Arresten Europees recht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Arresten Europees recht"

Transcriptie

1 Europees recht 1 Arresten Europees recht 1 Arrest Schul definitie Gemeenschappelijke Markt (blz. 16) Volgens het Hof van Justitie komt het begrip Gemeenschappelijke Markt in het EEG- Verdrag neer op de afschaffing van alle belemmeringen van het intracommunautaire handelsverkeer, opdat één markt zou ontstaan die de omstandigheden van een nationale markt zoveel mogelijk benadert. 2 Zaak Cohn-Bendit slechte rechtspraak (blz. 59) Cohn-Bendit een Duitse jood, één van de leiders van het studentenverzet in 1968 werd n.a.v. de studentenrevolte in 1968 door de Franse overheid uitgewezen bij Decreet. Hij kreeg bovendien het verbod het Franse territorium opnieuw te betreden. Een achttal jaar later wil hij terugkeren naar Frankrijk om in Parijs te werken. Deze terugkeer werd hem geweigerd. Cohn-Bendit vocht deze beslissing aan voor de Franse Conseil d Etat, en voerde hierbij schending van de EG-richtlijn van 1964 betreffende het vrij verkeer van personen door het Decreet van De Conseil d Etat besliste dat particulieren zich nooit op richtlijnen kunnen beroepen, niettegenstaande het bestaan van rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ) die stelde dat directe werking onder bepaalde omstandigheden wel kan bestaan. Hiermee interpreeterde de Conseil d Etat het EG-recht opzettelijk verkeerd. 3 Solange-arrest slechte rechtspraak (blz. 59) Het Duitse Bunderverfassungsgericht (d.i. het Duitse grondwettelijk hof) besliste in 1974 dat zolang (1) het Europees Parlement niet rechtstreeks verkozen wordt, en (2) er geen codex is van grondrechten 1, het Bundesverfassungsgericht de bevoegdheid heeft om communautaire rechtshandelingen te toetsen aan de grondrechten in de Duitse grondwet. Hiermee interpreteerde het Bundesverfassungsgericht het EG-recht opzettelijk verkeerd, gezien het HvJ duidelijk stelde dat het niet tot de bevoegdheid van de nationale rechter behoort communautaire handelingen te onderzoeken. 4 Arrest Waterkeyn weerslag arrest van het HvJ in de nationale rechtsorde (blz. 59) a) Antecedenten Het HvJ velde een aantal jaar voor het arrest Waterkeyn een arrest, ingevolge een procedure ex art. 226 EG (d.i. de procedure Europese Commissie (EC) tegen Lidstaat). Daarin werd Frankrijk veroordeeld wegens het bestaan van discriminerende wetgeving, betreffende het verbod op reclame voor alcoholische dranken die 1 Deze tasten het democratisch gehalte van de EG aan.

2 Europees recht 2 gevaarlijk zijn voor de volksgezond-heid. Het kwam er echter op neer dat alle buitenlandse alcoholische dranken door de Franse wetgeving als gevaarlijk voor de volksgezondheid werden bestempeld. Het HvJ stelde dat dergelijke wetgeving in het licht van EG-recht is toegelaten, inzoverre deze geen discriminatie inhoudt. Begin jaren 80 voorzag het EG-Verdrag nog geen financiële sancties bij niet-naleving van een arrest van het HvJ. b) Feiten Het arrest Waterkeyn is door het HvJ gewezen ingevolge een prejudiciële vraag (art. 234 EG) gesteld door een Franse rechter. Waterkeyn maakte in opdracht van derden reclameboodschappen. Hij kreeg in 1980 de opdracht van een drankimporteur om reclame te maken voor whisky. Twee jaar later werd Waterkeyn strafrechtelijk vervolgd wegens inbreuk op de Franse reclamewetgeving. De advocaat van Waterkeyn voerde voor de Franse rechter het hogervermelde arrest EC t. Frankrijk aan. De Franse rechter stelde daarop een prejudiciële vraag aan het HvJ, met de vraag of de nationale rechter rekening moet houden met arresten ex art. 226 EG van het HvJ. c) Beslissing van het Hof Het HvJ antwoordde bevestigend op de prejudiciële vraag. De nationale rechter moet rekening houden met arresten ex art. 226 EG bij de bepaling van de draagwijdte van het gemeenschapsrecht, boven elke strijdige nationale regelgeving. Arresten ex art. 226 EG van het HvJ hebben ingevolge het arrest Waterkeyn niet langer een louter declaratoir karakter. 5 Arrest Plaumann definitie individueel en rechtstreeks raken (blz. 62) In deze zaak vorderde Plaumann de vernietiging van een EG-rechtshandeling, die de Duitse overheid niet toeliet bepaalde heffingen te verlagen. Plaumann, als exporteur, voelde zich hierdoor geraakt. Het HvJ stelde echter dat Plaumann niet individueel en rechtstreeks geraakt wordt door de handeling, zoals vereist door art. 203 EG, waardoor de vordering als onontvankelijk werd afgewezen. Volgens het HvJ wordt een particulier, die niet de geadresseerde is van de handeling, individueel en rechstreeks geraakt, indien de handeling hem treft uit hoofde van bepaalde bijzondere hoedanigheden of een feitelijke situatie, dewelke hem t.a.v. ieder ander karakteriseert en individualiseert zoals het adressaat van de handeling. Deze definitie werd later bestreden door advocaat-generaal Jacobs (zie het arrest Unión de Pequeños Agricultores) en het arrest Jégo-Quéré. 6 Arrest Jégo-Quéré (blz. 63) In de zaak Juégo-Quéré vocht een Frans visserijbedrijf een verordening aan, die grotere mazen oplegde aan vissers. Jégo-Quéré gebruikte daarentegen netten met kleinere mazen, en voelde zich geraakt door de verordening. Het Gerecht van eerste aanleg volgde Jégo-

3 Europees recht 3 Quéré hierin. Het Gerecht stelde dat een particulier individueel wordt geraakt wanneer de betrokkenen EG-rechtshandeling de rechtspositie van de particulier zeker en actueel aantast, ongeacht het aantal of de positie van diegenen die erdoor geraakt worden. Dit arrest werd hervormd door het arrest EC t. Jégo-Quéré (zie hieronder). 7 Arrest Unión de Pequeños Agricultores (blz. 63) I.c. had Unión de Pequenños Agricultores een verordening inzake olijfolie aangevochten voor het Gerecht. Het arrest van het Gerecht (onontvankelijkheid) werd in hogere voorziening gebracht voor het HvJ. Advocaat-generaal Jacobs stelde in zijn conclusie voor dat particulieren individueel geraakt worden, indien de aangevochten EG-handeling hen omwille van de specifieke situatie waarin zij zich bevinden hen schaden of mogelijks kunnen schaden. Hier is het aantal particulieren of hun positie irrelevant. Het HvJ weigerde echter Jacobs te volgen, en stelde dat de Plaumann-definitie de enige juiste is. Het Hof wees er echter op dat deze definitie inderdaad te strikt is, maar dit enkel kan verholpen worden door een verdragswijziging. 8 Arrest EC t. Jégo-Quéré (blz. 63) Dit is de zaak Jégo-Quéré in hogere voorziening. Advocaat-generaal Jacobs aanvaardde de beslissing van het Hof in het arrest Unión de Pequeños Agricultores, en handhaafde de Plaumann-definitie. Het Hof bevestigde zijn vroegere rechtspraak. 9 Arrest Stanley Adams schade ingevolge dienstfout van een ambtenaar (blz. 64) Stanley Adams was een topman bij het farmaceutisch bedrijf Hofmann-Laroche, gevestigd te Bazel (dus buiten de EG). Hofmann-Laroche pleegde regelmatig inbreuken op het EG-mededingingsrecht, nl. door kartels aan te gaan en prijsafspraken te maken de concurrentie. Stanley Adams ging niet langer akkoord met deze praktijken, en lichtte de EC in 2. De EC nam na onderzoek een beschikking tegen Hofmann-Laroche, waarbij een boete werd opgelegd. Het bestuur bij Hofmann-Laroche kon uit de beschikking opmaken dat iemand uit het topbestuur informatie had doorgespeeld aan de EC. Hofmann-Laroche schakelde daarop privé-detectives in, die door elimatie een short list van 3 à 4 verdachten waaronder Stanley Adams opstelden. Vervolgens belde men van bij Hofmann-Laroche naar de ambtenaar die het dossier had geleid, en meldde dat ze wisten dat Stanley Adams hen had verraden. De ambtenaar gaf uit zijn reactie te 2 Het Europees recht geldt ook, indien de activiteiten van een onderneming gevestigd buiten de EG gevolgen hebben binnen de EG. De EC is dan bijgevolg bevoegd.

