VERSLAG VAN DE FRANS-BELGISCHE AKKERVOGELINVENTARISATIE 2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERSLAG VAN DE FRANS-BELGISCHE AKKERVOGELINVENTARISATIE 2013"

Transcriptie

1 VERSLAG VAN DE FRANS-BELGISCHE AKKERVOGELINVENTARISATIE 2013 Olivier Dochy Provincie West-Vlaanderen April 2014

2 DANKWOORD Alle tellers verdienen een welgemeend woord van dank. Ze hebben er heel wat uren hopelijk aangenaam veldwerk aan besteed. Dit zijn ze: Becuwe Dirk Bollengier Bart Bril Bernard Bruneel Filip Calesse Louis Clarysse Korneel Coelembier Dieter Debeuf Patrick Degraeve Kris Delbecque Christophe Demeulemeester Miguel Depoortere Miguel Derouin Delfine Dubrulle Guillaume Dochy Olivier Goemaere Kristof Goetgheluck Pierre Gouwy Jan Hars David Juignet Christelle Leboucher Hugues Lemahieu Isabel Morvan Romain Olivier Monique Piette Julien Pischuitta Rudy Planquelle Daniel Quaghebeur Guido Ryckelynck Thierry Salenbier Christophe Salenbier Victor Vandeputte Willy Vanhoutte Edwin Veramme Willem Verhalle Patrick Vermeersch Hans Vermersch Gérard Dirk Maes van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) verdient een dikke pluim voor zijn hulp bij het analyseren van de data en het berekenen van de significanties. Verder verleenden ook de Provincie West-Vlaanderen en de Regionale Landschappen West-Vlaamse Heuvels en IJzer & Polder logistieke medewerking. Deze organisaties en de VLM lieten ook een medewerker een aanzienlijk deel van de telpunten inventariseren, wat sterk bijgedragen heeft tot het succes van de telling. Aan Franse kant werden de contacten verzorgd door Christophe Delbecque van de organisatie Pays des Moulins de Flandre. Ook Bart Bollengier van het Centre Permanent d'initiatives pour l'environnement Flandre Maritime (CPIE) zette zich volop in voor de mobilisatie van Franse vrijwilligers. Aan allen onze welgemeende dank/merci! Wijze van citeren: Dochy O., Verslag van de Frans-Belgische akkervogelinventarisatie Provincie West-Vlaanderen, Brugge. 105 p. Contact: Olivier Dochy Provinciebestuur West-Vlaanderen Provinciehuis Boeverbos Dienst Milieu-, Natuur- en Waterbeleid, sectie Natuur & Landschapsecologie Koning Leopold III-laan 41, 8200 Brugge tel.: Foto voorpagina: mannetje Geelgors, Shutterstock. Andere foto s van de auteur, tenzij anders vermeld.

3 INHOUD 1. INLEIDING Aanleiding project Aanwezigheid van de Geelgors in de grensregio - als doelsoort voor acties Onderzoeksvragen METHODE Selectie studiegebied en telmethode Methode punttelling vogels Methode evaluatie van het landschap: landschapsscore Methode evaluatie landschapselementen: KLE-score Verwerking gegevens Verwerking vogeltellingen Verwerking landschaps- en KLE-informatie Bepalen van kerngebieden voor akkervogels RESULTATEN EN DISCUSSIE Zijn er verschillen tussen België en Frankrijk? Inleiding Verschilt het globale landschap tussen België en Frankrijk? Verschilt de aanwezigheid van kleine landschapselementen tussen België en Frankrijk? Is er een verschil tussen België en Frankrijk in presentie? Is er een verschil tussen België en Frankrijk in vogeldichtheid: aantal vogels of aantal territoria? Valt er iets te leren uit het verschil tussen presentie en dichtheid? Welke impact heeft het landschap op de aanwezigheid van akkervogels? Welke kleine landschapselementen zijn van belang voor akkervogels? Globaal Houtige KLE s Ruigte Bloemrijk grasland Gewas Water Bebouwd Slotbeschouwing bij de KLE s Zijn er kerngebieden aan te duiden?... 39

4 4. SOORTBESPREKING Bergeend Blauwborst Boerenzwaluw Braamsluiper Bruine kiekendief Buizerd Canadese gans Fazant Geelgors Gele kwikstaart Grasmus Graspieper Grauwe gors Grauwe vliegenvanger Groenling Grote lijster Huiszwaluw Kievit Kneu Koekoek Kwartel Nijlgans Patrijs Putter Rietgors Ringmus Roek Roodborsttapuit Scholekster Spotvogel Torenvalk Veldleeuwerik Witte kwikstaart Zomertortel Zwarte roodstaart Andere vogelsoorten Haas Konijn Ree SAMENVATTING EN CONCLUSIES... 83

5 Referenties BIJLAGEN Voorbeeld van een inventarisatieformulier (voor- en achterzijde) Handleiding voor de telling (handouts van presentatie) Informatie per telpunt: X-Y-coördinaten, teller, KLE- en landschapsscores... 97

6 VERSLAG VAN DE FRANS-BELGISCHE AKKERVOGELINVENTARISATIE INLEIDING 1.1.Aanleiding project De Geelgors is al sinds 2004 een doelsoort voor agrarisch natuurbeheer in West-Vlaanderen. De soort is sterk achteruitgegaan in de voorbije decennia. Sindsdien zijn her en der al maatregelen getroffen. Maar de huidige toestand is onvoldoende gekend om te kunnen oordelen of de soort standhoudt, toeneemt of verder achteruitgaat. Daarom werd in 2013 besloten tot een nieuwe grootscheepse inventarisatie, met de hulp van vrijwillige vogelkijkers. Naast de Geelgors zijn er nog tal van andere akkervogels die sterk achteruitgaan of waarvan de huidige toestand slecht gekend is: Veldleeuwerik, Patrijs, Grauwe gors (al verdwenen in West- Vlaanderen), Gele kwikstaart, Kievit, enz. Die werden meegenomen in de telling, net als soorten van kleine landschapselementen, zoals Zomertortel, Grasmus, Braamsluiper, Spotvogel, Putter en Ringmus. Het veldwerk voor de inventarisatie werd uitgevoerd in het voorjaar van Omdat er ook belangstelling was van vrijwilligers aan Franse kant werd het project uitgebreid tot de allereerste grensoverschrijdende broedvogelinventarisatie van de regio. Dit verslag presenteert de resultaten Aanwezigheid van de Geelgors in de grensregio - als doelsoort voor acties Tot in de jaren 1980 broedde de Geelgors nog zowat overal in de provincie, van de duinen tot de Scheldevallei. Lippens & Wille (1972) schatten het aantal eind jaren 1960 nog op koppels in West-Vlaanderen. In was dit al geslonken tot zo n paartjes (Devillers et al., 1988). Daarna ging het nog steiler bergaf. Anno 2013 is de verspreiding sterk teruggedrongen tot de Westhoek, in een smalle strook van pak 5 km langs de Franse grens. In 2003 schatten we het aantal resterende koppels in de provincie op 87 à 100 (Dochy, 2013). Sindsdien is geen betrouwbare schatting meer gemaakt. Voor de Henegouwse enclave Komen-Waasten vermeldt de atlas van minimum 100 paar. Anno was dit geslonken tot 5 à 10 koppels (Jacob et al., 2010). In Frankrijk lijkt de Geelgors nog vrij algemeen en overal verspreid. De broedvogelatlas van Noord- Frankrijk (periode , Tombal et al. (1996)) vermeldt een vlakdekkend en algemeen voorkomen, duinen en polders inbegrepen. De dichtheden in dit laatste gebied en de Leievallei waren er wel wat lager dan elders, wat nu ook nog zo is. Dat is dus duidelijk een veel ruimere verspreiding dan in West-Vlaanderen. Een ruwe schatting levert zo n 400 à 500 koppels voor het Franse deel van het studiegebied. Is dat nog altijd zo of is de achteruitgang ook daar ingezet? En 1

7 waarom zouden er in Frankrijk dan meer zitten dan in West-Vlaanderen? Kunnen we uit deze verschillen iets leren voor de beschermingsaanpak? Daarom werd voorgesteld om de inventarisatie langs beide zijden van de grens te doen, en tegelijkertijd extra soorten en biotoopelementen te noteren. Dankzij de grensoverschrijdende samenwerking in de Interreg-projecten BiPS 1 en Petliv 2 (nu gebundeld in vervolgproject Terco 3 ), sloten de Franse projectpartners zich ook bij dit project aan, het eerste in zijn soort Onderzoeksvragen De vragen die deze studie hoopt op te lossen, zijn de volgende: 1. Zijn er verschillen tussen Frankrijk en België? - in aantal telpunten met een bepaalde soort = presentie van soort X? - in aantal vogels per telpunt = talrijkheid van soort X? - in landschap en aanbod aan kleine landschapselementen (KLE s)? 2. Welke zijn de landschaps- of KLE-eisen van soort X? 3. Zijn er gebieden die duidelijk beter zijn dan andere? 4. Welke beschermingsmaatregelen kunnen we hieruit destilleren? 1 BiPS = Biodiversité périurbaine / Biodiversiteit in de stadsrand (Interreg IV): zie 2 Petliv = Paysage en transformation / Landschap in verandering (Interreg IV): zie 3 Terco = Territoriale coöperatie (Interreg IV) 2

8 2. METHODE 2.1. Selectie studiegebied en telmethode Het studiegebied strekt zich uit over een strook van 12 km aan weerszijden van de Frans-Belgische grens, van de zeereep tot aan de grens met Henegouwen (fig. 2). Aan de West-Vlaamse kant omvat dit het hele verspreidingsgebied van de Geelgors waardoor het hier en daar iets breder is. De Henegouwse enclave Komen-Waasten werd mee opgenomen. Het aantal geoefende vrijwilligers was niet zo hoog. Een gebiedsdekkende territoriumkartering was daarom niet mogelijk. Om toch een beeld te krijgen van de aanwezigheid van de Geelgors in een groot gebied, werd daarom geopteerd voor een steekproefmethode. De beste methode hiervoor is de punttellingenmethode, zoals ook in Nederland al jaren wordt gedaan in het akkervogelmeetnet (Roodbergen et al., 2013). Een nadeel is natuurlijk dat je geen compleet zicht krijgt op het totaal aantal territoria. De voordelen zijn anderzijds de hogere reproduceerbaarheid voor latere vergelijking (gelijke inspanning op elk punt), en het feit dat ook op het oog oninteressante of meer afgelegen gebieden binnen dezelfde werktijd toch bezocht konden worden. Op plaatsen met zeer lage dichtheden is de kans groter dat een soort niet werd opgemerkt terwijl ze wel aanwezig was. De methode is dan ook niet zo gevoelig voor lage dichtheden. De bedoeling van het onderzoek is echter om de grote dichtheden te vinden, de gebieden waar nog kernpopulaties zijn. De telpunten zijn gekozen door een raster van zeshoeken met zijden van 1 km over de regio te leggen, zie figuur 1 en 2. Elk hoek- en middelpunt is een mogelijk telpunt en ligt even ver van elke buur, namelijk één kilometer. Telpunten die, rekening houdend met een straal van 300 m, voor de helft of meer in bos of bebouwde kom gelegen zijn, zijn uit de selectie verwijderd. Wat overblijft is een gebied met precies 1000 potentiële telpunten. Hiervan werden 10% of 100 telpunten random gekozen. Dit is de statistische basis voor de achtergrondwaarde van het grondgebruik en de dichtheden. Vrijwilligers werden aangespoord om eerst deze punten te kiezen. Daarnaast mochten ze zo veel extra punten tellen als ze konden. Op één voormiddag is het mogelijk om 8-12 punten te tellen, afhankelijk van hun onderlinge afstand. Telpunten die op een onbereikbare plaats lagen, werden verschoven naar de dichtstbijzijnde wel bereikbare plaats met vergelijkbaar landschap. De telcirkel verplaatste zich uiteraard mee en mocht de telcirkel van een naburig punt niet overlappen. In bijlage 2 is de handleiding van het onderzoek opgenomen (handouts van presentatie). In totaal werd vanop 391 telpunten minstens tweemaal geteld (tabel 1). 3

9 Tabel 1: Aantal telpunten en verdeling volgens regio. Regio Beschikbaar aantal Aantal geteld Aantal random Aantal met 2 telrondes Aantal met 3 telrondes België Frankrijk Totaal Figuur 1: Configuratie van het raster telpunten volgens een zeshoekig ratenpatroon. Elk telpunt ligt op 1 km van zijn naaste buur. In de praktijk werden de meeste telpunten enkele tientallen tot een paar honderd meter verschoven tot op een toegankelijke plaats langs een openbare of pad. Figuur 2: Situering van het studiegebied met alle prioritaire random telpunten (rood), de andere door vrijwilligers getelde telpunten (bruin) en de overige set aan potentiële maar niet getelde telpunten (geel). Figuur 3: Situering van de grote landschappelijke eenheden in het studiegebied. 4

10 2.2. Methode punttelling vogels De telling bestaat erin van gedurende exact 7 minuten alle vogels te noteren die binnen een straal van 300 m rond het telpunt worden waargenomen (gezien of gehoord). Daarbij hoort één vlotte scan met de verrekijker 360 rondom om verderafgelegen plekken af te speuren (duur: 1 minuut). Alle verdere waarnemingen gebeuren met het blote oog en oor. De verrekijker wordt enkel gebruikt om de determinatie te bevestigen, de vogels te tellen of details te zien zoals geslacht of leeftijd. De laatste 2 minuten van een telronde worden gebruikt om het formulier in te vullen. De tellingen gebeuren tussen zonsopgang en 5 uur daarna. Per telpunt zijn minstens 2 en liefst 3 telrondes nodig, in de volgende periodes: - telronde 1: 1-30 april - telronde 2: 1-31 mei - telronde 3: 1-30 juni De vogels worden op een gedetailleerde luchtfoto genoteerd op de plaats waar ze zijn gehoord of gezien, met een code die de broedzekerheid of het gedrag aangeeft. Een baltsende vogel of een vogel die voedsel transporteert naar zijn jongen heeft ter plaatse zeker een territorium, terwijl een zittende of gewoon voedselzoekende vogel dat niet met zekerheid betekent. Louter overvliegende vogels die geen binding met het terrein vertonen (niet vertrekken of landen, niet jagen) worden niet meegeteld. Op de luchtfoto staat de straal van 300 m aangegeven. Zie bijlage 1 voor een voorbeeldformulier. De te gebruiken codes voor het noteren van vogels en hun gedrag staan in de tabel rechtsboven op dat formulier. De te onderzoeken soorten zijn voor het merendeel typisch voor agrarisch gebied, maar een aantal horen meer thuis op erven of in tuinen, zie tabel 2 voor de lijst. Van zes van deze soorten waren er nauwelijks waarnemingen: Blauwe kiekendief (1), Gekraagde roodstaart (0), Grauwe gans (1), Grauwe kiekendief (0), Grutto (3) en Orpheusspotvogel (1). Daarom zijn ze niet opgenomen in de analyses. De makkelijk waarneembare zoogdieren Haas, Konijn en Ree werden ook genoteerd. Daarnaast komen nog een pak andere soorten voor in landbouwgebied. Om de aandacht van de tellers niet te overbelasten zijn ze met deze tellingenronde niet meegenomen. Het betreft o.a. duiven, kraaien (behalve Roek), water- en rietvogels, lijsters, Spreeuw, mezen, allerlei zangers (Tjiftjaf, Zwartkop, Winterkoning, Heggenmus, Tuinfluiter, enz.), bosvogels, Vink, Huismus, andere roofvogels (bv. Boomvalk en Sperwer), uilen, enzovoort. Na het veldwerk dient de waarnemer per soort het aantal vastgestelde exemplaren samen te tellen, en voor een selectie van duidelijk territoriale soorten ook het aantal territoria af te leiden uit de verzamelde informatie. Een zingend mannetje geeft duidelijk de aanwezigheid van een territorium aan, maar een vogel die gewoon op de grond zit en wat voedsel zoekt niet. Aangezien het broedseizoen was en die laatste vogel dus waarschijnlijk wel binnen zijn territorium verbleef, wordt zo n vogel als een half territorium meegeteld. Voor niet territoriale soorten of voor soorten met hele grote territoria zoals roofvogels, wordt enkel gerekend met het aantal waargenomen exemplaren. Deze aantallen worden ingevuld op de achterkant van het formulier, zie bijlage 1. 5

11 Tabel 2: Lijst van onderzochte soorten met hun afkorting voor gebruik op de veldformulieren. Type staat voor de landschapskeuze van elke soort. OLA=open landschappen akkervogel, KLA=kleinschalige landschappen akkervogel, x=typische soort van agrarisch gebied maar niet zo gebonden aan openheid of kleinschaligheid. Deze typering wordt verderop veel gebruikt in de toelichtingen. Soort Afk. Type Soort Afk. Type Bergeend BE Kievit Ki OLA 4 Blauwborst BB OLA Kneu Kn KLA Blauwe kiekendief BlK OLA Koekoek Koe Boerenzwaluw BZw x Kwartel Kw OLA Braamsluiper BS KLA Nijlgans NGa Bruine kiekendief BrK OLA Patrijs Pa KLA Buizerd Bui Putter Pu KLA Canadese Gans CGa Rietgors RG x Fazant Fa KLA Ringmus RM KLA Geelgors GG KLA Roek Ro x Gekraagde roodstaart GR KLA Roodborsttapuit RT KLA Gele kwikstaart GKw OLA Scholekster Sc OLA Grasmus GM KLA Spotvogel SV KLA Graspieper GP OLA Orpheusspotvogel OSV KLA Grauwe Gans GGa Torenvalk TV x Grauwe gors GrG OLA Veldleeuwerik VL OLA Grauwe kiekendief GrK OLA Witte kwikstaart WKw Grauwe vliegenvanger GVl Zomertortel ZoT KLA Groenling Gr Zwarte roodstaart ZR Grote Lijster GL x Haas Hs x Grutto Gr Konijn Kon Huiszwaluw HZw Ree Re 2.3. Methode evaluatie van het landschap: landschapsscore Naast de vogels werd ook het landschap omschreven. Een algemeen beeld wordt verkregen door de landschapsscore. Per telpunt worden 8 gehele punten toegekend, te verdelen over 5 grove grondgebruikstypes: Agrarisch = akker, grasland Bebouwd = alle gebouwen (ook hoeve), en, infrastructuur, hoogspanningsmast, Natuur droog = ruigte, struweel, bloemrijke percelen of bermen, taluds met deze vegetatie, Natuur nat = riet, lisdodde, zegge, pitrus, maar ook vijvers, grote sloten, Bos = bos, rijk park, opvallende grote dreef of houtkant De punten worden gegeven in verhouding tot de relatieve oppervlakte van elk grondgebruik. Voor relatieve oppervlaktes van minder dan 1/8 kan toch een punt gegeven worden wanneer de factor een belangrijke impact heeft op het landschap, bv. een klein maar oud bos. Voor bebouwing wordt de ondergrens voor 1 punt vastgesteld op 1 gebouw. Voor oppervlaktes van meer dan 1/8 telt de 4 Kievit wordt niet meegerekend bij totalen OLA s of akkervogels omdat de berekening voor die soort anders verlopen is. Maar in wezen is het wel een OLA. 6

12 reële oppervlakteinname. De som van alle scores is altijd 8. De in te vullen tabel staat links onderaan de voorzijde van het formulier in bijlage 1. Enkele voorbeelden zie hieronder, er staan er meer in de handleiding in bijlage 2: Figuur 4: Voorbeelden van toekennen van de landschapsscore aan verschillende grondgebruiksvormen. Zie tekst voor details. 7

13 2.4. Methode evaluatie landschapselementen: KLE-score Een fijnere benadering gebeurt via het aanduiden van de aanwezigheid van bepaalde kleine landschapselementen (KLE s). Hier wordt geen oppervlakte gevraagd omdat dit moeilijk en tijdrovend is, maar enkel de aan- of afwezigheid. De te beoordelen KLE s kunnen algemeen als belangrijk voor akkervogels beschouwd worden. Andere KLE s die van belang zijn, zoals kleine waterlopen en drukke en, moesten niet genoteerd worden omdat ze via GIS automatisch kunnen achterhaald worden. De tabel om KLE s aan te vinken staat rechts onderaan de voorzijde van het formulier in bijlage 1. Bijlage 2 verduidelijkt de beoordeling van de vermelde KLE s en geeft een reeks voorbeelden Verwerking gegevens Verwerking vogeltellingen We gaan uit van de veronderstelling dat hoe hoger de broedvogeldichtheid is in een gebied, hoe meer vogels in een telpunt zullen zijn waargenomen. Als maat hiervoor nemen we het maximum waargenomen aantal dat werd vastgesteld tijdens één van de 2 of 3 tellingen. Voor de territoriale soorten wordt analoog met het maximum vastgesteld aantal territoria gewerkt. Bemerk: voor Kievit worden de gegevens van de derde ronde niet in rekening gebracht. Voor die soort is het broedseizoen dan al grotendeels voorbij en zijn de meeste vogels niet meer aan hun territorium gebonden. Ze zwerven dan rond in groepjes wat een sterk vertekend beeld kan opleveren. Voor die soort zijn enkel de telpunten in rekening gebracht waar ronde 1 én ronde 2 zijn uitgevoerd. In eerste instantie willen we weten of soort X anders verspreid is in Frankrijk dan in België. Dat kan door de presentie in beide landen te vergelijken. Dit is het percentage van de telpunten waar de soort aanwezig is, d.w.z. minstens eenmaal met één of meerdere exemplaren is vastgesteld. De significantie wordt getoetst met een χ²-test (df=1). In tweede instantie willen we weten welke soorten talrijker zijn in België dan in Frankrijk of omgekeerd. We baseren ons hiervoor op het verschil tussen het gemiddelde per land, van het maximum aantal vogels (van die soort) dat op elk telpunt is vastgesteld tijdens de 2 of 3 tellingen. Dit eventuele verschil wordt getoetst met een generalised linear model met het programma R Verwerking landschaps- en KLE-informatie We wensen te weten of een soort een voorkeur of afkeer vertoont voor elk grondgebruikstype (uit landschapsscore) of KLE. Dit kan door de gemiddelde landschaps- of KLE-score voor de telpunten waar soort X minstens één keer is vastgesteld, te vergelijken met de gemiddelde score in de hele steekproef (= van alle getelde punten). De meetwaarden per telpunt zijn Poisson-verdeeld want ze 8

14 hebben waarde 0 of 1. Door gebruik te maken van een hiervoor aangepast generalised linear mixed model kan afgeleid worden of deze twee waarden significant van elkaar afwijken (met programma R ). Zo ja, dan kan besloten worden dat er een voorkeur of afkeer is van soort X voor dat kenmerk, of m.a.w. of de soort die elementen verkiest, dan wel mijdt. We willen ook weten of er een verschil is tussen België en Frankrijk in landschapsscore of in het aanbod aan KLE s. Dit wordt op analoge manier berekend als hierboven. Misschien verklaart dat wel de verschillen in vogeldichtheden uit vorig punt? Een analyse van het effect van combinaties van KLE s (bv. haag + lage + waterloop) op de aanof afwezigheid van elke soort zou heel interessant zijn. Maar dit is erg tijdrovend en valt daarom buiten het bestek van deze studie Bepalen van kerngebieden voor akkervogels Als je voor een groep soorten alle bekomen maxima per soort samentelt, krijg je voor elk telpunt een totaalscore. We doen dit voor alle typisch agrarische soorten samen, voor de KLA s en voor de OLA s. Tabel 2 in 2.2 vermeldt over welke soorten het gaat. De Kievit (een OLA) is niet in deze berekening opgenomen omdat daar maar 2 bezoekrondes voor in aanmerking kwamen en die niet gelijk waren voor elk telpunt. Bovendien verstoren de vaak vrij grote aantallen Kieviten per telpunt het beeld, bv. in de niet zo open maar wel voor Kieviten zeer geschikte IJzervallei. De kerngebieden worden daarna visueel opgespoord op die kaarten. We kijken naar drie soortengroepen: Som OLA s = som maxima van Blauwborst + Blauwe kiekendief + Bruine kiekendief + Gele kwikstaart + Graspieper + Grauwe gors + Grauwe kiekendief + Kwartel + Scholekster + Veldleeuwerik Som KLA s = som maxima van Braamsluiper + Fazant + Geelgors + Gekraagde roodstaart + Grasmus + Kneu + Som alle typisch agrarische soorten = Som OLA s + Som KLA s + Boerenzwaluw + Grote lijster + Rietgors + Torenvalk + Haas Opmerking: De statistische testen zijn uitgevoerd door Dirk Maes van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), waarvoor onze beste dank. Relaties die via deze berekeningen als "significant" worden aangemerkt, worden beschouwd als "zo goed als zeker": p<0,05 betekent dat er minder dan 5% kans is dat de stelling verkeerd is, of voor 95% zeker juist, en dat wordt beschouwd als voldoende zekerheid. 9

