Bedieningshandleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bedieningshandleiding"

Transcriptie

1 Bedieningshandleiding 1 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) 2 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren 3 Apparaatbeheer 4 Adresinformatiebeheer 5 Gebruikersinformatiebeheer 6 Accounting Report Tool 7 Bijlage Lees deze gebruiksaanwijzing grondig door voordat u dit product gebruikt en bewaar het voor toekomstig gebruik.

2

3 INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?...5 Symbolen...5 Terminologie...5 Schermen...6 Het bekijken van deze handleiding...6 Belangrijk...7 Handelsmerken SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) gebruiken SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren Systeemvereisten en specificaties...15 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren...18 Installatie door overschrijven...19 De Accounting Report Tool activeren...20 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) verwijderen Apparaatbeheer De apparaatstatus controleren...25 Instellingen zoeken en controleren via de Gezochte apparaatlijst...25 Zoeken naar apparaten/apparaatstatus controleren...29 Het controleren van de apparaatstatus via een webbrowser...30 Apparaatinformatie controleren met het Informatievenster...31 Een groep apparaten beheren...36 Een nieuwe groep aanmaken...36 Een apparaat toevoegen aan een groep...36 Kopiëren/Verplaatsen van een apparaat tussen groepen...37 Een groep openen...38 Een groep verwijderen...40 Het verwijderen van een apparaat uit een groep...41 Groepsinformatie opslaan als een hostbestand...41 Het hostbestand als groep openen...42 De totale afdruktellerinformatie exporteren...42 Configureren van de Energiespaarstand...43 Het opgeven van de bewakingsinstellingen van het apparaat

4 Het ontvangen van berichten over de apparaatstatus...44 De apparaatconfiguratie aanpassen...48 De menu's op het bedieningspaneel van het apparaat beveiligen...48 Papiersoort veranderen...48 Bekijken en verwijderen van gespoolde afdruktaken...49 Het menu Extra gebruiken...50 Een wachtwoord instellen...50 Namen en opmerkingen wijzigen...51 Verwijzen naar het faxjournaal Adresinformatiebeheer Beheren van adresinformatie...53 Opstarten van de Adres beheer Tool...53 Adres beheer Tool-lijst...53 Selecteer lijstkolommen...55 Het adresboek configureren...58 Een nieuwe gebruiker toevoegen...58 Een gebruiker verwijderen...63 Gebruikersinformatie wijzigen...63 Een nieuwe groep toevoegen...63 Een groep verwijderen...67 Groepsinformatie wijzigen...67 Een nieuwe gebruiker of groep toevoegen aan een groep...68 Zoeken naar een gebruiker of groep...68 Adresboekinformatie naar een CSV-bestand exporteren...69 Back-ups maken en het adresboek herstellen...72 Een back-up van het adresboek maken...72 Het adresboek herstellen...72 Apparaatinstellingen maken...74 Toepassen van de Adres beheer Tool-instellingen op een apparaat...74 Adresboekgegevens opnieuw verkrijgen van een apparaat Gebruikersinformatiebeheer Het aantal vellen bekijken dat is afgedrukt door gebruikers...75 Het opstarten van Gebruikersbeheerprog

5 Het weergeven van afdrukaantallen per gebruiker...75 Het aantal afgedrukte pagina's tot 0 resetten...77 Afdrukaantallen exporteren...77 Gebruikersinstellingen voor apparaten configureren...79 Toegangsbeheer per gebruiker weergeven...79 Een gebruiker toevoegen...80 Een gebruiker verwijderen...81 Naar een gebruiker zoeken...82 Beschikbare functies instellen/wijzigen...82 Gebruikersinformatie naar een bestand exporteren...84 Functies beschikbaar voor elke beheerder...85 Apparaatinstellingen maken...87 De Gebruikersbeheerprog.-instellingen op een apparaat toepassen...87 Apparaatinformatie updaten...87 Gebruikerscodes automatisch laten registreren Accounting Report Tool Accounting Report Tool...89 De Accounting Report Tool opstarten...89 Gegevensverzameling...91 Accounting Report Tool-scherm...91 De menuweergave wijzigen...92 Configureren van de gegevensverzamelingsmethode...94 Uitvoeren van gegevensverzameling Een rapport aanmaken Het conversietarief opgeven Gebruikersinformatie instellen Rapportvoorwaarden opgeven Rapporten genereren Logboekverzameling Logboeken van handelingen weergeven Bijlage Meer informatie over de CSV-indeling Gebruikerstatistiekenlijst van CSV-bestandsindelingen

6 Gebruikersinformatie in CSV-bestandsindeling CSV-bestandsindeling van het adresboek CSV-bestandsindeling voor gegevens die verzameld zijn met Accounting Report Tool Lijst met statuspictogrammen Telpatronen importeren Accountingrapport-elementen Veel gestelde vragen SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) Adres beheer Tool INDEX

7 Hoe werkt deze handleiding? Om u bekend te maken met de vele mogelijkheden van SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package), raden wij u aan om deze handleiding in zijn geheel door te lezen. Symbolen De volgende symbolen worden in deze handleiding gebruikt. Geeft een situatie aan die kan leiden tot materiële schade of storingen als de instructies niet worden gevolgd. Zorg ervoor dat u de instructies leest. Geeft informatie of voorbereidingen aan die vóór het gebruik vereist zijn. Dit symbool geeft numerieke grenzen, functies die niet samen gebruikt kunnen worden of omstandigheden aan waarin een bepaalde functie niet gebruikt kan worden. Dit symbool geeft aanvullende informatie aan die u nuttig kunt vinden, maar deze informatie is niet essentieel om een opdracht uit te voeren. Dit symbool geeft aan waar u andere relevante informatie kunt vinden. [ ] Dit symbool geeft de namen van de toetsen en tabbladen aan die op het computerscherm weergegeven worden. Terminologie In deze paragraaf wordt de terminologie uitgelegd die in deze handleiding wordt gebruikt. Apparaat "Apparaat" verwijst naar een printer of een multifunctioneel product (MFP) op het netwerk. In deze handleiding is de betekenis van het woord "apparaat" beperkt tot printers en MFP's. Gebruiker De term "gebruiker" in deze handleiding verwijst naar een persoon die apparatuur gebruikt voor afdrukken, scannen, etc. 5

8 Beheerder De term "beheerder" in deze handleiding verwijst naar mensen die apparaten configureren. Beheerders zijn onder meer apparaatbeheerders die apparaatfuncties configureren en gebruikerbeheerders die de adresboeken van de apparaten beheren. Webbrowser De term "webbrowser" in deze handleiding verwijst naar Web Image Monitor, een applicatie in Internet Explorer. Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze applicatie de Web Image Monitor Help. Schermen De uitleg in deze handleiding bevat screenshots van Windows Vista Business Service Pack 1 en Internet Explorer 6.0 Service Pack 2. Indien u een andere Windows-versie gebruikt, kunnen de schermen die in deze handleiding getoond worden enigzins verschillen van uw eigen schermen. De procedure zal echter hetzelfde zijn. Het bekijken van deze handleiding Lees onderstaande informatie aandachtig door indien u deze handleiding op uw computer wilt kunnen bekijken. Acrobat Reader of Adobe Reader is nodig om de PDF-documentatie te bekijken. U kunt de HTML-documentatie met een webbrowser bekijken. We raden Microsoft Internet Explorer 4.01 SP2 of een latere versie aan. Een vereenvoudigde versie van de HTML-documentatie is beschikbaar voor oudere of nietaanbevolen browsers. Als JavaScript uitgeschakeld is of niet beschikbaar is in uw browser, kunt u niet zoeken in de HTMLdocumentatie of bepaalde knoppen niet gebruiken. Indien u een oudere of niet-aanbevolen browser gebruikt en de vereenvoudigde versie van de documentatie niet automatisch verschijnt, typ dan \int\index.htm with \unv\index.htm in de adresbalk van uw browser in. 6

9 Belangrijk TOT DE MAXIMALE MATE DIE DOOR DE VAN TOEPASSING ZIJNDE WET WORDT TOEGESTAAN: DE LEVERANCIER KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR HET RESULTAAT VAN HET GEBRUIK VAN DEZE SOFTWARE OF DIT DOCUMENT. DE LEVERANCIER KAN DOOR U NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR BESCHADIGING OF VERLIES VAN DOCUMENTEN OF GEGEVENS DIE MET DEZE SOFTWARE ZIJN GEPRODUCEERD. DE LEVERANCIER IS NIET AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE GEVOLG-, INCIDENTELE OF INDIRECTE SCHADE (WAARONDER MAAR NIET BEPERKT TOT SCHADE DOOR WINSTVERLIES, BEDRIJFSONDERBREKING OF VERLIES VAN BEDRIJFSINFORMATIE, EN SOORTGELIJKE) VEROORZAAKT DOOR UITVAL VAN DEZE SOFTWARE OF VERLIES VAN DOCUMENTEN OF GEGEVENS, NOCH VOOR ENIG ANDERE SCHADE VOORTKOMENDE UIT HET GEBRUIK VAN DEZE SOFTWARE, INDIEN DE LEVERANCIER WERD GEADVISEERD OVER DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE. Sommige illustraties of toelichtingen in deze handleiding verschillen mogelijk van uw product wegens verbetering of verandering van het product. De inhoud van dit document is onderworpen aan wijzigingen zonder kennisgeving. Geen enkel deel van dit document mag worden vermenigvuldigd, gekopieerd of gereproduceerd in wat voor vorm dan ook, of aangepast of geciteerd worden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de leverancier. Het is mogelijk dat een document of gegevens die zijn opgeslagen op de computer, beschadigd of verloren kunnen raken door een gebruikersfout tijdens de bediening of door een softwarefout. Zorg ervoor dat u van tevoren een back-up van alle belangrijke gegevens maakt. Belangrijke documenten en gegevens moeten altijd worden gekopieerd of er moet een back-up van worden gemaakt. Documenten en gegevens kunnen verloren raken vanwege een defect of een menselijke fout. Daarnaast is de klant verantwoordelijk voor het nemen van beschermende voorzorgsmaatregelen tegen computervirussen, wormen en andere schadelijke software. Verwijder of plaats nooit een cd tijdens de werking van deze software. 7

10 Handelsmerken Adobe, Acrobat, Acrobat Reader en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft, Windows, Windows Server, Windows Vista, Excel, Internet Explorer en SQL Server zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Pentium is een geregistreerd handelsmerk van Intel Corporation in de V.S. en andere landen. Andere productnamen in deze handleiding dienen alleen ter aanduiding en kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaren. Wij maken geen enkele aanspraak op enig recht op deze merken. This product includes software developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit. (http:// De eigennamen van de Windows-besturingssystemen zijn: De productnamen van Windows XP zijn als volgt: Microsoft Windows XP Home Edition Microsoft Windows XP Professional De productnamen van Windows Vista zijn als volgt: Microsoft Windows Vista Ultimate Microsoft Windows Vista Enterprise Microsoft Windows Vista Business Microsoft Windows Vista Home Premium Microsoft Windows Vista Home Basic De productnamen van Windows 7 zijn als volgt: Microsoft Windows 7 Home Premium Microsoft Windows 7 Professional Microsoft Windows 7 Ultimate De productnamen van Windows Server 2003 zijn als volgt: Microsoft Windows Server 2003 Standard Edition Microsoft Windows Server 2003 Enterprise Edition De productnamen van Windows Server 2003 R2 zijn als volgt: Microsoft Windows Server 2003 R2 Standard Edition Microsoft Windows Server 2003 R2 Enterprise Edition De productnamen van Windows Server 2008 zijn als volgt: Microsoft Windows Server 2008 Standard 8

11 Microsoft Windows Server 2009 Enterprise Microsoft Windows Server 2008 Datacenter De productnamen van Windows Server 2008 R2 zijn als volgt: Microsoft Windows Server 2008 R2 Standard Microsoft Windows Server 2008 R2 Enterprise Microsoft Windows Server 2008 R2 Datacenter 9

12 10

13 1. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) is een applicatie die het mogelijk maakt om apparaten op uw netwerk vanuit één lokatie te beheren. Met deze applicatie kunt u apparaatinstellingen configureren, de apparaten bewaken vanaf uw computer, de apparaten in groepen indelen en instellingen in één keer aan meerdere apparaten toewijzen. Met de Accounting Report Tool kunt u accountrapporten per gebruiker creëren en adresboekgegevens importeren in alle apparaten op een van te voren bepaald tijdstip. Met SmartDeviceMonitor for Admin kunt u alle functies, behalve de Accounting Report Tool, gebruiken. 1 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) gebruiken Als u gebruik maakt van SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package), dan zijn de volgende functies beschikbaar. Beschikbare functies van SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) De apparaatstatus bewaken U kunt hier informatie over afdrukken, papierhoeveelheid, etc. controleren. Groepsbeheer voor apparaten Het gelijktijdig bewaken van meerdere apparaten. Indien er veel apparaten zijn, dan kunt u groepen creëren en apparaten classificeren om het beheer ervan te vergemakkelijken. Apparaten bewaken U kunt de status van apparaten monitoren en hierover op de hoogte gehouden worden door middel van berichtgeving. Energiespaarstand U kunt de energiespaarstand in- en uitschakelen. Bedieningsbeperking Hiermee kunt u de instellingen beperken die gemaakt zijn vanuit het bedieningspaneel. U kunt tevens wijzigingen ongedaan maken die zijn aangebracht bij bepaalde items. Papiersoort-instelling Schakel het selecteren van de papiersoort van een apparaat in. Taakcontrole Controleer de taakgeschiedenis van afgedrukte taken, gefaxte taken en spooltaken. Beschikbare functies van Adres beheer Tool Het adresboek beheren 11

14 1. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) 1 Registreer en bewerk het adresboek van apparaten op afstand. Back-up maken en herstellen Er kan een back-up van de Adresboekgegevens van een apparaat gemaakt worden. De geëxporteerde back-up kan gebruikt worden om de adresboekgegevens van het apparaat te herstellen. CSV-bestanden exporteren en importeren Exporteer de adresboeken van apparaten in CSV-indeling. Door het bewerken van de geëxporteerde bestanden en ze daarna te importeren, kunt u direct eenvoudig nieuwe adresinformatie registreren. Beschikbare functies van Gebruikersbeheerprog. Tellers per gebruiker Controleer de taakgeschiedenis van afgedrukte, gefaxte, gescande en gefotokopieerde documenten aan de hand van gebruikersnamen/gebruikerscodes. Gebruikersbeperkingen Beperk functies voor elke gebruikerscode. CSV-bestanden exporteren en importeren Exporteer lijsten van tellers per gebruiker en informatie over gebruikers- en gebruiksbeperkingen in CSV-indeling. Door de geëxporteerde CSV-bestanden te bewerken en ze daarna te importeren, kunt u gemakkelijk nieuwe informatie over gebruiker- en gebruiksbeperkingen registreren. Beschikbare functies van Accounting Report Tool Gegevensverzameling Verzamel informatie van appararaattellers (zoals het aantal afgedrukte of gescande pagina's) van meerdere apparaten tegelijk. Accountingrapport Creëer een accountingrapport aan de hand van de instellingen. Het adresboek in één keer importeren Het exporteren van adresboekgegevens vanaf een apparaat en daarna die gegevens importeren naar andere apparaten, afhankelijk van de rapportage-instellingen. 12

15 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) gebruiken 1 Accountingrapportage NL BXA022S 1. Apparaten bewaken 2. Apparaten configureren 3. Het creëren van een rapport (met Accounting Report Tool van SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package) Voor meer informatie over SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package), zie Pag.25 "Apparaatbeheer". Voor meer informatie over de Adres beheer Tool, zie Pag.53 "Adresinformatiebeheer". Voor meer informatie over het Gebruikersbeheerprog., zie Pag.75 "Gebruikersinformatiebeheer". Voor meer informatie over de Accounting Report Tool, zie Pag.89 "Accounting Report Tool". 13

16 1. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) 1 14

17 2. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren Systeemvereisten en specificaties 2 Om SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) op uw computer te kunnen gebruiken, moet uw computer voldoen aan de systeemvereisten in de onderstaande tabel. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) ondersteunt geen IPv6- netwerkadressering. Systeemvereisten zijn onderhevig aan verandering. Voor de meest recente informatie dient u contact op te nemen met uw verkoopvertegenwoordiger. Computer - SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package Item Specificatie Computer Besturingssystemen Netwerkprotocol CPU: Pentium 1 GHz compatibel of sneller RAM: 512 MB of meer Harde schijf: ten minste 1 GB beschikbaar Windows XP (X86/X64) Home Edition / Professional SP2 of hoger Windows Vista (X86/X64) Ultimate / Enterprise / Business / Home Premium / Home Basic Windows 7 (X86/X64) Ultimate / Professional / Home Premium Windows Server 2003 (X86/X64) Standard Edition/Enterprise Edition SP2 of hoger Windows Server 2003 R2 (X86/X64) Standard Edition/ Enterprise Edition SP2 of hoger Windows Server 2008 (X86/X64) Standard / Enterprise / Datacenter Windows Server 2008 R2 (X64) Standard / Enterprise / Datacenter TCP/IP 15

18 2. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren Item Specificatie Database SQL Server 2005 Express Edition SP2 of hoger 2 Indien SQL Server 2005 Express Edition SP2 of hoger niet geïnstalleerd is op de computer, dan zal het geïnstalleerd worden als u SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package installeert. Software Microsoft Excel 2003 SP2 of hoger.net Framework.NET Framework 2.0 Computer - SmartDeviceMonitor for Admin Item Specificatie Computer Besturingssystemen Netwerkprotocol CPU: Pentium 500 MHz compatibel of sneller RAM: 200 MB of meer Harde schijf: ten minste 40 MB beschikbaar Windows XP (X86/X64) Home Edition / Professional SP2 of hoger Windows Vista (X86/X64) Ultimate / Enterprise / Business / Home Premium / Home Basic Windows 7 (X86/X64) Ultimate / Professional / Home Premium Windows Server 2003 (X86/X64) Standard Edition / Enterprise Edition SP2 of hoger Windows Server 2003 R2 (X86/X64) Standard Edition / Enterprise Edition SP2 of hoger Windows Server 2008 (X86/X64) Standard / Enterprise / Datacenter Windows Server 2008 R2 (X64) Standard / Enterprise / Datacenter TCP/IP 16

19 Systeemvereisten en specificaties Protocollen Item TCP/IP Verkrijgen van apparaatstatus-informatie Verkrijgen van totale tellerinformatie Apparaatconfiguratie Verkrijgen / instellen van adresinformatie Verkrijgen / opnieuw instellen van printertellerinformatie per gebruiker Verkrijgen / instellen van toegangsrestrictie-informatie per gebruiker Accounting Report Tool gegevensverzameling SNMPv1/SNMPv3 HTTP 2 Apparaatinterface Interface Instellingen / algemene bediening wijzigen Apparaten bewaken Ethernet OK OK Wireless LAN OK OK IP over 1394 N.v.t. OK Taalondersteuning Item SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Tool Beschikbare taal Engels/Frans/Duits/Italiaans/Spaans/Nederlands/Portugees/ Noors/Deens/Zweeds/Pools/Fins/Hongaars/Tsjechisch/ Vereenvoudigd Chinees/Traditioneel Chinees Engels/Frans/Duits/Italiaans/Spaans/Nederlands Voor talen die niet ondersteund worden door Accounting Report Tool zal de uitleg in de handleiding over deze tool ook in het Engels zijn. 17