4 Europees recht 4 kennen dat Stanley Adams inderdaad de informant was. Daarop schakelde Hofmann-Laroche het Zwitserse gerecht in, dat Stanley Adams liet aanhouden. Bedrijfsspionage is naast de schending van het bankgeheim een ernstig vergrijp in Zwitserland. Ten gevolge van de schande pleegde mevr. Adams zelfmoord. Stanley Adams leidde een procedure in voor het HvJ o.g.v. art. 288, lid 2 EG, om schadevergoeding te bekomen voor schade geleden ten gevolge van de fout van een personeelslid tijdens de uitoefening van zijn functie. Het Hof veroordeelde de EC tot het betalen van een schadevergoeding, maar durfde zelf het bedrag niet aan te stellen. Daartoe werden deskundigen aangesteld. 10 Arrest Bayrische Vermehrungsbetriebe schade n.a.v. communautaire rechthandelingen van wetgevende aard (blz. 64) a) Antecedenten In de jaren 50 en 60 werd de (E)EG geconfronteerd met de zgn. melkplassen, nl. de structurele overschotten koemelk t.g.v. de subsidiepolitiek van de (E)EG. Een eerste poging om dit probleem op te lossen, was de aanmoediging van grotere boterproductie en -consumptie. Na enige tijd ontstonden echter de zgn. boterbergen. De overschotten aan boter werden ofwel gedumpt, ofwel gedenatureerd 3 (d.i. het onbruikbaar maken voor menselijk gebruik). Een ander probleem was de invoer van veevoeder van buiten de (E)EG, vnl. sojabonen uit de VS. b) Feiten Een Verordening werd uitgevaardigd om het hoofd te bieden aan deze problemen. Bij de productie van veevoeder moest voortaan een bepaald percentage melkpoeder worden verwerkt. Dit loste beide problemen op: de invoer van sojabonen uit de VS, en de structurele overschotten aan melk verminderden. Om deze Verordening uit te voeren, moesten de veevoederproducenten wel hun machines aanpassen of zelfs vervangen. Procedures worden gevoerd voor de nationale rechter en het HvJ. In de zaak Granaria stelt het Hof vast dat de Verordening ongeldig is, gezien deze discriminered werkt. De Bayrische Vermehrungsbetriebe vordert voor het HvJ schadevergoeding. c) Hof van Justitie Het Hof beslistedat op gebieden die onder het economisch beleid van de Gemeenschap vallen, van de particulier kan worden gevergd dat hij binnen redelijke grenzen bepaalde voor zijn economische belangen schadelijke gevolgen van een 3 Dit werd dan bv. verwerkt in schoenpoets in de USSR.

5 Europees recht 5 normatieve handeling draagt, zonder uit de openbare middelen schadeloos te worden gesteld. Het Hof verwees hiermee rechtstreeks naar art. 288, lid 2 EG, dat stelt dat moet rekening worden gehouden met de beginselen die rechtsstelsels van de Lidstaten gemeen hebben om de Gemeenschap tot schadevergoeding te veroordelen. In de Lidstaten is het zo dat de wetgevende macht niet telkens in haar voorbereidingen mag worden belemmerd door de mogelijkheid van schadevergoedingsacties. Er is slechts reden tot schadevergoeding, wanneer de instelling kennelijk haar bevoegdheden ernstig heeft overschreden. 11 Arrest Foglia t. Novello fictionele vragen (blz. 66) In dit arrest bouwde het HvJ een controle in m.b.t. de prejudiciële procedure. In principe gaat het Hof de beweegredenen van de nationale rechter (en de partijen) om een prejudiciële vraag te stellen niet na. In dit arrest werd een prejudiciële vraag gesteld door een Italiaanse rechter, die erop neerkwam of de Franse interpretatie van communautair recht correct is. Deze vraag werd gesteld in een geding tussen Foglio en Novello, tussen dewelke in feite geen geschil bestond. Het Hof antwoordde niet op de vraag. Het Hof stelde dat hij niet zou antwoorden op algemene of hypothetische prejudiciële vragen, die enkel beogen een rechtsgeleerd advies te verkrijgen. De nationale rechter moet bij het stellen van zijn vraag ondubbelzinning weergeven het antwoord essentieel is voor de oplossing van het nationale geschil. 12 Arrest Cilfit niet ter zake dienend, acte clair en acte éclaire (blz. 67) In dit arrest besliste het Hof dat de nationale rechter slechts een prejudiciële vraag moet stellen, indien het antwoord ter zake dienend is voor de oplossing voor het nationaal geschil. De nationale rechter moet dus geen prejudiciële vraag stellen als: - het antwoord op de vraag omtrent uitlegging van communautair recht niet ter zake dient voor de oplossing van het nationaal geschil. - de vraag reeds in een analoog geval voorwerp was van een prejudiciële procedure ( acte éclaire ). - er redelijkerwijze geen twijfel kan bestaan over de correcte uitlegging van het betrokken communautair recht ( acte clair ). 13 Arrest Denkavit interpratie van gemeenschapsrecht (blz. 68 en 92) Het HvJ interpreteert gemeenschapsrecht zoals het sedert het tijdstip van zijn inwerkingtreding moet of had moeten worden verstaan en toegepast. Een arrest waarin communautair recht geïnterpreteerd wordt, heeft dus verregaande retroactieve werking. Het Hof zal slechts bij uitzondering van dit beginsel afwijken (bv. het arrest Defrenne II).

6 Europees recht 6 14 Arrest Foto Frost grenzen aan de bevoegdheid van de nationale rechter bij geldigheidscontrole (blz. 68) De vraag rees of de nationale rechter kan besluiten tot geldigheid of ongeldigheid van een communautaire rechtshandeling. Het Hof antwoordde als volgt: - de nationale rechter die in laatste aanleg uitspraak doet, moet alleszins een prejudiciële vraag stellen (duidelijk in art. 234 EG). - de nationale rechter die niet in laatste aanleg uitspraak doet, kan zelf beslissen dat de communautaire rechtshandeling geldig is. - de nationale rechter die niet in laatste aanleg uitspraak doet, moet een prejudiciële vraag stellen wanneer hij van oordeel is dat de communautaire rechtshandeling ongeldig is. Dit om rechtsonzekerheid te vermijden, en omdat het HvJ exclusief bevoegd is om kennis te nemen van eisen tot nietigverklaring van communautaire rechtshandelingen. 15 Arrest Textilwerke Deggendorf relatie tot wettigheidscontrole ex art. 230 EG (blz. 69) De Duitse textielonderneming Textilwerke Deggendorf had steunmaatregelen ontvangen van de Duitse overheid. Volgens de EC in strijd met het Europees mededingingsrecht. De EC nam een beschikking tegen Duitstland, waarin deze bevolen werd de steunmaatregelen terug te vorderen. Onder de Plaumann-definitie had Textilwerke Deggendorf de een beroep tot nietigverklaring kunnen inleiden. De onderneming liet de vervaltermijn echter verstrijken, en probeerde daarna via de nationale rechter hetzelfde te bekomen. Hij liet de nationale rechter een prejudiciële vraag stellen over de geldigheid van de beschikking. Het HvJ oordeelde dat Textilwerke Deggendorf, die een beroep tot nietigverklaring had kunnen inleiden, zich hetzelfde resultaat niet kon verschaffen via de geldigheidscontrole. Dit zou hem immers de mogelijkheid bieden om te ontkomen aan het onherroepelijk karakter van de beschikking na het verstrijken van de beroepstermijn. 16 Arrest Roquette Frères gevolgen van ongeldigheid (blz. 70) Het HvJ baseert zich op de gevolgen door de gevolgen van de onwettigheid (nietigheid erga omnes en ex tunc). Ongeldigheid gaat evenwel minder ver, in die zin dat de nationale rechter de ongeldige communautaire rechtshandeling buiten beschouwing moet laten. 17 Arrest International Chemical Corporation gevolgen van ongeldigheid (blz. 70) Het HvJ verbindt in dit areest een quasi erga omnes effect van de ongeldigheidsverklaring. Het principe van de rechtszekerheid vereist dat een ongeldigheidsverklaring een ruimere werking heeft dan enkel binding van de verwijzende rechter. Het zou immers de uniforme toepassing van het EG-recht niet ten goede komen, wanneer een rechter EG-

7 Europees recht 7 recht toepast dat door het HvJ als ongeldig is bestempeld. De ongeldigverklaring in één arrest volstaat voor de nationale rechter om de betreffende communautaire rechtshandeling buiten beschouwing te laten. Dit doet echter geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de nationale rechter om een nieuwe prejudiciële vraag te stellen, indien nog onduidelijkheid zou bestaan over de redenen, de omvang of de gevolgen van de eerder vastgestelde ongeldigheid. 18 Arrest Costa t. Enel voorrang van EG-recht (blz. 72) Costa, een Italiaans advocaat en aandeelhouder van kleine energiebedrijven, procedeert voor de Italiaanse rechter tegen Enel, een grote Italiaanse energiemaatschappij. Costa beroept zich o.a. op EG-recht, dat onverenigbaar is met Italiaanse wetgeving tot stand gekomen na de ratificatie van het EEG-Verdrag. De Italiaanse rechter stelt een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie: heeft EGrecht voorrang op nationaal recht, dat is tot stand gekomen na het EG-recht? - Volgens het HvJ heeft het EEG-Verdrag een nieuwe rechtsorde gecreëerd, door de (vrijwillige) bevoegdheidsoverdracht van de Lidstaten naar de EEG. Er zijn daarbij instellingen gecreëerd, die binnen de perken van het Verdrag beslissingsbevoegdheid hebben. Indien de EEG binnen de gegeven bevoegdheid optreedt, dan hebben de Lidstaten niet langer de bevoegdheid om daarmee strijdige regelgeving aan te nemen. Er is dus voorrang van het regelmatig tot stand gekomen EG-recht op het strijdig nationaal recht. - Subsidiaire argumenten voor voorrang: * het Hof stelt vast dat Lidstaten volgens het EEG-Verdrag in zeer uitzonderlijke gevallen mogen afwijken van EG-recht. In dat geval moeten zij nog steeds samenwerken met de EG. A contrario stelt het Hof vast dat, nu dit geen noodsituatie was, het EG-recht voorrang heeft. * uit de definitie van de verordening blijkt dat deze rechtstreeks toepasselijk is in de nationale rechtsorde, zonder dat dit transformatie vereist. Het Hof leidt hieruit af dat strijdige nationale normen niet kunnen primeren. Er is dus voorrang voor de verordening, en in het algemeen het EG-recht. 19 Arrest Simenthal voorrang van EG-recht Simenthal is een importeur van Zwitserse kaas in Italië. In Italië is het Corte Costitutionale bevoegd om te beslissen over de bestaanbaarheid tussen een wet en de grondwet. Omwille van de assimilatieleer internationale verdragen worden geassimileerd met de grondwet is het grondwettelijk hof ook