15 3. RESULTATEN EN DISCUSSIE 3.1. Zijn er verschillen tussen Frankrijk en België? Inleiding De natuur kent geen grenzen, dat is bekend. Maar ze herkent er wel als er duidelijk andere gebruiken zijn. Wie door het landschap van België naar Frankrijk wandelt ziet snel een verschil. In Frankrijk is er minder verspreide bebouwing, zijn er meer graanvelden, meer graanstoppels, minder maïs en minder grote veestallen. En er zijn nog heel wat huisweiden met geschoren hagen. In België vind je over het algemeen kleinere percelen en een grotere gewasdiversiteit, met o.a. meer groenten. Dit zijn indrukken, die echter niet gemeten werden in dit onderzoek omdat dit te tijdrovend was. We hebben ons beperkt tot het noteren van de algemeen herkenbare kleine en grote landschapselementen. Hier bekijken we welke weerslag dit heeft op de vogelbevolking. In bijlage 3 zit een tabel met alle info per telpunt: X-Y-coördinaten, teller, KLE- en landschapsscores Verschilt het globale landschap tussen België en Frankrijk? Als je de landschapsscores vergelijkt tussen de verondersteld representatieve steekproef van 100 random gekozen telpunten, en die van alle getelde telpunten bij elkaar, dan zien we praktisch geen verschil. Geen enkel van die verschillen is significant. De random steekproef beschrijft dus goed het landschap van beide landen samen. Vergelijk je echter de landschapsscores van de random telpunten met die van alle telpunten per land afzonderlijk, dan is de overeenkomst minder goed. Op basis van de random gekozen telpunten heeft België een significant hogere graad aan bebouwing (p<0,05). Op basis van alle telpunten samen is dit echter niet zo maar is er wel een hoger aandeel natte natuur in Frankrijk (p<0,010). Het verschil is allicht te wijten aan een niet-random bemonstering in België. Daar is vooral het huidige verspreidingsgebied van de Geelgors geteld. De keuze van de waarnemers zal er toe geleid hebben dat er wat minder nabij bebouwing of bos is geteld en wat meer in puur agrarisch gebied. Tabel 3: Vergelijking landschap tussen studiegebied in België en in Frankrijk. Verdeling van grondgebruikstypes in score op een totaal van 8 punten. In groen: significant grotere waarde dan het buurland. Kolom random = resultaat van set van 100 willekeurig gekozen telpunten over hele projectregio (1000 potentiële telpunten). Kolom alle = resultaat van alle 391 effectief getelde telpunten. België Frankrijk Hele gebied alles random alles random alles random Agrarisch 6,57 6,34 6,47 6,65 6,53 6,52 Bebouwd 1,04 1,11 0,99 0,89 1,02 0,99 Droge natuur 0,14 0,23 0,13 0,07 0,14 0,14 Natte natuur 0,09 0,09 0,19 0,22 0,13 0,16 Bos 0,16 0,23 0,22 0,16 0,18 0,19 Aantal telpunten

16 Bemerk dat een score van 1 op 8 voor bebouwing niet direct betekent dat 12,5 % van de oppervlakte bebouwd is. Vanaf één gebouw binnen de telcirkel met straal van 300 meter moest hier een score 1 gegeven worden. Het kleine verschil tussen beide landen betekent dat in Frankrijk iets meer telpunten gelegen zijn op meer dan 300 meter van enige bebouwing. België heeft meer verspreide bebouwing op het platteland waardoor er bijna altijd wel een huis, hangar of hoeve in een telcirkel viel. Hoe je het ook bekijkt, het globale verschil in landschap tussen België en Frankrijk is klein, zoals te zien in figuur 5. Voor verdere berekeningen van de landschaps- of KLE-voorkeur van soorten wordt met de totale set aan telpunten gewerkt. Er wordt aangenomen dat de biotoopvoorkeur van een soort niet verschilt van land tot land. De steekproef wordt dan groter en de resultaten robuuster. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% Bos Natuur nat Natuur droog Bebouwd Agrarisch 10% 0% Alle telpunten België Frankrijk Figuur 5: Verdeling van de gemiddelde score van de landschapstypes per telpunt in België en Frankrijk, omgerekend naar percentage. De foto s hierna (uit ) geven een impressie van enkele typische landschappen in het studiegebied in België en Frankrijk. 11

17 Figuur 6a: De grens met links in Frankrijk de Dunes du Perroquet en rechts in België de Westhoek. Figuur 6b: De Moeren, Belgische kant, noordkant gebied. Links van snel liggen de Cabourgduinen en de Noordzee. 12

18 Figuur 6c: De Franse Moeren: nog grootschaliger en rechthoekiger percelen dan aan de Belgische zijde. Koolzaad was in 2013 afwezig rond de Belgische telpunten. Figuur 6d: Frankrijk heeft meer natte natuur, maar dit is vaak in de vorm van jachtputten. Hier vlakbij Hondschoote op de overgang tussen polders (vooraan) en zandleemstreek (achteraan) liggen er heel wat. In de verte zie je de bergen. 13

19 Figuur 6e: Grasbufferstroken of perceelsranden in hun meest gewone vorm als uniforme, jaarlijks één- tot tweemaal gemaaide grasstroken (polders nabij Veurne). Figuur 6f: IJzervallei (vooraan) t.h.v. het Eversambos in Elzendamme (Stavele), met de zandleemstreek en de bergen op de achtergrond. Vooral grasland in de vallei zelf en gemengde eerder kleinschalige landbouw daarbuiten. 14

20 Figuur 6g: Bloemrijk grasland langs de bovenloop van de IJzer in Bambecque (F). Dergelijke percelen zijn erg zeldzaam en komen duidelijk meer in Frankrijk voor dan in België. De combinatie met een gevarieerde haag, met lage en hoge, en zowel hooiland, weiland als akkers, en nog een waterloop erbij zorgt voor een hoge diversiteit aan vogels. Figuur 6h: Vallei van de Heidebeek in Haringe. Links van de beek is Frankrijk, rechts is België. In België probeert men vaak valleigraslanden in akker om te zetten. In Frankrijk maakt men er jachtputten van... De struiken langs de beek staan vooral op Franse zijde, op de Belgische oever zijn ze meestal verwijderd (met meer erosie tot gevolg). De natuur kent geen grenzen zegt het spreekwoord, maar ze zijn er wel. 15

21 Figuur 6i: Typisch beeld van de Franse zandleemstreek. Kleine hoeves met her en der een perceeltje grasland omzoomd met een haag. Veel graan en weinig mais (omgeving Herzeele-Houtkerque). Figuur 6j: Typisch beeld van de Belgische zandleemstreek, tussen Reningelst ( achter fotograaf ) en de Kemmelberg (rechtsachter in beeld). Gemengde landbouw, weinig KLE s, vaak kale waterlopen, her en der grote stallen en verspreide bebouwing. De onderzochte regio is wat dit betreft nog niet zo sterk bebouwd als de andere delen van zandlemig West- Vlaanderen. Afwisseling van relatieve openheid van akkerpercelen (voorgrond en links), en eerder besloten terrein langs waterlopen en rond hoevegebouwen zorgt toch voor relatief hoge dichtheden en diversiteit aan akkervogels in dit gebied. 16

22 Figuur 6k: De westkant van de Kemmelberg (Dranouter). Kleine percelen, grote variatie, veel struiken en kleine haagrestanten. Zelden of geen volledige hagen rond huisweiden zoals in Frankrijk. Voornamelijk bos op de bergen zelf. Vrij veel (nat) grasland op de flanken en in de beekvalleien. Figuur 6l: In Frankrijk is de omgeving van de bergen nog kleinschaliger en met minder verspreide bebouwing. Ook minder graslanden, de natte percelen liggen er vaker nog onder bos. Hier de Zwarteberg (Boeschepe). 17

23 Figuur 6m: Leemstreek in Wijtschate: relatief grote percelen, weinig KLE s. Enkele W.O. I-relicten (mijnkraters), graan, aardappelen en mais als overheersende gewassen maar grasland vormt een minderheid. Figuur 6n: Overgang van de leemstreek (hoger gelegen deel rechts) naar de brede alluviale (pleistocene) Leievallei t.h.v. de Breemeersen te Nieuwkerke. Op de flank zelf zijn nog veel oude KLE s te vinden (bolwerk Zomertortel), in de vallei is er veel intensief grasland, maar verder van de flank is er weer gevarieerd kleinschalig agrarisch gebied. Achterste helft foto is Frankrijk (Bailleul). 18

24 Verschilt de aanwezigheid van kleine landschapselementen tussen België en Frankrijk? Van de KLE s werd enkel de aan- of afwezigheid in de telcirkel genoteerd. Het aantal of de kwaliteit werd niet beoordeeld. Tabel 4 toont de gelijkenissen en verschillen tussen beide landen. De resultaten zijn uitgedrukt in percentage van de telpunten waar het element aanwezig was (presentie). De laatste kolom geeft aan welk land de statistisch significant hoogste score haalt. De parameter SomKLE geeft het gemiddeld aantal KLE s per telpunt weer. Er wordt hier enkel gewerkt met de totale set aan telpunten. De random set werd als minder representatief beschouwd, vooral voor het studiegebied in België (cfr. hoger). Tabel 4: Procentuele aanwezigheid van kleine landschapselementen (KLE s) op alle getelde telpunten. Laatste kolom geeft significante verschillen weer: B (België) of F (Frankrijk) is land met hoogste waarde. Aantal letters komt overeen met significantie: x = p<0,050, xx = p<0,010, xxx = p<0,001. Tussen haakjes is net niet significant (p<0,100). Oranje: significant hoger gemiddeld maximum in België, donkerblauw: significant hoger in Frankrijk. Lichtblauw: net niet significant hoger in Frankrijk. Presentie (%) Hele gebied België Frankrijk Verschil B-F Lage 80 % 85 % 72 % BB Boerderij 76 % 79 % 72 % Grote 68 % 68 % 68 % Solitaire struik 56 % 62 % 47 % BB Haag 54 % 52 % 57 % FF Poel 53 % 68 % 28 % BBB Knotboom 46 % 55 % 32 % BBB Onverharde 43 % 40 % 49 % (F) Braam 21 % 19 % 24 % Droge ruigte 15 % 13 % 17 % Perceelsrand 14 % 9 % 23 % FFF Moeras 13 % 9 % 20 % FF Bloemrijk grasland 10 % 5 % 18 % FFF Dode boom 10 % 9 % 11 % Hoogstamboomgaard 7 % 8 % 5 % Koolzaad 2 % 0 % 6 % (F) Onkruidstoppel 1 % 1 % 1 % Wildakker 1 % 1 % 0 % SomKLE s 5,7 5,8 5,5 Waterloop % 49 % Drukke % 38 % Aantal telpunten n

25 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% België Hele gebied Frankrijk Figuur 7: Vergelijking presentie KLE's (in % aanwezigheid) in beide landen t.o.v. het gemiddelde voor het hele studiegebied. Volgorde van gemiddeld hoog naar laag. Significante verschillen tussen België en Frankrijk zijn aangegeven met *** (p<0,001), ** (p<0,010) of * (p<0,05). De top-3 van KLE s is voor beide landen gelijk: op minstens 2/3 van de telpunten vinden we lage en hoge en actieve boerderijen. Het gemiddeld aantal KLE s per telpunt is ook nagenoeg gelijk, net als de aanwezigheid van waterlopen of drukke en. Dit zijn de relatief grote KLE s. Deze conclusie loopt daarom niet toevallig gelijk met die voor de landschapsscores waar ook een grote gelijkenis tussen beide landen te vinden was. Daarna loopt het beeld meer uiteen. België heeft duidelijk vaker de standaard KLE s: solitaire struik, poel en knotboom. Deze twee laatste hebben typisch nog altijd een gebruiksdoel in de landbouw. De knot zijn normaal ook als lage of hoge boom genoteerd. Frankrijk heeft meer hagen(-traditie?), onverharde en en (vaak verplichte) perceelsranden. En opvallend vaker KLE s in de spontane natuursfeer : moeras (x2) en bloemrijk grasland (x4!) in het bijzonder, maar ook wel (maar niet significant) braamstruweel, droge ruigte en dode. Hoogstamboomgaarden kwamen ietsje meer in België voor maar hoedanook zeldzaam. Onkruidenrijke stoppels en ingezaaide wildakkers waren zo goed als afwezig. Koolzaad was afwezig als gewas in België, maar haalde toch 6 % in Frankrijk. Het is bekend dat soorten als Rietgors, Blauwborst en Kneu van dit gewas profiteren (Gruar et al., 2006). Verderop gaan we na of dit hier ook zo is. Globaal kan gesteld worden dat Frankrijk vooral meer onbeheerde KLE s telt, en hagen, terwijl de meer gecontroleerd aanwezige lage, poelen en knot duidelijk talrijker zijn in België. Solitaire struiken zijn hierop een uitzondering en zijn toch talrijker in België. 20

26 Is er een verschil tussen België en Frankrijk in presentie? Figuur 8 toont de verschillen in procentuele aanwezigheid (presentie) van elke soort tussen beide landen. Het gaat hier dus louter om aan- of afwezigheid in telpunten, niet over aantallen of dichtheden. Tabel 6 geeft de bijhorende cijfers en significanties die aangeven of de verschillen beduidend zijn of niet. Voor de meeste soorten zijn er markante verschillen tussen Frankrijk en België. De meeste soorten verschillen sterk in presentie. Bij de top-10 van soorten met hoogste presentie (tabel 5) vertonen enkel Patrijs, Grasmus en Kneu een onbeduidend verschil. Sommige verschillen zijn heel uitgesproken, zoals bij Gele kwikstaart, Kievit, Fazant, Boerenzwaluw, Ringmus, Geelgors, Huiszwaluw en Koekoek (zie figuur 8). De Veldleeuwerik is globaal de meest verspreide soort, maar daarna zit er meer verschil op de top- 10. De Belgische lijst wordt aangevoerd door soorten van open landschappen, terwijl de Franse lijst eerst meer soorten van KLE s telt. Nochtans houdt de Franse nummer 1, de Veldleeuwerik, net niet van opgaande KLE s. Zeer opmerkelijk is ook het grote verschil tussen presenties van Boerenzwaluw (vnl. België) en Huiszwaluw (vnl. Frankrijk). Verderop kijken we of landschappelijke kenmerken deze verschillen kunnen verklaren. Het Franse agrarisch gebied is belangrijker voor (Vlaamse) Rode Lijst-soorten dan België: 6 soorten komen meer voor in Frankrijk (en 2 net niet significant), tegenover slechts 3 voor België (tabel 6). Tabel 5: Top 10 van meest verspreide soorten in België en Frankrijk, op basis van de presentie uit tabel 6. Presentie Top 10 België Frankrijk 1 Gele kwikstaart Veldleeuwerik 2 Veldleeuwerik Patrijs 3 Fazant Grasmus 4 Kievit Huiszwaluw 5 Haas Geelgors 6 Boerenzwaluw Gele kwikstaart 7 Patrijs Haas 8 Grasmus Kievit 9 Ringmus Kneu 10 Kneu Fazant 21

27 *** Gele kwik ** Veldleeuwerik *** Fazant *** Kievit ** Haas *** Boerenzwaluw Patrijs Grasmus *** Ringmus Kneu Witte kwikstaart Spotvogel *** Geelgors Groenling Zwarte roodstaart Torenvalk * Koekoek Blauwborst Rietgors *** Huiszwaluw Grote lijster Bruine kiek Putter Bergeend Zomertortel Konijn * Scholekster *** Graspieper Kwartel Buizerd Canadese gans Nijlgans Ree Braamsluiper Grauwe vliegenvanger * Roodborsttapuit ** Grauwe gors ** Roek 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Presentie België (n=247) Presentie Frankrijk (n=144) Figuur 8: Vergelijking van de aanwezigheid (presentie), in procent van het aantal telpunten in België en in Frankrijk van de onderzochte soorten. Volgorde volgens Belgische presentie. Enkel die soorten zijn weergegeven die in totaal op minstens 5 telpunten werden vastgesteld. Significante verschillen tussen België en Frankrijk zijn aangegeven met *** (p<0,001), ** (p<0,010) of * (p<0,05). 22

28 Tabel 6: Aanwezigheid per soort in % van het aantal telpunten ("Presentie") en vergelijking tussen België en Frankrijk. Significante verschillen (p<0,05) in kleur: (donker oranje, donker blauw). Net niet significant (p<0,100): lichter gekleurd. Hoogste presentie van beide landen staat in vet. De soorten zijn alfabetisch geordend. Kolom Sign.=significantie met *** (p<0,001), ** (p<0,010) of * (p<0,05). Kolom RL = rodelijstcategorie voor Vlaanderen, B=bedreigd, K=kwetsbaar, A=achteruitgaand,?=onvoldoende gekend, blanco=momenteel niet bedreigd. Enkel soorten die op minstens 5 telpunten werden gezien. Soort Aantal Presentie totaal Presentie België Presentie Frankrijk Sign. RL telptn (n=391) (n=247) (n=144) Bergeend 15 3,8% 5,3% 1,4% net niet Blauwborst 38 9,7% 7,7% 13,2% net niet Boerenzwaluw ,8% 44,1% 16,0% *** A Braamsluiper 8 2,0% 1,2% 3,5% Bruine kiek 19 4,9% 5,7% 3,5% Buizerd 9 2,3% 2,8% 1,4% Canadese gans 7 1,8% 2,8% 0,0% net niet Fazant ,2% 51,4% 20,8% *** Geelgors 87 22,3% 10,9% 41,7% *** B Gele kwik ,2% 63,6% 41,0% *** A Grasmus ,1% 35,2% 43,1% Graspieper 30 7,7% 3,2% 15,3% *** B Grauwe gors 5 1,3% 0,0% 3,5% ** B Grauwe vliegenvanger 5 1,3% 1,2% 1,4% Groenling 45 11,5% 10,5% 13,2% Grote lijster 30 7,7% 6,5% 9,7% Huiszwaluw 80 20,5% 7,3% 43,1% *** K Kievit ,9% 50,2% 25,0% *** Kneu 89 22,8% 21,9% 24,3% A Koekoek 48 12,3% 8,9% 18,1% * A Kwartel 13 3,3% 3,2% 3,5%? Nijlgans 7 1,8% 2,0% 1,4% Patrijs ,7% 41,7% 44,4% K Putter 25 6,4% 5,3% 8,3% Rietgors 38 9,7% 7,7% 13,2% net niet B Ringmus 75 19,2% 26,3% 6,9% *** A Roek 5 1,3% 0,0% 3,5% ** Roodborsttapuit 9 2,3% 0,8% 4,9% * Scholekster 9 2,3% 3,6% 0,0% * Spotvogel 44 11,3% 13,0% 8,3% Torenvalk 42 10,7% 9,7% 12,5% Veldleeuwerik ,0% 61,1% 74,3% ** K Witte kwikstaart 80 20,5% 21,5% 18,8% Zomertortel 23 5,9% 4,0% 9,0% net niet B Zwarte roodstaart 36 9,2% 10,5% 6,9% Haas ,9% 47,8% 31,9% ** Konijn 18 4,6% 3,6% 6,3% Ree 5 1,3% 1,6% 0,7% 23

29 Is er een verschil tussen België en Frankrijk in vogeldichtheid: aantal vogels of territoria? De verschillen tussen beide landen voor het gemiddeld maximum aantal vogels per telpunt, staan voor elke soort vermeld in tabel 8 en in figuur 9. Tabel 7 geeft de Top 10 voor beide landen. Dezelfde oefening werd ook gedaan voor het gemiddelde van het maximaal aantal territoria per telpunt, voor sterk territoriale soorten zoals Patrijs, Kievit, Geelgors of Zomertortel (zie 2.2). Dit blijkt echter precies dezelfde resultaten op te leveren als wanneer je met het aantal individuen rekent. We werken daarom alleen met deze laatste methode verder. Tabel 7: Top 10 van de talrijkste soorten in België en Frankrijk, op basis van het gemiddeld maximum per telpunt (zie tabel 8). Aantal TOP 10 België Frankrijk 1 Kievit Veldleeuwerik 2 Boerenzwaluw Huiszwaluw 3 Gele kwikstaart Kievit 4 Haas Patrijs 5 Veldleeuwerik Geelgors 6 Fazant Kneu 7 Patrijs Boerenzwaluw 8 Ringmus Grasmus 9 Grasmus Gele kwikstaart 10 Kneu Haas Wat zien we? Frankrijk heeft: - hogere aantallen vogels per telpunt - meer soorten met hoogste aantal: 23 soorten hebben hoger gemiddeld maximum in Frankrijk t.o.v. 15 soorten in België - meer soorten die op de Vlaamse Rode Lijst staan (6 à 8 t.o.v. 3) - meer soorten van KLE s: Geelgors, Kneu, Koekoek, Roodborsttapuit en Zomertortel, al is Ringmus talrijker in België - meer soorten van vochtige gebieden: Blauwborst, Rietgors, Graspieper - enkele exclusieve soorten: Roodborsttapuit, Grauwe gors, Orpheusspotvogel, Roek - minder Kievit, Fazant en Haas: hogere jachtdruk in Frankrijk? Maar wel even veel Patrijs? - meer Torenvalk, maar minder Buizerd - veel meer Huiszwaluw, maar veel minder Boerenzwaluw dan België - de talrijkste soorten (top 5) bevat zowel soorten van open als kleinschalig landschap België heeft: - iets meer exoten (Canadese gans, Nijlgans) en beduidend meer Fazant - lijkt meer vogels te tellen van erven en grote tuinen: meer Boerenzwaluw en in mindere mate Spotvogel, Witte kwikstaart, Zwarte roodstaart maar daar tegenover (iets) minder Grauwe vliegenvanger, Putter en Groenling en veel minder Huiszwaluw - meer Gele kwikstaart - meer Ringmus 24

30 - meer broedvogels van maïsakkers: Kievit en Scholekster - enkele exclusieve soorten: Scholekster en Canadese gans - de Geelgors komt pas op de 13 e plaats, in Frankrijk is dit de 5 e talrijkste soort van het onderzochte assortiment - de talrijkste soorten (top 5) komen vooral in open gebied voor Waarom die verschillen zo zijn, proberen we verderop aan de hand van de landschaps- en KLEverschillen te verklaren. ***Kievit ***Boerenzwaluw ***Gele kwikstaart ***Haas Veldleeuwerik ***Fazant Patrijs ***Ringmus Grasmus ***Kneu ***Huiszwaluw Witte kwikstaart ***Geelgors Spotvogel Groenling Zwarte roodstaart *Bergeend *Koekoek Torenvalk *Blauwborst **Rietgors Putter Grote lijster Bruine kiekendief Scholekster ***Graspieper Zomertortel Canadese gans *Konijn Nijlgans Kwartel Buizerd *Ree Braamsluiper Grauwe vliegenvanger **Roodborsttapuit Roek Grauwe gors Figuur 9: Vergelijking van het gemiddeld maximum aantal vogels per telpunt in België en in Frankrijk van de onderzochte soorten. Volgorde volgens Belgische presentie. Enkel die soorten zijn weergegeven die in totaal op minstens 5 telpunten werden vastgesteld. Significante verschillen tussen België en Frankrijk zijn aangegeven met *** (p<0,001), ** (p<0,010) of * (p<0,05). 0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 gem. max. België (n=247) gem. max. Frankrijk (n=144) 25

31 Tabel 8: Gemiddelde van het maximum aantal vogels per soort dat tijdens de verschillende tellingen op elk telpunt werd gezien, en vergelijking tussen België en Frankrijk. Oranje: significant hoger gemiddeld maximum in België, donkerblauw: significant hoger in Frankrijk. Lichtblauw: net niet significant hoger in Frankrijk (p<0,100). Kolom sign. geeft significantie van het resultaat: ***=p<0,001 (= veruit zekerste resultaat); **=p<0,010; *=p<0,050; geen waarde: resultaat niet significant en dus geen beduidend verschil tussen beide landen. Hoogste waarde van beide landen staat in vet. Kolom RL = rodelijstcategorie, B=bedreigd, K=kwetsbaar, A=achteruitgaand,?=onvoldoende gekend, blanco=momenteel niet bedreigd. Enkel soorten die op minstens 5 telpunten werden gezien. AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Alle vogels samen 7,73 7,50 8,14 ** Bergeend 0,08 0,11 0,03 * Blauwborst 0,12 0,09 0,17 * Boerenzwaluw 1,16 1,45 0,65 *** A Braamsluiper 0,02 0,01 0,03 Bruine kiekendief 0,06 0,06 0,06 Buizerd 0,02 0,03 0,01 Canadese gans 0,03 0,04 0,00 Fazant 0,63 0,84 0,26 *** Geelgors 0,43 0,23 0,77 *** B Gele kwikstaart 0,98 1,23 0,55 *** A Grasmus 0,56 0,50 0,65 net niet Graspieper 0,10 0,05 0,18 *** B Grauwe gors 0,01 0,00 0,03 B Grauwe vliegenvanger 0,02 0,01 0,03 Groenling 0,15 0,13 0,19 Grote lijster 0,09 0,07 0,11 Huiszwaluw 0,63 0,35 1,13 *** K Kievit 1,39 1,62 0,99 *** Kneu 0,50 0,36 0,74 *** A Koekoek 0,13 0,10 0,19 * A Kwartel 0,03 0,03 0,03? Nijlgans 0,03 0,04 0,01 Patrijs 0,85 0,81 0,93 K Putter 0,09 0,08 0,13 Rietgors 0,12 0,08 0,19 ** B Ringmus 0,51 0,72 0,15 *** A Roek 0,18 0,00 0,50 Roodborsttapuit 0,03 0,01 0,06 ** Scholekster 0,04 0,06 0,00 Spotvogel 0,12 0,14 0,09 Torenvalk 0,11 0,10 0,13 Veldleeuwerik 1,04 0,98 1,15 net niet K Witte kwikstaart 0,24 0,26 0,20 Zomertortel 0,06 0,04 0,10 net niet B Zwarte roodstaart 0,10 0,12 0,08 Konijn 0,06 0,04 0,10 * Haas 0,91 1,13 0,53 *** Ree 0,02 0,02 0,01 * 26

