hoofddoelstelling van het oprichten van een landbouwboekhoudnet. Ook actueel nog staat deze problematiek van meet af aan centraal in de steekproefopbouw. De parameter, die geselecteerd is om de rendabiliteit van de landbouwbedrijven het beste weer te geven, is het arbeidsinkomen per volwaardige arbeidskracht (AI/VAK). De steekproeftrekking moet toelaten om deze zo nauwkeurig mogelijk te schatten. Het AI/VAK vertoont een zeer grote variabiliteit tussen de landbouwbedrijven, zelfs als ze tot dezelfde productierichting behoren en er bestaat eveneens een groot verschil tussen de inkomens in functie van de economische bedrijfsgrootte. De variabiliteit binnen een klasse productierichting x bedrijfsgrootte is verkleind (variantiereductie), toevoeging van verdere klasseringsveranderlijken verkleint de intraklassevariantie maar nauwelijks. De steekproefgrootte is door het ILB voor Vlaanderen vastgelegd op 720 bedrijven en moet beschouwd worden als een vaststaand gegeven. Er is geopteerd voor een disproportionele gestratifiëerde steekproeftrekking waarbij de vertegenwoordiging van de strata met weinig voorkomende bedrijven gerelateerd wordt aan hun aandeel in de totale populatie, uitgedrukt in economische dimensie. Terwijl daarnaast het aantal geselecteerde normale bedrijven gerelateerd wordt aan de variabiliteit van het AI/VAK in de strata 12 m.a.w. hoe groter de spreiding in een stratum hoe meer bedrijven er geselecteerd moeten worden. Deze techniek heeft het voordeel dat de betrouwbaarheid van de schatting van het AI/VAK binnen elk stratum gelijk is en er ook voldoende bedrijven van relatief weinig voorkomende typen voor selectie in aanmerking genomen worden. De stratificatie zorgt ervoor dat de representativiteit van het resultaat wordt vergroot betreffende de stratificatievariabelen. De uitwerking van de theoretische steekproef is gebaseerd op de typologie en de variatie van het AI/VAK die uiteraard der zaak gebaseerd zijn op de telling, brutosaldogegevens en AI/VAK uit het verleden. In een bepaald jaar wordt hiervoor de telling t-2 en de gemiddelde bruto-saldogegevens en AI/VAK-gegevens van resp. t-7 t/m t-3 en t-6 t/m t-3 gebruikt Om de variatie van het AI/VAK te schatten wordt gewerkt met de gegevens van de laatste drie beschikbare boekjaren. Dit zorgt ervoor dat de grote variaties die kunnen voorkomen worden afgezwakt en dat er meer waarnemingen zijn waarop men zich baseert. Om de inkomensverschillen tussen de jaren te elimineren worden de inkomens genormaliseerd om conjunctuurverschillen, klimaatsfactoren, ziektes te vermijden. De normalisatie gebeurt door binnen elk stratum (type/dim) voor elk jaar het gemiddelde te berekenen, daarna wordt het gemiddelde berekend over de drie jaren. Elke waarneming uit een bepaald jaar wordt dan vermenigvuldigd met een correctiefactor die bestaat uit 12 Ter herinnering: een stratum bestaat uit een bedrijfstype gekoppeld aan een dimensieklasse. 22

23 de deling van het driejaarlijkse gemiddelde door het eigen jaargemiddelde. Indien een jaargemiddelde negatief is, is deze procedure niet toepasbaar omdat dit zou leiden tot een negatieve correctiefactor die een tekenomslag van het AI/VAK tot gevolg zou hebben. Voor deze gevallen zijn in het verleden verschillende oplossingen uitgewerkt waarvan de laatste eruit bestaat om de normalisatie volgens type uit te voeren d.w.z. de gemiddelden worden berekend voor het type in zijn geheel zonder rekening te houden met de dimensies. Nadat de inkomens werden genormaliseerd wordt een eerste selectie uitgevoerd. Om de variatie nog verder te beperken worden de uitbijters iteratief verwijderd door de bedrijven uit te sluiten die buiten het interval van het gemiddelde ± 3 maal de standaardafwijking liggen. Dit proces is iteratief omdat de kengetallen gemiddelde en standaardafwijking na elke iteratie opnieuw berekend worden waarop dan de nieuwe uitbijters verwijderd worden tot er geen meer opduiken. In een volgende stap wordt bepaald hoeveel bedrijven men per bedrijfstype moet selecteren om voor elk bedrijfstype het arbeidsinkomen per volwaardige arbeidskracht met dezelfde graad van nauwkeurigheid te schatten. Hiertoe worden volgende parameters van het AI/VAK volgens bedrijfstype berekend : gemiddelde, standaardafwijking, variatiecoëfficiënt, standaardfout van het gemiddelde en relatieve fout van het gemiddelde. Uitgaande van het feit dat de precisie, weergegeven door de relatieve fout, constant moet zijn voor alle bedrijfstypes en de steekproefgrootte over alle types vastgelegd is, wordt door toepassing van het principe van de optimale allocatie van Neyman, dat door proportioneel rekening te houden met de standaardafwijking binnen elke dimensieklasse van elk type en de relatieve belangrijkheid van elke dimensieklasse binnen de referentiepopulatie, het optimale aantal bedrijven berekend voor elk type. Samengevat betekent dit dat het principe van de optimale allocatie eruit bestaat om een groot aantal waarnemingen te doen in de heterogene strata (AI/VAK sterk gespreid) en een kleiner aantal waarnemingen in de homogene strata (AI/VAK weinig gespreid) zodat voor elk bedrijfstype dezelfde graad van fout bekomen wordt, terwijl de graad van fout over alle bedrijfstypes geminimaliseerd wordt. 4.2 Voorbeeld steekproef Telling en observatieveld van de Vlaamse landbouwbedrijven Volgens de landbouwtelling van 2003, georganiseerd door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie, telde het Vlaamse Gewest (inclusief het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) bedrijven met een totale economische dimensie van ,5 VGE. 13 In werkelijkheid zijn er bedrijven waarvan 201 met een economische dimensie gelijk aan 0 VGE. 23