8 Europees recht 8 bevoegd om wetten te toetsen aan internationale vragen. Indien een rechter vermoedt dat de wet onbestaanbaar is met een verdrag, moet hij in prejudiciële vraag verwijzen naar het grondwettelijk hof. In deze zaak vroeg de Italiaanse rechter zich af, o.i.v. de Costa t. Enel rechtspraak, of hij moest verwijzen naar het grondwettelijk hof of het HvJ, wanneer hij vermoedt dat de Italiaanse wet onbestaanbaar is met het EEG-Verdrag. De rechter stelde het HvJ hierover een prejudiciële vraag. Het Hof bevestigde zijn eerdere rechtspraak, in die zin dat de nationale rechter moet verwijzen naar het HvJ, in weerwil met nationale regelgeving. De voorrang van EGrecht zou immers alle betekenis verliezen, wanneer een nationale rechter zou kunnen beslissen dat de nationale regelgeving bestaanbaar is met het Verdrag (of he afgeleide recht). c) Opmerking Uiteraard spreekt het HvJ zich niet uit over de bestaanbaarheid van nationaal recht met het EG-recht. Hij zal slechts het EG-recht uitleggen, waaruit de nationale rechter dan natuurlijk de bestaanbaarheid met het nationaal recht kan afleiden. 20 Arrest Van Gend en Loos prejudiciële vragen over directe werking vallen onder de bevoegdheid van het HvJ grondslag voor directe werking van het EG-Verdrag voorwaarden voor directe werking van Verdragsbepalingen (blz. 73) Van Gend en Loos transporteert goederen van Duitsland naar Nederland. Bij het oversteken van de grens moeten invoerrechten worden betaald, hetgeen geen probleem was. Twee maanden later echter moeten hogere invoerrechten worden betaald, voor een identiek transport. Van Gend en Loos trok daarop naar de Nederlands Tariefcommissie, en beroepte zich op art. 12 EEG (opgeheven). Deze verdragsbepaling voorzag dat wat betreft intracommunautaire handel de douanetarieven niet mogen worden verhoogd, en dat geen nieuwe douanetarieven mogen worden gecreëerd. De Nederlandse overheid steunde zich op de verdediging dat de verhoging van de douanerechten deel uitmaakte van een herstructurering van alle douanerechten: sommige werden verhoogd, terwijl andere verlaagd werden. In totaal kwam het neer op een nuloperatie. Nu stelde de vraag zich of Van Gend en Loos zich kon beroepen op art. 12 EEG. De Nederlandse grondwet voorzag dat verdragsrecht voorrang heeft op strijdig nationaal recht, inzoverre het verdragsrecht voor eenieder bindend is. Dit komt er dus op neer dat het verdragsrecht directe werking moet hebben. De Nederlandse Tariefcommissie stelde daarop een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie: heeft art. 12 EEG interne werking in de Nederlandse rechtsorde?.

9 Europees recht 9 Het arrest Van Gend en Loos is gebouwd op drie pijlers. (i) Verweer: directe werking is een nationaalrechtelijk probleem Vanwege de grote mogelijke gevolgen, kwamen een aantal Lidstaten (waaronder België en Duitsland) tussen in procedure. Zij voerden aan dat de vraag of het EEG-Verdrag directe werking heeft, een vraag van Nederlands grondwettelijk recht is. Indien dit het geval is, dan kan het HvJ geen kennis nemen van de prejudiciële vraag wegens onbevoegdheid. Het Hof verwierp dit radicaal. Hij gaf aan dat vragen over directe werking eigenlijk vragen van interpretatie van EG-recht betreffen. Gezien het HvJ bevoegd is voor interpretatie van EG-recht ingevolge het Verdrag, is hij ook bevoegd voor het beantwoorden van vragen over directe werking. Het gevolg hiervan is dat elke vraag over directe werking is het vervolg bij het HvJ moest terechtkomen, en aldus de touwtjes strak in handen hield. (ii) EG-Verdrag leent zich tot directe werking Uit de geest, het stelsel en de bewoordingen van het Verdrag leidt het HvJ af dat het Verdrag een nieuwe rechtsorde heeft gecreëerd, met een eigen aard en leven, en dus totaal verschillend is van een traditioneel volkenrechtelijk verdrag. Bovendien leidt het HvJ uit art. 177 EEG (art. 234 EG) af dat de verdragsauteurs directe werking hadden voorzien. Het is immers niet nuttig om een prejudiciële procedure te voorzien, indien het EG-recht waarover het HvJ zich moet uitspreken in de prejudiciële procedure niet kan worden ingeroepen voor de nationale rechter. Het HvJ leidt uit de geest, de structuur en de bewoordingen van het Verdrag af dat het Verdrag zich leent tot directe werking (waarmee nog niets gezegd is over het ingeroepen art. 12 EEG). (iii) Voorwaarden voor directe werking van een Verdragsbepaling De volgende vraag betrof de eigenlijke directe werking van art. 12 EEG. Het HvJ stelde dat art. 12 EEG als verbodsbepaling (1) duidelijk en onvoorwaardelijk was, (2) geen verder optreden van de nationale overheid vereiste om te worden toegepast, en (3) geen discretionaire ruimte liet aan de nationale rechter om deze toe te passen. Het HvJ besliste dat art. 12 EEG inderdaad directe werking heeft. 21 Arrest Gravier overal directe werking beroepsopleiding (blz. 74 en 93) a) Achtergrond In de jaren 70 bestonden heel wat (financiële en numerus clausus) hindernissen in Nederland en Duitsland om te studeren aan een universiteit. Dit zorgde aan de RUG bv. voor een enorme influx van Nederlandse studenten in de opleiding dierengenees-

10 Europees recht 10 kunde. Minister van Onderwijs Coens wist dat rechtstreekse discriminatie omwille van nationaliteit niet kon, en besloot daarom niet-belgen de werkelijke studiekosten aan te rekenen. Dit systeem werkte een 4-tal jaar, tot het arrest Gravier een einde stelde aan dergelijke systemen. b) Feiten Gravier was een Franse studente, die zich verder wou bekwamen in het tekenen van stripverhalen. Hiertoe wilde zij een opleiding aanvatten aan de Acedemie van Luik. Zij vernam dat zij i.t.t. Belgische onderdanen die slechts 500 BEF dienden te betalen een inschrijvingsgeld van BEF diende te betalen. Zij voerde voor de Belgische rechter aan dat dit een discriminatie uitmaakte in de zin van art. 7 EEG (art. 12 EG). De rechter stelde hierover een prejudiciële vraag aan het HvJ, zonder daarbij vragen te stellen over de directe werking. c) Hof van Justitie - De advocaten van Gravier voerden twee argumenten aan: * het principe van vrij verkeer van diensten belet de dienstverstrekker om te discrimineren op basis van nationaliteit. * in subidiaire orde werd art. 7 EEG (art. 12 EG) aangevoerd, dat stelt dat binnen de werkingssfeer van het Verdrag geen discriminatie kan op basis van nationaliteit. Deze verdragsbepaling bestaat dus uit twee onderdelden: (1) er is discriminatie o.b.v. nationaliteit. Dit is duidelijk aanwezig. (2) de discriminatie bevindt zich binnen de werkingssfeer van het Verdrag. Voor het Verdrag van Maastricht stond toegang tot onderwijs nog niet in het Verdrag. Gravier argumenteerde dat het Verdrag de vrijheid van het genieten van diensten waarborgt. Ze voert bovendien aan dat de toegang tot een beroepsopleiding door het Verdrag wordt gewaarborgd, en dat de opleiding die zij wil volgen inderdaad een beroepsopleiding is. - De Belgische Staat antwoordde zeer kort. Volgens haar valt onderwijs niet onder het Verdrag, en is het Hof van Justitie dus onbevoegd in de zaak. - Het HvJ neemt echter bijna letterlijk de subsidiaire argumentatie van Gravier over. Volgens het Hof kan Gravier zich beroepen op art. 7 EEG in een geschil met de stad Luik; er is dus directe werking van art. 7 EEG, zonder dat met zoveel woorden te zeggen. Het Hof geeft in dit arrest ook een definitie voor het begrip beroepsopleiding. Dit is elke opleiding die de student opleidt voor een specifiek beroep, vak of betrekking, of hem een bijzondere bekwaamheid verleent voor de uitoefening van een dergelijk beroep, vak of betrekking. Dit is een zeer ruime definitie, waardoor in heel wat gevallen het EG-recht van toepassing zal zijn. 22 Arrest Blaizot universitaire opleidingen beperkte werking in de tijd (blz. 93) Voorafgaand aan dit arrest vorderden enkel studenten het surplus van hun inschrijvingsgelden terug o.b.v. de Gravier-rechtspraak. In het arrest Blaizot deed het Hof van Justitie