20 2. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren 2 Volg de volgende procedure om SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) te installeren. U dient op de computer als beheerder ingelogd te zijn. Sluit alle applicaties die op dit moment open staan af en controleer of de computer niet bezig is met een afdruktaak. Noteer het SA-wachtwoord ergens, zodat u het niet vergeet. U heeft het wachtwoord nodig bij het upgraden of het verwijderen van deze software. 1. Dubbelklik op "setup.exe" om het installatieprogramma op te starten. Als het controlescherm van de gebruikersaccount verschijnt, klik dan op [Toestaan] om verder te gaan met de installatie. 2. Wanneer het [Kies installatietaal] dialoogvenster verschijnt, selecteer dan de taal waarin u wilt dat deze applicatie weergegeven wordt en klik op [OK]. 3. Klik op [Volgende] op het installatiescherm. 4. Klik na het lezen van de licentieovereenkomst op [Ja]. 5. Volg de instructies die verschijnen op. Wanneer de SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package geïnstalleerd wordt, ga dan naar de volgende stap. Wanneer de SmartDeviceMonitor for Admin geïnstalleerd wordt, ga dan naar stap Voer het wachtwoord in voor Accounting Report Tool en klik dan op [Volgende]. 7. Voer het SQL-serverwachtwoord in en klik op [Volgende]. 8. Klik in het bevestigingsbericht op [OK]. Er kan een bericht verschijnen wat u verzoekt om uw computer opnieuw op te starten. Als dat het geval is, start dan de computer opnieuw op om de installatie te voltooien. Als u verder gaat met de standaard installatie, dan wordt de software geïnstalleerd in C: \Program files\rmadmin. "C" is de drive waarop Windows is geïnstalleerd. 18

21 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren Installatie door overschrijven Deze paragraaf legt uit hoe u een overschrijfinstallatie uitvoert op een computer waarop SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package of SmartDeviceMonitor for Admin geïnstalleerd is. U dient op de computer als beheerder ingelogd te zijn. Controleer of de gebruiker die het ongedaan maken van de installatie uitvoert dezelfde is die de installatie heeft uitgevoerd. Het ongedaan maken van de installatie zal onvolledig uitgevoerd worden als dit door een andere gebruiker dan de gebruiker die de installatie uitvoerde gedaan wordt. Foutieve overgeschreven installaties zijn het resultaat van het meekrijgen van gegevens van de eerdere versie. Sluit alle applicaties die op dit moment open staan af en controleer of de computer niet bezig is met een afdruktaak. Noteer het SA-wachtwoord ergens, zodat u het niet vergeet. U heeft het wachtwoord nodig bij het upgraden of het verwijderen van deze software. 2 U kunt geen installatie van SmartDeviceMonitor for Admin overschrijven op een computer waarop SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package is geïnstalleerd. Het uitvoeren van het overschrijven van een installatie op een computer waarop SmartDeviceMonitor for Admin geïnstalleerd is, zal ervoor zorgen dat SmartDeviceMonitor for Admin met deze software wordt overschreven. 1. Dubbelklik op "setup.exe" om het installatieprogramma op te starten. Als het controlescherm van de gebruikersaccount verschijnt, klik dan op [Toestaan] om verder te gaan met de installatie. 2. Klik op [Volgende] op het installatiescherm. 3. Klik na het lezen van de licentieovereenkomst op [Ja]. 4. Volg de instructies die verschijnen op. Wanneer de SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package geïnstalleerd wordt, ga dan naar de volgende stap. Wanneer de SmartDeviceMonitor for Admin geïnstalleerd wordt, ga dan naar stap Voer het SA-wachtwoord in en klik op [Volgende]. Als de SQL-server reeds bestaat, dan verschijnt er een scherm voor het invoeren van het SAwachtwoord. Voer het SA-wachtwoord voor de SQL-server in en klik op [Volgende]. 6. Klik in het bevestigingsbericht dat verschijnt op [Voltooien]. 19

22 2. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren Er kan een bericht verschijnen wat u verzoekt om uw computer opnieuw op te starten. Als dat het geval is, start dan de computer opnieuw op om de installatie te voltooien. 2 De Accounting Report Tool activeren Als u Accounting Report Tool niet binnen 45 dagen na de installatie activeert, dan wordt de tool onbruikbaar. 1. Klik in het menu [Extra] op [Accounting Report Tool]. Het activeringsvenster verschijnt. 2. Klik op [Activering]. Wanneer User Access Control (UAC) op uw systeem ingeschakeld is, moet u Activation Tool als beheerder uitvoeren. Hiervoor klikt u met de rechtermuisknop op Activation Tool en selecteert u [Uitvoeren als beheerder]. Wanneer UAC ingeschakeld is en u voert Activation Tool niet uit als beheerder, dan zullen functies zoals het starten en stoppen van de server niet goed functioneren. Klik op [Proefperiode] om deze tool als proefversie te gebruiken. 3. Volg de instructies op die op het scherm worden weergegeven om de instellingen op te geven voor het verkrijgen van de Accounting Report Tool-licentie. Als u reeds een licentiecode heeft, selecteer dan [Licentiecode invoeren] en klik op [Volgende>]. Voer de licentiecode in en klik dan op [Volgende>]. Hiermee is de activering voltooid. Wanneer u geen licentiecode hebt, gaat u verder met stap 4. De inhoud van het activeringsscherm kan zonder voorafgaande kennisgeving worden veranderd. 20

23 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren 4. Onder [Activeringsmethode] selecteert u [Internet]. De wizard productregistratie opent in een internetbrowser. 5. In het scherm [Privacy-overeenkomst] vinkt u het selectievakje aan en klikt u vervolgens op [Volgende]. 6. Selecteer de gewenste taal uit de keuzelijst. Wanneer u zich reeds geregistreerd hebt, gaat u door naar stap 10. Wanneer u zich voor de eerste keer registreert, gaat u verder met stap In het gedeelte [Nieuwe gebruikers] klikt u op [Hier klikken]. 8. Voer alle noodzakelijke informatie in en klik vervolgens op [Volgende]. Een sterretje (*) geeft een verplicht veld aan. 2 Wanneer de gebruikers-id die u hebt ingevoerd al in gebruik is, wordt er een waarschuwing getoond waarin u gevraagd wordt een andere in te voeren. 9. In het bevestigingsdialoogvenster klikt u op [OK]. 10. In het gedeelte [Geregistreerde gebruiker] voert u uw gebruiker-id en wachtwoord in en klikt u vervolgens op [Voeg product toe]. 11. Vul alle velden in. Item Modelnaam en versie Productsleutel (Serienummer) Selecteer [SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package]. Voor het verkrijgen van een productsleutel neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. Voer de toegangscode in die wordt weergegeven als u de Activation Tool opstart. Toegangscode Wanneer u de webbrowser vanuit Activation Tool start, dan wordt de toegangscode automatisch ingevoerd. Overige velden Vul de resterende velden overeenkomstig in. 12. Klik op [Volgende]. 13. In het bevestigingsdialoogvenster klikt u op [OK]. Uw gebruikersinformatie en productsleutel worden geregistreerd en vervolgens wordt uw licentiecode weergegeven in het voltooiingsscherm. 21

24 2. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren 14. Kopieer en plak de licentiesleutel in het tekstvak in de Activation Tool en klik dan op [Volgende>]. Hiermee is de activering voltooid. 2 22

25 SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) verwijderen SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) verwijderen Deze sectie legt uit hoe SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) verwijderd moet worden. Als u registratie-informatie op uw computer achterlaat wanneer u deze software verwijdert, dan kunt u deze informatie nogmaals gebruiken als u SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) opnieuw installeert. 2 Controleer of de gebruiker die het ongedaan maken van de installatie uitvoert dezelfde is die de installatie heeft uitgevoerd. Het ongedaan maken van de installatie zal onvolledig uitgevoerd worden als dit door een andere gebruiker dan de gebruiker die de installatie uitvoerde gedaan wordt. Foutieve overgeschreven installaties zijn het resultaat van het meekrijgen van gegevens van de eerdere versie. 1. Open het [Configuratiescherm]-venster en ga naar [Progamma's toevoegen/verwijderen]. 2. Selecteer [SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package] of [SmartDeviceMonitor for Admin] uit de lijst met softwareprogramma's en klik vervolgens op [Verwijderen]. Als het controlescherm van de Gebruikersaccount verschijnt, klik dan op [Doorgaan] om verder te gaan met het verwijderen. 3. Wanneer om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op [Ja]. Ga bij het verwijderen van SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package naar de volgende stap. Als u SmartDeviceMonitor for Admin aan het verwijderen bent, ga dan naar stap Voer het tijdens het installeren opgegeven SQL-serverwachtwoord in en klik dan op [Volgende]. Wanneer er apparaatgroepen geregistreerd zijn bij SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package), dan verschijnt er een bevestigingsbericht wat zal vragen of u de informatie wilt behouden die verschijnt. Klik op [Ja] als u de informatie wilt behouden of op [Nee] als u het wilt verwijderen. 5. Wanneer om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op [Ja]. 6. Klik op [Voltooien]. 23

26 2. SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) installeren 2 24

27 3. Apparaatbeheer U kunt de status van apparaten op het netwerk controleren en apparaten per groep beheren. De apparaatstatus controleren Informatie over apparaten die verbonden zijn via het netwerk, kan weergegeven worden in zowel de lijst voor het zoeken naar apparaten als het groepenvenster. Instellingen zoeken en controleren via de Gezochte apparaatlijst 3 U kunt opgeven welke apparaten er opgezocht en bewaakt moeten worden per netwerk of IP-adres. 1. Start SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) op. 2. Klik in het [Gezochte apparaatlijst]-menu op [Hiermee wordt gezochte apparaatlijst geopend]. 3. Klik in het [Gezochte apparaatlijst]-menu op [Instellingen Zoeken/Controleren]. 25

28 3. Apparaatbeheer 4. Configureer de benodigde instellingen en klik dan op [OK]. 3 NL BTB004S Item 1 Beheerprotocol Selecteer het bewakingsprotocol van het apparaat. U kunt de volgende protocollen selecteren: IPv4 SNMPv1 IPv4 SNMPv3 Wanneer u IPv4 SNMPv1 selecteert en de gemeenschapsnaam instelt, gebruik dan de SNMP Setup Tool. Raadpleeg de documentatie van uw apparaat voor meer informatie over SNMP Setup Tool. 26

29 De apparaatstatus controleren Item 2 Broadcast Vink dit vakje aan om te zoeken naar apparaten via een TCP/IP broadcast. Lokaal netwerk Vink dit vakje aan om te zoeken naar apparaten op het lokale netwerk. Opgegeven subnet Vink dit vakje aan om subnetten op te geven waarop u naar apparaten wilt zoeken. 3 U kunt maximaal 255 subnetten opgeven. Toevoegen Hiermee voegt u het opgegeven adres toe aan de lijst. Verwijderen Hiermee wist u de geselecteerde adressen uit de lijst. 3 Adres specificeren Vink dit vakje aan om een IP-adresbereik op te geven waarin moet worden gezocht naar apparaten. Van/tot adres Voer een start- en eind-ip-adres in om een IP-adresbereik op te geven. U kunt tot 255 adresbereiken opgeven. Toevoegen Voeg het opgegeven adresbereik toe aan de lijst. Verwijderen Hiermee wist u de geselecteerde adresbereiken uit de lijst. 4 Andere printers die corresponderen met MIB weergeven Vink dit vakje aan om te zoeken naar apparaten van andere fabrikanten die voldoen aan de MIB-standaard. U kunt deze functie niet gebruiken als u IPv4 SNMPv3 als bewakingsprotocol geselecteerd hebt. 27

30 3. Apparaatbeheer Item 5 Automatisch vernieuwen inschakelen Vink dit vakje aan om de bewakingsinterval op te geven voor het automatisch updaten van de lijst. U kunt een interval van seconden opgeven. 3 6 Time-out Stel de tijdsduur in om een time-out te bepalen bij het verkrijgen van de lijst op het apparaatzoeklijst-scherm. U kunt een tijdsduur van 1-30 seconden opgeven. 7 OK Pas de instellingen toe en sluit het venster. 8 Annuleren Sluit het venster zonder de instellingen toe te passen. 9 Exporteren Hiermee exporteert u de inhoud van de instellingen naar een tekstbestand. Geef een map en naam op voor het bestand en klik dan op [Opslaan]. 10 Importeren Hiermee importeert u de zoekinstellingen vanuit een tekstbestand. 11 Herstel standaard Zet de instellingen terug naar hun standaardwaarden. Het opslaan van de zoek- en bewakingsinstellingen Volg de volgende procedure om de instellingen van de Gezochte apparaatlijst als een bestand op te slaan. Opgezochte apparaatinstellingen worden als een tekstbestand (.txt) opgeslagen. 1. Start SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) op. 2. Klik in het [Gezochte apparaatlijst]-menu op [Hiermee wordt gezochte apparaatlijst geopend]. 3. Klik in het [Gezochte apparaatlijst]-menu op [Instellingen Zoeken/Controleren]. 4. Klik op het [Instellingen Zoeken/Controleren]-scherm op [Exporteren]. 5. Geef een lokatie en een bestandsnaam op en klik dan op [Opslaan]. Het importeren van de zoek- en bewakingsinstellingen vanuit een bestand Volg de volgende procedure om de zoek- en bewakingsinstellingen vanuit een ander apparaat te importeren. 28

31 De apparaatstatus controleren 1. Start SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) op. 2. Klik in het [Gezochte apparaatlijst]-menu op [Hiermee wordt gezochte apparaatlijst geopend]. 3. Klik in het [Gezochte apparaatlijst]-menu op [Instellingen Zoeken/Controleren]. 4. Klik in het [Instellingen Zoeken/Controleren]-scherm op [Importeren]. 5. Selecteer het bestand dat de instellingen bevat die u wilt importeren en klik dan op [Openen]. Zoeken naar apparaten/apparaatstatus controleren 3 Volg de volgende procedure om de Gezochte apparaatlijst te openen en te beginnen met het zoeken naar op het netwerk aangesloten apparaten. Er zal informatie over de opgezochte apparaten worden weergegeven. Tot 1000 opgezochte apparaten kunnen weergegeven worden in de zoeklijst van apparaten en het open groepscherm. 1. Start SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) op. 2. Klik in het [Gezochte apparaatlijst]-menu op [Hiermee wordt gezochte apparaatlijst geopend]. Het zoekresultaat wordt getoond in de lijst van opgezochte apparaten. Als u gebruikt maakt van het standaard bewakingsprotocol in de zoek- en bewakingsvoorwaarden, dan wordt TCP/IP SNMPv1 voor het zoeken naar apparaten gebruikt. Als u TCP/IP SNMPv3 wilt gebruiken voor het zoeken naar apparaten, wijzig dan de instellingen op het [Instellingen Zoeken/Controleren]-scherm. Als u gebruikt maakt van TCP/IP SNMPv3, voer dan de benodigde verificatie-informatie in. 29

32 3. Apparaatbeheer 3. Controleer de apparaatstatus. 3 Na de installatie zal SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) alleen de apparaten weergeven die verbonden zijn met hetzelfde segment als de computer waarop SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) is geïnstalleerd. Als u ook andere apparaten op andere netwerken wilt bekijken, dan moet u de zoekvoorwaarden aanpassen. Zie Pag.25 "Instellingen zoeken en controleren via de Gezochte apparaatlijst". Het controleren van de apparaatstatus via een webbrowser Volg de volgende procedure om de apparaatstatus te controleren en de instellingen daarvan te veranderen met behulp van Web Image Monitor. Sommige apparaten ondersteunen deze functie niet. Controleer de status van die apparaten in het informatievenster. Deze functie vereist een webbrowser en het apparaat moet een IPv4-adres hebben. 1. Open de Gezochte apparaatlijst en selecteer dan het apparaat waarvan je de status wilt bekijken of waarvan je de instellingen wilt wijzigen. 2. Ga naar [Informatie apparaat in webbrowser] in het [Apparaat]-menu en klik dan op [Home page...]. De webbrowser opent en de eerste pagina van het geselecteerde apparaat verschijnt. 30

33 De apparaatstatus controleren Klik op het overeenkomende item dat u wilt bekijken. Wanneer het dialoogvenster voor inloggen verschijnt, voer dan de gebruikersnaam en het wachtwoord van het apparaat in. 3. Controleer de status van het apparaat en wijzig de instellingen van het apparaat, indien nodig. Raadpleeg, voor meer informatie over handeligen met de webbrowser, de Helpfunctie van Web Image Monitor. Weergegeven items op de webbrowser Item 3 Home page... Paginateller... Taakpagina... Configuratiepagina... Systeempagina... Papierpagina... Fax journaal... Takenlijst spoolafdrukken... Geeft de eerste pagina weer. Toont de tellerpagina. Toont de geschiedenispagina voor afdruktaken. Laat u taken afdrukken en daaraan gerelateerde handelingen uitvoeren. Toont de configuratiepagina. Hiermee kunt u de configuratie van een apparaat bekijken en wijzigen. Toont de systeempagina. Toont de papierinstellingen-pagina. Toont de faxjournaal-pagina. Toont de takenlijst van spoolafdrukken. Apparaatinformatie controleren met het Informatievenster Volg de volgende procedure om de apparaatinformatie te bekijken door het Informatievenster weer te geven. De apparaatstatussen die Web Image Monitor niet ondersteunen worden weergegeven in het Informatievenster. 1. Dubbelklik in de Gezochte apparaatlijst op het apparaat waarvan u de informatie wilt zien. 2. Klik op het eigenschappenscherm van het apparaat op een tabblad of item om de statusinformatie te bekijken. De apparaatstatus wordt weergegeven. 31

34 3. Apparaatbeheer Het tabblad Status Gebruik dit tabblad om de status van een apparaat te controleren en om het controleren van het apparaat te configureren. 3 NL BTB001S Item 1 Boomdiagram Toont de functies die een apparaat ondersteunt (systeem, printer) als een boomdiagram. Wanneer er op geklikt wordt, dan verschijnen de items gemarkeerd en is er informatie te zien aan de rechterkant. Klik op [+] naast het icoon of dubbelklik op het icoon zelf om verborgen items weer te geven. 2 Weergave Status/Fout Toont de status van een geselecteerde functie of foutinformatie aan de rechterkant van het boomdiagram. 3 Apparaatstatus Toont de status van een apparaat als een afbeelding. 4 Opties... Stel de bewakingsperiode voor een apparaat in. Deze knop is niet beschikbaar onder de volgende omstandigheden: Gezochte apparaatlijst Hostscherm Opgegeven IP-adres 32

35 De apparaatstatus controleren Item 5 Vernieuwen Update de weergegeven informatie met de meest recente informatie. Het tabblad Configuratie Toont de informatie van een apparaat. 3 NL BTB002S Item 1 Naam Toont de naam van het geselecteerde apparaat. Toont de naam geregistreerd op de netwerkinterfacekaart toen het apparaat gedetecteerd werd op het netwerk. Toont de naam opgegeven door de beheerder toen het apparaat geregistreerd werd onder een groep. 33

36 3. Apparaatbeheer Item 2 Opmerking Toont de opmerkingen die gemaakt zijn bij een apparaat. 3 Toont de opmerkingen geregistreerd bij de netwerkinterfacekaart toen het apparaat werd gedetecteerd op het netwerk. Toont de opmerkingen die zijn gemaakt door de beheerder toen het apparaat geregistreerd werd bij een groep. 3 Boomdiagram Toont de organisatiestructuur van het apparaat als een boomdiagram. Klik op [+] naast het icoon of dubbelklik op het icoon zelf om verborgen items weer te geven. Voor meer informatie, zie "Apparaatinformatie weergegeven op het tabblad Configuratie". 4 Details Toont informatie over items die geselecteerd zijn in het boomdiagram. 5 Vernieuwen Vervangt de weergegeven informatie met de meest recente informatie. Apparaatinformatie weergegeven op het tabblad Configuratie Boomdiagram-item Invoerlade Uitvoerlade Toner/Inkt Functie Opties Systeem Toont de status van de papierlades, het formaat en de richting van het papier dat in elke papierlade geplaatst is. De papiersoort, etc. wordt misschien ook weergegeven, afhankelijk van het apparaat. Toont de status van de uitvoerlades van het apparaat. Toont de resterende toner-/inktniveaus van het apparaat. Als de hoeveelheid resterende toner/inkt niet gedetecteerd kan worden, dan wordt: "Niet detecteerbaar" weergegeven. Toont de functies die beschikbaar zijn voor het apparaat. Toont de opties die op het apparaat geïnstalleerd zijn. Toont de volgende systeeminformatie: Modelnaam: naam van het apparaat. Versie: de systeemprogrammaversie van het apparaat. Totaal geheugen: hoeveelheid beschikbaar opslaggeheugen. Totaal teller: aantal afgedrukte pagina's. 34