24 In de populatie zijn er bedrijven waarvoor het aantal VGE tot het interval [4, 100[ behoort. Deze bedrijven vertegenwoordigen een totale economische dimensie van ,2 VGE of 90,1% van de totale economische dimensie van alle bedrijven in de populatie Steekproefgrootte en stratificatie De Vlaamse steekproef omvat 720 tot 750 bedrijven. Zoals hoger aangegeven worden de bedrijven met een economische dimensie lager dan 4 VGE en deze met een economische dimensie hoger dan 100 VGE (open klasse) niet weerhouden in het observatieveld van de Vlaamse landbouwbedrijven. Deze twee dimensieklassen vertegenwoordigen resp. 3,9% en 6,1 % van de totale economische dimensie van de landbouwbedrijven. De bedrijven van het observatieveld worden verdeeld in 3 grootte- of dimensieklassen te weten: [ 4 VGE, 15 VGE [ = D1; [ 15 VGE, 26 VGE [= D2; [ 26 VGE, 100 VGE [ =D3. De productierichtingen zijn gebaseerd op deze die in de typologie van het ILB worden gebruikt. De onderverdeling gaat echter minder ver dan deze die in de ILB-typologie worden gebruikt. Volgende types, die in Vlaanderen van belang zijn, worden weerhouden zoals weergegeven in Tabel 4. 24

25 Tabel 4: Code en bedrijfstype van de EU-typologie toegepast op Vlaanderen CODE BEDRIJFSTYPE 1000 Gespecialiseerde akkerbouwbedrijven 4110 Gespecialiseerde melkveebedrijven 4120 Gespecialiseerde melkveebedrijven met jongvee (melkvee, matig gespecialiseerd) 4200 Gespecialiseerde runderjong- en mestveebedrijven 4300 Rundveebedrijven: melk-, jong- en mestvee gecombineerd (gemengd rundvee) 4400 Graasdierbedrijven: schapen, geiten en andere 5010 Gespecialiseerde varkensbedrijven Gespecialiseerde pluimveebedrijven + veredelingsbedrijven met diverse productcombinaties 6000 Bedrijven met combinaties van gewassen 7100 Bedrijven met veeteeltcombinaties, accent op graasdieren 7200 Bedrijven met veeteeltcombinaties, accent op veredeling Bedrijven met combinaties van akkerbouw en melkvee Bedrijven met combinaties van akkerbouw met graasdieren andere dan melkvee 8200 Bedrijven met diverse gewassen- en veeteeltcombinaties (akkerbouw met voornamelijk varkenshouderij) 2010 Bedrijven met groenteteelt 2020 Bedrijven met bloementeelt 2030 Bedrijven met combinaties van groenten en bloemen incl. type 2033 champignonbedrijven 3200 Bedrijven met fruitteelt 3400 Bedrijven met overige teelten Voor de steekproeftrekking worden de bedrijven van het type 1000 (akkerbouw) samengenomen met de bedrijven van het type 6000 (combinaties van gewassen) tot het type De bedrijven van het type 4400 (graasdierbedrijven: schapen, geiten en andere) waarvan er slechts een beperkt aantal zijn, worden samengenomen met het type 4200 (gespecialiseerde rundvee-, jongvee- en mestveebedrijven). Naar de aggregatie van type 4400 en 4200 wordt in het vervolg van deze tekst verwezen als het type De gespecialiseerde varkensbedrijven (type 5010) en pluimveebedrijven en de veredelingsbedrijven met diverse productcombinaties (type ) worden samengenomen tot het type 5000 (veredelingsbedrijven). Verdere herbenamingen zijn de types tot 8112 en tot Voor de tuinbouwproducties worden de bedrijven met groenteteelt (type 2010) samengenomen met bedrijven met 25

26 combinaties van groenten en bloemen (type 2030) tot het type 2013 en worden de bedrijven met blijvende teelten (types 3200 en 3400) samengenomen tot het type Dubbele stratificatie van het observatieveld In totaal worden 14 bedrijfstypes opgenomen in de steekproef. In Tabel 5 worden de aantallen (N) en de totale economische dimensie (VGE) in het observatieveld per bedrijfstypes weergegeven en vergeleken met de populatie (telling 2003). Terwijl ± 90% van de totale VGE van de populatie meegenomen wordt in het observatieveld, is deze verhouding nogal veranderlijk volgens bedrijfstype van iets meer dan 70 % tot bijna 100 %. Tabel 5: Vergelijking van het observatieveld met de populatie(telling) volgens bedrijfstype Type Observatieveld Telling 2003 (1)/(2) N VGE (1) N VGE (2) , ,6 84,1% , ,6 98,6% , ,6 99,2% , ,5 76,1% , ,3 98,2% , ,1 95,8% , ,0 99,3% , ,0 83,4% , ,6 98,6% , ,6 98,1% , ,0 97,9% , ,3 87,7% , ,4 81,0% , ,7 71,6% Totaal , ,5 90,1% Aangezien er 14 bedrijfstypes en 3 dimensieklassen weerhouden worden, zijn er in totaal 42 strata die in Tabel 6 weergegeven worden met het aantal bedrijven van het waarnemingsveld per stratum. 26

27 Tabel 6: Verdeling van de Vlaamse landbouwbedrijven over de verschillende strata volgens de landbouwtelling van 15 mei 2003 Type Dimensie 1 Dimensie 2 Dimensie 3 Totaal Totaal Bepaling van het aantal te selecteren bedrijven in de steekproef per stratum Bij de bepaling van de steekproef wordt er uitgegaan van een gegeven minimaal aantal te selecteren bedrijven van 720. De tuinbouwbedrijven vertonen een grote variatie. Om te vermijden dat er te veel bedrijven zouden moeten geselecteerd worden, wordt vooraf bepaald dat het aantal tuinbouwbedrijven in de steekproef proportioneel even groot zal zijn als het aandeel van het totale VGE van de tuinbouwbedrijven in het totale VGE van al de bedrijven van het waarnemingsveld. Dit aandeel bedraagt afgerond 25,0% zodat het aantal tuinbouwbedrijven in de steekproef 180 zal bedragen; het aantal landbouwbedrijven bedraagt dan door verschil 540. Bij de landbouwbedrijven zijn er twee types die slechts weinig bedrijven bevatten, namelijk de types 7100 en Om te vermijden dat deze twee minder belangrijke types een te belangrijk aandeel zouden krijgen in de steekproef wordt vooraf vastgelegd dat voor elk van deze types, net zoals voor de tuinbouwbedrijven het geval is, de verhouding van het aantal bedrijven voor een type in de steekproef tot het totale aantal bedrijven in de steekproef gelijk is aan de verhouding van de totale VGE van alle bedrijven van het type tot de VGE van alle bedrijven in het waarnemingsveld. Hun aandeel van VGE bedraagt resp. 3,4 en 2,1 % zodat er resp. 24 en 16 van deze bedrijven zullen vertegenwoordigd zijn in de steekproef. 27