32 Valt er iets te leren uit het verschil tussen presentie en dichtheid? De samenvattende tabel 9 leert dat er nauwelijks een verschil is in de lijsten per land met de soorten met de hoogste score, of je nu het maximum aantal per telpunt neemt, dan wel de presentie. De enkele verschillen worden hieronder vermeld. Tabel 9: Welke soort heeft de hoogste aanwezigheid in welk land? Significante verschillen staan in vet. De andere verschillen zijn veel kleiner en kunnen onbeduidend zijn of op toeval berusten. De linker helft van de tabel is gebaseerd op het gemiddelde van het hoogste aantal per telpunt. De rechter helft is gebaseerd op de presentie: % van aantal telpunten waar de soort is vastgesteld. Enkel die soorten zijn weergegeven die in totaal op minstens 5 telpunten werden vastgesteld. Hoogste AANTAL in België Bergeend Boerenzwaluw Buizerd Canadese gans Fazant Gele kwikstaart Kievit Nijlgans Ringmus Scholekster Spotvogel Witte kwikstaart Zwarte roodstaart Haas Ree Hoogste AANTAL in Frankrijk Blauwborst Braamsluiper Geelgors Grasmus Graspieper Grauwe gors Grauwe vliegenvanger Groenling Grote lijster Huiszwaluw Kneu Koekoek Patrijs Putter Rietgors Roek Roodborsttapuit Torenvalk Veldleeuwerik Zomertortel Konijn Hoogste PRESENTIE in België Bergeend Boerenzwaluw Bruine kiekendief Buizerd Canadese gans Fazant Gele kwikstaart Kievit Nijlgans Ringmus Scholekster Spotvogel Witte kwikstaart Zwarte roodstaart Haas Ree Hoogste PRESENTIE in Frankrijk Blauwborst Braamsluiper Geelgors Grasmus Graspieper Grauwe gors Grauwe vliegenvanger Groenling Grote lijster Huiszwaluw Kneu Koekoek Kwartel Patrijs Putter Rietgors Roek Roodborsttapuit Torenvalk Veldleeuwerik Zomertortel Konijn Blauwborst, Kneu, Rietgors en Konijn zijn soorten die significant meer voorkwamen in Frankrijk als je rekent met het maximum aantal. Maar ze scoren ongeveer gelijk voor presentie. Dat betekent dat ze op naar verhouding even veel telpunten in België vastgesteld zijn, maar met gemiddeld dus een lagere populatiedichtheid in België dan in Frankrijk. M.a.w. ze zijn in België dunner gezaaid. Canadese gans en Scholekster (België) en Grauwe gors, Roek en Veldleeuwerik (Frankrijk) blijken voor presentie wel een significant verschil te vertonen, maar niet voor gemiddeld maximaal aantal. Op Veldleeuwerik na zijn dit soorten die in het andere land niet gezien zijn. Dat betekent dat er in België minder plaatsen zijn waar Veldleeuwerik voorkomt, maar dat de dichtheden op die locaties vaak hoger zijn dan in Frankrijk. Voor het overige kunnen we besluiten dat Frankrijk dus globaal het best scoort voor de meeste typische soorten van agrarisch gebied en ook voor achteruitgaande of bedreigde soorten. Die soorten komen daar dus niet alleen ruimer voor, ze zijn er ook talrijker. 27

33 3.2. Welke impact heeft het landschap op de aanwezigheid van akkervogels? Tabel 10 toont dat er behoorlijke voorkeurverschillen zijn tussen al die soorten die in doorsnee landbouwgebied voorkomen. Wel zijn er duidelijke groepen te onderscheiden volgens hun voorkeur of afkeer voor bepaalde landschapscategorieën (tabellen 11a-e). Tabel 10: Weergave van voorkeur + of afkeer - van een soort voor een grondgebruikstype. Gesorteerd op voorkeur per kolom van links naar rechts. Enkel significante resultaten zijn weergegeven (p < 0,05). Tussen haakjes is de relatie net niet significant (p < 0,100). Indien niets ingevuld staat, werd geen invloed opgemerkt. Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Gele kwikstaart Veldleeuwerik Patrijs Blauwborst (+) (-) Kievit (+) - - Haas Scholekster (+) (-) Putter (+) (+) + Grauwe Vliegenvanger Groenling Konijn Fazant Grote Lijster - Ree (-) + Spotvogel + + Zwarte Roodstaart (+) Grasmus - (+) (+) Bruine kiekendief - Graspieper - Rietgors Roodborsttapuit - Koekoek (-) (+) Zomertortel (-) + Huiszwaluw + (-) Nijlgans + Braamsluiper + + Bergeend + Canadese Gans + Roek (+) Boerenzwaluw Buizerd Geelgors Grauwe Gors Kneu Kwartel Ringmus Torenvalk Witte Kwikstaart 28

34 Figuur 10 maakt duidelijk dat er even veel soorten zijn die landbouw of bos prefereren dan er zijn die het mijden. Er zijn veel meer soorten die bebouwing mijden maar dit is natuurlijk ook te wijten aan de lijst onderzochte soorten zelf. Droge en natte natuur is populair bij vogels. Het is daarom belangrijk dat in een landbouwgebied natuurelementen aanwezig blijven! Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos duidelijk ja licht ja licht nee duidelijk nee Figuur 10: Aantal soorten (van in totaal 40) met voorkeur of afkeer van een landschapscategorie, gebaseerd op tabel 10. De tabellen 11a-e op de volgende pagina s groeperen de soorten duidelijker per landschapscategorie. Ten eerste zijn er de echte landbouwsoorten: Gele kwikstaart, Veldleeuwerik, Patrijs, Blauwborst, Kievit en Haas. Zij hadden een significante voorkeur voor een hoog aandeel landbouwgebied rond het telpunt. Het is opmerkelijk dat de Blauwborst- sinds oudsher een moerasvogel - bij de landbouwsoorten kan gerekend worden, maar dit zal te wijten zijn aan het feit dat binnen de landschappelijke omgeving de nodige rietkragen, greppels en sloten zich vooral in het landbouwgebied zelf bevonden. Op Patrijs na mijdt deze groep bebouwing en op Haas na mijden ze bos. Patrijs is inderdaad regelmatig op erven en huisweiden te vinden, en Hazen schuilen graag in bos(jes). Dat Kievit en Blauwborst een lichte voorkeur voor natte natuur hebben, is ook geen verrassing. Het mijden van droge natuur door het trio akkervogels Gele kwikstaart, Veldleeuwerik en Patrijs is moeilijker te verklaren. Waarschijnlijk bestond dit type grondgebruik vooral uit struwelen of ruige bermen langs en, al dan niet omzoomd met hoge, enzovoort, wat deze soorten inderdaad zou afstoten. Soorten die landbouw mijden zijn er ook. Met uitzondering van de Grote lijster hebben ze daarnaast een voorkeur voor één of meer andere types grondgebruik. Al deze soorten tonen een voorkeur voor opgaand groen en/of ruigte, in tuinen of bos. Figuur 10 toont dat er (in het onderzochte assortiment soorten) even veel soorten zijn die landbouw verkiezen dan dat er zijn die landbouw mijden. 29

35 Tabel 11a: Soorten met een uitgesproken voorkeur of afkeer voor agrarisch gebied. Soort Agrarisch Gele kwikstaart Veldleeuwerik Patrijs + + Blauwborst + Kievit + Haas + Scholekster (+) Ree (-) Groenling - Konijn - Fazant - Grote Lijster - Putter Grauwe Vliegenvanger Een tweede typische groep zijn de generalisten. Zij hebben nergens een voorkeur of afkeer voor en zijn dus best tevreden met het landschap zoals het zich aandient. Dit is logisch voor wijd verspreide soorten als Buizerd, Torenvalk en Witte kwikstaart. Er zitten echter ook meer typische landbouwsoorten bij zoals Boerenzwaluw, Geelgors, Grauwe gors, Ringmus, Kneu en Kwartel. Voor die soorten zal de aan- of afwezigheid van kleinere factoren afhangen, of juist wel degelijk van de mix tussen landbouwgebied en ander grondgebruik. Huis-, tuin- en keukenvogels die een voorkeur hebben voor bebouwing zijn Zwarte roodstaart (zwak), Spotvogel, Groenling en Putter. Witte kwikstaart ontbreekt merkwaardig genoeg in dit lijstje. Nochtans broedt hij veel op erven, maar voedsel gaat hij vaak verderop zoeken waardoor de link met bebouwing zwakker is. Enkele typische soorten van het buitengebied die bebouwing juist mijden zijn de eerder genoemde echte landbouwsoorten natuurlijk. Daarnaast ook Grasmus, Bruine kiekendief, Graspieper, Rietgors, Roodborsttapuit, en in mindere mate Koekoek en Zomertortel. Tabel 11b: Soorten met een uitgesproken voorkeur of afkeer voor bebouwd gebied. Soort Bebouwd Groenling Spotvogel + + Putter + Zwarte Roodstaart (+) Scholekster (-) Koekoek (-) Zomertortel (-) Grasmus - Bruine kiekendief - Graspieper - Rietgors - Roodborsttapuit - 30

36 Soort Bebouwd Kievit - - Haas - - Gele kwikstaart Veldleeuwerik Blauwborst Soorten die het moeten hebben van droge natuur zijn er weinig. Konijn, Fazant, Grauwe vliegenvanger en (zwak) Putter en Grasmus zijn voor de hand liggende ruigtesoorten. Huiszwaluw blijkt er sterk aan gebonden, allicht omwille van het grotere aanbod insecten? Waarom de Nijlgans droge natuur verkiest is onduidelijk. Deze relatie is mogelijk onrechtstreeks en eerder gebonden aan de reden waarom die droge natuur er is (verlaten terreinen met broedmogelijkheid?). Tabel 11c: Soorten met een uitgesproken voorkeur of afkeer voor droge natuur (bloemrijk grasland, struweel, ruigte, ). Soort Natuur Droog Grauwe Vliegenvanger + + Konijn + + Fazant + Huiszwaluw + Nijlgans + Putter (+) Grasmus (+) Veldleeuwerik - Patrijs - Gele kwikstaart - - Dat Rietgors, Grutto en Bergeend natte natuur verkiezen is geen verrassing, en ook niet de zwakke voorkeur van Blauwborst, Kievit en Koekoek (waardvogels). Verrassend is wel de voorkeur van soorten van breed struweel zoals Grauwe vliegenvanger, Braamsluiper, Zomertortel, Grasmus, Putter en in feite ook Konijn. De link zal hier ook onrechtstreeks zijn, namelijk dat er in de nabijheid van die natte natuur ook meer brede struwelen zijn, zoals wilg- of sleedoornstruweel, of een grote tuin. Tabel 11d: Soorten met een uitgesproken voorkeur of afkeer voor natte natuur. Soort Natuur Nat Rietgors + + Braamsluiper + + Konijn + Zomertortel + Bergeend + Blauwborst (+) Kievit (+) Putter (+) Grasmus (+) Koekoek (+) Gele kwikstaart - 31

37 Tenslotte zijn er de bossoorten: Fazant, Ree, Grauwe vliegenvanger, Putter, Roek (zwak) en blijkbaar ook Canadese gans. Deze laatste soort broedt graag op eilandjes in bos- en parkvijvers, en vandaar wellicht deze relatie. Tabel 11e: Soorten met een uitgesproken voorkeur of afkeer voor bos. Soort Bos Grauwe Vliegenvanger Putter + Fazant + Ree + Canadese Gans + Roek (+) Blauwborst (-) Huiszwaluw (-) Patrijs - Kievit - - Gele kwikstaart Veldleeuwerik Conclusie: een gevarieerd landschap biedt aan tal van soorten een plek, maar voor de kenmerkende landbouwsoorten moet het niet te bont worden. 32

38 3.3. Welke kleine landschapselementen zijn van belang voor akkervogels? Globaal Tabel 12 vat de voorkeur of afkeer samen van elke soort voor elk type KLE. Hoofdstuk 4 geeft een toelichting per soort. De som van het aantal KLE s is een maat voor de complexiteit van het landschap. De "Open Landschappen Akkervogels" of "OLA s" 5 Gele kwikstaart, Veldleeuwerik, Kievit en Blauwborst willen een zo simpel mogelijke omgeving, met zo weinig mogelijk opgaand groen. Dat kwam ook al bij de evaluatie van de landschapsscore naar voor (zie 3.2). De Roek zoekt naar voedsel in open gebied maar wenst bosjes (staat niet in lijst KLE) om te slapen of te broeden. Heel wat soorten houden juist wel van een groot aantal KLE s in hun buurt. Dit zijn de typische "Kleinschalige Landschappen Akkervogels" of "KLA s" Geelgors, Grasmus, Ringmus, Zomertortel, Fazant, Spotvogel e.a. Bij de zoogdieren hoort hier ook het Konijn bij. Tenslotte is er een groot aantal soorten waar het aantal KLE s niet zozeer een rol speelt, maar die wel de aanwezigheid van specifieke KLE s op prijs stellen. Enkel Grauwe vliegenvanger vertoonde geen enkele voorkeur of afkeer t.o.v. een KLE-categorie. Enkel zwakke relaties met één of meer KLE s waren er bij Groenling, Nijlgans, Scholekster, Torenvalk, Witte kwikstaart en Ree die dus allemaal als weinig kieskeurig kunnen bestempeld worden. Hierna bespreken we welke KLE s door welke soorten worden geapprecieerd of juist niet. In hoofdstuk 4 (soortbespreking) komen dan de KLE-behoeften van elke soort apart aan bod Houtige KLE s Geelgors en Spotvogel verkiezen 5 van de 7 types en zijn daarmee het meest aan houtige KLE s gebonden. De Rietgors wil geen maar ook geen solitaire struiken. Dit laatste strookt niet echt met de gangbare opinie dat Rietgorzen graag vanuit solitaire struiken zingen. De hypothese dat dode gunstig zijn als zangpost voor bv. Zomertortel en Koekoek blijkt niet uit de gegevens. Blijkbaar is er geen gebrek aan geschikte andere zangposten. De Koekoek gebruikt bv. grote en hoogstamboomgaarden. Zomertortel houdt meest van hagen en solitaire struiken. Hoge of lage blijken niet zo belangrijk. Terreinwaarnemingen leren dat het in elk geval niet-geschoren brede en hoge hagen moeten zijn, net als voor Braamsluiper of Spotvogel trouwens. Hoge zijn interessanter voor Fazant, Koekoek en Spotvogel dan lage. Boerenzwaluw houdt van de twee. Een lichte voorkeur voor lage was er bij Geelgors, Grasmus en Spotvogel. Bruine kiekendief mijdt een aantal houtige KLE s maar niet noodzakelijk hoge : is hij tolerant voor polderdreven in voor de rest open landschap? De duidelijkste links zijn knot en hagen voor de Ringmus en de Geelgors. In Frankrijk zijn knot een stuk zeldzamer dan in België (zie hoger, ) en daar kan een groot deel van de verklaring liggen waarom Ringmus in Frankrijk zo veel zeldzamer is (zie hoger, ). De holtes in knot zijn noodzakelijk als nestholte. Voor de Geelgors gaat die redenering niet op want dit is 5 OLA en KLA geven twee groepen vogels weer met min of meer gelijkaardige landschapseisen. Terminologie volgens Dochy & Hens (2005). 33

39 geen holenbroeder. De Geelgors broedt liefst in ruigte tegen de grond onderaan hagen en braamstruwelen. Konijnen houden ook van knot, maar die relatie is natuurlijk indirect. Knoestige knot zijn oude objecten die niet in de staan van drukke activiteiten (anders waren ze al gekapt) en waardoor er in de buurt allicht ook al vele jaren rustige plekken zijn waar Konijnen hun gang kunnen gaan. Opmerkelijk is dat Boeren- én Huiszwaluw graag houtige KLE s hebben. Dat werd ook al eerder gezien bij een onderzoek naar de vogels van landschapsbedrijfsplannen (Dochy, 2009). Naast een brongebied voor vliegende insecten bieden deze KLE s ook een windscherm en daarom meer kans op prooien op dagen met slecht weer of veel wind Ruigte De meeste soorten die houden van houtige KLE s houden ook van droge ruigtes en braamstruwelen. Rietgors en zeker Roodborsttapuit verkiezen ook droge ruigtes. Gele kwikstaart en Kievit moeten niets weten van braamstruwelen. Dit is logisch omdat die braamstruwelen meestal geassocieerd zijn met hagenrijk landschap. Bij de zoogdieren vertonen Ree en Konijn een lichte voorkeur voor bramen Bloemrijk grasland Deze categorie omdat nogal diverse KLE s. Onkruidrijke stoppels en ingezaaide wildakkers kwamen maar heel zelden voor. Er kan niet veel zinnigs over gezegd worden, al blijkt er toch een link te zijn tussen Ringmus, Canadese gans en onkruidenrijke stoppel. Ringmussen foerageren s winters graag op dergelijke stoppels, maar in het broedseizoen komen ze maar zelden op de grond en foerageren ze het meest in struiken en (eigen obs.). De relatie met die stoppel is dus minder duidelijk. Bloemrijk grasland had van deze KLE s het grootste effect op vogels. Niet minder dan 9 soorten vertonen een significante voorkeur voor bloemrijk grasland. Het is daarmee de meest verkozen KLE! Een obligate zaadeter als de Kneu profiteert van een groter zadenaanbod (Paardenbloem!). Ook de Putter zal de zaden waarderen. Fazant, Geelgors en Rietgors eten s zomers veel insecten en die zijn ook talrijker in bloemrijk grasland. Idem voor de obligate insecteneters als Roodborsttapuit, Grasmus, Braamsluiper en Graspieper. Voor Graspieper, Putter en Kneu is het zelfs de enige KLE die hun significante voorkeur draagt. Ook de Buizerd profiteert van bloemrijk grasland. Perceelsranden zijn zelden bloemrijk, maar kunnen dat na meerdere jaren beheer of door inzaai wel worden. In de polders maken ze bij voorkeur deel uit van het leefgebied van Bruine kiekendief, Grauwe gors en Rietgors. De Boerenzwaluw lijkt er niet van te houden, maar het kan ook aan het overend zeer open landschap liggen waar perceelsranden het meest voorkomen (polders) Gewas Koolzaad is het enige gewas dat diende genoteerd te worden. Het gewas ontbrak op de Belgische telpunten. Toch bleek dat meerdere soorten er een positief verband mee hadden: Blauwborst (gekend, zie hoger), Boerenzwaluw (veel insecten boven bloei?) en Grasmus (geen idee van link). In mindere mate ook Ringmus (insecten, zaden?), Nijlgans en Braamsluiper, waar voor de laatste twee 34

40 geen zinnig direct verband kan gelegd worden. We verwachtten ook een positief verband voor Kneu en Rietgors, maar dat blijkt niet uit onze resultaten (Gruar et al., 2006) Water Maar weinig van de onderzochte soorten houden van moeras en waterlopen: enkel Blauwborst, Kievit, Bruine kiekendief en Rietgors, al houden ze dan weer niet van (gebieden met) poelen. De Veldleeuwerik mijdt ook poelen. Vaker zal het echter gaan over het landschap rond die poel, vaak een banale raaigrasweide. Beregeningsputten hebben dikwijls te steile en kale oevers en hebben de natuur dan weinig te bieden. Dat Geelgors en Roodborsttapuit waterlopen mijden is wel onverwacht. In het West-Vlaamse Heuvelland leeft het omgekeerde idee. Dit komt allicht omdat de polderwaterlopen en laaglandbeken als één type KLE zijn genoteerd, hoewel ze er in de praktijk helemaal anders uitzien. Polderwaterlopen met kale of met rietkragen afgezoomde oevers zijn inderdaad geen typisch leefgebied voor beide soorten. Kleine beekjes met ruigte en hier en daar en struiken zijn dat wel. Dat Bergeenden poelen verkiezen is logisch. Voor de andere soorten is het verband vaker onrechtstreeks te zoeken. In monotone en relatief droge graangebieden in zuidelijk Engeland verkiest de Gele kwikstaart de nabijheid van poelen, waar ze tijdens droge periodes op de oevers insecten kunnen zoeken (pers. med. dr. R. Bradbury). In onze studie blijkt er geen relatie te zijn. De nood aan vochtige plaatsen is hier blijkbaar minder acuut. De Zwarte roodstaart kwam dan weer wel meer voor in telpunten met poelen. Het is me niet duidelijk of die soort vaak langs poelen voedsel zoekt (eerder niet?). De Boerenzwaluw kan wel gelinkt worden aan poelen, om modder te halen voor de nestbouw, maar ook om te drinken en voor de talloze insecten. Voor de Huiszwaluw was dit positief verband er dan weer niet. De link tussen poelen en Fazant, Spotvogel en Koekoek is ook onduidelijk. Langs of nabij poelen en andere vochtige zones zijn allicht meer hoge en (populieren)bosjes te vinden waar deze soorten hun gading vinden, eerder dan bij de poel zelf. De Geelgors verkiest duidelijk poelen. Persoonlijke waarnemingen bevestigen dat Geelgorzen geregeld voedsel zoeken in de modder/trapgaten langs veedrinkpoelen. Er liggen in de onderzochte regio nog heel wat poelen in oude graslanden met haagrestanten rond. Dit kan ook een effect hebben gehad Bebouwd De ene bebouwing is de andere niet. Actieve hoeves - groot of klein - werden apart genoteerd. Het is geen verrassing dat Boerenzwaluw en Zwarte roodstaart hier een voorkeur voor hadden. Zoals hoger al gezegd, is de Patrijs ook vaak in de rommelhoekjes nabij erven te vinden. Kievit en Blauwborst blijven echter van hoevegebouwen. Naast het doorbreken van de openheid, is voor de Kievit - als grondbroeder - mogelijk de aanwezigheid van ( s nachts) loslopende katten en honden een probleem. Onverharde en zijn geschikte plaatsen voor vogels om een stofbad te nemen, om makkelijk zaden of insecten van de grond te pikken en het zijn groeiplaatsen van zadenrijke onkruiden zoals Grote weegbree. We verwachtten een positieve relatie voor heel wat soorten, maar dat blijkt toch 35

41 niet zo te zijn. Enkel Rietgors en Konijn vertoonden een duidelijk positief verband, in mindere mate Kneu. Grote lijster en Haas meden deze paden. Zeker voor de Haas is het niet duidelijk waarom dit zo zou zijn, Hazen zijn s morgens vroeg vaak op dergelijke paden te zien (pers. obs.). Drukke en hebben een veel negatievere impact. Enkel de Grote lijster zou er licht van profiteren, waarschijnlijk omdat er vaak dreven langs deze en staan (zangpost). Blauwborst, Koekoek, Patrijs, Kievit en Veldleeuwerik mijden drukke en sterk Slotbeschouwing bij de KLE s Bovenstaande analyse bekijkt de aanwezigheid van KLE s in de hele telpuntcirkel die uiteraard vaak ruimer is dan de grootte van het territorium van een broedvogel. Er zit dus een zekere ruis op de resultaten, zeker voor de soorten die maar op een handvol locaties zijn gemeld. Hoedanook zijn de bekomen resultaten bruikbaar om de juiste terreinmaatregelen te helpen kiezen voor bepaalde soorten, zoals knotwilgen en hagen die zeker gunstig zullen zijn voor Ringmus en Geelgors. Anderzijds toonde vroeger onderzoek naar de aanwezigheid van vogels op recent aangeplante KLE s van landschapsbedrijfsplannen aan dat de doelsoorten akkervogels (met name de KLA s) zich niet zomaar op nieuwe locaties vestigen (Dochy, 2009). De oorzaken van de aanwezigheid van een soort zijn misschien meer nog dan in de macrobiotopen en KLE s te zoeken in fijnmaziger kenmerken van een gebied. Voorbeelden hiervan kunnen zijn: - beheer op perceelsniveau (bemesting, maaibeheer, doorzaaien van grasland, enz.) - toestand bodemorganismen, als basis voor de hele verdere voedselketen in agrarisch gebied (veel minder bodemfauna en -schimmels bij bodemverslemping, bij injectie van drijfmest, bij verzuring, enz.) - pesticidengebruik - kwaliteit van de KLE's - hoeveelheid KLE's en de mate waarin ze een lokaal ecologisch netwerk vormen - predatiedruk, op zich ook afhankelijk van omgevingskarakteristieken (schuilmogelijkheden of kansen op verrassingsaanval van predator, ecologische val, enz.) - juiste combinaties van KLE s dicht bij elkaar - de aanwezigheid van clusters van dezelfde soort (= buren) kan mogelijk sterker aanzetten tot vestiging of broeden; we vermoeden zo n effect bij de Geelgors, maar dit is met onze gegevens niet hard te maken - traditionele locaties die mogelijk ook nog een paar jaar na het ongeschikt worden, worden gebruikt door zeer plaatstrouwe soorten zoals Kievit en Geelgors Voor zover mogelijk geeft de soortbespreking hierna per soort een overzicht van welke maatregelen goed of slecht zijn voor die soort. 36