37 De apparaatstatus controleren Boomdiagram-item Document Server Printertaal Netwerkinterface Totale en resterende capaciteit van de Document Server. Toont emulatie-informatie. Emulatienaam: naam van alle namen die gebruikt zijn voor een apparaat. Versie: emulatieversie. Informatie over de netwerkinterfacekaart. Naam (apparaat): naam geregistreerd bij de netwerkinterfacekaart van het apparaat. Opmerking (apparaat): opmerkingen gemaakt bij de netwerkinterfacekaart van het apparaat. IPv4-adres: IP-adres van het apparaat. Subnet mask: subnet mask van het apparaat. Hardwaretype: het hardwaretype van het apparaat. Firmwareversie: de softwareversie van het apparaat. Node-adres: Media Access Control (MAC)-adres. 3 Afhankelijk van het apparaat wordt dit item misschien niet weergegeven. 35

38 3. Apparaatbeheer Een groep apparaten beheren U kunt apparaten op het netwerk in groepen registreren en dan de apparaten per groep beheren. Door apparaten te groeperen per criteria, zoals per locatie of groep gebruikers, kunt u instellingen voor alle apparaten in een groep controleren en configureren. Het creëren van groepen is nuttig voor het verzamelen en creëren van rapporten met de Accounting Report Tool. 3 Pag.89 "Accounting Report Tool" Een nieuwe groep aanmaken Gebruik de volgende procedure om apparaatgroepen te creëren en om apparaten aan groepen toe te voegen. Groepen zijn nuttig voor het organiseren van apparaten per locatie of op uw persoonlijke voorkeuren. Het maximaal aantal groepen dat gecreëerd kan worden is 100. Het maximaal aantal apparaten dat geregistreerd kan worden onder een groep is 200. Het maximaal aantal apparaten dat geregistreerd kan worden is Het maximaal aantal apparaten dat tegelijkertijd bewaakt kan worden is Klik in het menu [Groep] op [Groepsbeheer...]. 2. Klik in het dialoogvenster [Groepsbeheer] op [Nieuw...]. 3. Voer in het dialoogvenster [Nieuwe groep maken] de nieuwe naam van de groep in en klik op [OK]. Er verschijnt een venster voor de nieuw gecreëerde groep. Een groepsnaam kan uit maximaal 47 karakters bestaan. Een groepsnaam mag geen van de volgende karakters bevatten: " # *, / : ; < = >? [ \ ] Een apparaat toevoegen aan een groep Volg de volgende procedure om een apparaat aan een groep toe te voegen. U kunt een specifiek apparaat aan meerdere groepen toevoegen en u kunt ook een apparaat toevoegen dat niet getoond wordt in de Gezochte apparaatlijst. 36

39 Een groep apparaten beheren Deze functie kan niet gebruikt worden om een apparaat toe te voegen aan de Gezochte apparaatlijst of aan het hostscherm. Voor meer informatie over het hostscherm, zie Pag.41 "Groepsinformatie opslaan als een hostbestand". 1. Klik op [Groep(en) openen...] in het [Groep]-menu. 2. Selecteer de betreffende groep in de groepslijst en klik op [OK]. 3. Klik op [Apparaat per adres toevoegen...] in het [Groep]-menu. 4. Voer in het dialoogvenster [Apparaat per adres toevoegen] het IP-adres of de hostnaam in, de naam van het apparaat, opmerkingen en protocol. 3 U kunt een apparaat toevoegen door de hostnaam van het apparaat op te geven i.p.v. het IPadres. Door het invoeren van het IP-adres van het apparaat en door op [Verkrijgen] te klikken, krijgt u de geregistreerde naam van het apparaat en alle opmerkingen die gemaakt werden bij het apparaat te zien. 5. Klik op [OK]. Kopiëren/Verplaatsen van een apparaat tussen groepen Volg de volgende procedures om een apparaat van de ene groep naar de andere te kopiëren of te verplaatsen. U kunt geen apparaten naar de Gezochte apparaatlijst of het hostscherm kopiëren of verplaatsen. Het kopiëren vanuit deze groepen is mogelijk, maar het verplaatsen van apparaten naar deze groepen niet. Voor meer informatie over het hostscherm, zie Pag.41 "Groepsinformatie opslaan als een hostbestand". 1. Open zowel de groep waarnaar u het apparaat toe wilt kopiëren of verplaatsen, als de groep waar het apparaat op dit moment staat geregistreerd. 2. Selecteer het apparaat dat u wilt kopiëren/verplaatsen. Als u meerdere apparaten tegelijk wilt selecteren, houdt u de SHIFT-toets of de CTRL-toets ingedrukt terwijl u op de apparaten klikt. 3. Sleep de geselecteerde apparaten naar de groep waarnaar u deze wilt kopiëren om apparaten te kopiëren. Om apparaten te verplaatsen, moet u de SHIFT-toets ingedrukt houden en de geselecteerde apparaten naar de groep slepen waarnaar u deze wilt verplaatsen. 37

40 3. Apparaatbeheer Een groep openen 1. Klik op [Groep(en) openen...] in het [Groep]-menu. 2. Selecteer in de lijst de groep die u wilt openen en klik op [OK]. Het venster van de geselecteerde groep wordt geopend. 3 Als u meerdere groepen tegelijkertijd wilt selecteren, klik dan op de groepen terwijl u de SHIFTof CTRL-toets ingedrukt houdt. Groepvenster De volgende items kunnen weergegeven worden in de Gezochte apparaatlijst en in een groepvenster. Als u niet alle weergegeven items kunt bekijken, versleept u de item-grenslijn. Een groene cirkel aan het begin van de regel van een apparaat geeft aan dat er meer gedetailleerde informatie beschikbaar is voor dat apparaat. NL BTB003S 38

41 Een groep apparaten beheren Standaard items Item 1 Naam Toont de namen die zijn toegewezen aan de apparaten. Gezochte apparaatlijst: toont de namen die zijn toegewezen aan de netwerkinterfacekaart. Hostscherm: toont de namen die zijn toegewezen aan het hostbestand. Voor meer informatie over het hostscherm, zie Pag.41 "Groepsinformatie opslaan als een hostbestand". Andere groepen: toont de namen die zijn toegewezen door middel van SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package). 3 2 Adres Toont de IPv4-adressen of hostnamen van de apparaten. 3 Systeemstatus Toont de statuspictogrammen van het apparaat en de uitleg daarvan. Voor meer informatie over statuspictogrammen, zie Pag.127 "Lijst met statuspictogrammen". 4 Modelnaam Toont de modelnaam van het apparaat. 5 Opmerking Toont de opmerkingen die zijn gemaakt bij de apparaten. Gezochte apparaatlijst: toont opmerkingen die gemaakt zijn bij de netwerkinterfacekaarten van de apparaten. Hostscherm: toont opmerkingen die gemaakt zijn bij het hostbestand. Voor meer informatie over het hostscherm, zie Pag.41 "Groepsinformatie opslaan als een hostbestand". Andere groepen: de opmerkingen die zijn gemaakt met behulp van SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package). 6 Hostnaam Toont de hostnamen die verkregen zijn via de apparaten. Optionele items SNMPv3 Item Toont of er toegang verkregen was met behulp van SNMPv3. 39

42 3. Apparaatbeheer 3 Item Printerstatus *1 Scannerstatus *1 Faxstatus *1 Kopiestatus *1 Teller Totaal Toont de huidige status van de printerfunctie. Toont de huidige status van de scannerfunctie. Toont de huidige status van de faxfunctie. Toont de huidige status van de kopieerfunctie. Geeft het totaal aantal afgedrukte pagina's weer die met de printerfunctie gemaakt zijn. Laatst verkregen Tellerinformatie Afhankelijk van het apparaat wordt dit item misschien niet weergegeven. Als het apparaat geen printerfunctie heeft, dan zal dit item blanco zijn. Geeft de datum en tijd weer van het tijdstip waarop voor het laatst informatie uit het apparaat is opgehaald. *1 Als het apparaat geen printerfunctie heeft, dan zal deze kolom blanco zijn. De weergegeven items selecteren en de volgorde wijzigen 1. Open de Gezochte apparaatlijst of de betreffende groep. 2. Klik in het [Weergave]-menu op [Kolommen app.lijst select.]. 3. Selecteer, om een weergegeven item toe te voegen, het item in het [Verbergen]-vak en klik dan op [Toevoegen>>]. De geselecteerde items zullen verplaatst worden naar het [Weergeven]-vak. Als u een item selecteert in het [Weergeven]-vak voordat er op [Toevoegen>>] geklikt wordt, dan wordt het nieuw weergegeven item toegevoegd voor het geselecteerde item. Selecteer, om de volgorde te wijzigen, een item in het [Weergeven]-vak en klik dan op [Omhoog] of [Omlaag]. Items worden van links naar rechts weergegeven. 4. Wanneer u klaar bent met het wijzigen van de weergave-instellingen, klik dan op [OK]. De statusiconen van het apparaat worden weergegeven in het groepvenster. Een groep verwijderen 1. Klik in het menu [Groep] op [Groepsbeheer...]. 40

43 Een groep apparaten beheren 2. Selecteer in de lijst de groep die u wilt verwijderen en klik dan op [Verwijderen]. U kunt ook de groep verwijderen door rechterklik op de groep en dan [Verwijderen] te selecteren. 3. Klik op [Ja] in het bevestigingsbericht dat verschijnt. Het verwijderen van een apparaat uit een groep 1. Open de betreffende groep. 2. Selecteer het gewenste apparaat. 3. Klik in het [Apparaat]-menu op [Verwijderen]. 4. Klik op [Ja] in het bevestigingsbericht dat verschijnt. 3 Groepsinformatie opslaan als een hostbestand Volg de volgende procedure om de naam van het apparaat of de hostnaam, het IP-adres en de opmerkingen bij apparaten in een groep als hostbestand op te slaan. U kunt het hostbestand gebruiken om groepsinformatie in een andere computer te importeren en dan de apparaten naar die groepen te kopiëren. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of de betreffende groep. 2. Klik op [Opslaan als hosts-bestand...] in het menu [Bestand]. 3. Geef de hostbestandsnaam op in het dialoogvenster [Opslaan als hosts-bestand] en klik op [Opslaan]. Hostbestanden maken geen onderscheid tussen SNMPv1 en SNMPv3. Elke entry wordt afgebakend door een nieuwe regel en bestaat uit drie onderdelen: adres, apparaatof hostnaam en opmerkingen. Elk van de drie elementen moet gescheiden zijn met een spatie of tab. Opmerkingen moeten ook vooraf gegaan worden door een "#". Invoervoorbeeld printer1#5FNSide prn01.aaa.bbb.co.jpprinter2#18fsside Voorbeeld van het opgeven van apparaten via een IPv4-adres in TCP/IP Voorbeeld van het opgeven van apparaten via een hostnaam in TCP/IP 41

44 3. Apparaatbeheer 3 Spaties in de naam worden gelezen als item-afbakeners. Tekst volgend op spaties worden gelezen als het volgende item. Een apparaatnaam kan maximaal 47 karakters bevatten. Opmerkingen kunnen maximaal 31 karakters bevatten. Indien een apparaat- of groepsnaam één van de volgende karakters bevat, dan zullen die karakters verschijnen als underscores (_): "#*,/:;<=>?[\] : Als de opmerkingen een van de volgende karakters bevatten, dan zullen die karakters verschijnen als underscores (_):,;=[\] : Spaties voor of na de naam of opmerkingen worden verwijderd. Wanneer het hostbestand is opgeslagen, kunnen er geen spaties gebruikt worden in de naam en zullen dan ook vervangen worden door underscores (_). Het hostbestand als groep openen Volg de volgende procedure om instellingen te importeren vanuit het hostbestand van een groep. Niet-ondersteunde karakters verschijnen als underscores (_). Raadpleeg voor meer informatie Pag.41 "Groepsinformatie opslaan als een hostbestand". 1. Klik op [Hosts-bestand openen...] in het menu [Bestand]. 2. Selecteer het hostbestand in het dialoogvenster [Hosts-bestand openen] en klik op [Openen]. De totale afdruktellerinformatie exporteren Gebruik de volgende procedure om in CSV-bestandsindeling het totaal aantal afdrukken, dat gemaakt is tijdens het gebruik van de kopieer- en printerfuncties van de bewaakte apparaten, te exporteren. Deze functie zal bij sommige apparaten niet werken. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of de betreffende groep. 2. Klik op [Export Teller gegevens...] in het menu [Bestand]. 42

45 Een groep apparaten beheren 3. Geef een locatie en naam op voor het CSV-bestand in het dialoogvenster [Opslaan als] en klik op [Opslaan]. De standaard bestandsnaam is "JJJJMMDDuummss_groepnaam_T.csv" (JJJJ: Jaar, MM: maand, DD: dag, uu: uur, mm: minuut, ss: seconde). Configureren van de Energiespaarstand Gebruik de volgende procedure om een apparaat of apparaatgroep in of uit de Energiespaarstand te zetten. Wanneer deze instellingen op een groep toegepast worden, dan kunt u ook een tijd opgeven wanneer de apparaten automatisch de Energiespaarstand in gaan of verlaten (Timerinstellingen). 3 Deze functie zal bij sommige apparaten niet werken. Het in- en uitschakelen van de Energiespaarstand 1. Open de Gezochte apparaatlijst of de betreffende groep. Klik op het apparaat in de lijst als u de instellingen van een specifiek apparaat wilt wijzigen. 2. Ga naar [Omschakelen naar energiespaarstand] in het [Apparaat]-menu om de Energiespaarstand in te schakelen. Klik vervolgens op [Alle apparaten in dit venster] of [Uitsluitend geselecteerd(e) appara(a)t(en)]. Ga naar [Terugschakelen uit energiespaarstand] in het [Apparaat]-menu en klik dan op [Alle apparaten in dit venster] of [Uitsluitend geselecteerd(e) appara(a)t(en)]. Het opgeven van een timerinstelling voor een groep Als het apparaatgroepvenster gesloten wordt, dan kunnen de instellingen voor de Energiespaarstand ook niet toegepast worden. De timerinstellingen voor een groep kunnen alleen toegepast worden wanneer deze applicatie uitgevoerd wordt en het venster van de betreffende groep open is. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of de betreffende groep. 2. Klik op [Timer-instellingen voor energiespaarstand] in het [Apparaat]-menu. 3. Vink de vakjes [Tijd van automatische omschakeling naar energiespaarstand] en [Tijd van automatische terugschakeling uit energiespaarstand] aan en geef dan de omschakel- en terugschakeltijd op. 43

46 3. Apparaatbeheer 4. Klik op [OK]. Het opgeven van de bewakingsinstellingen van het apparaat Gebruik de volgende procedure om de zoek- en bewakingsinstellingen voor elke groep op te geven Open de betreffende groep. 2. Klik in het [Groep]-menu op [Beheerinstellingen]. 3. Vink het vakje [Autom. vernieuwen inschakelen] aan en geef dan de zoek- en te bewaken apparaat-intervallen op. 4. Klik op [OK]. Het ontvangen van berichten over de apparaatstatus Deze appplicatie zorgt ervoor dat u de status van geregistreerde apparaten kunt controleren en op uw scherm berichten ontvangt wanneer bepaalde omstandigheden zich voordoen, zoals bijvoorbeeld het bijna opraken van de toner-/inkt- of papiervoorraden. U kunt de geluiden van de berichtgeving en de opeenvolgende meldingsvormen voor de groepen die meldingen doen, instellen. Neem contact op met het servicecenter Geen toner/inkt Papier vastgelopen Geen papier Paneel open Fout Offline Toner-/inkt bijna op Waarschuwing Geen reactie van het apparaat 44

47 Een groep apparaten beheren Voorbeeldbericht 3 Berichtgeving is niet mogelijk voor een Gezochte apparaatlijst of Hostscherm. Deze functie zal bij sommige apparaten niet werken. Om berichtgeving over de status van apparaten in een groep te ontvangen, moet deze applicatie worden uitgevoerd en het venster van de betreffende groep geopend zijn. Er zal een bericht verschijnen wanneer u de statusinformatie bijwerkt in het groepsvenster. Als u automatische updates wilt opgeven en berichten wilt ontvangen over elke update, dan moet u de automatische updates in de Instellingen Zoeken/Controleren voor de groep configureren. Berichten voor situaties zoals een laag toner-/inkt- of papierniveau kunnen alleen op groepsniveau worden opgegeven, niet per apparaat. Het opgeven van een groep voor apparaatstatus-berichtgeving 1. Open de betreffende groep. 45

48 3. Apparaatbeheer 2. Klik in het [Groep]-menu op [Meldingsinstellingen...]. U kunt geen meldingsinstellingen op het Hostscherm maken. 3. Selecteer in het dialoogvenster [Meldingsinstellingen] de groep apparaten waarvan u berichten wilt ontvangen. 3 Als u meerdere groepen tegelijkertijd wilt selecteren, klik dan op de groepen terwijl u de SHIFTof CTRL-toets ingedrukt houdt. 4. Klik op [Items selecteren]. 5. Selecteer het selectievakje [Melding geven]. 6. Vink het vakje van de items aan waarover u een melding wilt ontvangen. Als u meerdere groepen in stap 3 selecteert en voor één van de groepen reeds berichtgevingsitems zijn opgegeven, dan zullen de aanvinkvakjes voor die items grijs weergegeven worden. Om deze berichtgevingsitems niet alleen van toepassing te laten zijn op de oorspronkelijke groep, maar ook voor in stap 3 geselecteerde groepen, klikt u eenmaal op het item om het aanvinkvakje daarvan af te vinken en vervolgens klikt u er nogmaals op om het weer aan te vinken. 7. Klik op [OK]. 8. Klik in het dialoogvenster [Meldingsinstellingen] op [Instellingen meldingsdialoogvenster]. 9. Selecteer de gewenste weergave en klik op [OK]. 10. Klik op [OK]. Pag.36 "Een nieuwe groep aanmaken" Pag.25 "Instellingen zoeken en controleren via de Gezochte apparaatlijst" Het specificeren van het berichtgevingsgeluid Gebruik de volgende procedure om het geluid dat geproduceerd wordt wanneer er een melding op het scherm over de apparaatstatus weergegeven wordt, te selecteren. Deze instelling kan alleen gebruikt worden als de berichtgeving van de apparaatstatus reeds geconfigureerd is. 1. Open de betreffende groep. 46

49 Een groep apparaten beheren 2. Klik in het [Groep]-menu op [Meldingsinstellingen...]. 3. Klik in het dialoogvenster [Meldingsinstellingen] op [Selecteer Geluid voor statusmelding]. 4. Vink in het dialoogvenster [Geluidsinstellingen] de vakjes aan van de gebeurtenissen (voorwaarden) waarvan u wilt dat het geluid u waarschuwt. Er kan uit drie geluiden gekozen worden. Klik, om een alternatief Wave-bestand te selecteren, op [Bladeren] en geef dan de map op die het Wave-bestand bevat die u wilt gebruiken. Er bevinden zich geen vooraf ingestelde Wavebestanden in SmartDeviceMonitor for Admin. U dient deze zelf aan te leveren. Klik op [Afspelen] om een Wave-bestand af te spelen. Pas geluid 1, 2 of 3 toe bij elke gebeurtenis. Als u niet wilt dat er geluid geproduceerd wordt bij een melding op het scherm, selecteer dan "Geen". Als er zich meerdere fouten tegelijkertijd voordoen, dan wordt het geluid voor het eerste (bovenste) item afgespeeld. Nadat de melding van het eerste item afgespeeld is en de daarbij behorende fout opgelost is, dan worden er geen andere meldingen uitgegeven, zelfs niet als er andere fouten zijn. 5. Klik op [OK]. 3 47