28 Tabel 7: Aandeel per bedrijfstype in het observatieveld en in de populatie Type Observatieveld Telling 2003 N VGE (1) N VGE (2) Landbouw ,7% 8,6% 17,5% 9,2% ,1% 15,1% 10,7% 13,8% ,7% 5,2% 3,7% 4,7% ,6% 5,2% 20,5% 6,1% ,7% 5,4% 4,1% 4,9% ,8% 13,5% 8,5% 12,7% ,0% 2,5% 6,6% 2,7% ,7% 5,4% 4,1% 4,9% ,7% 4,4% 2,9% 4,0% ,1% 3,4% 2,1% 3,1% ,2% 2,1% 1,5% 2,0% Subtotaal 78,5% 74,2% 82,6% 71,3% Tuinbouw ,5% 12,5% 8,1% 12,9% ,8% 5,7% 3,6% 6,4% ,2% 7,5% 5,6% 9,5% Subtotaal 21,5% 25,8% 17,4% 28,7% Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Voor de 500 resterende bedrijven, met de belangrijkste landbouwbedrijftypes, wordt het aantal bedrijven op zodanige wijze over de verschillende strata verdeeld dat het arbeidsinkomen per volwaardige arbeidskracht (AI/VAK) op de meest nauwkeurige manier wordt geschat Aantal te selecteren bedrijven per stratum Volgens de hierboven aangehaalde principes is de relatieve fout die bekomen wordt voor de goed vertegenwoordigde landbouwbedrijftypes 21,1%. Voor de tuinbouwbedrijven wordt op dezelfde manier gewerkt. De foutenmarge voor de drie bedrijfstypes bedraagt 18,5 %. Voor de twee minder belangrijke bedrijfstypes (7100 en 8112) bedraagt de foutenmarge respectievelijk 26,5% en31,2%. De globale foutenmarge voor de 720 bedrijven bedraagt 7,1%. In Tabel 8 wordt het theoretische aantal te selecteren bedrijven voor elk van de strata weergegeven voor de Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven voor het boekjaar

29 Tabel 8: Theoretisch plan van steekproeftrekking voor de Vlaamse landbouwbedrijven voor het boekjaar 2005 Type Dimensie 1 Dimensie 2 Dimensie 3 Totaal Totaal Bedrijfskeuze Het hierboven berekende steekproefplan dient als leidraad bij de aanwerving van nieuwe bedrijven. De in het boekhoudnet per cel van de dubbele stratificatie aanwezige bedrijven worden vergeleken met het theoretisch benodigde aantal en het aanwervingsbeleid richt zich normaliter op de bedrijven in de cellen waar er een tekort is. In tabel 9 op de volgende pagina wordt voor het boekjaar 2005 de vergelijking gemaakt tussen de theoretische steekproef en de uiteindelijk uitgevoerde steekproef. De uitgevoerde steekproef of de gekozen bedrijven het resultaat is van de overgebleven bedrijven van het voorgaande jaar, de aanwervingen en de stopzettingen in de loop van het boekjaar. Hieruit blijkt dat ondanks de gerichte inspanningen er een tekort is in de kleinste dimensie (4-15 VGE) dat (voor het grootste deel) gecompenseerd is door een overschot in de grootste dimensie ( VGE). Qua productierichtingen zijn melkvee sterk gespecialiseerd, groenten en fruit oververtegenwoordigd terwijl voornamelijk de gemengde bedrijven en sierteelt ondervertegenwoordigd zijn. 29

30 Tabel 9 Theoretische versus Uitgevoerde steekproef voor het boekjaar Type Dimensie 1 Dimensie 2 Dimensie 3 Totaal Theoretisch Uitvoer Theoretisch Uitvoer. Theoretisch Uitvoer. Theoretisch Uitvoer. Akkerbouw , ,6 9 13, ,7 66 Melkvee sterk gespecialiseerd , ,6 54 5, ,0 96 Melkvee matig gespecialiseerd , ,9 16 4,7 9 33,5 40 Runderjong- en mestvee , ,1 7 22,0 4 96,3 37 Gemengd rundvee ,4 7 15,1 13 9, ,1 31 Hokdieren ,6 9 21, , ,0 68 Varkens en rundvee ,4 4 13, , ,4 41 Akkerbouw en rundvee , ,5 8 14,0 6 85,1 26 Akkerbouw en varkens ,2 8 11,6 6 20, ,8 24 Veeteeltcombinaties ,4 4 10,5 7 6,5 4 23,4 15 Akkerbouw en melkvee ,6 5 6,7 14 3,3 7 16,6 26 Groenten , , , ,5 120 Sierplanten , , , ,6 60 Fruit , , , ,9 70 Totaal 311, , , ,1 720

