De invloed van kapitaalcontroles op economische groei en investeringen in ontwikkelingslanden

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De invloed van kapitaalcontroles op economische groei en investeringen in ontwikkelingslanden"

Transcriptie

1 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR De invloed van kapitaalcontroles op economische groei en investeringen in ontwikkelingslanden Scriptie voorgedragen tot het bekomen van de graad van licentiaat in de economische wetenschappen Katrien Van Wymeersch onder leiding van Prof. G. Rayp 1

2 Ondergetekende Katrien Van Wymeersch bevestigt hierbij dat onderhavige scriptie mag worden geraadpleegd en vrij mag worden gefotokopieerd. Bij het citeren moet steeds de titel en de auteur van de scriptie worden vermeld. 1

3 Woord vooraf Ik dank prof.glenn Rayp en Katrien Stevens voor de hulp en begeleiding die ze mij hebben gegeven bij het verwezenlijken van deze thesis. Ook dank aan Nico Gobin voor de hulp met het econometrisch gedeelte. Verder wil ik ook mijn ouders en vrienden bedanken voor de morele ondersteuning. i

4 Inhoudsopgave I. Inleiding. 1 II. Theorie Het doel van kapitaalcontroles Betalingsbalans- en macro-economische overwegingen Het vermijden van speculatieve aanvallen Prudentiële motivatie Sequentiële liberalisatie Andere motieven Drie theoretische modellen Een model van financiële repressie Politieke economie-model Speltheoretisch model Samenvattende tabel en besluit 42 III. Empirie Kapitaalcontroles in de praktijk Kapitaalcontroles op (korte termijn) instromen Kapitaalcontroles op uitstromen Langdurige en omvangrijke kapitaalcontroles Kapitaalcontroles om prudentiële redenen De Tobin taks Overzicht van de empirische literatuur Eigen empirisch onderzoek Maatstaven voor kapitaalcontroles Modelspecificatie Bevindingen. 65 IV. Algemeen besluit 71 V. Lijst van geraadpleegde werken ii -

5 Lijst van figuren Figuur 2.1. : Het financiële systeem en economische groei...4 Figuur 2.2. : Perfecte kapitaalmobiliteit vaste wisselkoersen..8 Figuur 2.3. : Perfecte kapitaalimmobiliteit vaste wisselkoersen 10 Figuur 2.4. : Perfecte kapitaalmobiliteit vlottende wisselkoersen.. 11 i

6 Lijst van tabellen Tabel 2.1. : De pay-offs van buitenlandse investeerders 38 Tabel 2.2. : Nash evenwichten.. 39 Tabel 2.3. : Samenvatting theorieën.. 42 Tabel 3.1. : Vereist renteverschil om transactieheffing te compenseren bij beleggingen...49 Tabel 3.2. : Interpretatie van index 4A.. 60 Tabel 3.3. : Enkele statistieken van de gebruikte var. voor verschillende sub-samples. 64 Tabel 3.4. : Kapitaalcontroles en economische groei 66 Tabel 3.5. : Kapitaalcontroles en investeringen ii -

7 I. Inleiding De afgelopen twee decennia werden gekenmerkt door een enorme toename van kapitaalstromen naar ontwikkelingslanden 1. Verschillende factoren hebben hierin een rol gespeeld, zoals o.a. de technologische vooruitgang en de toegenomen informatisering, die de kost van internationaal kapitaalverkeer aanzienlijk hebben verminderd. Onder druk van het IMF en de VS schaften vele landen hun kapitaalcontroles af, eerst de Europese landen en Japan, daarna verscheidene ontwikkelingslanden (Eichengreen, 1998). De voornaamste motivatie van ontwikkelingslanden om hun kapitaalcontroles af te schaffen was de hoop meer buitenlandse investeringen aan te trekken en zo de economische groei te stimuleren. Tot voor de eerste financiële crisissen was de visie gangbaar dat liberalisering van de kapitaalstromen voordelig is, omdat het kapitaal op die manier zijn weg vindt naar de meest productieve investeringen 2. Kapitaalmobiliteit stelt een land ook in staat om korte termijn inkomensfluctuaties af te vlakken. Bovendien wordt het investeringsrisico geminimaliseerd door internationale diversificatie, dat de investeerders ook beschermt tegen nationale (asymmetrische) schokken (Quinn, 1997). Men ging er ook van uit dat kapitaalinvoer landen de mogelijkheid zou bieden om zich makkelijker een toegang te verschaffen tot internationaal verkrijgbare technologieën, en zodoende landen zou helpen bij de ontwikkeling van een gesofisticeerd financieel systeem. Maar sinds de gedeeltelijke omkering van deze stromen vanaf 94 en de opeenvolgende crisissen waarmee de ontwikkelingslanden sindsdien te maken kregen, kende de visie dat geglobaliseerde financiële markten de efficiënte allocatie van kapitaal bevorderen en economische groei en stabiliteit stimuleren, steeds minder bijval. De recente Oost-Aziatische crisis heeft de belangstelling gevestigd op de problemen veroorzaakt door snelle en 1 Ter illustratie: de netto private kapitaalstromen naar ontwikkelingslanden stegen van 36 miljard per jaar voor de periode naar 230 miljard USD per jaar voor de periode , wat meer dan het zesvoud is (Bailliu, 2000). 2 In een situatie van financiële openheid zal de prijs die in een land aan productiefactoren betaald wordt de wereldprijs benaderen. Bijgevolg zullen binnenlandse ondernemingen slechts investeren als de actuele netto waarde van een project > 0, hetgeen de economische groei zou moeten stimuleren (Quinn, 1997) 1

8 destabiliserende kapitaalstromen van en naar landen met een open kapitaalrekening. Naarmate landen financieel opener worden, worden de kapitaalstromen meer en meer van korte termijn en makkelijk omkeerbaar. Bovendien worden zulke korte termijnkapitaalstromen vooral beïnvloed door verschillen in de korte termijnrente, en niet door langere termijn factoren, zoals de opbrengstvoet van investeringen (O Donnell, 2001). Het is daarom niet ondenkbaar dat, ten gevolge van de toegenomen snelheid en de omkeerbaarheid van kapitaalstromen, het directe positieve effect van financiële openheid op economische groei grotendeels teniet wordt gedaan door de negatieve gevolgen van de toegenomen volatiliteit van kapitaalstromen (O Donnell, 2001). De bezorgdheid groeide dan ook dat ontwikkelingslanden die te maken kregen met grote instromen van kapitaal, zoals de Zuid-Oost Aziatische landen voor de crisis van 1998, in toenemende mate kwetsbaar werden voor plotse en destabiliserende uitstromen van kapitaal. De terughoudendheid ten opzichte van kapitaalcontroles is daardoor in de loop der jaren sterk verminderd. Zelfs het IMF erkent nu dat voor ontwikkelingslanden de voordelen van het zonder meer openstellen van hun kapitaalrekening meestal ver te zoeken zijn en dat kapitaalcontroles een (tijdelijke) rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van een degelijk financieel apparaat en bijbehorend regulerend systeem in ontwikkelingslanden 3. Want de grootste oorzaak van de talrijke financiële crisissen van het afgelopen decennium blijkt het feit dat de meeste ontwikkelingslanden niet beschikken over de vereiste instituties om grote in- en uitstromen van kapitaal efficiënt te verwerken. Vele ontwikkelingslanden zien daarom in kapitaalcontroles een manier om hun economie (tijdelijk) af te schermen van de invloeden van de internationale financiële markten. De opeenvolgende financiële crisissen hebben ook bij onderzoekers geleid tot een hernieuwde belangstelling voor kapitaalcontroles 4. Over de invloed van kapitaalcontroles op investeringen en economische groei bestaat nog veel onduidelijkheid en onenigheid. Zo blijkt die invloed in belangrijke mate af te hangen van de motivatie die landen hebben om kapitaalcontroles in te voeren. We zullen daarom trachten na te gaan waarom (ontwikkelings)landen kapitaalcontroles invoeren en wat hun invloed is op investeringen en economische groei. 3 zie IMF Annual Report 2000, Chapter 4, p terwijl papers en studies over kapitaalcontroles van voor de jaren 90 nog tamelijk schaars zijn, is er vanaf de jaren 90, en in het bijzonder vanaf de jaren (wat toevallig samenvalt met het begin van de Aziatische crisis) een enorme belangstelling voor het onderwerp (zie lijst van geraadpleegde werken) - 2 -

9 Deze thesis heeft een theoretisch luik en een empirisch luik. Het theoretische luik bestaat uit twee delen. In 2.1. wordt een bondig overzicht gegeven van de mogelijke motivaties die landen kunnen hebben om kapitaalcontroles in te voeren. Deel 2.2. behandelt drie modellen die de invloed van kapitaalcontroles op economische groei en investeringen weergeven : een model van financiële repressie, een politieke-economie model en een speltheoretisch model. In elk van deze modellen worden kapitaalcontroles ingevoerd met een specifiek doel voor ogen, en dit zal bepalen wat het uiteindelijke effect zal zijn van kapitaalcontroles op de econmische groei en de investeringen. Het empirische luik bestaat uit drie delen. In deel 3.1. zullen we voor enkele landen nagaan wat in de praktijk hun motivatie was/is om kapitaalcontroles in te voeren. Verder bespreken we in dit deel ook de Tobin taks, omdat dit één van de meest besproken en meest omstreden voorstellen is om het internationaal kapitaalverkeer aan banden te leggen. Deel 3.2. is een bondig overzicht van de empirische literatuur omtrent financiële liberalisatie en kapitaalcontroles. In deel 3.3. worden dan de resultaten van het eigen empirisch onderzoek weergegeven. We sluiten af met een algemeen besluit, waarin onze belangrijkste bevindingen worden samengevat