50 3. Apparaatbeheer De apparaatconfiguratie aanpassen U kunt de verschillende instellingen van apparaten op het netwerk wijzigen. De menu's op het bedieningspaneel van het apparaat beveiligen 3 Volg de volgende procedure om de handelingen die uitgevoerd kunnen worden vanaf het bedieningspaneel van een apparaat te beperken. Het beperkingsniveau dat u instelt wordt toegepast als het standaard beperkingsniveau voor het apparaat. Deze functie zal bij sommige apparaten niet werken. Deze functie vereist een webbrowser en het apparaat moet een IPv4-adres hebben. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of het venster van de groep die het apparaat bevat waarvan u de menu's van het bedieningspaneel wilt beveiligen. 2. Selecteer uit de lijst het apparaat waarvan u het bedieningspaneelmenu wilt beveiligen. 3. Ga in het [Apparaat]-menu naar [Informatie apparaat in webbrowser] en klik op [Systeempagina...]. De webbrowser opent en er verschijnt een dialoogvenster dat u verzoekt om de Web Image Monitor gebruikersnaam en het wachtwoord van het apparaat in te voeren. 4. Voer de log-in naam en het wachtwoord van het apparaat in en klik op [Inloggen]. De pagina [Systeem] van Web Image Monitor verschijnt. 5. Selecteer [Niveau 1] of [Niveau 2] op [Printer beschermen Display Paneel]. 6. Klik op [OK]. 7. Klik op [Uitloggen]. Raadpleeg voor meer informatie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Papiersoort veranderen Gebruik de volgende procedure om de papiersoort, welke opgegeven is op een apparaat, te veranderen. Deze functie zal bij sommige apparaten niet werken. Deze functie vereist een webbrowser en het apparaat moet een IPv4-adres hebben. 48

51 De apparaatconfiguratie aanpassen 1. Open de Gezochte apparaatlijst of venster van de groep die het apparaat bevat waarvan u de papiersoort-instelling wilt veranderen. 2. Selecteer uit de lijst het apparaat waarvan u de papiersoort-instelling wilt veranderen. 3. Ga in het [Apparaat]-menu naar [Informatie apparaat in webbrowser] en klik op [Papierpagina...]. De webbrowser opent en er verschijnt een dialoogvenster dat u verzoekt om de Web Image Monitor gebruikersnaam en het wachtwoord van het apparaat in te voeren. 4. Voer de log-in naam en het wachtwoord van het apparaat in en klik op [Inloggen]. De [Papier]-pagina van Web Image Monitor verschijnt. 5. Configureer de papiersoort-instelling als gewenst. 6. Klik op [Uitloggen]. 3 Voor meer informatie over de instellingen, zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Bekijken en verwijderen van gespoolde afdruktaken Volg de volgende procedure om de gespoolde afdruktaken van een apparaat te bekijken, te bevestigen en te verwijderen. Deze functie zal bij sommige apparaten niet werken. Deze functie vereist een webbrowser en het apparaat moet een IPv4-adres hebben. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of het venster van de groep die het apparaat bevat waarvan u de gespoolde afdruktaken wilt bekijken of verwijderen. 2. Selecteer uit de lijst het appparaat waarvan u de gespoolde afdruktaken wilt bekijken of verwijderen. 3. Ga in het [Apparaat]-menu naar [Informatie apparaat in webbrowser] en klik daar op [Takenlijst spoolafdrukken...]. De webbrowser opent en er verschijnt een dialoogvenster dat u verzoekt om de Web Image Monitor gebruikersnaam en het wachtwoord van het apparaat in te voeren. 4. Voer de log-in naam en het wachtwoord van het apparaat in en klik op [Inloggen]. De Takenlijst spoolafdrukken van Web Image Monitor verschijnt. 5. Bekijk of verwijder de gespoolde afdruktaken als gewenst. 6. Klik op [Uitloggen]. Raadpleeg voor meer informatie de Helpfunctie van Web Image Monitor. 49

52 3. Apparaatbeheer Het menu Extra gebruiken 3 Gebruik de volgende procedure om de instellingen van een apparaat te wijzigen en om de informatie ervan te beheren met behulp van tools die beschikbaar zijn in het menu [Extra]. De volgende tools zijn beschikbaar in het menu [Extra]: Gebruikersbeheerprogr. Adres beheer Tool Accounting Report Tool U kunt Accounting Report Tool niet gebruiken met SmartDeviceMonitor for Admin. Wanneer u de tools opstart, dan moet er misschien een wachtwoord ingevoerd worden. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of het venster van de groep die het apparaat bevat en selecteer het apparaat. 2. Selecteer in het menu [Extra] de tool die u wilt gebruiken. 3. Voer, indien nodig, de log-in gebruikersnaam en het wachtwoord in. Afhankelijk van het model, hoeft u misschien geen log-in gebruikersnaam in te voeren. Voer het voor de tool ingestelde wachtwoord in en klik dan op [OK]. Als u geen tools kunt openen, raadpleeg dan Pag.136 "Veel gestelde vragen". Een wachtwoord instellen 1. Open de Gezochte apparaatlijst of het venster van de groep die het apparaat bevat waarvan u het wachtwoord wilt instellen. 2. Selecteer uit de lijst het apparaat waarvan u het wachtwoord wilt instellen. 3. Ga in het [Apparaat]-menu naar [Informatie apparaat in webbrowser] en klik op [Configuratiepagina...]. De webbrowser opent en er verschijnt een dialoogvenster dat u verzoekt om de Web Image Monitor gebruikersnaam en het wachtwoord van het apparaat in te voeren. 4. Voer de log-in naam en het wachtwoord van het apparaat in en klik op [Inloggen]. De Set-uppagina verschijnt op Web Image Monitor. 5. Klik op [Beheerder Programmeren/Wijzigen] in het gedeelte [Apparaatinstellingen] en stel dan het wachtwoord in. 6. Klik op [OK]. 50

53 De apparaatconfiguratie aanpassen Namen en opmerkingen wijzigen Gebruik de volgende procedure om de namen en opmerkingen van het apparaat te wijzigen. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of het venster van de groep die het apparaat bevat, waarvan u de naam en/of opmerkingen wilt wijzigen. 2. Selecteer uit de lijst het apparaat waarvan u de naam en/of opmerkingen wilt wijzigen. 3. Ga in het [Apparaat]-menu naar [Informatie apparaat in webbrowser] en klik op [Configuratiepagina...]. De webbrowser opent en er verschijnt een dialoogvenster dat u verzoekt om de Web Image Monitor gebruikersnaam en het wachtwoord van het apparaat in te voeren. 4. Voer de log-in naam en het wachtwoord van het apparaat in en klik op [Inloggen]. De Set-uppagina verschijnt op Web Image Monitor. 5. Klik op [Systeem] in het gedeelte [Apparaatinstellingen] en wijzig daar de naam en/of opmerkingen als gewenst. 6. Klik op [Uitloggen]. 3 Raadpleeg voor meer informatie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Verwijzen naar het faxjournaal Gebruik de volgende procedure om de resultaten van faxverzendingen te verkrijgen en ze dan te bekijken met een webbrowser, ze af te drukken of ze op te slaan. Deze functie zal bij sommige apparaten niet werken. Met Web Image Monitor kunt u de verkregen informatie opslaan in CSV-indeling. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of het venster van de groep die het apparaat bevat waarvan u de faxresultaten wilt bekijken, afdrukken of opslaan. 2. Selecteer uit de lijst het apparaat waarvan u de faxresultaten wilt bekijken, afdrukken of opslaan. 3. Ga in het [Apparaat]-menu naar [Informatie apparaat in webbrowser] en klik dan op [Fax journaal...]. De webbrowser opent en er verschijnt een dialoogvenster dat u verzoekt om de Web Image Monitor gebruikersnaam en het wachtwoord van het apparaat in te voeren. 51

54 3. Apparaatbeheer 4. Voer de log-in naam en het wachtwoord van het apparaat in en klik op [Inloggen]. De faxjournaalpagina van Web Image Monitor verschijnt. Met deze pagina kunt u het faxjournaal bekijken en het rapport van de resultaten van faxverzendingen downloaden. 5. Klik op [Uitloggen]. 3 Raadpleeg voor meer informatie de Helpfunctie van Web Image Monitor. 52

55 4. Adresinformatiebeheer Met de Adres beheer Tool kunt u de adresinformatie (faxnummer, adres, etc.) van apparaten bekijken en beheren. Beheren van adresinformatie Opstarten van de Adres beheer Tool 1. Open de Gezochte apparaatlijst of het venster van de groep die het apparaat bevat waarvan u de adresinformatie wilt weergeven of wijzigen met de Adres beheer Tool. 2. Selecteer uit de lijst het apparaat waarvan u de adresinformatie wilt bekijken. 3. Klik op [Adres beheer Tool] in het menu [Extra]. Het scherm [Voer Authentificatie informatie in] verschijnt. 4. Voer de log-in gebruikersnaam en het wachtwoord in en klik op [OK]. Adres beheer Tool wordt opgestart. 4 Sommige apparaten ondersteunen deze tool niet. De verificatiemethode kan per apparaat(type) verschillen. Adres beheer Tool-lijst Deze lijst toont de inhoud van het adresboek van een apparaat. Afhankelijk van het apparaat en/of de verificatiemethode kan de weergave van het adresboek verschillen of niet weergegeven worden. De volgende tabel legt de verschillende items die in de lijst getoond worden uit. 53

56 4. Adresinformatiebeheer 4 Item Registratienummer Een uniek nummer toegewezen aan een gebruiker of groep toen die gebruiker of groep geregistreerd werden in het adresboek. Een icoon ( ) verschijnt voor Overdrachtsstationsgroepen die geregistreerd werden toen deze gebruik maakten van het apparaat. De instellingen van deze groepen kunnen bekeken, maar niet gewijzigd worden. Om consistentiefouten in de registratienummers te voorkomen bij het wijzigen ervan d.m.v. Adres beheer Tool (niet op het apparaat), klikt u op [Ja] bij het meldingsbericht wat er op het apparaat verschijnt. Naam Gebruikersnaamdi splay Vaak De gebruikers- of groepsnaam. Toont de naam die weergegeven zal worden op het bedieningspaneel van het apparaat. Toont of een item als Vaak (frequent gebruikte titels) of niet geregistreerd is. Titel 1 Toont de titel bij het weergeven van Titel 1. Titel 2 Toont de titel bij het weergeven van Titel 2. Titel 3 Toont de titel bij het weergeven van Titel 3. 54

57 Beheren van adresinformatie Item Gebruikerscode De gebruikerscode is ingesteld voor de gebruiker. Deze wordt niet weergegeven voor groepen of als de gebruikerscode niet ingesteld is. Afhankelijk van het apparaat en/of de verificatiemethode kan de weergave van het adresboek verschillen of niet weergegeven worden. Faxbestemming adres Map Status Het faxnummer of IP-faxbestemming (adres) van de gebruiker. Wordt niet weergegeven voor groepen. Het adres van de gebruiker. Wordt niet weergegeven voor groepen. De naam van de map waar de met de functie Scan to Folder verkregen afbeeldingsgegevens zijn opgeslagen. Toont de resultaten van alle handelingen die zijn uitgevoerd op apparaatinformatie met behulp van de Adres beheer Tool. Pas de met Adres beheer Tool gemaakte instellingen toe op het apparaat om ze in werking te laten treden. 4 Pag.74 "Toepassen van de Adres beheer Tool-instellingen op een apparaat" Pag.68 "Zoeken naar een gebruiker of groep" Selecteer lijstkolommen Gebruik deze procedure om items te selecteren die weergegeven worden in het hoofdvenster van Adres beheer Tool. U kunt hier ook bepalen in welke volgorde ze weergegeven moeten worden. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het [Beeld]-menu op [Selecteer lijstkolommen]. 3. Selecteer in het gedeelte Verbergen in het [Selecteer lijstkolommen]-scherm de items die u wilt weergeven en klik op [Toevoegen>>]. Selecteer in het gedeelte Weergeven alle items die u niet wilt weergegeven en klik dan op [<<Verwijd.]. De items die u heeft geselecteerd worden vervolgens wel of niet weergegeven. 4. Wanneer u klaar bent met het verplaatsen van items, klik dan op [OK]. De items in het gedeelte Weergeven verschijnen in de lijst. De weergegeven items in het [Selecteer lijstkolommen]-scherm zijn de volgende: 55

58 4. Adresinformatiebeheer 4 De positie van de items [Registratienr.], [Naam] en [Status] kunnen niet gewijzigd worden. Item Verbergen Toevoegen >> Items in deze lijst worden niet weergegeven in het hoofdvenster of in de Adres beheer Tool. Klik hierop om een item dat geselecteerd is in de [Verbergen]-lijst aan de [Weergeven]-lijst toe te voegen. Klik hierop om een item dat geselecteerd is in de [Weergeven]-lijst te verwijderen en om het terug te plaatsen in de [Verbergen]-lijst. << Verwijd. [Registratienr.], [Naam] en [Status] kunnen niet worden verwijderd uit de [Weergeven]-lijst. Weergeven Herstel standaard Omhoog Items in deze lijst worden weergegeven in het hoofdscherm van de Adres beheer Tool. Herstelt alle instellingen in dit dialoogvenster naar hun standaardwaarden. Klik hierop om een geselecteerd item één plaats omhoog in de [Weergeven]-lijst te verplaatsen. De items in de [Weergeven]-lijst worden van boven naar beneden weergegeven en van links naar rechts in het hoofdvenster van de Adres beheer Tool. 56

59 Beheren van adresinformatie Omlaag Item Klik hierop om een geselecteerd item één plaats omlaag in de [Weergeven]-lijst te verplaatsen. De items in de [Weergeven]-lijst worden van boven naar beneden weergegeven en van links naar rechts in het hoofdvenster van de Adres beheer Tool. 4 57

60 4. Adresinformatiebeheer Het adresboek configureren U kunt nieuwe gebruikers en groepen creëren, deze in de adresboeken van apparaten registreren en die informatie vervolgens wijzigen of verwijderen indien nodig. Met Accounting Report Tool kunt u gemakkelijk meerdere adresboek-entries configureren en verwijderen. Raadpleeg voor meer informatie Pag.100 "Het importeren van een adresboek in de apparaten vanuit een CSV-bestand". Een nieuwe gebruiker toevoegen 4 Volg de volgende procedure om een nieuwe gebruiker te creëren en om de nieuwe gebruiker te registreren in het adresboek van een apparaat. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het [Bewerken]-menu op [Nwe gebruiker toevoegen]. 3. Voor de benodigde informatie op het scherm [Gebruikerseigenschappen] in. Pag.58 "Gebruikerseigenschappen" 4. Selecteer [OK]. De nieuwe gebruiker is toegevoegd en het icoon verschijnt. 5. Klik in het [Bewerken]-menu op [Instellingen toepassen] om de informatie op het apparaat toe te passen. Gebruikerseigenschappen De volgende items worden weergegeven op het gebruikerseigenschappen-scherm: Afhankelijk van het apparaat en/of de verificatiemethode kan de weergave van het adresboek verschillen of niet weergegeven worden. 58

61 Het adresboek configureren 4 NL BTB009S Item 1 Registratienr. Wanneer u een nieuwe gebruiker creëert, dan wijst het apparaat automatisch een registratienummer toe aan die gebruiker. 2 Naam Voer een gebruikersnaam in. Voer het registratienummer in van de gebruiker om een gebruiker vanaf het bedieningspaneel van een apparaat te selecteren. 3 Gebruikersnaamdispla y Voer een naam in die op het bedieningspaneel van het apparaat weergegeven zal worden voor de gebruiker. De volgende items zijn beschikbaar op elk tabblad: Titel Titel 1 Titel 2 Item Geef titel 1 op door een letter (A-Z) te selecteren. Geef titel 2 op door een letter te selecteren. 59

62 4. Adresinformatiebeheer Item Titel 3 Toevoegen aan Vaak Geef titel 3 op door een cijfer (1-5) te selecteren. Vink dit vakje aan om deze titel als een vaak gebruikte titel te registreren. Registreer ten minste één titel. 4 Gebruikerscode Item Gebruikerscode De gebruikerscode is toegewezen aan de account. Fax Item Faxbestemming Lijntype Internationale transmissiemodus Protocol IP-Faxbestemming Opties... Het faxnummer of IP-faxbestemming (adres) van de gebruiker. Langere bestemmingen kunnen ingevoerd worden indien deze gecombineerd zijn in één nummer. Geef het lijntype op dat verbonden is met het apparaat. Vink dit vakje aan om de internationale transmissiemodus in te stellen. Stel het protocol in voor de IP-fax. Stel de bestemmingen in voor de IP-fax. Toont het instellingenscherm voor de faxoptie. Stel [Fax koptekst] en [Label invoegen] in en klik dan op [OK] om de instellingen die u in dit scherm heeft gewijzigd, toe te passen. Item adres Verzenden via SMTP server: Stel het adres in. Stel in of er wel of geen IP-faxgegevens verstuurd moeten worden via de SMTP-server. 60

63 Het adresboek configureren Item Andere opties... Toont het instellingenscherm voor de faxoptie. Stel [Fax koptekst] en [Label invoegen] in en klik dan op [OK] om de instellingen die u in dit scherm heeft gewijzigd, toe te passen. Groep Item Registratienr. Naam Gebruikersnaamdisplay Toevoegen Verwijderen Toont het nummer dat geregistreerd staat voor de betreffende groep. Toont de naam die geregistreerd staat voor de betreffende groep. Toont de toetsnaam waaronder de groep geregistreerd staat. Geeft het scherm voor het toevoegen van groepen weer. Selecteer de groep die u wilt toevoegen en klik dan op [OK]. De groep zal dan toegevoegd worden. Selecteer de groep die u wilt verwijderen en klik dan op [OK]. De groep zal dan verwijderd worden. 4 Map Item Protocol Poortnummer Servernaam Pad Type verbinding Selecteer het vereiste protocol. Voer het poortnummer in dat u wilt gebruiken voor communicatie met de FTP-server. Geef de servernaam op die gebruikt moet worden voor communicatie met de FTP-server. Voer het pad in naar de map. U kunt niet browsen naar het pad van de map wanneer er verbinding gemaakt is met de FTP-server. Als u gebruik maakt van NCP (Network Control Protocol), geef dan het verbindingstype op. 61

64 4. Adresinformatiebeheer 4 Verificatiebeveiliging Item Gebruik Naam als Beveiligingsobject Beveiligingscode voor Bestemming Beveilig Bestemming: Toestemmingen voor Gebruikers/Groepen... Beveilig Bestand: Toestemmingen voor Gebruikers/Groepen... [Bestemming] Het wordt gebruikt als bestemming. [Afzender] Wordt gebruikt als afzender. [Bescherm afzender] Beschermt de afzender van de . [Map beveiligen] Beveiligt de bestemmingsmap. Wanneer u op [Wijzigen] klikt, verschijnt de Beveiligingscode voor het scherm Bestemming. Voer een contactbeveiligingscode in en klik dan op [OK] om verder te gaan. Toont het scherm Toegangstoestemming gebruiker/groep. U kunt dit scherm gebruiken om toegangsprivileges van de gebruikers en groepen, weergegeven in de toegangscontrolelijst, op te geven. Toont het scherm Toegangstoestemming gebruiker/groep. U kunt dit scherm gebruiken om toegangsprivileges van de gebruikers en groepen, weergegeven in de toegangscontrolelijst, op te geven. Verificatie-informatie Item Authentificatie informatie bij inloggen SMTP Verificatie Map Authentificatie LDAP Verificatie Geef de [Login Gebruikersnaam] en het [Login Wachtwoord] op. Geef de verificatie-informatie, de [Login Gebruikersnaam] en het [Login Wachtwoord] op. Geef de verificatie-informatie, de [Login Gebruikersnaam] en het [Login Wachtwoord] op. Geef de verificatie-informatie, de [Login Gebruikersnaam] en het [Login Wachtwoord] op. 62

65 Het adresboek configureren Een gebruiker verwijderen Volg de volgende procedure om een gebruiker uit het adresboek van een apparaat te verwijderen. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Selecteer de gebruiker die u wilt verwijderen. Houd de SHIFT- of CTRL-toets ingedrukt om meerdere gebruikers te verwijderen, terwijl u deze tegelijkertijd selecteert. 3. Klik in het [Bewerken]-menu op [Verwijderen]. Het icoon verandert in, wat aangeeft dat de geselecteerde gebruiker verwijderd zal worden. 4 Om een gebruiker uit het doel te verwijderen, selecteer dan nogmaals [Verwijderen] in het [Bewerken]-menu. 4. Klik in het [Bewerken]-menu op [Instellingen toepassen] om de gebruiker(s) uit het apparaat te verwijderen. Gebruikersinformatie wijzigen Volg de volgende procedure om de gebruikersinformatie die op het apparaat geregistreerd staat te wijzigen. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Selecteer de gebruiker waarvan u de informatie wilt wijzigen en klik dan in het menu [Bewerken] op [Eigenschappen]. Als alternatief kunt u ook dubbelklikken op de gebruiker. 3. Wijzig de informatie van de gebruiker zoals gewenst. Pag.58 "Gebruikerseigenschappen" 4. Klik op [OK]. Het icoon verandert in, wat aangeeft dat de informatie van de gebruiker gewijzigd is. 5. Klik in het [Bewerken]-menu op [Instellingen toepassen] om de gewijzigde gebruikersinformatie bij het apparaat te registreren. Een nieuwe groep toevoegen Volg de volgende procedure om een nieuwe groep te creëren en om deze toe te voegen (registreren) aan het adresboek van een apparaat. 63