31 5 Extrapolatie naar het observatieveld De stratificatie van de steekproef heeft als gevolg dat de steekproefresultaten moeten geëxtrapoleerd worden naar het waarnemingsveld om te kunnen rapporteren over het geheel van de Vlaamse landbouw en zijn sectoren. Voor de landbouwbedrijven wordt een systeem van weging, op basis van productierichting, landbouwstreek en grootteklasse, toegepast op de resultaten van de boekhoudingen. De waarden die gegeven worden voor de verschillende agglomeraten van bedrijven (bedrijfstype, landbouwstreek, grootteklasse) zijn gemiddelde waarden die voortvloeien uit het systeem van weging, waarbij de waargenomen waarden worden geëxtrapoleerd naar de verschillende groepen van de betrokken land- en tuinbouwbedrijven van het waarnemingsveld. Voor de tuinbouwbedrijven wordt een gelijkaardig systeem toegepast met dit verschil dat de stratificatieveranderlijke landbouwstreek wegvalt omdat aangenomen wordt dat de invloed van de grondsoort die de basis is van de verdeling in landbouwstreken in de tuinbouw verwaarloosbaar is. Er wordt dus slechts gestratifiëerd op basis van productierichting en dimensieklasse. 5.1.Extrapolatie Om te kunnen rapporteren over de Vlaamse land- en tuinbouw op basis van LMN worden in een eerste stap de uitbijters geëlimineerd. De gegevens van de overblijvende (gestratifiëerde) groep bedrijven worden geëxtrapoleerd naar het Vlaamse waarnemingsveld Stratificatie van steekproef en waarnemingsveld Zowel de steekproef als het waarnemingsveld worden op dezelfde wijze opgedeeld volgens drie dimensies: productierichting (8), landbouwstreek (5) en de economische dimensieklasse (3). Deze indeling resulteert in 120 cellen (8x5x3). Elke cel bevat het aantal bedrijven voor respectievelijk de steekproef, N sp (cel) en het waarnemingsveld, N wv (cel) Normalisatie van de steekproefcellen Om de extrapolatie op degelijke wijze uit te kunnen voeren, moeten de cellen van de steekproef minstens drie bedrijven bevatten. Bij een tekort worden steekproefbedrijven ontleend aan andere cellen bij voorkeur van dezelfde dimensie en productierichting. Vervolgens worden de cellen van de steekproef genormaliseerd om verdere berekeningen te vereenvoudigen. Elk steekproefbedrijf krijgt een normalisatiefactor toegekend, W norm (cel,bedr), voor elke cel dat het in de steekproef vertegenwoordigt. Voor elke steekproefcel is de som van de normalisatiefactoren van de bedrijven gelijk aan 1. cel bedr W norm ( cel, bedr) = 1 (eq1) 31

AANTAL FRUIT ARBEIDSINKOMEN VLAANDEREN EURO BEDRIJ BEDRIJFSECONOMISCHE GEMIDDELD MILJARD ECONOMISCH BRUTO ANDEEL S GESTEGEN VARKENS VOEDERGEWASSEN

AANTAL FRUIT ARBEIDSINKOMEN VLAANDEREN EURO BEDRIJ BEDRIJFSECONOMISCHE GEMIDDELD MILJARD ECONOMISCH BRUTO ANDEEL S GESTEGEN VARKENS VOEDERGEWASSEN Els Bernaerts, Els Demuynck VLAANDEREN UW VARKENS ANDEEL S GESTEGEN STIJGING RUNDVEE TABEL BASIS INBOUWWAARDE BELANG KOSTEN DRIJVENFAK GROENTEN AGRARISCHE MILJARD ERINGSKAART MELK MILJOEN LANDBOUWBEDRIJVEN

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 Meer personen op de arbeidsmarkt in de eerste helft van 2010. - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, 2 de

Nadere informatie

DE WAALSE LANDBOUW IN CIJFERS. Foto : DGARNE DDV

DE WAALSE LANDBOUW IN CIJFERS. Foto : DGARNE DDV NL DE WAALSE LANDBOUW IN CIJFERS Foto : DGARNE DDV 2010 2 Produktiefactoren* Aantal bedrijven 15.500 waarvan 73% voltijds Tewerkstelling 25.839 personen in de landbouwsector, namelijk 18.846 arbeidseenheden

Nadere informatie

De waalse landbouw in cijfers

De waalse landbouw in cijfers De waalse landbouw in cijfers 2015 Opmerking : Vanaf 2011, om redenen van administratieve vereenvoudiging, berusten de enquêtes niet meer op de landbouwers die aan de landbouwtelling hebben deelgenomen

Nadere informatie

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW FOCUS 2014 INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW RESULTATEN 2014 VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij 1. Blik op innovatie 2. Innovatie bij Vlaamse land-

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

Gevolgen van Brexit voor de besluitvorming in de EU

Gevolgen van Brexit voor de besluitvorming in de EU VIVES BRIEFING 2016/06 Gevolgen van Brexit voor de besluitvorming in de EU Klaas Staal Karlstad Universitet 1 GEVOLGEN VAN BREXIT VOOR DE BESLUITVORMING IN DE EU Klaas Staal INLEIDING Op 23 juni 2016 stemmen

Nadere informatie

TECHNISCHE EN ECONOMISCHE RESULTATEN VAN DE VARKENSHOUDERIJ OP BASIS VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK

TECHNISCHE EN ECONOMISCHE RESULTATEN VAN DE VARKENSHOUDERIJ OP BASIS VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK FOCUS 2014 TECHNISCHE EN ECONOMISCHE RESULTATEN VAN DE VARKENSHOUDERIJ OP BASIS VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK BOEKJAREN 2011-2013 Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij 1. Blik op varkenshouderij

Nadere informatie

De waalse landbouw in cijfers

De waalse landbouw in cijfers De waalse landbouw in cijfers 2016 Opmerking : Vanaf 2011, om redenen van administratieve vereenvoudiging, berusten de enquêtes niet meer op de landbouwers die aan de landbouwtelling hebben deelgenomen

Nadere informatie

Landbouwenquête van mei

Landbouwenquête van mei Statistisch Product Landbouwenquête van mei Algemene informatie FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Deze statistieken komen rechtstreeks uit de jaarlijkse enquêtes in mei (de vroegere landbouwtelling).