11 Europees recht 11 twee belangrijke uitspraken: - een universitaire opleiding kan ook een beroepsopleiding zijn, en zal dan dus binnen de werkingssfeer van het EEG-Verdrag vallen. - in afwijking van het arrest Denkavit bepaalt het Hof dat zijn arrest beperkt wordt in de tijd, omwille van de rechtszekerheid en de financiële gevolgen voor de Lidstaten. Het arrest werkt slechts voor de toekomst. 23 Lopende procedures in onderwijszaken - EC t. België. Deze zaak betreft een vermeende discriminatie uitgaande van de Franstalig Gemeenschap. Die heeft bepaald dat buitenlandse studenten maximum 30% van het studentenaantal mogen uitmaken. Volgens prof. Maresceau is hier duidelijk sprake van discriminatie in de zin van art. 12 EG. - EC t. Oostenrijk. Oostenrijk heeft reeds lange tijd te kampen met een enorm influx van Duitse studenten (vanwege het numerus clausus-beleid in Duitsland). Volgens Oostenrijkse regelgeving moeten buitenlandse studenten aantonen dat zij toegang hebben tot de analoge opleiding in hun eigen land, om toegang te krijgen tot de Oostenrijkse opleiding. Volgens prof. Maresceau is dit waarschijnlijk een discrimerende maatregel. 24 Arrest Lütticke ruime interpretatie van de criteria voor directe werking (blz. 74) Art. 95 EEG voorzag dat, bij import van goederen uit een andere Lidstaat, de invoerrechten niet hoger mogen zijn dan de indirecte belastingen die binnen het invoerland worden geheven op hetzelfde goed. Art. 95, 3 EEG voorzag een overgangsmaatregel: de Lidstaten kregen 10 jaar om de bestaande discriminatie weg te werken. Hier wordt niet gezegd hoe dit moet worden gedaan: dit kan door de indirecte belastigen te verhogen, de invoerrechten te verlagen, of een gemiddelde te nemen. Lütticke voerde na 1962 goederen in, die hogere belast werden dan een binnenlands product. De nationale rechter stelt een prejudiciële vraag aan het HvJ over de directe werking van art. 95 EEG. Volgens het HvJ tranformeert de verplichting om te doen na het verstrijken van de overgangsmaatregelen in een verbodsbepaling (om nog hogere invoerrechten het heffen), waardoor het juridisch perfect wordt. Het verbod is duidelijk, onvoorwaardelijk, en behoeft geen verder optreden van de overheid. Er is directe werking van art. 95 EEG na Arrest Reyners alles directe werking buitenlands diploma (blz. 74 en 106) Reyners, Nederlands staatsburger, behaalt zijn licentiaatsdiploma Rechten aan de universiteit van Brussel. Vervolgens wil hij het beroep van advocaat uitoefenen in België,

12 Europees recht 12 maar stuit daarbij op art. 428 Ger.W. (oud). Dat voorziet dat men de Belgische nationaliteit moet hebben, om het beroep van advocaat te kunnen uitoefenen, tenzij met de Staat waarvan de persoon onderdaan is een wederkerig akkoord is gesloten om de diploma s te erkennen. Reynders beroept zich voor de Raad van State op art. 52 EEG, m.n. het non-discriminatiebeginsel op het vlak van vestiging. De Raad van State stelt een prejudiciële vraag aan het HvJ over de directe werking. Het Hof antwoordt bevestigend. 26 Arrest Defrenne II horizontale directe werking beperking in de tijd (blz. 68, 74 en 92) Defrenne was stewardess bij Sabena. In de arbeidsovereenkomsten van stewardessen was steeds een clausule opgenomen, dat deze bij het bereiken van 40 jaar ontslag zouden nemen. Bij mannelijke stewards lag dit op 55 jaar. De nationale rechter stelde een prejudiciële vraag aan het HvJ. Daarin werd gevraagd of art. 119 EEG directe werking had. Art. 119 EEG voorzag dat tegen het einde van de eerste etappe (reeds verlopen) het beginsel van gelijke beloning voor gelijk werk moest gelden. (i) Argumenten tegen directe werking - Art. 119 EEG is gericht aan de Lidstaten, waardoor dus zeker geen horizontale directe werking kan bestaan. Dit argument werd snel van tafel geveegd door het HvJ. - Art. 119 EEG betreft een beginsel, dewelke per definitie niet precies genoeg is om directe werking te hebben. Het Hof antwoordt genuanceerd: * art. 119 EEG heeft vooreerst een economische betekenis. Er moet verhinderd worden dat economische discriminatie bestaat tussen Lidstaten die art. 119 EEG wel toepassen, en Lidstaten die dit niet doen. * art. 119 EEG heeft ook een duidelijke sociale betekenis. Juist omwille van het feit dat dit beginsel zo fundamenteel is op economisch vlak, komt aan art. 119 EEG directe werking toe. - De Lidstaten hebben een Resolutie uitgevaardigd die de termijn heeft verlengd. Het Hof antwoordt dat dit niet voldoet, gezien de geijkte wijzigingsprocedure moest gevolgd worden. Een Resolutie wijzigt het Verdrag niet. - De EC heeft niet gedaan aan inbreuken na Het zou absurd zijn dat Lidstaten wel zouden worden aangepakt via directe werking. Het Hof antwoordt dat het twee verschillende procedures betreft. (ii) Directe werking Het Hof besluit dus dat art. 119 EEG directe werking heeft. Meer zelfs: art. 119 EEG heeft horizontale directe werking. Het kan worden ingeroepen in een geschil

13 Europees recht 13 tussen twee particulieren, hier Defrenne en Sabena. (iii) Beperkingen aan de directe werking - Directe werking wordt vanaf nu slechts beperkt tot open discriminatie. Dit is (1) discriminatie in de wet, (2) discriminatie in een CAO, of (3) ongelijke beloning voor gelijk werk in eenzelfde (!) onderneming. - Het Hof beperkt de werking van zijn arrest in de tijd: het arrest heeft slechts toepassing op loonafspraken na het arrest, tenzij hij op het moment van de uitspraak van het Hof een procedure hangende had voor de nationale rechter. In praktijk kan enkel Defrenne er zich op beroepen. 27 Arrest Walrave-Koch horizontale directe werking Walrave is ten tijde van het arrest de beste gangmaker voor sprinters op de piste. De UCI vaardigde een reglement uit, dat stelt dat de sprinter en de gangmaker dezelfde nationaliteit moeten hebben. Walrave en Koch dagen de UCI voor de nationale rechter, en voeren aan dat het reglement discriminerend werkt en aldus in strijd is met het EEG-Verdrag. De UCI voert aan dat sport niet onder het EEG-Verdrag valt, waarop Walrave en Koch antwoorden dat sport die een economische activiteit is er wel onder valt. De rechter stelt een prejudiciële vraag aan het HvJ. Het Hof antwoordt dat een sportactiviteit, die ook een economische activiteit is, zeker onder het EEG-Verdrag valt. Walrave en Koch kunnen zich bovendien voor de nationale rechter beroepen op de anti-discriminatiebepaling in het EEG-Verdrag. Dit was het eerste arrest waarin het Hof horizontale directe werking gaf aan het Verdrag. 28 Arrest Politi (verticale) directe werking verordeningen (blz. 75) In dit arrest geeft het HvJ aan dat verordeningen (verticale) rechtstreekse werking hebben. Dit volgt uit de definitie: verordeningen hebben een algemene strekking, en zijn rechstreeks toepasselijk in de Lidstaten. 29 Arrest Van Duyn verticale directe werking richtlijnen De Nederlandse Van Duyn bekeerd tot de Kerk van Scientology wilde in het VK voor haar kerk werken. Aangekomen in het VK weigerde de Office of Immigration haar echter de toestemming om het lang binnen te komen: zij kreeg kreeg geen verblijfs- en werkvergunning vanwege het feit dat zij wilde werken voor haar kerk. Van Duyn leidde een proces in voor de Britse rechter, en beroepte zich op een EGrichtlijn m.b.t. het vrij verkeer van personen. De rechter stelde een prejudiciële vraag aan

14 Europees recht 14 het HvJ over de directe werking van deze richtlijn. Het Hof stelde vast dat deze richtlijn inderdaad verticale directe werking heeft. 30 Arrest Ratti verticale directe werking richtlijnen (blz. 75) Ratti was een producent van verven, vernissen en oplosmiddelen. Omtrent dergelijke gevaarlijke stoffen bestaat een harmonisatierichtlijn om nationale veiligheidnormen die neerkomen op protectionisme uit te sluiten. Italië heeft dergelijke protectionistische regeling en verbood Ratti om zijn verfproducten nog langer in te voeren. Ratti beroepte zich voor de Italiaanse rechter op de harmonisatierichtlijn. De rechter stelde het HvJ een prejudiciële vraag over de directe werking van de richtlijn. - Het Hof verwerpt de a contrario redenering, dat nu de definitie zwijgt over directe werking er a priori geen directe werking is. - Het Hof heeft aan dat een richtlijn geen loutere aanbeveling is, maar een dwingend rechtsinstrument. - Conclusie: indien de omzettingstermijn verstreken is, en de richtlijn is duidelijk en onvoorwaardelijk, dan komt verticale directe werking toe aan de richtlijn. 31 Arrest Kolpinghuis verticale directe werking richtlijnen i.v.v. de overheid (blz. 75) Kolpinghuis was een Nederlandse café-uitbater, die zijn eigen bruisend mineraalwater maakte door kraantjeswater te mengen met lucht. Dit is in strijd met de EG-richtlijn omtrent mineraalwater, die evenwel niet was omgezet in de Nederlandse rechtsorde. De vraag werd gesteld aan het HvJ of de overheid, die de richtlijn niet heeft omgezet, zich er kan op beroepen in een geschil met een particulier. Het Hof antwoordde hier duidelijk ontkennend op. 32 Arrest Costanzo verticale directe werking richtlijnen tegen lokale overheden (blz. 75) Costanzo, een Italiaans aannemer, krijgt een overheidsopdracht van de stad Milaan i.v.m. het bouwen van een voetbalstadion niet. Hij maakt zich sterk dat hij de opdracht wel had gekregen, indien de Italiaanse wetgever een Europese richtlijn i.v.m. grote openbare aanbestedingen had omgezet. Hij roept in het geschil met de stad Milaan voor de nationale rechter de betreffende richtlijn in. De rechter stelt een prejudiciële vraag aan het HvJ, of Costanzo zich tegen de stad een lokale overheid kan beroepen op een richtlijn die niet is omgezet.