42 Tabel 12: Weergave van voorkeur + of afkeer - van een soort voor een landschapselement. Enkel significante resultaten zijn weergegeven (p < 0,05). Tussen haakjes is de relatie net niet significant (p < 0,100). Indien niets ingevuld staat, werd geen invloed opgemerkt. Kolom n geeft het aantal telpunten waar de soort aanwezig was (n totaal = 391). Enkel de soorten met n 5 zijn vermeld. Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Gele kwikstaart (-) (-) Droge ruigte Veldleeuwerik (-) Blauwborst (-) Kievit (-) (+) (-) Roek 5 - (-) - ++ Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Braamsluiper 8 (+) (-) (+) (+) Huiszwaluw 80 (+) (+) (-) (+) + (+) Buizerd Ringmus (+) Zomertortel Koekoek (+) + (+) - Boerenzwaluw (+) + (-) Fazant (+) (+) Geelgors (+) (+) (-) - Grasmus (+) Spotvogel (+) (+) (+) Bergeend 15 (+) + Bruine kiekendief (-) (-) Canadese gans 7 + Graspieper Grauwe gors 5 + Grauwe vliegenv. 5 Groenling 45 (-) (-) Grote lijster 30 (+) - (+) Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke 37

43 Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Kneu 89 + (+) Kwartel 13 Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Nijlgans 7 (+) Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop - (+) Patrijs Putter 25 + Rietgors (-) (-) ++ Roodborsttapuit (+) - Scholekster 9 (-) Torenvalk 42 (-) Witte kwikstaart 80 (+) (-) (+) Zwarte roodstaart Haas 164 (-) - Konijn (+) + (+) (+) (+) + Ree 5 (+) Hoeve Onverharde Drukke. 38

44 3.4. Zijn er kerngebieden aan te duiden? Kerngebieden zijn gebieden waar de gemeenschap van akkervogels in het algemeen een hogere dichtheid en soortenrijkdom haalt dan elders. Maar niet alle typisch agrarische soorten komen willekeurig door elkaar voor. De aard van het landschap speelt een belangrijke rol. Zoals we hoger hebben gezien ( 2.5.3) zijn er op dit vlak twee groepen soorten te onderscheiden: de OLA s en de KLA s 6. Ze kunnen wel in elkaars buurt voorkomen waar kleinschalig landschap grenst aan open gebied, bijvoorbeeld in koutergebieden met open akkers op de heuveltoppen en kleinschalige beekvalleien tussenin. Daarnaast zijn er typisch agrarische soorten die onder geen van beide noemers vallen omdat niet zozeer de schaal van het landschap maar andere elementen van doorslaggevend belang zijn (zie tabel 2, aangeduid met x ). Voorbeelden hiervan zijn Boerenzwaluw, Torenvalk, Rietgors maar ook bv. Haas. Het onderscheid tussen deze drie groepen is vooral van belang bij de keuze van beschermingsmaatregelen: opgaand groen, zoals hagen en, zijn te mijden in OLA-gebied, maar kunnen juist nuttig zijn in KLA-gebied. Figuren 11a-c geven de twee benaderingen weer voor het bepalen van een kerngebied, nl. volgens dichtheid en volgens soortenaantal. De dichtheid wordt weergegeven als de totaalsom van de maximale score per telpunt voor de soorten die in tabel 2 als OLA, KLA of x zijn aangeduid. Figuur 11a geeft de som van waarden voor de OLA+KLA+ x -soorten, en gooit dus alle typisch agrarische vogelsoorten op een hoop 5 (behalve Kievit, zie hoger). Figuur 11b geeft alleen de OLA-soorten (behalve Kievit, zie hoger) en fig. 11c de KLA-soorten. De beste gebieden op basis van de dichtheden (linker kaartje) zijn rood omlijnd. Deze omlijning is herhaald in het kaartje van het soortenaantal om de verschillen duidelijker te zien. Een analoge oefening is gemaakt voor het soortenaantal per telpunt, voor alle tellingen samen. De kerngebieden zijn blauw omrand (kaartjes rechts van fig. 11a-c). Let op: aan de buitengrenzen van het studiegebied is zo n kerngebied niet noodzakelijk ten einde! 6 OLA s=open Landschappen Akkervogels, zoals Veldleeuwerik, Gele kwikstaart, Grauwe gors, Kievit, enz. KLA s=kleinschalige Landschappen Akkervogels, zoals Geelgors, Ringmus, Patrijs, Zomertortel, enz. (zie tabel 2) 39

45 Figuur 11a: Per telpunt: som van maximum aantal vogels op één telling voor elke soort, voor alle echte akkervogels (zie tekst). Figuur 11b: Per telpunt: som van maximum aantal vogels op één telling voor elke soort, voor alle akkervogels van kleinschalig landschap (zie tekst). 40

46 Figuur 11c: Per telpunt: som van maximum aantal vogels op één telling voor elke soort, voor alle akkervogels van open landschap (zie tekst). Naargelang de benadering via alle soorten, enkel KLA s of enkel OLA s, worden verschillende resultaten bekomen. Een gebied dat voor KLA s en OLA s apart niet goed scoorde, maar dat wel doet voor het totaal is de omgeving Hollebeke-Waasten in het uiterste zuidoosten. Anderzijds komen de Moeren opvallender uit de verf voor OLA s als je naar de soortenrijkdom kijkt. Er zitten daar dus wel meer OLA-soorten maar in relatief lage dichtheden. De beste gebieden herbergen veel soorten met zowel OLA s en KLA s én hoge dichtheden, zie fig. 12. Dit zijn vooral de overgangszones tussen de betere OLA- dan wel KLA-gebieden. Het landschap bestaat er uit een mix van zones met veel KLE s en meer open terrein. Typisch zijn het ook gebieden met relatief weinig kunstmatige infrastructuren, zoals bebouwing, kanalen, drukke en e.d. Akkervogelbeschermingsmaatregelen kunnen zich in de eerste plaats richten op deze beste koop - gebieden, maar de aansluitende goede OLA- en KLA-zones mogen ook niet vergeten worden. Opgelet: de afbakeningen op de kaarten zijn zeer rudimentair. Ze zijn niet geschikt om in te zoomen tot op een grotere (lees: meer gedetailleerde) schaal. De begrenzing aan de buitenzijde van het studiegebied is onbetrouwbaar omdat er buiten het studiegebied natuurlijk ook nog goed gebied kan liggen. Aan Vlaamse kant zal dit buiten de polders zelden het geval zijn, omdat de beste gebieden inderdaad dichter bij de Franse grens liggen. 41

47 Figuur 12: Gebieden met zowel hoge dichtheden als hoge soortenrijkdom aan akkervogels (OLA's en KLA's samen) 42

48 4. SOORTBESPREKING Per soort wordt hier de relevante info uit de tabellen van hoofdstuk 3 geselecteerd. Voor de legende wordt naar dit hoofdstuk verwezen. Naast een beknopte uitleg worden ook geschikte beschermingsmaatregelen vermeld. De soorten komen in alfabetische volgorde aan bod. Verwijzingen naar dichtheden elders of biotoopgebruik komen uit volgende referenties, tenzij anders vermeld: - algemene info ecologie en maatregelen akkervogels: Dochy & Hens (2005) - gebiedsinfo polders Oostkust en onderzoeksproject trioranden: Dochy ( ) - gebiedsinfo akkergebied Heuvelland en Zwevegem: Dochy ( ) - gebiedsinfo Noord-Frankrijk: Tombal (1996) - gebiedsinfo Groningen: Wiersma et al. (2014) - onderzoeksproject vogels van landschapsbedrijfsplannen: Dochy (2009) 43

49 4.1. BERGEEND Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Bergeend 15 (+) + Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Bergeend + PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Bergeend 15 3,8% 5,3% 1,4% niet niet AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Bergeend 0,08 0,11 0,03 * Algemener in België dan in Frankrijk. Bijna altijd met open water in de buurt of stoppel met plas water. Grootste dichtheid in Belgische IJzervallei e.o. Daarbuiten lokaal en schaars in kustpolders. Hier en daar komen allicht ook koppels voor op kunstmatige waterrijke locaties in industriezones (kleiputten, bezinkingsbekkens), maar die maakten geen deel uit van de telpunten. Voorkeur voor natte natuur (waterplassen). Geen bijzondere voorkeur of afkeer van andere elementen in landschap of biotoop. Aan Oostkust wel duidelijk gebonden aan microreliëfrijk grasland. Er is geen directe relatie met de verspreiding van Konijn (zie 4.). Waarschijnlijk broeden veel Bergeenden niet in konijnenholen maar onder rommelhopen en holtes onder (boerderij)gebouwen (pers. obs.). Wat doen voor Bergeend? Leg poelen en plassen aan. Behoud oud grasland met veel microreliëf in open gebieden (zeker in de polders). 44

50 4.2. BLAUWBORST KLE n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Blauwborst (-) Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke LANDSCHAP Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Blauwborst (+) (-) PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Blauwborst 38 9,7% 7,7% 13,2% net niet AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Blauwborst 0,12 0,09 0,17 * Is hooguit sinds de jaren verschenen in moerassen in de streek. Verovert sinds ongeveer 2000 nu ook greppels en grachten in het agrarisch gebied en is al op ongeveer 10% van de telpunten aanwezig. Is iets talrijker in Frankrijk dan in België. De kolonisatie lijkt vooral te verlopen vanuit de IJzervallei en zijbeken. Er is ook een kolonisatiebeing vanuit de Leievallei en omgeving (met kern in Kleiputten Ploegsteert) (bv. Douvevallei, omgeving Dikkebus). Is intussen talrijk in polderrietgrachten in en rond de Moeren. Komt in de zandleemstreek meestal langs waterlopen of in zeer eenvoudige greppels tussen akkers voor, soms schijnbaar zonder verdere natuurelementen. Is iets talrijker in Frankrijk dan in België. Houdt niet van bebouwing/en en /bos. Natte natuurelementen worden geprefereerd, met inbegrip van waterlopen. Ook perceelsranden zijn goed, mogelijk omdat die zorgt voor een betere slootkwaliteit (idem Oostkustpolders). Benut ook graag koolzaad, maar de reden waarom is onduidelijk. Mogelijk verschaft dit gewas een goede dekking en terzelfdertijd openheid onderaan voor deze grondfoerageerder. Wat doen voor Blauwborst? Creëer of behoud moerassige plaatsen op minstens 300 m van gebouwen, leg perceelsranden langs waterlopen en laat er riet groeien dat niet elk jaar wordt gemaaid. 45

51 4.3. BOERENZWALUW Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Boerenzwaluw (+) + (-) Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Boerenzwaluw PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Boerenzwaluw ,8% 44,1% 16,0% *** A AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Boerenzwaluw 1,16 1,45 0,65 *** A Is opmerkelijk talrijker in België dan in Frankrijk! Komt in België op bijna de helft van de telpunten voor (44%), in Frankrijk is dit maar een zesde (16%). De beste gebieden waren het plateau van Izenberge, de IJzervallei, de vallei van de Heidebeek en de omgeving van 'de bergen'. Dit laatste gebied was het beste aan Franse kant. Tussen Bergues en Steenvoorde kwamen nauwelijks Boerenzwaluwen voor, en ook ten zuiden van Bailleul vrijwel geen. In het westen van de Franse Moeren waren er dan weer wel hier en daar. Heeft geen specifieke voorkeur voor de grote landschapsindeling, maar wel voor de aanwezigheid van een mix van opgaande KLE's (, haag), poelen en uiteraard hoevegebouwen. Naast een bron van vliegende insecten, bieden deze KLE s ook windluwe plaatsen waar ze bij winderig weer beter kunnen jagen. Ook koolzaad wordt geprefereerd, waarschijnlijk door een rijker aanbod bloembezoekende insecten. Voor bloemrijk grasland vonden we echter geen dergelijke voorkeur. Perceelsranden lijken gemeden te worden, maar dit kan ook omdat dergelijke randen (in België) talrijker zijn in open polders, wat een minder geschikt gebied is. Inderdaad, in de Moeren zijn er nauwelijks gezien. Waarschijnlijk speelt de aan- of afwezigheid van (kleinschalige) runderteelt een rol, maar dit kunnen we niet uit onze gegevens afleiden. In eerder onderzoek bleek de soort vaakst over kort (begraasd) grasland te jagen (Dochy, 2009). Wat doen voor Boerenzwaluw? Zorg voor, hagen, poelen, bloemen (insecten), zwaluwvriendelijke gebouwen, aanwezigheid modder als nestbouwmateriaal, zuinig insecticidengebruik,... 46

52 4.4. BRAAMSLUIPER Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Braamsluiper 8 (+) (-) (+) (+) Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Braamsluiper + + PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Braamsluiper 8 2,0% 1,2% 3,5% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Braamsluiper 0,02 0,01 0,03 Schaarse soort, op gemiddeld 2% van de telpunten aanwezig. Iets algemener in Frankrijk, maar blijft ook daar een zeldzame soort. Is enkel buiten de polders aangetroffen, het merendeel op en rond 'de bergen'. Is normaal wat algemener in de duinen, maar hij bleef daar onopgemerkt tijdens onze tellingen. Zit graag in dicht én doornig struweel, maar dit moet niet noodzakelijk een haag zijn. Een oude tuin is ook goed. Eén van de weinige soorten die dode prefereert, al wijst dit waarschijnlijk nog het meest op de voorkeur voor een breed uitgegroeide "gerijpte" haag of houtkant. Idem voor bramen. De voorkeur voor bloemrijk grasland en natte natuur (op landschapsschaal), die enkel aanwezig zijn wanneer minder intensieve landbouw wordt bedreven, is ook een aanduiding dat er op die plaatsen meer kans is op oude houtkanten. Wat doen voor Braamsluiper? Hagen en houtkanten oud laten worden en breed laten uitgroeien, vooral wanneer die grenzen aan een vochtig tot nat bloemrijk grasland. Combineer meerdere types KLE's. 47

53 4.5. BRUINE KIEKENDIEF Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Bruine kiekendief (-) (-) Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Bruine kiekendief - PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Bruine kiek 19 4,9% 5,7% 3,5% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Bruine kiekendief 0,06 0,06 0,06 Verspreiding beperkt tot de polders, vooral in de Moeren. Presentie iets hoger in België, mogelijk door actieve nestbeschermende initiatieven door Natuurwerkgroep De Kerkuil. De broedvogels van de IJzervallei broeden en jagen blijkbaar hoofdzakelijk ten oosten van het studiegebied. Houdt niet van bebouwd gebied, en ook niet van gebieden met lage of hagen en poelen (merk op: de meeste poelen liggen in kleinschalig landschap). Moerassen en waterlopen zijn door deze soort zeer geliefd, wat natuurlijk geen verrassing is. Ook perceelsranden zijn uitverkoren, al hangt dit voor een deel samen met het talrijker voorkomen ervan in de polders dan daarbuiten. Langs perceelsranden wordt vaak gejaagd, vooral vlak na een maaibeurt wanneer muizen makkelijker bereikbaar zijn. Wat doen voor Bruine kiekendief? Openheid landschap bewaren in de polders, perceelsranden naast waterlopen en moerassen aanleggen, rietkragen in de polders natuurvriendelijk beheren (af en toe wintermaaibeurt, niet alles tegelijk, waterpeil voldoende hoog in zomer om bereikbaarheid van nesten voor grondpredatoren te verminderen), actieve nestbescherming van nesten in akkers, algemene akkervogelmaatregelen om prooiaanbod te verhogen. 48

54 4.6. BUIZERD Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Buizerd Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Buizerd PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Buizerd 9 2,3% 2,8% 1,4% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Buizerd 0,02 0,03 0,01 Zeldzaam in België, zeer schaars in Frankrijk (meer last van illegale vervolging?). Vooral op en rond de Bergen, waar wat grotere boscomplexen zijn. Is waarschijnlijk onderschat met deze telmethode en de korte waarnemingstijd. Heeft geen bijzondere algemene landschapseisen, maar verkiest wel een structuurrijk landschap, d.w.z. met zo veel mogelijk KLE s, al speelt het minder een rol welke dat dan zijn. De aanwezigheid van braamstruweel en van bloemrijk grasland blijkt wel gunstig voor de Buizerd. Dit zijn biotopen waar zijn hoofdvoedsel (muizen en andere kleine dieren) goed gedijt. Jaagt meestal vanuit zit. Bomen zijn daarvoor gunstig, maar weidepalen evenzeer. Vandaar dat er geen preferentie lijkt voor of bos. De afwezigheid in Frankrijk is opmerkelijk. Worden daar nog steeds Buizerds vervolgd? Wat doen voor Buizerd? Broedlocaties (kleine of grote bossen) rustig houden, KLE s aanleggen, zorg dragen voor bloemrijk grasland en (bramenrijke) ruigtes. 49

55 4.7. CANADESE GANS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Canadese gans 7 + Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Canadese Gans + PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Canadese gans 7 1,8% 2,8% 0,0% net niet AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Canadese gans 0,03 0,04 0,00 Kwam niet voor in Frankrijk en sporadisch in België, maar daar wel over het hele studiegebied. Voorkeur op landschapsschaal voor nabijheid van bos (= incl. oud park). Aantallen zeer beperkt. Er blijkt een positieve relatie met onkruidenrijke stoppels, nochtans een biotoop dat erg schaars aanwezig was. Broedlocaties veelal buiten agrarisch gebied, op plassen in bossen en parken, of langs sloten in natte weilanden (echter niet zo in de westelijke IJzervallei). Voedselzoekende vogels kunnen zowat overal gezien worden op graslanden of (mais)stoppelvelden Wat doen voor Canadese gans? Dit is een invasieve exoot waarvoor een bestrijdingsplan bestaat (Van Daele et al., 2012). Bestrijdingsmaatregelen bestaan uit het voorkomen van broedsucces door het schudden van eieren en het afvangen van niet-vliegvlugge groepen dieren tijdens de gezamenlijke slagpenrui. 50

56 4.8. FAZANT Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Fazant (+) (+) Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Fazant PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Fazant ,2% 51,4% 20,8% *** AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Fazant 0,63 0,84 0,26 *** Is 2,5x meer verspreid (presentie) in België, met aantallen per telpunt die ruim 3x zo hoog liggen. Vooral het plateau van Izenberge en de aanpalende IJzervallei herbergen hoge dichtheden, die niet tot over de Franse grens reiken. In de bergen komen ook veel Fazanten voor maar in lagere dichtheden. Is er (veel) meer jachtdruk in Frankrijk op de soort (of haar vijanden) of worden er daar gewoon veel minder uitgezet? Houdt niet van een overmaat aan agrarisch grondgebruik en verkiest een mix met bos en droge natuur. Bebouwing is geen probleem. Op kleinere schaal is een mix van KLE s belangrijk, en dat zijn meest dekking gevende structuren:, bramen, ruigtes. Bloemrijke graslanden zijn ongetwijfeld ook belangrijk voor insecten. Het nut van poelen voor de Fazant is minder duidelijk. In de Oostkustpolders werden grasakkers (tijdelijk grasland) veel gebruikt. Het is goede dekking en de vogels kunnen makkelijk doorheen de vrij open vegetatie stappen. Wat doen voor Fazant? De Fazant is een exoot die hier al eeuwen ingeburgerd is, maar wel onnatuurlijk hoge dichtheden behoudt door bijvoederen en al dan niet illegaal uitzetten door de jagerij. Extra maatregelen zijn voor zo n soort niet nodig. Zou overigens profiteren van gewone algemene akkervogelmaatregelen (voor dekking, insecten, zaden). 51

57 4.9. GEELGORS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Geelgors (+) (+) (-) - Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Geelgors PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Geelgors 87 22,3% 10,9% 41,7% *** B AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Geelgors 0,43 0,23 0,77 *** B Duidelijk talrijker in Frankrijk waar hij voorkomt op 41,7 % van de telpunten en enkel in de polders en duinen ontbreekt. Overigens is het verdwijnen uit de polders daar een erg recent gegeven (grootte-orde enkele jaren). Komt in België enkel nog in een smalle strook langs de Franse grens voor, met kernen rond Beveren-aan-de-IJzer, rond Watou en in het gebied tussen Poperinge en de bergen met een opmerkelijke concentratie tussen Reningelst en Westouter. Ten zuiden van de bergen (Nieuwkerke, Wulvergem) is de soort in de laatste vijf jaar verdwenen. Enkele vooruitgeschoven koppels houden stand langs de Wijtschaatsebeek tot in Voormezele (nabij Ieper). De verspreiding in Frankrijk is veel ruimer, vrijwel zonder gaten en loopt door tot het uiterste zuiden van het studiegebied. Is een typische soort van kleinschalig landschap met veel KLE s van houtige aard en braamstruwelen, in combinatie met bloemrijk grasland. Of er bebouwing of bos aanwezig is, is niet van belang. Een schijnbare afkeer van waterlopen is in tegenspraak met de Belgische inschatting dat de meeste koppels nog langs kleine beken voorkomen, waar nog ruigtes zijn en struwelen. In Frankrijk is deze relatie duidelijk minder. Daarnaast houden ze wel van poelen, maar niet zozeer van moeras. Wat doen voor Geelgors? Behoud en aanleg van houtige KLE s, met name hagen, knot en solitaire struiken die veel als zangpost worden gebruikt. Zorg dragen voor of aanleggen van bloemrijke graslanden (en bermen), als het kan met een poel erin. Te nette hagen zijn niet geschikt, de wat ruigere varianten met braamstruwelen en vooral een gesloten onderkant (nestlocatie) zijn veel beter. Het 'leggen' van hagen is hiervoor ideaal. 52

58 4.10. GELE KWIKSTAART Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Gele kwikstaart (-) (-) Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Gele kwikstaart PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Gele kwikstaart ,2% 63,6% 41,0% *** A AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Gele kwikstaart 0,98 1,23 0,55 *** A In België de meest verspreide akkervogelsoort, en duidelijk talrijker dan in Frankrijk waar de Gele kwikstaart pas op de 6 e plaats komt. Is een uitgesproken soort van open agrarisch gebied, met zo weinig mogelijk (opgaande) KLE s, bos of bebouwing. De akkers ten zuiden van Poperinge, met uitzondering van het minder open gebied rond de bergen, herbergen de hoogste dichtheden, met vaak meerdere koppels per telpunt. Ontbreekt in België vrijwel nergens. Komt in Frankrijk duidelijk minder aaneengesloten voor, én in merkelijk lagere dichtheden (minder dan de helft), zelfs in de toch zeer open Franse Moeren. Ook eind 20 e eeuw was dit Franse gebied duidelijk armer aan Gele kwikken dan de open grootschalige akkergebieden verder naar het westen en zuiden. Uit onze gegevens kunnen we niet afleiden wat het verschil juist veroorzaakt. Mogelijk ligt het aan de combinatie van gewassen. In België zijn de percelen gemiddeld kleiner en vind je binnen de oppervlakte van een territorium dan ook vaker de combinatie graan/aardappelen/bieten terug. De eerste broedronde is meestal in graan, de tweede in aardappelen of bieten (Gilroy et al, 2009; Kragten, 2011). De talrijker perceelsranden en onverharde en in Frankrijk hebben blijkbaar geen effect, hoewel dit elders wel werd vastgesteld (Gilroy et al, 2009). Wat doen voor Gele kwikstaart? Openheid landschap bewaren. En mogelijk ook mix aan gewassen bevorderen, met zo weinig mogelijk mais. Uit andere studies blijkt ook een voorkeur voor perceelsranden en onverharde en. 53