Nadere informatie

DEPARTEMENT LANDBOUW & VISSERIJ

DEPARTEMENT LANDBOUW & VISSERIJ v.u. Jules Van Liefferinge depotnr. D/2015/3241/316 www.vlaanderen.be/landbouw DEPARTEMENT LANDBOUW & VISSERIJ PRODUCTIEWAARDE, MILJOEN EURO, 2014 overige 167 223 325 512 602 1.460 844 712 355 179 102

Nadere informatie

1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij:

1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 9. ENERGIE 1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 31973 D 0045: Besluit 73/45/Euratom van de Raad van 8 maart

Nadere informatie

Bijlage B4. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Freek Bucx

Bijlage B4. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Freek Bucx Bijlage B4 Eerste treden op de arbeidsmarkt Freek Bucx Inhoud Tabel B4.1... 3 Tabel B4.2... 4 Tabel B4.3... 5 Tabel B4.4... 6 Tabel B4.5... 7 Tabel B4.6... 8 Bijlage B4 Eerste treden op de arbeidsmarkt

Nadere informatie

Vergelijking van de landbouw in Vlaanderen en de EU: bedrijfseconomische indicatoren

Vergelijking van de landbouw in Vlaanderen en de EU: bedrijfseconomische indicatoren Vergelijking van de landbouw in Vlaanderen en de EU: bedrijfseconomische indicatoren Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie Dirk Bergen Boris Tacquenier Vergelijking van de landbouw

Nadere informatie

Arbeidsmarkt allochtonen

Arbeidsmarkt allochtonen Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Arbeidsmarkt allochtonen Samenvatting 1.176 werkzoekende allochtone Kempenaren (2012) vaak man meestal

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT PE-CONS 3659/1/01 REV 1

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT PE-CONS 3659/1/01 REV 1 EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Brussel, 27 mei 2002 2001/0138 (COD) LEX 311 PE-CONS 3659/1/01 REV 1 TRANS 181 PECOS 199 CODEC 1126 VERORDENING (EG) Nr. /2002 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

VERSLAG VAN DE COMMISSIE

VERSLAG VAN DE COMMISSIE EUROPESE COMMISSIE Brussel, 23.9.2016 COM(2016) 618 final VERSLAG VAN DE COMMISSIE Verslag met het oog op de berekening van de toegewezen hoeveelheid van de Unie, alsook het verslag met het oog op de berekening

Nadere informatie

De rendabiliteit van het tuinbouwbedrijf

De rendabiliteit van het tuinbouwbedrijf 0 Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap De rendabiliteit van het tuinbouwbedrijf Boekjaar 2003 35 210 30 180 25 150 20 120 15 90 10 60 5 30 0 publicatie n 2.05 Centrum voor januari 2005 Landbouweconomie

Nadere informatie

Doelstellingen (2002/2007) van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid

Doelstellingen (2002/2007) van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid Doelstellingen (2002/) van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid -50% 50% doden op de Belgische wegen/max. 750 doden 30 dagen Referentiecijfer 1500 = afgerond gemiddeld aantal doden 30 dagen 1998-2000

Nadere informatie

De werkloosheid in de Europese Unie Maart Indexen van de uurlonen April

De werkloosheid in de Europese Unie Maart Indexen van de uurlonen April 31.05.2006 Nr 3130 I. SAMENLEVING Werkgelegenheid en werkloosheid De werkloosheid in de Europese Unie Maart 2006... 5 Levensstandaard Indexen van de uurlonen April 2006... 11 II. ECONOMIE EN FINANCIEN

Nadere informatie

11562/08 CS/lg DG H 1 A

11562/08 CS/lg DG H 1 A RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 22 juli 2008 (OR. en) 11562/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0074 (C S) VISA 239 COMIX 554 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING VAN DE RAAD

Nadere informatie

SL WAGENINGEN. Financiële positie land- en tuinbouwbedrijven in Noord-Brabant. āīŕ

SL WAGENINGEN. Financiële positie land- en tuinbouwbedrijven in Noord-Brabant. āīŕ Financiële positie land- en tuinbouwbedrijven in Noord-Brabant Februari 2017, Harold van der Meulen en Ruud van der Meer Wageningen Economie Research (voorheen LEI wageningen UR) m L ; I āīŕ 1 I SL WAGENINGEN

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 34233 28 november 2014 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 november 2014, kenmerk 680920-128478-Z,

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz)

Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz) Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz) Lees ter voorbereiding de volgende teksten en bekijk de vragen en antwoorden van de quiz. De juiste antwoorden zijn vetgedrukt. Wat wil en doet

Nadere informatie

Publicatieblad L 52. van de Europese Unie. Wetgeving. Wetgevingshandelingen. 60e jaargang 28 februari Uitgave in de Nederlandse taal.

Publicatieblad L 52. van de Europese Unie. Wetgeving. Wetgevingshandelingen. 60e jaargang 28 februari Uitgave in de Nederlandse taal. Publicatieblad van de Europese Unie L 52 Uitgave in de Nederlandse taal Wetgeving 60e jaargang 28 februari 2017 Inhoud I Wetgevingshandelingen Definitieve vaststelling (EU, Euratom) 2017/303 van de gewijzigde

Nadere informatie

21.10.2015 A8-0249/139. Door de Commissie voorgestelde tekst

21.10.2015 A8-0249/139. Door de Commissie voorgestelde tekst 21.10.2015 A8-0249/139 139 Jens Rohde e.a. Artikel 4 lid 1 1. De lidstaten beperken op zijn minst hun jaarlijkse antropogene emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 33704 29 november 2013 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2013, kenmerk 169401-113162-Z,

Nadere informatie

Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk Boekjaren 2008-2010

Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk Boekjaren 2008-2010 Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk Boekjaren 2008-2010 2012 Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie Joeri Deuninck

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering komt te luiden als volgt:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering komt te luiden als volgt: STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 25177 30 november 2012 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 29 november 2012, kenmerk Z-3139020,

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in oktober 2013

De arbeidsmarkt in oktober 2013 De arbeidsmarkt in oktober 2013 Datum: 8 november 2013 Van: Stad Antwerpen Actieve stad Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche oktober 2013 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen eind

Nadere informatie

Deel 8. internationale vergelijking

Deel 8. internationale vergelijking Deel internationale vergelijking INTERNATIONALE VERGELIJKING Internationale onderwijsstatistieken zijn gebaseerd op een standaardterminologie, standaardconcepten, -definities en -classificaties, en dit

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 14 december 2016

PERSBERICHT Brussel, 14 december 2016 PERSBERICHT Brussel, 14 december 2016 Een al bij al zeer moeilijk jaar voor landbouwers De heeft samen met de gewestelijke overheden en deskundigen ter zake de voorlopige schattingen van de Belgische landbouweconomische