15 Europees recht 15 Het Hof besluit dat lokale overheden inderdaad richtlijnen waarvan de omzettingstermijn is verlopen, en dewelke duidelijk en onvoorwaardelijk zijn toe te passen, indien de centrale overheid in gebreke is gebleven om deze om te zetten. 33 Arrest Marshall horizontale directe werking richtlijnen (blz. 75) Marshall, een diëtiste in dienst van de National Health Service van Southampton, moest op een bepaalde leeftijd met pensioen. Deze pensioenleeftijd lag vroeger dan voor mannen (vgl. met Defrenne II). Voor de nationale rechter (geschil met de NHS) beroepte Marshall zich op een EGrichtlijn. De rechter stelde een prejudiciële vraag aan het HvJ over de directe werking van de richtlijn. Het Hof besliste dat het dwingend karakter van een richtlijn enkel speelt t.a.v. de Lidstaat aan wie de richtlijn gericht is. Er kan geen directe werking zijn van de richtlijn, nu deze geen verplichtingen oplegt aan particulieren. c) Kritiek in de doctrine In de doctrine werd verdedigd dat, gezien de meeste richtlijnen even duidelijk zijn als verordeningen, deze richtlijnen ook moeten kunnen werken tussen particulieren wanneer de overheid in gebreke is gebleven om deze uit te voeren. De deur werd op een kier gezet met het arrest Marleasing. 34 Arrest Marleasing horizontale directe werking richtlijnen (blz. 76) In deze Spaanse zaak bestond een geschil tussen twee particulieren, m.b.t. vennootschapsrecht. De ene vennootschap wou de nietigheid van de andere bekomen van de Spaanse rechter. Over de nietigheidsgronden in het vennootschapsrecht bestond een richtlijn, die evenwel niet was omgezet in nationale wetgeving. Nu vroeg de rechter zich af of de Marshall-rechtspraak ook gold in deze context. Het Hof besliste dat de nationale rechter als deel van het staatsgezag, dat de richtlijn ten uitvoer moet leggen het nationaal recht zoveel mogelijk moet uitleggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn. In dit geval kwam het erop neer dat de nationale rechter de strijdige nationale wetgeving niet langer mocht toepassen. Hier werd de deur voor horizontale directe werking van richtlijnen dus opengezet.

16 Europees recht Arrest Faccini Dori horizontale directe werking richtlijnen (blz. 39, 75 en 77) Faccini Dori, een Italiaanse studente, werd in het station van Milaan aangesproken over een taalcursus. Zij tekende een contract om deze taalcursus te volgen, maar voelde nadien spijt hierover. Een vriend wees haar op de EG-richtlijn, die voorzag dat consumenten bij aankoop op afstand 7 dagen de tijd hebben om aan de koopovereenkomst te verzaken, zonder opgave van reden. Deze richtlijn was echter niet tijdig omgezet in Italiaanse regelgeving. De nationale rechter stelde een prejudiciële vraag aan het HvJ of Faccini Dori zich kon beroepen op deze richtlijn in haar geschil met de verkoper. Het Hof antwoordde hier tot ongenoegen van de doctrine ontkennend op. Horizontale directe werking toekennen aan een richtlijn zou immers leiden tot het verdwijnen van elk verschil tussen de verordening en de richtlijn. Dit kan enkel het gevolg zijn van een verdragswijziging. Er moet wel op gewezen worden dat hiermee de Marleasing-rechtspraak niet volledig nutteloos is geworden. Deze kan nog gebruikt worden, inzoverre een nationaal aanknopingspunt bestaat voor de richtlijn. 36 Arrest International Fruit Company geldigheidscontrole van communautaire handelingen in het licht van internationale verplichtingen van de EG (blz. 78) International Fruit Company is een Nederlandse firma, die fruit importeert. De onderneming meent dat Nederland de verplichtingen van de EG (hier: de GATT) niet uitvoert, doordat de EG een verordening heeft uitgevaardigd in strijd met de GATT. De Nederlandse rechter stelt een prejudiciële vraag aan het HvJ over de geldigheid van de betrokken verordeningen, en of International Fruit Company zich kan beroepen op de GATT tegen de Nederlandse douane. - Het Hof stelt eerst en vooral dat art. 177 EEG (art. 234 EG) geen beperkingen stelt aan de geldigheidscontrole van het Hof m.b.t. communautaire handelingen. Het Hof verklaart zich bevoegd. - Vervolgens zijn nog twee zaken te onderzoeken: * is de EG gebonden door de GATT? Het Hof antwoordt bevestigend, gezien hoewel de EG geen formele partij is de EG de GATT eenzijdig heeft aanvaard. * heeft de bepaling uit de GATT directe werking? Eerst en vooral wordt onderzocht of de geest, de structuur en de bewoordingen van de GATT zich

17 Europees recht 17 lenen tot directe werking. Het Hof antwoordt ontkennend, gezien de nadruk wordt gelegd op diplomatiek overleg bij geschillen. Het Hof moet dus niet meer overgaan tot het onderzoek van de betrokken bepaling zelf. - Besluit: International Fruit Company kan zich niet op de GATT beroepen. 37 Arrest Portugal t. Raad geldigheidscontrole van communautaire handelingen in het licht van internationale verplichtingen van de EG (blz. 78) Zelfs na de juridisering van de geschillenbeslechting van de GATT komt geen directe werking toe aan de GATT, en kan het dus niet dienen in een geldigheidscontrole. Het HvJ beroept zich op het feit dat de belangrijkste handelspartner (de VS) de directe werking van het GATT-Verdrag niet aanvaardt, waardoor onevenwichtige toepassing van de GATT zou ontstaan als de EG dit wel aanvaard. Uit de aard en opzet van de GATT kan worden afgeleid dat de GATT geen directe werking kan hebben in de EG-rechtsorde. 38 Arrest Van Parys - geldigheidscontrole van communautaire handelingen in het licht van internationale verplichtingen van de EG (blz. 80) Van Parys inporteert Zuid-Amerikaanse bananen. De EG stelde een quotum in voor de invoer van dergelijke bananen, en verhoogde invoerrechten voor alles wat daarboven wordt ingevoerd. Volgens Van Parys is dit een schending van de GATT. Hij krijgt inderdaad gelijk van de WTO in een einduitspraak. De vraag rees dan voor de Belgische rechter of de rechtspraak van het arrest Portugal t. Raad nog geldig was. Hiertoe werd een prejudiciële vraag gesteld. Zelfs na een einduitspraak van de WTO komt geen directe werking toe aan de GATT. 39 Arrest Haegeman geldigheidscontrole akkoorden tussen EG en derde landen (blz. 41 en 81) Haegeman importeerde Griekse waren naar België, en meende zich te kunnen beroepen op het Associatie-akkoord met Griekenland tegen de Belgische wetgeving. De Brusselse rechter verwees naar het HvJ met een prejudiciële vraag. Het Hof antwoordde dat bilaterale akkoorden tussen de EG en derde Staten

18 Europees recht 18 communautaire rechtshandelingen zijn. Het gevolg is dat het HvJ exclusief bevoegd is voor interpretatie van die akkoorden, en het beantwoorden van vragen over directe werking van die akkoorden. 40 Arrest Bresciani geldigheidscontrole akkoorden tussen EG en derde landen (blz. 81) Bresciani importeerde dierlijke producten (i.c. huiden) uit Senegal. Met de ACSlanden, waaronder Senegal, had de EG een akkoord gesloten waarin o.m. was overeengekomen dat douanerechten voor hun producten zouden worden afgeschaft. De Italiaanse Staat hief in weerwil daarvan wel douanerechten. Bresciani leidde een procedure in voor de Italiaanse rechter, en steunde zich op de Yaoende-akkoorden. De rechter stelde een vraag aan het HvJ of die akkoorden directe werking hebben. Het Hof voerde hier het klassieke Van Gend en Loos-onderzoek. Eerst werd nagegaan of de bewoordingen, geest en structuur van het akkoord directe werking toelaten. Daarna werd nagegaan of de betrokken bepaling directe werking had. In beide gevallen antwoordde het Hof bevestigend. 41 Arrest Polydor t. Harlequin directe werking akkoorden tussen EG en derde landen (blz. 82) Harlequin was een bekende platenzaak in Londen, die er in slaagde om Polydor platen van de Bee Gees stukken goedkoper op de markt te brengen dan concurrenten. Harlequin kan dit doen, gezien de platen worden ingevoerd uit Portugal. De licentiehouder in Portugal produceert aan lagere kosten, en verkoopt dan ook aan lagere prijzen. De concurrenten van Harlequin gingen zich daarop beklagen bij Polydor VK. Deze laatste onderzocht de platen en stelde vast dat de platen geen vervalsingen waren. Polydor VK stapte naar de Britse rechter, en beroepte zich op de Copyright Act. Harlequin verweerde zich door zich te beroepen op het Vrijhandelsakkoord tussen de EG en Portugal. Dit akkoord voorzag dat alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van directe werking tussen de EG en Portugal verboden zijn. De Britse rechter verwees naar het HvJ met de prejudiciële vraag of Harlequin zich kon beroepen op dat vrijhandelsakkoord. - Harlequin verwees naar het arrest Deutsche Grammofon Gezelschaft. Deze onderneming had een vennootschap opgericht in Italië en een licentie verleend om platen te verkopen. Hiermee werd beoogd door te breken op de Italiaanse markt. De goedkope prijs, en het Italiaanse label zorgden inderdaad voor een doorbraak op de