10 II. Theorie 2.1. Het doel van kapitaalcontroles In theorie leidt de volledige liberalisering van de kapitaalmarkt tot een situatie van optimale allocatie van het kapitaal, m.a.w. het kapitaal wordt ingezet daar waar dat het productiefst is. In een model van perfecte concurrentie en rationele verwachtingen leiden vrije kapitaalstromen dus tot een welvaartstoename 5. Het verband tussen het financiële systeem en economische groei ziet er volgens Levine (1997) als volgt uit : Figuur 2.1. : Het financiële systeem en economische groei Marktimperfecties - informatiekosten - transactiekosten Financiële markten en intermediairen Financiële functies - besparingen mobiliseren - middelen alloceren - corporate controle uitoefenen - risico management vergemakkelijken - vergemakkelijken van handel in goederen en diensten, contracten - 4 -

11 Groeikanalen - kapitaalaccumulatie - technologische innovatie Groei Bron : Levine Ross, 1997, p 691 De kosten verbonden aan het verwerven van informatie en het doorvoeren van transacties vormen de belangrijkste drijfveren voor het oprichten van financiële markten en instituties. Door de transactie- en informatiekosten te reduceren, komen financiële systemen tegemoet aan hun primaire doelstelling/functie : de allocatie van middelen (in tijd en ruimte) vergemakkelijken (Levine, 1997). Deze primaire functie kan opgesplitst worden in vijf basisfuncties 6 : - besparingen mobiliseren - allocatie van middelen - monitoring van ondernemingen en managers - risico management : diversificatie, hedging, pooling, - het vergemakkelijken van handel in goederen en diensten Levine beschouwt twee kanalen waarlangs deze vijf functies de economische groei kunnen beïnvloeden: kapitaalaccumulatie en technologische innovatie. Een eerste categorie groeimodellen betreft kapitaalaccumulatie en vertrekt van ofwel kapitaalexternaliteiten, ofwel van de productie van kapitaalgoederen bij constante schaalopbrengsten 7 om tot de steady state-groei per capita te komen. De functies van het financiële systeem hebben in deze modellen een invloed op de steady state-groei doordat ze de spaarquote wijzigen of doordat ze de besparingen realloceren tussen de verschillende kapitaalproducerende technologieën. (Levine, 1997) Een tweede categorie groeimodellen betreft technologische innovatie en vertrekt van de uitvinding van nieuwe productieprocessen en goederen. In deze modellen hebben de functies 5 voor een eenvoudig model van kapitaalinstromen en endogene groei zie Bailliu (2000) 6 voor een meer gedetailleerde uitwerking van deze vijf basisfuncties, zie Levine (1997) - 5 -

12 van het financiële systeem een invloed op de steady state-groei doordat ze de graad van technologische innovatie beïnvloeden. (Levine, 1997) Uit dit overzicht kan men duidelijk afleiden dat de efficiëntie van de financiële sector, waarin de allocatie van besparingen naar investeringen plaatsvindt, een belangrijke determinant is voor de lange termijnperformantie van een economie. In werkelijkheid is de werking van de financiële markten, vooral in ontwikkelingslanden, verre van perfect : onderontwikkelde of onbestaande marktsegmenten, slecht functionerende instellingen, corruptie. Dit motiveert het gebruik van second best argumenten, die stellen dat in geval van distorties in het economische model het soms mogelijk is om de welvaart te verhogen door het invoeren van andere distorties (Dooley, 1996). In principe kunnen zich oneindig veel soorten van marktfalingen voordoen, en dus bestaan er ook oneindig veel vormen van welvaartverhogende second best maatregelen, waaronder kapitaalcontroles. De motivaties van regeringen om kapitaalcontroles in te voeren kunnen daarom ook heel uiteenlopend zijn. Meestal wordt een onderscheid gemaakt tussen : 1) betalingsbalans- en macro-economische overwegingen 2) het vermijden van speculatieve aanvallen 3) prudentiële motivatie (bescherming binnenlandse banksector) 4) sequentiële liberalisatie 5) andere redenen Uiteraard zullen de argumenten elkaar in sommige gevallen enigszins overlappen Betalingsbalans- en macro-economische overwegingen Onder deze noemer beschouwen we kapitaalcontroles die om de volgende redenen worden ingevoerd : - meer autonomie voor het binnenlands monetair beleid - destabiliserende volatiele korte termijn kapitaalstromen indijken - de binnenlandse belastingbasis te behouden - de binnenlandse besparingen in het land te houden 7 Men veronderstelt ook dat er geen gebruik wordt gemaakt van niet hernieuwbare factoren - 6 -

13 A. Meer autonomie voor het binnenlands monetair beleid Het probleem van het verlies van een autonoom monetair beleid stelt zich bij landen met een vast wisselkoerssysteem. Bij vrije internationale kapitaalbewegingen van en naar een land met vaste of sterk beheerste wisselkoers, verliest de overheid de controle over haar monetair beleid. Er bestaat als het ware een onbehaaglijke driehoek tussen vrij kapitaalverkeer, vaste wisselkoersen en een onafhankelijk monetair beleid : de drie kunnen niet tegelijkertijd in stand gehouden worden. Vrij kapitaalverkeer en een vaste wisselkoers betekent dat er geen sprake meer kan zijn van een onafhankelijk monetair beleid (Vander Vennet, 2000). Hierna wordt dit aan de hand van een eenvoudig IS-LM-BP schema aangetoond. Het monetair en het wisselkoersbeleid spelen een belangrijke rol in het stabiliseren van de output. De verminderde effectiviteit van deze instrumenten omwille van toenemende kapitaalmobiliteit kan nefaste gevolgen hebben voor de macro-economische stabiliteit van een land. Het fiscaal beleid kan echter ook een belangrijke rol spelen in de stabilisatie van de output, zelfs al zijn de kapitaalmarkten sterk geïntegreerd. Dus als er een instrument voor handen is, zoals het fiscaal beleid, om de doelstelling van binnenlandse stabilisatie te bereiken, dan is het waarschijnlijk voordelig om de kapitaalrekening te liberaliseren. In werkelijkheid is het fiscaal beleid in vele ontwikkelingslanden sterk onderontwikkeld, dus is het ook niet optimaal om de kapitaalcontroles af te schaffen, vooralleer alle beperkingen op het efficiënt gebruik van het fiscaal beleid zijn geëlimineerd (Dooley, 1996). We zullen nu aantonen dat wanneer er vrije internationale kapitaalbewegingen zijn van en naar een land en de wisselkoers is vast of sterk beheerst, de overheid dan de controle over haar monetair beleid verliest. Dit doen we aan de hand van een eenvoudig IS-LM-BP schema 8 : 8 voor een meer gedetailleerde uitwerking van het IS-LM-BP schema verwijzen we naar Heylen,

14 Figuur 2.2. : perfecte kapitaalmobiliteit vaste wisselkoersen reële intrest IS 1 LM 1 LM 2 A B BP r 2 Y 1 Bron : Vander Vennet, 2000, deel 2, hoofdstuk 2, p 5 output De IS-curve duidt voor ieder niveau van de lange termijnrente de hoogte van de reële gewenste bestedingen voor goederen en diensten aan. Op elk punt van de IS-curve geldt dat de investeringen gelijk zijn aan de nationale besparingen (vandaar IS : Investment and National Saving) (Heylen, 1999, p ). De negatieve helling van de IS-curve is een gevolg van de negatieve invloed die een hogere rente heeft op de investeringen (Heylen, 1999, p 135). De LM-curve stelt alle combinaties voor van de reële rente en het reële inkomensniveau waarbij de geldmarkt in evenwicht is (m.a.w. waarbij er een evenwicht is van de Liquidity Preference en de Money Supply). De LM-curve heeft een positieve helling aangezien een toename van het reële inkomen zal leiden tot een verhoogde reële vraag naar transactiegeld (Heylen, 1999, p 277). De BP-curve is de meetkundige plaats van alle combinaties van reële intrest en reëel inkomen waarvoor de betalingsbalans in evenwicht is. De hellingsgraad van de curve is afhankelijk van de marginale importquote en van de graad van kapitaalmobiliteit. Hoe groter de marginale importquote of hoe kleiner de graad van kapitaalmobiliteit, des te steiler de BPcurve. 9 Rechts van de BP-curve is er een zone van extern tekort : in elk punt is de intrestvoet te laag voor de overeenkomstige output en import. Er zal bijgevolg niet voldoende kapitaalinvoer gegenereerd worden. Links van de BP-curve is er een zone van extern 9 Vander Vennet, 2000, Deel 2, hoofdstuk 2, p 1-8 -