59 4.11. GRASMUS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Grasmus (+) Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Grasmus - (+) (+) PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Grasmus ,1% 35,2% 43,1% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Grasmus 0,56 0,50 0,65 net niet Is ongeveer even ruim verspreid in België als Frankrijk, maar toch net iets meer in Frankrijk. Zeldzaam tot afwezig in struikloze polders en in de meest intensieve landbouwgebieden. Opmerkelijke concentratie aan de bovenloop van de IJzer in Noord-Frankrijk (max. 5 territoria vanaf 1 telpunt). Houdt niet van bebouwd gebied en heeft een voorkeur voor natuurelementen (droog of nat) in het landschap. Een hoge diversiteit aan KLE s is vereist, met een belangrijk aandeel ruigte en bloemrijk grasland. Ook het gewas koolzaad had een gunstig effect. Lijkt qua eisen zeer goed op de Geelgors, maar de Grasmus is niet zo aan hagen gebonden. Meerdere individuele boompjes of struiken zijn genoeg. Neemt de laatste jaren terug toe omdat de grote droogtes in zijn overwinteringsgebied in de Sahel van eind 20 e eeuw (momenteel) voorbij zijn. Wat doen voor Grasmus? Lage houtige KLE s verzorgen en aanplanten op enige afstand van bebouwing. Combinatie maken van lage (knot) en/of her en der solitaire struiken laten uitgroeien. Combineren met ruigtes, vooral aan de voet van de opgaande KLE s (nestlocatie), en met bloemrijk grasland. 54

60 4.12. GRASPIEPER Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Graspieper Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Graspieper - PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Graspieper 30 7,7% 3,2% 15,3% *** B AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Graspieper 0,10 0,05 0,18 *** B Is bijna uitgestorven als broedvogel in het Belgisch deel van het studiegebied. Er is nog een kleine concentratie tussen Dikkebus en Reningelst waar (voor de regio) relatief grote akkerpercelen omzoomd worden met greppels en relatief brede en bloemrijke bermen. Was en is duidelijk talrijker in Frankrijk, en daar ook nog over het hele studiegebied verspreid, zij het vaak zeer lokaal. Komt in de Franse duinen iets vaker voor (duinen niet onderzocht aan Vlaamse kant). Is verdwenen uit Leievallei waar nog talrijk in Houdt niet van bebouwing. Qua KLE wordt enkel bloemrijk grasland duidelijk geprefereerd. In de Oostkustpolders was er een duidelijke voorkeur voor soortenrijk grasland met veel microreliëf. Al bij al is het niet zo duidelijk wat de achteruitgang van de soort drijft. Het verdwijnen van bloemrijke bermen en graslanden door hoge bemestingsdruk, herbicidengebruik en intensief graas- of maaibeheer zal er zeker toe bijgedragen hebben. Drainage van vochtige (delen van) percelen is ook negatief voor de soort. Wat doen voor de Graspieper? Behoud en ontwikkeling van bloemrijke graslanden en brede bermen in open gebied, liefst in eerder vochtig terrein. Aanleg en beheer van perceelsranden met ijle vegetatie is ook gunstig (Dochy, 2013). 55

61 4.13. GRAUWE GORS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Grauwe gors 5 + Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Grauwe Gors PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Grauwe gors 5 1,3% 0,0% 3,5% ** B AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Grauwe gors 0,01 0,00 0,03 B Is al een tijdje zo goed als uitgestorven in West-Vlaanderen. Duikt jaarlijks nog wel ergens op, maar vaak alleen tijdelijk. Rond 2000 waren er nog minstens 180 territoria in West-Vlaanderen (Vermeersch et al., 2004), waarvan 100 in de hooilanden van de IJzerbroeken alleen al. Vanaf 2001 crashte de populatie, werden de hooilanden binnen een paar jaar helemaal verlaten en kwamen we in het huidige scenario. In Frankrijk is de achteruitgang ook fel, maar de soort is nog niet niet verdwenen. Er was één telpunt met Grauwe gors in de Moeren en 4 in het oude bolwerk met de vrij open akkers tussen Wormhout en Rexpoëde. Via bips.waarnemingen.be waren er in 2013 nog 3 extra in Vlaanderen (Watou, Nieuwkerke, Wijtschate), telkens eenmalig, en enkele extra in Frankrijk in dezelfde gebieden. De zeldzaamheid is niet te verklaren aan de hand van het landschap noch de KLE s (geen voorkeur of afkeer, dus lijkt tevreden met het aanbod), al is er toch een voorkeur voor perceelsranden. Aangezien het een late broeder is, is het uitmaaien van nesten mogelijk een hoofdoorzaak, in combinatie met de schaarste aan wintervoedsel op (zadenrijke stoppels). Komt in oostelijk Vlaanderen s winters wel vaak op de korrelrijke stoppels van dorsmais. Mogelijk biedt dit nog enig perspectief in ons studiegebied omdat er hiervan een immens aanbod is. De laatste winters worden wel één of enkele Grauwe gorzen gezien op overwinterende graanveldjes ten bate van de Geelgors. Wat doen voor Grauwe gors? Aangezien er geen duidelijkheid is over de hoofdoorzaken in de achteruitgang, mikken we op bloemrijke perceelsranden met late maaibeurt (niet voor 15 juli!), in open gebied met eventueel hier en daar een lage boom of struik als zangpost, en overwinterend graan als wintermaatregel. 56

62 4.14. GRAUWE VLIEGENVANGER Soort Grauwe vliegenv. 5 n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Grauwe Vliegenvanger PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Grauwe vliegenvanger 5 1,3% 1,2% 1,4% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Grauwe vliegenvanger 0,02 0,01 0,03 Dit is geen akkervogel maar een tuin- en bosvogel. Is maar op enkele plaatsen gezien, vooral in de zone van de bergen. Geen verschil tussen Frankrijk en België. Geen link met KLE s, maar wel met de grote landschappelijke indeling waar een grote voorkeur is voor de aanwezigheid van bos en droge natuur. Is dus zeer schaars maar niet afwezig buiten de bebouwde kom. Waarschijnlijk wel enigszins onderschat want deze soort valt niet op als je het geluid niet goed kent. Gaat al een tijdje langzaam achteruit maar de verspreiding lijkt nog sterk op die van de atlassen van 15 à 25 jaar geleden. Wat doen voor Grauwe vliegenvanger? Natuurvriendelijk tuin-, park- en bosbeheer met aandacht voor structuurdiversiteit in de beplanting, zoals een afwisseling van open plekken en bebost terrein, alleenstaande, een gekartelde bosrand met of struiken met horizontale takken die uit de rij springen. In gesloten bos zones voorzien met een vrij open kroonlaag, bv. via middelhoutbeheer. 57

63 4.15. GROENLING Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Groenling 45 (-) (-) Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Groenling PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Groenling 45 11,5% 10,5% 13,2% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Groenling 0,15 0,13 0,19 Komt ongeveer even veel voor in België als Frankrijk, in vergelijkbare aantallen (lichtjes meer in Frankrijk). Is duidelijk gebonden aan tuinen nabij bebouwing en niet aan het agrarisch gebied op zich. Er is een lichte (niet significante) afkeer voor gebied met hagen (buiten tuinen) en moeras, waar niet direct een verklaring voor is. Wat doen voor Groenling? De habitateisen van de Groenling zijn niet goed gekend. Complexen van relatief grote tuinen met een aanbod aan coniferen lijken het meest geliefd. In agrarisch gebied is het planten of behouden van Hondsroos en andere rozen aangewezen omdat ze dol zijn op de zaden in de rozenbottels. Wintervoedselakkers voor akkervogels die oliehoudende zaden herbergen worden in najaar en winter vaak door groepen Groenlingen bezocht. De beste dergelijke gewassen voor Groenling zijn bladrammenas en zonnebloem. 58

64 4.16. GROTE LIJSTER Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Grote lijster 30 (+) - (+) Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos GroteLijster - PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Grote lijster 30 7,7% 6,5% 9,7% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Grote lijster 0,09 0,07 0,11 Deze voorheen overal algemene maar weinig opvallende soort, scoort tegenwoordig erg matig. Komt nog op minder dan 10 % van de telpunten voor, en nog ietsje meer in Frankrijk dan in België. Wel lijkt er een concentratie in de buurt van Beveren-aan-de-IJzer te zijn, in een gemengd agrarisch gebied met her en der hoogstam (populieren). Het beeld aan Belgische zijde is nog identiek aan dat uit (Vermeersch et al, 2004). De soort verkiest in principe parkachtige landschappen, vandaar de afkeer voor (een zeer groot aandeel) agrarisch gebied. Agrarisch gebied op zich wordt wel gebruikt om voedsel te zoeken, vooral in graslanden en op oude stoppels waar ze goed gecamoufleerd zijn. Hoge zijn nodig als zangpost maar dit blijkt merkwaardig genoeg niet uit onze gegevens. Drukke en zijn licht geliefd, maar vermoedelijk omwille van de dreven die daar vaak langs voorkomen. De (zwakke) associatie met moeras is misschien toe te schrijven aan de bijhorende vochtige graslanden waar ze makkelijk regenwormen kunnen opsporen, en de aanwezigheid van populieren? Blijkbaar is er een afkeer voor onverharde en maar het is niet duidelijk waarom dit zo zou zijn. Het gebrek aan duidelijke habitateisen levert geen verklaring voor de huidige zeldzaamheid. Mogelijk is die te zoeken bij de trek en overwintering, of bij predatieverliezen in de broedperiode? Of een gebrek aan geschikt grasland? Dit is duidelijk een soort die nader onderzoek vereist Wat doen voor de Grote lijster? De combinatie van hoge en open kortgegraasd of -gemaaid grasland is gekend als favoriet habitat. Andere KLE s blijken nauwelijks een rol te spelen. 59

65 4.17. HUISZWALUW Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Huiszwaluw 80 (+) (+) (-) (+) + (+) Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Huiszwaluw + (-) PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Huiszwaluw 80 20,5% 7,3% 43,1% *** K AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Huiszwaluw 0,63 0,35 1,13 *** K Er is een duidelijk verschil tussen Frankrijk en België! In België lijkt de Huiszwaluw maar zeer puntsgewijs (meer) voor te komen, maar soms wel in flinke kolonies. In Frankrijk is de soort maar liefst 6x meer verspreid! De Belgische Moeren lijken verlaten, terwijl dit tot voor kort een bolwerk was. Ook voor het plateau van Izenberge was 2013 een uitgesproken daljaar (Dewitte, 2014). De binnenduinrand is blijkbaar ook een goed gebied. Opmerkelijk: de situatie lijkt omgekeerd aan die van de Boerenzwaluw (4.3)! De aanwezigheid van droge natuur is positief voor de soort, allicht door een hoger aanbod aan insecten. Bos wordt dan weer lichtjes gemeden. Voor de KLE s is er enkel een positief verband met dode. Waarschijnlijk wijst dit eerder op het belang van verwaarloosde natuurelementen dan dat ze er veel gebruik van zouden maken als zitplaats. Licht positieve verbanden zijn er met de mix aan KLE s en dan vooral hoge en hagen. Naast een bron van vliegende insecten, bieden deze KLE s ook windluwe plaatsen waar ze bij winderig weer beter kunnen jagen. Onkruidrijke akkers zijn ook positief, waarschijnlijk opnieuw omwille van het insectenaanbod. De aanwezigheid van water bleek niet belangrijk. Uit eerder onderzoek (Dochy, 2009) bleek dat Huiszwaluwen meer vlakbij het erf jagen dan Boerenzwaluwen, en anders meer boven lang gras dan kort gras. Voor Boerenzwaluw was dit omgekeerd ens de associatie met grazend vee. Wat doen voor de Huiszwaluw? Een gemengd landschap met opgaande oude houtige KLE s en droge natuur is gunstig. Verder dient de nestgelegenheid geschikt te zijn: dakoversteek, modder in de buurt, tolerantie door bewoners, zuinig insecticidengebruik, enz. 60

66 4.18. KIEVIT Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Kievit (-) (+) (-) Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Kievit (+) - - PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Kievit ,9% 50,2% 25,0% *** AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Kievit 1,39 1,62 0,99 *** Opvallend: is dubbel zo algemeen in België dan in Frankrijk. Aantallen van meer dan 3 koppels per telpunt worden in Frankrijk bijna nergens (meer?) aangetroffen, maar broeden in semikolonieverband is nog frequent in België. In de Moeren is het verschil in dichtheid aan beide zijden van de grens opmerkelijk. De schaarste aan Franse Kieviten buiten de polders werd ook al in opgemerkt. Heeft een duidelijke en begrijpelijke voorkeur voor agrarisch gebied. De afkeer voor bebouwing, bos en de meeste opgaande KLE s wijst op de grote voorkeur voor open gebied. Moerassige terreinen, waterlopen en in mindere mate perceelsranden zijn de KLE s die in open gebied de voorkeur genieten. Drukke en worden ook duidelijk gemeden. Aan de Oostkust bleek een duidelijk voorkeur voor soortenrijk grasland met veel microreliëf. Het is niet gekend waarom Frankrijk zo veel minder Kieviten telt. In België broedt de soort buiten de echte weidevogelgebieden het meest op stoppels en op pas gezaaide mais. In Frankrijk is er minder mais en meer wintergraan dat ongeschikt is om in te broeden. Ook is de landbouw er vaak minder gemengd, t.t.z. minder graslanden in akkergebieden. En die graslanden zijn nodig om te foerageren en voor de kuikens om zich te verstoppen. Waarschijnlijk speelt ook de immense jachtdruk een rol. De soort mag bejaagd worden in Frankrijk, maar is strikt beschermd in Vlaanderen. Het is onduidelijk hoe het broedsucces in Vlaanderen is. Veel nesten en kuikens worden uitgemaaid of omgeploegd en/of gepredeerd door kraaien en andere predatoren. Wat doen voor Kievit? Behoud of herstel kort grasland en vochtige plekken in akkers. Behoud openheid van het landschap. Latere maai-, ploeg- of zaaibeurt van percelen met broedkoppels, laat inscharen van vee (na 1 juni). 61

67 4.19. KNEU Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Kneu 89 + (+) Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Kneu PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Kneu 89 22,8% 21,9% 24,3% A AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Kneu 0,50 0,36 0,74 *** A Talrijker in Frankrijk (meer individuen per telpunt), maar daar niet veel meer verspreid voorkomend (presentie nagenoeg gelijk). Is nog op een vijfde van de telpunten te zien in West-Vlaanderen, wat waarschijnlijk veel is in vergelijking met de rest van de provincie. Op en rond de 'bergen' en in en nabij de IJzervallei is de soort nog goed vertegenwoordigd, in beide landen. In de polders en nabij de duinen zijn ze her en der te vinden. Maar in 'doorsnee' landbouwgebied en in de Leievallei is de Kneu schaars tot afwezig. De aard van het landschap is niet zo belangrijk. De Kneu is samen met de Zomertortel onze enige volledig vegetarische broedvogel en is net als die soort volledig op kleine zaden aangewezen. Beide soorten zoeken tot ver van het nest voedsel (tot 2 km en meer). De voorkeur voor bloemrijk grasland en in mindere mate voor onverharde en is dan ook niet toevallig. Daar groeien composieten zoals Paardenbloem en talloze kleine (on)kruiden waarvan ze van de zaden leven. Uit andere studies bleek koolzaadteelt gunstig voor Kneu, maar dat blijkt niet uit onze resultaten (Gruar et al., 2006). Opgaande houtige KLE's bleken niet van belang. Wat doen voor de Kneu? Bloemrijke graslanden en bermen bewaren of ontwikkelen. Herbicidengebruik tegen dicotylen terugschroeven. Onbespoten stoppels laten overwinteren. Wintervoedselgewassen laten overwinteren met o.a. Bladrammenas, Gele mosterd en andere kleine zaden. Broeden doen ze in dichte hagen en coniferen, vaak in los kolonieverband, dikwijls in landelijke tuinen. 62

68 4.20. KOEKOEK Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Koekoek (+) + (+) - Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Koekoek (-) (+) PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Koekoek 48 12,3% 8,9% 18,1% * A AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Koekoek 0,13 0,10 0,19 * A Is dubbel zo algemeen in Frankrijk dan in België. Is in Frankrijk nog vrij ruim verspreid, behalve in de grotere akkercomplexen tussen Wormhout en de polders, en ten zuiden van Steenvoorde. In België is het vooral een soort van de polders, de 'bergen' en de IJzervallei waar hij nog het talrijkst van al is. De Koekoek heeft geen uitgesproken mening voor de aard van het landschap, maar waardeert de aanwezigheid van natte natuur (rietvogels als waardvogel!), bv. in de polders en IJzervallei, en mijdt (dichte) bebouwing en drukke en. Op fijnere schaal verkiest de Koekoek een structuurrijk landschap met veel verschillende KLE's, in het bijzonder grote en hoogstamboomgaarden, droge ruigtes en braamstruweel. Dit zijn biotopen waar veel insecten én veel kleine zangvogels (als waardvogel) te vinden zijn. Een voorkeur voor moeras(vogels) blijkt echter niet uit de KLEanalyse, hoogstens een lichte voorkeur voor poelen maar daar zijn hun waardvogels maar zelden rond aanwezig. Wat doen voor de Koekoek? Hou een gevarieerd landschap in stand, met, ruigtes en/of rietmoeras. Grote insecten zijn noodzakelijk, wees dus zuinig met insecticiden. 63

69 4.21. KWARTEL Soort Kwartel 13 n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop - (+) Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Kwartel PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Kwartel 13 3,3% 3,2% 3,5%? AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Kwartel 0,03 0,03 0,03? 2013 was een 'gemiddeld' jaar voor Kwartels: niet erg veel maar ook niet erg weinig (www.bips.waarnemingen.be). Grote populatieschommelingen zijn heel gewoon bij deze nomadische soort. De aantallen en verspreiding in Frankrijk en België zijn gelijk. De Belgische Moeren en de zuidelijke (zand)leemstreek leken het meeste Kwartels aan te trekken, al waren ze zeker niet dik gezaaid. Er zijn geen landschappelijke kwaliteiten af te leiden uit de gegevens. Voor KLE's is er blijkbaar een afkeer van (gebieden met) poelen. Dit zijn vaak landschappen met veel (meestal intensieve) weiden ofwel kunstmatige waterputten voor beregening van bv. maisakkers. Beide landschappen zijn niet geschikt voor de Kwartel. Waterlopen lijken wel een licht gunstig effect te hebben, misschien omwille van een vochtiger microklimaat in de gewassen erlangs? In de Oostkustpolders bleek een duidelijke voorkeur voor (met name zomer-)graan en grasakkers. Wat doen voor Kwartel? Het is normaal een soort van eerder open en graanrijke gebieden. Onze gegevens voegen daar niets aan toe. Door de verborgen levenswijze is het moeilijk om de habitateisen in detail te kennen. Zaden- en insectenrijke zones in of nabij graan zijn vermoedelijk wel belangrijk, bv. onder de vorm van perceelsranden of bloemrijk grasland. 64

70 4.22. NIJLGANS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Nijlgans 7 (+) Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Nijlgans + PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Nijlgans 7 1,8% 2,0% 1,4% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Nijlgans 0,03 0,04 0,01 Invasieve exoot die aan een gestage opmars bezig is en ook Noord-Frankrijk heeft bereikt. Is (nog) schaars in het studiegebied. Komt overal voor. Heeft paradoxaal genoeg een voorkeur voor de aanwezigheid van droge natuur en ook licht voor koolzaad. Deze vreemde kronkel in de cijfers kan echter ook aan de kleine steekproef liggen (n=7). Is 's winters vaak in groepen te vinden op stoppels met oogstresten van dorsmais, zeker als er ook nog modderige plassen op het perceel staan. Wat doen voor de Nijlgans? Dit is een invasieve exoot waarvoor een bestrijdingsplan bestaat (Van Daele et al, 2012). Bestrijdingsmaatregelen zijn moeilijk door het verspreide voorkomen in territoriale koppels die zeer discreet in boomnesten broeden. Afvangen met kooien met lokvogels of afschot tijdens de wintermaanden lijken vooralsnog de enige maatregelen die enig effect kunnen hebben. 65

71 4.23. PATRIJS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Patrijs Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Patrijs PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Patrijs ,7% 41,7% 44,4% K AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Patrijs 0,85 0,81 0,93 K De Patrijs houdt nog goed stand in deze regio, en is ongeveer even algemeen in beide landen. Enkel in de zeer grootschalige Franse Moeren is er een relatief groot gebied zonder Patrijzen (eind 20 e eeuw was hier nochtans een hoge dichtheid). Dit is merkwaardig genoeg ook het geval ten oosten van Wijtschate en Mesen. Ook in bosrijk gebied ontbreekt hij vaak. Landschappelijk is er een grote voorkeur voor agrarisch gebied en zelfs voor de aanwezigheid van hoeves. Daar scharrelen ze graag rond op kort gegraasde huisweiden en overhoekjes. Er is een afkeer van bos en blijkbaar ook van droge natuur (struwelen, grote ruigtes, e.d.). Ook drukke en worden gemeden. De aanwezigheid van KLE's is minder belangrijk, met uitzondering van knot. De zelf zullen niet zo belangrijk zijn, wel het bijhorende 'ouderwetse' (?) en veelal kleinschalige landschap. Andere studies toonden aan dat braakliggend terrein en stoppelvelden 's winters geliefd zijn, en dat ze een gemiddelde perceelsgrootte van 2 à 3 ha verkiezen. Wat doen voor de Patrijs? Een gemengd kleinschalig landschap behouden (met percelen 2 à 3 ha) met afwisseling van KLE's (maar geen gesloten landschap) en types gewassen is het best. Dekking is gewenst onder de vorm van kleinschalige ruigtes, vooral voor de winter. Dergelijke zones mogen maar laat worden gemaaid, ten vroegste 15 juli, ofwel met rust gelaten. Perceelsranden (type duo- of triorand met ongemaaide strook) en oude niet agronomisch 'verbeterde' graslanden zijn ook geliefd (Dochy, 2013). 's Winters zijn onbespoten stoppelvelden aangewezen. 66

72 4.24. PUTTER Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Putter 25 + Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Putter (+) (+) + PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Putter 25 6,4% 5,3% 8,3% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Putter 0,09 0,08 0,13 De Putter is een schaarse broedvogel in West-Vlaanderen, en was rond 2000 nog het meest talrijk in 'de bergen' (Vermeersch et al, 2004). Dit blijkt ook nu nog zo te zijn. In Frankrijk zijn ze iets algemener. Dit komt vermoedelijk door een grotere tolerantie van landbouwers tegenover oude ruigtes en distels, en het talrijker aanwezig zijn van bloemrijke graslanden. In de omgeving van 'de bergen' is de Putter ook daar het best vertegenwoordigd. Voor de rest kan hij overal opduiken. Landschappelijk worden gebieden met overend agrarisch gebruik gemeden. De aanwezigheid van bebouwing (met tuinen of parken) wordt verkozen, net als bos. Droge of natte natuur zijn aanbevolen. Als KLE komt enkel bloemrijk grasland naar voor als positief biotoopelement. De Putter leeft vooral van zaden van composieten, zoals Paardenbloem, streepzaad sp., biggenkruid sp. en vooral distels zoals Kale jonker (natte plaatsen), Speerdistel en Akkerdistel. In ruigtes ook zaden van klitsoorten en Grote kaardenbol, in bos ook zaden van elzen. Wat doen voor de Putter? Bloemrijke graslanden en bermen in ere houden of herstellen. Dicotylenbestrijding in grasland verminderen. Distelbestrijding terugschroeven op plaatsen waar dit overbodig is, bv. op meer dan 50 meter van landbouwpercelen. Aanplant van elzen langs kleine waterlopen is ook een goede oeverversteviging. 67

73 4.25. RIETGORS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Rietgors (-) (-) ++ Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Rietgors PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Rietgors 38 9,7% 7,7% 13,2% net niet B AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Rietgors 0,12 0,08 0,19 ** B Is dubbel zo talrijk qua aantallen in Frankrijk, maar het verschil in presentie bleek net niet significant maar nochtans ook bijna een tweevoud verschil. Komt algemeen voor in de Franse Moeren, iets minder in de IJzervallei. Is een echte soort van landbouwgebied in het zuidelijke zandleemgebied van Dikkebus-Reningelst en tussen Wormhout en Killem (in greppels met hier en daar een wilg of wat riet). Ook hier en daar in de Douvevallei ten zuiden van de Kemmelberg. Elders maar heel sporadisch. Is in Frankrijk duidelijk achteruitgegaan sinds Aan Vlaamse kant lijkt zich een lichte toename (of allicht: beter onderzoek?) te hebben voorgedaan sinds 2000 ten zuiden van Poperinge. Poldergrachten zijn er het bolwerk van de Rietgors. Mijdt bebouwing en verkiest natte natuur, wat uiteraard geen verrassing is. Houdt ook van open landschap (geen houtige KLE's), maar het vermijden van solitaire struiken is eigenaardig want ze gebruiken die nochtans heel vaak als zangpost. Het is mogelijk dat ze in de meer open Moeren (met een groot aandeel in het totaal) vooral vanaf rietstengels of weidepaaltjes zingen. Niet opgaande KLE's zijn belangrijk voor de Rietgors: bloemrijke terreinen zoals droge ruigtes en bloemrijke graslanden en natuurlijk moerasgebieden en waterlopen. Ook onverharde en en perceelsranden blijken hun voorkeur te dragen. Wat doen voor de Rietgors? De soort heeft een duidelijke voorkeur voor open gebied met daarin een reeks 'onbespoten en onbemeste' KLE's die niet van het opgaande houtige type zijn. Dus geen en struiken, maar bloemrijke stroken of percelen en moerasvegetaties. 68