19 Europees recht 19 Italiaanse markt. Daarop ging het Italiaanse label ook in Duitsland verkopen, iets wat DGG uiteraard niet zag zitten. DGG stapte naar de Duitse rechter, die een prejudiciële vraag stelde aan het HvJ. Het Hof antwoordde met de uitputtingsleer: de vennootschap (of natuurlijke persoon) die een licentie verleent, kan zich later als oorspronkelijk eigenaar niet meer verzetten tegen de verkoop van rechtmatig geproduceerde goederen. Dit zou immers de grenzen die de EEG heeft afgebroken terug opbouwen, en de eenheid van de markt in gevaar brengen. Harlequin had dus goede kans om te winnen. - Het Hof ging hier echter niet op in, gezien het twee verschillende zaken betreft. Portugal is geen Lidstaat van de EG, kan de rechtspraak niet getransponeerd worden op deze zaak. Hier is immers niet de eenheid van de markt in het gevaar, zoals bij DGG. Hiermee omzeilt het Hof de vraag of er directe werking toekomt aan het akkoord, door te stellen dat het ingeroepen materieel recht irrelevant is. 42 Arrest Pabst t. Richarz directe werking akkoorden tussen EG en derde landen (blz. 83) In dit arrest besloot het Hof dat de Associatie-overeenkomst met Griekenland directe werking had, nu dit voorbereidt op toetreding van Griekenland en de creatie van een gemeenschappelijk markt. De geest, bewoordingen, en structuur leenden zich tot directe werking. 43 Arrest Kupferberg directe werking akkoorden tussen EG en derde landen (blz. 84) Voorafgaand ontstond een geschil tussen Kupferberg, een importeur van porto, en de Duitse overheid. Kupferberg meende dat door de hoge invoerrechten de Duitse likeuren de facto werden beschermd. Kupferberg beroepte zich voor de nationale rechter op de Vrijhandelsovereenkomst tussen de EG en Portugal. De rechter stelde een prejudiciële vraag aan het HvJ. I.t.t. de zaak Polydor t. Harlequin onderzoekt het Hof onmiddellijk de directe werking van de Vrijhandelsovereenkomst (verbiedt kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking bij gelijkwaardige producten). Het Hof verwijst naar art. 228, lid 2 EEG (art. 300, lid 7 EG), dat stelt dat de akkoorden die de EG sluit zowel de EG zelf als de Lidstaten binden. De Lidstaten moeten deze akkoorden dus te goeder trouw uitvoeren. Het feit dat een bijzondere geschillenbeslechtende instelling is opgericht, verzet zich niet tegen directe werking. De bewoordingen, de geest en de structuur van het akkoord verzetten zich volgens het Hof dus niet tegen directe werking. De bepaling is duidelijk en onvoorwaardelijk, en heeft dus directe werking. In laatste instantie vangt Kupferberg nog bot, wanneer het Hof besluit dat porto en de

20 Europees recht 20 Duitse likeuren geen gelijkwaardige producten zijn. 44 Arrest Demirel directe werking Associatie-akkoord Turkije (blz. 86) Mevr. Demirel is de echtgenote van een legaal tewerkgestelde Turk in Duitsland (hij beschikt over de nodige verblijfs- en werkvergunning). Mevr. Demirel beschikt zelf niet over een verblijfs- en werkvergunning. Zij beroepte zich voor de Duitse rechter op het Associatie-akkoord tussen de EG en Turkije. De Duitse rechter stelde een prejudiciële vraag aan het HvJ. Het Hof oordeelde dat art. 12 van het Associatie-akkoord geen directe werking kon hebben, gezien deze van programmatorische aard was; deze was niet voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk om directe werking te hebben. Er waren evenmin besluiten van de Associatieraad waarop Demirel zich kon beroepen. Hoewel het Hof dit niet heeft onderzocht hetgeen hij eerst deed in VgeL kan worden gesteld dat het Associatie-akkoord zich wel leent tot directe werking, nu bepaalde bepalingen wel nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn. 45 Arrest Sevince directe werking besluiten Associatieraad EG-Turkije (blz. 87) Sevince, legaal werkzaam in Nederland, beschikte over een werkvergunning die evenwel slecht gold voor een bepaalde werkgever. Daaraan hing een verblijfsvergunning vast. Wanneer hij wenst te veranderen van werkgever, dreigt hij zijn werk- en verblijfsvergunning te verliezen. Hij beroept zich voor de Nederlandse rechter op een besluit van de Associatieraad EG-Turkije, dewelke voorziet dat een Turkse werknemer die legaal tewerkgesteld is in de EG te allen tijde kan veranderen van werkgever. De rechter vraagt het HvJ of een dergelijk besluit directe werking heeft. Het Hof stelt dat het besluit directe werking heeft, gezien deze voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk is. Het feit dat art. 12 Associatie-akkoord zelf geen directe werking heeft, doet hier geen afbreuk aan. 46 Arrest Kazim Kus inwerking op nationaal recht (blz. 88) Dhr. Kazim Kus was getrouwd met een Duitse, en had omwille van dat huwelijk een

21 Europees recht 21 verblijfs- en werkvergunning verkregen. Toen hij echter uit de echt scheidde, wou de Duitse overheid Kus laten uitzetten. Kus beroepte zich voor de Duitse rechter op een besluit van de Associatieraad. Deze voorzag dat een Turk die een bepaalde tijd legaal tewerkgesteld was in een EG- Lidstaat recht had op verlenging van zijn werkvergunning. De rechter stelde een prejudiciële vraag aan het HvJ over de directe werking. Het Hof oordeelde dat Kazim Kus zich op dat besluit kan beroepen, ongeacht de reden waarom hij zijn verblijfs- en werkvergunning in de eerste plaats heeft verkregen. Daarmee werkt het EG-recht dus in op nationaal recht. 47 Arrest Kziber directe werking Associatie-akkoord EG-Marokko (blz. 89) Mej. Kziber, dochter van een legaal tewerkgestelde Marokkaan in België, wilde zich beroepen op de steunregeling voor jonge werklozen, m.n. een opleidingscursus. Zij werd geweigerd wegens haar nationaliteit. Voor de Belgische rechter beroepte zij zich op het Associatie-akkoord tussen de EG en Marokko, waarin gesteld wordt dat legaal tewerkgestelde Marokkanen en hun inwonende gezinsleden op het vlak van arbeidsvoorwaarden, loon en sociale zekerheid niet mogen gediscrimineerd worden omwille van hun nationaliteit. De Belgische rechter stelde een prejudiciële vraag omtrent de directe werking. Het Hof bevestigde dat de aard en doelstelling van het akkoord zich niet verzetten tegen directe werking. Bovendien is de ingeroepen bepaling voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk, opdat deze directe werking zouden hebben. 48 Arrest Kondova illegaal verblijf (blz. 89) Kondova was een Bulgaarse studente, die naar het VK wou om daar een bedrijf op te zetten (voor de toetreding van Bulgarije). Zij verschafte zich toegang tot het Britse grondgebied met een toeristenvisum voor drie maanden. Na dat verblijf bleef zij echter in het VK, op illegale wijze. Na een tijd kregen de Britse overheden haar in het vizier, en confronteerden haar met haar bedrog t.o.v. Immigration Officer. Zij beroepte zich op art. 42, lid 1 van het Associatie-akkoord tussen de EG en Bulgarije (betreffende zelfstandige werknemers), dat voorzag dat Bulgaarse onderdanen niet minder gunstig mogen worden behandeld dan de eigen onderdanen. De Britse rechter stelde een prejudiciële vraag aan het HvJ m.b.t. de directe werking.

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974.