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 18 november 2003

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in november 2015

De arbeidsmarkt in november 2015 De arbeidsmarkt in november 2015 Datum: 7 december 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche november 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

Agrariërs op de grondmarkt

Agrariërs op de grondmarkt Agrariërs op de grondmarkt Augustus 2016 Huib Silvis en Martien Voskuilen Het samenspel van vraag en aanbod van landbouwgrond de agrarische grondmarkt mondt uit in een bepaalde hoeveelheid verhandelde

Nadere informatie

nr. 811 van TOM VAN GRIEKEN datum: 10 augustus 2015 aan JO VANDEURZEN Kinderbijslag - Kinderen die worden opgevoed in het buitenland

nr. 811 van TOM VAN GRIEKEN datum: 10 augustus 2015 aan JO VANDEURZEN Kinderbijslag - Kinderen die worden opgevoed in het buitenland SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 811 van TOM VAN GRIEKEN datum: 10 augustus 2015 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Kinderbijslag - Kinderen die worden opgevoed in het buitenland

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in december 2014

De arbeidsmarkt in december 2014 De arbeidsmarkt in december 2014 Datum: 14 januari 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche december 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat

Nadere informatie

Tabel 1: Economische indicatoren (1)

Tabel 1: Economische indicatoren (1) Tabel 1: Economische indicatoren (1) Grootte van de Openheid van de Netto internationale Saldo op de lopende rekening (% economie (in economie (Export + BBP per hoofd, nominaal (EUR) BBP per hoofd, nominaal,

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II Politiek en Ruimte bron 10 Aandeel van de lidstaten in de handel van de Europese Unie in procenten, 1998 30 % 25 20 22 25 Legenda: invoer uitvoer 15 10 8 8 15 15 10 11 9 9 15 12 5 0 6 5 2 2 1 0 België

Nadere informatie

Samenstelling van het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen van 2014

Samenstelling van het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen van 2014 P7_TA(2013)0082 Samenstelling van het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen van 2014 Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2013 over de samenstelling van het Europees Parlement

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2016

De arbeidsmarkt in augustus 2016 De arbeidsmarkt in augustus 2016 Datum: 8 september 2016 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2016 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten,

Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten, PERSCOMMUNIQUÉ 2014-07-18 Links BelgoStat On-line Algemene informatie Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten, 1995-2011. De drie Gewesten en de Nationale Bank van

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 16.5.2007 COM(2007) 256 definitief 2007/0090 (CNS) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het Verdrag betreffende

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2013

De arbeidsmarkt in augustus 2013 De arbeidsmarkt in augustus 2013 Datum: 5 september 2013 Van: Stad Antwerpen Actieve stad Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2012 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen eind

Nadere informatie

NGE en NEG-typering (laatste update van deze informatie is 2010 en wordt niet meer bijgehouden)

NGE en NEG-typering (laatste update van deze informatie is 2010 en wordt niet meer bijgehouden) NGE en NEG-typering (laatste update van deze informatie is 2010 en wordt niet meer bijgehouden) Vanaf 2010 wordt de bedrijfsomvang en het bedrijfstype vastgesteld met de Standaardopbrengst (SO) in plaats

Nadere informatie

Gewoonlijk verblijvende bevolking (Usual residence population - Urespop) Kees Prins, projectleider Urespop

Gewoonlijk verblijvende bevolking (Usual residence population - Urespop) Kees Prins, projectleider Urespop Gewoonlijk verblijvende bevolking (Usual residence population - Urespop) Kees Prins, projectleider Urespop 1. BRP bron voor demografische statistieken 2. Demografische statistieken volgens Europese verordening

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in juni 2015

De arbeidsmarkt in juni 2015 De arbeidsmarkt in juni 2015 Datum: 15 juli 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche juni 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in april 2015 De arbeidsmarkt in april 2015 Datum: 12 mei 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in maart 2017

De arbeidsmarkt in maart 2017 De arbeidsmarkt in maart 2017 Datum: 12 april 2017 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche maart 2017 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat 1.

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in maart 2015

De arbeidsmarkt in maart 2015 De arbeidsmarkt in maart 2015 Datum: 9 april 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche maart 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in januari 2016

De arbeidsmarkt in januari 2016 De arbeidsmarkt in januari 2016 Datum: 12 februari 2016 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche januari 2016 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 oktober 2010 (03.11) (OR. en) 7512/10 ADD 1 PV/CONS 15 ENV 169

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 oktober 2010 (03.11) (OR. en) 7512/10 ADD 1 PV/CONS 15 ENV 169 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 oktober 2010 (03.11) (OR. en) 7512/10 ADD 1 PV/CONS 15 ENV 169 ONTWERP-NOTULEN - ADDENDUM Betreft: 3002e zitting van de Raad van de Europese Unie (MILIEU), gehouden

Nadere informatie

Openbare raadpleging over de coördinatie van de sociale zekerheid in de EU

Openbare raadpleging over de coördinatie van de sociale zekerheid in de EU Openbare raadpleging over de coördinatie van de sociale zekerheid in de EU Velden met een zijn verplicht. I. Gezinsuitkeringen CONTEXT: Gezinsuitkeringen worden over het algemeen uit de belastingen gefinancierd

Nadere informatie

Herziening NEC-richtlijn. LNE Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid

Herziening NEC-richtlijn. LNE Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid Herziening NEC-richtlijn LNE Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid Inhoud presentatie Huidige NEC-richtlijn Herziening NEC-richtlijn: motivatie Inhoud herziene NEC-richtlijn: Overzicht

Nadere informatie

Maatregelen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor werkende ouders en mantelzorgers

Maatregelen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor werkende ouders en mantelzorgers Maatregelen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor werkende ouders en mantelzorgers Velden met een zijn verplicht. Persoonlijke gegevens In welk land bent u gevestigd? België Bulgarije

Nadere informatie

De rendabiliteit van het landbouwbedrijf

De rendabiliteit van het landbouwbedrijf 0 Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap De rendabiliteit van het landbouwbedrijf Boekjaar 2001 35 210 30 180 25 150 20 120 15 90 10 60 5 30 0 publicatie n 2.01 april 2003 Centrum voor Landbouweconomie

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 66 (1991) Nr. 6 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2014 Nr. 39 A. TITEL Overeenkomst betreffende samenwerking en een douane-unie tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten,

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in februari 2017

De arbeidsmarkt in februari 2017 De arbeidsmarkt in februari 2017 Datum: 8 maart 2017 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche februari 2017 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in maart 2016

De arbeidsmarkt in maart 2016 De arbeidsmarkt in maart 2016 Datum: 11 april 2016 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche maart 2016 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat 1.