15 overschot : in elk punt is de intrestvoet te hoog voor de overeenkomstige output en import. Er zal bijgevolg meer kapitaal ingevoerd worden dan nodig (Vander Vennet, 2000, deel 2, hoofdstuk 2, p 2). We veronderstellen een systeem van vaste wisselkoersen. We veronderstellen ook dat in het geval van vaste wisselkoersen de monetaire autoriteiten steriliserend optreden : ze zullen de effecten van een betalingsbalansonevenwicht op het binnenlandse geldaanbod ongedaan maken 10. Deze veronderstelling is nodig om endogene LM-verschuivingen uit te schakelen. In het geval van niet-sterilisatie veroorzaakt een betalingsbalanstekort onder vaste wisselkoersen een vermindering van het geldaanbod, en bijgevolg een verschuiving van de LM-curve naar links. We beschouwen nu een situatie van perfecte kapitaalmobiliteit, wat resulteert in een horizontale BP-curve. De binnenlandse effecten zijn immers perfecte substituten voor de buitenlandse effecten, waardoor de intrestvoet die geldt op de wereldmarkt ook van kracht zal zijn op de binnenlandse markt. Is dit niet het geval, dan zullen er onmiddellijk evenwichtsherstellende kapitaalstromen op gang komen (Vander Vennet, 2000, Deel 2, Hoofdstuk 2, p 2). In dergelijke situatie is sterilisatie onmogelijk. Een rentevoet verschillend van de wereldintrest brengt kapitaalstromen op gang die te omvangrijk zijn voor de monetaire autoriteiten om er vat op te hebben. We vertrekken op figuur 2.2. van een evenwicht op de goederen en dienstenmarkt, de kapitaalmarkt, de geldmarkt en de betalingsbalans. Ons uitgangspunt is A, het snijpunt van IS, LM en BP. Een expansief monetair beleid leidt tot een verschuiving van LM 1 naar LM 2. De intrestvoet daalt tot r 2, wat kapitaaluitvoer zal veroorzaken. Het geldaanbod neemt af, waardoor de LM-curve terugschuift naar LM 1. Het uiteindelijke evenwicht ligt terug bij A. Bij vaste wisselkoersen en perfecte kapitaalmobiliteit verliest men dus het monetair beleid als instrument om de output te beïnvloeden 11. Kapitaalcontroles die de kapitaalmobiliteit verminderen, zullen ertoe leiden dat de binnenlandse rente in veel mindere mate bepaald wordt door de buitenlandse. Een expansief monetair beleid (een verschuiving naar rechts van de LM-curve) leidt tot een uitbreiding van 10 Om een betalingsbalanstekort en dus een vermindering van het geldaanbod te steriliseren kunnen de monetaire autoriteiten op de secundaire markt overheidspapieren aankopen, hun rentevoeten verlagen of de reservevereisten versoepelen (Vander Vennet, 2000, deel 2, hoofdstuk 2 p 2). Om een betalingsbalansoverschot en dus een verhoging van het geldaanbod te steriliseren kunnen de monetaire autoriteiten overheidspapieren op de secundaire markt verkopen, hun rentevoeten verhogen of de reserveverplichtingen strenger maken (Vander Vennet, 2000, deel 2, hoofdstuk 2, p 3). 11 Via het budgettair beleid kan men onder vaste wisselkoersen de output wel beïnvloeden. Een expansief budgettair beleid resulteert in een verschuiving van de IS-curve. De intrestvoet stijgt en veroorzaakt kapitaalinvoer. Het geldaanbod neemt toe, LM verschuift, en er ontstaat een nieuw evenwicht. De output Y zal gestegen zijn

16 het geldaanbod en bijgevolg een daling van de rente. De kapitaalcontroles zullen een massale uitstroom van kapitaal verhinderen. De BP-curve wordt hierdoor steiler, en in het geval dat de kapitaalcontroles elke vorm van internationaal financieel verkeer verhinderen, is de BPcurve zelfs volledig vertikaal. Zoals in onderstaande figuur duidelijk wordt, kan men nu via het monetair beleid de output (op korte termijn) wel beïnvloeden. Figuur 2.3. : Perfecte kapitaalimmobiliteit vaste wisselkoersen reële intrest BP 1 IS LM 1 LM 2 A B r 2 Bron : Vander Vennet, 2000, deel 2, hoofdstuk 2, p 3 Y 1 Y 2 output Een expansief monetair beleid leidt tot een verschuiving van de LM-curve naar rechts. De rente daalt tot r 2. Het nieuwe evenwicht ligt in B. Dit evenwicht wordt gekenmerkt door een betalingsbalanstekort. De monetaire autoriteiten zullen steriliserend optreden om de effecten van het betalingsbalanstekort op het binnenlandse geldaanbod ongedaan te maken waardoor LM 2 blijft gelden 12. De output stijgt van Y 1 tot Y 2. In het geval van vlottende wisselkoersen is het monetair beleid onder perfecte kapitaalmobiliteit in het IS-LM-BP-model wel in staat de output te beïnvloeden : 12 Men dient echter in te zien dat een dergelijk sterilisatiebeleid hoogstens op korte termijn realistisch is. Bij sterilisatiebeleid blijft het betalingsbalanstekort immers bestaan en zo ook de noodzaak tot wisselmarktinterventies. Geleidelijk aan zou de centrale bank al haar internationale reserves verliezen, en moet de LM-curve uiteindelijk terugschuiven naar LM 1. (Heylen, 1999, p 346)

17 Figuur 2.4. : perfecte kapitaalmobiliteit vlottende wisselkoersen reële intrest IS 1 IS 2 LM 1 r 3 LM 2 A B BP r 2 Y 1 Y 2 output Bron : Vander Vennet, 2000, deel 2, hoofdstuk 2, p 5 Een expansief monetair beleid verschuift LM 1 naar LM 2. Het grotere geldaanbod doet de rente dalen tot r 2 waardoor de munt deprecieert. Door deze depreciatie zal de export toenemen, waardoor de reële bestedingen stijgen en IS 1 naar IS 2 verschuift, zodat er een nieuw evenwicht ontstaat in B. De output is gestegen van Y 1 tot Y 2. (Vander Vennet, 2000, deel 2, hoofdstuk 2, p 5) Maar zelfs in het geval van vlottende wisselkoersen kan het monetair beleid hinder ondervinden van grote kapitaalstromen die op gang komen door intrestverschillen in binnenen buitenland, omdat deze sterke schommelingen in de wisselkoers kunnen veroorzaken. Bij toenemende kapitaalmobiliteit zal de binnenlandse korte termijnrente in toenemende mate bepaald worden door de buitenlandse korte termijnrente en de verwachtingen i.v.m. de korte termijnevolutie van de wisselkoers 13. Meestal gebruikt men dan kapitaalcontroles op uitstromen om (bij een lage binnenlandse rente) de depreciatiedruk op de nominale wisselkoers te vermijden zonder dat het daarbij nodig is om monetair te verstrakken, zoals dat anders wel het geval zou moeten zijn. Controles op instromen moeten (bij een hoge binnenlandse rente) de appreciatie van de 13 Dit wordt verklaard door de ongedekte intrestpariteit theorie: i a = i b + E t ( e), waarbij i a : de intrest in land a, i b : de intrest in land b en E t ( e) : de verwachte relatieve wisselkoerswinst (of verlies) (in %) (Vander Vennet, 2000, deel 2, hoofdstuk 1, p 6). Bij perfecte kapitaalimmobiliteit gaat deze intrestpariteit niet op en zal een land in staat zijn om de rente aan te passen naargelang de schokken die zich voordoen. Een gesloten kapitaalrekening vereist echter wel een evenwicht op de handelsbalans, wat een belemmering betekent voor de flexibiliteit van de wisselkoers. In het geval van perfecte kapitaalmobiliteit gaat de intrestpariteit wel op en vormt een belemmering voor de aanpassing van de binnenlandse rente, maar de reële wisselkoers heeft meer bewegingsvrijheid (Lougani, Razin en Yuen, 1997)