74 4.26. RINGMUS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Ringmus (+) Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Ringmus PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Ringmus 75 19,2% 26,3% 6,9% *** A AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Ringmus 0,51 0,72 0,15 *** A Is zeer opvallend (4x!) talrijker in België dan in Frankrijk. Het gevarieerde en relatief kleinschalige landschap ten zuiden van Poperinge en de knotrijke omgeving van de bergen telt nog heel wat locaties met Ringmussen. In de IJzervallei en het plateau van Izenberge zijn er al wat minder. In de polders zijn er quasi geen. De aantallen op de meeste vindplaatsen zijn eerder laag voor een kolonievogel, hooguit een tiental als maximum en meestal maar enkele. Dit kan verband houden met de sterke achteruitgang in heel West-Europa. T.o.v is de achteruitgang in Frankrijk nog groter dan die in het Belgische deel van het studiegebied. Op landschapsschaal speelt geen bijzondere voorkeur of afkeer, maar dat is wel zo op het niveau van de KLE s. De soort houdt van een mix van KLE s en dan met name knot, hagen, hoogstamboomgaarden en onkruidenrijke akkers. Koolzaad heeft een licht positief effect. Er zijn geen KLE s die gemeden worden. De quasi afwezigheid op veel plaatsen in Frankrijk is moeilijk te duiden. De sterke voorkeur voor knot is voor deze holenbroeder erg logisch en daarvan zijn er beduidend meer in België dan in Frankrijk. Zit daar het verschil? Bij hagen en koolzaad is de situatie omgekeerd: er zijn er meer in Frankrijk. Solitaire struiken en lage worden vaak benut om voedsel te zoeken (Dochy, 2009) en daarvan zijn er ook meer in België. Misschien is een juiste combinatie van KLE s nodig, of spelen fijnere mechanismen. Detailonderzoek is hier aanbevolen. Wat doen voor de Ringmus? Oude knot goed onderhouden. Hagen en combineren. Extra nestkasten hangen waar geen oude knot zijn. Nieuwe knot blijven planten voor de lange termijn. Hagen en hoogstamboomgaarden promoten. Onbespoten stoppels en vogelvoedselgewassen laten overwinteren. 69

75 4.27. ROEK Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Roek 5 - (-) - ++ Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Roek (+) PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Roek 5 1,3% 0,0% 3,5% ** AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Roek 0,18 0,00 0,50 De Roek is een vaste wintergast in de streek, maar als broedvogel ontbrak hij tot 2013 aan de Belgische kant. In 2013 werd een eerste kleine kolonie gevonden net ten zuiden van Veurne (melding K. Degraeve). In Frankrijk waren er 4 locaties met Roeken in het broedseizoen. Op één telpunt bedroeg het maximum 60 exemplaren. De soort is aan een langzame maar gestage opmars bezig vanuit kolonies ten westen, zuiden en zuidoosten van het studiegebied en kan in de toekomst op meer plaatsen verwacht worden. De Roek broedt koloniegewijs in bosjes maar zoekt zijn voedsel in eerder open gebied in kort grasland (veel emelten) en 's winters ook veel op stoppels van dorsmais. De voorkeur voor bos speelt in onze resultaten maar licht mee. De soort is tevreden met kleine bosjes of grote parktuinen die nauwelijks als bos bestempeld kunnen worden. KLE s hebben ze inderdaad liever weinig, en liefst geen lage of hoge. Hoogstamboomgaarden verkiezen ze duidelijk wel. Wat doen voor de Roek? Verspreide bosjes met kolonies beschermen. Graslanden in open gebied en nabij die bosjes niet te intensief beheren zodat er een rijke bodemfauna kan leven. 70

76 4.28. ROODBORSTTAPUIT Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Roodborsttapuit (+) - Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Roodborsttapuit - PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Roodborsttapuit 9 2,3% 0,8% 4,9% * AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Roodborsttapuit 0,03 0,01 0,06 ** Een schaarse soort maar die in Frankrijk toch beduidend minder zeldzaam is dan in België. Kan overal opduiken in het studiegebied, er is geen voorkeur voor bepaalde regio s. De situatie rond de eeuwwisseling was gelijkaardig. Mijdt een bebouwde omgeving. Qua KLE s houdt de soort van eerder droge gebieden, met droge ruigte en liefst zonder waterlopen. Vertoont ook lichte voorkeur voor bloemrijk grasland. Dit was ook zo aan de Oostkust waar vooral soortenrijk grasland met veel microreliëf in trek was. Andere KLE s zijn niet belangrijk. Wat doen voor Roodborsttapuit? Droge ruigtes en bloemrijke graslanden goed beheren opdat ze in stand blijven, ofwel dergelijke terreinen ontwikkelen. Her en der een struikje of paaltjes zijn nodig als uitkijkpost. Dit kan zowel op hele percelen als op perceelsranden (bv. triorand, zie Dochy (2012)) of in brede - of spoorbermen. Braakliggende restgronden van industriezones zijn ook erg geschikt. 71

77 4.29. SCHOLEKSTER Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Scholekster 9 (-) Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Scholekster (+) (-) PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Scholekster 9 2,3% 3,6% 0,0% * AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Scholekster 0,04 0,06 0,00 De Scholekster blijkt een exclusief Belgische broedvogel te zijn. Hij komt vooral voor in de Moeren, maar ook buiten de polders op uiteenlopende plaatsen. Is nogal mobiel in het broedseizoen waardoor het niet altijd duidelijk is waar de vogels effectief broeden. Aan de Oostkust was dit het vaakst op een pas gezaaide mais-, aardappel- of soms bietenakker in vrij open gebied, en steevast naast een graslandperceel. Dit blijkt ook uit de landschapspreferenties die evenwel niet erg uitgesproken zijn. Tombal (1996) wijt de (quasi) afwezigheid in Frankrijk aan de jachtdruk. Er broeden maar een paar koppels in havengebieden en reservaten aan de kust, de kolonisatie van het binnenland is nooit gelukt. KLE s zijn niet nodig voor de Scholekster, maar schrikken hem ook niet echt af. De combinatie van grasland om voedsel te zoeken (meestal regenwormen) en kale akkers (in mei) om te broeden is allicht van doorslaggevend belang. Wat doen voor Scholekster? Behoud van graslanden in akkergebieden in het algemeen en van oude graslanden met rijke bodemfauna in het bijzonder. Nestbescherming op kale stoppels die nog moeten geploegd worden. 72

78 4.30. SPOTVOGEL Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Spotvogel (+) (+) (+) Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Spotvogel + + PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Spotvogel 44 11,3% 13,0% 8,3% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Spotvogel 0,12 0,14 0,09 Is ietsje algemener in de Belgische tuinen van het platteland. Het studiegebied ligt op minder dan 100 km van de westgrens van het areaal van deze hoofdzakelijk Oost-Europese soort. Het is nog onduidelijk of de opkomst van de Orpheusspotvogel vanuit het zuiden en westen de gewone Spotvogel zou concurreren. Want komt vooral voor nabij bebouwing, en dan vooral in tuinen met veel dicht struweel. Dit kan overal zijn, van de kust tot de Leievallei. Territoria in dichte brede hagen buiten bebouwing zijn tegenwoordig zeer schaars. Houdt verder van een veelheid aan KLE s, in het bijzonder de houtige types. Is één van de weinige soorten uit ons onderzoek die graag grote heeft. Maar ook ruigtes, braamstruweel en wildakkers worden verkozen, vermoedelijk door een groter insectenaanbod. De lichte voorkeur voor poelen is minder duidelijk. Wat doen voor Spotvogel? Ecologisch beheerde tuinen met veel opgaand groen, hagen en grote, waar ook nog ruimte is voor insectenrijke ruigtes. Kortom: een grote oude tuin waar niet te veel in wordt gewerkt. 73

79 4.31. TORENVALK Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Torenvalk 42 (-) Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Torenvalk PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Torenvalk 42 10,7% 9,7% 12,5% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Torenvalk 0,11 0,10 0,13 Voor de Torenvalk was 2013 een zeer zwak jaar omdat er erg weinig muizen waren (bron: statistieken op Op maar 10% van de telpunten werd de soort opgemerkt. De situatie was in beide landen gelijk. In grote gebieden leek de soort zelfs geheel te ontbreken. De Torenvalk stelt geen speciale eisen aan het landschap noch aan de KLE s. Als specialist-muizenjager heeft de soort vooral grasland nodig met (Veld)muizen. Dit kunnen even goed weilanden zijn als bermen of braakliggende percelen. Wat doen voor Torenvalk? Als specialist-muizenjager heeft de soort vooral grasland nodig met Veldmuizen en aanverwanten. Dit kunnen even goed weilanden zijn als bermen, droge ruigtes of braakliggende percelen. Om te broeden gebruiken ze oude kraaiennesten, maar nestkasten die bevestigd zijn aan hoogstam of een paal, worden ook graag benut. 74

80 4.32. VELDLEEUWERIK Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Veldleeuwerik (-) Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Veldleeuwerik PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Veldleeuwerik ,0% 61,1% 74,3% ** K AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Veldleeuwerik 1,04 0,98 1,15 net niet K Dé akkervogel bij uitstek is duidelijk algemener in Frankrijk dan in België. Hij komt er op 3/4 van de telpunten voor (in België 61%) en ook de dichtheid is iets hoger. De hoogste dichtheden werden aangetroffen in de Douvevallei ten zuiden van de Kemmelberg. Daar konden tot 4 zingende mannetjes per telpunt gehoord worden. Ontbreekt grotendeels op en rond de bergen. De voorkeur voor open terrein is zeer duidelijk, voor zowel landschap als KLE s. Op landschapsschaal is er een absolute voorkeur voor puur agrarisch gebied, en een absolute afkeer van bebouwing en bos. Droge natuur (struwelen e.d.) wordt gemeden, en hij is neutraal voor natte natuur. Op het vlak van KLE s heeft de Veldleeuwerik liefst zo weinig mogelijk houtige KLE s. Drukke en worden echt gemeden. Aan de Oostkust bleek een voorliefde voor grasakkers (maar: groot risico op uitmaaien), zomergraan en soortenrijk grasland met veel microreliëf. Wat doen voor Veldleeuwerik? Openheid landschap bewaren waar dit een kwaliteit is. Meer zomergraan telen. Voor de overwintering zijn onbespoten graanstoppels belangrijk. Als broedbiotoop is het nodig om over een divers aanbod aan gewassen te beschikken, zodat de structuur van het gewas het hele seizoen (april-juli) geschikt is om de 2 à 3 broedrondes te volbrengen. Onverharde en en perceelsranden van het type triorand kunnen een gunstig effect hebben op het aanbod aan insecten als zomervoedsel, zeker in voor de rest kale gebieden. De soort komt nauwelijks of niet voor op minder dan 100 m van bos of bebouwing. In open gebieden daarom nieuwe beplanting best rond bedrijfszetels concentreren. 75

81 4.33. WITTE KWIKSTAART Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Witte kwikstaart 80 (+) (-) (+) Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Witte Kwikstaart PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Witte kwikstaart 80 20,5% 21,5% 18,8% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Witte kwikstaart 0,24 0,26 0,20 Vrij ruim verspreide soort, op ongeveer 1/5 van alle telpunten, en dit zowel in België als Frankrijk. Echte kerngebieden zijn er niet, maar de gegevens suggereren een grotere aanwezigheid in het relatief kleinschalige gemengde landbouwgebied ten noorden en zuiden van de bergen, in of langs de IJzervallei en in de Moeren. Was in in Frankrijk het talrijkst in de Leievallei, maar ontbrak daar tijdens de tellingen. Er moet daar een sterke achteruitgang zijn opgetreden. De soort heeft geen merkbare voorkeur voor grote landschapskenmerken, en ook nauwelijks voor KLE s. Er is een lichte voorkeur voor hoogstamboomgaarden en wildakkers, en een lichte afkeer van solitaire struiken, maar erg informatief is dit niet. Broedt vaak op en rond hoevegebouwen en serres maar kan ver daarbuiten voedsel gaan zoeken. Er werd geen link gevonden met natte biotopen. Wat doen voor de Witte kwikstaart? Het is niet goed gekend wat de soort echt nodig heeft. Boerderijgebouwen en serres zijn er alvast genoeg. Foerageert graag in kort grasland naast vee om opvliegende insecten te vangen (ook duingraslanden), maar even goed op stoppels met korte vegetatie, onverharde en, op modder langs plassen en poelen, op mesthopen, enzovoort. Allicht is een gevarieerd en niet te open landschap voldoende. 76

82 4.34. ZOMERTORTEL Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Zomertortel Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Zomertortel (-) + PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Zomertortel 23 5,9% 4,0% 9,0% net niet B AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Zomertortel 0,06 0,04 0,10 net niet B De Zomertortel verdwijnt razendsnel uit ons landschap. Frankrijk telt er nog ruim dubbel zo veel als België maar talrijk zijn ze ook daar niet meer. In beide landen bevinden de restpopulaties zich op en rond de bergen, de heuvelrug van Nieuwkerke (= noordrand Leievallei), hier en daar in de IJzervallei en op het plateau van Izenberge tot de rand van de Moeren. Enkel in Frankrijk zijn buiten die kernzones nog territoria aangetroffen. Landschappelijk is er een voorkeur voor natte natuur, mogelijk omdat daar ook vaak struweel aanwezig is. Bebouwde omgeving wordt licht gemeden. Op het vlak van KLE s is een mix aan KLE s van belang. Hagen en solitaire struiken hebben de voorkeur. Zingt graag vanuit dode, maar dat blijkt niet zo structureel noodzakelijk (idem als Koekoek). Ook hadden we een link met lage of hoge verwacht (Dochy, 2009), maar ook dat is niet zo. Blijkbaar zijn er altijd wel zangposten te vinden als er maar de geschikte (brede en hoge) haag staat. Dat kan ook een elektriciteitsleiding zijn. Het is een strikte vegetariër die leeft van (on)kruidzaden. Die zijn er steeds minder. Lijdt bovendien onder intensieve jacht tijdens trek en overwintering. Dichte hagen en struwelen zijn niet zo zeldzaam om de zeldzaamheid van de Zomertortel te verklaren. Wat doen voor de Zomertortel? Verhogen voedselaanbod door onbespoten stoppels tot in de zomer onaangeroerd te laten, of vogelvoedselgewassen in te zaaien die al vroeg op het seizoen zaden beschikbaar hebben (experimenten nodig). Ook bloemrijke graslanden en onverharde en zijn hiervoor goed. Een paar weken wachten met het omploegen van graanstoppels na de graanoogst kan de vogels toelaten een graantje mee te pikken net voor de trek naar het zuiden (in augustus). 77

83 4.35. ZWARTE ROODSTAART Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Zwarte roodstaart Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Zwarte Roodstaart (+) PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Zwarte roodstaart 36 9,2% 10,5% 6,9% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Zwarte roodstaart 0,10 0,12 0,08 Komt wat meer voor in België dan in Frankrijk, zij het niet significant. Vermoedelijk is dit vooral zo omdat er meer verspreide landelijke bebouwing is in België, waar die in Frankrijk meer geconcentreerd is. Bizar genoeg is hij niet talrijker opgemerkt in de polders en zelfs nauwelijks in het ogenschijnlijk zeer geschikte plateau van Izenberge, waar hij in wel goed vertegenwoordigd was (Vermeersch et al, 2004). De link met bebouwde omgeving (landschap) en hoevegebouwen (KLE) is kenmerkend voor de soort. Verder verkiest hij knot en poelen, m.a.w. een insectenrijk terrein zoals een oude huisweide, en dit vlakbij het erf, zijn broedgebied. Wat doen voor de Zwarte roodstaart? Natuurvriendelijk groen rond de hoeve lijkt het belangrijkste. De aanwezigheid van knot (= goede uitkijkplaatsen om insecten op te sporen) en poelen (insecten bij droog weer) is nuttig. 78

84 4.36. ANDERE VOGELSOORTEN Deze soorten waren erg zeldzaam in het studiegebied. Er kon daarom geen verdere analyse worden gemaakt. Blauwe kiekendief: één waarneming op de grens in de Moeren. Broedt schaars in de Noord-Franse kustpolders (www.atlas-ornitho.fr). Frankrijk heeft een grote populatie die in akkers broedt (ca koppels rond 2000, maar daarvan komen er niet zo veel tot in het uiterste noorden. Grauwe gans: slechts één waarneming van een koppel in de Petites Moëres nabij Hondschoote, een gebied met veel jachtputten; is in opmars in waterrijke gebieden in de polders (bv. Uitkerke, Blankaart, Stuivekenskerke), maar blijkbaar (nog?) niet zo ver westelijk. Grutto: twee locaties in de Petites Moëres nabij Hondschoote, een gebied met veel jachtputten en de enige broedplaats in Noord-Frankrijk. In het Belgische studiegebied was er één locatie in Bulskamp net ten zuiden van Veurne. De echte weidevogelgebieden liggen in de kust- en IJzerpolders ten oosten van het studiegebied. Orpheusspotvogel: is een soort van westelijk Zuid-Europa die op zo n 15 km ten westen en zuiden van het studiegebied de noordgrens van haar areaal bereikt, en daar bijna overal vrij algemeen is. Kan in de toekomst door o.a. klimaatverandering meer verwacht worden in grote hagen bij ons. Eén waarneming in de Leievallei in Erquinghem-Lys (Frankrijk) ten zuidwesten van Armentières betekent op dat vlak nog geen doorbraak. Soorten die wel moesten genoteerd worden, maar die niet zijn gezien: Grauwe kiekendief (zeer schaarse broedvogel Franse polders) en Gekraagde roodstaart (inderdaad nagenoeg afwezig). 79

85 4.37. HAAS Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Haas 164 (-) Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde - Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Haas PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Haas ,9% 47,8% 31,9% ** AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Haas 0,91 1,13 0,53 *** De Haas is duidelijk ruimer verspreid en ook talrijker in België dan in Frankrijk. De alluviale Leievallei (met de Douvevallei) heeft de hoogste dichtheden, tot meer dan 5 per telpunt. De bergen hebben duidelijk lagere dichtheden. Komt zo goed als vlakdekkend voor in de polders, het plateau van Izenberge en de IJzervallei. Verder is er een goede concentratie in het gebied Reningelst-Dikkebus en tussen Poperinge en Westouter. Aan Franse kant zijn de aantallen erg pover en is de verspreiding discontinu. De soort verkiest vooral agrarisch gebied en zeker geen bebouwing. Natte of droge natuurterreinen zijn minder belangrijk alsook bos. KLE s lijken ook weinig belangrijk. Er is een lichte afkeer voor lage en een vrij duidelijke voor onverharde en. Waarom ze onverharde en zouden mijden is niet bekend. Het is niet duidelijk waarom de Haas in Frankrijk zo veel zeldzamer is. Ligt de jachtdruk te hoog? Te weinig grasland tussen de grootschaliger akkers? Wat doen voor de Haas? De Haas komt qua biotoopeisen goed overeen met de Patrijs. Een gemengd kleinschalig landschap behouden met afwisseling van KLE's en types gewassen is het best. Dekking is gewenst onder de vorm van kleinschalige ruigtes en bloemrijk grasland. Dergelijke zones laat maaien, ten vroegste 15 juli. Perceelsranden (type duo- of triorand met ongemaaide strook) en oude niet agronomisch 'verbeterde' graslanden zijn ook geliefd (Dochy, 2013). 80

86 4.38. KONIJN Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Braam Konijn (+) + (+) (+) (+) + Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Konijn PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Konijn 18 4,6% 3,6% 6,3% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Konijn 0,06 0,04 0,10 * Het Konijn is voornamelijk schemer- en nachtactief. Na een aantal magere jaren door diverse virusziektes, komt de soort langzaam terug uit het dal gekropen. Toch is de aanwezigheid vaak nog erg lokaal. Frankrijk heeft wat meer Konijnen dan België, maar het verschil is niet significant. Het zijn geen dieren van het agrarisch gebied, maar eerder van restgronden en natuurterreinen. Dit is duidelijk te zien aan de voorkeur voor droge en natte natuur op landschapsschaal, en de voorkeur voor een mix aan KLE s op kleinere schaal. Bomen zijn daar niet bij, behalve dode en knot, die eerder wijzen op oude landschapselementen en dus een vrij rustige omgeving. Verder is er vooral een lichte voorkeur voor bramen, perceelsranden, onkruidenrijke stoppels en een duidelijke voorkeur voor onverharde en. Wat doen voor Konijn? Een toename van Konijnen is meestal niet gewenst door landbouwers om vraatschade te vermijden. Los daarvan heeft de soort baat bij rustige restgronden. 81

87 4.39. REE Soort n Mix Houtig Ruigte Bloemrijk Gewas Water Bebouwd Som KLE Grote Lage Hoogst. boomg. Haag Solitaire struik Dode boom Knotboom Ree 5 (+) Braam Droge ruigte Perceelsrand Bloemrijk grasland Onkruidakker Wildakker Koolzaad Poel Moeras Waterloop Hoeve Onverharde Drukke Soort Agrarisch Bebouwd Natuur Droog Natuur Nat Bos Ree (-) + PRESENTIE n telptn % globaal % België % Frankrijk Sign. RL Ree 5 1,3% 1,6% 0,7% AANTAL VOGELS/telpunt Hele gebied België Frankrijk sign. RL Ree 0,02 0,02 0,01 * De Ree is voornamelijk schemer- en nachtactief. Toch werden er er enkele gezien. De soort neemt al jaren langzaam toe in de regio. Werd meer in België gezien dan in Frankrijk, maar telkens in laag aantal. Bos is favoriet, agrarisch gebied eerder niet. Braamstruwelen zijn de enige KLE waar er een (klein) positief verband werd vastgesteld. De soort gedijt dus in een gewoon gevarieerd landschap, als er maar verspreid bos aanwezig is. Wat doen voor de Ree? Vermits de soort al jaren toeneemt, zijn geen speciale acties nodig. Verspreide rustige struwelen en bosjes zijn goede schuilplaatsen. 'Reeënspiegels' kunnen de sterfte door het verkeer doen dalen. 82

88 5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES In 2013 werd een grensoverschrijdende inventarisatie uitgevoerd van akkervogels, in een band van gemiddeld 12 km breed langsheen de Frans-Belgische grens tussen de kust en Rijsel. De bedoeling was enerzijds om een zicht te krijgen op verschillen tussen beide landen, maar anderzijds ook op waar zich kerngebieden bevinden met meer akkervogels dan elders. Dit gold in het bijzonder voor de Geelgors, een doelsoort van het natuurbeleid in West-Vlaanderen die er enkel nog langs de grens voorkomt. De inventarisatie werd echter verruimd naar een hele reeks soorten van het agrarisch gebied. Terzelfdertijd werden terreinkenmerken genoteerd, zowel op landschapsschaal als op schaal van kleine landschapselementen. De telling gebeurde d.m.v. punttellingen, met drie bezoekrondes tussen april en juni, vanop vaste punten die op minstens 1 km van elkaar lagen. In totaal zijn 391 dergelijke telpunten bemonsterd, waarvan 247 in België en 144 in Frankrijk. Het veldwerk gebeurde door 37 tellers, meestal vrijwilligers en enkele medewerkers van deelnemende organisaties. Het LANDSCHAP blijkt in grote lijnen gelijkaardig tussen Frankrijk en België. De aanwezige vogelsoorten kunnen opgedeeld worden in drie groepen: - de soorten van open en zo veel mogelijk door landbouw gedomineerde landschappen (OLA s): Gele kwikstaart, Veldleeuwerik, Kievit en Blauwborst - de soorten van zo gevarieerd en complex mogelijke landschappen (KLA s): Geelgors, Grasmus, Boerenzwaluw, Spotvogel, Fazant, Koekoek, Zomertortel, Ringmus en Buizerd. - de soorten die het blijkbaar niet zo veel kan schelen of er nu veel of weinig bebouwing of bos is in het agrarische gebied, al willen ze soms wel bepaalde kleine landschapselementen (KLE s). Dit zijn: Patrijs, Kwartel, Kneu, Rietgors, Graspieper, e.v.a. MAATREGELEN ten gunste van doelsoorten uit het agrarisch gebied bestaan meestal uit het aanleggen van kleine landschapselementen (KLE s). Uit ons onderzoek kunnen hiervoor een aantal aanbevelingen worden afgeleid: - Gebieden met concentraties aan OLA s worden best gevrijwaard van aanplantingen allerhande in de open gebieden. De openheid en juist het gebrek aan houtige KLE s vormt de kwaliteit die soorten als Veldleeuwerik, Gele kwikstaart, Kievit en Blauwborst vereisen. Idem voor bebouwing. Bloemrijke graslanden en perceelsranden zijn hier de beste optie om extra natuurwaarde toe te voegen. - In minder open gebieden kan het aantal soorten en de dichtheid van veel vogels verhoogd worden door combinaties van KLE s te creëren, met name: o bloemrijke graslanden o hagen o solitaire struiken o knot (alternatief in afwachting van holtevorming: nestkasten hangen voor holenbroeders als Ringmus en Steenuil) o droge ruigtes en braamstruwelen o poelen o ook moerasjes dragen bij aan de soortenrijkdom - Maatregelen langs drukke en zijn niet zinvol, want veel vogels mijden dit Belangrijk: verzorg goed de bestaande en soms oude KLE s. Ze zijn meestal veel waardevoller dan jonge aanplant door hun holtes of goed ontwikkelde structuurvariatie en ze nemen geen extra ruimte in. Ook is het voor veel soorten belangrijk dat de onderkant van een houtig element (struik, 83