66 4. Adresinformatiebeheer 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het [Bewerken]-menu op [Nieuwe groep toevoegen]. 3. Voor de benodigde informatie op het scherm [Groepseigenschappen] in. 4 Pag.64 "Groepseigenschappen" 4. Klik op [OK]. De nieuwe groep is toegevoegd (geregistreerd) en het icoon verschijnt. 5. Klik in het [Bewerken]-menu op [Instellingen toepassen] om de instellingen van de nieuwe groep bij het apparaat te registreren. Groepseigenschappen De volgende items worden weergegeven op het groepseigenschappenscherm: Dit item wordt misschien niet weergegeven of is misschien niet beschikbaar (grijs weergegeven), afhankelijk van het apparaat. NL BTB010S 64

67 Het adresboek configureren Item 1 Registratienr. Wanneer u een nieuwe groep creëert zal het apparaat automatisch een registratienummer aan die groep toewijzen. 2 Naam Voer een groepsnaam in. Voer het registratienummer van de groep in om een groep vanaf het bedieningspaneel van het apparaat te selecteren. 3 Gebruikersnaamdispla y Voer de naam in die weergegeven zal worden voor de groep op het bedieningspaneel van het apparaat. De waarden van [Gebruikersnaam als Bestemmingsgroep] en [Groepsgebruiker] worden niet bijgevoegd wanneer u adresboekgegevens exporteert naar een CSV-bestand. De volgende items worden op elk tabblad weergegeven. 4 Titel Titel 1 Titel 2 Titel 3 Item Geef titel 1 op door een letter (A-Z) te selecteren. Geef titel 2 op door een letter te selecteren. Geef titel 3 op door een cijfer (1-5) te selecteren. Toevoegen aan Vaak Vink dit vakje aan om deze als een vaak gebruikte titel te gebruiken. Registreer ten minste één titel. Gebruiker Item Registratienr. Naam Gebruikersnaamdisplay Toont het nummer dat geregistreerd staat voor de gebruiker in de groep. Toont de naam die geregistreerd staat voor de gebruiker in de groep. Toont de toetsweergavenaam die geregistreerd staat voor de gebruiker in de groep. 65

68 4. Adresinformatiebeheer 4 Verificatiebeveiliging Item Beveiligingsobject Beveiligingscode voor Bestemming Beveilig Bestemming: Toestemmingen voor Gebruikers/Groepen Map beveiligen Beveiligt de bestemmingsmap. Door op [Wijzigen] te klikken, zal het wachtwoord voor beveiliging van mapbestemmingen (bestemmingsbeveiligingscode) worden weergegeven. Voer de bestemmingscode in en klik dan op [OK] om de instelling toe te passen. Toont het scherm Toegangstoestemming gebruiker/groep. U kunt dit scherm gebruiken om de toegangsrechten van de gebruikers en groepen, weergegeven in de toegangscontrolelijst, in te stellen. Geregistreerde groep Item Registratienr. Naam Gebruikersnaamdisplay Toont het nummer dat geregistreerd staat voor de groep in de doelgroep. Toont de geregistreerde naam voor de groep in de doelgroep. Toont de geregistreerde toetsweergavenaam voor de groep in de doelgroep. Bestemmingsgroep Item Registratienr. Naam Gebruikersnaamdisplay Toevoegen Verwijderen Toont het registratienummer van de groep waartoe de doelgroep behoort. Toont de geregistreerde naam van de groep waartoe de doelgroep behoort. Toont de geregistreerde toetsweergavenaam van de groep waartoe de doelgroep behoort. Toont het registratiescherm van de groep waartoe de doelgroep behoort. Selecteer de gewenste groep en klik dan op [OK] om de instelling toe te passen. Klik op deze knop na het selecteren van de groep om de doelgroep af te sluiten. 66

69 Het adresboek configureren Een groep verwijderen Verwijdert een groep die geregistreerd staat bij een apparaat. Zelfs als een groep verwijderd is, blijft de informatie van de gebruikers die bij de verwijderde groep hoorden behouden. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Selecteer de groep die u wilt verwijderen. Houd de SHIFT- en CTRL-toets ingedrukt om meerdere groepen te verwijderen terwijl u deze tegelijkertijd selecteert. 3. Klik in het [Bewerken]-menu op [Verwijderen]. Het icoon verandert in en wordt doel voor verwijdering. 4 Klik nogmaals op [Verwijderen] om een geselecteerde groep uit het betreffende apparaat te verwijderen. 4. Klik op [Instellingen toepassen] in het [Bewerken]-menu om de instellingen van de groep uit het apparaat te verwijderen. Groepsinformatie wijzigen Volg de volgende procedure om de informatie van een groep die geregistreerd staat bij een apparaat te wijzigen. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Selecteer de groep waarvan u de informatie wilt wijzigen en klik dan in het [Bewerken]- menu op [Eigenschappen...]. Als alternatief kunt u ook de groep selecteren. 3. Wijzig de informatie van de groep zoals gewenst in het scherm [Groepseigenschappen]. Pag.64 "Groepseigenschappen" 4. Klik op [OK]. Het icoon verandert in, wat aangeeft dat de informatie van de groep veranderd is. 5. Klik op [Instellingen toepassen] in het [Bewerken]-menu om de gewijzigde groepsinformatie bij het apparaat te registreren. 67

70 4. Adresinformatiebeheer Een nieuwe gebruiker of groep toevoegen aan een groep Volg de volgende procedure om een nieuwe gebruiker aan een groep toe te voegen (registreren). Wanneer het tabblad [Toevoegen aan Groep] beschikbaar is in het dialoogvenster [Groepseigenschappen], dan kunnen ook groepen worden toegevoegd. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Selecteer de gebruiker of groep die u wilt toevoegen bij de groep (registreren). 4 Houd tijdens het selecteren de SHIFT- of CTRL-toets ingedrukt om meerdere gebruikers of groepen toe te voegen (registreren). 3. Klik in het [Bewerken]-menu op [Toevoegen aan Groep]. 4. Selecteer de groep waaraan de gebruiker of groep toegevoegd (geregistreerd) moet worden en selecteer dan [OK]. Het icoon verandert in of, wat aangeeft dat de informatie van de gebruiker of groep gewijzigd is. 5. Klik in het [Bewerken]-menu op [Instellingen toepassen] om de nieuwe gebruiker of groep bij het apparaat te registreren. Pag.63 "Gebruikersinformatie wijzigen" Pag.67 "Groepsinformatie wijzigen" Zoeken naar een gebruiker of groep Volg deze procedure om naar gebruikers en groepen te zoeken via een opgegeven tekenreeks. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het [Bewerken]-menu op [Zoeken]. 3. Selecteer in het dropdown-menu van [Gebruikersnaam zoeken] in het scherm [Adresboek doorzoeken] de items die u wilt gebruiken als zoekvoorwaarden. 4. Voer in [Tekenreeks zoeken] de tekenreeks waarvan u wilt dat gebruikers en groepen die bevatten en klik dan op [Volgende]. Als u [Ongestruct. Zoeken gebruiken] selecteert, dan vindt het zoeken niet plaats met een exacte overeenkomst. Ongestructureerd zoeken maakt geen onderscheid tussen 1- en 2-byte tekens, of hoofd- en kleine letters. 68

71 Het adresboek configureren Adresboekinformatie naar een CSV-bestand exporteren Volg de volgende procedure om het adresboek van een apparaat als een CSV-bestand op te slaan. Het log-in wachtwoord voor het apparaat wordt niet geëxporteerd. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het menu [Bestand] op [Gegevens exporteren]. 3. Geef een locatie en naam op voor het CSV-bestand en klik dan op [Opslaan]. Er worden drie bestanden geëxporteerd: invoerinformatie, apparaattag-informatie en apparaatfaxinformatie. 4 Pag.119 "CSV-bestandsindeling van het adresboek" Adresboekinformatie via een CSV-bestand importeren Volg deze procedure om adresboekinformatie van een apparaat te registreren door een CSV-bestand te importeren. Naast CSV-bestanden die gecreëerd zijn door de Adres beheer tool, is het ook mogelijk om CSVbestanden die door andere mailtoepassingen gemaakt zijn te gebruiken. Voor meer informatie over de indeling van CSV-bestanden die gemaakt zijn met behulp van de Adres beheer Tool, zie Pag.119 "CSV-bestandsindeling van het adresboek". 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het menu [Bestand] op [Gegevens importeren]. 3. Selecteer het CSV-bestand dat de informatie bevat die u wilt importeren en klik dan op [Openen]. Het dialoogvenster [Gegevens importeren] verschijnt. 69

72 4. Adresinformatiebeheer 4. Voer, in het tekstvak linksonderin, het nummer in van de eerste regel van het CSV-bestand dat u aan het importeren bent Selecteer in de lijst [Geselecteerd item] een item wat u uit het CSV-bestand wilt importeren. Selecteer vervolgens in de lijst [Adresboekitem] het bijbehorende adresboekitem. Tijdens het lezen van een CSV-bestand dat gecreëerd is met behulp van de Adres beheer Tool worden adresboekitems automatisch toegewezen en zijn de stappen 5 t/m 7 niet nodig. 6. Klik op [Bijvoegen>]. Het toegewezen item wordt weergegeven in de lijst [Bijgevoegd item] of [Adresboekitem]. 7. Herhaal de stappen 5 en 6 en wijs alle items toe. 8. Klik op [OK]. De gelezen informatie wordt toegevoegd aan de op dit moment weergegeven informatie. Als hetzelfde registratienummer toegepast wordt, dan wordt de informatie overschreven. 70

73 Het adresboek configureren Wanneer de gegevens een fout bevatten, verschijnt er een dialoogvenster waarin de fout beschreven wordt. Indien u [Details...] selecteert, wordt de fout gevonden. Daarbij, als u [Bestand bewerken] in het dialoogvenster [Foutrapport] selecteert, dan worden de gegevens in bewerkbare vorm weergegeven, wat het mogelijk maakt om de nodige correcties aan te brengen. Als het apparaat niet de 'Direct SMTP'-functie heeft, dan wordt de instelling voor het wel of niet verzenden van Internetfax via de SMTP-server niet gelezen. 9. Klik in het [Bewerken]-menu op [Instellingen toepassen] om de gewijzigde adresboekinformatie bij het apparaat te registreren. Sommige apparaten kunnen niet gebruikt worden wanneer er CSV-bestandsinstellingen verstuurd worden. 4 71

74 4. Adresinformatiebeheer Back-ups maken en het adresboek herstellen Er kan een back-up van de adresboekgegevens van een apparaat gemaakt worden en deze back-up kan ook weer geëxporteerd worden. Indien nodig kunt u de geëxporteerde back-up gebruiken om de adresboekgegevens van het apparaat te herstellen. Een back-up van het adresboek maken Volg de volgende procedure om een back-up van het adresboek van een apparaat te maken. 4 Back-ups van adresboeken kunnen alleen op hetzelfde apparaat opnieuw opgeslagen worden. Om gegevensverlies te voorkomen is wachtwoordcodering van de back-up misschien nodig, afhankelijk van het apparaat. Gecodeerde back-ups kunnen gebruikt worden om ook adresboeken van andere apparaten van hetzelfde model te herstellen. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het menu [Bestand] op [Reservekopie gegevens]. Er kan, afhankelijk van het apparaat, een dialoogvenster verschijnen wat u verzoekt om een gecodeerd wachtwoord voor de back-up in te voeren. 3. Geef een locatie en naam op voor het back-up bestand en klik op [Opslaan]. Pag.72 "Het adresboek herstellen" Het adresboek herstellen Volg de volgende procedure om het adresboek van een apparaat te herstellen via een back-up. Let erop dat de back-up alle gegevens die op het apparaat zijn opgeslagen, zal overschrijven. Als u adresboekherstel uitvoert, dan zullen de 'per gebruiker' tellers gereset worden. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het menu [Bestand] op [Gegevens herstellen]. 72

75 Back-ups maken en het adresboek herstellen 3. Geef het back-up bestand van het adresboek op en klik dan op [Openen]. Voer, om het adresboek te herstellen met behulp van een gecodeerde back-up, hetzelfde wachtwoord in dat ingevoerd werd toen de back-up gegevens werden gecreëerd. 4. Klik in het [Bewerken]-menu op [Instellingen toepassen] om de back-up gegevens op het adresboek toe te passen. Sommige apparaten kunnen niet gebruikt worden wanneer het adresboek hersteld wordt. Pag.72 "Een back-up van het adresboek maken" 4 73

76 4. Adresinformatiebeheer Apparaatinstellingen maken Deze sectie legt uit hoe u Adres beheer Tool-instellingen op een apparaat kunt toepassen en hoe u de Adres beheer Tool opnieuw van gegevens kan voorzien die van een apparaat zijn verkregen. Toepassen van de Adres beheer Tool-instellingen op een apparaat Volg de volgende procedure om de gegevens die bewerkt zijn met de Adres beheer Tool naar een apparaat te versturen en de instellingen van het apparaat bij te werken Start de Adres beheer Tool op. 2. Wijzig de instellingen van het apparaat zoals gewenst. 3. Klik in het menu [Bewerken] op [Instellingen toepassen]. Afhankelijk van het apparaat, bent u misschien niet in staat om het apparaat te gebruiken tijdens het overdragen van de instellingen van de Adres beheer Tool. Wanneer er een fout plaatsvindt tijdens het uivoeren van deze instellingen, zie dan Pag.136 "Veel gestelde vragen". Adresboekgegevens opnieuw verkrijgen van een apparaat Gebruik deze procedure om de Adres beheer Tool-lijst te updaten door de Adres beheer Tool opnieuw te voorzien van gegevens die verkregen zijn van het apparaat. 1. Start de Adres beheer Tool op. 2. Klik in het [Beeld]-menu op [Opnieuw laden-lijst]. Let erop dat, als de Adres beheer Tool gebruikt is om wijzigingen aan te brengen bij oudere gegevens, er een bevestigingsbericht zal verschijnen. Volg de aanwijzingen in dit bericht op. 74

77 5. Gebruikersinformatiebeheer Dit hoofdstuk legt uit hoe u gebruikersinformatie met behulp van SmartDeviceMonitor for Admin (Accounting Report Package) kunt beheren. Met het Gebruikersbeheerprog. kunt u het aantal afgedrukte vellen door individuele gebruikers bevestigen en gebruikerstoegang beperken. Het aantal vellen bekijken dat is afgedrukt door gebruikers Volg de volgende procedure om de afdrukaantallen per gebruiker te controleren, te exporteren en op te slaan indien nodig. Het opstarten van Gebruikersbeheerprog. 1. Open de Gezochte apparaatlijst of het venster van de groep waarin zich het apparaat bevindt waarvan u de afdrukaantallen per gebruiker wilt bekijken. 2. Selecteer in de lijst het apparaat waarvan u de afdrukaantallen per gebruiker wilt bekijken. 3. Klik in het menu [Extra] op [Gebruikersbeheerprog.]. Het scherm [Voer Authentificatie informatie in] verschijnt. 4. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord van het apparaat in en klik dan op [OK]. Het Gebruikersbeheerprog. wordt gestart. 5 De verificatiemethode kan per apparaat(type) verschillen. Het weergeven van afdrukaantallen per gebruiker Volg de volgende procedure om de afdrukaantallen per gebruiker (het aantal vellen afgedrukt door elke gebruiker) weer te geven. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Informatie gebruikersteller]. 3. Selecteer in het dropdown-menu een item om de afdrukaantallen per gebruiker te bekijken. De geselecteerde items worden per gebruiker weergegeven. 75

78 5. Gebruikersinformatiebeheer 5 Item NL BXA006S 1 Weergegeven item Dit geeft aan welke functie geteld moet worden. 2 Gebruiker Hier worden de gebruikerscodes en log-in gebruikersnamen die op het apparaat geregistreerd zijn, getoond. De verificatiemethode kan per apparaat(type) verschillen. 3 Naam Dit is de gebruikersnaam die op het apparaat geregistreerd staat. Deze namen staan ook opgeslagen in het adresboek van het apparaat. 4 Tellers voor verschillende functies Dit toont het aantal afdrukvellen of het aantal verzonden faxen. De verificatiemethode kan per apparaat(type) verschillen. 5 Status Toont de resultaten van de handelingen uitgevoerd op apparaatinformatie via Gebruikersbeheerprog.. Stuur de instellingsinformatie naar het betreffende apparaat om een instelling toe te passen. Pag.87 "De Gebruikersbeheerprog.-instellingen op een apparaat toepassen" 76

79 Het aantal vellen bekijken dat is afgedrukt door gebruikers Het aantal afgedrukte pagina's tot 0 resetten Volg de volgende procedure om het aantal pagina's afgedrukt onder elke gebruiker tot 0 te resetten. De volgende tellers kunnen worden gereset: Uitvoertellers (kopieerapparaat/afgedrukte faxen/printer) Tellers verzonden fax Scannertellers Sommige apparaten ondersteunen deze functie niet. Afhankelijk van het apparaat, moet u misschien een verificatie uitvoeren om beveiligde gebruikersinformatie te kunnen bekijken tijdens het instellen van de gebruikersinformatie. Voor meer informatie over welke menu-items beschikbaar zijn voor elke beheerdertype, zie Pag.85 "Functies beschikbaar voor elke beheerder" Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Informatie gebruikersteller]. 3. Selecteer de gebruiker waarvan u de teller(s) wilt resetten. Als u meerdere gebruikers tegelijkertijd wilt selecteren, klik dan op de gebruikers terwijl u tegelijkertijd de SHIFT- of CTRL-toets ingedrukt houdt. 4. Klik in het menu [Bewerken] op [Gebruikerstellers op nul zetten]. 5. Schakel de selectievakjes in van de opties die u wilt resetten en klik op [OK]. 6. Klik in het bevestigingsbericht op [OK]. De telling voor het geselecteerde papiertype wordt gereset tot 0 en [Aangepast] wordt weergegeven bij [Status]. 7. Klik in het menu [Bewerken] op [Instellingen toepassen]. De wijzigingen worden zichtbaar op het tabblad [Informatie gebruikersteller]. Afdrukaantallen exporteren Volg de volgende procedure om de afdrukaantallen van een apparaat per gebruiker als CSV-bestand te exporteren. Naast dat de afdrukaantallen op het tabblad [Informatie gebruikersteller] weergegeven worden, worden de telleraantallen voor twee papierformaten (kort en lang) ook opgeslagen. 77

80 5. Gebruikersinformatiebeheer Het exporteren van een CSV-bestand met een standaard bestandsindeling 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Informatie gebruikersteller]. 3. Klik in het menu [Bestand] op [Lijst Gebruikerstatistieken Exporteren]. 4. Geef een locatie en naam op voor het CSV-bestand en klik dan op [Opslaan]. Een bewerkt CSV-bestand exporteren 5 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Informatie gebruikersteller]. 3. Klik in het menu [Bestand] op [CSV Bestandsformaat bewerken van de lijst met gebruikersstatistieken]. 4. Klik in de lijst op de teller die u wilt exporteren. 5. Klik op [OK]. 6. Klik in het menu [Bestand] op [Lijst Gebruikersstatistieken Exporteren]. 7. Geef de opslaglocatie en de bestandsnaam op en klik op [Opslaan]. Pag.117 "Gebruikerstatistiekenlijst van CSV-bestandsindelingen" 78