18 wisselkoers ten gevolge van kapitaalinstromen vermijden, zonder dat het monetair beleid haar binnenlandse doelstellingen moet opgeven (bv. inflatiebestrijding). (Johnston, 2000) B. Destabiliserende volatiele korte termijn kapitaalstromen indijken Valutamarkten zijn zeer liquide en reageren zeer snel op schokken. Bepaalde factoren, zoals prijs- en loonrigiditeiten en de onomkeerbaarheid van investeringen zorgen ervoor dat de reële economie zich trager aanpast. Deze verschillen in aanpassingssnelheid, en de grote exogene volatiliteit van de financiële markten, kunnen leiden tot grote wisselkoersschommelingen met negatieve effecten voor de reële economische activiteit (Grilli en Milesi-Ferretti, 1995). Tobin stelde voor om deze korte termijn kapitaalstromen af te remmen 14 via een wereldwijde uniforme belasting op valutatransacties, die de korte termijn kapitaalstromen zou afremmen en verwaarloosbare effecten zou hebben op de lange termijnstromen (zie ook deel 2.3.). In wordt een theoretisch model van Cordella (1998) uitgewerkt dat aantoont dat een belasting op korte termijn kapitaalinstromen de volatiliteit van de opbrengsten uit investeringen kan doen afnemen. Aangezien reële investeringen meestal onomkeerbaar zijn, zal een hoge volatiliteit van de opbrengsten er een negatieve invloed op hebben. (Grilli en Milesi-Ferretti, 1995). C. De belastingbasis behouden Massale outflows van kapitaal naar offshore centra waar (bijna) geen belastingen geheven worden, kunnen de binnenlandse belastingbasis aantasten. Belastingontduiking ondermijnt m.a.w. de mogelijkheid van de overheid om belastingen te innen. De belastingsopbrengsten zullen door de ontduiking minder hoog zijn dan zou moeten, m.a.w. de marginale kost van belastingsinning stijgt met de graad van ontduiking. Kapitaalcontroles moeten dan de kapitaalvlucht en belastingontduiking tegengaan (Bai en Wei, 2000). In sommige landen is het fiscaal systeem onvoldoende ontwikkeld, en zijn de opbrengsten uit belastingen niet voldoende om de uitgaven van de overheid te dekken. Bij een onvoldoende ontwikkeld fiscaal beleid kan met het fiscaal deficit financieren via een inflation tax (Dooley, 1996). De inflation tax is de jaarlijkse daling van de reële geldhoeveelheid in handen van het publiek ten gevolge van inflatie (Heylen, 1999, p 649). De belastingbasis is de reële geldhoeveelheid, de belastingvoet wordt bepaald door de inflatiegraad. Het product van beide is de belastingopbrengst waarmee de overheid haar uitgaven financiert. Men moet de idee van belasting als volgt interpreteren : 14 throwing sand in the wheels of international finance, zie Eichengreen, Tobin en Wyplosz (1995)

19 - de overheid drukt geld, waarmee ze goederen en diensten kan kopen - door de toename van de geldhoeveelheid zullen de prijzen stijgen, waardoor de koopkracht van het geld dat de gezinnen in hun bezit hebben, daalt - er wordt bijgevolg welvaart overgedragen van de gezinnen en de bedrijven naar de overheid, net zoals bij de klassieke belastingen (Heylen, 1999, p 649) Beperkingen op het bezit van vreemde valuta moet de mogelijkheid van binnenlandse economische agenten verminderen om de inflation tax te vermijden. Het geval waarin de overheid inkomsten tracht te innen uit seignorage wordt in verder uitgewerkt. Met seignorage bedoelen we de reële middelen waarop de overheid beslag kan leggen door geldcreatie. Door meer basisgeld in omloop te brengen kan ze meer goederen en diensten kopen (Heylen, 1999, p 644). D. Binnenlandse besparingen in het land houden Kapitaalcontroles op outflows kunnen ook ingevoerd worden om de binnenlandse besparingen in het land te houden. Is de private opbrengst van binnenlandse effecten lager dan de sociale opbrengsten, bij voorbeeld omdat er positieve externaliteiten uitgaan van binnenlands geïnvesteerd kapitaal, dan is dit een mogelijk motief om kapitaalcontroles in te voeren op outflows en/of het stimuleren van inflows (Grilli en Milesi-Ferretti, 1995). Maar wanneer binnenlandse investeerders geen buitenlandse activa meer mogen bezitten, wordt hun mogelijkheid tot diversificatie van de portefeuille fel beknot. Bovendien neemt de gevoeligheid van de portefeuille voor binnenlandse macro-economische schokken aanzienlijk toe (Grilli en Milesi-Ferretti, 1995) Het vermijden van speculatieve aanvallen In een situatie van grote kapitaalmobiliteit kunnen, bij vaste wisselkoersen, speculatieve aanvallen ontstaan tegen landen met een inconsistent beleid. Dit is bijvoorbeeld het geval als een overheid twee macro-economische beleidsobjectieven voorop plaatst die onderling tegenstrijdig zijn, bv. binnenlandse kredietexpansie en vaste wisselkoersen (Grilli en Milesi- Ferretti, 1995). Een overheid dat haar deficiet wil financieren, kan voor de binnenlandse activa van de centrale bank een groeivoet vooropstellen die niet consistent is met de vaste nominale wisselkoers en de groei in de vraag naar geld (Dooley, 1996). De reële vraag naar geld ligt bij perfecte kapitaalmobiliteit en onder koopkrachtpariteit vast, en dus zal een

20 stijging in het binnenlandse deel van de geldbasis onmiddellijk worden gecompenseerd door veranderingen in de internationale reserves. Wanneer de internationale reserves van de centrale bank onder een bepaald niveau zakken, verwacht men dat de centrale bank de vaste wisselkoers zal opgeven, en dat de munt vrij zal zweven. Het doel van een speculatieve aanval is om een depreciatie van de munt te veroorzaken (Dooley, 1996). Landen proberen doorgaans de situatie in eerste instantie te verbeteren via sterilisatieoperaties. Deze maatregelen betekenen echter een kost voor de centrale bank aangezien er aanzienlijke verschillen kunnen zijn tussen de uitgiftekost van effecten en de opbrengst uit vreemde activa. Bovendien verhelpen ze de instroom van kapitaal niet aangezien de rente hoog blijft. In veel gevallen zijn landen na een tijdje wel verplicht om kapitaalcontroles in te voeren (Dooley, 1996). Speculatieve aanvallen komen echter niet enkel voor in landen met een inconsistent beleid. Het financiële systeem is van nature tamelijk onstabiel. Dit vloeit voornamelijk voort uit het feit dat de meeste financiële markten gekenmerkt worden door imperfecte informatie (Eichengreen, 1998). Een gevolg hiervan is herd behaviour of kuddegedrag. Economische agenten laten zich in hun beslissingen leiden door de beslissingen van anderen) 15. Zo kan een plotseling verlies van vertrouwen, om welke reden dan ook, gegrond of ongegrond, een golf van paniek doen ontstaan en massale kapitaaluitstromen veroorzaken die een vaste wisselkoerssysteem in elkaar kunnen doen storten.(eichengreen, 1998) De rol die kapitaalcontroles kunnen spelen in de context van speculatieve aanvallen hebben te maken met het feit dat de private sector zijn aangehouden hoeveelheid geld niet meer kan aanpassen via de handel van binnenlands geld in ruil voor vreemde valuta of omgekeerd, maar enkel nog via handel in goederen en diensten Prudentiële motivatie Hieronder vallen kapitaalcontroles die als doel hebben om de financiële instituties te beschermen en hun financiële gezondheid te garanderen. Een eerste reden om in dit verband 15 zie ook het theoretische model van Cordella (1998) infra

21 kapitaalcontroles in te voeren is het feit dat buitenlands kapitaal dikwijls risicovoller is dan binnenlands kapitaal en wel om de volgende twee redenen : - Internationale transacties worden gekenmerkt door een aantal typische risico s die binnenlandse transacties niet hebben, zoals een landenrisico 16, een soevereiniteitsrisico 17 en een transfertrisico Verschillen in supervisory en accounting standaarden kunnen ook een reden zijn, net zoals het feit dat landen vaak moeilijkheden hebben om de binnenlandse wetten af te dwingen op buitenlands kapitaal. Kapitaalcontroles worden ook aangewend om de exposure van de binnenlandse financiële instellingen op de wisselmarkt te verminderen en de duur van de passiva in handen van de financiële instellingen te verlengen, om zo de stabiliteit van het financieel systeem te beschermen. Voor banken is het verschil in liquiditeit tussen de activa en de passiva soms problematisch. De leningen (= activa) die ze uitgeven zijn meestal veel minder liquide dan hun deposito s (= passiva). Omwille van de imperfecte informatie omgeving en de lange termijn relatie die banken kunnen opbouwen met hun klanten, kunnen ze beter dan de andere marktpartijen de kredietwaardigheid van hun leners inschatten. In tijden van crisis trekken de economische agenten hun deposito s terug, en zullen banken enkel nog middelen kunnen binnenrijven door activa te verkopen, wat hun balans nog meer uit evenwicht haalt. Door de talrijke transacties tussen banken onderling zullen problemen bij de ene bank automatisch problemen veroorzaken bij andere banken. Zo kan een plotseling verlies van vertrouwen bij de depositohouders, om welke reden dan ook, gegrond of ongegrond, een golf van paniek doen ontstaan die het gehele banksysteem in elkaar kan doen storten (Eichengreen, 1998). Een andere prudentiële motivatie reden om kapitaalcontroles in te voeren is het infant industry -argument. Landen moeten hun financiële instituties, instrumenten en markten goed ontwikkelen vooraleer ze hun kapitaalrekening openstellen. Voor vele ontwikkelingslanden is het van groot belang dat vooral de positie van de banksector verstevigd wordt, aangezien ze de belangrijkste financiële intermediairs zijn 19. Het is reeds veelvuldig aangetoond dat landen 16 is het risico dat een aanzienlijk deel van de debiteuren in een land in gebreke blijven wat betreft de terugbetaling van hun buitenlandse schuld omwille van macro-economische, politieke instabiliteit of andere redenen (Johnston, 1998) 17 is het risico dat een land niet meer in staat is om haar buitenlandse schuld terug te betalen (Johnston, 1998) 18 is het risico dat een buitenlandse debiteur niet in staat is om op tijd de benodigde valuta te verkrijgen om zijn buitenlandse schuld terug te betalen (Johnston, 1998) 19 dit was het geval in Korea en Thailand, twee landen die zwaar werden getroffen door de Aziatische crisis (Johnston, 1998)