Nadere informatie

Wijkers en blijvers in de Vlaamse land- en tuinbouw Eindverslag

Wijkers en blijvers in de Vlaamse land- en tuinbouw Eindverslag Wijkers en blijvers in de Vlaamse land- en tuinbouw Eindverslag Dr. ir. Mieke Calus, Dr. Valerie Vandermeulen, Dr. Elke Rogge, Lara Emde, Dr. ir. Joost Dessein, Dr. ir. Ludwig Lauwers, Dr. ir. Guido Van

Nadere informatie

het Nederlandse dse spoor?

het Nederlandse dse spoor? 08 e08 Hoe druk is 0h het nu werkelijk op het Nederlandse dse spoor? Het Nederlandse spoorgebruik in vergelijking met de rest van de EU-27 Pascal Ramaekers, Tessa de Wit en Maarten Pouwels Publicatiedatum

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 29 oktober 2014 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 29 oktober 2014 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 29 oktober 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0298 (E) 14563/14 ACP 166 FIN 764 PTOM 51 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in mei 2015

De arbeidsmarkt in mei 2015 De arbeidsmarkt in mei 2015 Datum: 11 juni 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche mei 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering komt te luiden als volgt:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering komt te luiden als volgt: STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 40860 19 november 2015 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 november 2015, kenmerk 862829-143414-Z,

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in februari 2016

De arbeidsmarkt in februari 2016 De arbeidsmarkt in februari 2016 Datum: 16 maart 2016 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche februari 2016 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

Land- en Tuinbouw in de Scheldemond-provincies

Land- en Tuinbouw in de Scheldemond-provincies Land- en Tuinbouw in de Scheldemond-provincies Dr.ir. A.Calus POVLT Beitem-Rumbeke 21-01-2010 POVLT - Beitem (Rumbeke) 1 Kaart Scheldemondprovincies 21-01-2010 POVLT - Beitem (Rumbeke) 2 Kaart Zeeland

Nadere informatie

14072/14 roe/lep/hh DG C 1

14072/14 roe/lep/hh DG C 1 Raad van de Europese Unie Brussel, 13 oktober 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0292 (E) 14072/14 ACP 154 FIN 727 PTOM 45 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in juli 2014

De arbeidsmarkt in juli 2014 De arbeidsmarkt in juli 2014 Datum: 13 augustus 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche juli 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2016

De arbeidsmarkt in april 2016 De arbeidsmarkt in april 2016 Datum: 10 mei 2016 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2016 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat 1. Antwerpen

Nadere informatie

Zuivelproductie per land 2015 Dairy production by country

Zuivelproductie per land 2015 Dairy production by country Zuivelproductie per land 2015 Melkaanvoer en productie EU-28 2015 Milk deliveries and production EU-28 index: 2014=100 EU-28 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec cumulatief index Melkaanvoer

Nadere informatie

Handels- en Welvaartseffecten van Vrijhandelsakkoorden

Handels- en Welvaartseffecten van Vrijhandelsakkoorden Handels- en Welvaartseffecten van Vrijhandelsakkoorden Jan Van Hove KU Leuven & INFER jan.vanhove@kuleuven.be Vleva 13 januari 2015 * Met dank aan de Vlaamse overheid voor de financiële ondersteuning van

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in oktober 2016

De arbeidsmarkt in oktober 2016 De arbeidsmarkt in oktober 2016 Datum: 9 november 2016 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche oktober 2016 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat

Nadere informatie

Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen.

Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen. Verhoging tabaksaccijnzen : meer inkomsten en minder rokers PERSBERICHT Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen. In België werden er in 2009 11.617 miljoen sigaretten

Nadere informatie

RIZIV-statuut - Arts / Tandarts / Apotheker / Kinesitherapeut

RIZIV-statuut - Arts / Tandarts / Apotheker / Kinesitherapeut RIZIV-statuut - Arts / Tandarts / Apotheker / Kinesitherapeut Offerte ter attentie van De heer Student Jaar 2014 U Naam : De heer Student Jaar 2014 Adres :, Geboortedatum : 01/01/1989 Leeftijd bij onderschrijving

Nadere informatie

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD. Financiële informatie over het Europees Ontwikkelingsfonds

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD. Financiële informatie over het Europees Ontwikkelingsfonds EUROPESE COMMISSIE Brussel, 15.6.2016 COM(2016) 386 final MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD Financiële informatie over het Europees Ontwikkelingsfonds NL NL MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD

Nadere informatie

Op 31 december 2012 telde het arrondissement Turnhout inwoners. Hiermee vertegenwoordigen we 7% van de Vlaamse inwoners.

Op 31 december 2012 telde het arrondissement Turnhout inwoners. Hiermee vertegenwoordigen we 7% van de Vlaamse inwoners. Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Demografie Samenvatting Inwonersaantal: 442.508 (2012) 90% van de inwoners heeft de Belgische nationaliteit.