81 Gebruikersinstellingen voor apparaten configureren Gebruikersinstellingen voor apparaten configureren U kunt de gebruikerinstellingen per apparaat instellen. Door de gebruikerinstellingen te configureren, kunt u het gebruik van het apparaat door de gebruiker beperken en kunt u de gebruikersinstellingen in een bestand opslaan. Afhankelijk van het apparaat, moet u misschien een verificatie uitvoeren om beveiligde gebruikersinformatie te kunnen bekijken tijdens het instellen van de gebruikersinformatie. Voor meer informatie over welke menu-items beschikbaar zijn voor elke beheerdertype, zie Pag.85 "Functies beschikbaar voor elke beheerder". De verificatiemethode kan per apparaat(type) verschillen. Toegangsbeheer per gebruiker weergeven 5 Gebruik de volgende procedure om de functies die beschikbaar zijn voor elke geregistreerde gebruiker van een apparaat weer te geven. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Toegangsbeheerlijst]. De toegangsinformatie van elke gebruiker wordt getoond. NL BXA007S 79

82 5. Gebruikersinformatiebeheer Item 1 Gebruiker Hier worden de gebruikerscodes en log-in gebruikersnamen die op het apparaat geregistreerd zijn, getoond. Het is afhankelijk van de verficiatiemethode van het apparaat of de gebruikerscodes of log-in gebruikersnamen weergegeven worden. 2 Naam Toont de gebruikersnamen die op het apparaat geregistreerd staan. Deze namen staan ook opgeslagen in het adresboek van het apparaat. 5 3 Ondersteunde functies Toont de functies die een gebruiker kan gebruiken. Alleen functies die beschikbaar zijn op een apparaat worden getoond. 4 Status Toont elke wijziging die is aangebracht in de informatie die is verkregen van het apparaat met behulp van het Gebruikersbeheerprog.. Om de wijziging van kracht te laten worden moeten de Gebruikersbeheerprog.-instellingen op het apparaat toegepast worden. Raadpleeg voor meer informatie Pag.87 "De Gebruikersbeheerprog.-instellingen op een apparaat toepassen". Pag.82 "Naar een gebruiker zoeken" Een gebruiker toevoegen Volg de volgende procedure om nieuwe gebruikers op apparaten te registeren en om het gebruik van die apparaten door de gebruiker te beperken. Afhankelijk van het apparaat, moet u misschien een verificatie uitvoeren om beveiligde gebruikersinformatie te kunnen bekijken tijdens het instellen van de gebruikersinformatie. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Toegangsbeheerlijst]. 3. Klik in het menu [Bewerken] op [Nwe gebruiker toevoegen]. 80

83 Gebruikersinstellingen voor apparaten configureren 4. Voer in het scherm [Maak gebruiker] de [Gebruikerscode] / [Gebruikersnaam] en [Naam] in. Als het apparaat een gebruikersverificatie uitvoert, dan verschijnt de [Wijzigen]-knop. Klik op de knop om het wachtwoord te wijzigen, indien nodig. Voor meer informatie over het type en het maximaal aantal tekens wat u kunt invoeren, zie de gebruiksaanwijzing van het apparaat. 5. Klik op [OK]. De gebruiker wordt toegevoegd en het icoon verschijnt. 6. Klik in het menu [Bewerken] op [Instellingen toepassen] om de wijzigingen op het apparaat toe te passen. Pag.82 "Gebruikerstoegang tot een apparaat beperken" 5 Een gebruiker verwijderen Volg de volgende procedure om een gebruiker die geregistreerd is bij het apparaat te verwijderen. Afhankelijk van het apparaat, moet u misschien een verificatie uitvoeren om beveiligde gebruikersinformatie te kunnen bekijken tijdens het instellen van de gebruikersinformatie. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Toegangsbeheerlijst]. 3. Selecteer de gebruiker(s) die u wilt verwijderen. Houd de SHIFT- of CTRL-toets ingedrukt om meerdere gebruikers te verwijderen, terwijl u deze tegelijkertijd selecteert. 4. Klik in het menu [Bewerken] op [Gebruiker verwijderen]. Het icoon verandert in en de gebruiker kan verwijderd worden. Om een verwijdering ongedaan te maken klikt u in het menu [Bewerken] nogmaals op [Gebruiker verwijderen]. 5. Klik in het menu [Bewerken] op [Instellingen toepassen] om de gewijzigde informatie op het apparaat toe te passen. 81

84 5. Gebruikersinformatiebeheer Naar een gebruiker zoeken Volg de volgende procedure om naar gebruikers te zoeken. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad dat moet worden doorzocht. 3. Klik in het menu [Bewerken] op [Zoek gebruiker]. 4. Voer een tekenreeks in (bijv. de initialen van de gebruiker) en klik dan op [Volgende zoeken]. Er wordt in de velden [Gebruiker] en [Naam] naar de geselecteerde tekens gezocht. 5 Beschikbare functies instellen/wijzigen Indien er gebruiksbeperkingen zijn ingesteld op een apparaat, dan moeten gebruikers zich verifiëren. Gebruikers moeten een gebruikerscode of log-in gebruikersnaam invoeren die toestemmingen bevat die nodig zijn voor het gebruiken van de apparaatfuncties. Gebruikerstoegang tot een apparaat beperken Volg de volgende procedure om voor elk van de functies van een apparaat toegangsbeperkingen op te geven. Afhankelijk van het apparaat, moet u misschien een verificatie uitvoeren om beveiligde gebruikersinformatie te kunnen bekijken tijdens het instellen van de gebruikersinformatie. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik in het [Bewerken]-menu op [Toegang tot app. beperken]. 3. Vink het vakje voor een functie in het scherm [Toegang tot app. beperken] aan om de toegang te beperken. Om toegang toe te staan moet u het vinkje verwijderen uit het aanvinkvakje. Wanneer het vakje [Automatisch gebruikerscodes toevoegen] aangevinkt is, dan worden ongeregistreerde gebruikerscodes automatisch toegevoegd wanneer er taken met die codes ingediend worden. Afhankelijk van het apparaat wordt dit item misschien niet weergegeven. Wanneer de toegang tot de printerfunctie beperkt is, dan worden de instellingen voor het toevoegen van gebruikerscodes automatisch uitgeschakeld. 4. Klik op [OK]. 82

85 Gebruikersinstellingen voor apparaten configureren 5. Klik op [Ja] in het bevestigingsbericht dat verschijnt. De instellingen worden toegepast op het apparaat. Pag.87 "Gebruikerscodes automatisch laten registreren" Gebruikerinformatie en beschikbare functies wijzigen Gebruik de onderstaande procedure om de gebruikerinformatie te wijzigen en de functies weer te geven of wijzigen die beschikbaar zijn voor elke gebruiker. Gebruikerscode Log-in gebruikersnaam en wachtwoord voor verificatie Gebruikersnaam die geregistreerd staat in het adresboek van het apparaat Afhankelijk van het apparaat, moet u misschien een verificatie uitvoeren om beveiligde gebruikersinformatie te kunnen bekijken tijdens het instellen van de gebruikersinformatie. 5 Om de toegang tot een functie per gebruiker te beperken, moet u eerst de functie die beperkt moet worden opgeven. Voor meer informatie over hoe u een functie kunt beperken, zie Pag.82 "Gebruikerstoegang tot een apparaat beperken". 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Toegangsbeheerlijst]. 3. Selecteer de gebruiker waarvan u de informatie wilt wijzigen. Klik in het menu [Bewerken] op [Gebruikerseigenschappen] of dubbelklik op de gebruiker. 4. Wijzig de instellingen. Om het gebruik van een functie toe te staan, vinkt u het vakje aan van de functie in de groep [Toegangsprivileges toewijzen]. Om het gebruik niet toe te staan, moet u het vakje van de functie leegmaken. Er kan geen toegangsbeperking ingesteld worden voor de functies waarvan de selectievakjes grijs weergegeven worden. Voor meer informatie over het type en het maximaal aantal tekens dat u kunt invoeren voor de gebruikerscode/gebruikersnaam en naam, zie de gebruiksaanwijzing van het apparaat. 5. Klik op [OK]. Het icoon verandert in om aan te geven dat de informatie gewijzigd is. 83

86 5. Gebruikersinformatiebeheer 6. Klik in het menu [Bewerken] op [Instellingen toepassen] om de gewijzigde informatie op het apparaat toe te passen. Gebruikersinformatie naar een bestand exporteren De gebruikercode/gebruikernaam en naam, die weergegeven worden op het tabblad [Toegangsbeheerlijst], worden opgeslagen als een CSV-bestand. Afhankelijk van het apparaat, moet u misschien een verificatie uitvoeren om beveiligde gebruikersinformatie te kunnen bekijken tijdens het instellen van de gebruikersinformatie Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Toegangsbeheerlijst]. 3. Klik in het menu [Bestand] op [Gebruikerinfo exporteren]. 4. Geef een map en naam op voor het bestand en klik dan op [Opslaan]. Pag.118 "Gebruikersinformatie in CSV-bestandsindeling" Gebruikersinformatie registreren met behulp van een geïmporteerd CSV-bestand Volg de volgende procedure om gebruikerscode en gebruikersnaam te registreren met behulp van een geëxporteerd CSV-bestand. Voor meer informatie over de CSV-bestandsindeling, zie Pag.117 "Meer informatie over de CSVindeling". Afhankelijk van het apparaat, moet u misschien een verificatie uitvoeren om beveiligde gebruikersinformatie te kunnen bekijken tijdens het instellen van de gebruikersinformatie. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik op het tabblad [Toegangsbeheerlijst]. 3. Klik in het menu [Bestand] op [Gebruikerinfo importeren]. 4. Geef het bestand op dat geïmporteerd moet worden en klik dan op [Openen]. De geïmporteerde informatie wordt toegevoegd aan de weergegeven informatie. Wanneer de geregistreerde informatie van de gebruiker geïmporteerd wordt, dan wordt de informatie overschreven. 84

87 Gebruikersinstellingen voor apparaten configureren 5. Klik in het menu [Bewerken] op [Instellingen toepassen] om de gewijzigde informatie op het apparaat toe te passen. Functies beschikbaar voor elke beheerder Wanneer u gebruikersinformatie opgeeft voor een apparaat dat Gebruikersverificatiebeheer / Beheerderverificatiebeheer ondersteunt, zal er gebruikersverificatie uitgevoerd worden en zullen de menuitems beperkt zijn om gebruikersinformatie te beschermen. De volgende tabel toont u welke items er beschikbaar zijn bij welk type beheerder. Als de apparaatbeheerder en gebruikerbeheerder hetzelfde zijn, dan zijn alle menu-items beschikbaar. Het tabblad [Informatie gebruikersteller] Menu Commando Apparaatbeheerder Gebruikersbeheer der 5 Bestand Lijst Gebruikerstatistieken Exporteren OK OK CSV Bestandsformaat bewerken van de lijst met gebruikersstatistieken OK OK Open CSV-bestand met programma... OK OK Afsluiten OK OK Bewerken Toegang tot app. beperken OK *1 OK *2 Gebruikerstellers op nul zetten OK *3 OK *3 Zoek gebruiker OK OK Instellingen toepassen OK OK Alles selecteren OK OK Beeld Informatie gebruikersteller OK OK Toegangsbeheerlijst OK OK Opnieuw laden-lijst OK OK Help Inhoudsopgave en index OK OK Info... OK OK 85

88 5. Gebruikersinformatiebeheer *1 Alleen mogelijk om te configureren wanneer [Gebruikerscodeverificatie] of [Uit] ingesteld is voor gebruikerverificatiebeheer. *2 Alleen te bekijken wanneer [Gebruikerscodeverificatie] of [Uit] ingesteld is voor gebruikerverificatiebeheer. *3 Beschikbaarheid is afhankelijk van het model van het apparaat. Zie voor meer informatie de gebruiksaanwijzing die bij het apparaat is geleverd. Tabblad [Toegangsbeheerlijst] Menu Commando Apparaatbeheerder Gebruikersbeheer der Bestand Open CSV-bestand met programma... OK OK Gebruikerinfo exporteren N.v.t. OK 5 Gebruikerinfo importeren N.v.t. OK Afsluiten OK OK Bewerken Toegang tot app. beperken OK *1 OK *2 Zoek gebruiker OK OK Nwe gebruiker toevoegen N.v.t. OK Gebruiker verwijderen N.v.t. OK Gebruikerseigenschappen OK *3 OK Instellingen toepassen OK OK Alles selecteren OK OK Beeld Informatie gebruikersteller OK OK Toegangsbeheerlijst OK OK Opnieuw laden-lijst OK OK Help Inhoudsopgave en index OK OK Info... OK OK *1 Alleen mogelijk om te configureren wanneer [Gebruikerscodeverificatie] of [Uit] ingesteld is voor gebruikerscodeverificatie. *2 Alleen te bekijken wanneer [Gebruikerscodeverificatie] of [Uit] ingesteld is voor gebruikerscodeverificatie. *3 Te bekijken, maar niet te configureren. 86

89 Apparaatinstellingen maken Apparaatinstellingen maken Deze sectie legt uit hoe u de opgegeven instellingen in Gebruikersbeheerprog. toe kunt passen op een apparaat, hoe u de Gebruikersbeheerprog.-instellingen kunt updaten d.m.v. informatie verkregen van een apparaat en hoe u gebruikers automatisch kunt laten registreren wanneer zij afdruktaken indienen. De Gebruikersbeheerprog.-instellingen op een apparaat toepassen Gebruik de volgende procedure om de instellingen van een apparaat te wijzigen met behulp van de instellingen die zijn opgegeven op de tabbladen [Informatie gebruikersteller] en [Toegangsbeheerlijst]. De instellingen op beide tabbladen worden toegepast, ongeacht welk tabblad er op dit moment geselecteerd is. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Wijzig de instellingen. 3. Klik in het menu [Bewerken] op [Instellingen toepassen]. De items in de kolom [Status] verdwijnen en het icoon verandert in. 5 Apparaatinformatie updaten Volg de volgende procedure om de tabbladen [Informatie gebruikersteller] en [Toegangsbeheerlijst] direct te updaten met de meest recente informatie van het apparaat. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik in het [Beeld]-menu op [Opnieuw laden-lijst]. Wanneer u wijzigingen aanbrengt in de informatie die u van het apparaat ontvangen hebt d.m.v. het Gebruikersbeheerprog., verschijnt er een bevestigingsbericht. Volg de instructies in het bevestigingsbericht op. Gebruikerscodes automatisch laten registreren Volg de volgende procedure om het automatisch registreren van gebruikerscodes te configureren. (Indien een afdruktaak wordt ingediend onder een ongeregistreerde code, dan zal die gebruikerscode automatisch geregistreerd worden.) 87

90 5. Gebruikersinformatiebeheer Wanneer de toegang tot de printerfunctie beperkt is, kunnen gebruikerscodes niet automatisch geregistreerd worden. 1. Start het Gebruikersbeheerprog. op. 2. Klik in het [Bewerken]-menu op [Toegang tot app. beperken]. 3. Vink het vakje [Automatisch gebruikerscodes toevoegen] aan. Als u deze functie wilt gebruiken, dan maakt u dit vakje leeg. 4. Klik op [OK]. 5. Klik op [Ja] in het bevestigingsbericht dat verschijnt. De instelling wordt toegepast. 5 Pag.82 "Gebruikerstoegang tot een apparaat beperken" 88

91 6. Accounting Report Tool Met de Accounting Report Tool kunt u informatie verzamelen, zoals het aantal pagina's dat per apparaat is afgedrukt en een rapport creëren. Indien u rapporten creëert met behulp van de conversiesnelheidconfiguraties voor elk apparaat, dan kunnen de gebruiksniveau's van apparatuur gebruikt worden voor overdrachten binnen het bedrijf. U kunt deze functie niet gebruiken in combinatie met SmartDeviceMonitor for Admin. Accounting Report Tool Deze sectie legt uit hoe u de Accounting Report Tool kunt toepassen. De elementen van het hoofdscherm worden hier ook nader uitgelicht. De Accounting Report Tool opstarten 1. Klik in het menu [Extra] op [Accounting Report Tool]. 2. Voer het Accounting Report Tool wachtwoord in en klik dan op [OK]. 6 Voer het wachtwoord in dat tijdens de installatie is ingesteld. De Accounting Report Tool wordt opgestart. 89

92 6. Accounting Report Tool Het verificatiewachtwoord wijzigen Volg de volgende procedure om het verificatiewachtwoord, dat tijdens de installatie van de Accounting Report Tool is ingesteld, te wijzigen. 1. Start de Accounting Report Tool op. 2. Klik op [Wijzig Login Wachtwoord...] in het [Accounting Report Tool]-scherm. 3. Voer het huidige en het nieuwe wachtwoord in en klik vervolgens op [OK]. 6 90

93 Gegevensverzameling Gegevensverzameling Deze sectie legt uit hoe tellerinformatie verzameld kan worden met de Accounting Report Tool. Door het instellen van de verzameltimer kunt u periodiek gegevens verzamelen. U kunt ook, als u een adresboek in CSV-indeling heeft, de adresboekinformatie in het apparaat importeren wanneer de gegevens verzameld worden. Accounting Report Tool-scherm Wanneer de Accounting Report Tool opstart, dan verschijnt het volgende scherm. U kunt de instellingen wijzigen en de gegevensverzameling starten volgens de aanwijzingen op het scherm. 6 NL BTB011S Item 1 Schakel tussen menu's voor tellerverzameling Wijzigt het menu volgens het item dat geselecteerd is uit de keuzelijst. 2 Instellingen verzameling... Toont het scherm Instellingen verzameling. Hier kunt u opgeven voor welke apparaten er gegevens verzameld moeten worden. U kunt hier tevens de verwerkingsinstellingen van deze apparaten configureren. 3 [Actie1] Verzameling starten Voert gegevensverzameling uit. 91

94 6. Accounting Report Tool Item 4 Instellingen prijsstaffel... Toont het scherm Instellingen prijsstaffel en laat uw de conversietarieven bepalen. 5 Instellingen gebruikerinformatie... Toont het scherm Instellingen gebruikerinformatie. U kunt hier de afdelingsinstellingen, afdelingen voor gebruikers en de conversietabel opgeven. 6 Rapportinstellingen... Toont het scherm Rapportinstellingen. U kunt hier instellingen zoals de telpatronen en de opslagbestemming opgeven. 7 [Actie2] Rapport maken Genereert het [Actie2]-rapport. 6 8 Verzamelinformatie: Toont de informatie over de apparaten waarvan de gegevens verzameld zullen worden en het tijdstip van verzameling. 9 Rapportinformatie: Toont informatie over het aanmaken van rapporten, zoals de opgegeven telpatronen en de rapportageperiode. 10 Afsluiten Sluit Accounting Report Tool af. 11 Uitvoeringslogboek weergeven Toont het uitvoeringslogboek in platte tekst. 12 Wijzig Login Wachtwoord... Toont het scherm Wachtwoordinstelling. Hier kunt u het log-in wachtwoord, wat gewoonlijk wordt ingevoerd bij het opstarten, wijzigen. De menuweergave wijzigen U kunt opgeven welke instellingen weergegeven worden wanneer u een item uit het menu selecteert. Het opgeven van welke instellingen weergegeven moeten worden vereenvoudigt procedures, aangezien alleen de instellingen die relevant zijn voor de procedure die u wilt uitvoeren weergeven zullen worden. 1. Start de Accounting Report Tool op. 2. Selecteer een item uit de keuzelijst van [Schakel tussen menu's voor tellerverzameling:]. De instellingen die weergegeven worden voor elk menu-item zijn samengevat in de onderstaande tabel. 92