22 met een zwakke of onderontwikkelde banksector die financiële liberalisering doorvoeren een verhoogde kans op bankcrisissen lopen 20. De prudentiële rol van kapitaalcontroles is echter beperkt, en wel om de volgende redenen : ten eerste vormen kapitaalcontroles een ernstige belemmering voor de diversificatie van de portefeuille. Het investeringsrisico neemt hierdoor aanzienlijk toe, de liquiditeit en kwaliteit van de financiële activa gaan erop achteruit, waardoor de ontwikkeling van financiële markten sterk belemmerd wordt (Johnston en Tamirisa, 1998). Ten tweede is de kans reëel dat economische agenten, bij pogingen om de kapitaalcontroles te omzeilen, naar instrumenten grijpen die meer risicovol en minder gereguleerd zijn, hetgeen leidt tot een stijging van het systematisch risico 21 (Johnston en Tamirisa, 1998) Sequentiële liberalisatie Geleidelijke liberalisering van de kapitaalstromen brengt minder risico s met zich mee dan de kapitaalrekening open te stellen zonder overgangsperiode. Het is belangrijk dat landen beschikken over voldoende ontwikkelde financiële markten, instellingen en instrumenten, en een stabiele macro-economische omgeving, vooraleer ze hun kapitaalrekening openstellen. We zullen hiervoor twee argumenten aanhalen. Ten eerste geldt ook hier het infant industry -argument (Johnston en Tamirisa, 1998). Kapitaalcontroles kunnen aangewend worden om minder ontwikkelde (financiële) markten te beschermen en ze de mogelijkheid geven om te profiteren van schaalvoordelen en leereffecten. Het infant industry -motief kan kapitaalcontroles echter alleen maar rechtvaardigen als de kapitaalmarkt niet efficiënt werkt. Bij een perfect werkende kapitaalmarkt is het beter om maatregelen te treffen die rechtstreeks ingrijpen daar waar de distortie zich voordoet, zoals directe subsidiëring, Het infant industry -argument is daarom een duidelijk voorbeeld van een second best argument. Ten tweede is er het feit dat een land dat een macro-economisch stabilisatieprogramma opzet en handelsliberalisatie doorvoert, moeilijkheden zal ondervinden om tegelijkertijd ook haar kapitaalstromen te liberaliseren. Ontwikkelingslanden die structurele hervormingen doorvoeren, worden gekenmerkt door een beleid van hoge rentes, bedoeld om de inflatie te 20 zie Bailliu (2000), Barth, Caprio en Levine (1998), Demirgüç-Kunt en Detragiache (1998) 21 Theoretisch kan het risico van een portefeuille van risicodragende financiële activa worden opgesplitst in een onsystematische component, nl. het specifieke of ondernemingsgebonden risico, en een systematische component, nl. het marktgebonden risico (Vander Vennet, 2000, deel 1, hoofdstuk 5, p 32)

23 stabiliseren. Tegelijkertijd liberalisatie van de kapitaalstromen doorvoeren zou kunnen leiden tot een reële appreciatie van de wisselkoers, of een stijging van de volatiliteit van de wisselkoers, wat de inspanningen tot handelsliberalisatie kan tegenwerken. Het is in deze situatie dan ook beter om liberalisatie van de kapitaalrekening uit te stellen tot wanneer alle handelsrestricties effectief opgeheven zijn (Dooley, 1996). Zoals uit het voorgaande blijkt, is het aangewezen om eerst handelsliberalisatie door te voeren voor men de kapitaalrekening liberaliseert. De kapitaalrekening op zich kan ook sequentieel geliberaliseerd worden. Sommige regels bij het sequentieel openstellen van de kapitaalrekening lijken voor de hand te liggen : men moet bijvoorbeeld lange termijnkapitaalstromen voor de korte termijnstromen liberaliseren 22 (Johnston, 1998). Hoewel kapitaalinstromen op korte termijn niet echt een risico vormen voor individuele banken en investeerders worden ze vaak beschouwd als speculatief en destabiliserend. Lange termijn kapitaalbewegingen zijn stabieler en wenselijker omdat ze, meer dan korte termijnstromen, te maken hebben met de reële economisch situatie. Lange termijninflows komen bijvoorbeeld typisch op gang na een grondige economische herstructurering. Korte termijninstromen zijn dikwijls het gevolg van sterke intrestverschillen met het buitenland. Maar het is heel moeilijk om in praktijk een algemene volgorde voorop te stellen waarin de kapitaalcontroles op de verschillende kapitaalstromen zou moeten geliberaliseerd worden. Financiële liberalisatie is een zeer complex proces, dat o.a. bemoeilijkt wordt door het feit dat het steeds moeilijker wordt om kapitaalstromen in een bepaalde categorie (korte termijn of lange termijn) onder te verdelen (Johnston, 1998) Andere motieven. Een mogelijke motivatie voor het invoeren van kapitaalcontroles is herverdeling : men wil middelen realloceren van kapitaal naar arbeid door het kapitaal te belasten. Kapitaalcontroles moeten in dat geval verhinderen dat de belastingen worden ontvlucht. Het lijkt aannemelijk dat dit meer voorkomt in landen met een linkse overheid. (Grilli en Milesi-Ferretti, 1995) 22 een ander voorbeeld is dat de liberalisatie van foreign direct investment voorrang zou moeten krijgen op de liberalisatie van portfolio investment (Johnston, 1998)

24 Grote landen hebben meer mogelijkheden om hun investeringen te diversifiëren, en hebben bijgevolg minder baat bij de liberalisering van hun kapitaalrekening dan kleinere landen. Dit argument voorspelt dus dat kapitaalcontroles meer voorkomen in grote landen dan in kleine. (Grilli en Milesi-Ferretti, 1995) Ook de openheid van een land heeft een invloed op de intensiteit van de kapitaalcontroles : enerzijds zijn open economieën meer gevoelig voor externe schokken en dus meer geneigd om kapitaalcontroles in te voeren om deze schokken op te vangen. Anderzijds zijn er in een open economie meer mogelijkheden om de controles te omzeilen, en daarom is financiële liberalisatie complementair aan handelsliberalisatie. (Grilli en Milesi-Ferretti, 1995) Kapitaalcontroles kunnen ook een weerspiegeling zijn van de optimale graad van interventie volgens een bepaalde overheid (Johnston en Tamirisa, 1998). In landen waarvan de overheid allerhande economische activiteiten meer reguleert dan in andere landen, is het logisch dat de kans op kapitaalcontroles ook groter zal zijn. Kapitaalcontroles kunnen een instrument zijn om uitstromen naar offshore-centra van kapitaal afkomstig uit de criminaliteit tegen te houden. Outflows van kapitaal afkomstig van corruptie en belastingontduiking kunnen (naast een vermindering van de belastingbasis, wat onder werd besproken) een vertekening van de economische data veroorzaken. Omtrent criminele financiële praktijken zijn nauwelijks data beschikbaar. Nochtans is het voor een overheid noodzakelijk om deze te kennen, wil ze een goed zicht hebben op de economische situatie in een land. De distorties in de data zullen de inspanningen van de overheid bemoeilijken om een efficiënt economisch beleid te voeren (Quirk, 1997). Door de massale outflows zal de geldvraag verschuiven van het éne land naar het andere, en leiden tot misleidende monetaire data. Men kan immers niet meer nagaan welk geld door welke centrale bank oorspronkelijk werd uitgegeven en in welk land de depositohouder werkelijk woont. Dit zal als gevolg hebben dat de rente- en wisselkoersvariabiliteit toeneemt, wat een negatieve invloed heeft op de economische groei (Quirk, 1997). Kapitaalcontroles zijn echter geen ideaal instrument aangezien ze de ontwikkeling van parallelle markten 23, die nauwe 23 zo is er de hawala in India en Pakistan. Dit parallel banksysteem is gebaseerd op overeenkomsten tussen familie en/of bendes. Ze maken geen gebruik van geschreven contracten maar wel van mondelinge overeenkomsten die afgedwongen worden via de dreiging van geweld als vergelding. In China bestaat een analoog systeem, de fie chien, dat ook gebaseerd is op vertrouwen, familiebanden, lokale sociale structuren, en de dreiging van uitsluiting als men het vertrouwen schendt (Williams, 1997)