89 haag, ) via ongemaaide ruigte overgaat in het grondgebruik ernaast, een kleine mantelzoom dus. Dit is immers de zone waar veel nesten gebouwd worden en naar insecten gezocht. Niet alle aangetroffen (schijnbare?) verbanden tussen landschap, KLE's en de aanwezige soorten kunnen verklaard worden. Het is duidelijk dat veel effecten zich afspelen op een fijner niveau. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de intensiteit van het beheer van percelen, de kwaliteit van de KLE's of de vraag of er wel genoeg KLE's aanwezig zijn. Frankrijk telt merkelijk hogere dichtheden aan RODE LIJST-SOORTEN dan België. Maar Frankrijk is zeker niet voor alle soorten beter. Gele kwikstaart, Ringmus, Kievit, Boerenzwaluw en Haas zijn veel talrijker in België. Een meer gedetailleerde analyse van het grondgebruik kan ons leren hoe dat komt, maar dit kon niet in het bestek van deze studie. Hoedanook is het nodig om maatregelen te nemen voor het voortbestaan van heel wat van deze soorten. Het komt er op aan de inspanningen te concentreren in KERNGEBIEDEN, namelijk daar waar er nog concentraties OLA's of KLA's zijn. In het onderzochte studiegebied hadden volgende gebieden de hoogste dichtheden: - voor OLA s: o de Moeren/Les Moëres (B+F) en randgebieden: ietwat oostelijker tot Bulskamp en westelijker tot Teteghem o de vierhoek Warhem-Rexpoëde-Killem-Hondschoote, aansluitend bij Les Moëres (F) o de vrij open gebieden in de vierhoek Poperinge-Vlamertinge-Wijtschate-Westouter (B) o de driehoek Dranouter-Wijtschate-Mesen ten zuiden van de Kemmelberg en in de Douvevallei (B) o een gebied ten westen van Steenvoorde rondom Ryveld (F) - voor KLA s: de kerngebieden lopen mooi door aan weerszijden van de grens. De beste gebieden zijn: o de as Mesen-Dranouter tot voorbij Bailleul, ten zuiden van de Kemmelbergrug (B+F) o de heuvelrug van Nieuwkerke (B) o een strook van 10 km breed ten noorden van de heuvelrug met Scherpe-Rode-Zwarte berg, tot aan het westen van het studiegebied (B+F) o het plateau van Izenberge met gebieden ten zuiden van de IJzer tot Proven, en de Heidebeekvallei (B) o hierbij aansluitend: de driehoek Watou - West-Cappel - Hondschoote (F) - voor beide soortgroepen samen: vooral de overgangen tussen OLA- en KLA-gebieden scoren best, bv. tussen polder en zandleemstreek en tussen bocagelandschap op de bergen en de open gebieden ernaast. Maar ook de IJzervallei en omgeving is dan een goed gebied: op zich is dit geen topper voor OLA s of KLA s apart, maar de globale soortenrijkdom is er toch vrij groot. Akkervogelbeschermingsmaatregelen kunnen zich in de eerste plaats richten op deze beste koop - gebieden, maar de aansluitende goede OLA- en KLA-zones mogen niet vergeten worden. De soortbespreking van hoofdstuk 4 geeft heel wat inspiratie voor de aard van de te nemen maatregelen. 84

90 REFERENTIES - Devillers P., Roggeman W., Tricot J., del Marmol P., Kerwijn C., Jacob J.-P. & Anselin A. (editors.), Atlas van de Belgische broedvogels. Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel. 395 p. - Dewitte E., Toestand zwaluwen Artikel raadpleegbaar via 4 p. - Dochy O. & Hens M., Van de stakkers van de akkers naar de helden van de velden. Beschermingsmaatregelen voor akkervogels. Rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek IN.R INBO, Brussel, i.s.m. het provinciebestuur West-Vlaanderen, Brugge. - Dochy O., Broedende akkervogels in het West-Vlaamse Heuvelland. De Bron jg. 15 (3): Dochy O., De vogels van landbouwbedrijven met een landschapsbedrijfsplan. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2009 (42). INBO, Brussel. - Dochy O., Akkervogels in het Brugse Ommeland. De Spille jg. 7 (4): Dochy O., Broedvogels en overwinterende akkervogels op gewone perceelsranden en experimentele trioranden in de West-Vlaamse polders. Studie in opdracht van het provinciebestuur van West-Vlaanderen in het kader van het Interreg IVa-project SOLABIO. Brugge, 145 p. - Dochy O., Milieubarometer 2012 provincie West-Vlaanderen. Fiche Broedpopulatie van de Geelgors in West-Vlaanderen. Provincie West-Vlaanderen, Brugge. Fiche te downloaden via milieubeleid/provincialebarometer/pages/milieubarometer2012.aspx. - Gilroy J., Anderson G., Grice P. & J. Vickery, Foraging habitat selection, diet and nestling condition in Yellow Wagtails Motacilla flava breeding on arable farmland. Bird Study 56: Gruar D., Barrit D. & Peach W.J., Summer utilization of Oilseed Rape by Reed Buntings Emberiza schoeniclus and other farmland birds. Bird Study 53: Kragten S., Shift in crop preference during the breeding season by Yellow Wagtails Motacilla flava flava on arable farms in The Netherlands. Journal of Ornithology 152: Lippens L. & Wille H., Atlas van de vogels in België en West-Europa. Uitgeverij Lannoo, Tielt. 847 p. - Roodbergen M., W.A Teunissen, B. Koks, C. van Scharenburg, M. van Leeuwen & J. Postma, Handleiding voor het Meetnet Agrarische Soorten. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Te downloaden via https://www.sovon.nl/nl/mas. - Tombal J.-Ch. (coord.), Les oiseaux de la région Nord Pas-de-Calais. Effectifs et distribution des espèces nicheuses, période Groupe Ornithologique Nord, région Nord-Pas-de-Calais, DIREN. Lille, 336 p. - Van Daele P., Adriaens T., Devisscher S., Huysentruyt F., Voslamber B., De Boer V., Devos K. & Casaer J., Beheer van Zomerganzen in Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2012 (INBO.R ). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. - Vermeersch G., Anselin A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriëls J. & Van Der Krieken B., Atlas van de Vlaamse broedvogels Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 23, Brussel, 496 p. - Wiersma P., Ottens H.J., Kuiper M.W., Schlaich A.E., Klaassen R.H.G., Vlaanderen O., Postma M. & Koks B., Analyse effectiviteit van het akkervogelbeheer in provincie Groningen. Rapport Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief, Scheemda. 85

91 BIJLAGEN 1. Voorbeeld van een inventarisatieformulier (voor- en achterzijde) 2. Handleiding voor de telling (handouts van presentatie) 3. Informatie per telpunt: X-Y-coördinaten, teller, KLE- en landschapsscores 85

92 BIJLAGE 1 Voorbeeld van TELFORMULIER In dit voorbeeld: telpunt v62 wordt in de praktijk verschoven tot een beter toegankelijk en landschappelijk gelijkaardig punt vlakbij het oorspronkelijke telpunt. Op het formulier is de telcirkel met straal van 300 m mee verschoven. 86

93 Achterzijde telformulier : 87

94 BIJLAGE 2. INVENTARISATIEMETHODE Zie handouts van presentatie. 88

95 17/04/2014 Geelgorzen in de grensstreek Hoe gaat het met uuuuuuu? Inhoud 1. Doel 2. Waarom deze methode 3. Methode 4. Oefenen 5. Verdeling telpunten Door: Olivier Dochy (prov. West-Vlaanderen) Shutterstock 1. Doel Hoe evolueert het aantal broedparen? Waar bevinden zich de grootste dichtheden? Hoe evolueert het areaal? Welke landschapskenmerken verklaren de aan- of afwezigheid? Verschillen Frankrijk-België? Voorwaarden : Uitvoerbaar door vrijwilligers Eenvoudige methode Zo weinig mogelijk tijd nodig voor een zo groot mogelijk gebied -> Steekproef Beste koop = punttellingen 2. Verantwoording methode Punttransecttelling? Vraagt weinig tijd (7 min. per punt) Steekproef = relatieve waarde Info weinig gedetailleerd Stilstaan is goede manier om vogels te ontdekken Makkelijk om ook andere info te noteren: andere soorten terreingebruik Methode al ingeburgerd (ABV, PTT) Systeem = meetnet via punttellingen Strook 16 km langs Frans-Belgische grens (8 kmgrens-8 km) Punten op 1 km van elkaar = 1153 telpunten Steekproef 10 % = 115 punten Willekeurig gekozen door computer = het meetnet Methode goed reproduceerbaar Om de 3 jaar opnieuw Facultatief: 132 extra telpunten in West- Vlaanderen bij gekende (oude) locaties van Geelgors extra info verspreiding meer details over grondgebruik 1

96 17/04/2014 Rood = netwerk voor index Blauw = waar GlG ook zit/zat Grijs = alle mogelijke punten Puntenraster met zijden van 1 km 3. Methode Zingende Geelgorzen per decade (n=244) bron: minuten per telpunt o 5 min. kijken & luisteren o +2 min. noteren & luisteren binnen 300 m aanduiden op kaart met code 3 telrondes: o 1-30 april o 1-31 mei o 1-30 juni landschapskenmerken noteren maa Imaa II maa III apr I apr II apr III mei I mei II mei III Aantal waarnemingen jun I jun II jun III jul I jul II jul III aug I aug II Geelgors 3. Methode mannetje vrouwtje Zang Riccooten - Birdpix Geef mij een pintje biiieeerrrr! Roep djzim djzim Overvliegend ook: een vettig trsrp Shutterstock Free Claerbout Enkel voormiddag vanaf zonsopgang tot max. 5 uur erna Enkel bij gunstig weer weinig of geen wind zacht geen regen geen mist zon of wolken: niet zo belangrijk 2

97 17/04/2014 Broedvogelcodes Vogel gewoon aanwezig Koppel aanwezig in broedbiotoop Territorium-indicerende waarneming zang, balts vechten Nest-indicerende waarneming voedseltransport alarm Nest zelf Code X X X X X e.a. # tt 0, Resultaten na de 3 rondes: Per telpunt voor elke ronde: per soort: aantal en aantal territoria Per telpunt ook Score landschap KLE s en grondgebruik Voor hele studiegebied: index per soort: makkelijk op te volgen in de toekomst index = het gemiddeld aantal territoria per 10x10=100 km² = verwacht cijfer tussen 1 en 100 Index Territoria ook te noteren binnen 300m: aantal territoria Patrijs (Pa) Kwartel (Kw) Fazant (Fa) Kievit (Ki) Grutto (Gr) Zomertortel (ZoT) Koekoek (Koe) Veldleeuwerik (VL) Graspieper (GP) Blauwborst (BB) Gekraagde roodstaart (GR) Roodborsttapuit (RT) Grote Lijster (GL) Spotvogel (SV) Orpheusspotvogel (OSV) Braamsluiper (BS) Grasmus (GM) Grauwe vliegenvanger (GVl) Roek (Ro) Geelgors (GG) Rietgors (RG) Andere soorten Grauwe gors (GrG) Index aanwezigheid (vnl. soorten met grote territoria) te noteren: aantal exemplaren Nijlgans (NGa) Grauwe Gans (GGa) Canadese Gans (CGa) Bergeend (BE) Torenvalk (TV) Buizerd (Bui) Scholekster (Sc) Boerenzwaluw (BZw) Huiszwaluw (HZw) Gele kwikstaart (GKw) Zwarte roodstaart (ZR) Ringmus (RM) Groenling (Gr) Putter (Pu) Kneu (Kn) Facultatief: opvallende zoogdieren zoals Haas (Hs), Ree (Re) en Konijn (Kon). Telpunt v356 Telpunt v356 3

98 17/04/2014 Aanvullende info landschap Checklist onderaan telpuntformulier 2 thema s: Score landschap in het algemeen Biotopen en KLE s Score landschap Geef punten op een totaal van 8 (eenheden) In verhouding tot de oppervlakte Bv. Score landschap Agrarisch 6 Bebouwd 1 Natuur droog 1 Natuur nat Bos Som 8 Score Landschapsstructuur Codes Agrarisch = akker, grasland Bebouwd = alle gebouwen (ook hoeve), en, infrastructuur, hoogspanningsmast, Natuur droog = ruigte, struweel, bloemrijke percelen of bermen, taluds met deze vegetatie, Natuur nat = riet, lisdodde, zegge, pitrus, maar ook vijvers, grote sloten, Bos = bos, rijk park, opvallende grote dreef of houtkant Voorbeelden Score landschap In principe: punt(en) geven in verhouding tot oppervlakte-aandeel Maar: ook punt voor kleinschaliger maar belangrijke landschapsonderdelen (bv. vanaf 1 gebouw, een grote dreef, een stukje bos) Voor KLE s: zie verder. Score landschap Agrarisch 5 Bebouwd 1 Natuur droog Natuur nat 1 Bos 1 Som 8 Score landschap Agrarisch 7 Bebouwd 1 Natuur droog Natuur nat Bos Som 8 4

Waar chante le gele bruant nog?

Waar chante le gele bruant nog? Waar chante le gele bruant nog? Resultaten van een Frans-Belgische akkervogelinventarisatie in 2013 Akkervogels krijgen al langer aandacht in de Westhoek, met de Geelgors op kop. Heel wat soorten van landbouwgebied

Nadere informatie

Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen

Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen Alle bij de NGF aangesloten clubs worden jaarlijks uitgenodigd deel te nemen aan een vogelteldag. De bedoeling is op dezelfde dag eind april

Nadere informatie

BMP rapport. Gat van Pinte 2014. Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014

BMP rapport. Gat van Pinte 2014. Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014 BMP rapport Gat van Pinte 2014 Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014 1 van 10 BMP Gat van Pinte 2014 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Gebiedsbeschrijving Gat van Pinte... 3 3. De telronden...

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold

Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold Tellers: D.Schoppers, A. Vanderspoel, J. de Vries, W. Woudman, M. Werkman, J. De Bruin, M.Wijnhold Inhoud: 1. Samenvatting 2. Methode: territoria

Nadere informatie

Routekaart 2011. Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011. Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer

Routekaart 2011. Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011. Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011 Routekaart 2011 Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer Welkom op het Frysk Fûgelpaad 2011 Deze vogelspotwandeling wordt gehouden in Nationaal

Nadere informatie

Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport

Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport A&W-rapport 996 Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport 1 2 A&W-rapport 996 Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport 3 4 A&W-rapport 996 Inventarisatie

Nadere informatie

BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen

BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen Sinds 2008 voer ik jaarlijks broedvogeltellingen uit in een telgebied op het Leersumse Veld en Ginkelduin volgens de richtlijnen

Nadere informatie

broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval. 9.05 : 1 w. met 3 pulli - regelmatig worden ongepaarde ex.

broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval. 9.05 : 1 w. met 3 pulli - regelmatig worden ongepaarde ex. Kleiputten 't Hoge 1983 2013 (2014) In deze kolom krijgen sommige soorten een andere kleur en dus een andere Broedende of waarschijnlijk broedende soorten broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval.

Nadere informatie

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011 BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Luchtfoto van het gebied... 3 Algemene Informatie.... 4 Gebiedsbeschrijving... 5 Gebiedsindeling... 6 Info over de telronden... 7 Territoria

Nadere informatie

Broedvogel Monitoring Project. Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg. voorjaar 2012

Broedvogel Monitoring Project. Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg. voorjaar 2012 Broedvogel Monitoring Project Alle soorten (BMP A) Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg voorjaar 2012 Vogelwerkgroep t Vuggelke, IVN Bakel-Milheeze-Rips Dit rapport is opgesteld op verzoek van

Nadere informatie

Excursie samen met Flevo Bird Watching uitgevoerd door: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek. Flevo Birdwatching, Rien Jans

Excursie samen met Flevo Bird Watching uitgevoerd door: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek. Flevo Birdwatching, Rien Jans Datum van de excursie: 4 mei 2016 Team: Flevo Birdwatching, Rien Jans Bezochte gebied: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek Vroege ochtend: Het Langeveen op landgoed Den Treek. En late ochtend/middag:

Nadere informatie

NVWK geeft de erven vleugels. Module 3 vogels tellen

NVWK geeft de erven vleugels. Module 3 vogels tellen NVWK geeft de erven vleugels Module 3 vogels tellen 1 Indeling van de avond Even voorstellen Erfvogels tellen met tuintelling.nl pauze Je erf toevoegen Geluidenquiz 2 Even voorstellen. Werkzaam bij Sovon

Nadere informatie

Vogelringstation Schiermonnikoog. Verslag activiteiten 2014 voor CCWO

Vogelringstation Schiermonnikoog. Verslag activiteiten 2014 voor CCWO Vogelringstation Schiermonnikoog Verslag activitei 2014 voor CCWO Verslag veldwerk 2014 Inleiding In 2014 zijn de activitei van het Vogelringstation Schiermonnikoog in de onderzoeksopzet voortgezet: 1.

Nadere informatie

Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen

Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen op basis van Henk Kuiper Utrecht December 2009 COLOFON Tekst en onderzoek:

Nadere informatie

Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden

Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden 2006 Bosuil Inleiding: In begin 2006 is een hernieuwde poging gedaan om de natuur inventarisaties die in het verleden een belangrijke plaats innamen

Nadere informatie

Methodehandleiding bij het project Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen (ABV)

Methodehandleiding bij het project Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen (ABV) Methodehandleiding bij het project Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen (ABV) Glenn Vermeersch, Anny Anselin, Marc Herremans Een initiatief van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en

Nadere informatie

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2013 Hans Molenaar VWG De Steltkluut November 2013 Inhoudsopgave 1. Algemene Informatie... 4 Doelstelling SOVON broedvogelonderzoek.... 4 2. Gebiedsbeschrijving... 5 Luchtfoto

Nadere informatie

Japanse haver goed voor bodem en vogel

Japanse haver goed voor bodem en vogel Japanse haver goed voor bodem en vogel Japanse haver (Avena strigosa) Avena strigosa, in het Nederlands Evene genoemd en in de volksmond vooral gekend als Japanse haver, is een graangewas afkomstig uit

Nadere informatie

Natuur en landschap van Witharen in 2008

Natuur en landschap van Witharen in 2008 Natuur en landschap van Witharen in 2008 C. Zoon Versie 5 8 augustus 2008 Inleiding Witharen is een buurtschap in het noorden van de gemeente Ommen. In het zuidwesten wordt het begrensd door het Varsenerveld

Nadere informatie

De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007

De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007 De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007 Lieuwe Dijksen & Frank Willems SOVON-inventarisatierapport 2007/49 Dit rapport is samengesteld in opdracht van Het Groninger Landschap Colofon SOVON Vogelonderzoek

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatie. Wijchens Meer-west,Wijchen. Hans Hollander, 2008

Broedvogelinventarisatie. Wijchens Meer-west,Wijchen. Hans Hollander, 2008 Broedvogelinventarisatie Wijchens Meer-west,Wijchen 2008 Hans Hollander, 2008 Hans Hollander Oudelaan 2005 6605 SC Wijchen 024-6412564 hanshollander@xmsnet.nl 2 Inhoud INHOUD... 3 1 INLEIDING... 4 2 GEBIEDSBESCHRIJVING...

Nadere informatie

Broedvogelonderzoek De Liede. De gemeente Haarlemmermeer

Broedvogelonderzoek De Liede. De gemeente Haarlemmermeer Broedvogelonderzoek De Liede De gemeente Haarlemmermeer Broedvogelonderzoek De Liede Opdrachtgever: Uitvoering: Samenstelling: Veldwerk: Status Gemeente Haarlemmermeer Adviesbureau E.C.O. Logisch ing.

Nadere informatie

Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim

Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim Om 18.15 uur trof ik mijn enthousiaste excursiedeelnemers uit het Nood Hollandse Uitgeest. We reden allereerst naar de Grote praambult

Nadere informatie

Leeswijzer internationale doelen binnen het gebiedsproces van agrarisch natuurbeheer Versie 0.1 16 mei 2014

Leeswijzer internationale doelen binnen het gebiedsproces van agrarisch natuurbeheer Versie 0.1 16 mei 2014 Leeswijzer internationale doelen binnen het gebiedsproces van agrarisch natuurbeheer Versie 0.1 16 mei 2014 Inleiding In deze leeswijzer vindt u een uitgebreidere uitleg over de het gebruik en interpretatie

Nadere informatie

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 29 ste BROEDVOGELINVENTARISATIE -2006 Het natuurreservaat Blokkersdijk (100ha groot) ligt gekneld tussen de Zwijndrechtse industriezone, de Expressweg

Nadere informatie

Broedvogels van Sportcentrum Papendal in 2007

Broedvogels van Sportcentrum Papendal in 2007 Broedvogels van Sportcentrum Papendal in 2007 Jan Schoppers Inleiding In 2007 is in opdracht van Sportcentrum Papendal en NOC*NSF een broedvogelinventarisatie uitgevoerd op het terrein. Dit is een nieuwe

Nadere informatie

Euro Birdwatch 2012 Jaarlijkse trekteldag

Euro Birdwatch 2012 Jaarlijkse trekteldag Euro Birdwatch 2012 Jaarlijkse trekteldag Op 6 oktober jongstleden, was het de 17 e keer dat Vogelwacht-Limburg deelnam aan de ondertussen traditionele, jaarlijkse vogeltrekteldag, de laatste jaren ook

Nadere informatie

Advies voor een akkervogelproject in de zoekzone voor beheerovereenkomsten voor akkervogels te Zwevegem (West-Vlaanderen)

Advies voor een akkervogelproject in de zoekzone voor beheerovereenkomsten voor akkervogels te Zwevegem (West-Vlaanderen) Advies voor een akkervogelproject in de zoekzone voor beheerovereenkomsten voor akkervogels te Zwevegem (West-Vlaanderen) Nummer: INBO.A.2010.109 Datum: 07/04/2010 Auteur(s): Contact: Olivier Dochy, Niko

Nadere informatie

Bijzondere Vogels Strabrechtse Heide 2011

Bijzondere Vogels Strabrechtse Heide 2011 Bijzondere Vogels Strabrechtse Heide 2011 Dit overzicht bevat bijzondere vogelwaarnemingen die gemaakt zijn op de Strabrechtse Heide. Hieronder vallen fenologische waarnemingen, opmerkelijke trekvogels,

Nadere informatie

BIBLIOTK-EK RIJKS: VOOR OE USSELMttRPOLDcRS WERKDOCUMENT. door. W. Dubbeldam. 1980-80 Abw maart. X 7t. ^TJ, 6wo

BIBLIOTK-EK RIJKS: VOOR OE USSELMttRPOLDcRS WERKDOCUMENT. door. W. Dubbeldam. 1980-80 Abw maart. X 7t. ^TJ, 6wo BIBLIOTK-EK RIJKS: VOOR OE USSELMttRPOLDcRS WERKDOCUMENT RESULTATEN VAN EEN VERKENNENDE BROEDVOGEL- INVENTARISATIE IN HET NATUURTERREIN HET HARDERBROEK door W. Dubbeldam 1980-80 Abw maart R 13381 X 7t

Nadere informatie

WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD

WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD 214 Er is goed nieuws en er is slecht nieuws WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD 214: ER IS GOED NIEUWS EN ER IS SLECHT NIEUWS Sinds 211 telt DNatuur voor ANV Lopikerwaard hoeveel Grutto

Nadere informatie

!!!!"### " $% + " $% -""!. /"0%. + %"" 1 "" 3 '$ + * + + * +1 5*!! 1"! '!' 5%!.* " " "!.%%"!%%!-8! " $% *8! %! 9: $% !$!!

!!!!###  $% +  $% -!. /0%. + % 1  3 '$ + * + + * +1 5*!! 1! '!' 5%!.*   !.%%!%%!-8!  $% *8! %! 9: $% !$!! 1 !!!!"### #$% $% &'() " $% %""*$ +, " $% %""* -""!. /"0%.!*% + %"" 1 "" 2 3 '$ + * + " $% + + * ++ 4""% +1 5*!! +2 4""*! 1"! '!' '() $""" '()6 "%##!& 4&*!7 5%!.* " " "!.%%"!%%!-8!!'() 8%!!""" %"" $% *8!