95 Gegevensverzameling Weergavemenu Doel Instellingsitem Weergavemenu voor eerste verzameling Voor het verzamelen van gegevens en het aanmaken van een rapport bij de allereerste keer dat u gegevens verzamelt, of wanneer u gegevens verzamelt na grootschalige wijzigingen in de instellingen. Instellingen verzameling, Verzamelen starten, Instellingen prijsstaffel, Instellingen gebruikerinformatie, Rapportinstellingen, Rapport maken Weergavemenu voor handmatige verzameling Voor het verzamelen van gegevens en het aanmaken van een rapport, wanneer u geen instellingen hebt gewijzigd sinds de laatste gegevensverzameling. Verzamelen starten, Rapport maken Gebruiker toevoegen Voor het verzamelen van gegevens en het aanmaken van een rapport, wanneer u slechts de afdelings- of gebruikersinformatie gewijzigd heeft (zoals het toenemen van het aantal gebruikers voor de boekhouding bijvoorbeeld). Verzamelen starten, Instellingen gebruikerinformatie, Rapport maken 6 Apparaat toevoegen Voor het verzamelen van gegevens en het aanmaken van een rapport, wanneer u alleen de apparaten voor de boekhouding of de verwerkingsinstellingen gewijzigd hebt. Instellingen verzameling, Verzamelen starten, Rapport maken Instelling rapport wijzigen Voor het verzamelen van gegevens en het aanmaken van een rapport, wanneer u slechts de telpatronen of de opslagbestemming gewijzigd hebt. Rapportinstellingen, Rapport maken Prijsstaffels wijzigen Voor het aanmaken van een rapport door middel van een ander conversietarief met eerder verzamelde gegevens. Instellingen prijsstaffel, Rapport maken 93

96 6. Accounting Report Tool Weergavemenu Doel Instellingsitem Schema tellerverzameling wijzigen Adresboekgegevens toevoegen/verwijderen Voor het wijzigen van het verzamelingschema voor periodieke verzameling. Gegevens worden verzameld volgens het nieuwe schema. Voor het wijzigen van de instellingen voor adresboekverwijdering en - registratie. Gegevensverzameling zal niet uitgevoerd worden. Instellingen verzameling Instellingen verzameling 6 De eerste keer dat u Accounting Report Tool gebruikt, wordt [Weergavemenu voor eerste verzameling] standaard geselecteerd. Vanaf dat moment zal het laatst geselecteerde item weergegeven worden. Configureren van de gegevensverzamelingsmethode De volgende tabel legt de instellingen van de gegevensverzamelingsmethode uit. 1. Start de Accounting Report Tool op. 2. Klik in het [Accounting Report Tool]-scherm op [Instellingen verzameling...]. 94

97 Gegevensverzameling NL BTB012S 6 95

98 6. Accounting Report Tool Instelling 1 Doelgroepen voor verzameling Toont de apparaatgroepen die ingesteld zijn voor gegevensverzameling. Apparaatinstellingen voor de verzameldoelgroepen Stel de apparaten of de groepen in waarvoor gegevens verzameld moeten worden. Zie voor meer informatie "Het opgeven van apparaten en groepen waar de gegevens van verzameld moeten worden". Standaard apparaaatverificatie-instelligen Stel de standaard account in om deze te gebruiken bij het verschaffen van toegang tot de apparaten. 6 De gebruikersnaam en het wachtwoord kunnen maximaal 128 karakters bevatten. Indien er meerdere apparaten of groepen zijn ingesteld, dan wordt "..." weergegeven na de eerste groep in de lijst. 2 Timing verzameling Geef hier op of de gegevensverzameling routinematig (d.w.z. op een regelmatige basis) uitgevoerd wordt, of handmatig (d.w.z. onmiddellijk). Raadpleeg voor meer informatie Pag.101 "Uitvoeren van gegevensverzameling" 96

99 Gegevensverzameling Instelling 3 Na verzameling Verwijder de adresboekgegevens en geef op of de adresboekgegevens geïmporteerd moeten worden nadat ze zijn verzameld. Raadpleeg voor meer informatie Pag.100 "Het importeren van een adresboek in de apparaten vanuit een CSV-bestand". U kunt tevens opgeven of de verzamelde tellergegevens uitgevoerd moeten worden als een CSV-bestand. Raadpleeg voor meer informatie Pag.125 "CSVbestandsindeling voor gegevens die verzameld zijn met Accounting Report Tool". 4 Annuleren Keer terug naar het hoofdscherm zonder de instellingen toe te passen. 6 5 OK Past wijzigingen aan de instellingen toe en toont vervolgens het hoofdscherm. De apparaten en groepen specificeren waarvan de gegevens verzameld moeten worden Volg de volgende procedure om de apparaten en de groepen op te geven waarvan de gegevens zijn verzameld. U kunt hier ook de verificatie-informatie van het apparaat instellen. 1. Start de Accounting Report Tool op. 2. Klik op [Instellingen verzameling]. 97

100 6. Accounting Report Tool 3. Klik op [Instellingen doelapparaat...] 6 4. Selecteer een groep waarin de betreffende apparaten staan geregistreerd en selecteer dan de apparaten uit de apparaatlijst. 5. Klik op [Instellingen apparaatverificatie...]. 6. Configureer de verificatie-informatie voor de apparaten en klik dan op [OK]. De gebruikersnaam en het wachtwoord kunnen maximaal 128 karakters bevatten. 7. Klik op [OK] in het scherm [Instellingen doelapparaat]. NL BTB013S 98

101 Gegevensverzameling Item 1 Doelgroepen: Toont de groepen waarvan de apparaten opgegeven zijn voor verzameling. Door een vinkje in het vakje te plaatsen van een groep, stelt de apparaten binnen deze groep in als doel voor gegevensverzameling. 2 groep1 Lidappara(a)t(en): Toont de apparaten die zijn geregistreerd in de groep die is geselecteerd (gehighlight) in [Doelgroepen:]. 3 Instellingen apparaatverificatie... Toont het scherm Instellingen apparaatverificatie. Hier kunt u de verificatiedetails voor de in de apparaatlijst geselecteerde apparaten configureren. Het icoon verschijnt na het instellen. Als u [Individuele apparaatverificatie] bij de verificatieinformatie selecteert, dan kunt u de volgende items instellen: [Gebruikersnaam] [Wachtwoord] of [NIC-wachtwoord] Als u [Gebruik standaard verificatie] selecteert in verificatie-informatie, dan zal de informatie ingesteld op het scherm Standaard apparaatverificatie-instellingen gebruikt worden. 6 De maximale lengte voor [Gebruikersnaam], [Wachtwoord] en [NIC-wachtwoord] is 128 karakters. Zie voor meer informatie over standaard apparaatverificatie Pag.94 "Configureren van de gegevensverzamelingsmethode" 99

102 6. Accounting Report Tool Item 4 Verbindingstest Bevestig verificatie voor de geselecteerde apparaten uit de apparaatlijst. De volgende iconen worden weergegeven aan het einde van de apparaatlijst: : Verificatie gelukt : Verificatie mislukt Selecteer bij het uitvoeren van de verbindingstest de apparaten uit de apparaatlijst en klik dan op [Verbindingstest]. Als u hierop klikt zonder apparaten te selecteren, dan zal er een verbindingstest worden uitgevoerd op alle apparaten in de lijst. 6 5 Annuleren Sluit het dialoogvenster zonder de aangebrachte wijzigingen aan de instellingen toe te passen. 6 OK Past de aangebrachte wijzigingen aan de instellingen toe en sluit vervolgens het dialoogvenster. Het importeren van een adresboek in de apparaten vanuit een CSV-bestand Met behulp van een adresboek CSV-bestand kunt u adresgegevens in één keer in de opgegeven apparaten importeren. Deze functie is handig voor het importeren van een set adresgegevens in alle apparaten van een groep. Als u een verzameltijd opgeeft, dan wordt het adresboek automatisch geïmporteerd op dat tijdstip. Importeren in nieuwe apparaten Importeer het adresboek van een klaargemaakt apparaat in nieuwe apparaten. Importeren vanwege vervanging Verwijder het oorspronkelijke adresboek en importeer een klaargemaakt adresboek. Creëer het CSV-bestand dat u wilt importeren in dezelfde indeling als een CSV-bestand dat geëxporteerd wordt met behulp van het Adresbeheerprog.. 1. Start de Accounting Report Tool op. 2. Klik op [Instellingen verzameling]. 3. Vink in het gedeelte [Na verzameling] het vakje [Het adresboek importeren] aan. 100

103 Gegevensverzameling 4. Klik op [Bladeren...] om het apparaat op te geven waarvan u het adres wilt importeren. Vink het vakje [Aan] aan in het gedeelte [Het adresboek verwijderen:] om het adresboek te importeren nadat het huidige adresboek is verwijderd. Vink het vakje [Aan] aan in het gedeelte [Het adresboek verwijderen] om het oorspronkelijke adresboek te verwijderen. Klik op [Bladeren...] en geef dan het lege CSV-bestand op (ClearAddressBook.csv) wat zich in het volgende pad bevindt: "Program Files\RMAdmin \ARTool\AddressBook ". 5. Klik op [OK]. 6. Het adresboek van het opgegeven apparaat zal geïmporteerd worden naar het betreffende apparaat wanneer de volgende gegevensverzameling uitgevoerd wordt. Het kan zijn dat u het apparaat misschien niet kunt gebruiken wanneer het adresboek CSVbestand overgebracht wordt. Pag.101 "Uitvoeren van gegevensverzameling" Pag.69 "Adresboekinformatie naar een CSV-bestand exporteren" 6 Uitvoeren van gegevensverzameling Volg de volgende procedure om een rapport te genereren op basis van de opgegeven voorwaarden. Verzameling op een opgegeven tijdstip Verzamel automatisch gegevens op een gespecificeerd tijdstip. Onmiddellijke verzameling Verzamel gegevens handmatig. Voordat u een handmatige verzameling uitvoert, moet u eerst de datum van de laatste gegevensverzameling controleren. Om de gegevensverzameling te kunnen uitvoeren op een gespecificeerd tijdstip dienen of SmartDeviceMonitor for Admin Accounting Report Package of Accounting Report Tool actief te zijn. Indien geen van beide actief is, zal er geen gegevensverzameling plaatsvinden. Volg de volgende procedure om gegevens handmatig te verzamelen. 1. Start de Accounting Report Tool op. 2. Klik op [[Actie1] Verzameling starten]. 101

104 6. Accounting Report Tool 3. Klik op [Ja] in het bevestigingsbericht dat verschijnt. De gegevensverzameling zal uitgevoerd worden volgens de instellingen van de gegevensverzameling die opgegeven zijn voor het apparaat. 4. Klik op [Uitsluitend mislukt(e) appara(a)t(en) opnieuw proberen] of op [Voltooien]

105 Een rapport aanmaken Een rapport aanmaken Deze sectie beschrijft hoe u verzamelde gegevens uit apparaten als een accountingrapport uit kunt voeren. U kunt een rapport aanmaken door de conversietarieven en de gebruikersinformatie te configureren en daarna de rapportagevoorwaarden (verzamelpatronen) te selecteren. Het conversietarief opgeven Een conversietarief is de relatieve kostprijs voor één vel papier voor kopieer-/afdruk- en scan-/ faxhandelingen. Door het instellen van verschillende waarden voor verschillende papierformaten en kleurinstellingen voor het afdrukken, scannen enz. kunnen rapporten gebruikt worden voor interne bedrijfstransacties. 1. Start de Accounting Report Tool op. 2. Klik op [Instellingen prijsstaffel...] Klik op [Nieuw...] in het scherm [Instellingen prijsstaffel]. Selecteer het doel in [Naam voor prijsstaffeltabel] om een vooringesteld conversietarief te wijzigen en klik dan op [Bewerken...]. U kunt maximaal 20 conversietarieven registreren. 4. Voer een weergavenaam in voor het conversietarief in het scherm [Nieuwe prijsstaffeltabel]. De weergavenaam voor een conversietarief kan uit maximaal 50 karakters bestaan. De weergavenaam kan niet alleen uit spaties of tabs bestaan, of één van de volgende karakters bevatten: 103

106 6. Accounting Report Tool ] [, " Alleen spaties of tabs Elke spatie of tab aan het begin of einde van de weergavenaam wordt verwijderd. 5. Voer het conversietarief in. Een conversietarief kan alleen uit cijfers en één punt (.) bestaan. ). U kunt maximaal vijf cijfers vóór de decimale punt invoeren en tot vier cijfers erachter. Als u een waarde invoert in [Batch prijsstaffels invoeren:] en dan op [Toepassen] klikt, dan zal de ingevoerde waarde weergegeven worden voor alle conversietarief-items. Als u op [Herstel standaard] klikt, dan zal de waarde voor alle conversietarieven ingesteld worden op "1.0000". 6. Klik op [OK] in het scherm [Instellingen prijsstaffel] en klik dan op [OK]. 6 Een conversietarief verwijderen Volg de volgende procedure om een conversietarief te verwijderen. 1. Start de Accounting Report Tool op. 2. Klik op [Instellingen prijsstaffel...]. 3. Klik in het scherm [Instellingen prijsstaffel] op [Naam voor prijsstaffeltabel:] en selecteer de conversietarieven die u wilt verwijderen. 4. Klik op [Verwijderen]. 5. Klik op [Ja] in het bevestigingsbericht dat verschijnt. Gebruikersinformatie instellen U kunt gebruikers of afdelingen selecteren om het doel van een rapport te zijn. In dit scherm kunt u afdelingen creëren, afdelingsnamen wijzigen en conversietarieven configureren. 104

107 Een rapport aanmaken NL BTB015S Item 1 Afdelingslijst: Toont de afdelingen die ingesteld zijn voor een apparaat als een boomdiagram. 6 De afdelingen "Root" en "Onafhankelijk" zijn standaard ingesteld. 2 Gebruikerslijst Toont gebruikers die toegewezen zijn aan de afdeling die geselecteerd is in de [Afdelingslijst:]. Gebruikers die niet toegewezen zijn aan een afdeling kunnen weergegeven worden door ""Onafhankelijk" te selecteren. Alleen gebruikers die "Onafhankelijk" en "Other" zijn kunnen direct onder "Root" toegevoegd worden. 105

108 6. Accounting Report Tool Item 3 Nieuwe afdeling... Creëer een nieuwe afdeling binnen de geselecteerde afdeling in de [Afdelingslijst:]. 6 Er kunnen geen afdelingen gecreëerd worden binnen de afdeling "Onafhankelijk". U kunt afdelingen tot maximaal 3 niveaus diep creëren. U kunt maximaal 200 afdelingen creëren (waaronder de afdelingen "Root" en "Onafhankelijk"). Een afdelingsnaam kan uit maximaal 128 karakters bestaan. Afdelingen kunnen niet alleen uit spaties of tabs bestaan of de volgende tekens bevatten: $ * %? # ' & / > \ Alleen spaties of tabs Elke spatie of tab aan het begin of einde van een afdelingsnaam wordt verwijderd. 4 Afdeling hernoemen... Wijzig de naam van de afdeling. U kunt de naam van de afdelingen "Root" of "Onafhankelijk" niet wijzigen. Een afdelingsnaam kan uit maximaal 128 karakters bestaan. Afdelingen kunnen niet alleen uit spaties of tabs bestaan of de volgende tekens bevatten: $ * %? # ' & / > \ Alleen spaties of tabs Elke spatie of tab aan het begin of einde van een afdelingsnaam wordt verwijderd. 106

109 Een rapport aanmaken Item 5 Afdeling verwijderen Verwijder een afdeling. Afdelingen die zich binnen de verwijderde afdeling bevinden worden eveneens verwijderd. U kunt de afdelingen "Root" of "Onafhankelijk" niet verwijderen. Gebruikers die toegewezen zijn aan de verwijderde afdeling worden verplaatst naar "Onafhankelijk". 6 Prijsstaffeltabel toewijzen... Door het selecteren van een afdeling of gebruiker en door op deze knop te klikken, kunt u het scherm Prijsstaffeltabel toewijzen weergeven. Als u meerdere apparaten tegelijk wilt selecteren, houdt u de SHIFT-toets of de CTRL-toets ingedrukt terwijl u op de apparaten klikt. Selecteer een conversietarief-configuratie en klik dan op [OK] om het conversietarief aan een gebruiker of groep toe te wijzen. 6 De standaard conversietarief-configuratie wordt toegewezen aan gebruikers die geen conversietariefconfiguratie toegewezen hebben gekregen. 7 Gebruikersafdeling toewijzen... Door het selecteren van een gebruiker en door op deze knop te drukken kunt u het scherm [Gebruikersafdeling toewijzen] weergeven. Selecteer in het scherm [Gebruikersafdeling toewijzen] een afdeling (met uitzondering van de standaard afdeling "Root") en klik dan op [OK] om de afdeling waartoe de gebruiker behoort, te wijzigen. Gebruikers die niet toegewezen zijn aan een afdeling bevinden zich in "Onafhankelijk". 1. Start de Accounting Report Tool op. 107

110 6. Accounting Report Tool 2. Klik op [Instellingen gebruikerinformatie...]. 3. Selecteer de afdeling in [Afdelingslijst:]. Gebruikers die geregistreerd staan in de geselecteerde afdeling worden weergegeven in het gedeelte van de gebruikerslijst. Om conversietarief-configuraties per gebruiker toe te wijzen, moet u de gewenste gebruikers selecteren. 4. Klik op [Prijsstaffeltabel toewijzen...]. 5. Selecteer het conversietarief en klik dan op [OK]. 6. Klik op [Toepassen] en klik dan op [OK]. Rapportvoorwaarden opgeven 6 Volg de volgende procedure om de telpatronen en de opslagbestemming op te geven voor accountingrapporten. U kunt de indeling van de rapporten die u aanmaakt specificeren door een telpatroon te selecteren. Bovendien kunt u naast de twee vooringestelde patronen ook nieuwe telpatronen creëren. NL BXA016S 108

Controle voor gebruik Inloggen en uitloggen Apparaatinformatie weergeven Pakketten downloaden en installeren Bijlage

Controle voor gebruik Inloggen en uitloggen Apparaatinformatie weergeven Pakketten downloaden en installeren Bijlage Professional IS / Standard Gebruikershandleiding 1 2 3 4 5 Controle voor gebruik Inloggen en uitloggen Apparaatinformatie weergeven Pakketten downloaden en installeren Bijlage Lees deze handleiding aandachtig

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Installatiehandleiding. Aan de slag DeskTopBinder V2 Lite installeren Bijlage

Installatiehandleiding. Aan de slag DeskTopBinder V2 Lite installeren Bijlage Installatiehandleiding 1 2 3 Aan de slag DeskTopBinder V2 Lite installeren Bijlage Woord vooraf DeskTopBinder V2 Lite kan diverse gegevens integreren en beheren, zoals bijvoorbeeld bestanden gemaakt met

Nadere informatie

Software-installatiehandleiding

Software-installatiehandleiding Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Versie 1.0 09/10. Xerox ColorQube 9301/9302/9303 Internet Services

Versie 1.0 09/10. Xerox ColorQube 9301/9302/9303 Internet Services Versie 1.0 09/10 Xerox 2010 Xerox Corporation. Alle rechten voorbehouden. Ongepubliceerde rechten voorbehouden onder de copyrightwetten van de Verenigde Staten. De inhoud van deze publicatie mag in geen

Nadere informatie

Universele handleiding stuurprogramma s

Universele handleiding stuurprogramma s Universele handleiding stuurprogramma s Brother Universal Printer Driver (BR-Script3) Brother Mono Universal Printer Driver (PCL) Brother Universal Printer Driver (Inkjet) Versie B DUT 1 Overzicht 1 De

Nadere informatie

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................