25 banden hebben met de onderwereld, stimuleren (Quirk, 1997). In dat geval zou bij voorbeeld de verbetering van de prudentiële supervisie, die de activiteiten van de banken nauwgezet volgt, een betere optie zijn. Volgens Johnson en Mitton (2001) is er nog een reden waarom landen kapitaalcontroles invoeren. Zij menen dat kapitaalcontroles als een soort scherm fungeren dat overheden toelaat om binnenlandse ondernemingen voor te trekken. In vele van die landen bestaan er informele relaties tussen ondernemingen, politici en banken 24. Dit systeem van informele relaties is beter in stand te houden wanneer het relatief afgezonderd is van internationale kapitaalstromen. Tegelijkertijd zal ook de kans op bad loans toenemen omwille van verkeerde incentives die de kapitaalcontroles met zich meebrengen. Johnson en Mitton vonden in het geval Maleisië het bewijs dat ondernemingen met sterke banden met de politiek meer lijden onder macro-economische schokken die de mogelijkheid van de overheid ondermijnen om privileges en subsidies toe te staan. Ondernemingen met sterke banden met de politiek zullen ook meer voordeel hebben bij de invoering van kapitaalcontroles aangezien ze hierdoor meer subsidies krijgen. Hieruit mag echter niet besloten worden dat politiek favoritisme de Aziatische crisis van heeft veroorzaakt. Het is immers helemaal niet duidelijk of het kapitalisme zoals het in vele Aziatische landen werkt, namelijk gebaseerd op relaties, suboptimaal is voor die landen. Hoewel ondernemingen met politieke banden harder getroffen werden door de crisis, heeft dit waarschijnlijk niets te maken gehad met inefficiënt beheer. Door de crisis verloren voorheen bevoordeelde bedrijven hun subsidies, maar deze werden na de invoering van kapitaalcontroles hersteld (Johnson en Mitton, 2001). Het snelle herstel van Maleisië na de invoering van de kapitaalcontroles toont volgens sommigen aan dat kapitaalcontroles groeibevorderend kunnen zijn Drie theoretische modellen De bestaande theoretische modellen omtrent de invloed van kapitaalcontroles op economische groei verschaffen ons geen eenduidig antwoord. De theoretische modellen omtrent de invloed van kapitaalcontroles op economische groei en investeringen zijn overigens niet erg talrijk. 24 In de literatuur wordt dit fenomeen vaak aangeduid met de term crony capitalism, en vaak genoemd als één van de mogelijke oorzaken van de Aziatische crisis (zie bv. Eichengreen, 1998). 25 zie Kaplan en Rodrik,

26 De meeste auteurs beperken zich tot een empirisch onderzoek. De uitkomst van de verschillende modellen hangt meestal af van het doel waarvoor de controles worden ingevoerd, en op welke vorm van kapitaal ze geheven worden. Daarom worden in wat volgt drie modellen besproken. In elk van de modellen schuilt er een verschillende motivering achter de invoering van de kapitaalcontroles. Er is ook een verschil tussen de kapitaalcontroles : in het eerste model gaat het om kapitaalcontroles op uitstromen, in het tweede op de binnenlandse kapitaalvoorraad en in het derde op de instromen. Het ligt voor de hand dat de verschillende kapitaalcontroles ook verschillende effecten teweegbrengen. Roubini en Sala-i-Martin (1992) tonen aan dat financiële repressie en kapitaalcontroles die bedoeld zijn om de belastingsbasis te vergroten een negatieve invloed hebben op de economische groei. Zij doen dit aan de hand van een model dat vertrekt vanuit de geldvraag, waarbij financiële ontwikkeling een negatieve invloed heeft op de geldvraag. Een overheid die inkomsten uit seignorage nastreeft, zal zich hierdoor genoodzaakt zien om de financiële ontwikkeling tegen te gaan. Kapitaalcontroles op outflows zullen noodzakelijk zijn om kapitaalvlucht te vermijden. In dit model gaan kapitaalcontroles gepaard met een lage graad van financiële ontwikkeling. De financiële repressie zal een negatieve invloed hebben op investeringen en groei. Chanda (2001) toont aan de hand van een politieke economie -model aan : ten eerste dat kapitaalcontroles op de binnenlandse kapitaalvoorraad bevorderlijk zijn voor de groei aangezien ze de binnenlandse kapitaalvoorraad vergroten, en ten tweede dat heterogeniteit binnen een economie de positieve effecten van kapitaalcontroles afzwakt. Cordella (1998) toont aan dat een belasting op kapitaalinstromen bank runs kan vermijden, en zo de verwachte opbrengst van investeringen doet toenemen. Hij doet dit aan de hand van een speltheoretisch model Een model van financiële repressie Het model van Roubini en Sala-i-Martin (1992) vertrekt van volgend uitgangspunt : de overheid beslist om geen volledige financiële ontwikkeling toe te laten, m.a.w. te kiezen voor een systeem van financiële repressie. Ze kan hierdoor gemakkelijk inkomsten genereren

27 Deze inkomsten worden in het model voorgesteld als een inflation tax 26. Aangezien de graad van kapitaalaccumulatie een fundamentele determinant is voor lange termijn groei, is de efficiëntie van de financiële sector, waarin de allocatie van besparingen naar investeringsprojecten plaatsvindt, potentieel belangrijk voor de lange termijn performantie van een economie. Het is bijgevolg logisch dat financiële repressie een negatieve invloed zal hebben op de economische groei. Het model van Roubini en Sala-i-Martin is eigenlijk een model van de geldvraag en impliceert dat meer financiële ontwikkeling de noodzaak zal verminderen voor economische agenten om geld bij zich te hebben. Financiële ontwikkeling leidt immers tot een reductie van de transactiekosten voor het converteren van niet-liquide naar liquide activa. Doordat economische agenten minder behoefte hebben aan geld, zal er ook minder inflatie zijn. Hierdoor vermindert de inflation tax basis en zodoende ook de mogelijkheid van de overheid om seignorage te genereren. Met seignorage of muntloon bedoelen we de reële middelen waarop de overheid beslag kan leggen door geldcreatie. Door meer basisgeld in omloop te brengen kan ze immers meer goederen en diensten kopen. (Heylen, 1999, p 644) Kapitaalcontroles zullen in dit model nodig zijn om kapitaalvlucht naar het buitenland te vermijden. Deze kapitaalcontroles worden in het model van Roubini en Sala-i-Martin niet expliciet in het model gebracht, maar het model vertrekt vanuit de assumptie dat kapitaalvlucht naar het buitenland niet mogelijk is, m.a.w. dat er kapitaalcontroles geheven worden op de outflows van kapitaal. Het model De economie wordt bevolkt door oneindig lang levende consumenten wiens nutsfunctie wordt bepaald door het enige consumptiegoed en door de reële geldvoorraad. De reële geldhoeveelheid stelt mensen in staat om consumentengoederen te kopen zonder naar de bank te moeten om obligaties om te zetten in geld. Het marginaal nut van geld daalt met de graad van financiële ontwikkeling. Dit komt doordat financiële ontwikkeling een negatief effect heeft op de transactiekosten (de kosten om een obligatie in geld om te zetten). Vraagzijde : We veronderstellen een intertemporele nutsfunctie waaruit men ook de ogenblikkelijke nutsfunctie kan halen : 26 de inflation tax is echter niet de enige bron van inkomsten voor een overheid die financiële repressie uitoefent op de financiële sector. De overheid kan de financiële sector bij voorbeeld ook verplichten om de

28 U = 0 e -ρt N(t)u(c(t),m(t))dt (1) met ρ de individuele discontovoet, N(t) is het totaal aantal mensen dat leeft op tijdstip t en we veronderstellen dat N(t) een exogene groeivoet n heeft. Als we de initiële bevolking gelijkstellen aan 1, dan is N(t) = e nt. Het ogenblikkelijke nut per capita u( ) is een functie van de consumptie per capita, c(t), en van de reële geldhoeveelheid m(t). Opdat het model oplosbaar zou zijn, veronderstellen we dat de ogenblikkelijke nutsfuctie er als volgt uitziet 27 : u( ) = [c(t) α m(t) β(a) ] 1-σ /(1-σ) (2) waarbij σ positief is en β (A) < 0. Economische agenten worden verondersteld hun nutsfunctie te maximaliseren onder de volgende budgetbeperking : ( ) F N + V N c F N + M PN = r τ (3) Waarbij F staat voor de niet-monetaire activa, zoals kapitaal en obligaties, M is het nominale geld, τ is de belastingsvoet op inkomen, r is de reële intrestvoet op reële activa F en V zijn de lump-sum transfers van de overheid. Vergelijking (3) stelt dat de besparingen per capita (de niet-geconsumeerde middelen) gelijk zijn aan de investeringen per capita plus de verandering in de geldhoeveelheid. In onderstaande vergelijking vervangen we de variabelen uit vergelijking (3) door hun reële per capita versies (m = M/PN, f = F/N ; v = V/N, k = K/N) en overheidsschuld te financieren tegen een rente die lager ligt dan de marktrente. 27 Merk op dat deze nutsfunctie als eigenschap heeft dat het marginale nut van geld een dalende functie is in A, m.a.w. β (A)[c α(1-σ) m β(a)(1-σ)-1 ](1+ln(m)) <

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Macro-economie voor AEO (225P05) Tentamen 1

Macro-economie voor AEO (225P05) Tentamen 1 Faculteit Economie en Bedrijfskunde Universiteit van Amsterdam Macro-economie voor AEO (225P05) Tentamen 1 Januari 2009 1. Zorg dat er niets op je tafel ligt behalve deze vragenbundel (plus lijsten met

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie TENTAMEN inclusief antwoorden Vaknaam : Macro-economie voor Bedrijfseconomie Vakcode : 330091 Datum tentamen : donderdag 16 mei 2013 Duur tentamen : 3 uur Docent : Dr. B.J.A.M. van Groezen ANR : 649627

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1. Op de beurs van New York worden de volgende koersen genoteerd : 100 JPY = 0,8 USD ; 1 GBP = 1,75 USD en 1 euro = 0,9273 USD. In Tokyo is de notering 1 USD = 140 JPY. In Londen

Nadere informatie

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land.