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. B. N. O. WALRAVE, L. J. N. KOCH TEGEN ASSOCIATION UNION CYCLISTE INTERNATIONALE, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE EN FEDERATION ESPANOLA CICLISMO. (VERZOEK

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/06/2012

Datum van inontvangstneming : 28/06/2012 Datum van inontvangstneming : 28/06/2012 Resumé C-233/12-1 Zaak C-233/12 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

Zaak T-205/99. Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

Zaak T-205/99. Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Zaak T-205/99 Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Douanerechten Invoer van televisietoestellen uit India Ongeldige certificaten van oorsprong Verzoek tot kwijtschelding van invoerrechten

Nadere informatie

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme prof. dr. Herwig VERSCHUEREN Universiteit Antwerpen De Europese context Overzicht De Europese spelers en hun instrumenten De Europese juridische krijtlijnen

Nadere informatie

Zaak C-475/99. Firma Ambulanz Glöckner tegen Landkreis Südwestpfalz

Zaak C-475/99. Firma Ambulanz Glöckner tegen Landkreis Südwestpfalz Zaak C-475/99 Firma Ambulanz Glöckner tegen Landkreis Südwestpfalz (verzoek van het Oberverwaltungsgericht Rheinland-Pfalz om een prejudiciële beslissing) Artikelen 85, 86 en 90 EG-Verdrag (thans artikelen

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Vertaling C-258/13-1 Zaak C-258/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 13 mei 2013 Verwijzende rechter: Varas Cíveis de Lisboa (Portugal)

Nadere informatie

ARRESTEN. De zaak Cohn Bendit (1973) De zaak Solange (1974) Arrest Waterkeyn (1982)

ARRESTEN. De zaak Cohn Bendit (1973) De zaak Solange (1974) Arrest Waterkeyn (1982) ARRESTEN De zaak Cohn Bendit (1973) Cohn Bendit was de Franse leider van de studentenopstand van mei 68. Hij was een jood van Duitse nationaliteit, maar had wel zijn hele leven in Frankrijk gewoond. Ten

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/02/2013

Datum van inontvangstneming : 28/02/2013 Datum van inontvangstneming : 28/02/2013 Vertaling C-45/13-1 Datum van indiening: Zaak C-45/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing 28 januari 2013 Verwijzende rechter: Oberste Gerichtshof (Oostenrijk)

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

5 extra opgaven bij Europees Recht, een inleiding

5 extra opgaven bij Europees Recht, een inleiding 5 extra opgaven bij Europees Recht, een inleiding Opgave 1 (gebaseerd op zaak C-235/03) De vennootschap QDQ Media SA (hierna: QDQ Media ) heeft bij de rechtbank van Barcelona een verzoek ingediend tot

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 13/03/2014

Datum van inontvangstneming : 13/03/2014 Datum van inontvangstneming : 13/03/2014 Vertaling C-65/14-1 Zaak C-65/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 10 februari 2014 Verwijzende rechter: Arbeidsrechtbank te Nijvel (België)

Nadere informatie

Rolnummer 2485. Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T

Rolnummer 2485. Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T Rolnummer 2485 Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de wet van 4 juli 2001 tot wijziging van artikel 633 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door

Nadere informatie

Vertaling C-23/14-1. Zaak C-23/14

Vertaling C-23/14-1. Zaak C-23/14 Vertaling C-23/14-1 Zaak C-23/14 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie Datum van

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur Stefan Nerinckx Onderwerp Het toepasselijk recht op verbintenissen voortvloeiend uit (internationale) arbeidsovereenkomsten: een nieuwe Europese verordening in de maak? Datum april 2005 Copyright

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

(" ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN "). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE COMMISSIONER TE LONDEN).

( ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN ). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE COMMISSIONER TE LONDEN). ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 APRIL 1980. UNA COONAN TEGEN INSURANCE OFFICER. (" ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN "). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 01/09/2015

Datum van inontvangstneming : 01/09/2015 Datum van inontvangstneming : 01/09/2015 Vertaling C-419/15-1 Zaak C-419/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 juli 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 16/09/2013

Datum van inontvangstneming : 16/09/2013 Datum van inontvangstneming : 16/09/2013 Vertaling C-442/13-1 Zaak C-442/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 6 augustus 2013 Verwijzende rechter: Oberster Gerichtshof (Oostenrijk)

Nadere informatie

Werknemersmobiliteit in de EU:

Werknemersmobiliteit in de EU: Mijke Houwerzijl 23 september 2010 Werknemersmobiliteit in de EU: via vrij verkeer van werknemers en/of diensten? Vrij verkeer EU-burgers in the spotlights Parijs 9 sept 2010: Betoging tegen uitzetting

Nadere informatie

Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98. P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten

Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98. P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98 P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten (verzoek van het Kantongerecht te Nijmegen om een prejudiciële beslissing) Verplichte deelneming in

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/08/2015

Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Vertaling C-417/15-1 Zaak C-417/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 juli 2015 Verwijzende rechter: Landesgericht für Zivilrechtssachen

Nadere informatie

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen EUROPESE COMMISSIE Brussel, 02.08.2002 C(2002)2904 fin. Betreft: Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen Excellentie, Bij schrijven

Nadere informatie

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter G. De Baets en de rechters-verslaggevers H. Coremans en E. Cerexhe, bijgestaan door de griffier L.

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter G. De Baets en de rechters-verslaggevers H. Coremans en E. Cerexhe, bijgestaan door de griffier L. Rolnummer 1815 Arrest nr. 9/2000 van 19 januari 2000 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van artikel 14 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 30 maart

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T Rolnummer 5847 Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 347-2 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. Het

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van beroep Brussel Onderwerp Gerechtelijke vereffening-verdeling. Artikel 1207 e.v. Ger. W. Deelakkoorden: geldigheid en bindende kracht. Artikel 1447 BW betreffende de overname van de gezinswoning

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Vertaling C-618/15-1 Zaak C-618/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 november 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)

Nadere informatie

ECHTSCHEIDINGEN KENNEN GEEN GRENZEN (regels van internationaal privaat recht)

ECHTSCHEIDINGEN KENNEN GEEN GRENZEN (regels van internationaal privaat recht) ECHTSCHEIDINGEN KENNEN GEEN GRENZEN (regels van internationaal privaat recht) Steeds meer worden we in de rechtspraktijk geconfronteerd met internationale echtscheidingen op basis van de volgende elementen:

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 9 juli 2004 (4.07) (OR. en) PUBLIC 09/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/00 (COD) LIMITE JUSTCIV 99 COMPET 3 SOC 337 CODEC 874 OTA van: het voorzitterschap

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen?

Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen? Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen? Verantwoordelijke Uitgever: Daniël Samyn, Dienst Beroepsopleiding, departement Onderwijs en Vorming, Koning Albert-II laan 15, 1210 Brussel

Nadere informatie

Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012

Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012 Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012 C-181/12-1 Zaak C-181/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 april 2012 Verwijzende rechter: Finanzgericht Düsseldorf (Duitsland) Datum

Nadere informatie

MEDEDELING AAN DE LEDEN

MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 29.11.2013 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0570/2012, ingediend door Maria Teresa Magnifico (Italiaanse nationaliteit), over erkenning

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Arbeidsrechtbank te Brussel, in het aldaar aanhangig geding tussen

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Arbeidsrechtbank te Brussel, in het aldaar aanhangig geding tussen JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1991 BLADZIJDEN I-1401 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 20 MAART 1991. ERMINIA CASSAMALI TEGEN OFFICE NATIONAL DES PENSIONS. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: TRIBUNAL

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

M. Cortes Jimenez e.a. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

M. Cortes Jimenez e.a. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen ARREST VAN HET GERECHT (Vierde kamer) 3 maart 1994 Zaak T-82/92 M. Cortes Jimenez e.a. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Ambtenaren - Beroep tot nietigverklaring - Bevestigend besluit - Voorwaarden

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 *

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 * K" LINE AIR SERVICE EUROPE ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 * In zaak C-131/91, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989*

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* SKATTEMINISTERIET / HENRIKSEN ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* In zaak 173/88, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Højesteret, in het aldaar aanhangig

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/12/2015

Datum van inontvangstneming : 17/12/2015 Datum van inontvangstneming : 17/12/2015 Samenvatting C-585/15-1 Zaak C-585/15 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES RSZ

ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES RSZ 1 of 10 ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES RSZ R S Z Kwartaal:2014/04 2 of 10 3 of 10 Inhoudstafel Grensoverschrijdende tewerkstelling Beginselen Geen akkoord Multi- en bilaterale akkoorden Lidstaten van de Europese

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau enz. enz. enz. Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in verband met de omzetting van Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 JANUARI 2014 C.12.0463.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0463.N 1. WIBRA BELGIË nv, met zetel te 9140 Temse, Frank Van Dyckelaan 7A, 2. WIBRA HOLDING bv, vennootschap naar Nederlands recht,

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 18/03/2014

Datum van inontvangstneming : 18/03/2014 Datum van inontvangstneming : 18/03/2014 Vertaling C-650/13-1 Zaak C-650/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 9 december 2013 Verwijzende rechter: Tribunal d instance de Bordeaux

Nadere informatie

Samenvatting Europees Recht

Samenvatting Europees Recht Samenvatting Europees Recht Week 1 Export en Europees recht Leerdoelen H4 (Nadruk of EU verdrag en EU werkingsverdrag) - De juridische vormen van export beschrijven - De basisstructuur van de Europese

Nadere informatie

Brussel, 16 april 2003 (23.04) SECRETARIAAT

Brussel, 16 april 2003 (23.04) SECRETARIAAT EUROPESE CONVENTIE Brussel, 16 april 2003 (23.04) SECRETARIAAT CONV 689/1/03 REV 1 CERCLE I 16 VERSLAG van: aan: Betreft: de voorzitter van de studiegroep Hof van Justitie de leden van de Conventie Aanvullend

Nadere informatie

Rolnummer 5726. Arrest nr. 135/2014 van 25 september 2014 A R R E S T

Rolnummer 5726. Arrest nr. 135/2014 van 25 september 2014 A R R E S T Rolnummer 5726 Arrest nr. 135/2014 van 25 september 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2012