Nadere informatie

Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding

Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding Lees dit document voordat u Mac OS X installeert. Dit document bevat belangrijke informatie over de installatie van Mac OS X. Systeemvereisten

Nadere informatie

Development Partner. Partner of the year 2010 Partner of the year 2011. Installatiehandleiding. Xerox Device Agent

Development Partner. Partner of the year 2010 Partner of the year 2011. Installatiehandleiding. Xerox Device Agent Partner of the year 2010 Partner of the year 2011 Development Partner Installatiehandleiding Xerox Device Agent Wat is de Xerox Device Agent (XDA)? XDA detecteert en controleert afdrukapparaten, in het

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Stand-alone / Netwerkversie. Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Stand-alone / Netwerkversie. Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Stand-alone / Netwerkversie Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database Wij willen u er op wijzen dat ons systeem FWG3.0 Cd-rom versie dit

Nadere informatie

Digitale camera Softwarehandleiding

Digitale camera Softwarehandleiding EPSON digitale camera / Digitale camera Softwarehandleiding Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden

Nadere informatie

QL-500 QL-560 QL-570 QL-650TD QL-1050

QL-500 QL-560 QL-570 QL-650TD QL-1050 QL-500 QL-560 QL-570 QL-650TD QL-1050 Handleiding voor de installatie van de software Nederlands LB9153001A Inleiding Opties P-touch Editor Printerstuurprogramma P-touch Address Book (uitsluitend Windows

Nadere informatie

Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren

Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren In dit Leesmij-bestand wordt beschreven hoe u het Custom PostScript-printerstuurprogramma of het PCLprinterstuurprogramma op een Windows-systeem

Nadere informatie

Overzicht van opties voor service en ondersteuning

Overzicht van opties voor service en ondersteuning Overzicht van opties voor service en ondersteuning QuickRestore Met Compaq QuickRestore kunt u uw systeem op elk gewenst moment terugzetten. QuickRestore biedt vijf typen opties voor terugzetten, die in

Nadere informatie

Handleiding Nero ImageDrive

Handleiding Nero ImageDrive Handleiding Nero ImageDrive Nero AG Informatie over copyright en handelsmerken De handleiding van Nero ImageDrive en de volledige inhoud van de handleiding zijn auteursrechtelijk beschermd en zijn eigendom

Nadere informatie

Het wachtwoord, het e-mailadres en de contactpersoon registreren

Het wachtwoord, het e-mailadres en de contactpersoon registreren Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een plek waar u deze altijd kan raadplegen. TOT DE MAXIMALE MATE DIE DOOR DE VAN

Nadere informatie

1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7

1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 NEDERLANDS...5 nl 2 OVERZICHT nl 1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 3 BLUETOOTH VOORZIENINGEN...8 4 SOFTWARE INSTALLATIE...9 4.1 Voorbereidingen...10

Nadere informatie

Installatie Onderwijsversie AccountView

Installatie Onderwijsversie AccountView Installatie Onderwijsversie AccountView Copyright Alle rechten met betrekking tot de documentatie en de daarin beschreven software berusten bij Visma Software BV. Dit geldt ook voor eventuele aanvullingen

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1220726

Uw gebruiksaanwijzing. NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1220726 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20 in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396

Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Remote Back-up Personal

Remote Back-up Personal handleiding Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie)

Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie) Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie) Als u geen upgrade kunt uitvoeren voor uw computer met Windows Vista naar Windows 7 voert u een aangepaste installatie uit.

Nadere informatie

Installatie handleiding Reinder.NET.Optac

Installatie handleiding Reinder.NET.Optac Installatie handleiding Reinder.NET.Optac Versie : 2012.1.0.1 Inhoudsopgave 1 Systeemvereisten... 2 2 Pincode... 2 3 Licentie... 2 4 Installatie... 2 5 Eerste gebruik... 4 Titel Pagina 1 van 6 23-1-2012

Nadere informatie

Handleiding voor netwerkprinten

Handleiding voor netwerkprinten Handleiding voor netwerkprinten 1 2 3 4 5 6 7 Configuratie van Windows 95/98/Me Configuratie van Windows 2000 Configuratie van Windows XP Configuratie van Windows NT 4.0 Configuratie van NetWare Configuratie

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing / Snel aan de slag

Gebruiksaanwijzing / Snel aan de slag RICOH TotalFlow Print Manager Gebruiksaanwijzing / Snel aan de slag Snel aan de slag Version 3.0.0 Bekijk het Help-systeem van uw product voor informatie die niet in deze handleiding staat. Lees deze handleiding

Nadere informatie

F-Series Desktop Gebruikershandleiding

F-Series Desktop Gebruikershandleiding F-Series Desktop Gebruikershandleiding F20 nl Nederlands Inhoudsopgave Toets naar iconen in tekst...3 Wat is F-Series Desktop?...4 Hoe installeer ik F-Series Desktop op mijn computer?...4 Hoe abonneer

Nadere informatie

ZIEZO Remote Back-up Personal

ZIEZO Remote Back-up Personal handleiding ZIEZO Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

Inhoud Installatie en Setup... 5 IRISCompressor gebruiken... 13

Inhoud Installatie en Setup... 5 IRISCompressor gebruiken... 13 Gebruikshandleiding Inhoud Introductie... 1 BELANGRIJKE OPMERKINGEN... 1 Juridische informatie... 3 Installatie en Setup... 5 Systeemvereisten... 5 Installatie... 5 Activering... 7 Automatische update...

Nadere informatie

Handleiding Certificaat RDW

Handleiding Certificaat RDW Handleiding Certificaat RDW Versie: 9.0 Versiedatum: 13 maart 2014 Beheerder: RDW Veendam - R&I-OP-E&T 3 B 0921m Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie: - url vermelding naar bestandsuitwisseling

Nadere informatie

Cloud Backup Handleiding

Cloud Backup Handleiding Cloud Backup Handleiding 1 Cloud Backup handleiding In deze handleiding zullen we stap voor stap uitleggen hoe u Cloud Backup kunt installeren, backups kunt maken en terugzetten. Met het Backup programma

Nadere informatie

Het wachtwoord, het e-mailadres en de contactpersoon registreren

Het wachtwoord, het e-mailadres en de contactpersoon registreren Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een plek waar u deze altijd kan raadplegen. TOT DE MAXIMALE MATE DIE DOOR DE VAN

Nadere informatie

Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M

Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Installatiehandleiding Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Softwareprogramma 98646-003-14 Inhoud Gebruiksdoel................. 3 Systeemvereisten.............. 3 Kenmerken................... 3

Nadere informatie

Standard. Installatiehandleiding

Standard. Installatiehandleiding Standard Installatiehandleiding 1 2 3 4 5 Controle voor de installatie Installatie Gebruikers maken en snelle installatie uitvoeren Gebruiksvoorbeelden en instellingen Bijlage Lees deze handleiding aandachtig

Nadere informatie

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt

Nadere informatie

Nederlands Italiano Español

Nederlands Italiano Español Nederlands Italiano Español Installatie Download Manager Aansluiten op uw PC Opmerking: u moet over de rechten van systeembeheerder beschikken om het programma onder Windows 2000 en XP te installeren.

Nadere informatie

Sharpdesk V3.3. Installatiehandleiding Versie 3.3.07

Sharpdesk V3.3. Installatiehandleiding Versie 3.3.07 Sharpdesk V3.3 Installatiehandleiding Versie 3.3.07 Copyright 2000-2009 SHARP CORPORATION. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren, aanpassen of vertalen van deze publicatie zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie. Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie. Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Netwerkversie Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle Wij willen u er op wijzen dat ons systeem FWG3.0 Cd-rom versie dit jaar (2011) voor de laatste

Nadere informatie

Handleiding InCD Reader

Handleiding InCD Reader Handleiding InCD Reader Nero AG Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van Nero AG.

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Netwerkversie Nieuwe installatie van FWG 3.0/2009-2010 met Oracle Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Voorbereiden van de installatie... 2 2.1 Gegevens verzamelen...

Nadere informatie

Procedure ParaBench instellen en gebruiken.

Procedure ParaBench instellen en gebruiken. Procedure ParaBench instellen en gebruiken. Inleiding In samenwerking met Magistro en de Praktijk Index komt Intramed met een nieuwe benchmark applicatie ParaBench. Benchmarken is het vergelijken van gegevens

Nadere informatie

Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt

Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt Pagina 1 van 56 Inhoud van deze help 1. Algemeen 1.1 Inhoud van deze box. 1.2 Minimum systeemvereisten 2.

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding Installatiehandleiding Voorwoord ScanRouter V2 Lite is een bezorgingsserver waarmee documenten die met een scanner worden gelezen of vanuit DeskTopBinder V2 worden bezorgd, via een netwerk kunnen worden

Nadere informatie

Online Handleiding Start

Online Handleiding Start Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg

Nadere informatie

Sharp Remote Device Manager Handleiding software-installatie

Sharp Remote Device Manager Handleiding software-installatie Sharp Remote Device Manager Handleiding software-installatie In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software kunt installeren die nodig is om Sharp Remote Device Manager (in deze handleiding "SRDM"

Nadere informatie

Nero AG SecurDisc Viewer

Nero AG SecurDisc Viewer Handleiding SecurDisc Nero AG SecurDisc Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van

Nadere informatie

Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren

Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren INHOUDSOPGAVE 1. Voor alle gebruikers Inleiding...3 Hoe werkt deze handleiding?...3 Handelsmerken...4 Wat is Ricoh Smart

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan

Nadere informatie

Windows Vista /Windows 7- installatiehandleiding

Windows Vista /Windows 7- installatiehandleiding Laserprinter Serie Windows Vista / 7- installatiehandleiding U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de printer gebruiken. Lees de Installatiehandleiding en

Nadere informatie

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven

Nadere informatie

P-touch Transfer Manager gebruiken

P-touch Transfer Manager gebruiken P-touch Transfer Manager gebruiken Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

Nadere informatie

System Updates Gebruikersbijlage

System Updates Gebruikersbijlage System Updates Gebruikersbijlage System Updates is een hulpprogramma van de afdrukserver dat de systeemsoftware van uw afdrukserver met de recentste beveiligingsupdates van Microsoft bijwerkt. Het is op

Nadere informatie

Firmware Update Bijwerken

Firmware Update Bijwerken Modelnr: Firmware Update Bijwerken Deze handleiding bevat informatie over hoe u de controller firmware van de machine en de PDL-firmware kunt bijwerken. U kunt deze updates van onze website downloaden.

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de

Nadere informatie

Bryton Bridge. Handleiding

Bryton Bridge. Handleiding Bryton Bridge Handleiding Inhoudsopgave SOFTWARE-OVERZICHT... 3 1.1 EERSTE INSTELLING... 3 1.2 EEN ACCOUNT REGISTREREN... 5 COLLECTIE BEHEREN... 6 2.1 UW COLLECTIE BEHEREN OP UW RIDER 50... 6 2.2 UW COLLECTIE

Nadere informatie

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 2.1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 2.1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik Sense Desktop Qlik Sense 2.1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik

Nadere informatie

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik Sense Desktop Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik

Nadere informatie

Boot Camp Installatie- en configuratiegids

Boot Camp Installatie- en configuratiegids Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 3 Benodigdheden 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4

Nadere informatie

Handleiding Certificaat RDW

Handleiding Certificaat RDW Handleiding Certificaat RDW Versie: 11.0 Versiedatum: 27 juli 2015 Beheerder: RDW Veendam - R&I-OP-E&T 3 B 0921p Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie: - Gehele document herzien; - Afbeeldingen

Nadere informatie

Firmware Upgrade Utility

Firmware Upgrade Utility Firmware Upgrade Utility Inhoudsopgave Firmware Upgrade Procedure Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Inhoudsopgave 2 Voorbereiding 3 Modem/router resetten naar fabrieksinstellingen 3 Computer configuratie

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Office+ Introductie Met de module Office+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

Printersoftware. De printersoftware. De Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3.

Printersoftware. De printersoftware. De Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3. Printersoftware De printersoftware De Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3. De printerdriver is de software waarmee u via uw computer de printer kunt besturen.

Nadere informatie

Snel aan de slag met Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x)

Snel aan de slag met Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x) Snel aan de slag Snel aan de slag met Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x) Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x) 2 Cisco Unity Connection Postvak IN Web 2 Opties in Postvak IN

Nadere informatie

Start de applicatie op om naar het inlogscherm te gaan. Onthoudt mijn gegevens

Start de applicatie op om naar het inlogscherm te gaan. Onthoudt mijn gegevens iphone app - Users Users - iphone App Deze Paxton applicatie is gratis verkrijgbaar in de App Store. Deze applicatie is ontwikkeld om gebruikt te worden op elk ios apparaat versie 5.1 of hoger en is uitgevoerd

Nadere informatie

Over de gatewayfunctie van het videoconferentiesysteem

Over de gatewayfunctie van het videoconferentiesysteem Gebruiksaanwijzing Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u deze service gaat gebruiken en bewaar deze op een handige plaats voor toekomstige raadpleging. TOT DE MAXIMALE MATE DIE DOOR DE VAN TOEPASSING

Nadere informatie

Xerox Device Agent, XDA-Lite. Beknopte installatiehandleiding

Xerox Device Agent, XDA-Lite. Beknopte installatiehandleiding Xerox Device Agent, XDA-Lite Beknopte installatiehandleiding XDA-Lite - introductie XDA-Lite is software ontwikkeld voor het verzamelen van gegevens van machines, met als voornaamste doel de automatische

Nadere informatie

Fiery Driver Configurator

Fiery Driver Configurator 2015 Electronics For Imaging, Inc. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. 16 november 2015 Inhoud 3 Inhoud Fiery Driver Configurator...5 Systeemvereisten...5

Nadere informatie

Mamut Vaste Activa. Introductie

Mamut Vaste Activa. Introductie Mamut Vaste Activa Introductie INHOUD 1 OVER MAMUT VASTE ACTIVA...1 2 INSTALLATIE...2 Installatie van het programma... 2 3 REGISTRATIE...5 De registratiewizard voor Mamut Vaste Activa... 5 Bedrijfsinformatie

Nadere informatie

TAB13-201 XENTA 13c 13,3 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES

TAB13-201 XENTA 13c 13,3 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES TAB13-201 XENTA 13c 13,3 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Page 1 of 9 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet naar Android 4.1.1 zullen alle gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

// Mamut Business Software

// Mamut Business Software // Mamut Business Software Eenvoudige installatiehandleiding Inhoud Voor de installatie 3 Over het programma 3 Over de installatie 4 Tijdens de installatie 5 Voorwaarden voor installatie 5 Zo installeert

Nadere informatie

ResponseCard AnyWhere Desktop Gebruiksaanwijzing

ResponseCard AnyWhere Desktop Gebruiksaanwijzing ResponseCard AnyWhere Desktop Gebruiksaanwijzing Systeemvereisten o Intel of AMD 600 MHz processor (1 GHz of hoger aanbevolen) o 256 MB RAM-geheugen (256 MB of meer beschikbaar geheugen aanbevolen) o 60

Nadere informatie

Boot Camp Installatie- en configuratiegids

Boot Camp Installatie- en configuratiegids Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4 Stap 3: Windows

Nadere informatie

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ In deze uitgebreide handleiding vindt u instructies om met Reviews in the Cloud aan de slag te gaan. U kunt deze handleiding ook downloaden (PDF). TIP: De navigatie

Nadere informatie

HANDLEIDING CAMERASYSTEEM. Open eerst een webbrowser naar keuze: bij voorkeur

HANDLEIDING CAMERASYSTEEM. Open eerst een webbrowser naar keuze: bij voorkeur HANDLEIDING CAMERASYSTEEM Korte inhoud: 1. Java Installeren 2. Software Installeren. 3. Software gebruik 1. Java Installeren: Open eerst een webbrowser naar keuze: bij voorkeur firefox of internet explorer

Nadere informatie

Zakelijk Veiligheidspakket van InterNLnet Handleiding voor de installatie van Windows besturingssystemen.

Zakelijk Veiligheidspakket van InterNLnet Handleiding voor de installatie van Windows besturingssystemen. Zakelijk Veiligheidspakket van InterNLnet Handleiding voor de installatie van Windows besturingssystemen. 1 INHOUD: Inleiding blz 3 a) Installatie van het Zakelijk Veiligheidspakket voor de eerste keer.

Nadere informatie

Nieuwe versie! BullGuard. Backup

Nieuwe versie! BullGuard. Backup 8.0 Nieuwe versie! BullGuard Backup 0GB 1 2 INSTALLATIEHANDLEIDING WINDOWS VISTA, XP & 2000 (BULLGUARD 8.0) 1 Sluit alle geopende toepassingen, met uitzondering van Windows. 2 3 Volg de aanwijzingen op

Nadere informatie

Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN

Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN In

Nadere informatie

Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding

Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie

Nadere informatie

Opleiding: Webmail outlook 2007

Opleiding: Webmail outlook 2007 Opleiding: Webmail outlook 2007 1. Inloggen Via de website: 1. http://webmail.hostedexchange.be of via 2. http://www.mpcterbank.be/personeel e-mailadres = voornaam.achternaam@mpcterbank.be wachtwoord:

Nadere informatie

Handleiding installatie Rental Dynamics

Handleiding installatie Rental Dynamics Handleiding installatie Rental Dynamics Versie: 1.1 Datum: 9 januari 2015 1. Inleiding Deze handleiding beschrijft de procedure voor de installatie van Rental Dynamics en de benodigde software. In hoofdstuk

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing / Installatiehandleiding

Gebruiksaanwijzing / Installatiehandleiding RICOH TotalFlow Prep Gebruiksaanwijzing / Installatiehandleiding Voorafgaand aan de installatie Installatie Version 3.0 Opstarten/afsluiten Bekijk het Help-systeem van uw product voor informatie die niet

Nadere informatie

Gids Instelling Verzenden

Gids Instelling Verzenden Gids Instelling Verzenden In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de Instel-tool Zendfunctie kunt gebruiken om de machine in te stellen voor het scannen van documenten als e-mails (Verzenden naar e-mail)

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

SIM SAVER KORTE HANDLEIDING

SIM SAVER KORTE HANDLEIDING SIM SAVER KORTE HANDLEIDING (WinXP en 2000: Indien u het toestel niet in dezelfde USB-poort steekt, zal de drive voor de tweede poort opnieuw moeten worden gedefinieerd. Dit probleem heeft te maken met

Nadere informatie

Graag voor gebruik lezen. Borduurwerk editing software. Installatiegids

Graag voor gebruik lezen. Borduurwerk editing software. Installatiegids Graag voor gebruik lezen Borduurwerk editing software Installatiegids Lees eerst het volgende voordat u het cdrompakket opent Hartelijk dank voor de aanschaf van deze software. Lees de onderstaande Productovereenkomst

Nadere informatie

HRM-Reviews in the Cloud Handleiding voor PZ

HRM-Reviews in the Cloud Handleiding voor PZ HRM-Reviews in the Cloud Handleiding voor PZ In deze uitgebreide handleiding vindt u instructies om met Reviews in the Cloud aan de slag te gaan. U kunt deze handleiding ook downloaden (PDF). TIP: De navigatie

Nadere informatie

TAB10-201 XENTA 10ic 10 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES

TAB10-201 XENTA 10ic 10 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES TAB10-201 XENTA 10ic 10 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Page 1 of 10 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet naar Android 4.1.1 zullen alle gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm

Nadere informatie

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren Automatisch activeren via internet

Nadere informatie

CycloAgent v2 Handleiding

CycloAgent v2 Handleiding CycloAgent v2 Handleiding Inhoudsopgave Inleiding...2 De huidige MioShare-desktoptool verwijderen...2 CycloAgent installeren...4 Aanmelden...8 Uw apparaat registreren...8 De registratie van uw apparaat

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding Secure Backup Installatiehandleiding Handelsmerken en auteursrechten Handelsmerken Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Alle anderen

Nadere informatie

portal gebruikershandleiding

portal gebruikershandleiding portal gebruikershandleiding Inhoudsopgave 1. Aan de slag Wat is de net10 portal? Aanmelden als net10 partner Inloggen Startpagina Mijn account Mijn account Een krediet account aanvragen Mijn account Gebruikersbeheer

Nadere informatie

Fuel. Handleiding voor installatie en gebruik

Fuel. Handleiding voor installatie en gebruik Fuel Handleiding voor installatie en gebruik Inhoudsopgave 1. Installatie 2. Gebruik - Windows - Linux / Apple / andere systemen - Een nieuw voertuig aanmaken - Uitgaven 3. Onderhoud - Waarschuwingen -

Nadere informatie

Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1

Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1 Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1 22 oktober 2015 Voor vragen of problemen kunt u contact opnemen via: telefoonnummer 030-2729976. Of e-mail naar support@powerproject.nl.

Nadere informatie

Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC

Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC Laatste revisie: 29 juli 2009 Inhoudsopgave Inleiding... 2 1 Installatie ODBC driver... 2 2 Systeeminstellingen in AbiFire5... 3 2.1 Aanmaken extern profiel...

Nadere informatie

VIDA ADMIN SNELGIDS INHOUD

VIDA ADMIN SNELGIDS INHOUD INHOUD 1 VIDA ADMIN... 3 1.1 Controlelijst... 3 1.2 Gebruiker toevoegen... 3 1.3 Het registreren van VIDA All-in-one... 4 1.4 Activeer het abonnement en koppel gebruiker en computer aan het abonnement...

Nadere informatie