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. 1 De wisselmarkt 1.1 Begrip Wisselkoers = de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. bv: prijs van 1 USD = 0,7

Nadere informatie

Macro-economie voor AEO (225P05) Proeftentamen 1

Macro-economie voor AEO (225P05) Proeftentamen 1 Faculteit Economie en Bedrijfskunde Universiteit van Amsterdam Macro-economie voor AEO (225P05) Proeftentamen 1 November 2008 1. Zorg dat er niets op je tafel ligt behalve deze vragenbundel (plus lijsten

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Inflatie is de stijging van het algemeen prijspeil. De jaren 70 en 80 van de vorige eeuw waren periodes van relatief hoge inflatiecijfers in West-Europa, terwijl lage inflatie en deflatie

Nadere informatie

HOOFDSTUK 17: DE GELDMARKT

HOOFDSTUK 17: DE GELDMARKT 1 HOOFDSTUK 17: DE GELDARKT 1. GELDSOORTEN 1.1. De geldhoeveelheid in enge zin (1) 1 = CP + D met CP = Chartaal geld, in handen van het Publiek D = giraal geld, in handen van het publiek Chartaal geld

Nadere informatie

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige Samenvatting Een economische schok is een drastische verandering in het evenwicht of de continuïteit van een systeem. De wereld wordt gekenmerkt door een veelheid van schokken. En elke schok lijkt de economie

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Zelftest hoofdstuk 1 Gesloten vragen 1.22 D; 1.23 B; 1.24 A; 1.25 B; 1.26 B; 1.27 C; 1.28 D; 1.29 A; 1.30 B; 1,31 A; 1.32 A

Zelftest hoofdstuk 1 Gesloten vragen 1.22 D; 1.23 B; 1.24 A; 1.25 B; 1.26 B; 1.27 C; 1.28 D; 1.29 A; 1.30 B; 1,31 A; 1.32 A Zelftest hoofdstuk 1 1.22 D; 1.23 B; 1.24 A; 1.25 B; 1.26 B; 1.27 C; 1.28 D; 1.29 A; 1.30 B; 1,31 A; 1.32 A 1.33 a. $25 1, 1 = $27,50 b. -invoercontingenten, -kwaliteitseisen, -douaneformaliteiten, -subsidies

Nadere informatie

Auteursrechtelijk beschermd materiaal. De investeringen zijn dus gelijk aan het private sparen en het publieke sparen

Auteursrechtelijk beschermd materiaal. De investeringen zijn dus gelijk aan het private sparen en het publieke sparen OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 21 Open Vragen OEFENING 1 a) I. een gesloten economie zonder overheid AA = AV AA = Y = Yb = C + S AV = C + I C+I=C+S en bijgevolg S = I II. een gesloten economie met overheid

Nadere informatie

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat.

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat. Bestedingsevenwicht - 1 van 15 MACRO-ECONOMISCH BESTEDINGSEVENWICHT Welke factoren bepalen de grootte van het nationaal inkomen? Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en

Nadere informatie

Voorbeeld examenvragen Boekdeel 2 en special topics

Voorbeeld examenvragen Boekdeel 2 en special topics Voorbeeld examenvragen Boekdeel 2 en special topics Vraag 1 Stel dat je 10 aandelen Fortis in portfolio hebt, elk aandeel met een huidige waarde van 31 per aandeel. Fortis beslist om een deel van haar

Nadere informatie

Korte inhoud. Deel 2 Macro-economische analyse van de vraagzijde 127

Korte inhoud. Deel 2 Macro-economische analyse van de vraagzijde 127 Korte inhoud Deel 1 Algemene inleiding 1 Hoofdstuk 1 Macro-economie en macro-economische vraagstukken 3 Hoofdstuk 2 Macro-economische ex-post relaties: productie, inkomen en bestedingen 67 Hoofdstuk 3

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Economie VWO 2011/2012 www.lyceo.nl H5: Internationale betrekkingen Economie 1. Inkomen 2. Consument 3. Producenten 4. Markt en Overheid 5. Internationale betrekkingen

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8 betalingsbalans Zweden behoort tot de EU maar (nog) niet tot de EMU. Dat maakt Zweden een leuk land voor opgaven over wisselkoersen, waarbij een vrij zwevende kroon overgaat naar een kroon met een vaste

Nadere informatie

UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015

UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015 VAK : ECONOMIE 1 DATUM : DINSDAG 16 JUNI 2015 TIJD : 07.45-10.15 UUR Aantal opgaven bij dit vak : 3 Aantal pagina s : 5; Calculator

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen I en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 2 juni 3.3 6.3 uur 2 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 18

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 18 OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 18 Open vragen OEFENING 1 a) Inkomen is de stroomvariabele, vermogen is de voorraadveranderlijke. Het vermogen is de optelsom van al je inkomens tot nog toe, die je gespaard

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1 HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1. PRIJSVORMING OP DE WISSELMARKTEN 1.1. Enkele begrippen Wisselkoers = prijs van de buitenlandse munt, uitgedrukt in nationale munt bv. wisselkoers () van de

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja De prijselasticiteit

Nadere informatie

Geld en prijzen op de lange termijn

Geld en prijzen op de lange termijn Geld en prijzen op de lange termijn De geldvoorraad in de eurozone Cijfers over de geldvoorraad in de eurozone vind je in Europan Central Bank, Economic Bulletin, tabel 5.. Tabel geeft de opsplitsing van

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek.

Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek. Opgave 1 M-vragen Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek. Euros to 1 RL 1 Is in de periode 31 maart 17 april sprake van een devaluatie van de euro ten opzichte

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

De conclusies van het IMF betreffende de betalingsbalans en het monetair beleid zijn onderverdeeld in drie aspecten:

De conclusies van het IMF betreffende de betalingsbalans en het monetair beleid zijn onderverdeeld in drie aspecten: SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES IN HET RAPPORT D.D. 19 SEPTEMBER 2011 NAAR AANLEIDING VAN DE BESPREKINGEN IN HET KADER VAN DE 2011 ARTIKEL IV CONSULTATIES VAN HET IMF 1. HOOFDTHEMA Het belangrijkste

Nadere informatie

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Opgave 1 Sinds 1 juni 1998 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) samen met de centrale banken van andere

Nadere informatie

TENTAMEN. HvA-HES ALGEMENE ECONOMIE

TENTAMEN. HvA-HES ALGEMENE ECONOMIE TENTAMEN HvA-HES ALGEMENE ECONOMIE 2012- H2 Onderwijseenheid : AECVS2FE01-1 & AECVS2FS01-1 Opleiding FRE & FSM 2 e jaars Datum : 5 juli 2012 Tijd : 17.15 19.15 uur VRJ NB Opgave 1, 2 en 3 moet door iedereen

Nadere informatie

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 6 (6 vragen van 3 punten = 18 punten)

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 6 (6 vragen van 3 punten = 18 punten) DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 6 (6 vragen van 3 punten = 18 punten) 1. Hieronder zie je de bevolking in landen met een BBP per hoofd van de bevolking tussen x1

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Landenanalyse H4. Week 1 Landenrisico

Landenanalyse H4. Week 1 Landenrisico Landenanalyse H4 Week 1 Landenrisico Risico s en problemen die verbonden zijn met het exporteren naar het buitenland - Importbelemmeringen (als bijvoorbeeld de handelsbalans een groot tekort vertoont)

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 600 bezoekers (2.800 2.200) 2 maximumscore

Nadere informatie

Debt Sustainability Analysis (DSA)

Debt Sustainability Analysis (DSA) BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Debt Sustainability Analysis (DSA) Een analyse naar de kwetsbaarheid van de Surinaamse Staatsschuld in 2014-2018 Malty Dwarkasing Sarajane Omouth

Nadere informatie

Geld en prijzen op de lange termijn

Geld en prijzen op de lange termijn Geld en prijzen op de lange termijn De geldvoorraad in de eurozone Cijfers over de geldvoorraad in de eurozone vind je in Europan Central Bank, Monthly Bulletin, tabel 2.3. Tabel 2.C geeft de opsplitsing

Nadere informatie

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen.

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Goud is al duizenden jaren simpelweg een betaalmiddel: geld. U hoort de term steeds vaker opduiken in de media.