Nadere informatie

De invloed van de btw op uw werkkapitaal

De invloed van de btw op uw werkkapitaal Fred Vervaet Agenda LyondellBasell Industries NV Trapped refunds; Crediteuren Debiteuren LyondellBasell Industries NV Omzet wereldwijd: ongeveer $51 miljard; Productie chemische en petrochemische producten;

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II nstituut voor de nationale rekeningen Statistiek buitenlandse handel Kwartaalbericht 2014- nstituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België, Brussel Alle rechten voorbehouden. De volledige

Nadere informatie

Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006

Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006 Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006 Aantal geregistreerde bedrijven Aantal bedrijven (koepels) Aantal bedrijven (relaties) Aantal exploitaties Aantal entiteiten Aantal verminderde relaties

Nadere informatie

Overzicht van de behoeften aan wetenschappelijke en technologische beroepen

Overzicht van de behoeften aan wetenschappelijke en technologische beroepen Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Overzicht van de behoeften aan wetenschappelijke en technologische beroepen 7 Juli 2010 Stéphane THYS Coördinator Opzet van de presentatie Studenten in wetenschappelijke

Nadere informatie

Hoe Europeanen denken over biotechnologie en genetisch gemodificeerd voedsel in 2005

Hoe Europeanen denken over biotechnologie en genetisch gemodificeerd voedsel in 2005 Eens in de drie jaar wordt in de Europese Unie onderzoek verricht naar de publieksopvattingen over biotechnologie. Eind 05 zijn in totaal 25.000 respondenten in de 25 lidstaten van de EU ondervraagd. Hier

Nadere informatie

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie?

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? MEMO/11/406 Brussel, 16 juni 2011 Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? Vakantie verwacht het onverwachte. Gaat u binnenkort op reis in de EU of naar IJsland, Liechtenstein,

Nadere informatie

Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan

Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan IP/04/1250 Brussel, 20 oktober 2004 Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan De Europese Commissie gaat akkoord met een tweede

Nadere informatie

O v e r z i c h t v a n d e b o e k h o u d k u n d i g e r e s u l t a t e n v a n 7 1 8 l a n d - e n t u i n b o uw b e d r i j v e n

O v e r z i c h t v a n d e b o e k h o u d k u n d i g e r e s u l t a t e n v a n 7 1 8 l a n d - e n t u i n b o uw b e d r i j v e n O v e r z i c h t v a n d e b o e k h o u d k u n d i g e r e s u l t a t e n v a n 7 1 8 l a n d - e n t u i n b o uw b e d r i j v e n Boekjaar 2006 L a n d b o u w m o n i t o r i n g s n e tw e r k

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's EUROPESE COMMISSIE Brussel, 11.6.2014 COM(2014) 226 final 2014/0128 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's NL NL TOELICHTING 1. ACHTERGROND

Nadere informatie

Crelan Vertrouwensindex Land- en tuinbouwsector 2015

Crelan Vertrouwensindex Land- en tuinbouwsector 2015 Crelan Vertrouwensindex Land- en tuinbouwsector 2015 Belangrijkste resultaten Het vertrouwen van de landbouwers daalt in België, vooral in de melkveesector. De evaluatie van het financieel resultaat loopt

Nadere informatie

De buitenlandse handel van België - 2009 -

De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België in 2009 (Bron: NBB communautair concept*) Analyse van de cijfers van 2009 Zoals lang gevreesd, werden in 2009 de gevolgen van

Nadere informatie

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf De markt voor de varkenshouderij in Nederland Structuur In Nederland worden op ongeveer 1. bedrijven varkens gehouden. Het aantal bedrijven met varkens is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen (figuur

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in september 2014

De arbeidsmarkt in september 2014 De arbeidsmarkt in september 2014 Datum: 13 oktober 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche september 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1.

Nadere informatie

Datum 11 mei 2017 Betreft Kamervragen van het lid Wiersma (VVD) overover kinderbijslag in het buitenland

Datum 11 mei 2017 Betreft Kamervragen van het lid Wiersma (VVD) overover kinderbijslag in het buitenland > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 18 maart 2011 (22.03) (OR. en) 8080/11 ECOFIN 160 SOC 274 STATIS 24

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 18 maart 2011 (22.03) (OR. en) 8080/11 ECOFIN 160 SOC 274 STATIS 24 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 18 maart 2011 (22.03) (OR. en) 8080/11 ECOFIN 160 SOC 274 STATIS 24 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in mei 2014

De arbeidsmarkt in mei 2014 De arbeidsmarkt in mei 2014 Datum: 13 juni 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche mei 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen eind

Nadere informatie

LANDBOUW IN UNIE LANDEN LANDBOUW IN DE BELGIË EURO EGE PRODUCTIE NEDERLAND PRODUCTEN GEMIDDELDE VERENIGD OMZET HOOFDLIJNEN

LANDBOUW IN UNIE LANDEN LANDBOUW IN DE BELGIË EURO EGE PRODUCTIE NEDERLAND PRODUCTEN GEMIDDELDE VERENIGD OMZET HOOFDLIJNEN Jonathan Platteau HOOFDLIJNEN 39,2% van de totale oppervlakte van de Europese Unie is bestemd voor landbouw (cultuurgrond). De EU telde in 27 13,7 miljoen landbouwbedrijven die in totaal meer dan 1.875,3

Nadere informatie

Kortcyclische arbeid, Op de teller!

Kortcyclische arbeid, Op de teller! Kortcyclische arbeid, Op de teller! 1 Doel Doel van dit instrument is inzicht bieden in de prevalentie (mate van voorkomen) en de effecten van kortcylische arbeid. Dit laat toe een duidelijke definiëring

Nadere informatie

DEEL 1: Mobiliteit en Verkeersveiligheid in Vlaanderen. Universiteit Hasselt Bachelor- en master Verkeerskunde

DEEL 1: Mobiliteit en Verkeersveiligheid in Vlaanderen. Universiteit Hasselt Bachelor- en master Verkeerskunde DEEL 1: Mobiliteit en Verkeersveiligheid in Vlaanderen Universiteit Hasselt Bachelor- en master Verkeerskunde www.uhasselt.be/verkeerskunde Algemene situatie Wereldwijd: ± 1 milj. verkeersdoden/jaar 11

Nadere informatie

Handelsstromen Rozenstruiken 2009 / 14. Zoetermeer, Maart 2009 Peter van der Salm Productschap Tuinbouw, Afdeling Markt en Innovatie

Handelsstromen Rozenstruiken 2009 / 14. Zoetermeer, Maart 2009 Peter van der Salm Productschap Tuinbouw, Afdeling Markt en Innovatie Handelsstromen Rozenstruiken 2009 / 14 Zoetermeer, Maart 2009 Peter van der Salm Productschap Tuinbouw, Afdeling Markt en Innovatie Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd

Nadere informatie