Nadere informatie

Monitoringsnieuwsbrief 1 mei 2016

Monitoringsnieuwsbrief 1 mei 2016 Monitoringsnieuwsbrief 1 mei 2016 Monitoring akkerranden in Zeeland Afgelopen winter (2015 2016) is er een start gemaakt met het monitoren van akkervogels. Poldernatuur Zeeland was hiermee één van de eerste

Nadere informatie

Vraagprogramma Europese Cultuurvogels

Vraagprogramma Europese Cultuurvogels Vraagprogramma Europese Cultuurvogels Hoofdgroep Soort Kooi Aantal jaar gevraagd 15.001.001 Europese Kanarie Wildkleur Man 2 2 15.001.002 Europese Kanarie Wildkleur Pop 2 2 15.001.003 Citroensijs Wildkleur

Nadere informatie

Lijst waargenomen vogel, amfibie- en zoogdiersoorten Bulgarije 30 mei - 2 juni 2009 Stichting Natuurreizen

Lijst waargenomen vogel, amfibie- en zoogdiersoorten Bulgarije 30 mei - 2 juni 2009 Stichting Natuurreizen Lijst waargenomen vogel, amfibie- en zoogdiersoorten Bulgarije 30 mei - 2 juni 2009 Stichting Natuurreizen 1 Dodaars X X X X 2 Fuut X X X 3 Roze Pelikaan X X 4 Kroeskoppelikaan X X 5 Aalscholver X X X

Nadere informatie

Overzicht broedperiode 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels.

Overzicht broedperiode 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels. Overzicht broed 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels. Voorkeur bos Vogelsoorten van Bijlage 1 vogelrichtlijn Gemengd bos Zwarte specht #1 1500-2500 2300-2900 1100-1600 - Naald- en loofbos Wespendief

Nadere informatie

2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com

2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com Colofon Inhoud 2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com coverfoto s (Roodborst) Michel Geven (voorzijde) Nico van Kappel

Nadere informatie

Oostenrijk 10-18 juni 2012

Oostenrijk 10-18 juni 2012 Oostenrijk 10-18 juni 2012 Oostenrijk, 10-18 juni 2012 Doel van de reis, de Grossglockner Hochalpenstrasse in de Alpen Route We reden vanuit Nederland richting München naar Greding. Vervolgens door naar

Nadere informatie

Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud

Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud Periode 2008-2013 Céline Malengreaux, Jan Vercammen, Alain Licoppe, Frank Huysentruyt, Jim Casaer Dankwoord Het uitvoeren

Nadere informatie

Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015

Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015 Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015 Martin Heinen Vogelwerkgroep Oost-Veluwe, Apeldoorn 1 1. Inleiding De gemeente Apeldoorn heeft Vogelwerkgroep Oost-Veluwe gevraagd een inventarisatie

Nadere informatie

Basiskwaliteit. meten? kwaliteit? benchmarken? relatieve trends en absolute referenten? Robert Kwak / 25 jan 2016

Basiskwaliteit. meten? kwaliteit? benchmarken? relatieve trends en absolute referenten? Robert Kwak / 25 jan 2016 Basiskwaliteit relatieve trends en absolute referenten? meten? kwaliteit? benchmarken? Robert Kwak / 25 jan 2016 meten trends Trends broedvogels 200 180 160 140 populatie-index 120 100 80 60 40 20 0 agrarisch

Nadere informatie

Required species Belgium Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No number means not required

Required species Belgium Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No number means not required Required species Belgium Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No number means not required Species Pictures Sounds Dodaars 2 2 Kuifduiker 3 Geoorde Fuut 3 Kuhls Pijlstormvogel 3 Noordse

Nadere informatie

Broedvogelmonitoring Meijendel 2010. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding

Broedvogelmonitoring Meijendel 2010. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding Broedvogelmonitoring Meijendel F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag Inleiding Dit verslag vat de resultaten samen van de broedvogelmonitoring in Meijendel in. Tevens

Nadere informatie

Meetnet Urbane Soorten (MUS)

Meetnet Urbane Soorten (MUS) Meetnet Urbane Soorten (MUS) Nieuwsbrief september 2013 Het nationale stadsvogelmeetnet MUS is opgezet door Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland om de aantalsontwikkeling en verspreiding

Nadere informatie

Required species Netherlands Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No numbers means not required

Required species Netherlands Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No numbers means not required Required species Netherlands Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No numbers means not required Species Pictures Sounds Dodaars 2 2 Roodhalsfuut 3 Fuut 2 Kuifduiker 3 Geoorde Fuut 3 Kuhls

Nadere informatie

VIER MODELLEN. Bouwstenen. Een meer uitgebreide beschrijving van de bouwstenen en informatie over het beheer vindt u in de bijlage.

VIER MODELLEN. Bouwstenen. Een meer uitgebreide beschrijving van de bouwstenen en informatie over het beheer vindt u in de bijlage. 2 VIER MODELLEN In dit hoofdstuk beschrijven we vier verschillende inrichtingsmodellen: Kleinschalig landschap, Moeraszone, Nat kralensnoer en Droog kralensnoer. In extra informatiepagina s geven we aan

Nadere informatie

Monitoring bij Natuurboeren. 31 maart 2015

Monitoring bij Natuurboeren. 31 maart 2015 Monitoring bij Natuurboeren 31 maart 2015 problematiek Afname Plant- en dieren leven in het buitengebied Intensivering grondgebruik, verdroging Monitoring bij natuurboeren 2 Monitoring bij natuurboeren

Nadere informatie

Een enthousiaste bedrijfsvoering

Een enthousiaste bedrijfsvoering Maatwerk voor akkervogels EEN INTEGRAAL VERHAAL Vandaag zijn er veel minder akkervogels dan vroeger. Daarom gaan we samen aan de slag. Iedereen draagt zijn steentje bij: landbouwers, jagers, de Vlaamse

Nadere informatie

Akkervogelmaatregelen in Waarbeke/Galmaarden in de winter 2013-2014 resultaten

Akkervogelmaatregelen in Waarbeke/Galmaarden in de winter 2013-2014 resultaten CINEREA-RAPPORT nr. 2014-1 Akkervogelmaatregelen in Waarbeke/Galmaarden in de winter 2013-2014 resultaten Datum: april 2014 Auteur: Wouter Faveyts Een rapport van Natuurpunt-Vogelwerkgroep Cinerea (Dendervallei)

Nadere informatie

Natuurakkers in Nederland - achtergrond en dilemma s in beheer. Henk Kloen. Natuurakkers in Nederland - achtergrond en dilemma s in beheer

Natuurakkers in Nederland - achtergrond en dilemma s in beheer. Henk Kloen. Natuurakkers in Nederland - achtergrond en dilemma s in beheer Werken aan duurzame landbouw en een aantrekkelijk platteland Natuurakkers in Nederland - achtergrond en dilemma s in beheer Henk Kloen Natuurakkers in Nederland - achtergrond en dilemma s in beheer Wat

Nadere informatie

Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006.

Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006. Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006. Gerrit Arfman Opdrachtgever Staatsbosbeheer Regio Oost Deventer Colofon Broedvogelkartering: Gerrit Arfman. Foto s: Ad van Roosendaal. Tekst: Gerrit Arfman,

Nadere informatie

Riet in de sloot. Vereniging voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer Noord-Groningen

Riet in de sloot. Vereniging voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer Noord-Groningen Riet in de sloot Onderzoek naar de kenmerken van sloten en watergangen op het Hogeland en de relatie met broedvogels Vereniging voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer Noord-Groningen Riet in de sloot

Nadere informatie

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005 NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005 SITUERING: Blokkersdijk is circa 100ha groot. Het reservaat ligt gekneld tussen de Zwijndrechtse industriezone,

Nadere informatie

Projectplan. Maatregelen voor de Patrijs Versterking van het leefgebied, landsdeel Zuid

Projectplan. Maatregelen voor de Patrijs Versterking van het leefgebied, landsdeel Zuid Projectplan Maatregelen voor de Patrijs Versterking van het leefgebied, landsdeel Zuid A. Wieland & J. Sloothaak september 2012 Projectplan Project: Maatregelen voor de Patrijs Periode: 1 januari 2013

Nadere informatie

In het Buytenpark gaat het niet alleen om vogels

In het Buytenpark gaat het niet alleen om vogels Aanvulling op de bespiegelingen invloed uitbreiding SnowWorld In het Buytenpark gaat het niet alleen om vogels Door Winfried van Meerendonk In het Zoetermeerse Buytenpark verblijven zeker meer dan 100

Nadere informatie

Vogelwerkgroep de Kempen. Broedvogelinventarisatie Goorloop

Vogelwerkgroep de Kempen. Broedvogelinventarisatie Goorloop Vogelwerkgroep de Kempen Broedvogelinventarisatie Goorloop 2 INLEIDING In 2 is het natuurgebied de Goorloop op broedvogels geïnventariseerd door een aantal leden van Vogelwerkgroep de Kempen. Deze inventarisatie

Nadere informatie

Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer

Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer Verslag Nationale vogeltelling Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer GOLF- & COUNTRYCLUB LIEMEER 26 april 2015 Opgesteld door: Cees van de Noort

Nadere informatie

NATUURGEBIED HET ROT ANTWERPEN-LINKEROEVER

NATUURGEBIED HET ROT ANTWERPEN-LINKEROEVER NATUURGEBIED HET ROT ANTWERPEN-LINKEROEVER BROEDVOGELINVENTARISATIE 2014 Willy Verschueren, Greet De Jonghe, Jef Van de Wiele INLEIDING De natuurgebieden te Antwerpen Linkeroever hebben steeds een rijke

Nadere informatie

Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009

Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009 Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009 Ronnie Veldkamp Om 9.00 uur had ik afgesproken met mijn vriend Pieter van den Hooven om weer de jaarlijkse telling

Nadere informatie

Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering

Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering Inhoudsopgave 1. Contact leggen 3 1.1 Inloggen op www.sovon.nl 3 1.2 Controleer uw informatie 3 2. Aan de slag 4 2.1 Naar WSN

Nadere informatie

BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN

BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN Vogels zingen en maken talrijke andere geluiden zoals b.v. contactroepen of alarmkreten. Ze beschikken over een uitgebreid repertoire aan geluiden, want die spelen een belangrijke

Nadere informatie

Aanleiding nieuw stelsel

Aanleiding nieuw stelsel Aanleiding nieuw stelsel Nieuw EU landbouwbeleid per 1 januari 2016 Pijler 1: directe betalingen en vergroening Pijler 2: agrarisch natuur- & landschapsbeheer Natuurresultaat moet beter Uitvoeringskosten

Nadere informatie

Het Meetnet Agrarisch Soorten van start in de Provincies Drenthe, Flevoland en Groningen.

Het Meetnet Agrarisch Soorten van start in de Provincies Drenthe, Flevoland en Groningen. Het Meetnet Agrarisch Soorten van start in de Provincies Drenthe, Flevoland en Groningen. Beste mensen, Het MAS+ toegelicht en een oproep tot deelname! De Lente begint - al knipperend - te ontwaken. Het

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, september 2010

Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, september 2010 Broedvogelinventarisatierapport Heseveld, Nijmegen 2010 Marc de Bont Nijmegen, september 2010 Inleiding Methode In maart 2010 heb ik besloten om in de omgeving van het complex Berkenoord de broedvogels

Nadere informatie

Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij

Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij In totaal werden 28374 tellingen doorgegeven verdeeld over meer dan 900.000 verschillende individuen. Er werden 125.550 huismussen

Nadere informatie

Terug een topjaar voor de bruine kiekendieven in de Westkustpolders

Terug een topjaar voor de bruine kiekendieven in de Westkustpolders Terug een topjaar voor de bruine kiekendieven in de Westkustpolders Net zoals bij onze kerkuilen beleefden we vorig jaar ook bij de bruine kiekendieven een topjaar met een totaal van maar liefst 38 broedgevallen.

Nadere informatie

Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015

Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015 Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015 Overkamppark, Landgoed Dordwijk en Dubbelmondepark en een vergelijking met eerdere inventarisaties Sander Terlouw Grauwe Vliegenvanger - Foto

Nadere informatie

Rapport Natuur.studie nummer 1 2005

Rapport Natuur.studie nummer 1 2005 Broedvogels van het Haachts Broek 2005 Rapport Natuur.studie nummer 1 2005 Johan De Meirsman Broedvogels van het Haachts Broek... 3 Terreingebruik... 3 Bezoeksintensiteit... 4 Diversiteit en densiteit...

Nadere informatie

Park Zuid-Kennemerland in 2011

Park Zuid-Kennemerland in 2011 Park Zuid-Kennemerland in 2011 Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Broedvogels van Nationaal Park Zuid-Kennemerland in 2011 Resultaten en analyse resultaten inventarisatie 2011

Nadere informatie

VOGELS VAN DE STEENWAARD Jan Buys

VOGELS VAN DE STEENWAARD Jan Buys VOGELS VAN DE STEENWAARD Jan Buys In 2004 kwam ik vlak naast de Steenwaard in Schalkwijk te wonen. Tot mijn aangename verrassing werden er geen broedvogeltellingen uitgevoerd, zodat ik bij de buren een

Nadere informatie

Monitoringsplan Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Zeeland 2015-2016 Beleidsmonitoring Akker- en weidevogels in het agrarisch gebied.

Monitoringsplan Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Zeeland 2015-2016 Beleidsmonitoring Akker- en weidevogels in het agrarisch gebied. Monitoringsplan Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Zeeland 2015-2016 Beleidsmonitoring Akker- en weidevogels in het agrarisch gebied. Foto: Wilma Maljaars Datum: 16 maart 2015 Versienummer: Definitief

Nadere informatie

Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam

Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag P.J.H. van der Linden Amsterdam Nieuw

Nadere informatie

Milieutrefdag 4 juni 2009. Gemeenten in de bres voor een dier- of plantensoort

Milieutrefdag 4 juni 2009. Gemeenten in de bres voor een dier- of plantensoort Milieutrefdag 4 juni 2009 Gemeenten in de bres voor een dier- of plantensoort Biodiversiteit in jouw gemeente Grote resultaten met kleine (?) acties Inhoud Voormiddag: charters In charters aandacht voor

Nadere informatie

Broedvogels van landgoed De Kranenkamp in 2011

Broedvogels van landgoed De Kranenkamp in 2011 Broedvogels van landgoed De Kranenkamp in 2011 Broedvogel Monitoring Project, alle soorten Esther Veldhoen Dit is een uitgave van VWG De IJsselstreek Colofon Vogelwerkgroep de IJsselstreek Secretariaat:

Nadere informatie

Monitoring op natuurboerenerven. Uitleg over de systematiek van het monitoren

Monitoring op natuurboerenerven. Uitleg over de systematiek van het monitoren Monitoring op natuurboerenerven Uitleg over de systematiek van het monitoren Inleiding Boerenzwaluwen op het erf, korenbloemen in de akkers, fladderende citroenvlinders tussen de schuren. Al dat pracht

Nadere informatie

Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181)

Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181) Gemeente Werkendam t.a.v. C.A.A.M. de Jong Postbus 16 4250 DA Werkendam Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181) Gemert, 5 augustus 2010 Geachte heer/mevrouw

Nadere informatie

Broedvogels in De Onlanden in 2014

Broedvogels in De Onlanden in 2014 Broedvogels in De Onlanden in 2014 Wim van Boekel, Roelof Blaauw, Jacob de Bruin, René Oosterhuis en Bertil Zoer Rapport 2014.01 Stichting Natuurbelang De Onlanden colofon foto Bruine Kiekendief op omslag:

Nadere informatie

De telformulieren 1 tot en met 5 kopiëren ten behoeve van de tellers.

De telformulieren 1 tot en met 5 kopiëren ten behoeve van de tellers. VOORJAARSTELLING 2012 TELFORMULIEREN De telformulieren 1 tot en met 5 kopiëren ten behoeve van de tellers. Inventarisatieformulier 6 en 7 kopiëren ten behoeve van de jachthouders in uw WBE. Voorjaarstelling

Nadere informatie

Fiche Natuurbehoudswaarde van de plantendiversiteit in de. in de provinciedomeinen en provinciale aandachtsgebieden

Fiche Natuurbehoudswaarde van de plantendiversiteit in de. in de provinciedomeinen en provinciale aandachtsgebieden Natuurbehoudswaarde van de plantendiversiteit in de provinciedomeinen en provinciale aandachtsgebieden Indicatorgegevens Naam Natuurbehoudswaarde van de plantendiversiteit in de provinciedomeinen en provinciale

Nadere informatie

Afgelopen maanden maart en april 2012:

Afgelopen maanden maart en april 2012: IVN Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie Afdeling Nijkerk Natuurwerkgroep Bunschoten Winnaar Natuur- en Milieuprijs 2009 provincie Utrecht oördinator: Wim Smeets, Bachlaan 111, 3752 HG Bunschoten

Nadere informatie

Toekomst agrarisch natuur- en landschapsbeheer rond Winterswijk. Jan Stronks

Toekomst agrarisch natuur- en landschapsbeheer rond Winterswijk. Jan Stronks Toekomst agrarisch natuur- en landschapsbeheer rond Winterswijk Jan Stronks Stand van zaken huidig landschap Bos en natuur in de plus! Agrarisch cultuurlandschap sterk in de min: Natuurwaarde holt achteruit

Nadere informatie

Natuurwaarden Bermen en ruigten Sloten en kanalen Beschermde flora

Natuurwaarden Bermen en ruigten Sloten en kanalen Beschermde flora Natuurwaarden In 2004 is een inventarisatie uitgevoerd naar krachtens de Flora- en Faunawet beschermde plant- en diersoorten in de Achtersluispolder en aangrenzende terreinen zoals het Vijfhoekpark, de

Nadere informatie

Milieuraad Roeselare. Advies Natuurpunt Mandelstreke. Inzaaiadviezen akkervogels en bijen

Milieuraad Roeselare. Advies Natuurpunt Mandelstreke. Inzaaiadviezen akkervogels en bijen Milieuraad Roeselare Advies Natuurpunt Mandelstreke Inzaaiadviezen akkervogels en bijen http://www.boerenlandvogels.nl/sites/default/files/akkerranden.jpg?142010975 6 INHOUD 1 motivatie 3 2 adviezen 4

Nadere informatie

BROEDVOGELS VAN HET HEILIGENBERGERBEEKDAL IN AMERSFOORT IN 2003

BROEDVOGELS VAN HET HEILIGENBERGERBEEKDAL IN AMERSFOORT IN 2003 BROEDVOGELS VAN HET HEILIGENBERGERBEEKDAL IN AMERSFOORT IN 2003 Sinds een paar jaar is er in Amersfoort een werkgroep die zich actief inzet voor de groene belangen van het Heiligenbergerbeekdal, het fraaie

Nadere informatie

Selectief maar voortvarend investeren in effectief agrarisch natuurbeheer

Selectief maar voortvarend investeren in effectief agrarisch natuurbeheer Selectief maar voortvarend investeren in effectief agrarisch natuurbeheer De breedte van het speelveld Betaald beheer (SNL): 179.000 ha, 64 mln. (excl. ganzen) 13.500 bedrijven = 27% van grondgebonden

Nadere informatie

Fauna-akkers in Rivierenland

Fauna-akkers in Rivierenland fauna-akkers 1 Fauna-akkers in Rivierenland REGIONAAL LANDSCHAP RIVIERENLAND Langs Nete, Dijle, Zenne & Rupel v z w 2 Regionaal Landschap Rivierenland Wat is een fauna-akker? Fauna-akkers zijn akkers en

Nadere informatie

AMSTERDAM OPEN AIR FESTIVAL GAASPERPLAS

AMSTERDAM OPEN AIR FESTIVAL GAASPERPLAS NATUURBELEVEN AMSTERDAM OPEN AIR FESTIVAL GAASPERPLAS QUICKSCAN FLORA- EN FAUNAWET NatuurBeleven b.v. dr. M. Kuiper Oostermeerkade 6 1184 TV Amstelveen 020/4720777 mark@natuurbeleven.nl Opdrachtgever:

Nadere informatie

Nationale Databank Flora en Fauna Uitvoerportaal

Nationale Databank Flora en Fauna Uitvoerportaal 104 records Middelpunt < 1km² Middelpunt 1km² - 5km² Middelpunt > 5km² Vlak schaal 1 : 50000 Zoekvraag Soort Soortgroep Wet en Beleid Periode Bronhouder Zoekgebied Alle Alle FF-wet tab. II Rode Lijst FF-wet

Nadere informatie

Hans Hollander 29 augustus 2011 Rapport 14. Broedvogelinventarisatie Alvernese Heide, Wijchen 2011

Hans Hollander 29 augustus 2011 Rapport 14. Broedvogelinventarisatie Alvernese Heide, Wijchen 2011 Hans Hollander 29 augustus 2011 Rapport 14 Broedvogelinventarisatie Alvernese Heide, Wijchen 2011 ir. Hans Hollander Oudelaan 2005 6605 SC Wijchen 024-6412564 hanshollander@xmsnet.nl Overige publicaties:

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatie 2006 Deelgebied Grenspark:

Broedvogelinventarisatie 2006 Deelgebied Grenspark: Broedvogelinventarisatie 2006 Deelgebied Grenspark: Omgeving Landgoed Groote Meer, Kortenhoeff, Staartse duinen en heide (NL) en bosgebied Steertse duinen (VL) Rapport broedvogelinventarisatie aandachtssoorten

Nadere informatie

Vogelbevolking op De Beer door opzichter Van Doorn, 1945. Mededelingenreeks Natuurmonument De Beer 6

Vogelbevolking op De Beer door opzichter Van Doorn, 1945. Mededelingenreeks Natuurmonument De Beer 6 Vogelbevolking op De Beer door opzichter Van Doorn, 1945 Mededelingenreeks Natuurmonument De Beer 6 Vogelbevolking op De Beer door opzichter Van Doorn, 1945 Mededelingenreeks Natuurmonument De Beer 6 Maart

Nadere informatie

Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode

Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode Natuurwaardenkaart Voor het inventariseren van de natuurwaarden van Heemstede zijn in het rapport Natuurwaardenkaart van Heemstede Waardering van

Nadere informatie

De Gierzwaluw. Broedvogels in de Brettenzone Broedvogelinventarisaties in 2009 Resultaten MUS-project 2008 NR 4 M A A R T 2 0 1 0

De Gierzwaluw. Broedvogels in de Brettenzone Broedvogelinventarisaties in 2009 Resultaten MUS-project 2008 NR 4 M A A R T 2 0 1 0 De Gierzwaluw VOGELWERKGROEP AMSTERDAM Broedvogels in de Brettenzone Broedvogelinventarisaties in 00 Resultaten MUS-project 00 NR M A A R T 0 0 J A A R G A N G De Gierzwaluw VOGELWERKGROEP AMSTERDAM Inhoud

Nadere informatie

Nader onderzoek huismussen. Herontwikkeling Gasthuisstraat 77 te Kaatsheuvel

Nader onderzoek huismussen. Herontwikkeling Gasthuisstraat 77 te Kaatsheuvel Nader onderzoek huismussen Herontwikkeling Gasthuisstraat 77 te Kaatsheuvel te Kaatsheuvel blad 1 INHOUD blz. 1 INLEIDING 2 1.1 Aanleiding en doelstelling 2 1.2 Leeswijzer 2 2 SITUATIE EN PLANVORMING

Nadere informatie

Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 gebieden zonder vogeldoelen

Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 gebieden zonder vogeldoelen Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 en zonder vogeldoelen Erratum Bijlage 9 Toetsing typische soorten in Natura 2000 en zonder vogeldoelen Onderstaande tekst vervangt bijlage 9 bij het

Nadere informatie

Broedvogelmonitoring Meijendel 2009. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding

Broedvogelmonitoring Meijendel 2009. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding Broedvogelmonitoring Meijendel F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag Inleiding De in dit verslag gepresenteerde resultaten zijn op een andere manier tot stand gekomen

Nadere informatie

Reizen met een Plus in de Kaukasus!

Reizen met een Plus in de Kaukasus! Reizen met een Plus in de Kaukasus! FOTOBOEK GEORGIË VOGELREIS 15 T/M 26 SEPTEMBER 2012 KAUKASUS PLUS REIZEN DEELNEMERS Jan Benoist Huub Don Menno Korbijn Martin van Leest Peter Mende Paulien van Ommen

Nadere informatie

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Tel: 013 / 67.38.44 GERHAGEN E-mail: bosmuseum@skynet.be Website: wet.gerhagen.be Samengesteld door Willy Vanwesemael Kerkuil WERKBLADEN OPLOSSINGEN Lager

Nadere informatie

Stichting Natuur- en Vogelwacht Dordrecht Noorderelsweg 2 A, 3329 KH Dordrecht, tel.: 078-6.21.39.21, info@vogelwacht.eu, www.vogelwacht.

Stichting Natuur- en Vogelwacht Dordrecht Noorderelsweg 2 A, 3329 KH Dordrecht, tel.: 078-6.21.39.21, info@vogelwacht.eu, www.vogelwacht. Stichting Natuur- en Vogelwacht Dordrecht Noorderelsweg 2 A, 3329 KH Dordrecht, tel.: 078-6.21.39.21, info@vogelwacht.eu, www.vogelwacht.eu Stadsvogelnieuwsbrief Dordrecht nummer 1 IJsvogel Foto: Hans

Nadere informatie

Nieuwsbrief Jaar van de Patrijs in Zeeland

Nieuwsbrief Jaar van de Patrijs in Zeeland Nieuwsbrief Jaar van de Patrijs in Zeeland 2013 is door Vogelbescherming Nederland en Sovon uitgeroepen tot het Jaar van de Patrijs. Deze fraaie vogel is de laatste decennia sterk afgenomen (-95%).Ten

Nadere informatie