Nadere informatie

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS Valutamarkt De euro op koers Havo Economie 2010-2011 VERS 2 Hoofdstuk 1 : Inleiding Opdracht 1 a. Dirham b. Internet c. Duitsland - Ierland - Nederland - Griekenland - Finland - Luxemburg - Oostenrijk

Nadere informatie

Valutamarkt. fransetman.nl

Valutamarkt. fransetman.nl euro in dollar wisselkoers Wisselkoers (ontstaat op valutamarkt) Waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt Waardoor kan de vraag naar en het aanbod van veranderen? De wisselkoers van de euro in

Nadere informatie

Rendement. 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS

Rendement. 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS Rendement 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS De voordelen van globale diversificatie Ondanks de sterk toegenomen globalisering blijft internationale diversificatie in aandelenportefeuilles

Nadere informatie

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord Categorie Vraag & Antwoord De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN Er zijn te weinig middelen om in alle behoeften te kunnen voorzien. Hoe heet dit verschijnsel?

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II Opgave 1 Stoppen met roken!? In een land betalen rokers bij de aanschaf van tabaksproducten een flink bedrag aan indirecte belasting (tabaksbelasting)*. Dat vinden veel mensen terecht omdat de overheid

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opgave 1 1 maximumscore 2 Uit de uitleg moet blijken dat het tarief per keer legen de inwoners stimuleert om de containers minder vaak aan te bieden om daarmee lasten te besparen 1 het tarief per kilo

Nadere informatie

Essentiële Beleggersinformatie 19 februari 2014

Essentiële Beleggersinformatie 19 februari 2014 Essentiële Beleggersinformatie 19 februari 2014 Dit document verschaft u essentiële beleggersinformatie aangaande dit fonds. Het is geen marketingmateriaal. De verstrekte informatie is bij wet voorgeschreven

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat consumenten (bepaalde) aankopen naar voren halen, wanneer ze een hoge / hogere inflatie in de komende periode verwachten. 2 maximumscore 2 Een

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

Bijlage: Openstaande Kamervragen beleidsdoorlichting Risicomanagement van de staatsschuld en hoofdlijnen van het beleid

Bijlage: Openstaande Kamervragen beleidsdoorlichting Risicomanagement van de staatsschuld en hoofdlijnen van het beleid 1 Bijlage: Openstaande Kamervragen beleidsdoorlichting Risicomanagement van de staatsschuld en hoofdlijnen van het beleid Vraag 9: Hoe wordt in het nieuwe kader omgegaan met de neveneffecten die zich in

Nadere informatie

De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis

De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis De besparingen van Amerikaanse gezinnen bereikten vlak voor de crisis een naoorlogs dieptepunt. Na de crisis moeten huishoudens fors

Nadere informatie

Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten

Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten Thema-analyse Belfius Research Februari 2016 Inleiding De rente staat op een historisch laag niveau. Voor een 10-jarig krediet betaalt de Belgische

Nadere informatie

Olie en opkomende markten: Een tweesnijdend zwaard

Olie en opkomende markten: Een tweesnijdend zwaard Olie en opkomende markten: Een tweesnijdend zwaard Date : december 29, 2014 De olieprijs stortte dit jaar in elkaar als gevolg van de volatiliteit op de meeste markten en een tijdelijke onbalans tussen

Nadere informatie

De geld- en kapitaalmarkt

De geld- en kapitaalmarkt De geld- en kapitaalmarkt Omschrijf het begrip kapitaal. - geldkapitaal: - goederenkapitaal: De financiële markt - 1 op 6 DE FINANCIËLE MARKT Situeer de financiële markt in de economische kringloop. Bedrijven

Nadere informatie

Auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 26

Auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 26 OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 26 Open Vragen OEFENING 1 a) Het accumuleren van vreemde deviezen (= munt van andere landen) wordt beschouwd als een belegging in buitenlandse activa en kan dus worden

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II Opgave 1 Uit een krant: Uitzendbranche blijft groeien Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de uitzendbranche in het eerste kwartaal van 1998 flink is gegroeid. In vergelijking

Nadere informatie

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 & h2 samengevat 2 h3 samengevat 3 h4 samengevat 4 wat moet weten 5 Begrippen 6 & 7 Links 7 Test je

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Dit proefschrift bestaat uit vier empirische studies van financiële aspecten van in India gevestigde conglomeraten (business groups). In deze studies wordt vanuit verschillende

Nadere informatie

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Europa in crisis George Gelauff Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Opzet Baten en kosten van Europa Banken en overheden Muntunie en schulden Conclusie 2 Europa in crisis Europa veruit

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) volkomen concurrentie bij (2) niet bij (3)

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein De Verenigde Staten gaan meestal voorop bij het herstel van de wereldeconomie. Maar terwijl een gerenommeerd onderzoeksburo recent verklaarde dat de Amerikaanse

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I Opgave 1 Hoge druk op de arbeidsmarkt Gedurende een aantal jaren groeide de economie in Nederland snel waardoor de druk op de arbeidsmarkt steeds groter werd. Het toenemende personeelstekort deed de vrees

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economie (oude stijl)

Examen HAVO. Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economie (oude stijl) Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economie (oude stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 13.30 16.00 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen;

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Inflatie protectie: risico management of slim beleggen?

Inflatie protectie: risico management of slim beleggen? Inflatie protectie: risico management of slim beleggen? 1. Precies een jaar geleden schreven we over het inflatiefenomeen dat altijd zijn kop opsteekt na periodes van recessie. Onze conclusie was dat nieuwe

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

HET COBB-DOUGLAS MODEL ALS MODEL VOOR DE NUTSFUNCTIE IN DE ARBEIDSTHEORIE. 1. Inleiding

HET COBB-DOUGLAS MODEL ALS MODEL VOOR DE NUTSFUNCTIE IN DE ARBEIDSTHEORIE. 1. Inleiding HET COBB-DOUGLAS MODEL ALS MODEL VOOR DE NUTSFUNCTIE IN DE ARBEIDSTHEORIE IGNACE VAN DE WOESTYNE. Inleiding In zowel de theorie van het consumentengedrag als in de arbeidstheorie, beiden gesitueerd in

Nadere informatie

Inflatiegids. Invloed van inflatie op pensioenen. Deel 2. Inflatie in het kader van een Nederlands Pensioenfonds

Inflatiegids. Invloed van inflatie op pensioenen. Deel 2. Inflatie in het kader van een Nederlands Pensioenfonds Inflatiegids Inflatie in het kader van een Nederlands Pensioenfonds Deel 2 Invloed van inflatie op pensioenen Inflatie betreft de stijging van het algemeen prijspeil, ofwel de waardevermindering van het

Nadere informatie

CONCEPT ACTIVE BOND SELECTION. Actief inspelen op een rentemarkt in beweging

CONCEPT ACTIVE BOND SELECTION. Actief inspelen op een rentemarkt in beweging CONCEPT ACTIVE BOND SELECTION Actief inspelen op een rentemarkt in beweging Buy-and-hold strategie heeft goed gerendeerd Het doel van de obligatiebelegger is genieten van een regelmatige maar zekere inkomstenstroom

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 17 mei 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 19

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 19 OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 19 Open Vragen OEFENING 1 a) b) MSV = dq2/dq1 c) De MSV moet gelijk zijn aan (1 + i) dus gelijk aan -1,1. d) q1 = 3 250 en q2 = 3 575 voor beide personen. Dit houdt in

Nadere informatie

Strategy Background Papers

Strategy Background Papers november 2013 Beleggen in vastgoed Huurder of eigenaar, iedereen krijgt in het dagelijkse leven te maken met vastgoed. De meeste eigenaars van een huis zien hun woning meer als een vorm van comfort dan

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord

Nadere informatie

Samenvatting. Beginselen van Productie. en Logistiek Management

Samenvatting. Beginselen van Productie. en Logistiek Management Samenvatting Beginselen van Productie en Logistiek Management Pieter-Jan Smets 5 maart 2015 Inhoudsopgave I Voorraadbeheer 4 1 Inleiding 4 1.1 Globalisering........................................... 4

Nadere informatie

Pensioenen en Financiële planning. Congres "Grip op je vermogen" 20 april 2012 Den Haag

Pensioenen en Financiële planning. Congres Grip op je vermogen 20 april 2012 Den Haag Pensioenen en Financiële planning Tom Steenkamp Congres "Grip op je vermogen" 20 april 2012 Den Haag Wat is belangrijk voor beleggen voor uw pensioen? 1. Keuzes moeten simpel zijn, er moeten er niet te

Nadere informatie

E F F E C T U E E L. augustus 2011-18. Slachtoffer van eigen succes? Hilaire van den Bergh

E F F E C T U E E L. augustus 2011-18. Slachtoffer van eigen succes? Hilaire van den Bergh E F F E C T U E E L augustus 2011-18 Slachtoffer van eigen succes? Hilaire van den Bergh Hilaire van den Bergh werkt bij BCS Vermogensbeheer B.V. te Rotterdam. De inhoud van deze publicatie schrijft hij

Nadere informatie

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Sytze Rienstra en Jan van Donkelaar, 15 januari 2010 Er is de laatste tijd bij de beoordeling van projecten voor de binnenvaart veel discussie over

Nadere informatie