Datum van inontvangstneming : 19/06/2012 Datum van inontvangstneming : 19/06/2012 Vertaling C-218/12-1 Zaak C-218/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 10 mei 2012 Verwijzende rechter: Landgericht Saarbrücken (Duitsland)

Nadere informatie

Zwaarlijvigheid kan een handicap vormen in de zin van de richtlijn betreffende gelijke behandeling inzake arbeid

Zwaarlijvigheid kan een handicap vormen in de zin van de richtlijn betreffende gelijke behandeling inzake arbeid Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 183/14 Luxemburg, 18 december 2014 Pers en Voorlichting Arrest in zaak C-354/13 Fag og Arbejde (FOA), namens Karsten Kaltoft / Kommunernes Landsforening

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 MEI 2008 C.05.0223.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.05.0223.F AXA BELGIUM, naamloze vennootschap, Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. B. P., 2. AXA BELGIUM, naamloze

Nadere informatie

MEDEDELING AAN DE LEDEN

MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 31.1.2014 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0256/2011, ingediend door Harry Nduka (Nigeriaanse nationaliteit), over zijn recht om in

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS)

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 september 200 (26.09) (OR. fr) PUBLIC 642/0 Interinstitutioneel dossier: 200/009 (CNS) LIMITE JUSTCIV NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité burgerlijk

Nadere informatie

EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING. INTERPRETATIENOTA Nr. 2015-01

EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING. INTERPRETATIENOTA Nr. 2015-01 EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING Directoraat I. Landbouwwetgeving en procedures I.1. Landbouwwetgeving; vereenvoudiging Datum van verspreiding 8.7.2015 INTERPRETATIENOTA

Nadere informatie

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies aan Mevrouwen de Voorzitsters en de Heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST 1) Omschrijving van de arbeidsovereenkomst Artikel 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Nadere informatie

Rolnummer 3739. Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T

Rolnummer 3739. Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T Rolnummer 3739 Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 413bis tot 413octies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Nieuwsbrief Rijksdienst voor Sociale zekerheid Directie Internationale Betrekkingen www.rsz.fgov.be Onderwerp Interimakkoorden en Europese Overeenkomst inzake Sociale Zekerheid: achterhaald?

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 *

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 * ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 * In zaak C-206/00, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG van het Tribunal administratif de Châlons-en-Champagne (Frankrijk), in

Nadere informatie

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID OPENBARE INSTELLING VAN SOCIALE ZEKERHEID ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES RSZ. R S Z Kwartaal:2012-01

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID OPENBARE INSTELLING VAN SOCIALE ZEKERHEID ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES RSZ. R S Z Kwartaal:2012-01 RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID OPENBARE INSTELLING VAN SOCIALE ZEKERHEID ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES RSZ R S Z Kwartaal:2012-01 Grensoverschrijdende tewerkstelling Inhoudstafel Beginselen...5 Geen

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Client Memo Labour & Employment Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick www.liedekerke.com Onderwerp Opzeggingsvergoeding bij ontslag tijdens een periode van verminderde arbeidsprestaties:

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/01/2013

Datum van inontvangstneming : 31/01/2013 Datum van inontvangstneming : 31/01/2013 Vertaling C-1/13-1 Datum van indiening: Zaak C-1/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing 2 januari 2013 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk) Datum

Nadere informatie

Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986

Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986 Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986 In zake : de prejudiciële vraag gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen bij arrest van 26 september 1985 in de zaak van de N.V. TRENAL tegen DE BUSSCHERE

Nadere informatie

De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand

De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand Jan Velaers Materiële bevoegdheidsverdeling Federale overheid: residuaire bevoegdheden Gemeenschappen: toegewezen bevoegdheden o.m.

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

STANDPUNT VERZEKERINGEN

STANDPUNT VERZEKERINGEN Illustratie 1 logo vrouwenraad STANDPUNT VERZEKERINGEN De Richtlijn 2004/113/EG verbiedt discriminatie op grond van geslacht bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten. Er mag dus geen gebruikgemaakt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 232 Wijziging van de Wet luchtvaart en de Luchtvaartwet ter implementatie van verordening (EG) nr. 2111/2005 inzake de vaststelling van een

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Vertaling C-538/15-1 Zaak C-538/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 15 oktober 2015 Verwijzende rechter: Juzgado de Primera Instancia

Nadere informatie

1. DOEL EN TOEPASSINGSBEREIK

1. DOEL EN TOEPASSINGSBEREIK EUROPESE COMMISSIE Directoraat-generaal Concurrentie Beleid en coördinatie inzake staatssteun Brussel, DG D(2004) COMMUNAUTAIRE KADERREGELING INZAKE STAATSSTEUN IN DE VORM VAN COMPENSATIES VOOR DE OPENBARE

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

ARREST VAN 12-6-1980 ZAAK 88/79

ARREST VAN 12-6-1980 ZAAK 88/79 70/357 niet is toegestaan het gebruik van de in de lijsten in bijlage ervan vermelde conserveermiddelen of antioxydantia in voor menselijke voeding bestemde waren volstrekt te verbieden en de verhandeling

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/01/2014

Datum van inontvangstneming : 17/01/2014 Datum van inontvangstneming : 17/01/2014 Vertaling C-600/13-1 Zaak C-600/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 november 2013 Verwijzende rechter: Giudice di pace di Matera /

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/09/2012

Datum van inontvangstneming : 14/09/2012 Datum van inontvangstneming : 14/09/2012 Resumé C-371/12-1 Zaak C-371/12 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T

Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T Rolnummer 2847 Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 394 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vóór de wijziging ervan bij de

Nadere informatie

A D V I E S. over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER

A D V I E S. over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER Doc. nr. E2:90005C04 Brussel, 30.3.1999 MH/GVB/LC A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER (bekrachtigd door de Hoge Raad voor de Middenstand

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 26/04/2016

Datum van inontvangstneming : 26/04/2016 Datum van inontvangstneming : 26/04/2016 Samenvatting C-165/16 Zaak C-165/16 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus)

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Vertaling C-291/13-1 Zaak C-291/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 27 mei 2013 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-22 d.d. 24 januari 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 15/05/2015

Datum van inontvangstneming : 15/05/2015 Datum van inontvangstneming : 15/05/2015 Vertaling C-163/15-1 Zaak C-163/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 9 april 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

Corporate Governance Charter

Corporate Governance Charter Corporate Governance Charter Dealing Code Hoofdstuk Twee Euronav Corporate Governance Charter December 2005 13 1. Inleiding Op 9 december 2004 werd de Belgische Corporate Governance Code door de Belgische

Nadere informatie

~ :-.~? 'J~ ~ Vlaamse Regering. DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir

~ :-.~? 'J~ ~ Vlaamse Regering. DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir I 'J~ ~ ~ :-.~? Vlaamse Regering DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir Omzendbrief betreffende de toepassing van de Vlaamse zorgverzekering voor Belgisch sociaal verzekerden met:

Nadere informatie

C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN

C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN Aanbeveling betreffende strafbedingen Brussel, 21 oktober 1997 1 Gelet op de artikelen 35, par. 3, lid 2, en 36 van de wet van 14 juli 1991 betreffende

Nadere informatie

Hoorcollege 1: Inleiding

Hoorcollege 1: Inleiding Hoorcollege 1: Inleiding Datum: 9 november 2009 Studiestof: hoofdstuk 5 Drs. O.L. Mobach INLEIDING De omzetbelasting is vak dat altijd actueel is. In de Verenigde Staten is er op dit moment bijvoorbeeld

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Vertaling C-603/12-1 Zaak C-603/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 december 2012 Verwijzende rechter: Verwaltungsgericht Hannover

Nadere informatie

MEDEDELING AAN DE LEDEN

MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 24.6.2010 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 1614/2009, ingediend door Marinella Colombo (Italiaanse nationaliteit), gesteund door 134

Nadere informatie

Rolnummer 2960. Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T

Rolnummer 2960. Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T Rolnummer 2960 Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 24, 2, van het Algemeen Verdrag betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België

Nadere informatie

Doorwerking van Europees recht

Doorwerking van Europees recht Doorwerking van Europees recht De verhouding tussen directe werking, conforme interpretatie en overheidsaansprakelijkheid Jolande M. Prinssen KLUWER Deventer - 2004 INHOUD Lijst van gebruikte afkortingen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord / 9. Inleiding / 11

Inhoudsopgave. Voorwoord / 9. Inleiding / 11 Inhoudsopgave Voorwoord / 9 Inleiding / 11 1 Het toepasselijke recht op de internationale arbeidsovereenkomst / 13 1.1 Inleiding / 13 1.2 Rome I-Verordening en het EVO-Verdrag / 13 1.3 Arbeidsovereenkomst

Nadere informatie

Openbare licentie van de Europese Unie

Openbare licentie van de Europese Unie Openbare licentie van de Europese Unie V.1.1 EUPL Europese Gemeenschap 2007 Deze openbare licentie van de Europese Unie ( EUPL ) 1 is van toepassing op het werk of de software zoals hieronder gedefinieerd,

Nadere informatie

Rolnummer 4967. Arrest nr. 68/2011 van 5 mei 2011 A R R E S T

Rolnummer 4967. Arrest nr. 68/2011 van 5 mei 2011 A R R E S T Rolnummer 4967 Arrest nr. 68/2011 van 5 mei 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 3, eerste lid, 3, van het decreet van het Waalse Gewest van 27 mei 2004 tot invoering van

Nadere informatie